Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
2° Decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
[2 2° /1 LRM: de naamloze vennootschap Limburgse Reconversiemaatschappij opgericht bij notariële akte van 1 februari 1994, bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 februari 1994 onder het nummer 940224-318, met inbegrip van alle latere wijzigingen van de statuten;]2
3° Minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
4° [1 Overbruggingslening: de lening die PMV/z-Leningen in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest toekent aan de steunaanvrager om zijn acute liquiditeitsnoden te ondersteunen, voor zover deze het gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne]1;
5° PMV: de naamloze vennootschap Participatiemaatschappij Vlaanderen opgericht bij notariële akte van 31 juli 1995, bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 augustus 1995 onder het nummer 950825-236, met inbegrip van alle latere wijzigingen van de statuten, hierna vertegenwoordigd door haar dochtervennootschap PMV/z-Leningen met ondernemingsnummer 0553.802.890;
6° Steunaanvrager: een onderneming, als vermeld in [2 artikel 3, 1° tot en met 4°]2 van het decreet van 16 maart 2012, inclusief ondernemingen actief in de landbouwsector, visserij en aquacultuur, met uitzondering van die ondernemingen waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of het stellen van financiële verrichtingen;
7° [1 Tijdelijke kaderregeling: de mededeling van de Commissie (2022/C 131 I/01) Tijdelijk crisiskader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne]1;
8° Verbonden ondernemingen: ondernemingen die met elkaar een van de banden onderhouden zoals beschreven in artikel 3.3 van de `Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen'.
9° Wet van 16 mei 2003: de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JANUARI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering over het verlenen van een overbruggingslening aan ondernemingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-02-2022 en tekstbijwerking tot 27-12-2022)
Titre
21 JANVIER 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'octroi d'un prêt relais aux entreprises(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-02-2022 et mise à jour au 27-12-2022)
Documentinformatie
Numac: 2022030522
Datum: 2022-01-21
Info du document
Numac: 2022030522
Date: 2022-01-21
Tekst (20)
Texte (20)
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° Décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
[2 2° /1 LRM : la société anonyme " Limburgse Reconversiemaatschappij ", constituée par acte notarié du 1er février 1994, publié par extrait au Moniteur belge du 24 février 1994 sous le numéro 940224-318, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts ; " ;
3° Ministre : le ministre flamand chargé de l'économie ;
4° [1 Prêt relais : le prêt accordé par PMV/z-Leningen au nom et pour le compte de la Région flamande au demandeur de l'aide pour soutenir ses besoins aigus de liquidités, dans la mesure où ceux-ci sont la conséquence de la guerre en Ukraine]1;
5° PMV : la société anonyme " Participatiemaatschappij Vlaanderen ", constituée par acte notarié du 31 juillet 1995, publié par extrait au Moniteur belge du 25 août 1995 sous le numéro 950825-236, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts, ci-après représentée par sa filiale PMV/z-Leningen avec le numéro d'entreprise 0553.802.890 ;
6° Demandeur d'aide : une entreprise, telle que visée à [3 l'article 3, 1° à 4°]3, du décret du 16 mars 2012, y compris les entreprises actives dans le secteur agricole, la pêche et l'aquaculture, à l'exception des entreprises dont l'activité principale consiste à prendre des participations ou à réaliser des opérations financières ;
7° [1 Encadrement temporaire : la communication de la Commission (2022/C 131 I/01) Encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine]1 ;
8° Entreprises liées : les entreprises qui entretiennent entre elles l'une ou l'autre des relations telles que décrites à l'article 3.3 de la Recommandation de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises.
9° Loi du 16 mai 2003 : la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
2° Décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
[2 2° /1 LRM : la société anonyme " Limburgse Reconversiemaatschappij ", constituée par acte notarié du 1er février 1994, publié par extrait au Moniteur belge du 24 février 1994 sous le numéro 940224-318, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts ; " ;
3° Ministre : le ministre flamand chargé de l'économie ;
4° [1 Prêt relais : le prêt accordé par PMV/z-Leningen au nom et pour le compte de la Région flamande au demandeur de l'aide pour soutenir ses besoins aigus de liquidités, dans la mesure où ceux-ci sont la conséquence de la guerre en Ukraine]1;
5° PMV : la société anonyme " Participatiemaatschappij Vlaanderen ", constituée par acte notarié du 31 juillet 1995, publié par extrait au Moniteur belge du 25 août 1995 sous le numéro 950825-236, y compris toutes les modifications ultérieures des statuts, ci-après représentée par sa filiale PMV/z-Leningen avec le numéro d'entreprise 0553.802.890 ;
6° Demandeur d'aide : une entreprise, telle que visée à [3 l'article 3, 1° à 4°]3, du décret du 16 mars 2012, y compris les entreprises actives dans le secteur agricole, la pêche et l'aquaculture, à l'exception des entreprises dont l'activité principale consiste à prendre des participations ou à réaliser des opérations financières ;
7° [1 Encadrement temporaire : la communication de la Commission (2022/C 131 I/01) Encadrement temporaire de crise pour les mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie à la suite de l'agression de la Russie contre l'Ukraine]1 ;
8° Entreprises liées : les entreprises qui entretiennent entre elles l'une ou l'autre des relations telles que décrites à l'article 3.3 de la Recommandation de la Commission du 6 mai 2003 concernant la définition des micro, petites et moyennes entreprises.
9° Loi du 16 mai 2003 : la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
Art.2. Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit, wordt verleend binnen de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352), tenzij de steunaanvrager zelf uitdrukkelijk aangeeft de steun te willen verkrijgen met toepassing van[1 afdeling 2.1 of afdeling 2.3]1 van de tijdelijke kaderregeling. [1 De steun die toegekend wordt met toepassing van afdeling 2.3 van de tijdelijke kaderregeling mag niet hoger zijn dan 15% van de gemiddelde jaaromzet van de voorbije drie jaar. De steunaanvrager bezorgt hiervoor de officiële btw-aangifte met overzicht van de uitgaande handelingen (Kader II) voor de [2 drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag]2 aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen via de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de applicatie dit niet toelaat, via email. Enkel indien de aanvrager vrijgesteld is van het indienen van een officiële btw-aangifte, mag hij zijn gemiddelde jaaromzet bewijzen door middel van de klantenlisting van de voorbije drie jaar, zijnde een lijst van de Belgische btw-nummers van de klanten aan wie de onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar. De lijst bevat voor elke klant het totaalbedrag aan leveringen en diensten. De minister kan nader bepalen hoe ondernemingen die geen officiële btw-aangifte indienen hun jaaromzet moeten bewijzen.]1 Steun die toegekend wordt aan ondernemingen actief in de landbouwsector, visserij en aquacultuur wordt beperkt tot de maximale bedragen, voorzien in punt [1 42 van de tijdelijke kaderregeling, voor wat betreft de steun toegekend met toepassing van afdeling 2.1.]1.
Art.2. Toute aide accordée en application du présent arrêté est octroyée aux conditions visées au règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis (Journal officiel du 24 décembre 2013, L 352), sauf si le demandeur d'aide indique explicitement qu'il souhaite obtenir l'aide en application [1 de la section 2.1 ou 2.3 ]1 de l'encadrement temporaire. [1 L'aide accordée en application de la section 2.3 de l'encadrement temporaire ne peut pas dépasser 15 % du chiffre d'affaires annuel moyen des trois années précédentes. A cette fin, le demandeur d'aide soumet à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat la déclaration officielle à la TVA avec un aperçu des transactions sortantes (cadre II) pour les [2 trois années calendaires précédant la demande ]2 via l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, ou, si l'application ne le permet pas, par e-mail. Ce n'est que si le demandeur est dispensé de présenter une déclaration officielle à la TVA qu'il peut prouver son chiffre d'affaires annuel moyen au moyen de la liste des clients des trois dernières années, qui est une liste des numéros de TVA belges des clients auxquels l'entreprise a fourni des biens ou des services au cours de l'année civile précédente. La liste contient le montant total des fournitures et services pour chaque client. Le ministre peut préciser comment les entreprises qui ne présentent pas de déclarations officielles à la TVA doivent prouver leur chiffre d'affaires annuel. ]1 L'aide accordée aux entreprises actives dans le secteur agricole, la pêche et l'aquaculture est limitée aux montants maximaux prévus au point [1 42 de l'encadrement temporaire en ce qui concerne l'aide accordée en application de la section 2.1.]1.
Art.3. PMV kan in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest en conform de voorwaarden van dit besluit een overbruggingslening toekennen aan steunaanvragers die de overbruggingslening bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen aanvragen.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen, respectievelijk PMV zullen de persoonsgegevens waarover ze beschikking krijgen in het kader van voorliggende maatregel verwerken of laten verwerken met het oog op:
1° de correcte naleving van de voorwaarden vermeld in de wet van 16 mei 2003, het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° het rapporteren en evalueren van deze maatregel en het geheel van maatregelen die het Agentschap Innoveren en Ondernemen en PMV beheren;
3° het voorzien van een relevant aanbod aan subsidies en financiering voor ondernemingen binnen het Vlaams Gewest en de informatieverschaffing hierover aan de ondernemingen.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen, respectievelijk PMV zullen de persoonsgegevens waarover ze beschikking krijgen in het kader van voorliggende maatregel verwerken of laten verwerken met het oog op:
1° de correcte naleving van de voorwaarden vermeld in de wet van 16 mei 2003, het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° het rapporteren en evalueren van deze maatregel en het geheel van maatregelen die het Agentschap Innoveren en Ondernemen en PMV beheren;
3° het voorzien van een relevant aanbod aan subsidies en financiering voor ondernemingen binnen het Vlaams Gewest en de informatieverschaffing hierover aan de ondernemingen.
Art.3. PMV peut accorder un prêt relais, au nom et pour le compte de la Région flamande et conformément aux conditions du présent arrêté, aux demandeurs d'aide qui demandent le prêt relais auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, respectivement PMV, traiteront ou feront traiter les données à caractère personnel dont ils disposent dans le cadre de cette mesure afin de :
1° respecter correctement les conditions mentionnées dans la loi du 16 mai 2003, le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou leurs arrêtes d'exécution ;
2° rendre compte et évaluer cette mesure et l'ensemble des mesures gérées par l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat et PMV ;
3° prévoir une offre pertinente de subventions et de financement pour les entreprises de la Région flamande, et fournir des informations à ce sujet aux entreprises.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, respectivement PMV, traiteront ou feront traiter les données à caractère personnel dont ils disposent dans le cadre de cette mesure afin de :
1° respecter correctement les conditions mentionnées dans la loi du 16 mai 2003, le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou leurs arrêtes d'exécution ;
2° rendre compte et évaluer cette mesure et l'ensemble des mesures gérées par l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat et PMV ;
3° prévoir une offre pertinente de subventions et de financement pour les entreprises de la Région flamande, et fournir des informations à ce sujet aux entreprises.
Art.4. [1 De doelstelling van de overbruggingslening is de ondersteuning van de acute liquiditeitsnoden van de steunaanvrager, voor zover deze het gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne [2 en voortvloeien uit stijgende kosten inzake energie en, meer algemeen, de toename van het algehele prijsniveau]2]1.
De overbruggingslening kan worden aangevraagd [2 tot en met 15 december 2023]2]1, tenzij de budgettaire middelen vroeger uitgeput zijn. Wanneer de budgettaire middelen vroeger uitgeput zijn, maakt de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, hiervan melding.
De minister kan de periode, vermeld in het tweede lid, verlengen binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten.
De overbruggingslening kan worden aangevraagd [2 tot en met 15 december 2023]2]1, tenzij de budgettaire middelen vroeger uitgeput zijn. Wanneer de budgettaire middelen vroeger uitgeput zijn, maakt de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, hiervan melding.
De minister kan de periode, vermeld in het tweede lid, verlengen binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten.
Art.4. [1 L'objectif du prêt relais est de soutenir les besoins aigus de liquidités du demandeur d'aide, dans la mesure où ils résultent de la guerre en Ukraine][2 et résultent de la hausse des coûts de l'énergie et, plus généralement, de l'augmentation du niveau général des prix.]2 -1.
Le prêt relais peut être demandé jusqu'au [1 [2 jusqu'au 15 décembre 2023 ]2 ]1, à moins que les moyens budgétaires ne soient épuisés plus tôt. Lorsque les moyens budgétaires sont épuisés plus tôt, l'application visée à l'article 7, alinéa premier, le signale.
Le ministre peut prolonger la période visée à l'alinéa deux dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Le prêt relais peut être demandé jusqu'au [1 [2 jusqu'au 15 décembre 2023 ]2 ]1, à moins que les moyens budgétaires ne soient épuisés plus tôt. Lorsque les moyens budgétaires sont épuisés plus tôt, l'application visée à l'article 7, alinéa premier, le signale.
Le ministre peut prolonger la période visée à l'alinéa deux dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Art.5. De steunaanvrager neemt een van de volgende rechtsvormen aan:
1° een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
[1 1° /1: een maatschap met een commercieel karakter; ]1
2° een vennootschap van privaatrecht met rechtspersoonlijkheid;
3° een vereniging zonder winstoogmerk;
4° een buitenlandse onderneming met een juridisch statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1°, 2° of 3°.
1° een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
[1 1° /1: een maatschap met een commercieel karakter; ]1
2° een vennootschap van privaatrecht met rechtspersoonlijkheid;
3° een vereniging zonder winstoogmerk;
4° een buitenlandse onderneming met een juridisch statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1°, 2° of 3°.
Art.5. Le demandeur d'aide prend une des formes juridiques suivantes :
1° une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
[1 1° /1 : une société à caractère commercial ]1
2° une société de droit privé dotée de la personnalité juridique ;
3° une association sans but lucratif ;
4° une entreprise étrangère ayant un statut juridique équivalent au statut visé aux points 1°, 2 ou 3°.
1° une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
[1 1° /1 : une société à caractère commercial ]1
2° une société de droit privé dotée de la personnalité juridique ;
3° une association sans but lucratif ;
4° une entreprise étrangère ayant un statut juridique équivalent au statut visé aux points 1°, 2 ou 3°.
Wijzigingen
Art.6. De steunaanvrager, rechtspersoon, heeft een operationele exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest.
De steunaanvrager, natuurlijk persoon, is gevestigd in het Vlaamse Gewest en oefent zijn beroepsactiviteit uit in hoofdberoep.
[1 De steunaanvrager, maatschap, heeft minstens één vennoot die gevestigd is in het Vlaamse Gewest.]1
De steunaanvrager, natuurlijk persoon, is gevestigd in het Vlaamse Gewest en oefent zijn beroepsactiviteit uit in hoofdberoep.
[1 De steunaanvrager, maatschap, heeft minstens één vennoot die gevestigd is in het Vlaamse Gewest.]1
Art.6. Le demandeur d'aide, personne morale, a un siège d'exploitation opérationnel en Région flamande.
Le demandeur d'aide, personne physique, est établi en Région flamande et exerce son activité professionnelle à titre principal.
[1 Le demandeur d'aide, société, a au moins un associé qui est établi en Région flamande.]1
Le demandeur d'aide, personne physique, est établi en Région flamande et exerce son activité professionnelle à titre principal.
[1 Le demandeur d'aide, société, a au moins un associé qui est établi en Région flamande.]1
Wijzigingen
Art.7. De steunaanvrager vraagt de overbruggingslening aan via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, waar een specifieke applicatie voor de aanvraag is voorzien. De steunaanvrager vermeldt daarbij zijn ondernemingsnummer (KBO-nummer).
De aanvraag wordt elektronisch ingediend en behandeld. In het kader van de behandeling van de aanvraag kan het Agentschap Innoveren en Ondernemen bijkomende gegevens opvragen bij de steunaanvrager en desgevallend een kredietcomité laten oordelen over de terugbetalingscapaciteit van de steunaanvrager.
De aanvraag wordt elektronisch ingediend en behandeld. In het kader van de behandeling van de aanvraag kan het Agentschap Innoveren en Ondernemen bijkomende gegevens opvragen bij de steunaanvrager en desgevallend een kredietcomité laten oordelen over de terugbetalingscapaciteit van de steunaanvrager.
Art.7. Le demandeur d'aide demande le prêt relais via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, qui prévoit une application spécifique pour la demande. Le demandeur d'aide mentionne son numéro d'entreprise (numéro d'entreprise BCE).
La demande est introduite et traitée par voie électronique. Dans le cadre du traitement de la demande, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des informations supplémentaires au demandeur d'aide et, le cas échéant, demander à un comité de crédit d'évaluer la capacité de remboursement du demandeur d'aide.
La demande est introduite et traitée par voie électronique. Dans le cadre du traitement de la demande, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des informations supplémentaires au demandeur d'aide et, le cas échéant, demander à un comité de crédit d'évaluer la capacité de remboursement du demandeur d'aide.
Art.8. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen zal controleren, onder andere via een koppeling met het MAGDA-platform, of al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de onderneming is een actieve onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° de onderneming is niet gevat door een insolventieprocedure als vermeld in de lijst van procedures die voor België opgenomen is in bijlage A bij verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° de onderneming is niet gedagvaard door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
4° [1 of de onderneming geen verbonden onderneming is die op zichzelf wel in aanmerking komt voor de lening, maar als resultaat van haar verbonden karakter niet in aanmerking komt voor de lening]1.
In het eerste lid wordt verstaan onder MAGDA-platform: de dienst van de Vlaamse overheid die unieke gegevens uit diverse Vlaamse en federale databanken ontsluit.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan controleren of er geen achterstallige betalingen zijn bij het Agentschap Innoveren en ondernemen, het Fonds Innoveren en Ondernemen [2 , PMV of LRM]2 inzake de terugbetaling van onterecht verkregen steun, terugvorderbare voorschotten of vroegere leningen van de onderneming of met haar verbonden ondernemingen. Indien er nog dergelijke achterstallige betalingen zijn, wordt de lening geweigerd.
In het derde lid wordt verstaan onder Fonds Innoveren en Ondernemen: het Fonds Innoveren en Ondernemen, opgericht bij artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
1° de onderneming is een actieve onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° de onderneming is niet gevat door een insolventieprocedure als vermeld in de lijst van procedures die voor België opgenomen is in bijlage A bij verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures;
3° de onderneming is niet gedagvaard door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;
4° [1 of de onderneming geen verbonden onderneming is die op zichzelf wel in aanmerking komt voor de lening, maar als resultaat van haar verbonden karakter niet in aanmerking komt voor de lening]1.
In het eerste lid wordt verstaan onder MAGDA-platform: de dienst van de Vlaamse overheid die unieke gegevens uit diverse Vlaamse en federale databanken ontsluit.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan controleren of er geen achterstallige betalingen zijn bij het Agentschap Innoveren en ondernemen, het Fonds Innoveren en Ondernemen [2 , PMV of LRM]2 inzake de terugbetaling van onterecht verkregen steun, terugvorderbare voorschotten of vroegere leningen van de onderneming of met haar verbonden ondernemingen. Indien er nog dergelijke achterstallige betalingen zijn, wordt de lening geweigerd.
In het derde lid wordt verstaan onder Fonds Innoveren en Ondernemen: het Fonds Innoveren en Ondernemen, opgericht bij artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
Art.8. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat vérifiera, entre autres via un lien avec la plateforme MAGDA, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° l'entreprise est une entreprise active dans la Banque-Carrefour des Entreprises ;
2° l'entreprise n'est pas saisie d'une procédure d'insolvabilité telle que visée à la liste des procédures pour la Belgique figurant à l'annexe A du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité ;
3° l'entreprise n'est pas citée par l'Office national de sécurité sociale ;
4° [1 si l'entreprise n'est pas une entreprise liée qui est éligible au prêt par elle-même, mais qui ne l'est pas du fait de son caractère lié.]1.
Dans l'alinéa 1er, on entend par plateforme MAGDA : le service de l'Autorité flamande qui fournit des données uniques provenant de diverses bases de données flamandes et fédérales.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut contrôler s'il existe des arriérés envers l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, le Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat ou [2 , PMV ou LRM]2 en matière de remboursement d'aides indûment obtenues, d'avances récupérables ou de prêts contractés antérieurement par l'entreprise ou des entreprises liées à elle. Si de tels arriérés existent encore, le prêt est refusé.
Dans l'alinéa trois, on entend par Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat : le Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, créé par l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
1° l'entreprise est une entreprise active dans la Banque-Carrefour des Entreprises ;
2° l'entreprise n'est pas saisie d'une procédure d'insolvabilité telle que visée à la liste des procédures pour la Belgique figurant à l'annexe A du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité ;
3° l'entreprise n'est pas citée par l'Office national de sécurité sociale ;
4° [1 si l'entreprise n'est pas une entreprise liée qui est éligible au prêt par elle-même, mais qui ne l'est pas du fait de son caractère lié.]1.
Dans l'alinéa 1er, on entend par plateforme MAGDA : le service de l'Autorité flamande qui fournit des données uniques provenant de diverses bases de données flamandes et fédérales.
L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut contrôler s'il existe des arriérés envers l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, le Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat ou [2 , PMV ou LRM]2 en matière de remboursement d'aides indûment obtenues, d'avances récupérables ou de prêts contractés antérieurement par l'entreprise ou des entreprises liées à elle. Si de tels arriérés existent encore, le prêt est refusé.
Dans l'alinéa trois, on entend par Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat : le Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, créé par l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
Art.9. De steunaanvrager legt een verklaring op erewoord af over al de volgende elementen:
1° op 31 december 2019 of op datum van de indiening van de steunaanvraag is hij geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in [1 artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard]1;
2° hij heeft geen achterstand in de betalingen aan RSZ en btw, behalve als hij een afbetalingsplan naleeft dat correct is gesloten met RSZ en btw;
3° hij heeft geen achterstand in de betaling van lopende kredieten bij financiële instellingen, behoudens de specifieke garantieregelingen, ondernemingskredieten en betalingsuitstel die de federale overheid of specifieke Vlaamse instellingen organiseren in het kader van de coronacrisis;
4° hij is niet betrokken in een lopende insolventieprocedure als vermeld in de lijst van procedures die voor België opgenomen is in bijlage A bij verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures, of de opstart van een dergelijke procedure wordt niet voorbereid;
5° hij wel of niet een verbonden onderneming is, met opgave van de ondernemingsnummers van de ondernemingen waarmee hij verbonden is;
6° de eerder gedane aanvragen of toegekende leningen met het oog op het bekomen van coronasteun van de onderneming zelf en de aan de onderneming verbonden ondernemingen;
7° over onvoldoende liquiditeiten in de onderneming of in een verbonden onderneming te beschikken en niet in staat is deze via normale bankfinanciering te verwerven.
[2 8° hij op het ogenblik van de aanvraag leningen lopende heeft of in aanvraag heeft bij LRM met opgave van de concrete gegevens van deze lening en of er achterstallen zijn in de terugbetaling van deze leningen]2
1° op 31 december 2019 of op datum van de indiening van de steunaanvraag is hij geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in [1 artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard]1;
2° hij heeft geen achterstand in de betalingen aan RSZ en btw, behalve als hij een afbetalingsplan naleeft dat correct is gesloten met RSZ en btw;
3° hij heeft geen achterstand in de betaling van lopende kredieten bij financiële instellingen, behoudens de specifieke garantieregelingen, ondernemingskredieten en betalingsuitstel die de federale overheid of specifieke Vlaamse instellingen organiseren in het kader van de coronacrisis;
4° hij is niet betrokken in een lopende insolventieprocedure als vermeld in de lijst van procedures die voor België opgenomen is in bijlage A bij verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 betreffende insolventieprocedures, of de opstart van een dergelijke procedure wordt niet voorbereid;
5° hij wel of niet een verbonden onderneming is, met opgave van de ondernemingsnummers van de ondernemingen waarmee hij verbonden is;
6° de eerder gedane aanvragen of toegekende leningen met het oog op het bekomen van coronasteun van de onderneming zelf en de aan de onderneming verbonden ondernemingen;
7° over onvoldoende liquiditeiten in de onderneming of in een verbonden onderneming te beschikken en niet in staat is deze via normale bankfinanciering te verwerven.
[2 8° hij op het ogenblik van de aanvraag leningen lopende heeft of in aanvraag heeft bij LRM met opgave van de concrete gegevens van deze lening en of er achterstallen zijn in de terugbetaling van deze leningen]2
Art.9. Le demandeur d'aide fait une déclaration sur l'honneur sur tous les éléments suivants :
1° au 31 décembre 2019 ou à la date de l'introduction de la demande d'aide, il n'est pas une entreprise en difficulté telle que visée [1 à l'article 2, point 18 du Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité]1 ;
2° il n'a pas d'arriérés dans ses paiements à l'ONNS et à la T.V.A., sauf s'il respecte un plan de paiement correctement conclu avec l'ONNS et la T.V.A. ;
3° il n'a pas d'arriérés dans ses paiements des crédits en cours auprès des institutions financières, à l'exception des régimes de garantie spécifiques, des crédits aux entreprises et des reports de paiement organisés par l'autorité fédérale ou des institutions flamandes spécifiques dans le cadre de la crise du coronavirus ;
4° il n'est pas impliqué dans une procédure d'insolvabilité en cours telle que visée à la liste de procédures pour la Belgique figurant à l'annexe A du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité, ou le lancement d'une telle procédure n'est pas préparé ;
5° il est une entreprise liée ou non, en indiquant les numéros d'entreprise des entreprises liées à lui ;
6° les demandes faites antérieurement ou les prêts accordés antérieurement en vue d'obtenir une aide " corona " pour l'entreprise et les entreprises liées à elle ;
7° il dispose de liquidités insuffisantes dans l'entreprise ou dans une entreprise liée et n'est pas en mesure de les acquérir par un financement bancaire normal.
[2 8° au moment de la demande, il a des prêts en cours ou en cours de demande auprès de LRM avec indication des données concrètes de ce prêt et s'il existe des arriérés quant au remboursement de ces prêts.]2
1° au 31 décembre 2019 ou à la date de l'introduction de la demande d'aide, il n'est pas une entreprise en difficulté telle que visée [1 à l'article 2, point 18 du Règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides compatibles avec le marché intérieur en application des articles 107 et 108 du traité]1 ;
2° il n'a pas d'arriérés dans ses paiements à l'ONNS et à la T.V.A., sauf s'il respecte un plan de paiement correctement conclu avec l'ONNS et la T.V.A. ;
3° il n'a pas d'arriérés dans ses paiements des crédits en cours auprès des institutions financières, à l'exception des régimes de garantie spécifiques, des crédits aux entreprises et des reports de paiement organisés par l'autorité fédérale ou des institutions flamandes spécifiques dans le cadre de la crise du coronavirus ;
4° il n'est pas impliqué dans une procédure d'insolvabilité en cours telle que visée à la liste de procédures pour la Belgique figurant à l'annexe A du règlement (UE) 2015/848 du Parlement européen et du Conseil du 20 mai 2015 relatif aux procédures d'insolvabilité, ou le lancement d'une telle procédure n'est pas préparé ;
5° il est une entreprise liée ou non, en indiquant les numéros d'entreprise des entreprises liées à lui ;
6° les demandes faites antérieurement ou les prêts accordés antérieurement en vue d'obtenir une aide " corona " pour l'entreprise et les entreprises liées à elle ;
7° il dispose de liquidités insuffisantes dans l'entreprise ou dans une entreprise liée et n'est pas en mesure de les acquérir par un financement bancaire normal.
[2 8° au moment de la demande, il a des prêts en cours ou en cours de demande auprès de LRM avec indication des données concrètes de ce prêt et s'il existe des arriérés quant au remboursement de ces prêts.]2
Art.10. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen bepaalt bij de dossierbehandeling, vermeld in artikel 7, het bedrag van de steun met toepassing van de volgende voorwaarden:
1° een steunaanvrager kan maximaal [2 drie]2 overbruggingsleningen toegezegd krijgen;
2° de steunaanvraag kan betrekking hebben op aankopen bij meerdere toeleveranciers van goederen, diensten of investeringen. De steunaanvraag kan ook betrekking hebben op de vergoeding van handelshuur of leasingovereenkomsten;
3° [2 de voorgelegde facturen hebben betrekking op de periode van 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023, 12.00 uur. De steunaanvrager kan maximaal honderd facturen inbrengen per lening. De steunaanvrager geeft in de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, voor elke ingebrachte factuur minstens de datum en het volgnummer van de factuur, de identiteit van de onderneming die de factuur uitschrijft, en de prijs exclusief btw. Facturen met een bedrag dat hoger ligt dan 15.000 euro moeten mee worden opgeladen. Facturen van bedrijven die geen maatschappelijke zetel hebben binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte worden niet aanvaard. Een factuur kan slechts één maal gebruikt worden. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan bijkomende elementen tot staving van de factuur opvragen]2;
4°[2 betaalbewijzen van handelshuur hebben betrekking op de huurperiode tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De verhuurder mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Leasingfacturen hebben betrekking op de leasing tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De leasinggever mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Maximaal 20 procent van het te ontlenen bedrag mag betrekking hebben op handelshuur en/of leasing]2;
5° [2 e totale omvang per lening en van de drie leningen, vermeld in punt 1°, samen kan nooit meer zijn dan 2 miljoen euro en is ook beperkt tot:
a) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van de-minimis of artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling: 200.000 euro of het voor specifieke sectoren vermelde maximum in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers en de maximale bedragen vermeld in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met 50 of meer werknemers;
b) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling: 2 miljoen euro. De steun die toegekend wordt met toepassing van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling mag niet hoger zijn dan 15% van de gemiddelde jaaromzet van de voorbije drie jaar. De steunaanvrager bezorgt hiervoor de officiële btw-aangifte met overzicht van de uitgaande handelingen (kader II) voor de drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen via de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de applicatie dit niet toelaat, via email. Enkel indien de aanvrager vrijgesteld is van het indienen van een officiële btw-aangifte, mag hij zijn gemiddelde jaaromzet bewijzen door middel van de klantenlisting van de voorbije drie jaar, zijnde een lijst van de Belgische btw-nummers van de klanten aan wie de onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar. De lijst bevat voor elke klant het totaalbedrag aan leveringen en diensten. De minister kan nader bepalen hoe ondernemingen die geen officiële btw-aangifte indienen hun jaaromzet moeten bewijzen]2;
6° het minimum bedrag van de lening bedraagt 10.000 euro;
7° voor leningen tot 50.000 euro wordt 80% van het bedrag op de aanvaarde voorgelegde facturen als lening aanvaard;
8° voor leningen boven de 50.000 euro wordt voor het gedeelte van de lening dat 50.000 euro overschrijdt, 50% van het bedrag op de aanvaarde facturen als lening aanvaard;
9° Indien een steunaanvrager, of een met de steunaanvrager verbonden onderneming, [2 2.000.000 euro]2 niet overschrijden, tenzij een door VLAIO en PMV ingericht kredietcomité oordeelt dat de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de bijkomende lening te krijgen. In dat geval geldt het maximum voor de bijkomende overbruggingslening zoals bepaald in artikel 10, 5°.
[1 10° [2 voor leningen boven de 400.000 euro oordeelt het kredietcomité, vermeld in punt 9°, altijd of de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de lening te krijgen]2.
[3 Het bedrag van de totale omvang per lening en van de twee leningen samen bedraagt in dit geval, in afwijking van artikel 10, eerste lid, 5°, maximaal 750.000 euro voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers]3.]1
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan na [1 31 december [2 2023]2]1, of wanneer het budget is uitgeput, geen beslissingen meer nemen tot toekenning van steun, als vermeld in het eerste lid.
1° een steunaanvrager kan maximaal [2 drie]2 overbruggingsleningen toegezegd krijgen;
2° de steunaanvraag kan betrekking hebben op aankopen bij meerdere toeleveranciers van goederen, diensten of investeringen. De steunaanvraag kan ook betrekking hebben op de vergoeding van handelshuur of leasingovereenkomsten;
3° [2 de voorgelegde facturen hebben betrekking op de periode van 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023, 12.00 uur. De steunaanvrager kan maximaal honderd facturen inbrengen per lening. De steunaanvrager geeft in de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, voor elke ingebrachte factuur minstens de datum en het volgnummer van de factuur, de identiteit van de onderneming die de factuur uitschrijft, en de prijs exclusief btw. Facturen met een bedrag dat hoger ligt dan 15.000 euro moeten mee worden opgeladen. Facturen van bedrijven die geen maatschappelijke zetel hebben binnen het grondgebied van de Europese Economische Ruimte worden niet aanvaard. Een factuur kan slechts één maal gebruikt worden. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan bijkomende elementen tot staving van de factuur opvragen]2;
4°[2 betaalbewijzen van handelshuur hebben betrekking op de huurperiode tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De verhuurder mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Leasingfacturen hebben betrekking op de leasing tussen 1 augustus 2022 tot en met de datum van aanvraag van de lening en uiterlijk 15 december 2023. De leasinggever mag geen aan de steunaanvrager verbonden onderneming zijn. Maximaal 20 procent van het te ontlenen bedrag mag betrekking hebben op handelshuur en/of leasing]2;
5° [2 e totale omvang per lening en van de drie leningen, vermeld in punt 1°, samen kan nooit meer zijn dan 2 miljoen euro en is ook beperkt tot:
a) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van de-minimis of artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling: 200.000 euro of het voor specifieke sectoren vermelde maximum in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers en de maximale bedragen vermeld in artikel 2.1 van de tijdelijke kaderregeling voor ondernemingen met 50 of meer werknemers;
b) ondernemingen die kiezen om de steun te krijgen in uitvoering van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling: 2 miljoen euro. De steun die toegekend wordt met toepassing van artikel 2.3 van de tijdelijke kaderregeling mag niet hoger zijn dan 15% van de gemiddelde jaaromzet van de voorbije drie jaar. De steunaanvrager bezorgt hiervoor de officiële btw-aangifte met overzicht van de uitgaande handelingen (kader II) voor de drie kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen via de applicatie, vermeld in artikel 7, eerste lid, of, indien de applicatie dit niet toelaat, via email. Enkel indien de aanvrager vrijgesteld is van het indienen van een officiële btw-aangifte, mag hij zijn gemiddelde jaaromzet bewijzen door middel van de klantenlisting van de voorbije drie jaar, zijnde een lijst van de Belgische btw-nummers van de klanten aan wie de onderneming goederen heeft geleverd of diensten heeft verstrekt tijdens het vorige kalenderjaar. De lijst bevat voor elke klant het totaalbedrag aan leveringen en diensten. De minister kan nader bepalen hoe ondernemingen die geen officiële btw-aangifte indienen hun jaaromzet moeten bewijzen]2;
6° het minimum bedrag van de lening bedraagt 10.000 euro;
7° voor leningen tot 50.000 euro wordt 80% van het bedrag op de aanvaarde voorgelegde facturen als lening aanvaard;
8° voor leningen boven de 50.000 euro wordt voor het gedeelte van de lening dat 50.000 euro overschrijdt, 50% van het bedrag op de aanvaarde facturen als lening aanvaard;
9° Indien een steunaanvrager, of een met de steunaanvrager verbonden onderneming, [2 2.000.000 euro]2 niet overschrijden, tenzij een door VLAIO en PMV ingericht kredietcomité oordeelt dat de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de bijkomende lening te krijgen. In dat geval geldt het maximum voor de bijkomende overbruggingslening zoals bepaald in artikel 10, 5°.
[1 10° [2 voor leningen boven de 400.000 euro oordeelt het kredietcomité, vermeld in punt 9°, altijd of de steunaanvrager nog over voldoende terugbetalingscapaciteit beschikt om de lening te krijgen]2.
[3 Het bedrag van de totale omvang per lening en van de twee leningen samen bedraagt in dit geval, in afwijking van artikel 10, eerste lid, 5°, maximaal 750.000 euro voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers]3.]1
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan na [1 31 december [2 2023]2]1, of wanneer het budget is uitgeput, geen beslissingen meer nemen tot toekenning van steun, als vermeld in het eerste lid.
Art.10. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat détermine le montant de l'aide lors du traitement du dossier, visé à l'article 7, en application des conditions suivantes :
1° un demandeur d'aide ne peut se voir accorder que [2 trois]2 prêts relais au maximum ;
2° la demande d'aide peut porter sur des achats auprès de plusieurs fournisseurs de biens, de services ou d'investissements. La demande d'aide peut également porter sur l'indemnisation de loyers commerciaux ou de contrats de leasing.
3° [2 les factures présentées portent sur la période du 1er août 2022 jusqu'à la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre à 12 heures. Le demandeur d'aide peut présenter cent factures au maximum par prêt. Pour chaque facture présentée, le demandeur d'aide fournit dans l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, au moins la date et le numéro d'ordre de la facture, l'identité de l'entreprise émettrice de la facture et le prix hors T.V.A.. Les factures d'un montant supérieur à 15 000 euros doivent être téléchargées vers le serveur. Les factures d'entreprises qui n'ont pas de siège social sur le territoire de l'Espace économique européen ne sont pas acceptées. Une facture ne peut être utilisée qu'une seule fois. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des éléments supplémentaires à l'appui de la facture]2 ;
4° [2 les preuves de paiement de loyer commercial portent sur la période de location entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le bailleur ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Les factures de leasing portent sur le leasing entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le donneur en leasing ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Au maximum 20 pour cent du montant à emprunter peut porter sur le loyer commercial et/ou le leasing ]2 ;
5° [2 e montant total par prêt et de l'ensemble des trois prêts, visés au point 1°, est limité à 2 millions d'euros et est également limité à :
a) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'aide de minimis ou de l'article 2.1 de l'encadrement temporaire : 200 000 euros ou au maximum mentionné pour des secteurs spécifiques à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant moins de 50 travailleurs et aux montants maximaux mentionnés à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant 50 travailleurs ou plus ;
b) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'article 2.3 de l'encadrement temporaire : 2 millions d'euros. L'aide accordée en application de article 2.3 de l'encadrement temporaire ne peut pas dépasser 15 % du chiffre d'affaires annuel moyen des trois années écoulées. A cette fin, le demandeur d'aide soumet à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat la déclaration officielle à la T.V.A. avec un aperçu des transactions sortantes (cadre II) pour les trois années calendaires précédant la demande via l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, ou, si l'application ne le permet pas, par e-mail. Ce n'est que si le demandeur est dispensé de présenter une déclaration officielle à la T.V.A. qu'il peut prouver son chiffre d'affaires annuel moyen au moyen de la liste des clients des trois dernières années, qui est une liste des numéros de T.V.A. belges des clients auxquels l'entreprise a fourni des biens ou des services au cours de l'année calendaire précédente. La liste contient le montant total des fournitures et services pour chaque client. Le ministre peut préciser comment les entreprises qui ne présentent pas de déclarations officielles à la T.V.A. doivent prouver leur chiffre d'affaires annuel]2;
6° le montant minimum du prêt s'élève à 10 000 euros ;
7° pour les prêts jusqu'à 50 000 euros, 80% du montant des factures présentées acceptées seront acceptés comme prêt ;
8° pour les prêts dépassant 50 000 euros, 50% du montant des factures acceptées sont acceptés comme prêt pour la partie du prêt dépassant 50 000 euros ;
9° Si un demandeur d'aide, ou une entreprise liée au demandeur d'aide, a déjà reçu [2 de la part de PMV ou LRM un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage, un ou plusieurs prêts relais ". Dans le même point, le montant " 750 000 euros " est remplacé par le montant " 2 000 000 euros]2 ou, plus généralement, un prêt à la suite d'une mesure d'aide flamande prise dans le cadre de la crise du coronavirus, le total de ces prêts, ensemble avec le prêt relais à accorder, ne peut dépasser 750 000 euros, sauf si un comité de crédit constitué par VLAIO et PMV est d'avis que le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt supplémentaire. Dans ce cas, le maximum tel que fixé à l'article 10, 5°, s'applique au prêt relais supplémentaire.
[1 10° [2 10° pour les prêts supérieurs à 400 000 euros, le comité de crédit visé au point 9° évalue toujours si le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt]2.
[3 Dans ce cas, par dérogation à l'article 10, alinéa 1er, 5°, le montant total par prêt et des deux prêts ensemble est de 750 000 euros maximum pour les entreprises employant jusqu'à 250 personnes ]3. ]1
Après le [1 31 décembre [2 2023]2-1 ou lorsque le budget est épuisé, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ne peut plus prendre de décisions concernant l'octroi d'aide, telles que visées à l'alinéa premier.
1° un demandeur d'aide ne peut se voir accorder que [2 trois]2 prêts relais au maximum ;
2° la demande d'aide peut porter sur des achats auprès de plusieurs fournisseurs de biens, de services ou d'investissements. La demande d'aide peut également porter sur l'indemnisation de loyers commerciaux ou de contrats de leasing.
3° [2 les factures présentées portent sur la période du 1er août 2022 jusqu'à la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre à 12 heures. Le demandeur d'aide peut présenter cent factures au maximum par prêt. Pour chaque facture présentée, le demandeur d'aide fournit dans l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, au moins la date et le numéro d'ordre de la facture, l'identité de l'entreprise émettrice de la facture et le prix hors T.V.A.. Les factures d'un montant supérieur à 15 000 euros doivent être téléchargées vers le serveur. Les factures d'entreprises qui n'ont pas de siège social sur le territoire de l'Espace économique européen ne sont pas acceptées. Une facture ne peut être utilisée qu'une seule fois. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut demander des éléments supplémentaires à l'appui de la facture]2 ;
4° [2 les preuves de paiement de loyer commercial portent sur la période de location entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le bailleur ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Les factures de leasing portent sur le leasing entre le 1er août 2022 et la date de demande du prêt et au plus tard le 15 décembre 2023. Le donneur en leasing ne peut pas être une entreprise liée au demandeur d'aide. Au maximum 20 pour cent du montant à emprunter peut porter sur le loyer commercial et/ou le leasing ]2 ;
5° [2 e montant total par prêt et de l'ensemble des trois prêts, visés au point 1°, est limité à 2 millions d'euros et est également limité à :
a) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'aide de minimis ou de l'article 2.1 de l'encadrement temporaire : 200 000 euros ou au maximum mentionné pour des secteurs spécifiques à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant moins de 50 travailleurs et aux montants maximaux mentionnés à l'article 2.1 de l'encadrement temporaire pour les entreprises occupant 50 travailleurs ou plus ;
b) entreprises choisissant de bénéficier de l'aide en exécution de l'article 2.3 de l'encadrement temporaire : 2 millions d'euros. L'aide accordée en application de article 2.3 de l'encadrement temporaire ne peut pas dépasser 15 % du chiffre d'affaires annuel moyen des trois années écoulées. A cette fin, le demandeur d'aide soumet à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat la déclaration officielle à la T.V.A. avec un aperçu des transactions sortantes (cadre II) pour les trois années calendaires précédant la demande via l'application visée à l'article 7, alinéa 1er, ou, si l'application ne le permet pas, par e-mail. Ce n'est que si le demandeur est dispensé de présenter une déclaration officielle à la T.V.A. qu'il peut prouver son chiffre d'affaires annuel moyen au moyen de la liste des clients des trois dernières années, qui est une liste des numéros de T.V.A. belges des clients auxquels l'entreprise a fourni des biens ou des services au cours de l'année calendaire précédente. La liste contient le montant total des fournitures et services pour chaque client. Le ministre peut préciser comment les entreprises qui ne présentent pas de déclarations officielles à la T.V.A. doivent prouver leur chiffre d'affaires annuel]2;
6° le montant minimum du prêt s'élève à 10 000 euros ;
7° pour les prêts jusqu'à 50 000 euros, 80% du montant des factures présentées acceptées seront acceptés comme prêt ;
8° pour les prêts dépassant 50 000 euros, 50% du montant des factures acceptées sont acceptés comme prêt pour la partie du prêt dépassant 50 000 euros ;
9° Si un demandeur d'aide, ou une entreprise liée au demandeur d'aide, a déjà reçu [2 de la part de PMV ou LRM un prêt au bail commercial, un ou plusieurs prêts de redémarrage, un ou plusieurs prêts relais ". Dans le même point, le montant " 750 000 euros " est remplacé par le montant " 2 000 000 euros]2 ou, plus généralement, un prêt à la suite d'une mesure d'aide flamande prise dans le cadre de la crise du coronavirus, le total de ces prêts, ensemble avec le prêt relais à accorder, ne peut dépasser 750 000 euros, sauf si un comité de crédit constitué par VLAIO et PMV est d'avis que le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt supplémentaire. Dans ce cas, le maximum tel que fixé à l'article 10, 5°, s'applique au prêt relais supplémentaire.
[1 10° [2 10° pour les prêts supérieurs à 400 000 euros, le comité de crédit visé au point 9° évalue toujours si le demandeur d'aide dispose encore d'une capacité de remboursement suffisante pour se voir accorder le prêt]2.
[3 Dans ce cas, par dérogation à l'article 10, alinéa 1er, 5°, le montant total par prêt et des deux prêts ensemble est de 750 000 euros maximum pour les entreprises employant jusqu'à 250 personnes ]3. ]1
Après le [1 31 décembre [2 2023]2-1 ou lorsque le budget est épuisé, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ne peut plus prendre de décisions concernant l'octroi d'aide, telles que visées à l'alinéa premier.
Art.11. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen brengt de steunaanvrager op de hoogte van de ontvankelijkheid van zijn steunaanvraag.
Art.11. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat informe le demandeur d'aide de la recevabilité de sa demande d'aide.
Art.12. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen geeft de gegevens van steunaanvragers van wie de steunaanvraag ontvankelijk bevonden wordt, samen met het te lenen bedrag door aan PMV. PMV legt aan die steunaanvragers in naam en voor rekening van het Vlaamse Gewest een leningsovereenkomst voor. De steunaanvragers ondertekenen die leningsovereenkomst en bezorgen ze terug aan de diensten van PMV. Zodra PMV de ondertekende leningsovereenkomst ontvangen heeft, betaalt ze de verschuldigde steun op een rekeningnummer bij een in België gevestigde kredietinstelling op naam van de steunaanvragers.
Art.12. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat transmet à PMV les données des demandeurs d'aide dont la demande d'aide est jugée recevable, ainsi que le montant à emprunter. PMV soumet un contrat de prêt à ces demandeurs d'aide au nom et pour le compte de la Région flamande. Les demandeurs d'aide signent le contrat de prêt et le renvoient aux services de PMV. Dès que PMV a reçu le contrat de prêt signé, elle verse l'aide due sur un numéro de compte auprès d'un établissement de crédit établi en Belgique au nom des demandeurs d'aide.
Art.13. [1 PMV hanteert de volgende voorwaarden bij het toekennen van de overbruggingslening:
De rente op de lening bedraagt tot 1 april 2023:
1° 2% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 2,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 2,5% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 3,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
Op 1 april 2023, 1 juli 2023 en 1 oktober 2023 actualiseert de Minister de rente zodat de minimale rente ten minste gelijk is aan het basispercentage (eenjaars IBOR of gelijkwaardig, zoals gepubliceerd door de Commissie) op respectievelijk 1 maart 2023, 1 juni 2023 en 1 september 2023 vermeerderd met
1° 50 basispunten voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 100 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 100 basispunten, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 200 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
De terugbetaling van het kapitaal gebeurt maandelijks, in gelijke schijven, na een vrijgestelde periode van 24 maanden.
De terugbetaling van de rente gebeurt maandelijks. Er is geen vrijgestelde periode voor de terugbetaling van de rente.
PMV kan in de leningsovereenkomst nog bijkomende voorwaarden bepalen.
PMV kan aangepaste terugbetalingstermijnen verlenen aan ondernemingen.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
1° kleine en middelgrote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° grote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid ]1.
De rente op de lening bedraagt tot 1 april 2023:
1° 2% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 2,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 2,5% op jaarbasis, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 3,5% op jaarbasis, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
Op 1 april 2023, 1 juli 2023 en 1 oktober 2023 actualiseert de Minister de rente zodat de minimale rente ten minste gelijk is aan het basispercentage (eenjaars IBOR of gelijkwaardig, zoals gepubliceerd door de Commissie) op respectievelijk 1 maart 2023, 1 juni 2023 en 1 september 2023 vermeerderd met
1° 50 basispunten voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
2° 100 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 36 maanden;
3° 100 basispunten, voor kleine en middelgrote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden;
4° 200 basispunten, voor grote ondernemingen die ervoor kiezen de lening terug te betalen over een periode van 60 maanden.
De terugbetaling van het kapitaal gebeurt maandelijks, in gelijke schijven, na een vrijgestelde periode van 24 maanden.
De terugbetaling van de rente gebeurt maandelijks. Er is geen vrijgestelde periode voor de terugbetaling van de rente.
PMV kan in de leningsovereenkomst nog bijkomende voorwaarden bepalen.
PMV kan aangepaste terugbetalingstermijnen verlenen aan ondernemingen.
In het eerste en tweede lid wordt verstaan onder:
1° kleine en middelgrote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
2° grote onderneming: de onderneming, vermeld in artikel 3, 4°, van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid ]1.
Art.13. [1 PMV applique au moins les conditions suivantes pour accorder le prêt relais :
Jusqu'au 1er avril 2023, l'intérêt sur le prêt s'élève à :
1° 2 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 2,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 2,5 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 3,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Les 1er avril 2023, 1er juillet 2023 et 1er octobre 2023, le ministre actualise l'intérêt de sorte que l'intérêt minimal égale au moins le pourcentage de base (taux IBOR à 1 an ou équivalent, tel que publié par la Commission) respectivement les 1er mars 2023, 1er juin 2023 et 1er septembre 2023, majoré de
1° 50 points de base pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 100 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 100 points de base, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 200 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Le remboursement du capital est effectué mensuellement, en tranches égales, après une période d'exemption de 24 mois.
Le remboursement de l'intérêt est effectué mensuellement, sans période d'exemption.
PMV peut arrêter des conditions supplémentaires dans le contrat de prêt.
PMV peut accorder des délais de remboursement adaptés aux entreprises.
Dans les alinéas 1er et 2, on entend par :
1° petite et moyenne entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 2° et 3°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° grande entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 4°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ]1.
Jusqu'au 1er avril 2023, l'intérêt sur le prêt s'élève à :
1° 2 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 2,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 2,5 % sur une base annuelle, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 3,5 % sur une base annuelle, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Les 1er avril 2023, 1er juillet 2023 et 1er octobre 2023, le ministre actualise l'intérêt de sorte que l'intérêt minimal égale au moins le pourcentage de base (taux IBOR à 1 an ou équivalent, tel que publié par la Commission) respectivement les 1er mars 2023, 1er juin 2023 et 1er septembre 2023, majoré de
1° 50 points de base pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
2° 100 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 36 mois ;
3° 100 points de base, pour les petites et moyennes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois ;
4° 200 points de base, pour les grandes entreprises qui choisissent de rembourser le prêt sur une période de 60 mois.
Le remboursement du capital est effectué mensuellement, en tranches égales, après une période d'exemption de 24 mois.
Le remboursement de l'intérêt est effectué mensuellement, sans période d'exemption.
PMV peut arrêter des conditions supplémentaires dans le contrat de prêt.
PMV peut accorder des délais de remboursement adaptés aux entreprises.
Dans les alinéas 1er et 2, on entend par :
1° petite et moyenne entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 2° et 3°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
2° grande entreprise : l'entreprise visée à l'article 3, 4°, du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ]1.
Wijzigingen
Art.14. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan vanaf het ogenblik dat de steunaanvraag is ingediend, ter plaatse of op de bewijsdocumenten controleren of de voorwaarden, vermeld in de wet van 16 mei 2003, het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden nageleefd.
Op basis van de controle, vermeld in het eerste lid, neemt het Agentschap Innoveren en Ondernemen, afhankelijk van het feit of de steun al dan niet is toegekend, de volgende beslissingen:
1° de steun weigeren;
2° de toegekende steun volledig of gedeeltelijk niet uitbetalen of terugvorderen.
[1 Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend, na de datum van inwerkingtreding van dit lid, op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 200]1
Op basis van de controle, vermeld in het eerste lid, neemt het Agentschap Innoveren en Ondernemen, afhankelijk van het feit of de steun al dan niet is toegekend, de volgende beslissingen:
1° de steun weigeren;
2° de toegekende steun volledig of gedeeltelijk niet uitbetalen of terugvorderen.
[1 Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend, na de datum van inwerkingtreding van dit lid, op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun, als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 200]1
Art.14. Dès le dépôt de la demande d'aide, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut exercer sur place ou sur pièces le contrôle du respect des conditions visées à la loi du 16 mai 2003, au décret du 16 mars 2012, au présent arrêté et à ses arrêtés d'exécution.
Sur la base du contrôle visé à l'alinéa 1er, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat prendra les décisions suivantes, selon que l'aide a été accordée ou non :
1° refuser l'aide ;
2° ne pas verser ou recouvrer tout ou partie de l'aide accordée.
[1 S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide, après la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1er et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002]1
Sur la base du contrôle visé à l'alinéa 1er, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat prendra les décisions suivantes, selon que l'aide a été accordée ou non :
1° refuser l'aide ;
2° ne pas verser ou recouvrer tout ou partie de l'aide accordée.
[1 S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide, après la date d'entrée en vigueur du présent alinéa, sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1er et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002]1
Wijzigingen
Art.15. Bij niet-naleving van de voorwaarden, vermeld in dit besluit, vordert het Agentschap Innoveren en Ondernemen de steun terug of betaalt de steun niet uit met toepassing van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, het decreet van 29 maart 2019 houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste zijn van de Staat.
In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
Art.15. En cas de non-respect des conditions visées au présent arrêté, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat recouvre l'aide ou ne paie pas l'aide en application de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des Comptes, du décret du 29 mars 2019 relatif au Code flamand des Finances publiques et de la loi du 7 juin 1994 modifiant l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations de toute nature, qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat.
En cas de recouvrement, le taux d'intérêt de référence européen pour le recouvrement des aides d'Etat illégalement octroyées est d'application.
En cas de recouvrement, le taux d'intérêt de référence européen pour le recouvrement des aides d'Etat illégalement octroyées est d'application.
Art.16. De minister kan bijkomstige of detailmatige aangelegenheden bepalen.
Art.16. Le ministre peut déterminer des questions accessoires ou de détail.
Art.16/1. [1 Art. 16/1. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing, onverminderd andere fiscale regelgeving, inzonderheid de administratieve verplichtingen van toepassing op belastingplichtigen die vrijgesteld zijn van het indienen van een officiële btw-aangifte .]1
Art. 16/1. [1 Les dispositions du présent arrêté s'appliquent sans préjudice des autres règles fiscales, notamment les obligations administratives des contribuables qui sont dispensés de déposer une déclaration officielle à la TVA. ]1
Art.16/2. [1 Op de steunaanvragen die zijn ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijft het besluit van de Vlaamse Regering van 21 januari 2022 over het verlenen van een overbruggingslening aan ondernemingen van toepassing, zoals van kracht voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit. ]1
Art. 16/2. [1 L'arrêté du Gouvernement flamand du 21 janvier 2022 relatif à l'octroi d'un prêt relais aux entreprises continue de s'appliquer aux demandes d'aide introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, tel qu'en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté. ]1
Art.17. Dit besluit treedt in werking op 28 februari 2022.
Art.17. Le présent arrêté entre en vigueur le 28 février 2022.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre flamand ayant l'économie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.