Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 NOVEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen, wat betreft de berekening van het pakket
Titre
12 NOVEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil, en ce qui concerne le calcul du capital
Documentinformatie
Numac: 2022030096
Datum: 2021-11-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022030096
Date: 2021-11-12
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 mei 1996 en 17 december 2010, wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs.
  Dit besluit is niet van toepassing op de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en op de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.".
Article 1er. L'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " périodes-professeur " dans l'enseignement secondaire à temps plein et relatif à l'encadrement initial dans les (semi-)internats et homes d'accueil, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 mai 1996 et 17 décembre 2010, est remplacé par ce qui suit :
  " Article 1. Le présent arrêté s'applique aux écoles de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein financées ou subventionnées par la Communauté flamande.
  Le présent arrêté ne s'applique pas aux centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et aux centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises. ".
Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 mei 1995, 9 oktober 2009 en 17 december 2010, wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 mai 1995, 9 octobre 2009 et 17 décembre 2010, est abrogé.
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4. § 1. Het aantal uren-leraar voor het onderwijzen van vakken, zonder rekening te houden met de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie, wordt op de volgende wijze vastgesteld:
  1° elke leerling genereert een coëfficiënt uren-leraar naargelang van het gevolgde structuuronderdeel als vermeld in bijlage 1. Bijlage 1 vermeldt ook voor elk structuuronderdeel van de tweede en de derde graad de discipline waarin dat structuuronderdeel is ondergebracht voor de vaststelling van de financiering, als dat van toepassing is;
  2° per afzonderlijke leerlingengroep genereert elke leerling een extra coëfficiënt uren-leraar op de volgende wijze, die gebaseerd is op degressiviteit:
  a) leerlingengroep eerste graad: eerste leerjaar A + tweede leerjaar A:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,65;
  2) schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 0,35;
  3) schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 0,20;
  4) schijf vanaf de 101ste leerling: nihil;
  b) leerlingengroep eerste graad: eerste leerjaar B + tweede leerjaar B:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,60;
  2) schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 0,30;
  3) schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 0,15;
  4) schijf vanaf de 101ste leerling: nihil;
  c) leerlingengroep onthaaljaar:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,65;
  2) schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 0,35;
  3) schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 0,20;
  4) schijf vanaf de 101ste leerling: nihil;
  d) leerlingengroep tweede graad ASO:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,45;
  2) schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 0,25;
  3) schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 0,15;
  4) schijf vanaf de 101ste leerling: nihil;
  e) leerlingengroep tweede graad TSO:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,50;
  2) schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
  3) schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,10;
  4) schijf vanaf de 151ste leerling: nihil;
  f) leerlingengroep tweede graad BSO:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,60;
  2) schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
  3) schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,15;
  4) schijf vanaf de 151ste leerling: nihil;
  g) leerlingengroep derde graad ASO met inbegrip van, binnen de modernisering, de Se-n-Se die voorbereiden op hoger onderwijs en behoren tot de discipline modern:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,45;
  2) schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 0,25;
  3) schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 0,15;
  4) schijf vanaf de 101ste leerling: nihil;
  h) leerlingengroep derde graad TSO:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,50;
  2) schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
  3) schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,10;
  4) schijf vanaf de 151ste leerling: nihil;
  i) leerlingengroep derde graad BSO zonder HBO verpleegkunde maar met inbegrip van, binnen de modernisering, de Se-n-Se als beroepsgerichte specialisatie:
  1) schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,60;
  2) schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
  3) schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,15;
  4) schijf vanaf de 151ste leerling: nihil.
  § 2. Het aantal uren-leraar wordt op de volgende wijze verhoogd voor scholen met hoofdvestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die behoren tot een scholengemeenschap of met hoofdvestigingsplaats in een gemeente met minder dan 125 inwoners per km2, waarbij de verhoging behouden blijft gedurende vier schooljaren nadat de norm van 125 inwoners per km2 is overschreden:
  1° het aantal uren-leraar dat elke leerling van de eerste graad genereert op basis van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, wordt verhoogd met 0,10;
  2° het aantal uren-leraar dat elke leerling van de tweede graad TSO, BSO of KSO, de derde graad TSO, BSO of KSO, of HBO verpleegkunde genereert op basis van de bepaling, vermeld in paragraaf 1, 1°, wordt verhoogd met 0,20.
  § 3. Als een school overgaat tot afbouw doordat ze de rationalisatienorm niet bereikt, wordt de coëfficiëntenregeling vervangen door een pakket wekelijkse uren-leraar dat wordt toegekend voor de volledige duur van het schooljaar. Dat pakket wekelijkse uren-leraar wordt vastgesteld en toegekend door de Vlaamse Regering op voorstel van het schoolbestuur in kwestie dat moet aantonen dat voormeld pakket noodzakelijk is om tijdens de afbouw van de school de goedgekeurde leerplannen te kunnen realiseren.
  § 4. De coëfficiëntenregeling, vermeld in paragraaf 1 en 2, en met uitzondering van HBO verpleegkunde, wordt vervangen door een minimumpakkettenregeling die is opgenomen in de volgende bijlagen voor de volgende scholen:
  1° in bijlage 1bis, die bij dit besluit is gevoegd, voor de volgende scholen:
  a) de scholen die onder de toepassing vallen van artikel 190 of 191 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  b) de scholen met hoofdvestigingsplaats in een gemeente met minimaal 125 en maximaal 250 inwoners per km2;
  c) de scholen waarvan meer dan 75% van de regelmatige leerlingen in een internaat verblijven;
  2° in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, voor de volgende scholen:
  a) de scholen die onder de toepassing vallen van artikel 192 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  b) de scholen met hoofdvestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  c) de scholen met hoofdvestigingsplaats in een gemeente met minder dan 125 inwoners per km2;
  3° in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd, voor de scholen die onder de toepassing vallen van artikel 193, 194 of 197 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
  Een minimumpakkettenregeling kan worden vervangen als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° het resultaat van de regeling in kwestie is voordeliger dan het resultaat van de berekening via de coëfficiëntenregeling;
  2° de verhouding tussen MP en Y is groter dan of gelijk aan 15%, waarbij:
  a) MP = het aantal uren-leraar bij toepassing van deze paragraaf;
  b) Y = het aantal uren-leraar bij toepassing van paraaf 1 en 2 en deze paragraaf;
  3° de verhouding tussen CF en MP is kleiner dan of gelijk aan 85%, waarbij:
  a) CF = het aantal uren-leraar bij toepassing van paragraaf 1 en 2 op die structuuronderdelen die bij toepassing van deze paragraaf in aanmerking komen;
  MP = het aantal uren-leraar bij toepassing van deze paragraaf.".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. § 1. Le nombre de périodes-professeur pour l'enseignement des cours, sans tenir compte des cours de religion, d'éthique non-confessionnelle, de formation culturelle et de propre culture et religion, est déterminé de la manière suivante :
  1° chaque élève génère un coefficient de périodes-professeur en fonction de la subdivision structurelle étudiée visée à l'annexe 1. L'annexe 1 mentionne également pour chaque subdivision structurelle du deuxième et troisième degré la discipline dans laquelle cet élément structurel est classé aux fins de la détermination du financement, le cas échéant ;
  2° par groupe d'élèves individuel chaque élève génère un coefficient supplémentaire de périodes-professeur de la manière suivante, qui est basée sur la dégressivité :
  a) groupe d'élèves du premier degré : première année d'études A + deuxième année d'études A :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,65 ;
  2) tranche de 26 à 50 élèves : 0,35 ;
  3) tranche de 51 à 100 élèves : 0,20 ;
  4) tranche à partir du 101e élève : aucun ;
  b) groupe d'élèves du premier degré : première année d'études B + deuxième année d'études B :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,60 ;
  2) tranche de 26 à 50 élèves : 0,30 ;
  3) tranche de 51 à 100 élèves : 0,15 ;
  4) tranche à partir du 101e élève : aucun ;
  c) groupe d'élèves année d'accueil :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,65 ;
  2) tranche de 26 à 50 élèves : 0,35 ;
  3) tranche de 51 à 100 élèves : 0,20 ;
  4) tranche à partir du 101e élève : aucun ;
  d) groupe d'élèves de deuxième degré de l'ASO :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,45 ;
  2) tranche de 26 à 50 élèves : 0,25 ;
  3) tranche de 51 à 100 élèves : 0,15 ;
  4) tranche à partir du 101e élève : aucun ;
  e) groupe d'élèves de deuxième degré du TSO :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,50 ;
  2) tranche de 26 à 75 élèves : 0,30 ;
  3) tranche de 76 à 150 élèves : 0,10 ;
  4) tranche à partir du 150e élève : aucun ;
  f) groupe d'élèves de deuxième degré du BSO :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,60 ;
  2) tranche de 26 à 75 élèves : 0,30 ;
  3) tranche de 76 à 150 élèves : 0,15 ;
  4) tranche à partir du 150e élève : aucun ;
  g) groupe d'élèves du troisième degré de l'ASO y compris les Se-n-Se, dans le cadre de la modernisation, préparant à l'enseignement supérieur et appartenant à la discipline moderne :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,45 ;
  2) tranche de 26 à 50 élèves : 0,25 ;
  3) tranche de 51 à 100 élèves : 0,15 ;
  4) tranche à partir du 101e élève : aucun ;
  h) groupe d'élèves du troisième degré TSO :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,50 ;
  2) tranche de 26 à 75 élèves : 0,30 ;
  3) tranche de 76 à 150 élèves : 0,10 ;
  4) tranche à partir du 150e élève : aucun ;
  i) groupe d'élèves de troisième degré du BSO sans le HBO en nursing mais comprenant, dans le cadre de la modernisation, le Se-n-Se comme spécialisation à orientation professionnelle :
  1) tranche de 1 à 25 élèves : 0,60 ;
  2) tranche de 26 à 75 élèves : 0,30 ;
  3) tranche de 76 à 150 élèves : 0,15 ;
  4) tranche à partir du 151e élève : aucun.
  § 2. Le nombre de périodes-professeur est majoré comme suit pour les écoles qui ont leur implantation principale dans la zone bilingue de Bruxelles-Capitale et qui appartiennent à une communauté scolaire ou qui ont leur implantation principale dans une commune dont la population est inférieure à 125 habitants au km2, la majoration étant maintenue pendant quatre années scolaires après le dépassement de la norme de 125 habitants au km2 :
  1° le nombre de périodes-professeur que chaque élève du premier degré génère sur la base des dispositions visées au paragraphe 1, 1° et 2°, est augmenté de 0,10 ;
  2° le nombre de périodes-professeur que chaque élève du deuxième degré du TSO, BSO ou KSO, du troisième degré du TSO, BSO ou KSO, ou de l'HBO en nursing génère sur la base de la disposition visée au paragraphe 1, 1°, est augmenté de 0,20.
  § 3. Si une école procède à une suppression progressive parce qu'elle n'atteint pas la norme de rationalisation, le régime du coefficient est remplacé par un capital périodes/professeur hebdomadaires qui est attribué pour toute la durée de l'année scolaire. Ce capital périodes/professeur hebdomadaires est déterminé et accordé par le Gouvernement flamand sur proposition de l'autorité scolaire concernée, qui doit démontrer que le capital précité est nécessaire pour pouvoir réaliser les programmes d'études approuvés pendant la suppression progressive de l'école.
  § 4. Le régime du coefficient visé aux paragraphes 1 et 2, et à l'exception de l'HBO en nursing, est remplacé par un système de capital minimum qui figure dans les annexes suivantes pour les écoles suivantes :
  1° à l'annexe 1bis jointe au présent arrêté pour les écoles suivantes :
  a) les écoles relevant de l'application de l'article 190 ou 191 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  b) les écoles dont l'implantation principale est située dans une commune comptant un minimum de 125 et un maximum de 250 habitants par km2 ;
  c) les écoles dont plus de 75% des élèves réguliers résident dans un internat ;
  2° à l'annexe 2 jointe au présent arrêté, pour les écoles suivantes :
  a) les écoles relevant de l'application de l'article 190 ou 192 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  b) les écoles dont l'implantation principale est située dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
  c) les écoles dont l'implantation principale est située dans une commune de moins de 125 habitants par km2 ;
  3° à l'annexe 3 jointe au présent arrêté, pour les écoles qui relèvent de l'application des articles 193, 194 ou 197 du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
  Un système de capital minimum peut être remplacé si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le résultat du régime en question est plus favorable que le résultat du calcul par le régime du coefficient ;
  2° le rapport entre MP et Y est supérieur ou égal à 15%, où :
  a) MP = le nombre de périodes-professeur en application du présent paragraphe ;
  b) Y = le nombre de périodes-professeur en application des paragraphes 1 et 2 et du présent paragraphe ;
  3° le rapport entre CF et MP est inférieur ou égal à 85%, où :
  a) CF = le nombre de périodes-professeur lors de l'application des paragraphes 1 et 2 aux subdivisions structurelles qui sont éligibles lors de l'application de ce paragraphe ;
  b) MP = le nombre de périodes-professeur en application de ce paragraphe. ".
Art. 4. In artikel 4bis, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 1998, wordt de zinsnede "artikel 4, § 2, punt 4 respectievelijk punt 5" vervangen door de zinsnede "artikel 4, § 1, 2° ".
Art. 4. A l'article 4bis, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 juin 1998, le membre de phrase " l'article 4, § 2, point 4 respectivement point 5 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 4, § 1, 2° ".
Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. § 1. Aan de scholen die binnen het studiegebied of het domein land- en tuinbouw ten minste één van de structuuronderdelen, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, organiseren, wordt een specifiek aantal uren-leraar toegekend. Dat aantal uren-leraar, dat overeenstemt met twee dan wel meer voltijdse betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs belast met praktische vakken in de tweede en derde graad van het voltijds gewoon secundair onderwijs, laat de school toe om het volgende te doen:
  1° de culturen, de serres en de veestapel die van de school afhangen, uitbaten en onderhouden;
  2° tijdens de praktijklessen aan de leerlingen van het studiegebied of domein land- en tuinbouw illustratieve demonstraties geven die rekening houden met de technische en technologische ontwikkelingen in de sector.
  § 2. Aan elke school, vermeld in paragraaf 1, worden minstens 58 uren-leraar, wat overeenkomt met twee voltijdse betrekkingen, toegekend. Dat aantal wordt op de volgende wijze vermeerderd, waarbij als "regelmatige leerlingen" de leerlingen in aanmerking worden genomen van elk structuuronderdeel uit het studiegebied of het domein land- en tuinbouw met een wekelijkse lessentabel die praktijkvakken bevat:
  1° 29 uren-leraar, wat overeenkomt met één betrekking, als de school op de gebruikelijke teldatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 71 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 61 regelmatige leerlingen;
  2° 58 uren-leraar, wat overeenkomt met twee betrekkingen, als de school op de gebruikelijke teldatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 101 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 91 regelmatige leerlingen;
  3° 87 uren-leraar, wat overeenkomt met drie betrekkingen, als de school op de gebruikelijke teldatum voor het eerste schooljaar de oprichtingsnorm van 171 regelmatige leerlingen bereikt en vanaf het daaropvolgende schooljaar de behoudsnorm van 161 regelmatige leerlingen.
  Het aantal uren-leraar, vermeld in het eerste lid, blijft toegekend gedurende twee opeenvolgende schooljaren waarin de behoudsnorm niet wordt bereikt. Vanaf het daaropvolgende schooljaar wordt de toekenning stopgezet tot de oprichtingsnorm opnieuw wordt bereikt.".
Art. 5. L'article 5 du même arrêté, rétabli par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1. Les écoles qui organisent au moins une des subdivisions structurelles visées à l'annexe 4 jointe au présent arrêté dans les disciplines ou le domaine " land- en tuinbouw " bénéficient d'un nombre spécifique de périodes-professeur. Ce nombre de périodes-professeur, qui correspond à deux ou plusieurs emplois à temps plein dans la fonction d'enseignant enseignement secondaire chargé des matières pratiques des deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, permet à l'école de faire ce qui suit :
  1° exploiter et entretenir les cultures, les serres et le cheptel qui dépendent de l'école ;
  2° faire des démonstrations illustratives lors des cours pratiques aux élèves de la discipline ou du domaine de l'agriculture et de l'horticulture, en tenant compte des développements techniques et technologiques du secteur.
  § 2. Au moins 58 périodes-professeur, ce qui correspond à deux postes à temps plein, sont accordées à chaque école visée au paragraphe 1. Ce nombre est augmenté de la manière suivante : les " élèves réguliers " sont les élèves de chaque subdivision structurelle de la discipline ou du domaine de l'agriculture et de l'horticulture dont la grille horaire comporte des cours pratiques :
  1° 29 périodes-professeur, ce qui correspond à un emploi, si l'école atteint la norme d'établissement de 71 élèves réguliers à la date habituelle de comptage pour la première année scolaire et la norme de maintien de 61 élèves réguliers à partir de l'année scolaire suivante ;
  2° 58 périodes-professeur, ce qui correspond à deux emplois, si l'école atteint la norme d'établissement de 101 élèves réguliers à la date habituelle de comptage pour la première année scolaire et la norme de maintien de 91 élèves réguliers à partir de l'année scolaire suivante ;
  3° 87 périodes-professeur, ce qui correspond à trois emplois, si l'école atteint la norme d'établissement de 171 élèves réguliers à la date habituelle de comptage pour la première année scolaire et la norme de maintien de 161 élèves réguliers à partir de l'année scolaire suivante.
  Le nombre de périodes-professeur visé au premier alinéa continue à être accordé pendant deux années scolaires consécutives au cours desquelles la norme de maintien n'est pas atteinte. A partir de l'année scolaire suivante, l'attribution est interrompue jusqu'à ce que la norme d'établissement soit à nouveau atteinte. ".
Art. 6. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994, 16 mei 1995 en 9 oktober 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de inleidende zin "Het aantal uren-leraar, bedoeld in artikel 3, 2°, wordt vastgesteld per afzonderlijk leerjaar en onderwezen leerplan op basis van volgende splitsingsnormen:" wordt vervangen door de volgende zin "Het aantal uren-leraar uitsluitend voorbehouden voor het onderwijzen van de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie, wordt vastgesteld per afzonderlijk leerjaar en onderwezen leerplan op basis van de volgende splitsingsnormen:";
  2° in punt 1° worden de woorden "het tweede leerjaar in de eerste graad" vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar A";
  3° in punt 3° worden de woorden "het beroepsvoorbereidend leerjaar" vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar B";
  4° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid is niet van toepassing op de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad die niet leiden tot een diploma van secundair onderwijs en op HBO verpleegkunde.".
Art. 6. A l'article 6, § 1, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juin 1994, 16 mai 1995 et 9 octobre 2009, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la phrase introductive " Le nombre de périodes-professeur visé à l'article 3, 2°, est déterminé par année d'études individuelle et par programme d'études sur la base des normes de dédoublement suivantes : " est remplacé par la phrase suivante " Le nombre de périodes-professeur exclusivement réservées aux cours de religion, d'éthique non confessionnelle, de formation culturelle et de culture propre et de religion est déterminé par année d'études distincte et par programme d'études sur la base des normes de division suivantes : ";
  2° au point 1° les mots " la deuxième année d'études au premier degré " sont remplacés par le membre de phrase " la deuxième année d'études A " ;
  3° au point 3° les mots " l'année préparatoire à l'enseignement professionnel " sont remplacés par le membre de phrase " la deuxième année B " ;
  4° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Le premier alinéa n'est pas applicable aux subdivisions structurelles de la troisième année du troisième degré qui ne conduisent pas à un diplôme de l'enseignement secondaire et de nursing HBO. ".
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juni 1994, 9 oktober 2009 en 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", zoals bedoeld in artikel 3," opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel 3," opgeheven.
Art. 7. A l'article 7 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juin 1994, 9 octobre 2009 et 7 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1, le membre de phrase ", tel que visé à l'article 3, " est abrogé ;
  2° au paragraphe 2, le membre de phrase " tel que visé à l'article 3, " est abrogé.
Art. 8. In artikel 13, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 2005, wordt tussen de zinsnede "artikel 4ter" en de zinsnede "en artikel 10, § 1 en § 3" de zinsnede ", artikel 5" ingevoegd.
Art. 8. A l'article 13, alinéa deux, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 juillet 2005, le membre de phrase ", l'article 5 " est inséré entre le membre de phrase " article 4ter " et le membre de phrase " et l'article 10, §§ 1 et 3 ".
Art. 9. In artikel 13bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° voordrachtgevers kunnen worden ingeschakeld in al de structuuronderdelen, vermeld in artikel 211, § 3 of § 3bis, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, naargelang van het geval;".
Art. 9. A l'article 13bis du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2009 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° des conférenciers peuvent être impliqués dans toutes les subdivisions structurelles visées à l'article 211, § 3 ou § 3bis du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010, selon le cas ; ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, wordt vóór bijlage 1, die bijlage 1bis wordt, een nieuwe bijlage 1 ingevoegd, die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 10. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2020, avant l'annexe 1, qui devient l'annexe 1bis, une nouvelle annexe 1 est insérée, jointe en annexe 1 au présent arrêté.
Art. 11. In de bestaande bijlage 1 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen door wat volgt:
  "Bijlage 1bis. Minimumpakketten categorie 1 als vermeld in artikel 4, § 4, eerste lid, 1° ";
  2° de woorden "het tweede leerjaar van de eerste graad" worden vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar A";
  3° de woorden "het beroepsvoorbereidend leerjaar" worden telkens vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar B".
Art. 11. A l'annexe 1 existante au même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit :
  " Annexe 1bis. Capitaux minimum catégorie 1 tels que visés à l'article 4, § 4, alinéa premier, 1° " ;
  2° les mots " la deuxième année d'études du premier degré " sont remplacés par le membre de phrase " la deuxième année A " ;
  3° les mots " l'année préparatoire à l'enseignement professionnel " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " la deuxième année B ".
Art. 12. In bijlage 2 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen door wat volgt:
  "Bijlage 2. Minimumpakketten categorie 2 als vermeld in artikel 4, § 4, eerste lid, 2° ";
  2° de woorden "het tweede leerjaar van de eerste graad" worden vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar A";
  3° de woorden "het beroepsvoorbereidend leerjaar" worden telkens vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar B".
Art. 12. A l'annexe 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit :
  " Annexe 2. Capitaux minimum catégorie 2 tels que visés à l'article 4, § 4, alinéa premier, 2° " ;
  2° les mots " la deuxième année d'études du premier degré " sont remplacés par le membre de phrase " la deuxième année A " ;
  3° les mots " l'année préparatoire à l'enseignement professionnel " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " la deuxième année B ".
Art. 13. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen door wat volgt:
  "Bijlage 3. Minimumpakketten categorie 3 als vermeld in artikel 4, § 4, eerste lid, 3° ";
  2° de woorden "het tweede leerjaar van de eerste graad" worden vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar A";
  3° de woorden "het beroepsvoorbereidend leerjaar" worden telkens vervangen door de zinsnede "het tweede leerjaar B".
Art. 13. A l'annexe 3 au même arrêté, modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit :
  " Annexe 3 Capitaux minimum catégorie 3 tels que visés à l'article 4, § 4, alinéa premier, 3° " ;
  2° les mots " la deuxième année d'études du premier degré " sont remplacés par le membre de phrase " la deuxième année A " ;
  3° les mots " l'année préparatoire à l'enseignement professionnel " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " la deuxième année B ".
Art. 14. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 14. L'annexe 4 du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 15. Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 betreffende de oprichting en instandhouding van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken, die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds gewoon secundair onderwijs worden ingezet, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, wordt opgeheven.
Art. 15. L'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2006 relatif à la création et au maintien d'emplois dans la fonction de professeur de l'enseignement secondaire chargé de donner des cours pratiques qui sont mis en oeuvre pour les soins et l'entretien des cultures et du cheptel dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019, est abrogé.
Art. 16. Dit besluit:
  1° treedt in werking op 1 september 2022: bij toepassing op die scholen waarvoor overeenkomstig artikel 169 tot en met 172 van de Codex Secundair Onderwijs het aantal regelmatige leerlingen van het voorafgaande schooljaar wordt geteld;
  2° heeft uitwerking met ingang van 1 september 2021: bij toepassing op die scholen waarvoor overeenkomstig dezelfde artikelen het aantal regelmatige leerlingen van het lopende schooljaar wordt geteld.
Art. 16. Le présent arrêté :
  1° entre en vigueur le 1 septembre 2022 : en cas d'application dans les écoles pour lesquelles le nombre d'élèves réguliers de l'année scolaire précédente est compté conformément aux articles 169 à 172 du Code de l'Enseignement secondaire ;
  2° produit ses effets à partir du 1 septembre 2021 : en cas d'application dans les écoles pour lesquelles le nombre d'élèves réguliers de l'année scolaire précédente est compté.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand compétent pour l'enseignement et la formation est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-02-2022, p. 13093)
Art. N1.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 16-02-2022, p. 13123)
Art. N2.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-02-2022, p. 13117)
Art. N2.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 16-02-2022, p. 13147)