Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 JUNI 2022. - Wet betreffende de uitvoering van het HNS-Verdrag 2010
Titre
23 JUIN 2022. - Loi relative à la mise en oeuvre de la Convention HNS 2010
Documentinformatie
Numac: 2022021016
Datum: 2022-06-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2022021016
Date: 2022-06-23
Moniteur: Voir
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art. 2. In artikel 574, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, wordt een bepaling onder 23° /1 ingevoegd, luidende:
  "23° /1 van de vorderingen ingesteld krachtens de bepalingen van de artikelen 2.7.3.33 tot 2.7.3.35 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;".
Art. 2. Dans l'article 574, alinéa 1er, du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2019, il est inséré un 23/1° rédigé comme suit:
  "23° /1 des demandes visées aux articles 2.7.3.33 à 2.7.3.35 du Code belge de la Navigation;".
Art. 3. Artikel 627, 10°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 juni 1970 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "10° in het geval bepaald in artikel 588, 9°, of wanneer de fondsvorming geschiedt op grond van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor olieverontreinigingsschade, en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, en gewijzigd door het Protocol van Londen van 27 november 1992 of het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor olieverontreinigingsschade, en de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969, en gewijzigd door het Protocol van Londen van 27 november 1992 of het Internationaal Verdrag van 1996 inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in samenhang met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, met Bijlagen, opgemaakt te Londen op 3 mei 1996 en gewijzigd door het Protocol van Londen van 2010, opgemaakt te Londen op 30 april 2010: de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Luik wanneer de schade ontstaan is in de provincie Waals Brabant, Henegouwen, Namen, Luxemburg of Luik; de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Brussel, wanneer de schade ontstaan is in het gebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of de voorzitter van de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, wanneer de schade ontstaan is in de provincie Vlaams-Brabant, Oost- of West-Vlaanderen, Antwerpen of Limburg of in de territoriale zee, in de exclusieve economische zone, in de open zee of in de wateren die onder de soevereiniteit van een andere Staat vallen.".
Art. 3. L'article 627, 10°, du même Code, inséré par la loi du 24 juin 1970, et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2019, est remplacé par ce qui suit:
  "10° dans le cas prévu à l'article 588, 9°, ou lorsque la constitution du fonds est basée sur la Convention internationale sur la responsabilité civile pour les dommages dus à la pollution par les hydrocarbures, avec Annexes, faite à Bruxelles le 29 novembre 1969, et modifiée par le Protocole de Londres du 27 novembre 1992 ou la Convention internationale de 1996 sur la responsabilité et l'indemnisation pour les dommages liés au transport par mer de substances nocives et potentiellement dangereuses, avec Annexes, faite à Londres le 3 mai 1996 et modifiée par le Protocole de Londres de 2010, fait à Londres le 30 avril 2010: le président du tribunal de l'entreprise de Liège, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant wallon, de Hainaut, de Namur, de Luxembourg ou de Liège; le président du tribunal de l'entreprise de Bruxelles, lorsque le dommage est né sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, ou le président du tribunal de l'entreprise d'Anvers, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant flamand, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, d'Anvers ou de Limbourg, ou dans la mer territoriale, dans la zone économique exclusive, en haute mer, ou dans les eaux qui ressortent de la souveraineté d'un autre Etat.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Belgisch Scheepvaartwetboek
CHAPITRE 3. - Modifications du Code belge de la Navigation
Art. 4. In artikel 2.3.2.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° "verzekeringscertificaat": een CLC-certificaat, een BUNKER-certificaat, een WRC-certificaat of een HNS-certificaat;";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
  "6° "HNS-certificaat": een certificaat bedoeld in artikel 12.2 van het HNS-Verdrag 2010;"
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "en het WRC-Verdrag" vervangen door de woorden ", het WRC-Verdrag en het HNS-Verdrag 2010".
Art. 4. A l'article 2.3.2.6 du Code belge de la Navigation, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° "certificat d'assurance": un certificat CLC, un certificat BUNKER, un certificat WRC, ou un certificat HNS;";
  2° le paragraphe 1er est complété par le 6° rédigé comme suit:
  "6° "certificat HNS": un certificat visé à l'article 12.2 de la Convention HNS 2010;"
  3° dans le paragraphe 2, les mots "et la Convention WRC" sont remplacés par les mots ", la Convention WRC et la Convention HNS 2010".
Art. 5. In artikel 2.3.2.8 van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
  " § 3/1. De geregistreerde eigenaar van een Belgisch zeeschip dat daadwerkelijk gevaarlijke en schadelijke stoffen vervoert, houdt een verzekering of andere financiële zekerheid zoals een bankgarantie of een certificaat uitgereikt door een internationaal vergoedingsfonds, tot dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade uit hoofde van het HNS-Verdrag 2010, ten belope van het beperkt bedrag van zijn aansprakelijkheid ingevolge artikel 9.1 van het HNS-Verdrag 2010.";
  2° in paragraaf 4 worden de woorden "in de artikelen 2.3.2.9, 2.3.2.10 of 2.3.2.11" vervangen door de woorden "in de artikelen 2.3.2.9, 2.3.2.10, 2.3.2.11 of 2.3.2.11/1";
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "in artikel 2.3.2.9, § 4, 2.3.2.10, § 4 of 2.3.2.11, § 4" vervangen door de woorden "in artikel 2.3.2.9, § 4, 2.3.2.10, § 4, 2.3.2.11, § 4, of 2.3.2.11/1, § 4";
  4° er wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, luidende:
  " § 5/1. Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid in toepassing van paragraaf 3/1 zijn uitsluitend beschikbaar voor de voldoening van verschuldigd krachtens het HNS-Verdrag 2010.";
  5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 9, luidende:
  " § 9. Het is verboden een Belgisch zeeschip waarop artikel 12.2 van het HNS-Verdrag 2010 van toepassing is op enig tijdstip te exploiteren, tenzij het over een geldig certificaat beschikt, uitgereikt krachtens artikel 2.3.2.11/1 of 2.3.2.16.".
Art. 5. A l'article 2.3.2.8 du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré un paragraphe 3/1 rédigé comme suit:
  " § 3/1. Le propriétaire enregistré d'un navire de mer belge et transportant effectivement des substances nocives et potentiellement dangereuses souscrit une assurance ou une autre garantie financière, telle que le cautionnement d'une banque ou un certificat délivré par un fonds international d'indemnisation, d'un montant fixé par application des limites de responsabilité prescrites à l'article 9.1 de la Convention HNS 2010, pour couvrir sa responsabilité pour dommages en vertu de la Convention HNS 2010.";
  2° dans le paragraphe 4, les mots "aux articles 2.3.2.9, 2.3.2.10 ou 2.3.2.11" sont remplacés par les mots "aux articles 2.3.2.9, 2.3.2.10, 2.3.2.11 ou 2.3.2.11/1";
  3° dans le paragraphe 4, les mots "à l'article 2.3.2.9, § 4, 2.3.2.10, § 4 ou 2.3.2.11, § 4" sont remplacés par les mots "à l'article 2.3.2.9, § 4, 2.3.2.10, § 4, 2.3.2.11, § 4, ou 2.3.2.11/1, § 4";
  4° il est inséré un paragraphe 5/1 rédigé comme suit:
  " § 5/1. Tout fonds constitué par une assurance ou une autre garantie financière souscrite en application du paragraphe 3/1 n'est disponible que pour le règlement des indemnités dues en vertu de la Convention HNS 2010.";
  5° l'article est complété par un paragraphe 9 rédigé comme suit:
  " § 9. Il est interdit d'exploiter à tout moment un navire de mer belge soumis à l'article 12.2 de la Convention HNS 2010, à moins que ce navire de mer ne soit muni d'un certificat valable, délivré en vertu de l'article 2.3.2.11/1 ou 2.3.2.16.".
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2.3.2.11/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.3.2.11/1. Uitreiking van HNS-certificaten voor Belgische zeeschepen
  § 1. Een certificaat houdende verklaring dat een geldige verzekering of andere financiële zekerheid in overeenstemming met het HNS-Verdrag 2010 en deze afdeling van kracht is, wordt aan elk zeeschip uitgereikt nadat de bevoegde overheid heeft vastgesteld dat het voldoet aan artikel 2.3.2.8, § 3/1.
  Het certificaat stemt overeen met het model bepaald in de bijlage bij het HNS-Verdrag 2010.
  § 2. Het certificaat wordt opgesteld in een van de officiële landstalen. Ingeval de gebruikte taal niet het Frans is, bevat de tekst tevens een vertaling in het Engels.
  § 3. Het certificaat bevindt zich aan boord van het zeeschip.
  § 4. De bevoegde overheid is bevoegd de certificaten in te trekken als niet wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder zij zijn uitgereikt.".
Art. 6. Dans le même Code, il est inséré un article 2.3.2.11/1 rédigé comme suit:
  "Art. 2.3.2.11/1. Délivrance de certificats HNS pour les navires de mer belges
  § 1er. Un certificat attestant qu'une assurance ou autre garantie financière est en cours de validité conformément à la Convention HNS 2010 et à la présente section est délivré à chaque navire de mer après que l'autorité compétente s'est assurée qu'il satisfait à l'article 2.3.2.8, § 3/1.
  Le certificat est conforme au modèle joint en annexe de la Convention HNS 2010.
  § 2. Le certificat est établi dans l'une des langues officielles de l'Etat. Dans le cas où la langue utilisée n'est pas le français, le texte comporte également une traduction en anglais.
  § 3. Le certificat se trouve à bord du navire de mer.
  § 4. L'autorité compétente est compétente pour retirer les certificats si les conditions dans lesquelles ils ont été délivrés ne sont pas remplies.".
Art. 7. In artikel 2.3.2.12, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de woorden "of het WRC-Verdrag" vervangen door de woorden ", het WRC-Verdrag of het HNS-Verdrag 2010".
Art. 7. Dans l'article 2.3.2.12, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les mots "ou à la Convention WRC" sont remplacés par les mots ", à la Convention WRC ou à la Convention HNS 2010".
Art. 8. In artikel 2.3.2.14 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
  " § 3/1. Onverminderd artikel 12 van het HNS-Verdrag 2010 is elk zeeschip, waar het ook geregistreerd of ingeschreven is, dat een haven op het Belgische grondgebied aanloopt of verlaat of dat aankomt in een langsheen de kust in de Belgische territoriale zee gelegen laad- of losinstallatie of die verlaat, gedekt door een verzekering of andere financiële zekerheid die beantwoordt aan de vereisten van artikel 12.1 van het HNS-Verdrag 2010.
  Het zeeschip beschikt als bewijs daarvan over een geldig certificaat uitgereikt door de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 12.2 van het HNS-Verdrag 2010.".
Art. 8. Dans l'article 2.3.2.14 du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, il est inséré un paragraphe 3/1, rédigé comme suit:
  " § 3/1. Sans préjudice de l'article 12 de la Convention HNS 2010, tout navire de mer, quel que soit son lieu d'enregistrement ou d'immatriculation, qui entre dans un port sur le territoire belge ou le quitte, ou qui arrive dans une installation terminale située au large de la côte dans la mer territoriale belge ou qui la quitte, est couvert par une assurance ou tout autre garantie financière correspondant aux exigences de l'article 12.1 de la Convention HNS 2010.
  A titre de preuve, à cet égard le navire de mer dispose d'un certificat valable délivré par l'autorité compétente en vertu de l'article 12.2 de la Convention HNS 2010.".
Art. 9. In artikel 2.3.2.15 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "voor de toepassing van het BUNKER-Verdrag, het WRC-Verdrag of deze afdeling" vervangen door de woorden "voor de toepassing van het CLC-Verdrag 1992, het BUNKER-Verdrag, het WRC-Verdrag, het HNS-Verdrag 2010 of deze afdeling";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. HNS-certificaten uitgereikt of gewaarmerkt onder de verantwoordelijkheid van een andere Staat die Partij is bij het HNS-Verdrag 2010 worden door de Scheepvaartcontrole erkend en hebben voor de Scheepvaartcontrole dezelfde waarde als door haarzelf uitgereikte en gewaarmerkte certificaten, zelfs ingeval het een zeeschip betreft dat niet is geregistreerd of ingeschreven in een Staat die Partij bij het HNS-Verdrag 2010 is. De Scheepvaartcontrole kan te allen tijde verzoeken om overleg met de Staat die het certificaat heeft uitgereikt of gewaarmerkt, indien de Scheepvaartcontrole acht dat de in het certificaat vermelde verzekeraar of garantieverstrekker financieel niet in staat is de door het HNS-Verdrag 2010 opgelegde verplichtingen na te komen.".
Art. 9. Dans l'article 2.3.2.15 du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "aux fins de la Convention BUNKER, la Convention WRC ou la présente section" sont remplacés par les mots "aux fins de la Convention CLC 1992, la Convention BUNKER, la Convention WRC, la Convention HNS 2010 ou la présente section";
  2° l'article est complété par le paragraphe 5 rédigé comme suit:
  " § 5. Les certificats HNS délivrés ou visés sous la responsabilité d'un autre Etat Partie à la Convention HNS 2010 sont reconnus par le Contrôle de la Navigation et ont pour le Contrôle de la navigation la même valeur que ceux qu'il a lui-même délivrés et visés, même lorsqu'il s'agit d'un navire de mer qui n'est pas enregistré ou immatriculé dans un Etat Partie à la Convention HNS 2010. Le Contrôle de la Navigation peut à tout moment demander à l'Etat qui a délivré ou visé le certificat de procéder à un échange de vues si le Contrôle de la navigation estime que l'assureur ou le garant porté sur le certificat n'est pas financièrement capable de faire face aux obligations imposées par la Convention HNS 2010.".
Art. 10. In artikel 2.3.2.16 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de woorden "2.3.2.9, 2.3.2.10 respectievelijk 2.3.2.11" vervangen door de woorden "2.3.2.9, 2.3.2.10, 2.3.2.11 respectievelijk 2.3.2.11/1".
Art. 10. Dans l'article 2.3.2.16 du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les mots "2.3.2.9, 2.3.2.10 et 2.3.2.11" sont remplacés par les mots "2.3.2.9, 2.3.2.10, 2.3.2.11 et 2.3.2.11/1".
Art. 11. In artikel 2.3.2.17 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "en artikel 12 van het WRC-Verdrag" vervangen door de woorden ", artikel 12 van het WRC-Verdrag en artikel 12 van het HNS-Verdrag 2010";
  2° in het tweede lid worden de woorden "en het WRC-Verdrag" vervangen door de woorden ", het WRC-Verdrag en het HNS-Verdrag 2010".
Art. 11. Dans l'article 2.3.2.17, du même Code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "et de l'article 12 de la Convention WRC" sont remplacés par les mots ", de l'article 12 de la Convention WRC et de l'article 12 de la Convention HNS 2010";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "et de la Convention WRC" sont remplacés par les mots ", de la Convention WRC et de la Convention HNS 2010".
Art. 12. In boek 2, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 6, van het zelfde Wetboek, wordt een onderafdeling 6 ingevoegd, luidende "Beperkingsprocedure met fondsvorming voor het HNS-Verdrag 2010".
Art. 12. Dans le livre 2, titre 3, chapitre 2, section 2, sous-section 6, du même Code belge de la Navigation, il est inséré une sous-section 6 intitulée "Procédure de limitation avec constitution du fonds pour la Convention HNS 2010".
Art. 13. In onderafdeling 6, ingevoegd bij artikel 12, wordt een artikel 2.3.2.62 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.3.2.62. Beperking van de aansprakelijkheid van de eigenaar
  § 1. De eigenaar van een zeeschip is gerechtigd zijn aansprakelijkheid krachtens deze onderafdeling te beperken tot een totaalbedrag per voorval dat is berekend overeenkomstig artikel 9 van het HNS-Verdrag 2010.
  § 2. Om de het eerste lid bepaalde beperking te genieten, vormt de eigenaar een fonds conform de procedure beschreven in de artikelen 2.3.2.47 tot 2.3.2.61. De bedragen bedoeld in artikel 2.3.2.47, § 3, zijn niet van toepassing in het kader van deze onderafdeling. De bedragen die van toepassing zijn met betrekking tot het HNS-verdrag van 2010 zijn de bedragen bepaald in artikel 9 van het HNS-Verdrag 2010. De artikelen 2.3.2.42 en 2.3.2.43 zijn van toepassing op de bedragen bedoeld in artikel 9 van het HNS-Verdrag 2010.
  § 3. Vorderingen die betrekking hebben op door de eigenaar vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade staan in rang gelijk met andere schuldvorderingen op het fonds.
  § 4. Voor de toepassing van dit artikel is de tonnenmaat van het zeeschip de brutotonnenmaat berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting van de tonnenmaat vervat in Bijlage 1 bij het TMC-Verdrag.".
Art. 13. Dans la sous-section 6, insérée par l'article 12, il est inséré un article 2.3.2.62 rédigé comme suit:
  "Art. 2.3.2.62. Limitation de la responsabilité du propriétaire
  § 1er. Le propriétaire d'un navire de mer est en droit de limiter sa responsabilité en vertu de la présente sous-section à un montant total par événement calculé conformément à l'article 9 de la Convention HNS 2010.
  § 2. Pour bénéficier de la limitation prévue à l'alinéa 1er, le propriétaire constitue un fonds conformément à la procédure décrite aux articles 2.3.2.47 à 2.3.2.61. Les montants visés à l'article 2.3.2.47, § 3, ne sont pas applicables dans le cadre de la présente sous-section. Les montants applicables en ce qui concerne la Convention HNS 2010 sont les montants visés à l'article 9 de la Convention HNS 2010. Les articles 2.3.2.42 et 2.3.2.43 sont applicables aux montants visés à l'article 9 de la Convention HNS 2010".
  § 3. Pour autant qu'ils soient raisonnables, les dépenses encourues et les sacrifices consentis volontairement par le propriétaire pour prévenir ou limiter un dommage lui confèrent sur le fonds des droits équivalents à ceux des autres créanciers.
  § 4. Aux fins de l'application du présent article, la jauge du navire de mer est la jauge brute calculée conformément aux règles de jaugeage prévues à l'Annexe 1rede la Convention TMC.".
Art. 14. In dezelfde onderafdeling wordt een artikel 2.3.2.63 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.3.2.63. Gevolgen van de beperking van de aansprakelijkheid van de eigenaar door de vorming van een fonds.
  Wanneer de eigenaar na een voorval een fonds heeft gevormd in toepassing van artikel 9 van het HNS-Verdrag 2010 en hij gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, kan geen enkel recht op schadevergoeding voor schade als gevolg van het voorval op andere eigendommen van de eigenaar worden uitgeoefend. De bevoegde rechtbank beveelt de vrijgave van het zeeschip of van iedere andere eigendom die toebehoort aan de eigenaar en in beslag werd genomen naar aanleiding van een vordering tot schadevergoeding voor schade veroorzaakt door datzelfde voorval, en treedt op dezelfde wijze op ten aanzien van iedere borgtocht of andere zekerheid die werd ingesteld om een dergelijke inbeslagname te vermijden.".
Art. 14. Dans la même sous-section, il est inséré un article 2.3.2.63 rédigé comme suit:
  "Art. 2.3.2.63. Conséquences de la limitation de la responsabilité du propriétaire par la constitution d'un fonds.
  Lorsque le propriétaire a constitué un fonds, après un événement, en application de l'article 9 de la Convention HNS 2010 et est en droit de limiter sa responsabilité, aucun droit à indemnisation pour dommages résultant de l'événement ne peut être exercé sur d'autres biens du propriétaire. Le tribunal compétent ordonne la libération du navire de mer ou de tout autre bien appartenant au propriétaire, saisi à la suite d'une demande en réparation pour les dommages causés par le même événement, et agit de même à l'égard de toute caution ou autre garantie déposée en vue d'éviter une telle saisie.".
Art. 15. In boek 2, titel 7, hoofdstuk 3, van het zelfde Wetboek, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende "Afdeling 5.Het HNS-Verdrag 2010".
Art. 15. Dans le livre 2, titre 7, chapitre 3, du même Code, il est inséré une section 5 intitulée "Section 5. La Convention HNS 2010".
Art. 16. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 2.7.3.22 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.22. Begrippen
  Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder "HNS-Fonds", het ingevolge artikel 13 van het HNS-Verdrag 2010 gevormde Internationale Fonds voor Gevaarlijke en Schadelijke Stoffen.
  Behoudens uitdrukkelijke afwijking zijn de andere begripsomschrijvingen van het HNS-Verdrag 2010 van toepassing op dit hoofdstuk, op de bepalingen van het boek 4 die betrekking hebben op dit hoofdstuk, en op de respectievelijke uitvoeringsbesluiten ervan.".
Art. 16. Dans la section 5, insérée par l'article 15, il est inséré un article 2.7.3.22, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.22. Notions
  Pour l'application de la présente section, l'on entend par "Fonds HNS", le Fonds international pour les substances nocives et potentiellement dangereuses institué par l'article 13 de la Convention HNS 2010.
  Sauf dérogation expresse, les autres définitions de la Convention HNS 2010 sont d'application au présent chapitre, aux dispositions du livre 4 qui ont trait au présent chapitre, et à leurs arrêtés d'exécution respectifs.".
Art. 17. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.23 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.23. Territoriaal toepassingsgebied
  Deze afdeling is van toepassing:
  1° op alle schade veroorzaakt op het Belgische grondgebied, de Belgische territoriale zee inbegrepen;
  2° op schade door milieuverontreiniging in de Belgische exclusieve economische zone;
  3° op schade, ander dan schade door milieuverontreiniging, veroorzaakt buiten het grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, van iedere Staat, indien deze schade is veroorzaakt door een stof vervoerd aan boord van een Belgisch zeeschip, of aan boord van een zeeschip dat geregistreerd of ingeschreven is in een andere Staat die Partij is bij het HNS-Verdrag 2010 of in het geval van een niet-geregistreerd of niet-ingeschreven zeeschip, aan boord van een zeeschip dat gerechtigd is de vlag te voeren van een Staat die Partij is bij het HNS-Verdrag 2010; en
  4° op preventieve maatregelen, ongeacht waar zij zijn genomen, teneinde schade zoals bedoeld in de bepaling onder 1°, 2° en 3° te voorkomen of tot een minimum te beperken.".
Art. 17. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.23, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.23. Champ d'application territorial
  La présente section s'applique:
  1° à tout dommage survenu sur le territoire belge, y compris la mer territoriale belge;
  2° aux dommages par contamination de l'environnement survenus dans la zone économique exclusive belge;
  3° aux dommages, autres que les dommages par contamination de l'environnement survenus à l'extérieur du territoire, y compris la mer territoriale, de tout Etat, si ces dommages ont été causés par une substance transportée à bord d'un navire de mer belge, ou d'un navire de mer enregistré ou immatriculé dans tout autre Etat Partie à la Convention HNS 2010 ou, dans le cas d'un navire de mer qui n'est pas enregistré ou qui n'est pas immatriculé, à bord d'un navire de mer autorisé à battre le pavillon d'un Etat Partie à la Convention HNS 2010; et
  4° aux mesures de sauvegarde, où qu'elles soient prises, pour prévenir ou limiter au maximum les dommages visés aux 1°, 2° et 3°. ".
Art. 18. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.24 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.24. Materieel toepassingsgebied
  § 1. Deze afdeling is van toepassing op andere vorderingen dan vorderingen uit hoofde van om het even welke overeenkomst tot het vervoer van goederen en passagiers, wegens schade die voortvloeient uit het vervoer van schadelijke en gevaarlijke stoffen over zee.
  § 2. Deze afdeling is niet van toepassing voor zover de bepalingen ervan onverenigbaar zijn met het recht dat toepasselijk is op arbeidsongevallen of met betrekking tot een stelsel voor sociale zekerheid.
  § 3. Deze afdeling is niet van toepassing:
  1° op schade door verontreiniging bepaald in het CLC-Verdrag 1992, of een schadevergoeding al dan niet verschuldigd is uit hoofde van deze schade krachtens deze afdeling; en
  2° op schade veroorzaakt door radioactieve materialen van klasse 7, bedoeld in hetzij de Internationale Maritieme Code voor gevaarlijke stoffen, hetzij de Internationale Maritieme Code voor het vervoer van vaste lading in bulk;
  3° onverminderd het tweede lid, op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door een Staat en die in de betrokken periode uitsluitend voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt.
  Met betrekking tot staatsschepen die worden gebruikt voor handelsdoeleinden kan de Belgische Staat voor de in artikelen 2.7.3.33 en 2.7.3.34 bedoelde gerechtelijke instanties worden gedaagd en ziet hij af van verdediging op grond van zijn status als soevereine Staat.".
Art. 18. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.24, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.24. Champ d'application matériel
  § 1er. La présente section s'applique aux créances, autres que celles nées d'un quelconque contrat pour le transport de marchandises et de passagers, qui sont dues à un dommage découlant du transport par mer de substances nocives et potentiellement dangereuses.
  § 2. La présente section ne s'applique pas dans la mesure où ses dispositions sont incompatibles avec le droit applicable aux accidents du travail ou concernant un régime de sécurité sociale.
  § 3. La présente section ne s'applique pas:
  1° à un dommage par pollution défini dans la Convention CLC 1992, qu'une indemnisation soit ou non due au titre de ce dommage en vertu de cette section; et
  2° aux dommages causés par des matières radioactives de la classe 7 soit du Code maritime international des marchandises dangereuses, soit du Code maritime international des cargaisons solides en vrac;
  3° sans préjudice de l'alinéa 2, aux navires de guerre, aux navires de guerre auxiliaires et aux autres navires appartenant à un Etat utilisés exclusivement, à l'époque considérée, pour un service public non commercial d'Etat.
  En ce qui concerne les navires d'Etat utilisés à des fins commerciales, l'Etat belge est passible de poursuites devant les juridictions visées aux articles 2.7.3.33 et 2.7.3.34 et renonce à toutes les défenses dont il pourrait se prévaloir en sa qualité d'Etat souverain.".
Art. 19. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.25 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.25. Aansprakelijkheid van de eigenaar
  § 1. Behoudens de in de paragrafen 2 en 3 bepaalde gevallen is de eigenaar van een zeeschip op het tijdstip van een voorval aansprakelijk voor alle schade veroorzaakt door schadelijke en potentieel gevaarlijke stoffen bij het vervoer daarvan over zee, aansprakelijk voor schade veroorzaakt door schadelijke en potentieel gevaarlijke stoffen in verband met het vervoer daarvan over zee aan boord van het zeeschip, met dien verstande dat indien het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorsprong, de eigenaar op het tijdstip van het eerste feit aansprakelijk is.
  § 2. Indien de eigenaar, noch diens ondergeschikten of lasthebbers, kennis hadden of redelijkerwijs hadden moeten hebben van de schadelijke en potentieel gevaarlijke aard van de vervoerde stoffen, is de eigenaar niet aansprakelijk indien hij bewijst dat:
  1° de schade het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, een burgeroorlog, een opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard; of
  2° de schade geheel en al werd veroorzaakt door een bewust handelen of nalaten van een derde, met het opzet schade te veroorzaken; of
  3° de schade geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een regering of andere overheid, die instaat voor het onderhoud van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die functie; of
  4° het nalaten door de vervoerder of enige andere persoon om gegevens te verstrekken omtrent de schadelijke en potentieel gevaarlijke aard van de vervoerde stoffen geheel of ten dele de schade heeft veroorzaakt, of ertoe geleid heeft dat de eigenaar de in artikel 12 van het HNS-Verdrag 2010 bedoelde verzekering niet heeft gesloten.
  § 3. Indien de eigenaar bewijst dat de schade geheel of ten dele het gevolg is van een bewust handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken, of van de nalatigheid van die persoon, kan de eigenaar geheel of ten dele worden ontheven van de aansprakelijkheid tegenover die persoon.
  § 4. Geen vordering tot vergoeding van schade kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met deze afdeling.
  § 5. Tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, en behoudens paragraaf 6, kan geen vordering tot schadevergoeding worden ingesteld tegen:
  1° de ondergeschikten of lasthebbers van de eigenaar of de bemanningsleden;
  2° de loods of enige andere persoon die, zonder bemanningslid te zijn, diensten voor het zeeschip verricht;
  3° elke bevrachter (ongeacht zijn benaming, met inbegrip van een rompbevrachter), scheepsbeheerder of exploitant van het zeeschip;
  4° elke persoon die met de instemming van de eigenaar of in opdracht van een bevoegde overheid hulpverleningswerkzaamheden verricht;
  5° elke persoon die preventieve maatregelen neemt; en
  6° de ondergeschikten of lasthebbers van de in de bepaling onder 3°, 4° en 5° genoemde personen.
  § 6. Geen enkele bepaling van deze afdeling doet afbreuk aan enig bestaand verhaalsrecht van de eigenaar tegenover derden, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, de verzender of de ontvanger van de stof die de schade heeft veroorzaakt, of de in paragraaf 5 bedoelde personen.".
Art. 19. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.25, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.25. Responsabilité du propriétaire
  § 1er. Sauf dans les cas prévus aux paragraphes 2 et 3, le propriétaire est responsable au moment d'un événement de tout dommage causé par des substances nocives et potentiellement dangereuses à l'occasion de leur transport par mer à bord du navire de mer, sous réserve que, si un événement consiste en un ensemble de faits ayant la même origine, la responsabilité repose sur le propriétaire au moment du premier fait.
  § 2. Si ni le propriétaire, ni ses préposés ou mandataires, n'avaient connaissance ou n'auraient raisonnablement dû avoir connaissance de la nature potentiellement dangereuse ou nocive des substances expédiées, le propriétaire n'est pas responsable s'il prouve:
  1° que le dommage résulte d'un acte de guerre, d'hostilités, d'une guerre civile, d'une insurrection ou d'un phénomène naturel de caractère exceptionnel, inévitable et irrésistible; ou
  2° que le dommage résulte en totalité du fait qu'un tiers a délibérément agi ou omis d'agir dans l'intention de causer un dommage; ou
  3° que le dommage résulte en totalité de la négligence ou d'une autre action préjudiciable d'un gouvernement ou d'une autre autorité responsable de l'entretien des feux ou d'autres aides à la navigation dans l'exercice de cette fonction; ou
  4° que le fait que l'expéditeur ou toute autre personne a négligé de fournir des renseignements concernant la nature nocive ou potentiellement dangereuse des substances expédiées a causé le dommage, partiellement ou en totalité, ou a fait que le propriétaire n'a pas contracté l'assurance visée à l'article 12 de la Convention HNS 2010.
  § 3. Si le propriétaire prouve que le dommage résulte en totalité ou en partie soit du fait que la personne qui l'a subi a délibérément agi ou omis d'agir dans l'intention de causer un dommage, soit de la négligence de cette personne, le propriétaire peut être exonéré intégralement ou partiellement de sa responsabilité envers ladite personne.
  § 4. Aucune demande en réparation de dommage ne peut être formée contre le propriétaire autrement que sur la base de la présente section.
  § 5. A moins que le dommage ne résulte de leur fait ou de leur omission personnels, commis avec l'intention de provoquer un tel dommage, ou commis témérairement et avec conscience qu'un tel dommage en résulterait probablement, et sous réserve du paragraphe 6, aucune demande en réparation de dommage ne peut être introduite contre:
  1° les préposés ou mandataires du propriétaire ou les membres de l'équipage;
  2° le pilote ou une autre personne qui, sans être membre de l'équipage, s'acquitte de services pour le navire de mer;
  3° un affréteur (sous quelque appellation que ce soit, y compris un affréteur coque nue), armateur-gérant ou exploitant du navire de mer;
  4° une personne accomplissant des opérations d'assistance avec l'accord du propriétaire ou sur les instructions d'une autorité publique compétente;
  5° une personne prenant des mesures de sauvegarde; et
  6° Les préposés ou mandataires des personnes mentionnées aux 3°, 4°, et 5°.
  § 6. Aucune disposition de la présente section ne porte atteinte aux droits de recours existants du propriétaire contre tout tiers, y compris, mais sans que cette liste soit limitative, le chargeur ou le réceptionnaire de la substance qui a causé le dommage, ou les personnes mentionnées au paragraphe 5.".
Art. 20. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.26 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.26. Voorvallen waarbij twee of meer zeeschepen zijn betrokken
  § 1. Wanneer de schade het gevolg is van een voorval waarbij twee of meer zeeschepen zijn betrokken die beide gevaarlijke en schadelijke stoffen vervoeren, is elke eigenaar, tenzij deze ingevolge artikel 2.7.3.25 van zijn aansprakelijkheid is ontheven, aansprakelijk voor de schade. De eigenaren zijn gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is.
  § 2. Eigenaren kunnen zich evenwel beroepen op de beperkingen van de aansprakelijkheid die ze kunnen genieten in toepassing van artikel 2.3.2.62.
  § 3. Geen enkele bepaling van dit artikel doet afbreuk aan enig verhaalsrecht van een eigenaar tegenover een andere eigenaar.".
Art. 20. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.26, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.26. Evénements mettant en cause deux ou plusieurs navires de mer
  § 1er. Chaque fois que le dommage résulte d'un événement mettant en cause deux ou plusieurs navires de mer dont chacun transporte des substances nocives et potentiellement dangereuses, chaque propriétaire est, sauf exonération en vertu de l'article 2.7.3.25, responsable du dommage. Les propriétaires sont conjointement et solidairement responsables de la totalité du dommage qui n'est pas raisonnablement divisible.
  § 2. Toutefois, chaque propriétaire peut se prévaloir des limites de responsabilité dont il peut bénéficier en vertu de l'article 2.3.2.62.
  § 3. Aucune disposition du présent article ne porte atteinte aux droits de recours d'un propriétaire contre tout autre propriétaire.".
Art. 21. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.27 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.27. Overlijden en lichamelijke schade
  Schuldvorderingen wegens overlijden of lichamelijke schade hebben voorrang boven andere vorderingen, voor twee derde van het totaalbedrag dat ingevolge artikel 9.1 van het HNS-Verdrag 2010 is vastgesteld.".
Art. 21. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.27, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.27. Décès et lésions corporelles
  Les créances en cas de décès ou de lésions corporelles ont priorité sur les autres créances pour les deux tiers du montant total déterminé en vertu de l'article 9.1 de la Convention HNS 2010.".
Art. 22. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.28 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.28. Rechtstreekse rechtsvordering
  Vorderingen tot schadevergoeding kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die ter dekking van de aansprakelijkheid van de eigenaar wegens schade financiële zekerheid stelt. In dat geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar overeenkomstig artikel 2.3.2.11/1 niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich op de beperking van aansprakelijkheid beroepen. De verweerder mag zich voorts beroepen op de verweermiddelen, het faillissement en de vereffening uitgezonderd, waarop de eigenaar zelf gerechtigd was zich te beroepen. Voorts kan de verweerder een beroep doen op het verweer dat het geleden nadeel het gevolg is van een opzettelijke fout van de eigenaar zelf, maar de verweerder kan zich niet beroepen op enig ander verweermiddel dat hij zou hebben kunnen aanvoeren in een door de eigenaar tegen hem aanhangig gemaakt rechtsgeding. De verweerder heeft steeds het recht de scheepseigenaar tot gedwongen tussenkomst op te roepen.".
Art. 22. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.28, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.28. Action directe
  Toute demande en réparation d'un dommage peut être formée directement contre l'assureur ou la personne dont émane la garantie financière couvrant la responsabilité du propriétaire pour le dommage. Dans un tel cas, le défendeur peut, même si le propriétaire ne peut se prévaloir des limites de responsabilité prescrites conformément à l'article 2.3.2.11/1, limiter sa responsabilité. Le défendeur peut en outre se prévaloir des moyens de défense que le propriétaire serait lui-même fondé à invoquer, excepté ceux tirés de la faillite ou mise en liquidation du propriétaire. Le défendeur peut de surcroît se prévaloir du fait que le dommage résulte d'une faute intentionnelle du propriétaire lui-même; toutefois, il ne peut se prévaloir d'aucun des autres moyens de défense qu'il aurait pu être fondé à invoquer dans une action intentée par le propriétaire contre lui. Le défendeur est dans tous les cas en droit d'obliger le propriétaire à se joindre à la procédure.".
Art. 23. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.29 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.29. Rechtspersoonlijkheid van het HNS-Fonds
  Het HNS-Fonds heeft rechtspersoonlijkheid.
  De beheerder van het HNS-fonds is de wettige vertegenwoordiger ervan in België.".
Art. 23. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.29, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.29. Personnalité juridique du Fonds HNS
  Le Fonds HNS est doté de la personnalité juridique.
  L'administrateur du Fonds HNS le représente légalement en Belgique.".
Art. 24. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.30 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.30. Bijdragen
  Elke persoon die in de loop van het voorgaande kalenderjaar de ontvanger is van schadelijke en gevaarlijke stoffen die aanleiding geven tot een bijdrage, stort de bijdragen aan het HNS-Fonds, overeenkomstig de artikelen 16 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010.
  De persoon bedoeld in het eerste lid geeft bij de Scheepvaartcontrole de jaarlijks ontvangen hoeveelheden schadelijke en gevaarlijke stoffen aan.".
Art. 24. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.30, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.30. Contributions
  Toute personne qui, au cours de l'année civile précédente, est le réceptionnaire de quantités de substances nuisibles et potentiellement dangereuses donnant lieu à contribution, verse les contributions au Fonds HNS, conformément aux articles 16 à 20 de la Convention HNS 2010.
  La personne visée à l'alinéa 1er déclare au Contrôle de la Navigation les quantités de substances nuisibles et potentiellement dangereuses reçues annuellement.".
Art. 25. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.31 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.31. Aangiften, mededeling en inning van bijdragen
  De Koning regelt de wijze van inning van de bijdragen aan het HNS-Fonds, bedoeld in artikel 2.7.3.30, alsook de aangiften en de mededeling aan het HNS-Fonds overeenkomstig de artikelen 16 tot 21 van het HNS-Verdrag 2010."
Art. 25. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.31, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.31. Déclarations, communication et recouvrement des contributions
  Le Roi fixe les modalités de perception des contributions au Fonds HNS visées à l'article 2.7.3.30, ainsi que les déclarations et la communication avec le Fonds HNS selon les articles 16 à 21 de la Convention HNS 2010.".
Art. 26. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.32 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.32. Beperking van het instellen van rechtvorderingen
  § 1. Het recht op schadevergoeding krachtens hoofdstuk II van het HNS-Verdrag 2010 vervalt wanneer in toepassing van deze afdeling geen rechtsvordering is ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop de persoon die de schade lijdt op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van de schade en de identiteit van de eigenaar.
  § 2. Het recht op schadevergoeding krachtens hoofdstuk III van het HNS-Verdrag 2010 vervalt wanneer geen rechtsvordering is ingesteld in toepassing van deze afdeling of een kennisgeving is gedaan overeenkomstig artikel 2.7.3.35, tweede lid, binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de persoon die de schade lijdt op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van de schade.
  § 3. In geen geval kan een rechtsvordering worden ingesteld nadat tien jaar zijn verstreken vanaf de datum van het voorval dat de schade heeft veroorzaakt.
  § 4. Wanneer het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten, begint de in paragraaf 3 bedoelde termijn van tien jaar te lopen vanaf de datum van het laatste van die feiten.".
Art. 26. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.32, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.32. Limitation des actions
  § 1. Les droits à indemnisation prévus par le chapitre II de la Convention HNS 2010 s'éteignent à défaut d'action en justice intentée en application de cette section dans un délai de trois ans à compter de la date à laquelle la personne qui subit le dommage a eu connaissance ou aurait raisonnablement dû avoir connaissance du dommage et de l'identité du propriétaire.
  § 2. Les droits à indemnisation prévus par le chapitre III de la Convention HNS 2010 s'éteignent à défaut d'action en justice intentée en application de cette section, ou de notification faite conformément à l'article 2.7.3.35, alinéa 2, dans un délai de trois ans à compter de la date à laquelle la personne qui subit le dommage a eu connaissance ou aurait raisonnablement dû avoir connaissance du dommage.
  § 3. Aucune action en justice ne peut être intentée après un délai de dix ans à compter de la date à laquelle s'est produit l'événement qui a causé le dommage.
  § 4. Lorsque l'événement consiste en un ensemble de faits, le délai de dix ans visé au paragraphe 3 court à dater du dernier de ces faits.".
Art. 27. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.33 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.33. Rechtsmacht en bevoegdheid van Belgische rechtbanken met betrekking tot rechtsvorderingen tegen de eigenaar
  § 1. Indien een voorval schade binnen het toepassingsgebied van het HNS-Verdrag 2010 heeft veroorzaakt op het Belgische grondgebied, de Belgische wateren inbegrepen, dan wel preventieve maatregelen zijn genomen ter voorkoming of beperking van schade in die gebieden, kunnen vorderingen tot schadevergoeding uitsluitend worden ingesteld voor de Belgische rechtbanken.
  Ingeval ingevolge eenzelfde voorval schade is veroorzaakt gedeeltelijk op het Belgische grondgebied, de Belgische wateren inbegrepen, en gedeeltelijk op het grondgebied van een andere Staat, de territoriale zee van die Staat inbegrepen, of binnen een gebied van die Staat bedoeld in artikel 2.7.3.23, 2°, zijn de Belgische rechtbanken bevoegd om kennis te nemen van vorderingen tot vergoeding van in deze laatste Staat veroorzaakte schade op voorwaarde dat:
  1° het beperkingsfonds, dat wordt ingeroepen tegen de schuldvorderingen welke het voorwerp van de rechtsvordering uitmaken, door de verweerder bij een Belgische rechtbank overeenkomstig artikel 2.3.2.62, § 2, is gevormd; en
  2° de eiser ervan afziet tegen dezelfde verweerder een rechtsvordering tot vergoeding van door hetzelfde voorval veroorzaakte schade in te stellen voor een andere rechtsmacht van om het even welke andere Staat, of afstand van deze vordering doet.
  § 2. Wanneer door een voorval uitsluitend schade is veroorzaakt buiten het grondgebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van iedere Staat en hetzij de voorwaarden voor de toepassing van het HNS-Verdrag 2010 bedoeld in artikel 3, c), van dit verdrag, zijn vervuld, hetzij preventieve maatregelen ter voorkoming of beperking van zodanige schade zijn genomen, zijn de Belgische rechtbanken bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tot schadevergoeding tegen de eigenaar of de andere persoon die financiële zekerheid stelt voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, maar enkel wanneer aan een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
  1° het zeeschip is geregistreerd of ingeschreven in België of, in het geval van een niet-geregistreerd of niet- ingeschreven zeeschip, het zeeschip is gerechtigd de Belgische vlag te voeren; of
  2° de eigenaar heeft zijn gebruikelijke verblijfplaats of hoofdzetel op het Belgische grondgebied; of
  3° er werd een fonds in België gevormd overeenkomstig artikel 9.3, van het HNS-Verdrag.
  § 3. Nadat het fonds overeenkomstig artikel 2.3.2.62, paragraaf 3, is gevormd, is de rechtbank waar het fonds gevormd is bij uitsluiting bevoegd te beslissen in alle aangelegenheden betreffende de toewijzing en verdeling van het fonds.
  § 4. De ondernemingsrechtbank te Luik wanneer de schade ontstaan is in de provincie Waals-Brabant, Henegouwen, Namen, Luxemburg of Luik; de ondernemingsrechtbank te Brussel wanneer de schade ontstaan is in het gebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; of de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, wanneer de schade ontstaan is in de provincie Vlaams-Brabant, Oost- of West-Vlaanderen, Antwerpen of Limburg of in de territoriale zee, in de exclusieve economische zone, in de open zee of in de wateren die onder de soevereiniteit van een andere Staat vallen, zijn bevoegd om kennis te nemen van de in paragrafen 1 en 2 bedoelde vorderingen.".
Art. 27. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.33, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.33. Pouvoir de juridiction et compétence des tribunaux belges pour connaître des actions intentées contre le propriétaire
  § 1er. Lorsqu'un événement a causé un dommage dans le champ d'application de la Convention HNS 2010 sur le territoire belge, y compris les eaux belges, ou que des mesures de sauvegarde ont été prises pour prévenir ou limiter tout dommage dans ces zones, il ne peut être présenté de demande d'indemnisation que devant les tribunaux belges.
  Lorsqu'un même événement a causé un dommage en partie sur le territoire belge, y compris les eaux belges et en partie sur le territoire d'un autre Etat, y compris la mer territoriale ou dans une zone de cet Etat visée à l'article 2.7.3.23, 2°, les tribunaux belges sont compétents pour connaître des actions en réparation de dommages causés dans ce dernier Etat à condition:
  1° que le fonds de limitation opposé aux créances qui forment l'objet de l'action soit constitué par le défendeur auprès d'un tribunal belge conformément à l'article 2.3.2.62, § 2; et
  2° que le demandeur renonce d'intenter au même défendeur une action en réparation de dommages causés par le même événement devant une autre juridiction de tout autre Etat ou se désiste de cette action.
  § 2. Lorsqu'un événement a causé un dommage exclusivement à l'extérieur du territoire, y compris la mer territoriale, d'un quelconque Etat et que soit les conditions prévues à l'article 3, c), de la Convention HNS 2010 pour l'application de celle-ci ont été remplies soit des mesures de sauvegarde ont été prises pour prévenir ou limiter ce dommage, les tribunaux belges sont compétents pour connaître des demandes d'indemnisation contre le propriétaire ou l'autre personne fournissant la garantie financière pour la responsabilité du propriétaire, seulement si l'une des conditions suivantes est remplie:
  1° le navire de mer est enregistré ou immatriculé en Belgique ou, dans le cas d'un navire de mer qui n'est pas enregistré ou qui n'est pas immatriculé, le navire de mer est autorisé à battre le pavillon belge; ou
  2° le propriétaire a sa résidence habituelle ou son établissement principal sur le territoire belge; ou
  3° un fonds a été constitué en Belgique conformément à l'article 9.3 de la Convention HNS.
  § 3. Après la constitution du fonds visé à l'article 2.3.2.62, paragraphe 3, le tribunal où le fonds est constitué est seul compétent pour statuer sur toutes questions de répartition et de distribution du fonds.
  § 4. Le tribunal de l'entreprise de Liège, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant wallon, de Hainaut, de Namur, de Luxembourg ou de Liège; le tribunal de l'entreprise de Bruxelles, lorsque le dommage est né sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale; ou le tribunal de l'entreprise d'Anvers, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant flamand, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, d'Anvers ou de Limbourg, ou dans la mer territoriale, dans la zone économique exclusive, en haute mer, ou dans les eaux qui ressortent de la souveraineté d'un autre Etat, sont compétents pour connaître les actions visées aux paragraphes 1er et 2.".
Art. 28. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.34 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.34. Rechtsmacht en bevoegdheid van Belgische rechtbanken met betrekking tot vorderingen tegen het HNS-Fonds of ingesteld door het HNS-Fonds
  § 1. Onder voorbehoud van de paragrafen 2 en 4, kan er krachtens artikel 14 van het HNS-Verdrag 2010 slechts een vordering tot betaling van schadevergoeding tegen het HNS-Fonds worden ingesteld bij de Belgische rechtbanken die krachtens artikel 2.7.3.33 bevoegd zijn, voor rechtsvorderingen tegen de eigenaar die aansprakelijk is of zou zijn geweest voor de schade die voortkomt uit het bewuste voorval.
  § 2. Ingeval de identiteit van het zeeschip dat de gevaarlijke en schadelijke stoffen die de schade hebben veroorzaakt, vervoerde, niet wordt achterhaald, is paragraaf 1 van artikel 2.7.3.33, mutatis mutandis van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld tegen het HNS-Fonds.
  § 3. Indien tegen de eigenaar van een zeeschip of diens garant een rechtsvordering tot vergoeding van schade bij een rechtbank is ingesteld, is deze rechtbank bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering betreffende dezelfde schade tegen het HNS-Fonds tot vergoeding krachtens artikel 14 van het HNS-Verdrag 2010.
  § 4. De ondernemingsrechtbank te Luik wanneer de schade ontstaan is in de provincie Waals-Brabant, Henegouwen, Namen, Luxemburg of Luik; de ondernemingsrechtbank te Brussel wanneer de schade ontstaan is in het gebied van het Brusselse Gewest; of de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, wanneer de schade ontstaan is in de provincie Vlaams-Brabant, Oost- of West-Vlaanderen, Antwerpen of Limburg of in de territoriale zee, in de exclusieve economische zone, in de open zee of in de wateren die onder de soevereiniteit van een andere Staat vallen, zijn bevoegd om kennis te nemen van:
  1° rechtsvorderingen tot vergoeding van schade tegen het HNS-Fonds op grond van paragraaf 1;
  2° rechtsvorderingen van het HNS-Fonds met het oog op de betaling van bijdragen die gestort worden door de personen bedoeld in artikel 2.7.3.30.".
Art. 28. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.34, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.34. Pouvoir de juridiction et compétence des tribunaux belges pour connaître des actions intentées contre le Fonds HNS ou par le Fonds HNS
  § 1er. Sous réserve des paragraphes 2 et 4, il ne peut être intenté d'action en réparation contre le Fonds HNS en vertu de l'article 14 de la Convention HNS 2010 que devant les juridictions belges compétentes en vertu de l'article 2.7.3.33 pour les actions en justice contre le propriétaire qui est ou aurait été responsable des dommages résultant de l'événement en question.
  § 2. Au cas où le navire de mer transportant les substances nocives ou potentiellement dangereuses qui ont causé le dommage n'a pas été identifié, l'article 2.7.3.33, § 1er, s'applique, mutatis mutandis, aux actions contre le Fonds HNS.
  § 3. Si une action en réparation d'un dommage est intentée devant un tribunal contre le propriétaire d'un navire de mer ou contre son garant, le tribunal saisi de l'affaire est seul compétent pour connaître de toute demande d'indemnisation du même dommage introduite contre le Fonds HNS en vertu des dispositions de l'article 14 de la Convention HNS 2010.
  § 4. Le tribunal de l'entreprise de Liège, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant wallon, de Hainaut, de Namur, de Luxembourg ou de Liège; le tribunal de l'entreprise de Bruxelles, lorsque le dommage est né sur le territoire de la Région bruxelloise; ou le tribunal de l'entreprise d'Anvers, lorsque le dommage est né dans la province du Brabant flamand, de Flandre occidentale, de Flandre orientale, d'Anvers ou de Limbourg, ou dans la mer territoriale, dans la zone économique exclusive, en haute mer, ou dans les eaux qui ressortissent de la souveraineté d'un autre Etat, sont compétents pour connaître:
  1° des actions en réparation des dommages contre le Fonds HNS en vertu du paragraphe 1er;
  2° des actions intentées par le Fonds HNS en vue du paiement des contributions qui sont versées par les personnes visées à l'article 2.7.3.30.".
Art. 29. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.35 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.35. Tussenkomst van het HNS-Fonds
  Het HNS-Fonds kan optreden als tussenkomende partij in elke rechtsvordering tot schadevergoeding die voor de ondernemingsrechtbank te Luik, de ondernemingsrechtbank te Brussel of de ondernemingsrechtbank te Antwerpen tegen een eigenaar of diens garant wordt gevoerd in overeenstemming met artikel 2.7.3.33.
  Wanneer overeenkomstig artikel 2.7.3.33 tegen een eigenaar of diens garant voor de ondernemingsrechtbank te Luik, de ondernemingsrechtbank te Brussel of de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, een rechtsvordering tot vergoeding wordt ingesteld, kan elke procespartij deze rechtsvordering bij aangetekende zending met ontvangstbewijs ter kennis brengen van het HNS-Fonds.".
Art. 29. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.35, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.35. Intervention du Fonds HNS
  Le Fonds HNS peut se porter partie intervenante à toute action en réparation de dommage ouverte conformément à l'article 2.7.3.33 contre un propriétaire ou son garant, devant le tribunal de l'entreprise de Liège, le tribunal de l'entreprise de Bruxelles ou le tribunal de l'entreprise d'Anvers.
  Lorsqu'une action en réparation est intentée conformément à l'article 2.7.3.33 contre un propriétaire ou son garant, devant le tribunal de l'entreprise de Liège, le tribunal de l'entreprise de Bruxelles ou le tribunal de l'entreprise d'Anvers, toute partie à la procédure peut notifier cette action au Fonds HNS, par envoi recommandé, avec accusé de réception.".
Art. 30. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.36 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.36. Erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen
  Onverminderd artikel 25 van het Wetboek van internationaal privaatrecht worden rechterlijke beslissingen uit Staten die niet door het HNS-Verdrag 2010 zijn gebonden, welke betrekking hebben op de vergoeding van schade op het Belgische grondgebied, de Belgische wateren inbegrepen, in België niet erkend of uitvoerbaar verklaard.
  Onverminderd artikel 25 van het Wetboek van internationaal privaatrecht en onder voorbehoud van beslissingen betreffende de verdeling, bedoeld in artikel 14.6, van het HNS-Verdrag 2010 worden uitspraken die tegen het HNS-Fonds zijn gedaan door een uit hoofde van de artikelen 39.1 en 39.3, paragrafen 1 en 3, van het HNS-Verdrag 2010 bevoegde rechtbank, wanneer zij voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn in de Staat waar zij zijn gedaan en daartegen in die Staat geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, erkend en zijn zij vatbaar voor tenuitvoerlegging in België.".
Art. 30. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.36, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.36. Reconnaissance et exécution des décisions judiciaires
  Sans préjudice de l'article 25 du Code de droit international privé, les décisions judiciaires d'Etats qui ne sont pas liés par la Convention HNS 2010 et qui concernent la réparation des dommages sur le territoire belge, y compris les eaux belges, ne sont pas reconnus ni déclarés exécutoires en Belgique.
  Sans préjudice de l'article 25 du Code de droit international privé, et sous réserve de toute décision concernant la répartition prévue à l'article 14.6 de la Convention HNS 2010, tout jugement qui est rendu contre le Fonds HNS par un tribunal compétent en vertu des articles 39.1 et 39.3 de la Convention HNS 2010 et qui, dans l'Etat d'origine, est devenu exécutoire et ne peut plus faire l'objet d'un recours ordinaire, est reconnu exécutoire en Belgique.".
Art. 31. In dezelfde afdeling wordt een artikel 2.7.3.37 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.7.3.37. Subrogatie en verhaal
  § 1. Het HNS-Fonds treedt voor elk bedrag aan vergoeding van schade dat het op grond van artikel 14.1, van het HNS-Verdrag 2010 heeft betaald, bij wege van subrogatie in de rechten die de persoon wiens schade is vergoed, zou hebben kunnen doen gelden ten aanzien van de eigenaar of diens garant.
  § 2. Geen enkele bepaling in het HNS-Verdrag 2010 tast enig recht van verhaal of subrogatie aan dat het HNS-Fonds kan doen gelden ten aanzien van elke persoon, met inbegrip van de in artikel 2.7.3.25, § 2, 4°, bedoelde personen, andere dan de personen die in paragraaf 1, worden genoemd, voor zover deze personen hun aansprakelijkheid kunnen beperken. In elk geval zal het recht dat het HNS-Fonds bij wege van subrogatie ten aanzien van dergelijke personen heeft ten minste gelijkwaardig zijn aan dat van een verzekeraar van de persoon aan wie de schadevergoeding is betaald.
  § 3. Onverminderd andere eventuele rechten van subrogatie of verhaal tegen het HNS-Fonds, treedt elke overheidsdienst behorend tot de federale regering of de Gemeenschaps- of Gewestregeringen die vergoedingen voor schade heeft betaald, in de rechten die de vergoede persoon zou hebben gehad krachtens het HNS-Verdrag 2010.".
Art. 31. Dans la même section, il est inséré un article 2.7.3.37, rédigé comme suit:
  "Art. 2.7.3.37. Subrogation et recours
  § 1er. Le Fonds HNS acquiert par subrogation, au titre de toute somme versée par lui en réparation de dommages conformément à l'article 14.1 de la Convention HNS 2010, tous les droits qui seraient dévolus à la personne ainsi indemnisée et qu'elle aurait pu faire valoir contre le propriétaire ou son garant.
  § 2. Aucune disposition de la Convention HNS 2010 ne porte atteinte aux droits de recours ou de subrogation du Fonds HNS contre toute personne, y compris les personnes qui sont visées à l'article 2.7.3.25, § 2, 4°, autres que les personnes mentionnées au paragraphe 1er, dans la mesure où ces personnes peuvent limiter leur responsabilité. En toute hypothèse, le Fonds HNS bénéficie d'un droit de subrogation à l'encontre de telles personnes qui ne saurait être moindre que celui dont dispose l'assureur de la personne prise en charge.
  § 3. Sans préjudice des autres droits éventuels de subrogation ou de recours contre le Fonds HNS, tout service public relevant du gouvernement fédéral ou des gouvernements de communauté ou de région qui a versé des indemnités pour des dommages est subrogé aux droits que la personne indemnisée aurait eus en vertu de la Convention HNS 2010.".
Art. 32. In artikel 4.1.2.10, eerste lid, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010" ingevoegd tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "of de artikelen 2.3.2.6 tot 2.3.2.17 van dit Wetboek".
Art. 32. Dans l'article 4.1.2.10, alinéa 1er, du Code belge de la navigation, modifié par la loi du 16 juin 2021, les mots ", la Convention HNS 2010" sont insérés entre les mots "la Convention WRC" et les mots "ou les articles 2.3.2.6 à 2.3.2.17 du présent code".
Art. 33. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 4.1.2.51/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4.1.2.51/1. Inbreuk op het HNS-Verdrag 2010 en op de artikelen 2.7.3.30, 2.7.3.31 en 4.2.4.2/1.
  § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt gestraft iedere persoon die op het Belgische grondgebied bijdrageplichtige ladingen ontvangt en die de artikelen 18 tot 20 van het HNS-Verdrag 2010 overtreedt, alsook eenieder die de artikelen 2.7.3.30, 2.7.3.31 en 4.2.4.2/1, of de uitvoeringsbesluiten ervan overtreedt.
  § 2. De personen bedoeld in artikel 2.7.3.30, eerste lid, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboete en kosten waartoe hun organen, aangestelden, lasthebbers of vertegenwoordigers zijn veroordeeld.
  De burgerlijk aansprakelijke personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van geldboeten en kosten die op grond van paragraaf 1 zijn uitgesproken.".
Art. 33. Dans le même Code, il est inséré un article 4.1.2.51/1 rédigé comme suit:
  "Art. 4.1.2.51/1. Infraction à la Convention HNS 2010 et aux articles 2.7.3.30, 2.7.3.31 et 4.2.4.2/1
  § 1er. Est punie d'une sanction de niveau 4 toute personne qui reçoit des cargaisons donnant lieu à contribution sur le territoire belge et qui enfreint les articles 18 à 20 de la Convention HNS 2010, ainsi que quiconque enfreint les articles 2.7.3.30, 2.7.3.31 et 4.2.4.2/1 ou les arrêtés d'exécution y afférents.
  § 2. Les personnes visées à l'article 2.7.3.30, alinéa 1er, sont civilement responsables du paiement de l'amende et des frais auxquels leurs organes, préposés, mandataires ou représentants ont été condamnés.
  Les personnes civilement responsables sont solidairement responsables du paiement d'amendes et de frais prononcés en vertu du paragraphe 1er.".
Art. 34. In artikel 4.2.1.2, § 1, 2°, c), van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010" ingevoegd tussen de woorden "het het WRC-Verdrag" en de woorden "en de PAL-Verordening".
Art. 34. Dans l`article 4.2.1.2, § 1er, 2°, c), du même Code, les mots ", de la Convention HNS 2010" sont insérés entre les mots "de la Convention WCR" et les mots "et du Règlement PAL".
Art. 35. In artikel 4.2.4.1, § 4, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", het HNS-Verdrag 2010" ingevoegd tussen de woorden "het WRC-Verdrag" en de woorden "en de PAL-Verordening".
Art. 35. Dans l'article 4.2.4.1, § 4, du même Code, les mots ", de la Convention HNS 2010" sont insérés entre les mots "de la Convention WRC" et les mots "et du Règlement PAL".
Art. 36. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 4.2.4.2/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4.2.4.2/1. Bevoegde overheden betreffende het HNS-Verdrag 2010
  De Scheepvaartcontrole kan zich een op een eerste verzoek door elke persoon bedoeld in artikel 2.7.3.30, eerste lid, alle nuttige documenten, stukken of boeken laten voorleggen om aan de beheerder van het HNS-Fonds aanwijzingen te geven over de hoeveelheden bijdrageplichtige ladingen die deze persoon in de loop van het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.".
Art. 36. Dans le même Code, il est inséré un article 4.2.4.2/1, rédigé comme suit:
  "Art. 4.2.4.2/1. Autorités compétentes concernant la Convention HNS 2010
  Le Contrôle de la Navigation peut se faire produire à première réquisition par toute personne visée à l'article 2.7.3.30, alinéa 1er, tous documents, pièces ou livres utiles pour fournir à l'administrateur du Fonds HNS les indications sur les quantités de cargaison donnant lieu à contribution reçues par cette personne au cours de l'année civile précédente.".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition finale
Art. 37. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 15, 24 en 25 in werking tien dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 37. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 15, 24 et 25 entrent en vigueur dix jours après la publication de la présente loi au Moniteur belge.