Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 MEI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2017 tot bepaling van de kwaliteitscriteria voor de instroomopleiding Havenarbeider en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Titre
13 MAI 2022. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2017 déterminant les critères de qualité de la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire et l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019 portant exécution du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le Domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle
Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, 13°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding wordt de zinsnede ", kosteloze trajectbegeleiding of kosteloze competentieontwikkeling" opgeheven.
Article 1er. A l'article 1er, alinéa 1er, 13°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, le membre de phrase " , de l'accompagnement de parcours gratuit ou du développement des compétences gratuit " est abrogé.
Art. 2. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 november 2016, worden de woorden "bepaald door" vervangen door de woorden "vermeld in deze afdeling en bepaald door".
Art. 2. A l'article 13 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 novembre 2016, les mots " déterminées par " sont remplacés par les mots " visées à la présente section et déterminées par ".
Art. 3. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bestaansredenen," opgeheven;
2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bestaansredenen," opgeheven;
2° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
Art. 3. A l'article 14 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " ses raisons d'être " est abrogé ;
2° le deuxième et le troisième alinéa sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " ses raisons d'être " est abrogé ;
2° le deuxième et le troisième alinéa sont abrogés.
Art. 4. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° een samenwerkingsovereenkomst sluiten met de VDAB waarin minstens het gebruik van het elektronische databestand van de VDAB en de voorwaarden van een evaluatie worden opgenomen.";
2° punt 2° en punt 3° worden opgeheven.
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° een samenwerkingsovereenkomst sluiten met de VDAB waarin minstens het gebruik van het elektronische databestand van de VDAB en de voorwaarden van een evaluatie worden opgenomen.";
2° punt 2° en punt 3° worden opgeheven.
Art. 4. A l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° conclure un accord de coopération avec le VDAB qui reprend au moins l'utilisation de la base de données électronique du VDAB et les conditions d'une évaluation. " ;
2° les points 2° et 3° sont abrogés.
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° conclure un accord de coopération avec le VDAB qui reprend au moins l'utilisation de la base de données électronique du VDAB et les conditions d'une évaluation. " ;
2° les points 2° et 3° sont abrogés.
Art. 5. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 november 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 19. In de volgende gevallen zet de raad van bestuur het mandaat, vermeld in artikel 13, stop:
1° de natuurlijke persoon of rechtspersoon overtreedt de bepalingen, vermeld in dit besluit of de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 16, 1° ;
2° de natuurlijke persoon of rechtspersoon leeft de voorwaarden die de raad van bestuur conform artikel 13 vastlegt, niet na;
3° de natuurlijke persoon of rechtspersoon registreert gedurende twaalf maanden geen enkele actie in het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004;
4° de bedrijvigheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon neemt sterk af zodat zijn bestaan kennelijk niet meer verantwoord is.".
"Art. 19. In de volgende gevallen zet de raad van bestuur het mandaat, vermeld in artikel 13, stop:
1° de natuurlijke persoon of rechtspersoon overtreedt de bepalingen, vermeld in dit besluit of de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 16, 1° ;
2° de natuurlijke persoon of rechtspersoon leeft de voorwaarden die de raad van bestuur conform artikel 13 vastlegt, niet na;
3° de natuurlijke persoon of rechtspersoon registreert gedurende twaalf maanden geen enkele actie in het elektronische platform, vermeld in artikel 22/2 van het decreet van 7 mei 2004;
4° de bedrijvigheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon neemt sterk af zodat zijn bestaan kennelijk niet meer verantwoord is.".
Art. 5. L'article 19 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 25 novembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 19. Dans les cas suivants, le conseil d'administration révoque le mandat visé à l'article 13 :
1° la personne physique ou morale contrevient aux dispositions du présent arrêté ou de l'accord de coopération visé à l'article 16, 1° ;
2° la personne physique ou morale ne respecte pas les conditions déterminées par le conseil d'administration conformément à l'article 13 ;
3° la personne physique ou morale n'enregistre aucune action pendant 12 mois sur la plateforme électronique visée à l'article 22/2 du décret du 7 mai 2004 ;
4° l'activité de la personne physique ou morale est à ce point réduite que son existence n'est manifestement plus justifiée. ".
" Art. 19. Dans les cas suivants, le conseil d'administration révoque le mandat visé à l'article 13 :
1° la personne physique ou morale contrevient aux dispositions du présent arrêté ou de l'accord de coopération visé à l'article 16, 1° ;
2° la personne physique ou morale ne respecte pas les conditions déterminées par le conseil d'administration conformément à l'article 13 ;
3° la personne physique ou morale n'enregistre aucune action pendant 12 mois sur la plateforme électronique visée à l'article 22/2 du décret du 7 mai 2004 ;
4° l'activité de la personne physique ou morale est à ce point réduite que son existence n'est manifestement plus justifiée. ".
Art. 6. In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019, worden afdeling IV, die bestaat uit artikel 20 tot en met 25, en afdeling V, die bestaat uit artikel 26 tot en met 31, opgeheven.
Art. 6. Au titre II, chapitre 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 décembre 2019, la section IV, qui comprend les articles 20 à 25, et la section V, qui comprend les articles 26 à 31, sont abrogées.
Art. 7. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 47/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 47/1. § 1. De VDAB stelt zijn elektronische databestand ter beschikking van werkgevers, bureaus die diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten, uitzendkantoren en dienstenchequebedrijven.
De raad van bestuur bepaalt de toegangs- en gebruiksvoorwaarden. De gedelegeerd bestuurder bepaalt de kwaliteitsrichtlijnen voor het gebruik van het elektronische databestand.
§ 2. In de volgende gevallen kan de VDAB de toegang tot zijn elektronische databestand tijdelijk schorsen:
1° de gebruiker behoort niet langer tot een doelgroep als vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° de gebruiker leeft de gebruiksvoorwaarden of de kwaliteitsrichtlijnen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet na;
3° bij misbruik of oneigenlijk gebruik van persoonsgegevens;
4° de VDAB ontvangt een melding dat de gebruiker inbreuken heeft gepleegd op de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens, het arbeidsrecht, de antidiscriminatiewetten, de regelgeving over het welzijn op het werk, en de collectieve arbeidsovereenkomsten over de aanwerving en selectie van werknemers, die de Nationale Arbeidsraad heeft gesloten.
§ 3. Bij de situaties die geleid hebben tot de schorsing, vermeld in paragraaf 2, en na onderzoek kan de VDAB beslissen om de gebruiker uit te sluiten nadat de gebruiker de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen.
De VDAB bepaalt de duur van de uitsluiting. De duur van de uitsluiting bedraagt maximaal drie jaar.
Tegen de beslissing tot uitsluiting, vermeld in het eerste lid, kan de gebruiker schriftelijk beroep aantekenen bij de raad van bestuur binnen dertig dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing.
De VDAB kan aan de gebruiker bijkomende voorwaarden opleggen om de naleving van de toegangs- en gebruiksvoorwaarden en de kwaliteitsrichtlijnen te waarborgen.".
"Art. 47/1. § 1. De VDAB stelt zijn elektronische databestand ter beschikking van werkgevers, bureaus die diensten van private arbeidsbemiddeling verrichten, uitzendkantoren en dienstenchequebedrijven.
De raad van bestuur bepaalt de toegangs- en gebruiksvoorwaarden. De gedelegeerd bestuurder bepaalt de kwaliteitsrichtlijnen voor het gebruik van het elektronische databestand.
§ 2. In de volgende gevallen kan de VDAB de toegang tot zijn elektronische databestand tijdelijk schorsen:
1° de gebruiker behoort niet langer tot een doelgroep als vermeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° de gebruiker leeft de gebruiksvoorwaarden of de kwaliteitsrichtlijnen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet na;
3° bij misbruik of oneigenlijk gebruik van persoonsgegevens;
4° de VDAB ontvangt een melding dat de gebruiker inbreuken heeft gepleegd op de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens, het arbeidsrecht, de antidiscriminatiewetten, de regelgeving over het welzijn op het werk, en de collectieve arbeidsovereenkomsten over de aanwerving en selectie van werknemers, die de Nationale Arbeidsraad heeft gesloten.
§ 3. Bij de situaties die geleid hebben tot de schorsing, vermeld in paragraaf 2, en na onderzoek kan de VDAB beslissen om de gebruiker uit te sluiten nadat de gebruiker de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van vijftien dagen.
De VDAB bepaalt de duur van de uitsluiting. De duur van de uitsluiting bedraagt maximaal drie jaar.
Tegen de beslissing tot uitsluiting, vermeld in het eerste lid, kan de gebruiker schriftelijk beroep aantekenen bij de raad van bestuur binnen dertig dagen na de schriftelijke kennisgeving van de beslissing.
De VDAB kan aan de gebruiker bijkomende voorwaarden opleggen om de naleving van de toegangs- en gebruiksvoorwaarden en de kwaliteitsrichtlijnen te waarborgen.".
Art. 7. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est inséré un article 47/1, ainsi rédigé :
" Art. 47/1. § 1er. Le VDAB met sa base de données électronique à la disposition des employeurs, des bureaux qui rendent des services de placement privé, des bureaux intérimaires et des entreprises de titres-services.
Le conseil d'administration détermine les conditions d'accès et d'utilisation. L'administrateur délégué détermine les directives de qualité pour l'utilisation de la base de données électronique.
§ 2. Dans les cas suivants, le VDAB peut suspendre temporairement l'accès à sa base de données électronique :
1° l'utilisateur n'appartient plus à un groupe cible tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
2° l'utilisateur ne respecte pas les conditions d'utilisation ou les directives de qualité visées au paragraphe 1er, alinéa 2 ;
3° en cas d'abus ou d'utilisation impropre de données à caractère personnel ;
4° le VDAB reçoit une notification indiquant que l'utilisateur a enfreint la réglementation sur la protection des données à caractère personnel, la législation du travail, les lois anti-discrimination, la réglementation sur le bien-être au travail et les conventions collectives de travail relatives au recrutement et à la sélection des travailleurs, conclues au sein du Conseil national du Travail.
§ 3. Dans les situations qui ont conduit à la suspension mentionnée au paragraphe 2, et après une enquête, le VDAB peut décider d'exclure l'utilisateur après que celui-ci ait eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours.
Le VDAB fixe la durée de l'exclusion. La durée de l'exclusion ne doit pas dépasser trois ans.
L'utilisateur peut introduire un recours contre la décision d'exclusion visée au premier alinéa devant le conseil d'administration dans les trente jours suivant la notification écrite de la décision.
Le VDAB peut imposer des conditions supplémentaires à l'utilisateur pour garantir le respect des conditions d'accès et d'utilisation et des directives de qualité. ".
" Art. 47/1. § 1er. Le VDAB met sa base de données électronique à la disposition des employeurs, des bureaux qui rendent des services de placement privé, des bureaux intérimaires et des entreprises de titres-services.
Le conseil d'administration détermine les conditions d'accès et d'utilisation. L'administrateur délégué détermine les directives de qualité pour l'utilisation de la base de données électronique.
§ 2. Dans les cas suivants, le VDAB peut suspendre temporairement l'accès à sa base de données électronique :
1° l'utilisateur n'appartient plus à un groupe cible tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er ;
2° l'utilisateur ne respecte pas les conditions d'utilisation ou les directives de qualité visées au paragraphe 1er, alinéa 2 ;
3° en cas d'abus ou d'utilisation impropre de données à caractère personnel ;
4° le VDAB reçoit une notification indiquant que l'utilisateur a enfreint la réglementation sur la protection des données à caractère personnel, la législation du travail, les lois anti-discrimination, la réglementation sur le bien-être au travail et les conventions collectives de travail relatives au recrutement et à la sélection des travailleurs, conclues au sein du Conseil national du Travail.
§ 3. Dans les situations qui ont conduit à la suspension mentionnée au paragraphe 2, et après une enquête, le VDAB peut décider d'exclure l'utilisateur après que celui-ci ait eu la possibilité de communiquer ses moyens de défense dans un délai de quinze jours.
Le VDAB fixe la durée de l'exclusion. La durée de l'exclusion ne doit pas dépasser trois ans.
L'utilisateur peut introduire un recours contre la décision d'exclusion visée au premier alinéa devant le conseil d'administration dans les trente jours suivant la notification écrite de la décision.
Le VDAB peut imposer des conditions supplémentaires à l'utilisateur pour garantir le respect des conditions d'accès et d'utilisation et des directives de qualité. ".
Art. 8. In artikel 93, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 8. A l'article 93, § 1, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 9. In artikel 98/3, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 9. A l'article 98/3, § 1, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 juillet 2018 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 10. In artikel 111/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 2° wordt tussen de woorden "in het afsprakenblad" en de woorden "en in het ultieme afsprakenblad" de zinsnede ", in het formeel afsprakenblad" ingevoegd;
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° verblijfplaats: het laatste adres dat de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft doorgegeven, als dat adres binnen het Vlaamse Gewest ligt, of, bij gebrek daaraan, de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;";
3° aan punt 7° wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het gesprek kan gevoerd worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.".
1° in punt 2° wordt tussen de woorden "in het afsprakenblad" en de woorden "en in het ultieme afsprakenblad" de zinsnede ", in het formeel afsprakenblad" ingevoegd;
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° verblijfplaats: het laatste adres dat de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft doorgegeven, als dat adres binnen het Vlaamse Gewest ligt, of, bij gebrek daaraan, de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;";
3° aan punt 7° wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het gesprek kan gevoerd worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.".
Art. 10. A l'article 111/1, § 1, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° Au point 2°, le membre de phrase " , la feuille d'accords formelle " est inséré entre les mots " sur la feuille d'accords " et les mots " et la feuille d'accords ultime " ;
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° résidence : la dernière adresse que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fournie, si cette adresse se situe en Région flamande, ou, à défaut, la résidence principale visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour ; " ;
3° le point 7° est complété par la phrase suivante :
" L'entretien peut être mené dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo. ".
1° Au point 2°, le membre de phrase " , la feuille d'accords formelle " est inséré entre les mots " sur la feuille d'accords " et les mots " et la feuille d'accords ultime " ;
2° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° résidence : la dernière adresse que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fournie, si cette adresse se situe en Région flamande, ou, à défaut, la résidence principale visée à l'article 3 de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour ; " ;
3° le point 7° est complété par la phrase suivante :
" L'entretien peut être mené dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo. ".
Art. 11. Aan artikel 111/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
"Om termijnen te berekenen met toepassing van dit hoofdstuk, worden als werkdagen alle kalenderdagen meegeteld, tenzij het gaat om een zaterdag, zondag, of feestdag als vermeld in artikel X 11 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006."
"Om termijnen te berekenen met toepassing van dit hoofdstuk, worden als werkdagen alle kalenderdagen meegeteld, tenzij het gaat om een zaterdag, zondag, of feestdag als vermeld in artikel X 11 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006."
Art. 11. A l'article 111/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, il est ajouté un alinéa 2, ainsi rédigé :
" Pour calculer des délais en application du présent chapitre, tous les jours calendaires sont pris en compte comme des jours ouvrables, sauf s'il s'agit d'un samedi, d'un dimanche ou d'un jour férié tel que visé à l'article X 11 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006. "
" Pour calculer des délais en application du présent chapitre, tous les jours calendaires sont pris en compte comme des jours ouvrables, sauf s'il s'agit d'un samedi, d'un dimanche ou d'un jour férié tel que visé à l'article X 11 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006. "
Art. 12. Aan artikel 111/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt de volgende zin toegevoegd:
"De bemiddelaar beoordeelt of de verplicht ingeschreven werkzoekende zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt, enerzijds door de overeengekomen acties en afspraken uit te voeren, anderzijds door voldoende inspanningen te leveren om actief een betrekking te zoeken.".
"De bemiddelaar beoordeelt of de verplicht ingeschreven werkzoekende zich voldoende heeft geïntegreerd op de arbeidsmarkt, enerzijds door de overeengekomen acties en afspraken uit te voeren, anderzijds door voldoende inspanningen te leveren om actief een betrekking te zoeken.".
Art. 12. A l'article 111/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, la phrase suivante est ajoutée :
" Le médiateur évalue si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'est intégré suffisamment sur le marché de l'emploi, d'une part en exécutant chaque action et accord convenu, d'autre part en fournissant suffisamment d'efforts afin de rechercher activement un emploi. ".
" Le médiateur évalue si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'est intégré suffisamment sur le marché de l'emploi, d'une part en exécutant chaque action et accord convenu, d'autre part en fournissant suffisamment d'efforts afin de rechercher activement un emploi. ".
Art. 13. In artikel 111/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° dat zijn werkzoekgedrag wordt opgevolgd door de bemiddelaar;";
2° in punt 2° worden de woorden "aanwezig moet zijn" vervangen door de woorden "moet ingaan, wat inhoudt dat hij zich moet aanmelden voor het opvolgingsgesprek en er actief aan moet deelnemen".
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
"1° dat zijn werkzoekgedrag wordt opgevolgd door de bemiddelaar;";
2° in punt 2° worden de woorden "aanwezig moet zijn" vervangen door de woorden "moet ingaan, wat inhoudt dat hij zich moet aanmelden voor het opvolgingsgesprek en er actief aan moet deelnemen".
Art. 13. A l'article 111/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° que son comportement de recherche d'emploi est suivi par le médiateur ; " ;
2° au point 2° les mots " auquel il doit obligatoirement être présent " sont remplacés par les mots " laquelle invitation il doit obligatoirement accepter, ce qui signifie qu'il doit se présenter à l'entretien de suivi et y participer activement ".
1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° que son comportement de recherche d'emploi est suivi par le médiateur ; " ;
2° au point 2° les mots " auquel il doit obligatoirement être présent " sont remplacés par les mots " laquelle invitation il doit obligatoirement accepter, ce qui signifie qu'il doit se présenter à l'entretien de suivi et y participer activement ".
Art. 14. Artikel 111/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 111/5. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd om na te gaan welke zijn mogelijkheden zijn om een of meer acties uit te voeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op de uitnodiging voor dat gesprek en voert de acties uit die in onderling overleg zijn overeengekomen. De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen daarvoor een afsprakenblad opmaken.".
"Art. 111/5. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd om na te gaan welke zijn mogelijkheden zijn om een of meer acties uit te voeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op de uitnodiging voor dat gesprek en voert de acties uit die in onderling overleg zijn overeengekomen. De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen daarvoor een afsprakenblad opmaken.".
Art. 14. L'article 111/5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 111/5. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à vérifier ses possibilités de réaliser une ou plusieurs actions. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte l'invitation à cet entretien et réalise les actions convenues de commun accord. Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords à cet effet. ".
" Art. 111/5. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à vérifier ses possibilités de réaliser une ou plusieurs actions. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte l'invitation à cet entretien et réalise les actions convenues de commun accord. Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords à cet effet. ".
Art. 15. In artikel 111/6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek om zijn werkzoekgedrag te beoordelen.
Het opvolgingsgesprek vindt op zijn vroegst plaats op de zevende dag na de verzending of overhandiging van de uitnodiging, tenzij anders overeengekomen tussen de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op elke uitnodiging voor een opvolgingsgesprek.
Tenzij anders bepaald overeenkomstig de bepaling in dit hoofdstuk, bepaalt VDAB in de uitnodiging de modaliteiten van het opvolgingsgesprek. Die modaliteiten omvatten minstens of het opvolgingsgesprek gevoerd zal worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.
De verplicht ingeschreven werkzoekende mag vragen dat:
1° het opvolgingsgesprek via een ander gesprekskanaal gevoerd wordt dan het gesprekskanaal dat de VDAB bepaalt in de uitnodiging. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie vraagt, mag hij een specifieke fysieke locatie vragen;
2° het opvolgingsgesprek op een andere fysieke locatie gevoerd wordt dan de fysieke locatie die de VDAB bepaalt in de uitnodiging.
De bemiddelaar ontvangt het gemotiveerde verzoek uiterlijk op de derde werkdag vóór de dag van het opvolgingsgesprek.
De bemiddelaar gaat altijd in op een verzoek om het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie te voeren en bepaalt daarbij altijd de specifieke fysieke locatie. De bemiddelaar beslist over de andere verzoeken in functie van het traject naar werk en de gesprekskanalen die VDAB kan aanbieden, en informeert de verplicht ingeschreven werkzoekende over die beslissing.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "aanwezig is" vervangen door het woord "ingaat";
3° er worden een paragraaf 6 en een paragraaf 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 6. Als een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek terugkeert naar de VDAB omdat de verblijfplaats incorrect is, onderneemt de VDAB redelijke pogingen om de verplicht ingeschreven werkzoekende te bereiken.
§ 7. De verplicht ingeschreven werkzoekende die niet ingaat op een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek, brengt de bemiddelaar vóór de aanvang van het opvolgingsgesprek op de hoogte van zijn afwezigheid en de reden daarvoor en levert een bewijs van de reden van zijn afwezigheid af aan de bemiddelaar uiterlijk op de derde werkdag na de dag van het opvolgingsgesprek.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet naleeft, wordt de reden van zijn afwezigheid voor de toepassing van dit artikel als ongeldig beschouwd, behalve in geval van overmacht.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt door de VDAB uitgenodigd voor een opvolgingsgesprek om zijn werkzoekgedrag te beoordelen.
Het opvolgingsgesprek vindt op zijn vroegst plaats op de zevende dag na de verzending of overhandiging van de uitnodiging, tenzij anders overeengekomen tussen de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende gaat in op elke uitnodiging voor een opvolgingsgesprek.
Tenzij anders bepaald overeenkomstig de bepaling in dit hoofdstuk, bepaalt VDAB in de uitnodiging de modaliteiten van het opvolgingsgesprek. Die modaliteiten omvatten minstens of het opvolgingsgesprek gevoerd zal worden op een fysieke locatie, telefonisch of via een videogesprek.
De verplicht ingeschreven werkzoekende mag vragen dat:
1° het opvolgingsgesprek via een ander gesprekskanaal gevoerd wordt dan het gesprekskanaal dat de VDAB bepaalt in de uitnodiging. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie vraagt, mag hij een specifieke fysieke locatie vragen;
2° het opvolgingsgesprek op een andere fysieke locatie gevoerd wordt dan de fysieke locatie die de VDAB bepaalt in de uitnodiging.
De bemiddelaar ontvangt het gemotiveerde verzoek uiterlijk op de derde werkdag vóór de dag van het opvolgingsgesprek.
De bemiddelaar gaat altijd in op een verzoek om het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie te voeren en bepaalt daarbij altijd de specifieke fysieke locatie. De bemiddelaar beslist over de andere verzoeken in functie van het traject naar werk en de gesprekskanalen die VDAB kan aanbieden, en informeert de verplicht ingeschreven werkzoekende over die beslissing.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "aanwezig is" vervangen door het woord "ingaat";
3° er worden een paragraaf 6 en een paragraaf 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 6. Als een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek terugkeert naar de VDAB omdat de verblijfplaats incorrect is, onderneemt de VDAB redelijke pogingen om de verplicht ingeschreven werkzoekende te bereiken.
§ 7. De verplicht ingeschreven werkzoekende die niet ingaat op een uitnodiging voor een opvolgingsgesprek, brengt de bemiddelaar vóór de aanvang van het opvolgingsgesprek op de hoogte van zijn afwezigheid en de reden daarvoor en levert een bewijs van de reden van zijn afwezigheid af aan de bemiddelaar uiterlijk op de derde werkdag na de dag van het opvolgingsgesprek.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet naleeft, wordt de reden van zijn afwezigheid voor de toepassing van dit artikel als ongeldig beschouwd, behalve in geval van overmacht.".
Art. 15. A l'article 111/6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à un entretien de suivi pour évaluer son comportement de recherche d'emploi.
L'entretien de suivi a lieu au plus tôt le septième jour après l'envoi ou la remise de l'invitation, sauf accord contraire entre le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte toute invitation à un entretien de suivi.
Sauf stipulation contraire conformément à la disposition du présent chapitre, le VDAB fixe dans l'invitation les modalités de l'entretien de suivi. Ces modalités mentionnent au minimum si l'entretien de suivi sera réalisé dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut demander que :
1° l'entretien de suivi soit organisé par un autre canal que celui fixé par le VDAB dans l'invitation. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement demande un entretien de suivi dans un lieu physique, il peut demander un lieu physique spécifique ;
2° l'entretien de suivi ait lieu dans un autre lieu physique que celui fixé par le VDAB dans l'invitation.
Le médiateur reçoit la demande motivée au plus tard le troisième jour ouvrable avant le jour de l'entretien de suivi.
Le médiateur accepte toujours une demande que l'entretien de suivi soit mené dans un lieu physique et détermine toujours le lieu physique spécifique. Le médiateur prend une décision concernant les autres demandes en fonction du parcours vers l'emploi et des canaux d'entretien que le VDAB peut proposer, et informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette décision. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, paragraphe 3, alinéa 1er, et paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " n'est pas présent à " sont remplacés par les mots " n'accepte pas " ;
3° sont ajoutés un paragraphe 6 et un paragraphe 7, rédigés comme suit :
" § 6. Si une invitation à un entretien de suivi est renvoyée au VDAB parce que le lieu de résidence est incorrect, le VDAB fera des tentatives raisonnables pour joindre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
§ 7. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui n'accepte pas une invitation à un entretien de suivi notifie au médiateur son absence et le motif de celle-ci avant le début de l'entretien de suivi et fournit au médiateur une preuve du motif de son absence au plus tard le troisième jour ouvrable après le jour de l'entretien de suivi.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne respecte pas les conditions visées à l'alinéa 1er, le motif de son absence est considéré comme nul pour l'application du présent article, sauf cas de force majeure. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité par le VDAB à un entretien de suivi pour évaluer son comportement de recherche d'emploi.
L'entretien de suivi a lieu au plus tôt le septième jour après l'envoi ou la remise de l'invitation, sauf accord contraire entre le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement accepte toute invitation à un entretien de suivi.
Sauf stipulation contraire conformément à la disposition du présent chapitre, le VDAB fixe dans l'invitation les modalités de l'entretien de suivi. Ces modalités mentionnent au minimum si l'entretien de suivi sera réalisé dans un lieu physique, par téléphone ou par appel vidéo.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut demander que :
1° l'entretien de suivi soit organisé par un autre canal que celui fixé par le VDAB dans l'invitation. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement demande un entretien de suivi dans un lieu physique, il peut demander un lieu physique spécifique ;
2° l'entretien de suivi ait lieu dans un autre lieu physique que celui fixé par le VDAB dans l'invitation.
Le médiateur reçoit la demande motivée au plus tard le troisième jour ouvrable avant le jour de l'entretien de suivi.
Le médiateur accepte toujours une demande que l'entretien de suivi soit mené dans un lieu physique et détermine toujours le lieu physique spécifique. Le médiateur prend une décision concernant les autres demandes en fonction du parcours vers l'emploi et des canaux d'entretien que le VDAB peut proposer, et informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette décision. " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, paragraphe 3, alinéa 1er, et paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " n'est pas présent à " sont remplacés par les mots " n'accepte pas " ;
3° sont ajoutés un paragraphe 6 et un paragraphe 7, rédigés comme suit :
" § 6. Si une invitation à un entretien de suivi est renvoyée au VDAB parce que le lieu de résidence est incorrect, le VDAB fera des tentatives raisonnables pour joindre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
§ 7. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui n'accepte pas une invitation à un entretien de suivi notifie au médiateur son absence et le motif de celle-ci avant le début de l'entretien de suivi et fournit au médiateur une preuve du motif de son absence au plus tard le troisième jour ouvrable après le jour de l'entretien de suivi.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne respecte pas les conditions visées à l'alinéa 1er, le motif de son absence est considéré comme nul pour l'application du présent article, sauf cas de force majeure. ".
Art. 16. In artikel 111/7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende van oordeel is dat hij fysiek of mentaal niet of niet meer geschikt is om een bepaald beroep uit te oefenen of bepaalde acties te verrichten en bewijsstukken daarvan kan voorleggen, laat de VDAB een medisch onderzoek uitvoeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts. De arts die aangewezen is door de VDAB, geeft een advies over de beroepen die de verplicht ingeschreven werkzoekende nog kan uitoefenen of over de acties die hij nog kan verrichten.".
" § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende van oordeel is dat hij fysiek of mentaal niet of niet meer geschikt is om een bepaald beroep uit te oefenen of bepaalde acties te verrichten en bewijsstukken daarvan kan voorleggen, laat de VDAB een medisch onderzoek uitvoeren. De verplicht ingeschreven werkzoekende mag zich laten bijstaan door zijn behandelende arts. De arts die aangewezen is door de VDAB, geeft een advies over de beroepen die de verplicht ingeschreven werkzoekende nog kan uitoefenen of over de acties die hij nog kan verrichten.".
Art. 16. A l'article 111/7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement estime qu'il n'est pas ou plus apte, du point de vue physique ou mental, à exercer une profession déterminée ou à effectuer certaines actions et qu'il peut en apporter la preuve par des pièces justificatives, le VDAB fera procéder à un examen médical. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant. Le médecin désigné par le VDAB formule un avis sur les professions que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut encore exercer ou sur les actions qu'il peut encore effectuer. ".
" § 3. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement estime qu'il n'est pas ou plus apte, du point de vue physique ou mental, à exercer une profession déterminée ou à effectuer certaines actions et qu'il peut en apporter la preuve par des pièces justificatives, le VDAB fera procéder à un examen médical. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut se faire assister par son médecin traitant. Le médecin désigné par le VDAB formule un avis sur les professions que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peut encore exercer ou sur les actions qu'il peut encore effectuer. ".
Art. 17. Artikel 111/8 tot en met 111/15 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden vervangen door wat volgt:
"Art. 111/8. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat later een nieuw opvolgingsgesprek volgt.
De bemiddelaar bepaalt de frequentie van de opvolgingsgesprekken en bepaalt na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende en in functie van het traject naar werk de modaliteiten van het volgende opvolgingsgesprek. Als het volgende opvolgingsgesprek op een fysieke locatie wordt gevoerd, bepaalt de bemiddelaar na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende de specifieke fysieke locatie.
De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen over de acties die in onderling overleg zijn overgekomen een afsprakenblad opmaken.
Art. 111/9. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie als vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek. Ook maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het opvolgingsgesprek in onderling overleg een formeel afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
Het formeel afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, wordt gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar van het formeel afsprakenblad. Door het formeel afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
§ 2. Als de bemiddelaar in afwijking van paragraaf 1, op basis van andere informatie dan de informatie die hij heeft verkregen tijdens een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie, vermoedt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, nodigt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende conform artikel 111/6 uit voor een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie om het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende te beoordelen.
Art. 111/10. Op het tijdstip dat afgesproken is in het formeel afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, § 1, artikel 111/11, § 2, eerste lid, of artikel 111/14, § 1, tweede lid, vindt opnieuw een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie plaats waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig moet zijn. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende afwezig is op het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, nodigt de bemiddelaar de werkzoekende opnieuw uit voor een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie conform artikel 111/6. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende dan wel aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende tot op de dag van dat opvolgingsgesprek en in het bijzonder de naleving van de afspraken die opgenomen zijn in het formeel afsprakenblad.
Als het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt overgemaakt met toepassing van artikel 111/6, beoordeelt de controledienst de afwezigheden van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Art. 111/11. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/10, oordeelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd.
Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en met de criteria van de passende dienstbetrekking.
§ 2. Als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het formeel afsprakenblad. Door het formeel afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het formeel afsprakenblad wordt gedateerd. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar.
Ook als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe om zijn werkzoekgedrag voort te zetten en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
Art. 111/12. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/10, oordeelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek.
Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek bepaalt de bemiddelaar de afspraken die worden opgenomen op een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de volgende maand.
Het ultiem afsprakenblad wordt gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar van het ultieme afsprakenblad. Door het ultieme afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het ultieme afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Art. 111/13. Op het tijdstip dat afgesproken is in het ultieme afsprakenblad, vermeld in artikel 111/12, vindt een nieuw opvolgingsgesprek op een fysieke locatie plaats. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende afwezig is op het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst, ongeacht de reden van zijn afwezigheid. De controledienst beoordeelt het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
Art. 111/14. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die positieve beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd. Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie van de verplicht ingeschreven werkzoekende, de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
Als het afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, ter ondertekening aan de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt voorgelegd met toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het formeel afsprakenblad. Door de ondertekening verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het formeel afsprakenblad wordt gedateerd. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar.
Ook als het afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe om zijn werkzoekgedrag voort te zetten en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
Art. 111/15. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek en bezorgt hij het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende aan de controledienst.".
"Art. 111/8. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat later een nieuw opvolgingsgesprek volgt.
De bemiddelaar bepaalt de frequentie van de opvolgingsgesprekken en bepaalt na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende en in functie van het traject naar werk de modaliteiten van het volgende opvolgingsgesprek. Als het volgende opvolgingsgesprek op een fysieke locatie wordt gevoerd, bepaalt de bemiddelaar na overleg met de verplicht ingeschreven werkzoekende de specifieke fysieke locatie.
De bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende kunnen over de acties die in onderling overleg zijn overgekomen een afsprakenblad opmaken.
Art. 111/9. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek op een fysieke locatie als vermeld in artikel 111/6, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek. Ook maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens het opvolgingsgesprek in onderling overleg een formeel afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
Het formeel afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, wordt gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar van het formeel afsprakenblad. Door het formeel afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
§ 2. Als de bemiddelaar in afwijking van paragraaf 1, op basis van andere informatie dan de informatie die hij heeft verkregen tijdens een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie, vermoedt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, nodigt de bemiddelaar de verplicht ingeschreven werkzoekende conform artikel 111/6 uit voor een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie om het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende te beoordelen.
Art. 111/10. Op het tijdstip dat afgesproken is in het formeel afsprakenblad, vermeld in artikel 111/9, § 1, artikel 111/11, § 2, eerste lid, of artikel 111/14, § 1, tweede lid, vindt opnieuw een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie plaats waarop de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig moet zijn. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende afwezig is op het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, nodigt de bemiddelaar de werkzoekende opnieuw uit voor een opvolgingsgesprek op een fysieke locatie conform artikel 111/6. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende dan wel aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende tot op de dag van dat opvolgingsgesprek en in het bijzonder de naleving van de afspraken die opgenomen zijn in het formeel afsprakenblad.
Als het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt overgemaakt met toepassing van artikel 111/6, beoordeelt de controledienst de afwezigheden van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Art. 111/11. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/10, oordeelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd.
Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie en competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en met de criteria van de passende dienstbetrekking.
§ 2. Als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het formeel afsprakenblad. Door het formeel afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het formeel afsprakenblad wordt gedateerd. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar.
Ook als het afsprakenblad, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe om zijn werkzoekgedrag voort te zetten en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
Art. 111/12. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/10, oordeelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek.
Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek bepaalt de bemiddelaar de afspraken die worden opgenomen op een ultiem afsprakenblad, rekening houdend met de persoonlijke situatie en de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking. De verplicht ingeschreven werkzoekende verbindt zich ertoe de afspraken uit te voeren tijdens de volgende maand.
Het ultiem afsprakenblad wordt gedateerd en ondertekend door de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar van het ultieme afsprakenblad. Door het ultieme afsprakenblad te ondertekenen verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het ultieme afsprakenblad wordt beschouwd als een formele verwittiging in het kader van de controle op de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt van de verplicht ingeschreven werkzoekende.
Art. 111/13. Op het tijdstip dat afgesproken is in het ultieme afsprakenblad, vermeld in artikel 111/12, vindt een nieuw opvolgingsgesprek op een fysieke locatie plaats. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende aanwezig is, beoordeelt de bemiddelaar het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
Als de verplicht ingeschreven werkzoekende afwezig is op het opvolgingsgesprek, vermeld in het eerste lid, wordt zijn dossier bezorgd aan de controledienst, ongeacht de reden van zijn afwezigheid. De controledienst beoordeelt het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende, in het bijzonder de naleving door de verplicht ingeschreven werkzoekende van de afspraken die zijn opgenomen in het ultieme afsprakenblad.
Art. 111/14. § 1. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van die positieve beoordeling tijdens het opvolgingsgesprek. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt er ook van op de hoogte gebracht dat hij zijn werkzoekgedrag moet voortzetten en dat hij voor een nieuw opvolgingsgesprek zal worden uitgenodigd. Tijdens het voormelde opvolgingsgesprek maken de bemiddelaar en de verplicht ingeschreven werkzoekende in onderling overleg een afsprakenblad op, rekening houdend met de persoonlijke situatie van de verplicht ingeschreven werkzoekende, de competenties van de verplicht ingeschreven werkzoekende en de criteria van de passende dienstbetrekking.
Als het afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, ter ondertekening aan de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt voorgelegd met toepassing van artikel 111/9, ondertekenen hij en de bemiddelaar het formeel afsprakenblad. Door de ondertekening verbindt de verplicht ingeschreven werkzoekende zich ertoe om voldoende werkzoekgedrag te vertonen en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode. Het formeel afsprakenblad wordt gedateerd. De verplicht ingeschreven werkzoekende ontvangt een exemplaar.
Ook als het afsprakenblad, vermeld in het eerste lid, niet ter ondertekening wordt voorgelegd aan de verplicht ingeschreven werkzoekende met toepassing van artikel 111/6, verbindt hij zich ertoe om zijn werkzoekgedrag voort te zetten en in het bijzonder om de afspraken uit te voeren tijdens de afgesproken periode.
Art. 111/15. Als de bemiddelaar tijdens het opvolgingsgesprek, vermeld in artikel 111/13, eerste lid, vaststelt dat het werkzoekgedrag van de verplicht ingeschreven werkzoekende onvoldoende is, brengt hij de verplicht ingeschreven werkzoekende van die beoordeling op de hoogte tijdens het opvolgingsgesprek en bezorgt hij het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende aan de controledienst.".
Art. 17. Les articles 111/8 à 111/15 du même arrêté, insérés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, sont remplacés par ce qui suit :
" Art. 111/8. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'un nouvel entretien de suivi est prévu ultérieurement.
Le médiateur détermine la fréquence des entretiens de suivi et, après consultation du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et en fonction du parcours vers l'emploi, fixe les modalités du prochain entretien de suivi. Si le prochain entretien de suivi est organisé dans un lieu physique, le médiateur détermine le lieu physique spécifique après avoir consulté le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords sur les actions convenues de commun accord.
Art. 111/9. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi organisé dans un lieu physique, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent également de commun accord une feuille d'accords formelle pendant l'entretien de suivi, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
La feuille d'accords formelle visée à l'alinéa 1er est datée et signée par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reçoit un exemplaire de la feuille d'accords formelle. En signant la feuille d'accords formelle, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
§ 2. Si, par dérogation au paragraphe 1er, le médiateur présume sur la base d'informations autres que celles obtenues lors d'un entretien de suivi dans un lieu physique que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il invite le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un entretien de suivi dans un lieu physique, conformément à l'article 111/6, afin d'évaluer le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/10. Au moment convenu dans la feuille d'accords formelle visée à l'article 111/9, § 1er, à l'article 111/11, § 2, alinéa 1er, ou à l'article 111/14, § 1, alinéa 2, un nouvel entretien de suivi est organisé dans un lieu physique et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement se doit d'être présent. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est absent à l'entretien de suivi visé à l'alinéa 1er, le médiateur invite à nouveau le demandeur d'emploi à un entretien de suivi dans un lieu physique conformément à l'article 111/6. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent lors de cet entretien, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement jusqu'au jour de cet entretien de suivi et, en particulier, le respect des accords repris dans la feuille d'accords formelle.
Si le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis conformément à l'article 111/6, le service de contrôle évalue les absences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/11. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/10, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi.
Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
§ 2. Si la feuille d'accords visée au paragraphe 1er, point 2, est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords formelle. En signant la feuille d'accords formelle, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords formelle est datée. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en reçoit un exemplaire.
Même si la feuille d'accords visée au paragraphe 1er, alinéa 2, n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/6, celui-ci s'engage à poursuivre son comportement de recherche d'emploi et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
Art. 111/12. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/10, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi.
Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur détermine les accords qui sont repris sur une feuille d'accords ultime, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords au cours du mois suivant.
La feuille d'accords ultime est datée et signée par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reçoit un exemplaire de la feuille d'accords ultime. En signant la feuille d'accords ultime, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords ultime est considérée comme un avertissement formel dans le cadre du contrôle de la disponibilité pour le marché de l'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/13. Au moment convenu dans la feuille d'accords ultime, visée à l'article 111/12, un nouvel entretien de suivi a lieu dans un lieu physique. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent lors de cet entretien, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à l'entretien de suivi visé à l'alinéa 1er, son dossier est transmis au service de contrôle, quel que soit le motif de son absence. Le service de contrôle évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime.
Art. 111/14. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation positive pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi. Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
Si la feuille d'accords visée à l'alinéa 1er est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords formelle. Par sa signature, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords formelle est datée. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en reçoit un exemplaire.
Même si la feuille d'accords visée à l'alinéa 1er n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/6, celui-ci s'engage à poursuivre son comportement de recherche d'emploi et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
Art. 111/15. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, alinéa 1er, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi et transmet le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement au service de contrôle. ".
" Art. 111/8. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'un nouvel entretien de suivi est prévu ultérieurement.
Le médiateur détermine la fréquence des entretiens de suivi et, après consultation du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et en fonction du parcours vers l'emploi, fixe les modalités du prochain entretien de suivi. Si le prochain entretien de suivi est organisé dans un lieu physique, le médiateur détermine le lieu physique spécifique après avoir consulté le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement peuvent établir une feuille d'accords sur les actions convenues de commun accord.
Art. 111/9. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi organisé dans un lieu physique, visé à l'article 111/6, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent également de commun accord une feuille d'accords formelle pendant l'entretien de suivi, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
La feuille d'accords formelle visée à l'alinéa 1er est datée et signée par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reçoit un exemplaire de la feuille d'accords formelle. En signant la feuille d'accords formelle, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
§ 2. Si, par dérogation au paragraphe 1er, le médiateur présume sur la base d'informations autres que celles obtenues lors d'un entretien de suivi dans un lieu physique que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il invite le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un entretien de suivi dans un lieu physique, conformément à l'article 111/6, afin d'évaluer le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/10. Au moment convenu dans la feuille d'accords formelle visée à l'article 111/9, § 1er, à l'article 111/11, § 2, alinéa 1er, ou à l'article 111/14, § 1, alinéa 2, un nouvel entretien de suivi est organisé dans un lieu physique et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement se doit d'être présent. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est absent à l'entretien de suivi visé à l'alinéa 1er, le médiateur invite à nouveau le demandeur d'emploi à un entretien de suivi dans un lieu physique conformément à l'article 111/6. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent lors de cet entretien, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement jusqu'au jour de cet entretien de suivi et, en particulier, le respect des accords repris dans la feuille d'accords formelle.
Si le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis conformément à l'article 111/6, le service de contrôle évalue les absences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/11. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/10, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi.
Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
§ 2. Si la feuille d'accords visée au paragraphe 1er, point 2, est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords formelle. En signant la feuille d'accords formelle, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords formelle est datée. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en reçoit un exemplaire.
Même si la feuille d'accords visée au paragraphe 1er, alinéa 2, n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/6, celui-ci s'engage à poursuivre son comportement de recherche d'emploi et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
Art. 111/12. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/10, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi.
Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur détermine les accords qui sont repris sur une feuille d'accords ultime, en tenant compte de la situation personnelle et des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à réaliser les accords au cours du mois suivant.
La feuille d'accords ultime est datée et signée par le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reçoit un exemplaire de la feuille d'accords ultime. En signant la feuille d'accords ultime, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords ultime est considérée comme un avertissement formel dans le cadre du contrôle de la disponibilité pour le marché de l'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement.
Art. 111/13. Au moment convenu dans la feuille d'accords ultime, visée à l'article 111/12, un nouvel entretien de suivi a lieu dans un lieu physique. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est présent lors de cet entretien, le médiateur évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime.
Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à l'entretien de suivi visé à l'alinéa 1er, son dossier est transmis au service de contrôle, quel que soit le motif de son absence. Le service de contrôle évalue le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, en particulier le respect par le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement des accords repris dans la feuille d'accords ultime.
Art. 111/14. § 1er. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est suffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation positive pendant l'entretien de suivi. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est également informé du fait qu'il doit poursuivre son comportement de recherche d'emploi et qu'il sera invité à un nouvel entretien de suivi. Pendant l'entretien de suivi susmentionné, le médiateur et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement établissent de commun accord une feuille d'accords, en tenant compte de la situation personnelle du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, des compétences du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et des critères de l'emploi convenable.
Si la feuille d'accords visée à l'alinéa 1er est soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/9, lui et le médiateur signent la feuille d'accords formelle. Par sa signature, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement s'engage à faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue. La feuille d'accords formelle est datée. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en reçoit un exemplaire.
Même si la feuille d'accords visée à l'alinéa 1er n'est pas soumise à la signature du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en application de l'article 111/6, celui-ci s'engage à poursuivre son comportement de recherche d'emploi et, en particulier, à réaliser les accords pendant la période convenue.
Art. 111/15. Si le médiateur constate pendant l'entretien de suivi, visé à l'article 111/13, alinéa 1er, que le comportement de recherche d'emploi du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est insuffisant, il informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de cette évaluation pendant l'entretien de suivi et transmet le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement au service de contrôle. ".
Art. 18. In artikel 111/16, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt
"De bemiddelaar bezorgt een dossier aan de controledienst als:";
2° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "weigert een trajectovereenkomst," en de woorden "afsprakenblad of ultiem afsprakenblad" het woord "formeel" ingevoegd.
1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt
"De bemiddelaar bezorgt een dossier aan de controledienst als:";
2° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "weigert een trajectovereenkomst," en de woorden "afsprakenblad of ultiem afsprakenblad" het woord "formeel" ingevoegd.
Art. 18. A l'article 111/16, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le médiateur transmet un dossier au service de contrôle si : " ;
2° au point 1°, le mot " formelle " est inséré entre les mots " une feuille d'accords " et les mots " ou une feuille d'accords ultime ".
1° la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le médiateur transmet un dossier au service de contrôle si : " ;
2° au point 1°, le mot " formelle " est inséré entre les mots " une feuille d'accords " et les mots " ou une feuille d'accords ultime ".
Art. 19. Artikel 111/17 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 111/17 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, est abrogé.
Art. 20. In artikel 111/21 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Het verhoor, vermeld in artikel 111/19, vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt, en ook de mogelijkheid om niet te verschijnen, maar schriftelijk verweermiddelen naar voren te brengen. De controledienst brengt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten en bezorgt hem de informatie, vermeld in artikel 111/22, § 2, eerste lid, 2° en 3°. Het verhoor kan uitgesteld worden conform paragraaf 2, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 worden de zinnen "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die niet later mag vallen dan zeven dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend." vervangen door de zinnen "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend.";
4° in paragraaf 4 wordt het woord "aangevraagd" vervangen door het woord "gekregen".
1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Het verhoor, vermeld in artikel 111/19, vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt, en ook de mogelijkheid om niet te verschijnen, maar schriftelijk verweermiddelen naar voren te brengen. De controledienst brengt de verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten en bezorgt hem de informatie, vermeld in artikel 111/22, § 2, eerste lid, 2° en 3°. Het verhoor kan uitgesteld worden conform paragraaf 2, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat.";
2° in paragraaf 1 wordt het derde lid opgeheven;
3° in paragraaf 2 worden de zinnen "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die niet later mag vallen dan zeven dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend." vervangen door de zinnen "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend.";
4° in paragraaf 4 wordt het woord "aangevraagd" vervangen door het woord "gekregen".
Art. 20. A l'article 111/21 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" L'audition, visée à l'article 111/19, a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition, ainsi que la possibilité de ne pas comparaître mais de présenter ses moyens de défense par écrit. Le service de contrôle informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations et lui transmet les informations visées à l'article 111/22, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°. L'audition peut être reportée conformément au paragraphe 2, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise. " ;
2° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé ;
3° au paragraphe 2, les phrases " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui ne peut être postérieure à 7 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " sont remplacées par les phrases " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " ;
4° au paragraphe 4, le mot " demandé " est remplacé par le mot " obtenu " ;
1° au paragraphe 1er, l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" L'audition, visée à l'article 111/19, a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition, ainsi que la possibilité de ne pas comparaître mais de présenter ses moyens de défense par écrit. Le service de contrôle informe le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations et lui transmet les informations visées à l'article 111/22, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°. L'audition peut être reportée conformément au paragraphe 2, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise. " ;
2° au paragraphe 1er, l'alinéa 3 est abrogé ;
3° au paragraphe 2, les phrases " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui ne peut être postérieure à 7 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " sont remplacées par les phrases " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " ;
4° au paragraphe 4, le mot " demandé " est remplacé par le mot " obtenu " ;
Art. 21. In artikel 111/22 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 4° en punt 5° vervangen door wat volgt:
"4° voor wat betreft de toepassing van artikel 52bis, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de beslissingen die zijn genomen binnen een periode van twaalf maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen;
5° voor wat betreft de toepassing van artikel 58/9, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, de informatie die van de RVA komt, met inbegrip van sancties die de RVA of de diensten van de andere gewesten die bevoegd zijn voor de controle op de beschikbaarheid, hebben opgelegd, als die sancties zijn opgelegd binnen de periode van vierentwintig maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "zowel bij VDAB-medewerkers als bij partnerorganisaties en overheidsinstellingen" vervangen door de woorden "bij elke persoon of organisatie";
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De controledienst onderwerpt de verplicht ingeschreven werkzoekende aan een medisch onderzoek als vermeld in artikel 111/7, § 3. Uiterlijk op de datum die is vastgelegd voor het verhoor, werpt de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn ongeschiktheid op.".
1° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 4° en punt 5° vervangen door wat volgt:
"4° voor wat betreft de toepassing van artikel 52bis, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, de beslissingen die zijn genomen binnen een periode van twaalf maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen;
5° voor wat betreft de toepassing van artikel 58/9, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, de informatie die van de RVA komt, met inbegrip van sancties die de RVA of de diensten van de andere gewesten die bevoegd zijn voor de controle op de beschikbaarheid, hebben opgelegd, als die sancties zijn opgelegd binnen de periode van vierentwintig maanden vóór de controledienst een beslissing heeft genomen.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "zowel bij VDAB-medewerkers als bij partnerorganisaties en overheidsinstellingen" vervangen door de woorden "bij elke persoon of organisatie";
3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De controledienst onderwerpt de verplicht ingeschreven werkzoekende aan een medisch onderzoek als vermeld in artikel 111/7, § 3. Uiterlijk op de datum die is vastgelegd voor het verhoor, werpt de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn ongeschiktheid op.".
Art. 21. A l'article 111/22 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, les points 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
" 4° en ce qui concerne l'application de l'article 52bis, § 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, des décisions prises dans une période de douze mois avant la prise de décision par le service de contrôle ;
5° en ce qui concerne l'application de l'article 58/9, § 4, de l'arrêté royal précité, des informations provenant de l'Onem, y compris les sanctions imposées par l'Onem ou les services des autres régions compétents pour le contrôle de la disponibilité, si ces sanctions ont été imposées dans la période de 24 mois avant la prise de décision par le service de contrôle.
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " tant auprès des collaborateurs du VDAB qu'auprès d'organisations partenaires et organismes publics " sont remplacés par les mots " auprès de toute personne ou organisation " ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le service de contrôle soumet le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen médical, tel que visé à l'article 111/7, § 3. Au plus tard à la date fixée pour l'audition, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement fait valoir son incapacité. ".
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, les points 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit :
" 4° en ce qui concerne l'application de l'article 52bis, § 2, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, des décisions prises dans une période de douze mois avant la prise de décision par le service de contrôle ;
5° en ce qui concerne l'application de l'article 58/9, § 4, de l'arrêté royal précité, des informations provenant de l'Onem, y compris les sanctions imposées par l'Onem ou les services des autres régions compétents pour le contrôle de la disponibilité, si ces sanctions ont été imposées dans la période de 24 mois avant la prise de décision par le service de contrôle.
2° au paragraphe 2, alinéa 2, les mots " tant auprès des collaborateurs du VDAB qu'auprès d'organisations partenaires et organismes publics " sont remplacés par les mots " auprès de toute personne ou organisation " ;
3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le service de contrôle soumet le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement à un examen médical, tel que visé à l'article 111/7, § 3. Au plus tard à la date fixée pour l'audition, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement fait valoir son incapacité. ".
Art. 22. In artikel 111/23, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na de geplande datum van het verhoor. De voormelde termijn wordt opgeschort voor de duur van eventuele onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende geïnformeerd over de opschorting. Als de beslissing invloed heeft op het recht op uitkeringen, wordt ze meegedeeld aan de RVA ter uitvoering.".
"De beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na de geplande datum van het verhoor. De voormelde termijn wordt opgeschort voor de duur van eventuele onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval wordt de verplicht ingeschreven werkzoekende geïnformeerd over de opschorting. Als de beslissing invloed heeft op het recht op uitkeringen, wordt ze meegedeeld aan de RVA ter uitvoering.".
Art. 22. A l'article 111/23, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" La décision du service de contrôle est communiquée par écrit au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après la date prévue de l'audition. La période susmentionnée est suspendue pendant la durée d'un éventuel travail d'enquête ou de recherche effectué par le service de contrôle. Le cas échéant, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé de la suspension. Lorsque la décision a un effet sur le droit aux allocations, elle est communiquée à l'Onem en vue de son exécution. ".
" La décision du service de contrôle est communiquée par écrit au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après la date prévue de l'audition. La période susmentionnée est suspendue pendant la durée d'un éventuel travail d'enquête ou de recherche effectué par le service de contrôle. Le cas échéant, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé de la suspension. Lorsque la décision a un effet sur le droit aux allocations, elle est communiquée à l'Onem en vue de son exécution. ".
Art. 23. In artikel 111/24 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Bij een juridische of materiële vergissing door VDAB kan de controledienst in afwijking van het eerste lid, 1°, zijn beslissing herzien binnen de wettelijke en reglementaire verjaringstermijnen.".
"Bij een juridische of materiële vergissing door VDAB kan de controledienst in afwijking van het eerste lid, 1°, zijn beslissing herzien binnen de wettelijke en reglementaire verjaringstermijnen.".
Art. 23. A l'article 111/24 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, il est ajouté entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2 un alinéa rédigé comme suit :
" En cas d'erreur juridique ou matérielle du VDAB, le service de contrôle peut, par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, revoir sa décision dans les délais de prescription légaux et réglementaires. ".
" En cas d'erreur juridique ou matérielle du VDAB, le service de contrôle peut, par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, revoir sa décision dans les délais de prescription légaux et réglementaires. ".
Art. 24. In artikel 111/27 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt," vervangen door de zinsnede "dat hij zelf voldoende werkzoekgedrag moet vertonen door zich te integreren op de arbeidsmarkt,";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "actieve" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "voor een gesprek" en de woorden "bij een bemiddelaar" de woorden "op een fysieke locatie" ingevoegd.
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "dat hij zich moet integreren op de arbeidsmarkt," vervangen door de zinsnede "dat hij zelf voldoende werkzoekgedrag moet vertonen door zich te integreren op de arbeidsmarkt,";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "actieve" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "voor een gesprek" en de woorden "bij een bemiddelaar" de woorden "op een fysieke locatie" ingevoegd.
Art. 24. A l'article 111/27 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " qu'il doit s'intégrer sur le marché de l'emploi, " est remplacé par le membre de phrase " qu'il doit lui-même faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant en s'intégrant sur le marché de l'emploi, " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, le mot " actif " est abrogé ;
3° au paragraphe 3, les mots " dans un lieu physique " sont insérés entre les mots " à un entretien " et les mots " avec un médiateur ".
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " qu'il doit s'intégrer sur le marché de l'emploi, " est remplacé par le membre de phrase " qu'il doit lui-même faire preuve d'un comportement de recherche d'emploi suffisant en s'intégrant sur le marché de l'emploi, " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, le mot " actif " est abrogé ;
3° au paragraphe 3, les mots " dans un lieu physique " sont insérés entre les mots " à un entretien " et les mots " avec un médiateur ".
Art. 25. In artikel 111/28 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt de zin "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt op die gesprekken, wordt hem een nieuwe aangetekende uitnodiging gestuurd." vervangen door de zin "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende zich niet aanmeldt op die gesprekken, krijgt hij een nieuwe aangetekende uitnodiging voor een gesprek op een fysieke locatie.".
Art. 25. A l'article 111/28 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, la phrase " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à ces entretiens, une nouvelle invitation recommandée lui est envoyée. " est remplacée par la phrase " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne se présente pas à ces entretiens, il reçoit une nouvelle invitation recommandée à un entretien dans un lieu physique. ".
Art. 26. In artikel 111/29 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de zinnen "De controledienst geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende dat wil, kan hij gehoord worden bij de controledienst over de beoordeling van zijn werkzoekgedrag." vervangen door de zinnen "De controledienst beoordeelt de ontvankelijkheid van de dossiers die aan hem worden bezorgd. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten die aan de grondslag liggen van de reden waarom het dossier is doorgestuurd naar de controledienst, en over zijn verweermiddelen.";
2° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het verhoor vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt. De controledienst brengt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten. Het verhoor kan uitgesteld worden conform het derde lid, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat.";
3° in paragraaf 4, derde lid, worden de zinnen "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die, behoudens in geval van overmacht, niet later mag vallen dan zeven dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend." vervangen door de zinnen "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend.";
4° in paragraaf 4, vierde lid, wordt de zin "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft aangevraagd, neemt de controledienst een beslissing bij verstek." vervangen door de zin "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon, noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft gekregen, neemt de controledienst een beslissing bij verstek.";
5° in paragraaf 5 wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt:
"De controledienst geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. De controledienst kan een negatieve beoordeling uitspreken als:";
6° in paragraaf 6 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na de geplande datum van het verhoor. De voormelde termijn wordt opgeschort tijdens de duurtijd van eventuele verdere onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende geïnformeerd over de opschorting. De gemotiveerde beslissing die bezorgd wordt aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende, vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop beroep kan worden ingesteld.".
1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de zinnen "De controledienst geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende dat wil, kan hij gehoord worden bij de controledienst over de beoordeling van zijn werkzoekgedrag." vervangen door de zinnen "De controledienst beoordeelt de ontvankelijkheid van de dossiers die aan hem worden bezorgd. Als het dossier ontvankelijk is, wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende uitgenodigd om gehoord te worden over de feiten die aan de grondslag liggen van de reden waarom het dossier is doorgestuurd naar de controledienst, en over zijn verweermiddelen.";
2° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het verhoor vindt op zijn vroegst plaats de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging, tenzij anders is overeengekomen tussen de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende en de controledienst. De uitnodiging wordt verstuurd met een brief die de reden, de dag, het uur en de plaats van het verhoor vermeldt. De controledienst brengt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende op de hoogte van zijn rechten en plichten. Het verhoor kan uitgesteld worden conform het derde lid, maar vindt uiterlijk plaats zes maanden nadat de controledienst het dossier heeft ontvangen. Als het een laatste uitnodiging voor verhoor betreft, vermeldt de uitnodiging dat.";
3° in paragraaf 4, derde lid, worden de zinnen "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarvoor hij uitgenodigd is, verhinderd is, mag hij vragen dat het verhoor verdaagd wordt tot een datum die, behoudens in geval van overmacht, niet later mag vallen dan zeven dagen na de datum die eerst was vastgesteld. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel slechts eenmaal verleend." vervangen door de zinnen "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende de dag waarop hij uitgenodigd is, verhinderd is, kan hij met een gemotiveerd verzoek vragen dat het verhoor verdaagd wordt. De controledienst beslist over dat verzoek en legt in voorkomend geval een nieuwe datum voor het verhoor vast. Behalve in geval van overmacht wordt het uitstel maar één keer verleend.";
4° in paragraaf 4, vierde lid, wordt de zin "Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft aangevraagd, neemt de controledienst een beslissing bij verstek." vervangen door de zin "Als de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende niet aanwezig is op het verhoor, noch in persoon, noch door vertegenwoordiging, en hij geen uitstel van het verhoor heeft gekregen, neemt de controledienst een beslissing bij verstek.";
5° in paragraaf 5 wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt:
"De controledienst geeft het dossier een positieve of negatieve beoordeling. De controledienst kan een negatieve beoordeling uitspreken als:";
6° in paragraaf 6 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De beslissing van de controledienst wordt schriftelijk meegedeeld aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende binnen veertien kalenderdagen na de geplande datum van het verhoor. De voormelde termijn wordt opgeschort tijdens de duurtijd van eventuele verdere onderzoeks- of opsporingshandelingen van de controledienst. In voorkomend geval wordt de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende geïnformeerd over de opschorting. De gemotiveerde beslissing die bezorgd wordt aan de jonge verplicht ingeschreven werkzoekende, vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop beroep kan worden ingesteld.".
Art. 26. A l'article 111/29 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 4, alinéa 1er, les phrases " Le service de contrôle formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement le souhaite, il peut être entendu par le service de contrôle sur l'évaluation de son comportement de recherche. " sont remplacées par les phrases " Le service de contrôle évalue la recevabilité des dossiers qui lui sont soumis. Si le dossier est recevable, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à être entendu sur les faits qui sous-tendent la raison pour laquelle le dossier a été transmis au service de contrôle, et sur ses moyens de défense. " ;
2° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" L'audition a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition. Le service de contrôle informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations. L'audition peut être reportée conformément à l'alinéa 3, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise. " ;
3° au paragraphe 4, alinéa 3, les phrases " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui, sauf en cas de force majeure, ne peut être postérieure à 14 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " sont remplacées par les phrases " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " ;
4° au paragraphe 4, alinéa 4, la phrase " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas demandé de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut. " est remplacée par la phrase " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas obtenu de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut. " ;
5° au paragraphe 5, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le service de contrôle formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. Le service de contrôle peut formuler une évaluation négative si : " ;
6° au paragraphe 6, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" La décision du service de contrôle est communiquée par écrit au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après la date prévue de l'audition. La période susmentionnée est suspendue pendant la durée d'un éventuel travail d'enquête ou de recherche effectué par le service de contrôle. Le cas échéant, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé de la suspension. La décision motivée transmise au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours. ".
1° au paragraphe 4, alinéa 1er, les phrases " Le service de contrôle formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement le souhaite, il peut être entendu par le service de contrôle sur l'évaluation de son comportement de recherche. " sont remplacées par les phrases " Le service de contrôle évalue la recevabilité des dossiers qui lui sont soumis. Si le dossier est recevable, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est invité à être entendu sur les faits qui sous-tendent la raison pour laquelle le dossier a été transmis au service de contrôle, et sur ses moyens de défense. " ;
2° au paragraphe 4, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" L'audition a lieu au plus tôt le 21e jour après l'envoi de l'invitation, sauf accord contraire entre le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le service de contrôle. L'invitation est envoyée par lettre mentionnant la raison, le jour, l'heure et l'endroit de l'audition. Le service de contrôle informe le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement de ses droits et obligations. L'audition peut être reportée conformément à l'alinéa 3, mais elle doit avoir lieu au plus tard six mois après la réception du dossier par le service de contrôle. S'il s'agit d'une dernière invitation à l'audition, l'invitation le précise. " ;
3° au paragraphe 4, alinéa 3, les phrases " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander de reporter l'audition à une date qui, sauf en cas de force majeure, ne peut être postérieure à 14 jours après la date fixée initialement. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " sont remplacées par les phrases " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est empêché le jour auquel il est invité, il peut demander un report de l'audition au moyen d'une demande motivée. Le service de contrôle statue sur cette demande et, le cas échéant, fixe une nouvelle date pour l'audition. Sauf en cas de force majeure, le report ne peut être octroyé qu'une seule fois. " ;
4° au paragraphe 4, alinéa 4, la phrase " Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas demandé de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut. " est remplacée par la phrase " Lorsque le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas présent à l'audition, ni en personne ni par représentation, et qu'il n'a pas obtenu de report de l'audition, le service de contrôle prend une décision par défaut. " ;
5° au paragraphe 5, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
" Le service de contrôle formule une évaluation positive ou négative au sujet du dossier. Le service de contrôle peut formuler une évaluation négative si : " ;
6° au paragraphe 6, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" La décision du service de contrôle est communiquée par écrit au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dans les 14 jours calendaires après la date prévue de l'audition. La période susmentionnée est suspendue pendant la durée d'un éventuel travail d'enquête ou de recherche effectué par le service de contrôle. Le cas échéant, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est informé de la suspension. La décision motivée transmise au jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2017 tot bepaling van de kwaliteitscriteria voor de instroomopleiding Havenarbeider
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2017 déterminant les critères de qualité de la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire
Art. 27. In artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2017 tot bepaling van de kwaliteitscriteria voor de instroomopleiding Havenarbeider wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° hij is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".
"1° hij is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;".
Art. 27. A l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2017 déterminant les critères de qualité de la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° il est enregistré en tant que prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ; ".
" 1° il est enregistré en tant que prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ; ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019 portant exécution du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale
Art. 28. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 november 2020, 26 maart 2021 en 9 juli 2021, wordt een punt 34° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"34° de instroomopleiding Havenarbeider, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2017 tot bepaling van de kwaliteitscriteria voor de instroomopleiding Havenarbeider.".
"34° de instroomopleiding Havenarbeider, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2017 tot bepaling van de kwaliteitscriteria voor de instroomopleiding Havenarbeider.".
Art. 28. L'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019 portant exécution du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 novembre 2020, 26 mars 2021 et 9 juillet 2021 est complété par un point 34°, rédigé comme suit :
" 34° la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire, visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2017 déterminant les critères de qualité de la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire. ".
" 34° la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire, visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 2017 déterminant les critères de qualité de la formation d'intégration de l'ouvrier portuaire. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 29. De artikelen 8 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 april 2022.
Art. 29. Les articles 8 et 9 produisent leurs effets le 1er avril 2022.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le ministre flamand ayant l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.