Artikel 1. Artikel 25 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers wordt aangevuld met twee paragrafen, luidende:
" § 3. In afwijking van artikel 21, kan de apotheker vaccins voor menselijk gebruik, die vergund zijn voor de profylaxe van het coronavirus SARS-CoV-2 en/of de COVID-19 ziekte afleveren aan een arts of een door een arts aangewezen verpleegkundige, in het kader van een vaccinatiecampagne georganiseerd door de bevoegde overheden, met het oog op het voorkomen van besmettelijke ziektes.
De in het eerste lid bedoelde arts, is de arts onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins bedoeld in het eerste lid zullen worden toegediend.
In afwijking van artikel 27, kan de apotheker de vaccins bedoeld in het eerste lid afleveren vanuit zijn apotheek op de plaats waar deze zullen worden toegediend. Dit kan met name zijn:
1° de praktijk van de in het eerste lid bedoelde arts;
2° een door de bevoegde overheden ingericht vaccinatiecentrum;
3° de vooraf gekende locatie waar een groepsvaccinatie zal plaatsvinden.
Indien toepassing gemaakt wordt van artikel 33/2, kan de aflevering rechtstreeks worden verricht door de in artikel 33/2 bedoelde ziekenhuisapotheker-onderaannemer of apotheker-onderaannemer aan de in het eerste lid bedoelde arts of een door hem of haar aangewezen verpleegkundige, in naam en voor rekening van de uitbestedende apotheker-opdrachtgever.
Het verzenden door een koerierdienst gekozen door de apotheker(s)-titularis(sen) is toegestaan. In de gevallen voorzien in het vierde lid, kan de verzending zowel via een door de onderaannemer als via een door de opdrachtgever gekozen koerierdienst gebeuren.
§ 4. De in paragraaf 3, eerste lid bedoelde arts bestelt de in paragraaf 3, eerste lid bedoelde vaccins door middel van een schriftelijk verzoek, zoals bedoeld in artikel 16.
In afwijking van artikel 16, is de in paragraaf 3 bedoelde arts vrijgesteld van de verplichting bedoeld in artikel 2, eerste lid, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik of in artikel 2/1, § 2, eerste lid, derde streepje, van het vermelde besluit, al naar gelang het geval.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MAART 2022. - Koninklijk besluit houdende aflevering van vaccins aan artsen op grond van een schriftelijk verzoek voor een groep patiënten en uitbesteding van fractionering
Titre
17 MARS 2022. - ArrĂȘtĂ© royal relatif Ă la fourniture de vaccins aux mĂ©decins sur la base d'une demande Ă©crite pour un groupe de patients et sous-traitance du fractionnement
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. L'article 25 de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 janvier 2009 portant instructions pour les pharmaciens, est complĂ©tĂ© par deux paragraphes, rĂ©digĂ©s comme suit :
" § 3. Par dérogation à l'article 21, le pharmacien peut délivrer des vaccins à usage humain, autorisés pour la prophylaxie du coronavirus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 à un médecin ou à un infirmier désigné par un médecin, dans le cadre d'une campagne de vaccination organisée par les autorités compétentes, en vue de la prévention de maladies infectieuses.
Le médecin visé à l'alinéa 1er est le médecin sous la responsabilité duquel les vaccins visés à l'alinéa 1er seront administrés.
Par dĂ©rogation Ă l'article 27, le pharmacien peut dĂ©livrer les vaccins visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er de sa pharmacie sur le lieu oĂč ceux-ci seront administrĂ©s. Il peut s'agir notamment :
1° du cabinet du médecin visé à l'alinéa 1er ;
2° du centre de vaccination établi par les autorités compétentes ;
3° du lieu connu Ă l'avance oĂč une vaccination collective aura lieu.
S'il est fait application de l'article 33/2, la dĂ©livrance peut ĂȘtre effectuĂ©e directement par le pharmacien hospitalier sous-traitant ou le pharmacien sous-traitant, visĂ©s Ă l'article 33/2, au mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ou Ă un infirmier dĂ©signĂ© par lui, au nom et pour le compte du pharmacien donneur d'ordre.
L'envoi par un service d'envoi choisis par les pharmacien(s) titulaire(s) est permis. Dans les cas visĂ©s Ă l'alinĂ©a 4, l'envoi peut ĂȘtre effectuĂ© par un service d'envoi choisis par le sous-traitant ou par un service d'envoi choisis par le donneur d'ordre.
§ 4. Le médecin visé au paragraphe 3, alinéa 1er, commande les vaccins visés au paragraphe 3, alinéa 1er, au moyen d'une demande écrite telle que visée à l'article 16.
Par dĂ©rogation Ă l'article 16, le mĂ©decin visĂ© au paragraphe 3 est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er, troisiĂšme tiret de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas. ".
" § 3. Par dérogation à l'article 21, le pharmacien peut délivrer des vaccins à usage humain, autorisés pour la prophylaxie du coronavirus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 à un médecin ou à un infirmier désigné par un médecin, dans le cadre d'une campagne de vaccination organisée par les autorités compétentes, en vue de la prévention de maladies infectieuses.
Le médecin visé à l'alinéa 1er est le médecin sous la responsabilité duquel les vaccins visés à l'alinéa 1er seront administrés.
Par dĂ©rogation Ă l'article 27, le pharmacien peut dĂ©livrer les vaccins visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er de sa pharmacie sur le lieu oĂč ceux-ci seront administrĂ©s. Il peut s'agir notamment :
1° du cabinet du médecin visé à l'alinéa 1er ;
2° du centre de vaccination établi par les autorités compétentes ;
3° du lieu connu Ă l'avance oĂč une vaccination collective aura lieu.
S'il est fait application de l'article 33/2, la dĂ©livrance peut ĂȘtre effectuĂ©e directement par le pharmacien hospitalier sous-traitant ou le pharmacien sous-traitant, visĂ©s Ă l'article 33/2, au mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ou Ă un infirmier dĂ©signĂ© par lui, au nom et pour le compte du pharmacien donneur d'ordre.
L'envoi par un service d'envoi choisis par les pharmacien(s) titulaire(s) est permis. Dans les cas visĂ©s Ă l'alinĂ©a 4, l'envoi peut ĂȘtre effectuĂ© par un service d'envoi choisis par le sous-traitant ou par un service d'envoi choisis par le donneur d'ordre.
§ 4. Le médecin visé au paragraphe 3, alinéa 1er, commande les vaccins visés au paragraphe 3, alinéa 1er, au moyen d'une demande écrite telle que visée à l'article 16.
Par dĂ©rogation Ă l'article 16, le mĂ©decin visĂ© au paragraphe 3 est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er, troisiĂšme tiret de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas. ".
Art. 2. In hoofdstuk VI van hetzelfde besluit, wordt een artikel 33/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 33/2. Wanneer de uitbesteding, bedoeld in artikel 33 en 33/1, betrekking heeft op vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte, dan kan, in afwijking van artikel 33, § 1, eerste lid, de uitbesteding van de fractionering worden toevertrouwd aan een ziekenhuisapotheker-titularis in een ziekenhuisapotheek, zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen.
Wanneer de uitbesteding van de fractionering, bedoeld in artikel 33 en 33/1, betrekking heeft op vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte, dan zijn de apotheker-opdrachtgever enerzijds en, al naargelang het geval, de ziekenhuisapotheker-onderaannemer bedoeld in het eerste lid of de apotheker-onderaannemer bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, anderzijds, vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in artikel 33, § 2 en artikel 33/1, § 1, § 4, § 6, § 8 en § 9, eerste lid. Deze vrijstellingen doen geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden van beide partijen vervat in artikel 33/1, § 2 en § 3.
Wanneer toepassing gemaakt wordt van het tweede lid, nemen de apotheker-opdrachtgever en, al naar gelang het geval, de ziekenhuisapotheker-onderaannemer of de apotheker-onderaannemer de nodige maatregelen teneinde de traceerbaarheid van de bereidingen te waarborgen.".
"Art. 33/2. Wanneer de uitbesteding, bedoeld in artikel 33 en 33/1, betrekking heeft op vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte, dan kan, in afwijking van artikel 33, § 1, eerste lid, de uitbesteding van de fractionering worden toevertrouwd aan een ziekenhuisapotheker-titularis in een ziekenhuisapotheek, zoals bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen.
Wanneer de uitbesteding van de fractionering, bedoeld in artikel 33 en 33/1, betrekking heeft op vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte, dan zijn de apotheker-opdrachtgever enerzijds en, al naargelang het geval, de ziekenhuisapotheker-onderaannemer bedoeld in het eerste lid of de apotheker-onderaannemer bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, anderzijds, vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in artikel 33, § 2 en artikel 33/1, § 1, § 4, § 6, § 8 en § 9, eerste lid. Deze vrijstellingen doen geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden van beide partijen vervat in artikel 33/1, § 2 en § 3.
Wanneer toepassing gemaakt wordt van het tweede lid, nemen de apotheker-opdrachtgever en, al naar gelang het geval, de ziekenhuisapotheker-onderaannemer of de apotheker-onderaannemer de nodige maatregelen teneinde de traceerbaarheid van de bereidingen te waarborgen.".
Art. 2. Dans le chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 33/2, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 33/2. Lorsque la dĂ©lĂ©gation visĂ©e aux articles 33 et 33/1 concerne des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19, la dĂ©lĂ©gation du fractionnement, par dĂ©rogation Ă l'article 33, § 1er, alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre confiĂ©e Ă un pharmacien hospitalier titulaire dans une pharmacie hospitaliĂšre, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 septembre 2020 portant sur la prĂ©paration et la dĂ©livrance des mĂ©dicaments et l'utilisation et la distribution des dispositifs mĂ©dicaux dans les Ă©tablissements de soins.
Lorsque la délégation du fractionnement visée aux articles 33 et 33/1 concerne des vaccins à usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19, le pharmacien donneur d'ordre, d'une part, et, selon le cas, le pharmacien hospitalier sous-traitant visé à l'alinéa 1er ou le pharmacien sous-traitant visé à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, d'autre part, sont dispensés des obligations visées à l'article 33, § 2 et à l'article 33/1, § 1er, § 4, § 6, § 8 et § 9, alinéa 1er. Ces dispenses ne modifient en rien les responsabilités des deux parties, énoncées à l'article 33/1, § 2 et § 3.
Lorsqu'il est fait application de l'alinéa 2, le pharmacien donneur d'ordre et, selon le cas, le pharmacien hospitalier sous-traitant ou le pharmacien sous-traitant, prennent les mesures nécessaires pour garantir la traçabilité des préparations. ".
" Art. 33/2. Lorsque la dĂ©lĂ©gation visĂ©e aux articles 33 et 33/1 concerne des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19, la dĂ©lĂ©gation du fractionnement, par dĂ©rogation Ă l'article 33, § 1er, alinĂ©a 1er, peut ĂȘtre confiĂ©e Ă un pharmacien hospitalier titulaire dans une pharmacie hospitaliĂšre, telle que visĂ©e Ă l'article 1er, 1° et 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 septembre 2020 portant sur la prĂ©paration et la dĂ©livrance des mĂ©dicaments et l'utilisation et la distribution des dispositifs mĂ©dicaux dans les Ă©tablissements de soins.
Lorsque la délégation du fractionnement visée aux articles 33 et 33/1 concerne des vaccins à usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19, le pharmacien donneur d'ordre, d'une part, et, selon le cas, le pharmacien hospitalier sous-traitant visé à l'alinéa 1er ou le pharmacien sous-traitant visé à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, d'autre part, sont dispensés des obligations visées à l'article 33, § 2 et à l'article 33/1, § 1er, § 4, § 6, § 8 et § 9, alinéa 1er. Ces dispenses ne modifient en rien les responsabilités des deux parties, énoncées à l'article 33/1, § 2 et § 3.
Lorsqu'il est fait application de l'alinéa 2, le pharmacien donneur d'ordre et, selon le cas, le pharmacien hospitalier sous-traitant ou le pharmacien sous-traitant, prennent les mesures nécessaires pour garantir la traçabilité des préparations. ".
Art. 3. In Hoofdstuk II, Afdeling I van het koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 11/1, § 1. In de gevallen waarin vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte worden afgeleverd, kan de aflevering gebeuren op basis van een schriftelijk verzoek van een arts voor een groep van patiënten, overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
De aflevering bedoeld in het eerste lid kan, overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, verricht worden voor de vaccinatie van personen in een door de bevoegde overheden ingericht of aangewezen vaccinatiecentrum, dan wel voor de vaccinatie van personen in een instelling bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, aan de in het eerste lid bedoelde arts of een door hem of haar aangewezen verpleegkundige.
De in het eerste lid bedoelde arts, is:
1° voor wat betreft de vaccinatie in een vaccinatiecentrum: de arts die werkzaam is in dit vaccinatiecentrum en is de arts onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend;
2° voor wat betreft de vaccinatie in een instelling bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, de arts verantwoordelijk voor of werkzaam binnen deze instelling, onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend; of de behandelende arts van een of meerdere bewoners, onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend.
De in het eerste lid bedoelde arts is vrijgesteld van de verplichting bedoeld in artikel 2, eerste lid, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik of in artikel 2/1, § 2, eerste lid, derde streepje, van het vermelde besluit, al naar gelang het geval.
De ziekenhuisapotheker kan de vaccins afleveren op de plaats waar deze zullen worden toegediend. Dit kan met name de praktijk van de in het eerste lid bedoelde arts zijn, dan wel de vooraf gekende locatie waar een groepsvaccinatie zal plaatsvinden. Het verzenden door een koerierdienst gekozen door de apotheker(s)-titularis(sen) is toegestaan.
§ 2. In de gevallen waarin vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte worden afgeleverd, kan deze aflevering gebeuren op basis van een schriftelijk verzoek van de hoofdarts van het ziekenhuis, met oog op de toediening ervan aan het personeel van het ziekenhuis en de in het ziekenhuis werkzame ziekenhuisartsen.
De in het eerste lid bedoelde hoofdarts is vrijgesteld van de verplichting bedoeld in artikel 2, eerste lid, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik of in artikel 2/1, § 2., eerste lid, derde streepje van het vermelde besluit, al naar gelang het geval.".
"Art. 11/1, § 1. In de gevallen waarin vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte worden afgeleverd, kan de aflevering gebeuren op basis van een schriftelijk verzoek van een arts voor een groep van patiënten, overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
De aflevering bedoeld in het eerste lid kan, overeenkomstig artikel 6, § 2, tweede lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, verricht worden voor de vaccinatie van personen in een door de bevoegde overheden ingericht of aangewezen vaccinatiecentrum, dan wel voor de vaccinatie van personen in een instelling bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, aan de in het eerste lid bedoelde arts of een door hem of haar aangewezen verpleegkundige.
De in het eerste lid bedoelde arts, is:
1° voor wat betreft de vaccinatie in een vaccinatiecentrum: de arts die werkzaam is in dit vaccinatiecentrum en is de arts onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend;
2° voor wat betreft de vaccinatie in een instelling bedoeld in artikel 6, § 2, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, de arts verantwoordelijk voor of werkzaam binnen deze instelling, onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend; of de behandelende arts van een of meerdere bewoners, onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend.
De in het eerste lid bedoelde arts is vrijgesteld van de verplichting bedoeld in artikel 2, eerste lid, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik of in artikel 2/1, § 2, eerste lid, derde streepje, van het vermelde besluit, al naar gelang het geval.
De ziekenhuisapotheker kan de vaccins afleveren op de plaats waar deze zullen worden toegediend. Dit kan met name de praktijk van de in het eerste lid bedoelde arts zijn, dan wel de vooraf gekende locatie waar een groepsvaccinatie zal plaatsvinden. Het verzenden door een koerierdienst gekozen door de apotheker(s)-titularis(sen) is toegestaan.
§ 2. In de gevallen waarin vaccins voor menselijk gebruik tegen het SARS-CoV-2-virus en/of de COVID-19-ziekte worden afgeleverd, kan deze aflevering gebeuren op basis van een schriftelijk verzoek van de hoofdarts van het ziekenhuis, met oog op de toediening ervan aan het personeel van het ziekenhuis en de in het ziekenhuis werkzame ziekenhuisartsen.
De in het eerste lid bedoelde hoofdarts is vrijgesteld van de verplichting bedoeld in artikel 2, eerste lid, vijfde streepje, van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik of in artikel 2/1, § 2., eerste lid, derde streepje van het vermelde besluit, al naar gelang het geval.".
Art. 3. Dans le chapitre II, Section Ire de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 septembre 2020 portant sur la prĂ©paration et la dĂ©livrance des mĂ©dicaments et l'utilisation et la distribution des dispositifs mĂ©dicaux dans les Ă©tablissements de soins, il est insĂ©rĂ© un article 11/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 11/1, § 1er. Dans les cas oĂč des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 sont dĂ©livrĂ©s, la dĂ©livrance peut s'effectuer sur la base d'une demande Ă©crite d'un mĂ©decin pour un groupe de patients, conformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent paragraphe.
La dĂ©livrance visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er peut, conformĂ©ment Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 2, de la loi du 25 mars 1964 sur les mĂ©dicaments, ĂȘtre effectuĂ©e pour la vaccination des personnes dans un centre de vaccination mis sur pied ou dĂ©signĂ© par les autoritĂ©s compĂ©tentes, ou avant la vaccination des personnes dans une institution visĂ©e Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les mĂ©dicaments, au mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ou Ă un infirmier dĂ©signĂ© par lui.
Le médecin visé à l'alinéa premier est :
1° pour ce qui concerne la vaccination dans un centre de vaccination : le médecin qui travaille dans ce centre de vaccination et qui est le médecin sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés ;
2° pour ce qui concerne la vaccination dans une institution visée à l'article 6, § 2, alinéa 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, le médecin responsable pour ou travaillant dans cette institution, sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés ; ou le médecin traitant d'un ou plusieurs résidents, sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés.
Le mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a premier est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er,, troisiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas.
Le pharmacien hospitalier peut dĂ©livrer les vaccins sur le lieu oĂč ceux-ci seront administrĂ©s. Il peut s'agir notamment du cabinet du mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, ou du lieu connu Ă l'avance oĂč une vaccination collective aura lieu. L'envoi par un service d'envoi choisis par les pharmacien(s) titulaire(s) est permis.
§ 2. Dans les cas oĂč des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 sont dĂ©livrĂ©s, cette dĂ©livrance peut s'effectuer sur la base d'une demande Ă©crite du mĂ©decin-chef de l'hĂŽpital, pour ĂȘtre administrĂ©e au personnel hospitalier et aux mĂ©decins hospitaliers travaillant dans l'hĂŽpital.
Le mĂ©decin-chef visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er, troisiĂšme tiret de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas. ".
" Art. 11/1, § 1er. Dans les cas oĂč des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 sont dĂ©livrĂ©s, la dĂ©livrance peut s'effectuer sur la base d'une demande Ă©crite d'un mĂ©decin pour un groupe de patients, conformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent paragraphe.
La dĂ©livrance visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er peut, conformĂ©ment Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 2, de la loi du 25 mars 1964 sur les mĂ©dicaments, ĂȘtre effectuĂ©e pour la vaccination des personnes dans un centre de vaccination mis sur pied ou dĂ©signĂ© par les autoritĂ©s compĂ©tentes, ou avant la vaccination des personnes dans une institution visĂ©e Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les mĂ©dicaments, au mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ou Ă un infirmier dĂ©signĂ© par lui.
Le médecin visé à l'alinéa premier est :
1° pour ce qui concerne la vaccination dans un centre de vaccination : le médecin qui travaille dans ce centre de vaccination et qui est le médecin sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés ;
2° pour ce qui concerne la vaccination dans une institution visée à l'article 6, § 2, alinéa 1er, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, le médecin responsable pour ou travaillant dans cette institution, sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés ; ou le médecin traitant d'un ou plusieurs résidents, sous la responsabilité duquel les vaccins seront administrés.
Le mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a premier est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er,, troisiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas.
Le pharmacien hospitalier peut dĂ©livrer les vaccins sur le lieu oĂč ceux-ci seront administrĂ©s. Il peut s'agir notamment du cabinet du mĂ©decin visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, ou du lieu connu Ă l'avance oĂč une vaccination collective aura lieu. L'envoi par un service d'envoi choisis par les pharmacien(s) titulaire(s) est permis.
§ 2. Dans les cas oĂč des vaccins Ă usage humain contre le virus SARS-CoV-2 et/ou la maladie COVID-19 sont dĂ©livrĂ©s, cette dĂ©livrance peut s'effectuer sur la base d'une demande Ă©crite du mĂ©decin-chef de l'hĂŽpital, pour ĂȘtre administrĂ©e au personnel hospitalier et aux mĂ©decins hospitaliers travaillant dans l'hĂŽpital.
Le mĂ©decin-chef visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er est dispensĂ© de l'obligation visĂ©e Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, cinquiĂšme tiret, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 2005 fixant des modalitĂ©s de la prescription Ă usage humain ou Ă l'article 2/1, § 2, alinĂ©a 1er, troisiĂšme tiret de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, selon le cas. ".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag volgend op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le lendemain de sa publication au Moniteur belge.
Art. 5. De minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre qui a la SantĂ© publique dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.