Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 JULI 2022. - Wet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken II(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-08-2022 en tekstbijwerking tot 16-01-2024)
Titre
30 JUILLET 2022. - Loi visant à rendre la justice plus humaine, plus rapide et plus ferme II(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-08-2022 et mise à jour au 16-01-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (92)
Texte (92)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering
CHAPITRE 2. - Modifications du Code d'instruction criminelle
Art.2. In het Wetboek van strafvordering wordt een artikel 258/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 258/1. § 1. De voorzitter kan beslissen, in het belang van een goede rechtsbedeling, hetzij door de onevenredigheid tussen de fysieke onthaalcapaciteit van het hof van assisen en het aantal procespartijen, hetzij door het groot aantal slachtoffers met een woonplaats in het buitenland, dat het verloop van de terechtzitting het voorwerp zal uitmaken van een geluidsopname of van een audiovisuele opname die de uitgestelde uitzending ervan mogelijk maakt, door middel van een telecommunicatiemiddel dat de vertrouwelijkheid van de verzending garandeert, voor de slachtoffers en hun advocaten die om de toegang tot de uitzending hebben verzocht. Hij motiveert zijn beslissing rekening houdend met de voormelde criteria.
  § 2. De voorzitter kan evenwel verbieden om alle of een deel van de debatten uit te zenden om de sereniteit van de debatten te garanderen of om de verstoring van de openbare orde te voorkomen en kan om die reden de uitzending ten allen tijde onderbreken.
  § 3. Het opnemen van deze opname of het uitzenden ervan aan derden wordt bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en met geldboete van tweehonderd euro tot tienduizend euro of met een van die straffen alleen.
  § 4. Wanneer de voorzitter beslist om dit artikel toe te passen, wordt dit met alle passende middelen meegedeeld aan de gekende slachtoffers en hun advocaten. De slachtoffers en hun advocaten moeten ten minste acht dagen voor aanvang van de zitting aan de griffie of aan het parket meedelen dat zij de uitzending van de geluidsopname of van de audiovisuele opname van de terechtzittingen willen ontvangen.
  § 5. Wanneer de slachtoffers en hun advocaten worden geïnformeerd over de praktische modaliteiten van toegang tot de uitzending van de debatten worden zij expliciet op de hoogte gebracht van de bepaling in paragraaf 3.
  § 6. Het gebruik van het systeem vereist de verwerking van de volgende gegevens:
  1° Voor elke verschijnende natuurlijke persoon:
  a) de naam en voornamen;
  b) in voorkomend geval, de geboortedatum en -plaats;
  c) in voorkomend geval, de woonplaats;
  d) in voorkomend geval, het rijksregisternummer;
  e) in voorkomend geval, het ondernemingsnummer van de onderneming die hij vertegenwoordigt;
  f) in voorkomend geval, het adres van maatschappelijke zetel van de onderneming die hij vertegenwoordigt.
  2° voor elke gebruiker, de metagegevens gegenereerd door de connectie met het systeem;
  3° de stem en, in voorkomend geval, de afbeelding van de personen die deelnemen aan de zitting;
  4° de gegevens, met inbegrip van de persoonsgegevens, meegedeeld in de loop van de zitting.
  § 7. De gegevens worden bewaard voor de duur van het proces en de opnames kunnen in geen geval langer dan een jaar worden bewaard.".
Art.2. Dans le Code d'instruction criminelle, il est inséré un article 258/1 rédigé comme suit :
  "Art. 258/1. § 1er. Le président peut décider, dans l'intérêt de la bonne administration de la justice, en raison soit de la disproportion entre la capacité d'accueil physique de la cour d'assises et le nombre de parties au procès, soit du grand nombre de victimes avec un domicile à l'étranger, que le déroulement de l'audience fera l'objet d'une captation sonore ou audiovisuelle permettant sa diffusion en différé, par un moyen de télécommunication garantissant la confidentialité de la transmission aux victimes et à leurs avocats qui ont fait la demande d'accès à la diffusion. Il motive sa décision en tenant compte des critères précités.
  § 2. Le président peut toutefois interdire la diffusion de tout ou partie des débats afin de garantir la sérénité des débats ou de prévenir un trouble à l'ordre public et peut à cette fin interrompre la diffusion à tout moment.
  § 3. L'enregistrement de cette captation ou sa diffusion à des tiers sera puni d'un emprisonnement de six mois à deux ans et d'une amende de deux cents euros à dix mille euros ou d'une de ces peines seulement.
  § 4. Si le président décide d'appliquer le présent article, il en est fait part aux victimes connues et à leurs avocats, par tous les moyens appropriés. Les victimes et leurs avocats doivent informer le greffe ou le parquet au moins huit jours avant le début de l'audience qu'ils souhaitent recevoir la diffusion de la captation sonore ou audiovisuelle des audiences.
  § 5. Lorsque les victimes et leurs avocats sont informés des modalités pratiques d'accès à la diffusion des débats, la disposition du paragraphe 3 est expressément portée à leur connaissance.
  § 6. L'utilisation du système requiert le traitement des données suivantes :
  1° Pour chaque personne physique comparante :
  a) les nom et prénoms ;
  b) le cas échéant, la date et le lieu de naissance ;
  c) le cas échéant, le domicile ;
  d) le cas échéant, le numéro de registre national ;
  e) le cas échéant, le numéro d'entreprise de l'entreprise qu'il représente ;
  f) le cas échéant, l'adresse du siège de l'entreprise qu'il représente.
  2° pour chaque utilisateur, les métadonnées générées par la connexion au système ;
  3° la voix et, le cas échéant, l'image des personnes participant à l'audience ;
  4° les données, y compris celles à caractère personnel, communiquées au cours de l'audience.
  § 7. Les données sont conservées pendant toute la durée du procès et les enregistrements ne peuvent en aucun cas être conservés plus d'un an.".
Art.3. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 258/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 258/2. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 258/1 kan de voorzitter beslissen dat het verloop van de terechtzitting het voorwerp zal uitmaken van een geluidsopname of van een audiovisuele opname wanneer deze opname van belang is voor het aanleggen van historische justitiearchieven.
  In geval van geluidsopname of audiovisuele opname, zoals voorzien in het eerste lid en in artikel 258/1, wordt de digitale drager met de volledige opname van de debatten, na het sluiten van de debatten, bij het strafdossier gevoegd.".
Art.3. Dans le même Code, il est inséré un article 258/2 rédigé comme suit :
  "Art. 258/2. Sans préjudice du prescrit de l'article 258/1 le président peut décider que le déroulement de l'audience fera l'objet d'une captation sonore ou audiovisuelle lorsque cette captation présente un intérêt pour la constitution d'archives historiques de la justice.
  En cas de captation sonore ou audiovisuelle, conformément à l'alinéa 1er et à l'article 258/1, le support numérique contenant la captation intégrale des débats est versé au dossier pénal après la clôture des débats.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Strafwetboek
CHAPITRE 3. - Modifications du Code pénal
Art.4. Artikel 417/42 van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.".
Art.4. L'article 417/42 du Code pénal, inséré par la loi du 21 mars 2022, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Elle peut également être appliquée à la contre-valeur des meubles ou immeubles visés aux alinéas 1er ou 2 et qui ont été aliénés entre la commission de l'infraction et la décision judiciaire définitive.".
Art.5. In artikel 417/46, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, worden de woorden "opsluiting van" opgeheven.
Art.5. Dans le texte néerlandais de l'article 417/46, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2022, les mots "opsluiting van" sont abrogés.
Art.6. In artikel 433quater/4, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 maart 2022, worden de woorden "De boete wordt" vervangen door de woorden "In het geval van misbruik van prostitutie, zoals bedoeld in artikel 433quater/1, wordt de boete".
Art.6. Dans l'article 433quater/4, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 21 mars 2022, les mots "L'amende est appliquée" sont remplacés par les mots "En cas d'abus de la prostitution visé à l'article 433quater/1, l'amende est appliquée".
Art.7. In hetzelfde Wetboek wordt tussen artikel 433quater/7 en artikel 433quater/8, dat artikel 433quater/9 wordt, een nieuw artikel 433quater/8 ingevoegd, luidende:
  "Art. 433quater/8. Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf
  In afwijking van artikel 42, 1°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van de misdrijven omschreven in deze onderafdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk doet aan de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.
  De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.
  Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van de in het eerste of het tweede lid bedoelde roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.".
Art.7. Dans le même Code, il est inséré entre l'article 433quater/7 et l'article 433quater/8, qui devient l'article 433quater/9, un nouvel article 433quater/8, rédigé comme suit :
  "Art. 433quater/8. La confiscation de l'instrument de l'infraction
  Par dérogation à l'article 42, 1°, les choses qui ont servi ou qui ont été destinées à commettre les infractions décrites dans la présente sous-section sont confisquées, même si la propriété n'en appartient pas au condamné, sans que cette confiscation ne porte toutefois préjudice aux droits que les tiers peuvent faire valoir sur ces biens.
  La confiscation est également appliquée, dans les mêmes circonstances, aux immeubles ou parties d'immeuble qui ont servi ou qui ont été destinés à commettre l'infraction.
  Elle peut également être appliquée à la contre-valeur des meubles ou immeubles visés aux alinéas 1er ou 2 et qui ont été aliénés entre la commission de l'infraction et la décision judiciaire définitive. ".
Art.8. In artikel 433novies, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 maart 2022, wordt het cijfer "417/58," ingevoegd tussen de woorden "in de artikelen" en de woorden "417/59, § 2".
Art.8. Dans l'article 433novies, § 2, du même Code, inséré par la loi du 10 août 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 mars 2022, le chiffre "417/58," est inséré entre les mots "aux articles" et les mots "417/59, § 2".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 4. - Modifications du Code judiciaire
Art.9. Artikel 76 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, wordt aangevuld met een paragraaf 7, luidende:
  " § 7. Indien buitengewone omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in samenspraak met de minister bevoegd voor Justitie, op schriftelijke of mondelinge vordering van de procureur des Konings of deze magistraat gehoord, en desgevallend in overleg met de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied, gelasten dat de correctionele rechtbank in een bepaalde zaak een of meerdere zittingen houdt in een zittingsplaats die hij daartoe aanwijst en, zo daartoe grond bestaat, dat die zaak aldaar berecht wordt.".
Art.9. L'article 76 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 28 novembre 2021, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Si des circonstances exceptionnelles le justifient, le président du tribunal de première instance peut, en concertation avec le ministre qui a la Justice dans ses attributions, sur réquisition écrite ou orale du procureur du Roi ou ce magistrat entendu, et, le cas échéant, en concertation avec le président du tribunal de première instance ou le premier président de la cour d'appel du ressort concerné, ordonner que le tribunal correctionnel tienne une ou plusieurs audiences dans une affaire déterminée au lieu d'audience qu'il désigne et, s'il échet, que cette affaire y soit jugée.".
Art.10. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. Indien buitengewone omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep, in samenspraak met de minister bevoegd voor Justitie, op schriftelijke of mondelinge vordering van de procureur-generaal of deze magistraat gehoord, en desgevallend in overleg met de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of de eerste voorzitter van het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied, gelasten dat een correctionele kamer in het hof van beroep in een bepaalde zaak een of meerdere zittingen houdt in een zittingsplaats die hij daartoe aanwijst en, zo daartoe grond bestaat, dat die zaak aldaar berecht wordt.".
Art.10. L'article 101 du même Code, remplacé par la loi du 13 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2020, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Si des circonstances exceptionnelles le justifient, le premier président de la cour d'appel peut, en concertation avec le ministre qui a la Justice dans ses attributions, sur réquisition écrite ou orale du procureur général ou ce magistrat entendu, et, le cas échéant, en concertation avec le président du tribunal de première instance ou le premier président de la cour d'appel du ressort concerné, ordonner qu'une chambre correctionnelle de la cour d'appel tienne une ou plusieurs audiences dans une affaire déterminée au lieu d'audience qu'il désigne et, s'il échet, que cette affaire y soit jugée.".
Art.11. In artikel 428 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 juli 1975 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 november 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Niemand kan de titel van advocaat voeren of het beroep van advocaat uitoefenen indien hij:
  1° niet in het bezit is van het Belgische diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten;
  2° niet de eed heeft afgelegd bedoeld in artikel 429 en;
  3° niet is ingeschreven op het tableau van de Orde of op de lijst van de stagiairs.";
  b) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De Koning kan, op advies van de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, de in het eerste lid, 1°, bedoelde voorwaarde tot andere Belgische of buitenlandse diploma's uitbreiden, op voorwaarde dat deze diploma's een voldoende kennis van het Belgisch recht garanderen.".
Art.11. Dans l'article 428 du même Code, remplacé par la loi du 2 juillet 1975 et modifié en dernier lieu par la loi du 22 novembre 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  a) l'alinéa 1er est remplacé comme suit :
  "Nul ne peut porter le titre d'avocat ni en exercer la profession :
  1° s'il n'est porteur du diplôme belge de docteur, de licencié ou de master en droit ;
  2° s'il n'a prêté le serment visé à l'article 429 et ;
  3° s'il n'est inscrit au tableau de l'Ordre ou sur la liste des stagiaires." ;
  b) l'alinéa 2 est remplacé comme suit :
  "Le Roi peut, sur l'avis de l'Ordre des barreaux francophones et germanophone et de l'Orde van Vlaamse Balies, étendre la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, à d'autres diplômes, belges ou étrangers, pour autant que ces diplômes garantissent une connaissance suffisante du droit belge.".
HOOFDSTUK 5. - Opheffing van het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 tot invoering van een afwijking van de voorwaarde van nationaliteit gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het voeren van de titel en de uitoefening van het beroep van advocaat
CHAPITRE 5. - Abrogation de l'arrêté royal du 24 août 1970 apportant une dérogation à la condition de nationalité prévue à l'article 428 du Code judiciaire relatif au titre et à l'exercice de la profession d'avocat
Art.12. Het koninklijk besluit van 24 augustus 1970 tot invoering van een afwijking van de voorwaarde van nationaliteit gesteld bij artikel 428 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het voeren van de titel en de uitoefening van het beroep van advocaat wordt opgeheven.
Art.12. L'arrêté royal du 24 août 1970 apportant une dérogation à la condition de nationalité prévue à l'article 428 du Code judiciaire relatif au titre et à l'exercice de la profession d'avocat est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 6. - Modifications du Code civil
Art.13. In artikel 2.3.42 van het Burgerlijk Wetboek wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "Zij moet opgemaakt worden binnen drie maanden na het overlijden, na de melding van de echtscheiding of van de scheiding van tafel en bed op de huwelijksakte of na de opmaak van de akte van echtscheiding, of na de inschrijving in het centraal register voor huwelijksovereenkomsten van de beslissing die de scheiding van goederen uitspreekt.".
Art.13. Dans l'article 2.3.42 du Code civil, alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Il doit être établi dans les trois mois du décès, de la mention du divorce ou de la séparation de corps à l'acte de mariage, de l'établissement de l'acte de divorce, ou de l'inscription au registre central des conventions matrimoniales de la décision prononçant la séparation de biens.".
Art.14. In de Franse tekst van artikel 2.3.58, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "supérieur" dat zich tussen de woorden "patrimoine commun" en de woorden "est considérée" bevindt, opgeheven.
Art.14. Dans l'article 2.3.58, l'alinéa 2, du même Code, le mot "supérieur" se trouvant entre les mots "patrimoine commun" et les mots "est considérée" est abrogé.
Art.15. In artikel 2.3.84, § 1, 1°, b), van hetzelfde Wetboek wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid".
Art.15. Dans l'article 2.3.84, § 1er, 1°, b), du même Code, les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale".
Art.16. In boek 2, titel 3, ondertitel 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 2.3.89 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2.3.89. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en modaliteiten van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal register voor huwelijksovereenkomsten bepalen.".
Art.16. Dans le livre 2, titre 3, sous-titre 2, du même Code, il est inséré un article 2.3.89 rédigé comme suit :
  "Art. 2.3.89. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l'inscription et de la communication au registre central des conventions matrimoniales.".
Art.17. In de Franse tekst van artikel 4.4, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "n'" ingevoegd tussen de woorden "l'enfant qui" en "est pas né viable".
Art.17. Dans l'article 4.4, alinéa 2, 2°, du même Code, le mot "n'" est inséré entre les mots "l'enfant qui" et "est pas né viable".
Art.18. In artikel 4.49, § 4, tweede lid, b), van hetzelfde Wetboek wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid".
Art.18. Dans l'article 4.49, § 4, alinéa 2, b), du même Code, les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale".
Art.19. Het opschrift van boek 4, titel 1, ondertitel 6, hoofdstuk 6, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Hoofdstuk 6. Bewijs van erfrechtelijke hoedanigheid".
Art.19. L'intitulé du livre 4, titre 1er, sous-titre 6, chapitre 6, du même Code est remplacé par ce qui suit :
  "Chapitre 6. Preuve de la qualité successorale".
Art.20. Artikel 4.59 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 4.59. [1 Akten of attesten van erfopvolging]1
  § 1. [1 Zonder afbreuk te doen aan de andere bewijsmiddelen, kan al]1 wie als erfgerechtigde tot een nalatenschap geroepen is of daarin de hoedanigheid van erfgenaam heeft, dan wel als bijzondere legataris daarin gerechtigd is, [1 ...]1 deze hoedanigheid bewijzen door een akte of attest van erfopvolging voor te leggen.
  [1 Zonder afbreuk te doen aan de andere bewijsmiddelen, kan de langstlevende echtgenoot]1 door voorlegging van een akte of attest van erfopvolging bewijzen welke rechten hij krachtens zijn huwelijksstelsel verkrijgt als gevolg van de ontbinding ervan door het overlijden, zelfs indien de akte of attest de devolutie van de nalatenschap van zijn overleden echtgenoot niet vermeldt.
  Een testamentuitvoerder en een gerechtelijk aangewezen beheerder van de nalatenschap kunnen hun bevoegdheden om de goederen van de nalatenschap te beheren of om daarover te beschikken, bewijzen door een akte of een attest van erfopvolging voor te leggen.
  § 2. De akte of het attest van erfopvolging wordt opgemaakt en afgeleverd op verzoek van een of meer van de in de paragraaf 1 bedoelde personen, of, desgevallend, hun rechtsopvolgers.
  Bij gebreke van erfgenamen en na het vervullen van de in artikel 4.33, tweede lid, bedoelde formaliteiten, kan de akte van erfopvolging ook opgemaakt en afgeleverd worden op verzoek van de Staat.
  De akte of het attest van erfopvolging wordt opgesteld door een notaris.
  Indien de nalatenschap van de erflater uitsluitend wordt vererfd overeenkomstig ondertitel 4, indien er geen onbekwame erfgenamen of erfgerechtigden zijn en indien er geen uiterste wilsbeschikking, geen erfovereenkomst, geen contractuele erfstelling of geen huwelijksovereenkomst is in hoofde van de erflater, kan een akte of een attest van erfopvolging ook worden opgemaakt en afgeleverd door een ambtenaar van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
  Indien de nalatenschap van de erflater vervalt aan de Staat overeenkomstig de bepalingen van ondertitel 5, en indien er geen uiterste wilsbeschikking, geen erfovereenkomst, geen contractuele erfstelling of geen huwelijksovereenkomst in hoofde van de erflater is, wordt de akte van erfopvolging opgemaakt door een ambtenaar van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
  De notaris of het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie schrijft zijn akten en attesten van erfopvolging in het centraal erfrechtregister in overeenkomstig artikel 4.126.
  § 3. Iedere akte en ieder attest van erfopvolging vermeldt de volgende gegevens:
  1° van de erflater: de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte, adres en datum van overlijden; in voorkomend geval, het identificatienummer van het Rijksregister, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° het op de nalatenschap toepasselijk recht.
  § 4. Voor zover vereist door de wet, vermeldt de akte of het attest van erfopvolging ook de volgende gegevens, voor zover ze redelijkerwijze konden worden achterhaald:
  1° van alle personen vermeld in paragraaf 1: de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte, adres, eventueel de datum van overlijden, en in voorkomend geval het identificatienummer van het Rijksregister, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  2° van de personen vermeld in paragraaf 1, eerste lid: of, en in voorkomend geval hoe en wanneer ze hun erfkeuze hebben uitgeoefend, de omvang van het erfdeel, de omschrijving van de goederen die hen toekomen, de aard van hun rechten, en de beperkingen op de uitoefening van die rechten die het gevolg zijn van onbekwaamheid, van een beschermingsmaatregel of van een testamentaire beschikking;
  3° in voorkomend geval van de langstlevende echtgenoot: de gegevens over hun huwelijk en hun huwelijksstelsel, de omschrijving van de goederen die hem toekomen, de aard van zijn rechten, en de beperkingen op de uitoefening van die rechten die het gevolg zijn van onbekwaamheid, van een beschermingsmaatregel of van een testamentaire beschikking; tevens of hij een keuze heeft uitgeoefend omtrent de rechten vermeld in paragraaf 1, tweede lid, en in voorkomend geval hoe en wanneer hij die keuze heeft uitgeoefend, evenals de gevolgen daarvan voor wat de overgang van goederen betreft;
  4° van de legatarissen: of en, in voorkomend geval, hoe en wanneer ze in het bezit van hun legaat zijn gesteld, dan wel dat ze van rechtswege in dat bezit zijn getreden;
  5° van de testamentuitvoerder of de gerechtelijk aangestelde beheerder van de nalatenschap: de omvang van zijn bevoegdheden en de gegevens met betrekking tot de beschikking die hem deze bevoegdheden verlenen;
  6° van de Staat: de vervulling van de in artikel 4.33, tweede lid, bedoelde formaliteiten.
  De notaris of het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie kan, wanneer een akte van erfopvolging voor verschillende doeleinden wordt opgesteld, een letterlijk uittreksel van de akte afleveren voor een bepaald doel. Het uittreksel bevat alle informatie die vereist is om de beoogde doelstelling te bereiken.
  De akte of het attest van erfopvolging bestemd voor de vrijgave van tegoeden moet ofwel een afzonderlijke akte of attest zijn, ofwel het onderwerp zijn van een in het tweede lid bedoelde uittreksel, uitsluitend voor deze doelstelling opgemaakt of afgeleverd, met de door de wet vereiste vermeldingen. Het bevat de gegevens van de personen vermeld in het eerste lid, 1° tot 5°, enkel voor zover deze personen op deze tegoeden gerechtigd zijn.
  In de mate waarin een akte van erfopvolging de verkrijging van zakelijke rechten ter zake des doods vaststelt met betrekking tot onroerende goederen zoals bedoeld in artikel 3.30, § 1, 7°, mag de notaris of het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van die akte een letterlijk uittreksel afleveren dat zal worden overgeschreven op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het rechtsgebied waarbinnen de goederen gelegen zijn, op de wijze en binnen de termijnen bedoeld in artikel 3.31.
  § 5. De notaris en het kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie kunnen de aflevering van een akte of een attest van erfopvolging weigeren indien zij aan de hand van de door de verzoekende belanghebbende voorgelegde stukken, de gedane verklaringen en de door hen verrichte opzoekingen, niet met zekerheid de gegevens kunnen vaststellen die vereist zijn door paragraaf 3 of die overeenkomstig paragraaf 4 nodig zijn omwille van de doeleinden waarvoor de akte of het attest zou worden afgegeven.
  § 6. Alle personen die in de akte of het attest van erfopvolging zijn vermeld, worden geacht de in de akte of het attest vermelde hoedanigheid te hebben, en de daaraan verbonden rechten en bevoegdheden te kunnen uitoefenen.
  Eenieder die te goeder trouw handelt op grond van de in de akte of het attest van erfopvolging vermelde informatie met een persoon die in de akte of het attest wordt vermeld, wordt geacht te handelen met een persoon die de in de akte of het attest vermelde hoedanigheid heeft.
  Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, is de betaling van tegoeden van de erflater bevrijdend, indien de schuldenaar daar te goeder trouw toe overgaat, ofwel aan of op instructie van de personen die in de akte of het attest van erfopvolging zijn aangewezen als degene die op deze tegoeden gerechtigd zijn, ofwel aan of op instructie van een gerechtsmandataris.
  De naleving van de regels in deze paragraaf vermeld, ontslaat de schuldenaar niet van eventuele andere wettelijke verplichtingen voorgeschreven voor de deblokkering van deze tegoeden.
  § 7. De Koning kan voor de akten van erfopvolging opgesteld door een ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie:
  1° de materiële vormen van de akte bepalen;
  2° de nadere regels inzake de aflevering van uitgiften en uittreksels van de akte bepalen;
  3° de nadere regels inzake de legalisatie van de akte bepalen;
  4° bijkomende modaliteiten bepalen die nodig zijn om de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring van de akten te waarborgen;
  5° de materiële vormen en de inhoud bepalen van iedere aanvraag om een akte van erfopvolging. Hij kan het gebruik voorschrijven van formulieren waarvan Hij het model bepaalt en bepalen of de aanvraag op een gedematerialiseerde wijze kan of moet worden ingediend alsmede de nadere regels van haar indiening.
  De bepalingen van het eerste lid, 1°, 2°, 4° en 5°, gelden eveneens voor de attesten van erfopvolging opgesteld door het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie overeenkomstig dit artikel. De Koning kan bepalen dat deze attesten op een gedematerialiseerde wijze kunnen of moeten worden afgeleverd, alsmede de nadere regels van hun aflevering.".
  
Art.20. L'article 4.59 du même Code est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 4.59. [1 "Actes ou certificats d'hérédité"]1
  § 1er. [1 Sans préjudice des autres moyens de preuve, toute]1 personne appelée à la succession en tant que successible, ou y ayant la qualité d'héritier, ou encore en tant que légataire particulier, peut prouver cette qualité en présentant un acte ou un certificat d'hérédité.
  [1 Sans préjudice des autres moyens de preuve, le conjoint]1 survivant peut, par la présentation d'un acte ou d'un certificat d'hérédité, prouver quels droits il acquiert en vertu de son régime matrimonial à la suite de la dissolution de celui-ci par le décès, même si l'acte ou le certificat n'indique pas la dévolution de la succession de son conjoint défunt.
  Un exécuteur testamentaire et un administrateur judiciaire de la succession peuvent prouver leurs pouvoirs d'administration ou de disposition à l'égard des biens de la succession par la présentation d'un acte ou d'un certificat d'hérédité.
  § 2. L'acte ou le certificat d'hérédité est établi et délivré à la demande d'une ou plusieurs des personnes visées au paragraphe 1er, ou, le cas échéant, de leurs ayants droit.
  A défaut de tout héritier et après l'accomplissement des formalités visées à l'article 4.33, alinéa 2, l'acte d'hérédité peut également être établi et délivré à la demande de l'Etat.
  L'acte ou le certificat d'hérédité est établi par un notaire.
  Si la succession du défunt est exclusivement dévolue conformément au sous-titre 4, s'il n'y a pas d'héritiers ou successibles incapables et s'il n'est pas question de dispositions de dernière volonté, d'un pacte successoral, d'une institution contractuelle ou d'une convention matrimoniale dans le chef du défunt, un acte ou un certificat d'hérédité peut également être établi et délivré par un fonctionnaire du bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale.
  Si la succession du défunt est acquise à l'Etat conformément aux dispositions du sous-titre 5 et s'il n'est pas question de dispositions de dernière volonté, d'un pacte successoral, d'une institution contractuelle ou d'une convention matrimoniale dans le chef du défunt, l'acte d'hérédité est établi par un fonctionnaire du bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale.
  Le notaire ou le bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale inscrit ses actes et certificats d'hérédité dans le registre central successoral conformément à l'article 4.126.
  § 3. Tout acte et tout certificat d'hérédité mentionnent les données suivantes :
  1° du défunt : ses nom, prénoms, lieu et date de naissance, adresse et date de décès ; le cas échéant, le numéro d'identification du Registre national, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour des entreprises ;
  2° la loi applicable à la succession.
  § 4. Dans la mesure requise par la loi, l'acte ou le certificat d'hérédité mentionne les données suivantes, pour autant qu'elles aient pu raisonnablement être déterminées :
  1° pour toutes les personnes mentionnées au paragraphe 1er, leurs nom, prénoms, lieu et date de naissance, adresse et éventuellement date de décès et, le cas échéant, le numéro d'identification du Registre national, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour des entreprises ;
  2° pour les personnes mentionnées au paragraphe 1er, alinéa 1er : si, et le cas échéant comment et quand ils ont exercé leur option héréditaire, l'étendue de leur part héréditaire, la description des biens qui leur reviennent, la nature de leurs droits et les restrictions à l'exercice de leurs droits en raison de leur incapacité, d'une mesure de protection ou d'une disposition testamentaire ;
  3° le cas échéant, pour le conjoint survivant : les données relatives au mariage et au régime matrimonial, la description des biens qui lui reviennent, la nature de ses droits, et les restrictions à l'exercice de ses droits en raison de son incapacité, d'une mesure de protection ou d'une disposition testamentaire ; en outre, s'il a exercé une option quant aux droits mentionnés au paragraphe 1er, alinéa 2, et le cas échéant, comment et quand il a exercé son option, ainsi que les conséquences de celle-ci pour la transmission des biens ;
  4° pour les légataires : s'ils ont et, le cas échéant quand et comment ils ont été mis en possession de leur legs, ou s'ils sont entrés en cette possession de plein droit ;
  5° pour l'exécuteur testamentaire ou l'administrateur judiciaire de la succession : l'étendue de ses pouvoirs et les données relatives à la disposition qui lui accorde ces pouvoirs ;
  6° pour l'Etat : l'accomplissement des formalités visées à l'article 4.33, alinéa 2.
  Lorsqu'un acte d'hérédité est établi en vue de plusieurs finalités, le notaire ou le bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale peut délivrer un extrait littéral de l'acte en vue d'une finalité déterminée. L'extrait mentionne toute l'information requise pour atteindre utilement la finalité envisagée.
  L'acte ou le certificat d'hérédité destiné à la libération des avoirs du défunt doit soit être un acte ou un certificat distinct, soit faire l'objet d'un extrait conformément à l'alinéa 2, établi ou délivré exclusivement en vue de cette finalité et contenant les mentions exigées par la loi. Il ne contient les données des personnes mentionnées à l'alinéa 1er, 1° à 5°, que pour autant que ces personnes puissent prétendre à ces avoirs.
  Dans la mesure où un acte d'hérédité constate l'acquisition pour cause de mort, visée à l'article 3.30, § 1er, 7°, de droits réels portant sur des immeubles, le notaire ou le bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale peut en délivrer un extrait littéral qui sera transcrit au bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale dans le ressort duquel les biens sont situés, de la manière et dans les délais prévus à l'article 3.31.
  § 5. Le notaire ou le bureau de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale peuvent refuser toute remise d'acte ou de certificat d'hérédité si les pièces présentées par la partie intéressée requérante, les déclarations faites et les recherches effectuées ne leur permettent pas de constater avec certitude les données qui sont requises par le paragraphe 3 ou qui sont requises conformément au paragraphe 4 en raison des finalités pour lesquelles l'acte ou le certificat devrait être délivré.
  § 6. Toutes les personnes désignées dans l'acte ou le certificat d'hérédité sont censées avoir la qualité qui est mentionnée dans l'acte ou le certificat, et pouvoir exercer les droits et les pouvoirs qui y sont rattachés.
  Toute personne agissant de bonne foi sur la base de l'information mentionnée dans l'acte ou le certificat d'hérédité avec une personne désignée dans cet acte ou ce certificat, est censée agir avec une personne ayant la qualité mentionnée dans cet acte ou ce certificat.
  Sauf disposition légale contraire, le paiement des avoirs du défunt est libératoire s'il est fait par le débiteur de bonne foi, soit aux ou sur instruction des personnes désignées par cet acte ou ce certificat d'hérédité comme étant celles qui y ont droit, soit à ou sur instruction d'un mandataire judiciaire.
  Le respect des dispositions prévues au présent paragraphe n'exempte en aucun cas le débiteur d'éventuelles autres obligations légales prescrites pour le déblocage de ces avoirs.
  § 7. Le Roi peut, pour les actes d'hérédité établis par un fonctionnaire de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale :
  1° déterminer les formes matérielles de l'acte ;
  2° déterminer les modalités relatives à la délivrance des expéditions et extraits de cet acte ;
  3° déterminer les modalités relatives à la légalisation de l'acte ;
  4° déterminer des modalités complémentaires nécessaires pour garantir l'immuabilité, la confidentialité et la conservation de l'acte ;
  5° déterminer les formes matérielles et le contenu de chaque demande d'acte d'hérédité. Il peut prescrire l'utilisation de formulaires dont Il détermine le modèle et déterminer si la demande peut ou doit être présentée de manière dématérialisée et les modalités de sa présentation.
  Les dispositions de l'alinéa 1er, 1°, 2°, 4° et 5°, s'appliquent également aux certificats d'hérédité établis par le bureau compétent de l'Administration générale de la Documentation patrimoniale conformément au présent article. Le Roi peut déterminer que ces certificats peuvent ou doivent être délivrés de manière dématérialisée, ainsi que les modalités de leur délivrance.".
  
Art.21. In artikel 4.125 van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende:
  "1° /1 binnen de perken van de bepalingen van deze ondertitel, op geautomatiseerde wijze de vaststelling van de hoedanigheid van erfgenaam mogelijk te maken zoals bedoeld in artikel 14, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 maart 2020 houdende de invoering van de Notariële Aktebank;".
Art.21. Dans l'article 4.125 du même Code, il est inséré un 1° /1, rédigé comme suit :
  "1° /1 de permettre, dans les limites précisées dans le présent sous-titre, de constater la qualité d'héritier de manière automatisée, comme visé à l'article 14, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 18 mars 2020 portant l'introduction de la Banque des actes notariés ;".
Art.22. In artikel 4.126 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden "door een notaris" opgeheven;
  2° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie schrijft de akten en de attesten van erfopvolging bedoeld in paragraaf 1 die het heeft opgemaakt, in.".
Art.22. A l'article 4.126 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots "par un notaire" sont abrogés ;
  2° le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  "Le bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale inscrit les actes et les certificats d'hérédité visés au paragraphe 1er qu'il a établis.".
Art.23. In artikel 4.127, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1°, b), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";
  b) er wordt een bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende:
  "1° /1 van de erfgenamen:
  a) de naam en voorna(a)m(en);
  b) het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;";
  c) in de bepaling onder 2°, c), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";
  d) in de bepaling onder 4° worden de woorden "of door een bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie" ingevoegd tussen de woorden "door een notaris" en de woorden ", met aanduiding van";
  e) in de bepaling onder 6° worden de woorden "van het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie dat de akte of het attest van erfopvolging heeft opgemaakt," ingevoegd tussen de woorden "het attest of de Europese erfrechtverklaring heeft opgemaakt," en de woorden "van het rechtscollege dat de Europese";
  f) de bepaling onder 7° wordt aangevuld met de woorden "van de notaris of van het bevoegd kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimonium-documentatie".
Art.23. Dans l'article 4.127, § 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, b), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale" ;
  b) un 1° /1 est inséré rédigé comme suit :
  "1° /1 des héritiers :
  a) les nom et prénom(s) ;
  b) le numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale ;" ;
  c) au 2°, c), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale" ;
  d) au 4° les mots "ou par un bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale" sont insérés entre les mots "par un notaire" et les mots ", avec indication de" ;
  e) au 6° les mots "du bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale qui a établi l'acte ou le certificat hérédité," sont insérés entre les mots "le certificat ou le certificat successoral européen," et les mots "de la juridiction qui a établi" ;
  f) le 7° est complété par les mots "du notaire ou du bureau compétent de l'Administration générale de la documentation patrimoniale".
Art.24. In artikel 4.128 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° wordt het opschrift aangevuld met de woorden "en mededeling in het Belgisch Staatsblad";
  2° het lid wordt aangevuld met de woorden "en de nadere regels en de kosten van de mededeling in het Belgisch Staatsblad van de verklaringen van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving".
Art.24. A l'article 4.128 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'intitulé est complété par les mots "et mention au Moniteur belge" ;
  2° l'alinéa est complété par les mots "et les modalités et les frais de la mention au Moniteur belge des déclarations d'acceptation sous bénéfice d'inventaire".
Art.25. In artikel 4.131, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de eerste zin wordt vervangen als volgt:
  "Met uitzondering van de gegevens bedoeld onder artikel 4.127, § 1, 1° /1, zijn de gegevens opgenomen in het centraal erfrechtregister toegankelijk voor:";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid luidend:
  "De gegevens bedoeld in artikel 4.127, § 1, 1° /1, zijn enkel toegankelijk voor de beheerder van de Notariële Aktebank bedoeld in artikel 18 van de wet van 25 Ventôse Jaar XI op het notarisambt, teneinde de toegang van de erfgenamen tot de akten van hun rechtsvoorganger mogelijk te maken.".
Art.25. A l'article 4.131, § 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  "A l'exception des données visées à l'article 4.127, § 1er, 1° /1, les données figurant dans le registre central successoral sont accessibles :" ;
  2° le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  "Les données visées à l'article 4.127, § 1er, 1° /1, sont uniquement accessibles au gestionnaire de la Banque des actes notariés visée à l'article 18 de la loi du 25 Ventôse An XI contenant organisation du notariat, en vue de permettre l'accès des héritiers aux actes de leur prédécesseur en droit.".
Art.26. In boek 4, titel 1, ondertitel 11, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 4.131/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4.131/1. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en nadere regels van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal erfrechtregister bepalen.".
Art.26. Dans le livre 4, titre 1er, sous-titre 11, du même Code, il est inséré un article 4.131/1 rédigé comme suit :
  "Art. 4.131/1. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l'inscription et de la communication au registre central successoral.".
Art.27. In de Franse tekst van artikel 4.143, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "autorisées ou approuvées" vervangen door de woorden "autorisés ou approuvés".
Art.27. Dans l'article 4.143, alinéa 1er, du même Code, les mots "autorisées ou approuvées" sont remplacés par les mots "autorisés ou approuvés".
Art.28. In de Franse tekst van het opschrift van artikel 4.167 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "protégés" opgeheven.
Art.28. Dans l'intitulé de l'article 4.167 du même Code, le mot "protégés" est abrogé.
Art.29. In artikel 4.258, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de eerste paragraaf" vervangen door de woorden "het eerste lid".
Art.29. Dans l'article 4.258, alinéa 2, du même Code, les mots "au paragraphe" sont remplacés par les mots "à l'alinéa".
Art.30. In artikel 4.262, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1°, b), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";
  b) in de bepaling onder 2°, b), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";
  c) in de bepaling onder 3°, b), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";
  d) in de bepaling onder 4°, b), wordt het woord "rijksregisternummer" vervangen door de woorden "identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid".
Art.30. Dans l'article 4.262, § 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au 1°, b), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale" ;
  b) au 2°, b), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale" ;
  c) au 3°, b), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale" ;
  d) au 4°, b), les mots "numéro de registre national" sont remplacés par les mots "numéro d'identification du Registre national ou le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale".
Art.31. In boek 4, titel 2, ondertitel 11, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 4.267 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4.267. De Koning kan de nadere regels inzake het beheer alsook de vorm en modaliteiten van de inschrijving in, en kennisgeving aan, het centraal register van testamenten bepalen.".
Art.31. Dans le livre 4, titre 2, sous-titre 11, du même Code, il est inséré un article 4.267 rédigé comme suit :
  "Art. 4.267. Le Roi peut déterminer les modalités de gestion ainsi que la forme et les modalités de l'inscription et de la communication au registre central des testaments.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 28 april 2022 houdende boek 1 "Algemene bepalingen" van het Burgerlijk Wetboek"
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 28 avril 2022 portant le livre 1er "Dispositions générales "du Code civil"
Art.32. In artikel 2 van de wet van 28 april 2022 houdende boek 1 "Algemene bepalingen" van het Burgerlijk Wetboek, in de Franse tekst van artikel 1.7 van het Burgerlijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "legaux" ingevoegd tussen de woorden "les jours fériés" en de woorden ", les dimanches et les samedis";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt het woord "légal" ingevoegd tussen de woorden "un jour férié" en de woorden ", un dimanche ou un samedi".
Art.32. A l'article 2 de la loi du 28 avril 2022 portant le livre 1er "Dispositions générales" du Code civil, à l'article 1.7 du Code civil, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "légaux" est inséré entre les mots "les jours fériés" et les mots ", les dimanches et les samedis" ;
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le mot "légal" est inséré entre les mots "un jour férié" et les mots ", un dimanche ou un samedi".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 28 april 2022 houdende boek 5 "Verbintenissen" van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 "Les obligations" du Code civil
Art.33. In artikel 2 van de wet van 28 april 2022 houdende boek 5 "Verbintenissen" van het Burgerlijk Wetboek, in de Franse tekst van artikel 5.211 van het Burgerlijk Wetboek, wordt het woord "dûe" vervangen door het woord "due".
Art.33. Dans l'article 2 de la loi du 28 avril 2022 portant le livre 5 "Les obligations" du Code civil, à l'article 5.211 du Code civil, le mot "dûe" est remplacé par le mot "due".
Art.34. In artikel 2 van dezelfde wet, in de Franse tekst van artikel 5.245, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, wordt het woord "par" opgeheven.
Art.34. Dans l'article 2 de la même loi, à l'article 5.245, alinéa 1er, du Code civil, le mot "par" est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
CHAPITRE 9. - Modifications du Code du 13 avril 2019 du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Art.35. In het opschrift van titel 3, hoofdstuk 3, afdeling 3, onderafdeling 2, van het Wetboek van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, wordt het cijfer "4.59" vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
Art.35. Dans l'intitulé du titre 3, chapitre 3, section 3, sous-section 2, du Code du 13 avril 2019 du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, modifié par la loi du 19 janvier 2022, le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,".
Art.36. [1 In artikel 43, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 23 april 2020 en 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
   1° de woorden "legatarissen of de begunstigden" worden vervangen door de woorden "legatarissen, de begunstigden";
   2° de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" worden ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "verschuldigd zijn";
   3° het cijfer "4.59" wordt vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,";
   4° de woorden "attest, of de begunstigden" worden vervangen door de woorden "attest, de begunstigden";
   5° de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" worden ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden ", verschuldigde sommen".]1

  
Art.36. [1 Dans l'article 43, § 1er, alinéa 1er, du même Code, modifié par les lois des 23 avril 2020 et 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées:
   1° les mots "légataires ou les bénéficiaires" sont remplacés par les mots "légataires, les bénéficiaires";
   2° les mots "ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "le de cujus" et les mots ", les notaires";
   3° le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,";
   4° les mots "certificat, ou les bénéficiaires" sont remplacés par les mots "certificat, les bénéficiaires";
   5° les mots "ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "le de cujus" et les mots ", et qui sont".]1

  
Art.36/1. [1 In artikel 43, § 5, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 20 december 2021, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
   "Het bericht vermeldt de identiteit van de erflater, van zijn erfgenamen of legatarissen, van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling of van de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.]1

  
Art.36/1. [1 Dans l'article 43, § 5, du même Code, modifié par la loi du 20 décembre 2021, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
   "L'avis mentionne l'identité du de cujus, de ses héritiers ou légataires, du bénéficiaire éventuel d'une institution contractuelle ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil.]1

  
Art.37. In artikel 45 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "onderaan de afgeleverde uitgifte" en de woorden "van de akte van erfopvolging";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de uitgifte" vervangen door de woorden ", de uitgifte of het uittreksel";
  3° in het derde lid worden de woorden "of een uitgifte" vervangen door de woorden ", een uitgifte of een uittreksel".
Art.37. A l'article 45 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" ;
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait".
Art.38. In artikel 46, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of uit de uitgifte" vervangen door de woorden ", de uitgifte of het uittreksel";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of een uitgifte" vervangen door de woorden ", een uitgifte of een uittreksel";
  [1 2° /1 in het tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "contractuele erfstelling of" vervangen door de woorden "contractuele erfstelling, de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek of";
   2° /2 in het tweede lid, a), worden de woorden "legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde van een contractuele erfstelling of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek";
   2° /3 in het tweede lid, b), worden de woorden "contractuele erfstelling of" vervangen door de woorden "contractuele erfstelling, de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek of";]1

  3° het cijfer "4.59" wordt telkens vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
  
Art.38. A l'article 46, § 1er, du même Code, modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait" ;
  [1 2° /1 dans l'alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots "institution contractuelle ou" sont remplacés par les mots "institution contractuelle, au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil ou";
   2° /2 dans l'alinéa 2, a), les mots "légataire ou bénéficiaire d'une institution contractuelle" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire d'une institution contractuelle ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil"";
   2/3° dans l'alinéa 2, b), les mots "institution contractuelle ou" sont remplacés par les mots "institution contractuelle, conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil ou".]1

  3° le chiffre "4.59" est chaque fois remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,".
  
Art.39. In artikel 48 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, wordt het cijfer "4.59" vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
Art.39. Dans l'article 48 du même Code, modifié par la loi du 19 janvier 2022, le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
CHAPITRE 10. - Modifications de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs
Art.40. In artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003 en bij de wet van 10 januari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De commissie is de verwerkingsverantwoordelijke van het systeem van informatieverwerking bedoeld in het eerste lid.";
  2° in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "het derde lid" vervangen door de woorden "het vierde lid";
  3° in het vroegere vijfde lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de Gegevensbeschermingsautoriteit" en worden de woorden "het vierde lid" vervangen door de woorden "het vijfde lid".
Art.40. A l'article 55 de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, modifié par l'arrêté royal du 4 avril 2003 et par la loi du 10 janvier 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  "La commission est le responsable du traitement du système de traitement des informations visé à l'alinéa 1er." ;
  2° dans l'alinéa 4 ancien, devenant l'alinéa 5, les mots "l'alinéa 3" sont remplacés par les mots "l'alinéa 4" ;
  3° dans l'alinéa 5 ancien, devenant l'alinéa 6, les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont remplacés par les mots "l'Autorité de protection des données," et les mots "l'alinéa 4" sont remplacés par les mots "l'alinéa 5".
Art.41. In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 januari 2010 en bij artikel 31 van de wet van 7 mei 2019, zelf vernietigd onder bepaalde voorwaarden bij het arrest nr. 177/2021 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Bij elk bezoek van de betrokken persoon wordt een foto van die persoon genomen en bewaard in het register.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
  "De doelstelling van dit register is de commissie in staat te stellen a posteriori na te gaan of de raadplegingen van het systeem van informatieverwerking, bedoeld in artikel 55, wel degelijk gedaan zijn met betrekking tot de spelers die kansspelinrichtingen klasse I, II of een vaste kansspelinrichting klasse IV bezoeken.
  De persoonsgegevens die opgenomen zijn in het register worden bewaard gedurende een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de laatste deelneming aan een kansspel door de betrokkene.";
  3° in het vroegere derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "gedurende ten minste vijf jaar" vervangen door de woorden "gedurende een termijn van maximum tien jaar".
Art.41. A l'article 62 de la même loi, modifié par la loi du 10 janvier 2010 et par l'article 31 de la loi du 7 mai 2019, annulé lui-même sous certaines conditions par l'arrêt n° 177/2021 de la Cour constitutionnelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante : "A chaque visite de la personne concernée, une photographie de cette personne est prise et conservée dans le registre." ;
  2° il est inséré, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, deux alinéas rédigés comme suit :
  "La finalité de ce registre est de permettre à la commission de vérifier a posteriori si les consultations du système de traitement des informations visé à l'article 55 ont bien été réalisées sur les joueurs qui fréquentent les établissements de jeux de hasard de classe I, II, ou d'un établissement de jeux de hasard fixe de classe IV.
  Les données à caractère personnel inscrites dans le registre sont conservées pendant une période de dix ans à dater de la dernière activité de jeu de la personne concernée." ;
  3° dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 5, les mots "pendant au moins cinq ans" sont remplacés par les mots "pour une durée de maximum dix ans".
   (NOTE : art. 41,1° et 3° annulé par ACC 2023-11-23/42, art. M; En vigueur : 30-07-2022> CHAPITRE 11. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
  (NOTA : art. 41,1° en 3° vernietigt door AGH 2023-11-23/42, art. M; Inwerkingtreding : 30-07-2022)HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
-
Art.42. In artikel 6, § 1, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, wordt het woord "driemaal" vervangen door het woord "viermaal".
Art.42. Dans l'article 6, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, les mots "trois fois" sont remplacés par les mots "quatre fois".
Art.43. In artikel 10, § 2, vierde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, worden de woorden "van een eerste uitgaansvergunning, bedoeld in artikel 4, § 3," ingevoegd tussen de woorden "van de toekenning" en de woorden "van een eerste penitentiair verlof" en worden de woorden "en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd, of van de plaatsing in een transitiehuis" vervangen door de woorden ", van de plaatsing in een transitiehuis".
Art.43. Dans l'article 10, § 2, alinéa 4, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 28 novembre 2021, les mots "d'une première permission de sortie visée à l'article 4, § 3," sont insérés entre les mots "de l'octroi" et les mots "d'un premier congé pénitentiaire" et les mots "et, le cas échéant, des conditions imposées dans son intérêt, ou du placement en maison de transition" sont remplacés par les mots ", du placement en maison de transition".
Art. 43. In artikel 10, § 2, vierde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, worden de woorden "van een eerste uitgaansvergunning, bedoeld in artikel 4, § 3," ingevoegd tussen de woorden "van de toekenning" en de woorden "van een eerste penitentiair verlof" en worden de woorden "en, in voorkomend geval, van de voorwaarden die in zijn belang zijn opgelegd, of van de plaatsing in een transitiehuis" vervangen door de woorden ", van de plaatsing in een transitiehuis".
Art. 43. Dans l'article 10, § 2, alinéa 4, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 28 novembre 2021, les mots "d'une première permission de sortie visée à l'article 4, § 3," sont insérés entre les mots "de l'octroi" et les mots "d'un premier congé pénitentiaire" et les mots "et, le cas échéant, des conditions imposées dans son intérêt, ou du placement en maison de transition" sont remplacés par les mots ", du placement en maison de transition".
Art.45. In artikel 28 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, eerste zin, wordt aangevuld met de woorden "waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden";
  2° paragraaf 2, enig lid, eerste zin, wordt aangevuld met de woorden "waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden".
Art.45. A l'article 28 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 15 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, première phrase, est complété par les mots "auxquelles la fixation de conditions particulières ne puisse répondre" ;
  2° le paragraphe 2, alinéa unique, première phrase, est complété par les mots "auxquelles la fixation de conditions particulières ne puisse répondre".
Art. 45. In artikel 28 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, eerste zin, wordt aangevuld met de woorden "waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden";
  2° paragraaf 2, enig lid, eerste zin, wordt aangevuld met de woorden "waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden".
Art. 45. A l'article 28 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 15 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, première phrase, est complété par les mots "auxquelles la fixation de conditions particulières ne puisse répondre" ;
  2° le paragraphe 2, alinéa unique, première phrase, est complété par les mots "auxquelles la fixation de conditions particulières ne puisse répondre".
Art.47. In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 28 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "en de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied,"ingevoegd tussen de woorden "de beperkte detentie" en de woorden "een vast adres";
  2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
  "4° voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, de verplichting om het grondgebied effectief te verlaten en het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving en de reglementering betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf of de vestiging in het Rijk en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechter.".
Art.47. A l'article 39 de la même loi, modifié par la loi du 28 novembre 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 2°, les mots "et la mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire" sont insérés entre les mots "la détention limitée" et les mots ", avoir une adresse fixe" ;
  2° l'article est complété par un 4°, rédigé comme suit :
  "4° pour la mise en liberté provisoire en vue de l'éloignement du territoire, l'obligation de quitter effectivement le territoire et l'interdiction de revenir en Belgique pendant le délai d'épreuve sans être en règle avec la législation et la réglementation relative à l'accès au territoire, au séjour ou à l'établissement dans le Royaume et sans l'autorisation préalable du juge de l'application des peines.".
Art.48. Artikel 40 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
  " § 2. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten.
  Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis de maximumperiode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie hierover moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat.
  § 3. In geval van een veroordeling wegens feiten bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of in geval er concrete elementen bestaan van gewelddadig extremisme, zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, moet de strafuitvoeringsrechter zijn overeenkomstig paragraaf 2 gegeven toestemming om het grondgebied van het Rijk te verlaten, met bijzondere redenen omkleden.".
Art.48. L'article 40 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2 et 3, rédigés comme suit :
  " § 2. En cas d'octroi d'une libération conditionnelle, le juge de l'application des peines détermine également dans son jugement si le condamné peut ou non quitter le territoire du Royaume pendant la libération conditionnelle.
  Dans le cas où le condamné peut quitter le territoire du Royaume, le juge de l'application des peines détermine dans son jugement la période maximale pendant laquelle le condamné peut le faire et à quelle fréquence et, le cas échéant, si et de quelle manière le condamné doit en informer le ministère public avant de quitter le territoire du Royaume.
  § 3. En cas de condamnation pour des faits visés au livre II, titre Ierter, du Code pénal, ou s'il existe des éléments concrets d'extrémisme violent tels que définis à l'article 32, § 2, alinéa 2, l'autorisation donnée par le juge de l'application des peines conformément au paragraphe 2 de quitter le territoire du Royaume doit faire l'objet d'une motivation spéciale.".
Art. 48. Artikel 40 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
  " § 2. Ingeval het een toekenning van een voorwaardelijke invrijheidsstelling betreft, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis eveneens of de veroordeelde tijdens de voorwaardelijke invrijheidsstelling al dan niet het grondgebied van het Rijk mag verlaten.
  Ingeval de veroordeelde het grondgebied van het Rijk mag verlaten, bepaalt de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis de maximumperiode voor dewelke de veroordeelde dit kan en de frequentie ervan en, in voorkomend geval, of en op welke wijze de veroordeelde het openbaar ministerie hierover moet inlichten voor hij het grondgebied van het Rijk verlaat.
  § 3. In geval van een veroordeling wegens feiten bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek, of in geval er concrete elementen bestaan van gewelddadig extremisme, zoals gedefinieerd in artikel 32, § 2, tweede lid, moet de strafuitvoeringsrechter zijn overeenkomstig paragraaf 2 gegeven toestemming om het grondgebied van het Rijk te verlaten, met bijzondere redenen omkleden.".
Art. 48. L'article 40 de la même loi, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2 et 3, rédigés comme suit :
  " § 2. En cas d'octroi d'une libération conditionnelle, le juge de l'application des peines détermine également dans son jugement si le condamné peut ou non quitter le territoire du Royaume pendant la libération conditionnelle.
  Dans le cas où le condamné peut quitter le territoire du Royaume, le juge de l'application des peines détermine dans son jugement la période maximale pendant laquelle le condamné peut le faire et à quelle fréquence et, le cas échéant, si et de quelle manière le condamné doit en informer le ministère public avant de quitter le territoire du Royaume.
  § 3. En cas de condamnation pour des faits visés au livre II, titre Ierter, du Code pénal, ou s'il existe des éléments concrets d'extrémisme violent tels que définis à l'article 32, § 2, alinéa 2, l'autorisation donnée par le juge de l'application des peines conformément au paragraphe 2 de quitter le territoire du Royaume doit faire l'objet d'une motivation spéciale.".
Art.50. In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 15 maart 2012 en 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid worden de woorden "van de strafuitvoeringsrechtbank" ingevoegd tussen de woorden "op de beslissingen" en de woorden "tot toekenning van";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied. In dat geval is het vonnis uitvoerbaar op het ogenblik van effectieve verwijdering of van overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen of, van zodra de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden, op het ogenblik van de kennisgeving door de Dienst Vreemdelingenzaken dat de verwijdering of overbrenging niet zal plaats vinden, en dit ten laatste twintig dagen nadat de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden en nadat het vonnis in kracht van gewijsde is getreden. Indien de verwijdering, overbrenging of kennisgeving niet heeft plaats gevonden bij het verstrijken van voormelde termijn, wordt de veroordeelde in vrijheid gesteld.".
Art.50. A l'article 60 de la même loi, modifié par les lois des 27 décembre 2006, 15 mars 2012 et 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 4, les mots "du tribunal de l'application des peines" sont insérés entre les mots "pas aux décisions" et les mots "d'octroi d'une mise en liberté provisoire" ;
  2° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux décisions du juge de l'application des peines d'octroi d'une libération provisoire en vue de l'éloignement du territoire. Dans ce cas, le jugement devient exécutoire au moment de l'éloignement effectif ou du transfert vers un lieu qui relève de la compétence du ministre compétent pour l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement d'étrangers ou, dès que le condamné satisfait aux conditions de temps prévues par la présente loi, au moment de de la notification par l'Office des étrangers que l'éloignement ou le transfert n'aura pas lieu, et ce, au plus tard vingt jours après que le condamné satisfait aux conditions de temps prévues par la présente loi et après que le jugement soit passé en force de chose jugée. Si l'éloignement, le transfert ou la notification n'a pas eu lieu à l'expiration du délai précité, le condamné est remis en liberté.".
Art. 50. In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 15 maart 2012 en 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid worden de woorden "van de strafuitvoeringsrechtbank" ingevoegd tussen de woorden "op de beslissingen" en de woorden "tot toekenning van";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de beslissingen van de strafuitvoeringsrechter tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied. In dat geval is het vonnis uitvoerbaar op het ogenblik van effectieve verwijdering of van overbrenging naar een plaats die valt onder de bevoegdheid van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen of, van zodra de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden, op het ogenblik van de kennisgeving door de Dienst Vreemdelingenzaken dat de verwijdering of overbrenging niet zal plaats vinden, en dit ten laatste twintig dagen nadat de veroordeelde voldoet aan de door deze wet bepaalde tijdsvoorwaarden en nadat het vonnis in kracht van gewijsde is getreden. Indien de verwijdering, overbrenging of kennisgeving niet heeft plaats gevonden bij het verstrijken van voormelde termijn, wordt de veroordeelde in vrijheid gesteld.".
Art. 50. A l'article 60 de la même loi, modifié par les lois des 27 décembre 2006, 15 mars 2012 et 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 4, les mots "du tribunal de l'application des peines" sont insérés entre les mots "pas aux décisions" et les mots "d'octroi d'une mise en liberté provisoire" ;
  2° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux décisions du juge de l'application des peines d'octroi d'une libération provisoire en vue de l'éloignement du territoire. Dans ce cas, le jugement devient exécutoire au moment de l'éloignement effectif ou du transfert vers un lieu qui relève de la compétence du ministre compétent pour l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement d'étrangers ou, dès que le condamné satisfait aux conditions de temps prévues par la présente loi, au moment de de la notification par l'Office des étrangers que l'éloignement ou le transfert n'aura pas lieu, et ce, au plus tard vingt jours après que le condamné satisfait aux conditions de temps prévues par la présente loi et après que le jugement soit passé en force de chose jugée. Si l'éloignement, le transfert ou la notification n'a pas eu lieu à l'expiration du délai précité, le condamné est remis en liberté.".
Art.52. In artikel 66 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2/1 worden de woorden "tenzij op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk" opgeheven;
  2° in paragraaf 3 worden de woorden ", in welk geval hij of zij, overeenkomstig artikel 65, derde lid, een andere strafuitvoeringsmodaliteit kan toekennen," ingevoegd tussen de woorden "herroept de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit" en de woorden "of heft hij of zij de schorsing".
Art.52. A l'article 66 de la même loi, modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2/1, les mots ", sauf s'il ressort d'un avis de l'Office des étrangers que le condamné n'est pas autorisé ou habilité à séjourner dans le Royaume" sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, les mots "auquel cas il peut, conformément à l'article 65, alinéa 3, octroyer une autre modalité de l'exécution de la peine", sont insérés entre les mots "révoque la modalité d'exécution de la peine" et les mots "ou en lève la suspension".
Art. 52. In artikel 66 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2/1 worden de woorden "tenzij op grond van een advies van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat de veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk" opgeheven;
  2° in paragraaf 3 worden de woorden ", in welk geval hij of zij, overeenkomstig artikel 65, derde lid, een andere strafuitvoeringsmodaliteit kan toekennen," ingevoegd tussen de woorden "herroept de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit" en de woorden "of heft hij of zij de schorsing".
Art. 52. A l'article 66 de la même loi, modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2/1, les mots ", sauf s'il ressort d'un avis de l'Office des étrangers que le condamné n'est pas autorisé ou habilité à séjourner dans le Royaume" sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, les mots "auquel cas il peut, conformément à l'article 65, alinéa 3, octroyer une autre modalité de l'exécution de la peine", sont insérés entre les mots "révoque la modalité d'exécution de la peine" et les mots "ou en lève la suspension".
Art. 53. In artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede zin, worden de woorden "of een andere strafuitvoeringsmodaliteit toekennen" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, derde zin, worden de woorden "of met de nieuwe strafuitvoeringsmodaliteit" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, worden de woorden "of een andere strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen" opgeheven.
Art. 53. A l'article 67 de la même loi, modifié par la loi du 5 février 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, deuxième phrase, les mots "ou octroyer une autre modalité d'exécution de la peine" sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 1, troisième phrase, les mots "ou sur la nouvelle modalité d'exécution de la peine" sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, les mots "ou d'octroyer une autre modalité d'exécution de la peine" sont abrogés.
Art. 54. In artikel 95/18, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 april 2007 en vervangen bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "achtste en negende lid" vervangen door de woorden "tiende en elfde lid".
Art. 54. Dans l'article 95/18, § 2, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 26 avril 2007 et modifié par la loi du 5 mai 2019, les mots "alinéas 8 et 9" sont remplacés par les mots "alinéas 10 et 11".
Art.55.[1 In artikel 157, § 1, eerste lid, van de programmawet (I) van 29 maart 2012, vervangen bij de wet van 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art.55.[1 Dans l'article 157, § 1er, alinéa 1er, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, remplacé par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées:
Art. 55. [1 In artikel 157, § 1, eerste lid, van de programmawet (I) van 29 maart 2012, vervangen bij de wet van 23 april 2020 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
   1° de woorden "legatarissen, of de begunstigden" worden vervangen door de woorden "legatarissen, de begunstigden";
   2° de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" worden ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden ", zijn de notarissen";
   3° het cijfer "4.59" wordt vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,";
   4° de woorden "attest, of de begunstigden" worden vervangen door de woorden "attest, de begunstigden";
   5° de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" worden ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden ", mits die schulden".]1

  
Art. 55. [1 Dans l'article 157, § 1er, alinéa 1er, de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, remplacé par la loi du 23 avril 2020 et modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées:
   1° les mots "légataires ou les bénéficiaires" sont remplacés par les mots "légataires, les bénéficiaires";
   2° les mots "ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "le de cujus" et les mots ", les notaires";
   3° le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,";
   4° les mots "certificat, ou les bénéficiaires" sont remplacés par les mots "certificat, les bénéficiaires";
   5° les mots "ou le conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "le de cujus" et les mots ", s'ils n'en avisent".]1

  
Art.55/1. [1 In artikel 157, § 5, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 23 april 2020, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
   "Het bericht vermeldt de identiteit van de erflater, van zijn erfgenamen of legatarissen, van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling of van de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.]1

  
Art.55/1. [1 Dans l'article 157, § 5, de la même loi, remplacé par la loi du 23 avril 2020, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
   "L'avis mentionne l'identité du de cujus, de ses héritiers ou légataires, du bénéficiaire éventuel d'une institution contractuelle ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil.]1

  
Art.57. In artikel 159 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 december 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "voet van de uitgifte" en de woorden "van de akte van erfopvolging";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de uitgifte" vervangen door de woorden ", de uitgifte of het uittreksel";
  3° in het derde lid worden de woorden "of een uitgifte" vervangen door de woorden ", een uitgifte of een uittreksel".
Art.57. A l'article 159 de la même loi, remplacé par la loi du 13 décembre 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 23 avril 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" ;
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait".
Art.58. In artikel 160 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "of uit de uitgifte" vervangen door de woorden ", de uitgifte of het uittreksel";
  [1 1° /1 in paragraaf 2 worden de woorden "legataris of een begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, een begunstigde";
   1° /2 in paragraaf 2 worden de woorden ", aan de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "of aan een gerechtsmandataris";]1

  2° in paragraaf 2 worden de woorden "of een uitgifte" vervangen door de woorden ", een uitgifte of een uittreksel";
  [1 2° /1 in paragraaf 2, a), worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   2° /2 in paragraaf 2, a), worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "bestaande schulden";
   2° /3 in paragraaf 2, b), worden de woorden ", de langstlevende echtgenoot als bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "of de gerechtsmandataris";]1

  3° het cijfer "4.59" wordt telkens vervangen door het cijfer "4.59, § 4, derde lid,".
  
Art.58. A l'article 160 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  [1 1° /1 dans le paragraphe 2, les mots "légataire ou au bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, au bénéficiaire";
   1° /2 dans le paragraphe 2, les mots ", au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ou à un mandataire";]1

  2° au paragraphe 2, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait" ;
  [1 2° /1 dans le paragraphe 2, a), les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   2° /2 dans le paragraphe 2, a), les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ont été payées";
   2° /3 dans le paragraphe 2, b), les mots ", conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ou mandataire judiciaire";]1

  3° le chiffre "4.59" est chaque fois remplacé par les chiffres "4.59, § 4, alinéa 3,".
  
Art. 58. In artikel 160 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "of uit de uitgifte" vervangen door de woorden ", de uitgifte of het uittreksel";
  [1 1° /1 in paragraaf 2 worden de woorden "legataris of een begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, een begunstigde";
   1° /2 in paragraaf 2 worden de woorden ", aan de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "of aan een gerechtsmandataris";]1

  2° in paragraaf 2 worden de woorden "of een uitgifte" vervangen door de woorden ", een uitgifte of een uittreksel";
  [1 2° /1 in paragraaf 2, a), worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   2° /2 in paragraaf 2, a), worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "bestaande schulden";
   2° /3 in paragraaf 2, b), worden de woorden ", de langstlevende echtgenoot als bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "of de gerechtsmandataris";]1

  3° het cijfer "4.59" wordt telkens vervangen door het cijfer "4.59, § 4, derde lid,".
  
Art. 58. A l'article 160 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  [1 1° /1 dans le paragraphe 2, les mots "légataire ou au bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, au bénéficiaire";
   1° /2 dans le paragraphe 2, les mots ", au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ou à un mandataire";]1

  2° au paragraphe 2, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait" ;
  [1 2° /1 dans le paragraphe 2, a), les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   2° /2 dans le paragraphe 2, a), les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ont été payées";
   2° /3 dans le paragraphe 2, b), les mots ", conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ou mandataire judiciaire";]1

  3° le chiffre "4.59" est chaque fois remplacé par les chiffres "4.59, § 4, alinéa 3,".
  
Art. 59. In artikel 163 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2012 en 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het cijfer "4.59" wordt vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
  2° de woorden "akte of" worden ingevoegd tussen het woord "bedoelde" en het woord "attest".
Art. 59. A l'article 163 de la même loi, modifié par les lois des 13 décembre 2012 et 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3," ;
  2° les mots "un acte ou" sont insérés entre les mots "à établir" et les mots "un certificat d'hérédité".
Art.60. In artikel 9 van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft, gewijzigd bij de wetten van 31 juli 2020 en 12 juli 2021, worden de woorden "op 1 september 2022" vervangen door de woorden "op 30 september 2023".
Art.60. Dans l'article 9 de la loi du 5 mai 2019 modifiant le Code d'instruction criminelle et le Code judiciaire en ce qui concerne la publication des jugements et des arrêts, modifié par les lois du 31 juillet 2020 et 12 juillet 2021, les mots "le 1er septembre 2022 "sont remplacés par les mots "le 30 septembre 2023".
Art. 60. In artikel 9 van de wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft, gewijzigd bij de wetten van 31 juli 2020 en 12 juli 2021, worden de woorden "op 1 september 2022" vervangen door de woorden "op 30 september 2023".
Art. 60. Dans l'article 9 de la loi du 5 mai 2019 modifiant le Code d'instruction criminelle et le Code judiciaire en ce qui concerne la publication des jugements et des arrêts, modifié par les lois du 31 juillet 2020 et 12 juillet 2021, les mots "le 1er septembre 2022 "sont remplacés par les mots "le 30 septembre 2023".
Art.61.In artikel 41sexies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art.61.A l'article 41sexies de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, inséré par la loi du 22 juin 2012 et modifié par la loi du 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
Art.62. In artikel 23quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012 en gewijzigd bij de wetten van 20 september 2018, 7 mei 2019 en 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het cijfer "4.59" vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,";
  [1 1° /1 in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "het attest, of van de begunstigden" vervangen door de woorden "het attest, van de begunstigden";
   1° /2 in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "heeft ingestemd" en de woorden ", indien zij";
   1° /3 in paragraaf 1, wordt het vijfde lid aangevuld met de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek";";
   1° /4 in de inleidende zin van de Franse tekst, worden de woorden "du 27 juin 1967" vervangen door de woorden "du 27 juillet 1967";]1

  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "onderaan het afschrift" en de woorden "van de akte van erfopvolging" en worden de woorden "of het afschrift" vervangen door de woorden ", het afschrift of het uittreksel";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "onderaan het afschrift" en de woorden "van de akte van erfopvolging";
  4° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of een afschrift" vervangen door de woorden ", een afschrift of een uittreksel";
  [1 4° /1 in paragraaf 4, tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   4° /2 in paragraaf 4, tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "die de akte";]1

  5° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden ", het afschrift, het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "die de akte" en de woorden "of het attest" en worden de woorden "of een afschrift van de akte" opgeheven;
  [1 5° /1 in paragraaf 4, tweede lid, 1°, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   5° /2 in paragraaf 4, tweede lid, 1°, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "bestaande schulden";
   5° /3 in paragraaf 4, tweede lid, 2°, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   5° /4 in paragraaf 4, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "na betaling";]1

  6° in paragraaf 11 wordt het woord "bedoeld" vervangen door de woorden "bedoelde akte of";
  7° het woord "1240bis" wordt telkens vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
  
Art.62. A l'article 23quater de l'arrêté royal n° 38 du 27 juin 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, inséré par la loi du 22 juin 2012 et modifié par les lois des 20 septembre 2018, 7 mai 2019 et 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3," ;
  [1 1° /1 dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "certificat, ou des" sont remplacés par les mots "certificat, des";
   1° /2 dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "par le défunt" et les mots "s'ils n'en avisent";
   1° /3 dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5 est complété par les mots "ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil";";
   1° /4 dans la phrase introductive, les mots "du 27 juin 1967" sont remplacés par les mots "du 27 juillet 1967";]1

  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" et les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" ;
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait" ;
  [1 4° /1 dans le paragraphe 4, alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   4° /2 dans le paragraphe 4, alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots "ou au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "qui présente";]1

  5° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots ", l'expédition, l'extrait" sont insérés entre les mots "qui présente l'acte" et les mots "ou le certificat" et les mots "ou une expédition de cet acte" sont abrogés ;
  [1 5° /1 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   5° /2 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ont été payées";
   5° /3 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   5° /4 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots ", après paiement";]1

  6° dans le paragraphe 11, les mots "un acte ou" sont insérés entre les mots "à établir" et les mots "un certificat d'hérédité" ;
  7° le mot "1240bis" est chaque fois remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,".
  
Art. 62. In artikel 23quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de wet van 22 juni 2012 en gewijzigd bij de wetten van 20 september 2018, 7 mei 2019 en 19 januari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het cijfer "4.59" vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,";
  [1 1° /1 in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "het attest, of van de begunstigden" vervangen door de woorden "het attest, van de begunstigden";
   1° /2 in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of van de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "heeft ingestemd" en de woorden ", indien zij";
   1° /3 in paragraaf 1, wordt het vijfde lid aangevuld met de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek";";
   1° /4 in de inleidende zin van de Franse tekst, worden de woorden "du 27 juin 1967" vervangen door de woorden "du 27 juillet 1967";]1

  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "onderaan het afschrift" en de woorden "van de akte van erfopvolging" en worden de woorden "of het afschrift" vervangen door de woorden ", het afschrift of het uittreksel";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "of het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "onderaan het afschrift" en de woorden "van de akte van erfopvolging";
  4° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "of een afschrift" vervangen door de woorden ", een afschrift of een uittreksel";
  [1 4° /1 in paragraaf 4, tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   4° /2 in paragraaf 4, tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "die de akte";]1

  5° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden ", het afschrift, het uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "die de akte" en de woorden "of het attest" en worden de woorden "of een afschrift van de akte" opgeheven;
  [1 5° /1 in paragraaf 4, tweede lid, 1°, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   5° /2 in paragraaf 4, tweede lid, 1°, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "bestaande schulden";
   5° /3 in paragraaf 4, tweede lid, 2°, worden de woorden "legataris of de begunstigde" vervangen door de woorden "legataris, de begunstigde";
   5° /4 in paragraaf 4, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de langstlevende echtgenoot bedoeld in artikel 4.59, § 1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "contractuele erfstelling" en de woorden "na betaling";]1

  6° in paragraaf 11 wordt het woord "bedoeld" vervangen door de woorden "bedoelde akte of";
  7° het woord "1240bis" wordt telkens vervangen door de woorden "4.59, § 4, derde lid,".
  
Art. 62. A l'article 23quater de l'arrêté royal n° 38 du 27 juin 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, inséré par la loi du 22 juin 2012 et modifié par les lois des 20 septembre 2018, 7 mai 2019 et 19 janvier 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le chiffre "4.59" est remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3," ;
  [1 1° /1 dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "certificat, ou des" sont remplacés par les mots "certificat, des";
   1° /2 dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "par le défunt" et les mots "s'ils n'en avisent";
   1° /3 dans le paragraphe 1er, l'alinéa 5 est complété par les mots "ou du conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil";";
   1° /4 dans la phrase introductive, les mots "du 27 juin 1967" sont remplacés par les mots "du 27 juillet 1967";]1

  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" et les mots "ou de l'expédition" sont remplacés par les mots ", de l'expédition ou de l'extrait" ;
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots "ou de l'extrait" sont insérés entre les mots "au pied de l'expédition" et les mots "de l'acte d'hérédité" ;
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 3, les mots "ou une expédition" sont remplacés par les mots ", une expédition ou un extrait" ;
  [1 4° /1 dans le paragraphe 4, alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   4° /2 dans le paragraphe 4, alinéa 2, dans la phrase introductive, les mots "ou au conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "qui présente";]1

  5° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots ", l'expédition, l'extrait" sont insérés entre les mots "qui présente l'acte" et les mots "ou le certificat" et les mots "ou une expédition de cet acte" sont abrogés ;
  [1 5° /1 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   5° /2 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 1°, les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots "ont été payées";
   5° /3 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "légataire ou bénéficiaire" sont remplacés par les mots "légataire, bénéficiaire";
   5° /4 dans le paragraphe 4, alinéa 2, 2°, les mots "ou conjoint survivant visé à l'article 4.59, § 1er, alinéa 2, du Code civil" sont insérés entre les mots "institution contractuelle" et les mots ", après paiement";]1

  6° dans le paragraphe 11, les mots "un acte ou" sont insérés entre les mots "à établir" et les mots "un certificat d'hérédité" ;
  7° le mot "1240bis" est chaque fois remplacé par les mots "4.59, § 4, alinéa 3,".
  
Art.63. De in dit hoofdstuk bedoelde begrippen "directeur", "veroordeelde", en "slachtoffer" dienen te worden begrepen in de zin van artikel 2 van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtpositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten.
Art.63. Les notions de "directeur", de "condamné" et de "victime" visées au présent chapitre doivent être entendues au sens de l'article 2 de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine.
Art.64. § 1. De directeur kent een vervroegde invrijheidstelling toe aan de veroordeelde die zich in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling, vanaf zes maanden voor het einde van het uitvoerbaar gedeelte van de vrijheidsstraf of van de vrijheidsstraffen waartoe hij is veroordeeld.
  In afwijking van het eerste lid, is de veroordeelde wiens strafuitvoeringsmodaliteit tijdens de geldigheidsduur van deze maatregel door de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank wordt herroepen gedurende zes maanden na de tenuitvoerlegging van het vonnis tot herroeping uitgesloten van de vervroegde invrijheidstelling.
  Indien de vervroegde invrijheidstelling niet wordt herroepen, loopt zij tot het bereiken van het strafeinde.
  Indien de vervroegde invrijheidstelling wordt herroepen, kan zij niet opnieuw worden toegekend.
  § 2. De volgende veroordeelden zijn uitgesloten van de vervroegde invrijheidstelling bedoeld in paragraaf 1:
  - de veroordeelden die een of meerdere vrijheidsbenemende straffen ondergaan waarvan het totaal meer dan tien jaar bedraagt;
  - de veroordeelden die een of meerdere gevangenisstraffen ondergaan voor de feiten bedoeld in boek II, titel Iter, van het Strafwetboek;
  - de veroordeelden die een of meerdere gevangenisstraffen ondergaan voor de feiten vermeld in de artikelen 417/7 tot 417/24, 417/50, 417/55, 417/56, 417/59 en 417/63 van het Strafwetboek;
  - de veroordeelden die het voorwerp uitmaken van een veroordeling met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig de artikelen 34ter of 34quater van het Strafwetboek;
  - de veroordeelden die geen recht hebben op verblijf;
  - de veroordeelden die worden opgevolgd door het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse in het kader van de gemeenschappelijke gegevensbanken bedoeld in de artikelen 44/11/3bis tot 44/11/3quinquies van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
Art.64. § 1er. Le directeur octroie la libération anticipée au condamné qui se trouve dans les conditions de temps pour l'octroi de la libération conditionnelle, à partir de six mois avant la fin de la partie exécutoire de la ou des peines privatives de liberté auxquelles il a été condamné.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le condamné dont la modalité d'exécution de la peine est révoquée par le juge de l'application des peines ou le tribunal de l'application des peines pendant la durée de validité de cette mesure est exclu de la libération anticipée pendant six mois à compter de l'exécution du jugement de révocation.
  Si la libération anticipée n'est pas révoquée, elle court jusqu'à la fin de la peine.
  Si la libération anticipée est révoquée, elle ne peut plus être octroyée à nouveau.
  § 2. Les condamnés suivants sont exclus de la libération anticipée visée au paragraphe 1er :
  - les condamnés qui subissent une ou plusieurs peines privatives de liberté dont le total s'élève à plus de dix ans ;
  - les condamnés qui subissent une ou plusieurs peine(s) d'emprisonnement pour des faits visés au livre II, titre Iter, du Code pénal ;
  - les condamnés qui subissent une ou plusieurs peine(s) d'emprisonnement pour des faits visés aux articles 417/7 à 417/24, 417/50, 417/55, 417/56, 417/59 et 417/63 du Code pénal ;
  - les condamnés qui font l'objet d'une condamnation avec une mise à la disposition du tribunal de l'application des peines, conformément aux articles 34ter ou 34quater du Code pénal ;
  - les condamnés qui n'ont pas de droit de séjour ;
  - les condamnés qui sont suivis par l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace dans le cadre des banques de données communes visées aux articles 44/11/3bis à 44/11/3quinquies de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.
Art.65. § 1. De directeur neemt de beslissing tot toekenning van de vervroegde invrijheidstelling, na zich verzekerd te hebben van de haalbaarheid van de maatregel en na de volgende criteria getoetst te hebben:
  - de veroordeelde beschikt over onderdak;
  - de veroordeelde beschikt over voldoende middelen van bestaan.
  De procureur des Konings van het arrondissement waar de veroordeelde zijn woon- of verblijfplaats heeft en, indien de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank reeds gevat is, het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank, worden zo snel mogelijk in kennis gesteld van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling en van de daaraan verbonden voorwaarden.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling en van de daaraan verbonden voorwaarden.
  § 2. De veroordeelde is tijdens de proeftermijn onderworpen aan de volgende algemene voorwaarden:
  1° geen strafbare feiten plegen;
  2° de slachtoffers niet lastig vallen en zich onmiddellijk verwijderen van de plaats waar hij een slachtoffer ontmoet.
  De proeftermijn is gelijk aan de duur van het nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen op het ogenblik van de vervroegde invrijheidstelling.
  In geval van herroeping van de vervroegde invrijheidstelling op grond van paragraaf 3, wordt de periode tijdens dewelke hij in vervroegde invrijheidstelling was en die loopt tot aan de beslissing tot herroeping van de vervroegde invrijheidsstelling, afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen.
  § 3. De directeur kan de beslissing herroepen in volgende gevallen:
  - wanneer er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat de veroordeelde het verbod op het plegen van strafbare feiten niet heeft nageleefd;
  - wanneer de veroordeelde de algemene voorwaarde vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° niet naleeft.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de beslissing tot herroeping.
  § 4. Indien de veroordeelde de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt gedurende de proeftermijn, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. Hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de directeur.
  De directeur neemt een beslissing over de al dan niet herroeping van de vervroegde invrijheidstelling binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde en de procureur des Konings.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de beslissing tot herroeping.
Art.65. § 1er. Le directeur octroie la libération anticipée après s'être assuré de la faisabilité de la mesure et après avoir fait les vérifications suivantes :
  - le condamné dispose d'un logement ;
  - le condamné dispose de moyens d'existence suffisants.
  Le procureur du Roi de l'arrondissement où le condamné a son lieu de résidence ou de séjour et, si le juge de l'application des peines ou le tribunal de l'application des peines est déjà saisi, le ministère public près le tribunal de l'application des peines, sont informés le plus rapidement possible de l'octroi de la libération anticipée et des conditions qui y sont liées.
  La victime est informée le plus rapidement possible, et en tout cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide de l'octroi de la libération anticipée et des conditions qui y sont liées.
  § 2. Pendant le délai d'épreuve, le condamné est soumis aux conditions générales suivantes :
  1° ne pas commettre d'infraction ;
  2° ne pas importuner les victimes et immédiatement quitter les lieux lorsqu'il rencontre une victime.
  Le délai d'épreuve est égal à la durée des peines privatives de liberté qu'il restait à subir au moment de la libération anticipée.
  Si la libération anticipée est révoquée sur la base du paragraphe 3, la période au cours de laquelle le condamné était en libération anticipée et qui court jusqu'à la décision de révocation de la libération anticipée est déduite de la partie restante des peines privatives de liberté au moment de l'octroi.
  § 3. Le directeur peut révoquer la décision dans les cas suivants :
  - lorsqu'il existe des indications sérieuses selon lesquelles le condamné n'a pas respecté l'interdiction de commettre des infractions ;
  - lorsque le condamné ne respecte pas la condition générale mentionnée au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°.
  La victime est informée le plus rapidement possible de la décision de révocation et dans tous les cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide.
  § 4. Si le condamné met gravement en péril l'intégrité physique ou psychique de tiers pendant le délai d'épreuve, le procureur du Roi près le tribunal dans le ressort duquel le condamné se trouve peut ordonner l'arrestation provisoire de celui-ci. Il communique immédiatement sa décision au directeur.
  Le directeur prend une décision sur la révocation ou non de la libération anticipée dans les sept jours qui suivent l'arrestation du condamné. Cette décision motivée est communiquée par écrit dans les vingt-quatre heures au condamné et au procureur du Roi.
  La victime est informée le plus rapidement possible, et en tout cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide de la décision de révocation.
Art. 65. § 1. De directeur neemt de beslissing tot toekenning van de vervroegde invrijheidstelling, na zich verzekerd te hebben van de haalbaarheid van de maatregel en na de volgende criteria getoetst te hebben:
  - de veroordeelde beschikt over onderdak;
  - de veroordeelde beschikt over voldoende middelen van bestaan.
  De procureur des Konings van het arrondissement waar de veroordeelde zijn woon- of verblijfplaats heeft en, indien de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank reeds gevat is, het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank, worden zo snel mogelijk in kennis gesteld van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling en van de daaraan verbonden voorwaarden.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de toekenning van de vervroegde invrijheidstelling en van de daaraan verbonden voorwaarden.
  § 2. De veroordeelde is tijdens de proeftermijn onderworpen aan de volgende algemene voorwaarden:
  1° geen strafbare feiten plegen;
  2° de slachtoffers niet lastig vallen en zich onmiddellijk verwijderen van de plaats waar hij een slachtoffer ontmoet.
  De proeftermijn is gelijk aan de duur van het nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen op het ogenblik van de vervroegde invrijheidstelling.
  In geval van herroeping van de vervroegde invrijheidstelling op grond van paragraaf 3, wordt de periode tijdens dewelke hij in vervroegde invrijheidstelling was en die loopt tot aan de beslissing tot herroeping van de vervroegde invrijheidsstelling, afgetrokken van het op het ogenblik van de toekenning nog resterende gedeelte van de vrijheidsstraffen.
  § 3. De directeur kan de beslissing herroepen in volgende gevallen:
  - wanneer er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat de veroordeelde het verbod op het plegen van strafbare feiten niet heeft nageleefd;
  - wanneer de veroordeelde de algemene voorwaarde vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2° niet naleeft.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de beslissing tot herroeping.
  § 4. Indien de veroordeelde de fysieke of psychische integriteit van derden ernstig in gevaar brengt gedurende de proeftermijn, kan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de veroordeelde zich bevindt, zijn voorlopige aanhouding bevelen. Hij deelt onmiddellijk zijn beslissing mee aan de directeur.
  De directeur neemt een beslissing over de al dan niet herroeping van de vervroegde invrijheidstelling binnen zeven dagen volgend op de aanhouding van de veroordeelde. Deze met redenen omklede beslissing wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk meegedeeld aan de veroordeelde en de procureur des Konings.
  Het slachtoffer wordt zo snel mogelijk en in elk geval binnen vierentwintig uur, via het snelst mogelijke schriftelijke communicatiemiddel, in kennis gesteld van de beslissing tot herroeping.
Art. 65. § 1er. Le directeur octroie la libération anticipée après s'être assuré de la faisabilité de la mesure et après avoir fait les vérifications suivantes :
  - le condamné dispose d'un logement ;
  - le condamné dispose de moyens d'existence suffisants.
  Le procureur du Roi de l'arrondissement où le condamné a son lieu de résidence ou de séjour et, si le juge de l'application des peines ou le tribunal de l'application des peines est déjà saisi, le ministère public près le tribunal de l'application des peines, sont informés le plus rapidement possible de l'octroi de la libération anticipée et des conditions qui y sont liées.
  La victime est informée le plus rapidement possible, et en tout cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide de l'octroi de la libération anticipée et des conditions qui y sont liées.
  § 2. Pendant le délai d'épreuve, le condamné est soumis aux conditions générales suivantes :
  1° ne pas commettre d'infraction ;
  2° ne pas importuner les victimes et immédiatement quitter les lieux lorsqu'il rencontre une victime.
  Le délai d'épreuve est égal à la durée des peines privatives de liberté qu'il restait à subir au moment de la libération anticipée.
  Si la libération anticipée est révoquée sur la base du paragraphe 3, la période au cours de laquelle le condamné était en libération anticipée et qui court jusqu'à la décision de révocation de la libération anticipée est déduite de la partie restante des peines privatives de liberté au moment de l'octroi.
  § 3. Le directeur peut révoquer la décision dans les cas suivants :
  - lorsqu'il existe des indications sérieuses selon lesquelles le condamné n'a pas respecté l'interdiction de commettre des infractions ;
  - lorsque le condamné ne respecte pas la condition générale mentionnée au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°.
  La victime est informée le plus rapidement possible de la décision de révocation et dans tous les cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide.
  § 4. Si le condamné met gravement en péril l'intégrité physique ou psychique de tiers pendant le délai d'épreuve, le procureur du Roi près le tribunal dans le ressort duquel le condamné se trouve peut ordonner l'arrestation provisoire de celui-ci. Il communique immédiatement sa décision au directeur.
  Le directeur prend une décision sur la révocation ou non de la libération anticipée dans les sept jours qui suivent l'arrestation du condamné. Cette décision motivée est communiquée par écrit dans les vingt-quatre heures au condamné et au procureur du Roi.
  La victime est informée le plus rapidement possible, et en tout cas dans les vingt-quatre heures, par le moyen de communication écrit le plus rapide de la décision de révocation.
Art. 66. Dit hoofdstuk is van toepassing tot 31 augustus 2023.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de datum bedoeld in het eerste lid verlengen tot 31 december 2024.
Art. 66. Le présent chapitre s'applique jusqu'au 31 août 2023.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prolonger la date visée à l'alinéa 1er jusqu'au 31 décembre 2024.
Art.67. In artikel 18 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend:
Art.67. Dans l'article 18 de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, modifiée par la loi du 25 décembre 2016, il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit :
Art. 67. In artikel 18 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend:
  " § 1/1. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren kunnen bepalen dat de veroordeelde zich ter uitvoering van de beslissing tot plaatsing of overplaatsing zelfstandig begeeft naar de aangewezen gevangenis.".
Art. 67. Dans l'article 18 de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus, modifiée par la loi du 25 décembre 2016, il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit :
  " § 1/1. Les fonctionnaires visés au paragraphe 1er peuvent décider que le condamné se rendra de sa propre initiative à la prison désignée pour exécuter la décision de placement ou de transfèrement.".
Art.68. In artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, vervangen bij de wet van 21 december 2009 en laatstelijk gewijzigd bij artikel 121 van de wet van 5 februari 2016, zelf vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van het Grondwettelijk Hof, wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt:
Art.68. Dans l'article 2, alinéa 3, de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes, remplacé par la loi du 21 décembre 2009 et modifié en dernier lieu par l'article 121 de la loi du 5 février 2016, annulé lui-même par l'arrêt n° 148/2017 de la Cour constitutionnelle, le 5° est remplacé par ce qui suit :
Art. 68. In artikel 2, derde lid, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden, vervangen bij de wet van 21 december 2009 en laatstelijk gewijzigd bij artikel 121 van de wet van 5 februari 2016, zelf vernietigd bij arrest nr. 148/2017 van het Grondwettelijk Hof, wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt:
  "5° als het gaat om een misdaad bedoeld in de artikelen 417/15, vijfde streepje, 417/16, vijfde streepje, 417/18, tweede lid, vijfde streepje, en 417/37 van het Strafwetboek;".
Art. 68. Dans l'article 2, alinéa 3, de la loi du 4 octobre 1867 sur les circonstances atténuantes, remplacé par la loi du 21 décembre 2009 et modifié en dernier lieu par l'article 121 de la loi du 5 février 2016, annulé lui-même par l'arrêt n° 148/2017 de la Cour constitutionnelle, le 5° est remplacé par ce qui suit :
  "5° s'il s'agit d'un crime qui est visé aux articles 417/15, cinquième tiret, 417/16, cinquième tiret, 417/18, alinéa 2, cinquième tiret, et 417/37 du Code pénal ;".
Art.69. In artikel 33, derde lid, 5°, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, worden de woorden "artikel 746 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "de bepalingen van boek 4, titel 1, ondertitel 4 "Wettelijke erfopvolging" van het Burgerlijk Wetboek".
Art.69. Dans l'article 33, alinéa 3, 5°, de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, les mots "de l'article 746 du Code civil" sont remplacés par les mots "des dispositions du livre 4, titre 1er, sous-titre 4 "Dévolution légale" du Code civil".
Art. 69. In artikel 33, derde lid, 5°, van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, worden de woorden "artikel 746 van het Burgerlijk Wetboek" vervangen door de woorden "de bepalingen van boek 4, titel 1, ondertitel 4 "Wettelijke erfopvolging" van het Burgerlijk Wetboek".
Art. 69. Dans l'article 33, alinéa 3, 5°, de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait, les mots "de l'article 746 du Code civil" sont remplacés par les mots "des dispositions du livre 4, titre 1er, sous-titre 4 "Dévolution légale" du Code civil".
Art.70.[1 Hoofdstuk 6 van deze wet treedt in werking op 1 november 2022 met uitzondering van:
Art.70.[1 Le chapitre 6 de la présente loi entre en vigueur le 1er novembre 2022, à l'exception:
Art. 70. [1 Hoofdstuk 6 van deze wet treedt in werking op 1 november 2022 met uitzondering van:
   1° de artikelen 24 en 29 die in werking treden op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad;
   2° de artikelen 19, 20, 21, 22, 23 en 25 die in werking treden op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 april 2023.
   De hoofdstukken 9, 12 en 14 van deze wet treden in werking op de door de Koning bepaalde datum en uiterlijk op 1 april 2023.]1

  
Art. 70. [1 Le chapitre 6 de la présente loi entre en vigueur le 1er novembre 2022, à l'exception:
   1° des articles 24 et 29 qui entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge;
   2° des articles 19, 20, 21, 22, 23 et 25 qui entrent en vigueur à la date déterminée par le Roi et au plus tard le 1er avril 2023.
   Les chapitres 9, 12 et 14 de la présente loi entrent en vigueur à la date déterminée par le Roi et au plus tard le 1er avril 2023.]1

  
Art. 71. Hoofdstuk 11 van deze wet treedt in werking op 1 september 2022.
Art. 71. Le chapitre 11 de la présente loi entre en vigueur le 1er septembre 2022.