Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
29 JUNI 2022. - Wet betreffende visserij en verscheidene wijzigingen van het Belgisch Scheepvaartwetboek
Titre
29 JUIN 2022. - Loi relatif à la pêche et diverses modifications du Code belge de la Navigation
Documentinformatie
Info du document
Tekst (23)
Texte (23)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 1.1.1.1. van het Belgisch Scheepvaartboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid van paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 67°, luidende:
"67° MRV-Verordening: Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van richtlijn 2009/16/EG.".
b) paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, luidende:
"3° internationale en Unierechtelijke verdragen en akten betreffende de scheepvaart: de bronnen van een scheepvaartrecht opgenomen in paragraaf 1, bepalingen 6°, 9°, 10°, 12°, 15°, 16°, 18° ; 19°, 20°, 27°, 28°, 30°, 31°, 32°, 33°, 34°, 35°, 36°, 37°, 38°, 40°, 41°, 42°, 43°, 45°, 46°, 51°, 52°, 53°, 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 61°, 62°, 63°, 65°, 66° en 67".
a) het eerste lid van paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 67°, luidende:
"67° MRV-Verordening: Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van richtlijn 2009/16/EG.".
b) paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 3°, luidende:
"3° internationale en Unierechtelijke verdragen en akten betreffende de scheepvaart: de bronnen van een scheepvaartrecht opgenomen in paragraaf 1, bepalingen 6°, 9°, 10°, 12°, 15°, 16°, 18° ; 19°, 20°, 27°, 28°, 30°, 31°, 32°, 33°, 34°, 35°, 36°, 37°, 38°, 40°, 41°, 42°, 43°, 45°, 46°, 51°, 52°, 53°, 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 61°, 62°, 63°, 65°, 66° en 67".
Art. 2. Dans l'article 1.1.1.1. du Code belge de la Navigation, modifié par la loi du 16 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er du paragraphe 1er est complété par un 67°, rédigé comme suit:
"67° le Règlement MRV: le Règlement (EU) 2015/757 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 concernant la surveillance, la déclaration et la vérification des émissions de dioxyde de carbone du secteur du transport maritime et modifiant la directive 2009/16/CE.".
b) le paragraphe 2 est complété par un 3°, rédigé comme suit:
"3° les traités et actes internationaux et de l'Union relatifs à la navigation: les sources de droit de la navigation reprises au paragraphe 1er, 6°, 9°, 10°, 12°, 15°, 16°, 18° ; 19°, 20°, 27°, 28°, 30°, 31°, 32°, 33°, 34°, 35°, 36°, 37°, 38°, 40°, 41°, 42°, 43°, 45°, 46°, 51°, 52°, 53°, 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 61°, 62°, 63°, 65°, 66° et 67° ".
a) l'alinéa 1er du paragraphe 1er est complété par un 67°, rédigé comme suit:
"67° le Règlement MRV: le Règlement (EU) 2015/757 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 concernant la surveillance, la déclaration et la vérification des émissions de dioxyde de carbone du secteur du transport maritime et modifiant la directive 2009/16/CE.".
b) le paragraphe 2 est complété par un 3°, rédigé comme suit:
"3° les traités et actes internationaux et de l'Union relatifs à la navigation: les sources de droit de la navigation reprises au paragraphe 1er, 6°, 9°, 10°, 12°, 15°, 16°, 18° ; 19°, 20°, 27°, 28°, 30°, 31°, 32°, 33°, 34°, 35°, 36°, 37°, 38°, 40°, 41°, 42°, 43°, 45°, 46°, 51°, 52°, 53°, 54°, 55°, 56°, 57°, 58°, 61°, 62°, 63°, 65°, 66° et 67° ".
Art. 3. In artikel 1.1.1.3. van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wetten van 16 juni 2020, 18 juni 2020 en 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 11° aangevuld met de woorden "en schepen die bestemd of gewoonlijk gebruikt worden voor bedrijfs- of beroepsmatige visserij";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 26°, luidend:
"26° vissersvaartuig: een zeeschip dat bestemd of gewoonlijk bedrijfs- of beroepsmatige gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee.".
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 11° aangevuld met de woorden "en schepen die bestemd of gewoonlijk gebruikt worden voor bedrijfs- of beroepsmatige visserij";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 26°, luidend:
"26° vissersvaartuig: een zeeschip dat bestemd of gewoonlijk bedrijfs- of beroepsmatige gebruikt wordt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee.".
Art. 3. Dans l'article 1.1.1.3. du même code, modifié par les lois du 16 juin 2020, 18 juin 2020 et 16 juin 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, le 11° est complété par les mots "et des navires destinés ou norma-lement utilisés à des fins professionnelles pour la pêche";
2° le paragraphe 1er est complété par un 26°, rédigé comme suit:
"26° navire de pêche: un navire de mer destiné ou normalement utilisé à des fins profes-sionnelles pour la capture de poissons ou d'autres ressources vivantes de la mer.".
1° au paragraphe 1er, le 11° est complété par les mots "et des navires destinés ou norma-lement utilisés à des fins professionnelles pour la pêche";
2° le paragraphe 1er est complété par un 26°, rédigé comme suit:
"26° navire de pêche: un navire de mer destiné ou normalement utilisé à des fins profes-sionnelles pour la capture de poissons ou d'autres ressources vivantes de la mer.".
Art. 4. In artikel 2.1.1.3., eerste lid, 2°, van hetzelfde wetboek worden de woorden "visserij of" opgeheven.
Art. 4. Dans l'article 2.1.1.3., alinéa 1er, 2°, du même code, les mots "la pêcherie ou pour" sont abrogés.
Art. 5. Artikel 2.2.6.20. van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De borgtocht of zekerheid bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld door middel van:
1° het storten van een geldsom die geconsigneerd wordt bij de Deposito- en Consignatiekas overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en Consignatiekas;
2° een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank;
3° een getekende garantie verleend door een lid van de "International Group of Protection and Indemnity Clubs" en die aanvaard wordt door de beslaglegger.".
"De borgtocht of zekerheid bedoeld in het eerste lid kan worden gesteld door middel van:
1° het storten van een geldsom die geconsigneerd wordt bij de Deposito- en Consignatiekas overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en Consignatiekas;
2° een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank;
3° een getekende garantie verleend door een lid van de "International Group of Protection and Indemnity Clubs" en die aanvaard wordt door de beslaglegger.".
Art. 5. L'article 2.2.6.20. du même code est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"La caution ou la garantie visée à l'alinéa 1er peut être fournie au moyen:
1° du versement d'une somme d'argent consignée à la Caisse des Dépôts et Consigna-tions conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations;
2° d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique;
3° d'une garantie signée par un membre du "International Group of Protection and Indem-nity Clubs" et acceptée par le saisissant.".
"La caution ou la garantie visée à l'alinéa 1er peut être fournie au moyen:
1° du versement d'une somme d'argent consignée à la Caisse des Dépôts et Consigna-tions conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations;
2° d'une garantie bancaire accordée par une banque établie en Belgique;
3° d'une garantie signée par un membre du "International Group of Protection and Indem-nity Clubs" et acceptée par le saisissant.".
Art. 6. In artikel 2.3.1.22., § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin van de bepaling onder 2° worden de woorden "de cognossementen die worden uitgegeven" vervangen door de woorden "de verbintenissen die worden aangegaan";
2° in de bepaling onder 2° worden in de punten b) en c) de woorden "het betrokken cognossement" vervangen door de woorden "de betrokken verbintenis".
1° in de inleidende zin van de bepaling onder 2° worden de woorden "de cognossementen die worden uitgegeven" vervangen door de woorden "de verbintenissen die worden aangegaan";
2° in de bepaling onder 2° worden in de punten b) en c) de woorden "het betrokken cognossement" vervangen door de woorden "de betrokken verbintenis".
Art. 6. Dans l'article 2.3.1.22., § 1er, du même code, modifié par la loi du 16 juin 2021, les modifi-cations suivantes sont apportées:
1° dans la phrase introductive du 2°, les mots "des connaissements qui sont émis" sont remplacés par les mots "des obligations conclues";
2° au 2° sous b) et c), les mots "du connaissement concerné" sont remplacés par les mots "de l'obligation concernée".
1° dans la phrase introductive du 2°, les mots "des connaissements qui sont émis" sont remplacés par les mots "des obligations conclues";
2° au 2° sous b) et c), les mots "du connaissement concerné" sont remplacés par les mots "de l'obligation concernée".
Art. 7. In artikel 2.4.5.3. van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder 5° opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 2.4.5.3 du même code le 5° est abrogé
Art. 8. Artikel 2.4.5.4. van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 2.4.5.4 du même code est abrogé.
Art. 9. In artikel 2.6.2.25., § 3, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, wordt het woord "cognossement" vervangen door het woord "vervoersovereenkomst".
Art. 9. Dans l'article 2.6.2.25., § 3, du même code, modifié par la loi du 16 juin 2021, le mot "con-naissement" est remplacé par les mots "contrat de transport".
Art. 10. In artikel 2.6.2.30., § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juni 2021, wordt de zin "Vertraging ontstaat wanneer de goederen niet afgeleverd worden op de plaats van bestemming aangeduid in het vervoersdocument binnen de afgesproken tijd." opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 2.6.2.30., § 1er, du même code, modifié par la loi du 16 juin 2021, la phrase "Il y a retard lorsque les marchandises ne sont pas livrées au lieu de destination indiqué dans le document de transport dans le délai convenu." est abrogé.
Art. 11. In artikel 2.7.7.11. van het hetzelfde wetboek worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer is belast met de inning van de bijdragen bedoeld in de paragrafen 2 en 3. Bij de inning boekt de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer deze bedragen onmiddellijk op het begrotingsfonds "Fonds betreffende de werking van de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen" zoals bedoeld in rubriek 33 van de tabel bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen.";
2° in paragraaf 5 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zendt de aanslagen voor de inning van de bijdrage bedoeld in paragraaf 2 aan de bijdrageplichtigen toe vanaf 1 februari van het kalenderjaar waarin de bijdrage verschuldigd is. De bijdrage is uitvoerbaar binnen dertig dagen na het verzenden van de aanslag door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.";
3° in paragraaf 5 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, luidende:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zendt de aanslagen voor de inning van de bijdrage bedoeld in paragraaf 3 aan de bijdrageplichtigen toe vanaf 1 oktober van het kalenderjaar waarin de bijdrage verschuldigd is.";
4° er wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, luidende:
" § 5/1. Beroep tegen de aanslag kan worden ingediend binnen de 30 dagen na het verzenden van de aanslag via aangetekend schrijven bij de FOSO. Het beroep schorst de betaling van de dat gedeelte van de aanslag waar er beroep voor aangetekend is. De FOSO stelt de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer hiervan onmiddellijk in kennis.
De FOSO beslist binnen de 30 dagen na ontvangst van het beroep en deelt deze mee aan de betrokkene en aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".
1° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer is belast met de inning van de bijdragen bedoeld in de paragrafen 2 en 3. Bij de inning boekt de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer deze bedragen onmiddellijk op het begrotingsfonds "Fonds betreffende de werking van de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen" zoals bedoeld in rubriek 33 van de tabel bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen.";
2° in paragraaf 5 wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zendt de aanslagen voor de inning van de bijdrage bedoeld in paragraaf 2 aan de bijdrageplichtigen toe vanaf 1 februari van het kalenderjaar waarin de bijdrage verschuldigd is. De bijdrage is uitvoerbaar binnen dertig dagen na het verzenden van de aanslag door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.";
3° in paragraaf 5 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, luidende:
"De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer zendt de aanslagen voor de inning van de bijdrage bedoeld in paragraaf 3 aan de bijdrageplichtigen toe vanaf 1 oktober van het kalenderjaar waarin de bijdrage verschuldigd is.";
4° er wordt een paragraaf 5/1 ingevoegd, luidende:
" § 5/1. Beroep tegen de aanslag kan worden ingediend binnen de 30 dagen na het verzenden van de aanslag via aangetekend schrijven bij de FOSO. Het beroep schorst de betaling van de dat gedeelte van de aanslag waar er beroep voor aangetekend is. De FOSO stelt de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer hiervan onmiddellijk in kennis.
De FOSO beslist binnen de 30 dagen na ontvangst van het beroep en deelt deze mee aan de betrokkene en aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".
Art. 11. Dans l'article 2.7.7.11. du même code, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports est chargé de la perception des contribu-tions visées aux paragraphes 2 et 3. Lors de la perception, le Service public fédéral Mobi-lité et Transports impute immédiatement ces contributions sur le fonds budgétaire "Fonds relatif au fonctionnement de l'organisme fédéral d'enquête sur les accident de navigation" tel que visé à la rubrique 33 du tableau de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.";
2° au paragraphe 5, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports envoie les avis de perception de la con-tribution visée au paragraphe 2 aux redevables de la contribution à partir du 1er février de l'année civile où la contribution est due. La contribution est exécutoire dans les trente jours suivant l'envoi de l'avis par le Service public fédéral Mobilité et Transports.";
3° dans le paragraphe 5 un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports envoie les avis de perception de la con-tribution visée au paragraphe 3 aux redevables de la contribution à partir du 1er octobre de l'année civile où la contribution est due.";
4° un paragraphe 5/1 est inséré, rédigé comme suit:
" § 5/1. Un recours contre l'avis peut être introduit auprès de l'OFEAN par lettre recomman-dée dans les 30 jours suivant l'envoi de l'avis. Le recours suspend le paiement de la partie de l'avis pour laquelle un recours a été introduit. l'OFEAN en informe immédiatement le Service public fédéral Mobilité et Transports.
L'OFEAN prend une décision dans les 30 jours suivant la réception du recours et la notifie à l'intéressé et au Service public fédéral Mobilité et Transports.".
1° au paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports est chargé de la perception des contribu-tions visées aux paragraphes 2 et 3. Lors de la perception, le Service public fédéral Mobi-lité et Transports impute immédiatement ces contributions sur le fonds budgétaire "Fonds relatif au fonctionnement de l'organisme fédéral d'enquête sur les accident de navigation" tel que visé à la rubrique 33 du tableau de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.";
2° au paragraphe 5, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports envoie les avis de perception de la con-tribution visée au paragraphe 2 aux redevables de la contribution à partir du 1er février de l'année civile où la contribution est due. La contribution est exécutoire dans les trente jours suivant l'envoi de l'avis par le Service public fédéral Mobilité et Transports.";
3° dans le paragraphe 5 un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
"Le Service public fédéral Mobilité et Transports envoie les avis de perception de la con-tribution visée au paragraphe 3 aux redevables de la contribution à partir du 1er octobre de l'année civile où la contribution est due.";
4° un paragraphe 5/1 est inséré, rédigé comme suit:
" § 5/1. Un recours contre l'avis peut être introduit auprès de l'OFEAN par lettre recomman-dée dans les 30 jours suivant l'envoi de l'avis. Le recours suspend le paiement de la partie de l'avis pour laquelle un recours a été introduit. l'OFEAN en informe immédiatement le Service public fédéral Mobilité et Transports.
L'OFEAN prend une décision dans les 30 jours suivant la réception du recours et la notifie à l'intéressé et au Service public fédéral Mobilité et Transports.".
Art. 12. In afdeling 3, Hoofdstuk 1, Titel I van Boek 4, van hetzelfde wetboek wordt een artikel 4.1.1.8. ingevoegd, luidende:
"Art. 4.1.1.8. Administratieve maatregel
Het bestraffen van feiten die bestraft kunnen worden met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip moet gebeuren overeenkomstig de procedure vastgelegd in hoofdstuk 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.".
"Art. 4.1.1.8. Administratieve maatregel
Het bestraffen van feiten die bestraft kunnen worden met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip moet gebeuren overeenkomstig de procedure vastgelegd in hoofdstuk 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.".
Art. 12. Dans la section 3, chapitre 1er, Titre 1er du Livre 4, du même code, un article 4.1.1.8. est inséré, rédigé comme suit:
"Art. 4.1.1.8. Mesure administrative
Sanctionner des faits qui peuvent être punis par la déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire doit se faire conformément à la procédure définie dans le cha-pitre 2 de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation.".
"Art. 4.1.1.8. Mesure administrative
Sanctionner des faits qui peuvent être punis par la déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire doit se faire conformément à la procédure définie dans le cha-pitre 2 de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation.".
Art. 13. In artikel 4.1.2.6. van hetzelfde wetboek wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 wordt bestraft met sanctie van niveau 3 de kapitein of de scheepseigenaar die het artikel 2.2.3.9., 1°, f) of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.".
" § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 wordt bestraft met sanctie van niveau 3 de kapitein of de scheepseigenaar die het artikel 2.2.3.9., 1°, f) of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten overtreedt.".
Art. 13. Dans l'article 4.1.2.6. du même code, un paragraphe 1er/1 est inséré, rédigé comme suit:
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, est puni d'une sanction de niveau 3 le capitaine ou le propriétaire enfreignant l'articles 2.2.3.9., 1°, f) ou les arrêtés d'exécution y affé-rents.".
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, est puni d'une sanction de niveau 3 le capitaine ou le propriétaire enfreignant l'articles 2.2.3.9., 1°, f) ou les arrêtés d'exécution y affé-rents.".
Art. 14. In artikel 4.1.2.8/2. van hetzelfde wetboek, ingevoegd door de wet 16 juni 2021, worden de woorden "met inbegrip van de op deze verdragen betrekking hebben protocollen, wijzigingen en voorschriften met dwingend karakter, in de versie die van kracht is, het LL-Verdrag, SOLAS-Verdrag, MARPOL-Verdrag, BWM-verdrag STCW-verdrag, TMC-Verdrag, MLC-Verdrag en AFS-Verdrag" vervangen door de woorden "internationale en Unierechtelijke verdragen en akten betreffende de scheepvaart".
Art. 14. Dans l'article 4.1.2.8/2. du même code, inséré par la loi du 16 juin 2021, les mots "dans la version qui est en vigueur, la Convention LL, la Convention SOLAS, la Convention MAR-POL, la Convention BWM, la Convention STCW, la Convention TMC, la Convention MLC et la Convention AFS, en ce compris les protocoles et amendements à ces conventions et codes associés ayant force obligatoire" sont remplacés par les mots "les traités et actes internationaux et de l'Union relatifs à la navigation".
Art. 15. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 4.1.2.8/3. ingevoegd, luidende:
"Art. 4.1.2.8/3. Drugs en Alcohol
§ 1. Onderstaande sancties zijn van toepassing op:
1° Belgische zeeschepen, met uitzondering van Belgische zeeschepen die zich bevinden in de Belgische binnenwateren;
2° pleziervaartuigen die ingeschreven zijn overeenkomstig artikel 5.2.1.2., met uitzondering van pleziervaartuigen die zich bevinden in de Belgisch binnenwateren;
3° zeeschepen en pleziervaartuigen die opereren in Belgische maritieme zones;
4° zeeschepen en pleziervaartuigen die vertrekken vanuit België naar de Belgische maritieme zones;
5° zeeschepen en pleziervaartuigen die vanuit maritieme zones aankomen in België.
§ 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft
1° iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
2° iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft.
§ 3. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft
1° iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
2° iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet, de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft, wanneer de speekselanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
Stof Gehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) 10
Amfetamine 25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 25
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine 5
Cocaïne of Benzoylecgonine 10
Of wanneer de bloedanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
Stof Gehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) 1
Amfetamine 25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 25
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine 10
Cocaïne of Benzoylecgonine 10
3° iedereen die geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, of, zonder wettige reden, geweigerd heeft de bloedproef te laten nemen;
4° iedereen die het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan die houder is, niet heeft afgegeven, of het schip heeft bestuurd, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip wanneer dit verboden is.
§ 4. De personen die door de Koning zijn belast met het toezicht kunnen het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is inhouden overeenkomstig de door de Koning bepaalde duur waarvoor het verboden is om het schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. De Koning bepaalt de wijze waarop de vaststellingen moeten gebeuren.
§ 5. De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip voor een duur van een maand en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is, moet gedurende die periode worden afgegeven bij de scheepvaartpolitie.
De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met de vereiste dat er een medisch certificaat wordt voorgelegd om de geschiktheid aan te tonen om een schip te besturen, een persoon te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip.
§ 6. Het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wordt opgelegd als de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een vaartuig te besturen naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van dit artikel.
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een schip te besturen.
§ 7. Behalve dan bij samenloop wordt er voor bovenstaande inbreuken geen gevangenisstraf opgelegd.
"Art. 4.1.2.8/3. Drugs en Alcohol
§ 1. Onderstaande sancties zijn van toepassing op:
1° Belgische zeeschepen, met uitzondering van Belgische zeeschepen die zich bevinden in de Belgische binnenwateren;
2° pleziervaartuigen die ingeschreven zijn overeenkomstig artikel 5.2.1.2., met uitzondering van pleziervaartuigen die zich bevinden in de Belgisch binnenwateren;
3° zeeschepen en pleziervaartuigen die opereren in Belgische maritieme zones;
4° zeeschepen en pleziervaartuigen die vertrekken vanuit België naar de Belgische maritieme zones;
5° zeeschepen en pleziervaartuigen die vanuit maritieme zones aankomen in België.
§ 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft
1° iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
2° iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,5 gram en minder dan 0,8 gram per liter bloed aangeeft.
§ 3. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft
1° iedereen die vaart, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip;
2° iedereen die op het punt staat te varen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip;
wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet, de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft, wanneer de speekselanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
Stof Gehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) 10
Amfetamine 25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 25
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine 5
Cocaïne of Benzoylecgonine 10
Of wanneer de bloedanalyse de aanwezigheid aantoont van de hieronder vermelde stoffen en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger is dan de hieronder vermelde gehaltes:
Stof Gehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) 1
Amfetamine 25
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 25
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine 10
Cocaïne of Benzoylecgonine 10
3° iedereen die geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, of, zonder wettige reden, geweigerd heeft de bloedproef te laten nemen;
4° iedereen die het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan die houder is, niet heeft afgegeven, of het schip heeft bestuurd, een bestuurder begeleidt met het oog op scholing of actief dienst doet op een schip wanneer dit verboden is.
§ 4. De personen die door de Koning zijn belast met het toezicht kunnen het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is inhouden overeenkomstig de door de Koning bepaalde duur waarvoor het verboden is om het schip te besturen, een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip. De Koning bepaalt de wijze waarop de vaststellingen moeten gebeuren.
§ 5. De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip voor een duur van een maand en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Het brevet, vaarbevoegdheidsbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan de betrokkene houder is, moet gedurende die periode worden afgegeven bij de scheepvaartpolitie.
De voorgaande sancties kunnen worden aangevuld met de vereiste dat er een medisch certificaat wordt voorgelegd om de geschiktheid aan te tonen om een schip te besturen, een persoon te begeleiden met het oog op scholing of actief dienst te doen op een schip.
§ 6. Het verval van het recht tot besturen, het recht om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing of het recht om actief dienst te doen op een schip wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid wordt opgelegd als de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden om een vaartuig te besturen naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van dit artikel.
De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat de betrokkene niet meer ongeschikt is om een schip te besturen.
§ 7. Behalve dan bij samenloop wordt er voor bovenstaande inbreuken geen gevangenisstraf opgelegd.
Art. 15. Dans le même code est inséré un article 4.1.2.8/3., rédigé comme suit:
"Art. 4.1.2.8/3. Drogues et Alcool
§ 1er. Les sanctions suivantes sont applicables:
1° aux navires de mer belges, à l'exception des navires de mer belges qui se trouvent dans les eaux intérieures belges;
2° aux navires de plaisance inscrits conformément à l'article 5.2.1.2., à l'exception des navires de plaisance qui se trouvent dans les eaux intérieures belges;
3 ° aux navires de mer et aux navires de plaisance opérant dans les zones maritimes belges;
4° aux navires de mer et aux navires de plaisance quittant la Belgique vers les zones mari-times belges;
5° aux navires de mer et aux navires de plaisance arrivant en Belgique depuis des zones maritimes.
§ 2. Est puni d'une sanction de niveau 2:
1° quiconque navigue, accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage ou est en service actif sur un navire;
2° quiconque sur le point de naviguer, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'être en service actif sur un navire;
lorsque l'analyse de l'haleine détecte une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milli-gramme et inférieure à 0,35 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ou que l'analyse sanguine révèle une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme et inférieure à 0,8 gramme par litre de sang.
§ 3. Est puni d'une sanction de niveau 3:
1° quiconque navigue, accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage ou est en service actif sur un navire;
2° quiconque sur le point de naviguer, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'être en service actif sur un navire;
lorsque l'analyse de l'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,35 milli-gramme par litre d'air alvéolaire expiré, que l'analyse sanguine révèle une concentration d'alcool d'au moins 0,8 gramme par litre de sang, lorsque l'analyse de salive démontre la présence des substances reprises ci-dessous et dont le taux est égal ou supérieur à celui fixé ci-dessous:
Substance Taux (ng/ml)
Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC) 10
Amphétamine 25
Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA) 25
Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine 5
Cocaïne ou Benzoylecgonine 10
Ou lorsque l'analyse sanguine démontre la présence des substances reprises ci-dessous et dont le taux est égal ou supérieur à celui fixé ci-dessous:
Substance Taux (ng/ml)
Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC) 1
Amphétamine 25
Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA) 25
Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine 10
Cocaïne ou Benzoylecgonine 10
3° quiconque a refusé de se soumettre au test de l'haleine ou à l'analyse de l'haleine, ou, sans motif légitime, a refusé de se soumettre au prélèvement sanguin;
4° quiconque a omis de remettre le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre qualification équivalente qu'il détient, ou a conduit le navire, accompagné un conducteur en vue de l'apprentissage ou effectué un service actif sur un navire lorsque cela est interdit.
§ 4. Les personnes chargées de la surveillance par le Roi peuvent retirer le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre qualification équivalente détenu par l'intéressé conformément à la durée déterminée par le Roi pour laquelle il est interdit de conduire le navire, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'effectuer un service actif sur un navire. Le Roi détermine la manière dont les constatations doivent être faites.
§ 5. Les sanctions précédentes peuvent être complétées par la déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire pour une durée d'un mois à maximum 5 ans ou à perpétuité. Le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre quali-fication équivalente détenu par l'intéressé doit être remis pendant cette période à la police de la navigation.
Les sanctions précédentes peuvent être complétées par l'obligation de produire un certifi-cat médical attestant l'aptitude à conduire un navire, à accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou à effectuer un service actif sur un navire.
§ 6. La déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire pour incapacité phy-sique ou mentale est imposée si le coupable est physiquement ou mentalement inapte à conduire un navire à la suite d'une condamnation pour une infraction au présent article.
La durée de la déchéance du droit de conduire dépend de la preuve que l'intéressé n'est plus inapte à conduire un navire.
§ 7. Aucune peine d'emprisonnement n'est imposée pour les infractions susmentionnées, sauf en cas de concours d'infractions.
"Art. 4.1.2.8/3. Drogues et Alcool
§ 1er. Les sanctions suivantes sont applicables:
1° aux navires de mer belges, à l'exception des navires de mer belges qui se trouvent dans les eaux intérieures belges;
2° aux navires de plaisance inscrits conformément à l'article 5.2.1.2., à l'exception des navires de plaisance qui se trouvent dans les eaux intérieures belges;
3 ° aux navires de mer et aux navires de plaisance opérant dans les zones maritimes belges;
4° aux navires de mer et aux navires de plaisance quittant la Belgique vers les zones mari-times belges;
5° aux navires de mer et aux navires de plaisance arrivant en Belgique depuis des zones maritimes.
§ 2. Est puni d'une sanction de niveau 2:
1° quiconque navigue, accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage ou est en service actif sur un navire;
2° quiconque sur le point de naviguer, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'être en service actif sur un navire;
lorsque l'analyse de l'haleine détecte une concentration d'alcool d'au moins 0,22 milli-gramme et inférieure à 0,35 milligramme par litre d'air alvéolaire expiré ou que l'analyse sanguine révèle une concentration d'alcool d'au moins 0,5 gramme et inférieure à 0,8 gramme par litre de sang.
§ 3. Est puni d'une sanction de niveau 3:
1° quiconque navigue, accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage ou est en service actif sur un navire;
2° quiconque sur le point de naviguer, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'être en service actif sur un navire;
lorsque l'analyse de l'haleine mesure une concentration d'alcool d'au moins 0,35 milli-gramme par litre d'air alvéolaire expiré, que l'analyse sanguine révèle une concentration d'alcool d'au moins 0,8 gramme par litre de sang, lorsque l'analyse de salive démontre la présence des substances reprises ci-dessous et dont le taux est égal ou supérieur à celui fixé ci-dessous:
Substance Taux (ng/ml)
Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC) 10
Amphétamine 25
Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA) 25
Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine 5
Cocaïne ou Benzoylecgonine 10
Ou lorsque l'analyse sanguine démontre la présence des substances reprises ci-dessous et dont le taux est égal ou supérieur à celui fixé ci-dessous:
Substance Taux (ng/ml)
Delta-9-tétrahydrocannabinol (THC) 1
Amphétamine 25
Méthylènedioxyméthylamphétamine (MDMA) 25
Morphine (libre) ou 6-acétylmorphine 10
Cocaïne ou Benzoylecgonine 10
3° quiconque a refusé de se soumettre au test de l'haleine ou à l'analyse de l'haleine, ou, sans motif légitime, a refusé de se soumettre au prélèvement sanguin;
4° quiconque a omis de remettre le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre qualification équivalente qu'il détient, ou a conduit le navire, accompagné un conducteur en vue de l'apprentissage ou effectué un service actif sur un navire lorsque cela est interdit.
§ 4. Les personnes chargées de la surveillance par le Roi peuvent retirer le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre qualification équivalente détenu par l'intéressé conformément à la durée déterminée par le Roi pour laquelle il est interdit de conduire le navire, d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou d'effectuer un service actif sur un navire. Le Roi détermine la manière dont les constatations doivent être faites.
§ 5. Les sanctions précédentes peuvent être complétées par la déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire pour une durée d'un mois à maximum 5 ans ou à perpétuité. Le brevet, le brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ou toute autre quali-fication équivalente détenu par l'intéressé doit être remis pendant cette période à la police de la navigation.
Les sanctions précédentes peuvent être complétées par l'obligation de produire un certifi-cat médical attestant l'aptitude à conduire un navire, à accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou à effectuer un service actif sur un navire.
§ 6. La déchéance du droit de conduire, du droit d'accompagner un conducteur en vue de l'apprentissage ou du droit d'effectuer un service actif sur un navire pour incapacité phy-sique ou mentale est imposée si le coupable est physiquement ou mentalement inapte à conduire un navire à la suite d'une condamnation pour une infraction au présent article.
La durée de la déchéance du droit de conduire dépend de la preuve que l'intéressé n'est plus inapte à conduire un navire.
§ 7. Aucune peine d'emprisonnement n'est imposée pour les infractions susmentionnées, sauf en cas de concours d'infractions.
Art. 16. Artikel 4.1.2.16. van hetzelfde wetboek wordt opgeheven.
Art. 16. Article 4.1.2.16 du même code est abrogé.
Art. 17. In artikel 4.2.1.2. van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en desbetreffende uitvoeringsbesluiten";
2° in paragraaf 1 wordt in de bepaling onder 3° de woorden "het stellen van alle andere handelingen van bestuursrechtelijke aard met het oog op de handhaving van de op de scheepvaart betrekking hebbende regels, met uitzondering van de politiemaatregelen bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, en" opgeheven.
1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en desbetreffende uitvoeringsbesluiten";
2° in paragraaf 1 wordt in de bepaling onder 3° de woorden "het stellen van alle andere handelingen van bestuursrechtelijke aard met het oog op de handhaving van de op de scheepvaart betrekking hebbende regels, met uitzondering van de politiemaatregelen bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, en" opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 4.2.1.2. du même code, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, le 1° est complété par les mots "et les arrêtés d'exécution y affé-rents";
2° au paragraphe 1er, 3°, les mots "la prise de tous les autres actes de nature administrative destinés au respect des règles ayant trait à la navigation, à l'exception des mesures de police visées à l'article 3, 1°, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, et" sont abrogés.
1° au paragraphe 1er, le 1° est complété par les mots "et les arrêtés d'exécution y affé-rents";
2° au paragraphe 1er, 3°, les mots "la prise de tous les autres actes de nature administrative destinés au respect des règles ayant trait à la navigation, à l'exception des mesures de police visées à l'article 3, 1°, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police, et" sont abrogés.
Art. 18. Artikel 5.2.1.1., 2°, van hetzelfde wetboek, ingevoegd door de wet van 16 juni 2021, wordt aangevuld met de woorden "tenzij de overheid van dat ander land het gebruik ervan beperkt tot zijn eigen nationale wateren".
Art. 18. L'article 5.2.1.1., 2°, du même code, inséré par la loi du 16 juin 2021, est complété par les mots "à moins que l'autorité de cet autre pays limite son utilisation à ses propres eaux nationales".
Art. 19. In rubriek 33-12 van de tabel bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van de begrotingsfondsen, ingevoegd bij de wet van 2 juni 2012 en gewijzigd door de wetten van 11 augustus 2017 en 8 mei 2019, worden bij het "Fonds betreffende de werking van de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen" de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "De jaarlijkse bijdrage die door de exploitanten van de Belgische schepen en de exploitanten van de schepen onder vreemde vlag diede havens van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende en Zeebrugge verschuldigd is als deelneming in de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard van de federale instantie voor onderzoek van scheepvaart-ongevallen, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor het onderzoek van scheepvaartongevallen." worden vervangen door de woorden:
"1° De jaarlijkse bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.7.7.11. van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
2° de terugbetalingen van kosten gemaakt door de FOSO of de personeelsleden van de FOSO;
3° de vergoeding van de kosten bedoeld in artikel 2.7.7.9., § 5, van het Belgisch Scheepvaartwetboek.";
b) de woorden "de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor het onderzoek van scheepvaartongevallen." worden vervangen door de woorden "de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 7 van Titel 7 van Boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.".
a) de woorden "De jaarlijkse bijdrage die door de exploitanten van de Belgische schepen en de exploitanten van de schepen onder vreemde vlag diede havens van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Oostende en Zeebrugge verschuldigd is als deelneming in de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard van de federale instantie voor onderzoek van scheepvaart-ongevallen, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor het onderzoek van scheepvaartongevallen." worden vervangen door de woorden:
"1° De jaarlijkse bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.7.7.11. van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
2° de terugbetalingen van kosten gemaakt door de FOSO of de personeelsleden van de FOSO;
3° de vergoeding van de kosten bedoeld in artikel 2.7.7.9., § 5, van het Belgisch Scheepvaartwetboek.";
b) de woorden "de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet van 2 juni 2012 betreffende de federale instantie voor het onderzoek van scheepvaartongevallen." worden vervangen door de woorden "de oprichtings-, personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de federale instantie voor onderzoek van scheepvaartongevallen, zoals bedoeld in Hoofdstuk 7 van Titel 7 van Boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.".
Art. 19. Dans la rubrique 33-12 du tableau de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, inséré par la loi du 2 juin 2012 et modifié par les lois du 11 août 2017 et 8 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées au "Fonds relatif au fonctionne-ment de l'organisme fédéral d'enquête sur les accident de navigation":
a) les mots "La contribution annuelle à charge des exploitants des navires belges et, des exploitants des navires sous pavillon étranger faisant escale dans le port ports d'Anvers, de Bruxelles, de Gand, de Liège, d'Ostende ou de Zeebrugge, à titre de participation aux frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature de l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé à l'article 7 de la loi du 2 juin 2012 relative à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation." sont remplacés par les mots:
"1° les contributions annuelles telles que visées à l'article 2.7.7.11. du Code belge de la Navigation;
2° les remboursements de frais engagés par l'OFEAN ou les membres du personnel de l'OFEAN;
3° l'indemnisation des coûts visés à l'article 2.7.7.9., § 5, du Code belge de la Navigation.";
b) les mots "les frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature con-cernant l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé à l'article 7 de la loi du 2 juin 2012 relative à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation." sont remplacés par les mots "les frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature concernant l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé au Chapitre 7 du Titre 7 du Livre 2 du Code belge de la Naviga-tion.".
a) les mots "La contribution annuelle à charge des exploitants des navires belges et, des exploitants des navires sous pavillon étranger faisant escale dans le port ports d'Anvers, de Bruxelles, de Gand, de Liège, d'Ostende ou de Zeebrugge, à titre de participation aux frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature de l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé à l'article 7 de la loi du 2 juin 2012 relative à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation." sont remplacés par les mots:
"1° les contributions annuelles telles que visées à l'article 2.7.7.11. du Code belge de la Navigation;
2° les remboursements de frais engagés par l'OFEAN ou les membres du personnel de l'OFEAN;
3° l'indemnisation des coûts visés à l'article 2.7.7.9., § 5, du Code belge de la Navigation.";
b) les mots "les frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature con-cernant l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé à l'article 7 de la loi du 2 juin 2012 relative à l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation." sont remplacés par les mots "les frais de création, de personnel et de fonctionnement de toute nature concernant l'organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation, tel que visé au Chapitre 7 du Titre 7 du Livre 2 du Code belge de la Naviga-tion.".
Art. 20. In hoofdstuk 2 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, wordt het opschrift van het hoofdstuk aangevuld met de woorden:
"en bij de vereniging zonder winstoogmerk Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw)".
"en bij de vereniging zonder winstoogmerk Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw)".
Art. 20. Au chapitre 2 de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses, l'intitulé du cha-pitre est complété par les mots:
"et auprès de l'association sans but lucratif Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw)".
"et auprès de l'association sans but lucratif Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw)".
Art. 21. In artikel 112 van de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen worden de woorden "opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 augustus 1986, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid, Zeevissersfonds genaamd, en tot vaststelling van zijn statuten" vervangen als volgt:
"zoals opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2011 tot wijziging en coördinatie van de statuten van het Zeevissersfonds met als nummer 108594/CO/143 en zoals gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 2017 tot wijziging van de statuten van het Zeevissersfonds met als nummer 139632/CO/143".
"zoals opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 2011 tot wijziging en coördinatie van de statuten van het Zeevissersfonds met als nummer 108594/CO/143 en zoals gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 2017 tot wijziging van de statuten van het Zeevissersfonds met als nummer 139632/CO/143".
Art. 21. A l'article 112 de la loi du 28 avril 2010 portant des dispositions diverses, les mots "institué par la convention collective de travail du 29 août 1986 conclue au sein de la Commission paritaire de la pêche maritime, instituant un fonds de sécurité d'existence dénommé "Zeevissersfonds", et fixant ses statuts" sont remplacés comme suit:
"tel qu'institué par la convention collective de travail n° 108594/CO/143 du 9 juin 2011 mo-difiant et coordonnant les statuts du "Zeevissersfonds" et tel que modifié par la convention collective de travail n° 139632/CO/143 du 28 avril 2017 modifiant les statuts du "Zeevis-sersfonds".
"tel qu'institué par la convention collective de travail n° 108594/CO/143 du 9 juin 2011 mo-difiant et coordonnant les statuts du "Zeevissersfonds" et tel que modifié par la convention collective de travail n° 139632/CO/143 du 28 avril 2017 modifiant les statuts du "Zeevis-sersfonds".
Art. 22. In artikel 112 van dezelfde wet wordt een tweede lid ingevoegd, luidende:
"Een regeringscommissaris en een plaatsvervangend regeringscommissaris worden aangesteld bij de vereniging zonder winstoogmerk Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw), opgericht bij akte op 12 oktober 2017. Deze regeringscommissaris oefent controle uit op het beheer en de aanwending van de federale overheidsmiddelen die de werkgevers krachtens artikel 275.4 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen via het hierboven vermelde Zeevissersfonds aan deze vzw storten. De Koning bepaalt de opdracht, de bevoegdheid, het statuut en de werkingsmodaliteiten van de regeringscommissaris.".
"Een regeringscommissaris en een plaatsvervangend regeringscommissaris worden aangesteld bij de vereniging zonder winstoogmerk Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie (OVIS vzw), opgericht bij akte op 12 oktober 2017. Deze regeringscommissaris oefent controle uit op het beheer en de aanwending van de federale overheidsmiddelen die de werkgevers krachtens artikel 275.4 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen via het hierboven vermelde Zeevissersfonds aan deze vzw storten. De Koning bepaalt de opdracht, de bevoegdheid, het statuut en de werkingsmodaliteiten van de regeringscommissaris.".
Art. 22. A l'article 112 de la même loi, il est inséré un alinéa 2 rédigé comme suit:
"Un commissaire du gouvernement et un commissaire du gouvernement suppléant sont désignés auprès de l'association sans but lucratif "Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie" (OVIS vzw), créée par acte authentique le 12 octobre 2017. Ce commissaire du gouvernement exerce un contrôle sur la gestion et l'affectation des moyens publics fédé-raux que les employeurs versent à ce fonds conformément à l'article 275.4 du Code des impôts sur les revenus. Le Roi définit la mission, la compétence, le statut et les modalités de fonctionnement du commissaire du gouvernement.".
"Un commissaire du gouvernement et un commissaire du gouvernement suppléant sont désignés auprès de l'association sans but lucratif "Ondersteuningsfonds voor visserij in transitie" (OVIS vzw), créée par acte authentique le 12 octobre 2017. Ce commissaire du gouvernement exerce un contrôle sur la gestion et l'affectation des moyens publics fédé-raux que les employeurs versent à ce fonds conformément à l'article 275.4 du Code des impôts sur les revenus. Le Roi définit la mission, la compétence, le statut et les modalités de fonctionnement du commissaire du gouvernement.".
Art. 23. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 23. La présente loi entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après sa publication au Moniteur belge.