Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MAART 2021. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de kinderopvang (IV)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-03-2021 en tekstbijwerking tot 24-03-2022)
Titre
4 MARS 2021. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement visant Ă  attĂ©nuer les rĂ©percussions de la crise du coronavirus sur l'accueil d'enfants (IV)(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 29-03-2021 et mise Ă  jour au 24-03-2022)
Documentinformatie
Numac: 2021201302
Datum: 2021-03-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021201302
Date: 2021-03-04
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen
Chapitre 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° coronamaatregelen: de dringende maatregelen die de federale overheid heeft genomen om de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) te beperken;
2° departement: het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Gezin;
3° Minister: de minister die bevoegd is voor de kinderopvang [1 ; ]1
[1 4° centrum: het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren. ]1
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par :
1° mesures " Corona " : les mesures d'urgence adoptées par l'autorité fédérale en vue de contenir la propagation du coronavirus (COVID-19);
2° département : le département du MinistÚre de la Communauté germanophone compétent en matiÚre de Famille;
3° Ministre : le ministre compétent en matiÚre d'Accueil d'enfants[1 ;]1
[1 4° centre : le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. ]1
Hoofdstuk 2. - Compensatie voor inkomensverlies
Chapitre 2. - Indemnité compensatoire de perte de revenus
Art. 2. Ongeacht alle andersluidende bepalingen van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang, ontvangen de diensten voor onthaalouders die overeenkomstig datzelfde besluit erkend zijn, een compensatie voor inkomensverlies die bestemd is voor de bij de dienst aangesloten onthaalouders.
De compensatie voor inkomensverlies bedraagt voor elke aangesloten onthaalouder hoogstens 17,50 euro per dag per kind per afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die minstens vijf uur duurt. De onthaalouders ontvangen:
- 60 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan vijf uur en minstens drie uur duren;
- 40 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan drie uur duren.
De compensatie voor inkomensverlies bepaald in het tweede lid wordt niet betaald aan aangesloten onthaalouders die hun activiteit vrijwillig of op basis van een door een arts uitgereikt ziekteattest stopzetten, met uitzondering van de periode van een opgelegde quarantaine [1 , alsook de dagen waarop ze hun activiteit stopzetten om hun vaccinatie-afspraak waar te nemen om zich tegen het coronavirus (COVID-19) te laten inenten]1.
§ 2 - Om de in § 1 bepaalde compensatie te ontvangen, houden de diensten voor onthaalouders alle onthaalouders actief en activeren ze geen enkel systeem waarbij hun medewerkers tijdelijk niet vergoed hoeven te worden tijdens de periode dat de coronamaatregelen gelden.
Die voorwaarde is niet van toepassing als de dienst voor onthaalouders kan aantonen dat de aangesloten onthaalouder zijn kinderopvang door overmacht niet kan voortzetten.
§ 3 - Met de aanvraag voor het verkrijgen van de compensatie voor inkomensverlies vermeld in § 1 stelt de dienst voor onthaalouders de contractueel overeengekomen bijdrage in de kosten niet in rekening van de personen belast met de opvoeding voor de betrokken periode. Indien de personen belast met de opvoeding de bijdrage in de kosten toch betaald hebben, betaalt de dienst voor onthaalouders het betaalde bedrag terug aan de personen belast met de opvoeding.
Art. 2. § 1er - Nonobstant toute disposition contraire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les services d'accueillants d'enfants agréés conformĂ©ment audit arrĂȘtĂ© reçoivent une indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus destinĂ©e aux accueillants d'enfants conventionnĂ©s affiliĂ©s Ă  un service.
Pour chaque accueillant d'enfants conventionné, l'indemnité compensatoire de perte de revenus s'élÚve à maximum 17,50 euros par jour et par enfant absent un jour de garde réservé d'au moins cinq heures. Les accueillants d'enfants reçoivent :
- 60 % de ce montant pour les jours de garde d'au moins trois heures, mais de moins de cinq;
- 40 % de ce montant pour les jours de garde de moins de trois heures.
L'indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus mentionnĂ©e Ă  l'alinĂ©a 2 n'est pas payĂ©e aux accueillants d'enfants conventionnĂ©s qui cessent leurs activitĂ©s volontairement ou sur la base d'un certificat mĂ©dical, Ă  l'exception de la pĂ©riode de quarantaine imposĂ©e [1 ainsi que le jour oĂč ils suspendent leur activitĂ© pour pouvoir se rendre Ă  leur rendez-vous de vaccination contre le coronavirus (COVID-19) ]1.
§ 2 - Pour percevoir l'indemnité mentionnée au § 1er, les services d'accueillants d'enfants maintiennent tous les accueillants en service de garde et ne recourent à aucun systÚme par lequel ils ne doivent pas, temporairement, indemniser les accueillants d'enfants pendant la période de validité des mesures " Corona ".
Cette condition ne vaut pas lorsque le service d'accueillants peut prouver que l'accueil d'enfants ne peut ĂȘtre poursuivi auprĂšs de l'accueillant d'enfants conventionnĂ© pour cas de force majeure.
§ 3 - En introduisant la demande en vue d'obtenir l'indemnité compensatoire de perte de revenus mentionnée au § 1er, le service d'accueillants d'enfants ne porte pas en compte, pour la période correspondante, la participation aux frais contractuelle supportée par les personnes chargées de l'éducation. Si, malgré tout, les personnes chargées de l'éducation ont payé la participation aux frais, le service d'accueillants d'enfants leur rembourse le montant réglé.
Art. 3. § 1 - Ongeacht alle andersluidende bepalingen van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders ontvangen de zelfstandige onthaalouders die overeenkomstig datzelfde besluit erkend zijn en geen socialezekerheidsbijdragen betalen, een compensatie voor inkomensverlies van hoogstens 19 euro per dag per kind per afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die minstens vijf uur duurt. De onthaalouders ontvangen:
- 60 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan vijf uur en minstens drie uur duren;
- 40 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan drie uur duren.
Ongeacht alle andersluidende bepalingen van hetzelfde besluit ontvangen de zelfstandige onthaalouders die overeenkomstig datzelfde besluit zijn erkend en die deze activiteit in hoofdberoep uitoefenen en socialezekerheidsbijdragen betalen, een compensatie voor inkomensverlies die gelijk is aan 80 % van de contractueel vastgelegde kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding per kind per dag afwezigheid op een gereserveerde opvangdag.
§ 2 - Ongeacht alle andersluidende bepalingen van hetzelfde besluit ontvangen de zelfstandige mede-onthaalouders die overeenkomstig datzelfde besluit erkend zijn en geen socialezekerheidsbijdragen betalen, een compensatie voor inkomensverlies van hoogstens 19 euro per dag per kind per afwezigheidsdag op een gereserveerde opvangdag die minstens vijf uur duurt. De mede-onthaalouders ontvangen:
- 60 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan vijf uur en minstens drie uur duren;
- 40 % van dat bedrag voor opvangdagen die minder dan drie uur duren.
Ongeacht alle andersluidende bepalingen van hetzelfde besluit ontvangen de mede-onthaalouders die overeenkomstig datzelfde besluit zijn erkend en die deze activiteit in hoofdberoep uitoefenen en socialezekerheidsbijdragen betalen, een compensatie voor inkomensverlies die gelijk is aan 90 % van de contractueel vastgelegde kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding per dag per kind per dag afwezigheid op een gereserveerde opvangdag.
§ 3 - De compensatie voor inkomensverlies bepaald in de § § 1 en 2 wordt niet betaald aan zelfstandige (mede-)onthaalouders die hun activiteit vrijwillig of op basis van een door een arts uitgereikt ziekteattest stopzetten, met uitzondering van de periode van een opgelegde quarantaine [1 , alsook de dagen waarop ze hun activiteit stopzetten om hun vaccinatie-afspraak waar te nemen om zich tegen het coronavirus (COVID-19) te laten inenten]1.
§ 4 - Om de compensatie bepaald in de § § 1 en 2 te ontvangen, zijn de zelfstandige (mede-)onthaalouders beschikbaar om hun dienstverlening voort te zetten en activeren ze geen systeem waarbij ze hun dienstverlening moeten stopzetten.
Die voorwaarde is niet van toepassing als de zelfstandige (mede-)onthaalouder kan aantonen dat hij de kinderopvang door overmacht niet kan voortzetten.
§ 5 - Met de aanvraag voor het verkrijgen van de compensatie voor inkomensverlies vermeld in § § 1 en 2 stellen de zelfstandige (mede-)onthaalouders de contractueel overeengekomen bijdrage in de kosten niet in rekening van de personen belast met de opvoeding voor de betrokken periode. Indien de personen belast met de opvoeding de bijdrage in de kosten toch betaald hebben, betaalt de zelfstandige (mede-)onthaalouder het betaalde bedrag terug aan de personen belast met de opvoeding.
Art. 3. § 1er - Nonobstant toute disposition contraire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux accueillants autonomes, les accueillants autonomes agréés conformĂ©ment audit arrĂȘtĂ©, qui ne paient aucune cotisation de sĂ©curitĂ© sociale, reçoivent une indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus qui s'Ă©lĂšve Ă  maximum 19 euros par jour et par enfant absent un jour de garde rĂ©servĂ© d'au moins cinq heures. Les accueillants d'enfants reçoivent :
- 60 % de ce montant pour les jours de garde d'au moins trois heures, mais de moins de cinq;
- 40 % de ce montant pour les jours de garde de moins de trois heures.
Nonobstant toute disposition contraire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les accueillants autonomes agréés conformĂ©ment audit arrĂȘtĂ© qui exercent cette activitĂ© Ă  titre principal et payent des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale reçoivent une indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus qui s'Ă©lĂšve Ă  80 % de la participation aux frais contractuelle supportĂ©e par les personnes chargĂ©es de l'Ă©ducation, et ce, par jour et par enfant absent un jour de garde rĂ©servĂ©.
§ 2 - Nonobstant toute disposition contraire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les co-accueillants autonomes agréés conformĂ©ment audit arrĂȘtĂ© qui ne paient aucune cotisation de sĂ©curitĂ© sociale reçoivent une indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus qui s'Ă©lĂšve Ă  maximum 19 euros par jour et par enfant absent un jour de garde rĂ©servĂ© d'au moins cinq heures. Les co-accueillants d'enfants reçoivent :
- 60 % de ce montant pour les jours de garde d'au moins trois heures, mais de moins de cinq;
- 40 % de ce montant pour les jours de garde de moins de trois heures.
Nonobstant toute disposition contraire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les co-accueillants autonomes agréés conformĂ©ment audit arrĂȘtĂ© qui exercent cette activitĂ© Ă  titre principal et payent des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale reçoivent une indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus qui s'Ă©lĂšve Ă  90 % de la participation aux frais contractuelle supportĂ©e par les personnes chargĂ©es de l'Ă©ducation, et ce, par jour et par enfant absent un jour de garde rĂ©servĂ©.
§ 3 - L'indemnitĂ© compensatoire de perte de revenus mentionnĂ©e aux § § 1er et 2 n'est pas payĂ©e aux (co-)accueillants d'enfants autonomes qui cessent leurs activitĂ©s volontairement ou sur la base d'un certificat mĂ©dical, Ă  l'exception de la pĂ©riode de quarantaine imposĂ©e [1 ainsi que le jour oĂč ils suspendent leur activitĂ© pour pouvoir se rendre Ă  leur rendez-vous de vaccination contre le coronavirus (COVID-19)]1.
§ 4 - Pour percevoir l'indemnitĂ© fixĂ©e aux § § 1er et 2, les (co-)accueillants autonomes maintiennent leur prestation et ne recourent Ă  aucun systĂšme leur imposant de l'arrĂȘter.
Cette condition ne vaut pas lorsque l'accueillant ou le co-accueillant autonome peut prouver que l'accueil d'enfants ne peut ĂȘtre poursuivi pour cas de force majeure.
§ 5 - En introduisant la demande en vue d'obtenir l'indemnité compensatoire de perte de revenus mentionnée aux § § 1er et 2, les (co-)accueillants d'enfants autonomes ne portent pas en compte, pour la période correspondante, la participation aux frais contractuelle supportée par les personnes chargées de l'éducation. Si, malgré tout, les personnes chargées de l'éducation ont payé la participation aux frais, l'accueillant ou le co-accueillant d'enfants autonome leur rembourse le montant réglé.
Art. 4. § 1 - Ongeacht alle andersluidende bepalingen van een overeenkomst die werd goedgekeurd krachtens artikel 202 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang ontvangen de erkende onthaalouderhuizen die in het kader van een dergelijke overeenkomst erkend zijn, een compensatie die overeenstemt met het werkelijke inkomensverlies naar aanleiding van de afwezigheid van de kinderen op de gereserveerde opvangdagen. Het inkomensverlies wordt berekend op basis van de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit in het onthaalouderhuis van toepassing is.
De compensatie bepaald in het eerste lid wordt niet betaald aan het onthaalouderhuis, als de organiserende instantie de activiteit van het onthaalouderhuis vrijwillig stopzet, met uitzondering van de periode van een opgelegde quarantaine of bevolen sluiting [1 alsook de dagen waarop het onthaalouderhuis een verminderde opnamecapaciteit heeft doordat de onthaalouders hun vaccinatie-afspraak waarnemen om zich tegen het coronavirus (COVID-19) te laten inenten.]1.
§ 2 - Om de compensatie bepaald in § 1 te ontvangen, zijn de onthaalouderhuizen beschikbaar om hun dienstverlening voort te zetten en activeren ze geen systeem waarbij ze hun dienstverlening moeten stopzetten.
Die voorwaarde is niet van toepassing als de organiserende instantie kan aantonen dat de kinderopvang door overmacht niet kan worden voortgezet.
§ 3 - Met de aanvraag voor het verkrijgen van de compensatie voor inkomensverlies vermeld in § 1 stellen de onthaalouderhuizen de contractueel overeengekomen bijdrage in de kosten niet in rekening van de personen belast met de opvoeding voor de betrokken periode. Indien de personen belast met de opvoeding de bijdrage in de kosten toch betaald hebben, betaalt de organiserende instantie het betaalde bedrag terug aan de personen belast met de opvoeding.
Art. 4. § 1er - Nonobstant toute disposition contraire d'une convention approuvĂ©e en vertu de l'article 202 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les maisons d'accueillants d'enfants agréées dans le cadre d'une telle convention reçoivent une indemnitĂ© correspondant Ă  la perte de revenus rĂ©elle due Ă  l'absence des enfants les journĂ©es d'accueil rĂ©servĂ©es. La perte de revenus est calculĂ©e sur la base de la participation aux frais payĂ©e par les personnes chargĂ©es de l'Ă©ducation, prĂ©vue par la maison d'accueillants d'enfants au moment de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
L'indemnitĂ© fixĂ©e au premier alinĂ©a n'est pas payĂ©e Ă  la maison d'accueillants d'enfants lorsque le pouvoir organisateur cesse volontairement ses activitĂ©s, Ă  l'exception de la pĂ©riode de quarantaine imposĂ©e ou, selon le cas, de fermeture [1 ainsi que le jour oĂč ladite maison dispose d'une capacitĂ© d'accueil rĂ©duite en raison de l'absence de ses accueillants qui se rendent Ă  leur rendez-vous de vaccination contre le coronavirus (COVID-19)]1.
§ 2 - Pour percevoir l'indemnitĂ© fixĂ©e au § 1er, les maisons d'accueillants d'enfants maintiennent leur prestation et ne recourent Ă  aucun systĂšme leur imposant de l'arrĂȘter.
Cette condition ne vaut pas lorsque le pouvoir organisateur peut prouver que l'accueil d'enfants ne peut ĂȘtre poursuivi pour cas de force majeure.
§ 3 - En introduisant la demande en vue d'obtenir l'indemnité compensatoire de perte de revenus mentionnée au § 1er, les maisons d'accueillants d'enfants ne portent pas en compte, pour la période correspondante, la participation aux frais contractuelle supportée par les personnes chargées de l'éducation. Si, malgré tout, les personnes chargées de l'éducation ont payé la participation aux frais, le pouvoir organisateur leur rembourse le montant réglé.
Art. 5. De aanvraag van de compensaties voor inkomensverlies bepaald in de artikelen 2 tot 4 wordt uiterlijk zes maanden na afloop van de coronamaatregelen ingediend bij het departement met vermelding van de volgende gegevens:
1° de identiteit en het rekeningnummer van de aanvrager;
2° het aantal en de duur van de afwezigheidsdagen;
3° de contractueel vastgelegde kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding, teneinde de compensatie vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, te ontvangen;
4° het bedrag van het inkomstenverlies dat voortvloeit uit het aantal afwezige kinderen, teneinde de compensatie vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, te ontvangen.
De Minister beslist over de aanvraag op basis van een standpuntbepaling van het departement.
Art. 5. La demande pour les indemnités compensatoires de perte de revenus fixées aux articles 2 à 4 est introduite auprÚs du département au plus tard six mois aprÚs la fin des mesures " Corona " et mentionne :
1° l'identité du demandeur et son numéro de compte;
2° le nombre de jours d'absence et leur durée;
3° la participation aux frais contractuelle supportée par les personnes chargées de l'éducation, pour percevoir l'indemnité prévue à l'article 3, § 1er, alinéa 2, et § 2, alinéa 2;
4° les pertes de recettes dues au nombre d'enfants absents, pour percevoir l'indemnité prévue à l'article 4, § 1er, alinéa 1er.
Le Ministre statue sur la demande en se basant sur l'avis remis par le département.
Hoofdstuk 3. - Diverse maatregelen
Chapitre 3. - Mesures diverses
Art.5.1. [1 Ongeacht artikel 38, vierde lid, artikel 44, § § 1 en 2, vierde lid, artikel 60, § 2, 2°, artikel 61, 5°, artikel 108.1, § 1, artikel 132, § 1, artikel 139, tweede lid, en artikel 144 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang kan het maximale aantal kinderen dat gelijktijdig mag worden opgevangen, overschreden worden om flexibel te kunnen inspelen op opvangaanvragen die op korte termijn in andere opvangstructuren bestaan als gevolg van de quarantainemaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden, voor zover dat maximale aantal reeds in het kader van een erkenning door de Minister of in het kader van een toelating door de dienst voor onthaalouders werd vastgelegd.
Ongeacht artikel 132, § 2, van hetzelfde besluit beslissen de erkende centra voor kinderopvang over het onbegrensde maximale aantal kinderen dat aangesloten onthaalouders tegelijk mogen opvangen, voor zover een overschrijding van het maximale aantal kinderen overeenkomstig het eerste lid noodzakelijk is. ]1

Art. 5.1. [1 Nonobstant les articles 38, alinĂ©a 4, 44, § § 1er et 2, alinĂ©a 4, 60, § 2, 2°, 61, 5°, 108.1, § 1er, 132, § 1er, 139, alinĂ©a 2, et 144 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, le nombre maximal d'enfants accueillis simultanĂ©ment peut ĂȘtre dĂ©passĂ© afin de pouvoir rĂ©agir de maniĂšre flexible et Ă  court terme aux demandes en matiĂšre d'accueil qui se prĂ©sentent dans d'autres structures d'accueil Ă  la suite des mesures de quarantaine dues Ă  la crise du coronavirus, pour autant que ce nombre maximal ait dĂ©jĂ  Ă©tĂ© fixĂ© dans le cadre de l'agrĂ©ation dĂ©livrĂ©e par le Ministre ou de celle dĂ©livrĂ©e par le service d'accueillants d'enfants.
Nonobstant l'article 132, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© et pour autant qu'un dĂ©passement du nombre maximal au sens de l'alinĂ©a 1er soit nĂ©cessaire, les centres d'accueil agréés statuent sur le nombre maximal illimitĂ© d'enfants qui peuvent ĂȘtre accueillis simultanĂ©ment par des accueillants d'enfants conventionnĂ©s. ]1

Art.5.2. [1 Ongeacht de artikelen 43 en 48 van hetzelfde besluit is geen voorafgaande vergunning nodig voor niet-vergunde aanvullende ruimten die toch worden gebruikt als gevolg van de coronamaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden.
Als de diensten voor kinderopvang overeenkomstig het eerste lid aanvullende ruimten gebruiken, delen ze dit onmiddellijk schriftelijk mee aan het departement. ]1

Art. 5.2. [1 Nonobstant les articles 43 et 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les locaux supplĂ©mentaires utilisĂ©s en raison des mesures " Corona " applicables dues Ă  la crise du coronavirus, pour lesquels aucune autorisation n'a Ă©tĂ© dĂ©livrĂ©e, ne sont pas soumis Ă  une obligation d'autorisation prĂ©alable.
Si, conformément à l'alinéa 1er, les services d'accueil d'enfants doivent utiliser des locaux supplémentaires, ils en informent sans délai le département par écrit. ]1

Art.5.3. [1 Ongeacht de artikelen 43 en 48 van hetzelfde besluit is geen voorafgaande vergunning nodig als het opvangconcept wordt gewijzigd op grond van de coronamaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden.
Als de diensten voor kinderopvang overeenkomstig het eerste lid hun opvangconcept wijzigen, delen ze dit onmiddellijk schriftelijk mee aan het departement. ]1

Art. 5.3. [1 Nonobstant les articles 43 et 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les changements apportĂ©s au concept d'accueil en raison des mesures " Corona " applicables dues Ă  la crise du coronavirus ne sont pas soumis Ă  une obligation d'autorisation prĂ©alable.
Si, conformément à l'alinéa 1er, les services d'accueil d'enfants doivent apporter des changements à leur concept d'accueil, ils en informent sans délai le département par écrit. ]1

Art.5.4.[1 Ongeacht artikel 61, 5°, en artikel 133, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, kan het maximale opvangkapitaal van 115 dagen per maand onbeperkt worden overschreden om flexibel te kunnen inspelen op opvangaanvragen die op korte termijn in andere opvangstructuren bestaan als gevolg van de quarantainemaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden.
Ongeacht artikel 133, § 2, van hetzelfde besluit beslissen de erkende centra voor kinderopvang over de onbegrensde uitbreiding van het opvangkapitaal, voor zover die uitbreiding overeenkomstig het eerste lid noodzakelijk is. ]1

Art. 5.4. [1 Nonobstant l'article 61, 5°, et l'article 133, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le capital garde maximal de 115 jours par mois peut ĂȘtre dĂ©passĂ© de maniĂšre illimitĂ©e afin de pouvoir rĂ©agir de maniĂšre flexible et Ă  court terme aux demandes en matiĂšre d'accueil qui se prĂ©sentent dans d'autres structures d'accueil Ă  la suite des mesures de quarantaine dues Ă  la crise du coronavirus.
Nonobstant l'article 133, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© et pour autant que l'Ă©largissement au sens de l'alinĂ©a 1er soit nĂ©cessaire, les centres d'accueil agréés statuent sur l'Ă©largissement illimitĂ© du capital garde. ]1

Art. 6. Ongeacht de artikelen 62, 88, 92, 110 en 115 [1 van hetzelfde besluit]1 zetten de diensten voor kinderopvang de kinderbegeleiders en het sociaal-pedagogisch geschoold personeel in op basis van de werkelijke opvangbehoefte.
Ter ondersteuning van het begeleidend personeel in de crĂšches, locaties voor buitenschoolse opvang en vakantieopvang kunnen de erkende centra voor kinderopvang studenten aannemen in het kader van een studentenovereenkomst, onder toezicht van het opgeleide begeleidend personeel.
Art. 6. Nonobstant les articles 62, 88, 92, 110 et 115 [1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©]1, les services d'accueil d'enfants engagent des gardes d'enfants ainsi que du personnel sociopĂ©dagogique spĂ©cialisĂ© selon les besoins effectifs en termes d'accueil.
Afin d'appuyer le personnel d'accueil au sein des crÚches, des lieux d'accueil extrascolaire ainsi que des lieux d'accueil pendant les vacances, les centres d'accueil agréés peuvent engager des étudiants dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiant; ces étudiants seront placés sous la surveillance dudit personnel d'accueil qualifié.
Art. 7. De minimumvoorwaarden voor de openingstijden en werkdagen per kalenderjaar vermeld in de artikelen 64, 89 en 111 van hetzelfde besluit gelden niet voor de erkende dienstverrichters in de kinderopvang.
Art. 7. Les normes minimales relatives aux heures d'ouverture et aux jours de travail par annĂ©e calendrier mentionnĂ©es aux articles 64, 89 et 111 du mĂȘme arrĂȘtĂ© ne s'appliquent pas aux prestataires d'accueil d'enfants agréés.
Art. 8. Voor de toepassing van artikel 71 van hetzelfde besluit worden de kinderen die wegens een opgelegde quarantaine afwezig zijn, als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van het minimale aantal opvangdagen voor baby's en peuters, alsook voor de berekening van de minimale bezettingsgraad.
Voor de toepassing van de artikelen 72 tot 74, van de artikelen 91 tot 93 en van artikel 116.1 van hetzelfde besluit worden de kinderen die wegens een opgelegde quarantaine afwezig zijn, als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de opvangdagen overeenkomstig het opvangplan vastgelegd in het opvangcontract.
Voor de toepassing van artikel 114, § 1, 2°, van artikel 155, vierde lid, en van artikel 193 van hetzelfde besluit worden de kinderen die wegens een opgelegde quarantaine afwezig zijn, als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de gemiddelde minimumaanwezigheid.
Art. 8. Pour l'application de l'article 71 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les enfants absents en raison d'une quarantaine imposĂ©e sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant prĂ©sents pour calculer les normes minimales relatives aux journĂ©es d'accueil pour les jeunes enfants ainsi que pour calculer l'occupation minimale.
Pour l'application des articles 72 Ă  74, 91 Ă  93 et 116.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les enfants absents en raison d'une quarantaine imposĂ©e sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant prĂ©sents pour calculer les journĂ©es d'accueil conformĂ©ment au plan d'accueil prĂ©vu dans le contrat d'accueil.
Pour l'application des articles 114, § 1er, 2°, 155, alinĂ©a 4, ainsi que 193 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les enfants absents en raison d'une quarantaine imposĂ©e sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant prĂ©sents pour calculer la prĂ©sence minimale moyenne.
Art. 9. De erkende centra voor kinderopvang ontvangen het jaarlijks forfaitair bedrag van 67,71 euro bepaald in artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit en betalen dat bedrag aan de aangesloten onthaalouders, zoals bepaald in artikel 137 van hetzelfde besluit, ongeacht of voortgezette opleidingen werden georganiseerd of daaraan werd deelgenomen.
De erkende centra voor kinderopvang ontvangen een aanvullende subsidie voor personeelskosten ten belope van 1,5 VTE-betrekkingen voor kinderbegeleiders. Voor de subsidiëring van die personeelskosten wordt het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid" toegepast. Alleen de kosten van kinderbegeleiders die houder zijn van de diploma's die luidens artikel 88, § 5, zijn toegestaan, worden in aanmerking genomen.
Art. 9. Les centres d'accueil agréés obtiennent le forfait annuel fixĂ© Ă  l'article 76, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© - s'Ă©levant Ă  67,71 euros - et le paient aux accueillants d'enfants conventionnĂ©s, comme ce qui est prĂ©vu Ă  l'article 137 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, indĂ©pendamment de l'organisation et de la participation Ă  des formations continues.
Les centres d'accueil agréés obtiennent un subside supplĂ©mentaire pour des frais de personnel relatifs Ă  des gardes d'enfants; ce subside reprĂ©sente 1,5 ETP. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santĂ© ne s'applique pas au subventionnement de ces frais relatifs au personnel. Seuls les frais relatifs aux gardes d'enfants titulaires des diplĂŽmes admis dans l'article 88, § 5, de l'arrĂȘtĂ© sont pris en considĂ©ration.
Art. 10. Ongeacht artikel 81, § 1, en artikel 98 van hetzelfde besluit wordt geen reservatiegeld ingehouden als de personen belast met de opvoeding, op grond van de coronamaatregelen of op grond van een aan het kind opgelegde quarantaine, hun kind niet zoals overeengekomen naar de opvang brengen.
Art. 10. Nonobstant les articles 81, § 1er, et 98 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le droit de rĂ©servation n'est pas retenu si, en raison des mesures " Corona " ou si leur enfant se trouve en quarantaine imposĂ©e, les personnes chargĂ©es de l'Ă©ducation ne le confient pas Ă  un service d'accueil conformĂ©ment au contrat d'accueil.
Art. 11. Ongeacht artikel 85 en artikel 98 van hetzelfde besluit worden de dagen waarop een kind wegens een opgelegde quarantaine niet opgevangen werd, beschouwd als aanwezigheid overeenkomstig het opvangrooster vastgelegd in het opvangcontract.
Art. 11. Nonobstant les articles 85 et 98 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les jours pendant lesquels les enfants n'ont pas Ă©tĂ© gardĂ©s en raison d'une quarantaine imposĂ©e sont considĂ©rĂ©s comme des absences conformĂ©ment Ă  l'horaire d'accueil prĂ©vu dans le contrat d'accueil.
Art. 12. Ongeacht artikel 117 van hetzelfde besluit neemt de Duitstalige Gemeenschap het tekort dat door de coronamaatregelen eventueel bij de locaties voor buitenschoolse opvang zou ontstaan volledig voor haar rekening.
Art. 12. Nonobstant l'article 117 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la CommunautĂ© germanophone prend en charge la totalitĂ© de l'Ă©ventuel dĂ©ficit subi par les lieux d'accueil extrascolaire en raison des mesures " Corona ".
Art. 13. Voor de toepassing van artikel 123, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden de kinderen die wegens een opgelegde quarantaine afwezig zijn, als aanwezige kinderen beschouwd voor de berekening van de minimale bezettingsgraad bij de aangesloten onthaalouders.
Art. 13. Pour l'application de l'article 123, § 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les enfants absents en raison d'une quarantaine imposĂ©e sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant prĂ©sents pour calculer l'occupation minimale des accueillants d'enfants conventionnĂ©s.
Art. 14. Ongeacht artikel 159 van hetzelfde besluit kent de Duitstalige Gemeenschap aan de erkende centra voor kinderopvang een subsidie toe:
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding in de dienst voor onthaalouders, in de crÚches en in de locaties voor buitenschoolse opvang;
1° ter volledige compensatie van het bewijsbare en door de coronamaatregelen veroorzaakte verlies aan inkomsten uit de kostenbijdrage van de gemeenten in de dienst voor onthaalouders en in de crÚches.
Art. 14. Nonobstant l'article 159 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la CommunautĂ© germanophone octroie aux centres agréés pour l'accueil d'enfants une subvention :
1° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les personnes chargées de l'éducation dans les services d'accueillants d'enfants, les crÚches ainsi que les lieux d'accueil extrascolaire, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable;
2° destinée à compenser intégralement la perte de recettes enregistrée au niveau de la participation aux frais supportée par les communes dans les services d'accueillants d'enfants et les crÚches, si cette perte est due aux mesures " Corona " et justifiable.
Art. 15. Als de opvang moet sluiten en als individuele personeelsleden in quarantaine moeten gaan, worden zowel de verdere uitbetaling van het loon als de vergoeding voor werkloosheidsuitkeringen tot het bedrag van het loon beschouwd als aanneembare personeelskosten in de zin van artikel 1, § 4, van het besluit van de Regering nr. 4 van 30 april 2020 tot invoering van een subsidiegarantie en een liquiditeitsverhoging voor subsidieontvangers ter uitvoering van artikel 5.1 van het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020. Uitgesloten daarvan is het deel van de personeelskosten dat betrekking heeft op werknemers die afwezig zijn op grond van een door een arts uitgereikt ziekteattest.
Art. 15. En cas de fermeture imposĂ©e de la structure d'accueil ou de quarantaine imposĂ©e Ă  des membres du personnel, tant le maintien du salaire que le paiement d'un complĂ©ment Ă  l'allocation de chĂŽmage jusqu'au montant du salaire sont considĂ©rĂ©s comme frais admissibles relatifs au personnel, conformĂ©ment Ă  l'article 1er, § 4, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement n° 4 du 30 avril 2020 instaurant une garantie de subventionnement et une augmentation de liquiditĂ©s pour les bĂ©nĂ©ficiaires de subventions en application de l'article 5.1 du dĂ©cret de crise 2020 du 6 avril 2020. En est toutefois exclue la part des frais de personnel des personnes occupĂ©es qui sont absentes sous le couvert d'un certificat mĂ©dical.
Art. 16. De Duitstalige Gemeenschap kent aan de erkende centra voor kinderopvang een subsidie toe die alle bewijsbare aanschaffingskosten dekt voor de uitvoering van de hygiënemaatregelen die vereist worden om het coronavirus (COVID-19) te bestrijden.
Art. 16. La Communauté germanophone octroie aux centres d'accueil agréés un subside pour couvrir intégralement les frais d'achat justifiables engagés pour la mise en oeuvre des mesures d'hygiÚne nécessaires à la lutte contre la crise sanitaire provoquée par le coronavirus (COVID 19).
Art.16.1. [1 Ongeacht artikel 19, § § 1 en 2, eerste lid, artikel 34, § 1, derde lid, en § 2, vierde lid, artikel 38, eerste lid, artikel 50, § § 1 tot 3, eerste lid, en artikel 52, tweede lid, 5°, van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende de zelfstandige onthaalouders kan het maximale aantal kinderen dat zelfstandige (mede-)onthaalouders tegelijk mogen opvangen, overschreden worden om flexibel te kunnen inspelen op opvangaanvragen die op korte termijn in andere opvangstructuren bestaan als gevolg van de quarantainemaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden, voor zover dat maximale aantal reeds in het kader van een erkenning door de Minister werd vastgelegd.
Daartoe dienen de zelfstandige (mede-)onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij het centrum in. Binnen vijf dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, stelt het centrum een advies op en zendt het over aan de Minister. Indien binnen die termijn geen advies wordt verstrekt, wordt dit beschouwd als een negatief advies.
Binnen vijf dagen na ontvangst van het advies van het centrum, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de Minister of de afwijking wordt toegestaan en voor hoelang. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd.
Het departement voegt de afwijking toe aan het erkenningsdossier van de zelfstandige (mede-)onthaalouder. ]1

Art. 16.1. [1 Nonobstant les articles 19, § § 1er et 2, alinĂ©a 1er, 34, § 1er, alinĂ©a 3, et § 2, alinĂ©a 4, 38, alinĂ©a 1er, 50, § § 1er Ă  3, alinĂ©a 1er, et 52, alinĂ©a 2, 5°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux accueillants autonomes, le nombre maximal d'enfants pouvant ĂȘtre accueillis simultanĂ©ment par les accueillants et co-accueillants autonomes peut ĂȘtre dĂ©passĂ© afin de pouvoir rĂ©agir de maniĂšre flexible et Ă  court terme aux demandes en matiĂšre d'accueil qui se prĂ©sentent dans d'autres structures d'accueil Ă  la suite des mesures de quarantaine dues Ă  la crise du coronavirus, pour autant que ce nombre maximal ait dĂ©jĂ  Ă©tĂ© fixĂ© dans le cadre de l'agrĂ©ation dĂ©livrĂ©e par le Ministre.
A cette fin, les accueillants et co-accueillants autonomes introduisent une demande individuelle par écrit auprÚs du centre. Dans les cinq jours suivant la réception de la demande complÚte, le centre établit un avis qu'il transmet au ministre. A défaut d'avis au terme de ce délai, celui-ci est réputé négatif.
Dans les cinq jours suivant la rĂ©ception de l'avis rendu par le centre ou au terme du dĂ©lai mentionnĂ© Ă  l'alinĂ©a 2, le ministre statue sur l'octroi de la dĂ©rogation et sa durĂ©e. A dĂ©faut de dĂ©cision dans le dĂ©lai imparti, la demande est censĂ©e ĂȘtre rejetĂ©e.
Le département joint la dérogation au dossier d'agréation de l'accueillant autonome ou du co-accueillant autonome. ]1

Art.16.2. [1 Ongeacht artikel 20 van hetzelfde besluit kan het maximale opvangkapitaal van 115 dagen per maand onbeperkt worden overschreden om flexibel te kunnen inspelen op opvangaanvragen die op korte termijn in andere opvangstructuren bestaan als gevolg van de quarantainemaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden." ]1
Art. 16.2. [1 Nonobstant l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le capital garde maximal de 115 jours par mois peut ĂȘtre dĂ©passĂ© de maniĂšre illimitĂ©e afin de pouvoir rĂ©agir de maniĂšre flexible et Ă  court terme aux demandes en matiĂšre d'accueil qui se prĂ©sentent dans d'autres structures d'accueil Ă  la suite des mesures de quarantaine dues Ă  la crise du coronavirus. ]1
Art. 17. De zelfstandige onthaalouders ontvangen de kostenvergoeding ten belope van 67,71 euro bepaald in artikel 30 van het besluit van 22 mei 2014 betreffende [1 van hetzelfde besluit]1, ongeacht of ze aan de voortgezette opleidingen hebben deelgenomen.
Art. 17. Les accueillants autonomes obtiennent l'indemnisation de 67,71 euros prĂ©vue Ă  l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© du 22 mai 2014 relatif aux accueillants [1 du mĂȘme arrĂȘtĂ© ]1, indĂ©pendamment de leur participation Ă  des formations continues.
Art.17.1. [1 Ongeacht alle andersluidende bepalingen van een overeenkomst die krachtens artikel 202 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang is goedgekeurd, is geen voorafgaande vergunning nodig als het opvangconcept wordt gewijzigd op grond van de coronamaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden.
Als de onthaalouderhuizen die in het kader van zo'n overeenkomst zijn erkend, overeenkomstig het eerste lid hun opvangconcept wijzigen, delen ze dit onmiddellijk schriftelijk mee aan het departement. ]1

Art. 17.1. [1 Nonobstant tout disposition contraire Ă  une convention autorisĂ©e en vertu de l'article 202 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les locaux supplĂ©mentaires utilisĂ©s en raison des mesures " Corona " applicables dues Ă  la crise du coronavirus, pour lesquels aucune autorisation n'a Ă©tĂ© dĂ©livrĂ©e, ne sont pas soumis Ă  une obligation d'autorisation prĂ©alable.
Si, conformément à l'alinéa 1er, les maisons d'accueillants d'enfants agréées dans le cadre d'une telle convention doivent utiliser des locaux supplémentaires, elles en informent sans délai le département par écrit. ]1

Art.17.2. [1 Ongeacht alle andersluidende bepalingen van een overeenkomst die krachtens artikel 202 van het besluit van de Regering van 22 mei 2014 betreffende kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang is goedgekeurd, is geen voorafgaande vergunning nodig als het opvangconcept wordt gewijzigd op grond van de coronamaatregelen die afhankelijk van de coronacrisis gelden.
Als de onthaalouderhuizen die in het kader van zo'n overeenkomst zijn erkend, overeenkomstig het eerste lid hun opvangconcept wijzigen, delen ze dit onmiddellijk schriftelijk mee aan het departement. ]1

Art. 17.. 2. [1 Nonobstant tout disposition contraire Ă  une convention autorisĂ©e en vertu de l'article 202 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 22 mai 2014 relatif aux services et autres formes d'accueil d'enfants, les changements apportĂ©s au concept d'accueil en raison des mesures " Corona " applicables dues Ă  la crise du coronavirus ne sont pas soumis Ă  une obligation d'autorisation prĂ©alable.
Si, conformément à l'alinéa 1er, les maisons d'accueillants d'enfants agréées dans le cadre d'une telle convention doivent apporter des changements à leur concept d'accueil, ils en informent sans délai le département par écrit. ]1

Art. 18. De Minister kent de subsidies vermeld in dit besluit toe op aanvraag, na voorafgaand onderzoek door het departement. De subsidieaanvragen worden bij het departement ingediend, samen met de eventueel noodzakelijke bewijzen.
Art. 18. Sur demande, le Ministre octroie les subventions Ă©numĂ©rĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© aprĂšs un examen prĂ©alable par le dĂ©partement. Les demandes de subsides sont introduites auprĂšs du dĂ©partement, accompagnĂ©es des justificatifs Ă©ventuellement requis.
Hoofdstuk 4. - Slotbepalingen
Chapitre 4. - Dispositions finales
Art. 19. het besluit van de Regering van 23 december 2020 tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis voor de kinderopvang (III) wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 23 dĂ©cembre 2020 visant Ă  attĂ©nuer les rĂ©percussions de la crise du coronavirus sur l'accueil d'enfants (III) est abrogĂ©.
Art. 20. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2021.
[1 In afwijking van het eerste lid hebben :
1° de artikelen 5.1, 5.4, 16.1 en 16.2 uitwerking met ingang van 1 oktober 2020;
2° de artikelen 5.2, 5.3, 17.1 en 17.2 uitwerking met ingang van 1 januari 2021.]1

De Minister bepaalt de einddatum van de coronamaatregelen die in aanmerking moeten worden genomen voor de afwijkingen en bepalingen vermeld in de artikelen 2 tot 18.
Art. 20. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er mars 2021.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er :
1° les articles 5.1, 5.4, 16.1 et 16.2 produisent leurs effets le 1er octobre 2020;
2° les articles 5.2, 5.3, 17.1 et 17.2 produisent leurs effets le 1er janvier 2021. ]1

Pour les dérogations et dispositions prévues aux articles 2 à 18, le Ministre fixe la date de fin des différentes mesures " Corona " à prendre en compte.
Art. 21. De minister die bevoegd is voor de kinderopvang is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Ministre compĂ©tent en matiĂšre d'Accueil d'enfants est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.