Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 DECEMBER 2020. - Besluit van de Regering tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis binnen het werkterrein van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven (II)
Titre
10 DECEMBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement visant Ă attĂ©nuer les effets de la crise Corona dans le domaine de compĂ©tence de l'Office de la CommunautĂ© germanophone pour une vie autodĂ©terminĂ©e (II)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. - In artikel 1 van het besluit van de Regering van 11 juni 2020 tot beperking van de negatieve gevolgen van de coronacrisis binnen het werkterrein van de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven worden de woorden "artikelen 2" vervangen door de woorden "artikelen 1.1".
Article 1er. - Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 11 juin 2020 visant Ă attĂ©nuer les effets de la crise Corona dans le domaine de compĂ©tence de l'Office de la CommunautĂ© germanophone pour une vie autodĂ©terminĂ©e, les mots " aux articles 2 Ă 6 " sont remplacĂ©s par les mots " aux articles 1.1 Ă 6 ".
Art. 2. - In hetzelfde besluit wordt een artikel 1.1 ingevoegd, luidende:
"Artikel 1.1 - Afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 23 maart 1970 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen een tegemoetkoming verleent in het loon en de sociale lasten, die door de beschermde werkplaatsen worden gedragen
In afwijking van artikel 10, 3°, van het ministerieel besluit van 23 maart 1970 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen een tegemoetkoming verleent in het loon en de sociale lasten, die door de beschermde werkplaatsen worden gedragen wordt het aantal monitoren dat voor subsidie in aanmerking komt, voor de duur van de coronamaatregelen gehandhaafd op het aantal dat voor het eerste kwartaal 2019 was bepaald.
Artikel 10bis, § 1, van hetzelfde besluit wordt voor de duur van de coronamaatregelen opgeschort."
"Artikel 1.1 - Afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 23 maart 1970 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen een tegemoetkoming verleent in het loon en de sociale lasten, die door de beschermde werkplaatsen worden gedragen
In afwijking van artikel 10, 3°, van het ministerieel besluit van 23 maart 1970 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Rijksfonds voor sociale reclassering van de minder-validen een tegemoetkoming verleent in het loon en de sociale lasten, die door de beschermde werkplaatsen worden gedragen wordt het aantal monitoren dat voor subsidie in aanmerking komt, voor de duur van de coronamaatregelen gehandhaafd op het aantal dat voor het eerste kwartaal 2019 was bepaald.
Artikel 10bis, § 1, van hetzelfde besluit wordt voor de duur van de coronamaatregelen opgeschort."
Art. 2. - Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 1.1 rĂ©digĂ© comme suit :
" Article 1.1 - DĂ©rogation aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 mars 1970 fixant les conditions d'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapĂ©s, d'une intervention dans la rĂ©munĂ©ration et les charges sociales supportĂ©es par les ateliers protĂ©gĂ©s
Par dĂ©rogation Ă l'article 10, 3°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 mars 1970 fixant les conditions d'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapĂ©s, d'une intervention dans la rĂ©munĂ©ration et les charges sociales supportĂ©es par les ateliers protĂ©gĂ©s, le nombre de moniteurs dans le cadre du subventionnement est arrĂȘtĂ©, pour la durĂ©e des mesures Corona, Ă celui pris en compte lors du premier trimestre de 2019.
L'article 10bis, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est suspendu pour la durĂ©e des mesures Corona. "
" Article 1.1 - DĂ©rogation aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 mars 1970 fixant les conditions d'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapĂ©s, d'une intervention dans la rĂ©munĂ©ration et les charges sociales supportĂ©es par les ateliers protĂ©gĂ©s
Par dĂ©rogation Ă l'article 10, 3°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 mars 1970 fixant les conditions d'octroi par le Fonds national de reclassement social des handicapĂ©s, d'une intervention dans la rĂ©munĂ©ration et les charges sociales supportĂ©es par les ateliers protĂ©gĂ©s, le nombre de moniteurs dans le cadre du subventionnement est arrĂȘtĂ©, pour la durĂ©e des mesures Corona, Ă celui pris en compte lors du premier trimestre de 2019.
L'article 10bis, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est suspendu pour la durĂ©e des mesures Corona. "
Art. 3. - In hetzelfde besluit wordt een artikel 1.2 ingevoegd, luidende:
"Art. 1.2 - Afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 17 januari 1978 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor onderhoud van de beschutte werkplaatsen
In afwijking van artikel 2, § 3, eerste lid, en voor de duur van de coronamaatregelen kent de Dienst voor zelfbeschikkend leven een aanvullende financiële noodhulp toe aan de beschermde werkplaatsen om bedrijfsverliezen te voorkomen door hen een bijzondere subsidie toe te kennen voor alle uitgevallen uren waarop hun medewerkers in die periode coronagerelateerd tijdelijk werkloos of ziek waren. Die per uur berekende subsidie wordt vastgesteld op 9,91 euro voor de werkplaatsen met zeven gesubsidieerde monitoren, op 7,35 euro voor de werkplaatsen met zes gesubsidieerde monitoren en op 10,74 euro voor de werkplaatsen met drie gesubsidieerde monitoren."
"Art. 1.2 - Afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 17 januari 1978 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor onderhoud van de beschutte werkplaatsen
In afwijking van artikel 2, § 3, eerste lid, en voor de duur van de coronamaatregelen kent de Dienst voor zelfbeschikkend leven een aanvullende financiële noodhulp toe aan de beschermde werkplaatsen om bedrijfsverliezen te voorkomen door hen een bijzondere subsidie toe te kennen voor alle uitgevallen uren waarop hun medewerkers in die periode coronagerelateerd tijdelijk werkloos of ziek waren. Die per uur berekende subsidie wordt vastgesteld op 9,91 euro voor de werkplaatsen met zeven gesubsidieerde monitoren, op 7,35 euro voor de werkplaatsen met zes gesubsidieerde monitoren en op 10,74 euro voor de werkplaatsen met drie gesubsidieerde monitoren."
Art. 3. - Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 1.2 rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 1.2 - DĂ©rogation aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 17 janvier 1978 fixant les critĂšres d'octroi des subsides Ă l'entretien des ateliers protĂ©gĂ©s
Par dérogation à l'article 2, § 3, alinéa 1er, l'Office octroie aux ateliers protégés, pendant la durée des mesures Corona et afin d'éviter des pertes d'exploitation, une aide d'urgence supplémentaire sous la forme d'un subside spécial pour toute heure d'absence de leurs collaborateurs due au chÎmage partiel ou à une maladie pendant cette période en raison de la crise provoquée par le coronavirus. Ce subside horaire est fixé à 9,91 euros pour les ateliers occupant sept moniteurs subsidiés, à 7,35 euros pour ceux occupant six moniteurs subsidiés et à 10,74 euros pour ceux occupant trois moniteurs subsidiés. "
" Art. 1.2 - DĂ©rogation aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 17 janvier 1978 fixant les critĂšres d'octroi des subsides Ă l'entretien des ateliers protĂ©gĂ©s
Par dérogation à l'article 2, § 3, alinéa 1er, l'Office octroie aux ateliers protégés, pendant la durée des mesures Corona et afin d'éviter des pertes d'exploitation, une aide d'urgence supplémentaire sous la forme d'un subside spécial pour toute heure d'absence de leurs collaborateurs due au chÎmage partiel ou à une maladie pendant cette période en raison de la crise provoquée par le coronavirus. Ce subside horaire est fixé à 9,91 euros pour les ateliers occupant sept moniteurs subsidiés, à 7,35 euros pour ceux occupant six moniteurs subsidiés et à 10,74 euros pour ceux occupant trois moniteurs subsidiés. "
Art. 4. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 maart 2020.
Art. 4. - Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 13 mars 2020.
Art. 5. - De minister bevoegd voor Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. - Le Ministre compĂ©tent en matiĂšre d'Affaires sociales est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.