Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 DECEMBER 2021. - Ordonnantie tot wijziging van sommige bepalingen van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid en de ordonnantie van 8 september 1994 tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om sociale maatregelen op te nemen
Titre
24 DECEMBRE 2021. - Ordonnance modifiant certaines dispositions de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau et de l'ordonnance du 8 septembre 1994 réglementant la fourniture d'eau alimentaire distribuée par réseau en Région bruxelloise en vue d'y insérer des mesures sociales
Documentinformatie
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid
CHAPITRE II. - Modifications à l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau
Art.2. In de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, zoals laatst gewijzigd bij de ordonnantie van 11 juni 2020, worden in de artikelen 17, 19, §§ 2 tot 7, 20 tot 30 en 71 de woorden " de BMWB " telkens vervangen door het woord " HYDRIA ".
Art.2. Dans l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau, telle que dernièrement modifiée par l'ordonnance du 11 juin 2020, les mots " la SBGE " sont à chaque fois remplacés par le mot " HYDRIA " aux articles 17, 19 §§ 2 à 7, 20 à 30 et 71.
Art.3. In artikel 5 van dezelfde ordonnantie, voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 16 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 54° wordt vervangen door wat volgt :
  54° " HYDRIA " : de overeenkomstig artikel 19 ingestelde wateroperator ;
  2° de als volgt luidende punten 62°, 63°, 64° en 65° worden toegevoegd :
  " 62° " huishouden " : hetzij één natuurlijke persoon die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedomicilieerd is en de openbare drinkwatervoorziening voor huishoudelijke doeleinden geniet, hetzij meerdere natuurlijke personen, al dan niet verbonden door familiebanden, die een dergelijke dienst genieten en allen in dezelfde woning gedomicilieerd zijn die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen is, zoals blijkt uit de samenstelling van het huishouden in het Rijksregister ;
  63° " gebruiker " : elke persoon die gebruikmaakt van de diensten van de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, of de ontvanger van de waterfactuur in toepassing van de algemene voorwaarden van die operator ;
  64° " sterk oververbruik " : een verbruik dat 50 % hoger ligt dan het verbruik van het voorgaande jaar, met dezelfde samenstelling van het huishouden en dezelfde bewoning van het goed ;
  65° " sociaal waterfonds " : mechanisme dat is ingesteld bij en overeenkomstig artikel 38/1, § 4, om financiële bijstand te verlenen aan gebruikers die moeilijkheden ondervinden bij het betalen van hun waterfactuur, en dat wordt gevoed door een deel van de inkomsten uit de watertarifering. ".
Art.3. Dans l'article 5 de la même ordonnance, modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 16 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 54° est remplacé par ce qui suit :
  " 54° " HYDRIA " : l'opérateur de l'eau créé en vertu de l'article 19 ;
  2° il est ajouté les points 62°, 63°, 64° et 65°, rédigés comme suit :
  " 62° " ménage " : soit une personne physique isolée domiciliée en Région de Bruxelles-Capitale et bénéficiant du service public de distribution d'eau potable à des fins domestiques, soit plusieurs personnes physiques, unies ou non par des liens familiaux, bénéficiant d'un tel service et toutes domiciliées dans un même logement situé en Région de Bruxelles-Capitale comme l'atteste la composition de ménage au registre national ;
  63° " usager " : toute personne qui jouit des services de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ou le destinataire de la facture d'eau en application des conditions générales de cet opérateur ;
  64° " forte surconsommation " : une consommation supérieure de 50 % par rapport à la consommation de l'année antérieure, à même profil de composition de ménage et d'occupation du bien ;
  65° " fonds social de l'eau " : mécanisme mis en place par et en vertu de l'article 38/1, § 4, permettant d'aider financièrement les usagers en difficulté de paiement de leur facture d'eau, et alimenté par une part des recettes générées par la tarification de l'eau. ".
Art.4. In artikel 19 van dezelfde ordonnantie wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt : " De Regering mag een pu-bliekrechtelijke naamloze vennootschap oprichten. Het maatschappelijk kapitaal ervan mag enkel aangelegd worden door publiekrechtelijke rechtspersonen actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze vennootschap, voorheen " Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer ", afgekort als BMWB, draagt de naam " HYDRIA ". ".
Art.4. Dans l'article 19 de la même ordonnance, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit : " Le Gouvernement est autorisé à constituer une société anonyme de droit public. Le capital de celle-ci ne peut être constitué que par des personnes morales de droit public actives en Région de Bruxelles-Capitale. Cette société, anciennement dénommée " Société bruxelloise de Gestion de l'Eau ", en abrégé SBGE, porte le nom " HYDRIA ". ".
Art.5. In artikel 38 van dezelfde ordonnantie, voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 11 juni 2020, wordt het vierde streepje van paragraaf 3 opgeheven.
Art.5. Dans l'article 38 de la même ordonnance, modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 11 juin 2020, le quatrième tiret du paragraphe 3 est abrogé.
Art.6. Artikel 38/1 van dezelfde ordonnantie, zoals ingevoegd door de ordonnantie van 16 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 38/1. § 1. In de loop van een gegeven kalenderjaar wordt een sociale tegemoetkoming toegekend aan elke watergebruiker die, op 1 januari van dat jaar, zelf geniet of van wie een lid van zijn huishouden geniet van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging in de zin van artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.
  De sociale tegemoetkoming bestaat uit een bedrag dat wordt berekend op basis van een vast deel per huishouden en een variabel deel dat afhangt van het aantal personen waaruit dat huishouden bestaat zoals vermeld in het Rijksregister op 1 januari van het betreffende jaar. Elke wijziging in de samenstelling van het huishouden van de begunstigde gebruikers in de loop van het jaar wordt door de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, pas in aanmerking genomen vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar, op basis van een opzoeking in het Rijksregister dat jaarlijks door de wateroperator wordt bijgewerkt.
  Het overeenkomstig het tweede lid berekende bedrag wordt ofwel rechtstreeks afgetrokken van een driemaandelijkse voorschotfactuur of van de eindafrekening die jaarlijks door de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator wordt opgesteld voor de gebruikers die over een geïndividualiseerde meter beschikken die eigen is aan het huishouden, ofwel door die wateroperator gestort op de bankrekening van de gebruikers waarvan het verbruik collectief wordt berekend.
  Na advies van Brugel beslist de Regering over de bedragen en de modaliteiten van de berekening, de storting en de financiering van deze sociale tegemoetkoming.
  De informatie dat een gebruiker de in het eerste lid bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor ge-neeskundige verzorging geniet, maakt het voorwerp uit van een automatische gegevensuitwisseling, op basis van het Rijksregisternummer, tussen de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid en de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, of elke derde door hem aangeduid om de verwerking van deze gegevens te verzorgen. De verwerking van de uitgewisselde persoonsgegevens gebeurt met inachtneming van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens en na advies van de kamer " Sociale zekerheid en Gezondheid " van het Informatieveiligheidscomité overeenkomstig artikel 15 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid. De verwerking van die gegevens vindt uitsluitend plaats ten behoeve van de toepassing van de in deze paragraaf bedoelde sociale tegemoetkoming en de gegevens worden bewaard gedurende de periode die voor dit doel noodzakelijk is, met een maximum van vijf jaar.
  De watergebruiker die de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging geniet op 1 januari van een gegeven jaar, maar aan wie niet automatisch de sociale tegemoetkoming wordt toegekend ten gevolge van de verwerking van de overeenkomstig het vijfde lid uitgewisselde gegevens, kan een schriftelijk verzoek indienen om deze tegemoetkoming te verkrijgen.
  Het schriftelijke verzoek wordt vergezeld van een attest van het ziekenfonds van de gebruiker of van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering waaruit blijkt dat de gebruiker recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming voor geneeskundige verzorging. Hij dient dit verzoek in bij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, ten laatste op 31 december van het jaar waarin hij de tegemoetkoming had moeten genieten, op straffe van verval van dit recht voor dat jaar.
  Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze maatregel stelt de Regering een evaluatie op van de uitvoering van de sociale tegemoetkoming.
  § 2. Elke gebruiker die moeilijkheden ondervindt om zijn waterfactuur te betalen, heeft het recht om van de bij artikel 17, § 1, 3°, beoogde wateroperator een gestandaardiseerd afbetalingsplan te verkrijgen.
  De voormelde operator mag een verzoek om een betalingsplan voor een periode van ten hoogste 12 maanden in geval van normaal verbruik, of voor ten hoogste 60 maandelijkse termijnen in geval van sterk oververbruik niet weigeren. De gebruiker specificeert de terugbetalingstermijn in zijn verzoek, waarover de operator binnen 10 werkdagen beslist. De afbetalingstermijn gaat in op de vijftiende dag na de kennisgeving door de genoemde operator van de beslissing tot toekenning aan de gebruiker.
  Indien de gebruiker, gelet op zijn financiële toestand, niet in staat is zijn schuld in het kader van het in paragraaf 1 bedoelde gestandaardiseerde afbetalingsplan af te lossen, kan hij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, verzoeken een langer redelijk afbetalingsplan op te stellen, met een maximum van 18 maanden bij een normaal verbruik.
  De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, beslist binnen een termijn van 10 werkdagen over elk verzoek om een redelijk afbetalingsplan. Dit afbetalingsplan treedt in werking 30 kalenderdagen na de beslissing van de operator.
  Een dergelijk verzoek kan ook ingediend worden via het OCMW van de gemeente waar de gebruiker zijn woonplaats heeft gekozen of via een erkende schuldbemiddelingsdienst. De Regering kan de lijst van die tussenpersonen via wie gebruikers een redelijk afbetalingsplan kunnen aanvragen, uitbreiden.
  Het verzoek van de watergebruiker tot het afsluiten van een redelijk afbetalingsplan kan op elk ogenblik worden ingediend vóór elke dagvaarding voor de rechtbank die leidt tot een gerechtelijke invorderingsprocedure. Een verzoek om een redelijk afbetalingsplan kan worden ingediend via een OCMW of een erkende schuldbemiddelingsdienst totdat er een datum van hoorzitting is vastgelegd in het kader van de procedure waarnaar hierboven wordt verwezen en schorst de procedure om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen.
  De redelijkheid van het voorgestelde afbetalingsplan, in het bijzonder wat de duur en het bedrag van de gefaseerde betalingen betreft, wordt beoordeeld op basis van het evenwicht dat daarin wordt gevonden tussen het belang van de bij artikel 17, § 1, 3°, bedoelde operator om de terugbetaling van zijn schuldvordering binnen een redelijke termijn te verkrijgen en het belang van de gebruiker om de schuld binnen een bij zijn financiële situatie passende termijn af te lossen. Een afbetalingsplan is niet redelijk indien het de mogelijkheid van de gebruiker en zijn huishouden om een menswaardig leven te leiden, aantast.
  De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, kan de toekenning van een redelijk afbetalingsplan enkel weigeren indien meer dan drie termijnen van een eerder toegekend afbetalingsplan niet werden betaald en de onderliggende factuur waarop het genoemde afbetalingsplan betrekking heeft, ook al is het maar gedeeltelijk, onbetaald blijft. Dit weigeringsmotief kan echter niet worden ingeroepen indien het verzoek om een afbetalingsplan wordt ingediend via een OCMW of een erkende schuldbemiddelingsdienst.
  De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, kan een redelijk afbetalingsplan enkel beëindigen in geval van niet-betaling door de gebruiker van drie termijnen en na hem een ingebrekestelling te hebben toegezonden.
  Elke al dan niet gecumuleerde overmatige schuld die een gebruiker niet kan dragen in het kader van het redelijke afbetalingsplan dat hij heeft aangevraagd bij de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, komt ten laste van het in paragraaf 4 bedoelde mechanisme voor sociale solidariteit, onder voorbehoud van een gunstige beslissing van het OCMW van de gemeente waar de gebruiker is gedomicilieerd.
  Telkens wanneer de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, van de gebruiker de betaling van een jaarlijkse of tussentijdse factuur eist, moet hij hem schriftelijk meedelen dat hij een gestandaardiseerd afbetalingsplan als bedoeld in het eerste lid kan verkrijgen of de wateroperator om een langer redelijk afbetalingsplan kan vragen, hetzij rechtstreeks, hetzij met de hulp van het OCMW van zijn gemeente of van een erkende schuldbemiddelingsdienst.
  Een gebruiker die een afbetalingsplan geniet, kan de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, te allen tijde verzoeken om een volledige gedetailleerde afrekening van zijn schuld(en).
  De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, garandeert een hoge mate van bescherming voor de watergebruiker, inzonderheid wat betreft de algemene informatie, de mechanismen voor het beslechten van geschillen, de onbetaalde schulden en, algemeen, blijft het centrale contactpunt om te onderhandelen over afbetalingsplannen, behalve in geval van overdracht van schuldvordering overeenkomstig artikel 1691 van het Burgerlijk Wetboek.
  Elk geschil over de opstelling van een afbetalingsplan kan worden voorgelegd aan de bevoegde rechter van de woonplaats van de aanvrager.
  § 3. Onderbreking van de waterdistributie voor huishoudelijke doeleinden is verboden, behalve in de door de Regering bepaalde gevallen, met name wanneer er sprake is van dwingende redenen van volksgezondheid, veiligheid of beheer van het openbare drinkwatervoorzieningssysteem, een geval van overmacht of een rechterlijke beslissing die deze onderbreking rechtvaardigt. De Regering legt de voorwaarden, de begeleidingsmodaliteiten en de datum van inwerkingtreding van dit verbod vast.
  Bij wijze van overgangsmaatregel mag, in afwachting van de inwerkingtreding van het in het eerste lid bedoelde besluit, geen enkele onderbreking van de huishoudelijke waterverdeling uitgevoerd worden tijdens de jaarlijkse vakantieperiode (van 1 juli tot 31 augustus) en evenmin tijdens de winterperiode (tussen 1 november en 31 maart), behalve om technische of veiligheidsredenen. Bovendien mag de Regering besluiten de winterperiode na 31 maart en de zomerperiode na 31 augustus te verlengen, bij wijze van uitzondering, als de situatie dat vereist.
  Wanneer een onderbreking van de watervoorziening gerechtvaardigd is overeenkomstig het eerste lid en de verwerking van persoonsgegevens betreffende een of meer gebruikers (bijvoorbeeld gegevens voor de identificatie van een persoon, (on)bewoning van een woning, gerechtelijke beslissing) met zich meebrengt, wordt die verwerking door de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens. De verwerkte gegevens worden bewaard gedurende de tijd die strikt noodzakelijk is voor de onderbreking van de levering, met een maximum van vijf jaar.
  § 4. De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, moet een deel van de inkomsten afkomstig van de tarifering van water voorbehouden voor maatschappelijke doeleinden.
  Dit bedrag is bestemd voor watergebruikers die de hulp inroepen van een OCMW in overeenstemming met artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, en die dus van het sociaal waterfonds een financiële tussenkomst kunnen krijgen in de betaling van hun waterfacturen.
  De wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, mag een overeenkomst afsluiten met een of meerdere openbare actoren voor de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.
  De Regering bepaalt het deel van de inkomsten van de tarifering van water dat voorbehouden moet worden voor die sociale maatregel. De Regering bepaalt de verdeling van het voorbehouden bedrag tussen enerzijds de betaling van waterfacturen en anderzijds de werkingskosten veroorzaakt door de tenuitvoerlegging van deze sociale maatregel.
  § 5. De in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator is verplicht een bedrag van 0,005 euro per in het vorige dienstjaar gefactureerde m3 water voor te behouden voor internationale solidariteit. Dat bedrag wordt aangewend voor projecten inzake ontwikkelingshulp die verband houden met de watersector, met naleving van artikel 2.
  De Regering legt de nadere regels inzake die aanwending vast, met inbegrip van :
  - de samenstelling en de aanwijzing van een selectiecomité dat met name belast is met de jaarlijkse projectoproep, de selectie van de projecten, de opstelling van de overeenkomsten tussen Leefmilieu Brussel, de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator en de organisatie die het project draagt en met de follow-up van de projecten en de evaluatie ervan op grond van de inlichtingen verschaft door een begeleidingscomité ;
  - de samenstelling en de aanwijzing van een begeleidingscomité dat met name belast is met de controle op de uitvoering en het goede verloop van de geselecteerde projecten en met de evaluatie ervan.
  Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen ; de basisindex is de laatste die in 2013 in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Het bedrag wordt opnieuw berekend op 1 januari van elk jaar, op grond van de laatste op die datum bekendgemaakte index ; het tienduizendste deel wordt afgerond naar het hogere tienduizendste of verwaarloosd, naargelang het al dan niet de helft van een tienduizendste bedraagt. ".
Art.6. L'article 38/1 de la même ordonnance, tel qu'inséré par l'ordonnance du 16 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 38/1. § 1er. Au cours d'une année calendrier donnée, une intervention sociale est octroyée à tout usager de l'eau qui, au 1er janvier de ladite année, bénéficie lui-même ou un membre de son ménage de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé au sens de l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994.
  L'intervention sociale consiste en un montant calculé sur la base d'une part fixe par ménage et d'une part variable dépendante du nombre de personnes composant ledit ménage tel que renseigné au Registre national au 1er janvier de l'année concernée. Toute modification dans la composition de ménage des usagers bénéficiaires en cours d'année n'est prise en compte par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, qu'à partir du 1er janvier de l'année civile qui suit, sur la base d'une recherche au Registre national actualisée annuellement par l'opérateur de l'eau.
  Le montant calculé conformément à l'alinéa 2 sera soit déduit directement d'une facture d'acompte trimestrielle ou de la facture de régularisation émise annuellement par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, pour les usagers disposant d'un compteur individualisé propre au ménage, soit versé par ledit opérateur sur le compte bancaire des usagers dont la consommation est calculée de manière collective.
  Après avis de Brugel, le Gouvernement arrête les montants et les modalités de calcul, de versement et de financement de cette intervention sociale.
  L'information selon laquelle un usager bénéficie de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'un échange automatique de données, à partir du numéro de Registre national, entre la Banque-carrefour de sécurité sociale et l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ou tout tiers désigné par celui-ci pour assurer le traitement de ces données. Le traitement des données à caractère personnel échangées se fait dans le respect des dispositions en matière de protection des données à caractère personnel et après délibération de la chambre sécurité sociale et santé du comité de sécurité de l'information conformément à l'article 15 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale. Le traitement de ces données est réalisé à la seule fin de l'application de l'intervention sociale visée au présent paragraphe et elles sont conservées le temps nécessaire à cette fin avec un maximum de cinq ans.
  L'usager de l'eau bénéficiant de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé au 1er janvier d'une année donnée mais auquel le bénéfice de l'intervention sociale n'a pas été octroyé automatiquement dans le cadre du traitement des données échangées conformément à l'alinéa 5 peut faire une demande écrite pour obtenir cette intervention.
  La demande écrite est accompagnée d'une attestation émanant de sa mutuelle ou de la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité démontrant que l'usager bénéficie de l'intervention majorée de l'assurance soins de santé. Il introduit cette demande auprès de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, au plus tard le 31 décembre de l'année au cours de laquelle il aurait dû bénéficier de l'intervention, sous peine de déchéance de ce droit pour cette année.
  Le Gouvernement établit une évaluation de la mise en oeuvre de l'intervention sociale au plus tard trois ans après l'entrée en vigueur de cette mesure.
  § 2. Tout usager se trouvant en difficulté de paiement de sa facture d'eau a le droit d'obtenir de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, un plan de paiement standardisé.
  L'opérateur susmentionné ne peut refuser une demande de plan de paiement d'une durée inférieure ou égale à 12 mois lorsqu'il s'agit d'une consommation normale, ou s'étalant jusqu'à 60 mensualités en cas de forte surconsommation. L'usager précise la durée de remboursement dans sa demande, sur laquelle l'opérateur doit statuer dans un délai de 10 jours ouvrables. Le délai du plan de paiement prend cours le quinzième jour qui suit la notification par ledit opérateur de la décision d'octroi à l'usager.
  A défaut de pouvoir rembourser sa dette dans le cadre du plan de paiement standardisé visé à l'alinéa 1er au regard de sa situation financière, tout usager peut demander à l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, l'établissement d'un plan de paiement raisonnable plus long, avec un maximum de 18 mois pour une consommation normale.
  L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, statue sur toute demande de plan de paiement raisonnable dans un délai de 10 jours ouvrables. Ce plan de paiement prend cours 30 jours calendrier après la décision de l'opérateur.
  L'introduction d'une telle demande peut également se faire par l'intermédiaire du C.P.A.S. de la commune où l'usager a élu domicile ou d'un service de médiation de dettes agréé. Le Gouvernement peut élargir la liste de ces intermédiaires par qui les usagers peuvent passer pour solliciter un plan de paiement raisonnable.
  La demande de conclusion d'un plan de paiement raisonnable par l'usager peut intervenir à tout moment avant toute citation en justice menant à la procédure de recouvrement judiciaire de la dette. Une demande de plan de paiement raisonnable introduite via un C.P.A.S. ou un service de médiation de dettes agréé peut intervenir jusqu'à ce qu'une date d'audience soit fixée dans le cadre de la procédure dont question ci-avant et suspend celle-ci pour permettre l'examen de la demande.
  Le caractère raisonnable du plan de paiement proposé, notamment quant à sa durée et au montant des paiements échelonnés, s'apprécie en fonction de l'équilibre qu'il établit entre l'intérêt de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, à obtenir le remboursement de sa dette dans un délai raisonnable et l'intérêt de l'usager à apurer celle-ci dans un délai adapté à sa situation financière. Un plan de paiement n'est pas raisonnable s'il porte atteinte à la possibilité pour l'usager et son ménage de mener une vie conforme à la dignité humaine.
  L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, ne peut refuser l'octroi d'un plan de paiement raisonnable que lorsque, pour un plan de paiement précédemment octroyé, plus de trois échéances n'ont pas été honorées et que la facture sous-jacente audit plan de paiement demeure, ne fût-ce que partiellement, impayée. Ce motif de refus ne peut toutefois être invoqué lorsque la demande de plan de paiement est introduite par le biais d'un C.P.A.S. ou d'un service de médiation de dettes agréé.
  L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, peut résilier un plan de paiement raisonnable uniquement en cas de non-paiement par l'usager de trois échéances et après lui avoir adressé une mise en demeure.
  Tout excédent de dette, cumulée ou non, ne pouvant être supportée par un usager dans le cadre du plan de paiement raisonnable qu'il a sollicité auprès de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3° est pris en charge par le mécanisme de solidarité sociale visé au paragraphe 4 moyennant la décision favorable du C.P.A.S de la commune où l'usager a élu domicile.
  Chaque fois qu'il réclame à l'usager le paiement d'une facture, annuelle ou intermédiaire, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, doit l'avertir, par écrit, qu'il peut obtenir un plan de paiement standardisé visé à l'alinéa 1er ou demander à l'opérateur de l'eau un plan de paiement raisonnable plus long, soit directement, soit moyennant l'aide du C.P.A.S de sa commune ou d'un service de médiation de dettes agréé.
  L'usager qui bénéficie d'un plan de paiement peut, à tout moment, demander à l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, un décompte complet détaillé de sa ou ses dette(s).
  L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, veille à garantir un niveau élevé de protection à l'usager de l'eau, notamment en ce qui concerne l'information générale, les mécanismes de règlements des litiges, les dettes impayées et, de manière générale, à rester le point de contact central pour la négociation des plans de paiement, excepté en cas de cession de créance réalisée conformément à l'article 1691 du Code civil.
  Toute contestation relative à l'établissement d'un plan de paiement peut être introduite auprès du juge compétent du lieu du domicile du demandeur.
  § 3. L'interruption de la distribution d'eau à des fins domestiques est interdite, sauf dans les cas arrêtés par le Gouvernement, notamment lorsqu'il existe des motifs impérieux de santé publique, des motifs de sécurité ou de gestion du réseau public de distribution d'eau potable, un cas de force majeure ou une décision de justice justifiant cette interruption. Le Gouvernement arrête les conditions, les modalités d'accompagnement et la date d'entrée en vigueur de cette interdiction.
  A titre transitoire, dans l'attente de l'entrée en vigueur de l'arrêté visé à l'alinéa 1er, aucune interruption de la distribution d'eau à des fins domestiques ne peut s'effectuer pendant la période des vacances annuelles (du 1er juillet au 31 août) ainsi que pendant la période hivernale (entre le 1er novembre et le 31 mars), sauf pour des raisons techniques ou des raisons de sécurité. Le Gouvernement peut, en outre, décider de prolonger la période hivernale au-delà du 31 mars ainsi que la période estivale au-delà du 31 août, à titre exceptionnel, lorsque la situation l'exige.
  Lorsqu'une interruption de fourniture d'eau se justifie en vertu de l'alinéa 1er et implique un traitement de données à caractère personnel concernant un ou plusieurs usager(s) (par exemple, données d'identification d'une personne, (in)occupation d'un logement, décision de justice), ce traitement est opéré par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3° conformément aux dispositions en matière de protection des données à caractère personnel. Les données traitées sont conservées le temps strictement nécessaire à l'interruption de fourniture avec un maximum de cinq ans.
  § 4. L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, est tenu de réserver à des fins sociales une partie des recettes générées par la tarification de l'eau.
  Ce montant est destiné aux usagers de l'eau sollicitant l'aide qu'octroie un C.P.A.S. conformément à l'article 57 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'action sociale, qui peuvent ainsi se voir octroyer de la part du fonds social de l'eau une intervention financière dans le paiement de leur facture d'eau.
  L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, peut conclure une convention avec un (des) acteur(s) public(s) pour la mise en oeuvre de cette mesure sociale.
  Le Gouvernement arrête la part des recettes générées par la tarification de l'eau à réserver à cette mesure sociale. Le Gouvernement arrête la répartition du montant réservé entre, d'une part, le paiement des factures d'eau et, d'autre part, la couverture des frais de fonctionnement encourus pour la mise en oeuvre de cette mesure sociale.
  § 5. L'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, est tenu de réserver à des fins de solidarité internationale un montant de 0,005 euro par m3 d'eau qu'il aura facturé au cours de l'exercice précédent. Ce montant est affecté à des projets d'aide au développement liés au secteur de l'eau, dans le respect de l'article 2.
  Le Gouvernement arrête les modalités de cette affectation, en ce compris :
  - la composition et la désignation d'un comité de sélection qui est chargé notamment de l'appel annuel à projets, de la sélection des projets, de l'élaboration des conventions entre Bruxelles Environnement, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, et l'organisation porteuse du projet, ainsi que du suivi des projets et de leur évaluation après avoir été informé par un comité d'accompagnement ;
  - la composition et la désignation d'un comité d'accompagnement chargé notamment du contrôle de la mise en oeuvre et du bon déroulement des projets sélectionnés, ainsi que de leur évaluation.
  Le montant mentionné à l'alinéa 1er est lié à l'indice des prix à la consommation, l'indice de base étant le dernier publié au Moniteur belge en 2013. Il est calculé à nouveau le premier janvier de chaque année sur pied du dernier indice publié à cette date, la fraction de dix-millième d'un euro étant arrondie au dix-millième supérieur ou négligée, selon qu'elle atteint ou non la moitié d'un dix-millième. ".
Art.7. Bij artikel 38/2 van dezelfde ordonnantie, zoals voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 11 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste streepje wordt aangevuld als volgt : " . Er wordt een specifiek tarief voor lekken met een sterk oververbruik vastgesteld, dat door de gebruikers kan worden aangevraagd ; " ;
  2° het tweede streepje wordt vervangen door het volgende : " - voor de huishoudens wordt ten minste elk kwartaal een tussentijdse factuur opgesteld en voor de andere gebruikers ten minste elk jaar vanaf 1 september 2020. Tegelijkertijd moedigt de in artikel 17, § 1, 3°, bedoelde wateroperator de overschakeling naar elektronische facturering aan door middel van vereenvoudigde procedures. Wanneer een huishouden of een andere gebruiker daarom verzoekt en de nodige informatie verstrekt, wordt door de genoemde operator een tussentijdse maandelijkse of driemaandelijkse elektronische factuur opgemaakt " ;
  3° het vierde streepje wordt opgeheven ;
  4° het vijfde streepje wordt vervangen door wat volgt :
  " - als bijlage bij de aan de huishoudens gerichte integrale factuur, en ten minste één keer per jaar, wordt informatie verstrekt aan de gebruikers over het aandeel van de wateroperatoren in de kosten voor de drinkwatervoorziening en de zuivering van het afvalwater, de financiële deelname van het Gewest in deze kosten, de samenstelling van het leidingwater, het bestaan van de algemene verkoopsvoorwaarden van de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, en de verwijzing ernaar, het bedrag van de herinneringskosten, het eventuele openstaande saldo van de vorige facturen en het bedrag van de reeds gevorderde inningskosten, de mogelijkheid om een afbetalingsplan af te sluiten in geval van betalingsmoeilijkheden overeenkomstig artikel 38/1, § 2, of om in aanmerking te komen voor een sociale tegemoetkoming en/of een specifiek tarief in geval van een lek, het bestaan van het sociaal waterfonds bedoeld in artikel 38/1, § 4, en de bestaande begeleidingsvoorzieningen binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun contactgegevens, de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de dienst bedoeld in artikel 64/1 van deze ordonnantie, en alle andere nuttige informatie die hen in staat stelt zuiniger met water om te gaan, zoals het gemiddelde verbruik van een huishouden met een soortgelijke samenstelling. ".
Art.7. A l'article 38/2, de la même ordonnance, tel que dernièrement modifiée par l'ordonnance du 11 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le premier tiret est complété par ce qui suit : " . Un tarif spécifique en cas de fuite engendrant une forte surconsommation est établi et peut être sollicité par les usagers ; " ;
  2° le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit : " - une facture intermédiaire est établie au moins chaque trimestre pour les ménages et au moins chaque année pour les autres usagers à partir du 1er septembre 2020. En parallèle, l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, encourage le passage à la facture électronique par le biais de procédures simplifiées. Lorsqu'un ménage ou un autre usager en fait la demande et fournit les informations nécessaires à cet effet, une facture intermédiaire électronique mensuelle ou trimestrielle est établie par ledit opérateur ; " ;
  3° le quatrième tiret est abrogé ;
  4° le cinquième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - en annexe de la facture intégrale adressée aux ménages, et au moins une fois par an, des informations sont fournies aux usagers à propos de la part des coûts supportés par les opérateurs de l'eau pour les services d'approvisionnement en eau potable et d'assainissement des eaux usées, de la participation financière de la Région dans ces coûts, de la composition de l'eau de distribution, de l'existence des conditions générales de vente de l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, et le renvoi vers celles-ci, du montant des frais de rappel, de l'éventuel solde restant dû de factures précédentes et du montant des frais de recouvrement déjà réclamés, de la possibilité de conclure un plan de paiement en cas de difficulté de paiement conformément à l'article 38/1, § 2, de bénéficier d'une intervention sociale et/ou d'un tarif spécifique en cas de fuite, de l'existence du fonds social visé à l'article 38/1, § 4, et des dispositifs d'accompagnement existants au sein de la Région de Bruxelles-Capitale et les coordonnées utiles pour les contacter, de la possibilité de déposer plainte auprès du service visé à l'article 64/1 de la présente ordonnance, et toute autre information utile leur permettant de consommer l'eau de manière plus économe, telle la consommation moyenne d'un ménage dont la composition est similaire. ".
Art.8. In artikel 39/2 van dezelfde ordonnantie, zoals ingevoegd door de ordonnantie van 15 december 2017 tot wijziging van diverse ordonnanties in het kader van de invoering van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs, wordt punt 8° opgeheven.
Art.8. A l'article 39/2, de la même ordonnance, tel qu'inséré par l'ordonnance du 15 décembre 2017 portant modification de diverses ordonnances dans le cadre de l'instauration d'un organe indépendant de contrôle du prix de l'eau, le point 8° est abrogé.
Art.9. In artikel 64/1 van dezelfde ordonnantie, zoals ingevoegd door de ordonnantie van 15 december 2017 tot wijziging van diverse ordonnanties in het kader van de invoering van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan voor de waterprijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het 3° vervangen door wat volgt : " 3° een doeltreffende behandeling verzekeren in alle onafhankelijkheid van de klachten door de Geschillendienst. " ;
  2° in paragraaf 2 wordt het 5° vervangen door wat volgt : " 5° de bevoegdheden van de Geschillendienst zoals ingevoerd bij artikel 30novies van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, uit te breiden tot de watersector teneinde de klachten te behandelen die door een gebruiker worden ingediend wegens niet-naleving door de wateroperator bedoeld in artikel 17, § 1, 3°, van zijn algemene verkoopsvoorwaarden, alsook de klachten die betrekking hebben op een inbreuk door een wateroperator op de in deze ordonnantie vervatte tariefbepalingen. ".
Art.9. A l'article 64/1, de la même ordonnance, tel qu'inséré par l'ordonnance du 15 décembre 2017 portant modification de diverses ordonnances dans le cadre de l'instauration d'un organe indépendant de contrôle du prix de l'eau, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit : " 3° assurer un traitement efficace et en toute indépendance des plaintes par le Service des litiges. " ;
  2° au paragraphe 2, le point 5° est remplacé par ce qui suit : " 5° élargir au secteur de l'eau les compétences du Service des litiges tel qu'instauré par l'article 30novies de l'ordonnance du 19 juillet 2001 relative à l'organisation du marché de l'électricité en Région de Bruxelles-Capitale afin de connaître des plaintes déposées par un usager pour le non-respect par l'opérateur de l'eau visé à l'article 17, § 1er, 3°, de ses conditions générales de vente, ainsi que celles relatives à une violation, par un opérateur de l'eau, des dispositions tarifaires contenues dans la présente ordonnance. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan de ordonnantie van 8 september 1994 tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE III. - Modifications à l'ordonnance du 8 septembre 1994 réglementant la fourniture d'eau alimentaire distribuée par réseau en Région bruxelloise
Art.10. Artikel 2 van de ordonnantie van 8 september 1994 tot regeling van de drinkwatervoorziening via het waterleidingnet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 2. § 1. Deze ordonnantie is van toepassing op de drinkwatervoorziening als openbare dienst in het Brussels Gewest en ook op de openbare saneringsdienst die wordt verleend door de met de drinkwatervoorziening belaste wateroperator met betrekking tot de in artikel 3 bedoelde algemene of bijzondere voorwaarden.
  § 2. Deze ordonnantie waarborgt voor iedere natuurlijke persoon die verblijft in een voor huisvesting bestemd gebouw waarvoor een aansluiting tot stand is gebracht, het recht op drinkwatervoorziening voor huishoudelijk gebruik. ".
Art.10. L'article 2 de l'ordonnance du 8 septembre 1994 réglementant la fourniture d'eau alimentaire distribuée par réseau en Région bruxelloise est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. § 1er. La présente ordonnance s'applique au service public de distribution d'eau potable en Région bruxelloise et au service public d'assainissement fourni par l'opérateur de l'eau en charge de la distribution d'eau potable pour ce qui concerne les conditions générales ou particulières visées à l'article 3.
  § 2. L'ordonnance garantit à toute personne résidant dans un immeuble destiné au logement pour lequel un raccordement a été réalisé, le droit à la distribution d'eau potable pour sa consommation domestique. ".
Art.11. In artikel 3 van dezelfde ordonnantie wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : " De algemene of bijzondere voorwaarden regelen de betrekking van reglementaire aard tussen de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator enerzijds en anderzijds de abonnees, dat wil zeggen de houder(s) van een eigendomsrecht, een recht van vruchtgebruik, gebruik, een recht van bewoning, een recht van opstal, een recht van erfpacht, op een aangesloten gebouw, en/of de watergebruikers gedefinieerd als eenieder die gebruikmaakt van de drinkwatervoorziening en/of de saneringsdienst in een aangesloten gebouw, wat de aansluiting, het abonnement, de levering, de sanering, de opmeting van het verbruik en de wijze van betaling betreft. ".
Art.11. Dans l'article 3 de la même ordonnance, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit : " Les conditions générales ou particulières règlent la relation réglementaire entre l'opérateur de l'eau en charge de l'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement d'une part, et d'autre part, les abonnés, à savoir le(s) titulaire(s) d'un droit de propriété, d'usufruit, d'usage, d'habitation, de superficie, d'emphytéose sur un immeuble raccordé, et/ou les usagers de l'eau définis comme étant toute personne bénéficiant des services de distribution d'eau potable et/ou d'assainissement dans un immeuble raccordé, en ce qui concerne le raccordement, l'abonnement, les fournitures, l'assainissement, l'enregistrement des consommations et les modalités de paiement. ".
Art.12. In artikel 3, lid 4, van dezelfde ordonnantie, gewijzigd door de ordonnantie van 30 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord " distributeur " wordt telkens vervangen door de woorden " de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator " ;
  2° In punt 2 worden de woorden " de schuldenaar " vervangen door de woorden " de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator ". ;
  3° in punt 2 wordt het tweede streepje vervangen door wat volgt : " - hij het bewijs levert dat hij de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator binnen vijftien werkdagen na de wijziging van de bewoner van het goed op de hoogte heeft gebracht van de identiteit van de vertrekkende gebruiker en, in voorkomend geval, de intrekkende gebruiker, door middel van het daartoe door de operator voorziene formulier dat naar behoren is ingevuld en ondertekend, alsook van de meterstand ; " ;
  4° punt 4 wordt opgeheven.
Art.12. Dans l'article 3, alinéa 4, de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 30 janvier 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " le distributeur " sont à chaque fois remplacés par les mots " l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement " ;
  2° dans le point 2, les mots " le débiteur du paiement " sont remplacés par les mots " l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement " ;
  3° dans le point 2, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit : " - qu'il apporte la preuve qu'il a avisé l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement, au moyen du formulaire prévu à cette fin par celui-ci dûment complété et signé, et au plus tard dans un délai de quinze jours ouvrables après le changement d'occupation du bien, de l'identité de l'usager sortant et, le cas échéant, entrant, ainsi que de l'index du compteur ; " ;
  4° le point 4 est abrogé.
Art.13. Artikel 4 van dezelfde ordonnantie, zoals voor het laatst gewijzigd door de ordonnantie van 16 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 4. § 1. Onverminderd artikel 38/1, § 2 en § 4, van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid, dat elke gebruiker die moeilijkheden ondervindt bij het betalen van een factuur de mogelijkheid biedt een afbetalingsplan aan te vragen, maakt elke niet-betaling van een gefactureerd bedrag met betrekking tot het waterverbruik ten vroegste 15 dagen na de vervaldatum van de factuur het voorwerp uit van een herinnering door de met de drinkwatervoorzieningsdienst belaste wateroperator. Bij niet-betaling van het gefactureerde bedrag verstuurt de operator ten vroegste binnen de 15 dagen na de verzending van de herinnering een ingebrekestelling per aangetekende brief. In geval van niet-betaling binnen de in de ingebrekestelling vermelde termijn stelt de operator de gebruiker in kennis van zijn voornemen het OCMW van de gemeente waar de gebruiker gedomicilieerd is, op de hoogte te brengen, met name om hem in staat te stellen de hulp van deze instantie in te roepen bij het onderhandelen over een redelijk afbetalingsplan, alsmede van zijn recht om, per post of elektronisch, binnen tien dagen de mededeling van zijn naam aan het OCMW te weigeren. Deze mededeling aan het OCMW vindt plaats in de vorm van een lijst met de identificatie- en contactgegevens, alsmede de openstaande saldi van de betrokken watergebruikers.
  § 2. In geval van niet-betaling of laattijdige betaling door de ontvanger van de factuur kunnen alleen de vergoedingen worden gevorderd die zijn bepaald in de algemene verkoopvoorwaarden van de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator. Die omvatten met name de vergoedingen voor herinneringen en ingebrekestellingen, die als volgt zijn vastgesteld : 5 euro voor de herinnering en 10 euro voor de ingebrekestelling, en eventuele andere vergoedingen die in de algemene voorwaarden zijn vastgesteld, met dien verstande dat het totaalbedrag van deze vergoedingen beperkt is tot een maximum van 50 euro voor de gehele administratieve en minnelijke invorderingsprocedure van een factuur, ongeacht of deze wordt uitgevoerd door de wateroperator of door een derde.
  In het kader van de minnelijke of gerechtelijke invorderingsprocedure kan er geen enkele andere vergoeding van de gebruiker worden geëist, noch door de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator zelf, noch door een derde.
  De in het eerste lid bedoelde forfaitaire bedragen worden automatisch geïndexeerd op basis van de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex de recentste is die in 2021 in het Belgisch Staatsblad is gepubliceerd. Het bedrag wordt opnieuw berekend op 1 januari van elk jaar, op grond van de laatste op die datum bekendgemaakte index ; het honderdste deel wordt afgerond naar het hogere honderdste of verwaarloosd, naargelang het al dan niet de helft van een honderdste bedraagt.
  De minnelijke invorderingsprocedure begint wanneer een herinnering wegens niet-betaling wordt verstuurd. Alle facturen die op deze herinnering volgen en waarvoor er ook een betalingsachterstand is, worden aan de lopende invorderingsprocedure toegevoegd. Deze procedure wordt afgesloten hetzij met de volledige betaling van de verschuldigde bedragen, hetzij met de verwijzing naar de bevoegde rechter. ".
Art.13. L'article 4 de la même ordonnance, telle que modifiée dernièrement par l'ordonnance du 16 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. § 1er. Sans préjudice de l'article 38/1, §§ 2 et 4, de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau permettant à tout usager en difficulté de paiement d'une facture de demander un plan de paiement, le non-paiement de tout montant facturé relatif à la consommation d'eau fait l'objet d'un rappel par l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable au plus tôt 15 jours après la date de l'échéance de la facture. En cas de non-paiement du montant facturé, l'opérateur envoie une mise en demeure par lettre recommandée au plus tôt dans les 15 jours suivant l'envoi du rappel. A défaut de paiement dans le délai indiqué dans la mise en demeure, l'opérateur informe l'usager de son intention de prévenir le C.P.A.S. de la commune où l'usager a élu domicile, notamment pour lui permettre de bénéficier de son assistance dans la négociation d'un plan de paiement raisonnable, ainsi que de son droit de refuser, par courrier ou par voie électronique adressée à l'opérateur dans les dix jours, la communication de son nom au C.P.A.S. Cette communication au C.P.A.S. a lieu sous la forme d'un listing reprenant les données d'identification et de contact, ainsi que les soldes ouverts des usagers de l'eau concernés.
  § 2. En cas de non-paiement ou de retard de paiement dans le chef du destinataire de la facture, seules les indemnités prévues dans les conditions générales de vente de l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement pourront être réclamées. Il s'agit notamment des indemnités de rappel et de mise en demeure qui sont fixées comme suit : 5 euros pour le rappel et 10 euros pour la mise en demeure et d'éventuelles autres indemnités fixées dans les conditions générales, étant entendu que le montant total de ces indemnités est limité à un maximum de 50 euros pour l'ensemble de la procédure de recouvrement administrative et amiable d'une facture, que celle-ci soit diligentée par l'opérateur ou par un tiers.
  Tant dans le cadre de la procédure de recouvrement amiable que judiciaire, aucune autre indemnité ne peut être réclamée à l'usager ni par l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement lui-même, ni par un tiers.
  Ces montants forfaitaires visés à l'alinéa 1er sont automatiquement indexés en tenant compte de l'indice des prix à la consommation, l'indice de base étant le dernier publié au Moniteur belge en 2021. Il est calculé à nouveau le premier janvier de chaque année sur pied du dernier indice publié à cette date, la fraction de centime d'un euro étant arrondie au centime supérieur ou négligée, selon qu'elle atteint ou non la moitié d'un centime.
  La procédure de recouvrement amiable débute lors de l'envoi d'un rappel pour défaut de paiement. Toutes les factures suivant ce rappel et pour lesquelles il y aurait également un défaut de paiement devront être rattachées à la procédure de recouvrement en cours. Cette procédure se clôture soit par le paiement intégral des sommes dues, soit par la saisine du juge compétent. ".
Art.14. Artikel 5 van dezelfde ordonnantie, zoals laatst gewijzigd door de ordonnantie van 16 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 5. De met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator mag de overeengekomen levering staken zonder andere vormen dan die voorgeschreven in de algemene en bijzondere voorwaarden in acht te moeten nemen, wanneer water wordt geleverd aan een rechtspersoon, of aan de beoefenaar van een vrij beroep, een handelsactiviteit, een ambacht, een industriële bedrijvigheid, een activiteit van dienstverlenende of administratieve aard, en deze lijst is niet beperkend.
  In afwijking van het eerste lid mag de met de drinkwatervoorzieningsdienst en saneringsdiensten belaste wateroperator de levering niet eenzijdig onderbreken wanneer de watervoorziening geschiedt ten gunste van door de overheid opgerichte of gesubsidieerde ziekenhuizen, kinderdagverblijven, tehuizen of onderwijsinstellingen en voor zover dit geschiedt ten gunste van de natuurlijke personen die gebruik maken van de door deze instellingen verleende diensten. In voorkomend geval vordert de wateroperator de onderbreking van de leveringen voor het bevoegde gerecht.
  Wanneer het water voor huishoudelijk gebruik wordt geleverd aan een natuurlijke persoon die verblijft of woont in een voor huisvesting bestemd gebouw waarvoor een aansluiting tot stand is gebracht, kan de wateroperator de levering alleen eenzijdig onderbreken in de gevallen die door de Regering zijn bepaald krachtens artikel 38/1, § 3, van de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid. ".
Art.14. L'article 5 de la même ordonnance, tel que modifié dernièrement par l'ordonnance du 16 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. L'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement dispose du pouvoir d'interrompre les fournitures convenues, sans autres formes que celles prescrites par les conditions générales et particulières, lorsque la distribution d'eau s'effectue au bénéfice d'une personne morale ou du titulaire d'une profession libérale, d'une activité commerciale, artisanale, industrielle, de services ou administrative, sans que cette liste soit limitative.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque la distribution s'effectue au bénéfice d'hôpitaux, de crèches, de homes ou d'établissements scolaires, organisés ou subventionnés par les pouvoirs publics, et pour autant que la distribution soit réalisée au profit de personnes physiques qui jouissent des services dispensés par ces établissements, l'opérateur de l'eau en charge du service d'approvisionnement en eau potable et de services d'assainissement ne peut interrompre unilatéralement la fourniture. Le cas échéant, l'opérateur de l'eau poursuit devant la juridiction compétente l'interruption des fournitures.
  Lorsque la distribution s'effectue à des fins domestiques au bénéfice d'une personne physique résidant ou étant domiciliée dans l'immeuble destiné au logement pour lequel le raccordement a été réalisé, l'opérateur de l'eau ne peut interrompre unilatéralement la fourniture que dans les cas fixés par le Gouvernement en vertu de l'article 38/1, § 3, de l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau. ".
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepaling
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoire et finale
Art.15. De wijziging van de naam van de BMWB in " HYDRIA " als gevolg van de artikelen 2, 3 en 4 van deze ordonnantie heeft niet tot gevolg dat de bepalingen van overeenkomsten of beslissingen van welke aard ook die bindend zijn voor de wateroperator " HYDRIA " en die vóór 1 november 2021 zouden zijn gesloten, worden gewijzigd, noch dat dergelijke overeenkomsten of beslissingen worden opgezegd of nietig worden verklaard. Met ingang van deze datum neemt HYDRIA de rechten en verplichtingen van de BMWB volledig over.
  Aangezien het om een eenvoudige naamswijziging gaat, geeft deze wijziging bovendien geen enkele partij het recht om de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten en beslissingen die vóór 1 november 2021 zouden zijn gesloten, eenzijdig te wijzigen of te beëindigen.
Art.15. La modification de nom de la SBGE en " HYDRIA " opérée par les articles 2, 3 et 4 de la présente ordonnance n'a pas pour effet de modifier les dispositions d'une convention ou d'une décision de quelque nature que ce soit liant l'opérateur de l'eau " HYDRIA " qui serait antérieure au 1er novembre 2021, ni de mettre fin à une telle convention ou de rendre caduque une telle décision. A compter de cette date, HYDRIA vient intégralement aux droits et obligations de la SBGE.
  En outre, s'agissant d'un simple changement de dénomination, cette modification ne donne à quelque partie que ce soit le droit de modifier ou de mettre fin unilatéralement aux conventions et décisions visées à l'alinéa 1er et qui seraient antérieures au 1er novembre 2021.
Art. 16. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2022 met uitzondering van de artikelen 2, 3, eerste lid, 1°, 4 en 15, die in werking treden op 1 november 2021.
Art. 16. La présente ordonnance entre en vigueur le 1er janvier 2022, à l'exception des articles 2, 3, alinéa 1er, 1°, 4 et 15 qui entrent en vigueur le 1er novembre 2021.