Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Zij voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
1° Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
2° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 DECEMBER 2021. - Wet houdende omzetting van het Europees Wetboek voor elektronische communicatie en wijziging van diverse bepalingen inzake elektronische communicatie
Titre
21 DECEMBRE 2021. - Loi portant transposition du code des communications électroniques européen et modification de diverses dispositions en matière de communications électroniques
Documentinformatie
Numac: 2021043554
Datum: 2021-12-21
Info du document
Numac: 2021043554
Date: 2021-12-21
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 21 m...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 17 j...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 17 j...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 13 j...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 12 dec...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 1 juli...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 5 me...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 30 j...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 7 apr...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 21 ma...
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 17 ja...
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 17 ja...
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 13 ju...
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 12 déc...
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 1er ju...
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 5 mai...
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 30 ju...
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 7 avr...
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (275)
Texte (276)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Article 1er La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Elle transpose partiellement:
1° la directive 2014/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement des réseaux de communications électroniques à haut débit;
2° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.
Elle transpose partiellement:
1° la directive 2014/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement des réseaux de communications électroniques à haut débit;
2° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques
Art.2. Artikel 43bis, § 3, 8°, c), van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij de wet van 19 december 1997 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt aangevuld met de woorden "en het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, zonder dat deze in de behandeling van de dossiers en individuele klachten tussenbeide mogen komen".
Art.2. L'article 43bis, § 3, 8°, c), de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, inséré par la loi du 19 décembre 1997 et modifié par la loi du 15 mai 2007, est complété par les mots "et l'Institut belge des services postaux et des télécommunications, sans que ceux-ci ne puissent intervenir dans le traitement des dossiers et des plaintes individuelles".
Art.3. In artikel 44bis, § 4, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 augustus 1993 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2006, worden de woorden ", opgericht bij artikel 71 van deze wet" opgeheven.
Art.3. Dans l'article 44bis, § 4, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 6 août 1993 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2006, les mots ", créé par l'article 71 de la présente loi" sont abrogés.
Art.4. In artikel 58 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 december 1997 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "van openbare dienst bepaald in artikel 82, 3° " vervangen door de woorden "van algemeen belang bedoeld in artikel 106 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie".
1° het eerste lid wordt opgeheven;
2° in het tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "van openbare dienst bepaald in artikel 82, 3° " vervangen door de woorden "van algemeen belang bedoeld in artikel 106 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie".
Art.4. A l'article 58 de la même loi, remplacé par la loi du 19 décembre 1997 et modifié par la loi du 10 août 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 1er, les mots "d'intérêt général visées à l'article 82, 3° " sont remplacés par les mots "d'intérêt général visées à l'article 106 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques".
1° l'alinéa 1er est abrogé;
2° dans l'alinéa 2, devenant l'alinéa 1er, les mots "d'intérêt général visées à l'article 82, 3° " sont remplacés par les mots "d'intérêt général visées à l'article 106 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques".
Art.5. In artikel 59 van dezelfde wet worden de woorden "bedoeld in artikel 71" opgeheven.
Art.5. Dans l'article 59 de la même loi, les mots "visé à l'article 71" sont abrogés.
Art.6. In artikel 68, 19°, van dezelfde wet, worden de woorden "radio- en televisie-omroepdiensten" vervangen door de woorden "audiovisuele of auditieve mediadiensten".
Art.6. Dans l'article 68, 19°, de la même loi, les mots "de la radiodiffusion et de la télévision" sont remplacés par les mots "des services de médias audiovisuels ou sonores".
Art.7. In de artikelen 68, 97, 98, 99, 101, 102, 103, 104 en 114, §§ 1 en 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997, worden de woorden "openbaar telecommunicatienet" telkens vervangen door de woorden "openbaar elektronische-communicatienetwerk".
Art.7. Dans les articles 68, 97, 98, 99, 101, 102, 103, 104 et 114, §§ 1 et 3, de la même loi, modifiés par la loi du 19 décembre 1997, les mots "réseau public de télécommunications" sont chaque fois remplacés par les mots "réseau public de communications électroniques".
Art.8. Artikel 97, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 december 1997, wordt aangevuld met de woorden ", ook indien deze in de gemeenschappelijke delen van een gebouw conform artikel 3.82, § 2, van het Burgerlijk Wetboek worden aangelegd".
Art.8. L'article 97, § 2, de la même loi, modifié par la loi du 19 décembre 1997, est complété par les mots ", même si ceux-ci sont installés dans les parties communes d'un bâtiment conformément à l'article 3.82, § 2, du Code civil".
Art.9. In dezelfde wet worden de bijlagen 1 en 2 opgeheven.
Art.9. Dans la même loi, les annexes 1 et 2 sont abrogées.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges
Art.10. Artikel 1/1 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 7 april 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1/1. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van volgende richtlijnen:
1° Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie;
2° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.".
"Art. 1/1. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van volgende richtlijnen:
1° Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie;
2° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.".
Art.10. L'article 1er/1 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 7 avril 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 1er/1. La présente loi transpose partiellement les directives suivantes:
1° la directive (UE) 2016/1148 du Parlement européen et du Conseil du 6 juillet 2016 concernant des mesures destinées à assurer un niveau élevé commun de sécurité des réseaux et des systèmes d'information dans l'Union;
2° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.".
"Art. 1er/1. La présente loi transpose partiellement les directives suivantes:
1° la directive (UE) 2016/1148 du Parlement européen et du Conseil du 6 juillet 2016 concernant des mesures destinées à assurer un niveau élevé commun de sécurité des réseaux et des systèmes d'information dans l'Union;
2° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.".
Art.11. In artikel 13 van de dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het Instituut is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid.".
"Het Instituut is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid.".
Art.11. Dans l'article 13 de la même loi, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'Institut est un organisme d'intérêt public doté de la personnalité juridique.".
"L'Institut est un organisme d'intérêt public doté de la personnalité juridique.".
Art.12. In artikel 14 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de bepaling onder j), luidende:
"j) elke bindende rechtshandeling in het Europese Unierecht, die opdrachten toewijst aan de nationale regelgevende instantie in de sector van de post of elektronische communicatie.";
b) in de bepalingen onder 4° en 4/1° worden de woorden "van telecommunicatienetwerken" telkens vervangen door de woorden "van elektronische-communicatienetwerken";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 3° wordt, in de bepaling onder a), het woord "BEREC" vervangen door het woord "Berec";
b) in de bepaling onder 3°, wordt de bepaling onder h) vervangen als volgt:
"h) de Gegevensbeschermingsautoriteit;";
c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden "in de artikelen 6 tot 8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie" vervangen door de woorden "in artikel 6 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie of in artikel 35 van de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad".
d) de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° kan, in de hoedanigheid van inspectiedienst, de mededeling van het beveiligingsplan van de exploitant eisen op elk moment, in afwijking van artikel 25, § 2, van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de bepaling onder j), luidende:
"j) elke bindende rechtshandeling in het Europese Unierecht, die opdrachten toewijst aan de nationale regelgevende instantie in de sector van de post of elektronische communicatie.";
b) in de bepalingen onder 4° en 4/1° worden de woorden "van telecommunicatienetwerken" telkens vervangen door de woorden "van elektronische-communicatienetwerken";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 3° wordt, in de bepaling onder a), het woord "BEREC" vervangen door het woord "Berec";
b) in de bepaling onder 3°, wordt de bepaling onder h) vervangen als volgt:
"h) de Gegevensbeschermingsautoriteit;";
c) in de bepaling onder 6°, worden de woorden "in de artikelen 6 tot 8 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie" vervangen door de woorden "in artikel 6 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie of in artikel 35 van de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad".
d) de paragraaf wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° kan, in de hoedanigheid van inspectiedienst, de mededeling van het beveiligingsplan van de exploitant eisen op elk moment, in afwijking van artikel 25, § 2, van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren.".
Art.12. Dans l'article 14 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 7 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 3° est complété par le j) rédigé comme suit:
"j) tout acte juridique contraignant en droit de l'Union européenne, qui attribue des missions à l'autorité réglementaire nationale dans le secteur des postes ou des communications électroniques.";
b) aux 4° et 4° /1, les mots "de télécommunications" sont chaque fois remplacés par les mots "de communications électroniques";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 3°, dans le texte néerlandais du a), le mot "BEREC" est remplacé par le mot "Berec";
b) au 3°, le h) est remplacé par ce qui suit:
"h) l'Autorité de protection des données;";
c) au 6°, les mots "aux articles 6 à 8 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques" sont remplacés par les mots "à l'article 6 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques ou à l'article 35 de la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale".
d) le paragraphe est complété par un 7° rédigé comme suit:
"7° peut, en sa qualité de service d'inspection, exiger à tout moment la communication du plan de sécurité de l'exploitant, en dérogation à l'article 25, § 2, de la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) le 3° est complété par le j) rédigé comme suit:
"j) tout acte juridique contraignant en droit de l'Union européenne, qui attribue des missions à l'autorité réglementaire nationale dans le secteur des postes ou des communications électroniques.";
b) aux 4° et 4° /1, les mots "de télécommunications" sont chaque fois remplacés par les mots "de communications électroniques";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 3°, dans le texte néerlandais du a), le mot "BEREC" est remplacé par le mot "Berec";
b) au 3°, le h) est remplacé par ce qui suit:
"h) l'Autorité de protection des données;";
c) au 6°, les mots "aux articles 6 à 8 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques" sont remplacés par les mots "à l'article 6 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques ou à l'article 35 de la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale".
d) le paragraphe est complété par un 7° rédigé comme suit:
"7° peut, en sa qualité de service d'inspection, exiger à tout moment la communication du plan de sécurité de l'exploitant, en dérogation à l'article 25, § 2, de la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques.".
Art.13. In artikel 16, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "alsook, voor de materie bedoeld in de artikelen 11, § 1, 2°, en 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, aan een of meer personeelsleden van niveau A" worden opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Op dezelfde manier kan hij sommige van zijn bevoegdheden overdragen aan een personeelslid in de volgende gevallen:
1° voor de materie bedoeld in artikel 11, § 1, 2°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
2° voor de materie bedoeld in artikel 18 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, met uitsluiting van de frequentiebanden waarvoor de Koning een procedure heeft vastgesteld die erop gericht is het aantal te verlenen gebruiksrechten te beperken, overeenkomstig artikel 20, § 1, van dezelfde wet;
3° voor de materie bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
4° voor beslissingen inzake courant beheer van inkomsten en uitgaven.".
1° de woorden "alsook, voor de materie bedoeld in de artikelen 11, § 1, 2°, en 39, § 1, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, aan een of meer personeelsleden van niveau A" worden opgeheven;
2° het lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Op dezelfde manier kan hij sommige van zijn bevoegdheden overdragen aan een personeelslid in de volgende gevallen:
1° voor de materie bedoeld in artikel 11, § 1, 2°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
2° voor de materie bedoeld in artikel 18 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, met uitsluiting van de frequentiebanden waarvoor de Koning een procedure heeft vastgesteld die erop gericht is het aantal te verlenen gebruiksrechten te beperken, overeenkomstig artikel 20, § 1, van dezelfde wet;
3° voor de materie bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
4° voor beslissingen inzake courant beheer van inkomsten en uitgaven.".
Art.13. A l'article 16, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "ainsi que, pour des matières visées aux articles 11, § 1er, 2°, et 39, § 1er, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, à un ou plusieurs membres du personnel de niveau A" sont abrogés;
2° l'alinéa est complété par la phrase suivante:
"De la même façon, il peut déléguer certains de ses pouvoirs à un membre du personnel dans les hypothèses suivantes:
1° dans les matières visées à l'article 11, § 1er, 2°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
2° dans les matières visées à l'article 18 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, à l'exclusion des bandes de fréquences pour lesquelles le Roi a fixé une procédure visant à limiter le nombre de droits d'utilisation à octroyer, conformément à l'article 20, § 1er, de la même loi;
3° dans les matières visées à l'article 39, § 2, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
4° pour des décisions de gestion courante des revenus et dépenses.".
1° les mots "ainsi que, pour des matières visées aux articles 11, § 1er, 2°, et 39, § 1er, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, à un ou plusieurs membres du personnel de niveau A" sont abrogés;
2° l'alinéa est complété par la phrase suivante:
"De la même façon, il peut déléguer certains de ses pouvoirs à un membre du personnel dans les hypothèses suivantes:
1° dans les matières visées à l'article 11, § 1er, 2°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
2° dans les matières visées à l'article 18 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, à l'exclusion des bandes de fréquences pour lesquelles le Roi a fixé une procédure visant à limiter le nombre de droits d'utilisation à octroyer, conformément à l'article 20, § 1er, de la même loi;
3° dans les matières visées à l'article 39, § 2, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques;
4° pour des décisions de gestion courante des revenus et dépenses.".
Art.14. In artikel 17, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.14. Dans l'article 17, § 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.15. In artikel 20, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "prima facie een overtreding vaststelt van de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd of hun uitvoeringsmaatregelen, die een onmiddellijke en ernstige dreiging inhoudt voor de openbare orde" vervangen door de woorden "een inbreuk vaststelt op de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd of hun uitvoeringsmaatregelen, die een onmiddellijke en ernstige dreiging inhoudt voor de openbare veiligheid";
b) de zin "Hij waakt er in elk geval over dat de voorlopige maatregelen geen onomkeerbare gevolgen teweegbrengen." wordt opgeheven;
c) het lid wordt aangevuld met de volgende zinnen:
"Teneinde te garanderen dat de voorlopige maatregelen in acht worden genomen, kan de Raad de in artikel 21, § 5, eerste lid, 2/1°, bedoelde dwangsom opleggen, desgevallend tijdens het onderzoek van het dossier. Hij waakt er in elk geval over dat de aangenomen maatregel geen onomkeerbare gevolgen teweegbrengt.";
2° in het tweede lid wordt het woord "oplossingen" vervangen door de woorden "corrigerende maatregelen".
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "prima facie een overtreding vaststelt van de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd of hun uitvoeringsmaatregelen, die een onmiddellijke en ernstige dreiging inhoudt voor de openbare orde" vervangen door de woorden "een inbreuk vaststelt op de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd of hun uitvoeringsmaatregelen, die een onmiddellijke en ernstige dreiging inhoudt voor de openbare veiligheid";
b) de zin "Hij waakt er in elk geval over dat de voorlopige maatregelen geen onomkeerbare gevolgen teweegbrengen." wordt opgeheven;
c) het lid wordt aangevuld met de volgende zinnen:
"Teneinde te garanderen dat de voorlopige maatregelen in acht worden genomen, kan de Raad de in artikel 21, § 5, eerste lid, 2/1°, bedoelde dwangsom opleggen, desgevallend tijdens het onderzoek van het dossier. Hij waakt er in elk geval over dat de aangenomen maatregel geen onomkeerbare gevolgen teweegbrengt.";
2° in het tweede lid wordt het woord "oplossingen" vervangen door de woorden "corrigerende maatregelen".
Art.15. A l'article 20, § 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la 1ère phrase, les mots "constate prima facie une infraction à la législation ou à la réglementation dont l'Institut contrôle le respect, ou de leurs mesures d'exécution, entraînant une menace immédiate grave pour l'ordre public" sont remplacés par les mots "constate un manquement à la législation ou à la réglementation dont l'Institut contrôle le respect, ou de leurs mesures d'exécution, entraînant une menace immédiate et grave pour la sûreté publique";
b) la phrase "Dans chaque cas, il veille à ce que la mesure adoptée n'ait pas de conséquences irréversibles." est abrogée;
c) l'alinéa est complété par les phrases suivantes:
"En vue d'assurer le respect des mesures provisoires, le Conseil peut infliger l'astreinte visée à l'article 21, § 5, alinéa 1er, 2° /1, le cas échéant durant l'instruction du dossier. Dans chaque cas, il veille à ce que la mesure adoptée n'ait pas de conséquences irréversibles.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "des solutions" sont remplacés par les mots "des mesures correctrices".
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la 1ère phrase, les mots "constate prima facie une infraction à la législation ou à la réglementation dont l'Institut contrôle le respect, ou de leurs mesures d'exécution, entraînant une menace immédiate grave pour l'ordre public" sont remplacés par les mots "constate un manquement à la législation ou à la réglementation dont l'Institut contrôle le respect, ou de leurs mesures d'exécution, entraînant une menace immédiate et grave pour la sûreté publique";
b) la phrase "Dans chaque cas, il veille à ce que la mesure adoptée n'ait pas de conséquences irréversibles." est abrogée;
c) l'alinéa est complété par les phrases suivantes:
"En vue d'assurer le respect des mesures provisoires, le Conseil peut infliger l'astreinte visée à l'article 21, § 5, alinéa 1er, 2° /1, le cas échéant durant l'instruction du dossier. Dans chaque cas, il veille à ce que la mesure adoptée n'ait pas de conséquences irréversibles.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "des solutions" sont remplacés par les mots "des mesures correctrices".
Art.16. In artikel 21 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "een overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "een inbreuk";
2° de woorden "de overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "de inbreuk";
3° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de overtreding" worden vervangen door de woorden "de inbreuk";
b) de paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin:
"De aldus vastgestelde sancties zijn passend, doeltreffend, evenredig en ontmoedigend.";
4° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° het bevel om een einde te maken aan de inbreuk, ofwel onmiddellijk, ofwel binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, voor zover nog geen einde werd gemaakt aan deze inbreuk; het Instituut neemt daartoe gepaste en evenredige maatregelen om te garanderen dat deze voorwaarden in acht worden genomen;";
ii) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een administratieve boete die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 5 000 euro voor natuurlijke personen en van maximaal 5 % van de geconsolideerde omzet van de overtreder, vóór belastingen en exclusief btw, gedurende het jongste volledige boekjaar in de sector voor elektronische communicatie of voor postdiensten in België of, indien de overtreder geen activiteiten ontwikkelt waarmee een omzet wordt behaald, ten bedrage van maximaal 1 000 000 euro voor rechtspersonen. Voor de inbreuken op hoofdstuk 2 van de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedraagt de administratieve boete maximaal 5 % van de geconsolideerde omzet die de overtreder, vóór belastingen en exclusief btw, gedurende het jongste volledige boekjaar in de sector in kwestie heeft behaald, beperkt tot 125 000 euro;";
iii) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 teneinde een of meer van zijn besluiten te doen naleven, de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een dwangsom die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 500 euro per dag vertraging voor natuurlijke personen en van 5 % van de dagomzet per dag vertraging euro voor rechtspersonen. De dwangsom is verschuldigd vanaf de datum vastgesteld door de Raad in zijn besluit;";
iv) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad";
b) er wordt tussen het eerst en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"De dagomzet bedoeld in het eerste lid, 2° /1, is de totale geconsolideerde jaaromzet vóór belastingen en exclusief btw, behaald in België, in de sector voor elektronische communicatie of voor postdiensten gedurende het jongste volledige boekjaar gedeeld door 365.";
c) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "in het tweede lid, 2° " vervangen door de woorden "in het eerste lid, 2° en 2° /1";
5° een paragraaf 5/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/1. De in paragraaf 5, eerste lid, 2° en 2/1°, bedoelde boetes en dwangsommen zijn niet fiscaal aftrekbaar.";
6° in paragraaf 6 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "of een dwangsom" worden ingevoegd tussen de woorden "administratieve boete" en de woorden "opleggen waarvan het bedrag";
b) de woorden "tweede lid, 2° " worden vervangen door de woorden "eerste lid, 2° en 2° /1".
7° in paragraaf 7 worden de woorden "een ernstige of herhaalde overtreding" vervangen door de woorden "een ernstige of herhaalde inbreuk";
8° een paragraaf 7/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 7/1. Het Instituut voorziet enkel in sancties in het kader van de in artikel 49/2 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie beoogde procedure wanneer een onderneming of een overheid, welbewust of door een ernstige nalatigheid, misleidende, foutieve of onvolledige informatie verstrekt.
Bij de bepaling van het bedrag van de boetes of dwangsommen opgelegd aan een onderneming of aan een overheid met toepassing van het eerste lid houdt het Instituut onder andere rekening met de negatieve impact van het gedrag van de onderneming of overheid op de concurrentie en in het bijzonder of, in tegenstelling tot de oorspronkelijk meegedeelde informatie of bij elke update van deze informatie, de onderneming of overheid ofwel een netwerk heeft uitgerold of een netwerk heeft uitgebreid of geüpgraded, ofwel geen netwerk heeft uitgerold en geen objectieve rechtvaardiging heeft verstrekt voor deze planwijziging.";
9° in paragraaf 8 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
b) het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De kennisgeving aan de betrokkene gebeurt via aangetekende brief.".
1° de woorden "een overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "een inbreuk";
2° de woorden "de overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "de inbreuk";
3° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de overtreding" worden vervangen door de woorden "de inbreuk";
b) de paragraaf wordt aangevuld met de volgende zin:
"De aldus vastgestelde sancties zijn passend, doeltreffend, evenredig en ontmoedigend.";
4° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° het bevel om een einde te maken aan de inbreuk, ofwel onmiddellijk, ofwel binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, voor zover nog geen einde werd gemaakt aan deze inbreuk; het Instituut neemt daartoe gepaste en evenredige maatregelen om te garanderen dat deze voorwaarden in acht worden genomen;";
ii) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een administratieve boete die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 5 000 euro voor natuurlijke personen en van maximaal 5 % van de geconsolideerde omzet van de overtreder, vóór belastingen en exclusief btw, gedurende het jongste volledige boekjaar in de sector voor elektronische communicatie of voor postdiensten in België of, indien de overtreder geen activiteiten ontwikkelt waarmee een omzet wordt behaald, ten bedrage van maximaal 1 000 000 euro voor rechtspersonen. Voor de inbreuken op hoofdstuk 2 van de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedraagt de administratieve boete maximaal 5 % van de geconsolideerde omzet die de overtreder, vóór belastingen en exclusief btw, gedurende het jongste volledige boekjaar in de sector in kwestie heeft behaald, beperkt tot 125 000 euro;";
iii) de bepaling onder 2° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /1 teneinde een of meer van zijn besluiten te doen naleven, de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een dwangsom die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 500 euro per dag vertraging voor natuurlijke personen en van 5 % van de dagomzet per dag vertraging euro voor rechtspersonen. De dwangsom is verschuldigd vanaf de datum vastgesteld door de Raad in zijn besluit;";
iv) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad";
b) er wordt tussen het eerst en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"De dagomzet bedoeld in het eerste lid, 2° /1, is de totale geconsolideerde jaaromzet vóór belastingen en exclusief btw, behaald in België, in de sector voor elektronische communicatie of voor postdiensten gedurende het jongste volledige boekjaar gedeeld door 365.";
c) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "in het tweede lid, 2° " vervangen door de woorden "in het eerste lid, 2° en 2° /1";
5° een paragraaf 5/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 5/1. De in paragraaf 5, eerste lid, 2° en 2/1°, bedoelde boetes en dwangsommen zijn niet fiscaal aftrekbaar.";
6° in paragraaf 6 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "of een dwangsom" worden ingevoegd tussen de woorden "administratieve boete" en de woorden "opleggen waarvan het bedrag";
b) de woorden "tweede lid, 2° " worden vervangen door de woorden "eerste lid, 2° en 2° /1".
7° in paragraaf 7 worden de woorden "een ernstige of herhaalde overtreding" vervangen door de woorden "een ernstige of herhaalde inbreuk";
8° een paragraaf 7/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 7/1. Het Instituut voorziet enkel in sancties in het kader van de in artikel 49/2 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie beoogde procedure wanneer een onderneming of een overheid, welbewust of door een ernstige nalatigheid, misleidende, foutieve of onvolledige informatie verstrekt.
Bij de bepaling van het bedrag van de boetes of dwangsommen opgelegd aan een onderneming of aan een overheid met toepassing van het eerste lid houdt het Instituut onder andere rekening met de negatieve impact van het gedrag van de onderneming of overheid op de concurrentie en in het bijzonder of, in tegenstelling tot de oorspronkelijk meegedeelde informatie of bij elke update van deze informatie, de onderneming of overheid ofwel een netwerk heeft uitgerold of een netwerk heeft uitgebreid of geüpgraded, ofwel geen netwerk heeft uitgerold en geen objectieve rechtvaardiging heeft verstrekt voor deze planwijziging.";
9° in paragraaf 8 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "per aangetekende brief" opgeheven;
b) het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De kennisgeving aan de betrokkene gebeurt via aangetekende brief.".
Art.16. A l'article 21 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "une infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "un manquement";
2° les mots "à l'infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "au manquement";
3° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "de l'infraction" sont remplacés par les mots "du manquement";
b) le paragraphe est complété par la phrase suivante:
"Les sanctions ainsi prévues sont appropriées, effectives, proportionnées et dissuasives.";
4° dans le paragraphe 5, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° l'ordre qu'il soit mis fin au manquement, soit immédiatement, soit dans le délai raisonnable qu'il impartit, pour autant que ce manquement n'ait pas cessé; l'Institut prend à cet égard des mesures appropriées et proportionnées pour garantir le respect de ces conditions;";
ii) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une amende administrative au profit du Trésor public d'un montant maximal de 5 000 euros pour les personnes physiques et de 5 % au maximum du chiffre d'affaires consolidé du contrevenant, avant impôts et hors T.V.A., réalisé au cours de l'exercice complet le plus récent dans le secteur des communications électroniques ou des services postaux en Belgique ou si le contrevenant ne développe pas d'activités lui faisant réaliser un chiffre d'affaires, d'un montant maximal de 1 000 000 d'euros pour les personnes morales. Pour les manquements au chapitre 2 de la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale, le montant de l'amende administrative est de maximum 5 % du chiffre d'affaires consolidé du contrevenant, avant impôts et hors T.V.A., réalisé dans le secteur en question au cours de l'exercice complet le plus récent, plafonné à 125 000 euros;";
iii) il est inséré le 2° /1 rédigé comme suit:
"2° /1 en vue de faire respecter une ou plusieurs de ses décisions, le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une astreinte au profit du Trésor public d'un montant maximal de 500 euros par jour de retard pour les personnes physiques et de 5 % du chiffre d'affaires journalier par jour de retard pour les personnes morales. L'astreinte est due à compter de la date que le Conseil fixe dans sa décision;";
iv) le 3° est complété par les mots "ou à la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
b) entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Le chiffre d'affaires journalier visé à l'alinéa 1er, 2° /1, est le chiffre d'affaires annuel total consolidé avant impôts et hors T.V.A., réalisé en Belgique, dans le secteur des communications électroniques ou des services postaux, au cours de l'exercice comptable le plus récent, divisé par 365.";
c) dans l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots "à l'alinéa 2, 2" sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1er, 2° et 2° /1";
5° il est inséré un paragraphe 5/1 rédigé comme suit:
" § 5/1. Les amendes et astreintes visées au paragraphe 5, alinéa 1er, 2° et 2/1°, ne sont pas fiscalement déductibles.";
6° dans le paragraphe 6, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "ou une astreinte" sont insérés entre les mots "amende administrative" et les mots "dont le montant";
b) les mots "alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots "alinéa 1er, 2° et 2° /1";
7° dans le paragraphe 7, les mots "d'une infraction grave ou répétée" sont remplacés par les mots "d'un manquement grave ou répété";
8° il est inséré un paragraphe 7/1 rédigé comme suit:
" § 7/1. L'Institut ne prévoit des sanctions dans le cadre de la procédure visée à l'article 49/2 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, que lorsqu'une entreprise ou une autorité publique fournit, en connaissance de cause ou du fait d'une négligence grave, des informations trompeuses, erronées ou incomplètes.
Lors de la détermination du montant des amendes ou des astreintes imposées à une entreprise ou à une autorité publique en application de l'alinéa 1er, l'Institut tient compte notamment de l'effet négatif du comportement de l'entreprise ou de l'autorité publique sur la concurrence et, en particulier, si, contrairement aux informations initialement communiquées ou à toute actualisation de ces informations, l'entreprise ou l'autorité publique soit a déployé un réseau ou procédé à une extension ou à une mise à niveau d'un réseau, soit n'a pas déployé de réseau et elle n'a pas fourni de justification objective à ce changement de plan.";
9° dans le paragraphe 8, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "par lettre recommandée" sont abrogés;
b) l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"La notification à l'intéressé se fait par lettre recommandée.".
1° les mots "une infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "un manquement";
2° les mots "à l'infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "au manquement";
3° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "de l'infraction" sont remplacés par les mots "du manquement";
b) le paragraphe est complété par la phrase suivante:
"Les sanctions ainsi prévues sont appropriées, effectives, proportionnées et dissuasives.";
4° dans le paragraphe 5, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° l'ordre qu'il soit mis fin au manquement, soit immédiatement, soit dans le délai raisonnable qu'il impartit, pour autant que ce manquement n'ait pas cessé; l'Institut prend à cet égard des mesures appropriées et proportionnées pour garantir le respect de ces conditions;";
ii) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une amende administrative au profit du Trésor public d'un montant maximal de 5 000 euros pour les personnes physiques et de 5 % au maximum du chiffre d'affaires consolidé du contrevenant, avant impôts et hors T.V.A., réalisé au cours de l'exercice complet le plus récent dans le secteur des communications électroniques ou des services postaux en Belgique ou si le contrevenant ne développe pas d'activités lui faisant réaliser un chiffre d'affaires, d'un montant maximal de 1 000 000 d'euros pour les personnes morales. Pour les manquements au chapitre 2 de la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale, le montant de l'amende administrative est de maximum 5 % du chiffre d'affaires consolidé du contrevenant, avant impôts et hors T.V.A., réalisé dans le secteur en question au cours de l'exercice complet le plus récent, plafonné à 125 000 euros;";
iii) il est inséré le 2° /1 rédigé comme suit:
"2° /1 en vue de faire respecter une ou plusieurs de ses décisions, le paiement dans le délai imparti par le Conseil d'une astreinte au profit du Trésor public d'un montant maximal de 500 euros par jour de retard pour les personnes physiques et de 5 % du chiffre d'affaires journalier par jour de retard pour les personnes morales. L'astreinte est due à compter de la date que le Conseil fixe dans sa décision;";
iv) le 3° est complété par les mots "ou à la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
b) entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Le chiffre d'affaires journalier visé à l'alinéa 1er, 2° /1, est le chiffre d'affaires annuel total consolidé avant impôts et hors T.V.A., réalisé en Belgique, dans le secteur des communications électroniques ou des services postaux, au cours de l'exercice comptable le plus récent, divisé par 365.";
c) dans l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots "à l'alinéa 2, 2" sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1er, 2° et 2° /1";
5° il est inséré un paragraphe 5/1 rédigé comme suit:
" § 5/1. Les amendes et astreintes visées au paragraphe 5, alinéa 1er, 2° et 2/1°, ne sont pas fiscalement déductibles.";
6° dans le paragraphe 6, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "ou une astreinte" sont insérés entre les mots "amende administrative" et les mots "dont le montant";
b) les mots "alinéa 2, 2° " sont remplacés par les mots "alinéa 1er, 2° et 2° /1";
7° dans le paragraphe 7, les mots "d'une infraction grave ou répétée" sont remplacés par les mots "d'un manquement grave ou répété";
8° il est inséré un paragraphe 7/1 rédigé comme suit:
" § 7/1. L'Institut ne prévoit des sanctions dans le cadre de la procédure visée à l'article 49/2 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, que lorsqu'une entreprise ou une autorité publique fournit, en connaissance de cause ou du fait d'une négligence grave, des informations trompeuses, erronées ou incomplètes.
Lors de la détermination du montant des amendes ou des astreintes imposées à une entreprise ou à une autorité publique en application de l'alinéa 1er, l'Institut tient compte notamment de l'effet négatif du comportement de l'entreprise ou de l'autorité publique sur la concurrence et, en particulier, si, contrairement aux informations initialement communiquées ou à toute actualisation de ces informations, l'entreprise ou l'autorité publique soit a déployé un réseau ou procédé à une extension ou à une mise à niveau d'un réseau, soit n'a pas déployé de réseau et elle n'a pas fourni de justification objective à ce changement de plan.";
9° dans le paragraphe 8, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "par lettre recommandée" sont abrogés;
b) l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"La notification à l'intéressé se fait par lettre recommandée.".
Art.17. Artikel 21/1 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 juli 2012, wordt hersteld als volgt:
"Art. 21/1. § 1. De verbalisant stuurt het proces-verbaal dat de feiten, als strafrechtelijke inbreuken ingesteld door een van de bepalingen bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de Raad.
Deze laatste kan op grond van dit afschrift de maatregelen nemen bedoeld in de artikelen 20 en 21 alsook elke andere maatregel waarin de reglementering voorziet.
§ 2. Indien er maatregelen worden beoogd, meldt de Raad dat op voorhand aan de procureur des Konings binnen 15 dagen na zijn besluit.
§ 3. De procureur des Konings deelt de Raad schriftelijk binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving bedoeld in paragraaf 2, of bij gebrek daaraan uit eigen initiatief mee:
1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd gestart of;
2° dat er een vervolging werd ingesteld, of;
3° dat de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering werden toegepast, of;
4° dat het dossier zonder gevolg werd geklasseerd om redenen in verband met de elementen die de inbreuk uitmaken, of;
5° dat het dossier zonder gevolg werd geklasseerd om redenen die geen verband houden met de elementen die de inbreuk uitmaken.
§ 4. Wanneer de procureur des Konings aan de Raad de in paragraaf 3, 1°, 2°, 3° of 4° bedoelde informatie verstrekt, legt het Instituut de administratieve sanctie bedoeld in artikel 21 niet op.".
"Art. 21/1. § 1. De verbalisant stuurt het proces-verbaal dat de feiten, als strafrechtelijke inbreuken ingesteld door een van de bepalingen bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, aan de procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de Raad.
Deze laatste kan op grond van dit afschrift de maatregelen nemen bedoeld in de artikelen 20 en 21 alsook elke andere maatregel waarin de reglementering voorziet.
§ 2. Indien er maatregelen worden beoogd, meldt de Raad dat op voorhand aan de procureur des Konings binnen 15 dagen na zijn besluit.
§ 3. De procureur des Konings deelt de Raad schriftelijk binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de kennisgeving bedoeld in paragraaf 2, of bij gebrek daaraan uit eigen initiatief mee:
1° dat een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek werd gestart of;
2° dat er een vervolging werd ingesteld, of;
3° dat de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering werden toegepast, of;
4° dat het dossier zonder gevolg werd geklasseerd om redenen in verband met de elementen die de inbreuk uitmaken, of;
5° dat het dossier zonder gevolg werd geklasseerd om redenen die geen verband houden met de elementen die de inbreuk uitmaken.
§ 4. Wanneer de procureur des Konings aan de Raad de in paragraaf 3, 1°, 2°, 3° of 4° bedoelde informatie verstrekt, legt het Instituut de administratieve sanctie bedoeld in artikel 21 niet op.".
Art.17. L'article 21/1 de la même loi, abrogé par la loi du 10 juillet 2012, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 21/1. § 1er. L'agent verbalisant envoie le procès-verbal qui constate les faits érigés en infraction pénale par une des dispositions visées à l'article 14, § 1er, 3°, au procureur du Roi ainsi qu'une copie au Conseil.
Sur la base de cette copie, celui-ci peut prendre les mesures visées aux articles 20 et 21 ainsi que toute autre mesure prévue par la réglementation.
§ 2. Si des mesures sont envisagées, le Conseil le notifie au préalable au procureur du Roi dans les 15 jours de sa décision.
§ 3. Le procureur du Roi informe le Conseil par écrit dans un délai d'un mois après la réception de la notification visée au paragraphe 2, ou à défaut de celle-ci, de sa propre initiative:
1° qu'une information ou une instruction judiciaire a été ouverte, ou;
2° que des poursuites ont été entamées, ou;
3° qu'il a été fait application des articles 216bis ou 216ter du Code d'instruction criminelle, ou;
4° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs liés aux éléments constitutifs de l'infraction, ou;
5° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs qui ne sont pas liés aux éléments constitutifs de l'infraction.
§ 4. Lorsque le procureur du Roi transmet au Conseil l'information visée au paragraphe 3, 1°, 2°, 3° ou 4°, l'Institut n'impose pas la sanction administrative visée à l'article 21.".
"Art. 21/1. § 1er. L'agent verbalisant envoie le procès-verbal qui constate les faits érigés en infraction pénale par une des dispositions visées à l'article 14, § 1er, 3°, au procureur du Roi ainsi qu'une copie au Conseil.
Sur la base de cette copie, celui-ci peut prendre les mesures visées aux articles 20 et 21 ainsi que toute autre mesure prévue par la réglementation.
§ 2. Si des mesures sont envisagées, le Conseil le notifie au préalable au procureur du Roi dans les 15 jours de sa décision.
§ 3. Le procureur du Roi informe le Conseil par écrit dans un délai d'un mois après la réception de la notification visée au paragraphe 2, ou à défaut de celle-ci, de sa propre initiative:
1° qu'une information ou une instruction judiciaire a été ouverte, ou;
2° que des poursuites ont été entamées, ou;
3° qu'il a été fait application des articles 216bis ou 216ter du Code d'instruction criminelle, ou;
4° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs liés aux éléments constitutifs de l'infraction, ou;
5° que le dossier a été classé sans suite pour des motifs qui ne sont pas liés aux éléments constitutifs de l'infraction.
§ 4. Lorsque le procureur du Roi transmet au Conseil l'information visée au paragraphe 3, 1°, 2°, 3° ou 4°, l'Institut n'impose pas la sanction administrative visée à l'article 21.".
Art.18. In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2011 en 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De Raad stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende:
"10° de nadere regels voor de procedure van elektronische stemming, op voorwaarde dat deze unaniem wordt aanvaard door alle leden.".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De Raad stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.";
2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende:
"10° de nadere regels voor de procedure van elektronische stemming, op voorwaarde dat deze unaniem wordt aanvaard door alle leden.".
Art.18. Dans l'article 22 de la même loi, modifié par les lois des 31 mai 2011 et 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Conseil établit son propre règlement d'ordre intérieur.";
2° l'alinéa 2 est complété par le 10° rédigé comme suit:
"10° les modalités de la procédure de vote électronique, pour autant que celui-ci soit accepté à l'unanimité des membres.".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Conseil établit son propre règlement d'ordre intérieur.";
2° l'alinéa 2 est complété par le 10° rédigé comme suit:
"10° les modalités de la procédure de vote électronique, pour autant que celui-ci soit accepté à l'unanimité des membres.".
Art.19. Artikel 24 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 april 2019, wordt vervangen als volgt:
"Art. 24. Op voorstel van het Instituut kan de Koning de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toekennen aan de statutaire personeelsleden van het Instituut die Hij belast met de vaststelling:
1° van de feiten die als strafrechtelijke inbreuken zijn ingevoerd door een van de bepalingen bedoeld in artikel 14, § 1, 3° ;
2° van de inbreuken op het Strafwetboek en op de bijzondere wetten wanneer de inbreuken worden gepleegd door middel van apparatuur, netwerken of diensten van elektronische communicatie of radiocommunicatie in de zin van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.".
"Art. 24. Op voorstel van het Instituut kan de Koning de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toekennen aan de statutaire personeelsleden van het Instituut die Hij belast met de vaststelling:
1° van de feiten die als strafrechtelijke inbreuken zijn ingevoerd door een van de bepalingen bedoeld in artikel 14, § 1, 3° ;
2° van de inbreuken op het Strafwetboek en op de bijzondere wetten wanneer de inbreuken worden gepleegd door middel van apparatuur, netwerken of diensten van elektronische communicatie of radiocommunicatie in de zin van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.".
Art.19. L'article 24 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 7 avril 2019, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 24. Sur proposition de l'Institut, le Roi peut conférer la qualité d'officier de police judiciaire aux membres statutaires du personnel de l'Institut qu'Il charge de la constatation:
1° des faits érigés en infraction pénale par une des dispositions visées à l'article 14, § 1er, 3° ;
2° des infractions au Code pénal et aux lois spéciales lorsque les infractions sont commises au moyen d'équipements, de réseaux ou services de communications électroniques ou de radiocommunications au sens de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.".
"Art. 24. Sur proposition de l'Institut, le Roi peut conférer la qualité d'officier de police judiciaire aux membres statutaires du personnel de l'Institut qu'Il charge de la constatation:
1° des faits érigés en infraction pénale par une des dispositions visées à l'article 14, § 1er, 3° ;
2° des infractions au Code pénal et aux lois spéciales lorsque les infractions sont commises au moyen d'équipements, de réseaux ou services de communications électroniques ou de radiocommunications au sens de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.".
Art.20. In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden ", de controle op de naleving van emissienormen," worden opgeheven;
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° op elk ogenblik, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is, ieder vervoermiddel, gebouw en aanhorigheid betreden, behalve als het gaat om een woning in de zin van artikel 15 van de Grondwet;";
c) de bepaling onder 1° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"1° /1 met machtiging van de onderzoeksrechter een woning betreden in de zin van artikel 15 van de Grondwet, met inachtneming van de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize of huiszoeking mag worden verricht;";
2° de woorden "aan de overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "aan de inbreuk".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden ", de controle op de naleving van emissienormen," worden opgeheven;
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° op elk ogenblik, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is, ieder vervoermiddel, gebouw en aanhorigheid betreden, behalve als het gaat om een woning in de zin van artikel 15 van de Grondwet;";
c) de bepaling onder 1° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"1° /1 met machtiging van de onderzoeksrechter een woning betreden in de zin van artikel 15 van de Grondwet, met inachtneming van de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize of huiszoeking mag worden verricht;";
2° de woorden "aan de overtreding" worden telkens vervangen door de woorden "aan de inbreuk".
Art.20. Dans l'article 25 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", du contrôle du respect des normes d'émission" sont abrogés;
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° pénétrer à tout moment, lorsque l'accomplissement de leur mission le requiert, dans tout moyen de transport, bâtiment ou dépendance, à l'exception d'un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution;";
c) le 1° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"1° /1 pénétrer, munis d'un mandat du juge d'instruction, dans un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, dans le respect de la loi du 7 juin 1969 fixant le temps pendant lequel il ne peut être procédé à des perquisitions, visites domiciliaires ou arrestations;";
2° les mots "à l'infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "au manquement".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", du contrôle du respect des normes d'émission" sont abrogés;
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° pénétrer à tout moment, lorsque l'accomplissement de leur mission le requiert, dans tout moyen de transport, bâtiment ou dépendance, à l'exception d'un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution;";
c) le 1° /1 est inséré, rédigé comme suit:
"1° /1 pénétrer, munis d'un mandat du juge d'instruction, dans un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, dans le respect de la loi du 7 juin 1969 fixant le temps pendant lequel il ne peut être procédé à des perquisitions, visites domiciliaires ou arrestations;";
2° les mots "à l'infraction" sont chaque fois remplacés par les mots "au manquement".
Art.21. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 mei 2011, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De Raad stelt het organigram van het Instituut vast.".
"De Raad stelt het organigram van het Instituut vast.".
Art.21. Dans l'article 26 de la même loi, modifié par la loi du 31 mai 2011, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le Conseil fixe l'organigramme de l'Institut.".
"Le Conseil fixe l'organigramme de l'Institut.".
Art.22. In artikel 30 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, de bepaling onder 4°, worden de woorden "de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische communicatienetwerken en -diensten en de uitoefening van omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad";
2° de paragrafen 2 tot 5 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, de bepaling onder 4°, worden de woorden "de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische communicatienetwerken en -diensten en de uitoefening van omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad" vervangen door de woorden "de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad";
2° de paragrafen 2 tot 5 worden opgeheven.
Art.22. Dans l'article 30 de la même loi, remplacé par la loi du 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, 4°, les mots "la loi du 30 mars 1995 concernant les réseaux de distribution d'émissions de radiodiffusion et l'exercice d'activités de radiodiffusion dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale" sont remplacés par les mots "la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
2° les paragraphes 2 à 5 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, 4°, les mots "la loi du 30 mars 1995 concernant les réseaux de distribution d'émissions de radiodiffusion et l'exercice d'activités de radiodiffusion dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale" sont remplacés par les mots "la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
2° les paragraphes 2 à 5 sont abrogés.
Art.23. Artikel 33 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende zin:
"Bij gebrek aan betaling binnen de vastgestelde termijn, kan het Instituut de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen gelasten met de invordering bij dwangbevel van de administratieve bijdragen in kwestie, overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949. Alle ingevorderde bedragen worden gestort aan het Instituut".
"Bij gebrek aan betaling binnen de vastgestelde termijn, kan het Instituut de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen gelasten met de invordering bij dwangbevel van de administratieve bijdragen in kwestie, overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949. Alle ingevorderde bedragen worden gestort aan het Instituut".
Art.23. L'article 33 de la même loi est complété par la phrase suivante:
"En l'absence de paiement dans les délais fixés, l'Institut peut charger l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines, du recouvrement par voie de contrainte des redevances administratives concernées, conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949. Tous les montants recouvrés sont versés à l'Institut.".
"En l'absence de paiement dans les délais fixés, l'Institut peut charger l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines, du recouvrement par voie de contrainte des redevances administratives concernées, conformément à l'article 3 de la loi domaniale du 22 décembre 1949. Tous les montants recouvrés sont versés à l'Institut.".
Art.24. In artikel 35, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"In afwijking van artikel 126, § 2, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, voert de Raad zelf de overdrachten van kredieten bedoeld in artikel 91, eerste lid, van dezelfde wet uit.".
"In afwijking van artikel 126, § 2, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, voert de Raad zelf de overdrachten van kredieten bedoeld in artikel 91, eerste lid, van dezelfde wet uit.".
Art.24. Dans l'article 35, § 1er, de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"Par dérogation à l'article 126, § 2, de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, le Conseil procède seul aux transferts de crédits visés à l'article 91, alinéa 1er, de la même loi.".
"Par dérogation à l'article 126, § 2, de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, le Conseil procède seul aux transferts de crédits visés à l'article 91, alinéa 1er, de la même loi.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
CHAPITRE 4. - Modifications de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges
Art.25. Artikel 1/1 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1/1. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.".
"Art. 1/1. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.".
Art.25. L'article 1er/1 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 1er/1. La présente loi transpose partiellement la directive (UE) 2018/1972 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.".
"Art. 1er/1. La présente loi transpose partiellement la directive (UE) 2018/1972 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.".
Art.26. In artikel 2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het beroep gericht is tegen een besluit van reglementaire aard, beschikt het Marktenhof slechts over een vernietigingsrecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "op straffe van nietigheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van zestig dagen" vervangen door de woorden "op straffe van onontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld door middel van een verzoekschrift, waarbij het aangevochten besluit is bijgevoegd en dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van zestig dagen";
b) in het tweede lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° het precieze adres van het Instituut;";
c) het vierde lid wordt vervangen als volgt:
"De griffie van het hof van beroep brengt het Instituut onverwijld op de hoogte van het verzoekschrift, in voorkomend geval, in de vertrouwelijke versie ervan, alsook de minister, tenzij deze laatste de verzoeker is. De melding aan het Instituut geschiedt via gerechtsbrief of via e-mail op zijn gerechtelijke elektronische adres. De niet-vertrouwelijke versie van het verzoekschrift wordt gepubliceerd op de website van het Instituut.";
d) tussen het vijfde en het zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De inleidende zitting heeft ten vroegste plaats acht dagen na de kennisgeving van het verzoekschrift bedoeld in het vierde lid.";
3° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid worden de woorden "op verzoek van de belanghebbende" vervangen door de woorden "indien dit wordt gevraagd door de verzoeker in zijn inleidend verzoekschrift";
b) in het derde lid worden de woorden "de betrokkene" vervangen door de woorden "de verzoeker en voor zover de afweging van de belangen in het voordeel pleit van de gevraagde schorsing";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Op verzoek van een partij kan het Marktenhof, als het dat noodzakelijk acht, die gevolgen van de vernietigde individuele besluiten of, via algemene bepaling, die gevolgen van de vernietigde besluiten van reglementaire aard aangeven die als definitief moeten worden beschouwd of die voorlopig gehandhaafd moeten worden voor de termijn die het hof bepaalt.".
1° in paragraaf 1, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het beroep gericht is tegen een besluit van reglementaire aard, beschikt het Marktenhof slechts over een vernietigingsrecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "op straffe van nietigheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld door middel van een ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van zestig dagen" vervangen door de woorden "op straffe van onontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld door middel van een verzoekschrift, waarbij het aangevochten besluit is bijgevoegd en dat wordt ingediend ter griffie van het hof van beroep van Brussel binnen een termijn van zestig dagen";
b) in het tweede lid wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
"3° het precieze adres van het Instituut;";
c) het vierde lid wordt vervangen als volgt:
"De griffie van het hof van beroep brengt het Instituut onverwijld op de hoogte van het verzoekschrift, in voorkomend geval, in de vertrouwelijke versie ervan, alsook de minister, tenzij deze laatste de verzoeker is. De melding aan het Instituut geschiedt via gerechtsbrief of via e-mail op zijn gerechtelijke elektronische adres. De niet-vertrouwelijke versie van het verzoekschrift wordt gepubliceerd op de website van het Instituut.";
d) tussen het vijfde en het zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De inleidende zitting heeft ten vroegste plaats acht dagen na de kennisgeving van het verzoekschrift bedoeld in het vierde lid.";
3° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het tweede lid worden de woorden "op verzoek van de belanghebbende" vervangen door de woorden "indien dit wordt gevraagd door de verzoeker in zijn inleidend verzoekschrift";
b) in het derde lid worden de woorden "de betrokkene" vervangen door de woorden "de verzoeker en voor zover de afweging van de belangen in het voordeel pleit van de gevraagde schorsing";
4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Op verzoek van een partij kan het Marktenhof, als het dat noodzakelijk acht, die gevolgen van de vernietigde individuele besluiten of, via algemene bepaling, die gevolgen van de vernietigde besluiten van reglementaire aard aangeven die als definitief moeten worden beschouwd of die voorlopig gehandhaafd moeten worden voor de termijn die het hof bepaalt.".
Art.26. Dans l'article 2 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"Lorsque le recours est dirigé contre une décision à caractère réglementaire, la Cour des marchés ne dispose que d'un pouvoir d'annulation";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "à peine de nullité prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles, dans un délai de soixante jours" sont remplacés par les mots "à peine d'irrecevabilité prononcée d'office, par requête déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles, à laquelle est jointe la décision attaquée, dans un délai de soixante jours";
b) dans l'alinéa 2, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° l'adresse exacte de l'Institut;";
c) l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"Le greffe de la cour d'appel notifie sans délai la requête à l'Institut, le cas échéant, dans sa version confidentielle, ainsi qu'au ministre sauf si celui-ci est le requérant. La notification à l'Institut est effectuée par pli judiciaire ou par courrier électronique à son adresse judiciaire électronique. La version non-confidentielle de la requête est publiée sur le site internet de l'Institut.";
d) entre l'alinéa 5 et l'alinéa 6, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"L'audience d'introduction a lieu au plus tôt huit jours après la notification de la requête visée à l'alinéa 4.";
3° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 2, les mots "à la demande de l'intéressé" sont remplacés par les mots "si la demande en est faite par le requérant dans sa requête introductive";
b) dans l'alinéa 3, les mots "l'intéressé" sont remplacés par les mots "le requérant et pour autant que la balance des intérêts penche en faveur de la suspension demandée";
4° l'article est complété par le paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. A la demande d'une partie, la Cour des marchés, si elle l'estime nécessaire, peut indiquer ceux des effets des décisions individuelles annulées ou, par voie de disposition générale, ceux des effets des décisions à caractère réglementaire annulées qui doivent être considérés comme définitifs ou maintenus provisoirement pour le délai qu'elle détermine.".
1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"Lorsque le recours est dirigé contre une décision à caractère réglementaire, la Cour des marchés ne dispose que d'un pouvoir d'annulation";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "à peine de nullité prononcée d'office, par requête signée et déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles, dans un délai de soixante jours" sont remplacés par les mots "à peine d'irrecevabilité prononcée d'office, par requête déposée au greffe de la cour d'appel de Bruxelles, à laquelle est jointe la décision attaquée, dans un délai de soixante jours";
b) dans l'alinéa 2, le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° l'adresse exacte de l'Institut;";
c) l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
"Le greffe de la cour d'appel notifie sans délai la requête à l'Institut, le cas échéant, dans sa version confidentielle, ainsi qu'au ministre sauf si celui-ci est le requérant. La notification à l'Institut est effectuée par pli judiciaire ou par courrier électronique à son adresse judiciaire électronique. La version non-confidentielle de la requête est publiée sur le site internet de l'Institut.";
d) entre l'alinéa 5 et l'alinéa 6, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"L'audience d'introduction a lieu au plus tôt huit jours après la notification de la requête visée à l'alinéa 4.";
3° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 2, les mots "à la demande de l'intéressé" sont remplacés par les mots "si la demande en est faite par le requérant dans sa requête introductive";
b) dans l'alinéa 3, les mots "l'intéressé" sont remplacés par les mots "le requérant et pour autant que la balance des intérêts penche en faveur de la suspension demandée";
4° l'article est complété par le paragraphe 6, rédigé comme suit:
" § 6. A la demande d'une partie, la Cour des marchés, si elle l'estime nécessaire, peut indiquer ceux des effets des décisions individuelles annulées ou, par voie de disposition générale, ceux des effets des décisions à caractère réglementaire annulées qui doivent être considérés comme définitifs ou maintenus provisoirement pour le délai qu'elle détermine.".
Art.27. In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur, of in geval van een geschil tussen postoperatoren volgens de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, of in geval van een geschil tussen in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of omroeporganisaties" vervangen door de woorden "van elektronische-communicatienetwerken, van elektronische-communicatiediensten, van elektronische communicatieapparatuur, of van bijbehorende faciliteiten, of in geval van een geschil tussen aanbieders van postdiensten overeenkomstig de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, of in geval van een geschil tussen aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of tussen de in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van audiovisuele mediadiensten";
2° in het derde lid worden de woorden "in artikel 28/1, § 3," vervangen door de woorden "in de artikelen 28/1, § 3 en 28/4, § 4,";
1° in het eerste lid worden de woorden "van telecommunicatienetwerken, -diensten of -apparatuur, of in geval van een geschil tussen postoperatoren volgens de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, of in geval van een geschil tussen in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of omroeporganisaties" vervangen door de woorden "van elektronische-communicatienetwerken, van elektronische-communicatiediensten, van elektronische communicatieapparatuur, of van bijbehorende faciliteiten, of in geval van een geschil tussen aanbieders van postdiensten overeenkomstig de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, of in geval van een geschil tussen aanbieders van elektronische-communicatiediensten of -netwerken of tussen de in de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad bedoelde aanbieders van audiovisuele mediadiensten";
2° in het derde lid worden de woorden "in artikel 28/1, § 3," vervangen door de woorden "in de artikelen 28/1, § 3 en 28/4, § 4,";
Art.27. Dans l'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "de réseaux, de services ou d'équipements de télécommunications ou en cas de litige entre des opérateurs postaux conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ou en cas de litige entre les fournisseurs de services ou de réseaux de communications électroniques ou d'organismes de radiodiffusion visés par la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale" sont remplacés par les mots "de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques, d'équipements de communications électronique, ou de ressources associées, ou en cas de litige entre des prestataires de services postaux conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ou en cas de litige entre des fournisseurs de services ou de réseaux de communications électroniques ou des fournisseurs de services de médias audiovisuels visés par la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
2° dans l'alinéa 3, les mots "à l'article 28/1, § 3," sont remplacés par les mots "aux articles 28/1, § 3 et 28/4, § 4,".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "de réseaux, de services ou d'équipements de télécommunications ou en cas de litige entre des opérateurs postaux conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ou en cas de litige entre les fournisseurs de services ou de réseaux de communications électroniques ou d'organismes de radiodiffusion visés par la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale" sont remplacés par les mots "de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques, d'équipements de communications électronique, ou de ressources associées, ou en cas de litige entre des prestataires de services postaux conformément à la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, ou en cas de litige entre des fournisseurs de services ou de réseaux de communications électroniques ou des fournisseurs de services de médias audiovisuels visés par la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale";
2° dans l'alinéa 3, les mots "à l'article 28/1, § 3," sont remplacés par les mots "aux articles 28/1, § 3 et 28/4, § 4,".
Art.28. Artikel 4/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wetten van 3 april 2013 en 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 4/1. § 1. Elke partij kan het Instituut een geschil voorleggen dat ontstaan is tussen een onderneming in België en een onderneming in een andere lidstaat van de Europese Unie. Indien het geschil gevolgen heeft voor de handel tussen lidstaten, wordt het door het Instituut ter kennis van Berec gebracht om er een consistente beslechting van het geschil voor te vinden, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 6 van de wet van 13 juni 2005 betreffende elektronische communicatie.
§ 2. Indien een dergelijke kennisgeving is gedaan, brengt Berec een advies uit waarin het Instituut en de andere betrokken nationale regelgevende instanties worden verzocht specifieke maatregelen te nemen om het geschil te beslechten of om geen maatregelen te nemen, zulks op zo kort mogelijke termijn en in elk geval binnen vier maanden behalve in uitzonderlijke omstandigheden.
§ 3. De betrokken nationale regelgevende instanties wachten het advies van Berec af alvorens maatregelen te nemen om het geschil te beslechten. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, indien er een dringende noodzaak is om te handelen teneinde de mededinging of de belangen van eindgebruikers te beschermen, hetzij op verzoek van de partijen, hetzij op eigen initiatief, voorlopige maatregelen vaststellen.
§ 4. De door het Instituut aan een onderneming opgelegde verplichtingen als onderdeel van de oplossing van een geschil nemen deze wet in acht, houden zoveel mogelijk rekening met het door Berec uitgebrachte advies en worden binnen een maand na dat advies vastgesteld.
§ 5. De procedure van paragraaf 1 laat het recht van elk van beide partijen onverlet om een zaak bij de rechtbank aanhangig te maken.".
"Art. 4/1. § 1. Elke partij kan het Instituut een geschil voorleggen dat ontstaan is tussen een onderneming in België en een onderneming in een andere lidstaat van de Europese Unie. Indien het geschil gevolgen heeft voor de handel tussen lidstaten, wordt het door het Instituut ter kennis van Berec gebracht om er een consistente beslechting van het geschil voor te vinden, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 6 van de wet van 13 juni 2005 betreffende elektronische communicatie.
§ 2. Indien een dergelijke kennisgeving is gedaan, brengt Berec een advies uit waarin het Instituut en de andere betrokken nationale regelgevende instanties worden verzocht specifieke maatregelen te nemen om het geschil te beslechten of om geen maatregelen te nemen, zulks op zo kort mogelijke termijn en in elk geval binnen vier maanden behalve in uitzonderlijke omstandigheden.
§ 3. De betrokken nationale regelgevende instanties wachten het advies van Berec af alvorens maatregelen te nemen om het geschil te beslechten. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, indien er een dringende noodzaak is om te handelen teneinde de mededinging of de belangen van eindgebruikers te beschermen, hetzij op verzoek van de partijen, hetzij op eigen initiatief, voorlopige maatregelen vaststellen.
§ 4. De door het Instituut aan een onderneming opgelegde verplichtingen als onderdeel van de oplossing van een geschil nemen deze wet in acht, houden zoveel mogelijk rekening met het door Berec uitgebrachte advies en worden binnen een maand na dat advies vastgesteld.
§ 5. De procedure van paragraaf 1 laat het recht van elk van beide partijen onverlet om een zaak bij de rechtbank aanhangig te maken.".
Art.28. L'article 4/1, de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par les lois du 3 avril 2013 et du 31 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 4/1. § 1er. Toute partie peut soumettre à l'Institut un litige entre une entreprise établie en Belgique et une entreprise établie dans un autre Etat membre de l'Union européenne. Lorsque le litige a une incidence sur les échanges entre les Etats membres, l'Institut notifie le litige à l'ORECE afin que le litige soit réglé de façon cohérente, conformément aux objectifs énoncés à l'article 6 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.
§ 2. Lorsqu'il a été procédé à une telle notification, l'ORECE émet un avis invitant l'Institut et les autres autorités de régulation nationales concernées à prendre des mesures spécifiques pour régler le litige, ou à s'abstenir d'agir, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai de quatre mois, sauf dans des circonstances exceptionnelles.
§ 3. Les autorités de régulation nationales concernées attendent l'avis de l'ORECE avant de prendre toute mesure pour régler le litige. Dans des circonstances exceptionnelles, lorsqu'il est urgent d'agir afin de préserver la concurrence ou de protéger les intérêts des utilisateurs finaux, l'Institut peut, à la demande des parties ou de sa propre initiative, adopter des mesures provisoires.
§ 4. Les obligations imposées à une entreprise par l'Institut dans le cadre du règlement d'un litige respectent la présente loi, tiennent le plus grand compte de l'avis émis par l'ORECE et sont adoptées dans un délai d'un mois à compter dudit avis.
§ 5. La procédure visée au paragraphe 1er ne fait pas obstacle à ce que l'une des parties engage une action devant une juridiction.".
"Art. 4/1. § 1er. Toute partie peut soumettre à l'Institut un litige entre une entreprise établie en Belgique et une entreprise établie dans un autre Etat membre de l'Union européenne. Lorsque le litige a une incidence sur les échanges entre les Etats membres, l'Institut notifie le litige à l'ORECE afin que le litige soit réglé de façon cohérente, conformément aux objectifs énoncés à l'article 6 de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques.
§ 2. Lorsqu'il a été procédé à une telle notification, l'ORECE émet un avis invitant l'Institut et les autres autorités de régulation nationales concernées à prendre des mesures spécifiques pour régler le litige, ou à s'abstenir d'agir, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai de quatre mois, sauf dans des circonstances exceptionnelles.
§ 3. Les autorités de régulation nationales concernées attendent l'avis de l'ORECE avant de prendre toute mesure pour régler le litige. Dans des circonstances exceptionnelles, lorsqu'il est urgent d'agir afin de préserver la concurrence ou de protéger les intérêts des utilisateurs finaux, l'Institut peut, à la demande des parties ou de sa propre initiative, adopter des mesures provisoires.
§ 4. Les obligations imposées à une entreprise par l'Institut dans le cadre du règlement d'un litige respectent la présente loi, tiennent le plus grand compte de l'avis émis par l'ORECE et sont adoptées dans un délai d'un mois à compter dudit avis.
§ 5. La procédure visée au paragraphe 1er ne fait pas obstacle à ce que l'une des parties engage une action devant une juridiction.".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie
CHAPITRE 5. - Modifications de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques
Art.29. In artikel 1 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van volgende richtlijnen:
1° Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische-communicatie ("Privacy- en elektronische communicatierichtlijn") (PbEG 31 juli 2002, L 201/37);
2° Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten ("Mededingingsrichtlijn") (PbEG 17 september 2002, L 249/21);
3° Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG;
4° Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
5° Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn "audiovisuele mediadiensten") in het licht van een veranderende marktsituatie;
6° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.";
2° het derde, het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van volgende richtlijnen:
1° Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische-communicatie ("Privacy- en elektronische communicatierichtlijn") (PbEG 31 juli 2002, L 201/37);
2° Richtlijn 2002/77/EG van de Commissie van 16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten ("Mededingingsrichtlijn") (PbEG 17 september 2002, L 249/21);
3° Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG;
4° Richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
5° Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn "audiovisuele mediadiensten") in het licht van een veranderende marktsituatie;
6° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie.";
2° het derde, het vierde en het vijfde lid worden opgeheven.
Art.29. Dans l'article 1er de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques, modifié en dernier lieu par la loi du 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La présente loi transpose partiellement les directives suivantes:
1° la directive 2002/58/CE du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2002 concernant le traitement des données à caractère personnel et la protection de la vie privée dans le secteur des communications électroniques (directive "Vie privée et communications électroniques") (J.O.C.E. 31 juillet 2002, L 201/37);
2° la directive 2002/77/CE de la Commission du 16 septembre 2002 relative à la concurrence dans les marchés des réseaux et des services de communications électroniques (directive "Concurrence") (J.O.C.E. 17 septembre 2002, L 249/21);
3° la directive 2014/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative à l'harmonisation des législations des Etats membres concernant la mise à disposition sur le marché d'équipements radioélectriques et abrogeant la directive 1999/5/CE;
4° la directive 2014/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement des réseaux de communications électroniques à haut débit;
5° la directive (UE) 2018/1808 du Parlement européen et du Conseil du 14 novembre 2018 modifiant la directive 2010/13/UE visant à la coordination de certaines dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la fourniture de services de médias audiovisuels (directive "Services de médias audiovisuels"), compte tenu de l'évolution des réalités du marché;
6° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.";
2° les alinéas 3, 4 et 5 sont abrogés.
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La présente loi transpose partiellement les directives suivantes:
1° la directive 2002/58/CE du Parlement européen et du Conseil du 12 juillet 2002 concernant le traitement des données à caractère personnel et la protection de la vie privée dans le secteur des communications électroniques (directive "Vie privée et communications électroniques") (J.O.C.E. 31 juillet 2002, L 201/37);
2° la directive 2002/77/CE de la Commission du 16 septembre 2002 relative à la concurrence dans les marchés des réseaux et des services de communications électroniques (directive "Concurrence") (J.O.C.E. 17 septembre 2002, L 249/21);
3° la directive 2014/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 relative à l'harmonisation des législations des Etats membres concernant la mise à disposition sur le marché d'équipements radioélectriques et abrogeant la directive 1999/5/CE;
4° la directive 2014/61/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à des mesures visant à réduire le coût du déploiement des réseaux de communications électroniques à haut débit;
5° la directive (UE) 2018/1808 du Parlement européen et du Conseil du 14 novembre 2018 modifiant la directive 2010/13/UE visant à la coordination de certaines dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la fourniture de services de médias audiovisuels (directive "Services de médias audiovisuels"), compte tenu de l'évolution des réalités du marché;
6° la directive (UE) 2018/1972 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant le code des communications électroniques européen.";
2° les alinéas 3, 4 et 5 sont abrogés.
Art.30. In de artikelen 2, 12° tot 14°, 23°, 48°, 56° en 68°, 9, § 1, 10, 38, 74, §§ 2 en 3, 74/1, § 3 en § 4, derde en vierde lid, 117, eerste lid, 121, § 1, 121/4, § 1, 1°, en 127, § 3, eerste lid, wordt het woord "openbare" telkens vervangen door de woorden "voor het publiek beschikbare".
Art.30. Dans le texte néerlandais des articles 2, 12° à 14°, 23°, 48°, 56° et 68°, 9, § 1er, 10, 38, 74, §§ 2 et 3, 74/1, § 3 et § 4, alinéas 3 et 4, 117, alinéa 1er, 121, § 1er, 121/4, § 1er, 1°, et 127, § 3, alinéa 1er, le mot "openbare" est chaque fois remplacé par les mots "voor het publiek beschikbare".
Art.31. In de Franse tekst van de artikelen 2, 49° en 56°, 9, § 7, 11, § 7, 51, §§ 2, 3 en 4, 107, § 1, 3° en 107/1, § 3, van het opschrift van hoofdstuk III van titel IV, van het opschrift van onderafdelingen 1 en 5 van afdeling 1 van hetzelfde hoofdstuk, van de artikelen 116, 116/1, § 2, tweede lid, 8°, 121, § 1, 121/4, 122, §§ 1 en 3, 123, § 2, 4°, 127, §§ 1er, 3 en 5, en 129, derde lid, en in het opschrift van afdeling 3 van hetzelfde hoofdstuk van dezelfde wet, worden de woorden "utilisateurs finals" telkens vervangen door de woorden "utilisateurs finaux".
Art.31. Dans les articles 2, 49° et 56°, 9, § 7, 11, § 7, 51, §§ 2, 3 et 4, 107, § 1er, 3° et 107/1, § 3, l'intitulé du chapitre III du titre IV, dans l'intitulé des sous-sections 1 et 5 de la section 1re du même chapitre, dans les articles 116, 116/1, § 2, alinéa 2, 8°, 121, § 1er, 121/4, 122, §§ 1er et 3, 123, § 2, 4°, 127, §§ 1er, 3 et 5, et 129, alinéa 3, et dans l'intitulé de la section 3 du même chapitre de la même loi, les mots "utilisateurs finals" sont chaque fois remplacés par les mots "utilisateurs finaux".
Art.32. In de artikelen 141, §§ 2 en 4, 142, eerste lid en 143/1 §§ 2 tot 4, van dezelfde wet, wordt het woord "BEREC" telkens vervangen door het woord "Berec".
Art.32. Dans le texte néerlandais des articles 141, §§ 2 et 4, 142, alinéa 1er, et 143/1, §§ 2 à 4 de la même loi, le mot "BEREC" est à chaque fois remplacé par le mot "Berec".
Art.33. In artikel 2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° "elektronische-communicatienetwerk": de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerk-elementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten voor zover deze voor overdracht van andere signalen dan die voor audiovisuele en auditieve mediadiensten worden gebruikt;";
2° de bepaling onder 3/1° wordt ingevoegd, luidende:
"3/1° "netwerk met zeer hoge capaciteit": hetzij een netwerk voor elektronische communicatie dat ten minste tot aan het distributiepunt volledig uit optische-vezelelementen bestaat, hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat, in gebruikelijke piekomstandigheden, in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlink- en uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters met betrekking tot fouten, latentietijden en de veranderingen daarin; de netwerkprestaties kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het netwerk wordt aangesloten;";
3° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° "elektronische-communicatiedienst": een gewoonlijk tegen vergoeding via elektronische-communicatienetwerken aangeboden dienst, die, met uitzondering van diensten waarbij met behulp van elektronische-communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd en met uitzondering van audiovisuele en auditieve mediadiensten, de volgende soorten diensten omvat:
a) internettoegangsdienst;
b) interpersoonlijke communicatiedienst; en
c) diensten die geheel of hoofdzakelijk bestaan in het overbrengen van signalen zoals transmissiediensten die voor het verlenen van intermachinale diensten worden gebruikt;";
4° de bepalingen onder 5/1° tot 5/4° worden ingevoegd, luidende:
"5/1° "internettoegangsdienst": een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst die toegang tot het internet biedt en derhalve connectiviteit met vrijwel alle eindpunten van het internet, ongeacht de gebruikte netwerktechnologie en eindapparatuur;
5/2° "interpersoonlijke communicatiedienst": een gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die directe persoonlijke en interactieve uitwisseling van informatie via elektronische-communicatienetwerken tussen een eindig aantal personen mogelijk maakt, waarbij de personen die de communicatie starten of eraan deelnemen, bepalen welke de ontvangers zijn, en die geen diensten omvat die persoonlijke en interactieve communicatie mogelijk maken als een louter bijkomstig kenmerk dat onlosmakelijk verbonden is met een andere dienst;
5/3° "nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst": een interpersoonlijke communicatiedienst die verbinding maakt met openbaar toegewezen nummervoorraden, namelijk een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen, of die communicatie mogelijk maakt met een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen;
5/4° "nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst": een interpersoonlijke communicatiedienst die geen verbinding maakt met openbaar toegewezen nummervoorraden, namelijk een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen, of die geen communicatie mogelijk maakt met een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen;";
5° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
"7° "informatie over de locatie van de oproeper": in een openbaar mobiel netwerk, de verwerkte gegevens, afkomstig van netwerkinfrastructuur of van handsets, waaruit de geografische positie van de mobiele eindapparatuur van een eindgebruiker blijkt en, in een openbaar vast netwerk, de gegevens over het fysieke adres van het netwerkaansluitpunt;";
6° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt:
"11° "operator": persoon of onderneming die een openbaar elektronische-communicatienetwerk of een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt;";
7° de bepaling onder 11/1° wordt ingevoegd, luidende:
"11/1° "beheerder van passieve infrastructuren": een economische speler die, enerzijds, een dienst levert van productie, transport of distributie van gas, van elektriciteit (straatverlichting inbegrepen) of van water (de verwijdering of verwerking en zuivering van afval- en rioolwater, en drainagesystemen inbegrepen); van verwarming; of die transportdiensten verstrekt (met inbegrip van spoorwegen, wegen, havens en luchthavens), en die anderzijds elementen van zijn netwerk ter beschikking stelt zonder dat deze zelf actieve elementen van een elektronische-communicatienetwerk worden;";
8° de bepaling onder 11/2° wordt ingevoegd, luidende:
"11/2° "algemene machtiging": regelgeving waarbij rechten worden verleend voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken of -diensten en specifieke sectorgebonden verplichtingen worden vastgesteld die kunnen gelden voor alle of voor specifieke soorten elektronische-communicatienetwerken en -diensten;";
9° in de bepaling onder 14° worden de woorden "andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden" vervangen door de woorden "andere doeleinden dan deze in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsdoeleinden;";
10° de bepalingen onder 14/1° tot 14/5° worden ingevoegd, luidende:
"14/1° "micro-onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/2° "kleine onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 49 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/3° "middelgrote onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 249 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/4° "micro-organisatie zonder winstoogmerk": vereniging zonder winstoogmerk, internationale vereniging zonder winstoogmerk of stichting die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/5° "kleine organisatie zonder winstoogmerk": vereniging zonder winstoogmerk, internationale vereniging zonder winstoogmerk of stichting die het jaargemiddelde van 49 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;";
11° in de bepaling onder 15° worden de woorden "die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract" vervangen door de woorden "die geen operator is en die partij is bij een overeenkomst met een operator, die voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt voor de levering van die diensten";
12° de bepaling onder 15/1° wordt ingevoegd, luidende:
"15/1° "abonnee met maximum 9 werknemers": abonnee die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig, naar gelang het geval, artikel 1:24 of 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;";
13° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
16° "netwerkaansluitpunt": het fysieke punt waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronische-communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres dat met een nummer of naam van een eindgebruiker kan zijn verbonden;";
14° de bepalingen onder 17° en 17/1° worden vervangen als volgt:
"17° "bijbehorende faciliteiten": de bij een elektronische-communicatienetwerk of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;
17/1° "bijbehorende dienst": een bij een elektronische-communicatienetwerk of een elektronische-communicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en onder meer nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies en voorwaardelijke-toegangssystemen en elektronische programmagidsen, kort "EPG's", alsmede andere diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten omvat (met uitzondering van diensten en systemen die uitsluitend worden gebruikt voor audiovisuele of auditieve mediadiensten);";
15° in de bepaling onder 18° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "ook als ze gebruikt worden voor het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij" worden vervangen door de woorden "of het aanbieden van diensten van de informatiemaatschappij";
b) de woorden "bestrijkt onder meer" worden vervangen door de woorden "omvat met name";
c) in de Franse tekst worden de woorden "et éventuellement" vervangen door de woorden "ce qui peut comprendre";
16° de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
"19° "interconnectie": een specifiek type toegang dat tussen operatoren van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;";
17° de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt:
"22° "spraakcommunicatiedienst": een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst voor direct of indirect uitgaande en binnenkomende nationale of nationale en internationale gesprekken, met behulp van een nummer of een aantal nummers in een nationaal of internationaal nummerplan;";
18° in de bepaling onder 22/1° worden de woorden "openbaar beschikbare elektronische-communicatiedienst" vervangen door de woorden "een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst";
19° de bepaling onder 22/2° wordt ingevoegd, luidende:
"22/2° "dienst voor totale conversatie": een multimediale dienst voor in werkelijke tijd conversatie die bidirectionele symmetrische in werkelijke tijd overdracht van videofilm, realtime tekst en stem tussen gebruikers in twee of meer locaties biedt;";
20° in de bepaling onder 23° worden de woorden "fysiek circuit dat" vervangen door de woorden "een fysiek pad dat door elektronische-communicatiesignalen wordt gebruikt en";
21° in de bepalingen onder 25° en 27° worden de woorden "van een operator met een sterke machtspositie" vervangen door de woorden "van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht";
22° in de bepaling onder 31° worden de woorden "of "hertzgolven"" opgeheven;
23° de bepaling onder 32° wordt opgeheven;
24° in de bepaling onder 33° worden de woorden "de radiofrequenties" vervangen door de woorden "de radiogolven";
25° de bepaling onder 33/1° wordt vervangen als volgt:
"33/1° "radiospectrumtoewijzing": de aanwijzing van een specifieke radiospectrumband voor gebruik door een of meer soorten radiocommunicatiediensten, in voorkomend geval onder duidelijk omschreven voorwaarden;";
26° de bepalingen onder 33/2° tot 33/5° worden ingevoegd, luidende:
"33/2° "nationaal frequentietoewijzingsplan": document dat voor elke band van het radiospectrum de informatie bevat in verband met de toewijzingen van het radiospectrum en de toegestane toepassingen;
33/3° "geharmoniseerd radiospectrum": radiospectrum waarvoor geharmoniseerde voorwaarden in verband met de beschikbaarheid en het doelmatig gebruik ervan zijn vastgesteld door middel van technische uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig artikel 4 van Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radio-spectrumbeleid in de Europese Gemeenschap, hierna te noemen "Radiospectrumbeschikking";
33/4° "gedeeld gebruik van radiospectrum": toegang door twee of meer gebruikers om gebruik te maken van dezelfde radiospectrumbanden in het kader van een bepaalde regeling inzake gedeeld gebruik, toegestaan op basis van een algemene machtiging, gebruiksrechten voor radiospectrum of een combinatie daarvan, met inbegrip van regelgevingsbenaderingen, zoals vergunningsplichtige gedeelde toegang, die als doel hebben het gedeeld gebruik van een radiospectrumband te vergemakkelijken, en onderworpen aan een bindende overeenkomst tussen alle betrokken partijen, overeenkomstig de regels inzake gedeeld gebruik die zijn opgenomen in hun gebruiksrechten voor radiospectrum, zodat aan alle gebruikers voorspelbare en betrouwbare regelingen inzake delen kunnen worden gewaarborgd, en zonder afbreuk te doen aan de toepassing van het mededingingsrecht;
33/5° "gebruiksrechten voor radiospectrum": individuele gebruiksrechten voor radiospectrum die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten;";
27° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt:
"34° "radiocommunicatie": communicatie door middel van radiogolven, met uitsluiting van de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten;";
28° de bepalingen onder 35° tot 37° worden opgeheven;
29° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt:
"38° "radiostation": radioapparatuur, eventueel aangevuld met antennes alsook alle onderdelen die nodig zijn om het geheel te laten functioneren, dat doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt ten behoeve van radiocommunicatie of radiodeterminatie;";
30° de bepaling onder 38/1° wordt vervangen als volgt:
"38/1° "radionet": het geheel samengesteld uit verscheidene radiostations die met elkaar in verbinding mogen treden binnen de grenzen van een vergunning voor private radiocommunicatie of een gebruiksrecht voor radiospectrum;";
31° de bepalingen onder 38/2° tot 38/4° worden ingevoegd, luidende:
"38/2° "vergunning voor private radiocommunicatie": vergunning om een radiostation of een radionetwerk te mogen gebruiken voor andere doeleinden dan het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten;
38/3° "omroepstation": radioapparatuur, eventueel aangevuld met de bijbehorende antennes alsook alle onderdelen die nodig zijn om het geheel te laten functioneren, dat doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt ten behoeve van het aanbieden van audiovisuele en auditieve mediadiensten;
38/4° "storing": effect op de ontvangst in een radiocommunicatiesysteem van een niet-gewenste energie, te wijten aan een uitzending, aan een straling of aan een inductie (of aan een combinatie van die uitzendingen, stralingen of inducties), dat zich manifesteert door een verslechtering van de transmissiekwaliteit, een vervorming of een verlies van informatie die men had kunnen verkrijgen indien die niet-gewenste energie er niet was geweest;";
32° in de bepaling onder 39° worden de woorden "en auditieve" ingevoegd tussen de woorden "van audiovisuele" en de woorden "mediadiensten";
33° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt:
"41° "eindapparatuur":
a) de apparaten die voor overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie direct of indirect op de interface van een openbaar elektronische-communicatienetwerk zijn aangesloten; in beide gevallen, direct of indirect, kan de aansluiting geschieden per draad, per optische vezel of via elektromagnetische golven; een aansluiting is indirect wanneer een apparaat geplaatst is tussen de eindapparaatuur en de interface van het net;
b) satellietgrondstationapparatuur;";
34° in de bepaling onder 42° worden de woorden "van audiovisuele mediadiensten of radiodeterminatie, of elektrisch of elektronisch product dat moet worden aangevuld met een accessoire, zoals een antenne, om doelbewust radiogolven te kunnen uitzenden of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie, verstrekking van audiovisuele mediadiensten of," vervangen door de woorden ", van audiovisuele en auditieve mediadiensten of radiodeterminatie, of elektrisch of elektronisch product dat moet worden aangevuld met een accessoire, zoals een antenne, om doelbewust radiogolven uit te zenden of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie, verstrekking van audiovisuele en auditieve mediadiensten en/of";
35° in de bepalingen 46° et 47° worden de woorden "nationale telefoonnummerplan" telkens vervangen door de woorden "nationale nummerplan";
36° de bepaling onder 50° wordt opgeheven;
37° in de bepaling onder 57° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de abonnee" worden vervangen door de woorden "de eindgebruiker";
b) de woorden "het eindtoestel" worden vervangen door de woorden "de eindapparatuur";
38° de bepalingen onder 60° tot 62° worden vervangen als volgt:
"60° "noodcommunicatie": communicatie door middel van interpersoonlijke communicatiediensten tussen een eindgebruiker en een PSAP met het doel noodhulp te ontvangen van hulpdiensten;
61° "PSAP" ("Public Safety Answering Point") of "centrale voor het beheer van noodoproepen": de fysieke locatie waar noodcommunicatie initieel wordt ontvangen onder de verantwoordelijkheid van een openbare instantie of een erkende private organisatie;
62° "werkingsgebied van een PSAP": geografisch gebied waarvoor een PSAP alle noodcommunicatie naar de nooddienst beheert, hierna "werkingsgebied" genoemd;";
39° de bepalingen onder 62/1° tot 62/3° worden ingevoegd, luidende:
"62/1° "meest geschikte PSAP": een PSAP die door de bevoegde instanties is opgericht om noodcommunicatie uit een bepaald gebied of van een bepaald type te behandelen;
62/2° "beveiliging van netwerken en diensten": het vermogen van elektronische-communicatienetwerken en -diensten om met een bepaalde mate van betrouwbaarheid bestand te zijn tegen acties die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van die netwerken en diensten, van de opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de daaraan gerelateerde diensten die via die elektronische-communicatienetwerken en -diensten worden aangeboden, in gevaar brengen;
62/3° "beveiligingsincident": een gebeurtenis met een daadwerkelijk schadelijk effect op de beveiliging van elektronische communicatienetwerken of -diensten;";
40° de bepaling onder 70° wordt vervangen als volgt:
"70° "Berec": Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, in het Engels "Body of European Regulators for Electronic Communications (Berec)", opgericht door Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009, hierna "Verordening (EU) 2018/1971" genoemd;";
41° de bepaling onder 71° wordt vervangen als volgt:
"71° "Bureau": Bureau voor ondersteuning van Berec, ingesteld door de Verordening (EU) 2018/1971;";
42° de bepaling onder 71/1° wordt ingevoegd, luidende:
"71/1° "RSPG": Beleidsgroep radiospectrum, in het Engels "Radio Spectrum Policy Group", opgericht bij besluit van de Europese Commissie van 11 juni 2019 tot oprichting van de Beleidsgroep radiospectrum en tot intrekking van Besluit 2002/622/EG;";
43° de bepaling onder 73° wordt opgeheven;
44° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 87° en 88°, luidende:
"87° "passieve infrastructuur": elk element van een elektronische-communicatienetwerk dat bedoeld is om er andere elementen van een ander elektronische-communicatienetwerk in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van dat laatste netwerk wordt, zoals buizen, masten, kabelgoten, inspectieputten, mangaten, straatkasten, gebouwen of ingangen in gebouwen, antenne-installaties, torens of palen;
88° "centraal informatiepunt": het informatiesysteem ingevoerd binnen het platform van de vzw "KLIM-CICC (Federaal Kabels en Leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites).".
1° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° "elektronische-communicatienetwerk": de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerk-elementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten voor zover deze voor overdracht van andere signalen dan die voor audiovisuele en auditieve mediadiensten worden gebruikt;";
2° de bepaling onder 3/1° wordt ingevoegd, luidende:
"3/1° "netwerk met zeer hoge capaciteit": hetzij een netwerk voor elektronische communicatie dat ten minste tot aan het distributiepunt volledig uit optische-vezelelementen bestaat, hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat, in gebruikelijke piekomstandigheden, in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlink- en uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters met betrekking tot fouten, latentietijden en de veranderingen daarin; de netwerkprestaties kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het netwerk wordt aangesloten;";
3° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° "elektronische-communicatiedienst": een gewoonlijk tegen vergoeding via elektronische-communicatienetwerken aangeboden dienst, die, met uitzondering van diensten waarbij met behulp van elektronische-communicatienetwerken en -diensten overgebrachte inhoud wordt geleverd of redactioneel wordt gecontroleerd en met uitzondering van audiovisuele en auditieve mediadiensten, de volgende soorten diensten omvat:
a) internettoegangsdienst;
b) interpersoonlijke communicatiedienst; en
c) diensten die geheel of hoofdzakelijk bestaan in het overbrengen van signalen zoals transmissiediensten die voor het verlenen van intermachinale diensten worden gebruikt;";
4° de bepalingen onder 5/1° tot 5/4° worden ingevoegd, luidende:
"5/1° "internettoegangsdienst": een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst die toegang tot het internet biedt en derhalve connectiviteit met vrijwel alle eindpunten van het internet, ongeacht de gebruikte netwerktechnologie en eindapparatuur;
5/2° "interpersoonlijke communicatiedienst": een gewoonlijk tegen vergoeding aangeboden dienst die directe persoonlijke en interactieve uitwisseling van informatie via elektronische-communicatienetwerken tussen een eindig aantal personen mogelijk maakt, waarbij de personen die de communicatie starten of eraan deelnemen, bepalen welke de ontvangers zijn, en die geen diensten omvat die persoonlijke en interactieve communicatie mogelijk maken als een louter bijkomstig kenmerk dat onlosmakelijk verbonden is met een andere dienst;
5/3° "nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst": een interpersoonlijke communicatiedienst die verbinding maakt met openbaar toegewezen nummervoorraden, namelijk een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen, of die communicatie mogelijk maakt met een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen;
5/4° "nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst": een interpersoonlijke communicatiedienst die geen verbinding maakt met openbaar toegewezen nummervoorraden, namelijk een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen, of die geen communicatie mogelijk maakt met een nummer of een aantal nummers in nationale of internationale nummerplannen;";
5° de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
"7° "informatie over de locatie van de oproeper": in een openbaar mobiel netwerk, de verwerkte gegevens, afkomstig van netwerkinfrastructuur of van handsets, waaruit de geografische positie van de mobiele eindapparatuur van een eindgebruiker blijkt en, in een openbaar vast netwerk, de gegevens over het fysieke adres van het netwerkaansluitpunt;";
6° de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt:
"11° "operator": persoon of onderneming die een openbaar elektronische-communicatienetwerk of een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt;";
7° de bepaling onder 11/1° wordt ingevoegd, luidende:
"11/1° "beheerder van passieve infrastructuren": een economische speler die, enerzijds, een dienst levert van productie, transport of distributie van gas, van elektriciteit (straatverlichting inbegrepen) of van water (de verwijdering of verwerking en zuivering van afval- en rioolwater, en drainagesystemen inbegrepen); van verwarming; of die transportdiensten verstrekt (met inbegrip van spoorwegen, wegen, havens en luchthavens), en die anderzijds elementen van zijn netwerk ter beschikking stelt zonder dat deze zelf actieve elementen van een elektronische-communicatienetwerk worden;";
8° de bepaling onder 11/2° wordt ingevoegd, luidende:
"11/2° "algemene machtiging": regelgeving waarbij rechten worden verleend voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken of -diensten en specifieke sectorgebonden verplichtingen worden vastgesteld die kunnen gelden voor alle of voor specifieke soorten elektronische-communicatienetwerken en -diensten;";
9° in de bepaling onder 14° worden de woorden "andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden" vervangen door de woorden "andere doeleinden dan deze in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsdoeleinden;";
10° de bepalingen onder 14/1° tot 14/5° worden ingevoegd, luidende:
"14/1° "micro-onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/2° "kleine onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 49 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/3° "middelgrote onderneming": onderneming die het jaargemiddelde van 249 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/4° "micro-organisatie zonder winstoogmerk": vereniging zonder winstoogmerk, internationale vereniging zonder winstoogmerk of stichting die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;
14/5° "kleine organisatie zonder winstoogmerk": vereniging zonder winstoogmerk, internationale vereniging zonder winstoogmerk of stichting die het jaargemiddelde van 49 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig artikel 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;";
11° in de bepaling onder 15° worden de woorden "die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract" vervangen door de woorden "die geen operator is en die partij is bij een overeenkomst met een operator, die voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt voor de levering van die diensten";
12° de bepaling onder 15/1° wordt ingevoegd, luidende:
"15/1° "abonnee met maximum 9 werknemers": abonnee die het jaargemiddelde van 9 tewerkgestelde werknemers, berekend overeenkomstig, naar gelang het geval, artikel 1:24 of 1:28 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, niet overschrijdt;";
13° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt:
16° "netwerkaansluitpunt": het fysieke punt waarop een eindgebruiker de toegang tot een openbaar elektronische-communicatienetwerk wordt geboden; in het geval van netwerken met schakelings- of routeringsfuncties wordt het netwerkaansluitpunt bepaald door middel van een specifiek netwerkadres dat met een nummer of naam van een eindgebruiker kan zijn verbonden;";
14° de bepalingen onder 17° en 17/1° worden vervangen als volgt:
"17° "bijbehorende faciliteiten": de bij een elektronische-communicatienetwerk of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;
17/1° "bijbehorende dienst": een bij een elektronische-communicatienetwerk of een elektronische-communicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en onder meer nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies en voorwaardelijke-toegangssystemen en elektronische programmagidsen, kort "EPG's", alsmede andere diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten omvat (met uitzondering van diensten en systemen die uitsluitend worden gebruikt voor audiovisuele of auditieve mediadiensten);";
15° in de bepaling onder 18° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "ook als ze gebruikt worden voor het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij" worden vervangen door de woorden "of het aanbieden van diensten van de informatiemaatschappij";
b) de woorden "bestrijkt onder meer" worden vervangen door de woorden "omvat met name";
c) in de Franse tekst worden de woorden "et éventuellement" vervangen door de woorden "ce qui peut comprendre";
16° de bepaling onder 19° wordt vervangen als volgt:
"19° "interconnectie": een specifiek type toegang dat tussen operatoren van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;";
17° de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt:
"22° "spraakcommunicatiedienst": een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst voor direct of indirect uitgaande en binnenkomende nationale of nationale en internationale gesprekken, met behulp van een nummer of een aantal nummers in een nationaal of internationaal nummerplan;";
18° in de bepaling onder 22/1° worden de woorden "openbaar beschikbare elektronische-communicatiedienst" vervangen door de woorden "een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst";
19° de bepaling onder 22/2° wordt ingevoegd, luidende:
"22/2° "dienst voor totale conversatie": een multimediale dienst voor in werkelijke tijd conversatie die bidirectionele symmetrische in werkelijke tijd overdracht van videofilm, realtime tekst en stem tussen gebruikers in twee of meer locaties biedt;";
20° in de bepaling onder 23° worden de woorden "fysiek circuit dat" vervangen door de woorden "een fysiek pad dat door elektronische-communicatiesignalen wordt gebruikt en";
21° in de bepalingen onder 25° en 27° worden de woorden "van een operator met een sterke machtspositie" vervangen door de woorden "van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht";
22° in de bepaling onder 31° worden de woorden "of "hertzgolven"" opgeheven;
23° de bepaling onder 32° wordt opgeheven;
24° in de bepaling onder 33° worden de woorden "de radiofrequenties" vervangen door de woorden "de radiogolven";
25° de bepaling onder 33/1° wordt vervangen als volgt:
"33/1° "radiospectrumtoewijzing": de aanwijzing van een specifieke radiospectrumband voor gebruik door een of meer soorten radiocommunicatiediensten, in voorkomend geval onder duidelijk omschreven voorwaarden;";
26° de bepalingen onder 33/2° tot 33/5° worden ingevoegd, luidende:
"33/2° "nationaal frequentietoewijzingsplan": document dat voor elke band van het radiospectrum de informatie bevat in verband met de toewijzingen van het radiospectrum en de toegestane toepassingen;
33/3° "geharmoniseerd radiospectrum": radiospectrum waarvoor geharmoniseerde voorwaarden in verband met de beschikbaarheid en het doelmatig gebruik ervan zijn vastgesteld door middel van technische uitvoeringsmaatregelen overeenkomstig artikel 4 van Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radio-spectrumbeleid in de Europese Gemeenschap, hierna te noemen "Radiospectrumbeschikking";
33/4° "gedeeld gebruik van radiospectrum": toegang door twee of meer gebruikers om gebruik te maken van dezelfde radiospectrumbanden in het kader van een bepaalde regeling inzake gedeeld gebruik, toegestaan op basis van een algemene machtiging, gebruiksrechten voor radiospectrum of een combinatie daarvan, met inbegrip van regelgevingsbenaderingen, zoals vergunningsplichtige gedeelde toegang, die als doel hebben het gedeeld gebruik van een radiospectrumband te vergemakkelijken, en onderworpen aan een bindende overeenkomst tussen alle betrokken partijen, overeenkomstig de regels inzake gedeeld gebruik die zijn opgenomen in hun gebruiksrechten voor radiospectrum, zodat aan alle gebruikers voorspelbare en betrouwbare regelingen inzake delen kunnen worden gewaarborgd, en zonder afbreuk te doen aan de toepassing van het mededingingsrecht;
33/5° "gebruiksrechten voor radiospectrum": individuele gebruiksrechten voor radiospectrum die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten;";
27° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt:
"34° "radiocommunicatie": communicatie door middel van radiogolven, met uitsluiting van de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten;";
28° de bepalingen onder 35° tot 37° worden opgeheven;
29° de bepaling onder 38° wordt vervangen als volgt:
"38° "radiostation": radioapparatuur, eventueel aangevuld met antennes alsook alle onderdelen die nodig zijn om het geheel te laten functioneren, dat doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt ten behoeve van radiocommunicatie of radiodeterminatie;";
30° de bepaling onder 38/1° wordt vervangen als volgt:
"38/1° "radionet": het geheel samengesteld uit verscheidene radiostations die met elkaar in verbinding mogen treden binnen de grenzen van een vergunning voor private radiocommunicatie of een gebruiksrecht voor radiospectrum;";
31° de bepalingen onder 38/2° tot 38/4° worden ingevoegd, luidende:
"38/2° "vergunning voor private radiocommunicatie": vergunning om een radiostation of een radionetwerk te mogen gebruiken voor andere doeleinden dan het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten;
38/3° "omroepstation": radioapparatuur, eventueel aangevuld met de bijbehorende antennes alsook alle onderdelen die nodig zijn om het geheel te laten functioneren, dat doelbewust radiogolven uitzendt of ontvangt ten behoeve van het aanbieden van audiovisuele en auditieve mediadiensten;
38/4° "storing": effect op de ontvangst in een radiocommunicatiesysteem van een niet-gewenste energie, te wijten aan een uitzending, aan een straling of aan een inductie (of aan een combinatie van die uitzendingen, stralingen of inducties), dat zich manifesteert door een verslechtering van de transmissiekwaliteit, een vervorming of een verlies van informatie die men had kunnen verkrijgen indien die niet-gewenste energie er niet was geweest;";
32° in de bepaling onder 39° worden de woorden "en auditieve" ingevoegd tussen de woorden "van audiovisuele" en de woorden "mediadiensten";
33° de bepaling onder 41° wordt vervangen als volgt:
"41° "eindapparatuur":
a) de apparaten die voor overbrenging, verwerking of ontvangst van informatie direct of indirect op de interface van een openbaar elektronische-communicatienetwerk zijn aangesloten; in beide gevallen, direct of indirect, kan de aansluiting geschieden per draad, per optische vezel of via elektromagnetische golven; een aansluiting is indirect wanneer een apparaat geplaatst is tussen de eindapparaatuur en de interface van het net;
b) satellietgrondstationapparatuur;";
34° in de bepaling onder 42° worden de woorden "van audiovisuele mediadiensten of radiodeterminatie, of elektrisch of elektronisch product dat moet worden aangevuld met een accessoire, zoals een antenne, om doelbewust radiogolven te kunnen uitzenden of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie, verstrekking van audiovisuele mediadiensten of," vervangen door de woorden ", van audiovisuele en auditieve mediadiensten of radiodeterminatie, of elektrisch of elektronisch product dat moet worden aangevuld met een accessoire, zoals een antenne, om doelbewust radiogolven uit te zenden of ontvangen ten behoeve van radiocommunicatie, verstrekking van audiovisuele en auditieve mediadiensten en/of";
35° in de bepalingen 46° et 47° worden de woorden "nationale telefoonnummerplan" telkens vervangen door de woorden "nationale nummerplan";
36° de bepaling onder 50° wordt opgeheven;
37° in de bepaling onder 57° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de abonnee" worden vervangen door de woorden "de eindgebruiker";
b) de woorden "het eindtoestel" worden vervangen door de woorden "de eindapparatuur";
38° de bepalingen onder 60° tot 62° worden vervangen als volgt:
"60° "noodcommunicatie": communicatie door middel van interpersoonlijke communicatiediensten tussen een eindgebruiker en een PSAP met het doel noodhulp te ontvangen van hulpdiensten;
61° "PSAP" ("Public Safety Answering Point") of "centrale voor het beheer van noodoproepen": de fysieke locatie waar noodcommunicatie initieel wordt ontvangen onder de verantwoordelijkheid van een openbare instantie of een erkende private organisatie;
62° "werkingsgebied van een PSAP": geografisch gebied waarvoor een PSAP alle noodcommunicatie naar de nooddienst beheert, hierna "werkingsgebied" genoemd;";
39° de bepalingen onder 62/1° tot 62/3° worden ingevoegd, luidende:
"62/1° "meest geschikte PSAP": een PSAP die door de bevoegde instanties is opgericht om noodcommunicatie uit een bepaald gebied of van een bepaald type te behandelen;
62/2° "beveiliging van netwerken en diensten": het vermogen van elektronische-communicatienetwerken en -diensten om met een bepaalde mate van betrouwbaarheid bestand te zijn tegen acties die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van die netwerken en diensten, van de opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de daaraan gerelateerde diensten die via die elektronische-communicatienetwerken en -diensten worden aangeboden, in gevaar brengen;
62/3° "beveiligingsincident": een gebeurtenis met een daadwerkelijk schadelijk effect op de beveiliging van elektronische communicatienetwerken of -diensten;";
40° de bepaling onder 70° wordt vervangen als volgt:
"70° "Berec": Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, in het Engels "Body of European Regulators for Electronic Communications (Berec)", opgericht door Verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009, hierna "Verordening (EU) 2018/1971" genoemd;";
41° de bepaling onder 71° wordt vervangen als volgt:
"71° "Bureau": Bureau voor ondersteuning van Berec, ingesteld door de Verordening (EU) 2018/1971;";
42° de bepaling onder 71/1° wordt ingevoegd, luidende:
"71/1° "RSPG": Beleidsgroep radiospectrum, in het Engels "Radio Spectrum Policy Group", opgericht bij besluit van de Europese Commissie van 11 juni 2019 tot oprichting van de Beleidsgroep radiospectrum en tot intrekking van Besluit 2002/622/EG;";
43° de bepaling onder 73° wordt opgeheven;
44° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 87° en 88°, luidende:
"87° "passieve infrastructuur": elk element van een elektronische-communicatienetwerk dat bedoeld is om er andere elementen van een ander elektronische-communicatienetwerk in onder te brengen zonder dat het zelf een actief element van dat laatste netwerk wordt, zoals buizen, masten, kabelgoten, inspectieputten, mangaten, straatkasten, gebouwen of ingangen in gebouwen, antenne-installaties, torens of palen;
88° "centraal informatiepunt": het informatiesysteem ingevoerd binnen het platform van de vzw "KLIM-CICC (Federaal Kabels en Leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites).".
Art.33. Dans l'article 2 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° "réseau de communications électroniques": les systèmes de transmission, qu'ils soient ou non fondés sur une infrastructure permanente ou une capacité d'administration centralisée et, le cas échéant, les équipements de commutation ou de routage et les autres ressources, y compris les éléments de réseau qui ne sont pas actifs, qui permettent l'acheminement de signaux par câble, par la voie hertzienne, par moyen optique ou par d'autres moyens électromagnétiques, comprenant les réseaux satellitaires, les réseaux fixes (avec commutation de circuits ou de paquets, y compris l'internet) et mobiles, les systèmes utilisant le réseau électrique, dans la mesure où ils sont utilisés pour la transmission de signaux autres que ceux de services de médias audiovisuels ou sonores;";
2° le 3/1° est inséré, rédigé comme suit:
"3/1° "réseau à très haute capacité": soit un réseau de communications électroniques qui est entièrement composé d'éléments de fibre optique au moins jusqu'au point de distribution au lieu de desserte, soit un réseau de communications électroniques qui est capable d'offrir, dans des conditions d'heures de pointe habituelles, une performance du réseau comparable en termes de débit descendant et ascendant, de résilience, de paramètres liés aux erreurs, de latence et de gigue; la performance du réseau peut être jugée comparable indépendamment des variations de l'expérience de l'utilisateur final qui sont dues aux caractéristiques intrinsèquement différentes du support par lequel se fait la connexion ultime du réseau au point de terminaison du réseau;";
3° le 5° est remplacé par ce qui suit:
"5° "service de communications électroniques": le service fourni normalement contre rémunération via des réseaux de communications électroniques qui, à l'exception des services consistant à fournir des contenus transmis à l'aide de réseaux et de services de communications électroniques ou à exercer une responsabilité éditoriale sur ces contenus et à l'exception des services de médias audiovisuels ou sonores, comprend les types de services suivants:
a) un service d'accès à l'internet;
b) un service de communications interpersonnelles; et
c) des services consistants entièrement ou principalement en la transmission de signaux, tels que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine;";
4° les 5/1° à 5/4° sont insérés, rédigés comme suit:
"5/1° "service d'accès à l'internet": un service de communications électroniques accessibles au public, qui fournit un accès à l'internet et, partant, une connectivité entre la quasi-totalité des points terminaux de l'internet, quels que soient la technologie de réseau ou les équipements terminaux utilisés;
5/2° "service de communications interpersonnelles": un service normalement fourni contre rémunération qui permet l'échange interpersonnel et interactif direct d'informations via des réseaux de communications électroniques entre un nombre fini de personnes, par lequel les personnes qui amorcent la communication ou y participent en déterminent le ou les destinataires et qui ne comprend pas les services qui rendent possible une communication interpersonnelle et interactive uniquement en tant que fonction mineure accessoire intrinsèquement liée à un autre service;
5/3° "service de communications interpersonnelles fondé sur la numérotation": un service de communications interpersonnelles qui établit une connexion à des ressources de numérotation attribuées publiquement, c'est-à-dire un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation ou qui permet la communication avec un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation;
5/4° "service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation": un service de communications interpersonnelles qui n'établit pas de connexion à des ressources de numérotation attribuées publiquement, c'est-à-dire un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation, ou qui ne permet pas la communication avec un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation;";
5° le 7° est remplacé par ce qui suit:
"7° "informations relatives à la localisation de l'appelant": dans un réseau mobile public, les données traitées qui proviennent de l'infrastructure de réseau ou de l'appareil mobile et qui indiquent la position géographique de l'équipement terminal mobile d'un utilisateur final et, dans un réseau fixe public, les données relatives à l'adresse physique du point de terminaison du réseau;";
6° le 11° est remplacé par ce qui suit:
"11° "opérateur": une personne ou entreprise qui fournit un réseau public de communications électroniques ou un service de communications électroniques accessible au public;";
7° le 11/1° est inséré, rédigé comme suit:
"11/1° "gestionnaire d'infrastructures passives" : un acteur économique qui, d'une part, fournit un service de production, de transport ou de distribution de gaz; d'électricité (y compris pour l'éclairage public) ou d'eau (y compris l'évacuation ou le traitement et l'assainissement des eaux usées, et les systèmes d'égouts); un service de chauffage; ou des services de transport (y compris les voies ferrées, les routes, les ports et les aéroports), et qui, d'autre part, met à disposition des éléments de son réseau sans que ceux-ci deviennent eux-mêmes un élément actif d'un réseau de communications électroniques ;";
8° le 11/2° est inséré, rédigé comme suit:
"11/2° "autorisation générale": un cadre juridique mis en place, qui garantit le droit de fournir des réseaux ou des services de communications électroniques et qui fixe les obligations propres au secteur pouvant s'appliquer à tous les types de réseaux et de services de communications électroniques ou à certains d'entre eux;";
9° au 14°, les mots "à des fins autres que professionnelles" sont remplacés par les mots "à des fins qui n'entrent pas dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale";
10° les 14/1° à 14/5° sont insérés, rédigés comme suit:
"14/1° "microentreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/2° "petite entreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 49 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/3° "moyenne entreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 249 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/4° "micro-organisation à but non lucratif": association sans but lucratif, association internationale sans but lucratif ou fondation ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:28 du Code des sociétés et associations;
14/5° "petite organisation à but non lucratif": association sans but lucratif, association internationale sans but lucratif ou fondation ne dépassant pas la moyenne annuelle de 49 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:28 du Code des sociétés et associations;";
11° au 15°, les mots "qui utilise un service de communications électroniques en exécution d'un contrat passé avec un opérateur" sont remplacés par les mots ", autre qu'un opérateur, partie à un contrat avec un opérateur qui fournit des services de communications électroniques accessibles au public, pour la fourniture de tels services";
12° le 15/1° est inséré, rédigé comme suit:
"15/1° "abonné comptant un maximum de 9 travailleurs": abonné ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail calculée, selon le cas, conformément aux articles 1:24 ou 1:28 du Code des sociétés et associations;";
13° le 16° est remplacé par ce qui suit:
16° "point de terminaison du réseau": point physique auquel un utilisateur final obtient l'accès à un réseau public de communications électroniques; dans le cas de réseaux utilisant la commutation et l'acheminement, le point de terminaison du réseau est identifié par une adresse réseau spécifique qui peut être rattachée au numéro ou au nom d'un utilisateur final;";
14° les 17° et 17/1° sont remplacés par ce qui suit:
"17° "ressources associées": les services associés, les infrastructures physiques et autres ressources ou éléments associés à un réseau de communications électroniques ou à un service de communications électroniques, qui permettent ou soutiennent la fourniture de services via ce réseau ou ce service ou en ont le potentiel, et comprennent, entre autres, les bâtiments ou accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, tours et autres constructions de soutènement, les gaines, conduites, pylônes, regards de visite et armoires;
17/1° "service associé": un service associé à un réseau de communications électroniques ou à un service de communications électroniques, qui permet ou soutient la fourniture, l'autofourniture ou la fourniture automatisée de services via ce réseau ou ce service ou en a le potentiel, et comprend notamment la conversion du numéro d'appel ou des systèmes offrant des fonctionnalités équivalentes et les systèmes d'accès conditionnel et les guides électroniques de programmes, en abrégé "EPG", ainsi que d'autres services tels que ceux relatifs à l'identité, l'emplacement et l'occupation (à l'exception des services et systèmes qui sont exclusivement utilisés pour les services de médias audiovisuels ou sonores);";
15° au 18°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", y compris lorsqu'ils servent à la fourniture de services de la société d'information" sont remplacés par les mots "ou l'offre de services de la société de l'information";
b) dans le texte néerlandais, les mots "bestrijkt onder meer" sont remplacés par les mots "omvat met name";
c) les mots "et éventuellement" sont remplacés par les mots "ce qui peut comprendre";
16° le 19° est remplacé par ce qui suit:
"19° "interconnexion": un type particulier d'accès mis en oeuvre entre opérateurs de réseaux publics au moyen de la liaison physique et logique des réseaux publics de communications électroniques utilisés par la même entreprise ou une entreprise différente, afin de permettre aux utilisateurs d'une entreprise de communiquer avec les utilisateurs de la même entreprise ou d'une autre entreprise, ou d'accéder aux services fournis par une autre entreprise lorsque ces services sont fournis par les parties concernées ou par d'autres parties qui ont accès au réseau;";
17° le 22° est remplacé par ce qui suit:
"22° "service de communications vocales": un service de communications électroniques accessible au public permettant d'émettre et de recevoir, directement ou indirectement, des appels nationaux ou nationaux et internationaux, en composant un ou plusieurs numéros d'un plan national ou international de numérotation;";
18° au 22/1° les mots "service de communications électroniques" sont remplacés par les mots "service de communications interpersonnelles";
19° le 22/2° est inséré, rédigé comme suit:
"22/2° "service de conversation totale": un service multimédia de conversation en temps réel assurant la transmission symétrique et bidirectionnelle en temps réel de vidéos animées, de texte en temps réel et de voix entre des utilisateurs situés dans deux lieux différents ou plus;";
20° au 23°, les mots "circuit physique qui" sont remplacés par les mots "un canal physique utilisé par les signaux de communications électroniques et";
21° aux 25° et au 27°, les mots "d'un opérateur disposant d'une puissance significative" sont chaque fois remplacés par les mots "d'une entreprise désignée comme étant puissante";
22° au 31°, les mots "ou "ondes hertziennes""sont abrogés;
23° le 32° est abrogé;
24° au 33°, les mots "des radiofréquences" sont remplacés par les mots "des ondes radioélectriques";
25° le 33/1° est remplacé par ce qui suit:
"33/1° "attribution du spectre radioélectrique": la désignation d'une bande du spectre radioélectrique donnée, aux fins de son utilisation par un ou plusieurs types de services de radiocommunications, le cas échéant, selon des conditions définies;";
26° les 33/2° à 33/5° sont insérés, rédigés comme suit:
"33/2° "plan national d'attribution des fréquences": document contenant pour chaque bande du spectre radioélectrique, les informations relatives aux attributions du spectre radioélectrique et aux applications autorisées;
33/3° "spectre radioélectrique harmonisé": spectre radioélectrique dont les conditions harmonisées quant à sa disponibilité et son utilisation efficace ont été établies par la voie de mesures techniques d'application conformément à l'article 4 de la décision no 676/2002/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 mars 2002 relative à un cadre réglementaire pour la politique en matière de spectre radioélectrique dans la Communauté européenne, ci-après dénommée "décision spectre radioélectrique";
33/4° "utilisation partagée du spectre radioélectrique": l'accès par deux utilisateurs ou plus, en vue de leur utilisation, aux mêmes bandes du spectre radioélectrique dans le cadre d'un dispositif de partage défini, autorisé sur le fondement d'une autorisation générale, de droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou d'une combinaison de ceux-ci, y compris des mécanismes de régulation tels que l'accès partagé sous licence destiné à faciliter l'utilisation partagée d'une bande du spectre radioélectrique, sous réserve d'un accord contraignant entre toutes les parties concernées, conformément aux règles de partage incluses dans leurs droits d'utilisation du spectre radioélectrique, afin de garantir à tous les utilisateurs des dispositifs de partage prévisibles et fiables, et sans préjudice de l'application du droit de la concurrence;
33/5° "droits d'utilisation du spectre radioélectrique": droits individuels d'utilisation du spectre radioélectrique utilisés entièrement ou partiellement pour la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public;";
27° le 34° est remplacé par ce qui suit:
"34° "radiocommunication": toute communication au moyen d'ondes radioélectriques à l'exclusion de la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores;";
28° les 35° à 37° sont abrogés;
29° le 38° est remplacé par ce qui suit:
"38° "station de radiocommunications": un équipement hertzien, le cas échéant complété des antennes, ainsi que de tous les composants nécessaires au fonctionnement de l'ensemble, qui émet ou reçoit intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication et/ou de radiorepérage;";
30° le 38/1° est remplacé par ce qui suit:
"38/1° "réseau de radiocommunications": ensemble formé par plusieurs stations de radiocommunications pouvant communiquer entre elles dans les limites d'une autorisation de radiocommunications privées ou d'un droit d'utilisation du spectre radioélectrique;";
31° les 38/2° à 38/4° sont insérés, rédigés comme suit:
"38/2° "autorisation de radiocommunications privées": autorisation de pouvoir utiliser une station ou un réseau de radiocommunications à d'autres fins que la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public;
38/3° "station de radiodiffusion": un équipement hertzien, le cas échéant complété des antennes associées, ainsi que de tous les composants nécessaires au fonctionnement de l'ensemble, qui émet ou reçoit intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores;
38/4° "brouillage": effet, sur la réception dans un système de radiocommunication, d'une énergie non désirée due à une émission, à un rayonnement ou à une induction (ou à une combinaison de ces émissions, rayonnements ou inductions), se manifestant par une dégradation de la qualité de transmission, une déformation ou une perte de l'information que l'on aurait pu extraire en l'absence de cette énergie non désirée;";
32° au 39°, les mots "et sonores" sont insérés entre les mots "de médias audiovisuels" et les mots ", ou d'un service";
33° le 41° est remplacé par ce qui suit:
"41° "équipement terminal":
a) tout équipement qui est connecté directement ou indirectement à l'interface d'un réseau public de communications électroniques pour transmettre, traiter ou recevoir des informations; dans les deux cas, direct ou indirect, la connexion peut être établie par fil, fibre optique ou voie électromagnétique; une connexion est indirecte si un appareil est interposé entre l'équipement terminal et l'interface du réseau public;
b) les équipements de stations terrestres de satellites;";
34° au 42°, les mots "de services de médias audiovisuels ou radiorepérage, ou un produit électrique ou électronique qui doit être complété d'un accessoire, tel qu'une antenne, pour émettre ou recevoir intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication, de fourniture de services de médias audiovisuels ou" sont remplacés par les mots "de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores et/ou radiorepérage, ou un produit électrique ou électronique qui doit être complété d'un accessoire, tel qu'une antenne, pour émettre et/ou recevoir intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication, de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores et/ou de";
35° aux 46° et 47°, les mots "plan national de numérotation téléphonique" sont chaque fois remplacés par les mots "plan national de numérotation";
36° le 50° est abrogé;
37° au 57°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mot mots "l'abonné" sont remplacés par les mots "l'utilisateur final";
b) les mots "le terminal" sont remplacés par les mots "l'équipement terminal";
38° les 60° à 62° sont remplacés par ce qui suit:
"60° "communication d'urgence": une communication effectuée au moyen de services de communications interpersonnelles, entre un utilisateur final et un PSAP, dont le but est de recevoir de l'aide d'urgence de la part de services d'urgence;
61° "PSAP" ("Public Safety Answering Point") ou "centre de gestion des appels d'urgence": un lieu physique où est réceptionnée initialement une communication d'urgence sous la responsabilité d'une autorité publique ou d'un organisme privé reconnu;
62° "zone d'activité d'un PSAP": zone géographique pour laquelle un PSAP gère toutes les communications d'urgence vers le service d'urgence, dénommée ci-après "zone d'activité";"
39° les 62/1° à 62/3° sont insérés, rédigés comme suit:
"62/1° "PSAP le plus approprié": un PSAP établi par les autorités compétentes pour prendre en charge les communications d'urgence provenant d'une certaine zone ou les communications d'urgence d'un certain type;
62/2° "sécurité des réseaux et services": la capacité des réseaux et services de communications électroniques de résister, à un niveau de confiance donné, à toute action qui compromet la disponibilité, l'authenticité, l'intégrité ou la confidentialité de ces réseaux et services, de données stockées, transmises ou traitées ou des services connexes offerts par ces réseaux ou services de communications électroniques ou rendus accessibles via de tels réseaux ou services;
62/3° "incident de sécurité": tout événement ayant un effet négatif réel sur la sécurité des réseaux ou des services de communications électroniques;";
40° le 70° est remplacé par ce qui suit:
"70° "ORECE": Organe des régulateurs européens des communications électroniques, en anglais "Body of European Regulators for Electronic Communications (BEREC)", institué par le Règlement (UE) n° 2018/1971 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant l'Organe des régulateurs européens des communications électroniques (ORECE) et l'Agence de soutien à l'ORECE (Office ORECE) modifiant le règlement (UE) 2015/2120 et abrogeant le règlement (CE) n° 1211/200, ci-après dénommé "Règlement (UE) 2018/1971;";
41° le 71° est remplacé par ce qui suit:
"71° "Office": Agence de soutien à l'ORECE, instituée par le Règlement (UE) 2018/1971;";
42° le 71/1° est inséré, rédigé comme suit:
"71/1° "RSPG": groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique, en anglais "Radio Spectrum Policy Group", institué par la décision de la Commission européenne du 11 juin 2019 instituant un groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique et abrogeant la décision 2002/622/CE;";
43° le 73° est abrogé;
44° l'article est complété par les 87° et 88°, rédigés comme suit:
"87° "infrastructure passive": tout élément d'un réseau de communications électroniques qui est destiné à accueillir d'autres éléments d'un autre réseau de communications électroniques sans devenir lui-même un élément actif de ce dernier réseau, tel que les conduites, pylônes, gaines, chambres de tirage et regards, trous de visite, boîtiers, immeubles ou accès à des immeubles, installations liées aux antennes, tours ou poteaux;
88° "point d'information unique": le système d'information mis en place au sein de la plate-forme de l'ASBL "KLIM - CICC (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites).".
1° le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° "réseau de communications électroniques": les systèmes de transmission, qu'ils soient ou non fondés sur une infrastructure permanente ou une capacité d'administration centralisée et, le cas échéant, les équipements de commutation ou de routage et les autres ressources, y compris les éléments de réseau qui ne sont pas actifs, qui permettent l'acheminement de signaux par câble, par la voie hertzienne, par moyen optique ou par d'autres moyens électromagnétiques, comprenant les réseaux satellitaires, les réseaux fixes (avec commutation de circuits ou de paquets, y compris l'internet) et mobiles, les systèmes utilisant le réseau électrique, dans la mesure où ils sont utilisés pour la transmission de signaux autres que ceux de services de médias audiovisuels ou sonores;";
2° le 3/1° est inséré, rédigé comme suit:
"3/1° "réseau à très haute capacité": soit un réseau de communications électroniques qui est entièrement composé d'éléments de fibre optique au moins jusqu'au point de distribution au lieu de desserte, soit un réseau de communications électroniques qui est capable d'offrir, dans des conditions d'heures de pointe habituelles, une performance du réseau comparable en termes de débit descendant et ascendant, de résilience, de paramètres liés aux erreurs, de latence et de gigue; la performance du réseau peut être jugée comparable indépendamment des variations de l'expérience de l'utilisateur final qui sont dues aux caractéristiques intrinsèquement différentes du support par lequel se fait la connexion ultime du réseau au point de terminaison du réseau;";
3° le 5° est remplacé par ce qui suit:
"5° "service de communications électroniques": le service fourni normalement contre rémunération via des réseaux de communications électroniques qui, à l'exception des services consistant à fournir des contenus transmis à l'aide de réseaux et de services de communications électroniques ou à exercer une responsabilité éditoriale sur ces contenus et à l'exception des services de médias audiovisuels ou sonores, comprend les types de services suivants:
a) un service d'accès à l'internet;
b) un service de communications interpersonnelles; et
c) des services consistants entièrement ou principalement en la transmission de signaux, tels que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine;";
4° les 5/1° à 5/4° sont insérés, rédigés comme suit:
"5/1° "service d'accès à l'internet": un service de communications électroniques accessibles au public, qui fournit un accès à l'internet et, partant, une connectivité entre la quasi-totalité des points terminaux de l'internet, quels que soient la technologie de réseau ou les équipements terminaux utilisés;
5/2° "service de communications interpersonnelles": un service normalement fourni contre rémunération qui permet l'échange interpersonnel et interactif direct d'informations via des réseaux de communications électroniques entre un nombre fini de personnes, par lequel les personnes qui amorcent la communication ou y participent en déterminent le ou les destinataires et qui ne comprend pas les services qui rendent possible une communication interpersonnelle et interactive uniquement en tant que fonction mineure accessoire intrinsèquement liée à un autre service;
5/3° "service de communications interpersonnelles fondé sur la numérotation": un service de communications interpersonnelles qui établit une connexion à des ressources de numérotation attribuées publiquement, c'est-à-dire un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation ou qui permet la communication avec un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation;
5/4° "service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation": un service de communications interpersonnelles qui n'établit pas de connexion à des ressources de numérotation attribuées publiquement, c'est-à-dire un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation, ou qui ne permet pas la communication avec un numéro ou des numéros figurant dans des plans nationaux ou internationaux de numérotation;";
5° le 7° est remplacé par ce qui suit:
"7° "informations relatives à la localisation de l'appelant": dans un réseau mobile public, les données traitées qui proviennent de l'infrastructure de réseau ou de l'appareil mobile et qui indiquent la position géographique de l'équipement terminal mobile d'un utilisateur final et, dans un réseau fixe public, les données relatives à l'adresse physique du point de terminaison du réseau;";
6° le 11° est remplacé par ce qui suit:
"11° "opérateur": une personne ou entreprise qui fournit un réseau public de communications électroniques ou un service de communications électroniques accessible au public;";
7° le 11/1° est inséré, rédigé comme suit:
"11/1° "gestionnaire d'infrastructures passives" : un acteur économique qui, d'une part, fournit un service de production, de transport ou de distribution de gaz; d'électricité (y compris pour l'éclairage public) ou d'eau (y compris l'évacuation ou le traitement et l'assainissement des eaux usées, et les systèmes d'égouts); un service de chauffage; ou des services de transport (y compris les voies ferrées, les routes, les ports et les aéroports), et qui, d'autre part, met à disposition des éléments de son réseau sans que ceux-ci deviennent eux-mêmes un élément actif d'un réseau de communications électroniques ;";
8° le 11/2° est inséré, rédigé comme suit:
"11/2° "autorisation générale": un cadre juridique mis en place, qui garantit le droit de fournir des réseaux ou des services de communications électroniques et qui fixe les obligations propres au secteur pouvant s'appliquer à tous les types de réseaux et de services de communications électroniques ou à certains d'entre eux;";
9° au 14°, les mots "à des fins autres que professionnelles" sont remplacés par les mots "à des fins qui n'entrent pas dans le cadre de son activité commerciale, industrielle, artisanale ou libérale";
10° les 14/1° à 14/5° sont insérés, rédigés comme suit:
"14/1° "microentreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/2° "petite entreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 49 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/3° "moyenne entreprise": entreprise ne dépassant pas la moyenne annuelle de 249 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:24 du Code des sociétés et associations;
14/4° "micro-organisation à but non lucratif": association sans but lucratif, association internationale sans but lucratif ou fondation ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:28 du Code des sociétés et associations;
14/5° "petite organisation à but non lucratif": association sans but lucratif, association internationale sans but lucratif ou fondation ne dépassant pas la moyenne annuelle de 49 travailleurs mis au travail, calculée conformément à l'article 1:28 du Code des sociétés et associations;";
11° au 15°, les mots "qui utilise un service de communications électroniques en exécution d'un contrat passé avec un opérateur" sont remplacés par les mots ", autre qu'un opérateur, partie à un contrat avec un opérateur qui fournit des services de communications électroniques accessibles au public, pour la fourniture de tels services";
12° le 15/1° est inséré, rédigé comme suit:
"15/1° "abonné comptant un maximum de 9 travailleurs": abonné ne dépassant pas la moyenne annuelle de 9 travailleurs mis au travail calculée, selon le cas, conformément aux articles 1:24 ou 1:28 du Code des sociétés et associations;";
13° le 16° est remplacé par ce qui suit:
16° "point de terminaison du réseau": point physique auquel un utilisateur final obtient l'accès à un réseau public de communications électroniques; dans le cas de réseaux utilisant la commutation et l'acheminement, le point de terminaison du réseau est identifié par une adresse réseau spécifique qui peut être rattachée au numéro ou au nom d'un utilisateur final;";
14° les 17° et 17/1° sont remplacés par ce qui suit:
"17° "ressources associées": les services associés, les infrastructures physiques et autres ressources ou éléments associés à un réseau de communications électroniques ou à un service de communications électroniques, qui permettent ou soutiennent la fourniture de services via ce réseau ou ce service ou en ont le potentiel, et comprennent, entre autres, les bâtiments ou accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, tours et autres constructions de soutènement, les gaines, conduites, pylônes, regards de visite et armoires;
17/1° "service associé": un service associé à un réseau de communications électroniques ou à un service de communications électroniques, qui permet ou soutient la fourniture, l'autofourniture ou la fourniture automatisée de services via ce réseau ou ce service ou en a le potentiel, et comprend notamment la conversion du numéro d'appel ou des systèmes offrant des fonctionnalités équivalentes et les systèmes d'accès conditionnel et les guides électroniques de programmes, en abrégé "EPG", ainsi que d'autres services tels que ceux relatifs à l'identité, l'emplacement et l'occupation (à l'exception des services et systèmes qui sont exclusivement utilisés pour les services de médias audiovisuels ou sonores);";
15° au 18°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", y compris lorsqu'ils servent à la fourniture de services de la société d'information" sont remplacés par les mots "ou l'offre de services de la société de l'information";
b) dans le texte néerlandais, les mots "bestrijkt onder meer" sont remplacés par les mots "omvat met name";
c) les mots "et éventuellement" sont remplacés par les mots "ce qui peut comprendre";
16° le 19° est remplacé par ce qui suit:
"19° "interconnexion": un type particulier d'accès mis en oeuvre entre opérateurs de réseaux publics au moyen de la liaison physique et logique des réseaux publics de communications électroniques utilisés par la même entreprise ou une entreprise différente, afin de permettre aux utilisateurs d'une entreprise de communiquer avec les utilisateurs de la même entreprise ou d'une autre entreprise, ou d'accéder aux services fournis par une autre entreprise lorsque ces services sont fournis par les parties concernées ou par d'autres parties qui ont accès au réseau;";
17° le 22° est remplacé par ce qui suit:
"22° "service de communications vocales": un service de communications électroniques accessible au public permettant d'émettre et de recevoir, directement ou indirectement, des appels nationaux ou nationaux et internationaux, en composant un ou plusieurs numéros d'un plan national ou international de numérotation;";
18° au 22/1° les mots "service de communications électroniques" sont remplacés par les mots "service de communications interpersonnelles";
19° le 22/2° est inséré, rédigé comme suit:
"22/2° "service de conversation totale": un service multimédia de conversation en temps réel assurant la transmission symétrique et bidirectionnelle en temps réel de vidéos animées, de texte en temps réel et de voix entre des utilisateurs situés dans deux lieux différents ou plus;";
20° au 23°, les mots "circuit physique qui" sont remplacés par les mots "un canal physique utilisé par les signaux de communications électroniques et";
21° aux 25° et au 27°, les mots "d'un opérateur disposant d'une puissance significative" sont chaque fois remplacés par les mots "d'une entreprise désignée comme étant puissante";
22° au 31°, les mots "ou "ondes hertziennes""sont abrogés;
23° le 32° est abrogé;
24° au 33°, les mots "des radiofréquences" sont remplacés par les mots "des ondes radioélectriques";
25° le 33/1° est remplacé par ce qui suit:
"33/1° "attribution du spectre radioélectrique": la désignation d'une bande du spectre radioélectrique donnée, aux fins de son utilisation par un ou plusieurs types de services de radiocommunications, le cas échéant, selon des conditions définies;";
26° les 33/2° à 33/5° sont insérés, rédigés comme suit:
"33/2° "plan national d'attribution des fréquences": document contenant pour chaque bande du spectre radioélectrique, les informations relatives aux attributions du spectre radioélectrique et aux applications autorisées;
33/3° "spectre radioélectrique harmonisé": spectre radioélectrique dont les conditions harmonisées quant à sa disponibilité et son utilisation efficace ont été établies par la voie de mesures techniques d'application conformément à l'article 4 de la décision no 676/2002/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 mars 2002 relative à un cadre réglementaire pour la politique en matière de spectre radioélectrique dans la Communauté européenne, ci-après dénommée "décision spectre radioélectrique";
33/4° "utilisation partagée du spectre radioélectrique": l'accès par deux utilisateurs ou plus, en vue de leur utilisation, aux mêmes bandes du spectre radioélectrique dans le cadre d'un dispositif de partage défini, autorisé sur le fondement d'une autorisation générale, de droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou d'une combinaison de ceux-ci, y compris des mécanismes de régulation tels que l'accès partagé sous licence destiné à faciliter l'utilisation partagée d'une bande du spectre radioélectrique, sous réserve d'un accord contraignant entre toutes les parties concernées, conformément aux règles de partage incluses dans leurs droits d'utilisation du spectre radioélectrique, afin de garantir à tous les utilisateurs des dispositifs de partage prévisibles et fiables, et sans préjudice de l'application du droit de la concurrence;
33/5° "droits d'utilisation du spectre radioélectrique": droits individuels d'utilisation du spectre radioélectrique utilisés entièrement ou partiellement pour la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public;";
27° le 34° est remplacé par ce qui suit:
"34° "radiocommunication": toute communication au moyen d'ondes radioélectriques à l'exclusion de la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores;";
28° les 35° à 37° sont abrogés;
29° le 38° est remplacé par ce qui suit:
"38° "station de radiocommunications": un équipement hertzien, le cas échéant complété des antennes, ainsi que de tous les composants nécessaires au fonctionnement de l'ensemble, qui émet ou reçoit intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication et/ou de radiorepérage;";
30° le 38/1° est remplacé par ce qui suit:
"38/1° "réseau de radiocommunications": ensemble formé par plusieurs stations de radiocommunications pouvant communiquer entre elles dans les limites d'une autorisation de radiocommunications privées ou d'un droit d'utilisation du spectre radioélectrique;";
31° les 38/2° à 38/4° sont insérés, rédigés comme suit:
"38/2° "autorisation de radiocommunications privées": autorisation de pouvoir utiliser une station ou un réseau de radiocommunications à d'autres fins que la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public;
38/3° "station de radiodiffusion": un équipement hertzien, le cas échéant complété des antennes associées, ainsi que de tous les composants nécessaires au fonctionnement de l'ensemble, qui émet ou reçoit intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores;
38/4° "brouillage": effet, sur la réception dans un système de radiocommunication, d'une énergie non désirée due à une émission, à un rayonnement ou à une induction (ou à une combinaison de ces émissions, rayonnements ou inductions), se manifestant par une dégradation de la qualité de transmission, une déformation ou une perte de l'information que l'on aurait pu extraire en l'absence de cette énergie non désirée;";
32° au 39°, les mots "et sonores" sont insérés entre les mots "de médias audiovisuels" et les mots ", ou d'un service";
33° le 41° est remplacé par ce qui suit:
"41° "équipement terminal":
a) tout équipement qui est connecté directement ou indirectement à l'interface d'un réseau public de communications électroniques pour transmettre, traiter ou recevoir des informations; dans les deux cas, direct ou indirect, la connexion peut être établie par fil, fibre optique ou voie électromagnétique; une connexion est indirecte si un appareil est interposé entre l'équipement terminal et l'interface du réseau public;
b) les équipements de stations terrestres de satellites;";
34° au 42°, les mots "de services de médias audiovisuels ou radiorepérage, ou un produit électrique ou électronique qui doit être complété d'un accessoire, tel qu'une antenne, pour émettre ou recevoir intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication, de fourniture de services de médias audiovisuels ou" sont remplacés par les mots "de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores et/ou radiorepérage, ou un produit électrique ou électronique qui doit être complété d'un accessoire, tel qu'une antenne, pour émettre et/ou recevoir intentionnellement des ondes radioélectriques à des fins de radiocommunication, de fourniture de services de médias audiovisuels et sonores et/ou de";
35° aux 46° et 47°, les mots "plan national de numérotation téléphonique" sont chaque fois remplacés par les mots "plan national de numérotation";
36° le 50° est abrogé;
37° au 57°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mot mots "l'abonné" sont remplacés par les mots "l'utilisateur final";
b) les mots "le terminal" sont remplacés par les mots "l'équipement terminal";
38° les 60° à 62° sont remplacés par ce qui suit:
"60° "communication d'urgence": une communication effectuée au moyen de services de communications interpersonnelles, entre un utilisateur final et un PSAP, dont le but est de recevoir de l'aide d'urgence de la part de services d'urgence;
61° "PSAP" ("Public Safety Answering Point") ou "centre de gestion des appels d'urgence": un lieu physique où est réceptionnée initialement une communication d'urgence sous la responsabilité d'une autorité publique ou d'un organisme privé reconnu;
62° "zone d'activité d'un PSAP": zone géographique pour laquelle un PSAP gère toutes les communications d'urgence vers le service d'urgence, dénommée ci-après "zone d'activité";"
39° les 62/1° à 62/3° sont insérés, rédigés comme suit:
"62/1° "PSAP le plus approprié": un PSAP établi par les autorités compétentes pour prendre en charge les communications d'urgence provenant d'une certaine zone ou les communications d'urgence d'un certain type;
62/2° "sécurité des réseaux et services": la capacité des réseaux et services de communications électroniques de résister, à un niveau de confiance donné, à toute action qui compromet la disponibilité, l'authenticité, l'intégrité ou la confidentialité de ces réseaux et services, de données stockées, transmises ou traitées ou des services connexes offerts par ces réseaux ou services de communications électroniques ou rendus accessibles via de tels réseaux ou services;
62/3° "incident de sécurité": tout événement ayant un effet négatif réel sur la sécurité des réseaux ou des services de communications électroniques;";
40° le 70° est remplacé par ce qui suit:
"70° "ORECE": Organe des régulateurs européens des communications électroniques, en anglais "Body of European Regulators for Electronic Communications (BEREC)", institué par le Règlement (UE) n° 2018/1971 du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 établissant l'Organe des régulateurs européens des communications électroniques (ORECE) et l'Agence de soutien à l'ORECE (Office ORECE) modifiant le règlement (UE) 2015/2120 et abrogeant le règlement (CE) n° 1211/200, ci-après dénommé "Règlement (UE) 2018/1971;";
41° le 71° est remplacé par ce qui suit:
"71° "Office": Agence de soutien à l'ORECE, instituée par le Règlement (UE) 2018/1971;";
42° le 71/1° est inséré, rédigé comme suit:
"71/1° "RSPG": groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique, en anglais "Radio Spectrum Policy Group", institué par la décision de la Commission européenne du 11 juin 2019 instituant un groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique et abrogeant la décision 2002/622/CE;";
43° le 73° est abrogé;
44° l'article est complété par les 87° et 88°, rédigés comme suit:
"87° "infrastructure passive": tout élément d'un réseau de communications électroniques qui est destiné à accueillir d'autres éléments d'un autre réseau de communications électroniques sans devenir lui-même un élément actif de ce dernier réseau, tel que les conduites, pylônes, gaines, chambres de tirage et regards, trous de visite, boîtiers, immeubles ou accès à des immeubles, installations liées aux antennes, tours ou poteaux;
88° "point d'information unique": le système d'information mis en place au sein de la plate-forme de l'ASBL "KLIM - CICC (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites).".
Art.34. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 3. § 1. Het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten is vrij, onder voorbehoud van de voorwaarden die door of krachtens de wet worden vastgesteld.
§ 2. Onverminderd de specifieke verplichtingen van artikel 13/1, wordt het aanbieden van andere elektronische-communicatienetwerken of -diensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten enkel onderworpen aan de voorwaarden die kunnen verbonden worden aan de algemene machtiging en die worden opgelijst in bijlage 2.
Ondernemingen die aan een algemene machtiging zijn onderworpen, hebben het recht:
1° elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan te bieden;
2° op behandeling van hun aanvragen voor de nodige rechten voor het installeren van faciliteiten op, over of onder openbare eigendommen;
3° radiospectrum te gebruiken;
4° op behandeling van hun aanvragen voor de rechten voor het gebruik van nummervoorraden.
§ 3. De Koning stelt, na advies van het BIPT, de vergoedingen vast die de operatoren moeten betalen.".
"Art. 3. § 1. Het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten is vrij, onder voorbehoud van de voorwaarden die door of krachtens de wet worden vastgesteld.
§ 2. Onverminderd de specifieke verplichtingen van artikel 13/1, wordt het aanbieden van andere elektronische-communicatienetwerken of -diensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten enkel onderworpen aan de voorwaarden die kunnen verbonden worden aan de algemene machtiging en die worden opgelijst in bijlage 2.
Ondernemingen die aan een algemene machtiging zijn onderworpen, hebben het recht:
1° elektronische-communicatienetwerken en -diensten aan te bieden;
2° op behandeling van hun aanvragen voor de nodige rechten voor het installeren van faciliteiten op, over of onder openbare eigendommen;
3° radiospectrum te gebruiken;
4° op behandeling van hun aanvragen voor de rechten voor het gebruik van nummervoorraden.
§ 3. De Koning stelt, na advies van het BIPT, de vergoedingen vast die de operatoren moeten betalen.".
Art.34. L'article 3 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 3. § 1er. La fourniture de réseaux et de services de communications électroniques est libre, sous réserve des conditions fixées par ou en vertu de la loi.
§ 2. Sans préjudice des obligations spécifiques visées à l'article 13/1, la fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation est uniquement soumise aux conditions qui peuvent être attachées à l'autorisation générale et qui sont énumérées à l'annexe 2.
Les entreprises soumises à l'autorisation générale ont le droit:
1° de fournir des réseaux et des services de communications électroniques;
2° de faire examiner leur demande d'octroi des droits nécessaires pour mettre en place des ressources sur, au-dessus ou au-dessous de propriétés publiques;
3° d'utiliser le spectre radioélectrique;
4° de faire examiner leurs demandes de droits d'utilisation des ressources de numérotation.
§ 3. Le Roi fixe, après avis de l'IBPT, les redevances dues par les opérateurs.".
"Art. 3. § 1er. La fourniture de réseaux et de services de communications électroniques est libre, sous réserve des conditions fixées par ou en vertu de la loi.
§ 2. Sans préjudice des obligations spécifiques visées à l'article 13/1, la fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation est uniquement soumise aux conditions qui peuvent être attachées à l'autorisation générale et qui sont énumérées à l'annexe 2.
Les entreprises soumises à l'autorisation générale ont le droit:
1° de fournir des réseaux et des services de communications électroniques;
2° de faire examiner leur demande d'octroi des droits nécessaires pour mettre en place des ressources sur, au-dessus ou au-dessous de propriétés publiques;
3° d'utiliser le spectre radioélectrique;
4° de faire examiner leurs demandes de droits d'utilisation des ressources de numérotation.
§ 3. Le Roi fixe, après avis de l'IBPT, les redevances dues par les opérateurs.".
Art.35. Artikel 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.35. L'article 4 de la même loi est abrogé.
Art.36. Artikel 4/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.36. L'article 4/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est abrogé.
Art.37. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 5. Binnen het kader van het uitoefenen van zijn bevoegdheden treft het Instituut alle redelijke, noodzakelijke en evenredige maatregelen om de in artikel 6 genoemde doelstellingen te verwezenlijken.
Het handelt volledig onpartijdig, objectief, transparant en op niet-discriminerende en evenredige wijze.".
"Art. 5. Binnen het kader van het uitoefenen van zijn bevoegdheden treft het Instituut alle redelijke, noodzakelijke en evenredige maatregelen om de in artikel 6 genoemde doelstellingen te verwezenlijken.
Het handelt volledig onpartijdig, objectief, transparant en op niet-discriminerende en evenredige wijze.".
Art.37. L'article 5 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 5. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, l'Institut prend toutes les mesures raisonnables, nécessaires et proportionnées à la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6.
Il agit en toute impartialité, objectivité et transparence et d'une manière non discriminatoire et proportionnée.".
"Art. 5. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, l'Institut prend toutes les mesures raisonnables, nécessaires et proportionnées à la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6.
Il agit en toute impartialité, objectivité et transparence et d'une manière non discriminatoire et proportionnée.".
Art.38. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 6. Bij de uitvoering van de taken die aan het Instituut krachtens deze wet zijn opgelegd:
1° bevordert het Instituut de connectiviteit met en de toegang tot, alsmede de benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, met inbegrip van vaste, mobiele en draadloze netwerken;
2° bevordert het Instituut de mededinging bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van efficiënte concurrentie op basis van infrastructuur, en bij het aanbieden van elektronische-communicatiediensten en bijbehorende diensten;
3° draagt het Instituut bij tot de ontwikkeling van de interne markt, door het opheffen van resterende belemmeringen voor, en het bevorderen van convergerende voorwaarden voor, investeringen in en het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten; door het ontwikkelen van gemeenschappelijke regels en voorspelbare regelgeving; en door het bevorderen van doeltreffend, efficiënt en gecoördineerd gebruik van het radiospectrum, open innovatie, het opzetten en ontwikkelen van trans-Europese netwerken, de verstrekking, de beschikbaarheid en de interoperabiliteit van pan-Europese diensten, en eind-tot-eind connectiviteit;
4° bevordert het Instituut de belangen van de burgers, door te zorgen voor connectiviteit met, en ruime beschikbaarheid en benutting van, netwerken met een zeer hoge capaciteit, waaronder vaste, mobiele en draadloze netwerken, en van elektronische-communicatiediensten; door erop toe te zien dat op basis van daadwerkelijke mededinging optimaal kan worden geprofiteerd wat betreft keuze, prijs en kwaliteit; door de beveiliging van netwerken en diensten te handhaven; door een hoog gemeenschappelijk beschermingsniveau voor eindgebruikers te waarborgen via de nodige sectorspecifieke regels; en door aandacht te schenken aan de behoeften, zoals betaalbare prijzen, van specifieke maatschappelijke groeperingen, met name eindgebruikers met een handicap, oudere eindgebruikers en eindgebruikers met speciale sociale behoeften, evenals keuzevrijheid en gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap.".
"Art. 6. Bij de uitvoering van de taken die aan het Instituut krachtens deze wet zijn opgelegd:
1° bevordert het Instituut de connectiviteit met en de toegang tot, alsmede de benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, met inbegrip van vaste, mobiele en draadloze netwerken;
2° bevordert het Instituut de mededinging bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van efficiënte concurrentie op basis van infrastructuur, en bij het aanbieden van elektronische-communicatiediensten en bijbehorende diensten;
3° draagt het Instituut bij tot de ontwikkeling van de interne markt, door het opheffen van resterende belemmeringen voor, en het bevorderen van convergerende voorwaarden voor, investeringen in en het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten; door het ontwikkelen van gemeenschappelijke regels en voorspelbare regelgeving; en door het bevorderen van doeltreffend, efficiënt en gecoördineerd gebruik van het radiospectrum, open innovatie, het opzetten en ontwikkelen van trans-Europese netwerken, de verstrekking, de beschikbaarheid en de interoperabiliteit van pan-Europese diensten, en eind-tot-eind connectiviteit;
4° bevordert het Instituut de belangen van de burgers, door te zorgen voor connectiviteit met, en ruime beschikbaarheid en benutting van, netwerken met een zeer hoge capaciteit, waaronder vaste, mobiele en draadloze netwerken, en van elektronische-communicatiediensten; door erop toe te zien dat op basis van daadwerkelijke mededinging optimaal kan worden geprofiteerd wat betreft keuze, prijs en kwaliteit; door de beveiliging van netwerken en diensten te handhaven; door een hoog gemeenschappelijk beschermingsniveau voor eindgebruikers te waarborgen via de nodige sectorspecifieke regels; en door aandacht te schenken aan de behoeften, zoals betaalbare prijzen, van specifieke maatschappelijke groeperingen, met name eindgebruikers met een handicap, oudere eindgebruikers en eindgebruikers met speciale sociale behoeften, evenals keuzevrijheid en gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap.".
Art.38. L'article 6 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 6. Dans l'accomplissement des tâches qui lui incombent en vertu de la présente loi, l'Institut:
1° promeut la connectivité et l'accès à des réseaux à très haute capacité, y compris des réseaux fixes, mobiles et sans fil, et la pénétration de tels réseaux;
2° promeut la concurrence dans la fourniture de réseaux de communications électroniques et de ressources associées, y compris une concurrence efficace fondée sur les infrastructures, et dans la fourniture de services de communications électroniques et de services associés;
3° contribue au développement du marché intérieur en éliminant les derniers obstacles à l'investissement dans les réseaux de communications électroniques, les services de communications électroniques, les ressources associées et les services associés et à la fourniture de ces réseaux, services et ressources, et en facilitant les conditions de convergence en faveur de cet investissement; en élaborant des règles communes et des approches régulatrices prévisibles; en favorisant l'utilisation efficace, efficiente et coordonnée du spectre radioélectrique, l'innovation ouverte, l'établissement et le développement de réseaux transeuropéens, la fourniture, la disponibilité et l'interopérabilité de services paneuropéens et la connectivité de bout en bout;
4° promeut les intérêts des citoyens, en assurant la connectivité et la disponibilité et la pénétration à grande échelle des réseaux à très haute capacité, y compris les réseaux fixes, mobiles et sans fil, et des services de communications électroniques; en offrant un maximum d'avantages en termes de choix, de prix et de qualité sur la base d'une concurrence effective; en préservant la sécurité des réseaux et services; en assurant un niveau commun élevé de protection des utilisateurs finaux grâce à la réglementation sectorielle nécessaire et en répondant aux besoins, tels que des prix abordables, de groupes sociaux particuliers, notamment les utilisateurs finaux handicapés, les utilisateurs finaux âgés et les utilisateurs finaux ayant des besoins sociaux particuliers, ainsi qu'en assurant un accès et un choix équivalents pour les utilisateurs finaux handicapés.".
"Art. 6. Dans l'accomplissement des tâches qui lui incombent en vertu de la présente loi, l'Institut:
1° promeut la connectivité et l'accès à des réseaux à très haute capacité, y compris des réseaux fixes, mobiles et sans fil, et la pénétration de tels réseaux;
2° promeut la concurrence dans la fourniture de réseaux de communications électroniques et de ressources associées, y compris une concurrence efficace fondée sur les infrastructures, et dans la fourniture de services de communications électroniques et de services associés;
3° contribue au développement du marché intérieur en éliminant les derniers obstacles à l'investissement dans les réseaux de communications électroniques, les services de communications électroniques, les ressources associées et les services associés et à la fourniture de ces réseaux, services et ressources, et en facilitant les conditions de convergence en faveur de cet investissement; en élaborant des règles communes et des approches régulatrices prévisibles; en favorisant l'utilisation efficace, efficiente et coordonnée du spectre radioélectrique, l'innovation ouverte, l'établissement et le développement de réseaux transeuropéens, la fourniture, la disponibilité et l'interopérabilité de services paneuropéens et la connectivité de bout en bout;
4° promeut les intérêts des citoyens, en assurant la connectivité et la disponibilité et la pénétration à grande échelle des réseaux à très haute capacité, y compris les réseaux fixes, mobiles et sans fil, et des services de communications électroniques; en offrant un maximum d'avantages en termes de choix, de prix et de qualité sur la base d'une concurrence effective; en préservant la sécurité des réseaux et services; en assurant un niveau commun élevé de protection des utilisateurs finaux grâce à la réglementation sectorielle nécessaire et en répondant aux besoins, tels que des prix abordables, de groupes sociaux particuliers, notamment les utilisateurs finaux handicapés, les utilisateurs finaux âgés et les utilisateurs finaux ayant des besoins sociaux particuliers, ainsi qu'en assurant un accès et un choix équivalents pour les utilisateurs finaux handicapés.".
Art.39. Artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 7. Bij het nastreven van de in artikel 6 bedoelde en in dit artikel gespecificeerde doelstellingen doet het Instituut onder meer het volgende:
1° het bevordert de voorspelbaarheid van de regelgeving door middel van een consistente aanpak van de regelgeving tijdens geschikte herzieningsperioden en door samen te werken met de andere nationale regelgevende instanties, met Berec, met de RSPG en met de Europese Commissie;
2° het waarborgt dat er bij gelijke omstandigheden geen discriminatie plaatsvindt bij de behandeling van aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten;
3° het past het Europese Unierecht toe op technologisch neutrale wijze, voor zover dat in overeenstemming is met de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 6;
4° het bevordert efficiënte investeringen en innovatie in nieuwe en betere infrastructuur, onder meer door ervoor te zorgen dat er in de toegangsverplichtingen voldoende rekening wordt gehouden met de risico's die de investerende ondernemingen lopen, en door samenwerkingsafspraken toe te staan tussen investeerders en partijen die toegang willen hebben teneinde het investeringsrisico te spreiden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de mededinging op de markt en het non-discriminatiebeginsel niet in het gedrang komen;
5° het houdt naar behoren rekening met de uiteenlopende omstandigheden betreffende infrastructuur, mededinging, de omstandigheden van eindgebruikers en met name van consumenten die in de verschillende geografische gebieden binnen een lidstaat bestaan, inclusief lokale infrastructuur die door natuurlijke personen zonder winstoogmerk wordt beheerd;
6° het legt voorafgaande regelgevende verplichtingen uitsluitend op voor zover dit noodzakelijk is om, in het belang van de eindgebruiker, effectieve en duurzame mededinging te waarborgen, en het verlicht die verplichtingen of heft ze op zodra er aan die voorwaarde is voldaan.".
"Art. 7. Bij het nastreven van de in artikel 6 bedoelde en in dit artikel gespecificeerde doelstellingen doet het Instituut onder meer het volgende:
1° het bevordert de voorspelbaarheid van de regelgeving door middel van een consistente aanpak van de regelgeving tijdens geschikte herzieningsperioden en door samen te werken met de andere nationale regelgevende instanties, met Berec, met de RSPG en met de Europese Commissie;
2° het waarborgt dat er bij gelijke omstandigheden geen discriminatie plaatsvindt bij de behandeling van aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten;
3° het past het Europese Unierecht toe op technologisch neutrale wijze, voor zover dat in overeenstemming is met de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 6;
4° het bevordert efficiënte investeringen en innovatie in nieuwe en betere infrastructuur, onder meer door ervoor te zorgen dat er in de toegangsverplichtingen voldoende rekening wordt gehouden met de risico's die de investerende ondernemingen lopen, en door samenwerkingsafspraken toe te staan tussen investeerders en partijen die toegang willen hebben teneinde het investeringsrisico te spreiden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de mededinging op de markt en het non-discriminatiebeginsel niet in het gedrang komen;
5° het houdt naar behoren rekening met de uiteenlopende omstandigheden betreffende infrastructuur, mededinging, de omstandigheden van eindgebruikers en met name van consumenten die in de verschillende geografische gebieden binnen een lidstaat bestaan, inclusief lokale infrastructuur die door natuurlijke personen zonder winstoogmerk wordt beheerd;
6° het legt voorafgaande regelgevende verplichtingen uitsluitend op voor zover dit noodzakelijk is om, in het belang van de eindgebruiker, effectieve en duurzame mededinging te waarborgen, en het verlicht die verplichtingen of heft ze op zodra er aan die voorwaarde is voldaan.".
Art.39. L'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 7. Afin de poursuivre les objectifs visés à l'article 6 et précisés par le présent article, l'Institut s'attache, entre autres, à:
1° promouvoir la prévisibilité de la régulation en assurant une approche de la régulation cohérente sur des périodes de révision appropriées et en coopérant avec les autres autorités de régulation nationales, avec l'ORECE, avec le RSPG et avec la Commission européenne;
2° veiller à ce que, dans des circonstances similaires, il n'y ait pas de discrimination dans le traitement des fournisseurs de réseaux et services de communications électroniques;
3° appliquer le droit de l'Union européenne d'une manière technologiquement neutre, dans la mesure où cela est compatible avec la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6;
4° promouvoir des investissements efficaces et l'innovation dans des infrastructures nouvelles et améliorées, notamment en veillant à ce que toute obligation d'accès tienne dûment compte du risque encouru par les entreprises qui investissent et en permettant diverses modalités de coopération entre les investisseurs et les parties qui recherchent un accès, afin de diversifier le risque d'investissement, tout en veillant à ce que la concurrence sur le marché et le principe de non-discrimination soient respectés;
5° tenir dûment compte de la diversité des conditions en matière d'infrastructures, de concurrence, et des situations des utilisateurs finaux et, en particulier, des consommateurs dans les différentes zones géographiques d'un Etat membre, y compris les infrastructures locales gérées par des personnes physiques dans un but non lucratif;
6° n'imposer des obligations règlementaires ex ante que dans la mesure nécessaire pour garantir une concurrence effective et durable dans l'intérêt des utilisateurs finaux, et suspendre ou supprimer de telles obligations dès qu'il est satisfait à cette condition.".
"Art. 7. Afin de poursuivre les objectifs visés à l'article 6 et précisés par le présent article, l'Institut s'attache, entre autres, à:
1° promouvoir la prévisibilité de la régulation en assurant une approche de la régulation cohérente sur des périodes de révision appropriées et en coopérant avec les autres autorités de régulation nationales, avec l'ORECE, avec le RSPG et avec la Commission européenne;
2° veiller à ce que, dans des circonstances similaires, il n'y ait pas de discrimination dans le traitement des fournisseurs de réseaux et services de communications électroniques;
3° appliquer le droit de l'Union européenne d'une manière technologiquement neutre, dans la mesure où cela est compatible avec la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6;
4° promouvoir des investissements efficaces et l'innovation dans des infrastructures nouvelles et améliorées, notamment en veillant à ce que toute obligation d'accès tienne dûment compte du risque encouru par les entreprises qui investissent et en permettant diverses modalités de coopération entre les investisseurs et les parties qui recherchent un accès, afin de diversifier le risque d'investissement, tout en veillant à ce que la concurrence sur le marché et le principe de non-discrimination soient respectés;
5° tenir dûment compte de la diversité des conditions en matière d'infrastructures, de concurrence, et des situations des utilisateurs finaux et, en particulier, des consommateurs dans les différentes zones géographiques d'un Etat membre, y compris les infrastructures locales gérées par des personnes physiques dans un but non lucratif;
6° n'imposer des obligations règlementaires ex ante que dans la mesure nécessaire pour garantir une concurrence effective et durable dans l'intérêt des utilisateurs finaux, et suspendre ou supprimer de telles obligations dès qu'il est satisfait à cette condition.".
Art.40. Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.40. L'article 8 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est abrogé.
Art.41. Artikel 8/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.41. L'article 8/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est abrogé.
Art.42. In artikel 9 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt:
" § 1. Met uitzondering van de nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten kan het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of van voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, onverminderd artikel 13/1, pas aangevat worden na een kennisgeving aan het Instituut die de volgende elementen bevat:
1° de naam van de aanbieder;
2° de rechtsstatus, de vorm en het registratienummer van de aanbieder, de plaats waar de aanbieder ingeschreven staat in een handelsregister of een soortgelijk openbaar register in de Europese Unie ;
3° in voorkomend geval, het geografische adres van de hoofdvestiging van de aanbieder in de Europese Unie en, in voorkomend geval, van elk bijkantoor in België;
4° in voorkomend geval, het websiteadres van de aanbieder dat wordt gebruikt voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
5° een contactpersoon en contactgegevens;
6° een korte beschrijving van de aan te bieden netwerken of diensten;
7° de betrokken lidstaten; en
8° de datum waarop de activiteiten vermoedelijk van start gaan.
§ 2. Het Instituut geeft binnen een week na de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving, een standaardverklaring af aan de onderneming waarin, in voorkomend geval, wordt bevestigd dat de onderneming deze kennisgeving heeft verricht.
In die verklaring wordt gestipuleerd onder welke voorwaarden deze onderneming het recht heeft om faciliteiten te installeren, te onderhandelen over interconnectie en toegang of interconnectie te verkrijgen teneinde de uitoefening van die rechten, bijvoorbeeld op andere bestuursniveaus of tegenover andere ondernemingen, te vergemakkelijken.
In voorkomend geval kan die verklaring ook automatisch worden afgegeven naar aanleiding van de kennisgeving.
Deze standaardverklaring doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om te beschouwen dat de betreffende onderneming een kennisgeving heeft verricht, zonder daartoe verplicht te zijn.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "Iedere operator" vervangen door de woorden "Iedere onderneming die onderworpen is aan de in paragraaf 1 bedoelde verplichting,";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Het Instituut stelt de nadere regels vast voor de kennisgevingen bedoeld in de paragrafen 1 en 3.
Het Instituut zendt Berec deze kennisgevingen onverwijld langs elektronische weg toe.
Daartoe kan de Koning de ondernemingen die de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving hebben gedaan, verplichten om een nieuwe kennisgeving te verrichten in overeenstemming met het formaat dat Hij vaststelt.
Het Instituut publiceert op zijn website een lijst van de ondernemingen die een kennisgeving hebben gedaan overeenkomstig paragraaf 1. Het Instituut verwijdert van die lijst de ondernemingen die hun activiteit hebben stopgezet.";
4° de paragrafen 8 worden opgeheven.
1° paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt:
" § 1. Met uitzondering van de nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten kan het aanbieden van openbare elektronische-communicatienetwerken of van voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, onverminderd artikel 13/1, pas aangevat worden na een kennisgeving aan het Instituut die de volgende elementen bevat:
1° de naam van de aanbieder;
2° de rechtsstatus, de vorm en het registratienummer van de aanbieder, de plaats waar de aanbieder ingeschreven staat in een handelsregister of een soortgelijk openbaar register in de Europese Unie ;
3° in voorkomend geval, het geografische adres van de hoofdvestiging van de aanbieder in de Europese Unie en, in voorkomend geval, van elk bijkantoor in België;
4° in voorkomend geval, het websiteadres van de aanbieder dat wordt gebruikt voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
5° een contactpersoon en contactgegevens;
6° een korte beschrijving van de aan te bieden netwerken of diensten;
7° de betrokken lidstaten; en
8° de datum waarop de activiteiten vermoedelijk van start gaan.
§ 2. Het Instituut geeft binnen een week na de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving, een standaardverklaring af aan de onderneming waarin, in voorkomend geval, wordt bevestigd dat de onderneming deze kennisgeving heeft verricht.
In die verklaring wordt gestipuleerd onder welke voorwaarden deze onderneming het recht heeft om faciliteiten te installeren, te onderhandelen over interconnectie en toegang of interconnectie te verkrijgen teneinde de uitoefening van die rechten, bijvoorbeeld op andere bestuursniveaus of tegenover andere ondernemingen, te vergemakkelijken.
In voorkomend geval kan die verklaring ook automatisch worden afgegeven naar aanleiding van de kennisgeving.
Deze standaardverklaring doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om te beschouwen dat de betreffende onderneming een kennisgeving heeft verricht, zonder daartoe verplicht te zijn.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "Iedere operator" vervangen door de woorden "Iedere onderneming die onderworpen is aan de in paragraaf 1 bedoelde verplichting,";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Het Instituut stelt de nadere regels vast voor de kennisgevingen bedoeld in de paragrafen 1 en 3.
Het Instituut zendt Berec deze kennisgevingen onverwijld langs elektronische weg toe.
Daartoe kan de Koning de ondernemingen die de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving hebben gedaan, verplichten om een nieuwe kennisgeving te verrichten in overeenstemming met het formaat dat Hij vaststelt.
Het Instituut publiceert op zijn website een lijst van de ondernemingen die een kennisgeving hebben gedaan overeenkomstig paragraaf 1. Het Instituut verwijdert van die lijst de ondernemingen die hun activiteit hebben stopgezet.";
4° de paragrafen 8 worden opgeheven.
Art.42. Dans l'article 9 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
" § 1er. A l'exception des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public ne peut débuter, sans préjudice de l'article 13/1, qu'après une notification à l'Institut contenant les éléments suivants:
1° le nom du fournisseur;
2° le statut et la forme juridiques ainsi que le numéro d'enregistrement du fournisseur, le lieu où il est enregistré dans un registre de commerce ou dans un registre public similaire dans l'Union européenne;
3° l'adresse géographique de l'éventuel établissement principal du fournisseur dans l'Union européenne et, le cas échéant, de toute succursale en Belgique;
4° l'adresse, le cas échéant, du site internet du fournisseur lié aux activités de fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques;
5° une personne de contact et ses coordonnées;
6° une brève description des réseaux ou services dont la fourniture est prévue;
7° les Etats membres concernés; et
8° une estimation de la date de lancement de l'activité.
§ 2. Dans un délai d'une semaine à compter de la notification visée au paragraphe 1er, l'Institut délivre à l'entreprise une déclaration uniformisée confirmant, s'il y a lieu, qu'elle a fait cette notification.
Cette déclaration détaille les circonstances dans lesquelles cette entreprise a le droit de mettre en place des ressources, de négocier une interconnexion et d'obtenir un accès ou une interconnexion afin de faciliter l'exercice de ces droits, par exemple à d'autres niveaux de pouvoir ou par rapport à d'autres entreprises.
Cette déclaration peut également, le cas échéant, être délivrée sous forme de réponse automatique à la suite de la notification.
Cette déclaration uniformisée ne porte pas préjudice au pouvoir de l'Institut de considérer que l'entreprise concernée a effectué une notification sans y être obligée.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "Chaque opérateur" sont remplacés par les mots "Chaque entreprise soumise à l'obligation visée au paragraphe 1er";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. L'Institut fixe les modalités des notifications visées aux paragraphes 1er et 3.
L'Institut transmet ces notifications à l'ORECE sans délai et par la voie électronique.
A cette fin, le Roi peut obliger les entreprises qui ont effectué la notification visée au paragraphe 1er, à effectuer une nouvelle notification conforme au format qu'Il détermine.
L'Institut publie sur son site Internet une liste des entreprises ayant fait une notification conformément au paragraphe 1er. L'Institut retire de cette liste les entreprises qui ont mis fin à leur activité.";
4° les paragraphes 8 sont abrogés.
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
" § 1er. A l'exception des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, la fourniture de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public ne peut débuter, sans préjudice de l'article 13/1, qu'après une notification à l'Institut contenant les éléments suivants:
1° le nom du fournisseur;
2° le statut et la forme juridiques ainsi que le numéro d'enregistrement du fournisseur, le lieu où il est enregistré dans un registre de commerce ou dans un registre public similaire dans l'Union européenne;
3° l'adresse géographique de l'éventuel établissement principal du fournisseur dans l'Union européenne et, le cas échéant, de toute succursale en Belgique;
4° l'adresse, le cas échéant, du site internet du fournisseur lié aux activités de fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques;
5° une personne de contact et ses coordonnées;
6° une brève description des réseaux ou services dont la fourniture est prévue;
7° les Etats membres concernés; et
8° une estimation de la date de lancement de l'activité.
§ 2. Dans un délai d'une semaine à compter de la notification visée au paragraphe 1er, l'Institut délivre à l'entreprise une déclaration uniformisée confirmant, s'il y a lieu, qu'elle a fait cette notification.
Cette déclaration détaille les circonstances dans lesquelles cette entreprise a le droit de mettre en place des ressources, de négocier une interconnexion et d'obtenir un accès ou une interconnexion afin de faciliter l'exercice de ces droits, par exemple à d'autres niveaux de pouvoir ou par rapport à d'autres entreprises.
Cette déclaration peut également, le cas échéant, être délivrée sous forme de réponse automatique à la suite de la notification.
Cette déclaration uniformisée ne porte pas préjudice au pouvoir de l'Institut de considérer que l'entreprise concernée a effectué une notification sans y être obligée.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "Chaque opérateur" sont remplacés par les mots "Chaque entreprise soumise à l'obligation visée au paragraphe 1er";
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. L'Institut fixe les modalités des notifications visées aux paragraphes 1er et 3.
L'Institut transmet ces notifications à l'ORECE sans délai et par la voie électronique.
A cette fin, le Roi peut obliger les entreprises qui ont effectué la notification visée au paragraphe 1er, à effectuer une nouvelle notification conforme au format qu'Il détermine.
L'Institut publie sur son site Internet une liste des entreprises ayant fait une notification conformément au paragraphe 1er. L'Institut retire de cette liste les entreprises qui ont mis fin à leur activité.";
4° les paragraphes 8 sont abrogés.
Art.43. In artikel 10 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de Franse tekst worden de woorden "permettant de fournir des" vervangen door de woorden "relatives à la fourniture de";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "met gemachtigde aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten of -netwerken" vervangen door de woorden "met aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten die houder zijn van een algemene machtiging en desgevallend toegang tot of interconnectie met het netwerk van deze aanbieders verkrijgen;";
2° de leden 2 en 3 worden opgeheven.
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de Franse tekst worden de woorden "permettant de fournir des" vervangen door de woorden "relatives à la fourniture de";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "met gemachtigde aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten of -netwerken" vervangen door de woorden "met aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten die houder zijn van een algemene machtiging en desgevallend toegang tot of interconnectie met het netwerk van deze aanbieders verkrijgen;";
2° de leden 2 en 3 worden opgeheven.
Art.43. Dans l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "permettant de fournir des" sont remplacés par les mots "relatives à la fourniture de";
b) au 1°, les mots "avec des fournisseurs de services ou réseaux publics de communications électroniques autorisés" sont remplacés par les mots "avec des fournisseurs de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public titulaires d'une autorisation générale, et, s'il y a lieu, obtenir l'accès au réseau de ces fournisseurs ou l'interconnexion avec celui-ci;";
2° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "permettant de fournir des" sont remplacés par les mots "relatives à la fourniture de";
b) au 1°, les mots "avec des fournisseurs de services ou réseaux publics de communications électroniques autorisés" sont remplacés par les mots "avec des fournisseurs de réseaux publics de communications électroniques ou de services de communications électroniques accessibles au public titulaires d'une autorisation générale, et, s'il y a lieu, obtenir l'accès au réseau de ces fournisseurs ou l'interconnexion avec celui-ci;";
2° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art.44. In titel II van dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen als volgt:
"Hoofdstuk II. Het gebruik van de nummers en van het radiospectrum".
"Hoofdstuk II. Het gebruik van de nummers en van het radiospectrum".
Art.44. Dans le titre II de la même loi, l'intitulé du chapitre II est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre II. L'utilisation des numéros et du spectre radioélectrique".
"Chapitre II. L'utilisation des numéros et du spectre radioélectrique".
Art.45. In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "Onverminderd de bevoegdheden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie," opgeheven;
b) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de bepalingen onder 3° en 4° worden vervangen als volgt:
"3° eisen inzake nummeroverdraagbaarheid;
4° de verplichting om aan de in de openbare telefoongidsen opgenomen eindgebruikers informatie te verstrekken;";
ii) het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 5° tot 9°, luidende:
"5° de maximumduur, onder voorbehoud van wijzigingen van het nationale nummerplan;
6° de betaling van de gebruiksheffingen overeenkomstig artikel 30;
7° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers;
8° de overdracht van gebruiksrechten op initiatief van de houder ervan, en de daarvoor geldende voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat het gebruiksrecht voor een nummer bindend is voor alle ondernemingen waaraan de rechten worden overgedragen;
9° verplichtingen inzake het extraterritoriaal gebruik van nummers binnen de Europese Unie teneinde de naleving te waarborgen van voorschriften inzake consumentenbescherming en andere nummergerelateerde voorschriften in de andere lidstaten dan de lidstaat van de landcode.";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut kan ook voor het aanbieden van specifieke diensten aan andere ondernemingen dan operatoren van elektronische-communicatienetwerken of -diensten gebruiksrechten verlenen voor nummervoorraden uit de nationale nummerplannen mits passende nummervoorraden ter beschikking worden gesteld om tegemoet te komen aan de bestaande en te voorziene toekomstige vraag. Die ondernemingen tonen aan dat zij in staat zijn de nummervoorraden te beheren en te voldoen aan alle toepasselijke voorschriften. Wanneer er een aantoonbaar risico op uitputting van de nummervoorraden bestaat, kan het Instituut de toekenning van gebruiksrechten voor nummervoorraden aan ondernemingen opschorten.";
2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Het Instituut stelt een reeks niet-geografische nummers beschikbaar die kunnen worden gebruikt voor het aanbieden van andere elektronische-communicatiediensten dan interpersoonlijke communicatiediensten op het hele grondgebied van de Europese Unie.
Indien de gebruiksrechten voor nummervoorraden extraterritoriaal gebruik binnen de Europese Unie omvatten, verbindt het Instituut aan die gebruiksrechten specifieke voorwaarden, om te waarborgen dat alle relevante nationale regels inzake consumentenbescherming en de nationale regelgeving in verband met het gebruik van nummervoorraden die van toepassing is in de lidstaten waar de nummervoorraden worden gebruikt, worden nageleefd.
Op verzoek van een nationale regelgevende instantie of andere bevoegde instantie van een lidstaat waar de nummervoorraden worden gebruikt, die aantoont dat inbreuk is gepleegd op de toepasselijke regelgeving inzake consumentenbescherming of nationale wetgeving inzake het gebruik van nummervoorraden van die lidstaat, handhaaft het Instituut de krachtens het tweede lid aan het gebruiksrecht verbonden voorwaarden.
Wanneer overeenkomstig het eerste lid gebruiksrechten voor nummervoorraden zijn verleend aan andere ondernemingen dan operatoren van elektronische-communicatienetwerken of -diensten, geldt deze paragraaf voor de specifieke diensten voor het aanbieden waarvan de gebruiksrechten zijn verleend.
In ernstige gevallen kan het Instituut het recht op extraterritoriaal gebruik van de aan de betrokken onderneming toegekende nummervoorraden intrekken.";
3° paragraaf 3, derde lid, wordt aangevuld met de woorden ", gelet op het nagestreefde doel, rekening houdend met de noodzaak van een passende periode voor de afschrijving van investeringen. Het Instituut kan de gebruiksrechten niet vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn, beperken of intrekken, behalve in met redenen omklede gevallen";
4° in paragraaf 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "aan wie telefoonnummers" vervangen door de woorden "van diensten aan wie nummers";
b) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de bepaling onder 1° worden de woorden "waarbij de ontvangende operator het proces leidt en" ingevoegd tussen de woorden "bij de overdracht betrokken partijen" en de woorden "waarbij de uitvoeringstermijn";
ii) in de bepaling onder 1° worden de woorden "de abonnee" telkens vervangen door de woorden "de eindgebruiker";
iii) in de bepaling onder 3° worden de woorden "de abonnees" vervangen door de woorden "de eindgebruikers";
iv) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "en de eindgebruiker betaalt geen directe kosten";
v) in de bepaling onder 4° worden de woorden "aan de abonnees" vervangen door de woorden "aan de eindgebruikers";
vi) de paragraaf wordt aangevuld met vier leden, luidende:
"Indien het overdrachtsproces mislukt, reactiveert de overdragende operator het nummer en de daarmee verbonden diensten van de eindgebruiker tot de overdracht is gelukt. De overdragende operator blijft zijn diensten onder dezelfde voorwaarden aanbieden tot de diensten van de ontvangende operator geactiveerd zijn. Operatoren van wie de toegangsnetwerken of -faciliteiten door de overdragende of de ontvangende operator, of beiden, worden gebruikt, zorgen ervoor dat er geen dienstonderbreking plaatsvindt waardoor het overstap- en overdrachtsproces vertraging oplopen.
De ontvangende en de overdragende operator werken te goeder trouw samen. Zij veroorzaken geen vertraging of misbruik van de overstap- en overdrachtsprocessen en evenmin dragen zij nummers over of zetten zij eindgebruikers over zonder uitdrukkelijke toestemming van die eindgebruikers. De contracten tussen de eindgebruikers en de overdragende operator worden automatisch opgezegd wanneer het overstapproces is afgerond.
Waar technisch haalbaar zal de provisionering van simkaarten plaatsvinden via herdistributie en gesynchroniseerd worden met de nummeroverdracht. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan hiervoor de processen vastleggen.
Bij vooruitbetaalde diensten betaalt de overdragende operator op verzoek eventueel resterende tegoeden terug aan de consument. Voor restitutie kan slechts een vergoeding worden gevraagd indien dit in het contract is vermeld. Een dergelijke vergoeding is evenredig en staat in verhouding tot de werkelijke kosten die de overdragende operator heeft gemaakt om de restitutie aan te bieden. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de nadere regels voor de uitvoering van de verplichtingen van dit lid bepalen.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "Onverminderd de bevoegdheden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie," opgeheven;
b) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de bepalingen onder 3° en 4° worden vervangen als volgt:
"3° eisen inzake nummeroverdraagbaarheid;
4° de verplichting om aan de in de openbare telefoongidsen opgenomen eindgebruikers informatie te verstrekken;";
ii) het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 5° tot 9°, luidende:
"5° de maximumduur, onder voorbehoud van wijzigingen van het nationale nummerplan;
6° de betaling van de gebruiksheffingen overeenkomstig artikel 30;
7° de naleving van alle relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van nummers;
8° de overdracht van gebruiksrechten op initiatief van de houder ervan, en de daarvoor geldende voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat het gebruiksrecht voor een nummer bindend is voor alle ondernemingen waaraan de rechten worden overgedragen;
9° verplichtingen inzake het extraterritoriaal gebruik van nummers binnen de Europese Unie teneinde de naleving te waarborgen van voorschriften inzake consumentenbescherming en andere nummergerelateerde voorschriften in de andere lidstaten dan de lidstaat van de landcode.";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut kan ook voor het aanbieden van specifieke diensten aan andere ondernemingen dan operatoren van elektronische-communicatienetwerken of -diensten gebruiksrechten verlenen voor nummervoorraden uit de nationale nummerplannen mits passende nummervoorraden ter beschikking worden gesteld om tegemoet te komen aan de bestaande en te voorziene toekomstige vraag. Die ondernemingen tonen aan dat zij in staat zijn de nummervoorraden te beheren en te voldoen aan alle toepasselijke voorschriften. Wanneer er een aantoonbaar risico op uitputting van de nummervoorraden bestaat, kan het Instituut de toekenning van gebruiksrechten voor nummervoorraden aan ondernemingen opschorten.";
2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Het Instituut stelt een reeks niet-geografische nummers beschikbaar die kunnen worden gebruikt voor het aanbieden van andere elektronische-communicatiediensten dan interpersoonlijke communicatiediensten op het hele grondgebied van de Europese Unie.
Indien de gebruiksrechten voor nummervoorraden extraterritoriaal gebruik binnen de Europese Unie omvatten, verbindt het Instituut aan die gebruiksrechten specifieke voorwaarden, om te waarborgen dat alle relevante nationale regels inzake consumentenbescherming en de nationale regelgeving in verband met het gebruik van nummervoorraden die van toepassing is in de lidstaten waar de nummervoorraden worden gebruikt, worden nageleefd.
Op verzoek van een nationale regelgevende instantie of andere bevoegde instantie van een lidstaat waar de nummervoorraden worden gebruikt, die aantoont dat inbreuk is gepleegd op de toepasselijke regelgeving inzake consumentenbescherming of nationale wetgeving inzake het gebruik van nummervoorraden van die lidstaat, handhaaft het Instituut de krachtens het tweede lid aan het gebruiksrecht verbonden voorwaarden.
Wanneer overeenkomstig het eerste lid gebruiksrechten voor nummervoorraden zijn verleend aan andere ondernemingen dan operatoren van elektronische-communicatienetwerken of -diensten, geldt deze paragraaf voor de specifieke diensten voor het aanbieden waarvan de gebruiksrechten zijn verleend.
In ernstige gevallen kan het Instituut het recht op extraterritoriaal gebruik van de aan de betrokken onderneming toegekende nummervoorraden intrekken.";
3° paragraaf 3, derde lid, wordt aangevuld met de woorden ", gelet op het nagestreefde doel, rekening houdend met de noodzaak van een passende periode voor de afschrijving van investeringen. Het Instituut kan de gebruiksrechten niet vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn, beperken of intrekken, behalve in met redenen omklede gevallen";
4° in paragraaf 7 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "aan wie telefoonnummers" vervangen door de woorden "van diensten aan wie nummers";
b) in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de bepaling onder 1° worden de woorden "waarbij de ontvangende operator het proces leidt en" ingevoegd tussen de woorden "bij de overdracht betrokken partijen" en de woorden "waarbij de uitvoeringstermijn";
ii) in de bepaling onder 1° worden de woorden "de abonnee" telkens vervangen door de woorden "de eindgebruiker";
iii) in de bepaling onder 3° worden de woorden "de abonnees" vervangen door de woorden "de eindgebruikers";
iv) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "en de eindgebruiker betaalt geen directe kosten";
v) in de bepaling onder 4° worden de woorden "aan de abonnees" vervangen door de woorden "aan de eindgebruikers";
vi) de paragraaf wordt aangevuld met vier leden, luidende:
"Indien het overdrachtsproces mislukt, reactiveert de overdragende operator het nummer en de daarmee verbonden diensten van de eindgebruiker tot de overdracht is gelukt. De overdragende operator blijft zijn diensten onder dezelfde voorwaarden aanbieden tot de diensten van de ontvangende operator geactiveerd zijn. Operatoren van wie de toegangsnetwerken of -faciliteiten door de overdragende of de ontvangende operator, of beiden, worden gebruikt, zorgen ervoor dat er geen dienstonderbreking plaatsvindt waardoor het overstap- en overdrachtsproces vertraging oplopen.
De ontvangende en de overdragende operator werken te goeder trouw samen. Zij veroorzaken geen vertraging of misbruik van de overstap- en overdrachtsprocessen en evenmin dragen zij nummers over of zetten zij eindgebruikers over zonder uitdrukkelijke toestemming van die eindgebruikers. De contracten tussen de eindgebruikers en de overdragende operator worden automatisch opgezegd wanneer het overstapproces is afgerond.
Waar technisch haalbaar zal de provisionering van simkaarten plaatsvinden via herdistributie en gesynchroniseerd worden met de nummeroverdracht. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan hiervoor de processen vastleggen.
Bij vooruitbetaalde diensten betaalt de overdragende operator op verzoek eventueel resterende tegoeden terug aan de consument. Voor restitutie kan slechts een vergoeding worden gevraagd indien dit in het contract is vermeld. Een dergelijke vergoeding is evenredig en staat in verhouding tot de werkelijke kosten die de overdragende operator heeft gemaakt om de restitutie aan te bieden. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de nadere regels voor de uitvoering van de verplichtingen van dit lid bepalen.".
Art.45. Dans l'article 11 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "sans préjudice des compétences de la Commission d'éthique pour les télécommunications" sont abrogés;
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) les 3° et 4° sont remplacés par ce qui suit:
"3° exigences concernant la portabilité du numéro;
4° l'obligation de fournir des informations destinées aux utilisateurs finaux sur la fourniture de services de renseignements téléphoniques accessibles au public;";
ii) l'alinéa 2 est complété par les 5° à 9° rédigés comme suit:
"5° la durée maximale, sous réserve de modifications du plan national de numérotation;
6° le paiement des redevances d'utilisation conformément à l'article 30;
7° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation de numéros;
8° la cession de droits d'utilisation à l'initiative du titulaire des droits et conditions applicables à la cession, y compris toute condition visant à rendre le droit d'utilisation d'un numéro contraignant pour toutes les entreprises auxquelles les droits sont cédés;
9° les obligations relatives à l'utilisation extraterritoriale de numéros au sein de l'Union européenne afin de garantir le respect des règles en matière de protection des consommateurs et des autres règles concernant les numéros dans les Etats membres autres que celui de l'indicatif de pays.";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut peut aussi octroyer à des entreprises autres que les opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques des droits d'utilisation de ressources de numérotation provenant des plans nationaux de numérotation en vue de la fourniture de services spécifiques, à condition que des ressources de numérotation adéquates soient mises à disposition pour satisfaire la demande actuelle et la demande future prévisible. Ces entreprises démontrent leur capacité à gérer les ressources de numérotation et à respecter toute exigence pertinente. L'Institut peut suspendre la poursuite de l'octroi de droits d'utilisation de ressources de numérotation aux entreprises en question si l'existence d'un risque d'épuisement de ces ressources est démontrée.";
2° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. L'Institut met à disposition une série de numéros non géographiques qui peuvent être utilisés pour la fourniture de services de communications électroniques autres que les services de communications interpersonnelles, sur l'ensemble du territoire de l'Union européenne.
Lorsque les droits d'utilisation de ressources de numérotation comprennent leur utilisation extraterritoriale au sein de l'Union européenne, l'Institut assortit ces droits d'utilisation de conditions particulières afin de garantir le respect de toutes les règles nationales pertinentes en matière de protection des consommateurs et de la législation nationale relative à l'utilisation des ressources de numérotation applicables dans les Etats membres où les ressources de numérotation sont utilisées.
A la demande d'une autorité de régulation nationale ou d'une autre autorité compétente d'un Etat membre dans lequel les ressources de numérotation sont utilisées, qui a démontré une violation des règles pertinentes en matière de protection des consommateurs ou de la législation nationale de ce même Etat membre relative à l'utilisation des ressources de numérotation, l'Institut fait respecter les conditions, visées à l'alinéa 2, dont les droits sont assortis.
Lorsque des droits d'utilisation de ressources de numérotation ont été octroyés conformément à l'alinéa 1er à des entreprises autres que des opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques, le présent paragraphe s'applique aux services spécifiques pour la fourniture desquels les droits d'utilisation ont été octroyés.
Dans les cas graves, l'Institut peut retirer les droits d'utilisation extraterritoriale des ressources de numérotation octroyés à l'entreprise concernée.";
3° le paragraphe 3, alinéa 3, est complété par les mots ", eu égard à l'objectif poursuivi, en tenant dûment compte de la nécessité de prévoir une période appropriée pour l'amortissement de l'investissement. L'Institut ne restreint ni ne retire des droits d'utilisation avant l'expiration de la période pour laquelle ils ont été octroyés, sauf dans des cas justifiés";
4° dans le paragraphe 7, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "auxquels des numéros de téléphone" sont remplacés par les mots "de services auxquels des numéros";
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) au 1°, les mots "dans le cadre duquel le nouvel opérateur pilote le processus et" sont insérés entre les mots "les parties concernées par le transfert" et les mots "dont le délai d'exécution";
ii) au 1°, les mots "l'abonné" sont à chaque fois remplacés par les mots "l'utilisateur final";
iii) au 3°, les mots "les abonnés" sont remplacés par les mots "les utilisateurs finaux";
iv) le 3° est complété par les mots "et aucun frais direct n'est appliqué à l'utilisateur final";
v) au 4° les mots "aux abonnés" sont remplacés par les mots "aux utilisateurs finaux";
vi) le paragraphe est complété par quatre alinéas rédigés comme suit:
"En cas d'échec de la procédure de portage, l'opérateur cédant réactive le numéro et les services connexes de l'utilisateur final jusqu'à ce que le portage aboutisse. L`opérateur cédant continue à fournir ses services aux mêmes conditions jusqu'à l'activation des services du nouvel opérateur. Les opérateurs dont les réseaux ou ressources en matière d'accès sont utilisés par l'opérateur cédant ou le nouvel opérateur, ou par les deux, veillent à ce qu'il n'y ait pas de perte de service susceptible de retarder les procédures de changement d'opérateur et de portage.
Le nouvel opérateur et l'opérateur cédant coopèrent de bonne foi. Ils ne retardent ni n'utilisent abusivement les procédures de changement d'opérateur et de portage et ils n'effectuent pas le portage d'un numéro et ne procèdent pas à un changement d'opérateur sans le consentement exprès de l'utilisateur final. Les contrats liant l'utilisateur final à l'opérateur cédant prennent automatiquement fin dès que la procédure de changement d'opérateur est menée à terme.
Lorsque cela est techniquement possible, le portage est effectué par activation à distance, sauf demande contraire de l'utilisateur final. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut définir les processus à cet effet.
L'opérateur cédant rembourse, sur demande, tout avoir éventuel au consommateur utilisant des services prépayés. Le remboursement ne peut donner lieu au prélèvement de frais que si le contrat le prévoit. Le cas échéant, le montant des frais est proportionné et en rapport avec les coûts réels supportés par l'opérateur cédant qui propose le remboursement. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut déterminer les modalités d'exécution des obligations de cet alinéa.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "sans préjudice des compétences de la Commission d'éthique pour les télécommunications" sont abrogés;
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) les 3° et 4° sont remplacés par ce qui suit:
"3° exigences concernant la portabilité du numéro;
4° l'obligation de fournir des informations destinées aux utilisateurs finaux sur la fourniture de services de renseignements téléphoniques accessibles au public;";
ii) l'alinéa 2 est complété par les 5° à 9° rédigés comme suit:
"5° la durée maximale, sous réserve de modifications du plan national de numérotation;
6° le paiement des redevances d'utilisation conformément à l'article 30;
7° le respect de tous les accords internationaux pertinents relatifs à l'utilisation de numéros;
8° la cession de droits d'utilisation à l'initiative du titulaire des droits et conditions applicables à la cession, y compris toute condition visant à rendre le droit d'utilisation d'un numéro contraignant pour toutes les entreprises auxquelles les droits sont cédés;
9° les obligations relatives à l'utilisation extraterritoriale de numéros au sein de l'Union européenne afin de garantir le respect des règles en matière de protection des consommateurs et des autres règles concernant les numéros dans les Etats membres autres que celui de l'indicatif de pays.";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut peut aussi octroyer à des entreprises autres que les opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques des droits d'utilisation de ressources de numérotation provenant des plans nationaux de numérotation en vue de la fourniture de services spécifiques, à condition que des ressources de numérotation adéquates soient mises à disposition pour satisfaire la demande actuelle et la demande future prévisible. Ces entreprises démontrent leur capacité à gérer les ressources de numérotation et à respecter toute exigence pertinente. L'Institut peut suspendre la poursuite de l'octroi de droits d'utilisation de ressources de numérotation aux entreprises en question si l'existence d'un risque d'épuisement de ces ressources est démontrée.";
2° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
" § 2/1. L'Institut met à disposition une série de numéros non géographiques qui peuvent être utilisés pour la fourniture de services de communications électroniques autres que les services de communications interpersonnelles, sur l'ensemble du territoire de l'Union européenne.
Lorsque les droits d'utilisation de ressources de numérotation comprennent leur utilisation extraterritoriale au sein de l'Union européenne, l'Institut assortit ces droits d'utilisation de conditions particulières afin de garantir le respect de toutes les règles nationales pertinentes en matière de protection des consommateurs et de la législation nationale relative à l'utilisation des ressources de numérotation applicables dans les Etats membres où les ressources de numérotation sont utilisées.
A la demande d'une autorité de régulation nationale ou d'une autre autorité compétente d'un Etat membre dans lequel les ressources de numérotation sont utilisées, qui a démontré une violation des règles pertinentes en matière de protection des consommateurs ou de la législation nationale de ce même Etat membre relative à l'utilisation des ressources de numérotation, l'Institut fait respecter les conditions, visées à l'alinéa 2, dont les droits sont assortis.
Lorsque des droits d'utilisation de ressources de numérotation ont été octroyés conformément à l'alinéa 1er à des entreprises autres que des opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques, le présent paragraphe s'applique aux services spécifiques pour la fourniture desquels les droits d'utilisation ont été octroyés.
Dans les cas graves, l'Institut peut retirer les droits d'utilisation extraterritoriale des ressources de numérotation octroyés à l'entreprise concernée.";
3° le paragraphe 3, alinéa 3, est complété par les mots ", eu égard à l'objectif poursuivi, en tenant dûment compte de la nécessité de prévoir une période appropriée pour l'amortissement de l'investissement. L'Institut ne restreint ni ne retire des droits d'utilisation avant l'expiration de la période pour laquelle ils ont été octroyés, sauf dans des cas justifiés";
4° dans le paragraphe 7, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "auxquels des numéros de téléphone" sont remplacés par les mots "de services auxquels des numéros";
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) au 1°, les mots "dans le cadre duquel le nouvel opérateur pilote le processus et" sont insérés entre les mots "les parties concernées par le transfert" et les mots "dont le délai d'exécution";
ii) au 1°, les mots "l'abonné" sont à chaque fois remplacés par les mots "l'utilisateur final";
iii) au 3°, les mots "les abonnés" sont remplacés par les mots "les utilisateurs finaux";
iv) le 3° est complété par les mots "et aucun frais direct n'est appliqué à l'utilisateur final";
v) au 4° les mots "aux abonnés" sont remplacés par les mots "aux utilisateurs finaux";
vi) le paragraphe est complété par quatre alinéas rédigés comme suit:
"En cas d'échec de la procédure de portage, l'opérateur cédant réactive le numéro et les services connexes de l'utilisateur final jusqu'à ce que le portage aboutisse. L`opérateur cédant continue à fournir ses services aux mêmes conditions jusqu'à l'activation des services du nouvel opérateur. Les opérateurs dont les réseaux ou ressources en matière d'accès sont utilisés par l'opérateur cédant ou le nouvel opérateur, ou par les deux, veillent à ce qu'il n'y ait pas de perte de service susceptible de retarder les procédures de changement d'opérateur et de portage.
Le nouvel opérateur et l'opérateur cédant coopèrent de bonne foi. Ils ne retardent ni n'utilisent abusivement les procédures de changement d'opérateur et de portage et ils n'effectuent pas le portage d'un numéro et ne procèdent pas à un changement d'opérateur sans le consentement exprès de l'utilisateur final. Les contrats liant l'utilisateur final à l'opérateur cédant prennent automatiquement fin dès que la procédure de changement d'opérateur est menée à terme.
Lorsque cela est techniquement possible, le portage est effectué par activation à distance, sauf demande contraire de l'utilisateur final. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut définir les processus à cet effet.
L'opérateur cédant rembourse, sur demande, tout avoir éventuel au consommateur utilisant des services prépayés. Le remboursement ne peut donner lieu au prélèvement de frais que si le contrat le prévoit. Le cas échéant, le montant des frais est proportionné et en rapport avec les coûts réels supportés par l'opérateur cédant qui propose le remboursement. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut déterminer les modalités d'exécution des obligations de cet alinéa.".
Art.46. In titel II, hoofdstuk II, van dezelfde wet, wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt:
"Afdeling 2. Radiospectrum".
"Afdeling 2. Radiospectrum".
Art.46. Dans le titre II, chapitre II, de la même loi, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit:
"Section 2. Spectre radioélectrique".
"Section 2. Spectre radioélectrique".
Art.47. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2 van dezelfde wet wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt:
"Onderafdeling 1. Principes van toepassing op het hele radiospectrum".
"Onderafdeling 1. Principes van toepassing op het hele radiospectrum".
Art.47. Dans le titre II, chapitre II, section 2, de la même loi, l'intitulé de la sous-section 1 est remplacé par ce qui suit:
"Sous-section 1re. Principes applicables à l'ensemble du spectre radioélectrique".
"Sous-section 1re. Principes applicables à l'ensemble du spectre radioélectrique".
Art.48. Artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 12. De artikelen 13/1 en 18 tot 24/2 zijn niet van toepassing op het gebruik van radiospectrum voor de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten.".
"Art. 12. De artikelen 13/1 en 18 tot 24/2 zijn niet van toepassing op het gebruik van radiospectrum voor de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten.".
Art.48. L'article 12 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 12. Les articles 13/1 et 18 à 24/2 ne sont pas applicables à l'utilisation du spectre radioélectrique pour la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores.".
"Art. 12. Les articles 13/1 et 18 à 24/2 ne sont pas applicables à l'utilisation du spectre radioélectrique pour la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores.".
Art.49. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "van het radiofrequentiespectrum" vervangen door de woorden "van het radiospectrum";
b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° het onderzoek van de aanvragen voor het gebruik van het radiospectrum, behoudens de aanvragen bestemd voor de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten;";
c) in de bepalingen onder 3° en 4° worden de woorden "de radiofrequenties" telkens vervangen door de woorden "het radiospectrum";
2° de leden 2 tot 4 worden vervangen als volgt:
"Het Instituut werkt samen met de gemeenschappen, met de bevoegde instanties bij de overige lidstaten van de Europese Unie en met de Europese Commissie bij de strategische planning, coördinatie en harmonisatie van het gebruik van het radiospectrum. Daartoe wordt rekening gehouden met de economische, veiligheids- en gezondheidsaspecten van het Uniebeleid, met maatschappelijke belangen, met de vrije meningsuiting, met culturele, wetenschappelijke, sociale en technische aspecten van het beleid van de Europese Unie, alsmede met de uiteenlopende belangen van de kringen van radiospectrumgebruikers met het oog op de optimalisatie van het gebruik van het radiospectrum en het vermijden van schadelijke storing. Het Instituut beoogt hierbij het bevorderen van de coördinatie van het radiospectrumbeleid in de Europese Unie en, in voorkomend geval, de harmonisatie van de voorwaarden inzake beschikbaarheid en efficiënt gebruik van het radiospectrum die vereist zijn voor het tot stand brengen en het functioneren van de interne markt van de Europese Unie op het gebied van elektronische communicatie.
Het Instituut zorgt ervoor dat radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten efficiënt wordt beheerd. Het zorgt ervoor dat de toewijzing van, de afgifte van algemene machtigingen met betrekking tot, en de verlening van gebruiksrechten voor radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten gebaseerd zijn op objectieve, transparante, concurrentie-bevorderende, niet-discriminerende en proportionele criteria.
Bij het beheer van het radiospectrum houdt het Instituut rekening met de desbetreffende internationale overeenkomsten, met inbegrip van de radioregelgeving van de ITU en andere overeenkomsten die in het kader van de ITU zijn gesloten en die van toepassing zijn op radiospectrum. Het mag tevens overwegingen van openbaar belang in aanmerking nemen.";
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Het Instituut bevordert de harmonisatie van het gebruik van radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten in de Europese Unie in overeenstemming met de noodzaak een daadwerkelijk en efficiënt gebruik daarvan te waarborgen en met als doel voordelen voor de consumenten, zoals concurrentie, schaalvoordelen en interoperabiliteit van diensten en netwerken.
Het Instituut handelt door onder meer:
1° te streven naar dekking met hoogwaardige en snelle draadloze breedband van het nationale grondgebied en de bevolking, en dekking van belangrijke transportroutes;
2° de snelle ontwikkeling in de Europese Unie van nieuwe technologieën en toepassingen op het gebied van draadloze communicatie te bevorderen, waarbij indien passend een sectoroverschrijdende aanpak wordt gehanteerd;
3° te zorgen voor voorspelbaarheid en consistentie bij de verlening, verlenging, wijziging, beperking en intrekking van gebruiksrechten voor radiospectrum teneinde langetermijninvesteringen te bevorderen;
4° te zorgen voor de preventie van grensoverschrijdende of nationale schadelijke storing en daartoe passende preventieve en corrigerende maatregelen te treffen;
5° het gedeeld gebruik van radiospectrum voor soortgelijke of verschillende toepassing van radiospectrum te bevorderen in overeenstemming met het mededingingsrecht;
6° het meest passende en minst bezwarende machtigingssysteem toe te passen met het oog op een optimale mate van flexibiliteit, gedeeld gebruik en efficiëntie bij het gebruik van radiospectrum;
7° de voorschriften voor het verlenen, overdragen, verlengen, aanpassen en intrekken van gebruiksrechten inzake radiospectrum, die duidelijk en transparant zijn geformuleerd, toe te passen teneinde rechtszekerheid, consistentie en voorspelbaarheid te waarborgen.".
1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "van het radiofrequentiespectrum" vervangen door de woorden "van het radiospectrum";
b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° het onderzoek van de aanvragen voor het gebruik van het radiospectrum, behoudens de aanvragen bestemd voor de exclusieve transmissie van signalen van audiovisuele en auditieve mediadiensten;";
c) in de bepalingen onder 3° en 4° worden de woorden "de radiofrequenties" telkens vervangen door de woorden "het radiospectrum";
2° de leden 2 tot 4 worden vervangen als volgt:
"Het Instituut werkt samen met de gemeenschappen, met de bevoegde instanties bij de overige lidstaten van de Europese Unie en met de Europese Commissie bij de strategische planning, coördinatie en harmonisatie van het gebruik van het radiospectrum. Daartoe wordt rekening gehouden met de economische, veiligheids- en gezondheidsaspecten van het Uniebeleid, met maatschappelijke belangen, met de vrije meningsuiting, met culturele, wetenschappelijke, sociale en technische aspecten van het beleid van de Europese Unie, alsmede met de uiteenlopende belangen van de kringen van radiospectrumgebruikers met het oog op de optimalisatie van het gebruik van het radiospectrum en het vermijden van schadelijke storing. Het Instituut beoogt hierbij het bevorderen van de coördinatie van het radiospectrumbeleid in de Europese Unie en, in voorkomend geval, de harmonisatie van de voorwaarden inzake beschikbaarheid en efficiënt gebruik van het radiospectrum die vereist zijn voor het tot stand brengen en het functioneren van de interne markt van de Europese Unie op het gebied van elektronische communicatie.
Het Instituut zorgt ervoor dat radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten efficiënt wordt beheerd. Het zorgt ervoor dat de toewijzing van, de afgifte van algemene machtigingen met betrekking tot, en de verlening van gebruiksrechten voor radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten gebaseerd zijn op objectieve, transparante, concurrentie-bevorderende, niet-discriminerende en proportionele criteria.
Bij het beheer van het radiospectrum houdt het Instituut rekening met de desbetreffende internationale overeenkomsten, met inbegrip van de radioregelgeving van de ITU en andere overeenkomsten die in het kader van de ITU zijn gesloten en die van toepassing zijn op radiospectrum. Het mag tevens overwegingen van openbaar belang in aanmerking nemen.";
3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Het Instituut bevordert de harmonisatie van het gebruik van radiospectrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten in de Europese Unie in overeenstemming met de noodzaak een daadwerkelijk en efficiënt gebruik daarvan te waarborgen en met als doel voordelen voor de consumenten, zoals concurrentie, schaalvoordelen en interoperabiliteit van diensten en netwerken.
Het Instituut handelt door onder meer:
1° te streven naar dekking met hoogwaardige en snelle draadloze breedband van het nationale grondgebied en de bevolking, en dekking van belangrijke transportroutes;
2° de snelle ontwikkeling in de Europese Unie van nieuwe technologieën en toepassingen op het gebied van draadloze communicatie te bevorderen, waarbij indien passend een sectoroverschrijdende aanpak wordt gehanteerd;
3° te zorgen voor voorspelbaarheid en consistentie bij de verlening, verlenging, wijziging, beperking en intrekking van gebruiksrechten voor radiospectrum teneinde langetermijninvesteringen te bevorderen;
4° te zorgen voor de preventie van grensoverschrijdende of nationale schadelijke storing en daartoe passende preventieve en corrigerende maatregelen te treffen;
5° het gedeeld gebruik van radiospectrum voor soortgelijke of verschillende toepassing van radiospectrum te bevorderen in overeenstemming met het mededingingsrecht;
6° het meest passende en minst bezwarende machtigingssysteem toe te passen met het oog op een optimale mate van flexibiliteit, gedeeld gebruik en efficiëntie bij het gebruik van radiospectrum;
7° de voorschriften voor het verlenen, overdragen, verlengen, aanpassen en intrekken van gebruiksrechten inzake radiospectrum, die duidelijk en transparant zijn geformuleerd, toe te passen teneinde rechtszekerheid, consistentie en voorspelbaarheid te waarborgen.".
Art.49. Dans l'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 1°, les mots "du spectre des radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° de l'examen des demandes d'utilisation du spectre radioélectrique à l'exception des demandes destinées à la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores;";
c) aux 3° et 4°, les mots "des radiofréquences" sont chaque fois remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
2° les alinéas 2 à 4 sont remplacés par ce qui suit:
"L'Institut coopère avec les Communautés, les autorités compétentes des autres Etats membres de l'Union européenne et avec la Commission européenne en ce qui concerne la planification stratégique, la coordination et l'harmonisation de l'utilisation du spectre radioélectrique. A cette fin, il est tenu compte des aspects économiques, de sécurité, sanitaires, d'intérêt public, de liberté d'expression, culturels, scientifiques, sociaux et techniques des politiques de l'Union européenne ainsi que des différents intérêts des communautés d'utilisateurs du spectre radioélectrique dans le but d'optimiser l'utilisation de ce dernier et d'éviter le brouillage préjudiciable. L'Institut vise ainsi à promouvoir la coordination des politiques en matière de spectre radioélectrique dans l'Union européenne et, le cas échéant, la mise en place de conditions harmonisées concernant la disponibilité et l'utilisation efficace du spectre radioélectrique nécessaires à l'établissement et au fonctionnement du marché intérieur de l'Union européenne des communications électroniques.
L'Institut veille à la gestion efficace du spectre radioélectrique pour les réseaux et services de communications électroniques. Il veille à ce que l'attribution de droits d'utilisation du spectre radioélectrique pour les réseaux et les services de communications électroniques, la délivrance d'autorisations générales en la matière et l'octroi de ces droits soient fondés sur des critères objectifs, transparents, favorables à la concurrence, non discriminatoires et proportionnés.
Dans le cadre de la gestion du spectre radioélectrique, l'Institut tient compte des accords internationaux qui s'y rapportent, y compris du règlement des radiocommunications de l'UIT et les autres accords adoptés dans le cadre de l'UIT qui s'appliquent au spectre radioélectrique. Il peut également prendre en considération des raisons d'intérêt public.";
3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"L'Institut promeut l'harmonisation de l'utilisation du spectre radioélectrique par les réseaux et services de communications électroniques dans l'ensemble de l'Union européenne, qui va de pair avec la nécessité d'assurer que le spectre radioélectrique est utilisé d'une manière efficace et efficiente et que le consommateur en retire des bénéfices tels que la concurrence, des économies d'échelle et l'interopérabilité des réseaux et des services.
L'Institut agit, entre autres:
1° en cherchant à atteindre une couverture sans fil du territoire et de la population de haute qualité et à haut débit, ainsi qu'une couverture des principaux axes de transport;
2° en facilitant le développement rapide, dans l'Union européenne, de nouvelles technologies et applications de communications sans fil, y compris, le cas échéant, selon une approche transsectorielle;
3° en veillant à la prévisibilité et à la cohérence de l'octroi, du renouvellement, de la modification, de la restriction et du retrait des droits d'utilisation du spectre radioélectrique afin de promouvoir les investissements à long terme;
4° en assurant la prévention du brouillage préjudiciable, qu'il soit transfrontière ou national, et en prenant des mesures préventives et correctrices appropriées à cette fin;
5° en promouvant l'utilisation partagée du spectre radioélectrique pour des utilisations similaires ou différentes du spectre radioélectrique, conformément au droit de la concurrence;
6° en appliquant le système d'autorisation le plus approprié et le moins onéreux possible de manière à maximiser la flexibilité, le partage et l'efficience dans l'utilisation du spectre radioélectrique;
7° en appliquant à l'octroi, à la cession, au renouvellement, à la modification et au retrait des droits d'utilisation du spectre radioélectrique des règles qui sont fixées de manière claire et transparente afin de garantir la sécurité, la cohérence et la prévisibilité réglementaires.".
1° dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 1°, les mots "du spectre des radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
b) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° de l'examen des demandes d'utilisation du spectre radioélectrique à l'exception des demandes destinées à la transmission exclusive de signaux de services de médias audiovisuels et sonores;";
c) aux 3° et 4°, les mots "des radiofréquences" sont chaque fois remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
2° les alinéas 2 à 4 sont remplacés par ce qui suit:
"L'Institut coopère avec les Communautés, les autorités compétentes des autres Etats membres de l'Union européenne et avec la Commission européenne en ce qui concerne la planification stratégique, la coordination et l'harmonisation de l'utilisation du spectre radioélectrique. A cette fin, il est tenu compte des aspects économiques, de sécurité, sanitaires, d'intérêt public, de liberté d'expression, culturels, scientifiques, sociaux et techniques des politiques de l'Union européenne ainsi que des différents intérêts des communautés d'utilisateurs du spectre radioélectrique dans le but d'optimiser l'utilisation de ce dernier et d'éviter le brouillage préjudiciable. L'Institut vise ainsi à promouvoir la coordination des politiques en matière de spectre radioélectrique dans l'Union européenne et, le cas échéant, la mise en place de conditions harmonisées concernant la disponibilité et l'utilisation efficace du spectre radioélectrique nécessaires à l'établissement et au fonctionnement du marché intérieur de l'Union européenne des communications électroniques.
L'Institut veille à la gestion efficace du spectre radioélectrique pour les réseaux et services de communications électroniques. Il veille à ce que l'attribution de droits d'utilisation du spectre radioélectrique pour les réseaux et les services de communications électroniques, la délivrance d'autorisations générales en la matière et l'octroi de ces droits soient fondés sur des critères objectifs, transparents, favorables à la concurrence, non discriminatoires et proportionnés.
Dans le cadre de la gestion du spectre radioélectrique, l'Institut tient compte des accords internationaux qui s'y rapportent, y compris du règlement des radiocommunications de l'UIT et les autres accords adoptés dans le cadre de l'UIT qui s'appliquent au spectre radioélectrique. Il peut également prendre en considération des raisons d'intérêt public.";
3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"L'Institut promeut l'harmonisation de l'utilisation du spectre radioélectrique par les réseaux et services de communications électroniques dans l'ensemble de l'Union européenne, qui va de pair avec la nécessité d'assurer que le spectre radioélectrique est utilisé d'une manière efficace et efficiente et que le consommateur en retire des bénéfices tels que la concurrence, des économies d'échelle et l'interopérabilité des réseaux et des services.
L'Institut agit, entre autres:
1° en cherchant à atteindre une couverture sans fil du territoire et de la population de haute qualité et à haut débit, ainsi qu'une couverture des principaux axes de transport;
2° en facilitant le développement rapide, dans l'Union européenne, de nouvelles technologies et applications de communications sans fil, y compris, le cas échéant, selon une approche transsectorielle;
3° en veillant à la prévisibilité et à la cohérence de l'octroi, du renouvellement, de la modification, de la restriction et du retrait des droits d'utilisation du spectre radioélectrique afin de promouvoir les investissements à long terme;
4° en assurant la prévention du brouillage préjudiciable, qu'il soit transfrontière ou national, et en prenant des mesures préventives et correctrices appropriées à cette fin;
5° en promouvant l'utilisation partagée du spectre radioélectrique pour des utilisations similaires ou différentes du spectre radioélectrique, conformément au droit de la concurrence;
6° en appliquant le système d'autorisation le plus approprié et le moins onéreux possible de manière à maximiser la flexibilité, le partage et l'efficience dans l'utilisation du spectre radioélectrique;
7° en appliquant à l'octroi, à la cession, au renouvellement, à la modification et au retrait des droits d'utilisation du spectre radioélectrique des règles qui sont fixées de manière claire et transparente afin de garantir la sécurité, la cohérence et la prévisibilité réglementaires.".
Art.50. Artikel 13/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 13/1. § 1. Niemand mag radioapparatuur houden of gebruiken zonder een vergunning voor private radiocommunicatie te hebben verkregen krachtens artikel 39 of een gebruiksrecht voor radiospectrum krachtens artikel 18.
In afwijking van het eerste lid, maakt de naleving van de gebruiksvoorwaarden van een algemene machtiging bedoeld in artikel 13/2, § 3, het mogelijk radioapparatuur te houden en te gebruiken zonder een vergunning voor private radiocommunicatie te hebben verkregen krachtens artikel 39 of een gebruiksrecht voor radiospectrum krachtens artikel 18.
§ 2. De Koning kan, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepalen in welke gevallen de in paragraaf 1 bepaalde vergunningen voor private radiocommunicatie of gebruiksrechten voor radiospectrum niet vereist zijn.".
"Art. 13/1. § 1. Niemand mag radioapparatuur houden of gebruiken zonder een vergunning voor private radiocommunicatie te hebben verkregen krachtens artikel 39 of een gebruiksrecht voor radiospectrum krachtens artikel 18.
In afwijking van het eerste lid, maakt de naleving van de gebruiksvoorwaarden van een algemene machtiging bedoeld in artikel 13/2, § 3, het mogelijk radioapparatuur te houden en te gebruiken zonder een vergunning voor private radiocommunicatie te hebben verkregen krachtens artikel 39 of een gebruiksrecht voor radiospectrum krachtens artikel 18.
§ 2. De Koning kan, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepalen in welke gevallen de in paragraaf 1 bepaalde vergunningen voor private radiocommunicatie of gebruiksrechten voor radiospectrum niet vereist zijn.".
Art.50. L'article 13/1 de la même loi, inséré par la loi du 31 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 13/1. § 1er. Nul ne peut détenir ou utiliser un équipement hertzien sans avoir obtenu une autorisation de radiocommunications privées en vertu de l'article 39 ou un droit d'utilisation du spectre radioélectrique en vertu de l'article 18.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le respect des conditions d'utilisation d'une autorisation générale visée à l'article 13/2, § 3, permet de détenir et utiliser un équipement hertzien sans avoir obtenu une autorisation de radiocommunications privées en vertu de l'article 39 ou un droit d'utilisation du spectre radioélectrique en vertu de l'article 18.
§ 2. Le Roi peut déterminer, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, les cas où les autorisations de radiocommunications privées ou droits d'utilisation du spectre radioélectrique visés au paragraphe 1er ne sont pas requis.".
"Art. 13/1. § 1er. Nul ne peut détenir ou utiliser un équipement hertzien sans avoir obtenu une autorisation de radiocommunications privées en vertu de l'article 39 ou un droit d'utilisation du spectre radioélectrique en vertu de l'article 18.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le respect des conditions d'utilisation d'une autorisation générale visée à l'article 13/2, § 3, permet de détenir et utiliser un équipement hertzien sans avoir obtenu une autorisation de radiocommunications privées en vertu de l'article 39 ou un droit d'utilisation du spectre radioélectrique en vertu de l'article 18.
§ 2. Le Roi peut déterminer, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, les cas où les autorisations de radiocommunications privées ou droits d'utilisation du spectre radioélectrique visés au paragraphe 1er ne sont pas requis.".
Art.51. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 1, van dezelfde wet, wordt een artikel 13/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 13/2. § 1. Het Instituut vergemakkelijkt het gebruik van radiospectrum, met inbegrip van gedeeld gebruik, in het kader van algemene machtigingen en beperkt het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum tot situaties waarin dergelijke rechten noodzakelijk zijn om het efficiënt gebruik in het licht van de vraag te optimaliseren, rekening houdend met de in het tweede lid vastgestelde criteria. In alle andere gevallen stelt het Instituut de voorwaarden voor het gebruik van radiospectrum vast in een algemene machtiging.
Daartoe neemt het Instituut een besluit inzake de meest geschikte regeling voor het machtigen van het gebruik van radiospectrum, rekening houdend met:
1° de specifieke kenmerken van het betrokken radiospectrum;
2° de noodzaak van bescherming tegen schadelijke storing;
3° in voorkomend geval, de ontwikkeling van duidelijke voorwaarden voor gedeeld gebruik van radiospectrum;
4° de noodzaak om de technische kwaliteit van de communicatie of de dienst te verzekeren;
5° doelstellingen van algemeen belang;
6° de noodzaak om een efficiënt radiospectrumgebruik te waarborgen.
Indien het Instituut overweegt om een algemene machtiging of gebruiksrechten voor het geharmoniseerde radiospectrum te verlenen, rekening houdend met de overeenkomstig artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregelen, spant het zich in om problemen in verband met schadelijke storing zoveel mogelijk te beperken, ook in gevallen van gedeeld gebruik van radiospectrum op basis van een combinatie van een algemene machtiging en gebruiksrechten voor radiospectrum.
Indien gepast overweegt het Instituut de mogelijkheid om machtigingen voor het gebruik van radiospectrum te verstrekken op basis van een combinatie van een algemene machtiging en gebruiksrechten voor radiospectrum, daarbij rekening houdend met de mogelijke effecten van verschillende combinaties algemene machtigingen en gebruiksrechten voor radiospectrum, en van geleidelijke overgangen van de ene categorie naar de andere, op concurrentie, innovatie en markttoegang.
Het Instituut streeft ernaar zo min mogelijk beperkingen te stellen aan het gebruik van radiospectrum door terdege rekening te houden met technische oplossingen om schadelijke storingen tegen te gaan, teneinde een machtigingsregeling met minimale administratieve lasten in te stellen.
§ 2. Wanneer een besluit wordt genomen op grond van paragraaf 1 teneinde het gedeeld gebruik van radiospectrum te vergemakkelijken, worden de voorwaarden met betrekking tot het gedeeld gebruik van radiospectrum duidelijk geformuleerd. Die voorwaarden bevorderen een efficiënt gebruik van radiospectrum, mededinging en innovatie.
§ 3. Het Instituut stelt de gebruiksvoorwaarden van de algemene machtigingen voor radiospectrumgebruik vast.".
"Art. 13/2. § 1. Het Instituut vergemakkelijkt het gebruik van radiospectrum, met inbegrip van gedeeld gebruik, in het kader van algemene machtigingen en beperkt het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum tot situaties waarin dergelijke rechten noodzakelijk zijn om het efficiënt gebruik in het licht van de vraag te optimaliseren, rekening houdend met de in het tweede lid vastgestelde criteria. In alle andere gevallen stelt het Instituut de voorwaarden voor het gebruik van radiospectrum vast in een algemene machtiging.
Daartoe neemt het Instituut een besluit inzake de meest geschikte regeling voor het machtigen van het gebruik van radiospectrum, rekening houdend met:
1° de specifieke kenmerken van het betrokken radiospectrum;
2° de noodzaak van bescherming tegen schadelijke storing;
3° in voorkomend geval, de ontwikkeling van duidelijke voorwaarden voor gedeeld gebruik van radiospectrum;
4° de noodzaak om de technische kwaliteit van de communicatie of de dienst te verzekeren;
5° doelstellingen van algemeen belang;
6° de noodzaak om een efficiënt radiospectrumgebruik te waarborgen.
Indien het Instituut overweegt om een algemene machtiging of gebruiksrechten voor het geharmoniseerde radiospectrum te verlenen, rekening houdend met de overeenkomstig artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregelen, spant het zich in om problemen in verband met schadelijke storing zoveel mogelijk te beperken, ook in gevallen van gedeeld gebruik van radiospectrum op basis van een combinatie van een algemene machtiging en gebruiksrechten voor radiospectrum.
Indien gepast overweegt het Instituut de mogelijkheid om machtigingen voor het gebruik van radiospectrum te verstrekken op basis van een combinatie van een algemene machtiging en gebruiksrechten voor radiospectrum, daarbij rekening houdend met de mogelijke effecten van verschillende combinaties algemene machtigingen en gebruiksrechten voor radiospectrum, en van geleidelijke overgangen van de ene categorie naar de andere, op concurrentie, innovatie en markttoegang.
Het Instituut streeft ernaar zo min mogelijk beperkingen te stellen aan het gebruik van radiospectrum door terdege rekening te houden met technische oplossingen om schadelijke storingen tegen te gaan, teneinde een machtigingsregeling met minimale administratieve lasten in te stellen.
§ 2. Wanneer een besluit wordt genomen op grond van paragraaf 1 teneinde het gedeeld gebruik van radiospectrum te vergemakkelijken, worden de voorwaarden met betrekking tot het gedeeld gebruik van radiospectrum duidelijk geformuleerd. Die voorwaarden bevorderen een efficiënt gebruik van radiospectrum, mededinging en innovatie.
§ 3. Het Instituut stelt de gebruiksvoorwaarden van de algemene machtigingen voor radiospectrumgebruik vast.".
Art.51. Dans le titre II, chapitre II, section 2, sous-section 1re, de la même loi, il est inséré un article 13/2 rédigé comme suit:
"Art. 13/2. § 1er. L'Institut facilite l'utilisation du spectre radioélectrique, y compris son utilisation partagée, dans le cadre d'autorisations générales et limite l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique aux situations dans lesquelles de tels droits sont nécessaires pour maximiser l'efficience de cette utilisation en fonction de la demande et en tenant compte des critères énoncés à l'alinéa 2. Dans tous les autres cas, l'Institut établit les conditions d'utilisation du spectre radioélectrique dans une autorisation générale.
A cette fin, l'Institut détermine le régime d'autorisation le plus approprié pour l'utilisation du spectre radioélectrique en tenant compte:
1° des caractéristiques spécifiques du spectre radioélectrique concerné;
2° de la nécessité d'assurer la protection contre le brouillage préjudiciable;
3° du développement de conditions de partage du spectre radioélectrique fiables, le cas échéant;
4° de la nécessité d'assurer la qualité technique des communications ou du service;
5° des objectifs d'intérêt général;
6° de la nécessité de préserver l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique.
Lorsqu'il examine s'il y a lieu de délivrer des autorisations générales ou d'octroyer des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé, en tenant compte des mesures techniques d'application adoptées conformément à l'article 4 de la décision "spectre radioélectrique", l'Institut s'efforce de réduire au minimum les problèmes de brouillage préjudiciable, y compris dans les cas d'utilisation partagée du spectre radioélectrique fondée sur la combinaison d'une autorisation générale et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
Le cas échéant, l'Institut examine la possibilité d'autoriser l'utilisation du spectre radioélectrique fondée sur la combinaison d'une autorisation générale et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, compte tenu des effets probables de différentes combinaisons d'autorisations générales et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique ainsi que du passage progressif d'une catégorie à l'autre sur la concurrence, l'innovation et l'entrée sur le marché.
L'Institut s'efforce de réduire au minimum les restrictions d'utilisation du spectre radioélectrique en tenant dûment compte de solutions technologiques pour la gestion des brouillages préjudiciables, afin d'imposer le régime d'autorisation le moins onéreux possible.
§ 2. Lorsqu'une décision est prise en application du paragraphe 1er afin de faciliter l'utilisation partagée du spectre radioélectrique, les conditions applicables à cette utilisation partagée du spectre radioélectrique sont clairement énoncées. Ces conditions facilitent l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique, la concurrence et l'innovation.
§ 3. L'Institut fixe les conditions d'utilisation des autorisations générales d'utilisation du spectre radioélectrique.".
"Art. 13/2. § 1er. L'Institut facilite l'utilisation du spectre radioélectrique, y compris son utilisation partagée, dans le cadre d'autorisations générales et limite l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique aux situations dans lesquelles de tels droits sont nécessaires pour maximiser l'efficience de cette utilisation en fonction de la demande et en tenant compte des critères énoncés à l'alinéa 2. Dans tous les autres cas, l'Institut établit les conditions d'utilisation du spectre radioélectrique dans une autorisation générale.
A cette fin, l'Institut détermine le régime d'autorisation le plus approprié pour l'utilisation du spectre radioélectrique en tenant compte:
1° des caractéristiques spécifiques du spectre radioélectrique concerné;
2° de la nécessité d'assurer la protection contre le brouillage préjudiciable;
3° du développement de conditions de partage du spectre radioélectrique fiables, le cas échéant;
4° de la nécessité d'assurer la qualité technique des communications ou du service;
5° des objectifs d'intérêt général;
6° de la nécessité de préserver l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique.
Lorsqu'il examine s'il y a lieu de délivrer des autorisations générales ou d'octroyer des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé, en tenant compte des mesures techniques d'application adoptées conformément à l'article 4 de la décision "spectre radioélectrique", l'Institut s'efforce de réduire au minimum les problèmes de brouillage préjudiciable, y compris dans les cas d'utilisation partagée du spectre radioélectrique fondée sur la combinaison d'une autorisation générale et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
Le cas échéant, l'Institut examine la possibilité d'autoriser l'utilisation du spectre radioélectrique fondée sur la combinaison d'une autorisation générale et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, compte tenu des effets probables de différentes combinaisons d'autorisations générales et de droits d'utilisation du spectre radioélectrique ainsi que du passage progressif d'une catégorie à l'autre sur la concurrence, l'innovation et l'entrée sur le marché.
L'Institut s'efforce de réduire au minimum les restrictions d'utilisation du spectre radioélectrique en tenant dûment compte de solutions technologiques pour la gestion des brouillages préjudiciables, afin d'imposer le régime d'autorisation le moins onéreux possible.
§ 2. Lorsqu'une décision est prise en application du paragraphe 1er afin de faciliter l'utilisation partagée du spectre radioélectrique, les conditions applicables à cette utilisation partagée du spectre radioélectrique sont clairement énoncées. Ces conditions facilitent l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique, la concurrence et l'innovation.
§ 3. L'Institut fixe les conditions d'utilisation des autorisations générales d'utilisation du spectre radioélectrique.".
Art.52. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de woorden "het toekennen van radiofrequenties die uitsluitend voor omroepsignalen zijn bestemd, die gemeenschappelijk moeten blijven voor het geheel van de radioberichtgeving" vervangen door de woorden "de toewijzing van radiospectrum dat uitsluitend voor omroepsignalen is bestemd, die gemeenschappelijk moeten blijven voor het geheel van de omroep".
Art.52. Dans l'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 31 juillet 2017, les mots "l'attribution de radiofréquences destinées exclusivement à des signaux de radiodiffusion, qui doivent rester communes à l'ensemble de la radiodiffusion" sont remplacés par les mots "l'attribution du spectre radioélectrique destiné exclusivement à des signaux de radiodiffusion, qui doivent rester communes à l'ensemble de la radiodiffusion".
Art.53. In artikel 17 van dezelfde wet worden de woorden "van radiofrequenties voor radio-omroep" vervangen door de woorden "van het radiospectrum voor omroep".
Art.53. Dans l'article 17 de la même loi, les mots "des radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique".
Art.54. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, van dezelfde wet wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen als volgt:
"Onderafdeling 2. Regels inzake gebruiksrechten voor radiospectrum".
"Onderafdeling 2. Regels inzake gebruiksrechten voor radiospectrum".
Art.54. Dans le titre II, chapitre II, section 2, de la même loi, l'intitulé de la sous-section 2 est remplacé par ce qui suit:
"Sous-section 2. Les règles applicables aux droits d'utilisation du spectre radioélectrique".
"Sous-section 2. Les règles applicables aux droits d'utilisation du spectre radioélectrique".
Art.55. In artikel 18 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend door middel van procedures die open, objectief, transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn.
De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast om gebruiksrechten voor radiospectrum te verkrijgen.
De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast om de gebruiksrechten voor radiospectrum uit te oefenen, welke enkel betrekking mogen hebben op:
1° de dienst of de betreffende technologie, waarvoor de gebruiksrechten voor radiospectrum zijn verleend, met inbegrip van, in voorkomend geval, de vereisten inzake dekking en kwaliteit van dienstverlening;
2° het effectief en efficiënt gebruik van radiospectrum overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
3° de maximumduur onder voorbehoud van wijzigingen van het nationale frequentietoewijzingsplan;
4° de overdracht of verhuur van rechten op initiatief van de houder van de rechten en de voorwaarden die op de overdracht van toepassing zijn;
5° de vergoedingen voor de gebruiksrechten voor radiospectrum overeenkomstig artikel 30;
6° de gebruiksrechten voor radiospectrum in het kader van een proces inzake machtiging of verlenging van een machtiging voorafgaand aan het verlenen van de machtiging of, indien van toepassing, voorafgaand aan de uitnodiging tot het aanvragen van gebruiksrechten voor radiospectrum;
7° de verplichting om radiospectrum te bundelen of te delen of om toegang tot radiospectrum toe te staan aan andere gebruikers in specifieke regio's of op nationaal niveau.
Het Instituut stelt de voorwaarden voor de uitoefening van de gebruiksrechten voor radiospectrum vast, welke enkel betrekking mogen hebben op:
1° noodzakelijke technische en operationele voorwaarden ter voorkoming van schadelijke storingen;
2° verplichtingen uit hoofde van relevante internationale overeenkomsten over het gebruik van radiospectrum;
3° specifieke verplichtingen voor experimenteel gebruik van radiospectrum.
De voorwaarden bedoeld in het tweede tot het vierde lid zijn niet-discriminerend, evenredig en transparant. Deze voorwaarden garanderen het effectieve en efficiënte gebruik van het radiospectrum.
In voorkomend geval worden de vorige gebruikers van de betrokken frequentieband schadeloos gesteld volgens de voorwaarden door de Koning vastgesteld.";
2° in paragraaf 1/1 worden volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "voor elektronische-communicatiediensten gebruikte technologie kunnen worden gebruikt op de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden" vervangen door de woorden "technologie die worden gebruikt voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten, kunnen worden gebruikt op het radiospectrum dat beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten in het nationale frequentietoewijzingsplan";
b) in het tweede lid worden volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "kan op advies van het Instituut evenwel proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte draadloze technologie" worden vervangen door de woorden "kan echter op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen aan de soorten van radionetwerken of van draadloze toegangstechnologieën die gebruikt worden voor de elektronische-communicatiediensten";
ii) in de bepaling onder 3° worden de woorden "van de radiofrequenties" vervangen door de woorden "van radiospectrum";
iii) in de bepaling onder 4° worden de woorden "een efficiënt spectrumgebruik" vervangen door de woorden "een efficiënt radio-spectrumgebruik";
iv) de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig paragraaf 1/2, derde lid";
3° in paragraaf 1/2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden" vervangen door de woorden "het radiospectrum dat beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten in het nationale frequentietoewijzingsplan";
b) in het tweede lid worden de woorden "kan op advies van het Instituut evenwel" vervangen door de woorden "kan echter, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut,";
c) in het derde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "specifieke radiofrequentieband wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, zoals, maar niet beperkt tot:" worden vervangen door de woorden "voor elektronische-communicatiediensten beschikbare band wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, zoals, maar niet beperkt tot:";
ii) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met het woord "of";
iii) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° het vermijden van een inefficiënt gebruik van radiospectrum.";
d) in het vierde lid worden de woorden "specifieke frequentieband verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer hij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak de veiligheid van het menselijk leven te beschermen of, uitzonderlijk, voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang zoals het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang en het vermijden van een ondoelmatig gebruik van radiofrequenties" vervangen door de woorden "specifieke band verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer hij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak diensten te beschermen die tot doel hebben de veiligheid van het menselijk leven te beschermen of, uitzonderlijk, voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang";
4° paragraaf 1/3 wordt vervangen als volgt:
" § 1/3. Het Instituut beoordeelt geregeld de noodzaak van de beperkingen vermeld in de paragrafen 1/1 en 1/2, en maakt de resultaten van die beoordelingen bekend.
Wanneer ze een belangrijke impact kunnen hebben op een relevante markt, mogen de beperkingen bedoeld in de paragrafen 1/1 en 1/2, pas worden opgelegd na een openbare raadpleging volgens de in artikel 140 beoogde nadere regels.
De beperkingen die voor 25 mei 2011 zijn vastgelegd, voldoen uiterlijk op 20 december 2018 aan de bepalingen van de paragrafen 1/1 en 1/2.";
5° paragrafen 1/4 en 1/5 worden opgeheven;
6° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend voor een bepaalde termijn, is die periode passend voor de betreffende dienst, gelet op de overeenkomstig artikel 20, § 1, nagestreefde doelen, waarbij er naar behoren rekening mee wordt gehouden dat mededinging en met name doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum moeten worden gewaarborgd en innovatie en efficiënte investeringen moeten worden bevorderd, onder meer door in een passende periode voor de afschrijving van investeringen te voorzien.";
7° de paragrafen 2/1 tot 2/3 worden ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Indien gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum worden verleend om het gebruik ervan voor draadloze-breedbanddiensten voor elektronische communicatie voor een beperkte periode mogelijk te maken, wordt de voorspelbaarheid van de regelgeving voor de houders van de rechten gegarandeerd gedurende een periode van ten minste twintig jaar wat betreft de voorwaarden voor investeringen in infrastructuur die afhankelijk zijn van het gebruik van dat radiospectrum.
De gebruiksrechten bedoeld in het eerste lid zijn geldig voor een duur van ten minste vijftien jaar en waar nodig, om de voorspelbaarheid bedoeld in het tweede lid te garanderen, is een passende verlenging daarvan mogelijk volgens de voorwaarden die door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, worden vastgesteld.
De algemene criteria voor een verlenging van de duur van gebruiksrechten voor radiospectrum worden op transparante wijze voor alle belanghebbenden beschikbaar gemaakt voordat de in het eerste lid bedoelde gebruiksrechten worden verleend. Die algemene criteria hebben betrekking op:
1° de noodzaak te zorgen voor een effectief en efficiënt gebruik van het betrokken radiospectrum, de nagestreefde doelstellingen in artikel 13, vijfde lid, 1° en 2°, of de noodzaak te voldoen aan doelstellingen van algemeen belang met betrekking tot waarborging van de veiligheid van het menselijk leven, de openbare orde, de openbare veiligheid of de defensie; en
2° de noodzaak te zorgen voor ongestoorde mededinging.
Uiterlijk twee jaar vóór het verstrijken van de oorspronkelijke looptijd van een gebruiksrecht bedoeld in het eerste lid, verricht het Instituut een objectieve en toekomstgerichte beoordeling van de algemene criteria voor de verlenging van de looptijd van dat gebruiksrecht in het licht van artikel 13, vijfde lid, 3°. Mits het Instituut geen handhavingsmaatregelen heeft geïnitieerd wegens niet-naleving van de voorwaarden van de gebruiksrechten voor radiospectrum op grond van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, verleent het verlenging van de looptijd van het gebruiksrecht voor radiospectrum, tenzij het tot de conclusie komt dat een dergelijke verlenging niet zou voldoen aan de algemene criteria van het derde lid, 1° en 2°.
Op basis van die beoordeling deelt het Instituut de houder van het recht mee of verlenging van de looptijd van het gebruiksrecht voor radiospectrum mag worden verleend.
Indien een dergelijke verlenging niet mag worden verleend, wordt artikel 21 toegepast voor de toewijzing van gebruiksrechten voor die specifieke radiospectrumband.
In afwijking van artikel 140, dienen belanghebbende partijen gedurende een periode van ten minste drie maanden de gelegenheid te hebben opmerkingen te maken over elke ontwerpmaatregel op grond van het derde en vierde lid.
Deze paragraaf doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 24/1 en van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 2/2. Indien naar behoren gerechtvaardigd, mag in de volgende gevallen van paragraaf 2/1 worden afgeweken:
1° in beperkte geografische gebieden, waar de toegang tot zeer snelle netwerken zeer gebrekkig is of ontbreekt, en deze afwijking noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstellingen van artikel 13, vijfde lid;
2° voor specifieke projecten op de korte termijn;
3° voor experimenteel gebruik;
4° voor gebruik van radiospectrum dat, overeenkomstig paragrafen 1/1 en 1/2, kan samengaan met draadloze-breedbanddiensten; of
5° voor een alternatief gebruik van radiospectrum overeenkomstig artikel 18/1.
§ 2/3. De in de paragrafen 2, 2/1 en 2/2 neergelegde geldigheidsduur van gebruiksrechten voor radiospectrum mag worden aangepast teneinde te waarborgen dat de looptijden van rechten in één of meerdere banden tegelijkertijd verstrijken.";
8° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum niet worden uitgeoefend binnen de termijn die is vastgesteld overeenkomstig artikel 19/1, mag het Instituut de gebruiksrechten voor radiospectrum intrekken.";
9° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend door middel van procedures die open, objectief, transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn.
De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast om gebruiksrechten voor radiospectrum te verkrijgen.
De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast om de gebruiksrechten voor radiospectrum uit te oefenen, welke enkel betrekking mogen hebben op:
1° de dienst of de betreffende technologie, waarvoor de gebruiksrechten voor radiospectrum zijn verleend, met inbegrip van, in voorkomend geval, de vereisten inzake dekking en kwaliteit van dienstverlening;
2° het effectief en efficiënt gebruik van radiospectrum overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
3° de maximumduur onder voorbehoud van wijzigingen van het nationale frequentietoewijzingsplan;
4° de overdracht of verhuur van rechten op initiatief van de houder van de rechten en de voorwaarden die op de overdracht van toepassing zijn;
5° de vergoedingen voor de gebruiksrechten voor radiospectrum overeenkomstig artikel 30;
6° de gebruiksrechten voor radiospectrum in het kader van een proces inzake machtiging of verlenging van een machtiging voorafgaand aan het verlenen van de machtiging of, indien van toepassing, voorafgaand aan de uitnodiging tot het aanvragen van gebruiksrechten voor radiospectrum;
7° de verplichting om radiospectrum te bundelen of te delen of om toegang tot radiospectrum toe te staan aan andere gebruikers in specifieke regio's of op nationaal niveau.
Het Instituut stelt de voorwaarden voor de uitoefening van de gebruiksrechten voor radiospectrum vast, welke enkel betrekking mogen hebben op:
1° noodzakelijke technische en operationele voorwaarden ter voorkoming van schadelijke storingen;
2° verplichtingen uit hoofde van relevante internationale overeenkomsten over het gebruik van radiospectrum;
3° specifieke verplichtingen voor experimenteel gebruik van radiospectrum.
De voorwaarden bedoeld in het tweede tot het vierde lid zijn niet-discriminerend, evenredig en transparant. Deze voorwaarden garanderen het effectieve en efficiënte gebruik van het radiospectrum.
In voorkomend geval worden de vorige gebruikers van de betrokken frequentieband schadeloos gesteld volgens de voorwaarden door de Koning vastgesteld.";
2° in paragraaf 1/1 worden volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "voor elektronische-communicatiediensten gebruikte technologie kunnen worden gebruikt op de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden" vervangen door de woorden "technologie die worden gebruikt voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en -diensten, kunnen worden gebruikt op het radiospectrum dat beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten in het nationale frequentietoewijzingsplan";
b) in het tweede lid worden volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "kan op advies van het Instituut evenwel proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte draadloze technologie" worden vervangen door de woorden "kan echter op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen aan de soorten van radionetwerken of van draadloze toegangstechnologieën die gebruikt worden voor de elektronische-communicatiediensten";
ii) in de bepaling onder 3° worden de woorden "van de radiofrequenties" vervangen door de woorden "van radiospectrum";
iii) in de bepaling onder 4° worden de woorden "een efficiënt spectrumgebruik" vervangen door de woorden "een efficiënt radio-spectrumgebruik";
iv) de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig paragraaf 1/2, derde lid";
3° in paragraaf 1/2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden" vervangen door de woorden "het radiospectrum dat beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten in het nationale frequentietoewijzingsplan";
b) in het tweede lid worden de woorden "kan op advies van het Instituut evenwel" vervangen door de woorden "kan echter, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut,";
c) in het derde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "specifieke radiofrequentieband wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, zoals, maar niet beperkt tot:" worden vervangen door de woorden "voor elektronische-communicatiediensten beschikbare band wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, zoals, maar niet beperkt tot:";
ii) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met het woord "of";
iii) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° het vermijden van een inefficiënt gebruik van radiospectrum.";
d) in het vierde lid worden de woorden "specifieke frequentieband verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer hij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak de veiligheid van het menselijk leven te beschermen of, uitzonderlijk, voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang zoals het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang en het vermijden van een ondoelmatig gebruik van radiofrequenties" vervangen door de woorden "specifieke band verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer hij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak diensten te beschermen die tot doel hebben de veiligheid van het menselijk leven te beschermen of, uitzonderlijk, voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang";
4° paragraaf 1/3 wordt vervangen als volgt:
" § 1/3. Het Instituut beoordeelt geregeld de noodzaak van de beperkingen vermeld in de paragrafen 1/1 en 1/2, en maakt de resultaten van die beoordelingen bekend.
Wanneer ze een belangrijke impact kunnen hebben op een relevante markt, mogen de beperkingen bedoeld in de paragrafen 1/1 en 1/2, pas worden opgelegd na een openbare raadpleging volgens de in artikel 140 beoogde nadere regels.
De beperkingen die voor 25 mei 2011 zijn vastgelegd, voldoen uiterlijk op 20 december 2018 aan de bepalingen van de paragrafen 1/1 en 1/2.";
5° paragrafen 1/4 en 1/5 worden opgeheven;
6° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend voor een bepaalde termijn, is die periode passend voor de betreffende dienst, gelet op de overeenkomstig artikel 20, § 1, nagestreefde doelen, waarbij er naar behoren rekening mee wordt gehouden dat mededinging en met name doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum moeten worden gewaarborgd en innovatie en efficiënte investeringen moeten worden bevorderd, onder meer door in een passende periode voor de afschrijving van investeringen te voorzien.";
7° de paragrafen 2/1 tot 2/3 worden ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Indien gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum worden verleend om het gebruik ervan voor draadloze-breedbanddiensten voor elektronische communicatie voor een beperkte periode mogelijk te maken, wordt de voorspelbaarheid van de regelgeving voor de houders van de rechten gegarandeerd gedurende een periode van ten minste twintig jaar wat betreft de voorwaarden voor investeringen in infrastructuur die afhankelijk zijn van het gebruik van dat radiospectrum.
De gebruiksrechten bedoeld in het eerste lid zijn geldig voor een duur van ten minste vijftien jaar en waar nodig, om de voorspelbaarheid bedoeld in het tweede lid te garanderen, is een passende verlenging daarvan mogelijk volgens de voorwaarden die door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, worden vastgesteld.
De algemene criteria voor een verlenging van de duur van gebruiksrechten voor radiospectrum worden op transparante wijze voor alle belanghebbenden beschikbaar gemaakt voordat de in het eerste lid bedoelde gebruiksrechten worden verleend. Die algemene criteria hebben betrekking op:
1° de noodzaak te zorgen voor een effectief en efficiënt gebruik van het betrokken radiospectrum, de nagestreefde doelstellingen in artikel 13, vijfde lid, 1° en 2°, of de noodzaak te voldoen aan doelstellingen van algemeen belang met betrekking tot waarborging van de veiligheid van het menselijk leven, de openbare orde, de openbare veiligheid of de defensie; en
2° de noodzaak te zorgen voor ongestoorde mededinging.
Uiterlijk twee jaar vóór het verstrijken van de oorspronkelijke looptijd van een gebruiksrecht bedoeld in het eerste lid, verricht het Instituut een objectieve en toekomstgerichte beoordeling van de algemene criteria voor de verlenging van de looptijd van dat gebruiksrecht in het licht van artikel 13, vijfde lid, 3°. Mits het Instituut geen handhavingsmaatregelen heeft geïnitieerd wegens niet-naleving van de voorwaarden van de gebruiksrechten voor radiospectrum op grond van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, verleent het verlenging van de looptijd van het gebruiksrecht voor radiospectrum, tenzij het tot de conclusie komt dat een dergelijke verlenging niet zou voldoen aan de algemene criteria van het derde lid, 1° en 2°.
Op basis van die beoordeling deelt het Instituut de houder van het recht mee of verlenging van de looptijd van het gebruiksrecht voor radiospectrum mag worden verleend.
Indien een dergelijke verlenging niet mag worden verleend, wordt artikel 21 toegepast voor de toewijzing van gebruiksrechten voor die specifieke radiospectrumband.
In afwijking van artikel 140, dienen belanghebbende partijen gedurende een periode van ten minste drie maanden de gelegenheid te hebben opmerkingen te maken over elke ontwerpmaatregel op grond van het derde en vierde lid.
Deze paragraaf doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 24/1 en van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 2/2. Indien naar behoren gerechtvaardigd, mag in de volgende gevallen van paragraaf 2/1 worden afgeweken:
1° in beperkte geografische gebieden, waar de toegang tot zeer snelle netwerken zeer gebrekkig is of ontbreekt, en deze afwijking noodzakelijk is voor het bereiken van de doelstellingen van artikel 13, vijfde lid;
2° voor specifieke projecten op de korte termijn;
3° voor experimenteel gebruik;
4° voor gebruik van radiospectrum dat, overeenkomstig paragrafen 1/1 en 1/2, kan samengaan met draadloze-breedbanddiensten; of
5° voor een alternatief gebruik van radiospectrum overeenkomstig artikel 18/1.
§ 2/3. De in de paragrafen 2, 2/1 en 2/2 neergelegde geldigheidsduur van gebruiksrechten voor radiospectrum mag worden aangepast teneinde te waarborgen dat de looptijden van rechten in één of meerdere banden tegelijkertijd verstrijken.";
8° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum niet worden uitgeoefend binnen de termijn die is vastgesteld overeenkomstig artikel 19/1, mag het Instituut de gebruiksrechten voor radiospectrum intrekken.";
9° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art.55. Dans l'article 18 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés au moyen de procédures ouvertes, objectives, transparentes, non discriminatoires et proportionnées.
Le Roi, par un arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres, fixe les conditions d'obtention des droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
Le Roi, par un arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres, fixe les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, qui peuvent uniquement porter sur:
1° le service ou la technologie concernée, pour lesquels les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont accordés, y compris, le cas échéant, les exigences de couverture et de qualité;
2° l'utilisation effective et efficace du spectre radioélectrique conformément aux dispositions légales et réglementaires applicables;
3° la durée maximale sous réserve de modifications du plan national d'attribution des fréquences;
4° la cession ou la location des droits à l'initiative du titulaire des droits, et les conditions applicables à la cession;
5° les redevances pour les droits d'utilisation du spectre radioélectrique conformément à l'article 30;
6° les droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans le cadre d'une procédure d'autorisation ou de renouvellement d'autorisation qui précède l'octroi de l'autorisation ou, le cas échéant, qui précède l'appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique;
7° l'obligation de mettre en commun ou de partager le spectre radioélectrique ou de permettre à d'autres utilisateurs d'accéder au spectre radioélectrique dans des régions spécifiques ou au niveau national.
L'Institut fixe les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, qui peuvent uniquement porter sur:
1° les conditions techniques et opérationnelles nécessaires pour éviter les brouillages préjudiciables;
2° les obligations résultant d'accords internationaux pertinents ayant trait à l'utilisation du spectre radioélectrique;
3° des obligations spécifiques pour l'utilisation expérimentale du spectre radioélectrique.
Les conditions visées aux alinéas 2 à 4 sont non discriminatoires, proportionnées et transparentes. Ces conditions garantissent l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique.
Le cas échéant, les précédents utilisateurs de la bande de fréquences concernée sont indemnisés aux conditions fixées par le Roi.";
2° dans le paragraphe 1er/1, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les services de communications électroniques peuvent être utilisés dans les bandes de radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "la fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques peuvent être utilisés dans le spectre radioélectrique déclaré disponible pour les services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences";
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "sur avis de l'Institut, peut toutefois prévoir des restrictions proportionnées et non discriminatoires aux types de technologie sans fil utilisés pour les services de communications électroniques" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut toutefois prévoir des restrictions proportionnées et non discriminatoires aux types de réseaux de radiocommunications ou de technologies d'accès sans fil utilisés pour les services de communications électroniques";
ii) au 3°, les mots "des radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
iii) au 4°, les mots "l'efficacité de l'utilisation du spectre" sont remplacés par les mots "l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique";
iv) le 5° est complété par les mots "conformément au paragraphe 1er/2, alinéa 3";
3° dans le paragraphe 1er/2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les bandes de fréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "le spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences";
b) dans l'alinéa 2, les mots "sur avis de l'Institut, peut toutefois" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut toutefois";
c) dans l'alinéa 3, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "bande de radiofréquences spécifique se justifient par la réalisation d'un objectif d'intérêt général tel que, mais non exclusivement:" sont remplacés par les mots "bande disponible pour les services de communications électroniques se justifient par la nécessité de réaliser un objectif d'intérêt général tel que notamment, mais pas uniquement:";
ii) le 2° est complété par le mot "ou";
iii) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° la prévention d'une utilisation inefficiente du spectre radioélectrique.";
d) dans l'alinéa 4, les mots "bande de fréquences spécifique ne peut être prise que si elle se justifie par la nécessité d'assurer la sauvegarde de la vie humaine ou, exceptionnellement, pour atteindre d'autres objectifs d'intérêt général tels que la promotion de la cohésion sociale, régionale ou territoriale ou l'évitement d'une utilisation inefficace des radiofréquences" sont remplacés par les mots "bande spécifique ne peut être prise que si elle se justifie par la nécessité de protéger des services visant à assurer la sauvegarde de la vie humaine ou, exceptionnellement, pour atteindre d'autres objectifs d'intérêt général";
4° le paragraphe 1er/3 est remplacé par ce qui suit:
" § 1er/3. L'Institut réexamine régulièrement la nécessité des restrictions visées aux paragraphes 1er/1 et 1er/2 et rend publics les résultats de ces réexamens.
Lorsqu'elles sont susceptibles d'avoir des incidences importantes sur un marché pertinent, les restrictions visées aux paragraphes 1er/1 et 1er/2 ne peuvent être imposées qu'à la suite d'une consultation publique, selon les modalités visées à l'article 140.
Les restrictions établies avant le 25 mai 2011 respectent les dispositions des paragraphes 1er/1 et 1er/2 au plus tard le 20 décembre 2018.";
5° les paragraphes 1er/4 et 1er/5 sont abrogés;
6° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés pour une durée limitée, cette durée est appropriée au service concerné, eu égard aux objectifs poursuivis conformément à l'article 20, § 1er, en tenant dûment compte de la nécessité de garantir la concurrence ainsi que d'assurer, notamment, une utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique et de favoriser l'innovation et des investissements efficients, y compris en prévoyant une période appropriée pour l'amortissement des investissements.";
7° les paragraphes 2/1 à 2/3 sont insérés, rédigés comme suit:
" § 2/1. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé pour permettre son utilisation pour les services de communications électroniques à haut débit sans fil sont octroyés pour une durée limitée, la prévisibilité de la régulation est garantie pour les titulaires des droits sur une durée d'au moins vingt ans en ce qui concerne les conditions d'investissement dans des infrastructures qui dépendent de l'utilisation de ce spectre radioélectrique.
Les droits d'utilisation visés à l'alinéa 1er sont valables pour une durée d'au moins quinze ans et, lorsque cela est nécessaire pour garantir la prévisibilité visée à l'alinéa 2, leur prolongation pour une durée appropriée est prévue dans les conditions fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou, d'initiative, sur avis de l'Institut.
Les critères généraux de prolongation de la durée des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont mis à la disposition de toutes les parties intéressées de manière transparente avant d'octroyer les droits d'utilisation visés à l'alinéa 1er. Ces critères généraux ont trait:
1° à la nécessité d'assurer l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique concerné, aux objectifs poursuivis à l'article 13, alinéa 5, 1° et 2°, ou à la nécessité d'atteindre les objectifs d'intérêt général relatifs à la sauvegarde de la vie humaine, à l'ordre public, à la sécurité publique ou à la défense; et
2° à la nécessité d'assurer une concurrence non faussée.
Au plus tard deux ans avant l'expiration de la durée initiale d'un droit d'utilisation visé à l'alinéa 1er, l'Institut procède à une évaluation prospective objective des critères généraux applicables à la prolongation de la durée de ce droit d'utilisation, à la lumière de l'article 13, alinéa 5, 3°. Pour autant qu'il n'ait pas pris de mesure d'exécution pour non-respect des conditions relatives aux droits d'utilisation du spectre radioélectrique en application de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut accorde la prolongation de la durée du droit d'utilisation du spectre radioélectrique, à moins qu'il n'établisse que cette prolongation ne satisferait pas aux critères généraux fixés de l'alinéa 3, 1° et 2°.
Sur la base de cette évaluation, l'Institut informe le titulaire du droit quant à l'octroi ou non de la prolongation de la durée du droit d'utilisation du spectre radioélectrique.
Si cette prolongation ne peut pas être octroyée, l'article 21 est appliqué pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique de la bande concernée.
Par dérogation à l'article 140, les parties intéressées ont la possibilité de présenter des observations sur tout projet de mesure pris en vertu des alinéas 3 et 4 dans un délai d'au moins trois mois.
Le présent paragraphe est sans préjudice de l'application de l'article 24/1 et de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges.
§ 2/2. Lorsque cela est dûment justifié, il peut être dérogé au paragraphe 2/1 dans les cas suivants:
1° dans des zones géographiques limitées, lorsque l'accès aux réseaux à haut débit est fortement déficient ou absent et que cette dérogation est nécessaire pour garantir la réalisation des objectifs de l'article 13, alinéa 5;
2° pour des projets spécifiques de courte durée;
3° en cas d'utilisation expérimentale;
4° pour les utilisations du spectre radioélectrique qui, conformément aux paragraphes 1er/1 et 1er/2, peuvent coexister avec des services à haut débit sans fil; ou
5° en cas d'utilisation alternative du spectre radioélectrique conformément à l'article 18/1.
§ 2/3. La durée des droits d'utilisation du spectre radioélectrique prévue par les paragraphes 2, 2/1 et 2/2, peut être modulée afin d'assurer l'expiration simultanée de la durée des droits dans une ou plusieurs bandes.";
8° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ne sont pas exercés dans le délai fixé conformément à l'article 19/1, l'Institut peut retirer les droits d'utilisation du spectre radioélectrique.";
9° le paragraphe 4 est abrogé.
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés au moyen de procédures ouvertes, objectives, transparentes, non discriminatoires et proportionnées.
Le Roi, par un arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres, fixe les conditions d'obtention des droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
Le Roi, par un arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres, fixe les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, qui peuvent uniquement porter sur:
1° le service ou la technologie concernée, pour lesquels les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont accordés, y compris, le cas échéant, les exigences de couverture et de qualité;
2° l'utilisation effective et efficace du spectre radioélectrique conformément aux dispositions légales et réglementaires applicables;
3° la durée maximale sous réserve de modifications du plan national d'attribution des fréquences;
4° la cession ou la location des droits à l'initiative du titulaire des droits, et les conditions applicables à la cession;
5° les redevances pour les droits d'utilisation du spectre radioélectrique conformément à l'article 30;
6° les droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans le cadre d'une procédure d'autorisation ou de renouvellement d'autorisation qui précède l'octroi de l'autorisation ou, le cas échéant, qui précède l'appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique;
7° l'obligation de mettre en commun ou de partager le spectre radioélectrique ou de permettre à d'autres utilisateurs d'accéder au spectre radioélectrique dans des régions spécifiques ou au niveau national.
L'Institut fixe les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, qui peuvent uniquement porter sur:
1° les conditions techniques et opérationnelles nécessaires pour éviter les brouillages préjudiciables;
2° les obligations résultant d'accords internationaux pertinents ayant trait à l'utilisation du spectre radioélectrique;
3° des obligations spécifiques pour l'utilisation expérimentale du spectre radioélectrique.
Les conditions visées aux alinéas 2 à 4 sont non discriminatoires, proportionnées et transparentes. Ces conditions garantissent l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique.
Le cas échéant, les précédents utilisateurs de la bande de fréquences concernée sont indemnisés aux conditions fixées par le Roi.";
2° dans le paragraphe 1er/1, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les services de communications électroniques peuvent être utilisés dans les bandes de radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "la fourniture de réseaux ou de services de communications électroniques peuvent être utilisés dans le spectre radioélectrique déclaré disponible pour les services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences";
b) dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "sur avis de l'Institut, peut toutefois prévoir des restrictions proportionnées et non discriminatoires aux types de technologie sans fil utilisés pour les services de communications électroniques" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut toutefois prévoir des restrictions proportionnées et non discriminatoires aux types de réseaux de radiocommunications ou de technologies d'accès sans fil utilisés pour les services de communications électroniques";
ii) au 3°, les mots "des radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique";
iii) au 4°, les mots "l'efficacité de l'utilisation du spectre" sont remplacés par les mots "l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique";
iv) le 5° est complété par les mots "conformément au paragraphe 1er/2, alinéa 3";
3° dans le paragraphe 1er/2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les bandes de fréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "le spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences";
b) dans l'alinéa 2, les mots "sur avis de l'Institut, peut toutefois" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut toutefois";
c) dans l'alinéa 3, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "bande de radiofréquences spécifique se justifient par la réalisation d'un objectif d'intérêt général tel que, mais non exclusivement:" sont remplacés par les mots "bande disponible pour les services de communications électroniques se justifient par la nécessité de réaliser un objectif d'intérêt général tel que notamment, mais pas uniquement:";
ii) le 2° est complété par le mot "ou";
iii) le 3° est remplacé par ce qui suit:
"3° la prévention d'une utilisation inefficiente du spectre radioélectrique.";
d) dans l'alinéa 4, les mots "bande de fréquences spécifique ne peut être prise que si elle se justifie par la nécessité d'assurer la sauvegarde de la vie humaine ou, exceptionnellement, pour atteindre d'autres objectifs d'intérêt général tels que la promotion de la cohésion sociale, régionale ou territoriale ou l'évitement d'une utilisation inefficace des radiofréquences" sont remplacés par les mots "bande spécifique ne peut être prise que si elle se justifie par la nécessité de protéger des services visant à assurer la sauvegarde de la vie humaine ou, exceptionnellement, pour atteindre d'autres objectifs d'intérêt général";
4° le paragraphe 1er/3 est remplacé par ce qui suit:
" § 1er/3. L'Institut réexamine régulièrement la nécessité des restrictions visées aux paragraphes 1er/1 et 1er/2 et rend publics les résultats de ces réexamens.
Lorsqu'elles sont susceptibles d'avoir des incidences importantes sur un marché pertinent, les restrictions visées aux paragraphes 1er/1 et 1er/2 ne peuvent être imposées qu'à la suite d'une consultation publique, selon les modalités visées à l'article 140.
Les restrictions établies avant le 25 mai 2011 respectent les dispositions des paragraphes 1er/1 et 1er/2 au plus tard le 20 décembre 2018.";
5° les paragraphes 1er/4 et 1er/5 sont abrogés;
6° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés pour une durée limitée, cette durée est appropriée au service concerné, eu égard aux objectifs poursuivis conformément à l'article 20, § 1er, en tenant dûment compte de la nécessité de garantir la concurrence ainsi que d'assurer, notamment, une utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique et de favoriser l'innovation et des investissements efficients, y compris en prévoyant une période appropriée pour l'amortissement des investissements.";
7° les paragraphes 2/1 à 2/3 sont insérés, rédigés comme suit:
" § 2/1. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé pour permettre son utilisation pour les services de communications électroniques à haut débit sans fil sont octroyés pour une durée limitée, la prévisibilité de la régulation est garantie pour les titulaires des droits sur une durée d'au moins vingt ans en ce qui concerne les conditions d'investissement dans des infrastructures qui dépendent de l'utilisation de ce spectre radioélectrique.
Les droits d'utilisation visés à l'alinéa 1er sont valables pour une durée d'au moins quinze ans et, lorsque cela est nécessaire pour garantir la prévisibilité visée à l'alinéa 2, leur prolongation pour une durée appropriée est prévue dans les conditions fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou, d'initiative, sur avis de l'Institut.
Les critères généraux de prolongation de la durée des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont mis à la disposition de toutes les parties intéressées de manière transparente avant d'octroyer les droits d'utilisation visés à l'alinéa 1er. Ces critères généraux ont trait:
1° à la nécessité d'assurer l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique concerné, aux objectifs poursuivis à l'article 13, alinéa 5, 1° et 2°, ou à la nécessité d'atteindre les objectifs d'intérêt général relatifs à la sauvegarde de la vie humaine, à l'ordre public, à la sécurité publique ou à la défense; et
2° à la nécessité d'assurer une concurrence non faussée.
Au plus tard deux ans avant l'expiration de la durée initiale d'un droit d'utilisation visé à l'alinéa 1er, l'Institut procède à une évaluation prospective objective des critères généraux applicables à la prolongation de la durée de ce droit d'utilisation, à la lumière de l'article 13, alinéa 5, 3°. Pour autant qu'il n'ait pas pris de mesure d'exécution pour non-respect des conditions relatives aux droits d'utilisation du spectre radioélectrique en application de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut accorde la prolongation de la durée du droit d'utilisation du spectre radioélectrique, à moins qu'il n'établisse que cette prolongation ne satisferait pas aux critères généraux fixés de l'alinéa 3, 1° et 2°.
Sur la base de cette évaluation, l'Institut informe le titulaire du droit quant à l'octroi ou non de la prolongation de la durée du droit d'utilisation du spectre radioélectrique.
Si cette prolongation ne peut pas être octroyée, l'article 21 est appliqué pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique de la bande concernée.
Par dérogation à l'article 140, les parties intéressées ont la possibilité de présenter des observations sur tout projet de mesure pris en vertu des alinéas 3 et 4 dans un délai d'au moins trois mois.
Le présent paragraphe est sans préjudice de l'application de l'article 24/1 et de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges.
§ 2/2. Lorsque cela est dûment justifié, il peut être dérogé au paragraphe 2/1 dans les cas suivants:
1° dans des zones géographiques limitées, lorsque l'accès aux réseaux à haut débit est fortement déficient ou absent et que cette dérogation est nécessaire pour garantir la réalisation des objectifs de l'article 13, alinéa 5;
2° pour des projets spécifiques de courte durée;
3° en cas d'utilisation expérimentale;
4° pour les utilisations du spectre radioélectrique qui, conformément aux paragraphes 1er/1 et 1er/2, peuvent coexister avec des services à haut débit sans fil; ou
5° en cas d'utilisation alternative du spectre radioélectrique conformément à l'article 18/1.
§ 2/3. La durée des droits d'utilisation du spectre radioélectrique prévue par les paragraphes 2, 2/1 et 2/2, peut être modulée afin d'assurer l'expiration simultanée de la durée des droits dans une ou plusieurs bandes.";
8° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ne sont pas exercés dans le délai fixé conformément à l'article 19/1, l'Institut peut retirer les droits d'utilisation du spectre radioélectrique.";
9° le paragraphe 4 est abrogé.
Art.56. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/1. De voorwaarden voor de uitoefening van de gebruiksrechten voor radiospectrum die worden vastgesteld krachtens artikel 18, § 1, en de gebruiksvoorwaarden van de algemene machtigingen die worden vastgesteld krachtens artikel 13/2, § 3, voor geharmoniseerd radiospectrum zijn coherent met de geharmoniseerde voorwaarden in verband met de beschikbaarheid en het doelmatig gebruik ervan die zijn vastgesteld.
Indien er geen vraag is naar het gebruik van een band in het geharmoniseerde radiospectrum, kan in afwijking van het eerste lid, een alternatief gebruik van die gehele band of een gedeelte daarvan, met inbegrip van het bestaande gebruik, worden toegestaan, mits:
1° de conclusie dat er op de markt geen vraag is naar het gebruik van een dergelijke band, gebaseerd is op een openbare raadpleging, met inbegrip van een toekomstgerichte beoordeling van de marktvraag;
2° een dergelijk alternatief gebruik de beschikbaarheid of het gebruik van een dergelijke band in andere lidstaten van de Europese Unie niet onmogelijk maakt of schaadt; en
3° terdege rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid en het gebruik op lange termijn van een dergelijke band in de Europese Unie en met de schaalvoordelen betreffende apparatuur als gevolg van het gebruik van geharmoniseerd radiospectrum in de Europese Unie.
Elk besluit dat op uitzonderlijke gronden een alternatief gebruik toestaat, wordt regelmatig opnieuw beoordeeld en wordt in elk geval onmiddellijk opnieuw beoordeeld naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek door een potentiële gebruiker met betrekking tot gebruik van de band in overeenstemming met de technische uitvoeringsmaatregel.".
"Art. 18/1. De voorwaarden voor de uitoefening van de gebruiksrechten voor radiospectrum die worden vastgesteld krachtens artikel 18, § 1, en de gebruiksvoorwaarden van de algemene machtigingen die worden vastgesteld krachtens artikel 13/2, § 3, voor geharmoniseerd radiospectrum zijn coherent met de geharmoniseerde voorwaarden in verband met de beschikbaarheid en het doelmatig gebruik ervan die zijn vastgesteld.
Indien er geen vraag is naar het gebruik van een band in het geharmoniseerde radiospectrum, kan in afwijking van het eerste lid, een alternatief gebruik van die gehele band of een gedeelte daarvan, met inbegrip van het bestaande gebruik, worden toegestaan, mits:
1° de conclusie dat er op de markt geen vraag is naar het gebruik van een dergelijke band, gebaseerd is op een openbare raadpleging, met inbegrip van een toekomstgerichte beoordeling van de marktvraag;
2° een dergelijk alternatief gebruik de beschikbaarheid of het gebruik van een dergelijke band in andere lidstaten van de Europese Unie niet onmogelijk maakt of schaadt; en
3° terdege rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid en het gebruik op lange termijn van een dergelijke band in de Europese Unie en met de schaalvoordelen betreffende apparatuur als gevolg van het gebruik van geharmoniseerd radiospectrum in de Europese Unie.
Elk besluit dat op uitzonderlijke gronden een alternatief gebruik toestaat, wordt regelmatig opnieuw beoordeeld en wordt in elk geval onmiddellijk opnieuw beoordeeld naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek door een potentiële gebruiker met betrekking tot gebruik van de band in overeenstemming met de technische uitvoeringsmaatregel.".
Art.56. Dans le titre II, chapitre II, section 2, sous-section 2, de la même loi, il est inséré un article 18/1, rédigé comme suit:
"Art. 18/1. Les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique fixées en vertu de l'article 18, § 1er, et les conditions d'utilisation des autorisations générales fixées en vertu de l'article 13/2, § 3, du spectre radioélectrique harmonisé sont cohérentes avec les conditions harmonisées quant à sa disponibilité et son utilisation efficace qui ont été établies.
Par dérogation à l'alinéa 1er, en l'absence de demande pour l'utilisation d'une bande du spectre radioélectrique harmonisé, une utilisation alternative de tout ou partie de cette bande, y compris l'utilisation existante, peut être autorisée, à condition que:
1° l'absence de demande du marché pour l'utilisation d'une telle bande procède d'un constat établi sur la base d'une consultation publique, comprenant une évaluation prospective de la demande du marché;
2° cette utilisation alternative n'empêche pas ou n'entrave pas la disponibilité ou l'utilisation d'une telle bande dans d'autres Etats membres de l'Union européenne; et
3° il soit tenu dûment compte de la disponibilité ou de l'utilisation à long terme d'une telle bande dans l'Union européenne et des économies d'échelle en matière d'équipements résultant de l'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé dans l'Union européenne.
Toute décision d'autoriser une utilisation alternative à titre exceptionnel fait l'objet d'un réexamen périodique et est, en tout état de cause, rapidement réexaminée sur demande dûment motivée d'un utilisateur potentiel, en vue de l'utilisation de la bande conformément à la mesure technique d'application.".
"Art. 18/1. Les conditions d'exercice des droits d'utilisation du spectre radioélectrique fixées en vertu de l'article 18, § 1er, et les conditions d'utilisation des autorisations générales fixées en vertu de l'article 13/2, § 3, du spectre radioélectrique harmonisé sont cohérentes avec les conditions harmonisées quant à sa disponibilité et son utilisation efficace qui ont été établies.
Par dérogation à l'alinéa 1er, en l'absence de demande pour l'utilisation d'une bande du spectre radioélectrique harmonisé, une utilisation alternative de tout ou partie de cette bande, y compris l'utilisation existante, peut être autorisée, à condition que:
1° l'absence de demande du marché pour l'utilisation d'une telle bande procède d'un constat établi sur la base d'une consultation publique, comprenant une évaluation prospective de la demande du marché;
2° cette utilisation alternative n'empêche pas ou n'entrave pas la disponibilité ou l'utilisation d'une telle bande dans d'autres Etats membres de l'Union européenne; et
3° il soit tenu dûment compte de la disponibilité ou de l'utilisation à long terme d'une telle bande dans l'Union européenne et des économies d'échelle en matière d'équipements résultant de l'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé dans l'Union européenne.
Toute décision d'autoriser une utilisation alternative à titre exceptionnel fait l'objet d'un réexamen périodique et est, en tout état de cause, rapidement réexaminée sur demande dûment motivée d'un utilisateur potentiel, en vue de l'utilisation de la bande conformément à la mesure technique d'application.".
Art.57. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 18/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/2. § 1. Het Instituut neemt een besluit over de verlenging van gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum ruimschoots vóór het verstrijken van de looptijd van die rechten, tenzij op het tijdstip van overdracht, de mogelijkheid tot verlenging uitdrukkelijk is uitgesloten. Daartoe beoordeelt het Instituut de noodzaak van een dergelijke verlenging op eigen initiatief dan wel op verzoek van de houder van de rechten, in het laatste geval niet eerder dan vijf jaar vóór het verstrijken van de looptijd van de desbetreffende rechten. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan bepalingen inzake verlenging die van toepassing zijn op bestaande rechten.
§ 2. Bij het nemen van een besluit op grond van paragraaf 1 overweegt het Instituut onder meer het volgende:
1° de naleving van de doelstellingen van artikel 6 en van doelstellingen van het overheidsbeleid op grond van Europees Unierecht of nationaal recht;
2° de uitvoering van een overeenkomstig artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregel;
3° de beoordeling van de correcte tenuitvoerlegging van de aan het desbetreffende recht verbonden voorwaarden;
4° de noodzaak om overeenkomstig artikel 24/3 de mededinging te bevorderen of enige verstoring ervan te voorkomen;
5° de noodzaak om het gebruik van radiospectrum efficiënter te maken in het licht van ontwikkelingen op het vlak van de technologie of de markt;
6° de noodzaak om ernstige verstoring van de dienstverlening te voorkomen.
§ 3. Bij het overwegen van mogelijke verlenging van gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum waarvoor het aantal gebruiksrechten op grond van paragraaf 2 beperkt is, hanteert het Instituut een open, transparante en niet-discriminerende procedure, waarbij het onder meer:
1° alle belanghebbende partijen de mogelijkheid biedt hun standpunten te verwoorden in een openbare raadpleging in overeenstemming met artikel 140; en
2° de redenen voor een dergelijke mogelijke verlenging duidelijk vermeldt.
Bij het nemen van een besluit over het al dan niet verlengen van gebruiksrechten of over het houden van een nieuwe selectieprocedure voor het verlenen van de gebruiksrechten op grond van artikel 20, houdt het Instituut rekening met eventuele uit de raadpleging op grond van het eerste lid naar voren komende aanwijzingen dat er op de markt vraag is van andere ondernemingen dan die waaraan in de betrokken band radiospectrumrechten zijn toegewezen.
§ 4. Het besluit tot verlenging van de gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum kan gepaard gaan met een herziening van de vergoedingen alsmede van de andere daaraan verbonden voorwaarden. Waar passend kunnen de vergoedingen voor de gebruiksrechten worden aangepast.".
"Art. 18/2. § 1. Het Instituut neemt een besluit over de verlenging van gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum ruimschoots vóór het verstrijken van de looptijd van die rechten, tenzij op het tijdstip van overdracht, de mogelijkheid tot verlenging uitdrukkelijk is uitgesloten. Daartoe beoordeelt het Instituut de noodzaak van een dergelijke verlenging op eigen initiatief dan wel op verzoek van de houder van de rechten, in het laatste geval niet eerder dan vijf jaar vóór het verstrijken van de looptijd van de desbetreffende rechten. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan bepalingen inzake verlenging die van toepassing zijn op bestaande rechten.
§ 2. Bij het nemen van een besluit op grond van paragraaf 1 overweegt het Instituut onder meer het volgende:
1° de naleving van de doelstellingen van artikel 6 en van doelstellingen van het overheidsbeleid op grond van Europees Unierecht of nationaal recht;
2° de uitvoering van een overeenkomstig artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregel;
3° de beoordeling van de correcte tenuitvoerlegging van de aan het desbetreffende recht verbonden voorwaarden;
4° de noodzaak om overeenkomstig artikel 24/3 de mededinging te bevorderen of enige verstoring ervan te voorkomen;
5° de noodzaak om het gebruik van radiospectrum efficiënter te maken in het licht van ontwikkelingen op het vlak van de technologie of de markt;
6° de noodzaak om ernstige verstoring van de dienstverlening te voorkomen.
§ 3. Bij het overwegen van mogelijke verlenging van gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum waarvoor het aantal gebruiksrechten op grond van paragraaf 2 beperkt is, hanteert het Instituut een open, transparante en niet-discriminerende procedure, waarbij het onder meer:
1° alle belanghebbende partijen de mogelijkheid biedt hun standpunten te verwoorden in een openbare raadpleging in overeenstemming met artikel 140; en
2° de redenen voor een dergelijke mogelijke verlenging duidelijk vermeldt.
Bij het nemen van een besluit over het al dan niet verlengen van gebruiksrechten of over het houden van een nieuwe selectieprocedure voor het verlenen van de gebruiksrechten op grond van artikel 20, houdt het Instituut rekening met eventuele uit de raadpleging op grond van het eerste lid naar voren komende aanwijzingen dat er op de markt vraag is van andere ondernemingen dan die waaraan in de betrokken band radiospectrumrechten zijn toegewezen.
§ 4. Het besluit tot verlenging van de gebruiksrechten voor geharmoniseerd radiospectrum kan gepaard gaan met een herziening van de vergoedingen alsmede van de andere daaraan verbonden voorwaarden. Waar passend kunnen de vergoedingen voor de gebruiksrechten worden aangepast.".
Art.57. Dans le titre II, chapitre II, section 2, sous-section 2, de la même loi, il est inséré un article 18/2, rédigé comme suit:
"Art. 18/2. § 1er. L'Institut prend une décision sur le renouvellement des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé en temps utile avant l'expiration de la durée de ces droits, sauf dans les cas où, au moment de l'assignation, la possibilité de renouvellement a été expressément exclue. A cette fin, l'Institut évalue la nécessité d'un tel renouvellement soit de sa propre initiative soit à la demande du titulaire des droits et, dans ce dernier cas, au plus tôt cinq ans avant l'expiration de la durée des droits en question. La présente disposition est sans préjudice des clauses de renouvellement applicables aux droits en vigueur.
§ 2. Lorsqu'il prend une décision en application du paragraphe 1er, l'Institut tient compte, entre autres, des éléments suivants:
1° la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6, ainsi que des objectifs de politique publique prévus par le droit de l'Union européenne ou le droit national;
2° la mise en oeuvre d'une mesure technique d'application adoptée conformément à l'article 4 de la décision spectre radioélectrique;
3° la vérification de la bonne mise en oeuvre des conditions dont est assorti le droit concerné;
4° la nécessité de favoriser la concurrence ou d'éviter la distorsion de concurrence conformément à l'article 24/3;
5° la nécessité de renforcer l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique compte tenu de l'évolution des technologies et du marché;
6° la nécessité d'éviter de graves perturbations de service.
§ 3. Lorsqu'il envisage un éventuel renouvellement de droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé faisant l'objet d'un nombre limité de droits d'utilisation en vertu du paragraphe 2, l'Institut applique une procédure ouverte, transparente et non discriminatoire et veille entre autres:
1° à donner à toutes les parties intéressées l'occasion d'exprimer leur point de vue lors d'une consultation publique menée conformément à l'article 140; et
2° à indiquer clairement les motifs de ce renouvellement éventuel.
L'Institut tient compte de tout élément de preuve mis en évidence lors de la consultation menée en vertu de l'alinéa 1er attestant qu'il existe une demande du marché émanant d'entreprises autres que celles qui détiennent les droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans la bande concernée lorsqu'il décide de renouveler les droits d'utilisation ou d'organiser une nouvelle procédure de sélection afin d'accorder les droits d'utilisation en vertu de l'article 20.
§ 4. La décision de renouveler les droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé peut s'accompagner d'un réexamen des redevances ainsi que des autres conditions dont sont assortis ces droits. Le cas échéant, les redevances relatives aux droits d'utilisation peuvent être modulées.".
"Art. 18/2. § 1er. L'Institut prend une décision sur le renouvellement des droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé en temps utile avant l'expiration de la durée de ces droits, sauf dans les cas où, au moment de l'assignation, la possibilité de renouvellement a été expressément exclue. A cette fin, l'Institut évalue la nécessité d'un tel renouvellement soit de sa propre initiative soit à la demande du titulaire des droits et, dans ce dernier cas, au plus tôt cinq ans avant l'expiration de la durée des droits en question. La présente disposition est sans préjudice des clauses de renouvellement applicables aux droits en vigueur.
§ 2. Lorsqu'il prend une décision en application du paragraphe 1er, l'Institut tient compte, entre autres, des éléments suivants:
1° la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6, ainsi que des objectifs de politique publique prévus par le droit de l'Union européenne ou le droit national;
2° la mise en oeuvre d'une mesure technique d'application adoptée conformément à l'article 4 de la décision spectre radioélectrique;
3° la vérification de la bonne mise en oeuvre des conditions dont est assorti le droit concerné;
4° la nécessité de favoriser la concurrence ou d'éviter la distorsion de concurrence conformément à l'article 24/3;
5° la nécessité de renforcer l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique compte tenu de l'évolution des technologies et du marché;
6° la nécessité d'éviter de graves perturbations de service.
§ 3. Lorsqu'il envisage un éventuel renouvellement de droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé faisant l'objet d'un nombre limité de droits d'utilisation en vertu du paragraphe 2, l'Institut applique une procédure ouverte, transparente et non discriminatoire et veille entre autres:
1° à donner à toutes les parties intéressées l'occasion d'exprimer leur point de vue lors d'une consultation publique menée conformément à l'article 140; et
2° à indiquer clairement les motifs de ce renouvellement éventuel.
L'Institut tient compte de tout élément de preuve mis en évidence lors de la consultation menée en vertu de l'alinéa 1er attestant qu'il existe une demande du marché émanant d'entreprises autres que celles qui détiennent les droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans la bande concernée lorsqu'il décide de renouveler les droits d'utilisation ou d'organiser une nouvelle procédure de sélection afin d'accorder les droits d'utilisation en vertu de l'article 20.
§ 4. La décision de renouveler les droits d'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé peut s'accompagner d'un réexamen des redevances ainsi que des autres conditions dont sont assortis ces droits. Le cas échéant, les redevances relatives aux droits d'utilisation peuvent être modulées.".
Art.58. Artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 19. § 1. Wanneer een operator zijn gebruiksrechten voor radiospectrum wenst over te dragen of te verhuren, brengt hij het Instituut daarvan op de hoogte en vraagt hij het akkoord van het Instituut daarvoor.
Het Instituut kan de overdracht of verhuur weigeren wanneer het betrokken gebruiksrecht oorspronkelijk zonder kosten is verkregen door de operator.
De overdracht of verhuur van het geharmoniseerd radiospectrum voldoet aan dat geharmoniseerde gebruik.
De Koning bepaalt, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels waaronder de overdracht of de verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum kan plaatsvinden.
De overdracht of verhuur wordt onderworpen aan de procedure die zo min mogelijk belastend is.
Het Instituut waakt erover zowel de informatie die het ontvangen heeft overeenkomstig het eerste lid als de beslissingen genomen overeenkomstig deze paragraaf openbaar te maken.
§ 2. Het Instituut staat de overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum toe wanneer de oorspronkelijke aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden worden gehandhaafd. Zonder afbreuk te doen aan de noodzaak ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt verstoord, met name in overeenstemming met artikel 24/3, gaat het Instituut als volgt te werk:
1° het weigert de verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum niet wanneer de verhuurder verklaart aansprakelijk te blijven voor de naleving van de oorspronkelijke aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden;
2° het weigert de overdracht van gebruiksrechten voor radiospectrum niet, tenzij er een duidelijk risico bestaat dat de nieuwe houder niet in staat is om aan de oorspronkelijke voorwaarden voor het gebruiksrecht te voldoen.
De verplichtingen voorzien in het eerste lid, 1° en 2°, doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om de naleving van de aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden te allen tijde af te dwingen, zowel ten aanzien van de verhuurder als van de huurder.
De bevoegde instanties vergemakkelijken de overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum doordat zij alle verzoeken betreffende de aanpassing van de aan de rechten verbonden voorwaarden tijdig in beraad nemen en doordat zij waarborgen dat die rechten of het relevante radiospectrum, zo veel mogelijk kunnen worden opgesplitst of ontbundeld.
Ten aanzien van elke overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum stelt het Instituut de relevante details in verband met verhandelbare individuele rechten voor het publiek beschikbaar in een gestandaardiseerd elektronisch format zodra de rechten tot stand worden gebracht, en het bewaart die details gedurende de volledige looptijd van de rechten.".
"Art. 19. § 1. Wanneer een operator zijn gebruiksrechten voor radiospectrum wenst over te dragen of te verhuren, brengt hij het Instituut daarvan op de hoogte en vraagt hij het akkoord van het Instituut daarvoor.
Het Instituut kan de overdracht of verhuur weigeren wanneer het betrokken gebruiksrecht oorspronkelijk zonder kosten is verkregen door de operator.
De overdracht of verhuur van het geharmoniseerd radiospectrum voldoet aan dat geharmoniseerde gebruik.
De Koning bepaalt, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels waaronder de overdracht of de verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum kan plaatsvinden.
De overdracht of verhuur wordt onderworpen aan de procedure die zo min mogelijk belastend is.
Het Instituut waakt erover zowel de informatie die het ontvangen heeft overeenkomstig het eerste lid als de beslissingen genomen overeenkomstig deze paragraaf openbaar te maken.
§ 2. Het Instituut staat de overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum toe wanneer de oorspronkelijke aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden worden gehandhaafd. Zonder afbreuk te doen aan de noodzaak ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt verstoord, met name in overeenstemming met artikel 24/3, gaat het Instituut als volgt te werk:
1° het weigert de verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum niet wanneer de verhuurder verklaart aansprakelijk te blijven voor de naleving van de oorspronkelijke aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden;
2° het weigert de overdracht van gebruiksrechten voor radiospectrum niet, tenzij er een duidelijk risico bestaat dat de nieuwe houder niet in staat is om aan de oorspronkelijke voorwaarden voor het gebruiksrecht te voldoen.
De verplichtingen voorzien in het eerste lid, 1° en 2°, doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om de naleving van de aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden te allen tijde af te dwingen, zowel ten aanzien van de verhuurder als van de huurder.
De bevoegde instanties vergemakkelijken de overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum doordat zij alle verzoeken betreffende de aanpassing van de aan de rechten verbonden voorwaarden tijdig in beraad nemen en doordat zij waarborgen dat die rechten of het relevante radiospectrum, zo veel mogelijk kunnen worden opgesplitst of ontbundeld.
Ten aanzien van elke overdracht of verhuur van gebruiksrechten voor radiospectrum stelt het Instituut de relevante details in verband met verhandelbare individuele rechten voor het publiek beschikbaar in een gestandaardiseerd elektronisch format zodra de rechten tot stand worden gebracht, en het bewaart die details gedurende de volledige looptijd van de rechten.".
Art.58. L'article 19 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 19. § 1er. Lorsqu'un opérateur souhaite céder ou louer ses droits d'utilisation pour du spectre radioélectrique, il en informe l'Institut et demande l'accord de l'Institut à ce sujet.
L'Institut peut refuser la cession ou la location lorsque l'opérateur a initialement obtenu le droit d'utilisation concerné gratuitement.
La cession ou la location du spectre radioélectrique harmonisé respecte cette utilisation harmonisée.
Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités selon lesquelles la cession ou la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, peut avoir lieu.
Les cessions et les locations sont soumises à la procédure la moins onéreuse possible.
L'Institut veille à rendre publiques les informations qui lui sont données en application de l'alinéa 1er ainsi que ses décisions prises en application du présent paragraphe.
§ 2. L'Institut autorise la cession ou la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans la mesure où les conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation sont conservées. Sans préjudice de la nécessité de veiller à l'absence de distorsion de concurrence, notamment conformément à l'article 24/3, l'Institut:
1° ne refuse pas la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique lorsque le donneur en location s'engage à continuer à assumer la responsabilité du respect des conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation;
2° ne refuse pas la cession de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, sauf s'il existe un risque clair que le nouveau titulaire ne soit pas en mesure de respecter les conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation.
Les obligations visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, sont sans préjudice de la compétence dévolue à l'Institut de faire respecter à tout moment, tant par le donneur en location que par le preneur en location, les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation.
Les autorités compétentes facilitent la cession ou la location des droits d'utilisation du spectre radioélectrique en examinant, en temps utile, toute demande d'adaptation des conditions dont sont assortis les droits et en veillant à ce que ces droits ou le spectre radioélectrique concerné puissent faire l'objet d'une segmentation ou d'une désagrégation optimale.
Dans la perspective d'une éventuelle cession ou location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut rend accessibles au public, sous une forme électronique normalisée, les informations pertinentes relatives aux droits individuels négociables lorsque les droits sont créés, et conservent ces informations tant que les droits existent.".
"Art. 19. § 1er. Lorsqu'un opérateur souhaite céder ou louer ses droits d'utilisation pour du spectre radioélectrique, il en informe l'Institut et demande l'accord de l'Institut à ce sujet.
L'Institut peut refuser la cession ou la location lorsque l'opérateur a initialement obtenu le droit d'utilisation concerné gratuitement.
La cession ou la location du spectre radioélectrique harmonisé respecte cette utilisation harmonisée.
Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités selon lesquelles la cession ou la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, peut avoir lieu.
Les cessions et les locations sont soumises à la procédure la moins onéreuse possible.
L'Institut veille à rendre publiques les informations qui lui sont données en application de l'alinéa 1er ainsi que ses décisions prises en application du présent paragraphe.
§ 2. L'Institut autorise la cession ou la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans la mesure où les conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation sont conservées. Sans préjudice de la nécessité de veiller à l'absence de distorsion de concurrence, notamment conformément à l'article 24/3, l'Institut:
1° ne refuse pas la location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique lorsque le donneur en location s'engage à continuer à assumer la responsabilité du respect des conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation;
2° ne refuse pas la cession de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, sauf s'il existe un risque clair que le nouveau titulaire ne soit pas en mesure de respecter les conditions initiales dont sont assortis les droits d'utilisation.
Les obligations visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, sont sans préjudice de la compétence dévolue à l'Institut de faire respecter à tout moment, tant par le donneur en location que par le preneur en location, les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation.
Les autorités compétentes facilitent la cession ou la location des droits d'utilisation du spectre radioélectrique en examinant, en temps utile, toute demande d'adaptation des conditions dont sont assortis les droits et en veillant à ce que ces droits ou le spectre radioélectrique concerné puissent faire l'objet d'une segmentation ou d'une désagrégation optimale.
Dans la perspective d'une éventuelle cession ou location de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut rend accessibles au public, sous une forme électronique normalisée, les informations pertinentes relatives aux droits individuels négociables lorsque les droits sont créés, et conservent ces informations tant que les droits existent.".
Art.59. Artikel 19/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 19/1. § 1. Aan de gebruiksrechten voor radiospectrum worden voorwaarden verbonden overeenkomstig artikel 18, § 1, waarbij zij zorgen voor het optimale en het meest doeltreffende en efficiënte gebruik van radiospectrum. Voordat overgegaan wordt tot toekenning of verlenging van die rechten, wordt een duidelijke omschrijving gegeven van al deze voorwaarden, met inbegrip van het vereiste gebruiksniveau en de mogelijkheid om die verplichting na te leven door te verhandelen of te verhuren, teneinde de uitvoering van die voorwaarden overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector te waarborgen. Voorwaarden verbonden aan de verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum mogen voor bestaande houders van dergelijke rechten geen onrechtmatige voordelen opleveren.
In dergelijke voorwaarden worden de toepasselijke parameters gespecificeerd, waaronder de eventuele deadline voor de uitoefening van de gebruiksrechten; indien deze niet worden nagekomen, heeft het Instituut het recht het gebruiksrecht in te trekken overeenkomstig artikel 18, § 3, of andere maatregelen op te leggen.
De belanghebbende partijen worden tijdig en op transparante wijze geraadpleegd en geïnformeerd over de voorwaarden verbonden aan gebruiksrechten voor radiospectrum voordat deze worden opgelegd. De criteria voor de beoordeling van de naleving van die voorwaarden worden van tevoren vastgelegd en de belanghebbende partijen worden daarvan op transparante wijze in kennis gesteld.
§ 2. Wanneer voorwaarden worden verbonden aan gebruiksrechten voor radiospectrum, kunnen, met name om een doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum te waarborgen of dekking te bevorderen, de volgende mogelijkheden worden geboden tot:
1° gedeeld gebruik van passieve of actieve infrastructuur die van radiospectrum afhankelijk is, of van radiospectrum zelf;
2° commerciële overeenkomsten inzake roamingtoegang;
3° de gezamenlijke uitrol van infrastructuur voor het aanbieden van netwerken of diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum.
Met de voorwaarden die verbonden zijn aan de gebruiksrechten voor radiospectrum, wordt het gedeeld gebruik van radiospectrum niet verhinderd. Bij de uitvoering van op grond van deze paragraaf verbonden voorwaarden leven ondernemingen het mededingingsrecht na.".
"Art. 19/1. § 1. Aan de gebruiksrechten voor radiospectrum worden voorwaarden verbonden overeenkomstig artikel 18, § 1, waarbij zij zorgen voor het optimale en het meest doeltreffende en efficiënte gebruik van radiospectrum. Voordat overgegaan wordt tot toekenning of verlenging van die rechten, wordt een duidelijke omschrijving gegeven van al deze voorwaarden, met inbegrip van het vereiste gebruiksniveau en de mogelijkheid om die verplichting na te leven door te verhandelen of te verhuren, teneinde de uitvoering van die voorwaarden overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector te waarborgen. Voorwaarden verbonden aan de verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum mogen voor bestaande houders van dergelijke rechten geen onrechtmatige voordelen opleveren.
In dergelijke voorwaarden worden de toepasselijke parameters gespecificeerd, waaronder de eventuele deadline voor de uitoefening van de gebruiksrechten; indien deze niet worden nagekomen, heeft het Instituut het recht het gebruiksrecht in te trekken overeenkomstig artikel 18, § 3, of andere maatregelen op te leggen.
De belanghebbende partijen worden tijdig en op transparante wijze geraadpleegd en geïnformeerd over de voorwaarden verbonden aan gebruiksrechten voor radiospectrum voordat deze worden opgelegd. De criteria voor de beoordeling van de naleving van die voorwaarden worden van tevoren vastgelegd en de belanghebbende partijen worden daarvan op transparante wijze in kennis gesteld.
§ 2. Wanneer voorwaarden worden verbonden aan gebruiksrechten voor radiospectrum, kunnen, met name om een doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum te waarborgen of dekking te bevorderen, de volgende mogelijkheden worden geboden tot:
1° gedeeld gebruik van passieve of actieve infrastructuur die van radiospectrum afhankelijk is, of van radiospectrum zelf;
2° commerciële overeenkomsten inzake roamingtoegang;
3° de gezamenlijke uitrol van infrastructuur voor het aanbieden van netwerken of diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum.
Met de voorwaarden die verbonden zijn aan de gebruiksrechten voor radiospectrum, wordt het gedeeld gebruik van radiospectrum niet verhinderd. Bij de uitvoering van op grond van deze paragraaf verbonden voorwaarden leven ondernemingen het mededingingsrecht na.".
Art.59. L'article 19/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 19/1. § 1er. Les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont assortis de conditions conformément à l'article 18, § 1er, de façon à garantir l'utilisation optimale et la plus efficace et efficiente du spectre radioélectrique. Avant l'attribution ou le renouvellement de ces droits, toutes ces conditions, parmi lesquelles le niveau d'utilisation requis et les possibilités de satisfaire à cette exigence par le négoce ou la location afin d'assurer la mise en oeuvre de ces conditions conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, sont établies clairement. Les conditions dont sont assortis les renouvellements des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ne procurent pas d'avantages indus aux titulaires existants de ces droits.
Ces conditions précisent les paramètres applicables, y compris le délai pour exercer les droits d'utilisation, dont le non-respect donnerait à l'Institut le droit de retirer le droit d'utilisation conformément à l'article 18, § 3, ou d'imposer d'autres mesures.
Les parties intéressées sont consultées et informées, en temps utile et de façon transparente, au sujet des conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique avant de les imposer. Les critères pour l'évaluation de la réalisation de ces conditions sont déterminées au préalable et les parties intéressées en sont informées de manière transparente.
§ 2. Lorsque les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont assortis de conditions, les possibilités suivantes peuvent être prévues, notamment afin d'assurer une utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique ou de renforcer la couverture:
1° partager des infrastructures passives ou actives qui dépendent du spectre radioélectrique ou partager le spectre radioélectrique;
2° conclure des accords commerciaux pour l'accès par itinérance;
3° déployer conjointement des infrastructures pour la fourniture de réseaux ou de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique.
Le partage du spectre radioélectrique n'est pas empêché dans les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique. La mise en oeuvre, par les entreprises, des conditions imposées en application du présent paragraphe reste soumise au droit de la concurrence.".
"Art. 19/1. § 1er. Les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont assortis de conditions conformément à l'article 18, § 1er, de façon à garantir l'utilisation optimale et la plus efficace et efficiente du spectre radioélectrique. Avant l'attribution ou le renouvellement de ces droits, toutes ces conditions, parmi lesquelles le niveau d'utilisation requis et les possibilités de satisfaire à cette exigence par le négoce ou la location afin d'assurer la mise en oeuvre de ces conditions conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, sont établies clairement. Les conditions dont sont assortis les renouvellements des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ne procurent pas d'avantages indus aux titulaires existants de ces droits.
Ces conditions précisent les paramètres applicables, y compris le délai pour exercer les droits d'utilisation, dont le non-respect donnerait à l'Institut le droit de retirer le droit d'utilisation conformément à l'article 18, § 3, ou d'imposer d'autres mesures.
Les parties intéressées sont consultées et informées, en temps utile et de façon transparente, au sujet des conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique avant de les imposer. Les critères pour l'évaluation de la réalisation de ces conditions sont déterminées au préalable et les parties intéressées en sont informées de manière transparente.
§ 2. Lorsque les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont assortis de conditions, les possibilités suivantes peuvent être prévues, notamment afin d'assurer une utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique ou de renforcer la couverture:
1° partager des infrastructures passives ou actives qui dépendent du spectre radioélectrique ou partager le spectre radioélectrique;
2° conclure des accords commerciaux pour l'accès par itinérance;
3° déployer conjointement des infrastructures pour la fourniture de réseaux ou de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique.
Le partage du spectre radioélectrique n'est pas empêché dans les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique. La mise en oeuvre, par les entreprises, des conditions imposées en application du présent paragraphe reste soumise au droit de la concurrence.".
Art.60. Artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 20. § 1. Indien het Instituut, overeenkomstig artikel 13/2, tot de conclusie komt dat de meest geschikte regeling voor het gebruik van radiospectrum bestaat in het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum en indien het overweegt het aantal gebruiksrechten voor radiospectrum te beperken, dient het onder meer:
1° de redenen voor het beperken van de gebruiksrechten duidelijk te vermelden, waarbij het er met name voor zorgt voldoende rekening te houden met de noodzaak de voordelen voor de gebruikers te maximaliseren en de ontwikkeling van de mededinging te bevorderen, en, in voorkomend geval, met regelmatige tussenpozen dan wel op redelijk verzoek van betrokken ondernemingen een beoordeling van de beperking uit te voeren;
2° alle belanghebbende partijen, met inbegrip van gebruikers en consumenten, de mogelijkheid te bieden om zich door middel van een openbare raadpleging uit te spreken over elke eventuele beperking.
§ 2. De Koning stelt, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, de procedure vast om het aantal te verlenen gebruiksrechten voor radiospectrum te beperken.
Het voorstel van het Instituut geeft een duidelijke omschrijving en motivering van de doelstellingen die door middel van een competitieve of vergelijkende selectieprocedure krachtens dit artikel worden nagestreefd en kwantificeert deze voor zover mogelijk, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met de noodzaak om aan doelstellingen betreffende de nationale en de interne markt te voldoen. De doelstellingen die het Instituut vastlegt met het oog op het ontwerpen van de specifieke selectieprocedure, omvatten, naast het stimuleren van de mededinging, één of meer van de volgende doelstellingen:
a) bevorderen van de dekking;
b) garanderen van de vereiste kwaliteit van de dienstverlening;
c) bevorderen van het efficiënt gebruik van het radiospectrum, en daarbij onder meer rekening houden met de aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden en de hoogte van de vergoedingen;
d) bevorderen van innovatie en bedrijfsontwikkeling.
Het Instituut licht zijn voorstel duidelijk toe en rechtvaardigt die keuze, met inbegrip van elke eventuele voorbereidingsfase voorafgaand aan de toegang tot de selectieprocedure. Het maakt ook duidelijk melding van de resultaten van elke aanverwante beoordeling van de concurrentie-, technische en economische situatie van de markt, en geeft redenen voor het mogelijk gebruik en de keuze van maatregelen.
§ 3. Het Instituut informeert de RSPG op het moment van de publicatie over de ontwerpmaatregelen die onder het toepassingsgebied van de vergelijkende of op mededinging gebaseerde selectieprocedure op grond van paragraaf 2, vallen en betrekking hebben op het gebruik van het geharmoniseerde radiospectrum om gebruik ervan voor draadloze-breedbandnetwerken en -diensten mogelijk te maken. Het Instituut geeft aan of en wanneer het de RSPG zal verzoeken een peerreviewforum bijeen te roepen.
§ 4. Elk besluit inzake de gekozen selectieprocedure en de daarbij geldende regels worden bekendgemaakt, met duidelijke opgaaf van redenen. Daarnaast wordt bekendgemaakt welke voorwaarden aan de gebruiksrechten moeten worden verbonden.
§ 5. Na de vaststelling van de selectieprocedure door de Koning kan het Instituut een uitnodiging doen tot het indienen van aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum.
§ 6. Indien de verlening van het aantal gebruiksrechten voor radiospectrum moet worden beperkt, worden die rechten verleend op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige selectiecriteria en selectieprocedures. Dergelijke selectiecriteria hechten naar behoren belang aan de verwezenlijking van de doelstellingen en eisen van de artikelen 6 en 13.
§ 7. Wanneer het Instituut besluit dat er aanvullende gebruiksrechten voor radiospectrum kunnen worden verleend, maakt het die conclusie bekend en initieert het het proces voor het verlenen van die rechten overeenkomstig de nadere regels die zijn vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad.".
"Art. 20. § 1. Indien het Instituut, overeenkomstig artikel 13/2, tot de conclusie komt dat de meest geschikte regeling voor het gebruik van radiospectrum bestaat in het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum en indien het overweegt het aantal gebruiksrechten voor radiospectrum te beperken, dient het onder meer:
1° de redenen voor het beperken van de gebruiksrechten duidelijk te vermelden, waarbij het er met name voor zorgt voldoende rekening te houden met de noodzaak de voordelen voor de gebruikers te maximaliseren en de ontwikkeling van de mededinging te bevorderen, en, in voorkomend geval, met regelmatige tussenpozen dan wel op redelijk verzoek van betrokken ondernemingen een beoordeling van de beperking uit te voeren;
2° alle belanghebbende partijen, met inbegrip van gebruikers en consumenten, de mogelijkheid te bieden om zich door middel van een openbare raadpleging uit te spreken over elke eventuele beperking.
§ 2. De Koning stelt, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, de procedure vast om het aantal te verlenen gebruiksrechten voor radiospectrum te beperken.
Het voorstel van het Instituut geeft een duidelijke omschrijving en motivering van de doelstellingen die door middel van een competitieve of vergelijkende selectieprocedure krachtens dit artikel worden nagestreefd en kwantificeert deze voor zover mogelijk, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met de noodzaak om aan doelstellingen betreffende de nationale en de interne markt te voldoen. De doelstellingen die het Instituut vastlegt met het oog op het ontwerpen van de specifieke selectieprocedure, omvatten, naast het stimuleren van de mededinging, één of meer van de volgende doelstellingen:
a) bevorderen van de dekking;
b) garanderen van de vereiste kwaliteit van de dienstverlening;
c) bevorderen van het efficiënt gebruik van het radiospectrum, en daarbij onder meer rekening houden met de aan de gebruiksrechten verbonden voorwaarden en de hoogte van de vergoedingen;
d) bevorderen van innovatie en bedrijfsontwikkeling.
Het Instituut licht zijn voorstel duidelijk toe en rechtvaardigt die keuze, met inbegrip van elke eventuele voorbereidingsfase voorafgaand aan de toegang tot de selectieprocedure. Het maakt ook duidelijk melding van de resultaten van elke aanverwante beoordeling van de concurrentie-, technische en economische situatie van de markt, en geeft redenen voor het mogelijk gebruik en de keuze van maatregelen.
§ 3. Het Instituut informeert de RSPG op het moment van de publicatie over de ontwerpmaatregelen die onder het toepassingsgebied van de vergelijkende of op mededinging gebaseerde selectieprocedure op grond van paragraaf 2, vallen en betrekking hebben op het gebruik van het geharmoniseerde radiospectrum om gebruik ervan voor draadloze-breedbandnetwerken en -diensten mogelijk te maken. Het Instituut geeft aan of en wanneer het de RSPG zal verzoeken een peerreviewforum bijeen te roepen.
§ 4. Elk besluit inzake de gekozen selectieprocedure en de daarbij geldende regels worden bekendgemaakt, met duidelijke opgaaf van redenen. Daarnaast wordt bekendgemaakt welke voorwaarden aan de gebruiksrechten moeten worden verbonden.
§ 5. Na de vaststelling van de selectieprocedure door de Koning kan het Instituut een uitnodiging doen tot het indienen van aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum.
§ 6. Indien de verlening van het aantal gebruiksrechten voor radiospectrum moet worden beperkt, worden die rechten verleend op basis van objectieve, transparante, niet-discriminerende en evenredige selectiecriteria en selectieprocedures. Dergelijke selectiecriteria hechten naar behoren belang aan de verwezenlijking van de doelstellingen en eisen van de artikelen 6 en 13.
§ 7. Wanneer het Instituut besluit dat er aanvullende gebruiksrechten voor radiospectrum kunnen worden verleend, maakt het die conclusie bekend en initieert het het proces voor het verlenen van die rechten overeenkomstig de nadere regels die zijn vastgesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, en na overleg in de Ministerraad.".
Art.60. L'article 20 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 20. § 1er. Lorsque l'Institut conclut, conformément à l'article 13/2, que le régime d'autorisation le plus approprié pour l'utilisation du spectre radioélectrique est l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique et lorsqu'il examine s'il convient de limiter le nombre de droits d'utilisation du spectre radioélectrique à octroyer, il doit entre autres:
1° indiquer clairement les motifs justifiant de limiter les droits d'utilisation, notamment en prenant dûment en considération la nécessité d'apporter un maximum d'avantages aux utilisateurs et de stimuler la concurrence et réexaminer, le cas échéant, la limitation à intervalles réguliers ou à la demande des entreprises concernées, pour autant que celle-ci soit raisonnable;
2° donner à toutes les parties intéressées, dont les utilisateurs et les consommateurs, la possibilité d'exprimer leur point de vue sur une limitation éventuelle lors d'une consultation publique.
§ 2. Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, la procédure visant à limiter le nombre de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, à octroyer.
La proposition de l'Institut définit clairement les objectifs poursuivis au moyen d'une procédure de sélection concurrentielle ou comparative conçue au titre du présent article, justifie ces objectifs et, si possible, les quantifie, en prenant dûment en considération la nécessité de réaliser les objectifs nationaux et ceux du marché intérieur. Les objectifs dont l'Institut peut se prévaloir pour concevoir la procédure de sélection en question, outre celui consistant à favoriser la concurrence, se limitent à une ou plusieurs des possibilités suivantes:
a) renforcer la couverture;
b) garantir la qualité de service requise;
c) favoriser l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique, notamment en tenant compte des conditions dont sont assortis les droits d'utilisation et du niveau des redevances;
d) favoriser l'innovation et le développement de l'activité économique.
L'Institut expose clairement sa proposition et en justifie le choix, y compris en ce qui concerne toute phase préalable pour accéder à ladite procédure. Par ailleurs, il indique clairement le résultat de toute évaluation connexe de la situation concurrentielle, technique et économique du marché et fournit les motifs de l'utilisation éventuelle et du choix des mesures.
§ 3. L'Institut informe le RSPG au moment de la publication, de tout projet de mesure qui relève de la procédure de sélection comparative ou concurrentielle en vertu du paragraphe 2, et qui a trait à l'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé pour permettre son utilisation pour les services de communications électroniques à haut débit sans fil. L'Institut indique s'il demande au RSPG de convoquer un forum d'évaluation par les pairs et à quel moment.
§ 4. Toute décision sur la procédure de sélection choisie et les règles y afférentes sont publiées et clairement motivées. Les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont également publiées.
§ 5. Après que la procédure de sélection ait été fixée par le Roi, l'Institut peut lancer un appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
§ 6. Lorsque l'octroi du nombre des droits d'utilisation du spectre radioélectrique doit être limité, ces droits sont octroyés sur la base de critères de sélection et d'une procédure de sélection qui sont objectifs, transparents, non discriminatoires et proportionnés. Ces critères de sélection prennent dûment en considération la réalisation des objectifs et des exigences prévus aux articles 6 et 13.
§ 7. Lorsque l'Institut conclut que des droits d'utilisation du spectre radioélectrique supplémentaires peuvent être octroyés, il publie cette conclusion et lance la procédure pour l'octroi de ces droits conformément aux modalités fixées par le Roi par arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres.".
"Art. 20. § 1er. Lorsque l'Institut conclut, conformément à l'article 13/2, que le régime d'autorisation le plus approprié pour l'utilisation du spectre radioélectrique est l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique et lorsqu'il examine s'il convient de limiter le nombre de droits d'utilisation du spectre radioélectrique à octroyer, il doit entre autres:
1° indiquer clairement les motifs justifiant de limiter les droits d'utilisation, notamment en prenant dûment en considération la nécessité d'apporter un maximum d'avantages aux utilisateurs et de stimuler la concurrence et réexaminer, le cas échéant, la limitation à intervalles réguliers ou à la demande des entreprises concernées, pour autant que celle-ci soit raisonnable;
2° donner à toutes les parties intéressées, dont les utilisateurs et les consommateurs, la possibilité d'exprimer leur point de vue sur une limitation éventuelle lors d'une consultation publique.
§ 2. Le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, la procédure visant à limiter le nombre de droits d'utilisation du spectre radioélectrique, à octroyer.
La proposition de l'Institut définit clairement les objectifs poursuivis au moyen d'une procédure de sélection concurrentielle ou comparative conçue au titre du présent article, justifie ces objectifs et, si possible, les quantifie, en prenant dûment en considération la nécessité de réaliser les objectifs nationaux et ceux du marché intérieur. Les objectifs dont l'Institut peut se prévaloir pour concevoir la procédure de sélection en question, outre celui consistant à favoriser la concurrence, se limitent à une ou plusieurs des possibilités suivantes:
a) renforcer la couverture;
b) garantir la qualité de service requise;
c) favoriser l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique, notamment en tenant compte des conditions dont sont assortis les droits d'utilisation et du niveau des redevances;
d) favoriser l'innovation et le développement de l'activité économique.
L'Institut expose clairement sa proposition et en justifie le choix, y compris en ce qui concerne toute phase préalable pour accéder à ladite procédure. Par ailleurs, il indique clairement le résultat de toute évaluation connexe de la situation concurrentielle, technique et économique du marché et fournit les motifs de l'utilisation éventuelle et du choix des mesures.
§ 3. L'Institut informe le RSPG au moment de la publication, de tout projet de mesure qui relève de la procédure de sélection comparative ou concurrentielle en vertu du paragraphe 2, et qui a trait à l'utilisation du spectre radioélectrique harmonisé pour permettre son utilisation pour les services de communications électroniques à haut débit sans fil. L'Institut indique s'il demande au RSPG de convoquer un forum d'évaluation par les pairs et à quel moment.
§ 4. Toute décision sur la procédure de sélection choisie et les règles y afférentes sont publiées et clairement motivées. Les conditions dont sont assortis les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont également publiées.
§ 5. Après que la procédure de sélection ait été fixée par le Roi, l'Institut peut lancer un appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
§ 6. Lorsque l'octroi du nombre des droits d'utilisation du spectre radioélectrique doit être limité, ces droits sont octroyés sur la base de critères de sélection et d'une procédure de sélection qui sont objectifs, transparents, non discriminatoires et proportionnés. Ces critères de sélection prennent dûment en considération la réalisation des objectifs et des exigences prévus aux articles 6 et 13.
§ 7. Lorsque l'Institut conclut que des droits d'utilisation du spectre radioélectrique supplémentaires peuvent être octroyés, il publie cette conclusion et lance la procédure pour l'octroi de ces droits conformément aux modalités fixées par le Roi par arrêté pris sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, et après délibération en Conseil des ministres.".
Art.61. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 21. § 1. Wanneer gebruiksrechten moeten worden verleend voor radiospectrum, verleent het Instituut die rechten op verzoek aan alle operatoren, met inachtneming van artikel 18, § 1, en van artikel 20, en van alle andere regels die een efficiënt gebruik van die middelen waarborgen.
Om de procedures inzake aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum uit te voeren en deze aanvragen te beoordelen, kan het Instituut van de ondernemingen vragen om informatie te verstrekken die evenredig en objectief gerechtvaardigd is.
Het Instituut beoordeelt in het kader van selectieprocedures aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum op grond van objectieve, transparante, evenredige en niet-discriminerende criteria die van tevoren zijn vastgesteld en waarin de voorwaarden in verband met dergelijke rechten zijn opgenomen. Het Instituut kan de aanvragers verzoeken om alle informatie die het nodig heeft om op basis van die criteria te beoordelen of de aanvragers over de capaciteit beschikken om aan die voorwaarden te voldoen. Als het Instituut tot de conclusie komt dat een aanvrager niet over de nodige capaciteit beschikt, verstrekt het een met redenen omkleed besluit.
§ 2. Bij het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum specificeert het Instituut of en onder welke voorwaarden deze kunnen worden overgedragen of verhuurd door de houder van de rechten overeenkomstig artikel 19.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, worden de besluiten over het verlenen van individuele gebruiksrechten voor radiospectrum zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de volledige aanvraag, en voor radiospectrum dat in het nationale frequentietoewijzingsplan is aangemerkt als beschikbaar voor elektronische-communicatiediensten, binnen zes weken door het Instituut genomen, meegedeeld en gepubliceerd.
§ 4. Wanneer competitieve of vergelijkende selectieprocedures moeten worden toegepast, kan het Instituut de in paragraaf 3 genoemde termijn verlengen zolang als nodig is om ervoor te zorgen dat die procedures billijk, redelijk, open en transparant zijn voor alle belanghebbende partijen, welke verlenging echter niet meer dan acht maanden mag bedragen. De procedure vermeld in artikel 20, § 2, is van toepassing op de vergelijkende of competitieve selectieprocedures.
§ 5. De termijnen waarvan sprake in paragrafen 3 en 4 kunnen door het Instituut worden verlengd overeenkomstig de toepasselijke internationale overeenkomsten betreffende het gebruik van radiospectrum of van posities in de ruimte. Het Instituut brengt de aanvrager hiervan onverwijld op de hoogte.".
"Art. 21. § 1. Wanneer gebruiksrechten moeten worden verleend voor radiospectrum, verleent het Instituut die rechten op verzoek aan alle operatoren, met inachtneming van artikel 18, § 1, en van artikel 20, en van alle andere regels die een efficiënt gebruik van die middelen waarborgen.
Om de procedures inzake aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum uit te voeren en deze aanvragen te beoordelen, kan het Instituut van de ondernemingen vragen om informatie te verstrekken die evenredig en objectief gerechtvaardigd is.
Het Instituut beoordeelt in het kader van selectieprocedures aanvragen voor gebruiksrechten voor radiospectrum op grond van objectieve, transparante, evenredige en niet-discriminerende criteria die van tevoren zijn vastgesteld en waarin de voorwaarden in verband met dergelijke rechten zijn opgenomen. Het Instituut kan de aanvragers verzoeken om alle informatie die het nodig heeft om op basis van die criteria te beoordelen of de aanvragers over de capaciteit beschikken om aan die voorwaarden te voldoen. Als het Instituut tot de conclusie komt dat een aanvrager niet over de nodige capaciteit beschikt, verstrekt het een met redenen omkleed besluit.
§ 2. Bij het verlenen van gebruiksrechten voor radiospectrum specificeert het Instituut of en onder welke voorwaarden deze kunnen worden overgedragen of verhuurd door de houder van de rechten overeenkomstig artikel 19.
§ 3. Onverminderd paragraaf 4, worden de besluiten over het verlenen van individuele gebruiksrechten voor radiospectrum zo spoedig mogelijk na de ontvangst van de volledige aanvraag, en voor radiospectrum dat in het nationale frequentietoewijzingsplan is aangemerkt als beschikbaar voor elektronische-communicatiediensten, binnen zes weken door het Instituut genomen, meegedeeld en gepubliceerd.
§ 4. Wanneer competitieve of vergelijkende selectieprocedures moeten worden toegepast, kan het Instituut de in paragraaf 3 genoemde termijn verlengen zolang als nodig is om ervoor te zorgen dat die procedures billijk, redelijk, open en transparant zijn voor alle belanghebbende partijen, welke verlenging echter niet meer dan acht maanden mag bedragen. De procedure vermeld in artikel 20, § 2, is van toepassing op de vergelijkende of competitieve selectieprocedures.
§ 5. De termijnen waarvan sprake in paragrafen 3 en 4 kunnen door het Instituut worden verlengd overeenkomstig de toepasselijke internationale overeenkomsten betreffende het gebruik van radiospectrum of van posities in de ruimte. Het Instituut brengt de aanvrager hiervan onverwijld op de hoogte.".
Art.61. L'article 21 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 21. § 1er. Lorsqu'il est nécessaire d'octroyer des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut les octroie, sur demande, à tout opérateur, sous réserve de l'article 18, § 1er, et de l'article 20, et de toute autre règle garantissant l'utilisation efficace de ces ressources.
Afin d'exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique et l'évaluation de ces demandes, l'Institut peut demander aux entreprises de fournir des informations qui sont proportionnées et objectivement justifiées.
L'Institut examine les demandes de droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans le cadre de procédures de sélection prévoyant des critères d'admissibilité objectifs, transparents, proportionnés et non discriminatoires, qui sont énoncés au préalable et qui tiennent compte des conditions dont doivent être assortis ces droits. L'Institut est en mesure de réclamer aux demandeurs toutes les informations nécessaires pour évaluer, sur la base de ces critères, leur aptitude à remplir ces conditions. Si l'Institut conclut qu'un demandeur n'a pas l'aptitude requise, il rend à cet effet une décision dûment motivée.
§ 2. Lorsqu'il octroie des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut précise si ces droits peuvent être cédés ou loués par leur titulaire conformément à l'article 19, et à quelles conditions.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, l'Institut prend, communique et rend publiques les décisions concernant l'octroi des droits individuels d'utilisation du spectre radioélectrique dès que possible après réception de la demande complète et dans un délai de six semaines dans le cas du spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences.
§ 4. Lorsque les procédures de sélection comparatives ou concurrentielles doivent être utilisées, l'Institut peut prolonger le délai mentionné au paragraphe 3, aussi longtemps que nécessaire pour garantir que ces procédures sont équitables, rationnelles, ouvertes et transparentes pour toutes les parties intéressées, sans toutefois dépasser huit mois. La procédure mentionnée à l'article 20, § 2, est d'application aux procédures de sélection comparatives ou concurrentielles.
§ 5. Les délais mentionnés aux paragraphes 3 et 4 peuvent être prorogés par l'Institut, conformément à tout accord international applicable en matière d'utilisation du spectre radioélectrique ou des positions orbitales. L'Institut en informe immédiatement le demandeur.".
"Art. 21. § 1er. Lorsqu'il est nécessaire d'octroyer des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut les octroie, sur demande, à tout opérateur, sous réserve de l'article 18, § 1er, et de l'article 20, et de toute autre règle garantissant l'utilisation efficace de ces ressources.
Afin d'exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation du spectre radioélectrique et l'évaluation de ces demandes, l'Institut peut demander aux entreprises de fournir des informations qui sont proportionnées et objectivement justifiées.
L'Institut examine les demandes de droits d'utilisation du spectre radioélectrique dans le cadre de procédures de sélection prévoyant des critères d'admissibilité objectifs, transparents, proportionnés et non discriminatoires, qui sont énoncés au préalable et qui tiennent compte des conditions dont doivent être assortis ces droits. L'Institut est en mesure de réclamer aux demandeurs toutes les informations nécessaires pour évaluer, sur la base de ces critères, leur aptitude à remplir ces conditions. Si l'Institut conclut qu'un demandeur n'a pas l'aptitude requise, il rend à cet effet une décision dûment motivée.
§ 2. Lorsqu'il octroie des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, l'Institut précise si ces droits peuvent être cédés ou loués par leur titulaire conformément à l'article 19, et à quelles conditions.
§ 3. Sans préjudice du paragraphe 4, l'Institut prend, communique et rend publiques les décisions concernant l'octroi des droits individuels d'utilisation du spectre radioélectrique dès que possible après réception de la demande complète et dans un délai de six semaines dans le cas du spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences.
§ 4. Lorsque les procédures de sélection comparatives ou concurrentielles doivent être utilisées, l'Institut peut prolonger le délai mentionné au paragraphe 3, aussi longtemps que nécessaire pour garantir que ces procédures sont équitables, rationnelles, ouvertes et transparentes pour toutes les parties intéressées, sans toutefois dépasser huit mois. La procédure mentionnée à l'article 20, § 2, est d'application aux procédures de sélection comparatives ou concurrentielles.
§ 5. Les délais mentionnés aux paragraphes 3 et 4 peuvent être prorogés par l'Institut, conformément à tout accord international applicable en matière d'utilisation du spectre radioélectrique ou des positions orbitales. L'Institut en informe immédiatement le demandeur.".
Art.62. Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 22. Indien een operator vraagt om een gebruiksrecht voor radiospectrum te verkrijgen voor een deel van het radiospectrum dat in het nationale frequentietoewijzingsplan beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten waarvan de voorwaarden nog niet door de Koning zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 18, § 1, kan het Instituut voorlopige voorwaarden vaststellen.
Indien het Instituut gebruiksrechten voor radiospectrum heeft verleend op basis van voorlopige voorwaarden, worden deze voorwaarden eventueel gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld op grond van artikel 18, § 1.".
"Art. 22. Indien een operator vraagt om een gebruiksrecht voor radiospectrum te verkrijgen voor een deel van het radiospectrum dat in het nationale frequentietoewijzingsplan beschikbaar is verklaard voor elektronische-communicatiediensten waarvan de voorwaarden nog niet door de Koning zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 18, § 1, kan het Instituut voorlopige voorwaarden vaststellen.
Indien het Instituut gebruiksrechten voor radiospectrum heeft verleend op basis van voorlopige voorwaarden, worden deze voorwaarden eventueel gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die door de Koning zijn vastgesteld op grond van artikel 18, § 1.".
Art.62. L'article 22 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 22. Si un opérateur demande à obtenir un droit d'utilisation du spectre radioélectrique pour une partie du spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences, pour laquelle les conditions n'ont pas encore été fixées par le Roi conformément à l'article 18, § 1er, l'Institut peut fixer des conditions provisoires.
Si l'Institut a attribué des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, sur la base de conditions provisoires, ces conditions sont modifiées le cas échéant pour être rendues conformes aux conditions fixées par le Roi en vertu à l'article 18, § 1er.".
"Art. 22. Si un opérateur demande à obtenir un droit d'utilisation du spectre radioélectrique pour une partie du spectre radioélectrique déclaré disponible pour des services de communications électroniques dans le plan national d'attribution des fréquences, pour laquelle les conditions n'ont pas encore été fixées par le Roi conformément à l'article 18, § 1er, l'Institut peut fixer des conditions provisoires.
Si l'Institut a attribué des droits d'utilisation du spectre radioélectrique, sur la base de conditions provisoires, ces conditions sont modifiées le cas échéant pour être rendues conformes aux conditions fixées par le Roi en vertu à l'article 18, § 1er.".
Art.63. Artikel 23 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.63. L'article 23 de la même loi est abrogé.
Art.64. In artikel 24 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "van radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, is geharmoniseerd, de voorwaarden en procedures voor toegang zijn overeengekomen en de operatoren waaraan de radiofrequenties zullen worden toegewezen, geselecteerd zijn overeenkomstig de internationale overeenkomsten en de communautaire voorschriften, verleent het Instituut dienovereenkomstig het recht om radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, te gebruiken" vervangen door de woorden "van radiospectrum is geharmoniseerd, de voorwaarden en procedures voor toegang zijn overeengekomen en de operatoren waaraan het radiospectrum zal worden toegewezen, geselecteerd zijn overeenkomstig de internationale overeenkomsten en de Europese Unieregels, verleent het Instituut dienovereenkomstig de gebruiksrechten voor dat radiospectrum";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "van de betrokken radiofrequenties" worden vervangen door de woorden "voor het betreffende radiospectrum";
b) de woorden "van voornoemde radiofrequenties" worden vervangen door de woorden "van het voornoemde radiospectrum".
1° in het eerste lid worden de woorden "van radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, is geharmoniseerd, de voorwaarden en procedures voor toegang zijn overeengekomen en de operatoren waaraan de radiofrequenties zullen worden toegewezen, geselecteerd zijn overeenkomstig de internationale overeenkomsten en de communautaire voorschriften, verleent het Instituut dienovereenkomstig het recht om radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, te gebruiken" vervangen door de woorden "van radiospectrum is geharmoniseerd, de voorwaarden en procedures voor toegang zijn overeengekomen en de operatoren waaraan het radiospectrum zal worden toegewezen, geselecteerd zijn overeenkomstig de internationale overeenkomsten en de Europese Unieregels, verleent het Instituut dienovereenkomstig de gebruiksrechten voor dat radiospectrum";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "van de betrokken radiofrequenties" worden vervangen door de woorden "voor het betreffende radiospectrum";
b) de woorden "van voornoemde radiofrequenties" worden vervangen door de woorden "van het voornoemde radiospectrum".
Art.64. Dans l'article 24 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "des radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public a été harmonisée, que les conditions et les procédures d'accès ont été fixées et que les opérateurs auxquels les radiofréquences seront attribuées, ont été sélectionnés conformément aux accords internationaux et aux prescriptions communautaires, l'Institut octroie le droit d'utilisation des radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public en se conformant à ces dispositions" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique a été harmonisée, que les conditions et les procédures d'accès ont été fixées et que les opérateurs auxquels le spectre radioélectrique sera attribué, ont été sélectionnés conformément aux accords internationaux et aux règles de l'Union européenne, l'Institut octroie les droits d'utilisation de ce spectre radioélectrique en se conformant à ces dispositions";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "des radiofréquences concernées" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique concerné";
b) les mots "desdites radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "des radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public a été harmonisée, que les conditions et les procédures d'accès ont été fixées et que les opérateurs auxquels les radiofréquences seront attribuées, ont été sélectionnés conformément aux accords internationaux et aux prescriptions communautaires, l'Institut octroie le droit d'utilisation des radiofréquences utilisées entièrement ou partiellement pour des services de communications électroniques offerts au public en se conformant à ces dispositions" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique a été harmonisée, que les conditions et les procédures d'accès ont été fixées et que les opérateurs auxquels le spectre radioélectrique sera attribué, ont été sélectionnés conformément aux accords internationaux et aux règles de l'Union européenne, l'Institut octroie les droits d'utilisation de ce spectre radioélectrique en se conformant à ces dispositions";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "des radiofréquences concernées" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique concerné";
b) les mots "desdites radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique".
Art.65. Artikel 24/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 24/1. § 1. Onverminderd artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, mag het Instituut de gebruiksrechten voor radiospectrum niet vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn, beperken of intrekken, behalve in met redenen omklede gevallen op grond van paragraaf 2.
§ 2. Overeenkomstig de noodzaak te zorgen voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum of de uitvoering van de krachtens artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregelen, kan de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, erin voorzien dat gebruiksrechten voor radiospectrum, worden beperkt of ingetrokken door het Instituut, op basis van vooraf vastgestelde en duidelijk omschreven procedures en in overeenstemming met de beginselen van evenredigheid en non-discriminatie. In dergelijke gevallen kunnen de houders van die rechten, waar nodig en in overeenstemming met het Europese Unierecht en de relevante nationale bepalingen, naar behoren worden gecompenseerd.
§ 3. Een wijziging in het gebruik van radiospectrum als gevolg van de toepassing van artikel 18, §§ 1/1 en 1/2, rechtvaardigt op zichzelf niet de intrekking van een recht om radiospectrum te gebruiken.".
"Art. 24/1. § 1. Onverminderd artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, mag het Instituut de gebruiksrechten voor radiospectrum niet vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn, beperken of intrekken, behalve in met redenen omklede gevallen op grond van paragraaf 2.
§ 2. Overeenkomstig de noodzaak te zorgen voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van radiospectrum of de uitvoering van de krachtens artikel 4 van de Radiospectrumbeschikking vastgestelde technische uitvoeringsmaatregelen, kan de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, erin voorzien dat gebruiksrechten voor radiospectrum, worden beperkt of ingetrokken door het Instituut, op basis van vooraf vastgestelde en duidelijk omschreven procedures en in overeenstemming met de beginselen van evenredigheid en non-discriminatie. In dergelijke gevallen kunnen de houders van die rechten, waar nodig en in overeenstemming met het Europese Unierecht en de relevante nationale bepalingen, naar behoren worden gecompenseerd.
§ 3. Een wijziging in het gebruik van radiospectrum als gevolg van de toepassing van artikel 18, §§ 1/1 en 1/2, rechtvaardigt op zichzelf niet de intrekking van een recht om radiospectrum te gebruiken.".
Art.65. L'article 24/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 24/1. § 1er. Sans préjudice de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut ne restreint ni ne retire de droits d'utilisation du spectre radioélectrique avant l'expiration de la période pour laquelle ils ont été octroyés, sauf dans des cas justifiés en application du paragraphe 2.
§ 2. Compte tenu de la nécessité d'assurer l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique ou la mise en oeuvre des mesures techniques d'application adoptées au titre de l'article 4 de la décision "spectre radioélectrique", le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut prévoir la restriction ou le retrait de droits d'utilisation du spectre radioélectrique par l'Institut, sur la base de procédures préétablies et clairement définies, dans le respect des principes de proportionnalité et de non-discrimination. Dans de tels cas, les titulaires des droits peuvent, le cas échéant et conformément au droit de l'Union européenne et aux dispositions nationales pertinentes, être indemnisés de manière appropriée.
§ 3. Une modification dans l'utilisation du spectre radioélectrique résultant de l'application de l'article 18, §§ 1er/1 et 1er/2, ne constitue pas en soi un motif qui justifie le retrait d'un droit d'utilisation du spectre radioélectrique.".
"Art. 24/1. § 1er. Sans préjudice de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut ne restreint ni ne retire de droits d'utilisation du spectre radioélectrique avant l'expiration de la période pour laquelle ils ont été octroyés, sauf dans des cas justifiés en application du paragraphe 2.
§ 2. Compte tenu de la nécessité d'assurer l'utilisation efficace et efficiente du spectre radioélectrique ou la mise en oeuvre des mesures techniques d'application adoptées au titre de l'article 4 de la décision "spectre radioélectrique", le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut prévoir la restriction ou le retrait de droits d'utilisation du spectre radioélectrique par l'Institut, sur la base de procédures préétablies et clairement définies, dans le respect des principes de proportionnalité et de non-discrimination. Dans de tels cas, les titulaires des droits peuvent, le cas échéant et conformément au droit de l'Union européenne et aux dispositions nationales pertinentes, être indemnisés de manière appropriée.
§ 3. Une modification dans l'utilisation du spectre radioélectrique résultant de l'application de l'article 18, §§ 1er/1 et 1er/2, ne constitue pas en soi un motif qui justifie le retrait d'un droit d'utilisation du spectre radioélectrique.".
Art.66. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2, van dezelfde wet wordt het artikel 24/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 24/2. § 1. Daadwerkelijke mededinging wordt bevorderd en verstoringen van de mededinging op de interne markt worden voorkomen wanneer besloten wordt tot de verlening, aanpassing of verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum.
§ 2. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend, aangepast of verlengd, kan de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, passende maatregelen nemen, zoals:
1° het beperken van de hoeveelheid radiospectrumbanden waarvoor gebruiksrechten aan ondernemingen worden verleend, of, in gerechtvaardigde omstandigheden, het verbinden van voorwaarden aan dergelijke gebruiksrechten, zoals het aanbieden van wholesaletoegang, nationale of regionale roaming, in bepaalde banden of in bepaalde groepen van banden met soortgelijke kenmerken;
2° het reserveren van een bepaald deel van een radiospectrumband of een groep van banden voor toewijzing aan nieuwe marktdeelnemers, als dit passend en gerechtvaardigd is gezien een specifieke situatie op de nationale markt;
3° het weigeren van de verlening van nieuwe gebruiksrechten voor radiospectrum of van toestemming voor nieuw radiospectrumgebruik in bepaalde banden, dan wel het verbinden van voorwaarden aan de verlening van nieuwe gebruiksrechten voor radiospectrum of de machtiging voor nieuw radiospectrumgebruik, teneinde concurrentieverstoring ten gevolge van de verlening, overdracht of concentratie van gebruiksrechten te voorkomen;
4° het opnemen van voorwaarden voor het verbieden van, of het opleggen van voorwaarden aan, de overdracht van gebruiksrechten voor radiospectrum die niet onder het toezicht inzake fusies van de Europese Unie of de lidstaten vallen, indien het waarschijnlijk is dat door een dergelijke overdracht de mededinging aanzienlijk in het gedrang komt;
5° het wijzigen van de bestaande rechten, daar waar dat noodzakelijk is om ex post een einde te maken aan de concurrentieverstoring ten gevolge van de overdracht of concentratie van gebruiksrechten voor radiospectrum.
Rekening houdend met de marktomstandigheden en beschikbare benchmarks baseert het Instituut zijn voorstel op een objectieve en toekomstgerichte beoordeling van de mededingingsomstandigheden op de markt, van de vraag of dergelijke maatregelen noodzakelijk zijn om daadwerkelijke mededinging in stand te houden of tot stand te brengen en van de waarschijnlijke effecten van dergelijke maatregelen op bestaande en toekomstige investeringen door marktdeelnemers, met name op het gebied van de uitrol van netwerken. Het Instituut houdt daarbij rekening met de marktanalyseaanpak waarvan sprake in artikel 55.".
"Art. 24/2. § 1. Daadwerkelijke mededinging wordt bevorderd en verstoringen van de mededinging op de interne markt worden voorkomen wanneer besloten wordt tot de verlening, aanpassing of verlenging van gebruiksrechten voor radiospectrum.
§ 2. Wanneer gebruiksrechten voor radiospectrum worden verleend, aangepast of verlengd, kan de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, passende maatregelen nemen, zoals:
1° het beperken van de hoeveelheid radiospectrumbanden waarvoor gebruiksrechten aan ondernemingen worden verleend, of, in gerechtvaardigde omstandigheden, het verbinden van voorwaarden aan dergelijke gebruiksrechten, zoals het aanbieden van wholesaletoegang, nationale of regionale roaming, in bepaalde banden of in bepaalde groepen van banden met soortgelijke kenmerken;
2° het reserveren van een bepaald deel van een radiospectrumband of een groep van banden voor toewijzing aan nieuwe marktdeelnemers, als dit passend en gerechtvaardigd is gezien een specifieke situatie op de nationale markt;
3° het weigeren van de verlening van nieuwe gebruiksrechten voor radiospectrum of van toestemming voor nieuw radiospectrumgebruik in bepaalde banden, dan wel het verbinden van voorwaarden aan de verlening van nieuwe gebruiksrechten voor radiospectrum of de machtiging voor nieuw radiospectrumgebruik, teneinde concurrentieverstoring ten gevolge van de verlening, overdracht of concentratie van gebruiksrechten te voorkomen;
4° het opnemen van voorwaarden voor het verbieden van, of het opleggen van voorwaarden aan, de overdracht van gebruiksrechten voor radiospectrum die niet onder het toezicht inzake fusies van de Europese Unie of de lidstaten vallen, indien het waarschijnlijk is dat door een dergelijke overdracht de mededinging aanzienlijk in het gedrang komt;
5° het wijzigen van de bestaande rechten, daar waar dat noodzakelijk is om ex post een einde te maken aan de concurrentieverstoring ten gevolge van de overdracht of concentratie van gebruiksrechten voor radiospectrum.
Rekening houdend met de marktomstandigheden en beschikbare benchmarks baseert het Instituut zijn voorstel op een objectieve en toekomstgerichte beoordeling van de mededingingsomstandigheden op de markt, van de vraag of dergelijke maatregelen noodzakelijk zijn om daadwerkelijke mededinging in stand te houden of tot stand te brengen en van de waarschijnlijke effecten van dergelijke maatregelen op bestaande en toekomstige investeringen door marktdeelnemers, met name op het gebied van de uitrol van netwerken. Het Instituut houdt daarbij rekening met de marktanalyseaanpak waarvan sprake in artikel 55.".
Art.66. Dans le titre II, chapitre II, section 2, sous-section 2, de la même loi, il est inséré un article 24/2, rédigé comme suit:
"Art. 24/2. § 1er. Une concurrence effective est favorisée et les distorsions de concurrence sur le marché intérieur sont évitées lorsqu'il est décidé d'octroyer, de modifier ou de renouveler des droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
§ 2. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés, modifiés ou renouvelés, le Roi peut, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, prendre des mesures appropriées, telles que:
1° limiter la quantité de bandes du spectre radioélectrique pour lesquelles des droits d'utilisation sont octroyés à une entreprise donnée ou, dans des circonstances justifiées, assortir ces droits d'utilisation de conditions, telles que la fourniture d'accès de gros ou l'itinérance nationale ou régionale, dans certaines bandes de fréquences ou certains groupes de bandes présentant des caractéristiques similaires;
2° réserver, s'il y a lieu et si cela est justifié compte tenu d'une situation spécifique sur le marché national, une certaine portion de bande du spectre radioélectrique ou un certain groupe de bandes en vue d'une assignation à de nouveaux entrants;
3° refuser l'octroi de nouveaux droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou l'autorisation de nouvelles utilisations du spectre radioélectrique dans certaines bandes, ou assortir l'octroi de nouveaux droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou l'autorisation de nouvelles utilisations du spectre radioélectrique de conditions, afin d'éviter des distorsions de concurrence dues à une attribution, une cession ou une accumulation de droits d'utilisation;
4° inclure des conditions interdisant les cessions de droits d'utilisation du spectre radioélectrique non soumises au contrôle des fusions au niveau de l'Union européenne ou au niveau national ou assortir ces cessions de conditions, lorsque ces cessions sont susceptibles de nuire de manière significative à la concurrence;
5° modifier les droits existants, lorsque cela est nécessaire pour remédier ex post à une distorsion de concurrence due à une cession ou à une accumulation de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
L'Institut, tenant compte des conditions de marché et des indicateurs de référence disponibles, fonde sa proposition sur une évaluation prospective objective des conditions de concurrence sur le marché, de la nécessité ou non de ces mesures pour maintenir ou assurer une concurrence effective, et des effets probables de ce type de mesures sur les investissements existants et futurs réalisés par les acteurs du marché, notamment pour le déploiement de réseaux. Ce faisant, l'Institut tient compte de l'approche en matière d'analyse de marché énoncée à l'article 55.".
"Art. 24/2. § 1er. Une concurrence effective est favorisée et les distorsions de concurrence sur le marché intérieur sont évitées lorsqu'il est décidé d'octroyer, de modifier ou de renouveler des droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
§ 2. Lorsque des droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont octroyés, modifiés ou renouvelés, le Roi peut, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, prendre des mesures appropriées, telles que:
1° limiter la quantité de bandes du spectre radioélectrique pour lesquelles des droits d'utilisation sont octroyés à une entreprise donnée ou, dans des circonstances justifiées, assortir ces droits d'utilisation de conditions, telles que la fourniture d'accès de gros ou l'itinérance nationale ou régionale, dans certaines bandes de fréquences ou certains groupes de bandes présentant des caractéristiques similaires;
2° réserver, s'il y a lieu et si cela est justifié compte tenu d'une situation spécifique sur le marché national, une certaine portion de bande du spectre radioélectrique ou un certain groupe de bandes en vue d'une assignation à de nouveaux entrants;
3° refuser l'octroi de nouveaux droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou l'autorisation de nouvelles utilisations du spectre radioélectrique dans certaines bandes, ou assortir l'octroi de nouveaux droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou l'autorisation de nouvelles utilisations du spectre radioélectrique de conditions, afin d'éviter des distorsions de concurrence dues à une attribution, une cession ou une accumulation de droits d'utilisation;
4° inclure des conditions interdisant les cessions de droits d'utilisation du spectre radioélectrique non soumises au contrôle des fusions au niveau de l'Union européenne ou au niveau national ou assortir ces cessions de conditions, lorsque ces cessions sont susceptibles de nuire de manière significative à la concurrence;
5° modifier les droits existants, lorsque cela est nécessaire pour remédier ex post à une distorsion de concurrence due à une cession ou à une accumulation de droits d'utilisation du spectre radioélectrique.
L'Institut, tenant compte des conditions de marché et des indicateurs de référence disponibles, fonde sa proposition sur une évaluation prospective objective des conditions de concurrence sur le marché, de la nécessité ou non de ces mesures pour maintenir ou assurer une concurrence effective, et des effets probables de ce type de mesures sur les investissements existants et futurs réalisés par les acteurs du marché, notamment pour le déploiement de réseaux. Ce faisant, l'Institut tient compte de l'approche en matière d'analyse de marché énoncée à l'article 55.".
Art.67. In artikel 25, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, wordt het derde lid opgeheven.
Art.67. Dans l'article 25, § 2, de la même loi, modifié par la loi du 27 mars 2014, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.68. Artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 27 maart 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 26. § 1. Elke operator meldt aan het Instituut dat aan de andere operatoren doorstuurt:
1° dat hij bij de bevoegde overheden een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning zal indienen voor een gegeven antennesite of voor een beduidend deel van een antennesite; of
2° dat hij een antennesite zal vervangen waarvan de support een mast is die hij in eigendom heeft of in de gevallen beoogd in artikel 25, § 6, alsook wanneer de mast wordt geplaatst op de grond of op een support die met een gebouw wordt gedeeld.
Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing in de gevallen waarin de vervanging ten aanzien van het Instituut gerechtvaardigd wordt door een gebeurtenis die onder overmacht valt, door de handeling van een derde voor wie de operator niet verantwoordelijk is of door een beschikking van hoger hand. In die gevallen moet de nieuwe mast ten minste dezelfde afmeting hebben als de vervangen mast. Het bewijs van de gebeurtenis wordt schriftelijk bezorgd aan het Instituut.
Deze kennisgeving gebeurt ten minste dertig dagen voor de indiening van de vergunningsaanvraag of, indien het niet verplicht is om een vergunningsaanvraag in te dienen, dertig dagen voordat de werkzaamheden voor vervanging van een antennesite aanvangen.
§ 2. Indien er operatoren binnen dertig dagen na de kennisgeving aangeven dat ze interesse hebben in gedeeld gebruik, dan moet de operator beoogd in paragraaf 1:
1° met hen onderhandelen over de technische en financiële voorwaarden voor het gemeenschappelijke gebruik van de antennesite in kwestie en een contract sluiten, conform de principes uiteengezet in artikel 25, § 5;
2° desgevallend de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning aanpassen, conform het gesloten contract.
§ 3. Op gemotiveerd en uitzonderlijk verzoek van een operator kan het Instituut een afwijking toestaan van de termijnen vermeld in de paragrafen 1 en 2.
§ 4. Wanneer een operator geen kennisgeving heeft gegeven zoals bedoeld in paragraaf 1, zal de operator in gebreke, na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 25, § 4, 80 percent van de lasten om de betrokken site aan te passen voor zijn rekening nemen, op voorwaarde dat de operator die geen kennisgeving heeft ontvangen zich binnen twee jaar na het ontstaan van de kennisgevingsplicht bij het Instituut heeft aangemeld.
"Art. 26. § 1. Elke operator meldt aan het Instituut dat aan de andere operatoren doorstuurt:
1° dat hij bij de bevoegde overheden een aanvraag om stedenbouwkundige vergunning zal indienen voor een gegeven antennesite of voor een beduidend deel van een antennesite; of
2° dat hij een antennesite zal vervangen waarvan de support een mast is die hij in eigendom heeft of in de gevallen beoogd in artikel 25, § 6, alsook wanneer de mast wordt geplaatst op de grond of op een support die met een gebouw wordt gedeeld.
Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing in de gevallen waarin de vervanging ten aanzien van het Instituut gerechtvaardigd wordt door een gebeurtenis die onder overmacht valt, door de handeling van een derde voor wie de operator niet verantwoordelijk is of door een beschikking van hoger hand. In die gevallen moet de nieuwe mast ten minste dezelfde afmeting hebben als de vervangen mast. Het bewijs van de gebeurtenis wordt schriftelijk bezorgd aan het Instituut.
Deze kennisgeving gebeurt ten minste dertig dagen voor de indiening van de vergunningsaanvraag of, indien het niet verplicht is om een vergunningsaanvraag in te dienen, dertig dagen voordat de werkzaamheden voor vervanging van een antennesite aanvangen.
§ 2. Indien er operatoren binnen dertig dagen na de kennisgeving aangeven dat ze interesse hebben in gedeeld gebruik, dan moet de operator beoogd in paragraaf 1:
1° met hen onderhandelen over de technische en financiële voorwaarden voor het gemeenschappelijke gebruik van de antennesite in kwestie en een contract sluiten, conform de principes uiteengezet in artikel 25, § 5;
2° desgevallend de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning aanpassen, conform het gesloten contract.
§ 3. Op gemotiveerd en uitzonderlijk verzoek van een operator kan het Instituut een afwijking toestaan van de termijnen vermeld in de paragrafen 1 en 2.
§ 4. Wanneer een operator geen kennisgeving heeft gegeven zoals bedoeld in paragraaf 1, zal de operator in gebreke, na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 25, § 4, 80 percent van de lasten om de betrokken site aan te passen voor zijn rekening nemen, op voorwaarde dat de operator die geen kennisgeving heeft ontvangen zich binnen twee jaar na het ontstaan van de kennisgevingsplicht bij het Instituut heeft aangemeld.
Art.68. L'article 26 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 27 mars 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 26. § 1er. Chaque opérateur notifie à l'Institut, qui transmet aux autres opérateurs:
1° qu'il va introduire auprès des autorités compétentes une demande de permis d'urbanisme pour un site d'antennes déterminé ou pour une partie substantielle d'un site d'antennes; ou
2° qu'il va procéder au remplacement d'un site d'antennes dont le support est un pylône qu'il a en propriété ou dans les hypothèses visées à l'article 25, § 6, ainsi que lorsque le pylône est placé au sol ou sur un support partagé sur un bâtiment.
L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique pas dans les cas où le remplacement est justifié auprès de l'Institut par un événement relevant de la force majeure, du fait d'un tiers dont l'opérateur n'est pas responsable ou du fait du prince. Dans ces cas, le nouveau pylône doit avoir au minimum la même dimension que le pylône remplacé. La preuve de l'événement est transmise par écrit à l'Institut.
Cette notification se fait au moins trente jours avant l'introduction de la demande de permis ou, en l'absence d'obligation d'introduction de permis, trente jours avant de procéder à des travaux de remplacement d'un site d'antennes.
§ 2. Si des opérateurs manifestent leur intérêt pour une utilisation partagée dans les trente jours qui suivent la notification, l'opérateur visé au paragraphe 1er est tenu de:
1° négocier les conditions techniques et financières de l'utilisation commune du site d'antennes concerné avec ceux-ci et de conclure un accord, conformément aux principes énoncés à l'article 25, § 5;
2° le cas échéant, d'adapter la demande de permis d'urbanisme conformément à l'accord conclu.
§ 3. Sur demande motivée et exceptionnelle d'un opérateur, l'Institut peut accorder une dérogation aux délais mentionnés aux paragraphes 1er et 2.
§ 4. Lorsqu'un opérateur n'a pas transmis la notification visée au paragraphe 1er, l'opérateur en défaut prendra en charge 80 pourcents des frais pour adapter le site concerné, après application de la procédure visée à l'article 25, § 4, à condition que l'opérateur qui n'a pas reçu la notification se soit manifesté auprès de l'Institut dans les deux ans qui suivent l'obligation de notification.
"Art. 26. § 1er. Chaque opérateur notifie à l'Institut, qui transmet aux autres opérateurs:
1° qu'il va introduire auprès des autorités compétentes une demande de permis d'urbanisme pour un site d'antennes déterminé ou pour une partie substantielle d'un site d'antennes; ou
2° qu'il va procéder au remplacement d'un site d'antennes dont le support est un pylône qu'il a en propriété ou dans les hypothèses visées à l'article 25, § 6, ainsi que lorsque le pylône est placé au sol ou sur un support partagé sur un bâtiment.
L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique pas dans les cas où le remplacement est justifié auprès de l'Institut par un événement relevant de la force majeure, du fait d'un tiers dont l'opérateur n'est pas responsable ou du fait du prince. Dans ces cas, le nouveau pylône doit avoir au minimum la même dimension que le pylône remplacé. La preuve de l'événement est transmise par écrit à l'Institut.
Cette notification se fait au moins trente jours avant l'introduction de la demande de permis ou, en l'absence d'obligation d'introduction de permis, trente jours avant de procéder à des travaux de remplacement d'un site d'antennes.
§ 2. Si des opérateurs manifestent leur intérêt pour une utilisation partagée dans les trente jours qui suivent la notification, l'opérateur visé au paragraphe 1er est tenu de:
1° négocier les conditions techniques et financières de l'utilisation commune du site d'antennes concerné avec ceux-ci et de conclure un accord, conformément aux principes énoncés à l'article 25, § 5;
2° le cas échéant, d'adapter la demande de permis d'urbanisme conformément à l'accord conclu.
§ 3. Sur demande motivée et exceptionnelle d'un opérateur, l'Institut peut accorder une dérogation aux délais mentionnés aux paragraphes 1er et 2.
§ 4. Lorsqu'un opérateur n'a pas transmis la notification visée au paragraphe 1er, l'opérateur en défaut prendra en charge 80 pourcents des frais pour adapter le site concerné, après application de la procédure visée à l'article 25, § 4, à condition que l'opérateur qui n'a pas reçu la notification se soit manifesté auprès de l'Institut dans les deux ans qui suivent l'obligation de notification.
Art.69. In titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, van dezelfde wet, wordt een artikel 26/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 26/1. In het kader van een gedeeld gebruik van antennesites kan het Instituut de nadere technische bepalingen van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 25 en 26 preciseren en indien nodig voor een periode van ten hoogste 18 maanden verplichtingen van organisatorische en technische aard vastleggen die bijkomend van toepassing zijn teneinde het algemeen belang te vrijwaren of een snel systeem voor informatie-uitwisseling mogelijk te maken.".
"Art. 26/1. In het kader van een gedeeld gebruik van antennesites kan het Instituut de nadere technische bepalingen van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 25 en 26 preciseren en indien nodig voor een periode van ten hoogste 18 maanden verplichtingen van organisatorische en technische aard vastleggen die bijkomend van toepassing zijn teneinde het algemeen belang te vrijwaren of een snel systeem voor informatie-uitwisseling mogelijk te maken.".
Art.69. Dans le titre II, chapitre III, section Ire>, de la même loi, il est inséré un article 26/1, rédigé comme suit:
"Art. 26/1. Dans le cadre d'une utilisation partagée de site d'antennes, l'Institut peut préciser les modalités techniques des obligations visées aux articles 25 et 26 et si nécessaire fixer pour une durée de maximum 18 mois des obligations de nature organisationnelle et technique applicables à titre complémentaire en vue d'assurer la préservation de l'intérêt général ou de permettre un système rapide d'échange d'informations.".
"Art. 26/1. Dans le cadre d'une utilisation partagée de site d'antennes, l'Institut peut préciser les modalités techniques des obligations visées aux articles 25 et 26 et si nécessaire fixer pour une durée de maximum 18 mois des obligations de nature organisationnelle et technique applicables à titre complémentaire en vue d'assurer la préservation de l'intérêt général ou de permettre un système rapide d'échange d'informations.".
Art.70. Artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 28. § 1. Onverminderd artikel 25 kan het Instituut, op redelijk verzoek, verplichtingen opleggen om toegang te verlenen tot bedrading en kabels en bijbehorende faciliteiten binnen gebouwen of tot aan het eerste punt van samenkomst of distributie als bepaald door het Instituut, ingeval dat punt zich buiten het gebouw bevindt. Indien de replicatie van die netwerkelementen in economisch opzicht inefficiënt zou zijn of fysiek onuitvoerbaar zou zijn, kunnen dergelijke verplichtingen worden opgelegd aan aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of aan de eigenaars van die bedrading en kabels en bijbehorende faciliteiten indien die eigenaars geen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken zijn.
De voorwaarden inzake toegang die worden opgelegd, kunnen specifieke voorschriften omvatten betreffende toegang tot die net-werkelementen en tot bijbehorende faciliteiten en aanverwante diensten, betreffende transparantie en niet-discriminatie, en betreffende een omslagregeling voor de toegangskosten die, indien passend, worden aangepast naargelang van risicofactoren.
§ 2. Indien het Instituut, in voorkomend geval met inachtneming van de verplichtingen die voortvloeien uit een relevante marktanalyse, concludeert dat de overeenkomstig paragraaf 1 opgelegde verplichtingen onvoldoende de hoge en niet tijdelijke economische of fysieke drempels voor replicatie aanpakken die ten grondslag liggen aan een bestaande of opkomende marktsituatie die de concurrentie-uitkomsten voor eindgebruikers in aanzienlijke mate beperkt, kan het Instituut, onder billijke en redelijke voorwaarden de toegangsverplichtingen uitbreiden, inclusief actieve- of virtuele-toegangsverplichtingen opleggen indien gerechtvaardigd in technisch of economisch opzicht, voorbij het eerste punt van samenkomst of distributie, zodat een punt wordt bereikt dat volgens het Instituut het dichtst bij de eindgebruikers ligt,
dat in staat is een toereikend aantal eindgebruikersverbindingen te bereiken om commercieel haalbaar te zijn voor efficiënte toegangsverzoekers. Bij het bepalen hoe ver voorbij het eerste punt van samenkomst of distributie die uitbreiding moet gaan, houdt het Instituut zoveel mogelijk rekening met de betrokken Berec-richtsnoeren.
Het Instituut legt geen verplichtingen overeenkomstig het eerste lid op aan aanbieders van elektronische-communicatienetwerken indien het constateert dat:
1° de aanbieder de in artikel 65/4, § 1, genoemde kenmerken bezit en in een haalbare en vergelijkbare alternatieve manier voorziet om eindgebruikers te bereiken door aan ondernemingen onder billijke, niet-discriminerende en redelijke voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aan te bieden. Het Instituut kan die vrijstelling uitbreiden tot andere aanbieders die onder billijke, niet-discriminerende en redelijke voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aanbieden; of
2° het opleggen van verplichtingen de economische of financiële levensvatbaarheid van de uitrol van een nieuw netwerk, met name door kleine lokale projecten, in het gedrang zou brengen.
In afwijking van het tweede lid, 1°, kan het Instituut verplichtingen opleggen indien het betrokken netwerk uit openbare middelen wordt gefinancierd.
§ 3. Onverminderd de paragrafen 1 en 2 kan het Instituut in overeenstemming met het Europese Unierecht aan ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn die aan te bieden, verplichtingen opleggen in verband met het gedeeld gebruik van passieve infrastructuur, of verplichtingen om gelokaliseerde overeenkomsten inzake roamingtoegang te sluiten, in beide gevallen indien deze rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de lokale verlening van diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum en voor zover geen haalbaar en soortgelijk alternatief middel voor toegang tot eindgebruikers onder billijke en redelijke voorwaarden ter beschikking van elke onderneming wordt gesteld.
Het Instituut kan dergelijke verplichtingen opleggen mits in die mogelijkheid wordt voorzien bij het verlenen van de gebruiksrechten voor radiospectrum, en uitsluitend op grond van het feit dat in het gebied waar die verplichtingen gelden, de marktgestuurde aanleg van infrastructuur voor het aanbieden van netwerken of diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum, stuit op onoverkomelijke economische of fysieke obstakels, waardoor er daar nauwelijks of geen toegang tot netwerken of diensten bestaat voor eindgebruikers.
§ 4. Onder die omstandigheden waar toegang tot en gedeeld gebruik van passieve infrastructuur alleen niet voldoende zijn om de situatie te verhelpen, kan het Instituut verplichtingen opleggen ten aanzien van het gedeeld gebruik van actieve infrastructuur.
Het Instituut houdt rekening met:
1° de noodzaak om de connectiviteit in de hele Europese Unie, langs belangrijke transportroutes en in bepaalde gebieden, te optimaliseren, en met de mogelijkheid om aanzienlijk meer keuze en hogere kwaliteit van de dienstverlening voor eindgebruikers tot stand te brengen;
2° een efficiënt gebruik van radiospectrum;
3° de technische haalbaarheid van voorwaarden inzake gedeeld gebruik en aanverwante voorwaarden;
4° het opleggen van verplichtingen die zou de economische of financiële levensvatbaarheid van de uitrol van een nieuw netwerk, met name door kleine lokale projecten, in het gedrang brengen;
5° de toestand van op infrastructuur gebaseerde en op diensten gebaseerde concurrentie;
6° technologische innovatie;
7° de dwingende noodzaak prikkels te ondersteunen op basis waarvan de aanbiedende partij de infrastructuur in eerste instantie uitrolt.
In het geval van geschillenbeslechting kan het Instituut aan de begunstigde van de verplichting inzake gedeeld gebruik of toegang onder meer de verplichting opleggen om radiospectrum te delen met de aanbieder van de infrastructuur in het betreffende gebied.".
"Art. 28. § 1. Onverminderd artikel 25 kan het Instituut, op redelijk verzoek, verplichtingen opleggen om toegang te verlenen tot bedrading en kabels en bijbehorende faciliteiten binnen gebouwen of tot aan het eerste punt van samenkomst of distributie als bepaald door het Instituut, ingeval dat punt zich buiten het gebouw bevindt. Indien de replicatie van die netwerkelementen in economisch opzicht inefficiënt zou zijn of fysiek onuitvoerbaar zou zijn, kunnen dergelijke verplichtingen worden opgelegd aan aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of aan de eigenaars van die bedrading en kabels en bijbehorende faciliteiten indien die eigenaars geen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken zijn.
De voorwaarden inzake toegang die worden opgelegd, kunnen specifieke voorschriften omvatten betreffende toegang tot die net-werkelementen en tot bijbehorende faciliteiten en aanverwante diensten, betreffende transparantie en niet-discriminatie, en betreffende een omslagregeling voor de toegangskosten die, indien passend, worden aangepast naargelang van risicofactoren.
§ 2. Indien het Instituut, in voorkomend geval met inachtneming van de verplichtingen die voortvloeien uit een relevante marktanalyse, concludeert dat de overeenkomstig paragraaf 1 opgelegde verplichtingen onvoldoende de hoge en niet tijdelijke economische of fysieke drempels voor replicatie aanpakken die ten grondslag liggen aan een bestaande of opkomende marktsituatie die de concurrentie-uitkomsten voor eindgebruikers in aanzienlijke mate beperkt, kan het Instituut, onder billijke en redelijke voorwaarden de toegangsverplichtingen uitbreiden, inclusief actieve- of virtuele-toegangsverplichtingen opleggen indien gerechtvaardigd in technisch of economisch opzicht, voorbij het eerste punt van samenkomst of distributie, zodat een punt wordt bereikt dat volgens het Instituut het dichtst bij de eindgebruikers ligt,
dat in staat is een toereikend aantal eindgebruikersverbindingen te bereiken om commercieel haalbaar te zijn voor efficiënte toegangsverzoekers. Bij het bepalen hoe ver voorbij het eerste punt van samenkomst of distributie die uitbreiding moet gaan, houdt het Instituut zoveel mogelijk rekening met de betrokken Berec-richtsnoeren.
Het Instituut legt geen verplichtingen overeenkomstig het eerste lid op aan aanbieders van elektronische-communicatienetwerken indien het constateert dat:
1° de aanbieder de in artikel 65/4, § 1, genoemde kenmerken bezit en in een haalbare en vergelijkbare alternatieve manier voorziet om eindgebruikers te bereiken door aan ondernemingen onder billijke, niet-discriminerende en redelijke voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aan te bieden. Het Instituut kan die vrijstelling uitbreiden tot andere aanbieders die onder billijke, niet-discriminerende en redelijke voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aanbieden; of
2° het opleggen van verplichtingen de economische of financiële levensvatbaarheid van de uitrol van een nieuw netwerk, met name door kleine lokale projecten, in het gedrang zou brengen.
In afwijking van het tweede lid, 1°, kan het Instituut verplichtingen opleggen indien het betrokken netwerk uit openbare middelen wordt gefinancierd.
§ 3. Onverminderd de paragrafen 1 en 2 kan het Instituut in overeenstemming met het Europese Unierecht aan ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken aanbieden of gemachtigd zijn die aan te bieden, verplichtingen opleggen in verband met het gedeeld gebruik van passieve infrastructuur, of verplichtingen om gelokaliseerde overeenkomsten inzake roamingtoegang te sluiten, in beide gevallen indien deze rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de lokale verlening van diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum en voor zover geen haalbaar en soortgelijk alternatief middel voor toegang tot eindgebruikers onder billijke en redelijke voorwaarden ter beschikking van elke onderneming wordt gesteld.
Het Instituut kan dergelijke verplichtingen opleggen mits in die mogelijkheid wordt voorzien bij het verlenen van de gebruiksrechten voor radiospectrum, en uitsluitend op grond van het feit dat in het gebied waar die verplichtingen gelden, de marktgestuurde aanleg van infrastructuur voor het aanbieden van netwerken of diensten die afhankelijk zijn van het gebruik van radiospectrum, stuit op onoverkomelijke economische of fysieke obstakels, waardoor er daar nauwelijks of geen toegang tot netwerken of diensten bestaat voor eindgebruikers.
§ 4. Onder die omstandigheden waar toegang tot en gedeeld gebruik van passieve infrastructuur alleen niet voldoende zijn om de situatie te verhelpen, kan het Instituut verplichtingen opleggen ten aanzien van het gedeeld gebruik van actieve infrastructuur.
Het Instituut houdt rekening met:
1° de noodzaak om de connectiviteit in de hele Europese Unie, langs belangrijke transportroutes en in bepaalde gebieden, te optimaliseren, en met de mogelijkheid om aanzienlijk meer keuze en hogere kwaliteit van de dienstverlening voor eindgebruikers tot stand te brengen;
2° een efficiënt gebruik van radiospectrum;
3° de technische haalbaarheid van voorwaarden inzake gedeeld gebruik en aanverwante voorwaarden;
4° het opleggen van verplichtingen die zou de economische of financiële levensvatbaarheid van de uitrol van een nieuw netwerk, met name door kleine lokale projecten, in het gedrang brengen;
5° de toestand van op infrastructuur gebaseerde en op diensten gebaseerde concurrentie;
6° technologische innovatie;
7° de dwingende noodzaak prikkels te ondersteunen op basis waarvan de aanbiedende partij de infrastructuur in eerste instantie uitrolt.
In het geval van geschillenbeslechting kan het Instituut aan de begunstigde van de verplichting inzake gedeeld gebruik of toegang onder meer de verplichting opleggen om radiospectrum te delen met de aanbieder van de infrastructuur in het betreffende gebied.".
Art.70. L'article 28 de la même loi, modifié par la loi du 27 mars 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 28. § 1er. Sans préjudice de l'article 25, l'Institut peut imposer, sur demande raisonnable, des obligations d'octroyer l'accès aux câbles et aux ressources associées à l'intérieur des bâtiments ou jusqu'au premier point de concentration ou de distribution situé à l'extérieur du bâtiment tel qu'il est déterminé par l'Institut. Lorsque leur duplication serait économiquement inefficace ou physiquement irréalisable, ces obligations peuvent être imposées aux fournisseurs de réseaux de communications électroniques ou aux propriétaires de ces câbles et ces ressources associées, lorsque ces propriétaires ne sont pas des fournisseurs de réseaux de communications électroniques.
Les conditions d'accès imposées peuvent inclure des règles spécifiques en matière d'accès à ces éléments de réseau et aux ressources associées et services associés, de transparence et de non-discrimination et de répartition des coûts de l'accès, lesquels sont adaptés, le cas échéant, pour tenir compte des facteurs de risque.
§ 2. Lorsque l'Institut, le cas échéant en prenant en compte les obligations découlant d'une analyse de marché pertinente, conclut que les obligations imposées conformément au paragraphe 1er ne remédient pas suffisamment aux obstacles économiques ou physiques importants et non transitoires à la duplication qui sous-tendent une situation de marché émergente ou existante limitant sensiblement les résultats concurrentiels pour les utilisateurs finaux, l'Institut peut étendre l'imposition de telles obligations d'accès, y inclus des obligations d'accès actif ou virtuel si cela est justifié pour de raisons techniques ou économiques, à des conditions équitables et raisonnables, au-delà du premier point de concentration ou de distribution, jusqu'à un point que l'Institut détermine comme étant le plus proche des utilisateurs finaux, capable d'héberger un nombre suffisant de connections d'utilisateurs finaux pour être commercialement viable pour les demandeurs d'accès efficients. Pour déterminer l'ampleur de l'extension au-delà du premier point de concentration ou de distribution, l'Institut tient le plus grand compte des lignes directrices pertinentes de l'ORECE.
L'Institut n'impose pas d'obligations prévues à l'alinéa 1er à des fournisseurs de réseaux de communications électroniques lorsqu'il établit que:
1° le fournisseur présente les caractéristiques énumérées à l'article 65/4, § 1er, et met à la disposition de toute entreprise, à des conditions équitables, non discriminatoires et raisonnables, un moyen alternatif viable et comparable d'atteindre des utilisateurs finaux en fournissant l'accès à un réseau à très haute capacité et le réseau concerné n'a pas fait l'objet d'un financement public. L'Institut peut étendre cette exemption à d'autres fournisseurs offrant l'accès à un réseau à très haute capacité à des conditions équitables, non discriminatoires et raisonnables; ou
2° l'imposition d'obligations compromettrait la viabilité économique ou financière du déploiement d'un nouveau réseau, notamment dans le cadre de projets locaux de faible envergure.
Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, l'Institut peut imposer des obligations lorsque le réseau concerné fait l'objet d'un financement public.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 1er et 2, l'Institut peut imposer aux entreprises qui fournissent ou sont autorisées à fournir des réseaux de communications électroniques des obligations relatives au partage d'infrastructures passives ou des obligations de conclure des accords d'accès par itinérance localisée, dans les deux cas si cela est directement nécessaire à la fourniture locale de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique, conformément au droit de l'Union européenne et pour autant qu'aucun moyen alternatif viable et comparable d'accès aux utilisateurs finaux ne soit mis à la disposition de toute entreprise à des conditions équitables et raisonnables.
L'Institut peut imposer ces obligations si cette possibilité est prévue lors de l'octroi des droits d'utilisation du spectre radioélectrique et si cela est justifié exclusivement au motif que, dans la zone soumise à de telles obligations, le déploiement dans les conditions du marché d'infrastructures pour la fourniture de réseaux ou de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique rencontre des obstacles économiques ou physiques insurmontables et que, dès lors, l'accès des utilisateurs finaux aux réseaux ou aux services est gravement déficient ou inexistant.
§ 4. Dans les cas où l'accès aux infrastructures passives et leur partage ne suffisent pas à eux seuls pour remédier à la situation, l'Institut peut imposer des obligations de partage des infrastructures actives.
L'Institut prend en considération les éléments suivants:
1° la nécessité de maximiser la connectivité dans l'ensemble de l'Union européenne, le long des principaux axes de transport et sur des zones territoriales spécifiques, ainsi que la possibilité d'augmenter de manière significative le choix et la qualité de service pour les utilisateurs finaux;
2° l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique;
3° la faisabilité technique du partage et les conditions associées;
4° l'imposition d'obligations qui compromettrait la viabilité économique ou financière du déploiement d'un nouveau réseau, notamment dans le cadre de projets locaux de faible envergure;
5° la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures ainsi que de la concurrence fondée sur les services;
6° l'innovation technologique;
7° la nécessité impérieuse de renforcer l'incitation de l'opérateur hôte à déployer l'infrastructure avant toute chose.
Dans le cadre du règlement d'un litige, l'Institut peut, entre autres, imposer au bénéficiaire de l'obligation de partage ou de l'obligation d'accès l'obligation de partager le spectre radioélectrique avec l'hôte de l'infrastructure dans la zone concernée.".
"Art. 28. § 1er. Sans préjudice de l'article 25, l'Institut peut imposer, sur demande raisonnable, des obligations d'octroyer l'accès aux câbles et aux ressources associées à l'intérieur des bâtiments ou jusqu'au premier point de concentration ou de distribution situé à l'extérieur du bâtiment tel qu'il est déterminé par l'Institut. Lorsque leur duplication serait économiquement inefficace ou physiquement irréalisable, ces obligations peuvent être imposées aux fournisseurs de réseaux de communications électroniques ou aux propriétaires de ces câbles et ces ressources associées, lorsque ces propriétaires ne sont pas des fournisseurs de réseaux de communications électroniques.
Les conditions d'accès imposées peuvent inclure des règles spécifiques en matière d'accès à ces éléments de réseau et aux ressources associées et services associés, de transparence et de non-discrimination et de répartition des coûts de l'accès, lesquels sont adaptés, le cas échéant, pour tenir compte des facteurs de risque.
§ 2. Lorsque l'Institut, le cas échéant en prenant en compte les obligations découlant d'une analyse de marché pertinente, conclut que les obligations imposées conformément au paragraphe 1er ne remédient pas suffisamment aux obstacles économiques ou physiques importants et non transitoires à la duplication qui sous-tendent une situation de marché émergente ou existante limitant sensiblement les résultats concurrentiels pour les utilisateurs finaux, l'Institut peut étendre l'imposition de telles obligations d'accès, y inclus des obligations d'accès actif ou virtuel si cela est justifié pour de raisons techniques ou économiques, à des conditions équitables et raisonnables, au-delà du premier point de concentration ou de distribution, jusqu'à un point que l'Institut détermine comme étant le plus proche des utilisateurs finaux, capable d'héberger un nombre suffisant de connections d'utilisateurs finaux pour être commercialement viable pour les demandeurs d'accès efficients. Pour déterminer l'ampleur de l'extension au-delà du premier point de concentration ou de distribution, l'Institut tient le plus grand compte des lignes directrices pertinentes de l'ORECE.
L'Institut n'impose pas d'obligations prévues à l'alinéa 1er à des fournisseurs de réseaux de communications électroniques lorsqu'il établit que:
1° le fournisseur présente les caractéristiques énumérées à l'article 65/4, § 1er, et met à la disposition de toute entreprise, à des conditions équitables, non discriminatoires et raisonnables, un moyen alternatif viable et comparable d'atteindre des utilisateurs finaux en fournissant l'accès à un réseau à très haute capacité et le réseau concerné n'a pas fait l'objet d'un financement public. L'Institut peut étendre cette exemption à d'autres fournisseurs offrant l'accès à un réseau à très haute capacité à des conditions équitables, non discriminatoires et raisonnables; ou
2° l'imposition d'obligations compromettrait la viabilité économique ou financière du déploiement d'un nouveau réseau, notamment dans le cadre de projets locaux de faible envergure.
Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, l'Institut peut imposer des obligations lorsque le réseau concerné fait l'objet d'un financement public.
§ 3. Sans préjudice des paragraphes 1er et 2, l'Institut peut imposer aux entreprises qui fournissent ou sont autorisées à fournir des réseaux de communications électroniques des obligations relatives au partage d'infrastructures passives ou des obligations de conclure des accords d'accès par itinérance localisée, dans les deux cas si cela est directement nécessaire à la fourniture locale de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique, conformément au droit de l'Union européenne et pour autant qu'aucun moyen alternatif viable et comparable d'accès aux utilisateurs finaux ne soit mis à la disposition de toute entreprise à des conditions équitables et raisonnables.
L'Institut peut imposer ces obligations si cette possibilité est prévue lors de l'octroi des droits d'utilisation du spectre radioélectrique et si cela est justifié exclusivement au motif que, dans la zone soumise à de telles obligations, le déploiement dans les conditions du marché d'infrastructures pour la fourniture de réseaux ou de services qui dépendent de l'utilisation du spectre radioélectrique rencontre des obstacles économiques ou physiques insurmontables et que, dès lors, l'accès des utilisateurs finaux aux réseaux ou aux services est gravement déficient ou inexistant.
§ 4. Dans les cas où l'accès aux infrastructures passives et leur partage ne suffisent pas à eux seuls pour remédier à la situation, l'Institut peut imposer des obligations de partage des infrastructures actives.
L'Institut prend en considération les éléments suivants:
1° la nécessité de maximiser la connectivité dans l'ensemble de l'Union européenne, le long des principaux axes de transport et sur des zones territoriales spécifiques, ainsi que la possibilité d'augmenter de manière significative le choix et la qualité de service pour les utilisateurs finaux;
2° l'utilisation efficiente du spectre radioélectrique;
3° la faisabilité technique du partage et les conditions associées;
4° l'imposition d'obligations qui compromettrait la viabilité économique ou financière du déploiement d'un nouveau réseau, notamment dans le cadre de projets locaux de faible envergure;
5° la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures ainsi que de la concurrence fondée sur les services;
6° l'innovation technologique;
7° la nécessité impérieuse de renforcer l'incitation de l'opérateur hôte à déployer l'infrastructure avant toute chose.
Dans le cadre du règlement d'un litige, l'Institut peut, entre autres, imposer au bénéficiaire de l'obligation de partage ou de l'obligation d'accès l'obligation de partager le spectre radioélectrique avec l'hôte de l'infrastructure dans la zone concernée.".
Art.71. In titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 28/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 28/2. De overeenkomstig de artikelen 28, 51 en 51/1 opgelegde verplichtingen en voorwaarden zijn objectief, transparant, evenredig en niet-discriminerend, en worden toegepast overeenkomstig artikel 141. Het Instituut beoordeelt uiterlijk vijf jaar na de vaststelling van de vorige maatregel die jegens dezelfde ondernemingen is vastgesteld de resultaten en beoordeelt of het passend is die verplichtingen en voorwaarden in te trekken of te wijzigen naar aanleiding van de veranderende voorwaarden. Het Instituut deelt het resultaat van zijn beoordeling overeenkomstig artikel 141 mee.".
"Art. 28/2. De overeenkomstig de artikelen 28, 51 en 51/1 opgelegde verplichtingen en voorwaarden zijn objectief, transparant, evenredig en niet-discriminerend, en worden toegepast overeenkomstig artikel 141. Het Instituut beoordeelt uiterlijk vijf jaar na de vaststelling van de vorige maatregel die jegens dezelfde ondernemingen is vastgesteld de resultaten en beoordeelt of het passend is die verplichtingen en voorwaarden in te trekken of te wijzigen naar aanleiding van de veranderende voorwaarden. Het Instituut deelt het resultaat van zijn beoordeling overeenkomstig artikel 141 mee.".
Art.71. Dans le titre II, chapitre III, section 2, de la même loi, est inséré un article 28/2, rédigé comme suit:
"Art. 28/2. Les obligations et conditions imposées conformément aux articles 28, 51 et 51/1 sont objectives, transparentes, proportionnées et non discriminatoires; elles sont mises en oeuvre conformément à l'article 141. L'Institut évalue les résultats dans les cinq ans qui suivent l'adoption de la mesure précédente adoptée en ce qui concerne les mêmes entreprises et évalue l'opportunité de les supprimer ou de les modifier en fonction de l'évolution des circonstances. L'Institut notifie le résultat de son évaluation conformément à l'article 141.".
"Art. 28/2. Les obligations et conditions imposées conformément aux articles 28, 51 et 51/1 sont objectives, transparentes, proportionnées et non discriminatoires; elles sont mises en oeuvre conformément à l'article 141. L'Institut évalue les résultats dans les cinq ans qui suivent l'adoption de la mesure précédente adoptée en ce qui concerne les mêmes entreprises et évalue l'opportunité de les supprimer ou de les modifier en fonction de l'évolution des circonstances. L'Institut notifie le résultat de son évaluation conformément à l'article 141.".
Art.72. In titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 28/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 28/3. § 1. Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van passieve infrastructuur de redelijke verzoeken om toegang tot zijn passieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een precies tijdschema.
§ 2. Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals:
1° de technische geschiktheid van de passieve infrastructuur waarvoor om toegang wordt verzocht voor het onderbrengen van de in paragraaf 1 bedoelde elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid;
2° de beschikbaarheid van ruimte om de in paragraaf 1 bedoelde elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, de toekomstige behoefte aan ruimte van de beheerder van passieve infrastructuur inbegrepen, die afdoende moeten worden aangetoond;
3° overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
4° de integriteit en veiligheid van de passieve infrastructuur, met name van kritieke nationale infrastructuur bedoeld in de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;
5° het risico van ernstige verstoring tussen de geplande elektronische-communicatiediensten en de diensten die via de passieve infrastructuur worden verstrekt;
6° de vraag of de beheerder van de passieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van fysieke wholesaletoegang tot de passieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de passieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.
§ 3. Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar het Instituut, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 4. Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de passieve infrastructuur, indien de beheerder van de passieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronische-communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.".
"Art. 28/3. § 1. Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van passieve infrastructuur de redelijke verzoeken om toegang tot zijn passieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een precies tijdschema.
§ 2. Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals:
1° de technische geschiktheid van de passieve infrastructuur waarvoor om toegang wordt verzocht voor het onderbrengen van de in paragraaf 1 bedoelde elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid;
2° de beschikbaarheid van ruimte om de in paragraaf 1 bedoelde elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, de toekomstige behoefte aan ruimte van de beheerder van passieve infrastructuur inbegrepen, die afdoende moeten worden aangetoond;
3° overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
4° de integriteit en veiligheid van de passieve infrastructuur, met name van kritieke nationale infrastructuur bedoeld in de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;
5° het risico van ernstige verstoring tussen de geplande elektronische-communicatiediensten en de diensten die via de passieve infrastructuur worden verstrekt;
6° de vraag of de beheerder van de passieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van fysieke wholesaletoegang tot de passieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de passieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.
§ 3. Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar het Instituut, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 4. Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de passieve infrastructuur, indien de beheerder van de passieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronische-communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.".
Art.72. Dans le titre II, chapitre III, section 2, de la même loi, est inséré un article 28/3, rédigé comme suit:
"Art. 28/3. § 1er. En réponse à une demande écrite formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives fait droit à toute demande raisonnable d'accès à ses infrastructures passives selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables, y compris au niveau du prix, en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Cette demande écrite indique de manière détaillée les éléments du projet pour lequel l'accès est demandé, y compris un échéancier précis.
§ 2. Tout refus d'accès est fondé sur des critères objectifs, transparents et proportionnés, tels que:
1° la capacité technique de l'infrastructure passive à laquelle l'accès a été demandé d'accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 1er;
2° l'espace disponible pour accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 1er, y compris les besoins futurs d'espace du gestionnaire d'infrastructures passives pour autant que ceux-ci aient été démontrés de manière suffisante;
3° des considérations de sûreté et de santé publique;
4° l'intégrité et la sécurité de l'infrastructure passive, en particulier de celle constituant une infrastructure critique nationale visée par la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques;
5° le risque d'interférence grave entre les services de communications électroniques en projet et ceux fournis à l'aide des infrastructures passives;
6° la disponibilité d'autres moyens viables de fourniture en gros d'accès physique à l'infrastructure passive, offerts par le gestionnaire d'infrastructures passives et adaptés à la fourniture de réseaux de communications électroniques à haut débit, pour autant que l'accès soit offert selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables.
Le gestionnaire d'infrastructures passives indique les raisons de son refus dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès complète.
§ 3. Si l'accès est refusé ou si aucun accord n'a été trouvé sur les modalités et conditions spécifiques, y compris le prix, dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès, chaque partie est habilitée à porter l'affaire devant l'Institut, conformément à l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges.
§ 4. Le présent article s'entend sans préjudice du droit de propriété du propriétaire de l'infrastructure passive lorsque le gestionnaire d'infrastructures passives n'est pas le propriétaire ainsi que du droit de propriété de tout autre tiers, tels que les propriétaires fonciers et les propriétaires privés. Le présent article s'entend également sans préjudice de l'obligation pour l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics d'obtenir les permis et autorisations requis pour la pose des éléments constitutifs de son réseau de communications électroniques à haut débit.".
"Art. 28/3. § 1er. En réponse à une demande écrite formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives fait droit à toute demande raisonnable d'accès à ses infrastructures passives selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables, y compris au niveau du prix, en vue du déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit. Cette demande écrite indique de manière détaillée les éléments du projet pour lequel l'accès est demandé, y compris un échéancier précis.
§ 2. Tout refus d'accès est fondé sur des critères objectifs, transparents et proportionnés, tels que:
1° la capacité technique de l'infrastructure passive à laquelle l'accès a été demandé d'accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 1er;
2° l'espace disponible pour accueillir les éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit visés au paragraphe 1er, y compris les besoins futurs d'espace du gestionnaire d'infrastructures passives pour autant que ceux-ci aient été démontrés de manière suffisante;
3° des considérations de sûreté et de santé publique;
4° l'intégrité et la sécurité de l'infrastructure passive, en particulier de celle constituant une infrastructure critique nationale visée par la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques;
5° le risque d'interférence grave entre les services de communications électroniques en projet et ceux fournis à l'aide des infrastructures passives;
6° la disponibilité d'autres moyens viables de fourniture en gros d'accès physique à l'infrastructure passive, offerts par le gestionnaire d'infrastructures passives et adaptés à la fourniture de réseaux de communications électroniques à haut débit, pour autant que l'accès soit offert selon des modalités et des conditions équitables et raisonnables.
Le gestionnaire d'infrastructures passives indique les raisons de son refus dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès complète.
§ 3. Si l'accès est refusé ou si aucun accord n'a été trouvé sur les modalités et conditions spécifiques, y compris le prix, dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande d'accès, chaque partie est habilitée à porter l'affaire devant l'Institut, conformément à l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges.
§ 4. Le présent article s'entend sans préjudice du droit de propriété du propriétaire de l'infrastructure passive lorsque le gestionnaire d'infrastructures passives n'est pas le propriétaire ainsi que du droit de propriété de tout autre tiers, tels que les propriétaires fonciers et les propriétaires privés. Le présent article s'entend également sans préjudice de l'obligation pour l'entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics d'obtenir les permis et autorisations requis pour la pose des éléments constitutifs de son réseau de communications électroniques à haut débit.".
Art.73. In titel II, hoofdstuk III, afdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 28/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 28/4. § 1. Iedere onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, heeft op verzoek recht op toegang tot de volgende minimuminformatie met betrekking tot de bestaande passieve infrastructuur van de beheerder van een passieve infrastructuur, teneinde overeenkomstig artikel 28/3, § 1, een verzoek om toegang tot passieve infrastructuur in te dienen:
1° locatie en route;
2° aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
3° een contactpunt.
De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
Een beperking van de toegang tot de in het eerste lid bedoelde minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk is met het oog op de veiligheid en integriteit van de passieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de passieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, toegang aan tot dergelijke informatie.
In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen.
Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.
§ 3. Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, gaat de beheerder van een passieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van zijn passieve infrastructuur. In dat verzoek worden de betrokken elementen van het netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de passieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.
§ 4. Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar het Instituut, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 5. Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of die daartoe gemachtigd zijn, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.".
"Art. 28/4. § 1. Iedere onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, heeft op verzoek recht op toegang tot de volgende minimuminformatie met betrekking tot de bestaande passieve infrastructuur van de beheerder van een passieve infrastructuur, teneinde overeenkomstig artikel 28/3, § 1, een verzoek om toegang tot passieve infrastructuur in te dienen:
1° locatie en route;
2° aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
3° een contactpunt.
De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
Een beperking van de toegang tot de in het eerste lid bedoelde minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk is met het oog op de veiligheid en integriteit van de passieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
§ 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de passieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, toegang aan tot dergelijke informatie.
In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen.
Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.
§ 3. Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of die daartoe gemachtigd is, gaat de beheerder van een passieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van zijn passieve infrastructuur. In dat verzoek worden de betrokken elementen van het netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de passieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.
§ 4. Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar het Instituut, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.
§ 5. Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of die daartoe gemachtigd zijn, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.".
Art.73. Dans le titre II, chapitre III, section 2, de la même loi, il est inséré un article 28/4, rédigé comme suit:
"Art. 28/4. § 1er. Toute entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics a le droit, afin de demander l'accès à une infrastructure passive conformément à l'article 28/3, § 1er, d'accéder, sur simple demande, aux informations minimales suivantes relatives aux infrastructures passives existantes du gestionnaire d'infrastructures passives:
1° l'emplacement et le tracé;
2° le type et l'utilisation actuelle des infrastructures; et
3° un point de contact.
L'entreprise qui demande l'accès précise la zone dans laquelle elle envisage le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Une limitation de l'accès aux informations minimales visées à l'alinéa 1er est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des infrastructures passives, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou aux secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Lorsque les informations minimales visées au paragraphe 1er ne sont pas disponibles par l'intermédiaire du point d'information unique, le gestionnaire d'infrastructures passives donne accès à ces informations sur demande spécifique formulée par écrit par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics.
Cette demande précise la zone concernée par un éventuel déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'accès aux informations est accordé dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande écrite, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er.
§ 3. En réponse à la demande écrite spécifique formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives fait droit aux demandes raisonnables d'enquête sur place sur des éléments spécifiques de ses infrastructures passives. Cette demande précise les éléments de réseau concernés par le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'autorisation d'effectuer des enquêtes sur place sur des éléments spécifiés de l'infrastructure passive est accordée, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, dans un délai d'un mois à partir de la date de réception de la demande écrite et sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er. Les personnes ayant reçu l'autorisation devront respecter scrupuleusement les procédures et mesures de sécurité qui leur seront communiquées.
§ 4. En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'Institut, conformément à l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges.
§ 5. Lorsqu'elles obtiennent l'accès aux informations en vertu du présent article, les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics prennent les mesures appropriées pour assurer le respect de la confidentialité et des secrets commerciaux et d'affaires.".
"Art. 28/4. § 1er. Toute entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics a le droit, afin de demander l'accès à une infrastructure passive conformément à l'article 28/3, § 1er, d'accéder, sur simple demande, aux informations minimales suivantes relatives aux infrastructures passives existantes du gestionnaire d'infrastructures passives:
1° l'emplacement et le tracé;
2° le type et l'utilisation actuelle des infrastructures; et
3° un point de contact.
L'entreprise qui demande l'accès précise la zone dans laquelle elle envisage le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
Une limitation de l'accès aux informations minimales visées à l'alinéa 1er est motivée et n'est autorisée que lorsque cela est nécessaire pour des raisons liées à la sécurité et à l'intégrité des infrastructures passives, à la sécurité nationale, à la santé publique ou à la sûreté, à la confidentialité ou aux secrets commerciaux et d'affaires.
§ 2. Lorsque les informations minimales visées au paragraphe 1er ne sont pas disponibles par l'intermédiaire du point d'information unique, le gestionnaire d'infrastructures passives donne accès à ces informations sur demande spécifique formulée par écrit par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics.
Cette demande précise la zone concernée par un éventuel déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'accès aux informations est accordé dans un délai de deux mois à compter de la date de réception de la demande écrite, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er.
§ 3. En réponse à la demande écrite spécifique formulée par une entreprise fournissant ou autorisée à fournir des réseaux de communications publics, le gestionnaire d'infrastructures passives fait droit aux demandes raisonnables d'enquête sur place sur des éléments spécifiques de ses infrastructures passives. Cette demande précise les éléments de réseau concernés par le déploiement d'éléments de réseaux de communications électroniques à haut débit.
L'autorisation d'effectuer des enquêtes sur place sur des éléments spécifiés de l'infrastructure passive est accordée, selon des modalités proportionnées, non discriminatoires et transparentes, dans un délai d'un mois à partir de la date de réception de la demande écrite et sans préjudice des restrictions prévues en vertu du paragraphe 1er. Les personnes ayant reçu l'autorisation devront respecter scrupuleusement les procédures et mesures de sécurité qui leur seront communiquées.
§ 4. En cas de litige concernant les droits et obligations prévus dans le présent article, chacune des parties a le droit de porter le litige devant l'Institut, conformément à l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges.
§ 5. Lorsqu'elles obtiennent l'accès aux informations en vertu du présent article, les entreprises fournissant ou autorisées à fournir des réseaux de communications publics prennent les mesures appropriées pour assurer le respect de la confidentialité et des secrets commerciaux et d'affaires.".
Art.74. In artikel 30 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1/1, worden de woorden "voor radiofrequenties" vervangen door de woorden "voor radiospectrum";
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 1/5, luidende:
" § 1/5. De inkomsten uit roerende goederen en kapitalen, bedoeld in artikel 17 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, omvatten niet de heffingen vermeld in paragraaf 1 en de enige heffing vermeld in paragraaf 1/1, eerste lid, en in paragraaf 1/2, eerste lid.".
1° in paragraaf 1/1, worden de woorden "voor radiofrequenties" vervangen door de woorden "voor radiospectrum";
2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 1/5, luidende:
" § 1/5. De inkomsten uit roerende goederen en kapitalen, bedoeld in artikel 17 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, omvatten niet de heffingen vermeld in paragraaf 1 en de enige heffing vermeld in paragraaf 1/1, eerste lid, en in paragraaf 1/2, eerste lid.".
Art.74. Dans l'article 30 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 juin 2021, les modifications suivants sont apportées:
1° dans le paragraphe 1/1, les mots "de radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique":
2° l'article est complété par le paragraphe 1er/5 rédigé comme suit:
" § 1er/5. Les revenus des capitaux et biens mobiliers, visés à l'article 17 du Code des impôts sur les revenus 1992, ne comprennent pas les redevances mentionnées au paragraphe 1er et la redevance unique mentionnée au paragraphe 1er/1, alinéa 1er, et au paragraphe 1er/2, alinéa 1er.".
1° dans le paragraphe 1/1, les mots "de radiofréquences" sont remplacés par les mots "du spectre radioélectrique":
2° l'article est complété par le paragraphe 1er/5 rédigé comme suit:
" § 1er/5. Les revenus des capitaux et biens mobiliers, visés à l'article 17 du Code des impôts sur les revenus 1992, ne comprennent pas les redevances mentionnées au paragraphe 1er et la redevance unique mentionnée au paragraphe 1er/1, alinéa 1er, et au paragraphe 1er/2, alinéa 1er.".
Art.75. In artikel 32, § 1, tweede lid, 2°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 december 2015, wordt het woord "interferentie" vervangen door het woord "storingen".
Art.75. Dans le texte néerlandais de l'article 32, § 1er, alinéa 2, 2°, de la même loi, remplacé par la loi du 18 décembre 2015, le mot "interferentie" est remplacé par le mot "storingen".
Art.76. In artikel 33 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "van zendtoestellen" worden telkens vervangen door de woorden "van producten";
3° het woord "zendtoestel" wordt telkens vervangen door het woord "product";
3° in de Franse tekst worden de woorden "l'appareil émetteur" telkens vervangen door de woorden "le produit";
4° in de Franse tekst worden de woorden "de l'appareil émetteur" telkens vervangen door de woorden "du produit";
5° de woorden "deze apparatuur" worden telkens vervangen door de woorden "dit product";
6° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de volgende apparatuur" vervangen door de woorden "de volgende elektrische of elektronische producten";
b) in de bepaling onder 1° wordt het woord "apparatuur" vervangen door het woord "producten";
c) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° producten waarvan het gebruik onverenigbaar is met artikel 15, eerste lid.";
7° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepalingen onder 1° en 2°, worden de woorden "zendtoestel voor radiocommunicatie" telkens vervangen door het woord "product";
b) de woorden "vast opgesteld zendtoestel voor radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "vast opgesteld product";
c) in de bepaling onder 1° worden de woorden "dergelijk zendtoestel" vervangen door de woorden "een dergelijk product";
d) in de bepaling onder 5° worden de woorden "het betreffende zendtoestel buiten de plaatsen bedoeld in de bepaling onder 1° schadelijke storingen veroorzaakt" vervangen door de woorden "het betreffende product buiten de plaatsen bedoeld in de bepaling onder 1° schadelijke storingen kan veroorzaken";
e) in de Franse tekst van het vijfde lid, worden de woorden "L'appareil émetteur" vervangen door de woorden "Le produit";
8° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "het in eigendom hebben, het gebruik door of het commercialiseren ten behoeve van Defensie van voornoemde radioapparatuur" worden telkens vervangen door de woorden "het houden, het gebruik door of de verkoop ten behoeve van Defensie van voornoemde producten";
b) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "van radioapparatuur die" vervangen door de woorden "van een product dat";
c) in het tweede lid worden de woorden "de apparatuur" vervangen door de woorden "het product";
d) in het derde lid worden de woorden "gebruiken de apparatuur enkel op voorwaarde dat de baten van haar gebruik groter zijn dan de nadelige gevolgen voor derden die" vervangen door de woorden "gebruiken het product enkel op voorwaarde dat de baten van het gebruik ervan groter zijn dan de nadelige gevolgen die voor derden";
e) in het vierde lid worden de woorden "van de apparatuur, haar impact" vervangen door de woorden "van het product, de impact ervan";
f) in het zevende lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de eerste zin worden de woorden "deze apparatuur" vervangen door de woorden "dit product";
ii) in de tweede zin, worden de woorden "deze apparatuur en haar" vervangen door de woorden "dit product en zijn";
9° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende:
" § 4. De krijgsmacht en de diensten bedoeld in paragraaf 3 mogen elektrische of elektronische producten die schadelijke storingen veroorzaken gebruiken en laten gebruiken voor demonstraties, testen en opleidingen ten behoeve van hun personeelsleden mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
1° de precieze datums, locaties, de geplande duur per dag van het gebruik en de technische eigenschappen van het gebruikte product, ten minste bestaande uit de gestoorde frequenties, de vermogens en de antennekarakteristieken, worden vooraf en te gelegener tijd aan het Instituut meegedeeld; en
2° de gebruiksduur wordt beperkt tot het strikte minimum.
Vóór elk gebruik van het product dat schadelijke storingen veroorzaakt, evalueren de diensten bedoeld in het eerste lid de risico's op schadelijke storingen en nemen zij alle nuttige maatregelen opdat het gebruik van het product geen schadelijke storingen veroorzaakt buiten de locaties die meegedeeld zijn op basis van de bepaling onder het eerste lid, 1°.
Voor de eerste indienststelling onderzoekt het Instituut of het betreffende zendtoestel buiten de in de bepaling onder het eerste lid, 1° bedoelde plaatsen schadelijke storingen kan veroorzaken. In dat geval wordt de indienststelling onmiddellijk stopgezet. Het Instituut kan bijzondere technische en operationele voorwaarden vastleggen.
Het gebruik van het product dat schadelijke storingen veroorzaakt wordt onmiddellijk stopgezet indien het Instituut vaststelt dat één of meer van de voorwaarden bepaald in het eerste lid en dat het tweede lid niet worden nageleefd.
De rechten van operatoren inzake het gebruik van frequenties worden beperkt in geval van het gebruik van zendtoestellen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze paragraaf.
§ 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing wanneer het gaat om een product dat door de diensten van het Instituut bestuurd en gebruikt wordt met het oog op deskundig onderzoek en analyse ervan. Het Instituut neemt alle noodzakelijke maatregelen om het risico op schadelijke storing tijdens het gebruik van dat product tot een minimum te beperken.".
1° de woorden "van zendtoestellen" worden telkens vervangen door de woorden "van producten";
3° het woord "zendtoestel" wordt telkens vervangen door het woord "product";
3° in de Franse tekst worden de woorden "l'appareil émetteur" telkens vervangen door de woorden "le produit";
4° in de Franse tekst worden de woorden "de l'appareil émetteur" telkens vervangen door de woorden "du produit";
5° de woorden "deze apparatuur" worden telkens vervangen door de woorden "dit product";
6° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de volgende apparatuur" vervangen door de woorden "de volgende elektrische of elektronische producten";
b) in de bepaling onder 1° wordt het woord "apparatuur" vervangen door het woord "producten";
c) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° producten waarvan het gebruik onverenigbaar is met artikel 15, eerste lid.";
7° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepalingen onder 1° en 2°, worden de woorden "zendtoestel voor radiocommunicatie" telkens vervangen door het woord "product";
b) de woorden "vast opgesteld zendtoestel voor radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "vast opgesteld product";
c) in de bepaling onder 1° worden de woorden "dergelijk zendtoestel" vervangen door de woorden "een dergelijk product";
d) in de bepaling onder 5° worden de woorden "het betreffende zendtoestel buiten de plaatsen bedoeld in de bepaling onder 1° schadelijke storingen veroorzaakt" vervangen door de woorden "het betreffende product buiten de plaatsen bedoeld in de bepaling onder 1° schadelijke storingen kan veroorzaken";
e) in de Franse tekst van het vijfde lid, worden de woorden "L'appareil émetteur" vervangen door de woorden "Le produit";
8° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "het in eigendom hebben, het gebruik door of het commercialiseren ten behoeve van Defensie van voornoemde radioapparatuur" worden telkens vervangen door de woorden "het houden, het gebruik door of de verkoop ten behoeve van Defensie van voornoemde producten";
b) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden "van radioapparatuur die" vervangen door de woorden "van een product dat";
c) in het tweede lid worden de woorden "de apparatuur" vervangen door de woorden "het product";
d) in het derde lid worden de woorden "gebruiken de apparatuur enkel op voorwaarde dat de baten van haar gebruik groter zijn dan de nadelige gevolgen voor derden die" vervangen door de woorden "gebruiken het product enkel op voorwaarde dat de baten van het gebruik ervan groter zijn dan de nadelige gevolgen die voor derden";
e) in het vierde lid worden de woorden "van de apparatuur, haar impact" vervangen door de woorden "van het product, de impact ervan";
f) in het zevende lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de eerste zin worden de woorden "deze apparatuur" vervangen door de woorden "dit product";
ii) in de tweede zin, worden de woorden "deze apparatuur en haar" vervangen door de woorden "dit product en zijn";
9° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 en 5, luidende:
" § 4. De krijgsmacht en de diensten bedoeld in paragraaf 3 mogen elektrische of elektronische producten die schadelijke storingen veroorzaken gebruiken en laten gebruiken voor demonstraties, testen en opleidingen ten behoeve van hun personeelsleden mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
1° de precieze datums, locaties, de geplande duur per dag van het gebruik en de technische eigenschappen van het gebruikte product, ten minste bestaande uit de gestoorde frequenties, de vermogens en de antennekarakteristieken, worden vooraf en te gelegener tijd aan het Instituut meegedeeld; en
2° de gebruiksduur wordt beperkt tot het strikte minimum.
Vóór elk gebruik van het product dat schadelijke storingen veroorzaakt, evalueren de diensten bedoeld in het eerste lid de risico's op schadelijke storingen en nemen zij alle nuttige maatregelen opdat het gebruik van het product geen schadelijke storingen veroorzaakt buiten de locaties die meegedeeld zijn op basis van de bepaling onder het eerste lid, 1°.
Voor de eerste indienststelling onderzoekt het Instituut of het betreffende zendtoestel buiten de in de bepaling onder het eerste lid, 1° bedoelde plaatsen schadelijke storingen kan veroorzaken. In dat geval wordt de indienststelling onmiddellijk stopgezet. Het Instituut kan bijzondere technische en operationele voorwaarden vastleggen.
Het gebruik van het product dat schadelijke storingen veroorzaakt wordt onmiddellijk stopgezet indien het Instituut vaststelt dat één of meer van de voorwaarden bepaald in het eerste lid en dat het tweede lid niet worden nageleefd.
De rechten van operatoren inzake het gebruik van frequenties worden beperkt in geval van het gebruik van zendtoestellen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in deze paragraaf.
§ 5. Paragraaf 1 is niet van toepassing wanneer het gaat om een product dat door de diensten van het Instituut bestuurd en gebruikt wordt met het oog op deskundig onderzoek en analyse ervan. Het Instituut neemt alle noodzakelijke maatregelen om het risico op schadelijke storing tijdens het gebruik van dat product tot een minimum te beperken.".
Art.76. Dans l'article 33 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "d'appareils émetteurs" sont chaque fois remplacés par les mots "de produits";
2° dans le texte néerlandais, le mot "zendtoestel" est chaque fois remplacé par le mot "product";
3° les mots "l'appareil émetteur" sont chaque fois remplacés par les mots "le produit";
4° les mots "de l'appareil émetteur" sont chaque fois remplacés par les mots "du produit";
5° les mots "cet équipement" sont chaque fois remplacés par les mots "ce produit";
6° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les équipements suivants" sont remplacés par les mots "les produits électriques ou électroniques suivants";
b) au 1°, les mots "les équipements" sont remplacés par les mots "des produits";
c) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° des produits dont l'utilisation est inconciliable avec l'article 15, alinéa 1er.";
7° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) aux 1° et 2°, les mots "appareil émetteur de radiocommunications" sont chaque fois remplacés par le mot "produit";
b) les mots "appareil émetteur fixe de radiocommunications" sont remplacés par les mots "produit installé de manière fixe";
c) au 1°, les mots "un tel appareil émetteur" sont remplacés par les mots "un tel produit";
d) au 5°, les mots "l'appareil émetteur en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés au 1° " sont remplacés par les mots "le produit en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés au 1° ";
e) à l'alinéa 5, les mots "L'appareil émetteur" sont remplacés par les mots "Le produit";
8° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la détention, l'utilisation par la Défense ou la commercialisation pour la Défense desdits équipements hertziens" sont chaque fois remplacés par les mots "la détention, l'utilisation par la Défense ou la commercialisation au profit de la Défense desdits produits";
b) dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots "d'un équipement hertzien qui" sont remplacés par les mots "d'un produit qui";
c) dans l'alinéa 2, les mots "de l'équipement" sont remplacés par les mots "du produit";
d) dans l'alinéa 3, les mots "n'utilisent l'équipement que pour autant que le bénéfice de son utilisation soit supérieur aux conséquences dommageables pour les tiers" sont remplacés par les mots "utilisent le produit uniquement à condition que le bénéfice de son utilisation soit supérieur aux conséquences dommageable pour les tiers";
e) dans l'alinéa 4, les mots "de l'équipement, son impact" sont remplacés par les mots "du produit, l'impact de ce dernier";
f) dans l'alinéa 7, les modifications suivantes sont apportées:
i) dans la première phrase, les mots "cet équipement" sont remplacés par les mots "ce produit";
ii) dans la deuxième phrase, les mots "cet équipement et ses" sont remplacés par les mots "ce produit et ses";
9° l'article est complété par les paragraphes 4 et 5 rédigés comme suit:
" § 4. Les forces armées et services visés au paragraphe 3 peuvent utiliser et faire utiliser des produits électriques ou électroniques qui provoquent des brouillages préjudiciables pour des démonstrations, tests et formations au profit des membres de leur personnel moyennant le respect des conditions suivantes:
1° les dates précises, les lieux, la durée prévue par jour de l'utilisation et les propriétés techniques du produit utilisé, composées au minimum des fréquences brouillées, des puissances et des caractéristiques d'antennes, sont communiqués préalablement et en temps utile à l'Institut; et
2° la durée d'utilisation est limitée au strict minimum.
Avant chaque utilisation du produit qui provoque des brouillages préjudiciables, les services visés à l'alinéa 1er évaluent les risques de brouillages préjudiciables et prennent toutes les mesures nécessaires pour que l'utilisation du produit ne provoque aucun brouillage préjudiciable en dehors des lieux communiqués sur la base de l'alinéa 1er, 1°.
Avant la première mise en service, l'Institut examine si l'appareil émetteur en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés à l'alinéa 1er, 1°. Dans ce cas, la mise en service est immédiatement arrêtée. L'Institut peut fixer des conditions techniques et opérationnelles particulières.
L'utilisation du produit qui provoque des brouillages préjudiciables est immédiatement arrêtée si l'Institut constate qu'une ou plusieurs conditions fixées à l'alinéa 1er et l'alinéa 2 ne sont pas respectés.
Les droits des opérateurs en matière d'utilisation des fréquences sont limités en cas d'utilisation d'appareils émetteurs satisfaisant aux conditions visées dans le présent paragraphe.
§ 5. Le paragraphe 1er ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'un produit commandé et utilisé par les services de l'Institut dans le but d'expertise et d'analyse de celui-ci. L'Institut prend toutes les mesures utiles pour minimiser le risque de brouillage préjudiciable durant l'utilisation de ce produit.".
1° les mots "d'appareils émetteurs" sont chaque fois remplacés par les mots "de produits";
2° dans le texte néerlandais, le mot "zendtoestel" est chaque fois remplacé par le mot "product";
3° les mots "l'appareil émetteur" sont chaque fois remplacés par les mots "le produit";
4° les mots "de l'appareil émetteur" sont chaque fois remplacés par les mots "du produit";
5° les mots "cet équipement" sont chaque fois remplacés par les mots "ce produit";
6° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "les équipements suivants" sont remplacés par les mots "les produits électriques ou électroniques suivants";
b) au 1°, les mots "les équipements" sont remplacés par les mots "des produits";
c) le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° des produits dont l'utilisation est inconciliable avec l'article 15, alinéa 1er.";
7° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) aux 1° et 2°, les mots "appareil émetteur de radiocommunications" sont chaque fois remplacés par le mot "produit";
b) les mots "appareil émetteur fixe de radiocommunications" sont remplacés par les mots "produit installé de manière fixe";
c) au 1°, les mots "un tel appareil émetteur" sont remplacés par les mots "un tel produit";
d) au 5°, les mots "l'appareil émetteur en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés au 1° " sont remplacés par les mots "le produit en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés au 1° ";
e) à l'alinéa 5, les mots "L'appareil émetteur" sont remplacés par les mots "Le produit";
8° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la détention, l'utilisation par la Défense ou la commercialisation pour la Défense desdits équipements hertziens" sont chaque fois remplacés par les mots "la détention, l'utilisation par la Défense ou la commercialisation au profit de la Défense desdits produits";
b) dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots "d'un équipement hertzien qui" sont remplacés par les mots "d'un produit qui";
c) dans l'alinéa 2, les mots "de l'équipement" sont remplacés par les mots "du produit";
d) dans l'alinéa 3, les mots "n'utilisent l'équipement que pour autant que le bénéfice de son utilisation soit supérieur aux conséquences dommageables pour les tiers" sont remplacés par les mots "utilisent le produit uniquement à condition que le bénéfice de son utilisation soit supérieur aux conséquences dommageable pour les tiers";
e) dans l'alinéa 4, les mots "de l'équipement, son impact" sont remplacés par les mots "du produit, l'impact de ce dernier";
f) dans l'alinéa 7, les modifications suivantes sont apportées:
i) dans la première phrase, les mots "cet équipement" sont remplacés par les mots "ce produit";
ii) dans la deuxième phrase, les mots "cet équipement et ses" sont remplacés par les mots "ce produit et ses";
9° l'article est complété par les paragraphes 4 et 5 rédigés comme suit:
" § 4. Les forces armées et services visés au paragraphe 3 peuvent utiliser et faire utiliser des produits électriques ou électroniques qui provoquent des brouillages préjudiciables pour des démonstrations, tests et formations au profit des membres de leur personnel moyennant le respect des conditions suivantes:
1° les dates précises, les lieux, la durée prévue par jour de l'utilisation et les propriétés techniques du produit utilisé, composées au minimum des fréquences brouillées, des puissances et des caractéristiques d'antennes, sont communiqués préalablement et en temps utile à l'Institut; et
2° la durée d'utilisation est limitée au strict minimum.
Avant chaque utilisation du produit qui provoque des brouillages préjudiciables, les services visés à l'alinéa 1er évaluent les risques de brouillages préjudiciables et prennent toutes les mesures nécessaires pour que l'utilisation du produit ne provoque aucun brouillage préjudiciable en dehors des lieux communiqués sur la base de l'alinéa 1er, 1°.
Avant la première mise en service, l'Institut examine si l'appareil émetteur en question peut entraîner des brouillages préjudiciables en dehors des lieux visés à l'alinéa 1er, 1°. Dans ce cas, la mise en service est immédiatement arrêtée. L'Institut peut fixer des conditions techniques et opérationnelles particulières.
L'utilisation du produit qui provoque des brouillages préjudiciables est immédiatement arrêtée si l'Institut constate qu'une ou plusieurs conditions fixées à l'alinéa 1er et l'alinéa 2 ne sont pas respectés.
Les droits des opérateurs en matière d'utilisation des fréquences sont limités en cas d'utilisation d'appareils émetteurs satisfaisant aux conditions visées dans le présent paragraphe.
§ 5. Le paragraphe 1er ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'un produit commandé et utilisé par les services de l'Institut dans le but d'expertise et d'analyse de celui-ci. L'Institut prend toutes les mesures utiles pour minimiser le risque de brouillage préjudiciable durant l'utilisation de ce produit.".
Art.77. In artikel 34 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2014 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 2°, c) wordt het woord "apparatuur" vervangen door het woord "radioapparatuur";
2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° de volgende luchtvaartuitrusting, voor zover die uitrusting binnen het toepassingsgebied valt van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad, en uitsluitend bestemd is voor gebruik in de lucht:
a) andere luchtvaartuigen dan onbemande luchtvaartuigen, alsmede bijbehorende motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde uitrusting;
b) onbemande luchtvaartuigen, evenals de bijbehorende motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde uitrusting waarvan het ontwerp overeenkomstig artikel 56, paragraaf 1, van die verordening is gecertificeerd, die alleen frequenties zouden mogen gebruiken die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie Unie voor beschermd luchtvaartgebruik zijn voorzien;";
3° in de bepaling onder 6° wordt het woord "interferenties" vervangen door het woord "storingen".
1° in de bepaling onder 2°, c) wordt het woord "apparatuur" vervangen door het woord "radioapparatuur";
2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° de volgende luchtvaartuitrusting, voor zover die uitrusting binnen het toepassingsgebied valt van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad, en uitsluitend bestemd is voor gebruik in de lucht:
a) andere luchtvaartuigen dan onbemande luchtvaartuigen, alsmede bijbehorende motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde uitrusting;
b) onbemande luchtvaartuigen, evenals de bijbehorende motoren, propellers, onderdelen en niet-geïnstalleerde uitrusting waarvan het ontwerp overeenkomstig artikel 56, paragraaf 1, van die verordening is gecertificeerd, die alleen frequenties zouden mogen gebruiken die door het radioreglement van de Internationale Telecommunicatie Unie voor beschermd luchtvaartgebruik zijn voorzien;";
3° in de bepaling onder 6° wordt het woord "interferenties" vervangen door het woord "storingen".
Art.77. Dans l'article 34 de la même loi, modifié par les lois des 27 mars 2014 et 18 décembre 2015, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le texte néerlandais du 2°, c), le mot "apparatuur" est remplacé par le mot "radioapparatuur";
2° le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° les équipements aéronautiques suivants, lorsque ces équipements relèvent du champ d'application du Règlement (UE) 2018/1139 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2018 concernant des règles communes dans le domaine de l'aviation civile et instituant une Agence de l'Union européenne pour la sécurité aérienne, et modifiant les règlements (CE) n° 2111/2005, (CE) n° 1008/2008, (UE) n° 996/2010, (UE) n° 376/2014 et les directives 2014/30/UE et 2014/53/UE du Parlement européen et du Conseil, et abrogeant les règlements (CE) n° 552/2004 et (CE) n° 216/2008 du Parlement européen et du Conseil ainsi que le règlement (CEE) n° 3922/91 du Conseil, et sont exclusivement destinés à un usage aéronautique:
a) les aéronefs, autres que les aéronefs sans équipage à bord, ainsi que leurs moteurs, hélices, pièces et équipements non fixes;
b) les aéronefs sans équipage à bord, ainsi que leurs moteurs, hélices, pièces et équipements non fixes, dont la conception est certifiée conformément à l'article 56, paragraphe 1, dudit règlement et qui sont destinés à fonctionner uniquement sur des fréquences attribuées par le règlement des radiocommunications de l'Union internationale des télécommunications pour une utilisation aéronautique protégée;";
3° dans le texte néerlandais du 6° le mot "interferenties" est remplacé par le mot "storingen".
1° dans le texte néerlandais du 2°, c), le mot "apparatuur" est remplacé par le mot "radioapparatuur";
2° le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° les équipements aéronautiques suivants, lorsque ces équipements relèvent du champ d'application du Règlement (UE) 2018/1139 du Parlement européen et du Conseil du 4 juillet 2018 concernant des règles communes dans le domaine de l'aviation civile et instituant une Agence de l'Union européenne pour la sécurité aérienne, et modifiant les règlements (CE) n° 2111/2005, (CE) n° 1008/2008, (UE) n° 996/2010, (UE) n° 376/2014 et les directives 2014/30/UE et 2014/53/UE du Parlement européen et du Conseil, et abrogeant les règlements (CE) n° 552/2004 et (CE) n° 216/2008 du Parlement européen et du Conseil ainsi que le règlement (CEE) n° 3922/91 du Conseil, et sont exclusivement destinés à un usage aéronautique:
a) les aéronefs, autres que les aéronefs sans équipage à bord, ainsi que leurs moteurs, hélices, pièces et équipements non fixes;
b) les aéronefs sans équipage à bord, ainsi que leurs moteurs, hélices, pièces et équipements non fixes, dont la conception est certifiée conformément à l'article 56, paragraphe 1, dudit règlement et qui sont destinés à fonctionner uniquement sur des fréquences attribuées par le règlement des radiocommunications de l'Union internationale des télécommunications pour une utilisation aéronautique protégée;";
3° dans le texte néerlandais du 6° le mot "interferenties" est remplacé par le mot "storingen".
Art.78. In artikel 36, § 1, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 maart 2014, worden de woorden "gebruikt maakt van radiofrequenties waarvoor" vervangen door de woorden "door deze apparatuur gebruik wordt gemaakt van het radiospectrum waarvoor".
Art.78. Dans l'article 36, § 1er, alinéa 3, de la même loi, inséré par la loi du 27 mars 2014 les mots "doit utiliser des radiofréquences pour lesquelles" sont remplacés par les mots "l'utilisation par cet équipement du spectre radioélectrique pour lequel".
Art.79. In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2014 en 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "na advies van het Instituut, de algemene regels inzake toekenning, schorsing en intrekking van de vergunningen om een zend- of ontvangtoestel voor radiocommunicatie te mogen houden, of een station of een netwerk voor radiocommunicatie dat niet wordt gebruikt voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden te mogen aanleggen en doen werken" vervangen door de woorden "op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, de algemene regels inzake toekenning, schorsing en intrekking van de vergunningen om radioapparatuur te mogen houden, van de machtigingen voor private radiocommunicatie, en van de vergunningen om de producten bedoeld in artikel 33, § 2, te mogen houden en/of gebruiken";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in de tweede paragraaf bedoelde" ingevoegd tussen de woorden "van een" en de woorden "vergunning en de voorwaarden";
3° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "voor de stations voor radiocommunicatie die in de militaire banden werken," worden vervangen door de woorden "voor de radiostations die in de exclusieve militaire banden werken of in de militaire banden die worden gedeeld met de burgers en";
b) de woorden "De verdeling van de banden tussen civiel en militair wordt vastgesteld" worden vervangen door de woorden "De bedingen van de verdeling van de banden tussen civiele en militaire alsook het type van militaire toepassingen dat is toegestaan in deze banden worden vastgesteld";
c) het tweede lid wordt opgeheven;
4° in paragraaf 5 worden de woorden "van zenders" vervangen door de woorden "van radiostations".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "na advies van het Instituut, de algemene regels inzake toekenning, schorsing en intrekking van de vergunningen om een zend- of ontvangtoestel voor radiocommunicatie te mogen houden, of een station of een netwerk voor radiocommunicatie dat niet wordt gebruikt voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden te mogen aanleggen en doen werken" vervangen door de woorden "op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, de algemene regels inzake toekenning, schorsing en intrekking van de vergunningen om radioapparatuur te mogen houden, van de machtigingen voor private radiocommunicatie, en van de vergunningen om de producten bedoeld in artikel 33, § 2, te mogen houden en/of gebruiken";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "in de tweede paragraaf bedoelde" ingevoegd tussen de woorden "van een" en de woorden "vergunning en de voorwaarden";
3° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "voor de stations voor radiocommunicatie die in de militaire banden werken," worden vervangen door de woorden "voor de radiostations die in de exclusieve militaire banden werken of in de militaire banden die worden gedeeld met de burgers en";
b) de woorden "De verdeling van de banden tussen civiel en militair wordt vastgesteld" worden vervangen door de woorden "De bedingen van de verdeling van de banden tussen civiele en militaire alsook het type van militaire toepassingen dat is toegestaan in deze banden worden vastgesteld";
c) het tweede lid wordt opgeheven;
4° in paragraaf 5 worden de woorden "van zenders" vervangen door de woorden "van radiostations".
Art.79. Dans l'article 39 de la même loi, modifié par les lois des 27 mars 2014 et 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 2, les mots "après avis de l'Institut, les règles générales d'octroi, de suspension et de révocation des autorisations afin de pouvoir détenir un appareil émetteur ou récepteur de radiocommunications, ou établir et faire fonctionner une station ou un réseau de radiocommunications qui n'est pas utilisé pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, les règles générales d'octroi, de suspension et de révocation des autorisations afin de pouvoir détenir un équipement hertzien, des autorisations de radiocommunications privées, et des autorisations afin de pourvoir détenir et/ou utiliser les produits visés à l'article 33, § 2";
2° dans le paragraphe 3, les mots "visée au paragraphe 2" sont insérés entre les mots "d'une autorisation" et les mots "ainsi que les conditions";
3° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "pour les stations de radiocommunications fonctionnant dans des bandes militaires," sont remplacés par les mots "pour les stations de radiocommunications fonctionnant dans les bandes militaires exclusives, dans les bandes militaires partagées avec les civils et";
b) les mots "Le partage des bandes entre civils et militaires est établi" sont remplacés par les mots "Les conditions de partage des bandes entre civils et militaires ainsi que le type d'applications militaires autorisées dans ces bandes sont précisés";
c) l'alinéa 2 est abrogé;
4° dans le paragraphe 5, les mots "d'émetteurs" sont remplacés par les mots "de stations de radiocommunications".
1° dans le paragraphe 2, les mots "après avis de l'Institut, les règles générales d'octroi, de suspension et de révocation des autorisations afin de pouvoir détenir un appareil émetteur ou récepteur de radiocommunications, ou établir et faire fonctionner une station ou un réseau de radiocommunications qui n'est pas utilisé pour des services de communications électroniques offerts au public" sont remplacés par les mots "sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, les règles générales d'octroi, de suspension et de révocation des autorisations afin de pouvoir détenir un équipement hertzien, des autorisations de radiocommunications privées, et des autorisations afin de pourvoir détenir et/ou utiliser les produits visés à l'article 33, § 2";
2° dans le paragraphe 3, les mots "visée au paragraphe 2" sont insérés entre les mots "d'une autorisation" et les mots "ainsi que les conditions";
3° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "pour les stations de radiocommunications fonctionnant dans des bandes militaires," sont remplacés par les mots "pour les stations de radiocommunications fonctionnant dans les bandes militaires exclusives, dans les bandes militaires partagées avec les civils et";
b) les mots "Le partage des bandes entre civils et militaires est établi" sont remplacés par les mots "Les conditions de partage des bandes entre civils et militaires ainsi que le type d'applications militaires autorisées dans ces bandes sont précisés";
c) l'alinéa 2 est abrogé;
4° dans le paragraphe 5, les mots "d'émetteurs" sont remplacés par les mots "de stations de radiocommunications".
Art.80. Artikel 40 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 40. Onverminderd de voorwaarden vastgesteld in het kader van een machtiging, kan het Instituut het gebruik van radioapparatuur onderwerpen aan eisen die toegevoegd worden aan de essentiële eisen bedoeld in artikel 32, voor hetgeen betrekking heeft op het efficiënte en geoptimaliseerde gebruik van het radiospectrum, de preventie van schadelijke storingen of de preventie van elektromagnetische interferentie. Het Instituut publiceert deze bijkomende eisen op zijn website. Een verwijzing naar die eisen wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".
"Art. 40. Onverminderd de voorwaarden vastgesteld in het kader van een machtiging, kan het Instituut het gebruik van radioapparatuur onderwerpen aan eisen die toegevoegd worden aan de essentiële eisen bedoeld in artikel 32, voor hetgeen betrekking heeft op het efficiënte en geoptimaliseerde gebruik van het radiospectrum, de preventie van schadelijke storingen of de preventie van elektromagnetische interferentie. Het Instituut publiceert deze bijkomende eisen op zijn website. Een verwijzing naar die eisen wordt ook bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.".
Art.80. L'article 40 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 40. Sans préjudice des conditions fixées dans le cadre d'une autorisation, l'Institut peut soumettre l'utilisation des équipements hertziens à des exigences supplémentaires aux exigences essentielles visées à l'article 32 pour ce qui a trait à l'utilisation efficace et optimisée du spectre radioélectrique, à la prévention des brouillages préjudiciables ou à la prévention des perturbations électromagnétiques. L'Institut publie ces exigences supplémentaires sur son site Internet. Une mention de celles-ci est également publiée au Moniteur belge.".
"Art. 40. Sans préjudice des conditions fixées dans le cadre d'une autorisation, l'Institut peut soumettre l'utilisation des équipements hertziens à des exigences supplémentaires aux exigences essentielles visées à l'article 32 pour ce qui a trait à l'utilisation efficace et optimisée du spectre radioélectrique, à la prévention des brouillages préjudiciables ou à la prévention des perturbations électromagnétiques. L'Institut publie ces exigences supplémentaires sur son site Internet. Une mention de celles-ci est également publiée au Moniteur belge.".
Art.81. In artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "een zend- en/of ontvangtoestel voor private radiocommunicatie te verkopen, te verhuren, in leen te geven of te schenken aan iemand die de in artikel 39, § 2, voorgeschreven vergunning voor het houden van een dergelijk toestel niet heeft verkregen" vervangen door de woorden "radioapparatuur te verkopen, te verhuren, in leen te geven of te schenken aan iemand die niet gemachtigd is om overeenkomstig deze wet dergelijke radioapparatuur te houden";
b) in de tweede zin worden de woorden "toestellen die uitsluitend voor de uitvoer bestemd zijn" vervangen door de woorden "radioapparatuur die uitsluitend voor de uitvoer bestemd is";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "van zendtoestellen of zend-ontvangtoestellen voor private radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "van radioapparatuur";
b) de woorden "een toestel" worden vervangen door het woord "radioapparatuur";
c) de woorden "een zodanig toestel" worden vervangen door de woorden "dergelijke radioapparatuur".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "een zend- en/of ontvangtoestel voor private radiocommunicatie te verkopen, te verhuren, in leen te geven of te schenken aan iemand die de in artikel 39, § 2, voorgeschreven vergunning voor het houden van een dergelijk toestel niet heeft verkregen" vervangen door de woorden "radioapparatuur te verkopen, te verhuren, in leen te geven of te schenken aan iemand die niet gemachtigd is om overeenkomstig deze wet dergelijke radioapparatuur te houden";
b) in de tweede zin worden de woorden "toestellen die uitsluitend voor de uitvoer bestemd zijn" vervangen door de woorden "radioapparatuur die uitsluitend voor de uitvoer bestemd is";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "van zendtoestellen of zend-ontvangtoestellen voor private radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "van radioapparatuur";
b) de woorden "een toestel" worden vervangen door het woord "radioapparatuur";
c) de woorden "een zodanig toestel" worden vervangen door de woorden "dergelijke radioapparatuur".
Art.81. Dans l'article 42 de la même loi, modifié par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "de vendre, de donner en location, de prêter ou de donner un appareil émetteur et/ou récepteur de radiocommunications privées à quiconque n'a pas obtenu l'autorisation de détention d'un tel appareil, prévue par l'article 39, § 2," sont remplacés par les mots "de vendre, de donner en location, de prêter ou de donner un équipement hertzien à quiconque n'est pas autorisé à détenir un tel équipement hertzien conformément à la présente loi";
b) dans la deuxième phrase, les mots "des appareils qui sont destinés exclusivement à l'exportation" sont remplacés par les mots "des équipements hertziens qui sont destinés exclusivement à l'exportation";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "d'appareils émetteurs ou d'appareils émetteurs-récepteurs de radiocommunications privées" sont remplacés par les mots "d'équipements hertziens";
b) les mots "un appareil" sont remplacés par les mots "un équipement hertzien";
c) les mots "d'un tel appareil" sont remplacés par les mots "d'un tel équipement hertzien".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "de vendre, de donner en location, de prêter ou de donner un appareil émetteur et/ou récepteur de radiocommunications privées à quiconque n'a pas obtenu l'autorisation de détention d'un tel appareil, prévue par l'article 39, § 2," sont remplacés par les mots "de vendre, de donner en location, de prêter ou de donner un équipement hertzien à quiconque n'est pas autorisé à détenir un tel équipement hertzien conformément à la présente loi";
b) dans la deuxième phrase, les mots "des appareils qui sont destinés exclusivement à l'exportation" sont remplacés par les mots "des équipements hertziens qui sont destinés exclusivement à l'exportation";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "d'appareils émetteurs ou d'appareils émetteurs-récepteurs de radiocommunications privées" sont remplacés par les mots "d'équipements hertziens";
b) les mots "un appareil" sont remplacés par les mots "un équipement hertzien";
c) les mots "d'un tel appareil" sont remplacés par les mots "d'un tel équipement hertzien".
Art.82. In artikel 43 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "bedoeld in artikel 39, § 2," ingevoegd tussen de woorden "een vergunning" en de woorden "om de uitgaven te dekken";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "onder welke voorwaarden de vergunninghouder" worden vervangen door de woorden "onder welke voorwaarden de houder van een in artikel 39, § 2, bedoelde vergunning";
b) de woorden "zijn zend- of ontvangtoestel voor radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "zijn radiostations".
1° in het eerste lid worden de woorden "bedoeld in artikel 39, § 2," ingevoegd tussen de woorden "een vergunning" en de woorden "om de uitgaven te dekken";
2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "onder welke voorwaarden de vergunninghouder" worden vervangen door de woorden "onder welke voorwaarden de houder van een in artikel 39, § 2, bedoelde vergunning";
b) de woorden "zijn zend- of ontvangtoestel voor radiocommunicatie" worden vervangen door de woorden "zijn radiostations".
Art.82. Dans l'article 43 de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "visée à l'article 39, § 2," sont insérés entre les mots "d'une autorisation" et les mots "pour couvrir les dépenses";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "les conditions dans lesquelles le titulaire d'une autorisation" sont remplacés par les mots "les conditions auxquelles le titulaire d'une autorisation visée à l'article 39, § 2";
b) les mots "ses appareils émetteurs ou récepteurs" sont remplacés par le mot "ses stations".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "visée à l'article 39, § 2," sont insérés entre les mots "d'une autorisation" et les mots "pour couvrir les dépenses";
2° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "les conditions dans lesquelles le titulaire d'une autorisation" sont remplacés par les mots "les conditions auxquelles le titulaire d'une autorisation visée à l'article 39, § 2";
b) les mots "ses appareils émetteurs ou récepteurs" sont remplacés par le mot "ses stations".
Art.83. In artikel 44, § 1er, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "van zend- en ontvangtoestellen voor radiocommunicatie" vervangen door de woorden "van radiostations".
Art.83. Dans l'article 44, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, les mots "d'appareils émetteurs ou récepteurs" sont remplacés par les mots "de stations".
Art.84. In artikel 45 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen aan abonnees stellen de noodzakelijke abonneegegevens ter beschikking van de personen die een aangifte hebben gedaan in de zin van paragraaf 1 in een overeengekomen format op billijke, objectieve, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.";
2° in de paragrafen 3 en 5, worden de woorden "openbare telefoondiensten" telkens vervangen door het woord "spraakcommunicatiediensten".
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen aan abonnees stellen de noodzakelijke abonneegegevens ter beschikking van de personen die een aangifte hebben gedaan in de zin van paragraaf 1 in een overeengekomen format op billijke, objectieve, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.";
2° in de paragrafen 3 en 5, worden de woorden "openbare telefoondiensten" telkens vervangen door het woord "spraakcommunicatiediensten".
Art.84. Dans l'article 45 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation aux abonnés mettent les données-abonnés nécessaires à la disposition des personnes qui ont effectué une déclaration conformément au paragraphe 1er, sous une forme convenue et à des conditions équitables, objectives, modulées en fonction des coûts et non discriminatoires.";
2° dans les paragraphes 3 et 5, les mots "services téléphoniques publics" sont chaque fois remplacés par les mots "des services de communications vocales".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation aux abonnés mettent les données-abonnés nécessaires à la disposition des personnes qui ont effectué une déclaration conformément au paragraphe 1er, sous une forme convenue et à des conditions équitables, objectives, modulées en fonction des coûts et non discriminatoires.";
2° dans les paragraphes 3 et 5, les mots "services téléphoniques publics" sont chaque fois remplacés par les mots "des services de communications vocales".
Art.85. In artikel 46 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen aan abonnees stellen de noodzakelijke abonneegegevens ter beschikking van de personen die een aangifte hebben gedaan in de zin van paragraaf 1 in een overeengekomen format op billijke, objectieve, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "de personen die aan abonnees openbare telefoondiensten aanbieden" vervangen door de woorden "de operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen".
1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen aan abonnees stellen de noodzakelijke abonneegegevens ter beschikking van de personen die een aangifte hebben gedaan in de zin van paragraaf 1 in een overeengekomen format op billijke, objectieve, kostengeoriënteerde en niet-discriminerende voorwaarden.";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "de personen die aan abonnees openbare telefoondiensten aanbieden" vervangen door de woorden "de operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten die nummers uit een nummerplan toekennen".
Art.85. Dans l'article 46 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation aux abonnés mettent les données-abonnés nécessaires à la disposition des personnes qui ont effectué une déclaration conformément au paragraphe 1er, sous une forme convenue et à des conditions équitables, objectives, orientées en fonction des coûts et non discriminatoires.";
2° dans le paragraphe 3, les mots "les personnes qui offrent des services téléphoniques publics aux abonnés" sont remplacés par les mots "les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation".
1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation aux abonnés mettent les données-abonnés nécessaires à la disposition des personnes qui ont effectué une déclaration conformément au paragraphe 1er, sous une forme convenue et à des conditions équitables, objectives, orientées en fonction des coûts et non discriminatoires.";
2° dans le paragraphe 3, les mots "les personnes qui offrent des services téléphoniques publics aux abonnés" sont remplacés par les mots "les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation qui attribuent des numéros d'un plan de numérotation".
Art.86. In titel II van dezelfde wet wordt hoofdstuk VIII, dat artikel 48 bevat, opgeheven.
Art.86. Dans le titre II de la même loi, le chapitre VIII comportant l'article 48 de la même loi est abrogé.
Art.87. Artikel 48 van dezelfde wet, opgeheven bij artikel 86 van deze wet, wordt hersteld als volgt:
"Art. 48. De artikelen 39, 40 en 42 zijn niet van toepassing op radioapparatuur die uitsluitend bestemd is voor de transmissie van signalen voor de audiovisuele en auditieve mediadiensten.".
"Art. 48. De artikelen 39, 40 en 42 zijn niet van toepassing op radioapparatuur die uitsluitend bestemd is voor de transmissie van signalen voor de audiovisuele en auditieve mediadiensten.".
Art.87. L'article 48 de la même loi, abrogé par l'article 86 de la présente loi, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 48. Les articles 39, 40 et 42 ne sont pas applicables aux équipements hertziens destinés exclusivement à la transmission de signaux pour les services de médias audiovisuels et sonores.".
"Art. 48. Les articles 39, 40 et 42 ne sont pas applicables aux équipements hertziens destinés exclusivement à la transmission de signaux pour les services de médias audiovisuels et sonores.".
Art.88. In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk X ingevoegd, luidende "Hoofdstuk X. Cartografie van de dekking van elektronische-communicatienetwerken".
Art.88. Dans le titre II de la même loi, il est inséré un chapitre X intitulé "chapitre X. Cartographie de la couverture des réseaux de communications électroniques".
Art.89. In hoofdstuk X, ingevoegd bij artikel 88, wordt een artikel 49/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 49/1. § 1. Het Instituut voert minstens elke drie jaar onderzoek uit naar de geografische dekking van de mobiele en vaste elektronische-communicatienetwerken die breedbanddiensten kunnen leveren.
De aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, met inbegrip van overheden, stellen hiervoor, op verzoek van het Instituut, de volgende data ter beschikking:
1° de informatie aangaande de huidige dekking;
2° een prognose aangaande de uitbreiding of modernisering van het netwerk voor de komende drie jaar volgend op het jaar van het informatieverzoek gebaseerd op investeringsvoornemens per onderscheiden jaar.
Die prognose bevat alle relevante informatie, mede over de geplande uitrol door ondernemingen of door de overheid van netwerken met zeer hoge capaciteit en belangrijke moderniseringen of uitbreidingen van netwerken tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps.
Daartoe verzoekt het Instituut ondernemingen en overheden om dergelijke informatie te verstrekken voor zover die informatie beschikbaar is en middels redelijke inspanningen kan worden verstrekt.
§ 2. Het Instituut bepaalt bij besluit de informatie die aangeleverd moet worden, het formaat, het voldoende lokaal gedetailleerd niveau van detail, de voldoende informatie over de kwaliteit van de diensten en de parameters daarvan, alsook de periodiciteit van de in het kader van paragraaf 1 bedoelde geografische onderzoeken.
Het Instituut houdt hierbij rekening met de evolutie van de gebruikte technologieën en overige ontwikkelingen.
§ 3. Aan de hand van de data bedoeld in paragraaf 1, 1°, publiceert het Instituut op zijn website mobiele en vaste dekkingskaarten die op individuele basis voor elke netwerkoperator diens huidige dekking op het gehele Belgische grondgebied op fijnmazige wijze weergeeft voor diverse technologieën en bitsnelheden. Het Instituut kan het niveau van specificatie van de publicaties aanpassen naargelang een operator zich richt tot consumenten of tot een zakelijke clientèle.
Desgevallend kan het Instituut de dekkingskaarten aanvullen met informatie aangaande de kwaliteit van de dienst.".
§ 4. Het Instituut bepaalt, met betrekking tot de krachtens deze wet specifiek aan zijn toegekende taken, in hoeverre het passend is te vertrouwen op alle of een deel van de in het kader van een dergelijke prognose verzamelde informatie.
"Art. 49/1. § 1. Het Instituut voert minstens elke drie jaar onderzoek uit naar de geografische dekking van de mobiele en vaste elektronische-communicatienetwerken die breedbanddiensten kunnen leveren.
De aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, met inbegrip van overheden, stellen hiervoor, op verzoek van het Instituut, de volgende data ter beschikking:
1° de informatie aangaande de huidige dekking;
2° een prognose aangaande de uitbreiding of modernisering van het netwerk voor de komende drie jaar volgend op het jaar van het informatieverzoek gebaseerd op investeringsvoornemens per onderscheiden jaar.
Die prognose bevat alle relevante informatie, mede over de geplande uitrol door ondernemingen of door de overheid van netwerken met zeer hoge capaciteit en belangrijke moderniseringen of uitbreidingen van netwerken tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps.
Daartoe verzoekt het Instituut ondernemingen en overheden om dergelijke informatie te verstrekken voor zover die informatie beschikbaar is en middels redelijke inspanningen kan worden verstrekt.
§ 2. Het Instituut bepaalt bij besluit de informatie die aangeleverd moet worden, het formaat, het voldoende lokaal gedetailleerd niveau van detail, de voldoende informatie over de kwaliteit van de diensten en de parameters daarvan, alsook de periodiciteit van de in het kader van paragraaf 1 bedoelde geografische onderzoeken.
Het Instituut houdt hierbij rekening met de evolutie van de gebruikte technologieën en overige ontwikkelingen.
§ 3. Aan de hand van de data bedoeld in paragraaf 1, 1°, publiceert het Instituut op zijn website mobiele en vaste dekkingskaarten die op individuele basis voor elke netwerkoperator diens huidige dekking op het gehele Belgische grondgebied op fijnmazige wijze weergeeft voor diverse technologieën en bitsnelheden. Het Instituut kan het niveau van specificatie van de publicaties aanpassen naargelang een operator zich richt tot consumenten of tot een zakelijke clientèle.
Desgevallend kan het Instituut de dekkingskaarten aanvullen met informatie aangaande de kwaliteit van de dienst.".
§ 4. Het Instituut bepaalt, met betrekking tot de krachtens deze wet specifiek aan zijn toegekende taken, in hoeverre het passend is te vertrouwen op alle of een deel van de in het kader van een dergelijke prognose verzamelde informatie.
Art.89. Dans le chapitre X, inséré par l'article 88, il est inséré un article 49/1 rédigé comme suit:
"Art. 49/1. § 1er. L'Institut effectue au moins une fois tous les trois ans une analyse de la couverture géographique des réseaux de communications électroniques fixes et mobiles qui peuvent fournir des services à haut débit.
Les fournisseurs de réseaux de communications électroniques, en ce compris les autorités publiques, mettent ainsi à disposition, à la demande de l'Institut, les données suivantes:
1° les informations concernant la couverture actuelle;
2° une prévision concernant l'extension ou la modernisation du réseau pour les trois ans qui suivent l'année de la demande d'informations, sur la base de projets d'investissement par année distincte.
Ces prévisions comprennent toutes les informations utiles, y compris des informations sur les déploiements, prévus par toute entreprise ou autorité publique, de réseaux à très haute capacité et les mises à niveau ou les extensions importantes de réseaux visant à offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps.
A cette fin, l'Institut demande aux entreprises et aux autorités publiques de fournir ces informations dans la mesure où elles sont disponibles et peuvent être fournies moyennant des efforts raisonnables.
§ 2. L'Institut définit, par le biais d'une décision, les informations à fournir, le format, le niveau de détail approprié sur le plan local, les informations nécessaires sur la qualité de service et ses paramètres, ainsi que la périodicité des analyses géographiques visées au paragraphe 1er.
Dans ce cadre, l'Institut tient compte de l'évolution des technologies utilisées et des autres développements.
§ 3. A l'aide des données visées au paragraphe 1er, 1°, l'Institut publie, sur son site Internet, des cartes de couverture fixe et mobile qui reproduisent individuellement et de manière détaillée pour chaque opérateur d'un réseau public de communications électroniques la couverture actuelle de celui-ci sur l'ensemble du territoire belge pour différentes technologies et débits. L'Institut peut adapter le niveau de détail des publications selon qu'un d'opérateur s'adresse à des consommateurs ou à une clientèle d'affaires.
Le cas échéant, l'Institut peut compléter les cartes de couverture à l'aide d'informations concernant la qualité du service.".
§ 4. L'Institut décide, en ce qui concerne les tâches qui lui sont spécifiquement attribuées au titre de la présente loi, de la mesure dans laquelle il convient de s'appuyer sur tout ou partie des informations collectées dans le cadre de ces prévisions.
"Art. 49/1. § 1er. L'Institut effectue au moins une fois tous les trois ans une analyse de la couverture géographique des réseaux de communications électroniques fixes et mobiles qui peuvent fournir des services à haut débit.
Les fournisseurs de réseaux de communications électroniques, en ce compris les autorités publiques, mettent ainsi à disposition, à la demande de l'Institut, les données suivantes:
1° les informations concernant la couverture actuelle;
2° une prévision concernant l'extension ou la modernisation du réseau pour les trois ans qui suivent l'année de la demande d'informations, sur la base de projets d'investissement par année distincte.
Ces prévisions comprennent toutes les informations utiles, y compris des informations sur les déploiements, prévus par toute entreprise ou autorité publique, de réseaux à très haute capacité et les mises à niveau ou les extensions importantes de réseaux visant à offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps.
A cette fin, l'Institut demande aux entreprises et aux autorités publiques de fournir ces informations dans la mesure où elles sont disponibles et peuvent être fournies moyennant des efforts raisonnables.
§ 2. L'Institut définit, par le biais d'une décision, les informations à fournir, le format, le niveau de détail approprié sur le plan local, les informations nécessaires sur la qualité de service et ses paramètres, ainsi que la périodicité des analyses géographiques visées au paragraphe 1er.
Dans ce cadre, l'Institut tient compte de l'évolution des technologies utilisées et des autres développements.
§ 3. A l'aide des données visées au paragraphe 1er, 1°, l'Institut publie, sur son site Internet, des cartes de couverture fixe et mobile qui reproduisent individuellement et de manière détaillée pour chaque opérateur d'un réseau public de communications électroniques la couverture actuelle de celui-ci sur l'ensemble du territoire belge pour différentes technologies et débits. L'Institut peut adapter le niveau de détail des publications selon qu'un d'opérateur s'adresse à des consommateurs ou à une clientèle d'affaires.
Le cas échéant, l'Institut peut compléter les cartes de couverture à l'aide d'informations concernant la qualité du service.".
§ 4. L'Institut décide, en ce qui concerne les tâches qui lui sont spécifiquement attribuées au titre de la présente loi, de la mesure dans laquelle il convient de s'appuyer sur tout ou partie des informations collectées dans le cadre de ces prévisions.
Art.90. In hoofdstuk X, ingevoegd bij artikel 88, wordt een artikel 49/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 49/2. § 1. Het Instituut kan een territoriaal duidelijk afgebakend gebied aanwijzen waarvoor op basis van de op grond van artikel 49/1, § 1, verzamelde informatie en eventueel opgestelde prognose is vastgesteld dat voor de duur van de betrokken prognoseperiode geen onderneming of overheid een netwerk met zeer hoge capaciteit heeft uitgerold en dat ook niet van plan is, of van plan is haar netwerk aanzienlijk te moderniseren of uit te breiden tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps. Het Instituut maakt de aangewezen gebieden bekend.
§ 2. In een aangewezen gebied kan het Instituut ondernemingen en overheden verzoeken te verklaren dat zij voornemens zijn netwerken met zeer hoge capaciteit uit te rollen voor de duur van de betrokken prognoseperiode.
Indien dit verzoek uitmondt in een verklaring door een onderneming of overheid dat zij inderdaad dit voornemen heeft, kan het Instituut andere ondernemingen en overheden vragen om te verklaren of zij eventueel voornemens zijn om in dit gebied netwerken met zeer hoge capaciteit uit te rollen, of er hun netwerk aanzienlijk te moderniseren of uit te breiden tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps.
Het Instituut specificeert de informatie die in dergelijke verklaringen moet worden opgenomen, om ten minste een soortgelijke mate van detail te garanderen als die waarmee rekening is gehouden in een eventuele prognose op grond van artikel 49/1, § 1. Het deelt ook elke onderneming of overheid die blijk geeft van belangstelling, mee of het aangewezen gebied wordt gedekt of waarschijnlijk zal worden gedekt door een netwerk van de volgende generatie dat downloadsnelheden biedt van minder dan 100 Mbps, op basis van de informatie die op grond van artikel 49/1, § 1, is verzameld.
§ 3. Maatregelen op grond van paragraaf 2 worden genomen volgens een efficiënte, objectieve, transparante en niet-discriminerende procedure, waarbij geen enkele onderneming a priori wordt uitgesloten.".
"Art. 49/2. § 1. Het Instituut kan een territoriaal duidelijk afgebakend gebied aanwijzen waarvoor op basis van de op grond van artikel 49/1, § 1, verzamelde informatie en eventueel opgestelde prognose is vastgesteld dat voor de duur van de betrokken prognoseperiode geen onderneming of overheid een netwerk met zeer hoge capaciteit heeft uitgerold en dat ook niet van plan is, of van plan is haar netwerk aanzienlijk te moderniseren of uit te breiden tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps. Het Instituut maakt de aangewezen gebieden bekend.
§ 2. In een aangewezen gebied kan het Instituut ondernemingen en overheden verzoeken te verklaren dat zij voornemens zijn netwerken met zeer hoge capaciteit uit te rollen voor de duur van de betrokken prognoseperiode.
Indien dit verzoek uitmondt in een verklaring door een onderneming of overheid dat zij inderdaad dit voornemen heeft, kan het Instituut andere ondernemingen en overheden vragen om te verklaren of zij eventueel voornemens zijn om in dit gebied netwerken met zeer hoge capaciteit uit te rollen, of er hun netwerk aanzienlijk te moderniseren of uit te breiden tot een downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps.
Het Instituut specificeert de informatie die in dergelijke verklaringen moet worden opgenomen, om ten minste een soortgelijke mate van detail te garanderen als die waarmee rekening is gehouden in een eventuele prognose op grond van artikel 49/1, § 1. Het deelt ook elke onderneming of overheid die blijk geeft van belangstelling, mee of het aangewezen gebied wordt gedekt of waarschijnlijk zal worden gedekt door een netwerk van de volgende generatie dat downloadsnelheden biedt van minder dan 100 Mbps, op basis van de informatie die op grond van artikel 49/1, § 1, is verzameld.
§ 3. Maatregelen op grond van paragraaf 2 worden genomen volgens een efficiënte, objectieve, transparante en niet-discriminerende procedure, waarbij geen enkele onderneming a priori wordt uitgesloten.".
Art.90. Dans le chapitre X inséré par l'article 88, il est inséré un article 49/2 rédigé comme suit:
"Art. 49/2 § 1er. L'Institut peut désigner une zone aux limites territoriales claires où, sur la base des informations recueillies et de toutes prévisions élaborées en application de l'article 49/1 § 1er, il est établi que, pour la durée de la période couverte par les prévisions concernées, aucune entreprise ou autorité publique n'a déployé ni ne prévoit de déployer de réseau à très haute capacité, ou ne prévoit de procéder à une mise à niveau ou à une extension importante de son réseau pour offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps. L'Institut publie la liste des zones désignées.
§ 2. A l'intérieur d'une zone désignée, l'Institut peut inviter les entreprises et les autorités publiques à déclarer leur intention d'y déployer des réseaux à très haute capacité au cours de la période couverte par les prévisions concernées.
Lorsque cette invitation donne lieu à une déclaration d'intention en ce sens de la part d'une entreprise ou d'une autorité publique, l'Institut peut demander à d'autres entreprises et autorités publiques de déclarer leur intention éventuelle de déployer des réseaux à très haute capacité dans la zone en question, ou d'y procéder à une mise à niveau ou à une extension importante de leur réseau pour offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps.
L'Institut précise les informations à inclure dans ces déclarations, afin que leur niveau de détail atteigne au moins celui pris en considération dans toute prévision faite en vertu de l'article 49/1, § 1er. Il indique également à toute entreprise ou autorité publique manifestant son intérêt si la zone désignée est couverte ou susceptible d'être couverte par un réseau d'accès de nouvelle génération offrant un débit descendant inférieur à 100 Mbps sur le fondement des informations recueillies en application de l'article 49/1, § 1er.
§ 3. Les mesures prises en application du paragraphe 2 doivent l'être conformément à une procédure efficace, objective, transparente et non discriminatoire, qui n'exclut aucune entreprise a priori.".
"Art. 49/2 § 1er. L'Institut peut désigner une zone aux limites territoriales claires où, sur la base des informations recueillies et de toutes prévisions élaborées en application de l'article 49/1 § 1er, il est établi que, pour la durée de la période couverte par les prévisions concernées, aucune entreprise ou autorité publique n'a déployé ni ne prévoit de déployer de réseau à très haute capacité, ou ne prévoit de procéder à une mise à niveau ou à une extension importante de son réseau pour offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps. L'Institut publie la liste des zones désignées.
§ 2. A l'intérieur d'une zone désignée, l'Institut peut inviter les entreprises et les autorités publiques à déclarer leur intention d'y déployer des réseaux à très haute capacité au cours de la période couverte par les prévisions concernées.
Lorsque cette invitation donne lieu à une déclaration d'intention en ce sens de la part d'une entreprise ou d'une autorité publique, l'Institut peut demander à d'autres entreprises et autorités publiques de déclarer leur intention éventuelle de déployer des réseaux à très haute capacité dans la zone en question, ou d'y procéder à une mise à niveau ou à une extension importante de leur réseau pour offrir un débit descendant d'au moins 100 Mbps.
L'Institut précise les informations à inclure dans ces déclarations, afin que leur niveau de détail atteigne au moins celui pris en considération dans toute prévision faite en vertu de l'article 49/1, § 1er. Il indique également à toute entreprise ou autorité publique manifestant son intérêt si la zone désignée est couverte ou susceptible d'être couverte par un réseau d'accès de nouvelle génération offrant un débit descendant inférieur à 100 Mbps sur le fondement des informations recueillies en application de l'article 49/1, § 1er.
§ 3. Les mesures prises en application du paragraphe 2 doivent l'être conformément à une procédure efficace, objective, transparente et non discriminatoire, qui n'exclut aucune entreprise a priori.".
Art.91. In artikel 50 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "over een toegangsovereenkomst door de ene operator aan de andere worden meegedeeld" vervangen door de woorden "over een toegangs- of interconnectieovereenkomst door een onderneming meegedeeld worden aan een andere";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Deze ondernemingen geven de verkregen informatie niet door aan enige andere partij, in het bijzonder andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.".
1° in het eerste lid worden de woorden "over een toegangsovereenkomst door de ene operator aan de andere worden meegedeeld" vervangen door de woorden "over een toegangs- of interconnectieovereenkomst door een onderneming meegedeeld worden aan een andere";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Deze ondernemingen geven de verkregen informatie niet door aan enige andere partij, in het bijzonder andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.".
Art.91. A l'article 50 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'un opérateur vers un autre opérateur dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès" sont remplacés par les mots "d'une entreprise vers une autre dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès ou d'interconnexion";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces entreprises ne communiquent pas les informations reçues à d'autres parties, notamment d'autres services, filiales ou partenaires pour lesquels ces informations pourraient procurer un avantage concurrentiel.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'un opérateur vers un autre opérateur dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès" sont remplacés par les mots "d'une entreprise vers une autre dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès ou d'interconnexion";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces entreprises ne communiquent pas les informations reçues à d'autres parties, notamment d'autres services, filiales ou partenaires pour lesquels ces informations pourraient procurer un avantage concurrentiel.".
Art.92. In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de artikel en 6 tot 8" vervangen door de woorden "in artikel 6".
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut biedt richtsnoeren aan en stelt de procedures inzake het verkrijgen van toegang en interconnectie voor het publiek beschikbaar teneinde te waarborgen dat kleine en middelgrote ondernemingen en operatoren met een beperkt geografisch bereik kunnen profiteren van de opgelegde verplichtingen.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden " § 3" vervangen door de woorden " § 4";
b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 115" vervangen door de woorden "artikel 105/1";
3° in paragraaf 4, in de bepalingen onder 1° en 3°, worden de woorden "de Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "de Europese Unie".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de artikel en 6 tot 8" vervangen door de woorden "in artikel 6".
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut biedt richtsnoeren aan en stelt de procedures inzake het verkrijgen van toegang en interconnectie voor het publiek beschikbaar teneinde te waarborgen dat kleine en middelgrote ondernemingen en operatoren met een beperkt geografisch bereik kunnen profiteren van de opgelegde verplichtingen.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden " § 3" vervangen door de woorden " § 4";
b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 115" vervangen door de woorden "artikel 105/1";
3° in paragraaf 4, in de bepalingen onder 1° en 3°, worden de woorden "de Europese Gemeenschap" vervangen door de woorden "de Europese Unie".
Art.92. Dans l'article 51 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "aux articles 6 à 8" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut fournit des orientations et rend publiques les procédures applicables pour l'obtention de l'accès et de l'interconnexion, afin que les petites et moyennes entreprises et les opérateurs actifs dans une zone géographique limitée puissent bénéficier des obligations imposées.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots " § 3" sont remplacés par les mots " § 4";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'article 115" sont remplacés par les mots "l'article 105/1";
3° dans le paragraphe 4, 1° et 3°, les mots "la Communauté européenne" sont remplacés par les mots "l'Union européenne".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "aux articles 6 à 8" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut fournit des orientations et rend publiques les procédures applicables pour l'obtention de l'accès et de l'interconnexion, afin que les petites et moyennes entreprises et les opérateurs actifs dans une zone géographique limitée puissent bénéficier des obligations imposées.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, première phrase, les mots " § 3" sont remplacés par les mots " § 4";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'article 115" sont remplacés par les mots "l'article 105/1";
3° dans le paragraphe 4, 1° et 3°, les mots "la Communauté européenne" sont remplacés par les mots "l'Union européenne".
Art.93. In titel III, hoofdstuk I, van dezelfde wet, wordt een artikel 51/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 51/1. Wanneer eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers in gevaar komen door een gebrek aan interoperabiliteit tussen interpersoonlijke communicatiediensten, en voor zover noodzakelijk om eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers te waarborgen, kan het Instituut verplichtingen opleggen aan relevante operatoren van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten met een aanzienlijke mate van dekking en benutting door gebruikers, om hun diensten interoperabel te maken.
Deze verplichtingen worden alleen opgelegd:
1° voor zover noodzakelijk om de interoperabiliteit van interpersoonlijke communicatiediensten te waarborgen, en kunnen ten aanzien van de aanbieders van die diensten proportionele verplichtingen omvatten tot publicatie en toelating van het gebruik, de wijziging en de doorgifte van relevante informatie door de instanties en andere aanbieders, of tot gebruik of implementatie van de door de Europese Commissie opgestelde normen of specificaties, of van andere relevante Europese of internationale normen;
2° wanneer de Europese Commissie heeft geconstateerd dat er een noemenswaardig gevaar bestaat voor eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers in de gehele Europese Unie of in ten minste drie lidstaten, en zij uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld waarin de aard en het toepassingsgebied van eventueel op te leggen verplichtingen worden gespecificeerd.".
"Art. 51/1. Wanneer eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers in gevaar komen door een gebrek aan interoperabiliteit tussen interpersoonlijke communicatiediensten, en voor zover noodzakelijk om eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers te waarborgen, kan het Instituut verplichtingen opleggen aan relevante operatoren van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten met een aanzienlijke mate van dekking en benutting door gebruikers, om hun diensten interoperabel te maken.
Deze verplichtingen worden alleen opgelegd:
1° voor zover noodzakelijk om de interoperabiliteit van interpersoonlijke communicatiediensten te waarborgen, en kunnen ten aanzien van de aanbieders van die diensten proportionele verplichtingen omvatten tot publicatie en toelating van het gebruik, de wijziging en de doorgifte van relevante informatie door de instanties en andere aanbieders, of tot gebruik of implementatie van de door de Europese Commissie opgestelde normen of specificaties, of van andere relevante Europese of internationale normen;
2° wanneer de Europese Commissie heeft geconstateerd dat er een noemenswaardig gevaar bestaat voor eind-tot-eindverbindingen tussen eindgebruikers in de gehele Europese Unie of in ten minste drie lidstaten, en zij uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld waarin de aard en het toepassingsgebied van eventueel op te leggen verplichtingen worden gespecificeerd.".
Art.93. Dans le titre III, chapitre Ier, de la même loi, il est inséré un article 51/1, rédigé comme suit:
"Art. 51/1. Lorsque la connectivité de bout en bout entre utilisateurs finaux est compromise en raison d'un manque d'interopérabilité entre les services de communications interpersonnelles, et dans la mesure nécessaire pour assurer la connectivité de bout en bout entre les utilisateurs finaux, l'Institut peut imposer des obligations aux opérateurs concernés de services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation dont le niveau de couverture et d'utilisation par les utilisateurs est significatif de rendre leurs services interopérables.
Ces obligations sont uniquement imposées:
1° dans la mesure nécessaire pour assurer l'interopérabilité des services de communications interpersonnelles, et peuvent comprendre des obligations proportionnées, imposées aux fournisseurs de ces services, de publier des informations pertinentes et d'autoriser l'utilisation, la modification et la retransmission de ces informations par les autorités et autres fournisseurs, ou d'utiliser et de mettre en oeuvre les normes ou spécifications établies par la Commission européenne, ou toute autre norme européenne ou internationale pertinente;
2° dans les cas où la Commission européenne a constaté l'existence d'un risque majeur pour la connectivité de bout en bout entre utilisateurs finaux dans l'ensemble de l'Union européenne ou dans au moins trois Etats membres et a adopté des mesures d'exécution précisant la nature et la portée des obligations susceptibles d'être imposées.".
"Art. 51/1. Lorsque la connectivité de bout en bout entre utilisateurs finaux est compromise en raison d'un manque d'interopérabilité entre les services de communications interpersonnelles, et dans la mesure nécessaire pour assurer la connectivité de bout en bout entre les utilisateurs finaux, l'Institut peut imposer des obligations aux opérateurs concernés de services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation dont le niveau de couverture et d'utilisation par les utilisateurs est significatif de rendre leurs services interopérables.
Ces obligations sont uniquement imposées:
1° dans la mesure nécessaire pour assurer l'interopérabilité des services de communications interpersonnelles, et peuvent comprendre des obligations proportionnées, imposées aux fournisseurs de ces services, de publier des informations pertinentes et d'autoriser l'utilisation, la modification et la retransmission de ces informations par les autorités et autres fournisseurs, ou d'utiliser et de mettre en oeuvre les normes ou spécifications établies par la Commission européenne, ou toute autre norme européenne ou internationale pertinente;
2° dans les cas où la Commission européenne a constaté l'existence d'un risque majeur pour la connectivité de bout en bout entre utilisateurs finaux dans l'ensemble de l'Union européenne ou dans au moins trois Etats membres et a adopté des mesures d'exécution précisant la nature et la portée des obligations susceptibles d'être imposées.".
Art.94. In artikel 52 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Elke openbare elektronische-communicatieoperator is verplicht met elke onderneming die daarom verzoekt, te goeder trouw te onderhandelen over een interconnectieovereenkomst met het doel elektronische-communicatiediensten aan te bieden die voor het publiek beschikbaar zijn. De voorwaarden van het aanbod van overeenkomst moeten verenigbaar zijn met de verplichtingen die door het Instituut worden opgelegd krachtens de artikelen 58 tot 65/5.".
"Elke openbare elektronische-communicatieoperator is verplicht met elke onderneming die daarom verzoekt, te goeder trouw te onderhandelen over een interconnectieovereenkomst met het doel elektronische-communicatiediensten aan te bieden die voor het publiek beschikbaar zijn. De voorwaarden van het aanbod van overeenkomst moeten verenigbaar zijn met de verplichtingen die door het Instituut worden opgelegd krachtens de artikelen 58 tot 65/5.".
Art.94. Dans l'article 52 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Tout opérateur de communications électroniques accessible au public a l'obligation de négocier de bonne foi, avec toute entreprise qui en fait la demande, un accord d'interconnexion en vue de la fourniture des services de communications électroniques accessibles au public. Les conditions de l'offre d'accord doivent être compatibles avec les obligations imposées par l'Institut en vertu des articles 58 à 65/5.".
"Tout opérateur de communications électroniques accessible au public a l'obligation de négocier de bonne foi, avec toute entreprise qui en fait la demande, un accord d'interconnexion en vue de la fourniture des services de communications électroniques accessibles au public. Les conditions de l'offre d'accord doivent être compatibles avec les obligations imposées par l'Institut en vertu des articles 58 à 65/5.".
Art.95. In het opschrift van hoofdstuk II van titel III van dezelfde wet worden de woorden "met een sterke machtspositie" vervangen door de woorden "met aanmerkelijke marktmacht".
Art.95. Dans l'intitulé du chapitre II du titre III de la même loi, les mots "disposant d'une puissance significative sur ces marchés" sont remplacés par les mots "désignés comme étant puissants".
Art.96. Artikel 54 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 54. § 1. Zoveel mogelijk rekening houdende met de aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten, hierna "de Aanbeveling" genoemd, en met de richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht, hierna de "AMM-richtsnoeren" genoemd, definieert het Instituut de relevante markten in België, in het bijzonder de geografische markten, door onder meer rekening te houden met de mate aan mededinging met betrekking tot infrastructuur in die gebieden, overeenkomstig de beginselen van het mededingingsrecht.
§ 2. Wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat het voldoet aan de drie criteria vermeld in artikel 55, § 1, eerste lid, kan het Instituut overwegen een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling zijn gedefinieerd. Het moet dan zijn ontwerp voorleggen voor openbare raadpleging, volgens de nadere regels van artikel 140 en daarvan kennisgeven aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 141.
Het Instituut houdt in voorkomend geval rekening met de resultaten van het overeenkomstig artikel 49/1 uitgevoerde geografische onderzoek.".
"Art. 54. § 1. Zoveel mogelijk rekening houdende met de aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten, hierna "de Aanbeveling" genoemd, en met de richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht, hierna de "AMM-richtsnoeren" genoemd, definieert het Instituut de relevante markten in België, in het bijzonder de geografische markten, door onder meer rekening te houden met de mate aan mededinging met betrekking tot infrastructuur in die gebieden, overeenkomstig de beginselen van het mededingingsrecht.
§ 2. Wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat het voldoet aan de drie criteria vermeld in artikel 55, § 1, eerste lid, kan het Instituut overwegen een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling zijn gedefinieerd. Het moet dan zijn ontwerp voorleggen voor openbare raadpleging, volgens de nadere regels van artikel 140 en daarvan kennisgeven aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 141.
Het Instituut houdt in voorkomend geval rekening met de resultaten van het overeenkomstig artikel 49/1 uitgevoerde geografische onderzoek.".
Art.96. L'article 54 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 54. § 1er. En tenant le plus grand compte de la recommandation de la Commission européenne sur les marchés pertinents de produits et de services, ci-après dénommée "la Recommandation", et des lignes directrices de la Commission européenne sur l'analyse du marché et l'évaluation de la puissance sur le marché, ci-après dénommées "les lignes directrices sur la PSM", l'Institut définit les marchés pertinents en Belgique, en particulier les marchés géographiques, en prenant en considération, entre autres le degré de concurrence des infrastructures dans ces zones, conformément aux principes du droit de la concurrence.
§ 2. L'Institut peut envisager de définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation lorsqu'il y a des raisons suffisantes de considérer qu'il satisfait aux trois critères énumérés à l'article 55, § 1er, alinéa 1er. Il doit alors soumettre son projet à la consultation publique, selon les modalités prévues à l'article 140 et le notifier à la Commission européenne, conformément à l'article 141.
L'Institut tient, le cas échéant, compte des résultats du relevé géographique effectué conformément à l'article 49/1.".
"Art. 54. § 1er. En tenant le plus grand compte de la recommandation de la Commission européenne sur les marchés pertinents de produits et de services, ci-après dénommée "la Recommandation", et des lignes directrices de la Commission européenne sur l'analyse du marché et l'évaluation de la puissance sur le marché, ci-après dénommées "les lignes directrices sur la PSM", l'Institut définit les marchés pertinents en Belgique, en particulier les marchés géographiques, en prenant en considération, entre autres le degré de concurrence des infrastructures dans ces zones, conformément aux principes du droit de la concurrence.
§ 2. L'Institut peut envisager de définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation lorsqu'il y a des raisons suffisantes de considérer qu'il satisfait aux trois critères énumérés à l'article 55, § 1er, alinéa 1er. Il doit alors soumettre son projet à la consultation publique, selon les modalités prévues à l'article 140 et le notifier à la Commission européenne, conformément à l'article 141.
L'Institut tient, le cas échéant, compte des résultats du relevé géographique effectué conformément à l'article 49/1.".
Art.97. Artikel 55 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 april 2013, wordt vervangen als volgt:
"Art. 55. § 1. Het Instituut onderzoekt of de relevante markt, gedefinieerd overeenkomstig artikel 54, beantwoordt aan alle volgende voorwaarden:
1° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of regelgevende aard aanwezig;
2° er is een marktstructuur die niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, rekening houdend met de toestand van de op infrastructuur gebaseerde mededinging en andere factoren die een invloed kunnen hebben op de concurrentie, onafhankelijk van de toegangsbelemmeringen;
3° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken.
De relevante markten die in de Aanbeveling zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden, tenzij het Instituut vaststelt dat niet is voldaan aan een van die voorwaarden voor de betreffende geografische markt.
§ 2. Bij het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek beoordeelt het Instituut ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien er geen vooraf bestaande regelgeving is, rekening houdend met elk van de volgende elementen:
1° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;
2° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;
3° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel verwante retailmarkt of -markten gedurende de desbetreffende periode wordt of worden beïnvloed;
4° regelgeving die op andere relevante markten krachtens artikel 54 is opgelegd.
§ 3. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden zijn vervuld, identificeert het de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
Een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, namelijk een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen.
Wanneer het Instituut beoordeelt of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op de markt innemen, dient het meer in het bijzonder het Europees Unierecht in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de AMM-richtsnoeren.
Ingeval een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de markt-macht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen op grond van de artikelen 58 tot 60 en 62 correctiemaatregelen worden toegepast om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.
§ 4. Het Instituut legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt één of meer van de in de artikelen 58 tot 65/5 genoemde verplichtingen op.
De overeenkomstig het eerste lid opgelegde verplichtingen:
1° worden gebaseerd op de aard van het geconstateerde probleem, in voorkomend geval rekening houdend met de vaststelling van transnationale vraag op grond van artikel 56;
2° zijn proportioneel, indien mogelijk rekening houdend met de kosten en baten;
3° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen vervat in artikel 6; en
4° worden voorgelegd voor de openbare raadpleging waarvan sprake in artikel 140 en meegedeeld overeenkomstig artikel 141.
Het Instituut legt de in het eerste lid vermelde verplichtingen alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, onverminderd:
1° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;
2° de maatregelen genomen door het Instituut om een passende toegang en interconnectie, alsook de interoperabiliteit van de diensten te waarborgen, overeenkomstig de artikelen 51 en 51/1;
3° de bepalingen inzake persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan diegene die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht;
4° de verplichtingen inzake collocatie en gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten;
5° de verplichtingen inzake gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie, overeenkomstig de artikelen 66 en 67;
6° de verplichtingen inzake toegang tot nummers of die voortvloeien uit artikel 51, § 5;
7° de verplichtingen met betrekking tot de overstap naar een andere aanbieder van internettoegangsdiensten of overdraagbaarheid van de nummers van het nationale nummerplan, overeenkomstig de artikelen 11, §§ 6 en 7, en 111/2;
8° elke verbintenis aangegaan door de onderneming die de gebruiksrechten heeft verkregen in het kader van een proces inzake machtiging of verlenging van een machtiging voorafgaand aan het verlenen van de machtiging of, indien van toepassing, voorafgaand aan de uitnodiging tot het aanvragen van gebruiksrechten.
Met betrekking tot de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen zoals bedoeld in het derde lid, 1°, geeft het Instituut de Europese Commissie kennis van besluiten om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen, volgens de procedure van artikel 141.
§ 5. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, met de toestemming van de Europese Commissie aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie opleggen dan die vermeld in de artikelen 58 tot 62 en de artikelen 63 en 65/4.
§ 6. Het Instituut mag de in artikel 64, § 2, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen maar aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt opleggen overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid, wanneer het:
1° vaststelt overeenkomstig paragraaf 1 dat er op deze markt niet genoeg mededinging is; en
2° concludeert dat de krachtens de artikelen 58 tot 62 opgelegde verplichtingen niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de in artikel 6 beschreven doelstellingen.
§ 7. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 beoogde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, legt het geen enkele van de in de artikelen 58 tot 62, 63 tot 63/1 en 65/1 tot 65/5 genoemde verplichtingen op en handhaaft het die evenmin.
Het Instituut staat een passende opzeggingstermijn toe aan de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen van invloed is. Het stelt de duur en de nadere regels daarvan vast. Deze duur wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers, de keuze voor de eindgebruikers en de noodzaak te waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is. Bij het bepalen van een dergelijke opzeggingstermijn kan het Instituut in verband met de bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen.
§ 8. Het Instituut neemt de in de paragrafen 4 tot 7 bedoelde besluiten:
1° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorig besluit;
2° binnen drie jaar na goedkeuring van een aanbeveling, voor de markten waarvoor nog niet eerder kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 141, § 1.
Uiterlijk vier maanden voordat de in het eerste lid, 1°, bedoelde periode verstrijkt, kan het Instituut bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met maximaal één jaar te verlengen.
De termijnen bedoeld in het eerste lid worden met zes maanden verlengd, indien het Instituut de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
De marktanalyse en de overeenkomstig de paragrafen 4 tot 7 opgelegde verplichtingen blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse.
§ 9. Het Instituut is enkel verplicht de Belgische Mededingingsautoriteit voor advies te raadplegen over de in dit hoofdstuk bedoelde ontwerpbesluiten wanneer deze betrekking hebben op:
1° de bepaling van de relevante markt, overeenkomstig artikel 54, zowel vanuit geografisch oogpunt als dat van het product;
2° de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
3° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid.
Het Instituut kan de Belgische Mededingingsautoriteit voor advies raadplegen voor andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
De Belgische Mededingingsautoriteit moet het in het eerste en tweede lid bedoelde advies verstrekken binnen een termijn van 30 dagen.
§ 10. Het Instituut houdt rekening met het effect van nieuwe marktontwikkelingen, bijvoorbeeld in verband met commerciële overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten inzake mede-investeringen, waardoor de concurrentiedynamiek wordt beïnvloed.
Indien die ontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om een nieuwe marktanalyse overeenkomstig het eerste lid noodzakelijk te maken, beoordeelt het Instituut onverwijld of het nodig is de verplichtingen die zijn opgelegd aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, te evalueren en eerdere besluiten te wijzigen, onder meer door verplichtingen in te trekken of nieuwe op te leggen, teneinde te waarborgen dat dergelijke verplichtingen aan de voorwaarden in paragraaf 4, tweede lid, blijven voldoen. Dergelijke verplichtingen worden alleen opgelegd na de raadplegingen gedaan overeenkomstig de artikelen 140 en 141.".
"Art. 55. § 1. Het Instituut onderzoekt of de relevante markt, gedefinieerd overeenkomstig artikel 54, beantwoordt aan alle volgende voorwaarden:
1° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of regelgevende aard aanwezig;
2° er is een marktstructuur die niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, rekening houdend met de toestand van de op infrastructuur gebaseerde mededinging en andere factoren die een invloed kunnen hebben op de concurrentie, onafhankelijk van de toegangsbelemmeringen;
3° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken.
De relevante markten die in de Aanbeveling zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden, tenzij het Instituut vaststelt dat niet is voldaan aan een van die voorwaarden voor de betreffende geografische markt.
§ 2. Bij het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek beoordeelt het Instituut ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien er geen vooraf bestaande regelgeving is, rekening houdend met elk van de volgende elementen:
1° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;
2° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;
3° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel verwante retailmarkt of -markten gedurende de desbetreffende periode wordt of worden beïnvloed;
4° regelgeving die op andere relevante markten krachtens artikel 54 is opgelegd.
§ 3. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden zijn vervuld, identificeert het de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
Een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, namelijk een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen.
Wanneer het Instituut beoordeelt of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op de markt innemen, dient het meer in het bijzonder het Europees Unierecht in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de AMM-richtsnoeren.
Ingeval een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de markt-macht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen op grond van de artikelen 58 tot 60 en 62 correctiemaatregelen worden toegepast om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.
§ 4. Het Instituut legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt één of meer van de in de artikelen 58 tot 65/5 genoemde verplichtingen op.
De overeenkomstig het eerste lid opgelegde verplichtingen:
1° worden gebaseerd op de aard van het geconstateerde probleem, in voorkomend geval rekening houdend met de vaststelling van transnationale vraag op grond van artikel 56;
2° zijn proportioneel, indien mogelijk rekening houdend met de kosten en baten;
3° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen vervat in artikel 6; en
4° worden voorgelegd voor de openbare raadpleging waarvan sprake in artikel 140 en meegedeeld overeenkomstig artikel 141.
Het Instituut legt de in het eerste lid vermelde verplichtingen alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, onverminderd:
1° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;
2° de maatregelen genomen door het Instituut om een passende toegang en interconnectie, alsook de interoperabiliteit van de diensten te waarborgen, overeenkomstig de artikelen 51 en 51/1;
3° de bepalingen inzake persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan diegene die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht;
4° de verplichtingen inzake collocatie en gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten;
5° de verplichtingen inzake gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie, overeenkomstig de artikelen 66 en 67;
6° de verplichtingen inzake toegang tot nummers of die voortvloeien uit artikel 51, § 5;
7° de verplichtingen met betrekking tot de overstap naar een andere aanbieder van internettoegangsdiensten of overdraagbaarheid van de nummers van het nationale nummerplan, overeenkomstig de artikelen 11, §§ 6 en 7, en 111/2;
8° elke verbintenis aangegaan door de onderneming die de gebruiksrechten heeft verkregen in het kader van een proces inzake machtiging of verlenging van een machtiging voorafgaand aan het verlenen van de machtiging of, indien van toepassing, voorafgaand aan de uitnodiging tot het aanvragen van gebruiksrechten.
Met betrekking tot de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen zoals bedoeld in het derde lid, 1°, geeft het Instituut de Europese Commissie kennis van besluiten om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen, volgens de procedure van artikel 141.
§ 5. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, met de toestemming van de Europese Commissie aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie opleggen dan die vermeld in de artikelen 58 tot 62 en de artikelen 63 en 65/4.
§ 6. Het Instituut mag de in artikel 64, § 2, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen maar aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt opleggen overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid, wanneer het:
1° vaststelt overeenkomstig paragraaf 1 dat er op deze markt niet genoeg mededinging is; en
2° concludeert dat de krachtens de artikelen 58 tot 62 opgelegde verplichtingen niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de in artikel 6 beschreven doelstellingen.
§ 7. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 beoogde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, legt het geen enkele van de in de artikelen 58 tot 62, 63 tot 63/1 en 65/1 tot 65/5 genoemde verplichtingen op en handhaaft het die evenmin.
Het Instituut staat een passende opzeggingstermijn toe aan de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen van invloed is. Het stelt de duur en de nadere regels daarvan vast. Deze duur wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers, de keuze voor de eindgebruikers en de noodzaak te waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is. Bij het bepalen van een dergelijke opzeggingstermijn kan het Instituut in verband met de bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen.
§ 8. Het Instituut neemt de in de paragrafen 4 tot 7 bedoelde besluiten:
1° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorig besluit;
2° binnen drie jaar na goedkeuring van een aanbeveling, voor de markten waarvoor nog niet eerder kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 141, § 1.
Uiterlijk vier maanden voordat de in het eerste lid, 1°, bedoelde periode verstrijkt, kan het Instituut bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met maximaal één jaar te verlengen.
De termijnen bedoeld in het eerste lid worden met zes maanden verlengd, indien het Instituut de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
De marktanalyse en de overeenkomstig de paragrafen 4 tot 7 opgelegde verplichtingen blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse.
§ 9. Het Instituut is enkel verplicht de Belgische Mededingingsautoriteit voor advies te raadplegen over de in dit hoofdstuk bedoelde ontwerpbesluiten wanneer deze betrekking hebben op:
1° de bepaling van de relevante markt, overeenkomstig artikel 54, zowel vanuit geografisch oogpunt als dat van het product;
2° de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
3° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid.
Het Instituut kan de Belgische Mededingingsautoriteit voor advies raadplegen voor andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
De Belgische Mededingingsautoriteit moet het in het eerste en tweede lid bedoelde advies verstrekken binnen een termijn van 30 dagen.
§ 10. Het Instituut houdt rekening met het effect van nieuwe marktontwikkelingen, bijvoorbeeld in verband met commerciële overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten inzake mede-investeringen, waardoor de concurrentiedynamiek wordt beïnvloed.
Indien die ontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om een nieuwe marktanalyse overeenkomstig het eerste lid noodzakelijk te maken, beoordeelt het Instituut onverwijld of het nodig is de verplichtingen die zijn opgelegd aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, te evalueren en eerdere besluiten te wijzigen, onder meer door verplichtingen in te trekken of nieuwe op te leggen, teneinde te waarborgen dat dergelijke verplichtingen aan de voorwaarden in paragraaf 4, tweede lid, blijven voldoen. Dergelijke verplichtingen worden alleen opgelegd na de raadplegingen gedaan overeenkomstig de artikelen 140 en 141.".
Art.97. L'article 55 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 3 avril 2013, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 55. § 1er. L'Institut examine si le marché pertinent, défini conformément à l'article 54, répond à toutes les conditions suivantes:
1° existence d'obstacles à l'entrée importants et non transitoires d'ordre structurel, juridique ou réglementaire;
2° la structure du marché ne présage pas d'évolution vers une concurrence effective au cours de la période visée, compte tenu de la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures et d'autres facteurs influant sur la concurrence, indépendamment des obstacles à l'entrée;
3° impossibilité pour le droit de la concurrence de remédier adéquatement à lui seul aux défaillances du marché constatées.
Les marchés pertinents figurant dans la Recommandation sont réputés satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, à moins que l'Institut constate qu'une de ces conditions n'est pas remplie pour le marché géographique concerné.
§ 2. Dans l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut examine les évolutions dans une perspective d'avenir en l'absence d'une éventuelle régulation préexistante, et en tenant compte de l'ensemble des éléments ci-dessous:
1° évolutions du marché ayant une incidence sur la probabilité pour le marché pertinent d'évoluer vers une concurrence effective;
2° pressions concurrentielles pertinentes, au niveau de gros et de détail, que ces pressions soient censées résulter de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques ou d'autres types de services ou d'applications qui sont comparables du point de vue de l'utilisateur final, et que ces pressions relèvent ou non du marché pertinent;
3° autres types de régulation ou de mesures imposées et concernant le marché pertinent ou un des marchés de détail connexes tout au long de la période considérée;
4° régulation imposée sur d'autres marchés pertinents, au sens de l'article 54.
§ 3. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées sont remplies, il identifie l'entreprise ou les entreprises puissantes sur le marché pertinent.
Sont puissantes sur un marché, l'entreprise ou les entreprises qui, dans une mesure appréciable, peuvent se permettre de se comporter, individuellement ou conjointement avec d'autres, de manière indépendante de leurs concurrents, de leurs clients et des consommateurs.
Lorsque l'Institut procède à une évaluation visant à déterminer si deux entreprises, ou plus, occupent conjointement une position dominante sur un marché, il se conforme au droit de l'Union européenne et tient le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM.
Lorsqu'une entreprise est puissante sur un marché spécifique, elle peut également être désignée comme étant puissante sur un marché étroitement lié, lorsque les liens entre les deux marchés permettent d'utiliser sur le marché étroitement lié, par effet de levier, la puissance détenue sur le marché spécifique, ce qui renforce la puissance sur le marché de l'entreprise. En conséquence les mesures correctrices visant à prévenir cet effet de levier peuvent être appliquées sur le marché étroitement lié en vertu des articles 58 à 60 et 62.
§ 4. L'Institut impose aux entreprises puissantes sur un marché pertinent une ou plusieurs des obligations visées aux articles 58 à 65/5.
Les obligations imposées conformément à l'alinéa 1er sont:
1° fondées sur la nature du problème constaté, le cas échéant en tenant compte de la demande transnationale constatée en vertu de l'article 56;
2° proportionnées, eu égard, si possible, aux coûts et aux avantages;
3° justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 6; et
4° soumises à la consultation publique visée à l'article 140 et notifiée conformément à l'article 141.
L'Institut n'impose les obligations visées à l'alinéa 1er qu'aux entreprises puissantes sur un marché, sans préjudice:
1° de la nécessité de se conformer aux engagements internationaux;
2° des mesures prises par l'Institut en vue d'assurer un accès et une interconnexion adéquats, ainsi que l'interopérabilité des services, conformément aux articles 51 et 51/1;
3° des dispositions en matière de vie privée dans le secteur des communications électroniques imposant des obligations à des entreprises autres que celles étant désignées comme puissantes sur le marché;
4° des obligations en matière de colocalisation et de partage d'éléments de réseau et de ressources associées;
5° des obligations en matière de séparation comptable pour les opérateurs qui disposent de droits exclusifs ou spéciaux dans d'autres secteurs que ceux des communications électroniques, conformément aux articles 66 et 67;
6° des obligations en matière d'accès aux numéros ou découlant de l'article 51, § 5;
7° des obligations relatives au changement de fournisseur de service d'accès à l'internet ou à la portabilité des numéros du plan national de numérotation, conformément aux articles 11, §§ 6 et 7, et 111/2;
8° tout engagement pris par l'entreprise ayant obtenu les droits d'utilisation dans le cadre d'une procédure d'autorisation ou de renouvellement d'autorisation qui précède l'octroi de l'autorisation ou, le cas échéant, qui précède l'appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation.
En ce qui concerne la nécessité de respecter les engagements internationaux visée à l'alinéa 3, 1°, l'Institut notifie à la Commission européenne sa décision d'imposer, de modifier ou de retirer des obligations imposées à des entreprises, conformément à la procédure visée à l'article 141.
§ 5. Dans des circonstances exceptionnelles, avec l'autorisation de la Commission européenne, l'Institut peut imposer aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché des obligations en matière d'accès et d'interconnexion autres que celles qui sont énoncées aux articles 58 à 62 et aux articles 63 et 65/4.
§ 6. L'Institut ne peut imposer les obligations visées à l'article 64, § 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises puissantes sur un marché de détail conformément au paragraphe 3, alinéa 1er., que lorsqu'il:
1° constate, conformément au paragraphe 1er, que ce marché n'est pas effectivement concurrentiel; et
2° estime que les obligations imposées au titre des articles 58 à 62 ne permettraient pas d'atteindre les objectifs énoncés à l'article 6.
§ 7. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées ne sont pas remplies, il n'impose ni ne maintient aucune des obligations visées aux articles 58 à 62, 63 à 63/1 et 65/1 à 65/5.
L'Institut accorde une période de préavis aux parties concernées par un retrait d'obligations. Il en définit la durée et les modalités. Cette durée est établie en recherchant un équilibre entre la nécessité d'assurer une transition durable pour les bénéficiaires de ces obligations et les utilisateurs finaux, le choix des utilisateurs finaux, et la nécessité de ne pas maintenir la régulation plus longtemps que nécessaire. Lorsqu'il fixe la durée de cette période de préavis, l'Institut peut fixer des conditions et des périodes de préavis spécifiques en ce qui concerne les accords existants en matière d'accès.
§ 8. L'Institut prend les décisions visées aux paragraphes 4 à 7:
1° dans les cinq ans à compter de l'adoption d'une précédente décision;
2° dans les trois ans à compter de l'adoption d'une recommandation, pour les marchés non préalablement notifiés à la Commission européenne, conformément à l'article 141, § 1er.
Au plus tard quatre mois avant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er, 1°, l'Institut peut introduire auprès de la Commission européenne une proposition motivée visant à prolonger celui-ci d'un an maximum.
Les délais visés à l'alinéa 1er sont prolongés de six mois si l'Institut demande l'assistance de l'ORECE en vue d'achever l'analyse du marché et des obligations à imposer.
L'analyse de marché et les obligations imposées conformément aux paragraphes 4 à 7 restent en vigueur jusqu'à l'entrée en vigueur de l'analyse de marché suivante.
§ 9. L'Institut n'est tenu de consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence à propos des projets de décisions visées au présent chapitre que si ceux-ci portent sur:
1° la détermination du marché pertinent, conformément à l'article 54, tant sous l'angle géographique que sous celui du produit;
2° l'appréciation des conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° l'identification des entreprises puissantes sur le marché pertinent, conformément au paragraphe 3, alinéa 1er.
L'Institut peut consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence sur d'autres sujets relatifs au droit de la concurrence.
L'Autorité belge de la concurrence doit rendre l'avis visé aux alinéas 1er et 2 dans un délai de 30 jours.
§ 10. L'Institut examine l'impact des nouvelles évolutions du marché, notamment en matière d'accords commerciaux, y compris d'accords de co-investissement, qui ont une incidence sur la dynamique de concurrence.
Si ces évolutions ne sont pas suffisamment importantes pour nécessiter une nouvelle analyse de marché conformément au paragraphe 1er, l'Institut évalue sans retard s'il est nécessaire de réexaminer les obligations imposées aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché et de modifier toute décision antérieure, y compris en retirant des obligations ou en imposant de nouvelles obligations, afin de garantir que lesdites obligations continuent à remplir les conditions énoncées au paragraphe 4, alinéa 2. De telles obligations modifiées ne peuvent être imposées qu'après les consultations menées conformément aux articles 140 et 141.".
"Art. 55. § 1er. L'Institut examine si le marché pertinent, défini conformément à l'article 54, répond à toutes les conditions suivantes:
1° existence d'obstacles à l'entrée importants et non transitoires d'ordre structurel, juridique ou réglementaire;
2° la structure du marché ne présage pas d'évolution vers une concurrence effective au cours de la période visée, compte tenu de la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures et d'autres facteurs influant sur la concurrence, indépendamment des obstacles à l'entrée;
3° impossibilité pour le droit de la concurrence de remédier adéquatement à lui seul aux défaillances du marché constatées.
Les marchés pertinents figurant dans la Recommandation sont réputés satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, à moins que l'Institut constate qu'une de ces conditions n'est pas remplie pour le marché géographique concerné.
§ 2. Dans l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut examine les évolutions dans une perspective d'avenir en l'absence d'une éventuelle régulation préexistante, et en tenant compte de l'ensemble des éléments ci-dessous:
1° évolutions du marché ayant une incidence sur la probabilité pour le marché pertinent d'évoluer vers une concurrence effective;
2° pressions concurrentielles pertinentes, au niveau de gros et de détail, que ces pressions soient censées résulter de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques ou d'autres types de services ou d'applications qui sont comparables du point de vue de l'utilisateur final, et que ces pressions relèvent ou non du marché pertinent;
3° autres types de régulation ou de mesures imposées et concernant le marché pertinent ou un des marchés de détail connexes tout au long de la période considérée;
4° régulation imposée sur d'autres marchés pertinents, au sens de l'article 54.
§ 3. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées sont remplies, il identifie l'entreprise ou les entreprises puissantes sur le marché pertinent.
Sont puissantes sur un marché, l'entreprise ou les entreprises qui, dans une mesure appréciable, peuvent se permettre de se comporter, individuellement ou conjointement avec d'autres, de manière indépendante de leurs concurrents, de leurs clients et des consommateurs.
Lorsque l'Institut procède à une évaluation visant à déterminer si deux entreprises, ou plus, occupent conjointement une position dominante sur un marché, il se conforme au droit de l'Union européenne et tient le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM.
Lorsqu'une entreprise est puissante sur un marché spécifique, elle peut également être désignée comme étant puissante sur un marché étroitement lié, lorsque les liens entre les deux marchés permettent d'utiliser sur le marché étroitement lié, par effet de levier, la puissance détenue sur le marché spécifique, ce qui renforce la puissance sur le marché de l'entreprise. En conséquence les mesures correctrices visant à prévenir cet effet de levier peuvent être appliquées sur le marché étroitement lié en vertu des articles 58 à 60 et 62.
§ 4. L'Institut impose aux entreprises puissantes sur un marché pertinent une ou plusieurs des obligations visées aux articles 58 à 65/5.
Les obligations imposées conformément à l'alinéa 1er sont:
1° fondées sur la nature du problème constaté, le cas échéant en tenant compte de la demande transnationale constatée en vertu de l'article 56;
2° proportionnées, eu égard, si possible, aux coûts et aux avantages;
3° justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 6; et
4° soumises à la consultation publique visée à l'article 140 et notifiée conformément à l'article 141.
L'Institut n'impose les obligations visées à l'alinéa 1er qu'aux entreprises puissantes sur un marché, sans préjudice:
1° de la nécessité de se conformer aux engagements internationaux;
2° des mesures prises par l'Institut en vue d'assurer un accès et une interconnexion adéquats, ainsi que l'interopérabilité des services, conformément aux articles 51 et 51/1;
3° des dispositions en matière de vie privée dans le secteur des communications électroniques imposant des obligations à des entreprises autres que celles étant désignées comme puissantes sur le marché;
4° des obligations en matière de colocalisation et de partage d'éléments de réseau et de ressources associées;
5° des obligations en matière de séparation comptable pour les opérateurs qui disposent de droits exclusifs ou spéciaux dans d'autres secteurs que ceux des communications électroniques, conformément aux articles 66 et 67;
6° des obligations en matière d'accès aux numéros ou découlant de l'article 51, § 5;
7° des obligations relatives au changement de fournisseur de service d'accès à l'internet ou à la portabilité des numéros du plan national de numérotation, conformément aux articles 11, §§ 6 et 7, et 111/2;
8° tout engagement pris par l'entreprise ayant obtenu les droits d'utilisation dans le cadre d'une procédure d'autorisation ou de renouvellement d'autorisation qui précède l'octroi de l'autorisation ou, le cas échéant, qui précède l'appel à candidatures pour l'octroi de droits d'utilisation.
En ce qui concerne la nécessité de respecter les engagements internationaux visée à l'alinéa 3, 1°, l'Institut notifie à la Commission européenne sa décision d'imposer, de modifier ou de retirer des obligations imposées à des entreprises, conformément à la procédure visée à l'article 141.
§ 5. Dans des circonstances exceptionnelles, avec l'autorisation de la Commission européenne, l'Institut peut imposer aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché des obligations en matière d'accès et d'interconnexion autres que celles qui sont énoncées aux articles 58 à 62 et aux articles 63 et 65/4.
§ 6. L'Institut ne peut imposer les obligations visées à l'article 64, § 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises puissantes sur un marché de détail conformément au paragraphe 3, alinéa 1er., que lorsqu'il:
1° constate, conformément au paragraphe 1er, que ce marché n'est pas effectivement concurrentiel; et
2° estime que les obligations imposées au titre des articles 58 à 62 ne permettraient pas d'atteindre les objectifs énoncés à l'article 6.
§ 7. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées ne sont pas remplies, il n'impose ni ne maintient aucune des obligations visées aux articles 58 à 62, 63 à 63/1 et 65/1 à 65/5.
L'Institut accorde une période de préavis aux parties concernées par un retrait d'obligations. Il en définit la durée et les modalités. Cette durée est établie en recherchant un équilibre entre la nécessité d'assurer une transition durable pour les bénéficiaires de ces obligations et les utilisateurs finaux, le choix des utilisateurs finaux, et la nécessité de ne pas maintenir la régulation plus longtemps que nécessaire. Lorsqu'il fixe la durée de cette période de préavis, l'Institut peut fixer des conditions et des périodes de préavis spécifiques en ce qui concerne les accords existants en matière d'accès.
§ 8. L'Institut prend les décisions visées aux paragraphes 4 à 7:
1° dans les cinq ans à compter de l'adoption d'une précédente décision;
2° dans les trois ans à compter de l'adoption d'une recommandation, pour les marchés non préalablement notifiés à la Commission européenne, conformément à l'article 141, § 1er.
Au plus tard quatre mois avant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er, 1°, l'Institut peut introduire auprès de la Commission européenne une proposition motivée visant à prolonger celui-ci d'un an maximum.
Les délais visés à l'alinéa 1er sont prolongés de six mois si l'Institut demande l'assistance de l'ORECE en vue d'achever l'analyse du marché et des obligations à imposer.
L'analyse de marché et les obligations imposées conformément aux paragraphes 4 à 7 restent en vigueur jusqu'à l'entrée en vigueur de l'analyse de marché suivante.
§ 9. L'Institut n'est tenu de consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence à propos des projets de décisions visées au présent chapitre que si ceux-ci portent sur:
1° la détermination du marché pertinent, conformément à l'article 54, tant sous l'angle géographique que sous celui du produit;
2° l'appréciation des conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° l'identification des entreprises puissantes sur le marché pertinent, conformément au paragraphe 3, alinéa 1er.
L'Institut peut consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence sur d'autres sujets relatifs au droit de la concurrence.
L'Autorité belge de la concurrence doit rendre l'avis visé aux alinéas 1er et 2 dans un délai de 30 jours.
§ 10. L'Institut examine l'impact des nouvelles évolutions du marché, notamment en matière d'accords commerciaux, y compris d'accords de co-investissement, qui ont une incidence sur la dynamique de concurrence.
Si ces évolutions ne sont pas suffisamment importantes pour nécessiter une nouvelle analyse de marché conformément au paragraphe 1er, l'Institut évalue sans retard s'il est nécessaire de réexaminer les obligations imposées aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché et de modifier toute décision antérieure, y compris en retirant des obligations ou en imposant de nouvelles obligations, afin de garantir que lesdites obligations continuent à remplir les conditions énoncées au paragraphe 4, alinéa 2. De telles obligations modifiées ne peuvent être imposées qu'après les consultations menées conformément aux articles 140 et 141.".
Art.98. Artikel 56 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 56. In het geval van door de Europese Commissie omschreven transnationale markten dragen het Instituut en de betrokken nationale regelgevende instanties samen zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen, delen zij gezamenlijk hun ontwerpmaatregelen aan de Europese Commissie mee en spreken zij zich op gecoördineerde wijze uit over het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 55, § 4, eerste lid.
Het Instituut en één of meer nationale regelgevende instanties kunnen eveneens gezamenlijk kennisgeven van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen bij gebreke van transnationale markten, indien zij van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.
Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de door Berec aangenomen richtsnoeren.".
"Art. 56. In het geval van door de Europese Commissie omschreven transnationale markten dragen het Instituut en de betrokken nationale regelgevende instanties samen zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen, delen zij gezamenlijk hun ontwerpmaatregelen aan de Europese Commissie mee en spreken zij zich op gecoördineerde wijze uit over het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 55, § 4, eerste lid.
Het Instituut en één of meer nationale regelgevende instanties kunnen eveneens gezamenlijk kennisgeven van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen bij gebreke van transnationale markten, indien zij van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.
Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de door Berec aangenomen richtsnoeren.".
Art.98. L'article 56 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 56. Dans le cas de marchés transnationaux recensés par la Commission européenne, l'Institut et les autorités de régulation nationales concernées réalisent conjointement l'analyse de marché en tenant le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM, notifient conjointement à la Commission européenne leurs projets de mesures et se prononcent de manière concertée sur l'imposition, le maintien, la modification ou le retrait d'obligations visées à l'article 55, § 4, alinéa 1er.
L'Institut et une autorité de régulation nationale ou plus peuvent également notifier conjointement leurs projets de mesures concernant l'analyse du marché et toute obligation réglementaire en l'absence de marchés transnationaux, lorsqu'elles considèrent que les conditions du marché dans leurs juridictions respectives sont suffisamment homogènes.
L'Institut tient le plus possible compte des lignes directrices adoptées par l'ORECE.".
"Art. 56. Dans le cas de marchés transnationaux recensés par la Commission européenne, l'Institut et les autorités de régulation nationales concernées réalisent conjointement l'analyse de marché en tenant le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM, notifient conjointement à la Commission européenne leurs projets de mesures et se prononcent de manière concertée sur l'imposition, le maintien, la modification ou le retrait d'obligations visées à l'article 55, § 4, alinéa 1er.
L'Institut et une autorité de régulation nationale ou plus peuvent également notifier conjointement leurs projets de mesures concernant l'analyse du marché et toute obligation réglementaire en l'absence de marchés transnationaux, lorsqu'elles considèrent que les conditions du marché dans leurs juridictions respectives sont suffisamment homogènes.
L'Institut tient le plus possible compte des lignes directrices adoptées par l'ORECE.".
Art.99. In titel III van dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt:
"Hoofdstuk III. Bepalingen van toepassing op ondernemingen aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt".
"Hoofdstuk III. Bepalingen van toepassing op ondernemingen aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt".
Art.99. Dans le titre III de la même loi, l'intitulé du chapitre III est remplacé par ce qui suit:
"chapitre III. Dispositions applicables aux entreprises désignées comme étant puissantes sur un marché pertinent".
"chapitre III. Dispositions applicables aux entreprises désignées comme étant puissantes sur un marché pertinent".
Art.100. In artikel 57 van dezelfde wet worden de woorden " § 3" vervangen door de woorden " § 4".
Art.100. Dans l'article 57 de la même loi, les mots " § 3" sont remplacés par les mots " § 4".
Art.101. In artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 55, §§ 3 en 4/1" vervangen door de woorden "artikel 55, § 4, eerste lid";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de onderneming ten aanzien van andere aanbieders van gelijkwaardige diensten onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke zij voor haar eigen diensten of diensten van haar dochterondernemingen of partners biedt. Het Instituut kan aan die onderneming verplichtingen opleggen inzake de levering van toegangsproducten en -diensten aan alle ondernemingen, inclusief aan zichzelf, binnen dezelfde tijdspanne, en tegen dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en diensten en door middel van dezelfde systemen en processen, teneinde gelijkwaardigheid op het gebied van toegang te waarborgen.".
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 55, §§ 3 en 4/1" vervangen door de woorden "artikel 55, § 4, eerste lid";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de onderneming ten aanzien van andere aanbieders van gelijkwaardige diensten onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke zij voor haar eigen diensten of diensten van haar dochterondernemingen of partners biedt. Het Instituut kan aan die onderneming verplichtingen opleggen inzake de levering van toegangsproducten en -diensten aan alle ondernemingen, inclusief aan zichzelf, binnen dezelfde tijdspanne, en tegen dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en diensten en door middel van dezelfde systemen en processen, teneinde gelijkwaardigheid op het gebied van toegang te waarborgen.".
Art.101. Dans l'article 58 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article 55, §§ 3 et 4/1" sont remplacés par les mots "l'article 55, § 4, alinéa 1er";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Les obligations de non-discrimination tendent notamment à garantir que l'entreprise applique des conditions équivalentes dans des circonstances équivalentes aux autres fournisseurs de services équivalents, et qu'elle fournisse aux autres des services et informations dans les mêmes conditions et de la même qualité que celles prévues pour ses propres services, ou pour ceux de ses filiales ou partenaires. L'Institut peut imposer à cette entreprise l'obligation de fournir des produits et services d'accès à toutes les entreprises, y compris à elle-même, selon les mêmes délais et conditions, y compris en termes de tarifs et de niveaux de service, et à l'aide des mêmes systèmes et procédés, pour assurer un accès équivalent.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article 55, §§ 3 et 4/1" sont remplacés par les mots "l'article 55, § 4, alinéa 1er";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Les obligations de non-discrimination tendent notamment à garantir que l'entreprise applique des conditions équivalentes dans des circonstances équivalentes aux autres fournisseurs de services équivalents, et qu'elle fournisse aux autres des services et informations dans les mêmes conditions et de la même qualité que celles prévues pour ses propres services, ou pour ceux de ses filiales ou partenaires. L'Institut peut imposer à cette entreprise l'obligation de fournir des produits et services d'accès à toutes les entreprises, y compris à elle-même, selon les mêmes délais et conditions, y compris en termes de tarifs et de niveaux de service, et à l'aide des mêmes systèmes et procédés, pour assurer un accès équivalent.".
Art.102. Artikel 59 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, wordt vervangen als volgt:
"Art. 59. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, met name wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, indien dergelijke voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht.
§ 2. In het bijzonder wanneer voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan het Instituut van die onderneming eisen dat zij een referentieaanbod publiceert dat voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet behoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn. Dat referentieaanbod bevat een beschrijving van de betrokken offertes, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, met inbegrip van de tarieven.
Elk nieuw referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd.
Het Instituut kan onder meer eisen dat een referentieaanbod wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de uit hoofde van deze wet opgelegde verplichtingen.
§ 3. Het Instituut kan preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd zij moet zijn en op welke wijze zij moet worden gepubliceerd.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3, ingeval een onderneming uit hoofde van de artikelen 60/1 en 61 verplichtingen heeft aangaande wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur, zorgt het Instituut ervoor dat een referentieaanbod wordt gepubliceerd, zoveel mogelijk rekening houdend met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieaanbod, zorgt het ervoor dat, in voorkomend geval, kernprestatie-indicatoren worden vastgesteld, alsmede de bijbehorende dienstverleningsniveaus en ziet het toe op de naleving ervan. Daarnaast legt het Instituut zo nodig bij voorbaat de daarmee verbonden boetebedragen vast.
§ 5. Wanneer de auteur van een referentieaanbod dit wenst te wijzigen, notificeert hij het Instituut de gewenste wijziging ten minste 90 dagen voor de voorziene datum van de inwerkingtreding.
Binnen die termijn kan het Instituut aan de auteur van de voorgestelde wijziging van het referentieaanbod notificeren dat het een beslissing aangaande de voorgestelde wijziging zal nemen. Deze notificatie schort de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging op.
Het Instituut kan aanpassingen die het nodig acht opleggen aan de gewenste wijziging, of ze weigeren.
Het Instituut bepaalt de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de wijziging in zijn beslissing.
§ 6. Het referentieaanbod is gratis in elektronische vorm beschikbaar op een vrij toegankelijke website. Het Instituut bepaalt de nadere regels van deze publicatie en van de aan de begunstigden van het referentieaanbod te leveren inlichtingen.
De publicatie van een referentieaanbod vormt geen belemmering voor redelijke verzoeken om toegang waarin dat aanbod niet voorziet.".
"Art. 59. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, met name wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, indien dergelijke voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht.
§ 2. In het bijzonder wanneer voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan het Instituut van die onderneming eisen dat zij een referentieaanbod publiceert dat voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet behoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn. Dat referentieaanbod bevat een beschrijving van de betrokken offertes, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, met inbegrip van de tarieven.
Elk nieuw referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd.
Het Instituut kan onder meer eisen dat een referentieaanbod wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de uit hoofde van deze wet opgelegde verplichtingen.
§ 3. Het Instituut kan preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd zij moet zijn en op welke wijze zij moet worden gepubliceerd.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3, ingeval een onderneming uit hoofde van de artikelen 60/1 en 61 verplichtingen heeft aangaande wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur, zorgt het Instituut ervoor dat een referentieaanbod wordt gepubliceerd, zoveel mogelijk rekening houdend met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieaanbod, zorgt het ervoor dat, in voorkomend geval, kernprestatie-indicatoren worden vastgesteld, alsmede de bijbehorende dienstverleningsniveaus en ziet het toe op de naleving ervan. Daarnaast legt het Instituut zo nodig bij voorbaat de daarmee verbonden boetebedragen vast.
§ 5. Wanneer de auteur van een referentieaanbod dit wenst te wijzigen, notificeert hij het Instituut de gewenste wijziging ten minste 90 dagen voor de voorziene datum van de inwerkingtreding.
Binnen die termijn kan het Instituut aan de auteur van de voorgestelde wijziging van het referentieaanbod notificeren dat het een beslissing aangaande de voorgestelde wijziging zal nemen. Deze notificatie schort de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging op.
Het Instituut kan aanpassingen die het nodig acht opleggen aan de gewenste wijziging, of ze weigeren.
Het Instituut bepaalt de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de wijziging in zijn beslissing.
§ 6. Het referentieaanbod is gratis in elektronische vorm beschikbaar op een vrij toegankelijke website. Het Instituut bepaalt de nadere regels van deze publicatie en van de aan de begunstigden van het referentieaanbod te leveren inlichtingen.
De publicatie van een referentieaanbod vormt geen belemmering voor redelijke verzoeken om toegang waarin dat aanbod niet voorziet.".
Art.102. L'article 59 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 mars 2014, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 59. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de transparence concernant l'interconnexion ou l'accès, en vertu desquelles les entreprises doivent rendre publiques des informations spécifiques, telles que les informations comptables, les prix, les spécifications techniques, les caractéristiques du réseau et les évolutions prévues de celui-ci, ainsi que les conditions de fourniture et d'utilisation, y compris toute condition modifiant l'accès aux services et aux applications ou l'utilisation de ces services et de ces applications, en particulier en ce qui concerne la migration à partir de l'infrastructure historique, lorsque ces conditions sont autorisées conformément au droit de l'Union européenne.
§ 2. En particulier, lorsqu'une entreprise est soumise à des obligations de non-discrimination, l'Institut peut lui imposer de publier une offre de référence, qui soit suffisamment détaillée pour garantir que les entreprises ne sont pas tenues de payer pour des ressources qui ne sont pas nécessaires pour le service demandé. Cette offre de référence comprend une description des offres pertinentes ventilées en divers éléments selon les besoins du marché et des conditions y afférentes, y compris des prix.
Toute nouvelle offre de référence est, préalablement à sa publication, approuvée par l'Institut.
L'Institut peut, entre autres, imposer des modifications aux offres de référence afin de donner effet aux obligations imposées au titre de la présente loi.
§ 3. L'Institut peut préciser les informations à fournir, le niveau de détail requis et le mode de publication.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, lorsqu'un opérateur est soumis à une des obligations au titre des articles 60/1 et 61, concernant l'accès de gros aux infrastructures de réseaux, l'Institut veille à la publication d'une offre de référence tenant le plus grand compte des lignes directrices de l'ORECE sur les critères minimaux auxquels doit satisfaire une offre de référence, veille à ce que les indicateurs de performance clés soient précisés, au besoin, ainsi que les niveaux de service correspondants, et les contrôle étroitement et veille à leur respect. En outre, l'Institut peut, si nécessaire, déterminer au préalable les sanctions financières afférentes.
§ 5. Lorsque l'auteur d'une offre de référence souhaite la modifier, il notifie à l'Institut la modification souhaitée au moins 90 jours avant la date prévue d'entrée en vigueur.
Dans ce délai, l'Institut peut notifier à l'auteur de la modification de l'offre de référence qu'il va prendre une décision à propos de la modification souhaitée. Cette notification suspend l'entrée en vigueur de la modification souhaitée.
L'Institut peut imposer les adaptations qu'il juge nécessaires ou refuser la modification souhaitée.
L'Institut prévoit les modalités d'entrée en vigueur de la modification dans sa décision.
§ 6. L'offre de référence est disponible gratuitement, sous forme électronique, sur un site Internet librement accessible. L'Institut détermine les modalités de cette publication et de l'information à fournir aux bénéficiaires de l'offre de référence.
La publication d'une offre de référence ne fait pas obstacle à des demandes raisonnables d'accès non prévues dans cette offre.".
"Art. 59. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de transparence concernant l'interconnexion ou l'accès, en vertu desquelles les entreprises doivent rendre publiques des informations spécifiques, telles que les informations comptables, les prix, les spécifications techniques, les caractéristiques du réseau et les évolutions prévues de celui-ci, ainsi que les conditions de fourniture et d'utilisation, y compris toute condition modifiant l'accès aux services et aux applications ou l'utilisation de ces services et de ces applications, en particulier en ce qui concerne la migration à partir de l'infrastructure historique, lorsque ces conditions sont autorisées conformément au droit de l'Union européenne.
§ 2. En particulier, lorsqu'une entreprise est soumise à des obligations de non-discrimination, l'Institut peut lui imposer de publier une offre de référence, qui soit suffisamment détaillée pour garantir que les entreprises ne sont pas tenues de payer pour des ressources qui ne sont pas nécessaires pour le service demandé. Cette offre de référence comprend une description des offres pertinentes ventilées en divers éléments selon les besoins du marché et des conditions y afférentes, y compris des prix.
Toute nouvelle offre de référence est, préalablement à sa publication, approuvée par l'Institut.
L'Institut peut, entre autres, imposer des modifications aux offres de référence afin de donner effet aux obligations imposées au titre de la présente loi.
§ 3. L'Institut peut préciser les informations à fournir, le niveau de détail requis et le mode de publication.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, lorsqu'un opérateur est soumis à une des obligations au titre des articles 60/1 et 61, concernant l'accès de gros aux infrastructures de réseaux, l'Institut veille à la publication d'une offre de référence tenant le plus grand compte des lignes directrices de l'ORECE sur les critères minimaux auxquels doit satisfaire une offre de référence, veille à ce que les indicateurs de performance clés soient précisés, au besoin, ainsi que les niveaux de service correspondants, et les contrôle étroitement et veille à leur respect. En outre, l'Institut peut, si nécessaire, déterminer au préalable les sanctions financières afférentes.
§ 5. Lorsque l'auteur d'une offre de référence souhaite la modifier, il notifie à l'Institut la modification souhaitée au moins 90 jours avant la date prévue d'entrée en vigueur.
Dans ce délai, l'Institut peut notifier à l'auteur de la modification de l'offre de référence qu'il va prendre une décision à propos de la modification souhaitée. Cette notification suspend l'entrée en vigueur de la modification souhaitée.
L'Institut peut imposer les adaptations qu'il juge nécessaires ou refuser la modification souhaitée.
L'Institut prévoit les modalités d'entrée en vigueur de la modification dans sa décision.
§ 6. L'offre de référence est disponible gratuitement, sous forme électronique, sur un site Internet librement accessible. L'Institut détermine les modalités de cette publication et de l'information à fournir aux bénéficiaires de l'offre de référence.
La publication d'une offre de référence ne fait pas obstacle à des demandes raisonnables d'accès non prévues dans cette offre.".
Art.103. In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden ", overeenkomstig artikel 55, §§ 3 en 4/1, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot alle activiteiten die met toegang verband houden en waarvoor de operator over een sterke machtspositie beschikt" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten";
b) in het tweede lid worden de woorden "bedoelde operator" vervangen door de woorden "bedoelde onderneming";
c) in de Franse tekst van het derde lid worden de woorden "un opérateur intégré" vervangen door de woorden "une entreprise intégrée";
d) in het vierde lid worden de woorden "de operator" telkens vervangen door de woorden "de onderneming";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de operator aan wie" vervangen door de woorden "de onderneming waaraan".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden ", overeenkomstig artikel 55, §§ 3 en 4/1, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot alle activiteiten die met toegang verband houden en waarvoor de operator over een sterke machtspositie beschikt" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten";
b) in het tweede lid worden de woorden "bedoelde operator" vervangen door de woorden "bedoelde onderneming";
c) in de Franse tekst van het derde lid worden de woorden "un opérateur intégré" vervangen door de woorden "une entreprise intégrée";
d) in het vierde lid worden de woorden "de operator" telkens vervangen door de woorden "de onderneming";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de operator aan wie" vervangen door de woorden "de onderneming waaraan".
Art.103. L'article 60 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 31 mai 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "conformément à l'article 55, §§ 3 et 4/1, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne toute activité dans le domaine de l'accès pour laquelle l'opérateur dispose d'une puissance significative sur le marché" sont remplacés par les mots "conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne certaines activités dans le domaine de l'interconnexion ou de l'accès";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'opérateur visé" sont remplacés par les mots "l'entreprise visée";
c) dans l'alinéa 3, les mots "un opérateur intégré" sont remplacés par les mots "une entreprise intégrée";
d) dans l'alinéa 4, les mots "l'opérateur" sont chaque fois remplacés par les mots "l'entreprise";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mot "l'opérateur à qui" sont remplacés par les mots "l'entreprise à qui".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "conformément à l'article 55, §§ 3 et 4/1, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne toute activité dans le domaine de l'accès pour laquelle l'opérateur dispose d'une puissance significative sur le marché" sont remplacés par les mots "conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne certaines activités dans le domaine de l'interconnexion ou de l'accès";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'opérateur visé" sont remplacés par les mots "l'entreprise visée";
c) dans l'alinéa 3, les mots "un opérateur intégré" sont remplacés par les mots "une entreprise intégrée";
d) dans l'alinéa 4, les mots "l'opérateur" sont chaque fois remplacés par les mots "l'entreprise";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mot "l'opérateur à qui" sont remplacés par les mots "l'entreprise à qui".
Art.104. In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 60/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 60/1. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, aan ondernemingen verplichtingen opleggen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gebouwen of toegangen tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgaten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten, wanneer het Instituut op basis van de marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of verlening van toegang onder onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte markt zou belemmeren en niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.
§ 2. Het Instituut mag aan een onderneming verplichtingen opleggen om toegang te verlenen overeenkomstig dit artikel, ongeacht of de activa die door de verplichtingen worden beïnvloed deel uitmaken van de betrokken markt in overeenstemming met de marktanalyse, mits de verplichting noodzakelijk en evenredig is met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 6.".
"Art. 60/1. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, aan ondernemingen verplichtingen opleggen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gebouwen of toegangen tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgaten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten, wanneer het Instituut op basis van de marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of verlening van toegang onder onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte markt zou belemmeren en niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.
§ 2. Het Instituut mag aan een onderneming verplichtingen opleggen om toegang te verlenen overeenkomstig dit artikel, ongeacht of de activa die door de verplichtingen worden beïnvloed deel uitmaken van de betrokken markt in overeenstemming met de marktanalyse, mits de verplichting noodzakelijk en evenredig is met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 6.".
Art.104. Dans le titre III, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 60/1, rédigé comme suit:
"Art. 60/1. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations aux entreprises pour satisfaire les demandes raisonnables visant à obtenir l'accès au génie civil et à pouvoir utiliser celui-ci, y compris, mais pas uniquement, les bâtiments ou les accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, les tours et autres constructions de soutènement, les poteaux, les pylônes, les gaines, les conduites, les chambres de visite, les regards de visite et les armoires, lorsque, ayant étudié l'analyse de marché, l'Institut conclut qu'un refus d'octroi de l'accès ou des conditions d'accès déraisonnables ayant un effet similaire empêcheraient l'émergence d'un marché concurrentiel durable et ne serviraient pas les intérêts de l'utilisateur final.
§ 2. L'Institut peut imposer à une entreprise des obligations en matière de fourniture d'accès conformément au présent article, que les actifs touchés par les obligations fassent ou non partie du marché pertinent selon l'analyse de marché, à condition que lesdites obligations soient proportionnées et nécessaires pour atteindre les objectifs énoncés à l'article 6.".
"Art. 60/1. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations aux entreprises pour satisfaire les demandes raisonnables visant à obtenir l'accès au génie civil et à pouvoir utiliser celui-ci, y compris, mais pas uniquement, les bâtiments ou les accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, les tours et autres constructions de soutènement, les poteaux, les pylônes, les gaines, les conduites, les chambres de visite, les regards de visite et les armoires, lorsque, ayant étudié l'analyse de marché, l'Institut conclut qu'un refus d'octroi de l'accès ou des conditions d'accès déraisonnables ayant un effet similaire empêcheraient l'émergence d'un marché concurrentiel durable et ne serviraient pas les intérêts de l'utilisateur final.
§ 2. L'Institut peut imposer à une entreprise des obligations en matière de fourniture d'accès conformément au présent article, que les actifs touchés par les obligations fassent ou non partie du marché pertinent selon l'analyse de marché, à condition que lesdites obligations soient proportionnées et nécessaires pour atteindre les objectifs énoncés à l'article 6.".
Art.105. Artikel 61 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 61. § 1. Het Instituut kan ondernemingen overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, de verplichting opleggen in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van specifieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten.
Het Instituut kan van ondernemingen onder meer verlangen dat zij:
1° derden toegang verlenen tot, en hun het gebruik toestaan van specifieke fysieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, in voorkomend geval met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en subnetwerk;
2° derden toegang verlenen tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen en -diensten;
3° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;
4° reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;
5° op wholesalebasis specifieke diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;
6° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;
7° colocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;
8° specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, of roaming binnen mobiele netwerken;
9° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;
10° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;
11° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten.
Het Instituut kan die verplichtingen aan voorwaarden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit onderwerpen.
§ 2. Indien het Instituut overweegt of het passend is één of meer van de in paragraaf 1 genoemde, eventueel specifieke, verplichtingen op te leggen, en in het bijzonder indien het onderzoekt, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, of en hoe dergelijke verplichtingen moeten worden opgelegd, analyseert het of andere vormen van toegang tot wholesale-inputs op dezelfde of een verwante wholesalemarkt afdoende zouden zijn om het geconstateerde probleem in het belang van de eindgebruikers aan te pakken. Die beoordeling omvat commerciële aanbiedingen inzake toegang, gereguleerde toegang op grond van artikel 28 of 51 of bestaande dan wel geplande gereguleerde toegang tot andere wholesale-inputs op grond van dit artikel. Het Instituut betrekt met name de volgende factoren in zijn overwegingen:
1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;
2° de verwachte technologische ontwikkeling die van invloed is op het ontwerp en beheer van netwerken;
3° de noodzaak om technologieneutraliteit te waarborgen teneinde de partijen in staat te stellen hun eigen netwerken te ontwerpen en te beheren;
4° de haalbaarheid van de aangeboden toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;
5° de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de eventuele verrichte overheidsinvesteringen en de aan de investering verbonden risico's, in het bijzonder rekening houdend met investeringen in en risiconiveaus betreffende netwerken met zeer hoge capaciteit;
6° de noodzaak om op de lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur en innovatieve bedrijfsmodellen die bevorderlijk zijn voor duurzame concurrentie, zoals de modellen op basis van mede-investeringen in netwerken;
7° in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten;
8° het verlenen van pan-Europese diensten.
Indien het Instituut overeenkomstig artikel 55 de oplegging van verplichtingen op grond van artikel 60/1 of van dit artikel in overweging neemt, onderzoekt het of de loutere oplegging van verplichtingen overeenkomstig artikel 60/1 een evenredig middel is om de concurrentie en de belangen van de eindgebruiker te bevorderen.
§ 3. Als het Instituut aan een onderneming in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel de verplichting oplegt toegang te verlenen, kan het technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieder of de gebruikers van die toegang, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen. Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, zijn in overeenstemming met de normen en specificaties die vastgesteld zijn door de Europese Commissie.".
"Art. 61. § 1. Het Instituut kan ondernemingen overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, de verplichting opleggen in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van specifieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten.
Het Instituut kan van ondernemingen onder meer verlangen dat zij:
1° derden toegang verlenen tot, en hun het gebruik toestaan van specifieke fysieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, in voorkomend geval met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en subnetwerk;
2° derden toegang verlenen tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen en -diensten;
3° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;
4° reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;
5° op wholesalebasis specifieke diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;
6° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;
7° colocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;
8° specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, of roaming binnen mobiele netwerken;
9° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;
10° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;
11° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten.
Het Instituut kan die verplichtingen aan voorwaarden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit onderwerpen.
§ 2. Indien het Instituut overweegt of het passend is één of meer van de in paragraaf 1 genoemde, eventueel specifieke, verplichtingen op te leggen, en in het bijzonder indien het onderzoekt, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, of en hoe dergelijke verplichtingen moeten worden opgelegd, analyseert het of andere vormen van toegang tot wholesale-inputs op dezelfde of een verwante wholesalemarkt afdoende zouden zijn om het geconstateerde probleem in het belang van de eindgebruikers aan te pakken. Die beoordeling omvat commerciële aanbiedingen inzake toegang, gereguleerde toegang op grond van artikel 28 of 51 of bestaande dan wel geplande gereguleerde toegang tot andere wholesale-inputs op grond van dit artikel. Het Instituut betrekt met name de volgende factoren in zijn overwegingen:
1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;
2° de verwachte technologische ontwikkeling die van invloed is op het ontwerp en beheer van netwerken;
3° de noodzaak om technologieneutraliteit te waarborgen teneinde de partijen in staat te stellen hun eigen netwerken te ontwerpen en te beheren;
4° de haalbaarheid van de aangeboden toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;
5° de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de eventuele verrichte overheidsinvesteringen en de aan de investering verbonden risico's, in het bijzonder rekening houdend met investeringen in en risiconiveaus betreffende netwerken met zeer hoge capaciteit;
6° de noodzaak om op de lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur en innovatieve bedrijfsmodellen die bevorderlijk zijn voor duurzame concurrentie, zoals de modellen op basis van mede-investeringen in netwerken;
7° in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten;
8° het verlenen van pan-Europese diensten.
Indien het Instituut overeenkomstig artikel 55 de oplegging van verplichtingen op grond van artikel 60/1 of van dit artikel in overweging neemt, onderzoekt het of de loutere oplegging van verplichtingen overeenkomstig artikel 60/1 een evenredig middel is om de concurrentie en de belangen van de eindgebruiker te bevorderen.
§ 3. Als het Instituut aan een onderneming in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel de verplichting oplegt toegang te verlenen, kan het technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieder of de gebruikers van die toegang, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen. Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, zijn in overeenstemming met de normen en specificaties die vastgesteld zijn door de Europese Commissie.".
Art.105. L'article 61 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 61. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer à des entreprises des obligations pour satisfaire les demandes raisonnables d'accès à des éléments de réseau spécifiques et à des ressources associées et d'utilisation de ces éléments et ressources.
L'Institut peut, entre autres, imposer aux entreprises:
1° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments physiques de réseau spécifiques et aux ressources associées, le cas échéant, y compris l'accès dégroupé à la boucle et à la sous-boucle locales, et d'en autoriser l'utilisation;
2° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments et des services de réseau actifs ou virtuels spécifiques;
3° de négocier de bonne foi avec les entreprises qui demandent un accès;
4° de ne pas retirer l'accès aux ressources lorsqu'il a déjà été accordé;
5° d'offrir des services spécifiques en gros en vue de la revente par des tiers;
6° d'accorder un accès ouvert aux interfaces techniques, protocoles ou autres technologies clés qui revêtent une importance essentielle pour l'interopérabilité des services ou des services de réseaux virtuels;
7° de fournir une possibilité de colocalisation ou d'autres formes de partage des ressources associées;
8° de fournir les services spécifiques nécessaires pour garantir aux utilisateurs l'interopérabilité des services de bout en bout ou l'itinérance sur les réseaux mobiles;
9° de fournir l'accès à des systèmes d'assistance opérationnelle ou à des systèmes logiciels similaires nécessaires pour garantir l'existence d'une concurrence loyale dans la fourniture des services;
10° d'interconnecter des réseaux ou des ressources de réseau;
11° de donner accès à des services associés comme ceux relatifs à l'identité, à la localisation et à l'occupation.
L'Institut peut soumettre ces obligations à des conditions concernant le délai et le caractère équitable ou raisonnable.
§ 2. Lorsqu'il examine l'opportunité d'imposer l'une des obligations spécifiques possibles visées au paragraphe 1er et, en particulier, lorsqu'il évalue, conformément au principe de proportionnalité, si et comment ces obligations devraient être imposées, l'Institut analyse si d'autres formes d'accès aux intrants de gros, que ce soit sur le même marché ou sur un marché de gros connexe, seraient suffisantes pour remédier au problème constaté dans l'intérêt des utilisateurs finaux. Cette analyse englobe les offres d'accès commerciales, la régulation de l'accès en application des articles 28 ou 51 ou la régulation de l'accès, existante ou prévue, à d'autres intrants de gros en application du présent article. L'Institut prend, notamment, en considération les éléments suivants:
1° la viabilité technique et économique de l'utilisation ou de la mise en place de ressources concurrentes, compte tenu du rythme auquel le marché évolue et de la nature et du type d'interconnexion ou d'accès concerné, y compris la viabilité d'autres produits d'accès en amont, tels que l'accès aux gaines;
2° l'évolution technologique attendue concernant la conception et la gestion des réseaux;
3° la nécessité de garantir une neutralité technologique permettant aux parties de concevoir et de gérer leurs propres réseaux;
4° le degré de faisabilité de la fourniture d'accès offerte, compte tenu de la capacité disponible;
5° l'investissement initial réalisé par le propriétaire des ressources, en tenant compte des éventuels investissements publics réalisés et des risques inhérents à l'investissement, une attention particulière étant accordée aux investissements réalisés dans les réseaux à très haute capacité et aux niveaux de risque associés à ces réseaux;
6° la nécessité de préserver la concurrence à long terme, une attention particulière étant accordée à la concurrence économiquement efficace fondée sur les infrastructures et aux modèles d'activité innovants au service d'une concurrence durable, tels que ceux fondés sur le co-investissement dans les réseaux;
7° le cas échéant, les éventuels droits de propriété intellectuelle pertinents;
8° la fourniture de services paneuropéens.
Lorsque l'Institut envisage, conformément à l'article 55, d'imposer des obligations sur le fondement de l'article 60/1 ou du présent article, il examine si l'imposition d'obligations sur le fondement de l'article 60/1 serait un moyen proportionné de promouvoir la concurrence durable et les intérêts des utilisateurs finaux.
§ 3. Lorsque l'Institut impose à une entreprise une obligation de fournir un accès conformément au présent article, il peut fixer des conditions techniques ou opérationnelles auxquelles le fournisseur ou les bénéficiaires de cet accès doivent satisfaire lorsque cela est nécessaire pour assurer le fonctionnement normal du réseau. Les obligations de suivre des normes ou spécifications techniques particulières respectent les normes et spécifications établies par la Commission européenne.".
"Art. 61. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer à des entreprises des obligations pour satisfaire les demandes raisonnables d'accès à des éléments de réseau spécifiques et à des ressources associées et d'utilisation de ces éléments et ressources.
L'Institut peut, entre autres, imposer aux entreprises:
1° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments physiques de réseau spécifiques et aux ressources associées, le cas échéant, y compris l'accès dégroupé à la boucle et à la sous-boucle locales, et d'en autoriser l'utilisation;
2° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments et des services de réseau actifs ou virtuels spécifiques;
3° de négocier de bonne foi avec les entreprises qui demandent un accès;
4° de ne pas retirer l'accès aux ressources lorsqu'il a déjà été accordé;
5° d'offrir des services spécifiques en gros en vue de la revente par des tiers;
6° d'accorder un accès ouvert aux interfaces techniques, protocoles ou autres technologies clés qui revêtent une importance essentielle pour l'interopérabilité des services ou des services de réseaux virtuels;
7° de fournir une possibilité de colocalisation ou d'autres formes de partage des ressources associées;
8° de fournir les services spécifiques nécessaires pour garantir aux utilisateurs l'interopérabilité des services de bout en bout ou l'itinérance sur les réseaux mobiles;
9° de fournir l'accès à des systèmes d'assistance opérationnelle ou à des systèmes logiciels similaires nécessaires pour garantir l'existence d'une concurrence loyale dans la fourniture des services;
10° d'interconnecter des réseaux ou des ressources de réseau;
11° de donner accès à des services associés comme ceux relatifs à l'identité, à la localisation et à l'occupation.
L'Institut peut soumettre ces obligations à des conditions concernant le délai et le caractère équitable ou raisonnable.
§ 2. Lorsqu'il examine l'opportunité d'imposer l'une des obligations spécifiques possibles visées au paragraphe 1er et, en particulier, lorsqu'il évalue, conformément au principe de proportionnalité, si et comment ces obligations devraient être imposées, l'Institut analyse si d'autres formes d'accès aux intrants de gros, que ce soit sur le même marché ou sur un marché de gros connexe, seraient suffisantes pour remédier au problème constaté dans l'intérêt des utilisateurs finaux. Cette analyse englobe les offres d'accès commerciales, la régulation de l'accès en application des articles 28 ou 51 ou la régulation de l'accès, existante ou prévue, à d'autres intrants de gros en application du présent article. L'Institut prend, notamment, en considération les éléments suivants:
1° la viabilité technique et économique de l'utilisation ou de la mise en place de ressources concurrentes, compte tenu du rythme auquel le marché évolue et de la nature et du type d'interconnexion ou d'accès concerné, y compris la viabilité d'autres produits d'accès en amont, tels que l'accès aux gaines;
2° l'évolution technologique attendue concernant la conception et la gestion des réseaux;
3° la nécessité de garantir une neutralité technologique permettant aux parties de concevoir et de gérer leurs propres réseaux;
4° le degré de faisabilité de la fourniture d'accès offerte, compte tenu de la capacité disponible;
5° l'investissement initial réalisé par le propriétaire des ressources, en tenant compte des éventuels investissements publics réalisés et des risques inhérents à l'investissement, une attention particulière étant accordée aux investissements réalisés dans les réseaux à très haute capacité et aux niveaux de risque associés à ces réseaux;
6° la nécessité de préserver la concurrence à long terme, une attention particulière étant accordée à la concurrence économiquement efficace fondée sur les infrastructures et aux modèles d'activité innovants au service d'une concurrence durable, tels que ceux fondés sur le co-investissement dans les réseaux;
7° le cas échéant, les éventuels droits de propriété intellectuelle pertinents;
8° la fourniture de services paneuropéens.
Lorsque l'Institut envisage, conformément à l'article 55, d'imposer des obligations sur le fondement de l'article 60/1 ou du présent article, il examine si l'imposition d'obligations sur le fondement de l'article 60/1 serait un moyen proportionné de promouvoir la concurrence durable et les intérêts des utilisateurs finaux.
§ 3. Lorsque l'Institut impose à une entreprise une obligation de fournir un accès conformément au présent article, il peut fixer des conditions techniques ou opérationnelles auxquelles le fournisseur ou les bénéficiaires de cet accès doivent satisfaire lorsque cela est nécessaire pour assurer le fonctionnement normal du réseau. Les obligations de suivre des normes ou spécifications techniques particulières respectent les normes et spécifications établies par la Commission européenne.".
Art.106. Artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 62. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- of toegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken onderneming de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers.
Wanneer het bepaalt of verplichtingen inzake prijscontrole passend zouden zijn, houdt het Instituut rekening met de noodzaak om de mededinging te bevorderen en met de belangen van de eindgebruikers op de lange termijn op het gebied van de implementatie en toepassing van nieuwe-generatienetwerken, en met name van netwerken met zeer hoge capaciteit. In het bijzonder om investeringen door de onderneming, ook in nieuwe-generatienetwerken, aan te moedigen, houdt het Instituut rekening met de door de onderneming gedane investeringen. Indien het Instituut van mening is dat verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, laat het toe dat de onderneming een redelijke opbrengst krijgt uit haar kapitaalinbreng, waarbij het de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt.
Het Instituut neemt in overweging om geen verplichtingen op grond van dit artikel op te leggen of in stand te houden wanneer het vaststelt dat er sprake is van een aantoonbare retailprijsbeperking en dat een overeenkomstig de artikelen 58 tot 61 opgelegde verplichting, inclusief met name een overeenkomstig artikel 58 opgelegde economische-repliceerbaarheidstoets, voor effectieve en niet-discriminerende toegang zorgt.
Indien het Instituut het passend acht verplichtingen inzake prijscontrole op te leggen betreffende toegang tot bestaande netwerkelementen, houdt het ook rekening met de voordelen van voorspelbare en stabiele wholesaleprijzen ten aanzien van het waarborgen van efficiënte markttoegang en afdoende stimulansen die erop gericht zijn dat alle ondernemingen nieuwe en verbeterde netwerken uitrollen.
§ 2. Het Instituut ziet erop toe dat regelingen voor het terugverdienen van kosten en tariferingsmethoden die worden opgelegd, erop gericht zijn de uitrol van nieuwe en verbeterde netwerken alsmede de efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de eindgebruiker maximaal en op duurzame wijze voordeel te bieden. In dat verband kan het Instituut ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten.
§ 3. Indien voor een onderneming een verplichting inzake kostenoriëntering van haar tarieven geldt, is het aan haar om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten, verhoogd met een redelijk investeringsrendement. Voor de berekening van de kosten verbonden aan efficiënte dienstverlening, kan het Instituut boekhoudkundige kostenberekeningsmethoden gebruiken die los staan van de door de onderneming gebruikte methoden. Het Instituut kan van een onderneming verlangen dat zij volledige verantwoording aflegt over haar tarieven en indien nodig dat deze worden aangepast.
§ 4. Het Instituut zorgt ervoor dat, wanneer de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dit systeem voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin ten minste de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels worden vermeld. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
"Art. 62. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- of toegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken onderneming de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers.
Wanneer het bepaalt of verplichtingen inzake prijscontrole passend zouden zijn, houdt het Instituut rekening met de noodzaak om de mededinging te bevorderen en met de belangen van de eindgebruikers op de lange termijn op het gebied van de implementatie en toepassing van nieuwe-generatienetwerken, en met name van netwerken met zeer hoge capaciteit. In het bijzonder om investeringen door de onderneming, ook in nieuwe-generatienetwerken, aan te moedigen, houdt het Instituut rekening met de door de onderneming gedane investeringen. Indien het Instituut van mening is dat verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, laat het toe dat de onderneming een redelijke opbrengst krijgt uit haar kapitaalinbreng, waarbij het de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt.
Het Instituut neemt in overweging om geen verplichtingen op grond van dit artikel op te leggen of in stand te houden wanneer het vaststelt dat er sprake is van een aantoonbare retailprijsbeperking en dat een overeenkomstig de artikelen 58 tot 61 opgelegde verplichting, inclusief met name een overeenkomstig artikel 58 opgelegde economische-repliceerbaarheidstoets, voor effectieve en niet-discriminerende toegang zorgt.
Indien het Instituut het passend acht verplichtingen inzake prijscontrole op te leggen betreffende toegang tot bestaande netwerkelementen, houdt het ook rekening met de voordelen van voorspelbare en stabiele wholesaleprijzen ten aanzien van het waarborgen van efficiënte markttoegang en afdoende stimulansen die erop gericht zijn dat alle ondernemingen nieuwe en verbeterde netwerken uitrollen.
§ 2. Het Instituut ziet erop toe dat regelingen voor het terugverdienen van kosten en tariferingsmethoden die worden opgelegd, erop gericht zijn de uitrol van nieuwe en verbeterde netwerken alsmede de efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de eindgebruiker maximaal en op duurzame wijze voordeel te bieden. In dat verband kan het Instituut ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten.
§ 3. Indien voor een onderneming een verplichting inzake kostenoriëntering van haar tarieven geldt, is het aan haar om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten, verhoogd met een redelijk investeringsrendement. Voor de berekening van de kosten verbonden aan efficiënte dienstverlening, kan het Instituut boekhoudkundige kostenberekeningsmethoden gebruiken die los staan van de door de onderneming gebruikte methoden. Het Instituut kan van een onderneming verlangen dat zij volledige verantwoording aflegt over haar tarieven en indien nodig dat deze worden aangepast.
§ 4. Het Instituut zorgt ervoor dat, wanneer de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dit systeem voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin ten minste de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels worden vermeld. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
Art.106. L'article 62 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 62. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations liées à la récupération des coûts et au contrôle des prix, y compris des obligations concernant l'orientation des prix en fonction des coûts et des obligations concernant les systèmes de comptabilisation des coûts, pour la fourniture de types particuliers d'interconnexion ou d'accès, lorsqu'il ressort d'une analyse du marché que l'entreprise concernée peut, en l'absence de concurrence efficace, maintenir des prix à un niveau excessivement élevé, ou comprimer les prix, au détriment des utilisateurs finaux.
Pour déterminer si des obligations en matière de contrôle des prix seraient appropriées, l'Institut prend en considération la nécessité de promouvoir la concurrence et les intérêts à long terme des utilisateurs finaux liés au déploiement et à la pénétration de réseaux de nouvelle génération, et notamment de réseaux à très haute capacité. En particulier, afin d'encourager l'entreprise à investir notamment dans les réseaux de nouvelle génération, l'Institut tient compte des investissements qu'elle a réalisés. Dans les cas où l'Institut juge les obligations en matière de contrôle des prix appropriées, il permet à l'entreprise de recevoir une rémunération raisonnable du capital adéquat engagé, compte tenu de tout risque spécifiquement lié à un nouveau projet d'investissement particulier dans les réseaux.
L'Institut étudie la possibilité de ne pas imposer ou de ne pas maintenir d'obligations au titre du présent article dans les cas où il établit qu'il existe une pression démontrable sur les prix de détail et que toute obligation imposée conformément aux articles 58 à 61, y compris notamment tout test de reproductibilité économique imposé conformément à l'article 58, garantit un accès effectif et non discriminatoire.
Lorsque l'Institut juge approprié d'imposer des obligations en matière de contrôle des prix sur l'accès à des éléments de réseau existants, il tient également compte des avantages que présentent des prix de gros prévisibles et stables pour garantir une entrée efficace sur le marché et des incitations suffisantes pour que toutes les entreprises déploient des réseaux nouveaux et améliorés.
§ 2. L'Institut veille à ce que tous les mécanismes de récupération des coûts ou les méthodologies de tarification rendus obligatoires visent à promouvoir le déploiement de réseaux nouveaux et améliorés et l'efficacité, à favoriser une concurrence durable et à optimiser les avantages durables pour l'utilisateur final. A cet égard, l'Institut peut également prendre en compte les prix en vigueur sur des marchés concurrentiels comparables.
§ 3. Lorsqu'une entreprise est soumise à une obligation concernant l'orientation des prix en fonction des coûts, c'est à l'entreprise concernée qu'il incombe de prouver que les tarifs sont déterminés en fonction des coûts, en tenant compte d'un retour sur investissements raisonnable. Afin de calculer le coût d'une fourniture de services efficace, l'Institut peut utiliser des méthodes de comptabilisation des coûts distinctes de celles appliquées par l'entreprise. L'Institut peut demander à une entreprise de justifier intégralement ses prix et, si nécessaire, en exiger l'adaptation.
§ 4. Lorsque la mise en place d'un système de comptabilisation des coûts est rendue obligatoire pour soutenir le contrôle des prix, l'Institut veille à ce que soit mis à la disposition du public une description du système de comptabilisation des coûts faisant apparaître au moins les principales catégories au sein desquelles les coûts sont regroupés et les règles en matière de répartition des coûts. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
"Art. 62. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 55, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations liées à la récupération des coûts et au contrôle des prix, y compris des obligations concernant l'orientation des prix en fonction des coûts et des obligations concernant les systèmes de comptabilisation des coûts, pour la fourniture de types particuliers d'interconnexion ou d'accès, lorsqu'il ressort d'une analyse du marché que l'entreprise concernée peut, en l'absence de concurrence efficace, maintenir des prix à un niveau excessivement élevé, ou comprimer les prix, au détriment des utilisateurs finaux.
Pour déterminer si des obligations en matière de contrôle des prix seraient appropriées, l'Institut prend en considération la nécessité de promouvoir la concurrence et les intérêts à long terme des utilisateurs finaux liés au déploiement et à la pénétration de réseaux de nouvelle génération, et notamment de réseaux à très haute capacité. En particulier, afin d'encourager l'entreprise à investir notamment dans les réseaux de nouvelle génération, l'Institut tient compte des investissements qu'elle a réalisés. Dans les cas où l'Institut juge les obligations en matière de contrôle des prix appropriées, il permet à l'entreprise de recevoir une rémunération raisonnable du capital adéquat engagé, compte tenu de tout risque spécifiquement lié à un nouveau projet d'investissement particulier dans les réseaux.
L'Institut étudie la possibilité de ne pas imposer ou de ne pas maintenir d'obligations au titre du présent article dans les cas où il établit qu'il existe une pression démontrable sur les prix de détail et que toute obligation imposée conformément aux articles 58 à 61, y compris notamment tout test de reproductibilité économique imposé conformément à l'article 58, garantit un accès effectif et non discriminatoire.
Lorsque l'Institut juge approprié d'imposer des obligations en matière de contrôle des prix sur l'accès à des éléments de réseau existants, il tient également compte des avantages que présentent des prix de gros prévisibles et stables pour garantir une entrée efficace sur le marché et des incitations suffisantes pour que toutes les entreprises déploient des réseaux nouveaux et améliorés.
§ 2. L'Institut veille à ce que tous les mécanismes de récupération des coûts ou les méthodologies de tarification rendus obligatoires visent à promouvoir le déploiement de réseaux nouveaux et améliorés et l'efficacité, à favoriser une concurrence durable et à optimiser les avantages durables pour l'utilisateur final. A cet égard, l'Institut peut également prendre en compte les prix en vigueur sur des marchés concurrentiels comparables.
§ 3. Lorsqu'une entreprise est soumise à une obligation concernant l'orientation des prix en fonction des coûts, c'est à l'entreprise concernée qu'il incombe de prouver que les tarifs sont déterminés en fonction des coûts, en tenant compte d'un retour sur investissements raisonnable. Afin de calculer le coût d'une fourniture de services efficace, l'Institut peut utiliser des méthodes de comptabilisation des coûts distinctes de celles appliquées par l'entreprise. L'Institut peut demander à une entreprise de justifier intégralement ses prix et, si nécessaire, en exiger l'adaptation.
§ 4. Lorsque la mise en place d'un système de comptabilisation des coûts est rendue obligatoire pour soutenir le contrôle des prix, l'Institut veille à ce que soit mis à la disposition du public une description du système de comptabilisation des coûts faisant apparaître au moins les principales catégories au sein desquelles les coûts sont regroupés et les règles en matière de répartition des coûts. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
Art.107. In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 62/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 62/1. § 1. Het Instituut houdt nauwlettend toezicht op en zorgt voor de naleving van de toepassing van de Europese Unie brede tarieven voor gespreksafgifte door aanbieders van gespreksafgiftediensten. Het kan te allen tijde verlangen dat een aanbieder van diensten voor gespreksafgifte het tarief wijzigt dat hij aan andere ondernemingen aanrekent indien hij het tarief dat vastgesteld is door de Europese Commissie niet naleeft.
§ 2. Indien de Europese Commissie besluit geen maximumtarief op te leggen voor mobiele of vaste gespreksafgifte, of voor geen van beide, kan het Instituut overeenkomstig artikel 55 analyses van markten voor gespreksafgifte uitvoeren om te beoordelen of het opleggen van regelgevende verplichtingen noodzakelijk is. Indien het Instituut op grond van een dergelijke analyse kostengeoriënteerde afgiftetarieven op een relevante markt oplegt, volgt het de beginselen, criteria en parameters van paragraaf 3, en legt het zijn ontwerpmaatregel ten uitvoer met inachtneming van de in de artikelen 140, 141, 143 et 143/1 bedoelde procedures.
§ 3. Om het wholesaletarief voor gespreksafgifte te bepalen overeenkomstig paragraaf 2, past het Instituut de volgende principes, criteria en parameters toe:
1° de tarieven moeten gebaseerd zijn op het terugverdienen van de kosten die door een efficiënte operator gemaakt zijn; de bepaling van wat efficiënte kosten zijn, wordt gebaseerd op de huidige kosten; de methode voor de berekening van efficiënte kosten wordt gebaseerd op een bottom-up model waarbij gebruik wordt gemaakt van aan het verkeer gerelateerde incrementele lange-termijnkosten voor de verstrekking van de gespreksafgiftedienst op wholesaleniveau aan derden;
2° de relevante incrementele kosten van de gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau worden vastgesteld op basis van het verschil tussen de totale lange-termijnkosten van een operator die het volledige gamma van diensten verleent, en de totale lange-termijnkosten van een operator die geen gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau aan derden verschaft;
3° van de kosten die met het verkeer samenhangen, worden alleen kosten die vermeden zouden worden wanneer geen gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau zouden worden geleverd, toegerekend aan het relevante afgifte-increment;
4° kosten die samenhangen met aanvullende netwerkcapaciteit, worden alleen aangerekend voor zover deze ontstaan door de noodzaak om de capaciteit te verhogen met het oog op extra verkeer betreffende gespreksafgifte op wholesaleniveau;
5° vergoedingen voor radiospectrum worden uitgesloten van het mobiele gespreksafgifte-increment;
6° alleen de commerciële wholesalekosten die rechtstreeks verband houden met het aanbieden van de gespreksafgiftedienst op wholesaleniveau aan derden, worden aangerekend;
7° alle operatoren van vaste netwerken worden geacht gespreksafgiftediensten aan te bieden tegen dezelfde kosten per eenheid als de efficiënte operator, ongeacht hun omvang;
8° voor operatoren van mobiele netwerken wordt de minimale efficiënte schaal vastgesteld op een marktaandeel van ten minste 20 %;
9° de relevante benadering voor waardevermindering van activa is economische waardevermindering; en
10° de keuze van de technologie voor de gemodelleerde netwerken is toekomstgericht, gebaseerd op een IP-kernnetwerk, rekening houdend met de verschillende technologieën die waarschijnlijk zullen worden gebruikt gedurende de geldigheidsperiode van het maximale tarief; in het geval van vaste netwerken wordt ervan uitgegaan dat gesprekken uitsluitend pakketgeschakeld zijn.".
"Art. 62/1. § 1. Het Instituut houdt nauwlettend toezicht op en zorgt voor de naleving van de toepassing van de Europese Unie brede tarieven voor gespreksafgifte door aanbieders van gespreksafgiftediensten. Het kan te allen tijde verlangen dat een aanbieder van diensten voor gespreksafgifte het tarief wijzigt dat hij aan andere ondernemingen aanrekent indien hij het tarief dat vastgesteld is door de Europese Commissie niet naleeft.
§ 2. Indien de Europese Commissie besluit geen maximumtarief op te leggen voor mobiele of vaste gespreksafgifte, of voor geen van beide, kan het Instituut overeenkomstig artikel 55 analyses van markten voor gespreksafgifte uitvoeren om te beoordelen of het opleggen van regelgevende verplichtingen noodzakelijk is. Indien het Instituut op grond van een dergelijke analyse kostengeoriënteerde afgiftetarieven op een relevante markt oplegt, volgt het de beginselen, criteria en parameters van paragraaf 3, en legt het zijn ontwerpmaatregel ten uitvoer met inachtneming van de in de artikelen 140, 141, 143 et 143/1 bedoelde procedures.
§ 3. Om het wholesaletarief voor gespreksafgifte te bepalen overeenkomstig paragraaf 2, past het Instituut de volgende principes, criteria en parameters toe:
1° de tarieven moeten gebaseerd zijn op het terugverdienen van de kosten die door een efficiënte operator gemaakt zijn; de bepaling van wat efficiënte kosten zijn, wordt gebaseerd op de huidige kosten; de methode voor de berekening van efficiënte kosten wordt gebaseerd op een bottom-up model waarbij gebruik wordt gemaakt van aan het verkeer gerelateerde incrementele lange-termijnkosten voor de verstrekking van de gespreksafgiftedienst op wholesaleniveau aan derden;
2° de relevante incrementele kosten van de gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau worden vastgesteld op basis van het verschil tussen de totale lange-termijnkosten van een operator die het volledige gamma van diensten verleent, en de totale lange-termijnkosten van een operator die geen gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau aan derden verschaft;
3° van de kosten die met het verkeer samenhangen, worden alleen kosten die vermeden zouden worden wanneer geen gespreksafgiftediensten op wholesaleniveau zouden worden geleverd, toegerekend aan het relevante afgifte-increment;
4° kosten die samenhangen met aanvullende netwerkcapaciteit, worden alleen aangerekend voor zover deze ontstaan door de noodzaak om de capaciteit te verhogen met het oog op extra verkeer betreffende gespreksafgifte op wholesaleniveau;
5° vergoedingen voor radiospectrum worden uitgesloten van het mobiele gespreksafgifte-increment;
6° alleen de commerciële wholesalekosten die rechtstreeks verband houden met het aanbieden van de gespreksafgiftedienst op wholesaleniveau aan derden, worden aangerekend;
7° alle operatoren van vaste netwerken worden geacht gespreksafgiftediensten aan te bieden tegen dezelfde kosten per eenheid als de efficiënte operator, ongeacht hun omvang;
8° voor operatoren van mobiele netwerken wordt de minimale efficiënte schaal vastgesteld op een marktaandeel van ten minste 20 %;
9° de relevante benadering voor waardevermindering van activa is economische waardevermindering; en
10° de keuze van de technologie voor de gemodelleerde netwerken is toekomstgericht, gebaseerd op een IP-kernnetwerk, rekening houdend met de verschillende technologieën die waarschijnlijk zullen worden gebruikt gedurende de geldigheidsperiode van het maximale tarief; in het geval van vaste netwerken wordt ervan uitgegaan dat gesprekken uitsluitend pakketgeschakeld zijn.".
Art.107. Dans le titre III, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 62/1 rédigé comme suit:
"Art. 62/1. § 1er. L'Institut contrôle l'application des tarifs de terminaison d'appel à l'échelle de l'Union européenne, et veille au respect de ces tarifs, par les fournisseurs de services de terminaison d'appel vocal. Il peut à tout moment exiger d'un fournisseur de services de terminaison d'appel vocal qu'il modifie le tarif qu'il applique à d'autres entreprises si ce tarif ne respecte pas celui fixé par la Commission européenne.
§ 2. Si la Commission européenne décide de ne pas imposer un tarif de terminaison d'appel vocal mobile maximal ou un tarif de terminaison d'appel vocal fixe maximal, ou de n'imposer ni l'un ni l'autre, l'Institut peut réaliser une analyse des marchés de la terminaison d'appel vocal conformément à l'article 55 afin d'évaluer s'il est nécessaire d'imposer des obligations réglementaires. Si, à l'issue d'une telle analyse, l'Institut impose des tarifs de terminaison axés sur les coûts sur un marché pertinent, il applique les principes, critères et indicateurs énoncés au paragraphe 3 et son projet de mesure est soumis aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.
§ 3. Pour déterminer le tarif de gros pour la terminaison d'appel vocal conformément au paragraphe 2, l'Institut applique les principes, critères et indicateurs suivants:
1° les tarifs sont fondés sur la récupération des coûts encourus par un opérateur efficace; l'évaluation des coûts efficaces se fonde sur les valeurs de coûts actuelles; la méthode de calcul des coûts efficaces repose sur une approche de modélisation ascendante basée sur les coûts différentiels à long terme liés au trafic encourus pour fournir à des tiers le service de terminaison d'appel vocal en gros;
2° les coûts incrémentaux pertinents de la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal sont déterminés par la différence entre les coûts totaux à long terme d'un opérateur fournissant la gamme complète de services et les coûts totaux à long terme dudit opérateur n'assurant pas la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal à des tiers;
3° parmi les coûts liés au trafic, seuls ceux qui seraient évités en l'absence de fourniture en gros d'un service de terminaison d'appel vocal sont attribués à la prestation supplémentaire pertinente de terminaison d'appel;
4° les coûts liés à la capacité de réseau supplémentaire sont pris en compte uniquement dans la mesure où ils sont motivés par la nécessité d'augmenter la capacité aux fins de l'acheminement du surplus de trafic de terminaison d'appel vocal en gros;
5° les redevances pour les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont exclues de la prestation supplémentaire de terminaison d'appel vocal mobile;
6° parmi les coûts commerciaux de gros, seuls sont pris en compte ceux qui sont directement liés à la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal à des tiers;
7° tous les opérateurs de réseau fixe sont réputés fournir des services de terminaison d'appel vocal aux mêmes coûts unitaires que l'opérateur efficace, indépendamment de leur taille;
8° pour les opérateurs de réseau mobile, l'échelle minimale efficace est fixée à une part de marché non inférieure à 20 %;
9° l'approche pertinente pour l'amortissement des actifs est l'amortissement économique;
10° sur le plan technologique, le choix des réseaux modélisés est axé sur l'avenir, fondé sur un réseau central IP, et tient compte des diverses technologies susceptibles d'être utilisées sur la période de validité du tarif maximal; dans le cas des réseaux fixes, on considère que les appels utilisent uniquement la commutation par paquets.".
"Art. 62/1. § 1er. L'Institut contrôle l'application des tarifs de terminaison d'appel à l'échelle de l'Union européenne, et veille au respect de ces tarifs, par les fournisseurs de services de terminaison d'appel vocal. Il peut à tout moment exiger d'un fournisseur de services de terminaison d'appel vocal qu'il modifie le tarif qu'il applique à d'autres entreprises si ce tarif ne respecte pas celui fixé par la Commission européenne.
§ 2. Si la Commission européenne décide de ne pas imposer un tarif de terminaison d'appel vocal mobile maximal ou un tarif de terminaison d'appel vocal fixe maximal, ou de n'imposer ni l'un ni l'autre, l'Institut peut réaliser une analyse des marchés de la terminaison d'appel vocal conformément à l'article 55 afin d'évaluer s'il est nécessaire d'imposer des obligations réglementaires. Si, à l'issue d'une telle analyse, l'Institut impose des tarifs de terminaison axés sur les coûts sur un marché pertinent, il applique les principes, critères et indicateurs énoncés au paragraphe 3 et son projet de mesure est soumis aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.
§ 3. Pour déterminer le tarif de gros pour la terminaison d'appel vocal conformément au paragraphe 2, l'Institut applique les principes, critères et indicateurs suivants:
1° les tarifs sont fondés sur la récupération des coûts encourus par un opérateur efficace; l'évaluation des coûts efficaces se fonde sur les valeurs de coûts actuelles; la méthode de calcul des coûts efficaces repose sur une approche de modélisation ascendante basée sur les coûts différentiels à long terme liés au trafic encourus pour fournir à des tiers le service de terminaison d'appel vocal en gros;
2° les coûts incrémentaux pertinents de la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal sont déterminés par la différence entre les coûts totaux à long terme d'un opérateur fournissant la gamme complète de services et les coûts totaux à long terme dudit opérateur n'assurant pas la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal à des tiers;
3° parmi les coûts liés au trafic, seuls ceux qui seraient évités en l'absence de fourniture en gros d'un service de terminaison d'appel vocal sont attribués à la prestation supplémentaire pertinente de terminaison d'appel;
4° les coûts liés à la capacité de réseau supplémentaire sont pris en compte uniquement dans la mesure où ils sont motivés par la nécessité d'augmenter la capacité aux fins de l'acheminement du surplus de trafic de terminaison d'appel vocal en gros;
5° les redevances pour les droits d'utilisation du spectre radioélectrique sont exclues de la prestation supplémentaire de terminaison d'appel vocal mobile;
6° parmi les coûts commerciaux de gros, seuls sont pris en compte ceux qui sont directement liés à la fourniture en gros du service de terminaison d'appel vocal à des tiers;
7° tous les opérateurs de réseau fixe sont réputés fournir des services de terminaison d'appel vocal aux mêmes coûts unitaires que l'opérateur efficace, indépendamment de leur taille;
8° pour les opérateurs de réseau mobile, l'échelle minimale efficace est fixée à une part de marché non inférieure à 20 %;
9° l'approche pertinente pour l'amortissement des actifs est l'amortissement économique;
10° sur le plan technologique, le choix des réseaux modélisés est axé sur l'avenir, fondé sur un réseau central IP, et tient compte des diverses technologies susceptibles d'être utilisées sur la période de validité du tarif maximal; dans le cas des réseaux fixes, on considère que les appels utilisent uniquement la commutation par paquets.".
Art.108. Artikel 63 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 juli 2012, wordt hersteld als volgt:
"Art. 63. § 1. Ondernemingen die overeenkomstig artikel 55, § 3, zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of meerdere relevante markten, kunnen overeenkomstig de in artikel 65/3 beschreven procedure en onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden, afspraken aanbieden om de uitrol van een nieuw netwerk met zeer hoge capaciteit dat tot aan de gebouwen van de eindgebruiker of het basisstation uit optische-vezelcomponenten bestaat, open te stellen voor mede-investeringen - bijvoorbeeld door het aanbieden van mede-eigendom of langetermijnrisicodeling aan de hand van medefinanciering of van koopovereenkomsten die specifieke rechten van structurele aard meebrengen - door andere aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten.
Wanneer het Instituut die afspraken evalueert, gaat het met name na of het aanbod van mede-investeringen voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
1° het aanbod geldt op elk moment van de levensduur van het netwerk voor alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
2° het aanbod biedt andere mede-investeerders die aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten zijn, de mogelijkheid om daadwerkelijk en duurzaam te concurreren in downstreammarkten waarop de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming actief is, onder voorwaarden die onder meer het volgende omvatten:
a) billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die toegang bieden tot de volledige capaciteit van het netwerk voor zover de mede-investering ervoor geldt;
b) flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de deelname van elke mede-investeerder;
c) de mogelijkheid om die deelname in de toekomst uit te breiden; en
d) wederzijdse rechten die door de mede-investeerders worden verleend na de uitrol van infrastructuur die is medegefinancierd;
3° de onderneming maakt het aanbod tijdig bekend en, indien de onderneming niet beschikt over de in artikel 65/4, § 1, vermelde kenmerken, ten minste zes maanden voor de uitrol van het nieuwe netwerk; die periode kan op grond van nationale omstandigheden worden verlengd;
4° toegangvragende partijen die niet deelnemen aan de mede-investering, kunnen van de aanvang af profiteren van dezelfde kwaliteit, snelheid en voorwaarden en hetzelfde eindgebruikersbereik als beschikbaar vóór de uitrol, samen met een mechanisme van aanpassing in de tijd dat door het Instituut wordt bevestigd in het licht van de ontwikkelingen op de relevante retailmarkten, en dat de prikkels voor het deelnemen aan de mede-investeringen in stand houdt; dat mechanisme zorgt ervoor dat toegangvragende partijen toegang krijgen tot de elementen met zeer hoge capaciteit van het netwerk, zulks op een tijdstip en op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden die passen bij de risiconiveaus waaraan de diverse mede-investeerders in verschillende stadia van de uitrol zijn blootgesteld en met inachtneming van de mededingingscontext op de retailmarkten;
5° het aanbod voldoet ten minste aan de in paragraaf 5 vervatte criteria en is te goeder trouw gedaan.
§ 2. Indien het Instituut, rekening houdend met de resultaten van de overeenkomstig artikel 65/3, § 2, uitgevoerde markttoets, constateert dat de aangeboden mede-investeringsafspraak voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1, maakt het die afspraak bindend op grond van artikel 65/3, § 3, en legt het met betrekking tot de onder de afspraken vallende elementen van het nieuwe netwerk met zeer hoge capaciteit geen extra verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, op, op voorwaarde dat ten minste één potentiële mede-investeerder een mede-investeringsovereenkomst met de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming heeft gesloten.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de regelgeving betreffende omstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, rekening houdend met de resultaten van eventueel overeenkomstig artikel 65/3, § 2, uitgevoerde markttoetsen, maar die de mededinging beïnvloeden en in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de artikelen 54 en 55.
In afwijking van het eerste lid kan het Instituut in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, overeenkomstig de artikelen 55 en 58 tot 62 oplossingen opleggen, in stand houden of aanpassen met betrekking tot nieuwe netwerken met zeer hoge capaciteit, teneinde significante problemen met de mededinging op specifieke markten aan te pakken indien het Instituut constateert dat die problemen met de mededinging, gelet op de bijzondere eigenschappen van die markten, anders niet zouden worden aangepakt.
§ 3. Het Instituut monitort voortdurend de naleving van de voorwaarden van paragraaf 1 en kan de onderneming die is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, ertoe verplichten jaarlijkse nalevingsverklaringen in te dienen.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om besluiten te nemen op grond van artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector ingeval zich een geschil voordoet tussen ondernemingen in verband met een overeenkomst inzake mede-investeringen uit hoofde waarvan zij worden geacht aan de in paragraaf 1 beschreven voorwaarden te voldoen.
§ 4. Bij de toepassing van dit artikel houdt het Instituut rekening met de richtsnoeren van Berec ter bevordering van de consistente toepassing door de nationale regelgevende instanties van de voorwaarden van paragraaf 1 en de criteria van paragraaf 5.
§ 5. Wanneer het Instituut een aanbieding betreffende mede-investeringen op grond van paragraaf 1, beoordeelt, controleert het of ten minste aan de volgende criteria is voldaan. Het Instituut kan overwegen aanvullende criteria te bepalen voor zover deze noodzakelijk zijn om te zorgen voor toegankelijkheid van potentiële investeerders tot de mede-investering, in het licht van specifieke plaatselijke omstandigheden en van de marktstructuur:
1° de aanbieding betreffende mede-investeringen staat op niet-discriminerende basis gedurende de levensduur van het door middel van een aanbieding betreffende mede-investeringen aangelegde netwerk open voor alle ondernemingen. De onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht kan in de aanbieding redelijke voorwaarden betreffende de financiële capaciteit van ondernemingen opnemen, zoals de voorwaarde dat potentiële mede-investeerders moeten aantonen dat zij in staat zijn gefaseerde betalingen te doen op basis waarvan de implementatie wordt gepland, de aanvaarding van een strategisch plan op basis waarvan implementatieplannen voor de middellange termijn worden uitgestippeld, enzovoort.
2° de aanbieding betreffende mede-investeringen is transparant:
a) de aanbieding is beschikbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht;
b) de volledige voorwaarden, inclusief alle bijzonderheden, worden zonder onnodige vertraging ter beschikking gesteld van alle potentiële bieders die belangstelling voor de aanbieding hebben, met inbegrip van de rechtsvorm van de overeenkomst betreffende mede-investering en, indien relevant, de belangrijkste governancevoorschriften van het mede-investeringsvehikel; en
c) het proces, waaronder het stappenplan voor de oprichting en ontwikkeling van het mede-investeringsproject, wordt van tevoren vastgesteld, wordt op duidelijke wijze schriftelijk aan alle potentiële mede-investeerders uiteengezet, en alle significante mijlpalen worden op niet-discriminerende wijze aan alle ondernemingen meegedeeld.
3° de aanbieding betreffende mede-investeringen omvat voorwaarden voor potentiële investeerders op basis waarvan duurzame mededinging op de lange termijn wordt bevorderd, met name:
a) aan alle ondernemingen worden billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aangeboden voor de deelname aan een overeenkomst betreffende de mede-investering naargelang van het tijdstip waarop zij partij worden, onder meer wat betreft een verplichte financiële bijdrage voor de verwerving van specifieke rechten, wat betreft de bescherming van de mede-investeerders op grond van die rechten, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase, bijvoorbeeld door het verlenen van onvervreemdbare gebruiksrechten voor de verwachte levensduur van het netwerk waarin mede-investering plaatsvindt, en wat betreft de voorwaarden voor de deelname aan en eventuele opzegging van de overeenkomst betreffende mede-investering. Niet-discriminerende voorwaarden houden in dit verband niet in dat aan alle potentiële mede-investeerders precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden, worden aangeboden, maar dat alle varianten van de aangeboden voorwaarden gerechtvaardigd zijn op basis van dezelfde objectieve, transparante, niet-discriminerende en voorspelbare criteria, zoals het aantal vastgelegde eindgebruikerslijnen;
b) de aanbieding voorziet in flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de verbintenissen die door elke mede-investeerder worden aangegaan, bijvoorbeeld door middel van een overeengekomen en potentieel toenemend percentage van de totale eindgebruikerslijnen in een bepaald gebied, waartoe de mede-investeerders zich geleidelijk kunnen verbinden en dat wordt vastgesteld op een niveau dat redelijkerwijs een minimumniveau mag worden genoemd en daarna hun deelname geleidelijk te verhogen, terwijl een adequaat niveau van de oorspronkelijke verbintenissen wordt gewaarborgd. Bij de vaststelling van de door elke mede-investeerder te leveren financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het feit dat vroege investeerders grotere risico's lopen en eerder kapitaal inbrengen;
c) een geleidelijk toenemende premie wordt als gerechtvaardigd beschouwd voor verbintenissen die in een later stadium worden aangegaan en voor nieuwe mede-investeerders die instappen in de mede-investering nadat het project van start is gegaan, zodat rekening wordt gehouden met afnemende risico's en wordt voorkomen dat er prikkels van uitgaan om kapitaal niet in een vroeg stadium in te brengen;
d) de overeenkomst betreffende de mede-investering staat toe dat mede-investeerders verkregen rechten overdragen aan andere mede-investeerders of aan derden die bereid zijn partij te worden bij de overeenkomst betreffende de mede-investering, mits de overnemende partij verplicht wordt om alle in het kader van de overeenkomst betreffende de mede-investering aan de overdragende partij opgelegde oorspronkelijke verplichtingen na te leven;
e) de mede-investeerders verlenen elkaar onder billijke en redelijke voorwaarden wederzijdse rechten betreffende toegang tot infrastructuur waarop de mede-investering betrekking heeft, met als doel het downstream aanbieden van diensten, onder meer aan eindgebruikers, overeenkomstig transparante voorwaarden die duidelijk zijn vastgelegd in de aanbieding betreffende mede-investeringen en de daaropvolgende overeenkomst, met name indien de mede-investeerders individueel en afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de implementatie van specifieke onderdelen van het netwerk. Indien een mede-investeringsvehikel wordt gecreëerd, voorziet dit, direct of indirect, in toegang tot het netwerk voor alle mede-investeerders, op basis van de gelijkwaardigheid van inputs en onder billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden waarin rekening is gehouden met de verschillende risiconiveaus die de afzonderlijke mede-investeerders aanvaarden.
4° met de aanbieding betreffende mede-investeringen wordt een duurzame investering gewaarborgd waarmee waarschijnlijk tegemoet wordt gekomen aan toekomstige behoeften, doordat nieuwe netwerkelementen worden geïmplementeerd die aanzienlijk bijdragen tot de implementatie van netwerken met een zeer hoge capaciteit.".
"Art. 63. § 1. Ondernemingen die overeenkomstig artikel 55, § 3, zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of meerdere relevante markten, kunnen overeenkomstig de in artikel 65/3 beschreven procedure en onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden, afspraken aanbieden om de uitrol van een nieuw netwerk met zeer hoge capaciteit dat tot aan de gebouwen van de eindgebruiker of het basisstation uit optische-vezelcomponenten bestaat, open te stellen voor mede-investeringen - bijvoorbeeld door het aanbieden van mede-eigendom of langetermijnrisicodeling aan de hand van medefinanciering of van koopovereenkomsten die specifieke rechten van structurele aard meebrengen - door andere aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten.
Wanneer het Instituut die afspraken evalueert, gaat het met name na of het aanbod van mede-investeringen voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
1° het aanbod geldt op elk moment van de levensduur van het netwerk voor alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
2° het aanbod biedt andere mede-investeerders die aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten zijn, de mogelijkheid om daadwerkelijk en duurzaam te concurreren in downstreammarkten waarop de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming actief is, onder voorwaarden die onder meer het volgende omvatten:
a) billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die toegang bieden tot de volledige capaciteit van het netwerk voor zover de mede-investering ervoor geldt;
b) flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de deelname van elke mede-investeerder;
c) de mogelijkheid om die deelname in de toekomst uit te breiden; en
d) wederzijdse rechten die door de mede-investeerders worden verleend na de uitrol van infrastructuur die is medegefinancierd;
3° de onderneming maakt het aanbod tijdig bekend en, indien de onderneming niet beschikt over de in artikel 65/4, § 1, vermelde kenmerken, ten minste zes maanden voor de uitrol van het nieuwe netwerk; die periode kan op grond van nationale omstandigheden worden verlengd;
4° toegangvragende partijen die niet deelnemen aan de mede-investering, kunnen van de aanvang af profiteren van dezelfde kwaliteit, snelheid en voorwaarden en hetzelfde eindgebruikersbereik als beschikbaar vóór de uitrol, samen met een mechanisme van aanpassing in de tijd dat door het Instituut wordt bevestigd in het licht van de ontwikkelingen op de relevante retailmarkten, en dat de prikkels voor het deelnemen aan de mede-investeringen in stand houdt; dat mechanisme zorgt ervoor dat toegangvragende partijen toegang krijgen tot de elementen met zeer hoge capaciteit van het netwerk, zulks op een tijdstip en op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden die passen bij de risiconiveaus waaraan de diverse mede-investeerders in verschillende stadia van de uitrol zijn blootgesteld en met inachtneming van de mededingingscontext op de retailmarkten;
5° het aanbod voldoet ten minste aan de in paragraaf 5 vervatte criteria en is te goeder trouw gedaan.
§ 2. Indien het Instituut, rekening houdend met de resultaten van de overeenkomstig artikel 65/3, § 2, uitgevoerde markttoets, constateert dat de aangeboden mede-investeringsafspraak voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1, maakt het die afspraak bindend op grond van artikel 65/3, § 3, en legt het met betrekking tot de onder de afspraken vallende elementen van het nieuwe netwerk met zeer hoge capaciteit geen extra verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, op, op voorwaarde dat ten minste één potentiële mede-investeerder een mede-investeringsovereenkomst met de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming heeft gesloten.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de regelgeving betreffende omstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, rekening houdend met de resultaten van eventueel overeenkomstig artikel 65/3, § 2, uitgevoerde markttoetsen, maar die de mededinging beïnvloeden en in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de artikelen 54 en 55.
In afwijking van het eerste lid kan het Instituut in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, overeenkomstig de artikelen 55 en 58 tot 62 oplossingen opleggen, in stand houden of aanpassen met betrekking tot nieuwe netwerken met zeer hoge capaciteit, teneinde significante problemen met de mededinging op specifieke markten aan te pakken indien het Instituut constateert dat die problemen met de mededinging, gelet op de bijzondere eigenschappen van die markten, anders niet zouden worden aangepakt.
§ 3. Het Instituut monitort voortdurend de naleving van de voorwaarden van paragraaf 1 en kan de onderneming die is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, ertoe verplichten jaarlijkse nalevingsverklaringen in te dienen.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om besluiten te nemen op grond van artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector ingeval zich een geschil voordoet tussen ondernemingen in verband met een overeenkomst inzake mede-investeringen uit hoofde waarvan zij worden geacht aan de in paragraaf 1 beschreven voorwaarden te voldoen.
§ 4. Bij de toepassing van dit artikel houdt het Instituut rekening met de richtsnoeren van Berec ter bevordering van de consistente toepassing door de nationale regelgevende instanties van de voorwaarden van paragraaf 1 en de criteria van paragraaf 5.
§ 5. Wanneer het Instituut een aanbieding betreffende mede-investeringen op grond van paragraaf 1, beoordeelt, controleert het of ten minste aan de volgende criteria is voldaan. Het Instituut kan overwegen aanvullende criteria te bepalen voor zover deze noodzakelijk zijn om te zorgen voor toegankelijkheid van potentiële investeerders tot de mede-investering, in het licht van specifieke plaatselijke omstandigheden en van de marktstructuur:
1° de aanbieding betreffende mede-investeringen staat op niet-discriminerende basis gedurende de levensduur van het door middel van een aanbieding betreffende mede-investeringen aangelegde netwerk open voor alle ondernemingen. De onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht kan in de aanbieding redelijke voorwaarden betreffende de financiële capaciteit van ondernemingen opnemen, zoals de voorwaarde dat potentiële mede-investeerders moeten aantonen dat zij in staat zijn gefaseerde betalingen te doen op basis waarvan de implementatie wordt gepland, de aanvaarding van een strategisch plan op basis waarvan implementatieplannen voor de middellange termijn worden uitgestippeld, enzovoort.
2° de aanbieding betreffende mede-investeringen is transparant:
a) de aanbieding is beschikbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht;
b) de volledige voorwaarden, inclusief alle bijzonderheden, worden zonder onnodige vertraging ter beschikking gesteld van alle potentiële bieders die belangstelling voor de aanbieding hebben, met inbegrip van de rechtsvorm van de overeenkomst betreffende mede-investering en, indien relevant, de belangrijkste governancevoorschriften van het mede-investeringsvehikel; en
c) het proces, waaronder het stappenplan voor de oprichting en ontwikkeling van het mede-investeringsproject, wordt van tevoren vastgesteld, wordt op duidelijke wijze schriftelijk aan alle potentiële mede-investeerders uiteengezet, en alle significante mijlpalen worden op niet-discriminerende wijze aan alle ondernemingen meegedeeld.
3° de aanbieding betreffende mede-investeringen omvat voorwaarden voor potentiële investeerders op basis waarvan duurzame mededinging op de lange termijn wordt bevorderd, met name:
a) aan alle ondernemingen worden billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aangeboden voor de deelname aan een overeenkomst betreffende de mede-investering naargelang van het tijdstip waarop zij partij worden, onder meer wat betreft een verplichte financiële bijdrage voor de verwerving van specifieke rechten, wat betreft de bescherming van de mede-investeerders op grond van die rechten, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase, bijvoorbeeld door het verlenen van onvervreemdbare gebruiksrechten voor de verwachte levensduur van het netwerk waarin mede-investering plaatsvindt, en wat betreft de voorwaarden voor de deelname aan en eventuele opzegging van de overeenkomst betreffende mede-investering. Niet-discriminerende voorwaarden houden in dit verband niet in dat aan alle potentiële mede-investeerders precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden, worden aangeboden, maar dat alle varianten van de aangeboden voorwaarden gerechtvaardigd zijn op basis van dezelfde objectieve, transparante, niet-discriminerende en voorspelbare criteria, zoals het aantal vastgelegde eindgebruikerslijnen;
b) de aanbieding voorziet in flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de verbintenissen die door elke mede-investeerder worden aangegaan, bijvoorbeeld door middel van een overeengekomen en potentieel toenemend percentage van de totale eindgebruikerslijnen in een bepaald gebied, waartoe de mede-investeerders zich geleidelijk kunnen verbinden en dat wordt vastgesteld op een niveau dat redelijkerwijs een minimumniveau mag worden genoemd en daarna hun deelname geleidelijk te verhogen, terwijl een adequaat niveau van de oorspronkelijke verbintenissen wordt gewaarborgd. Bij de vaststelling van de door elke mede-investeerder te leveren financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het feit dat vroege investeerders grotere risico's lopen en eerder kapitaal inbrengen;
c) een geleidelijk toenemende premie wordt als gerechtvaardigd beschouwd voor verbintenissen die in een later stadium worden aangegaan en voor nieuwe mede-investeerders die instappen in de mede-investering nadat het project van start is gegaan, zodat rekening wordt gehouden met afnemende risico's en wordt voorkomen dat er prikkels van uitgaan om kapitaal niet in een vroeg stadium in te brengen;
d) de overeenkomst betreffende de mede-investering staat toe dat mede-investeerders verkregen rechten overdragen aan andere mede-investeerders of aan derden die bereid zijn partij te worden bij de overeenkomst betreffende de mede-investering, mits de overnemende partij verplicht wordt om alle in het kader van de overeenkomst betreffende de mede-investering aan de overdragende partij opgelegde oorspronkelijke verplichtingen na te leven;
e) de mede-investeerders verlenen elkaar onder billijke en redelijke voorwaarden wederzijdse rechten betreffende toegang tot infrastructuur waarop de mede-investering betrekking heeft, met als doel het downstream aanbieden van diensten, onder meer aan eindgebruikers, overeenkomstig transparante voorwaarden die duidelijk zijn vastgelegd in de aanbieding betreffende mede-investeringen en de daaropvolgende overeenkomst, met name indien de mede-investeerders individueel en afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de implementatie van specifieke onderdelen van het netwerk. Indien een mede-investeringsvehikel wordt gecreëerd, voorziet dit, direct of indirect, in toegang tot het netwerk voor alle mede-investeerders, op basis van de gelijkwaardigheid van inputs en onder billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden waarin rekening is gehouden met de verschillende risiconiveaus die de afzonderlijke mede-investeerders aanvaarden.
4° met de aanbieding betreffende mede-investeringen wordt een duurzame investering gewaarborgd waarmee waarschijnlijk tegemoet wordt gekomen aan toekomstige behoeften, doordat nieuwe netwerkelementen worden geïmplementeerd die aanzienlijk bijdragen tot de implementatie van netwerken met een zeer hoge capaciteit.".
Art.108. L'article 63 de la même loi, abrogé par la loi du 10 juillet 2012, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 63. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55, § 3, peuvent offrir des engagements conformément à la procédure décrite à l'article 65/3 et sous réserve de l'alinéa 2 d'ouvrir au co-investissement le déploiement d'un nouveau réseau à très haute capacité qui consiste en des éléments de fibre optique jusqu'aux locaux de l'utilisateur final ou à la station de base, par exemple en proposant une copropriété ou un partage des risques à long terme au moyen d'un cofinancement ou d'accords d'achat faisant naître des droits spécifiques de nature structurelle par d'autres fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques.
Lorsque l'Institut évalue ces engagements, il détermine, en particulier, si l'offre de co-investissement respecte toutes les conditions suivantes:
1° elle est ouverte à tout moment de la durée de vie du réseau à tout fournisseur de réseaux ou de services de communications électroniques;
2° elle permettrait à d'autres co-investisseurs qui sont des fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques d'entrer en concurrence de manière effective et durable à long terme sur les marchés en aval sur lesquels l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché est active, selon des conditions incluant:
a) des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires permettant l'accès à la pleine capacité du réseau dans la mesure où il fait l'objet d'un co-investissement;
b) une souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de la participation de chaque co-investisseur;
c) la possibilité d'augmenter cette participation à l'avenir;
d) l'attribution, par les co-investisseurs, de droits réciproques après le déploiement de l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement;
3° elle est rendue publique par l'entreprise en temps utile et, si l'entreprise ne possède pas les caractéristiques énumérées à l'article 65/4, § 1er, au moins six mois avant le lancement du déploiement du nouveau réseau; ce délai peut être prolongé en fonction des circonstances nationales;
4° les demandeurs d'accès qui ne participent pas au co-investissement peuvent bénéficier dès le départ d'une qualité, d'une vitesse, de conditions et de possibilités d'atteindre les utilisateurs finaux identiques à celles qui existaient avant le déploiement, accompagnées d'un mécanisme d'adaptation au fil du temps confirmé par l'Institut, au regard des évolutions sur les marchés de détail connexes, qui maintient les incitations à participer au co-investissement; ce mécanisme garantit que les demandeurs d'accès ont accès aux éléments à très haute capacité du réseau à un moment et sur la base de conditions transparentes et non discriminatoires qui reflètent de manière appropriée les degrés de risques encourus par les co-investisseurs respectifs à différents stades du déploiement et tiennent compte de la situation concurrentielle sur les marchés de détail;
5° elle respecte au minimum les critères figurant au paragraphe 5 et elle est faite de bonne foi.
§ 2. Si l'Institut, compte tenu des résultats du test de marché effectué conformément à l'article 65/3, § 2, conclut que l'engagement de co-investissement proposé respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er du présent article, elle rend cet engagement contraignant en vertu de l'article 65/3, § 3, et n'impose pas d'obligations supplémentaires en vertu de l'article 55, § 4, pour ce qui est des éléments du nouveau réseau à très haute capacité faisant l'objet de l'engagement, si au moins un co-investisseur potentiel a conclu un accord de co-investissement avec l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
L'alinéa 1er s'entend sans préjudice du traitement, sur le plan de la régulation, de circonstances qui ne respectent pas les conditions énoncées au paragraphe 1er, compte tenu des résultats de tout test du marché effectué conformément à l'article 65/3, § 2, mais qui ont une incidence sur la concurrence et sont prises en considération aux fins des articles 54 et 55.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Institut, peut, dans des circonstances dûment justifiées, imposer, maintenir ou adapter des mesures correctrices conformément aux articles 55 et 58 à 62 en ce qui concerne les nouveaux réseaux à très haute capacité afin de résoudre d'importants problèmes de concurrence sur des marchés spécifiques lorsque l'Institut constate que, compte tenu des spécificités de ces marchés, ces problèmes de concurrence ne pourraient être résolus autrement.
§ 3. L'Institut assure un contrôle permanent du respect des conditions énoncées au paragraphe 1er et peut imposer à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché de lui fournir chaque année une déclaration de conformité.
Le présent article s'entend sans préjudice du pouvoir de l'Institut de prendre des décisions en vertu de l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, en cas de litige survenant entre des entreprises en rapport avec un accord de co-investissement dont il juge qu'il respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er.
§ 4. En appliquant le présent article, l'Institut tient compte des lignes directrices de l'ORECE visant à favoriser une application cohérente, par les autorités de régulation nationales, des conditions énoncées au paragraphe 1er et des critères énoncés au paragraphe 5.
§ 5. Lors de l'évaluation d'une offre de co-investissement en application du paragraphe 1er, l'Institut vérifie s'il a été satisfait au minimum aux critères énoncés ci-après. L'Institut peut envisager des critères supplémentaires dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour assurer l'accessibilité d'investisseurs potentiels au co-investissement, compte tenu des conditions locales spécifiques et de la structure du marché:
1° l'offre de co-investissement est ouverte à toute entreprise sur la durée de vie du réseau construit dans le cadre d'une offre de co-investissement sur une base non discriminatoire. L'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché peut inclure dans l'offre des conditions raisonnables concernant la capacité financière de toute entreprise afin que, par exemple, les co-investisseurs potentiels soient tenus de démontrer leur capacité à fournir les paiements échelonnés sur la base desquels le déploiement est prévu, l'acceptation d'un plan stratégique qui sert de base à l'élaboration des plans de déploiement à moyen terme, etc.;
2° l'offre de co-investissement est transparente:
a) l'offre est disponible et aisément identifiable sur le site Internet de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché;
b) les conditions détaillées et complètes sont, sans retard indu, mises à la disposition de tout candidat potentiel ayant manifesté son intérêt, y compris la forme juridique de l'accord de co-investissement et, le cas échéant, les grands principes des règles de gouvernance du véhicule de co-investissement; et
c) le processus, comme la feuille de route pour la définition et l'élaboration du projet de co-investissement, est fixé à l'avance; il est clairement expliqué par écrit à tout co-investisseur potentiel et toutes les étapes principales sont clairement communiquées à toutes les entreprises sans discrimination;
3° l'offre de co-investissement comprend des conditions pour les co-investisseurs potentiels qui favorisent une concurrence durable à long terme, notamment:
a) toutes les entreprises se voient proposer des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires pour participer à l'accord de co-investissement en fonction du moment où elles adhèrent, notamment en ce qui concerne la contrepartie financière exigée pour l'acquisition de droits spécifiques, la protection que ces droits assurent aux co-investisseurs, que ce soit pendant la phase de construction ou pendant la phase d'exploitation, par exemple par l'octroi de droits irrévocables d'usage pour la durée de vie prévisible du réseau qui fait l'objet du co-investissement, et en ce qui concerne les conditions régissant l'adhésion à l'accord de co-investissement et sa résiliation potentielle. Des conditions non discriminatoires dans ce contexte n'impliquent pas que tous les co-investisseurs potentiels se voient offrir exactement les mêmes conditions, y compris financières, mais que tous les écarts entre les conditions proposées sont justifiés sur la base des mêmes critères objectifs, transparents, non discriminatoires et prévisibles tels que le nombre de lignes d'utilisateur final pour lequel un engagement est souscrit;
b) l'offre permet une certaine souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de l'engagement souscrit par chaque co-investisseur, par exemple sous la forme d'un pourcentage convenu, et susceptible d'augmentation, du total des lignes d'utilisateur final dans une zone donnée, pourcentage par rapport auquel les co-investisseurs ont la possibilité de s'engager progressivement et qui est fixé à un niveau raisonnablement minimum et d'augmenter progressivement leur participation, tout en garantissant des niveaux d'engagement initial suffisants. La contrepartie financière à fournir par chaque co-investisseur doit être déterminée de manière à refléter le fait que les premiers investisseurs acceptent des risques plus élevés et engagent leurs capitaux plus tôt;
c) une prime qui augmente au fil du temps est considérée comme justifiée pour les engagements souscrits à des stades ultérieurs et pour les nouveaux co-investisseurs qui adhèrent à l'accord de co-investissement après le début du projet, de manière à refléter la diminution des risques et à neutraliser toute incitation à retenir les capitaux aux premiers stades;
d) l'accord de co-investissement permet de transférer des droits acquis par des co-investisseurs à d'autres co-investisseurs ou à des tiers acceptant d'adhérer à l'accord de co-investissement, sous réserve que le cessionnaire soit obligé de remplir toutes les obligations initiales du cédant au titre de l'accord de co-investissement;
e) les co-investisseurs s'accordent mutuellement des droits réciproques, à des conditions équitables et raisonnables, en vue de l'accès à l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement aux fins de la fourniture de services en aval, y compris aux utilisateurs finaux, conformément aux conditions transparentes qui doivent apparaître de façon transparente dans l'offre de co-investissement et l'accord ultérieur, notamment lorsque les co-investisseurs sont responsables individuellement et séparément du déploiement de parties spécifiques du réseau. Si un véhicule de co-investissement est créé, il offre l'accès au réseau à tous les co-investisseurs, que ce soit directement ou indirectement, sur la base d'une équivalence des intrants et conformément à des conditions équitables et raisonnables, y compris les conditions financières reflétant les niveaux de risque différents acceptés par les co-investisseurs individuels;
4° l'offre de co-investissement garantit un investissement pérenne susceptible de répondre aux besoins futurs, grâce au déploiement de nouveaux éléments de réseau contribuant de manière significative au déploiement de réseaux à très haute capacité.".
"Art. 63. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55, § 3, peuvent offrir des engagements conformément à la procédure décrite à l'article 65/3 et sous réserve de l'alinéa 2 d'ouvrir au co-investissement le déploiement d'un nouveau réseau à très haute capacité qui consiste en des éléments de fibre optique jusqu'aux locaux de l'utilisateur final ou à la station de base, par exemple en proposant une copropriété ou un partage des risques à long terme au moyen d'un cofinancement ou d'accords d'achat faisant naître des droits spécifiques de nature structurelle par d'autres fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques.
Lorsque l'Institut évalue ces engagements, il détermine, en particulier, si l'offre de co-investissement respecte toutes les conditions suivantes:
1° elle est ouverte à tout moment de la durée de vie du réseau à tout fournisseur de réseaux ou de services de communications électroniques;
2° elle permettrait à d'autres co-investisseurs qui sont des fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques d'entrer en concurrence de manière effective et durable à long terme sur les marchés en aval sur lesquels l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché est active, selon des conditions incluant:
a) des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires permettant l'accès à la pleine capacité du réseau dans la mesure où il fait l'objet d'un co-investissement;
b) une souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de la participation de chaque co-investisseur;
c) la possibilité d'augmenter cette participation à l'avenir;
d) l'attribution, par les co-investisseurs, de droits réciproques après le déploiement de l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement;
3° elle est rendue publique par l'entreprise en temps utile et, si l'entreprise ne possède pas les caractéristiques énumérées à l'article 65/4, § 1er, au moins six mois avant le lancement du déploiement du nouveau réseau; ce délai peut être prolongé en fonction des circonstances nationales;
4° les demandeurs d'accès qui ne participent pas au co-investissement peuvent bénéficier dès le départ d'une qualité, d'une vitesse, de conditions et de possibilités d'atteindre les utilisateurs finaux identiques à celles qui existaient avant le déploiement, accompagnées d'un mécanisme d'adaptation au fil du temps confirmé par l'Institut, au regard des évolutions sur les marchés de détail connexes, qui maintient les incitations à participer au co-investissement; ce mécanisme garantit que les demandeurs d'accès ont accès aux éléments à très haute capacité du réseau à un moment et sur la base de conditions transparentes et non discriminatoires qui reflètent de manière appropriée les degrés de risques encourus par les co-investisseurs respectifs à différents stades du déploiement et tiennent compte de la situation concurrentielle sur les marchés de détail;
5° elle respecte au minimum les critères figurant au paragraphe 5 et elle est faite de bonne foi.
§ 2. Si l'Institut, compte tenu des résultats du test de marché effectué conformément à l'article 65/3, § 2, conclut que l'engagement de co-investissement proposé respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er du présent article, elle rend cet engagement contraignant en vertu de l'article 65/3, § 3, et n'impose pas d'obligations supplémentaires en vertu de l'article 55, § 4, pour ce qui est des éléments du nouveau réseau à très haute capacité faisant l'objet de l'engagement, si au moins un co-investisseur potentiel a conclu un accord de co-investissement avec l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
L'alinéa 1er s'entend sans préjudice du traitement, sur le plan de la régulation, de circonstances qui ne respectent pas les conditions énoncées au paragraphe 1er, compte tenu des résultats de tout test du marché effectué conformément à l'article 65/3, § 2, mais qui ont une incidence sur la concurrence et sont prises en considération aux fins des articles 54 et 55.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Institut, peut, dans des circonstances dûment justifiées, imposer, maintenir ou adapter des mesures correctrices conformément aux articles 55 et 58 à 62 en ce qui concerne les nouveaux réseaux à très haute capacité afin de résoudre d'importants problèmes de concurrence sur des marchés spécifiques lorsque l'Institut constate que, compte tenu des spécificités de ces marchés, ces problèmes de concurrence ne pourraient être résolus autrement.
§ 3. L'Institut assure un contrôle permanent du respect des conditions énoncées au paragraphe 1er et peut imposer à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché de lui fournir chaque année une déclaration de conformité.
Le présent article s'entend sans préjudice du pouvoir de l'Institut de prendre des décisions en vertu de l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, en cas de litige survenant entre des entreprises en rapport avec un accord de co-investissement dont il juge qu'il respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er.
§ 4. En appliquant le présent article, l'Institut tient compte des lignes directrices de l'ORECE visant à favoriser une application cohérente, par les autorités de régulation nationales, des conditions énoncées au paragraphe 1er et des critères énoncés au paragraphe 5.
§ 5. Lors de l'évaluation d'une offre de co-investissement en application du paragraphe 1er, l'Institut vérifie s'il a été satisfait au minimum aux critères énoncés ci-après. L'Institut peut envisager des critères supplémentaires dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour assurer l'accessibilité d'investisseurs potentiels au co-investissement, compte tenu des conditions locales spécifiques et de la structure du marché:
1° l'offre de co-investissement est ouverte à toute entreprise sur la durée de vie du réseau construit dans le cadre d'une offre de co-investissement sur une base non discriminatoire. L'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché peut inclure dans l'offre des conditions raisonnables concernant la capacité financière de toute entreprise afin que, par exemple, les co-investisseurs potentiels soient tenus de démontrer leur capacité à fournir les paiements échelonnés sur la base desquels le déploiement est prévu, l'acceptation d'un plan stratégique qui sert de base à l'élaboration des plans de déploiement à moyen terme, etc.;
2° l'offre de co-investissement est transparente:
a) l'offre est disponible et aisément identifiable sur le site Internet de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché;
b) les conditions détaillées et complètes sont, sans retard indu, mises à la disposition de tout candidat potentiel ayant manifesté son intérêt, y compris la forme juridique de l'accord de co-investissement et, le cas échéant, les grands principes des règles de gouvernance du véhicule de co-investissement; et
c) le processus, comme la feuille de route pour la définition et l'élaboration du projet de co-investissement, est fixé à l'avance; il est clairement expliqué par écrit à tout co-investisseur potentiel et toutes les étapes principales sont clairement communiquées à toutes les entreprises sans discrimination;
3° l'offre de co-investissement comprend des conditions pour les co-investisseurs potentiels qui favorisent une concurrence durable à long terme, notamment:
a) toutes les entreprises se voient proposer des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires pour participer à l'accord de co-investissement en fonction du moment où elles adhèrent, notamment en ce qui concerne la contrepartie financière exigée pour l'acquisition de droits spécifiques, la protection que ces droits assurent aux co-investisseurs, que ce soit pendant la phase de construction ou pendant la phase d'exploitation, par exemple par l'octroi de droits irrévocables d'usage pour la durée de vie prévisible du réseau qui fait l'objet du co-investissement, et en ce qui concerne les conditions régissant l'adhésion à l'accord de co-investissement et sa résiliation potentielle. Des conditions non discriminatoires dans ce contexte n'impliquent pas que tous les co-investisseurs potentiels se voient offrir exactement les mêmes conditions, y compris financières, mais que tous les écarts entre les conditions proposées sont justifiés sur la base des mêmes critères objectifs, transparents, non discriminatoires et prévisibles tels que le nombre de lignes d'utilisateur final pour lequel un engagement est souscrit;
b) l'offre permet une certaine souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de l'engagement souscrit par chaque co-investisseur, par exemple sous la forme d'un pourcentage convenu, et susceptible d'augmentation, du total des lignes d'utilisateur final dans une zone donnée, pourcentage par rapport auquel les co-investisseurs ont la possibilité de s'engager progressivement et qui est fixé à un niveau raisonnablement minimum et d'augmenter progressivement leur participation, tout en garantissant des niveaux d'engagement initial suffisants. La contrepartie financière à fournir par chaque co-investisseur doit être déterminée de manière à refléter le fait que les premiers investisseurs acceptent des risques plus élevés et engagent leurs capitaux plus tôt;
c) une prime qui augmente au fil du temps est considérée comme justifiée pour les engagements souscrits à des stades ultérieurs et pour les nouveaux co-investisseurs qui adhèrent à l'accord de co-investissement après le début du projet, de manière à refléter la diminution des risques et à neutraliser toute incitation à retenir les capitaux aux premiers stades;
d) l'accord de co-investissement permet de transférer des droits acquis par des co-investisseurs à d'autres co-investisseurs ou à des tiers acceptant d'adhérer à l'accord de co-investissement, sous réserve que le cessionnaire soit obligé de remplir toutes les obligations initiales du cédant au titre de l'accord de co-investissement;
e) les co-investisseurs s'accordent mutuellement des droits réciproques, à des conditions équitables et raisonnables, en vue de l'accès à l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement aux fins de la fourniture de services en aval, y compris aux utilisateurs finaux, conformément aux conditions transparentes qui doivent apparaître de façon transparente dans l'offre de co-investissement et l'accord ultérieur, notamment lorsque les co-investisseurs sont responsables individuellement et séparément du déploiement de parties spécifiques du réseau. Si un véhicule de co-investissement est créé, il offre l'accès au réseau à tous les co-investisseurs, que ce soit directement ou indirectement, sur la base d'une équivalence des intrants et conformément à des conditions équitables et raisonnables, y compris les conditions financières reflétant les niveaux de risque différents acceptés par les co-investisseurs individuels;
4° l'offre de co-investissement garantit un investissement pérenne susceptible de répondre aux besoins futurs, grâce au déploiement de nouveaux éléments de réseau contribuant de manière significative au déploiement de réseaux à très haute capacité.".
Art.109. Artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 64. § 1. In het geval bedoeld in artikel 55, § 6, legt het Instituut regelgevende verplichtingen bedoeld in paragraaf 2, tweede en derde lid, op aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de retailmarkt in kwestie, overeenkomstig artikel 55, § 3.
§ 2. Verplichtingen die worden opgelegd uit hoofde van paragraaf 1, moeten gebaseerd zijn op de aard van het geconstateerde probleem en evenredig en verantwoord zijn in het licht van de doelstellingen van artikel 6.
De opgelegde verplichtingen kunnen inhouden dat de aangewezen ondernemingen geen buitensporige prijzen mogen vragen, de toegang tot de markt niet mogen belemmeren, de mededinging niet mogen beperken door middel van afbraakprijzen, geen ongegronde voorkeur voor bepaalde eindgebruikers aan de dag mogen leggen en diensten niet op een onredelijke wijze mogen bundelen.
Het Instituut kan dergelijke ondernemingen passende retailprijsplafonds opleggen, alsook verplichtingen om individuele tarieven te controleren of verplichtingen om de tarieven af te stemmen op de kosten of prijzen op vergelijkbare markten, teneinde de belangen van de eindgebruiker te beschermen en tegelijkertijd daadwerkelijke mededinging te stimuleren.
§ 3. Het Instituut zorgt ervoor dat, indien een onderneming aan regelgeving inzake retailtarieven of andere desbetreffende retailcontroles is onderworpen, de noodzakelijke en geëigende kostentoerekeningssystemen worden toegepast.
Het Instituut kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methodes moeten worden gehanteerd. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
"Art. 64. § 1. In het geval bedoeld in artikel 55, § 6, legt het Instituut regelgevende verplichtingen bedoeld in paragraaf 2, tweede en derde lid, op aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de retailmarkt in kwestie, overeenkomstig artikel 55, § 3.
§ 2. Verplichtingen die worden opgelegd uit hoofde van paragraaf 1, moeten gebaseerd zijn op de aard van het geconstateerde probleem en evenredig en verantwoord zijn in het licht van de doelstellingen van artikel 6.
De opgelegde verplichtingen kunnen inhouden dat de aangewezen ondernemingen geen buitensporige prijzen mogen vragen, de toegang tot de markt niet mogen belemmeren, de mededinging niet mogen beperken door middel van afbraakprijzen, geen ongegronde voorkeur voor bepaalde eindgebruikers aan de dag mogen leggen en diensten niet op een onredelijke wijze mogen bundelen.
Het Instituut kan dergelijke ondernemingen passende retailprijsplafonds opleggen, alsook verplichtingen om individuele tarieven te controleren of verplichtingen om de tarieven af te stemmen op de kosten of prijzen op vergelijkbare markten, teneinde de belangen van de eindgebruiker te beschermen en tegelijkertijd daadwerkelijke mededinging te stimuleren.
§ 3. Het Instituut zorgt ervoor dat, indien een onderneming aan regelgeving inzake retailtarieven of andere desbetreffende retailcontroles is onderworpen, de noodzakelijke en geëigende kostentoerekeningssystemen worden toegepast.
Het Instituut kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methodes moeten worden gehanteerd. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
Art.109. L'article 64 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 64. § 1er. Dans l'hypothèse visée à l'article 55, § 6, l'Institut impose des obligations réglementaires visées au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché de détail en question, conformément à l'article 55, § 3.
§ 2. Les obligations imposées en vertu du paragraphe 1er sont fondées sur la nature du problème constaté et sont proportionnées et justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 6.
Les obligations imposées peuvent inclure l'exigence que les entreprises visées ne pratiquent pas de prix excessifs, n'interdisent pas l'entrée sur le marché ou ne restreignent pas la concurrence en fixant des prix d'éviction, ni ne privilégient de manière abusive certains utilisateurs finaux ou ne groupent pas leurs services de façon déraisonnable.
L'Institut peut appliquer à ces entreprises des mesures appropriées de plafonnement des tarifs de détail, des mesures visant à maîtriser certains tarifs ou des mesures visant à orienter les tarifs en fonction des coûts ou des prix sur des marchés comparables, afin de protéger les intérêts des utilisateurs finaux tout en favorisant une concurrence réelle.
§ 3. L'Institut veille à ce que, lorsqu'une entreprise est soumise à une réglementation relative aux tarifs de détail ou à d'autres contrôles concernant le marché de détail, les systèmes nécessaires et appropriés de comptabilisation des coûts soient mis en oeuvre.
L'Institut peut spécifier le format et les méthodologies comptables à utiliser. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
"Art. 64. § 1er. Dans l'hypothèse visée à l'article 55, § 6, l'Institut impose des obligations réglementaires visées au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché de détail en question, conformément à l'article 55, § 3.
§ 2. Les obligations imposées en vertu du paragraphe 1er sont fondées sur la nature du problème constaté et sont proportionnées et justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 6.
Les obligations imposées peuvent inclure l'exigence que les entreprises visées ne pratiquent pas de prix excessifs, n'interdisent pas l'entrée sur le marché ou ne restreignent pas la concurrence en fixant des prix d'éviction, ni ne privilégient de manière abusive certains utilisateurs finaux ou ne groupent pas leurs services de façon déraisonnable.
L'Institut peut appliquer à ces entreprises des mesures appropriées de plafonnement des tarifs de détail, des mesures visant à maîtriser certains tarifs ou des mesures visant à orienter les tarifs en fonction des coûts ou des prix sur des marchés comparables, afin de protéger les intérêts des utilisateurs finaux tout en favorisant une concurrence réelle.
§ 3. L'Institut veille à ce que, lorsqu'une entreprise est soumise à une réglementation relative aux tarifs de détail ou à d'autres contrôles concernant le marché de détail, les systèmes nécessaires et appropriés de comptabilisation des coûts soient mis en oeuvre.
L'Institut peut spécifier le format et les méthodologies comptables à utiliser. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
Art.110. In artikel 65/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de bepalingen van artikel 56, § 2, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde operator om zijn activiteiten" vervangen door de woorden "artikel 55, § 5, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde onderneming om haar activiteiten";
b) in het tweede lid worden de woorden "alle operatoren" vervangen door de woorden "alle ondernemingen";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "een voorstel" vervangen door de woorden "een verzoek";
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° bewijsmateriaal dat het in paragraaf 1 bedoelde besluit van het Instituut rechtvaardigt;";
c) in de bepaling onder 2° worden de woorden "met redenen omklede evaluatie die stelt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op" vervangen door de woorden "gemotiveerde evaluatie die besluit dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op";
d) in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "op de operator" worden vervangen door de woorden "op de onderneming";
ii) de woorden "als een geheel te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging en eventuele" worden vervangen door de woorden "te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging op het gebied van infrastructuur en eventuele daaruit voortvloeiende";
e) in de bepaling onder 4° worden de woorden "deze verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen" vervangen door de woorden "die verplichting het efficiëntste middel zou zijn om corrigerende maatregelen te doen toepassen die erop gericht zijn de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 5° worden de woorden "ten behoeve van de overige belanghebbenden" vervangen door de woorden "naar de belanghebbenden toe";
b) in de Franse tekst van de bepaling onder 6° worden de woorden "la conformité et comportant" vervangen door de woorden "le respect des obligations, y compris";
c) paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Naar aanleiding van het in overeenstemming met artikel 55, § 5, genomen besluit van de Europese Commissie inzake die ontwerp-maatregel, voert het Instituut een "gecoördineerde" analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn met het toegangsnetwerk overeenkomstig de in artikel 55 beschreven procedure. Op basis van die analyse moet het Instituut, overeenkomstig de procedures van de artikelen 140, 141, 143 en 143/1, verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Een onderneming die functionele scheiding kreeg opgelegd, kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 bedoelde verplichtingen op elke specifieke markt wanneer is vastgesteld dat het een onderneming betreft die overeenkomstig artikel 55 is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, of andere verplichtingen die op grond van artikel 55, § 5, door de Europese Commissie zijn goedgekeurd.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "de bepalingen van artikel 56, § 2, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde operator om zijn activiteiten" vervangen door de woorden "artikel 55, § 5, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde onderneming om haar activiteiten";
b) in het tweede lid worden de woorden "alle operatoren" vervangen door de woorden "alle ondernemingen";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "een voorstel" vervangen door de woorden "een verzoek";
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° bewijsmateriaal dat het in paragraaf 1 bedoelde besluit van het Instituut rechtvaardigt;";
c) in de bepaling onder 2° worden de woorden "met redenen omklede evaluatie die stelt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op" vervangen door de woorden "gemotiveerde evaluatie die besluit dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op";
d) in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "op de operator" worden vervangen door de woorden "op de onderneming";
ii) de woorden "als een geheel te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging en eventuele" worden vervangen door de woorden "te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging op het gebied van infrastructuur en eventuele daaruit voortvloeiende";
e) in de bepaling onder 4° worden de woorden "deze verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen" vervangen door de woorden "die verplichting het efficiëntste middel zou zijn om corrigerende maatregelen te doen toepassen die erop gericht zijn de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 5° worden de woorden "ten behoeve van de overige belanghebbenden" vervangen door de woorden "naar de belanghebbenden toe";
b) in de Franse tekst van de bepaling onder 6° worden de woorden "la conformité et comportant" vervangen door de woorden "le respect des obligations, y compris";
c) paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Naar aanleiding van het in overeenstemming met artikel 55, § 5, genomen besluit van de Europese Commissie inzake die ontwerp-maatregel, voert het Instituut een "gecoördineerde" analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn met het toegangsnetwerk overeenkomstig de in artikel 55 beschreven procedure. Op basis van die analyse moet het Instituut, overeenkomstig de procedures van de artikelen 140, 141, 143 en 143/1, verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Een onderneming die functionele scheiding kreeg opgelegd, kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 bedoelde verplichtingen op elke specifieke markt wanneer is vastgesteld dat het een onderneming betreft die overeenkomstig artikel 55 is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, of andere verplichtingen die op grond van artikel 55, § 5, door de Europese Commissie zijn goedgekeurd.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art.110. Dans l'article 65/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "aux dispositions de l'article 56, § 2, imposer à un opérateur verticalement intégré l'obligation de confier ses activités" sont remplacés par les mots "à l'article 55, § 5, imposer à une entreprise verticalement intégrée l'obligation de confier ses activités";
b) dans l'alinéa 2, les mots "tous les opérateurs" sont remplacés par les mots "toutes les entreprises";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "une proposition" sont remplacés par les mots "une demande";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° des éléments de preuve justifiant la conclusion à laquelle l'Institut est arrivé au titre du paragraphe 1er;";
c) au 2°, les mots "appréciation motivée selon laquelle il n'y a pas ou peu de perspectives de voir se développer une" sont remplacés par les mots "appréciation motivée concluant qu'il n'y a pas ou guère de perspectives d'une";
d) au 3°, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "sur l'opérateur" sont remplacés par les mots "sur l'entreprise";
ii) les mots "dans son ensemble, sur la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties intéressées, y compris, en particulier, sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels" sont remplacés par les mots ", notamment en ce qui concerne la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties prenantes, y compris, en particulier, une analyse de l'effet escompté sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels qui s'ensuivent";
e) au 4°, les mots "cette obligation serait le moyen le plus efficace pour résoudre les problèmes de concurrence ou défaillances des marchés identifiés" sont remplacés par les mots "cette obligation serait le moyen le plus efficace de faire appliquer des mesures correctrices visant à résoudre les problèmes de concurrence ou de défaillances des marchés identifiés";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 5°, les mots "pour les autres parties intéressées" sont remplacés par les mots "envers les autres parties prenantes";
b) au 6°, les mots "la conformité et comportant" sont remplacés par les mots "le respect des obligations, y compris";
c) le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"A la suite de la décision de la Commission européenne prise conformément à l'article 55, § 5, sur ce projet de mesure, l'Institut procède à une analyse coordonnée des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure énoncée à l'article 55. Sur la base de cette analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Une entreprise à laquelle a été imposée une séparation fonctionnelle peut être soumise à toute obligation visée aux articles 58 à 62 sur tout marché spécifique où elle a été désignée comme étant puissante, conformément à l'article 55, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 55, § 5.";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "aux dispositions de l'article 56, § 2, imposer à un opérateur verticalement intégré l'obligation de confier ses activités" sont remplacés par les mots "à l'article 55, § 5, imposer à une entreprise verticalement intégrée l'obligation de confier ses activités";
b) dans l'alinéa 2, les mots "tous les opérateurs" sont remplacés par les mots "toutes les entreprises";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "une proposition" sont remplacés par les mots "une demande";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° des éléments de preuve justifiant la conclusion à laquelle l'Institut est arrivé au titre du paragraphe 1er;";
c) au 2°, les mots "appréciation motivée selon laquelle il n'y a pas ou peu de perspectives de voir se développer une" sont remplacés par les mots "appréciation motivée concluant qu'il n'y a pas ou guère de perspectives d'une";
d) au 3°, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "sur l'opérateur" sont remplacés par les mots "sur l'entreprise";
ii) les mots "dans son ensemble, sur la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties intéressées, y compris, en particulier, sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels" sont remplacés par les mots ", notamment en ce qui concerne la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties prenantes, y compris, en particulier, une analyse de l'effet escompté sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels qui s'ensuivent";
e) au 4°, les mots "cette obligation serait le moyen le plus efficace pour résoudre les problèmes de concurrence ou défaillances des marchés identifiés" sont remplacés par les mots "cette obligation serait le moyen le plus efficace de faire appliquer des mesures correctrices visant à résoudre les problèmes de concurrence ou de défaillances des marchés identifiés";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 5°, les mots "pour les autres parties intéressées" sont remplacés par les mots "envers les autres parties prenantes";
b) au 6°, les mots "la conformité et comportant" sont remplacés par les mots "le respect des obligations, y compris";
c) le paragraphe 3 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"A la suite de la décision de la Commission européenne prise conformément à l'article 55, § 5, sur ce projet de mesure, l'Institut procède à une analyse coordonnée des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure énoncée à l'article 55. Sur la base de cette analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Une entreprise à laquelle a été imposée une séparation fonctionnelle peut être soumise à toute obligation visée aux articles 58 à 62 sur tout marché spécifique où elle a été désignée comme étant puissante, conformément à l'article 55, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 55, § 5.";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
Art.111. Artikel 65/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 65/2. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of verschillende markten overeenkomstig artikel 55, stellen het Instituut ten minste drie maanden vooraf in kennis van hun voornemen hun plaatselijke toe-gangsnetwerkactiva of een belangrijk deel ervan over te dragen aan een afzonderlijke rechtseenheid met een verschillende eigenaar, of een afzonderlijke bedrijfseenheid op te richten om aan alle retailers, met inbegrip van de eigen retailafdelingen, volledige equivalente toegangsproducten te verstrekken.
Die ondernemingen stellen het Instituut tevens in kennis van eventuele veranderingen van dat voornemen, alsmede van het eindresultaat van het scheidingsproces.
Dergelijke ondernemingen kunnen ook afspraken inzake toegangsvoorwaarden aanbieden die van toepassing zullen zijn op hun netwerk tijdens een implementatieperiode nadat de voorgestelde vorm van de scheiding is geïmplementeerd, teneinde effectieve en niet-discriminerende toegang door derden te waarborgen. Het aanbod van afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdschema voor de implementatie en de looptijd opdat het Instituut zijn taken overeenkomstig paragraaf 2 kan uitvoeren. Dergelijke afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de maximale periode voor marktbeoordelingen die in artikel 55, § 8, is vastgesteld.
§ 2. Het Instituut onderzoekt welk effect de voorgenomen transactie indien van toepassing in combinatie met de aangeboden afspraken, zal hebben op de bestaande regelgevende verplichtingen op grond van deze wet.
Hiertoe voert het Instituut een analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk in overeenstemming met de in de artikelen 54 en 55 beschreven procedure.
Het Instituut neemt alle door de onderneming aangeboden afspraken in acht en houdt in het bijzonder rekening met de in artikel 6 vervatte doelstellingen. In het kader daarvan raadpleegt het Instituut derden in overeenstemming met artikel 140 en richt zich daarbij in het bijzonder op derden waarop de beoogde transactie rechtstreeks invloed heeft.
Op basis van die analyse moet het Instituut verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken, overeenkomstig de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 omschreven procedures, waarbij in voorkomend geval artikel 65/4 wordt toegepast. Het Instituut kan in zijn besluit bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn. In afwijking van artikel 55, § 8, kan het Instituut bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn voor de gehele periode waarvoor zij worden aangeboden.
§ 3. Onverminderd artikel 65/4, kan de juridisch of operationeel gescheiden bedrijfseenheid waarvan overeenkomstig artikel 55, § 3, is vastgesteld dat zij op een specifieke markt aanmerkelijke marktmacht heeft, in voorkomend geval worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 bedoelde verplichtingen, of andere verplichtingen die de Europese Commissie op grond van artikel 55, § 5, heeft toegestaan, indien de aangeboden afspraken niet afdoende zijn om de doelstellingen in artikel 6 te verwezenlijken.
§ 4. Het Instituut houdt toezicht op de implementatie van de door de ondernemingen aangeboden afspraken die het overeenkomstig paragraaf 2 bindend heeft gemaakt, en neemt de verlenging ervan in overweging wanneer de looptijd waarvoor deze oorspronkelijk werden aangeboden, is verstreken.".
"Art. 65/2. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of verschillende markten overeenkomstig artikel 55, stellen het Instituut ten minste drie maanden vooraf in kennis van hun voornemen hun plaatselijke toe-gangsnetwerkactiva of een belangrijk deel ervan over te dragen aan een afzonderlijke rechtseenheid met een verschillende eigenaar, of een afzonderlijke bedrijfseenheid op te richten om aan alle retailers, met inbegrip van de eigen retailafdelingen, volledige equivalente toegangsproducten te verstrekken.
Die ondernemingen stellen het Instituut tevens in kennis van eventuele veranderingen van dat voornemen, alsmede van het eindresultaat van het scheidingsproces.
Dergelijke ondernemingen kunnen ook afspraken inzake toegangsvoorwaarden aanbieden die van toepassing zullen zijn op hun netwerk tijdens een implementatieperiode nadat de voorgestelde vorm van de scheiding is geïmplementeerd, teneinde effectieve en niet-discriminerende toegang door derden te waarborgen. Het aanbod van afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdschema voor de implementatie en de looptijd opdat het Instituut zijn taken overeenkomstig paragraaf 2 kan uitvoeren. Dergelijke afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de maximale periode voor marktbeoordelingen die in artikel 55, § 8, is vastgesteld.
§ 2. Het Instituut onderzoekt welk effect de voorgenomen transactie indien van toepassing in combinatie met de aangeboden afspraken, zal hebben op de bestaande regelgevende verplichtingen op grond van deze wet.
Hiertoe voert het Instituut een analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk in overeenstemming met de in de artikelen 54 en 55 beschreven procedure.
Het Instituut neemt alle door de onderneming aangeboden afspraken in acht en houdt in het bijzonder rekening met de in artikel 6 vervatte doelstellingen. In het kader daarvan raadpleegt het Instituut derden in overeenstemming met artikel 140 en richt zich daarbij in het bijzonder op derden waarop de beoogde transactie rechtstreeks invloed heeft.
Op basis van die analyse moet het Instituut verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken, overeenkomstig de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 omschreven procedures, waarbij in voorkomend geval artikel 65/4 wordt toegepast. Het Instituut kan in zijn besluit bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn. In afwijking van artikel 55, § 8, kan het Instituut bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn voor de gehele periode waarvoor zij worden aangeboden.
§ 3. Onverminderd artikel 65/4, kan de juridisch of operationeel gescheiden bedrijfseenheid waarvan overeenkomstig artikel 55, § 3, is vastgesteld dat zij op een specifieke markt aanmerkelijke marktmacht heeft, in voorkomend geval worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 bedoelde verplichtingen, of andere verplichtingen die de Europese Commissie op grond van artikel 55, § 5, heeft toegestaan, indien de aangeboden afspraken niet afdoende zijn om de doelstellingen in artikel 6 te verwezenlijken.
§ 4. Het Instituut houdt toezicht op de implementatie van de door de ondernemingen aangeboden afspraken die het overeenkomstig paragraaf 2 bindend heeft gemaakt, en neemt de verlenging ervan in overweging wanneer de looptijd waarvoor deze oorspronkelijk werden aangeboden, is verstreken.".
Art.111. L'article 65/2 inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 65/2. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55 notifient à l'Institut, au moins trois mois à l'avance, leur intention de céder leurs actifs de réseau d'accès local, ou une partie importante de ceux-ci, à une entité juridique distincte sous la propriété d'un tiers, ou d'instituer une entité économique distincte afin de fournir à toutes les entreprises fournissant des services de détail, y compris à leurs divisions fournissant des services de détail, des produits d'accès parfaitement équivalents.
Ces entreprises notifient également à l'Institut tout changement quant à cette intention ainsi que le résultat final du processus de séparation.
Ces entreprises peuvent aussi proposer des engagements relatifs aux conditions d'accès qui s'appliquent à leur réseau au cours d'une période de mise en oeuvre après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée, en vue de garantir aux tiers un accès effectif et non discriminatoire. La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier de mise en oeuvre et la durée, pour permettre à l'Institut de mener à bien ses tâches conformément au paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà de la période maximale pour les analyses de marché énoncée à l'article 55, § 8.
§ 2. L'Institut évalue l'incidence de la transaction envisagée ainsi que les engagements proposés s'il y a lieu, sur les obligations réglementaires existantes au titre de la présente loi.
A cet effet, l'Institut procède à une analyse des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure visée aux articles 54 et 55.
L'Institut tient compte de tout engagement proposé par l'entreprise, eu égard notamment aux objectifs énoncés à l'article 6. Dans ce cadre, l'Institut consulte les tiers conformément à l'article 140, et notamment les tiers directement touchés par la transaction envisagée.
Sur la base de son analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 140, 141, 143 et 143/1, en appliquant, le cas échéant, l'article 65/4. Dans sa décision, l'Institut peut rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie. Par dérogation à l'article 55, § 8, l'Institut peut rendre contraignants les engagements, totalement ou en partie, pour toute la période pour laquelle ils sont proposés.
§ 3. Sans préjudice de l'article 65/4, l'entité économique distincte sur le plan juridique ou opérationnel qui a été désignée comme étant puissante sur un marché spécifique conformément à l'article 55, § 3, peut être soumise, le cas échéant, à toute obligation visée aux articles 58 à 62, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 55, § 5, lorsque les engagements proposés sont insuffisants pour permettre la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6.
§ 4. L'Institut surveille la mise en oeuvre des engagements proposés par les entreprises qu'il a rendus contraignants conformément au paragraphe 2, et envisage leur prolongation à l'expiration de la période pour laquelle ils ont été initialement proposés.".
"Art. 65/2. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55 notifient à l'Institut, au moins trois mois à l'avance, leur intention de céder leurs actifs de réseau d'accès local, ou une partie importante de ceux-ci, à une entité juridique distincte sous la propriété d'un tiers, ou d'instituer une entité économique distincte afin de fournir à toutes les entreprises fournissant des services de détail, y compris à leurs divisions fournissant des services de détail, des produits d'accès parfaitement équivalents.
Ces entreprises notifient également à l'Institut tout changement quant à cette intention ainsi que le résultat final du processus de séparation.
Ces entreprises peuvent aussi proposer des engagements relatifs aux conditions d'accès qui s'appliquent à leur réseau au cours d'une période de mise en oeuvre après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée, en vue de garantir aux tiers un accès effectif et non discriminatoire. La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier de mise en oeuvre et la durée, pour permettre à l'Institut de mener à bien ses tâches conformément au paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà de la période maximale pour les analyses de marché énoncée à l'article 55, § 8.
§ 2. L'Institut évalue l'incidence de la transaction envisagée ainsi que les engagements proposés s'il y a lieu, sur les obligations réglementaires existantes au titre de la présente loi.
A cet effet, l'Institut procède à une analyse des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure visée aux articles 54 et 55.
L'Institut tient compte de tout engagement proposé par l'entreprise, eu égard notamment aux objectifs énoncés à l'article 6. Dans ce cadre, l'Institut consulte les tiers conformément à l'article 140, et notamment les tiers directement touchés par la transaction envisagée.
Sur la base de son analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 140, 141, 143 et 143/1, en appliquant, le cas échéant, l'article 65/4. Dans sa décision, l'Institut peut rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie. Par dérogation à l'article 55, § 8, l'Institut peut rendre contraignants les engagements, totalement ou en partie, pour toute la période pour laquelle ils sont proposés.
§ 3. Sans préjudice de l'article 65/4, l'entité économique distincte sur le plan juridique ou opérationnel qui a été désignée comme étant puissante sur un marché spécifique conformément à l'article 55, § 3, peut être soumise, le cas échéant, à toute obligation visée aux articles 58 à 62, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 55, § 5, lorsque les engagements proposés sont insuffisants pour permettre la réalisation des objectifs énoncés à l'article 6.
§ 4. L'Institut surveille la mise en oeuvre des engagements proposés par les entreprises qu'il a rendus contraignants conformément au paragraphe 2, et envisage leur prolongation à l'expiration de la période pour laquelle ils ont été initialement proposés.".
Art.112. In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 65/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 65/3. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, kunnen aan het Instituut afspraken aanbieden in verband met de voor hun netwerken geldende voorwaarden voor toegang of mede-investeringen, of beide, met betrekking tot onder meer:
1° samenwerkingsregelingen inzake de beoordeling van passende en evenredige verplichtingen op grond van artikel 55;
2° mede-investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit op grond van artikel 63; of
3° doeltreffende en niet-discriminerende toegang voor derde partijen op grond van artikel 65/2, zowel tijdens een implementatieperiode van vrijwillige scheiding door een verticaal geïntegreerde onderneming als nadat de voorgestelde vorm van scheiding is geïmplementeerd.
Het aanbod voor afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdstip en de reikwijdte van de implementatie ervan en de duur ervan, teneinde het Instituut in staat te stellen zijn beoordeling op grond van paragraaf 2 uit te voeren. Die afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de in artikel 55, § 8, bepaalde maximumperiode voor marktanalyse.
§ 2. Teneinde de op grond van paragraaf 1 door een onderneming aangeboden afspraken te beoordelen, verricht het Instituut, tenzij die afspraken duidelijk niet aan een of meerdere desbetreffende voorwaarden of criteria voldoen, een markttoets, met name betreffende de aangeboden voorwaarden, door het organiseren van een raadpleging van belanghebbende partijen, met name derde partijen die rechtstreekse gevolgen ondervinden. Mogelijke mede-investeerders of toegangvragende partijen kunnen zich uitspreken over de conformiteit van de aangeboden afspraken met de voorwaarden van artikel 55, 63 of 65/2, naargelang van toepassing, en kunnen veranderingen voorstellen.
Wat betreft de krachtens dit artikel aangeboden afspraken houdt het Instituut bij het beoordelen van verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, tweede lid, in het bijzonder rekening met:
1° bewijsmateriaal inzake de billijke en redelijke aard van de aangeboden afspraken;
2° het openstaan van de afspraken voor alle marktdeelnemers;
3° de tijdige beschikbaarheid van toegang onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, onder meer tot netwerken met zeer hoge capaciteit, voordat aanverwante retaildiensten worden aangeboden; en
4° de algemene mate waarin de aangeboden afspraken duurzame mededinging op downstreammarkten mogelijk maken en de uitrol en ingebruikneming van netwerken met zeer hoge capaciteit in samenwerkingsverband faciliteren ten behoeve van eindgebruikers.
Het Instituut deelt, rekening houdend met alle tijdens de raadpleging geuite standpunten en met de mate waarin die standpunten representatief zijn voor de verschillende belanghebbenden, aan de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht zijn voorlopige conclusies mee over de vraag of de aangeboden afspraken voldoen aan de doelstellingen, criteria en procedures in dit artikel en artikel 55, 63 of 65/2, naargelang toepasselijk, alsmede onder welke voorwaarden het in overweging zou kunnen nemen de afspraken bindend te maken. De onderneming kan haar initiële aanbod herzien om rekening te houden met de conclusies van het Instituut en met het oog op het voldoen aan de criteria in dit artikel en, naargelang toepasselijk, in artikel 55, 63 of 65/2.
§ 3. Onverminderd artikel 63, § 2, eerste lid, kan het Instituut een besluit nemen om de afspraken geheel of gedeeltelijk bindend te maken.
In afwijking van artikel 55, § 8, kan het Instituut bepaalde of alle afspraken bindend maken voor een specifieke periode, die de hele periode waarvoor het aanbod geldt kan zijn, en in het geval van mede-investeringsafspraken die op grond van artikel 63, § 1, eerste lid, bindend zijn gemaakt, maakt het deze bindend voor een periode van minimaal zeven jaar.
Met inachtneming van artikel 63, laat dit artikel de toepassing van de marktanalyseprocedure op grond van artikel 55, §§ 1 tot 3, en het opleggen van verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, onverlet.
Indien het Instituut afspraken op grond van dit artikel bindend maakt, onderzoekt het krachtens artikel 55 de gevolgen van dat besluit voor de marktontwikkeling, alsmede het al dan niet passend zijn van verplichtingen die het heeft opgelegd of die het, bij gebrek aan afspraken, overwoog op te leggen op grond van dat artikel of de artikelen 58 tot 62. Wanneer het Instituut overeenkomstig artikel 55, § 4, kennis geeft van een ontwerpmaatregel krachtens artikel 141, doet het de ontwerpmaatregel waarvan het kennis geeft vergezeld gaan van het besluit tot vaststelling van de afspraak.
§ 4. Het Instituut monitort, controleert en waarborgt de naleving van de afspraken die het overeenkomstig paragraaf 3 bindend heeft gemaakt op dezelfde manier als waarop het de naleving van krachtens artikel 55, § 4, opgelegde verplichtingen monitort, controleert en waarborgt, en neemt de verlenging van de periode waarvoor zij bindend zijn gemaakt in overweging wanneer de initiële periode verstrijkt. Wanneer het Instituut concludeert dat een onderneming niet heeft voldaan aan de overeenkomstig paragraaf 3 bindend gemaakte afspraken, kan het die onderneming overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sancties opleggen.
Onverminderd de procedure die erop gericht is de naleving te waarborgen van de specifieke verplichtingen van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, kan het Instituut de overeenkomstig artikel 55, § 9, opgelegde verplichtingen opnieuw evalueren.".
"Art. 65/3. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, kunnen aan het Instituut afspraken aanbieden in verband met de voor hun netwerken geldende voorwaarden voor toegang of mede-investeringen, of beide, met betrekking tot onder meer:
1° samenwerkingsregelingen inzake de beoordeling van passende en evenredige verplichtingen op grond van artikel 55;
2° mede-investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit op grond van artikel 63; of
3° doeltreffende en niet-discriminerende toegang voor derde partijen op grond van artikel 65/2, zowel tijdens een implementatieperiode van vrijwillige scheiding door een verticaal geïntegreerde onderneming als nadat de voorgestelde vorm van scheiding is geïmplementeerd.
Het aanbod voor afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdstip en de reikwijdte van de implementatie ervan en de duur ervan, teneinde het Instituut in staat te stellen zijn beoordeling op grond van paragraaf 2 uit te voeren. Die afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de in artikel 55, § 8, bepaalde maximumperiode voor marktanalyse.
§ 2. Teneinde de op grond van paragraaf 1 door een onderneming aangeboden afspraken te beoordelen, verricht het Instituut, tenzij die afspraken duidelijk niet aan een of meerdere desbetreffende voorwaarden of criteria voldoen, een markttoets, met name betreffende de aangeboden voorwaarden, door het organiseren van een raadpleging van belanghebbende partijen, met name derde partijen die rechtstreekse gevolgen ondervinden. Mogelijke mede-investeerders of toegangvragende partijen kunnen zich uitspreken over de conformiteit van de aangeboden afspraken met de voorwaarden van artikel 55, 63 of 65/2, naargelang van toepassing, en kunnen veranderingen voorstellen.
Wat betreft de krachtens dit artikel aangeboden afspraken houdt het Instituut bij het beoordelen van verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, tweede lid, in het bijzonder rekening met:
1° bewijsmateriaal inzake de billijke en redelijke aard van de aangeboden afspraken;
2° het openstaan van de afspraken voor alle marktdeelnemers;
3° de tijdige beschikbaarheid van toegang onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, onder meer tot netwerken met zeer hoge capaciteit, voordat aanverwante retaildiensten worden aangeboden; en
4° de algemene mate waarin de aangeboden afspraken duurzame mededinging op downstreammarkten mogelijk maken en de uitrol en ingebruikneming van netwerken met zeer hoge capaciteit in samenwerkingsverband faciliteren ten behoeve van eindgebruikers.
Het Instituut deelt, rekening houdend met alle tijdens de raadpleging geuite standpunten en met de mate waarin die standpunten representatief zijn voor de verschillende belanghebbenden, aan de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht zijn voorlopige conclusies mee over de vraag of de aangeboden afspraken voldoen aan de doelstellingen, criteria en procedures in dit artikel en artikel 55, 63 of 65/2, naargelang toepasselijk, alsmede onder welke voorwaarden het in overweging zou kunnen nemen de afspraken bindend te maken. De onderneming kan haar initiële aanbod herzien om rekening te houden met de conclusies van het Instituut en met het oog op het voldoen aan de criteria in dit artikel en, naargelang toepasselijk, in artikel 55, 63 of 65/2.
§ 3. Onverminderd artikel 63, § 2, eerste lid, kan het Instituut een besluit nemen om de afspraken geheel of gedeeltelijk bindend te maken.
In afwijking van artikel 55, § 8, kan het Instituut bepaalde of alle afspraken bindend maken voor een specifieke periode, die de hele periode waarvoor het aanbod geldt kan zijn, en in het geval van mede-investeringsafspraken die op grond van artikel 63, § 1, eerste lid, bindend zijn gemaakt, maakt het deze bindend voor een periode van minimaal zeven jaar.
Met inachtneming van artikel 63, laat dit artikel de toepassing van de marktanalyseprocedure op grond van artikel 55, §§ 1 tot 3, en het opleggen van verplichtingen op grond van artikel 55, § 4, onverlet.
Indien het Instituut afspraken op grond van dit artikel bindend maakt, onderzoekt het krachtens artikel 55 de gevolgen van dat besluit voor de marktontwikkeling, alsmede het al dan niet passend zijn van verplichtingen die het heeft opgelegd of die het, bij gebrek aan afspraken, overwoog op te leggen op grond van dat artikel of de artikelen 58 tot 62. Wanneer het Instituut overeenkomstig artikel 55, § 4, kennis geeft van een ontwerpmaatregel krachtens artikel 141, doet het de ontwerpmaatregel waarvan het kennis geeft vergezeld gaan van het besluit tot vaststelling van de afspraak.
§ 4. Het Instituut monitort, controleert en waarborgt de naleving van de afspraken die het overeenkomstig paragraaf 3 bindend heeft gemaakt op dezelfde manier als waarop het de naleving van krachtens artikel 55, § 4, opgelegde verplichtingen monitort, controleert en waarborgt, en neemt de verlenging van de periode waarvoor zij bindend zijn gemaakt in overweging wanneer de initiële periode verstrijkt. Wanneer het Instituut concludeert dat een onderneming niet heeft voldaan aan de overeenkomstig paragraaf 3 bindend gemaakte afspraken, kan het die onderneming overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sancties opleggen.
Onverminderd de procedure die erop gericht is de naleving te waarborgen van de specifieke verplichtingen van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, kan het Instituut de overeenkomstig artikel 55, § 9, opgelegde verplichtingen opnieuw evalueren.".
Art.112. Dans le titre III, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 65/3 rédigé comme suit:
"Art. 65/3. § 1er. Les entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché peuvent proposer à l'Institut des engagements relatifs aux conditions d'accès, de co-investissement ou aux deux, applicables à leurs réseaux, en ce qui concerne, entre autres:
1° des accords de coopération relatifs à l'évaluation d'obligations appropriées et proportionnées en vertu de l'article 55;
2° le co-investissement dans des réseaux à très haute capacité en vertu de l'article 63; ou
3° l'accès effectif et non discriminatoire par des tiers en vertu de l'article 65/2, tant au cours d'une période de mise en oeuvre d'une séparation volontaire par une entreprise verticalement intégrée qu'après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée.
La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier et la portée de leur mise en oeuvre ainsi que leur durée, pour permettre à l'Institut de procéder à son évaluation en vertu du paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà des périodes de réalisation des analyses de marché prévues à l'article 55, § 8.
§ 2. Afin d'évaluer les engagements proposés par une entreprise en vertu du paragraphe 1er, l'Institut effectue, sauf lorsque de tels engagements ne remplissent clairement pas une ou plusieurs conditions ou critères pertinents, un test de marché, en particulier pour ce qui est des conditions proposées, en procédant à une consultation publique des parties intéressées, en particulier des tiers qui sont directement touchés. Les co-investisseurs ou demandeurs d'accès potentiels peuvent exprimer leur point de vue quant au respect par les engagements proposés des conditions prévues à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas, et peuvent proposer des modifications.
En ce qui concerne les engagements proposés au titre du présent article, l'Institut porte, lors de l'évaluation des obligations au titre de l'article 55, § 4, alinéa 2, une attention particulière:
1° aux éléments de preuve concernant le caractère équitable et raisonnable des engagements proposés;
2° à l'ouverture des engagements à tous les acteurs du marché;
3° à la disponibilité de l'accès en temps utile à des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires, y compris aux réseaux à très haute capacité, avant le lancement de services de détail correspondants; et
4° à l'aptitude globale des engagements proposés à permettre une concurrence durable sur les marchés en aval et à faciliter le déploiement coopératif de réseaux à très haute capacité et la pénétration de ces réseaux dans l'intérêt des utilisateurs finaux.
Compte tenu de l'ensemble des points de vue exprimés durant la consultation et de la mesure dans laquelle ces points de vue sont représentatifs des différentes parties prenantes, l'Institut communique à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché ses conclusions préliminaires sur la question de savoir si les engagements proposés respectent les objectifs, les critères et les procédures énoncés au présent article et à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas, et dans quelles conditions elle peut envisager de rendre les engagements contraignants. L'entreprise peut réviser son offre initiale pour tenir compte des conclusions préliminaires de l'Institut et en vue de satisfaire aux critères énoncés au présent article et à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas.
§ 3. Sans préjudice de l'article 63, § 2, alinéa 1er, l'Institut peut prendre la décision de rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie.
Par dérogation à l'article 55, § 8, l'Institut peut rendre contraignants tout ou partie des engagements pour une période donnée, qui peut correspondre à toute la période pour laquelle ils sont proposés et, dans le cas d'engagements de co-investissements rendus contraignants en vertu de l'article 63, § 1er, alinéa 1er, il les rend contraignants pour une période minimale de sept ans.
Sous réserve de l'article 63, le présent article s'entend sans préjudice de l'application de la procédure d'analyse de marché en vertu de l'article 55, §§ 1er à 3, et de l'imposition d'obligations en vertu de l'article 55, § 4.
Lorsque l'Institut rend les engagements contraignants en vertu du présent article, il évalue, au titre de l'article 55, les conséquences de cette décision sur l'évolution du marché et le caractère approprié de toute obligation qu'il a imposée ou qu'il aurait, en l'absence de ces engagements, envisagé d'imposer en vertu dudit article ou des articles 58 à 62. Lorsqu'il notifie le projet de mesure concerné au titre de l'article 55, § 4, conformément à l'article 141, l'Institut accompagne le projet de mesure de la décision relative aux engagements.
§ 4. L'Institut assure le suivi, le contrôle et le respect des engagements qu'il a rendus contraignants conformément au paragraphe 3, de la même manière qu'il assure le suivi, le contrôle et le respect des obligations imposées au titre de l'article 55, § 4, et il envisage la prolongation de la période pour laquelle ils ont été rendus contraignants lorsque la période initiale vient à expiration. Si l'Institut conclut qu'une entreprise n'a pas respecté les engagements qui ont été rendus contraignants conformément au paragraphe 3, il peut infliger des sanctions à l'entreprise concernée conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belge.
Sans préjudice de la procédure visant à assurer le respect des obligations spécifiques au titre de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belge, l'Institut peut réévaluer les obligations imposées conformément à l'article 55, § 9.".
"Art. 65/3. § 1er. Les entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché peuvent proposer à l'Institut des engagements relatifs aux conditions d'accès, de co-investissement ou aux deux, applicables à leurs réseaux, en ce qui concerne, entre autres:
1° des accords de coopération relatifs à l'évaluation d'obligations appropriées et proportionnées en vertu de l'article 55;
2° le co-investissement dans des réseaux à très haute capacité en vertu de l'article 63; ou
3° l'accès effectif et non discriminatoire par des tiers en vertu de l'article 65/2, tant au cours d'une période de mise en oeuvre d'une séparation volontaire par une entreprise verticalement intégrée qu'après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée.
La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier et la portée de leur mise en oeuvre ainsi que leur durée, pour permettre à l'Institut de procéder à son évaluation en vertu du paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà des périodes de réalisation des analyses de marché prévues à l'article 55, § 8.
§ 2. Afin d'évaluer les engagements proposés par une entreprise en vertu du paragraphe 1er, l'Institut effectue, sauf lorsque de tels engagements ne remplissent clairement pas une ou plusieurs conditions ou critères pertinents, un test de marché, en particulier pour ce qui est des conditions proposées, en procédant à une consultation publique des parties intéressées, en particulier des tiers qui sont directement touchés. Les co-investisseurs ou demandeurs d'accès potentiels peuvent exprimer leur point de vue quant au respect par les engagements proposés des conditions prévues à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas, et peuvent proposer des modifications.
En ce qui concerne les engagements proposés au titre du présent article, l'Institut porte, lors de l'évaluation des obligations au titre de l'article 55, § 4, alinéa 2, une attention particulière:
1° aux éléments de preuve concernant le caractère équitable et raisonnable des engagements proposés;
2° à l'ouverture des engagements à tous les acteurs du marché;
3° à la disponibilité de l'accès en temps utile à des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires, y compris aux réseaux à très haute capacité, avant le lancement de services de détail correspondants; et
4° à l'aptitude globale des engagements proposés à permettre une concurrence durable sur les marchés en aval et à faciliter le déploiement coopératif de réseaux à très haute capacité et la pénétration de ces réseaux dans l'intérêt des utilisateurs finaux.
Compte tenu de l'ensemble des points de vue exprimés durant la consultation et de la mesure dans laquelle ces points de vue sont représentatifs des différentes parties prenantes, l'Institut communique à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché ses conclusions préliminaires sur la question de savoir si les engagements proposés respectent les objectifs, les critères et les procédures énoncés au présent article et à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas, et dans quelles conditions elle peut envisager de rendre les engagements contraignants. L'entreprise peut réviser son offre initiale pour tenir compte des conclusions préliminaires de l'Institut et en vue de satisfaire aux critères énoncés au présent article et à l'article 55, 63 ou 65/2, selon le cas.
§ 3. Sans préjudice de l'article 63, § 2, alinéa 1er, l'Institut peut prendre la décision de rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie.
Par dérogation à l'article 55, § 8, l'Institut peut rendre contraignants tout ou partie des engagements pour une période donnée, qui peut correspondre à toute la période pour laquelle ils sont proposés et, dans le cas d'engagements de co-investissements rendus contraignants en vertu de l'article 63, § 1er, alinéa 1er, il les rend contraignants pour une période minimale de sept ans.
Sous réserve de l'article 63, le présent article s'entend sans préjudice de l'application de la procédure d'analyse de marché en vertu de l'article 55, §§ 1er à 3, et de l'imposition d'obligations en vertu de l'article 55, § 4.
Lorsque l'Institut rend les engagements contraignants en vertu du présent article, il évalue, au titre de l'article 55, les conséquences de cette décision sur l'évolution du marché et le caractère approprié de toute obligation qu'il a imposée ou qu'il aurait, en l'absence de ces engagements, envisagé d'imposer en vertu dudit article ou des articles 58 à 62. Lorsqu'il notifie le projet de mesure concerné au titre de l'article 55, § 4, conformément à l'article 141, l'Institut accompagne le projet de mesure de la décision relative aux engagements.
§ 4. L'Institut assure le suivi, le contrôle et le respect des engagements qu'il a rendus contraignants conformément au paragraphe 3, de la même manière qu'il assure le suivi, le contrôle et le respect des obligations imposées au titre de l'article 55, § 4, et il envisage la prolongation de la période pour laquelle ils ont été rendus contraignants lorsque la période initiale vient à expiration. Si l'Institut conclut qu'une entreprise n'a pas respecté les engagements qui ont été rendus contraignants conformément au paragraphe 3, il peut infliger des sanctions à l'entreprise concernée conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belge.
Sans préjudice de la procédure visant à assurer le respect des obligations spécifiques au titre de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belge, l'Institut peut réévaluer les obligations imposées conformément à l'article 55, § 9.".
Art.113. In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 65/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 65/4. § 1. Als het Instituut een onderneming die niet actief is op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten overeenkomstig artikel 55, § 4, aanwijst als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op één of meerdere wholesalemarkten, gaat het na of die onderneming over de volgende kenmerken beschikt:
1° alle bedrijven en bedrijfsonderdelen binnen de onderneming, alle bedrijven waarover dezelfde uiteindelijke eigenaar zeggenschap heeft, maar die niet per se volledig in zijn of hun bezit zijn, en eventuele aandeelhouders die zeggenschap kunnen uitoefenen over de onderneming, ontplooien slechts activiteiten op wholesalemarkten voor elektronische-communicatiediensten en beogen dat ook in de toekomst te doen, en ontplooien dus geen activiteiten op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die in de Europese Unie aan eindgebruikers worden verstrekt;
2° de onderneming is niet gebonden aan een enkele en afzonderlijke downstream actieve onderneming die activiteiten ontplooit op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die aan eindgebruikers worden verstrekt, op grond van een exclusieve overeenkomst of een overeenkomst die feitelijk neerkomt op een exclusieve overeenkomst.
§ 2. Indien het Instituut concludeert dat aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, kan het aan die onderneming alleen verplichtingen op grond van artikel 58 en 61, of verplichtingen met betrekking tot eerlijke en redelijke prijzen, opleggen indien dit gerechtvaardigd is op basis van een marktanalyse, inclusief een prospectieve beoordeling van het waarschijnlijke gedrag van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht.
§ 3. Het Instituut kan de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen te allen tijde heroverwegen indien het concludeert dat niet meer aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, en het past voor zover passend de artikelen 54 tot 55 en 58 tot 62 toe. De ondernemingen stellen het Instituut zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor paragraaf 1, 1° en 2°.
§ 4. Het Instituut heroverweegt de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen ook als het Instituut op basis van bewijsstukken betreffende de door de onderneming aan haar downstreamklanten aangeboden voorwaarden concludeert dat er concurrentieproblemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan waardoor de eindgebruikers worden benadeeld en het noodzakelijk is één of meer van de in artikel 59, 60, 60/1 of 62 bedoelde verplichtingen op te leggen of de overeenkomstig paragraaf 2 opgelegde verplichtingen aan te passen.
§ 5. Het opleggen van verplichtingen en de heroverweging daarvan overeenkomstig dit artikel wordt uitgevoerd in overeenstemming met de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 bedoelde procedures.".
"Art. 65/4. § 1. Als het Instituut een onderneming die niet actief is op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten overeenkomstig artikel 55, § 4, aanwijst als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op één of meerdere wholesalemarkten, gaat het na of die onderneming over de volgende kenmerken beschikt:
1° alle bedrijven en bedrijfsonderdelen binnen de onderneming, alle bedrijven waarover dezelfde uiteindelijke eigenaar zeggenschap heeft, maar die niet per se volledig in zijn of hun bezit zijn, en eventuele aandeelhouders die zeggenschap kunnen uitoefenen over de onderneming, ontplooien slechts activiteiten op wholesalemarkten voor elektronische-communicatiediensten en beogen dat ook in de toekomst te doen, en ontplooien dus geen activiteiten op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die in de Europese Unie aan eindgebruikers worden verstrekt;
2° de onderneming is niet gebonden aan een enkele en afzonderlijke downstream actieve onderneming die activiteiten ontplooit op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die aan eindgebruikers worden verstrekt, op grond van een exclusieve overeenkomst of een overeenkomst die feitelijk neerkomt op een exclusieve overeenkomst.
§ 2. Indien het Instituut concludeert dat aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, kan het aan die onderneming alleen verplichtingen op grond van artikel 58 en 61, of verplichtingen met betrekking tot eerlijke en redelijke prijzen, opleggen indien dit gerechtvaardigd is op basis van een marktanalyse, inclusief een prospectieve beoordeling van het waarschijnlijke gedrag van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht.
§ 3. Het Instituut kan de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen te allen tijde heroverwegen indien het concludeert dat niet meer aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, en het past voor zover passend de artikelen 54 tot 55 en 58 tot 62 toe. De ondernemingen stellen het Instituut zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor paragraaf 1, 1° en 2°.
§ 4. Het Instituut heroverweegt de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen ook als het Instituut op basis van bewijsstukken betreffende de door de onderneming aan haar downstreamklanten aangeboden voorwaarden concludeert dat er concurrentieproblemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan waardoor de eindgebruikers worden benadeeld en het noodzakelijk is één of meer van de in artikel 59, 60, 60/1 of 62 bedoelde verplichtingen op te leggen of de overeenkomstig paragraaf 2 opgelegde verplichtingen aan te passen.
§ 5. Het opleggen van verplichtingen en de heroverweging daarvan overeenkomstig dit artikel wordt uitgevoerd in overeenstemming met de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 bedoelde procedures.".
Art.113. Dans le titre III, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 65/4 rédigé comme suit:
"Art. 65/4. § 1er. L'Institut qui désigne une entreprise absente de tout marché de détail des services de communications électroniques comme étant puissante sur un ou plusieurs marchés de gros conformément à l'article 55, § 4, examine si ladite entreprise possède les caractéristiques suivantes:
1° toutes les sociétés et entités économiques au sein de l'entreprise, toutes les sociétés qui sont contrôlées mais pas nécessairement détenues intégralement par le même propriétaire ultime, et tout actionnaire en mesure d'exercer un contrôle sur l'entreprise, ont uniquement des activités, actuelles et planifiées pour l'avenir, sur des marchés de gros des services de communications électroniques, et n'ont donc pas d'activités sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis aux utilisateurs finaux dans l'Union européenne;
2° l'entreprise n'est pas obligée de traiter avec une entreprise unique et distincte opérant en aval, qui est active sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis à des utilisateurs finaux en raison d'un accord exclusif ou d'un accord équivalent de fait à un accord exclusif.
§ 2. Si l'Institut conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies, il ne peut imposer à cette entreprise que des obligations au titre des articles 58 et 61 ou des obligations concernant une tarification équitable et raisonnable si cela se justifie sur la base d'une analyse de marché, y compris une évaluation prospective du comportement probable de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
§ 3. L'Institut réexamine les obligations imposées conformément au présent article à n'importe quel moment s'il conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er ne sont plus remplies, et applique, le cas échéant, les articles 54 à 55 et 58 à 62. Les entreprises informent, sans retard indu, l'Institut de tout changement de situation pertinent au regard du paragraphe 1er, 1° et 2°.
§ 4. L'Institut réexamine également les obligations imposées à l'entreprise conformément au présent article si, sur la base d'éléments de preuve concernant les conditions offertes par l'entreprise à ses clients en aval, l'Institut conclut que sont survenus ou risquent de survenir, au détriment des utilisateurs finaux, des problèmes de concurrence qui requièrent l'imposition d'une ou plusieurs obligations prévues à l'article 59, 60, 60/1 ou 62, ou la modification des obligations imposées conformément au paragraphe 2.
§ 5. L'imposition d'obligations et leur réexamen conformément au présent article sont mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.".
"Art. 65/4. § 1er. L'Institut qui désigne une entreprise absente de tout marché de détail des services de communications électroniques comme étant puissante sur un ou plusieurs marchés de gros conformément à l'article 55, § 4, examine si ladite entreprise possède les caractéristiques suivantes:
1° toutes les sociétés et entités économiques au sein de l'entreprise, toutes les sociétés qui sont contrôlées mais pas nécessairement détenues intégralement par le même propriétaire ultime, et tout actionnaire en mesure d'exercer un contrôle sur l'entreprise, ont uniquement des activités, actuelles et planifiées pour l'avenir, sur des marchés de gros des services de communications électroniques, et n'ont donc pas d'activités sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis aux utilisateurs finaux dans l'Union européenne;
2° l'entreprise n'est pas obligée de traiter avec une entreprise unique et distincte opérant en aval, qui est active sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis à des utilisateurs finaux en raison d'un accord exclusif ou d'un accord équivalent de fait à un accord exclusif.
§ 2. Si l'Institut conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies, il ne peut imposer à cette entreprise que des obligations au titre des articles 58 et 61 ou des obligations concernant une tarification équitable et raisonnable si cela se justifie sur la base d'une analyse de marché, y compris une évaluation prospective du comportement probable de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
§ 3. L'Institut réexamine les obligations imposées conformément au présent article à n'importe quel moment s'il conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er ne sont plus remplies, et applique, le cas échéant, les articles 54 à 55 et 58 à 62. Les entreprises informent, sans retard indu, l'Institut de tout changement de situation pertinent au regard du paragraphe 1er, 1° et 2°.
§ 4. L'Institut réexamine également les obligations imposées à l'entreprise conformément au présent article si, sur la base d'éléments de preuve concernant les conditions offertes par l'entreprise à ses clients en aval, l'Institut conclut que sont survenus ou risquent de survenir, au détriment des utilisateurs finaux, des problèmes de concurrence qui requièrent l'imposition d'une ou plusieurs obligations prévues à l'article 59, 60, 60/1 ou 62, ou la modification des obligations imposées conformément au paragraphe 2.
§ 5. L'imposition d'obligations et leur réexamen conformément au présent article sont mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.".
Art.114. In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet, wordt een artikel 65/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 65/5. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in één of verschillende markten overeenkomstig artikel 55 stellen het Instituut van tevoren en tijdig in kennis wanneer zij beogen over te gaan tot buitenbedrijfstelling of vervanging door nieuwe infrastructuur van onder verplichtingen op grond van de artikelen 55, 58 tot 63/1 en 65/1 tot 65/5 vallende delen van het netwerk, met inbegrip van legacy-infrastructuur die nodig is om een kopernetwerk te gebruiken.
§ 2. Het Instituut waarborgt dat het proces van buitenbedrijfstelling of vervanging transparante tijdschema's en voorwaarden omvat, inclusief een passende opzeggingstermijn voor de overgang, en het stelt vast dat indien nodig alternatieve producten van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar zijn die toegang verstrekken tot de opgewaardeerde netwerkinfrastructuur die in de plaats komt van de vervangen elementen, teneinde de concurrentie en de rechten van de eindgebruikers zeker te stellen.
Het Instituut kan de verplichtingen betreffende activa waarvan buitenbedrijfstelling of vervanging is beoogd, intrekken wanneer het zich ervan heeft vergewist dat de aanbieder van toegang:
1° passende voorwaarden voor de migratie tot stand heeft gebracht, onder meer door een alternatief toegangsproduct van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar te stellen waarmee toegangvragende partijen dezelfde eindgebruikers kunnen bereiken als met de legacy-infrastructuur; en
2° voldoet aan de voorwaarden en het proces waarvan het Instituut overeenkomstig dit artikel in kennis is gesteld.
Een dergelijke intrekking wordt uitgevoerd overeenkomstig de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 bedoelde procedures."
"Art. 65/5. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in één of verschillende markten overeenkomstig artikel 55 stellen het Instituut van tevoren en tijdig in kennis wanneer zij beogen over te gaan tot buitenbedrijfstelling of vervanging door nieuwe infrastructuur van onder verplichtingen op grond van de artikelen 55, 58 tot 63/1 en 65/1 tot 65/5 vallende delen van het netwerk, met inbegrip van legacy-infrastructuur die nodig is om een kopernetwerk te gebruiken.
§ 2. Het Instituut waarborgt dat het proces van buitenbedrijfstelling of vervanging transparante tijdschema's en voorwaarden omvat, inclusief een passende opzeggingstermijn voor de overgang, en het stelt vast dat indien nodig alternatieve producten van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar zijn die toegang verstrekken tot de opgewaardeerde netwerkinfrastructuur die in de plaats komt van de vervangen elementen, teneinde de concurrentie en de rechten van de eindgebruikers zeker te stellen.
Het Instituut kan de verplichtingen betreffende activa waarvan buitenbedrijfstelling of vervanging is beoogd, intrekken wanneer het zich ervan heeft vergewist dat de aanbieder van toegang:
1° passende voorwaarden voor de migratie tot stand heeft gebracht, onder meer door een alternatief toegangsproduct van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar te stellen waarmee toegangvragende partijen dezelfde eindgebruikers kunnen bereiken als met de legacy-infrastructuur; en
2° voldoet aan de voorwaarden en het proces waarvan het Instituut overeenkomstig dit artikel in kennis is gesteld.
Een dergelijke intrekking wordt uitgevoerd overeenkomstig de in de artikelen 140, 141, 143 en 143/1 bedoelde procedures."
Art.114. Dans le titre III, chapitre III, de la même loi, il est inséré un article 65/5 rédigé comme suit:
"Art. 65/5. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55 notifient à l'Institut, au préalable et en temps utile, le moment auquel elles prévoient de déclasser des parties du réseau, y compris l'infrastructure historique nécessaire à l'exploitation d'un réseau cuivre, qui sont soumises à des obligations au titre des articles 55, 58 à 63/1 et 65/1 à 65/5, ou de les remplacer par une infrastructure nouvelle.
§ 2. L'Institut veille à ce que la procédure de déclassement ou de remplacement prévoie des conditions et un calendrier transparents, comprenant une période de préavis appropriée pour la transition, et établisse la disponibilité de produits de substitution d'une qualité au moins comparable donnant accès à l'infrastructure de réseau améliorée se substituant aux éléments remplacés, si cela est nécessaire pour préserver la concurrence et les droits des utilisateurs finaux.
En ce qui concerne les actifs dont le déclassement ou le remplacement est proposé, l'Institut peut retirer les obligations après s'être assuré que le fournisseur d'accès:
1° a établi les conditions appropriées pour la migration, notamment en mettant à disposition un produit d'accès de substitution d'une qualité au moins comparable à celle qui était disponible lors de l'utilisation de l'infrastructure historique permettant aux demandeurs d'accès d'atteindre les mêmes utilisateurs finaux; et
2° a respecté les conditions et la procédure notifiées à l'Institut conformément au présent article.
Ce retrait d'obligations est mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.".
"Art. 65/5. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 55 notifient à l'Institut, au préalable et en temps utile, le moment auquel elles prévoient de déclasser des parties du réseau, y compris l'infrastructure historique nécessaire à l'exploitation d'un réseau cuivre, qui sont soumises à des obligations au titre des articles 55, 58 à 63/1 et 65/1 à 65/5, ou de les remplacer par une infrastructure nouvelle.
§ 2. L'Institut veille à ce que la procédure de déclassement ou de remplacement prévoie des conditions et un calendrier transparents, comprenant une période de préavis appropriée pour la transition, et établisse la disponibilité de produits de substitution d'une qualité au moins comparable donnant accès à l'infrastructure de réseau améliorée se substituant aux éléments remplacés, si cela est nécessaire pour préserver la concurrence et les droits des utilisateurs finaux.
En ce qui concerne les actifs dont le déclassement ou le remplacement est proposé, l'Institut peut retirer les obligations après s'être assuré que le fournisseur d'accès:
1° a établi les conditions appropriées pour la migration, notamment en mettant à disposition un produit d'accès de substitution d'une qualité au moins comparable à celle qui était disponible lors de l'utilisation de l'infrastructure historique permettant aux demandeurs d'accès d'atteindre les mêmes utilisateurs finaux; et
2° a respecté les conditions et la procédure notifiées à l'Institut conformément au présent article.
Ce retrait d'obligations est mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 140, 141, 143 et 143/1.".
Art.115. In artikel 66 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragrafen 1 en 2 worden de woorden "openbare elektronische-communicatienetwerken of -diensten" telkens vervangen door de woorden "openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "De Koning bepaalt, na advies van het Instituut" vervangen door de woorden "De Koning op voorstel van het Instituut, of op eigen initiatief na advies van het Instituut bepaalt".
1° in paragrafen 1 en 2 worden de woorden "openbare elektronische-communicatienetwerken of -diensten" telkens vervangen door de woorden "openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "De Koning bepaalt, na advies van het Instituut" vervangen door de woorden "De Koning op voorstel van het Instituut, of op eigen initiatief na advies van het Instituut bepaalt".
Art.115. Dans l'article 66 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le texte néerlandais des paragraphes 1er et 2°, les mots "openbare elektronische-communicatienetwerken of -diensten" sont chaque fois remplacés par les mots "openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten";
2° dans le paragraphe 3, les mots "Le Roi fixe, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut fixe".
1° dans le texte néerlandais des paragraphes 1er et 2°, les mots "openbare elektronische-communicatienetwerken of -diensten" sont chaque fois remplacés par les mots "openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten";
2° dans le paragraphe 3, les mots "Le Roi fixe, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut fixe".
Art.116. In artikel 68 van dezelfde wet, worden de bepalingen onder 3° tot 5° opgeheven.
Art.116. Dans l'article 68 de la même loi, les 3° à 5° sont abrogés.
Art.117. In artikel 70 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Het vaste geografische element van de universele dienst bestaat uit de levering tegen een betaalbare prijs op het gehele grondgebied aan elke consument die daartoe een verzoek indient, ongeacht diens geografische locatie, van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten, van een in de bijlage gespecifieerde kwaliteit, met inbegrip van de aansluiting op het net.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de eindgebruiker" worden vervangen door de woorden "de consument";
b) de woorden "functionele internettoegang" worden vervangen door de woorden "beschikbare adequate breedbandinternettoegangsdienst";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "van de eindgebruiker" vervangen door de woorden "van de consument";
4° in paragraaf 4 worden de woorden "van de eindgebruikers" vervangen door de woorden "van de consumenten";
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Het vaste geografische element van de universele dienst bestaat uit de levering tegen een betaalbare prijs op het gehele grondgebied aan elke consument die daartoe een verzoek indient, ongeacht diens geografische locatie, van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten, van een in de bijlage gespecifieerde kwaliteit, met inbegrip van de aansluiting op het net.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de eindgebruiker" worden vervangen door de woorden "de consument";
b) de woorden "functionele internettoegang" worden vervangen door de woorden "beschikbare adequate breedbandinternettoegangsdienst";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "van de eindgebruiker" vervangen door de woorden "van de consument";
4° in paragraaf 4 worden de woorden "van de eindgebruikers" vervangen door de woorden "van de consumenten";
Art.117. Dans l'article 70 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. La composante géographique fixe du service universel consiste en la fourniture à un tarif abordable sur l'ensemble du territoire à tout consommateur qui en fait la demande, indépendamment de sa position géographique, d'un accès à un service adéquat d'accès à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales à un niveau de qualité spécifié dans l'annexe, y compris au raccordement sous-jacent, en position déterminée.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "l'utilisateur final" sont remplacés par les mots "le consommateur";
b) les mots "accès fonctionnel à Internet" sont remplacés par les mots "accès adéquat à l'internet à haut débit disponible";
3° dans le paragraphe 3, les mots "de l'utilisateur final" sont remplacés par les mots "du consommateur";
4° dans le paragraphe 4, les mots "des utilisateurs finals" sont remplacés par les mots "des consommateurs".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. La composante géographique fixe du service universel consiste en la fourniture à un tarif abordable sur l'ensemble du territoire à tout consommateur qui en fait la demande, indépendamment de sa position géographique, d'un accès à un service adéquat d'accès à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales à un niveau de qualité spécifié dans l'annexe, y compris au raccordement sous-jacent, en position déterminée.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "l'utilisateur final" sont remplacés par les mots "le consommateur";
b) les mots "accès fonctionnel à Internet" sont remplacés par les mots "accès adéquat à l'internet à haut débit disponible";
3° dans le paragraphe 3, les mots "de l'utilisateur final" sont remplacés par les mots "du consommateur";
4° dans le paragraphe 4, les mots "des utilisateurs finals" sont remplacés par les mots "des consommateurs".
Art.118. In artikel 71 van dezelfde wet, worden de paragrafen 2 en 3 vervangen als volgt:
" § 2. Indien het Instituut onder meer op basis van het in artikel 49/1 bepaalde geografisch onderzoek van oordeel is dat in één of meerdere welbepaalde geografische zones het vaste geografische element van de universele dienst niet wordt verstrekt aan éénieder die hiertoe een redelijk verzoek indient, publiceert het op zijn website een mededeling waarin het deze vaststelling motiveert en waarin de aanbieder van adequate breedbandinternettoegangsdiensten en/of spraakcommunicatiediensten uitgenodigd wordt om op vrijwillige basis de dienst te verstrekken in de betrokken geografische zones, zonder compensatie zoals bepaald in de artikelen 100 tot 102.
Indien binnen één maand na de publicatie van de mededeling zich geen aanbieder heeft aangeboden om op vrijwillige basis en zonder vergoeding de dienst te verstrekken in de in de voormelde mededeling aangeduide zone, kan het Instituut overgaan tot een aanwijzing conform paragraaf 3.
§ 3. Na afloop van de in paragraaf 2 vermelde termijn kan het Instituut één of meerdere aanbieders van adequate breedbandinternet-toegangsdiensten en/of spraakcommunicatiediensten aanwijzen om in de betrokken zones het geografische element van de universele dienst aan te bieden overeenkomstig de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut.
Indien een aldus aangewezen aanbieder aantoont dat het aanbieden van het geografische element aanleiding kan geven tot een onredelijke last die vergoed wordt overeenkomstig artikel 101, tweede lid, 1°, kan het Instituut overgaan tot de aanwijzing via een open mechanisme waarvan de nadere regels door de Koning worden vastgesteld, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut.
Indien na afloop van de aanwijzingsprocedure via een open mechanisme geen enkele offerte in aanmerking is genomen, gaat het Instituut over tot een aanwijzing van ambtswege.".
" § 2. Indien het Instituut onder meer op basis van het in artikel 49/1 bepaalde geografisch onderzoek van oordeel is dat in één of meerdere welbepaalde geografische zones het vaste geografische element van de universele dienst niet wordt verstrekt aan éénieder die hiertoe een redelijk verzoek indient, publiceert het op zijn website een mededeling waarin het deze vaststelling motiveert en waarin de aanbieder van adequate breedbandinternettoegangsdiensten en/of spraakcommunicatiediensten uitgenodigd wordt om op vrijwillige basis de dienst te verstrekken in de betrokken geografische zones, zonder compensatie zoals bepaald in de artikelen 100 tot 102.
Indien binnen één maand na de publicatie van de mededeling zich geen aanbieder heeft aangeboden om op vrijwillige basis en zonder vergoeding de dienst te verstrekken in de in de voormelde mededeling aangeduide zone, kan het Instituut overgaan tot een aanwijzing conform paragraaf 3.
§ 3. Na afloop van de in paragraaf 2 vermelde termijn kan het Instituut één of meerdere aanbieders van adequate breedbandinternet-toegangsdiensten en/of spraakcommunicatiediensten aanwijzen om in de betrokken zones het geografische element van de universele dienst aan te bieden overeenkomstig de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut.
Indien een aldus aangewezen aanbieder aantoont dat het aanbieden van het geografische element aanleiding kan geven tot een onredelijke last die vergoed wordt overeenkomstig artikel 101, tweede lid, 1°, kan het Instituut overgaan tot de aanwijzing via een open mechanisme waarvan de nadere regels door de Koning worden vastgesteld, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut.
Indien na afloop van de aanwijzingsprocedure via een open mechanisme geen enkele offerte in aanmerking is genomen, gaat het Instituut over tot een aanwijzing van ambtswege.".
Art.118. Dans l'article 71 de la même loi, les paragraphes 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit:
" § 2. Si l'Institut, notamment sur la base de l'analyse géographique visée à l'article 49/1, estime que la composante géographique fixe du service universel n'est pas fournie dans une ou plusieurs zones géographiques déterminées à toute personne qui en fait la demande raisonnable, il publie sur son site Internet une communication motivant cette constatation et invitant le prestataire de services d'accès adéquat à l'internet à haut débit et/ou de services de communications vocales à fournir le service de manière volontaire dans les zones géographiques concernées, sans compensation comme défini aux articles 100 à 102.
Si dans le mois qui suit la publication de la communication aucun prestataire ne s'est proposé pour fournir le service de manière volontaire et sans indemnisation dans la zone géographique visée dans la communication précitée, l'Institut peut procéder à une désignation conformément au paragraphe 3.
§ 3. A l'expiration du délai mentionné au paragraphe 2, l'Institut peut désigner un ou plusieurs prestataires de service d'accès adéquat à l'internet à haut débit et/ou de services de communications vocales pour fournir la composante géographique du service universel dans les zones concernées conformément aux modalités fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut.
Si un prestataire ainsi désigné démontre que la fourniture de la composante géographique peut donner lieu à une charge injustifiée qui est rétribuée conformément à l'article 101, alinéa 2, 1°, l'Institut peut procéder à la désignation via un mécanisme ouvert dont les modalités sont fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut.
Si, au terme de la procédure de désignation via un mécanisme ouvert, aucune offre n'a été retenue, l'Institut procède à une désignation d'office.".
" § 2. Si l'Institut, notamment sur la base de l'analyse géographique visée à l'article 49/1, estime que la composante géographique fixe du service universel n'est pas fournie dans une ou plusieurs zones géographiques déterminées à toute personne qui en fait la demande raisonnable, il publie sur son site Internet une communication motivant cette constatation et invitant le prestataire de services d'accès adéquat à l'internet à haut débit et/ou de services de communications vocales à fournir le service de manière volontaire dans les zones géographiques concernées, sans compensation comme défini aux articles 100 à 102.
Si dans le mois qui suit la publication de la communication aucun prestataire ne s'est proposé pour fournir le service de manière volontaire et sans indemnisation dans la zone géographique visée dans la communication précitée, l'Institut peut procéder à une désignation conformément au paragraphe 3.
§ 3. A l'expiration du délai mentionné au paragraphe 2, l'Institut peut désigner un ou plusieurs prestataires de service d'accès adéquat à l'internet à haut débit et/ou de services de communications vocales pour fournir la composante géographique du service universel dans les zones concernées conformément aux modalités fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut.
Si un prestataire ainsi désigné démontre que la fourniture de la composante géographique peut donner lieu à une charge injustifiée qui est rétribuée conformément à l'article 101, alinéa 2, 1°, l'Institut peut procéder à la désignation via un mécanisme ouvert dont les modalités sont fixées par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut.
Si, au terme de la procédure de désignation via un mécanisme ouvert, aucune offre n'a été retenue, l'Institut procède à une désignation d'office.".
Art.119. In artikel 72 van dezelfde wet, worden de woorden "Wanneer de aanbieder in gebreke blijft en dit door het Instituut wordt vastgesteld, wijst de Koning, op voorstel van het Instituut," vervangen door de woorden "Als het vaststelt dat de aangewezen aanbieder in gebreke blijft, wijst het Instituut".
Art.119. Dans l'article 72 de la même loi, les mots "En cas de défaillance du prestataire, constatée par l'Institut, le Roi, procède, sur proposition de celui-ci," sont remplacés par les mots "S'il constate que le prestataire désigné est défaillant, l'Institut procède".
Art.120. In artikel 73 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse tekst worden de woorden "Les prestations effectuées sont rétribuées" vervangen door de woorden "La prestation de service est rétribuée";
2° de woorden "artikel 71" worden vervangen door de woorden "artikel 71, § 3, tweede of derde lid".
1° in de Franse tekst worden de woorden "Les prestations effectuées sont rétribuées" vervangen door de woorden "La prestation de service est rétribuée";
2° de woorden "artikel 71" worden vervangen door de woorden "artikel 71, § 3, tweede of derde lid".
Art.120. Dans l'article 73 de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "Les prestations effectuées sont rétribuées" sont remplacés par les mots "La prestation de service est rétribuée";
2° les mots "article 71" sont remplacés par les mots "article 71, § 3, alinéa 2 ou 3".
1° les mots "Les prestations effectuées sont rétribuées" sont remplacés par les mots "La prestation de service est rétribuée";
2° les mots "article 71" sont remplacés par les mots "article 71, § 3, alinéa 2 ou 3".
Art.121. In artikel 74 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door de operatoren vermeld in de paragrafen 2 en 3 die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden aan consumenten" worden vervangen door de woorden "aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door de operatoren vermeld in de paragrafen 2 en 3 die op een vaste locatie een breedbandinternettoegangsdienst en spraakcommunicatiediensten met inbegrip van een aansluiting op het net aanbieden aan consumenten";
b) een lid wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Het sociale element van de universele dienst wordt uitgebreid tot het aanbieden van diensten die niet op een vaste locatie worden verleend.";
2° in paragraaf 2, worden de woorden "die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en" vervangen door de woorden "die aan de consumenten een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten aanbiedt en";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en" worden vervangen door de woorden "die aan de consumenten een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten aanbiedt en";
b) de woorden "een vast of mobiel terrestrisch netwerk of op beide" worden vervangen door de woorden "een vast netwerk".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door de operatoren vermeld in de paragrafen 2 en 3 die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden aan consumenten" worden vervangen door de woorden "aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door de operatoren vermeld in de paragrafen 2 en 3 die op een vaste locatie een breedbandinternettoegangsdienst en spraakcommunicatiediensten met inbegrip van een aansluiting op het net aanbieden aan consumenten";
b) een lid wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Het sociale element van de universele dienst wordt uitgebreid tot het aanbieden van diensten die niet op een vaste locatie worden verleend.";
2° in paragraaf 2, worden de woorden "die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en" vervangen door de woorden "die aan de consumenten een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten aanbiedt en";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en" worden vervangen door de woorden "die aan de consumenten een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een breedbandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten aanbiedt en";
b) de woorden "een vast of mobiel terrestrisch netwerk of op beide" worden vervangen door de woorden "een vast netwerk".
Art.121. Dans l'article 74 de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", par les opérateurs mentionnés aux paragraphes 2 et 3 offrant un service de communications électroniques accessible au public de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires" sont remplacés par les mots "de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires par les opérateurs mentionnés aux paragraphes 2 et 3 offrant un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, y compris un raccordement sous-jacent, en position déterminée, aux consommateurs";
b) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"La composante sociale du service universel est étendue à la fourniture de services qui ne sont pas fournis en position déterminée.";
2° dans le paragraphe 2, les mots "offrant un service de communications électroniques accessible au public aux consommateurs," sont remplacés par les mots "offrant aux consommateurs un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, en position déterminée, et";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "offrant aux consommateurs un service de communications électroniques accessible au public," sont remplacés par les mots "offrant aux consommateurs un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, en position déterminée, et";
b) les mots "un réseau terrestre fixe ou mobile ou sur les deux" sont remplacés par les mots "un réseau fixe".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", par les opérateurs mentionnés aux paragraphes 2 et 3 offrant un service de communications électroniques accessible au public de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires" sont remplacés par les mots "de conditions tarifaires particulières à certaines catégories de bénéficiaires par les opérateurs mentionnés aux paragraphes 2 et 3 offrant un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, y compris un raccordement sous-jacent, en position déterminée, aux consommateurs";
b) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
"La composante sociale du service universel est étendue à la fourniture de services qui ne sont pas fournis en position déterminée.";
2° dans le paragraphe 2, les mots "offrant un service de communications électroniques accessible au public aux consommateurs," sont remplacés par les mots "offrant aux consommateurs un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, en position déterminée, et";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "offrant aux consommateurs un service de communications électroniques accessible au public," sont remplacés par les mots "offrant aux consommateurs un service d'accès à l'internet à haut débit et des services de communications vocales, en position déterminée, et";
b) les mots "un réseau terrestre fixe ou mobile ou sur les deux" sont remplacés par les mots "un réseau fixe".
Art.122. In artikel 74/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "die om compensatie verzoekt" worden ingevoegd tussen de woorden "een aanbieder" en de woorden ", vraagt het";
b) de woorden "die om compensatie verzoekt" worden ingevoegd tussen de woorden "sociale tarieven" en de woorden "om de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "die om compensatie verzoekt" ingevoegd tussen de woorden "sociale tarieven" en de woorden "deelt aan";
b) in het derde lid worden de woorden "die om compensatie verzoeken" ingevoegd tussen de woorden "die aanbieders" en de woorden "publiceert het Instituut";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "die om compensatie verzoekt" ingevoegd tussen de woorden "betrokken aanbieder" en de woorden "het bestaan";
4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden ", het jaar volgend op het jaar waarvoor de betrokken dienst gepresteerd werd," worden ingevoegd tussen de woorden "en die" en de woorden "daartoe bij het Instituut een verzoek heeft ingediend";
b) een zin wordt ingevoegd tussen de eerste zin en de tweede, luidende:
"Het verzoek om compensatie dat evenwel betrekking heeft op de dienst verstrekt in de periode 2005 tot 2020 wordt bij het Instituut ingediend tegen uiterlijk 30 juni 2022.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "die om compensatie verzoekt" worden ingevoegd tussen de woorden "een aanbieder" en de woorden ", vraagt het";
b) de woorden "die om compensatie verzoekt" worden ingevoegd tussen de woorden "sociale tarieven" en de woorden "om de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "die om compensatie verzoekt" ingevoegd tussen de woorden "sociale tarieven" en de woorden "deelt aan";
b) in het derde lid worden de woorden "die om compensatie verzoeken" ingevoegd tussen de woorden "die aanbieders" en de woorden "publiceert het Instituut";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "die om compensatie verzoekt" ingevoegd tussen de woorden "betrokken aanbieder" en de woorden "het bestaan";
4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden ", het jaar volgend op het jaar waarvoor de betrokken dienst gepresteerd werd," worden ingevoegd tussen de woorden "en die" en de woorden "daartoe bij het Instituut een verzoek heeft ingediend";
b) een zin wordt ingevoegd tussen de eerste zin en de tweede, luidende:
"Het verzoek om compensatie dat evenwel betrekking heeft op de dienst verstrekt in de periode 2005 tot 2020 wordt bij het Instituut ingediend tegen uiterlijk 30 juni 2022.".
Art.122. Dans l'article 74/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "un prestataire" et les mots ", il demande";
b) les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "tarifs sociaux" et les mots "de lui fournir les informations visées au paragraphe 2";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "tarifs sociaux" et les mots "communique à";
b) dans l'alinéa 3, les mots "qui demandent une indemnisation" sont insérés entre les mots "desdits prestataires" et les mots ", l'Institut publie";
3° dans le paragraphe 3, les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "prestataire concerné" et le mot "lorsque";
4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", l'année suivant celle pour laquelle le service concerné a été presté," sont insérés entre les mots "et qui" et les mots "a introduit une demande à cet effet auprès de l'Institut";
b) il est inséré une phrase entre la première et la deuxième phrase, rédigée comme suit:
"Toutefois, la demande d'indemnisation pour le service presté durant la période de 2005 à 2020, est introduite auprès de l'Institut au plus tard le 30 juin 2022.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "un prestataire" et les mots ", il demande";
b) les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "tarifs sociaux" et les mots "de lui fournir les informations visées au paragraphe 2";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "tarifs sociaux" et les mots "communique à";
b) dans l'alinéa 3, les mots "qui demandent une indemnisation" sont insérés entre les mots "desdits prestataires" et les mots ", l'Institut publie";
3° dans le paragraphe 3, les mots "qui demande une indemnisation" sont insérés entre les mots "prestataire concerné" et le mot "lorsque";
4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots ", l'année suivant celle pour laquelle le service concerné a été presté," sont insérés entre les mots "et qui" et les mots "a introduit une demande à cet effet auprès de l'Institut";
b) il est inséré une phrase entre la première et la deuxième phrase, rédigée comme suit:
"Toutefois, la demande d'indemnisation pour le service presté durant la période de 2005 à 2020, est introduite auprès de l'Institut au plus tard le 30 juin 2022.".
Art.123. In titel IV, hoofdstuk I, van dezelfde wet, worden de afdelingen 4 tot 6, die de artikelen 75 tot 91 bevatten, opgeheven.
Art.123. Dans le titre IV, chapitre Ier, de la même loi, les sections 4 à 6, comportant les articles 75 à 91, sont abrogées.
Art.124. In titel IV, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 7 vervangen als volgt:
"Afdeling 7. Fonds voor het geografische element van de universele dienst".
"Afdeling 7. Fonds voor het geografische element van de universele dienst".
Art.124. Dans le titre IV, chapitre Ier, de la même loi, l'intitulé de la section 7 est remplacé par ce qui suit:
"Section 7. Du fonds pour la composante géographique du service universel".
"Section 7. Du fonds pour la composante géographique du service universel".
Art.125. In artikel 92 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de universele dienst" vervangen door de woorden "het geografische element van de universele dienst";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "die bij wijze van universele dienst worden verstrekt, te vergoeden" vervangen door de woorden "die bij wijze van geografisch element van de universele dienst inzake elektronische communicatie worden verstrekt, te vergoeden";
3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt het woord "68" vervangen door het woord "70".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de universele dienst" vervangen door de woorden "het geografische element van de universele dienst";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "die bij wijze van universele dienst worden verstrekt, te vergoeden" vervangen door de woorden "die bij wijze van geografisch element van de universele dienst inzake elektronische communicatie worden verstrekt, te vergoeden";
3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt het woord "68" vervangen door het woord "70".
Art.125. Dans l'article 92 de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "le service universel" sont remplacés par les mots "de la composante géographique du service universel";
2° dans le paragraphe 2, les mots "prestés au titre du service universel" sont remplacés par les mots "fournis au titre de la composante géographique du service universel des communications électroniques";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le mot "68" est remplacé par le mot "70".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "le service universel" sont remplacés par les mots "de la composante géographique du service universel";
2° dans le paragraphe 2, les mots "prestés au titre du service universel" sont remplacés par les mots "fournis au titre de la composante géographique du service universel des communications électroniques";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le mot "68" est remplacé par le mot "70".
Art.126. In artikel 93 van dezelfde wet worden de woorden "ten minste één element" vervangen door de woorden "het geografische element".
Art.126. Dans l'article 93 de la même loi, les mots "au moins une composante" sont remplacés par les mots "la composante géographique".
Art.127. In artikel 95, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "van de openbare telefoondienst" vervangen door de woorden "van de spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie en van de breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie".
Art.127. Dans l'article 95, § 1er, de la même loi, les mots "de téléphonie accessible au public" sont remplacés par les mots "du service de communications vocales en position déterminée et du service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée".
Art.128. In titel IV, hoofdstuk I, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 8 vervangen als volgt:
"Afdeling 8. Financiering van de geografische component van de universele dienst".
"Afdeling 8. Financiering van de geografische component van de universele dienst".
Art.128. Dans le titre IV, chapitre Ier, de la même loi, l'intitulé de la section 8 est remplacé par ce qui suit:
"Section 8. Financement de la composante géographique du service universel".
"Section 8. Financement de la composante géographique du service universel".
Art.129. In titel IV, hoofdstuk II, van dezelfde wet, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 1. Bijzondere eisen in verband met de levering van elektronische-communicatienetwerken of -diensten".
"Afdeling 1. Bijzondere eisen in verband met de levering van elektronische-communicatienetwerken of -diensten".
Art.129. Dans le titre IV, chapitre II, de la même loi, il est inséré une section 1re intitulée comme suit:
"Section 1re. Exigences particulières relatives à la fourniture de réseaux ou services de communications électroniques".
"Section 1re. Exigences particulières relatives à la fourniture de réseaux ou services de communications électroniques".
Art.130. In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 129, wordt een artikel 105/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 105/1. § 1. De operatoren verlenen, in deze volgorde, voorrang aan:
1° de noodcommunicatie;
2° de communicatie van de prioritaire gebruikers die zijn opgelijst door de Koning na advies van het Instituut.
De Koning bepaalt de voorrang tussen de prioritaire gebruikers, in voorkomend geval per groep van gebruikers.
De Koning bepaalt de termijn waarbinnen de operatoren de overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen ten uitvoer moeten brengen.
§ 2. De Koning bepaalt de elektronische-communicatiediensten die de operatoren bij voorrang leveren in geval van verzadiging of overbelasting van hun netwerken. Te dien einde kan de Koning de door de operatoren te volgen regels of de uit te voeren maatregelen, of beide, opleggen.".
"Art. 105/1. § 1. De operatoren verlenen, in deze volgorde, voorrang aan:
1° de noodcommunicatie;
2° de communicatie van de prioritaire gebruikers die zijn opgelijst door de Koning na advies van het Instituut.
De Koning bepaalt de voorrang tussen de prioritaire gebruikers, in voorkomend geval per groep van gebruikers.
De Koning bepaalt de termijn waarbinnen de operatoren de overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen ten uitvoer moeten brengen.
§ 2. De Koning bepaalt de elektronische-communicatiediensten die de operatoren bij voorrang leveren in geval van verzadiging of overbelasting van hun netwerken. Te dien einde kan de Koning de door de operatoren te volgen regels of de uit te voeren maatregelen, of beide, opleggen.".
Art.130. Dans la section 1 ère insérée par l'article 129, il est inséré un article 105/1 rédigé comme suit:
"Art. 105/1. § 1er. Les opérateurs accordent la priorité, dans l'ordre suivant:
1° aux communications d'urgence;
2° aux communications des utilisateurs prioritaires dont la liste est déterminée par le Roi après avis de l'Institut.
Le Roi fixe la priorité entre utilisateurs prioritaires, le cas échéant par groupe d'utilisateurs.
Le Roi fixe le délai dans lequel les opérateurs doivent mettre en oeuvre les mesures prises en vertu du présent article.
§ 2. Le Roi détermine les services de communications électroniques que les opérateurs fournissent en priorité en cas de saturation ou de surcharge de leurs réseaux. Afin d'assurer cette priorité, le Roi peut imposer aux opérateurs les règles à observer ou les mesures à exécuter, ou les deux.".
"Art. 105/1. § 1er. Les opérateurs accordent la priorité, dans l'ordre suivant:
1° aux communications d'urgence;
2° aux communications des utilisateurs prioritaires dont la liste est déterminée par le Roi après avis de l'Institut.
Le Roi fixe la priorité entre utilisateurs prioritaires, le cas échéant par groupe d'utilisateurs.
Le Roi fixe le délai dans lequel les opérateurs doivent mettre en oeuvre les mesures prises en vertu du présent article.
§ 2. Le Roi détermine les services de communications électroniques que les opérateurs fournissent en priorité en cas de saturation ou de surcharge de leurs réseaux. Afin d'assurer cette priorité, le Roi peut imposer aux opérateurs les règles à observer ou les mesures à exécuter, ou les deux.".
Art.131. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 105/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 105/2. De operatoren verlenen inzake opheffing van een storing, voorrang aan de volgende personen:
1° de nooddiensten;
2° prioritaire gebruikers waarvan de lijst na advies van het Instituut door de Koning wordt bepaald;
3° de ziekenhuizen, artsen, apothekers en dierenartsen die een wachtdienst onderhouden;
4° de invaliden, zieken die speciale verzorging nodig hebben alsook gehandicapten, volgens nadere regels die na advies van het Instituut door de Koning worden vastgesteld;
5° ASTRID, de vennootschap opgericht bij de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Onder herstelling wordt verstaan het herstellen van de lijn of het opzetten van een vervangende dienst.
De operatoren garanderen dat de tijd om een storing op te heffen niet meer bedraagt dan 24 uur voor de personen vermeld in het eerste lid, de bepalingen onder 1° tot 3°, ook op zaterdag, zondag en feestdagen.
Die specifieke eisen worden nageleefd zonder prijstoeslag voor de begunstigden.
"Art. 105/2. De operatoren verlenen inzake opheffing van een storing, voorrang aan de volgende personen:
1° de nooddiensten;
2° prioritaire gebruikers waarvan de lijst na advies van het Instituut door de Koning wordt bepaald;
3° de ziekenhuizen, artsen, apothekers en dierenartsen die een wachtdienst onderhouden;
4° de invaliden, zieken die speciale verzorging nodig hebben alsook gehandicapten, volgens nadere regels die na advies van het Instituut door de Koning worden vastgesteld;
5° ASTRID, de vennootschap opgericht bij de wet van 8 juni 1998 betreffende de radiocommunicatie van de hulp- en veiligheidsdiensten.
Onder herstelling wordt verstaan het herstellen van de lijn of het opzetten van een vervangende dienst.
De operatoren garanderen dat de tijd om een storing op te heffen niet meer bedraagt dan 24 uur voor de personen vermeld in het eerste lid, de bepalingen onder 1° tot 3°, ook op zaterdag, zondag en feestdagen.
Die specifieke eisen worden nageleefd zonder prijstoeslag voor de begunstigden.
Art.131. Dans la même section 1re, il est inséré un article 105/2 rédigé comme suit:
"Art. 105/2. En matière de levée des dérangements, les opérateurs accordent la priorité aux personnes suivantes:
1° les services d'urgence;
2° les utilisateurs prioritaires dont la liste est fixée par le Roi après avis de l'Institut;
3° les hôpitaux, médecins, pharmaciens et vétérinaires assurant un service de garde;
4° les invalides, malades qui nécessitent des soins spéciaux ainsi que les personnes handicapées, selon les modalités fixées par le Roi après avis de l'Institut;
5° ASTRID, la société créée par la loi du 8 juin 1998 sur les radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Par réparation, on entend la réparation de la ligne ou la fourniture d'un service de remplacement.
Les opérateurs garantissent que le temps de levée d'un dérangement ne dépasse pas 24 heures pour les personnes mentionnées à l'alinéa 1er, 1° à 3°, y compris le samedi, le dimanche et les jours fériés.
Ces exigences spécifiques sont respectées sans supplément de prix pour les bénéficiaires.
"Art. 105/2. En matière de levée des dérangements, les opérateurs accordent la priorité aux personnes suivantes:
1° les services d'urgence;
2° les utilisateurs prioritaires dont la liste est fixée par le Roi après avis de l'Institut;
3° les hôpitaux, médecins, pharmaciens et vétérinaires assurant un service de garde;
4° les invalides, malades qui nécessitent des soins spéciaux ainsi que les personnes handicapées, selon les modalités fixées par le Roi après avis de l'Institut;
5° ASTRID, la société créée par la loi du 8 juin 1998 sur les radiocommunications des services de secours et de sécurité.
Par réparation, on entend la réparation de la ligne ou la fourniture d'un service de remplacement.
Les opérateurs garantissent que le temps de levée d'un dérangement ne dépasse pas 24 heures pour les personnes mentionnées à l'alinéa 1er, 1° à 3°, y compris le samedi, le dimanche et les jours fériés.
Ces exigences spécifiques sont respectées sans supplément de prix pour les bénéficiaires.
Art.132. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 105/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 105/3. § 1. Wanneer de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de openbare orde of de verdediging van het Rijk dit eisen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, gedurende de termijn die Hij vaststelt geheel of gedeeltelijk verbieden:
1° elektronische-communicatienetwerken of -diensten aan te bieden;
2° apparatuur te houden of te gebruiken.
De Koning mag ter zake alle maatregelen voorschrijven die Hij nuttig acht, inzonderheid de uitrustingen onder sekwester doen plaatsen of op een bepaalde plaats doen deponeren.
De in dit artikel bedoelde maatregelen geven geen aanleiding tot de toekenning van enige vergoeding.
§ 2. In geval van een uitzonderlijke situatie die ofwel de buitendienststelling, ofwel een overbelasting van de burgerlijke of militaire elektronische-communicatiemiddelen tot gevolg heeft die de normale werking ervan verhindert, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bij wijze van noodmaatregel iedere maatregel nemen die Hij nodig acht, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke opeising van de transmissiecapaciteit van de operatoren om die in te zetten voor het gebruik van nationale prioritaire diensten of oproepnummers. Indien die opeising een door Hemzelf vastgestelde duur overschrijdt, kan de Koning de nadere regels bepalen voor de eventuele schadeloosstelling van die opeising.".
"Art. 105/3. § 1. Wanneer de openbare veiligheid, de volksgezondheid, de openbare orde of de verdediging van het Rijk dit eisen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, gedurende de termijn die Hij vaststelt geheel of gedeeltelijk verbieden:
1° elektronische-communicatienetwerken of -diensten aan te bieden;
2° apparatuur te houden of te gebruiken.
De Koning mag ter zake alle maatregelen voorschrijven die Hij nuttig acht, inzonderheid de uitrustingen onder sekwester doen plaatsen of op een bepaalde plaats doen deponeren.
De in dit artikel bedoelde maatregelen geven geen aanleiding tot de toekenning van enige vergoeding.
§ 2. In geval van een uitzonderlijke situatie die ofwel de buitendienststelling, ofwel een overbelasting van de burgerlijke of militaire elektronische-communicatiemiddelen tot gevolg heeft die de normale werking ervan verhindert, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bij wijze van noodmaatregel iedere maatregel nemen die Hij nodig acht, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke opeising van de transmissiecapaciteit van de operatoren om die in te zetten voor het gebruik van nationale prioritaire diensten of oproepnummers. Indien die opeising een door Hemzelf vastgestelde duur overschrijdt, kan de Koning de nadere regels bepalen voor de eventuele schadeloosstelling van die opeising.".
Art.132. Dans la même section 1re, il est inséré un article 105/3 rédigé comme suit:
"Art. 105/3. § 1er. Lorsque la sécurité publique, la santé publique, l'ordre public ou la défense du Royaume l'exigent, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, interdire en tout ou en partie au cours de la période fixée par Lui:
1° de fournir des réseaux ou services de communications électroniques;
2° de détenir ou d'utiliser des équipements.
Le Roi peut, à cet effet, prescrire toutes les mesures qu'Il juge utiles, notamment la mise sous séquestre des équipements ou leur mise en dépôt à un endroit déterminé.
Les mesures visées dans le présent article ne donnent lieu à l'attribution d'aucune indemnité.
§ 2. En cas de situation exceptionnelle provoquant soit la mise hors service, soit un encombrement des moyens de communications électroniques civils ou militaires qui empêchent le fonctionnement normal de ceux-ci, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre par mesure d'urgence toute mesure qu'Il juge nécessaire, y compris la réquisition totale ou partielle des capacités de transmission des opérateurs pour les affecter à l'usage de services ou numéros d'appels prioritaires nationaux. Si cette réquisition excède une durée définie par Lui-même, le Roi peut définir les modalités des éventuels dédommagements à apporter pour ces réquisitions.".
"Art. 105/3. § 1er. Lorsque la sécurité publique, la santé publique, l'ordre public ou la défense du Royaume l'exigent, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, interdire en tout ou en partie au cours de la période fixée par Lui:
1° de fournir des réseaux ou services de communications électroniques;
2° de détenir ou d'utiliser des équipements.
Le Roi peut, à cet effet, prescrire toutes les mesures qu'Il juge utiles, notamment la mise sous séquestre des équipements ou leur mise en dépôt à un endroit déterminé.
Les mesures visées dans le présent article ne donnent lieu à l'attribution d'aucune indemnité.
§ 2. En cas de situation exceptionnelle provoquant soit la mise hors service, soit un encombrement des moyens de communications électroniques civils ou militaires qui empêchent le fonctionnement normal de ceux-ci, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre par mesure d'urgence toute mesure qu'Il juge nécessaire, y compris la réquisition totale ou partielle des capacités de transmission des opérateurs pour les affecter à l'usage de services ou numéros d'appels prioritaires nationaux. Si cette réquisition excède une durée définie par Lui-même, le Roi peut définir les modalités des éventuels dédommagements à apporter pour ces réquisitions.".
Art.133. In titel IV, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 2. Communicatie ten opzichte van de bevolking in geval van een incident en toegang tot de nooddiensten".
"Afdeling 2. Communicatie ten opzichte van de bevolking in geval van een incident en toegang tot de nooddiensten".
Art.133. Dans le titre IV, chapitre II, de la même loi, il est inséré une section 2 intitulée comme suit:
"Section 2. De la communication à la population en cas d'incident et l'accès aux services d'urgence".
"Section 2. De la communication à la population en cas d'incident et l'accès aux services d'urgence".
Art.134. Artikel 106, § 4, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Op deze basis kan de Koning, onder de voorwaarden die hij bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt, aan de operatoren bijzondere verplichtingen opleggen om het algemeen belang te dienen. Hij kan het Instituut ook de bevoegdheid verlenen om de prijzen vast te stellen die van toepassing zijn op de diensten die deze operatoren in dit verband verlenen.".
"Op deze basis kan de Koning, onder de voorwaarden die hij bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt, aan de operatoren bijzondere verplichtingen opleggen om het algemeen belang te dienen. Hij kan het Instituut ook de bevoegdheid verlenen om de prijzen vast te stellen die van toepassing zijn op de diensten die deze operatoren in dit verband verlenen.".
Art.134. L'article 106, § 4, de la même loi est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Sur cette base, le Roi peut, aux conditions qu'il détermine dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer aux opérateurs des obligations particulières visant à satisfaire l'intérêt général. Il peut également confier à l'Institut la compétence de fixer des prix qui sont applicables aux services que ces opérateurs fournissent dans ce cadre.".
"Sur cette base, le Roi peut, aux conditions qu'il détermine dans un arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer aux opérateurs des obligations particulières visant à satisfaire l'intérêt général. Il peut également confier à l'Institut la compétence de fixer des prix qui sont applicables aux services que ces opérateurs fournissent dans ce cadre.".
Art.135. In artikel 106/1, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 7 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "die openbare mobiele elektronische-communicatiediensten aanbieden" worden vervangen door de woorden "van mobiele nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Ze nemen alle nodige maatregelen om een ononderbroken transmissie van de verspreiding van deze berichten te garanderen.".
1° de woorden "die openbare mobiele elektronische-communicatiediensten aanbieden" worden vervangen door de woorden "van mobiele nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:
"Ze nemen alle nodige maatregelen om een ononderbroken transmissie van de verspreiding van deze berichten te garanderen.".
Art.135. Dans l'article 106/1, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 7 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "qui fournissent des services de communications électroniques mobiles accessibles au public" sont remplacés par les mots "de services mobiles de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Ils prennent toutes les mesures nécessaires pour garantir une transmission ininterrompue de la diffusion de ces messages.".
1° les mots "qui fournissent des services de communications électroniques mobiles accessibles au public" sont remplacés par les mots "de services mobiles de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation";
2° entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"Ils prennent toutes les mesures nécessaires pour garantir une transmission ininterrompue de la diffusion de ces messages.".
Art.136. In artikel 107 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "stelt na advies van het Instituut de lijst vast van" worden vervangen door de woorden "kan na advies van het Instituut de lijst vaststellen van";
b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden ", met inbegrip van de gebruikers van openbare betaaltelefoons," ingevoegd tussen de woorden "de gebruikers" en de woorden "gratis en";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "de noodoproepen" vervangen door de woorden "de noodcommunicatie";
2° paragraaf 1/1 wordt opgeheven;
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De elektronische-communicatienetwerken die niet voor het publiek beschikbaar zijn maar waarmee het mogelijk is naar openbare netwerken te telefoneren, maken de toegang tot de nooddiensten via hun noodnummers mogelijk.";
4° paragraaf 2/1 wordt opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten verschaffen toegang tot de nooddiensten, ingeval die diensten eindgebruikers in staat stellen uitgaande gesprekken tot stand te brengen naar een nummer in een nationaal of internationaal nummerplan.";
Zij verschaffen die toegang door middel van noodcommunicatie via de meest geschikte PSAP en nemen alle nodige maatregelen om een ononderbroken toegang te waarborgen.
6° paragrafen 4 en 5, opgeheven bij de wet van 10 juli 2012, worden hersteld als volgt:
" § 4. De operatoren betrokken bij een noodcommunicatie naar een nooddienst die ter plaatse hulp biedt, leveren, indien nodig met onderlinge coördinatie, zodra ze de oproep ontvangen en gratis aan de meest geschikte PSAP de identificatiegegevens van de oproeper.
Deze verplichting geldt ook wanneer de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, worden geëxploiteerd door een organisatie die door de overheid met die taak belast is.
De investerings- en exploitatiekosten met betrekking tot de databanken met de identificatiegegevens van de oproeper en met betrekking tot de toegangslijnen die door de nooddiensten gebruikt worden om deze databanken te raadplegen, komen ten laste van de operatoren.
De identificatie van de oproeper kan, door de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden of de organisatie die vanwege de overheid is belast met de exploitatie van de beheerscentrales van deze nooddiensten en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, worden aangewend om kwaadwillige oproepen of het misbruik van de noodnummers te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur.
De informatie over de locatie van de oproeper omvat zowel netwerkgebaseerde locatiegegevens als, waar beschikbaar, handset-gebaseerde informatie over de locatie van de oproeper.
Indien een operator zijn eigen commerciële diensten aanbiedt voor het aanleveren van locatiegegevens aan eindgebruikers, moeten de nauwkeurigheid van de locatiegegevens die deel uitmaken van de identificatie van de oproeper bij een noodoproep en welke overeenkomstig deze paragraaf geleverd dienen te worden aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, alsook de snelheid waarmee deze overgezonden worden aan de betrokken nooddienst, ten minste gelijk zijn aan de beste kwaliteit die door die operator commercieel wordt aangeboden.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, stelt in overleg met de betrokken nood-diensten, en indien nodig na overleg met Berec, de criteria vast voor de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de verstrekte informatie over de locatie van de oproeper.
§ 5. De beheerscentrales van de nooddiensten die op afstand hulp bieden krijgen, teneinde noodoproepen te kunnen behandelen en kwaadwillige oproepen te kunnen bestrijden, van de betrokken operatoren gratis de identificatie van de oproepende lijn, zelfs indien de gebruiker stappen ondernomen heeft om de verzending van de identificatie te verhinderen. Het format van de identificatie van de oproepende lijn, dient in overeenstemming te zijn met de toepasselijke ETSI-standaarden en wordt gedefinieerd door het Instituut in overleg met de nooddiensten en de operatoren.
De identificatie van de oproepende lijn kan door de nooddiensten die op afstand hulp bieden en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermings-autoriteit, worden aangewend om kwaadwillige oproepen te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur.";
7° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 6 en 7, luidende:
" § 6. De operatoren die mobiele nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten aanbieden, nemen de technische maatregelen vastgelegd door de minister zodat de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden per tekstbericht kunnen bereikt worden op hun noodnummers door doven of slechthorenden, alsook door mensen met een andere handicap waardoor zij onmogelijk met een spraaktoestel een noodnummer kunnen oproepen.
Deze tekstberichten zijn noodcommunicaties.
§ 7. De Koning kan na advies van het Instituut de nadere regels vaststellen inzake de medewerking van één of meer operatoren, in gebeurlijk geval per type aangeboden dienst, met de nooddiensten.
Om toegang te garanderen tot de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden en ervoor te zorgen dat de identificatiegegevens van de oproeper worden verstrekt, conform de paragrafen 2, 3 en 4, kan de Koning verplichtingen opleggen aan de operatoren, de ondernemingen die een netwerk aanbieden zoals bedoeld in paragraaf 2, en aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, na hen te hebben geraadpleegd en volgens advies van het Instituut.".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "stelt na advies van het Instituut de lijst vast van" worden vervangen door de woorden "kan na advies van het Instituut de lijst vaststellen van";
b) in de bepaling onder 2°, worden de woorden ", met inbegrip van de gebruikers van openbare betaaltelefoons," ingevoegd tussen de woorden "de gebruikers" en de woorden "gratis en";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "de noodoproepen" vervangen door de woorden "de noodcommunicatie";
2° paragraaf 1/1 wordt opgeheven;
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De elektronische-communicatienetwerken die niet voor het publiek beschikbaar zijn maar waarmee het mogelijk is naar openbare netwerken te telefoneren, maken de toegang tot de nooddiensten via hun noodnummers mogelijk.";
4° paragraaf 2/1 wordt opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De operatoren van nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten verschaffen toegang tot de nooddiensten, ingeval die diensten eindgebruikers in staat stellen uitgaande gesprekken tot stand te brengen naar een nummer in een nationaal of internationaal nummerplan.";
Zij verschaffen die toegang door middel van noodcommunicatie via de meest geschikte PSAP en nemen alle nodige maatregelen om een ononderbroken toegang te waarborgen.
6° paragrafen 4 en 5, opgeheven bij de wet van 10 juli 2012, worden hersteld als volgt:
" § 4. De operatoren betrokken bij een noodcommunicatie naar een nooddienst die ter plaatse hulp biedt, leveren, indien nodig met onderlinge coördinatie, zodra ze de oproep ontvangen en gratis aan de meest geschikte PSAP de identificatiegegevens van de oproeper.
Deze verplichting geldt ook wanneer de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, worden geëxploiteerd door een organisatie die door de overheid met die taak belast is.
De investerings- en exploitatiekosten met betrekking tot de databanken met de identificatiegegevens van de oproeper en met betrekking tot de toegangslijnen die door de nooddiensten gebruikt worden om deze databanken te raadplegen, komen ten laste van de operatoren.
De identificatie van de oproeper kan, door de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden of de organisatie die vanwege de overheid is belast met de exploitatie van de beheerscentrales van deze nooddiensten en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, worden aangewend om kwaadwillige oproepen of het misbruik van de noodnummers te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur.
De informatie over de locatie van de oproeper omvat zowel netwerkgebaseerde locatiegegevens als, waar beschikbaar, handset-gebaseerde informatie over de locatie van de oproeper.
Indien een operator zijn eigen commerciële diensten aanbiedt voor het aanleveren van locatiegegevens aan eindgebruikers, moeten de nauwkeurigheid van de locatiegegevens die deel uitmaken van de identificatie van de oproeper bij een noodoproep en welke overeenkomstig deze paragraaf geleverd dienen te worden aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, alsook de snelheid waarmee deze overgezonden worden aan de betrokken nooddienst, ten minste gelijk zijn aan de beste kwaliteit die door die operator commercieel wordt aangeboden.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, stelt in overleg met de betrokken nood-diensten, en indien nodig na overleg met Berec, de criteria vast voor de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de verstrekte informatie over de locatie van de oproeper.
§ 5. De beheerscentrales van de nooddiensten die op afstand hulp bieden krijgen, teneinde noodoproepen te kunnen behandelen en kwaadwillige oproepen te kunnen bestrijden, van de betrokken operatoren gratis de identificatie van de oproepende lijn, zelfs indien de gebruiker stappen ondernomen heeft om de verzending van de identificatie te verhinderen. Het format van de identificatie van de oproepende lijn, dient in overeenstemming te zijn met de toepasselijke ETSI-standaarden en wordt gedefinieerd door het Instituut in overleg met de nooddiensten en de operatoren.
De identificatie van de oproepende lijn kan door de nooddiensten die op afstand hulp bieden en aan de hand van administratieve en technische maatregelen die worden goedgekeurd door de minister, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermings-autoriteit, worden aangewend om kwaadwillige oproepen te bestrijden. Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de toegang tot het noodnummer van de desbetreffende nooddienst vanaf een welbepaalde aansluiting onmogelijk is tijdens een ononderbroken periode die langer is dan vierentwintig uur.";
7° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 6 en 7, luidende:
" § 6. De operatoren die mobiele nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten aanbieden, nemen de technische maatregelen vastgelegd door de minister zodat de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden per tekstbericht kunnen bereikt worden op hun noodnummers door doven of slechthorenden, alsook door mensen met een andere handicap waardoor zij onmogelijk met een spraaktoestel een noodnummer kunnen oproepen.
Deze tekstberichten zijn noodcommunicaties.
§ 7. De Koning kan na advies van het Instituut de nadere regels vaststellen inzake de medewerking van één of meer operatoren, in gebeurlijk geval per type aangeboden dienst, met de nooddiensten.
Om toegang te garanderen tot de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden en ervoor te zorgen dat de identificatiegegevens van de oproeper worden verstrekt, conform de paragrafen 2, 3 en 4, kan de Koning verplichtingen opleggen aan de operatoren, de ondernemingen die een netwerk aanbieden zoals bedoeld in paragraaf 2, en aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, na hen te hebben geraadpleegd en volgens advies van het Instituut.".
Art.136. Dans l'article 107 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "fixe, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "peut fixer, après avis de l'Institut";
b) au 2°, les mots ", y compris les utilisateurs des postes téléphoniques payants publics" sont insérés entre les mots "les utilisateurs" et les mots "accèdent gratuitement";
c) au 3° les mots "les appels d'urgence" sont remplacés par les mots "les communications d'urgence";
2° le paragraphe 1er/1 est abrogé;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les réseaux de communications électroniques qui ne sont pas accessibles au public mais qui permettent d'appeler des réseaux publics permettent l'accès aux services d'urgence au moyen des numéros d'urgence.";
4° le paragraphe 2/1 est abrogé;
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Les opérateurs de services de communications électroniques interpersonnelles fondés sur la numérotation offrent un accès aux services d'urgence, lorsque ces services permettent aux utilisateurs finaux d'appeler un numéro figurant dans le plan national ou international de numérotation.";
Ils offrent cet accès au moyen de communications d'urgence au PSAP le plus approprié et prennent toutes les mesures nécessaires pour garantir que cet accès soit ininterrompu.
6° les paragraphes 4 et 5, abrogés par la loi du 10 juillet 2012, sont rétablis dans la rédaction suivante:
" § 4. Les opérateurs concernés par une communication d'urgence vers un service d'urgence offrant de l'aide sur place, si nécessaire en se coordonnant entre eux, fournissent au PSAP le plus approprié, dès que l'appel leur parvient et gratuitement, les données d'identification de l'appelant.
Cette obligation est également d'application lorsque les centrales de gestion des services d'urgence offrant de l'aide sur place sont exploitées par une organisation qui est chargée de cette tâche par les pouvoirs publics.
Les coûts d'investissement et d'exploitation relatifs aux bases de données des données d'identification de l'appelant et aux lignes d'accès utilisées par les services d'urgence pour consulter ces bases de données sont à charge des opérateurs.
L'identification de l'appelant peut être utilisée par les services d'urgence offrant de l'aide sur place ou par l'organisation qui est chargée de l'exploitation des centrales de gestion des services d'urgence par les pouvoirs publics, à l'aide de mesures administratives et techniques approuvées par le ministre sur l'avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, afin de lutter contre les appels malveillants ou l'utilisation abusive des numéros d'urgence. Ces mesures ne peuvent toutefois entraîner une inaccessibilité du numéro d'urgence du service d'urgence en question à partir d'une connexion bien précise pendant une période ininterrompue excédant vingt-quatre heures.
Les informations relatives à la localisation de l'appelant comprennent les informations de localisation par réseau et, si elles sont disponibles, les informations relatives à la localisation de l'appelant obtenues à partir de l'appareil mobile.
Si un opérateur offre ses propres services commerciaux pour la fourniture de données de localisation aux utilisateurs finaux, alors la précision des données de localisation qui font partie de l'identification de l'appelant lors d'un appel d'urgence et qui doivent être fournies aux services d'urgence offrant de l'aide sur place conformément au présent paragraphe et la vitesse à laquelle elles sont transmises au service d'urgence concerné doivent être au moins égales à la meilleure qualité offerte au niveau commercial par cet opérateur.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, définit, en concertation avec les services d'urgence concernés, et au besoin après avoir consulté l'ORECE, les critères relatifs à la précision et la fiabilité des données de localisation de l'appelant fournies.
§ 5. Les centrales de gestion des services d'urgence offrant de l'aide à distance obtiennent gratuitement des opérateurs concernés l'identification de la ligne appelante, afin de pouvoir traiter des appels d'urgence et de lutter contre les appels malveillants, même si l'utilisateur a entrepris des démarches pour empêcher l'envoi de l'identification. Le format d'identification de la ligne appelante doit être conforme aux normes ETSI applicables et est défini par l'Institut en concertation avec les services d'urgence et les opérateurs.
L'identification de la ligne appelante peut être utilisée par les services d'urgence offrant de l'aide à distance, à l'aide de mesures administratives et techniques approuvées par le ministre sur l'avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, afin de lutter contre les appels malveillants. Ces mesures ne peuvent toutefois entraîner une inaccessibilité du numéro d'urgence du service d'urgence en question à partir d'une connexion bien précise pendant une période ininterrompue excédant vingt-quatre heures.";
7° l'article est complété par les paragraphes 6 et 7, rédigés comme suit:
" § 6. Les opérateurs qui fournissent des services mobiles de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation mettent en oeuvre les mesures techniques fixées par le ministre pour que les services d'urgence offrant de l'aide sur place puissent être joints par un message texte sur leurs numéros d'urgence par les personnes sourdes ou malentendantes, ainsi que celles souffrant de tout autre handicap de nature à empêcher par un appel vocal le recours à un appel d'urgence.
Ces messages textes sont des communications d'urgence.
§ 7. Le Roi peut, après avis de l'Institut, fixer les modalités de la collaboration d'un ou plusieurs opérateurs, le cas échéant par type de service offert, avec les services d'urgence.
En vue d'assurer l'accès aux services d'urgence offrant de l'aide sur place et la fourniture des données d'identification de l'appelant, conformément aux paragraphes 2, 3 et 4, le Roi peut imposer des obligations aux opérateurs, aux entreprises qui fournissent un réseau visé au paragraphe 2, et aux services d'urgence offrant de l'aide sur place, après les avoir consultés et après avis de l'Institut.".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "fixe, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "peut fixer, après avis de l'Institut";
b) au 2°, les mots ", y compris les utilisateurs des postes téléphoniques payants publics" sont insérés entre les mots "les utilisateurs" et les mots "accèdent gratuitement";
c) au 3° les mots "les appels d'urgence" sont remplacés par les mots "les communications d'urgence";
2° le paragraphe 1er/1 est abrogé;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Les réseaux de communications électroniques qui ne sont pas accessibles au public mais qui permettent d'appeler des réseaux publics permettent l'accès aux services d'urgence au moyen des numéros d'urgence.";
4° le paragraphe 2/1 est abrogé;
5° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Les opérateurs de services de communications électroniques interpersonnelles fondés sur la numérotation offrent un accès aux services d'urgence, lorsque ces services permettent aux utilisateurs finaux d'appeler un numéro figurant dans le plan national ou international de numérotation.";
Ils offrent cet accès au moyen de communications d'urgence au PSAP le plus approprié et prennent toutes les mesures nécessaires pour garantir que cet accès soit ininterrompu.
6° les paragraphes 4 et 5, abrogés par la loi du 10 juillet 2012, sont rétablis dans la rédaction suivante:
" § 4. Les opérateurs concernés par une communication d'urgence vers un service d'urgence offrant de l'aide sur place, si nécessaire en se coordonnant entre eux, fournissent au PSAP le plus approprié, dès que l'appel leur parvient et gratuitement, les données d'identification de l'appelant.
Cette obligation est également d'application lorsque les centrales de gestion des services d'urgence offrant de l'aide sur place sont exploitées par une organisation qui est chargée de cette tâche par les pouvoirs publics.
Les coûts d'investissement et d'exploitation relatifs aux bases de données des données d'identification de l'appelant et aux lignes d'accès utilisées par les services d'urgence pour consulter ces bases de données sont à charge des opérateurs.
L'identification de l'appelant peut être utilisée par les services d'urgence offrant de l'aide sur place ou par l'organisation qui est chargée de l'exploitation des centrales de gestion des services d'urgence par les pouvoirs publics, à l'aide de mesures administratives et techniques approuvées par le ministre sur l'avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, afin de lutter contre les appels malveillants ou l'utilisation abusive des numéros d'urgence. Ces mesures ne peuvent toutefois entraîner une inaccessibilité du numéro d'urgence du service d'urgence en question à partir d'une connexion bien précise pendant une période ininterrompue excédant vingt-quatre heures.
Les informations relatives à la localisation de l'appelant comprennent les informations de localisation par réseau et, si elles sont disponibles, les informations relatives à la localisation de l'appelant obtenues à partir de l'appareil mobile.
Si un opérateur offre ses propres services commerciaux pour la fourniture de données de localisation aux utilisateurs finaux, alors la précision des données de localisation qui font partie de l'identification de l'appelant lors d'un appel d'urgence et qui doivent être fournies aux services d'urgence offrant de l'aide sur place conformément au présent paragraphe et la vitesse à laquelle elles sont transmises au service d'urgence concerné doivent être au moins égales à la meilleure qualité offerte au niveau commercial par cet opérateur.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, définit, en concertation avec les services d'urgence concernés, et au besoin après avoir consulté l'ORECE, les critères relatifs à la précision et la fiabilité des données de localisation de l'appelant fournies.
§ 5. Les centrales de gestion des services d'urgence offrant de l'aide à distance obtiennent gratuitement des opérateurs concernés l'identification de la ligne appelante, afin de pouvoir traiter des appels d'urgence et de lutter contre les appels malveillants, même si l'utilisateur a entrepris des démarches pour empêcher l'envoi de l'identification. Le format d'identification de la ligne appelante doit être conforme aux normes ETSI applicables et est défini par l'Institut en concertation avec les services d'urgence et les opérateurs.
L'identification de la ligne appelante peut être utilisée par les services d'urgence offrant de l'aide à distance, à l'aide de mesures administratives et techniques approuvées par le ministre sur l'avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, afin de lutter contre les appels malveillants. Ces mesures ne peuvent toutefois entraîner une inaccessibilité du numéro d'urgence du service d'urgence en question à partir d'une connexion bien précise pendant une période ininterrompue excédant vingt-quatre heures.";
7° l'article est complété par les paragraphes 6 et 7, rédigés comme suit:
" § 6. Les opérateurs qui fournissent des services mobiles de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation mettent en oeuvre les mesures techniques fixées par le ministre pour que les services d'urgence offrant de l'aide sur place puissent être joints par un message texte sur leurs numéros d'urgence par les personnes sourdes ou malentendantes, ainsi que celles souffrant de tout autre handicap de nature à empêcher par un appel vocal le recours à un appel d'urgence.
Ces messages textes sont des communications d'urgence.
§ 7. Le Roi peut, après avis de l'Institut, fixer les modalités de la collaboration d'un ou plusieurs opérateurs, le cas échéant par type de service offert, avec les services d'urgence.
En vue d'assurer l'accès aux services d'urgence offrant de l'aide sur place et la fourniture des données d'identification de l'appelant, conformément aux paragraphes 2, 3 et 4, le Roi peut imposer des obligations aux opérateurs, aux entreprises qui fournissent un réseau visé au paragraphe 2, et aux services d'urgence offrant de l'aide sur place, après les avoir consultés et après avis de l'Institut.".
Art.137. In artikel 107/1, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden " § 2" worden telkens vervangen door de woorden " § 4";
2° de woorden " § 2/1" worden telkens vervangen door de woorden " § 6".
1° de woorden " § 2" worden telkens vervangen door de woorden " § 4";
2° de woorden " § 2/1" worden telkens vervangen door de woorden " § 6".
Art.137. Dans l'article 107/1, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots " § 2" sont chaque fois remplacés par les mots " § 4";
2° les mots " § 2/1" sont chaque fois remplacés par les mots " § 6".
1° les mots " § 2" sont chaque fois remplacés par les mots " § 4";
2° les mots " § 2/1" sont chaque fois remplacés par les mots " § 6".
Art.138. In titel IV van dezelfde wet wordt een hoofdstuk II/1 ingevoegd, luidende:
"Hoofdstuk II/1. Veiligheid van de elektronische communicatie".
"Hoofdstuk II/1. Veiligheid van de elektronische communicatie".
Art.138. Dans le titre IV de la même loi, il est inséré un chapitre II/1 intitulé comme suit:
"Chapitre II/1. De la sécurité des communications électroniques".
"Chapitre II/1. De la sécurité des communications électroniques".
Art.139. In hoofdstuk II/1, ingevoegd bij artikel 138, wordt een artikel 107/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 107/2. § 1. De operatoren analyseren de risico's voor de veiligheid van hun netwerken en diensten. Het Instituut kan de nadere regels van deze risicoanalyse vaststellen.
De operatoren nemen de passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen, waaronder in voorkomend geval versleuteling, om deze risico's goed te beheersen, alsook om de impact van beveiligingsincidenten op gebruikers en op andere netwerken en diensten zo laag mogelijk te houden.
Deze maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een veiligheidsniveau dat is afgestemd op de risico's die zich voordoen.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de in het tweede lid bedoelde maatregelen preciseren, wanneer het in dat lid bedoelde risico voortvloeit uit de organisatie van de operatoren.
Onder voorbehoud van het vierde lid en na advies van het Instituut kan de Koning de maatregelen verduidelijken waarvan sprake in het tweede lid.
§ 2. Onverminderd de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, hierna te noemen "AVG" en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, hierna te noemen "wet van 30 juli 2018", zorgen de in de eerste paragraaf bedoelde maatregelen die genomen worden door de operatoren van elektronische-communicatiediensten, wanneer het persoonsgegevens betreft, ervoor dat in ieder geval:
1° wordt gewaarborgd dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang heeft tot de persoonsgegevens;
2° opgeslagen of verzonden persoonsgegevens worden beschermd tegen onbedoelde of onwettige vernietiging, onbedoeld verlies of wijziging, en niet-toegestane of onwettige opslag, verwerking, toegang of vrijgave; en
3° een beveiligingsbeleid wordt ingevoerd met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Het Instituut kan de door deze operatoren genomen maatregelen controleren en aanbevelingen formuleren over de beste praktijken betreffende het beveiligingspeil dat met deze maatregelen moet worden gehaald.
§ 3. De operatoren nemen alle noodzakelijke maatregelen, inclusief preventieve, om de beschikbaarheid van de spraakcommunicatiediensten en van de internettoegangsdiensten zo volledig mogelijk te waarborgen in geval van uitzonderlijke netwerkuitval of in geval van overmacht.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan deze maatregelen preciseren wanneer het risico voor uitval of van overmacht voortvloeit uit de organisatie van de operatoren.
Onverminderd het tweede lid kan de Koning na advies van het Instituut deze maatregelen verduidelijken.
§ 4. De operatoren bieden hun abonnees kosteloos, rekening houdend met de stand van de techniek, de gepaste beveiligde diensten aan die de eindgebruikers in staat stellen ongewenste elektronische communicatie in alle vormen te verhinderen.".
"Art. 107/2. § 1. De operatoren analyseren de risico's voor de veiligheid van hun netwerken en diensten. Het Instituut kan de nadere regels van deze risicoanalyse vaststellen.
De operatoren nemen de passende en evenredige technische en organisatorische maatregelen, waaronder in voorkomend geval versleuteling, om deze risico's goed te beheersen, alsook om de impact van beveiligingsincidenten op gebruikers en op andere netwerken en diensten zo laag mogelijk te houden.
Deze maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een veiligheidsniveau dat is afgestemd op de risico's die zich voordoen.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de in het tweede lid bedoelde maatregelen preciseren, wanneer het in dat lid bedoelde risico voortvloeit uit de organisatie van de operatoren.
Onder voorbehoud van het vierde lid en na advies van het Instituut kan de Koning de maatregelen verduidelijken waarvan sprake in het tweede lid.
§ 2. Onverminderd de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, hierna te noemen "AVG" en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, hierna te noemen "wet van 30 juli 2018", zorgen de in de eerste paragraaf bedoelde maatregelen die genomen worden door de operatoren van elektronische-communicatiediensten, wanneer het persoonsgegevens betreft, ervoor dat in ieder geval:
1° wordt gewaarborgd dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang heeft tot de persoonsgegevens;
2° opgeslagen of verzonden persoonsgegevens worden beschermd tegen onbedoelde of onwettige vernietiging, onbedoeld verlies of wijziging, en niet-toegestane of onwettige opslag, verwerking, toegang of vrijgave; en
3° een beveiligingsbeleid wordt ingevoerd met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Het Instituut kan de door deze operatoren genomen maatregelen controleren en aanbevelingen formuleren over de beste praktijken betreffende het beveiligingspeil dat met deze maatregelen moet worden gehaald.
§ 3. De operatoren nemen alle noodzakelijke maatregelen, inclusief preventieve, om de beschikbaarheid van de spraakcommunicatiediensten en van de internettoegangsdiensten zo volledig mogelijk te waarborgen in geval van uitzonderlijke netwerkuitval of in geval van overmacht.
De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan deze maatregelen preciseren wanneer het risico voor uitval of van overmacht voortvloeit uit de organisatie van de operatoren.
Onverminderd het tweede lid kan de Koning na advies van het Instituut deze maatregelen verduidelijken.
§ 4. De operatoren bieden hun abonnees kosteloos, rekening houdend met de stand van de techniek, de gepaste beveiligde diensten aan die de eindgebruikers in staat stellen ongewenste elektronische communicatie in alle vormen te verhinderen.".
Art.139. Dans le chapitre II/1, inséré par l'article 138, il est inséré un article 107/2 rédigé comme suit:
"Art. 107/2. § 1er. Les opérateurs analysent les risques pour la sécurité de leurs réseaux et services. L'Institut peut fixer les modalités de cette analyse de risque.
Les opérateurs prennent les mesures d'ordre technique et organisationnel adéquates et proportionnées, y compris le cas échéant le chiffrement, pour gérer ces risques de manière appropriée ainsi que pour prévenir et limiter l'impact des incidents de sécurité tant pour les utilisateurs que pour d'autres réseaux et services.
Compte tenu des possibilités techniques les plus récentes, ces mesures garantissent un niveau de sécurité adapté aux risques existants.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut préciser les mesures visées à l'alinéa 2, lorsque le risque visé à cet alinéa découle de l'organisation des opérateurs.
Sous réserve de l'alinéa 4 et après avis de l'Institut, le Roi peut préciser les mesures visées à l'alinéa 2.
§ 2. Sans préjudice du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, ci-après dénommé "RGPD" et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, ci-après dénommée "loi du 30 juillet 2018", les mesures prévues au paragraphe 1er que prennent les opérateurs de services de communications électroniques, lorsqu'elles concernent des données à caractère personnel, visent pour le moins:
1° garantir que seules des personnes habilitées à agir à des fins légalement autorisées puissent avoir accès aux données à caractère personnel;
2° protéger les données à caractère personnel stockées ou transmises contre la destruction accidentelle ou illicite, la perte ou l'altération accidentelles et le stockage, le traitement, l'accès et la divulgation non autorisés ou illicites; et
3° assurer la mise en oeuvre d'une politique de sécurité relative au traitement des données à caractère personnel.
L'Institut est habilité à vérifier les mesures prises par ces opérateurs ainsi qu'à émettre des recommandations sur les meilleures pratiques concernant le degré de sécurité que ces mesures devraient permettre d'atteindre.
§ 3. Les opérateurs prennent toutes les mesures nécessaires, y compris préventives, pour assurer la disponibilité la plus complète possible des services de communications vocales et des services d'accès à l'internet en cas de défaillance exceptionnelle des réseaux ou de force majeure.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de celui-ci, peut préciser ces mesures, lorsque le risque de défaillance ou de force majeure découle de l'organisation des opérateurs.
Sans préjudice de l'alinéa 2, le Roi peut, après avis de l'Institut, préciser ces mesures.
§ 4. Les opérateurs offrent gratuitement à leurs abonnés, compte tenu des possibilités techniques, les services sécurisés adéquats, afin de permettre aux utilisateurs finaux d'éviter toute forme de communication électronique non souhaitée.".
"Art. 107/2. § 1er. Les opérateurs analysent les risques pour la sécurité de leurs réseaux et services. L'Institut peut fixer les modalités de cette analyse de risque.
Les opérateurs prennent les mesures d'ordre technique et organisationnel adéquates et proportionnées, y compris le cas échéant le chiffrement, pour gérer ces risques de manière appropriée ainsi que pour prévenir et limiter l'impact des incidents de sécurité tant pour les utilisateurs que pour d'autres réseaux et services.
Compte tenu des possibilités techniques les plus récentes, ces mesures garantissent un niveau de sécurité adapté aux risques existants.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut préciser les mesures visées à l'alinéa 2, lorsque le risque visé à cet alinéa découle de l'organisation des opérateurs.
Sous réserve de l'alinéa 4 et après avis de l'Institut, le Roi peut préciser les mesures visées à l'alinéa 2.
§ 2. Sans préjudice du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, ci-après dénommé "RGPD" et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, ci-après dénommée "loi du 30 juillet 2018", les mesures prévues au paragraphe 1er que prennent les opérateurs de services de communications électroniques, lorsqu'elles concernent des données à caractère personnel, visent pour le moins:
1° garantir que seules des personnes habilitées à agir à des fins légalement autorisées puissent avoir accès aux données à caractère personnel;
2° protéger les données à caractère personnel stockées ou transmises contre la destruction accidentelle ou illicite, la perte ou l'altération accidentelles et le stockage, le traitement, l'accès et la divulgation non autorisés ou illicites; et
3° assurer la mise en oeuvre d'une politique de sécurité relative au traitement des données à caractère personnel.
L'Institut est habilité à vérifier les mesures prises par ces opérateurs ainsi qu'à émettre des recommandations sur les meilleures pratiques concernant le degré de sécurité que ces mesures devraient permettre d'atteindre.
§ 3. Les opérateurs prennent toutes les mesures nécessaires, y compris préventives, pour assurer la disponibilité la plus complète possible des services de communications vocales et des services d'accès à l'internet en cas de défaillance exceptionnelle des réseaux ou de force majeure.
Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de celui-ci, peut préciser ces mesures, lorsque le risque de défaillance ou de force majeure découle de l'organisation des opérateurs.
Sans préjudice de l'alinéa 2, le Roi peut, après avis de l'Institut, préciser ces mesures.
§ 4. Les opérateurs offrent gratuitement à leurs abonnés, compte tenu des possibilités techniques, les services sécurisés adéquats, afin de permettre aux utilisateurs finaux d'éviter toute forme de communication électronique non souhaitée.".
Art.140. In hetzelfde hoofdstuk II/1 wordt een artikel 107/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 107/3. § 1. In geval van een specifieke en significante dreiging van een beveiligingsincident voor het publiek beschikbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, informeert de operator het Instituut over de dreiging, over mogelijke beschermingsmaatregel of oplossing die de gebruikers kunnen toepassen, alsook over de maatregelen die hij genomen heeft of overweegt te nemen.
De operator informeert vervolgens zijn gebruikers die gevolgen van die dreiging kunnen ondervinden, over mogelijke beschermingsmaatregelen of oplossingen die de gebruikers kunnen toepassen en waar passend ook over de dreiging zelf.
Het Instituut kan de gevallen preciseren waarin informatie moet worden verstrekt alsook de praktische regels voor die notificatie.
§ 2. De operatoren stellen het Instituut onverwijld in kennis van elk beveiligingsincident dat een belangrijke impact heeft gehad op de werking van netwerken of diensten.
Om te bepalen of een beveiligingsincident een belangrijke impact heeft, wordt, voor zover beschikbaar, met name met de volgende parameters rekening gehouden:
1° het aantal gebruikers dat gevolgen ondervindt van het beveiligingsincident;
2° de duur van het beveiligingsincident;
3° de geografische spreiding van het door het beveiligingsincident getroffen gebied;
4° de mate waarin het functioneren van het netwerk of de dienst wordt aangetast;
5° de omvang van de impact op de economische en maatschappelijke activiteiten.
Het Instituut preciseert in welke gevallen het beveiligingsincident een belangrijke impact heeft in de zin van het eerste lid, alsook de nadere regels voor de kennisgeving.
In geval van een beveiligingsincident kan het Instituut de regelgevende gemeenschapsinstanties die bevoegd zijn op het stuk van elektronische-communicatienetwerken, de nationale regelgevende instanties in andere lidstaten en ENISA hiervan op de hoogte brengen. Het Instituut kan het publiek hiervan op de hoogte brengen of eisen dat de operatoren dit doen, indien het de bekendmaking van het beveiligingsincident van algemeen belang acht.
Eenmaal per jaar dient het Instituut bij de Europese Commissie en ENISA een beknopt verslag in over de kennisgevingen die het heeft ontvangen en de maatregelen die overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf zijn genomen.
§ 3. In geval van inbreuk in verband met persoonsgegevens verwittigt de operator van elektronische-communicatiediensten onverwijld de Gegevensbeschermingsautoriteit, die onverwijld het Instituut daarvan verwittigt.
Indien de inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor de persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer van een abonnee of een individueel persoon stelt de operator van elektronische-communicatiediensten ook de abonnee of de individuele persoon in kwestie onverwijld van de inbreuk in kennis.
De Gegevensbeschermingsautoriteit onderzoekt of de operator deze verplichting nakomt en brengt het Instituut op de hoogte wanneer ze van oordeel is dat dit niet het geval is.
Kennisgeving van een betrokken abonnee of individuele persoon van een inbreuk in verband met persoonsgegevens is niet vereist wanneer de operator van elektronische-communicatiediensten tot voldoening van het Instituut heeft aangetoond dat hij de gepaste technologische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de data die bij de beveiligingsinbreuk betrokken waren. Dergelijke technologische beschermingsmaatregelen maken de gegevens onbegrijpelijk voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft.
Onverminderd de verplichting van de operator van elektronische-communicatiediensten om de betrokken abonnees en de individuele personen in kwestie in kennis te stellen, indien deze operator de abonnee of individuele persoon niet reeds in kennis heeft gesteld van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, kan het Instituut op verzoek van de Gegevensbeschermingsautoriteit hem, na te hebben bezien of en welke ongunstige gevolgen uit de inbreuk voortvloeien, verzoeken dat te doen.
In de kennisgeving aan de abonnee of de individuele persoon worden ten minste de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, alsmede de contactpunten voor meer informatie vermeld, en worden er maatregelen aanbevolen om mogelijke negatieve gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te verlichten.
De kennisgeving aan de Gegevensbeschermingsautoriteit bevat bovendien een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens en van de door de operator van elektronische-communicatiediensten voorgestelde of getroffen maatregelen om die inbreuk te verhelpen.
§ 4. Onder voorbehoud van technische uitvoeringsmaatregelen afkomstig van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, punt 5, van Richtlijn 2002/58/EG en na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, kan het Instituut richtsnoeren aannemen en, waar nodig, instructies uitvaardigen betreffende de omstandigheden waarin de kennisgeving van de inbreuk in verband met persoonsgegevens door de operatoren van elektronische-communicatiediensten noodzakelijk is.
Onder voorbehoud van technische uitvoeringsmaatregelen afkomstig van de Europese Commissie conform artikel 4, punt 5, van Richtlijn 2002/58/EG, en na advies van het Instituut, kan de Gegevensbeschermingsautoriteit richtsnoeren aannemen en, desgevallend, instructies uitvaardigen die het format bepalen voor deze kennisgeving en de procedure van overbrenging.
De operatoren van elektronische-communicatiediensten houden een inventaris bij van inbreuken op persoonsgegevens, onder meer met de feiten in verband met deze inbreuken, de gevolgen ervan en de herstelmaatregelen die zijn genomen, zodat de Gegevensbeschermingsautoriteit en het Instituut kunnen nagaan of de bepalingen van paragraaf 3 werden nageleefd. Deze inventaris bevat uitsluitend de voor dit doel noodzakelijke gegevens.".
"Art. 107/3. § 1. In geval van een specifieke en significante dreiging van een beveiligingsincident voor het publiek beschikbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, informeert de operator het Instituut over de dreiging, over mogelijke beschermingsmaatregel of oplossing die de gebruikers kunnen toepassen, alsook over de maatregelen die hij genomen heeft of overweegt te nemen.
De operator informeert vervolgens zijn gebruikers die gevolgen van die dreiging kunnen ondervinden, over mogelijke beschermingsmaatregelen of oplossingen die de gebruikers kunnen toepassen en waar passend ook over de dreiging zelf.
Het Instituut kan de gevallen preciseren waarin informatie moet worden verstrekt alsook de praktische regels voor die notificatie.
§ 2. De operatoren stellen het Instituut onverwijld in kennis van elk beveiligingsincident dat een belangrijke impact heeft gehad op de werking van netwerken of diensten.
Om te bepalen of een beveiligingsincident een belangrijke impact heeft, wordt, voor zover beschikbaar, met name met de volgende parameters rekening gehouden:
1° het aantal gebruikers dat gevolgen ondervindt van het beveiligingsincident;
2° de duur van het beveiligingsincident;
3° de geografische spreiding van het door het beveiligingsincident getroffen gebied;
4° de mate waarin het functioneren van het netwerk of de dienst wordt aangetast;
5° de omvang van de impact op de economische en maatschappelijke activiteiten.
Het Instituut preciseert in welke gevallen het beveiligingsincident een belangrijke impact heeft in de zin van het eerste lid, alsook de nadere regels voor de kennisgeving.
In geval van een beveiligingsincident kan het Instituut de regelgevende gemeenschapsinstanties die bevoegd zijn op het stuk van elektronische-communicatienetwerken, de nationale regelgevende instanties in andere lidstaten en ENISA hiervan op de hoogte brengen. Het Instituut kan het publiek hiervan op de hoogte brengen of eisen dat de operatoren dit doen, indien het de bekendmaking van het beveiligingsincident van algemeen belang acht.
Eenmaal per jaar dient het Instituut bij de Europese Commissie en ENISA een beknopt verslag in over de kennisgevingen die het heeft ontvangen en de maatregelen die overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf zijn genomen.
§ 3. In geval van inbreuk in verband met persoonsgegevens verwittigt de operator van elektronische-communicatiediensten onverwijld de Gegevensbeschermingsautoriteit, die onverwijld het Instituut daarvan verwittigt.
Indien de inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor de persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer van een abonnee of een individueel persoon stelt de operator van elektronische-communicatiediensten ook de abonnee of de individuele persoon in kwestie onverwijld van de inbreuk in kennis.
De Gegevensbeschermingsautoriteit onderzoekt of de operator deze verplichting nakomt en brengt het Instituut op de hoogte wanneer ze van oordeel is dat dit niet het geval is.
Kennisgeving van een betrokken abonnee of individuele persoon van een inbreuk in verband met persoonsgegevens is niet vereist wanneer de operator van elektronische-communicatiediensten tot voldoening van het Instituut heeft aangetoond dat hij de gepaste technologische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de data die bij de beveiligingsinbreuk betrokken waren. Dergelijke technologische beschermingsmaatregelen maken de gegevens onbegrijpelijk voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft.
Onverminderd de verplichting van de operator van elektronische-communicatiediensten om de betrokken abonnees en de individuele personen in kwestie in kennis te stellen, indien deze operator de abonnee of individuele persoon niet reeds in kennis heeft gesteld van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, kan het Instituut op verzoek van de Gegevensbeschermingsautoriteit hem, na te hebben bezien of en welke ongunstige gevolgen uit de inbreuk voortvloeien, verzoeken dat te doen.
In de kennisgeving aan de abonnee of de individuele persoon worden ten minste de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, alsmede de contactpunten voor meer informatie vermeld, en worden er maatregelen aanbevolen om mogelijke negatieve gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te verlichten.
De kennisgeving aan de Gegevensbeschermingsautoriteit bevat bovendien een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens en van de door de operator van elektronische-communicatiediensten voorgestelde of getroffen maatregelen om die inbreuk te verhelpen.
§ 4. Onder voorbehoud van technische uitvoeringsmaatregelen afkomstig van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, punt 5, van Richtlijn 2002/58/EG en na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, kan het Instituut richtsnoeren aannemen en, waar nodig, instructies uitvaardigen betreffende de omstandigheden waarin de kennisgeving van de inbreuk in verband met persoonsgegevens door de operatoren van elektronische-communicatiediensten noodzakelijk is.
Onder voorbehoud van technische uitvoeringsmaatregelen afkomstig van de Europese Commissie conform artikel 4, punt 5, van Richtlijn 2002/58/EG, en na advies van het Instituut, kan de Gegevensbeschermingsautoriteit richtsnoeren aannemen en, desgevallend, instructies uitvaardigen die het format bepalen voor deze kennisgeving en de procedure van overbrenging.
De operatoren van elektronische-communicatiediensten houden een inventaris bij van inbreuken op persoonsgegevens, onder meer met de feiten in verband met deze inbreuken, de gevolgen ervan en de herstelmaatregelen die zijn genomen, zodat de Gegevensbeschermingsautoriteit en het Instituut kunnen nagaan of de bepalingen van paragraaf 3 werden nageleefd. Deze inventaris bevat uitsluitend de voor dit doel noodzakelijke gegevens.".
Art.140. Dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 107/3, rédigé comme suit:
"Art. 107/3. § 1er. En cas de menace particulière et importante d'incident de sécurité dans un réseau public de communications électroniques ou un service de communications électroniques accessibles au public, l'opérateur informe l'Institut de la menace, de toute mesure de protection ou correctrice que ses utilisateurs peuvent prendre ainsi que des mesures qu'il a prises ou envisage de prendre.
L'opérateur informe ensuite ses utilisateurs potentiellement concernés par une telle menace, de toute mesure de protection ou correctrice que ces derniers peuvent prendre et, le cas échéant, de la menace.
L'Institut peut préciser les cas dans lesquels une information doit être notifiée ainsi que les modalités de cette communication.
§ 2. Les opérateurs notifient sans délai à l'Institut tout incident de sécurité ayant eu un impact significatif sur le fonctionnement des réseaux ou des services.
Afin de déterminer l'ampleur de l'impact d'un incident de sécurité, il est tenu compte en particulier des paramètres suivants, lorsqu'ils sont disponibles:
1° le nombre d'utilisateurs touchés par l'incident de sécurité;
2° la durée de l'incident de sécurité;
3° l'étendue géographique de la zone touchée par l'incident de sécurité;
4° la mesure dans laquelle le fonctionnement du réseau ou du service est affecté;
5° l'ampleur de l'impact sur les activités économiques et sociétales.
L'Institut précise dans quels cas l'incident de sécurité a un impact significatif au sens de l'alinéa 1er ainsi que les modalités de la notification.
En cas d'incident de sécurité, l'Institut peut en informer les autorités réglementaires des communautés compétentes en matière de réseaux de communications électroniques, les autorités réglementaires nationales des autres Etats membres et l'ENISA. L'Institut peut en informer le public ou exiger des opérateurs qu'ils le fassent, dès lors qu'il constate qu'il est d'utilité publique de divulguer l'incident de sécurité.
Une fois par an, l'Institut soumet à la Commission européenne et à l'ENISA un rapport succinct sur les notifications reçues et l'action engagée conformément au présent paragraphe.
§ 3. En cas de violation de données à caractère personnel, l'opérateur de services de communications électroniques avertit sans délai l'Autorité de protection des données, qui en avertit sans délai l'Institut.
Lorsque la violation de données à caractère personnel est de nature à affecter négativement les données à caractère personnel ou la vie privée d'un abonné ou d'un particulier, l'opérateur de service de communications électroniques avertit également sans délai l'abonné ou le particulier concerné de la violation.
L'Autorité de protection des données examine si l'opérateur se conforme à cette obligation et informe l'Institut lorsqu'elle estime que cela n'est pas le cas.
La notification d'une violation des données à caractère personnel à l'abonné ou au particulier concerné n'est pas nécessaire si l'opérateur de services de communications électroniques a prouvé, à la satisfaction de l'Institut, qu'il a mis en oeuvre les mesures de protection technologiques appropriées et que ces dernières ont été appliquées aux données concernées par ladite violation. De telles mesures de protection technologiques rendent les données incompréhensibles à toute personne qui n'est pas autorisée à y avoir accès.
Sans préjudice de l'obligation de l'opérateur de service de communications électroniques d'informer les abonné et les particuliers concernés, si cet opérateur n'a pas déjà averti l'abonné ou le particulier de la violation de données à caractère personnel, l'Institut peut, à la demande de l'Autorité de protection des données, après avoir examiné les effets potentiellement négatifs de cette violation, exiger qu'il s'exécute.
La notification faite à l'abonné ou au particulier décrit au minimum la nature de la violation de données à caractère personnel et les points de contact auprès desquels des informations supplémentaires peuvent être obtenues et recommande des mesures à prendre pour atténuer les conséquences négatives possibles de la violation de données à caractère personnel.
La notification faite à l'Autorité de protection des données décrit en outre les conséquences de la violation de données à caractère personnel, et les mesures proposées ou prises par l'opérateur de service de communications électroniques pour y remédier.
§ 4. Sous réserve de mesures d'exécution techniques émanant de la Commission européenne conformément à l'article 4, point 5, de la directive 2002/58/CE, et après avis de l'Autorité de protection des données, l'Institut peut adopter des lignes directrices et, le cas échéant, édicter des instructions précisant les circonstances dans lesquelles les opérateurs de services de communications électroniques sont tenus de notifier la violation de données à caractère personnel.
Sous réserve de mesures techniques d'application émanant de la Commission européenne conformément à l'article 4, point 5, de la directive 2002/58/CE, et après avis de l'Institut, l'Autorité de protection des données peut adopter des lignes directrices et, le cas échéant, édicter des instructions précisant le format applicable à cette notification et sa procédure de transmission.
Les opérateurs de services de communications électroniques tiennent à jour un inventaire des violations de données à caractère personnel, notamment de leur contexte, de leurs effets et des mesures prises pour y remédier, de sorte que l'Autorité de protection des données et l'Institut puissent vérifier le respect des dispositions du paragraphe 3. Cet inventaire comprend uniquement les informations nécessaires à cette fin.".
"Art. 107/3. § 1er. En cas de menace particulière et importante d'incident de sécurité dans un réseau public de communications électroniques ou un service de communications électroniques accessibles au public, l'opérateur informe l'Institut de la menace, de toute mesure de protection ou correctrice que ses utilisateurs peuvent prendre ainsi que des mesures qu'il a prises ou envisage de prendre.
L'opérateur informe ensuite ses utilisateurs potentiellement concernés par une telle menace, de toute mesure de protection ou correctrice que ces derniers peuvent prendre et, le cas échéant, de la menace.
L'Institut peut préciser les cas dans lesquels une information doit être notifiée ainsi que les modalités de cette communication.
§ 2. Les opérateurs notifient sans délai à l'Institut tout incident de sécurité ayant eu un impact significatif sur le fonctionnement des réseaux ou des services.
Afin de déterminer l'ampleur de l'impact d'un incident de sécurité, il est tenu compte en particulier des paramètres suivants, lorsqu'ils sont disponibles:
1° le nombre d'utilisateurs touchés par l'incident de sécurité;
2° la durée de l'incident de sécurité;
3° l'étendue géographique de la zone touchée par l'incident de sécurité;
4° la mesure dans laquelle le fonctionnement du réseau ou du service est affecté;
5° l'ampleur de l'impact sur les activités économiques et sociétales.
L'Institut précise dans quels cas l'incident de sécurité a un impact significatif au sens de l'alinéa 1er ainsi que les modalités de la notification.
En cas d'incident de sécurité, l'Institut peut en informer les autorités réglementaires des communautés compétentes en matière de réseaux de communications électroniques, les autorités réglementaires nationales des autres Etats membres et l'ENISA. L'Institut peut en informer le public ou exiger des opérateurs qu'ils le fassent, dès lors qu'il constate qu'il est d'utilité publique de divulguer l'incident de sécurité.
Une fois par an, l'Institut soumet à la Commission européenne et à l'ENISA un rapport succinct sur les notifications reçues et l'action engagée conformément au présent paragraphe.
§ 3. En cas de violation de données à caractère personnel, l'opérateur de services de communications électroniques avertit sans délai l'Autorité de protection des données, qui en avertit sans délai l'Institut.
Lorsque la violation de données à caractère personnel est de nature à affecter négativement les données à caractère personnel ou la vie privée d'un abonné ou d'un particulier, l'opérateur de service de communications électroniques avertit également sans délai l'abonné ou le particulier concerné de la violation.
L'Autorité de protection des données examine si l'opérateur se conforme à cette obligation et informe l'Institut lorsqu'elle estime que cela n'est pas le cas.
La notification d'une violation des données à caractère personnel à l'abonné ou au particulier concerné n'est pas nécessaire si l'opérateur de services de communications électroniques a prouvé, à la satisfaction de l'Institut, qu'il a mis en oeuvre les mesures de protection technologiques appropriées et que ces dernières ont été appliquées aux données concernées par ladite violation. De telles mesures de protection technologiques rendent les données incompréhensibles à toute personne qui n'est pas autorisée à y avoir accès.
Sans préjudice de l'obligation de l'opérateur de service de communications électroniques d'informer les abonné et les particuliers concernés, si cet opérateur n'a pas déjà averti l'abonné ou le particulier de la violation de données à caractère personnel, l'Institut peut, à la demande de l'Autorité de protection des données, après avoir examiné les effets potentiellement négatifs de cette violation, exiger qu'il s'exécute.
La notification faite à l'abonné ou au particulier décrit au minimum la nature de la violation de données à caractère personnel et les points de contact auprès desquels des informations supplémentaires peuvent être obtenues et recommande des mesures à prendre pour atténuer les conséquences négatives possibles de la violation de données à caractère personnel.
La notification faite à l'Autorité de protection des données décrit en outre les conséquences de la violation de données à caractère personnel, et les mesures proposées ou prises par l'opérateur de service de communications électroniques pour y remédier.
§ 4. Sous réserve de mesures d'exécution techniques émanant de la Commission européenne conformément à l'article 4, point 5, de la directive 2002/58/CE, et après avis de l'Autorité de protection des données, l'Institut peut adopter des lignes directrices et, le cas échéant, édicter des instructions précisant les circonstances dans lesquelles les opérateurs de services de communications électroniques sont tenus de notifier la violation de données à caractère personnel.
Sous réserve de mesures techniques d'application émanant de la Commission européenne conformément à l'article 4, point 5, de la directive 2002/58/CE, et après avis de l'Institut, l'Autorité de protection des données peut adopter des lignes directrices et, le cas échéant, édicter des instructions précisant le format applicable à cette notification et sa procédure de transmission.
Les opérateurs de services de communications électroniques tiennent à jour un inventaire des violations de données à caractère personnel, notamment de leur contexte, de leurs effets et des mesures prises pour y remédier, de sorte que l'Autorité de protection des données et l'Institut puissent vérifier le respect des dispositions du paragraphe 3. Cet inventaire comprend uniquement les informations nécessaires à cette fin.".
Art.141. In hetzelfde hoofdstuk II/1 wordt een artikel 107/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 107/4. § 1. Met het oog op de uitvoering van de artikelen 107/2, 107/3 en van dit artikel kan het Instituut een operator bindende instructies geven, onder meer de maatregelen die nodig zijn om een beveiligingsincident op te lossen of te voorkomen wanneer een significante dreiging is vastgesteld, alsook het tijdschema voor de uitvoering van die instructies.
Op verzoek van het Instituut neemt een operator deel aan een oefening in verband met de veiligheid van de netwerken of diensten of organiseert hij een dergelijke oefening.
Op verzoek van het Instituut en in het kader van het beheer van veiligheidsincidenten, deelt een operator het een contactpersoon mee die steeds bereikbaar is.
§ 2. De operator verschaft het Instituut, op zijn verzoek, alle informatie die nodig is om de veiligheid van zijn netwerken en diensten te beoordelen, met inbegrip van gedocumenteerde beveiligingsmaatregelen. Het Instituut kan de in acht te nemen nadere bepalingen voor de verstrekking van deze informatie vastleggen.
Op verzoek van het Instituut onderwerpt een operator zich aan een veiligheidscontrole uitgevoerd door het Instituut zelf, door een instantie of deels door het Instituut en deels door die instantie. Het Instituut stelt het voorwerp en de nadere regels van de controle vast, alsook de termijn waarbinnen die controle moet worden uitgevoerd, wanneer deze door een instantie wordt verricht. Wanneer de controle wordt uitgevoerd door het Instituut, kan deze controle inspecties ter plaatse omvatten. Wanneer de controle wordt uitgevoerd door een instantie, dan stelt de operator een of meer instanties ter goedkeuring aan het Instituut voor. Het Instituut geeft zijn akkoord wanneer de instantie gekwalificeerd is om de controle uit te voeren en onafhankelijk is van de operator. Bij uitblijven van een akkoord vanwege het Instituut binnen de termijn die het bij het verzoek heeft vastgesteld, wijst het Instituut zelf de instantie aan. Deze laatste bezorgt aan het Instituut het volledige verslag en de resultaten van deze controle en de kosten van de controle zijn ten laste van de operator.
Op verzoek van het Instituut en om een onderzoek in te stellen naar een geval van niet-conformiteit met de artikelen 107/2, 107/3 of dit artikel of met een uitvoeringsmaatregel, alsook naar het gevolg ervan voor de veiligheid van de netwerken en diensten, geeft de operator toegang tot elk element van zijn netwerk aan het Instituut.
§ 3. Ter uitvoering van de artikelen 107/2 en 107/3 heeft het Instituut de bevoegdheid om de hulp in te roepen van het "Computer Security Incident Response Team", bedoeld in artikel 7, § 2, van de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid, met betrekking tot kwesties die vallen onder de taken van dat team.
§ 4. Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de veiligheid van de openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare elektronische-communicatiediensten.
Het houdt toezicht op het opsporen, het observeren en het analyseren van de veiligheidsproblemen en kan informatie daarover aan de gebruikers verstrekken.
§ 5. De Koning en het Instituut kunnen de uitvoering van de artikelen 107/2, 107/3 en van het huidige artikel aanpassen naargelang van het type van operator en volgens verschillende categorieën binnen de netwerken en diensten.".
"Art. 107/4. § 1. Met het oog op de uitvoering van de artikelen 107/2, 107/3 en van dit artikel kan het Instituut een operator bindende instructies geven, onder meer de maatregelen die nodig zijn om een beveiligingsincident op te lossen of te voorkomen wanneer een significante dreiging is vastgesteld, alsook het tijdschema voor de uitvoering van die instructies.
Op verzoek van het Instituut neemt een operator deel aan een oefening in verband met de veiligheid van de netwerken of diensten of organiseert hij een dergelijke oefening.
Op verzoek van het Instituut en in het kader van het beheer van veiligheidsincidenten, deelt een operator het een contactpersoon mee die steeds bereikbaar is.
§ 2. De operator verschaft het Instituut, op zijn verzoek, alle informatie die nodig is om de veiligheid van zijn netwerken en diensten te beoordelen, met inbegrip van gedocumenteerde beveiligingsmaatregelen. Het Instituut kan de in acht te nemen nadere bepalingen voor de verstrekking van deze informatie vastleggen.
Op verzoek van het Instituut onderwerpt een operator zich aan een veiligheidscontrole uitgevoerd door het Instituut zelf, door een instantie of deels door het Instituut en deels door die instantie. Het Instituut stelt het voorwerp en de nadere regels van de controle vast, alsook de termijn waarbinnen die controle moet worden uitgevoerd, wanneer deze door een instantie wordt verricht. Wanneer de controle wordt uitgevoerd door het Instituut, kan deze controle inspecties ter plaatse omvatten. Wanneer de controle wordt uitgevoerd door een instantie, dan stelt de operator een of meer instanties ter goedkeuring aan het Instituut voor. Het Instituut geeft zijn akkoord wanneer de instantie gekwalificeerd is om de controle uit te voeren en onafhankelijk is van de operator. Bij uitblijven van een akkoord vanwege het Instituut binnen de termijn die het bij het verzoek heeft vastgesteld, wijst het Instituut zelf de instantie aan. Deze laatste bezorgt aan het Instituut het volledige verslag en de resultaten van deze controle en de kosten van de controle zijn ten laste van de operator.
Op verzoek van het Instituut en om een onderzoek in te stellen naar een geval van niet-conformiteit met de artikelen 107/2, 107/3 of dit artikel of met een uitvoeringsmaatregel, alsook naar het gevolg ervan voor de veiligheid van de netwerken en diensten, geeft de operator toegang tot elk element van zijn netwerk aan het Instituut.
§ 3. Ter uitvoering van de artikelen 107/2 en 107/3 heeft het Instituut de bevoegdheid om de hulp in te roepen van het "Computer Security Incident Response Team", bedoeld in artikel 7, § 2, van de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid, met betrekking tot kwesties die vallen onder de taken van dat team.
§ 4. Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de veiligheid van de openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare elektronische-communicatiediensten.
Het houdt toezicht op het opsporen, het observeren en het analyseren van de veiligheidsproblemen en kan informatie daarover aan de gebruikers verstrekken.
§ 5. De Koning en het Instituut kunnen de uitvoering van de artikelen 107/2, 107/3 en van het huidige artikel aanpassen naargelang van het type van operator en volgens verschillende categorieën binnen de netwerken en diensten.".
Art.141. Dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 107/4, rédigé comme suit:
"Art. 107/4. § 1er. En vue de l'application des articles 107/2, 107/3 et du présent article, l'Institut peut donner des instructions contraignantes à un opérateur, y compris les mesures requises pour remédier à un incident de sécurité ou empêcher qu'un tel incident ne se produise lorsqu'une menace importante a été identifiée, ainsi que les dates limites de mise en oeuvre de ces instructions.
A la demande de l'Institut, un opérateur participe à un exercice relatif à la sécurité des réseaux ou services ou organise un tel exercice.
A la demande de l'Institut et dans le cadre de la gestion des incidents de sécurité, un opérateur lui communique un point de contact disponible en permanence.
§ 2. L'opérateur fournit à l'Institut, à sa demande, toutes les informations nécessaires pour évaluer la sécurité de ses réseaux et services, y compris les documents relatifs à sa politique de sécurité. L'Institut peut fixer les modalités à respecter pour la fourniture de ces informations.
A la demande de l'Institut, un opérateur se soumet à un contrôle de sécurité effectué par l'Institut lui-même, par un organisme ou en partie par l'Institut et en partie par cet organisme. L'Institut fixe l'objet et les modalités du contrôle et, lorsque le contrôle est effectué par un organisme, le délai dans lequel il doit être effectué. Lorsque le contrôle est effectué par l'Institut, ce contrôle peut inclure des inspections sur place. Lorsque le contrôle est effectué par un organisme, l'opérateur propose à l'Institut un ou plusieurs organismes pour accord. L'Institut donne son accord lorsque l'organisme est qualifié pour effectuer le contrôle et est indépendant par rapport à l'opérateur. A défaut d'accord de l'Institut dans le délai qu'il a fixé lors de la demande, l'Institut désigne lui-même l'organisme. Ce dernier communique à l'Institut le rapport complet et les résultats de ce contrôle et le coût du contrôle est à la charge de l'opérateur.
A la demande de l'Institut et pour enquêter sur un cas de non-conformité par rapport aux articles 107/2, 107/3 ou au présent article ou à une mesure d'exécution ainsi que sur son effet sur la sécurité des réseaux et services, l'opérateur lui donne accès à tout élément de son réseau.
§ 3. Pour mettre en oeuvre les articles 107/2 et 107/3, l'Institut a le pouvoir d'obtenir l'assistance du "Centre de réponse aux incidents de sécurité informatique" visé à l'article 7, § 2°, de la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique, pour les questions relevant des tâches de ce centre.
§ 4. L'Institut coordonne les initiatives relatives à la sécurité des réseaux publics de communications électroniques et des services de communications électroniques accessibles au public.
Il supervise la détection, l'observation et l'analyse des problèmes de sécurité, et peut fournir aux utilisateurs des informations en la matière.
§ 5. Le Roi et l'Institut peuvent adapter la mise en oeuvre des articles 107/2, 107/3 et du présent article, selon le type d'opérateurs et selon différentes catégories au sein des réseaux et services.".
"Art. 107/4. § 1er. En vue de l'application des articles 107/2, 107/3 et du présent article, l'Institut peut donner des instructions contraignantes à un opérateur, y compris les mesures requises pour remédier à un incident de sécurité ou empêcher qu'un tel incident ne se produise lorsqu'une menace importante a été identifiée, ainsi que les dates limites de mise en oeuvre de ces instructions.
A la demande de l'Institut, un opérateur participe à un exercice relatif à la sécurité des réseaux ou services ou organise un tel exercice.
A la demande de l'Institut et dans le cadre de la gestion des incidents de sécurité, un opérateur lui communique un point de contact disponible en permanence.
§ 2. L'opérateur fournit à l'Institut, à sa demande, toutes les informations nécessaires pour évaluer la sécurité de ses réseaux et services, y compris les documents relatifs à sa politique de sécurité. L'Institut peut fixer les modalités à respecter pour la fourniture de ces informations.
A la demande de l'Institut, un opérateur se soumet à un contrôle de sécurité effectué par l'Institut lui-même, par un organisme ou en partie par l'Institut et en partie par cet organisme. L'Institut fixe l'objet et les modalités du contrôle et, lorsque le contrôle est effectué par un organisme, le délai dans lequel il doit être effectué. Lorsque le contrôle est effectué par l'Institut, ce contrôle peut inclure des inspections sur place. Lorsque le contrôle est effectué par un organisme, l'opérateur propose à l'Institut un ou plusieurs organismes pour accord. L'Institut donne son accord lorsque l'organisme est qualifié pour effectuer le contrôle et est indépendant par rapport à l'opérateur. A défaut d'accord de l'Institut dans le délai qu'il a fixé lors de la demande, l'Institut désigne lui-même l'organisme. Ce dernier communique à l'Institut le rapport complet et les résultats de ce contrôle et le coût du contrôle est à la charge de l'opérateur.
A la demande de l'Institut et pour enquêter sur un cas de non-conformité par rapport aux articles 107/2, 107/3 ou au présent article ou à une mesure d'exécution ainsi que sur son effet sur la sécurité des réseaux et services, l'opérateur lui donne accès à tout élément de son réseau.
§ 3. Pour mettre en oeuvre les articles 107/2 et 107/3, l'Institut a le pouvoir d'obtenir l'assistance du "Centre de réponse aux incidents de sécurité informatique" visé à l'article 7, § 2°, de la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique, pour les questions relevant des tâches de ce centre.
§ 4. L'Institut coordonne les initiatives relatives à la sécurité des réseaux publics de communications électroniques et des services de communications électroniques accessibles au public.
Il supervise la détection, l'observation et l'analyse des problèmes de sécurité, et peut fournir aux utilisateurs des informations en la matière.
§ 5. Le Roi et l'Institut peuvent adapter la mise en oeuvre des articles 107/2, 107/3 et du présent article, selon le type d'opérateurs et selon différentes catégories au sein des réseaux et services.".
Art.142. In hetzelfde hoofdstuk II/1 wordt een artikel 107/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 107/5. Het gebruik van versleuteling is vrij.
De terbeschikkingstelling aan het publiek van versleutelingsdiensten aangewezen door de Koning, na advies van het Instituut, is onderworpen aan een voorafgaande kennisgeving aan het Instituut.
De Koning legt na advies van het Instituut de inhoud en de vorm van die kennisgeving vast.".
"Art. 107/5. Het gebruik van versleuteling is vrij.
De terbeschikkingstelling aan het publiek van versleutelingsdiensten aangewezen door de Koning, na advies van het Instituut, is onderworpen aan een voorafgaande kennisgeving aan het Instituut.
De Koning legt na advies van het Instituut de inhoud en de vorm van die kennisgeving vast.".
Art.142. Dans le même chapitre II/1, il est inséré un article 107/5, rédigé comme suit:
"Art. 107/5. L'emploi de la cryptographie est libre.
La fourniture au public de services de cryptographie que le Roi détermine, après avis de l'Institut, est soumise à une déclaration préalable auprès de l'Institut.
Le Roi arrête, après avis de l'Institut, le contenu et la forme de cette déclaration.".
"Art. 107/5. L'emploi de la cryptographie est libre.
La fourniture au public de services de cryptographie que le Roi détermine, après avis de l'Institut, est soumise à une déclaration préalable auprès de l'Institut.
Le Roi arrête, après avis de l'Institut, le contenu et la forme de cette déclaration.".
Art.143. Artikel 108 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 108. § 1. Voordat een consument of een eindgebruiker die een micro-onderneming, kleine onderneming, een micro-organisatie zonder winstoogmerk of een kleine organisatie zonder winstoogmerk is, is gebonden aan een contract of een daarmee overeenstemmend aanbod, verstrekken operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten de in de artikelen VI.2, VI.45 en VI.64 van het Wetboek van economisch recht bedoelde informatie, naast de in het tweede lid genoemde informatie, voor zover die informatie betrekking heeft op een dienst die zij aanbieden. Operatoren kunnen de in deze paragraaf bedoelde informatie niet of slechts gedeeltelijk opnemen in contracten met eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, wanneer deze eindgebruikers de voorkeur gegeven hebben aan geïndividualiseerde contractonderhandelingen en er voorafgaand aan de contractsluiting expliciet mee ingestemd hebben.
De in de zin van dit artikel te verstrekken informatie omvat:
1° voor alle onder dit artikel vallende operatoren:
a) als onderdeel van de belangrijkste kenmerken van de verstrekte diensten:
i) hetzij de diensten waarvoor, op eigen initiatief dan wel krachtens een besluit van het Instituut, minimumkwaliteitsniveaus worden geboden, alsmede de beschrijving van en uitleg over de specifieke gewaarborgde kwaliteitsparameters;
ii) hetzij een verklaring dat er geen minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening worden geboden;
b) als onderdeel van de informatie inzake prijzen, indien en voor zover van toepassing:
i) de prijzen voor het activeren van de elektronische-communicatiedienst;
ii) de terugkerende kosten; en
iii) het detail van de toepasselijke tarieven die verbruiksgerelateerd zijn;
c) als onderdeel van de informatie over de looptijd van het contract, de voorwaarden voor verlenging of opzegging van de diensten en van het contract, voor zover er dergelijke voorwaarden zijn:
i) het minimale gebruik of de minimale gebruiksperiode die vereist is om speciale aanbiedingen te kunnen genieten;
ii) kosten met betrekking tot nummeroverdraagbaarheid en overstappen van operator en compensatie- en terugbetalingsregelingen voor vertraging of misbruik van het recht om nummers over te dragen of over te stappen, en informatie over de respectieve procedures;
iii) informatie over het recht van consumenten die gebruikmaken van vooruitbetaalde kaarten, op restitutie op verzoek van eventueel resterende tegoeden in geval van nummeroverdraagbaarheid en van overstap van operator;
iv) in voorkomend geval, alle kosten die bij de beëindiging van het contract verschuldigd zijn, inclusief informatie over het simlockvrij maken van eindapparatuur en elke terugvordering van kosten met betrekking tot eindapparatuur; indien de verkrijging van eindapparatuur gebonden is aan het inschrijven op of verder aanhouden van een abonnement, wordt er een aflossingstabel toegevoegd, waarin de restwaarde van het eindapparaat of het resterende gedeelte van het abonnementsgeld tot het aflopen van het contract van bepaalde duur, al naargelang welk bedrag het laagst is, gedurende elke maand van de looptijd wordt gepreciseerd. Voor het berekenen van de maandelijkse waardevermindering van de eindapparatuur wordt een lineaire afschrijvingsmethode gebruikt; de aflossingstabel kan een maximale looptijd van vierentwintig maanden niet overschrijden;
v) informatie over de faciliteiten, aangeboden krachtens, naargelang van het geval, de gedragscode, bedoeld in artikel 121/1, of het besluit bedoeld in artikel 121/2, alsook de manier waarop deze faciliteiten kunnen worden aangevraagd;
d) alle compensatie- en terugbetalingsregelingen, met inbegrip van, waar van toepassing, een uitdrukkelijke vermelding van de rechten van consumenten die gelden ingeval niet aan contractueel overeengekomen niveaus van de kwaliteit van de dienstverlening wordt voldaan, of indien de operator op ontoereikende wijze reageert op een beveiligingsincident, een dreiging of kwetsbaarheid;
e) het type actie dat door de operator kan worden ondernomen in reactie op beveiligings- en integriteitsincidenten of bedreigingen en kwetsbaarheden;
2° voor operatoren van internettoegangsdiensten en van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepaling onder 1° :
a) als onderdeel van de belangrijkste kenmerken van de dienst die wordt verleend:
i) voor operatoren van internettoegangsdiensten: de minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening die wordt geboden inzake wachttijd, vertraging, pakketverlies en andere elementen, bepaald door het Instituut, overeenkomstig artikel 113, § 3;
ii) voor operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, die controle hebben over ten minste een aantal elementen van het netwerk of daarvoor een overeenkomst hebben inzake het niveau van de dienstverlening met netwerk-operatoren: de minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening die wordt geboden inzake de wachttijd bij eerste aansluiting, het uitvalrisico, vertragingen in de gesprekssignalering en andere elementen, bepaald door het Instituut, overeenkomstig artikel 113, § 3; en
iii) voor beide categorieën van operatoren: alle voorwaarden, inclusief vergoedingen, die de operator heeft opgelegd met betrekking tot het gebruik van de verstrekte eindapparatuur, die de operator kan toepassen, zonder afbreuk te doen aan het recht van eindgebruikers om eindapparatuur van hun keuze te gebruiken overeenkomstig artikel 3, § 1, van Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie, hierna genoemd Verordening (EU) 2015/2120;
b) als onderdeel van de informatie inzake prijzen, indien en voor zover van toepassing:
i) de bijzonderheden van het specifieke tariefplan of de specifieke tariefplannen die aan het contract is/zijn verbonden, alsmede voor elk tariefplan de aangeboden diensten, met inbegrip van, in voorkomend geval, de communicatievolumes (zoals inbegrepen internetdata, minuten en berichten) per facturatieperiode, en de prijs voor extra communicatie-eenheden;
ii) in het geval van een tariefplan of tariefplannen met een vooraf vastgelegd communicatievolume: vermelding van de mogelijkheid voor de consument om ongebruikt volume van de voorgaande facturatieperiode over te dragen naar de volgende facturatieperiode, indien die optie in het contract is opgenomen;
iii) faciliteiten om de transparantie van de facturen te garanderen en het verbruiksniveau te bewaken, waaronder deze bedoeld in respectievelijk artikel 110, §§ 1 tot 3, en artikel 112;
iv) informatie over de tarieven voor nummers en diensten waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden, waaronder de tarieven voor betaalnummers en tarieven van andere diensten van een derde die via de operator aan de abonnee aangerekend worden;
v) voor dienstenbundels en bundels die zowel diensten als eindapparatuur omvatten: de prijs van de individuele elementen die tot de bundel behoren, voor zover ze ook afzonderlijk worden aangeboden;
vi) nadere informatie en voorwaarden, inclusief vergoedingen, inzake nazorg, onderhoud, en klantenservice; en
vii) de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende tarieven en onderhoudskosten kan worden verkregen;
c) als onderdeel van de informatie over de looptijd van het contract voor dienstenbundels en de voorwaarden voor verlenging en beëindiging van het contract, voor zover van toepassing: de voorwaarden voor de opzegging van de bundel of van onderdelen daarvan;
d) onverminderd artikel 13 van de AVG: informatie inzake de persoonsgegevens die moeten worden verstrekt voorafgaand aan het verlenen van de dienst, of die moeten worden verzameld in verband met het verlenen van de dienst;
e) nadere informatie over producten en diensten voor eindgebruikers met een handicap en over de manier waarop updates van die informatie kunnen worden verkregen;
f) de wijze waarop geschillen kunnen worden beslecht, met inbegrip van het eventueel beroep aantekenen of het indienen van een klacht bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie;
3° voor operatoren van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepalingen onder 1° en 2° :
a) eventuele beperkingen van de toegang tot nooddiensten of van de informatie over de locatie van de oproeper die het gevolg zijn van technische onmogelijkheden, voor zover de dienst eindgebruikers de mogelijkheid biedt om uitgaande gesprekken tot stand te brengen naar een nummer in een nationaal of internationaal nummerplan;
b) de keuzemogelijkheden van de abonnee overeenkomstig artikel 133 met betrekking tot de vraag of zijn persoonsgegevens al dan niet in een telefoongids of een telefooninlichtingendienst zullen worden opgenomen, en de gegevens in kwestie;
4° voor aanbieders van internettoegangsdiensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepalingen onder 1° en 2° : de informatie die wordt vereist op grond van artikel 4, § 1, van Verordening (EU) 2015/2120.
De informatie wordt op een duidelijke en begrijpelijke manier verstrekt op een duurzame gegevensdrager zoals gedefinieerd in artikel I.1, 15°, van het Wetboek van economisch recht of, indien zulks op een duurzame gegevensdrager niet haalbaar is, in een door de operator beschikbaar gesteld document dat gemakkelijk kan worden gedownload. De operator brengt de beschikbaarheid van dat document en het belang van het downloaden ervan met het oog op documentatie, raadpleging achteraf en ongewijzigde reproductie uitdrukkelijk onder de aandacht van de consument en de andere eindgebruikers op wie dit artikel van toepassing is.
De informatie wordt desgevraagd verstrekt in een vorm die toegankelijk is voor eindgebruikers met een handicap, overeenkomstig de nationale wetgeving die het Europese Unierecht tot harmonisering van de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten omzet.
§ 2. Operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten verstrekken consumenten en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, de in het tweede lid bedoelde samenvatting van het contract, tenzij deze eindgebruikers de voorkeur gegeven hebben aan geïndividualiseerde contractonderhandelingen en er voorafgaand aan de contractssluiting expliciet mee hebben ingestemd om deze samenvatting niet te ontvangen.
De samenvatting van het contract voldoet aan de voorwaarden, opgelegd door de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, en is daarnaast gemakkelijk leesbaar en zo beknopt mogelijk.
De in het eerste lid bedoelde operatoren verstrekken de samenvatting van het contract kosteloos en voorafgaand aan het sluiten van het contract aan de consumenten en de in deze paragraaf bedoelde eindgebruikers, ook in geval van overeenkomsten op afstand.
Indien het voorafgaand aan de sluiting van het contract om objectieve technische redenen niet mogelijk is de samenvatting van het contract te verstrekken, wordt deze onverwijld daarna verstrekt en wordt het contract pas van kracht wanneer de consument of de in deze paragraaf bedoelde eindgebruiker, na ontvangst van de samenvatting, zijn akkoord heeft bevestigd.
§ 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van het contract en wordt, onverminderd de toepassing van paragraaf 4, niet gewijzigd, tenzij de partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de artikelen VI.83 en VI.84 van het Wetboek van economisch recht, hebben de abonnees bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen aan de voorwaarden van het afgesloten contract met een operator van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten het recht om het contract zonder boete op te zeggen, tenzij de voorgestelde wijzigingen op aantoonbare wijze uitsluitend in het voordeel zijn van de eindgebruiker, van strikt administratieve aard zijn en geen negatieve gevolgen hebben voor de eindgebruiker of rechtstreeks worden opgelegd door of krachtens wetgeving die operatoren geen keuze laat op het vlak van implementatie of indien het gaat om een aan de index van de consumptieprijzen gerelateerde stijging waarin werd voorzien in het in paragraaf 3 bedoelde contract.
De abonnees worden tijdig en ten minste één maand vooraf naar behoren, op een duidelijke en begrijpelijke wijze, individueel via een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van dergelijke wijzigingen en worden tegelijkertijd op de hoogte gesteld van hun recht om zonder boete het contract op te zeggen uiterlijk drie maanden na de kennisgeving.
Wat transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten betreft, komen de in deze paragraaf bedoelde rechten uitsluitend ten goede aan eindgebruikers die consumenten, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn.
§ 5. De initiële duurtijd van contracten tussen consumenten en operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten mag niet meer dan vierentwintig maanden bedragen. Deze beperking geldt eveneens voor contracten tussen de in de eerste zin genoemde operatoren en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, tenzij deze eindgebruikers op het ogenblik van de contractsluiting er expliciet en vrij mee hebben ingestemd om de initiële duurtijd van vierentwintig maanden te overschrijden.
De in het eerste lid bedoelde beperking van de looptijd is niet van toepassing op een contract op afbetaling, waarbij de consument of de eindgebruiker uitsluitend voor het aanleggen van een fysieke aansluiting in termijnen betaalt. Een dergelijk contract wordt afzonderlijk van het in het eerste lid bedoelde contract gesloten, omvat geen eindapparatuur zoals een router of modem en belet de consument en de eindgebruiker niet zijn rechten uit hoofde van paragraaf 4 en de artikelen 111/3 en 113/1 uit te oefenen.
§ 6. Uiterlijk één maand vóór de automatische verlenging van het contract van bepaalde duur voor andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten informeren de operatoren de abonnees op een duurzame gegevensdrager, in vetgedrukte letters en op een prominente plaats, over het einde van de initiële contractuele verbintenis en over de middelen om het contract, overeenkomstig artikel 111/3, op te zeggen. Tegelijk geeft de operator de abonnees op de duurzame gegevensdrager, overeenkomstig de modaliteiten van artikel 109, ook advies over de voordeligste tarieven met betrekking tot zijn diensten.
§ 7. De bewijslast voor de naleving van de neergelegde informatie- en instemmingsverplichtingen ligt bij de operator.".
"Art. 108. § 1. Voordat een consument of een eindgebruiker die een micro-onderneming, kleine onderneming, een micro-organisatie zonder winstoogmerk of een kleine organisatie zonder winstoogmerk is, is gebonden aan een contract of een daarmee overeenstemmend aanbod, verstrekken operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten de in de artikelen VI.2, VI.45 en VI.64 van het Wetboek van economisch recht bedoelde informatie, naast de in het tweede lid genoemde informatie, voor zover die informatie betrekking heeft op een dienst die zij aanbieden. Operatoren kunnen de in deze paragraaf bedoelde informatie niet of slechts gedeeltelijk opnemen in contracten met eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, wanneer deze eindgebruikers de voorkeur gegeven hebben aan geïndividualiseerde contractonderhandelingen en er voorafgaand aan de contractsluiting expliciet mee ingestemd hebben.
De in de zin van dit artikel te verstrekken informatie omvat:
1° voor alle onder dit artikel vallende operatoren:
a) als onderdeel van de belangrijkste kenmerken van de verstrekte diensten:
i) hetzij de diensten waarvoor, op eigen initiatief dan wel krachtens een besluit van het Instituut, minimumkwaliteitsniveaus worden geboden, alsmede de beschrijving van en uitleg over de specifieke gewaarborgde kwaliteitsparameters;
ii) hetzij een verklaring dat er geen minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening worden geboden;
b) als onderdeel van de informatie inzake prijzen, indien en voor zover van toepassing:
i) de prijzen voor het activeren van de elektronische-communicatiedienst;
ii) de terugkerende kosten; en
iii) het detail van de toepasselijke tarieven die verbruiksgerelateerd zijn;
c) als onderdeel van de informatie over de looptijd van het contract, de voorwaarden voor verlenging of opzegging van de diensten en van het contract, voor zover er dergelijke voorwaarden zijn:
i) het minimale gebruik of de minimale gebruiksperiode die vereist is om speciale aanbiedingen te kunnen genieten;
ii) kosten met betrekking tot nummeroverdraagbaarheid en overstappen van operator en compensatie- en terugbetalingsregelingen voor vertraging of misbruik van het recht om nummers over te dragen of over te stappen, en informatie over de respectieve procedures;
iii) informatie over het recht van consumenten die gebruikmaken van vooruitbetaalde kaarten, op restitutie op verzoek van eventueel resterende tegoeden in geval van nummeroverdraagbaarheid en van overstap van operator;
iv) in voorkomend geval, alle kosten die bij de beëindiging van het contract verschuldigd zijn, inclusief informatie over het simlockvrij maken van eindapparatuur en elke terugvordering van kosten met betrekking tot eindapparatuur; indien de verkrijging van eindapparatuur gebonden is aan het inschrijven op of verder aanhouden van een abonnement, wordt er een aflossingstabel toegevoegd, waarin de restwaarde van het eindapparaat of het resterende gedeelte van het abonnementsgeld tot het aflopen van het contract van bepaalde duur, al naargelang welk bedrag het laagst is, gedurende elke maand van de looptijd wordt gepreciseerd. Voor het berekenen van de maandelijkse waardevermindering van de eindapparatuur wordt een lineaire afschrijvingsmethode gebruikt; de aflossingstabel kan een maximale looptijd van vierentwintig maanden niet overschrijden;
v) informatie over de faciliteiten, aangeboden krachtens, naargelang van het geval, de gedragscode, bedoeld in artikel 121/1, of het besluit bedoeld in artikel 121/2, alsook de manier waarop deze faciliteiten kunnen worden aangevraagd;
d) alle compensatie- en terugbetalingsregelingen, met inbegrip van, waar van toepassing, een uitdrukkelijke vermelding van de rechten van consumenten die gelden ingeval niet aan contractueel overeengekomen niveaus van de kwaliteit van de dienstverlening wordt voldaan, of indien de operator op ontoereikende wijze reageert op een beveiligingsincident, een dreiging of kwetsbaarheid;
e) het type actie dat door de operator kan worden ondernomen in reactie op beveiligings- en integriteitsincidenten of bedreigingen en kwetsbaarheden;
2° voor operatoren van internettoegangsdiensten en van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepaling onder 1° :
a) als onderdeel van de belangrijkste kenmerken van de dienst die wordt verleend:
i) voor operatoren van internettoegangsdiensten: de minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening die wordt geboden inzake wachttijd, vertraging, pakketverlies en andere elementen, bepaald door het Instituut, overeenkomstig artikel 113, § 3;
ii) voor operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, die controle hebben over ten minste een aantal elementen van het netwerk of daarvoor een overeenkomst hebben inzake het niveau van de dienstverlening met netwerk-operatoren: de minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening die wordt geboden inzake de wachttijd bij eerste aansluiting, het uitvalrisico, vertragingen in de gesprekssignalering en andere elementen, bepaald door het Instituut, overeenkomstig artikel 113, § 3; en
iii) voor beide categorieën van operatoren: alle voorwaarden, inclusief vergoedingen, die de operator heeft opgelegd met betrekking tot het gebruik van de verstrekte eindapparatuur, die de operator kan toepassen, zonder afbreuk te doen aan het recht van eindgebruikers om eindapparatuur van hun keuze te gebruiken overeenkomstig artikel 3, § 1, van Verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie, hierna genoemd Verordening (EU) 2015/2120;
b) als onderdeel van de informatie inzake prijzen, indien en voor zover van toepassing:
i) de bijzonderheden van het specifieke tariefplan of de specifieke tariefplannen die aan het contract is/zijn verbonden, alsmede voor elk tariefplan de aangeboden diensten, met inbegrip van, in voorkomend geval, de communicatievolumes (zoals inbegrepen internetdata, minuten en berichten) per facturatieperiode, en de prijs voor extra communicatie-eenheden;
ii) in het geval van een tariefplan of tariefplannen met een vooraf vastgelegd communicatievolume: vermelding van de mogelijkheid voor de consument om ongebruikt volume van de voorgaande facturatieperiode over te dragen naar de volgende facturatieperiode, indien die optie in het contract is opgenomen;
iii) faciliteiten om de transparantie van de facturen te garanderen en het verbruiksniveau te bewaken, waaronder deze bedoeld in respectievelijk artikel 110, §§ 1 tot 3, en artikel 112;
iv) informatie over de tarieven voor nummers en diensten waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden, waaronder de tarieven voor betaalnummers en tarieven van andere diensten van een derde die via de operator aan de abonnee aangerekend worden;
v) voor dienstenbundels en bundels die zowel diensten als eindapparatuur omvatten: de prijs van de individuele elementen die tot de bundel behoren, voor zover ze ook afzonderlijk worden aangeboden;
vi) nadere informatie en voorwaarden, inclusief vergoedingen, inzake nazorg, onderhoud, en klantenservice; en
vii) de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende tarieven en onderhoudskosten kan worden verkregen;
c) als onderdeel van de informatie over de looptijd van het contract voor dienstenbundels en de voorwaarden voor verlenging en beëindiging van het contract, voor zover van toepassing: de voorwaarden voor de opzegging van de bundel of van onderdelen daarvan;
d) onverminderd artikel 13 van de AVG: informatie inzake de persoonsgegevens die moeten worden verstrekt voorafgaand aan het verlenen van de dienst, of die moeten worden verzameld in verband met het verlenen van de dienst;
e) nadere informatie over producten en diensten voor eindgebruikers met een handicap en over de manier waarop updates van die informatie kunnen worden verkregen;
f) de wijze waarop geschillen kunnen worden beslecht, met inbegrip van het eventueel beroep aantekenen of het indienen van een klacht bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie;
3° voor operatoren van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepalingen onder 1° en 2° :
a) eventuele beperkingen van de toegang tot nooddiensten of van de informatie over de locatie van de oproeper die het gevolg zijn van technische onmogelijkheden, voor zover de dienst eindgebruikers de mogelijkheid biedt om uitgaande gesprekken tot stand te brengen naar een nummer in een nationaal of internationaal nummerplan;
b) de keuzemogelijkheden van de abonnee overeenkomstig artikel 133 met betrekking tot de vraag of zijn persoonsgegevens al dan niet in een telefoongids of een telefooninlichtingendienst zullen worden opgenomen, en de gegevens in kwestie;
4° voor aanbieders van internettoegangsdiensten, in aanvulling op de informatie vermeld in de bepalingen onder 1° en 2° : de informatie die wordt vereist op grond van artikel 4, § 1, van Verordening (EU) 2015/2120.
De informatie wordt op een duidelijke en begrijpelijke manier verstrekt op een duurzame gegevensdrager zoals gedefinieerd in artikel I.1, 15°, van het Wetboek van economisch recht of, indien zulks op een duurzame gegevensdrager niet haalbaar is, in een door de operator beschikbaar gesteld document dat gemakkelijk kan worden gedownload. De operator brengt de beschikbaarheid van dat document en het belang van het downloaden ervan met het oog op documentatie, raadpleging achteraf en ongewijzigde reproductie uitdrukkelijk onder de aandacht van de consument en de andere eindgebruikers op wie dit artikel van toepassing is.
De informatie wordt desgevraagd verstrekt in een vorm die toegankelijk is voor eindgebruikers met een handicap, overeenkomstig de nationale wetgeving die het Europese Unierecht tot harmonisering van de toegankelijkheidseisen voor producten en diensten omzet.
§ 2. Operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten verstrekken consumenten en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, de in het tweede lid bedoelde samenvatting van het contract, tenzij deze eindgebruikers de voorkeur gegeven hebben aan geïndividualiseerde contractonderhandelingen en er voorafgaand aan de contractssluiting expliciet mee hebben ingestemd om deze samenvatting niet te ontvangen.
De samenvatting van het contract voldoet aan de voorwaarden, opgelegd door de uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, en is daarnaast gemakkelijk leesbaar en zo beknopt mogelijk.
De in het eerste lid bedoelde operatoren verstrekken de samenvatting van het contract kosteloos en voorafgaand aan het sluiten van het contract aan de consumenten en de in deze paragraaf bedoelde eindgebruikers, ook in geval van overeenkomsten op afstand.
Indien het voorafgaand aan de sluiting van het contract om objectieve technische redenen niet mogelijk is de samenvatting van het contract te verstrekken, wordt deze onverwijld daarna verstrekt en wordt het contract pas van kracht wanneer de consument of de in deze paragraaf bedoelde eindgebruiker, na ontvangst van de samenvatting, zijn akkoord heeft bevestigd.
§ 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van het contract en wordt, onverminderd de toepassing van paragraaf 4, niet gewijzigd, tenzij de partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen.
§ 4. Onverminderd de toepassing van de artikelen VI.83 en VI.84 van het Wetboek van economisch recht, hebben de abonnees bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen aan de voorwaarden van het afgesloten contract met een operator van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten het recht om het contract zonder boete op te zeggen, tenzij de voorgestelde wijzigingen op aantoonbare wijze uitsluitend in het voordeel zijn van de eindgebruiker, van strikt administratieve aard zijn en geen negatieve gevolgen hebben voor de eindgebruiker of rechtstreeks worden opgelegd door of krachtens wetgeving die operatoren geen keuze laat op het vlak van implementatie of indien het gaat om een aan de index van de consumptieprijzen gerelateerde stijging waarin werd voorzien in het in paragraaf 3 bedoelde contract.
De abonnees worden tijdig en ten minste één maand vooraf naar behoren, op een duidelijke en begrijpelijke wijze, individueel via een duurzame gegevensdrager in kennis gesteld van dergelijke wijzigingen en worden tegelijkertijd op de hoogte gesteld van hun recht om zonder boete het contract op te zeggen uiterlijk drie maanden na de kennisgeving.
Wat transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten betreft, komen de in deze paragraaf bedoelde rechten uitsluitend ten goede aan eindgebruikers die consumenten, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn.
§ 5. De initiële duurtijd van contracten tussen consumenten en operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten mag niet meer dan vierentwintig maanden bedragen. Deze beperking geldt eveneens voor contracten tussen de in de eerste zin genoemde operatoren en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, tenzij deze eindgebruikers op het ogenblik van de contractsluiting er expliciet en vrij mee hebben ingestemd om de initiële duurtijd van vierentwintig maanden te overschrijden.
De in het eerste lid bedoelde beperking van de looptijd is niet van toepassing op een contract op afbetaling, waarbij de consument of de eindgebruiker uitsluitend voor het aanleggen van een fysieke aansluiting in termijnen betaalt. Een dergelijk contract wordt afzonderlijk van het in het eerste lid bedoelde contract gesloten, omvat geen eindapparatuur zoals een router of modem en belet de consument en de eindgebruiker niet zijn rechten uit hoofde van paragraaf 4 en de artikelen 111/3 en 113/1 uit te oefenen.
§ 6. Uiterlijk één maand vóór de automatische verlenging van het contract van bepaalde duur voor andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten informeren de operatoren de abonnees op een duurzame gegevensdrager, in vetgedrukte letters en op een prominente plaats, over het einde van de initiële contractuele verbintenis en over de middelen om het contract, overeenkomstig artikel 111/3, op te zeggen. Tegelijk geeft de operator de abonnees op de duurzame gegevensdrager, overeenkomstig de modaliteiten van artikel 109, ook advies over de voordeligste tarieven met betrekking tot zijn diensten.
§ 7. De bewijslast voor de naleving van de neergelegde informatie- en instemmingsverplichtingen ligt bij de operator.".
Art.143. L'article 108 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 108. § 1er. Avant qu'un consommateur ou un utilisateur final qui est une microentreprise, une petite entreprise, une micro-organisation à but non lucratif ou une petite organisation à but non lucratif ne soit lié par un contrat ou par une offre du même type, les opérateurs de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, communiquent les informations visées aux articles VI.2, VI.45 et VI.64 du Code de droit économique, ainsi que les informations énumérées à l'alinéa 2, dans la mesure où ces informations concernent un service qu'ils fournissent. Les opérateurs peuvent ne pas mentionner ou mentionner partiellement les informations visées dans le présent paragraphe dans les contrats avec les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, si ces utilisateurs finaux ont préféré des négociations contractuelles individualisées et ont donné leur accord exprès préalablement à la conclusion du contrat.
Les informations à fournir au sens du présent article incluent:
1° pour tous les opérateurs relevant du présent article:
a) dans le cadre des principales caractéristiques des services fournis:
i) soit les services pour lesquels, de sa propre initiative ou en vertu d'une décision de l'Institut, des niveaux minimaux de qualité sont proposés, ainsi que la description et une explication des indicateurs spécifiques assurés en matière de qualité;
ii) soit une mention qu'aucun niveau minimal de qualité de service n'est proposé;
b) dans le cadre des informations sur les prix, dans les cas et dans la mesure applicables:
i) les montants dus pour l'activation du service de communications électroniques;
ii) tout coût récurrent; et
iii) le détail des tarifs applicables liés à la consommation;
c) dans le cadre des informations sur la durée du contrat, les conditions de renouvellement ou de résiliation des services et du contrat, dans la mesure où ces conditions s'appliquent:
i) toute utilisation ou durée minimale requise pour pouvoir bénéficier de promotions;
ii) les frais éventuels liés à la portabilité des numéros et au changement d'opérateur ainsi que les indemnisations et formules de remboursement en cas de retard ou d'abus en matière de droit à la portabilité des numéros ou de changement d'opérateur, ainsi que des informations sur les procédures respectives;
iii) des informations sur le droit des consommateurs utilisant des cartes prépayées, d'obtenir le remboursement de tout avoir éventuel en cas de portabilité de numéro et de changement d'opérateur;
iv) le cas échéant, tous les frais dus au moment de la résiliation du contrat, y compris des informations sur le déblocage des équipements terminaux et toute récupération des coûts liés aux équipements terminaux; si l'acquisition d'équipements terminaux est subordonnée à la souscription ou la conservation d'un abonnement, un tableau de remboursement est annexé, lequel reprend la valeur résiduelle de l'équipement terminal ou la partie restante de la redevance d'abonnement jusqu'à l'expiration du contrat à durée déterminée, suivant le montant le plus faible, pour chaque mois de la durée du contrat à durée déterminée. Une méthode d'amortissement linéaire est utilisée pour le calcul de la dépréciation mensuelle des équipements terminaux; le tableau d'amortissement ne peut dépasser une durée maximale de vingt-quatre mois;
v) des informations sur les facilités offertes en vertu, selon le cas, du code de conduite visé à l'article 121/1 ou de l'arrêté visé à l'article 121/2, ainsi que la manière dont ces facilités peuvent être demandées;
d) les indemnisations et formules de remboursement éventuellement applicables, comprenant, le cas échéant, une référence expresse aux droits du consommateur, dans le cas où les niveaux de qualité de service prévus dans le contrat ne seraient pas atteints ou si l'opérateur réagit de manière inappropriée à un incident de sécurité, à une menace ou à une situation de vulnérabilité;
e) le type de mesure qu'est susceptible de prendre l'opérateur pour réagir à un incident ayant trait à la sécurité et à l'intégrité ou à des menaces et des situations de vulnérabilité;
2° pour les opérateurs de services d'accès à l'internet et de services de communications interpersonnelles accessibles au public, outre les informations énoncées au 1° :
a) dans le cadre des principales caractéristiques du service fourni:
i) pour les opérateurs de services d'accès à l'internet: les éventuels niveaux minimaux de qualité du service fourni en matière de latence, de gigue, de perte de colis et d'autres éléments, définis par l'Institut, conformément à l'article 113, § 3;
ii) pour les opérateurs de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui contrôlent au moins certains éléments du réseau ou ont conclu un accord sur le niveau de service à cet effet avec les opérateurs fournissant l'accès au réseau: les niveaux minimaux de qualité du service fourni en matière de délai nécessaire au raccordement initial, probabilité d'échec et retards de signalisation d'appel et d'autres éléments, définis par l'Institut, conformément à l'article 113, § 3; et
iii) pour les deux catégories d'opérateurs: toute condition, y compris les redevances, imposée par l'opérateur relative à l'utilisation des équipements terminaux fournis, que l'opérateur peut appliquer, sans préjudice du droit des utilisateurs finaux d'utiliser les équipements terminaux de leur choix, conformément à l'article 3, § 1er, du Règlement (UE) 2015/2120 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 établissant des mesures relatives à l'accès à un internet ouvert et modifiant la directive 2002/22/CE concernant le service universel et les droits des utilisateurs au regard des réseaux et services de communications électroniques et le règlement (UE) no 531/2012 concernant l'itinérance sur les réseaux publics de communications mobiles à l'intérieur de l'Union, ci-après dénommé Règlement (UE) 2015/2120;
b) dans le cadre des informations sur les prix, dans les cas et dans la mesure applicables:
i) les détails du ou des plans tarifaires spécifiques prévus par le contrat et, pour chacun de ces plans tarifaires, les types de services proposés, y compris, le cas échéant, les volumes de communications (par exemple, les données Internet, les minutes et les messages compris) par période de facturation, et le prix applicable aux unités de communication supplémentaires;
ii) dans le cas d'un ou de plans tarifaires prévoyant un volume prédéfini de communications: l'indication de la possibilité pour les consommateurs de reporter tout volume inutilisé au titre de la période de facturation précédente sur la période de facturation suivante lorsque cette option est prévue par le contrat;
iii) les dispositifs permettant d'assurer la transparence de la facturation et le suivi du niveau de consommation, dont celui visé respectivement à l'article 110, §§ 1er à 3 inclus et à l'article 112;
iv) les informations sur les tarifs concernant des numéros ou des services soumis à des conditions tarifaires particulières, dont les tarifs pour les numéros à taux majoré et les tarifs d'autres services d'un tiers qui sont facturés à l'abonné via l'opérateur;
v) pour les services groupés et les offres groupées incluant à la fois des services et des équipements terminaux, le prix des différents éléments de l'offre groupée dans la mesure où ils sont également commercialisés séparément;
vi) des précisions sur le service après-vente, la maintenance et l'assistance à la clientèle, le cas échéant, ainsi que les conditions y afférentes, y compris les redevances; et
vii) les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des tarifs applicables et des frais de maintenance peuvent être obtenues;
c) dans le cadre des informations sur la durée du contrat portant sur des services groupés et les conditions de renouvellement et de résiliation de celui-ci, dans la mesure applicable: les conditions de résiliation de l'offre groupée ou d'éléments de celle-ci;
d) sans préjudice de l'article 13 du RGPD: les informations relatives aux données à caractère personnel nécessaires pour la prestation du service ou devant être recueillies dans le cadre de la fourniture de ce dernier;
e) des précisions sur les produits et services conçus pour les utilisateurs finaux handicapés et sur les modalités d'obtention des mises à jour de ces informations;
f) les modalités de règlement des litiges, en ce compris l'introduction éventuelle d'un recours ou d'une plainte auprès du service de médiation pour les télécommunications.
3° pour les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public, outre les informations énoncées aux 1° et 2° :
a) les éventuelles contraintes d'accès aux services d'urgence ou aux informations de localisation de l'appelant, faute de possibilité technique, pour autant que le service permette aux utilisateurs finaux d'appeler un numéro figurant dans le plan national ou international de numérotation;
b) les possibilités qui s'offrent à l'abonné conformément à l'article 133 de faire figurer ou non ses données à caractère personnel dans un annuaire ou un service de renseignements téléphonique, et les données concernées;
4° pour les fournisseurs de services d'accès à l'internet, outre les informations énoncées aux 1° et 2° : les informations exigées au titre de l'article 4, § 1er, du Règlement (UE) 2015/2120.
Ces informations sont communiquées d'une manière claire et compréhensible, sur un support durable au sens de l'article I.1, 15° du Code de droit économique ou, lorsqu'il n'est pas possible de communiquer ces informations sur un support durable, dans un document facilement téléchargeable mis à disposition par l'opérateur. L'opérateur attire expressément l'attention du consommateur et des autres utilisateurs finaux auxquels le présent article s'applique sur la disponibilité de ce document et sur le fait qu'il est important de le télécharger à des fins de documentation, de référence future et de reproduction à l'identique.
Ces informations sont fournies, sur demande et sous une forme accessible, aux utilisateurs finaux handicapés, conformément à la législation nationale qui transpose le droit de l'Union européenne harmonisant les exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services.
§ 2. Les opérateurs de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, communiquent aux consommateurs et aux utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif le récapitulatif contractuel visé à l'alinéa 2, sauf si ces utilisateurs finaux ont préféré des négociations contractuelles individualisées et ont accepté expressément avant la conclusion du contrat de ne pas recevoir ce récapitulatif.
Le récapitulatif contractuel satisfait aux conditions imposées par des actes d'exécution de la Commission européenne et est en outre facilement lisible et le plus concis possible.
Les opérateurs visés à l'alinéa 1er communiquent le récapitulatif contractuel aux consommateurs et aux utilisateurs finaux visés dans le présent paragraphe gratuitement et avant la conclusion du contrat, y compris des contrats à distance.
Lorsque, avant la conclusion du contrat, pour des raisons techniques objectives, il est impossible de communiquer le récapitulatif contractuel au moment prévu, ce dernier est communiqué sans retard indu par la suite, et le contrat ne prend effet que lorsque le consommateur ou l'utilisateur final visé dans le présent paragraphe a confirmé son accord après la réception du récapitulatif.
§ 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 deviennent partie intégrante du contrat et, sans préjudice de l'application du paragraphe 4, ne sont pas modifiées, à moins que les parties au contrat n'en décident expressément autrement.
§ 4. Sans préjudice de l'application des articles VI.83 et VI.84 du Code de droit économique, dès lors qu'ils sont avertis d'un projet de modification des conditions du contrat conclu avec un opérateur de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, les abonnés ont le droit de résilier leur contrat, sans pénalité, sauf lorsqu'il peut être démontré que les modifications envisagées sont exclusivement au bénéfice de l'utilisateur final, ont un caractère purement administratif et n'ont pas d'incidence négative sur l'utilisateur final ou sont directement imposées par ou en vertu d'une législation qui ne laisse aucun choix aux opérateurs en matière de mise en oeuvre ou s'il s'agit d'une augmentation liée à l'indice des prix à la consommation prévue dans le contrat visé au paragraphe 3.
Les abonnés sont avertis individuellement de telles modifications en temps utile et en bonne et due forme, au moins un mois à l'avance, de manière claire et compréhensible, sur un support durable, et sont informés, au même moment, de leur droit de résilier ce contrat sans pénalité au plus tard trois mois après la notification
En ce qui concerne les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, les droits visés dans le présent paragraphe ne bénéficient qu'aux utilisateurs finaux qui sont des consommateurs, des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif.
§ 5. La durée initiale de contrats conclus entre un consommateur et un opérateur de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine ne peut pas être supérieure à vingt-quatre mois. Cette limitation s'applique également aux contrats entre les opérateurs visés à la première phrase et les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, sauf si ces utilisateurs finaux ont accepté expressément et librement au moment de la conclusion du contrat de dépasser la durée initiale de vingt-quatre mois.
La limitation de la durée visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas à un contrat à tempérament, lorsque le consommateur ou l'utilisateur final a consenti à effectuer des paiements échelonnés exclusivement pour le déploiement d'un raccordement physique. Un tel contrat est conclu séparément du contrat visé au paragraphe 1er, n'inclut pas les équipements terminaux, tels que les routeurs ou les modems, et n'empêche pas les consommateurs et les utilisateurs finaux d'exercer leurs droits en vertu du paragraphe 4 et des articles 111/3 et 113/1.
§ 6. Au plus tard un mois avant la prolongation automatique du contrat à durée déterminée portant sur des services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, les opérateurs informent les abonnés sur un support durable, en caractères gras et de manière prééminente, de la fin de l'engagement contractuel initial et des modalités de résiliation du contrat, conformément à l'article 111/3. En outre, et en même temps, les opérateurs conseillent les abonnés sur le support durable, conformément aux modalités de l'article 109, sur le meilleur tarif qu'ils proposent pour leurs services.
§ 7. La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information et de consentement énoncées incombe à l'opérateur.".
"Art. 108. § 1er. Avant qu'un consommateur ou un utilisateur final qui est une microentreprise, une petite entreprise, une micro-organisation à but non lucratif ou une petite organisation à but non lucratif ne soit lié par un contrat ou par une offre du même type, les opérateurs de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, communiquent les informations visées aux articles VI.2, VI.45 et VI.64 du Code de droit économique, ainsi que les informations énumérées à l'alinéa 2, dans la mesure où ces informations concernent un service qu'ils fournissent. Les opérateurs peuvent ne pas mentionner ou mentionner partiellement les informations visées dans le présent paragraphe dans les contrats avec les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, si ces utilisateurs finaux ont préféré des négociations contractuelles individualisées et ont donné leur accord exprès préalablement à la conclusion du contrat.
Les informations à fournir au sens du présent article incluent:
1° pour tous les opérateurs relevant du présent article:
a) dans le cadre des principales caractéristiques des services fournis:
i) soit les services pour lesquels, de sa propre initiative ou en vertu d'une décision de l'Institut, des niveaux minimaux de qualité sont proposés, ainsi que la description et une explication des indicateurs spécifiques assurés en matière de qualité;
ii) soit une mention qu'aucun niveau minimal de qualité de service n'est proposé;
b) dans le cadre des informations sur les prix, dans les cas et dans la mesure applicables:
i) les montants dus pour l'activation du service de communications électroniques;
ii) tout coût récurrent; et
iii) le détail des tarifs applicables liés à la consommation;
c) dans le cadre des informations sur la durée du contrat, les conditions de renouvellement ou de résiliation des services et du contrat, dans la mesure où ces conditions s'appliquent:
i) toute utilisation ou durée minimale requise pour pouvoir bénéficier de promotions;
ii) les frais éventuels liés à la portabilité des numéros et au changement d'opérateur ainsi que les indemnisations et formules de remboursement en cas de retard ou d'abus en matière de droit à la portabilité des numéros ou de changement d'opérateur, ainsi que des informations sur les procédures respectives;
iii) des informations sur le droit des consommateurs utilisant des cartes prépayées, d'obtenir le remboursement de tout avoir éventuel en cas de portabilité de numéro et de changement d'opérateur;
iv) le cas échéant, tous les frais dus au moment de la résiliation du contrat, y compris des informations sur le déblocage des équipements terminaux et toute récupération des coûts liés aux équipements terminaux; si l'acquisition d'équipements terminaux est subordonnée à la souscription ou la conservation d'un abonnement, un tableau de remboursement est annexé, lequel reprend la valeur résiduelle de l'équipement terminal ou la partie restante de la redevance d'abonnement jusqu'à l'expiration du contrat à durée déterminée, suivant le montant le plus faible, pour chaque mois de la durée du contrat à durée déterminée. Une méthode d'amortissement linéaire est utilisée pour le calcul de la dépréciation mensuelle des équipements terminaux; le tableau d'amortissement ne peut dépasser une durée maximale de vingt-quatre mois;
v) des informations sur les facilités offertes en vertu, selon le cas, du code de conduite visé à l'article 121/1 ou de l'arrêté visé à l'article 121/2, ainsi que la manière dont ces facilités peuvent être demandées;
d) les indemnisations et formules de remboursement éventuellement applicables, comprenant, le cas échéant, une référence expresse aux droits du consommateur, dans le cas où les niveaux de qualité de service prévus dans le contrat ne seraient pas atteints ou si l'opérateur réagit de manière inappropriée à un incident de sécurité, à une menace ou à une situation de vulnérabilité;
e) le type de mesure qu'est susceptible de prendre l'opérateur pour réagir à un incident ayant trait à la sécurité et à l'intégrité ou à des menaces et des situations de vulnérabilité;
2° pour les opérateurs de services d'accès à l'internet et de services de communications interpersonnelles accessibles au public, outre les informations énoncées au 1° :
a) dans le cadre des principales caractéristiques du service fourni:
i) pour les opérateurs de services d'accès à l'internet: les éventuels niveaux minimaux de qualité du service fourni en matière de latence, de gigue, de perte de colis et d'autres éléments, définis par l'Institut, conformément à l'article 113, § 3;
ii) pour les opérateurs de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui contrôlent au moins certains éléments du réseau ou ont conclu un accord sur le niveau de service à cet effet avec les opérateurs fournissant l'accès au réseau: les niveaux minimaux de qualité du service fourni en matière de délai nécessaire au raccordement initial, probabilité d'échec et retards de signalisation d'appel et d'autres éléments, définis par l'Institut, conformément à l'article 113, § 3; et
iii) pour les deux catégories d'opérateurs: toute condition, y compris les redevances, imposée par l'opérateur relative à l'utilisation des équipements terminaux fournis, que l'opérateur peut appliquer, sans préjudice du droit des utilisateurs finaux d'utiliser les équipements terminaux de leur choix, conformément à l'article 3, § 1er, du Règlement (UE) 2015/2120 du Parlement européen et du Conseil du 25 novembre 2015 établissant des mesures relatives à l'accès à un internet ouvert et modifiant la directive 2002/22/CE concernant le service universel et les droits des utilisateurs au regard des réseaux et services de communications électroniques et le règlement (UE) no 531/2012 concernant l'itinérance sur les réseaux publics de communications mobiles à l'intérieur de l'Union, ci-après dénommé Règlement (UE) 2015/2120;
b) dans le cadre des informations sur les prix, dans les cas et dans la mesure applicables:
i) les détails du ou des plans tarifaires spécifiques prévus par le contrat et, pour chacun de ces plans tarifaires, les types de services proposés, y compris, le cas échéant, les volumes de communications (par exemple, les données Internet, les minutes et les messages compris) par période de facturation, et le prix applicable aux unités de communication supplémentaires;
ii) dans le cas d'un ou de plans tarifaires prévoyant un volume prédéfini de communications: l'indication de la possibilité pour les consommateurs de reporter tout volume inutilisé au titre de la période de facturation précédente sur la période de facturation suivante lorsque cette option est prévue par le contrat;
iii) les dispositifs permettant d'assurer la transparence de la facturation et le suivi du niveau de consommation, dont celui visé respectivement à l'article 110, §§ 1er à 3 inclus et à l'article 112;
iv) les informations sur les tarifs concernant des numéros ou des services soumis à des conditions tarifaires particulières, dont les tarifs pour les numéros à taux majoré et les tarifs d'autres services d'un tiers qui sont facturés à l'abonné via l'opérateur;
v) pour les services groupés et les offres groupées incluant à la fois des services et des équipements terminaux, le prix des différents éléments de l'offre groupée dans la mesure où ils sont également commercialisés séparément;
vi) des précisions sur le service après-vente, la maintenance et l'assistance à la clientèle, le cas échéant, ainsi que les conditions y afférentes, y compris les redevances; et
vii) les moyens par lesquels des informations actualisées sur l'ensemble des tarifs applicables et des frais de maintenance peuvent être obtenues;
c) dans le cadre des informations sur la durée du contrat portant sur des services groupés et les conditions de renouvellement et de résiliation de celui-ci, dans la mesure applicable: les conditions de résiliation de l'offre groupée ou d'éléments de celle-ci;
d) sans préjudice de l'article 13 du RGPD: les informations relatives aux données à caractère personnel nécessaires pour la prestation du service ou devant être recueillies dans le cadre de la fourniture de ce dernier;
e) des précisions sur les produits et services conçus pour les utilisateurs finaux handicapés et sur les modalités d'obtention des mises à jour de ces informations;
f) les modalités de règlement des litiges, en ce compris l'introduction éventuelle d'un recours ou d'une plainte auprès du service de médiation pour les télécommunications.
3° pour les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public, outre les informations énoncées aux 1° et 2° :
a) les éventuelles contraintes d'accès aux services d'urgence ou aux informations de localisation de l'appelant, faute de possibilité technique, pour autant que le service permette aux utilisateurs finaux d'appeler un numéro figurant dans le plan national ou international de numérotation;
b) les possibilités qui s'offrent à l'abonné conformément à l'article 133 de faire figurer ou non ses données à caractère personnel dans un annuaire ou un service de renseignements téléphonique, et les données concernées;
4° pour les fournisseurs de services d'accès à l'internet, outre les informations énoncées aux 1° et 2° : les informations exigées au titre de l'article 4, § 1er, du Règlement (UE) 2015/2120.
Ces informations sont communiquées d'une manière claire et compréhensible, sur un support durable au sens de l'article I.1, 15° du Code de droit économique ou, lorsqu'il n'est pas possible de communiquer ces informations sur un support durable, dans un document facilement téléchargeable mis à disposition par l'opérateur. L'opérateur attire expressément l'attention du consommateur et des autres utilisateurs finaux auxquels le présent article s'applique sur la disponibilité de ce document et sur le fait qu'il est important de le télécharger à des fins de documentation, de référence future et de reproduction à l'identique.
Ces informations sont fournies, sur demande et sous une forme accessible, aux utilisateurs finaux handicapés, conformément à la législation nationale qui transpose le droit de l'Union européenne harmonisant les exigences en matière d'accessibilité applicables aux produits et services.
§ 2. Les opérateurs de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, communiquent aux consommateurs et aux utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif le récapitulatif contractuel visé à l'alinéa 2, sauf si ces utilisateurs finaux ont préféré des négociations contractuelles individualisées et ont accepté expressément avant la conclusion du contrat de ne pas recevoir ce récapitulatif.
Le récapitulatif contractuel satisfait aux conditions imposées par des actes d'exécution de la Commission européenne et est en outre facilement lisible et le plus concis possible.
Les opérateurs visés à l'alinéa 1er communiquent le récapitulatif contractuel aux consommateurs et aux utilisateurs finaux visés dans le présent paragraphe gratuitement et avant la conclusion du contrat, y compris des contrats à distance.
Lorsque, avant la conclusion du contrat, pour des raisons techniques objectives, il est impossible de communiquer le récapitulatif contractuel au moment prévu, ce dernier est communiqué sans retard indu par la suite, et le contrat ne prend effet que lorsque le consommateur ou l'utilisateur final visé dans le présent paragraphe a confirmé son accord après la réception du récapitulatif.
§ 3. Les informations visées aux paragraphes 1er et 2 deviennent partie intégrante du contrat et, sans préjudice de l'application du paragraphe 4, ne sont pas modifiées, à moins que les parties au contrat n'en décident expressément autrement.
§ 4. Sans préjudice de l'application des articles VI.83 et VI.84 du Code de droit économique, dès lors qu'ils sont avertis d'un projet de modification des conditions du contrat conclu avec un opérateur de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, les abonnés ont le droit de résilier leur contrat, sans pénalité, sauf lorsqu'il peut être démontré que les modifications envisagées sont exclusivement au bénéfice de l'utilisateur final, ont un caractère purement administratif et n'ont pas d'incidence négative sur l'utilisateur final ou sont directement imposées par ou en vertu d'une législation qui ne laisse aucun choix aux opérateurs en matière de mise en oeuvre ou s'il s'agit d'une augmentation liée à l'indice des prix à la consommation prévue dans le contrat visé au paragraphe 3.
Les abonnés sont avertis individuellement de telles modifications en temps utile et en bonne et due forme, au moins un mois à l'avance, de manière claire et compréhensible, sur un support durable, et sont informés, au même moment, de leur droit de résilier ce contrat sans pénalité au plus tard trois mois après la notification
En ce qui concerne les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, les droits visés dans le présent paragraphe ne bénéficient qu'aux utilisateurs finaux qui sont des consommateurs, des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif.
§ 5. La durée initiale de contrats conclus entre un consommateur et un opérateur de services de communications électroniques accessibles au public, autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et autres que les services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine ne peut pas être supérieure à vingt-quatre mois. Cette limitation s'applique également aux contrats entre les opérateurs visés à la première phrase et les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, sauf si ces utilisateurs finaux ont accepté expressément et librement au moment de la conclusion du contrat de dépasser la durée initiale de vingt-quatre mois.
La limitation de la durée visée à l'alinéa 1er ne s'applique pas à un contrat à tempérament, lorsque le consommateur ou l'utilisateur final a consenti à effectuer des paiements échelonnés exclusivement pour le déploiement d'un raccordement physique. Un tel contrat est conclu séparément du contrat visé au paragraphe 1er, n'inclut pas les équipements terminaux, tels que les routeurs ou les modems, et n'empêche pas les consommateurs et les utilisateurs finaux d'exercer leurs droits en vertu du paragraphe 4 et des articles 111/3 et 113/1.
§ 6. Au plus tard un mois avant la prolongation automatique du contrat à durée déterminée portant sur des services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine, les opérateurs informent les abonnés sur un support durable, en caractères gras et de manière prééminente, de la fin de l'engagement contractuel initial et des modalités de résiliation du contrat, conformément à l'article 111/3. En outre, et en même temps, les opérateurs conseillent les abonnés sur le support durable, conformément aux modalités de l'article 109, sur le meilleur tarif qu'ils proposent pour leurs services.
§ 7. La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information et de consentement énoncées incombe à l'opérateur.".
Art.144. Artikel 109 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 109. Ten minste één keer per jaar meldt de operator van andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten op een duurzame gegevensdrager aan de abonnee, welk voor hem het meest gunstige tariefplan is, rekening houdend met zijn gebruikspatroon berekend over de periode bepaald door het Instituut. Wanneer de operator het meest gunstige tariefplan aan de abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten meldt, verstrekt hij tevens op een duurzame drager, volgens de nadere regels vastgesteld door het Instituut, de gegevens van het daartoe gebruikte gebruiksprofiel.
Voor internettoegangsdiensten worden de tariefplannen vermeld waarmee het volume gedownloade data dat uit het gebruikspatroon blijkt, kan worden verwerkt, eventueel met een lagere prijs, zelfs wanneer met die tariefplannen een lagere downloadsnelheid gepaard gaat. Tevens worden voor elk van de voormelde tariefplannen de downloadsnelheid, andere relevante kenmerken en de mogelijke gevolgen vermeld wanneer de abonnee een gecombineerd aanbod afneemt.
Indien een abonnee bij de operator ingetekend heeft op twee of meer tariefplannen die overeenstemmen met verschillende diensten, zoals vaste telefonie, mobiele diensten, breedbandinternettoegang en/of televisiediensten, wordt in voorkomend geval als tariefplan een gecombineerd aanbod vermeld waarin deze verschillende diensten in één enkel tariefplan geïntegreerd zijn, wanneer dat gecombineerde aanbod goedkoper uitvalt dan de som van de aparte tariefplannen waarop de abonnee ingetekend heeft.
Het Instituut kan, na een openbare raadpleging te hebben gevoerd, de nadere regels van de verplichtingen, bepaald in deze paragraaf vastleggen. Het Instituut voorziet minstens in een termijn van zes maanden na de publicatie van de voormelde nadere regels voor de implementatie van de betreffende verplichtingen.".
"Art. 109. Ten minste één keer per jaar meldt de operator van andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten op een duurzame gegevensdrager aan de abonnee, welk voor hem het meest gunstige tariefplan is, rekening houdend met zijn gebruikspatroon berekend over de periode bepaald door het Instituut. Wanneer de operator het meest gunstige tariefplan aan de abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten meldt, verstrekt hij tevens op een duurzame drager, volgens de nadere regels vastgesteld door het Instituut, de gegevens van het daartoe gebruikte gebruiksprofiel.
Voor internettoegangsdiensten worden de tariefplannen vermeld waarmee het volume gedownloade data dat uit het gebruikspatroon blijkt, kan worden verwerkt, eventueel met een lagere prijs, zelfs wanneer met die tariefplannen een lagere downloadsnelheid gepaard gaat. Tevens worden voor elk van de voormelde tariefplannen de downloadsnelheid, andere relevante kenmerken en de mogelijke gevolgen vermeld wanneer de abonnee een gecombineerd aanbod afneemt.
Indien een abonnee bij de operator ingetekend heeft op twee of meer tariefplannen die overeenstemmen met verschillende diensten, zoals vaste telefonie, mobiele diensten, breedbandinternettoegang en/of televisiediensten, wordt in voorkomend geval als tariefplan een gecombineerd aanbod vermeld waarin deze verschillende diensten in één enkel tariefplan geïntegreerd zijn, wanneer dat gecombineerde aanbod goedkoper uitvalt dan de som van de aparte tariefplannen waarop de abonnee ingetekend heeft.
Het Instituut kan, na een openbare raadpleging te hebben gevoerd, de nadere regels van de verplichtingen, bepaald in deze paragraaf vastleggen. Het Instituut voorziet minstens in een termijn van zes maanden na de publicatie van de voormelde nadere regels voor de implementatie van de betreffende verplichtingen.".
Art.144. L'article 109 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 109. Au moins une fois par an, l'opérateur de services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine indique à l'abonné, sur un support durable, le plan tarifaire le plus avantageux pour lui en fonction de son profil de consommation calculé au cours de la période déterminée par l'Institut. Lorsque l'opérateur communique le plan tarifaire le plus avantageux à l'abonné ayant un plan tarifaire destiné à des consommateurs, il ajoute également, sur un support durable, selon les modalités fixées par l'Institut, les données du profil de consommation utilisé à cet effet.
Pour les services d'accès à l'internet, il y a lieu d'indiquer les plans tarifaires permettant de traiter le volume de données téléchargées d'après le profil de consommation, éventuellement à un prix inférieur, même lorsque ces plans tarifaires vont de pair avec une vitesse de téléchargement inférieure. Pour chacun des plans tarifaires précités, il y a également lieu d'indiquer la vitesse de téléchargement, d'autres caractéristiques pertinentes ainsi que les conséquences possibles, lorsque l'abonné souscrit à une offre combinée.
Si un abonné a souscrit auprès d'un opérateur à deux ou plusieurs plans tarifaires correspondant à différents services, comme la téléphonie fixe, les services mobiles, l'accès à l'internet à haut débit et/ou des services télévisés, il y a lieu, le cas échéant, d'indiquer comme plan tarifaire une offre combinée intégrant ces différents services dans un seul plan tarifaire, lorsque cette offre combinée revient moins cher que la somme des plans tarifaires séparés auxquels l'abonné a souscrit.
Après avoir mené une consultation publique, l'Institut peut fixer les modalités des obligations prévues dans le présent paragraphe. L'Institut prévoit un délai de six mois au moins après la publication des modalités précitées pour la mise en oeuvre des obligations concernées.".
"Art. 109. Au moins une fois par an, l'opérateur de services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine indique à l'abonné, sur un support durable, le plan tarifaire le plus avantageux pour lui en fonction de son profil de consommation calculé au cours de la période déterminée par l'Institut. Lorsque l'opérateur communique le plan tarifaire le plus avantageux à l'abonné ayant un plan tarifaire destiné à des consommateurs, il ajoute également, sur un support durable, selon les modalités fixées par l'Institut, les données du profil de consommation utilisé à cet effet.
Pour les services d'accès à l'internet, il y a lieu d'indiquer les plans tarifaires permettant de traiter le volume de données téléchargées d'après le profil de consommation, éventuellement à un prix inférieur, même lorsque ces plans tarifaires vont de pair avec une vitesse de téléchargement inférieure. Pour chacun des plans tarifaires précités, il y a également lieu d'indiquer la vitesse de téléchargement, d'autres caractéristiques pertinentes ainsi que les conséquences possibles, lorsque l'abonné souscrit à une offre combinée.
Si un abonné a souscrit auprès d'un opérateur à deux ou plusieurs plans tarifaires correspondant à différents services, comme la téléphonie fixe, les services mobiles, l'accès à l'internet à haut débit et/ou des services télévisés, il y a lieu, le cas échéant, d'indiquer comme plan tarifaire une offre combinée intégrant ces différents services dans un seul plan tarifaire, lorsque cette offre combinée revient moins cher que la somme des plans tarifaires séparés auxquels l'abonné a souscrit.
Après avoir mené une consultation publique, l'Institut peut fixer les modalités des obligations prévues dans le présent paragraphe. L'Institut prévoit un délai de six mois au moins après la publication des modalités précitées pour la mise en oeuvre des obligations concernées.".
Art.145. In artikel 110 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De operatoren van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten en operatoren van internettoegangsdiensten verstrekken de consumenten en de abonnees met maximum 9 werknemers een gespecificeerde basisfactuur waarvan het niveau van specificatie door de minister wordt vastgesteld na advies van het Instituut. Deze factuur wordt ten minste één keer om de drie maanden aan de consumenten en de abonnees met maximum 9 werknemers verstrekt, zonder dat aan de abonnee daarvoor extra kosten kunnen worden aangerekend.";
b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de AVG en de wet van 30 juli 2018";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "De abonnees" vervangen door de woorden "De eindgebruikers";
3° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De meer gespecificeerde versie van de basisfactuur verwijst voor wat betreft de identiteit van de dienstenaanbieder uitdrukkelijk naar het register bedoeld in artikel 116/1, § 1, en vermeldt de duur van de diensten waarvoor kosten in rekening worden gebracht wegens het gebruik van betaalnummers.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. De operator vermeldt bovendien de volgende informatie op de volgende wijze op de factuur:
1° op de eerste bladzijde van elke factuur van een abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten de volgende tekst in een afzonderlijk kader en in het vet: "Raadpleeg de site van de overheid www.bestetarief.be om het tariefplan te vinden dat het best met uw gebruikspatroon overeenstemt";
2° op de factuur van de consument en van de abonnee met maximum 9 werknemers: of het onderliggende contract een contract van bepaalde of onbepaalde duur is en, in voorkomend geval, op welke datum er geen restwaarde meer betaald moet betaald worden voor de eindapparatuur die gebonden is aan het inschrijven op het abonnement. Voor elk voor een bepaalde duur gesloten contract wordt de datum vermeld vanaf wanneer er geen schadevergoeding meer verschuldigd is voor de beëindiging van het contract. Iedere vermelding is leesbaar en goed zichtbaar.";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatie- en instemmingsverplichtingen ligt bij de operator.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De operatoren van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten en operatoren van internettoegangsdiensten verstrekken de consumenten en de abonnees met maximum 9 werknemers een gespecificeerde basisfactuur waarvan het niveau van specificatie door de minister wordt vastgesteld na advies van het Instituut. Deze factuur wordt ten minste één keer om de drie maanden aan de consumenten en de abonnees met maximum 9 werknemers verstrekt, zonder dat aan de abonnee daarvoor extra kosten kunnen worden aangerekend.";
b) in het tweede lid worden de woorden "artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de AVG en de wet van 30 juli 2018";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "De abonnees" vervangen door de woorden "De eindgebruikers";
3° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende:
" § 2/1. De meer gespecificeerde versie van de basisfactuur verwijst voor wat betreft de identiteit van de dienstenaanbieder uitdrukkelijk naar het register bedoeld in artikel 116/1, § 1, en vermeldt de duur van de diensten waarvoor kosten in rekening worden gebracht wegens het gebruik van betaalnummers.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. De operator vermeldt bovendien de volgende informatie op de volgende wijze op de factuur:
1° op de eerste bladzijde van elke factuur van een abonnee met een tariefplan bestemd voor consumenten de volgende tekst in een afzonderlijk kader en in het vet: "Raadpleeg de site van de overheid www.bestetarief.be om het tariefplan te vinden dat het best met uw gebruikspatroon overeenstemt";
2° op de factuur van de consument en van de abonnee met maximum 9 werknemers: of het onderliggende contract een contract van bepaalde of onbepaalde duur is en, in voorkomend geval, op welke datum er geen restwaarde meer betaald moet betaald worden voor de eindapparatuur die gebonden is aan het inschrijven op het abonnement. Voor elk voor een bepaalde duur gesloten contract wordt de datum vermeld vanaf wanneer er geen schadevergoeding meer verschuldigd is voor de beëindiging van het contract. Iedere vermelding is leesbaar en goed zichtbaar.";
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. De bewijslast voor de naleving van de in dit artikel neergelegde informatie- en instemmingsverplichtingen ligt bij de operator.".
Art.145. Dans l'article 110 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public et les opérateurs de services d'accès à l'internet communiquent aux consommateurs et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs une facture détaillée de base dont le niveau de détail est fixé par le ministre, après avis de l'Institut. Cette facture est délivrée au moins une fois tous les trois mois aux consommateurs et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs, sans qu'aucun surcoût puisse être demandé à l'abonné.";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'article 10 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "le RGPD et la loi du 30 juillet 2018";
2° dans le paragraphe 2, les mots "Les abonnés" sont remplacés par les mots "Les utilisateurs finaux";
3° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit:
" § 2/1. La version plus détaillée de la facture de base renvoie explicitement, en ce qui concerne l'identité du fournisseur de services, au registre visé à l'article 116/1, § 1er, et mentionne la durée des services pour lesquels des coûts sont facturés pour l'utilisation de numéros à taux majoré.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. L'opérateur indique également les informations suivantes sur la facture, et ce, de la manière suivante:
1° sur la première page de la facture d'un abonné ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs, le texte suivant dans un cadre séparé et en gras: "Pour connaître le plan tarifaire correspondant le mieux à votre profil d'utilisation, consultez le site des autorités publiques www.meilleurtarif.be";
2° sur la facture du consommateur et de l'abonné comptant un maximum de 9 travailleurs: si le contrat sous-jacent est un contrat à durée déterminée ou indéterminée et, le cas échéant, à quelle date il n'y a plus de valeur résiduelle à payer pour les équipements terminaux liés à la souscription de l'abonnement. Pour chaque contrat conclu à durée déterminée, il convient d'indiquer la date à partir de laquelle il n'y a plus d'indemnité due pour la résiliation du contrat. Toute mention est lisible et bien visible.";
5° l'article est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit:
" § 5. La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information et de consentement énoncées dans le présent article incombe à l'opérateur.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Les opérateurs de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public et les opérateurs de services d'accès à l'internet communiquent aux consommateurs et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs une facture détaillée de base dont le niveau de détail est fixé par le ministre, après avis de l'Institut. Cette facture est délivrée au moins une fois tous les trois mois aux consommateurs et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs, sans qu'aucun surcoût puisse être demandé à l'abonné.";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'article 10 de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "le RGPD et la loi du 30 juillet 2018";
2° dans le paragraphe 2, les mots "Les abonnés" sont remplacés par les mots "Les utilisateurs finaux";
3° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit:
" § 2/1. La version plus détaillée de la facture de base renvoie explicitement, en ce qui concerne l'identité du fournisseur de services, au registre visé à l'article 116/1, § 1er, et mentionne la durée des services pour lesquels des coûts sont facturés pour l'utilisation de numéros à taux majoré.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. L'opérateur indique également les informations suivantes sur la facture, et ce, de la manière suivante:
1° sur la première page de la facture d'un abonné ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs, le texte suivant dans un cadre séparé et en gras: "Pour connaître le plan tarifaire correspondant le mieux à votre profil d'utilisation, consultez le site des autorités publiques www.meilleurtarif.be";
2° sur la facture du consommateur et de l'abonné comptant un maximum de 9 travailleurs: si le contrat sous-jacent est un contrat à durée déterminée ou indéterminée et, le cas échéant, à quelle date il n'y a plus de valeur résiduelle à payer pour les équipements terminaux liés à la souscription de l'abonnement. Pour chaque contrat conclu à durée déterminée, il convient d'indiquer la date à partir de laquelle il n'y a plus d'indemnité due pour la résiliation du contrat. Toute mention est lisible et bien visible.";
5° l'article est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit:
" § 5. La charge de la preuve concernant le respect des obligations d'information et de consentement énoncées dans le présent article incombe à l'opérateur.".
Art.146. In artikel 110/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wetten van 27 maart 2014 en 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikel 110, § 4 kan de abonnee steeds van zijn operator" worden vervangen door de woorden "artikel 109, kan de abonnee steeds van zijn operator van voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en van transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten,";
2° in de bepaling onder 1° worden de woorden " § 3" vervangen door de woorden " § 2";
3° in de bepaling onder 3° worden de woorden "in een gecombineerd aanbod met een breedbandinternetdienst en/of een vaste telefoniedienst en/of mobiele diensten" opgeheven.
1° de woorden "artikel 110, § 4 kan de abonnee steeds van zijn operator" worden vervangen door de woorden "artikel 109, kan de abonnee steeds van zijn operator van voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten, met uitzondering van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en van transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten,";
2° in de bepaling onder 1° worden de woorden " § 3" vervangen door de woorden " § 2";
3° in de bepaling onder 3° worden de woorden "in een gecombineerd aanbod met een breedbandinternetdienst en/of een vaste telefoniedienst en/of mobiele diensten" opgeheven.
Art.146. Dans l'article 110/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par les lois des 27 mars 2014 et 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "l'article 110, § 4, l'abonné peut toujours exiger de son opérateur" sont remplacés par les mots "l'article 109, l'abonné peut toujours exiger de son opérateur de services de communications électroniques accessible au public, à l'exception des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine,";
2° au 1°, les mots " § 3" sont remplacés par les mots " § 2";
3° au 3°, les mots "dans le cadre d'une offre combinée intégrant un service d'Internet large bande et/ou un service de téléphonie fixe et/ou des services mobiles" sont abrogés.
1° les mots "l'article 110, § 4, l'abonné peut toujours exiger de son opérateur" sont remplacés par les mots "l'article 109, l'abonné peut toujours exiger de son opérateur de services de communications électroniques accessible au public, à l'exception des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine,";
2° au 1°, les mots " § 3" sont remplacés par les mots " § 2";
3° au 3°, les mots "dans le cadre d'une offre combinée intégrant un service d'Internet large bande et/ou un service de téléphonie fixe et/ou des services mobiles" sont abrogés.
Art.147. Artikel 111 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. 111. § 1. Wanneer een operator van een internettoegangsdienst of van een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst het aanbod van zijn dienst aan voorwaarden verbindt, publiceert hij voor de consumenten en de eindgebruikers, per dienst en, waar nodig, per tariefplan, vergelijkbare, duidelijke, volledige en bijgewerkte transparante informatie met betrekking tot:
1° zijn contactgegevens;
2° de beschrijving van zijn diensten, in het bijzonder:
a) de omvang van de aangeboden diensten en de belangrijkste kenmerken van elk tariefplan, met inbegrip van minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening, indien deze worden geboden, en door de operator opgelegde beperkingen inzake het gebruik van geleverde eindapparatuur;
b) tarieven van de aangeboden diensten, met inbegrip van informatie over:
i) de in elk tariefplan inbegrepen communicatievolumes;
ii) de toepasselijke tarieven voor extra communicatie-eenheden;
iii) de toepasselijke tarieven voor communicatie met nummers of diensten waarvoor bijzondere prijsstellingsvoorwaarden gelden;
iv) alle overige gebruikstarieven;
v) toegangstarieven;
vi) onderhoudstarieven;
vii) alle bijzondere en gerichte tariefregelingen, inclusief tijdelijke regelingen met vermelding van de geldigheidsduur ervan en het tarief dat na het verstrijken van de tijdelijke regeling van toepassing zal zijn;
viii) alle extra kosten; en
ix) kosten met betrekking tot eindapparatuur;
c) nazorg, onderhoudsdiensten en klantenservice die worden aangeboden, alsook de bijbehorende contactgegevens;
d) rechten en verplichtingen van de eindgebruikers die geregeld worden in de algemene voorwaarden, waaronder deze in verband met:
i) de contractduur;
ii) kosten die moeten worden betaald bij vroegtijdige beëindiging van het contract;
iii) rechten in verband met de beëindiging van gebundelde aanbiedingen of van elementen daarvan;
iv) procedures en directe kosten in verband met de overdraagbaarheid van nummers en andere identificatoren, indien relevant;
e) producten en diensten, met inbegrip van functies, praktijken, beleid en procedures, en wijzigingen van de werking van de dienstverlening, die specifiek zijn afgestemd op eindgebruikers met een handicap;
f) indien de operator een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst aanbiedt: informatie over de toegang tot nooddiensten en informatie over de locatie van de beller en van eventuele beperkingen hieraan;
g) indien de operator een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst aanbiedt: informatie over de mate waarin toegang tot nooddiensten al dan niet kan worden ondersteund.
3° mechanismen voor geschillenbeslechting, waaronder regelingen van de operator zelf en de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie, indien een eindgebruiker geen bevredigende oplossing voor zijn geschil heeft kunnen bereiken naar aanleiding van zijn contacten met zijn operator.
Deze inlichtingen worden gepubliceerd op een machineleesbare manier en in een duidelijke, gedetailleerde en, ook voor eindgebruikers met een handicap, gemakkelijk toegankelijke vorm. Het Instituut kan de nauwkeurige inhoud van de te publiceren inlichtingen vaststellen, alsook de nadere regels voor hun publicatie. Het Instituut kan bij het bepalen van deze regels rekening houden met zelfregulerende initiatieven, die een significant deel van de markt beslaan, en met informatie die hij of een andere bevoegde overheid publiceert.
Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, delen de operatoren, de informatie mee die zij zullen publiceren alsook de wijzigingen in die informatie op voorhand mee aan het Instituut. Deze mededeling gebeurt op verzoek, binnen een tijdsbestek die het Instituut toelaat de informatie te valideren en de nodige aanpassingen te vragen.
§ 2. Het Instituut vergemakkelijkt het verstrekken van vergelijkbare informatie door de operatoren van internettoegangsdiensten of operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbieden van deze diensten voorwaarden koppelen, opdat consumenten en eindgebruikers, met inbegrip van eindgebruikers met een handicap, een onafhankelijk oordeel kunnen vormen over de kosten van alternatieve gebruiksplannen, bijvoorbeeld met behulp van interactieve gidsen of soortgelijke technieken.
Bovendien maakt het Instituut, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij ministerieel besluit na advies van het Instituut, via zijn website actuele informatie beschikbaar die consumenten, met inbegrip van de eindgebruikers met een handicap, en abonnees met maximum 9 werknemers in staat stelt een oordeel te vormen over het voor hen meest voordelige aanbod in het licht van hun gebruikspatroon. De informatie voor abonnees met maximum 9 werknemers betreft de voor het publiek beschikbare standaardaanbiedingen.
Daartoe voert iedere operator van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbindt, zijn tariefplannen, dit wil zeggen het geheel van tarieven, contractuele en technische aspecten die samen een commercieel aanbod uitmaken, alsook de wijzigingen ervan in de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut en dit binnen een tijdsbestek die het Instituut toelaat de informatie te valideren en de nodige aanpassingen te vragen. Terzelfder tijd bezorgt de operator van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbindt, het Instituut een volledige beschrijving van elk nieuw tariefplan of wijziging ervan en een elektronische link naar de bestaande of in ontwikkeling zijnde internetpagina waar het betrokken tariefplan wordt beschreven.
De Koning bepaalt, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels aangaande een automatische verbinding die de aanbieders van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbinden, maken tussen het gebruiksprofiel waarover zij beschikken van de abonnees die als consumenten beschouwd kunnen worden of van de abonnees met maximum 9 werknemers en de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut. Hierbij wordt rekening gehouden met de bescherming van het privéleven van de eindgebruikers.
In voorkomend geval wordt duidelijk vermeld dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt. Deze vermelding gebeurt voordat de zoekresultaten worden getoond.
Derden hebben het recht om teneinde de in het eerste lid bedoelde interactieve gidsen of soortgelijke technieken te verkopen of beschikbaar te maken, kosteloos de informatie te gebruiken die wordt bekendgemaakt door de operatoren van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbinden.".
"Art. 111. § 1. Wanneer een operator van een internettoegangsdienst of van een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst het aanbod van zijn dienst aan voorwaarden verbindt, publiceert hij voor de consumenten en de eindgebruikers, per dienst en, waar nodig, per tariefplan, vergelijkbare, duidelijke, volledige en bijgewerkte transparante informatie met betrekking tot:
1° zijn contactgegevens;
2° de beschrijving van zijn diensten, in het bijzonder:
a) de omvang van de aangeboden diensten en de belangrijkste kenmerken van elk tariefplan, met inbegrip van minimumniveaus van de kwaliteit van de dienstverlening, indien deze worden geboden, en door de operator opgelegde beperkingen inzake het gebruik van geleverde eindapparatuur;
b) tarieven van de aangeboden diensten, met inbegrip van informatie over:
i) de in elk tariefplan inbegrepen communicatievolumes;
ii) de toepasselijke tarieven voor extra communicatie-eenheden;
iii) de toepasselijke tarieven voor communicatie met nummers of diensten waarvoor bijzondere prijsstellingsvoorwaarden gelden;
iv) alle overige gebruikstarieven;
v) toegangstarieven;
vi) onderhoudstarieven;
vii) alle bijzondere en gerichte tariefregelingen, inclusief tijdelijke regelingen met vermelding van de geldigheidsduur ervan en het tarief dat na het verstrijken van de tijdelijke regeling van toepassing zal zijn;
viii) alle extra kosten; en
ix) kosten met betrekking tot eindapparatuur;
c) nazorg, onderhoudsdiensten en klantenservice die worden aangeboden, alsook de bijbehorende contactgegevens;
d) rechten en verplichtingen van de eindgebruikers die geregeld worden in de algemene voorwaarden, waaronder deze in verband met:
i) de contractduur;
ii) kosten die moeten worden betaald bij vroegtijdige beëindiging van het contract;
iii) rechten in verband met de beëindiging van gebundelde aanbiedingen of van elementen daarvan;
iv) procedures en directe kosten in verband met de overdraagbaarheid van nummers en andere identificatoren, indien relevant;
e) producten en diensten, met inbegrip van functies, praktijken, beleid en procedures, en wijzigingen van de werking van de dienstverlening, die specifiek zijn afgestemd op eindgebruikers met een handicap;
f) indien de operator een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst aanbiedt: informatie over de toegang tot nooddiensten en informatie over de locatie van de beller en van eventuele beperkingen hieraan;
g) indien de operator een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst aanbiedt: informatie over de mate waarin toegang tot nooddiensten al dan niet kan worden ondersteund.
3° mechanismen voor geschillenbeslechting, waaronder regelingen van de operator zelf en de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie, indien een eindgebruiker geen bevredigende oplossing voor zijn geschil heeft kunnen bereiken naar aanleiding van zijn contacten met zijn operator.
Deze inlichtingen worden gepubliceerd op een machineleesbare manier en in een duidelijke, gedetailleerde en, ook voor eindgebruikers met een handicap, gemakkelijk toegankelijke vorm. Het Instituut kan de nauwkeurige inhoud van de te publiceren inlichtingen vaststellen, alsook de nadere regels voor hun publicatie. Het Instituut kan bij het bepalen van deze regels rekening houden met zelfregulerende initiatieven, die een significant deel van de markt beslaan, en met informatie die hij of een andere bevoegde overheid publiceert.
Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, delen de operatoren, de informatie mee die zij zullen publiceren alsook de wijzigingen in die informatie op voorhand mee aan het Instituut. Deze mededeling gebeurt op verzoek, binnen een tijdsbestek die het Instituut toelaat de informatie te valideren en de nodige aanpassingen te vragen.
§ 2. Het Instituut vergemakkelijkt het verstrekken van vergelijkbare informatie door de operatoren van internettoegangsdiensten of operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbieden van deze diensten voorwaarden koppelen, opdat consumenten en eindgebruikers, met inbegrip van eindgebruikers met een handicap, een onafhankelijk oordeel kunnen vormen over de kosten van alternatieve gebruiksplannen, bijvoorbeeld met behulp van interactieve gidsen of soortgelijke technieken.
Bovendien maakt het Instituut, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij ministerieel besluit na advies van het Instituut, via zijn website actuele informatie beschikbaar die consumenten, met inbegrip van de eindgebruikers met een handicap, en abonnees met maximum 9 werknemers in staat stelt een oordeel te vormen over het voor hen meest voordelige aanbod in het licht van hun gebruikspatroon. De informatie voor abonnees met maximum 9 werknemers betreft de voor het publiek beschikbare standaardaanbiedingen.
Daartoe voert iedere operator van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbindt, zijn tariefplannen, dit wil zeggen het geheel van tarieven, contractuele en technische aspecten die samen een commercieel aanbod uitmaken, alsook de wijzigingen ervan in de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut en dit binnen een tijdsbestek die het Instituut toelaat de informatie te valideren en de nodige aanpassingen te vragen. Terzelfder tijd bezorgt de operator van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbindt, het Instituut een volledige beschrijving van elk nieuw tariefplan of wijziging ervan en een elektronische link naar de bestaande of in ontwikkeling zijnde internetpagina waar het betrokken tariefplan wordt beschreven.
De Koning bepaalt, op advies van het Instituut en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels aangaande een automatische verbinding die de aanbieders van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbinden, maken tussen het gebruiksprofiel waarover zij beschikken van de abonnees die als consumenten beschouwd kunnen worden of van de abonnees met maximum 9 werknemers en de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut. Hierbij wordt rekening gehouden met de bescherming van het privéleven van de eindgebruikers.
In voorkomend geval wordt duidelijk vermeld dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt. Deze vermelding gebeurt voordat de zoekresultaten worden getoond.
Derden hebben het recht om teneinde de in het eerste lid bedoelde interactieve gidsen of soortgelijke technieken te verkopen of beschikbaar te maken, kosteloos de informatie te gebruiken die wordt bekendgemaakt door de operatoren van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die aan het aanbod van die diensten voorwaarden verbinden.".
Art.147. L'article 111 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 26 mars 2018, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 111. § 1er. Lorsqu'un opérateur d'un service d'accès à l'internet ou d'un service de communications interpersonnelles accessibles au public soumet la fourniture de ces services à certaines conditions, celui-ci publie pour les consommateurs et les utilisateurs finaux, par service et, où c'est nécessaire, par plan tarifaire, des informations transparentes comparables, claires, complètes et actualisées concernant:
1° ses coordonnées;
2° la description de ses services, en particulier:
a) l'étendue des services proposés et les principales caractéristiques de chaque plan tarifaire, y compris tout niveau minimal de qualité de service, pour autant qu'il en est proposé, et toute restriction imposée par l'opérateur relative à l'utilisation des équipements terminaux fournis;
b) la tarification des services proposés, comprenant notamment les informations suivantes:
i) les volumes de communications inclus dans chaque plan tarifaire;
ii) les tarifs applicables aux unités de communication supplémentaires;
iii) les tarifs applicables aux communications avec des numéros ou services soumis à des conditions tarifaires particulières;
iv) tous les autres frais d'utilisation;
v) les redevances d'accès;
vi) les frais de maintenance;
vii) toutes les formules tarifaires spéciales et ciblées, y compris les régimes temporaires avec mention de leur durée de validité et le tarif qui sera d'application à l'expiration du régime temporaire;
viii) tous les frais additionnels; et
ix) les coûts relatifs aux équipements terminaux;
c) les services après-vente, de maintenance et d'assistance clientèle proposés et coordonnées de ceux-ci;
d) les droits et obligations des utilisateurs finaux définis dans les conditions générales, dont ceux concernant:
i) la durée du contrat;
ii) les frais en cas de résiliation anticipée du contrat;
iii) les droits liés à la résiliation d'une offre groupée ou d'éléments de celle-ci;
iv) les procédures et coûts directs inhérents à la portabilité des numéros et autres identifiants, le cas échéant;
e) les produits et services, y compris toute fonction, pratique, stratégie et procédure ainsi que les modifications du fonctionnement du service, spécifiquement conçus pour les utilisateurs finaux handicapés;
f) si l'opérateur offre un service de communications interpersonnelles accessible au public fondé sur la numérotation: les informations sur l'accès aux services d'urgence et la localisation de l'appelant, ou toute limitation portant sur ce dernier point;
g) si l'opérateur offre un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation: les informations sur la mesure dans laquelle l'accès aux services d'urgence peut être assuré.
3° les mécanismes de règlement des litiges, y compris ceux mis en place par l'opérateur, et la possibilité d'introduire une plainte auprès du Service de médiation pour les télécommunications, si l'utilisateur final n'a pas pu obtenir de solution satisfaisante à la suite de ses contacts avec son opérateur.
Ces informations sont publiées sous une forme lisible par machine, claire, détaillée et accessible pour les utilisateurs finaux handicapés. L'Institut peut fixer le contenu précis des informations à publier ainsi que les modalités de leur publication. Lors de la définition de ces modalités, l'Institut peut tenir compte d'initiatives d'autorégulation couvrant une part importante du marché et d'informations qu'il ou une autre autorité compétente publie.
Sans préjudice du paragraphe 2, les opérateurs communiquent au préalable à l'Institut les informations qu'ils publieront ainsi que les modifications de ces informations. Cette communication est faite sur demande, dans un délai permettant à l'Institut de valider les informations et de demander les adaptations nécessaires.
§ 2. L'Institut facilite la mise à disposition, par les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions, d'informations comparables pour permettre aux consommateurs et aux utilisateurs finaux, y compris les utilisateurs finaux handicapés, d'effectuer une évaluation indépendante du coût de plans d'utilisation alternatifs, par exemple au moyen de guides interactifs ou de techniques analogues.
En outre, conformément aux modalités fixées par arrêté ministériel après l'avis de l'Institut, celui-ci met à disposition sur son site Internet des informations actuelles permettant aux consommateurs, y compris les utilisateurs finaux handicapés, et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs d'évaluer l'offre la plus avantageuse pour eux à la lumière de leur profil d'utilisation. Les informations pour les abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs concernent les offres standard accessibles au public.
A cet effet, chaque opérateur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumet la fourniture de ces services à certaines conditions introduit ses plans tarifaires, c'est-à-dire l'ensemble des tarifs ainsi que les aspects contractuels et techniques qui constituent une offre commerciale, ainsi que leurs modifications dans l'application électronique de comparaison tarifaire sur le site Internet de l'Institut et ce dans un délai permettant à l'Institut de valider les informations et de demander les adaptations nécessaires. Dans un même temps, l'opérateur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumet la fourniture de ces services à certaines conditions remet à l'Institut une description complète de tout nouveau plan tarifaire, de toute modification d'un plan tarifaire ainsi qu'un lien électronique vers la page Internet existante ou en développement sur laquelle le plan tarifaire concerné est décrit.
Le Roi fixe, sur avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, les modalités du lien automatique que les fournisseurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions établissent entre le profil de consommation dont ils disposent pour les abonnés pouvant être considérés comme des consommateurs ou d'abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs et l'application électronique de comparaison tarifaire sur le site Internet de l'Institut. Dans ce cadre, il est tenu compte de la protection de la vie privée des utilisateurs finaux.
Il convient d'indiquer clairement, le cas échéant, que les informations présentées n'offrent pas un aperçu complet du marché. Cette mention est faite avant que les résultats de la recherche ne soient affichés.
Les tiers ont le droit d'utiliser gratuitement les informations publiées par les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions, aux fins de la vente ou de la mise à disposition des guides interactifs ou techniques similaires visés à l'alinéa 1er.".
"Art. 111. § 1er. Lorsqu'un opérateur d'un service d'accès à l'internet ou d'un service de communications interpersonnelles accessibles au public soumet la fourniture de ces services à certaines conditions, celui-ci publie pour les consommateurs et les utilisateurs finaux, par service et, où c'est nécessaire, par plan tarifaire, des informations transparentes comparables, claires, complètes et actualisées concernant:
1° ses coordonnées;
2° la description de ses services, en particulier:
a) l'étendue des services proposés et les principales caractéristiques de chaque plan tarifaire, y compris tout niveau minimal de qualité de service, pour autant qu'il en est proposé, et toute restriction imposée par l'opérateur relative à l'utilisation des équipements terminaux fournis;
b) la tarification des services proposés, comprenant notamment les informations suivantes:
i) les volumes de communications inclus dans chaque plan tarifaire;
ii) les tarifs applicables aux unités de communication supplémentaires;
iii) les tarifs applicables aux communications avec des numéros ou services soumis à des conditions tarifaires particulières;
iv) tous les autres frais d'utilisation;
v) les redevances d'accès;
vi) les frais de maintenance;
vii) toutes les formules tarifaires spéciales et ciblées, y compris les régimes temporaires avec mention de leur durée de validité et le tarif qui sera d'application à l'expiration du régime temporaire;
viii) tous les frais additionnels; et
ix) les coûts relatifs aux équipements terminaux;
c) les services après-vente, de maintenance et d'assistance clientèle proposés et coordonnées de ceux-ci;
d) les droits et obligations des utilisateurs finaux définis dans les conditions générales, dont ceux concernant:
i) la durée du contrat;
ii) les frais en cas de résiliation anticipée du contrat;
iii) les droits liés à la résiliation d'une offre groupée ou d'éléments de celle-ci;
iv) les procédures et coûts directs inhérents à la portabilité des numéros et autres identifiants, le cas échéant;
e) les produits et services, y compris toute fonction, pratique, stratégie et procédure ainsi que les modifications du fonctionnement du service, spécifiquement conçus pour les utilisateurs finaux handicapés;
f) si l'opérateur offre un service de communications interpersonnelles accessible au public fondé sur la numérotation: les informations sur l'accès aux services d'urgence et la localisation de l'appelant, ou toute limitation portant sur ce dernier point;
g) si l'opérateur offre un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation: les informations sur la mesure dans laquelle l'accès aux services d'urgence peut être assuré.
3° les mécanismes de règlement des litiges, y compris ceux mis en place par l'opérateur, et la possibilité d'introduire une plainte auprès du Service de médiation pour les télécommunications, si l'utilisateur final n'a pas pu obtenir de solution satisfaisante à la suite de ses contacts avec son opérateur.
Ces informations sont publiées sous une forme lisible par machine, claire, détaillée et accessible pour les utilisateurs finaux handicapés. L'Institut peut fixer le contenu précis des informations à publier ainsi que les modalités de leur publication. Lors de la définition de ces modalités, l'Institut peut tenir compte d'initiatives d'autorégulation couvrant une part importante du marché et d'informations qu'il ou une autre autorité compétente publie.
Sans préjudice du paragraphe 2, les opérateurs communiquent au préalable à l'Institut les informations qu'ils publieront ainsi que les modifications de ces informations. Cette communication est faite sur demande, dans un délai permettant à l'Institut de valider les informations et de demander les adaptations nécessaires.
§ 2. L'Institut facilite la mise à disposition, par les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions, d'informations comparables pour permettre aux consommateurs et aux utilisateurs finaux, y compris les utilisateurs finaux handicapés, d'effectuer une évaluation indépendante du coût de plans d'utilisation alternatifs, par exemple au moyen de guides interactifs ou de techniques analogues.
En outre, conformément aux modalités fixées par arrêté ministériel après l'avis de l'Institut, celui-ci met à disposition sur son site Internet des informations actuelles permettant aux consommateurs, y compris les utilisateurs finaux handicapés, et aux abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs d'évaluer l'offre la plus avantageuse pour eux à la lumière de leur profil d'utilisation. Les informations pour les abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs concernent les offres standard accessibles au public.
A cet effet, chaque opérateur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumet la fourniture de ces services à certaines conditions introduit ses plans tarifaires, c'est-à-dire l'ensemble des tarifs ainsi que les aspects contractuels et techniques qui constituent une offre commerciale, ainsi que leurs modifications dans l'application électronique de comparaison tarifaire sur le site Internet de l'Institut et ce dans un délai permettant à l'Institut de valider les informations et de demander les adaptations nécessaires. Dans un même temps, l'opérateur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumet la fourniture de ces services à certaines conditions remet à l'Institut une description complète de tout nouveau plan tarifaire, de toute modification d'un plan tarifaire ainsi qu'un lien électronique vers la page Internet existante ou en développement sur laquelle le plan tarifaire concerné est décrit.
Le Roi fixe, sur avis de l'Institut et de l'Autorité de protection des données, les modalités du lien automatique que les fournisseurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions établissent entre le profil de consommation dont ils disposent pour les abonnés pouvant être considérés comme des consommateurs ou d'abonnés comptant un maximum de 9 travailleurs et l'application électronique de comparaison tarifaire sur le site Internet de l'Institut. Dans ce cadre, il est tenu compte de la protection de la vie privée des utilisateurs finaux.
Il convient d'indiquer clairement, le cas échéant, que les informations présentées n'offrent pas un aperçu complet du marché. Cette mention est faite avant que les résultats de la recherche ne soient affichés.
Les tiers ont le droit d'utiliser gratuitement les informations publiées par les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui soumettent la fourniture de ces services à certaines conditions, aux fins de la vente ou de la mise à disposition des guides interactifs ou techniques similaires visés à l'alinéa 1er.".
Art.148. Artikel 111/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 111/1. Het Instituut kan de operatoren van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten verplichten om eindgebruikers te informeren over de geldende tarieven voor elk nummer en elke dienst waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden; voor afzonderlijke categorieën van diensten kan het Instituut eisen dat deze informatie wordt verstrekt onmiddellijk voor de doorschakeling van het gesprek of de doorschakeling naar de aanbieder van de dienst.".
"Art. 111/1. Het Instituut kan de operatoren van internettoegangsdiensten of van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten verplichten om eindgebruikers te informeren over de geldende tarieven voor elk nummer en elke dienst waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden; voor afzonderlijke categorieën van diensten kan het Instituut eisen dat deze informatie wordt verstrekt onmiddellijk voor de doorschakeling van het gesprek of de doorschakeling naar de aanbieder van de dienst.".
Art.148. L'article 111/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 111/1. L'Institut peut obliger les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public de communiquer aux utilisateurs finaux les informations sur les tarifs applicables concernant chaque numéro ou service soumis à des conditions tarifaires particulières; pour certaines catégories de services, l'Institut peut exiger que ces informations soient fournies immédiatement avant de connecter l'appel ou de se connecter au fournisseur du service.".
"Art. 111/1. L'Institut peut obliger les opérateurs de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public de communiquer aux utilisateurs finaux les informations sur les tarifs applicables concernant chaque numéro ou service soumis à des conditions tarifaires particulières; pour certaines catégories de services, l'Institut peut exiger que ces informations soient fournies immédiatement avant de connecter l'appel ou de se connecter au fournisseur du service.".
Art.149. Artikel 111/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 111/2. § 1. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de nadere regels van toepassing wanneer een abonnee afziet van een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst bij een operator om een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst bij een andere operator te verkrijgen.
Deze regels hebben onder meer betrekking op:
1° de verdeling van de taken voor de overstap tussen de betrokken partijen, waarbij de ontvangende operator het overstapproces leidt;
2° de technische methodes, de uitvoeringstermijnen en de verplichtingen tot het verschaffen van informatie die de betrokken operatoren desbetreffend toepassen;
3° de methode voor de vaststelling van de kosten voor de overstap en de verdeling van die kosten tussen de betrokken partijen;
4° de vergoedingen die aan de abonnees toekomen in geval van vertraging bij de uitvoering van de overstap of bij gemiste onderhouds- en installatieafspraken; alsook
5° de verplichtingen van de operatoren om informatie te verschaffen aan de abonnee.
De regels waarborgen de continuïteit van de dienst tijdens het overstapproces, tenzij dit technisch niet haalbaar is. De ontvangende operator zorgt ervoor dat de dienst zo snel mogelijk wordt geactiveerd op de datum en binnen het tijdsbestek die uitdrukkelijk met de eindgebruiker zijn overeengekomen. De overdragende operator blijft zijn dienst onder dezelfde voorwaarden aanbieden tot de ontvangende operator zijn dienst activeert. Tijdens het overstapproces mag de dienst niet langer dan één werkdag worden onderbroken.
De ontvangende en de overdragende operator werken te goeder trouw samen. Zij veroorzaken geen vertraging of misbruik van de overstap- en overdrachtsprocessen. De contracten tussen de eindgebruikers en de overdragende operator worden automatisch opgezegd wanneer het overstapproces is afgerond.
Bij vooruitbetaalde diensten betaalt de overdragende operator op verzoek eventueel resterende tegoeden terug aan de consument. Voor restitutie kan slechts een vergoeding worden gevraagd indien dit in het contract is vermeld. Een dergelijke vergoeding is evenredig en staat in verhouding tot de werkelijke kosten die de overdragende operator heeft gemaakt om de restitutie aan te bieden. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de nadere modaliteiten voor de uitvoering van de verplichtingen van dit lid bepalen.
§ 2. Het activeren van een internettoegangsdienst of het overdragen van een nummer door een operator zonder uitdrukkelijke voorafgaande, schriftelijk gegeven toestemming van de abonnee, en zonder duidelijke informatieverstrekking over de internettoegangsdienst of de overdracht van het nummer zelf, is verboden.
De persoon die ten onrechte aan een operator vraagt een nummer over te dragen of een internettoegangsdienst te deactiveren kan van de benadeelde abonnee niet eisen dat hij de kosten voor zijn dienstverlening betaalt. In voorkomend geval betaalt de persoon hem de reeds ontvangen bedragen terug. Bovendien betaalt hij een forfaitaire tegemoetkoming van 750 euro aan de onderneming die de eindgebruiker hierdoor tijdelijk als abonnee verliest.
Een klacht betreffende de toepassing van dit artikel kan worden ingediend bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie.
De Ombudsdienst voor telecommunicatie mag weigeren een klacht te behandelen, indien blijkt dat de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de klacht meer dan één jaar vóór het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden.".
"Art. 111/2. § 1. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de nadere regels van toepassing wanneer een abonnee afziet van een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst bij een operator om een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst bij een andere operator te verkrijgen.
Deze regels hebben onder meer betrekking op:
1° de verdeling van de taken voor de overstap tussen de betrokken partijen, waarbij de ontvangende operator het overstapproces leidt;
2° de technische methodes, de uitvoeringstermijnen en de verplichtingen tot het verschaffen van informatie die de betrokken operatoren desbetreffend toepassen;
3° de methode voor de vaststelling van de kosten voor de overstap en de verdeling van die kosten tussen de betrokken partijen;
4° de vergoedingen die aan de abonnees toekomen in geval van vertraging bij de uitvoering van de overstap of bij gemiste onderhouds- en installatieafspraken; alsook
5° de verplichtingen van de operatoren om informatie te verschaffen aan de abonnee.
De regels waarborgen de continuïteit van de dienst tijdens het overstapproces, tenzij dit technisch niet haalbaar is. De ontvangende operator zorgt ervoor dat de dienst zo snel mogelijk wordt geactiveerd op de datum en binnen het tijdsbestek die uitdrukkelijk met de eindgebruiker zijn overeengekomen. De overdragende operator blijft zijn dienst onder dezelfde voorwaarden aanbieden tot de ontvangende operator zijn dienst activeert. Tijdens het overstapproces mag de dienst niet langer dan één werkdag worden onderbroken.
De ontvangende en de overdragende operator werken te goeder trouw samen. Zij veroorzaken geen vertraging of misbruik van de overstap- en overdrachtsprocessen. De contracten tussen de eindgebruikers en de overdragende operator worden automatisch opgezegd wanneer het overstapproces is afgerond.
Bij vooruitbetaalde diensten betaalt de overdragende operator op verzoek eventueel resterende tegoeden terug aan de consument. Voor restitutie kan slechts een vergoeding worden gevraagd indien dit in het contract is vermeld. Een dergelijke vergoeding is evenredig en staat in verhouding tot de werkelijke kosten die de overdragende operator heeft gemaakt om de restitutie aan te bieden. De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan de nadere modaliteiten voor de uitvoering van de verplichtingen van dit lid bepalen.
§ 2. Het activeren van een internettoegangsdienst of het overdragen van een nummer door een operator zonder uitdrukkelijke voorafgaande, schriftelijk gegeven toestemming van de abonnee, en zonder duidelijke informatieverstrekking over de internettoegangsdienst of de overdracht van het nummer zelf, is verboden.
De persoon die ten onrechte aan een operator vraagt een nummer over te dragen of een internettoegangsdienst te deactiveren kan van de benadeelde abonnee niet eisen dat hij de kosten voor zijn dienstverlening betaalt. In voorkomend geval betaalt de persoon hem de reeds ontvangen bedragen terug. Bovendien betaalt hij een forfaitaire tegemoetkoming van 750 euro aan de onderneming die de eindgebruiker hierdoor tijdelijk als abonnee verliest.
Een klacht betreffende de toepassing van dit artikel kan worden ingediend bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie.
De Ombudsdienst voor telecommunicatie mag weigeren een klacht te behandelen, indien blijkt dat de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de klacht meer dan één jaar vóór het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden.".
Art.149. L'article 111/2 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 31 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 111/2. § 1er. Le Roi fixe, après avis de l'Institut, les modalités d'application lorsqu'un abonné abandonne un service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation d'un opérateur pour obtenir un service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation chez un autre opérateur.
Ces règles portent notamment sur:
1° la répartition des tâches pour le changement d'opérateur entre les parties concernées, dans le cadre duquel le nouveau fournisseur mène le processus;
2° les méthodes techniques, les délais d'exécution et les obligations de fourniture d'informations que les opérateurs concernés doivent appliquer;
3° la méthode de détermination des coûts pour le changement d'opérateur et la répartition de ces coûts entre les parties concernées;
4° les indemnités dues aux abonnés en cas de retard dans l'exécution du changement d'opérateur ou de non-présentation à un rendez-vous de service et d'installation; et
5° les obligations des opérateurs de fournir des informations aux abonnés.
Les règles garantissent la continuité du service pendant le processus de changement d'opérateur, sauf si cela est techniquement impossible. Le nouvel opérateur veille à ce que l'activation du service ait lieu dans les plus brefs délais possibles, à la date et au créneau horaire expressément convenus avec l'utilisateur final. L'opérateur cédant continue à fournir son service aux mêmes conditions jusqu'à ce que le nouvel opérateur active son service. La perte de service éventuelle pendant la procédure de changement d'opérateur ne dépasse pas un jour ouvrable.
Le nouvel opérateur et l'opérateur cédant coopèrent de bonne foi. Ils ne retardent ni n'utilisent abusivement les procédures de changement d'opérateur et de portage. Les contrats liant l'utilisateur final à l'opérateur cédant prennent automatiquement fin dès que la procédure de changement d'opérateur est menée à terme.
L'opérateur cédant rembourse, sur demande, tout avoir éventuel au consommateur utilisant des services prépayés. Le remboursement ne peut donner lieu au prélèvement de frais que si le contrat le prévoit. Le cas échéant, le montant des frais est proportionné et en rapport avec les coûts réels supportés par l'opérateur cédant qui propose le remboursement. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut déterminer les modalités d'exécution des obligations de cet alinéa.
§ 2. L'activation d'un service d'accès à l'internet ou le portage d'un numéro par un opérateur sans l'accord exprès préalable écrit de l'abonné, et sans information claire concernant le service d'accès à l'internet ou le portage du numéro est interdit.
La personne qui demande à tort à un opérateur le portage d'un numéro ou la désactivation d'un service d'accès à l'internet ne peut pas réclamer à l'abonné préjudicié le paiement des coûts du service fourni. Le cas échéant, il lui rembourse les montants déjà perçus. En outre, il est tenu de payer une intervention forfaitaire de 750 euros à l'entreprise qui de ce fait perd temporairement un utilisateur final comme abonné.
Une plainte concernant l'application du présent article peut être introduite auprès du Service de médiation pour les télécommunications.
Le Service de médiation pour les télécommunications peut refuser de traiter une plainte s'il s'avère que les faits qui ont donné lieu à la plainte se sont produits plus d'un an avant l'introduction de la plainte.".
"Art. 111/2. § 1er. Le Roi fixe, après avis de l'Institut, les modalités d'application lorsqu'un abonné abandonne un service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation d'un opérateur pour obtenir un service de communications électroniques accessible au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation chez un autre opérateur.
Ces règles portent notamment sur:
1° la répartition des tâches pour le changement d'opérateur entre les parties concernées, dans le cadre duquel le nouveau fournisseur mène le processus;
2° les méthodes techniques, les délais d'exécution et les obligations de fourniture d'informations que les opérateurs concernés doivent appliquer;
3° la méthode de détermination des coûts pour le changement d'opérateur et la répartition de ces coûts entre les parties concernées;
4° les indemnités dues aux abonnés en cas de retard dans l'exécution du changement d'opérateur ou de non-présentation à un rendez-vous de service et d'installation; et
5° les obligations des opérateurs de fournir des informations aux abonnés.
Les règles garantissent la continuité du service pendant le processus de changement d'opérateur, sauf si cela est techniquement impossible. Le nouvel opérateur veille à ce que l'activation du service ait lieu dans les plus brefs délais possibles, à la date et au créneau horaire expressément convenus avec l'utilisateur final. L'opérateur cédant continue à fournir son service aux mêmes conditions jusqu'à ce que le nouvel opérateur active son service. La perte de service éventuelle pendant la procédure de changement d'opérateur ne dépasse pas un jour ouvrable.
Le nouvel opérateur et l'opérateur cédant coopèrent de bonne foi. Ils ne retardent ni n'utilisent abusivement les procédures de changement d'opérateur et de portage. Les contrats liant l'utilisateur final à l'opérateur cédant prennent automatiquement fin dès que la procédure de changement d'opérateur est menée à terme.
L'opérateur cédant rembourse, sur demande, tout avoir éventuel au consommateur utilisant des services prépayés. Le remboursement ne peut donner lieu au prélèvement de frais que si le contrat le prévoit. Le cas échéant, le montant des frais est proportionné et en rapport avec les coûts réels supportés par l'opérateur cédant qui propose le remboursement. Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut déterminer les modalités d'exécution des obligations de cet alinéa.
§ 2. L'activation d'un service d'accès à l'internet ou le portage d'un numéro par un opérateur sans l'accord exprès préalable écrit de l'abonné, et sans information claire concernant le service d'accès à l'internet ou le portage du numéro est interdit.
La personne qui demande à tort à un opérateur le portage d'un numéro ou la désactivation d'un service d'accès à l'internet ne peut pas réclamer à l'abonné préjudicié le paiement des coûts du service fourni. Le cas échéant, il lui rembourse les montants déjà perçus. En outre, il est tenu de payer une intervention forfaitaire de 750 euros à l'entreprise qui de ce fait perd temporairement un utilisateur final comme abonné.
Une plainte concernant l'application du présent article peut être introduite auprès du Service de médiation pour les télécommunications.
Le Service de médiation pour les télécommunications peut refuser de traiter une plainte s'il s'avère que les faits qui ont donné lieu à la plainte se sont produits plus d'un an avant l'introduction de la plainte.".
Art.150. In artikel 111/3 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De opzeg van een contract voor andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten door de abonnee kan door alle schriftelijke middelen gebeuren en zonder een verplichting een reden op te geven.
Indien het contract van een consument of een abonnee met maximum 9 werknemers automatisch verlengd is na zijn initiële duurtijd of indien de opzeg gebeurt met het oog op een overstap in de zin van artikel 11, § 7 of artikel 111/2 wordt het contract beëindigd op het moment gekozen door de abonnee, zelfs indien dit onmiddellijk is. De contracten met de overige abonnees die automatisch verlengd werden kunnen opgezegd worden met een opzegtermijn van maximum één maand.
De operator tot wie de opzeg gericht is sluit de betrokken dienst, naargelang het geval, af aan het einde van de opzegtermijn of op het door de abonnee gewenste moment en, indien de onmiddellijke opzeg gevraagd wordt, zo spoedig als technisch mogelijk.
Indien het opgezegde contract een nummer uit het nationale nummerplan toekende, behoudt de eindgebruiker het recht om het nummer over te dragen naar een andere operator gedurende minimaal één maand na de datum van opzegging, tenzij de eindgebruiker afstand doet van dit recht.
De operator stuurt een schriftelijke bevestiging van de afsluiting naar de abonnee.
Onverminderd de toepassing van paragraaf 3, kan de operator die de betrokken dienst afsluit geen andere kosten aanrekenen dan de vergoeding voor de ontvangst van de dienstverlening tijdens de opzeggingstermijn.";
2° in paragraaf 2, eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "hoofdstuk III, Afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" worden vervangen door de woorden "hoofdstuk 6 van titel 3 van boek VI van het Wetboek van economisch recht";
b) de woorden "van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten" worden ingevoegd tussen de woorden "tussen een operator" en de woorden "en een abonnee";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten" worden ingevoegd tussen de woorden "De operator" en de woorden "kan, onverminderd";
ii) de woorden "of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten, beschikt" worden vervangen door de woorden "of een abonnee met maximum 9 werknemers";
b) in het tweede lid worden de woorden "of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt" vervangen door de woorden "of een abonnee met maximum 9 werknemers";
c) in het derde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "de consument of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt en" worden vervangen door de woorden "de abonnee";
ii) de woorden "de restwaarde van het product op het ogenblik van de beëindiging van het contract, bepaald overeenkomstig artikel 108, § 1, e), derde streepje" worden vervangen door de woorden "het bedrag vermeld op de aflossingstabel bedoeld in artikel 108, § 1, tweede lid, de bepaling onder 1°, c), iv, voor de maand waarin de beëindiging van het contract plaatsvindt";
d) de paragraaf wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"De beperkingen aan de schadevergoeding die deze paragraaf instelt gelden niet ten aanzien van de schadevergoeding voor het voortijdig beëindigen van het contract bedoeld in artikel 108, § 5, tweede lid of ieder ander afzonderlijk contract dat tussen de in dat artikel bedoelde partijen werd gesloten betreffende de betaling van het aanleggen van een nieuwe aansluiting.
De beperking aan de schadevergoeding die het derde lid instelt komt, wat transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten betreft, uitsluitend ten goede aan eindgebruikers die consumenten, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn.
De operator heft eventuele, in het contract gespecificeerde voorwaarden voor het gebruik van de aan het opgezegde contract gekoppelde eindapparatuur op andere netwerken uiterlijk bij de betaling van de in het derde lid bedoelde vergoeding kosteloos op.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De opzeg van een contract voor andere elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en dan transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten door de abonnee kan door alle schriftelijke middelen gebeuren en zonder een verplichting een reden op te geven.
Indien het contract van een consument of een abonnee met maximum 9 werknemers automatisch verlengd is na zijn initiële duurtijd of indien de opzeg gebeurt met het oog op een overstap in de zin van artikel 11, § 7 of artikel 111/2 wordt het contract beëindigd op het moment gekozen door de abonnee, zelfs indien dit onmiddellijk is. De contracten met de overige abonnees die automatisch verlengd werden kunnen opgezegd worden met een opzegtermijn van maximum één maand.
De operator tot wie de opzeg gericht is sluit de betrokken dienst, naargelang het geval, af aan het einde van de opzegtermijn of op het door de abonnee gewenste moment en, indien de onmiddellijke opzeg gevraagd wordt, zo spoedig als technisch mogelijk.
Indien het opgezegde contract een nummer uit het nationale nummerplan toekende, behoudt de eindgebruiker het recht om het nummer over te dragen naar een andere operator gedurende minimaal één maand na de datum van opzegging, tenzij de eindgebruiker afstand doet van dit recht.
De operator stuurt een schriftelijke bevestiging van de afsluiting naar de abonnee.
Onverminderd de toepassing van paragraaf 3, kan de operator die de betrokken dienst afsluit geen andere kosten aanrekenen dan de vergoeding voor de ontvangst van de dienstverlening tijdens de opzeggingstermijn.";
2° in paragraaf 2, eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "hoofdstuk III, Afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming" worden vervangen door de woorden "hoofdstuk 6 van titel 3 van boek VI van het Wetboek van economisch recht";
b) de woorden "van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten" worden ingevoegd tussen de woorden "tussen een operator" en de woorden "en een abonnee";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten" worden ingevoegd tussen de woorden "De operator" en de woorden "kan, onverminderd";
ii) de woorden "of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten, beschikt" worden vervangen door de woorden "of een abonnee met maximum 9 werknemers";
b) in het tweede lid worden de woorden "of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt" vervangen door de woorden "of een abonnee met maximum 9 werknemers";
c) in het derde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de woorden "de consument of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt en" worden vervangen door de woorden "de abonnee";
ii) de woorden "de restwaarde van het product op het ogenblik van de beëindiging van het contract, bepaald overeenkomstig artikel 108, § 1, e), derde streepje" worden vervangen door de woorden "het bedrag vermeld op de aflossingstabel bedoeld in artikel 108, § 1, tweede lid, de bepaling onder 1°, c), iv, voor de maand waarin de beëindiging van het contract plaatsvindt";
d) de paragraaf wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"De beperkingen aan de schadevergoeding die deze paragraaf instelt gelden niet ten aanzien van de schadevergoeding voor het voortijdig beëindigen van het contract bedoeld in artikel 108, § 5, tweede lid of ieder ander afzonderlijk contract dat tussen de in dat artikel bedoelde partijen werd gesloten betreffende de betaling van het aanleggen van een nieuwe aansluiting.
De beperking aan de schadevergoeding die het derde lid instelt komt, wat transmissiediensten voor het verlenen van intermachinale diensten betreft, uitsluitend ten goede aan eindgebruikers die consumenten, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn.
De operator heft eventuele, in het contract gespecificeerde voorwaarden voor het gebruik van de aan het opgezegde contract gekoppelde eindapparatuur op andere netwerken uiterlijk bij de betaling van de in het derde lid bedoelde vergoeding kosteloos op.".
Art.150. Dans l'article 111/3 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. La résiliation par l'abonné d'un contrat pour des services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine peut se faire par tout moyen écrit et sans devoir en indiquer les motifs.
Si le contrat d'un consommateur ou d'un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs est prolongé automatiquement après sa durée initiale ou si la résiliation a lieu en vue d'un transfert au sens de l'article 11, § 7, ou de l'article 111/2, le contrat est résilié au moment choisi par l'abonné, même immédiatement. Les contrats avec les autres abonnés qui ont été automatiquement prolongés peuvent être résiliés avec un délai de préavis maximum d'un mois.
L'opérateur auquel s'adresse la résiliation met fin au service concerné, selon le cas, à la fin de la période de résiliation ou au moment choisi par l'abonné et, si la résiliation immédiate est demandée, le plus rapidement possible, compte tenu de la technique.
Si le contrat résilié attribuait un numéro du plan national de numérotation, l'utilisateur final conserve le droit à la portabilité du numéro vers un autre opérateur pendant une période minimale d'un mois après la date de résiliation, sauf si l'utilisateur final renonce à ce droit.
L'opérateur communique à l'abonné une confirmation écrite de la déconnexion.
Sans préjudice du paragraphe 3, l'opérateur qui met fin au service concerné ne peut pas facturer d'autres frais que les charges liées à la réception du service pendant le délai de préavis.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots " chapitre III, Section 6 de la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché et à la protection du consommateur" sont remplacés par les mots " chapitre 6 du titre 3 du livre VI du Code de droit économique";
b) les mots "de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation" sont insérés entre les mots "entre un opérateur" et les mots "et un abonné";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation" sont insérés entre les mots "l'opérateur" et les mots "ne peut pas";
ii) les mots "ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel, à l'exception des numéros pour des services M2M" sont remplacés par les mots "ou un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs";
b) dans l'alinéa 2, les mots "ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel" sont remplacés par les mots "ou un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs";
c) dans l'alinéa 3, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "au consommateur ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel" sont remplacés par les mots "à l'abonné";
ii) les mots "à la valeur résiduelle du produit au moment de la rupture du contrat, conformément à l'article 108, § 1er, e), troisième tiret" sont remplacés par les mots "au montant mentionné dans le tableau d'amortissement visé à l'article 108, § 1er, alinéa 2, 1°, c), iv, pour le mois au cours duquel la résiliation du contrat a lieu";
d) le paragraphe est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
"Les limitations concernant l'indemnité fixée dans le présent paragraphe ne s'appliquent pas à l'indemnité pour la résiliation anticipée du contrat visée à l'article 108, § 5, alinéa 2, ni de tout autre contrat distinct conclu entre les parties visées audit article concernant le paiement pour le déploiement d'un nouveau raccordement.
La limitation concernant l'indemnité fixée dans l'alinéa 3, pour ce qui concerne les services de transmission relatifs à la fourniture de services de machine à machine, profite exclusivement aux utilisateurs finaux qui sont des consommateurs, des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif.
L'opérateur lève gratuitement toute condition éventuelle spécifiée dans le contrat dont est assortie l'utilisation des équipements terminaux liés au contrat résilié sur d'autres réseaux au plus tard lors du paiement de l'indemnité visée à l'alinéa 3.".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. La résiliation par l'abonné d'un contrat pour des services de communications électroniques autres que des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation et que des services de transmission utilisés pour la fourniture de services de machine à machine peut se faire par tout moyen écrit et sans devoir en indiquer les motifs.
Si le contrat d'un consommateur ou d'un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs est prolongé automatiquement après sa durée initiale ou si la résiliation a lieu en vue d'un transfert au sens de l'article 11, § 7, ou de l'article 111/2, le contrat est résilié au moment choisi par l'abonné, même immédiatement. Les contrats avec les autres abonnés qui ont été automatiquement prolongés peuvent être résiliés avec un délai de préavis maximum d'un mois.
L'opérateur auquel s'adresse la résiliation met fin au service concerné, selon le cas, à la fin de la période de résiliation ou au moment choisi par l'abonné et, si la résiliation immédiate est demandée, le plus rapidement possible, compte tenu de la technique.
Si le contrat résilié attribuait un numéro du plan national de numérotation, l'utilisateur final conserve le droit à la portabilité du numéro vers un autre opérateur pendant une période minimale d'un mois après la date de résiliation, sauf si l'utilisateur final renonce à ce droit.
L'opérateur communique à l'abonné une confirmation écrite de la déconnexion.
Sans préjudice du paragraphe 3, l'opérateur qui met fin au service concerné ne peut pas facturer d'autres frais que les charges liées à la réception du service pendant le délai de préavis.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots " chapitre III, Section 6 de la loi du 6 avril 2010 relative aux pratiques du marché et à la protection du consommateur" sont remplacés par les mots " chapitre 6 du titre 3 du livre VI du Code de droit économique";
b) les mots "de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation" sont insérés entre les mots "entre un opérateur" et les mots "et un abonné";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "de services de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation" sont insérés entre les mots "l'opérateur" et les mots "ne peut pas";
ii) les mots "ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel, à l'exception des numéros pour des services M2M" sont remplacés par les mots "ou un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs";
b) dans l'alinéa 2, les mots "ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel" sont remplacés par les mots "ou un abonné comptant un maximum de 9 travailleurs";
c) dans l'alinéa 3, les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "au consommateur ou un abonné qui ne possède pas plus de cinq numéros d'appel" sont remplacés par les mots "à l'abonné";
ii) les mots "à la valeur résiduelle du produit au moment de la rupture du contrat, conformément à l'article 108, § 1er, e), troisième tiret" sont remplacés par les mots "au montant mentionné dans le tableau d'amortissement visé à l'article 108, § 1er, alinéa 2, 1°, c), iv, pour le mois au cours duquel la résiliation du contrat a lieu";
d) le paragraphe est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
"Les limitations concernant l'indemnité fixée dans le présent paragraphe ne s'appliquent pas à l'indemnité pour la résiliation anticipée du contrat visée à l'article 108, § 5, alinéa 2, ni de tout autre contrat distinct conclu entre les parties visées audit article concernant le paiement pour le déploiement d'un nouveau raccordement.
La limitation concernant l'indemnité fixée dans l'alinéa 3, pour ce qui concerne les services de transmission relatifs à la fourniture de services de machine à machine, profite exclusivement aux utilisateurs finaux qui sont des consommateurs, des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif.
L'opérateur lève gratuitement toute condition éventuelle spécifiée dans le contrat dont est assortie l'utilisation des équipements terminaux liés au contrat résilié sur d'autres réseaux au plus tard lors du paiement de l'indemnité visée à l'alinéa 3.".
Art.151. Artikel 112 van dezelfde wet hersteld bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 112. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de faciliteiten die de operatoren van internettoegangsdiensten en operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten aanbieden om het gebruik van de door hen op basis van tijd of verbruikt volume aangerekende diensten te volgen en de kosten van de aanrekening ervan te beheersen.
De faciliteiten omvatten onder meer kosteloze toegang tot tijdige informatie over het verbruiksniveau van de diensten die tot het tariefplan behoren en kosteloze waarschuwingen van abnormale of excessieve consumptiepatronen aan abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten.
Het waarschuwingsbericht dat de operatoren versturen bij het bereiken van het maandelijks forfait van de betrokken abonnees bevat minstens de informatie dat het maandelijks forfait werd overschreden.
De operatoren geven bovendien kosteloos de mogelijkheid om een financiële bovengrens of een bovengrens uitgedrukt in volume vast te stellen, te kiezen uit een lijst vastgesteld door het Instituut. Standaard wordt door het Instituut een bovengrens bepaald.".
"Art. 112. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de faciliteiten die de operatoren van internettoegangsdiensten en operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten aanbieden om het gebruik van de door hen op basis van tijd of verbruikt volume aangerekende diensten te volgen en de kosten van de aanrekening ervan te beheersen.
De faciliteiten omvatten onder meer kosteloze toegang tot tijdige informatie over het verbruiksniveau van de diensten die tot het tariefplan behoren en kosteloze waarschuwingen van abnormale of excessieve consumptiepatronen aan abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten.
Het waarschuwingsbericht dat de operatoren versturen bij het bereiken van het maandelijks forfait van de betrokken abonnees bevat minstens de informatie dat het maandelijks forfait werd overschreden.
De operatoren geven bovendien kosteloos de mogelijkheid om een financiële bovengrens of een bovengrens uitgedrukt in volume vast te stellen, te kiezen uit een lijst vastgesteld door het Instituut. Standaard wordt door het Instituut een bovengrens bepaald.".
Art.151. L'article 112 de la même loi, rétabli par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 112. Le Roi fixe, après avis de l'Institut, les mécanismes offerts par les opérateurs de services d'accès à l'internet et les opérateurs de services de communications interpersonnelles accessibles au public pour suivre les services qu'ils facturent en fonction de la durée ou du volume de consommation et contrôler les coûts de la facturation de ces services.
Ces mécanismes incluent notamment un accès gratuit à des informations en temps utile concernant le niveau de consommation des services compris dans le plan tarifaire ainsi que des alertes gratuites en cas de schémas de consommation anormaux ou excessifs envoyées aux abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs.
Le message d'alerte que les opérateurs envoient lorsque le forfait mensuel des abonnés concernés est atteint, contient au moins l'information que le forfait mensuel a été dépassé.
En outre, les opérateurs donnent gratuitement la possibilité de fixer un plafond financier ou exprimé en volume parmi les plafonds fixés dans une liste établie par l'Institut. Par défaut, un plafond est fixé par l'Institut.".
"Art. 112. Le Roi fixe, après avis de l'Institut, les mécanismes offerts par les opérateurs de services d'accès à l'internet et les opérateurs de services de communications interpersonnelles accessibles au public pour suivre les services qu'ils facturent en fonction de la durée ou du volume de consommation et contrôler les coûts de la facturation de ces services.
Ces mécanismes incluent notamment un accès gratuit à des informations en temps utile concernant le niveau de consommation des services compris dans le plan tarifaire ainsi que des alertes gratuites en cas de schémas de consommation anormaux ou excessifs envoyées aux abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs.
Le message d'alerte que les opérateurs envoient lorsque le forfait mensuel des abonnés concernés est atteint, contient au moins l'information que le forfait mensuel a été dépassé.
En outre, les opérateurs donnent gratuitement la possibilité de fixer un plafond financier ou exprimé en volume parmi les plafonds fixés dans une liste établie par l'Institut. Par défaut, un plafond est fixé par l'Institut.".
Art.152. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 1, van dezelfde wet, wordt een artikel 112/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 112/1. Operatoren die internettoegangsdiensten en/of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten of transmissiediensten voor het verlenen van audiovisuele of auditieve mediadiensten aanbieden, publiceren op verzoek van het Instituut kosteloos informatie van algemeen belang met dezelfde middelen waarmee zij doorgaans met bestaande of nieuwe abonnees communiceren. Dergelijke informatie wordt door het Instituut, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, in een gestandaardiseerde vorm aangeleverd en heeft onder meer betrekking op de volgende punten:
1° de meest voorkomende vormen van gebruik van internettoegangsdiensten en van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten voor onwettige activiteiten of de verspreiding van schadelijke inhoud, met name waar dit de eerbiediging van de rechten en vrijheden van derden kan aantasten, inclusief schendingen van het auteursrecht en hiermee samenhangende rechten, en de juridische gevolgen hiervan, en
2° beschermingsmaatregelen tegen gevaren voor de persoonlijke veiligheid, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens bij het gebruik van internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten.".
"Art. 112/1. Operatoren die internettoegangsdiensten en/of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten of transmissiediensten voor het verlenen van audiovisuele of auditieve mediadiensten aanbieden, publiceren op verzoek van het Instituut kosteloos informatie van algemeen belang met dezelfde middelen waarmee zij doorgaans met bestaande of nieuwe abonnees communiceren. Dergelijke informatie wordt door het Instituut, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, in een gestandaardiseerde vorm aangeleverd en heeft onder meer betrekking op de volgende punten:
1° de meest voorkomende vormen van gebruik van internettoegangsdiensten en van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten voor onwettige activiteiten of de verspreiding van schadelijke inhoud, met name waar dit de eerbiediging van de rechten en vrijheden van derden kan aantasten, inclusief schendingen van het auteursrecht en hiermee samenhangende rechten, en de juridische gevolgen hiervan, en
2° beschermingsmaatregelen tegen gevaren voor de persoonlijke veiligheid, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens bij het gebruik van internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten.".
Art.152. Dans le titre IV, chapitre III, section 1re, sous-section Ire> de la même loi, il est inséré un article 112/1 rédigé comme suit:
"Art. 112/1. Les opérateurs qui fournissent des services d'accès à l'internet et/ou des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public ou de services de transmission utilisés pour la fourniture de services de médias audiovisuels ou sonores communiquent gratuitement, à la demande de l'Institut, des informations d'intérêt général, en recourant aux mêmes moyens que ceux qu'ils utilisent normalement pour communiquer avec leurs abonnés nouveaux ou existants. Ces informations sont fournies par l'Institut, après avis de l'Autorité de protection des données, sous une forme normalisée et couvrent, entre autres, les sujets suivants:
1° les modes les plus communs d'utilisation des services d'accès à l'internet et des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public pour se livrer à des activités illicites ou diffuser des contenus préjudiciables, en particulier lorsque ces utilisations peuvent porter atteinte au respect des droits et libertés d'autrui, y compris les atteintes aux droits d'auteur et aux droits voisins, et les conséquences juridiques de ces utilisations; et
2° les moyens de protection contre les risques d'atteinte à la sécurité individuelle, à la vie privée et aux données à caractère personnel lors de l'utilisation des services d'accès à l'internet et des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public.".
"Art. 112/1. Les opérateurs qui fournissent des services d'accès à l'internet et/ou des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public ou de services de transmission utilisés pour la fourniture de services de médias audiovisuels ou sonores communiquent gratuitement, à la demande de l'Institut, des informations d'intérêt général, en recourant aux mêmes moyens que ceux qu'ils utilisent normalement pour communiquer avec leurs abonnés nouveaux ou existants. Ces informations sont fournies par l'Institut, après avis de l'Autorité de protection des données, sous une forme normalisée et couvrent, entre autres, les sujets suivants:
1° les modes les plus communs d'utilisation des services d'accès à l'internet et des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public pour se livrer à des activités illicites ou diffuser des contenus préjudiciables, en particulier lorsque ces utilisations peuvent porter atteinte au respect des droits et libertés d'autrui, y compris les atteintes aux droits d'auteur et aux droits voisins, et les conséquences juridiques de ces utilisations; et
2° les moyens de protection contre les risques d'atteinte à la sécurité individuelle, à la vie privée et aux données à caractère personnel lors de l'utilisation des services d'accès à l'internet et des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public.".
Art.153. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, van dezelfde wet, wordt het opschrift van onderafdeling 2 vervangen als volgt:
"Onderafdeling 2. Kwaliteit van de netwerken en diensten".
"Onderafdeling 2. Kwaliteit van de netwerken en diensten".
Art.153. Dans le titre IV, chapitre III, section 1re, de la même loi, l'intitulé de la sous-section 2 est remplacé par ce qui suit:
"Sous-section 2. Qualité des réseaux et services.".
"Sous-section 2. Qualité des réseaux et services.".
Art.154. Artikel 113 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 113. § 1. Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de kwaliteit van de dienstverlening met betrekking tot internettoegangsdiensten, voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten en transmissiediensten voor het verlenen van audiovisuele of auditieve mediadiensten.
§ 2. Operatoren die internettoegangsdiensten aanbieden, operatoren die voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten verstrekken en operatoren van transmissiediensten voor het verlenen van omroep, maken op hun website ten behoeve van de eindgebruikers volledige, vergelijkbare, betrouwbare, gebruiksvriendelijke en actuele informatie over de kwaliteit van hun diensten bekend aan de hand van minimaal de in paragraaf 3 bepaalde parameters, voor zover zij ten minste enkele elementen van het netwerk beheren, alsook over de maatregelen die zijn genomen om gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap te waarborgen.
Als de kwaliteit van de dienstverlening van operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten en van operatoren van transmissiediensten voor het verlenen van omroep afhankelijk is van externe factoren, worden de consumenten daarvan in kennis gesteld.
De informatie wordt voor publicatie eveneens, op verzoek, aan het Instituut verstrekt.
§ 3. Het Instituut bepaalt de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst en de daartoe te hanteren meetmethoden.
Het Instituut bepaalt tevens de inhoud, periodiciteit, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie, met inbegrip van mogelijke kwaliteitscertificeringsregelingen.
§ 4. Het resultaat van de metingen van de parameters bepaald in paragraaf 3 wordt door het Instituut weergegeven in een vergelijkingstool die kosteloos aan de eindgebruikers wordt ter beschikking gesteld.
Ter vergelijking en beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening en met inachtneming van de beginselen van non-discriminatie en proportionaliteit, bepaalt de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, wie deze resultaten verplicht moet aanleveren, alsook in welk format dit gebeurt en met welke frequentie.
De vergelijkingstool staat open voor elke operator en behandelt alle operatoren in de zoekresultaten gelijk. De tool vermeldt het tijdstip van de meest recente actualisering alsook de procedure om foute informatie te melden.
De vergelijkingstool:
1° is operationeel onafhankelijk van de aanbieders van dergelijke diensten, en waarborgt dat die aanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;
2° vermeldt wie de eigenaar van de vergelijkingstool is en wie die tool beheert;
3° vermeldt de duidelijke en objectieve criteria waarop de vergelijking moet worden gebaseerd;
4° maakt gebruik van duidelijke en ondubbelzinnige taal;
5° geeft nauwkeurige en actuele informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;
6° staat open voor iedere aanbieder van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, die de relevante informatie beschikbaar maakt en omvat een breed scala aan aanbiedingen die een significant deel van de markt beslaan en vermeldt in voorkomend geval duidelijk dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt, voordat de zoekresultaten worden getoond;
7° voorziet in een effectieve procedure om foute informatie te melden;
8° voorziet in de mogelijkheid tot vergelijking van de kwaliteit van de dienstverlening van de aanbiedingen waartussen de consument kan kiezen.".
"Art. 113. § 1. Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de kwaliteit van de dienstverlening met betrekking tot internettoegangsdiensten, voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten en transmissiediensten voor het verlenen van audiovisuele of auditieve mediadiensten.
§ 2. Operatoren die internettoegangsdiensten aanbieden, operatoren die voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten verstrekken en operatoren van transmissiediensten voor het verlenen van omroep, maken op hun website ten behoeve van de eindgebruikers volledige, vergelijkbare, betrouwbare, gebruiksvriendelijke en actuele informatie over de kwaliteit van hun diensten bekend aan de hand van minimaal de in paragraaf 3 bepaalde parameters, voor zover zij ten minste enkele elementen van het netwerk beheren, alsook over de maatregelen die zijn genomen om gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap te waarborgen.
Als de kwaliteit van de dienstverlening van operatoren van voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten en van operatoren van transmissiediensten voor het verlenen van omroep afhankelijk is van externe factoren, worden de consumenten daarvan in kennis gesteld.
De informatie wordt voor publicatie eveneens, op verzoek, aan het Instituut verstrekt.
§ 3. Het Instituut bepaalt de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst en de daartoe te hanteren meetmethoden.
Het Instituut bepaalt tevens de inhoud, periodiciteit, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie, met inbegrip van mogelijke kwaliteitscertificeringsregelingen.
§ 4. Het resultaat van de metingen van de parameters bepaald in paragraaf 3 wordt door het Instituut weergegeven in een vergelijkingstool die kosteloos aan de eindgebruikers wordt ter beschikking gesteld.
Ter vergelijking en beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening en met inachtneming van de beginselen van non-discriminatie en proportionaliteit, bepaalt de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, wie deze resultaten verplicht moet aanleveren, alsook in welk format dit gebeurt en met welke frequentie.
De vergelijkingstool staat open voor elke operator en behandelt alle operatoren in de zoekresultaten gelijk. De tool vermeldt het tijdstip van de meest recente actualisering alsook de procedure om foute informatie te melden.
De vergelijkingstool:
1° is operationeel onafhankelijk van de aanbieders van dergelijke diensten, en waarborgt dat die aanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;
2° vermeldt wie de eigenaar van de vergelijkingstool is en wie die tool beheert;
3° vermeldt de duidelijke en objectieve criteria waarop de vergelijking moet worden gebaseerd;
4° maakt gebruik van duidelijke en ondubbelzinnige taal;
5° geeft nauwkeurige en actuele informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;
6° staat open voor iedere aanbieder van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, die de relevante informatie beschikbaar maakt en omvat een breed scala aan aanbiedingen die een significant deel van de markt beslaan en vermeldt in voorkomend geval duidelijk dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt, voordat de zoekresultaten worden getoond;
7° voorziet in een effectieve procedure om foute informatie te melden;
8° voorziet in de mogelijkheid tot vergelijking van de kwaliteit van de dienstverlening van de aanbiedingen waartussen de consument kan kiezen.".
Art.154. L'article 113 de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 113. § 1er. L'Institut coordonne les initiatives en matière de qualité du service lié aux services d'accès à l'internet, aux services de communications interpersonnelles accessibles au public et aux services de transmission utilisés pour la fourniture de services de médias audiovisuels ou sonores.
§ 2. Les opérateurs fournissant des services d'accès à l'internet, les opérateurs fournissant des services de communications interpersonnelles accessibles au public et les opérateurs de services de transmission utilisés pour la fourniture de la radiodiffusion, publient sur leur site Internet, à l'intention des utilisateurs finaux, des informations complètes, comparables, fiables, faciles à exploiter et actualisées sur la qualité de leurs services, au minimum à l'aide des paramètres définis au paragraphe 3, dans la mesure où ils contrôlent au moins certains éléments du réseau, ainsi que sur les mesures prises pour assurer un accès d'un niveau équivalent pour les utilisateurs finaux handicapés.
Si la qualité des services des opérateurs de communications interpersonnelles accessibles au public et des opérateurs de services de transmission utilisés pour la fourniture de la radiodiffusion dépend de facteurs extérieurs, les consommateurs en sont informés.
Les informations sont également fournies, sur demande, à l'Institut avant leur publication.
§ 3. L'Institut définit les paramètres à utiliser en ce qui concerne la qualité du réseau et du service ainsi que les méthodes de mesure à appliquer.
L'Institut fixe également le contenu, la périodicité, la forme et la méthode de publication des informations, y compris les éventuels mécanismes de certification de la qualité.
§ 4. Le résultat des mesures des paramètres définis au paragraphe 3 est publié par l'Institut dans un outil de comparaison mis gratuitement à la disposition des utilisateurs finaux.
Aux fins de la comparaison et de l'évaluation de la qualité de service et compte tenu des principes de non-discrimination et de proportionnalité, le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, détermine qui doit obligatoirement communiquer ces résultats, ainsi que le format et la fréquence de cette communication.
L'outil de comparaison est ouvert à tout opérateur et traite tous les opérateurs de manière égale dans les résultats de recherche. Il indique la date de la dernière mise à jour ainsi que la procédure de signalement des informations incorrectes.
L'outil de comparaison:
1° est indépendant sur le plan opérationnel des fournisseurs de ces services, garantissant ainsi que ces fournisseurs bénéficient d'une égalité de traitement dans les résultats de recherche;
2° indique clairement qui en sont les propriétaires et opérateurs;
3° énonce des critères clairs et objectifs sur lesquels est fondée la comparaison;
4° emploie un langage clair et univoque;
5° fournit des informations précises et actualisées et indique la date de la dernière mise à jour;
6° est ouvert à tout fournisseur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui met l'information pertinente à disposition et inclut toute une gamme d'offres couvrant une part importante du marché et, lorsque les informations présentées n'offrent pas un aperçu complet du marché, contient une mention claire à cet égard, avant d'afficher les résultats;
7° prévoit une procédure efficace de signalement des informations incorrectes;
8° permet de comparer la qualité des services entre les offres à la disposition des consommateurs.".
"Art. 113. § 1er. L'Institut coordonne les initiatives en matière de qualité du service lié aux services d'accès à l'internet, aux services de communications interpersonnelles accessibles au public et aux services de transmission utilisés pour la fourniture de services de médias audiovisuels ou sonores.
§ 2. Les opérateurs fournissant des services d'accès à l'internet, les opérateurs fournissant des services de communications interpersonnelles accessibles au public et les opérateurs de services de transmission utilisés pour la fourniture de la radiodiffusion, publient sur leur site Internet, à l'intention des utilisateurs finaux, des informations complètes, comparables, fiables, faciles à exploiter et actualisées sur la qualité de leurs services, au minimum à l'aide des paramètres définis au paragraphe 3, dans la mesure où ils contrôlent au moins certains éléments du réseau, ainsi que sur les mesures prises pour assurer un accès d'un niveau équivalent pour les utilisateurs finaux handicapés.
Si la qualité des services des opérateurs de communications interpersonnelles accessibles au public et des opérateurs de services de transmission utilisés pour la fourniture de la radiodiffusion dépend de facteurs extérieurs, les consommateurs en sont informés.
Les informations sont également fournies, sur demande, à l'Institut avant leur publication.
§ 3. L'Institut définit les paramètres à utiliser en ce qui concerne la qualité du réseau et du service ainsi que les méthodes de mesure à appliquer.
L'Institut fixe également le contenu, la périodicité, la forme et la méthode de publication des informations, y compris les éventuels mécanismes de certification de la qualité.
§ 4. Le résultat des mesures des paramètres définis au paragraphe 3 est publié par l'Institut dans un outil de comparaison mis gratuitement à la disposition des utilisateurs finaux.
Aux fins de la comparaison et de l'évaluation de la qualité de service et compte tenu des principes de non-discrimination et de proportionnalité, le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, détermine qui doit obligatoirement communiquer ces résultats, ainsi que le format et la fréquence de cette communication.
L'outil de comparaison est ouvert à tout opérateur et traite tous les opérateurs de manière égale dans les résultats de recherche. Il indique la date de la dernière mise à jour ainsi que la procédure de signalement des informations incorrectes.
L'outil de comparaison:
1° est indépendant sur le plan opérationnel des fournisseurs de ces services, garantissant ainsi que ces fournisseurs bénéficient d'une égalité de traitement dans les résultats de recherche;
2° indique clairement qui en sont les propriétaires et opérateurs;
3° énonce des critères clairs et objectifs sur lesquels est fondée la comparaison;
4° emploie un langage clair et univoque;
5° fournit des informations précises et actualisées et indique la date de la dernière mise à jour;
6° est ouvert à tout fournisseur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles accessibles au public qui met l'information pertinente à disposition et inclut toute une gamme d'offres couvrant une part importante du marché et, lorsque les informations présentées n'offrent pas un aperçu complet du marché, contient une mention claire à cet égard, avant d'afficher les résultats;
7° prévoit une procédure efficace de signalement des informations incorrectes;
8° permet de comparer la qualité des services entre les offres à la disposition des consommateurs.".
Art.155. Artikel 113/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 wordt vervangen als volgt:
"Art. 113/1. Elke significante voortdurende of regelmatig voorkomende discrepantie tussen enerzijds de werkelijke prestaties van een elektronische-communicatiedienst die geen internettoegangsdienst noch een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst is en anderzijds de in het contract vermelde prestaties, wordt beschouwd als een reden voor de uitoefening van de rechtsmiddelen waarover de consument beschikt om de naleving van het contract te bekomen. Onverminderd de toepassing van artikel 4, § 4, van Verordening (EU) 2015/2120, kan het Instituut de instrumenten bepalen, waarmee de in dit artikel bedoelde werkelijke prestaties kunnen worden gemeten, alsook de modaliteiten ervan.".
"Art. 113/1. Elke significante voortdurende of regelmatig voorkomende discrepantie tussen enerzijds de werkelijke prestaties van een elektronische-communicatiedienst die geen internettoegangsdienst noch een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst is en anderzijds de in het contract vermelde prestaties, wordt beschouwd als een reden voor de uitoefening van de rechtsmiddelen waarover de consument beschikt om de naleving van het contract te bekomen. Onverminderd de toepassing van artikel 4, § 4, van Verordening (EU) 2015/2120, kan het Instituut de instrumenten bepalen, waarmee de in dit artikel bedoelde werkelijke prestaties kunnen worden gemeten, alsook de modaliteiten ervan.".
Art.155. L'article 113/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 113/1. Tout écart significatif, permanent ou fréquent, entre les performances réelles d'un service de communications électroniques, autre qu'un service d'accès à l'internet ou qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation, d'une part, et les performances indiquées dans le contrat, d'autre part, est considéré comme une base habilitant le consommateur à se prévaloir des voies de recours qui lui sont ouvertes pour s'assurer le respect du contrat. Sans préjudice de l'article 4, § 4, du Règlement (UE) 2015/2120, l'Institut peut définir les outils permettant de mesurer les performances réelles visées dans le présent article, ainsi que leurs modalités.".
"Art. 113/1. Tout écart significatif, permanent ou fréquent, entre les performances réelles d'un service de communications électroniques, autre qu'un service d'accès à l'internet ou qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation, d'une part, et les performances indiquées dans le contrat, d'autre part, est considéré comme une base habilitant le consommateur à se prévaloir des voies de recours qui lui sont ouvertes pour s'assurer le respect du contrat. Sans préjudice de l'article 4, § 4, du Règlement (UE) 2015/2120, l'Institut peut définir les outils permettant de mesurer les performances réelles visées dans le présent article, ainsi que leurs modalités.".
Art.156. In artikel 113/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden "met betrekking tot de vergoedingen die de operatoren in geval van een onderbreking van de dienst aan hun abonnees moeten betalen" vervangen door de woorden "met betrekking tot de maatregelen inzake vergoedingen die de operatoren van andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten dan nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten in geval van een onderbreking van de dienst aan hun abonnees moeten betalen".
Art.156. Dans l'article 113/2, de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les mots "des mesures relatives aux indemnités que doivent verser les opérateurs aux abonnés en cas d'interruption du service" sont remplacés par les mots "des mesures relatives aux indemnités que doivent verser les opérateurs de communications électroniques accessibles au public autres que les services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation aux abonnés en cas d'interruption du service".
Art.157. In titel IV, hoofdstuk III, van dezelfde wet, worden de volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 114, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 2012 en 27 maart 2014;
2° artikel 114/1, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014;
3° artikel 114/2, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;
4° artikel 115, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012.
1° artikel 114, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 2012 en 27 maart 2014;
2° artikel 114/1, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014;
3° artikel 114/2, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012;
4° artikel 115, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012.
Art.157. Dans le titre IV, chapitre III de la même loi, les articles suivants sont abrogés:
1° l'article 114, modifié par les lois des 10 juillet 2012 et 27 mars 2014;
2° l'article 114/1, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 27 mars 2014;
3° l'article 114/2, inséré par la loi du 10 juillet 2012;
4° l'article 115, modifié par la loi du 10 juillet 2012.
1° l'article 114, modifié par les lois des 10 juillet 2012 et 27 mars 2014;
2° l'article 114/1, inséré par la loi du 10 juillet 2012 et modifié par la loi du 27 mars 2014;
3° l'article 114/2, inséré par la loi du 10 juillet 2012;
4° l'article 115, modifié par la loi du 10 juillet 2012.
Art.158. In artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "om met de hulpdienst verbinding te krijgen de termijn overschrijdt die door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut wordt bepaald" vervangen door de woorden "om verbinding te krijgen met de hulpdienst van een operator van een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst 2,5 minuten overschrijdt";
b) in de tweede zin worden de woorden "binnen de door de Koning vastgestelde termijn na" vervangen door de woorden "vóór het einde van de volgende werkdag na";
2° er wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
"Bij algemene of omvangrijke problemen of andere uitzonderlijke gebeurtenissen is voorgaande verplichting niet van toepassing. Voor consumenten en abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten laat de operator een onthaalboodschap horen met een omschrijving van de gebeurtenis of het probleem en, wanneer mogelijk, een indicatie wanneer het opgelost is. Deze boodschap zal ook hoorbaar zijn voor consumenten en abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten die reeds wachten op doorschakeling naar de hulpdienst.".
1° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin worden de woorden "om met de hulpdienst verbinding te krijgen de termijn overschrijdt die door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut wordt bepaald" vervangen door de woorden "om verbinding te krijgen met de hulpdienst van een operator van een andere voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst dan een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst 2,5 minuten overschrijdt";
b) in de tweede zin worden de woorden "binnen de door de Koning vastgestelde termijn na" vervangen door de woorden "vóór het einde van de volgende werkdag na";
2° er wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
"Bij algemene of omvangrijke problemen of andere uitzonderlijke gebeurtenissen is voorgaande verplichting niet van toepassing. Voor consumenten en abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten laat de operator een onthaalboodschap horen met een omschrijving van de gebeurtenis of het probleem en, wanneer mogelijk, een indicatie wanneer het opgelost is. Deze boodschap zal ook hoorbaar zijn voor consumenten en abonnees met een tariefplan bestemd voor consumenten die reeds wachten op doorschakeling naar de hulpdienst.".
Art.158. Dans l'article 116 de la même loi, modifié par la loi du 31 mai 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "en vue d'obtenir une communication avec le service d'assistance dépasse le délai fixé par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "en vue d'obtenir une communication avec le service d'assistance d'un opérateur d'un service de communications électroniques accessibles au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation est supérieur à 2,5 minutes";
b) dans la seconde phrase, les mots "dans le délai fixé par le Roi suivant" sont remplacés par les mots "avant la fin du jour ouvrable qui suit";
2° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"En cas de problèmes généralisés ou largement répandus ou d'autres événements exceptionnels, l'obligation qui précède ne s'applique pas. Pour les consommateurs et les abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs, l'opérateur diffusera un message d'accueil avec une description de l'événement ou du problème et, si possible, une indication du moment de sa résolution. Ce message sera également audible pour les consommateurs et les abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs qui sont déjà en attente d'être mis en communication avec le service d'assistance.".
1° dans l'alinéa 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, les mots "en vue d'obtenir une communication avec le service d'assistance dépasse le délai fixé par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, après avis de l'Institut" sont remplacés par les mots "en vue d'obtenir une communication avec le service d'assistance d'un opérateur d'un service de communications électroniques accessibles au public autre qu'un service de communications interpersonnelles non fondé sur la numérotation est supérieur à 2,5 minutes";
b) dans la seconde phrase, les mots "dans le délai fixé par le Roi suivant" sont remplacés par les mots "avant la fin du jour ouvrable qui suit";
2° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit:
"En cas de problèmes généralisés ou largement répandus ou d'autres événements exceptionnels, l'obligation qui précède ne s'applique pas. Pour les consommateurs et les abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs, l'opérateur diffusera un message d'accueil avec une description de l'événement ou du problème et, si possible, une indication du moment de sa résolution. Ce message sera également audible pour les consommateurs et les abonnés ayant un plan tarifaire destiné aux consommateurs qui sont déjà en attente d'être mis en communication avec le service d'assistance.".
Art.159. In artikel 117 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 2012 en 31 juli 2017, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het Instituut kan de operatoren die spraakcommunicatiediensten, of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten, of internettoegangsdiensten of toegang tot voor het publiek beschikbare communicatienetwerken, aanbieden, gelasten om middelen te voorzien waarbij de consumenten voor de betrokken toegang of het gebruik van diensten vooruitbetalen.".
"Het Instituut kan de operatoren die spraakcommunicatiediensten, of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten, of internettoegangsdiensten of toegang tot voor het publiek beschikbare communicatienetwerken, aanbieden, gelasten om middelen te voorzien waarbij de consumenten voor de betrokken toegang of het gebruik van diensten vooruitbetalen.".
Art.159. Dans l'article 117 de la même loi, modifié par les lois des 10 juillet 2012 et 31 juillet 2017, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'Institut peut enjoindre aux opérateurs qui fournissent des services de communications vocales, ou des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation, ou des services d'accès à l'internet, ou un accès à des réseaux de communications publics, de prévoir des moyens pour permettre aux consommateurs d'accéder aux réseaux concernés ou d'utiliser les services en recourant à un système de prépaiement.".
"L'Institut peut enjoindre aux opérateurs qui fournissent des services de communications vocales, ou des services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation, ou des services d'accès à l'internet, ou un accès à des réseaux de communications publics, de prévoir des moyens pour permettre aux consommateurs d'accéder aux réseaux concernés ou d'utiliser les services en recourant à un système de prépaiement.".
Art.160. In artikel 118, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de woorden "al de ondernemingen die voor het publiek toegankelijke telefoniediensten" vervangen door de woorden "operatoren die spraakcommunicatiediensten".
Art.160. Dans l'article 118, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 31 juillet 2017, les mots "toutes les entreprises fournissant des services de téléphonie accessibles au public" sont remplacés par les mots "aux opérateurs fournissant des services de communications vocales".
Art.161. In artikel 119 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "
"Deze regels zijn van toepassing niettegenstaande andersluidende wetsbepalingen.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van een internettoegangsdienst of van een interpersoonlijke communicatiedienst" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer de operator" en de woorden "zich voorneemt";
3° in paragraaf 6 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en de referenties van de openstaande schuld".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "
"Deze regels zijn van toepassing niettegenstaande andersluidende wetsbepalingen.";
2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "van een internettoegangsdienst of van een interpersoonlijke communicatiedienst" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer de operator" en de woorden "zich voorneemt";
3° in paragraaf 6 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en de referenties van de openstaande schuld".
Art.161. Dans l'article 119 de la même loi, remplacé par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces règles sont d'application nonobstant toute disposition légale contraire.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "d'un service d'accès à l'internet ou d'un service de communications interpersonnelles accessible au public" sont insérés entre les mots "Lorsque l'opérateur "et les mots "a l'intention";
3° dans le paragraphe 6, le 1° est complété par les mots "et les références de la dette non payée".
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces règles sont d'application nonobstant toute disposition légale contraire.";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "d'un service d'accès à l'internet ou d'un service de communications interpersonnelles accessible au public" sont insérés entre les mots "Lorsque l'opérateur "et les mots "a l'intention";
3° dans le paragraphe 6, le 1° est complété par les mots "et les références de la dette non payée".
Art.162. In artikel 120 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 juli 2017, worden de woorden "van de abonnee blokkeren de operatoren die een elektronische-communicatiedienst aanbieden kosteloos de berichten, de communicatie of de oproepen, inkomend van of uitgaand naar specifieke nummers of" vervangen door de woorden "van de eindgebruiker blokkeren de operatoren van spraakcommunicatiediensten of van voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten kosteloos de berichten via een betaalnummer, de communicatie via een soortgelijke toepassing of de uitgaande gesprekken van een specifiek type of naar".
Art.162. Dans l'article 120 de la même loi, remplacé par la loi du 31 juillet 2017, les mots "de l'abonné, les opérateurs qui fournissent un service de communications électroniques bloquent gratuitement les messages, les communications ou les appels, entrants en provenance de ou sortants vers des numéros spécifiques ou" sont remplacés par les mots "de l'utilisateur final, les opérateurs de services de communications vocales ou de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation bloquent gratuitement les messages via un numéro à taux majoré, les communications via une application similaire ou les appels sortants d'un type particulier ou destinés à".
Art.163. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, onderafdeling 3, van dezelfde wet, wordt een artikel 120/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 120/1. Op verzoek van de eindgebruiker deactiveert de operator van een internettoegangsdienst of van een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst de mogelijkheid voor externe dienstenaanbieders om gebruik te maken van de factuur van de operator van de internettoegangsdienst of van de operator van de voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst om eindgebruikers hun producten of diensten in rekening te brengen.".
"Art. 120/1. Op verzoek van de eindgebruiker deactiveert de operator van een internettoegangsdienst of van een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst de mogelijkheid voor externe dienstenaanbieders om gebruik te maken van de factuur van de operator van de internettoegangsdienst of van de operator van de voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst om eindgebruikers hun producten of diensten in rekening te brengen.".
Art.163. Dans le titre IV, chapitre III, section Ire, sous-section 3, de la même loi, il est inséré un article 120/1, rédigé comme suit:
"Art. 120/1. A la demande de l'utilisateur final, le fournisseur d'un service d'accès à l'internet ou le fournisseur d'un service de communications interpersonnelles accessibles au public désactive la possibilité, pour des prestataires de services tiers, d'utiliser la facture du fournisseur du service d'accès à l'internet ou du fournisseur du service de communications interpersonnelles accessible au public pour facturer aux utilisateurs finaux leurs produits ou services.".
"Art. 120/1. A la demande de l'utilisateur final, le fournisseur d'un service d'accès à l'internet ou le fournisseur d'un service de communications interpersonnelles accessibles au public désactive la possibilité, pour des prestataires de services tiers, d'utiliser la facture du fournisseur du service d'accès à l'internet ou du fournisseur du service de communications interpersonnelles accessible au public pour facturer aux utilisateurs finaux leurs produits ou services.".
Art.164. In artikel 121 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan van de operatoren verlangen dat zij identificatie van de oproepende lijn of van het sms-/mms-bericht kosteloos ter beschikking stellen.";
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 tot 6, luidende:
" § 4. Het is verboden de identificatie van de oproepende lijn of de afzender in geval van een sms-/mms-bericht te veranderen met de intentie de opgeroepene of de ontvanger van dit sms-/mms-bericht schade toe te brengen of te bedriegen.
De identificatie van de oproepende lijn of van de afzender in geval van een sms-/mms-bericht, die bij een nummergebaseerde elektronische communicatie wordt geleverd moet:
1° ongewijzigd worden doorgegeven aan de opgeroepene of de ontvanger in geval van een sms-/mms-bericht;
2° een geldig telefoonnummer bevatten dat de oproepende verbinding of persoon of de afzender in geval van een sms-/mms-bericht op unieke wijze identificeert.
§ 5. Het Instituut bepaalt de nadere regels inzake de presentatie, het formaat en het doorgeven van de identificatie van de oproepende lijn of van de afzender in geval van een sms-/mms-bericht aan de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten betrokken in het afwikkelen van nummergebaseerde elektronische communicatie met als doel een zo hoog mogelijke betrouwbaarheid.
Voor oproepen of sms-/mms-berichten die buiten het Belgische grondgebied vertrekken moet het Instituut, indien het telefoonnummer niet betrouwbaar wordt geacht, maatregelen opleggen aan de operatoren van elektronische-communicatienetwerken en -diensten via een besluit en dit zover technisch haalbaar om de opgeroepene of ontvanger in geval van een sms-/mms-bericht hiervan te informeren of de presentatie van het telefoonnummer te verhinderen.
§ 6. Het Instituut bepaalt welke telefoonnummers nooit mogen worden getoond als identificatie van de oproepende lijn of afzender in geval van een sms-/mms-bericht.".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, kan van de operatoren verlangen dat zij identificatie van de oproepende lijn of van het sms-/mms-bericht kosteloos ter beschikking stellen.";
2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 4 tot 6, luidende:
" § 4. Het is verboden de identificatie van de oproepende lijn of de afzender in geval van een sms-/mms-bericht te veranderen met de intentie de opgeroepene of de ontvanger van dit sms-/mms-bericht schade toe te brengen of te bedriegen.
De identificatie van de oproepende lijn of van de afzender in geval van een sms-/mms-bericht, die bij een nummergebaseerde elektronische communicatie wordt geleverd moet:
1° ongewijzigd worden doorgegeven aan de opgeroepene of de ontvanger in geval van een sms-/mms-bericht;
2° een geldig telefoonnummer bevatten dat de oproepende verbinding of persoon of de afzender in geval van een sms-/mms-bericht op unieke wijze identificeert.
§ 5. Het Instituut bepaalt de nadere regels inzake de presentatie, het formaat en het doorgeven van de identificatie van de oproepende lijn of van de afzender in geval van een sms-/mms-bericht aan de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten betrokken in het afwikkelen van nummergebaseerde elektronische communicatie met als doel een zo hoog mogelijke betrouwbaarheid.
Voor oproepen of sms-/mms-berichten die buiten het Belgische grondgebied vertrekken moet het Instituut, indien het telefoonnummer niet betrouwbaar wordt geacht, maatregelen opleggen aan de operatoren van elektronische-communicatienetwerken en -diensten via een besluit en dit zover technisch haalbaar om de opgeroepene of ontvanger in geval van een sms-/mms-bericht hiervan te informeren of de presentatie van het telefoonnummer te verhinderen.
§ 6. Het Instituut bepaalt welke telefoonnummers nooit mogen worden getoond als identificatie van de oproepende lijn of afzender in geval van een sms-/mms-bericht.".
Art.164. Dans l'article 121 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut demander aux opérateurs de fournir gratuitement l'identification de la ligne appelante ou le message SMS/MMS.";
2° l'article est complété par les paragraphes 4 à 6, rédigés comme suit:
" § 4. Il est interdit de modifier l'identification de la ligne appelante ou l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS dans l'intention de causer un préjudice à l'appelé ou au destinataire de ce message SMS/MMS ou de le tromper.
L'identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS, qui est fournie dans le cadre d'une communication électronique fondée sur la numérotation, doit:
1° être transmise sans altération à l'appelé ou au destinataire dans le cas d'un message SMS/MMS;
2° comprendre un numéro de téléphone valide qui identifie de manière unique la connexion ou la personne appelante ou l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS.
§ 5. L'Institut précise les modalités en matière de présentation, de format et de transmission de l'identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS aux fournisseurs de réseaux et de services de communications électroniques impliqués dans l'acheminement de communications électroniques fondées sur la numérotation en vue d'atteindre le plus haut niveau de fiabilité possible.
Pour les appels ou messages SMS/MMS émis en dehors du territoire belge, si le numéro de téléphone ne peut pas être considéré comme fiable, l'Institut doit imposer des mesures aux opérateurs de réseaux et de services de communications électroniques par le biais d'une décision, et ce, pour autant qu'il soit techniquement possible d'en informer l'appelé ou le destinataire dans le cas d'un message SMS/MMS ou d'empêcher la présentation du numéro de téléphone.
§ 6. L'Institut détermine quels numéros de téléphone ne peuvent jamais être montrés comme identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS.".
1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, peut demander aux opérateurs de fournir gratuitement l'identification de la ligne appelante ou le message SMS/MMS.";
2° l'article est complété par les paragraphes 4 à 6, rédigés comme suit:
" § 4. Il est interdit de modifier l'identification de la ligne appelante ou l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS dans l'intention de causer un préjudice à l'appelé ou au destinataire de ce message SMS/MMS ou de le tromper.
L'identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS, qui est fournie dans le cadre d'une communication électronique fondée sur la numérotation, doit:
1° être transmise sans altération à l'appelé ou au destinataire dans le cas d'un message SMS/MMS;
2° comprendre un numéro de téléphone valide qui identifie de manière unique la connexion ou la personne appelante ou l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS.
§ 5. L'Institut précise les modalités en matière de présentation, de format et de transmission de l'identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS aux fournisseurs de réseaux et de services de communications électroniques impliqués dans l'acheminement de communications électroniques fondées sur la numérotation en vue d'atteindre le plus haut niveau de fiabilité possible.
Pour les appels ou messages SMS/MMS émis en dehors du territoire belge, si le numéro de téléphone ne peut pas être considéré comme fiable, l'Institut doit imposer des mesures aux opérateurs de réseaux et de services de communications électroniques par le biais d'une décision, et ce, pour autant qu'il soit techniquement possible d'en informer l'appelé ou le destinataire dans le cas d'un message SMS/MMS ou d'empêcher la présentation du numéro de téléphone.
§ 6. L'Institut détermine quels numéros de téléphone ne peuvent jamais être montrés comme identification de la ligne appelante ou de l'expéditeur dans le cas d'un message SMS/MMS.".
Art.165. Artikel 121/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 april 2010 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Wanneer de faciliteiten waarvan sprake in paragraaf 1, 1°, ten einde lopen, staat de aanbieder van die faciliteiten aan de eindgebruiker toe om deze faciliteiten, op uitdrukkelijke verzoek van de eindgebruiker, te behouden ook na de minimale periode die in aanmerking is genomen in de gedragscode.
De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, het maximumbedrag van de vergoeding van de aanbieder van deze faciliteit in geval van verlenging ervan.".
" § 2. Wanneer de faciliteiten waarvan sprake in paragraaf 1, 1°, ten einde lopen, staat de aanbieder van die faciliteiten aan de eindgebruiker toe om deze faciliteiten, op uitdrukkelijke verzoek van de eindgebruiker, te behouden ook na de minimale periode die in aanmerking is genomen in de gedragscode.
De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, het maximumbedrag van de vergoeding van de aanbieder van deze faciliteit in geval van verlenging ervan.".
Art.165. L'article 121/1 de la même loi, inséré par la loi du 6 avril 2010 et modifié par la loi du 27 mars 2014, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2 rédigé comme suit:
" § 2. Lorsque les facilités visées au paragraphe 1er, 1°, viennent à expiration, le fournisseur de ces facilités permet à l'utilisateur final de maintenir ces facilités, à la demande expresse de l'utilisateur final, au-delà de la période minimale qui a été retenue dans le code de conduite.
Le Roi fixe après avis de l'Institut, le montant maximal de la rémunération du fournisseur de cette facilité en cas de prolongation de celle-ci.".
" § 2. Lorsque les facilités visées au paragraphe 1er, 1°, viennent à expiration, le fournisseur de ces facilités permet à l'utilisateur final de maintenir ces facilités, à la demande expresse de l'utilisateur final, au-delà de la période minimale qui a été retenue dans le code de conduite.
Le Roi fixe après avis de l'Institut, le montant maximal de la rémunération du fournisseur de cette facilité en cas de prolongation de celle-ci.".
Art.166. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, van dezelfde wet, wordt een onderafdeling 6 ingevoegd, luidende: "Onderafdeling 6. Regels betreffende gebundelde aanbiedingen".
Art.166. Dans le titre IV, chapitre III, section Ire>, de la même loi, il est inséré une sous-section 6 intitulée "Sous-section 6. Règles en matière d'offres groupées".
Art.167. In onderafdeling 6 ingevoegd bij artikel 166, wordt een artikel 121/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 121/5. § 1. Indien aan een consument aangeboden gebundelde aanbiedingen of gebundelde aanbiedingen van diensten en eindapparatuur ten minste een internettoegangsdienst of een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst omvat, zijn de artikelen 108, § 2, tot 111, alsmede de artikelen 111/2 tot 111/4 en 113, van toepassing op alle elementen van de gebundelde aanbieding, ook, mutatis mutandis, op de elementen die anders niet onder die bepalingen vallen.
Een abonnement op aanvullende diensten of eindapparatuur die door dezelfde operator van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten worden verstrekt of verspreid, leidt niet tot de verlenging van de oorspronkelijke looptijd van het bestaande contract waaraan die diensten of eindapparatuur worden toegevoegd, tenzij de consument uitdrukkelijk iets anders overeenkomt wanneer hij een abonnement neemt op de aanvullende diensten of eindapparatuur.
§ 2. Paragraaf 1 geldt ook voor eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, tenzij zij er op het ogenblik van de contractsluiting of het nemen van de aanvullende diensten of eindapparatuur expliciet en vrij mee hebben ingestemd dat een recht toegekend door een artikel vermeld in paragraaf 1 niet of slechts gedeeltelijk van toepassing is.
§ 3. Indien de consument op grond van andere wetgeving of zijn contract het recht heeft enig onderdeel van de gebundelde aanbieding zoals bedoeld in paragraaf 1, vóór het einde van de overeengekomen contracttermijn op te zeggen vanwege non-conformiteit met de overeenkomst of leveringsverzuim, dan heeft de consument het recht om het contract ten aanzien van alle elementen van de bundel te beëindigen.".
"Art. 121/5. § 1. Indien aan een consument aangeboden gebundelde aanbiedingen of gebundelde aanbiedingen van diensten en eindapparatuur ten minste een internettoegangsdienst of een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst omvat, zijn de artikelen 108, § 2, tot 111, alsmede de artikelen 111/2 tot 111/4 en 113, van toepassing op alle elementen van de gebundelde aanbieding, ook, mutatis mutandis, op de elementen die anders niet onder die bepalingen vallen.
Een abonnement op aanvullende diensten of eindapparatuur die door dezelfde operator van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten worden verstrekt of verspreid, leidt niet tot de verlenging van de oorspronkelijke looptijd van het bestaande contract waaraan die diensten of eindapparatuur worden toegevoegd, tenzij de consument uitdrukkelijk iets anders overeenkomt wanneer hij een abonnement neemt op de aanvullende diensten of eindapparatuur.
§ 2. Paragraaf 1 geldt ook voor eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, tenzij zij er op het ogenblik van de contractsluiting of het nemen van de aanvullende diensten of eindapparatuur expliciet en vrij mee hebben ingestemd dat een recht toegekend door een artikel vermeld in paragraaf 1 niet of slechts gedeeltelijk van toepassing is.
§ 3. Indien de consument op grond van andere wetgeving of zijn contract het recht heeft enig onderdeel van de gebundelde aanbieding zoals bedoeld in paragraaf 1, vóór het einde van de overeengekomen contracttermijn op te zeggen vanwege non-conformiteit met de overeenkomst of leveringsverzuim, dan heeft de consument het recht om het contract ten aanzien van alle elementen van de bundel te beëindigen.".
Art.167. Dans la sous-section 6 insérée par l'article 166, il est inséré un article 121/5 rédigé comme suit:
"Art. 121/5. § 1er. Si une offre groupée de services ou une offre groupée de services et d'équipements terminaux proposée à un consommateur comprend au moins un service d'accès à l'internet ou un service de communications interpersonnelles fondé sur la numérotation accessibles au public, les articles 108, § 2, à 111 inclus, ainsi que les articles 111/2 à 111/4 inclus et 113, s'appliquent à tous les éléments de l'offre groupée, y compris mutatis mutandis à ceux non couverts par ces dispositions.
Le fait de s'abonner à des services ou équipements terminaux supplémentaires fournis ou distribués par le même fournisseur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public n'entraîne pas une prolongation de la durée initiale du contrat auquel ces services ou équipements terminaux sont ajoutés, à moins que le consommateur n'en convienne expressément autrement lorsqu'il s'abonne aux services ou équipements terminaux supplémentaires.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique également aux utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro- organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, à moins qu'elles n'aient accepté expressément et librement, au moment de la conclusion du contrat ou de la souscription d'un abonnement à des services ou équipements terminaux supplémentaires, de renoncer à tout ou partie d'un droit accordé par un article visé au paragraphe 1er.
§ 3. Lorsque le consommateur a, en vertu d'une autre législation ou de son contrat, le droit de résilier tout élément de l'offre groupée visé au paragraphe 1er avant la fin de la période contractuelle convenue, en cas de non-conformité avec le contrat ou de défaut de fourniture, le consommateur a alors le droit de résilier le contrat en ce qui concerne tous les éléments de l'offre groupée.".
"Art. 121/5. § 1er. Si une offre groupée de services ou une offre groupée de services et d'équipements terminaux proposée à un consommateur comprend au moins un service d'accès à l'internet ou un service de communications interpersonnelles fondé sur la numérotation accessibles au public, les articles 108, § 2, à 111 inclus, ainsi que les articles 111/2 à 111/4 inclus et 113, s'appliquent à tous les éléments de l'offre groupée, y compris mutatis mutandis à ceux non couverts par ces dispositions.
Le fait de s'abonner à des services ou équipements terminaux supplémentaires fournis ou distribués par le même fournisseur de services d'accès à l'internet ou de services de communications interpersonnelles fondés sur la numérotation accessibles au public n'entraîne pas une prolongation de la durée initiale du contrat auquel ces services ou équipements terminaux sont ajoutés, à moins que le consommateur n'en convienne expressément autrement lorsqu'il s'abonne aux services ou équipements terminaux supplémentaires.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique également aux utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro- organisations à but non lucratif ou des petites organisations à but non lucratif, à moins qu'elles n'aient accepté expressément et librement, au moment de la conclusion du contrat ou de la souscription d'un abonnement à des services ou équipements terminaux supplémentaires, de renoncer à tout ou partie d'un droit accordé par un article visé au paragraphe 1er.
§ 3. Lorsque le consommateur a, en vertu d'une autre législation ou de son contrat, le droit de résilier tout élément de l'offre groupée visé au paragraphe 1er avant la fin de la période contractuelle convenue, en cas de non-conformité avec le contrat ou de défaut de fourniture, le consommateur a alors le droit de résilier le contrat en ce qui concerne tous les éléments de l'offre groupée.".
Art.168. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1, van de zelfde wet, wordt een onderafdeling 7 ingevoegd, luidende:
" Onderafdeling 7. Diverse bepalingen"
" Onderafdeling 7. Diverse bepalingen"
Art.168. Dans le titre IV, chapitre III, section Ire>, de la même loi, il est inséré une sous-section 7 intitulée comme suit:
"Sous-section 7. Dispositions diverses"
"Sous-section 7. Dispositions diverses"
Art.169. In onderafdeling 7, ingevoegd bij artikel 168, wordt een artikel 121/6 ingevoegd, luidende:
"Art. 121/6. Met uitzondering van artikel 121/7, is deze afdeling niet van toepassing op micro-ondernemingen die nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten verstrekken, tenzij de micro-onderneming tevens andere elektronische-communicatiediensten verstrekt.
De micro-onderneming die geniet van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid stelt de eindgebruikers vóór het sluiten van het contract in kennis van deze vrijstelling.".
"Art. 121/6. Met uitzondering van artikel 121/7, is deze afdeling niet van toepassing op micro-ondernemingen die nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten verstrekken, tenzij de micro-onderneming tevens andere elektronische-communicatiediensten verstrekt.
De micro-onderneming die geniet van de vrijstelling bedoeld in het eerste lid stelt de eindgebruikers vóór het sluiten van het contract in kennis van deze vrijstelling.".
Art.169. Dans la sous-section 7, insérée par l'article 168, il est inséré un article 121/6 rédigé comme suit:
"Art. 121/6. La présente section, à l'exception de l'article 121/7 ne s'applique pas aux microentreprises fournissant des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, à moins que la microentreprise ne fournisse aussi d'autres services de communications électroniques.
La microentreprise qui bénéficie de l'exemption visée à l'alinéa 1er doit informer les utilisateurs finaux de cette exemption avant de conclure un contrat.".
"Art. 121/6. La présente section, à l'exception de l'article 121/7 ne s'applique pas aux microentreprises fournissant des services de communications interpersonnelles non fondés sur la numérotation, à moins que la microentreprise ne fournisse aussi d'autres services de communications électroniques.
La microentreprise qui bénéficie de l'exemption visée à l'alinéa 1er doit informer les utilisateurs finaux de cette exemption avant de conclure un contrat.".
Art.170. In dezelfde onderafdeling 7 wordt een artikel 121/7 ingevoegd, luidende:
"Art. 121/7. Operatoren van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten mogen geen verschillende eisen of algemene voorwaarden voor toegang tot of gebruik van netwerken of diensten toepassen op eindgebruikers om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of plaats van vestiging van de eindgebruikers, tenzij de operator bewijst dat die verschillende behandeling objectief gerechtvaardigd is.".
"Art. 121/7. Operatoren van openbare elektronische-communicatienetwerken of voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten mogen geen verschillende eisen of algemene voorwaarden voor toegang tot of gebruik van netwerken of diensten toepassen op eindgebruikers om redenen die verband houden met de nationaliteit, de verblijfplaats of plaats van vestiging van de eindgebruikers, tenzij de operator bewijst dat die verschillende behandeling objectief gerechtvaardigd is.".
Art.170. Dans la même sous-section 7, il est inséré un article 121/7 rédigé comme suit:
"Art. 121/7. Les opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques publics n'appliquent pas, aux utilisateurs finaux, des exigences différentes ni des conditions générales d'accès aux réseaux ou services, ou des conditions générales d'utilisation de ces réseaux ou services, différentes pour des raisons liées à la nationalité, au lieu de résidence ou au lieu d'établissement de l'utilisateur final, sauf si l'opérateur prouve que de telles différences de traitement sont objectivement justifiées.".
"Art. 121/7. Les opérateurs de réseaux ou de services de communications électroniques publics n'appliquent pas, aux utilisateurs finaux, des exigences différentes ni des conditions générales d'accès aux réseaux ou services, ou des conditions générales d'utilisation de ces réseaux ou services, différentes pour des raisons liées à la nationalité, au lieu de résidence ou au lieu d'établissement de l'utilisateur final, sauf si l'opérateur prouve que de telles différences de traitement sont objectivement justifiées.".
Art.171. In artikel 123, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "In geval van een noodoproep" worden vervangen door de woorden "In geval van een noodcommunicatie";
2° de woorden "behandeling van de noodoproep" worden vervangen door de woorden "behandeling van de noodcommunicatie".
1° de woorden "In geval van een noodoproep" worden vervangen door de woorden "In geval van een noodcommunicatie";
2° de woorden "behandeling van de noodoproep" worden vervangen door de woorden "behandeling van de noodcommunicatie".
Art.171. Dans l'article 123, § 5, de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "En cas d'appel d'urgence" sont remplacés par les mots "En cas de communication d'urgence";
2° les mots "le traitement de l'appel d'urgence" sont remplacés par les mots "le traitement de la communication d'urgence".
1° les mots "En cas d'appel d'urgence" sont remplacés par les mots "En cas de communication d'urgence";
2° les mots "le traitement de l'appel d'urgence" sont remplacés par les mots "le traitement de la communication d'urgence".
Art.172. In artikel 125, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 2012 en 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "van de officier van gerechtelijke politie van de cel Vermiste Personen van de federale politie in het kader van zijn opdrachten" ingevoegd tussen de woorden "inlichtingen- en veiligheidsdienst," en de woorden "en/of in het kader";
2° de bepaling onder 5° /2 wordt opgeheven;
3° de paragaaf wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° wanneer de handelingen worden gesteld door operatoren met als enig doel het bestrijden van fraude gepleegd door middel van berichten die gebruik maken van telefoonnummers zoals sms en mms en onder de volgende voorwaarden:
a) de handelingen blijven beperkt tot het machinaal onderzoeken van de berichten om fraude vast te stellen; een menselijke tussenkomst is uitsluitend toegestaan om de goede werking van de computeralgoritmes te controleren;
b) de operatoren zijn transparant tegenover de eindgebruikers zodat voor hen duidelijk is dat berichten machinaal kunnen worden onderzocht in het kader van fraudebestrijding;
c) de betrokken gegevens mogen alleen worden verwerkt door personen die in opdracht van de operator belast zijn met de fraude-bestrijding;
d) de verwerking van de betrokken gegevens blijft beperkt tot de handelingen en de duur die nodig zijn voor de fraudebestrijding of tot het einde van de periode waarin een gerechtelijke betwisting mogelijk is.";
4° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Indien het in het eerste lid, 7°, a), bedoelde onderzoek fraude aantoont, nemen operatoren concrete maatregelen om de fraude te bestrijden, zoals het blokkeren van de berichten of in de berichten het vervangen van URL's die doorverwijzen naar een frauduleuze website door een waarschuwingsboodschap of een URL met waarschuwingsboodschap.
Voor 1 februari bezorgen de operatoren het Instituut een jaarlijks verslag waarin minstens aan bod komen de maatregelen die zij het afgelopen jaar genomen hebben om fraude te bestrijden, de effectiviteit ervan alsook de evoluties inzake fraude.".
1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "van de officier van gerechtelijke politie van de cel Vermiste Personen van de federale politie in het kader van zijn opdrachten" ingevoegd tussen de woorden "inlichtingen- en veiligheidsdienst," en de woorden "en/of in het kader";
2° de bepaling onder 5° /2 wordt opgeheven;
3° de paragaaf wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
"7° wanneer de handelingen worden gesteld door operatoren met als enig doel het bestrijden van fraude gepleegd door middel van berichten die gebruik maken van telefoonnummers zoals sms en mms en onder de volgende voorwaarden:
a) de handelingen blijven beperkt tot het machinaal onderzoeken van de berichten om fraude vast te stellen; een menselijke tussenkomst is uitsluitend toegestaan om de goede werking van de computeralgoritmes te controleren;
b) de operatoren zijn transparant tegenover de eindgebruikers zodat voor hen duidelijk is dat berichten machinaal kunnen worden onderzocht in het kader van fraudebestrijding;
c) de betrokken gegevens mogen alleen worden verwerkt door personen die in opdracht van de operator belast zijn met de fraude-bestrijding;
d) de verwerking van de betrokken gegevens blijft beperkt tot de handelingen en de duur die nodig zijn voor de fraudebestrijding of tot het einde van de periode waarin een gerechtelijke betwisting mogelijk is.";
4° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"Indien het in het eerste lid, 7°, a), bedoelde onderzoek fraude aantoont, nemen operatoren concrete maatregelen om de fraude te bestrijden, zoals het blokkeren van de berichten of in de berichten het vervangen van URL's die doorverwijzen naar een frauduleuze website door een waarschuwingsboodschap of een URL met waarschuwingsboodschap.
Voor 1 februari bezorgen de operatoren het Instituut een jaarlijks verslag waarin minstens aan bod komen de maatregelen die zij het afgelopen jaar genomen hebben om fraude te bestrijden, de effectiviteit ervan alsook de evoluties inzake fraude.".
Art.172. Dans l'article 125, § 1er, de la même loi, modifié par les lois des 10 juillet 2012 et 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 4°, les mots "ou de l'officier de police judiciaire de la Cellule des personnes disparues de la Police Fédérale dans le cadre de ses missions," sont insérés entre les mots "renseignement et de sécurité" et les mots "et/ou dans le cadre de";
2° le 5° /2 est abrogé;
3° le paragraphe est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° lorsque les actes sont accomplis par les opérateurs dans le but exclusif de combattre la fraude commise au moyen de messages utilisant des numéros de téléphone, comme des messages SMS ou MMS, et aux conditions suivantes:
a) les actes restent limités à l'examen mécanique des messages afin d'établir la fraude; l'intervention humaine est autorisée exclusivement pour vérifier le bon fonctionnement des algorithmes informatiques;
b) les opérateurs sont transparents vis-à-vis des utilisateurs finaux, afin qu'il soit clair pour eux que les messages sont susceptibles d'être examinés mécaniquement dans le cadre de la lutte contre la fraude;
c) les données concernées ne peuvent être traitées que par des personnes chargées par l'opérateur de lutter contre la fraude;
d) le traitement des données concernées est limité aux actes et à la durée nécessaires pour lutter contre la fraude ou jusqu'à la fin de la période durant laquelle une action en justice est possible.";
4° le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Si l'examen visé à l'alinéa 1er, 7°, a), révèle une fraude, les opérateurs prennent des mesures concrètes pour lutter contre la fraude, comme le blocage des messages ou le remplacement dans les messages des URL renvoyant à un site Internet frauduleux par un message d'avertissement ou une URL avec un message d'avertissement.
Avant le 1er février, les opérateurs fournissent à l'Institut un rapport annuel reprenant au moins les mesures qu'ils ont prises au cours de l'année écoulée pour lutter contre la fraude, leur efficacité ainsi que l'évolution de la fraude.".
1° au 4°, les mots "ou de l'officier de police judiciaire de la Cellule des personnes disparues de la Police Fédérale dans le cadre de ses missions," sont insérés entre les mots "renseignement et de sécurité" et les mots "et/ou dans le cadre de";
2° le 5° /2 est abrogé;
3° le paragraphe est complété par le 7° rédigé comme suit:
"7° lorsque les actes sont accomplis par les opérateurs dans le but exclusif de combattre la fraude commise au moyen de messages utilisant des numéros de téléphone, comme des messages SMS ou MMS, et aux conditions suivantes:
a) les actes restent limités à l'examen mécanique des messages afin d'établir la fraude; l'intervention humaine est autorisée exclusivement pour vérifier le bon fonctionnement des algorithmes informatiques;
b) les opérateurs sont transparents vis-à-vis des utilisateurs finaux, afin qu'il soit clair pour eux que les messages sont susceptibles d'être examinés mécaniquement dans le cadre de la lutte contre la fraude;
c) les données concernées ne peuvent être traitées que par des personnes chargées par l'opérateur de lutter contre la fraude;
d) le traitement des données concernées est limité aux actes et à la durée nécessaires pour lutter contre la fraude ou jusqu'à la fin de la période durant laquelle une action en justice est possible.";
4° le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
"Si l'examen visé à l'alinéa 1er, 7°, a), révèle une fraude, les opérateurs prennent des mesures concrètes pour lutter contre la fraude, comme le blocage des messages ou le remplacement dans les messages des URL renvoyant à un site Internet frauduleux par un message d'avertissement ou une URL avec un message d'avertissement.
Avant le 1er février, les opérateurs fournissent à l'Institut un rapport annuel reprenant au moins les mesures qu'ils ont prises au cours de l'année écoulée pour lutter contre la fraude, leur efficacité ainsi que l'évolution de la fraude.".
Art.173. In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 2, van dezelfde wet, worden de volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 128;
2° artikel 129, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012.
1° artikel 128;
2° artikel 129, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012.
Art.173. Dans le titre IV, chapitre III, section 2, de la même loi, les articles suivants sont abrogés:
1° l'article 128;
2° l'article 129, modifié par la loi du 10 juillet 2012.
1° l'article 128;
2° l'article 129, modifié par la loi du 10 juillet 2012.
Art.174. In artikel 130 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "de Gegevensbeschermingsautoriteit".
Art.174. Dans l'article 130 de la même loi, modifié par la loi du 18 mai 2009, les mots "la Commission de la protection de la vie privée" sont chaque fois remplacés par les mots "l'Autorité de protection des données".
Art.175. In artikel 133, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "aanbieders van de openbare telefoniedienst" vervangen door de woorden "operatoren van een spraakcommunicatiedienst";
2° in de Franse tekst van het vijfde lid worden de woorden "l'intéressé" vervangen door de woorden "l'abonné concerné".
1° in het eerste lid worden de woorden "aanbieders van de openbare telefoniedienst" vervangen door de woorden "operatoren van een spraakcommunicatiedienst";
2° in de Franse tekst van het vijfde lid worden de woorden "l'intéressé" vervangen door de woorden "l'abonné concerné".
Art.175. Dans l'article 133, § 1er, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "fournisseurs d'un service téléphonique accessible au public" sont remplacés par les mots "opérateurs d'un service de communications vocales";
2° dans l'alinéa 5, les mots "l'intéressé" sont remplacés par les mots "l'abonné concerné".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "fournisseurs d'un service téléphonique accessible au public" sont remplacés par les mots "opérateurs d'un service de communications vocales";
2° dans l'alinéa 5, les mots "l'intéressé" sont remplacés par les mots "l'abonné concerné".
Art.176. In artikel 133/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden "artikelen 113 tot 114/2" vervangen door de woorden "artikelen 107/2 tot 107/4".
Art.176. Dans l'article 133/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les mots "articles 113 à 114/2" sont remplacés par les mots "articles 107/2 à 107/4".
Art.177. Artikel 134 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2014, wordt opgeheven.
Art.177. L'article 134 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 27 mars 2014, est abrogé.
Art.178. Artikel 134/1 van dezelfde wet, vervangen door de wet van 27 maart 2014, wordt opgeheven.
Art.178. L'article 134/1 de la même loi, remplacé par la loi du 27 mars 2014, est abrogé.
Art.179. Artikel 135 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 10 juli 2012, wordt hersteld als volgt:
"Art. 135. Het is operatoren verboden nummers in dienst te nemen waarvan het tarief niet in overeenstemming is met het tariefprincipe vastgelegd in artikel VII.39, 4°, van het Wetboek van economisch recht. De operatoren nemen de bestaande nummers waarvan het tarief niet in overstemming is met het tariefprincipe vastgelegd in artikel VII.39, 4°, van het Wetboek van economisch recht uiterlijk op 31 januari 2024 uit dienst.".
"Art. 135. Het is operatoren verboden nummers in dienst te nemen waarvan het tarief niet in overeenstemming is met het tariefprincipe vastgelegd in artikel VII.39, 4°, van het Wetboek van economisch recht. De operatoren nemen de bestaande nummers waarvan het tarief niet in overstemming is met het tariefprincipe vastgelegd in artikel VII.39, 4°, van het Wetboek van economisch recht uiterlijk op 31 januari 2024 uit dienst.".
Art.179. L'article 135 de la même loi, abrogé par la loi du 10 juillet 2012, est rétabli dans la rédaction suivante:
"Art. 135. Il est interdit aux opérateurs de prendre en service des numéros dont le tarif n'est pas conforme au principe tarifaire défini à l'article VII.39, 4°, du Code de droit économique. Les opérateurs mettent hors service les numéros existants dont le tarif n'est pas conforme au principe tarifaire défini à l'article VII.39, 4°, du Code de droit économique au plus tard le 31 janvier 2024.".
"Art. 135. Il est interdit aux opérateurs de prendre en service des numéros dont le tarif n'est pas conforme au principe tarifaire défini à l'article VII.39, 4°, du Code de droit économique. Les opérateurs mettent hors service les numéros existants dont le tarif n'est pas conforme au principe tarifaire défini à l'article VII.39, 4°, du Code de droit économique au plus tard le 31 janvier 2024.".
Art.180. Artikel 135/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.180. L'article 135/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est abrogé.
Art.181. In artikel 137 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", inclusief financiële informatie of informatie over de toekomstige evolutie van de netwerken of de diensten";
ii) de tweede zin wordt aangevuld met de woorden ", alsook het niveau van specificatie";
iii) in de Franse tekst worden de woorden "et le niveau de détail" ingevoegd tussen de woorden "le délai de fourniture" en de woorden "des informations demandées";
b) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"In het kader van zijn bevoegdheden kan het Instituut, op gemotiveerd verzoek, van een onderneming actief in de elektronische-communicatiesector alle nuttige informatie opvragen, inclusief financiële informatie of informatie over de toekomstige evolutie van de netwerken of de diensten. Wanneer de aldus vergaarde informatie onvoldoende is, kan het Instituut andere ondernemingen die actief zijn in de elektronische-communicatiesector of in nauw verwante sectoren bevragen. Het Instituut duidt de termijn aan waarbinnen de gevraagde inlichtingen moeten worden meegedeeld alsook het detailniveau ervan.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Onverminderd eventuele informatie vereist op grond van paragraaf 1 of van andere wettelijke of regelgevende bepalingen, mag het Instituut de ondernemingen wat betreft de algemene machtiging, de gebruiksrechten of de specifieke verplichtingen bedoeld in de artikelen 28, 51 en 55 verzoeken om informatie die passend en objectief gerechtvaardigd is, met name voor:
1° het verifiëren, hetzij systematisch, hetzij per geval, van de naleving van:
a) de vergoedingen en gebruiksrechten;
b) het efficiënt gebruik van het radiospectrum of van de nummervoorraden;
c) specifieke verplichtingen van de operatoren met aanmerkelijke marktmacht of van de aanbieders van de universele dienst;
2° het verifiëren, per geval, van de naleving van de voorwaarden bedoeld in bijlage 2 wanneer een klacht is ontvangen of wanneer het Instituut andere redenen heeft om aan te nemen dat aan een voorwaarde niet wordt voldaan, of wanneer het Instituut op eigen initiatief een onderzoek verricht;
3° het uitvoeren van procedures voor en de evaluatie van aanvragen om verlening van gebruiksrechten;
4° het publiceren van vergelijkende overzichten van kwaliteit en prijs van diensten ten behoeve van de consumenten;
5° het verzamelen van duidelijk omschreven statistieken, verslagen of onderzoeken;
6° het verrichten van marktonderzoeken, met inbegrip van gegevens over de downstream- of retailmarkten die verband houden met of verbonden zijn aan de markten waarop het marktonderzoek betrekking heeft;
7° het waarborgen van efficiënt gebruik en efficiënt beheer van radiospectrum en van nummervoorraden;
8° het evalueren van toekomstige ontwikkelingen van het netwerk of de diensten die een invloed kunnen hebben op de wholesale-diensten die ter beschikking worden gesteld van de concurrenten, op de territoriale dekking, op de connectiviteit die aan de eindgebruikers wordt geboden of op de aanduiding van zones krachtens artikel 49/2;
9° het uitvoeren van geografische onderzoeken;
10° het beantwoorden van met redenen omklede verzoeken om informatie van Berec.
De in het eerste lid bedoelde informatie, met uitzondering van diegene die bedoeld is in de bepaling onder 3°, mag niet worden vereist vóór of als voorwaarde voor de toegang tot de markt.
Het Instituut deelt de ondernemingen mee voor welk specifiek doel de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verzameld.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", inclusief financiële informatie of informatie over de toekomstige evolutie van de netwerken of de diensten";
ii) de tweede zin wordt aangevuld met de woorden ", alsook het niveau van specificatie";
iii) in de Franse tekst worden de woorden "et le niveau de détail" ingevoegd tussen de woorden "le délai de fourniture" en de woorden "des informations demandées";
b) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"In het kader van zijn bevoegdheden kan het Instituut, op gemotiveerd verzoek, van een onderneming actief in de elektronische-communicatiesector alle nuttige informatie opvragen, inclusief financiële informatie of informatie over de toekomstige evolutie van de netwerken of de diensten. Wanneer de aldus vergaarde informatie onvoldoende is, kan het Instituut andere ondernemingen die actief zijn in de elektronische-communicatiesector of in nauw verwante sectoren bevragen. Het Instituut duidt de termijn aan waarbinnen de gevraagde inlichtingen moeten worden meegedeeld alsook het detailniveau ervan.";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Onverminderd eventuele informatie vereist op grond van paragraaf 1 of van andere wettelijke of regelgevende bepalingen, mag het Instituut de ondernemingen wat betreft de algemene machtiging, de gebruiksrechten of de specifieke verplichtingen bedoeld in de artikelen 28, 51 en 55 verzoeken om informatie die passend en objectief gerechtvaardigd is, met name voor:
1° het verifiëren, hetzij systematisch, hetzij per geval, van de naleving van:
a) de vergoedingen en gebruiksrechten;
b) het efficiënt gebruik van het radiospectrum of van de nummervoorraden;
c) specifieke verplichtingen van de operatoren met aanmerkelijke marktmacht of van de aanbieders van de universele dienst;
2° het verifiëren, per geval, van de naleving van de voorwaarden bedoeld in bijlage 2 wanneer een klacht is ontvangen of wanneer het Instituut andere redenen heeft om aan te nemen dat aan een voorwaarde niet wordt voldaan, of wanneer het Instituut op eigen initiatief een onderzoek verricht;
3° het uitvoeren van procedures voor en de evaluatie van aanvragen om verlening van gebruiksrechten;
4° het publiceren van vergelijkende overzichten van kwaliteit en prijs van diensten ten behoeve van de consumenten;
5° het verzamelen van duidelijk omschreven statistieken, verslagen of onderzoeken;
6° het verrichten van marktonderzoeken, met inbegrip van gegevens over de downstream- of retailmarkten die verband houden met of verbonden zijn aan de markten waarop het marktonderzoek betrekking heeft;
7° het waarborgen van efficiënt gebruik en efficiënt beheer van radiospectrum en van nummervoorraden;
8° het evalueren van toekomstige ontwikkelingen van het netwerk of de diensten die een invloed kunnen hebben op de wholesale-diensten die ter beschikking worden gesteld van de concurrenten, op de territoriale dekking, op de connectiviteit die aan de eindgebruikers wordt geboden of op de aanduiding van zones krachtens artikel 49/2;
9° het uitvoeren van geografische onderzoeken;
10° het beantwoorden van met redenen omklede verzoeken om informatie van Berec.
De in het eerste lid bedoelde informatie, met uitzondering van diegene die bedoeld is in de bepaling onder 3°, mag niet worden vereist vóór of als voorwaarde voor de toegang tot de markt.
Het Instituut deelt de ondernemingen mee voor welk specifiek doel de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verzameld.".
Art.181. Dans l'article 137 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) la première phrase est complétée par les mots "y compris des informations financières ou des informations concernant l'évolution future des réseaux ou des services";
ii) le texte néerlandais de la deuxième phrase est complété par les mots ", alsook het niveau van specificatie";
iii) les mots "et le niveau de détail" sont insérés entre les mots "le délai de fourniture" et les mots "des informations demandées";
b) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Dans le cadre de ses compétences, l'Institut peut exiger, par demande motivée, d'une entreprise active dans le secteur des communications électroniques, toute information utile, y compris des informations financières ou des informations concernant l'évolution future des réseaux ou des services. Lorsque les informations ainsi recueilles sont insuffisantes, l'Institut peut interroger d'autres entreprises actives dans le secteur des communications électroniques ou dans des secteurs étroitement liés à celui-ci. L'Institut fixe le délai de fourniture et le niveau de détail des informations demandées.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Sans préjudice de toute information demandée en vertu du paragraphe 1er ou d'autres dispositions légales ou réglementaires, l'Institut peut demander aux entreprises des informations en ce qui concerne l'autorisation générale, les droits d'utilisation ou les obligations spécifiques visées aux articles 28, 51 et 55, qui sont proportionnées et objectivement justifiées, notamment aux fins de:
1° vérifier systématiquement ou au cas par cas le respect:
a) des redevances et des droits d'utilisation;
b) de l'utilisation efficace du spectre radioélectrique ou des ressources de numérotation;
c) des obligations spécifiques aux opérateurs puissants sur le marché ou aux prestataires du service universel;
2° vérifier au cas par cas le respect des conditions visées à l'annexe 2 lorsqu'une plainte est reçue ou lorsque l'Institut a d'autres raisons de penser qu'une condition n'est pas respectée ou lorsqu'il mène une enquête de sa propre initiative;
3° exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation et l'évaluation de ces demandes;
4° publier, dans l'intérêt des consommateurs, des bilans comparatifs concernant la qualité et le prix des services;
5° rassembler des statistiques, des rapports ou des études bien définies;
6° réaliser des études de marché comprenant des données sur les marchés en aval ou les marchés de détail associés ou liés aux marchés qui font l'objet de l'étude de marché;
7° préserver l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique et des ressources de numérotation et veiller à l'effectivité de leur gestion;
8° évaluer les évolutions futures des réseaux ou des services susceptibles d'avoir une influence sur les services de gros mis à la disposition des concurrents sur la couverture territoriale, sur la connectivité offerte aux utilisateurs finaux ou sur la désignation de zones en application de l'article 49/2;
9° réaliser des relevés géographiques;
10° répondre aux demandes d'informations motivées de l'ORECE.
Les informations visées à l'alinéa 1er, à l'exception de celles visées au 3°, ne sont pas requises préalablement à l'accès au marché ou comme conditions d'accès au marché.
L'Institut informe les entreprises de la finalité spécifique pour laquelle sont récoltées les informations visées à l'alinéa 1er.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
i) la première phrase est complétée par les mots "y compris des informations financières ou des informations concernant l'évolution future des réseaux ou des services";
ii) le texte néerlandais de la deuxième phrase est complété par les mots ", alsook het niveau van specificatie";
iii) les mots "et le niveau de détail" sont insérés entre les mots "le délai de fourniture" et les mots "des informations demandées";
b) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Dans le cadre de ses compétences, l'Institut peut exiger, par demande motivée, d'une entreprise active dans le secteur des communications électroniques, toute information utile, y compris des informations financières ou des informations concernant l'évolution future des réseaux ou des services. Lorsque les informations ainsi recueilles sont insuffisantes, l'Institut peut interroger d'autres entreprises actives dans le secteur des communications électroniques ou dans des secteurs étroitement liés à celui-ci. L'Institut fixe le délai de fourniture et le niveau de détail des informations demandées.";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Sans préjudice de toute information demandée en vertu du paragraphe 1er ou d'autres dispositions légales ou réglementaires, l'Institut peut demander aux entreprises des informations en ce qui concerne l'autorisation générale, les droits d'utilisation ou les obligations spécifiques visées aux articles 28, 51 et 55, qui sont proportionnées et objectivement justifiées, notamment aux fins de:
1° vérifier systématiquement ou au cas par cas le respect:
a) des redevances et des droits d'utilisation;
b) de l'utilisation efficace du spectre radioélectrique ou des ressources de numérotation;
c) des obligations spécifiques aux opérateurs puissants sur le marché ou aux prestataires du service universel;
2° vérifier au cas par cas le respect des conditions visées à l'annexe 2 lorsqu'une plainte est reçue ou lorsque l'Institut a d'autres raisons de penser qu'une condition n'est pas respectée ou lorsqu'il mène une enquête de sa propre initiative;
3° exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation et l'évaluation de ces demandes;
4° publier, dans l'intérêt des consommateurs, des bilans comparatifs concernant la qualité et le prix des services;
5° rassembler des statistiques, des rapports ou des études bien définies;
6° réaliser des études de marché comprenant des données sur les marchés en aval ou les marchés de détail associés ou liés aux marchés qui font l'objet de l'étude de marché;
7° préserver l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique et des ressources de numérotation et veiller à l'effectivité de leur gestion;
8° évaluer les évolutions futures des réseaux ou des services susceptibles d'avoir une influence sur les services de gros mis à la disposition des concurrents sur la couverture territoriale, sur la connectivité offerte aux utilisateurs finaux ou sur la désignation de zones en application de l'article 49/2;
9° réaliser des relevés géographiques;
10° répondre aux demandes d'informations motivées de l'ORECE.
Les informations visées à l'alinéa 1er, à l'exception de celles visées au 3°, ne sont pas requises préalablement à l'accès au marché ou comme conditions d'accès au marché.
L'Institut informe les entreprises de la finalité spécifique pour laquelle sont récoltées les informations visées à l'alinéa 1er.".
Art.182. In de Franse tekst van artikel 138 van dezelfde wet worden de woorden "autorité réglementaire" telkens vervangen door de woorden "autorité de régulation".
Art.182. Dans l'article 138 de la même loi, les mots "autorité réglementaire" sont chaque fois remplacés par les mots "autorité de régulation".
Art.183. In artikel 140 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "met een maximale tijdsduur van twee maanden" vervangen door de woorden "gedurende minstens 30 dagen";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Dit artikel is niet van toepassing op besluiten die tot doel hebben een geschil tussen ondernemingen te beslechten, noch op de besluiten waarvan sprake in artikel 55, § 5.".
1° in het eerste lid worden de woorden "met een maximale tijdsduur van twee maanden" vervangen door de woorden "gedurende minstens 30 dagen";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Dit artikel is niet van toepassing op besluiten die tot doel hebben een geschil tussen ondernemingen te beslechten, noch op de besluiten waarvan sprake in artikel 55, § 5.".
Art.183. Dans l'article 140 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une durée maximale de deux mois" sont remplacés par les mots "d'une durée d'au moins 30 jours";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent article ne s'applique pas aux décisions visant à résoudre un litige entre entreprises, ni en cas de décisions visées à l'article 55, § 5.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "d'une durée maximale de deux mois" sont remplacés par les mots "d'une durée d'au moins 30 jours";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent article ne s'applique pas aux décisions visant à résoudre un litige entre entreprises, ni en cas de décisions visées à l'article 55, § 5.".
Art.184. In artikel 141 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Voor zover een ontwerpbeslissing van het Instituut invloed kan hebben op de handel tussen de lidstaten en erop gericht is:
1° een passende toegang en interconnectie, of de interoperabiliteit van de diensten op te leggen, overeenkomstig de artikelen 28, 51 en 51/1;
2° een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling overeenkomstig artikel 54, § 2, zijn gedefinieerd;
3° vast te stellen dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 55, § 1, eerste lid, overeenkomstig artikel 55, § 1, tweede lid;
4° te bepalen of de kenmerken van een overeenkomstig artikel 55, § 3, eerste lid, en artikel 55, § 5, gedefinieerde relevante markt zodanig zijn dat het al dan niet gerechtvaardigd is om regelgevingsverplichtingen op te leggen;
5° na een besluit bedoeld in de bepaling onder 4°, de onderneming of ondernemingen te identificeren met een aanmerkelijke marktmacht op die markt, overeenkomstig artikel 55, § 3, eerste lid;
6° regelgevende verplichtingen voor de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, overeenkomstig artikel 55, §§ 4 tot 7;
publiceert het Instituut zijn ontwerp en raadpleegt het Instituut de Europese Commissie, Berec en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten.";
2° in de Franse tekst van paragraaf 2 worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Voor zover een ontwerpbeslissing van het Instituut invloed kan hebben op de handel tussen de lidstaten en erop gericht is:
1° een passende toegang en interconnectie, of de interoperabiliteit van de diensten op te leggen, overeenkomstig de artikelen 28, 51 en 51/1;
2° een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling overeenkomstig artikel 54, § 2, zijn gedefinieerd;
3° vast te stellen dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 55, § 1, eerste lid, overeenkomstig artikel 55, § 1, tweede lid;
4° te bepalen of de kenmerken van een overeenkomstig artikel 55, § 3, eerste lid, en artikel 55, § 5, gedefinieerde relevante markt zodanig zijn dat het al dan niet gerechtvaardigd is om regelgevingsverplichtingen op te leggen;
5° na een besluit bedoeld in de bepaling onder 4°, de onderneming of ondernemingen te identificeren met een aanmerkelijke marktmacht op die markt, overeenkomstig artikel 55, § 3, eerste lid;
6° regelgevende verplichtingen voor de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, overeenkomstig artikel 55, §§ 4 tot 7;
publiceert het Instituut zijn ontwerp en raadpleegt het Instituut de Europese Commissie, Berec en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten.";
2° in de Franse tekst van paragraaf 2 worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation".
Art.184. Dans l'article 141 de la même loi, modifié par les lois des 18 mai 2009 et 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Pour autant qu'un projet de décision de l'Institut puisse avoir des incidences sur les échanges entre les Etats membres et qu'il tende à:
1° imposer un accès et une interconnexion adéquats ou l'interopérabilité des services, conformément aux articles 28, 51 et 51/1;
2° définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation, conformément à l'article 54, § 2;
3° constater qu'une des conditions visées à l'article 55, § 1er, alinéa 1er, n'est pas remplie, conformément à l'article 55, § 1er, alinéa 2;
4° estimer qu'un marché pertinent est tel qu'il justifie ou non l'imposition d'obligations réglementaires, conformément à l'article 55, § 3, alinéa 1er et 55, § 5;
5° à la suite d'une décision visée au 4°, identifier l'entreprise ou les entreprises puissante(s) sur ce marché, conformément à l'article 55, § 3, alinéa 1er;
6° imposer, modifier ou retirer des obligations réglementaires à l'entreprise ou aux entreprises puissantes sur le marché, conformément à l'article 55, §§ 4 à 7;
l'Institut publie son projet et consulte la Commission européenne, l'ORECE et les autorités de régulation nationales des Etats membres.";
2° dans le paragraphe 2 les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Pour autant qu'un projet de décision de l'Institut puisse avoir des incidences sur les échanges entre les Etats membres et qu'il tende à:
1° imposer un accès et une interconnexion adéquats ou l'interopérabilité des services, conformément aux articles 28, 51 et 51/1;
2° définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation, conformément à l'article 54, § 2;
3° constater qu'une des conditions visées à l'article 55, § 1er, alinéa 1er, n'est pas remplie, conformément à l'article 55, § 1er, alinéa 2;
4° estimer qu'un marché pertinent est tel qu'il justifie ou non l'imposition d'obligations réglementaires, conformément à l'article 55, § 3, alinéa 1er et 55, § 5;
5° à la suite d'une décision visée au 4°, identifier l'entreprise ou les entreprises puissante(s) sur ce marché, conformément à l'article 55, § 3, alinéa 1er;
6° imposer, modifier ou retirer des obligations réglementaires à l'entreprise ou aux entreprises puissantes sur le marché, conformément à l'article 55, §§ 4 à 7;
l'Institut publie son projet et consulte la Commission européenne, l'ORECE et les autorités de régulation nationales des Etats membres.";
2° dans le paragraphe 2 les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation".
Art.185. In artikel 142 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de Franse tekst worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation";
b) in het tweede lid worden de woorden "140 et 141" vervangen door de woorden "143 en 143/1".
a) in de Franse tekst worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation";
b) in het tweede lid worden de woorden "140 et 141" vervangen door de woorden "143 en 143/1".
Art.185. Dans l'article 142 de la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation";
b) dans l'alinéa 2, les mots "140 et 141" sont remplacés par les mots "143 et 143/1".
a) les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation";
b) dans l'alinéa 2, les mots "140 et 141" sont remplacés par les mots "143 et 143/1".
Art.186. In artikel 143 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder a), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "in de Aanbeveling" ingevoegd tussen de woorden "Europese Commissie" en de woorden "gedefinieerde markten";
ii) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "een onderneming die, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, een sterke machtspositie op een relevante markt bezit" vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen";
b) in de bepaling onder b) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de Franse tekst worden de woorden "marché unique" vervangen door de woorden "marché intérieur";
ii) de woorden "het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "het Europese Unierecht";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Als het Instituut zijn ontwerpbesluit wijzigt, wordt dit voor openbare raadpleging bedoeld in artikel 141 voorgelegd en wordt daarvan kennisgegeven aan de Europese Commissie, overeenkomstig paragraaf 1.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder a), worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "in de Aanbeveling" ingevoegd tussen de woorden "Europese Commissie" en de woorden "gedefinieerde markten";
ii) in de bepaling onder 2°, worden de woorden "een onderneming die, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, een sterke machtspositie op een relevante markt bezit" vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen";
b) in de bepaling onder b) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de Franse tekst worden de woorden "marché unique" vervangen door de woorden "marché intérieur";
ii) de woorden "het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "het Europese Unierecht";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Als het Instituut zijn ontwerpbesluit wijzigt, wordt dit voor openbare raadpleging bedoeld in artikel 141 voorgelegd en wordt daarvan kennisgegeven aan de Europese Commissie, overeenkomstig paragraaf 1.".
Art.186. Dans l'article 143 de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au a), les modifications suivantes sont apportées:
i) au 1°, les mots "Dans la Recommandation" sont insérés entre les mots "Commission européenne" et le mot ", ou";
ii) au 2°, les mots "un opérateur comme disposant, individuellement ou conjointement avec d'autres, d'une puissance significative sur un marché pertinent" sont remplacés par les mots "une entreprise comme étant puissante sur le marché pertinent, individuellement ou conjointement avec d'autres";
b) au b), les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "marché unique" sont remplacés par les mots "marché intérieur";
ii) les mots "le droit communautaire" sont remplacés par les mots "le droit de l'Union européenne";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Si l'Institut modifie son projet de décision, celui-ci est soumis à la consultation publique visée à l'article 141 et est notifié à la Commission européenne, conformément au paragraphe 1er.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au a), les modifications suivantes sont apportées:
i) au 1°, les mots "Dans la Recommandation" sont insérés entre les mots "Commission européenne" et le mot ", ou";
ii) au 2°, les mots "un opérateur comme disposant, individuellement ou conjointement avec d'autres, d'une puissance significative sur un marché pertinent" sont remplacés par les mots "une entreprise comme étant puissante sur le marché pertinent, individuellement ou conjointement avec d'autres";
b) au b), les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "marché unique" sont remplacés par les mots "marché intérieur";
ii) les mots "le droit communautaire" sont remplacés par les mots "le droit de l'Union européenne";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Si l'Institut modifie son projet de décision, celui-ci est soumis à la consultation publique visée à l'article 141 et est notifié à la Commission européenne, conformément au paragraphe 1er.".
Art.187. In artikel 143/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "een operator met een sterke machtspositie op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid met het Europese Unie-recht Gemeenschapsrecht" vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of zij ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid ervan met het Europese Unierecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "in de artikelen 5 tot 8" worden vervangen door de woorden "in artikel 6";
b) in de Franse tekst worden de woorden "pratiques réglementaires" vervangen door de woorden "pratiques de régulation";
3° in paragraaf 3, de bepaling onder 1°, worden de woorden "door zoveel mogelijk rekening te houden met de kennisgeving van de Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1 en het advies en de raadgevingen" vervangen door de woorden "zoveel mogelijk rekening houdend met de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving van de Europese Commissie en met het advies";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de ontwerpbesluiten die onder artikel 28, § 2, of onder artikel 65/3, § 3, vallen, kan de Europese Commissie, indien Berec haar ernstige twijfels deelt, binnen dezelfde termijn als die welke bedoeld is in het eerste lid, een besluit nemen waarbij aan het Instituut wordt gevraagd om zijn ontwerp in te trekken.";
b) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig artikel 140" ingevoegd tussen de woorden "het Instituut de mogelijkheid te bieden" en de woorden "een openbare raadpleging";
c) in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "paragraaf 4, a)," vervangen door de woorden "paragraaf 4, eerste lid, de bepaling onder 1°, ".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "een operator met een sterke machtspositie op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid met het Europese Unie-recht Gemeenschapsrecht" vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of zij ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid ervan met het Europese Unierecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "in de artikelen 5 tot 8" worden vervangen door de woorden "in artikel 6";
b) in de Franse tekst worden de woorden "pratiques réglementaires" vervangen door de woorden "pratiques de régulation";
3° in paragraaf 3, de bepaling onder 1°, worden de woorden "door zoveel mogelijk rekening te houden met de kennisgeving van de Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1 en het advies en de raadgevingen" vervangen door de woorden "zoveel mogelijk rekening houdend met de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving van de Europese Commissie en met het advies";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) tussen het eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de ontwerpbesluiten die onder artikel 28, § 2, of onder artikel 65/3, § 3, vallen, kan de Europese Commissie, indien Berec haar ernstige twijfels deelt, binnen dezelfde termijn als die welke bedoeld is in het eerste lid, een besluit nemen waarbij aan het Instituut wordt gevraagd om zijn ontwerp in te trekken.";
b) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig artikel 140" ingevoegd tussen de woorden "het Instituut de mogelijkheid te bieden" en de woorden "een openbare raadpleging";
c) in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "paragraaf 4, a)," vervangen door de woorden "paragraaf 4, eerste lid, de bepaling onder 1°, ".
Art.187. Dans l'article 143/1 de la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "un opérateur disposant d'une puissance significative sur un marché pertinent, constitue une entrave au marché unique ou émet de sérieux doutes quant à sa compatibilité avec la législation communautaire" sont remplacés par les mots "une entreprise puissante sur un marché pertinent, crée une entrave au marché intérieur ou qu'elle émet de sérieux doutes quant à sa compatibilité avec le droit de l'Union européenne";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "aux articles 5 à 8" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
b) les mots "pratiques réglementaires" sont remplacés par les mots "pratiques de régulation";
3° dans le paragraphe 3, 1°, les mots "en tenant compte le plus possible de la notification de la Commission visée au paragraphe 1er ainsi que de l'avis et des conseils" sont remplacés par les mots "en tenant le plus grand compte de la notification de la Commission européenne visée au paragraphe 1er ainsi que de l'avis";
4° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa rédigé comme suit:
"Pour les projets de décision relevant de l'article 28, § 2, ou de l'article 65/3, § 3, la Commission européenne, lorsque ses doutes sérieux sont partagés par l'ORECE, peut, dans le même délai que celui visé à l'alinéa 1er, prendre une décision demandant à l'Institut de retirer son projet.";
b) dans l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots "conformément à l'article 140" sont insérés entre les mots "permettre à l'Institut d'organiser," et les mots "une consultation publique";
c) dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, les mots "paragraphe 4, a)" sont remplacés par les mots "paragraphe 4, alinéa 1er, 1° ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "un opérateur disposant d'une puissance significative sur un marché pertinent, constitue une entrave au marché unique ou émet de sérieux doutes quant à sa compatibilité avec la législation communautaire" sont remplacés par les mots "une entreprise puissante sur un marché pertinent, crée une entrave au marché intérieur ou qu'elle émet de sérieux doutes quant à sa compatibilité avec le droit de l'Union européenne";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "aux articles 5 à 8" sont remplacés par les mots "à l'article 6";
b) les mots "pratiques réglementaires" sont remplacés par les mots "pratiques de régulation";
3° dans le paragraphe 3, 1°, les mots "en tenant compte le plus possible de la notification de la Commission visée au paragraphe 1er ainsi que de l'avis et des conseils" sont remplacés par les mots "en tenant le plus grand compte de la notification de la Commission européenne visée au paragraphe 1er ainsi que de l'avis";
4° dans le paragraphe 4, les modifications suivantes sont apportées:
a) il est inséré entre les alinéas 1er et 2 un alinéa rédigé comme suit:
"Pour les projets de décision relevant de l'article 28, § 2, ou de l'article 65/3, § 3, la Commission européenne, lorsque ses doutes sérieux sont partagés par l'ORECE, peut, dans le même délai que celui visé à l'alinéa 1er, prendre une décision demandant à l'Institut de retirer son projet.";
b) dans l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots "conformément à l'article 140" sont insérés entre les mots "permettre à l'Institut d'organiser," et les mots "une consultation publique";
c) dans l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, les mots "paragraphe 4, a)" sont remplacés par les mots "paragraphe 4, alinéa 1er, 1° ".
Art.188. In artikel 145 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, wordt het woord "114," opgeheven;
2° in de Franse tekst van paragraaf 3bis, wordt het woord "20" vervangen door het woord "50".
1° in paragraaf 1, wordt het woord "114," opgeheven;
2° in de Franse tekst van paragraaf 3bis, wordt het woord "20" vervangen door het woord "50".
Art.188. Dans l'article 145 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, le mot "114," est abrogé;
2° dans le paragraphe 3bis, le mot "20" est remplacé par le mot "50".
1° dans le paragraphe 1er, le mot "114," est abrogé;
2° dans le paragraphe 3bis, le mot "20" est remplacé par le mot "50".
Art.189. In artikel 147 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de woorden "van zendtoestellen, van zend-ontvangtoestellen of van ontvangtoestellen voor radiocommunicatie alsook van enig toebehoren dat speciaal voor de werking ervan bestemd is" vervangen door de woorden "van producten en toebehoren".
Art.189. Dans l'article 147 de la même loi, modifié par la loi du 31 juillet 2017, les mots "d'appareils émetteurs, d'appareils émetteurs et récepteurs ou d'appareils récepteurs de radiocommunications ainsi que tout accessoire destiné spécialement à son utilisation" sont remplacés par les mots "de produits et accessoires".
Art.190. Artikel 148 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt opgeheven.
Art.190. L'article 148 de la même loi, remplacé par la loi du 25 avril 2007, est abrogé.
Art.191. In dezelfde wet wordt het opschrift van de bijlage vervangen als volgt: "Bijlage 1. Bepalingen betreffende de universele dienst".
Art.191. Dans la même loi, l'intitulé de l'annexe est remplacé par ce qui suit: "Annexe 1. Dispositions relatives au service universel".
Art.192. In artikel 1 van bijlage 1 bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 31 mei 2011 en van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "elke persoon die overeenkomstig de artikel en 71, 76, 80 en 87 van de wet is aangewezen" vervangen door de woorden "elke operator die is aangewezen";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie: de spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie bedoeld in artikel 70, § 1, van de wet die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie aan het publiek wordt aangeboden en het de eindgebruikers mogelijk maakt lokale, nationale en internationale telefonische oproepen te doen en te ontvangen;";
3° in de bepaling onder 4° worden de woorden "op het vaste openbare basistelefoonnetwerk: de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk" vervangen door de woorden "op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk": de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk";
4° in de bepaling onder 5° worden de woorden "door een eindgebruiker" vervangen door de woorden "door een consument";
5° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° toegangslijn: een verbinding die toelaat een basisaansluiting tot stand te brengen waardoor zowel een spraakcommunicatie-dienst op een vaste locatie als een adequate breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie kan worden geleverd;";
6° de bepalingen onder 16° en 17° worden opgeheven.
1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "elke persoon die overeenkomstig de artikel en 71, 76, 80 en 87 van de wet is aangewezen" vervangen door de woorden "elke operator die is aangewezen";
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"2° spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie: de spraakcommunicatiedienst op een vaste locatie bedoeld in artikel 70, § 1, van de wet die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie aan het publiek wordt aangeboden en het de eindgebruikers mogelijk maakt lokale, nationale en internationale telefonische oproepen te doen en te ontvangen;";
3° in de bepaling onder 4° worden de woorden "op het vaste openbare basistelefoonnetwerk: de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk" vervangen door de woorden "op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk": de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vast openbaar elektronische-communicatienetwerk";
4° in de bepaling onder 5° worden de woorden "door een eindgebruiker" vervangen door de woorden "door een consument";
5° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° toegangslijn: een verbinding die toelaat een basisaansluiting tot stand te brengen waardoor zowel een spraakcommunicatie-dienst op een vaste locatie als een adequate breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie kan worden geleverd;";
6° de bepalingen onder 16° en 17° worden opgeheven.
Art.192. Dans l'article 1er de l'annexe 1re à la même loi, modifié par les lois des 31 mai 2011 et 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 1° les mots "toute personne désignée en application des articles 71, 76, 80 et 87 de la loi" sont remplacés par les mots "tout opérateur désigné";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° service de communications vocales en position déterminée: service de communications vocales en position déterminée visé à l'article 70, § 1er, de la loi offert au public via un réseau public de communications électroniques en position déterminée et qui permet aux utilisateurs finaux de donner et recevoir des appels téléphoniques locaux, nationaux et internationaux;";
3° au 4°, les mots "au réseau public de communications électroniques fixe de base: le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe de base" sont remplacés par les mots "au réseau public de communications électroniques fixe": le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe";
4° au 5° les mots "d'un utilisateur final" sont remplacés par les mots "d'un consommateur";
5° le 6° est remplacé par ce qui suit:
"6° ligne d'accès: un raccordement qui permet d'établir une connexion de base de manière à pouvoir assurer tant la fourniture d'un service de communications vocales en position déterminée, que la fourniture d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en position déterminée;";
6° les 16° et 17° sont abrogés.
1° au 1° les mots "toute personne désignée en application des articles 71, 76, 80 et 87 de la loi" sont remplacés par les mots "tout opérateur désigné";
2° le 2° est remplacé par ce qui suit:
"2° service de communications vocales en position déterminée: service de communications vocales en position déterminée visé à l'article 70, § 1er, de la loi offert au public via un réseau public de communications électroniques en position déterminée et qui permet aux utilisateurs finaux de donner et recevoir des appels téléphoniques locaux, nationaux et internationaux;";
3° au 4°, les mots "au réseau public de communications électroniques fixe de base: le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe de base" sont remplacés par les mots "au réseau public de communications électroniques fixe": le délai qui court entre le moment où un contrat valable est conclu entre le prestataire de la composante géographique fixe du service universel et l'abonné et le moment où le raccordement au réseau public de communications électroniques fixe";
4° au 5° les mots "d'un utilisateur final" sont remplacés par les mots "d'un consommateur";
5° le 6° est remplacé par ce qui suit:
"6° ligne d'accès: un raccordement qui permet d'établir une connexion de base de manière à pouvoir assurer tant la fourniture d'un service de communications vocales en position déterminée, que la fourniture d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en position déterminée;";
6° les 16° et 17° sont abrogés.
Art.193. Artikel 5 van bijlage 1 bij dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 5. § 1. Wat betreft de wachttijd bij een aansluiting bepaalt de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut:
1° het percentage van de bestellingen voor een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breed-bandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten die minimaal in dienst worden gesteld op de datum die afgesproken is tussen de twee partijen in de loop van de observatieperiode;
2° welke statistieken zullen worden verstrekt en de methodiek voor de uitvoering van de metingen.
§ 2. Voor het opstellen van zijn statistieken neemt de aanbieder het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen in aanmerking.
Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn.".
"Art. 5. § 1. Wat betreft de wachttijd bij een aansluiting bepaalt de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut:
1° het percentage van de bestellingen voor een dienst van toegang, op een vaste locatie, tot een beschikbare adequate breed-bandinternettoegangsdienst en tot spraakcommunicatiediensten die minimaal in dienst worden gesteld op de datum die afgesproken is tussen de twee partijen in de loop van de observatieperiode;
2° welke statistieken zullen worden verstrekt en de methodiek voor de uitvoering van de metingen.
§ 2. Voor het opstellen van zijn statistieken neemt de aanbieder het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen in aanmerking.
Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn.".
Art.193. L'article 5 de l'annexe 1re à la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 5. § 1er. En ce qui concerne le délai de fourniture d'un raccordement, le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut:
1° le pourcentage de commandes d'un service d'accès, en position déterminée, à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales qui sont activés au minimum à la date convenue entre les deux parties au cours de la période d'observation;
2° quelles statistiques seront fournies et la méthode pour la réalisation des mesures.
§ 2. Pour établir ses statistiques, le prestataire tient compte du nombre total de contrats et raccordements valables effectués pendant la période d'observation concernée.
En ce qui concerne la mesure, le prestataire utilise le nombre total de commandes de raccordements effectuées pendant la période d'observation considérée.".
"Art. 5. § 1er. En ce qui concerne le délai de fourniture d'un raccordement, le Roi fixe, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut:
1° le pourcentage de commandes d'un service d'accès, en position déterminée, à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et à des services de communications vocales qui sont activés au minimum à la date convenue entre les deux parties au cours de la période d'observation;
2° quelles statistiques seront fournies et la méthode pour la réalisation des mesures.
§ 2. Pour établir ses statistiques, le prestataire tient compte du nombre total de contrats et raccordements valables effectués pendant la période d'observation concernée.
En ce qui concerne la mesure, le prestataire utilise le nombre total de commandes de raccordements effectuées pendant la période d'observation considérée.".
Art.194. Artikel 6 van bijlage 1 bij dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.194. L'article 6 de l'annexe 1re à la même loi est abrogé.
Art.195. In artikel 7 van bijlage 1 bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1, eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalt het maximaal aandeel van toegangslijnen waarop een defect of een storing per observatieperiode kon worden vastgesteld.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "binnen 35 volle uren" vervangen door de woorden "binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne";
b) in het tweede lid worden de woorden "binnen 40 volle uren" vervangen door de woorden "binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne";
c) het derde lid wordt opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1, eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalt het maximaal aandeel van toegangslijnen waarop een defect of een storing per observatieperiode kon worden vastgesteld.";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "binnen 35 volle uren" vervangen door de woorden "binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne";
b) in het tweede lid worden de woorden "binnen 40 volle uren" vervangen door de woorden "binnen de door de Koning, op voorstel van het Instituut of op eigen initiatief, na advies van het Instituut, bepaalde tijdspanne";
c) het derde lid wordt opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.195. Dans l'article 7 de l'annexe 1re à la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
"Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, fixe la part maximale de lignes d'accès sur lesquelles une panne ou un dérangement peut être constaté par période d'observation.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "dans les 35 heures horloge" sont remplacés par les mots "au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut";
b) dans l'alinéa 2, les mots "dans les 40 heures horloge" sont remplacés par les mots "au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut";
c) l'alinéa 3 est abrogé;
3° le paragraphe 3 est abrogé.
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
"Le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut, fixe la part maximale de lignes d'accès sur lesquelles une panne ou un dérangement peut être constaté par période d'observation.";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "dans les 35 heures horloge" sont remplacés par les mots "au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut";
b) dans l'alinéa 2, les mots "dans les 40 heures horloge" sont remplacés par les mots "au cours du délai fixé par le Roi, sur proposition de l'Institut ou d'initiative, sur avis de l'Institut";
c) l'alinéa 3 est abrogé;
3° le paragraphe 3 est abrogé.
Art.196. Artikel 15 van bijlage 1 bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, wordt opgeheven.
Art.196. L'article 15 de l'annexe 1re à la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, est abrogé.
Art.197. In artikel 16 van bijlage 1 bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 70, § 1, 2°, c), moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over een functionele internettoegang" vervangen door de woorden "artikel 70, § 1, moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over adequate breedbandinternettoegangsdienst";
2° in het tweede lid worden de woorden "deze functionele toegang, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte" vervangen door de woorden "deze adequate breedbandinternettoegangsdienst, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De adequate breedbandinternettoegangsdienst moet de bandbreedte kunnen leveren die nodig is om ten minste volgend minimumpakket van diensten te ondersteunen: e-mail, zoekmachines waarmee allerlei soorten informatie kunnen worden opgezocht en gevonden, online-basisinstrumenten voor opleiding en onderwijs, online-kranten of -nieuws, online goederen en diensten kopen of bestellen, opzoeken van vacatures en instrumenten daarvoor, professionele netwerken, internetbankieren, gebruik van e-overheidsdiensten, sociale media en chatten, gesprekken en videogesprekken (standaardkwaliteit).".
1° in het eerste lid worden de woorden "artikel 70, § 1, 2°, c), moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over een functionele internettoegang" vervangen door de woorden "artikel 70, § 1, moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over adequate breedbandinternettoegangsdienst";
2° in het tweede lid worden de woorden "deze functionele toegang, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte" vervangen door de woorden "deze adequate breedbandinternettoegangsdienst, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte";
3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De adequate breedbandinternettoegangsdienst moet de bandbreedte kunnen leveren die nodig is om ten minste volgend minimumpakket van diensten te ondersteunen: e-mail, zoekmachines waarmee allerlei soorten informatie kunnen worden opgezocht en gevonden, online-basisinstrumenten voor opleiding en onderwijs, online-kranten of -nieuws, online goederen en diensten kopen of bestellen, opzoeken van vacatures en instrumenten daarvoor, professionele netwerken, internetbankieren, gebruik van e-overheidsdiensten, sociale media en chatten, gesprekken en videogesprekken (standaardkwaliteit).".
Art.197. Dans l'article 16 de l'annexe 1re à la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article 70, § 1er, 2°, c), doit permettre aux utilisateurs finals de disposer d'un accès fonctionnel à l'Internet" sont remplacés par les mots "l'article 70, § 1er, doit permettre aux utilisateurs finaux de disposer d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit";
2° dans l'alinéa 2, les mots "cet accès fonctionnel en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés" sont remplacés par les mots "ce service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés";
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Le service d'accès adéquat à l'internet à haut débit est capable de fournir le débit nécessaire pour prendre en charge au moins l'ensemble minimal des services suivants: messagerie électronique, moteurs de recherche permettant de chercher et de trouver tout type d'information, outils en ligne de base destinés à la formation et à l'éducation, journaux ou sites d'information en ligne, achat ou commande de biens ou services en ligne, recherche d'emploi et outils de recherche d'emploi, réseautage professionnel, banque en ligne, utilisation de services d'administration en ligne, médias sociaux et applications de messagerie instantanée, appels vocaux et vidéo (qualité standard).".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "l'article 70, § 1er, 2°, c), doit permettre aux utilisateurs finals de disposer d'un accès fonctionnel à l'Internet" sont remplacés par les mots "l'article 70, § 1er, doit permettre aux utilisateurs finaux de disposer d'un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit";
2° dans l'alinéa 2, les mots "cet accès fonctionnel en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés" sont remplacés par les mots "ce service d'accès adéquat à l'internet à haut débit en tenant dûment compte des conditions spécifiques du marché, notamment la largeur de bande la plus utilisée par la majorité des abonnés";
3° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
"Le service d'accès adéquat à l'internet à haut débit est capable de fournir le débit nécessaire pour prendre en charge au moins l'ensemble minimal des services suivants: messagerie électronique, moteurs de recherche permettant de chercher et de trouver tout type d'information, outils en ligne de base destinés à la formation et à l'éducation, journaux ou sites d'information en ligne, achat ou commande de biens ou services en ligne, recherche d'emploi et outils de recherche d'emploi, réseautage professionnel, banque en ligne, utilisation de services d'administration en ligne, médias sociaux et applications de messagerie instantanée, appels vocaux et vidéo (qualité standard).".
Art.198. Artikel 17 van bijlage 1 bij dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.198. L'article 17 de l'annexe 1re à la même loi est abrogé.
Art.199. In artikel 19 van bijlage 1 bij dezelfde wet worden de woorden "artikelen 4 tot 13" vervangen door de woorden "artikelen 5 en 7".
Art.199. Dans l'article 19 de l'annexe 1re à la même loi, les mots "articles 4 à 13" sont remplacés par les mots "articles 5 et 7".
Art.200. In artikel 21 van bijlage 1 bij dezelfde wet worden de woorden "De hulpdienst bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, e), van de wet" worden vervangen door de woorden "Deze hulpdienst".
Art.200. Dans l'article 21 de l'annexe 1re à la même loi, les mots "Le service d'assistance visé à l'article 70, § 1er, 2°, e), de la loi" sont remplacés par les mots "Ce service d'assistance".
Art.201. In artikel 22, § 1, van bijlage 1 bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "sociaal telefoontarief" worden telkens vervangen door de woorden "sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie";
2° in de bepaling onder 1.2. worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de zin "De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen." wordt opgeheven;
b) de woorden "overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994" worden telkens vervangen door de woorden "in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994";
3° in de bepaling onder 1.4. worden de woorden "aan gehandicapten" telkens vervangen door de woorden "aan personen met een handicap";
4° in de bepaling onder 2.1. worden de zinnen "De installatie van de aanvrager moet uitgerust zijn met een voor doven goedgekeurd telefoontoestel. Indien voornoemd toestel niet door de operator werd geleverd, moet hem een aankoopbewijs worden voorgelegd." opgeheven;
6° in de bepaling onder 4., worden de woorden "sociaal internettarief" telkens vervangen door de woorden "sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie".
1° de woorden "sociaal telefoontarief" worden telkens vervangen door de woorden "sociaal tarief voor spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie";
2° in de bepaling onder 1.2. worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de zin "De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen." wordt opgeheven;
b) de woorden "overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994" worden telkens vervangen door de woorden "in artikel 21 van het koninklijk besluit van 15 januari 2014 betreffende de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994";
3° in de bepaling onder 1.4. worden de woorden "aan gehandicapten" telkens vervangen door de woorden "aan personen met een handicap";
4° in de bepaling onder 2.1. worden de zinnen "De installatie van de aanvrager moet uitgerust zijn met een voor doven goedgekeurd telefoontoestel. Indien voornoemd toestel niet door de operator werd geleverd, moet hem een aankoopbewijs worden voorgelegd." opgeheven;
6° in de bepaling onder 4., worden de woorden "sociaal internettarief" telkens vervangen door de woorden "sociaal tarief voor een breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie".
Art.201. Dans l'article 22, § 1er, de l'annexe 1er à la même loi, modifié par la loi du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "tarif téléphonique social" sont chaque fois remplacés par les mots "tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée";
2° au 1.2. les modifications suivantes sont apportées:
a) la phrase "La limite d'âge fixée à l'égard des enfants et petits-enfants ne s'applique pas aux descendants qui sont atteints à 66 % au moins d'insuffisances ou de diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou de plusieurs affections." est abrogée;
b) les mots "conformément à l'article 1er, § 1er de l'arrêté royal du 1er avril 1981 fixant le montant annuel des revenus visés à l'article 37, §§ 1er, 2 et 4, et portant exécution de l'article 49, § 5, alinéa 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire, soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994" sont chaque fois remplacés par les mots "à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994";
3° au 1.4. les mots "aux handicapés" sont chaque fois remplacés par les mots "aux personnes handicapées";
4° au 2.1. les phrases "L'installation du demandeur doit être équipée d'un poste téléphonique pour sourd agréé. Si ledit poste n'est pas fourni par l'opérateur, une preuve d'achat doit lui être présentée." sont abrogées;
6° au 4., les mots "tarif Internet social" sont chaque fois remplacés par les mots "tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée".
1° les mots "tarif téléphonique social" sont chaque fois remplacés par les mots "tarif social pour les services de communications vocales en position déterminée";
2° au 1.2. les modifications suivantes sont apportées:
a) la phrase "La limite d'âge fixée à l'égard des enfants et petits-enfants ne s'applique pas aux descendants qui sont atteints à 66 % au moins d'insuffisances ou de diminution de capacité physique ou mentale du chef d'une ou de plusieurs affections." est abrogée;
b) les mots "conformément à l'article 1er, § 1er de l'arrêté royal du 1er avril 1981 fixant le montant annuel des revenus visés à l'article 37, §§ 1er, 2 et 4, et portant exécution de l'article 49, § 5, alinéa 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire, soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994" sont chaque fois remplacés par les mots "à l'article 21 de l'arrêté royal du 15 janvier 2014 relatif à l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, § 19, de la loi relative à l`assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994";
3° au 1.4. les mots "aux handicapés" sont chaque fois remplacés par les mots "aux personnes handicapées";
4° au 2.1. les phrases "L'installation du demandeur doit être équipée d'un poste téléphonique pour sourd agréé. Si ledit poste n'est pas fourni par l'opérateur, une preuve d'achat doit lui être présentée." sont abrogées;
6° au 4., les mots "tarif Internet social" sont chaque fois remplacés par les mots "tarif social pour un service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée".
Art.202. In bijlage 1 bij dezelfde wet, wordt afdeling 4, die artikel 23 bevat, opgeheven.
Art.202. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 4 comportant l'article 23 est abrogée.
Art.203. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 5, die de artikelen 28 en 29 bevat, opgeheven.
Art.203. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 5 comportant les articles 28 et 29 est abrogée.
Art.204. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 6, die de artikelen 30 tot 33 bevat, opgeheven.
Art.204. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 6 comportant les articles 30 à 33 est abrogée.
Art.205. Artikel 33/1 van bijlage 1 bij dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, wordt vervangen als volgt:
"Art. 33/1. Het Instituut monitort de ontwikkeling en het niveau van de kleinhandelsprijzen van de diensten opgenomen in het vaste geografische element van de universele dienst zoals bepaald in artikel 70.
Het Instituut voert hiertoe onder meer op regelmatige basis vergelijkende nationale en internationale prijzenstudies uit van de op de markt beschikbare diensten vertrekkende van de binnenlandse prijzen en rekening houdende met het nationaal inkomen van de consument. Voor dit laatste pleegt het Instituut overleg met de FOD Economie.".
"Art. 33/1. Het Instituut monitort de ontwikkeling en het niveau van de kleinhandelsprijzen van de diensten opgenomen in het vaste geografische element van de universele dienst zoals bepaald in artikel 70.
Het Instituut voert hiertoe onder meer op regelmatige basis vergelijkende nationale en internationale prijzenstudies uit van de op de markt beschikbare diensten vertrekkende van de binnenlandse prijzen en rekening houdende met het nationaal inkomen van de consument. Voor dit laatste pleegt het Instituut overleg met de FOD Economie.".
Art.205. L'article 33/1 de l'annexe 1re à la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 33/1. L'Institut surveille l'évolution et le niveau des prix de détail applicables aux services repris dans la composante géographique fixe du service universel comme défini à l'article 70.
A cet effet, l'Institut effectue entre autres régulièrement des études nationales et internationales de comparaison des prix des services disponibles sur le marché en se basant sur les prix nationaux et par rapport aux revenus nationaux des consommateurs. Pour ce dernier élément, l'Institut se concerte avec le SPF Economie.".
"Art. 33/1. L'Institut surveille l'évolution et le niveau des prix de détail applicables aux services repris dans la composante géographique fixe du service universel comme défini à l'article 70.
A cet effet, l'Institut effectue entre autres régulièrement des études nationales et internationales de comparaison des prix des services disponibles sur le marché en se basant sur les prix nationaux et par rapport aux revenus nationaux des consommateurs. Pour ce dernier élément, l'Institut se concerte avec le SPF Economie.".
Art.206. In artikel 34 van bijlage 1 bij dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De Koning, op voorstel van het Instituut, kan een betaalbare prijs vaststellen die niet door de kleinhandelsprijzen van de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet mag overschreden worden.";
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. De Koning, op voorstel van het Instituut, kan een betaalbare prijs vaststellen die niet door de kleinhandelsprijzen van de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet mag overschreden worden.";
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art.206. Dans l'article 34 de l'annexe 1re à la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le Roi, sur proposition de l'Institut, peut fixer un prix abordable qui ne peut pas être dépassé par les prix de détail du prestataire tel que visé à l'article 71 de la présente loi.";
2° le paragraphe 3 est abrogé.
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Le Roi, sur proposition de l'Institut, peut fixer un prix abordable qui ne peut pas être dépassé par les prix de détail du prestataire tel que visé à l'article 71 de la présente loi.";
2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art.207. In bijlage 1 bij dezelfde wet worden de volgende artikelen opgeheven:
1° artikel 35, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012;
2° artikel 36;
3° artikel 37.
1° artikel 35, gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012;
2° artikel 36;
3° artikel 37.
Art.207. Dans l'annexe 1re à la même loi, les articles suivants sont abrogés:
1° l'article 35, modifié par la loi du 10 juillet 2012;
2° l'article 36;
3° l'article 37.
1° l'article 35, modifié par la loi du 10 juillet 2012;
2° l'article 36;
3° l'article 37.
Art.208. In artikel 38 van bijlage 1 bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 2012 en 27 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "openbare telefoondienst" vervangen door de woorden "voor het publiek beschikbare spraak-communicatiedienst";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "internettoegang en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van internettoegang" vervangen door de woorden "breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 worden jaarlijks geïndexeerd volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld.
De werking van de in het eerste lid beoogde nadere regels worden na drie jaar geëvalueerd.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "openbare telefoondienst" vervangen door de woorden "voor het publiek beschikbare spraak-communicatiedienst";
2° in paragraaf 3 worden de woorden "internettoegang en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van internettoegang" vervangen door de woorden "breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van breedbandinternettoegangsdienst op een vaste locatie";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 worden jaarlijks geïndexeerd volgens de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld.
De werking van de in het eerste lid beoogde nadere regels worden na drie jaar geëvalueerd.".
Art.208. Dans l'article 38 de l'annexe 1re à la même loi, modifié par les lois des 10 juillet 2012 et 27 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les mots "service de téléphonie accessible au public" sont remplacés par les mots "service de communications vocales";
2° dans le paragraphe 3, les mots "d'accès à Internet et d'offres groupées incluant l'accès à Internet" sont remplacés par les mots "de service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée et d'offres groupées incluant le service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée";
3° l'article est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. Les montants visés aux paragraphes 1 à 3 sont indexés annuellement selon des modalités fixées par le Roi.
Le fonctionnement des modalités visées à l'alinéa 1er est évalué après trois ans.".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "service de téléphonie accessible au public" sont remplacés par les mots "service de communications vocales";
2° dans le paragraphe 3, les mots "d'accès à Internet et d'offres groupées incluant l'accès à Internet" sont remplacés par les mots "de service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée et d'offres groupées incluant le service d'accès à l'internet à haut débit en position déterminée";
3° l'article est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit:
" § 6. Les montants visés aux paragraphes 1 à 3 sont indexés annuellement selon des modalités fixées par le Roi.
Le fonctionnement des modalités visées à l'alinéa 1er est évalué après trois ans.".
Art.209. Artikel 39 van bijlage 1 bij dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.209. L'article 39 de l'annexe 1re à la même loi est abrogé.
Art.210. In artikel 41, eerste lid, van bijlage 1 bij dezelfde wet, worden de woorden "waarbij de indirecte winst wordt opgeteld die uit de betrokken verrichting" vervangen door de woorden "waarbij de marktvoordelen worden opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeien, met inbegrip van de immateriële voordelen".
Art.210. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 3, die de artikelen 42 en 43 bevat, opgeheven.
Art.210. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 3, die de artikelen 42 en 43 bevat, opgeheven.
Art.210. Dans l'article 41, alinéa 1er, de l'annexe 1re à la même loi, les mots "à laquelle l'on ajoute les bénéfices indirects tirés de la prestation concernée" sont remplacés par les mots "à laquelle l'on ajoute les avantages commerciaux tirés de la prestation concernée, y compris les bénéfices immatériels".
Art.212. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 4, die artikel 44 bevat, opgeheven.
Art.211. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 3 comportant les articles 42 et 43 est abrogée.
Art.213. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt afdeling 5, die artikel 45 bevat, opgeheven.
Art.212. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 4 comportant l'article 44 est abrogée.
Art.214. In de Franse tekst van artikel 45/1, eerste lid, van de bijlage bij dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juli 2012, worden de woorden "les bénéfices" opgeheven.
Art.213. Dans l'annexe 1re à la même loi, la section 5 comportant l'article 45 est abrogée.
Art.215. In artikel 46 van de bijlage bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 10 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de Franse tekst wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "et ce pour chaque élément de la composante géographique fixe, à savoir l'accès à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et l'accès à des services de communications vocales en position déterminée";
b) in de eerste zin worden de woorden ", voor elk onderdeel van het vaste geografische element, met name de toegang tot een beschikbare gepaste breedbandinternettoegangsdienst en de toegang tot de spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie," ingevoegd tussen de woorden "worden bepaald" en de woorden" de volgende informatie";
c) in de bepaling onder 4. worden de woorden "verstrekte openbare telefoondienst" vervangen door de woorden "verstrekte spraak-communicatiedienst";
d) de bepaling onder 6. wordt vervangen als volgt:
"6. De nadere regels met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling.";
e) de bepalingen onder 7. tot 17. worden opgeheven;
2° paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de Franse tekst wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "et ce pour chaque élément de la composante géographique fixe, à savoir l'accès à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et l'accès à des services de communications vocales en position déterminée";
b) in de eerste zin worden de woorden ", voor elk onderdeel van het vaste geografische element, met name de toegang tot een beschikbare gepaste breedbandinternettoegangsdienst en de toegang tot de spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie," ingevoegd tussen de woorden "worden bepaald" en de woorden" de volgende informatie";
c) in de bepaling onder 4. worden de woorden "verstrekte openbare telefoondienst" vervangen door de woorden "verstrekte spraak-communicatiedienst";
d) de bepaling onder 6. wordt vervangen als volgt:
"6. De nadere regels met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling.";
e) de bepalingen onder 7. tot 17. worden opgeheven;
2° paragrafen 2, 3 en 4 worden opgeheven.
Art.214. Dans l'article 45/1, alinéa 1er, de l'annexe à la même loi, inséré par la loi du 10 juillet 2012, les mots "les bénéfices" sont abrogés.
Art.216. In bijlage 1 bij dezelfde wet wordt artikel 47 opgeheven.
Art.215. Dans l'article 46 de l'annexe 1re à la même loi, modifié par les lois du 25 avril 2007 et du 10 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) la première phrase est complétée par les mots "et ce pour chaque élément de la composante géographique fixe, à savoir l'accès à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et l'accès à des services de communications vocales en position déterminée";
b) dans le texte néerlandais de la première phrase, les mots ", voor elk onderdeel van het vaste geografische element, met name de toegang tot een beschikbare gepaste breedbandinternettoegangsdienst en de toegang tot de spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie," sont insérés entre les mots "worden bepaald" et les mots "de volgende informatie";
c) au 4., les mots "service téléphonique accessible au public" sont remplacés par les mots "de communications vocales";
d) le 6. est remplacé par ce qui suit:
"6. Les modalités relatives à l'octroi d'indemnités, la politique éventuelle d'indemnisation et/ou de remboursement.";
e) les 7. à 17. sont abrogés;
2° les paragraphes 2, 3 et 4 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) la première phrase est complétée par les mots "et ce pour chaque élément de la composante géographique fixe, à savoir l'accès à un service d'accès adéquat à l'internet à haut débit disponible et l'accès à des services de communications vocales en position déterminée";
b) dans le texte néerlandais de la première phrase, les mots ", voor elk onderdeel van het vaste geografische element, met name de toegang tot een beschikbare gepaste breedbandinternettoegangsdienst en de toegang tot de spraakcommunicatiediensten op een vaste locatie," sont insérés entre les mots "worden bepaald" et les mots "de volgende informatie";
c) au 4., les mots "service téléphonique accessible au public" sont remplacés par les mots "de communications vocales";
d) le 6. est remplacé par ce qui suit:
"6. Les modalités relatives à l'octroi d'indemnités, la politique éventuelle d'indemnisation et/ou de remboursement.";
e) les 7. à 17. sont abrogés;
2° les paragraphes 2, 3 et 4 sont abrogés.
Art.217. In dezelfde wet wordt een bijlage 2 ingevoegd, die als bijlage is gevoegd bij deze wet.
Art.216. Dans l'annexe 1re à la même loi, l'article 47 est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 12 december 2006 betreffende GSM-R
Art.217. Dans la même loi, il est inséré une annexe 2, qui est jointe en annexe à la présente loi.
Art.218. In artikel 12 van de wet van 12 december 2006 betreffende GSM-R worden de woorden "876-880/ 921-925 MHz" vervangen door de woorden "873-880/ 918-925 MHz".
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 12 décembre 2006 concernant GSM-R
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren
Art.218. Dans l'article 12 de la loi du 12 décembre 2006 concernant GSM-R, les mots "876-880/ 921-925 MHz" sont remplacés par les mots "873-880/ 918-925 MHz".
Art.219. In artikel 24, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014 en 7 april 2019, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende:
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 5 mei 2017 betreffende de audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
Art.219. Dans l'article 24, § 2, de la même loi, modifié par les lois des 25 avril 2014 et 7 avril 2019, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5:
Art.220. In de artikelen 3, 61, 62 en 64 van dezelfde wet, wordt het woord "BEREC" telkens vervangen door het woord "Berec".
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 5 mai 2017 relative aux services de médias audiovisuels en région bilingue de Bruxelles-Capitale
Art.221. In de Franse tekst van de artikelen 3 en 62 van dezelfde wet, worden de woorden "autorité réglementaire" telkens vervangen door de woorden "autorité de régulation".
Art.220. Dans le texte néerlandais des articles 3, 61, 62 et 64 de la même loi, le mot "BEREC" est chaque fois remplacé par le mot "Berec".
Art.222. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 23° worden de woorden "de aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten voor de levering van die diensten of met een dienstverdeler" vervangen door de woorden "een dienstverdeler of met een aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten voor de levering van die diensten";
2° er wordt een bepaling onder 25° /1 ingevoegd, luidende:
"25° /1 "onderneming": elke rechtspersoon die een openbaar elektronische-communicatienetwerk, een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst, een audiovisuele mediadienst of een videoplatformdienst aanbiedt;";
3° de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
"26° "elektronische-communicatienetwerk": de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerk-elementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt voor audiovisuele of auditieve mediadiensten;";
4° de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt:
"29° "bijbehorende faciliteiten": de bij een elektronische-communicatienetwerk of elektronische-communicatiedienst behorende diensten, infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;";
5° in de bepaling onder 30° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies en" worden opgeheven;
b) de woorden "alsmede andere diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten omvatten" worden opgeheven;
6° in de bepaling onder 31° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "aan een netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "aan een onderneming";
b) de woorden "bestrijkt onder meer" worden vervangen door de woorden "omvat met name";
c) in de Franse tekst worden de woorden "et éventuellement à" vervangen door de woorden "ce qui peut comprendre";
7° de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt:
"32° "interconnectie": een specifiek type toegang dat tussen operatoren van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;";
8° in de bepaling onder 33° worden de woorden "fysiek circuit dat" vervangen door de woorden "een fysiek pad dat door elektronische-communicatiesignalen wordt gebruikt en dat";
9° in de Franse tekst van de bepaling onder 34° worden de woorden "réseau de communications électroniques public fixe" vervangen door de woorden "réseau public de communications électroniques fixe";
10° in de bepalingen onder 35° en 37° worden de woorden "van een netwerkoperator met een sterke machtspositie" telkens vervangen door de woorden "van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht";
11° de bepaling onder 40° wordt opgeheven;
12° de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt:
"42° "systeem voor voorwaardelijke toegang": elke technische maatregel, authenticatiesysteem en/of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisieomroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;".
13° er wordt een bepaling onder 45° ingevoegd, luidende:
"45° "RSPG": Beleidsgroep radiospectrum opgericht bij het besluit van de Europese Commissie van 11 juni 2019 tot oprichting van de Beleidsgroep radiospectrum en tot intrekking van Besluit 2002/622/EG.".
1° in de bepaling onder 23° worden de woorden "de aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten voor de levering van die diensten of met een dienstverdeler" vervangen door de woorden "een dienstverdeler of met een aanbieder van openbare elektronische-communicatiediensten voor de levering van die diensten";
2° er wordt een bepaling onder 25° /1 ingevoegd, luidende:
"25° /1 "onderneming": elke rechtspersoon die een openbaar elektronische-communicatienetwerk, een voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiedienst, een audiovisuele mediadienst of een videoplatformdienst aanbiedt;";
3° de bepaling onder 26° wordt vervangen als volgt:
"26° "elektronische-communicatienetwerk": de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerk-elementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten voor zover deze voor overdracht van signalen worden gebruikt voor audiovisuele of auditieve mediadiensten;";
4° de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt:
"29° "bijbehorende faciliteiten": de bij een elektronische-communicatienetwerk of elektronische-communicatiedienst behorende diensten, infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;";
5° in de bepaling onder 30° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies en" worden opgeheven;
b) de woorden "alsmede andere diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten omvatten" worden opgeheven;
6° in de bepaling onder 31° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "aan een netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "aan een onderneming";
b) de woorden "bestrijkt onder meer" worden vervangen door de woorden "omvat met name";
c) in de Franse tekst worden de woorden "et éventuellement à" vervangen door de woorden "ce qui peut comprendre";
7° de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt:
"32° "interconnectie": een specifiek type toegang dat tussen operatoren van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;";
8° in de bepaling onder 33° worden de woorden "fysiek circuit dat" vervangen door de woorden "een fysiek pad dat door elektronische-communicatiesignalen wordt gebruikt en dat";
9° in de Franse tekst van de bepaling onder 34° worden de woorden "réseau de communications électroniques public fixe" vervangen door de woorden "réseau public de communications électroniques fixe";
10° in de bepalingen onder 35° en 37° worden de woorden "van een netwerkoperator met een sterke machtspositie" telkens vervangen door de woorden "van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht";
11° de bepaling onder 40° wordt opgeheven;
12° de bepaling onder 42° wordt vervangen als volgt:
"42° "systeem voor voorwaardelijke toegang": elke technische maatregel, authenticatiesysteem en/of regeling waarbij toegang tot een beschermde radio- of televisieomroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;".
13° er wordt een bepaling onder 45° ingevoegd, luidende:
"45° "RSPG": Beleidsgroep radiospectrum opgericht bij het besluit van de Europese Commissie van 11 juni 2019 tot oprichting van de Beleidsgroep radiospectrum en tot intrekking van Besluit 2002/622/EG.".
Art.221. Dans les articles 3 et 62 de la même loi, les mots "autorité réglementaire" sont chaque fois remplacés par les mots "autorité de régulation".
Art.223. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "en in voorkomend geval van aanvullende diensten," opgeheven;
b) in het eerste en tweede streepje worden de woorden "en in voorkomend geval, de daaraan gerelateerde complementaire diensten en dataondersteunende geconnecteerde televisiediensten en elektronische programmagidsen," telkens ingevoegd tussen de woorden "audiovisuele mediadiensten" en de woorden "uitgezonden door de openbare televisieomroeporganisaties";
c) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"In deze paragraaf wordt onder daaraan gerelateerde complementaire diensten onder meer verstaan: ondertiteling, audiobeschrijving, gebarentaal, videotekst en alle andere toegankelijkheidsdiensten om een passende toegang mogelijk te maken voor eindgebruikers met een handicap.";
2° in paragraaf 3, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 9, luidende:
" § 9. Om de vijf jaar vanaf de datum bedoeld in paragraaf 3 onderzoekt de minister opnieuw, op advies van het Instituut, de rechten op verplichte distributie bedoeld in de paragrafen 3 en 4 en/of de vrijstellingen verleend overeenkomstig paragraaf 7.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "en in voorkomend geval van aanvullende diensten," opgeheven;
b) in het eerste en tweede streepje worden de woorden "en in voorkomend geval, de daaraan gerelateerde complementaire diensten en dataondersteunende geconnecteerde televisiediensten en elektronische programmagidsen," telkens ingevoegd tussen de woorden "audiovisuele mediadiensten" en de woorden "uitgezonden door de openbare televisieomroeporganisaties";
c) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"In deze paragraaf wordt onder daaraan gerelateerde complementaire diensten onder meer verstaan: ondertiteling, audiobeschrijving, gebarentaal, videotekst en alle andere toegankelijkheidsdiensten om een passende toegang mogelijk te maken voor eindgebruikers met een handicap.";
2° in paragraaf 3, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "vijf";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 9, luidende:
" § 9. Om de vijf jaar vanaf de datum bedoeld in paragraaf 3 onderzoekt de minister opnieuw, op advies van het Instituut, de rechten op verplichte distributie bedoeld in de paragrafen 3 en 4 en/of de vrijstellingen verleend overeenkomstig paragraaf 7.".
Art.222. Dans l'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 21 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées:
1° au 23°, les mots "un fournisseur de services de communications accessibles au public, pour la fourniture de tels services ou avec distributeur de services" sont remplacés par les mots "un distributeur de services ou un fournisseur de services de communications électroniques accessibles au public, pour la fourniture de tels services";
2° il est inséré un 25° /1 rédigé comme suit:
"25° /1 "entreprise": toute personne morale qui fournit un réseau public de communications électroniques, un service de communications électroniques accessible au public, un service de médias audiovisuels ou un service de plateformes de partage de vidéos;";
3° le 26° est remplacé par ce qui suit:
"26° "réseau de communications électroniques": les systèmes de transmission, qu'ils soient ou non fondés sur une infrastructure permanente ou une capacité d'administration centralisée et, le cas échéant, les équipements de commutation ou de routage et les autres ressources, y compris les éléments de réseau qui ne sont pas actifs, qui permettent l'acheminement de signaux par câble, par la voie hertzienne, par moyen optique ou par d'autres moyens électromagnétiques, comprenant les réseaux satellitaires, les réseaux fixes (avec commutation de circuits ou de paquets, y compris l'internet) et mobiles, les systèmes utilisant le réseau électrique, dans la mesure où ils sont utilisés pour la transmission de signaux pour des services de médias audiovisuels ou sonores;";
4° le 29° est remplacé par ce qui suit:
"29° "ressources associées": les services associés, infrastructures et autres ressources ou éléments associés à un réseau de communications électroniques et/ou à un service de communications électroniques, qui permettent et/ou soutiennent la fourniture de services via ce réseau et/ou ce service ou en ont le potentiel, et comprennent entre autres les bâtiments, les antennes, tours et autres constructions de soutènement, les gaines, conduites, pylônes, regards de visite et armoires;";
5° au 30°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la conversion du numéro d'appel ou des systèmes offrant des fonctionnalités équivalentes," sont abrogés;
b) les mots ", ainsi que d'autres services tels que ceux relatifs à l'identité, l'emplacement et l'occupation" sont abrogés;
6° au 31°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "d'un opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "d'une entreprise";
b) dans le texte néerlandais, les mots "bestrijkt onder meer" sont remplacés par les mots "omvat met name";
c) les mots "et éventuellement à" sont remplacés par les mots "ce qui peut comprendre";
7° le 32° est remplacé par ce qui suit:
"32° "interconnexion": un type particulier d'accès mis en oeuvre entre opérateurs de réseaux publics au moyen de la liaison physique et logique des réseaux publics de communications électroniques utilisés par la même entreprise ou une entreprise différente, afin de permettre aux utilisateurs d'une entreprise de communiquer avec les utilisateurs de la même entreprise ou d'une autre entreprise, ou d'accéder aux services fournis par une autre entreprise lorsque ces services sont fournis par les parties concernées ou par d'autres parties qui ont accès au réseau;";
8° au 33°, les mots "circuit physique qui" sont remplacés par les mots "un canal physique utilisé par les signaux de communications électroniques et qui";
9° au 34°, les mots "réseau de communications électroniques public fixe" sont remplacés par les mots "réseau public de communications électroniques fixe";
10° aux 35° et 37°, les mots "d'un opérateur de réseau disposant d'une puissance significative" sont chaque fois remplacés par les mots "d'une entreprise puissante";
11° le 40° est abrogé;
12° le 42° est remplacé par ce qui suit:
"42° "système d'accès conditionnel": toute mesure technique, système d'authentification et/ou arrangement subordonnant l'accès sous une forme intelligible à un service protégé de radio ou de télévision à un abonnement ou une autre forme d'autorisation individuelle préalable;".
13° il est inséré un 45°, rédigé comme suit:
"45° "RSPG": groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique institué par la décision de la Commission européenne du 11 juin 2019 instituant un groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique et abrogeant la décision 2002/622/CE.".
1° au 23°, les mots "un fournisseur de services de communications accessibles au public, pour la fourniture de tels services ou avec distributeur de services" sont remplacés par les mots "un distributeur de services ou un fournisseur de services de communications électroniques accessibles au public, pour la fourniture de tels services";
2° il est inséré un 25° /1 rédigé comme suit:
"25° /1 "entreprise": toute personne morale qui fournit un réseau public de communications électroniques, un service de communications électroniques accessible au public, un service de médias audiovisuels ou un service de plateformes de partage de vidéos;";
3° le 26° est remplacé par ce qui suit:
"26° "réseau de communications électroniques": les systèmes de transmission, qu'ils soient ou non fondés sur une infrastructure permanente ou une capacité d'administration centralisée et, le cas échéant, les équipements de commutation ou de routage et les autres ressources, y compris les éléments de réseau qui ne sont pas actifs, qui permettent l'acheminement de signaux par câble, par la voie hertzienne, par moyen optique ou par d'autres moyens électromagnétiques, comprenant les réseaux satellitaires, les réseaux fixes (avec commutation de circuits ou de paquets, y compris l'internet) et mobiles, les systèmes utilisant le réseau électrique, dans la mesure où ils sont utilisés pour la transmission de signaux pour des services de médias audiovisuels ou sonores;";
4° le 29° est remplacé par ce qui suit:
"29° "ressources associées": les services associés, infrastructures et autres ressources ou éléments associés à un réseau de communications électroniques et/ou à un service de communications électroniques, qui permettent et/ou soutiennent la fourniture de services via ce réseau et/ou ce service ou en ont le potentiel, et comprennent entre autres les bâtiments, les antennes, tours et autres constructions de soutènement, les gaines, conduites, pylônes, regards de visite et armoires;";
5° au 30°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "la conversion du numéro d'appel ou des systèmes offrant des fonctionnalités équivalentes," sont abrogés;
b) les mots ", ainsi que d'autres services tels que ceux relatifs à l'identité, l'emplacement et l'occupation" sont abrogés;
6° au 31°, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "d'un opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "d'une entreprise";
b) dans le texte néerlandais, les mots "bestrijkt onder meer" sont remplacés par les mots "omvat met name";
c) les mots "et éventuellement à" sont remplacés par les mots "ce qui peut comprendre";
7° le 32° est remplacé par ce qui suit:
"32° "interconnexion": un type particulier d'accès mis en oeuvre entre opérateurs de réseaux publics au moyen de la liaison physique et logique des réseaux publics de communications électroniques utilisés par la même entreprise ou une entreprise différente, afin de permettre aux utilisateurs d'une entreprise de communiquer avec les utilisateurs de la même entreprise ou d'une autre entreprise, ou d'accéder aux services fournis par une autre entreprise lorsque ces services sont fournis par les parties concernées ou par d'autres parties qui ont accès au réseau;";
8° au 33°, les mots "circuit physique qui" sont remplacés par les mots "un canal physique utilisé par les signaux de communications électroniques et qui";
9° au 34°, les mots "réseau de communications électroniques public fixe" sont remplacés par les mots "réseau public de communications électroniques fixe";
10° aux 35° et 37°, les mots "d'un opérateur de réseau disposant d'une puissance significative" sont chaque fois remplacés par les mots "d'une entreprise puissante";
11° le 40° est abrogé;
12° le 42° est remplacé par ce qui suit:
"42° "système d'accès conditionnel": toute mesure technique, système d'authentification et/ou arrangement subordonnant l'accès sous une forme intelligible à un service protégé de radio ou de télévision à un abonnement ou une autre forme d'autorisation individuelle préalable;".
13° il est inséré un 45°, rédigé comme suit:
"45° "RSPG": groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique institué par la décision de la Commission européenne du 11 juin 2019 instituant un groupe pour la politique en matière de spectre radioélectrique et abrogeant la décision 2002/622/CE.".
Art.224. Het opschrift van hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 4. Ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken aanbieden".
"Hoofdstuk 4. Ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken aanbieden".
Art.223. Dans l'article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "et, le cas échéant de services complémentaires" sont abrogés;
b) au premier et au second tiret, les mots "et, le cas échéant, les services complémentaires connexes et les données qui alimentent les services de télévision connectée et des guides électroniques de programme," sont chaque fois insérés entre les mots "services de médias audiovisuels" et les mots "diffusés par les organismes de radiodiffusion télévisuelle";
c) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Dans le présent paragraphe, l'on entend entre autres par services complémentaires connexes: le sous-titrage, la description audio, le langage des signes, le vidéotexte, et tout autre service d'accessibilité destiné à assurer un accès approprié pour les utilisateurs finaux handicapés.";
2° dans le paragraphe 3, le mot "trois" est remplacé par le mot "cinq";
3° l'article est complété par un paragraphe 9 libellé comme suit:
" § 9. Tous les cinq ans à compter de la date visée au paragraphe 3, le ministre réexamine, sur avis de l'Institut, les droits de distribution obligatoires visés aux paragraphes 3 et 4 et/ou les dispenses accordées en application du paragraphe 7.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinéa 1er, les mots "et, le cas échéant de services complémentaires" sont abrogés;
b) au premier et au second tiret, les mots "et, le cas échéant, les services complémentaires connexes et les données qui alimentent les services de télévision connectée et des guides électroniques de programme," sont chaque fois insérés entre les mots "services de médias audiovisuels" et les mots "diffusés par les organismes de radiodiffusion télévisuelle";
c) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Dans le présent paragraphe, l'on entend entre autres par services complémentaires connexes: le sous-titrage, la description audio, le langage des signes, le vidéotexte, et tout autre service d'accessibilité destiné à assurer un accès approprié pour les utilisateurs finaux handicapés.";
2° dans le paragraphe 3, le mot "trois" est remplacé par le mot "cinq";
3° l'article est complété par un paragraphe 9 libellé comme suit:
" § 9. Tous les cinq ans à compter de la date visée au paragraphe 3, le ministre réexamine, sur avis de l'Institut, les droits de distribution obligatoires visés aux paragraphes 3 et 4 et/ou les dispenses accordées en application du paragraphe 7.".
Art.225. In artikel 33 van dezelfde wet wordt het woord "netwerkoperatoren" vervangen door het woord "ondernemingen".
Art.224. L'intitulé du chapitre 4 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre 4. Entreprises fournissant des réseaux de communications électroniques".
"Chapitre 4. Entreprises fournissant des réseaux de communications électroniques".
Art.226. Artikel 34 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 34. Binnen het kader van het uitoefenen van zijn bevoegdheden treft het Instituut alle redelijke, noodzakelijke en evenredige maatregelen om de in artikel 35 genoemde doelstellingen te verwezenlijken.
Het handelt volledig onpartijdig, objectief, transparant en op niet-discriminerende en evenredige wijze.".
"Art. 34. Binnen het kader van het uitoefenen van zijn bevoegdheden treft het Instituut alle redelijke, noodzakelijke en evenredige maatregelen om de in artikel 35 genoemde doelstellingen te verwezenlijken.
Het handelt volledig onpartijdig, objectief, transparant en op niet-discriminerende en evenredige wijze.".
Art.225. Dans l'article 33 de la même loi, les mots "opérateurs de réseau" sont remplacés par le mot "entreprises".
Art.227. Artikel 35 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 35. Bij de uitvoering van de taken die aan het Instituut krachtens deze wet zijn opgelegd:
1° bevordert het Instituut de connectiviteit met en de toegang tot, alsmede de benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, met inbegrip van vaste, mobiele en draadloze netwerken;
2° bevordert het Instituut de mededinging bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van efficiënte concurrentie op basis van infrastructuur, en bij het aanbieden van elektronische-communicatiediensten en bijbehorende diensten;
3° draagt het Instituut bij tot de ontwikkeling van de interne markt, door het opheffen van resterende belemmeringen voor, en het bevorderen van convergerende voorwaarden voor, investeringen in en het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten, door het ontwikkelen van gemeenschappelijke regels en voorspelbare regelgeving, en door het bevorderen van doeltreffend, efficiënt en gecoördineerd gebruik van het radiospectrum, open innovatie, het opzetten en ontwikkelen van trans-Europese netwerken, de verstrekking, de beschikbaarheid en de interoperabiliteit van pan-Europese diensten, en eind-tot-eind connectiviteit;
4° bevordert het Instituut de belangen van de burgers, door te zorgen voor connectiviteit met, en ruime beschikbaarheid en benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, waaronder vaste, mobiele en draadloze netwerken, en van elektronische-communicatiediensten; door erop toe te zien dat op basis van daadwerkelijke mededinging optimaal kan worden geprofiteerd wat betreft keuze, prijs en kwaliteit, door de beveiliging van netwerken en diensten te handhaven, door een hoog gemeenschappelijk beschermingsniveau voor eindgebruikers te waarborgen via de nodige sectorspecifieke regels, en door aandacht te schenken aan de behoeften, zoals betaalbare prijzen, van specifieke maatschappelijke groeperingen, met name eindgebruikers met een handicap, oudere eindgebruikers en eindgebruikers met speciale sociale behoeften, evenals keuzevrijheid en gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap.".
"Art. 35. Bij de uitvoering van de taken die aan het Instituut krachtens deze wet zijn opgelegd:
1° bevordert het Instituut de connectiviteit met en de toegang tot, alsmede de benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, met inbegrip van vaste, mobiele en draadloze netwerken;
2° bevordert het Instituut de mededinging bij het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van efficiënte concurrentie op basis van infrastructuur, en bij het aanbieden van elektronische-communicatiediensten en bijbehorende diensten;
3° draagt het Instituut bij tot de ontwikkeling van de interne markt, door het opheffen van resterende belemmeringen voor, en het bevorderen van convergerende voorwaarden voor, investeringen in en het aanbieden van elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten, door het ontwikkelen van gemeenschappelijke regels en voorspelbare regelgeving, en door het bevorderen van doeltreffend, efficiënt en gecoördineerd gebruik van het radiospectrum, open innovatie, het opzetten en ontwikkelen van trans-Europese netwerken, de verstrekking, de beschikbaarheid en de interoperabiliteit van pan-Europese diensten, en eind-tot-eind connectiviteit;
4° bevordert het Instituut de belangen van de burgers, door te zorgen voor connectiviteit met, en ruime beschikbaarheid en benutting van netwerken met een zeer hoge capaciteit, waaronder vaste, mobiele en draadloze netwerken, en van elektronische-communicatiediensten; door erop toe te zien dat op basis van daadwerkelijke mededinging optimaal kan worden geprofiteerd wat betreft keuze, prijs en kwaliteit, door de beveiliging van netwerken en diensten te handhaven, door een hoog gemeenschappelijk beschermingsniveau voor eindgebruikers te waarborgen via de nodige sectorspecifieke regels, en door aandacht te schenken aan de behoeften, zoals betaalbare prijzen, van specifieke maatschappelijke groeperingen, met name eindgebruikers met een handicap, oudere eindgebruikers en eindgebruikers met speciale sociale behoeften, evenals keuzevrijheid en gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap.".
Art.226. L'article 34 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 34. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, l'Institut prend toutes les mesures raisonnables, nécessaires et proportionnées à la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35.
Il agit en toute impartialité, objectivité et transparence et d'une manière non discriminatoire et proportionnée.".
"Art. 34. Dans le cadre de l'exercice de ses compétences, l'Institut prend toutes les mesures raisonnables, nécessaires et proportionnées à la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35.
Il agit en toute impartialité, objectivité et transparence et d'une manière non discriminatoire et proportionnée.".
Art.228. Artikel 36 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 36. Bij het nastreven van de in artikel 35 bedoelde en in dit artikel gespecificeerde doelstellingen doet het Instituut onder meer het volgende:
1° het bevordert de voorspelbaarheid van de regelgeving door middel van een consistente aanpak van de regelgeving tijdens geschikte herzieningsperioden en door samen te werken met de andere nationale regelgevende instanties, met Berec, met de RSPG en met de Europese Commissie;
2° het waarborgt dat er bij gelijke omstandigheden geen discriminatie plaatsvindt bij de behandeling van aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten;
3° het past het Europese Unierecht toe op technologisch neutrale wijze, voor zover dat in overeenstemming is met de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 35;
4° het bevordert efficiënte investeringen en innovatie in nieuwe en betere infrastructuur, onder meer door ervoor te zorgen dat er in de toegangsverplichtingen voldoende rekening wordt gehouden met de risico's die de investerende ondernemingen lopen, en door samenwerkingsafspraken toe te staan tussen investeerders en partijen die toegang willen hebben teneinde het investeringsrisico te spreiden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de mededinging op de markt en het non-discriminatiebeginsel niet in het gedrang komen;
5° het houdt naar behoren rekening met de uiteenlopende omstandigheden betreffende infrastructuur, mededinging, de omstandigheden van eindgebruikers en met name van consumenten die in de verschillende geografische gebieden binnen een lidstaat bestaan, inclusief lokale infrastructuur die door natuurlijke personen zonder winstoogmerk wordt beheerd;
6° het legt voorafgaande regelgevende verplichtingen uitsluitend op voor zover dit noodzakelijk is om, in het belang van de eindgebruiker, effectieve en duurzame mededinging te waarborgen, en het verlicht die verplichtingen of heft ze op zodra er aan die voorwaarde is voldaan.".
"Art. 36. Bij het nastreven van de in artikel 35 bedoelde en in dit artikel gespecificeerde doelstellingen doet het Instituut onder meer het volgende:
1° het bevordert de voorspelbaarheid van de regelgeving door middel van een consistente aanpak van de regelgeving tijdens geschikte herzieningsperioden en door samen te werken met de andere nationale regelgevende instanties, met Berec, met de RSPG en met de Europese Commissie;
2° het waarborgt dat er bij gelijke omstandigheden geen discriminatie plaatsvindt bij de behandeling van aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en -diensten;
3° het past het Europese Unierecht toe op technologisch neutrale wijze, voor zover dat in overeenstemming is met de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 35;
4° het bevordert efficiënte investeringen en innovatie in nieuwe en betere infrastructuur, onder meer door ervoor te zorgen dat er in de toegangsverplichtingen voldoende rekening wordt gehouden met de risico's die de investerende ondernemingen lopen, en door samenwerkingsafspraken toe te staan tussen investeerders en partijen die toegang willen hebben teneinde het investeringsrisico te spreiden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de mededinging op de markt en het non-discriminatiebeginsel niet in het gedrang komen;
5° het houdt naar behoren rekening met de uiteenlopende omstandigheden betreffende infrastructuur, mededinging, de omstandigheden van eindgebruikers en met name van consumenten die in de verschillende geografische gebieden binnen een lidstaat bestaan, inclusief lokale infrastructuur die door natuurlijke personen zonder winstoogmerk wordt beheerd;
6° het legt voorafgaande regelgevende verplichtingen uitsluitend op voor zover dit noodzakelijk is om, in het belang van de eindgebruiker, effectieve en duurzame mededinging te waarborgen, en het verlicht die verplichtingen of heft ze op zodra er aan die voorwaarde is voldaan.".
Art.227. L'article 35 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 35. Dans l'accomplissement des tâches qui lui incombent en vertu de la présente loi, l'Institut:
1° promeut la connectivité et l'accès à des réseaux à très haute capacité, y compris des réseaux fixes, mobiles et sans fil, et la pénétration de tels réseaux;
2° promeut la concurrence dans la fourniture de réseaux de communications électroniques et de ressources associées, y compris une concurrence efficace fondée sur les infrastructures, et dans la fourniture de services de communications électroniques et de services associés;
3° contribue au développement du marché intérieur en éliminant les derniers obstacles à l'investissement dans les réseaux de communications électroniques, les services de communications électroniques, les ressources associées et les services associés et à la fourniture de ces réseaux, services et ressources, et en facilitant les conditions de convergence en faveur de cet investissement, en élaborant des règles communes et des approches régulatrices prévisibles, en favorisant l'utilisation efficace, efficiente et coordonnée du spectre radioélectrique, l'innovation ouverte, l'établissement et le développement de réseaux transeuropéens, la fourniture, la disponibilité et l'interopérabilité de services paneuropéens et la connectivité de bout en bout;
4° promeut les intérêts des citoyens, en assurant la connectivité et la disponibilité et la pénétration à grande échelle des réseaux à très haute capacité, y compris les réseaux fixes, mobiles et sans fil, et des services de communications électroniques, en offrant un maximum d'avantages en termes de choix, de prix et de qualité sur la base d'une concurrence effective, en préservant la sécurité des réseaux et services, en assurant un niveau commun élevé de protection des utilisateurs finaux grâce à la réglementation sectorielle nécessaire et en répondant aux besoins, tels que des prix abordables, de groupes sociaux particuliers, notamment les utilisateurs finaux handicapés, les utilisateurs finaux âgés et les utilisateurs finaux ayant des besoins sociaux particuliers, ainsi qu'en assurant un accès et un choix équivalents pour les utilisateurs finaux handicapés.".
"Art. 35. Dans l'accomplissement des tâches qui lui incombent en vertu de la présente loi, l'Institut:
1° promeut la connectivité et l'accès à des réseaux à très haute capacité, y compris des réseaux fixes, mobiles et sans fil, et la pénétration de tels réseaux;
2° promeut la concurrence dans la fourniture de réseaux de communications électroniques et de ressources associées, y compris une concurrence efficace fondée sur les infrastructures, et dans la fourniture de services de communications électroniques et de services associés;
3° contribue au développement du marché intérieur en éliminant les derniers obstacles à l'investissement dans les réseaux de communications électroniques, les services de communications électroniques, les ressources associées et les services associés et à la fourniture de ces réseaux, services et ressources, et en facilitant les conditions de convergence en faveur de cet investissement, en élaborant des règles communes et des approches régulatrices prévisibles, en favorisant l'utilisation efficace, efficiente et coordonnée du spectre radioélectrique, l'innovation ouverte, l'établissement et le développement de réseaux transeuropéens, la fourniture, la disponibilité et l'interopérabilité de services paneuropéens et la connectivité de bout en bout;
4° promeut les intérêts des citoyens, en assurant la connectivité et la disponibilité et la pénétration à grande échelle des réseaux à très haute capacité, y compris les réseaux fixes, mobiles et sans fil, et des services de communications électroniques, en offrant un maximum d'avantages en termes de choix, de prix et de qualité sur la base d'une concurrence effective, en préservant la sécurité des réseaux et services, en assurant un niveau commun élevé de protection des utilisateurs finaux grâce à la réglementation sectorielle nécessaire et en répondant aux besoins, tels que des prix abordables, de groupes sociaux particuliers, notamment les utilisateurs finaux handicapés, les utilisateurs finaux âgés et les utilisateurs finaux ayant des besoins sociaux particuliers, ainsi qu'en assurant un accès et un choix équivalents pour les utilisateurs finaux handicapés.".
Art.229. De artikelen 37 en 38 van dezelfde wet worden opgeheven.
Art.228. L'article 36 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 36. Afin de poursuivre les objectifs visés à l'article 35 et précisés par le présent article, l'Institut s'attache, entre autres, à:
1° promouvoir la prévisibilité de la régulation en assurant une approche de la régulation cohérente sur des périodes de révision appropriées et en coopérant avec les autres autorités de régulation nationales, avec l'ORECE, avec le RSPG et avec la Commission européenne;
2° veiller à ce que, dans des circonstances similaires, il n'y ait pas de discrimination dans le traitement des fournisseurs de réseaux et services de communications électroniques;
3° appliquer le droit de l'Union européenne d'une manière technologiquement neutre, dans la mesure où cela est compatible avec la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35;
4° promouvoir des investissements efficaces et l'innovation dans des infrastructures nouvelles et améliorées, notamment en veillant à ce que toute obligation d'accès tienne dûment compte du risque encouru par les entreprises qui investissent et en permettant diverses modalités de coopération entre les investisseurs et les parties qui recherchent un accès, afin de diversifier le risque d'investissement, tout en veillant à ce que la concurrence sur le marché et le principe de non-discrimination soient respectés;
5° tenir dûment compte de la diversité des conditions en matière d'infrastructures, de concurrence, et des situations des utilisateurs finaux et, en particulier, des consommateurs dans les différentes zones géographiques d'un Etat membre, y compris les infrastructures locales gérées par des personnes physiques dans un but non lucratif;
6° n'imposer des obligations règlementaires ex ante que dans la mesure nécessaire pour garantir une concurrence effective et durable dans l'intérêt des utilisateurs finaux, et suspendre ou supprimer de telles obligations dès qu'il est satisfait à cette condition.".
"Art. 36. Afin de poursuivre les objectifs visés à l'article 35 et précisés par le présent article, l'Institut s'attache, entre autres, à:
1° promouvoir la prévisibilité de la régulation en assurant une approche de la régulation cohérente sur des périodes de révision appropriées et en coopérant avec les autres autorités de régulation nationales, avec l'ORECE, avec le RSPG et avec la Commission européenne;
2° veiller à ce que, dans des circonstances similaires, il n'y ait pas de discrimination dans le traitement des fournisseurs de réseaux et services de communications électroniques;
3° appliquer le droit de l'Union européenne d'une manière technologiquement neutre, dans la mesure où cela est compatible avec la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35;
4° promouvoir des investissements efficaces et l'innovation dans des infrastructures nouvelles et améliorées, notamment en veillant à ce que toute obligation d'accès tienne dûment compte du risque encouru par les entreprises qui investissent et en permettant diverses modalités de coopération entre les investisseurs et les parties qui recherchent un accès, afin de diversifier le risque d'investissement, tout en veillant à ce que la concurrence sur le marché et le principe de non-discrimination soient respectés;
5° tenir dûment compte de la diversité des conditions en matière d'infrastructures, de concurrence, et des situations des utilisateurs finaux et, en particulier, des consommateurs dans les différentes zones géographiques d'un Etat membre, y compris les infrastructures locales gérées par des personnes physiques dans un but non lucratif;
6° n'imposer des obligations règlementaires ex ante que dans la mesure nécessaire pour garantir une concurrence effective et durable dans l'intérêt des utilisateurs finaux, et suspendre ou supprimer de telles obligations dès qu'il est satisfait à cette condition.".
Art.230. In artikel 39 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "die in het kader van onderhandelingen over een toegangsovereenkomst door de ene netwerkoperator aan de andere worden meegedeeld" worden vervangen door de woorden "die in het kader van onderhandelingen over een toegangs- of interconnectieovereenkomst door een onderneming meegedeeld worden aan een andere";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Deze ondernemingen geven de verkregen informatie niet door aan enige andere partij, in het bijzonder andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.".
1° de woorden "die in het kader van onderhandelingen over een toegangsovereenkomst door de ene netwerkoperator aan de andere worden meegedeeld" worden vervangen door de woorden "die in het kader van onderhandelingen over een toegangs- of interconnectieovereenkomst door een onderneming meegedeeld worden aan een andere";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Deze ondernemingen geven de verkregen informatie niet door aan enige andere partij, in het bijzonder andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.".
Art.229. Les articles 37 et 38 de la même loi sont abrogés.
Art.231. In artikel 40 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, die de enige paragraaf wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "36 tot 38" worden vervangen door de woorden "35 tot 36";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut biedt richtsnoeren aan en stelt de procedures inzake het verkrijgen van toegang en interconnectie voor het publiek beschikbaar teneinde te waarborgen dat kleine en middelgrote ondernemingen en operatoren met een beperkt geografisch bereik kunnen profiteren van de opgelegde verplichtingen.";
2° paragrafen 2 en 3 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, die de enige paragraaf wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "36 tot 38" worden vervangen door de woorden "35 tot 36";
b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut biedt richtsnoeren aan en stelt de procedures inzake het verkrijgen van toegang en interconnectie voor het publiek beschikbaar teneinde te waarborgen dat kleine en middelgrote ondernemingen en operatoren met een beperkt geografisch bereik kunnen profiteren van de opgelegde verplichtingen.";
2° paragrafen 2 en 3 worden opgeheven.
Art.230. Dans l'article 39 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "communiquée d'un opérateur de réseau vers un autre opérateur de réseau dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès" sont remplacés par les mots "communiquée d'une entreprise vers une autre dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès ou d'interconnexion";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces entreprises ne communiquent pas les informations reçues à d'autres parties, notamment d'autres services, filiales ou partenaires pour lesquels ces informations pourraient procurer un avantage concurrentiel.".
1° les mots "communiquée d'un opérateur de réseau vers un autre opérateur de réseau dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès" sont remplacés par les mots "communiquée d'une entreprise vers une autre dans le cadre du processus de négociation d'un accord d'accès ou d'interconnexion";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Ces entreprises ne communiquent pas les informations reçues à d'autres parties, notamment d'autres services, filiales ou partenaires pour lesquels ces informations pourraient procurer un avantage concurrentiel.".
Art.232. In artikel 41 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Elke openbare elektronische-communicatieoperator is verplicht met elke onderneming die daarom verzoekt, te goeder trouw te onderhandelen over een interconnectieovereenkomst of over toegang met het doel elektronische-communicatiediensten aan te bieden die voor het publiek beschikbaar zijn. De voorwaarden van het aanbod van overeenkomst moeten verenigbaar zijn met de verplichtingen die door het Instituut worden opgelegd krachtens de artikelen 40 tot 51.";
2° in het tweede lid worden de woorden "of toegang" ingevoegd tussen de woorden "inzake interconnectie" en de woorden "voorschrijven die het passend acht".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Elke openbare elektronische-communicatieoperator is verplicht met elke onderneming die daarom verzoekt, te goeder trouw te onderhandelen over een interconnectieovereenkomst of over toegang met het doel elektronische-communicatiediensten aan te bieden die voor het publiek beschikbaar zijn. De voorwaarden van het aanbod van overeenkomst moeten verenigbaar zijn met de verplichtingen die door het Instituut worden opgelegd krachtens de artikelen 40 tot 51.";
2° in het tweede lid worden de woorden "of toegang" ingevoegd tussen de woorden "inzake interconnectie" en de woorden "voorschrijven die het passend acht".
Art.231. Dans l'article 40 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, qui devient le paragraphe unique, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "36 à 38" sont remplacés par les mots "35 à 36";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut fournit des orientations et rend publiques les procédures applicables pour l'obtention de l'accès et de l'interconnexion, afin que les petites et moyennes entreprises et les opérateurs actifs dans une zone géographique limitée puissent bénéficier des obligations imposées.";
2° les paragraphes 2 et 3 sont abrogés.
1° dans le paragraphe 1er, qui devient le paragraphe unique, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "36 à 38" sont remplacés par les mots "35 à 36";
b) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut fournit des orientations et rend publiques les procédures applicables pour l'obtention de l'accès et de l'interconnexion, afin que les petites et moyennes entreprises et les opérateurs actifs dans une zone géographique limitée puissent bénéficier des obligations imposées.";
2° les paragraphes 2 et 3 sont abrogés.
Art.233. Artikel 43 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 43. § 1. Zoveel mogelijk rekening houdend met de aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten, hierna "de Aanbeveling" genoemd, en met de richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht, hierna de "AMM-richtsnoeren" genoemd, definieert het Instituut de relevante markten in België, in het bijzonder de geografische markten, door onder meer rekening te houden met de mate aan mededinging met betrekking tot infrastructuur in die gebieden, overeenkomstig de beginselen van het mededingingsrecht.
§ 2. Wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat het voldoet aan de drie criteria vermeld in artikel 44, § 1, eerste lid, kan het Instituut overwegen een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling zijn gedefinieerd. Het moet dan zijn ontwerp voorleggen voor openbare raadpleging, volgens de nadere regels van artikel 60 en daarvan kennisgeven aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 61.".
"Art. 43. § 1. Zoveel mogelijk rekening houdend met de aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten, hierna "de Aanbeveling" genoemd, en met de richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht, hierna de "AMM-richtsnoeren" genoemd, definieert het Instituut de relevante markten in België, in het bijzonder de geografische markten, door onder meer rekening te houden met de mate aan mededinging met betrekking tot infrastructuur in die gebieden, overeenkomstig de beginselen van het mededingingsrecht.
§ 2. Wanneer er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat het voldoet aan de drie criteria vermeld in artikel 44, § 1, eerste lid, kan het Instituut overwegen een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling zijn gedefinieerd. Het moet dan zijn ontwerp voorleggen voor openbare raadpleging, volgens de nadere regels van artikel 60 en daarvan kennisgeven aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 61.".
Art.232. Dans l'article 41 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Tout opérateur de communications électroniques public a l'obligation de négocier de bonne foi, avec toute entreprise qui en fait la demande, un accord d'interconnexion ou d'accès en vue de la fourniture des services de communications électroniques accessibles au public. Les conditions de l'offre d'accord doivent être compatibles avec les obligations imposées par l'Institut en vertu des articles 40 à 51.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "ou d'accès" sont insérés entre les mots "en matière d'interconnexion" et les mots "qu'il juge appropriées".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Tout opérateur de communications électroniques public a l'obligation de négocier de bonne foi, avec toute entreprise qui en fait la demande, un accord d'interconnexion ou d'accès en vue de la fourniture des services de communications électroniques accessibles au public. Les conditions de l'offre d'accord doivent être compatibles avec les obligations imposées par l'Institut en vertu des articles 40 à 51.";
2° dans l'alinéa 2, les mots "ou d'accès" sont insérés entre les mots "en matière d'interconnexion" et les mots "qu'il juge appropriées".
Art.234. Artikel 44 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 44. § 1. Het Instituut onderzoekt of de relevante markt, gedefinieerd overeenkomstig artikel 43, beantwoordt aan alle volgende voorwaarden:
1° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of regelgevende aard aanwezig;
2° er is een marktstructuur die niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, rekening houdend met de toestand van de op infrastructuur gebaseerde mededinging en andere factoren die een invloed kunnen hebben op de concurrentie, onafhankelijk van de toegangsbelemmeringen;
3° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken.
De relevante markten die in de Aanbeveling zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid beoogde voorwaarden, tenzij het Instituut vaststelt dat niet is voldaan aan een van die voorwaarden voor de betreffende geografische markt.
§ 2. Bij het in paragraaf 1 beoogde onderzoek beoordeelt het Instituut ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien er geen vooraf bestaande regelgeving is, rekening houdend met elk van de volgende elementen:
1° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;
2° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;
3° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel verwante retailmarkt of -markten gedurende de desbetreffende periode wordt of worden beïnvloed;
4° regelgeving die op andere relevante markten is opgelegd.
§ 3. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 beoogde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden zijn vervuld, identificeert het de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
Een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, namelijk een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen.
Wanneer het Instituut beoordeelt of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op een markt innemen, dient het meer in het bijzonder het Europese Unierecht in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de AMM-richtsnoeren.
Ingeval een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de markt-macht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen op grond van de artikelen 47 tot 49 en 51 correctiemaatregelen worden toegepast om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.
§ 4. Het Instituut legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt één of meer van de in de artikelen 47 tot 51/1, en 53 tot 54/3 genoemde verplichtingen op.
De overeenkomstig het eerste lid opgelegde verplichtingen:
1° worden gebaseerd op de aard van het geconstateerde probleem, in voorkomend geval rekening houdend met de vaststelling van transnationale vraag op grond van artikel 45;
2° zijn proportioneel, indien mogelijk rekening houdend met de kosten en baten;
3° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen vervat in artikel 35; en
4° worden voorgelegd voor de openbare raadpleging waarvan sprake in artikel 60 en meegedeeld overeenkomstig artikel 61.
Het Instituut legt de in het eerste lid vermelde verplichtingen alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, onverminderd:
1° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;
2° de maatregelen genomen door het Instituut om een passende toegang en interconnectie, alsook de interoperabiliteit van de diensten te waarborgen, overeenkomstig artikel 40;
3° de bepalingen inzake persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan diegene die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht;
4° de verplichtingen inzake colocatie en gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten;
5° de verplichtingen inzake gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie, overeenkomstig de artikelen 55 en 56.
Met betrekking tot de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen zoals bedoeld in het derde lid, 1°, geeft het Instituut de Europese Commissie kennis van zijn besluit om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen, volgens de procedure van artikel 61.
§ 5. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, met de toestemming van de Europese Commissie, aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie opleggen dan die vermeld in de artikelen 47 tot 51 en de artikelen 51/1 en 54/2.
§ 6. Het Instituut mag de in artikel 52, § 2, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen maar aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt opleggen overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het vaststelt overeenkomstig paragraaf 1 dat er op deze markt niet genoeg mededinging is; en
2° het concludeert dat de krachtens de artikelen 47 tot 51 opgelegde verplichtingen niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de in artikel 35 beschreven doelstellingen.
§ 7. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, legt het geen enkele van de in de artikelen 47 tot en met 51/1 en 53 tot en met 54/3 bedoelde verplichtingen op en handhaaft het die evenmin.
Het Instituut staat een passende opzeggingstermijn toe aan de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen van invloed is. Het stelt de duur en de nadere regels daarvan vast. Deze duur wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers, de keuze voor de eindgebruikers en te waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is. Bij het bepalen van een dergelijke opzeggingstermijn kan het Instituut in verband met de bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen.
§ 8. Het Instituut neemt de in de paragrafen 4 tot 7 bedoelde besluiten:
1° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorig besluit;
2° binnen drie jaar na goedkeuring van een aanbeveling, voor de markten waarvoor nog niet eerder kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 61, § 1.
Uiterlijk vier maanden voordat de in het eerste lid, de bepaling onder 1°, bedoelde periode verstrijkt, kan het Instituut bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met maximaal één jaar te verlengen.
De termijnen bedoeld in het eerste lid worden met zes maanden verlengd, indien het Instituut de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
De marktanalyse en de overeenkomstig de paragrafen 4 tot 7 opgelegde verplichtingen blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse.
§ 9. Het Instituut is enkel verplicht de Belgische Mededingingsautoriteit te raadplegen over de in dit hoofdstuk bedoelde ontwerpbesluiten wanneer deze betrekking hebben op:
1° de bepaling van de relevante markt, overeenkomstig artikel 43, zowel vanuit geografisch oogpunt als vanuit dat van het product;
2° de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
3° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid.
Het Instituut kan de Belgische Mededingingsautoriteit raadplegen voor andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
De Belgische Mededingingsautoriteit moet het in het eerste en tweede lid bedoelde advies verstrekken binnen een termijn van 30 dagen.
§ 10. Het Instituut onderzoekt de impact van de nieuwe marktontwikkelingen, met name inzake handelsakkoorden, met inbegrip van akkoorden inzake mede-investeringen, die invloed uitoefenen op de concurrentiedynamiek.
Als deze ontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om tot een nieuwe marktanalyse te nopen overeenkomstig paragraaf 1, beoordeelt het Instituut onverwijld of het nodig is de verplichtingen te herzien die opgelegd zijn aan de ondernemingen die aangewezen zijn als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht en alle vorige besluiten te wijzigen, met inbegrip van het intrekken van verplichtingen of het opleggen van nieuwe verplichtingen, om te garanderen dat deze verplichtingen blijven voldoen aan de voorwaarden waarvan sprake in paragraaf 4, tweede lid. Dergelijke gewijzigde verplichtingen mogen pas worden opgelegd na de raadplegingen gedaan overeenkomstig de artikelen 60 en 61.".
"Art. 44. § 1. Het Instituut onderzoekt of de relevante markt, gedefinieerd overeenkomstig artikel 43, beantwoordt aan alle volgende voorwaarden:
1° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of regelgevende aard aanwezig;
2° er is een marktstructuur die niet neigt naar daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, rekening houdend met de toestand van de op infrastructuur gebaseerde mededinging en andere factoren die een invloed kunnen hebben op de concurrentie, onafhankelijk van de toegangsbelemmeringen;
3° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken.
De relevante markten die in de Aanbeveling zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de in het eerste lid beoogde voorwaarden, tenzij het Instituut vaststelt dat niet is voldaan aan een van die voorwaarden voor de betreffende geografische markt.
§ 2. Bij het in paragraaf 1 beoogde onderzoek beoordeelt het Instituut ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien er geen vooraf bestaande regelgeving is, rekening houdend met elk van de volgende elementen:
1° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;
2° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische-communicatienetwerken, elektronische-communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;
3° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel verwante retailmarkt of -markten gedurende de desbetreffende periode wordt of worden beïnvloed;
4° regelgeving die op andere relevante markten is opgelegd.
§ 3. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 beoogde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden zijn vervuld, identificeert het de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
Een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben wanneer zij, alleen of samen met andere, een aan machtspositie gelijkwaardige positie, namelijk een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen.
Wanneer het Instituut beoordeelt of twee of meer ondernemingen gezamenlijk een machtspositie op een markt innemen, dient het meer in het bijzonder het Europese Unierecht in acht te nemen en zich zeer zorgvuldig te houden aan de AMM-richtsnoeren.
Ingeval een onderneming aanmerkelijke marktmacht op een specifieke markt bezit, kan zij ook worden aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten van dien aard zijn dat de markt-macht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. Bijgevolg kunnen op grond van de artikelen 47 tot 49 en 51 correctiemaatregelen worden toegepast om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.
§ 4. Het Instituut legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt één of meer van de in de artikelen 47 tot 51/1, en 53 tot 54/3 genoemde verplichtingen op.
De overeenkomstig het eerste lid opgelegde verplichtingen:
1° worden gebaseerd op de aard van het geconstateerde probleem, in voorkomend geval rekening houdend met de vaststelling van transnationale vraag op grond van artikel 45;
2° zijn proportioneel, indien mogelijk rekening houdend met de kosten en baten;
3° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen vervat in artikel 35; en
4° worden voorgelegd voor de openbare raadpleging waarvan sprake in artikel 60 en meegedeeld overeenkomstig artikel 61.
Het Instituut legt de in het eerste lid vermelde verplichtingen alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, onverminderd:
1° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;
2° de maatregelen genomen door het Instituut om een passende toegang en interconnectie, alsook de interoperabiliteit van de diensten te waarborgen, overeenkomstig artikel 40;
3° de bepalingen inzake persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan diegene die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht;
4° de verplichtingen inzake colocatie en gedeeld gebruik van netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten;
5° de verplichtingen inzake gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie, overeenkomstig de artikelen 55 en 56.
Met betrekking tot de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen zoals bedoeld in het derde lid, 1°, geeft het Instituut de Europese Commissie kennis van zijn besluit om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen, volgens de procedure van artikel 61.
§ 5. In uitzonderlijke omstandigheden kan het Instituut, met de toestemming van de Europese Commissie, aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie opleggen dan die vermeld in de artikelen 47 tot 51 en de artikelen 51/1 en 54/2.
§ 6. Het Instituut mag de in artikel 52, § 2, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen maar aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt opleggen overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° het vaststelt overeenkomstig paragraaf 1 dat er op deze markt niet genoeg mededinging is; en
2° het concludeert dat de krachtens de artikelen 47 tot 51 opgelegde verplichtingen niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de in artikel 35 beschreven doelstellingen.
§ 7. Wanneer het Instituut na afloop van het in paragraaf 1 bedoelde onderzoek van oordeel is dat de daarin bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, legt het geen enkele van de in de artikelen 47 tot en met 51/1 en 53 tot en met 54/3 bedoelde verplichtingen op en handhaaft het die evenmin.
Het Instituut staat een passende opzeggingstermijn toe aan de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen van invloed is. Het stelt de duur en de nadere regels daarvan vast. Deze duur wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers, de keuze voor de eindgebruikers en te waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is. Bij het bepalen van een dergelijke opzeggingstermijn kan het Instituut in verband met de bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen.
§ 8. Het Instituut neemt de in de paragrafen 4 tot 7 bedoelde besluiten:
1° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorig besluit;
2° binnen drie jaar na goedkeuring van een aanbeveling, voor de markten waarvoor nog niet eerder kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie, overeenkomstig artikel 61, § 1.
Uiterlijk vier maanden voordat de in het eerste lid, de bepaling onder 1°, bedoelde periode verstrijkt, kan het Instituut bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met maximaal één jaar te verlengen.
De termijnen bedoeld in het eerste lid worden met zes maanden verlengd, indien het Instituut de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
De marktanalyse en de overeenkomstig de paragrafen 4 tot 7 opgelegde verplichtingen blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse.
§ 9. Het Instituut is enkel verplicht de Belgische Mededingingsautoriteit te raadplegen over de in dit hoofdstuk bedoelde ontwerpbesluiten wanneer deze betrekking hebben op:
1° de bepaling van de relevante markt, overeenkomstig artikel 43, zowel vanuit geografisch oogpunt als vanuit dat van het product;
2° de beoordeling van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
3° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, overeenkomstig paragraaf 3, eerste lid.
Het Instituut kan de Belgische Mededingingsautoriteit raadplegen voor andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
De Belgische Mededingingsautoriteit moet het in het eerste en tweede lid bedoelde advies verstrekken binnen een termijn van 30 dagen.
§ 10. Het Instituut onderzoekt de impact van de nieuwe marktontwikkelingen, met name inzake handelsakkoorden, met inbegrip van akkoorden inzake mede-investeringen, die invloed uitoefenen op de concurrentiedynamiek.
Als deze ontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om tot een nieuwe marktanalyse te nopen overeenkomstig paragraaf 1, beoordeelt het Instituut onverwijld of het nodig is de verplichtingen te herzien die opgelegd zijn aan de ondernemingen die aangewezen zijn als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht en alle vorige besluiten te wijzigen, met inbegrip van het intrekken van verplichtingen of het opleggen van nieuwe verplichtingen, om te garanderen dat deze verplichtingen blijven voldoen aan de voorwaarden waarvan sprake in paragraaf 4, tweede lid. Dergelijke gewijzigde verplichtingen mogen pas worden opgelegd na de raadplegingen gedaan overeenkomstig de artikelen 60 en 61.".
Art.233. L'article 43 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 43. § 1er. En tenant le plus grand compte de la recommandation de la Commission européenne sur les marchés pertinents de produits et de services, ci-après dénommée "la Recommandation", et des lignes directrices de la Commission européenne sur l'analyse du marché et l'évaluation de la puissance sur le marché, ci-après dénommées "les lignes directrices sur la PSM", l'Institut définit les marchés pertinents en Belgique, en particulier les marchés géographiques, en prenant en considération, entre autres le degré de concurrence des infrastructures dans ces zones, conformément aux principes du droit de la concurrence.
§ 2. L'Institut peut envisager de définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation lorsqu'il y a des raisons suffisantes de considérer qu'il satisfait aux trois critères énumérés à l'article 44, § 1er, alinéa 1er. Il doit alors soumettre son projet à consultation publique, selon les modalités prévues à l'article 60 et le notifier à la Commission européenne, conformément à l'article 61.".
"Art. 43. § 1er. En tenant le plus grand compte de la recommandation de la Commission européenne sur les marchés pertinents de produits et de services, ci-après dénommée "la Recommandation", et des lignes directrices de la Commission européenne sur l'analyse du marché et l'évaluation de la puissance sur le marché, ci-après dénommées "les lignes directrices sur la PSM", l'Institut définit les marchés pertinents en Belgique, en particulier les marchés géographiques, en prenant en considération, entre autres le degré de concurrence des infrastructures dans ces zones, conformément aux principes du droit de la concurrence.
§ 2. L'Institut peut envisager de définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation lorsqu'il y a des raisons suffisantes de considérer qu'il satisfait aux trois critères énumérés à l'article 44, § 1er, alinéa 1er. Il doit alors soumettre son projet à consultation publique, selon les modalités prévues à l'article 60 et le notifier à la Commission européenne, conformément à l'article 61.".
Art.235. Artikel 45 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 45. In het geval van door de Europese Commissie omgeschreven transnationale markten dragen het Instituut en de betrokken nationale regelgevende instanties samen zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen, en spreken zij zich op gecoördineerde wijze uit over het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 44, § 4, eerste lid.
Het Instituut en één of meer nationale regelgevende instanties kunnen eveneens gezamenlijk kennis geven van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen bij gebreke van transnationale markten, indien zij van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.
Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de door Berec aangenomen richtsnoeren.".
"Art. 45. In het geval van door de Europese Commissie omgeschreven transnationale markten dragen het Instituut en de betrokken nationale regelgevende instanties samen zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen, en spreken zij zich op gecoördineerde wijze uit over het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van wettelijke verplichtingen als bedoeld in artikel 44, § 4, eerste lid.
Het Instituut en één of meer nationale regelgevende instanties kunnen eveneens gezamenlijk kennis geven van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen bij gebreke van transnationale markten, indien zij van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.
Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de door Berec aangenomen richtsnoeren.".
Art.234. L'article 44 de la même loi de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 44. § 1er. L'Institut examine si le marché pertinent, défini conformément à l'article 43, répond à toutes les conditions suivantes:
1° existence d'obstacles à l'entrée importants et non transitoires d'ordre structurel, juridique ou réglementaire;
2° la structure du marché ne présage pas d'évolution vers une concurrence effective au cours de la période visée, compte tenu de la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures et d'autres facteurs influant sur la concurrence, indépendamment des obstacles à l'entrée;
3° impossibilité pour le droit de la concurrence de remédier adéquatement à lui seul aux défaillances du marché constatées.
Les marchés pertinents figurant dans la Recommandation sont réputés satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, à moins que l'Institut constate qu'une de ces conditions n'est pas remplie pour le marché géographique concerné.
§ 2. Dans l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut examine les évolutions dans une perspective d'avenir en l'absence d'une éventuelle régulation préexistante, et en tenant compte de l'ensemble des éléments ci-dessous:
1° évolutions du marché ayant une incidence sur la probabilité pour le marché pertinent d'évoluer vers une concurrence effective;
2° pressions concurrentielles pertinentes, au niveaux de gros et de détail, que ces pressions soient censées résulter de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques ou d'autres types de services ou d'applications qui sont comparables du point de vue de l'utilisateur final, et que ces pressions relèvent ou non du marché pertinent;
3° autres types de régulation ou de mesures imposées et concernant le marché pertinent ou un des marchés de détail connexes tout au long de la période considérée;
4° régulation imposée sur d'autres marchés pertinents.
§ 3. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées sont remplies, il identifie l'entreprise ou les entreprises puissantes sur le marché pertinent.
Une entreprise est considérée comme puissante sur le marché si, individuellement ou conjointement avec d'autres, elle se trouve dans une position équivalente à une position dominante, à savoir une position de puissance économique lui permettant de se comporter, dans une mesure appréciable, de manière indépendante de ses concurrents, de ses clients et, en fin de compte, des consommateurs.
Lorsque l'Institut procède à une évaluation visant à déterminer si deux entreprises, ou plus, occupent conjointement une position dominante sur un marché, il se conforme au droit de l'Union européenne et tient le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM.
Lorsqu'une entreprise est puissante sur un marché spécifique, elle peut également être désignée comme étant puissante sur un marché étroitement lié, lorsque les liens entre les deux marchés permettent d'utiliser sur le marché étroitement lié, par effet de levier, la puissance détenue sur le marché spécifique, ce qui renforce la puissance sur le marché de l'entreprise. En conséquence les mesures correctrices visant à prévenir cet effet de levier peuvent être appliquées sur le marché étroitement lié en vertu des articles 47 à 49 et 51.
§ 4. L'Institut impose aux entreprises puissantes sur un marché pertinent une ou plusieurs des obligations visées aux articles 47 à 51/1, et 53 à 54/3.
Les obligations imposées conformément à l'alinéa 1er sont:
1° fondées sur la nature du problème constaté, le cas échéant en tenant compte de la demande transnationale constatée en vertu de l'article 45;
2° proportionnées, eu égard, si possible, aux coûts et aux avantages;
3° justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 35; et
4° soumises à la consultation publique visée à l'article 60 et notifiée conformément à l'article 61.
L'Institut n'impose les obligations visées à l'alinéa 1er qu'aux entreprises puissantes sur un marché, sans préjudice:
1° de la nécessité de se conformer aux engagements internationaux;
2° des mesures prises par l'Institut en vue d'assurer un accès et une interconnexion adéquats, ainsi que l'interopérabilité des services, conformément à l'article 40;
3° des dispositions en matière de vie privée dans le secteur des communications électroniques imposant des obligations à des entreprises autres que celles étant désignées comme puissantes sur le marché;
4° des obligations en matière de colocalisation et de partage d'éléments de réseau et de ressources associées;
5° des obligations en matière de séparation comptable pour les opérateurs qui disposent de droits exclusifs ou spéciaux dans d'autres secteurs que ceux des communications électroniques, conformément aux articles 55 et 56.
En ce qui concerne la nécessité de respecter les engagements internationaux visée à l'alinéa 3, 1°, l'Institut notifie à la Commission européenne sa décision d'imposer, de modifier ou de retirer des obligations imposées à des entreprises, conformément à la procédure visée à l'article 61.
§ 5. Dans des circonstances exceptionnelles, avec l'autorisation de la Commission européenne, l'Institut peut imposer aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché des obligations en matière d'accès et d'interconnexion autres que celles qui sont énoncées aux articles 47 à 51 et aux articles 51/1 et 54/2.
§ 6. L'Institut ne peut imposer les obligations visées à l'article 52, § 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises puissantes sur un marché de détail conformément au paragraphe 3, alinéa 1er, que lorsque les conditions suivantes sont réunies:
1° il constate, conformément au paragraphe 1er, que ce marché n'est pas effectivement concurrentiel; et
2° il estime que les obligations imposées au titre des articles 47 à 51 ne permettraient pas d'atteindre les objectifs énoncés à l'article 35.
§ 7. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées ne sont pas remplies, il n'impose ni ne maintient aucune des obligations visées aux articles 47 à 51/1 et 53 à 54/3.
L'Institut accorde une période de préavis aux parties concernées par un retrait d'obligations. Il en définit la durée et les modalités. Cette durée est établie en recherchant un équilibre entre la nécessité d'assurer une transition durable pour les bénéficiaires de ces obligations et les utilisateurs finaux, le choix des utilisateurs finaux, et la nécessité de ne pas maintenir la régulation plus longtemps que nécessaire. Lorsqu'il fixe la durée de cette période de préavis, l'Institut peut fixer des conditions et des périodes de préavis spécifiques en ce qui concerne les accords existants en matière d'accès.
§ 8. L'Institut prend les décisions visées aux paragraphes 4 à 7:
1° dans les cinq ans à compter de l'adoption d'une précédente décision;
2° dans les trois ans à compter de l'adoption d'une recommandation, pour les marchés non préalablement notifiés à la Commission européenne, conformément à l'article 61, § 1er.
Au plus tard quatre mois avant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er, 1°, l'Institut peut introduire auprès de la Commission européenne une proposition motivée visant à prolonger celui-ci d'un an maximum.
Les délais visés à l'alinéa 1er sont prolongés de six mois si l'Institut demande l'assistance de l'ORECE en vue d'achever l'analyse du marché et des obligations à imposer.
L'analyse de marché et les obligations imposées conformément aux paragraphes 4 à 7 restent en vigueur jusqu'à l'entrée en vigueur de l'analyse de marché suivante.
§ 9. L'Institut n'est tenu de consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence à propos des projets de décisions visées au présent chapitre que si ceux-ci portent sur:
1° la détermination du marché pertinent, conformément à l'article 43, tant sous l'angle géographique que sous celui du produit;
2° l'appréciation des conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° l'identification des entreprises puissantes sur le marché pertinent, conformément au paragraphe 3, alinéa 1er.
L'Institut peut consulter l'Autorité belge de la concurrence sur d'autres sujets relatifs au droit de la concurrence.
L'Autorité belge de la concurrence doit rendre l'avis visé aux alinéas 1er et 2 dans un délai de 30 jours.
§ 10. L'Institut examine l'impact des nouvelles évolutions du marché, notamment en matière d'accords commerciaux, y compris d'accords de co-investissement, qui ont une incidence sur la dynamique de concurrence.
Si ces évolutions ne sont pas suffisamment importantes pour nécessiter une nouvelle analyse de marché conformément au paragraphe 1er, l'Institut évalue sans retard s'il est nécessaire de réexaminer les obligations imposées aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché et de modifier toute décision antérieure, y compris en retirant des obligations ou en imposant de nouvelles obligations, afin de garantir que lesdites obligations continuent à remplir les conditions énoncées au paragraphe 4, alinéa 2. De telles obligations modifiées ne peuvent être imposées qu'après les consultations menées conformément aux articles 60 et 61.".
"Art. 44. § 1er. L'Institut examine si le marché pertinent, défini conformément à l'article 43, répond à toutes les conditions suivantes:
1° existence d'obstacles à l'entrée importants et non transitoires d'ordre structurel, juridique ou réglementaire;
2° la structure du marché ne présage pas d'évolution vers une concurrence effective au cours de la période visée, compte tenu de la situation de la concurrence fondée sur les infrastructures et d'autres facteurs influant sur la concurrence, indépendamment des obstacles à l'entrée;
3° impossibilité pour le droit de la concurrence de remédier adéquatement à lui seul aux défaillances du marché constatées.
Les marchés pertinents figurant dans la Recommandation sont réputés satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, à moins que l'Institut constate qu'une de ces conditions n'est pas remplie pour le marché géographique concerné.
§ 2. Dans l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut examine les évolutions dans une perspective d'avenir en l'absence d'une éventuelle régulation préexistante, et en tenant compte de l'ensemble des éléments ci-dessous:
1° évolutions du marché ayant une incidence sur la probabilité pour le marché pertinent d'évoluer vers une concurrence effective;
2° pressions concurrentielles pertinentes, au niveaux de gros et de détail, que ces pressions soient censées résulter de réseaux de communications électroniques, de services de communications électroniques ou d'autres types de services ou d'applications qui sont comparables du point de vue de l'utilisateur final, et que ces pressions relèvent ou non du marché pertinent;
3° autres types de régulation ou de mesures imposées et concernant le marché pertinent ou un des marchés de détail connexes tout au long de la période considérée;
4° régulation imposée sur d'autres marchés pertinents.
§ 3. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées sont remplies, il identifie l'entreprise ou les entreprises puissantes sur le marché pertinent.
Une entreprise est considérée comme puissante sur le marché si, individuellement ou conjointement avec d'autres, elle se trouve dans une position équivalente à une position dominante, à savoir une position de puissance économique lui permettant de se comporter, dans une mesure appréciable, de manière indépendante de ses concurrents, de ses clients et, en fin de compte, des consommateurs.
Lorsque l'Institut procède à une évaluation visant à déterminer si deux entreprises, ou plus, occupent conjointement une position dominante sur un marché, il se conforme au droit de l'Union européenne et tient le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM.
Lorsqu'une entreprise est puissante sur un marché spécifique, elle peut également être désignée comme étant puissante sur un marché étroitement lié, lorsque les liens entre les deux marchés permettent d'utiliser sur le marché étroitement lié, par effet de levier, la puissance détenue sur le marché spécifique, ce qui renforce la puissance sur le marché de l'entreprise. En conséquence les mesures correctrices visant à prévenir cet effet de levier peuvent être appliquées sur le marché étroitement lié en vertu des articles 47 à 49 et 51.
§ 4. L'Institut impose aux entreprises puissantes sur un marché pertinent une ou plusieurs des obligations visées aux articles 47 à 51/1, et 53 à 54/3.
Les obligations imposées conformément à l'alinéa 1er sont:
1° fondées sur la nature du problème constaté, le cas échéant en tenant compte de la demande transnationale constatée en vertu de l'article 45;
2° proportionnées, eu égard, si possible, aux coûts et aux avantages;
3° justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 35; et
4° soumises à la consultation publique visée à l'article 60 et notifiée conformément à l'article 61.
L'Institut n'impose les obligations visées à l'alinéa 1er qu'aux entreprises puissantes sur un marché, sans préjudice:
1° de la nécessité de se conformer aux engagements internationaux;
2° des mesures prises par l'Institut en vue d'assurer un accès et une interconnexion adéquats, ainsi que l'interopérabilité des services, conformément à l'article 40;
3° des dispositions en matière de vie privée dans le secteur des communications électroniques imposant des obligations à des entreprises autres que celles étant désignées comme puissantes sur le marché;
4° des obligations en matière de colocalisation et de partage d'éléments de réseau et de ressources associées;
5° des obligations en matière de séparation comptable pour les opérateurs qui disposent de droits exclusifs ou spéciaux dans d'autres secteurs que ceux des communications électroniques, conformément aux articles 55 et 56.
En ce qui concerne la nécessité de respecter les engagements internationaux visée à l'alinéa 3, 1°, l'Institut notifie à la Commission européenne sa décision d'imposer, de modifier ou de retirer des obligations imposées à des entreprises, conformément à la procédure visée à l'article 61.
§ 5. Dans des circonstances exceptionnelles, avec l'autorisation de la Commission européenne, l'Institut peut imposer aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché des obligations en matière d'accès et d'interconnexion autres que celles qui sont énoncées aux articles 47 à 51 et aux articles 51/1 et 54/2.
§ 6. L'Institut ne peut imposer les obligations visées à l'article 52, § 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises puissantes sur un marché de détail conformément au paragraphe 3, alinéa 1er, que lorsque les conditions suivantes sont réunies:
1° il constate, conformément au paragraphe 1er, que ce marché n'est pas effectivement concurrentiel; et
2° il estime que les obligations imposées au titre des articles 47 à 51 ne permettraient pas d'atteindre les objectifs énoncés à l'article 35.
§ 7. Lorsqu'au terme de l'examen visé au paragraphe 1er, l'Institut estime que les conditions qui y sont visées ne sont pas remplies, il n'impose ni ne maintient aucune des obligations visées aux articles 47 à 51/1 et 53 à 54/3.
L'Institut accorde une période de préavis aux parties concernées par un retrait d'obligations. Il en définit la durée et les modalités. Cette durée est établie en recherchant un équilibre entre la nécessité d'assurer une transition durable pour les bénéficiaires de ces obligations et les utilisateurs finaux, le choix des utilisateurs finaux, et la nécessité de ne pas maintenir la régulation plus longtemps que nécessaire. Lorsqu'il fixe la durée de cette période de préavis, l'Institut peut fixer des conditions et des périodes de préavis spécifiques en ce qui concerne les accords existants en matière d'accès.
§ 8. L'Institut prend les décisions visées aux paragraphes 4 à 7:
1° dans les cinq ans à compter de l'adoption d'une précédente décision;
2° dans les trois ans à compter de l'adoption d'une recommandation, pour les marchés non préalablement notifiés à la Commission européenne, conformément à l'article 61, § 1er.
Au plus tard quatre mois avant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er, 1°, l'Institut peut introduire auprès de la Commission européenne une proposition motivée visant à prolonger celui-ci d'un an maximum.
Les délais visés à l'alinéa 1er sont prolongés de six mois si l'Institut demande l'assistance de l'ORECE en vue d'achever l'analyse du marché et des obligations à imposer.
L'analyse de marché et les obligations imposées conformément aux paragraphes 4 à 7 restent en vigueur jusqu'à l'entrée en vigueur de l'analyse de marché suivante.
§ 9. L'Institut n'est tenu de consulter pour avis l'Autorité belge de la concurrence à propos des projets de décisions visées au présent chapitre que si ceux-ci portent sur:
1° la détermination du marché pertinent, conformément à l'article 43, tant sous l'angle géographique que sous celui du produit;
2° l'appréciation des conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er;
3° l'identification des entreprises puissantes sur le marché pertinent, conformément au paragraphe 3, alinéa 1er.
L'Institut peut consulter l'Autorité belge de la concurrence sur d'autres sujets relatifs au droit de la concurrence.
L'Autorité belge de la concurrence doit rendre l'avis visé aux alinéas 1er et 2 dans un délai de 30 jours.
§ 10. L'Institut examine l'impact des nouvelles évolutions du marché, notamment en matière d'accords commerciaux, y compris d'accords de co-investissement, qui ont une incidence sur la dynamique de concurrence.
Si ces évolutions ne sont pas suffisamment importantes pour nécessiter une nouvelle analyse de marché conformément au paragraphe 1er, l'Institut évalue sans retard s'il est nécessaire de réexaminer les obligations imposées aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché et de modifier toute décision antérieure, y compris en retirant des obligations ou en imposant de nouvelles obligations, afin de garantir que lesdites obligations continuent à remplir les conditions énoncées au paragraphe 4, alinéa 2. De telles obligations modifiées ne peuvent être imposées qu'après les consultations menées conformément aux articles 60 et 61.".
Art.236. In artikel 47 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de onderneming ten aanzien van andere aanbieders van gelijkwaardige diensten onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke zij voor haar eigen diensten of diensten van haar dochterondernemingen of partners biedt. Het Instituut kan aan die onderneming verplichtingen opleggen inzake de levering van toegangsproducten en -diensten aan alle ondernemingen, inclusief aan zichzelf, binnen dezelfde tijdspanne, en tegen dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en diensten en door middel van dezelfde systemen en processen, teneinde gelijkwaardigheid op het gebied van toegang te waarborgen.".
"Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de onderneming ten aanzien van andere aanbieders van gelijkwaardige diensten onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepast, en aan anderen diensten en informatie aanbiedt onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke zij voor haar eigen diensten of diensten van haar dochterondernemingen of partners biedt. Het Instituut kan aan die onderneming verplichtingen opleggen inzake de levering van toegangsproducten en -diensten aan alle ondernemingen, inclusief aan zichzelf, binnen dezelfde tijdspanne, en tegen dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en diensten en door middel van dezelfde systemen en processen, teneinde gelijkwaardigheid op het gebied van toegang te waarborgen.".
Art.235. L'article 45 de la même loi de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 45. Dans le cas de marchés transnationaux recensés par la Commission européenne, l'Institut et les autorités de régulation nationales concernées réalisent conjointement l'analyse de marché en tenant le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM et se prononcent de manière concertée sur l'imposition, le maintien, la modification ou le retrait d'obligations visées à l'article 44, § 4, alinéa 1er.
L'Institut et une autorité de régulation nationale ou plus peuvent également notifier conjointement leurs projets de mesures concernant l'analyse du marché et toute obligation règlementaire en l'absence de marchés transnationaux, lorsqu'elles considèrent que les conditions du marché dans leurs juridictions respectives sont suffisamment homogènes.
L'Institut tient le plus possible compte des lignes directrices adoptées par l'ORECE.".
"Art. 45. Dans le cas de marchés transnationaux recensés par la Commission européenne, l'Institut et les autorités de régulation nationales concernées réalisent conjointement l'analyse de marché en tenant le plus grand compte des lignes directrices sur la PSM et se prononcent de manière concertée sur l'imposition, le maintien, la modification ou le retrait d'obligations visées à l'article 44, § 4, alinéa 1er.
L'Institut et une autorité de régulation nationale ou plus peuvent également notifier conjointement leurs projets de mesures concernant l'analyse du marché et toute obligation règlementaire en l'absence de marchés transnationaux, lorsqu'elles considèrent que les conditions du marché dans leurs juridictions respectives sont suffisamment homogènes.
L'Institut tient le plus possible compte des lignes directrices adoptées par l'ORECE.".
Art.237. Artikel 48 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 48. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, met name wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, indien dergelijke voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht.
§ 2. In het bijzonder wanneer voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan het Instituut van die onderneming eisen dat zij een referentieaanbod publiceert dat voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet behoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn. Dit referentieaanbod bevat een beschrijving van de betrokken offertes, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, met inbegrip van de tarieven.
Elk nieuw referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd.
Het Instituut kan onder meer eisen dat een referentieaanbod wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de uit hoofde van deze wet opgelegde verplichtingen.
§ 3. Het Instituut kan preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd zij moet zijn en op welke wijze zij moet worden gepubliceerd.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3, ingeval een onderneming uit hoofde van de artikelen 49/1 en 50 verplichtingen heeft aangaande wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur, zorgt het Instituut ervoor dat een referentieaanbod wordt gepubliceerd, zoveel mogelijk rekening houdend met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieaanbod, zorgt het ervoor dat, in voorkomend geval, kernprestatie-indicatoren worden vastgesteld, alsmede de bijbehorende dienstverleningsniveaus en ziet het toe op de naleving ervan. Daarnaast legt het Instituut zo nodig bij voorbaat de daarmee verbonden boetebedragen vast.
§ 5. Wanneer de auteur van een referentieaanbod dit wenst te wijzigen, notificeert hij het Instituut de gewenste wijziging ten minste 90 dagen voor de voorziene datum van de inwerkingtreding.
Binnen die termijn kan het Instituut aan de auteur van de voorgestelde wijziging van het referentieaanbod notificeren dat het een beslissing aangaande de voorgestelde wijziging zal nemen. Deze notificatie schort de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging op.
Het Instituut kan aanpassingen die het nodig acht opleggen of de gewenste wijziging weigeren.
Het Instituut bepaalt de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de wijziging in zijn beslissing.
§ 6. Het referentieaanbod is gratis in elektronische vorm beschikbaar op een vrij toegankelijke website. Het Instituut bepaalt de modaliteiten van deze publicatie en van de aan de begunstigden van het referentieaanbod te leveren inlichtingen.
De publicatie van een referentieaanbod vormt geen belemmering voor redelijke verzoeken om toegang waarin dat aanbod niet voorziet.".
"Art. 48. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, met name wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, indien dergelijke voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht.
§ 2. In het bijzonder wanneer voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan het Instituut van die onderneming eisen dat zij een referentieaanbod publiceert dat voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet behoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn. Dit referentieaanbod bevat een beschrijving van de betrokken offertes, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de daaraan verbonden eisen en voorwaarden, met inbegrip van de tarieven.
Elk nieuw referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd.
Het Instituut kan onder meer eisen dat een referentieaanbod wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de uit hoofde van deze wet opgelegde verplichtingen.
§ 3. Het Instituut kan preciseren welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd zij moet zijn en op welke wijze zij moet worden gepubliceerd.
§ 4. Niettegenstaande paragraaf 3, ingeval een onderneming uit hoofde van de artikelen 49/1 en 50 verplichtingen heeft aangaande wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur, zorgt het Instituut ervoor dat een referentieaanbod wordt gepubliceerd, zoveel mogelijk rekening houdend met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieaanbod, zorgt het ervoor dat, in voorkomend geval, kernprestatie-indicatoren worden vastgesteld, alsmede de bijbehorende dienstverleningsniveaus en ziet het toe op de naleving ervan. Daarnaast legt het Instituut zo nodig bij voorbaat de daarmee verbonden boetebedragen vast.
§ 5. Wanneer de auteur van een referentieaanbod dit wenst te wijzigen, notificeert hij het Instituut de gewenste wijziging ten minste 90 dagen voor de voorziene datum van de inwerkingtreding.
Binnen die termijn kan het Instituut aan de auteur van de voorgestelde wijziging van het referentieaanbod notificeren dat het een beslissing aangaande de voorgestelde wijziging zal nemen. Deze notificatie schort de inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging op.
Het Instituut kan aanpassingen die het nodig acht opleggen of de gewenste wijziging weigeren.
Het Instituut bepaalt de modaliteiten voor de inwerkingtreding van de wijziging in zijn beslissing.
§ 6. Het referentieaanbod is gratis in elektronische vorm beschikbaar op een vrij toegankelijke website. Het Instituut bepaalt de modaliteiten van deze publicatie en van de aan de begunstigden van het referentieaanbod te leveren inlichtingen.
De publicatie van een referentieaanbod vormt geen belemmering voor redelijke verzoeken om toegang waarin dat aanbod niet voorziet.".
Art.236. Dans l'article 47 de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Les obligations de non-discrimination tendent notamment à garantir que l'entreprise applique des conditions équivalentes dans des circonstances équivalentes aux autres fournisseurs de services équivalents, et qu'elle fournisse aux autres des services et informations dans les mêmes conditions et de la même qualité que celles prévues pour ses propres services, ou pour ceux de ses filiales ou partenaires. L'Institut peut imposer à cette entreprise l'obligation de fournir des produits et services d'accès à toutes les entreprises, y compris à elle-même, selon les mêmes délais et conditions, y compris en termes de tarifs et de niveaux de service, et à l'aide des mêmes systèmes et procédés, pour assurer un accès équivalent.".
"Les obligations de non-discrimination tendent notamment à garantir que l'entreprise applique des conditions équivalentes dans des circonstances équivalentes aux autres fournisseurs de services équivalents, et qu'elle fournisse aux autres des services et informations dans les mêmes conditions et de la même qualité que celles prévues pour ses propres services, ou pour ceux de ses filiales ou partenaires. L'Institut peut imposer à cette entreprise l'obligation de fournir des produits et services d'accès à toutes les entreprises, y compris à elle-même, selon les mêmes délais et conditions, y compris en termes de tarifs et de niveaux de service, et à l'aide des mêmes systèmes et procédés, pour assurer un accès équivalent.".
Art.238. In artikel 49 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten.";
b) in het tweede lid worden de woorden "bedoelde netwerkoperator" vervangen door de woorden "bedoelde onderneming";
c) in het derde lid worden de woorden "geïntegreerde netwerkoperator" vervangen door de woorden "geïntegreerde onderneming";
d) in het vierde lid worden de woorden "de netwerkoperator" telkens vervangen door de woorden "de onderneming";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de netwerkoperator" vervangen door de woorden "de onderneming".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, het voeren van gescheiden boekhoudingen voorschrijven met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten.";
b) in het tweede lid worden de woorden "bedoelde netwerkoperator" vervangen door de woorden "bedoelde onderneming";
c) in het derde lid worden de woorden "geïntegreerde netwerkoperator" vervangen door de woorden "geïntegreerde onderneming";
d) in het vierde lid worden de woorden "de netwerkoperator" telkens vervangen door de woorden "de onderneming";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de netwerkoperator" vervangen door de woorden "de onderneming".
Art.237. L'article 48 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 48. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de transparence concernant l'interconnexion ou l'accès, en vertu desquelles les entreprises doivent rendre publiques des informations spécifiques, telles que les informations comptables, les prix, les spécifications techniques, les caractéristiques du réseau et les évolutions prévues de celui-ci, ainsi que les conditions de fourniture et d'utilisation, y compris toute condition modifiant l'accès aux services et aux applications ou l'utilisation de ces services et de ces applications, en particulier en ce qui concerne la migration à partir de l'infrastructure historique, lorsque ces conditions sont autorisées conformément au droit de l'Union européenne.
§ 2. En particulier, lorsqu'une entreprise est soumise à des obligations de non-discrimination, l'Institut peut lui imposer de publier une offre de référence, qui soit suffisamment détaillée pour garantir que les entreprises ne sont pas tenues de payer pour des ressources qui ne sont pas nécessaires pour le service demandé. Cette offre de référence comprend une description des offres pertinentes ventilées en divers éléments selon les besoins du marché et des conditions y afférentes, y compris des prix.
Toute nouvelle offre de référence est, préalablement à sa publication, approuvée par l'Institut.
L'Institut peut, entre autres, imposer des modifications aux offres de référence afin de donner effet aux obligations imposées au titre de la présente loi.
§ 3. L'Institut peut préciser les informations à fournir, le niveau de détail requis et le mode de publication.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, lorsqu'un opérateur est soumis à une des obligations au titre des articles 49/1 et 50, concernant l'accès de gros aux infrastructures de réseaux, l'Institut veille à la publication d'une offre de référence tenant le plus grand compte des lignes directrices de l'ORECE sur les critères minimaux auxquels doit satisfaire une offre de référence, veille à ce que les indicateurs de performance clés soient précisés, au besoin, ainsi que les niveaux de service correspondants, et les contrôle étroitement et veille à leur respect. En outre, l'Institut peut, si nécessaire, déterminer au préalable les sanctions financières afférentes.
§ 5. Lorsque l'auteur d'une offre de référence souhaite la modifier, il notifie à l'Institut la modification souhaitée au moins 90 jours avant la date prévue d'entrée en vigueur.
Dans ce délai, l'Institut peut notifier à l'auteur de la modification de l'offre de référence qu'il va prendre une décision à propos de la modification souhaitée. Cette notification suspend l'entrée en vigueur de la modification souhaitée.
L'Institut peut imposer les adaptations qu'il juge nécessaires ou refuser la modification souhaitée.
L'Institut prévoit les modalités d'entrée en vigueur de la modification dans sa décision.
§ 6. L'offre de référence est disponible gratuitement, sous forme électronique, sur un site Internet librement accessible. L'Institut détermine les modalités de cette publication et de l'information à fournir aux bénéficiaires de l'offre de référence.
La publication d'une offre de référence ne fait pas obstacle à des demandes raisonnables d'accès non prévues dans cette offre.".
"Art. 48. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de transparence concernant l'interconnexion ou l'accès, en vertu desquelles les entreprises doivent rendre publiques des informations spécifiques, telles que les informations comptables, les prix, les spécifications techniques, les caractéristiques du réseau et les évolutions prévues de celui-ci, ainsi que les conditions de fourniture et d'utilisation, y compris toute condition modifiant l'accès aux services et aux applications ou l'utilisation de ces services et de ces applications, en particulier en ce qui concerne la migration à partir de l'infrastructure historique, lorsque ces conditions sont autorisées conformément au droit de l'Union européenne.
§ 2. En particulier, lorsqu'une entreprise est soumise à des obligations de non-discrimination, l'Institut peut lui imposer de publier une offre de référence, qui soit suffisamment détaillée pour garantir que les entreprises ne sont pas tenues de payer pour des ressources qui ne sont pas nécessaires pour le service demandé. Cette offre de référence comprend une description des offres pertinentes ventilées en divers éléments selon les besoins du marché et des conditions y afférentes, y compris des prix.
Toute nouvelle offre de référence est, préalablement à sa publication, approuvée par l'Institut.
L'Institut peut, entre autres, imposer des modifications aux offres de référence afin de donner effet aux obligations imposées au titre de la présente loi.
§ 3. L'Institut peut préciser les informations à fournir, le niveau de détail requis et le mode de publication.
§ 4. Nonobstant le paragraphe 3, lorsqu'un opérateur est soumis à une des obligations au titre des articles 49/1 et 50, concernant l'accès de gros aux infrastructures de réseaux, l'Institut veille à la publication d'une offre de référence tenant le plus grand compte des lignes directrices de l'ORECE sur les critères minimaux auxquels doit satisfaire une offre de référence, veille à ce que les indicateurs de performance clés soient précisés, au besoin, ainsi que les niveaux de service correspondants, et les contrôle étroitement et veille à leur respect. En outre, l'Institut peut, si nécessaire, déterminer au préalable les sanctions financières afférentes.
§ 5. Lorsque l'auteur d'une offre de référence souhaite la modifier, il notifie à l'Institut la modification souhaitée au moins 90 jours avant la date prévue d'entrée en vigueur.
Dans ce délai, l'Institut peut notifier à l'auteur de la modification de l'offre de référence qu'il va prendre une décision à propos de la modification souhaitée. Cette notification suspend l'entrée en vigueur de la modification souhaitée.
L'Institut peut imposer les adaptations qu'il juge nécessaires ou refuser la modification souhaitée.
L'Institut prévoit les modalités d'entrée en vigueur de la modification dans sa décision.
§ 6. L'offre de référence est disponible gratuitement, sous forme électronique, sur un site Internet librement accessible. L'Institut détermine les modalités de cette publication et de l'information à fournir aux bénéficiaires de l'offre de référence.
La publication d'une offre de référence ne fait pas obstacle à des demandes raisonnables d'accès non prévues dans cette offre.".
Art.239. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 49/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 49/1. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, aan ondernemingen verplichtingen opleggen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gebouwen of toegangen tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgoten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten, wanneer het Instituut op basis van de marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of verlening van toegang onder onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte markt zou belemmeren en niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.
§ 2. Het Instituut mag aan een onderneming verplichtingen opleggen om toegang te verlenen overeenkomstig dit artikel, ongeacht of de activa die door de verplichtingen worden beïnvloed deel uitmaken van de betrokken markt in overeenstemming met de marktanalyse, mits de verplichting noodzakelijk en evenredig is met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 35.".
"Art. 49/1. § 1. Het Instituut kan overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, aan ondernemingen verplichtingen opleggen om in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van civieltechnische voorzieningen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, gebouwen of toegangen tot gebouwen, kabels in gebouwen inclusief bedrading, antennes, torens en andere ondersteuningsgebouwen, palen, masten, kabelgoten, leidingen, inspectieputten, mangaten en straatkasten, wanneer het Instituut op basis van de marktanalyse concludeert dat het weigeren van toegang of verlening van toegang onder onredelijke voorwaarden met eenzelfde effect de ontwikkeling van een door duurzame concurrentie gekenmerkte markt zou belemmeren en niet in het belang van de eindgebruiker zou zijn.
§ 2. Het Instituut mag aan een onderneming verplichtingen opleggen om toegang te verlenen overeenkomstig dit artikel, ongeacht of de activa die door de verplichtingen worden beïnvloed deel uitmaken van de betrokken markt in overeenstemming met de marktanalyse, mits de verplichting noodzakelijk en evenredig is met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 35.".
Art.238. Dans l'article 49 de la même loi les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne certaines activités dans le domaine de l'interconnexion ou de l'accès.";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau visé" sont remplacés par les mots "l'entreprise visée";
c) dans l'alinéa 3, les mots "un opérateur de réseau intégré" sont remplacés par les mots "une entreprise intégrée";
d) dans l'alinéa 4, les mots "l'opérateur de réseau" sont chaque fois remplacés par les mots "l'entreprise";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "l'entreprise".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations de séparation comptable en ce qui concerne certaines activités dans le domaine de l'interconnexion ou de l'accès.";
b) dans l'alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau visé" sont remplacés par les mots "l'entreprise visée";
c) dans l'alinéa 3, les mots "un opérateur de réseau intégré" sont remplacés par les mots "une entreprise intégrée";
d) dans l'alinéa 4, les mots "l'opérateur de réseau" sont chaque fois remplacés par les mots "l'entreprise";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "l'entreprise".
Art.240. Artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 juli 2021, wordt vervangen als volgt:
"Art. 50. § 1. Het Instituut kan ondernemingen overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, de verplichting opleggen in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van specifieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten.
Het Instituut kan van ondernemingen onder meer verlangen dat zij:
1° derden toegang verlenen tot, en hun het gebruik toestaan van specifieke fysieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, in voorkomend geval met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en subnetwerk;
2° derden toegang verlenen tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen en -diensten;
3° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;
4° reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;
5° op wholesalebasis specifieke diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;
6° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;
7° colocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;
8° specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, of roaming binnen mobiele netwerken;
9° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;
10° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;
11° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten.
Het Instituut kan die verplichtingen aan voorwaarden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit onderwerpen.
§ 2. Indien het Instituut overweegt of het passend is één of meer van de in paragraaf 1 genoemde, eventueel specifieke, verplichtingen op te leggen, en in het bijzonder indien het onderzoekt, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, of en hoe dergelijke verplichtingen moeten worden opgelegd, analyseert het Instituut of andere vormen van toegang tot wholesale-inputs op dezelfde of een verwante wholesalemarkt afdoende zouden zijn om het geconstateerde probleem in het belang van de eindgebruikers aan te pakken. Die beoordeling omvat commerciële aanbiedingen inzake toegang, gereguleerde toegang op grond van artikel 40 of bestaande dan wel geplande gereguleerde toegang tot andere wholesale-inputs op grond van dit artikel. Het Instituut betrekt met name de volgende factoren in zijn overwegingen:
1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;
2° de verwachte technologische ontwikkeling die van invloed is op het ontwerp en beheer van netwerken;
3° de noodzaak om technologieneutraliteit te waarborgen teneinde de partijen in staat te stellen hun eigen netwerken te ontwerpen en te beheren;
4° de haalbaarheid van de aangeboden toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;
5° de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de verrichte overheidsinvesteringen en de aan de investering verbonden risico's, in het bijzonder rekening houdend met investeringen in en risiconiveaus betreffende netwerken met zeer hoge capaciteit;
6° de noodzaak om op de lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur en innovatieve bedrijfsmodellen die bevorderlijk zijn voor duurzame concurrentie, zoals de modellen op basis van mede-investeringen in netwerken;
7° in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten;
8° het verlenen van pan-Europese diensten.
Indien het Instituut overeenkomstig artikel 44 de oplegging van verplichtingen op grond van artikel 49/1 of van dit artikel in overweging neemt, onderzoekt het of de loutere oplegging van verplichtingen overeenkomstig artikel 49/1 een evenredig middel is om de concurrentie en de belangen van de eindgebruiker te bevorderen.
§ 3. Als het Instituut aan een onderneming in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel de verplichting oplegt toegang te verlenen, kan het technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieder of de gebruikers van die toegang, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen. Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, zijn in overeenstemming met de normen en specificaties die vastgesteld zijn door de Europese Commissie.".
"Art. 50. § 1. Het Instituut kan ondernemingen overeenkomstig artikel 44, § 4, eerste lid, de verplichting opleggen in te gaan op redelijke verzoeken om toegang tot en gebruik van specifieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten.
Het Instituut kan van ondernemingen onder meer verlangen dat zij:
1° derden toegang verlenen tot, en hun het gebruik toestaan van specifieke fysieke netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten, in voorkomend geval met inbegrip van ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en subnetwerk;
2° derden toegang verlenen tot specifieke actieve of virtuele netwerkelementen en -diensten;
3° te goeder trouw onderhandelen met ondernemingen die verzoeken om toegang;
4° reeds verleende toegang tot faciliteiten niet intrekken;
5° op wholesalebasis specifieke diensten aanbieden voor doorverkoop door derden;
6° open toegang verlenen tot technische interfaces, protocollen of andere kerntechnologieën die onmisbaar zijn voor de interoperabiliteit van diensten of virtuele netwerkdiensten;
7° colocatie of andere vormen van gedeeld gebruik van bijbehorende faciliteiten aanbieden;
8° specifieke diensten aanbieden die nodig zijn voor de interoperabiliteit van de aan gebruikers geleverde eind-tot-eind-diensten, of roaming binnen mobiele netwerken;
9° toegang verlenen tot operationele ondersteuningssystemen of vergelijkbare softwaresystemen die nodig zijn om billijke concurrentie bij het aanbieden van diensten te waarborgen;
10° zorgen voor interconnectie van netwerken of netwerkfaciliteiten;
11° toegang verschaffen aan verwante diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten.
Het Instituut kan die verplichtingen aan voorwaarden aangaande billijkheid, redelijkheid en opportuniteit onderwerpen.
§ 2. Indien het Instituut overweegt of het passend is één of meer van de in paragraaf 1 genoemde, eventueel specifieke, verplichtingen op te leggen, en in het bijzonder indien het onderzoekt, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, of en hoe dergelijke verplichtingen moeten worden opgelegd, analyseert het Instituut of andere vormen van toegang tot wholesale-inputs op dezelfde of een verwante wholesalemarkt afdoende zouden zijn om het geconstateerde probleem in het belang van de eindgebruikers aan te pakken. Die beoordeling omvat commerciële aanbiedingen inzake toegang, gereguleerde toegang op grond van artikel 40 of bestaande dan wel geplande gereguleerde toegang tot andere wholesale-inputs op grond van dit artikel. Het Instituut betrekt met name de volgende factoren in zijn overwegingen:
1° de technische en economische levensvatbaarheid van het gebruik of de installatie van concurrerende faciliteiten, in het licht van het tempo van de marktontwikkeling, rekening houdend met de aard van en het soort interconnectie of toegang, inclusief de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals toegang tot kabelgoten;
2° de verwachte technologische ontwikkeling die van invloed is op het ontwerp en beheer van netwerken;
3° de noodzaak om technologieneutraliteit te waarborgen teneinde de partijen in staat te stellen hun eigen netwerken te ontwerpen en te beheren;
4° de haalbaarheid van de aangeboden toegangverlening, rekening houdend met de beschikbare capaciteit;
5° de door de eigenaar van de faciliteit verrichte initiële investering, rekening houdend met de verrichte overheidsinvesteringen en de aan de investering verbonden risico's, in het bijzonder rekening houdend met investeringen in en risiconiveaus betreffende netwerken met zeer hoge capaciteit;
6° de noodzaak om op de lange termijn de concurrentie in stand te houden, met speciale aandacht voor economisch doeltreffende concurrentie op basis van de infrastructuur en innovatieve bedrijfsmodellen die bevorderlijk zijn voor duurzame concurrentie, zoals de modellen op basis van mede-investeringen in netwerken;
7° in voorkomend geval, ter zake geldende intellectuele-eigendomsrechten;
8° het verlenen van pan-Europese diensten.
Indien het Instituut overeenkomstig artikel 44 de oplegging van verplichtingen op grond van artikel 49/1 of van dit artikel in overweging neemt, onderzoekt het of de loutere oplegging van verplichtingen overeenkomstig artikel 49/1 een evenredig middel is om de concurrentie en de belangen van de eindgebruiker te bevorderen.
§ 3. Als het Instituut aan een onderneming in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel de verplichting oplegt toegang te verlenen, kan het technische of operationele voorwaarden opleggen aan de aanbieder of de gebruikers van die toegang, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen. Verplichtingen om specifieke technische normen of specificaties te volgen, zijn in overeenstemming met de normen en specificaties die vastgesteld zijn door de Europese Commissie.".
Art.239. Dans le chapitre 4 de la même loi, il est inséré un article 49/1, rédigé comme suit:
"Art. 49/1. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations aux entreprises pour satisfaire les demandes raisonnables visant à obtenir l'accès au génie civil et à pouvoir utiliser celui-ci, y compris, mais pas uniquement, les bâtiments ou les accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, les tours et autres constructions de soutènement, les poteaux, les pylônes, les gaines, les conduites, les chambres de visite, les regards de visite et les armoires, lorsque, ayant étudié l'analyse de marché, l'Institut conclut qu'un refus d'octroi de l'accès ou des conditions d'accès déraisonnables ayant un effet similaire empêcheraient l'émergence d'un marché concurrentiel durable et ne serviraient pas les intérêts de l'utilisateur final.
§ 2. L'Institut peut imposer à une entreprise des obligations en matière de fourniture d'accès conformément au présent article, que les actifs touchés par les obligations fassent ou non partie du marché pertinent selon l'analyse de marché, à condition que lesdites obligations soient proportionnées et nécessaires pour atteindre les objectifs énoncés à l'article 35.".
"Art. 49/1. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer des obligations aux entreprises pour satisfaire les demandes raisonnables visant à obtenir l'accès au génie civil et à pouvoir utiliser celui-ci, y compris, mais pas uniquement, les bâtiments ou les accès aux bâtiments, le câblage des bâtiments, les antennes, les tours et autres constructions de soutènement, les poteaux, les pylônes, les gaines, les conduites, les chambres de visite, les regards de visite et les armoires, lorsque, ayant étudié l'analyse de marché, l'Institut conclut qu'un refus d'octroi de l'accès ou des conditions d'accès déraisonnables ayant un effet similaire empêcheraient l'émergence d'un marché concurrentiel durable et ne serviraient pas les intérêts de l'utilisateur final.
§ 2. L'Institut peut imposer à une entreprise des obligations en matière de fourniture d'accès conformément au présent article, que les actifs touchés par les obligations fassent ou non partie du marché pertinent selon l'analyse de marché, à condition que lesdites obligations soient proportionnées et nécessaires pour atteindre les objectifs énoncés à l'article 35.".
Art.241. In artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de betrokken netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "de betrokken onderneming";
b) het tweede en derde lid worden vervangen als volgt:
"Wanneer het bepaalt of verplichtingen inzake prijscontrole passend zouden zijn, houdt het Instituut rekening met de noodzaak om de mededinging te bevorderen en met de belangen van de eindgebruikers op de lange termijn op het gebied van de implementatie en toepassing van nieuwegeneratienetwerken, en met name van netwerken met zeer hoge capaciteit. In het bijzonder om investeringen door de onderneming, ook in nieuwegeneratienetwerken, aan te moedigen, houdt het Instituut rekening met de door de onderneming gedane investeringen. Indien het Instituut van mening is dat verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, laat het toe dat de onderneming een redelijke opbrengst krijgt uit haar kapitaalinbreng, waarbij het de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt.
Het Instituut neemt in overweging om geen verplichtingen op grond van dit artikel op te leggen of in stand te houden wanneer het vaststelt dat er sprake is van een aantoonbare retailprijsbeperking en dat een overeenkomstig de artikelen 47 tot 50 opgelegde verplichting, inclusief met name een overeenkomstig artikel 47 opgelegde economische-repliceerbaarheidstoets, voor effectieve en niet-discriminerende toegang zorgt.";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien het Instituut het passend acht verplichtingen inzake prijscontrole op te leggen betreffende toegang tot bestaande netwerkelementen, houdt het ook rekening met de voordelen van voorspelbare en stabiele wholesaleprijzen ten aanzien van het waarborgen van efficiënte markttoegang en afdoende stimulansen die erop gericht zijn dat alle ondernemingen nieuwe en verbeterde netwerken uitrollen.";
2° paragrafen 2 tot 4 worden vervangen als volgt:
" § 2. Het Instituut ziet erop toe dat regelingen voor het terugverdienen van kosten en tariferingsmethoden die worden opgelegd, erop gericht zijn de uitrol van nieuwe en verbeterde netwerken alsmede de efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de eindgebruiker maximaal en op duurzame wijze voordeel te bieden. In dat verband kan het Instituut ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten.
§ 3. Indien voor een onderneming een verplichting inzake kostenoriëntering van haar tarieven geldt, is het aan haar om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten, verhoogd met een redelijk investeringsrendement. Voor de berekening van de kosten verbonden aan efficiënte dienstverlening, kan het Instituut boekhoudkundige kostenberekeningsmethoden gebruiken die los staan van de door de onderneming gebruikte methoden. Het Instituut kan van een onderneming verlangen dat zij volledige verantwoording aflegt over haar tarieven en indien nodig dat deze worden aangepast.
§ 4. Het Instituut zorgt ervoor dat, wanneer de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dit systeem voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels worden vermeld. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "de betrokken netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "de betrokken onderneming";
b) het tweede en derde lid worden vervangen als volgt:
"Wanneer het bepaalt of verplichtingen inzake prijscontrole passend zouden zijn, houdt het Instituut rekening met de noodzaak om de mededinging te bevorderen en met de belangen van de eindgebruikers op de lange termijn op het gebied van de implementatie en toepassing van nieuwegeneratienetwerken, en met name van netwerken met zeer hoge capaciteit. In het bijzonder om investeringen door de onderneming, ook in nieuwegeneratienetwerken, aan te moedigen, houdt het Instituut rekening met de door de onderneming gedane investeringen. Indien het Instituut van mening is dat verplichtingen inzake prijscontrole passend zijn, laat het toe dat de onderneming een redelijke opbrengst krijgt uit haar kapitaalinbreng, waarbij het de specifieke risico's van een bepaald nieuw netwerkproject waarin wordt geïnvesteerd in aanmerking neemt.
Het Instituut neemt in overweging om geen verplichtingen op grond van dit artikel op te leggen of in stand te houden wanneer het vaststelt dat er sprake is van een aantoonbare retailprijsbeperking en dat een overeenkomstig de artikelen 47 tot 50 opgelegde verplichting, inclusief met name een overeenkomstig artikel 47 opgelegde economische-repliceerbaarheidstoets, voor effectieve en niet-discriminerende toegang zorgt.";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien het Instituut het passend acht verplichtingen inzake prijscontrole op te leggen betreffende toegang tot bestaande netwerkelementen, houdt het ook rekening met de voordelen van voorspelbare en stabiele wholesaleprijzen ten aanzien van het waarborgen van efficiënte markttoegang en afdoende stimulansen die erop gericht zijn dat alle ondernemingen nieuwe en verbeterde netwerken uitrollen.";
2° paragrafen 2 tot 4 worden vervangen als volgt:
" § 2. Het Instituut ziet erop toe dat regelingen voor het terugverdienen van kosten en tariferingsmethoden die worden opgelegd, erop gericht zijn de uitrol van nieuwe en verbeterde netwerken alsmede de efficiëntie en duurzame concurrentie te bevorderen en de eindgebruiker maximaal en op duurzame wijze voordeel te bieden. In dat verband kan het Instituut ook rekening houden met beschikbare prijzen van vergelijkbare concurrerende markten.
§ 3. Indien voor een onderneming een verplichting inzake kostenoriëntering van haar tarieven geldt, is het aan haar om aan te tonen dat de tarieven worden bepaald op basis van de kosten, verhoogd met een redelijk investeringsrendement. Voor de berekening van de kosten verbonden aan efficiënte dienstverlening, kan het Instituut boekhoudkundige kostenberekeningsmethoden gebruiken die los staan van de door de onderneming gebruikte methoden. Het Instituut kan van een onderneming verlangen dat zij volledige verantwoording aflegt over haar tarieven en indien nodig dat deze worden aangepast.
§ 4. Het Instituut zorgt ervoor dat, wanneer de invoering van een kostentoerekeningssysteem verplicht wordt gesteld met het oog op prijscontrole, een beschrijving van dit systeem voor het publiek beschikbaar wordt gesteld waarin ten minste de hoofdcategorieën waarin de kosten worden ingedeeld en de voor de toerekening van de kosten toegepaste regels worden vermeld. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
Art.240. L'article 50 de la même loi, modifié par la loi du 21 juillet 2021, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 50. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer à des entreprises des obligations pour satisfaire les demandes raisonnables d'accès à des éléments de réseau spécifiques et à des ressources associées et d'utilisation de ces éléments et ressources.
L'Institut peut, entre autres, imposer aux entreprises:
1° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments physiques de réseau spécifiques et aux ressources associées, le cas échéant, y compris l'accès dégroupé à la boucle et à la sous-boucle locales, et d'en autoriser l'utilisation;
2° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments et des services de réseau actifs ou virtuels spécifiques;
3° de négocier de bonne foi avec les entreprises qui demandent un accès;
4° de ne pas retirer l'accès aux ressources lorsqu'il a déjà été accordé;
5° d'offrir des services spécifiques en gros en vue de la revente par des tiers;
6° d'accorder un accès ouvert aux interfaces techniques, protocoles ou autres technologies clés qui revêtent une importance essentielle pour l'interopérabilité des services ou des services de réseaux virtuels;
7° de fournir une possibilité de géolocalisation ou d'autres formes de partage des ressources associées;
8° de fournir les services spécifiques nécessaires pour garantir aux utilisateurs l'interopérabilité des services de bout en bout ou l'itinérance sur les réseaux mobiles;
9° de fournir l'accès à des systèmes d'assistance opérationnelle ou à des systèmes logiciels similaires nécessaires pour garantir l'existence d'une concurrence loyale dans la fourniture des services;
10° d'interconnecter des réseaux ou des ressources de réseau;
11° de donner accès à des services associés comme ceux relatifs à l'identité, à la localisation et à l'occupation.
L'Institut peut soumettre ces obligations à des conditions concernant le délai et le caractère équitable ou raisonnable.
§ 2. Lorsqu'il examine l'opportunité d'imposer l'une des obligations spécifiques possibles visées au paragraphe 1er et, en particulier, lorsqu'il évalue, conformément au principe de proportionnalité, si et comment ces obligations devraient être imposées, l'Institut analyse si d'autres formes d'accès aux intrants de gros, que ce soit sur le même marché ou sur un marché de gros connexe, seraient suffisantes pour remédier au problème constaté dans l'intérêt des utilisateurs finaux. Cette analyse englobe les offres d'accès commerciales, la régulation de l'accès en application de l'article 40 ou la régulation de l'accès, existante ou prévue, à d'autres intrants de gros en application du présent article. L'Institut prend, notamment, en considération les éléments suivants:
1° la viabilité technique et économique de l'utilisation ou de la mise en place de ressources concurrentes, compte tenu du rythme auquel le marché évolue et de la nature et du type d'interconnexion ou d'accès concerné, y compris la viabilité d'autres produits d'accès en amont, tels que l'accès aux gaines;
2° l'évolution technologique attendue concernant la conception et la gestion des réseaux;
3° la nécessité de garantir une neutralité technologique permettant aux parties de concevoir et de gérer leurs propres réseaux;
4° le degré de faisabilité de la fourniture d'accès offerte, compte tenu de la capacité disponible;
5° l'investissement initial réalisé par le propriétaire des ressources, en tenant compte des éventuels investissements publics réalisés et des risques inhérents à l'investissement, une attention particulière étant accordée aux investissements réalisés dans les réseaux à très haute capacité et aux niveaux de risque associés à ces réseaux;
6° la nécessité de préserver la concurrence à long terme, une attention particulière étant accordée à la concurrence économiquement efficace fondée sur les infrastructures et aux modèles d'activité innovants au service d'une concurrence durable, tels que ceux fondés sur le co-investissement dans les réseaux;
7° le cas échéant, les éventuels droits de propriété intellectuelle pertinents;
8° la fourniture de services paneuropéens.
Lorsque l'Institut envisage, conformément à l'article 44, d'imposer des obligations sur le fondement de l'article 49/1 ou du présent article, il examine si l'imposition d'obligations sur le fondement de l'article 49/1 serait un moyen proportionné de promouvoir la concurrence durable et les intérêts des utilisateurs finals.
§ 3. Lorsque l'Institut impose à une entreprise une obligation de fournir un accès conformément au présent article, il peut fixer des conditions techniques ou opérationnelles auxquelles le fournisseur ou les bénéficiaires de cet accès doivent satisfaire lorsque cela est nécessaire pour assurer le fonctionnement normal du réseau. Les obligations de suivre des normes ou spécifications techniques particulières respectent les normes et spécifications établies par la Commission européenne.".
"Art. 50. § 1er. L'Institut peut, conformément à l'article 44, § 4, alinéa 1er, imposer à des entreprises des obligations pour satisfaire les demandes raisonnables d'accès à des éléments de réseau spécifiques et à des ressources associées et d'utilisation de ces éléments et ressources.
L'Institut peut, entre autres, imposer aux entreprises:
1° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments physiques de réseau spécifiques et aux ressources associées, le cas échéant, y compris l'accès dégroupé à la boucle et à la sous-boucle locales, et d'en autoriser l'utilisation;
2° d'accorder à des tiers l'accès à des éléments et des services de réseau actifs ou virtuels spécifiques;
3° de négocier de bonne foi avec les entreprises qui demandent un accès;
4° de ne pas retirer l'accès aux ressources lorsqu'il a déjà été accordé;
5° d'offrir des services spécifiques en gros en vue de la revente par des tiers;
6° d'accorder un accès ouvert aux interfaces techniques, protocoles ou autres technologies clés qui revêtent une importance essentielle pour l'interopérabilité des services ou des services de réseaux virtuels;
7° de fournir une possibilité de géolocalisation ou d'autres formes de partage des ressources associées;
8° de fournir les services spécifiques nécessaires pour garantir aux utilisateurs l'interopérabilité des services de bout en bout ou l'itinérance sur les réseaux mobiles;
9° de fournir l'accès à des systèmes d'assistance opérationnelle ou à des systèmes logiciels similaires nécessaires pour garantir l'existence d'une concurrence loyale dans la fourniture des services;
10° d'interconnecter des réseaux ou des ressources de réseau;
11° de donner accès à des services associés comme ceux relatifs à l'identité, à la localisation et à l'occupation.
L'Institut peut soumettre ces obligations à des conditions concernant le délai et le caractère équitable ou raisonnable.
§ 2. Lorsqu'il examine l'opportunité d'imposer l'une des obligations spécifiques possibles visées au paragraphe 1er et, en particulier, lorsqu'il évalue, conformément au principe de proportionnalité, si et comment ces obligations devraient être imposées, l'Institut analyse si d'autres formes d'accès aux intrants de gros, que ce soit sur le même marché ou sur un marché de gros connexe, seraient suffisantes pour remédier au problème constaté dans l'intérêt des utilisateurs finaux. Cette analyse englobe les offres d'accès commerciales, la régulation de l'accès en application de l'article 40 ou la régulation de l'accès, existante ou prévue, à d'autres intrants de gros en application du présent article. L'Institut prend, notamment, en considération les éléments suivants:
1° la viabilité technique et économique de l'utilisation ou de la mise en place de ressources concurrentes, compte tenu du rythme auquel le marché évolue et de la nature et du type d'interconnexion ou d'accès concerné, y compris la viabilité d'autres produits d'accès en amont, tels que l'accès aux gaines;
2° l'évolution technologique attendue concernant la conception et la gestion des réseaux;
3° la nécessité de garantir une neutralité technologique permettant aux parties de concevoir et de gérer leurs propres réseaux;
4° le degré de faisabilité de la fourniture d'accès offerte, compte tenu de la capacité disponible;
5° l'investissement initial réalisé par le propriétaire des ressources, en tenant compte des éventuels investissements publics réalisés et des risques inhérents à l'investissement, une attention particulière étant accordée aux investissements réalisés dans les réseaux à très haute capacité et aux niveaux de risque associés à ces réseaux;
6° la nécessité de préserver la concurrence à long terme, une attention particulière étant accordée à la concurrence économiquement efficace fondée sur les infrastructures et aux modèles d'activité innovants au service d'une concurrence durable, tels que ceux fondés sur le co-investissement dans les réseaux;
7° le cas échéant, les éventuels droits de propriété intellectuelle pertinents;
8° la fourniture de services paneuropéens.
Lorsque l'Institut envisage, conformément à l'article 44, d'imposer des obligations sur le fondement de l'article 49/1 ou du présent article, il examine si l'imposition d'obligations sur le fondement de l'article 49/1 serait un moyen proportionné de promouvoir la concurrence durable et les intérêts des utilisateurs finals.
§ 3. Lorsque l'Institut impose à une entreprise une obligation de fournir un accès conformément au présent article, il peut fixer des conditions techniques ou opérationnelles auxquelles le fournisseur ou les bénéficiaires de cet accès doivent satisfaire lorsque cela est nécessaire pour assurer le fonctionnement normal du réseau. Les obligations de suivre des normes ou spécifications techniques particulières respectent les normes et spécifications établies par la Commission européenne.".
Art.242. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 51/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 51/1. § 1. Ondernemingen die overeenkomstig artikel 44, § 3, zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een of meerdere relevante markten, kunnen overeenkomstig de in artikel 54/1 beschreven procedure en onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden, afspraken aanbieden om de uitrol van een nieuw netwerk met zeer hoge capaciteit dat tot aan de gebouwen van de eindgebruiker of het basisstation uit optische-vezelcomponenten bestaat, open te stellen voor mede-investeringen - bijvoorbeeld door het aanbieden van mede-eigendom of langetermijnrisicodeling aan de hand van medefinanciering of van koopovereenkomsten die specifieke rechten van structurele aard meebrengen - door andere aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten.
Wanneer het Instituut die afspraken evalueert, gaat het met name na of het aanbod van mede-investeringen voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
1° het aanbod geldt op elk moment van de levensduur van het netwerk voor alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
2° het aanbod biedt andere mede-investeerders die aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten zijn, de mogelijkheid om daadwerkelijk en duurzaam te concurreren in downstreammarkten waarop de als onderneming met aanmerkelijke markt-macht aangewezen onderneming actief is, onder voorwaarden die onder meer het volgende omvatten:
a) billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die toegang bieden tot de volledige capaciteit van het netwerk voor zover de mede-investering ervoor geldt;
b) flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de deelname van elke mede-investeerder;
c) de mogelijkheid om die deelname in de toekomst uit te breiden; en
d) wederzijdse rechten die door de mede-investeerders worden verleend na de uitrol van infrastructuur die is medegefinancierd;
3° de onderneming maakt het aanbod tijdig bekend en, indien de onderneming niet beschikt over de in artikel 54/2, § 1, vermelde kenmerken, ten minste zes maanden voor de uitrol van het nieuwe netwerk; die periode kan op grond van nationale omstandigheden worden verlengd;
4° toegangvragende partijen die niet deelnemen aan de mede-investering, kunnen van de aanvang af profiteren van dezelfde kwaliteit, snelheid en voorwaarden en hetzelfde eindgebruikersbereik als beschikbaar vóór de uitrol, samen met een mechanisme van aanpassing in de tijd dat door het Instituut wordt bevestigd in het licht van de ontwikkelingen op de relevante retailmarkten, en dat de prikkels voor het deelnemen aan de mede-investeringen in stand houdt; dat mechanisme zorgt ervoor dat toegangvragende partijen toegang krijgen tot de elementen met zeer hoge capaciteit van het netwerk, zulks op een tijdstip en op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden die passen bij de risiconiveaus waaraan de diverse mede-investeerders in verschillende stadia van de uitrol zijn blootgesteld en met inachtneming van de mededingingscontext op de retailmarkten;
5° het aanbod voldoet ten minste aan de in paragraaf 5 vervatte criteria en is te goeder trouw gedaan.
§ 2. Indien het Instituut, rekening houdend met de resultaten van de overeenkomstig artikel 54/1, § 2, uitgevoerde markttoets, constateert dat de aangeboden mede-investeringsafspraak voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1, maakt het die afspraak bindend op grond van artikel 54/1, § 3, en legt het met betrekking tot de onder de afspraken vallende elementen van het nieuwe netwerk met zeer hoge capaciteit geen extra verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, op, op voorwaarde dat ten minste één potentiële mede-investeerder een mede-investeringsovereenkomst met de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming heeft gesloten.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de regelgeving betreffende omstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, rekening houdend met de resultaten van eventueel overeenkomstig artikel 54/1, § 2, uitgevoerde markttoetsen, maar die de mededinging beïnvloeden en in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de artikelen 43 en 44.
In afwijking van het eerste lid kan het Instituut in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, overeenkomstig de artikelen 44 en 47 tot 51 oplossingen opleggen, in stand houden of aanpassen met betrekking tot nieuwe netwerken met zeer hoge capaciteit, teneinde significante problemen met de mededinging op specifieke markten aan te pakken indien het Instituut constateert dat die problemen met de mededinging, gelet op de bijzondere eigenschappen van die markten, anders niet zouden worden aangepakt.
§ 3. Het Instituut monitort voortdurend de naleving van de voorwaarden van paragraaf 1 en kan de onderneming die is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, ertoe verplichten jaarlijkse nalevingsverklaringen in te dienen.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om besluiten te nemen op grond van artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector ingeval zich een geschil voordoet tussen ondernemingen in verband met een overeenkomst inzake mede-investeringen waarvan het beschouwt dat die aan de in paragraaf 1 beschreven voorwaarden voldoet.
§ 4. Bij de toepassing van dit artikel houdt het Instituut rekening met de richtsnoeren van Berec ter bevordering van de consistente toepassing door de nationale regelgevende instanties van de voorwaarden van paragraaf 1 en de criteria van paragraaf 5.
§ 5. Wanneer het Instituut een aanbieding betreffende mede-investeringen op grond van paragraaf 1, beoordeelt, controleert zij of ten minste aan de volgende criteria is voldaan. Het Instituut kan overwegen aanvullende criteria te bepalen voor zover deze noodzakelijk zijn om te zorgen voor toegankelijkheid van potentiële investeerders tot de mede-investering, in het licht van specifieke plaatselijke omstandigheden en van de marktstructuur:
1° de aanbieding betreffende mede-investeringen staat op niet-discriminerende basis gedurende de levensduur van het door middel van een aanbieding betreffende mede-investeringen aangelegde netwerk open voor alle ondernemingen. De onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht kan in de aanbieding redelijke voorwaarden betreffende de financiële capaciteit van ondernemingen opnemen, zoals bijvoorbeeld de voorwaarde dat potentiële mede-investeerders moeten aantonen dat zij in staat zijn gefaseerde betalingen te doen op basis waarvan de implementatie wordt gepland, de aanvaarding van een strategisch plan op basis waarvan implementatieplannen voor de middellange termijn worden uitgestippeld, enzovoort;
2° de aanbieding betreffende mede-investeringen is transparant:
a) de aanbieding is beschikbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht;
b) de volledige voorwaarden, inclusief alle bijzonderheden, worden ter beschikking gesteld van alle potentiële bieders die belangstelling voor de aanbieding hebben, met inbegrip van de rechtsvorm van de overeenkomst betreffende mede-investering en, indien relevant, de belangrijkste governancevoorschriften van het mede-investeringsvehikel; en
c) het proces, waaronder het stappenplan voor de oprichting en ontwikkeling van het mede-investeringsproject, wordt van tevoren vastgesteld, wordt op duidelijke wijze schriftelijk aan alle potentiële mede-investeerders uiteengezet, en alle significante mijlpalen worden op niet-discriminerende wijze aan alle ondernemingen meegedeeld;
3° de aanbieding betreffende mede-investeringen omvat voorwaarden voor potentiële investeerders op basis waarvan duurzame mededinging op de lange termijn wordt bevorderd, met name:
a) aan alle ondernemingen worden billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aangeboden voor de deelname aan een overeenkomst betreffende de mede-investering naargelang van het tijdstip waarop zij partij worden, onder meer wat betreft een verplichte financiële bijdrage voor de verwerving van specifieke rechten, wat betreft de bescherming van de mede-investeerders op grond van die rechten, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase, bijvoorbeeld door het verlenen van onvervreemdbare gebruiksrechten voor de verwachte levensduur van het netwerk waarin mede-investering plaatsvindt, en wat betreft de voorwaarden voor de deelname aan en eventuele opzegging van de overeenkomst betreffende mede-investering. Niet-discriminerende voorwaarden houden in dit verband niet in dat aan alle potentiële mede-investeerders precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden, worden aangeboden, maar dat alle varianten van de aangeboden voorwaarden gerechtvaardigd zijn op basis van dezelfde objectieve, transparante, niet-discriminerende en voorspelbare criteria, zoals het aantal vastgelegde eindgebruikerslijnen;
b) de aanbieding voorziet in flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de verbintenissen die door elke mede-investeerder worden aangegaan, bijvoorbeeld door middel van een overeengekomen en potentieel toenemend percentage van de totale eindgebruikerslijnen in een bepaald gebied, waartoe de mede-investeerders zich geleidelijk kunnen verbinden en dat wordt vastgesteld op een niveau per eenheid dat kleinere mede-investeerders met beperkte middelen de mogelijkheid biedt in te stappen in de mede-investering op wat redelijkerwijs een minimumniveau mag worden genoemd en daarna hun deelname geleidelijk te verhogen, terwijl een adequaat niveau van de oorspronkelijke verbintenissen wordt gewaarborgd. Bij de vaststelling van de door elke mede-investeerder te leveren financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het feit dat vroege investeerders grotere risico's lopen en eerder kapitaal inbrengen;
c) een geleidelijk toenemende premie wordt als gerechtvaardigd beschouwd voor verbintenissen die in een later stadium worden aangegaan en voor nieuwe mede-investeerders die instappen in de mede-investering nadat het project van start is gegaan, zodat rekening wordt gehouden met afnemende risico's en wordt voorkomen dat er prikkels van uitgaan om kapitaal niet in een vroeg stadium in te brengen;
d) de overeenkomst betreffende de mede-investering staat toe dat mede-investeerders verkregen rechten overdragen aan andere mede-investeerders of aan derden die bereid zijn partij te worden bij de overeenkomst betreffende de mede-investering, mits de overnemende partij verplicht wordt om alle in het kader van de overeenkomst betreffende de mede-investering aan de overdragende partij opgelegde oorspronkelijke verplichtingen na te leven;
e) de mede-investeerders verlenen elkaar onder billijke en redelijke voorwaarden wederzijdse rechten betreffende toegang tot infrastructuur waarop de mede-investering betrekking heeft, met als doel het downstream aanbieden van diensten, onder meer aan eindgebruikers, overeenkomstig transparante voorwaarden die duidelijk zijn vastgelegd in de aanbieding betreffende mede-investeringen en de daaropvolgende overeenkomst, met name indien de mede-investeerders individueel en afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de implementatie van specifieke onderdelen van het netwerk. Indien een mede-investeringsvehikel wordt gecreëerd, voorziet dit, direct of indirect, in toegang tot het netwerk voor alle mede-investeerders, op basis van de gelijkwaardigheid van inputs en onder billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden waarin rekening is gehouden met de verschillende risiconiveaus die de afzonderlijke mede-investeerders aanvaarden;
4° met de aanbieding betreffende mede-investeringen wordt een duurzame investering gewaarborgd waarmee waarschijnlijk tegemoet wordt gekomen aan toekomstige behoeften, doordat nieuwe netwerkelementen worden geïmplementeerd die aanzienlijk bijdragen tot de implementatie van netwerken met een zeer hoge capaciteit.".
"Art. 51/1. § 1. Ondernemingen die overeenkomstig artikel 44, § 3, zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een of meerdere relevante markten, kunnen overeenkomstig de in artikel 54/1 beschreven procedure en onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden, afspraken aanbieden om de uitrol van een nieuw netwerk met zeer hoge capaciteit dat tot aan de gebouwen van de eindgebruiker of het basisstation uit optische-vezelcomponenten bestaat, open te stellen voor mede-investeringen - bijvoorbeeld door het aanbieden van mede-eigendom of langetermijnrisicodeling aan de hand van medefinanciering of van koopovereenkomsten die specifieke rechten van structurele aard meebrengen - door andere aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten.
Wanneer het Instituut die afspraken evalueert, gaat het met name na of het aanbod van mede-investeringen voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
1° het aanbod geldt op elk moment van de levensduur van het netwerk voor alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten;
2° het aanbod biedt andere mede-investeerders die aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten zijn, de mogelijkheid om daadwerkelijk en duurzaam te concurreren in downstreammarkten waarop de als onderneming met aanmerkelijke markt-macht aangewezen onderneming actief is, onder voorwaarden die onder meer het volgende omvatten:
a) billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden die toegang bieden tot de volledige capaciteit van het netwerk voor zover de mede-investering ervoor geldt;
b) flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de deelname van elke mede-investeerder;
c) de mogelijkheid om die deelname in de toekomst uit te breiden; en
d) wederzijdse rechten die door de mede-investeerders worden verleend na de uitrol van infrastructuur die is medegefinancierd;
3° de onderneming maakt het aanbod tijdig bekend en, indien de onderneming niet beschikt over de in artikel 54/2, § 1, vermelde kenmerken, ten minste zes maanden voor de uitrol van het nieuwe netwerk; die periode kan op grond van nationale omstandigheden worden verlengd;
4° toegangvragende partijen die niet deelnemen aan de mede-investering, kunnen van de aanvang af profiteren van dezelfde kwaliteit, snelheid en voorwaarden en hetzelfde eindgebruikersbereik als beschikbaar vóór de uitrol, samen met een mechanisme van aanpassing in de tijd dat door het Instituut wordt bevestigd in het licht van de ontwikkelingen op de relevante retailmarkten, en dat de prikkels voor het deelnemen aan de mede-investeringen in stand houdt; dat mechanisme zorgt ervoor dat toegangvragende partijen toegang krijgen tot de elementen met zeer hoge capaciteit van het netwerk, zulks op een tijdstip en op basis van transparante en niet-discriminerende voorwaarden die passen bij de risiconiveaus waaraan de diverse mede-investeerders in verschillende stadia van de uitrol zijn blootgesteld en met inachtneming van de mededingingscontext op de retailmarkten;
5° het aanbod voldoet ten minste aan de in paragraaf 5 vervatte criteria en is te goeder trouw gedaan.
§ 2. Indien het Instituut, rekening houdend met de resultaten van de overeenkomstig artikel 54/1, § 2, uitgevoerde markttoets, constateert dat de aangeboden mede-investeringsafspraak voldoet aan de voorwaarden van paragraaf 1, maakt het die afspraak bindend op grond van artikel 54/1, § 3, en legt het met betrekking tot de onder de afspraken vallende elementen van het nieuwe netwerk met zeer hoge capaciteit geen extra verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, op, op voorwaarde dat ten minste één potentiële mede-investeerder een mede-investeringsovereenkomst met de als onderneming met aanmerkelijke marktmacht aangewezen onderneming heeft gesloten.
Het eerste lid doet geen afbreuk aan de regelgeving betreffende omstandigheden die niet voldoen aan de voorwaarden van paragraaf 1, rekening houdend met de resultaten van eventueel overeenkomstig artikel 54/1, § 2, uitgevoerde markttoetsen, maar die de mededinging beïnvloeden en in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de artikelen 43 en 44.
In afwijking van het eerste lid kan het Instituut in naar behoren gerechtvaardigde omstandigheden, overeenkomstig de artikelen 44 en 47 tot 51 oplossingen opleggen, in stand houden of aanpassen met betrekking tot nieuwe netwerken met zeer hoge capaciteit, teneinde significante problemen met de mededinging op specifieke markten aan te pakken indien het Instituut constateert dat die problemen met de mededinging, gelet op de bijzondere eigenschappen van die markten, anders niet zouden worden aangepakt.
§ 3. Het Instituut monitort voortdurend de naleving van de voorwaarden van paragraaf 1 en kan de onderneming die is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, ertoe verplichten jaarlijkse nalevingsverklaringen in te dienen.
Dit artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van het Instituut om besluiten te nemen op grond van artikel 4 van de wet van 17 januari 2003 betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector ingeval zich een geschil voordoet tussen ondernemingen in verband met een overeenkomst inzake mede-investeringen waarvan het beschouwt dat die aan de in paragraaf 1 beschreven voorwaarden voldoet.
§ 4. Bij de toepassing van dit artikel houdt het Instituut rekening met de richtsnoeren van Berec ter bevordering van de consistente toepassing door de nationale regelgevende instanties van de voorwaarden van paragraaf 1 en de criteria van paragraaf 5.
§ 5. Wanneer het Instituut een aanbieding betreffende mede-investeringen op grond van paragraaf 1, beoordeelt, controleert zij of ten minste aan de volgende criteria is voldaan. Het Instituut kan overwegen aanvullende criteria te bepalen voor zover deze noodzakelijk zijn om te zorgen voor toegankelijkheid van potentiële investeerders tot de mede-investering, in het licht van specifieke plaatselijke omstandigheden en van de marktstructuur:
1° de aanbieding betreffende mede-investeringen staat op niet-discriminerende basis gedurende de levensduur van het door middel van een aanbieding betreffende mede-investeringen aangelegde netwerk open voor alle ondernemingen. De onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht kan in de aanbieding redelijke voorwaarden betreffende de financiële capaciteit van ondernemingen opnemen, zoals bijvoorbeeld de voorwaarde dat potentiële mede-investeerders moeten aantonen dat zij in staat zijn gefaseerde betalingen te doen op basis waarvan de implementatie wordt gepland, de aanvaarding van een strategisch plan op basis waarvan implementatieplannen voor de middellange termijn worden uitgestippeld, enzovoort;
2° de aanbieding betreffende mede-investeringen is transparant:
a) de aanbieding is beschikbaar en gemakkelijk te vinden op de website van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht;
b) de volledige voorwaarden, inclusief alle bijzonderheden, worden ter beschikking gesteld van alle potentiële bieders die belangstelling voor de aanbieding hebben, met inbegrip van de rechtsvorm van de overeenkomst betreffende mede-investering en, indien relevant, de belangrijkste governancevoorschriften van het mede-investeringsvehikel; en
c) het proces, waaronder het stappenplan voor de oprichting en ontwikkeling van het mede-investeringsproject, wordt van tevoren vastgesteld, wordt op duidelijke wijze schriftelijk aan alle potentiële mede-investeerders uiteengezet, en alle significante mijlpalen worden op niet-discriminerende wijze aan alle ondernemingen meegedeeld;
3° de aanbieding betreffende mede-investeringen omvat voorwaarden voor potentiële investeerders op basis waarvan duurzame mededinging op de lange termijn wordt bevorderd, met name:
a) aan alle ondernemingen worden billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden aangeboden voor de deelname aan een overeenkomst betreffende de mede-investering naargelang van het tijdstip waarop zij partij worden, onder meer wat betreft een verplichte financiële bijdrage voor de verwerving van specifieke rechten, wat betreft de bescherming van de mede-investeerders op grond van die rechten, zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de exploitatiefase, bijvoorbeeld door het verlenen van onvervreemdbare gebruiksrechten voor de verwachte levensduur van het netwerk waarin mede-investering plaatsvindt, en wat betreft de voorwaarden voor de deelname aan en eventuele opzegging van de overeenkomst betreffende mede-investering. Niet-discriminerende voorwaarden houden in dit verband niet in dat aan alle potentiële mede-investeerders precies dezelfde voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden, worden aangeboden, maar dat alle varianten van de aangeboden voorwaarden gerechtvaardigd zijn op basis van dezelfde objectieve, transparante, niet-discriminerende en voorspelbare criteria, zoals het aantal vastgelegde eindgebruikerslijnen;
b) de aanbieding voorziet in flexibiliteit wat betreft de waarde en looptijd van de verbintenissen die door elke mede-investeerder worden aangegaan, bijvoorbeeld door middel van een overeengekomen en potentieel toenemend percentage van de totale eindgebruikerslijnen in een bepaald gebied, waartoe de mede-investeerders zich geleidelijk kunnen verbinden en dat wordt vastgesteld op een niveau per eenheid dat kleinere mede-investeerders met beperkte middelen de mogelijkheid biedt in te stappen in de mede-investering op wat redelijkerwijs een minimumniveau mag worden genoemd en daarna hun deelname geleidelijk te verhogen, terwijl een adequaat niveau van de oorspronkelijke verbintenissen wordt gewaarborgd. Bij de vaststelling van de door elke mede-investeerder te leveren financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het feit dat vroege investeerders grotere risico's lopen en eerder kapitaal inbrengen;
c) een geleidelijk toenemende premie wordt als gerechtvaardigd beschouwd voor verbintenissen die in een later stadium worden aangegaan en voor nieuwe mede-investeerders die instappen in de mede-investering nadat het project van start is gegaan, zodat rekening wordt gehouden met afnemende risico's en wordt voorkomen dat er prikkels van uitgaan om kapitaal niet in een vroeg stadium in te brengen;
d) de overeenkomst betreffende de mede-investering staat toe dat mede-investeerders verkregen rechten overdragen aan andere mede-investeerders of aan derden die bereid zijn partij te worden bij de overeenkomst betreffende de mede-investering, mits de overnemende partij verplicht wordt om alle in het kader van de overeenkomst betreffende de mede-investering aan de overdragende partij opgelegde oorspronkelijke verplichtingen na te leven;
e) de mede-investeerders verlenen elkaar onder billijke en redelijke voorwaarden wederzijdse rechten betreffende toegang tot infrastructuur waarop de mede-investering betrekking heeft, met als doel het downstream aanbieden van diensten, onder meer aan eindgebruikers, overeenkomstig transparante voorwaarden die duidelijk zijn vastgelegd in de aanbieding betreffende mede-investeringen en de daaropvolgende overeenkomst, met name indien de mede-investeerders individueel en afzonderlijk verantwoordelijk zijn voor de implementatie van specifieke onderdelen van het netwerk. Indien een mede-investeringsvehikel wordt gecreëerd, voorziet dit, direct of indirect, in toegang tot het netwerk voor alle mede-investeerders, op basis van de gelijkwaardigheid van inputs en onder billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van financiële voorwaarden waarin rekening is gehouden met de verschillende risiconiveaus die de afzonderlijke mede-investeerders aanvaarden;
4° met de aanbieding betreffende mede-investeringen wordt een duurzame investering gewaarborgd waarmee waarschijnlijk tegemoet wordt gekomen aan toekomstige behoeften, doordat nieuwe netwerkelementen worden geïmplementeerd die aanzienlijk bijdragen tot de implementatie van netwerken met een zeer hoge capaciteit.".
Art.241. Dans l'article 51 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "l'opérateur de réseau concerné" sont remplacés par les mots "l'entreprise concernée";
b) les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit:
"Pour déterminer si des obligations en matière de contrôle des prix seraient appropriées, l'Institut prend en considération la nécessité de promouvoir la concurrence et les intérêts à long terme des utilisateurs finaux liés au déploiement et à la pénétration de réseaux de nouvelle génération, et notamment de réseaux à très haute capacité. En particulier, afin d'encourager l'entreprise à investir notamment dans les réseaux de nouvelle génération, l'Institut tient compte des investissements qu'elle a réalisés. Dans les cas où l'Institut juge les obligations en matière de contrôle des prix appropriées, il permet à l'entreprise de recevoir une rémunération raisonnable du capital adéquat engagé, compte tenu de tout risque spécifiquement lié à un nouveau projet d'investissement particulier dans les réseaux.
L'Institut étudie la possibilité de ne pas imposer ou de ne pas maintenir d'obligations au titre du présent article dans les cas où il établit qu'il existe une pression démontrable sur les prix de détail et que toute obligation imposée conformément aux articles 47 à 50, y compris notamment tout test de reproductibilité économique imposé conformément à l'article 47, garantit un accès effectif et non discriminatoire.";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsque l'Institut juge approprié d'imposer des obligations en matière de contrôle des prix sur l'accès à des éléments de réseau existants, il tient également compte des avantages que présentent des prix de gros prévisibles et stables pour garantir une entrée efficace sur le marché et des incitations suffisantes pour que toutes les entreprises déploient des réseaux nouveaux et améliorés.";
2° les paragraphes 2 à 4 sont remplacés:
" § 2. L'Institut veille à ce que tous les mécanismes de récupération des coûts ou les méthodologies de tarification rendus obligatoires visent à promouvoir le déploiement de réseaux nouveaux et améliorés et l'efficacité, à favoriser une concurrence durable et à optimiser les avantages durables pour l'utilisateur final. A cet égard, l'Institut peut également prendre en compte les prix en vigueur sur des marchés concurrentiels comparables.
§ 3. Lorsqu'une entreprise est soumise à une obligation concernant l'orientation des prix en fonction des coûts, c'est à l'entreprise concernée qu'il incombe de prouver que les tarifs sont déterminés en fonction des coûts, en tenant compte d'un retour sur investissements raisonnable. Afin de calculer le coût d'une fourniture de services efficace, l'Institut peut utiliser des méthodes de comptabilisation des coûts distinctes de celles appliquées par l'entreprise. L'Institut peut demander à une entreprise de justifier intégralement ses prix et, si nécessaire, en exiger l'adaptation.
§ 4. Lorsque la mise en place d'un système de comptabilisation des coûts est rendue obligatoire pour soutenir le contrôle des prix, l'Institut veille à ce que soit mis à la disposition du public une description du système de comptabilisation des coûts faisant apparaître au moins les principales catégories au sein desquelles les coûts sont regroupés et les règles en matière de répartition des coûts. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "l'opérateur de réseau concerné" sont remplacés par les mots "l'entreprise concernée";
b) les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit:
"Pour déterminer si des obligations en matière de contrôle des prix seraient appropriées, l'Institut prend en considération la nécessité de promouvoir la concurrence et les intérêts à long terme des utilisateurs finaux liés au déploiement et à la pénétration de réseaux de nouvelle génération, et notamment de réseaux à très haute capacité. En particulier, afin d'encourager l'entreprise à investir notamment dans les réseaux de nouvelle génération, l'Institut tient compte des investissements qu'elle a réalisés. Dans les cas où l'Institut juge les obligations en matière de contrôle des prix appropriées, il permet à l'entreprise de recevoir une rémunération raisonnable du capital adéquat engagé, compte tenu de tout risque spécifiquement lié à un nouveau projet d'investissement particulier dans les réseaux.
L'Institut étudie la possibilité de ne pas imposer ou de ne pas maintenir d'obligations au titre du présent article dans les cas où il établit qu'il existe une pression démontrable sur les prix de détail et que toute obligation imposée conformément aux articles 47 à 50, y compris notamment tout test de reproductibilité économique imposé conformément à l'article 47, garantit un accès effectif et non discriminatoire.";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsque l'Institut juge approprié d'imposer des obligations en matière de contrôle des prix sur l'accès à des éléments de réseau existants, il tient également compte des avantages que présentent des prix de gros prévisibles et stables pour garantir une entrée efficace sur le marché et des incitations suffisantes pour que toutes les entreprises déploient des réseaux nouveaux et améliorés.";
2° les paragraphes 2 à 4 sont remplacés:
" § 2. L'Institut veille à ce que tous les mécanismes de récupération des coûts ou les méthodologies de tarification rendus obligatoires visent à promouvoir le déploiement de réseaux nouveaux et améliorés et l'efficacité, à favoriser une concurrence durable et à optimiser les avantages durables pour l'utilisateur final. A cet égard, l'Institut peut également prendre en compte les prix en vigueur sur des marchés concurrentiels comparables.
§ 3. Lorsqu'une entreprise est soumise à une obligation concernant l'orientation des prix en fonction des coûts, c'est à l'entreprise concernée qu'il incombe de prouver que les tarifs sont déterminés en fonction des coûts, en tenant compte d'un retour sur investissements raisonnable. Afin de calculer le coût d'une fourniture de services efficace, l'Institut peut utiliser des méthodes de comptabilisation des coûts distinctes de celles appliquées par l'entreprise. L'Institut peut demander à une entreprise de justifier intégralement ses prix et, si nécessaire, en exiger l'adaptation.
§ 4. Lorsque la mise en place d'un système de comptabilisation des coûts est rendue obligatoire pour soutenir le contrôle des prix, l'Institut veille à ce que soit mis à la disposition du public une description du système de comptabilisation des coûts faisant apparaître au moins les principales catégories au sein desquelles les coûts sont regroupés et les règles en matière de répartition des coûts. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
Art.243. Artikel 52 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 52. § 1. In de veronderstelling bedoeld in artikel 44, § 6, legt het Instituut regelgevende verplichtingen bedoeld in paragraaf 2, tweede en derde lid, op aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de retailmarkt in kwestie, overeenkomstig artikel 44, § 3.
§ 2. Verplichtingen die worden opgelegd uit hoofde van paragraaf 1, moeten gebaseerd zijn op de aard van het geconstateerde probleem en evenredig en verantwoord zijn in het licht van de doelstellingen van artikel 35.
De opgelegde verplichtingen kunnen inhouden dat de aangewezen ondernemingen geen buitensporige prijzen mogen vragen, de toegang tot de markt niet mogen belemmeren, de mededinging niet mogen beperken door middel van afbraakprijzen, geen ongegronde voorkeur voor bepaalde eindgebruikers aan de dag mogen leggen en diensten niet op een onredelijke wijze mogen bundelen.
Het Instituut kan dergelijke ondernemingen passende retailprijsplafonds opleggen, alsook verplichtingen om individuele tarieven te controleren of verplichtingen om de tarieven af te stemmen op de kosten of prijzen op vergelijkbare markten, teneinde de belangen van de eindgebruiker te beschermen en tegelijkertijd daadwerkelijke mededinging te stimuleren.
§ 3. Het Instituut zorgt ervoor dat, indien een onderneming aan regelgeving inzake retailtarieven of andere desbetreffende retailcontroles is onderworpen, de noodzakelijke en geëigende kostentoerekeningssystemen worden toegepast.
Het Instituut kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methodes moeten worden gehanteerd. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
"Art. 52. § 1. In de veronderstelling bedoeld in artikel 44, § 6, legt het Instituut regelgevende verplichtingen bedoeld in paragraaf 2, tweede en derde lid, op aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de retailmarkt in kwestie, overeenkomstig artikel 44, § 3.
§ 2. Verplichtingen die worden opgelegd uit hoofde van paragraaf 1, moeten gebaseerd zijn op de aard van het geconstateerde probleem en evenredig en verantwoord zijn in het licht van de doelstellingen van artikel 35.
De opgelegde verplichtingen kunnen inhouden dat de aangewezen ondernemingen geen buitensporige prijzen mogen vragen, de toegang tot de markt niet mogen belemmeren, de mededinging niet mogen beperken door middel van afbraakprijzen, geen ongegronde voorkeur voor bepaalde eindgebruikers aan de dag mogen leggen en diensten niet op een onredelijke wijze mogen bundelen.
Het Instituut kan dergelijke ondernemingen passende retailprijsplafonds opleggen, alsook verplichtingen om individuele tarieven te controleren of verplichtingen om de tarieven af te stemmen op de kosten of prijzen op vergelijkbare markten, teneinde de belangen van de eindgebruiker te beschermen en tegelijkertijd daadwerkelijke mededinging te stimuleren.
§ 3. Het Instituut zorgt ervoor dat, indien een onderneming aan regelgeving inzake retailtarieven of andere desbetreffende retailcontroles is onderworpen, de noodzakelijke en geëigende kostentoerekeningssystemen worden toegepast.
Het Instituut kan nader bepalen welk model en welke boekhoudkundige methodes moeten worden gehanteerd. De inachtneming van het kostentoerekeningssysteem wordt op kosten van de onderneming geverifieerd door een erkend revisor, die elk jaar een verklaring van overeenstemming opstelt, welke door het Instituut wordt gepubliceerd.".
Art.242. Dans le chapitre 4 de la même loi, il est inséré un article 51/1 rédigé comme suit:
"Art. 51/1. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44, § 3, peuvent offrir des engagements conformément à la procédure décrite à l'article 54/1 et sous réserve de l'alinéa 2, d'ouvrir au co-investissement le déploiement d'un nouveau réseau à très haute capacité qui consiste en des éléments de fibre optique jusqu'aux locaux de l'utilisateur final ou à la station de base, par exemple en proposant une copropriété ou un partage des risques à long terme au moyen d'un cofinancement ou d'accords d'achat faisant naître des droits spécifiques de nature structurelle par d'autres fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques.
Lorsque l'Institut évalue ces engagements, il détermine, en particulier, si l'offre de co-investissement respecte toutes les conditions suivantes:
1° elle est ouverte à tout moment de la durée de vie du réseau à tout fournisseur de réseaux ou de services de communications électroniques;
2° elle permettrait à d'autres co-investisseurs qui sont des fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques d'entrer en concurrence de manière effective et durable à long terme sur les marchés en aval sur lesquels l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché est active, selon des conditions incluant notamment:
a) des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires permettant l'accès à la pleine capacité du réseau dans la mesure où il fait l'objet d'un co-investissement;
b) une souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de la participation de chaque co-investisseur;
c) la possibilité d'augmenter cette participation à l'avenir;
d) l'attribution, par les co-investisseurs, de droits réciproques après le déploiement de l'infrastructure qui fait l'objet du co-investissement;
3° elle est rendue publique par l'entreprise en temps utile et, si l'entreprise ne possède pas les caractéristiques énumérées à l'article 54/2, § 1er, au moins six mois avant le lancement du déploiement du nouveau réseau; ce délai peut être prolongé en fonction des circonstances nationales;
4° les demandeurs d'accès qui ne participent pas au co-investissement peuvent bénéficier dès le départ d'une qualité, d'une vitesse, de conditions et de possibilités d'atteindre les utilisateurs finaux identiques à celles qui existaient avant le déploiement, accompagnées d'un mécanisme d'adaptation au fil du temps confirmé par l'Institut, au regard des évolutions sur les marchés de détail connexes, qui maintient les incitations à participer au co-investissement; ce mécanisme garantit que les demandeurs d'accès ont accès aux éléments à très haute capacité du réseau à un moment et sur la base de conditions transparentes et non discriminatoires qui reflètent de manière appropriée les degrés de risques encourus par les co-investisseurs respectifs à différents stades du déploiement et tiennent compte de la situation concurrentielle sur les marchés de détail;
5° elle respecte au minimum les critères figurant au paragraphe 5 et elle est faite de bonne foi.
§ 2. Si l'Institut, compte tenu des résultats du test de marché effectué conformément à l'article 54/1, § 2, conclut que l'engagement de co-investissement proposé respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er, elle rend cet engagement contraignant en vertu de l'article 54/1, § 3, et n'impose pas d'obligations supplémentaires en vertu de l'article 44, § 4, pour ce qui est des éléments du nouveau réseau à très haute capacité faisant l'objet de l'engagement, si au moins un co-investisseur potentiel a conclu un accord de co-investissement avec l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
L'alinéa 1er s'entend sans préjudice du traitement, sur le plan de la régulation, de circonstances qui ne respectent pas les conditions énoncées au paragraphe 1er, compte tenu des résultats de tout test du marché effectué conformément à l'article 54/1, § 2, mais qui ont une incidence sur la concurrence et sont prises en considération aux fins des articles 43 et 44.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Institut, peut, dans des circonstances dûment justifiées, imposer, maintenir ou adapter des mesures correctrices conformément aux articles 44 et 47 à 51 en ce qui concerne les nouveaux réseaux à très haute capacité afin de résoudre d'importants problèmes de concurrence sur des marchés spécifiques lorsque l'Institut constate que, compte tenu des spécificités de ces marchés, ces problèmes de concurrence ne pourraient être résolus autrement.
§ 3. L'Institut assure un contrôle permanent du respect des conditions énoncées au paragraphe 1er et peut imposer à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché de lui fournir chaque année une déclaration de conformité.
Le présent article s'entend sans préjudice du pouvoir de l'Institut de prendre des décisions en vertu de l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, en cas de litige survenant entre des entreprises en rapport avec un accord de co-investissement dont il juge qu'il respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er.
§ 4. En appliquant le présent article, l'Institut tient compte des lignes directrices de l'ORECE visant à favoriser une application cohérente, par les autorités de régulation nationales, des conditions énoncées au paragraphe 1er et des critères énoncés au paragraphe 5.
§ 5. Lors de l'évaluation d'une offre de co-investissement en application du paragraphe 1er, l'Institut vérifie s'il a été satisfait au minimum aux critères énoncés ci-après. L'Institut peut envisager des critères supplémentaires dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour assurer l'accessibilité d'investisseurs potentiels au co-investissement, compte tenu des conditions locales spécifiques et de la structure du marché:
1° l'offre de co-investissement est ouverte à toute entreprise sur la durée de vie du réseau construit dans le cadre d'une offre de co-investissement sur une base non discriminatoire. L'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché peut inclure dans l'offre des conditions raisonnables concernant la capacité financière de toute entreprise afin que, par exemple, les co-investisseurs potentiels soient tenus de démontrer leur capacité à fournir les paiements échelonnés sur la base desquels le déploiement est prévu, l'acceptation d'un plan stratégique qui sert de base à l'élaboration des plans de déploiement à moyen terme, etc.;
2° l'offre de co-investissement est transparente:
a) l'offre est disponible et aisément identifiable sur le site internet de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché;
b) les conditions détaillées et complètes sont, sans retard indu, mises à la disposition de tout candidat potentiel ayant manifesté son intérêt, y compris la forme juridique de l'accord de co-investissement et, le cas échéant, les grands principes des règles de gouvernance du véhicule de co-investissement; et
c) le processus, comme la feuille de route pour la définition et l'élaboration du projet de co-investissement, est fixé à l'avance; il est clairement expliqué par écrit à tout co-investisseur potentiel et toutes les étapes principales sont clairement communiquées à toutes les entreprises sans discrimination;
3° l'offre de co-investissement comprend des conditions pour les co-investisseurs potentiels qui favorisent une concurrence durable à long terme, notamment:
a) toutes les entreprises se voient proposer des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires pour participer à l'accord de co-investissement en fonction du moment où elles adhèrent, notamment en ce qui concerne la contrepartie financière exigée pour l'acquisition de droits spécifiques, la protection que ces droits assurent aux co-investisseurs, que ce soit pendant la phase de construction ou pendant la phase d'exploitation, par exemple par l'octroi de droits irrévocables d'usage pour la durée de vie prévisible du réseau qui fait l'objet du co-investissement, et en ce qui concerne les conditions régissant l'adhésion à l'accord de co-investissement et sa résiliation potentielle. Des conditions non discriminatoires dans ce contexte n'impliquent pas que tous les co-investisseurs potentiels se voient offrir exactement les mêmes conditions, y compris financières, mais que tous les écarts entre les conditions proposées sont justifiés sur la base des mêmes critères objectifs, transparents, non discriminatoires et prévisibles tels que le nombre de lignes d'utilisateur final pour lequel un engagement est souscrit;
b) l'offre permet une certaine souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de l'engagement souscrit par chaque co-investisseur, par exemple sous la forme d'un pourcentage convenu, et susceptible d'augmentation, du total des lignes d'utilisateur final dans une zone donnée, pourcentage par rapport auquel les co-investisseurs ont la possibilité de s'engager progressivement et qui est fixé à un niveau raisonnablement minimum et d'augmenter progressivement leur participation, tout en garantissant des niveaux d'engagement initial suffisants. La contrepartie financière à fournir par chaque co-investisseur doit être déterminée de manière à refléter le fait que les premiers investisseurs acceptent des risques plus élevés et engagent leurs capitaux plus tôt;
c) une prime qui augmente au fil du temps est considérée comme justifiée pour les engagements souscrits à des stades ultérieurs et pour les nouveaux co-investisseurs qui adhèrent à l'accord de co-investissement après le début du projet, de manière à refléter la diminution des risques et à neutraliser toute incitation à retenir les capitaux aux premiers stades;
d) l'accord de co-investissement permet de transférer des droits acquis par des co-investisseurs à d'autres co-investisseurs ou à des tiers acceptant d'adhérer à l'accord de co-investissement, sous réserve que le cessionnaire soit obligé de remplir toutes les obligations initiales du cédant au titre de l'accord de co-investissement;
e) les co-investisseurs s'accordent mutuellement des droits réciproques, à des conditions équitables et raisonnables, en vue de l'accès à l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement aux fins de la fourniture de services en aval, y compris aux utilisateurs finaux, conformément aux conditions transparentes qui doivent apparaître de façon transparente dans l'offre de co-investissement et l'accord ultérieur, notamment lorsque les co-investisseurs sont responsables individuellement et séparément du déploiement de parties spécifiques du réseau. Si un véhicule de co-investissement est créé, il offre l'accès au réseau à tous les co-investisseurs, que ce soit directement ou indirectement, sur la base d'une équivalence des intrants et conformément à des conditions équitables et raisonnables, y compris les conditions financières reflétant les niveaux de risque différents acceptés par les co-investisseurs individuels;
4° l'offre de co-investissement garantit un investissement pérenne susceptible de répondre aux besoins futurs, grâce au déploiement de nouveaux éléments de réseau contribuant de manière significative au déploiement de réseaux à très haute capacité.".
"Art. 51/1. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44, § 3, peuvent offrir des engagements conformément à la procédure décrite à l'article 54/1 et sous réserve de l'alinéa 2, d'ouvrir au co-investissement le déploiement d'un nouveau réseau à très haute capacité qui consiste en des éléments de fibre optique jusqu'aux locaux de l'utilisateur final ou à la station de base, par exemple en proposant une copropriété ou un partage des risques à long terme au moyen d'un cofinancement ou d'accords d'achat faisant naître des droits spécifiques de nature structurelle par d'autres fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques.
Lorsque l'Institut évalue ces engagements, il détermine, en particulier, si l'offre de co-investissement respecte toutes les conditions suivantes:
1° elle est ouverte à tout moment de la durée de vie du réseau à tout fournisseur de réseaux ou de services de communications électroniques;
2° elle permettrait à d'autres co-investisseurs qui sont des fournisseurs de réseaux ou de services de communications électroniques d'entrer en concurrence de manière effective et durable à long terme sur les marchés en aval sur lesquels l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché est active, selon des conditions incluant notamment:
a) des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires permettant l'accès à la pleine capacité du réseau dans la mesure où il fait l'objet d'un co-investissement;
b) une souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de la participation de chaque co-investisseur;
c) la possibilité d'augmenter cette participation à l'avenir;
d) l'attribution, par les co-investisseurs, de droits réciproques après le déploiement de l'infrastructure qui fait l'objet du co-investissement;
3° elle est rendue publique par l'entreprise en temps utile et, si l'entreprise ne possède pas les caractéristiques énumérées à l'article 54/2, § 1er, au moins six mois avant le lancement du déploiement du nouveau réseau; ce délai peut être prolongé en fonction des circonstances nationales;
4° les demandeurs d'accès qui ne participent pas au co-investissement peuvent bénéficier dès le départ d'une qualité, d'une vitesse, de conditions et de possibilités d'atteindre les utilisateurs finaux identiques à celles qui existaient avant le déploiement, accompagnées d'un mécanisme d'adaptation au fil du temps confirmé par l'Institut, au regard des évolutions sur les marchés de détail connexes, qui maintient les incitations à participer au co-investissement; ce mécanisme garantit que les demandeurs d'accès ont accès aux éléments à très haute capacité du réseau à un moment et sur la base de conditions transparentes et non discriminatoires qui reflètent de manière appropriée les degrés de risques encourus par les co-investisseurs respectifs à différents stades du déploiement et tiennent compte de la situation concurrentielle sur les marchés de détail;
5° elle respecte au minimum les critères figurant au paragraphe 5 et elle est faite de bonne foi.
§ 2. Si l'Institut, compte tenu des résultats du test de marché effectué conformément à l'article 54/1, § 2, conclut que l'engagement de co-investissement proposé respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er, elle rend cet engagement contraignant en vertu de l'article 54/1, § 3, et n'impose pas d'obligations supplémentaires en vertu de l'article 44, § 4, pour ce qui est des éléments du nouveau réseau à très haute capacité faisant l'objet de l'engagement, si au moins un co-investisseur potentiel a conclu un accord de co-investissement avec l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
L'alinéa 1er s'entend sans préjudice du traitement, sur le plan de la régulation, de circonstances qui ne respectent pas les conditions énoncées au paragraphe 1er, compte tenu des résultats de tout test du marché effectué conformément à l'article 54/1, § 2, mais qui ont une incidence sur la concurrence et sont prises en considération aux fins des articles 43 et 44.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Institut, peut, dans des circonstances dûment justifiées, imposer, maintenir ou adapter des mesures correctrices conformément aux articles 44 et 47 à 51 en ce qui concerne les nouveaux réseaux à très haute capacité afin de résoudre d'importants problèmes de concurrence sur des marchés spécifiques lorsque l'Institut constate que, compte tenu des spécificités de ces marchés, ces problèmes de concurrence ne pourraient être résolus autrement.
§ 3. L'Institut assure un contrôle permanent du respect des conditions énoncées au paragraphe 1er et peut imposer à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché de lui fournir chaque année une déclaration de conformité.
Le présent article s'entend sans préjudice du pouvoir de l'Institut de prendre des décisions en vertu de l'article 4 de la loi du 17 janvier 2003 concernant les recours et le traitement des litiges à l'occasion de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et télécommunications belges, en cas de litige survenant entre des entreprises en rapport avec un accord de co-investissement dont il juge qu'il respecte les conditions énoncées au paragraphe 1er.
§ 4. En appliquant le présent article, l'Institut tient compte des lignes directrices de l'ORECE visant à favoriser une application cohérente, par les autorités de régulation nationales, des conditions énoncées au paragraphe 1er et des critères énoncés au paragraphe 5.
§ 5. Lors de l'évaluation d'une offre de co-investissement en application du paragraphe 1er, l'Institut vérifie s'il a été satisfait au minimum aux critères énoncés ci-après. L'Institut peut envisager des critères supplémentaires dans la mesure où ceux-ci sont nécessaires pour assurer l'accessibilité d'investisseurs potentiels au co-investissement, compte tenu des conditions locales spécifiques et de la structure du marché:
1° l'offre de co-investissement est ouverte à toute entreprise sur la durée de vie du réseau construit dans le cadre d'une offre de co-investissement sur une base non discriminatoire. L'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché peut inclure dans l'offre des conditions raisonnables concernant la capacité financière de toute entreprise afin que, par exemple, les co-investisseurs potentiels soient tenus de démontrer leur capacité à fournir les paiements échelonnés sur la base desquels le déploiement est prévu, l'acceptation d'un plan stratégique qui sert de base à l'élaboration des plans de déploiement à moyen terme, etc.;
2° l'offre de co-investissement est transparente:
a) l'offre est disponible et aisément identifiable sur le site internet de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché;
b) les conditions détaillées et complètes sont, sans retard indu, mises à la disposition de tout candidat potentiel ayant manifesté son intérêt, y compris la forme juridique de l'accord de co-investissement et, le cas échéant, les grands principes des règles de gouvernance du véhicule de co-investissement; et
c) le processus, comme la feuille de route pour la définition et l'élaboration du projet de co-investissement, est fixé à l'avance; il est clairement expliqué par écrit à tout co-investisseur potentiel et toutes les étapes principales sont clairement communiquées à toutes les entreprises sans discrimination;
3° l'offre de co-investissement comprend des conditions pour les co-investisseurs potentiels qui favorisent une concurrence durable à long terme, notamment:
a) toutes les entreprises se voient proposer des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires pour participer à l'accord de co-investissement en fonction du moment où elles adhèrent, notamment en ce qui concerne la contrepartie financière exigée pour l'acquisition de droits spécifiques, la protection que ces droits assurent aux co-investisseurs, que ce soit pendant la phase de construction ou pendant la phase d'exploitation, par exemple par l'octroi de droits irrévocables d'usage pour la durée de vie prévisible du réseau qui fait l'objet du co-investissement, et en ce qui concerne les conditions régissant l'adhésion à l'accord de co-investissement et sa résiliation potentielle. Des conditions non discriminatoires dans ce contexte n'impliquent pas que tous les co-investisseurs potentiels se voient offrir exactement les mêmes conditions, y compris financières, mais que tous les écarts entre les conditions proposées sont justifiés sur la base des mêmes critères objectifs, transparents, non discriminatoires et prévisibles tels que le nombre de lignes d'utilisateur final pour lequel un engagement est souscrit;
b) l'offre permet une certaine souplesse en ce qui concerne la valeur et le calendrier de l'engagement souscrit par chaque co-investisseur, par exemple sous la forme d'un pourcentage convenu, et susceptible d'augmentation, du total des lignes d'utilisateur final dans une zone donnée, pourcentage par rapport auquel les co-investisseurs ont la possibilité de s'engager progressivement et qui est fixé à un niveau raisonnablement minimum et d'augmenter progressivement leur participation, tout en garantissant des niveaux d'engagement initial suffisants. La contrepartie financière à fournir par chaque co-investisseur doit être déterminée de manière à refléter le fait que les premiers investisseurs acceptent des risques plus élevés et engagent leurs capitaux plus tôt;
c) une prime qui augmente au fil du temps est considérée comme justifiée pour les engagements souscrits à des stades ultérieurs et pour les nouveaux co-investisseurs qui adhèrent à l'accord de co-investissement après le début du projet, de manière à refléter la diminution des risques et à neutraliser toute incitation à retenir les capitaux aux premiers stades;
d) l'accord de co-investissement permet de transférer des droits acquis par des co-investisseurs à d'autres co-investisseurs ou à des tiers acceptant d'adhérer à l'accord de co-investissement, sous réserve que le cessionnaire soit obligé de remplir toutes les obligations initiales du cédant au titre de l'accord de co-investissement;
e) les co-investisseurs s'accordent mutuellement des droits réciproques, à des conditions équitables et raisonnables, en vue de l'accès à l'infrastructure faisant l'objet du co-investissement aux fins de la fourniture de services en aval, y compris aux utilisateurs finaux, conformément aux conditions transparentes qui doivent apparaître de façon transparente dans l'offre de co-investissement et l'accord ultérieur, notamment lorsque les co-investisseurs sont responsables individuellement et séparément du déploiement de parties spécifiques du réseau. Si un véhicule de co-investissement est créé, il offre l'accès au réseau à tous les co-investisseurs, que ce soit directement ou indirectement, sur la base d'une équivalence des intrants et conformément à des conditions équitables et raisonnables, y compris les conditions financières reflétant les niveaux de risque différents acceptés par les co-investisseurs individuels;
4° l'offre de co-investissement garantit un investissement pérenne susceptible de répondre aux besoins futurs, grâce au déploiement de nouveaux éléments de réseau contribuant de manière significative au déploiement de réseaux à très haute capacité.".
Art.244. In artikel 53 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 45, § 2, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde netwerkoperator" vervangen door de woorden "een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde onderneming";
b) in het tweede lid worden de woorden "alle netwerkoperatoren" vervangen door de woorden "alle ondernemingen";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin wordt het woord "voorstel" vervangen door het woord "verzoek";
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° bewijsmateriaal dat het in paragraaf 1 bedoelde besluit van het Instituut rechtvaardigt;";
c) in de bepaling onder 2° worden de woorden "met redenen omklede evaluatie die stelt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op" vervangen door de woorden "gemotiveerde evaluatie die besluit dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op";
d) de bepaling onder 3° worden de woorden "op de netwerkoperator, met name op de werknemers van de gescheiden bedrijfseenheid, op de elektronische-communicatiesector als geheel, op de stimuli om in deze sector als een geheel te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging en eventuele gevolgen" vervangen door de woorden "op de onderneming, met name op de werknemers van de gescheiden bedrijfseenheid, op de elektronische-communicatiesector als geheel, op de stimuli om daarin te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging op het gebied van infrastructuur en eventuele daaruit voortvloeiende gevolgen";
e) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° een analyse van de redenen waarom die verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen.";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 5° worden de woorden "ten behoeve van de overige belanghebbenden" vervangen door de woorden "naar de andere belanghebbenden toe";
b) in de Franse tekst van de bepaling onder 6° worden de woorden "la conformité et comportant" vervangen door de woorden "le respect des obligations, y compris";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Naar aanleiding van het in overeenstemming met artikel 44, § 5, genomen besluit van de Europese Commissie inzake die ontwerpmaatregel, voert het Instituut een gecoördineerde analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn met het toegangsnetwerk overeenkomstig de in artikel 44 beschreven procedure. Op basis van die analyse moet het Instituut, overeenkomstig de procedures van de artikelen 60, 61, 63 en 64, verplichtingen opleggen, handhaven of intrekken.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Een onderneming die functionele scheiding kreeg opgelegd, kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 47 tot 51 bedoelde verplichtingen op elke specifieke markt wanneer is vastgesteld dat het een onderneming betreft die overeenkomstig artikel 44 is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, of andere verplichtingen die op grond van artikel 44, § 5, door de Europese Commissie zijn goedgekeurd.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden "en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 45, § 2, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde netwerkoperator" vervangen door de woorden "een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde onderneming";
b) in het tweede lid worden de woorden "alle netwerkoperatoren" vervangen door de woorden "alle ondernemingen";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de eerste zin wordt het woord "voorstel" vervangen door het woord "verzoek";
b) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° bewijsmateriaal dat het in paragraaf 1 bedoelde besluit van het Instituut rechtvaardigt;";
c) in de bepaling onder 2° worden de woorden "met redenen omklede evaluatie die stelt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op" vervangen door de woorden "gemotiveerde evaluatie die besluit dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op";
d) de bepaling onder 3° worden de woorden "op de netwerkoperator, met name op de werknemers van de gescheiden bedrijfseenheid, op de elektronische-communicatiesector als geheel, op de stimuli om in deze sector als een geheel te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging en eventuele gevolgen" vervangen door de woorden "op de onderneming, met name op de werknemers van de gescheiden bedrijfseenheid, op de elektronische-communicatiesector als geheel, op de stimuli om daarin te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie, en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging op het gebied van infrastructuur en eventuele daaruit voortvloeiende gevolgen";
e) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° een analyse van de redenen waarom die verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen.";
3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 5° worden de woorden "ten behoeve van de overige belanghebbenden" vervangen door de woorden "naar de andere belanghebbenden toe";
b) in de Franse tekst van de bepaling onder 6° worden de woorden "la conformité et comportant" vervangen door de woorden "le respect des obligations, y compris";
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Naar aanleiding van het in overeenstemming met artikel 44, § 5, genomen besluit van de Europese Commissie inzake die ontwerpmaatregel, voert het Instituut een gecoördineerde analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn met het toegangsnetwerk overeenkomstig de in artikel 44 beschreven procedure. Op basis van die analyse moet het Instituut, overeenkomstig de procedures van de artikelen 60, 61, 63 en 64, verplichtingen opleggen, handhaven of intrekken.";
4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. Een onderneming die functionele scheiding kreeg opgelegd, kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 47 tot 51 bedoelde verplichtingen op elke specifieke markt wanneer is vastgesteld dat het een onderneming betreft die overeenkomstig artikel 44 is aangewezen als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, of andere verplichtingen die op grond van artikel 44, § 5, door de Europese Commissie zijn goedgekeurd.";
5° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art.243. L'article 52 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 52. § 1er. Dans l'hypothèse visée à l'article 44, § 6, l'Institut impose des obligations réglementaires visées au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché de détail en question, conformément à l'article 44, § 3.
§ 2. Les obligations imposées en vertu du paragraphe 1er sont fondées sur la nature du problème constaté et sont proportionnées et justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 35.
Les obligations imposées peuvent inclure l'exigence que les entreprises visées ne pratiquent pas de prix excessifs, n'interdisent pas l'entrée sur le marché ou ne restreignent pas la concurrence en fixant des prix d'éviction, ni ne privilégient de manière abusive certains utilisateurs finaux ou ne groupent pas leurs services de façon déraisonnable.
L'Institut peut appliquer à ces entreprises des mesures appropriées de plafonnement des tarifs de détail, des mesures visant à maîtriser certains tarifs ou des mesures visant à orienter les tarifs en fonction des coûts ou des prix sur des marchés comparables, afin de protéger les intérêts des utilisateurs finaux tout en favorisant une concurrence réelle.
§ 3. L'Institut veille à ce que, lorsqu'une entreprise est soumise à une réglementation relative aux tarifs de détail ou à d'autres contrôles concernant le marché de détail, les systèmes nécessaires et appropriés de comptabilisation des coûts soient mis en oeuvre.
L'Institut peut spécifier le format et les méthodologies comptables à utiliser. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
"Art. 52. § 1er. Dans l'hypothèse visée à l'article 44, § 6, l'Institut impose des obligations réglementaires visées au paragraphe 2, alinéas 2 et 3, aux entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché de détail en question, conformément à l'article 44, § 3.
§ 2. Les obligations imposées en vertu du paragraphe 1er sont fondées sur la nature du problème constaté et sont proportionnées et justifiées au regard des objectifs énoncés à l'article 35.
Les obligations imposées peuvent inclure l'exigence que les entreprises visées ne pratiquent pas de prix excessifs, n'interdisent pas l'entrée sur le marché ou ne restreignent pas la concurrence en fixant des prix d'éviction, ni ne privilégient de manière abusive certains utilisateurs finaux ou ne groupent pas leurs services de façon déraisonnable.
L'Institut peut appliquer à ces entreprises des mesures appropriées de plafonnement des tarifs de détail, des mesures visant à maîtriser certains tarifs ou des mesures visant à orienter les tarifs en fonction des coûts ou des prix sur des marchés comparables, afin de protéger les intérêts des utilisateurs finaux tout en favorisant une concurrence réelle.
§ 3. L'Institut veille à ce que, lorsqu'une entreprise est soumise à une réglementation relative aux tarifs de détail ou à d'autres contrôles concernant le marché de détail, les systèmes nécessaires et appropriés de comptabilisation des coûts soient mis en oeuvre.
L'Institut peut spécifier le format et les méthodologies comptables à utiliser. Le respect du système de comptabilisation des coûts est vérifié aux frais de l'entreprise par un réviseur agréé, qui établit annuellement une déclaration de conformité, que l'Institut publie.".
Art.245. Artikel 54 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 54. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of verschillende markten overeenkomstig artikel 44, stellen het Instituut ten minste drie maanden vooraf in kennis van hun voornemen hun plaatselijke toegangsnetwerkactiva of een belangrijk deel ervan over te dragen aan een afzonderlijke rechtseenheid met een verschillende eigenaar, of een afzonderlijke bedrijfseenheid op te richten om aan alle retailers, met inbegrip van de eigen retailafdelingen, volledige equivalente toegangsproducten te verstrekken.
Die ondernemingen stellen het Instituut tevens in kennis van eventuele veranderingen van dat voornemen, alsmede van het eindresultaat van het scheidingsproces.
Dergelijke ondernemingen kunnen ook afspraken inzake toegangsvoorwaarden aanbieden die van toepassing zullen zijn op hun netwerk tijdens een implementatieperiode nadat de voorgestelde vorm van de scheiding is geïmplementeerd, teneinde effectieve en niet-discriminerende toegang door derden te waarborgen. Het aanbod van afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdschema voor de implementatie en de looptijd opdat het Instituut zijn taken overeenkomstig paragraaf 2 kan uitvoeren. Dergelijke afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de maximale periode voor marktbeoordelingen die in artikel 44, § 8, is vastgesteld.
§ 2. Het Instituut onderzoekt welk effect de voorgenomen transactie indien van toepassing in combinatie met de aangeboden afspraken, zal hebben op de bestaande regelgevende verplichtingen op grond van deze wet.
Hiertoe voert het Instituut een analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk in overeenstemming met de in de artikelen 43 en 44 beschreven procedure.
Het Instituut neemt alle door de onderneming aangeboden afspraken in acht en houdt in het bijzonder rekening met de in artikel 35 vervatte doelstellingen. In het kader daarvan raadpleegt het Instituut derden in overeenstemming met artikel 60 en richt zich daarbij in het bijzonder op derden waarop de beoogde transactie rechtstreeks invloed heeft.
Op basis van die analyse moet het Instituut verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken, overeenkomstig de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 omschreven procedures, waarbij in voorkomend geval artikel 54/2 wordt toegepast. Het Instituut kan in zijn besluit bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn. In afwijking van artikel 44, § 8, kan het Instituut bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn voor de gehele periode waarvoor zij worden aangeboden.
§ 3. Onverminderd artikel 54/2, kan de juridisch of operationeel gescheiden bedrijfseenheid waarvan overeenkomstig artikel 44, § 3, is vastgesteld dat zij op een specifieke markt aanmerkelijke marktmacht heeft, in voorkomend geval worden onderworpen aan alle in de artikelen 47 tot 49 bedoelde verplichtingen, of andere verplichtingen die de Europese Commissie op grond van artikel 44, § 5, heeft toegestaan, indien de aangeboden afspraken niet afdoende zijn om de doelstellingen in artikel 35 te verwezenlijken.
§ 4. Het Instituut houdt toezicht op de implementatie van de door de ondernemingen aangeboden afspraken die het overeenkomstig paragraaf 2 bindend heeft gemaakt, en neemt de verlenging ervan in overweging wanneer de looptijd waarvoor deze oorspronkelijk werden aangeboden, is verstreken.".
"Art. 54. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in een of verschillende markten overeenkomstig artikel 44, stellen het Instituut ten minste drie maanden vooraf in kennis van hun voornemen hun plaatselijke toegangsnetwerkactiva of een belangrijk deel ervan over te dragen aan een afzonderlijke rechtseenheid met een verschillende eigenaar, of een afzonderlijke bedrijfseenheid op te richten om aan alle retailers, met inbegrip van de eigen retailafdelingen, volledige equivalente toegangsproducten te verstrekken.
Die ondernemingen stellen het Instituut tevens in kennis van eventuele veranderingen van dat voornemen, alsmede van het eindresultaat van het scheidingsproces.
Dergelijke ondernemingen kunnen ook afspraken inzake toegangsvoorwaarden aanbieden die van toepassing zullen zijn op hun netwerk tijdens een implementatieperiode nadat de voorgestelde vorm van de scheiding is geïmplementeerd, teneinde effectieve en niet-discriminerende toegang door derden te waarborgen. Het aanbod van afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdschema voor de implementatie en de looptijd opdat het Instituut zijn taken overeenkomstig paragraaf 2 kan uitvoeren. Dergelijke afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de maximale periode voor marktbeoordelingen die in artikel 44, § 8, is vastgesteld.
§ 2. Het Instituut onderzoekt welk effect de voorgenomen transactie indien van toepassing in combinatie met de aangeboden afspraken, zal hebben op de bestaande regelgevende verplichtingen op grond van deze wet.
Hiertoe voert het Instituut een analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk in overeenstemming met de in de artikelen 43 en 44 beschreven procedure.
Het Instituut neemt alle door de onderneming aangeboden afspraken in acht en houdt in het bijzonder rekening met de in artikel 35 vervatte doelstellingen. In het kader daarvan raadpleegt het Instituut derden in overeenstemming met artikel 60 en richt zich daarbij in het bijzonder op derden waarop de beoogde transactie rechtstreeks invloed heeft.
Op basis van die analyse moet het Instituut verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken, overeenkomstig de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 omschreven procedures, waarbij in voorkomend geval artikel 54/2 wordt toegepast. Het Instituut kan in zijn besluit bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn. In afwijking van artikel 44, § 8, kan het Instituut bepalen dat de afspraken in hun geheel of gedeeltelijk bindend zijn voor de gehele periode waarvoor zij worden aangeboden.
§ 3. Onverminderd artikel 54/2, kan de juridisch of operationeel gescheiden bedrijfseenheid waarvan overeenkomstig artikel 44, § 3, is vastgesteld dat zij op een specifieke markt aanmerkelijke marktmacht heeft, in voorkomend geval worden onderworpen aan alle in de artikelen 47 tot 49 bedoelde verplichtingen, of andere verplichtingen die de Europese Commissie op grond van artikel 44, § 5, heeft toegestaan, indien de aangeboden afspraken niet afdoende zijn om de doelstellingen in artikel 35 te verwezenlijken.
§ 4. Het Instituut houdt toezicht op de implementatie van de door de ondernemingen aangeboden afspraken die het overeenkomstig paragraaf 2 bindend heeft gemaakt, en neemt de verlenging ervan in overweging wanneer de looptijd waarvoor deze oorspronkelijk werden aangeboden, is verstreken.".
Art.244. Dans l'article 53 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinea 1er, les mots "et conformément aux dispositions de l'article 45, § 2, imposer à un opérateur de réseau verticalement intégré" sont remplacés par les mots "imposer à une entreprise verticalement intégrée";
b) dans l'alinéa 2, les mots "tous les opérateurs de réseau" sont remplacés par les mots "toutes les entreprises";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, le mot "proposition" est remplacé par le mot "demande";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° des éléments de preuve justifiant la conclusion à laquelle l'Institut est arrivé au titre du paragraphe 1er;";
c) au 2° les mots "appréciation motivée selon laquelle il n'y a pas ou peu de perspectives de voir se développer une" sont remplacés par les mots "appréciation motivée concluant qu'il n'y a pas ou guère de perspectives d'une";
d) au 3° les mots "sur l'opérateur de réseau, en particulier sur les travailleurs de l'entité économique séparée, sur le secteur des communications électroniques dans son ensemble, sur les incitations à l'investissement dans ce secteur dans son ensemble, sur la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties intéressées, y compris, en particulier, sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels" sont remplacés par les mots "sur l'entreprise, en particulier sur les travailleurs de l'entité économique séparée, sur le secteur des communications électroniques dans son ensemble, sur les incitations à l'investissement dans ce secteur notamment en ce qui concerne la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties prenantes, y compris, en particulier, une analyse de l'effet escompté sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels qui s'ensuivent";
e) le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° une analyse des raisons justifiant que cette obligation serait le moyen le plus efficace de faire appliquer des mesures correctrices visant à résoudre les problèmes de concurrence ou de défaillances des marchés identifiés.";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 5°, les mots "pour les autres parties intéressées" sont remplacés par les mots "envers les autres parties prenantes";
b) au 6° les mots "la conformité et comportant" sont remplacés par les mots "le respect des obligations, y compris";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"A la suite de la décision de la Commission européenne prise conformément à l'article 44, § 5, sur ce projet de mesure, l'Institut procède à une analyse coordonnée des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure énoncée à l'article 44. Sur la base de cette analyse, l'Institut impose, maintient ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 60, 61, 63 et 64.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Une entreprise à laquelle a été imposée une séparation fonctionnelle peut être soumise à toute obligation visée aux articles 47 à 51 sur tout marché spécifique où elle a été désignée comme étant puissante, conformément à l'article 44, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 44, § 5.";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans l'alinea 1er, les mots "et conformément aux dispositions de l'article 45, § 2, imposer à un opérateur de réseau verticalement intégré" sont remplacés par les mots "imposer à une entreprise verticalement intégrée";
b) dans l'alinéa 2, les mots "tous les opérateurs de réseau" sont remplacés par les mots "toutes les entreprises";
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans la première phrase, le mot "proposition" est remplacé par le mot "demande";
b) le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° des éléments de preuve justifiant la conclusion à laquelle l'Institut est arrivé au titre du paragraphe 1er;";
c) au 2° les mots "appréciation motivée selon laquelle il n'y a pas ou peu de perspectives de voir se développer une" sont remplacés par les mots "appréciation motivée concluant qu'il n'y a pas ou guère de perspectives d'une";
d) au 3° les mots "sur l'opérateur de réseau, en particulier sur les travailleurs de l'entité économique séparée, sur le secteur des communications électroniques dans son ensemble, sur les incitations à l'investissement dans ce secteur dans son ensemble, sur la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties intéressées, y compris, en particulier, sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels" sont remplacés par les mots "sur l'entreprise, en particulier sur les travailleurs de l'entité économique séparée, sur le secteur des communications électroniques dans son ensemble, sur les incitations à l'investissement dans ce secteur notamment en ce qui concerne la nécessité d'assurer la cohésion sociale et territoriale, ainsi que sur d'autres parties prenantes, y compris, en particulier, une analyse de l'effet escompté sur la concurrence, ainsi que des effets potentiels qui s'ensuivent";
e) le 4° est remplacé par ce qui suit:
"4° une analyse des raisons justifiant que cette obligation serait le moyen le plus efficace de faire appliquer des mesures correctrices visant à résoudre les problèmes de concurrence ou de défaillances des marchés identifiés.";
3° dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées:
a) au 5°, les mots "pour les autres parties intéressées" sont remplacés par les mots "envers les autres parties prenantes";
b) au 6° les mots "la conformité et comportant" sont remplacés par les mots "le respect des obligations, y compris";
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"A la suite de la décision de la Commission européenne prise conformément à l'article 44, § 5, sur ce projet de mesure, l'Institut procède à une analyse coordonnée des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure énoncée à l'article 44. Sur la base de cette analyse, l'Institut impose, maintient ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 60, 61, 63 et 64.";
4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
" § 4. Une entreprise à laquelle a été imposée une séparation fonctionnelle peut être soumise à toute obligation visée aux articles 47 à 51 sur tout marché spécifique où elle a été désignée comme étant puissante, conformément à l'article 44, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 44, § 5.";
5° le paragraphe 5 est abrogé.
Art.246. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 54/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 54/1. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, kunnen aan het Instituut afspraken aanbieden in verband met de voor hun netwerken geldende voorwaarden voor toegang of mede-investeringen, of beide, met betrekking tot onder meer:
1° samenwerkingsregelingen inzake de beoordeling van passende en evenredige verplichtingen op grond van artikel 44;
2° mede-investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit op grond van artikel 51/1; of
3° doeltreffende en niet-discriminerende toegang voor derde partijen op grond van artikel 54, zowel tijdens een implementatieperiode van vrijwillige scheiding door een verticaal geïntegreerde onderneming als nadat de voorgestelde vorm van scheiding is geïmplementeerd.
Het aanbod voor afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdstip en de reikwijdte van de implementatie ervan en de duur ervan, teneinde het Instituut in staat te stellen zijn beoordeling op grond van paragraaf 2 uit te voeren. Die afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de in artikel 44, § 8, bepaalde maximumperiode voor marktanalyse.
§ 2. Teneinde de op grond van paragraaf 1 door een onderneming aangeboden afspraken te beoordelen, verricht het Instituut, tenzij die afspraken duidelijk niet aan een of meerdere desbetreffende voorwaarden of criteria voldoen, een markttoets, met name betreffende de aangeboden voorwaarden, door het organiseren van een raadpleging van belanghebbende partijen, met name derde partijen die rechtstreekse gevolgen ondervinden. Mogelijke mede-investeerders of toegangvragende partijen kunnen zich uitspreken over de conformiteit van de aangeboden afspraken met de voorwaarden van artikel 44, 51/1 of 54, naargelang van toepassing, en kunnen veranderingen voorstellen.
Wat betreft de krachtens dit artikel aangeboden afspraken houdt het Instituut bij het beoordelen van verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, tweede lid, in het bijzonder rekening met:
1° bewijsmateriaal inzake de billijke en redelijke aard van de aangeboden afspraken;
2° het openstaan van de afspraken voor alle marktdeelnemers;
3° de tijdige beschikbaarheid van toegang onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, onder meer tot netwerken met zeer hoge capaciteit, voordat aanverwante retaildiensten worden aangeboden; en
4° de algemene mate waarin de aangeboden afspraken duurzame mededinging op downstreammarkten mogelijk maken en de uitrol en ingebruikneming van netwerken met zeer hoge capaciteit in samenwerkingsverband faciliteren ten behoeve van eindgebruikers.
Het Instituut deelt, rekening houdend met alle tijdens de raadpleging geuite standpunten en met de mate waarin die standpunten representatief zijn voor de verschillende belanghebbenden, aan de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht zijn voorlopige conclusies mee over de vraag of de aangeboden afspraken voldoen aan de doelstellingen, criteria en procedures in dit artikel en artikel 44, 51/1 of 54, naargelang toepasselijk, alsmede onder welke voorwaarden het in overweging zou kunnen nemen de afspraken bindend te maken. De onderneming kan haar initiële aanbod herzien om rekening te houden met de conclusies van het Instituut en met het oog op het voldoen aan de criteria in dit artikel en, naargelang toepasselijk, in artikel 44, 51/1 of 54.
§ 3. Onverminderd artikel 51/1, § 2, eerste lid, kan het Instituut een besluit nemen om de afspraken geheel of gedeeltelijk bindend te maken.
In afwijking van artikel 44, § 8, kan het Instituut bepaalde of alle afspraken bindend maken voor een specifieke periode, die de hele periode waarvoor het aanbod geldt kan zijn, en in het geval van mede-investeringsafspraken die op grond van artikel 51/1, § 1, eerste lid, bindend zijn gemaakt, maakt het deze bindend voor een periode van minimaal zeven jaar.
Met inachtneming van artikel 51/1, laat dit artikel de toepassing van de marktanalyseprocedure op grond van artikel 44, §§ 1 tot 3, en het opleggen van verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, onverlet.
Indien het Instituut afspraken op grond van dit artikel bindend maakt, onderzoekt het krachtens artikel 44 de gevolgen van dat besluit voor de marktontwikkeling, alsmede het al dan niet passend zijn van verplichtingen die het heeft opgelegd of die het, bij gebrek aan afspraken, overwoog op te leggen op grond van dat artikel of de artikelen 47 tot 51. Wanneer het Instituut overeenkomstig artikel 44, § 4, kennis geeft van een ontwerpmaatregel krachtens artikel 61, doet het de ontwerpmaatregel waarvan het kennis geeft vergezeld gaan van het besluit tot vaststelling van de afspraak.
§ 4. Het Instituut monitort, controleert en waarborgt de naleving van de afspraken die het overeenkomstig paragraaf 3 bindend heeft gemaakt op dezelfde manier als waarop het de naleving van krachtens artikel 44, § 4, opgelegde verplichtingen monitort, controleert en waarborgt, en neemt de verlenging van de periode waarvoor zij bindend zijn gemaakt in overweging wanneer de initiële periode verstrijkt. Wanneer het Instituut concludeert dat een onderneming niet heeft voldaan aan de overeenkomstig paragraaf 3 bindend gemaakte afspraken, kan het die onderneming overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sancties opleggen. Onverminderd de procedure die erop gericht is de specifieke verplichtingen te doen naleven van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, kan het Instituut de overeenkomstig artikel 44, § 10, opgelegde verplichtingen opnieuw evalueren.".
"Art. 54/1. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, kunnen aan het Instituut afspraken aanbieden in verband met de voor hun netwerken geldende voorwaarden voor toegang of mede-investeringen, of beide, met betrekking tot onder meer:
1° samenwerkingsregelingen inzake de beoordeling van passende en evenredige verplichtingen op grond van artikel 44;
2° mede-investeringen in netwerken met zeer hoge capaciteit op grond van artikel 51/1; of
3° doeltreffende en niet-discriminerende toegang voor derde partijen op grond van artikel 54, zowel tijdens een implementatieperiode van vrijwillige scheiding door een verticaal geïntegreerde onderneming als nadat de voorgestelde vorm van scheiding is geïmplementeerd.
Het aanbod voor afspraken is voldoende gedetailleerd, onder meer wat betreft het tijdstip en de reikwijdte van de implementatie ervan en de duur ervan, teneinde het Instituut in staat te stellen zijn beoordeling op grond van paragraaf 2 uit te voeren. Die afspraken kunnen een langere periode bestrijken dan de in artikel 44, § 8, bepaalde maximumperiode voor marktanalyse.
§ 2. Teneinde de op grond van paragraaf 1 door een onderneming aangeboden afspraken te beoordelen, verricht het Instituut, tenzij die afspraken duidelijk niet aan een of meerdere desbetreffende voorwaarden of criteria voldoen, een markttoets, met name betreffende de aangeboden voorwaarden, door het organiseren van een raadpleging van belanghebbende partijen, met name derde partijen die rechtstreekse gevolgen ondervinden. Mogelijke mede-investeerders of toegangvragende partijen kunnen zich uitspreken over de conformiteit van de aangeboden afspraken met de voorwaarden van artikel 44, 51/1 of 54, naargelang van toepassing, en kunnen veranderingen voorstellen.
Wat betreft de krachtens dit artikel aangeboden afspraken houdt het Instituut bij het beoordelen van verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, tweede lid, in het bijzonder rekening met:
1° bewijsmateriaal inzake de billijke en redelijke aard van de aangeboden afspraken;
2° het openstaan van de afspraken voor alle marktdeelnemers;
3° de tijdige beschikbaarheid van toegang onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, onder meer tot netwerken met zeer hoge capaciteit, voordat aanverwante retaildiensten worden aangeboden; en
4° de algemene mate waarin de aangeboden afspraken duurzame mededinging op downstreammarkten mogelijk maken en de uitrol en ingebruikneming van netwerken met zeer hoge capaciteit in samenwerkingsverband faciliteren ten behoeve van eindgebruikers.
Het Instituut deelt, rekening houdend met alle tijdens de raadpleging geuite standpunten en met de mate waarin die standpunten representatief zijn voor de verschillende belanghebbenden, aan de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht zijn voorlopige conclusies mee over de vraag of de aangeboden afspraken voldoen aan de doelstellingen, criteria en procedures in dit artikel en artikel 44, 51/1 of 54, naargelang toepasselijk, alsmede onder welke voorwaarden het in overweging zou kunnen nemen de afspraken bindend te maken. De onderneming kan haar initiële aanbod herzien om rekening te houden met de conclusies van het Instituut en met het oog op het voldoen aan de criteria in dit artikel en, naargelang toepasselijk, in artikel 44, 51/1 of 54.
§ 3. Onverminderd artikel 51/1, § 2, eerste lid, kan het Instituut een besluit nemen om de afspraken geheel of gedeeltelijk bindend te maken.
In afwijking van artikel 44, § 8, kan het Instituut bepaalde of alle afspraken bindend maken voor een specifieke periode, die de hele periode waarvoor het aanbod geldt kan zijn, en in het geval van mede-investeringsafspraken die op grond van artikel 51/1, § 1, eerste lid, bindend zijn gemaakt, maakt het deze bindend voor een periode van minimaal zeven jaar.
Met inachtneming van artikel 51/1, laat dit artikel de toepassing van de marktanalyseprocedure op grond van artikel 44, §§ 1 tot 3, en het opleggen van verplichtingen op grond van artikel 44, § 4, onverlet.
Indien het Instituut afspraken op grond van dit artikel bindend maakt, onderzoekt het krachtens artikel 44 de gevolgen van dat besluit voor de marktontwikkeling, alsmede het al dan niet passend zijn van verplichtingen die het heeft opgelegd of die het, bij gebrek aan afspraken, overwoog op te leggen op grond van dat artikel of de artikelen 47 tot 51. Wanneer het Instituut overeenkomstig artikel 44, § 4, kennis geeft van een ontwerpmaatregel krachtens artikel 61, doet het de ontwerpmaatregel waarvan het kennis geeft vergezeld gaan van het besluit tot vaststelling van de afspraak.
§ 4. Het Instituut monitort, controleert en waarborgt de naleving van de afspraken die het overeenkomstig paragraaf 3 bindend heeft gemaakt op dezelfde manier als waarop het de naleving van krachtens artikel 44, § 4, opgelegde verplichtingen monitort, controleert en waarborgt, en neemt de verlenging van de periode waarvoor zij bindend zijn gemaakt in overweging wanneer de initiële periode verstrijkt. Wanneer het Instituut concludeert dat een onderneming niet heeft voldaan aan de overeenkomstig paragraaf 3 bindend gemaakte afspraken, kan het die onderneming overeenkomstig artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector sancties opleggen. Onverminderd de procedure die erop gericht is de specifieke verplichtingen te doen naleven van artikel 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, kan het Instituut de overeenkomstig artikel 44, § 10, opgelegde verplichtingen opnieuw evalueren.".
Art.245. L'article 54 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 54. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44 notifient à l'Institut, au moins trois mois à l'avance, leur intention de céder leurs actifs de réseau d'accès local, ou une partie importante de ceux-ci, à une entité juridique distincte sous la propriété d'un tiers, ou d'instituer une entité économique distincte afin de fournir à toutes les entreprises fournissant des services de détail, y compris à leurs divisions fournissant des services de détail, des produits d'accès parfaitement équivalents.
Ces entreprises notifient également à l'Institut tout changement quant à cette intention ainsi que le résultat final du processus de séparation.
Ces entreprises peuvent aussi proposer des engagements relatifs aux conditions d'accès qui s'appliquent à leur réseau au cours d'une période de mise en oeuvre après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée, en vue de garantir aux tiers un accès effectif et non discriminatoire. La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier de mise en oeuvre et la durée, pour permettre à l'Institut de mener à bien ses tâches conformément au paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà de la période maximale pour les analyses de marché énoncée à l'article 44, § 8.
§ 2. L'Institut évalue l'incidence de la transaction envisagée ainsi que les engagements proposés s'il y a lieu, sur les obligations réglementaires existantes au titre de la présente loi.
A cet effet, l'Institut procède à une analyse des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure visée aux articles 43 et 44.
L'Institut tient compte de tout engagement proposé par l'entreprise, eu égard notamment aux objectifs énoncés à l'article 35. Dans ce cadre, l'Institut consulte les tiers conformément à l'article 60, et notamment les tiers directement touchés par la transaction envisagée.
Sur la base de son analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 60, 61, 63 et 64, en appliquant, le cas échéant, l'article 54/2. Dans sa décision, l'Institut peut rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie. Par dérogation à l'article 44, § 8, l'Institut peut rendre contraignants les engagements, totalement ou en partie, pour toute la période pour laquelle ils sont proposés.
§ 3. Sans préjudice de l'article 54/2, l'entité économique distincte sur le plan juridique ou opérationnel qui a été désignée comme étant puissante sur un marché spécifique conformément à l'article 44, § 3, peut être soumise, le cas échéant, à toute obligation visée aux articles 47 à 49, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 44, § 5, lorsque les engagements proposés sont insuffisants pour permettre la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35.
§ 4. L'Institut surveille la mise en oeuvre des engagements proposés par les entreprises qu'il a rendu contraignants conformément au paragraphe 2, et envisage leur prolongation à l'expiration de la période pour laquelle ils ont été initialement proposés.".
"Art. 54. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44 notifient à l'Institut, au moins trois mois à l'avance, leur intention de céder leurs actifs de réseau d'accès local, ou une partie importante de ceux-ci, à une entité juridique distincte sous la propriété d'un tiers, ou d'instituer une entité économique distincte afin de fournir à toutes les entreprises fournissant des services de détail, y compris à leurs divisions fournissant des services de détail, des produits d'accès parfaitement équivalents.
Ces entreprises notifient également à l'Institut tout changement quant à cette intention ainsi que le résultat final du processus de séparation.
Ces entreprises peuvent aussi proposer des engagements relatifs aux conditions d'accès qui s'appliquent à leur réseau au cours d'une période de mise en oeuvre après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée, en vue de garantir aux tiers un accès effectif et non discriminatoire. La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier de mise en oeuvre et la durée, pour permettre à l'Institut de mener à bien ses tâches conformément au paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà de la période maximale pour les analyses de marché énoncée à l'article 44, § 8.
§ 2. L'Institut évalue l'incidence de la transaction envisagée ainsi que les engagements proposés s'il y a lieu, sur les obligations réglementaires existantes au titre de la présente loi.
A cet effet, l'Institut procède à une analyse des différents marchés liés au réseau d'accès selon la procédure visée aux articles 43 et 44.
L'Institut tient compte de tout engagement proposé par l'entreprise, eu égard notamment aux objectifs énoncés à l'article 35. Dans ce cadre, l'Institut consulte les tiers conformément à l'article 60, et notamment les tiers directement touchés par la transaction envisagée.
Sur la base de son analyse, l'Institut impose, maintient, modifie ou retire des obligations conformément aux procédures énoncées aux articles 60, 61, 63 et 64, en appliquant, le cas échéant, l'article 54/2. Dans sa décision, l'Institut peut rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie. Par dérogation à l'article 44, § 8, l'Institut peut rendre contraignants les engagements, totalement ou en partie, pour toute la période pour laquelle ils sont proposés.
§ 3. Sans préjudice de l'article 54/2, l'entité économique distincte sur le plan juridique ou opérationnel qui a été désignée comme étant puissante sur un marché spécifique conformément à l'article 44, § 3, peut être soumise, le cas échéant, à toute obligation visée aux articles 47 à 49, ou à toute autre obligation autorisée par la Commission européenne en vertu de l'article 44, § 5, lorsque les engagements proposés sont insuffisants pour permettre la réalisation des objectifs énoncés à l'article 35.
§ 4. L'Institut surveille la mise en oeuvre des engagements proposés par les entreprises qu'il a rendu contraignants conformément au paragraphe 2, et envisage leur prolongation à l'expiration de la période pour laquelle ils ont été initialement proposés.".
Art.247. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 54/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 54/2. § 1. Als het Instituut een onderneming die niet actief is op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten overeenkomstig artikel 44, § 4, aanwijst als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op één of meerdere wholesalemarkten, gaat het na of die onderneming over de volgende kenmerken beschikt:
1° alle bedrijven en bedrijfsonderdelen binnen de onderneming, alle bedrijven waarover dezelfde uiteindelijke eigenaar zeggenschap heeft, maar die niet per se volledig in zijn of hun bezit zijn, en eventuele aandeelhouders die zeggenschap kunnen uitoefenen over de onderneming, ontplooien slechts activiteiten op wholesalemarkten voor elektronische-communicatiediensten en beogen dat ook in de toekomst te doen, en ontplooien dus geen activiteiten op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die in de Europese Unie aan eindgebruikers worden verstrekt;
2° de onderneming is niet gebonden aan een enkele en afzonderlijke downstream actieve onderneming die activiteiten ontplooit op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die aan eindgebruikers worden verstrekt, op grond van een exclusieve overeenkomst of een overeenkomst die feitelijk neerkomt op een exclusieve overeenkomst.
§ 2. Indien het Instituut concludeert dat aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, kan het aan die onderneming alleen verplichtingen op grond van de artikelen 47 en 50, of verplichtingen met betrekking tot eerlijke en redelijke prijzen, opleggen indien dit gerechtvaardigd is op basis van een marktanalyse, inclusief een prospectieve beoordeling van het waarschijnlijke gedrag van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht.
§ 3. Het Instituut kan de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen te allen tijde heroverwegen indien het concludeert dat niet meer aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, en het past voor zover passend de artikelen 43 tot 44 en 47 tot 51 toe. De ondernemingen stellen het Instituut zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor paragraaf 1, 1° en 2°.
§ 4. Het Instituut heroverweegt de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen ook als het op basis van bewijsstukken betreffende de door de onderneming aan haar downstreamklanten aangeboden voorwaarden concludeert dat er concurrentieproblemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan waardoor de eindgebruikers worden benadeeld en het noodzakelijk is één of meer van de in artikel 48, 49, 49/1 of 51 bedoelde verplichtingen op te leggen of de overeenkomstig paragraaf 2 opgelegde verplichtingen aan te passen.
§ 5. Het opleggen van verplichtingen en de heroverweging daarvan wordt uitgevoerd in overeenstemming met de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 bedoelde procedures.".
"Art. 54/2. § 1. Als het Instituut een onderneming die niet actief is op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten overeenkomstig artikel 44, § 4, aanwijst als een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op één of meerdere wholesalemarkten, gaat het na of die onderneming over de volgende kenmerken beschikt:
1° alle bedrijven en bedrijfsonderdelen binnen de onderneming, alle bedrijven waarover dezelfde uiteindelijke eigenaar zeggenschap heeft, maar die niet per se volledig in zijn of hun bezit zijn, en eventuele aandeelhouders die zeggenschap kunnen uitoefenen over de onderneming, ontplooien slechts activiteiten op wholesalemarkten voor elektronische-communicatiediensten en beogen dat ook in de toekomst te doen, en ontplooien dus geen activiteiten op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die in de Europese Unie aan eindgebruikers worden verstrekt;
2° de onderneming is niet gebonden aan een enkele en afzonderlijke downstream actieve onderneming die activiteiten ontplooit op een retailmarkt voor elektronische-communicatiediensten die aan eindgebruikers worden verstrekt, op grond van een exclusieve overeenkomst of een overeenkomst die feitelijk neerkomt op een exclusieve overeenkomst.
§ 2. Indien het Instituut concludeert dat aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, kan het aan die onderneming alleen verplichtingen op grond van de artikelen 47 en 50, of verplichtingen met betrekking tot eerlijke en redelijke prijzen, opleggen indien dit gerechtvaardigd is op basis van een marktanalyse, inclusief een prospectieve beoordeling van het waarschijnlijke gedrag van de onderneming die is aangewezen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht.
§ 3. Het Instituut kan de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen te allen tijde heroverwegen indien het concludeert dat niet meer aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, en het past voor zover passend de artikelen 43 tot 44 en 47 tot 51 toe. De ondernemingen stellen het Instituut zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor paragraaf 1, 1° en 2°.
§ 4. Het Instituut heroverweegt de overeenkomstig dit artikel aan de onderneming opgelegde verplichtingen ook als het op basis van bewijsstukken betreffende de door de onderneming aan haar downstreamklanten aangeboden voorwaarden concludeert dat er concurrentieproblemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan waardoor de eindgebruikers worden benadeeld en het noodzakelijk is één of meer van de in artikel 48, 49, 49/1 of 51 bedoelde verplichtingen op te leggen of de overeenkomstig paragraaf 2 opgelegde verplichtingen aan te passen.
§ 5. Het opleggen van verplichtingen en de heroverweging daarvan wordt uitgevoerd in overeenstemming met de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 bedoelde procedures.".
Art.246. Dans le chapitre 4 de la même loi il est inséré un article 54/1 rédigé comme suit:
"Art. 54/1. § 1er. Les entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché peuvent proposer à l'Institut des engagements relatifs aux conditions d'accès, de co-investissement ou aux deux, applicables à leurs réseaux, en ce qui concerne, entre autres:
1° des accords de coopération relatifs à l'évaluation d'obligations appropriées et proportionnées en vertu de l'article 44;
2° le co-investissement dans des réseaux à très haute capacité en vertu de l'article 51/1; ou
3° l'accès effectif et non discriminatoire par des tiers en vertu de l'article 54, tant au cours d'une période de mise en oeuvre d'une séparation volontaire par une entreprise verticalement intégrée qu'après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée.
La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier et la portée de leur mise en oeuvre ainsi que leur durée, pour permettre à l'Institut de procéder à son évaluation en vertu du paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà des périodes de réalisation des analyses de marché prévues à l'article 44, § 8.
§ 2. Afin d'évaluer les engagements proposés par une entreprise en vertu du paragraphe 1er, l'Institut effectue, sauf lorsque de tels engagements ne remplissent clairement pas une ou plusieurs conditions ou critères pertinents, un test de marché, en particulier pour ce qui est des conditions proposées, en procédant à une consultation publique des parties intéressées, en particulier des tiers qui sont directement touchés. Les co-investisseurs ou demandeurs d'accès potentiels peuvent exprimer leur point de vue quant au respect par les engagements proposés des conditions prévues à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas, et peuvent proposer des modifications.
En ce qui concerne les engagements proposés au titre du présent article, l'Institut porte, lors de l'évaluation des obligations au titre de l'article 44, § 4, alinéa 2, une attention particulière:
1° aux éléments de preuve concernant le caractère équitable et raisonnable des engagements proposés;
2° à l'ouverture des engagements à tous les acteurs du marché;
3° à la disponibilité de l'accès en temps utile à des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires, y compris aux réseaux à très haute capacité, avant le lancement de services de détail correspondants; et
4° à l'aptitude globale des engagements proposés à permettre une concurrence durable sur les marchés en aval et à faciliter le déploiement coopératif de réseaux à très haute capacité et la pénétration de ces réseaux dans l'intérêt des utilisateurs finaux.
Compte tenu de l'ensemble des points de vue exprimés durant la consultation et de la mesure dans laquelle ces points de vue sont représentatifs des différentes parties prenantes, l'Institut communique à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché ses conclusions préliminaires sur la question de savoir si les engagements proposés respectent les objectifs, les critères et les procédures énoncés au présent article et à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas, et dans quelles conditions il peut envisager de rendre les engagements contraignants. L'entreprise peut réviser son offre initiale pour tenir compte des conclusions préliminaires de l'Institut et en vue de satisfaire aux critères énoncés au présent article et à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas.
§ 3. Sans préjudice de l'article 51/1, § 2, alinéa 1er, l'Institut peut prendre la décision de rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie.
Par dérogation à l'article 44, § 8, l'Institut peut rendre contraignants tout ou partie des engagements pour une période donnée, qui peut correspondre à toute la période pour laquelle ils sont proposés et, dans le cas d'engagements de co-investissements rendus contraignants en vertu de l'article 51/1, § 1er, alinéa 1er, il les rend contraignants pour une période minimale de sept ans.
Sous réserve de l'article 51/1, le présent article s'entend sans préjudice de l'application de la procédure d'analyse de marché en vertu de l'article 44, §§ 1er à 3, et de l'imposition d'obligations en vertu de l'article 44, § 4.
Lorsque l'Institut rend les engagements contraignants en vertu du présent article, il évalue, au titre de l'article 44, les conséquences de cette décision sur l'évolution du marché et le caractère approprié de toute obligation qu'il a imposée ou qu'il aurait, en l'absence de ces engagements, envisagé d'imposer en vertu dudit article ou des articles 47 à 51. Lorsqu'il notifie le projet de mesure concerné au titre de l'article 44, § 4, conformément à l'article 61, l'Institut accompagne le projet de mesure de la décision relative aux engagements.
§ 4. L'Institut assure le suivi, le contrôle et le respect des engagements qu'elle a rendus contraignants conformément au paragraphe 3, de la même manière qu'elle assure le suivi, le contrôle et le respect des obligations imposées au titre de l'article 44, § 4, et il envisage la prolongation de la période pour laquelle ils ont été rendus contraignants lorsque la période initiale vient à expiration. Si l'Institut conclut qu'une entreprise n'a pas respecté les engagements qui ont été rendus contraignants conformément au paragraphe 3, il peut infliger des sanctions à l'entreprise concernée conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges. Sans préjudice de la procédure visant à assurer le respect des obligations spécifiques au titre de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut peut réévaluer les obligations imposées conformément à l'article 44, § 10.".
"Art. 54/1. § 1er. Les entreprises désignées comme étant puissantes sur le marché peuvent proposer à l'Institut des engagements relatifs aux conditions d'accès, de co-investissement ou aux deux, applicables à leurs réseaux, en ce qui concerne, entre autres:
1° des accords de coopération relatifs à l'évaluation d'obligations appropriées et proportionnées en vertu de l'article 44;
2° le co-investissement dans des réseaux à très haute capacité en vertu de l'article 51/1; ou
3° l'accès effectif et non discriminatoire par des tiers en vertu de l'article 54, tant au cours d'une période de mise en oeuvre d'une séparation volontaire par une entreprise verticalement intégrée qu'après la mise en oeuvre de la forme de séparation proposée.
La proposition d'engagements est suffisamment détaillée, notamment en ce qui concerne le calendrier et la portée de leur mise en oeuvre ainsi que leur durée, pour permettre à l'Institut de procéder à son évaluation en vertu du paragraphe 2. De tels engagements peuvent s'étendre au-delà des périodes de réalisation des analyses de marché prévues à l'article 44, § 8.
§ 2. Afin d'évaluer les engagements proposés par une entreprise en vertu du paragraphe 1er, l'Institut effectue, sauf lorsque de tels engagements ne remplissent clairement pas une ou plusieurs conditions ou critères pertinents, un test de marché, en particulier pour ce qui est des conditions proposées, en procédant à une consultation publique des parties intéressées, en particulier des tiers qui sont directement touchés. Les co-investisseurs ou demandeurs d'accès potentiels peuvent exprimer leur point de vue quant au respect par les engagements proposés des conditions prévues à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas, et peuvent proposer des modifications.
En ce qui concerne les engagements proposés au titre du présent article, l'Institut porte, lors de l'évaluation des obligations au titre de l'article 44, § 4, alinéa 2, une attention particulière:
1° aux éléments de preuve concernant le caractère équitable et raisonnable des engagements proposés;
2° à l'ouverture des engagements à tous les acteurs du marché;
3° à la disponibilité de l'accès en temps utile à des conditions équitables, raisonnables et non discriminatoires, y compris aux réseaux à très haute capacité, avant le lancement de services de détail correspondants; et
4° à l'aptitude globale des engagements proposés à permettre une concurrence durable sur les marchés en aval et à faciliter le déploiement coopératif de réseaux à très haute capacité et la pénétration de ces réseaux dans l'intérêt des utilisateurs finaux.
Compte tenu de l'ensemble des points de vue exprimés durant la consultation et de la mesure dans laquelle ces points de vue sont représentatifs des différentes parties prenantes, l'Institut communique à l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché ses conclusions préliminaires sur la question de savoir si les engagements proposés respectent les objectifs, les critères et les procédures énoncés au présent article et à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas, et dans quelles conditions il peut envisager de rendre les engagements contraignants. L'entreprise peut réviser son offre initiale pour tenir compte des conclusions préliminaires de l'Institut et en vue de satisfaire aux critères énoncés au présent article et à l'article 44, 51/1 ou 54, selon le cas.
§ 3. Sans préjudice de l'article 51/1, § 2, alinéa 1er, l'Institut peut prendre la décision de rendre les engagements contraignants, totalement ou en partie.
Par dérogation à l'article 44, § 8, l'Institut peut rendre contraignants tout ou partie des engagements pour une période donnée, qui peut correspondre à toute la période pour laquelle ils sont proposés et, dans le cas d'engagements de co-investissements rendus contraignants en vertu de l'article 51/1, § 1er, alinéa 1er, il les rend contraignants pour une période minimale de sept ans.
Sous réserve de l'article 51/1, le présent article s'entend sans préjudice de l'application de la procédure d'analyse de marché en vertu de l'article 44, §§ 1er à 3, et de l'imposition d'obligations en vertu de l'article 44, § 4.
Lorsque l'Institut rend les engagements contraignants en vertu du présent article, il évalue, au titre de l'article 44, les conséquences de cette décision sur l'évolution du marché et le caractère approprié de toute obligation qu'il a imposée ou qu'il aurait, en l'absence de ces engagements, envisagé d'imposer en vertu dudit article ou des articles 47 à 51. Lorsqu'il notifie le projet de mesure concerné au titre de l'article 44, § 4, conformément à l'article 61, l'Institut accompagne le projet de mesure de la décision relative aux engagements.
§ 4. L'Institut assure le suivi, le contrôle et le respect des engagements qu'elle a rendus contraignants conformément au paragraphe 3, de la même manière qu'elle assure le suivi, le contrôle et le respect des obligations imposées au titre de l'article 44, § 4, et il envisage la prolongation de la période pour laquelle ils ont été rendus contraignants lorsque la période initiale vient à expiration. Si l'Institut conclut qu'une entreprise n'a pas respecté les engagements qui ont été rendus contraignants conformément au paragraphe 3, il peut infliger des sanctions à l'entreprise concernée conformément à l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges. Sans préjudice de la procédure visant à assurer le respect des obligations spécifiques au titre de l'article 21 de la loi du 17 janvier 2003 relative au statut du régulateur des secteurs des postes et des télécommunications belges, l'Institut peut réévaluer les obligations imposées conformément à l'article 44, § 10.".
Art.248. In hoofdstuk 4 van dezelfde wet wordt een artikel 54/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 54/3. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in één of verschillende markten overeenkomstig artikel 44 stellen het Instituut van tevoren en tijdig in kennis wanneer zij beogen over te gaan tot buitenbedrijfstelling of vervanging door nieuwe infrastructuur van onder verplichtingen op grond van de artikelen 44, 47 tot 51/1 en 53 tot 54/3 vallende delen van het netwerk, met inbegrip van legacy-infrastructuur die nodig is om een kopernetwerk te gebruiken.
§ 2. Het Instituut waarborgt dat het proces van buitenbedrijfstelling of vervanging transparante tijdschema's en voorwaarden omvat, inclusief een passende opzeggingstermijn voor de overgang, en vaststelt dat indien nodig alternatieve producten van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar zijn die toegang verstrekken tot de opgewaardeerde netwerkinfrastructuur die in de plaats komt van de vervangen elementen, teneinde de concurrentie en de rechten van de eindgebruikers zeker te stellen.
Het Instituut kan de verplichtingen betreffende activa waarvan buitenbedrijfstelling of vervanging is beoogd, intrekken wanneer het zich ervan heeft vergewist dat de aanbieder van toegang:
1° passende voorwaarden voor de migratie tot stand heeft gebracht, onder meer door een alternatief toegangsproduct van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar te stellen waarmee toegangvragende partijen dezelfde eindgebruikers kunnen bereiken als met de legacy-infrastructuur; en
2° voldoet aan de voorwaarden en het proces waarvan het Instituut overeenkomstig dit artikel in kennis is gesteld.
Een dergelijke intrekking wordt uitgevoerd overeenkomstig de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 bedoelde procedures.".
"Art. 54/3. § 1. Ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht in één of verschillende markten overeenkomstig artikel 44 stellen het Instituut van tevoren en tijdig in kennis wanneer zij beogen over te gaan tot buitenbedrijfstelling of vervanging door nieuwe infrastructuur van onder verplichtingen op grond van de artikelen 44, 47 tot 51/1 en 53 tot 54/3 vallende delen van het netwerk, met inbegrip van legacy-infrastructuur die nodig is om een kopernetwerk te gebruiken.
§ 2. Het Instituut waarborgt dat het proces van buitenbedrijfstelling of vervanging transparante tijdschema's en voorwaarden omvat, inclusief een passende opzeggingstermijn voor de overgang, en vaststelt dat indien nodig alternatieve producten van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar zijn die toegang verstrekken tot de opgewaardeerde netwerkinfrastructuur die in de plaats komt van de vervangen elementen, teneinde de concurrentie en de rechten van de eindgebruikers zeker te stellen.
Het Instituut kan de verplichtingen betreffende activa waarvan buitenbedrijfstelling of vervanging is beoogd, intrekken wanneer het zich ervan heeft vergewist dat de aanbieder van toegang:
1° passende voorwaarden voor de migratie tot stand heeft gebracht, onder meer door een alternatief toegangsproduct van ten minste vergelijkbare kwaliteit beschikbaar te stellen waarmee toegangvragende partijen dezelfde eindgebruikers kunnen bereiken als met de legacy-infrastructuur; en
2° voldoet aan de voorwaarden en het proces waarvan het Instituut overeenkomstig dit artikel in kennis is gesteld.
Een dergelijke intrekking wordt uitgevoerd overeenkomstig de in de artikelen 60, 61, 63 en 64 bedoelde procedures.".
Art.247. Dans le chapitre 4 de la même loi il est inséré un article 54/2 rédigé comme suit:
"Art. 54/2. § 1er. L'Institut qui désigne une entreprise absente de tout marché de détail des services de communications électroniques comme étant puissante sur un ou plusieurs marchés de gros conformément à l'article 44, § 4, examine si ladite entreprise possède les caractéristiques suivantes:
1° toutes les sociétés et entités économiques au sein de l'entreprise, toutes les sociétés qui sont contrôlées mais pas nécessairement détenues intégralement par le même propriétaire ultime, et tout actionnaire en mesure d'exercer un contrôle sur l'entreprise, ont uniquement des activités, actuelles et planifiées pour l'avenir, sur des marchés de gros des services de communications électroniques, et n'ont donc pas d'activités sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis aux utilisateurs finaux dans l'Union européenne;
2° l'entreprise n'est pas obligée de traiter avec une entreprise unique et distincte opérant en aval, qui est active sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis à des utilisateurs finaux en raison d'un accord exclusif ou d'un accord équivalent de fait à un accord exclusif.
§ 2. Si l'Institut conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies, il ne peut imposer à cette entreprise que des obligations au titre des articles 47 et 50 ou des obligations concernant une tarification équitable et raisonnable si cela se justifie sur la base d'une analyse de marché, y compris une évaluation prospective du comportement probable de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
§ 3. L'Institut réexamine les obligations imposées conformément au présent article à n'importe quel moment s'il conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er ne sont plus remplies, et applique, le cas échéant, les articles 43 à 44 et 47 à 51. Les entreprises informent, sans retard indu, l'Institut de tout changement de situation pertinent au regard du paragraphe 1er, 1° et 2°.
§ 4. L'Institut réexamine également les obligations imposées à l'entreprise conformément au présent article si, sur la base d'éléments de preuve concernant les conditions offertes par l'entreprise à ses clients en aval, l'Institut conclut que sont survenus ou risquent de survenir, au détriment des utilisateurs finaux, des problèmes de concurrence qui requièrent l'imposition d'une ou plusieurs obligations prévues à l'article 48, 49, 49/1 ou 51 ou la modification des obligations imposées conformément au paragraphe 2.
§ 5. L'imposition d'obligations et leur réexamen sont mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 60, 61, 63 et 64.".
"Art. 54/2. § 1er. L'Institut qui désigne une entreprise absente de tout marché de détail des services de communications électroniques comme étant puissante sur un ou plusieurs marchés de gros conformément à l'article 44, § 4, examine si ladite entreprise possède les caractéristiques suivantes:
1° toutes les sociétés et entités économiques au sein de l'entreprise, toutes les sociétés qui sont contrôlées mais pas nécessairement détenues intégralement par le même propriétaire ultime, et tout actionnaire en mesure d'exercer un contrôle sur l'entreprise, ont uniquement des activités, actuelles et planifiées pour l'avenir, sur des marchés de gros des services de communications électroniques, et n'ont donc pas d'activités sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis aux utilisateurs finaux dans l'Union européenne;
2° l'entreprise n'est pas obligée de traiter avec une entreprise unique et distincte opérant en aval, qui est active sur un quelconque marché de détail des services de communications électroniques fournis à des utilisateurs finaux en raison d'un accord exclusif ou d'un accord équivalent de fait à un accord exclusif.
§ 2. Si l'Institut conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er sont remplies, il ne peut imposer à cette entreprise que des obligations au titre des articles 47 et 50 ou des obligations concernant une tarification équitable et raisonnable si cela se justifie sur la base d'une analyse de marché, y compris une évaluation prospective du comportement probable de l'entreprise désignée comme étant puissante sur le marché.
§ 3. L'Institut réexamine les obligations imposées conformément au présent article à n'importe quel moment s'il conclut que les conditions prévues au paragraphe 1er ne sont plus remplies, et applique, le cas échéant, les articles 43 à 44 et 47 à 51. Les entreprises informent, sans retard indu, l'Institut de tout changement de situation pertinent au regard du paragraphe 1er, 1° et 2°.
§ 4. L'Institut réexamine également les obligations imposées à l'entreprise conformément au présent article si, sur la base d'éléments de preuve concernant les conditions offertes par l'entreprise à ses clients en aval, l'Institut conclut que sont survenus ou risquent de survenir, au détriment des utilisateurs finaux, des problèmes de concurrence qui requièrent l'imposition d'une ou plusieurs obligations prévues à l'article 48, 49, 49/1 ou 51 ou la modification des obligations imposées conformément au paragraphe 2.
§ 5. L'imposition d'obligations et leur réexamen sont mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 60, 61, 63 et 64.".
Art.249. In artikel 55 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste zin, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "Een netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "Elke onderneming";
b) in de Franse tekst wordt het woord "obligé" vervangen door het woord "obligée";
2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "de netwerkoperator" vervangen door de woorden "de onderneming".
1° in paragraaf 1, eerste zin, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "Een netwerkoperator" worden vervangen door de woorden "Elke onderneming";
b) in de Franse tekst wordt het woord "obligé" vervangen door het woord "obligée";
2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "de netwerkoperator" vervangen door de woorden "de onderneming".
Art.248. Dans le chapitre 4 de la même loi il est inséré un article 54/3, rédigé comme suit:
"Art. 54/3. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44 notifient à l'Institut, au préalable et en temps utile, le moment auquel elles prévoient de déclasser des parties du réseau, y compris l'infrastructure historique nécessaire à l'exploitation d'un réseau cuivre, qui sont soumises à des obligations au titre des articles 44, 47 à 51/1 et 53 à 54/3, ou de les remplacer par une infrastructure nouvelle.
§ 2. L'Institut veille à ce que la procédure de déclassement ou de remplacement prévoie des conditions et un calendrier transparents, comprenant une période de préavis appropriée pour la transition, et établisse la disponibilité de produits de substitution d'une qualité au moins comparable donnant accès à l'infrastructure de réseau améliorée se substituant aux éléments remplacés, si cela est nécessaire pour préserver la concurrence et les droits des utilisateurs finaux.
En ce qui concerne les actifs dont le déclassement ou le remplacement est proposé, l'Institut peut retirer les obligations après s'être assuré que le fournisseur d'accès:
1° a établi les conditions appropriées pour la migration, notamment en mettant à disposition un produit d'accès de substitution d'une qualité au moins comparable à celle qui était disponible lors de l'utilisation de l'infrastructure historique permettant aux demandeurs d'accès d'atteindre les mêmes utilisateurs finaux; et
2° a respecté les conditions et la procédure notifiées à l'Institut conformément au présent article.
Ce retrait d'obligations est mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 60, 61, 63 et 64.".
"Art. 54/3. § 1er. Les entreprises qui ont été désignées comme étant puissantes sur un ou plusieurs marchés pertinents conformément à l'article 44 notifient à l'Institut, au préalable et en temps utile, le moment auquel elles prévoient de déclasser des parties du réseau, y compris l'infrastructure historique nécessaire à l'exploitation d'un réseau cuivre, qui sont soumises à des obligations au titre des articles 44, 47 à 51/1 et 53 à 54/3, ou de les remplacer par une infrastructure nouvelle.
§ 2. L'Institut veille à ce que la procédure de déclassement ou de remplacement prévoie des conditions et un calendrier transparents, comprenant une période de préavis appropriée pour la transition, et établisse la disponibilité de produits de substitution d'une qualité au moins comparable donnant accès à l'infrastructure de réseau améliorée se substituant aux éléments remplacés, si cela est nécessaire pour préserver la concurrence et les droits des utilisateurs finaux.
En ce qui concerne les actifs dont le déclassement ou le remplacement est proposé, l'Institut peut retirer les obligations après s'être assuré que le fournisseur d'accès:
1° a établi les conditions appropriées pour la migration, notamment en mettant à disposition un produit d'accès de substitution d'une qualité au moins comparable à celle qui était disponible lors de l'utilisation de l'infrastructure historique permettant aux demandeurs d'accès d'atteindre les mêmes utilisateurs finaux; et
2° a respecté les conditions et la procédure notifiées à l'Institut conformément au présent article.
Ce retrait d'obligations est mis en oeuvre conformément aux procédures visées aux articles 60, 61, 63 et 64.".
Art.250. In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "alle noodzakelijke informatie opvragen" worden vervangen door de woorden "alle nuttige informatie opvragen, inclusief financiële inlichtingen";
b) de woorden ", alsook het niveau van specificering" worden ingevoegd tussen de woorden "worden meegedeeld" en de woorden "en deelt";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Onverminderd eventuele informatie vereist op grond van paragraaf 1 of van andere wettelijke of regelgevende bepalingen, mag het Instituut de ondernemingen verzoeken om informatie die passend en objectief gerechtvaardigd is, met name voor:
1° het verifiëren, hetzij systematisch, hetzij per geval, van de naleving van:
a) de vergoedingen en gebruiksrechten;
b) het efficiënt gebruik van het radiospectrum of van de nummervoorraden;
c) specifieke verplichtingen van de operatoren met aanmerkelijke marktmacht of van de aanbieders van de universele dienst;
2° het verifiëren, per geval, van de naleving van de voorwaarden van de algemene machtiging, van de gebruiksrechten voor radiospectrum of van de gebruiksrechten voor nummervoorraden;
3° het uitvoeren van procedures voor en de evaluatie van aanvragen om verlening van gebruiksrechten;
4° het publiceren van vergelijkende overzichten van kwaliteit en prijs van diensten ten behoeve van de consumenten;
5° het verzamelen van duidelijk omschreven statistieken, verslagen of onderzoeken;
6° het verrichten van marktonderzoeken, met inbegrip van gegevens over de downstream- of retailmarkten die verband houden met of verbonden zijn aan de markten waarop het marktonderzoek betrekking heeft;
7° het waarborgen van efficiënt gebruik en efficiënt beheer van radiospectrum en van nummervoorraden;
8° het evalueren van toekomstige ontwikkelingen van het netwerk of de diensten;
9° het uitvoeren van geografische onderzoeken;
10° het beantwoorden van met redenen omklede verzoeken om informatie van Berec.
De in het eerste lid bedoelde informatie, met uitzondering van de informatie bedoeld in de bepaling onder 3°, mag niet worden vereist vóór of als voorwaarde voor de toegang tot de markt.
Het Instituut deelt de ondernemingen mee voor welk specifiek doel de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verzameld.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "alle noodzakelijke informatie opvragen" worden vervangen door de woorden "alle nuttige informatie opvragen, inclusief financiële inlichtingen";
b) de woorden ", alsook het niveau van specificering" worden ingevoegd tussen de woorden "worden meegedeeld" en de woorden "en deelt";
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Onverminderd eventuele informatie vereist op grond van paragraaf 1 of van andere wettelijke of regelgevende bepalingen, mag het Instituut de ondernemingen verzoeken om informatie die passend en objectief gerechtvaardigd is, met name voor:
1° het verifiëren, hetzij systematisch, hetzij per geval, van de naleving van:
a) de vergoedingen en gebruiksrechten;
b) het efficiënt gebruik van het radiospectrum of van de nummervoorraden;
c) specifieke verplichtingen van de operatoren met aanmerkelijke marktmacht of van de aanbieders van de universele dienst;
2° het verifiëren, per geval, van de naleving van de voorwaarden van de algemene machtiging, van de gebruiksrechten voor radiospectrum of van de gebruiksrechten voor nummervoorraden;
3° het uitvoeren van procedures voor en de evaluatie van aanvragen om verlening van gebruiksrechten;
4° het publiceren van vergelijkende overzichten van kwaliteit en prijs van diensten ten behoeve van de consumenten;
5° het verzamelen van duidelijk omschreven statistieken, verslagen of onderzoeken;
6° het verrichten van marktonderzoeken, met inbegrip van gegevens over de downstream- of retailmarkten die verband houden met of verbonden zijn aan de markten waarop het marktonderzoek betrekking heeft;
7° het waarborgen van efficiënt gebruik en efficiënt beheer van radiospectrum en van nummervoorraden;
8° het evalueren van toekomstige ontwikkelingen van het netwerk of de diensten;
9° het uitvoeren van geografische onderzoeken;
10° het beantwoorden van met redenen omklede verzoeken om informatie van Berec.
De in het eerste lid bedoelde informatie, met uitzondering van de informatie bedoeld in de bepaling onder 3°, mag niet worden vereist vóór of als voorwaarde voor de toegang tot de markt.
Het Instituut deelt de ondernemingen mee voor welk specifiek doel de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verzameld.".
Art.249. Dans l'article 55 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, première phrase, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "Tout opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "Toute entreprise";
b) le mot "obligé" est remplacé par le mot "obligée";
2° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "l'entreprise".
1° dans le paragraphe 1er, première phrase, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "Tout opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "Toute entreprise";
b) le mot "obligé" est remplacé par le mot "obligée";
2° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots "l'opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "l'entreprise".
Art.251. In artikel 60 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "met een maximale tijdsduur van twee maanden" worden vervangen door de woorden "van minstens 30 dagen";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Dit artikel is niet van toepassing op besluiten die tot doel hebben een geschil tussen ondernemingen te beslechten, noch op de besluiten waarvan sprake in artikel 44, § 5.".
1° de woorden "met een maximale tijdsduur van twee maanden" worden vervangen door de woorden "van minstens 30 dagen";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Dit artikel is niet van toepassing op besluiten die tot doel hebben een geschil tussen ondernemingen te beslechten, noch op de besluiten waarvan sprake in artikel 44, § 5.".
Art.250. Dans l'article 57 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "toute information nécessaire" sont remplacés par les mots "toute information utile, y compris des informations financières";
b) les mots "et le niveau de détail" sont insérés entre les mots "de fourniture" et les mots "des informations";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Sans préjudice de toute information demandée en vertu du paragraphe 1er ou d'autres dispositions légales ou réglementaires, l'Institut peut demander aux entreprises des informations proportionnées et justifiées, notamment aux fins de:
1° vérifier systématiquement ou au cas par cas le respect:
a) des redevances et des droits d'utilisation;
b) de l'utilisation efficace du spectre radioélectrique ou des ressources de numérotation;
c) des obligations spécifiques aux opérateurs puissants sur le marché ou aux prestataires du service universel;
2° vérifier au cas par cas le respect des conditions de l'autorisation générale, des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou des droits d'utilisation des ressources de numérotation;
3° exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation et l'évaluation de ces demandes;
4° publier, dans l'intérêt des consommateurs, des bilans comparatifs concernant la qualité et le prix des services;
5° rassembler des statistiques, des rapports ou des études bien définies;
6° réaliser des études de marché comprenant des données sur les marchés en aval ou les marchés de détail associés ou liés aux marchés qui font l'objet de l'étude de marché;
7° préserver l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique et des ressources de numérotation et veiller à l'effectivité de leur gestion;
8° évaluer les évolutions futures des réseaux ou des services;
9° réaliser des relevés géographiques;
10° répondre aux demandes d'informations motivées de l'ORECE.
Les informations visées à l'alinéa 1er, à l'exception de celles visées au 3°, ne sont pas requises préalablement à l'accès au marché ou comme conditions d'accès au marché.
L'Institut informe les entreprises de la finalité spécifique pour laquelle sont récoltées les informations visées à l'alinéa 1er.".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "toute information nécessaire" sont remplacés par les mots "toute information utile, y compris des informations financières";
b) les mots "et le niveau de détail" sont insérés entre les mots "de fourniture" et les mots "des informations";
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Sans préjudice de toute information demandée en vertu du paragraphe 1er ou d'autres dispositions légales ou réglementaires, l'Institut peut demander aux entreprises des informations proportionnées et justifiées, notamment aux fins de:
1° vérifier systématiquement ou au cas par cas le respect:
a) des redevances et des droits d'utilisation;
b) de l'utilisation efficace du spectre radioélectrique ou des ressources de numérotation;
c) des obligations spécifiques aux opérateurs puissants sur le marché ou aux prestataires du service universel;
2° vérifier au cas par cas le respect des conditions de l'autorisation générale, des droits d'utilisation du spectre radioélectrique ou des droits d'utilisation des ressources de numérotation;
3° exécuter les procédures de demandes d'octroi de droits d'utilisation et l'évaluation de ces demandes;
4° publier, dans l'intérêt des consommateurs, des bilans comparatifs concernant la qualité et le prix des services;
5° rassembler des statistiques, des rapports ou des études bien définies;
6° réaliser des études de marché comprenant des données sur les marchés en aval ou les marchés de détail associés ou liés aux marchés qui font l'objet de l'étude de marché;
7° préserver l'efficience de l'utilisation du spectre radioélectrique et des ressources de numérotation et veiller à l'effectivité de leur gestion;
8° évaluer les évolutions futures des réseaux ou des services;
9° réaliser des relevés géographiques;
10° répondre aux demandes d'informations motivées de l'ORECE.
Les informations visées à l'alinéa 1er, à l'exception de celles visées au 3°, ne sont pas requises préalablement à l'accès au marché ou comme conditions d'accès au marché.
L'Institut informe les entreprises de la finalité spécifique pour laquelle sont récoltées les informations visées à l'alinéa 1er.".
Art.252. In artikel 61 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepalingen onder 1° tot 6° worden vervangen als volgt:
"1° een passende toegang en interconnectie, of de interoperabiliteit van de diensten op te leggen, overeenkomstig artikel 40;
2° een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling overeenkomstig artikel 43, § 2, zijn gedefinieerd;
3° vast te stellen dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 44, § 1, eerste lid, overeenkomstig artikel 44, § 1, tweede lid;
4° te bepalen of de kenmerken van een overeenkomstig artikel 44, § 3, eerste lid, en artikel 44, § 5, gedefinieerde relevante markt zodanig zijn dat het al dan niet gerechtvaardigd is om regelgevingsverplichtingen op te leggen;
5° na een besluit bedoeld in de bepaling onder 4°, de onderneming of ondernemingen te identificeren met een aanmerkelijke marktmacht op die markt, overeenkomstig artikel 44, § 3, eerste lid;
6° regelgevende verplichtingen voor de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, overeenkomstig artikel 44, §§ 4 tot 7;";
b) de bepaling onder 7° wordt opgeheven;
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut publiceert zijn ontwerp.";
2° in paragraaf 2 van de Franse tekst worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepalingen onder 1° tot 6° worden vervangen als volgt:
"1° een passende toegang en interconnectie, of de interoperabiliteit van de diensten op te leggen, overeenkomstig artikel 40;
2° een relevante markt te definiëren die verschilt van de markten die in de Aanbeveling overeenkomstig artikel 43, § 2, zijn gedefinieerd;
3° vast te stellen dat niet voldaan is aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 44, § 1, eerste lid, overeenkomstig artikel 44, § 1, tweede lid;
4° te bepalen of de kenmerken van een overeenkomstig artikel 44, § 3, eerste lid, en artikel 44, § 5, gedefinieerde relevante markt zodanig zijn dat het al dan niet gerechtvaardigd is om regelgevingsverplichtingen op te leggen;
5° na een besluit bedoeld in de bepaling onder 4°, de onderneming of ondernemingen te identificeren met een aanmerkelijke marktmacht op die markt, overeenkomstig artikel 44, § 3, eerste lid;
6° regelgevende verplichtingen voor de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, overeenkomstig artikel 44, §§ 4 tot 7;";
b) de bepaling onder 7° wordt opgeheven;
c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het Instituut publiceert zijn ontwerp.";
2° in paragraaf 2 van de Franse tekst worden de woorden "autorités réglementaires" vervangen door de woorden "autorités de régulation".
Art.251. Dans l'article 60 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "d'une durée maximale de deux mois" sont remplacés par les mots "d'au moins 30 jours";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent article ne s'applique pas aux décisions visant à résoudre un litige entre entreprises, ni en cas de décisions visées à l'article 44, § 5.".
1° les mots "d'une durée maximale de deux mois" sont remplacés par les mots "d'au moins 30 jours";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le présent article ne s'applique pas aux décisions visant à résoudre un litige entre entreprises, ni en cas de décisions visées à l'article 44, § 5.".
Art.253. In artikel 63 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder a), 2°, worden de woorden "een netwerkoperator" vervangen door de woorden "een onderneming";
b) in de bepaling onder b) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de Franse tekst worden de woorden "marché unique" vervangen door de woorden "marché intérieur";
ii) de woorden "het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "het Europese Unierecht";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Als het Instituut zijn ontwerpbesluit wijzigt, wordt dit voor de openbare raadpleging bedoeld in artikel 61 voorgelegd en wordt daarvan kennisgegeven aan de Europese Commissie, overeenkomstig paragraaf 1.".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder a), 2°, worden de woorden "een netwerkoperator" vervangen door de woorden "een onderneming";
b) in de bepaling onder b) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
i) in de Franse tekst worden de woorden "marché unique" vervangen door de woorden "marché intérieur";
ii) de woorden "het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "het Europese Unierecht";
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Als het Instituut zijn ontwerpbesluit wijzigt, wordt dit voor de openbare raadpleging bedoeld in artikel 61 voorgelegd en wordt daarvan kennisgegeven aan de Europese Commissie, overeenkomstig paragraaf 1.".
Art.252. Dans l'article 61 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les 1° à 6° sont remplacés par ce qui suit:
"1° imposer un accès et une interconnexion adéquats ou l'interopérabilité des services, conformément à l'article 40;
2° définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation, conformément à l'article 43, § 2;
3° constater qu'une des conditions visées à l'article 44, § 1er, alinéa 1er, n'est pas remplie, conformément à l'article 44, § 1er, alinéa 2;
4° estimer qu'un marché pertinent est tel qu'il justifie ou non l'imposition d'obligations réglementaires, conformément à l'article 44, § 3, alinéa 1er et 44, § 5;
5° à la suite d'une décision visée au 4°, identifier le ou les entreprises puissantes sur ce marché, conformément à l'article 44, § 3, alinéa 1er;
6° imposer, modifier ou retirer des obligations réglementaires à l'entreprise ou aux entreprises puissantes sur le marché, conformément à l'article 44, §§ 4 à 7;";
b) le 7° est abrogé;
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut publie son projet.";
2° dans le paragraphe 2, les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les 1° à 6° sont remplacés par ce qui suit:
"1° imposer un accès et une interconnexion adéquats ou l'interopérabilité des services, conformément à l'article 40;
2° définir un marché pertinent qui diffère de ceux recensés dans la Recommandation, conformément à l'article 43, § 2;
3° constater qu'une des conditions visées à l'article 44, § 1er, alinéa 1er, n'est pas remplie, conformément à l'article 44, § 1er, alinéa 2;
4° estimer qu'un marché pertinent est tel qu'il justifie ou non l'imposition d'obligations réglementaires, conformément à l'article 44, § 3, alinéa 1er et 44, § 5;
5° à la suite d'une décision visée au 4°, identifier le ou les entreprises puissantes sur ce marché, conformément à l'article 44, § 3, alinéa 1er;
6° imposer, modifier ou retirer des obligations réglementaires à l'entreprise ou aux entreprises puissantes sur le marché, conformément à l'article 44, §§ 4 à 7;";
b) le 7° est abrogé;
c) le paragraphe est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'Institut publie son projet.";
2° dans le paragraphe 2, les mots "autorités réglementaires" sont remplacés par les mots "autorités de régulation".
Art.254. In artikel 64 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het woord "61" wordt vervangen door het woord "50";
b) de woorden "een netwerkoperator met een sterke machtspositie op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid met het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een obstakel opwerpt voor de interne markt of zij ernstige twijfels uit wat betreft de verenigbaarheid ervan met het Europese Unierecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "in de artikelen 34 tot 37" worden vervangen door de woorden "in artikel 35";
b) in de Franse tekst worden de woorden "pratiques réglementaires" vervangen door de woorden "pratiques de régulation";
3° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° zijn ontwerpbesluit wijzigen of intrekken, zoveel mogelijk rekening houdend met de kennisgeving van de Europese Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1, alsook met het advies van Berec;";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de ontwerpbesluiten die onder artikel 54/1, § 3, vallen, kan de Europese Commissie, indien Berec haar ernstige twijfels deelt, binnen dezelfde termijn als die welke bedoeld is in het eerste lid, een besluit nemen waarbij aan het Instituut wordt gevraagd om zijn ontwerp in te trekken.";
b) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig artikel 60" ingevoegd tussen de woorden "over het gewijzigde ontwerp" en de woorden "te organiseren".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) het woord "61" wordt vervangen door het woord "50";
b) de woorden "een netwerkoperator met een sterke machtspositie op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid met het Gemeenschapsrecht" worden vervangen door de woorden "een onderneming met aanmerkelijke marktmacht op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een obstakel opwerpt voor de interne markt of zij ernstige twijfels uit wat betreft de verenigbaarheid ervan met het Europese Unierecht";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "in de artikelen 34 tot 37" worden vervangen door de woorden "in artikel 35";
b) in de Franse tekst worden de woorden "pratiques réglementaires" vervangen door de woorden "pratiques de régulation";
3° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° zijn ontwerpbesluit wijzigen of intrekken, zoveel mogelijk rekening houdend met de kennisgeving van de Europese Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1, alsook met het advies van Berec;";
4° in paragraaf 4 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"Voor de ontwerpbesluiten die onder artikel 54/1, § 3, vallen, kan de Europese Commissie, indien Berec haar ernstige twijfels deelt, binnen dezelfde termijn als die welke bedoeld is in het eerste lid, een besluit nemen waarbij aan het Instituut wordt gevraagd om zijn ontwerp in te trekken.";
b) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig artikel 60" ingevoegd tussen de woorden "over het gewijzigde ontwerp" en de woorden "te organiseren".
Art.253. Dans l'article 63 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au a), 2°, les mots "un opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "une entreprise";
b) au b) les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "marché unique" sont remplacés par les mots "marché intérieur";
ii) les mots "le droit communautaire" sont remplacés par les mots "le droit de l'Union européenne";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Si l'Institut modifie son projet de décision, celui-ci est soumis à la consultation publique visée à l'article 61 et est notifié à la Commission européenne, conformément au paragraphe 1er.".
1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) au a), 2°, les mots "un opérateur de réseau" sont remplacés par les mots "une entreprise";
b) au b) les modifications suivantes sont apportées:
i) les mots "marché unique" sont remplacés par les mots "marché intérieur";
ii) les mots "le droit communautaire" sont remplacés par les mots "le droit de l'Union européenne";
2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Si l'Institut modifie son projet de décision, celui-ci est soumis à la consultation publique visée à l'article 61 et est notifié à la Commission européenne, conformément au paragraphe 1er.".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens
Art.254. Dans l'article 64 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
Art.255. In titel I, hoofdstuk II, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van de natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
CHAPITRE 9. - Modifications de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel
Art.256. In titel I, hoofdstuk II, van dezelfde wet wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/2. In toepassing van artikel 125, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en onverminderd de toepassing van de Verordening en deze wet is de opslag van informatie of het verkrijgen van toegang tot informatie die reeds is opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een gebruiker slechts toegestaan op voorwaarde dat:
1° de betrokken abonnee of gebruiker, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Verordening en in deze wet, duidelijke en precieze informatie krijgt over de doeleinden van de verwerking en zijn rechten op basis van de Verordening en van deze wet;
2° de abonnee of eindgebruiker zijn toestemming heeft gegeven na ingelicht te zijn overeenkomstig de bepaling onder 1°.
Het eerste lid is niet van toepassing voor de technische opslag van informatie of de toegang tot informatie opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een eindgebruiker met als uitsluitend doel de verzending van een communicatie via een elektronische-communicatienetwerk uit te voeren of een uitdrukkelijk door de abonnee of eindgebruiker gevraagde dienst te leveren wanneer dit hiervoor strikt noodzakelijk is.".
"Art. 10/2. In toepassing van artikel 125, § 1, 1°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en onverminderd de toepassing van de Verordening en deze wet is de opslag van informatie of het verkrijgen van toegang tot informatie die reeds is opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een gebruiker slechts toegestaan op voorwaarde dat:
1° de betrokken abonnee of gebruiker, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Verordening en in deze wet, duidelijke en precieze informatie krijgt over de doeleinden van de verwerking en zijn rechten op basis van de Verordening en van deze wet;
2° de abonnee of eindgebruiker zijn toestemming heeft gegeven na ingelicht te zijn overeenkomstig de bepaling onder 1°.
Het eerste lid is niet van toepassing voor de technische opslag van informatie of de toegang tot informatie opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een eindgebruiker met als uitsluitend doel de verzending van een communicatie via een elektronische-communicatienetwerk uit te voeren of een uitdrukkelijk door de abonnee of eindgebruiker gevraagde dienst te leveren wanneer dit hiervoor strikt noodzakelijk is.".
Art.255. Dans le titre Ier, chapitre II, de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, il est inséré un article 10/1, rédigé comme suit:
"Art. 10/1. § 1er. En application de l'article 125, § 1er, 1°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques et sans préjudice de l'application du règlement et de cette loi, l'enregistrement d'une communication électronique et des données relatives au trafic qui s'y rapportent réalisé dans les transactions commerciales licites comme preuve d'une transaction commerciale ou d'une autre communication professionnelle, est autorisé à condition que les parties impliquées dans la communication soient informées de l'enregistrement, des objectifs précis de ce dernier et de la durée de stockage de l'enregistrement, avant l'enregistrement.
Les données visées à l'alinéa 1er sont effacées au plus tard à la fin de la période pendant laquelle la transaction peut être contestée en justice.
§ 2. En application de l'article 125, § 1er, 1°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques et sans préjudice de l'application du règlement et de cette loi, la prise de connaissance et l'enregistrement de communications électroniques et des données de trafic, qui visent uniquement à contrôler la qualité du service dans les call centers sont autorisés, à condition que les personnes qui travaillent dans le call center soient informées au préalable de la possibilité de prise de connaissance et d'enregistrement, du but précis de cette opération et de la durée de conservation de la communication et des données enregistrées. Ces données peuvent être conservées maximum un mois.".
"Art. 10/1. § 1er. En application de l'article 125, § 1er, 1°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques et sans préjudice de l'application du règlement et de cette loi, l'enregistrement d'une communication électronique et des données relatives au trafic qui s'y rapportent réalisé dans les transactions commerciales licites comme preuve d'une transaction commerciale ou d'une autre communication professionnelle, est autorisé à condition que les parties impliquées dans la communication soient informées de l'enregistrement, des objectifs précis de ce dernier et de la durée de stockage de l'enregistrement, avant l'enregistrement.
Les données visées à l'alinéa 1er sont effacées au plus tard à la fin de la période pendant laquelle la transaction peut être contestée en justice.
§ 2. En application de l'article 125, § 1er, 1°, de la loi du 13 juin 2005 relative aux communications électroniques et sans préjudice de l'application du règlement et de cette loi, la prise de connaissance et l'enregistrement de communications électroniques et des données de trafic, qui visent uniquement à contrôler la qualité du service dans les call centers sont autorisés, à condition que les personnes qui travaillent dans le call center soient informées au préalable de la possibilité de prise de connaissance et d'enregistrement, du but précis de cette opération et de la durée de conservation de la communication et des données enregistrées. Ces données peuvent être conservées maximum un mois.".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid
Art.256. Dans le titre Ier, chapitre II, de la même loi, il est inséré un article 10/2 rédigé comme suit:
Art.257. In artikel 4, § 1, van de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid worden de woorden "114 en 114/1" vervangen door de woorden "107/2 en 107/3".
CHAPITRE 10. - Modification de la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux etdes systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Art.257. Dans l'article 4, § 1er, de la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique, les mots "114 et 114/1" sont remplacés par les mots "107/2 et 107/3".
Art.258. De wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten wordt opgeheven.
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art.259. Artikel 22, 2°, heeft uitwerking met ingang van 30 juni 2015.
Art.258. La loi du 15 mai 2007 relative à la protection des consommateurs en ce qui concerne les services de radiotransmission et de radiodistribution est abrogée.
Art.260. De marktanalysebesluiten die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet door het Instituut aangenomen zijn, zijn van toepassing voor een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf hun datum van inwerkingtreding, behalve indien het Instituut voordat die periode afgelopen is een nieuw analysebesluit voor diezelfde markt aanneemt.
Art.259. L'article 22, 2°, produit ses effets le 30 juin 2015.
Art.261. De artikelen 143, 145, 150, 151 en 167 zijn onmiddellijk van toepassing op de lopende overeenkomsten.
De bepalingen ingevoerd door de artikelen 143 en 167, waarvan afgeweken kan worden mits expliciete instemming van de eindgebruiker op het ogenblik van de contractssluiting, worden voor lopende contracten van onbepaalde duur tussen operatoren en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, van kracht twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet en voor tussen deze partijen lopende contracten van bepaalde duur, onderhevig aan stilzwijgende verlenging, op het ogenblik van de stilzwijgende verlenging, tenzij de eindgebruiker binnen de twee jaar, voor contracten van onbepaalde duur, of in de periode tussen de inwerkingtreding van deze wet en de stilzwijgende verlenging, voor contracten van bepaalde duur, zijn expliciete instemming met de in dit artikel bedoelde afwijking heeft gegeven.
De bepalingen ingevoerd door de artikelen 143 en 167, waarvan afgeweken kan worden mits expliciete instemming van de eindgebruiker op het ogenblik van de contractssluiting, worden voor lopende contracten van onbepaalde duur tussen operatoren en eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, micro-organisaties zonder winstoogmerk of kleine organisaties zonder winstoogmerk zijn, van kracht twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet en voor tussen deze partijen lopende contracten van bepaalde duur, onderhevig aan stilzwijgende verlenging, op het ogenblik van de stilzwijgende verlenging, tenzij de eindgebruiker binnen de twee jaar, voor contracten van onbepaalde duur, of in de periode tussen de inwerkingtreding van deze wet en de stilzwijgende verlenging, voor contracten van bepaalde duur, zijn expliciete instemming met de in dit artikel bedoelde afwijking heeft gegeven.
Art.260. Les décisions d'analyse de marché adoptées par l'Institut avant la date d'entrée en vigueur de la présente loi sont applicables pour une période de cinq ans, à compter de leur date d'entrée en vigueur, sauf si, avant cette échéance, l'Institut adopte une nouvelle décision d'analyse du même marché.
Art.262. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na advies van het Instituut, bepaalt de Koning de datum van de inwerkingtreding van artikel 121, 1°, b).
Art.261. Les articles 143, 145, 150, 151 et 167 sont d'application immédiate aux contrats en cours.
Les dispositions introduites par les articles 143 et 167, auxquelles il peut être dérogé avec le consentement exprès de l'utilisateur final au moment de la conclusion du contrat, prennent effet deux ans après l'entrée en vigueur de la présente loi pour les contrats en cours à durée indéterminée entre les opérateurs et les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations sans but lucratif ou des petites organisations sans but lucratif, et pour les contrats en cours à durée déterminée entre ces parties, soumis à une reconduction tacite, au moment de la reconduction tacite, sauf si l'utilisateur final a donné son consentement exprès à la dérogation visée au présent article dans un délai de deux ans, pour les contrats à durée indéterminée, ou dans la période comprise entre l'entrée en vigueur de la présente loi et la reconduction tacite, pour les contrats à durée déterminée.
Les dispositions introduites par les articles 143 et 167, auxquelles il peut être dérogé avec le consentement exprès de l'utilisateur final au moment de la conclusion du contrat, prennent effet deux ans après l'entrée en vigueur de la présente loi pour les contrats en cours à durée indéterminée entre les opérateurs et les utilisateurs finaux qui sont des microentreprises, des petites entreprises, des micro-organisations sans but lucratif ou des petites organisations sans but lucratif, et pour les contrats en cours à durée déterminée entre ces parties, soumis à une reconduction tacite, au moment de la reconduction tacite, sauf si l'utilisateur final a donné son consentement exprès à la dérogation visée au présent article dans un délai de deux ans, pour les contrats à durée indéterminée, ou dans la période comprise entre l'entrée en vigueur de la présente loi et la reconduction tacite, pour les contrats à durée déterminée.
Art.263. Artikel 134 heeft uitwerking met ingang van de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in hetzelfde artikel.
Art.262. Par arrêté délibéré en Conseil de ministres, et après avis de l'Institut, le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de l'article 121, 1°, b).
BIJLAGE.
Art.263. L'article 134 produit ses effets le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal visé au même article.
Art. N.
ANNEXE.
-
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 31-12-2021, p. 126597)