Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart
Titre
21 DECEMBRE 2021. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 28 juin 2019 relatif Ă  la navigation de plaisance
Documentinformatie
Numac: 2021043465
Datum: 2021-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021043465
Date: 2021-12-21
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. In artikel 1.1 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart, gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "de wet van 5 juli 2018 betreffende de pleziervaart" vervangen door de woorden "het Belgisch Scheepvaartwetboek";
2° in de bepaling onder 14° worden de woorden "artikel 8, § 4" vervangen door de woorden "artikel 5.2.2.1, § 4";
3° in de bepaling onder 21° worden de woorden "artikel 12 van de wet van 5 juli 2018 betreffende de pleziervaart" " vervangen door de woorden "artikel 5.2.2.5 van de wet";
4° in de bepaling onder 27° worden de woorden "of een door een Gemeenschap erkende sportfederatie of de bij haar aangesloten clubs," ingevoegd tussen de woorden "door een Gemeenschap" en de woorden "georganiseerde of erkende opleiding";
5° wordt het artikel aangevuld met de bepalingen onder 30° en 31°, luidende:
"30° reddingsactiviteiten: activiteiten met als doel het verlenen van bijstand aan pleziervaartuigen of personen die pleziervaart of brandingsporten beoefenen en in nood verkeren;
31° begeleidingsactiviteiten: activiteiten met als doel het begeleiden van wedstrijden en groepsactiviteiten met pleziervaartuigen of personen die pleziervaart of brandingsporten beoefenen;".
Article 1er. Dans l'article 1.1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 juin 2019 relatif Ă  la navigation de plaisance, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 dĂ©cembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le 4°, les mots " la loi du 5 juillet 2018 relative à la navigation de plaisance " sont remplacés par les mots " le Code belge de la Navigation " ;
2° dans le 14°, les mots " l'article 8, § 4 " sont remplacés par les mots " l'article 5.2.2.1, § 4 " ;
3° dans le 21°, les mots " l'article 12 de la loi du 5 juillet 2018 relative à la navigation de plaisance " sont remplacés par les mots " l'article 5.2.2.5 de la loi " ;
4° dans le 27°, les mots " ou par une fédération sportive reconnue par une Communauté ou un club de sport affilié " sont insérés entre les mots " une Communauté " et les mots " avec un bon résultat " ;
5° l'article est complété par 30° et 31°, rédigés comme suit :
" 30° activités de sauvetage: activités en vue de porter assistance aux navires de plaisance ou aux personnes qui s'adonnent à la navigation de plaisance ou aux sports de vague et qui sont en danger ;
31° activités d'encadrement: activités dont le but est d'encadrer des concours et des activités de groupe avec des navires de plaisance ou des personnes qui s'adonnent à la navigation de plaisance ou aux sports de vague. "
Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 1.1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1.1/1. Voor de toepassing van dit besluit worden pleziervaartuigen die worden ingezet voor reddingsactiviteiten en begeleidingsactiviteiten niet beschouwd als pleziervaartuigen voor bedrijfs- en beroepsmatig gebruik.
Voor de toepassing van dit besluit worden pleziervaartuigen die worden ingezet voor scholing beschouwd als pleziervaartuigen voor bedrijfs- en beroepsmatig gebruik, maar niet als commercieel gebruik overeenkomstig het STCW-verdrag. Dit gebruik kan vermeld worden op de registratiebrief."
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, une article 1.1/1 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 1.1/1. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les navires de plaisance utilisĂ©s pour des activitĂ©s de sauvetage et d'encadrement ne sont pas considĂ©rĂ©s comme des navires de plaisance utilisĂ©s Ă  des fins professionnelles.
Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les navires de plaisance utilisĂ©s pour la formation sont considĂ©rĂ©s comme des navires de plaisance utilisĂ©s Ă  des fins professionnelles, mais pas Ă  des fins commerciales conformĂ©ment Ă  la Convention STCW. Cette utilisation peut ĂȘtre mentionnĂ©e sur la lettre d'enregistrement. ". ".
Art. 3. Artikel 2.3, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 april 2020, wordt aangevuld met een zin, luidende:
"In afwijking is geen retributie verschuldigd voor een pleziervaartuig zonder motor, zonder kajuit en met een romplengte van 6,5 meter of minder die eigendom is van een erkende jeugdvereniging en in de handel gebracht werd als pleziervaartuig in de Europese Economische Ruimte voor 16 juni 1998.".
Art. 3. L'article 2.3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 avril 2020, est complĂ©tĂ© par une phrase, rĂ©digĂ©e comme suit :
" Par dĂ©rogation, aucune redevance ne doit ĂȘtre acquittĂ©e pour un navire de plaisance sans moteur, ni cabine et dont la coque a une longueur infĂ©rieure ou Ă©gale Ă  6,5 mĂštres qui appartient Ă  une association de jeunesse agréée et qui a Ă©tĂ© mis sur le marchĂ© comme navire de plaisance dans l'Espace Ă©conomique europĂ©en avant le 16 juin 1998. ".
Art. 4. Artikel 2.6, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"In afwijking van het eerste lid, geldt voor pleziervaartuigen die enkel in de zones 0, 1, 2 en 3 varen en die over een Uniebinnenvaartcertificaat of een certificaat dat is afgegeven op grond van artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte beschikken overeenkomstig artikel 3.51, dit certificaat als registratiebrief.".
Art. 4. L'article 2.6, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Par dérogation au premier alinéa, pour les navires de plaisance qui ne naviguent que dans les zones 0, 1, 2 et 3 et titulaires d'un certificat de l'Union pour bateaux de navigation intérieure ou d'un certificat délivré en vertu de l'article 22 de la Convention révisée pour la navigation du Rhin conformément à l'article 3.51, ce certificat vaut comme lettre d'enregistrement.".
Art. 5. Artikel 2.20, § 5, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien het gelet op de constructie van het pleziervaartuig niet mogelijk is de kentekens op de vereiste wijze overeenkomstig paragrafen 1 tot en met 4 aan te brengen, moeten in afwijking van paragrafen 1 tot en met 4 de kentekens zo groot als mogelijk worden aangebracht.".
Art. 5. L'article 2.20, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Par dĂ©rogation aux paragraphes 1er Ă  4, s'il n'est pas possible, au vu de la construction du navire de plaisance, d'apposer les insignes d'identification de la maniĂšre requise conformĂ©ment aux paragraphes 1er Ă  4, les insignes d'identification doivent ĂȘtre aussi grands que possible. ".
Art. 6. Artikel 3.68, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In afwijking van het tweede lid, is het certificaat van deugdelijkheid voor pleziervaartuigen die ingezet worden voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik, die enkel in de zones 0, 1, 2 en 3 varen en die over een Uniebinnenvaartcertificaat of een certificaat dat is afgegeven op grond van artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte beschikken overeenkomstig artikel 3.51, niet onderhevig aan jaarlijkse schouwingen om zijn geldigheid te behouden.".
Art. 6. L'article 3.68, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Par dérogation au deuxiÚme alinéa, le certificat de navigabilité pour les navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles qui ne naviguent que dans les zones 0, 1, 2 et 3 et titulaires d'un certificat de l'Union pour bateaux de navigation intérieure ou d'un certificat délivré en vertu de l'article 22 de la Convention révisée pour la navigation du Rhin conformément à l'article 3.51 n'est pas soumis à des contrÎles annuels pour maintenir sa validité. ".
Art. 7. Artikel 3.76 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De Scheepvaartcontrole kan in individuele gevallen afwijkingen toestaan op de lijst van verplichte en aanbevolen uitrusting, op voorwaarde dat de veiligheid van het schip, de scheepvaart in het algemeen, de personen aan boord en het mariene milieu niet in het gedrang gebracht worden.".
Art. 7. L'article 3.76 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Le ContrÎle de la navigation peut, dans certains cas, accorder des dérogations à la liste des équipements obligatoires et recommandés, à condition que la sécurité du navire, de la navigation en général, des personnes à bord et du milieu marin ne soit pas compromise. ".
Art. 8. In artikel 3.78 van hetzelfde besluit worden de woorden "of een certificaat dat is afgegeven op grond van artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte" ingevoegd tussen de woorden "met een Uniebinnenvaartcertificaat" en de woorden "moeten voor".
Art. 8. Dans l'article 3.78 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou d'un certificat dĂ©livrĂ© en vertu de l'article 22 de la Convention rĂ©visĂ©e pour la navigation du Rhin " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " d'un certificat de l'Union pour bateaux de navigation intĂ©rieure " et les mots " ne doivent pour ".
Art. 9. In artikel 3.79 van hetzelfde besluit worden de woorden "of een certificaat dat is afgegeven op grond van artikel 22 van de Herziene Rijnvaartakte" ingevoegd tussen de woorden "met een Uniebinnenvaartcertificaat" en de woorden "die ingezet worden".
Art. 9. Dans l'article 3.79 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou d'un certificat dĂ©livrĂ© en vertu de l'article 22 de la Convention rĂ©visĂ©e pour la navigation du Rhin " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " un certificat de l'Union pour bateaux de navigation intĂ©rieure " et les mots " utilisĂ©s Ă  des fins ".
Art. 10. In onderafdeling 3 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit wordt een artikel 3.79/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 3.79/1. Om een Uniebinnenvaartcertificaat te bekomen, moeten de pleziervaartuigen worden gemeten overeenkomstig de Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, Bijlage en Protocol van Ondertekening, opgemaakt te GenĂšve op 15 februari 1966. De meting gebeurt door de Scheepvaartcontrole.".
Art. 10. Dans la sous-section 3 de la section 2 du chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 3.79/1 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 3.79/1. Pour obtenir un certificat de l'Union pour bateaux de navigation intĂ©rieure, les navires de plaisance doivent ĂȘtre mesurĂ©s conformĂ©ment Ă  la Convention relative au jaugeage des bateaux de navigation intĂ©rieure, Annexe et Protocole de Signature, faits Ă  GenĂšve le 15 fĂ©vrier 1966. La mesure est effectuĂ©e par le ContrĂŽle de la navigation. ".
Art. 11. In artikel 4.2 van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 28 december 2020, wordt een § 5 ingevoegd, luidende:
" § 5. In afwijking van paragrafen 1, 2 en 3 is voor scholing voor pleziervaartuigen met kajuit of scholing buiten de Belgische zeewateren het brevet yachtman voldoende.".
Art. 11. Dans l'article 4.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 dĂ©cembre 2020, un § 5 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" § 5. Par dérogation aux paragraphes 1, 2 et 3, le brevet yachtman est suffisant pour la formation avec des navires de plaisance avec cabine ou pour la formation en dehors des eaux belges. ".
Art. 12. In artikel 5.1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "Groepsactiviteiten met pleziervaartuigen en voor brandingssporten" vervangen door de woorden "Groepsactiviteiten met pleziervaartuigen, tuigen voor brandingsporten, kano's, kajaks, gondels en waterfietsen".
Art. 12. Dans l'article 5.1, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Les activitĂ©s de groupe sur navires de plaisance et pour les sports de vague " sont remplacĂ©s par les mots " Les activitĂ©s de groupe avec des navires de plaisance, des engins utilisĂ©s pour les sports de vague, canoĂ«s, kayaks, gondoles et pĂ©dalos ".
Art. 13. In afdeling 1 van hoofdstuk 5 van hetzelfde besluit wordt een artikel 5.1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 5.1/1. In afwijking van artikel 5.1 is geen aanvraag nodig voor groepsactiviteiten, uitgezonderd wedstrijden, die niet verder dan een halve zeemijl van de laagwaterlijn plaatsvinden, tenzij de activiteit de havengeul van een kusthaven zal kruisen. Deze activiteiten moeten evenwel gemeld worden aan het Directoraat op de wijze en binnen het tijdsbestek door haar bepaald en zoals bekendgemaakt op de website van het Directoraat. Indien het Directoraat van mening is dat maatregelen genomen moeten worden voor de veiligheid, kan zij deze maatregelen opleggen, of wanneer de veiligheid in het gedrang zou komen de groepsactiviteit weigeren. De organisator moet voldoende toezicht houden op de groepsactiviteit.
Het eerste lid geldt niet voor activiteiten met kajuitjachten, motorboten en gemotoriseerde groepsactiviteiten en activiteiten bedoeld in artikel 5.1, derde lid.".
Art. 13. Dans la section 1re du chapitre 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 5.1/1 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 5.1/1. Par dĂ©rogation Ă  l'article 5.1, aucune demande n'est requise pour des activitĂ©s de groupe, sauf pour les compĂ©titions, se dĂ©roulant Ă  moins d'un demi-mille marin de la laisse de basse mer, sauf si l'activitĂ© traverse le chenal portuaire d'un port cĂŽtier. Ces activitĂ©s doivent cependant ĂȘtre signalĂ©es Ă  la Direction selon les modalitĂ©s et dans les dĂ©lais fixĂ©s et publiĂ©s sur le site Web de la Direction. Si la Direction estime que des mesures doivent ĂȘtre prises pour des raisons de sĂ©curitĂ©, elle peut imposer ces mesures ou, si la sĂ©curitĂ© est compromise, refuser l'activitĂ© de groupe. L'organisateur doit assurer une surveillance adĂ©quate de l'activitĂ© de groupe.
L'alinéa 1er ne s'applique pas aux activités de groupe sur yachts à cabine, bateaux à moteur et activités de groupe motorisées et activités visées à l'article 5.1, alinéa 3. ".
Art. 14. Artikel 8.18 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een § 3, luidende:
" § 3. Voor werkzaamheden bij het opstellen van examenvragen, gevalideerd door de voorzitter van de examencommissie, wordt een vergoeding voorzien voor leden van de examencommissie die geen ambtenaren zijn, van 5 euro per gevalideerde vraag. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 2.3, tweede, derde en vierde lid.".
Art. 14. L'article 8.18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un § 3, rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3. Pour les activités liées à la rédaction des questions d'examen, validées par le président de la commission d'examen, une rétribution de 5 euros par question validée est prévue pour les membres de la commission d'examen qui ne sont pas fonctionnaires. Ce montant est indexé annuellement conformément à la formule visée à l'article 2.3, deuxiÚme, troisiÚme et quatriÚme alinéas. ".
Art. 15. In hoofdstuk 9 van hetzelfde besluit wordt een artikel 9.14 ingevoegd, luidende:
"Art. 9.14. § 1. In afwijking van artikel 4.1, § 3, tweede lid, 2° en 3° is een ervaringsattest bedoeld in paragraaf 2 in de Belgische wateren voldoende.
§ 2. Een ervaringsattest kan aangevraagd worden indien door de aanvrager cumulatief aan volgende voorwaarden is voldaan:
1° beschikken over een geldig medisch attest overeenkomstig artikel 4.8, § 3 dat maximum 3 maanden oud is;
2° op 4 juli 2019 een minimum leeftijd bereikt hebben van 16 jaar;
3° voorleggen van een document, waarin wordt ondersteund dat de aanvrager over praktijkervaring op zee beschikt.;
4° een theoretische opfrissingscursus van minimum 8u is gevolgd en op het einde ervan een niet-bindende test over de behandelde leerstof is afgelegd. De inhoud van de te behandelen leerstof en de test wordt vastgesteld door de minister.
§ 3. De aanvraag tot het verkrijgen van een ervaringsattest dient binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit te worden gericht aan het Directoraat op de wijze zoals dit wordt bekend gemaakt op de website van het Directoraat.
Het ervaringsattest is geldig voor een periode van 3 jaar.
Vernieuwing van het ervaringsattest is mogelijk indien voor het einde van de vervaldag van het attest een opfrissingscursus werd gevolgd overeenkomstig paragraaf 2, 4° en een niet-bindende test werd afgelegd. Indien de opfrissingscursus met bijhorende test niet werden afgelegd voor de vervaldag, vervalt het ervaringsattest en kan geen nieuw ervaringsattest verkregen worden. De vernieuwing van het attest kan worden aangevraagd tot 6 maanden na het einde van de vervaldag van het attest.
Het ervaringsattest wordt opgemaakt volgens het model vastgesteld door het Directoraat die deze publiceert door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad. Het ervaringsattest wordt door het Directoraat afgeleverd.
§ 4. Op basis van het ervaringsattest kan geen ICC overeenkomstig artikel 4.23 worden aangevraagd.
§ 5. Dit ervaringsattest geldt als een vaarbevoegdheidsbewijs in de zin van de wet van 30 juli 1926 tot instelling van eenen onderzoeksraad voor de scheepvaart.
Art. 15. Dans le chapitre 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, un article 9.14 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 9.14. § 1er. Par dérogation à l'article 4.1, § 3, alinéa 2, 2° et 3°, une attestation d'expérience dans les eaux belges visée au paragraphe 2 est suffisante.
§ 2. Une attestation d'expĂ©rience peut ĂȘtre demandĂ©e si le demandeur remplit cumulativement les conditions suivantes :
1° disposer d'un certificat médical conformément à l'article 4.8, § 3 qui ne peut avoir été délivré depuis plus de trois mois ;
2° avoir atteint l'ùge minimum de 16 ans le 4 juillet 2019 ;
3° présenter un document qui soutient que le demandeur possÚde l'expérience pratique en mer;
4° avoir suivi un cours de recyclage théorique de minimum 8 heures et avoir subi au terme de ce cours un test non contraignant sur la matiÚre traitée. Le contenu de la matiÚre et le test sont fixés par le ministre.
§ 3. La demande d'obtention d'une attestation d'expĂ©rience doit ĂȘtre introduite auprĂšs de la Direction dans un dĂ©lai de deux ans Ă  compter de l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© selon les modalitĂ©s publiĂ©es sur le site Web de la Direction.
L'attestation d'expérience est valable pour une période de trois ans.
Le renouvellement de l'attestation d'expĂ©rience est possible si un cours de recyclage a Ă©tĂ© suivi conformĂ©ment au paragraphe 2, 4° et un test non contraignant a Ă©tĂ© passĂ© avant la date d'expiration de l'attestation. Si le cours de recyclage n'a pas Ă©tĂ© suivi et le test y affĂ©rent n'a pas Ă©tĂ© passĂ© avant la date d'expiration, l'attestation d'expĂ©rience expire et une nouvelle attestation d'expĂ©rience ne peut ĂȘtre dĂ©livrĂ©e. Le renouvellement de l'attestation peut ĂȘtre demandĂ© jusqu'Ă  6 mois aprĂšs la date d'expiration de l'attestation.
L'attestation d'expérience est établie selon le modÚle déterminé par la Direction, qui le publie par avis au Moniteur belge. L'attestation d'expérience est délivrée par la Direction.
§ 4. Aucun ICC ne peut ĂȘtre demandĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 4.23 sur la base de l'attestation d'expĂ©rience.
§ 5. Cette attestation d'expĂ©rience vaut comme brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire au titre de la loi du 30 juillet 1926 instituant un conseil d'enquĂȘte maritime.
Art. 16. De minister bevoegd voor pleziervaart is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le ministre qui a la navigation de plaisance dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.