Artikel 1. In artikel 1 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 9° /0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° /0 kleuteropvang: kleuteropvang met een kwaliteitslabel, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang;";
  2° er wordt een punt 1° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° /2 buitenschools: opvang van kleuters en kinderen uit de lagere school;";
  3° aan punt 14° /1 worden de woorden "of aan een organisator van kleuteropvang" toegevoegd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, wat betreft de overgang van bestaande subsidies voor buitenschoolse opvang, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang, wat betreft enkele procedurele en overgangsbepalingen(Overgangsbesluit subsidies buitenschoolse opvang van 24 september 2021)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-10-2021 en tekstbijwerking tot 12-10-2022)
Titre
24 SEPTEMBRE 2021. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013, en ce qui concerne la transition de subventions existantes pour l'accueil extrascolaire, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance, en ce qui concerne quelques dispositions procĂ©durales et transitoires(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 25-10-2021 et mise Ă jour au 12-10-2022)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Subsidiebesluit van 22 november 2013
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013
Article 1er. A l'article 1er de l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 juin 2019, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est inséré un point 9° /0, ainsi rédigé :
  " 9° /0 accueil de la petite enfance : l'accueil de la petite enfance avec un label de qualitĂ©, visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance ; " ;
  2° il est inséré un point 1° /2, ainsi rédigé :
  " 1° /2 extrascolaire : l'accueil de jeunes enfants et d'enfants de l'école primaire ; " ;
  3° au point 14° /1 sont ajoutés les mots " ou à un organisateur d'accueil de la petite enfance ".
  1° il est inséré un point 9° /0, ainsi rédigé :
  " 9° /0 accueil de la petite enfance : l'accueil de la petite enfance avec un label de qualitĂ©, visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance ; " ;
  2° il est inséré un point 1° /2, ainsi rédigé :
  " 1° /2 extrascolaire : l'accueil de jeunes enfants et d'enfants de l'école primaire ; " ;
  3° au point 14° /1 sont ajoutés les mots " ou à un organisateur d'accueil de la petite enfance ".
Art. 2. In artikel 17 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021, worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid, 1°, bedraagt de subsidie 40% van het bedrag voor een kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.
  De organisator kan, voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
  "In afwijking van het tweede lid, 1°, bedraagt de subsidie 40% van het bedrag voor een kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.
  De organisator kan, voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
Art. 2. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 mars 2021, sont insĂ©rĂ©s entre l'alinĂ©a 2 et l'alinĂ©a 3, deux alinĂ©as rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, la subvention s'élÚve à 40% du montant pour une prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
  " Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, la subvention s'élÚve à 40% du montant pour une prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
Art. 3. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019, 28 december 2019 en 5 maart 2021, worden tussen het tweede en het derde lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid, 1°, bedraagt de subsidie 40% van het bedrag voor een kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.
  De organisator kan, voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
  "In afwijking van het tweede lid, 1°, bedraagt de subsidie 40% van het bedrag voor een kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.
  De organisator kan, voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
Art. 3. Dans l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 juin 2019, 28 dĂ©cembre 2019 et 5 mars 2021, sont insĂ©rĂ©s entre l'alinĂ©a 2 et l'alinĂ©a 3, deux alinĂ©as rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, la subvention s'élÚve à 40% du montant pour une prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
  " Par dérogation à l'alinéa 2, 1°, la subvention s'élÚve à 40% du montant pour une prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
Art. 4. Artikel 27/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017 en opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2019, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 27/2. De organisator die beschikt over subsidies voor inkomenstarief voor gezinsopvang of groepsopvang, gerealiseerd door samenwerkende onthaalouders, kan de subsidies, vermeld in dit besluit, ook inzetten in locaties waar uitsluitend buitenschoolse opvang wordt aangeboden, op voorwaarde dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, met uitzondering van artikel 19, 20, 21, 3° en 4°, van het voormelde besluit. De organisator vraagt voor die locaties een vergunning aan.".
  "Art. 27/2. De organisator die beschikt over subsidies voor inkomenstarief voor gezinsopvang of groepsopvang, gerealiseerd door samenwerkende onthaalouders, kan de subsidies, vermeld in dit besluit, ook inzetten in locaties waar uitsluitend buitenschoolse opvang wordt aangeboden, op voorwaarde dat de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, met uitzondering van artikel 19, 20, 21, 3° en 4°, van het voormelde besluit. De organisator vraagt voor die locaties een vergunning aan.".
Art. 4. L'article 27/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2017 et abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 juin 2019, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 27/2. L'organisateur qui dispose de subventions pour le tarif liĂ© au revenu pour l'accueil familial ou l'accueil en groupe, rĂ©alisĂ© par des parents d'accueil collaborateurs, peut Ă©galement utiliser les subventions visĂ©es au prĂ©sent arrĂȘtĂ© dans les emplacements offrant uniquement un accueil extrascolaire, Ă condition que l'organisateur remplisse les conditions visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, Ă l'exception des articles 19, 20, 21, 3° et 4° de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. L'organisateur demande une autorisation pour ces emplacements. ".
  " Art. 27/2. L'organisateur qui dispose de subventions pour le tarif liĂ© au revenu pour l'accueil familial ou l'accueil en groupe, rĂ©alisĂ© par des parents d'accueil collaborateurs, peut Ă©galement utiliser les subventions visĂ©es au prĂ©sent arrĂȘtĂ© dans les emplacements offrant uniquement un accueil extrascolaire, Ă condition que l'organisateur remplisse les conditions visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'autorisation du 22 novembre 2013, Ă l'exception des articles 19, 20, 21, 3° et 4° de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. L'organisateur demande une autorisation pour ces emplacements. ".
Art. 5. Artikel 27/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017 en hersteld bij dit besluit, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 27/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2017 et rĂ©tabli par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 30 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015, worden tussen het eerste en het tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid geldt voor kinderopvangprestaties van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duren, 40% van het inkomenstarief.
  De organisator kan voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
  "In afwijking van het eerste lid geldt voor kinderopvangprestaties van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duren, 40% van het inkomenstarief.
  De organisator kan voor kinderen die buitenschools opgevangen worden, de verschillende verblijfstijden van minder dan één uur van een kind per week samentellen. In dat geval tellen die verblijfstijden als één kinderopvangprestatie.".
Art. 6. Dans l'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2015, sont insĂ©rĂ©s entre l' alinĂ©a 1er et l'alinĂ©a 2, deux alinĂ©as rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 40% du tarif sur la base des revenus s'applique pour les prestations d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 40% du tarif sur la base des revenus s'applique pour les prestations d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures.
  Pour les enfants accueillis en dehors de l'école, l'organisateur peut additionner les différents temps de garde de moins d'une heure d'un enfant par semaine. Dans ce cas, ces temps de garde comptent comme une seule prestation d'accueil d'enfants. ".
Art. 7. In artikel 50/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden tussen de woorden "eigen kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", in samenwerking met andere organisatoren" de woorden "of eigen locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  2° in het eerste lid, 2°, worden tussen de woorden "eigen kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", waarbij wordt samengewerkt" de woorden "of eigen locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  3° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "door Kind en Gezin erkende pedagogische ondersteuningsorganisaties" vervangen door de woorden "het ondersteuningsnetwerk kinderopvang";
  4° in het eerste lid, 3°, worden tussen de woorden "organisatoren kinderopvang" en de woorden "bij de realisatie van" de woorden "of kleuteropvang" ingevoegd en worden tussen het woord "kinderopvanglocaties" en de woorden "minstens één kind" de woorden "of locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  5° in het eerste lid, 4°, worden de woorden "en provinciale" en de woorden "of provinciaal" opgeheven;
  6° in het eerste lid, 5°, worden tussen het woord "kinderopvang" en de woorden "en partners" de woorden "of kleuteropvang" ingevoegd;
  7° in het tweede lid worden tussen het woord "kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", vermeld in het eerste lid, 3° " de woorden "of locaties kleuteropvang" ingevoegd.
  1° in het eerste lid, 1°, worden tussen de woorden "eigen kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", in samenwerking met andere organisatoren" de woorden "of eigen locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  2° in het eerste lid, 2°, worden tussen de woorden "eigen kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", waarbij wordt samengewerkt" de woorden "of eigen locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  3° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "door Kind en Gezin erkende pedagogische ondersteuningsorganisaties" vervangen door de woorden "het ondersteuningsnetwerk kinderopvang";
  4° in het eerste lid, 3°, worden tussen de woorden "organisatoren kinderopvang" en de woorden "bij de realisatie van" de woorden "of kleuteropvang" ingevoegd en worden tussen het woord "kinderopvanglocaties" en de woorden "minstens één kind" de woorden "of locaties kleuteropvang" ingevoegd;
  5° in het eerste lid, 4°, worden de woorden "en provinciale" en de woorden "of provinciaal" opgeheven;
  6° in het eerste lid, 5°, worden tussen het woord "kinderopvang" en de woorden "en partners" de woorden "of kleuteropvang" ingevoegd;
  7° in het tweede lid worden tussen het woord "kinderopvanglocaties" en de zinsnede ", vermeld in het eerste lid, 3° " de woorden "of locaties kleuteropvang" ingevoegd.
Art. 7. A l'article 50/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " ou de ses propres emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " propres emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , en collaboration avec d'autres organisateurs " ;
  2° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " ou de ses propres emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " de ses propres emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , en collaboration avec " ;
  3° à l'alinéa 1er, 3°, les mots " des organisations de soutien pédagogique agréées par Kind en Gezin (Enfance et Famille) " sont remplacés par les mots " le réseau de soutien garde d'enfants " ;
  4° à l'alinéa 1er, 3°, les mots " ou de la petite enfance " sont insérés entre les mots " organisateurs d'accueil d'enfants " et les mots " lors de la réalisation de " et les mots " ou emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " emplacements d'accueil d'enfants " et les mots " accueillent au moins un enfant " ;
  5° à l'alinéa 1er, 4°, les mots " et provinciaux " et les mots " ou provinciale " sont abrogés ;
  6° à l'alinéa 1er, 5°, les mots " ou d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " d'accueil d'enfants " et les mots " et de partenaires " ;
  7° à l'alinéa 2, les mots " ou les emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , visés à l'alinéa premier, 3° ".
  1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " ou de ses propres emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " propres emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , en collaboration avec d'autres organisateurs " ;
  2° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " ou de ses propres emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " de ses propres emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , en collaboration avec " ;
  3° à l'alinéa 1er, 3°, les mots " des organisations de soutien pédagogique agréées par Kind en Gezin (Enfance et Famille) " sont remplacés par les mots " le réseau de soutien garde d'enfants " ;
  4° à l'alinéa 1er, 3°, les mots " ou de la petite enfance " sont insérés entre les mots " organisateurs d'accueil d'enfants " et les mots " lors de la réalisation de " et les mots " ou emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " emplacements d'accueil d'enfants " et les mots " accueillent au moins un enfant " ;
  5° à l'alinéa 1er, 4°, les mots " et provinciaux " et les mots " ou provinciale " sont abrogés ;
  6° à l'alinéa 1er, 5°, les mots " ou d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " d'accueil d'enfants " et les mots " et de partenaires " ;
  7° à l'alinéa 2, les mots " ou les emplacements d'accueil de la petite enfance " sont insérés entre les mots " emplacements d'accueil d'enfants " et le membre de phrase " , visés à l'alinéa premier, 3° ".
Art. 8. In artikel 58, § 2, van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 wordt de zinsnede "in artikel 17, derde lid, 1° en 2°, " vervangen door de zinsnede "in artikel 17, vijfde lid, 1° en 2°, ".
Art. 8. Dans l'article 58, § 2, de l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013, le membre de phrase " Ă l'article 17, alinĂ©a trois, 1° et 2°, " est remplacĂ© par le membre de phrase " Ă l'article 17, alinĂ©a 5, 1° et 2°, ".
Art. 9. In artikel 59 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 wordt de zinsnede "in artikel 18, derde lid, 1° en 2°, " telkens vervangen door de zinsnede "in artikel 18, vijfde lid, 1° en 2°, ".
Art. 9. Dans l'article 59 de l'ArrĂȘtĂ© de subvention du 22 novembre 2013, le membre de phrase " Ă l'article 18, alinĂ©a trois, 1° et 2°, " est chaque fois remplacĂ© par le membre de phrase " Ă l'article 18, alinĂ©a 5, 1° et 2°, ".
Art. 10. Aan artikel 65 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid betaalt de organisator een kostenvergoeding aan de kinderbegeleider van 40% van het bedrag per kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.".
  "In afwijking van het eerste lid betaalt de organisator een kostenvergoeding aan de kinderbegeleider van 40% van het bedrag per kinderopvangprestatie van een kind dat buitenschools opgevangen wordt, die minder dan drie uur duurt.".
Art. 10. A l'article 65 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 avril 2014 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2019, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, l'organisateur paie à l'accompagnateur d'enfants des indemnités à concurrence de 40% du montant par prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures. ".
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, l'organisateur paie à l'accompagnateur d'enfants des indemnités à concurrence de 40% du montant par prestation d'accueil d'enfants d'un enfant accueilli en dehors de l'école, de moins de trois heures. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance
Art. 11. In artikel 22, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang wordt de zinsnede "Als het agentschap het voornemen heeft om het kwaliteitslabel te weigeren met toepassing van het derde lid" vervangen door de zinsnede "Als het agentschap het voornemen heeft om het kwaliteitslabel te weigeren op basis van gegronde indicatie zoals vermeld in het derde lid".
Art. 11. Dans l'article 22, alinĂ©a 4, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance, le membre de phrase " Si l'agence a l'intention de refuser le label de qualitĂ© en application de l'alinĂ©a 3 " est remplacĂ© par le membre de phrase " Si l'agence a l'intention de refuser le label de qualitĂ© sur la base d'une indication fondĂ©e telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 3 ".
Art. 12. In artikel 24 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2020 tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° de definitieve of tijdelijke verhuizing van de opvanglocatie.";
  2° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De melding gebeurt conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
  De organisator informeert het lokaal bestuur van een verhuizing en de stopzetting van een opvanglocatie.".
  1° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° de definitieve of tijdelijke verhuizing van de opvanglocatie.";
  2° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De melding gebeurt conform de administratieve richtlijnen van het agentschap.
  De organisator informeert het lokaal bestuur van een verhuizing en de stopzetting van een opvanglocatie.".
Art. 12. A l'article 24 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 octobre 2020 portant octroi d'un label de qualitĂ© aux organisateurs de l'accueil de la petite enfance, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° le déménagement définitif ou temporaire de l'emplacement d'accueil. " ;
  2° un alinéa 2 et un alinéa 3, rédigés comme suit, sont ajoutés :
  " La notification est faite conformément aux directives administratives de l'agence.
  L'organisateur informe l'administration locale sur le déménagement et la cessation d'un emplacement d'accueil. ".
  1° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° le déménagement définitif ou temporaire de l'emplacement d'accueil. " ;
  2° un alinéa 2 et un alinéa 3, rédigés comme suit, sont ajoutés :
  " La notification est faite conformément aux directives administratives de l'agence.
  L'organisateur informe l'administration locale sur le déménagement et la cessation d'un emplacement d'accueil. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 6/1, dat bestaat uit artikel 33/1 tot en met 33/3, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 6/1. Overgangsbepalingen
  Art. 33/1. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, en die nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het hebben van rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 6.
  Art. 33/2. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het voorrang geven aan kleuters, vermeld in artikel 7, 2°.
  Art. 33/3. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt voor zijn locaties met een attest van toezicht als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting waarbij 80% van de begeleiders een vorming heeft voltooid die de competenties, vermeld in artikel 15, derde lid, aanleert, of beschikt over een ervaringsbewijs dat aantoont dat die competenties verworven zijn.".
  "Hoofdstuk 6/1. Overgangsbepalingen
  Art. 33/1. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, en die nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het hebben van rechtspersoonlijkheid, vermeld in artikel 6.
  Art. 33/2. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting tot het voorrang geven aan kleuters, vermeld in artikel 7, 2°.
  Art. 33/3. Voor de organisator die op 1 januari 2022 van rechtswege een kwaliteitslabel toegekend krijgt voor zijn locaties met een attest van toezicht als vermeld in artikel 35, geldt een overgangsperiode van vier jaar om te voldoen aan de verplichting waarbij 80% van de begeleiders een vorming heeft voltooid die de competenties, vermeld in artikel 15, derde lid, aanleert, of beschikt over een ervaringsbewijs dat aantoont dat die competenties verworven zijn.".
Art. 13. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un chapitre 6/1 comprenant les articles 33/1 Ă 33/3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre 6/1. Dispositions transitoires
  Art. 33/1. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, et qui n'a pas encore la personnalité juridique, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de disposer de la personnalité juridique visée à l'article 6.
  Art. 33/2. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de donner la priorité à la petite enfance visée à l'article 7, 2°.
  Art. 33/3. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité pour ses emplacements disposant d'un certificat de contrÎle tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation selon laquelle 80% des accompagnateurs ont achevé une formation qui enseigne les compétences, visées à l'article 15, alinéa 3, ou disposent d'un titre d'expérience démontrant que ces compétences ont été acquises. ".
  " Chapitre 6/1. Dispositions transitoires
  Art. 33/1. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, et qui n'a pas encore la personnalité juridique, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de disposer de la personnalité juridique visée à l'article 6.
  Art. 33/2. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation de donner la priorité à la petite enfance visée à l'article 7, 2°.
  Art. 33/3. Pour l'organisateur qui, au 1er janvier 2022, recevra de plein droit un label de qualité pour ses emplacements disposant d'un certificat de contrÎle tel que visé à l'article 35, une période de transition de quatre ans s'applique pour répondre à l'obligation selon laquelle 80% des accompagnateurs ont achevé une formation qui enseigne les compétences, visées à l'article 15, alinéa 3, ou disposent d'un titre d'expérience démontrant que ces compétences ont été acquises. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.
  Artikel 5 treedt in werking op de dag nadat de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, is verstreken.
  Artikel 5 treedt in werking op de dag nadat de overgangstermijn, vermeld in artikel 17, eerste lid, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, is verstreken.
Art. 14. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2022.
  L'article 5 entre en vigueur le jour suivant l'expiration de la période de transition, visée à l'article 17, alinéa 1er, du décret du 3 mai 2019 portant organisation de l'accueil extrascolaire et coordination des activités extrascolaires.
  L'article 5 entre en vigueur le jour suivant l'expiration de la période de transition, visée à l'article 17, alinéa 1er, du décret du 3 mai 2019 portant organisation de l'accueil extrascolaire et coordination des activités extrascolaires.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le ministre flamand compĂ©tent pour le grandir est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.