Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 MEI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot erkenning van MIA-infrastructuurwerken als specifieke situatie inzake experimentregelgeving en regelluwe zone voor het wegwerken van verkeersonveilige situaties en de verbetering van fietsinfrastructuur (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-06-2021 en tekstbijwerking tot 22-02-2023)
Titre
28 MAI 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand portant agrément de travaux d'infrastructure MIA comme situation spécifique en matière de réglementation expérimentale et zone modérément réglementée pour l'élimination des situations d'insécurité routière et l'amélioration de l'infrastructure cyclable(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-06-2021 et mise à jour au 22-02-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Agentschap Wegen en Verkeer: het agentschap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Wegen en Verkeer;
  2° MIA-infrastructuurwerken: werken in het Vlaamse Gewest die betrekking hebben op:
  a) de optimalisering van fietspaden of fietsnetwerken door de verbetering van bestaande fietspaden, of door de aanleg van nieuwe fietspaden door het lokaal bestuur;
  b) veiligheidsbevorderende maatregelen ten aanzien van bestaande gewestwegen en eventueel aansluitende gemeentewegen met een beperkte ruimtelijke impact, meer bepaald aanpassingen van kruispunten en rotondes, aanpassingen aan op- en afritten, wijzigingen in het wegbeeld zoals het aanbrengen van middenbermen, asverschuivingen, wegversmallingen of verkeersplateaus, wijziging van parkeervakken, of het plaatsen van signalisatie, markeringen en verkeerslichten;
  3° minister: de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° Agence des Routes et de la Circulation : l'agence, visée à l'article 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique " Wegen en Verkeer " (Agence des Routes et de la Circulation) ;
  2° travaux d'infrastructure MIA : des travaux en Région flamande qui concernent :
  a) l'optimisation des pistes cyclables ou des réseaux cyclables par l'amélioration des pistes cyclables existantes ou l'aménagement de nouvelles pistes cyclables par les autorités locales ;
  b) des mesures d'amélioration de la sécurité sur les routes régionales existantes et, si nécessaire, sur les routes communales adjacentes ayant un impact spatial limité, notamment des adaptations des carrefours et des ronds-points, des modifications des entrées et des sorties, des modifications du tracé de la route telles que l'aménagement de terre-pleins centraux, de déplacements de l'axe, de rétrécissements de la route ou de plates-formes de circulation, la modification des emplacements de parking ou l'installation de signalisations, de marquages et de feux de signalisation ;
  3° ministre : la Ministre flamande de la Mobilité et des Travaux publics.
Afdeling 2. - Toepassingsgebied
Section 2. - Champ d'application
Art.2. Dit besluit betreft een tijdelijk project omtrent het optimaliseren van procedures en werkwijzen voor MIA-infrastructuurwerken, die gelden als specifieke situatie, vermeld in artikel III.119, tweede lid, 1° en 2°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Art.2. Le présent arrêté concerne un projet temporaire relatif à l'optimisation des procédures et des méthodes de travail pour des travaux d'infrastructure MIA, qui sont une situation spécifique telle que visée à l'article III.119, alinéa 2, 1° et 2°, du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018.
Afdeling 3. - Duur
Section 3. - Durée
Art.3. Het tijdelijke project heeft een looptijd van drie jaar.
  In afwijking van het eerste lid geldt dat na deze looptijd van drie jaar:
  1° procedures die zijn opgestart onder het tijdelijke project nog afgerond worden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit;
  2° overeenkomsten die zijn gesloten onder het tijdelijke project nog verder uitgevoerd worden overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, tenzij zij betrekking hebben op aangelegenheden als vermeld in artikel 7.
Art.3. Le projet temporaire a une durée de trois ans.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, après cette durée de trois ans :
  1° les procédures commencées sous le projet temporaire sont encore achevées conformément aux dispositions du présent arrêté ;
  2° les conventions conclues sous le projet temporaire continuent à être réalisées conformément aux dispositions du présent arrêté, sauf si elles concernent des matières telles que visées à l'article 7.
HOOFDSTUK 2. - Onderzoekspunten en -faciliteiten
CHAPITRE 2. - Points et facilités de recherche
Afdeling 1. - Projectmethodologie
Section 1re. - Méthodologie de projet
Art.4. Met betrekking tot MIA-infrastructuurwerken mag worden afgeweken van de projectmethodologie, bepaald in artikel 1 tot en met 6, en artikel 8 tot en met 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 tot bepaling van de nadere regels over de projectmethodologie en de projectstuurgroep in het kader van de basisbereikbaarheid.
  Afwijkingen, vermeld in het eerste lid, garanderen dat de werken op een gecoördineerde en geïntegreerde wijze ontworpen, uitgewerkt, geanalyseerd en geëvalueerd worden.
Art.4. En ce qui concerne les travaux d'infrastructure MIA, il peut être dérogé à la méthodologie de projet, fixée aux articles 1 à 6, et aux articles 8 à 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019 fixant les modalités relatives à la méthodologie de projet et au groupe de pilotage de projet dans le cadre de l'accessibilité de base.
  Les dérogations, visées à l'alinéa 1er, assurent que les travaux sont conçus, élaborés, analysés et évalués de manière coordonnée et intégrée.
Afdeling 2. - Samenwerking met lokale besturen
Section 2. - Coopération avec des administrations locales
Art.5. Het Agentschap Wegen en Verkeer kan één of meer lokale besturen belasten met de uitvoering van MIA-infrastructuurwerken ten aanzien van gewestwegen. De lokale besturen treden dan op als bouwheer voor de betrokken werken. De voorlopige en de definitieve opleveringen geschieden tussen het lokaal bestuur en de opdrachtnemer, in aanwezigheid van het Agentschap Wegen en Verkeer.
  De betrokken werken worden beschouwd als gemeentelijke projecten voor de toepassing van artikel 7, derde lid, van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 en van artikel 15, § 1, vierde lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Art.5. L'Agence des Routes et de la Circulation peut charger une ou plusieurs administrations locales de l'exécution de travaux d'infrastructure MIA pour des routes régionales. Dans ce cas, les administrations locales agissent comme maître d'ouvrage pour les travaux concernés. Les réceptions provisoires et définitives sont effectuées entre l'administration locale et le preneur d'ordre, en présence de l'Agence des Routes et de la Circulation.
  Les travaux concernés sont considérés comme des projets communaux pour l'application de l'article 7, alinéa 3, du Décret flamand sur les Expropriations du 24 février 2017 et de l'article 15, § 1er, alinéa 4, 1°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
Art.6. Indien MIA-infrastructuurwerken zowel gewestelijke als gemeentelijke infrastructuren betreffen, en de Vlaamse Regering overgaat tot onteigening in functie van de gewestelijke infrastructuren, kunnen de betrokken lokale besturen de Vlaamse Regering belasten met de onteigening van de onroerende goederen of zakelijke rechten die nodig zijn voor de gemeentelijke infrastructuren.
  De betrokken werken worden in hun geheel beschouwd als gewestelijke projecten voor de toepassing van artikel 7, eerste lid, van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 en van artikel 15, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Art.6. Si les travaux d'infrastructure MIA concernent tant des infrastructures régionales et communales, et si le Gouvernement flamand procède à l'expropriation en fonction des infrastructures régionales, les administrations locales concernées peuvent charger le Gouvernement flamand de l'expropriation des biens immobiliers ou des droits réels nécessaires pour les infrastructures communales.
  Les travaux concernés sont intégralement considérés comme des projets régionaux pour l'application de l'article 7, alinéa 1er, du Décret flamand sur les Expropriations du 24 février 2017 et de l'article 15, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement.
Art.7. Het Agentschap Wegen en Verkeer kan lokale besturen belasten met beheersbevoegdheden met betrekking tot gewestwegen en hun aanhorigheden, met uitzondering van autosnelwegen, in het kader van afspraken over de realisatie of de exploitatie van MIA-infrastructuurwerken.
Art.7. L'Agence des Routes et de la Circulation peut charger des administrations locales de compétences de gestion relatives aux routes régionales et leurs dépendances, à l'exception des autoroutes, dans le cadre d'accords sur la réalisation ou l'exploitation de travaux d'infrastructure MIA.
Afdeling 3. - Instrumentarium
Section 3. - Instruments
Art.8. § 1. Het Vlaamse Gewest en de lokale besturen zijn gemachtigd om deel te nemen aan vaststellingsovereenkomsten als vermeld in artikel 2044 van het oude Burgerlijk Wetboek, met als doel de vergoeding verbonden aan verwervingen genoodzaakt door MIA-infrastructuurwerken te laten bepalen bij wijze van bindende derdenbeslissing.
  De derdenbeslissing wordt genomen door:
  1° een landmeter-expert of een personeelslid van de afdeling [1 van de Vlaamse Belastingdienst die bevoegd is voor de schattingen en waarderingen]1, aangesteld door de overheid;
  2° een landmeter-expert, aangesteld door de eigenaar;
  3° een door beide landmeters-experten aangestelde bemiddelaar, beslagen in het bestuursrecht, die optreedt als voorzitter.
  De vergoeding wordt vastgesteld met inachtneming van de beginselen, vermeld in artikel 16 van de Grondwet.
  De bindende derdenbeslissing heeft overeenkomstig artikel 1134 van het oude Burgerlijk Wetboek de juridische kracht van een overeenkomst.
  Het Vlaamse Gewest of het lokale bestuur en de eigenaar of de houder van het zakelijk recht dragen elk de kosten van de door hen aangestelde landmeter-expert. Ze dragen elk voor de helft de kosten van de bemiddelaar.
  § 2. De vrederechter is bevoegd om kennis te nemen van vorderingen tot onverbindendverklaring van de derdenbeslissing.
  
Art.8. § 1er. La Région flamande et les administrations locales sont autorisées à participer à des contrats de constatation tels que visés à l'article 2044 de l'ancien Code civil, dans le but de faire arrêter l'indemnité liée aux acquisitions requises par des travaux d'infrastructure MIA, par voie de décision de tiers contraignante.
  La décision de tiers est prise par :
  1° un géomètre-expert ou un membre du personnel de la division [1 du Service flamand des Impôts compétent pour les estimations et les évaluations]1, désigné par l'autorité ;
  2° un géomètre-expert, désigné par le propriétaire ;
  3° un médiateur, désigné par les deux géomètres-experts et instruit en droit administratif, qui agit comme président.
  L'indemnité est fixée dans le respect des principes visés à l'article 16 de la Constitution.
  La décision de tiers contraignante a la force juridique d'une convention conformément à l'article 1134 de l'ancien Code civil.
  La Région flamande ou l'administration locale et le propriétaire ou le titulaire du droit réel supportent chacun les frais du géomètre-expert qu'ils ont désigné. Ils supportent chacun la moitié des frais du médiateur.
  § 2. Le juge de paix est compétent pour prendre connaissance de demandes de déclaration d'absence d'effets de la décision de tiers.
  
Art.9. Artikel 8 kan op gelijke wijze worden toegepast in zowel de bestuurlijke als de gerechtelijke fase van een onteigeningsprocedure in functie van MIA-infrastructuurwerken.
  De onteigeningsbeslissing in de bestuurlijke fase en de dagvaarding in de gerechtelijke fase vermeldt de mogelijkheden van het eerste lid en omvat de tekst van artikel 8.
Art.9. L'article 8 peut être appliqué de la même manière, tant dans la phase administrative que judiciaire d'une procédure d'expropriation en fonction de travaux d'infrastructure MIA.
  La décision d'expropriation dans la phase administrative et l'assignation dans la phase judiciaire mentionnent les possibilités de l'alinéa 1er et contiennent le texte de l'article 8.
HOOFDSTUK 3. - Opvolging en evaluatie
CHAPITRE 3. - Suivi et évaluation
Art.10. § 1. De minister richt een expertenpanel op dat belast is met de opvolging en de evaluatie van het tijdelijke project.
  Het expertenpanel is samengesteld uit:
  1° een voorzitter, aangewezen door de minister;
  2° een afgevaardigde van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  3° een afgevaardigde van het Agentschap Wegen en Verkeer;
  4° drie experten, die aangewezen worden door de voorzitter van het expertenpanel.
  § 2. Zodra het expertenpanel is samengesteld, volgt het panel het tijdelijke project op zonder enige vorm van sturing of inmenging.
  § 3. De opvolging door het expertenpanel mondt uit in een tussentijdse evaluatie na twee jaar van het tijdelijke project en een eindevaluatie in het derde en laatste werkingsjaar.
  De eindevaluatie bevat:
  1° de bespreking van de kritische succesfactoren die hebben bijgedragen tot het al dan niet slagen van het tijdelijke project;
  2° de lessen die uit de elementen, vermeld in punt 1°, kunnen worden getrokken, en de manier waarop het tijdelijke project kan worden bestendigd;
  3° de beleidsaanbevelingen die gebaseerd zijn op de inzichten en de resultaten van het tijdelijke project.
Art.10. § 1er. Le ministre met en place un panel d'experts pour suivre et évaluer le projet temporaire.
  Le panel d'experts se compose des membres suivants :
  1° un président, désigné par le ministre ;
  2° un délégué du Département de la Mobilité et des Travaux publics, visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
  3° un délégué de l'Agence des Routes et de la Circulation ;
  4° trois experts, désignés par le président du panel d'experts.
  § 2. Dès que le panel d'experts a été mis en place, il assure le suivi du projet temporaire sans la moindre forme de direction ou d'intervention.
  § 3. Le suivi par le panel d'experts débouche sur une évaluation intermédiaire du projet temporaire après deux ans, et une évaluation finale dans la troisième et dernière année d'activité.
  L'évaluation finale comprend :
  1° la discussion des facteurs clés de succès qui ont contribué à la réussite ou à l'échec du projet temporaire ;
  2° les enseignements à tirer des éléments visés au point 1°, et la manière dont le projet temporaire peut être maintenu ;
  3° les recommandations politiques basées sur les enseignements et les résultats du projet temporaire.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.11. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2021 en houdt op uitwerking te hebben op 1 juli 2024, met behoud van de toepassing van artikel 3, tweede lid.
  Artikel 5, artikel 6, en artikel 8, § 2, hebben overeenkomstig artikel III.121 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 pas uitwerking op voorwaarde dat ze binnen de zes maanden vanaf hun goedkeuring bekrachtigd worden bij decreet.
Art.11. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2021 et cesse de produire ses effets le 1er juillet 2024, sans préjudice de l'application de l'article 3, alinéa 2.
  L'article 5, l'article 6, et l'article 8, § 2, ne produisent leurs effets, conformément à l'article III.121 du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018, que moyennant leur ratification par décret dans les six mois après leur approbation.
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 5; 6; 8,§2 fixée au 24-11-2021 par DCFL 2021-10-22/07, art. 2)
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre flamand ayant l'infrastructure et la politique routières dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.