Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 MEI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-06-2021 en tekstbijwerking tot 12-12-2023)
Titre
21 MAI 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-06-2021 et mise à jour au 12-12-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° coronavirusmaatregelen: het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de latere maatregelen inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
  2° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  3° corona hinderpremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
  4° corona compensatiepremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus;
  5° corona ondersteuningspremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
  6° Vlaams Beschermingsmechanisme: steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen vanaf 29 juli 2020, tot wijziging van artikel 10 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 inzake de corona ondersteuningspremie en tot wijziging van artikel 1 van en tot toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2020 inzake de corona handelshuurlening, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 1, 3 en 4 van en toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, tot invoeging van artikel 9/1 in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie en tot wijziging van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 over de corona compensatiepremie, van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 over de corona ondersteuningspremie, van artikel 7 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme en van artikel 7 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme;
  7° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  8° subsidiemaand: een kalendermaand in de periode van 1 mei tot en met 30 juni 2021 waarvoor een subsidie wordt aangevraagd;
  9° omzetdaling: de daling van de omzet, exclusief de btw en op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdregistratie in de subsidiemaand. Als referentieperiode geldt de overeenstemmende maand in 2019. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de voormelde referentieperiode wordt de omzet in de referentieperiode vergeleken met de verwachte omzet, vermeld in het financieel plan. Als de omzet in de voormelde referentieperiode abnormaal laag is, wordt die periode vervangen door een andere representatieve referentieperiode in 2019 of 2020.
  Uitzonderlijke en éénmalige opbrengsten of inkomsten worden niet meegeteld voor de berekening van de omzetdaling;
  10° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met rechtspersoonlijkheid en een economische activiteit.
  De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  De vereniging met een economische activiteit moet bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
  Met de zelfstandige in bijberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
  Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan;
  11° verplichte sluitingsperiode: de periode waarin de onderneming verplicht is gesloten in de maand, vermeld in punt 8° ;
  12° tijdelijke kaderregeling COVID-19: de mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, en de latere wijzigingen ervan.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° mesures de lutte contre le coronavirus : l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 portant des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, les mesures ultérieures en matière de lutte contre le coronavirus et les mesures concomitantes des autorités compétentes en matière de sécurité civile ;
  2° l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  3° prime de nuisances corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 ;
  4° prime de compensation corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus ;
  5° prime de soutien corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 attribuant de l'aide aux entreprises souffrant d'une baisse de leur chiffre d'affaires malgré l'assouplissement des mesures de lutte contre le coronavirus, modifiant les articles 1er, 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et modifiant les articles 1, 6, 9 et 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 ;
  6° Mécanisme de protection flamand : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises à partir du 29 juillet 2020, modifiant les articles 10 et 21 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 relatif à la prime de soutien corona et modifiant l'article 1 et ajoutant une annexe à l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2020 relatif au prêt corona au bail commercial, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020, et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020 et modifiant les articles 1, 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020, et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020 et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021 relatif au mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020, insérant l'article 9/1 dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona et modifiant les articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 concernant la prime de compensation corona, des articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 relatif à la prime de soutien corona, des articles 7 et 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 relatif au mécanisme de protection flamand, de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au mécanisme de protection flamand, de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 relatif au mécanisme de protection flamand et des articles 7 et 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 relatif au mécanisme de protection flamand ;
  7° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  8° mois de subvention : un mois calendrier dans la période du 1 mai au 30 juin 2021 pour lequel une subvention est demandée ;
  9° baisse du chiffre d'affaires : la baisse du chiffre d'affaires, hors T.V.A. et sur la base des recettes journalières, des prestations fournies ou de l'enregistrement du temps, au cours du mois de subvention. Le mois correspondant de 2019 sert de période de référence. En ce qui concerne les entreprises qui n'avaient pas encore démarré au cours de la période de référence précitée, le chiffre d'affaires au cours de la période de référence est comparé au chiffre d'affaires escompté visé au plan financier. Si le chiffre d'affaires au cours de la période de référence précitée est anormalement faible, cette période est remplacée par une autre période de référence représentative de 2019 ou 2020.
  Des produits ou revenus exceptionnels et uniques ne sont pas pris en compte pour le calcul de la baisse du chiffre d'affaires ;
  10° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal ou complémentaire, la société dotée de la personnalité juridique de droit privé, l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent et l'association dotée de la personnalité juridique exerçant une activité économique.
  La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent doivent employer au moins un associé actif ou au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  L'association exerçant une activité économique doit employer au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  Est assimilé à un indépendant à titre principal, l'indépendant à titre complémentaire dont les revenus professionnels s'élèvent, en 2019, à 13 993,78 euros au moins.
  Est assimilé à un indépendant à titre complémentaire, l'indépendant dont les revenus professionnels sont compris, en 2019, entre 6 996,89 euros et 13 993,78 euros et qui n'exerce pas d'activité salariée s'élevant à 80 % ou plus d'un emploi à temps plein.
  Un indépendant commençant ses activités, qui n'a pas de revenu professionnel complet en 2019, est assimilé à un des cas précités sur la base du revenu professionnel estimé, visé au plan financier ;
  11° période de fermeture obligatoire : la période dans laquelle l'entreprise est obligatoirement fermée au cours du mois visé au point 8° ;
  12° encadrement temporaire COVID-19 : la communication de la Commission du 19 mars 2020 (C(2020) 1863) relative à l'encadrement temporaire des mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie dans le contexte actuel de la flambée de COVID-19, et ses modifications ultérieures.
Art.2. Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de tijdelijke kaderregeling COVID-19. [1 ...]1
  De regelgeving in dit besluit valt onder de toepassing van punt 3.1 van de tijdelijke kaderregeling COVID-19.
  
Art.2. Toute aide accordée en application du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution est octroyée dans les limites et conditions visées dans l'encadrement temporaire COVID-19. [1 ...]1
  La réglementation du présent arrêté relève du point 3.1 de l'encadrement temporaire COVID-19.
  
Art.3. § 1. Er wordt een subsidie per subsidiemaand toegekend aan ondernemingen.
  Die subsidie bedraagt voor de subsidiemaand mei 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 9°. De subsidie bedraagt minimaal 600 euro en maximaal:
  1° 7.500 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling tot 9 werknemers, ingeschreven bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid, hierna RSZ genoemd en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, hierna VKBO genoemd;
  2° 15.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling van 10 tot 49 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO;
  3° 40.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling vanaf 50 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO.
  Die subsidie bedraagt voor de subsidiemaand juni 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 9°. De subsidie bedraagt minimaal 600 euro en maximaal:
  1° 7.500 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling tot 9 werknemers, ingeschreven bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid, hierna RSZ genoemd en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, hierna VKBO genoemd;
  2° 15.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling van 10 tot 49 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO;
  3° 40.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling vanaf 50 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO.
  Ondernemingen die 50% of meer van hun omzet halen uit toelevering aan een gesloten sector, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°, en paragraaf 3, tweede lid, 2°, kunnen kiezen voor een referentieperiode die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode van die gesloten sector. Het minimale en maximale subsidiebedrag wordt pro rata berekend als vermeld in paragraaf 2, derde lid.
  De onderneming moet een omzetdaling hebben van minstens 60% per subsidiemaand ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1, vijfde lid, moet er geen omzetdaling aangetoond worden als de hoofdactiviteit van de onderneming op de eerste dag van de subsidiemaand, behoort tot de sector van cafés en restaurants en de onderneming geheel of gedeeltelijk verplicht gesloten is ten gevolge van de coronavirusmaatregelen. De subsidie bedraagt voor de subsidiemaand mei 10% en voor de subsidiemaand juni 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 9°, die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode. Die afwijking geldt niet voor ondernemingen waarvan de omzet in de referentieperiode 50% of meer betrekking heeft op take away-activiteiten.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° hoofdactiviteit: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ- of btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet vertegenwoordigt;
  2° de sector van cafés en restaurants: de ondernemingen met NACE-code:
  a) 56101: Eetgelegenheden met volledige bediening;
  b) 56102: Eetgelegenheden met beperkte bediening;
  c) 56301: Cafés en bars.
  Het maximale en minimale subsidiebedrag wordt bepaald door het subsidiepercentage per subsidiemaand overeenkomstig paragraaf 1, tweede, derde en vierde lid. Het wordt pro rata berekend afhankelijk van de duurtijd van de sluitingsperiode. Dit betekent dat de proratisering gebeurt op basis van het aantal verplicht gesloten kalenderdagen in de verplichte sluitingsperiode ten opzichte van de kalenderdagen in de subsidiemaand.
  Ondernemingen die gedeeltelijk verplicht gesloten zijn komen enkel in aanmerking voor de subsidie, indien ze in de subsidiemaand een actieve bedrijfsvoering, afgestemd op de geldende exploitatiebeperkingen, hebben.
  § 3. In afwijking van paragraaf 1, vijfde lid, moet er geen omzetdaling aangetoond worden als de hoofdactiviteit van de onderneming op de eerste dag van de subsidiemaand behoort tot de in aanmerking komende sectoren en de onderneming verplicht gesloten is ten gevolge van de coronavirusmaatregelen. De subsidie bedraagt voor de subsidiemaand mei 10% en voor de subsidiemaand juni 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 9°, die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° hoofdactiviteit: de activiteit die meer dan 50% van de omzet vertegenwoordigt;
  2° in aanmerking komende sectoren: de lijst van sectoren, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
  De minister, bevoegd voor de economie, past de lijst van sectoren, vermeld in het tweede lid, 2°, aan als er bijkomende sectoren verplicht gesloten worden of terug open mogen ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
  Het maximale en minimale subsidiebedrag wordt bepaald per subsidiemaand door het subsidiepercentage overeenkomstig paragraaf 1, tweede, derde en vierde lid. Het wordt pro rata berekend afhankelijk van de duurtijd van de sluitingsperiode. Dit betekent dat de proratisering gebeurt op basis van het aantal verplicht gesloten kalenderdagen in de verplichte sluitingsperiode ten opzichte van de kalenderdagen in de subsidiemaand.
  § 4. De subsidie en de maximale en minimale subsidiebedragen worden gehalveerd voor de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Art.3. § 1. Une subvention est octroyée aux entreprises par mois de subvention.
  Pour le mois de subventionnement de mai, cette subvention s'élève à 10 % du chiffre d'affaires, hors T.V.A., pendant la période de référence visée à l'article 1, 9°. La subvention est de 600 euros au minimum et :
  1° de 7 500 euros au maximum pour les entreprises occupant jusqu'à 9 travailleurs, inscrits auprès de l'Office national de Sécurité sociale, ci-après dénommé ONSS, et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen " (Banque-Carrefour enrichie des Entreprises), ci-après dénommée " VKBO " ;
  2° de 15 000 euros au maximum pour les entreprises occupant entre 10 et 49 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO " ;
  3° de 40 000 euros au maximum pour les entreprises occupant à partir de 50 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO ".
  Pour le mois de subventionnement de juin, cette subvention s'élève à 10 % du chiffre d'affaires, hors T.V.A., réalisé au cours de la période de référence visée à l'article 1, 9°. La subvention est de 600 euros au minimum et :
  1° de 7 500 euros au maximum pour les entreprises occupant jusqu'à 9 travailleurs, inscrits auprès de l'Office national de Sécurité sociale, ci-après désigné par l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen ", ci-après désignée par " VKBO " ;
  2° de 15 000 euros au maximum pour les entreprises occupant entre 10 et 49 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO " ;
  3° de 40 000 euros au maximum pour les entreprises occupant à partir de 50 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO ".
  Les entreprises qui dérivent 50 % ou plus de leur chiffre d'affaires de la fourniture à un secteur fermé visé au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, et au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, peuvent choisir une période de référence qui correspond à la période de fermeture obligatoire de ce secteur fermé. Les montants de la subvention minimum et maximum sont calculés au pro rata, tel que visé au paragraphe 2, alinéa 3.
  L'entreprise doit enregistrer une baisse du chiffre d'affaires d'au moins 60 % par mois de subvention à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1, alinéa 5, une baisse du chiffre d'affaires ne doit pas être démontrée si l'activité principale de l'entreprise au premier jour du mois de subvention relève du secteur des cafés et restaurants et que l'entreprise est soumise à l'obligation de fermeture entière ou partielle à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus. Pour les mois de subvention de mai et de juin, la subvention s'élève respectivement à 10 % du chiffre d'affaires, hors T.V.A., réalisé au cours de la période de référence visée à l'article 1, 9°, correspondant à la période de fermeture obligatoire. Cette dérogation ne s'applique pas aux entreprises dont 50 % ou plus du chiffre d'affaires dans la période de référence concerne des activités take away.
  A l'alinéa 1, on entend par :
  1° activité principale : l'activité qui est enregistrée comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le code ONSS ou le code T.V.A.-NACE et qui représente plus de 50 % du chiffre d'affaires ;
  2° le secteur des cafés et restaurants : les entreprises relevant du code NACE :
  a) 56101 : Restauration à service complet ;
  b) 56102 : Restauration à service restreint ;
  c) 56301 : Cafés et bars.
  Les montants de subvention maximum et minimum sont fonction du pourcentage de subvention par mois de subvention conformément au paragraphe 1, alinéas 2, 3 et 4. Ils sont calculés au prorata, en fonction de la durée de la période de fermeture. Cela signifie que la proratisation s'effectue sur la base du nombre de jours calendrier de fermeture obligatoire durant la période de fermeture obligatoire par rapport aux jours calendrier au cours du mois de subvention.
  Les entreprises qui sont partiellement fermées sur une base obligatoire ne peuvent bénéficier de la subvention que si elles fonctionnent activement, conformément aux restrictions d'exploitation applicables, pendant le mois de la subvention.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 1, alinéa 5, une baisse du chiffre d'affaires ne doit pas être démontrée si l'activité principale de l'entreprise au premier jour du mois de subvention relève des secteurs éligibles et que l'entreprise est soumise à l'obligation de fermeture à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus. Pour les mois de subvention de mai et de juin, la subvention s'élève à 10 % du chiffre d'affaires, hors T.V.A., réalisé au cours de la période de référence visée à l'article 1, 9°, correspondant à la période de fermeture obligatoire.
  A l'alinéa premier, on entend par :
  1° activité principale : l'activité représentant plus de 50 % du chiffre d'affaires ;
  2° secteurs éligibles : la liste de secteurs visée à l'annexe jointe au présent arrêté.
  Le ministre compétent pour l'économie ajuste la liste de secteurs visée à l'alinéa 2, 2° si des secteurs supplémentaires sont obligés de fermer ou autorisés à rouvrir à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus.
  Les montants de subvention maximum et minimum sont fonction du pourcentage de subvention par mois de subvention conformément au paragraphe 1, alinéas 2, 3 et 4. Ils sont calculés au prorata, en fonction de la durée de la période de fermeture. Cela signifie que la proratisation s'effectue sur la base du nombre de jours calendrier de fermeture obligatoire durant la période de fermeture obligatoire par rapport aux jours calendrier au cours du mois de subvention.
  § 4. La subvention et les montants de subvention maximum et minimum sont diminués de moitié pour l'indépendant à titre complémentaire qui en 2019 a un revenu professionnel d'entre 6 996,89 euros et 13 993,78 euros et qui n'exerce pas d'emploi en tant que salarié, à un horaire de travail de 80 % ou plus d'un travail à temps plein.
Art.4. Alleen ondernemingen die substantiële exploitatiebeperkingen ondervinden ten gevolge van de coronavirusmaatregelen komen in aanmerking voor de subsidie.
  Ondernemingen die geen aanvraag indienden voor het bekomen van een corona hinderpremie, een corona compensatiepremie, een corona ondersteuningspremie of een Vlaams Beschermingsmechanisme dienen het oorzakelijk verband tussen de substantiële exploitatiebeperkingen die ze ondervonden door de coronavirusmaatregelen en de omzetdaling omstandig te motiveren in de subsidieaanvraag, vermeld in artikel 7.
  Enkel ondernemingen met een actieve bedrijfsvoering in de subsidiemaand komen in aanmerking voor de subsidie, tenzij de onderneming verplicht is gesloten ten gevolge van de coronavirusmaatregelen of is gesloten ten gevolge van de normale jaarlijkse sluiting.
  Ondernemingen, die exploitant zijn van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht en die over een geregistreerd kassasysteem moeten beschikken overeenkomstig artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 2bis van het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen, komen alleen in aanmerking voor een subsidie van meer dan 1500 euro als die voorwaarde is nageleefd.
Art.4. Seules les entreprises éprouvant des contraintes substantielles de leur exploitation à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus sont éligibles à la subvention.
  Les entreprises qui n'ont pas introduit de demande pour obtenir une prime nuisances corona, une prime de compensation corona, une prime soutien corona ou un mécanisme de protection flamand motivent, de façon détaillée, le lien causal entre les contraintes substantielles d'exploitation qu'elles ont éprouvées à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus et la baisse de leur chiffre d'affaires dans la demande de subvention visée à l'article 7.
  Seules les entreprises à gestion active dans le mois de subvention sont éligibles à la subvention, à moins que l'entreprise ne soit obligatoirement fermée à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus ou qu'elle soit fermée à cause de la fermeture annuelle normale.
  Les entreprises exploitant un établissement où des repas sont consommés sur une base régulière ou un commerce traiteur offrant des services de restauration sur une base régulière et qui doivent avoir un système de caisse enregistreuse conformément à l'article 21bis de l'arrêté royal n° 1 du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et à l'article 2bis de l'arrêté royal du 30 décembre 2009 fixant la définition et les conditions auxquelles doit répondre un système de caisse enregistreuse dans le secteur horeca, ne sont éligibles à une subvention de plus de 1 500 euros si cette condition a été respectée.
Art.5. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor de subsidie:
  1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
  a) ontbinding;
  b) stopzetting;
  c) faillissement;
  d) vereffening;
  2° holdings, management-, of patrimoniumvennootschappen;
  3° de ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder of vennoot verbonden is met een andere onderneming die de subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen;
  4° de ondernemingen die op de eerste dag van de subsidiemaand nog niet opgestart waren en niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  5° de ondernemingen in moeilijkheden, vermeld in lid 22, c, en c bis, van de tijdelijke kaderregeling COVID-19;
  6° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België.
Art.5. Les entreprises suivantes ne sont pas éligibles à la subvention :
  1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
  a) dissolution ;
  b) cessation ;
  c) faillite ;
  d) liquidation ;
  2° les sociétés holding, sociétés de management ou sociétés de patrimoine ;
  3° les entreprises dont le gérant est lié, en qualité d'administrateur ou d'associé, à une autre entreprise qui a reçu la subvention et à laquelle elles fournissent des services professionnels ;
  4° les entreprises qui, au premier jour du mois de subvention, n'étaient pas encore en activité et ne disposaient pas d'un siège d'exploitation actif en Région flamande selon la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  5° les entreprises en difficulté visées à l'alinéa 22, c, et c bis, de l'encadrement temporaire COVID-19 ;
  6° les établissements de crédit et les établissements financiers relevant de la surveillance de la Banque Nationale de Belgique.
Art.6. De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet overgedragen worden aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
  De subsidie kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
Art.6. L'aide octroyée dans le cadre du présent arrêté est octroyée intuitu personae et ne peut pas être transférée à un tiers et ne peut pas être saisie.
  La subvention peut être refusée, non payée ou recouvrée si l'entreprise ne satisfait pas à la réglementation applicable en Région flamande.
Art.7. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer alsook de omzet in haar btw-aangifte van het kwartaal dat overlapt met de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 9°.
  Er wordt per subsidiemaand een aparte subsidieaanvraag ingediend.
  De indieningsperiode van de subsidieaanvraag wordt bepaald op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. De voormelde indieningsperiode kan niet starten in de subsidiemaand. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de uiterste indieningsdatum verlengen op voorwaarde dat de onderneming een gemotiveerd verzoek indient bij het voormelde agentschap, waarbij wordt aangegeven dat de vertraging te verklaren is door al dan niet tijdelijke onvoorziene factoren buiten hun wil om, die het functioneren van de onderneming belemmeren of door de coronavirusmaatregelen.
  De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de subsidie toegekend wordt.
  De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vijfde lid.
  Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald onder de voorwaarde dat de onderneming de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten ervan heeft nageleefd, zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 5, 1°, en geen openstaande onbetwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen naar aanleiding van een terugvordering van een toegekende corona hinderpremie, corona compensatiepremie, corona ondersteuningspremie of een Vlaams Beschermingsmechanisme. De voormelde terugvordering kan verminderd worden met het subsidiebedrag dat wordt toegekend naar aanleiding van een nieuwe subsidieaanvraag.
  De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de subsidie werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art.7. L'entreprise introduit une demande de subvention via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat (VLAIO) en indiquant son numéro d'entreprise ainsi que le chiffre d'affaires repris dans sa déclaration à la T.V.A. du trimestre qui coïncide avec la période de référence visée à l'article 1, 9°.
  Une demande de subvention distincte est introduite par mois de subvention.
  Le délai d'introduction de la demande de subvention est fixé sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat. Le délai d'introduction précité ne peut pas débuter durant le mois de subvention. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut reporter la date limite d'introduction à condition que l'entreprise introduise auprès de l'agence précitée une demande motivée dans laquelle elle indique que le retard est dû à des facteurs imprévus, temporaires ou non, indépendants de sa volonté qui entravent le fonctionnement de l'entreprise ou aux mesures de lutte contre le coronavirus.
  La demande de subvention est traitée de manière électronique.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat contrôle le respect des conditions imposées par le présent arrêté et décide de l'octroi de la subvention.
  L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée à l'alinéa cinq.
  Si l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide d'octroyer la subvention, celle-ci sera versée pour autant que l'entreprise ait respecté les conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou leurs arrêtés d'exécution, ne se trouve pas dans l'une des situations juridiques visées à l'article 5, 1°, et n'ait pas de dette incontestée en souffrance auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à la suite de la récupération d'une prime de nuisances corona, d'une prime de compensation corona, d'une prime de soutien corona ou d'un mécanisme de protection flamand octroyés. La récupération précitée peut être diminuée du montant de subvention octroyé à la suite d'une nouvelle demande de subvention.
  La subvention sera payée uniquement sur un numéro de compte belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de la subvention et de la justification de son affectation.
Art.8. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van onder meer de door de onderneming gerapporteerde omzetdaling controleren op basis van de administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de subsidie. Die informatie kan ook opgevraagd worden bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen.
  In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de subsidie teruggevorderd b[2 ...]2 in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten.
  [1 Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.]1
  Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
  
Art.8. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut vérifier la véracité, entre autres, de la baisse du chiffre d'affaires signalée par l'entreprise, sur la base des données administratives et de la comptabilité de l'entreprise, et ce tant au préalable qu'au plus tard cinq ans après le paiement de la subvention. Ces informations peuvent également être recueillies auprès de sources de données fédérales ou flamandes.
  En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012 la subvention est recouvrée[2 ...]2 en cas de non-respect des conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou les arrêtés d'exécution.
  [1 Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.]1
  S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
  
Art.9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende preciseringen bepalen.
Art.9. Le ministre flamand compétent pour l'économie peut arrêter des précisions supplémentaires.
Art.10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.10. Le ministre flamand compétent pour l'économie est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art.11. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan dit besluit opheffen.
Art.11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Le ministre flamand compétent pour l'économie peut abroger le présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 07-06-2021, p. 57221)
Art. N1.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 07-06-2021, p. 57226)