Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van 15 december 2000: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap;
2° het besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2020. - Ministerieel besluit over de berekening van een tegemoetkoming voor de eindejaarspremie voor de personen met een handicap die beschikken over een persoonlijke assistentiebudget of over een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-06-2021 en tekstbijwerking tot 16-01-2025)
Titre
18 DECEMBRE 2020. - Arrêté ministériel relatif au calcul d'un abattement pour la prime de fin d'année aux personnes handicapées qui bénéficient budget d'aide à la personne ou sur un budget pour les soins et l'accompagnement non directement accessibles. (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-06-2021 et mise à jour au 16-01-2025)
Documentinformatie
Numac: 2021041537
Datum: 2020-12-18
Info du document
Numac: 2021041537
Date: 2020-12-18
Tekst (6)
Texte (1)
Article M. (NOTE : pas de version française, voir version néerlandaise)
Art.2. Het agentschap berekent de tegemoetkoming, vermeld in artikel 9, § 4, eerste lid, van het besluit van 15 december 2000 en vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, van het besluit 24 juni 2016, op de wijze die is vastgesteld in dit besluit.
-
Art.3. [1 Het agentschap gaat voor de berekening van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 2, voor een kalenderjaar uit van het bedrag van de eindejaarspremie bepaald in artikel 4 en van de referentieperiode bepaald in artikel 7, derde lid van de collectieve arbeidsovereenkomst van paritair comité 337 betreffende de toekenning van de eindejaarspremie van 19 december 2023.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een percentage voor patronale lasten van 27,02 procent.]1
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt verhoogd met een percentage voor patronale lasten van 27,02 procent.]1
-
Art.4. [1 Het agentschap berekent een prestatiebreuk voor elke persoon waarmee een overeenkomst als vermeld in artikel 12, § 1, 1° van het besluit van 15 december 2000 of een overeenkomst als vermeld in artikel 23, § 1 van het besluit van 24 juni 2016 is afgesloten.]1
Het agentschap baseert zich hierbij op de navolgende gegevens die worden opgevraagd bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid:
1° het gemiddeld aantal uren per week per kwartaal dat een persoon als vermeld in het eerste lid conform de arbeidsovereenkomst moet presteren;
2° het gemiddeld aantal uren per week per kwartaal dat een referentiepersoon presteert. Een referentiepersoon is een persoon die voltijds tewerkgesteld is in dezelfde onderneming, of in dezelfde activiteitstak, in een functie die analoog is aan die van de persoon, vermeld in het eerste lid.
[1 Het agentschap berekent een prestatiebreuk voor de vier kwartalen van het referentiejaar door het gemiddelde aantal uren per week per kwartaal van de werknemer vermeld in het tweede lid, 1°, te delen door het gemiddelde aantal uren van de referentiepersoon per week voor dat kwartaal, vermeld in het tweede lid, 2°. ]1
Het agentschap bepaalt de prestatiebreuk voor het [1 referentiejaar]1 door het gemiddelde te berekenen van de prestatiebreuken voor de vier kwartalen van het [1 referentiejaar]1 die zijn berekend conform het derde lid.
Het agentschap baseert zich hierbij op de navolgende gegevens die worden opgevraagd bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid:
1° het gemiddeld aantal uren per week per kwartaal dat een persoon als vermeld in het eerste lid conform de arbeidsovereenkomst moet presteren;
2° het gemiddeld aantal uren per week per kwartaal dat een referentiepersoon presteert. Een referentiepersoon is een persoon die voltijds tewerkgesteld is in dezelfde onderneming, of in dezelfde activiteitstak, in een functie die analoog is aan die van de persoon, vermeld in het eerste lid.
[1 Het agentschap berekent een prestatiebreuk voor de vier kwartalen van het referentiejaar door het gemiddelde aantal uren per week per kwartaal van de werknemer vermeld in het tweede lid, 1°, te delen door het gemiddelde aantal uren van de referentiepersoon per week voor dat kwartaal, vermeld in het tweede lid, 2°. ]1
Het agentschap bepaalt de prestatiebreuk voor het [1 referentiejaar]1 door het gemiddelde te berekenen van de prestatiebreuken voor de vier kwartalen van het [1 referentiejaar]1 die zijn berekend conform het derde lid.
-
Art.5. Het bedrag van de tegemoetkoming voor een kalenderjaar, vermeld in artikel 2, is gelijk aan het bedrag dat het resultaat is van de vermenigvuldiging [1 van de prestatiebreuk voor het referentiejaar]1, vastgesteld conform artikel 4, vierde lid, en het bedrag dat conform artikel 3 voor dat kalenderjaar is vastgesteld.
-
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december 2020.
-