Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 APRIL 2021. - Wet tot implementatie van het UNESCO-verdrag van 2 november 2001 ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de bescherming van waardevolle wrakken(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-05-2021 en tekstbijwerking tot 04-07-2024)
Titre
23 AVRIL 2021. - Loi relative à la mise en oeuvre de la Convention de l'UNESCO du 2 novembre 2001 sur la protection du patrimoine culturel subaquatique et la protection d'épaves de valeur(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-05-2021 et mise à jour au 04-07-2024)
Documentinformatie
Numac: 2021041529
Datum: 2021-04-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021041529
Date: 2021-04-23
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
  1° cultureel erfgoed onder water: alle sporen van menselijke aanwezigheid evenals gefossiliseerde dierlijke of plantaardige overblijfselen met een wetenschappelijk karakter met een cultureel, historisch of archeologisch karakter die zich deels of volledig, tijdelijk of permanent sinds ten minste 100 jaar onder water bevinden, in het bijzonder:
  a. vindplaatsen, structuren, gebouwen, voorwerpen en menselijke resten alsook hun archeologische en natuurlijke context;
  b. schepen, luchtvaartuigen, andere vervoermiddelen of delen daarvan met hun vracht of andere inhoud alsook hun archeologische en natuurlijke context;
  c. prehistorische voorwerpen en alle fossielen van gewervelden, ongewervelden en planten evenals hun paleontologische context;
  2° wrakken: schepen, luchtvaartuigen, andere vervoermiddelen of delen daarvan met hun vracht of andere inhoud die zich minder dan honderd jaar onder water bevinden;
  3° verdrag: het Verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen te Parijs op 2 november 2001;
  4° UNESCO: de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur;
  5° minister: de minister tot wiens bevoegdheid de maritieme mobiliteit behoort
  6° schepen en luchtvaartuigen van een staat: oorlogsschepen en andere schepen of luchtvaartuigen die eigendom waren van een staat of die onder zijn gezag stonden, die op het tijdstip dat ze zonken uitsluitend werden gebruikt ten behoeve van niet-commerciële doeleinden van openbare dienstverlening, die als dusdanig zijn geïdentificeerd en die voldoen aan de begripsomschrijving van cultureel erfgoed onder water of wrakken;
  7° "werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water": activiteiten waarvan het cultureel erfgoed onder water hoofdzakelijk het voorwerp is en die het erfgoed fysiek kunnen aantasten of er rechtstreeks of onrechtstreeks andere schade aan kunnen veroorzaken;
  8° ontvanger: de door de Koning aangewezen ontvanger van het cultureel erfgoed onder water;
  9° ontdekking: het vinden van cultureel erfgoed onder water, sporen van menselijke aanwezigheid met een cultureel, historisch of archeologisch karakter of wrakken die nog niet zijn opgenomen in het register van cultureel erfgoed onder water bedoeld in artikel 16;
  10° ontdekker: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het cultureel erfgoed onder water of het wrak heeft gemeld overeenkomstig artikelen 5 of 10;
  11° Belgische maritieme zones: de zones zoals bedoeld in artikel 1.1.1.4, 3°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
  12° administratie: de door de Koning aangewezen dienst belast met de taken opgedragen door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
Art. 2. Pour l'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par:
  1° patrimoine culturel subaquatique: toutes traces d'existence humaine présentant un caractère culturel, historique ou archéologique ainsi que tous restes d'animaux ou de plantes fossiles présentant un caractère scientifique qui sont immergés depuis au moins 100 ans, partiellement ou totalement, périodiquement ou en permanence, et notamment:
  a. les sites, structures, bâtiments, objets et restes humains, ainsi que leur contexte archéologique et naturel;
  b. les navires, aéronefs, autres véhicules ou toute partie de ceux-ci, avec leur cargaison ou autre contenu, ainsi que leur contexte archéologique et naturel;
  c. les objets préhistoriques et fossiles de vertébrés, d'invertébrés et de plantes ainsi que leur contexte paléontologique;
  2° épaves: les navires, aéronefs, autres véhicules ou toute partie de ceux-ci, avec leur cargaison ou autre contenu, qui sont immergés depuis moins de cent ans;
  3° convention: la Convention sur la protection du patrimoine culturel subaquatique, adoptée à Paris le 2 novembre 2001;
  4° UNESCO: l'Organisation des Nations Unies pour l'éducation, la science et la culture;
  5° ministre: le ministre ayant dans ses attributions la mobilité maritime;
  6° navires et aéronefs d'Etat: les navires de guerre et autres navires ou aéronefs, qui appartenaient à un Etat ou opéraient sous son contrôle, exclusivement utilisés, à l'époque où ils ont sombré, à des fins de service public non commercial, qui sont identifiés comme tels et qui répondent à la définition du patrimoine culturel subaquatique ou des épaves;
  7° "intervention sur le patrimoine culturel subaquatique": activité ayant principalement pour objet le patrimoine culturel subaquatique et qui est susceptible de porter matériellement atteinte à ce patrimoine ou de lui causer tout autre dommage, directement ou indirectement;
  8° receveur: le receveur du patrimoine culturel subaquatique désigné par le Roi;
  9° découverte: découverte de patrimoine culturel subaquatique, de traces d'existence humaine présentant un caractère culturel, historique ou archéologique ou d'épaves qui n'ont pas encore été repris dans le registre du patrimoine culturel subaquatique visé à l'article 16;
  10° découvreur: la personne physique ou morale qui a signalé le patrimoine culturel subaquatique ou l'épave conformément aux articles 5 ou 10;
  11° zones maritimes belges: les zones visés à l'article 1.1.1.4,3°, du Code belge de la navigation;
  12° administration: le service désigné par le Roi et chargé des missions confiées par la présente loi et ses arrêtés d'exécution.
Art. 3. Deze wet is niet van toepassing op:
  1° wrakken en wrakstukken die onder het toepassingsgebied van hoofdstuk 6 van titel 7 van boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek vallen;
  2° pijpleidingen en kabels die op de zeebodem liggen;
  3° andere installaties dan pijpleidingen of kabels die zich op de zeebodem bevinden en die nog worden gebruikt.
Art. 3. La présente loi ne s'applique pas aux:
  1° épaves et débris d'épaves relevant du champ d'application du chapitre 6 du titre 7 du livre 2 du Code belge de la navigation ;
  2° pipelines et câbles, posés sur les fonds marins;
  3° installations autres que les pipelines et câbles, placées sur les fonds marins et encore en usage.
HOOFDSTUK 2. - Cultureel erfgoed onder water in Belgische maritieme zones
CHAPITRE 2. - Patrimoine culturel subaquatique dans les zones maritimes belges
Art. 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op cultureel erfgoed onder water in de Belgische maritieme zones.
Art. 4. Le présent chapitre s'applique au patrimoine culturel subaquatique situé dans les zones maritimes belges.
Art. 5. Iedereen die cultureel erfgoed onder water zoals bedoeld in artikel 4 ontdekt, meldt dit aan de ontvanger. De ontvanger bezorgt deze melding onverwijld aan de administratie.
  De meldingen gebeuren op elektronische wijze. De Koning bepaalt de nadere regels van de melding en de wijze waarop de ontvanger de melding bezorgt aan de administratie.
  Belgische oorlogschepen of Belgische gezagsschepen die niet deelnemen aan werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water zijn niet verplicht om de ontdekking van cultureel erfgoed onder water te melden aan de ontvanger indien deze informatie gevaar inhoudt voor een lopende operatie, het operationele vermogen van deze schepen of het bewaren van geclassificeerde informatie overeenkomstig hoofdstuk 2 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Art. 5. Quiconque fait la découverte de patrimoine culturel subaquatique visé à l'article 4 en informe le receveur. Le receveur transmet cette notification aussitôt à l'administration.
  Les notifications se font par voie électronique. Le Roi fixe les modalités de la notification et la manière dont le receveur transmet la notification à l'administration.
  Les navires de guerre belges et les navires de souveraineté belges qui ne prennent pas part à des interventions sur le patrimoine culturel subaquatique ne sont pas tenus d'informer le receveur d'une découverte de patrimoine culturel subaquatique tant qu'une telle information porte préjudice à une opération en cours, aux capacités opérationnelles de ces navires ou à la préservation d'une information classifiée en vertu du chapitre II de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Art. 6. § 1. Het is verboden om zonder voorafgaande machtiging door de ontvanger cultureel erfgoed onder water intentioneel boven water te brengen. De ontvanger kan voorwaarden betreffende het opslaan, bewaren en beheren van het cultureel erfgoed onder water opleggen met het oog op de conservering ervan op lange termijn.
  § 2. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan cultureel erfgoed onder water zonder voorafgaande machtiging van de ontvanger. Bij het verlenen van de machtiging houdt de ontvanger rekening met regels in bijlage 1 bij het Verdrag.
Art. 6. § 1er. Il est interdit de ramener intentionnellement à la surface du patrimoine culturel subaquatique sans autorisation préalable du receveur. Le receveur peut imposer des conditions d'entreposage, de conservation et de gestion du patrimoine culturel en vue de sa conservation à long terme.
  § 2. Il est interdit d'effectuer des interventions sur le patrimoine culturel subaquatique sans autorisation préalable du receveur. Lors de la délivrance de cette autorisation, le receveur tient compte des règles reprises dans l'annexe 1reà la Convention.
Art. 7. § 1. De ontvanger stelt een onderzoeksrapport op met het oog op het beschermen van het cultureel erfgoed onder water in situ. Na het advies van de ontvanger bepaalt de minister of het cultureel erfgoed onder water in situ beschermd wordt.
  De Koning bepaalt de nadere regels en de inhoud van het onderzoeksrapport.
  § 2. De minister kan het cultureel erfgoed onder water in situ beschermen zonder dat een onderzoeksrapport werd opgesteld, indien de minister van oordeel is dat er voldoende en dringende redenen zijn.
  § 3. De minister kan individuele maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming, mits een afweging te doen van de mogelijke impact van die maatregelen op de activiteiten in de omgeving en na advies van de Raadgevende Commissie bedoeld [1 in artikel 24, § 3, van de wet van 11 december 2022 ter bescherming van het marien milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de Belgische zeegebieden]1.
  
Art. 7. § 1er. Le receveur établit un rapport d'enquête en vue de protéger le patrimoine culturel subaquatique in situ. A la suite de l'avis du receveur, le ministre décide si le patrimoine culturel subaquatique est protégé in situ.
  Le Roi détermine les modalités et le contenu du rapport d'enquête.
  § 2. Le ministre peut protéger le patrimoine culturel subaquatique in situ sans établissement d'un rapport d'enquête, si le ministre juge qu'il existe suffisamment de raisons impératives.
  § 3. Après avis de la Commission Consultative visée [1 à l'article 24, § 3, de la loi du 11 décembre 2022 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins belges]1, le ministre peut prendre des mesures individuelles nécessaires en vue de protéger le patrimoine culturel subaquatique in situ moyennant une évaluation de tout l'impact possible de ces mesures sur les activités alentours.
  
Art. 8. § 1. Het is verboden om zonder voorafgaande machtiging door de minister cultureel erfgoed onder water dat in situ beschermd is intentioneel boven water te brengen. De minister kan voorwaarden betreffende het opslaan, bewaren en beheren van het cultureel erfgoed opleggen met het oog op de conservering ervan op lange termijn.
  § 2. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan cultureel erfgoed onder water dat in situ beschermd is zonder voorafgaande machtiging van de minister. Bij het verlenen van de machtiging houdt de minister rekening met regels in bijlage 1 bij het Verdrag.
Art. 8. § 1er. Il est interdit de ramener intentionnellement à la surface du patrimoine culturel subaquatique protégé in situ sans autorisation préalable du ministre. Le ministre peut imposer des conditions d'entreposage, de conservation et de gestion du patrimoine culturel en vue de sa conservation à long terme.
  § 2. Toute intervention sur du patrimoine culturel subaquatique protégé in situ est interdite sans autorisation préalable du ministre. Lors de la délivrance de cette autorisation, le ministre tient compte des règles reprises dans l'annexe 1reà la Convention.
HOOFDSTUK 3. - Wrakken in Belgische maritieme zones
CHAPITRE 3. - Epaves dans les zones maritimes belges
Art. 9. Dit hoofdstuk is van toepassing op wrakken in de Belgische maritieme zones.
Art. 9. Le présent chapitre s'applique aux épaves situées dans les zones maritimes belges.
Art. 10. Iedereen die wrakken bedoeld in artikel 9 ontdekt, meldt dit aan de ontvanger. De ontvanger bezorgt deze melding onverwijld aan de administratie.
  De meldingen gebeuren op elektronische wijze. De Koning bepaalt de nadere regels van de melding en de wijze waarop de ontvanger de melding bezorgt aan de administratie.
  Belgische oorlogschepen of Belgische gezagsschepen die niet deelnemen aan werkzaamheden aan het cultureel erfgoed onder water zijn niet verplicht om de ontdekking van een wrak te melden aan de ontvanger indien deze informatie gevaar inhoudt voor een lopende operatie, het operationele vermogen van deze schepen of het bewaren van geclassificeerde informatie overeenkomstig hoofdstuk 2 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Art. 10. Quiconque fait la découverte d'épaves visées à l'article 9, en informe le receveur. Le receveur transmet cette notification aussitôt à l'administration.
  Les notifications se font par voie électronique. Le Roi fixe les modalités de la notification et la manière dont le receveur transmet la notification à l'administration.
  Les navires de guerre belges et les navires de souveraineté belges qui ne prennent pas part à des interventions sur le patrimoine culturel subaquatique ne sont pas tenus d'informer le receveur d'une découverte d'un épave tant qu'une telle information porte préjudice à une opération en cours, aux capacités opérationnelles de ces navires ou à la préservation d'une information classifiée en vertu du chapitre II de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Art. 11. § 1. De ontvanger stelt een onderzoeksrapport op van de wrakken met het oog op het gelijkstellen van het wrak als cultureel erfgoed onder water en de eventuele bescherming in situ.
  De minister kan bepalen dat het wrak gelijkgesteld wordt met cultureel erfgoed onder water. Op het moment dat het wrak 100 jaar onder water ligt, wordt het cultureel erfgoed onder water, ongeacht of het vooraf werd gelijkgesteld met cultureel erfgoed onder water of niet.
  De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het onderzoeksrapport en de criteria waaraan het wrak moet voldoen om met cultureel erfgoed onder water te worden gelijkgesteld.
  § 2. De minister kan een wrak gelijkstellen met cultureel erfgoed onder water zonder dat een onderzoeksrapport werd opgesteld, indien de minister van oordeel is dat er voldoende dringende redenen zijn.
  § 3. De minister kan individuele maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming, mits een afweging te doen van alle mogelijke impact van die maatregelen op de activiteiten in de omgeving en na advies van de Raadgevende Commissie bedoeld in artikel 5bis, § 3, van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  § 4. Artikel 8 is van toepassing op het wrak dat gelijkgesteld is met cultureel erfgoed onder water en in situ werd beschermd.
Art. 11. § 1er. Le receveur établit un rapport d'enquête sur les épaves en vue de les assimiler à du patrimoine culturel subaquatique et, le cas échéant, de les protéger in situ.
  Le ministre peut décider d'assimiler l'épave à du patrimoine culturel subaquatique. Dès l'instant où l'épave est immergée depuis 100 ans, elle devient patrimoine culturel subaquatique indépendamment du fait qu'elle ait été ou non assimilée au préalable à du patrimoine culturel subaquatique.
  Le Roi détermine les modalités et le contenu du rapport d'enquête et les critères auxquels l'épave doit répondre afin d'être assimilée au patrimoine culturel subaquatique.
  § 2. Le ministre peut assimiler une épave au patrimoine culturel subaquatique sans établissement d'un rapport d'enquête, si le ministre juge qu'il y a suffisamment de raisons impératives.
  § 3. Après avis de la Commission Consultative visé à l'article 5bis, § 3, de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins sous juridiction de la Belgique, le ministre peut prendre des mesures individuelles nécessaires pour la protection des épaves moyennant une évaluation de tout l'impact possible de ces mesures sur les activités alentours.
  § 4. L'article 8 s'applique aux épaves assimilées au patrimoine culturel subaquatique et qui ont été protégées in situ.
HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions communes
Art. 12. De Koning kan reglementaire maatregelen nemen tot bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water.
Art. 12. Le Roi peut prendre des mesures réglementaires de protection du patrimoine culturel subaquatique et des épaves qui sont assimilées au patrimoine culturel subaquatique.
Art. 13. Het is verboden om werkzaamheden te verrichten aan een schip of luchtvaartuig van een staat zonder toestemming van de vlaggenstaat.
  In afwijking van het eerste lid kan de ontvanger of de minister, naargelang het geval, een machtiging verlenen om werkzaamheden te verrichten aan een schip of luchtvaartuig van een staat, zo nodig, nog voor er overleg met de vlaggenstaat heeft plaatsgevonden, indien deze van oordeel is dat er passende maatregelen moeten worden genomen om een onmiddellijk gevaar dat het gevolg is van menselijke activiteit of een andere oorzaak heeft, met inbegrip van plundering, af te wenden.
Art. 13. Toute intervention sur un navire ou un aéronef d'Etat est interdite sans autorisation de l'Etat du pavillon.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le receveur ou le ministre peut autoriser des interventions sur un navire ou aéronef d'Etat, au besoin, avant toute consultation de l'Etat du pavillon, s'il juge que des mesures opportunes doivent être prises afin d'empêcher tout danger immédiat pour le patrimoine culturel subaquatique, du fait de l'activité humaine, ou de toute autre cause, notamment le pillage.
Art. 14. Cultureel erfgoed onder water en wrakken blijven eigendom van de eigenaar die bekend was op het ogenblik van het vergaan. Indien deze niet achterhaald kan worden, wordt de ontdekker eigenaar.
  In afwijking van het eerste lid beschikken Belgische openbare besturen, instellingen van openbaar nut of musea over een recht tot aankoop. De Koning bepaalt hoe het recht tot aankoop wordt georganiseerd en binnen welke termijn dit moet worden uitgeoefend.
  In afwijking van het eerste lid wordt cultureel erfgoed onder water dat ontdekt wordt tijdens werkzaamheden waarvoor een milieuvergunning overeenkomstig artikel 25 van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België werd afgegeven en waarvoor geen eigendom achterhaald kon worden eigendom van de Belgische Staat.
Art. 14. Le patrimoine culturel subaquatique et les épaves restent propriété du propriétaire qui était connu au moment du naufrage. Si ce dernier ne peut être retrouvé, le découvreur en devient propriétaire.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les administrations publiques, les organismes d'intérêt public et les musées belges disposent d'un droit d'achat. Le Roi détermine la manière dont est organisé le droit d'achat et dans quel délai il doit être exercer.
  En dérogation à l'alinéa 1er, le patrimoine culturel subaquatique découvert lors des travaux pour lesquels un permis d'environnement a été attribué, conformément à l'article 25 du la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins sous juridiction de la Belgique, et pour lesquels aucune propriété n'a pu être découvert, devient propriété de l'Etat belge.
Art. 15. De ontvanger legt een openbaar elektronisch register aan van het cultureel erfgoed onder water en de wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water. Indien het bekendmaken van de informatie een gevaar of een risico kan opleveren voor het behoud van het cultureel erfgoed onder water of wrak, wordt deze informatie niet opgenomen in het register. De Koning bepaalt de nadere regels met betrekking tot het register.
Art. 15. Le receveur du patrimoine culturel subaquatique tient un registre électronique du patrimoine culturel subaquatique et des épaves qui ont été assimilées à du patrimoine culturel subaquatique. Si la divulgation de l'information peut constituer un danger ou un risque pour la préservation du patrimoine culturel subaquatique ou de l'épave, ces informations ne sont pas reprises dans le registre. Le Roi détermine les modalités relatives à ce registre.
Art. 16. De ontvanger stelt de directeur-generaal van UNESCO in kennis van het cultureel erfgoed onder water.
Art. 16. Le receveur informe le directeur général de l'UNESCO du patrimoine culturel subaquatique.
Art. 17. Cultureel erfgoed onder water en wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water mogen niet worden gebruikt voor commerciële exploitatiedoeleinden. Schepen die gerechtigd zijn de Belgische vlag te voeren, kunnen niet worden ingezet voor werkzaamheden die strijdig zijn met het Verdrag.
  Het is verboden om cultureel erfgoed onder water of wrakken die gelijkgesteld werden met cultureel erfgoed onder water, verkregen op een wijze niet in overeenstemming met deze wet of in strijd met het Verdrag. Te bezitten, in te voeren, uit te voeren of te verhandelen.
Art. 17. Le patrimoine culturel subaquatique et des épaves qui ont été assimilées à du patrimoine culturel subaquatique ne peuvent être utilisés à des fins d'exploitation commerciale. Les navires habilités à battre pavillon belge ne peuvent être utilisés pour des interventions contraires à la Convention.
  Il est interdit de détenir, d'importer, d'exporter ou de vendre du patrimoine culturel subaquatique ou des épaves qui ont été assimilées à du patrimoine culturel subaquatique obtenus non conformément à la présente loi ou la Convention.
Art. 18. Menselijke resten worden respectvol bejegend.
Art. 18. Les restes humains sont traités avec respect.
Art. 19. De vondsten die overeenkomstig artikel 7 van de wet van 4 april 2014 betreffende de bescherming van het cultureel erfgoed onder water zijn opgenomen in het elektronisch register en voldoen aan de definitie van cultureel erfgoed onder water worden automatisch opgenomen in het register bedoeld in artikel 15 van deze wet.
Art. 19. Les découvertes qui ont été enregistrées dans le registre électronique conformément à l'article 7 de la loi du 4 avril 2014 relative à la protection du patrimoine culturel subaquatique et qui répondent à la définition de patrimoine culturel subaquatique sont automatiquement reprises dans le registre visé à l'article 15 de la présente loi.
HOOFDSTUK 5. - Handhaving
CHAPITRE 5. - Maintien
Art. 20. § 1. Zijn belast met de opsporing en vaststelling van de inbreuken op deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten:
  1° de scheepvaartcontrole bedoeld in artikel 1.1.1.2, 4°, van het Belgische Scheepvaartwetboek;
  2° de scheepvaartpolitie bedoeld in artikel 1.1.1.2, 6°, van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
  3° de daartoe aangestelde personeelsleden van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee;
  4° de personeelsleden van het Ministerie van Landsverdediging;
  5° de personeelsleden van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  De in het eerste lid bedoelde diensten en personeelsleden kunnen zich alle inlichtingen doen verstrekken en bescheiden doen overleggen die zij tot het volbrengen van hun taak nodig achten en ze kunnen overgaan tot alle nuttige vaststellingen. Zij hebben de vrije toegang tot de vaartuigen en de havens voor het vaststellen van de overtredingen. Toegang tot de bewoonde gedeelten van vaartuigen kan evenwel enkel met de toelating van een onderzoeksrechter.
  § 2. De processen-verbaal die door de ambtenaren bedoeld in paragraaf 1 worden opgemaakt hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen wordt.
Art. 20. § 1er . Sont chargés de rechercher et de constater les infractions de la présente loi et ses arrêtes d'exécution:
  1° le contrôle de la navigation visée à l'article 1.1.1.2, 4°, du Code belge de la navigation;
  2° la police de la navigation visée à l'article 1.1.1.2, 6°, du Code belge de la navigation;
  3° les membres du personnel désignés à cet effet de l'Unité de Gestion du modèle mathématique de la Mer du Nord;
  4° les membres du personnel du Ministère de la Défense;
  5° les membres du personnel de l'administration générale des douanes et accises du Service public fédéral Finances.
  Les services et les membres du personnel visés à l'alinéa 1er peuvent se faire communiquer toutes les informations et tous les documents qu'ils jugent nécessaires pour l'accomplissement de leur tâche et ils peuvent procéder à toutes les constatations utiles. Ils ont libre accès aux navires et aux ports pour constater les infractions. L'accès aux parties habitées des navires n'est toutefois possible qu'avec l'autorisation d'un juge d'instruction.
  § 2. Les procès-verbaux établis par les fonctionnaires visés au paragraphe 1er font foi jusqu'à preuve du contraire.
Art. 21. De aan het verbod bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderworpen voorwerpen worden in beslag genomen door de diensten en personeelsleden bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid.
Art. 21. Les objets visés par l'interdiction visée à l'article 17, deuxième alinéa, sont saisis par les services et les membres du personnel visés à l'article 20, l'alinéa 1er.
Art. 22. § 1. Onverminderd § 4 worden de inbreuken op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten gestraft met een geldboete van 100 euro tot 10 000 euro.
  Onverminderd § 4 worden inbreuken op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten met betrekking tot een schip of luchtvaartuig van een staat gestraft met een geldboete van 1 000 euro tot 20 000 euro.
  § 2. De bepalingen van hoofdstuk VII van boek I en van artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de misdrijven bedoeld in paragraaf 1.
  § 3. De in artikel 21 bedoelde voorwerpen en vaartuigen kunnen door de rechter worden verbeurdverklaard.
  § 4. In afwijking van paragraaf 1 wordt eenieder die de reglementaire of individuele beschermingsmaatregelen overtreedt bedoeld in artikel 7, § 3, 11, § 3 of 12, gestraft met een administratieve geldboete van 100 tot 10 000 euro. De administratieve boete wordt opgelegd overeenkomstig de procedure bepaald in hoofdstuk 3 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten.
Art. 22. § 1er. Sans préjudice du § 4, les infractions aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution sont punies d'une amende de 100 à 10 000 euros.
  Sans préjudice du § 4, les infractions aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution qui concernent un navire ou un avion d'état sont punies d'une amende de 1 000 à 20 000 euros.
  § 2. Les dispositions du chapitre VII du livre I et de l'article 85 du Code pénal sont applicables aux délits visés au paragraphe 1er.
  § 3. Les objets et navires visés à l'article 21 peuvent être confisqués par le juge.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, toute personne enfreignant les mesures de protection réglementaires ou individuelles, visées à l'article 7, § 3, 11, § 3 ou 12, est punie d'une amende administrative de 100 à 10 000 euros. L'amende administrative est imposée conformément à la procédure déterminée dans le troisième chapitre de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 23. In artikel 2.7.5.4, § 2, 2°, van het Belgische Scheepvaartwetboek wordt de bepaling onder b vervangen als volgt: "b) de wet van 23 april 2021 tot implementatie van het UNESCO-verdrag van 2 november 2001 ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water en de bescherming van waardevolle wrakken;".
Art. 23. Dans l'article 2.7.5.4, § 2, 2° du Code belge de la navigation la disposition sous point b est remplacé par ce qui suit: "b) la loi du 23 avril 2021 relatif à la mise en oeuvre de la Convention de l'UNESCO du 2 novembre 2001 sur la protection du patrimoine culturel subaquatique et la protection d'épaves de valeur;".
Art. 24. In artikel 2 van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten worden de woorden "- wet van 4 april 2014 betreffende bescherming van het cultureel erfgoed onder water;" opgeheven.
Art. 24. Dans l'article 2 de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation, les mots "- la loi du 4 avril 2014 relative à la protection du patrimoine culturel subaquatique;" sont abrogés.
Art. 25. De wet van 4 april 2014 betreffende de bescherming van het cultureel erfgoed onder water wordt opgeheven.
Art. 25. La loi du 4 avril 2014 relative à la protection du patrimoine culturel subaquatique est abrogée.