Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
26 MAART 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering over de mandatering en steunmodaliteiten voor de organisatie van de VDAB-opleiding tot verzorgende en zorgkundige
Titre
26 MARS 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au mandatement et aux modalités d'aide pour l'organisation de la formation VDAB d'aide-soignant et d'aide-infirmier
Documentinformatie
Numac: 2021041308
Datum: 2021-03-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021041308
Date: 2021-03-26
Moniteur: Voir
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive et définitions
Artikel 1. De steun, verleend met toepassing of ter uitvoering van dit besluit, wordt toegekend met inachtneming van de voorwaarden van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
Article 1er. L'aide accordée en application ou en exécution du présent arrêté est octroyée dans le respect des conditions de la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe 2, du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° gemandateerde partnerorganisatie: de organisatie die de VDAB erkent om de dienstverlening, vermeld in dit besluit, uit te oefenen;
  2° kandidaat-partnerorganisatie: de organisatie die bij de VDAB de erkenning aanvraagt om de dienstverlening, vermeld in dit besluit, uit te oefenen;
  3° steun: een financiële compensatie voor de uitvoering van de dienstverlening, vermeld in artikel 4;
  4° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  5° opleiding tot verzorgende en zorgkundige: de opleiding, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot regeling van de VDAB-opleiding tot verzorgende en zorgkundige.
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° organisation partenaire mandatée : l'organisation agréée par le VDAB pour exécuter la prestation de services visée dans le présent arrêté ;
  2° organisation partenaire candidate : l'organisation qui sollicite un agrément auprès du VDAB en vue d'exécuter la prestation de services visée dans le présent arrêté ;
  3° aide : une compensation financière pour l'exécution de la prestation de services visée à l'article 4 ;
  4° VDAB : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding) visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
  5° formation d'aide-soignant et d'aide-infirmier : la formation visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019 réglant la formation VDAB d'aide-soignant et d'aide-infirmier.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 3. Binnen de perken van de goedgekeurde jaarlijkse begrotingskredieten en volgens de voorwaarden, vermeld in dit besluit, verstrekt de VDAB steun aan gemandateerde partnerorganisaties.
  Na een openbare oproep door de VDAB kan een gemandateerde partnerorganisatie op elektronische wijze steun aanvragen op de wijze die in de oproep wordt bepaald.
  In de oproep, vermeld in het tweede lid, wordt de uiterste datum voor de indiening van de aanvraag opgenomen.
  Als de totale som van aangevraagde subsidies hoger ligt dan de beschikbare begrotingskredieten, rangschikt de VDAB de ingediende aanvragen aan de hand van een inhoudelijke analyse door een beoordelingscommissie, die bestaat uit minimaal 2 evaluatoren van de VDAB.
Art. 3. Le VDAB octroie une aide aux organisations partenaires mandatées dans les limites des crédits budgétaires annuels approuvés et conformément aux conditions visées dans le présent arrêté.
  A la suite d'un appel public lancé par le VDAB, une organisation partenaire mandatée peut demander une aide par voie électronique selon les modalités définies dans l'appel.
  L'appel visé à l'alinéa 2 indique la date limite d'introduction de la demande.
  Si le total des subventions demandées est supérieur aux crédits budgétaires disponibles, le VDAB classe les demandes introduites sur la base d'une analyse de fond réalisée par une commission d'évaluation composée de 2 évaluateurs minimum du VDAB.
Art. 4. De gemandateerde partnerorganisatie organiseert de opleiding tot verzorgende en zorgkundige.
Art. 4. L'organisation partenaire mandatée organise la formation d'aide-soignant et d'aide-infirmier.
HOOFDSTUK 3. - Mandaatvoorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions de mandat
Art. 5. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° lidstaat van vestiging: het grondgebied van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte waarop de zetel van de kandidaat-partnerorganisatie is gevestigd;
  2° thuiszorgvoorziening: de voorziening bedoeld in artikel 2, § 1, 14° van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  3° woonzorgvoorziening: de voorziening bedoeld in artikel 2, § 1, 19° van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019;
  4° opleidingsstage: de stage vermeld in artikel 84 tot en met 84/8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.
  De kandidaat-partnerorganisatie dient een mandaataanvraag in bij de VDAB en krijgt een ontvangstmelding van haar aanvraag.
  In haar aanvraag toont de kandidaat-partnerorganisatie aan dat ze aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  1° ze heeft het statuut van rechtspersoon die is opgericht conform de rechtsregels van de lidstaat van vestiging. Ze toont daarbij aan dat de organisatie van opleidingen past binnen de activiteiten die vermeld zijn in haar statuten of in haar wettelijke of decretale opdrachten;
  2° ze is geregistreerd als dienstverlener conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;
  3° in de vijf jaar vóór de mandaataanvraag is ze niet gestraft met de intrekking van haar mandaat van partnerorganisatie met toepassing van artikel 8 van dit besluit;
  4° ze verklaart geen kennis te hebben van het feit dat ze het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek wegens bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
  5° ze heeft geen onherroepelijke veroordeling opgelopen wegens bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog;
  6° indien ze in haar bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan een lid heeft dat een onherroepelijke veroordeling heeft opgelopen wegens bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog, moet ze de feiten en omstandigheden ophelderen en concrete technische, organisatorische of personeelsmaatregelen aantonen om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen.
  Indien de kandidaat-partnerorganisatie een thuiszorgvoorziening betreft, dient zij aan te tonen dat zij aangesloten is bij een koepelorganisatie die een samenwerkingsovereenkomst heeft met VDAB. Daarnaast dient zij aan te tonen over een samenwerking te beschikken met een woonzorgvoorziening in functie van het aanbieden van opleidingsstages.
  Indien de kandidaat-partnerorganisatie een woonzorgvoorziening betreft, dient zij aan te tonen dat zij aangesloten is bij een koepelorganisatie die een samenwerkingsovereenkomst heeft met VDAB. Daarnaast dient zij aan te tonen over een samenwerking te beschikken met een thuiszorgvoorziening in functie van het aanbieden van opleidingsstages.
  Indien de kandidaat-partnerorganisatie niet door de Vlaamse Regering is erkend op basis van artikel 38 van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, dient zij aan te tonen dat zij een samenwerking heeft afgesloten met een koepelorganisatie die een samenwerkingsovereenkomst heeft met VDAB. Daarnaast dient zij aan te tonen over een samenwerking te beschikken met zowel een thuiszorgvoorziening, als een woonzorgvoorziening, in functie van het aanbieden van opleidingsstages.
  Wanneer VDAB kan aantonen, met elk passend middel, dat de kandidaat-partnerorganisatie in de uitoefening van haar werkzaamheden een ernstige fout heeft begaan, waardoor haar integriteit in twijfel kan worden getrokken, zal de mandaataanvraag negatief worden beoordeeld.
Art. 5. Dans le présent article, on entend par :
  1° Etat membre d'établissement : le territoire d'un Etat membre de l'Espace économique européen sur lequel l'organisation partenaire candidate a son siège ;
  2° structure de soins à domicile : la structure visée à l'article 2, § 1er, 14°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  3° structure de soins résidentiels : la structure visée à l'article 2, § 1er, 19°, du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019 ;
  4° stage de formation : le stage visé aux articles 84 à 84/8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle.
  L'organisation partenaire candidate introduit une demande de mandat auprès du VDAB et reçoit un accusé de réception de sa demande.
  Dans sa demande, l'organisation partenaire candidate démontre qu'elle satisfait à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° elle possède le statut de personne morale constituée conformément aux règles juridiques de l'Etat membre d'établissement. Elle démontre à cet égard que l'organisation de formations s'inscrit dans le cadre des activités mentionnées dans ses statuts ou dans ses missions légales ou décrétales ;
  2° elle est enregistrée comme prestataire de services conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le Domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale.
  3° au cours des cinq années précédant la demande de mandat, elle n'a pas été sanctionnée de retrait de son mandat d'organisation partenaire en application de l'article 8 du présent arrêté ;
  4° elle déclare n'avoir pas connaissance du fait qu'elle fait l'objet d'une instruction du chef d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écritures, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
  5° elle n'a pas encouru de condamnation irrévocable du chef d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écritures, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude ;
  6° si elle a, dans son organe d'administration, de direction ou de surveillance, un membre qui a encouru une condamnation irrévocable du chef d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écritures, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude, elle doit clarifier les faits et circonstances et démontrer la mise en oeuvre de mesures concrètes de nature technique et organisationnelle et en matière de personnel propres à prévenir une nouvelle infraction pénale ou une nouvelle faute.
  Si l'organisation partenaire candidate est une structure de soins à domicile, elle doit démontrer qu'elle est affiliée à une organisation faîtière qui a un accord de coopération avec le VDAB. Par ailleurs, elle doit démontrer qu'elle collabore avec une structure de soins résidentiels afin d'offrir des stages de formation.
  Si l'organisation partenaire candidate est une structure de soins résidentiels, elle doit démontrer qu'elle est affiliée à une organisation faîtière qui a un accord de coopération avec le VDAB. Par ailleurs, elle doit démontrer qu'elle collabore avec une structure de soins à domicile afin d'offrir des stages de formation.
  Si l'organisation partenaire candidate n'a pas été agréée par le Gouvernement flamand en vertu de l'article 38 du décret sur les soins résidentiels du 15 février 2019, elle doit démontrer qu'elle collabore avec une organisation faîtière qui a un accord de coopération avec le VDAB. Par ailleurs, elle doit démontrer qu'elle collabore tant avec une structure de soins domicile qu'avec une structure de soins résidentiels afin d'offrir des stages de formation.
  Lorsque le VDAB peut démontrer par tout moyen approprié que l'organisation partenaire candidate a commis une faute grave dans l'exercice de ses activités, qui remet en cause son intégrité, la demande de mandat recevra une évaluation négative.
Art. 6. De VDAB onderzoekt de aanvraag tot mandatering en gaat na of de kandidaat-partnerorganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk.
  De VDAB brengt de kandidaat-partnerorganisatie, binnen maximaal veertig dagen vanaf de datum waarop de VDAB de aanvraag heeft ontvangen, op de hoogte van zijn beslissing.
Art. 6. Le VDAB examine la demande de mandatement et vérifie si l'organisation partenaire candidate satisfait aux conditions visées dans le présent chapitre.
  Au plus tard dans les quarante jours suivant la date de la réception de la demande, le VDAB informe l'organisation partenaire candidate de sa décision.
Art. 7. De VDAB verleent aan de kandidaat-partnerorganisatie voor tien jaar een mandaat om de organisatie van de opleiding tot verzorgende en zorgkundige uit te voeren.
  De VDAB brengt de gemandateerde partnerorganisatie schriftelijk op de hoogte van de voorwaarden van het mandaat:
  1° de duur van het mandaat;
  2° de omschrijving van de openbaredienstopdracht in het kader van de organisatie van de opleiding tot verzorgende en zorgkundige;
  3° de opgave van de wettelijke rechtsgrondslag voor het mandaat;
  4° de niet-overdraagbaarheid van het mandaat.
Art. 7. Le VDAB donne mandat pour dix ans à l'organisation partenaire candidate en vue d'organiser la formation d'aide-soignant et d'aide-infirmier.
  Le VDAB informe l'organisation partenaire mandatée par écrit des conditions du mandat :
  1° la durée du mandat ;
  2° la définition de la mission de service public dans le cadre de l'organisation de la formation d'aide-soignant et d'aide-infirmier ;
  3° la mention de la base légale pour le mandat ;
  4° l'incessibilité du mandat.
Art. 8. De gemandateerde partnerorganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, om de erkenning te behouden.
  De gemandateerde partnerorganisatie laat de VDAB of de persoon of organisatie die de VDAB aanwijst, op elk moment toe om een kwaliteitscontrole te verrichten op de dienstverlening ter uitvoering van dit besluit.
  De VDAB oefent toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk. De gemandateerde partnerorganisatie verstrekt daartoe de door de VDAB gevraagde inlichtingen of stukken.
  De VDAB kan het mandaat schorsen of intrekken als wordt vastgesteld dat:
  1° de gemandateerde partnerorganisatie de bepalingen van dit besluit niet naleeft;
  2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de gemandateerde partnerorganisatie de personen die ze aanstelt, of lasthebbers het toezicht en de controle, vermeld in hoofdstuk 4, verhinderen;
  3° de gemandateerde partnerorganisatie haar activiteiten stopzet;
  4° de gemandateerde partnerorganisatie haar mandaat heeft verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
  5° een persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de partnerorganisatie of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, tijdens de uitoefening van het lopende mandaat voor de organisatie van de dienstverlening, vermeld in dit besluit, een onherroepelijke veroordeling heeft opgelopen wegens bedrieglijk onvermogen, valsheid in geschrifte, misbruik van vertrouwen, oplichting, omkoping of bedrog en de gemandateerde partnerorganisatie de feiten en omstandigheden in kwestie niet heeft opgehelderd en geen concrete technische, organisatorische of personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen;
  6° de gemandateerde partnerorganisatie handelt in strijd met de sociale of fiscale wetgeving;
  7° VDAB kan aantonen, met elk passend middel, dat de gemandateerde partnerorganisatie in de uitoefening van haar werkzaamheden een ernstige fout heeft begaan, waardoor haar integriteit in twijfel kan worden getrokken.
  De beslissing is definitief nadat de gemandateerde partnerorganisatie de mogelijkheid heeft gekregen om haar verweermiddelen mee te delen binnen de volgende termijnen:
  1° een vervaltermijn van vijftien dagen bij een voornemen tot schorsing van het mandaat;
  2° een vervaltermijn van dertig dagen bij een voornemen tot intrekking van het mandaat.
  De termijnen, vermeld in het vijfde lid, vangen aan vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving van het voornemen tot schorsing of intrekking dat aan de gemandateerde partnerorganisatie door de VDAB is verzonden met een aangetekende brief.
  Bij de beslissing tot intrekking van het mandaat deelt de raad van bestuur van de VDAB mee binnen welke termijn de gemandateerde partnerorganisatie of de zaakvoerder opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan daarbij aan de gemandateerde partnerorganisatie voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.
  Als de gemandateerde partnerorganisatie zelf haar mandaat stopzet voor de raad van bestuur van de VDAB een beslissing tot intrekking heeft genomen, deelt de raad van bestuur van de VDAB mee binnen welke termijn de gemandateerde onderneming opnieuw een mandaat mag aanvragen. De raad van bestuur van de VDAB kan daarbij aan de gemandateerde onderneming voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.
Art. 8. L'organisation partenaire mandatée satisfait aux conditions visées dans le présent chapitre pour conserver l'agrément.
  L'organisation partenaire mandatée autorise le VDAB ou la personne ou l'organisation désignée par le VDAB à effectuer à tout moment un contrôle qualité de la prestation de services en exécution du présent arrêté.
  Le VDAB contrôle le respect des dispositions du présent arrêté. A cet effet, l'organisation partenaire mandatée fournit les renseignements ou pièces demandés par le VDAB.
  Le VDAB peut suspendre ou retirer le mandat s'il constate que :
  1° l'organisation partenaire mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ;
  2° le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'organisation partenaire mandatée, les personnes qu'elle désigne ou ses mandataires empêchent la surveillance et le contrôle visés au chapitre 4 ;
  3° l'organisation partenaire mandatée cesse ses activités ;
  4° l'organisation partenaire mandatée a obtenu son mandat sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
  5° une personne qui est membre de l'organe d'administration, de direction ou de surveillance de l'organisation partenaire ou qui y a un pouvoir de représentation, de décision ou de contrôle a encouru, durant l'exercice du mandat en cours pour l'organisation de la prestation de services visée dans le présent arrêté, une condamnation irrévocable du chef d'insolvabilité frauduleuse, de faux en écritures, d'abus de confiance, d'escroquerie, de corruption ou de fraude et l'organisation partenaire mandatée n'a pas clarifié les faits et circonstances en question et n'a pris de mesures concrètes de nature technique et organisationnelle et en matière de personnel propres à prévenir une nouvelle infraction pénale ou une nouvelle faute ;
  6° l'organisation partenaire mandatée enfreint la législation sociale ou fiscale ;
  7° le VDAB peut démontrer par tout moyen approprié que l'organisation partenaire candidate a commis une faute grave dans l'exercice de ses activités, qui remet en cause son intégrité.
  La décision est définitive dès lors que l'organisation partenaire mandatée a eu la faculté de communiquer ses moyens de défense dans les délais suivants :
  1° un délai de forclusion de quinze jours en cas d'intention de suspension du mandat ;
  2° un délai de forclusion de trente jours en cas d'intention de retrait du mandat.
  Les délais visés à l'alinéa 5 prennent cours à la date de la réception de la notification de l'intention de suspension ou de retrait que le VDAB adresse par lettre recommandée à l'organisation partenaire mandatée.
  Lors de la décision de retrait du mandat, le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'organisation partenaire mandatée ou le gérant peut à nouveau demander un mandat. A cet égard, le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'organisation partenaire mandatée des conditions pour garantir la qualité de la prestation de services.
  Si l'organisation partenaire mandatée met elle-même un terme à son mandat avant que le conseil d'administration du VDAB n'ait pris une décision de retrait, le conseil d'administration du VDAB communique le délai dans lequel l'entreprise mandatée peut à nouveau demander un mandat. A cet égard, le conseil d'administration du VDAB peut imposer à l'entreprise mandatée des conditions pour garantir la qualité de la prestation de services.
HOOFDSTUK 4. - Steunvoorwaarden voor de opleiding tot verzorgende en zorgkundige
CHAPITRE 4. - Conditions d'aide pour la formation d'aide-soignant et d'aide-infirmier
Art. 9. De VDAB verstrekt aan de gemandateerde partnerorganisatie de steun, vermeld in dit besluit, om de vermelde dienstverlening te realiseren, aan de hand van een openbare oproep als vermeld in artikel 3.
  Indien de gemandateerde partnerorganisatie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3, geldt de steun voor de maximale duur, bepaald in de subsidieoproep waarop de gemandateerde partnerorganisatie heeft ingetekend. Na het verstrijken van deze duur eindigt deze steun en kan de gemandateerde partnerorganisatie een nieuwe elektronische aanvraag indienen als vermeld in artikel 3.
Art. 9. Le VDAB accorde à l'organisation partenaire mandatée l'aide visée dans le présent arrêté pour réaliser la prestation de services visée par le biais d'un appel public tel que visé à l'article 3.
  Si l'organisation partenaire mandatée satisfait aux conditions visées au chapitre 3, l'aide est valable pour la durée maximale déterminée dans l'appel à subventions auquel l'organisation partenaire mandatée a souscrit. A l'expiration de cette durée, cette aide prend fin et l'organisation partenaire mandatée peut introduire une nouvelle demande électronique telle que visée à l'article 3.
Art. 10. De gemandateerde partnerorganisatie hanteert een boekhouding die inkomsten en uitgaven die verband houden met de dienstverlening, vermeld in artikel 4, voor de toerekening van de kosten en inkomsten transparant afzondert.
  De VDAB kan aanvullende informatie of toelichting vragen bij de betrokken partnerorganisatie op het vlak van de te hanteren boekhouding met het oog op de rechtmatigheidscontrole van de kosten en de inkomsten en de registratieverplichtingen.
  Als de gemandateerde partnerorganisatie met onderaannemers werkt, zijn de volgende elementen duidelijk zichtbaar:
  1° welke inkomsten die onderaannemers verworven hebben;
  2° welke uitgaven die onderaannemers gedaan hebben en aan welke dienstverlening die uitgaven gekoppeld zijn.
  De gemandateerde partnerorganisatie draagt in alle gevallen de financiële eindverantwoordelijkheid, ongeacht of er met onderaannemers wordt gewerkt.
  Voor de controle op de bepalingen van dit hoofdstuk kan de VDAB alle noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen.
Art. 10. L'organisation partenaire mandatée utilise une comptabilité qui sépare de manière transparente les recettes et dépenses liées à la prestation de services visée à l'article 4 pour l'imputation des frais et des recettes.
  Le VDAB peut demander des informations complémentaires ou des explications auprès de l'organisation partenaire concernée quant à la comptabilité à utiliser en vue du contrôle de la régularité des frais et recettes et des obligations d'enregistrement.
  Si l'organisation partenaire mandatée travaille avec des sous-traitants, les éléments suivants apparaissent clairement :
  1° les recettes acquises par les sous-traitants ;
  2° les dépenses exposées par les sous-traitants et la prestation de services à laquelle ces dépenses sont liées.
  Dans tous les cas, l'organisation partenaire mandatée assume la responsabilité financière finale, qu'elle recoure ou non à des sous-traitants.
  Le VDAB peut consulter toutes les sources de données nécessaires aux fins du contrôle des dispositions du présent chapitre.
Art. 11. De steun voor de dienstverlening, vermeld in artikel 4, kan bestaan uit:
  1° personeelskosten;
  2° werkingskosten.
  In het eerste lid, 1°, wordt ook verstaan onder personeelskosten het geheel van vergoedingen aan de onderaannemer die overeenkomen met de personeelskosten van de gemandateerde partnerorganisatie als de onderaannemer in dienst zou zijn van de gemandateerde partnerorganisatie.
  In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder werkingskosten:
  1° de uitgaven die rechtstreeks betrekking hebben op de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van de dienstverlening, vermeld in artikel 4;
  2° de uitgaven die onrechtstreeks betrekking hebben op de organisatie van de onderneming in het kader van de dienstverlening, vermeld in artikel 4.
Art. 11. L'aide accordée pour la prestation de services visée à l'article 4 peut couvrir :
  1° les frais de personnel ;
  2° les frais de fonctionnement.
  A l'alinéa 1er, 1°, on entend également par frais de personnel l'ensemble des indemnités versées au sous-traitant, qui correspondent aux frais de personnel de l'organisation partenaire mandatée si le sous-traitant était employé par l'organisation partenaire mandatée.
  A l'alinéa 1er, 2°, on entend par frais de fonctionnement :
  1° les dépenses liées directement au planning, à l'exécution, à la surveillance et à l'évaluation de la prestation de services visée à l'article 4 ;
  2° les dépenses liées indirectement à l'organisation de l'entreprise dans le cadre de la prestation de services visée à l'article 4.
Art. 12. De VDAB betaalt de steun, vermeld in dit hoofdstuk, aan de gemandateerde partnerorganisatie conform de modaliteiten, bepaald in de openbare oproep.
  De steun kan niet gecumuleerd worden met een andere vorm van vergoeding voor dezelfde kosten of voor kosten die elkaar volledig of gedeeltelijk overlappen voor de uitvoering van de dienstverlening.
  De steun wordt uitbetaald in vier schijven die evenredig gespreid zijn, waarbij de laatste schijf de afrekening na de oplevering is en nadat de VDAB het inhoudelijk verslag en de financiële verantwoording heeft goedgekeurd. Het inhoudelijk verslag en de financiële verantwoording worden opgesteld op basis van een sjabloon dat de VDAB ter beschikking stelt.
Art. 12. Le VDAB paie l'aide visée dans le présent chapitre à l'organisation partenaire mandatée conformément aux modalités définies dans l'appel public.
  L'aide ne peut pas être cumulée avec une autre forme d'indemnité pour les mêmes frais ou pour des frais qui se recoupent entièrement ou partiellement pour l'exécution de la prestation de services.
  L'aide est versée en quatre tranches proportionnellement réparties, la dernière tranche étant le décompte après la réception et après approbation par le VDAB du rapport de fond et de la justification financière. Le rapport de fond et la justification financière sont établis sur la base d'un modèle mis à disposition par le VDAB.
Art. 13. De gemandateerde partnerorganisatie maakt jaarlijks een begroting op met een overzicht van de voorzienbare inkomsten en de geraamde uitgaven voor de dienstverlening, vermeld in artikel 4.
  Het totaal van de subsidies die de VDAB of andere overheden toekennen voor dezelfde dienstverlening als vermeld in artikel 4, mag niet hoger zijn dan 100% van de kosten die voor die dienstverlening begroot zijn.
  Op het einde van het boekjaar maakt de gemandateerde partnerorganisatie een inhoudelijk en financieel rapport op met een gedetailleerd overzicht van alle kosten en inkomsten van de dienstverlening, vermeld in artikel 4.
  Alle bewijsstukken ter staving van de kosten en inkomsten worden bezorgd op eenvoudig verzoek van de VDAB. De VDAB of zijn gemachtigden hebben ook toegang tot de boekhouding van de gemandateerde partnerorganisatie.
  Als uit de controles of de afrekening blijkt dat er overcompensatie is, kan de VDAB een bedrag terugvorderen en de parameters voor de berekening van de compensatie herzien.
  De VDAB voert de controle jaarlijks uit.
Art. 13. L'organisation partenaire mandatée établit chaque année un budget récapitulant les recettes prévisibles et les dépenses estimées pour la prestation de services visée à l'article 4.
  Le total des subventions octroyées par le VDAB ou d'autres autorités pour la même prestation de services que celle visée à l'article 4 ne peut pas excéder 100 % des coûts budgétés pour cette prestation de services.
  A la fin de l'exercice comptable, l'organisation partenaire mandatée établit un rapport de fond et financier récapitulant en détail tous les frais et recettes de la prestation de services visée à l'article 4.
  Toutes les pièces justificatives à l'appui des frais et recettes sont transmises à la demande du VDAB. Le VDAB ou ses mandataires ont également accès à la comptabilité de l'organisation partenaire mandatée.
  S'il ressort des contrôles ou du décompte qu'il y a surcompensation, le VDAB peut récupérer un montant et revoir les paramètres de calcul de la compensation.
  Le VDAB effectue le contrôle annuellement.
Art. 14. Ieder kalenderjaar monitort de VDAB de uitvoering van de dienstverlening, vermeld in artikel 4. Die monitoring heeft betrekking op:
  1° de correctheid van de ingevoerde gegevens;
  2° de effectieve prestaties.
  De steun kan aangepast worden als de gegevens die de basis vormen voor de berekening ervan, fout zijn.
Art. 14. Chaque année civile, le VDAB contrôle l'exécution de la prestation de services visée à l'article 4. Ce contrôle concerne :
  1° l'exactitude des données saisies ;
  2° les prestations effectives.
  L'aide peut être adaptée si les données qui servent de base à son calcul sont incorrectes.
HOOFDSTUK 5. - Sancties
CHAPITRE 5. - Sanctions
Art. 15. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, kan de VDAB de steun verminderen of terugvorderen als:
  1° de gemandateerde partnerorganisatie de bepalingen van dit besluit en de openbare oproep niet naleeft;
  2° de VDAB inbreuken vaststelt op de bepalingen van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
  De beslissing tot vermindering of terugvordering is definitief nadat de gemandateerde partnerorganisatie de mogelijkheid heeft gekregen om zijn verweermiddelen mee te delen binnen een vervaltermijn van dertig dagen.
  De termijn, vermeld in het tweede lid, vangt aan vanaf de datum van ontvangst van de kennisgeving van het voornemen aan de gemandateerde partnerorganisatie dat is verzonden met een aangetekende brief.
Art. 15. Sous réserve de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, le VDAB peut diminuer ou récupérer l'aide si :
  1° l'organisation partenaire mandatée ne respecte pas les dispositions du présent arrêté et de l'appel public ;
  2° le VDAB constate des infractions aux dispositions de la décision 2012/21/UE de la Commission du 20 décembre 2011 relative à l'application de l'article 106, paragraphe 2, du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides d'Etat sous forme de compensations de service public octroyées à certaines entreprises chargées de la gestion de services d'intérêt économique général.
  La décision de diminution ou de récupération est définitive dès lors que l'organisation partenaire mandatée a eu la faculté de communiquer ses moyens de défense dans un délai de forclusion de trente jours.
  Le délai visé à l'alinéa 2 prend cours à la date de la réception de la notification de l'intention adressée par lettre recommandée à l'organisation partenaire mandatée.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Art. 16. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie wordt een punt 32° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "32° de opleiding, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019 tot regeling van de VDAB-opleiding tot verzorgende en zorgkundige.".
Art. 16. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mai 2019 portant exécution du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le Domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale, il est ajouté un point 32° libellé comme suit :
  " 32° à la formation visée à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019 réglant la formation VDAB d'aide-soignant et d'aide-infirmier. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepaling
CHAPITRE 7. - Disposition finale
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre flamand qui a l'Economie, l'Innovation, l'Emploi, l'Economie sociale et l'Agriculture dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.