Artikel 1. § 1. Dit samenwerkingsakkoord creëert een gemeenschappelijk elektronisch platform dat bestemd is voor:
1° de indiening, via de elektronische weg, van een verblijfsaanvraag met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen, die leidt tot de afgifte, in het kader van één administratieve handeling, van een gecombineerde titel die zowel een verblijfsvergunning als een toelating tot arbeid omvat;
2° het verzamelen en opslaan van de documenten en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het onderzoek van de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen door de diensten die bevoegd zijn voor het verblijf en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en de beslissingen die na deze aanvragen worden genomen;
3° de beveiligde uitwisseling van gegevens en de genomen beslissingen tussen de diensten die bevoegd zijn voor de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
§ 2. Het onderzoek van de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen wordt uitgevoerd in het kader van de gecombineerde aanvraagprocedure voor het bekomen van een gecombineerde vergunning of een verblijfstitel met het oog op werk die voorzien wordt door :
1° het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018;
2° het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 houdende uitvoering van dit akkoord;
3° elk samenwerkingsakkoord dat bijzondere modaliteiten bevat ter uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, overeenkomstig artikel 1, § 2, tweede lid van dat akkoord.
§ 3. De technische en organisatorische modaliteiten voor de uitwisseling van informatie en het delen van gegevens bedoeld in paragraaf 1, 2° en 3°, worden vastgelegd in een protocolakkoord dat wordt afgesloten tussen de Dienst Vreemdelingenzaken, de gewestelijke overheden en de RSZ, voor de gegevensverwerking in het kader van het onderzoek van de aanvragen bedoeld in paragraaf 2.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 MAART 2021. - Samenwerkingsakkoord houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten en wat betreft de oprichting van een elektronisch platform in het kader van de gecombineerde verblijfsaanvraagprocedure met het oog op tewerkstelling
Titre
5 MARS 2021. - Accord de coopération portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers et portant création d'une plateforme électronique dans le cadre de la procédure de demande unique de séjour à des fins d'emploi
Documentinformatie
Numac: 2021040773
Datum: 2021-03-05
Info du document
Numac: 2021040773
Date: 2021-03-05
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 2. - VERWERKINGSVERANTWOORDELIJKEN EN...
HOOFDSTUK 3. - RECHTMATIGHEID EN DOELEINDE VAN ...
HOOFDSTUK 4. - CATEGORIEEN VAN DE VERWERKTE GEG...
HOOFDSTUK 5. - PRAKTISCHE REGELS VOOR DE INDIEN...
HOOFDSTUK 6. - ONT.V.A.NGERS
HOOFDSTUK 7. - RAADPLEGING
HOOFDSTUK 8. - BEWARINGSDUUR VAN DE GEGEVENS
HOOFDSTUK 9. - RECHT VAN DE BETROKKENEN
HOOFDSTUK 10. - BEHEERSCOMITE
HOOFDSTUK 11. - STATISTIEKEN
HOOFDSTUK 12. - VERDELING VAN DE KOSTEN
HOOFDSTUK 13. - INWERKINGTREDING
Inhoud
CHAPITRE 1er. - DISPOSITIONS GENERALES
CHAPITRE 2. - RESPONSABLES DE TRAITEMENT ET SOU...
CHAPITRE 3. - LICEITE ET FINALITE DU TRAITEMENT
CHAPITRE 4. - CATEGORIES DES DONNEES TRAITEES
CHAPITRE 5. - MODALITES PRATIQUES DE L'INTRODUC...
CHAPITRE 6. - DESTINATAIRES
CHAPITRE 7. - CONSULTATION
CHAPITRE 8. - DUREE DE CONSERVATION DES DONNEES
CHAPITRE 9. - DROIT DES PERSONNES CONCERNEES
CHAPITRE 10. - COMITE DE GESTION
CHAPITRE 11. - STATISTIQUES
CHAPITRE 12. - REPARTITION DES COUTS
CHAPITRE 13. - ENTREE EN VIGUEUR
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK 1. - ALGEMENE BEPALINGEN
CHAPITRE 1er. - DISPOSITIONS GENERALES
Article 1er. § 1er. Le présent accord de coopération crée une plateforme électronique commune destinée à :
1° l'introduction, par voie électronique, d'une demande de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours débouchant sur la délivrance, dans le cadre d'un acte administratif unique, d'un titre combiné autorisant à la fois le séjour et le travail ;
2° collecter et stocker les documents et informations nécessaires à l'examen par les administrations compétentes en matière de séjour et d'occupation des travailleurs étrangers des demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours et les décisions prises suite à ces demandes ;
3° permettre, de manière sécurisée, l'échange de données et des décisions prises entre les administrations compétentes pour les demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours.
§ 2. L'examen des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours sont effectuées dans le cadre de la procédure de demande unique en vue de l'obtention d'un permis unique ou d'un titre de séjour à des fins de travail prévue par :
1° l'accord de coopération du 2 février 2018 ;
2° l'accord de coopération du 6 décembre 2018 y portant exécution ;
3° tout accord de coopération comportant des modalités particulières pour la mise en oeuvre de l'accord de coopération du 2 février 2018, conformément à l'article 1er, § 2, deuxième alinéa de cet accord.
§ 3. Les modalités techniques et organisationnelles pour l'échange d'informations et pour le partage de données visé au paragraphe 1er, 2° et 3°, sont fixées dans un protocole d'accord conclu entre l'Office des étrangers, les autorités régionales et l'ONSS pour le traitement de données dans le cadre de l'examen des demandes visé au paragraphe 2.
1° l'introduction, par voie électronique, d'une demande de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours débouchant sur la délivrance, dans le cadre d'un acte administratif unique, d'un titre combiné autorisant à la fois le séjour et le travail ;
2° collecter et stocker les documents et informations nécessaires à l'examen par les administrations compétentes en matière de séjour et d'occupation des travailleurs étrangers des demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours et les décisions prises suite à ces demandes ;
3° permettre, de manière sécurisée, l'échange de données et des décisions prises entre les administrations compétentes pour les demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours.
§ 2. L'examen des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours sont effectuées dans le cadre de la procédure de demande unique en vue de l'obtention d'un permis unique ou d'un titre de séjour à des fins de travail prévue par :
1° l'accord de coopération du 2 février 2018 ;
2° l'accord de coopération du 6 décembre 2018 y portant exécution ;
3° tout accord de coopération comportant des modalités particulières pour la mise en oeuvre de l'accord de coopération du 2 février 2018, conformément à l'article 1er, § 2, deuxième alinéa de cet accord.
§ 3. Les modalités techniques et organisationnelles pour l'échange d'informations et pour le partage de données visé au paragraphe 1er, 2° et 3°, sont fixées dans un protocole d'accord conclu entre l'Office des étrangers, les autorités régionales et l'ONSS pour le traitement de données dans le cadre de l'examen des demandes visé au paragraphe 2.
Art. 2. Met het oog op de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure legt dit akkoord ook de voorwaarden vast waaronder de diplomatieke posten, de gemeentebesturen en de diensten die bevoegd zijn voor inspectie de gegevens die op het elektronisch platform bewaard worden, kunnen raadplegen.
Art. 2. Aux fins de l'application de la procédure de demande unique, le présent accord fixe également les conditions dans lesquelles les postes diplomatiques, communes et les services compétents en matière d'inspection peuvent consulter les données conservées dans la plateforme électronique.
Art. 3. Dit samenwerkingsakkoord is van toepassing op de volgende categorieën van onderdanen van derde landen :
1° de onderdanen van derde landen die op het Belgisch grondgebied willen verblijven om er te werken voor een periode van meer dan negentig dagen;
2° de onderdanen van derde landen die een machtiging tot verblijf op het Belgisch grondgebied aanvragen, met het oog op een hooggekwalificeerde betrekking in het kader van de Europese blauwe kaart;
3° de onderdanen van derde landen die een machtiging tot verblijf met het oog op tewerkstelling aanvragen voor een periode langer dan negentig dagen, in de hoedanigheid van seizoenarbeider op de lijsten van de sectoren waar seizoensafhankelijke activiteiten voorkomen, die door de Gewesten worden opgesteld;
4° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon indienen, of een aanvraag voor een vergunning voor lange-termijnmobiliteit in de hoedanigheid van leidinggevenden ICT, experts ICT of stagiair-werknemers ICT;
5° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op onderzoek indienen, of een aanvraag voor een machtiging tot lange-termijnmobiliteit, op basis van een gastovereenkomst bij een erkende onderzoeksinstelling;
6° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op een stage indienen;
7° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op vrijwilligerswerk in het kader van Europees vrijwilligerswerk indienen;
8° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk indienen die valt onder richtlijnen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 79, § 2, a) en b) van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, wanneer ze de voorwaarden voor toegang en verblijf van de onderdanen van derde landen met het oog op een tewerkstelling gedurende een periode van meer dan negentig dagen bepalen.
1° de onderdanen van derde landen die op het Belgisch grondgebied willen verblijven om er te werken voor een periode van meer dan negentig dagen;
2° de onderdanen van derde landen die een machtiging tot verblijf op het Belgisch grondgebied aanvragen, met het oog op een hooggekwalificeerde betrekking in het kader van de Europese blauwe kaart;
3° de onderdanen van derde landen die een machtiging tot verblijf met het oog op tewerkstelling aanvragen voor een periode langer dan negentig dagen, in de hoedanigheid van seizoenarbeider op de lijsten van de sectoren waar seizoensafhankelijke activiteiten voorkomen, die door de Gewesten worden opgesteld;
4° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon indienen, of een aanvraag voor een vergunning voor lange-termijnmobiliteit in de hoedanigheid van leidinggevenden ICT, experts ICT of stagiair-werknemers ICT;
5° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op onderzoek indienen, of een aanvraag voor een machtiging tot lange-termijnmobiliteit, op basis van een gastovereenkomst bij een erkende onderzoeksinstelling;
6° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op een stage indienen;
7° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op vrijwilligerswerk in het kader van Europees vrijwilligerswerk indienen;
8° de onderdanen van derde landen die een aanvraag voor een machtiging tot verblijf met het oog op werk indienen die valt onder richtlijnen die zijn uitgevaardigd op grond van artikel 79, § 2, a) en b) van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, wanneer ze de voorwaarden voor toegang en verblijf van de onderdanen van derde landen met het oog op een tewerkstelling gedurende een periode van meer dan negentig dagen bepalen.
Art. 3. Le présent accord de coopération s'applique aux catégories de ressortissants de pays tiers suivantes :
1° les ressortissants de pays tiers qui souhaitent séjourner sur le territoire belge afin d'y travailler pour une période de plus de nonante jours ;
2° les ressortissants de pays tiers qui demandent une autorisation de séjour sur le territoire belge aux fins d'un emploi hautement qualifié dans le cadre de la carte bleue européenne ;
3° les ressortissants de pays tiers qui demandent une autorisation de séjour à des fins d'un emploi pour une période de plus de nonante jours en tant que travailleur saisonnier dans les listes des secteurs qui comprennent des activités soumises au rythme des saisons établies par les Régions ;
4° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande de permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe ou une demande de permis pour mobilité de longue durée en tant que cadres ICT, experts ICT ou employés stagiaires ICT ;
5° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de recherches ou une demande d'autorisation pour mobilité de longue durée sur la base d'une convention d'accueil conclue avec un organisme de recherche agrée ;
6° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de stage ;
7° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour aux fins de volontariat dans le cadre du service volontaire européen ;
8° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de travail relevant de directives prises sur base de l'article 79 § 2, a) et b) du Traité sur le Fonctionnement de l'Union européenne lorsqu'elles établissent les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'occuper un emploi pendant un séjour de plus de nonante jours.
1° les ressortissants de pays tiers qui souhaitent séjourner sur le territoire belge afin d'y travailler pour une période de plus de nonante jours ;
2° les ressortissants de pays tiers qui demandent une autorisation de séjour sur le territoire belge aux fins d'un emploi hautement qualifié dans le cadre de la carte bleue européenne ;
3° les ressortissants de pays tiers qui demandent une autorisation de séjour à des fins d'un emploi pour une période de plus de nonante jours en tant que travailleur saisonnier dans les listes des secteurs qui comprennent des activités soumises au rythme des saisons établies par les Régions ;
4° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande de permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe ou une demande de permis pour mobilité de longue durée en tant que cadres ICT, experts ICT ou employés stagiaires ICT ;
5° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de recherches ou une demande d'autorisation pour mobilité de longue durée sur la base d'une convention d'accueil conclue avec un organisme de recherche agrée ;
6° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de stage ;
7° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour aux fins de volontariat dans le cadre du service volontaire européen ;
8° les ressortissants de pays tiers qui introduisent une demande d'autorisation de séjour à des fins de travail relevant de directives prises sur base de l'article 79 § 2, a) et b) du Traité sur le Fonctionnement de l'Union européenne lorsqu'elles établissent les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'occuper un emploi pendant un séjour de plus de nonante jours.
Art. 4. In het kader van de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure hebben de termen die gedefinieerd worden in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming dezelfde betekenis in dit samenwerkingsakkoord.
Art. 4. Dans le cadre de l'application de la procédure de demande unique, les termes définis à l'article 4 du Règlement général sur la protection des données ont le même sens dans le présent accord de coopération.
Art. 5. Het elektronisch platform heeft tot doel :
1° de indiening van de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen te vergemakkelijken, door de werknemers en de werkgevers een elektronisch uniek loket aan te bieden;
2° de administratieve last van de verwerking van de verblijfsaanvragen met het oog op werk te verlichten;
3° de beveiligde uitwisseling van gegevens tussen de diensten die bevoegd zijn in het kader van de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure mogelijk te maken, met respect voor de regels betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
1° de indiening van de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen te vergemakkelijken, door de werknemers en de werkgevers een elektronisch uniek loket aan te bieden;
2° de administratieve last van de verwerking van de verblijfsaanvragen met het oog op werk te verlichten;
3° de beveiligde uitwisseling van gegevens tussen de diensten die bevoegd zijn in het kader van de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure mogelijk te maken, met respect voor de regels betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 5. La plateforme électronique a pour objectifs de :
1° faciliter l'introduction des demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours en offrant un guichet électronique unique aux travailleurs et aux employeurs ;
2° alléger la charge administrative liée au traitement des demandes de séjour à des fins de travail ;
3° permettre de procéder à des échanges sécurisés de données entre les administrations compétentes dans le cadre de l'application de la procédure de demande unique dans le respect des règles relatives à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
1° faciliter l'introduction des demandes de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours en offrant un guichet électronique unique aux travailleurs et aux employeurs ;
2° alléger la charge administrative liée au traitement des demandes de séjour à des fins de travail ;
3° permettre de procéder à des échanges sécurisés de données entre les administrations compétentes dans le cadre de l'application de la procédure de demande unique dans le respect des règles relatives à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel.
HOOFDSTUK 2. - VERWERKINGSVERANTWOORDELIJKEN EN VERWERKER
CHAPITRE 2. - RESPONSABLES DE TRAITEMENT ET SOUS-TRAITANT
Art. 6. Wat het onderzoek van de aanvragen voor een machtiging tot verblijf betreft, is de Dienst Vreemdelingenzaken de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7), van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Wat het onderzoek van de aanvragen voor een toelating tot arbeid betreft, is de gewestelijke overheid de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7), van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Overeenkomstig artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden gezamenlijk verantwoordelijk voor de verwerking in het kader van het elektronisch platform.
Wat het onderzoek van de aanvragen voor een toelating tot arbeid betreft, is de gewestelijke overheid de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7), van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Overeenkomstig artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden gezamenlijk verantwoordelijk voor de verwerking in het kader van het elektronisch platform.
Art. 6. En ce qui concerne l'examen des demandes d'autorisation de séjour, le responsable de traitement de données à caractère personnel au sens de l'article 4, point 7), du Règlement général sur la protection des données est l'Office des étrangers.
En ce qui concerne l'examen des demandes d'autorisations de travail, le responsable de traitement de données à caractère personnel au sens de l'article 4, point 7), du Règlement général sur la protection des données est l'autorité régionale.
Conformément à l'article 26 du Règlement général sur la protection des données, l'Office des étrangers et les autorités régionales sont responsables conjoints du traitement dans le cadre de la plateforme électronique.
En ce qui concerne l'examen des demandes d'autorisations de travail, le responsable de traitement de données à caractère personnel au sens de l'article 4, point 7), du Règlement général sur la protection des données est l'autorité régionale.
Conformément à l'article 26 du Règlement général sur la protection des données, l'Office des étrangers et les autorités régionales sont responsables conjoints du traitement dans le cadre de la plateforme électronique.
Art. 7. § 1. De RSZ is de verwerker, in de zin van artikel 4, punt 8), van de Algemene verordening gegevensbescherming.
De RSZ is verantwoordelijk voor de technische ontwikkeling, de werking en het onderhoud van het elektronisch platform.
§ 2 De modaliteiten voor de uitvoering van verplichtingen vervat in artikel 28 van de Algemene verordening gegevensbescherming worden gepreciseerd in het protocolakkoord dat bedoeld wordt in artikel 1, § 3.
De beveiliging van de verwerking bedoeld in artikel 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming wordt bepaald in het protocolakkoord bedoeld in artikel 1, § 3.
De RSZ is verantwoordelijk voor de technische ontwikkeling, de werking en het onderhoud van het elektronisch platform.
§ 2 De modaliteiten voor de uitvoering van verplichtingen vervat in artikel 28 van de Algemene verordening gegevensbescherming worden gepreciseerd in het protocolakkoord dat bedoeld wordt in artikel 1, § 3.
De beveiliging van de verwerking bedoeld in artikel 32 van de Algemene verordening gegevensbescherming wordt bepaald in het protocolakkoord bedoeld in artikel 1, § 3.
Art. 7. § 1er. L'ONSS est le sous-traitant au sens de l'article 4, point 8), du Règlement général sur la protection des données.
L'ONSS est responsable du développement technique, du fonctionnement et de la maintenance de la plateforme électronique.
§ 2 Les modalités d'exécution des obligations envisagées à article 28 du Règlement général sur la protection des données sont précisées dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
La sécurité du traitement visé à l'article 32 du Règlement général sur la protection des données est déterminée dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
L'ONSS est responsable du développement technique, du fonctionnement et de la maintenance de la plateforme électronique.
§ 2 Les modalités d'exécution des obligations envisagées à article 28 du Règlement général sur la protection des données sont précisées dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
La sécurité du traitement visé à l'article 32 du Règlement général sur la protection des données est déterminée dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
HOOFDSTUK 3. - RECHTMATIGHEID EN DOELEINDE VAN DE VERWERKING
CHAPITRE 3. - LICEITE ET FINALITE DU TRAITEMENT
Art. 8. § 1. Overeenkomstig artikel 6, punt c), van de Algemene verordening gegevensbescherming is de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van de gecombineerde aanvraagprocedure noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijken rust.
§ 2. De Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden die bevoegd zijn voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers zijn belast met de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure die voorzien wordt door :
1° het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 dat de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven gedeeltelijk omzet;
2° het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 dat de volgende Europese richtlijnen gedeeltelijk omzet:
a) richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
b) richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider;
c) richtlijn 20014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
d) richtlijn 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
3° elk samenwerkingsakkoord dat bijzondere modaliteiten bevat ter houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, overeenkomstig artikel 1, § 2, tweede lid van dat akkoord
§ 3. De Dienst Vreemdelingenzaken is belast met de uitvoering van het Belgisch en Europees migratiebeleid dat voorzien wordt door :
1° de wet van 15 december 1980;
2° het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
§ 4. De dienst Economische Migratie van het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie voor Werk en Sociale Economie is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 5. De Direction de l'Emploi et des Permis de travail van het Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle van de Direction générale Economie, Emploi et Recherche van de Service Public Wallonie is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 6. De Directie Economische Migratie van Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° de besluiten genomen in uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 7. Het Departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor tewerkstelling is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° de besluiten genomen in uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 2. De Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden die bevoegd zijn voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers zijn belast met de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure die voorzien wordt door :
1° het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 dat de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven gedeeltelijk omzet;
2° het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 dat de volgende Europese richtlijnen gedeeltelijk omzet:
a) richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
b) richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider;
c) richtlijn 20014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
d) richtlijn 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
3° elk samenwerkingsakkoord dat bijzondere modaliteiten bevat ter houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, overeenkomstig artikel 1, § 2, tweede lid van dat akkoord
§ 3. De Dienst Vreemdelingenzaken is belast met de uitvoering van het Belgisch en Europees migratiebeleid dat voorzien wordt door :
1° de wet van 15 december 1980;
2° het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
§ 4. De dienst Economische Migratie van het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie voor Werk en Sociale Economie is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 5. De Direction de l'Emploi et des Permis de travail van het Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle van de Direction générale Economie, Emploi et Recherche van de Service Public Wallonie is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het besluit van de Waalse Regering van 16 mei 2019 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en tot opheffing van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 6. De Directie Economische Migratie van Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° de besluiten genomen in uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
§ 7. Het Departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor tewerkstelling is belast met de toepassing van :
1° de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
2° het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° de besluiten genomen in uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Art. 8. § 1er. Conformément à l'article 6, point c), du Règlement général sur la protection des données, le traitement des données à caractère personnel dans le cadre de la procédure de demande unique est nécessaire au respect d'une obligation légale à laquelle les responsables de traitement sont soumis.
§ 2. L'Office des étrangers et les autorités régionales compétentes en matière d'occupation des travailleurs étrangers sont chargés de l'application de la procédure de demande unique prévue par :
1° l'accord de coopération du 2 février 2018 transposant partiellement la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre ;
2° l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 transposant partiellement les directives européennes suivantes :
a) directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié ;
b) directive 2014/36/UE du Parlement et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier ;
c) directive 2014/66/UE du Parlement et du Conseil du 15 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe ;
d) directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échanges d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
3° tout accord de coopération comportant des modalités particulières pour la mise en oeuvre de l'accord de coopération du 2 février 2018, conformément à l'article 1er, § 2, deuxième alinéa de cet accord.
§ 3. L'Office des étrangers est chargé de l'exécution de la politique migratoire belge et européenne prévue par :
1° la loi du 15 décembre 1980;
2° l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
§ 4. Le service de la Migration économique du Département Emploi et Economie sociale du Ministère flamand du Travail et de l'Economie sociale est chargé de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 5. La Direction de l'Emploi et des Permis de travail du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale Economie, Emploi et Recherche du Service Public Wallonie est chargée de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 6. La Direction de la migration économique de Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles est chargée de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
3° les arrêtés pris en exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 7. Le Département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'emploi est chargé de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
3° les arrêtés pris en exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 2. L'Office des étrangers et les autorités régionales compétentes en matière d'occupation des travailleurs étrangers sont chargés de l'application de la procédure de demande unique prévue par :
1° l'accord de coopération du 2 février 2018 transposant partiellement la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre ;
2° l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 transposant partiellement les directives européennes suivantes :
a) directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié ;
b) directive 2014/36/UE du Parlement et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier ;
c) directive 2014/66/UE du Parlement et du Conseil du 15 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe ;
d) directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échanges d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
3° tout accord de coopération comportant des modalités particulières pour la mise en oeuvre de l'accord de coopération du 2 février 2018, conformément à l'article 1er, § 2, deuxième alinéa de cet accord.
§ 3. L'Office des étrangers est chargé de l'exécution de la politique migratoire belge et européenne prévue par :
1° la loi du 15 décembre 1980;
2° l'arrêté royal du 8 octobre 1981 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
§ 4. Le service de la Migration économique du Département Emploi et Economie sociale du Ministère flamand du Travail et de l'Economie sociale est chargé de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 décembre 2018 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 5. La Direction de l'Emploi et des Permis de travail du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle de la Direction générale Economie, Emploi et Recherche du Service Public Wallonie est chargée de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 mai 2019 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers et abrogeant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 6. La Direction de la migration économique de Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles est chargée de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
3° les arrêtés pris en exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
§ 7. Le Département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'emploi est chargé de l'application de :
1° la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
2° l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ;
3° les arrêtés pris en exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Art. 9. Dit zijn de doelstellingen van de verwerking, in het kader van de toepassing van de gecombineerde aanvraagprocedure :
1° de Europese verplichtingen van België op het gebied van economische migratie vervullen;
2° de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een duur van meer dan negentig dagen registreren;
3° de uitwisseling van gegevens en documenten en beslissingen tussen de diensten die bevoegd zijn voor de verwerking van de verblijfsaanvragen met het oog op werk van meer dan negentig dagen mogelijk maken;
4° de verblijfsaanvragen met het oog op werk van meer dan negentig dagen verwerken, met het oog op de afgifte van de gecombineerde vergunningen, de Europese blauwe kaarten, de vergunningen voor seizoenarbeiders, de vergunningen voor personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit-ICT, de vergunningen voor onderzoekers, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit-onderzoeker, de vergunningen voor stagiairs en de vergunningen voor vrijwilligers in het kader van Europees vrijwilligerswerk, en elke andere verblijfstitel die met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen afgegeven wordt; krachtens richtlijnen genomen op basis van artikel 79, § 2, a) en b) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wanneer ze de voorwaarden bepalen voor de binnenkomst en het verblijf van onderdanen van derde landen, met het oog op het uitoefenen van een betrekking gedurende een verblijf van meer dan negentig dagen;
5° de mededelingen en kennisgevingen communiceren aan de werknemers en de werkgevers;
6° het verblijf en het werk van de personen die een verblijfsaanvraag met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen hebben ingediend opvolgen;
7° controle en toezicht, overeenkomstig artikel 9, 10, 11, 12 en 13 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 .
1° de Europese verplichtingen van België op het gebied van economische migratie vervullen;
2° de verblijfsaanvragen met het oog op werk voor een duur van meer dan negentig dagen registreren;
3° de uitwisseling van gegevens en documenten en beslissingen tussen de diensten die bevoegd zijn voor de verwerking van de verblijfsaanvragen met het oog op werk van meer dan negentig dagen mogelijk maken;
4° de verblijfsaanvragen met het oog op werk van meer dan negentig dagen verwerken, met het oog op de afgifte van de gecombineerde vergunningen, de Europese blauwe kaarten, de vergunningen voor seizoenarbeiders, de vergunningen voor personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit-ICT, de vergunningen voor onderzoekers, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit-onderzoeker, de vergunningen voor stagiairs en de vergunningen voor vrijwilligers in het kader van Europees vrijwilligerswerk, en elke andere verblijfstitel die met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen afgegeven wordt; krachtens richtlijnen genomen op basis van artikel 79, § 2, a) en b) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wanneer ze de voorwaarden bepalen voor de binnenkomst en het verblijf van onderdanen van derde landen, met het oog op het uitoefenen van een betrekking gedurende een verblijf van meer dan negentig dagen;
5° de mededelingen en kennisgevingen communiceren aan de werknemers en de werkgevers;
6° het verblijf en het werk van de personen die een verblijfsaanvraag met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen hebben ingediend opvolgen;
7° controle en toezicht, overeenkomstig artikel 9, 10, 11, 12 en 13 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 .
Art. 9. Dans le cadre de l'application de la procédure de demande unique, les finalités du traitement sont les suivantes :
1° remplir les obligations européennes incombant à la Belgique en matière de migration économique ;
2° enregistrer les demandes de séjour à des fins de travail pour une durée supérieure à nonante jours ;
3° permettre l'échange de données, de documents et de décisions entre administrations compétentes pour le traitement des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours ;
4° assurer le traitement des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours en vue de la délivrance des permis uniques, des cartes bleues européennes, des permis pour travailleur saisonnier, des permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, des permis pour mobilité de longue durée -ICT, des permis pour chercheur, permis pour mobilité de longue durée-chercheur, des permis pour stagiaire et des permis pour volontaire dans le cadre du service volontaire européen et de tout autre titre de séjour délivré à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours en vertu de directives prises sur base de l'article 79 § 2, a) et b) du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne lorsqu'elles établissent les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'occuper un emploi pendant un séjour de plus de nonante jours;
5° communiquer les communications et notifications aux travailleurs et aux employeurs;
6° assurer le suivi du séjour et du travail des personnes ayant introduit une demande de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours ;
7° contrôle et surveillance, conformément à l'article 9, 10, 11, 12 et 13 de l'accord de coopération de 2 février 2018.
1° remplir les obligations européennes incombant à la Belgique en matière de migration économique ;
2° enregistrer les demandes de séjour à des fins de travail pour une durée supérieure à nonante jours ;
3° permettre l'échange de données, de documents et de décisions entre administrations compétentes pour le traitement des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours ;
4° assurer le traitement des demandes de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours en vue de la délivrance des permis uniques, des cartes bleues européennes, des permis pour travailleur saisonnier, des permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, des permis pour mobilité de longue durée -ICT, des permis pour chercheur, permis pour mobilité de longue durée-chercheur, des permis pour stagiaire et des permis pour volontaire dans le cadre du service volontaire européen et de tout autre titre de séjour délivré à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours en vertu de directives prises sur base de l'article 79 § 2, a) et b) du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne lorsqu'elles établissent les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'occuper un emploi pendant un séjour de plus de nonante jours;
5° communiquer les communications et notifications aux travailleurs et aux employeurs;
6° assurer le suivi du séjour et du travail des personnes ayant introduit une demande de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours ;
7° contrôle et surveillance, conformément à l'article 9, 10, 11, 12 et 13 de l'accord de coopération de 2 février 2018.
HOOFDSTUK 4. - CATEGORIEEN VAN DE VERWERKTE GEGEVENS
CHAPITRE 4. - CATEGORIES DES DONNEES TRAITEES
Art. 10. Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden enkel toegang tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken waarvoor ze bevoegd zijn.
Art. 10. Pour l'application du présent chapitre, l'Office des étrangers et les autorités régionales ont exclusivement accès aux données nécessaires à l'exécution des tâches qui relèvent de leurs compétences.
Art. 11. De volgende gegevens maken het mogelijk om de werknemer die een verblijfsaanvraag met het oog op werk indient te identificeren :
1° de voornaam en de familienaam;
2° de geboortedatum en -plaats;
3° het geslacht;
4° de nationaliteit;
5° de burgerlijke staat;
6° het rijksregisternummer of het BIS-nummer, in voorkomend geval;
7° het adres van de woonplaats;
8° de kopie van het geldig paspoort of de daarmee gelijkgestelde reistitel;
9° de kopie van de geldige verblijfsvergunning, in voorkomend geval;
10° het privaat of professioneel elektronisch adres.
1° de voornaam en de familienaam;
2° de geboortedatum en -plaats;
3° het geslacht;
4° de nationaliteit;
5° de burgerlijke staat;
6° het rijksregisternummer of het BIS-nummer, in voorkomend geval;
7° het adres van de woonplaats;
8° de kopie van het geldig paspoort of de daarmee gelijkgestelde reistitel;
9° de kopie van de geldige verblijfsvergunning, in voorkomend geval;
10° het privaat of professioneel elektronisch adres.
Art. 11. Les données permettant l'identification du travailleur introduisant une demande de séjour à des fins de travail sont les suivantes :
1° les prénom et nom de famille ;
2° les date et lieu de naissance ;
3° le sexe ;
4° la nationalité ;
5° l'état civil ;
6° le numéro de registre national ou le numéro BIS, le cas échéant ;
7° l'adresse du domicile;
8° la copie du passeport ou du titre de voyage en tenant lieu en cours de validité ;
9° la copie du permis de séjour en cours de validité, le cas échéant ;
10° l'adresse électronique privée ou professionnelle.
1° les prénom et nom de famille ;
2° les date et lieu de naissance ;
3° le sexe ;
4° la nationalité ;
5° l'état civil ;
6° le numéro de registre national ou le numéro BIS, le cas échéant ;
7° l'adresse du domicile;
8° la copie du passeport ou du titre de voyage en tenant lieu en cours de validité ;
9° la copie du permis de séjour en cours de validité, le cas échéant ;
10° l'adresse électronique privée ou professionnelle.
Art. 12. De gegevens met betrekking tot de tewerkstelling, met inbegrip van de volledige gegevens met betrekking tot de economische en financiële situatie, zijn de volgende :
1° de arbeidsovereenkomst of de stageovereenkomst, de gastovereenkomst of het aanstellingsbesluit;
2° de duur van de tewerkstelling;
3° het btw- of KBO-nummer, of het RSZ- inschrijvingsnummer van de werkgever;
4° de naam van de onderneming;
5° de kopie van het diploma, in voorkomend geval;
6° het bewijs van de bestaansmiddelen;
7° het adres van de maatschappelijke zetel van de onderneming;
8° het bewijs van de beroepskwalificaties, in voorkomend geval;
9° het bewijs van de ziektekostenverzekering;
10° het soort werk, het aantal werkuren en de vergoeding;
11° het privaat of professioneel elektronisch adres van de werkgever;
12° de individuele rekeningen of de loonfiches van de werknemer;
13° de voorafgaande LIMOSA-verklaring, in voorkomend geval;
14° de kopie van de identiteitskaart van de werkgever of van de identiteitskaart van zijn mandataris;
15° de bewijzen van de betaling van de vergoeding;
16° het nummer van de paritaire commissie;
17° het telefoonnummer van de werkgever;
18° de detacheringsbrief;
19° het detacheringscertficaat.
1° de arbeidsovereenkomst of de stageovereenkomst, de gastovereenkomst of het aanstellingsbesluit;
2° de duur van de tewerkstelling;
3° het btw- of KBO-nummer, of het RSZ- inschrijvingsnummer van de werkgever;
4° de naam van de onderneming;
5° de kopie van het diploma, in voorkomend geval;
6° het bewijs van de bestaansmiddelen;
7° het adres van de maatschappelijke zetel van de onderneming;
8° het bewijs van de beroepskwalificaties, in voorkomend geval;
9° het bewijs van de ziektekostenverzekering;
10° het soort werk, het aantal werkuren en de vergoeding;
11° het privaat of professioneel elektronisch adres van de werkgever;
12° de individuele rekeningen of de loonfiches van de werknemer;
13° de voorafgaande LIMOSA-verklaring, in voorkomend geval;
14° de kopie van de identiteitskaart van de werkgever of van de identiteitskaart van zijn mandataris;
15° de bewijzen van de betaling van de vergoeding;
16° het nummer van de paritaire commissie;
17° het telefoonnummer van de werkgever;
18° de detacheringsbrief;
19° het detacheringscertficaat.
Art. 12. Les données relatives à l'emploi, y compris des données complètes sur la situation économique et financière, sont les suivantes :
1° le contrat de travail ou de stage, la convention d'accueil ou l'acte de nomination ;
2° la durée de l'emploi ;
3° le numéro de T.V.A. ou BCE ou le numéro d'immatriculation ONSS de l'employeur ;
4° le nom de l'entreprise ;
5° la copie du diplôme, le cas échéant ;
6° la preuve des moyens de subsistance ;
7° l'adresse du siège social de l'entreprise ;
8° la preuve des qualifications professionnelles, le cas échéant ;
9° la preuve de l'assurance-maladie ;
10° le type d'emploi, le nombre d'heures de travail et la rémunération ;
11° l'adresse électronique privée ou professionnelle de l'employeur ;
12° les comptes individuels ou les fiches de paie du travailleur ;
13° la déclaration préalable LIMOSA, le cas échéant ;
14° la copie de la carte d'identité de l'employeur ou de celle de son mandataire ;
15° les preuves des paiements de la rémunération ;
16° le numéro de la Commission paritaire ;
17° le numéro de téléphone de l'employeur ;
18° la lettre de détachement ;
19° le certificat de détachement.
1° le contrat de travail ou de stage, la convention d'accueil ou l'acte de nomination ;
2° la durée de l'emploi ;
3° le numéro de T.V.A. ou BCE ou le numéro d'immatriculation ONSS de l'employeur ;
4° le nom de l'entreprise ;
5° la copie du diplôme, le cas échéant ;
6° la preuve des moyens de subsistance ;
7° l'adresse du siège social de l'entreprise ;
8° la preuve des qualifications professionnelles, le cas échéant ;
9° la preuve de l'assurance-maladie ;
10° le type d'emploi, le nombre d'heures de travail et la rémunération ;
11° l'adresse électronique privée ou professionnelle de l'employeur ;
12° les comptes individuels ou les fiches de paie du travailleur ;
13° la déclaration préalable LIMOSA, le cas échéant ;
14° la copie de la carte d'identité de l'employeur ou de celle de son mandataire ;
15° les preuves des paiements de la rémunération ;
16° le numéro de la Commission paritaire ;
17° le numéro de téléphone de l'employeur ;
18° la lettre de détachement ;
19° le certificat de détachement.
Art. 13. § 1. Overeenkomstig artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming en artikel 9 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens zijn de volgende gegevens de gegevens met betrekking tot de gezondheid, zoals bepaald door artikel 4, punt 15) van dezelfde verordening:
1° het medisch attest, zoals voorzien in de wet van 15 december 1980, dat aantoont dat de werknemer niet lijdt aan een ziekte die de volksgezondheid in gevaar kan brengen, namelijk
a) de tot quarantaine aanleiding gevende ziekten vermeld in het internationaal gezondheidsreglement van de Wereldgezondheidsorganisatie, ondertekend in Genève op 23 mei 2005;
b) tuberculose van de luchtwegen, in een actief stadium of met ontwikkelingstendensen;
c) andere besmettelijke, door infectie of parasieten veroorzaakte ziekten, voor zover zij in België onder beschermende bepalingen ten aanzien van de inwoners vallen.
2° het geneeskundig getuigschrift, zoals bedoeld in artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 9 juni 1999, waarbij verklaard wordt dat niets erop wijst dat de werknemer, wegens zijn huidige gezondheidstoestand, in de nabije toekomst arbeidsongeschikt zal worden.
§ 2. In uitvoering van artikel 9, lid 4, van de Algemene verordening gegevensbescherming nemen de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden de volgende bijkomende maatregelen bij de verwerking van de gezondheidsgegevens:
1° de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens worden aangewezen door de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, de verwerker, waarbij hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de betrokken gegevens nauwkeurig wordt omschreven;
2° de lijst van de aldus aangewezen categorieën van personen wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
3° ervoor zorgen dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen.
1° het medisch attest, zoals voorzien in de wet van 15 december 1980, dat aantoont dat de werknemer niet lijdt aan een ziekte die de volksgezondheid in gevaar kan brengen, namelijk
a) de tot quarantaine aanleiding gevende ziekten vermeld in het internationaal gezondheidsreglement van de Wereldgezondheidsorganisatie, ondertekend in Genève op 23 mei 2005;
b) tuberculose van de luchtwegen, in een actief stadium of met ontwikkelingstendensen;
c) andere besmettelijke, door infectie of parasieten veroorzaakte ziekten, voor zover zij in België onder beschermende bepalingen ten aanzien van de inwoners vallen.
2° het geneeskundig getuigschrift, zoals bedoeld in artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 9 juni 1999, waarbij verklaard wordt dat niets erop wijst dat de werknemer, wegens zijn huidige gezondheidstoestand, in de nabije toekomst arbeidsongeschikt zal worden.
§ 2. In uitvoering van artikel 9, lid 4, van de Algemene verordening gegevensbescherming nemen de Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden de volgende bijkomende maatregelen bij de verwerking van de gezondheidsgegevens:
1° de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens worden aangewezen door de verwerkingsverantwoordelijke of, in voorkomend geval, de verwerker, waarbij hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de betrokken gegevens nauwkeurig wordt omschreven;
2° de lijst van de aldus aangewezen categorieën van personen wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;
3° ervoor zorgen dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen.
Art. 13. § 1er. Conformément à l'article 9 du Règlement général sur la protection des données et à l'article 9 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, les données concernant la santé telles que définies par l'article 4, point 15) du même Règlement, sont les suivantes :
1° le certificat médical, tel que visé dans la loi du 15 décembre 1980, prouvant que le travailleur n'est pas atteint d'une maladie pouvant mettre en danger la santé publique, à savoir
a) les maladies quarantenaires visées par le règlement sanitaire international de l'Organisation mondiale de la santé, signé à Genève le 23 mai 2005 ;
b) la tuberculose de l'appareil respiratoire active ou à tendance évolutive ;
c) les autres maladies infectieuses ou parasitaires contagieuses lorsqu'elles font en Belgique l'objet de dispositions de protection à l'égard des nationaux.
2° le certificat médical, comme indiqué à article 14 de l'Arreté Royal du 9 juin 1999, constatant que rien n'indique que l'état de santé actuel de l'employé, le rendra inapte au travail dans un avenir rapproché.
§ 2. En exécution de l'article 9, paragraphe 4 du Règlement général sur la protection des données, l'Office des étrangers et les autorités régionales prennent les mesures supplémentaires suivantes lors du traitement des données concernant la santé :
1° les catégories de personnes ayant accès aux données à caractère personnel, sont désignées par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant, avec une description précise de leur fonction par rapport au traitement des données visées;
2° la liste des catégories des personnes ainsi désignées est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente ;
3° veiller à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées.
1° le certificat médical, tel que visé dans la loi du 15 décembre 1980, prouvant que le travailleur n'est pas atteint d'une maladie pouvant mettre en danger la santé publique, à savoir
a) les maladies quarantenaires visées par le règlement sanitaire international de l'Organisation mondiale de la santé, signé à Genève le 23 mai 2005 ;
b) la tuberculose de l'appareil respiratoire active ou à tendance évolutive ;
c) les autres maladies infectieuses ou parasitaires contagieuses lorsqu'elles font en Belgique l'objet de dispositions de protection à l'égard des nationaux.
2° le certificat médical, comme indiqué à article 14 de l'Arreté Royal du 9 juin 1999, constatant que rien n'indique que l'état de santé actuel de l'employé, le rendra inapte au travail dans un avenir rapproché.
§ 2. En exécution de l'article 9, paragraphe 4 du Règlement général sur la protection des données, l'Office des étrangers et les autorités régionales prennent les mesures supplémentaires suivantes lors du traitement des données concernant la santé :
1° les catégories de personnes ayant accès aux données à caractère personnel, sont désignées par le responsable du traitement ou, le cas échéant, par le sous-traitant, avec une description précise de leur fonction par rapport au traitement des données visées;
2° la liste des catégories des personnes ainsi désignées est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente ;
3° veiller à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées.
Art. 14. Overeenkomstig de wet van 15 december 1980 worden de gegevens met betrekking tot de strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten die voorzien worden door artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming verwerkt:
het uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document waaruit blijkt dat de werknemer niet veroordeeld werd wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht.
De verwerking van de persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafrechtelijke inbreuken of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen wordt uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken.
De Dienst Vreemdelingenzaken stelt een lijst op van de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit.
De Dienst Vreemdelingenzaken zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen.
het uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document waaruit blijkt dat de werknemer niet veroordeeld werd wegens misdaden of wanbedrijven van gemeen recht.
De verwerking van de persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafrechtelijke inbreuken of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen wordt uitgevoerd door de Dienst Vreemdelingenzaken.
De Dienst Vreemdelingenzaken stelt een lijst op van de categorieën van personen die toegang hebben tot de persoonsgegevens, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit.
De Dienst Vreemdelingenzaken zorgt ervoor dat de aangewezen personen door een wettelijke of statutaire verplichting, of door een evenwaardige contractuele bepaling ertoe gehouden zijn het vertrouwelijk karakter van de betrokken gegevens in acht te nemen.
Art. 14. Conformément à la loi du 15 décembre 1980, les données relatives aux condamnations pénales et aux infractions prévus par l'article 10 du Règlement général sur la protection des données seront traitées :
l'extrait de casier judiciaire ou un document équivalent attestant que le travailleur n'a pas été condamné pour des crimes ou des délits de droit commun.
Le traitement des données à caractère personnel relatives aux condamnations pénales et aux infractions pénales ou aux mesures de sûreté connexes est effectué par l'Office des étrangers.
L'Office des étrangers établit une liste des catégories de personnes, ayant accès aux données à caractère personnel avec une description de leur fonction par rapport au traitement des données visées. Cette liste est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente.
L'Office des étrangers veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées.
l'extrait de casier judiciaire ou un document équivalent attestant que le travailleur n'a pas été condamné pour des crimes ou des délits de droit commun.
Le traitement des données à caractère personnel relatives aux condamnations pénales et aux infractions pénales ou aux mesures de sûreté connexes est effectué par l'Office des étrangers.
L'Office des étrangers établit une liste des catégories de personnes, ayant accès aux données à caractère personnel avec une description de leur fonction par rapport au traitement des données visées. Cette liste est tenue à la disposition de l'autorité de contrôle compétente.
L'Office des étrangers veille à ce que les personnes désignées soient tenues, par une obligation légale ou statutaire, ou par une disposition contractuelle équivalente, au respect du caractère confidentiel des données visées.
Art. 15. De gegevens van administratieve aard zijn de volgende:
1° het bewijs van de betaling van de retributie;
2° de beslissingen met betrekking tot de ontvankelijkheid van de verblijfsaanvraag met het oog op werk;
3° de beslissingen tot machtiging, weigering, intrekking of einde van het verblijf;
4° de beslissingen tot machtiging, weigering of intrekking van het werk.
1° het bewijs van de betaling van de retributie;
2° de beslissingen met betrekking tot de ontvankelijkheid van de verblijfsaanvraag met het oog op werk;
3° de beslissingen tot machtiging, weigering, intrekking of einde van het verblijf;
4° de beslissingen tot machtiging, weigering of intrekking van het werk.
Art. 15. Les données de nature administrative sont les suivantes :
1° la preuve du paiement de la redevance ;
2° les décisions relatives à la recevabilité de la demande de séjour à des fins de travail ;
3° les décisions d'autorisation, de refus, de retrait ou de fin de séjour ;
4° les décisions d'autorisation, de refus ou de retrait de travail.
1° la preuve du paiement de la redevance ;
2° les décisions relatives à la recevabilité de la demande de séjour à des fins de travail ;
3° les décisions d'autorisation, de refus, de retrait ou de fin de séjour ;
4° les décisions d'autorisation, de refus ou de retrait de travail.
HOOFDSTUK 5. - PRAKTISCHE REGELS VOOR DE INDIENING VAN DE AANVRAAG
CHAPITRE 5. - MODALITES PRATIQUES DE L'INTRODUCTION DE LA DEMANDE
Art. 16. Het portaal " Working in Belgium " stelt de aanvragers in staat om een verblijfsaanvraag met het oog op werk voor meer dan negentig dagen online in te dienen.
De technische en organisatorische modaliteiten van de werking van het portaal worden bepaald in het protocolakkoord bedoeld in artikel 1, § 3.
De technische en organisatorische modaliteiten van de werking van het portaal worden bepaald in het protocolakkoord bedoeld in artikel 1, § 3.
Art. 16. Le portail " Working in Belgium " permet aux demandeurs d'introduire en ligne une demande de séjour à des fins de travail de plus de nonante jours.
Les modalités techniques et organisationnelles du fonctionnement du portail sont définis dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
Les modalités techniques et organisationnelles du fonctionnement du portail sont définis dans le protocole d'accord visé à l'article 1er, § 3.
Art. 17. § 1. De aanvrager dient de verblijfsaanvraag met het oog op werk in door het online aanvraagformulier via het in artikel 16 bedoeld portaal in te vullen.
Het aanvraagformulier bevat de adequate inlichtingen met betrekking tot de vereiste documenten voor het indienen van een volledige verblijfsaanvraag met het oog op werk.
§ 2. Het portaal stelt de aanvrager in staat om de volgende zaken te leveren :
1° de documenten, inlichtingen en gegevens die vereist worden door de wetgeving betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
2° de documenten, inlichtingen en gegevens die vereist worden door de gewestelijke wetgeving betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° wanneer de werkgever nog niet over een ondernemingsnummer beschikt, de gegevens die nodig zijn voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel III.15 Wetboek van economisch recht
§ 3. De inlichtingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, kunnen in een andere taal beschikbaar zijn.
§ 4. Het portaal stelt de aanvragers in staat om aanvullende documenten voor het onderzoek van zijn aanvraag in te dienen, indien die geëist worden door de verwerkingsverantwoordelijken.
§ 5. De voor de aanvrager bestemde mededelingen worden naar zijn e-box of, in voorkomend geval, het elektronisch adres dat hij op het aanvraagformulier vermeld heeft gestuurd of op een andere wijze elektronisch ter beschikking gesteld.
Het aanvraagformulier bevat de adequate inlichtingen met betrekking tot de vereiste documenten voor het indienen van een volledige verblijfsaanvraag met het oog op werk.
§ 2. Het portaal stelt de aanvrager in staat om de volgende zaken te leveren :
1° de documenten, inlichtingen en gegevens die vereist worden door de wetgeving betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
2° de documenten, inlichtingen en gegevens die vereist worden door de gewestelijke wetgeving betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
3° wanneer de werkgever nog niet over een ondernemingsnummer beschikt, de gegevens die nodig zijn voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen bedoeld in artikel III.15 Wetboek van economisch recht
§ 3. De inlichtingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, kunnen in een andere taal beschikbaar zijn.
§ 4. Het portaal stelt de aanvragers in staat om aanvullende documenten voor het onderzoek van zijn aanvraag in te dienen, indien die geëist worden door de verwerkingsverantwoordelijken.
§ 5. De voor de aanvrager bestemde mededelingen worden naar zijn e-box of, in voorkomend geval, het elektronisch adres dat hij op het aanvraagformulier vermeld heeft gestuurd of op een andere wijze elektronisch ter beschikking gesteld.
Art. 17. § 1er. Le demandeur introduit la demande de séjour à des fins de travail en remplissant le formulaire de demande en ligne via le portail visé à l'article 16.
Le formulaire de demande contient les informations adéquates concernant les document requis pour introduire une demande complète de séjour à des fins de travail.
§ 2. Le portail permet au demandeur de fournir :
1° les documents, informations et données exigées par la législation relative à l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
2° les documents, informations et données exigées par la législation régionale en matière d'occupation des travailleurs étrangers ;
3° lorsque l'employeur ne dispose pas encore d'un numéro d'entreprise, les données requises pour l'inscription dans la Banque-carrefour des Entreprises visée à l'article III.15 du Code de droit économique.
§ 3. Les informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2, peuvent être disponibles dans une autre langue.
§ 4. Le portail permet aux demandeurs d'introduire des documents complémentaires à l'examen de sa demande lorsqu'ils sont exigés par les responsables du traitement.
§ 5. Les communications à l'intention du demandeur sont envoyées sur son e-box ou, le cas échéant, à l'adresse électronique qu'il a communiquée dans le formulaire de demande ou sont mises à disposition de manière électronique par un autre biais.
Le formulaire de demande contient les informations adéquates concernant les document requis pour introduire une demande complète de séjour à des fins de travail.
§ 2. Le portail permet au demandeur de fournir :
1° les documents, informations et données exigées par la législation relative à l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ;
2° les documents, informations et données exigées par la législation régionale en matière d'occupation des travailleurs étrangers ;
3° lorsque l'employeur ne dispose pas encore d'un numéro d'entreprise, les données requises pour l'inscription dans la Banque-carrefour des Entreprises visée à l'article III.15 du Code de droit économique.
§ 3. Les informations visées au paragraphe 1er, alinéa 2, peuvent être disponibles dans une autre langue.
§ 4. Le portail permet aux demandeurs d'introduire des documents complémentaires à l'examen de sa demande lorsqu'ils sont exigés par les responsables du traitement.
§ 5. Les communications à l'intention du demandeur sont envoyées sur son e-box ou, le cas échéant, à l'adresse électronique qu'il a communiquée dans le formulaire de demande ou sont mises à disposition de manière électronique par un autre biais.
HOOFDSTUK 6. - ONT.V.A.NGERS
CHAPITRE 6. - DESTINATAIRES
Art. 18. Overeenkomstig artikel 34 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 en de artikelen 10, 18, 29, 41, 52 en 59 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 worden de beslissingen, wanneer de onderdaan van een derde land tot een verblijf en tot werk gemachtigd wordt, op elektronische wijze meegedeeld aan de Belgische diplomatieke posten en de gemeentebesturen.
Art. 18. Conformément à l'article 34 de l'accord de coopération du 2 février 2018 et aux articles 10, 18, 29, 41, 52 et 59 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, lorsque le ressortissant de pays tiers est autorisé au séjour et au travail, les décisions sont communiquées par voie électronique aux postes diplomatiques belges et aux administrations communales.
Art. 19. Wanneer de onderdaan van een derde land een beroep indient tegen een negatieve beslissing die door de Dienst Vreemdelingenzaken genomen werd, overeenkomstig artikel 38 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, worden zijn gegevens aan de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen doorgegeven.
Art. 19. Lorsque le ressortissant de pays tiers introduit un recours à l'encontre d'une décision négative prise par l'Office des étrangers conformément à l'article 38 de l'accord de coopération du 2 février 2018, ses données sont transmises au Conseil du contentieux des étrangers.
Art. 20. Wanneer de aanvrager een beroep indient tegen een beslissing tot onontvankelijkheid van de verblijfsaanvraag met het oog op werk, overeenkomstig artikel 37 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, worden de gegevens aan de Raad van State doorgegeven.
Art. 20. Lorsque le demandeur introduit un recours à l'encontre d'une décision d'irrecevabilité de la demande de séjour à des fins de travail conformément à l'article 37 de l'accord de coopération du 2 février 2018, les données sont transmises au Conseil d'Etat.
Art. 21. Wanneer de aanvrager een administratief cassatieberoep indient, overeenkomstig de artikelen 37 en 38 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, worden de gegevens aan de Raad van State doorgegeven.
Art. 21. Lorsque le demandeur introduit un recours en cassation administrative conformément aux articles 37 et 38 de l'accord de coopération du 2 février 2018, les données sont transmises au Conseil d'Etat.
Art. 22. Overeenkomstig hoofdstuk IV, afdelingen 3 en 5 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 worden de bevoegde overheden via het elektronisch platform geïnformeerd wanneer de bevoegde overheden een negatieve beslissing nemen.
De kennisgeving van integrale beslissingen tot weigering en einde van het verblijf gebeurt enkel aan de betrokken onderdanen van een derde land, volgens de modaliteiten bepaald bij artikel 62, § 3 van de wet van 15 december 1980. Het individueel elektronisch dossier preciseert enkel dat een negatieve beslissing genomen werd.
De kennisgeving van integrale beslissingen tot weigering en einde van het verblijf gebeurt enkel aan de betrokken onderdanen van een derde land, volgens de modaliteiten bepaald bij artikel 62, § 3 van de wet van 15 december 1980. Het individueel elektronisch dossier preciseert enkel dat een negatieve beslissing genomen werd.
Art. 22. Conformément au chapitre IV, sections 3 et 5 de l'accord de coopération du 2 février 2018, lorsque une décision négative est prise par les autorités compétentes, les autorités concernées sont informées par le biais de la plateforme électronique.
La notification des décisions intégrales de refus de séjour et de fin de séjour est faite exclusivement aux ressortissants de pays tiers concernés, selon les modalités prévues par l'article 62, § 3 de la loi de 15 décembre 1980. Le dossier individuel électronique précise uniquement qu'une décision négative a été prise.
La notification des décisions intégrales de refus de séjour et de fin de séjour est faite exclusivement aux ressortissants de pays tiers concernés, selon les modalités prévues par l'article 62, § 3 de la loi de 15 décembre 1980. Le dossier individuel électronique précise uniquement qu'une décision négative a été prise.
HOOFDSTUK 7. - RAADPLEGING
CHAPITRE 7. - CONSULTATION
Art. 23. Met het oog op raadpleging hebben de diensten, bedoeld in artikel 8 van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden en artikel 22 van het koninklijk besluit van 2 september 2018 houdende de uitvoering van de wet van 9 mei 2018 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, toegang tot de door de gewestelijke overheden genomen beslissingen en de informatie bedoeld in artikel 22, tweede lid, die nuttig zijn voor de controle op het respect voor de wetgeving waarmee ze belast zijn.
Art. 23. Aux fins de consultation, les services, visés à l'article 8 de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour et à l'article 22 de l'arrêté royal du 2 septembre 2018 portant exécution de la loi du 9 mai 2018 relative à l'occupation de ressortissants étrangers se trouvant dans une situation particulière de séjour, ont accès au dossier de demande, aux décisions prises par les autorités régionales et à l'information visée à l'article 22, alinéa 2, utiles au contrôle du respect de la législation dont ils sont chargés.
Art. 24. Met het oog op de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning dat voorzien wordt in artikel 14 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 heeft de territoriaal bevoegde gewestelijke overheid toegang tot het aanvraagdossier dat bij elke andere gewestelijke overheid werd ingediend en tot de beslissingen die die overheid genomen heeft.
Art. 24. Aux fins de l'application du principe de reconnaissance mutuelle prévue à l'article 14 de l'accord de coopération du 2 février 2018, l'autorité régionale territorialement compétente a accès au dossier de demande introduit auprès de toute autre autorité régionale ainsi qu'aux décisions qu'elle a prises.
HOOFDSTUK 8. - BEWARINGSDUUR VAN DE GEGEVENS
CHAPITRE 8. - DUREE DE CONSERVATION DES DONNEES
Art. 25. § 1. Om de opvolging van de verblijfsaanvraag met het oog op werk te verzekeren wordt elk aanvraagdossier op het elektronisch platform bewaard gedurende:
1° op zijn minst de geldigheidsduur van de machtiging tot verblijf met het oog op werk of de vernieuwing van deze machtiging;
2° tien jaar, vanaf de indiening van de aanvraag, wanneer de machtigingen tot verblijf en de arbeidsvergunningen toegekend zijn;
3° vijf jaar, vanaf de beslissing tot weigering van de aanvraag of tot intrekking ;
4° een jaar na de verjaring van alle acties die onder de bevoegheid van de verwerkingsverantwoordelijken vallen, en, in voorkomend geval, de definitieve stopzetting van de administratieve procedures en beroepen.
§ 2. Wanneer de bewaringsperiode verstrijkt, wordt het aanvraagdossier automatisch van het elektronisch platform verwijderd.
1° op zijn minst de geldigheidsduur van de machtiging tot verblijf met het oog op werk of de vernieuwing van deze machtiging;
2° tien jaar, vanaf de indiening van de aanvraag, wanneer de machtigingen tot verblijf en de arbeidsvergunningen toegekend zijn;
3° vijf jaar, vanaf de beslissing tot weigering van de aanvraag of tot intrekking ;
4° een jaar na de verjaring van alle acties die onder de bevoegheid van de verwerkingsverantwoordelijken vallen, en, in voorkomend geval, de definitieve stopzetting van de administratieve procedures en beroepen.
§ 2. Wanneer de bewaringsperiode verstrijkt, wordt het aanvraagdossier automatisch van het elektronisch platform verwijderd.
Art. 25.. § 1er. Afin d'assurer le suivi de la demande de séjour à des fins de travail, chaque dossier de demande est conservé dans la plateforme électronique pendant :
1° au moins la durée de validité de l'autorisation de séjour à des fins de travail ou de son renouvellement ;
2° dix ans à compter de l'introduction de la demande lorsque les autorisations de séjour et de travail sont accordées ;
3° cinq ans à compter de la décision de refus de la demande ou de retrait;
4° un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence des responsables de traitement, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours administratifs.
§ 2. A l'expiration de la période de conservation, le dossier de demande est automatiquement effacé de la plateforme électronique.
1° au moins la durée de validité de l'autorisation de séjour à des fins de travail ou de son renouvellement ;
2° dix ans à compter de l'introduction de la demande lorsque les autorisations de séjour et de travail sont accordées ;
3° cinq ans à compter de la décision de refus de la demande ou de retrait;
4° un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence des responsables de traitement, et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours administratifs.
§ 2. A l'expiration de la période de conservation, le dossier de demande est automatiquement effacé de la plateforme électronique.
HOOFDSTUK 9. - RECHT VAN DE BETROKKENEN
CHAPITRE 9. - DROIT DES PERSONNES CONCERNEES
Art. 26. De rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens worden vermeld op het online aanvraagformulier bedoeld in artikel 17, § 1.
Het aanvraagformulier bevat de inlichtingen vermeld in artikel 13 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Het aanvraagformulier bevat de inlichtingen vermeld in artikel 13 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Art. 26. Les droits liés au traitement des données à caractère personnel sont indiqués sur le formulaire de demande en ligne visé à l'article 17, § 1er.
Le formulaire de demande contient les informations mentionées à article 13 du Règlement général sur la protection des données.
Le formulaire de demande contient les informations mentionées à article 13 du Règlement général sur la protection des données.
Art. 27. § 1. Wat de verwerking van persoonsgegevens betreft, beschikken de betrokkenen over het recht op rectificatie van de hen betreffende onjuiste persoonsgegevens, overeenkomstig artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming, evenals het recht tot toegang tot hun persoonsgegevens overeenkomstig artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en het recht op beperking van de verwerking overeenkomst artikel 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
§ 2. De gewestelijke overheden geven een antwoord of nemen de noodzakelijke maatregelen na een in paragraaf 1 bedoelde aanvraag, wanneer deze aanvraag betrekking heeft op een verwerking in het kader van de toekenning van een toelating tot arbeid.
§ 3. De Dienst Vreemdelingenzaken antwoordt of neemt de noodzakelijke maatregelen na een in paragraaf 1 bedoelde aanvraag, wanneer deze aanvraag betrekking heeft op een verwerking in het kader van de toekenning van een machtiging tot verblijf.
§ 4. De gewestelijke overheden en de Dienst Vreemdelingenzaken geven zo snel mogelijk, en in ieder geval binnen een termijn van een maand, vanaf de ontvangst van de aanvraag tot rectificatie, een gedateerd ontvangstbewijs af aan de indiener van de aanvraag.
§ 2. De gewestelijke overheden geven een antwoord of nemen de noodzakelijke maatregelen na een in paragraaf 1 bedoelde aanvraag, wanneer deze aanvraag betrekking heeft op een verwerking in het kader van de toekenning van een toelating tot arbeid.
§ 3. De Dienst Vreemdelingenzaken antwoordt of neemt de noodzakelijke maatregelen na een in paragraaf 1 bedoelde aanvraag, wanneer deze aanvraag betrekking heeft op een verwerking in het kader van de toekenning van een machtiging tot verblijf.
§ 4. De gewestelijke overheden en de Dienst Vreemdelingenzaken geven zo snel mogelijk, en in ieder geval binnen een termijn van een maand, vanaf de ontvangst van de aanvraag tot rectificatie, een gedateerd ontvangstbewijs af aan de indiener van de aanvraag.
Art. 27. § 1er. En ce qui concerne le traitement des données personnelles, les personnes concernées bénéficient du droit de rectification des données personnelles incorrectes les concernant conformément à l'article 16 du Règlement général sur la protection des données, ainsi que le droit d'accéder à leurs données personnelles conformément à article 15 du Règlement général sur la protection des données et le droit à la limitation du traitement conformément à l'article 18 Règlement général sur la protection des données .
§ 2. Les autorités régionales répondent ou prennent les mesures nécessaires à la suite d'une demande visée au paragraphe 1er lorsque cette demande concerne un traitement dans le cadre de l'octroi d'une autorisation de travail.
§ 3. L'Office des étrangers répond ou prend les mesures nécessaires à la suite d'une demande visée au paragraphe 1er lorsque cette demande concerne un traitement dans le cadre de l'octroi d'une autorisation de séjour.
§ 4. Les autorités régionales et l'Office des étrangers délivrent dans les meilleurs délais et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande de rectification un accusé de réception daté à l'auteur de la demande.
§ 2. Les autorités régionales répondent ou prennent les mesures nécessaires à la suite d'une demande visée au paragraphe 1er lorsque cette demande concerne un traitement dans le cadre de l'octroi d'une autorisation de travail.
§ 3. L'Office des étrangers répond ou prend les mesures nécessaires à la suite d'une demande visée au paragraphe 1er lorsque cette demande concerne un traitement dans le cadre de l'octroi d'une autorisation de séjour.
§ 4. Les autorités régionales et l'Office des étrangers délivrent dans les meilleurs délais et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande de rectification un accusé de réception daté à l'auteur de la demande.
Art. 28. Aangezien de verwerking van persoonsgegevens die in het kader van dit uitvoerend samenwerkingsakkoord wordt uitgevoerd noodzakelijk is voor het nakomen van een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijken rust en voor het vervullen van een opdracht die onder de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de Dienst Vreemdelingenzaken is verleend valt, kunnen de betrokkenen het recht op gegevenswissing dat voorzien wordt door artikel 17, paragraaf 3, punt b), van de Algemene verordening gegevensbescherming niet inroepen.
Art. 28. Le traitement de données à caractère personnel effectué dans le cadre du présent accord de coopération d'exécution étant nécessaire au respect d'une obligation légale auquel les responsables du traitement sont soumis et à l'exécution d'une mission relevant de l'exercice de l'autorité publique dont est investi l'Office des étrangers, les personnes concernées ne peuvent invoquer le droit à l'effacement des données, tel que prévu à l'article 17, paragraphe 3, point b), du Règlement général sur la protection des données.
HOOFDSTUK 10. - BEHEERSCOMITE
CHAPITRE 10. - COMITE DE GESTION
Art. 29. Er wordt een beheerscomité gevormd dat samengesteld is uit vertegenwoordigers die worden aangeduid door :
1° de Dienst Vreemdelingenzaken;
2° de gewestelijke overheden;
3° de RSZ.
Het Beheerscomité onderzoekt elke vraag met betrekking tot de werking van het elektronisch platform en de toepassing van dit akkoord.
De praktische modaliteiten voor het houden van vergaderingen van het Beheerscomité worden door een huishoudelijk reglement vastgelegd.
1° de Dienst Vreemdelingenzaken;
2° de gewestelijke overheden;
3° de RSZ.
Het Beheerscomité onderzoekt elke vraag met betrekking tot de werking van het elektronisch platform en de toepassing van dit akkoord.
De praktische modaliteiten voor het houden van vergaderingen van het Beheerscomité worden door een huishoudelijk reglement vastgelegd.
Art. 29. Il est institué un comité de gestion composé des représentants désignés par :
1° l'Office des étrangers ;
2° les autorités régionales ;
3° l'ONSS.
Le Comité de gestion examine toute question relative au fonctionnement de la plateforme électronique et concernant l'application du présent accord.
Les modalités pratiques de la tenue de réunions du Comité de gestion sont établies par un règlement d'ordre intérieur.
1° l'Office des étrangers ;
2° les autorités régionales ;
3° l'ONSS.
Le Comité de gestion examine toute question relative au fonctionnement de la plateforme électronique et concernant l'application du présent accord.
Les modalités pratiques de la tenue de réunions du Comité de gestion sont établies par un règlement d'ordre intérieur.
HOOFDSTUK 11. - STATISTIEKEN
CHAPITRE 11. - STATISTIQUES
Art. 30. Overeenkomstig de Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers is de Dienst Vreemdelingenzaken belast met het doorgeven aan de Europese Commissie van de statistieken met betrekking tot de afgifte, de weigering of de intrekking van de volgende verblijfsvergunningen:
1° de Europese blauwe kaarten, overeenkomstig artikel 20 van de richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
2° de gecombineerde vergunningen, overeenkomstig artikel 15, lid 2, van de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven;
3° de visa lang verblijf en de vergunningen voor seizoenarbeiders, overeenkomstig artikel 26 van de richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider;
4° de vergunningen voor personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst en de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit, overeenkomstig artikel 24 van de richtlijn 20014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
5° de vergunningen voor onderzoekers, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit, de vergunningen voor stagiairs, de vergunningen voor vrijwilligers in het kader van Europees vrijwilligerswerk, overeenkomstig artikel 38 van de richtlijn 2016/801/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
De gegevens die niet in een authentieke bron voorkomen, kunnen van het elektronisch platform worden gehaald.
1° de Europese blauwe kaarten, overeenkomstig artikel 20 van de richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
2° de gecombineerde vergunningen, overeenkomstig artikel 15, lid 2, van de richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven;
3° de visa lang verblijf en de vergunningen voor seizoenarbeiders, overeenkomstig artikel 26 van de richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider;
4° de vergunningen voor personen die binnen een onderneming worden overgeplaatst en de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit, overeenkomstig artikel 24 van de richtlijn 20014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming;
5° de vergunningen voor onderzoekers, de vergunningen voor lange-termijnmobiliteit, de vergunningen voor stagiairs, de vergunningen voor vrijwilligers in het kader van Europees vrijwilligerswerk, overeenkomstig artikel 38 van de richtlijn 2016/801/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
De gegevens die niet in een authentieke bron voorkomen, kunnen van het elektronisch platform worden gehaald.
Art. 30. En application du Règlement (CE) n° 862/2007 du Parlement européen et du Conseil du 11 juillet 2007 relatif aux statistiques communautaires sur la migration internationale, et abrogeant le règlement (CEE) n° 311/76 du Conseil relatif à l'établissement de statistiques concernant les travailleurs étrangers, l'Office des étrangers est chargé de la transmission à la Commission européenne des statistiques relatives à la délivrance, au refus ou au retrait des permis de séjour suivants:
1° les cartes bleues européennes, conformément à l'article 20 de la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié ;
2° les permis uniques, conformément à l'article 15, paragraphe 2, de la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre ;
3° les visas de long séjour et les permis pour travailleur saisonnier, conformément à l'article 26 de la directive 2014/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier ;
4° les permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et les permis pour mobilité de longue durée, conformément à l'article 24 de la directive 2014/66/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe ;
5° les permis pour chercheur, les permis pour mobilité de longue durée, les permis pour stagiaire, les permis pour volontaire dans le cadre du service volontaire européen, conformément à l'article 38 de la directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échanges d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Les données qui ne figurent pas dans une source authentique peuvent être extraites de la plateforme électronique.
1° les cartes bleues européennes, conformément à l'article 20 de la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié ;
2° les permis uniques, conformément à l'article 15, paragraphe 2, de la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre ;
3° les visas de long séjour et les permis pour travailleur saisonnier, conformément à l'article 26 de la directive 2014/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier ;
4° les permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et les permis pour mobilité de longue durée, conformément à l'article 24 de la directive 2014/66/UE du Parlement européen et du Conseil du 25 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe ;
5° les permis pour chercheur, les permis pour mobilité de longue durée, les permis pour stagiaire, les permis pour volontaire dans le cadre du service volontaire européen, conformément à l'article 38 de la directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échanges d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Les données qui ne figurent pas dans une source authentique peuvent être extraites de la plateforme électronique.
Art. 31. De Dienst Vreemdelingenzaken en de gewestelijke overheden kunnen de statistische gegevens met betrekking tot de federale en gewestelijke administratieve procedures inzake de toekenning, de weigering of de intrekking van de in artikel 30 bedoelde verblijfsvergunningen op het elektronisch platform raadplegen.
Art. 31. L'Office des étrangers et les autorités régionales peuvent consulter dans la plateforme électronique les données statistiques relatives aux procédures administratives fédérales et régionales concernant l'octroi, le refus ou le retrait des permis de séjour visés à l'article 30.
HOOFDSTUK 12. - VERDELING VAN DE KOSTEN
CHAPITRE 12. - REPARTITION DES COUTS
Art. 32. § 1. Met het oog op de uitvoering van dit akkoord nemen de partijen de volgende kosten ten laste:
1° de technische ontwikkeling van het elektronisch platform;
2° het onderhoud van het elektronisch platform.
§ 2. De in paragraaf 1, 1° bedoelde kosten worden op basis van de volgende verdeelsleutel verdeeld:
1° Voor de Federale Staat : 63 % ;
2° Voor de gewestelijke overheden : 37%, waaronder ;
a) voor het Waals Gewest : 13%
b) voor het Vlaams Gewest : 52%
c) voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 34%
d) voor de Duitstalige Gemeenschap : 1%
§ 3. De in paragraaf 1, 2° bedoelde kosten worden op basis van de volgende verdeelsleutel verdeeld:
1° Voor de Federale Staat : 63 % ;
2° Voor de gewestelijke overheden : 37%, waaronder ;
a) voor het Waals Gewest : 11%
b) voor het Vlaams Gewest : 51%
c) voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 37%
d) voor de Duitstalige Gemeenschap : 1%
§ 4. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt de kosten van de technische ontwikkeling voor de Federale Staat ten laste.
De RSZ neemt de kosten van het onderhoud van het elektronisch platform voor de Federale Staat ten laste.
1° de technische ontwikkeling van het elektronisch platform;
2° het onderhoud van het elektronisch platform.
§ 2. De in paragraaf 1, 1° bedoelde kosten worden op basis van de volgende verdeelsleutel verdeeld:
1° Voor de Federale Staat : 63 % ;
2° Voor de gewestelijke overheden : 37%, waaronder ;
a) voor het Waals Gewest : 13%
b) voor het Vlaams Gewest : 52%
c) voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 34%
d) voor de Duitstalige Gemeenschap : 1%
§ 3. De in paragraaf 1, 2° bedoelde kosten worden op basis van de volgende verdeelsleutel verdeeld:
1° Voor de Federale Staat : 63 % ;
2° Voor de gewestelijke overheden : 37%, waaronder ;
a) voor het Waals Gewest : 11%
b) voor het Vlaams Gewest : 51%
c) voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 37%
d) voor de Duitstalige Gemeenschap : 1%
§ 4. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt de kosten van de technische ontwikkeling voor de Federale Staat ten laste.
De RSZ neemt de kosten van het onderhoud van het elektronisch platform voor de Federale Staat ten laste.
Art. 32. § 1er. Aux fins de l'exécution du présent accord, les parties prennent en charge les coûts suivants:
1° le développement technique de la plateforme électronique ;
2° la maintenance de la plateforme électronique.
§ 2. Les coûts visés au paragraphe 1er, 1° sont divisés selon la clé de répartition suivante :
1° Pour l'Etat fédéral : 63%
2° Pour les autorités régionales : 37%, dont ;
a) pour la Région Wallonne : 13% ;
b) pour la Région Flamande : 52% ;
c) pour la Région Bruxelles-Capitale : 34% ;
d) pour la communauté Germanophone : 1%.
§ 3. Les coûts visés au paragraphe 1er, 2° sont divisés selon la clé de répartition suivante :
1° Pour l'Etat fédéral : 63 % ;
2° Pour les autorités régionales : 37%, dont ;
a) pour la Région Wallonne : 11% ;
b) pour la Région flamande : 51% ;
c) pour la Région de Bruxelles-Capitale : 37% ;
d) pour la Communauté Germanophone : 1%.
§ 4. En ce qui concerne les coûts pour l'Etat fédéral du développement technique, l'Office des Etrangers prendra ces coûts en charge.
En ce qui concerne les coûts pour l'Etat fédéral de la maintenance de la plateforme électronique, l'O.N.S.S. prendra ces coûts en charge.
1° le développement technique de la plateforme électronique ;
2° la maintenance de la plateforme électronique.
§ 2. Les coûts visés au paragraphe 1er, 1° sont divisés selon la clé de répartition suivante :
1° Pour l'Etat fédéral : 63%
2° Pour les autorités régionales : 37%, dont ;
a) pour la Région Wallonne : 13% ;
b) pour la Région Flamande : 52% ;
c) pour la Région Bruxelles-Capitale : 34% ;
d) pour la communauté Germanophone : 1%.
§ 3. Les coûts visés au paragraphe 1er, 2° sont divisés selon la clé de répartition suivante :
1° Pour l'Etat fédéral : 63 % ;
2° Pour les autorités régionales : 37%, dont ;
a) pour la Région Wallonne : 11% ;
b) pour la Région flamande : 51% ;
c) pour la Région de Bruxelles-Capitale : 37% ;
d) pour la Communauté Germanophone : 1%.
§ 4. En ce qui concerne les coûts pour l'Etat fédéral du développement technique, l'Office des Etrangers prendra ces coûts en charge.
En ce qui concerne les coûts pour l'Etat fédéral de la maintenance de la plateforme électronique, l'O.N.S.S. prendra ces coûts en charge.
HOOFDSTUK 13. - INWERKINGTREDING
CHAPITRE 13. - ENTREE EN VIGUEUR
Art. 33. Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 33. Le présent accord de coopération entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.