Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 DECEMBER 2020. - Decreet houdende de wetgevende aanpassingen met het oog op de overname van de dienst van de onroerende voorheffing door het Waalse Gewest
Titre
17 DECEMBRE 2020. - Décret portant les adaptations législatives en vue de la reprise du service du précompte immobilier par la Région wallonne
Documentinformatie
Info du document
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Uitbreiding van het toepassingsgebied van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen op de aangelegenheid van de onroerende voorheffing
CHAPITRE Ier. - Extension du champ d'application du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes à la matière du précompte immobilier
Artikel 1. Het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen is van toepassing op de onroerende voorheffing.
Article 1er. Le décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes est applicable au précompte immobilier.
HOOFDSTUK II. - Wijziging in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE II. - Modification du Code des impôts sur les revenus 1992
Art.2. In artikel 251 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt het woord "Koning" vervangen door de woorden "Waalse Regering".
Art.2. Dans l'article 251 du Code des impôts sur les revenus 1992, le mot " Roi " est remplacé par les mots " Gouvernement wallon ".
HOOFDSTUK III. - Wijziging in het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen
CHAPITRE III. - Modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes
Art.3. In artikel 5, § 1, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt, in de Franse versie, het woord "extraits" vervangen door de woorden "avertissements-extraits".
Art.3. Dans l'article 5, § 1er, du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, modifié par le décret du 30 avril 2009, le mot " extraits " est remplacé par les mots " avertissements-extraits ".
Art.4. Artikel 17bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2007 en laatst gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt :
  " § 4. Inzake de onroerende voorheffing worden de onroerende goederen die onder dezelfde belastingeenheid vallen met een gezamenlijk kadastraal inkomen lager dan vijftien euro niet ingekohierd. Een belastingeenheid wordt gevormd door de gezamenlijke percelen van een kadastrale afdeling gebonden aan dezelfde belastingplichtige of gezamenlijke belastingplichtigen die dezelfde zakelijke rechten op de betrokken goederen hebben.".
Art.4. L'article 17bis du même décret, inséré par le décret du 22 mars 2007 et modifié en dernier lieu par le décret du 12 décembre 2014, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. En matière de précompte immobilier, les biens immobiliers appartenant à la même unité d'imposition ayant ensemble un revenu cadastral inférieur à quinze euros, ne sont pas enrôlés. Une unité d'imposition rassemble l'ensemble des parcelles d'une division cadastrale attachées au même redevable ou ensemble de redevables ayant les mêmes droits réels sur les biens concernés. ".
Art.5. Artikel 18bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt :
  " § 4. Belastingen in de onroerende voorheffing voor een onroerend goed dat eigendom is van meerdere eigenaren in onverdeeldheid worden op de naam van één of meerdere eigenaren in het kohier ingeschreven, gevolgd door de woorden "in onverdeeldheid".
Art.5. L'article 18bis du même décret, inséré par le décret du 10 décembre 2009, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les impositions au précompte immobilier afférentes à un immeuble appartenant à plusieurs propriétaires en indivision sont portées au rôle au nom d'un ou plusieurs propriétaires, suivi des mots " en indivision ". ".
Art.6. In artikel 19, lid 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 22 maart 2007 en 10 december 2009, wordt er, tussen het eerste en het tweede streepje, een nieuw streepje ingevoegd, luidend als volgt:
  " - voor de onroerende voorheffing, het jaartal van het jaar waarvan de inkomsten als grondslag voor bedoelde voorheffing dienen;".
Art.6. Dans l'article 19, alinéa 2, du même décret, modifié par les décrets des 22 mars 2007 et 10 décembre 2009, il est inséré, entre le 1er et le 2e tiret, un nouveau tiret, rédigé comme suit :
  " - pour le précompte immobilier, le millésime de l'année dont les revenus servent de base audit précompte; ".
Art.7. In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 december 2009 en 28 november 2018, worden het tweede en het derde lid vervangen door drie leden, luidend als volgt :
  "De belasting of belastingtoeslag kan vanaf 1 januari van het aanslagjaar evenwel gedurende drie jaar gevestigd worden in het geval van :
  - belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot rechtzetting van de aangifte;
  - belastingen die het voorwerp zijn van een procedure tot aanslag van ambtswege;
  - belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, b., voorzover ze niet betaald worden binnen de termijn bepaald bij de wetgeving die van toepassing is;
  - de Waalse belasting op het achterlaten van afval;
  - belastingen bedoeld in artikel 17bis, § 1, c) en d);
  - onroerende voorheffing.
  Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij een overtreding van de wetgeving tot vestiging van de belasting, gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.
  In afwijking van het derde lid wordt deze termijn met vier jaar verlengd bij een overtreding van de wettelijke en reglementaire bepalingen tot vestiging van de onroerende voorheffing, gepleegd met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden.".
Art.7. Dans l'article 20 du même décret, modifié par les décrets des 10 décembre 2009 et 28 novembre 2013, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Toutefois, la taxe ou le supplément de taxe peut être établi pendant trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition dans le cas où il s'agit :
  - de taxes visées par une procédure de rectification de la déclaration ;
  - de taxes visées par une procédure de taxation d'office ;
  - de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, b., dans la mesure où elles ne sont pas payées dans le délai prévu par la législation applicable ;
  - de la taxe wallonne sur l'abandon de déchets ;
  - de taxes visées à l'article 17bis, § 1er, c) et d) ;
  - de précompte immobilier.
  Ce délai est prolongé de deux ans en cas d'infraction à la législation qui établit la taxe, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire.
  Par dérogation à l'alinéa 3, ce délai est prolongé de quatre ans en cas d'infraction aux dispositions légales et réglementaires qui établissent le précompte immobilier, commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire. ".
Art.8. Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 21. § 1. Zodra de kohieren uitvoerbaar zijn verklaard, wordt er, door het verzenden van aanslagbiljetten, van de kohieruittreksels kennis gegeven aan de betrokken belastingplichtigen.
  § 2. Wanneer de onroerende voorheffing in het kohier wordt ingeschreven ter uitvoering van artikel 18bis, § 4, wordt van het aanslagbiljet waarvan overeenkomstig het eerste lid kennis wordt gegeven aan de deelgenoot die bij naam in het kohier wordt vernoemd, in afschrift, kennis gegeven aan elke deelgenoot die niet bij naam in het kohier wordt vernoemd wanneer dat door minstens één van de deelgenoten aangevraagd wordt.".
Art.8. L'article 21 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. § 1er. Aussitôt que les rôles sont rendus exécutoires, il en est notifié des extraits aux redevables intéressés par l'envoi d'avertissements-extraits de rôle.
  § 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, l'avertissement-extrait de rôle notifié conformément à alinéa 1er à l'indivisaire nommément repris au rôle est également notifié en copie à chaque indivisaire non nommément repris au rôle dès lors que l'un des indivisaires au moins en a fait la demande. ".
Art.9. In artikel 25 van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 10 december 2009 en gewijzigd bij het decreet van 28 november 2013, wordt, tussen het tweede en het derde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "Bij een belasting in de onroerende voorheffing als bedoeld in artikel 18bis, § 4, wordt het gemotiveerd bezwaarschrift, ingediend door een in het kohier niet bij naam vernoemde deelgenoot die overeenkomstig artikel 21, § 2, of artikel 35, § 2, een afschrift gekregen heeft van het aanslagbiljet, uiterlijk ingediend binnen de zes maanden van de ingangsdatum zoals deze berekend wordt overeenkomstig artikel 5, § 3, van de kennisgeving van genoemd afschrift.".
Art.9. Dans l'article 25 du même décret, remplacé par le décret du 10 décembre 2009 et modifié par le décret du 28 novembre 2013, il est inséré, entre les alinéas 2 et 3, un nouvel alinéa rédigé comme suit :
  " Dans le cas d'une imposition au précompte immobilier visée à l'article 18bis, § 4, la réclamation motivée introduite par un indivisaire non nommément repris au rôle qui a reçu une copie de l'avertissement-extrait de rôle conformément à l'article 21, § 2, ou à l'article 35, § 2, est présentée au plus tard dans les six mois de la date d'effet, telle que calculée conformément à l'article 5, § 3, de la notification de cette copie. ".
Art.10. Artikel 27 van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 17 januari 2008 en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 27. Tenzij vooraf een ontvankelijk bezwaar is ingediend en de aanvraag tot ontheffing op dezelfde elementen en gronden als het bezwaar berust, staat de door de Regering aangewezen ambtenaar de ontheffing toe van de belastingen die een hoger bedrag inhouden dan het wettelijk verschuldigde bedrag, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, die toe te schrijven zijn aan een onjuiste toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende de berekening van het bedrag van de verschuldigde belasting, zoals o.a. materiële vergissingen, dubbele heffingen, het niet in aanmerking nemen van een vrijstelling of een eventuele toepasselijke belastingsvermindering, het opduiken van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige, alsmede door de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren, op voorwaarde dat bedoelde overbelastingen door de administratie vastgesteld zijn of door de belastingplichtige, alsmede door de persoon op wiens goederen de belasting wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, aan de administratie gemeld zijn :
  1° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar waarin de belasting is gevestigd, in het geval van de ten kohiere gebrachte belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing, waarvoor die termijn op vijf jaar wordt gebracht;
  2° binnen drie jaar, te rekenen van 1 januari van het aanslagjaar van de belasting waarvan de ontheffing wordt aangevraagd, in het geval van geïnde belastingen die niet in een kohier zijn opgenomen.
  In afwijking van het eerste lid, kent de ambtenaar, aangewezen door de Regering, voor wat betreft de vrijstellingen van de onroerende voorheffing en onverminderd de daarvoor bepaalde voorwaarden inzake vormvereisten en procedures de ontheffing van de belastingen toe voor een som die hoger is dan de wettelijk verschuldigde som, geïnd overeenkomstig artikel 17bis, § 1, voortvloeiend uit het niet in aanmerking nemen van deze vrijstellingen van de onroerende voorheffing, enkel als ze het gevolg zijn van materiële fouten, dubbele heffingen of als ze opduiken in het licht van bewijskrachtige nieuwe stukken of feiten welke de belastingplichtige om wettige redenen pas laattijdig heeft kunnen voorleggen of aanvoeren. ".
Art.10. L'article 27, du même décret, remplacé par le décret du 17 janvier 2008 et modifié par le décret du 10 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 27. Sauf lorsqu'une réclamation recevable a été précédemment déposée et que la demande de dégrèvement repose sur les mêmes éléments et motivations que cette réclamation, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde le dégrèvement des taxes représentant une somme supérieure à celle qui est légalement due, perçues en application de l'article 17bis, § 1er, résultant d'une application inexacte des dispositions légales afférentes au calcul du montant de l'impôt dû, telles que notamment les erreurs matérielles, les doubles emplois, les défauts de prise en compte d'une exonération ou réduction de taxe éventuellement applicable, l'apparition de documents ou faits nouveaux probants dont la production ou l'allégation tardive par le redevable, ainsi que par la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, est justifiée par de justes motifs, à condition que ces surtaxes aient été constatées par l'administration ou signalées par le redevable, ainsi que par la personne sur les biens de laquelle la taxe est mise en recouvrement conformément à l'article 35ter, à celle-ci, soit :
  1° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'année au cours de laquelle la taxe est établie, dans le cas des taxes enrôlées, à l'exception du précompte immobilier pour lequel ce délai est porté à cinq ans ;
  2° dans les trois ans à partir du 1er janvier de l'exercice d'imposition auquel appartient l'impôt dont le dégrèvement est demandé, dans le cas des taxes perçues sans avoir été reprises dans un rôle.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, pour ce qui concerne les exonérations de précompte immobilier et sans préjudice des conditions formelles et procédurales qui y sont prévues, le fonctionnaire désigné par le Gouvernement accorde le dégrèvement des taxes représentant une somme supérieure à celle qui est légalement due, perçues en application de l'article 17bis, § 1er, résultant du défaut de prise en compte de ces exonérations de précompte immobilier, uniquement si elles sont la conséquence d'erreurs matérielles, de doubles emplois ou qu'elles apparaissent à la lumière de documents ou faits nouveaux probants dont la production ou l'allégation tardive par le redevable est justifiée par de justes motifs. ".
Art.11. Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt vervangen door hetgeen volgt :
  " Art. 35. § 1. Indien de belasting, de boete en de eisbare interest niet betaald worden, kan de ambtenaar die belast is met de invordering van belastingvorderingen ten gunste van het Waalse Gewest, hierna de ontvanger genoemd, een dwangschrift afleveren.
  In het dwangschrift worden de gegevens van het aanslagbiljet weergegeven.
  § 2. Wanneer de onroerende voorheffing ingekohierd wordt ter uitvoering van artikel 18bis, § 4, en bij ontstentenis van de toepassing van artikel 21, § 2, wordt, per gewoon schrijven, aan elke deelgenoot die niet bij naam in het kohier wordt vernoemd, kennis gegeven van een bevel tot betalen, samen met een afschrift van het aanslagbiljet vooraleer hen een dwangschrift wordt uitgereikt.
  § 3. Enkel de ontvanger is bevoegd om vervaldata en termijnen toe te kennen. Indien de vervaldata en termijnen waarom is verzocht, worden geweigerd, dient de ontvanger zijn beslissing met redenen te omkleden.".
Art.11. L'article 35 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 35. § 1er. A défaut de paiement de la taxe, de l'amende et des intérêts exigibles, le fonctionnaire chargé du recouvrement des créances fiscales au bénéfice de la Région wallonne, ci-après dénommé le receveur, peut décerner une contrainte.
  La contrainte reproduit les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
  § 2. Lorsque le précompte immobilier est porté au rôle en exécution de l'article 18bis, § 4, et à défaut d'application de l'article 21, § 2, une sommation de payer, accompagnée d'une copie de l'avertissement extrait de rôle, est notifiée par pli ordinaire à chaque indivisaire non nommément repris au rôle avant qu'une contrainte ne leur soit décernée.
  § 3. Le receveur est seul compétent pour accorder termes et délais. Si les termes et délais sollicités sont refusés, le receveur est tenu de motiver sa décision. ".
Art.12. In hetzelfde decreet wordt een artikel 35sexies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 35sexies. Inzake de onroerende voorheffing is elke deelgenoot in de onverdeeldheid enkel gehouden tot de betaling van de belastingschuld in verhouding tot zijn aandeel in de onverdeeldheid in het belaste goed, onverminderd de andere invorderingsmogelijkheden waarin het gemeen recht of de bepalingen van het huidig decreet voorzien. ".
Art.12. Dans le même décret, il est inséré un article 35sexies rédigé comme suit :
  " Art. 35sexies. En matière de précompte immobilier, chaque indivisaire est uniquement tenu au paiement de la dette fiscale à concurrence de sa quote-part dans l'indivision du bien imposé sans préjudice des autres possibilités de recouvrement prévues par le droit commun ou les dispositions du présent décret. ".
Art.13. In hetzelfde decreet wordt een artikel 35septies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 35septies. Tot aan de overgang van een eigendom in de kadastrale stukken zijn de voormalige houder van het recht op de belastbare goederen of diens erfgenamen, tenzij zij het bewijs leveren van verandering van houder van dat recht en zij de identiteit en het volledig adres van de nieuwe houder mededelen, aansprakelijk voor de betaling van de onroerende voorheffing, behoudens hun beroep tegen de nieuwe houder van het recht.
  Bij voorlegging van het bewijs, bedoeld in lid één, of bij vaststelling van de overgang van eigendom door iedere ambtenaar, belast met de invordering, kan de invordering van de onroerende voorheffing, in het kohier vastgelegd op naam van de voormalige houder van het recht, krachtens hetzelfde kohier worden voortgezet ten laste van de daadwerkelijke verschuldigde van de voorheffing. Deze verschuldigde krijgt een nieuw exemplaar van het aanslagbiljet waarin gemeld wordt dat dit krachtens huidige bepaling verstrekt wordt en krijgt de hoedanigheid van retributieplichtige in de zin van dit decreet.
  Onder overgang van een eigendom wordt verstaan, iedere verandering van welke aard ook die een eigendom ondergaat, ongeacht of de eigendom van eigenaar verandert of belast wordt met een recht van erfpacht, vruchtgebruik of bewoning, dan wel of één van deze rechten uitdooft.
  Onder houder van het recht wordt de persoon verstaan, die het zakelijk recht houdt krachtens welk de onroerende voorheffing verschuldigd is.".
Art.13. Dans le même décret, il est inséré un article 35septies rédigé comme suit :
  " Art. 35septies. Jusqu'à la mutation d'une propriété dans les documents cadastraux, l'ancien titulaire du droit sur les biens imposables ou ses héritiers, à moins qu'ils ne fournissent la preuve du changement de titulaire du droit et qu'ils ne fassent connaître l'identité et l'adresse complètes du nouveau titulaire, sont responsables du paiement du précompte immobilier, sauf leur recours contre le nouveau titulaire du droit.
  En cas de production de la preuve visée à l'alinéa 1er ou de constatation de la mutation de propriété par tout fonctionnaire chargé du recouvrement, le recouvrement du précompte immobilier compris au rôle au nom de l'ancien titulaire du droit peut être poursuivi, en vertu du même rôle, à charge du débiteur effectif du précompte. Ce débiteur reçoit un nouvel exemplaire de l'avertissement-extrait de rôle portant qu'il est délivré en vertu de la présente disposition, et acquiert la qualité de redevable au sens du présent décret.
  Par mutation d'une propriété, l'on entend tout changement quelconque subi par une propriété, soit qu'elle change de propriétaire, soit qu'on la grève d'un droit d'emphytéose, d'usufruit, de superficie, d'usage ou d'habitation, ou que l'un de ces droits viennent à s'éteindre.
  Par titulaire du droit, l'on entend la personne qui détient le droit réel en vertu duquel le précompte immobilier est dû. ".
Art.14. In hetzelfde decreet wordt een artikel 35octies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 35octies. De administratie of het orgaan dat een goed beheert van de Staat, van een Gemeenschap of van een Gewest is aansprakelijk voor de betaling van de onroerende voorheffing betreffende dat goed. ".
Art.14. Dans le même décret, il est inséré un article 35octies rédigé comme suit :
  " Art. 35octies. L'administration ou l'organisme gestionnaire d'un bien de l'Etat, d'une Communauté ou d'une Région est responsable du paiement du précompte immobilier relatif à ce bien. ".
Art.15. In hetzelfde decreet wordt, in artikel 36, lid 2, vervangen door hetgeen volgt :
  " In het dwangbevel worden, in de hoofding, een uittreksel uit het kohier betreffende de belastingplichtige of de deelgenoot in de onverdeeldheid die niet bij naam in het kohier vernoemd wordt overeenkomstig artikel 18bis, en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring. Vermeld. ".
Art.15. Dans le même décret, à l'article 36, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le commandement porte, en tête, un extrait du rôle concernant le redevable ou l'indivisaire non nommément repris au rôle en application de l'article 18bis, § 4, et une copie de l'exécutoire. ".
Art.16. Artikel 53, lid 1, van hetzelfde decreet, vervangen door het decreet van 10 december 2009 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2019, wordt aangevuld met een derde streepje luidend als volgt :
  " - of, in geval van onroerende voorheffing, aan een bedrag bepaald in functie van de gegevens vermeld in het bezwaarschrift of het beroep. ".
Art.16. L'article 53, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 10 décembre 2009 et modifié par le décret du 19 décembre 2019, est complété par un 3e tiret rédigé comme suit :
  " - soit, en cas de précompte immobilier, à un montant déterminé en fonction des éléments mentionnés dans la réclamation ou le recours. ".
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling
CHAPITRE IV. - Disposition abrogatoire
Art.17. De artikelen 254, 304, § 1, lid 1, 354 en 376 van WIB 92, artikel 133, § 3, van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het WIB 92 en de artikelen 11 en 12 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen zoals zij van toepassing waren op de onroerende voorheffing in het Waalse Gewest worden opgeheven.
Art.17. Les articles 254, 304, § 1er, alinéa 1er, 354 et 376 du CIR 92, l'article 133, § 3, de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du CIR 92 et les articles 11 et 12 du Code de recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales tels qu'ils étaient applicables au précompte immobilier en Région wallonne sont abrogés.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding
CHAPITRE V. - Entrée en vigueur
Art. 18. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 18. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2021.