Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 DECEMBER 2021. - Ordonnantie betreffende Brupartners
Titre
2 DECEMBRE 2021. - Ordonnance relative à Brupartners
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITEL 2. - Over de Plenaire vergadering
HOOFDSTUK 1. - Over de samenstelling en de leden
HOOFDSTUK 2. - Over de aanstelling, de hernieuw...
HOOFDSTUK 3. - Representativiteit van de organi...
HOOFDSTUK 4. - Onverenigbaarheden
TITEL 3. - Over de Raad van bestuur
TITEL 4. - Over de bevoegdheden
HOOFDSTUK 1. - Raadplegingsbevoegdheid
Afdeling 1. - Over de gewestelijke bevoegdheden
Afdeling 2. - Over de gemeenschapsbevoegdheden
Afdeling 3. - Specifieke gewestelijke bevoegdhe...
Afdeling 4. - Over de termijnen
Afdeling 5. - Over de gedeelde prioriteiten
HOOFDSTUK 2. - Overlegbevoegdheid
Afdeling 1. - Organisatie van het overleg
Afdeling 2. - Over de samenstelling en de werki...
HOOFDSTUK 3. - Coördinatieopdracht
HOOFDSTUK 4. - Sectorale opdracht
HOOFDSTUK 5. - Observatorium van de referentiep...
TITEL 5. - Brupartners - Zelfstandige Ondernemers
TITEL 6. - Over het Secretariaat van Brupartners
TITEL 7. - Wijzigings-, overgangs- en opheffing...
Inhoud
TITRE 1er. - Dispositions générales
TITRE 2. - De l'Assemblée plénière
CHAPITRE 1er. - De la composition et des membres
CHAPITRE 2. - De la désignation, du renouvellem...
CHAPITRE 3. - Représentativité des organisations
CHAPITRE 4. - Incompatibilités
TITRE 3. - Du conseil d'administration
TITRE 4. - Des compétences
CHAPITRE 1er. - Compétence consultative
Section 1re. - Des compétences régionales
Section 2. - Des compétences communautaires
Section 3. - Compétences régionales spécifiques...
Section 4. - Des délais
Section 5. - Des priorités partagées
CHAPITRE 2. - Compétence de concertation
Section 1re. - Organisation de la concertation
Section 2. - De la composition et du fonctionne...
CHAPITRE 3. - Mission de coordination
CHAPITRE 4. - Mission sectorielle
CHAPITRE 5. - Observatoire des prix de référenc...
TITRE 5. - Brupartners - Entrepreneurs Indépend...
TITRE 6. - Du Secrétariat de Brupartners
TITRE 7. - Dispositions modificatives, transito...
Tekst (63)
Texte (63)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, publieke instelling met rechtspersoonlijkheid die werd opgericht door de ordonnantie van 8 september 1994, wordt hernoemd tot " Brupartners ".
Art. 2. Le Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale, établissement public doté de la personnalité juridique, créé par l'ordonnance du 8 septembre 1994, est renommé " Brupartners ".
TITEL 2. - Over de Plenaire vergadering
TITRE 2. - De l'Assemblée plénière
HOOFDSTUK 1. - Over de samenstelling en de leden
CHAPITRE 1er. - De la composition et des membres
Art. 3. § 1. De Plenaire vergadering is samengesteld uit :
1° vijftien effectieve en vijftien plaatsvervangende leden voorgedragen door de representatieve organisaties van werkgevers, middenstand en werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Zeven effectieve en zeven plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties, zes effectieve en zes plaatsvervangende leden door de representatieve middenstandsorganisaties, en twee effectieve en twee plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve organisaties van werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
2° vijftien effectieve en vijftien plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 2. De leden van de Plenaire vergadering oefenen hun beroepsactiviteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit.
Tenminste de helft van de leden moet op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woonachtig zijn, om te streven naar drie vierden van de leden die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woonachtig zijn.
De leden moeten bovendien hun burgerlijke en politieke rechten genieten en mogen op het ogenblik van hun aanstelling niet de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Tenminste een derde van de leden behoort tot elk geslacht, waarbij naar pariteit wordt gestreefd.
1° vijftien effectieve en vijftien plaatsvervangende leden voorgedragen door de representatieve organisaties van werkgevers, middenstand en werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Zeven effectieve en zeven plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties, zes effectieve en zes plaatsvervangende leden door de representatieve middenstandsorganisaties, en twee effectieve en twee plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve organisaties van werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
2° vijftien effectieve en vijftien plaatsvervangende leden worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 2. De leden van de Plenaire vergadering oefenen hun beroepsactiviteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit.
Tenminste de helft van de leden moet op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woonachtig zijn, om te streven naar drie vierden van de leden die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest woonachtig zijn.
De leden moeten bovendien hun burgerlijke en politieke rechten genieten en mogen op het ogenblik van hun aanstelling niet de wettelijke pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.
Tenminste een derde van de leden behoort tot elk geslacht, waarbij naar pariteit wordt gestreefd.
Art. 3. § 1er. L'Assemblée plénière se compose :
1° de quinze membres effectifs et quinze membres suppléants présentés par les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale.
Sept membres effectifs et sept membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des employeurs, six membres effectifs et six membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des classes moyennes et deux membres effectifs et deux membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° de quinze membres effectifs et quinze membres suppléants présentés par les organisations représentatives des travailleurs de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Les membres de l'Assemblée plénière exercent leur activité professionnelle dans la Région de Bruxelles-Capitale.
La moitié au moins des membres doit être domiciliée sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale avec l'objectif de tendre vers trois quarts des membres domiciliés en Région de Bruxelles-Capitale.
Les membres doivent en outre jouir de leurs droits civils et politiques et ne peuvent avoir atteint, au jour de leur désignation, l'âge légal de départ à la pension.
Un tiers au moins des membres appartient à chaque sexe, avec l'objectif de tendre vers la parité.
1° de quinze membres effectifs et quinze membres suppléants présentés par les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale.
Sept membres effectifs et sept membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des employeurs, six membres effectifs et six membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des classes moyennes et deux membres effectifs et deux membres suppléants sont présentés par les organisations représentatives des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° de quinze membres effectifs et quinze membres suppléants présentés par les organisations représentatives des travailleurs de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Les membres de l'Assemblée plénière exercent leur activité professionnelle dans la Région de Bruxelles-Capitale.
La moitié au moins des membres doit être domiciliée sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale avec l'objectif de tendre vers trois quarts des membres domiciliés en Région de Bruxelles-Capitale.
Les membres doivent en outre jouir de leurs droits civils et politiques et ne peuvent avoir atteint, au jour de leur désignation, l'âge légal de départ à la pension.
Un tiers au moins des membres appartient à chaque sexe, avec l'objectif de tendre vers la parité.
Art. 4. De Plenaire vergadering verkiest in zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter die respectievelijk en afwisselend onder de in artikel 3, § 1, 1° en 2° bedoelde leden worden gekozen.
De voorzitter en de vicevoorzitter worden verkozen voor een duur van tweeëneenhalf jaar.
De voorzitter en de vicevoorzitter behoren tot een verschillende taalgroep.
De voorzitter en de vicevoorzitter worden verkozen voor een duur van tweeëneenhalf jaar.
De voorzitter en de vicevoorzitter behoren tot een verschillende taalgroep.
Art. 4. L'Assemblée plénière élit en son sein un président et un vice-président, choisis respectivement et alternativement parmi les membres effectifs visés à l'article 3, § 1, 1° et 2°.
Le président et le vice-président sont élus pour deux ans et demi.
Le président et le vice-président sont d'expressions linguistiques différentes.
Le président et le vice-président sont élus pour deux ans et demi.
Le président et le vice-président sont d'expressions linguistiques différentes.
HOOFDSTUK 2. - Over de aanstelling, de hernieuwing en de vervanging van de leden
CHAPITRE 2. - De la désignation, du renouvellement et du remplacement des membres
Art. 5. De leden van de Plenaire vergadering worden door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aangesteld.
Het mandaat van de leden heeft een duur van vijf jaar en is hernieuwbaar.
Het mandaat van de leden heeft een duur van vijf jaar en is hernieuwbaar.
Art. 5. Les membres de l'Assemblée plénière sont désignés par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
Le mandat des membres est de cinq ans et est renouvelable.
Le mandat des membres est de cinq ans et est renouvelable.
Art. 6. § 1. Ten laatste 7 maanden voor het verstrijken van de mandaten verricht de Regering een oproep tot kandidaturen van de representatieve organisaties van werkgevers, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en de representatieve werknemersorganisaties.
De oproep tot kandidaturen van de representatieve organisaties wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. De representatieve organisaties van werkgevers, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en de representatieve werknemersorganisaties beschikken over een termijn van een maand om hun kandidatuur bij de minister bevoegd voor Economie in te dienen.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit met de oproep tot kandidaturen van de representatieve organisaties.
§ 3. De minister bevoegd voor Economie onderzoekt de kandidaturen en maakt de lijst op van de organisaties die aan de representativiteitsvoorwaarden voldoen.
Deze lijst wordt aan Brupartners medegedeeld.
Brupartners deelt de lijst mee aan de representatieve organisaties die erop voorkomen.
§ 4. De representatieve organisaties van werkgevers, profitsector, enerzijds, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en werknemersorganisaties, anderzijds, beschikken over een termijn van twee maanden om over de organisaties, die bij Brupartners zullen vertegenwoordigd zijn, en over het aantal leden dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen, een consensus te bereiken en deze aan de Regering mede te delen.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op de dag van de communicatie aan Brupartners, door de minister bevoegd voor Economie, van de lijst van de organisaties die bij Brupartners mogen vertegenwoordigd worden.
§ 5. De Regering stelt de lijst op van de organisaties die bij Brupartners vertegenwoordigd zijn, en stelt het aantal leden vast dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen, met eerbied voor deze consensus.
Indien er aan het einde van de in paragraaf 4 bedoelde termijn tussen de representatieve organisaties geen consensus kan worden bereikt, dan bepaalt de Regering eigenmachtig de bij Brupartners vertegenwoordigde organisaties, evenals het aantal leden dat aan elk van deze organisaties wordt toegewezen.
§ 6. De representatieve organisaties van werkgevers, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en de representatieve werknemersorganisaties beschikken over een termijn van een maand om de lijst van hun vertegenwoordigers aan de Regering over te maken.
De voordracht van de kandidaturen gebeurt door middel van een dubbele lijst, waarbij een man en een vrouw wordt voorgedragen voor elk in te vullen mandaat.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op deze van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot vaststelling van de lijst van de binnen Brupartners vertegenwoordigde organisaties en van het aantal leden dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen.
De Regering stelt de lijst van de effectieve en de plaatsvervangende leden van Brupartners vast.
De oproep tot kandidaturen van de representatieve organisaties wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. De representatieve organisaties van werkgevers, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en de representatieve werknemersorganisaties beschikken over een termijn van een maand om hun kandidatuur bij de minister bevoegd voor Economie in te dienen.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit met de oproep tot kandidaturen van de representatieve organisaties.
§ 3. De minister bevoegd voor Economie onderzoekt de kandidaturen en maakt de lijst op van de organisaties die aan de representativiteitsvoorwaarden voldoen.
Deze lijst wordt aan Brupartners medegedeeld.
Brupartners deelt de lijst mee aan de representatieve organisaties die erop voorkomen.
§ 4. De representatieve organisaties van werkgevers, profitsector, enerzijds, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en werknemersorganisaties, anderzijds, beschikken over een termijn van twee maanden om over de organisaties, die bij Brupartners zullen vertegenwoordigd zijn, en over het aantal leden dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen, een consensus te bereiken en deze aan de Regering mede te delen.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op de dag van de communicatie aan Brupartners, door de minister bevoegd voor Economie, van de lijst van de organisaties die bij Brupartners mogen vertegenwoordigd worden.
§ 5. De Regering stelt de lijst op van de organisaties die bij Brupartners vertegenwoordigd zijn, en stelt het aantal leden vast dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen, met eerbied voor deze consensus.
Indien er aan het einde van de in paragraaf 4 bedoelde termijn tussen de representatieve organisaties geen consensus kan worden bereikt, dan bepaalt de Regering eigenmachtig de bij Brupartners vertegenwoordigde organisaties, evenals het aantal leden dat aan elk van deze organisaties wordt toegewezen.
§ 6. De representatieve organisaties van werkgevers, middenstand, de werkgevers van de social-profitsector en de representatieve werknemersorganisaties beschikken over een termijn van een maand om de lijst van hun vertegenwoordigers aan de Regering over te maken.
De voordracht van de kandidaturen gebeurt door middel van een dubbele lijst, waarbij een man en een vrouw wordt voorgedragen voor elk in te vullen mandaat.
Deze termijn gaat in op de dag die volgt op deze van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot vaststelling van de lijst van de binnen Brupartners vertegenwoordigde organisaties en van het aantal leden dat aan elk van de organisaties wordt toegewezen.
De Regering stelt de lijst van de effectieve en de plaatsvervangende leden van Brupartners vast.
Art. 6. § 1er. Au plus tard 7 mois avant l'expiration des mandats, le Gouvernement lance un appel aux candidatures des organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand et des organisations représentatives des travailleurs.
L'appel aux candidatures des organisations représentatives est publié au Moniteur belge.
§ 2. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand et les organisations représentatives des travailleurs disposent d'un délai d'un mois pour introduire leur candidature auprès du ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté portant appel aux candidatures des organisations représentatives.
§ 3. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions examine les candidatures et fixe la liste des organisations répondant aux conditions de représentativité.
Cette liste est communiquée à Brupartners.
Brupartners communique la liste aux organisations représentatives y figurant.
§ 4. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand d'une part, et les organisations représentatives des travailleurs d'autre part, disposent d'un délai de deux mois pour dégager et communiquer au Gouvernement un consensus sur les organisations qui seront représentées à Brupartners et sur le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la communication à Brupartners, par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions, de la liste des organisations qui peuvent être représentées à Brupartners.
§ 5. Le Gouvernement arrête la liste des organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations dans le respect de ce consensus.
Si au terme du délai visé au paragraphe 4, aucun consensus n'a pu être dégagé entre les organisations représentatives, le Gouvernement détermine d'autorité les organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
§ 6. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand et les organisations représentatives des travailleurs disposent d'un délai d'un mois pour transmettre au Gouvernement la liste de leurs représentants.
La présentation des candidatures se fait au moyen d'une liste double proposant un homme et une femme pour chaque mandat à pourvoir.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté fixant la liste des organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
Le Gouvernement arrête la liste des membres effectifs et des membres suppléants de Brupartners.
L'appel aux candidatures des organisations représentatives est publié au Moniteur belge.
§ 2. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand et les organisations représentatives des travailleurs disposent d'un délai d'un mois pour introduire leur candidature auprès du ministre qui a l'Economie dans ses attributions.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté portant appel aux candidatures des organisations représentatives.
§ 3. Le ministre qui a l'Economie dans ses attributions examine les candidatures et fixe la liste des organisations répondant aux conditions de représentativité.
Cette liste est communiquée à Brupartners.
Brupartners communique la liste aux organisations représentatives y figurant.
§ 4. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand d'une part, et les organisations représentatives des travailleurs d'autre part, disposent d'un délai de deux mois pour dégager et communiquer au Gouvernement un consensus sur les organisations qui seront représentées à Brupartners et sur le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la communication à Brupartners, par le ministre qui a l'Economie dans ses attributions, de la liste des organisations qui peuvent être représentées à Brupartners.
§ 5. Le Gouvernement arrête la liste des organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations dans le respect de ce consensus.
Si au terme du délai visé au paragraphe 4, aucun consensus n'a pu être dégagé entre les organisations représentatives, le Gouvernement détermine d'autorité les organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
§ 6. Les organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes, des employeurs du non-marchand et les organisations représentatives des travailleurs disposent d'un délai d'un mois pour transmettre au Gouvernement la liste de leurs représentants.
La présentation des candidatures se fait au moyen d'une liste double proposant un homme et une femme pour chaque mandat à pourvoir.
Ce délai prend cours le lendemain du jour de la publication au Moniteur belge de l'arrêté fixant la liste des organisations représentées à Brupartners et le nombre de membres attribué à chacune des organisations.
Le Gouvernement arrête la liste des membres effectifs et des membres suppléants de Brupartners.
Art. 7. Indien een lid van de Plenaire vergadering in de loop van een mandaat moet worden vervangen, dan draagt de betrokken organisatie een kandidatuur voor met behulp van een dubbele lijst, waarbij een man en een vrouw worden voorgedragen voor het in te vullen mandaat.
De Regering gaat over tot de aanstelling van het nieuwe lid.
Het nieuw aangesteld lid neemt het lopend mandaat over.
De Regering gaat over tot de aanstelling van het nieuwe lid.
Het nieuw aangesteld lid neemt het lopend mandaat over.
Art. 7. Lorsqu'un membre de l'Assemblée plénière doit être remplacé en cours de mandat, l'organisation concernée propose une candidature au moyen d'une liste double proposant un homme et une femme pour le mandat à pourvoir.
Le Gouvernement procède à la désignation du nouveau membre.
Le membre nouvellement désigné reprend le mandat en cours.
Le Gouvernement procède à la désignation du nouveau membre.
Le membre nouvellement désigné reprend le mandat en cours.
HOOFDSTUK 3. - Representativiteit van de organisaties
CHAPITRE 3. - Représentativité des organisations
Art. 8. Worden beschouwd als representatieve werkgeversorganisaties : de meest representatieve interprofessionele organisatie van de werkgevers, opgericht op gewestelijk vlak en actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 8. Sont considérées comme organisations représentatives des employeurs : l'organisation interprofessionnelle d'employeurs la plus représentative, constituée sur le plan régional et active en Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 9. § 1. Zijn representatief voor de middenstand :
1° de overeenkomstig de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's en zijn uitvoeringsbesluiten erkende middenstandsorganisaties die tenminste een zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bezitten ;
2° de andere gewestelijke interprofessionele organisaties, meer bepaald deze die de Brusselse middenstand vertegenwoordigen, hun zetel te Brussel hebben, tenminste sedert 5 jaar diensten organiseren die hun leden moeten helpen bij de uitoefening van hun activiteiten en tenminste 1 000 rechtstreeks aangesloten leden vertegenwoordigen. Deze leden moeten tenminste een jaarlijkse bijdrage van 50 euro betalen, hun beroepsactiviteiten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitoefenen en behoren tot het milieu van de kleine ondernemingen en de middenstand.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde organisaties tonen aan dat zij effectief aan de vertegenwoordiging en de verdediging van de zelfstandigen en kleine ondernemingen deelnemen.
§ 3. Een organisatie zoals bedoeld in paragraaf 1 mag slechts één kandidatuur indienen om als representatieve middenstandsorganisatie te worden erkend als een overeenkomstig de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's erkende organisatie of als gewestelijke interprofessionele organisatie die bijzonder representatief is voor de Brusselse zelfstandigen en kleine ondernemingen.
§ 4. In geval van een fusie van middenstandsorganisaties is enkel de organisatie, die het resultaat is van de fusie, gemachtigd om een kandidatuur in te dienen, behalve indien elk van de gefuseerde organisaties beslissen om een afzonderlijke kandidatuur in te dienen mits zij in de mogelijkheid verkeren om afzonderlijke ledenlijsten voor te leggen, overeenkomstig de criteria bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°.
1° de overeenkomstig de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's en zijn uitvoeringsbesluiten erkende middenstandsorganisaties die tenminste een zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bezitten ;
2° de andere gewestelijke interprofessionele organisaties, meer bepaald deze die de Brusselse middenstand vertegenwoordigen, hun zetel te Brussel hebben, tenminste sedert 5 jaar diensten organiseren die hun leden moeten helpen bij de uitoefening van hun activiteiten en tenminste 1 000 rechtstreeks aangesloten leden vertegenwoordigen. Deze leden moeten tenminste een jaarlijkse bijdrage van 50 euro betalen, hun beroepsactiviteiten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uitoefenen en behoren tot het milieu van de kleine ondernemingen en de middenstand.
§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde organisaties tonen aan dat zij effectief aan de vertegenwoordiging en de verdediging van de zelfstandigen en kleine ondernemingen deelnemen.
§ 3. Een organisatie zoals bedoeld in paragraaf 1 mag slechts één kandidatuur indienen om als representatieve middenstandsorganisatie te worden erkend als een overeenkomstig de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de KMO's erkende organisatie of als gewestelijke interprofessionele organisatie die bijzonder representatief is voor de Brusselse zelfstandigen en kleine ondernemingen.
§ 4. In geval van een fusie van middenstandsorganisaties is enkel de organisatie, die het resultaat is van de fusie, gemachtigd om een kandidatuur in te dienen, behalve indien elk van de gefuseerde organisaties beslissen om een afzonderlijke kandidatuur in te dienen mits zij in de mogelijkheid verkeren om afzonderlijke ledenlijsten voor te leggen, overeenkomstig de criteria bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°.
Art. 9. § 1er. Sont représentatives des classes moyennes :
1° les organisations de classes moyennes agréées en vertu de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME et de ses arrêtés d'exécution, qui possèdent au moins un siège dans la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° les autres organisations interprofessionnelles régionales, particulièrement représentatives des classes moyennes bruxelloises, possédant leur siège social à Bruxelles et qui organisent depuis au moins 5 ans des services destinés à aider leurs membres dans l'exercice de leurs activités et regroupant au moins 1 000 membres affiliés directement, payant une cotisation annuelle minimale de 50 euros, exerçant leur activité professionnelle dans la Région de Bruxelles-Capitale et appartenant au milieu des petites entreprises et des classes moyennes.
§ 2. Les organisations visées au paragraphe 1er démontrent qu'elles participent effectivement à la représentation et à la défense des indépendants et des petites entreprises.
§ 3. Une organisation, telle qu'elle est visée au paragraphe 1er, ne peut introduire qu'une seule candidature pour la reconnaissance comme organisation représentative des classes moyennes soit en qualité d'organisation agréée en vertu de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME, soit en qualité d'organisation interprofessionnelle régionale particulièrement représentative des indépendants et des petites entreprises bruxelloises.
§ 4. En cas de fusion d'organisations de classes moyennes, seule l'organisation issue de la fusion est habilitée à introduire une candidature, sauf si chacune des organisations fusionnées décide de présenter séparément sa candidature en étant en mesure de fournir des fichiers d'affiliés distincts conformément aux critères repris aux 1° et 2° du paragraphe1er.
1° les organisations de classes moyennes agréées en vertu de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME et de ses arrêtés d'exécution, qui possèdent au moins un siège dans la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° les autres organisations interprofessionnelles régionales, particulièrement représentatives des classes moyennes bruxelloises, possédant leur siège social à Bruxelles et qui organisent depuis au moins 5 ans des services destinés à aider leurs membres dans l'exercice de leurs activités et regroupant au moins 1 000 membres affiliés directement, payant une cotisation annuelle minimale de 50 euros, exerçant leur activité professionnelle dans la Région de Bruxelles-Capitale et appartenant au milieu des petites entreprises et des classes moyennes.
§ 2. Les organisations visées au paragraphe 1er démontrent qu'elles participent effectivement à la représentation et à la défense des indépendants et des petites entreprises.
§ 3. Une organisation, telle qu'elle est visée au paragraphe 1er, ne peut introduire qu'une seule candidature pour la reconnaissance comme organisation représentative des classes moyennes soit en qualité d'organisation agréée en vertu de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME, soit en qualité d'organisation interprofessionnelle régionale particulièrement représentative des indépendants et des petites entreprises bruxelloises.
§ 4. En cas de fusion d'organisations de classes moyennes, seule l'organisation issue de la fusion est habilitée à introduire une candidature, sauf si chacune des organisations fusionnées décide de présenter séparément sa candidature en étant en mesure de fournir des fichiers d'affiliés distincts conformément aux critères repris aux 1° et 2° du paragraphe1er.
Art. 10. Worden beschouwd als representatieve werkgeversorganisaties van de social-profitsector : de meest representatieve interprofessionele werkgeversorganisatie van de social-profitsector, opgericht op gewestelijk vlak en actief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 10. Sont considérées comme organisations représentatives des employeurs du non-marchand : l'organisation interprofessionnelle d'employeurs du non-marchand la plus représentative, constituée sur le plan régional et active en Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 11. Worden beschouwd als representatieve werknemersorganisaties : de interprofessionele werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad en die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest actief zijn.
Art. 11. Sont considérées comme organisations représentatives des travailleurs : les organisations interprofessionnelles de travailleurs représentées au Conseil central de l'économie et au Conseil national du travail et actives en Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 4. - Onverenigbaarheden
CHAPITRE 4. - Incompatibilités
Art. 12. § 1. De hoedanigheid van lid van de Plenaire vergadering is onverenigbaar met :
1° de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat of van een Parlement van een Gewest of Gemeenschap ;
2° de functie van minister, staatssecretaris of de hoedanigheid van personeelslid van hun kabinet ;
3° de functie van burgemeester, schepen of voorzitter van een OCMW ;
4° de hoedanigheid van personeelslid van het Brussels Bestuur of van een Brusselse publieke instelling, of met de hoedanigheid van personeelslid van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
5° de hoedanigheid van lid van de " Conseil économique, social et environnemental de Wallonie " of van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
1° de hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat of van een Parlement van een Gewest of Gemeenschap ;
2° de functie van minister, staatssecretaris of de hoedanigheid van personeelslid van hun kabinet ;
3° de functie van burgemeester, schepen of voorzitter van een OCMW ;
4° de hoedanigheid van personeelslid van het Brussels Bestuur of van een Brusselse publieke instelling, of met de hoedanigheid van personeelslid van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
5° de hoedanigheid van lid van de " Conseil économique, social et environnemental de Wallonie " of van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
Art. 12. § 1er. La qualité de membre de l'Assemblée plénière est incompatible avec :
1° la qualité de membre du Parlement européen, de la Chambre des représentants, du Sénat, ou d'un Parlement régional ou communautaire ;
2° les fonctions de ministre, de secrétaire d'Etat ou avec la qualité de membre du personnel de leur cabinet ;
3° les fonctions de bourgmestre, d'échevin ou de président de CPAS ;
4° la qualité de membre du personnel de l'administration bruxelloise ou d'un organisme public bruxellois ou avec la qualité de membre du personnel du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
5° la qualité de membre du Conseil économique, social et environnemental de Wallonie ou du " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen ".
1° la qualité de membre du Parlement européen, de la Chambre des représentants, du Sénat, ou d'un Parlement régional ou communautaire ;
2° les fonctions de ministre, de secrétaire d'Etat ou avec la qualité de membre du personnel de leur cabinet ;
3° les fonctions de bourgmestre, d'échevin ou de président de CPAS ;
4° la qualité de membre du personnel de l'administration bruxelloise ou d'un organisme public bruxellois ou avec la qualité de membre du personnel du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
5° la qualité de membre du Conseil économique, social et environnemental de Wallonie ou du " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen ".
TITEL 3. - Over de Raad van bestuur
TITRE 3. - Du conseil d'administration
Art. 13. § 1. De Plenaire vergadering verkiest in haar midden een Raad van bestuur bestaande uit 6 leden.
Een lid vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties, een lid vertegenwoordigt de representatieve middenstandsorganisaties, een lid vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties van de social-profitsector en 3 leden vertegenwoordigen de representatieve werknemersorganisaties.
De voorzitter en de vicevoorzitter van de Plenaire vergadering, evenals de Voorzitter van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers zijn van rechtswege lid.
De Voorzitter van de Plenaire vergadering neemt het voorzitterschap van de Raad van bestuur waar.
§ 2. De Raad van bestuur oefent twee verschillende bevoegdheden uit :
1° de organisatie en de voorbereiding van de werkzaamheden van de Plenaire vergadering ;
2° het bestuur en het beheer van Brupartners.
§ 3. De Raad van bestuur mag zitpenningen toekennen aan de in artikel 14, § 2 bedoelde deskundigen en leden van commissies en werkgroepen, voor de vergaderingen die tenminste één uur duren.
Hij stelt het bedrag en de modaliteiten vast binnen de begrotingslimieten van Brupartners.
Een lid vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties, een lid vertegenwoordigt de representatieve middenstandsorganisaties, een lid vertegenwoordigt de representatieve werkgeversorganisaties van de social-profitsector en 3 leden vertegenwoordigen de representatieve werknemersorganisaties.
De voorzitter en de vicevoorzitter van de Plenaire vergadering, evenals de Voorzitter van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers zijn van rechtswege lid.
De Voorzitter van de Plenaire vergadering neemt het voorzitterschap van de Raad van bestuur waar.
§ 2. De Raad van bestuur oefent twee verschillende bevoegdheden uit :
1° de organisatie en de voorbereiding van de werkzaamheden van de Plenaire vergadering ;
2° het bestuur en het beheer van Brupartners.
§ 3. De Raad van bestuur mag zitpenningen toekennen aan de in artikel 14, § 2 bedoelde deskundigen en leden van commissies en werkgroepen, voor de vergaderingen die tenminste één uur duren.
Hij stelt het bedrag en de modaliteiten vast binnen de begrotingslimieten van Brupartners.
Art. 13. § 1er. L'Assemblée plénière élit en son sein un conseil d'administration composé de 6 membres.
Un membre représente les organisations représentatives des employeurs, un membre représente les organisations représentatives des classes moyennes, un membre représente les organisations représentatives des employeurs du non-marchand et 3 membres représentent les organisations représentatives des travailleurs.
Le président et le vice-président de l'Assemblée plénière ainsi que le Président de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont membres de droit.
Le Président de l'Assemblée plénière assume la présidence du conseil d'administration.
§ 2. Le conseil d'administration exerce deux compétences distinctes :
1° l'organisation et la préparation des travaux de l'Assemblée plénière ;
2° l'administration et la gestion de Brupartners.
§ 3. Le conseil d'administration peut octroyer des jetons de présence aux experts et membres des commissions et groupes de travail visés à l'article 14, § 2, pour les réunions d'une durée d'au moins une heure.
Il fixe le montant et les modalités dans les limites du budget de Brupartners.
Un membre représente les organisations représentatives des employeurs, un membre représente les organisations représentatives des classes moyennes, un membre représente les organisations représentatives des employeurs du non-marchand et 3 membres représentent les organisations représentatives des travailleurs.
Le président et le vice-président de l'Assemblée plénière ainsi que le Président de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont membres de droit.
Le Président de l'Assemblée plénière assume la présidence du conseil d'administration.
§ 2. Le conseil d'administration exerce deux compétences distinctes :
1° l'organisation et la préparation des travaux de l'Assemblée plénière ;
2° l'administration et la gestion de Brupartners.
§ 3. Le conseil d'administration peut octroyer des jetons de présence aux experts et membres des commissions et groupes de travail visés à l'article 14, § 2, pour les réunions d'une durée d'au moins une heure.
Il fixe le montant et les modalités dans les limites du budget de Brupartners.
Art. 14. § 1. Brupartners stelt een reglement van inwendige orde vast dat verplicht moet voorzien in :
1° de werkingswijze van de Plenaire vergadering ;
2° de werkingswijze van de Raad van bestuur ;
3° de oprichting van commissies en werkgroepen, evenals hun opdracht, activiteitenveld en werkingswijze ;
4° de organisatie van het Secretariaat van Brupartners ;
5° de publiciteit van de akten ;
6° de periodiciteit van de vergaderingen.
§ 2. Met het oog op de studie van specifieke vraagstukken mag Brupartners op deskundigen beroep doen en vaste commissies en tijdelijke werkgroepen oprichten, en dit binnen de in het reglement van inwendige orde gestelde voorwaarden.
1° de werkingswijze van de Plenaire vergadering ;
2° de werkingswijze van de Raad van bestuur ;
3° de oprichting van commissies en werkgroepen, evenals hun opdracht, activiteitenveld en werkingswijze ;
4° de organisatie van het Secretariaat van Brupartners ;
5° de publiciteit van de akten ;
6° de periodiciteit van de vergaderingen.
§ 2. Met het oog op de studie van specifieke vraagstukken mag Brupartners op deskundigen beroep doen en vaste commissies en tijdelijke werkgroepen oprichten, en dit binnen de in het reglement van inwendige orde gestelde voorwaarden.
Art. 14. § 1er. Brupartners établit un règlement d'ordre intérieur qui doit obligatoirement prévoir :
1° le mode de fonctionnement de l'Assemblée plénière ;
2° le mode de fonctionnement du conseil d'administration ;
3° la création de commissions et groupes de travail, ainsi que leur rôle, leur champ d'activité et leur mode de fonctionnement ;
4° l'organisation du Secrétariat de Brupartners ;
5° la publicité des actes ;
6° la périodicité des réunions.
§ 2. En vue d'étudier des problèmes particuliers, Brupartners peut faire appel à des experts et mettre en place des commissions permanentes ou des groupes de travail temporaires, et ce dans les conditions fixées dans le règlement d'ordre intérieur.
1° le mode de fonctionnement de l'Assemblée plénière ;
2° le mode de fonctionnement du conseil d'administration ;
3° la création de commissions et groupes de travail, ainsi que leur rôle, leur champ d'activité et leur mode de fonctionnement ;
4° l'organisation du Secrétariat de Brupartners ;
5° la publicité des actes ;
6° la périodicité des réunions.
§ 2. En vue d'étudier des problèmes particuliers, Brupartners peut faire appel à des experts et mettre en place des commissions permanentes ou des groupes de travail temporaires, et ce dans les conditions fixées dans le règlement d'ordre intérieur.
TITEL 4. - Over de bevoegdheden
TITRE 4. - Des compétences
Art. 15. Brupartners oefent twee verschillende organieke bevoegdheden uit :
1° een bevoegdheid van raapleging, door het uitbrengen van studies, adviezen en bijdragen ;
2° een bevoegdheid van overleg met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
1° een bevoegdheid van raapleging, door het uitbrengen van studies, adviezen en bijdragen ;
2° een bevoegdheid van overleg met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
Art. 15. Brupartners exerce deux compétences organiques distinctes :
1° une compétence consultative, par la remise d'études, d'avis et de contributions ;
2° une compétence de concertation avec le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
1° une compétence consultative, par la remise d'études, d'avis et de contributions ;
2° une compétence de concertation avec le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 1. - Raadplegingsbevoegdheid
CHAPITRE 1er. - Compétence consultative
Afdeling 1. - Over de gewestelijke bevoegdheden
Section 1re. - Des compétences régionales
Art. 16. § 1. De studies en adviezen van Brupartners worden aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bezorgd, op verzoek van deze laatste of op eigen initiatief, en wat betreft de materies :
1° die onder de bevoegdheid van het Gewest ressorteren en met een impact op het economische en sociale leven in het Gewest ;
2° die onder de bevoegdheid van de Staat ressorteren en waarvoor een procedure van samenwerking, overleg of advies met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voorzien.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering moet het advies van Brupartners inwinnen voor voorontwerpen van ordonnanties betreffende de in § 1, 1° en 2° bedoelde materies en voor de ontwerpen van besluiten die van strategisch belang zijn.
1° die onder de bevoegdheid van het Gewest ressorteren en met een impact op het economische en sociale leven in het Gewest ;
2° die onder de bevoegdheid van de Staat ressorteren en waarvoor een procedure van samenwerking, overleg of advies met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is voorzien.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering moet het advies van Brupartners inwinnen voor voorontwerpen van ordonnanties betreffende de in § 1, 1° en 2° bedoelde materies en voor de ontwerpen van besluiten die van strategisch belang zijn.
Art. 16. § 1er. Les études et avis de Brupartners sont transmis au Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, soit à la demande de celui-ci, soit d'initiative, dans les matières :
1° relevant de la compétence de la Région et ayant une incidence sur sa vie économique et sociale ;
2° relevant de la compétence de l'Etat et pour lesquelles une procédure d'association, de concertation ou d'avis est prévue avec la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale doit solliciter l'avis de Brupartners sur les avant-projets d'ordonnance relatifs aux matières visées au § 1er, 1° et 2°, et sur les projets d'arrêtés qui sont d'intérêt stratégique.
1° relevant de la compétence de la Région et ayant une incidence sur sa vie économique et sociale ;
2° relevant de la compétence de l'Etat et pour lesquelles une procédure d'association, de concertation ou d'avis est prévue avec la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale doit solliciter l'avis de Brupartners sur les avant-projets d'ordonnance relatifs aux matières visées au § 1er, 1° et 2°, et sur les projets d'arrêtés qui sont d'intérêt stratégique.
Afdeling 2. - Over de gemeenschapsbevoegdheden
Section 2. - Des compétences communautaires
Art. 17. § 1. De studies en adviezen van Brupartners worden aan het College van de Franse Gemeenschapscommissie bezorgd, op verzoek van deze laatste of op eigen initiatief, wat betreft de materies waarvoor de Franse Gemeenschapscommissie bevoegd is, die van strategisch belang zijn en met een impact op het economische en sociale leven in het Gewest.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen wat betreft het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en 2 voorziene raadpleging.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen wat betreft het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en 2 voorziene raadpleging.
Art. 17. § 1er. Les études et avis de Brupartners sont transmis au Collège de la Commission communautaire française, soit à la demande de celui-ci, soit d'initiative, dans les matières relevant de la compétence de la Commission communautaire française, d'intérêt stratégique et ayant une incidence sur la vie économique et sociale de la Région.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Commission communautaire française, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Commission communautaire française, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
Art. 18. § 1. De studies en adviezen van Brupartners worden aan het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bezorgd, op verzoek van deze laatste of op eigen initiatief, wat betreft de materies waarvoor de Vlaamse Gemeenschapscommissie bevoegd is, die van strategisch belang zijn en met een impact op het economische en sociale leven in het Gewest.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen voor het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en § 2 voorziene raadpleging.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen voor het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en § 2 voorziene raadpleging.
Art. 18. § 1er. Les études et avis de Brupartners sont transmis au Collège de la Vlaamse Gemeenschapcommissie, soit à la demande de celui-ci, soit d'initiative, dans les matières relevant de la compétence de la Vlaamse Gemeenschapcommissie, d'intérêt stratégique et ayant une incidence sur la vie économique et sociale de la Région.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Vlaamse Gemeenschapcommissie, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Vlaamse Gemeenschapcommissie, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
Art. 19. § 1. De studies en adviezen van Brupartners worden aan het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bezorgd, op verzoek van deze laatste of op eigen initiatief, wat betreft de materies waarvoor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd is, die van strategisch belang zijn en met een impact op het economische en sociale leven in het Gewest.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen voor het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en 2 voorziene raadpleging.
§ 2. De ministers, leden van het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, kunnen om het advies van Brupartners vragen voor het beleid dat tot hun bevoegdheidsvelden behoort.
§ 3. Brupartners kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan de in paragrafen 1 en 2 voorziene raadpleging.
Art. 19. § 1er. Les études et avis de Brupartners sont transmis au Collège de la Commission communautaire commune, soit à la demande de celui-ci, soit d'initiative, dans les matières relevant de la compétence de la Commission communautaire commune, d'intérêt stratégique et ayant une incidence sur la vie économique et sociale de la Région.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Commission communautaire commune, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
§ 2. Les ministres, membres du Collège de la Commission communautaire commune, peuvent solliciter des avis de Brupartners sur les politiques relevant de leurs champs de compétences.
§ 3. Brupartners peut décider de donner suite ou non à la saisine prévue aux paragraphes 1er et 2.
Afdeling 3. - Specifieke gewestelijke bevoegdheden : over de controle van de waterprijs
Section 3. - Compétences régionales spécifiques : du contrôle du prix de l'eau
Art. 20. In het kader van zijn bevoegdheid wat betreft de controle van de waterprijs vraagt Brugel om het advies van Brupartners bij de opstelling van de tariefmethodologieën en wanneer het moet beslissen over tariefvoorstellen die door de wateroperatoren worden voorgelegd, overeenkomstig de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid.
Art. 20. Dans le cadre de sa compétence de contrôle du prix de l'eau, Brugel sollicite l'avis de Brupartners lors de l'établissement des méthodologies tarifaires et lorsqu'elle est amenée à statuer sur les propositions tarifaires soumises par les opérateurs de l'eau, conformément à l'ordonnance du 20 octobre 2006 établissant un cadre pour la politique de l'eau.
Afdeling 4. - Over de termijnen
Section 4. - Des délais
Art. 21. De adviezen worden ten laatste 30 werkdagen na de aanvraag medegedeeld. Bij gemotiveerde dringendheid kan de Regering deze termijn beperken, zonder dat deze evenwel minder dan 7 werkdagen mag bedragen.
De termijn wordt opgeschort tijdens de periodes van de schoolvakanties, behalve in geval van dringendheid gemotiveerd door de Regering.
De Regering kan de termijn verlengen op verzoek van Brupartners.
Indien het advies niet binnen voornoemde termijnen wordt medegedeeld, dan kan hieraan worden voorbijgegaan.
De termijn wordt opgeschort tijdens de periodes van de schoolvakanties, behalve in geval van dringendheid gemotiveerd door de Regering.
De Regering kan de termijn verlengen op verzoek van Brupartners.
Indien het advies niet binnen voornoemde termijnen wordt medegedeeld, dan kan hieraan worden voorbijgegaan.
Art. 21. Les avis sont communiqués au plus tard 30 jours ouvrés après la demande. En cas d'urgence motivée, le Gouvernement peut réduire ce délai sans que celui-ci ne puisse être inférieur à 7 jours ouvrés.
Le délai est suspendu pendant les périodes de vacances scolaires, sauf en cas d'urgence motivée par le Gouvernement.
A la demande de Brupartners, le Gouvernement peut prolonger le délai.
Si l'avis n'est pas communiqué dans les délais précités, il peut être passé outre.
Le délai est suspendu pendant les périodes de vacances scolaires, sauf en cas d'urgence motivée par le Gouvernement.
A la demande de Brupartners, le Gouvernement peut prolonger le délai.
Si l'avis n'est pas communiqué dans les délais précités, il peut être passé outre.
Afdeling 5. - Over de gedeelde prioriteiten
Section 5. - Des priorités partagées
Art. 22. § 1. Brupartners wordt voor de aanneming in eerste lezing door de Regering over de wetgevende voorontwerpen, de reglementaire ontwerpen en de programma-instrumenten geraadpleegd voor de beleidswerven en projecten die als gedeelde prioriteiten worden bepaald.
§ 2. De projecten en beleidswerven, die gedeelde prioriteiten vormen, worden in gemeenschappelijk akkoord door Brupartners en de Regering bepaald. Dat gebeurt tijdens een jaarlijkse Sociale Top die aan het begin van het parlementair jaar in het kader van het Brussels Economisch en Sociaal Overlegcomité wordt georganiseerd, zoals bedoeld in artikel 23.
§ 3. Brupartners brengt in het kader van de raadpleging over gedeelde prioriteiten bijdragen voor de betrokken minister of staatssecretaris uit.
§ 4. Indien de Regering de bijdrage niet in aanmerking neemt, dan motiveert zij haar beslissing in het kader van de in artikel 16, § 1 voorziene raadpleging.
§ 2. De projecten en beleidswerven, die gedeelde prioriteiten vormen, worden in gemeenschappelijk akkoord door Brupartners en de Regering bepaald. Dat gebeurt tijdens een jaarlijkse Sociale Top die aan het begin van het parlementair jaar in het kader van het Brussels Economisch en Sociaal Overlegcomité wordt georganiseerd, zoals bedoeld in artikel 23.
§ 3. Brupartners brengt in het kader van de raadpleging over gedeelde prioriteiten bijdragen voor de betrokken minister of staatssecretaris uit.
§ 4. Indien de Regering de bijdrage niet in aanmerking neemt, dan motiveert zij haar beslissing in het kader van de in artikel 16, § 1 voorziene raadpleging.
Art. 22. § 1er. Brupartners est consulté avant l'adoption en première lecture par le Gouvernement des avant-projets législatifs, des projets réglementaires et des outils programmatiques pour les chantiers et projets identifiés comme priorités partagées.
§ 2. Les projets et chantiers en priorités partagées sont déterminés d'un commun accord par Brupartners et le Gouvernement, lors d'un Sommet social annuel organisé en Comité bruxellois de concertation économique et sociale, tel que visé à l'article 23, au début de l'année parlementaire.
§ 3. Brupartners remet, dans le cadre de la consultation pour des priorités partagées, des contributions au ministre ou secrétaire d'Etat concerné.
§ 4. Lorsque le Gouvernement ne prend pas en considération la contribution, il motive sa décision lors de la saisine prévue à l'article 16, § 1er.
§ 2. Les projets et chantiers en priorités partagées sont déterminés d'un commun accord par Brupartners et le Gouvernement, lors d'un Sommet social annuel organisé en Comité bruxellois de concertation économique et sociale, tel que visé à l'article 23, au début de l'année parlementaire.
§ 3. Brupartners remet, dans le cadre de la consultation pour des priorités partagées, des contributions au ministre ou secrétaire d'Etat concerné.
§ 4. Lorsque le Gouvernement ne prend pas en considération la contribution, il motive sa décision lors de la saisine prévue à l'article 16, § 1er.
HOOFDSTUK 2. - Overlegbevoegdheid
CHAPITRE 2. - Compétence de concertation
Afdeling 1. - Organisatie van het overleg
Section 1re. - Organisation de la concertation
Art. 23. § 1. Het overleg tussen de Brusselse sociale gesprekspartners en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreft de strategische beleidskeuzes, de plannen en de reglementeringen van strategisch belang, evenals alle vraagstukken inzake gewestelijke ontwikkeling.
Dit overleg vormt de voorbereiding op de uitwerking door de Regering van een economisch en sociaal actieprogramma, evenals van de ontwerpen van ordonnanties en besluiten met betrekking tot dit programma.
§ 2. Het overleg tussen de Brusselse sociale gesprekspartners en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt georganiseerd binnen het Brussels Economisch en Sociaal Overlegcomité, hierna het Comité genoemd.
§ 3. Het Comité kan overleggen en beraadslagen over alle beleidsvraagstukken met een sociaaleconomische dimensie waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd is of die het akkoord, het advies of de verbintenis van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vereisen.
§ 4. Het Comité, dat is uitgebreid overeenkomstig artikel 24, § 2, kan overleggen en beraadslagen over alle vraagstukken waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd zijn en die een impact hebben op het economische en sociale leven van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 5. Het Comité organiseert tenminste eenmaal per jaar en bij het begin van het parlementaire jaar een vergadering, " Sociale Top " genoemd, teneinde de sociaaleconomische prioriteiten van het komende jaar te bepalen en de opvolging van de sociaaleconomische verwezenlijkingen van het afgelopen jaar te verzekeren.
§ 6. Na afloop van een beraadslagingsproces legt een protocolakkoord tussen de Brusselse sociale gesprekspartners en de Regering de wederzijdse verbintenissen vast.
Dit overleg vormt de voorbereiding op de uitwerking door de Regering van een economisch en sociaal actieprogramma, evenals van de ontwerpen van ordonnanties en besluiten met betrekking tot dit programma.
§ 2. Het overleg tussen de Brusselse sociale gesprekspartners en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering wordt georganiseerd binnen het Brussels Economisch en Sociaal Overlegcomité, hierna het Comité genoemd.
§ 3. Het Comité kan overleggen en beraadslagen over alle beleidsvraagstukken met een sociaaleconomische dimensie waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd is of die het akkoord, het advies of de verbintenis van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vereisen.
§ 4. Het Comité, dat is uitgebreid overeenkomstig artikel 24, § 2, kan overleggen en beraadslagen over alle vraagstukken waarvoor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevoegd zijn en die een impact hebben op het economische en sociale leven van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 5. Het Comité organiseert tenminste eenmaal per jaar en bij het begin van het parlementaire jaar een vergadering, " Sociale Top " genoemd, teneinde de sociaaleconomische prioriteiten van het komende jaar te bepalen en de opvolging van de sociaaleconomische verwezenlijkingen van het afgelopen jaar te verzekeren.
§ 6. Na afloop van een beraadslagingsproces legt een protocolakkoord tussen de Brusselse sociale gesprekspartners en de Regering de wederzijdse verbintenissen vast.
Art. 23. § 1er. La concertation entre les interlocuteurs sociaux bruxellois et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale porte sur les orientations politiques stratégiques, les plans et les réglementations d'intérêt stratégique, ainsi que sur toutes les questions relatives au développement régional.
Cette concertation prépare l'élaboration par le Gouvernement d'un programme d'action économique et sociale, ainsi que des projets d'ordonnance et d'arrêté relatifs à ce programme.
§ 2. La concertation entre les interlocuteurs sociaux bruxellois et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est organisée au sein du Comité bruxellois de concertation économique et sociale, ci-après dénommé le Comité.
§ 3. Le Comité peut se concerter et délibérer sur toutes les questions de politique ayant une dimension socio-économique et qui, soit relèvent de la compétence de la Région de Bruxellois-Capitale, soit requièrent l'accord, l'avis ou l'engagement du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 4. Le Comité élargi, conformément à l'article 24, § 2, peut se concerter et délibérer sur toutes les questions qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Communauté flamande, de la Commission communautaire flamande, de la Communauté française, de la Commission communautaire française ou de la Commission communautaire commune et ayant une incidence sur la vie économique et sociale de la Région de Bruxellois-Capitale.
§ 5. Le Comité organise au moins une fois par an et au moment de la rentrée parlementaire une réunion, dénommée " Sommet social ", afin d'identifier les priorités socio-économiques de l'année à venir et d'assurer le suivi des réalisations socio-économiques de l'année écoulée.
§ 6. A l'issue d'un processus de délibération, un protocole d'accord entre les interlocuteurs sociaux bruxellois et le Gouvernement fixe les engagements réciproques.
Cette concertation prépare l'élaboration par le Gouvernement d'un programme d'action économique et sociale, ainsi que des projets d'ordonnance et d'arrêté relatifs à ce programme.
§ 2. La concertation entre les interlocuteurs sociaux bruxellois et le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est organisée au sein du Comité bruxellois de concertation économique et sociale, ci-après dénommé le Comité.
§ 3. Le Comité peut se concerter et délibérer sur toutes les questions de politique ayant une dimension socio-économique et qui, soit relèvent de la compétence de la Région de Bruxellois-Capitale, soit requièrent l'accord, l'avis ou l'engagement du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 4. Le Comité élargi, conformément à l'article 24, § 2, peut se concerter et délibérer sur toutes les questions qui relèvent de la compétence de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Communauté flamande, de la Commission communautaire flamande, de la Communauté française, de la Commission communautaire française ou de la Commission communautaire commune et ayant une incidence sur la vie économique et sociale de la Région de Bruxellois-Capitale.
§ 5. Le Comité organise au moins une fois par an et au moment de la rentrée parlementaire une réunion, dénommée " Sommet social ", afin d'identifier les priorités socio-économiques de l'année à venir et d'assurer le suivi des réalisations socio-économiques de l'année écoulée.
§ 6. A l'issue d'un processus de délibération, un protocole d'accord entre les interlocuteurs sociaux bruxellois et le Gouvernement fixe les engagements réciproques.
Afdeling 2. - Over de samenstelling en de werking van het Comité
Section 2. - De la composition et du fonctionnement du Comité
Art. 24. § 1. Het Comité wordt voorgezeten door de Minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en bestaat uit :
1° de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de drie gewestelijke staatssecretarissen ;
2° acht vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aangesteld door Brupartners ;
3° acht vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers, aangesteld door Brupartners.
De vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de werkgevers van de social-profitsector, evenals de vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers zijn lid van de Plenaire vergadering van Brupartners.
§ 2. Het Comité kan zich met de gemeenschapsoverheden uitbreiden door de regeringen van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het College van de Franse Gemeenschapscommissie en/of het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uit te nodigen.
1° de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en de drie gewestelijke staatssecretarissen ;
2° acht vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de werkgevers van de social-profitsector van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aangesteld door Brupartners ;
3° acht vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers, aangesteld door Brupartners.
De vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de werkgevers van de social-profitsector, evenals de vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers zijn lid van de Plenaire vergadering van Brupartners.
§ 2. Het Comité kan zich met de gemeenschapsoverheden uitbreiden door de regeringen van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het College van de Franse Gemeenschapscommissie en/of het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uit te nodigen.
Art. 24. § 1er. Le Comité est présidé par le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et se compose :
1° des membres du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et des trois secrétaires d'Etat régionaux ;
2° de huit représentants des organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale désignés par Brupartners ;
3° de huit représentants des organisations représentatives des travailleurs désignés par Brupartners.
Les représentants des organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand ainsi que les représentants des organisations représentatives des travailleurs, sont membres de l'Assemblée plénière de Brupartners.
§ 2. Le Comité peut s'élargir aux pouvoirs communautaires en y invitant les Gouvernements de la Communauté flamande, de la Communauté française, le Collège de la Commission communautaire flamande, le Collège de la Commission communautaire française et/ou le Collège réuni de la Commission communautaire commune.
1° des membres du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale et des trois secrétaires d'Etat régionaux ;
2° de huit représentants des organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand de la Région de Bruxelles-Capitale désignés par Brupartners ;
3° de huit représentants des organisations représentatives des travailleurs désignés par Brupartners.
Les représentants des organisations représentatives des employeurs, des classes moyennes et des employeurs du non-marchand ainsi que les représentants des organisations représentatives des travailleurs, sont membres de l'Assemblée plénière de Brupartners.
§ 2. Le Comité peut s'élargir aux pouvoirs communautaires en y invitant les Gouvernements de la Communauté flamande, de la Communauté française, le Collège de la Commission communautaire flamande, le Collège de la Commission communautaire française et/ou le Collège réuni de la Commission communautaire commune.
Art. 25. § 1. Het Comité stelt zijn reglement van inwendige orde op dat met name bepaalt:
1° de modaliteiten voor de samenroeping van het Comité;
2° de modaliteiten voor de inschrijving van voorstellen op de agenda van het Comité;
3° de mogelijkheid om op externe deskundigen beroep te doen;
4° de publiciteit van het overleg;
5° de samenstelling en de werking van de interne werkgroepen;
6° de opdracht en de rol van het Secretariaat.
§ 2. Het Secretariaat van Brupartners verzorgt het secretariaat van het Comité.
1° de modaliteiten voor de samenroeping van het Comité;
2° de modaliteiten voor de inschrijving van voorstellen op de agenda van het Comité;
3° de mogelijkheid om op externe deskundigen beroep te doen;
4° de publiciteit van het overleg;
5° de samenstelling en de werking van de interne werkgroepen;
6° de opdracht en de rol van het Secretariaat.
§ 2. Het Secretariaat van Brupartners verzorgt het secretariaat van het Comité.
Art. 25. § 1er. Le Comité établit son règlement d'ordre intérieur qui fixe notamment :
1° les modalités de convocation du Comité ;
2° les modalités d'inscription des propositions à l'ordre du jour du Comité ;
3° la possibilité de faire appel à des experts externes ;
4° la publicité de la concertation ;
5° la composition et le fonctionnement des groupes de travail internes ;
6° la mission et le rôle du Secrétariat.
§ 2. Le Secrétariat de Brupartners assure le secrétariat du Comité.
1° les modalités de convocation du Comité ;
2° les modalités d'inscription des propositions à l'ordre du jour du Comité ;
3° la possibilité de faire appel à des experts externes ;
4° la publicité de la concertation ;
5° la composition et le fonctionnement des groupes de travail internes ;
6° la mission et le rôle du Secrétariat.
§ 2. Le Secrétariat de Brupartners assure le secrétariat du Comité.
HOOFDSTUK 3. - Coördinatieopdracht
CHAPITRE 3. - Mission de coordination
Art. 26. De Regering is gemachtigd om aan het Secretariaat van Brupartners de opdracht toe te vertrouwen om het secretariaat van de organen, commissies, raden of gelijkgestelden, die binnen of bij Brupartners worden opgericht, waar te nemen.
Art. 26. Le Gouvernement est habilité à confier au Secrétariat de Brupartners la mission d'assurer le secrétariat des organes, commissions, conseils ou assimilés, créés au sein ou auprès de Brupartners.
Art. 27. § 1er. Het Secretariaat van Brupartners verzekert de coördinatie van de verschillende adviesorganen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zonder dat dit gevolgen heeft voor de autonomie van de verschillende adviesorganen.
§ 2. De Regering bepaalt om welke adviesorganen het gaat, evenals de modaliteiten van deze coördinatie.
§ 2. De Regering bepaalt om welke adviesorganen het gaat, evenals de modaliteiten van deze coördinatie.
Art. 27. § 1er. Le Secrétariat de Brupartners assure, sans implication sur l'indépendance des différents organes d'avis, la coordination des différents organes consultatifs de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Le Gouvernement détermine les organes consultatifs concernés et les modalités de cette coordination.
§ 2. Le Gouvernement détermine les organes consultatifs concernés et les modalités de cette coordination.
HOOFDSTUK 4. - Sectorale opdracht
CHAPITRE 4. - Mission sectorielle
Art. 28. Bij Brupartners wordt een dienst voor Sectorale Facilitatie opgericht.
De dienst voor Sectorale Facilitatie heeft als opdracht, de sectorale sociale gesprekspartners te mobiliseren voor het beleid inzake economie, werkgelegenheid en opleiding in verband met de technologische evoluties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De dienst voor Sectorale Facilitatie heeft als opdracht, de sectorale sociale gesprekspartners te mobiliseren voor het beleid inzake economie, werkgelegenheid en opleiding in verband met de technologische evoluties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 28. Un Service de Facilitation sectorielle est établi au sein de Brupartners.
Le Service de Facilitation sectorielle a pour mission de mobiliser les interlocuteurs sociaux sectoriels aux politiques économiques, d'emploi et de formation, en lien avec les évolutions technologiques, en Région de Bruxelles-Capitale.
Le Service de Facilitation sectorielle a pour mission de mobiliser les interlocuteurs sociaux sectoriels aux politiques économiques, d'emploi et de formation, en lien avec les évolutions technologiques, en Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 5. - Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten
CHAPITRE 5. - Observatoire des prix de référence dans les marchés publics
Art. 29. Brupartners omvat het Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarvan de opdrachten en de werking door de ordonnantie van 3 april 2014 houdende oprichting van een Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten binnen de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn bepaald.
Art. 29. Brupartners comprend en son sein l'Observatoire des prix de référence dans les marchés publics en Région de Bruxelles-Capitale, dont les missions et le fonctionnement sont définis par l'ordonnance du 3 avril 2014 portant création d'un Observatoire des prix de référence dans les marchés publics au sein du Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale.
TITEL 5. - Brupartners - Zelfstandige Ondernemers
TITRE 5. - Brupartners - Entrepreneurs Indépendants
Art. 30. § 1. Brupartners beschikt over een orgaan belast met de specifieke vraagstukken betreffende de zelfstandigen, de zeer kleine ondernemingen, de kleine en middelgrote ondernemingen en de vrije beroepen, " Brupartners - Zelfstandige Ondernemers " genoemd. Dit orgaan is overeenkomstig artikel 9 samengesteld uit de vertegenwoordigers van de representatieve middenstandsorganisaties.
Brupartners - Zelfstandige Ondernemers bestaat uit twaalf effectieve en twaalf plaatsvervangende leden die omvatten :
1° enerzijds, de zes effectieve en zes plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve middenstandsorganisaties die zetelen in de Plenaire vergadering van Brupartners ;
2° anderzijds, zes effectieve en zes plaatsvervangende leden die zijn aangesteld door de Regering, op voordracht van de representatieve organisaties van de middenstand die zetelen in de Plenaire vergadering van Brupartners.
Het mandaat van de leden van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers heeft een duur van vijf jaar en is hernieuwbaar.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering of een van haar leden kan bij Brupartners - Zelfstandige Ondernemers om het even welke adviesaanvraag aanhangig maken met betrekking tot de algemene vraagstukken van de middenstand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De adviezen van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers worden rechtstreeks aan de aanvrager bezorgd.
Brupartners - Zelfstandige Ondernemers kan eveneens op eigen initiatief adviezen of voorstellen uitbrengen ter attentie van de Regering of een van haar leden.
In dit geval worden de adviezen of voorstellen van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers bezorgd aan de Raad van bestuur, met het oog op een eventueel aanvullend advies van Brupartners.
§ 3. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers mag beroep doen op deskundigen en werkgroepen oprichten, binnen de voorwaarden van het reglement van inwendige orde.
§ 4. De leden van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers verkiezen in hun midden een voorzitter en een vicevoorzitter die tot een verschillende taalgroep behoren. De voorzitter en de vicevoorzitter van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers worden voor een duur van tweeëneenhalf jaar verkozen.
§ 5. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers verkiest in zijn midden een Bureau van vier leden waarvan de voorzitter en de vicevoorzitter van rechtswege lid zijn. Twee leden behoren tot de Franse taalrol en twee leden tot de Nederlandse taalrol.
§ 6. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers stelt een reglement van inwendige orde op dat de modaliteiten van zijn werking vastlegt.
Brupartners - Zelfstandige Ondernemers bestaat uit twaalf effectieve en twaalf plaatsvervangende leden die omvatten :
1° enerzijds, de zes effectieve en zes plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve middenstandsorganisaties die zetelen in de Plenaire vergadering van Brupartners ;
2° anderzijds, zes effectieve en zes plaatsvervangende leden die zijn aangesteld door de Regering, op voordracht van de representatieve organisaties van de middenstand die zetelen in de Plenaire vergadering van Brupartners.
Het mandaat van de leden van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers heeft een duur van vijf jaar en is hernieuwbaar.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering of een van haar leden kan bij Brupartners - Zelfstandige Ondernemers om het even welke adviesaanvraag aanhangig maken met betrekking tot de algemene vraagstukken van de middenstand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De adviezen van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers worden rechtstreeks aan de aanvrager bezorgd.
Brupartners - Zelfstandige Ondernemers kan eveneens op eigen initiatief adviezen of voorstellen uitbrengen ter attentie van de Regering of een van haar leden.
In dit geval worden de adviezen of voorstellen van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers bezorgd aan de Raad van bestuur, met het oog op een eventueel aanvullend advies van Brupartners.
§ 3. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers mag beroep doen op deskundigen en werkgroepen oprichten, binnen de voorwaarden van het reglement van inwendige orde.
§ 4. De leden van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers verkiezen in hun midden een voorzitter en een vicevoorzitter die tot een verschillende taalgroep behoren. De voorzitter en de vicevoorzitter van Brupartners - Zelfstandige Ondernemers worden voor een duur van tweeëneenhalf jaar verkozen.
§ 5. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers verkiest in zijn midden een Bureau van vier leden waarvan de voorzitter en de vicevoorzitter van rechtswege lid zijn. Twee leden behoren tot de Franse taalrol en twee leden tot de Nederlandse taalrol.
§ 6. Brupartners - Zelfstandige Ondernemers stelt een reglement van inwendige orde op dat de modaliteiten van zijn werking vastlegt.
Art. 30. § 1er. Brupartners comprend en son sein un organe en charge des questions spécifiques relatives aux indépendants, aux très petites entreprises, aux petites et moyennes entreprises et professions libérales dénommé " Brupartners - Entrepreneurs Indépendants ", regroupant les représentants des organisations représentatives des classes moyennes conformément à l'article 9.
Brupartners - Entrepreneurs Indépendants est composé de douze membres effectifs et de douze membres suppléants comprenant :
1° d'une part, les six représentants effectifs et les six représentants suppléants des organisations représentatives des classes moyennes siégeant à l'Assemblée plénière de Brupartners ;
2° d'autre part, six membres effectifs et six membres suppléants désignés par le Gouvernement sur proposition des organisations représentatives des classes moyennes siégeant à l'Assemblée plénière de Brupartners.
Le mandat des membres de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants est de cinq ans et est renouvelable.
§ 2. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut être saisi par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou par un de ses membres, de toute demande d'avis concernant les thématiques générales relatives aux classes moyennes dans la Région de Bruxelles-Capitale.
Les avis de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont transmis directement au demandeur.
Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut également émettre des avis ou propositions d'initiative à l'attention du Gouvernement ou d'un de ses membres.
Dans ce cas, les avis ou propositions de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont transmis au conseil d'administration pour un éventuel avis complémentaire de Brupartners.
§ 3. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut faire appel à des experts et mettre en place des groupes de travail, et ce dans les conditions fixées dans le règlement d'ordre intérieur.
§ 4. Les membres de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants élisent en leur sein un président et un vice-président d'expressions linguistiques différentes. Le président et le vice-président de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont élus pour deux ans et demi.
§ 5. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants élit en son sein un Bureau de quatre membres dont le président et le vice-président sont membres de plein droit. Deux des membres appartiennent au rôle linguistique francophone et deux des membres appartiennent au rôle linguistique néerlandophone.
§ 6. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants établit un règlement d'ordre intérieur fixant les modalités de son fonctionnement.
Brupartners - Entrepreneurs Indépendants est composé de douze membres effectifs et de douze membres suppléants comprenant :
1° d'une part, les six représentants effectifs et les six représentants suppléants des organisations représentatives des classes moyennes siégeant à l'Assemblée plénière de Brupartners ;
2° d'autre part, six membres effectifs et six membres suppléants désignés par le Gouvernement sur proposition des organisations représentatives des classes moyennes siégeant à l'Assemblée plénière de Brupartners.
Le mandat des membres de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants est de cinq ans et est renouvelable.
§ 2. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut être saisi par le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou par un de ses membres, de toute demande d'avis concernant les thématiques générales relatives aux classes moyennes dans la Région de Bruxelles-Capitale.
Les avis de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont transmis directement au demandeur.
Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut également émettre des avis ou propositions d'initiative à l'attention du Gouvernement ou d'un de ses membres.
Dans ce cas, les avis ou propositions de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont transmis au conseil d'administration pour un éventuel avis complémentaire de Brupartners.
§ 3. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants peut faire appel à des experts et mettre en place des groupes de travail, et ce dans les conditions fixées dans le règlement d'ordre intérieur.
§ 4. Les membres de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants élisent en leur sein un président et un vice-président d'expressions linguistiques différentes. Le président et le vice-président de Brupartners - Entrepreneurs Indépendants sont élus pour deux ans et demi.
§ 5. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants élit en son sein un Bureau de quatre membres dont le président et le vice-président sont membres de plein droit. Deux des membres appartiennent au rôle linguistique francophone et deux des membres appartiennent au rôle linguistique néerlandophone.
§ 6. Brupartners - Entrepreneurs Indépendants établit un règlement d'ordre intérieur fixant les modalités de son fonctionnement.
TITEL 6. - Over het Secretariaat van Brupartners
TITRE 6. - Du Secrétariat de Brupartners
Art. 31. Brupartners beschikt over een Secretariaat dat belast is met de administratieve en logistieke ondersteuning die eigen is aan de inhoud van zijn verschillende opdrachten.
Art. 31. Brupartners dispose d'un Secrétariat chargé de l'appui administratif, logistique et propre au contenu de ses différentes missions.
Art. 32. Elk jaar en ten laatste op 30 juni bezorgt Brupartners zijn jaarlijks activiteitenverslag aan de Regering en het Parlement. Dit verslag wordt op de internetsite van Brupartners gepubliceerd.
Art. 32. Chaque année et au plus tard le 30 juin, Brupartners transmet au Gouvernement et au Parlement son rapport annuel d'activités. Ce rapport est publié sur le site Internet de Brupartners.
Art. 33. § 1. Het dagelijks beheer van Brupartners wordt verzorgd door de leidende ambtenaar, bijgestaan door de adjunct-leidende ambtenaar.
Zij behoren tot een verschillende taalrol.
§ 2. De leidende ambtenaar leidt het personeel.
§ 3. Alle beslissingen inzake beheer en bestuur moeten worden geacteerd en vereisen de handtekening van de leidende ambtenaar en de adjunct-leidende ambtenaar.
§ 4. De Raad van bestuur kan elk van de leidende ambtenaren toestaan om aan een personeelslid van de overeenkomstige taalgroep een delegatie te verlenen voor de ondertekening van bepaalde stukken en brieven die hij zal hebben bepaald.
De Raad van bestuur mag op eigen verantwoordelijkheid aan de leidende ambtenaren bevoegdheden delegeren, binnen de beperkingen die hij bepaalt.
De Raad van bestuur mag op eigen verantwoordelijkheid aan de leidende ambtenaren of andere personeelsleden, die hij aanduidt, handtekeningsbevoegdheden delegeren.
Binnen de beperkingen en tegen de voorwaarden die hij bepaalt om de afhandeling van aangelegenheden te vergemakkelijken, mag de Raad van bestuur, op eigen verantwoordelijkheid, de leidende ambtenaren toestaan om een gedeelte van de bevoegdheden, die hen zijn verleend, aan andere personeelsleden te delegeren.
§ 5. De leidende ambtenaar en de adjunct-leidende ambtenaar vertegenwoordigen Brupartners voor de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en handelen op geldige wijze in naam en voor rekening van deze laatste binnen de limieten van het dagelijks beheer, zonder een beslissing van de Raad van bestuur te moeten aantonen.
De toelating van de Raad van bestuur is evenwel vereist voor andere vorderingen en eisen dan kortgedingen en bezitsvorderingen, en conservatoire gedingen en gedingen tot stuiting van de verjaring en verbeurdverklaringen.
Zij behoren tot een verschillende taalrol.
§ 2. De leidende ambtenaar leidt het personeel.
§ 3. Alle beslissingen inzake beheer en bestuur moeten worden geacteerd en vereisen de handtekening van de leidende ambtenaar en de adjunct-leidende ambtenaar.
§ 4. De Raad van bestuur kan elk van de leidende ambtenaren toestaan om aan een personeelslid van de overeenkomstige taalgroep een delegatie te verlenen voor de ondertekening van bepaalde stukken en brieven die hij zal hebben bepaald.
De Raad van bestuur mag op eigen verantwoordelijkheid aan de leidende ambtenaren bevoegdheden delegeren, binnen de beperkingen die hij bepaalt.
De Raad van bestuur mag op eigen verantwoordelijkheid aan de leidende ambtenaren of andere personeelsleden, die hij aanduidt, handtekeningsbevoegdheden delegeren.
Binnen de beperkingen en tegen de voorwaarden die hij bepaalt om de afhandeling van aangelegenheden te vergemakkelijken, mag de Raad van bestuur, op eigen verantwoordelijkheid, de leidende ambtenaren toestaan om een gedeelte van de bevoegdheden, die hen zijn verleend, aan andere personeelsleden te delegeren.
§ 5. De leidende ambtenaar en de adjunct-leidende ambtenaar vertegenwoordigen Brupartners voor de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en handelen op geldige wijze in naam en voor rekening van deze laatste binnen de limieten van het dagelijks beheer, zonder een beslissing van de Raad van bestuur te moeten aantonen.
De toelating van de Raad van bestuur is evenwel vereist voor andere vorderingen en eisen dan kortgedingen en bezitsvorderingen, en conservatoire gedingen en gedingen tot stuiting van de verjaring en verbeurdverklaringen.
Art. 33. § 1er. La gestion journalière de Brupartners est assumée par le fonctionnaire dirigeant assisté par le fonctionnaire dirigeant adjoint.
Ils relèvent de rôles linguistiques différents.
§ 2. Le fonctionnaire dirigeant dirige le personnel.
§ 3. Toutes les décisions de gestion et de direction doivent être actées et exigent la signature du fonctionnaire dirigeant et du fonctionnaire dirigeant adjoint.
§ 4. Le conseil d'administration peut autoriser chacun des fonctionnaires dirigeants à déléguer, à un membre du personnel d'expression linguistique correspondante, le pouvoir de signer certaines pièces et correspondances qu'il aura déterminées.
Le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, octroyer des délégations de compétences aux fonctionnaires dirigeants, dans les limites qu'il fixe.
Le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, octroyer des délégations de signature aux fonctionnaires dirigeants ou à d'autres membres du personnel qu'il désigne.
Dans les limites et conditions qu'il détermine pour faciliter l'expédition des affaires, le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, autoriser les fonctionnaires dirigeants à subdéléguer une partie des pouvoirs qui leur sont conférés à d'autres membres du personnel.
§ 5. Le fonctionnaire dirigeant et le fonctionnaire dirigeant adjoint représentent Brupartners dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agissent valablement au nom et pour le compte de ce dernier dans les limites de la gestion journalière, sans avoir à justifier d'une décision du conseil d'administration.
Toutefois, l'autorisation du conseil d'administration est requise pour les actions et demandes autres que les actions en référé et possessoires et que les actes conservatoires ou interruptifs de la prescription et les déchéances.
Ils relèvent de rôles linguistiques différents.
§ 2. Le fonctionnaire dirigeant dirige le personnel.
§ 3. Toutes les décisions de gestion et de direction doivent être actées et exigent la signature du fonctionnaire dirigeant et du fonctionnaire dirigeant adjoint.
§ 4. Le conseil d'administration peut autoriser chacun des fonctionnaires dirigeants à déléguer, à un membre du personnel d'expression linguistique correspondante, le pouvoir de signer certaines pièces et correspondances qu'il aura déterminées.
Le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, octroyer des délégations de compétences aux fonctionnaires dirigeants, dans les limites qu'il fixe.
Le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, octroyer des délégations de signature aux fonctionnaires dirigeants ou à d'autres membres du personnel qu'il désigne.
Dans les limites et conditions qu'il détermine pour faciliter l'expédition des affaires, le conseil d'administration peut, sous sa responsabilité, autoriser les fonctionnaires dirigeants à subdéléguer une partie des pouvoirs qui leur sont conférés à d'autres membres du personnel.
§ 5. Le fonctionnaire dirigeant et le fonctionnaire dirigeant adjoint représentent Brupartners dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agissent valablement au nom et pour le compte de ce dernier dans les limites de la gestion journalière, sans avoir à justifier d'une décision du conseil d'administration.
Toutefois, l'autorisation du conseil d'administration est requise pour les actions et demandes autres que les actions en référé et possessoires et que les actes conservatoires ou interruptifs de la prescription et les déchéances.
Art. 34. Brupartners, dat een autonome bestuursinstelling van tweede categorie is in de zin van artikel 85, 2°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, is als dusdanig aan de bepalingen van deze organieke ordonnantie onderworpen.
Art. 34. Brupartners, qui est un organisme administratif autonome de seconde catégorie au sens de l'article 85, 2°, de l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle, est soumis en cette qualité aux dispositions de cette ordonnance organique.
Art. 35. § 1. De financiële middelen, waarover Brupartners beschikt, bestaan uit :
1° een jaarlijkse basisdotatie die in de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ingeschreven ;
2° eventuele bijzondere dotaties en toelagen ;
3° occasionele eigen ontvangsten.
§ 2. De Regering stelt op voorstel van de Raad van bestuur het administratief en geldelijk statuut van het personeel van Brupartners vast.
1° een jaarlijkse basisdotatie die in de begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ingeschreven ;
2° eventuele bijzondere dotaties en toelagen ;
3° occasionele eigen ontvangsten.
§ 2. De Regering stelt op voorstel van de Raad van bestuur het administratief en geldelijk statuut van het personeel van Brupartners vast.
Art. 35. § 1er. Les moyens financiers dont dispose Brupartners se composent :
1° d'une dotation de base annuelle inscrite au budget de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° d'éventuelles dotations et subventions spéciales ;
3° de recettes propres occasionnelles.
§ 2. Le Gouvernement, sur proposition du conseil d'administration, fixe les statuts administratif et pécuniaire du personnel de Brupartners.
1° d'une dotation de base annuelle inscrite au budget de la Région de Bruxelles-Capitale ;
2° d'éventuelles dotations et subventions spéciales ;
3° de recettes propres occasionnelles.
§ 2. Le Gouvernement, sur proposition du conseil d'administration, fixe les statuts administratif et pécuniaire du personnel de Brupartners.
TITEL 7. - Wijzigings-, overgangs- en opheffingsbepalingen
TITRE 7. - Dispositions modificatives, transitoires et abrogatoires
Art. 36. De op het ogenblik van de aanneming van onderhavige ordonnantie lopende mandaten hebben een duur van 4 jaar en lopen op 1 juli 2024 af.
Art. 36. Les mandats en cours au moment de l'adoption de la présente ordonnance ont une durée de 4 ans et prennent fin au 1er juillet 2024.
Art. 37. In alle wetten, ordonnanties, besluiten en reglementen moeten de woorden " Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ", evenals de woorden " ESR ", " ESRBHG " en " Raad ", wanneer naar de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt verwezen, als " Brupartners " worden opgevat.
Art. 37. Dans toutes les lois, ordonnances, arrêtés et règlements, les mots " Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale ", ainsi que les mots " CES ", " CESRBC " et " Conseil ", lorsqu'il est fait référence au Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale, doivent être compris comme se référant à Brupartners.
Art. 38. De Regering is gemachtigd om de terminologie en de verwijzingen naar de geldende wetgevende bepalingen aan de bepalingen die door onderhavige ordonnantie worden ingevoerd, aan te passen.
Art. 38. Le Gouvernement est habilité à adapter la terminologie et les renvois dans les dispositions législatives en vigueur aux dispositions introduites par la présente ordonnance.
Art. 39. De ordonnantie van 8 september 1994 houdende oprichting van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals gewijzigd door de ordonnanties van 16 juli 1998, 19 februari 2004, 29 april 2004, 8 december 2005 en 15 december 2017, wordt opgeheven, met uitzondering van artikelen 2, 14 en 14bis.
Art. 39. L'ordonnance du 8 septembre 1994 portant création du Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale, telle que modifiée par les ordonnances des 16 juillet 1998, 19 février 2004, 29 avril 2004, 8 décembre 2005 et 15 décembre 2017, est abrogée, à l'exception des articles 2, 14 et 14bis.
Art. 40. Het besluit van 16 januari 1997 houdende oprichting van een Brussels Economisch en Sociaal overlegcomité, zoals gewijzigd door de besluiten van 24 januari 2008 en 28 mei 2015, wordt opgeheven.
Art. 40. L'arrêté du 16 janvier 1997 portant création d'un Comité bruxellois de concertation économique et sociale, tel que modifié par les arrêtés des 24 janvier 2008 et 28 mai 2015, est abrogé.