Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit inzake essentiële middelen aan boord van schepen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-12-2021 en tekstbijwerking tot 13-01-2026)
Titre
15 NOVEMBRE 2021. - ArrĂȘtĂ© royal relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 08-12-2021 et mise Ă  jour au 13-01-2026)
Documentinformatie
Numac: 2021033871
Datum: 2021-11-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021033871
Date: 2021-11-15
Moniteur: Voir
Tekst (37)
Texte (37)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1.1. § 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van:
- richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003, bij Richtlijn 2007/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007, bij Verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 en bij Verordening (EU) 2019/1243 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 `tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die voorzien in het gebruik van de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; en
- richtlijn 2019/1834 van de Commissie van 24 oktober 2019 tot wijziging van de bijlagen II en IV bij Richtlijn 92/29/EEG van de Raad met betrekking tot zuiver technische aanpassingen.
§ 2. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
- richtlijn 1999/63/EG van 21 juni 1999 inzake de overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van zeevarenden, gesloten door de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap (ECSA) en de Federatie van de bonden voor het vervoerspersoneel in de Europese Unie (FST), gewijzigd bij Richtlijn 2009/13/EG van de Raad van 16 februari 2009.
Article 1.1. § 1er Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose :
- la Directive 92/29/CEE du Conseil du 31 mars 1992 concernant les prescriptions minimales de sécurité et de santé pour promouvoir une meilleure assistance médicale à bord des navires, modifiée par le RÚglement (CE) n° 1882/2003 du Parlement européen et du Conseil du 29 septembre 2003, par la Directive 2007/30/CE du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2007, par le RÚglement (CE) n° 1137/2008 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2008 et par le RÚglement (UE) 2019/1243 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 `adaptant aux articles 290 et 291 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne une série d'actes juridiques prévoyant le recours à la procédure de réglementation avec contrÎle; et
- la Directive 2019/1834 de la Commission du 24 octobre 2019 portant modification des annexes II et IV de la directive 92/29/CEE du Conseil en ce qui concerne des adaptations purement techniques.
§ 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement :
- la Directive 1999/63/CE du 21 juin 1999, concernant l'accord relatif à l'organisation du temps de travail des gens de mer, conclu par l'Association des armateurs de la Communauté européenne (ECSA) et la Fédération des syndicats des transports dans l'Union européenne (FST), modifiée par la Directive 2009/13/CE du Conseil du 16 février 2009.
HOOFDSTUK 2. - Medische uitrusting aan boord van schepen
CHAPITRE 2. - Dotation médicale à bord des navires
Art. 2.1. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° schip: elk schip in staats- of particulier eigendom dat onder de Belgische vlag vaart of onder de volledige rechtsmacht van België geregistreerd is, en bestemd is voor de vaart ter zee of waarmee in estuaria wordt gevist, met uitzondering van:
a) binnenschepen;
b) oorlogsschepen;
c) pleziervaartuigen die niet voor bedrijfs- of beroepsmatige doeleinden worden gebruikt en die bemand zijn zonder professionele bemanning; en
d) sleepboten die in havengebieden varen.
De schepen zijn ingedeeld in categorieën volgens paragraaf 2 van dit artikel.
2° werknemer: iedere persoon die een beroepsactiviteit uitoefent aan boord van een schip, alsmede stagiairs en leerlingen, met uitzondering van havenloodsen en walpersoneel dat werkzaamheden aan boord van een schip aan de kade verricht;
3° reder: de eigenaar van een schip, behalve wanneer het een rompbevrachting betreft of indien het schip, op grond van een beheersovereenkomst, geheel of gedeeltelijk beheerd wordt door een andere natuurlijke of rechtspersoon dan de eigenaar; eventueel wordt de rompbevrachter of de natuurlijke of rechtspersoon die het schip beheert als de reder beschouwd;
4° medische uitrusting: de geneesmiddelen, verplegingsartikelen en antidota waarvan in bijlage 1 van dit besluit een niet-limitatieve lijst is opgenomen;
5° antidotum: een stof, gebruikt ter voorkoming of behandeling van de directe of indirecte schadelijke effecten die teweeg worden gebracht door een of meer van de in artikel 2.4, paragraaf 4 van dit besluit vermelde gevaarlijke stoffen;
6° de minister: de minister bevoegd voor maritieme mobiliteit;
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit en de bijlagen bij dit besluit worden de schepen ingedeeld in de volgende categorieën:
1° Categorie A: Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, vaargebied onbeperkt;
2° Categorie B: Schepen voor de zeevaart of de zeevisserij, met een vaargebied tot minder dan 150 zeemijl van de dichtstbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen. (Categorie B wordt uitgebreid tot schepen voor de zeevaart of de zeevisserij met een vaargebied tot minder dan 175 zeemijl van de dichtsbijzijnde haven met adequate medische voorzieningen die permanent binnen de actieradius van aan land gestationeerde reddingshelikopters blijven;
Hiertoe wordt door de Scheepvaartcontrole bijgewerkte informatie verstrekt betreffende de zones en de omstandigheden waarin de reddingshelikopters systematisch beschikbaar zijn:
a) aan de andere Lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie; en
b) aan de gezagvoerders van schepen die zijn vlag voeren of onder zijn volledige rechtsmacht geregistreerd zijn en onder de eerste alinea van deze voetnoot vallen of kunnen vallen; de informatie wordt verstrekt op de meest adequate wijze, met name via radioconsultatiecentra, reddingscoördinatiecentra of kustradiostations);
3° Categorie C: Schepen voor het havenverkeer, boten en vaartuigen die onder de kust blijven of boten met geen andere accommodatieruimten dan een stuurhut;
4° Categorie Reddingsboten.
Art. 2.1. § 1. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° navire : tout bĂątiment battant le pavillon belge ou enregistrĂ© sous la pleine juridiction de la Belgique, susceptible de naviguer en mer ou pratiquant la pĂȘche en estuaire, de propriĂ©tĂ© publique ou privĂ©e, Ă  l'exclusion :
a) des bateaux de navigation intérieure;
b) des navires de guerre :
c) des navires de plaisance qui ne sont pas exploités à des fins professionnelles et non pourvus d'un équipage professionnel; et
d) des remorqueurs naviguant dans les zones portuaires.
Les navires sont classés en catégories, selon le paragraphe 2 du présent article.
2° travailleur : toute personne exerçant une activité professionnelle à bord d'un navire, ainsi que les stagiaires et apprentis, à l'exclusion des pilotes de port et du personnel de terre effectuant des travaux à bord d'un navire à quai;
3° armateur : le propriĂ©taire d'un navire, sauf si le navire a Ă©tĂ© affrĂ©tĂ© coque nue ou est gĂ©rĂ©, totalement ou en partie, par une personne physique ou morale autre que le propriĂ©taire, aux termes d'un accord de gestion; dans ce cas, l'armateur est considĂ©rĂ© ĂȘtre, le cas Ă©chĂ©ant, l'affrĂ©teur coque nue ou la personne physique ou morale assurant la gestion du navire;
4° dotation mĂ©dicale : les mĂ©dicaments, le matĂ©riel mĂ©dical et les antidotes, dont une liste non exhaustive figure Ă  l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;
5° antidote : une substance utilisĂ©e pour prĂ©voir ou traiter le ou les effets dĂ©lĂ©tĂšres directs ou indirects induits par une ou plusieurs des matiĂšres dangereuses mentionnĂ©es Ă  l'article 2.4, paragraphe 4 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;
6° le ministre : le ministre qui a la mobilité maritime dans ses attributions.
§ 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et des annexes au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les navires sont classĂ©s dans les catĂ©gories suivantes :
1° CatĂ©gorie A : Navire pratiquant la navigation maritime ou la pĂȘche en mer, sans limitation de parages;
2° CatĂ©gorie B : Navire pratiquant la navigation maritime ou la pĂȘche en mer dans des parages limitĂ©s Ă  moins de 150 milles marins du port le plus proche mĂ©dicalement Ă©quipĂ© de façon adĂ©quate. (La catĂ©gorie B est Ă©tendue aux navires pratiquant la navigation maritime ou la pĂȘche en mer dans des parages limitĂ©s Ă  moins de 175 milles marins du port le plus proche mĂ©dicalement Ă©quipĂ© de façon adĂ©quate et restant en permanence dans le rayon d'action des moyens d'Ă©valuation sanitaire hĂ©liportĂ©e;
A cette fin, le ContrÎle de la navigation communique des informations tenues à jour sur les zones et les conditions dans lesquelles le service d'évacuation sanitaire héliporté est systématiquement assuré :
a) aux autres Etats membres de l'Union européenne et à la Commission européenne; et
b) aux [1 commandants]1 des navires battant son pavillon ou enregistrĂ©s sous sa pleine juridiction, concernĂ©s ou susceptibles d'ĂȘtre concernĂ©s par l'application du premier alinĂ©a de la prĂ©sente note de bas de page, de la maniĂšre la plus appropriĂ©e, notamment par l'intermĂ©diaire des centres de radioconsultation, des centres de coordination de sauvetage ou des stations radio cĂŽtiĂšres);
3° Catégorie C : Navire pratiquant la navigation portuaire, les bateaux et les embarcations restant trÚs prÚs des cÎtes ou ne disposant pas d'emménagements autres qu'une timonerie;
4° Catégorie Embarcations de sauvetage.
Art. 2.2. § 1. Elk schip moet permanent een medische uitrusting aan boord hebben die, voor de scheepscategorie waartoe het behoort, kwalitatief ten minste overeenstemt met de afdelingen I en II van bijlage 1 van dit besluit.
§ 2. De Scheepvaartcontrole mag de gezagvoerder van elk schip verplichten medische uitrusting aan boord te hebben boven de in § 1 vermelde minimumuitrusting indien dit vereist is voor de specifieke omstandigheden van het schip.
§ 3. Van de in de medische uitrusting opgenomen geneesmiddelen en verplegingsartikelen wordt een overzicht gegeven op een checklist die ten minste voldoet aan het vastgestelde algemene kader in bijlage 2 van dit besluit.
§ 4. De medische uitrusting van elk schip moet vergezeld gaan van een of meer handleidingen die ten minste een gebruiksaanwijzing voor de in bijlage 1, afdeling III van dit besluit bedoelde antidota bevatten.
Deze handleiding(en) wordt (worden) opgesteld in een taal en presentatie die begrijpelijk zijn voor de in artikel 2.7, paragrafen 2 en 3 van dit besluit bedoelde personen.
Art. 2.2. § 1er. Tout navire doit avoir Ă  son bord en permanence une dotation mĂ©dicale qualitativement au moins conforme aux sections I et II de l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour la catĂ©gorie des navires dans laquelle il est classĂ©.
§ 2. Le ContrÎle de la navigation peut obliger le [1 commandant]1 de chaque navire à avoir à bord une dotation médicale plus complÚte que la dotation minimale mentionnée au § 1er si les caractéristiques spécifiques du navire l'exigent.
§ 3. Le contenu de la dotation mĂ©dicale, en ce qui concerne les mĂ©dicaments et le matĂ©riel mĂ©dical, est reportĂ© sur un document de contrĂŽle rĂ©pondant au moins au cadre gĂ©nĂ©ral fixĂ© Ă  l'annexe 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 4. La dotation mĂ©dicale de chaque navire doit ĂȘtre accompagnĂ©e d'un ou de plusieurs guides d'utilisation incluant le mode d'utilisation au moins des antidotes visĂ©s Ă  la section III de l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Ce ou ces guides d'utilisation est ou sont rĂ©digĂ©s dans une langue et une prĂ©sentation comprĂ©hensibles aux personnes visĂ©es Ă  l'article 2.7, paragraphes 2 et 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 2.3. Elk schip moet voor elk reddingsvlot en voor elke reddingsboot beschikken over een waterdichte medicijnkist waarvan de inhoud ten minste overeenstemt met de in bijlage 1, afdelingen I en II, van dit besluit vastgestelde medische uitrusting voor de schepen van scheepscategorie reddingsboten.
Artikel 2.2, paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op deze medicijnkisten. Zij moeten zich aan boord bevinden van elk reddingsvlot of van elke reddingsboot.
Art. 2.3. Tout navire doit, pour chacun de ses radeaux et embarcations de sauvetage, disposer d'une boĂźte Ă  pharmacie Ă©tanche dont le contenu est au moins conforme Ă  la dotation mĂ©dicale prĂ©vue aux sections I et II de l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour les navires de la catĂ©gorie de navire bateaux de sauvetage.
L'article 2.2, paragraphe 3 s'applique par analogie Ă  ces boĂźtes Ă  pharmacie. Elles doivent se trouver Ă  bord de chaque radeau ou embarcation de sauvetage.
Art. 2.4. § 1. Elk schip dat één of meer van de in paragraaf 4 van dit artikel genoemde gevaarlijke stoffen vervoert, moet de medische uitrusting aan boord hebben die ten minste de in bijlage 1, afdeling III van dit besluit genoemde antidota omvat.
§ 2. De vorige paragraaf is ook van toepassing op veerboten waarbij als gevolg van de exploitatievoorwaarden de aard van de vervoerde gevaarlijke stoffen niet altijd tijdig van tevoren bekend kan zijn.
Bij overtochten op een lijnverbinding met een duur van minder dan twee uur mag evenwel worden volstaan met de antidota die in zeer dringende gevallen moeten worden toegediend en wel binnen een termijn die de normale duur van de overtocht niet overschrijdt.
§ 3. De inhoud van de medische uitrusting, voor wat betreft de antidota, wordt opgenomen in een controledocument dat minstens voldoet aan de algemene checklist in bijlage 2 van dit besluit delen A, B en C.
§ 4. De stoffen onderverdeeld in de klassen vermeld op de lijst van de meest recente versie van deel 2.0.1 van de International Maritime Dangerous Goods Code van de IMO, worden in aanmerking genomen ongeacht de vorm waarin zij aan boord zijn gebracht, ook als het om afvalstoffen of residuen van de lading gaat.
Art. 2.4. § 1er. Tout navire transportant une ou plusieurs des matiĂšres dangereuses Ă©numĂ©rĂ©es au paragraphe 4 du prĂ©sent article doit disposer Ă  son bord d'une dotation mĂ©dicale comportant au moins les antidotes visĂ©s Ă  la section III de l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 2. Le paragraphe précédent s'applique aussi aux navires transbordeurs, dont les conditions d'exploitation ne permettent pas toujours de connaßtre avec un délai ou préavis suffisant la nature des matiÚres dangereuses transportées.
Lorsque sur une ligne rĂ©guliĂšre la durĂ©e de la traversĂ©e est infĂ©rieure Ă  deux heures, les antidotes peuvent toutefois ĂȘtre limitĂ©s Ă  ceux devant ĂȘtre administrĂ©s en cas d'extrĂȘme urgence dans un dĂ©lai n'excĂ©dant pas la durĂ©e normale de la traversĂ©e.
§ 3. Le contenu de la dotation mĂ©dicale, en ce qui concerne les antidotes, est reportĂ© sur un document de contrĂŽle rĂ©pondant au moins Ă  la liste gĂ©nĂ©rale de contrĂŽle figurant aux sections A, B et C de l'annexe 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 4. Les matiÚres, divisées dans les classes mentionnées sur la liste de la partie 2.0.1 de la version la plus récente du International Maritime Dangerous Goods Code de l'OMI, sont à prendre en compte quel que soit l'état dans lequel elles sont embarquées, y compris l'état de déchets et de résidus de cargaison.
Art. 2.5. § 1. De levering en de vernieuwing van de medische uitrusting van schepen geschiedt uitsluitend onder verantwoordelijkheid van de reder, zonder kosten voor de werknemers.
§ 2. Wanneer de gezagvoerder, na naar beste vermogen medisch advies te hebben ingewonnen, constateert dat er sprake is van een medisch spoedgeval, en dat de noodzakelijke geneesmiddelen, verplegingsartikelen of antidota niet aan boord aanwezig zijn, staat de reder in voor het onverwijld aan boord bezorgen daarvan.
§ 3. Het beheer van de medische uitrusting wordt onder de verantwoordelijkheid van de gezagvoerder geplaatst.
De gezagvoerder ziet erop toe dat de medische uitrusting in goede staat verkeert en wordt aangevuld en/of vernieuwd zodra dat mogelijk is en in ieder geval bij voorrang tijdens de normale bevoorradingsprocedures.
De gezagvoerder kan het gebruik en het onderhoud van de medische uitrusting, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, aan één of meer met name genoemde en op grond van hun bevoegdheid aangewezen werknemers delegeren.
Art. 2.5. § 1er. La fourniture et le renouvellement de la dotation médicale des navires se fait sous la responsabilité exclusive de l'armateur, sans entraßner de charges financiÚres pour les travailleurs.
§ 2. Lorsque le [1 commandant]1 constate qu'il y a urgence médicale aprÚs avoir recueilli, dans toute la mesure du possible, un avis médical, et que les médicaments, le matériel médical ou les antidotes nécessaires ne sont pas présents à bord, l'armateur doit veiller à ce qu'ils soient rendus disponibles à bord le plus rapidement possible.
§ 3. La gestion de la dotation médicale est placée sous la responsabilité du [1 commandant]1.
Le [1 commandant]1 veille à ce que la dotation médicale soit en bon état et soit complétée et/ou renouvelée dÚs que possible et en tout cas en tant qu'élément prioritaire lors des procédures normales de ravitaillement.
Le [1 commandant]1 peut, sans préjudice de sa responsabilité, déléguer l'usage et la maintenance de la dotation médicale à un ou plusieurs travailleurs nommément désignés en raison de leur compétence.
Art. 2.6. § 1. Elk schip met 100 of meer opvarenden dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, moet een bevoegde arts aan boord hebben die verantwoordelijk is voor het verschaffen van medische zorgen.
§ 2. Elk schip met 300 of meer opvarenden dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, moet een arts en een verpleegkundige aan boord hebben die verantwoordelijk zijn voor het verschaffen van medische zorgen.
Art. 2.6. § 1er. Tout navire ayant au moins 100 personnes à bord et effectuant un trajet international de plus de trois jours doit avoir à son bord un médecin compétent chargé de prodiguer les soins médicaux.
§ 2. Tout navire ayant au moins 300 personnes à bord et effectuant un trajet international de plus de trois jours doit avoir à son bord un médecin et un infirmier ou une infirmiÚre chargés de prodiguer les soins médicaux.
Art. 2.7. § 1. Schepen die geen arts aan boord hebben, moeten hetzij ten minste één werknemer aan boord hebben die belast is met de medische zorgen en toediening van medicijnen als onderdeel van diens reguliere taken hetzij ten minste een werknemer aan boord hebben die bevoegd is om eerste hulp te verlenen.
§ 2. Personen belast met de medische zorgen aan boord die geen arts zijn, moeten naar behoren een medische opleiding hebben afgerond die voldoet aan de relevante vereisten van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978, zoals gewijzigd ("STCW-Verdrag'') en het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
Werknemers die zijn aangewezen voor het verlenen van eerste hulp moeten een naar behoren afgeronde opleiding op het gebied van eerstehulpverlening hebben die voldoet aan de relevante vereisten van het STCW-Verdrag en het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
§ 3. De gezagvoerder en de werknemer(s) aan wie de gezagvoerder het gebruik van de medische uitrusting van het schip overeenkomstig artikel 2.5, paragraaf 3, laatste lid van dit besluit heeft toevertrouwd, moeten een speciale opleiding hebben gevolgd, met op gezette tijden en minstens om de vijf jaar, een bijscholing, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke risico's en vereisten van de verschillende scheepscategorieën en de in bijlage 3 van dit besluit vervatte algemene richtsnoeren worden gevolgd.
Art. 2.7. § 1er. Les navires n'ayant pas de médecin à bord doivent compter à bord au moins un travailleur chargé des soins médicaux et de l'administration des médicaments dans le cadre de ses fonctions normales ou un travailleur apte à administrer les premiers secours.
§ 2. Les personnes chargĂ©es d'assurer les soins mĂ©dicaux Ă  bord et qui ne sont pas mĂ©decins doivent avoir suivi avec succĂšs une formation aux soins mĂ©dicaux qui soit conforme aux dispositions de la Convention internationale de 1978 sur les normes de formation des gens de mer, de dĂ©livrance des brevets et de veille, telle que modifiĂ©e (STCW) et de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 aoĂ»t 2020 relatif aux marins.
Les travailleurs chargĂ©s d'administrer les premiers secours doivent avoir suivi avec succĂšs une formation aux premiers secours, conforme aux dispositions de la STCW et de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 aoĂ»t 2020 relatif aux marins.
§ 3. Le capitaine et le ou les travailleurs auxquels il a dĂ©lĂ©guĂ© l'usage de la dotation mĂ©dicale conformĂ©ment Ă  l'article 2.5, paragraphe 3, dernier alinĂ©a du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, doivent avoir suivi une formation particuliĂšre, rĂ©actualisĂ©e pĂ©riodiquement au moins tous les cinq ans, prenant en compte les risques et les besoins spĂ©cifiques requis par les diffĂ©rentes catĂ©gories de navires et suivant les orientations gĂ©nĂ©rales dĂ©finies Ă  l'annexe 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 2.8. § 1. De Scheepvaartcontrole controleert jaarlijks:
1° of de medische uitrusting in overeenstemming is met de minimumeisen van dit hoofdstuk;
2° of uit de in artikel 2.2, paragraaf 3 vermelde checklist blijkt dat de medische uitrusting in overeenstemming is met deze minimumeisen;
3° of de medische uitrusting op de juiste wijze wordt bewaard;
4° of de eventuele uiterste gebruiksdata worden gerespecteerd.
§ 2. De controle van de medische uitrusting op de reddingsboten en -vlotten wordt verricht tijdens het jaarlijkse onderhoud van de reddingsvlotten.
Bij wijze van uitzondering kan deze controle met ten hoogste vijf maanden worden uitgesteld.
§ 3. De Scheepvaartcontrole mag zich laten bijstaan of vervangen door een door de Scheepvaartcontrole aangewezen arts of apotheker. In voorkomend geval dient de door de Scheepvaartcontrole aangewezen arts of apotheker vast te stellen of de niet in de bijlage 1 van dit besluit opgenomen medische uitrusting al dan niet kwalitatief en kwantitatief ten minste overeenstemt met de bepalingen van dit besluit en zijn bijlagen. Het controleattest wordt bij de medische uitrusting gevoegd.
§ 4. Deze controle kan worden gedelegeerd aan een erkende organisatie of andere partij zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving.
Art. 2.8. § 1er. Le ContrÎle de la navigation s'assure une fois par an :
1° que la dotation médicale est conforme aux prescriptions minimales du présent chapitre;
2° que le document de contrÎle prévu à l'article 2.2, paragraphe 3 confirme la conformité de la dotation médicale avec ces prescriptions minimales;
3° que les conditions de conservation de la dotation médicale sont bonnes;
4. que les éventuelles dates de péremption sont respectées.
§ 2. Le contrÎle de la dotation médicale sur les radeaux et embarcations de sauvetage est réalisé lors de l'entretien annuel des radeaux.
Ce contrĂŽle peut, exceptionnellement, ĂȘtre reportĂ© d'une pĂ©riode ne dĂ©passant pas cinq mois.
§ 3. Le ContrĂŽle de la navigation peut se faire assister ou remplacer par un mĂ©decin ou un pharmacien dĂ©signĂ© par lui. Le cas Ă©chĂ©ant, le mĂ©decin ou le pharmacien dĂ©signĂ© par le ContrĂŽle de la navigation doit dĂ©terminer si la dotation mĂ©dicale non reprise dans l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© est ou non au moins qualitativement et quantitativement conforme aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et de ses annexes. L'attestation de contrĂŽle est jointe Ă  la dotation mĂ©dicale.
§ 4. Ce contrĂŽle peut ĂȘtre dĂ©lĂ©guĂ© Ă  un organisme agréé ou une autre partie visĂ©e au chapitre 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 juillet 2020 concernant le contrĂŽle du respect de la rĂ©glementation relative Ă  la navigation.
HOOFDSTUK 3. - Levensmiddelen aan boord van zeeschepen
CHAPITRE 3. - Vivres Ă  bord des navires de mer
Art. 3.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° zeeschip: een schip zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1.3, § 1, 7° van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
2° zeevarende: iedere persoon in de zin van artikel 28, 5° van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen;
Art. 3.1. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
1° navire de mer : un navire tel que défini à l'article 1.1.1.3, § 1, 7° du Code belge de la Navigation;
2° marin : toute personne au sens de l'article 28, 5° de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
Art. 3.2. § 1. De reder is verplicht zorg te dragen dat vóór de afvaart voldoende levensmiddelen en drinkwater aan boord zijn van de zeeschepen en dat dit voedsel in goede staat verkeert.
De reder is verplicht vóór de afvaart een volledige inventaris van de proviand aan boord te hebben.
§ 2. De reder is verplicht zorg te dragen, dat gedurende de reis de levensmiddelen en het drinkwater, die zich aan boord bevinden, in goede staat blijven en, zo nodig, worden aangevuld.
§ 3. De levensmiddelen en het drinkwater worden door de reder gratis ter beschikking gesteld tot het einde van de aanmonstering van de zeevarenden.
Art. 3.2. § 1er. L'armateur est tenu de veiller à ce que, avant l'appareillage, il y ait suffisamment de vivres et d'eau potable à bord des navires de mer, et à ce que cette nourriture se trouve en bon état de conservation.
L'armateur est tenu d'avoir à bord, avant le départ, un inventaire complet des provisions.
§ 2. L'armateur est tenu de veiller à ce qu'au cours du voyage, les vivres et l'eau potable se trouvant à bord demeurent en bon état de conservation et soient complétés au besoin.
§ 3. Les vivres et l'eau potable sont fournis par l'armateur gratuitement jusqu'à la fin de l'engagement des marins.
Art. 3.3. Er moet een voldoende voorraad aan levensmiddelen en drinkwater, van een bevredigende voedingswaarde, kwaliteit, hoeveelheid en variëteit, gelet op het aantal zeevarenden aan boord, hun godsdienstige voorschriften en hun culturele gebruiken ten aanzien van voeding zowel als de duur en de aard van de reis, aan boord zijn.
Art. 3.3. Un approvisionnement suffisant en vivres et en eau potable, d'une valeur nutritive, d'une qualitĂ©, quantitĂ© et d'une variĂ©tĂ© satisfaisantes, compte tenu du nombre de marins Ă  bord, de leur religion et de leurs habitudes culturelles en matiĂšre alimentaire ainsi que de la durĂ©e et de la nature du voyage, doit ĂȘtre Ă  bord.
Art. 3.4. De reder is verplicht zorg te dragen, dat een behoorlijke verzorging en bereiding van de voeding gewaarborgd wordt. Aan boord van het schip moet daarvoor een zeevarende belast worden die voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 22 augustus 2020 betreffende zeevarenden.
Art. 3.4. L'armateur est tenu de veiller Ă  ce que soient assurĂ©s un service de table et une prĂ©paration des aliments convenables. Il aura Ă  bord du navire un marin chargĂ© de cette tĂąche et qui remplit les conditions du chapitre 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 aoĂ»t 2020 relatif aux marins.
Art. 3.5. § 1. De levensmiddelen moeten gedurende de reis worden geborgen in van andere ruimten behoorlijk afgescheiden bergplaatsen zo gelegen en geventileerd, en desnoods in koelkamers, dat ze in goede staat blijven.
§ 2. Deze bergplaatsen moeten alvorens daarin voedsel wordt geborgen afdoende gereinigd zijn. Gedurende de reis moeten zij behoorlijk worden proper gehouden.
§ 3. Het drinkwater moet geborgen worden in daarvoor geschikte tanks welke inwendig proper zijn en zodanig worden afgesloten dat geen vreemde bestanddelen in de tanks kunnen komen.
§ 4. De Scheepvaartcontrole kan een vrijstelling verlenen van de verplichting in paragraaf 3 van dit artikel op voorwaarde dat er steeds voldoende drinkwater aan boord van het schip beschikbaar is.
Art. 3.5. § 1er. Pendant le voyage, les vivres seront entreposés dans des chambres à provisions parfaitement isolées des autres magasins, situées et ventilées de telle façon que les aliments s'y conservent en bon état. Au besoin on utilisera des chambres froides.
§ 2. Ces chambres à provisions seront convenablement nettoyées avant de recevoir les vivres. Pendant le voyage, elles seront maintenues en bon état de propreté.
§ 3. L'eau potable sera conservée dans des réservoirs appropriés, parfaitement propres à l'intérieur et obturés de façon à ce qu'aucun corps étranger ne puisse y pénétrer.
§ 4. Le ContrÎle de la navigation peut accorder une dispense de l'obligation visée au paragraphe 3 du présent article à condition qu'il y ait toujours suffisamment d'eau potable à bord du navire.
Art. 3.6. [1 De organisatie en uitrusting van de cateringafdeling zijn zodanig dat aan de zeevarenden goede, gevarieerde, gebalanceerde en voedzame maaltijden kunnen worden verstrekt die onder hygiënische omstandigheden worden bereid en opgediend.]1
Art. 3.6. [1 L'aménagement et l'équipement du service de cuisine et de table permettent de fournir aux gens de mer des repas convenables, variés, équilibrés et nutritifs, préparés et servis dans des conditions d'hygiÚne satisfaisantes.]1
Art. 3.7. § 1. De gezagvoerder, vergezeld van een daartoe aangewezen zeevarende, houdt om de week, op niet vooraf bepaalde dagen, een inspectie van:
1° de voorraden levensmiddelen en drinkwater [1 overeenkomstig artikel 3.6 en norm A3.2, paragraaf 2, b) van het MLC-Verdrag]1;
2° de ruimten en uitrusting gebruikt voor de bewaring en behandeling van de levensmiddelen en het drinkwater, alsmede van de kombuis en alle andere inrichting gebruikt voor het bereiden en opdienen van de maaltijden.
§ 2. De gezagvoerder kan de inspectie zoals bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, aan één of meer zeevarenden delegeren.
§ 3. De resultaten van elke inspectie moeten in het scheepsdagboek neergeschreven worden.
Art. 3.7. § 1er. Chaque semaine, à des jours non déterminés à l'avance, le capitaine, accompagné d'un marin désigné à cet effet, procÚde à une inspection :
1° des provisions de vivres et d'eau potable [1 conformément à l'article 3.6 et à la norme A3.2, paragraphe 2, b), de la Convention MLC]1;
2° des locaux et de l'équipement utilisés pour la conservation et la manipulation des vivres et de l'eau potable, ainsi que de la cambuse et de toute autre installation utilisée pour préparer et servir des repas.
§ 2. Le capitaine peut déléguer l'inspection visée au paragraphe 1er du présent article à un ou plusieurs marins, sans préjudice de sa responsabilité.
§ 3. Les résultats de chaque inspection seront consignés dans le journal de bord.
Art. 3.8. § 1. De Scheepvaartcontrole controleert of aan de bepalingen van dit hoofdstuk wordt voldaan.
§ 2. Deze controle kan worden gedelegeerd aan een erkende organisatie of andere partij zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving.
Art. 3.8. § 1er. Le ContrÎle de la navigation contrÎle si les dispositions du présent chapitre sont respectées.
§ 2. Ce contrĂŽle peut ĂȘtre dĂ©lĂ©guĂ© Ă  un organisme agréé ou une autre partie visĂ©e au chapitre 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 juillet 2020 concernant le contrĂŽle du respect de la rĂ©glementation relative Ă  la navigation.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions modificatives
Art. 4.1. Artikel 75 van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, vervangen bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, wordt aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.1. L'article 75 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998, est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.2. In artikel 99 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, worden de woorden "artikel 2, § 5, van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "artikel 2.6 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.2. Dans l'article 99 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998, les mots " l'article 2, § 5, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998 relatif Ă  l'assistance mĂ©dicale Ă  bord des navires " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 2.6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.3. In artikel 13, punt 1 van bijlage XIV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 januari 1998, worden de woorden "artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "artikel 2.1, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.3. Dans l'article 13, point 1 de l'annexe XIV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998, les mots " l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998 relatif Ă  l'assistance mĂ©dicale Ă  bord des navires " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 2.1, § 1er, 1° de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.4. Artikel 60 van het koninklijk besluit van 12 november 1981 betreffende voorschriften voor passagiersschepen die geen internationale reis maken en die uitsluitend in een beperkt vaargebied langs de kust varen, vervangen door het koninklijk besluit van 11 maart 2002, wordt aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.4. L'article 60 de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 novembre 1981 concernant les rĂšgles pour navires Ă  passagers n'effectuant pas de voyage international et naviguant exclusivement dans une zone de navigation restreinte le long de la cĂŽte, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 11 mars 2002, est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.5. In het koninklijk besluit van 13 juli 1998 houdende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werk aan boord van vissersvaartuigen en wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in bijlage I, wordt punt 15 worden de woorden "bijlage II van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "bijlage 1 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
2° in bijlage II, punt 15 worden de woorden "bijlage II van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende de medische hulpverlening aan boord van schepen" vervangen door de woorden "bijlage 1 van het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.5. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 13 juillet 1998 portant les prescriptions minimales de sĂ©curitĂ© et de santĂ© au travail Ă  bord des navires de pĂȘche et modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° Ă  l'annexe I, point 15, les mots " l'annexe II de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998 relatif Ă  l'assistance mĂ©dicale Ă  bord des navires " sont remplacĂ©s par les mots " l'annexe 1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ";
2° Ă  l'annexe II, point 15, les mots " l'annexe II de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998 relatif Ă  l'assistance mĂ©dicale Ă  bord des navires " sont remplacĂ©s par les mots " l'annexe 1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.6. In Bijlage I van het koninklijk besluit van 23 oktober 2001 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement, vervangen bij koninklijk besluit van 16 januari 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in artikel 7N1, voorschrift 17, punt 8), wordt de bepaling onder xx) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
2° in artikel 7N1, voorschrift 20, punt 5), a), wordt de bepaling onder viii) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen";
3° in artikel 7N1, voorschrift 23, punt 2), b), wordt de bepaling onder ix) aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.6. Dans l'Annexe I de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 octobre 2001 instituant un rĂ©gime harmonisĂ© pour la sĂ©curitĂ© des navires de pĂȘche et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 20 juillet 1973 portant rĂšglement sur l'inspection maritime, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 16 janvier 2004, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'article 7N1, rĂšgle 17, point 8), le xx) est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ";
2° dans l'article 7N1, rĂšgle 20, point 5), a), le viii) est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ";
3° dans l'article 7N1, rĂšgle 23, point 2), b), le ix) est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.7. In artikel 3, paragraaf 4, 1° van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen, worden de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden ""aan boord van schepen" en de woorden ", of, indien het schip".
Art. 4.7. Dans l'article 3, paragraphe 4, 1° de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 septembre 2017 rĂ©glementant les substances stupĂ©fiantes et psychotropes, les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Ă  bord des navires " et les mots " ou, si le navire ".
Art. 4.8. In artikel 3.75 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart, worden de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen".
Art. 4.8. Dans l'article 3.75 de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 juin 2019 relatif Ă  la navigation de plaisance, le 4° est complĂ©tĂ© par les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires ".
Art. 4.9. In artikel 2, paragraaf 1 van het koninklijk besluit van 3 december 2019 betreffende de accommodatie van vissersvaartuigen, worden de woorden ", het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden "aan boord van schepen" en de woorden "en het koninklijk besluit".
Art. 4.9. Dans l'article 2, paragraphe 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 dĂ©cembre 2019 concernant le logement Ă  bord des navires de pĂȘche, les mots " , de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Ă  bord des navires " et les mots " et de l'arrĂȘtĂ© royal ".
Art. 4.10. In punt 12.1 van hoofdstuk 12 van de bijlage van hetzelfde besluit worden de woorden "en het koninklijk besluit van 15 november 2021 inzake essentiële middelen aan boord van schepen" ingevoegd tussen de woorden "aan boord van schepen" en de woorden "wordt - wanneer nodig - een".
Art. 4.10. Au point 12.1 du chapitre 12 de l'annexe du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " et l'arrĂȘtĂ© royal du 15 novembre 2021 relatif aux ressources essentielles Ă  bord des navires " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " Ă  bord des navires " et les mots " , une cabine est mise ".
Art. 4.11. In het koninklijk besluit van 7 januari 1998 betreffende medische hulpverlening aan boord van schepen worden de volgende artikelen opgeheven:
1° de artikelen 1 en 2, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
2° de artikelen 3 en 4;
3° artikel 5, gewijzigd bij koninklijk besluit va n 16 juni 2020;
4° artikel 7, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
5° de artikelen 8 tot 12;
6° bijlage I;
7° de bijlagen II tot IV, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 december 2014;
8° bijlage V.
Art. 4.11. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 7 janvier 1998 relatif Ă  l'assistance mĂ©dicale Ă  bord des navires, les articles suivants sont abrogĂ©s :
1° les articles 1 et 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 dĂ©cembre 2014;
2° les articles 3 et 4;
3° l'article 5, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 16 juin 2020;
4° l'article 7, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 dĂ©cembre 2014;
5° les articles 8 à 12;
6° l'annexe I;
7° les annexes II Ă  IV, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 dĂ©cembre 2014;
8° l'annexe V.
Art. 4.12. Het koninklijk besluit van 12 december 1957 betreffende de levensmiddelen aan boord van Belgische schepen wordt opgeheven.
Art. 4.12. L'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 1957 concernant les vivres Ă  bord des navires belges est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 5.1. De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5.1. Le ministre qui a la MobilitĂ© maritime dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N3. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-12-2021, p. 116984)
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-12-2021, p. 116984)