Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van sommige bepalingen van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale actie en Gezondheid betreffende de hulpdiensten voor gezinnen en bejaarde personen
Titre
16 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant certaines dispositions du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé relatives aux services d'aide aux familles et aux aînés
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit besluit regelt krachtens artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en vertu de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid
CHAPITRE 2. - Modification du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé
Art. 2. In artikel 332, § 1, van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 december 2014, worden de punten 1° en 2° vervangen als volgt:
"1° 0,036 voltijds equivalent begeleidingsverantwoordelijke per aangesneden schijf van 1000 uren hulpverlening in het dagelijkse leven die voor subsidies in aanmerking komen en die in het voorafgaande jaar door de dienst gepresteerd werden, met een minimum van 0,50 voltijds equivalent;
"2° 0,022 voltijds equivalent administratief bediende per aangesneden schijf van 1000 uren hulpverlening in het dagelijkse leven die voor subsidies in aanmerking komen en die in het voorafgaande jaar door de dienst gepresteerd werden, met een minimum van 0,50 voltijds equivalent;".
"1° 0,036 voltijds equivalent begeleidingsverantwoordelijke per aangesneden schijf van 1000 uren hulpverlening in het dagelijkse leven die voor subsidies in aanmerking komen en die in het voorafgaande jaar door de dienst gepresteerd werden, met een minimum van 0,50 voltijds equivalent;
"2° 0,022 voltijds equivalent administratief bediende per aangesneden schijf van 1000 uren hulpverlening in het dagelijkse leven die voor subsidies in aanmerking komen en die in het voorafgaande jaar door de dienst gepresteerd werden, met een minimum van 0,50 voltijds equivalent;".
Art. 2. Dans l'article 332, § 1er, du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 décembre 2014, les 1° et 2°, sont remplacés par ce qui suit :
" 1° 0,036 équivalent temps plein responsable de l'accompagnement par tranche entamée de mille heures d'aide à la vie quotidienne admissibles à la subvention réalisée par le service l'année précédente, avec un minimum de 0,50 équivalent temps plein;
2° 0,022 équivalent temps plein employé administratif par tranche entamée de mille heures d'aide à la vie quotidienne admissibles à la subvention réalisée par le service l'année précédente, avec un minimum de 0,50 équivalent temps plein; ".
" 1° 0,036 équivalent temps plein responsable de l'accompagnement par tranche entamée de mille heures d'aide à la vie quotidienne admissibles à la subvention réalisée par le service l'année précédente, avec un minimum de 0,50 équivalent temps plein;
2° 0,022 équivalent temps plein employé administratif par tranche entamée de mille heures d'aide à la vie quotidienne admissibles à la subvention réalisée par le service l'année précédente, avec un minimum de 0,50 équivalent temps plein; ".
Art. 3. In Deel 2, Boek IV, Titel IV, Hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 341/2 ingevoegd, luidend als volgt :
"Art. 341/1. Ter dekking van de specifieke kosten in verband met het bediendestatuut van de gezinshelpers wordt aan de dienst een forfaitaire subsidie toegekend van 0,7569 euro per gewerkt uur.
Dit bedrag wordt verhoogd met:
1° 0,0848 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens acht jaar en minder dan veertien jaar bedraagt;
2° 0,1372 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens veertien jaar en minder dan twintig jaar bedraagt;
3° 0, 2136 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, twintig jaar en meer bedraagt.
Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden als gepresteerde uren beschouwd:
1° gepresteerde uren binnen het dienstcontingent;
2° gepresteerde uren boven het dienstcontingent;
3° de uren gepresteerd door gezins- en bejaardenhelpers van wie de tewerkstelling gefinancierd wordt in het kader van elke maatregel inzake tewerkstellingshulp. ".
"Art. 341/1. Ter dekking van de specifieke kosten in verband met het bediendestatuut van de gezinshelpers wordt aan de dienst een forfaitaire subsidie toegekend van 0,7569 euro per gewerkt uur.
Dit bedrag wordt verhoogd met:
1° 0,0848 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens acht jaar en minder dan veertien jaar bedraagt;
2° 0,1372 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens veertien jaar en minder dan twintig jaar bedraagt;
3° 0, 2136 euro per uur gepresteerd door gezinshelpers van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, twintig jaar en meer bedraagt.
Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden als gepresteerde uren beschouwd:
1° gepresteerde uren binnen het dienstcontingent;
2° gepresteerde uren boven het dienstcontingent;
3° de uren gepresteerd door gezins- en bejaardenhelpers van wie de tewerkstelling gefinancierd wordt in het kader van elke maatregel inzake tewerkstellingshulp. ".
Art. 3. Dans la deuxième partie, livre IV, titre IV, chapitre IV, section 2, sous-section 2, du même Code, il est inséré un article 341/1 rédigé comme suit :
" Art. 341/1. Afin de couvrir les charges spécifiques liées au statut d'employé des aides familiales, il est octroyé au service une subvention forfaitaire de 0,7569 euros par heure prestée.
Ce montant est majoré :
1° de 0,0848 euros par heure prestée par des aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins huit ans et de moins de quatorze ans;
2° de 0,1372 euros par heure prestée par les aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins quatorze ans et moins de vingt ans;
3° de 0,2136 euros par heure prestée par les aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de vingt ans et plus.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, sont considérées comme heures prestées :
1° les heures réalisées dans le cadre du contingent des services;
2° les heures réalisées au-delà du contingent des services;
3° les heures réalisées par les aides familiales et aides seniors dont l'emploi est financé dans le cadre de toutes dispositions en matière d'aides à l'emploi. ".
" Art. 341/1. Afin de couvrir les charges spécifiques liées au statut d'employé des aides familiales, il est octroyé au service une subvention forfaitaire de 0,7569 euros par heure prestée.
Ce montant est majoré :
1° de 0,0848 euros par heure prestée par des aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins huit ans et de moins de quatorze ans;
2° de 0,1372 euros par heure prestée par les aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins quatorze ans et moins de vingt ans;
3° de 0,2136 euros par heure prestée par les aides dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de vingt ans et plus.
Pour l'application des alinéas 1er et 2, sont considérées comme heures prestées :
1° les heures réalisées dans le cadre du contingent des services;
2° les heures réalisées au-delà du contingent des services;
3° les heures réalisées par les aides familiales et aides seniors dont l'emploi est financé dans le cadre de toutes dispositions en matière d'aides à l'emploi. ".
Art. 4. In artikel 343 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de eerste zin worden de woorden "2,3197 euro" vervangen door de woorden "3,0018 euro";
2° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", met minimum 33.839, 1098 euro per kalenderjaar. ";
4° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"Wanneer de dienst zijn activiteiten in de loop van een kalenderjaar begint of staakt, wordt het in lid 1 bedoelde minimumbedrag per jaar verminderd met de werkelijke periode van activiteit in dat kalenderjaar ".
1° in de eerste zin worden de woorden "2,3197 euro" vervangen door de woorden "3,0018 euro";
2° de eerste zin wordt aangevuld met de woorden ", met minimum 33.839, 1098 euro per kalenderjaar. ";
4° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"Wanneer de dienst zijn activiteiten in de loop van een kalenderjaar begint of staakt, wordt het in lid 1 bedoelde minimumbedrag per jaar verminderd met de werkelijke periode van activiteit in dat kalenderjaar ".
Art. 4. Dans l'article 343 du même Code les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la 1re phrase, les mots " 2,3197 euros " sont remplacés par les mots " 3,0018 euros ";
2° la première phrase est complétée par les mots ", avec un minimum de 33.839,1098 euros par année civile. ";
3° l'article est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Lorsque le service commence ou cesse ses activités au cours d'une année civile, le montant minimum par année visé à l'alinéa 1er est réduit à concurrence de la période effective d'activité sur cette année civile ".
1° dans la 1re phrase, les mots " 2,3197 euros " sont remplacés par les mots " 3,0018 euros ";
2° la première phrase est complétée par les mots ", avec un minimum de 33.839,1098 euros par année civile. ";
3° l'article est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
" Lorsque le service commence ou cesse ses activités au cours d'une année civile, le montant minimum par année visé à l'alinéa 1er est réduit à concurrence de la période effective d'activité sur cette année civile ".
Art. 5. In artikel 344 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "1,0079 euro" worden vervangen door de woorden "1,3955 euro";
2° het artikel wordt aangevuld met de woorden ", met minimum 19.382,6474 euro per kalenderjaar";
3° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"Wanneer de dienst zijn activiteiten in de loop van een kalenderjaar begint of staakt, wordt het in lid 1 bedoelde minimumbedrag per jaar verminderd met de werkelijke periode van activiteit in dat kalenderjaar ".
1° de woorden "1,0079 euro" worden vervangen door de woorden "1,3955 euro";
2° het artikel wordt aangevuld met de woorden ", met minimum 19.382,6474 euro per kalenderjaar";
3° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
"Wanneer de dienst zijn activiteiten in de loop van een kalenderjaar begint of staakt, wordt het in lid 1 bedoelde minimumbedrag per jaar verminderd met de werkelijke periode van activiteit in dat kalenderjaar ".
Art. 5. Dans l'article 344 du même Code les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " 1,0079 euros " sont remplacés par les mots " 1,3955 euros ";
2° l'article est complété par les mots ", avec un minimum de 19.382,6474 euros par année civile ";
3° l'article est complété par un alinéa 2 rédigé libellé comme suit :
" Lorsque le service commence ou cesse ses activités au cours d'une année civile, le montant minimum par année visé à l'alinéa 1er est réduit à concurrence de la période effective d'activité sur cette année civile ".
1° les mots " 1,0079 euros " sont remplacés par les mots " 1,3955 euros ";
2° l'article est complété par les mots ", avec un minimum de 19.382,6474 euros par année civile ";
3° l'article est complété par un alinéa 2 rédigé libellé comme suit :
" Lorsque le service commence ou cesse ses activités au cours d'une année civile, le montant minimum par année visé à l'alinéa 1er est réduit à concurrence de la période effective d'activité sur cette année civile ".
Art. 6. Artikel 345 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
"Art. 345. Het basisbedrag bedoeld in artikel 251 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt vastgelegd op 4.448,3399 euro per jaar.
Ter dekking van de specifieke kosten in verband met het bediendestatuut van de thuisoppassers wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag verhoogd met:
1° 1.173,2088 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minder dan acht jaar bedraagt;
2° 1.304,7171 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalentvan wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens acht jaar en minder dan veertien jaar bedraagt;
3° 1.385,9068 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens veertien jaar en minder dan twintig jaar bedraagt;
4° 1.504,3772 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, twintig jaar en meer bedraagt.
De in lid 2 bedoelde anciënniteit is de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de bezoldiging over de maand januari van het betrokken jaar. ".
"Art. 345. Het basisbedrag bedoeld in artikel 251 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt vastgelegd op 4.448,3399 euro per jaar.
Ter dekking van de specifieke kosten in verband met het bediendestatuut van de thuisoppassers wordt het in het eerste lid bedoelde bedrag verhoogd met:
1° 1.173,2088 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minder dan acht jaar bedraagt;
2° 1.304,7171 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalentvan wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens acht jaar en minder dan veertien jaar bedraagt;
3° 1.385,9068 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, minstens veertien jaar en minder dan twintig jaar bedraagt;
4° 1.504,3772 euro per thuisoppasser als voltijds-equivalent van wie de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de vaststelling van hun bezoldiging, twintig jaar en meer bedraagt.
De in lid 2 bedoelde anciënniteit is de anciënniteit die in aanmerking wordt genomen voor de bezoldiging over de maand januari van het betrokken jaar. ".
Art. 6. L'article 345, du même Code, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 345. Le montant de base visé à l'article 251 du Code décrétal est fixée à 4.448,3399 euros par an.
Afin de couvrir les charges spécifiques liées au statut d'employé des gardes à domicile, le montant visé à l'alinéa 1er est majoré de :
1° 1.173,2088 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de moins de huit ans;
2° 1.304,7171 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins huit ans et de moins de quatorze ans;
3° 1.385,9068 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins quatorze ans et moins de vingt ans;
4° 1.504,3772 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de vingt ans et plus.
L'ancienneté visée à l'alinéa 2 est celle prise en considération pour la rémunération pour le mois de janvier de l'année considérée. ".
" Art. 345. Le montant de base visé à l'article 251 du Code décrétal est fixée à 4.448,3399 euros par an.
Afin de couvrir les charges spécifiques liées au statut d'employé des gardes à domicile, le montant visé à l'alinéa 1er est majoré de :
1° 1.173,2088 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de moins de huit ans;
2° 1.304,7171 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins huit ans et de moins de quatorze ans;
3° 1.385,9068 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est d'au moins quatorze ans et moins de vingt ans;
4° 1.504,3772 euros par garde à domicile en équivalent temps plein dont l'ancienneté prise en considération pour la détermination de leur rémunération est de vingt ans et plus.
L'ancienneté visée à l'alinéa 2 est celle prise en considération pour la rémunération pour le mois de janvier de l'année considérée. ".
Art. 7. In artikel 354 van hetzelfde Wetboek, eerste lid, worden de woorden "341, 342, 343 tot en met 346" vervangen door de woorden "341 tot en met 346".
Art. 7. Dans l'article 354 du même Code, alinéa 1er, les mots " 341, 342, 343 à 346 " sont remplacés par les mots " 341 à 346 ".
Art. 8. In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 4 december 2014, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° de woorden "340, 341, 342, 343, 344" worden vervangen door de woorden "340 tot en met 344";
2° het woord "kwartaal" wordt vervangen door het woord "kalenderkwartaal".
1° de woorden "340, 341, 342, 343, 344" worden vervangen door de woorden "340 tot en met 344";
2° het woord "kwartaal" wordt vervangen door het woord "kalenderkwartaal".
Art. 8. Dans l'article 358 du même Code, remplacé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 décembre 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " 340, 341, 342, 343, 344 " sont remplacés par les mots " 340 à 344 ";
2° le mot " civil " est inséré entre les mots " du trimestre " et les mots " au cours ".
1° les mots " 340, 341, 342, 343, 344 " sont remplacés par les mots " 340 à 344 ";
2° le mot " civil " est inséré entre les mots " du trimestre " et les mots " au cours ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de statuten
CHAPITRE 3. - Modification des statuts
Art. 9. Bijlage 37 bij hetzelfde Wetboek en de twee bijlagen erbij worden vervangen door bijlage 1 bij dit besluit.
Art. 9. L'annexe 37 du même Code et ses deux annexes sont remplacées par l'annexe 1re du présent arrêté.
Art. 10. Bijlage 38 bij hetzelfde Wetboek en de twee bijlagen erbij worden vervangen door bijlage 2 bij dit besluit.
Art. 10. L'annexe 38 du même Code et ses deux annexes sont remplacées par l'annexe 2 du présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires et finales
Art. 11. In afwijking van artikel 353 van hetzelfde Wetboek deelt de Administratie binnen een maand na de bekendmaking van dit besluit aan de verschillende gesubsidieerde diensten de bedragen mee die voor het jaar 2021 worden toegepast op de subsidiepakketten bedoeld in artikel 341/1 van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoegd bij dit besluit, en in de artikelen 343, 344 en 345 van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij dit besluit.
Art. 11. Par dérogation à l'article 353 du même Code, l'administration notifie aux différents services subventionnés, dans le mois de la publication du présent arrêté, les montants appliqués pour l'année 2021 des forfaits de subventions visés à l'article 341/1 du même Code, tel qu'inséré par le présent arrêté, et aux articles 343, 344 et 345 du même Code, tels que modifiés par le présent arrêté.
Art. 12. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2021.
In afwijking van lid 1 treden de artikelen 9 en 10 in werking twee maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
In afwijking van lid 1 treden de artikelen 9 en 10 in werking twee maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 12. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2021.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 9 et 10 entrent en vigueur deux mois après la publication au Moniteur belge du présent arrêté.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 9 et 10 entrent en vigueur deux mois après la publication au Moniteur belge du présent arrêté.
Art. 13. De Minister van Gezondheid en Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre qui a l'action sociale et la santé dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-10-2021, p. 105028)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-10-2021, p. 105008)