Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JUNI 2021. - Wet tot wijziging van het Belgisch Scheepvaartwetboek
Titre
16 JUIN 2021. - Loi modifiant le Code belge de la Navigation
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan boek 1 van het b...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan boek 2 van het b...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan boek 3 van het b...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan boek 4 van het b...
HOOFDSTUK 6. - Invoeging van een boek 5 in het ...
HOOFDSTUK 7- Wijzigingen aan de wet van 25 dece...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan het sociaal stra...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen aan de wet van 20 ja...
HOOFDSTUK 10. - Opheffingsbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
CHAPITRE 2. - Modifications au livre 1er du cod...
CHAPITRE 3. - Modifications au livre 2 du code ...
CHAPITRE 4. - Modifications au livre 3 du code ...
CHAPITRE 5. - Modifications au livre 4 du code ...
CHAPITRE 6. - Insertion d'un livre 5 dans le co...
CHAPITRE 7. - Modifications à la loi du 25 déce...
CHAPITRE 8. - Modifications au code pénal social
CHAPITRE 9. - Modifications a la loi du 20 janv...
CHAPITRE 10. - Dispositions abrogatoires
Tekst (155)
Texte (155)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan boek 1 van het belgisch scheepvaartwetboek
CHAPITRE 2. - Modifications au livre 1er du code belge de la navigation
Art. 2. In artikel 1.1.1.1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 7° wordt het woord "7.1.4, § 3" vervangen door het woord "3.7.1.4, § 2";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 49° wordt het woord "7.1.4, § 3" vervangen door het woord "2.7.1.4, § 2".
3° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling 66°, luidende:
" 66° "Dubbelwand-Verordening" : de Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 7° wordt het woord "7.1.4, § 3" vervangen door het woord "3.7.1.4, § 2";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 49° wordt het woord "7.1.4, § 3" vervangen door het woord "2.7.1.4, § 2".
3° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling 66°, luidende:
" 66° "Dubbelwand-Verordening" : de Verordening (EU) nr. 530/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen.".
Art. 2. A l'article 1.1.1.1, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, le mot " 7.1.4, § 3 " est remplacé par le mot " 3.7.1.4, § 2 " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 49°, le mot " 7.1.4, § 3 " est remplacé par le mot " 2.7.1.4, § 2 ".
3° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 66° rédigé comme suit :
" 66° " Règlement double coque " : le Règlement (UE) n° 530/2012 du Parlement européen et du Conseil du 13 juin 2012 relatif à l'introduction accélérée des prescriptions en matière de double coque ou de normes de conception équivalentes pour les pétroliers à simple coque. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, le mot " 7.1.4, § 3 " est remplacé par le mot " 3.7.1.4, § 2 " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 49°, le mot " 7.1.4, § 3 " est remplacé par le mot " 2.7.1.4, § 2 ".
3° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un 66° rédigé comme suit :
" 66° " Règlement double coque " : le Règlement (UE) n° 530/2012 du Parlement européen et du Conseil du 13 juin 2012 relatif à l'introduction accélérée des prescriptions en matière de double coque ou de normes de conception équivalentes pour les pétroliers à simple coque. ".
Art. 3. Artikel 1.1.1.3, § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd door de wet van 16 juni 2020, wordt aangevuld met de bepalingen onder 24° en 25°, luidende:
" 24° "pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsgebruik": elk pleziervaartuig dat wordt gebruikt bij de uitoefening van een economische activiteit, met of zonder winstoogmerk, door een onderneming of een natuurlijk persoon, ongeacht de plaats waar deze activiteit wordt uitgeoefend, evenals elk pleziervaartuig dat wordt geregistreerd door een verhuurbedrijf;
25° "verhuurbedrijf": een rechtspersoon die in zijn statuten het verhuur van pleziervaartuigen heeft opgenomen.".
" 24° "pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsgebruik": elk pleziervaartuig dat wordt gebruikt bij de uitoefening van een economische activiteit, met of zonder winstoogmerk, door een onderneming of een natuurlijk persoon, ongeacht de plaats waar deze activiteit wordt uitgeoefend, evenals elk pleziervaartuig dat wordt geregistreerd door een verhuurbedrijf;
25° "verhuurbedrijf": een rechtspersoon die in zijn statuten het verhuur van pleziervaartuigen heeft opgenomen.".
Art. 3. L'article 1.1.1.3, § 1er du même code, modifié par la loi du 16 juin 2020, est complété par les 24° et 25° rédigés comme suit :
" 24° " navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles " : tout navire de plaisance qui est utilisé lors de l'exercice d'une activité économique, avec ou sans but lucratif, par une entreprise ou une personne physique, indépendamment du lieu où cette activité est exercée, ainsi que tout navire de plaisance qui est enregistré par une entreprise de location ;
25° " entreprise de location " : une personne morale ayant inclus la location de navires de plaisance dans ses statuts. ".
" 24° " navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles " : tout navire de plaisance qui est utilisé lors de l'exercice d'une activité économique, avec ou sans but lucratif, par une entreprise ou une personne physique, indépendamment du lieu où cette activité est exercée, ainsi que tout navire de plaisance qui est enregistré par une entreprise de location ;
25° " entreprise de location " : une personne morale ayant inclus la location de navires de plaisance dans ses statuts. ".
Art. 4. Artikel 1.1.1.4 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
" 6° EEZ: de Belgisch exclusieve economische zone zoals bepaald en afgebakend bij de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee.".
" 6° EEZ: de Belgisch exclusieve economische zone zoals bepaald en afgebakend bij de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee.".
Art. 4. L'article 1.1.1.4 du même code est complété par un 6° rédigé comme suit :
" 6° ZEE : la zone économique exclusive belge telle que définie et délimitée par la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord. ".
" 6° ZEE : la zone économique exclusive belge telle que définie et délimitée par la loi du 22 avril 1999 concernant la zone économique exclusive de la Belgique en mer du Nord. ".
Art. 5. In artikel 1.2.1.2 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "worden, op de dag van hun aanbieding en" vervangen door het woord "worden";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"Indien op dezelfde dag verscheidene aan de regel van de openbaarheid onderworpen titels op het Belgisch Scheepsregister zijn aangeboden, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder het Belgisch Scheepsregister de overhandiging heeft vermeld in het register van neerlegging dat wordt toegekend op basis van het tijdstip van aanbieding, voor zover dit kan worden vastgesteld."
3° het laatste lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "worden, op de dag van hun aanbieding en" vervangen door het woord "worden";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"Indien op dezelfde dag verscheidene aan de regel van de openbaarheid onderworpen titels op het Belgisch Scheepsregister zijn aangeboden, wordt de voorrang bepaald naar het volgnummer waaronder het Belgisch Scheepsregister de overhandiging heeft vermeld in het register van neerlegging dat wordt toegekend op basis van het tijdstip van aanbieding, voor zover dit kan worden vastgesteld."
3° het laatste lid wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 1.2.1.2 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " constatés, le jour de leur remise et " sont remplacés par le mot " constatés " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Si plusieurs titres soumis à la publicité ont été présentés le même jour au Registre naval belge, la préférence se détermine d'après le numéro d'ordre sous lequel la remise des titres aura été mentionnée par le Registre naval belge au registre de dépôts, qui est attribué sur la base du moment de leur remise, pour autant qu'elle puisse être constatée. "
3° le dernier alinéa est abrogé.
1° à l'alinéa 1er, les mots " constatés, le jour de leur remise et " sont remplacés par le mot " constatés " ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
" Si plusieurs titres soumis à la publicité ont été présentés le même jour au Registre naval belge, la préférence se détermine d'après le numéro d'ordre sous lequel la remise des titres aura été mentionnée par le Registre naval belge au registre de dépôts, qui est attribué sur la base du moment de leur remise, pour autant qu'elle puisse être constatée. "
3° le dernier alinéa est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan boek 2 van het belgisch scheepvaartwetboek
CHAPITRE 3. - Modifications au livre 2 du code belge de la navigation
Art. 6. In artikel 2.2.1.6 van hetzelfde wetboek wordt paragraaf 5 opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 2.2.1.6 du même code, le paragraphe 5 est abrogé.
Art. 7. In de Nederlandse versie van artikel 2.2.1.9, § 1, tweede lid van de hetzelfde wetboek worden de woorden "register der zeeschepen" vervangen door het woord "zeeschepenregister".
Art. 7. Dans la version néerlandaise de l'article 2.2.1.9, § 1er, alinéa 2 du même code, les mots " register der zeeschepen " sont remplacés par le mot " zeeschepenregister ".
Art. 8. In artikel 2.2.1.9, § 5, 1°, van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder c) aangevuld met de woorden ", dan nadat het Belgisch Scheepsregister en de hypothecaire schuldeisers daarin uitdrukkelijk en voorafgaand hebben toegestemd".
Art. 8. Dans l'article 2.2.1.9, § 5, 1° du même code, le c) est remplacé par ce qui suit : " l'affréteur coque nue ne peut modifier le nom du navire de mer ni inscrire celui-ci sous un autre nom dans le registre des affrètements coque nue qu'après que le Registre naval belge et les créanciers hypothécaires l'y ont autorisé expressément et au préalable ".
Art. 9. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 2.2.1.10/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 2.2.1.10/1. Bijzondere registers voor bepaalde zeeschepen
De Koning kan bepalen dat nader aangeduide zeeschepen moeten of mogen worden geregistreerd in een of meer bijzondere registers. Daarbij kan de Koning:
1° de voorwaarden bepalen waaraan het zeeschip, zijn eigenaar, zijn reder of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen;
2° de overmaking van gegevens en de vorm van de daartoe opgemaakte registers regelen, evenals de wijze waarop het register of de registers worden beheerd.".
"Art. 2.2.1.10/1. Bijzondere registers voor bepaalde zeeschepen
De Koning kan bepalen dat nader aangeduide zeeschepen moeten of mogen worden geregistreerd in een of meer bijzondere registers. Daarbij kan de Koning:
1° de voorwaarden bepalen waaraan het zeeschip, zijn eigenaar, zijn reder of zijn exploitant daartoe vooraf moeten voldoen;
2° de overmaking van gegevens en de vorm van de daartoe opgemaakte registers regelen, evenals de wijze waarop het register of de registers worden beheerd.".
Art. 9. Dans le même code, il est inséré un article 2.2.1.10/1 rédigé comme suit :
" Art. 2.2.1.10/1. Registres particuliers pour certains navires de mer
Le Roi peut déterminer que des navires de mer spécifiés doivent ou peuvent être enregistrés dans un ou plusieurs registres spéciaux. A cet égard, le Roi peut :
1° déterminer les conditions auxquelles le navire de mer, son propriétaire, son armateur ou son exploitant doivent se conformer au préalable;
2° réglementer la présentation de données et la forme des registres créés à cet effet, ainsi que la manière dont le ou les registres sont gérés. ".
" Art. 2.2.1.10/1. Registres particuliers pour certains navires de mer
Le Roi peut déterminer que des navires de mer spécifiés doivent ou peuvent être enregistrés dans un ou plusieurs registres spéciaux. A cet égard, le Roi peut :
1° déterminer les conditions auxquelles le navire de mer, son propriétaire, son armateur ou son exploitant doivent se conformer au préalable;
2° réglementer la présentation de données et la forme des registres créés à cet effet, ainsi que la manière dont le ou les registres sont gérés. ".
Art. 10. In artikel 2.2.1.27, eerste lid, worden de woorden "het schip aanwijst waarop" vervangen door de woorden "de schuldenaar aanwijst ten laste van wie".
Art. 10. Dans l'article 2.2.1.27, alinéa 1er, les mots " le navire sur lequel " sont remplacés par les mots " le débiteur à charge duquel ".
Art. 11. In de Franse versie van artikel 2.2.2.1, § 1, worden de woorden `"l"on entend par par" vervangen door de woorden "l"on entend par".
Art. 11. Dans la version française de l'article 2.2.2.1, § 1er, le mots " l'on entend par par " vervangen door de woorden " l'on entend par ".
Art. 12. In de Franse versie van artikel 2.2.3.1, § 2,van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "qui" wordt ingevoegd tussen de woorden "du livre 4" en de woorden "y ont trait";
2° de woorden "est assimilé" worden vervangen door de woorden ", sont assimilés".
1° het woord "qui" wordt ingevoegd tussen de woorden "du livre 4" en de woorden "y ont trait";
2° de woorden "est assimilé" worden vervangen door de woorden ", sont assimilés".
Art. 12. Dans la version française de l'article 2.2.3.1, § 2, du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le mot " qui " est inséré entre les mots " du livre 4 " et les mots " y ont trait " ;
2° les mots " est assimilé " sont remplacés par les mots " , sont assimilés ".
1° le mot " qui " est inséré entre les mots " du livre 4 " et les mots " y ont trait " ;
2° les mots " est assimilé " sont remplacés par les mots " , sont assimilés ".
Art. 13. In artikel 2.2.3.3 van hetzelfde wetboek wordt het woord "titel" opgeheven.
Art. 13. Dans la version néerlandaise de l'article 2.2.3.3 du même code, le mot " titel " est supprimé.
Art. 14. In artikel 2.2.3.13, § 1, tweede lid van hetzelfde wetboek worden de woorden "in het buitenland" vervangen door de woorden "niet in België".
Art. 14. Dans l'article 2.2.3.13, § 1er, alinéa 2 du même code, les mots " se trouve à l'étranger " sont remplacés par les mots " ne se trouve pas en Belgique ".
Art. 15. In artikel 2.2.4.5, § 1, 2° van hetzelfde wetboek wordt het woord "prijsmaking, " opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 2.2.4.5, § 1er, 2° du même code, le mot " prise, " est supprimé.
Art. 16. In artikel 2.2.5.14, paragraaf 1, 3° van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder c) opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 2.2.5.14, paragraphe 1er, 3° du même code, le c) est abrogé.
Art. 17. In artikel 2.2.5.20, § 1, van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 2.2.5.20, § 1er du même code, le 6° est abrogé.
Art. 18. In artikel 2.2.5.35 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het opschrift wordt vervangen door "Scheepsbestanddelen en scheepstoebehoren";
2° in 2° worden de woorden ", het scheepstoebehoren en de vracht" vervangen door de woorden " en het scheepstoebehoren".
1° het opschrift wordt vervangen door "Scheepsbestanddelen en scheepstoebehoren";
2° in 2° worden de woorden ", het scheepstoebehoren en de vracht" vervangen door de woorden " en het scheepstoebehoren".
Art. 18. A l'article 2.2.5.35 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'intitulé est remplacé par " Eléments du navire et accessoires du navire " ;
2° au 2°, les mots ", aux accessoires du navire et au fret " sont remplacés par les mots " et aux accessoires du navire ".
1° l'intitulé est remplacé par " Eléments du navire et accessoires du navire " ;
2° au 2°, les mots ", aux accessoires du navire et au fret " sont remplacés par les mots " et aux accessoires du navire ".
Art. 19. In artikel 2.2.5.47 van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder 2° opgeheven.
Art. 19. Dans l'article 2.2.5.47 du même code, le 2° est abrogé.
Art. 20. In artikel 2.2.5.50, tweede lid van hetzelfde wetboek worden de woorden `authentieke akte van opheffing", vervangen door de woorden "authentieke akte van opheffing waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering".
Art. 20. Dans l'article 2.2.5.50, alinéa 2 du même code, les mots " l'acte authentique de mainlevée " sont remplacés par les mots " l'acte authentique de mainlevée dans lequel le fonctionnaire instrumentant certifie unilatéralement que le créancier a marqué son accord à cette radiation ou réduction ".
Art. 21. In artikel 2.2.6.1 van hetzelfde wetboek wordt de bepaling onder 1° aangevuld als volgt: "r) administratieve geldboetes overeenkomstig dit wetboek of de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes in toepassing van inbreuken op de scheepvaartwetten;".
Art. 21. Dans l'article 2.2.6.1 du même code, le 1° est complété par ce qui suit : " r) les amendes administratives imposées conformément au présent code ou la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation ; ".
Art. 22. In paragraaf 4 van artikel 2.3.1.5 van hetzelfde wetboek worden de woorden "niet raadplegen" vervangen door de woorden "raadplegen, tenzij anders overeengekomen".
Art. 22. Dans l'article 2.3.1.5, § 4 du même code, les mots " ne doivent pas consulter les autres copropriétaires quirataires " sont remplacés par les mots " doivent consulter les autres copropriétaires quirataires, sauf s'il en est convenu autrement ".
Art. 23. In artikel 2.3.1.8, paragraaf 6 van hetzelfde wetboek worden de woorden "en de contractuele beperkingen van de bevoegdheid" ingevoegd tussen de woorden "De benoeming" en "van een quiratair".
Art. 23. Dans l'article 2.3.1.8, § 6 du même code, les mots " et les limitations contractuelles de la compétence " sont insérés entre les mots " La nomination " et " d'un armateur-gérant quirataire ".
Art. 24. In artikel 2.3.1.9 van hetzelfde wetboek wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
" § 4. Contractuele beperkingen van de bevoegdheid van de quirataire scheepsbeheerder zijn tegenstelbaar aan derden wanneer ze openbaar zijn gemaakt.".
" § 4. Contractuele beperkingen van de bevoegdheid van de quirataire scheepsbeheerder zijn tegenstelbaar aan derden wanneer ze openbaar zijn gemaakt.".
Art. 24. Dans l'article 2.3.1.9 du même code, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Les limitations contractuelles de la compétence de l'armateur-gérant quirataire sont opposables aux tiers si elles ont été rendues publiques. ".
" § 4. Les limitations contractuelles de la compétence de l'armateur-gérant quirataire sont opposables aux tiers si elles ont été rendues publiques. ".
Art. 25. In de Franse versie van artikel 2.3.1.19, tweede lid van hetzelfde wetboek wordt het woord "est" in het tweede lid opgeheven.
Art. 25. Dans la version française de l'article 2.3.1.19, alinéa 2 du même code, le mot " est " est supprimé.
Art. 26. In artikel 2.3.1.22, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "de verbintenissen" opgeheven;
2° in paragraaf 1, 1° worden de woorden "die door de kapitein" vervangen door de woorden "de verbintenissen die door de kapitein";
3° in paragraaf 1, 2°, inleidende zin,worden de woorden "die worden aangegaan" vervangen door de woorden "de cognossementen die worden uitgegeven";
4° in paragraaf 1, 2°, onder b, worden de woorden " de betrokken verbintenis" vervangen door de woorden "het betrokken cognossement";
5° in paragraaf 1, 2°, onder c, worden de woorden " de betrokken verbintenis" vervangen door de woorden "het betrokken cognossement".
1° in de inleidende zin worden de woorden "de verbintenissen" opgeheven;
2° in paragraaf 1, 1° worden de woorden "die door de kapitein" vervangen door de woorden "de verbintenissen die door de kapitein";
3° in paragraaf 1, 2°, inleidende zin,worden de woorden "die worden aangegaan" vervangen door de woorden "de cognossementen die worden uitgegeven";
4° in paragraaf 1, 2°, onder b, worden de woorden " de betrokken verbintenis" vervangen door de woorden "het betrokken cognossement";
5° in paragraaf 1, 2°, onder c, worden de woorden " de betrokken verbintenis" vervangen door de woorden "het betrokken cognossement".
Art. 26. A l'article 2.3.1.22, § 1er du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase introductive, les mots " des obligations " sont supprimés ;
2° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots " qui sont contractées " sont remplacés par les mots " des obligations qui sont contractées " ;
3° dans le paragraphe 1er, 2°, la phrase introductive, les mots " qui sont contractées " sont remplacés par les mots " des connaissements qui sont émis " ;
4° dans le paragraphe 1er, 2°, sous b,, les mots " l'obligation concernée " sont remplacés par les mots " le connaissement concerné " ;
5° dans le paragraphe 1er, 2° , sous c, les mots " de l'obligation concernée " sont remplacés par les mots " du connaissement concerné ".
1° dans la phrase introductive, les mots " des obligations " sont supprimés ;
2° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots " qui sont contractées " sont remplacés par les mots " des obligations qui sont contractées " ;
3° dans le paragraphe 1er, 2°, la phrase introductive, les mots " qui sont contractées " sont remplacés par les mots " des connaissements qui sont émis " ;
4° dans le paragraphe 1er, 2°, sous b,, les mots " l'obligation concernée " sont remplacés par les mots " le connaissement concerné " ;
5° dans le paragraphe 1er, 2° , sous c, les mots " de l'obligation concernée " sont remplacés par les mots " du connaissement concerné ".
Art. 27. In artikel 2.3.2.2, 1° van hetzelfde wetboek worden de woorden "exploiteren van het schip" vervangen door het woord "exploiteren van het zeeschip".
Art. 27. Dans l'article 2.3.2.2, 1° du même code, les mots " l'exploitation du navire " sont remplacés par les mots " l'exploitation du navire de mer ".
Art. 28. In artikel 2.3.2.4 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het woord "schepen" telkens vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "schepen" telkens vervangen door het woord "zeeschepen";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in paragraaf 1 wordt het woord "schepen" telkens vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "schepen" telkens vervangen door het woord "zeeschepen";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 28. A l'article 2.3.2.4 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphes 1er, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 2, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer " ;
3° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans le paragraphes 1er, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 2, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer " ;
3° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 29. In artikel 2.3.2.5, paragraaf 1, eerste lid en tweede lid 1°, van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 29. Dans l'article 2.3.2.5, paragraphe 1er, alinéa 1er et alinéa 2, 1° du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 30. In artikel 2.3.2.8 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 2 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 6 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 7 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
6° in paragraaf 8 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 2 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 6 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 7 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
6° in paragraaf 8 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 30. A l'article 2.3.2.8 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphes 1er, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 2, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
4° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
5° dans le paragraphe 6, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
6° dans le paragraphe 7, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
7° dans le paragraphe 8, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphes 1er, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 2, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
4° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
5° dans le paragraphe 6, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
6° dans le paragraphe 7, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
7° dans le paragraphe 8, le mot " navire " est remplacé fois par les mots " navire de mer " ;
Art. 31. In artikel 2.3.2.9 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "elk schip" vervangen door het woord "elk zeeschip";
3° in de Franse versie van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "que le navire est" vervangen door de woorden "qu"il est";
4° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "elk schip" vervangen door het woord "elk zeeschip";
3° in de Franse versie van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "que le navire est" vervangen door de woorden "qu"il est";
4° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 31. A l'article 2.3.2.9 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mot " chaque navire " sont remplacés par les mots " chaque navire de mer " ;
3° dans la version française du paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " que le navire est " sont remplacées par les mots " qu'il est " ;
4° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mot " chaque navire " sont remplacés par les mots " chaque navire de mer " ;
3° dans la version française du paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " que le navire est " sont remplacées par les mots " qu'il est " ;
4° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 32. In artikel 2.3.2.10 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste lid, en 3 wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste lid, en 3 wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 32. A l'article 2.3.2.10 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéa 1er, et 3, le mot " navire " est remplacé deux fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéa 1er, et 3, le mot " navire " est remplacé deux fois par les mots " navire de mer ".
Art. 33. In artikel 2.3.2.11 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste lid, en 3 wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste lid, en 3 wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 33. A l'article 2.3.2.11 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéa 1er, et 3, le mot " navire " est remplacé deux fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéa 1er, et 3, le mot " navire " est remplacé deux fois par les mots " navire de mer ".
Art. 34. In artikel 2.3.2.12 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in het eerste lid wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in het eerste lid wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 34. A l'article 2.3.2.12 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans l'alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans l'alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 35. In artikel 2.3.2.13, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
2° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "wanneer het schip" vervangen door de woorden "wanneer het zeeschip".
1° in paragraaf 1, 1° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
2° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "wanneer het schip" vervangen door de woorden "wanneer het zeeschip".
Art. 35. Dans l'article 2.3.2.13 du même code, les modifications suivantes sont apportées
1° dans le paragraphe 1er, 1°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
2° dans le paragraphe 1er, 3°, les mots " lorsque le navire " sont remplacées par les mots " lorsque le navire de mer ".
1° dans le paragraphe 1er, 1°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
2° dans le paragraphe 1er, 3°, les mots " lorsque le navire " sont remplacées par les mots " lorsque le navire de mer ".
Art. 36. In artikel 2.3.2.14 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste en tweede lid, paragraaf 2, eerste en tweede lid, paragraaf 3, eerste en tweede lid, paragraaf 4, inleidende zin, en 1° en 2°, wordt het woord "schip" negenmaal vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragrafen 1, eerste en tweede lid, paragraaf 2, eerste en tweede lid, paragraaf 3, eerste en tweede lid, paragraaf 4, inleidende zin, en 1° en 2°, wordt het woord "schip" negenmaal vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 36. A l'article 2.3.2.14 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéas 1er et 2, paragraphe 2, alinéas 1er et 2, paragraphe 3, alinéas 1er et 2, paragraphe 4, la phrase introductive et 1° et 2°, le mot " navire " est remplacé neuf fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans les paragraphes 1er, alinéas 1er et 2, paragraphe 2, alinéas 1er et 2, paragraphe 3, alinéas 1er et 2, paragraphe 4, la phrase introductive et 1° et 2°, le mot " navire " est remplacé neuf fois par les mots " navire de mer ".
Art. 37. In artikel 2.3.2.15, paragrafen 2, 3 en 4 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" driemaal vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 37. Dans l'article 2.3.2.15, paragraphes 2, 3 et 4 du même code, le mot " navire " est remplacé trois fois par les mots " navire de mer ".
Art. 38. In artikel 2.3.2.16 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "Schepen" vervangen door het woord "Zeeschepen";
2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "Schepen" vervangen door het woord "Zeeschepen";
2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 38. A l'article 2.3.2.16 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " Navires " est remplacé par les mots " Navires de mer " ;
2° le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " Navires " est remplacé par les mots " Navires de mer " ;
2° le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 39. Artikel 2.3.2.17 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" De Koning kan de toepassing van het CLC-Verdrag 1992, het BUNKER-Verdrag en het WRC-Verdrag uitbreiden naar zeeschepen die niet onder deze verdragen vallen. Daarbij kunnen bepalingen worden vastgesteld die van bovenvermelde verdragen en van dit hoofdstuk afwijken.".
" De Koning kan de toepassing van het CLC-Verdrag 1992, het BUNKER-Verdrag en het WRC-Verdrag uitbreiden naar zeeschepen die niet onder deze verdragen vallen. Daarbij kunnen bepalingen worden vastgesteld die van bovenvermelde verdragen en van dit hoofdstuk afwijken.".
Art. 39. L'article 2.3.2.17 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut étendre l'application de la Convention CLC 1992, de la Convention BUNKER et de la Convention WRC aux navires de mer qui ne relèvent pas de ces conventions. A cet égard, des dispositions qui dérogent aux conventions susmentionnées et au présent chapitre peuvent être adoptées. ".
" Le Roi peut étendre l'application de la Convention CLC 1992, de la Convention BUNKER et de la Convention WRC aux navires de mer qui ne relèvent pas de ces conventions. A cet égard, des dispositions qui dérogent aux conventions susmentionnées et au présent chapitre peuvent être adoptées. ".
Art. 40. Artikel 2.3.2.19 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" Voor de toepassing van deze onderafdeling of zijn uitvoeringsbesluiten wordt industrieel personeel dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.2.3.16, paragraaf 2 niet beschouwd als passagier.".
" Voor de toepassing van deze onderafdeling of zijn uitvoeringsbesluiten wordt industrieel personeel dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.2.3.16, paragraaf 2 niet beschouwd als passagier.".
Art. 40. L'article 2.3.2.19 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'application de la présente sous-section ou de ses arrêtés d'exécution, les membres du personnel industriel qui satisfont aux conditions de l'article 2.2.3.16, paragraphe 2 ne sont pas considérés comme des passagers. ".
" Pour l'application de la présente sous-section ou de ses arrêtés d'exécution, les membres du personnel industriel qui satisfont aux conditions de l'article 2.2.3.16, paragraphe 2 ne sont pas considérés comme des passagers. ".
Art. 41. In artikel 2.3.2.21 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1 worden de woorden "geregistreerd of teboekstaand schip" vervangen door het woord "geregistreerd zeeschip";
3° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "geregistreerd of teboekstaand schip" vervangen door het woord "geregistreerd zeeschip";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 2° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 4 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1 worden de woorden "geregistreerd of teboekstaand schip" vervangen door het woord "geregistreerd zeeschip";
3° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, worden de woorden "geregistreerd of teboekstaand schip" vervangen door het woord "geregistreerd zeeschip";
4° in paragraaf 2, eerste lid, 2° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 4 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip
Art. 41. A l'article 2.3.2.21 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, les mots " navire enregistré ou immatriculé " sont remplacés par les mots " navire de mer enregistré " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, phrase introductive, les mots " navire enregistré ou immatriculé " sont remplacés par les mots " navire de mer enregistré " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
5° dans paragraphe 4, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, les mots " navire enregistré ou immatriculé " sont remplacés par les mots " navire de mer enregistré " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, phrase introductive, les mots " navire enregistré ou immatriculé " sont remplacés par les mots " navire de mer enregistré " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
5° dans paragraphe 4, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
Art. 42. In artikel 2.3.2.22 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "schip" tweemaal vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 42. A l'article 2.3.2.22 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 43. In artikel 2.3.2.23 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in het eerste lid wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in het eerste lid wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 43. A l'article 2.3.2.23 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans l'alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans l'alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 44. In artikel 2.3.2.24 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 1, 3° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
1° in paragraaf 1, 1° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 1, 3° wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 44. A l'article 2.3.2.24 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 1er, 1°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 3°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans paragraphe 1er, 1°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 3°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 45. In artikel 2.3.2.25 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip",
6° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "schepen" vervangen door het woord "zeeschepen";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 2, eerste lid, inleidende zin, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip";
5° in paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip",
6° in paragraaf 3 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 45. A l'article 2.3.2.25 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, phrase introductive, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
6° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " navires " est remplacé par les mots " navires de mer " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
4° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, phrase introductive, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer " ;
6° dans le paragraphe 3, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 46. In artikel 2.3.2.26, paragraaf 2 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 46. Dans l'article 2.3.2.26, paragraphe 2 du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 47. In artikel 2.3.2.27 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "Schepen" vervangen door het woord "Zeeschepen";
2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in de hoofding wordt het woord "Schepen" vervangen door het woord "Zeeschepen";
2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 47. A l'article 2.3.2.27 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " Navires " est remplacé par les mots " Navires de mer " ;
2° le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
1° dans l'intitulé, le mot " Navires " est remplacé par les mots " Navires de mer " ;
2° le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 48. Artikel 2.3.2.28 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" De Koning kan de toepassing van het PAL-Verdrag uitbreiden naar zeeschepen die niet onder dit verdrag vallen. Daarbij kunnen bepalingen worden vastgesteld die van bovenvermeld verdrag en van dit hoofdstuk afwijken.".
" De Koning kan de toepassing van het PAL-Verdrag uitbreiden naar zeeschepen die niet onder dit verdrag vallen. Daarbij kunnen bepalingen worden vastgesteld die van bovenvermeld verdrag en van dit hoofdstuk afwijken.".
Art. 48. L'article 2.3.2.28 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut étendre l'application de la Convention PAL aux navires de mer qui ne relèvent pas de cette convention. A cet égard, des dispositions qui dérogent à la convention susmentionnée et au présent chapitre peuvent être adoptées. ".
" Le Roi peut étendre l'application de la Convention PAL aux navires de mer qui ne relèvent pas de cette convention. A cet égard, des dispositions qui dérogent à la convention susmentionnée et au présent chapitre peuvent être adoptées. ".
Art. 49. In artikel 2.3.2.30 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "van het schip" telkenmale vervangen door de woorden "van het zeeschip";
2° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "op het schip" vervangen door de woorden "op het zeeschip".
3° in paragraaf 1, 4° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "van het schip" telkenmale vervangen door de woorden "van het zeeschip";
2° in paragraaf 1, 3° worden de woorden "op het schip" vervangen door de woorden "op het zeeschip".
3° in paragraaf 1, 4° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 49. Dans l'article 2.3.2.30 du même code les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 1er, 3°, les mots " du navire " sont chaque fois remplacés par les mots " du navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 3°, les mots " aux navires " sont remplacées par les mots " au navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 1, 4°, le mot " navire " est chaque fois remplacé par les mots " navire de mer ".
1° dans paragraphe 1er, 3°, les mots " du navire " sont chaque fois remplacés par les mots " du navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 3°, les mots " aux navires " sont remplacées par les mots " au navire de mer " ;
3° dans le paragraphe 1, 4°, le mot " navire " est chaque fois remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 50. In artikel 2.3.2.32, paragraaf 1, tweede lid, 1° en 2° van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 50. Dans l'article 2.3.2.32, paragraphe 1er, alinéa 2, 1° et 2° du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 51. In artikel 2.3.2.33 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schepen" in de hoofding en in het eerste lid telkenmale vervangen door het woord "zeeschepen".
Art. 51. Dans l'article 2.3.2.33 du même code, le mot " navires " dans l'intitulé et l'alinéa 1er est chaque fois remplacé par les mots " navires de mer ".
Art. 52. In artikel 2.3.2.36 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1, 1° wordt vervangen als volgt:
" 1° vorderingen met betrekking tot dood of letsel of verlies van of beschadiging aan zaken (hieronder begrepen schade aan kunstwerken van havens, dokken en waterwegen en hulpmiddelen bij de navigatie), voorkomend aan boord van het zeeschip of in rechtstreeks verband met de exploitatie daarvan of met bergingswerkzaamheden, en andere daaruit voortvloeiende schade;";
2° paragraaf 1, 3° wordt vervangen als volgt:
" 3° vorderingen met betrekking tot andere schade die voortvloeit uit inbreuk op buitencontractuele rechten, en die in rechtstreeks verband voorkomen met de exploitatie van het zeeschip of met bergingswerkzaamheden;".
1° paragraaf 1, 1° wordt vervangen als volgt:
" 1° vorderingen met betrekking tot dood of letsel of verlies van of beschadiging aan zaken (hieronder begrepen schade aan kunstwerken van havens, dokken en waterwegen en hulpmiddelen bij de navigatie), voorkomend aan boord van het zeeschip of in rechtstreeks verband met de exploitatie daarvan of met bergingswerkzaamheden, en andere daaruit voortvloeiende schade;";
2° paragraaf 1, 3° wordt vervangen als volgt:
" 3° vorderingen met betrekking tot andere schade die voortvloeit uit inbreuk op buitencontractuele rechten, en die in rechtstreeks verband voorkomen met de exploitatie van het zeeschip of met bergingswerkzaamheden;".
Art. 52. A l'article 2.3.2.36 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° créances pour mort, pour lésions corporelles, pour pertes et pour dommages à tous biens (y compris les dommages causés aux ouvrages d'art des ports, bassins, voies navigables et aides à la navigation), survenus à bord du navire de mer ou en relation directe avec l'exploitation de celui-ci ou avec des opérations d'assistance ou de sauvetage, ainsi que pour tout autre préjudice en résultant ; ".
2° paragraphe 1er, 3° est remplacée par ce qui suit :
" 3° créances pour d'autres préjudices résultant de l'atteinte à tous droits de source extracontractuelle, et survenus en relation directe avec l'exploitation du navire de mer ou avec des opérations d'assistance ou de sauvetage; ".
1° le paragraphe 1er, 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° créances pour mort, pour lésions corporelles, pour pertes et pour dommages à tous biens (y compris les dommages causés aux ouvrages d'art des ports, bassins, voies navigables et aides à la navigation), survenus à bord du navire de mer ou en relation directe avec l'exploitation de celui-ci ou avec des opérations d'assistance ou de sauvetage, ainsi que pour tout autre préjudice en résultant ; ".
2° paragraphe 1er, 3° est remplacée par ce qui suit :
" 3° créances pour d'autres préjudices résultant de l'atteinte à tous droits de source extracontractuelle, et survenus en relation directe avec l'exploitation du navire de mer ou avec des opérations d'assistance ou de sauvetage; ".
Art. 53. In artikel 2.3.2.37, 5° van hetzelfde wetboek worden de woorden "met het schip of de bergingswerkzaamheden" vervangen door de woorden "met het zeeschip of de bergingswerkzaamheden".
Art. 53. Dans l'article 2.3.2.37, 5° du même code, le mot " du navire ou aux opérations d'assistance " est remplacé par les mots " du navire de mer ou aux opérations d'assistance ".
Art. 54. In artikel 2.3.2.40 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 worden de woorden "van het schip" vervangen door de woorden "van het zeeschip";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in paragraaf 2 worden de woorden "van het schip" vervangen door de woorden "van het zeeschip";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 54. Dans l'article 2.3.2.40 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 2, les mots " du navire " sont remplacés par les mots " du navire de mer " ;
2° dans paragraphe 4, le mot " navire " est chaque fois remplacé per les mots " navires de mer ".
1° dans paragraphe 2, les mots " du navire " sont remplacés par les mots " du navire de mer " ;
2° dans paragraphe 4, le mot " navire " est chaque fois remplacé per les mots " navires de mer ".
Art. 55. In artikel 2.3.2.41 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 55. Dans l'article 2.3.2.41 du même code, les mots " un navire " est remplacé par les mots " un navire de mer ".
Art. 56. In artikel 2.3.2.43 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "dat schip" vervangen door de woorden "dat zeeschip";
2° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "genoemd schip" vervangen door de woorden "genoemd zeeschip";
3° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 2 worden de woorden "bedoelde schip" vervangen door de woorden "bedoelde zeeschip".
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "dat schip" vervangen door de woorden "dat zeeschip";
2° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "genoemd schip" vervangen door de woorden "genoemd zeeschip";
3° in paragraaf 1, 3°, wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
4° in paragraaf 2 worden de woorden "bedoelde schip" vervangen door de woorden "bedoelde zeeschip".
Art. 56. Dans l'article 2.3.2.43, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 1er, 2°, les mots " ce navire " sont remplacés par les mots " ce navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 2°, les mots " dudit navire " sont remplacés par les mots " dudit navire de mer " ;
3° dans paragraphe 1, 3° le mot " navire " est,chaque fois remplacé par les mots " navire de mer " ;
4° dans paragraphe 2, les mots " navire auquel " sont remplacés par les mots " navire de mer auquel ".
1° dans paragraphe 1er, 2°, les mots " ce navire " sont remplacés par les mots " ce navire de mer " ;
2° dans paragraphe 1er, 2°, les mots " dudit navire " sont remplacés par les mots " dudit navire de mer " ;
3° dans paragraphe 1, 3° le mot " navire " est,chaque fois remplacé par les mots " navire de mer " ;
4° dans paragraphe 2, les mots " navire auquel " sont remplacés par les mots " navire de mer auquel ".
Art. 57. In artikel 2.3.2.47, paragraaf 7 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 57. Dans l'article 2.3.2.47, paragraphe 7 du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 58. In artikel 2.3.2.48, paragraaf 3, tweede lid, 1° van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 58. Dans l'article 2.3.2.48, paragraphe 3, alinéa 2, 1° du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 59. In artikel 2.3.2.54, paragraaf 2, eerste lid van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 59. Dans l'article 2.3.2.54, paragraphe 2, alinéa 1er du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 60. In artikel 2.4.2.1 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt het woord "uitsluitend" ingevoegd tussen de woorden "en 2.4.2.12 zijn" en de woorden "van toepassing op".
2° in paragraaf 3, 2° worden de woorden "of teboekgesteld" opgeheven.
3° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "of teboekstelling" opgeheven.
1° in paragraaf 2 wordt het woord "uitsluitend" ingevoegd tussen de woorden "en 2.4.2.12 zijn" en de woorden "van toepassing op".
2° in paragraaf 3, 2° worden de woorden "of teboekgesteld" opgeheven.
3° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "of teboekstelling" opgeheven.
Art. 60. A l'article 2.4.2.1 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, le mot " exclusivement " est inséré entre les mots " sont applicables " et les mots " à la procédure ".
2° dans le paragraphe 3, 2°, les mots " ou immatriculé " sont supprimés.
3° dans le paragraphe 3, 3°, les mots " ou d'immatriculation " sont supprimés.
1° dans le paragraphe 2, le mot " exclusivement " est inséré entre les mots " sont applicables " et les mots " à la procédure ".
2° dans le paragraphe 3, 2°, les mots " ou immatriculé " sont supprimés.
3° dans le paragraphe 3, 3°, les mots " ou d'immatriculation " sont supprimés.
Art. 61. In artikel 2.4.2.6 van hetzelfde wetboek wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
" § 2. De kapitein is ertoe verplicht om aan de derden waarmee men handelt kennis te geven van zijn hoedanigheid als kapitein en van de naam van het zeeschip en de naam van de scheepseigenaar.".
" § 2. De kapitein is ertoe verplicht om aan de derden waarmee men handelt kennis te geven van zijn hoedanigheid als kapitein en van de naam van het zeeschip en de naam van de scheepseigenaar.".
Art. 61. Dans l'article 2.4.2.6 du même code, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le capitaine est tenu d'informer les tiers avec lesquels on agit de sa qualité de capitaine et de leur communiquer le nom du propriétaire du navire de mer et le nom du navire. ".
" § 2. Le capitaine est tenu d'informer les tiers avec lesquels on agit de sa qualité de capitaine et de leur communiquer le nom du propriétaire du navire de mer et le nom du navire. ".
Art. 62. In artikel 2.4.2.12 van hetzelfde wetboek wordt het tweede lid van paragraaf 4 opgeheven.
Art. 62. Dans l'article 2.4.2.12 du même code, l'alinéa 2 du paragraphe 4 est abrogé.
Art. 63. Artikel 2.4.5.2 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing indien:
1° het scheepvaartvergrijp nodig is om de veiligheid van het schip of levens op zee te waarborgen;
2° het scheepvaartvergrijp voortvloeit uit schade aan een zeeschip of scheepsuitrusting indien alle voorzorgsmaatregelen werden genomen, tenzij de betrokkene handelde met het oogmerk om het scheepvaartvergrijp te plegen of roekeloos handelde en wetende dat het scheepvaartvergrijp waarschijnlijk zou plaatsvinden;
3° het scheepvaartvergrijp voorafgaandelijk werd toegestaan door de Scheepvaartcontrole met het oogmerk de veiligheid van het zeeschip, de opvarenden of de bescherming van het marien milieu, onverminderd de bevoegdheid van de jurisdictie van een andere staat waar het zeeschip zich bevindt.".
" § 6. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing indien:
1° het scheepvaartvergrijp nodig is om de veiligheid van het schip of levens op zee te waarborgen;
2° het scheepvaartvergrijp voortvloeit uit schade aan een zeeschip of scheepsuitrusting indien alle voorzorgsmaatregelen werden genomen, tenzij de betrokkene handelde met het oogmerk om het scheepvaartvergrijp te plegen of roekeloos handelde en wetende dat het scheepvaartvergrijp waarschijnlijk zou plaatsvinden;
3° het scheepvaartvergrijp voorafgaandelijk werd toegestaan door de Scheepvaartcontrole met het oogmerk de veiligheid van het zeeschip, de opvarenden of de bescherming van het marien milieu, onverminderd de bevoegdheid van de jurisdictie van een andere staat waar het zeeschip zich bevindt.".
Art. 63. L'article 2.4.5.2 du même code est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
" § 6. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas applicables si :
1° l'infraction maritime est nécessaire pour garantir la sécurité du navire ou des vies en mer ;
2° l'infraction maritime découle de dommages à un navire de mer ou à l'équipement du navire si toutes les mesures de précaution ont été prises, sauf si l'intéressé a agi dans le but de commettre l'infraction maritime ou a agi de manière téméraire et sachant que l'infraction maritime aurait probablement lieu ;
3° l'infraction maritime a été préalablement autorisée par le Contrôle de la navigation dans le but de garantir la sécurité du navire de mer, des personnes embarquées ou de la protection du milieu marin, sans préjudice du pouvoir de juridiction d'un autre Etat où se trouve le navire de mer. ".
" § 6. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas applicables si :
1° l'infraction maritime est nécessaire pour garantir la sécurité du navire ou des vies en mer ;
2° l'infraction maritime découle de dommages à un navire de mer ou à l'équipement du navire si toutes les mesures de précaution ont été prises, sauf si l'intéressé a agi dans le but de commettre l'infraction maritime ou a agi de manière téméraire et sachant que l'infraction maritime aurait probablement lieu ;
3° l'infraction maritime a été préalablement autorisée par le Contrôle de la navigation dans le but de garantir la sécurité du navire de mer, des personnes embarquées ou de la protection du milieu marin, sans préjudice du pouvoir de juridiction d'un autre Etat où se trouve le navire de mer. ".
Art. 64. In artikel 2.5.1.2 van hetzelfde wetboek worden de woorden "territoriale zee" vervangen door de woorden "maritieme zones".
Art. 64. Dans l'article 2.5.1.2 du même code, les mots " la mer territoriale belge " sont remplacés par les mots " les zones maritimes belges ".
Art. 65. In artikel 2.5.2.2 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt:
" 10° "NCCN": het Nationaal Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken;
2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende:
" 13° "waterwegbeheerder": elke instantie die, al dan niet in combinatie met andere activiteiten belast is met het beheer en de exploitatie van Belgische binnenwateren van maritieme aard.".
1° de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt:
" 10° "NCCN": het Nationaal Crisiscentrum van de FOD Binnenlandse Zaken;
2° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende:
" 13° "waterwegbeheerder": elke instantie die, al dan niet in combinatie met andere activiteiten belast is met het beheer en de exploitatie van Belgische binnenwateren van maritieme aard.".
Art. 65. A l'article 2.5.2.2 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° " NCCN " : le Centre de crise national du SPF Intérieur ;
2° l'article est complété par un 13° rédigé comme suit :
" 13° " gestionnaire de voies navigables " : toute instance qui, conjointement ou non avec d'autres activités, est chargée de la gestion et de l'exploitation des eaux intérieures belges de nature maritime. ".
1° le 10° est remplacé par ce qui suit :
" 10° " NCCN " : le Centre de crise national du SPF Intérieur ;
2° l'article est complété par un 13° rédigé comme suit :
" 13° " gestionnaire de voies navigables " : toute instance qui, conjointement ou non avec d'autres activités, est chargée de la gestion et de l'exploitation des eaux intérieures belges de nature maritime. ".
Art. 66. In artikel 2.5.2.3 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elke haven of waterweg waar zich havenfaciliteiten bevinden die onder de ISPS-Verordening vallen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden faciliteiten langs waterwegen die buiten een haven liggen aanzien als havenfaciliteiten. De waterwegbeheerder treedt hier op als havenbeheerder.".
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De coördinaten van het gebied bedoeld in § 1 worden vastgesteld door de Koning, in voorkomend geval rekening houdend met de informatie uit de veiligheidsbeoordeling.
Voor zover de grenzen van een haven precies overeenstemmen met die van een havenfaciliteit in de zin van de ISPS-Verordening, hebben de bepalingen van deze laatste voorrang.
Op voorstel van de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging kan de Koning vaste constructies in de Belgische maritieme zones aanduiden als een faciliteit waarop dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk van toepassing is.".
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en zijn uitvoeringsbesluiten worden schepen die zowel over de nodige certificaten voor zeevaart als binnenvaart beschikken, altijd beschouwd als zeeschepen.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op elke haven of waterweg waar zich havenfaciliteiten bevinden die onder de ISPS-Verordening vallen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden faciliteiten langs waterwegen die buiten een haven liggen aanzien als havenfaciliteiten. De waterwegbeheerder treedt hier op als havenbeheerder.".
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De coördinaten van het gebied bedoeld in § 1 worden vastgesteld door de Koning, in voorkomend geval rekening houdend met de informatie uit de veiligheidsbeoordeling.
Voor zover de grenzen van een haven precies overeenstemmen met die van een havenfaciliteit in de zin van de ISPS-Verordening, hebben de bepalingen van deze laatste voorrang.
Op voorstel van de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging kan de Koning vaste constructies in de Belgische maritieme zones aanduiden als een faciliteit waarop dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk van toepassing is.".
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
" § 4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en zijn uitvoeringsbesluiten worden schepen die zowel over de nodige certificaten voor zeevaart als binnenvaart beschikken, altijd beschouwd als zeeschepen.".
Art. 66. A l'article 2.5.2.3 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le présent chapitre s'applique aux ports ou voies navigables dans lesquels sont établies des installations portuaires soumises au Règlement ISPS.
Pour l'application du présent chapitre, les installations le long de voies navigables situées à l'extérieur d'un port sont considérées comme des installations portuaires. Le gestionnaire de voies navigables fait ici office de gestionnaire du port. ".
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les coordonnées de la zone visée au § 1er sont fixées par le Roi, le cas échéant en prenant dûment en compte les informations résultant de l'évaluation de la sécurité.
Lorsque le périmètre d'un port correspond exactement à celui d'une installation portuaire au sens du Règlement ISPS, les dispositions de ce dernier sont prépondérantes.
Sur proposition de l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime, le Roi peut désigner des constructions fixes dans les zones maritimes belges comme installations soumises totalement ou partiellement au présent chapitre. ".
3° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Pour l'application du présent chapitre et de ses arrêtés d'exécution, les navires qui disposent des certificats nécessaires aussi bien pour la navigation maritime que pour la navigation intérieure sont toujours considérés comme des navires de mer. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le présent chapitre s'applique aux ports ou voies navigables dans lesquels sont établies des installations portuaires soumises au Règlement ISPS.
Pour l'application du présent chapitre, les installations le long de voies navigables situées à l'extérieur d'un port sont considérées comme des installations portuaires. Le gestionnaire de voies navigables fait ici office de gestionnaire du port. ".
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les coordonnées de la zone visée au § 1er sont fixées par le Roi, le cas échéant en prenant dûment en compte les informations résultant de l'évaluation de la sécurité.
Lorsque le périmètre d'un port correspond exactement à celui d'une installation portuaire au sens du Règlement ISPS, les dispositions de ce dernier sont prépondérantes.
Sur proposition de l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime, le Roi peut désigner des constructions fixes dans les zones maritimes belges comme installations soumises totalement ou partiellement au présent chapitre. ".
3° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. Pour l'application du présent chapitre et de ses arrêtés d'exécution, les navires qui disposent des certificats nécessaires aussi bien pour la navigation maritime que pour la navigation intérieure sont toujours considérés comme des navires de mer. ".
Art. 67. In artikel 2.5.2.4, § 3, 4°, van hetzelfde wetboek worden de woorden "bevoegde overheden" vervangen door de woorden "de bevoegde overheden en de Belgische reders".
Art. 67. Dans l'article 2.5.2.4, § 3, 4° du même code, les mots " et aux autorités compétentes " sont remplacés par les mots ", aux autorités compétentes et aux armateurs belges ".
Art. 68. Artikel 2.5.2.4, § 3, van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" De Koning kan bijkomende taken toekennen aan de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging.".
" De Koning kan bijkomende taken toekennen aan de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging.".
Art. 68. L'article 2.5.2.4, § 3, du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut assigner des tâches supplémentaires à l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime. ".
" Le Roi peut assigner des tâches supplémentaires à l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime. ".
Art. 69. Artikel 2.5.2.8, § 3, van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" De Koning kan bijkomende taken toekennen aan het Lokaal Comité voor Maritieme Beveiliging.".
" De Koning kan bijkomende taken toekennen aan het Lokaal Comité voor Maritieme Beveiliging.".
Art. 69. L'article 2.5.2.8, § 3 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut assigner des tâches supplémentaires au Comité Local pour la Sûreté Maritime. ".
" Le Roi peut assigner des tâches supplémentaires au Comité Local pour la Sûreté Maritime. ".
Art. 70. In artikel 2.5.2.13 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "De ADCC" telkenmale vervangen door de woorden "Het NCCN";
2° in het derde lid worden de woorden "de ADCC" vervangen door de woorden "het NCCN";
3° in het derde lid worden de woorden "de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging en" ingevoegd tussen de woorden "kennis gebracht van" en "elke betrokken persoon".
1° in het eerste lid worden de woorden "De ADCC" telkenmale vervangen door de woorden "Het NCCN";
2° in het derde lid worden de woorden "de ADCC" vervangen door de woorden "het NCCN";
3° in het derde lid worden de woorden "de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging en" ingevoegd tussen de woorden "kennis gebracht van" en "elke betrokken persoon".
Art. 70. A l'article 2.5.2.13 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " La DGCC " sont remplacés deux fois par les mots " Le NCCN " ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " la DGCC " sont remplacés par les mots " le NCCN " ;
3° dans l'alinéa 3, les mots " l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime et " sont insérés entre les mots " sûreté portuaire à " et " toute personne ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " La DGCC " sont remplacés deux fois par les mots " Le NCCN " ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " la DGCC " sont remplacés par les mots " le NCCN " ;
3° dans l'alinéa 3, les mots " l'Autorité Nationale de Sûreté Maritime et " sont insérés entre les mots " sûreté portuaire à " et " toute personne ".
Art. 71. In artikel 2.5.2.14, eerste lid van hetzelfde wetboek worden de woorden "het havenbestuur" vervangen door de woorden "de havenbeheerder".
Art. 71. Dans l'article 2.5.2.14, alinéa 1er du même code, les mots " l'autorité du port " sont remplacés par les mots " le gestionnaire du port ".
Art. 72. In artikel 2.5.2.17, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek worden de woorden "het havenbestuur" vervangen door de woorden "de havenbeheerder".
Art. 72. Dans l'article 2.5.2.17, paragraphe 1er du même code, les mots " l'autorité du port " sont remplacés par les mots " le gestionnaire du port ".
Art. 73. In artikel 2.5.2.19, paragraaf 1 en paragraaf 2, 1° en 2° van hetzelfde wetboek worden de woorden "het havenbestuur" telkenmale vervangen door de woorden "de havenbeheerder".
Art. 73. Dans l'article 2.5.2.19, paragraphe 1er et paragraphe 2, 1° et 2° du même code, les mots " l'autorité du port " sont remplacés chaque fois par les mots " le gestionnaire du port ".
Art. 74. In artikel 2.5.2.24, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: :
1° in paragraaf 2 wordt het woord "haven" telkenmale vervangen door de woorden "haven of havenfaciliteit";
2° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende zin:
" Deze opleidingen kunnen ook gegeven worden door de Gemeenschappen erkende opleidingsinstanties die voldoen aan de door de Koning erkende nadere regels.".
1° in paragraaf 2 wordt het woord "haven" telkenmale vervangen door de woorden "haven of havenfaciliteit";
2° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende zin:
" Deze opleidingen kunnen ook gegeven worden door de Gemeenschappen erkende opleidingsinstanties die voldoen aan de door de Koning erkende nadere regels.".
Art. 74. A l'article 2.5.2.24 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 2, les mots " d'un port " sont remplacés chaque fois par les mots " d'un port ou d'une installation portuaire " ;
2° le paragraphe 3 est complété par la phrase suivante :
" Ces formations peuvent également être données par les organismes de formation reconnus par les Communautés, qui satisfont aux modalités et conditions reconnues par le Roi. ".
1° dans le paragraphe 2, les mots " d'un port " sont remplacés chaque fois par les mots " d'un port ou d'une installation portuaire " ;
2° le paragraphe 3 est complété par la phrase suivante :
" Ces formations peuvent également être données par les organismes de formation reconnus par les Communautés, qui satisfont aux modalités et conditions reconnues par le Roi. ".
Art. 75. Artikel 2.5.3.1 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" Wat betreft de overige begripsomschrijvingen en behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de uitvoeringsbesluiten, gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 de begripsomschrijvingen vervat in het MARPOL-Verdrag.".
" Wat betreft de overige begripsomschrijvingen en behoudens uitdrukkelijke afwijking, in de uitvoeringsbesluiten, gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 de begripsomschrijvingen vervat in het MARPOL-Verdrag.".
Art. 75. L'article 2.5.3.1 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En ce qui concerne les autres définitions et sauf dérogation expresse, pour l'application du présent chapitre et des dispositions du livre 4 qui y ont trait, les définitions qui figurent dans la Convention MARPOL sont d'application dans les arrêtés d'exécution. ".
" En ce qui concerne les autres définitions et sauf dérogation expresse, pour l'application du présent chapitre et des dispositions du livre 4 qui y ont trait, les définitions qui figurent dans la Convention MARPOL sont d'application dans les arrêtés d'exécution. ".
Art. 76. Artikel 2.5.3.6 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. Met MARPOL-certificaat wordt elk certificaat of ander document voorgeschreven door het MARPOL-Verdrag bedoeld.".
" § 6. Met MARPOL-certificaat wordt elk certificaat of ander document voorgeschreven door het MARPOL-Verdrag bedoeld.".
Art. 76. L'article 2.5.3.6 du même code est complété par un paragraphe 6 rédigé comme suit :
" § 6. Par certificat MARPOL, on entend tout certificat ou autre document prescrit par la Convention MARPOL. ".
" § 6. Par certificat MARPOL, on entend tout certificat ou autre document prescrit par la Convention MARPOL. ".
Art. 77. In artikel 2.5.3.10, § 2 van hetzelfde wetboek worden de woorden "of niet beschikt over een scheepsnoodplan voor mariene verontreiniging door schadelijk vloeistoffen dat voldoet aan de voorschriften bepaald in artikel 2.5.3.12, " ingevoegd tussen de woorden "in artikel 2.5.3.9" en de woorden "en het MARPOL-Verdrag".
Art. 77. Dans l'article 2.5.3.10, § 2 du même code, les mots " ou ne dispose pas d'un plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives, qui répond aux prescriptions stipulées à l'article 2.5.3.12, " sont insérés entre les mots " à l'article 2.5.3.9 " et " et dans la Convention MARPOL ".
Art. 78. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 2.5.3.12 ingevoegd, luidende:
" Art. 2.5.3.12. Scheepsnoodplan voor mariene verontreiniging door schadelijk vloeistoffen
§ 1. Elk zeeschip met een brutotonnenmaat van 150 en meer dat gecertificeerd is om schadelijke vloeistoffen in bulk te vervoeren, moet een Scheepsnoodplan voor maritieme verontreiniging door schadelijke vloeistoffen aan boord hebben. Dit noodplan moet worden goedgekeurd door de Scheepvaartcontrole voor Belgische schepen of door de bevoegde autoriteit van de vlagstaat van het schip voor vreemde schepen die een Belgische haven aandoen.
§ 2. Zulk plan moet gebaseerd zijn op de richtsnoeren van de IMO en geschreven in de werktaal of talen die gesproken worden door de gezaghebber en de officieren. Het plan moet tenminste het volgende bevatten:
1° de procedure die moet worden gevolgd door de gezaghebber en andere personen die controle hebben over het zeeschip om een verontreinigingsincident met schadelijke vloeistoffen te rapporteren, zoals bedoeld in artikel 8 van Protocol I van het MARPOL-Verdrag, op basis van de richtsnoeren ontwikkeld door de IMO;
2° de lijst van autoriteiten of te contacteren personen in het geval van een verontreinigingsincident met schadelijke vloeistoffen;
3° een gedetailleerde beschrijving van de onmiddellijk door de personen aan boord te nemen actie om de lozing van schadelijke vloeistoffen te beperken of te controleren na het incident: en
4° de procedures en het contactpunt op het zeeschip voor coördinatie van acties aan boord met nationale en lokale autoriteiten om de verontreiniging te bestrijden.
§ 3. In het geval zeeschepen waarop artikel 2.5.3.9 ook van toepassing is, mag zulk plan gecombineerd worden met het Scheepsnoodplan voor olieverontreiniging zoals bedoeld in artikel 2.5.3.9. In dit geval, is de titel van het noodplan "Scheepsnoodplan voor mariene verontreiniging".
§ 4. Onder schadelijke vloeistof wordt verstaan elke stof die in de kolom Verontreinigingscategorie van hoofdstuk 17 of 18 van de International Bulk Chemical Code staat of voorlopig wordt beoordeeld onder de bepalingen van voorschrift 6.3 van Bijlage II van het MARPOL-Verdrag als vallend onder categorie X, Y of Z.".
" Art. 2.5.3.12. Scheepsnoodplan voor mariene verontreiniging door schadelijk vloeistoffen
§ 1. Elk zeeschip met een brutotonnenmaat van 150 en meer dat gecertificeerd is om schadelijke vloeistoffen in bulk te vervoeren, moet een Scheepsnoodplan voor maritieme verontreiniging door schadelijke vloeistoffen aan boord hebben. Dit noodplan moet worden goedgekeurd door de Scheepvaartcontrole voor Belgische schepen of door de bevoegde autoriteit van de vlagstaat van het schip voor vreemde schepen die een Belgische haven aandoen.
§ 2. Zulk plan moet gebaseerd zijn op de richtsnoeren van de IMO en geschreven in de werktaal of talen die gesproken worden door de gezaghebber en de officieren. Het plan moet tenminste het volgende bevatten:
1° de procedure die moet worden gevolgd door de gezaghebber en andere personen die controle hebben over het zeeschip om een verontreinigingsincident met schadelijke vloeistoffen te rapporteren, zoals bedoeld in artikel 8 van Protocol I van het MARPOL-Verdrag, op basis van de richtsnoeren ontwikkeld door de IMO;
2° de lijst van autoriteiten of te contacteren personen in het geval van een verontreinigingsincident met schadelijke vloeistoffen;
3° een gedetailleerde beschrijving van de onmiddellijk door de personen aan boord te nemen actie om de lozing van schadelijke vloeistoffen te beperken of te controleren na het incident: en
4° de procedures en het contactpunt op het zeeschip voor coördinatie van acties aan boord met nationale en lokale autoriteiten om de verontreiniging te bestrijden.
§ 3. In het geval zeeschepen waarop artikel 2.5.3.9 ook van toepassing is, mag zulk plan gecombineerd worden met het Scheepsnoodplan voor olieverontreiniging zoals bedoeld in artikel 2.5.3.9. In dit geval, is de titel van het noodplan "Scheepsnoodplan voor mariene verontreiniging".
§ 4. Onder schadelijke vloeistof wordt verstaan elke stof die in de kolom Verontreinigingscategorie van hoofdstuk 17 of 18 van de International Bulk Chemical Code staat of voorlopig wordt beoordeeld onder de bepalingen van voorschrift 6.3 van Bijlage II van het MARPOL-Verdrag als vallend onder categorie X, Y of Z.".
Art. 78. Dans le même code, il est inséré un article 2.5.3.12. rédigé comme suit :
" Art. 2.5.3.12. Plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives
§ 1er. Tout navire d'une jauge brute égale ou supérieure à 150 qui est certifié apte à transporter des substances liquides nocives en vrac doit avoir un plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives. Ce plan d'urgence doit être approuvé par le Contrôle de la Navigation en ce qui concerne les navires belges, ou par l'autorité compétente de l'Etat du pavillon du navire en ce qui concerne les navires étrangers faisant escale dans un port belge.
§ 2. Un tel plan doit être établi compte tenu des directives élaborées par l'OMI et doit être rédigé dans une ou des langues de travail que le capitaine et les officiers comprennent. Le plan doit comporter au moins :
1° la procédure que le capitaine ou d'autres personnes responsables du navire de mer doivent suivre pour signaler un événement de pollution par les substances liquides nocives, conformément à l'article 8 et au Protocole I de la Convention MARPOL, compte tenu des directives élaborées par l'OMI ;
2° la liste des autorités ou personnes à contacter en cas d'événement de pollution par les substances liquides nocives ;
3° une description détaillée des mesures que doivent prendre immédiatement les personnes à bord afin de réduire ou de maîtriser le rejet de substances liquides nocives, à la suite de l'événement ; et
4° les procédures et le point de contact à bord du navire de mer pour la coordination des mesures à bord avec les autorités nationales et locales en vue de lutter contre la pollution.
§ 3. Dans le cas des navires de mer auxquels s'applique également l'article 2.5.3.9, un tel plan peut être combiné avec le plan d'urgence de bord contre la pollution par les hydrocarbures visé à l'article 2.5.3.9. Dans ce cas, ce plan doit être intitulé " Plan d'urgence de bord contre la pollution des mers ".
§ 4. Par substance liquide nocive, on entend toute substance signalée comme telle dans la colonne " Catégorie de pollution " des chapitres 17 et 18 du Recueil international de règles sur les transporteurs de produits chimiques ou classée à titre provisoire, en application des dispositions de la règle 6, paragraphe 3 de l'Annexe II à la Convention MARPOL, comme relevant de la catégorie X, Y ou Z. ".
" Art. 2.5.3.12. Plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives
§ 1er. Tout navire d'une jauge brute égale ou supérieure à 150 qui est certifié apte à transporter des substances liquides nocives en vrac doit avoir un plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives. Ce plan d'urgence doit être approuvé par le Contrôle de la Navigation en ce qui concerne les navires belges, ou par l'autorité compétente de l'Etat du pavillon du navire en ce qui concerne les navires étrangers faisant escale dans un port belge.
§ 2. Un tel plan doit être établi compte tenu des directives élaborées par l'OMI et doit être rédigé dans une ou des langues de travail que le capitaine et les officiers comprennent. Le plan doit comporter au moins :
1° la procédure que le capitaine ou d'autres personnes responsables du navire de mer doivent suivre pour signaler un événement de pollution par les substances liquides nocives, conformément à l'article 8 et au Protocole I de la Convention MARPOL, compte tenu des directives élaborées par l'OMI ;
2° la liste des autorités ou personnes à contacter en cas d'événement de pollution par les substances liquides nocives ;
3° une description détaillée des mesures que doivent prendre immédiatement les personnes à bord afin de réduire ou de maîtriser le rejet de substances liquides nocives, à la suite de l'événement ; et
4° les procédures et le point de contact à bord du navire de mer pour la coordination des mesures à bord avec les autorités nationales et locales en vue de lutter contre la pollution.
§ 3. Dans le cas des navires de mer auxquels s'applique également l'article 2.5.3.9, un tel plan peut être combiné avec le plan d'urgence de bord contre la pollution par les hydrocarbures visé à l'article 2.5.3.9. Dans ce cas, ce plan doit être intitulé " Plan d'urgence de bord contre la pollution des mers ".
§ 4. Par substance liquide nocive, on entend toute substance signalée comme telle dans la colonne " Catégorie de pollution " des chapitres 17 et 18 du Recueil international de règles sur les transporteurs de produits chimiques ou classée à titre provisoire, en application des dispositions de la règle 6, paragraphe 3 de l'Annexe II à la Convention MARPOL, comme relevant de la catégorie X, Y ou Z. ".
Art. 79. De artikelen 2.6.1.26 en 2.6.1.106 van hetzelfde wetboek worden opgeheven.
Art. 79. Les articles 2.6.1.26 et 2.6.1.106 du même code sont abrogés.
Art. 80. In de Franstalige versie van artikel 2.6.2.1, 3° van hetzelfde wetboek worden de woorden "sur le pont" vervangen door de woorden "en pontée".
Art. 80. Dans la version française de l'article 2.6.2.1, 3° du même code, les mots " sur le pont " sont remplacés par les mots " en pontée ".
Art. 81. In artikel 2.6.2.2 van hetzelfde wetboek wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 81. Dans l'article 2.6.2.2 du même code, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 82. In Boek 2, Titel 6, Hoofdstuk 2 van hetzelfde wetboek wordt de hoofding "Afdeling 2. - Bijzondere bepalingen" dat de artikelen 2.6.2.11 tot en met 2.6.2.33 bevat, vervangen door de hoofding "Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen".
Art. 82. Dans le Livre 2, Titre 6, Chapitre 2 du même code, l'intitulé " Section 2. - Dispositions spéciales " contenant les articles 2.6.2.11 à 2.6.2.33 inclus, est remplacé par l'intitulé " Sous-section 2. - Dispositions spéciales ".
Art. 83. In artikel 2.6.2.13 van hetzelfde wetboek, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 83. Dans l'article 2.6.2.13 du même code, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 84. De artikelen 2.6.2.15 en 2.6.2.23 van hetzelfde wetboek worden opgeheven.
Art. 84. Les articles 2.6.2.15 et 2.6.2.23 du même code sont abrogés.
Art. 85. In artikel 2.6.2.25 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan het vervoersdocument dat de houder alle originelen moet aanbieden" vervangen door de woorden "hebben de overige originelen geen verdere geldigheid meer na de levering";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "of de afzender tijdig een andersluidende onderrichting verstrekt" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "vervoerovereenkomst, onverminderd het recht van de afzender om tijdig een andersluidende onderrichting te verstrekken" vervangen door het woord "cognossement".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan het vervoersdocument dat de houder alle originelen moet aanbieden" vervangen door de woorden "hebben de overige originelen geen verdere geldigheid meer na de levering";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "of de afzender tijdig een andersluidende onderrichting verstrekt" opgeheven;
3° in paragraaf 3 worden de woorden "vervoerovereenkomst, onverminderd het recht van de afzender om tijdig een andersluidende onderrichting te verstrekken" vervangen door het woord "cognossement".
Art. 85. A l'article 2.6.2.25 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots " le document de transport peut stipuler que le porteur doit présenter tous les originaux " sont remplacés par les mots " les autres originaux n'ont plus aucune validité après la livraison " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " ou que le chargeur fournisse à temps une instruction contraire " sont supprimés ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " contrat de transport ou au moyen de celui-ci, sans préjudice du droit du chargeur de fournir en temps utile une instruction contraire " sont remplacés par les mots " connaissement ou au moyen de celui-ci ".
1° dans le paragraphe 1er, les mots " le document de transport peut stipuler que le porteur doit présenter tous les originaux " sont remplacés par les mots " les autres originaux n'ont plus aucune validité après la livraison " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " ou que le chargeur fournisse à temps une instruction contraire " sont supprimés ;
3° dans le paragraphe 3, les mots " contrat de transport ou au moyen de celui-ci, sans préjudice du droit du chargeur de fournir en temps utile une instruction contraire " sont remplacés par les mots " connaissement ou au moyen de celui-ci ".
Art. 86. Artikel 2.6.2.30 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Vertraging ontstaat wanneer de goederen niet afgeleverd worden op de plaats van bestemming aangeduid in het vervoersdocument binnen de afgesproken tijd.".
2° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "artikel 2.6.2.6" vervangen door de woorden "artikel 2.6.2.6, § 5".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een zin, luidende:
"Vertraging ontstaat wanneer de goederen niet afgeleverd worden op de plaats van bestemming aangeduid in het vervoersdocument binnen de afgesproken tijd.".
2° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "artikel 2.6.2.6" vervangen door de woorden "artikel 2.6.2.6, § 5".
Art. 86. A l'article 2.6.2.30 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est complété par une phrase rédigée comme suit :
" Il y a retard lorsque les marchandises ne sont pas livrées au lieu de destination indiqué dans le document de transport dans le délai convenu. ".
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " à l'article 2.6.2.6 " sont remplacés par les mots " à l'article 2.6.2.6, § 5 ".
1° le paragraphe 1er est complété par une phrase rédigée comme suit :
" Il y a retard lorsque les marchandises ne sont pas livrées au lieu de destination indiqué dans le document de transport dans le délai convenu. ".
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " à l'article 2.6.2.6 " sont remplacés par les mots " à l'article 2.6.2.6, § 5 ".
Art. 87. Artikel 2.6.2.31 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een elfde paragraaf, luidende:
" § 11. De termijnen in dit artikel kunnen verkort worden door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank indien het bederfbare goederen betreft.".
" § 11. De termijnen in dit artikel kunnen verkort worden door de voorzitter van de ondernemingsrechtbank indien het bederfbare goederen betreft.".
Art. 87. L'article 2.6.2.31 du même code est complété par un paragraphe 11 rédigé comme suit :
" § 11. Le président du tribunal de l'entreprise peut écourter les délais prévus au présent article s'il s'agit de marchandises périssables. ".
" § 11. Le président du tribunal de l'entreprise peut écourter les délais prévus au présent article s'il s'agit de marchandises périssables. ".
Art. 88. In artikel 2.6.2.32, eerste, tweede en derde lid van hetzelfde wetboek worden de woorden "de bestemmeling" telkenmale vervangen door de woorden "de houder van het vervoersdocument bedoeld in artikel 2.6.2.25".
Art. 88. Dans l'article 2.6.2.32, alinéa 1er, 2 et 3 du même code, les mots " le destinataire " sont chaque fois remplacés par les mots " le titulaire du document de transport visé à l'article 2.6.2.25 ".
Art. 89. In artikel 2.6.2.33, paragraaf 2 van hetzelfde wetboek worden de woorden "twee jaar" ingevoegd tussen de woorden "ontstaan of" en de woorden "na de beëindiging".
Art. 89. Dans l'article 2.6.2.33, paragraphe 2 du même code, les mots " deux ans " sont insérés entre les mots " donnant lieu à l'action ou " et les mots " à dater de la résiliation ".
Art. 90. In artikel 2.7.1.1, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek wordt het woord "reder" vervangen door de woorden "reder of de scheepsgebruiker".
Art. 90. Dans l'article 2.7.1.1, paragraphe 1er du même code, les mots " de l'armateur " sont remplacés par les mots " de l'armateur ou de l'utilisateur du navire ".
Art. 91. In artikel 2.7.1.2 van hetzelfde wetboek wordt het woord "alle" vervangen door het woord "de".
Art. 91. Dans l'article 2.7.1.2 du même code, les mots " toutes les " sont remplacés par le mot " les ".
Art. 92. In artikel 2.7.1.5, paragraaf 1 en 2 van hetzelfde wetboek wordt het woord "reder" telkenmale vervangen door de woorden "reder of de scheepsgebruiker"
Art. 92. Dans l'article 2.7.1.5, paragraphes 1er et 2 du même code, les mots " l'armateur " sont remplacés chaque fois par les mots " l'armateur ou l'utilisateur du navire ".
Art. 93. In artikel 2.7.1.7 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de woorden ", uitgezonderd de scheepsbrandstoffen";
2° in paragraaf 2 en 3 wordt het woord "reder" telkenmale vervangen door de woorden "reder of de scheepsgebruiker".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de woorden ", uitgezonderd de scheepsbrandstoffen";
2° in paragraaf 2 en 3 wordt het woord "reder" telkenmale vervangen door de woorden "reder of de scheepsgebruiker".
Art. 93. A l'article 2.7.1.7 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est complété par les mots ", excepté les combustibles marins " ;
2° dans les paragraphes 2 et 3, les mots " l'armateur " sont remplacés chaque fois par les mots " l'armateur ou l'utilisateur du navire ".
1° le paragraphe 1er est complété par les mots ", excepté les combustibles marins " ;
2° dans les paragraphes 2 et 3, les mots " l'armateur " sont remplacés chaque fois par les mots " l'armateur ou l'utilisateur du navire ".
Art. 94. In artikel 2.7.1.8 van hetzelfde wetboek wordt het woord "reder" telkenmale vervangen door "reder of de scheepsgebruiker"
Art. 94. Dans l'article 2.7.1.8 du même code, les mots " l'armateur " sont remplacés chaque fois par les mots " l'armateur ou l'utilisateur du navire ".
Art. 95. In artikel 2.7.2.1 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1, tweede lid, a) wordt aangevuld met het woord "of";
2° paragraaf 1, tweede lid, b) wordt vervangen als volgt:
"b) al de betrokken schepen Belgische schepen zijn.".
1° paragraaf 1, tweede lid, a) wordt aangevuld met het woord "of";
2° paragraaf 1, tweede lid, b) wordt vervangen als volgt:
"b) al de betrokken schepen Belgische schepen zijn.".
Art. 95. A l'article 2.7.2.1 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er,alinéa 2, a) est complété par le mot " ou " ;
2° le paragraphe 1er, alinéa 2, b) est remplacé par ce qui suit :
" b) tous les navires concernés sont des navires belges. ".
1° le paragraphe 1er,alinéa 2, a) est complété par le mot " ou " ;
2° le paragraphe 1er, alinéa 2, b) est remplacé par ce qui suit :
" b) tous les navires concernés sont des navires belges. ".
Art. 96. In artikel 2.7.2.8 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding worden de woorden "of gemeerde" ingevoegd tussen de woorden "Geankerde" en "schepen";
2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of gemeerd zijn".
1° in de hoofding worden de woorden "of gemeerde" ingevoegd tussen de woorden "Geankerde" en "schepen";
2° het artikel wordt aangevuld met de woorden "of gemeerd zijn".
Art. 96. A l'article 2.7.2.8 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'intitulé est complété par les mots " ou amarrés " ;
2° les mots " ou amarrés " sont insérés entre les mots " au mouillage " et les mots " au moment de l'accident ".
1° l'intitulé est complété par les mots " ou amarrés " ;
2° les mots " ou amarrés " sont insérés entre les mots " au mouillage " et les mots " au moment de l'accident ".
Art. 97. In artikel 2.7.3.17, eerste lid, 2° van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 97. Dans l'article 2.7.3.17, alinéa 1er, 2° du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 98. In artikel 2.7.5.2 van hetzelfde wetboek worden de woorden "of teboekgesteld" opgeheven".
Art. 98. Dans l'article 2.7.5.2 du même code, les mots " ou immatriculé " sont supprimés.
Art. 99. In artikel 2.7.6.3, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 99. Dans l'article 2.7.6.3, paragraphe 1er du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 100. In artikel 2.7.6.4, paragraaf 1, eerste lid, 1° en paragraaf 2, eerste lid van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 100. Dans l'article 2.7.6.4, paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et paragraphe 2, alinéa 1er du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 101. In artikel 2.7.6.6, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de woorden "een schip" vervangen door de woorden "een zeeschip";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
1° in paragraaf 1 wordt de woorden "een schip" vervangen door de woorden "een zeeschip";
2° in paragraaf 2 wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 101. Dans l'article 2.7.6.6 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans paragraphe 1er, les mots " le navire " sont remplacés par les mots " le navire de mer " ;
2° dans paragraphe 2, le mot " navire " est chaque fois remplacé pars les mots " navires de mer ".
1° dans paragraphe 1er, les mots " le navire " sont remplacés par les mots " le navire de mer " ;
2° dans paragraphe 2, le mot " navire " est chaque fois remplacé pars les mots " navires de mer ".
Art. 102. In artikel 2.7.6.7, paragraaf 1, eerste en tweede lid, paragraaf 2, paragraaf 3, eerste lid en paragraaf 4, eerste lid van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 102. Dans l'article 2.7.6.7, paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, paragraphe 2, paragraphe 3, alinéa 1er et paragraphe 4, alinéa 1er du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 103. In artikel 2.7.6.8, eerste lid van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 103. Dans l'article 2.7.6.8, alinéa 1er du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 104. In artikel 2.7.6.10, paragraaf 2 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 104. Dans l'article 2.7.6.10, paragraphe 2 du même code, le mot " navire " est remplacé par les mots " navire de mer ".
Art. 105. In artikel 2.7.6.12, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip".
Art. 105. Dans l'article 2.7.6.12, paragraphe 1er du même code, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer ".
Art. 106. In artikel 2.7.7.2 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in 3° wordt het woord "vervoert" vervangen door de woorden "kan vervoeren";
2° in 11° wordt in de Nederlandse versie het woord "minstens" ingevoegd tussen de woorden "een werkonbekwaamheid van" en de woorden "tweeënzeventig uur";
3° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen 20° en 21°, luidende:
" 20° "de Minister" : de minister bevoegd voor de Federale instantie voor onderzoek van Scheepvaartongevallen;
21° "exploitant": de natuurlijke of de rechtspersoon die, als eigenaar of voor rekening van de eigenaar dan wel als bevrachter, één of meer schepen exploiteert.".
1° in 3° wordt het woord "vervoert" vervangen door de woorden "kan vervoeren";
2° in 11° wordt in de Nederlandse versie het woord "minstens" ingevoegd tussen de woorden "een werkonbekwaamheid van" en de woorden "tweeënzeventig uur";
3° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen 20° en 21°, luidende:
" 20° "de Minister" : de minister bevoegd voor de Federale instantie voor onderzoek van Scheepvaartongevallen;
21° "exploitant": de natuurlijke of de rechtspersoon die, als eigenaar of voor rekening van de eigenaar dan wel als bevrachter, één of meer schepen exploiteert.".
Art. 106. A l'article 2.7.7.2 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 3°, le mot " transportant " est remplacé par les mots " pouvant transporter " ;
2° au 11° dans la version néerlandaisele mot " minstens " est ajouter entre les mots " een werkonbekwaamheid van " et les mots " tweeënzeventig uur " ;
3° l'article est complété par les 20° et 21°, rédigés comme suit :
" 20° " le Ministre " : le Ministre qui a l'Organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation dans ses attributions ;
21° " exploitant " : la personne physique ou morale qui exploite, en tant que propriétaire ou pour le compte du propriétaire, ou bien comme affréteur, un ou plusieurs navires. ".
1° au 3°, le mot " transportant " est remplacé par les mots " pouvant transporter " ;
2° au 11° dans la version néerlandaisele mot " minstens " est ajouter entre les mots " een werkonbekwaamheid van " et les mots " tweeënzeventig uur " ;
3° l'article est complété par les 20° et 21°, rédigés comme suit :
" 20° " le Ministre " : le Ministre qui a l'Organisme fédéral d'enquête sur les accidents de navigation dans ses attributions ;
21° " exploitant " : la personne physique ou morale qui exploite, en tant que propriétaire ou pour le compte du propriétaire, ou bien comme affréteur, un ou plusieurs navires. ".
Art. 107. In artikel 2.7.7.5 van hetzelfde wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer".
Art. 107. Dans l'article 2.7.7.5 du même code, l'alinéa 1er est complété par les mots " auprès du Service public fédéral Mobilité et Transports ".
Art. 108. In de Nederlandse versie van artikel 2.7.7.9, § 4, van hetzelfde wetboek wordt het teken ", " ingevoegd tussen de woorden "maritieme zones of" en de woorden "indien het in volle zee".
Art. 108. Dans la version néerlandaise de l'article 2.7.7.9, § 4, du même code, le signe " , " est inséré entre les mots " maritieme zones of " et les mots " indien het in volle zee ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan boek 3 van het belgisch scheepvaartwetboek
CHAPITRE 4. - Modifications au livre 3 du code belge de la navigation
Art. 109. In de Franstalige versie van hetzelfde wetboek worden de woorden "Art. 3.3.2.5. Verkrijging van Eigendom" in Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 2 vervangen door de woorden "Art. 3.2.2.5. Verkrijging van Eigendom".
Art. 109. Dans la version française du même code, les mots " Art. 3.3.2.5. Manières dont on acquiert la propriété " du Livre 3, Titre 2, Chapitre 2 sont remplacés par les mots " Art. 3.2.2.5. Manières dont on acquiert la propriété ".
Art. 110. In artikel 3.2.2.5, § 1, 2° van hetzelfde wetboek wordt het woord "prijsmaking, "opgeheven.
Art. 110. Dans l'article 3.2.2.5, § 1er, 2° du même code, le mot " prise " est supprimé.
Art. 111. in artikel 3.2.2.6 van hetzelfde wetboek wordt het woord "zeeschip" vervangen door het woord "binnenschip.
Art. 111. Dans la version néerlandaise de l'article 3.2.2.6 du même code, le mot " zeeschip " est remplacé par le mot " binnenschip ".
Art. 112. In Boek 3, Titel 2, Hoofdstuk 3 - "Scheepszekerheidsrechten" wordt de hoofding "Hoofdstuk 3. Scheepsvoorrechten" dat de artikelen 3.2.3.13 tot en met 3.2.3.20 bevat, vervangen door de hoofding "Afdeling 3. - Scheepsvoorrechten".
Art. 112. Dans le Livre 3, Titre 2, Chapitre 3. - " Sûretés sur navires ", l'intitulé " Chapitre 3. - Privilèges sur navires " contenant les articles 3.2.3.13 à 3.2.3.20 inclus, est remplacé par l'intitulé " Section 3. - Privilèges sur navires ".
Art. 113. In de Franse versie van artikel 3.3.1.2 van hetzelfde wetboek wordt het woord "est" in het laatste lid opgeheven.
Art. 113. Dans la version française de l'article 3.3.1.2, dernier alinéa du même code, le mot " est " est supprimé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan boek 4 van het belgisch scheepvaartwetboek
CHAPITRE 5. - Modifications au livre 4 du code belge de la navigation
Art. 114. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 4.1.1.7 ingevoegd, luidende:
"Art. 4.1.1.7 Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
De personen die op grond van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk zijn voor de schadevergoeding en de kosten, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboeten waartoe hun aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.".
"Art. 4.1.1.7 Burgerrechtelijke aansprakelijkheid
De personen die op grond van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk zijn voor de schadevergoeding en de kosten, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboeten waartoe hun aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.".
Art. 114. Dans le même code, il est inséré un article 4.1.1.7 rédigé comme suit :
" Art. 4.1.1.7 Responsabilité civile
Les personnes civilement responsables, aux termes de l'article 1384 du Code civil, des dommages-intérêts et frais, sont civilement responsables du paiement des amendes administratives auxquelles leurs préposés ou mandataires ont été condamnés. ".
" Art. 4.1.1.7 Responsabilité civile
Les personnes civilement responsables, aux termes de l'article 1384 du Code civil, des dommages-intérêts et frais, sont civilement responsables du paiement des amendes administratives auxquelles leurs préposés ou mandataires ont été condamnés. ".
Art. 115. In artikel 4.1.2.2 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.";
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.";
2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 115. A l'article 4.1.2.2 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. " ;
2° le paragraphe 3 est abrogé.
1° le paragraphe 1er, alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. " ;
2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 116. Artikel 4.1.2.5 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
" In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 116. L'article 4.1.2.5 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 117. In artikel 4.1.2.6. van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "2.2.3.15" vervangen door het woord "2.2.3.16";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 1° wordt het woord "2.2.3.15" vervangen door het woord "2.2.3.16";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
1° in de hoofding wordt het woord "2.2.3.15" vervangen door het woord "2.2.3.16";
2° in paragraaf 2, eerste lid, 1° wordt het woord "2.2.3.15" vervangen door het woord "2.2.3.16";
3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 117. A l'article 4.1.2.6 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " 2.2.3.15 " est remplacé par le mot " 2.2.3.16 " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le mot " 2.2.3.15 " est remplacé par le mot " 2.2.3.16 " ;
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
1° dans l'intitulé, le mot " 2.2.3.15 " est remplacé par le mot " 2.2.3.16 " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, le mot " 2.2.3.15 " est remplacé par le mot " 2.2.3.16 " ;
3° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 118. In artikel 4.1.2.8., van hetzelfde wetboek wordt paragraaf 3 vervangen als volgt:
" § 3. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
" § 3. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 118. Dans l'article 4.1.2.8, du même code, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
" § 3. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 119. In hetzelfde wetboek worden de artikelen 4.1.2.8/1 en 4.1.2.8/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 4.1.2.8/1. Inbreuken op de Dubbelwand-Verordening
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft, de scheepseigenaar en/of de exploitant die de Dubbelwand-Verordening overtreedt.
Art. 4.1.2.8/2. Inbreuken op internationale verdragen
Rekening houdend met de internationale voorschriften wordt bestraft met een sanctie van niveau 5 eenieder die, met inbegrip van de op deze verdragen betrekking hebben protocollen, wijzigingen en voorschriften met dwingend karakter, in de versie die van kracht is, het LL-Verdrag, SOLAS-Verdrag, MARPOL-Verdrag, BWM-verdrag STCW-verdrag, TMC-Verdrag, MLC-Verdrag en AFS-Verdrag overtreedt. Indien voor deze inbreuken een specifieke sanctie is opgenomen in dit wetboek of in een andere wet, heeft deze specifieke sanctie voorrang op dit artikel.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op inbreuken die gebeuren op volle zee en het schip zich vrijwillig in een Belgische haven of offshore-terminal bevindt, rekening houden met de geldende internationale voorschriften.".
"Art. 4.1.2.8/1. Inbreuken op de Dubbelwand-Verordening
Met een sanctie van niveau 7 wordt bestraft, de scheepseigenaar en/of de exploitant die de Dubbelwand-Verordening overtreedt.
Art. 4.1.2.8/2. Inbreuken op internationale verdragen
Rekening houdend met de internationale voorschriften wordt bestraft met een sanctie van niveau 5 eenieder die, met inbegrip van de op deze verdragen betrekking hebben protocollen, wijzigingen en voorschriften met dwingend karakter, in de versie die van kracht is, het LL-Verdrag, SOLAS-Verdrag, MARPOL-Verdrag, BWM-verdrag STCW-verdrag, TMC-Verdrag, MLC-Verdrag en AFS-Verdrag overtreedt. Indien voor deze inbreuken een specifieke sanctie is opgenomen in dit wetboek of in een andere wet, heeft deze specifieke sanctie voorrang op dit artikel.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op inbreuken die gebeuren op volle zee en het schip zich vrijwillig in een Belgische haven of offshore-terminal bevindt, rekening houden met de geldende internationale voorschriften.".
Art. 119. Dans le même code, sont insérés les articles 4.1.2.8/1 et 4.1.2.8/2, rédigés comme suit :
" Art. 4.1.2.8/1. Infractions au Règlement double coque
Est puni d'une sanction de niveau 7, le propriétaire de navire et/ou l'exploitant qui enfreint le Règlement double coque.
Art. 4.1.2.8/2. Infractions aux conventions internationales
Compte tenu des règles internationales, est puni d'une sanction de niveau 5, tout qui enfreint, dans la version qui est en vigueur, la Convention LL, la Convention SOLAS, la Convention MARPOL, la Convention BWM, la Convention STCW, la Convention TMC, la Convention MLC et la Convention AFS, en ce compris les protocoles et amendements à ces conventions et codes associés ayant force obligatoire. Si une sanction spécifique est reprise dans le présent code ou dans une autre loi pour ces infractions, cette sanction spécifique prime le présent article.
L'alinéa 1er s'applique également aux infractions qui sont commises en pleine mer et lorsque le navire se trouve volontairement dans un port ou un terminal offshore belge, compte tenu des règles internationales en vigueur. ".
" Art. 4.1.2.8/1. Infractions au Règlement double coque
Est puni d'une sanction de niveau 7, le propriétaire de navire et/ou l'exploitant qui enfreint le Règlement double coque.
Art. 4.1.2.8/2. Infractions aux conventions internationales
Compte tenu des règles internationales, est puni d'une sanction de niveau 5, tout qui enfreint, dans la version qui est en vigueur, la Convention LL, la Convention SOLAS, la Convention MARPOL, la Convention BWM, la Convention STCW, la Convention TMC, la Convention MLC et la Convention AFS, en ce compris les protocoles et amendements à ces conventions et codes associés ayant force obligatoire. Si une sanction spécifique est reprise dans le présent code ou dans une autre loi pour ces infractions, cette sanction spécifique prime le présent article.
L'alinéa 1er s'applique également aux infractions qui sont commises en pleine mer et lorsque le navire se trouve volontairement dans un port ou un terminal offshore belge, compte tenu des règles internationales en vigueur. ".
Art. 120. In artikel 4.1.2.10 van hetzelfde wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid en het tweede lid, 2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
2° in het tweede lid, 1° en 2° wordt het woord "schepen" telkenmale vervangen door het woord "zeeschepen".
1° in het eerste lid en het tweede lid, 2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
2° in het tweede lid, 1° en 2° wordt het woord "schepen" telkenmale vervangen door het woord "zeeschepen".
Art. 120. A l'article 4.1.2.10 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er et l'alinéa 2, 2°, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer " ;
2° dans l'alinéa 2, 1° et 2°, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer ".
1° dans l'alinéa 1er et l'alinéa 2, 2°, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer " ;
2° dans l'alinéa 2, 1° et 2°, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer ".
Art. 121. In artikel 4.1.2.11 van hetzelfde wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1° en 2° en het tweede lid, 2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
2° in het tweede lid, 1° en 2° wordt het woord "schepen" telkenmale vervangen door het woord "zeeschepen".
1° in het eerste lid, 1° en 2° en het tweede lid, 2° wordt het woord "schip" telkenmale vervangen door het woord "zeeschip";
2° in het tweede lid, 1° en 2° wordt het woord "schepen" telkenmale vervangen door het woord "zeeschepen".
Art. 121. A l'article 4.1.2.11 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, 1° et 2° et l'alinéa 2, 2°, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer " ;
2° à l'alinéa 2, 1° et 2°, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer ".
1° à l'alinéa 1er, 1° et 2° et l'alinéa 2, 2°, le mot " navire " est remplacé chaque fois par les mots " navire de mer " ;
2° à l'alinéa 2, 1° et 2°, le mot " navires " est remplacé chaque fois par les mots " navires de mer ".
Art. 122. Artikel 4.1.2.47 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
"In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 122. L'article 4.1.2.47 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 123. In artikel 4.1.2.49 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° in de hoofding wordt het woord "2.5.3.11" vervangen door het woord "2.5.3.12";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, en in paragraaf 2, 1° en 3°, worden de woorden "of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten" telkenmale opgeheven;
3° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
" 3° de scheepseigenaar, de reder, de exploitant, de beheerder of de bevrachter van een schip die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreedt.";
4° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
" 4° de gezagvoerder, officieren of andere bemanningsleden die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreden.";
5° in paragraaf 6 wordt het woord "2.5.3.11" vervangen door het woord "2.5.3.12";
6° in paragraaf 6 worden de woorden "of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten." vervangen door de woorden "of de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3."
7° een paragraaf 9 wordt ingevoegd, luidend:
" § 9. In afwijking van artikel 4.1.1.1. en paragrafen 1 en 2 worden lozingen van verboden schadelijke stoffen in de atmosfeer door schepen enkel bestraft met een administratieve geldboete.".
1° in de hoofding wordt het woord "2.5.3.11" vervangen door het woord "2.5.3.12";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, en in paragraaf 2, 1° en 3°, worden de woorden "of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten" telkenmale opgeheven;
3° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende:
" 3° de scheepseigenaar, de reder, de exploitant, de beheerder of de bevrachter van een schip die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreedt.";
4° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
" 4° de gezagvoerder, officieren of andere bemanningsleden die de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3 overtreden.";
5° in paragraaf 6 wordt het woord "2.5.3.11" vervangen door het woord "2.5.3.12";
6° in paragraaf 6 worden de woorden "of de desbetreffende uitvoeringsbesluiten." vervangen door de woorden "of de uitvoeringsbesluiten van boek 2, titel 5, hoofdstuk 3."
7° een paragraaf 9 wordt ingevoegd, luidend:
" § 9. In afwijking van artikel 4.1.1.1. en paragrafen 1 en 2 worden lozingen van verboden schadelijke stoffen in de atmosfeer door schepen enkel bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 123. A l'article 4.1.2.49 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'intitulé, le mot " 2.5.3.11 " est remplacé par le mot " 2.5.3.12 " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, et dans le paragraphe 2, 1° et 3°, les mots " ou les arrêtés d'exécution y afférents " sont chaque fois supprimés ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 1er est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° le propriétaire de navire, l'armateur, l'exploitant, le gestionnaire ou l'affréteur d'un navire qui enfreint les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. " ;
4° le paragraphe 2 est complété par un 4° rédigé comme suit :
" 4° le commandant, les officiers ou d'autres membres de l'équipage qui enfreignent les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. " ;
5° dans le paragraphe 6, le mot " 2.5.3.11 " est remplacé par le mot " 2.5.3.12 " ;
6° dans le paragraphe 6, les mots " ou les arrêtés d'exécution y afférents. " sont remplacés par les mots " ou les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. "
7° il est inséré un paragraphe 9 rédigé comme suit :
" § 9. Par dérogation à l'article 4.1.1.1 et aux paragraphes 1er et 2, les rejets de substances nocives interdites dans l'atmosphère par les navires sont uniquement punis d'une amende administrative. ".
1° dans l'intitulé, le mot " 2.5.3.11 " est remplacé par le mot " 2.5.3.12 " ;
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, et dans le paragraphe 2, 1° et 3°, les mots " ou les arrêtés d'exécution y afférents " sont chaque fois supprimés ;
3° le paragraphe 1er, alinéa 1er est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° le propriétaire de navire, l'armateur, l'exploitant, le gestionnaire ou l'affréteur d'un navire qui enfreint les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. " ;
4° le paragraphe 2 est complété par un 4° rédigé comme suit :
" 4° le commandant, les officiers ou d'autres membres de l'équipage qui enfreignent les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. " ;
5° dans le paragraphe 6, le mot " 2.5.3.11 " est remplacé par le mot " 2.5.3.12 " ;
6° dans le paragraphe 6, les mots " ou les arrêtés d'exécution y afférents. " sont remplacés par les mots " ou les arrêtés d'exécution du livre 2, titre 5, chapitre 3. "
7° il est inséré un paragraphe 9 rédigé comme suit :
" § 9. Par dérogation à l'article 4.1.1.1 et aux paragraphes 1er et 2, les rejets de substances nocives interdites dans l'atmosphère par les navires sont uniquement punis d'une amende administrative. ".
Art. 124. Artikel 4.1.2.50 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
" § 5. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
" § 5. In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 124. L'article 4.1.2.50 du même code est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
" § 5. Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 125. Art. 4.1.2.56 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
" In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
" In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete.".
Art. 125. L'article 4.1.2.56 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
" Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 126. In artikel 4.1.2.57 van hetzelfde wetboek wordt de zin "Er wordt echter geen opsluiting of gevangenisstraf opgelegd." vervangen door de zin "In afwijking van artikel 4.1.1.1, kunnen de in dit artikel bedoelde inbreuken enkel worden bestraft met een administratieve geldboete".
Art. 126. Dans l'article 4.1.2.57 du même code la phrase " Cependant, aucune sanction d'emprisonnement ou de peine de prison n'est infliguée " est remplacée par la phrase " Par dérogation à l'article 4.1.1.1, les infractions visées au présent article peuvent uniquement être punies d'une amende administrative. ".
Art. 127. In Boek 4, Titel 1, Hoofdstuk 2 van hetzelfde wetboek wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 5. - Pleziervaart
Art. 4.1.2.64. Inbreuken op Boek 5
§ 1. De eigenaar van een pleziervaartuig dat in de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ wordt gebruikt en dat niet ingeschreven is overeenkomstig artikel 5.2.1.1 en de persoon die er op dat ogenblik mee vaart, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 2. Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 3. Inbreuken op de bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3.
§ 4. Het varen met een pleziervaartuig zonder over het correcte vaarbevoegdheidsbewijs te beschikken wordt gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 5. Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 6. Inbreuken op artikel 5.5.2.1 worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3. Inbreuken op de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 5.5.2.2, 2°, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 7. Inbreuken op de uitvoeringsbesluiten vastgesteld in uitvoering van artikel 5.1.1.2, § 3, en artikel 5.3.1.2, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 8. Indien de inbreuken gepleegd worden met een pleziervaartuig bestemd voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik worden de bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 7 verdubbeld.".
"Afdeling 5. - Pleziervaart
Art. 4.1.2.64. Inbreuken op Boek 5
§ 1. De eigenaar van een pleziervaartuig dat in de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ wordt gebruikt en dat niet ingeschreven is overeenkomstig artikel 5.2.1.1 en de persoon die er op dat ogenblik mee vaart, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 2. Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 1 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 3. Inbreuken op de bepalingen van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3.
§ 4. Het varen met een pleziervaartuig zonder over het correcte vaarbevoegdheidsbewijs te beschikken wordt gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 5. Inbreuken op de andere bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 2 van boek 5 en zijn uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 1.
§ 6. Inbreuken op artikel 5.5.2.1 worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 3. Inbreuken op de bepalingen vastgesteld in uitvoering van artikel 5.5.2.2, 2°, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 7. Inbreuken op de uitvoeringsbesluiten vastgesteld in uitvoering van artikel 5.1.1.2, § 3, en artikel 5.3.1.2, worden gestraft met een administratieve geldboete van niveau 2.
§ 8. Indien de inbreuken gepleegd worden met een pleziervaartuig bestemd voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik worden de bedragen bedoeld in de paragrafen 1 tot 7 verdubbeld.".
Art. 127. Dans le Livre 4, Titre 1, Chapitre 2 du même code, il est inséré une section 5 rédigée comme suit :
" Section 5. - Navigation de plaisance
Art. 4.1.2.64. Infractions au Livre 5
§ 1er. Le propriétaire d'un navire de plaisance utilisé dans les eaux belges, excepté la ZEE, et non inscrit conformément à l'article 5.2.1.1 et la personne qui navigue avec ce navire à ce moment-là sont sanctionnés par une amende administrative de niveau 2.
§ 2. Les infractions aux autres dispositions de la section 1re du chapitre 1er du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 1.
§ 3. Les infractions aux dispositions de la section 1re du chapitre 2 du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 3.
§ 4. Naviguer avec un navire de plaisance sans disposer du brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire correct est sanctionné par une amende administrative de niveau 2.
§ 5. Les infractions aux autres dispositions de la section 2 du chapitre 2 du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 1.
§ 6. Les infractions à l'article 5.5.2.1 sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 3. Les infractions aux dispositions déterminées en exécution de l'article 5.5.2.2, 2° sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 2.
§ 7. Les infractions aux arrêtés d'exécution déterminés en exécution de l'article 5.1.1.2, § 3 et de l'article 5.3.1.2 sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 2.
§ 8. Si les infractions sont commises avec un navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles, les montants visés aux paragraphes 1 à 7 sont doublés. ".
" Section 5. - Navigation de plaisance
Art. 4.1.2.64. Infractions au Livre 5
§ 1er. Le propriétaire d'un navire de plaisance utilisé dans les eaux belges, excepté la ZEE, et non inscrit conformément à l'article 5.2.1.1 et la personne qui navigue avec ce navire à ce moment-là sont sanctionnés par une amende administrative de niveau 2.
§ 2. Les infractions aux autres dispositions de la section 1re du chapitre 1er du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 1.
§ 3. Les infractions aux dispositions de la section 1re du chapitre 2 du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 3.
§ 4. Naviguer avec un navire de plaisance sans disposer du brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire correct est sanctionné par une amende administrative de niveau 2.
§ 5. Les infractions aux autres dispositions de la section 2 du chapitre 2 du titre 2 du livre 5 et ses arrêtés d'exécution sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 1.
§ 6. Les infractions à l'article 5.5.2.1 sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 3. Les infractions aux dispositions déterminées en exécution de l'article 5.5.2.2, 2° sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 2.
§ 7. Les infractions aux arrêtés d'exécution déterminés en exécution de l'article 5.1.1.2, § 3 et de l'article 5.3.1.2 sont sanctionnées par une amende administrative de niveau 2.
§ 8. Si les infractions sont commises avec un navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles, les montants visés aux paragraphes 1 à 7 sont doublés. ".
Art. 128. Artikel 4.2.1.9, § 1, van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In de uitoefening van hun ambt mogen de scheepvaartcontroleurs en de door hen desgevallend aangeduide deskundigen op elk ogenblik van de dag of de nacht, zonder voorafgaande verwittiging de Belgische jachthavens betreden.".
"In de uitoefening van hun ambt mogen de scheepvaartcontroleurs en de door hen desgevallend aangeduide deskundigen op elk ogenblik van de dag of de nacht, zonder voorafgaande verwittiging de Belgische jachthavens betreden.".
Art. 128. L'article 4.2.1.9, § 1er, du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Les contrôleurs de la navigation et les experts désignés le cas échéant par leurs soins peuvent, dans l'exercice de leur mission, pénétrer librement, à toute heure du jour et de la nuit, sans avertissement préalable, dans tous les ports de plaisance belges ".
" Les contrôleurs de la navigation et les experts désignés le cas échéant par leurs soins peuvent, dans l'exercice de leur mission, pénétrer librement, à toute heure du jour et de la nuit, sans avertissement préalable, dans tous les ports de plaisance belges ".
Art. 129. Artikel 4.2.1.23 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid luidende:
" Artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van toepassing op een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk waarvoor enkel een administratieve geldboete kan worden opgelegd.".
" Artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van toepassing op een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk waarvoor enkel een administratieve geldboete kan worden opgelegd.".
Art. 129. L'article 4.2.1.23 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" L'article 11 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire est applicable à un procès-verbal constatant une infraction pour laquelle seule une amende administrative peut être infligée. "
" L'article 11 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire est applicable à un procès-verbal constatant une infraction pour laquelle seule une amende administrative peut être infligée. "
Art. 130. Artikel 4.2.1.25 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met een lid luidende:
"Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, gebeurt de betekening van het afschrift aan zijn wettelijke vertegenwoordiger in België. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is aangeduid maar de vermoedelijke dader met een scheepsagent werkt, wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn. Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk wetboek.".
"Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, gebeurt de betekening van het afschrift aan zijn wettelijke vertegenwoordiger in België. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is aangeduid maar de vermoedelijke dader met een scheepsagent werkt, wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn. Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk wetboek.".
Art. 130. L'article 4.2.1.25 du même code est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" S'il s'agit d'un auteur présumé étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique mais que l'auteur présumé travaille avec un agent maritime, l'agent maritime est présumé être le représentant légal de l'auteur présumé. Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire. ".
" S'il s'agit d'un auteur présumé étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique mais que l'auteur présumé travaille avec un agent maritime, l'agent maritime est présumé être le représentant légal de l'auteur présumé. Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire. ".
Art. 131. In artikel 4.2.1.26, paragraaf 1 van hetzelfde wetboek worden de woorden "die aanvangt de dag na de vaststelling van de inbreuk" vervangen door de woorden" na de afsluiting van het proces-verbaal".
Art. 131. Dans l'article 4.2.1.26, paragraphe 1er du même code les mots " prenant cours le lendemain du jour de la constatation de l'infraction " sont remplacés par les mots " après la clôture du procès-verbal ".
Art. 132. In Boek 4, Titel 2, Hoofdstuk 1 van hetzelfde wetboek wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidende:
"Afdeling 2/1. - Het elektronisch proces verbaal
Art. 4.2.1.26/1. Begrippen
Voor de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten, wordt verstaan onder:
1° het Beheerscomité : het Beheerscomité van de databank e-PV, bedoeld in artikel 100/8 van het Sociaal Strafwetboek;
2° de elektronische identiteitskaart: de elektronische identiteitskaart bedoeld in de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
3° het e-PV: het proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken dat wordt aangemaakt, opgeslagen en verzonden via de daartoe ontworpen informaticatoepassing bedoeld in artikel 100/2, eerste lid, van het Sociaal Strafwetboek;
4° de databank e-PV: de databank bedoeld in artikel 100/6 van het Sociaal Strafwetboek.
Art. 4.2.1.26/2. Facultatief gebruik
Voor de aanmaak van processen-verbaal kan de Scheepvaartcontrole gebruik maken van de daartoe ontworpen informaticatoepassing bedoeld in artikel 100/2, eerste lid, van het Sociaal Strafwetboek.
Art. 4.2.1.26/3. Toegang tot gegevens
§ 1. De gegevens die opgenomen zijn in een proces-verbaal dat opgesteld wordt tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid, zijn enkel toegankelijk mits de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste, behalve voor de opsteller of opstellers van het e-PV en met uitzondering van de volgende gegevens:
1° de datum van opstelling van het proces-verbaal;
2° het nummer van het proces-verbaal;
3° de aanduiding of het gaat om een proces-verbaal opgesteld op eigen initiatief van de verbalisant of in uitvoering van een taak opgelegd door een rechterlijke overheid;
4° de dienst waartoe de verbaliserende ambtenaar behoort;
5° de naam van de verbaliserende ambtenaar;
6° de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van iedere persoon die ervan verdacht wordt (mede)dader te zijn van een inbreuk;
7° de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van iedere persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk geacht wordt voor een inbreuk;
8° in voorkomend geval, de naam en het identificatienummer van de sociale zekerheid van iedere werknemer of persoon die betrokken is of geacht wordt betrokken te zijn bij een inbreuk;
9° de kwalificatie van de vastgestelde inbreuk(en).
§ 2. Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en de onderzoeksrechters hebben toegang tot de gegevens van de databank e-PV in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdracht.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, kan het openbaar ministerie ten aanzien van de in deze paragraaf bedoelde personen, met uitzondering van de opsteller of opstellers van het e-PV, de toegang uitstellen tot de gegevens opgenomen in een bepaald e-PV wanneer en zolang de bevoegde magistraat van oordeel is dat deze toegang de uitoefening van de strafvordering of de veiligheid van een persoon in gevaar kan brengen.
§ 4. De gegevens in e-PV worden gedurende 10 jaar na de datum de inbreuk bewaard. De verwerkingsverantwoordelijke is de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
Art. 4.2.1.26/4. Ondertekening
§ 1. Het e-PV wordt door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend door middel van de gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
De Koning kan, op de wijze voorzien in artikel 100/3, § 1, tweede lid, van het Sociaal Strafwetboek, bepalen dat het e-PV door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend kan worden door middel van een ander systeem dat toelaat om de identiteit van de ondertekenaar en de integriteit van het ondertekende e-PV met afdoende waarborgen vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt, onverminderd de artikelen 1322 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, het e-PV dat door de opsteller of opstellers elektronisch werd ondertekend, overeenkomstig paragraaf 1, gelijkgesteld met een proces-verbaal op papieren drager ondertekend door middel van een handgeschreven handtekening.".
"Afdeling 2/1. - Het elektronisch proces verbaal
Art. 4.2.1.26/1. Begrippen
Voor de toepassing van deze afdeling en haar uitvoeringsbesluiten, wordt verstaan onder:
1° het Beheerscomité : het Beheerscomité van de databank e-PV, bedoeld in artikel 100/8 van het Sociaal Strafwetboek;
2° de elektronische identiteitskaart: de elektronische identiteitskaart bedoeld in de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
3° het e-PV: het proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken dat wordt aangemaakt, opgeslagen en verzonden via de daartoe ontworpen informaticatoepassing bedoeld in artikel 100/2, eerste lid, van het Sociaal Strafwetboek;
4° de databank e-PV: de databank bedoeld in artikel 100/6 van het Sociaal Strafwetboek.
Art. 4.2.1.26/2. Facultatief gebruik
Voor de aanmaak van processen-verbaal kan de Scheepvaartcontrole gebruik maken van de daartoe ontworpen informaticatoepassing bedoeld in artikel 100/2, eerste lid, van het Sociaal Strafwetboek.
Art. 4.2.1.26/3. Toegang tot gegevens
§ 1. De gegevens die opgenomen zijn in een proces-verbaal dat opgesteld wordt tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid, zijn enkel toegankelijk mits de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste, behalve voor de opsteller of opstellers van het e-PV en met uitzondering van de volgende gegevens:
1° de datum van opstelling van het proces-verbaal;
2° het nummer van het proces-verbaal;
3° de aanduiding of het gaat om een proces-verbaal opgesteld op eigen initiatief van de verbalisant of in uitvoering van een taak opgelegd door een rechterlijke overheid;
4° de dienst waartoe de verbaliserende ambtenaar behoort;
5° de naam van de verbaliserende ambtenaar;
6° de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van iedere persoon die ervan verdacht wordt (mede)dader te zijn van een inbreuk;
7° de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van iedere persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk geacht wordt voor een inbreuk;
8° in voorkomend geval, de naam en het identificatienummer van de sociale zekerheid van iedere werknemer of persoon die betrokken is of geacht wordt betrokken te zijn bij een inbreuk;
9° de kwalificatie van de vastgestelde inbreuk(en).
§ 2. Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en de onderzoeksrechters hebben toegang tot de gegevens van de databank e-PV in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdracht.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, kan het openbaar ministerie ten aanzien van de in deze paragraaf bedoelde personen, met uitzondering van de opsteller of opstellers van het e-PV, de toegang uitstellen tot de gegevens opgenomen in een bepaald e-PV wanneer en zolang de bevoegde magistraat van oordeel is dat deze toegang de uitoefening van de strafvordering of de veiligheid van een persoon in gevaar kan brengen.
§ 4. De gegevens in e-PV worden gedurende 10 jaar na de datum de inbreuk bewaard. De verwerkingsverantwoordelijke is de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
Art. 4.2.1.26/4. Ondertekening
§ 1. Het e-PV wordt door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend door middel van de gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12. van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
De Koning kan, op de wijze voorzien in artikel 100/3, § 1, tweede lid, van het Sociaal Strafwetboek, bepalen dat het e-PV door de opsteller of opstellers elektronisch ondertekend kan worden door middel van een ander systeem dat toelaat om de identiteit van de ondertekenaar en de integriteit van het ondertekende e-PV met afdoende waarborgen vast te stellen.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt, onverminderd de artikelen 1322 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, het e-PV dat door de opsteller of opstellers elektronisch werd ondertekend, overeenkomstig paragraaf 1, gelijkgesteld met een proces-verbaal op papieren drager ondertekend door middel van een handgeschreven handtekening.".
Art. 132. Dans le Livre 4, Titre 2, Chapitre 1er du même code, il est inséré une section 2/1 rédigée comme suit :
" Section 2/1. - Le procès-verbal électronique
Art. 4.2.1.26/1. Notions
Pour l'application de la présente section et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
1° le Comité de gestion : le Comité de gestion de la banque de données e-PV visé à l'article 100/8 du Code pénal social ;
2° la carte d'identité électronique : la carte d'identité électronique visée par la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour ;
3° l'e-PV : le procès-verbal de constatation des infractions qui est établi, enregistré et envoyé au moyen de l'application informatique conçue à cette fin visée à l'article 100/2, alinéa 1er, du Code pénal social ;
4° la banque de données e-PV : la banque de données visée à l'article 100/6 du Code pénal social.
Art. 4.2.1.26/2. Usage facultatif
Pour établir les procès-verbaux, le Contrôle de la navigation peut faire usage de l'application informatique conçue à cette fin visée à l'article 100/2, alinéa 1er, du Code pénal social.
Art. 4.2.1.26/3. Accès aux données
§ 1er. Les données qui sont reprises dans un procès-verbal établi durant l'exercice des devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne sont en aucun cas accessibles sans l'autorisation expresse de cette dernière, sauf pour l'auteur ou les auteurs de l'e-PV et à l'exception des données suivantes :
1° la date d'établissement du procès-verbal ;
2° le numéro du procès-verbal ;
3° l'indication du fait qu'il s'agit d'un procès-verbal établi d'initiative par le verbalisant ou en exécution d'un devoir prescrit par une autorité judiciaire ;
4° le service auquel appartient l'agent verbalisant ;
5° le nom de l'agent verbalisant ;
6° l'identité et l'adresse du domicile ou du siège social de toute personne suspectée d'être (co)auteur d'une infraction ;
7° l'identité et l'adresse du domicile ou du siège social de toute personne qui est tenue civilement responsable pour une infraction ;
8° le cas échéant, le nom et le numéro d'identification à la sécurité sociale de tout travailleur ou de toute personne concerné(e) ou considéré(e) comme étant concerné(e) par une infraction ;
9° la qualification de l'/des infraction(s) constatée(s).
§ 2. Le ministère public près les cours et tribunaux et les juges d'instruction ont accès aux données de la banque de données e-PV dans le cadre de l'exercice de leur mission légale.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le ministère public peut retarder à l'égard des personnes visées dans ce paragraphe, à l'exception de l'auteur ou des auteurs de l'e-PV, l'accès aux données contenues dans un e-PV déterminé lorsque et tant que le magistrat compétent est d'avis que cet accès peut constituer un danger pour l'exercice de l'action pénale ou pour la sécurité d'une personne.
§ 4. Les données en E-PV sont conservés pendant 10 ans après la date de l'infractions. Le raisponsable du traitement est le Service public fédérale Mobilité et Transports.
Art. 4.2.1.26/4. Signature
§ 1er. L'e-PV est signé par son auteur ou ses auteurs de manière électronique au moyen de la signature électronique qualifiée au sens de l'article 3.12 du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la Directive 1999/93/CE.
Le Roi peut, de la façon prévue à l'article 100/3, § 1er, alinéa 2, du Code pénal social, prévoir que l'e-PV peut être signé par son auteur ou ses auteurs de manière électronique au moyen d'un autre système qui permet de déterminer l'identité du signataire et l'intégrité de l'e-PV signé avec des garanties suffisantes.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, sans préjudice des articles 1322 et suivants du Code civil, l'e-PV qui a été signé de manière électronique par son auteur ou ses auteurs, conformément au paragraphe 1er, est assimilé à un procès-verbal sur support papier signé au moyen d'une signature manuscrite. ".
" Section 2/1. - Le procès-verbal électronique
Art. 4.2.1.26/1. Notions
Pour l'application de la présente section et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
1° le Comité de gestion : le Comité de gestion de la banque de données e-PV visé à l'article 100/8 du Code pénal social ;
2° la carte d'identité électronique : la carte d'identité électronique visée par la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour ;
3° l'e-PV : le procès-verbal de constatation des infractions qui est établi, enregistré et envoyé au moyen de l'application informatique conçue à cette fin visée à l'article 100/2, alinéa 1er, du Code pénal social ;
4° la banque de données e-PV : la banque de données visée à l'article 100/6 du Code pénal social.
Art. 4.2.1.26/2. Usage facultatif
Pour établir les procès-verbaux, le Contrôle de la navigation peut faire usage de l'application informatique conçue à cette fin visée à l'article 100/2, alinéa 1er, du Code pénal social.
Art. 4.2.1.26/3. Accès aux données
§ 1er. Les données qui sont reprises dans un procès-verbal établi durant l'exercice des devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne sont en aucun cas accessibles sans l'autorisation expresse de cette dernière, sauf pour l'auteur ou les auteurs de l'e-PV et à l'exception des données suivantes :
1° la date d'établissement du procès-verbal ;
2° le numéro du procès-verbal ;
3° l'indication du fait qu'il s'agit d'un procès-verbal établi d'initiative par le verbalisant ou en exécution d'un devoir prescrit par une autorité judiciaire ;
4° le service auquel appartient l'agent verbalisant ;
5° le nom de l'agent verbalisant ;
6° l'identité et l'adresse du domicile ou du siège social de toute personne suspectée d'être (co)auteur d'une infraction ;
7° l'identité et l'adresse du domicile ou du siège social de toute personne qui est tenue civilement responsable pour une infraction ;
8° le cas échéant, le nom et le numéro d'identification à la sécurité sociale de tout travailleur ou de toute personne concerné(e) ou considéré(e) comme étant concerné(e) par une infraction ;
9° la qualification de l'/des infraction(s) constatée(s).
§ 2. Le ministère public près les cours et tribunaux et les juges d'instruction ont accès aux données de la banque de données e-PV dans le cadre de l'exercice de leur mission légale.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, le ministère public peut retarder à l'égard des personnes visées dans ce paragraphe, à l'exception de l'auteur ou des auteurs de l'e-PV, l'accès aux données contenues dans un e-PV déterminé lorsque et tant que le magistrat compétent est d'avis que cet accès peut constituer un danger pour l'exercice de l'action pénale ou pour la sécurité d'une personne.
§ 4. Les données en E-PV sont conservés pendant 10 ans après la date de l'infractions. Le raisponsable du traitement est le Service public fédérale Mobilité et Transports.
Art. 4.2.1.26/4. Signature
§ 1er. L'e-PV est signé par son auteur ou ses auteurs de manière électronique au moyen de la signature électronique qualifiée au sens de l'article 3.12 du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la Directive 1999/93/CE.
Le Roi peut, de la façon prévue à l'article 100/3, § 1er, alinéa 2, du Code pénal social, prévoir que l'e-PV peut être signé par son auteur ou ses auteurs de manière électronique au moyen d'un autre système qui permet de déterminer l'identité du signataire et l'intégrité de l'e-PV signé avec des garanties suffisantes.
§ 2. Pour l'application du présent chapitre, sans préjudice des articles 1322 et suivants du Code civil, l'e-PV qui a été signé de manière électronique par son auteur ou ses auteurs, conformément au paragraphe 1er, est assimilé à un procès-verbal sur support papier signé au moyen d'une signature manuscrite. ".
Art. 133. In paragraaf 1 van artikel 4.2.1.32 van hetzelfde wetboek wordt het woord "2.5.3.11" vervangen door het woord "2.5.3.12".
Art. 133. Dans le paragraphe 1er de l'article 4.2.1.32 du même code, le mot " 2.5.3.11 " est remplacé par le mot " 2.5.3.12. ".
Art. 134. Artikel 4.2.1.38, eerste lid, 6° van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met de woorden "en/of een Scheepsnoodplan voor maritieme verontreiniging door schadelijke vloeistoffen zoals bedoeld in het MARPOL-Verdrag en artikel 2.5.3.12".
Art. 134. L'article 4.2.1.38, alinéa 1er, 6° du même code est complété par les mots " et/ou un Plan d'urgence de bord contre la pollution des mers par les substances liquides nocives tel que visé dans la Convention MARPOL et à l'article 2.5.3.12 ".
Art. 135. In artikel 4.2.2.4, van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° Artikel 4.2.2.4 wordt aangevuld met de leden, luidende:
"Artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van toepassing op een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk waarvoor enkel een administratieve geldboete kan worden opgelegd
Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, gebeurt de betekening van het afschrift aan zijn wettelijke vertegenwoordiger in België. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is aangeduid maar de vermoedelijke dader met een scheepsagent werkt, wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn. Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk wetboek.".
2° in het tweede lid worden de woorden "die aanvangt de dag na de vaststelling bij proces-verbaal van de overtreding" vervangen door de woorden" na de afsluiting van het proces-verbaal".
1° Artikel 4.2.2.4 wordt aangevuld met de leden, luidende:
"Artikel 11 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van toepassing op een proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk waarvoor enkel een administratieve geldboete kan worden opgelegd
Indien het een buitenlandse vermoedelijke dader betreft, gebeurt de betekening van het afschrift aan zijn wettelijke vertegenwoordiger in België. Als er geen wettelijke vertegenwoordiger is aangeduid maar de vermoedelijke dader met een scheepsagent werkt, wordt de scheepsagent vermoed de wettelijke vertegenwoordiger van de vermoedelijke dader te zijn. Wanneer de procedure verloopt via een wettelijke vertegenwoordiger wordt er geacht woonstkeuze te zijn gedaan bij de wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 39 van het Gerechtelijk wetboek.".
2° in het tweede lid worden de woorden "die aanvangt de dag na de vaststelling bij proces-verbaal van de overtreding" vervangen door de woorden" na de afsluiting van het proces-verbaal".
Art. 135. Dans l'article 4.2.2.4 du même code les modifications suivantes sont apportées :
1° l'article 4.2.2.4 est complété par des alinéas, rédigés comme suit :
" L'article 11 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire est applicable à un procès-verbal constatant une infraction pour laquelle seule une amende administrative peut être infligée.
S'il s'agit d'un auteur présumé étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique mais que l'auteur présumé travaille avec un agent maritime, l'agent maritime est présumé être le représentant légal de l'auteur présumé. Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire. ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " à dater du jour suivant la constatation de l'infraction par procès-verbal " sont remplacés par les mots " après la clôture du procès-verbal ".
1° l'article 4.2.2.4 est complété par des alinéas, rédigés comme suit :
" L'article 11 de la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire est applicable à un procès-verbal constatant une infraction pour laquelle seule une amende administrative peut être infligée.
S'il s'agit d'un auteur présumé étranger, la procédure se déroule par l'intermédiaire de son représentant légal en Belgique. Si aucun représentant légal n'est désigné en Belgique mais que l'auteur présumé travaille avec un agent maritime, l'agent maritime est présumé être le représentant légal de l'auteur présumé. Lorsque la procédure se déroule par l'intermédiaire d'un représentant légal, le choix du domicile est réputé avoir été fait au représentant légal conformément à l'article 39 du Code judiciaire. ".
2° dans l'alinéa 2, les mots " à dater du jour suivant la constatation de l'infraction par procès-verbal " sont remplacés par les mots " après la clôture du procès-verbal ".
HOOFDSTUK 6. - Invoeging van een boek 5 in het belgisch scheepvaartwetboek
CHAPITRE 6. - Insertion d'un livre 5 dans le code belge de la navigation
Art. 136. In hetzelfde wetboek wordt een Boek 5 ingevoegd, luidende:
"BOEK 5. PLEZIERVAART
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 5.1.1.1. Begrippen
Voor de toepassing van dit boek en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
1° "waterscooter": een pleziervaartuig met een romplengte van minder dan vier meter dat een voortstuwingsmotor met een waterstraalpomp als primaire voortstuwingsbron gebruikt en ontworpen is om door een op en niet in de romp zittende, staande of knielende persoon te worden bediend;
2° "passagier": iedere persoon aan boord met uitzondering van:
a) de gezagvoerder en de bemanningsleden of andere personen die in welke hoedanigheid dan ook in dienst of tewerkgesteld zijn aan boord van een schip ten behoeve van dat schip;
b) een kind beneden de leeftijd van één jaar.
Art. 5.1.1.2. Toepassingsgebied
§ 1. Dit boek is van toepassing op:
1° alle pleziervaartuigen, ongeacht het land van inschrijving, vanaf tweeënhalve meter die gebruikt worden op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ;
2° pleziervaartuigen die ingeschreven zijn overeenkomstig artikel 5.2.1.2;
3° waterscooters die gebruikt worden op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ.
§ 2. Dit boek is niet van toepassing, tenzij anders bepaald, op:
1° schepen die gebruikt worden of bestemd zijn voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
2° tuigen gebruikt voor brandingsporten, zoals kites, windsurftuigen en surfplanken, met uitzondering van waterscooters;
3° tuigen voor strandvermaak zoals opblaasbare rubberbootjes die niet geschikt zijn voor een motor en luchtmatrassen;
4° kano's en kajaks, gondels en waterfietsen;
5° schepen in eigendom van een overheid.
Indien voor bepaalde types van schepen onduidelijkheden zijn over het toepassingsgebied, kan de Koning, na advies van de sector, bepalen of dit boek van toepassing is op deze vaartuigen. De Koning bepaalt de wijze waarop het overleg met de sector wordt georganiseerd en de wijze waarop deze beslissingen worden bekendgemaakt.
§ 3. De Koning kan, in afwijking van de paragrafen 1 en 2, de pleziervaart met pleziervaartuigen kleiner dan tweeënhalve meter, de brandingsporten bedoeld in paragraaf 2, 2°, en de pleziervaart bedoeld in paragraaf 2, 4°, regelen.
TITEL 2. - PLEZIERVAARTUIGEN
HOOFDSTUK 1} - Inschrijving en openbaarheid
Afdeling 1. - Inschrijving van de pleziervaartuigen
Art. 5.2.1.1. Inschrijvingsplicht
Elk pleziervaartuig dat kan gebruikt worden en zich in de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt, moet ingeschreven zijn en beschikken over een van de volgende documenten:
1° een registratiebrief afgegeven overeenkomstig artikel 5.2.1.3;
2° een bewijs van inschrijving afgegeven door de overheid van een ander land.
Art. 5.2.1.2. Inschrijvingsrecht
§ 1. De volgende pleziervaartuigen kunnen in België worden ingeschreven, met het oog op de identificatie van de eigenaars en de handhaving van de wetgeving:
1° pleziervaartuigen vanaf tweeënhalve meter waarvan de eigenaar of vruchtgebruiker een band met België heeft. Een band met België is er wanneer een pleziervaartuig:
a) voor meer dan 50 % in eigendom is van of vruchtgebruik door Belgen of van in België wonende natuurlijke personen; of
b) voor 50 % in eigendom is van of in vruchtgebruik door een rechtspersoon ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen; of
c) beantwoordt aan een combinatie van de voorwaarden onder a en b, indien het vaartuig in mede-eigendom wordt gedeeld door een natuurlijk persoon en een rechtspersoon.
2° pleziervaartuigen die in België in de handel worden gebracht overeenkomstig Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG.
§ 2. De keuze van de naam en van de Belgische thuishaven van een pleziervaartuig in de inschrijvingsaanvraag moet worden goedgekeurd door de overheid bedoeld in artikel 5.2.1.4, 6°. De thuishaven moet de officiële naam van een Belgische stad of gemeente zijn.
§ 3. Bij de aanvraag tot inschrijving is een retributie verschuldigd door de aanvrager voor het onderzoek en de afgifte of weigering van de registratiebrief bedoeld in artikel 5.2.1.3.
§ 4. De inschrijving blijft geldig tot het ogenblik dat:
1° de eigendom van het pleziervaartuig volledig of gedeeltelijk wordt overgedragen om niet of onder bezwarende titel;
2° de overheid bedoeld in artikel 5.2.1.4, 6°, de inschrijving ambtshalve schrapt.
Art. 5.2.1.3. Registratiebrief
§ 1. Voor de pleziervaartuigen die ingeschreven worden overeenkomstig artikel 5.2.1.2 en voldoen aan de voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel 5.2.1.4, 4°, wordt een registratiebrief afgegeven.
§ 2. De registratiebrief is vijf jaar geldig. De registratiebrief vervalt evenwel indien:
1° het pleziervaartuig niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5.2.1.4, 4° ;
2° de eigendom van het pleziervaartuig volledig of gedeeltelijk werd overgedragen om niet of onder bezwarende titel;
3° de naam of thuishaven van het pleziervaartuig wordt gewijzigd;
4° het pleziervaartuig een ingrijpende verbouwing ondergaat;
5° een nieuwe motor wordt geïnstalleerd.
§ 3. Er wordt kosteloos een nieuwe registratiebrief afgegeven na het verstrijken van de oude brief indien:
1° het pleziervaartuig nog voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5.2.1.4, 4° ; en
2° de eigendom van het pleziervaartuig niet volledig of gedeeltelijk werd overgedragen om niet of onder bezwarende titel; en
3° de naam en thuishaven van het pleziervaartuig niet werd gewijzigd; en
4° het pleziervaartuig geen ingrijpende verbouwing heeft ondergaan; en
5° geen nieuwe motor werd geïnstalleerd.
Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet meer worden vervuld, is de eigenaar een retributie verschuldigd voor het onderzoek en de afgifte of weigering van de nieuwe registratiebrief.
Art. 5.2.1.4. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de vorm van en de vermeldingen in de registratiebrief bedoeld in artikel 5.2.1.3, § 1;
2° het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 5.2.1.2, § 3, en artikel 5.2.1.3, § 3, tweede lid, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan;
3° de gegevens die op de aanvraag tot inschrijving moeten worden meegedeeld en de wijze waarop de inschrijving moet worden aangevraagd;
4° de voorwaarden waaraan de pleziervaartuigen moeten voldoen om te worden ingeschreven;
5° het administratief statuut van de ingeschreven pleziervaartuigen;
6° de overheid welke bevoegd is voor het onderzoek, de weigering of de afgifte van een certificaat van registratie;
7° de bijzondere bepalingen voor de inschrijving van pleziervaartuigen voor handelaars;
8° de vermeldingen die op het pleziervaartuig moeten worden aangebracht;
9° de voorwaarden waaronder de inschrijving ambtshalve kan worden geschrapt.
Art. 5.2.1.5. Zakelijke rechten
Onverminderd de bepalingen van artikel 1.2.1.1. kunnen pleziervaartuigen worden ingeschreven in het Belgisch Scheepsregister met het oog op vestiging van zakelijke rechten, waaronder hypotheken. Het Belgisch Scheepsregister legt hiervoor een register aan van pleziervaartuigen waarop de bepalingen van boek 1 van toepassing zijn.
Afdeling 2. - Openbaarheid van rechten
Art. 5.2.1.6. Afwijkende bedingen
Bedingen die afwijken van deze afdeling zijn nietig.
Art. 5.2.1.7.{ Toepassingsgebied
De artikelen 2.2.1.12 tot en met 2.2.1.27 zijn van overeenkomstige toepassing op pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2. - Veiligheid
Afdeling 1. - Technische vereisten
Art. 5.2.2.1. Veiligheidsvereisten
§ 1. Geen enkel pleziervaartuig mag worden gebruikt in de Belgische wateren zonder in staat van veiligheid te zijn, of wanneer de veiligheid van derden in gevaar kan worden gebracht.
Geen pleziervaartuig ingeschreven overeenkomstig artikel 5.2.1.2, § 1, mag in vreemde wateren worden gebruikt zonder in staat van veiligheid te zijn, of wanneer de veiligheid van derden in gevaar kan worden gebracht.
§ 2. Geen enkel pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik kan in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ worden gebruikt zonder te beschikken over een certificaat van deugdelijkheid of een gelijkwaardig buitenlands certificaat. Het certificaat bevestigt, tot het tegenbewijs is geleverd, dat het pleziervaartuig in al zijn delen beantwoordt aan de voorschriften van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten.
Geen enkel pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik en ingeschreven overeenkomstig artikel 5.2.1.2, § 1, kan in vreemde wateren worden gebruikt zonder te beschikken over een certificaat van deugdelijkheid.
Het certificaat van deugdelijkheid wordt afgegeven door de scheepvaartcontrole. Bij de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid is een retributie verschuldigd door de aanvrager voor het onderzoek en de afgifte of weigering van het certificaat van deugdelijkheid.
Het certificaat van deugdelijkheid is vijf jaar geldig.
§ 3. De scheepvaartcontrole kan bij de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid op verzoek van de aanvrager een voorlopig certificaat van deugdelijkheid zonder verder onderzoek afgeven indien het pleziervaartuig zich in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt. Een pleziervaartuig met een voorlopig certificaat van deugdelijkheid moet te allen tijde voldoen aan de voorwaarden en uitrusting opgelegd door dit wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.
Voor de aanvraag en afgifte van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid is geen retributie verschuldigd.
Het voorlopig certificaat van deugdelijkheid kan enkel worden afgegeven voor een maximale periode van zes maanden, en is niet verlengbaar.
§ 4. De Koning kan een organisatie machtigen om de taken bedoeld in dit hoofdstuk uit te voeren en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden.
§ 5. De scheepvaartcontrole is bevoegd om de gelijkwaardigheid van het buitenlands certificaat bedoeld in § 2, eerste lid, te beoordelen.
§ 6. Ingeval een Belgisch pleziervaartuig zware schade heeft opgelopen of zijn bouw aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, is het certificaat van deugdelijkheid van rechtswege geschorst en kan het niet opnieuw geldig gemaakt worden dan door de scheepvaartcontroleurs.
§ 7. Ingeval het pleziervaartuig zich in het buitenland bevindt, wijst de eigenaar een organisatie bedoeld in § 4 aan.
Art. 5.2.2.2{. Verbod tot afvaart
Een pleziervaartuig dat niet in staat van veiligheid is of zich in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt zonder een document aan boord als bedoeld in artikel 5.2.1.1, kan door de scheepvaartcontrole een verbod tot afvaart opgelegd krijgen.
Beroep tegen het verbod tot afvaart kan worden ingediend bij verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de onderzoeksraad voor de scheepvaart waarin de middelen worden uiteengezet. Het beroep wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 juli 1926 tot instelling van een onderzoeksraad voor de scheepvaart.
Het verbod tot afvaart wordt door de scheepvaartcontrole aan de scheepvaartpolitie bekendgemaakt.
Art. 5.2.2.3. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de voorwaarden waaraan een pleziervaartuig moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn;
2° de bijkomende voorwaarden waaraan een pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik moet voldoen;
3° de indeling in zones van de Belgische en vreemde wateren voor de toepassing van deze afdeling;
4° de vereiste uitrusting aan boord van pleziervaartuigen per zone en per type van pleziervaartuig;
5° de vereiste bijkomende uitrusting aan boord van pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik per zone en per type van pleziervaartuig;
6° het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 5.2.2.1, § 2, derde lid, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan;
7° de voorwaarden voor het afgeven van het certificaat van deugdelijkheid en een voorlopig certificaat van deugdelijkheid;
8° de vorm en inhoud van het certificaat van deugdelijkheid en van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid.
Afdeling 2. - Vaarbevoegdheidsbewijzen
Art. 5.2.2.4.Verplichtingen
§ 1. Ieder die op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ een pleziervaartuig bestuurt moet houder zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor de categorie van pleziervaartuig dat men bestuurt en voor de zone waarin men vaart.
De Koning kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid voorgeschreven verplichting uit hoofde van het type van pleziervaartuig, de zone of de aard van de uitgevoerde activiteiten.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1 kan geen pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik worden gebruikt zonder een vaarbevoegdheidsbewijs, of een privaat of buitenlands certificaat dat als gelijkwaardig wordt beschouwd, tenzij:
1° het pleziervaartuig wordt verhuurd voor private doeleinden en zonder bestuurder;
2° het pleziervaartuig door de verhuurfirma wordt gebruikt voor private doeleinden.
§ 3. Voor het afleggen van een examen tot het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs is door de geëxamineerde een retributie verschuldigd.
Voor het onderzoek en de afgifte of de weigering van een vaarbevoegdheidsbewijs is door de aanvrager een retributie verschuldigd.
Art. 5.2.2.5. Commissie voor de Pleziervaart
Met het oog op de erkenning van gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 5.2.2.4, § 2, wordt een Commissie voor de Pleziervaart opgericht. De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de Commissie voor de Pleziervaart en kan haar bijkomende taken voor de toepassing van dit boek of zijn uitvoeringsbesluiten toekennen.
Art. 5.2.2.6. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de indeling van de Belgische en de vreemde wateren in zones voor de toepassing van deze afdeling;
2° de verschillende vaarbevoegdheidsbewijzen;
3° de voorwaarden tot het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
4° de organisatie van de examens voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
5° de inhoud van de leerstof waarover het examen voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs zal handelen;
6° de praktische ervaring waarover men moet beschikken om een vaarbevoegdheidsbewijs te verkrijgen;
7° de lichamelijke geschiktheid voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
8° de vorm en de inhoud van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
9° de wijze van aanvraag en afgifte van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
10° de overheid belast met de afgifte van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
11° het bedrag van de retributies bedoeld in artikel 5.2.2.4, § 3, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan.
HOOFDSTUK 3. - Zaakstatuut
Art. 5.2.3.1. Toepasselijk Recht
De artikelen 2.2.4.1 tot en met 2.2.4.8 zijn op de pleziervaartuigen van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 4. - Scheepszekerheidsrechten
Art. 5.2.4.1. Toepasselijk recht
Onder voorbehoud van artikel 5.2.4.2 is afdeling 5 van hoofdstuk 5 van boek 2 van overeenkomstige toepassing op hypotheken op pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik.
Art. 5.2.4.2. Bevoegde rechtbank
In afwijking van de artikelen 2.2.5.43, § 2, en 2.2.5.52 is de ondernemingsrechtbank die rechtsmacht heeft over het arrondissement waar de hypotheekvestiger zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft bevoegd.
Bij ontstentenis aan een woonplaats of een maatschappelijke zetel in België, is de ondernemingsrechtbank van Brussel bevoegd.
HOOFDSTUK 5. - Scheepsbeslag
Art. 5.2.5.1. Toepasselijk recht
Op pleziervaartuigen waarop overeenkomstig artikel 5.2.1.5 zakelijke rechten gevestigd zijn, zijn de artikelen 2.2.6.1 tot en met 2.2.6.22 en 2.2.6.25 tot en met 2.2.6.67 van overeenkomstige toepassing
TITEL 3 - EIGENAARS
HOOFDSTUK 1. - Algemene Bepalingen
Afdeling 1. - Scheepsmede-eigendom
Art. 5.3.1.1. Toepasselijk recht
Op de mede-eigendom van pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik zijn de artikelen 2.3.1.1 tot en met 2.3.1.18 van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van artikel 2.3.1.12, § 4, is de bevoegde rechtbank de ondernemingsrechtbank van Brussel.
Afdeling 2.- Aansprakelijkheid van scheepseigenaars
Art. 5.3.1.2. Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
De Koning kan een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid opleggen voor bepaalde categorieën van pleziervaartuigen of voor bepaalde activiteiten met pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2.- Zeevaart
Art. 5.3.2.1. Verplichte verzekeringen
De bepalingen van onderafdelingen 1 en 2 van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 3 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen voor bedrijfs- en beroepsmatig gebruik.
Art. 5.3.2.2. Beperking van aansprakelijkheid
Voor ongevallen in de maritieme zones kunnen de eigenaars hun aansprakelijkheid beperken overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 3 van boek 2.
TITEL 4. - ZEE EN HAVENS
Art. 5.4.1.1. Voorkoming van verontreiniging door schepen
De bepalingen van hoofdstuk 3 van titel 5 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen.
TITEL 5} - SCHEEPVAARTVOORVALLEN
HOOFDSTUK 1. - Wrakverwijdering
Art. 5.5.1.1 - Toepasselijk recht
De bepalingen van hoofdstuk 6 van titel 7 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2.-. Activiteiten
Art. 5.5.2.1 Toelatingen
Wedstrijden of sprt- en ontspanningsactiviteiten in groepsverband in de territoriale zee zijn verboden zonder toelating van de scheepvaartcontrole.
Art. 5.5.2.2. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de wijze voor aanvraag en afgifte of weigering van een toelating als bedoeld in artikel 5.5.2.1;
2° de bijzondere weersomstandigheden waarin bepaalde activiteiten kunnen worden verboden.
3° de omstandigheden waarin een toelating, in afwijking van artikel 5.5.2.1, vervangen kan worden door een voorafgaande melding.".
"BOEK 5. PLEZIERVAART
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 5.1.1.1. Begrippen
Voor de toepassing van dit boek en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
1° "waterscooter": een pleziervaartuig met een romplengte van minder dan vier meter dat een voortstuwingsmotor met een waterstraalpomp als primaire voortstuwingsbron gebruikt en ontworpen is om door een op en niet in de romp zittende, staande of knielende persoon te worden bediend;
2° "passagier": iedere persoon aan boord met uitzondering van:
a) de gezagvoerder en de bemanningsleden of andere personen die in welke hoedanigheid dan ook in dienst of tewerkgesteld zijn aan boord van een schip ten behoeve van dat schip;
b) een kind beneden de leeftijd van één jaar.
Art. 5.1.1.2. Toepassingsgebied
§ 1. Dit boek is van toepassing op:
1° alle pleziervaartuigen, ongeacht het land van inschrijving, vanaf tweeënhalve meter die gebruikt worden op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ;
2° pleziervaartuigen die ingeschreven zijn overeenkomstig artikel 5.2.1.2;
3° waterscooters die gebruikt worden op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ.
§ 2. Dit boek is niet van toepassing, tenzij anders bepaald, op:
1° schepen die gebruikt worden of bestemd zijn voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers;
2° tuigen gebruikt voor brandingsporten, zoals kites, windsurftuigen en surfplanken, met uitzondering van waterscooters;
3° tuigen voor strandvermaak zoals opblaasbare rubberbootjes die niet geschikt zijn voor een motor en luchtmatrassen;
4° kano's en kajaks, gondels en waterfietsen;
5° schepen in eigendom van een overheid.
Indien voor bepaalde types van schepen onduidelijkheden zijn over het toepassingsgebied, kan de Koning, na advies van de sector, bepalen of dit boek van toepassing is op deze vaartuigen. De Koning bepaalt de wijze waarop het overleg met de sector wordt georganiseerd en de wijze waarop deze beslissingen worden bekendgemaakt.
§ 3. De Koning kan, in afwijking van de paragrafen 1 en 2, de pleziervaart met pleziervaartuigen kleiner dan tweeënhalve meter, de brandingsporten bedoeld in paragraaf 2, 2°, en de pleziervaart bedoeld in paragraaf 2, 4°, regelen.
TITEL 2. - PLEZIERVAARTUIGEN
HOOFDSTUK 1} - Inschrijving en openbaarheid
Afdeling 1. - Inschrijving van de pleziervaartuigen
Art. 5.2.1.1. Inschrijvingsplicht
Elk pleziervaartuig dat kan gebruikt worden en zich in de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt, moet ingeschreven zijn en beschikken over een van de volgende documenten:
1° een registratiebrief afgegeven overeenkomstig artikel 5.2.1.3;
2° een bewijs van inschrijving afgegeven door de overheid van een ander land.
Art. 5.2.1.2. Inschrijvingsrecht
§ 1. De volgende pleziervaartuigen kunnen in België worden ingeschreven, met het oog op de identificatie van de eigenaars en de handhaving van de wetgeving:
1° pleziervaartuigen vanaf tweeënhalve meter waarvan de eigenaar of vruchtgebruiker een band met België heeft. Een band met België is er wanneer een pleziervaartuig:
a) voor meer dan 50 % in eigendom is van of vruchtgebruik door Belgen of van in België wonende natuurlijke personen; of
b) voor 50 % in eigendom is van of in vruchtgebruik door een rechtspersoon ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen; of
c) beantwoordt aan een combinatie van de voorwaarden onder a en b, indien het vaartuig in mede-eigendom wordt gedeeld door een natuurlijk persoon en een rechtspersoon.
2° pleziervaartuigen die in België in de handel worden gebracht overeenkomstig Richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van Richtlijn 94/25/EG.
§ 2. De keuze van de naam en van de Belgische thuishaven van een pleziervaartuig in de inschrijvingsaanvraag moet worden goedgekeurd door de overheid bedoeld in artikel 5.2.1.4, 6°. De thuishaven moet de officiële naam van een Belgische stad of gemeente zijn.
§ 3. Bij de aanvraag tot inschrijving is een retributie verschuldigd door de aanvrager voor het onderzoek en de afgifte of weigering van de registratiebrief bedoeld in artikel 5.2.1.3.
§ 4. De inschrijving blijft geldig tot het ogenblik dat:
1° de eigendom van het pleziervaartuig volledig of gedeeltelijk wordt overgedragen om niet of onder bezwarende titel;
2° de overheid bedoeld in artikel 5.2.1.4, 6°, de inschrijving ambtshalve schrapt.
Art. 5.2.1.3. Registratiebrief
§ 1. Voor de pleziervaartuigen die ingeschreven worden overeenkomstig artikel 5.2.1.2 en voldoen aan de voorwaarden vastgesteld overeenkomstig artikel 5.2.1.4, 4°, wordt een registratiebrief afgegeven.
§ 2. De registratiebrief is vijf jaar geldig. De registratiebrief vervalt evenwel indien:
1° het pleziervaartuig niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5.2.1.4, 4° ;
2° de eigendom van het pleziervaartuig volledig of gedeeltelijk werd overgedragen om niet of onder bezwarende titel;
3° de naam of thuishaven van het pleziervaartuig wordt gewijzigd;
4° het pleziervaartuig een ingrijpende verbouwing ondergaat;
5° een nieuwe motor wordt geïnstalleerd.
§ 3. Er wordt kosteloos een nieuwe registratiebrief afgegeven na het verstrijken van de oude brief indien:
1° het pleziervaartuig nog voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5.2.1.4, 4° ; en
2° de eigendom van het pleziervaartuig niet volledig of gedeeltelijk werd overgedragen om niet of onder bezwarende titel; en
3° de naam en thuishaven van het pleziervaartuig niet werd gewijzigd; en
4° het pleziervaartuig geen ingrijpende verbouwing heeft ondergaan; en
5° geen nieuwe motor werd geïnstalleerd.
Indien de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet meer worden vervuld, is de eigenaar een retributie verschuldigd voor het onderzoek en de afgifte of weigering van de nieuwe registratiebrief.
Art. 5.2.1.4. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de vorm van en de vermeldingen in de registratiebrief bedoeld in artikel 5.2.1.3, § 1;
2° het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 5.2.1.2, § 3, en artikel 5.2.1.3, § 3, tweede lid, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan;
3° de gegevens die op de aanvraag tot inschrijving moeten worden meegedeeld en de wijze waarop de inschrijving moet worden aangevraagd;
4° de voorwaarden waaraan de pleziervaartuigen moeten voldoen om te worden ingeschreven;
5° het administratief statuut van de ingeschreven pleziervaartuigen;
6° de overheid welke bevoegd is voor het onderzoek, de weigering of de afgifte van een certificaat van registratie;
7° de bijzondere bepalingen voor de inschrijving van pleziervaartuigen voor handelaars;
8° de vermeldingen die op het pleziervaartuig moeten worden aangebracht;
9° de voorwaarden waaronder de inschrijving ambtshalve kan worden geschrapt.
Art. 5.2.1.5. Zakelijke rechten
Onverminderd de bepalingen van artikel 1.2.1.1. kunnen pleziervaartuigen worden ingeschreven in het Belgisch Scheepsregister met het oog op vestiging van zakelijke rechten, waaronder hypotheken. Het Belgisch Scheepsregister legt hiervoor een register aan van pleziervaartuigen waarop de bepalingen van boek 1 van toepassing zijn.
Afdeling 2. - Openbaarheid van rechten
Art. 5.2.1.6. Afwijkende bedingen
Bedingen die afwijken van deze afdeling zijn nietig.
Art. 5.2.1.7.{ Toepassingsgebied
De artikelen 2.2.1.12 tot en met 2.2.1.27 zijn van overeenkomstige toepassing op pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2. - Veiligheid
Afdeling 1. - Technische vereisten
Art. 5.2.2.1. Veiligheidsvereisten
§ 1. Geen enkel pleziervaartuig mag worden gebruikt in de Belgische wateren zonder in staat van veiligheid te zijn, of wanneer de veiligheid van derden in gevaar kan worden gebracht.
Geen pleziervaartuig ingeschreven overeenkomstig artikel 5.2.1.2, § 1, mag in vreemde wateren worden gebruikt zonder in staat van veiligheid te zijn, of wanneer de veiligheid van derden in gevaar kan worden gebracht.
§ 2. Geen enkel pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik kan in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ worden gebruikt zonder te beschikken over een certificaat van deugdelijkheid of een gelijkwaardig buitenlands certificaat. Het certificaat bevestigt, tot het tegenbewijs is geleverd, dat het pleziervaartuig in al zijn delen beantwoordt aan de voorschriften van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten.
Geen enkel pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik en ingeschreven overeenkomstig artikel 5.2.1.2, § 1, kan in vreemde wateren worden gebruikt zonder te beschikken over een certificaat van deugdelijkheid.
Het certificaat van deugdelijkheid wordt afgegeven door de scheepvaartcontrole. Bij de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid is een retributie verschuldigd door de aanvrager voor het onderzoek en de afgifte of weigering van het certificaat van deugdelijkheid.
Het certificaat van deugdelijkheid is vijf jaar geldig.
§ 3. De scheepvaartcontrole kan bij de aanvraag tot het verkrijgen van een certificaat van deugdelijkheid op verzoek van de aanvrager een voorlopig certificaat van deugdelijkheid zonder verder onderzoek afgeven indien het pleziervaartuig zich in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt. Een pleziervaartuig met een voorlopig certificaat van deugdelijkheid moet te allen tijde voldoen aan de voorwaarden en uitrusting opgelegd door dit wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten.
Voor de aanvraag en afgifte van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid is geen retributie verschuldigd.
Het voorlopig certificaat van deugdelijkheid kan enkel worden afgegeven voor een maximale periode van zes maanden, en is niet verlengbaar.
§ 4. De Koning kan een organisatie machtigen om de taken bedoeld in dit hoofdstuk uit te voeren en bepaalt onder welke voorwaarden dit zal geschieden.
§ 5. De scheepvaartcontrole is bevoegd om de gelijkwaardigheid van het buitenlands certificaat bedoeld in § 2, eerste lid, te beoordelen.
§ 6. Ingeval een Belgisch pleziervaartuig zware schade heeft opgelopen of zijn bouw aanzienlijke veranderingen heeft ondergaan, is het certificaat van deugdelijkheid van rechtswege geschorst en kan het niet opnieuw geldig gemaakt worden dan door de scheepvaartcontroleurs.
§ 7. Ingeval het pleziervaartuig zich in het buitenland bevindt, wijst de eigenaar een organisatie bedoeld in § 4 aan.
Art. 5.2.2.2{. Verbod tot afvaart
Een pleziervaartuig dat niet in staat van veiligheid is of zich in Belgische wateren uitgezonderd de EEZ bevindt zonder een document aan boord als bedoeld in artikel 5.2.1.1, kan door de scheepvaartcontrole een verbod tot afvaart opgelegd krijgen.
Beroep tegen het verbod tot afvaart kan worden ingediend bij verzoekschrift gericht aan de Rijkscommissaris bij de onderzoeksraad voor de scheepvaart waarin de middelen worden uiteengezet. Het beroep wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van de wet van 30 juli 1926 tot instelling van een onderzoeksraad voor de scheepvaart.
Het verbod tot afvaart wordt door de scheepvaartcontrole aan de scheepvaartpolitie bekendgemaakt.
Art. 5.2.2.3. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de voorwaarden waaraan een pleziervaartuig moet voldoen om in staat van veiligheid te zijn;
2° de bijkomende voorwaarden waaraan een pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik moet voldoen;
3° de indeling in zones van de Belgische en vreemde wateren voor de toepassing van deze afdeling;
4° de vereiste uitrusting aan boord van pleziervaartuigen per zone en per type van pleziervaartuig;
5° de vereiste bijkomende uitrusting aan boord van pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik per zone en per type van pleziervaartuig;
6° het bedrag van de retributie bedoeld in artikel 5.2.2.1, § 2, derde lid, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan;
7° de voorwaarden voor het afgeven van het certificaat van deugdelijkheid en een voorlopig certificaat van deugdelijkheid;
8° de vorm en inhoud van het certificaat van deugdelijkheid en van een voorlopig certificaat van deugdelijkheid.
Afdeling 2. - Vaarbevoegdheidsbewijzen
Art. 5.2.2.4.Verplichtingen
§ 1. Ieder die op de Belgische wateren uitgezonderd de EEZ een pleziervaartuig bestuurt moet houder zijn van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor de categorie van pleziervaartuig dat men bestuurt en voor de zone waarin men vaart.
De Koning kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid voorgeschreven verplichting uit hoofde van het type van pleziervaartuig, de zone of de aard van de uitgevoerde activiteiten.
§ 2. Onverminderd paragraaf 1 kan geen pleziervaartuig voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik worden gebruikt zonder een vaarbevoegdheidsbewijs, of een privaat of buitenlands certificaat dat als gelijkwaardig wordt beschouwd, tenzij:
1° het pleziervaartuig wordt verhuurd voor private doeleinden en zonder bestuurder;
2° het pleziervaartuig door de verhuurfirma wordt gebruikt voor private doeleinden.
§ 3. Voor het afleggen van een examen tot het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs is door de geëxamineerde een retributie verschuldigd.
Voor het onderzoek en de afgifte of de weigering van een vaarbevoegdheidsbewijs is door de aanvrager een retributie verschuldigd.
Art. 5.2.2.5. Commissie voor de Pleziervaart
Met het oog op de erkenning van gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 5.2.2.4, § 2, wordt een Commissie voor de Pleziervaart opgericht. De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de Commissie voor de Pleziervaart en kan haar bijkomende taken voor de toepassing van dit boek of zijn uitvoeringsbesluiten toekennen.
Art. 5.2.2.6. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de indeling van de Belgische en de vreemde wateren in zones voor de toepassing van deze afdeling;
2° de verschillende vaarbevoegdheidsbewijzen;
3° de voorwaarden tot het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
4° de organisatie van de examens voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
5° de inhoud van de leerstof waarover het examen voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs zal handelen;
6° de praktische ervaring waarover men moet beschikken om een vaarbevoegdheidsbewijs te verkrijgen;
7° de lichamelijke geschiktheid voor het verkrijgen van een vaarbevoegdheidsbewijs;
8° de vorm en de inhoud van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
9° de wijze van aanvraag en afgifte van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
10° de overheid belast met de afgifte van de vaarbevoegdheidsbewijzen;
11° het bedrag van de retributies bedoeld in artikel 5.2.2.4, § 3, en de nadere regels voor de toepassing en de inning ervan.
HOOFDSTUK 3. - Zaakstatuut
Art. 5.2.3.1. Toepasselijk Recht
De artikelen 2.2.4.1 tot en met 2.2.4.8 zijn op de pleziervaartuigen van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 4. - Scheepszekerheidsrechten
Art. 5.2.4.1. Toepasselijk recht
Onder voorbehoud van artikel 5.2.4.2 is afdeling 5 van hoofdstuk 5 van boek 2 van overeenkomstige toepassing op hypotheken op pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik.
Art. 5.2.4.2. Bevoegde rechtbank
In afwijking van de artikelen 2.2.5.43, § 2, en 2.2.5.52 is de ondernemingsrechtbank die rechtsmacht heeft over het arrondissement waar de hypotheekvestiger zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel heeft bevoegd.
Bij ontstentenis aan een woonplaats of een maatschappelijke zetel in België, is de ondernemingsrechtbank van Brussel bevoegd.
HOOFDSTUK 5. - Scheepsbeslag
Art. 5.2.5.1. Toepasselijk recht
Op pleziervaartuigen waarop overeenkomstig artikel 5.2.1.5 zakelijke rechten gevestigd zijn, zijn de artikelen 2.2.6.1 tot en met 2.2.6.22 en 2.2.6.25 tot en met 2.2.6.67 van overeenkomstige toepassing
TITEL 3 - EIGENAARS
HOOFDSTUK 1. - Algemene Bepalingen
Afdeling 1. - Scheepsmede-eigendom
Art. 5.3.1.1. Toepasselijk recht
Op de mede-eigendom van pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik zijn de artikelen 2.3.1.1 tot en met 2.3.1.18 van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van artikel 2.3.1.12, § 4, is de bevoegde rechtbank de ondernemingsrechtbank van Brussel.
Afdeling 2.- Aansprakelijkheid van scheepseigenaars
Art. 5.3.1.2. Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
De Koning kan een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid opleggen voor bepaalde categorieën van pleziervaartuigen of voor bepaalde activiteiten met pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2.- Zeevaart
Art. 5.3.2.1. Verplichte verzekeringen
De bepalingen van onderafdelingen 1 en 2 van afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 3 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen voor bedrijfs- en beroepsmatig gebruik.
Art. 5.3.2.2. Beperking van aansprakelijkheid
Voor ongevallen in de maritieme zones kunnen de eigenaars hun aansprakelijkheid beperken overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk 2 van titel 3 van boek 2.
TITEL 4. - ZEE EN HAVENS
Art. 5.4.1.1. Voorkoming van verontreiniging door schepen
De bepalingen van hoofdstuk 3 van titel 5 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen.
TITEL 5} - SCHEEPVAARTVOORVALLEN
HOOFDSTUK 1. - Wrakverwijdering
Art. 5.5.1.1 - Toepasselijk recht
De bepalingen van hoofdstuk 6 van titel 7 van boek 2 zijn van toepassing op pleziervaartuigen.
HOOFDSTUK 2.-. Activiteiten
Art. 5.5.2.1 Toelatingen
Wedstrijden of sprt- en ontspanningsactiviteiten in groepsverband in de territoriale zee zijn verboden zonder toelating van de scheepvaartcontrole.
Art. 5.5.2.2. Uitvoeringsbesluiten
De Koning bepaalt:
1° de wijze voor aanvraag en afgifte of weigering van een toelating als bedoeld in artikel 5.5.2.1;
2° de bijzondere weersomstandigheden waarin bepaalde activiteiten kunnen worden verboden.
3° de omstandigheden waarin een toelating, in afwijking van artikel 5.5.2.1, vervangen kan worden door een voorafgaande melding.".
Art. 136. Dans le même code, il est inséré un Livre 5 rédigé comme suit :
" LIVRE 5. NAVIGATION DE PLAISANCE
TITRE 1er - DISPOSITIONS GENERALES
Art. 5.1.1.1. Définitions
Pour l'application du présent livre et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
1° " véhicule nautique à moteur " : un navire de plaisance dont la coque a une longueur de moins de quatre mètres, équipé d'un moteur de propulsion qui entraîne une turbine constituant sa principale source de propulsion et conçu pour être manoeuvré par un personne assise, debout ou agenouillée sur la coque et non dans la coque ;
2° " passager " : toute personne à bord autre que :
a) le capitaine et les membres d'équipage ou les autres personnes employées ou occupées en quelque qualité que ce soit à bord d'un navire pour les besoins de ce navire ;
b) les enfants de moins d'un an.
Art. 5.1.1.2. Champ d'application
§ 1er. Le présent livre s'applique :
1° à tous navires de plaisance, quel que soit leur pays d'inscriptions, à partir de deux mètres et demi, utilisés dans les eaux belges, excepté la ZEE ;
2° aux navires de plaisance inscrits conformément à l'article 5.2.1.2 ;
3° aux véhicules nautiques à moteur qui sont utilisés sur les eaux belges, excepté la ZEE.
§ 2. Sauf disposition contraire, le présent livre ne s'applique pas :
1° aux navires qui sont utilisés ou destinés au transport de plus de douze passagers ;
2° aux engins utilisés pour les sports de vague, tels que les kites, les planches à voile et les planches de surf, à l'exception des véhicules nautiques à moteur ;
3° aux engins destinés aux amusements de plage tels que les navires gonflables non adaptés pour recevoir un moteur et les matelas pneumatiques ;
4° aux canoës et kayaks, gondoles et pédalos ;
5° aux navires en propriété d'une autorité .
S'il y a des imprécisions sur certains types de navires quant au champ d'application, le Roi peut, après avis du secteur, décider si le présent livre s'applique à ces navires. Le Roi détermine la manière dont la concertation sectorielle est organisée ainsi que la manière dont ces décisions sont rendues publiques.
§ 3. Le Roi peut régler, par dérogation aux paragraphes 1er et 2, la navigation de plaisance avec des navires de plaisance de moins de deux mètres et demi, les sports de vague visés au paragraphe 2, 2°, et la navigation de plaisance visée au paragraphe 2, 4°.
TITRE 2. - NAVIRES DE PLAISANCE
CHAPITRE 1er. - Inscription et publicité
Section 1re. - Inscription des navires de plaisance
Art. 5.2.1.1. Obligation d' inscription
Tout navire de plaisance susceptible d'être utilisé et se trouvant dans les eaux belges, excepté la ZEE, doit être inscrit et être muni d'un des documents suivants :
1° une lettre d'enregistrement délivrée conformément à l'article 5.2.1.3 ;
2° une preuve d'inscription délivrée par l'autorité d'un autre pays.
Art. 5.2.1.2. Droit d'inscription
§ 1er. Les navires de plaisance suivants peuvent être inscrits en Belgique, en vue de l'identification des propriétaires et de l'application de la législation:
1° les navires de plaisance à partir de deux mètres et demi dont le propriétaire ou l'usufruitier a un lien avec la Belgique. Il y a un lien avec la Belgique si un navire de plaisance :
a) dont le droit de propriété ou d'usufruit appartient à plus de 50 % à des Belges ou à des personnes physiques résidant en Belgique ; ou
b) dont le droit de proriété ou d'usufruit appartient à 50 % à une personne morale inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises ; ou
c) répond à une combinaison des conditions sous a et b, si une personne physique et une personne morale sont copropriétaires du navire.
2° les navires de plaisance qui sont mis sur le marché en Belgique conformément à la directive 2013/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 relative aux navires de plaisance et aux véhicules nautiques à moteur et abrogeant la Directive 94/25/CE.
§ 2. Le choix du nom et du port d'attache belge d'un navire de plaisance dans la demande d'inscription doit être approuvé par l'autorité visée à l'article 5.2.1.4, 6°. Le port d'attache doit être le nom officiel d'une ville ou commune belge.
§ 3. L'auteur d'une demande d'inscription est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus de la lettre d'enregistrement visée à l'article 5.2.1.3.
§ 4. L'inscription reste valable jusqu'à ce que :
1° la propriété du navire de plaisance soit transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ;
2° l'autorité visée à l'article 5.2.1.4, 6° radie d'office l'inscription.
Art. 5.2.1.3. Lettre d'enregistrement
§ 1er. Une lettre d'enregistrement est délivrée pour les navires de plaisance qui sont inscrits conformément à l'article 5.2.1.2 et qui satisfont aux conditions fixées conformément à l'article 5.2.1.4, 4°.
§ 2. La lettre d'enregistrement est valable cinq ans. La validité de la lettre d'enregistrement prend toutefois fin si :
1° le navire de plaisance ne répond plus aux conditions visées à l'article 5.2.1.4., 4° ;
2° la propriété du navire de plaisance a été transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ;
3° le nom ou le port d'attache du navire de plaisance est modifié ;
4° le navire de plaisance subit une transformation substantielle ;
5° un nouveau moteur est installé.
§ 3. Une nouvelle lettre d'enregistrement est délivrée à titre gratuit à l'expiration de l'ancienne si :
1° le navire de plaisance répond encore aux conditions visées à l'article 5.2.1.4., 4° ; et
2° la propriété du navire de plaisance n'a pas été transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ; et
3° le nom et le port d'attache du navire de plaisance n'ont pas été modifiés ; et
4° le navire de plaisance n'a pas subi de transformation substantielle ; et
5° un nouveau moteur n'a pas été installé.
Si les conditions visées à l'alinéa 1er ne sont plus remplies, le propriétaire est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus de la nouvelle lettre d'enregistrement.
Art. 5.2.1.4. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° la forme de la lettre d'enregistrement visée à l'article 5.2.1.3, § 1er et les mentions qui doivent y figurer ;
2° le montant de la redevance visée à l'article 5.2.1.2, § 3 et à l'article 5.2.1.3, § 3, alinéa 2 ainsi que ses modalités d'application et de perception ;
3° les informations à communiquer sur la demande d'inscription et les modalités de demande de l'inscription ;
4° les conditions auxquelles les navires de plaisance doivent répondre pour être inscrits ;
5° le statut administratif des navires de plaisance inscrits ;
6° l'autorité qui est compétente pour l'examen, le refus ou la délivrance d'un certificat d'enregistrement ;
7° les dispositions particulières pour l'inscription des navires de plaisance pour les commerçants ;
8° les mentions à apposer sur le navire de plaisance ;
9° les conditions auxquelles l'inscription peut être radié d'office.
Art. 5.2.1.5. Droits réels
Sans préjudice des dispositions de l'article 1.2.1.1, les navires de plaisance peuvent être inscrits au Registre naval belge en vue de la constitution de droits réels, dont les hypothèques. Le Registre naval belge crée à cet effet un registre des navires de plaisance auquel s'appliquent les dispositions du Livre 1.
Section 2. - Publicité des droits
Art. 5.2.1. 6. Clauses dérogatoires
Les clauses dérogeant à la présente section sont nulles.
Art. 5.2.1.7. Champ d'application
Les articles 2.2.1.12 à 2.2.1.27 inclus s'appliquent par analogie aux navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Sécurité
Section 1re. - Exigences techniques
Art. 5.2.2.1. Exigences de sécurité
§ 1er. Aucun navire de plaisance ne peut être utilisé dans les eaux belges sans être en état de sécurité, ou lorsque la sécurité des tiers peut être mise en danger.
Aucun navire de plaisance inscrit conformément à l'article 5.2.1.2, § 1er ne peut être utilisé dans des eaux étrangères sans être en état de sécurité, ou lorsque la sécurité des tiers peut être mise en danger.
§ 2. Aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles ne peut être employé dans les eaux belges, excepté la ZEE, sans être muni d'un certificat de navigabilité ou d'un certificat étranger équivalent. Le certificat atteste, jusqu'à preuve du contraire, que le navire de plaisance répond dans toutes ses parties aux prescriptions du présent livre et de ses arrêtés d'exécution.
Aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles et inscrit conformément à l'article 5.2.1.2, § 1er ne peut être utilisé dans des eaux étrangères sans être muni d'un certificat de navigabilité.
Le certificat de navigabilité est délivré par le contrôle de la navigation. L'auteur d'une demande d'obtention d'un certificat de navigabilité est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus du certificat de navigabilité.
Le certificat de navigabilité est valable cinq ans.
§ 3. Lors de la demande d'obtention d'un certificat de navigabilité, le contrôle de la navigation peut, à la requête du demandeur, délivrer un certificat provisoire de navigabilité sans effectuer d'examen si le navire de plaisance se trouve dans les eaux belges, excepté la ZEE. Un navire de plaisance muni d'un certificat provisoire de navigabilité doit répondre en toutes circonstances aux conditions fixées et à l'équipement prescrit par la présente loi et ses arrêtés d'exécution.
Aucune redevance n'est due pour la demande et la délivrance d'un certificat provisoire de navigabilité.
Le certificat provisoire de navigabilité ne peut être délivré que pour une période maximale de six mois, et ne peut être prolongé.
§ 4. Le Roi peut habiliter une organisation à exercer les tâches visées dans le présent chapitre et détermine à quelles conditions elle peut le faire.
§ 5. Le contrôle de la navigation est compétent pour évaluer l'équivalence du certificat étranger visé au § 2, alinéa 1er.
§ 6. Lorsqu'un navire de plaisance belge a subi une avarie grave ou que sa structure a subi des modifications importantes, le certificat de navigabilité est suspendu de plein droit et ne peut être revalidé que par les agents chargés du contrôle de la navigation.
§ 7. Lorsque le navire de plaisance se trouve à l'étranger, le propriétaire désigne une organisation visée au § 4.
Art. 5.2.2.2. Interdiction de départ
Un navire de plaisance qui n'est pas en état de sécurité ou qui se trouve dans les eaux belges, excepté la ZEE, sans avoir à bord l'un des documents visés à l'article 5.2.1.1 peut se voir interdire le départ par le contrôle de la navigation.
Un recours contre l'interdiction de départ peut être introduit au moyen d'une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du conseil d'enquête maritime et contenant les moyens invoqués. Le recours sera examiné conformément aux dispositions de la loi du 30 juillet 1926 instituant un conseil d'enquête maritime.
Le contrôle de la navigation notifie l'interdiction de départ à la police de la navigation.
Art. 5.2.2.3. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° les conditions auxquelles un navire de plaisance doit répondre pour être en état de sécurité ;
2° les conditions complémentaires auxquelles un navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles doit répondre ;
3° la division en zones des eaux belges et étrangères pour l'application de la présente section ;
4° l'équipement requis à bord des navires de plaisance par zone et par catégorie de navire de plaisance ;
5° l'équipement complémentaire requis à bord des navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles par zone et par catégorie de navire de plaisance ;
6° le montant de la redevance visée à l'article 5.2.2.1, § 2, alinéa 3, et ses modalités d'application et de perception ;
7° les conditions de délivrance du certificat de navigabilité et d'un certificat provisoire de navigabilité ;
8° la forme et le contenu du certificat de navigabilité et d'un certificat provisoire de navigabilité.
Section 2. - Brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire
Art. 5.2.2.4. Obligations
§ 1er. Quiconque conduit un navire de plaisance dans les eaux belges, excepté la ZEE, doit être titulaire d'un brevet d'aptitude en cours de validité pour la catégorie de navire de plaisance qu'on conduit et pour la zone dans laquelle on navigue.
Le Roi peut dispenser de l'obligation prescrite à l'alinéa 1er en raison de la catégorie de navire de plaisance, de la zone ou de la nature des activités exercées.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles ne peut être utilisé sans brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire, ou certificat privé ou étranger considéré comme équivalent, sauf si :
1° le navire de plaisance est loué à des fins privées et sans conducteur ;
2° le navire de plaisance est utilisé par l'entreprise de location à des fins privées.
§ 3. Le candidat à l'examen pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire est tenu de payer une redevance.
Le demandeur est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire.
Art. 5.2.2.5. Commission pour la Navigation de Plaisance
Une Commission pour la Navigation de Plaisance est créée en vue de la reconnaissance de l'équivalence visée à l'article 5.2.2.4, § 2. Le Roi détermine la composition et le fonctionnement de la Commission pour la Navigation de Plaisance et peut lui attribuer des tâches complémentaires pour l'application du présent livre ou de ses arrêtés d'exécution.
Art. 5.2.2.6. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° la division en zones des eaux belges et des eaux étrangères pour l'application de la présente section ;
2° les différents brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
3° les conditions d'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
4° l'organisation des examens pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
5° le contenu de la matière sur laquelle portera l'examen pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
6° l'expérience pratique requise pour obtenir un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
7° l'aptitude physique pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
8° la forme et le contenu des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
9° les modalités de demande et de délivrance des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
10° l'autorité chargée de la délivrance des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
11° le montant des redevances visées à l'article 5.2.2.4, § 3, et leurs modalités d'application et de perception.
CHAPITRE 3. - Statut réel
Art. 5.2.3.1. Droit applicable
Les articles 2.2.4.1 à 2.2.4.8 inclus s'appliquent par analogie aux navires de plaisance.
CHAPITRE 4. - Sûretés sur navires
Art. 5.2.4.1. Droit applicable
Sous réserve de l'article 5.2.4.2, la section 5 du chapitre 5 du livre 2 s'applique par analogie aux hypothèques sur les navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
Art. 5.2.4.2. Tribunal compétent
Par dérogation aux articles 2.2.5.43, § 2, et 2.2.5.52, le tribunal de l'entreprise qui exerce sa juridiction sur l'arrondissement dans lequel la personne ayant constitué l'hypothèque a situé son domicile ou siège social, est compétent.
En cas d'absence de domicile ou de siège social en Belgique, le tribunal de l'entreprise de Bruxelles est compétent.
CHAPITRE 5. Saisie sur navire
Art. 5.2.5.1. Droit applicable
Les articles 2.2.6.1 jusqu'à 2.2.6.22 et 2.2.6.25 jusqu'à 2.2.6.67 s'appliquent par analogie aux navires de plaisance sur lesquels des droits réels sont constitués conformément à l'article 5.2.1.5.
TITRE 3. - PROPRIETAIRES
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. Copropriété quirataire
art. 5.3.1.1. Droit applicable
Les articles 2.3.1.1 à 2.3.1.18 s'appliquent par analogie à la copropriété quirataire des navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
Par dérogation à l'article 2.3.1.12, § 4, le tribunal compétent est le tribunal de l'entreprise de Bruxelles.
Section 2. - Responsabilité des propriétaires de navires
Art. 5.3.1.2. Assurance responsabilité civile
Le Roi peut imposer une assurance responsabilité civile pour certaines catégories de navires de plaisance ou pour certaines activités pratiquées avec des navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Navigation maritime
Art. 5.3.2.1. Assurances obligatoires
Les dispositions des sous-sections 1re et 2 de la section 1re du chapitre 2 du titre 3 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
{no_code}Art. 5.3.2.2. Limitation de responsabilité
Les propriétaires peuvent limiter leur responsabilité conformément à la section 2 du chapitre 2 du titre 3 du livre 2 en ce qui concerne les accidents dans les zones maritimes.
TITRE 4. - MER ET PORTS
Art. 5.4.1.1. Prévention de la pollution par les navires
Les dispositions du chapitre 3 du titre 5 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance.
TITRE 5. - EVENEMENTS DE NAVIGATION
CHAPITRE 1er. - Enlèvement des épaves
Art. 5.5.1.1. - Droit applicable
Les dispositions du chapitre 6 du titre 7 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Activités
Art. 5.5.2.1. Autorisations
Toute compétition ou activité sportive ou de loisir en groupe dans la mer territoriale est interdite sans l'autorisation du contrôle de la navigation.
Art. 5.5.2.2. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° les modalités de demande et de délivrance ou de refus d'une autorisation visée à l'article 5.5.2.1 ;
2° les conditions atmosphériques particulières dans lesquelles certaines activités peuvent être interdites ;
3° les conditions dans lesquelles une autorisation peut, par dérogation à l'article 5.5.2.1, être remplacée par une déclaration préalable. ".
" LIVRE 5. NAVIGATION DE PLAISANCE
TITRE 1er - DISPOSITIONS GENERALES
Art. 5.1.1.1. Définitions
Pour l'application du présent livre et de ses arrêtés d'exécution, l'on entend par :
1° " véhicule nautique à moteur " : un navire de plaisance dont la coque a une longueur de moins de quatre mètres, équipé d'un moteur de propulsion qui entraîne une turbine constituant sa principale source de propulsion et conçu pour être manoeuvré par un personne assise, debout ou agenouillée sur la coque et non dans la coque ;
2° " passager " : toute personne à bord autre que :
a) le capitaine et les membres d'équipage ou les autres personnes employées ou occupées en quelque qualité que ce soit à bord d'un navire pour les besoins de ce navire ;
b) les enfants de moins d'un an.
Art. 5.1.1.2. Champ d'application
§ 1er. Le présent livre s'applique :
1° à tous navires de plaisance, quel que soit leur pays d'inscriptions, à partir de deux mètres et demi, utilisés dans les eaux belges, excepté la ZEE ;
2° aux navires de plaisance inscrits conformément à l'article 5.2.1.2 ;
3° aux véhicules nautiques à moteur qui sont utilisés sur les eaux belges, excepté la ZEE.
§ 2. Sauf disposition contraire, le présent livre ne s'applique pas :
1° aux navires qui sont utilisés ou destinés au transport de plus de douze passagers ;
2° aux engins utilisés pour les sports de vague, tels que les kites, les planches à voile et les planches de surf, à l'exception des véhicules nautiques à moteur ;
3° aux engins destinés aux amusements de plage tels que les navires gonflables non adaptés pour recevoir un moteur et les matelas pneumatiques ;
4° aux canoës et kayaks, gondoles et pédalos ;
5° aux navires en propriété d'une autorité .
S'il y a des imprécisions sur certains types de navires quant au champ d'application, le Roi peut, après avis du secteur, décider si le présent livre s'applique à ces navires. Le Roi détermine la manière dont la concertation sectorielle est organisée ainsi que la manière dont ces décisions sont rendues publiques.
§ 3. Le Roi peut régler, par dérogation aux paragraphes 1er et 2, la navigation de plaisance avec des navires de plaisance de moins de deux mètres et demi, les sports de vague visés au paragraphe 2, 2°, et la navigation de plaisance visée au paragraphe 2, 4°.
TITRE 2. - NAVIRES DE PLAISANCE
CHAPITRE 1er. - Inscription et publicité
Section 1re. - Inscription des navires de plaisance
Art. 5.2.1.1. Obligation d' inscription
Tout navire de plaisance susceptible d'être utilisé et se trouvant dans les eaux belges, excepté la ZEE, doit être inscrit et être muni d'un des documents suivants :
1° une lettre d'enregistrement délivrée conformément à l'article 5.2.1.3 ;
2° une preuve d'inscription délivrée par l'autorité d'un autre pays.
Art. 5.2.1.2. Droit d'inscription
§ 1er. Les navires de plaisance suivants peuvent être inscrits en Belgique, en vue de l'identification des propriétaires et de l'application de la législation:
1° les navires de plaisance à partir de deux mètres et demi dont le propriétaire ou l'usufruitier a un lien avec la Belgique. Il y a un lien avec la Belgique si un navire de plaisance :
a) dont le droit de propriété ou d'usufruit appartient à plus de 50 % à des Belges ou à des personnes physiques résidant en Belgique ; ou
b) dont le droit de proriété ou d'usufruit appartient à 50 % à une personne morale inscrite dans la Banque-Carrefour des Entreprises ; ou
c) répond à une combinaison des conditions sous a et b, si une personne physique et une personne morale sont copropriétaires du navire.
2° les navires de plaisance qui sont mis sur le marché en Belgique conformément à la directive 2013/53/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 relative aux navires de plaisance et aux véhicules nautiques à moteur et abrogeant la Directive 94/25/CE.
§ 2. Le choix du nom et du port d'attache belge d'un navire de plaisance dans la demande d'inscription doit être approuvé par l'autorité visée à l'article 5.2.1.4, 6°. Le port d'attache doit être le nom officiel d'une ville ou commune belge.
§ 3. L'auteur d'une demande d'inscription est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus de la lettre d'enregistrement visée à l'article 5.2.1.3.
§ 4. L'inscription reste valable jusqu'à ce que :
1° la propriété du navire de plaisance soit transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ;
2° l'autorité visée à l'article 5.2.1.4, 6° radie d'office l'inscription.
Art. 5.2.1.3. Lettre d'enregistrement
§ 1er. Une lettre d'enregistrement est délivrée pour les navires de plaisance qui sont inscrits conformément à l'article 5.2.1.2 et qui satisfont aux conditions fixées conformément à l'article 5.2.1.4, 4°.
§ 2. La lettre d'enregistrement est valable cinq ans. La validité de la lettre d'enregistrement prend toutefois fin si :
1° le navire de plaisance ne répond plus aux conditions visées à l'article 5.2.1.4., 4° ;
2° la propriété du navire de plaisance a été transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ;
3° le nom ou le port d'attache du navire de plaisance est modifié ;
4° le navire de plaisance subit une transformation substantielle ;
5° un nouveau moteur est installé.
§ 3. Une nouvelle lettre d'enregistrement est délivrée à titre gratuit à l'expiration de l'ancienne si :
1° le navire de plaisance répond encore aux conditions visées à l'article 5.2.1.4., 4° ; et
2° la propriété du navire de plaisance n'a pas été transférée intégralement ou partiellement à titre gratuit ou onéreux ; et
3° le nom et le port d'attache du navire de plaisance n'ont pas été modifiés ; et
4° le navire de plaisance n'a pas subi de transformation substantielle ; et
5° un nouveau moteur n'a pas été installé.
Si les conditions visées à l'alinéa 1er ne sont plus remplies, le propriétaire est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus de la nouvelle lettre d'enregistrement.
Art. 5.2.1.4. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° la forme de la lettre d'enregistrement visée à l'article 5.2.1.3, § 1er et les mentions qui doivent y figurer ;
2° le montant de la redevance visée à l'article 5.2.1.2, § 3 et à l'article 5.2.1.3, § 3, alinéa 2 ainsi que ses modalités d'application et de perception ;
3° les informations à communiquer sur la demande d'inscription et les modalités de demande de l'inscription ;
4° les conditions auxquelles les navires de plaisance doivent répondre pour être inscrits ;
5° le statut administratif des navires de plaisance inscrits ;
6° l'autorité qui est compétente pour l'examen, le refus ou la délivrance d'un certificat d'enregistrement ;
7° les dispositions particulières pour l'inscription des navires de plaisance pour les commerçants ;
8° les mentions à apposer sur le navire de plaisance ;
9° les conditions auxquelles l'inscription peut être radié d'office.
Art. 5.2.1.5. Droits réels
Sans préjudice des dispositions de l'article 1.2.1.1, les navires de plaisance peuvent être inscrits au Registre naval belge en vue de la constitution de droits réels, dont les hypothèques. Le Registre naval belge crée à cet effet un registre des navires de plaisance auquel s'appliquent les dispositions du Livre 1.
Section 2. - Publicité des droits
Art. 5.2.1. 6. Clauses dérogatoires
Les clauses dérogeant à la présente section sont nulles.
Art. 5.2.1.7. Champ d'application
Les articles 2.2.1.12 à 2.2.1.27 inclus s'appliquent par analogie aux navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Sécurité
Section 1re. - Exigences techniques
Art. 5.2.2.1. Exigences de sécurité
§ 1er. Aucun navire de plaisance ne peut être utilisé dans les eaux belges sans être en état de sécurité, ou lorsque la sécurité des tiers peut être mise en danger.
Aucun navire de plaisance inscrit conformément à l'article 5.2.1.2, § 1er ne peut être utilisé dans des eaux étrangères sans être en état de sécurité, ou lorsque la sécurité des tiers peut être mise en danger.
§ 2. Aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles ne peut être employé dans les eaux belges, excepté la ZEE, sans être muni d'un certificat de navigabilité ou d'un certificat étranger équivalent. Le certificat atteste, jusqu'à preuve du contraire, que le navire de plaisance répond dans toutes ses parties aux prescriptions du présent livre et de ses arrêtés d'exécution.
Aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles et inscrit conformément à l'article 5.2.1.2, § 1er ne peut être utilisé dans des eaux étrangères sans être muni d'un certificat de navigabilité.
Le certificat de navigabilité est délivré par le contrôle de la navigation. L'auteur d'une demande d'obtention d'un certificat de navigabilité est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus du certificat de navigabilité.
Le certificat de navigabilité est valable cinq ans.
§ 3. Lors de la demande d'obtention d'un certificat de navigabilité, le contrôle de la navigation peut, à la requête du demandeur, délivrer un certificat provisoire de navigabilité sans effectuer d'examen si le navire de plaisance se trouve dans les eaux belges, excepté la ZEE. Un navire de plaisance muni d'un certificat provisoire de navigabilité doit répondre en toutes circonstances aux conditions fixées et à l'équipement prescrit par la présente loi et ses arrêtés d'exécution.
Aucune redevance n'est due pour la demande et la délivrance d'un certificat provisoire de navigabilité.
Le certificat provisoire de navigabilité ne peut être délivré que pour une période maximale de six mois, et ne peut être prolongé.
§ 4. Le Roi peut habiliter une organisation à exercer les tâches visées dans le présent chapitre et détermine à quelles conditions elle peut le faire.
§ 5. Le contrôle de la navigation est compétent pour évaluer l'équivalence du certificat étranger visé au § 2, alinéa 1er.
§ 6. Lorsqu'un navire de plaisance belge a subi une avarie grave ou que sa structure a subi des modifications importantes, le certificat de navigabilité est suspendu de plein droit et ne peut être revalidé que par les agents chargés du contrôle de la navigation.
§ 7. Lorsque le navire de plaisance se trouve à l'étranger, le propriétaire désigne une organisation visée au § 4.
Art. 5.2.2.2. Interdiction de départ
Un navire de plaisance qui n'est pas en état de sécurité ou qui se trouve dans les eaux belges, excepté la ZEE, sans avoir à bord l'un des documents visés à l'article 5.2.1.1 peut se voir interdire le départ par le contrôle de la navigation.
Un recours contre l'interdiction de départ peut être introduit au moyen d'une requête adressée au Commissaire de l'Etat auprès du conseil d'enquête maritime et contenant les moyens invoqués. Le recours sera examiné conformément aux dispositions de la loi du 30 juillet 1926 instituant un conseil d'enquête maritime.
Le contrôle de la navigation notifie l'interdiction de départ à la police de la navigation.
Art. 5.2.2.3. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° les conditions auxquelles un navire de plaisance doit répondre pour être en état de sécurité ;
2° les conditions complémentaires auxquelles un navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles doit répondre ;
3° la division en zones des eaux belges et étrangères pour l'application de la présente section ;
4° l'équipement requis à bord des navires de plaisance par zone et par catégorie de navire de plaisance ;
5° l'équipement complémentaire requis à bord des navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles par zone et par catégorie de navire de plaisance ;
6° le montant de la redevance visée à l'article 5.2.2.1, § 2, alinéa 3, et ses modalités d'application et de perception ;
7° les conditions de délivrance du certificat de navigabilité et d'un certificat provisoire de navigabilité ;
8° la forme et le contenu du certificat de navigabilité et d'un certificat provisoire de navigabilité.
Section 2. - Brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire
Art. 5.2.2.4. Obligations
§ 1er. Quiconque conduit un navire de plaisance dans les eaux belges, excepté la ZEE, doit être titulaire d'un brevet d'aptitude en cours de validité pour la catégorie de navire de plaisance qu'on conduit et pour la zone dans laquelle on navigue.
Le Roi peut dispenser de l'obligation prescrite à l'alinéa 1er en raison de la catégorie de navire de plaisance, de la zone ou de la nature des activités exercées.
§ 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, aucun navire de plaisance utilisé à des fins professionnelles ne peut être utilisé sans brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire, ou certificat privé ou étranger considéré comme équivalent, sauf si :
1° le navire de plaisance est loué à des fins privées et sans conducteur ;
2° le navire de plaisance est utilisé par l'entreprise de location à des fins privées.
§ 3. Le candidat à l'examen pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire est tenu de payer une redevance.
Le demandeur est tenu de payer une redevance pour l'examen et la délivrance ou le refus d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire.
Art. 5.2.2.5. Commission pour la Navigation de Plaisance
Une Commission pour la Navigation de Plaisance est créée en vue de la reconnaissance de l'équivalence visée à l'article 5.2.2.4, § 2. Le Roi détermine la composition et le fonctionnement de la Commission pour la Navigation de Plaisance et peut lui attribuer des tâches complémentaires pour l'application du présent livre ou de ses arrêtés d'exécution.
Art. 5.2.2.6. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° la division en zones des eaux belges et des eaux étrangères pour l'application de la présente section ;
2° les différents brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
3° les conditions d'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
4° l'organisation des examens pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
5° le contenu de la matière sur laquelle portera l'examen pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
6° l'expérience pratique requise pour obtenir un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
7° l'aptitude physique pour l'obtention d'un brevet d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
8° la forme et le contenu des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
9° les modalités de demande et de délivrance des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
10° l'autorité chargée de la délivrance des brevets d'aptitude pour la conduite d'un navire ;
11° le montant des redevances visées à l'article 5.2.2.4, § 3, et leurs modalités d'application et de perception.
CHAPITRE 3. - Statut réel
Art. 5.2.3.1. Droit applicable
Les articles 2.2.4.1 à 2.2.4.8 inclus s'appliquent par analogie aux navires de plaisance.
CHAPITRE 4. - Sûretés sur navires
Art. 5.2.4.1. Droit applicable
Sous réserve de l'article 5.2.4.2, la section 5 du chapitre 5 du livre 2 s'applique par analogie aux hypothèques sur les navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
Art. 5.2.4.2. Tribunal compétent
Par dérogation aux articles 2.2.5.43, § 2, et 2.2.5.52, le tribunal de l'entreprise qui exerce sa juridiction sur l'arrondissement dans lequel la personne ayant constitué l'hypothèque a situé son domicile ou siège social, est compétent.
En cas d'absence de domicile ou de siège social en Belgique, le tribunal de l'entreprise de Bruxelles est compétent.
CHAPITRE 5. Saisie sur navire
Art. 5.2.5.1. Droit applicable
Les articles 2.2.6.1 jusqu'à 2.2.6.22 et 2.2.6.25 jusqu'à 2.2.6.67 s'appliquent par analogie aux navires de plaisance sur lesquels des droits réels sont constitués conformément à l'article 5.2.1.5.
TITRE 3. - PROPRIETAIRES
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. Copropriété quirataire
art. 5.3.1.1. Droit applicable
Les articles 2.3.1.1 à 2.3.1.18 s'appliquent par analogie à la copropriété quirataire des navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
Par dérogation à l'article 2.3.1.12, § 4, le tribunal compétent est le tribunal de l'entreprise de Bruxelles.
Section 2. - Responsabilité des propriétaires de navires
Art. 5.3.1.2. Assurance responsabilité civile
Le Roi peut imposer une assurance responsabilité civile pour certaines catégories de navires de plaisance ou pour certaines activités pratiquées avec des navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Navigation maritime
Art. 5.3.2.1. Assurances obligatoires
Les dispositions des sous-sections 1re et 2 de la section 1re du chapitre 2 du titre 3 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance utilisés à des fins professionnelles.
{no_code}Art. 5.3.2.2. Limitation de responsabilité
Les propriétaires peuvent limiter leur responsabilité conformément à la section 2 du chapitre 2 du titre 3 du livre 2 en ce qui concerne les accidents dans les zones maritimes.
TITRE 4. - MER ET PORTS
Art. 5.4.1.1. Prévention de la pollution par les navires
Les dispositions du chapitre 3 du titre 5 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance.
TITRE 5. - EVENEMENTS DE NAVIGATION
CHAPITRE 1er. - Enlèvement des épaves
Art. 5.5.1.1. - Droit applicable
Les dispositions du chapitre 6 du titre 7 du livre 2 s'appliquent aux navires de plaisance.
CHAPITRE 2. - Activités
Art. 5.5.2.1. Autorisations
Toute compétition ou activité sportive ou de loisir en groupe dans la mer territoriale est interdite sans l'autorisation du contrôle de la navigation.
Art. 5.5.2.2. Arrêtés d'exécution
Le Roi détermine :
1° les modalités de demande et de délivrance ou de refus d'une autorisation visée à l'article 5.5.2.1 ;
2° les conditions atmosphériques particulières dans lesquelles certaines activités peuvent être interdites ;
3° les conditions dans lesquelles une autorisation peut, par dérogation à l'article 5.5.2.1, être remplacée par une déclaration préalable. ".
HOOFDSTUK 7- Wijzigingen aan de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten
CHAPITRE 7. - Modifications à la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation
Art. 137. In artikel 2, 1°, van de wet van 25 december 2016 tot instelling van administratieve geldboetes van toepassing in geval van inbreuken op de scheepvaartwetten, gewijzigd door de wetten van 8 mei 2019 en 12 juni 2020 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° een nieuw eerste streepje wordt ingevoegd, luidende:
" - Wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet -levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;";
2° wordt aangevuld met een streepje, luidende:
"- de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector".
1° een nieuw eerste streepje wordt ingevoegd, luidende:
" - Wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet -levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat;";
2° wordt aangevuld met een streepje, luidende:
"- de wet van 12 juni 2020 betreffende werk in de visserijsector".
Art. 137. Dans l'article 2, 1° de la loi du 25 décembre 2016 instituant des amendes administratives applicables en cas d'infractions aux lois sur la navigation, modifié par les lois du 8 mai 2020 et 12 juin 2020 est les modifications suivantes sont apportées :
1° est inséré un nouveau premier tiret rédigé comme suit :
" - Loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental ; ".
2° est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche ".
1° est inséré un nouveau premier tiret rédigé comme suit :
" - Loi du 13 juin 1969 sur l'exploration et l'exploitation des ressources non vivantes de la mer territoriale et du plateau continental ; ".
2° est complété par un tiret rédigé comme suit :
" - la loi du 12 juin 2020 relative au travail dans la pêche ".
Art. 138. Artikel 9 van dezelfde wet wordt aangevuld met volgende zin:
"Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk is vastgesteld wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.".
"Een exemplaar van het proces-verbaal waarin de inbreuk is vastgesteld wordt aan de bevoegde autoriteit toegezonden.".
Art. 138. L'article 9 de la même loi est complété par la phrase suivante :
" Un exemplaire du procès-verbal où l'infraction a été constatée est envoyé à l'autorité compétente. ".
" Un exemplaire du procès-verbal où l'infraction a été constatée est envoyé à l'autorité compétente. ".
Art. 139. Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
" Art. 17. Bij ernstige vermoedens van inbreuken als bedoeld onder meer in de artikelen 3 en 8 kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld de kapitein verbieden om met zijn schip de Belgische havens te verlaten, tenzij als waarborg een geldsom wordt geconsigneerd bij de Deposito-en Consignatiekas, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito-en Consignatiekas, waarbij alle gebeurlijke kosten ten laste blijven van de vermoedelijke dader.
De hoogte van deze geldsom wordt bepaald door de Minister en kan gelijk zijn aan het maximum voor de inbreuken, verhoogd met de opdeciemen.
Het ontvangstbewijs dat door de Deposito-en Consignatiekas wordt afgeleverd, geldt als rechtstitel tegenover de Deposito-en Consignatiekas en wordt onverwijld door de vermoedelijke dader als bewijs van betaling van de borgsom bezorgd aan de inspecteur die de overtreding vaststelde.
Het storten van de borgsom kan, zonder kosten voor de overheid, worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank of een door de Scheepvaartcontrole ontvankelijk verklaarde garantie getekend door een "Protection and Indemnity Club".
De geldboete die is opgelegd door een uitvoerbare beslissing op basis van deze wet, een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde of door een minnelijke schikking wordt, naar gelang van het geval, op de borgsom verhaald.
Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald.".
" Art. 17. Bij ernstige vermoedens van inbreuken als bedoeld onder meer in de artikelen 3 en 8 kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe zijn aangesteld de kapitein verbieden om met zijn schip de Belgische havens te verlaten, tenzij als waarborg een geldsom wordt geconsigneerd bij de Deposito-en Consignatiekas, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito-en Consignatiekas, waarbij alle gebeurlijke kosten ten laste blijven van de vermoedelijke dader.
De hoogte van deze geldsom wordt bepaald door de Minister en kan gelijk zijn aan het maximum voor de inbreuken, verhoogd met de opdeciemen.
Het ontvangstbewijs dat door de Deposito-en Consignatiekas wordt afgeleverd, geldt als rechtstitel tegenover de Deposito-en Consignatiekas en wordt onverwijld door de vermoedelijke dader als bewijs van betaling van de borgsom bezorgd aan de inspecteur die de overtreding vaststelde.
Het storten van de borgsom kan, zonder kosten voor de overheid, worden vervangen door een bankgarantie verleend door een in België gevestigde bank of een door de Scheepvaartcontrole ontvankelijk verklaarde garantie getekend door een "Protection and Indemnity Club".
De geldboete die is opgelegd door een uitvoerbare beslissing op basis van deze wet, een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde of door een minnelijke schikking wordt, naar gelang van het geval, op de borgsom verhaald.
Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald.".
Art. 139. L'article 17 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
" Art. 17. Lorsqu'il existe des présomptions sérieuses d'infractions visées notamment aux articles 3 et 8, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent interdire au capitaine de quitter les ports belges avec son navire, à moins que ne soit consignée une somme d'argent à la Caisse des dépôts et consignations à titre de garantie, conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations, tous les frais éventuels restant à charge de l'auteur présumé.
Le montant de cette somme d'argent est déterminé par le Ministre et peut être égal au maximum pour les infractions, augmenté des décimes additionnels.
Le récépissé délivré par la Caisse des Dépôts et Consignations forme titre envers la Caisse des Dépôts et Consignations et est communiqué sans délai par l'auteur présumé à l'inspecteur ayant constaté l'infraction à titre de preuve du paiement du cautionnement.
Le versement du cautionnement peut, sans occasionner de frais pour l'autorité, être remplacé par une garantie bancaire, accordée par une banque établie en Belgique ou d'une garantie signée par un " Protection and Indemnity Club " et déclarée recevable par le Contrôle de la navigation.
L'amende imposée par une décision exécutoire sur la base de la présente loi, une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou une transaction, selon le cas, est récupérée sur le cautionnement.
Le solde du montant est immédiatement restitué. ".
" Art. 17. Lorsqu'il existe des présomptions sérieuses d'infractions visées notamment aux articles 3 et 8, les agents chargés du contrôle de la navigation désignés à cet effet peuvent interdire au capitaine de quitter les ports belges avec son navire, à moins que ne soit consignée une somme d'argent à la Caisse des dépôts et consignations à titre de garantie, conformément aux dispositions de la loi du 11 juillet 2018 sur la Caisse des Dépôts et Consignations, tous les frais éventuels restant à charge de l'auteur présumé.
Le montant de cette somme d'argent est déterminé par le Ministre et peut être égal au maximum pour les infractions, augmenté des décimes additionnels.
Le récépissé délivré par la Caisse des Dépôts et Consignations forme titre envers la Caisse des Dépôts et Consignations et est communiqué sans délai par l'auteur présumé à l'inspecteur ayant constaté l'infraction à titre de preuve du paiement du cautionnement.
Le versement du cautionnement peut, sans occasionner de frais pour l'autorité, être remplacé par une garantie bancaire, accordée par une banque établie en Belgique ou d'une garantie signée par un " Protection and Indemnity Club " et déclarée recevable par le Contrôle de la navigation.
L'amende imposée par une décision exécutoire sur la base de la présente loi, une décision judiciaire coulée en force de chose jugée ou une transaction, selon le cas, est récupérée sur le cautionnement.
Le solde du montant est immédiatement restitué. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan het sociaal strafwetboek
CHAPITRE 8. - Modifications au code pénal social
Art. 140. In artikel 100/6 van het Sociaal Strafwetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie en de minister bevoegd voor justitie," vervangen door de woorden "vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie, de minister bevoegd voor mobiliteit, de minister bevoegd voor justitie en de minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit,";
2° het derde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
"5° het verzamelen van informatie die noodzakelijk is om de scheepvaartcontroleurs bedoeld in artikel 1.1.1.2, 5° van het Belgisch Scheepvaartwetboek in staat te stellen hun wettelijke opdrachten uit te oefenen.";
3° in het vierde lid worden de woorden "en in artikel 4.2.1.26/2, eerste lid, van het Belgisch Scheepvaartwetboek" ingevoegd tussen de woorden "tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek" en de woorden "bedoelde model van e-PV";
4° in het zesde lid worden de woorden "en in artikel 4.2.1.26/2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek" ingevoegd na de woorden "tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek".
1° in het tweede lid worden de woorden "vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie en de minister bevoegd voor justitie," vervangen door de woorden "vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie, de minister bevoegd voor mobiliteit, de minister bevoegd voor justitie en de minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit,";
2° het derde lid wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
"5° het verzamelen van informatie die noodzakelijk is om de scheepvaartcontroleurs bedoeld in artikel 1.1.1.2, 5° van het Belgisch Scheepvaartwetboek in staat te stellen hun wettelijke opdrachten uit te oefenen.";
3° in het vierde lid worden de woorden "en in artikel 4.2.1.26/2, eerste lid, van het Belgisch Scheepvaartwetboek" ingevoegd tussen de woorden "tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek" en de woorden "bedoelde model van e-PV";
4° in het zesde lid worden de woorden "en in artikel 4.2.1.26/2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek" ingevoegd na de woorden "tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek".
Art. 140. A l'article 100/6 du Code pénal social, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, les mots " représenté par le ministre compétent pour l'emploi, par le ministre compétent pour les affaires sociales, par le ministre compétent pour l'économie et par le ministre compétent pour la justice, " sont remplacés par les mots " représenté par le ministre compétent pour l'emploi, par le ministre compétent pour les affaires sociales, par le ministre compétent pour l'économie, par le ministre compétent pour la mobilité, par le ministre compétent pour la justice et par le ministre compétent pour la mobilité maritime, " ;
2° l'alinéa 3 est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° la collecte des informations nécessaires pour permettre aux contrôleurs de la navigation visés à l'article 1.1.1.2, 5° du Code belge de la navigation d'exercer leurs missions légales. " ;
3° à l'alinéa 4, les mots " et à l'article 4.2.1.26/2, alinéa 1er, du Code belge de la navigation " sont insérés entre les mots " modifiant le Code pénal social " et les mots " , à propos des personnes suivantes " ;
4° à l'alinéa 6, les mots " et à l'article 4.2.1.26/2 du Code belge de la navigation " sont insérés après les mots " modifiant le Code pénal social ".
1° à l'alinéa 2, les mots " représenté par le ministre compétent pour l'emploi, par le ministre compétent pour les affaires sociales, par le ministre compétent pour l'économie et par le ministre compétent pour la justice, " sont remplacés par les mots " représenté par le ministre compétent pour l'emploi, par le ministre compétent pour les affaires sociales, par le ministre compétent pour l'économie, par le ministre compétent pour la mobilité, par le ministre compétent pour la justice et par le ministre compétent pour la mobilité maritime, " ;
2° l'alinéa 3 est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5° la collecte des informations nécessaires pour permettre aux contrôleurs de la navigation visés à l'article 1.1.1.2, 5° du Code belge de la navigation d'exercer leurs missions légales. " ;
3° à l'alinéa 4, les mots " et à l'article 4.2.1.26/2, alinéa 1er, du Code belge de la navigation " sont insérés entre les mots " modifiant le Code pénal social " et les mots " , à propos des personnes suivantes " ;
4° à l'alinéa 6, les mots " et à l'article 4.2.1.26/2 du Code belge de la navigation " sont insérés après les mots " modifiant le Code pénal social ".
Art. 141. Artikel 100/8, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
"7° de leidend ambtenaren van de inspectiediensten van het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".
"7° de leidend ambtenaren van de inspectiediensten van het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.".
Art. 141. L'article 100/8, § 1er, alinéa 2 du même code est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° des fonctionnaires dirigeants des services d'inspection de la Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports. ".
" 7° des fonctionnaires dirigeants des services d'inspection de la Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports. ".
Art. 142. In artikel 100/9, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "van de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie of de minister bevoegd voor justitie of van de gerechtelijke overheden," vervangen door de woorden "van de minister bevoegd voor werk, de minister bevoegd voor sociale zaken, de minister bevoegd voor economie, de minister bevoegd voor mobiliteit, de minister bevoegd voor justitie of van de gerechtelijke overheden of de minister bevoegd voor de maritieme mobiliteit,";
Art. 142. Dans l'article 100/9, alinéa 2 du même Code, les mots " du ministre compétent pour l'emploi, du ministre compétent pour les affaires sociales, du ministre compétent pour l'économie ou du Ministre compétent pour la justice ou des autorités judiciaires " sont remplacés par les mots " du ministre compétent pour l'emploi, du ministre compétent pour les affaires sociales, du ministre compétent pour l'économie, du ministre compétent pour la mobilité, du ministre compétent pour la justice ou des autorités judiciaires ou du ministre compétent pour la mobilité maritime " ;
Art. 143. In artikel 100/10, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 5 worden de woorden ", de inspectiediensten van het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" ingevoegd tussen de woorden "Middenstand en Energie" en de woorden "en tot de Dienst Vreemdelingenzaken";
2° een paragraaf 8 wordt toegevoegd, luidende:
" § 8. De paragrafen 1 tot en met 6 van dit artikel zijn niet van toepassing op de processen-verbaal bedoeld in artikel 4.2.1.26/2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.
De toegang tot de databank e-PV voor wat betreft de processen-verbaal bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend geregeld door het artikel 4.2.1.26/3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.".
1° in paragraaf 5 worden de woorden ", de inspectiediensten van het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" ingevoegd tussen de woorden "Middenstand en Energie" en de woorden "en tot de Dienst Vreemdelingenzaken";
2° een paragraaf 8 wordt toegevoegd, luidende:
" § 8. De paragrafen 1 tot en met 6 van dit artikel zijn niet van toepassing op de processen-verbaal bedoeld in artikel 4.2.1.26/2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.
De toegang tot de databank e-PV voor wat betreft de processen-verbaal bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend geregeld door het artikel 4.2.1.26/3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek.".
Art. 143. A l'article 100/10 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 5, les mots " , aux services d'inspection de la Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports " sont insérés entre les mots " Classes moyennes et Energie " et les mots " et à l'Office des Etrangers " ;
2° il est ajouté un paragraphe 8 rédigé comme suit :
" § 8. Les paragraphes 1 à 6 du présent article ne s'appliquent pas aux procès-verbaux visés à l'article 4.2.1.26/2 du Code belge de la navigation.
L'accès à la banque de données e-PV pour ce qui concerne les procès-verbaux visés à l'alinéa 1er est uniquement régi par l'article 4.2.1.26/3 du Code belge de la navigation. ".
1° dans le paragraphe 5, les mots " , aux services d'inspection de la Direction générale Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports " sont insérés entre les mots " Classes moyennes et Energie " et les mots " et à l'Office des Etrangers " ;
2° il est ajouté un paragraphe 8 rédigé comme suit :
" § 8. Les paragraphes 1 à 6 du présent article ne s'appliquent pas aux procès-verbaux visés à l'article 4.2.1.26/2 du Code belge de la navigation.
L'accès à la banque de données e-PV pour ce qui concerne les procès-verbaux visés à l'alinéa 1er est uniquement régi par l'article 4.2.1.26/3 du Code belge de la navigation. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen aan de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder rechtsbevoegdheid van Belgiê
CHAPITRE 9. - Modifications a la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins sous juridiction de la Belgique
Art. 144. In de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België wordt een artikel 5ter ingevoegd, luidende:
"Art. 5ter. De Koning kan aan de aanvrager van een evaluatie van een risicoanalyse voor een activiteit die een impact kan hebben op de munitiestortplaatsen, waarvan de coördinaten bepaald kunnen worden in het marien ruimtelijk plan bedoeld in artikel 5bis, § 1, ongeacht of deze activiteiten binnen of buiten deze zone plaatsvindt, een vergoeding opleggen om de kosten van de evaluatie van de risicoanalyse en de administratieve kosten van de door de Koning aangewezen bevoegde diensten te dekken.".
"Art. 5ter. De Koning kan aan de aanvrager van een evaluatie van een risicoanalyse voor een activiteit die een impact kan hebben op de munitiestortplaatsen, waarvan de coördinaten bepaald kunnen worden in het marien ruimtelijk plan bedoeld in artikel 5bis, § 1, ongeacht of deze activiteiten binnen of buiten deze zone plaatsvindt, een vergoeding opleggen om de kosten van de evaluatie van de risicoanalyse en de administratieve kosten van de door de Koning aangewezen bevoegde diensten te dekken.".
Art. 144. Dans la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin et l'organisation de l'aménagement des espaces marins sous juridiction de la Belgique il est inséré un article 5ter rédigé comme suit :
"Art. 5ter. Le Roi peut imposer au demandeur d'une évaluation d'une analyse de risque pour une activité qui pourrait avoir un impact sur la zone de préservation du dépôt de munitions, dont les coordonnées pourront être fixées dans le plan d'aménagement des espaces marins visé à l'article 5bis, § 1, indépendamment du fait que cette activité se déroule endéans ou à l'extérieur de cette zone, une redevance destinée à couvrir les frais de l'évaluation de l'analyse de risque prévues et les coûts administratifs des services compétents désignés par le Roi. "
"Art. 5ter. Le Roi peut imposer au demandeur d'une évaluation d'une analyse de risque pour une activité qui pourrait avoir un impact sur la zone de préservation du dépôt de munitions, dont les coordonnées pourront être fixées dans le plan d'aménagement des espaces marins visé à l'article 5bis, § 1, indépendamment du fait que cette activité se déroule endéans ou à l'extérieur de cette zone, une redevance destinée à couvrir les frais de l'évaluation de l'analyse de risque prévues et les coûts administratifs des services compétents désignés par le Roi. "
HOOFDSTUK 10. - Opheffingsbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions abrogatoires
Art. 145. De wet van 5 juli 2018 betreffende de pleziervaart wordt opgeheven.
Art. 145. La loi du 5 juillet 2018 relative à la navigation de plaisance est abrogée.