Artikel 1. Een subsidie van maximaal 13.313.000 euro (dertien miljoen driehonderddertienduizend euro) wordt jaarlijks toegekend vanuit begrotingsartikel MC0-1MIH2WA-WT met basisallocatie MCO 1MI109 3122 aan al de volgende begunstigden:
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1, nv van publiek recht, Zaha Hadidplein 1, 2030 Antwerpen, met KBO-nummer: 0248.399.380;
2° North Sea Port Flanders, nv van publiek recht, John Kennedylaan 32, 9042 Gent, met KBO-nummer: 0218.843.678;
3° [1 ...]1;
4° Haven Oostende, nv van publiek recht, Slijkensesteenweg 2, 8400 Oostende, met KBO-nummer: 0259.978.212.
De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt tussen de havenbedrijven op de volgende wijze verdeeld:
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1: [1 84,40%]1;
2° North Sea Port Flanders: 10,56%;
3° [1 ...]1;
4° Haven Oostende: 5,04%.
De verdeelsleutel, vermeld in het tweede lid, resulteert in de volgende maximale jaarlijkse bedragen per havenbedrijf:
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1: [1 11.236.205,62 euro (elf miljoen tweehonderdzesendertigduizend tweehonderdvijf euro tweeënzestig cent)]1;
2° North Sea Port Flanders: 1.406.319,12 euro (een miljoen vierhonderdzesduizend driehonderdnegentien euro twaalf cent);
3° [1 ...]1;
4° Haven Oostende: 670.475,26 euro (zeshonderdzeventigduizend vierhonderdvijfenzeventig euro zesentwintig cent).
Het budget dat voor de jaarlijkse toekenning van subsidies met toepassing van dit besluit beschikbaar is, is maximaal gelijk aan de jaarlijkse begrotingskredieten voor de subsidiëring van de havenkapiteindiensten die ingeschreven zijn in de begroting.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JULI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de toekenning van subsidies aan de havenbedrijven voor de havenkapiteinsdiensten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling, de veiligheid en de vrijwaring van het milieu(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-08-2021 en tekstbijwerking tot 19-07-2024)
Titre
16 JUILLET 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant les règles relatives au subventionnement des régies portuaires pour les services de capitainerie portuaires pouvant être explicitement attribuées à l'écoulement du trafic, à la sécurité et à la conservation de l'environnement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 23-08-2021 et mise à jour au 19-07-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Article 1er. Une subvention de maximum 13 313 000 euros (treize millions trois cent treize mille euros) est octroyée annuellement à partir de l'article budgétaire MC0-1MIH2WA-WT avec allocation de base MCO 1MI109 3122 à tous les bénéficiaires suivants :
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1, SA de droit public, Zaha Hadidplein 1, 2030 Anvers, portant le numéro BCE : 0248.399.380 ;
2° North Sea Port Flanders, SA de droit public, John Kennedylaan 32, 9042 Gand, portant le numéro BCE : 0218.843.678 ;
3° [1 ...]1;
4° Haven Oostende, SA de droit public, Slijkensesteenweg 2, 8400 Ostende, portant le numéro BCE : 0259.978.212.
La subvention visée à l'alinéa premier est répartie comme suit entre les régies portuaires :
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1 : [1 84,40 %]1 ;
2° North Sea Port Flanders : 10,56 % ;
3° [1 ...]1 ;
4° Haven Oostende : 5,04 %.
La clé de répartition visée au deuxième alinéa donne les montants annuels maximaux suivants par régie portuaire :
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1 : [1 11 236 205,62 euros (onze millions deux cent trente-six mille deux cent cinq euros et soixante-deux centimes) ]1 ;
2° North Sea Port Flanders : 1 406 319,12 euros (un million quatre cent six mille trois cent dix-neuf euros et douze centimes) ;
3° [1 ...]1 ;
4° Haven Oostende : 670 475,26 euros (six cent septante mille quatre cent septante-cinq euros et vingt-six centimes).
Le budget disponible pour l'octroi annuel de subventions en application du présent arrêté est au maximum égal aux crédits budgétaires annuels pour le subventionnement des services de capitainerie portuaires inscrits au budget.
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1, SA de droit public, Zaha Hadidplein 1, 2030 Anvers, portant le numéro BCE : 0248.399.380 ;
2° North Sea Port Flanders, SA de droit public, John Kennedylaan 32, 9042 Gand, portant le numéro BCE : 0218.843.678 ;
3° [1 ...]1;
4° Haven Oostende, SA de droit public, Slijkensesteenweg 2, 8400 Ostende, portant le numéro BCE : 0259.978.212.
La subvention visée à l'alinéa premier est répartie comme suit entre les régies portuaires :
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1 : [1 84,40 %]1 ;
2° North Sea Port Flanders : 10,56 % ;
3° [1 ...]1 ;
4° Haven Oostende : 5,04 %.
La clé de répartition visée au deuxième alinéa donne les montants annuels maximaux suivants par régie portuaire :
1° [1 Haven Antwerpen-Brugge]1 : [1 11 236 205,62 euros (onze millions deux cent trente-six mille deux cent cinq euros et soixante-deux centimes) ]1 ;
2° North Sea Port Flanders : 1 406 319,12 euros (un million quatre cent six mille trois cent dix-neuf euros et douze centimes) ;
3° [1 ...]1 ;
4° Haven Oostende : 670 475,26 euros (six cent septante mille quatre cent septante-cinq euros et vingt-six centimes).
Le budget disponible pour l'octroi annuel de subventions en application du présent arrêté est au maximum égal aux crédits budgétaires annuels pour le subventionnement des services de capitainerie portuaires inscrits au budget.
Wijzigingen
Art. 2. De subsidie, vermeld in artikel 1, kan jaarlijks worden toegekend in het jaar 2021, 2022 [1 , 2023 en 2024]1.
Art. 2. La subvention visée à l'article 1 peut être octroyée chaque année en 2021, 2022 [1 , 2023 et 2024]1.
Wijzigingen
Art. 3. De subsidie, vermeld in artikel 1 van dit besluit, is de financiële ondersteuning om in de periode, vermeld in artikel 2 van dit besluit, de volgende activiteiten van de havenkapiteinsdiensten, vermeld in artikel 32 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, te realiseren, op voorwaarde dat die activiteiten binnen de organieke structuur van het havenbedrijf zijn opgedragen aan de havenkapiteinsdienst of zijn geledingen:
1° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling: de planning, de coördinatie, de politionele ordening, de begeleiding en de informatieve ondersteuning van het scheepvaartverkeer bij de in-, door- en uitvaart van de haven, met inbegrip van de organisatie van het verkeer ter hoogte van sluizen die binnen het havengebied liggen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) alle activiteiten voor het aan- en afmeren aan de ligplaatsen en het beheer van de ligplaatsen, uitgezonderd het toezicht op het kaaimaken van de schepen;
b) de loodsdiensten, vermeld in artikel 2, 3°, van het Loodsdecreet van 19 april 1995, verstrekken, met inbegrip van de diensten die de havenloodsen verstrekken;
c) verkeersbegeleidingsdiensten door het Vlaamse Gewest;
2° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de veiligheid: het toezicht, ter uitvoering van de plaatselijke regelgeving, op de veiligheid van de scheepvaart, de organisatie en de actieve participatie bij de uitvoering van nood- en interventieplannen van calamiteiten binnen het havengebied, het toezicht op de vaart van schepen die geladen zijn met gevaarlijke of verontreinigende stoffen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) activiteiten voor de behandeling, de opslag en de overslag van goederen, waaronder gevaarlijke of verontreinigende stoffen;
b) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving, met uitzondering van de melding ISPS aan SafeSeaNet;
3° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de vrijwaring van het milieu: de preventieve, repressieve en curatieve activiteiten met als doel de bescherming, de bewaking en de herstelling van het aquatische milieu binnen de havengebieden, met inbegrip van de melding van scheepsafval en ladingsresiduen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving;
b) afvalolie ophalen en olievlekken opruimen.
1° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling: de planning, de coördinatie, de politionele ordening, de begeleiding en de informatieve ondersteuning van het scheepvaartverkeer bij de in-, door- en uitvaart van de haven, met inbegrip van de organisatie van het verkeer ter hoogte van sluizen die binnen het havengebied liggen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) alle activiteiten voor het aan- en afmeren aan de ligplaatsen en het beheer van de ligplaatsen, uitgezonderd het toezicht op het kaaimaken van de schepen;
b) de loodsdiensten, vermeld in artikel 2, 3°, van het Loodsdecreet van 19 april 1995, verstrekken, met inbegrip van de diensten die de havenloodsen verstrekken;
c) verkeersbegeleidingsdiensten door het Vlaamse Gewest;
2° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de veiligheid: het toezicht, ter uitvoering van de plaatselijke regelgeving, op de veiligheid van de scheepvaart, de organisatie en de actieve participatie bij de uitvoering van nood- en interventieplannen van calamiteiten binnen het havengebied, het toezicht op de vaart van schepen die geladen zijn met gevaarlijke of verontreinigende stoffen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) activiteiten voor de behandeling, de opslag en de overslag van goederen, waaronder gevaarlijke of verontreinigende stoffen;
b) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving, met uitzondering van de melding ISPS aan SafeSeaNet;
3° de volgende activiteiten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de vrijwaring van het milieu: de preventieve, repressieve en curatieve activiteiten met als doel de bescherming, de bewaking en de herstelling van het aquatische milieu binnen de havengebieden, met inbegrip van de melding van scheepsafval en ladingsresiduen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
a) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving;
b) afvalolie ophalen en olievlekken opruimen.
Art. 3. La subvention visée à l'article 1 du présent arrêté est le soutien financier pour réaliser, durant la période visée à l'article 2 du présent arrêté, les activités suivantes des services de capitainerie portuaires visées à l'article 32 du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Centre de Coordination et de Sauvetage maritimes, à condition que ces activités soient, au sein de la structure organique de la régie portuaire, confiées au service de capitainerie portuaire ou à ses entités :
1° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à l'écoulement du trafic : la planification, la coordination, l'organisation policière, l'assistance et le soutien informatif du trafic maritime lors de l'entrée, du passage et de la sortie du port, y compris l'organisation du trafic à hauteur d'écluses situées à l'intérieur de la zone portuaire, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) toutes les activités d'ancrage et d'accostage aux postes d'amarrage et de gestion des postes d'amarrage, à l'exception de la surveillance du quai des navires ;
b) fournir les services de pilotage visés à l'article 2, 3°, du décret du 19 avril relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage, y compris les services fournis par les pilotes portuaires ;
c) services d'accompagnement du trafic par la Région flamande ;
2° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à la sécurité : la surveillance, en application de la réglementation locale, de la sécurité de la navigation, l'organisation et la participation active à l'exécution de plans d'urgence et d'intervention de catastrophes dans la zone portuaire, la surveillance de la navigation des navires chargés de substances dangereuses ou polluantes, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) les activités de manutention, de stockage et de transbordement de marchandises, y compris les substances dangereuses ou polluantes ;
b) les activités des services de capitainerie portuaires en exécution de la réglementation fédérale, à l'exception de la notification ISPS à SafeSeaNet ;
3° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à la conservation de l'environnement : les activités préventives, répressives et curatives ayant pour objet la protection, la surveillance et la réparation du milieu aquatique dans les zones portuaires, y compris la déclaration des déchets d'exploitation des navires et des résidus de cargaison, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) les activités des services de capitainerie portuaires en exécution de la réglementation fédérale ;
b) la collecte des huiles usées et le nettoyage des déversements d'huile.
1° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à l'écoulement du trafic : la planification, la coordination, l'organisation policière, l'assistance et le soutien informatif du trafic maritime lors de l'entrée, du passage et de la sortie du port, y compris l'organisation du trafic à hauteur d'écluses situées à l'intérieur de la zone portuaire, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) toutes les activités d'ancrage et d'accostage aux postes d'amarrage et de gestion des postes d'amarrage, à l'exception de la surveillance du quai des navires ;
b) fournir les services de pilotage visés à l'article 2, 3°, du décret du 19 avril relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage, y compris les services fournis par les pilotes portuaires ;
c) services d'accompagnement du trafic par la Région flamande ;
2° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à la sécurité : la surveillance, en application de la réglementation locale, de la sécurité de la navigation, l'organisation et la participation active à l'exécution de plans d'urgence et d'intervention de catastrophes dans la zone portuaire, la surveillance de la navigation des navires chargés de substances dangereuses ou polluantes, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) les activités de manutention, de stockage et de transbordement de marchandises, y compris les substances dangereuses ou polluantes ;
b) les activités des services de capitainerie portuaires en exécution de la réglementation fédérale, à l'exception de la notification ISPS à SafeSeaNet ;
3° les activités suivantes qui peuvent être explicitement attribuées à la conservation de l'environnement : les activités préventives, répressives et curatives ayant pour objet la protection, la surveillance et la réparation du milieu aquatique dans les zones portuaires, y compris la déclaration des déchets d'exploitation des navires et des résidus de cargaison, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les frais ne peuvent pas être récupérés par la perception de redevances portuaires, le recouvrement judiciaire, l'imputation de frais en exécution de conventions avec d'autres autorités ou d'une autre manière, à l'exception des activités suivantes :
a) les activités des services de capitainerie portuaires en exécution de la réglementation fédérale ;
b) la collecte des huiles usées et le nettoyage des déversements d'huile.
Art. 4. Activiteiten waarvoor met toepassing van andere regelingen van het Vlaamse Gewest of andere overheden subsidies worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 1, als dat ertoe leidt dat dezelfde uitgaven voor die activiteit dubbel worden gesubsidieerd.
Art. 4. Les activités pour lesquelles des subventions sont perçues en application d'autres réglementations de la Région flamande ou d'autres autorités n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi de la subvention visée à l'article 1er, si cela entraîne une double subvention des mêmes dépenses pour cette activité.
Art. 5. Door de activiteiten, vermeld in artikel 3, te realiseren, wordt bijgedragen aan de realisatie van het beleid van de Vlaamse Regering dat betrekking heeft op de havengebieden. De praktische invulling van die realisatie wordt gespecificeerd in afzonderlijke overeenkomsten tussen het Vlaams Gewest en elk van de begunstigden, vermeld in artikel 1.
Art. 5. La réalisation des activités visées à l'article 3 contribue à la réalisation de la politique du Gouvernement flamand qui concerne les zones portuaires. La concrétisation de cette réalisation est spécifiée dans des conventions distinctes entre la Région flamande et chacun des bénéficiaires visés à l'article 1.
Art. 6. Het jaarlijks uit te betalen subsidiebedrag wordt voor elke begunstigde, vermeld in artikel 1, vastgesteld in een ministerieel besluit. Het ministerieel besluit van 2022 [1 , 2023 en 2024]1 wordt opgemaakt na evaluatie van het voorgaande jaar en voor advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Art. 6. Le montant annuel de la subvention à payer est fixé pour chaque bénéficiaire visé à l'article 1 dans un arrêté ministériel. L'arrêté ministériel de 2022 [1 , 2023 et 2024]1 est rédigé après évaluation de l'année précédente et soumis pour avis à l'Inspection des Finances.
Wijzigingen
Art. 7. De subsidie, vermeld in artikel 1, wordt op de volgende wijze uitbetaald:
1° op het einde van elk trimester wordt er een voorschot uitbetaald van maximaal 20%. Het bedrag van het voorschot wordt afgerond op het lager liggende duizendtal. Die voorschotten kunnen alleen verleend worden binnen de perken van de beschikbare kredieten op de begroting, op voorwaarde dat de bepalingen, vermeld in dit besluit, nageleefd worden. De voorschotten mogen niet aangewend worden voor een ander doel dan de opdracht, vermeld in artikel 3;
2° het resterende eindsaldo, namelijk het verschil tussen het subsidiebedrag en de uitbetaalde voorschotten, wordt uitbetaald binnen twee maanden nadat de begunstigde, vermeld in artikel 1, de verantwoording conform artikel 8 heeft voorgelegd en de bevoegde instantie die verantwoording positief heeft beoordeeld.
Als de verantwoording, vermeld in artikel 8, als niet of niet geheel voldoende wordt beoordeeld, kan het uit te betalen subsidiebedrag worden aangepast en opgenomen in een nieuw ministerieel besluit.
1° op het einde van elk trimester wordt er een voorschot uitbetaald van maximaal 20%. Het bedrag van het voorschot wordt afgerond op het lager liggende duizendtal. Die voorschotten kunnen alleen verleend worden binnen de perken van de beschikbare kredieten op de begroting, op voorwaarde dat de bepalingen, vermeld in dit besluit, nageleefd worden. De voorschotten mogen niet aangewend worden voor een ander doel dan de opdracht, vermeld in artikel 3;
2° het resterende eindsaldo, namelijk het verschil tussen het subsidiebedrag en de uitbetaalde voorschotten, wordt uitbetaald binnen twee maanden nadat de begunstigde, vermeld in artikel 1, de verantwoording conform artikel 8 heeft voorgelegd en de bevoegde instantie die verantwoording positief heeft beoordeeld.
Als de verantwoording, vermeld in artikel 8, als niet of niet geheel voldoende wordt beoordeeld, kan het uit te betalen subsidiebedrag worden aangepast en opgenomen in een nieuw ministerieel besluit.
Art. 7. La subvention visée à l'article 1 est payée de la manière suivante :
1° à la fin de chaque trimestre, une avance de maximum 20 % sera payée. Le montant de l'avance est arrondi au millier inférieur. Ces avances ne peuvent être accordées que dans les limites des crédits disponibles au budget, à condition que les dispositions visées au présent arrêté soient respectées. Les avances ne peuvent être affectées à un autre but que le marché visé à l'article 3 ;
2° le solde final restant, à savoir la différence entre le montant de la subvention et les avances payées, est payé dans les deux mois après que le bénéficiaire visé à l'article 1, a présenté la justification conformément à l'article 8 et que l'instance compétente a évalué positivement cette justification.
Si la justification visée à l'article 8 n'est pas ou pas suffisamment évaluée, le montant de la subvention à payer peut être adapté et repris dans un nouvel arrêté ministériel.
1° à la fin de chaque trimestre, une avance de maximum 20 % sera payée. Le montant de l'avance est arrondi au millier inférieur. Ces avances ne peuvent être accordées que dans les limites des crédits disponibles au budget, à condition que les dispositions visées au présent arrêté soient respectées. Les avances ne peuvent être affectées à un autre but que le marché visé à l'article 3 ;
2° le solde final restant, à savoir la différence entre le montant de la subvention et les avances payées, est payé dans les deux mois après que le bénéficiaire visé à l'article 1, a présenté la justification conformément à l'article 8 et que l'instance compétente a évalué positivement cette justification.
Si la justification visée à l'article 8 n'est pas ou pas suffisamment évaluée, le montant de la subvention à payer peut être adapté et repris dans un nouvel arrêté ministériel.
Art. 8. De begunstigden, vermeld in artikel 1, dienen jaarlijks een functionele en financiële verantwoording in van de subsidie, vermeld in artikel 1. In die functionele en financiële verantwoording wordt aangetoond dat, of in welke mate, de activiteiten waarvoor de subsidie is toegekend, gerealiseerd zijn.
De functionele verantwoording, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een omschrijving van de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1;
2° een omschrijving van de personeelsinzet, meer bepaald het aantal vte, die gekoppeld is aan de activiteiten, vermeld in punt 1°.
De financiële verantwoording, vermeld in het eerste lid, omvat een berekening van alle kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1.
De begunstigde, vermeld in artikel 1, bezorgt de verantwoording uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar op elektronische wijze aan de bevoegde instantie.
De functionele verantwoording, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
1° een omschrijving van de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1;
2° een omschrijving van de personeelsinzet, meer bepaald het aantal vte, die gekoppeld is aan de activiteiten, vermeld in punt 1°.
De financiële verantwoording, vermeld in het eerste lid, omvat een berekening van alle kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1.
De begunstigde, vermeld in artikel 1, bezorgt de verantwoording uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar op elektronische wijze aan de bevoegde instantie.
Art. 8. Les bénéficiaires visés à l'article 1 introduisent annuellement une justification fonctionnelle et financière de la subvention visée à l'article 1. Cette justification fonctionnelle et financière démontre que, ou dans quelle mesure, les activités pour lesquelles la subvention a été octroyée ont été réalisées.
La justification fonctionnelle visée à l'alinéa premier contient tous les éléments suivants :
1° une description des activités qui sont effectuées dans le cadre de la subvention visée à l'article 1 ;
2° une description de l'occupation du personnel, plus précisément le nombre d'ETP liés aux activités visées au point 1°.
La justification financière visée à l'alinéa premier comprend un calcul de tous les frais liés aux activités effectuées dans le cadre de la subvention visée à l'article 1.
Le bénéficiaire visé à l'article 1 transmet la justification par voie électronique à l'instance compétente au plus tard six mois après la fin de l'année civile.
La justification fonctionnelle visée à l'alinéa premier contient tous les éléments suivants :
1° une description des activités qui sont effectuées dans le cadre de la subvention visée à l'article 1 ;
2° une description de l'occupation du personnel, plus précisément le nombre d'ETP liés aux activités visées au point 1°.
La justification financière visée à l'alinéa premier comprend un calcul de tous les frais liés aux activités effectuées dans le cadre de la subvention visée à l'article 1.
Le bénéficiaire visé à l'article 1 transmet la justification par voie électronique à l'instance compétente au plus tard six mois après la fin de l'année civile.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de waterinfrastructuur en het waterbeleid, kan een deskundig onderzoek laten verrichten naar de naleving van dit besluit.
Om het onderzoek, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor de waterinfrastructuur en het waterbeleid, de deskundigen aan waaronder minstens één expert op het gebied van financieel-administratieve controle. De begunstigde, vermeld in artikel 1, is verplicht aan die deskundigen alle medewerking te verlenen die nodig is voor het onderzoek.
Om het onderzoek, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor de waterinfrastructuur en het waterbeleid, de deskundigen aan waaronder minstens één expert op het gebied van financieel-administratieve controle. De begunstigde, vermeld in artikel 1, is verplicht aan die deskundigen alle medewerking te verlenen die nodig is voor het onderzoek.
Art. 9. Le ministre flamand compétent pour l'infrastructure hydraulique et la politique de l'eau peut faire procéder à une enquête sur le respect du présent arrêté.
Pour mener l'enquête visée à l'alinéa premier, le ministre flamand compétent pour l'infrastructure hydraulique et la politique de l'eau désigne les experts, dont au moins un expert dans le domaine du contrôle financier et administratif. Le bénéficiaire visé à l'article 1 est tenu d'apporter à ces experts toute la collaboration nécessaire à l'enquête.
Pour mener l'enquête visée à l'alinéa premier, le ministre flamand compétent pour l'infrastructure hydraulique et la politique de l'eau désigne les experts, dont au moins un expert dans le domaine du contrôle financier et administratif. Le bénéficiaire visé à l'article 1 est tenu d'apporter à ces experts toute la collaboration nécessaire à l'enquête.
Art. 10. In de volgende gevallen kan de Vlaamse Regering de subsidie, vermeld in artikel 1, volledig of gedeeltelijk intrekken:
1° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft niet voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie;
2° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt en het verstrekken van juiste en volledige gegevens zou tot een andere beslissing over de aanvraag tot subsidiëring hebben geleid;
3° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, verhindert de onderzoeken, vermeld in artikel 9 van dit besluit;
4° de subsidie is verleend in strijd met de bepalingen van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum of dit besluit, en de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, wist dat of behoorde dat te weten;
5° conform artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de subsidiëring door een onherroepelijke beschikking van de Europese Commissie onredelijk geacht, ongeacht of ze door het Vlaamse Gewest is aangemeld of niet;
6° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft andere financiële steun ontvangen voor de opdracht;
7° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft bedrog of misbruik gepleegd;
8° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft de bepalingen van de individuele overeenkomst, vermeld in artikel 5 van dit besluit, niet nageleefd.
1° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft niet voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie;
2° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt en het verstrekken van juiste en volledige gegevens zou tot een andere beslissing over de aanvraag tot subsidiëring hebben geleid;
3° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, verhindert de onderzoeken, vermeld in artikel 9 van dit besluit;
4° de subsidie is verleend in strijd met de bepalingen van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum of dit besluit, en de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, wist dat of behoorde dat te weten;
5° conform artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de subsidiëring door een onherroepelijke beschikking van de Europese Commissie onredelijk geacht, ongeacht of ze door het Vlaamse Gewest is aangemeld of niet;
6° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft andere financiële steun ontvangen voor de opdracht;
7° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft bedrog of misbruik gepleegd;
8° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft de bepalingen van de individuele overeenkomst, vermeld in artikel 5 van dit besluit, niet nageleefd.
Art. 10. Dans les cas suivants, le Gouvernement flamand peut retirer totalement ou partiellement la subvention visée à l'article 1 :
1° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté n'a pas satisfait aux obligations liées à la subvention ;
2° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté a fourni des données inexactes ou incomplètes et la communication de données exactes et complètes aurait conduit à une autre décision concernant la demande de subventionnement ;
3° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté empêche les enquêtes visées à l'article 9 du présent arrêté ;
4° la subvention a été octroyée en violation des dispositions du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Centre de Coordination et de Sauvetage maritimes ou du présent arrêté, et le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté le savait ou devait le savoir ;
5° conformément à l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, la subvention est jugée déraisonnable par une décision irrévocable de la Commission européenne, qu'elle ait été notifiée ou non par la Région flamande ;
6° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté a reçu d'autres aides financières pour le marché ;
7° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté, a pratiqué un dol ou un abus ;
8° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté n'a pas respecté les dispositions de la convention individuelle visée à l'article 5 du présent arrêté.
1° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté n'a pas satisfait aux obligations liées à la subvention ;
2° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté a fourni des données inexactes ou incomplètes et la communication de données exactes et complètes aurait conduit à une autre décision concernant la demande de subventionnement ;
3° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté empêche les enquêtes visées à l'article 9 du présent arrêté ;
4° la subvention a été octroyée en violation des dispositions du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Centre de Coordination et de Sauvetage maritimes ou du présent arrêté, et le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté le savait ou devait le savoir ;
5° conformément à l'article 107 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, la subvention est jugée déraisonnable par une décision irrévocable de la Commission européenne, qu'elle ait été notifiée ou non par la Région flamande ;
6° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté a reçu d'autres aides financières pour le marché ;
7° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté, a pratiqué un dol ou un abus ;
8° le bénéficiaire visé à l'article 1 du présent arrêté n'a pas respecté les dispositions de la convention individuelle visée à l'article 5 du présent arrêté.
Art. 11. Als de subsidie, vermeld in artikel 1, volledig of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt de begunstigde, vermeld in artikel 1, met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing om de subsidie volledig of gedeeltelijk in te trekken.
De intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uit te betalen subsidie is vastgesteld in het ministerieel besluit, vermeld in artikel 6, tenzij de Vlaamse Regering dat bij de gehele of gedeeltelijke intrekking anders heeft bepaald.
Het bedrag dat te veel is uitgekeerd, wordt teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest. Alle bedragen, met inbegrip van de interest, zijn onmiddellijk en zonder verdere ingebrekestelling opeisbaar.
De intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uit te betalen subsidie is vastgesteld in het ministerieel besluit, vermeld in artikel 6, tenzij de Vlaamse Regering dat bij de gehele of gedeeltelijke intrekking anders heeft bepaald.
Het bedrag dat te veel is uitgekeerd, wordt teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest. Alle bedragen, met inbegrip van de interest, zijn onmiddellijk en zonder verdere ingebrekestelling opeisbaar.
Art. 11. Si la subvention visée à l'article 1 est retirée totalement ou partiellement, le bénéficiaire visé à l'article 1 est informé par lettre recommandée de la décision de retirer totalement ou partiellement la subvention.
Le retrait rétroagit au moment où la subvention à payer est fixée dans l'arrêté ministériel visé à l'article 6, sauf si le Gouvernement flamand en a disposé autrement lors du retrait total ou partiel.
Le montant versé en trop sera réclamé, majoré des intérêts de retard légaux. Tous les montants, y compris les intérêts, sont exigibles immédiatement et sans autre mise en demeure.
Le retrait rétroagit au moment où la subvention à payer est fixée dans l'arrêté ministériel visé à l'article 6, sauf si le Gouvernement flamand en a disposé autrement lors du retrait total ou partiel.
Le montant versé en trop sera réclamé, majoré des intérêts de retard légaux. Tous les montants, y compris les intérêts, sont exigibles immédiatement et sans autre mise en demeure.
Art. 12. Het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 betreffende de bepalingen inzake het toekennen van subsidies aan de havenbedrijven ten behoeve van de havenkapiteinsdiensten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling, de veiligheid en de vrijwaring van het milieu, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2006, wordt opgeheven.
Art. 12. L'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 relatif aux dispositions en matière de l'octroi de subventions aux régies portuaires au profit des services des capitaineries portuaires pouvant être explicitement attribuées au déroulement du trafic, à la sécurité et à la préservation de la nature, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 mai 2006, est abrogé.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1 janvier 2021.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de waterinfrastructuur en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre flamand ayant l'infrastructure hydraulique et la politique de l'eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.