Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 JULI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten over radio-omroep
Titre
2 JUILLET 2021. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s relatifs Ă  la radiodiffusion
Documentinformatie
Numac: 2021032134
Datum: 2021-07-02
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021032134
Date: 2021-07-02
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juni 2003 betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroepen
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juin 2003 relatif Ă  l'octroi d'autorisations d'Ă©mission aux radiodiffuseurs privĂ©s communautaires, rĂ©gionaux, en rĂ©seau ou locaux agréés
Artikel 1. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juni 2003 betreffende de toekenning van zendvergunningen aan de erkende particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroepen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede "regionale," opgeheven.
Article 1er. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juin 2003 relatif Ă  l'octroi d'autorisations d'Ă©mission aux radiodiffuseurs privĂ©s communautaires, rĂ©gionaux, en rĂ©seau ou locaux agréés, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " rĂ©gionaux, " est abrogĂ©.
Art. 2. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede "regionale," opgeheven.
Art. 2. A l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " rĂ©gionaux, " est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2006 relatif Ă  la procĂ©dure pour le " Vlaamse Regulator voor de Media " (RĂ©gulateur flamand pour les MĂ©dias)
Art. 3. In artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007, 29 januari 2010 en 21 april 2017, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
" § 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing op de aanvragen voor de erkenningen van de landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties.".
Art. 3. A l'article 20 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2006 relatif Ă  la procĂ©dure pour le RĂ©gulateur flamand pour les MĂ©dias, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 mars 2007, 29 janvier 2010 et 21 avril 2017, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 3. Les paragraphes 1er et 2 ne sont pas applicables aux demandes d'agrément des organismes de radiodiffusion communautaires, en réseau et locaux. "
Art. 4. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de artikelen 21 tot en met 23, het laatste lid van paragraaf 2 van artikel 24, en artikel 25 tot en met 28 van afdeling II opgeheven.
Art. 4. Au chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les articles 21 Ă  23 inclus, le dernier alinĂ©a du paragraphe 2 de l'article 24, et les articles 25 Ă  28 inclus de la section II sont abrogĂ©s.
Art. 5. In hoofdstuk III van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt in het opschrift van afdeling III de zinsnede "regionale," opgeheven.
Art. 5. Au chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " rĂ©gionales " dans l'intitulĂ© de la section III est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 januari 2010 en 21 april 2017, wordt de zinsnede "regionale," opgeheven.
Art. 6. A l'article 35, premier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 janvier 2010 et 21 avril 2017, le membre de phrase " rĂ©gional, " est abrogĂ©.
Art. 7. In artikel 39, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede ", regionale" opgeheven.
Art. 7. A l'article 39, premier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " , rĂ©gionaux " est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif aux conditions et Ă  la procĂ©dure d'obtention d'une licence en vue de la fourniture d'un rĂ©seau de radiodiffusion et de tĂ©lĂ©vision et aux autorisations d'Ă©mission y affĂ©rentes
Art. 8. Aan artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 betreffende de voorwaarden en procedure voor het verkrijgen van een licentie voor het aanbieden van een radio- of televisieomroepnetwerk en de bijbehorende zendvergunningen wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De verlengingsmogelijkheid, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, geldt niet voor licenties die uitgereikt worden voor het aanbieden van een radio-omroepnetwerk.".
Art. 8. A l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 relatif aux conditions et Ă  la procĂ©dure d'obtention d'une licence en vue de la fourniture d'un rĂ©seau de radiodiffusion et de tĂ©lĂ©vision et aux autorisations d'Ă©mission y affĂ©rentes est ajoutĂ© un quatriĂšme alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" La possibilité de prolongation, visée aux alinéas premier à trois inclus, ne s'applique pas aux licences qui sont délivrées pour la fourniture d'un réseau de radiodiffusion. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 houdende diverse uitvoeringsbepalingen over radio-omroep en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 portant diverses dispositions d'exĂ©cution relatives aux organismes de radiodiffusion sonore et modifiant divers arrĂȘtĂ©s relatifs Ă  la radiodiffusion sonore
Art. 9. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep wordt vervangen door wat volgt:
"Besluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 houdende diverse uitvoeringsbepalingen over de landelijke, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties en houdende wijziging van diverse besluiten over radio-omroep.".
Art. 9. L'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 portant diverses dispositions d'exĂ©cution relatives aux organismes de radiodiffusion sonore en rĂ©seau et locaux et modifiant divers arrĂȘtĂ©s relatifs Ă  la radiodiffusion sonore est remplacĂ© par ce qui suit :
" ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 portant diverses dispositions d'exĂ©cution relatives aux organismes de radiodiffusion sonore communautaires, en rĂ©seau et locaux et modifiant divers arrĂȘtĂ©s relatifs Ă  la radiodiffusion sonore ".
Art. 10. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 3/1, die bestaat uit artikel 5/1, ingevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 3/1. Aanvullende kwalificatiecriteria voor de landelijke radio-omroeporganisaties
Art. 5/1. De volgende criteria zijn de aanvullende kwalificatiecriteria voor de landelijke radio-omroeporganisaties, vermeld in artikel 138, § 2, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009, waaraan de aanvragen tot erkenning inhoudelijk en kwalitatief worden getoetst:
1° voor de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering:
a) het format;
b) de programma's in het zendschema;
c) de kwalitatieve inhoud en de diversiteit van de programma's naar aanbod van muziek, informatie en ontspanning;
d) de aandacht die besteed wordt aan de programmamix, aan de journaals, aan de informatie en informatieve programma's, aan cultuur, aan de muzikale keuzes, aan serviceprogramma's en infotainment;
e) de invulling van het programma-aanbod voor informatie, met bijzondere aandacht voor:
1) het aantal geplande nieuwsuitzendingen per dag;
2) de verscheidenheid aan onderwerpen in de nieuwsuitzendingen;
3) de voorgenomen verslaggeving van sociale en culturele evenementen binnen het verzorgingsgebied;
4) het aantal erkende beroepsjournalisten, stagiairs-beroepsjournalisten, en overige redactiemedewerkers;
5) de werking van de eigen nieuwsdienst;
6) de investeringen in de eigen nieuwsdienst;
7) de ervaring die de kandidaat al heeft opgedaan op het vlak van de verzorging van de berichtgeving;
f) de aantoonbare maatschappelijke waarde van het omroepprogramma. De aantoonbare maatschappelijke waarde is de omschrijving van wat het concept van de kandidaat kan betekenen als meerwaarde voor de samenleving;
g) een audiodemo die de elementen, vermeld in punt a) tot en met f), reflecteert;
2° voor de media-ervaring:
a) de opgedane media-ervaring van de rechtspersoon en van het team van medewerkers, inzonderheid inzake omroep;
b) de creatieve inbreng van de medewerkers;
c) de opgedane media-ervaring in de Vlaamse mediasector, in het bijzonder de auditieve sector, zowel van de rechtspersoon als van het team van medewerkers;
d) voor het hoofd van de landelijke omroeporganisatie, een relevante ervaring van ten minste vijf jaar in de auditieve mediasector of in een crossmediale mediaonderneming.
3° voor het financiële plan: een nota waaruit blijkt hoe en wanneer het businessplan zal worden verwezenlijkt aan de hand van een geprojecteerde balans, een geprojecteerde resultatenrekening en een kasstroomplan van minstens de drie eerstvolgende exploitatiejaren. Alsook een nota waarin de specificatie van de herkomst van de financiële middelen, zowel het eigen vermogen als het vreemd vermogen, die het mogelijk maken het dossier uit te voeren, beschreven wordt;
4° voor het businessplan:
a) de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de landelijke radio-omroeporganisatie;
b) de activiteiten die uitgebouwd worden om de vereiste visie en doelstellingen, vermeld in punt a), te realiseren, de manier waarop dat zal gebeuren, de acties en middelen, in het bijzonder de gedane en voorgenomen investeringen, de omschrijving van de beoogde doelgroep, het geraamde marktaandeel en de verhouding ervan met de adverteerders- en luisteraarsmarkt;
5° voor de technische (zend)infrastructuur:
a) de gedetailleerde technische uitrusting, studio's, infrastructuur, transmissie met aandacht voor de continuĂŻteit van de uitzendingen, vestiging en uitbouw van het zenderpark;
b) de vooruitzichten en uitrol inzake technische investeringen;
6° voor de verwezenlijkingen, plannen, intenties, en engagementen rond digitale radio-uitzendingen via DAB+ en andere vormen van digitale radio:
a) de uitzendingen die de kandidaat op de dag van het indienen van de aanvraag tot erkenning verzorgt via de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;
b) de mensen en middelen die worden ingezet voor de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;
c) een planning en beschrijving van campagnes over de verschillende vormen van digitaal radioluisteren;
d) de toekomstige engagementen van de kandidaat voor de verschillende vormen van digitaal radioluisteren.
De kwalificatiecriteria, vermeld in het eerste lid, worden op de volgende wijze gewogen:
1° 30% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 1° ;
2° 20% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 2° ;
3° 5% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 3° ;
4° 10% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 4° ;
5° 10% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 5° ;
6° 25% voor het criterium, vermeld in het eerste lid, 6°. ".
Art. 10. Au chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une section 3/1, composĂ©e de l'article 5/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Section 3/1. CritĂšres de qualification additionnels pour les organismes de radiodiffusion sonore communautaires
Art. 5/1. Les critÚres suivants sont les critÚres de qualification additionnels pour les organismes de radiodiffusion sonore nationaux, visés à l'article 138, § 2, deuxiÚme alinéa, du décret du 27 mars 2009, au regard desquels les demandes d'agrément sont examinées sur le plan du contenu et de la qualité :
1° pour ce qui est de la concrétisation de l'offre de programmes et de la grille d'émission, en particulier la diversité de la programmation :
a) le format ;
b) les programmes de la grille d'émission ;
c) le contenu qualitatif et la diversité des programmes en termes de musique, d'information et de divertissement ;
d) l'attention portée au mélange des programmes, aux journaux, à l'information et aux programmes informatifs, à la culture, aux choix musicaux, aux programmes de service et à l'infodivertissement ;
e) la concrétisation de l'offre de programmes d'information, avec une attention particuliÚre pour :
1) le nombre d'émissions d'information prévues par jour ;
2) la diversité des sujets traités dans les émissions d'information ;
3) la couverture envisagée d'événements sociaux et culturels dans la zone de desserte ;
4) le nombre de journalistes professionnels agréés, de journalistes professionnels stagiaires et d'autres collaborateurs de rédaction ;
5) le fonctionnement du propre service des informations ;
6) les investissements dans le propre service des informations ;
7) l'expérience que le candidat a déjà acquise dans le domaine de la diffusion de bulletins d'information ;
f) la valeur sociale démontrable du programme de radiodiffusion. La valeur sociale démontrable est la description de la plus-value que peut constituer le concept du candidat pour la société ;
g) une démonstration audio qui reflÚte les éléments visés aux points a) à f) ;
2° pour ce qui est de l'expérience dans les médias :
a) l'expérience acquise dans les médias de la personne morale et de l'équipe de collaborateurs, notamment en matiÚre de radiodiffusion ;
b) l'apport créatif des collaborateurs ;
c) l'expérience médiatique acquise dans le secteur flamand des médias, en particulier le secteur des médias auditifs, tant de la personne morale que de l'équipe de collaborateurs ;
d) pour le responsable de l'organisme de radiodiffusion sonore communautaire, une expérience pertinente de cinq ans au moins dans le secteur des médias auditifs ou dans une entreprise de médias crossmedia.
3° pour ce qui est du plan financier : une note indiquant comment et quand le plan d'affaires sera réalisé à l'aide d'une projection bilantaire, d'une projection du compte de résultats et d'un plan de flux de trésorerie des trois prochaines années d'exploitation au moins. Ainsi qu'une note spécifiant l'origine des moyens financiers, tant en fonds propres qu'en fonds empruntés, qui permettront de réaliser le dossier ;
4° pour ce qui est du plan d'affaires :
a) la vision stratégique à plus long terme et les objectifs pour le développement ultérieur de l'organisme de radiodiffusion sonore communautaire ;
b) les activités développées pour réaliser la vision et les objectifs requis, visés au point a), la méthode, les actions et les moyens mis en oeuvre, en particulier les investissements consentis et envisagés, la définition du groupe-cible visé, la part de marché estimée et sa proportion par rapport au marché des annonceurs et auditeurs ;
5° pour ce qui est de l'infrastructure (d'émission) technique :
a) les détails en matiÚre d'équipement technique, de studios, d'infrastructure, de transmission en tenant compte de la continuité des émissions, de l'implantation et du développement du parc d'émetteurs ;
b) les perspectives et le déploiement des investissements techniques ;
6° pour ce qui est des réalisations, projets, intentions et engagements en matiÚre de radiodiffusion numérique via DAB+ et d'autres formes de radio numérique :
a) les émissions que le candidat fournit le jour de l'introduction de la demande d'agrément via les différentes formes d'écoute radio numérique ;
b) les personnes et les moyens mis en oeuvre pour les différentes formes d'écoute radio numérique ;
c) un planning et une description des campagnes sur les différentes formes d'écoute radio numérique ;
d) les futurs engagements du candidat pour les différentes formes d'écoute radio numérique.
Les critÚres de qualification visés à l'alinéa premier sont pondérés comme suit :
1° 30 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 1° ;
2° 20 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 2° ;
3° 5 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 3° ;
4° 10 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 4° ;
5° 10 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 5° ;
25 % pour le critÚre visé à l'alinéa premier, 6°. ".
Art. 11. Aan artikel 9, § 3, van hetzelfde besluit wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor eenzelfde omroepprogramma kunnen maximum twee dossiers worden ingediend.".
Art. 11. Un quatriĂšme alinĂ©a est ajoutĂ© Ă  l'article 9, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Deux dossiers maximum peuvent ĂȘtre dĂ©posĂ©s pour un mĂȘme programme de radiodiffusion. ".
Art. 12. Aan artikel 19, § 3, van hetzelfde besluit wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor eenzelfde omroepprogramma kunnen maximum twee dossiers worden ingediend.".
Art. 12. Un cinquiĂšme alinĂ©a est ajoutĂ© Ă  l'article 19, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" Deux dossiers maximum peuvent ĂȘtre dĂ©posĂ©s pour un mĂȘme programme de radiodiffusion. ".
Art. 13. Aan hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit worden een afdeling 6, die bestaat uit artikel 25/1 tot en met 25/9, en een afdeling 7, die bestaat uit artikel 25/10 toegevoegd, die luiden als volgt:
"Afdeling 6. De erkenningsprocedure voor de landelijke radio-omroeporganisaties
Art. 25/1. De minister maakt in het Belgisch Staatsblad de oproep tot kandidaatstelling als landelijke radio-omroeporganisatie bekend, met vermelding van de nadere modaliteiten.
Art. 25/2. De aanvragen van erkenningen worden ingediend door een persoon die volgens de wet of de statuten bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
Art. 25/3. De aanvragen voor een erkenning worden ingediend bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media via de door het Departement Cultuur, Jeugd en Media ter beschikking gestelde webtoepassing.
Het Departement Cultuur, Jeugd en Media kan deze webtoepassing inzetten voor alle communicatie tussen het Departement Cultuur, Jeugd en Media en de kandidaat over de door hem ingediende aanvraag.
Art. 25/4. § 1. Een kandidaat kan op straffe van onontvankelijkheid maximaal twee dossiers tot erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie indienen. Elk ingediend dossier betreft een verschillend omroepprogramma.
Als bij een erkenningsronde verschillende erkenningen uit te reiken zijn, geeft de kandidaat per ingediend dossier aan voor welke frequentiepakketten hij kandideert, met vermelding van de volgorde en de voorkeur van de pakketten.
§ 2. Kandidaten die een dossier indienen waarbij niet alle frequentiecapaciteit wordt gebruikt, komen niet in aanmerking voor erkenning.
§ 3. De aanvragen tot het verkrijgen van een erkenning worden op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen dertig dagen vanaf de publicatie van de oproep in het Belgisch Staatsblad, vermeld in artikel 25/1, ingediend bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media. Die termijn kan niet verlengd of ingekort worden.
§ 4. De aanvraagdossiers bestaan uit de erkenningsaanvraag en alle bijbehorende documenten. De nadere modaliteiten over de elektronische indiening worden bepaald in de oproepen.
§ 5. De procedure van toekenning start de eerste werkdag nadat de periode van dertig dagen, vermeld in paragraaf 3, is verstreken.
§ 6. Bij de kandidaten die twee dossiers indienen en twee erkenningen als landelijke radio-omroeporganisatie verkrijgen, vervalt automatisch de eerder verkregen erkenning als netwerkradio-omroeporganisatie indien deze kandidaat reeds een erkenning had als netwerkradio-omroeporganisatie. Bij de kandidaten die één of twee dossiers indienen en één of twee erkenningen als landelijke radio-omroeporganisatie verkrijgen, vervalt automatisch de eerder verkregen erkenning als lokale radio-omroeporganisatie indien deze kandidaat reeds een erkenning had als lokale radio-omroeporganisatie.
Art. 25/5. De aanvraag tot erkenning van een landelijke radio-omroeporganisatie bevat al de volgende documenten en gegevens:
1° de identificatie van de kandidaat, inclusief het bewijs dat de kandidaat gemachtigd is om namens de rechtspersoon een aanvraag in te dienen. Dat kan blijken door de verwijzing naar de benoeming op basis van de statuten of op basis van een volmachtsdocument namens de rechtspersoon;
2° de statuten van de rechtspersoon;
3° de lijst van bestuurders, met de vermelding van hun functie in de rechtspersoon;
4° een opgave van de plaats waar de maatschappelijke zetel, de exploitatiezetel, de uitzendstudio, de productie-installaties en de zendinstallaties zullen liggen;
5° het redactiestatuut;
6° een opgave van de medewerkers bij de start;
7° het bewijs van betaling van de som zoals bepaald in artikel 25/6, eerste lid;
8° de roepnaam van het radiostation;
9° de nodige aanvullende documenten en bewijzen voor de motivering van de erkenningsvoorwaarden en de invulling van de aanvullende kwalificatiecriteria.
Art. 25/6. Elke kandidaat van een erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie betaalt, voor de indiening van de aanvraag bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media, een som van 50.000 euro per ingediend dossier om de kosten voor de administratieve handelingen te dekken.
Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het bewijs van betaling bij elk dossier gevoegd. In geen geval kan de kandidaat van een erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie de rechtstreeks of onrechtstreeks opgelopen kosten in het kader van de procedure terugvorderen van de Vlaamse overheid. Alleen als de aanvraag niet voldoet aan de ontvankelijkheidvoorwaarden, vermeld in artikel 25/5, kan de betaalde som worden teruggevorderd.
Art. 25/7. Elke ontvankelijk bevonden kandidaat legt bij de Deposito- en Consignatiekas in geld of in openbare fondsen een borgtocht van 150.000 euro neer om de geldelijke verplichtingen te waarborgen die aan de landelijke radio-omroeporganisatie worden opgelegd. Die borgtocht wordt neergelegd uiterlijk tien dagen na de dag waarop de kandidaat de beslissing, vermeld in artikel 25/8, § 1, ontvangt. Indien de borgtocht niet tijdig wordt neergelegd, komt de kandidaat niet in aanmerking voor erkenning.
Art. 25/8. § 1. Binnen 30 dagen nadat de datum om een dossier in te dienen is verstreken, zendt de minister aan alle kandidaten voor het verkrijgen van een erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie een lijst van alle kandidaturen die de minister ontvankelijk heeft bevonden.
§ 2. De minister erkent de landelijke radio-omroeporganisaties uit de ontvankelijk bevonden kandidaturen binnen 120 dagen vanaf de datum van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1. Als de minister binnen de voormelde periode geen beslissing neemt, wordt een erkenning geacht niet toegekend te zijn.
Een kandidaat voert, zoals beschreven in het dossier, het door hem ingediende dossier uit.
Art. 25/9. De erkende kandidaat wordt binnen de termijn van 120 dagen, vermeld in artikel 13, tweede lid, met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van het erkenningsbesluit.
Elke niet-erkende kandidaat ontvangt met een aangetekende brief een afschrift van het erkenningsbesluit.
Afdeling 7. Verwerken van persoonsgegevens
Art. 25/10. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit besluit, en meer bepaald voor het vaststellen en organiseren van de erkenningsprocedures voor de netwerkradio-, lokale radio-, en landelijke radio-omroeporganisaties ter uitvoering van artikel 132 van het decreet van 27 maart 2009.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit besluit heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen:
1° medewerkers van radio-omroeporganisaties;
2° vertegenwoordigers en gemachtigden van radio-omroeporganisaties;
3° bestuurders van radio-omroeporganisaties;
4° contactpersonen.
De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit wijzigingsdecreet heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° identificatiegegevens, rijksregisternummer of identificatienummer van de sociale zekerheid en andere identificatiegegevens;
2° contactgegevens;
3° technische, commerciële, administratieve en radio-eigen competenties;
4° tewerkstellingsgegevens en mandaten.
Ter uitvoering van artikel 32 van de voormelde verordening worden de persoonsgegevens beveiligd conform de dataclassificatie en de richtlijnen van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, die zijn opgesteld ter uitvoering van artikel III.74, tweede lid, 3°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De maximale bewaringstermijnen voor persoonsgegevens die op basis van dit besluit worden verwerkt conform artikel 5, lid 1, e), van de voormelde verordening, worden vastgelegd in beheersregels, overeenkomstig artikel III.81, § 2, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Bij het bepalen van deze bewaartermijnen dient rekening te worden gehouden met de duur van de erkenning en de cultuurhistorische waarde.".
Art. 13. Au chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, une section 6, qui se compose de l'article 25/1 Ă  25/9 inclus, et une section 7, qui se compose de l'article 25/10, sont ajoutĂ©es, rĂ©digĂ©es comme suit :
" Section 6. La procédure d'agrément des organismes de radiodiffusion sonore communautaires
Art. 25/1. Le ministre annonce au Moniteur belge l'appel à candidatures en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire, avec mention des modalités.
Art. 25/2. Les demandes d'agrément sont introduites par une personne habilitée par la loi ou les statuts à représenter la personne morale.
Art. 25/3. Les demandes d'agrément sont introduites auprÚs du Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias via l'application web mise à disposition par le Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias.
Le Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias peut utiliser cette application web pour toute communication entre le Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias et le candidat concernant la demande qu'il a introduite.
Art. 25/4. § 1. Sous peine d'irrecevabilité, un candidat peut introduire au maximum deux dossiers d'agrément en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire. Chaque dossier introduit concerne un programme de radiodiffusion différent.
Si, lors d'un tour d'agrĂ©ment, plusieurs agrĂ©ments peuvent ĂȘtre dĂ©livrĂ©s, le candidat indique pour chaque dossier introduit pour quels paquets de frĂ©quences il pose sa candidature, en indiquant l'ordre de prĂ©fĂ©rence entre les paquets.
§ 2. Les candidats qui introduisent un dossier pour lequel toute la capacité de fréquence n'est pas utilisée ne sont pas éligibles à l'agrément.
§ 3. Sous peine d'irrecevabilitĂ©, les demandes d'obtention d'un agrĂ©ment sont introduites dans les trente jours Ă  compter de la publication de l'appel au Moniteur belge, visĂ© Ă  l'article 25/1, auprĂšs du DĂ©partement de la Culture, de la Jeunesse et des MĂ©dias. Ce dĂ©lai ne peut ĂȘtre ni prolongĂ©, ni Ă©courtĂ©.
§ 4. Les dossiers de demande se composent de la demande d'agrĂ©ment et de tous les documents connexes. Les modalitĂ©s du dĂ©pĂŽt par voie Ă©lectronique sont arrĂȘtĂ©es dans les appels.
§ 5. La procédure d'octroi débute le premier jour ouvrable qui suit l'expiration du délai de trente jours visé au paragraphe 3.
§ 6. Pour les candidats qui introduisent deux dossiers et obtiennent deux agréments en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire, l'agrément précédemment obtenu en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore en réseau est automatiquement supprimé si ce candidat avait déjà un agrément en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore en réseau. Pour les candidats qui introduisent un ou deux dossiers et obtiennent un ou deux agréments en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire, l'agrément précédemment obtenu en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore local est automatiquement supprimé si ce candidat avait déjà un agrément en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore local.
Art. 25/5. La demande d'agrément d'un organisme de radiodiffusion sonore communautaire contient l'ensemble des documents et éléments suivants :
1° l'identification du candidat, y compris la preuve qu'il est habilitĂ© Ă  introduire une demande au nom de la personne morale. Elle peut ĂȘtre attestĂ©e par le renvoi Ă  la nomination sur la base des statuts ou sur la base d'un document de procuration au nom de la personne morale ;
2° les statuts de la personne morale ;
3° la liste des administrateurs, avec mention de leur fonction au sein de la personne morale ;
4° l'indication du lieu d'implantation du siÚge social, du siÚge d'exploitation, du studio d'émission, des installations de production et des installations d'émission ;
5° le statut rédactionnel ;
6° une liste des collaborateurs au départ ;
7° la preuve du paiement de la somme visée à l'article 25/6, alinéa premier ;
8° l'indicatif d'appel de la station de radio ;
9° les documents et preuves complémentaires nécessaires à la motivation des conditions d'agrément et la concrétisation des critÚres de qualification additionnels.
Art. 25/6. Avant l'introduction de sa demande auprÚs du Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias, tout candidat à un agrément en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire paie, par dossier introduit, la somme de 50 000 euros par dossier introduit afin de couvrir les frais des actes administratifs.
Sous peine d'irrecevabilitĂ©, la preuve de paiement est jointe Ă  chaque dossier. En aucun cas, le candidat Ă  un agrĂ©ment en tant qu'organisme de radiodiffusion sonore communautaire ne peut rĂ©cupĂ©rer les frais exposĂ©s directement ou indirectement dans le cadre de la procĂ©dure auprĂšs du Gouvernement flamand. La somme versĂ©e ne peut ĂȘtre rĂ©cupĂ©rĂ©e que si la demande ne satisfait pas aux conditions de recevabilitĂ© visĂ©es Ă  l'article 25/5.
Art. 25/7. Tout candidat déclaré recevable dépose auprÚs de la Caisse des dépÎts et consignations, en argent ou en fonds publics, une caution de 150 000 euros à titre de garantie des obligations financiÚres qui sont imposées à l'organisme de radiodiffusion sonore communautaire. Cette caution est déposée au plus tard dix jours aprÚs le jour de la réception par le candidat de la décision visée à l'article 25/8, § 1. Si la caution n'est pas déposée à temps, le candidat n'est pas éligible à l'agrément.
Art. 25/8. § 1. Dans les 30 jours suivant l'expiration du délai de dépÎt d'un dossier, le ministre envoie à tous les candidats à l'obtention d'un agrément comme organisme de radiodiffusion sonore communautaire une liste de toutes les candidatures qu'il a jugées recevables.
§ 2. Le ministre agrée les organismes de radiodiffusion sonore communautaires parmi les candidatures jugées recevables dans les 120 jours à compter de la date de la notification visée au paragraphe 1. Si le ministre ne prend pas de décision dans le délai précité, l'agrément est réputé ne pas avoir été accordé.
Un candidat exécute, comme décrit dans le dossier, le dossier qu'il a déposé.
Art. 25/9. Le candidat agréé est informé par lettre recommandée de la décision d'agrément dans le délai de 120 jours visé à l'article 13, deuxiÚme alinéa.
Tout candidat non agréé reçoit, par lettre recommandée, une copie de la décision d'agrément.
Section 7. Traitement des données à caractÚre personnel
Art. 25/10. Le DĂ©partement de la Culture, de la Jeunesse et des MĂ©dias agit en tant que responsable du traitement tel que visĂ© Ă  l'article 4, 7), du rĂšglement (UE) 2016/679 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 27 avril 2016 relatif Ă  la protection des personnes physiques Ă  l'Ă©gard du traitement des donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel et Ă  la libre circulation de ces donnĂ©es et abrogeant la directive 95/46/CE (rĂšglement gĂ©nĂ©ral sur la protection des donnĂ©es) pour le traitement des donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel dans le cadre du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et plus particuliĂšrement pour l'Ă©tablissement et l'organisation des procĂ©dures d'agrĂ©ment des organismes de radiodiffusion sonore en rĂ©seau, locaux et nationaux en exĂ©cution de l'article 132 du dĂ©cret du 27 mars 2009.
Le traitement de donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel dans le cadre du prĂ©sent arrĂȘtĂ© concerne les catĂ©gories de personnes concernĂ©es suivantes :
1° collaborateurs d'organismes de radiodiffusion sonore ;
2° représentants et mandataires d'organismes de radiodiffusion sonore ;
3° administrateurs d'organismes de radiodiffusion sonore ;
4° personnes de contact.
Le traitement de données à caractÚre personnel dans le cadre du présent décret de modification concerne les catégories de données à caractÚre personnel suivantes :
1° données d'identification, numéro de registre national ou numéro d'identification de la sécurité sociale et autres données d'identification ;
2° coordonnées ;
3° compétences techniques, commerciales, administratives et propres à la radio ;
4° données d'emploi et mandats.
En exécution de l'article 32 du rÚglement susmentionné, les données à caractÚre personnel sont protégées conformément à la classification des données et aux directives de l'organe de pilotage de la politique flamande de l'information et des TIC, qui sont établies en exécution de l'article III.74, deuxiÚme alinéa, 3°, du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018.
Les dĂ©lais maximaux de conservation des donnĂ©es Ă  caractĂšre personnel traitĂ©es sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 5, alinĂ©a 1er, e), du rĂšglement prĂ©citĂ© sont fixĂ©s dans des rĂšgles de gestion, conformĂ©ment Ă  l'article III.81, § 2, du DĂ©cret de gouvernance du 7 dĂ©cembre 2018. Ces dĂ©lais de conservation doivent ĂȘtre dĂ©terminĂ©s en tenant compte de la durĂ©e de l'agrĂ©ment et de la valeur historico-culturelle. ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 14. Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2007 betreffende de procedure en de aanvullende kwalificatiecriteria en voorwaarden voor de erkenning van particuliere landelijke en regionale radio-omroeporganisaties, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 en 21 april 2017, wordt opgeheven.
Art. 14. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 mars 2007 relatif Ă  la procĂ©dure et aux critĂšres de qualification additionnels pour l'agrĂ©ment d'organismes de radiodiffusion privĂ©s communautaires et rĂ©gionaux, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 juillet 2010 et 21 avril 2017, est abrogĂ©.
Art. 15. Artikel 1, 2, 3, 5, 6 en 7 treden in werking op 1 januari 2023.
Art. 15. Les articles 1er, 2, 3, 5, 6 et 7 entrent en vigueur le 1er janvier 2023.
Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor de media, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le ministre flamand ayant les mĂ©dias dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.