Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 JULI 2021. - Wet tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt en houdende diverse bepalingen ingevolge de omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht
Titre
12 JUILLET 2021. - Loi modifiant le Code des sociétés et des associations et la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat et portant des dispositions diverses à la suite de la transposition de la directive (UE) 2019/1151 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 modifiant la directive (UE) 2017/1132 en ce qui concerne l'utilisation d'outils et de processus numériques en droit des sociétés
Documentinformatie
Numac: 2021031824
Datum: 2021-07-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021031824
Date: 2021-07-12
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1151 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten en processen in het kader van het vennootschapsrecht.
Art. 2. La présente loi transpose partiellement la directive (UE) 2019/1151 du Parlement européen et du Conseil du 20 juin 2019 modifiant la directive (UE) 2017/1132 en ce qui concerne l'utilisation d'outils et de processus numériques en droit des sociétés.
TITEL 2. - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
TITRE 2. - Modifications du Code des sociétés et des associations
Art. 3. Artikel 2:7, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De statutaire delegaties van de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen ten aanzien van derden, hun wijziging en hun gedeeltelijke of gehele opheffing worden afzonderlijk neergelegd en bewaard in het in het eerste lid bedoelde elektronisch databanksysteem, samen met een kwalificatie daarvan onder de vorm van metagegevens, en zijn vrij toegankelijk. Hun neerlegging geschiedt gelijktijdig met de neerlegging van de statuten waarbij zij werden bepaald, gewijzigd of opgeheven. Dit lid is niet van toepassing op de eventuele vertegenwoordigingsclausules die niet tegenstelbaar zouden zijn aan derden.".
Art. 3. L'article 2:7, § 2, du Code des sociétés et des associations est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Les délégations statutaires du pouvoir de représenter une personne morale à l'égard de tiers, leur modification et leur suppression partielle ou complète sont déposées et conservées séparément dans le système de base de données électronique visé à l'alinéa 1er, ensemble avec une qualification de celles-ci sous forme de métadonnées, et sont accessibles librement. Leur dépôt a lieu simultanément avec le dépôt des statuts qui les ont fixées, modifiés ou supprimés. Le présent alinéa ne s'applique pas aux éventuelles clauses de représentation qui ne seraient pas opposables aux tiers.".
Art. 4. Artikel 2:8, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de bepaling onder 11°, luidende:
  "11° in voorkomend geval, de statutaire bepalingen houdende delegatie van de bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen, ingevoerd of gewijzigd door een akte die het voorwerp uitmaakt van de neerlegging bedoeld onder 4°, evenals, in voorkomend geval, het feit van hun opheffing.".
Art. 4. L'article 2:8, § 1er, alinéa 1er, du même Code est complété par le 11° rédigé comme suit:
  "11° le cas échéant, les dispositions statutaires de délégation du pouvoir de représentation de la société, introduites ou modifiées par un acte faisant l'objet du dépôt visé au 4°, ainsi que, le cas échéant, le fait de leur suppression.".
Art. 5. Artikel 2:9, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de bepaling onder 11°, luidende:
  "11° in voorkomend geval, de statutaire bepalingen houdende delegatie van de bevoegdheid om de VZW te vertegenwoordigen, ingevoerd of gewijzigd door een akte die het voorwerp uitmaakt van de neerlegging bedoeld onder 2°, evenals, in voorkomend geval, het feit van hun opheffing.".
Art. 5. L'article 2:9, § 1er, alinéa 1er, du même Code est complété par le 11° rédigé comme suit:
  "11° le cas échéant, les dispositions statutaires de délégation du pouvoir de représentation de l'ASBL, introduites ou modifiées par un acte faisant l'objet du dépôt visé au 2°, ainsi que, le cas échéant, le fait de leur suppression.".
Art. 6. In artikel 2:10 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden in de eerste zin de woorden "te rekenen vanaf de datum van het koninklijk besluit waarbij zij worden erkend of tot goedkeuring van de wijziging van de gegevens vermeld in paragraaf 2, 3°, dan wel in de andere gevallen" ingevoegd tussen de woorden "binnen dertig dagen," en de woorden "te rekenen vanaf de dagtekening";
  2° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 11°, luidende:
  "11° in voorkomend geval, de statutaire bepalingen houdende delegatie van de bevoegdheid om de IVZW te vertegenwoordigen, ingevoerd of gewijzigd door een akte die het voorwerp uitmaakt van de neerlegging bedoeld onder 2°, evenals, in voorkomend geval, het feit van hun opheffing.".
Art. 6. A l'article 2:10 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, dans la première phrase, les mots "à compter de la date de l'arrêté royal portant leur reconnaissance ou approuvant la modification des mentions reprises au paragraphe 2, 3°, ou dans les autres cas" sont insérés entre les mots "dans les trente jours," et les mots "à compter de la date";
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par le 11° rédigé comme suit:
  "11° le cas échéant, les dispositions statutaires de délégation du pouvoir de représentation de l'AISBL, introduites ou modifiées par un acte faisant l'objet du dépôt visé au 2°, ainsi que, le cas échéant, le fait de leur suppression.".
Art. 7. In artikel 2:11 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden in de eerste zin de woorden "te rekenen voor de stichtingen van openbaar nut vanaf de datum van het koninklijk besluit waarbij zij worden erkend of tot goedkeuring van de wijziging van de gegevens vermeld in paragraaf 2, 3°, dan wel in de andere gevallen" ingevoegd tussen de woorden "binnen dertig dagen," en de woorden "te rekenen vanaf de dagtekening";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 11°, luidende:
  "11° in voorkomend geval, de statutaire bepalingen houdende delegatie van de bevoegdheid om de stichting te vertegenwoordigen, ingevoerd of gewijzigd door een akte die het voorwerp uitmaakt van de neerlegging bedoeld onder 2°, evenals, in voorkomend geval, het feit van hun opheffing.".
Art. 7. A l'article 2:11 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, dans la première phrase, les mots "à compter pour les fondations d'utilité publique de la date de l'arrêté royal portant leur reconnaissance ou approuvant la modification des mentions reprises au paragraphe 2, 3°, ou dans les autres cas" sont insérés entre les mots "dans les trente jours," et les mots "à compter de la date";
  2° le paragraphe 1er est complété par le 11° rédigé comme suit:
  "11° le cas échéant, les dispositions statutaires de délégation du pouvoir de représentation de la fondation, introduites ou modifiées par un acte faisant l'objet du dépôt visé au 2°, ainsi que, le cas échéant, le fait de leur suppression.".
Art. 8. In boek 2, titel 4, hoofdstuk 3, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling 5 ingevoegd, luidende: "Bijzondere bepalingen in geval van online oprichting".
Art. 8. Dans le livre 2, titre 4, chapitre 3, section 1re, du même Code, il est inséré une sous-section 5 intitulée "Dispositions spéciales en cas de constitution en ligne".
Art. 9. In onderafdeling 5, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 2:22/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2:22/1. Indien een rechtspersoon wordt opgericht via het elektronisch platform bedoeld in artikel 13, § 2, van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, wordt de termijn voor de neerlegging bepaald in artikel 2:8, § 1, eerste lid, verminderd en wordt de oprichting afgewikkeld binnen tien werkdagen te rekenen vanaf het verlijden van de oprichtingsakte en de betaling van de bekendmakingskosten.
  Indien een rechtspersoon wordt opgericht uitsluitend door natuurlijke personen die gebruikmaken van een door het elektronisch platform bedoeld in artikel 13, § 2, van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt ter beschikking gesteld model voor de oprichting, wordt de termijn bepaald in het eerste lid verminderd en wordt de oprichting afgewikkeld binnen vijf werkdagen te rekenen vanaf het verlijden van de oprichtingsakte en de betaling van de bekendmakingskosten.
  Indien de procedure niet binnen de in dit artikel vastgestelde termijnen kan worden afgerond, wordt de aanvrager door de instrumenterende notaris in kennis gesteld van de redenen voor de vertraging.".
Art. 9. Dans la sous-section 5, insérée par l'article 8, il est inséré un article 2:22/1 rédigé comme suit:
  "Art. 2:22/1. Lorsqu'une personne morale est constituée par le biais de la plateforme électronique visée à l'article 13, § 2, de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, le délai pour le dépôt stipulé à l'article 2:8, § 1er, alinéa 1er, est réduit et la constitution est achevée endéans les dix jours ouvrables à compter de la réception de l'acte constitutif et du paiement des frais de publication.
  Lorsqu'une personne morale est constituée exclusivement par des personnes physiques qui utilisent un modèle pour la constitution qui est mis à disposition par la plateforme électronique visée à l'article 13, § 2, de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, le délai stipulé à l'alinéa 1er est réduit et la constitution est achevée endéans les cinq jours ouvrables à compter de la réception de l'acte constitutif et du paiement des frais de publication.
  Lorsqu'il est impossible d'achever la procédure dans les délais visés au présent article, les raisons du retard sont notifiées au demandeur par le notaire instrumentant.".
Art. 10. In dezelfde onderafdeling 5 wordt een artikel 2:22/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 2:22/2. In afwijking van artikel 2:13 geschiedt in het geval van een oprichting via het elektronisch platform bedoeld in artikel 13, § 2, van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt de bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad binnen de termijnen bepaald in artikel 2:22/1.".
Art. 10. Dans la même sous-section 5, il est inséré un article 2:22/2 rédigé comme suit:
  "Art. 2:22/2. En dérogation à l'article 2:13, dans le cas d'une constitution par le biais de la plateforme électronique visée à l'article 13, § 2, de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, la publication dans les Annexes du Moniteur belge a lieu dans les délais fixés par l'article 2:22/1.".
Art. 11. In artikel 2:71, § 3, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020, worden de woorden "paragraaf 1" vervangen door de woorden "paragraaf 2".
Art. 11. Dans l'article 2:71, § 3, du même Code, modifié par la loi du 28 avril 2020, les mots "paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "paragraphe 2".
Art. 12. In artikel 2:105, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "2:79 en 2:80" vervangen door de woorden "2:80 en 2:81".
Art. 12. Dans l'article 2:105, § 2, du même Code, les mots "2:79 et 2:80" sont remplacés par les mots "2:80 et 2:81".
Art. 13. In artikel 5:9 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval in elektronische vorm, ondertekend door een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 13. Dans l'article 5:9 du même Code, l'alinéa 1er est complété par les mots ", le cas échéant sous forme électronique, signé par une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 14. In artikel 5:25, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 14. Dans l'article 5:25, alinéa 1er, 6°, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 15. In artikel 5:61, vierde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 15. Dans l'article 5:61, alinéa 4, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 16. In artikel 5:132 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval in elektronische vorm, ondertekend door een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 16. Dans l'article 5:132 du même Code, l'alinéa 1er est complété par les mots ", le cas échéant sous forme électronique, signé par une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 17. In artikel 6:10 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval in elektronische vorm, ondertekend door een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 17. Dans l'article 6:10 du même Code, l'alinéa 1er est complété par les mots ", le cas échéant sous forme électronique, signé par une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 18. In artikel 6:25, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 18. Dans l'article 6:25, alinéa 1er, 6°, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électro-nique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 19. In artikel 6:50, vierde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 19. Dans l'article 6:50, alinéa 4, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 20. In artikel 7:12 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval in elektronische vorm, ondertekend door een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 20. Dans l'article 7:12 du même Code, l'alinéa 1er est complété par les mots ", le cas échéant sous forme électronique, signé par une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 21. In artikel 7:29, eerste lid, 6°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 21. Dans l'article 7:29, alinéa 1er, 6°, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 22. In artikel 7:31, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 april 2020, worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 22. Dans l'article 7:31, alinéa 1er, 8°, du même Code, remplacé par la loi du 28 avril 2020, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 23. In artikel 7:74, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont" vervangen door de woorden "een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 23. Dans l'article 7:74, alinéa 3, du même Code, les mots "un ensemble de données électroniques pouvant être imputé à une personne déterminée et établissant le maintien de l'intégrité du contenu de l'acte" sont remplacés par les mots "une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
Art. 24. In artikel 7:195 van hetzelfde Wetboek wordt het eerste lid aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval in elektronische vorm, ondertekend door een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, 10° tot 3, 12°, van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG".
Art. 24. Dans l'article 7:195 du même Code, l'alinéa 1er est complété par les mots ", le cas échéant sous forme électronique, signé par une signature électronique visée à l'article 3, 10° à 3, 12°, du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE".
TITEL 3. - Wijzigingen van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt
TITRE 3. - Modifications de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat
Art. 25. In artikel 12 van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, vervangen bij de wet van 4 mei 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "Van comparanten die enkel als vertegenwoordiger of gemachtigde optreden, of die enkel bijstand verlenen, dienen enkel de naam, voornamen en woonplaats te worden vermeld. Wanneer de lasthebber een medewerker is van een notariskantoor, in die hoedanigheid aangesteld, kan de vermelding van de woonplaats van de lasthebber worden vervangen door een keuze van woonplaats op de zetel van het notariskantoor.";
  2° in het tweede lid wordt de zin "Van comparanten die enkel als vertegenwoordiger of gemachtigde optreden, of die enkel bijstand verlenen, dienen enkel de naam, voornamen en woonplaats te worden vermeld." vervangen als volgt:
  "Voor de akten die worden verleden in gedematerialiseerde vorm, is de datum van de akte de datum die is vervat in de elektronische handtekening van de notaris en is de plaats van de akte de plaats waar zij wordt ondertekend door deze notaris.";
  3° in het derde lid worden de woorden "De datum van ondertekening van de akte door de notaris en de" vervangen door het woord "De".
Art. 25. A l'article 12 de la loi du 16 mars 1803 contenant organisation du notariat, remplacé par la loi du 4 mai 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est complété par les phrases suivantes:
  "Pour les comparants qui interviennent uniquement comme représentant ou mandataire, ou qui ne font que prêter assistance, seuls doivent être mentionnés les noms, prénoms et domicile. Lorsque le mandataire est un collaborateur d'une étude notariale, désigné en cette qualité, la mention du domicile du mandataire peut être remplacée par une élection de domicile au siège de l'étude notariale.";
  2° dans l'alinéa 2, la phrase "Pour les comparants qui interviennent uniquement comme représentant ou mandataire, ou qui ne font que prêter assistance, seuls doivent être mentionnés les noms, prénoms et domicile." est remplacée par la phrase:
  "Pour les actes qui sont reçus en forme dématérialisée, la date de l'acte est la date contenue dans la signature électronique du notaire et le lieu de l'acte est le lieu où celui-ci est signé par ce notaire.";
  3° dans l'alinéa 3, les mots "La date à laquelle l'acte est signé par le notaire et les" sont remplacés par le mot "Les".
Art. 26. In artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij artikel 19 van de wet van 6 mei 2009, zelf vervangen bij de wet van 6 juli 2017, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "en kan bijkomende nadere regels bepalen voor de opmaak van de akten die in gedematerialiseerde vorm mogen worden verleden";
  2° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende:
  " § 2. Met uitzondering van de oprichting van een stichting via testament, kunnen de authentieke oprichtingsakten van rechtspersonen in gedematerialiseerde vorm worden verleden. De bepalingen van artikel 18quinquies, § 2, 2° tot 6°, zijn van toepassing op deze akten en de Koning kan bijkomende nadere regels van opmaak en bewaring bepalen.
  In afwijking van artikel 9, § 3, en onverminderd het recht van de partijen om in persoon te verschijnen, kunnen de in het eerste lid bedoelde akten tevens op afstand worden verleden overeenkomstig de bepalingen van artikel 18quinquies, § 2, 1° tot 6°, voor zover deze niet gepaard gaan met een inbreng in natura. Het elektronisch platform dat hiervoor ter beschikking wordt gesteld, wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.
  De partijen bij een oprichtingsakte die de hoedanigheid hebben van burger van een EU-lidstaat, kunnen bovendien gebruik maken van elk ander elektronisch identificatiemiddel dat hetzij is uitgegeven op grond van een stelsel voor elektronische identificatie dat door België is goedgekeurd, hetzij is uitgegeven in een andere lidstaat en ten behoeve van de grensoverschrijdende authenticatie is erkend overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, voor zover dit identificatiemiddel een gelijkwaardig niveau van identificatie en authenticatie mogelijk maakt als de identificatiemiddelen vermeld in artikel 18quinquies, § 2, 2°. Zij tekenen in dat geval de akte met een gekwalificeerde elektronische handtekening die wordt gegenereerd via het in het tweede lid bedoelde elektronisch platform. Huidig lid is eveneens van toepassing op de volmachten in gedematerialiseerde vorm die worden verleend door dezelfde personen met het oog op de ondertekening van de oprichtingsakte, wanneer deze de authentieke vorm aannemen.
  In de gevallen bedoeld in het tweede en het derde lid, kan de notaris de fysieke verschijning van een partij eisen:
  1° indien er redenen zijn om te vermoeden dat er identiteitsfraude is gepleegd;
  2° indien dit noodzakelijk is om de naleving te controleren van de regels aangaande de handelingsbekwaamheid van de partij of aangaande haar bevoegdheid om de rechtspersoon voor wiens rekening zij optreedt te vertegenwoordigen.
  § 3. Wanneer een gedematerialiseerde minuut wordt aangevuld met latere voet- of kantmeldingen, bijvoegingen of aanhechtingen, geschieden deze aanvullingen onder de vorm van een afzonderlijke toevoeging van de melding of het stuk onder het NABAN-nummer van de akte in de Notariële Aktebank. Indien de toevoeging het repertoriumnummer van de akte betreft, volstaat de toevoeging hiervan als metagegeven bij de akte.".
Art. 26. A l'article 13 de la même loi, modifié par l'article 19 de la loi du 6 mai 2009, lui-même remplacé par la loi du 6 juillet 2017, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est complété par les mots ", et peut fixer des modalités complémentaires pour l'établissement des actes qui peuvent être reçus sous forme dématérialisée";
  2° l'article est complété par les paragraphes 2 et 3 rédigés comme suit:
  " § 2. A l'exception de la constitution d'une fondation par voie de testament, les actes authentiques de constitution de personnes morales peuvent être reçus sous forme dématérialisée. Les dispositions de l'article 18quinquies, § 2, 2° à 6°, s'appliquent à ces actes et le Roi peut fixer des modalités d'établissement et de conservation complémentaires.
  Par dérogation à l'article 9, § 3, et nonobstant le droit des parties de comparaître physiquement, les actes visés à l'alinéa 1er peuvent également être reçus à distance conformément aux dispositions de l'article 18quinquies, § 2, 1° à 6°, pour autant que ceux-ci ne sont pas accompagnés d'un apport en nature. La plateforme électronique qui est mise à disposition à cette fin est gérée par la Fédération Royale du Notariat belge.
  Les parties à un acte constitutif qui ont la qualité de citoyen d'un Etat membre de l'UE, peuvent en outre employer tout autre moyen d'identification électronique qui est, soit, délivré dans le cadre d'un schéma d'identification électronique approuvé par la Belgique, soit, délivré dans un autre Etat membre et reconnu aux fins de l'authentification transfrontière conformément à l'article 6 du Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, pour autant que ce moyen d'identification permet un niveau d'identification et d'authentication équivalent répondant aux moyens d'identification mentionnés à l'article 18quinquies, § 2, 2°. Dans ce cas, il signent l'acte au biais d'une signature électronique qualifiée générée à travers la plateforme électronique visée à l'alinéa 2. Le présent alinéa s'applique également aux procurations sous forme dématérialisée octroyées par les mêmes personnes en vue de la signature de l'acte constitutif, lorsque celles-ci prennent la forme authentique.
  Dans les cas visés aux alinéas 2 et 3, le notaire peut exiger la comparution physique d'une partie:
  1° lorsqu'il existe des motifs de soupçonner une falsification d'identité;
  2° lorsque cela est nécessaire pour contrôler le respect des règles relatives à la capacité juridique de la partie ou à son pouvoir de représentation de la personne morale pour le compte de laquelle elle agit.
  § 3. Lorsqu'une minute dématérialisée est complétée avec des mentions ultérieures au pied ou dans la marge, des adjonctions ou des annexions ultérieures, ces compléments sont effectués sous la forme d'un ajout séparé de la mention ou du document sous le numéro NABAN de l'acte dans la Banque des actes notariés. Si l'ajout concerne le numéro de répertoire de l'acte, son ajout comme métadonnée de l'acte suffit.".
Art. 27. In artikel 18, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij artikel 20, 2°, van de wet van 6 mei 2009, zelf vervangen bij de wet van 6 juli 2017, en zelf gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden " § 1," ingevoegd tussen de woorden "de bepalingen van artikel 13," en de woorden "eerste lid".
Art. 27. Dans l'article 18, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par l'article 20, 2°, de la loi du 6 mai 2009, lui-même remplacé par la loi du 6 juillet 2017, et lui-même modifié par la loi du 5 mai 2019, les mots " § 1er," sont insérés entre les mots "aux dispositions de l'article 13," et les mots "alinéa 1er".
Art. 28. In artikel 18quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "13 en 20" vervangen door de woorden "13, § 1, en 20", en worden de woorden "elektronisch op afstand worden verleden overeenkomstig" vervangen door de woorden "worden verleden in gedematerialiseerde vorm, op afstand of niet, overeenkomstig";
  2° in paragraaf 2, 1° worden de woorden ", fysiek en/of" ingevoegd tussen de woorden "de notaris" en de woorden "via een videoconferentie".
Art. 28. A l'article 18quinquies de la même loi, inséré par la loi du 30 avril 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, les mots "13 et 20" sont remplacés par les mots "13, § 1er, et 20", et les mots "à distance par voie électronique conformément" sont remplacés par les mots "sous forme dématérialisée, à distance ou non, conformément";
  2° au paragraphe 2, 1°, les mots ", physiquement et/ou" sont insérés entre les mots "le notaire" et les mots "par le biais d'une vidéoconférence".
Art. 29. In artikel 18sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 december 2020, wordt het tweede lid aangevuld met de woorden ", evenals, in voorkomend geval, in de officiële registers van de andere landen voor zover de wetgeving van deze landen dit toelaat.".
Art. 29. Dans l'article 18sexies de la même loi, inséré par la loi du 20 décembre 2020, l'alinéa 2 est complété par les mots ", ainsi que, le cas échéant, dans les registres officiels des autres pays pour autant que la législation de ces pays l'autorise.".
TITEL 4. - Opheffingsbepalingen en andere wijzigingsbepalingen - inwerkingtreding
TITRE 4. - Dispositions abrogatoires et autres dispositions modificatives - entrée en vigueur
HOOFDSTUK 1. - Opheffingsbepalingen en andere wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions abrogatoires et autres dispositions modificatives
Art. 30. Artikel 16 van de wet van 30 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake justitie en het notariaat in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 16 de la loi du 30 avril 2020 portant des dispositions diverses en matière de justice et de notariat dans le cadre de la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, est abrogé.
Art. 31. In artikel 19 van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen, vervangen bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden "In artikel 13 van dezelfde wet" vervangen door de woorden "In artikel 13, § 1, van dezelfde wet".
Art. 31. Dans l'article 19 de la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses, remplacé par la loi du 6 juillet 2017, les mots "Dans l'article 13 de la même loi" sont remplacés par les mots "Dans l'article 13, § 1er, de la même loi".
Art. 32. In artikel 20, 3°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "overeenkomstig artikel 13, tweede lid" worden vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 13, § 1, tweede lid";
  2° de tweede zin wordt opgeheven.
Art. 32. A l'article 20, 3°, de la même loi, remplacé par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "conformément à l'article 13, alinéa 2" sont remplacés par les mots "conformément à l'article 13, § 1er, alinéa 2";
  2° la deuxième phrase est abrogée.
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 2. - Entrée en vigueur
Art. 33. De verplichting tot neerlegging en bewaring van de statutaire delegaties van de bevoegdheid om rechtspersonen te vertegenwoordigen, bedoeld in de artikelen 2:7, § 2, tweede lid, 2:8, § 1, eerste lid, 11°, 2:9, § 1, eerste lid, 11°, 2:10, § 1, eerste lid, 11°, en 2:11, § 1, 11°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, en van de latere wijzigingen en opheffingen daarvan treedt in werking op 1 augustus 2021 voor de statutaire bepalingen die voortvloeien uit in België verleden notariële akten, en voor de andere akten op de dag waarop het deel van het openbaar raadpleegbaar elektronisch databanksysteem bedoeld in artikel 2:7, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek dat op hen van toepassing is, operationeel wordt. Deze datum wordt bij een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Voor de rechtspersonen waarvan de bestaande statutaire delegaties van de vertegenwoordigheidsbevoegdheid nog niet zijn neergelegd en bewaard overeenkomstig artikel 2:7, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek op de datum van inwerkingtreding van deze verplichting, zal deze neerlegging geschieden gelijktijdig met de eerstvolgende neerlegging van een nieuwe gecoördineerde versie van de statuten.
Art. 33. L'obligation de dépôt et de conservation des délégations statutaires du pouvoir de représenter une personne morale, visée aux articles 2:7, § 2, alinéa 2, 2:8, § 1er, alinéa 1er, 11°, 2:9, § 1er, alinéa 1er, 11°, 2:10, § 1er, alinéa 1er, 11°, et 2:11, § 1er, 11°, du Code des sociétés et des associations, et de leurs modifications ou suppressions ultérieures, entre en vigueur le 1er août 2021 pour les dispositions statutaires découlant des actes notariés reçus en Belgique, et pour les autres actes au jour où la partie du système de base de données électronique consultable publiquement visé à l'article 2:7, § 2, alinéa 1er, du même Code qui leur est applicable, devient opérationnelle. Cette date est publiée par avis au Moniteur belge.
  Pour les personnes morales dont les délégations statutaires du pouvoir de représentation existantes ne sont pas encore déposées et conservées conformément à l'article 2:7, § 2, alinéa 2, du même Code au jour de l'entrée en vigueur de cette obligation, ce dépôt aura lieu ensemble avec le premier dépôt d'une nouvelle version coordonnée des statuts qui suit.
Art. 34. De artikelen 3 tot 5, 6, 2°, 7, 2°, 8 tot 10 en 26 tot 29 treden in werking op 1 augustus 2021.
Art. 34. Les articles 3 à 5, 6, 2°, 7, 2°, 8 à 10 et 26 à 29 entrent en vigueur le 1er août 2021.