Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 SEPTEMBER 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-10-2021 en tekstbijwerking tot 12-12-2023)
Titre
10 SEPTEMBRE 2021. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020 et modifiant l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-10-2021 et mise à jour au 12-12-2023)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK 1. - Het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020
CHAPITRE 1. - Le Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires à la suite des mesures de lutte persistantes contre le coronavirus du 28 octobre 2020
Artikel 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° coronavirusmaatregelen: het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de latere maatregelen inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
  2° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  3° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  4° subsidieperiode: de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021;
  5° omzetdaling: de daling van de omzet, exclusief de btw, op basis van de geleverde prestaties in de subsidieperiode. Als referentieperiode geldt de overeenstemmende periode in 2019. De geleverde prestaties in de subsidie- en de referentieperiode worden aangetoond op de volgende wijzen:
  1° de btw-kwartaalaangifte of de btw-maandaangiftes. Ondernemingen die nog niet gestart waren in de referentieperiode tonen de prestaties in de referentieperiode aan door de verwachte prestaties, vermeld in het financieel plan;
  2° een bevestiging door een externe boekhouder, bedrijfsrevisor of accountant.
  Als de omzet in de voormelde referentieperiode abnormaal laag is, wordt die periode vervangen door een andere representatieve referentieperiode in 2019 of 2020;
  6° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met rechtspersoonlijkheid en een economische activiteit.
  De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  De vereniging met een economische activiteit moet bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
  Met de zelfstandige in bijberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
  Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan;
  7° tijdelijke kaderregeling COVID-19: de mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak, en de latere wijzigingen ervan.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° mesures de lutte contre le coronavirus : l'arrêté ministériel du 28 octobre 2020 portant des mesures d'urgence pour limiter la propagation du coronavirus et les mesures ultérieures en matière de lutte contre le coronavirus et les mesures concomitantes des autorités compétentes en matière de sécurité civile ;
  2° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  3° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  4° période de subvention : la période du 1 juillet 2021 au 30 septembre 2021 ;
  5° baisse du chiffre d'affaires : la baisse du chiffre d'affaires, hors TVA, sur la base des prestations fournies au cours de la période de subvention. La période correspondante de 2019 sert de période de référence. Les prestations fournies au cours des périodes de subvention et de référence sont démontrées de la manière suivante :
  1° la déclaration trimestrielle de la TVA ou les déclarations mensuelles de la TVA. Les entreprises qui n'ont pas encore démarré au cours de la période de référence démontrent les prestations au cours de la période de référence par le biais des prestations prévues visées au plan financier ;
  2° une confirmation par un comptable, un réviseur ou un expert-comptable externe.
  Si le chiffre d'affaires au cours de la période de référence précitée est anormalement faible, cette période est remplacée par une autre période de référence représentative en 2019 ou 2020 ;
  6° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal ou complémentaire, la société dotée de la personnalité juridique de droit privé, l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent et l'association dotée de la personnalité juridique exerçant une activité économique.
  La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent doivent employer au moins un associé actif ou au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  L'association exerçant une activité économique doit employer au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  Est assimilé à un indépendant à titre principal, l'indépendant à titre complémentaire dont les revenus professionnels s'élèvent, en 2019, à 13.993,78 euros au moins.
  Est assimilé à un indépendant à titre complémentaire, l'indépendant dont les revenus professionnels sont compris, en 2019, entre 6 996,89 euros et 13 993,78 euros et qui n'exerce pas d'activité salariée s'élevant à 80 % ou plus d'un emploi à temps plein.
  L'indépendant commençant ses activités, qui n'a pas de revenu professionnel complet en 2019, est assimilé à un des cas précités compte tenu du revenu professionnel escompté mentionné dans le plan financier ;
  7° encadrement temporaire COVID-19 : la communication de la Commission du 19 mars 2020 (C(2020) 1863) relative à l'encadrement temporaire des mesures d'aide d'Etat visant à soutenir l'économie dans le contexte actuel de la flambée de COVID-19, et ses modifications ultérieures.
Art.2. Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en voorwaarden, vermeld in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352) en de latere wijzigingen ervan.
  In afwijking van het eerste lid kan de steunaanvrager uitdrukkelijk kiezen dat de steun wordt toegekend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de tijdelijke kaderregeling COVID-19, punt 3.1. [1 ...]1
  
Art.2. Toute aide accordée en application du présent chapitre et de ses arrêtés d'exécution est octroyée dans les limites et aux conditions visées au règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis (Journal officiel du 24 décembre 2013, L 352), et de ses modifications ultérieures.
  Par dérogation au premier alinéa, le demandeur d'aide peut choisir explicitement que l'aide soit octroyée dans les limites et aux conditions fixées par le cadre temporaire COVID-19, point 3.1. [1 ...]1
  
Art.3. § 1. Er wordt een subsidie voor de subsidieperiode toegekend aan ondernemingen.
  Die subsidie bedraagt voor de subsidieperiode 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 5°. De subsidie bedraagt maximaal:
  1° 22.500 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling tot 9 werknemers, ingeschreven bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid, hierna RSZ genoemd en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, hierna VKBO genoemd;
  2° 45.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling van 10 tot 49 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO;
  3° 120.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling vanaf 50 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO.
  De onderneming moet een omzetdaling hebben van minstens 60% in de subsidieperiode ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
  § 2. De subsidie en de maximale subsidiebedragen worden gehalveerd voor de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Art.3. § 1. Une subvention est octroyée aux entreprises pour la période de subvention.
  Pour la période de subvention, cette subvention s'élève à 10 % du chiffre d'affaires, hors TVA, pendant la période de référence, visée à l'article 1, 5°. La subvention s'élève au maximum :
  1° à 22 500 euros au maximum pour les entreprises occupant jusqu'à 9 travailleurs, inscrits auprès de l'Office national de Sécurité sociale, ci-après dénommé ONSS, et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen " (Banque-Carrefour enrichie des Entreprises), ci-après dénommée " VKBO " ;
  2° de 45 000 euros au maximum pour les entreprises occupant entre 10 et 49 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO " ;
  3° de 120 000 euros au maximum pour les entreprises occupant à partir de 50 travailleurs, inscrits auprès de l'ONSS et sur la base de la classe du personnel ONSS la plus récente disponible dans la " VKBO ".
  L'entreprise doit enregistrer une baisse du chiffre d'affaires d'au moins 60 % pendant la période de subvention à la suite des mesures de lutte contre le coronavirus.
  § 2. La subvention et les montants de subvention maximum sont diminués de moitié pour l'indépendant à titre complémentaire qui en 2019 a un revenu professionnel d'entre 6 996,89 euros et 13 993,78 euros et qui n'exerce pas d'emploi en tant que salarié, à un horaire de travail de 80 % ou plus d'un travail à temps plein.
Art.4. Alleen ondernemingen die op 1 juli 2021 discotheken, dancings, feestzalen, hotels, eventbedrijven, reisbureaus of personenvervoer via autocars exploiteren in het Vlaamse Gewest en die beschikken over een overeenstemmende RSZ- of btw-NACE-code in de Kruispuntbank van Ondernemingen, komen in aanmerking voor de subsidie.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° discotheek en dancing: een uitgaansgelegenheid die bestaat uit een of meerdere zalen waar hoofdzakelijk gedanst wordt op muziek en die in de subsidieperiode verplicht gesloten is ten gevolge van de coronavirusmaatregelen;
  2° feestzaal: een ruimte in een gebouw of aangelanden ervan, die tegen betaling ter beschikking wordt gesteld aan klanten voor het organiseren van feesten en waar hoofdzakelijk dranken en spijzen worden geleverd in eigen beheer of via een externe cateraar;
  3° hotel: de exploitatie van een toeristisch logies dat voldoet aan de bijkomende openings- en uitbatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies en een erkenning heeft verkregen voor de benaming, vermeld in het voormelde artikel 7, overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies en artikel 18 van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering;
  4° reisbureau: reisbureaus en reisorganisatoren die instaan voor het aanbieden en organiseren van reizen, waarbij onderdak en vervoer voor reizigers en toeristen worden voorzien, alsook het organiseren en regelen van reizen "op maat";
  5° personenvervoer via autocars: onderneming die door de exploitatie van autocars en autobussen personenvervoer verzorgen voor excursies en reizen;
  6° eventbedrijf: een onderneming waarvan de hoofdactiviteit in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 5°, bestaat in het organiseren van events, feesten en voorstellingen of een onderneming die op contractuele basis de toelevering verzekert van goederen of diensten aan de voormelde ondernemingen, al dan niet onder de vorm van verhuur. Onder hoofdactiviteit wordt verstaan: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ- of btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet vertegenwoordigt;
  7° overeenstemmende NACE-code: de ondernemingen met NACE-code:
  a) discotheek en dancing: 56302;
  b) feestzaal: 56210 en 56290;
  c) hotel: 55100;
  d) reisbureau: 79110 en 79120;
  e) personenvervoer via autocars: 49390;
  f) eventbedrijf: 56210, 77392, 77293, 77294, 77296, 90022, 90023 en 90041.
Art.4. Seules les entreprises qui exploitent des discothèques, des dancings, des salles des fêtes, des hôtels, des entreprises d'organisation d'événements, des agences de voyage ou des transports de passagers par autocar en Région flamande au 1 juillet 2021 et qui disposent d'un numéro d'immatriculation correspondant Code NACE dans la Banque-Carrefour des Entreprises peuvent bénéficier de la subvention.
  A l'alinéa premier, on entend par :
  1° discothèque et dancing : un lieu de divertissement consistant en une ou plusieurs salles, où l'on danse principalement sur de la musique, et qui est obligatoirement fermé pendant la période de subvention en raison des mesures de lutte contre le coronavirus ;
  2° salle des fêtes : un espace dans un bâtiment ou ses abords, mis à la disposition des clients, moyennant paiement, pour l'organisation de fêtes, où les boissons et les repas sont principalement fournis en gestion propre ou par l'intermédiaire d'un traiteur externe ;
  3° hôtel : l'exploitation d'un hébergement touristique qui satisfait aux conditions d'ouverture et d'exploitation supplémentaires visées à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2017 portant exécution du décret du 5 février 2016 relatif à l'hébergement touristique et qui a obtenu un agrément pour la dénomination visée à l'article 7 précité, conformément à l'article 6 du décret du 5 février 2016 relatif à l'hébergement touristique et à l'article 18 de l'arrêté du Gouvernement flamand précité ;
  4° agence de voyage : les agences de voyages et les organisateurs de voyages qui offrent et organisent des voyages avec hébergement et transport pour les voyageurs et les touristes, ainsi que l'organisation et la réalisation de voyages " sur mesure " ;
  5° le transport de passagers par autocar : l'entreprise qui assure le transport de passagers pour des excursions et des voyages en exploitant des autocars et des autobus ;
  6° entreprise d'organisation d'événements : une entreprise dont l'activité principale au cours de la période de référence visée à l'article 1, 5° consiste en l'organisation d'événements, de fêtes et de spectacles ou une entreprise qui, sur une base contractuelle, assure la fourniture de biens ou de services aux entreprises précitées, sous forme de location ou non. Par activité principale, on entend : l'activité qui est enregistrée comme activité dans la Banque-Carrefour des Entreprises sous le code ONSS ou le code TVA-NACE et qui représente plus de 50% du chiffre d'affaires ;
  7° code NACE correspondant : les entreprises relevant du code NACE :
  a) discothèque et dancing : 56302 ;
  b) salle des fêtes : 56210 et 56290 ;
  c) hôtel : 55100 ;
  d) agence de voyages : 79110 et 79120 ;
  e) transport de personnes par autocar : 49390 ;
  f) entreprise d'organisation d'événements : 56210, 77392, 77293, 77294, 77296, 90022, 90023 et 90041.
Art.5. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor de subsidie:
  1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
  a) ontbinding;
  b) stopzetting;
  c) faillissement;
  d) vereffening;
  2° holdings, management-, of patrimoniumvennootschappen;
  3° de ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder of vennoot verbonden is met een andere onderneming die de subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen;
  4° de ondernemingen die op 1 juli 2021 nog niet opgestart waren en niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  5° ondernemingen die vrijwillig gesloten zijn in de subsidieperiode, tenzij de onderneming gesloten is ten gevolge van de normale jaarlijkse sluiting.
  6° de ondernemingen in moeilijkheden, vermeld in lid 22, c, en c bis, van de tijdelijke kaderregeling COVID-19;
  7° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België;
  8° de ondernemingen die op het moment van de subsidieaanvraag een insolventieprocedure, vermeld in artikel I.22, 1°, van het Wetboek van economisch recht, hebben lopen of gedagvaard zijn door de RSZ als vermeld in de VKBO;
  9° de ondernemingen die niet beschikken over een geregistreerd kassasysteem conform artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 2bis van het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen.
Art.5. Les entreprises suivantes ne sont pas éligibles à la subvention :
  1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
  a) dissolution ;
  b) cessation ;
  c) faillite ;
  d) liquidation ;
  2° les sociétés holding, de management ou de patrimoine ;
  3° les entreprises dont le gérant est lié, en qualité de gérant ou d'associé, à une autre entreprise qui a reçu la subvention et à laquelle elles fournissent des services professionnels ;
  4° les entreprises qui, au 1 juillet 2021, n'avaient pas encore démarré et ne disposaient pas d'un siège d'exploitation actif en Région flamande, conformément à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
  5° les entreprises qui sont fermées volontairement pendant la période de subvention, à moins que l'entreprise ne soit fermée à la suite de la fermeture annuelle normale.
  6° les entreprises en difficulté visées à l'alinéa 22, c, et c bis, de l'encadrement temporaire COVID-19 ;
  7° les établissements de crédit et les établissements financiers relevant de la surveillance de la Banque nationale de Belgique ;
  8° les entreprises qui, au moment de la demande de subvention, font l'objet d'une procédure d'insolvabilité visée à l'article I.22, 1°, du Code de droit économique ou ont été convoquées par l'ONSS comme mentionné dans la " VKBO " ;
  9° les entreprises qui ne disposent pas d'un système de caisse enregistreuse conformément à l'article 21bis de l'arrêté royal n° 1 du 29 décembre 1992 relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et à l'article 2bis de l'arrêté royal du 30 décembre 2009 fixant la définition et les conditions auxquelles doit répondre un système de caisse enregistreuse dans le secteur horeca.
Art.6. De steun verleend in het kader van dit hoofdstuk is intuitu personae en kan niet overgedragen worden aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
  De subsidie kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
Art.6. L'aide octroyée dans le cadre du présent chapitre est octroyée intuitu personae et ne peut être transférée à un tiers et ne peut pas être saisie.
  La subvention peut être refusée, non payée ou recouvrée si l'entreprise ne satisfait pas à la réglementation applicable en Région flamande.
Art.7. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer alsook de omzet, exclusief btw, zoals opgenomen in haar btw-aangifte van het derde kwartaal 2021 en het derde kwartaal 2019.
  De indieningsperiode van de subsidieaanvraag wordt bepaald op de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. De voormelde indieningsperiode kan niet starten in de subsidieperiode. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de uiterste indieningsdatum verlengen op voorwaarde dat de onderneming een gemotiveerd verzoek indient bij het voormelde agentschap, waarbij wordt aangegeven dat de vertraging te verklaren is door al dan niet tijdelijke onvoorziene factoren buiten hun wil om, die het functioneren van de onderneming belemmeren of door de coronavirusmaatregelen.
  De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit hoofdstuk en beslist of de subsidie toegekend wordt.
  De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid.
  Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald onder de voorwaarde dat de onderneming de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit hoofdstuk of de uitvoeringsbesluiten ervan heeft nageleefd, zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 5, 1°, en geen openstaande onbetwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen naar aanleiding van een terugvordering van een toegekende corona hinderpremie, corona compensatiepremie, corona ondersteuningspremie of een Vlaams Beschermingsmechanisme. De voormelde terugvordering kan verminderd worden met het subsidiebedrag dat wordt toegekend naar aanleiding van een nieuwe subsidieaanvraag.
  In het zesde lid wordt verstaan onder:
  1° corona hinderpremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
  2° corona compensatiepremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus;
  3° corona ondersteuningspremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
  4° Vlaams Beschermingsmechanisme: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen vanaf 29 juli 2020, tot wijziging van artikel 10 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 inzake de corona ondersteuningspremie en tot wijziging van artikel 1 van en tot toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2020 inzake de corona handelshuurlening, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 1, 3 en 4 van en toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020, tot invoeging van artikel 9/1 in het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie en tot wijziging van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 over de corona compensatiepremie, van artikel 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 over de corona ondersteuningspremie, van artikel 7 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme, van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme en van artikel 7 en 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 over het Vlaamse Beschermingsmechanisme en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2021 betreffende het Vlaamse Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020.
  De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de subsidie werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art.7. L'entreprise introduit une demande de subvention via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, appelée VLAIO, en indiquant son numéro d'entreprise ainsi que le chiffre d'affaires, hors TVA, tel que repris dans sa déclaration à la TVA du troisième trimestre 2021 et du troisième trimestre 2019.
  Le délai d'introduction de la demande de subvention est fixé sur le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat. Le délai d'introduction précité ne peut pas débuter durant le mois de subvention. L'Agence d'Innovation et d'Entrepreneuriat peut prolonger la date limite d'introduction à condition que l'entreprise introduise une demande motivée auprès de l'agence précitée, en indiquant que le retard s'explique par des facteurs, temporaires ou non, imprévus, indépendants de leur volonté, qui entravent le fonctionnement de l'entreprise ou par les mesures de lutte contre le coronavirus.
  La demande de subvention est traitée de manière électronique.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat contrôle le respect des conditions imposées par le présent chapitre et décide de l'octroi de la subvention.
  L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée à l'alinéa quatre.
  Si l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide d'octroyer la subvention, celle-ci sera versée pour autant que l'entreprise ait respecté les conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou leurs arrêtés d'exécution, ne se trouve pas dans l'une des situations juridiques visées à l'article 5, 1°, et n'ait pas de dette incontestée en souffrance auprès de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat à la suite de la récupération d'une prime de nuisances corona, d'une prime de compensation corona, d'une prime de soutien corona ou d'un Mécanisme de Protection flamand octroyés. Le recouvrement précité peut être diminué du montant de subvention qui est octroyé à l'occasion d'une nouvelle demande de subvention.
  A l'alinéa premier, on entend par :
  1° prime de nuisances corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 ;
  2° prime de compensation corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus ;
  3° prime de soutien corona : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 attribuant de l'aide aux entreprises souffrant d'une baisse de leur chiffre d'affaires malgré l'assouplissement des mesures de lutte contre le coronavirus, modifiant les articles 1er, 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et modifiant les articles 1er, 6, 9 et 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 ;
  4° Mécanisme de Protection flamand : l'aide octroyée en vertu de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises à partir du 29 juillet 2020, modifiant les articles 10 et 21 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 relatif à la prime de soutien corona et modifiant l'article 1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2020 relatif au prêt corona au bail commercial et ajoutant une annexe à cet arrêté, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020, et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020 et modifiant les articles 1, 3 et 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises les 6 et 16 octobre 2020, et modifiant l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021 relatif au Mécanisme de Protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures persistantes de lutte contre le coronavirus du 28 octobre 2020, insérant l'article 9/1 dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona et modifiant les articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 avril 2020 concernant la prime de compensation corona, des articles 9 et 11 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juin 2020 relatif à la prime de soutien corona, des articles 7 et 9 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 août 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand, de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 octobre 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand, de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 2020 relatif au Mécanisme de Protection flamand et des articles 7 et 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 février 2021 relatif au Mécanisme de Protection flamand et l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 mai 2021 relatif au Mécanisme de protection flamand pour les entreprises qui subissent une baisse de leur chiffre d'affaires en raison des mesures intensifiées de lutte contre le coronavirus prises le 28 octobre 2020.
  La subvention est obligatoirement versée sur un numéro de compte belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de la subvention et de la justification de son affectation.
Art.8. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van onder meer de door de onderneming gerapporteerde omzetdaling controleren op basis van de administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de subsidie. Die informatie kan ook opgevraagd worden bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen.
  In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de subsidie teruggevorderd [2 ...]2 in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit hoofdstuk of de uitvoeringsbesluiten.
  [1 Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.]1
  Als uit een controle blijkt dat de onderneming een subsidieaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.
  
Art.8. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut vérifier la véracité, entre autres, de la baisse du chiffre d'affaires signalée par l'entreprise, sur la base des données administratives et de la comptabilité de l'entreprise, et ce tant au préalable qu'au plus tard cinq ans après le paiement de la subvention. Ces informations peuvent également être recueillies auprès de sources de données fédérales ou flamandes.
  En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012 la subvention est recouvrée [2 ...]2 en cas de non-respect des conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent chapitre ou les arrêtés d'exécution.
  [1 Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.]1
  S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande de subvention sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle ne les a pas corrigées spontanément, cette entreprise n'est pas éligible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, à l'aide visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas un et cinq, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.
  
Art.9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende preciseringen bepalen.
Art.9. Le ministre flamand compétent pour l'économie peut arrêter des précisions supplémentaires.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 over de corona hinderpremie
CHAPITRE 2. - Modification de l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 concernant la prime de nuisances corona
Art.10. In artikel 9/1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2021, worden de woorden "omzetdaling controleren op basis van de administratieve gegevens" vervangen door de woorden "gegevens controleren op basis van onder meer de administratieve gegevens".
Art.10. A l'article 9/1, premier alinéa, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2021, les mots " contrôler la véracité de la baisse du chiffre d'affaires sur la base des données administratives " sont remplacés par les mots " contrôler les données sur base, entre autres, des données administratives ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art.11. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 10 dat in werking treedt op 16 april 2020.
Art.11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 10, qui entre en vigueur le 16 avril 2020.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre flamand compétent pour l'économie est chargé de l'exécution du présent arrêté.