Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 JULI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders
Titre
9 JUILLET 2021. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ© et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă  l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă  l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s
Documentinformatie
Numac: 2021021672
Datum: 2021-07-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2021021672
Date: 2021-07-09
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap
Section 1. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es
Artikel 1. Artikel 13/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 13/1. Budgethouders die starten met het PAB kunnen aanspraak maken op bijstand bij de opstart van de besteding als vermeld in artikel 16/0, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering. Ze sluiten zich daarvoor als lid aan bij een bijstandsorganisatie die is vergund door het agentschap conform artikel 6 tot en met artikel 8 van het voormelde besluit. Ze doen dat binnen het jaar te rekenen vanaf de datum van de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, over de toekenning van een persoonlijke assistentiebudget. Ze hoeven daarvoor geen lidgeld te betalen. Ze hoeven de bijstand ook niet te vergoeden met het PAB.".
Article 1er. L'article 13/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2017 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 novembre 2020, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 13/1. Les gestionnaires de budget qui font appel au budget personnalisĂ© peuvent prĂ©tendre Ă  l'assistance lors du lancement de l'affectation, tel que visĂ© Ă  l'article 16/0, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©. A cette fin, ils adhĂšrent Ă  une organisation d'assistance agréée par l'agence conformĂ©ment aux articles 6 Ă  8 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. Ils le font dans un dĂ©lai d'un an Ă  compter de la date de la dĂ©cision de services d'aide Ă  la jeunesse visĂ©e Ă  l'article 2, § 1, 28°, du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă  l'aide intĂ©grale Ă  la jeunesse, portant sur l'attribution d'un budget d'assistance personnelle. Ils ne doivent pas payer de cotisation. Ils ne sont pas non plus tenus de rembourser l'aide avec BAP. ".
Art. 2. In artikel 13/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Iedere budgethouder ontvangt van het agentschap vanaf het tweede jaar van de toekenning van het PAB een bedrag van 50 euro bovenop het toegekende PAB.".
Art. 2. A l'article 13/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 novembre 2020, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par ce qui suit :
" Chaque gestionnaire de budget recevra de l'agence un montant de 50 euros en plus du BAP octroyé à partir de la deuxiÚme année d'octroi du BAP. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©
Art. 3. In artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De bijstandsorganisaties registreren hun leden bij het agentschap op de wijze die het agentschap vaststelt. Ze rapporteren jaarlijks voor 1 maart aan het agentschap over hun werking in het voorbije jaar en de dienstverlening die ze hebben verleend in het voorbije jaar. Het agentschap stelt de modaliteiten en de wijze van rapportering vast.".
Art. 3. A l'article 14 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par ce qui suit :
" Les organisations d'assistance inscrivent leurs membres auprÚs de l'agence selon les modalités déterminées par celle-ci. Elles rendent compte à l'agence, avant le 1 mars de chaque année, de leur fonctionnement au cours de l'année précédente et des services qu'elles ont fournis au cours de l'année précédente. L'agence établit les modalités et le mode de rapportage. ".
Art. 4. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 16. Binnen de perken van de daarvoor op de begroting vastgelegde kredieten, kent het agentschap aan vergunde bijstandsorganisaties een jaarlijkse subsidie toe om de collectieve opdracht, vermeld in artikel 10, uit te voeren.
Per budgethouder die bij een bijstandsorganisatie is aangesloten conform de registraties, vermeld in artikel 14, eerste lid, op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor een subsidie wordt toegekend, kent het agentschap een subsidie van 236 euro toe aan de bijstandsorganisatie waarbij de budgethouder is aangesloten.
Als een budgethouder zich bij meer dan een bijstandsorganisatie aansluit als lid wordt de subsidie, vermeld in het tweede lid, toegekend aan de vergunde bijstandsorganisatie waarbij de budgethouder zich het eerst heeft aangesloten.
De subsidies, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks voor 1 april van het kalenderjaar waarop ze betrekking hebben, uitbetaald.
75% van de subsidies die op jaarbasis worden toegekend conform dit artikel, wordt besteed aan personeelskosten.".
Art. 4. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 16. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget, l'agence accorde une subvention annuelle aux organisations d'assistance agréées pour la réalisation de la mission collective visée à l'article 10.
Pour chaque gestionnaire de budget qui est affilié à une organisation d'assistance conformément aux enregistrements visés à l'article 14, alinéa premier, au 1 janvier de l'année civile au titre de laquelle une subvention est accordée, l'agence octroie une subvention de 236 euros à l'organisation d'assistance à laquelle le gestionnaire de budget est affilié.
Si un gestionnaire de budget adhÚre à plus d'une organisation d'assistance en tant que membre, la subvention visée au deuxiÚme alinéa est octroyée à l'organisation d'assistance agréée à laquelle le gestionnaire de budget a adhéré en premier.
Les subventions visées au deuxiÚme alinéa sont versées annuellement avant le 1 avril de l'année civile à laquelle elles se rapportent.
75 % des subventions octroyées sur une base annuelle conformément au présent article sont affectés aux frais de personnel. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, wordt een artikel 16/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 16/0. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder persoonlijke-assistentiebudget: een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004.
§ 2. Binnen de perken van de daarvoor op de begroting vastgelegde kredieten, kent het agentschap in de volgende gevallen aan vergunde bijstandsorganisaties subsidies toe voor het verlenen van bijstand aan budgethouders bij de opstart van de besteding van het persoonsvolgend budget of van het persoonlijke- assistentiebudget en voor de vergoeding van het lidgeld voor een jaar:
1° er is voor het eerst een persoonlijke-assistentiebudget toegekend;
2° er is voor het eerst een persoonsvolgend budget ter beschikking gesteld en er was geen persoonlijke-assistentiebudget toegekend. Bij de vaststelling of het om een eerste terbeschikkingstelling gaat, wordt geen rekening gehouden met de terbeschikkingstelling van een persoonsvolgend budget conform artikel 28 tot en met 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
De bijstand, vermeld in het eerste lid, heeft tot doel om de besteding van het persoonlijke assistentiebudget of het persoonsvolgend budget tijdig en correct op te starten.
De bijstandsorganisaties hanteren voor het verlenen van bijstand als vermeld in het eerste lid, een methodiek die het agentschap in samenspraak met de vergunde bijstandsorganisaties vaststelt.
§ 3. Het agentschap kent een bedrag toe van 800 euro per budgethouder aan de vergunde bijstandsorganisatie bij wie een budgethouder zich als lid aansluit in de gevallen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, binnen het jaar te rekenen vanaf de datum van de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, over de toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget of vanaf de datum van de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling van een persoonsvolgend budget.
Voor alle budgethouders, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan maar één keer de subsidie, vermeld in het eerste lid, worden toegekend. Als budgethouders als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, zich bij meer dan één bijstandsorganisatie aansluiten als lid, wordt de subsidie toegekend aan de bijstandsorganisatie bij wie ze zich het eerst als lid hebben aangesloten.
Het agentschap betaalt de subsidie, vermeld in het eerste lid, op kwartaalbasis, voor het einde van de tweede maand die volgt op een afgelopen kwartaal.
De vergunde bijstandsorganisaties bezorgen een jaarverslag aan het agentschap voor 1 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de subsidies, vermeld in het derde lid, betrekking hebben.
Het agentschap bepaalt de vorm en de inhoud van het jaarverslag, dat minstens de volgende elementen behandelt:
1° het aantal budgethouders aan wie bijstand als vermeld in paragraaf 2, is verleend;
2° de wijze waarop bijstand is verleend en de behaalde resultaten;
3° de mate waarin bijkomende hoogdrempelige individuele bijstand nodig is die door de budgethouder wordt betaald;
4° een resultatenrekening waarin alle kosten en opbrengsten van de gesubsidieerde activiteiten zijn opgenomen;
5° conclusies, tendensen en inzichten in verschillende snelheden van opstarten, die in samenspraak met de andere vergunde bijstandsorganisaties tot stand zijn gekomen.
Als het agentschap dat nodig acht, kan het overlegmomenten organiseren met de vergunde bijstandsorganisaties om de resultaten van de bijstand, vermeld in paragraaf 2, en de methodiek, vermeld in paragraaf 2, derde lid, tussentijds te evalueren.".
Art. 5. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2020, il est insĂ©rĂ© un article 16/0, ainsi rĂ©digĂ© :
" Art. 16/0. § 1. Au présent article, on entend par budget d'assistance personnelle un budget d'assistance personnelle tel que visé à l'article 19/2 du décret du 7 mai 2004.
§ 2. Dans les limites des crédits inscrits au budget à cet effet, l'agence octroie des subventions à des organisations d'assistance agréées pour la fourniture d'une assistance aux gestionnaires de budget pour le lancement de l'affectation du budget personnalisé ou du budget d'assistance personnelle et pour le remboursement des cotisations pour un an, dans les cas suivants
1° un budget d'assistance personnelle a été octroyé pour la premiÚre fois ;
2° un budget personnalisĂ© a Ă©tĂ© mis Ă  disposition pour la premiĂšre fois et aucun budget d'assistance personnelle n'a Ă©tĂ© octroyĂ©. Pour dĂ©terminer s'il s'agit d'une premiĂšre mise Ă  disposition, il n'est pas tenu compte de la mise Ă  disposition d'un budget personnalisĂ© conformĂ©ment aux articles 28 Ă  31 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă  la mise Ă  disposition dudit budget.
L'assistance visée à l'alinéa premier, a pour but de démarrer à temps et correctement l'affectation du budget d'assistance personnelle ou du budget personnalisé.
Les organisations d'assistance utilisent une méthodologie pour fournir l'assistance visée à l'alinéa premier, que l'agence détermine en consultation avec les organisations d'assistance agréées.
§ 3. L'agence octroie un montant de 800 euros par gestionnaire de budget à l'organisation d'assistance agréée auprÚs de laquelle un gestionnaire de budget s'affilie en tant que membre dans les cas visés au paragraphe 2, alinéa premier, dans l'année à compter de la date de la décision d'aide à la jeunesse visée à l'article 2, § 1, 28°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, relative à l'octroi d'un budget d'assistance personnelle ou à partir de la date de la décision de l'agence sur la mise à disposition d'un budget personnalisé.
Pour tous les gestionnaires de budget visĂ©s au paragraphe 2, alinĂ©a premier, la subvention visĂ©e Ă  l'alinĂ©a premier ne peut ĂȘtre octroyĂ©e qu'une seule fois. Si les gestionnaires de budget visĂ©s au paragraphe 2, alinĂ©a premier, adhĂšrent Ă  plus d'une organisation d'assistance en tant que membres, la subvention sera octroyĂ©e Ă  l'organisation d'assistance Ă  laquelle ils ont adhĂ©rĂ© en premier lieu en tant que membres.
L'agence verse la subvention visée à l'alinéa premier sur une base trimestrielle, avant la fin du deuxiÚme mois suivant un trimestre achevé.
Les organisations d'assistance agréées soumettent un rapport annuel à l'agence avant le 1 mars de l'année civile suivant l'année civile à laquelle se rapportent les subventions visées au troisiÚme alinéa.
L'agence détermine la forme et le contenu du rapport annuel, qui comprend au moins les éléments suivants :
1° le nombre de gestionnaires de budget auxquels l'assistance visée au paragraphe 2 a été fournie ;
2° les modalités de l'assistance et les résultats obtenus ;
3° la mesure dans laquelle une assistance individuelle supplémentaire, moins accessible, est nécessaire et est payée par le gestionnaire de budget ;
4° un compte de résultats reprenant l'ensemble des charges et produits des activités subventionnées ;
5° des conclusions, tendances et conceptions à différentes vitesses de démarrage, élaborées en concertation avec les autres organisations d'assistance agréées.
Si l'agence le juge nécessaire, elle peut organiser des moments de consultation avec les organisations d'assistance agréées afin d'évaluer dans l'intervalle les résultats de l'assistance visée au paragraphe 2 et de la méthodologie visée au paragraphe 2, troisiÚme alinéa. ".
Art. 6. In artikel 16/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019, wordt de zinsnede "artikel 16, vijfde lid," vervangen door de zinsnede "artikel 16, vierde lid, en artikel 16/0, § 3, derde lid.".
Art. 6. A l'article 16/1, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 janvier 2019, le membre de phrase " article 16, alinĂ©a cinq, " est remplacĂ© par le membre de phrase " article 16, alinĂ©a quatre, et article 16/0, § 3, alinĂ©a trois. ".
Art. 7. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 17. Het bedrag, vermeld in artikel 16, tweede lid, wordt vanaf 1 januari 2022 jaarlijks aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1999 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna G-index te noemen, volgens de formule:
(basisbedrag x G-index december 20..)/G-index december 2020.".
Art. 7. L'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 17. Le montant visĂ© Ă  l'article 16, alinĂ©a deux, est adaptĂ© annuellement Ă  partir du 1 janvier 2022, compte tenu de l'indice des prix Ă  la consommation, visĂ© au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1999 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays, appelĂ© l'indice G ci-aprĂšs, suivant la formule :
(montant de base x indice G décembre 20..)/indice G décembre 2020. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă  l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă  l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s
Art. 8. In het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2021, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 9/1. Als het agentschap voor het eerst een budget ter beschikking stelt en er geen persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, is toegekend, kunnen budgethouders aanspraak maken op bijstand bij de opstart van de besteding als vermeld in artikel 16/0, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering. Ze sluiten zich daarvoor als lid aan bij een bijstandsorganisatie die is vergund door het agentschap conform artikel 6 tot en met 8 van het voormelde besluit. Ze hoeven daarvoor geen lidgeld te betalen. Ze hoeven de bijstand ook niet te vergoeden met het budget.
Bij de vaststelling of het om een eerste terbeschikkingstelling gaat, wordt geen rekening gehouden met de terbeschikkingstelling van een persoonsvolgend budget conform artikel 28 tot en met artikel 31 van het besluit van 27 november 2015.".
Art. 8. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă  l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă  l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 mars 2021, il est insĂ©rĂ© un article 9/1, ainsi rĂ©digĂ© :
" Art. 9/1. Si l'agence met un budget Ă  disposition pour la premiĂšre fois et qu'aucun budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă  l'article 19/2 du dĂ©cret du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " n'a Ă©tĂ© accordĂ©, les gestionnaires de budget peuvent prĂ©tendre Ă  une assistance lors du lancement de l'affectation telle que visĂ©e Ă  l'article 16/0, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©. A cette fin, ils adhĂšrent Ă  une organisation d'assistance agréée par l'agence conformĂ©ment aux articles 6 Ă  8 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©. Ils ne doivent pas payer de cotisation. Ils ne sont pas non plus tenus de rembourser l'aide avec le budget.
Pour dĂ©terminer s'il s'agit d'un premiĂšre mise Ă  disposition, il n'est pas tenu compte de la mise Ă  disposition d'un budget personnalisĂ© conformĂ©ment aux articles 28 Ă  31 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015. ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 9. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder besluit van 11 december 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering.
Als het bedrag van de subsidie dat voor het jaar 2021 kan worden toegekend conform artikel 16 van het besluit van 11 december 2015, zoals gewijzigd bij dit besluit, lager is dan het bedrag van de subsidie dat het agentschap kan toekennen conform artikel 16 van het besluit van 11 december 2015 zoals van toepassing op 31 december 2020, kent het agentschap, in afwijking van artikel 16 van het besluit van 11 december 2015, zoals gewijzigd bij dit besluit, voor het jaar 2021 een subsidie toe die wordt berekend conform artikel 16 van het besluit van 11 december 2015 zoals van toepassing op 31 december 2020.
Art. 9. Dans le prĂ©sent chapitre, on entend par l'arrĂȘtĂ© du 11 dĂ©cembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 dĂ©cembre 2015 portant conditions d'autorisation et rĂšglement de subvention des organisations d'assistance aux bĂ©nĂ©ficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisĂ©.
Si le montant de la subvention Ă  octroyer pour l'annĂ©e 2021 conformĂ©ment Ă  l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du 11 dĂ©cembre 2015, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est infĂ©rieur au montant de la subvention que l'agence peut octroyer conformĂ©ment Ă  l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du 11 dĂ©cembre 2015, tel qu'applicable au 31 dĂ©cembre 2020, l'agence octroie, par dĂ©rogation Ă  l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du 11 dĂ©cembre 2015, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, une subvention pour l'annĂ©e 2021 calculĂ©e conformĂ©ment Ă  l'article 16 du dĂ©cret du 11 dĂ©cembre 2015, tel qu'applicable au 31 dĂ©cembre 2020.
Art. 10. In afwijking van artikel 16, vierde lid, van het besluit van 11 december 2015, zoals gewijzigd bij dit besluit, wordt de subsidie, vermeld in artikel 16, tweede lid, van het voormelde besluit, zoals gewijzigd bij dit besluit, voor het jaar 2021 betaald voor 1 mei.
Art. 10. Par dĂ©rogation Ă  l'article 16, alinĂ©a quatre, de l'arrĂȘtĂ© du 11 dĂ©cembre 2015, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la subvention visĂ©e Ă  l'article 16, alinĂ©a deux, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour l'annĂ©e 2021, est payĂ©e avant le 1er mai.
Art. 11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 1, 5, 6 en 8 hebben uitwerking met ingang van op 1 mei 2021 en zijn van toepassing als een persoonlijke-assistentiebudget wordt toegekend of een persoonsvolgend budget ter beschikking wordt gesteld vanaf 1 mei 2021.
Artikel 2 treedt in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking van het besluit in het Belgisch Staatsblad.
De wijzigingen doorgevoerd met artikel 1, 2, 5, 6 en 8 worden voor 1 januari 2024 geëvalueerd.
Art. 11. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2021.
Les articles 1, 5, 6 et 8 produisent leurs effets le 1er mai 2021 et s'appliquent si un budget d'assistance personnelle est octroyé ou un budget personnalisé est mis à disposition à compter du 1 mai 2021.
L'article 2 entre en vigueur le dixiĂšme jour qui suit la publication de l'arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
Les modifications apportées par les articles 1, 2, 5, 6 et 8 sont évaluées avant le 1er janvier 2024.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre flamand compĂ©tent pour les personnes handicapĂ©es est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.