Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 DECEMBER 2020. - Besluit van de Regering betreffende de ondersteuning van gezinnen bij meerlingengeboorten
Titre
3 DECEMBRE 2020. - Arrêté du Gouvernement sur le soutien aux familles lors de naissances multiples
Documentinformatie
Info du document
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. - Definities
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° decreet: het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
  2° persoon belast met de opvoeding: de persoon vermeld in artikel 83 van het decreet van 23 april 2018 betreffende de gezinsbijslagen;
  3° dienst: de dienstverrichter die - in de zin van artikel 10 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg - gezins- en ouderenhulp verricht en die - op grond van dat decreet - een vergunning daarvoor heeft gekregen;
  4° Minister: de minister bevoegd voor Gezin;
  5° administratie: het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap;
  6° centrum: het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.
  Voor de toepassing van dit besluit wordt de persoon belast met de opvoeding vermeld in het eerste lid, 2°, gelijkgesteld met de persoon met ondersteuningsbehoefte vermeld in artikel 4, 17°, van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg.
Article 1er. - Définitions
  Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° décret : le décret du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
  2° personne chargée de l'éducation : la personne mentionnée à l'article 83 du décret du 23 avril 2018 relatif aux prestations familiales;
  3° service : le prestataire de services qui fournit une offre d'aide aux familles et aux personnes âgées au sens de l'article 10 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs et qui, à cette fin, a obtenu une autorisation sur la base du même décret;
  4° Ministre : le Ministre compétent en matière de Famille;
  5° administration : le Ministère de la Communauté germanophone;
  6° centre : le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
  Aux fins d'application du présent arrêté, la personne chargée de l'éducation mentionnée à l'alinéa 1er, 2°, est assimilée à la personne dépendante mentionnée à l'article 4, 17°, du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs;
Art.2. - Ondersteuningsvormen
  Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de persoon belast met de opvoeding, in geval van een meerlingengeboorte, een beroep doen op volgende ondersteuningsvormen :
  1° de ondersteuning door een dienst overeenkomstig de nadere regels bepaald in hoofdstuk 2, binnen de perken van het beschikbare urencontingent van de erkende diensten;
  2° de terugbetaling van de kosten om een beroep te doen op thuishulp van huishoudelijke aard overeenkomstig de nadere regels bepaald in hoofdstuk 3.
Art.2. - Formes d'aide
  Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, la personne chargée de l'éducation peut, dans le cas d'une naissance multiple, bénéficier des formes d'aide suivantes :
  1° l'aide apportée par un service conformément aux modalités fixées dans le chapitre 2 et dans le cadre du contingent d'heures disponible des services agréés;
  2° le remboursement pour le recours à une aide à domicile conformément aux modalités fixées au chapitre 3.
Art.3. - Verdere begeleiding door het centrum
  Door een beroep te doen op een ondersteuning vermeld in artikel 2 verplicht de persoon belast met de opvoeding zich ertoe regelmatig een beroep te doen op het advies- en begeleidingsaanbod van het centrum. De begeleiding door het centrum is gebaseerd op de werkelijke behoefte van de persoon belast met de opvoeding.
  In het kader van de 'bepaling van de ondersteuning' vermeld in de artikelen 10 en 15 bepalen het centrum en de persoon belast met de opvoeding samen met de dienst wanneer en hoe vaak een beroep wordt gedaan op de aangeboden hulp.
Art.3. - Poursuite de l'accompagnement par le centre
  Lorsqu'elle recourt à l'une des aides mentionnées à l'article 2, la personne chargée de l'éducation s'engage à faire régulièrement appel aux prestations de conseil et d'accompagnement fournies par le centre. L'accompagnement proposé par le centre se fonde sur les besoins réels de la personne chargée de l'éducation.
  Le centre et la personne chargée de l'éducation fixe conjointement avec le service la durée et la fréquence du recours aux prestations dans le cadre de la détermination des aides prévue conformément aux articles 10 et 15.
Art.4. - Toekenning en duur van de ondersteuningen
  § 1 - De ondersteuningen vermeld in artikel 2 worden toegekend vanaf de geboortedag van het jongste kind. Ze worden niet meer toegekend vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het oudste kind het derde levensjaar bereikt.
  Voor de toepassing van artikel 83, eerste lid, 2°, van het decreet wordt het daarin vermelde leeftijdsverschil vanaf (datum) tot de dag vóór (datum) berekend.
  § 2 - De ondersteuningen worden niet toegekend als de persoon belast met de opvoeding ze aanvraagt voor een doodgeboren kind.
  § 3 - Als een kind in de loop van de toekenningsperiode vermeld in § 1, eerste lid, sterft, worden de ondersteuningen verder toegekend voor de volgende duur :
  1° gedurende het verblijf in het ziekenhuis, voor zover de overlevende kinderen zich na het overlijden van hun broer of zus in het ziekenhuis bevinden;
  2° gedurende dertig kalenderdagen na het overlijden van een kind, voor zover de overlevende kinderen zich na het overlijden van hun broer of zus op hun woonplaats bevinden.
  Het centrum deelt het overlijden van een kind mee aan de administratie en - als een beroep wordt gedaan op een dienst overeenkomstig artikel 2, 1° - aan de dienst.
Art.4. - Octroi et durée des aides
  § 1er - Les aides mentionnées à l'article 2 sont octroyées à dater de la naissance du plus jeune enfant. Elles cessent d'être octroyées à partir du premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'ainé a atteint l'âge de trois ans.
  Pour l'application de l'article 83, alinéa 1er, 2°, du décret, la différence d'âge y mentionnée est calculée du tant au tant.
  § 2 - Les aides ne sont pas octroyées si la personne chargée de l'éducation introduit une demande pour un enfant mort-né.
  § 3 - Si un enfant décède au cours de la période d'octroi mentionnée au § 1er, alinéa 1er, les aides sont encore octroyées pendant les périodes suivantes :
  1° pour la durée du séjour à l'hôpital si les enfants survivants sont hospitalisés après le décès de leur frère ou soeur;
  2° pendant trente jours calendrier après le décès d'un enfant si les enfants survivants se trouvent à leur domicile après le décès de leur frère ou soeur;
  Le centre communique le décès d'un enfant à l'administration et, s'il est fait appel à un service conformément à l'article 2, 1°, audit service.
Art.5. - Bemiddelingsprocedure
  Als de persoon belast met de opvoeding, de dienst of het centrum vaststelt dat één van die partijen zich niet houdt aan de verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien of dat de samenwerking niet bevredigend verloopt, stelt de administratie hen schriftelijk daarvan in kennis.
  De administratie brengt die situatie onder de aandacht van de partij waarop de vaststelling betrekking heeft. Laatstgenoemde kan, binnen een termijn van vijftien dagen die ingaat vanaf de kennisneming van die vaststelling, een schriftelijk standpunt daaromtrent indienen bij de administratie.
  Na het verstrijken van de termijn bepaald in het tweede lid nodigt de administratie de betrokken partijen uit voor een gezamenlijk gesprek om tot een minnelijke schikking tussen de betrokken partijen te komen.
Art.5. - Procédures de conciliation
  Si la personne chargée de l'éducation, le service ou le centre constate que l'une des parties ne respectent pas ses obligations qui découlent du présent arrêté ou que la coopération ne se déroule pas de manière satisfaisante, il ou elle en informe l'administration par écrit.
  L'administration attire l'attention de la partie concernée par la constatation sur ce fait. Ladite partie peut, dans un délai de quinze jours après avoir pris connaissance de cette constatation, communiquer par écrit sa prise de position à l'administration.
  Au terme du délai fixé dans l'alinéa 2, l'administration invite les parties concernées à un entretien conjoint afin de trouver une solution à l'amiable entre elles.
Art.6. - Verwerking van persoonsgegevens
  De Regering en het centrum zijn verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in de artikelen 8 en 13 in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ze gelden als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van die gegevens. De dienst geldt als verwerker in de zin van artikel 4, punt 8, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
  De Regering zendt de in het eerste lid vermelde persoonsgegevens door aan de dienst, voor zover dit noodzakelijk is voor het vervullen van zijn opdracht.
  Het centrum verwerkt persoonsgegevens met het oog op het vervullen van zijn begeleidende opdracht als bepaald in het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.
  De Regering verwerkt persoonsgegevens met het oog op de toekenning van een ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte als bepaald in artikel 2.
  De Regering, het centrum en de dienst mogen de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van hun wettelijke, decretale of de bij dit besluit vastgelegde opdrachten gebruiken.
Art.6. - Traitement des données à caractère personnel
  Le Gouvernement et le centre sont responsables conjointement du traitement des données à caractère personnel mentionnées aux articles 8 et 13, au sens du règlement général sur la protection des données. Ils sont réputés responsables du traitement de ces données au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données. Le service est considéré comme étant sous-traitant au sens de l'article 4, 8), du règlement général sur la protection des données.
  Le Gouvernement transmet au service les données à caractère personnel mentionnées à l'alinéa 1er pour autant qu'elles soient nécessaires à l'accomplissement de ses missions.
  Le centre traite les données à caractère personnel en vue de remplir sa mission d'accompagnement prévue dans le décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
  Le Gouvernement traite les données à caractère personnel en vue de l'octroi, dans le cas d'une naissance multiple, d'une des aides prévues à l'article 2.
  Le Gouvernement, le centre ainsi que le service ne peuvent utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exécution de leurs missions fixées par la loi, le décret ou le présent arrêté.
Art.7. - Duur van de gegevensverwerking
  Onverminderd andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens vermeld in artikel 8 en in artikel 13 als volgt bewaard :
  1° voor een persoon belast met de opvoeding die nooit werkelijk recht op ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte had: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de desbetreffende aanvraag gedaan werd;
  2° voor een persoon belast met de opvoeding die recht op ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte had: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de desbetreffende aanvraag gedaan werd;
  3° voor een persoon belast met de opvoeding die het voorwerp is van een administratieve of gerechtelijke procedure: tot 5 jaar na het einde van de maand waarin de procedure beëindigd werd.
Art.7. - Durée du traitement des données
  Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires prévoyant, le cas échéant, un délai de conservation plus long, les données mentionnées aux articles 8 et 13 sont conservées comme suit :
  1° pour une personne chargée de l'éducation qui n'a jamais réellement eu droit à une aide dans le cas d'une naissance multiple : pendant cinq ans suivant la fin du mois où a été introduite la demande y afférente;
  2° pour une personne chargée de l'éducation qui a eu droit à une aide dans le cas d'une naissance multiple : pendant cinq ans suivant la fin du mois où a été introduite la demande y afférente;
  3° pour une personne chargée de l'éducation pour laquelle une procédure administrative ou judiciaire est pendante : pendant cinq ans à partir de la fin du mois où se termine ladite procédure.
HOOFDSTUK 2. - Ondersteuning door de gezins- en ouderenhulp
CHAPITRE 2. - Aides fournies par l'aide aux familles et aux personnes âgées
Art.8. - Aanvraag
  § 1 - De persoon belast met de opvoeding die via een dienst ondersteuning voor een meerlingengeboorte wil krijgen, neemt contact op met het centrum. Het centrum plant een gemeenschappelijke afspraak in om de desbetreffende aanvraag samen met de persoon belast met de opvoeding te vervolledigen.
  Het centrum stelt een aanvraagformulier ter beschikking waarin de volgende elementen worden opgevraagd :
  1° over de personen belast met de opvoeding :
  a) naam, voornaam, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres;
  b) gezinssamenstelling, identiteit van de persoon die het kind werkelijk opvoedt en relatie tot het kind;
  c) rekeningnummer;
  2° over de kinderen:
  a) naam, voornaam, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats;
  b) inlichtingen over de vermoedelijke geboortedatum, als de aanvraag overeenkomstig paragraaf 2 voor de geboorte wordt ingediend.
  § 2 - De aanvraag kan op zijn vroegst zes maanden vóór de vermoedelijke geboortedatum van het jongste kind ingediend worden.
  In dat geval moet de aanvraag vergezeld gaan van een medisch attest waaruit de vermoedelijke geboortedatum blijkt. Na de geboorte dient de persoon belast met de opvoeding een kopie van de geboorteakte in bij de administratie.
Art.8. - Demande
  § 1er - La personne chargée de l'éducation qui souhaite solliciter auprès d'un service une aide pour une naissance multiple prend contact avec le centre. Le centre l'invite à un entretien afin de compléter la demande correspondante.
  Le centre met à disposition un formulaire de demande ad hoc, reprenant les éléments suivants :
  1° concernant la personne chargée de l'éducation :
  a. les nom, prénom, date de naissance, numéro de registre national, domicile, numéro de téléphone et adresse électronique;
  b. la composition de ménage, l'identité de la personne qui élève effectivement l'enfant et la relation à l'enfant;
  c. numéro de compte;
  2° concernant l'enfant :
  a. les nom, prénom, date de naissance, numéro de registre national, domicile;
  b. les informations concernant la date présumée de la naissance si la demande est introduite avant conformément au § 2;
  § 2 - La demande peut être introduite au plus tôt six mois avant la date présumée de la naissance du plus jeune des enfants.
  Dans ce cas, il convient d'y joindre un certificat médical mentionnant la date présumée de la naissance. Après celle-ci, la personne chargée de l'éducation introduit l'acte de naissance correspondant auprès de l'administration.
Art.9. - Beslissing van de Minister
  Zodra de aanvraag voltooid is, zendt het centrum die aanvraag door naar de administratie.
  De Minister beslist over de aanvraag op basis van een standpuntbepaling van de administratie.
  De administratie zendt als volgt een kopie van de beslissing van de Minister aan het centrum en de beslissing zelf aan de persoon belast met de opvoeding :
  1° een gunstige beslissing via een gewoon schrijven;
  2° een afwijzingsbeslissing via een aangetekend schrijven.
  In een afwijzingsbeslissing wordt het volgende vermeld :
  1° de mogelijkheid om beroep in stellen;
  2° de bevoegde instanties die daarvan kennis nemen;
  3° de na te leven termijnen en vormvereisten.
Art.9. - Décision du Ministre
  Dès que la demande est complète, le centre la transmet à l'administration.
  Le Ministre statue sur la base d'un avis émis par l'administration.
  L'administration transmet une copie de la décision du Ministre au centre et la décision à la personne chargée de l'éducation comme suit :
  1° une décision favorable par simple lettre;
  2° une décision défavorable par lettre recommandée.
  Une décision défavorable mentionne :
  1° la possibilité d'introduire un recours;
  2° les instances compétentes qui en prennent connaissance;
  3° les délais et formes à respecter.
Art.10. - Gemeenschappelijk bepalen van de omvang van de ondersteuning
  Na ontvangst van de gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig artikel 9 bepalen de persoon belast met de opvoeding en de dienst, op basis van een voorstel van het centrum, samen het urenpakket en de wijze waarop de dienst de ondersteuning zal bieden.
  Het urenpakket bedraagt hoogstens 954 uur per kalenderjaar voor drie kinderen. Voor elk extra kind omvat het urenpakket hoogstens 318 uur per kalenderjaar. Indien de eerste ondersteuning tijdens het lopende kalenderjaar wordt verleend, wordt het urenpakket verminderd in verhouding tot de resterende periode van het kalenderjaar.
  Op verzoek van de persoon belast met de opvoeding en in overleg met de dienst kan het urenpakket vermeld in het tweede lid per kwartaal worden aangepast. De dienst deelt de aanpassing mee aan de administratie en aan het centrum.
Art.10. - Détermination conjointe de l'étendue de l'aide
  Après réception de la décision favorable du Ministre conformément à l'article 9, la personne chargée de l'éducation et le service déterminent conjointement le nombre d'heures et les modalités de l'aide qui doit être apportée par le service, et ce, sur la base d'une proposition établie par le centre.
  Le nombre d'heures est plafonné à 954 heures par année calendrier pour trois enfants. Pour tout enfant supplémentaire, le nombre d'heures est plafonné à 318 heures par année calendrier. Si la première aide est apportée au cours d'une année calendrier, le nombre d'heures est réduit au prorata de la période restante de ladite année calendrier.
  Si la personne chargée de l'éducation le souhaite, le nombre d'heures mentionné à l'alinéa 2 peut être ajusté tous les trimestres en concertation avec le service. Le service informe l'administration et le centre de cet ajustement.
Art.11. - Aard van de ondersteuning
  De dienst biedt de volgende hulp aan in het kader van de ondersteuning bij een meerlingengeboorte en zorgt ervoor dat die zo vaak mogelijk door dezelfde personen wordt verleend :
  1° de lichaamsverzorging van de kinderen waarborgen;
  2° maaltijden bereiden en, indien nodig, de kinderen te eten geven;
  3° hulp bieden om voor orde en netheid te zorgen in de ruimten waar de kinderen komen;
  4° ondersteuning bieden bij de opvang van de kinderen.
Art.11. - Formes d'aide
  Dans le cadre de l'aide lors d'une naissance multiple, le service fournit, avec la plus grande continuité possible au niveau du personnel, les prestations suivantes :
  1° assurer les soins corporels apportés aux enfants;
  2° préparer les repas et, le cas échéant, donner à manger aux enfants;
  3° contribuer à assurer la propreté et l'ordre des lieux où les enfants sont présents;
  4° apporter du soutien dans l'encadrement des enfants.
Art.12. - Terugbetaling van de kosten die door de ondersteuning zijn ontstaan
  De persoon belast met de opvoeding dient de betalingsbewijzen voor de door de dienst verleende hulp maandelijks in bij de administratie.
  De financiële bijdrage die de persoon belast met de opvoeding heeft betaald voor de door de dienst verleende hulp wordt, binnen de perken van het vastgelegde urenpakket, volledig terugbetaald door de administratie.
  De terug te betalen bedragen worden overgeschreven naar een rekening van de persoon belast met de opvoeding bij een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.
  Bij de rekening vermeld in het derde lid gaat het om een rekening die geopend werd op naam van de persoon belast met de opvoeding of op naam van de persoon belast met de opvoeding en een andere persoon.
Art.12. - Remboursement des frais engendrés par l'aide
  Tous les mois, la personne chargée de l'éducation introduit auprès de l'administration les preuves de paiement des prestations effectuées par le service.
  Dans la limite du nombre d'heures fixé, l'administration rembourse intégralement la participation financière payée par la personne chargée de l'éducation pour les prestations effectuées par le service.
  Le remboursement est versé sur un compte de la personne chargée de l'éducation auprès d'un établissement de crédit tel que défini à l'article 1er de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit.
  Le compte mentionné à l'alinéa 3 est un compte ouvert au nom de la personne chargée de l'éducation ou au sien et à celui d'une autre personne.
HOOFDSTUK 3. - Terugbetaling van thuishulp van huishoudelijke aard
CHAPITRE 3. - Remboursement pour le recours à une aide à domicile
Art.13. - Aanvraag
  De persoon belast met de opvoeding die ondersteuning in geval van een meerlingengeboorte wil krijgen in de vorm van de terugbetaling van de kosten voor thuishulp van huishoudelijke aard neemt contact op met het centrum. Het centrum plant een gemeenschappelijke afspraak in om de aanvraag vermeld in artikel 8 samen met de persoon belast met de opvoeding te vervolledigen.
Art.13. - Demande
  La personne chargée de l'éducation qui souhaite solliciter une aide pour une naissance multiple sous la forme d'un remboursement des frais encourus pour le recours à une aide à domicile prend contact avec le centre. Le centre l'invite à un entretien afin de compléter la demande correspondante.
Art.14. - Beslissing van de Minister
  Zodra de aanvraag voltooid is, zendt het centrum die aanvraag door naar de administratie.
  De Minister beslist over de aanvraag op basis van een standpuntbepaling van de administratie.
  De administratie zendt als volgt een kopie van de beslissing van de Minister aan het centrum en de beslissing zelf aan de persoon belast met de opvoeding :
  1° een gunstige beslissing via een gewoon schrijven;
  2° een afwijzingsbeslissing via een aangetekend schrijven.
  In een afwijzingsbeslissing wordt het volgende vermeld :
  1° de mogelijkheid om beroep in stellen;
  2° de bevoegde instanties die daarvan kennis nemen;
  3° de na te leven termijnen en vormvereisten.
Art.14. - Décision du Ministre
  Dès que la demande est complète, le centre la transmet à l'administration.
  Le Ministre statue sur la base d'un avis émis par l'administration.
  L'administration transmet une copie de la décision du Ministre au centre et la décision à la personne chargée de l'éducation comme suit :
  1° une décision favorable par simple lettre;
  2° une décision défavorable par lettre recommandée.
  Une décision défavorable mentionne :
  1° la possibilité d'introduire un recours;
  2° les instances compétentes qui en prennent connaissance;
  3° les délais et formes à respecter.
Art.15. - Gemeenschappelijk bepalen van de omvang van de ondersteuning
  Na ontvangst van de gunstige beslissing van de Minister overeenkomstig artikel 14 nodigt het centrum de persoon belast met de opvoeding uit voor een gezamenlijke vergadering om het terugbetaalbare urenpakket van de overeenkomstig artikel 16 te verstrekken thuishulp van huishoudelijke aard te bepalen.
  Het terugbetaalbare urenpakket bedraagt hoogstens 400 uur per kalenderjaar. Indien de eerste ondersteuning tijdens het lopende kalenderjaar wordt verleend, wordt het urenpakket verminderd in verhouding tot de resterende periode van het kalenderjaar.
  Op verzoek van de persoon belast met de opvoeding en in overleg met het centrum kan het urenpakket per kwartaal worden aangepast.
Art.15. - Détermination conjointe de l'étendue de l'aide
  Après réception de la décision favorable du Ministre conformément à l'article 14, le centre invite la personne chargée de l'éducation à un entretien afin de déterminer conjointement le nombre d'heures remboursable à fournir conformément à l'article 16 en tant qu'aide à domicile.
  Le nombre d'heures remboursable est plafonné à 400 heures par année calendrier. Si la première aide est apportée au cours d'une année calendrier, le nombre d'heures est réduit au prorata de la période restante de ladite année calendrier.
  Si la personne chargée de l'éducation le souhaite, le nombre d'heures peut être ajusté tous les trimestres en concertation avec le centre.
Art.16. - Aard van de ondersteuning
  Zodra het terugbetaalbare urenpakket is vastgesteld, kan de persoon belast met de opvoeding, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, een beroep doen op thuishulp van huishoudelijke aard.
Art.16. - Formes d'aide
  Après détermination du nombre d'heures remboursable, la personne chargée de l'éducation peut faire appel à une aide à domicile conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services.
Art.17. - Terugbetaling van de dienstencheques
  Met het oog op de terugbetaling van de aankoop van de dienstencheques voor het verlenen van de in artikel 16 vermelde ondersteuning dient de persoon belast met de opvoeding de overschrijvingsbewijzen voor de aankoop van de dienstencheques bij de administratie in.
  De administratie betaalt de aankoopprijs van de gebruikte dienstencheques terug, binnen de perken van het toegekende urenpakket.
  De terug te betalen bedragen worden overgeschreven naar een rekening van de persoon belast met de opvoeding bij een kredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.
  Bij de rekening vermeld in het tweede lid gaat het om een rekening die geopend werd op naam van de persoon belast met de opvoeding of op naam van de persoon belast met de opvoeding en een andere persoon.
Art.17. - Remboursement des titres-services
  Aux fins du remboursement de l'acquisition de titres-services pour la fourniture de l'aide mentionnée à l'article 16, la personne chargée de l'éducation introduit auprès de l'administration les preuves de versement pour l'achat desdits titres-services.
  Dans la limite du nombre d'heures octroyé, l'administration rembourse le prix d'achat des titres-services utilisés.
  Le remboursement est versé sur un compte de la personne chargée de l'éducation auprès d'un établissement de crédit tel que défini à l'article 1er, § 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit et des sociétés de bourse.
  Le compte mentionné à l'alinéa 2 est un compte ouvert au nom de la personne chargée de l'éducation ou au sien et à celui d'une autre personne.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.18. - Inwerkingtreding
  Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art.18. - Entrée en vigueur
  Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2020.
Art. 19. - Uitvoeringsbepaling
  De minister bevoegd voor Gezin is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. - Exécution
  Le Ministre compétent en matière de Famille est chargé de l'exécution du présent arrêté.