Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 JUNI 2020. - Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs - 2020
Titre
22 JUIN 2020. - Décret portant des mesures en matière d'enseignement - 2020
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk bes... HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk be... HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het koninklijk be... HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het koninklijk be... HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het koninklijk be... HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het koninklijk be... HOOFDSTUK 15. - Wijziging van de herstelwet van... HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het decreet van 5... HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 2... HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 1... HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het besluit van d... HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het programmadecr... HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 3... HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het decreet van 1... HOOFDSTUK 23. - Wijziging van het decreet van 2... HOOFDSTUK 24. - Wijziging van het decreet van 3... HOOFDSTUK 25. - Wijziging van het decreet van 2... HOOFDSTUK 26. - Wijziging van het decreet van 1... HOOFDSTUK 27. - Wijziging van het decreet van 6... HOOFDSTUK 28. - Wijziging van het decreet van 2... HOOFDSTUK 29. - Wijziging van het decreet van 2... Art.129. In artikel 59, § 2, tweede lid, van he... Art.131. In artikel 12 van het decreet van 25 m... Art.135. In artikel 15.1 van het decreet van 25... Art.137. Artikel 3.15, § 1, 1°, van het decreet... Art.142. In artikel 25, 2°, van het decreet van... Art.143. In artikel 9 van het crisisdecreet 202... Art.145. Dit decreet treedt in werking op 1 sep... Art. N1. Bijlage 2 van het decreet van 25 mei 2...
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal ... CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté royal du... CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal d... CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté royal d... CHAPITRE 12. - Modification de l'arrêté royal d... CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté royal d... CHAPITRE 14. - Modification de l'arrêté royal d... CHAPITRE 15. - Modification de la loi de redres... CHAPITRE 16. - Modification du décret du 5 juin... CHAPITRE 17. - Modification du décret du 27 jui... CHAPITRE 18. - Modification du décret du 16 déc... CHAPITRE 19. - Modification de l'arrêté du Gouv... CHAPITRE 20. - Modification du décret-programme... CHAPITRE 21. - Modification du décret du 31 aoû... CHAPITRE 22. - Modification du décret du 14 déc... CHAPITRE 23. - Modification du décret du 26 avr... CHAPITRE 24. - Modification du décret du 30 jui... CHAPITRE 25. - Modification du décret du 29 mar... CHAPITRE 26. - Modification du décret du 19 avr... CHAPITRE 27. - Modification du décret du 6 juin... CHAPITRE 28. - Modification du décret du 27 jui... CHAPITRE 29. - Modification du décret du 21 avr... Art.129. Dans l'article 59, § 2, alinéa 2, du d... Art.131. A l'article 12 du décret du 25 mai 200... Art.135. A l'article 15.1 du décret du 25 juin ... Art.137. Dans l'article 3.15, § 1er, du décret ... Art.142. Dans l'article 25, 2°, du décret du 25... Art.143. Dans l'article 9 du décret de crise 20... Art.145. Le présent décret entre en vigueur le ... Art. N1. Annexe 2 du décret du 25 mai 2009 port...
Tekst (184)
Texte (184)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel, alsook administratief personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique ainsi que du personnel administratif des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements
Artikel 1. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel, alsook administratief personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder C, b), 14ter, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder G), a), ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2009 en gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011 en 24 juni 2013, wordt aangevuld met een bepaling onder 5.1, luidende:
  "5.1. leerkracht voor harp".
Article 1er. A l'article 6 de l'arrêté royal du 2 octobre 1968 déterminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique ainsi que du personnel administratif des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et les fonctions des membres du personnel du service d'inspection chargé de la surveillance de ces établissements, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le C., b), le 14ter, inséré par le décret du 6 mai 2019, est abrogé;
  2° dans le G., le a), inséré par le décret du 23 mars 2009 et modifié par les décrets des 27 juin 2011 et 24 juin 2013, est complété par un 5.1 rédigé comme suit :
  " 5.1 professeur de harpe ".
Art.2. Artikel 7, b), 10°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 1969, wordt vervangen als volgt:
  "10° beheerder Financiën en Gebouwen;"
Art.2. Dans l'article 7, b), du même arrêté royal, le 10°, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 1969, est remplacé par ce qui suit :
  " 10° gestionnaire financier et immobilier; ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art.3. In artikel 16 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het zesde lid, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015 en bij het decreet 26 juni 2017, wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "Bij gebrek aan een kandidaat die houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt van pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs, kunnen in dat ambt personen worden aangesteld die houder zijn van het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs of, als de pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften uitsluitend bevoegd is voor het kleuteronderwijs of voor de eerste graad van het lager onderwijs,
  die houder zijn van het diploma van kleuteronderwijzer, aangevuld met twee jaar nuttige beroepservaring in een ambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend, en die op het tijdstip van de aanstelling reeds ingeschreven zijn voor een aanvullende opleiding van ten minste 15 ECTS-punten in de bevorderingspedagogiek, de heilpedagogie of de orthopedagogie. Als bewijs dient een inschrijvingsbevestiging die is afgegeven door de onderwijsinstelling waar de aanvullende opleiding gevolgd wordt. De aanstelling in dat ambt eindigt van ambtswege na afloop van twee jaar, als het betrokken personeelslid de aanvullende opleiding niet binnen die termijn van twee jaar met succes heeft voltooid."
  2° het achtste lid, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt opgeheven.
Art.3. A l'article 16 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 6, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 26 juin 2017, est complété par les phrases suivantes :
  " A défaut d'un candidat porteur du titre requis pour la fonction de pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire, peuvent être désignées dans cette fonction les personnes qui sont porteuses du diplôme d'instituteur primaire ou, dans le cas où la compétence du pédagogue de soutien se limite exclusivement à la section maternelle ou au premier dégré de l'école primaire, du diplôme d'instituteur maternel, complété par une expérience professionnelle utile de deux ans dans une fonction de la catégorie du personnel directeur et enseignant - les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein - et qui, au moment de la désignation, sont inscrits dans une formation complémentaire d'au moins 15 points ECTS en pédagogie de soutien, pédagogie curative ou orthopédagogie. La preuve est apportée en présentant la confirmation d'inscription délivrée par l'établissement d'enseignement où la formation complémentaire est suivie. La désignation dans cette fonction prend fin d'office après deux ans si le membre du personnel concerné n'a pas, dans ce délai, suivi avec fruit la formation complémentaire. ";
  2° l'alinéa 8, inséré par le décret du 25 juin 2018, est abrogé.
Art.4. Het opschrift van hoofdstuk III, afdeling 4, van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt:
  "Afdeling 4 - Overname van personeelsleden"
Art.4. L'intitulé du chapitre 3, section 4, du même arrêté royal est remplacé par ce qui suit :
  " Section 4 - Reprise de membres du personnel ".
Art.5. In hoofdstuk III, afdeling 4, van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 51.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 51.1 - § 1 - De inrichtende macht kan een vacante betrekking van een wervingsambt in de categorie van het bestuurspersoneel laten bekleden door een personeelslid over te nemen van een administratieve overheid als bedoeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, hierna 'afgevende overheid' genoemd, behalve indien de inrichtende macht op grond van de bepalingen over de reaffectatie, wedertewerkstelling en uurroosteraanvulling ertoe verplicht is die betrekking toe te wijzen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking staat.
  Het personeelslid van de afgevende overheid kan op eigen verzoek overgenomen worden als definitief benoemd personeelslid in een wervingsambt in de categorie van het bestuurspersoneel, als:
  1° het over te nemen personeelslid bij de afgevende overheid definitief benoemd is;
  2° het hoofd van de afgevende overheid zijn schriftelijke toestemming heeft gegeven;
  3° het over te nemen personeelslid op het tijdstip van de overname voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het ambt waarin hij na de overname benoemd zal worden, met uitzondering van de bepalingen betreffende de wervingsprocedure.
  Bij een overname geschiedt het ontslag van het personeelslid bij de afgevende overheid en de vaste benoeming door de inrichtende macht zonder onderbreking in de tijd.
  Voor de berekening van de dienstanciënniteit tellen de diensten die het overgenomen personeelslid vóór de overname gepresteerd heeft bij de afgevende overheid, mee alsof ze gepresteerd waren in het ambt waarin het betrokken personeelslid bij de inrichtende macht wordt overgenomen.
  § 2 - Het overgenomen personeelslid wordt bezoldigd op basis van de financiële anciënniteit bij de afgevende overheid wanneer de financiële anciënniteit die het personeelslid met toepassing van de bepalingen van de opnemende instelling zou hebben, niet minstens even hoog is.
  Als de wedde - toelagen inbegrepen - van het overgenomen personeelslid met toepassing van titel II en titel II.1 van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep lager is dan de wedde - toelagen inbegrepen - die het overgenomen personeelslid vóór de overname bij de afgevende overheid kreeg, wordt het overgenomen personeelslid verder bezoldigd op basis van de weddeschaal - toelagen inbegrepen - van de afgevende overheid tot betrokkene met toepassing van titel II en titel II.1 van het decreet van 21 april 2008 een minstens even hoge wedde krijgt."
Art.5. Dans le chapitre III, section 4, du même arrêté royal, il est inséré un article 51.1 rédigé comme suit :
  " Art. 51.1 - § 1er - Le pouvoir organisateur peut pourvoir à un emploi vacant d'une fonction de recrutement dans la catégorie du personnel administratif en reprenant un membre du personnel de l'une des autorités administratives mentionnées à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, ci-après, " autorité cédante ", sauf s'il est tenu, en vertu de la règlementation relative à la réaffectation, à la remise au travail et au complément d'horaire, d'attribuer cet emploi à un membre du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi.
  A sa demande, le membre du personnel de l'autorité cédante peut être repris en tant que membre du personnel nommé à titre définitif dans une fonction de recrutement dans la catégorie du personnel administratif si :
  1° il est nommé à titre définitif auprès de l'autorité cédante;
  2° le directeur de l'autorité cédante a donné son accord par écrit;
  3° il remplit, au moment de la reprise, les conditions d'accès auxquelles il serait nommé après ladite reprise, à l'exception des dispositions relatives à l'appel à candidatures.
  Lors de la reprise, le congé donné au membre du personnel par l'autorité cédante et la nomination définitive par le pouvoir organisateur s'effectuent sans interruption.
  Les services que le membre du personnel repris a prestés auprès de l'autorité cédante avant sa reprise sont pris en compte comme s'ils avaient été prestés dans la fonction reprise auprès du pouvoir organisateur pour déterminer l'ancienneté de service.
  § 2 - La rémunération du membre du personnel repris s'opère sur la base de l'ancienneté pécuniaire de l'autorité cédante si cette ancienneté n'est pas au moins égale à celle que le membre du personnel présente en application des dispositions de l'autorité accueillante.
  Si le traitement, allocations comprises, du membre du personnel repris en application des titres II et II.1 du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant est inférieur à celui, allocations comprises, qu'il recevait de l'autorité cédante avant la reprise, ledit membre du personnel continue à être rémunéré sur la base des échelles de traitement, allocations comprises, de l'autorité cédante jusqu'à ce qu'il perçoive un traitement au moins équivalent en application des titres II et II.1 du décret susmentionné. "
Art.6. In artikel 66, § 4, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "de vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende"".
Art.6. Dans l'article 66, § 4, alinéa 4, du même arrêté royal, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " "insatisfaisant" ou " sont insérés entre les mots " la mention " et le mot " "insuffisant" ".
Art.7. In artikel 91quinquiesdecies, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en vervangen bij het decreet van 18 juni 2018, wordt het woord "3° " vervangen het woord "4° ".
Art.7. Dans l'article 91quinquiesdecies, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par le décret du 24 juin 2013 et remplacé par le décret du 18 juin 2018, le mot " 3° " est remplacé par le mot " 4° ".
Art.8. In artikel 91undequadragies, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2018, worden de woorden "en de artikelen 91undecies" vervangen door de woorden "°, artikel 91undecies met uitzondering van § 2, eerste lid, en de artikelen 91duodecies".
Art.8. Dans l'article 91undequadragies, alinéa 2, du même arrêté royal, inséré par le décret du 18 juin 2018, les mots " et 91undecies " sont remplacés par les mots " 91undecies, à l'exception du § 2, alinéa 1er, ainsi que 91duodecies ".
Art.9. In het opschrift van hoofdstuk VIIdecies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "pedagogische coördinatoren voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.9. L'intitulé du chapitre VIIdecies du même arrêté royal, inséré par le décret du 6 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre VIIdecies - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs paramédicaux dans des écoles inclusives ".
Art.10. In artikel 91quadragiesquinquies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "op het ambt van pedagogische coördinator voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.10. Dans l'article 91quadragiesquinquies du même arrêté royal, inséré par le décret du 6 mai 2019, les mots " de coordinateur pédagogique dans des écoles inclusives ainsi qu'à celle " sont abrogés.
Art.11. In hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een hoofdstuk VIIundecies ingevoegd, dat de artikelen 91quadragiessexies tot 91quintagies omvat, luidende:
  "Hoofdstuk VIIundecies - Bijzondere bepalingen voor de beheerder Financiën en Gebouwen"
Art.11. Dans le même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un chapitre VIIundecies, comportant les articles 91quadragiessexies à 91quintagies, intitulé comme suit :
  " Chapitre VIIundecies - Dispositions spécifiques pour les gestionnaires financiers et immobiliers ".
Art.12. In hoofdstuk VIIundecies van hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 91quadragiessexies ingevoegd, luidende:
  "Art. 91quadragiessexies - Principe
  In afwijking van hoofdstuk VII wordt het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling en een vaste benoeming, overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
  Artikel 91septies, artikel 91octies, § 1, eerste lid, en § 2, artikel 91undecies met uitzondering van § 2, eerste lid, en de artikelen 91duodecies tot 91terdecies en artikel 91quadragiesquater zijn van toepassing op het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen."
Art.12. Dans le chapitre VIIundecies du même arrêté royal, il est inséré un article 91quadragiessexies rédigé comme suit :
  " Art. 91quadragiessexies - Principe
  Par dérogation au chapitre VII, la fonction de gestionnaire financier et immobilier est attribuée exclusivement sous la forme d'une désignation et d'une nomination à titre définitif, conformément aux dispositions ci-dessous.
  Les articles 91septies, 91octies, § 1er, alinéa 1er, et § 2, 91undecies, à l'exception du § 2, alinéa 1er, ainsi que les articles 91duodecies à 91terdecies et 91quadragiesquater s'appliquent à la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
Art.13. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quadragiessepties ingevoegd, luidende:
  "Art. 91quadragiessepties -Toelatingsvoorwaarden
  Om dit ambt te mogen uitoefenen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
  1° voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 91quater, 1° en 4° tot 6° ;
  2° houder zijn van één van de volgende studiegetuigschriften:
  a) het diploma van het hoger onderwijs van het korte type in de studierichting Boekhouding;
  b) het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Economische Wetenschappen, Economie, Bedrijfsmanagement of Boekhouding, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van opvoeder-huismeester of in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
  c) het eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs of technisch overgangsonderwijs, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het ambt van opvoeder-huismeester of in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
  d) elk diploma van het hoger onderwijs van het korte type of eindgetuigschrift van het hoger secundair technisch of beroepsonderwijs dat werd uitgereikt ter bekrachtiging van een opleiding waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen. De Regering beslist op basis van een advies van de onderwijsinspectie of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen. Als het gaat om een eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs zijn bovendien vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen vereist. Deeltijdse prestaties worden in verhouding tot een voltijdse betrekking aangerekend;
  e) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type, aangevuld met minstens drie dienstjaren in het ambt van opvoeder-huismeester;
  3° zijn kandidatuur hebben ingediend in de vorm en binnen de termijn die in de oproep tot de kandidaten vastgelegd zijn."
Art.13. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quadragiessepties rédigé comme suit :
  " Art. 91quadragiessepties - Conditions d'admission
  Une personne peut exercer cette fonction si :
  1° elle remplit les conditions énumérées à l'article 91quater, 1° et 4° à 6° ;
  2° elle est porteuse de l'un des titres suivants :
  a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court obtenu dans la section " Comptabilité ";
  b) le certificat d'enseignement secondaire supérieur dans la section sciences économiques, économie, gestion économique ou comptabilité, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans acquise dans la fonction d'éducateur-économe ou dans le cadre d'une activité liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  c) le certificat d'enseignement secondaire général supérieur ou technique de transition, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  d) tout diplôme de l'enseignement supérieur de type court ou de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur délivré après avoir suivi avec fruit une formation dont les matières principales sont liées à la fonction de gestionnaire financier et immobilier. Le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. S'il s'agit d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur, une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, est en outre nécessaire. Les services à temps partiel sont pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  e) un diplôme de l'enseignement supérieur de type court, complété par au moins trois années d'ancienneté dans la fonction d'éducateur-économe;
  3° elle a introduit sa candidature dans les formes et délais fixés dans l'appel à candidats. "
Art.14. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91duodequintagies ingevoegd, luidende:
  "Art. 91duodequintagies - Oproep en kandidatuur
  De inrichtende macht maakt de oproep tot de kandidaten bekend in de pers, door aanplakking in de scholen alsmede in elke andere passende vorm.
  De oproep bevat het profiel dat van de beheerder Financiën en Gebouwen wordt vereist en de doeleinden die tijdens de aanstelling moeten worden verwezenlijkt.
  De kandidatuur wordt ingediend per aangetekend schrijven. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een curriculum vitae en een motiveringsbrief waarin hij uitlegt hoe hij de in het voorafgaande lid vermelde doeleinden denkt te verwezenlijken."
Art.14. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91duodequintagies rédigé comme suit :
  " Art. 91duodequintagies - Appel aux candidats et candidature
  L'appel aux candidats est publié par le pouvoir organisateur dans la presse, dans les écoles par voie d'affichage et sous toute autre forme appropriée.
  L'appel aux candidats mentionne le profil requis pour la fonction de gestionnaire financier et immobilier ainsi que les objectifs à atteindre au cours de la désignation.
  La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres un C.V. et une lettre de motivation expliquant la manière de réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
Art.15. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91undequintagies ingevoegd, luidende:
  "Art. 91undequintagies -Aanstelling
  De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
  Zij steunt zich daarbij onder andere op het curriculum vitae en de motiveringsbrief van de kandidaat, op een of meer sollicitatiegesprekken evenals op de vakcompetentie en de beroepservaring."
Art.15. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91undequintagies rédigé comme suit :
  " Art. 91undequintagies - Désignation
  Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
  Il fonde sa sélection entre autres sur le C.V. et la lettre de motivation présentés par le candidat, sur un ou plusieurs entretiens, sur la compétence disciplinaire et sur l'expérience professionnelle. "
Art.16. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 91quintagies ingevoegd, luidende:
  "Art. 91quintagies - Tijdelijke vervanging
  § 1 - Indien de aanstelling van de beheerder Financiën en Gebouwen beëindigd wordt of indien hij zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk voltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het daaropvolgende schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 91quadragiessepties vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
  Als de beheerder Financiën en Gebouwen wegens een vorm van verlof tijdelijk deeltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem vervangen door een of meer personen in het ambt van studiemeester-opvoeder.
  § 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn artikel 91octies, § 1, eerste lid, artikel 91duodecies, artikel 91terdecies en artikel 91quadragiesquater van toepassing op het vervangend personeelslid bedoeld in § 1, eerste lid."
Art.16. Dans le même chapitre, il est inséré un article 91quintagies rédigé comme suit :
  " Art. 91quintagies - Remplacement temporaire
  § 1er - Lorsque la désignation du gestionnaire financier et immobilier prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent, dans le cadre d'un temps plein, en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire suivante par une personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 91quadragiessepties, à l'exception du 3°.
  Lorsque le gestionnaire financier et immobilier est temporairement absent, dans le cadre d'un temps partiel, le pouvoir organisateur peut le remplacer par une ou plusieurs personnes dans la fonction de surveillant-éducateur.
  § 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 91octies, § 1er, alinéa 1er, 91duodecies, 91terdecies et 91quadragiesquater s'appliquent au membre du personnel qui en remplace un autre en vertu du § 1er, alinéa 1er. "
Art.17. Artikel 121ter, eerste lid, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2010 en 6 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad bezitten;"
Art.17. A l'article 121ter, alinéa 1er, 2°, du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 juin 2007, remplacé par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 28 juin 2010 et 6 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  " 2° disposer au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré; ".
Art.18. Artikel 169, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "2° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen;"
Art.18. Dans l'article 169 du même arrêté royal, le 2°, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou "insuffisant" au cours de l'année scolaire précédente; ".
Art.19. Hoofdstuk XIbis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt aangevuld met een artikel 169vicies, luidende:
  "Art. 169vicies - Personeelsleden die op 31 augustus 2020 vast benoemd zijn in het ambt van opvoeder-huismeester, gelden vanaf 1 september 2020 als vast benoemd in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen."
Art.19. Dans le chapitre XIbis du même arrêté royal, inséré par le décret du 25 mai 2009 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un article 169vicies rédigé comme suit :
  " Art. 169vicies - Les membres du personnel qui, au 31 août 2020, sont nommés à titre définitif dans la fonction d'éducateur-économe seront, à partir du 1er septembre 2020, nommés à titre définitif dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
Art.20. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 169viciessemel ingevoegd, luidende:
  "Art. 169viciessemel - In afwijking van artikel 91duodequintagies en artikel 91undequintagies stelt de inrichtende macht de personeelsleden die tijdens het hele schooljaar 2019-2020 tijdelijk aangesteld waren in het ambt van opvoeder-huismeester, op 1 september 2020 voor onbepaalde duur aan in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen. De diensten die het op 1 september 2020 als beheerder Financiën en Begroting aangestelde personeelslid vóór die datum in het ambt van opvoeder-huismeester heeft gepresteerd, worden voor de berekening van de dienstanciënniteit vermeld in artikel 91septies, § 3, 1°, in aanmerking genomen alsof ze in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen zouden zijn gepresteerd."
Art.20. Dans le même chapitre, il est inséré un article 169viciessemel rédigé comme suit :
  " Art. 169viciessemel - Par dérogation aux articles 91duodequintagies et 91undequintagies, le pouvoir organisateur désigne à durée indéterminée dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier, au 1er septembre 2020, tout membre du personnel qui, pendant toute l'année scolaire 2019-2020, était désigné à titre temporaire dans la fonction d'éducateur-économe. Pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 91septies, § 3, 1°, les services que le membre du personnel désigné au 1er septembre 2020 dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier a prestés avant cette date dans la fonction d'éducateur-économe sont pris en considération comme s'ils avaient été prestés dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
Art.21. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 169viciesbis ingevoegd, luidende:
  "Art. 169viciesbis - In afwijking van artikel 91quinquies, 91sexies en 91septies, § 1, stelt de inrichtende macht van 1 september 2020 tot 31 december 2020 het personeelslid dat in het schooljaar 2019-2020 het ambt van pedagogische coördinator voor inclusieve scholen heeft uitgeoefend, aan in het ambt van departementshoofd van een gespecialiseerde secundaire school."
Art.21. Dans le même chapitre, il est inséré un article 169viciesbis rédigé comme suit :
  " Art. 169viciesbis - Par dérogation aux articles 91quinquies, 91sexies et 91septies, § 1er, le pouvoir organisateur désigne, du 1er septembre 2020 au 31 décembre 2020, dans la fonction de chef de département d'une école secondaire spécialisée, le membre du personnel qui a exercé la fonction de coordinateur pédagogique dans des écoles inclusives au cours de l'année scolaire 2019-2020. "
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements
Art.22. In artikel 7 van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psycho-sociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2°, c), vervangen bij het decreet van 24 juni 2013, wordt na het woord "zedenleer" een kommapunt ingevoegd;
  2° de bepaling onder 2°, vervangen bij het decreet van 24 juni 2013, wordt aangevuld met een bepaling onder d), luidende:
  "d) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs (keuzevak/aanvullende opleiding niet-confessionele zedenleer);"
  3° in de bepaling onder 3°, b), wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  4° de bepaling onder 3° wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs (sport);
  5° in de bepaling onder 7°, b), ingevoegd bij het decreet van 21 april 2008, wordt de punt op het einde van de zin door een puntkomma vervangen;
  6° de bepaling onder 7°, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2008, wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs met de betrokken vreemde taal als basisoriëntatie of als bestanddeel ervan, aangevuld met het attest van slagen voor een opleiding in de didactiek van het vreemdetalenonderwijs en aangevuld met het bewijs van de grondige kennis van de betrokken vreemde taal;"
  7° in de bepaling onder 8°, eerste lid, b), ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt de punt op het einde van de zin door een puntkomma vervangen;
  8° de bepaling onder 8°, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015, wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) voor een pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften die uitsluitend in het kleuteronderwijs of in de eerste graad van het lager onderwijs actief is: het diploma van kleuteronderwijzer, aangevuld met twee jaar nuttige beroepservaring in een ambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend, en aangevuld met het bewijs van het bestaan van een aanvullende opleiding van ten minste 15 ECTS-punten in de bevorderingspedagogiek, de heilpedagogie of de orthopedagogie dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap uitgereikt wordt of met een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig erkend wordt."
  9° de bepaling onder 8°, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Als houder van het vereist bekwaamheidsbewijs wordt ook beschouwd: elke persoon die aan de voorwaarden voldoet om als onderwijzer voor het lager onderwijs te worden aangeworven of aangesteld, aangevuld met twee jaar nuttige beroepservaring in een ambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend, en die houder is van het bewijs van het bestaan van een aanvullende opleiding van ten minste 15 ECTS-punten in de bevorderingspedagogiek, de heilpedagogie of de orthopedagogie dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap uitgereikt wordt of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig erkend wordt."
Art.22. A l'article 7 de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 2°, c), remplacé par le décret du 24 juin 2013, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  2° le 2°, remplacé par le décret du 24 juin 2013, est complété par un d) rédigé comme suit :
  " d) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur (option/formation complémentaire en morale non confessionnelle); ";
  3° dans le 3°, b), le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule;
  4° le 3° est complété par un c) rédigé comme suit :
  " c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur (sport);
  5° dans le 7°, b), inséré par le décret du 21 avril 2008, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule ;
  6° le 7°, inséré par le décret du 21 avril 2008, est complété par un c) rédigé comme suit :
  " c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur mentionnant la langue étrangère comme orientation de base ou élément de l'orientation de base de la formation, accompagné de l'attestation de réussite d'une formation en didactique des langues étrangères et de la preuve de la connaissance approfondie de la langue étrangère en question; ";
  7° dans le 8, alinéa 1er, b), inséré par le décret du 29 juin 2015, le point en fin de phrase est remplacé par un point-virgule ;
  8° dans le 8°, inséré par le décret du 29 juin 2015, l'alinéa 1er est complété par un c) rédigé comme suit :
  " c) pour un pédagogue de soutien qui est occupé exclusivement dans une section maternelle ou dans le premier degré de l'école primaire : le diplôme d'instituteur maternel, complété par une expérience professionnelle utile de deux ans dans une fonction de la catégorie du personnel directeur et enseignant - les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein - et par une attestation sanctionnant une formation complémentaire d'au moins 15 points ECTS en pédagogie de soutien, pédagogie curative ou orthopédagogie délivré par un établissement d'enseignement supérieur en Communauté germanophone ou un titre reconnu équivalent par le Gouvernement. ";
  9° le 8°, inséré par le décret du 29 juin 2015 et modifié par le décret du 20 juin 2016, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Est également considérée comme étant porteuse du titre requis toute personne qui remplit les conditions mises à l'engagement ou, selon le cas, à la désignation pour la fonction d'instituteur primaire, complétées par une expérience professionnelle utile de deux ans dans une fonction de la catégorie du personnel directeur et enseignant - les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein - et d'une attestation sanctionnant une formation complémentaire d'au moins 15 points ECTS en pédagogie de soutien, pédagogie curative ou orthopédagogie délivré par un établissement d'enseignement supérieur en Communauté germanophone ou un titre reconnu équivalent par le Gouvernement. "
Art.23. In artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1.1, c), ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt vervangen als volgt:
  "c) een van de volgende bewijzen op het gebied van kinderverzorging:
  1° het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting kinderverzorging;
  2° het brevet van kinderverzorger;
  3° het studiegetuigschrift van het zesde jaar van het beroepsonderwijs in de studierichting kinderverzorging, aangevuld met het bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde of het zevende jaar van het secundair beroepsonderwijs in de studierichting kinderverzorging;"
  2° in de bepaling onder 1.1, e), ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, worden de woorden "dat wordt uitgereikt door" vervangen door de woorden "dat wordt uitgereikt door de Dienst voor Arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap in samenwerking met" en worden de woorden "het getuigschrift van kinderbegeleider" vervangen door de woorden "het certificaat van kinderbegeleider, gezins- en bejaardenhelper en zorgkundige";
  3° in de bepaling onder 1.1, f), ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, worden de woorden "bij gebrek aan een kandidaat die houder is van één van de bewijzen vermeld onder a) tot e):" opgeheven;
  4° de bepaling onder 1.1, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "Bij gebrek aan een kandidaat die houder is van een bekwaamheidsbewijs vermeld onder a) tot f) geldt het diploma van kleuteronderwijzer als vereist bekwaamheidsbewijs."
  5° in de bepaling onder 3bis, a), ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, worden de woorden "secundair onderwijs" vervangen door de woorden "secundair onderwijs, aangevuld met een bekwaamheidsbewijs voor het beheren van een schoolmediatheek dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap wordt uitgereikt of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend";
  6° in de bepaling onder 3bis, b), ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, wordt het woord "bekwaamheidsbewijs" vervangen door de woorden "bekwaamheidsbewijs en een bekwaamheidsbewijs voor het beheren van een schoolmediatheek dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap wordt uitgereikt of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend";
  7° de bepaling onder 3bis, ingevoegd bij het decreet van 27 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, wordt aangevuld met een bepaling onder c), luidende:
  "c) het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, aangevuld met een bekwaamheidsbewijs voor het beheren van een schoolmediatheek, dat door een hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap wordt uitgereikt of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend."
Art.23. A l'article 14 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 25 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 1.1, le c), inséré par le décret du 25 juin 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " c) l'un des titres suivants dans le domaine de la puériculture :
  1° le certificat d'enseignement secondaire supérieur obtenu dans la section "Puériculture";
  2° le brevet de puéricultrice;
  3° le certificat d'études de sixième année de l'enseignement secondaire professionnel, section "Puériculture", complété par le certificat de qualification de sixième ou septième année de l'enseignement secondaire professionnel, section "Puériculture";
  2° dans le 1.1, le e), inséré par le décret du 25 juin 2018, est remplacé par ce qui suit :
  " e) le certificat de garde d'enfants ou d'aide familiale et séniors et d'aide-soignant délivré par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone en coopération avec la "Deutschsprachige Krankenpflegevereinigung in Belgien - KPVDB" (association du personnel de soins en Belgique) ou un titre reconnu comme équivalent par le Gouvernement ";
  3° dans le 1.1, f), inséré par le décret du 25 juin 2018, les mots " à défaut d'un candidat porteur de l'un des titres mentionnés aux a) à e) " sont abrogés;
  4° le 1.1, inséré par le décret du 25 juin 2018, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " A défaut d'un candidat porteur de l'un des titres mentionnés aux a) à f), le diplôme d'instituteur maternel vaut titre requis. ";
  5° dans le 3bis, le a), inséré par le décret du 27 juin 2005 et remplacé par le décret du 25 mai 2009, est complété par les mots " , complété par un certificat d'aptitudes pour la gestion d'une médiathèque scolaire, délivré par une école supérieure en Communauté germanophone ou toute autre attestation reconnue équivalente par le Gouvernement ";
  6° dans le 3bis, le b), inséré par le décret du 27 juin 2005 et remplacé par le décret du 25 mai 2009, est complété par les mots " et par un certificat d'aptitudes à gérer une médiathèque scolaire, délivré par une école supérieure en Communauté germanophone ou toute autre attestation reconnue équivalente par le Gouvernement ";
  7° le 3bis, inséré par le décret du 27 juin 2005 et remplacé par le décret du 25 mai 2009, est complété par un c) rédigé comme suit :
  " c) le diplôme d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur, complété par un certificat d'aptitudes à gérer une médiathèque scolaire, délivré par une école supérieure en Communauté germanophone ou toute autre attestation reconnue équivalente par le Gouvernement; ".
Art.24. In artikel 17.1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 5 mei 2014 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt het woord "vakken" vervangen door de woorden "vakken in het eerste aanpassingsjaar van het secundair onderwijs".
Art.24. Dans l'article 17.1 du même arrêté royal, inséré par le décret du 5 mai 2014 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, les mots " en première année d'adaptation de l'enseignement secondaire, " sont insérés entre les mots " cours généraux " et les mots " dans l'enseignement secondaire professionnel ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 juli 1969 tot vaststelling van de bevoegdheden van de beheerders, de opvoeders-huismeesters en de directiesecretarissen in de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch en normaalonderwijs
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté royal du 15 juillet 1969 fixant les attributions des administrateurs, des éducateurs-économes et secrétaires de direction dans les établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique et normal de l'Etat
Art.25. In het opschrift van het koninklijk besluit van 15 juli 1969 tot vaststelling van de bevoegdheden van de beheerders, de opvoeders-huismeesters en de directiesecretarissen in de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch en normaalonderwijs worden de woorden ", de opvoeders-huismeesters" opgeheven.
Art.25. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 15 juillet 1969 fixant les attributions des administrateurs, des éducateurs-économes et secrétaires de direction dans les établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique et normal de l'Etat, les mots " , des éducateurs-économes " sont abrogés.
Art.26. Artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit wordt opgeheven.
Art.26. L'article 2 du même arrêté royal est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements d'enseignement de l'Etat, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection
Art.27. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2018, wordt de regel over de opvoeder-huismeester opgeheven.
Art.27. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements d'enseignement de l'Etat, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2018, la ligne concernant l'éducateur-économe est abrogée.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlitische, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone
Art.28. In artikel 27, § 4, vierde lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlitische, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "de vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende"".
Art.28. Dans l'article 27, § 4, alinéa 4, de l'arrêté royal du 25 octobre 1971 fixant le statut des maîtres de religion, des professeurs de religion et des inspecteurs des religions catholique, protestante, israélite, orthodoxe, islamique et anglicane dans les établissements d'enseignement de la Communauté germanophone, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " "insatisfaisant" ou " sont insérés entre les mots " obtient l'évaluation " et le mot " "insuffisant" ".
Art.29. Artikel 49, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "2° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen;"
Art.29. Dans l'article 49 du même arrêté royal, le 2°, remplacé par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou "insuffisant" au cours de l'année scolaire précédente; ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art.30. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, vervangen bij het besluit van de Executieve van 1 september 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 1°, vervangen bij het decreet van 6 juni 2005 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "de pedagogische coördinatoren voor inclusieve scholen," in de inleidende zin opgeheven;
  2° in de bepaling onder 2°, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "de pedagogische coördinatoren voor inclusieve scholen," opgeheven;
  3° in de bepaling onder 4°, c), eerste streepje, vervangen bij het decreet van 6 juni 2005, worden de woorden "opvoeders-huismeesters" vervangen door de woorden "beheerders Financiën en Gebouwen".
Art.30. A l'article 1er de l'arrêté royal du 15 janvier 1974 pris en application de l'article 160 de l'arrêté royal du 22 mars 1969 fixant le statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire, remplacé par l'arrêté de l'Exécutif du 1er septembre 1993, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive du 1°, remplacé par le décret du 6 juin 2005 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, les mots " des coordinateurs pédagogiques et paramédicaux dans des écoles inclusives " sont remplacés par les mots " des coordinateurs paramédicaux ";
  2° dans le 2°, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, les mots " des coordinateurs pédagogiques et paramédicaux dans des écoles inclusives " sont remplacés par les mots " les coordinateurs paramédicaux ";
  3° dans le 4°, c), premier tiret, remplacé par le décret du 6 juin 2005, les mots " éducateurs-économes " sont remplacés par les mots " gestionnaires financiers et immobiliers ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés
Art.31. In artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 4° wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder 5°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 1976, wordt opgeheven.
Art.31. A l'article 12, § 1er, de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements d'enseignement moyen ou d'enseignement normal officiels subventionnés, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 4° est abrogé.
  2° le 5°, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 1976, est abrogé.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique
Art.32. In artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 4° wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder 5°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 1976, wordt opgeheven.
Art.32. A l'article 12, § 1er, de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans l'enseignement secondaire dispensé dans les établissements libres d'enseignement moyen ou d'enseignement normal subventionnés, y compris l'année postsecondaire psychopédagogique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 4° est abrogé.
  2° le 5°, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 1976, est abrogé.
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale
Art.33. In artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 5° wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder 6°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 september 1976, wordt opgeheven.
Art.33. A l'article 12, § 1er, de l'arrêté royal du 30 juillet 1975 relatif aux titres jugés suffisants dans les établissements subventionnés d'enseignement technique et d'enseignement professionnel secondaire de plein exercice et de promotion sociale, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 5° est abrogé;
  2° le 6°, inséré par l'arrêté royal du 17 septembre 1976, est abrogé.
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 juli 1976 tot reglementering van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd onderwijs
CHAPITRE 11. - Modification de l'arrêté royal du 27 juillet 1976 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement subventionné
Art.34. In artikel 5, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 27 juli 1976 tot reglementering van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd onderwijs worden de woorden "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.34. Dans l'article 5, § 2, 2°, de l'arrêté royal du 27 juillet 1976 réglementant la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et l'octroi d'une subvention-traitement d'attente dans l'enseignement subventionné, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel, van het psychosociaal personeel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire
Art.35. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 15 april 1977 tot vaststelling van de regelen en de voorwaarden voor de berekening van het aantal betrekkingen in sommige ambten van het opvoedend hulppersoneel, van het psychosociaal personeel en van het administratief personeel van de inrichtingen voor secundair onderwijs en voor hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, vervangen bij het decreet van 29 juni 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, eerste lid, 1°, vervangen bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen";
  2° in § 1, gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Als een school minder dan 400 leerlingen telt, kan de betrekking in het ambt van klerk-typist omgevormd worden en in het ambt van directiesecretaris georganiseerd of gesubsidieerd worden, als de betrekking in het ambt van klerk-typist niet bekleed wordt door een personeelslid dat voor onbepaalde duur in dat ambt aangesteld is. Die omvorming mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden."
  3° in § 2, eerste lid, wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen";
  4° in § 4, 1°, wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.35. A l'article 3 de l'arrêté royal du 15 avril 1977 fixant les règles et les conditions de calcul du nombre d'emplois dans certaines fonctions du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel sociopsychologique et du personnel administratif des établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, remplacé par le décret du 29 juin 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, 1°, remplacé par le décret du 6 mai 2019, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ";
  2° dans le § 1er, modifié par le décret du 6 mai 2019, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 3, un nouvel alinéa rédigé comme suit :
  " Si une école compte moins de 400 élèves, l'emploi dans la fonction de commis-dactylographe peut être transformé et organisé ou subventionné dans la fonction de secrétaire de direction, lorsqu'il n'est pas occupé par un membre du personnel désigné dans ladite fonction pour une durée indéterminée. Cette transformation ne peut entraîner de mise en disponibilité par défaut d'emploi. ";
  3° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " surveillant-éducateur " sont remplacés par les mots " gestionnaire financier et immobilier ";
  4° dans le § 4, 1°, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
Art.36. Artikel 3bis van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het decreet van 29 juni 1998, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "Het in het eerste lid vermelde ter beschikking staande betrekkingenpakket kan omgevormd worden en in het ambt van directiesecretaris georganiseerd of gesubsidieerd worden, als de betrekking in het ambt van klerk-typist niet bekleed wordt door een personeelslid dat voor onbepaalde duur in dat ambt aangesteld is. Die omvorming mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden."
Art.36. L'article 3bis du même arrêté royal, modifié par le décret du 29 juin 1998, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le capital emplois disponible mentionné dans l'alinéa 1er peut être transformé et organisé ou subventionné dans la fonction de secrétaire de direction, si l'emploi dans la fonction de commis-dactylographe n'est pas occupé par un membre du personnel désigné dans ladite fonction pour une durée indéterminée. Cette transformation ne peut entraîner de mise en disponibilité par défaut d'emploi. "
Art.37. In artikel 15 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.37. Dans l'article 15 du même arrêté royal, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
Art.38. In artikel 17, a), van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "opvoeders-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.38. Dans l'article 17, a), du même arrêté royal, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
Art.39. In artikel 21 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.39. Dans l'article 21 du même arrêté royal, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public
Art.40. In artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 december 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° [geldt alleen voor de Duitse tekst];
  2° er wordt een bepaling onder 1.1 ingevoegd, luidende:
  "1.1. afwezig was in het kader van een geboorteregeling als bepaald in artikel 39 en de artikelen 42 tot 43bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971;"
Art.40. A l'article 4, § 3, de l'arrêté royal du 23 octobre 1979 accordant une allocation de fin d'année à certains titulaires d'une fonction rémunérée à charge du Trésor public, inséré par l'arrêté royal du 3 décembre 1987, les modifications suivantes sont apportées :
  1° [Concerne le texte allemand.];
  2° il est inséré un 1.1° rédigé comme suit :
  " 1.1° était absent dans le cadre d'une des absences liées à la maternité telles que prévues aux articles 39 et 42 à 43bis de la loi sur le travail du 16 mars 1971; ".
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan
CHAPITRE 14. - Modification de l'arrêté royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice
Art.41. In artikel 36, 1°, van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.41. Dans l'article 36, 1°, de l'arrêté royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
HOOFDSTUK 15. - Wijziging van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen
CHAPITRE 15. - Modification de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales
Art.42. In artikel 111, § 1, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016, wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid kan de Regering wegens bijzondere omstandigheden tijdens het schooljaar 2019-2020 rekening houden met lesuren die online werden gegeven, voor zover oorspronkelijk gepland was dat ze in de klas werden gegeven."
Art.42. Dans l'article 111, § 1er, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, modifié par le décret du 25 avril 2016, il est inséré, entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er et en raison de circonstances exceptionnelles, le Gouvernement peut prendre en compte, pendant l'année scolaire 2019-2020, les heures de cours dispensées en ligne si cette offre était initialement planifiée comme cours en présentiel. "
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het decreet van 5 juni 1990 tot vaststelling van het aantal lestijden/leerkracht voor het secundair onderwijs met volledig leerplan van het type I
CHAPITRE 16. - Modification du décret du 5 juin 1990 fixant le nombre de périodes-professeur pour l'enseignement secondaire de plein exercice de type I
Art.43. In artikel 4.1, § 1, van het decreet van 5 juni 1990 tot vaststelling van het aantal lestijden/leerkracht voor het secundair onderwijs met volledig leerplan van het type I, ingevoegd bij het decreet van 12 januari 2012, worden de woorden "te financieren" vervangen door de woorden "te financieren of om de aanstelling te financieren van gastdocenten die op honorariumbasis worden betaald om specifieke projecten te organiseren waarbij de schoolgemeenschap betrokken wordt".
Art.43. Dans l'article 4.1, § 1er, du décret du 5 juin 1990 fixant le nombre de périodes-professeur pour l'enseignement secondaire de plein exercice de type I, inséré par le décret du 12 janvier 2012, les mots " ou le coaching visant à soutenir le personnel scolaire " sont remplacés par les mots " , le coaching visant à soutenir le personnel scolaire ou l'engagement de chargés de cours invités, rémunérés sous la forme d'honoraires, afin d'organiser des projets spécifiques impliquant la communauté scolaire ".
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel in het gespecialiseerd onderwijs worden bepaald
CHAPITRE 17. - Modification du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé
Art.44. In artikel 5quater van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel in het gespecialiseerd onderwijs worden bepaald, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, opgeheven bij het decreet van 26 juni 2017 en hersteld bij het decreet van 18 juni 2018, wordt voor het eerste lid - dat het tweede lid wordt - een lid ingevoegd, luidende:
  "Een voltijdse betrekking wordt ter beschikking gesteld van het centrum voor bevorderingspedagogiek om de taken te vervullen die vermeld worden in artikel 6, eerste lid, 4°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen."
Art.44. Dans l'article 5quater du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé, inséré par le décret du 11 mai 2009, abrogé par le décret du 26 juin 2017 et rétabli par le décret du 18 juin 2018, il est inséré, avant l'alinéa 1er, qui devient l'alinéa 2, un alinéa rédigé comme suit :
  " Un emploi à temps plein est mis à la disposition du centre de pédagogie de soutien afin de remplir les missions fixées à l'article 6, alinéa 1er, 4°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées. "
Art.45. Artikel 5sexies, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt opgeheven.
Art.45. Dans l'article 5sexies du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, l'alinéa 1er est abrogé.
Art.46. In artikel 24 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Als een gespecialiseerde school die op de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar minstens 150 leerlingen telt, samen met een gewone school een inclusieve school organiseert, wordt, onverminderd het eerste lid, een extra betrekking in het ambt van departementshoofd georganiseerd of gesubsidieerd. Een vierde van die betrekking vloeit voort uit de omvorming van het lestijdenpakket dat overeenkomstig artikel 5ter wordt toegekend."
Art.46. Dans l'article 24 du même décret, remplacé par le décret du 11 mai 2009, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si une école spécialisée, qui compte, le dernier jour d'école du mois de septembre de l'année scolaire en cours, au moins 150 élèves, organise une école inclusive conjointement avec une école ordinaire, un emploi supplémentaire peut être organisé ou subventionné dans la fonction de chef de département, et ce, sans préjudice de l'alinéa 1er. Un quart de cet emploi découle de la transformation du capital périodes octroyé conformément à l'article 5ter.
Art.47. In artikel 33 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt het woord "opvoeder-huismeester" vervangen door de woorden "beheerder Financiën en Gebouwen".
Art.47. Dans l'article 33 du même décret, modifié par le décret du 28 juin 2010, les mots " d'éducateur-économe " sont remplacés par les mots " de gestionnaire financier et immobilier ".
Art.48. In artikel 53ter, § 7, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2015 en 26 juni 2017, worden de woorden "2019-2020" vervangen door de woorden "2021-2022".
Art.48. Dans l'article 53ter, § 7, du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 26 juin 2017, les années " 2019-2020 " sont remplacées par les années " 2021-2022 ".
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's
CHAPITRE 18. - Modification du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME
Art.49. In artikel 17 van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, eerste lid, wordt het eerste streepje vervangen als volgt:
  "- zes leden die de beroepsverenigingen vertegenwoordigen en die ofwel nationale beroepsorganisaties overeenkomstig artikel 3 van de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's zijn, ofwel in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn en bij de voormelde nationale beroepsorganisaties aangesloten zijn;"
  2° in § 1, eerste lid, wordt het tweede streepje vervangen als volgt:
  "- vier leden die de beroepsverenigingen vertegenwoordigen en die ofwel nationale beroepsorganisaties overeenkomstig artikel 4 van de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo's zijn, ofwel in de Duitstalige Gemeenschap gevestigd zijn en bij de voormelde nationale beroepsorganisaties aangesloten zijn;"
  3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Als de Regering de in § 3bis vermelde aanvraag van het Instituut voldoende gemotiveerd acht, kan ze bij de aanwijzing van de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur afwijken van de voorwaarde vermeld in het eerste lid."
Art.49. A l'article 17 du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, le premier tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - six membres représentant des associations professionnelles qui soit sont des associations professionnelles nationales au sens de l'article 3 de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME, soit ont leur siège en Communauté germanophone et sont affiliées à l'une de ces associations professionnelles nationales susmentionnées; "
  2° dans le § 1er, alinéa 1er, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " - quatre membres représentant les associations interprofessionnelles qui soit sont des associations interprofessionnelles nationales au sens de l'article 4 de la loi du 24 avril 2014 relative à l'organisation de la représentation des indépendants et des PME, soit ont leur siège en Communauté germanophone et sont affiliées à l'une de ces associations interprofessionnelles nationales susmentionnées; "
  3° le § 2 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le Gouvernement estime que la demande mentionnée au § 3bis et introduite par l'Institut est suffisamment motivée, il peut déroger à la condition mentionnée à l'alinéa 1er lors de la désignation des membres du conseil d'administration ayant voix délibérative. "
HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het besluit van de Regering van 9 november 1994 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 19. - Modification de l'arrêté du Gouvernement du 9 novembre 1994 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux
Art.50. In artikel 3bis, § 2, tweede lid, van het besluit van de Regering van 9 november 1994 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, ingevoegd bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt de tweede zin vervangen als volgt: "Dit geldt niet voor personeelsleden die het ambt van directiesecretaris, het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen, het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school, het ambt van lasthebber voor onderzoek, het ambt van externe evaluator, het ambt van adjunct of het ambt van onderwijzer aan een oefenbasisschool bekleden."
Art.50. Dans l'article 3bis, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement du 9 novembre 1994 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle dans l'enseignement et les centres psycho-médico-sociaux, inséré par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, les mots " , la fonction de gestionnaire financier et immobilier " sont insérés entre les mots " secrétaire de direction " et les mots " , la fonction de conseiller ".
Art.51. In hetzelfde besluit van de Regering, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een artikel 4quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 4quinquies - § 1 - De personeelsleden vermeld in artikel 3 of in artikel 4 kunnen hun loopbaan met de helft of met één vijfde onderbreken overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 23 van 13 mei 2020 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) houdende het corona-ouderschapsverlof.
  § 2 - Voor tijdelijk aangewezen of aangestelde personeelsleden, alsook voor gesubsidieerde contractuelen eindigt het verlof ten laatste op de dag waarop de aanwijzing of aanstelling eindigt."
Art.51. Dans le même arrêté du Gouvernement, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un article 4quinquies rédigé comme suit :
  " Art. 4quinquies - § 1er - Les membres du personnel mentionnés aux articles 3 ou 4 peuvent interrompre leur carrière à mi-temps ou à raison d'un cinquième conformément aux dispositions de l'arrêté royal no 23 pris en exécution de l'article 5, § 1, 5°, de la loi du 27 mars 2020 accordant des pouvoirs au Roi afin de prendre des mesures dans la lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19 (II) visant le congé parental corona.
  § 2 - Pour les membres du personnel désignés ou engagés à titre temporaire ainsi que pour les travailleurs contractuels subventionnés, le congé se termine au plus tard le jour où expire la désignation ou l'engagement. "
Art.52. Artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 30 augustus 2001 en bij het decreet van 26 juni 2006, wordt aangevuld met een § 5, luidende:
  " § 5 - Het personeelslid dat met toepassing van artikel 4quinquies zijn loopbaan wenst te onderbreken om corona-ouderschapsverlof te nemen, deelt dit aan zijn inrichtende macht mee en dient via de inrichtende macht een schriftelijke aanvraag in bij de minister die bevoegd is voor onderwijs. Gaat het om een personeelslid van het gemeenschapsonderwijs, dan wordt de aanvraag via het inrichtingshoofd of de directeur ingediend.
  In de aanvraag deelt het personeelslid mee of het voor een halftijdse loopbaanonderbreking kiest, dan wel voor een 1/5de loopbaanonderbreking.
  De aanvraag moet ten minste drie dagen vóór het begin van de loopbaanonderbreking worden ingediend en vermeldt, in afwijking van artikel 5, § 1, de begin- en einddatum van de loopbaanonderbreking. De aanvraagtermijn kan in onderlinge overeenstemming verkort worden.
  Vóór het begin van de loopbaanonderbreking dient het personeelslid ofwel een uittreksel uit de geboorteakte van het kind in, ofwel een attest van adoptie of pleegouderschap. Bovendien dient het personeelslid een attest in van de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats heeft, een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister waaruit de samenstelling van het gezin blijkt en - in voorkomend geval - een attest waaruit blijkt dat het kind een lichamelijke of geestelijke handicap heeft in de zin van de wetgeving betreffende de gezinsbijslagen.
  Een personeelslid dat één van de loopbaanonderbrekingen vermeld in de artikelen 4 tot 4quater neemt, kan die loopbaanonderbrekingen schorsen om corona-ouderschapsverlof te nemen.
  Een personeelslid dat een beroep doet op één van de verloven voor verminderde prestaties vermeld in artikel 113, tweede lid, 2° tot 4°, van het decreet van 26 juni 2006 houdende maatregelen inzake onderwijs 2006, mag dat verlof schorsen om corona-ouderschapsverlof te nemen, op voorwaarde dat de omvang van de vermindering onveranderd blijft."
Art.52. L'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 30 août 2001 et par le décret du 26 juin 2006, est complété par un § 5 rédigé comme suit :
  " § 5 - Le membre du personnel qui souhaite interrompre sa carrière en application de l'article 4quinquies pour un congé parental corona en informe son pouvoir organisateur et, par l'intermédiaire de celui-ci, introduit une demande écrite auprès du Ministre compétent en matière d'Enseignement. S'il s'agit d'un membre du personnel de l'enseignement communautaire, la demande est introduite par l'intermédiaire du chef d'établissement ou du directeur, selon le cas.
  Dans sa demande, le membre du personnel fait savoir s'il opte pour une interruption à mi-temps ou à raison d'un cinquième.
  La demande est introduite au moins trois jours avant le début de l'interruption de carrière et mentionne, par dérogation à l'article 5, § 1er, la date à laquelle elle débute et celle à laquelle elle prend fin. D'un commun accord, le délai d'introduction de la demande peut être raccourci.
  Avant le début de l'interruption de carrière, le membre du personnel introduit soit un extrait d'acte de naissance soit une attestation d'adoption ou de tutelle. De plus, il introduit une attestation de l'inscription de l'enfant dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers de la commune où le membre du personnel a son domicile ou sa résidence habituelle, un extrait du registre de la population ou du registre des étrangers prouvant la composition du ménage ainsi que, le cas échéant, une attestation prouvant l'incapacité physique ou mentale de l'enfant au sens de la règlementation relative aux prestations familiales.
  Un membre du personnel qui sollicite l'une des interruptions de carrière mentionnées aux articles 4 à 4quater peut les suspendre en raison d'une demande de congé parental corona.
  Un membre du personnel qui sollicite l'un des congés pour prestations réduites mentionnés à l'article 113, alinéa 2, 2° à 4°, du décret du 26 juin 2006 portant des mesures en matière d'enseignement 2006 peut les suspendre en raison d'une demande de congé parental corona, à condition que le volume de la réduction des prestations reste inchangé. "
HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het programmadecreet 1997 van 20 mei 1997
CHAPITRE 20. - Modification du décret-programme 1997 du 20 mai 1997
Art.53. Artikel 3bis van het programmadecreet 1997 van 20 mei 1997, ingevoegd bij het decreet van 25 mei 1999, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2003 en gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "In afwijking van het tweede lid kan de inrichtende macht vanaf de eerste schooldag gebruik maken van het in artikel 3, § 3, bedoelde lestijdenpakket. Beschikt de inrichtende macht met toepassing van de nieuwe berekening overeenkomstig artikel 3, § 3, over minder lestijden dan het aantal dat zij op de eerste schooldag georganiseerd heeft, dan moet zij deze lestijden voor haar rekening nemen."
Art.53. L'article 3bis du décret-programme 1997 du 20 mai 1997, inséré par le décret du 25 mai 1999, modifié par les décrets des 30 juin 2003 et 6 mai 2019, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, le pouvoir organisateur peut utiliser le capital emplois mentionné à l'article 3, § 3, dès le premier jour d'école. Si, en application du nouveau calcul effectué conformément à l'article 3, § 3, le pouvoir organisateur dispose d'un nombre d'heures inférieur à celui qu'il a organisé le premier jour d'école, ces heures sont à sa charge. "
HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen
CHAPITRE 21. - Modification du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées
Art.54. Artikel 4 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2017, wordt aangevuld met een bepaling onder 43°, luidende:
  43. Algemene Verordening Gegevensbescherming: Verordening 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG."
Art.54. L'article 4 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires et spécialisées, modifié en dernier lieu par le décret du 26 juin 2017, est complété par un 43° rédigé comme suit :
  " 43° règlement général sur la protection des données : règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE. "
Art.55. In artikel 21 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de volgende § 1.1 wordt ingevoegd:
  "Onder een vijfjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van vijf jaar bereikt.
  Onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt."
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "die nog niet leerplichtig zijn" vervangen door de woorden "die tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud zijn";
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden "leerplichtige kinderen" vervangen door de woorden "kinderen vanaf zes jaar";
  4° § 2, derde lid, wordt vervangen als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid en het tweede lid kan enerzijds een zesjarig kind nog de kleuterafdeling bezoeken en kan anderzijds een vijfjarig kind de lagere school bezoeken.
Art.55. A l'article 21 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un § 1.1 rédigé comme suit :
  " Par "enfant de cinq ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de cinq ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
  Par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
  2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " qui ne sont pas encore soumis à l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " qui ont entre deux ans et six mois et cinq ans ";
  3° dans le § 2, alinéa 2, les mots " soumis à l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " à partir de six ans ";
  4° dans le § 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation aux alinéas 1er et 2, un enfant de six ans peut fréquenter la section maternelle tandis qu'un enfant de cinq ans peut fréquenter l'école primaire. "
Art.56. In artikel 21.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de volgende § 1.1 wordt ingevoegd:
  "Onder een vijfjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van vijf jaar bereikt.
  Onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt."
  2° in § 2, eerste lid, worden de woorden "nog niet leerplichtig zijn" vervangen door de woorden "tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud zijn";
  3° in § 2, tweede lid, worden de woorden "leerplichtige kinderen" vervangen door de woorden "kinderen vanaf zes jaar";
  4° in § 3, eerste lid, worden de woorden "nog niet leerplichtig is en twee jaar en zes maanden oud is" vervangen door de woorden "tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud is";
  5° in § 3, derde lid, worden de woorden "een leerplichtig kind tijdens het eerste jaar van de leerplicht" vervangen door de woorden "een zesjarig kind";
Art.56. A l'article 21.1 du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par le décret du 25 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un § 1.1 rédigé comme suit :
  " Par "enfant de cinq ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de cinq ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
  Par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. ";
  2° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " ne sont pas encore soumis à l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " ont entre deux ans et six mois et cinq ans ";
  3° dans le § 2, alinéa 2, les mots " soumis à l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " à partir de six ans ";
  4° dans le § 3, alinéa 1er, les mots " s'il n'est pas encore soumis à l'obligation scolaire et a deux ans et six mois au moins " sont remplacés par les mots " s'il a entre deux ans et six mois et cinq ans ";
  5° dans le § 3, alinéa 3, les mots " un enfant soumis à l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " un enfant de six ans ".
Art.57. Artikel 34 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2012, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
  "Leerplichtige kinderen die de kleuterafdeling bezoeken, kunnen op aanvraag van de personen belast met de opvoeding lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer in de aangesloten lagere school bezoeken. De personen belast met de opvoeding maken hun keuze via een schriftelijke verklaring uiterlijk op de laatste werkdag voor het begin van het schooljaar, respectievelijk bij de inschrijving tijdens het jaar."
Art.57. L'article 34 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 juin 2012, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les enfants soumis à l'obligation scolaire qui fréquentent la section maternelle peuvent suivre, à la demande des personnes chargées de leur éducation, un cours de religion ou un cours de morale non confessionnelle dans l'école primaire annexée. Les personnes chargées de l'éducation font part de leur choix au moyen d'une déclaration écrite, introduite au plus tard le dernier jour ouvrable précédant le début de l'année scolaire, ou, selon le cas, lors de l'inscription au cours de l'année. "
Art.58. In artikel 93.14 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen van het huidige eerste tot derde lid worden § 1, eerste tot derde lid;
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende:
  " § 2 - Het dossier vermeld in § 1, eerste lid, bevat de volgende stukken:
  1° het advies vermeld in artikel 93.7;
  2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
  3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
  4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
  5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  De stukken vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 5°, hoeven alleen te worden ingediend als de leerling al onderwijs volgde.
  Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen."
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende:
  " § 3 - Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
  Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, dan zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
  In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 1, eerste lid tot derde lid."
Art.58. A l'article 93.14 du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 1er à 3 actuels forment le § 1er, alinéas 1er à 3;
  2° l'article est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2 - Le dossier mentionné au § 1er, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
  1° l'avis mentionné à l'article 93.7;
  2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
  3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
  4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
  5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
  Les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 5°, ne doivent être introduits que si l'élève était déjà scolarisé.
  Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit. ";
  3° l'article est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3 - Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
  Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
  Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 1er, alinéas 1er à 3. "
Art.59. In artikel 93.21 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen van het huidige eerste tot derde lid worden § 1, eerste tot derde lid;
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende:
  " § 2 - Het dossier vermeld in § 1, eerste lid, bevat de volgende stukken:
  1° het advies vermeld in artikel 93.20, § 1, tweede lid, 1° ;
  2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
  3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
  4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
  5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen."
  3° het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende:
  " § 3 - Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
  Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
  In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 1, eerste lid tot derde lid."
Art.59. A l'article 93.21 du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 1er à 3 actuels forment le § 1er, alinéas 1er à 3;
  2° l'article est complété par un § 2 rédigé comme suit :
  " § 2 - Le dossier mentionné au § 1er, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
  1° l'avis mentionné à l'article 93.20, § 1er, alinéa 2, 1° ;
  2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
  3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
  4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
  5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
  Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit. ";
  3° l'article est complété par un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3 - Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
  Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
  Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 1er, alinéas 1er à 3. "
Art.60. In artikel 93.22 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende:
  " § 4 - Het dossier vermeld in § 3, eerste lid, bevat minstens de volgende stukken:
  1° het advies vermeld in § 1, 1° ;
  2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
  3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
  4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
  5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen."
  2° het artikel wordt aangevuld met een § 5, luidende:
  " § 5 - Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
  Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
  In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 3, eerste lid tot derde lid."
Art.60. A l'article 93.22 du même décret, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'article est complété par un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4 - Le dossier mentionné au § 3, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
  1° l'avis mentionné au § 1er, 1° ;
  2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
  3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
  4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
  5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
  Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit. ";
  2° l'article est complété par un § 5 rédigé comme suit :
  " § 5 - Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
  Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
  Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 3, alinéas 1er à 3. "
Art.61. In hoofdstuk VIIIbis, afdeling 6, van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2016, wordt een artikel 93.32.1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 93.32.1 - Vertrouwelijkheid
  Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten de Regering en andere personen die bij de uitvoering van deze afdeling betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen."
Art.61. Dans le chapitre VIIIbis, section 6, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2016, il est inséré un article 93.32.1 rédigé comme suit :
  " Art. 93.32.1 - Confidentialité
  Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le Gouvernement et les autres personnes qui sont parties prenantes à l'exécution de la présente section sont tenus de traiter confidentiellement les informations qui leur sont confiées dans l'exercice de leur mission. "
Art.62. In dezelfde afdeling wordt een artikel 93.32.2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 93.32.2 - Verwerking van persoonsgegevens
  De verzameling en verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
  De Regering verwerkt persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van de opdrachten die in deze afdeling worden bepaald.
  In het kader van de uitvoering van de artikelen 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, 93.23 en 93.25 is de Regering de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van de persoonsgegevens.
Art.62. Dans la même section, il est inséré un article 93.32.2 rédigé comme suit :
  " Art. 93.32.2 - Traitement des données à caractère personnel
  La collecte et le traitement de données à caractère personnel s'effectue dans le respect du règlement général sur la protection des données.
  Le Gouvernement traite des données à caractère personnel exclusivement aux fins d'exécution des missions prévues dans la présente section.
  Dans le cadre de l'exécution des articles 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, 93.23 et 93.25, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données. "
Art.63. In dezelfde afdeling wordt een artikel 93.32.3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 93.32.3 - Gegevenscategorieën
  De Regering kan alle overeenkomstig artikel 93.32.2, derde lid, toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
  1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
  2° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling;
  3° gegevens over het schoolbezoek of, naargelang van het geval, de opleiding van de leerling;
  4° gegevens over de gezinssituatie van de leerling;
  5° gegevens over de sociale en financiële situatie van de leerling;
  6° gegevens over de vrijetijdsbesteding en interesses van de leerling;
  7° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
  a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
  b) gegevens over inentingen;
  c) gegevens over de geestelijke gezondheid;
  d) gegevens over het gedrag;
  e) gegevens over risico's en risicofactoren;
  8° gevoelige gegevens van de leerling, vermeld in artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
  9° gerechtelijke gegevens over de leerling.
  De Regering preciseert de gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid."
Art.63. Dans la même section, il est inséré un article 93.32.3 rédigé comme suit :
  " Art. 93.32.3 - Catégories de données
  Conformément à l'article 93.32.2, alinéa 3, le Gouvernement peut traiter toutes les données personnelles des catégories suivantes qui sont appropriées, utiles et proportionnées :
  1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact;
  2° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact;
  3° les données relatives à la fréquentation scolaire ou à la formation de l'élève, selon le cas;
  4° les données relatives à la situation familiale de l'élève;
  5° les données relatives à la situation sociale et financière de l'élève;
  6° les données relatives aux loisirs et centres d'intérêt de l'élève;
  7° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
  a) les données relatives à sa santé physique;
  b) les données relatives à ses vaccinations;
  c) les données relatives à sa santé psychique;
  d) les données relatives à son comportement;
  e) les données relatives aux risques et facteurs de risque;
  8° les données de l'élève particulièrement dignes d'être protégées, mentionnées à l'article 9 du règlement général sur la protection des données;
  9° les données judiciaires relatives à l'élève.
  Le Gouvernement précise les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er.
Art.64. In dezelfde afdeling wordt een artikel 93.32.4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 93.32.4 - Duur van de gegevensverwerking
  Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens gedurende tien jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het leerlingendossier, bij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwerkt en bewaard.
  Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd."
Art.64. Dans la même section, il est inséré un article 93.32.4 rédigé comme suit :
  " Art. 93.32.4 - Durée du traitement des données
  Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires qui prévoient, le cas échéant, un délai de conservation plus long, les données sont traitées et conservées pendant dix ans à compter de la réception du dossier de l'élève par la commission de soutien.
  Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai. "
Art.65. In artikel 93.50 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Het huisonderwijs voldoet aan de voorwaarden vermeld in de artikelen 5 tot 13 en biedt leerplichtige kinderen de mogelijkheid om ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en competentieniveaus voor het lager en het secundair onderwijs te bereiken. Het competentieniveau is telkens gelijkwaardig met de competenties, kerncompetenties, eindtermen en verwijzingen naar de eindtermen die voor het onderwijs gedefinieerd zijn."
  2° in het tweede lid worden tussen het woord "mate" en het woord "vakcompetenties" de woorden "de in artikel 11 vermelde ontwikkelingsdoelen, alsook".
Art.65. A l'article 93.50 du même décret, inséré par le décret du 20 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " L'enseignement à domicile satisfait aux exigences mentionnées aux articles 5 à 13 et permet aux enfants soumis à l'obligation scolaire d'atteindre les objectifs de développement pour la section maternelle et les niveaux de compétences pour l'école primaire et secondaire. Chaque niveau de compétences équivaut aux compétences, macro-compétences, compétences attendues et références par rapport à ces dernières qui ont été définies pour l'enseignement. ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " les objectifs de développement mentionnés à l'article 11 ainsi que " sont insérés entre les mots " de la même manière " et les mots " les compétences disciplinaires ".
Art.66. In artikel 93.52 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2016, worden de woorden "te bereiken competenties" vervangen door de woorden "te bereiken ontwikkelingsdoelen en competenties".
Art.66. Dans l'article 93.52 du même décret, inséré par le décret du 20 juin 2016, les mots " les objectifs de développement et " sont insérés entre les mots " ainsi que " et les mots " les compétences à atteindre ".
Art.67. Artikel 96.3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt opgeheven.
Art.67. L'article 96.3 du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, est abrogé.
Art.68. Artikel 98 van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt aangevuld met een § 6, luidende:
  " § 6 - Met behoud van de toepassing van § 1 omvat de opdracht van de beheerder Financiën en Gebouwen vooral de volgende taken:
  1° materieel beheer van de onderwijsinstelling, d.w.z.:
  a) alle bestellingen afwikkelen met inachtneming van de bepalingen voor overheidsopdrachten;
  b) alle rekeningen van de school controleren en vrijgeven voor ondertekening door de schoolleiding;
  c) leveringen in ontvangst nemen en de voorraad beheren;
  2° financieel beheer van de onderwijsinstelling, d.w.z.:
  a) de boekhouding en comptabiliteit verrichten met inachtneming van de wettelijke voorschriften;
  b) de ontvangsten en uitgaven van de hele school beheren;
  c) de kas beheren;
  d) de kostenafrekeningen beheren;
  e) de inventarissen opstellen en bijhouden;
  3° de jaarlijkse budgetplanning en investeringsplanning voorbereiden;
  4° alle overeenkomsten van de school controleren en vrijgeven voor ondertekening door de schoolleiding;
  5° de financiële afwikkeling van de Erasmus+projecten coördineren;
  6° algemeen gebouwenmanagement zoals planning en supervisie van infrastructuurwijzigingen in de school;
  7° optreden als aanspreekpartner voor economische en financiële belangen;
  8° zorgen voor de supervisie en coördinatie van het vak- en dienstpersoneel dat in de school werkzaam is;
  9° administratieve, logistieke en technische ondersteuning bieden aan de schoolleiding;
  10° deelnemen aan personeelsvergaderingen;
  11° zich bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
  12° taken uitvoeren die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen."
  In afwijking van het eerste lid behoren de taken vermeld in het eerste lid, 2°, niet tot de opdracht van de beheerder Financiën en Gebouwen als die taken uitgeoefend worden door een schoolexterne rekenplichtige die is aangesteld overeenkomstig het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap. In dat geval ondersteunt de beheerder Financiën en Gebouwen de schoolexterne rekenplichtige bij het verrichten van die taken."
Art.68. L'article 98 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 25 juin 2018, est complété par un § 6 rédigé comme suit :
  " § 6 - Sans préjudice du § 1er, la mission du gestionnaire financier et immobilier comprend avant tout les tâches suivantes :
  1° gérer matériellement l'établissement d'enseignement, c'est-à-dire :
  a) passer toutes les commandes dans le respect des dispositions relatives aux marchés publics;
  b) vérifier toutes les factures de l'école et les transmettre à la direction pour signature;
  c) réceptionner les livraisons et gérer les stocks;
  2° gérer financièrement l'établissement d'enseignement, c'est-à-dire :
  a) tenir la comptabilité conformément aux prescriptions légales;
  b) gérer les recettes et dépenses de toute l'école;
  c) tenir la caisse;
  d) gérer les décomptes de frais;
  e) établir et actualiser l'inventaire;
  3° préparer le projet annuel du budget et des investissements;
  4° vérifier tous les contrats de l'école et les transmettre à la direction pour signature;
  5° coordonner l'exécution financière des projets Erasmus+;
  6° assurer la gestion immobilière générale ainsi que la planification et la supervision des changements infrastructurels dans l'école;
  7° être la personne de contact pour les questions économiques et financières;
  8° assurer la supervision et la coordination du personnel ouvrier et des gens de service occupés dans l'école;
  9° apporter un soutien administratif, logistique et technique à la direction de l'école;
  10° participer à des réunions du personnel;
  11° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
  12° accomplir des tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les tâches mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, ne relèvent pas de la mission du gestionnaire financier et immobilier, si ces tâches sont assurées par un comptable désigné en dehors de l'école conformément aux dispositions du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone. Dans ce cas, le gestionnaire financier et immobilier appuie le comptable externe dans l'accomplissement de ces tâches. "
Art.69. In hoofdstuk XII van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2018, wordt een artikel 123septies ingevoegd, luidende:
  "Art. 123septies- In afwijking van artikel 21, § 2, eerste lid, en artikel 21.1, § 2, eerste lid, en § 3, eerste en tweede lid, worden kinderen die tussen drie en vijf jaar oud zijn vanaf 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2024 toegelaten tot het kleuteronderwijs."
Art.69. Dans le chapitre XII du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2018, il est inséré un article 123septies rédigé comme suit :
  " Art. 123septies - Par dérogation à l'article 21, § 2, alinéa 1er, et l'article 21.1, § 2, alinéa 1er, et § 3, alinéas 1er et 2, les enfants qui ont entre trois et cinq ans sont admis en section maternelle du 1er septembre 2020 au 31 août 2024.
Art.70. In hetzelfde hoofdstuk, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2018, wordt een artikel 123octies ingevoegd, luidende:
  "Art. 123octies - In afwijking van artikel 40, eerste lid, kan een inrichtende macht of een schoolhoofd na overleg met de inrichtende macht in het schoolreglement de wijzigingen aanbrengen die in de loop van het schooljaar 2019-2020 door de coronamaatregelen noodzakelijk zijn. Als gebruik gemaakt wordt van die mogelijkheid, hoeven de wijzigingen, in afwijking van artikel 41, niet ter ondertekening te worden voorgelegd aan de personen belast met de opvoeding en aan de leerlingen van het secundair onderwijs. Het schoolhoofd deelt de wijzigingen schriftelijk mee aan de personen belast met de opvoeding en aan de leerlingen van het secundair onderwijs."
Art.70. Dans le même chapitre, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2018, il est inséré un article 123octies rédigé comme suit :
  " Art. 123octies - Par dérogation à l'article 40, alinéa 1er, un pouvoir organisateur ou un chef d'établissement en concertation avec le pouvoir organisateur peut, dans le courant de l'année scolaire 2019-2020, apporter au règlement d'ordre intérieur de l'école les modifications rendues nécessaires par les mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19). S'il est fait usage de cette possibilité, les modifications ne seront, par dérogation à l'article 41, pas obligatoirement présentées pour signature aux personnes chargées de l'éducation et aux élèves du secondaire. Le chef d'établissement communique les informations par écrit aux personnes chargées de l'éducation et aux élèves du secondaire. "
Art.71. In hetzelfde hoofdstuk, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2018, wordt een artikel 123novies ingevoegd, luidende:
  "Art. 123novies - Voor het schooljaar 2019-2020 worden de bepalingen inzake gespecialiseerde pedagogische ondersteuning als volgt toegepast in het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs:
  1° Met behoud van de toepassing van artikel 93.8 wordt het advies van het psycho-medisch-sociaal centrum ten laatste op 3 juni 2020 overgezonden;
  2° Met behoud van de toepassing van artikel 93.10, tweede lid, is een 'advies over de vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning' over leerlingen die een gewone school bezoeken alleen geldig tijdens het schooljaar 2020-2021, als het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat advies - bij gebrek aan mogelijkheden om tot de juiste inzichten te komen - onder voorbehoud heeft gegeven in het schooljaar 2019-2020.
  3° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 1, eerste lid, artikel, 93.18, artikel 93.19, § 1, eerste lid, en artikel 93.20, § 1, eerste lid, neemt de ondersteuningsvergadering de in die artikelen vermelde beslissingen ten laatste op 26 juni 2020.
  4° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 2, tweede lid, en artikel 93.19, § 2, tweede lid, deelt het hoofd van de gespecialiseerde school zijn gemotiveerde beslissing ten laatste op 30 juni 2020 schriftelijk mee aan de betrokken gewone school.
  5° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 2, derde lid, en artikel 93.19, § 2, derde lid, deelt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing ten laatste op 3 juli 2020 mee aan de personen belast met de opvoeding; die mededeling geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs.
  6° Met behoud van de toepassing van artikel 93.14, tweede lid, artikel 93.21, tweede lid, en artikel 93.22, § 3, tweede lid, zendt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn gemotiveerde beslissing en, in voorkomend geval, zijn aanbeveling over de personeelsmiddelen die tijdens het volgende schooljaar moeten worden ingezet, aangetekend toe aan de personen belast met de opvoeding, aan het hoofd van de gewone school en aan het hoofd van de gespecialiseerde school; dat geschiedt zo mogelijk binnen 20 werkdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven, maar ten laatste op 25 augustus 2020.
  7° Met behoud van de toepassing van artikel 93.20, § 2, zendt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de betrokken gewone school en over de plaats waar de ondersteuning voortaan zal worden aangeboden ten laatste op 26 juni 2020 toe aan de personen belast met de opvoeding; dat geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs.
  8° In afwijking van artikel 93.23, tweede lid, zendt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn beslissing zo mogelijk binnen 20 werkdagen na ontvangst van het beroep, maar ten laatste op 25 augustus 2020 toe aan de personen belast met de opvoeding en aan het hoofd van de gewone school; dat geschiedt aangetekend."
Art.71. Le même chapitre, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2018, est complété par un article 123novies rédigé comme suit :
  " Art. 123novies - Pour l'année scolaire 2019-2020, l'application des dispositions relatives au soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées s'opère comme suit :
  1° Sans préjudice de l'article 93.8, l'avis du centre psycho-médico-social est transmis au plus tard le 3 juin 2020.
  2° Par dérogation à l'article 93.10, alinéa 2, l'avis "réservé" relatif à la nécessité constatée d'un soutien pédagogique spécialisé auprès d'élèves qui ont fréquenté une école ordinaire, établi dans le courant de l'année scolaire 2019-2020 par le centre pour le développement sain des enfants et de jeunes en raison d'un manque de connaissances, conserve sa validité uniquement pendant l'année scolaire 2020-2021.
  3° Par dérogation aux articles 93.13, § 1er, alinéa 1er, 93.18, 93.19, § 1er, alinéa 1er, et 93.20, § 1er, alinéa 1er, la conférence de soutien rend les différentes décisions énumérées dans les articles précités au plus tard pour le 26 juin 2020.
  4° Par dérogation aux articles 93.13, § 2, alinéa 2, et 93.19, § 2, alinéa 2, le chef d'établissement de l'école spécialisée communique par écrit aux écoles ordinaires concernées sa décision motivée au plus tard pour le 30 juin 2020.
  5° Par dérogation aux articles 93.13, § 2, alinéa 3, et 93.19, § 2, alinéa 3, le chef d'établissement de l'école ordinaire communique aux personnes chargées de l'éducation sa décision motivée au plus tard pour le 3 juillet 2020, et ce, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception.
  6° Par dérogation aux articles 93.14, alinéa 2, 93.21, alinéa 2, et 93.22, § 3, alinéa 2, la commission de soutien communique aux personnes chargées de l'éducation, au chef d'établissement de l'école ordinaire et à celui de l'école spécialisée sa décision motivée ainsi que, le cas échéant, sa recommandation quant aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien durant l'année scolaire suivante, et ce, si possible dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recommandé, au plus tard toutefois pour le 25 août 2020.
  7° Sans préjudice de l'article 93.20, § 2, et au plus tard pour le 26 juin 2020, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet aux personnes chargées de l'éducation la décision motivée relative à la cessation du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire concernée et au futur lieu de soutien, et ce, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception.
  8° Par dérogation à l'article 93.23, alinéa 2, la commission de soutien communique aux personnes chargées de l'éducation et au chef d'établissement de l'école ordinaire sa décision par recommandé, et ce, si possible dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recours, au plus tard toutefois pour le 25 août 2020. "
Art.72. In hetzelfde hoofdstuk, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 18 juni 2018, wordt een artikel 123decies ingevoegd, luidende:
  "Art. 123decies - Met behoud van de toepassing van artikel 93.70, vierde lid, en artikel 93.71, derde lid, kan de duur van het verblijf in de taalklas - voor leerlingen die vóór 13 maart 2020 als nieuwkomer ingeschreven waren - zo nodig verlengd worden met het aantal weken waarin door de coronamaatregelen geen les werd gegeven in het schooljaar 2019-2020."
Art.72. Dans le même chapitre, modifié en dernier lieu par le décret du 18 juin 2018, il est inséré un article 123decies rédigé comme suit :
  " Art. 123decies - Par dérogation aux articles 93.70, alinéa 4, et 93.71, alinéa 3, la durée de la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique par les élèves qui y étaient inscrits comme élèves primo-arrivants avant le 13 mars 2020 peut être prolongée si nécessaire du nombre de semaines pendant lesquelles aucun cours n'a été dispensé au cours de l'année scolaire 2019-2020 en raison des mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19). "
HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum
CHAPITRE 22. - Modification du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné
Art.73. In artikel 33 van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het zesde lid, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2015 en 26 juni 2017, wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "Bij gebrek aan een kandidaat die houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt van pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs, kunnen in dat ambt personen worden aangesteld die houder zijn van het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs of, als de pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften uitsluitend bevoegd is voor het kleuteronderwijs of voor de eerste graad van het lager onderwijs, die houder zijn van het diploma van kleuteronderwijzer, aangevuld met twee jaar nuttige beroepservaring in een ambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend, en die op het tijdstip van de aanstelling reeds ingeschreven zijn voor een aanvullende opleiding van ten minste 15 ECTS-punten in de bevorderingspedagogiek, de heilpedagogie of de orthopedagogie. Als bewijs dient een inschrijvingsbevestiging die is afgegeven door de onderwijsinstelling waar de aanvullende opleiding gevolgd wordt. De aanstelling in dat ambt eindigt van ambtswege na afloop van twee jaar, als het betrokken personeelslid de aanvullende opleiding niet binnen die termijn van twee jaar met succes heeft voltooid."
  2° het achtste lid, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt opgeheven.
Art.73. A l'article 33 du décret du 14 décembre 1998 fixant le statut des membres du personnel subsidiés de l'enseignement libre subventionné et du centre PMS libre subventionné, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 6, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 26 juin 2017, est complété par les phrases suivantes :
  " A défaut d'un candidat porteur du titre requis pour la fonction de pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire, peuvent être engagées dans cette fonction les personnes qui sont porteuses du diplôme d'instituteur primaire ou, dans le cas où la compétence du pédagogue de soutien se limite exclusivement à la section maternelle ou au premier dégré de l'école primaire, du diplôme d'instituteur maternel, complété par une expérience professionnelle utile de deux ans dans une fonction de la catégorie du personnel directeur et enseignant - les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein - et qui, au moment de l'engagement sont inscrits dans une formation complémentaire d'au moins 15 points ECTS en pédagogie de soutien, pédagogie curative ou orthopédagogie. La preuve est apportée en présentant la confirmation d'inscription délivrée par l'établissement d'enseignement où la formation complémentaire est suivie. L'engagement dans cette fonction prend fin d'office après deux ans si le membre du personnel concerné n'a pas, dans ce délai, suivi avec fruit la formation complémentaire. ";
  2° l'alinéa 8, inséré par le décret du 25 juin 2018, est abrogé.
Art.74. In artikel 53, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "hun uurrooster" vervangen door de woorden "hun uurrooster in het betrokken ambt in de betrokken school".
Art.74. Dans l'article 53, alinéa 1er, du même décret, la première phrase est complétée par les mots " dans la fonction concernée dans l'école concernée ".
Art.75. In artikel 62.14, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013 en vervangen bij het decreet van 18 juni 2018, wordt het woord "3° " vervangen door het woord "4° ".
Art.75. Dans l'article 62.14, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013 et remplacé par le décret du 18 juin 2018, le mot " 3° " est remplacé par le mot " 4° ".
Art.76. In artikel 62.37, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2018, worden de woorden "en de artikelen 62.10" vervangen door de woorden "°, artikel 62.10 met uitzondering van § 2, eerste lid, en artikel 62.11".
Art.76. Dans l'article 62.37, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 18 juin 2018, les mots " et 62.10 à " sont remplacés par les mots " 62.10, à l'exception du § 2, alinéa 1er, ainsi que 62.11 et ".
Art.77. In het opschrift van hoofdstuk IVdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "pedagogische coördinatoren voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.77. L'intitulé du chapitre IVdecies du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre IVdecies - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs paramédicaux ".
Art.78. In artikel 62.43 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "het ambt van pedagogische coördinator voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.78. Dans l'article 62.43 du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, les mots " de coordinateur pédagogique dans des écoles inclusives ainsi qu'à celle " sont abrogés.
Art.79. In titel I van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een hoofdstuk IVundecies ingevoegd, dat de artikelen 62.44 tot 62.48 bevat, luidende:
  "Hoofdstuk IVundecies - Bijzondere bepalingen voor de beheerder Financiën en Gebouwen"
Art.79. Dans le titre Ier du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un chapitre IVundecies, comportant les articles 62.44 à 62.48, intitulé comme suit :
  " Chapitre IVundecies - Dispositions spécifiques pour les gestionnaires financiers et immobiliers ".
Art.80. In hoofdstuk IVundecies van hetzelfde decreet wordt een artikel 62.44 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62.44 - Principe
  In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen uitsluitend toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en een definitieve aanstelling, overeenkomstig de volgende bepalingen.
  Artikel 62.6, artikel 62.7, § 1, eerste lid, en § 2, artikel 62.10 met uitzondering van § 2, eerste lid, en de artikelen 62.11 tot 62.12 en artikel 62.42 zijn van toepassing op het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen."
Art.80. Dans le chapitre IVundecies du même décret, il est inséré un article 62.44 rédigé comme suit :
  " Art. 62.44 - Principe
  Par dérogation au chapitre IV, la fonction de gestionnaire financier et immobilier est attribuée exclusivement sous la forme d'un engagement à durée indéterminée et d'un engagement à titre définitif, conformément aux dispositions ci-dessous.
  Les articles 62.6, 62.7, § 1er, alinéa 1er, et § 2, 62.10, à l'exception du § 2, alinéa 1er, ainsi que les articles 62.11 à 62.12 et 62.42 s'appliquent à la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
Art.81. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.45 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62.45 - Toelatingsvoorwaarden
  Om dit ambt te mogen uitoefenen, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
  1° voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 62.3, 1°, en 4° tot 6° ;
  2° houder zijn van één van de volgende studiegetuigschriften:
  a) het diploma van het hoger onderwijs van het korte type in de studierichting Boekhouding;
  b) het eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs in de studierichting Economische Wetenschappen, Economie, Bedrijfsmanagement of Boekhouding, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een beroepsactiviteit die verband houdt met het ambt van opvoeder-huismeester of in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
  c) het eindgetuigschrift van het hoger algemeen secundair onderwijs of technisch overgangsonderwijs,, aangevuld met vijf jaar nuttige beroepservaring in het ambt van opvoeder-huismeester of in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend;
  d) elk diploma van het hoger onderwijs van het korte type of eindgetuigschrift van het hoger secundair technisch of beroepsonderwijs dat werd uitgereikt ter bekrachtiging van een opleiding waarvan de hoofdvakken verband houden met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen. De Regering beslist op basis van een advies van de onderwijsinspectie of het diploma de houder ervan in staat stelt om het ambt uit te oefenen. Als het gaat om een eindgetuigschrift van het hoger secundair onderwijs zijn bovendien vijf jaar nuttige beroepservaring in het kader van een activiteit die verband houdt met het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen vereist. Deeltijdse prestaties worden in verhouding tot een voltijdse betrekking aangerekend;
  e) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type, aangevuld met minstens drie dienstjaren in het ambt van opvoeder-huismeester;
  3° zijn kandidatuur hebben ingediend in de vorm en binnen de termijn die in de oproep tot de kandidaten vastgelegd zijn."
Art.81. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.45 rédigé comme suit :
  " Art. 62.45 - Conditions d'admission
  Une personne peut exercer cette fonction si :
  1° elle remplit les conditions énumérées à l'article 62.3, 1° et 4° à 6° ;
  2° elle est porteuse de l'un des titres suivants :
  a) le diplôme de l'enseignement supérieur de type court obtenu dans la section " Comptabilité ";
  b) le certificat d'enseignement secondaire supérieur dans la section sciences économiques, économie, gestion économique ou comptabilité, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans acquise dans la fonction d'éducateur-économe ou dans le cadre d'une activité liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  c) le certificat d'enseignement secondaire général supérieur ou technique de transition, complété par une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  d) tout diplôme de l'enseignement supérieur de type court ou de l'enseignement secondaire technique ou professionnel supérieur délivré après avoir suivi avec fruit une formation dont les matières principales sont liées à la fonction de gestionnaire financier et immobilier. Le Gouvernement décide, sur avis de l'inspection scolaire, si le diplôme qualifie la personne à exercer la fonction. S'il s'agit d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur, une expérience professionnelle utile de cinq ans, acquise dans le cadre d'une activité professionnelle liée à la fonction de gestionnaire financier et immobilier, est en outre nécessaire. Les services à temps partiel sont pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein;
  e) un diplôme de l'enseignement supérieur de type court, complété par au moins trois années d'ancienneté dans la fonction d'éducateur-économe;
  3° elle a introduit sa candidature dans les formes et délais fixés dans l'appel à candidats. "
Art.82. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.46 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62.46 - Oproep tot de kandidaten en kandidatuur
  De oproep tot de kandidaten wordt door de inrichtende macht gepubliceerd in de krant evenals in elke andere vorm die als gepast wordt geacht.
  De oproep bevat het profiel dat van de beheerder Financiën en Gebouwen wordt vereist en de doeleinden die tijdens de aanstelling moeten worden verwezenlijkt.
  De kandidatuur wordt ingediend per aangetekend schrijven. De kandidaat voegt bij zijn kandidatuur onder meer een curriculum vitae en een motiveringsbrief waarin hij uitlegt hoe hij de in het voorafgaande lid vermelde doeleinden denkt te verwezenlijken."
Art.82. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.46 rédigé comme suit :
  " Art. 62.46 - Appel aux candidats et candidature
  L'appel aux candidats est publié par le pouvoir organisateur dans la presse et sous toute autre forme appropriée.
  L'appel aux candidats mentionne le profil requis pour la fonction de gestionnaire financier et immobilier ainsi que les objectifs à atteindre au cours de l'engagement.
  La candidature est introduite par recommandé. Le candidat y annexe entre autres un C.V. et une lettre de motivation expliquant la manière de réaliser les objectifs visés à l'alinéa précédent. "
Art.83. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.47 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62.47 - Aanstelling
  De inrichtende macht beslist welke kandidaat het ambt mag uitoefenen.
  Zij steunt zich daarbij onder andere op het curriculum vitae en de motiveringsbrief van de kandidaat, op een of meer sollicitatiegesprekken evenals op de vakcompetentie en de beroepservaring."
Art.83. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.47 rédigé comme suit :
  " Art. 62.47 - Engagement
  Le pouvoir organisateur décide quel candidat assumera la fonction.
  Il fonde sa sélection entre autres sur le C.V. et la lettre de motivation présentés par le candidat, sur un ou plusieurs entretiens, sur la compétence disciplinaire et sur l'expérience professionnelle. "
Art.84. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 62.48 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62.48 - Tijdelijke vervanging
  § 1 - Indien de aanstelling van de beheerder Financiën en Gebouwen beëindigd wordt of indien hij zijn ambt neerlegt of wegens een vorm van verlof of terbeschikkingstelling tijdelijk voltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem tot het einde van het daaropvolgende schooljaar vervangen door een persoon die voldoet aan de in artikel 62.45 vermelde voorwaarden, met uitzondering van die vermeld in 3°.
  Als de beheerder Financiën en Gebouwen wegens een vorm van verlof tijdelijk deeltijds afwezig is, kan de inrichtende macht hem vervangen door een of meer personen in het ambt van studiemeester-opvoeder.
  § 2 - Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn artikel 62.7, § 1, eerste lid, artikel 62.11, artikel 62.12 en artikel 62.42 van toepassing op het vervangend personeelslid bedoeld in § 1, eerste lid."
Art.84. Dans le même chapitre, il est inséré un article 62.48 rédigé comme suit :
  " Art. 62.48 - Remplacement temporaire
  § 1er - Lorsque l'engagement du gestionnaire financier et immobilier prend fin, que celui-ci démissionne de sa fonction ou est temporairement absent, dans le cadre d'un temps plein, en raison d'un des types de congé ou de mise en disponibilité, le pouvoir organisateur peut le remplacer jusqu'à la fin de l'année scolaire suivante par une personne remplissant les conditions mentionnées à l'article 62.45, à l'exception du 3°.
  Lorsque le gestionnaire financier et immobilier est temporairement absent, dans le cadre d'un temps partiel, le pouvoir organisateur peut le remplacer par une ou plusieurs personnes dans la fonction de surveillant-éducateur.
  § 2 - Pendant le remplacement temporaire, les articles 62.7, § 1er, alinéa 1er, 62.11, 62.12 et 62.42 s'appliquent au membre du personnel qui remplace en vertu du § 1er, alinéa 1er. "
Art.85. Artikel 69.2, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2010 en 6 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad bezitten;"
Art.85. A l'article 69.2, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 25 juin 2007, remplacé par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 28 juin 2010 et 6 mai 2019, le 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° disposer au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré; ".
Art.86. In artikel 69,14, § 4, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "de vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende"".
Art.86. Dans l'article 69.14, § 4, alinéa 4, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " "insatisfaisant" ou " sont insérés entre les mots " la mention " et le mot " "insuffisant" ".
Art.87. In artikel 80, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 6°, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "6° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen;"
  2° de bepaling onder 7°, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.
Art.87. A l'article 80, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 6°, inséré par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " 6° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou " insuffisant " au cours de l'année scolaire précédente; ".
  2° le 7°, inséré par le décret du 26 juin 2006, est abrogé.
Art.88. Titel IV van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt aangevuld met een artikel 119.19, luidende:
  "Art. 119.19 - Personeelsleden die op 31 augustus 2020 definitief aangesteld zijn in het ambt van opvoeder-huismeester, gelden vanaf 1 september 2020 als definitief aangesteld in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen."
Art.88. Dans le titre IV du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un article 119.19 rédigé comme suit :
  " Art. 119.19 - Les membres du personnel qui, au 31 août 2020, sont engagés à titre définitif dans la fonction d'éducateur-économe seront, à partir du 1er septembre 2020, engagés à titre définitif dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
Art.89. In dezelfde titel wordt een artikel 119.20 ingevoegd, luidende:
  "Art. 119.20 - In afwijking van de artikelen 62.46 en 62.47 stelt de inrichtende macht de personeelsleden die tijdens het hele schooljaar 2019-2020 tijdelijk aangesteld waren in het ambt van opvoeder-huismeester, op 1 september 2020 voor onbepaalde duur aan in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen. De diensten die het op 1 september 2020 als beheerder Financiën en Begroting aangestelde personeelslid vóór die datum in het ambt van opvoeder-huismeester heeft gepresteerd, worden voor de berekening van de dienstanciënniteit vermeld in artikel 62.6, § 3, 1°, in aanmerking genomen alsof ze in het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen zouden zijn gepresteerd."
Art.89. Dans le même titre, il est inséré un article 119.20 rédigé comme suit :
  " Art. 119.20 - Par dérogation aux articles 62.46 et 62.47, le pouvoir organisateur engage à durée indéterminée dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier, au 1er septembre 2020, tout membre du personnel qui, pendant toute l'année scolaire 2019-2020, était engagé à titre temporaire dans la fonction d'éducateur-économe. Pour calculer l'ancienneté de fonction mentionnée à l'article 62.6, § 3, 1°, les services que le membre du personnel engagé au 1er septembre 2020 dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier a prestés avant cette date dans la fonction d'éducateur-économe sont pris en considération comme s'ils avaient été prestés dans la fonction de gestionnaire financier et immobilier. "
HOOFDSTUK 23. - Wijziging van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 23. - Modification du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire
Art.90. In artikel 5, eerste lid, van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het decreet van 25 juni 2018, worden de woorden "nog niet leerplichtig is en minstens twee jaar en zes maanden oud is" vervangen door de woorden "tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud is", voorts wordt dat eerste lid aangevuld met de volgende zin:
  "Onder een vijfjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van vijf jaar bereikt."
Art.90. Dans l'article 5, alinéa 1er, du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire, remplacé par le décret du 25 juin 2018, les mots " non encore soumis à l'obligation scolaire, et qui est âgé d'au moins deux ans et six mois " sont remplacés par les mots " qui a entre deux ans et six mois et cinq ans ", et l'alinéa est complété par la phrase suivante :
  " Par "enfant de cinq ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de cinq ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
Art.91. Artikel 7, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "In afwijking van artikel 5 kan een zesjarig kind de kleuterafdeling bezoeken. Onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt."
Art.91. Dans l'article 7 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'article 5, un enfant âgé de six ans peut fréquenter la section maternelle. Par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
Art.92. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "niet leerplichtig" opgeheven.
Art.92. Dans l'article 10, alinéa 1er, du même décret, les mots " non soumis à l'obligation scolaire " sont abrogés.
Art.93. In artikel 33, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015, worden de woorden "die aan de leerplicht onderworpen zijn" opgeheven.
Art.93. Dans l'article 33, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 29 juin 2015, les mots " soumis à l'obligation scolaire " sont abrogés.
Art.94. In artikel 52.5, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 29 juni 2015, worden de woorden "aan te stellen" vervangen door de woorden "aan te stellen, waarbij maximaal één derde van het betrekkingenpakket gebruikt mag worden om personeelsleden aan te stellen die houder zijn van het bekwaamheidsbewijs bedoeld in artikel 7, 8°, c), van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psycho-sociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen".
Art.94. Dans l'article 52.5, alinéa 1er, du même décret, la phrase du 2° est complétée par les mots " avec un maximum d'un tiers du capital emplois pouvant être utilisé pour engager des membres du personnel qui sont porteurs de l'un des titres mentionnés à l'article 7, 8°, c), de l'arrêté royal du 22 avril 1969 fixant les titres requis des membres du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation, du personnel paramédical et sociopsychologique des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécialisé, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat et des internats dépendant de ces établissements.
Art.95. In artikel 65 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende:
  "Op aanvraag van de personen belast met de opvoeding krijgt elk leerplichtig kind dat naar het kleuteronderwijs gaat, twee uren godsdienst of niet-confessionele zedenleer in de aangesloten lagere school."
Art.95. Dans l'article 65 du même décret, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 3 :
  " A la demande des personnes chargées de l'éducation, chaque élève de maternelle soumis à l'obligation scolaire reçoit deux périodes de cours de religion ou de morale non confessionnelle dans l'école primaire annexée. "
Art.96. In artikel 68 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "klassen" vervangen door de woorden "lagereschoolklassen";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "De leerplichtige kinderen in het kleuteronderwijs die op aanvraag van de personen belast met de opvoeding de lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer volgen, bezoeken daartoe de aangesloten lagere school."
  3° paragraaf 3, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2010, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "De leerplichtige kinderen in het kleuteronderwijs die op aanvraag van de personen belast met de opvoeding de lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer in de aangesloten lagere school volgen, worden meegeteld bij de leerlingen van de eerste graad."
Art.96. A l'article 68 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le § 1er, les mots " de primaire " sont insérés entre les mots " d'une classe " et les mots " ou deux ";
  2° le § 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Les élèves de maternelle soumis à l'obligation scolaire qui, à la demande des personnes chargées de leur éducation, suivent un cours de religion ou de morale non confessionnelle, fréquentent à cette fin l'école primaire annexée. ";
  3° le § 3, modifié par le décret du 19 avril 2010, est complété par la phrase suivante :
  " Les élèves de maternelle soumis à l'obligation scolaire qui, à la demande des personnes chargées de leur éducation, suivent un cours de religion ou de morale non confessionnelle dans l'école primaire annexée sont additionnés aux élèves du premier degré. "
Art.97. In artikel 70, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid worden de woorden "Zodra een leerling" vervangen door de woorden "Zodra een leerling of een leerplichtig kind in het kleuteronderwijs";
  2° in het vierde lid worden de woorden "geen leerling" vervangen door de woorden "geen leerling of leerplichtig kind in het kleuteronderwijs".
Art.97. A l'article 70, § 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " ou, selon le cas, un élève de maternelle soumis à l'obligation scolaire " sont insérés entre les mots " Dès qu'un élève " et les mots " s'inscrit dans une école ";
  2° dans l'alinéa 4, les mots " aucun élève " sont remplacés par les mots " , aucun élève ou, selon le cas, aucun élève de maternelle soumis à l'obligation scolaire ".
Art.98. In artikel 84quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden " In het schooljaar 2019-2020" vervangen door de woorden "In de schooljaren 2019-2020 tot 2022-2023";
  2° in het derde lid worden de woorden "2020-2021" vervangen door de woorden "2023-2024".
Art.98. A l'article 84quater du même décret, inséré par le décret du 25 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, les mots " Pour l'année scolaire 2019-2020, " sont remplacés par les mots " Pour les années scolaires 2019-2020 à 2022-2023, ";
  2° dans l'alinéa 3, les mots " 2020-2021 " sont remplacés par les mots " 2023-2024 ".
Art.99. In hoofdstuk IX van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 oktober 2000, 18 juni 2018 en 25 juni 2018, wordt een artikel 84quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 84quinquies - Overgangsbepaling
  In afwijking van artikel 5 worden kinderen die tussen drie en vijf jaar oud zijn vanaf 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2024 toegelaten tot het kleuteronderwijs."
Art.99. Dans le chapitre IX du même décret, modifié par les décrets des 23 octobre 2000, 18 juin 2018 et 25 juin 2018, il est inséré un article 84quinquies rédigé comme suit :
  " Art. 84quinquies - Disposition transitoire
  Par dérogation à l'article 5, les enfants qui ont entre trois et cinq ans sont admis en section maternelle du 1er septembre 2020 au 31 août 2024. "
Art.100. In hetzelfde hoofdstuk, gewijzigd bij de decreten van 23 oktober 2000, 18 juni 2018 en 25 juni 2018, wordt een artikel 84sexies ingevoegd, luidende:
  "Art. 84sexies - Overgangsbepaling
  Voor de nieuwe berekening van het betrekkingenpakket wordt - in afwijking van artikel 56, § 2, tweede lid, - in het schooljaar 2019-2020 rekening gehouden met alle regelmatige leerlingen in het kleuteronderwijs die op de vijfde schooldag van de maand april van het lopende schooljaar ingeschreven waren in de school.
  In afwijking van artikel 57, § 3, is het overeenkomstig het eerste lid berekende betrekkingenpakket beschikbaar vanaf de eerste schooldag na de schorsing van de lessen naar aanleiding van de coronamaatregelen tot de laatste schooldag van het lopende schooljaar, als het aldus berekende betrekkingenpakket minstens één vierde van een betrekking meer telt dan het betrekkingenpakket dat op 1 oktober aan de inrichtende macht werd toegewezen voor de betrokken vestigingsplaats."
Art.100. Dans le même chapitre, modifié par les décrets des 23 octobre 2000, 18 juin 2018 et 25 juin 2018, il est inséré un article 84sexies rédigé comme suit :
  " Art. 84sexies - Disposition transitoire
  Par dérogation à l'article 56, § 2, alinéa 2, tous les élèves régulièrement inscrits en maternelle pour l'année scolaire 2019-2020 sont pris en compte pour recalculer le capital emplois s'ils étaient inscrits dans l'école au cinquième jour d'école du mois d'avril de l'année scolaire en cours.
  Par dérogation à l'article 57, § 3, le capital emplois déterminé conformément à l'alinéa 1er est disponible du premier jour suivant la suspension des cours à la suite des mesures visant à enrayer la propagation du coronavirus (COVID-19) jusqu'au dernier jour de l'année scolaire en cours, si le calcul donne au moins un quart d'emploi supplémentaire par rapport au capital emplois accordé au pouvoir organisateur le 1er octobre pour l'implantation concernée.
Art.101. In hetzelfde hoofdstuk, gewijzigd bij de decreten van 23 oktober 2000, 18 juni 2018 en 25 juni 2018, wordt een artikel 84septies ingevoegd, luidende:
  "Art. 84septies - Overgangsbepaling
  Voor de nieuwe berekening van het betrekkingenpakket wordt - in afwijking van artikel 64.4, § 2, tweede lid, - in het schooljaar 2019-2020 rekening gehouden met alle regelmatige leerlingen in het kleuteronderwijs die op de vijfde schooldag van de maand april van het lopende schooljaar ingeschreven waren in de school.
  In afwijking van artikel 64.5, § 3, is het overeenkomstig het eerste lid berekende betrekkingenpakket beschikbaar vanaf de eerste schooldag na de schorsing van de lessen naar aanleiding van de coronamaatregelen tot de laatste schooldag van het lopende schooljaar, als het aldus berekende betrekkingenpakket minstens één halftijdse betrekking meer telt dan het betrekkingenpakket dat op 1 oktober aan de inrichtende macht werd toegewezen."
Art.101. Dans le même chapitre, modifié par les décrets des 23 octobre 2000, 18 juin 2018 et 25 juin 2018, il est inséré un article 84septies rédigé comme suit :
  " Art. 84septies - Disposition transitoire
  Par dérogation à l'article 64.4, § 2, alinéa 2, tous les élèves régulièrement inscrits en maternelle pour l'année scolaire 2019-2020 sont pris en compte pour recalculer le capital emplois s'ils étaient inscrits dans l'école au cinquième jour d'école du mois d'avril de l'année scolaire en cours.
  Par dérogation à l'article 64.5, § 3, le capital emplois déterminé conformément à l'alinéa 1er est disponible du premier jour suivant la suspension des cours à la suite des mesures visant à enrayer la propagation du coronavirus (COVID-19) jusqu'au dernier jour de l'année scolaire en cours, si le calcul donne au moins un emploi à mi-temps supplémentaire par rapport au capital emplois accordé au pouvoir organisateur le 1er octobre.
HOOFDSTUK 24. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003
CHAPITRE 24. - Modification du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2003
Art.102. In artikel 11, § 2, van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003, vervangen bij het decreet van 17 mei 2004, wordt het woord "onverwijld" vervangen door de woorden "alsook een personeelslid dat naar aanleiding van een specifieke ministeriële toestemming aangesteld is voor de individuele begeleiding van een kind met medisch gemotiveerde specifieke behoeften onverwijld".
Art.102. Dans l'article 11, § 2, du décret du 30 juin 2003 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2003, remplacé par le décret du 17 mai 2004, les mots " ainsi qu'un membre du personnel qui, en raison d'une autorisation ministérielle spécifique, a été engagé aux fins d'assurer l'accompagnement individuel d'un enfant ayant des besoins médicaux et spécifiques justifiés " sont insérés entre les mots " que d'une seule classe " et les mots " peut être remplacé immédiatement ".
Art.103. Artikel 11.19, zesde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, wordt op het einde van de zin aangevuld als volgt:
  ", waarbij het personeelslid, zolang het nog over ziektedagen beschikt, gedurende die periode geen ziektedagen verliest voor de dagen waarop het in het kader van de hervatting op basis van het individuele hervattingsplan:
  1° minstens drie werkuren presteert, op voorwaarde dat het personeelslid volgens zijn normale uur- of werkrooster op die dag meer dan drie werkuren moest presteren;
  2° minstens één werkuur presteert, op voorwaarde dat het personeelslid volgens zijn normale uur- of werkrooster op die dag drie werkuren of minder moest presteren."
Art.103. Dans l'article 11.19 du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2013, l'alinéa 6 est complété par les mots suivants " ; toutefois et tant qu'il dispose encore de jours de maladie, aucun jour de maladie ne lui sera déduit pendant cette période pour tout jour où, dans le cadre de la reprise sur la base d'un horaire individuel :
  1° il preste au moins trois heures de travail, à condition que son horaire ou son plan de travail régulier, selon le cas, prévoyait plus de trois heures de travail ce jour-là;
  2° il preste au moins une heure de travail, à condition que son horaire ou son plan de travail régulier, selon le cas, prévoyait trois heures de travail ou moins ce jour-là. "
HOOFDSTUK 25. - Wijziging van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra
CHAPITRE 25. - Modification du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés
Art.104. In artikel 20, § 1, van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2015 en bij het decreet 26 juni 2017, wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "Bij gebrek aan een kandidaat die houder is van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt van pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs, kunnen in dat ambt personen worden aangesteld die houder zijn van het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs of, als de pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften uitsluitend bevoegd is voor het kleuteronderwijs of voor de eerste graad van het lager onderwijs, die houder zijn van het diploma van kleuteronderwijzer, aangevuld met twee jaar nuttige beroepservaring in een ambt van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel, waarbij deeltijdse prestaties in verhouding tot een voltijdse betrekking worden aangerekend, en die op het tijdstip van de aanstelling reeds ingeschreven zijn voor een aanvullende opleiding van ten minste 15 ECTS-punten in de bevorderingspedagogiek, de heilpedagogie of de orthopedagogie. Als bewijs dient een inschrijvingsbevestiging die is afgegeven door de onderwijsinstelling waar de aanvullende opleiding gevolgd wordt. De aanstelling in dat ambt eindigt van ambtswege na afloop van twee jaar, als het betrokken personeelslid de aanvullende opleiding niet binnen die termijn van twee jaar met succes heeft voltooid."
  2° het zevende lid, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2018, wordt opgeheven.
Art.104. A l'article 20, § 1er, du décret du 29 mars 2004 fixant le statut des membres du personnel subsidié de l'enseignement officiel subventionné et des centres psycho-médico-sociaux officiels subventionnés, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 5, inséré par le décret du 11 mai 2009 et modifié par les décrets des 29 juin 2015 et 26 juin 2017, est complété par les phrases suivantes :
  " A défaut d'un candidat porteur du titre requis pour la fonction de pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire, peuvent être désignées dans cette fonction les personnes qui sont porteuses du diplôme d'instituteur primaire ou, dans le cas où la compétence du pédagogue de soutien se limite exclusivement à la section maternelle ou au premier dégré de l'école primaire, du diplôme d'instituteur maternel, complété par une expérience professionnelle utile de deux ans dans une fonction de la catégorie du personnel directeur et enseignant - les services à temps partiel étant pris en considération proportionnellement à une occupation à temps plein - et qui, au moment de la désignation, sont inscrits dans une formation complémentaire d'au moins 15 points ECTS en pédagogie de soutien, pédagogie curative ou orthopédagogie. La preuve est apportée en présentant la confirmation d'inscription délivrée par l'établissement d'enseignement où la formation complémentaire est suivie. La désignation dans cette fonction prend fin d'office après deux ans si le membre du personnel concerné n'a pas, dans ce délai, suivi avec fruit la formation complémentaire. ";
  2° l'alinéa 7, inséré par le décret du 25 juin 2018, est abrogé.
Art.105. In artikel 25, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "31 mei" vervangen door de woorden "30 april".
Art.105. Dans l'article 25, § 1er, alinéa 1er, du même décret, les mots " le 31 mai " sont remplacés par les mots " le 30 avril ".
Art.106. In het opschrift van hoofdstuk IVundecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "pedagogische coördinatoren voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.106. L'intitulé du chapitre IVundecies du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre IVundecies - Dispositions spécifiques pour les coordinateurs paramédicaux dans des écoles inclusives ".
Art.107. In artikel 56.20 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "het ambt van pedagogische coördinator voor inclusieve scholen en" opgeheven.
Art.107. Dans l'article 56.20 du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, les mots " les fonctions de coordinateur pédagogique et paramédical dans des écoles inclusives sont attribuées " sont remplacés par les mots " la fonction de coordinateur paramédical dans des écoles inclusives est attribuée ".
Art.108. In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een hoofdstuk IVduodecies ingevoegd, dat artikel 56.21 bevat, luidende:
  "Hoofdstuk IVduodecies - Bijzondere bepalingen voor de beheerder Financiën en Gebouwen"
Art.108. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, il est inséré un chapitre IVduodecies, comportant l'article 56.21, intitulé comme suit :
  " Chapitre IVduodecies - Dispositions spécifiques pour les gestionnaires financiers et immobiliers ".
Art.109. In hoofdstuk IVduodecies van hetzelfde decreet wordt een artikel 56.21 ingevoegd, luidende:
  "Art. 56.21 - In afwijking van hoofdstuk IV wordt het ambt van beheerder Financiën en Gebouwen toegewezen in de vorm van een aanstelling van doorlopende duur en in de vorm van een vaste benoeming overeenkomstig de voorwaarden die gelden in het gesubsidieerd vrij onderwijs."
Art.109. Dans le chapitre IVduodecies du même décret, il est inséré un article 56.21 rédigé comme suit :
  " Art. 56.21 - Par dérogation au chapitre IV, la fonction de gestionnaire financier et immobilier est attribuée sous la forme d'une désignation à durée indéterminée et d'une nomination à titre définitif, conformément aux dispositions valables dans l'enseignement libre subventionné. "
Art.110. Artikel 64.13, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010 en gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt vervangen als volgt:
  "2° ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de eerste graad bezit;"
Art.110. Dans l'article 64.13, alinéa 1er, du même décret, le 2°, inséré par le décret du 28 juin 2010 et modifié par le décret du 6 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
  " 2° disposer au moins d'un diplôme de l'enseignement supérieur du premier degré; ".
Art.111. In artikel 65, § 4, vierde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "de vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende"".
Art.111. Dans l'article 65, § 4, alinéa 4, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " "insatisfaisant" ou " sont insérés entre les mots " la mention " et le mot " "insuffisant" ".
Art.112. In artikel 78 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 3°, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "3° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen;"
  2° de bepaling onder 4°, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.
Art.112. A l'article 78 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 3°, modifié par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou "insuffisant" au cours de l'année scolaire précédente; ".
  2° le 4°, modifié par le décret du 26 juin 2006, est abrogé.
HOOFDSTUK 26. - Wijziging van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs
CHAPITRE 26. - Modification du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement
Art.113. In artikel 26bis, 5°, van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2008, worden de woorden "secundair onderwijs" vervangen door de woorden "secundair onderwijs of een geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs".
Art.113. Dans l'article 26bis, cinquième tiret, du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement, inséré par le décret du 21 avril 2008, les mots " ou de professeur de l'enseignement secondaire inférieur " sont remplacés par les mots " , de professeur de l'enseignement secondaire inférieur ou d'agrégé de l'enseignement secondaire supérieur ".
HOOFDSTUK 27. - Wijziging van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005
CHAPITRE 27. - Modification du décret du 6 juin 2005 portant des mesures urgentes en matière d'enseignement 2005
Art.114. In artikel 33 van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt vervangen als volgt:
  "Het verlof wordt ofwel voltijds of voor de helft van een voltijds uurrooster toegekend. Het voltijds ouderschapsverlof duurt maximaal vier maanden; deeltijds ouderschapsverlof duurt maximaal acht maanden. Het verlof kan worden opgesplitst, waarbij voltijds ouderschapsverlof wordt toegekend voor perioden van minstens één maand en deeltijds ouderschapsverlof voor perioden van minstens twee maanden. Voltijds en deeltijds ouderschapsverlof kunnen gecombineerd worden, waarbij de totale duur van omgerekend vier maanden voltijds ouderschapsverlof niet mag worden overschreden."
  2° het derde lid, ingevoegd bij het decreet van 23 juni 2008 en gewijzigd bij het decreet van 20 juni 2016, wordt vervangen als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid kan het verlof ook worden toegekend voor een periode die korter is dan één voltijdse maand of twee deeltijdse maanden, waarbij die periode als één voltijdse maand - of naargelang van het geval - twee deeltijdse maanden wordt beschouwd om de ter beschikking staande vier voltijdse maanden - of naargelang van het geval - acht deeltijdse maanden te bepalen."
Art.114. A l'article 33 du décret du 6 juin 2005 portant des mesures en matière d'enseignement 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2, modifié par le décret du 20 juin 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Le congé est pris soit à plein temps, soit à concurrence de la moitié d'un horaire complet. La durée du congé parental s'élève à maximum quatre mois pour un congé à temps plein et à maximum huit mois pour un congé à temps partiel. Le congé parental peut être réparti, le congé à temps plein ne pouvant toutefois être octroyé qu'à raison de périodes d'au moins un mois et le congé à temps partiel, à raison de périodes d'au moins deux mois. Le congé parental à temps plein et le congé parental à temps partiel peuvent être combinés, la durée totale ne pouvant toutefois pas dépasser quatre mois de congé à temps plein. ";
  2° l'alinéa 3, inséré par le décret du 23 juin 2008 et modifié par le décret du 20 juin 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, le congé peut également être accordé pour une période inférieure à un mois à temps plein ou à deux mois à temps partiel, cette période étant considérée comme un mois à temps plein ou, selon le cas, deux mois à temps partiel pour fixer les quatre mois à temps plein ou les huit mois à temps partiel disponibles. "
HOOFDSTUK 28. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool
CHAPITRE 28. - Modification du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome
Art.115. In artikel 2.7, § 1, eerste lid, van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool, vervangen bij het decreet van 20 juni 2016, worden de woorden "het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen" vervangen door de woorden "de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen".
Art.115. Dans l'article 2.7, § 1er, alinéa 1er, du décret du 27 juin 2005 portant création d'une haute école autonome, remplacé par le décret du 20 juin 2016, les mots " l'arrêté royal no 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé " sont remplacés par les mots " la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé. "
Art.116. In artikel 3.2, § 4, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 2007 en 28 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° [geldt alleen voor de Duitse tekst];
  2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende:
  "Tot het vierde studiejaar van de opleiding verstrekt met het oog op het behalen van het brevet in verpleegkundige verzorging zijn alle studenten toegelaten die houders zijn van een attest over het welslagen van het derde studiejaar dat leidt tot het verkrijgen van het brevet van verpleger of van verpleger uit de richting geestelijke gezondheid en psychiatrie, van het diploma van gegradueerde verpleger, of van het brevet van verpleegassistent of van verpleegassistent uit de richting geestelijke gezondheid en psychiatrie, of het attest over de gelijkwaardigheid met één van de bovenvermelde attesten en het inschrijvingsgeld bepaald in artikel 3.8. hebben betaald."
Art.116. A l'article 3.2, § 4, du même décret, modifié par les décrets des 25 juin 2007 et 28 juin 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° [concerne le texte allemand;]
  2° le § 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Sont admis en quatrième année des études menant à l'obtention du brevet d'infirmier les étudiants qui possèdent un certificat attestant la réussite de la troisième année d'études menant à l'obtention du brevet d'infirmier, du brevet d'infirmier - spécialité santé mentale et psychiatrie -, du diplôme d'infirmier gradué, du brevet d'assistant en soins hospitaliers ou du brevet d'assistant en soins hospitaliers - spécialité santé mentale et psychiatrie - ou l'attestation d'équivalence à l'un des certificats susvisés et qui ont acquitté le droit d'inscription fixé à l'article 3.8. "
Art.117. In artikel 3.34, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "onderwijs- en examenvrijstelling" vervangen door de woorden "onderwijs- en/of examenvrijstelling".
Art.117. Dans l'article 3.34, § 2, alinéa 1er, du même décret, les mots " et d'examens " sont remplacés par les mots " et/ou d'examens ".
Art.118. In artikel 5.38, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, worden de woorden "voor zover de kandidaat houder is van de dienovereenkomstige bekwaamheidsbewijzen bedoeld in artikel 5.2 of tijdens drie opeenvolgende jaren de in artikel 5.18 bepaalde afwijking verkregen heeft voor het toe te wijzen ambt, waarbij elke afwijking een minimale duur van 15 weken beloopt" vervangen door de woorden "op voorwaarde dat de kandidaat voldoet aan de voorwaarde gesteld in artikel 5.15, 5° ".
Art.118. Dans l'article 5.38, § 1er, 1°, du même décret, modifié par le décret du 27 juin 2011, les mots " pour autant que le candidat soit porteur des titres de capacité correspondants prévus à l'article 5.2 et qu'il ait obtenu pendant trois années consécutives la dérogation prévue à l'article 5.18 pour l'emploi à pourvoir, chacune des dérogations devant avoir une durée minimale de 15 semaines " sont remplacés par les mots " à condition que le candidat remplisse les conditions fixées à l'article 5.15, 5° ".
Art.119. In artikel 5.39, § 4, vierde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "de vermelding "onvoldoende"" vervangen door de woorden "de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende"".
Art.119. Dans l'article 5.39, § 4, alinéa 4, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " "insatisfaisant" ou " sont insérés entre les mots " la mention " et le mot " "insuffisant" ".
Art.120. In artikel 5.52, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 3°, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "3° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen;"
  2° de bepaling onder 4°, gewijzigd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.
Art.120. A l'article 5.52, alinéa 1er, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 3°, modifié par le décret du 26 juin 2006, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou "insuffisant" au cours de l'année scolaire précédente; ".
  2° le 4°, modifié par le décret du 26 juin 2006, est abrogé.
Art.121. In artikel 5.88, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "om de twee jaar" vervangen door de woorden "minstens om de vijf jaar".
Art.121. Dans l'article 5.88, § 1er, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " tous les deux ans " sont remplacés par les mots " , au moins tous les cinq ans, ".
Art.122. In artikel 5.102, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de woorden "om de twee jaar" vervangen door de woorden "minstens om de vijf jaar".
Art.122. Dans l'article 5.102, § 1er, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les mots " tous les deux ans " sont remplacés par les mots " , au moins tous les cinq ans, ".
Art.123. Artikel 5.105.8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Ze ressorteren rechtstreeks onder de directeur; de directeur heeft beslissingsbevoegdheid ten aanzien van hen."
Art.123. L'article 5.105.8 du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, est complété par la phrase suivante
  " Ils sont sous la responsabilité directe du directeur, qui a autorité sur eux. "
Art.124. In artikel 5.105.11, § 1, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt het getal "471" vervangen door het getal "471/I".
Art.124. Dans l'article 5.105.11, § 1er, alinéa 2, 1°, du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, le nombre " 471 " est remplacé par le mot " 471/I ".
Art.125. In artikel 9.11septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het jaar "2020" vervangen door het jaar "2022".
  2° in het tweede lid worden de woorden "2020-2021 uiterlijk op 31 december 2020" vervangen door de woorden "2022-2023 uiterlijk op 31 december 2022".
Art.125. A l'article 9.11septies du même décret, inséré par le décret du 18 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, l'année " 2020 " est remplacée par l'année " 2022 ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " 2020-2021, au plus tard le 31 décembre 2020 " sont remplacés par les mots " 2022-2023, au plus tard le 31 décembre 2022 ".
HOOFDSTUK 29. - Wijziging van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep
CHAPITRE 29. - Modification du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant
Art.126. Artikel 103, 9°, van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt opgeheven.
Art.126. Dans l'article 103 du décret du 21 avril 2008 portant valorisation du métier d'enseignant, le 9°, inséré par le décret du 6 mai 2019, est abrogé.
Art.127. [Geldt alleen voor de Duitse tekst.]
Art.127. [Concerne le texte allemand.]
Art. 128. In bijlage II van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juli 2012 en gewijzigd bij de decreten van 20 juni 2016 en 26 juni 2017, wordt een bepaling onder 4° ingevoegd, luidende:
  "4° vanaf 1 januari 2021
  Weddeschalen - Bedragen in euro
  Tabel van de leeftijdsklasse (18 jaar)
Art. 128. L'annexe II du même décret, remplacée par le décret du 16 juillet 2012 et modifiée par les décrets des 20 juin 2016 et 26 juin 2017, est complétée par un 4° rédigé comme suit :
  " 4° à partir du 1er janvier 2021
  Echelles de traitement - Montants en euros
  Echelle de la classe d'âge 18 ans

  Werkman
  Onderhoudswerkman
  Hulpkok
  14.282,48 - 16.241,03
  03 (1) x 125,89
  02 (2) x 67,34
  10 (2) x 144,62

  Vakman
  Geschoold onderhoudswerkman
  Kok
  14.784,96 - 19.223,37
  03 (1) x 162,20
  05 (2) x 225,41
  06 (2) x 308,92
  02 (2) x 485,62

  Eerste vakman
  Eerste geschoold onderhoudswerkman
  Eerste kok
  14.892,88 - 19.893,93
  03 (1) x 162,22
  05 (2) x 256,19
  08 (2) x 404,18

  Eerste vakman-ploegbaas
  Eerste geschoold onderhoudswerkman
  Ploegbaas
  Eerste kok - teamchef
  15.426,92 - 21.034,93
  03 (1) x 253,19
  05 (2) x 323,00
  08 (2) x 404,18"

  Werkman
  Onderhoudswerkman
  Hulpkok
  14.282,48 - 16.241,03
  03 (1) x 125,89
  02 (2) x 67,34
  10 (2) x 144,62
  Vakman
  Geschoold onderhoudswerkman
  Kok
  14.784,96 - 19.223,37
  03 (1) x 162,20
  05 (2) x 225,41
  06 (2) x 308,92
  02 (2) x 485,62
  Eerste vakman
  Eerste geschoold onderhoudswerkman
  Eerste kok
  14.892,88 - 19.893,93
  03 (1) x 162,22
  05 (2) x 256,19
  08 (2) x 404,18
  Eerste vakman-ploegbaas
  Eerste geschoold onderhoudswerkman
  Ploegbaas
  Eerste kok - teamchef
  15.426,92 - 21.034,93
  03 (1) x 253,19
  05 (2) x 323,00
  08 (2) x 404,18"
Ouvrier
  Ouvrier d'entretien
  Aide-cuisinier
  14 282,48 - 16 241,03
  04 (1) x 125,89
  02 (2) x 67,34
  10 (2) x 144,62
Ouvrier spécialisé
  Ouvrier d'entretien qualifié
  Cuisinier
  14 784,96 - 19 223,37
  04 (1) x 162,20
  05 (2) x 225,41
  06 (2) x 308,92
  02 (2) x 485,62
Premier ouvrier spécialisé
  Premier ouvrier d'entretien qualifié
  Premier cuisinier
  14 892,88 - 19 893,93
  04 (1) x 162,22
  05 (2) x 256,19
  08 (2) x 404,18
  
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
  Premier ouvrier d'entretien qualifié
  Chef d'équipe
  Premier cuisinier - chef d'équipe
  15 426,92 - 21 034,93
  04 (1) x 253,19
  05 (2) x 323,00
  08 (2) x 404,18 ".
Ouvrier
  Ouvrier d'entretien
  Aide-cuisinier
  14 282,48 - 16 241,03
  04 (1) x 125,89
  02 (2) x 67,34
  10 (2) x 144,62 Ouvrier spécialisé
  Ouvrier d'entretien qualifié
  Cuisinier
  14 784,96 - 19 223,37
  04 (1) x 162,20
  05 (2) x 225,41
  06 (2) x 308,92
  02 (2) x 485,62 Premier ouvrier spécialisé
  Premier ouvrier d'entretien qualifié
  Premier cuisinier
  14 892,88 - 19 893,93
  04 (1) x 162,22
  05 (2) x 256,19
  08 (2) x 404,18
Premier ouvrier spécialisé - chef d'équipe
  Premier ouvrier d'entretien qualifié
  Chef d'équipe
  Premier cuisinier - chef d'équipe
  15 426,92 - 21 034,93
  04 (1) x 253,19
  05 (2) x 323,00
  08 (2) x 404,18 ".
Art.129. In artikel 59, § 2, tweede lid, van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs worden de woorden "looncategorie II+ (loonschaal II+" vervangen door de woorden "loonschaal I (loontabel I".
Art.129. Dans l'article 59, § 2, alinéa 2, du décret du 23 mars 2009 portant organisation de l'enseignement artistique à horaire réduit, les mots " la classe salariale II+ (échelle salariale II+ " sont remplacés par les mots " l'échelle de traitement I (échelle de traitement I ".
Art.130. Titel XV van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt aangevuld met een artikel 109.1, luidende:
  "Art. 109.1 - Overgangsbepaling
  In afwijking van artikel 32, § 2, kan de directeur van een kunstacademie in het schooljaar 2019-2020 afzien van examens naar aanleiding van de coronamaatregelen. Als gebruik wordt gemaakt van die mogelijkheid, deelt de directeur van de kunstacademie die beslissing, alsook de wijzigingen van het studie- en examenreglement inzake evaluatie- en overgangscriteria schriftelijk mee aan de leerlingen en aan de personen belast met de opvoeding."
Art.130. Dans le titre XV du même décret, modifié par le décret du 28 juin 2010, il est inséré un article 109.1 rédigé comme suit :
  " Article 109.1 - Disposition transitoire
  Par dérogation à l'article 32, § 2, le directeur d'académie peut renoncer, pendant l'année scolaire 2019-2020, à la présentation d'examens étant donné les mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19). S'il est fait usage de cette possibilité, le directeur d'académie communique par écrit aux élèves et aux personnes chargées de l'éducation cette décision ainsi que les modifications apportées au règlement des études et des examens en précisant les critères d'évaluation et de passage. "
Art. 130. Titel XV van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt aangevuld met een artikel 109.1, luidende:
  "Art. 109.1 - Overgangsbepaling
  In afwijking van artikel 32, § 2, kan de directeur van een kunstacademie in het schooljaar 2019-2020 afzien van examens naar aanleiding van de coronamaatregelen. Als gebruik wordt gemaakt van die mogelijkheid, deelt de directeur van de kunstacademie die beslissing, alsook de wijzigingen van het studie- en examenreglement inzake evaluatie- en overgangscriteria schriftelijk mee aan de leerlingen en aan de personen belast met de opvoeding."
Art. 130. Dans le titre XV du même décret, modifié par le décret du 28 juin 2010, il est inséré un article 109.1 rédigé comme suit :
  " Article 109.1 - Disposition transitoire
  Par dérogation à l'article 32, § 2, le directeur d'académie peut renoncer, pendant l'année scolaire 2019-2020, à la présentation d'examens étant donné les mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19). S'il est fait usage de cette possibilité, le directeur d'académie communique par écrit aux élèves et aux personnes chargées de l'éducation cette décision ainsi que les modifications apportées au règlement des études et des examens en précisant les critères d'évaluation et de passage. "
Art.131. In artikel 12 van het decreet van 25 mei 2009 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art.131. A l'article 12 du décret du 25 mai 2009 portant des mesures en matière d'enseignement et de formation pour 2009, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 131. In artikel 12 van het decreet van 25 mei 2009 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de bijlage" worden vervangen door de woorden "bijlage 1";
  2° het artikel wordt aangevuld met een tweede en een derde lid, luidende:
  "Schoolhoofden zonder pedagogische opleiding volgen, naast de gespecialiseerde opleiding waarvan de essentiële onderdelen vastgelegd zijn in bijlage 1, een extra module voor schoolhoofden van een basisschool of secundaire school die geen pedagogische opleiding hebben, waarvan de essentiële onderdelen vastgelegd zijn in bijlage 2 voor de schoolhoofden van een basisschool en in bijlage 3 voor de schoolhoofden van een secundaire school.
  Onder 'schoolhoofd zonder pedagogische opleiding' wordt verstaan: een schoolhoofd dat niet beschikt over het diploma van kleuteronderwijzer, lager onderwijzer, geaggregeerde voor het lager of het hoger secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad op het pedagogisch vlak of een pedagogisch bekwaamheidsbewijs van minstens 15 ECTS-punten."
Art. 131. A l'article 12 du décret du 25 mai 2009 portant des mesures en matière d'enseignement et de formation pour 2009, remplacé par le décret du 28 juin 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " en annexe " sont remplacés par les mots " dans l'annexe 1re ";
  2° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Les chefs d'établissement qui ne disposent pas de formation pédagogique doivent réussir, outre la formation spécifique dont les éléments essentiels sont fixés dans l'annexe 1re, un module complémentaire destiné aux chefs d'établissement de l'enseignement fondamental ou secondaire ne disposant pas de formation pédagogique, module dont les éléments essentiels sont fixés dans l'annexe 2 pour les chefs d'établissement de l'enseignement fondamental et dans l'annexe 3 pour ceux de l'enseignement secondaire.
  Par "chef d'établissement ne disposant pas d'une formation pédagogique", il faut entendre un chef d'établissement qui n'est pas porteur du diplôme d'instituteur maternel, d'instituteur primaire, d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou supérieur, d'un titre d'études de l'enseignement supérieur du deuxième degré dans le domaine pédagogique ou d'un titre pédagogique d'au moins 15 crédits ECTS. "
Art. 132. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "tot inrichtingshoofd van een secundaire school" opgeheven;
  2° in het tweede lid worden het eerste en het tweede streepje vervangen door volgende bepalingen onder 1° en 2°, luidende:
  "1° bij de voor de verschillende inrichtende machten gemeenschappelijke modules van de gespecialiseerde opleiding en de extra modules ervan voor schoolhoofden van een basisschool of secundaire school die geen pedagogische opleiding hebben: de Regering;
  2° bij de binnen eenzelfde inrichtende macht georganiseerde module van de gespecialiseerde opleiding: de respectieve inrichtende macht."
Art. 132. A l'article 13 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " de directeur d'école secondaire " sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 2, les premier et deuxième tirets sont remplacés par les 1° et 2° rédigés comme suit :
  " 1° pour les modules dispensés tous réseaux confondus de la formation spécifique et les modules complémentaires destinés aux chefs d'établissement de l'enseignement fondamental et secondaire ne disposant pas de formation pédagogique, par le Gouvernement;
  2° pour le module de la formation dispensée par un pouvoir organisateur, par le pouvoir organisateur en question. "
Art.134. In hetzelfde decreet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 mei 2019, wordt een bijlage 2 en een bijlage 3 ingevoegd, vastgelegd in de bijlagen 1 en 2 van dit decreet.
Art.134. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, sont insérées les annexes 2 et 3, fixées dans les annexes 1re et 2 jointes au présent décret.
HOOFDSTUK 32. - Wijziging van het decreet van 25 juni 2012 over de onderwijsinspectie, het adviespunt voor schoolontwikkeling en het adviespunt voor inclusie en integratie in het onderwijs
Art. 134. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 mai 2019, sont insérées les annexes 2 et 3, fixées dans les annexes 1re et 2 jointes au présent décret.
Art.135. In artikel 15.1 van het decreet van 25 juni 2012 over de onderwijsinspectie, het adviespunt voor schoolontwikkeling en het adviespunt voor inclusie en integratie in het onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
Art.135. A l'article 15.1 du décret du 25 juin 2012 relatif à l'inspection scolaire, la guidance en développement scolaire et la guidance pour l'inclusion et l'intégration, inséré par le décret du 6 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
Art. 135. In artikel 15.1 van het decreet van 25 juni 2012 over de onderwijsinspectie, het adviespunt voor schoolontwikkeling en het adviespunt voor inclusie en integratie in het onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de inleidende zin wordt vervangen als volgt: "Het adviespunt voor inclusie en integratie in het onderwijs zorgt voor de kwaliteitsbewaking en kwaliteitsontwikkeling van de bevorderingspedagogiek in het onderwijs en in de middenstandsopleiding en vervult, op verzoek van het schoolhoofd, de inrichtende macht, het IAWM of een directeur van een ZAWM, de volgende taken voor het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd, gesubsidieerd en erkend basis- en secundair onderwijs, de voortgezette schoolopleiding en de middenstandsopleiding:"
  2° in de bepaling onder 5° worden de woorden "in het onderwijs" vervangen door de woorden "in het onderwijs en in de middenstandsopleiding".
Art. 135. A l'article 15.1 du décret du 25 juin 2012 relatif à l'inspection scolaire, la guidance en développement scolaire et la guidance pour l'inclusion et l'intégration, inséré par le décret du 6 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, les mots " et dans la formation en alternance " sont insérés entre les mots " dans l'enseignement " et les mots " et, à la demande ", les mots " ou du pouvoir organisateur " sont remplacés par les mots " , du pouvoir organisateur, de l'IAWM ou du directeur d'un ZAWM " et la phrase est complétée par les mots suivants " , la formation scolaire ainsi que la formation dans les classes moyennes ";
  2° dans le 5°, les mots " et dans la formation en alternance " sont insérés entre les mots " dans l'enseignement " et les mots " par la gestion de cas ".
Art. 136. In artikel 15.3, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2019, worden de woorden "na overleg met het schoolhoofd of - indien het schoolhoofd afwezig is - met diens plaatsvervanger" vervangen door de woorden "na overleg met het schoolhoofd, met een directeur van een ZAWM of - indien betrokkene afwezig is - met diens plaatsvervanger" en wordt het woord "schoolgemeenschap" vervangen door de woorden "schoolgemeenschap of de personeelsleden van de middenstandsopleiding".
Art. 136. Dans l'article 15.3, 1°, du même décret, inséré par le décret du 6 mai 2019, les mots " , le directeur d'un ZAWM " sont insérés entre les mots " chef d'établissement " et les mots " ou - s'il est absent " et la phrase est complétée par les mots " ou les membres du personnel de la formation dans les classes moyennes ".
Art.137. Artikel 3.15, § 1, 1°, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt na de woorden "en van de leerlingen van het gespecialiseerd onderwijs" aangevuld met de woorden "en, om de twee jaar, van de leerplichtige kinderen en jongeren vanaf zes jaar die huisonderwijs volgen; onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt".
Art.137. Dans l'article 3.15, § 1er, du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, le 1° est complété par les mots suivants " et, tous les deux ans, pour les enfants et les jeunes à partir de six ans soumis à l'obligation scolaire qui suivent un enseignement à domicile ; par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
Art. 137. Artikel 3.15, § 1, 1°, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren wordt na de woorden "en van de leerlingen van het gespecialiseerd onderwijs" aangevuld met de woorden "en, om de twee jaar, van de leerplichtige kinderen en jongeren vanaf zes jaar die huisonderwijs volgen; onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt".
Art. 137. Dans l'article 3.15, § 1er, du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, le 1° est complété par les mots suivants " et, tous les deux ans, pour les enfants et les jeunes à partir de six ans soumis à l'obligation scolaire qui suivent un enseignement à domicile ; par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
Art.139. Artikel 6.78, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt:
  "3° als op het evaluatieverslag van het personeelslid de vermelding "onvoldoende" als eindconclusie staat en het personeelslid in het voorgaande schooljaar ook al een evaluatieverslag met de vermelding "niet tevredenstellend" of "onvoldoende" heeft gekregen."
Art.139. Dans l'article 6.78, alinéa 1er, du même décret, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° lorsque le rapport d'évaluation du membre du personnel porte en conclusion la mention "insuffisant" et si ledit membre du personnel a déjà obtenu un rapport d'évaluation portant l'une des mentions "insatisfaisant" ou "insuffisant" au cours de l'année scolaire précédente; ".
Art.140. In artikel 6.87, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 februari 2018, worden tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, de volgende leden ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid bedraagt de maandelijkse premie 616,15 euro voor de coördinator Gezondheidswetenschappen.
  In geval van deeltijdse prestaties wordt het bedrag van de premie dat in het eerste en het tweede lid wordt vermeld, evenredig verminderd."
Art.140. Dans l'article 6.87, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 26 février 2018, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 4, deux alinéas rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime mensuelle s'élève à 616,15 euros dans le cas d'un coordinateur pour le domaine "Sciences sanitaires".
  Le montant de la prime mentionné aux alinéas 1er et 2 est réduit, dans le cas d'une occupation à temps partiel, proportionnellement à l'occupation. "
Art.141. In artikel 10.7, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de volgende leden ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid bedraagt de maandelijkse premie 616,15 euro voor de coördinator Gezondheidswetenschappen.
  In geval van deeltijdse prestaties wordt het bedrag van de premie dat in het eerste en het tweede lid wordt vermeld, evenredig verminderd."
  2° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig het eerste lid" vervangen door de woorden "overeenkomstig het eerste tot het derde lid".
Art.141. A l'article 10.7, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 4, sont insérés deux alinéas rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime mensuelle s'élève à 616,15 euros dans le cas d'un coordinateur pour le domaine "Sciences sanitaires".
  Le montant de la prime mentionné aux alinéas 1er et 2 est réduit, dans le cas d'une occupation à temps partiel, proportionnellement à l'occupation. "
  2° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 4, les mots " conformément au premier alinéa " sont remplacés par les mots " conformément aux alinéas 1er à 3 ".
Art. 141. In artikel 10.7, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de volgende leden ingevoegd, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid bedraagt de maandelijkse premie 616,15 euro voor de coördinator Gezondheidswetenschappen.
  In geval van deeltijdse prestaties wordt het bedrag van de premie dat in het eerste en het tweede lid wordt vermeld, evenredig verminderd."
  2° in het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "overeenkomstig het eerste lid" vervangen door de woorden "overeenkomstig het eerste tot het derde lid".
Art. 141. A l'article 10.7, § 2, du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre les alinéas 1er et 2, qui devient l'alinéa 4, sont insérés deux alinéas rédigés comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la prime mensuelle s'élève à 616,15 euros dans le cas d'un coordinateur pour le domaine "Sciences sanitaires".
  Le montant de la prime mentionné aux alinéas 1er et 2 est réduit, dans le cas d'une occupation à temps partiel, proportionnellement à l'occupation. "
  2° dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 4, les mots " conformément au premier alinéa " sont remplacés par les mots " conformément aux alinéas 1er à 3 ".
Art.142. In artikel 25, 2°, van het decreet van 25 juni 2018 tot instelling van het ambt van kleuterschoolassistent in de gewone basisscholen en tot verlaging van de instapleeftijd in het kleuteronderwijs tot twee jaar en zes maanden worden de woorden "1 september 2021" vervangen door de woorden "1 september 2024".
Art.142. Dans l'article 25, 2°, du décret du 25 juin 2018 créant la fonction d'assistant en maternelle dans les écoles fondamentales ordinaires et abaissant à deux ans et six mois l'âge d'entrée en section maternelle la date du " 1er septembre 2021 " est remplacée par la date du " 1er septembre 2024 ".
Art. 142. In artikel 25, 2°, van het decreet van 25 juni 2018 tot instelling van het ambt van kleuterschoolassistent in de gewone basisscholen en tot verlaging van de instapleeftijd in het kleuteronderwijs tot twee jaar en zes maanden worden de woorden "1 september 2021" vervangen door de woorden "1 september 2024".
Art. 142. Dans l'article 25, 2°, du décret du 25 juin 2018 créant la fonction d'assistant en maternelle dans les écoles fondamentales ordinaires et abaissant à deux ans et six mois l'âge d'entrée en section maternelle la date du " 1er septembre 2021 " est remplacée par la date du " 1er septembre 2024 ".
Art.143. In artikel 9 van het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020 worden de woorden "autonome hogeschool" vervangen door de woorden "autonome hogeschool, artikel 16 van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs" en worden de woorden "hoger onderwijs" vervangen door de woorden "hoger onderwijs of in een kunstacademie".
Art.143. Dans l'article 9 du décret de crise 2020 du 6 avril 2020, les mots " l'article 16 du décret du 23 mars 2009 portant organisation de l'enseignement artistique à horaire réduit " sont insérés entre les mots " portant création d'une haute école autonome, " et les mots " et l'article 41 " et les mots " ou une académie " sont insérés entre les mots " ou supérieure " et les mots " organisée ou subventionnée ".
Art.144. In het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020, gewijzigd bij het decreet van 27 april 2020, wordt een artikel 9.2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.2 - Op voorlegging van de desbetreffende bewijsstukken betaalt de Regering aan de gewone en gespecialiseerde scholen in de Duitstalige Gemeenschap de werkelijke kosten terug die door de coronagerelateerde annulatie van meerdaagse schoolreizen zijn ontstaan."
Art.144. Dans le décret de crise 2020 du 6 avril 2020, modifié par le décret du 27 avril 2020, il est inséré un article 9.2 rédigé comme suit :
  " Art. 9.2 - Sur présentation des justificatifs ad hoc, le Gouvernement rembourse aux écoles ordinaires et spécialisées de la Communauté germanophone les frais effectifs engendrés par les annulations de voyages scolaires de plusieurs jours en raison de la pandémie de coronavirus. "
Art. 144. In het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020, gewijzigd bij het decreet van 27 april 2020, wordt een artikel 9.2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9.2 - Op voorlegging van de desbetreffende bewijsstukken betaalt de Regering aan de gewone en gespecialiseerde scholen in de Duitstalige Gemeenschap de werkelijke kosten terug die door de coronagerelateerde annulatie van meerdaagse schoolreizen zijn ontstaan."
Art. 144. Dans le décret de crise 2020 du 6 avril 2020, modifié par le décret du 27 avril 2020, il est inséré un article 9.2 rédigé comme suit :
  " Art. 9.2 - Sur présentation des justificatifs ad hoc, le Gouvernement rembourse aux écoles ordinaires et spécialisées de la Communauté germanophone les frais effectifs engendrés par les annulations de voyages scolaires de plusieurs jours en raison de la pandémie de coronavirus. "
Art.145. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van:
Art.145. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2020, à l'exception :
Art. 145. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van:
  1° artikel 102, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2019;
  2° artikel 3, 1°, artikel 17, artikel 22, 6°, 7° en 8°, artikel 73, 1°, artikel 85, artikel 94, artikel 104, 1°, artikel 110 en artikel 125, die in werking treden op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;
  3° artikel 144, dat uitwerking heeft met ingang van 24 februari 2020;
  4° artikel 42, dat uitwerking heeft met ingang van 1 maart 2020;
  5° de artikelen 70 tot 72, artikel 130 en artikel 143, die uitwerking hebben met ingang van 16 maart 2020;
  6° de artikelen 100 en 101, die uitwerking hebben met ingang van 21 april 2020;
  7° de artikelen 51 en 52, die uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2020;
  8° de artikelen 115 en 116, die in werking treden op 30 juni 2020;
  9° de artikelen 49, 140 en 141, die in werking treden op 1 juli 2020;
  10° artikel 1, 2°, artikel 3, 2°, artikel 22, 1° tot 5°, artikel 23, 1° tot 4°, artikel 24, artikel 73, 2°, artikel 74, artikel 104, 2°, artikel 105, artikel 113 en artikel 128, die in werking treden op 1 januari 2021.
Art. 145. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2020, à l'exception :
  1° de l'article 102, qui produit ses effets le 1er septembre 2019;
  2° des articles 3, 1°, 17, 22, 6°, 7° et 8°, 73, 1°, 85, 94, 104, 1°, 110 et 125, qui entrent en vigueur le jour de l'adoption du présent décret;
  3° de l'article 144, qui produit ses effets le 24 février 2020;
  4° de l'article 42, qui produit ses effets le 1er mars 2020;
  5° des articles 70 à 72, 130 et 143, qui produisent leurs effets le 16 mars 2020;
  6° des articles 100 et 101, qui produisent leurs effets le 21 avril 2020;
  7° des articles 51 et 52, qui produisent leurs effets le 1er mai 2020;
  8° des articles 115 et 116, qui entrent en vigueur le 30 juin 2020;
  9° des articles 49, 140 et 141, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2020;
  10° des articles 1er, 2°, 3, 2°, 22, 1° à 5°, 23, 1° à 4°, 24, 73, 2°, 74, 104, 2°, 105, 113 et 128, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. N1. Bijlage 2 van het decreet van 25 mei 2009 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009
Art. N1. Annexe 2 du décret du 25 mai 2009 portant sur des mesures en matière d'enseignement et de formation pour 2009
Art. N1. Bijlage 2 van het decreet van 25 mei 2009 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009
Art. N1. Annexe 2 du décret du 25 mai 2009 portant sur des mesures en matière d'enseignement et de formation pour 2009
Extra module voor schoolhoofden van een basisschool zonder pedagogische opleiding Studiepunten
Basiskennis van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De geschiedenis van het onderwijs in België en in de Duitstalige Gemeenschap
  De werking van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De huidige onderwijswetgeving in de Duitstalige Gemeenschap
  De maatschappelijke rol van de school
1
Bijzonderheden van de schoolorganisatie
  School als sociale entiteit
  School als deskundige organisatie
  Verantwoordelijkheid van het schoolhoofd bij het beheersen van de processen inzake onderwijsontwikkeling, personeelsontwikkeling en organisatieontwikkeling
2,5
Algemene didactiek
  Basisbegrippen algemene didactiek
  Pedagogisch-didactisch oriëntatiekader
  Kwaliteit van het onderwijs: Wat is goed onderwijs? Empirische aspecten van onderwijzen en leren
  Conceptuele basis van de referentiekaders in de Duitstalige Gemeenschap
  Voorbereiding van de lessen - referentiekaders en curricula als hulpmiddelen bij het plannen van competentiegericht onderwijs
3
Didactiek voor de basisschool
  Ontwikkelingspsychologie
  Rol van de leerkracht
  Groepsdynamische processen in de klas
  Verstoringen in de klas: mogelijke oorzaken, preventie, omgang
  Onderwijsmethoden, leer- en werkstrategieën
  Hospiteren van basisscholen met de nadruk op het onderwijs en het werkveld van de schoolleiding
3,5
Totaal 10
Extra module voor schoolhoofden van een basisschool zonder pedagogische opleiding Studiepunten Basiskennis van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De geschiedenis van het onderwijs in België en in de Duitstalige Gemeenschap
  De werking van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De huidige onderwijswetgeving in de Duitstalige Gemeenschap
  De maatschappelijke rol van de school 1 Bijzonderheden van de schoolorganisatie
  School als sociale entiteit
  School als deskundige organisatie
  Verantwoordelijkheid van het schoolhoofd bij het beheersen van de processen inzake onderwijsontwikkeling, personeelsontwikkeling en organisatieontwikkeling 2,5 Algemene didactiek
  Basisbegrippen algemene didactiek
  Pedagogisch-didactisch oriëntatiekader
  Kwaliteit van het onderwijs: Wat is goed onderwijs? Empirische aspecten van onderwijzen en leren
  Conceptuele basis van de referentiekaders in de Duitstalige Gemeenschap
  Voorbereiding van de lessen - referentiekaders en curricula als hulpmiddelen bij het plannen van competentiegericht onderwijs 3 Didactiek voor de basisschool
  Ontwikkelingspsychologie
  Rol van de leerkracht
  Groepsdynamische processen in de klas
  Verstoringen in de klas: mogelijke oorzaken, preventie, omgang
  Onderwijsmethoden, leer- en werkstrategieën
  Hospiteren van basisscholen met de nadruk op het onderwijs en het werkveld van de schoolleiding 3,5 Totaal 10
Module complémentaire destiné aux chefs d'établissement de l'enseignement fondamental ne disposant pas de formation pédagogique Unités de valeur
* Connaissances élémentaires relatives au système éducatif en Communauté germanophone
  o L'histoire de l'enseignement en Belgique et en Communauté germanophone
  o Le fonctionnement du système éducatif en Communauté germanophone
  o La législation en vigueur dans l'enseignement en Communauté germanophone
  o Le rôle sociétal de l'école
1
* Spécificités de l'école en tant qu'organisation
  o L'école en tant qu'organisation sociale
  o L'école en tant qu'organisation d'experts
  o Responsabilité du chef d'établissement dans la gestion des processus de développement de l'enseignement, du personnel et de l'organisation
2,5
* Didactique générale
  o Notions de didactique générale
  o Cadre d'orientation pédagogique et didactique
  o Qualité de l'enseignement : qu'est-ce qu'un bon cours ? Méthodes empiriques pour enseigner et pour apprendre
  o Fondement conceptuel des référentiels de compétences en Communauté germanophone
  o Préparation des cours - Référentiels de compétences et curricula comme aides à la planification de cours centrés sur les compétences
3
* Didactique dans l'enseignement fondamental
  o Psychologie du développement
  o Rôle de l'enseignant
  o Processus de dynamique de groupes dans l'enseignement
  o Perturbations en classe : causes possibles, prévention, gestion
  o Méthodes d'enseignement, stratégies d'apprentissage et de travail
  o Stages d'observation dans des écoles fondamentales, avec un accent sur l'enseignement et les activités de la direction de l'établissement
3,5
Total 10
Module complémentaire destiné aux chefs d'établissement de l'enseignement fondamental ne disposant pas de formation pédagogique Unités de valeur * Connaissances élémentaires relatives au système éducatif en Communauté germanophone
  o L'histoire de l'enseignement en Belgique et en Communauté germanophone
  o Le fonctionnement du système éducatif en Communauté germanophone
  o La législation en vigueur dans l'enseignement en Communauté germanophone
  o Le rôle sociétal de l'école 1 * Spécificités de l'école en tant qu'organisation
  o L'école en tant qu'organisation sociale
  o L'école en tant qu'organisation d'experts
  o Responsabilité du chef d'établissement dans la gestion des processus de développement de l'enseignement, du personnel et de l'organisation 2,5 * Didactique générale
  o Notions de didactique générale
  o Cadre d'orientation pédagogique et didactique
  o Qualité de l'enseignement : qu'est-ce qu'un bon cours ? Méthodes empiriques pour enseigner et pour apprendre
  o Fondement conceptuel des référentiels de compétences en Communauté germanophone
  o Préparation des cours - Référentiels de compétences et curricula comme aides à la planification de cours centrés sur les compétences 3 * Didactique dans l'enseignement fondamental
  o Psychologie du développement
  o Rôle de l'enseignant
  o Processus de dynamique de groupes dans l'enseignement
  o Perturbations en classe : causes possibles, prévention, gestion
  o Méthodes d'enseignement, stratégies d'apprentissage et de travail
  o Stages d'observation dans des écoles fondamentales, avec un accent sur l'enseignement et les activités de la direction de l'établissement 3,5 Total 10
Art. N2. Bijlage 3 van het decreet van 25 mei 2009 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009
Art. N2. Annexe 3 du décret du 25 mai 2009 portant sur des mesures en matière d'enseignement et de formation pour 2009
Extra module voor schoolhoofden van een secundaire school zonder pedagogische opleiding Studiepunten
Basiskennis van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De geschiedenis van het onderwijs in België en in de Duitstalige Gemeenschap
  De werking van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De huidige onderwijswetgeving in de Duitstalige Gemeenschap
  De maatschappelijke rol van de school
1
Bijzonderheden van de schoolorganisatie
  School als sociale entiteit
  School als deskundige organisatie
  Verantwoordelijkheid van het schoolhoofd bij het beheersen van de processen inzake onderwijsontwikkeling, personeelsontwikkeling en organisatieontwikkeling
2,5
Algemene didactiek
  Basisbegrippen algemene didactiek
  Pedagogisch-didactisch oriëntatiekader
  Kwaliteit van het onderwijs: Wat is goed onderwijs? Empirische aspecten van onderwijzen en leren
  Conceptuele basis van de referentiekaders in de Duitstalige Gemeenschap
  Voorbereiding van de lessen - referentiekaders en curricula als hulpmiddelen bij het plannen van competentiegericht onderwijs
3
Didactiek voor het secundair onderwijs/vakdidactiek
  Ontwikkelingspsychologie
  Rol van de leerkracht
  Groepsdynamische processen in de klas
  Verstoringen in de klas: mogelijke oorzaken, preventie, omgang
  Onderwijsmethoden, leer- en werkstrategieën
  Hospiteren van secundaire scholen met de nadruk op het onderwijs en het werkveld van de schoolleiding
3,5
Totaal 10
Extra module voor schoolhoofden van een secundaire school zonder pedagogische opleiding Studiepunten Basiskennis van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De geschiedenis van het onderwijs in België en in de Duitstalige Gemeenschap
  De werking van het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap
  De huidige onderwijswetgeving in de Duitstalige Gemeenschap
  De maatschappelijke rol van de school 1 Bijzonderheden van de schoolorganisatie
  School als sociale entiteit
  School als deskundige organisatie
  Verantwoordelijkheid van het schoolhoofd bij het beheersen van de processen inzake onderwijsontwikkeling, personeelsontwikkeling en organisatieontwikkeling 2,5 Algemene didactiek
  Basisbegrippen algemene didactiek
  Pedagogisch-didactisch oriëntatiekader
  Kwaliteit van het onderwijs: Wat is goed onderwijs? Empirische aspecten van onderwijzen en leren
  Conceptuele basis van de referentiekaders in de Duitstalige Gemeenschap
  Voorbereiding van de lessen - referentiekaders en curricula als hulpmiddelen bij het plannen van competentiegericht onderwijs 3 Didactiek voor het secundair onderwijs/vakdidactiek
  Ontwikkelingspsychologie
  Rol van de leerkracht
  Groepsdynamische processen in de klas
  Verstoringen in de klas: mogelijke oorzaken, preventie, omgang
  Onderwijsmethoden, leer- en werkstrategieën
  Hospiteren van secundaire scholen met de nadruk op het onderwijs en het werkveld van de schoolleiding 3,5 Totaal 10
Module complémentaire destiné aux chefs d'établissement de l'enseignement secondaire ne disposant pas de formation pédagogique Unités de valeur
* Connaissances élémentaires relatives au système éducatif en Communauté germanophone
  o L'histoire de l'enseignement en Belgique et en Communauté germanophone
  o Le fonctionnement du système éducatif en Communauté germanophone
  o La législation en vigueur dans l'enseignement en Communauté germanophone
  o Le rôle sociétal de l'école
1
* Spécificités de l'école en tant qu'organisation
  o L'école en tant qu'organisation sociale
  o L'école en tant qu'organisation d'experts
  o Responsabilité du chef d'établissement dans la gestion des processus de développement de l'enseignement, du personnel et de l'organisation
2,5
* Didactique générale
  o Notions de didactique générale
  o Cadre d'orientation pédagogique et didactique
  o Qualité de l'enseignement : qu'est-ce qu'un bon cours ? Méthodes empiriques pour enseigner et pour apprendre
  o Fondement conceptuel des référentiels de compétences en Communauté germanophone
  o Préparation des cours - Référentiels de compétences et curricula comme aides à la planification de cours centrés sur les compétences
3
* Didactique dans l'enseignement secondaire/Didactique appliquée
  o Psychologie du développement
  o Rôle de l'enseignant
  o Processus de dynamique de groupes dans l'enseignement
  o Perturbations en classe : causes possibles, prévention, gestion
  o Méthodes d'enseignement, stratégies d'apprentissage et de travail
  o Stages d'observation dans des écoles secondaires, avec un accent sur l'enseignement et le champ d'activités de la direction de l'établissement
3,5
Total 10
Module complémentaire destiné aux chefs d'établissement de l'enseignement secondaire ne disposant pas de formation pédagogique Unités de valeur * Connaissances élémentaires relatives au système éducatif en Communauté germanophone
  o L'histoire de l'enseignement en Belgique et en Communauté germanophone
  o Le fonctionnement du système éducatif en Communauté germanophone
  o La législation en vigueur dans l'enseignement en Communauté germanophone
  o Le rôle sociétal de l'école 1 * Spécificités de l'école en tant qu'organisation
  o L'école en tant qu'organisation sociale
  o L'école en tant qu'organisation d'experts
  o Responsabilité du chef d'établissement dans la gestion des processus de développement de l'enseignement, du personnel et de l'organisation 2,5 * Didactique générale
  o Notions de didactique générale
  o Cadre d'orientation pédagogique et didactique
  o Qualité de l'enseignement : qu'est-ce qu'un bon cours ? Méthodes empiriques pour enseigner et pour apprendre
  o Fondement conceptuel des référentiels de compétences en Communauté germanophone
  o Préparation des cours - Référentiels de compétences et curricula comme aides à la planification de cours centrés sur les compétences 3 * Didactique dans l'enseignement secondaire/Didactique appliquée
  o Psychologie du développement
  o Rôle de l'enseignant
  o Processus de dynamique de groupes dans l'enseignement
  o Perturbations en classe : causes possibles, prévention, gestion
  o Méthodes d'enseignement, stratégies d'apprentissage et de travail
  o Stages d'observation dans des écoles secondaires, avec un accent sur l'enseignement et le champ d'activités de la direction de l'établissement 3,5 Total 10