Artikel. 1. Voor de toepassing van dit koninklijk besluit wordt verstaan onder:
1° "wet van 7 april 2019": de wet van 7 april 2019 tot vaststelling van een kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen van algemeen belang voor de openbare veiligheid;
2° "wet van 1 juli 2011": de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;
3° "Comité": Nationaal Comité voor de beveiliging van de levering en distributie van drinkwater;
4° "meldingsplatform": het platform voor de melding van incidenten bedoeld in artikel 31 van de wet van 7 april 2019.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 JULI 2020. - Koninklijk besluit houdende oprichting en organisatie van het Nationaal Comité voor de beveiliging van de levering en distributie van drinkwater
Titre
31 JUILLET 2020. - Arrêté royal portant création et organisation du Comité national de sécurité pour la fourniture et la distribution d'eau potable
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1. - Définitions
Article. 1er. Pour l'application du présent arrêté royal, il faut entendre par :
1° La " loi du 7 avril 2019 " : la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique;
2° La " loi du 1er juillet 2011 " : la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques;
3° " Comité " : Comité national de sécurité pour la fourniture et la distribution d'eau potable;
4° " plate-forme de notification " : la plate-forme de notification d'incidents visée à l'article 31 de la loi du 7 avril 2019.
1° La " loi du 7 avril 2019 " : la loi du 7 avril 2019 établissant un cadre pour la sécurité des réseaux et des systèmes d'information d'intérêt général pour la sécurité publique;
2° La " loi du 1er juillet 2011 " : la loi du 1er juillet 2011 relative à la sécurité et la protection des infrastructures critiques;
3° " Comité " : Comité national de sécurité pour la fourniture et la distribution d'eau potable;
4° " plate-forme de notification " : la plate-forme de notification d'incidents visée à l'article 31 de la loi du 7 avril 2019.
Art. 2. Een Nationaal Comité voor de beveiliging van de levering en distributie van drinkwater wordt opgericht, hierna "het Comité" genoemd.
Het Comité wordt aangewezen als sectorale overheid in de zin van artikel 7, § 3, van de wet van 7 april 2019 voor de aanbieders van essentiële diensten van de sector drinkwater opgenomen in bijlage 1 van de wet van 7 april 2019.
Het Comité wordt aangewezen als sectorale overheid in de zin van artikel 7, § 3, van de wet van 7 april 2019 voor de aanbieders van essentiële diensten van de sector drinkwater opgenomen in bijlage 1 van de wet van 7 april 2019.
Art. 2. Un Comité national de sécurité pour la fourniture et la distribution d'eau potable est créé, ci-après dénommé " le Comité ".
Le Comité est désigné comme autorité sectorielle au sens de l'article 7, § 3, de la loi du 7 avril 2019 pour les opérateurs de services essentiels du secteur de l'eau potable repris à l'annexe 1 de la loi du 7 avril 2019.
Le Comité est désigné comme autorité sectorielle au sens de l'article 7, § 3, de la loi du 7 avril 2019 pour les opérateurs de services essentiels du secteur de l'eau potable repris à l'annexe 1 de la loi du 7 avril 2019.
Art. 3. Het Comité wordt aangewezen als sectorale overheid in de zin van artikel 3, 3°, g, van de wet van 1 juli 2011 voor de exploitanten van infrastructuren van de sector drinkwater.
Art. 3. Le Comité est désigné comme autorité sectorielle au sens de l'article 3, 3°, g, de la loi du 1er juillet 2011 pour les exploitants d'infrastructures du secteur de l'eau potable.
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling
CHAPITRE 2. - Composition
Art. 4. Het Comité bestaat uit de volgende leden:
1° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door de federale Minister bevoegd voor voedselveiligheid;
2° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Vlaamse Gewest;
3° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Waalse Gewest;
4° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het voorzitterschap wordt beurtelings uitgeoefend door een lid van het Comité dat de federale staat, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigt voor een periode van één jaar, in de bovengenoemde volgorde.
1° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door de federale Minister bevoegd voor voedselveiligheid;
2° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Vlaamse Gewest;
3° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Waalse Gewest;
4° twee vertegenwoordigers en twee plaatsvervangers voorgedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het voorzitterschap wordt beurtelings uitgeoefend door een lid van het Comité dat de federale staat, het Waalse Gewest, het Vlaamse Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigt voor een periode van één jaar, in de bovengenoemde volgorde.
Art. 4. Le Comité est composé des membres suivants :
1° deux représentants de deux suppléants, proposés par le Ministre fédéral ayant dans ses attributions la sécurité alimentaire;
2° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région flamande;
3° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région wallonne ;
4° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région de Bruxelles-Capitale.
La présidence est assurée à tour de rôle par un membre du Comité représentant l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande ou la Région de Bruxelles-Capitale pour une durée de 1 an, dans l'ordre précité.
1° deux représentants de deux suppléants, proposés par le Ministre fédéral ayant dans ses attributions la sécurité alimentaire;
2° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région flamande;
3° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région wallonne ;
4° deux représentants et deux suppléants, proposés par la Région de Bruxelles-Capitale.
La présidence est assurée à tour de rôle par un membre du Comité représentant l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande ou la Région de Bruxelles-Capitale pour une durée de 1 an, dans l'ordre précité.
Art. 5. De vaste en plaatsvervangende leden worden aangewezen door de Minister bevoegd voor voedselveiligheid.
Een lid dat ontslag neemt, overlijdt of niet in staat is zijn mandaat uit te oefenen, wordt vervangen overeenkomstig het eerste lid. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.
De mandaten duren 5 jaar en zijn hernieuwbaar.
Een lid dat ontslag neemt, overlijdt of niet in staat is zijn mandaat uit te oefenen, wordt vervangen overeenkomstig het eerste lid. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.
De mandaten duren 5 jaar en zijn hernieuwbaar.
Art. 5. Les membres effectifs et suppléants sont désignés par le Ministre ayant la sécurité alimentaire dans ses attributions.
Le membre démissionnaire, décédé ou qui est dans l'impossibilité d'exercer son mandat est remplacé conformément à l'alinéa premier. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
Les mandats sont d'une durée de 5 ans, renouvelables.
Le membre démissionnaire, décédé ou qui est dans l'impossibilité d'exercer son mandat est remplacé conformément à l'alinéa premier. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
Les mandats sont d'une durée de 5 ans, renouvelables.
Art. 6. De vaste en plaatsvervangende leden van het Comité mogen geen functie uitoefenen binnen een rechtspersoon of een feitelijke vereniging die instaat voor de levering, het vervoer of de distributie van drinkwater in België. Er mag ook geen belangenconflict zijn tussen de activiteiten van het lid en de bevoegdheden van het Comité.
Het belangenconflict met de bevoegdheden van het Comité heeft met name betrekking op elke situatie waarbij een vast of plaatsvervangend lid van het Comité op enige manier zou hebben gewerkt voor rekening van een rechtspersoon of een feitelijke vereniging die instaat voor de levering, het vervoer of de distributie van drinkwater in België en waarbij er een verband zou bestaan tussen de voorgaande activiteiten van het betrokken lid en de rol van het Comité als sectorale overheid.
Het belangenconflict met de bevoegdheden van het Comité heeft met name betrekking op elke situatie waarbij een vast of plaatsvervangend lid van het Comité op enige manier zou hebben gewerkt voor rekening van een rechtspersoon of een feitelijke vereniging die instaat voor de levering, het vervoer of de distributie van drinkwater in België en waarbij er een verband zou bestaan tussen de voorgaande activiteiten van het betrokken lid en de rol van het Comité als sectorale overheid.
Art. 6. Les membres effectifs et suppléants du Comité ne peuvent exercer de fonction au sein d'une personne morale ou d'une association de fait qui effectue la fourniture, le transport ou la distribution d'eau potable en Belgique. De même, les activités du membre ne peuvent être en situation de conflit d'intérêts avec les attributions du Comité.
La situation de conflit d'intérêts avec les attributions du Comité vise notamment toute situation où un membre effectif ou suppléant du Comité aurait travaillé pour le compte d'une personne morale ou d'une association de fait qui effectue la fourniture, le transport ou la distribution d'eau potable en Belgique de quelque manière que ce soit et où un lien existerait entre les précédentes activités du membre concerné et le rôle d'autorité sectorielle du Comité.
La situation de conflit d'intérêts avec les attributions du Comité vise notamment toute situation où un membre effectif ou suppléant du Comité aurait travaillé pour le compte d'une personne morale ou d'une association de fait qui effectue la fourniture, le transport ou la distribution d'eau potable en Belgique de quelque manière que ce soit et où un lien existerait entre les précédentes activités du membre concerné et le rôle d'autorité sectorielle du Comité.
HOOFDSTUK 3. - Werking
CHAPITRE 3. - Fonctionnement
Art. 7. Elke entiteit beschikt slechts over één stem.
Art. 7. Chaque entité ne dispose que d'une voix délibérative.
Art. 8. Het Comité vergadert ten minste driemaal per jaar. De voorzitter roept, met vermelding van de agenda, minstens acht werkdagen vooraf de leden schriftelijk bijeen en dit ambtshalve of op verzoek. De bijeenroeping op verzoek gebeurt op initiatief van de voorzitter of van ten minste drie leden van het Comité en vermeldt de punten die de betrokken leden op de agenda plaatsen.
Naargelang de punten op de agenda kan het Comité experten uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen.
Naargelang de punten op de agenda kan het Comité experten uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen.
Art. 8. Le Comité se réunit au moins trois fois par an. Le président convoque, avec l'ordre du jour, les membres par écrit au moins huit jours ouvrables d'avance et ce d'autorité ou à la demande. La convocation à la demande s'effectue, soit à l'initiative du Président ou d'au moins trois membres du Comité et indique les points que les demandeurs portent à l'ordre du jour.
En fonction des points à l'ordre du jour, le Comité peut inviter des experts à participer à ses réunions.
En fonction des points à l'ordre du jour, le Comité peut inviter des experts à participer à ses réunions.
Art. 9. De voorkeur gaat uit naar elektronische communicatiemiddelen voor alle communicatie betreffende de procedure voor het Comité. Als dat niet mogelijk is, wordt gebruik gemaakt van andere schriftelijke communicatievormen (gewone brief, aangetekend schrijven, persoonlijke afgifte).
Als de datum van de communicatie het beginpunt van een termijn is, moet worden voorzien in een ontvangstbewijs.
Als de datum van de communicatie het beginpunt van een termijn is, moet worden voorzien in een ontvangstbewijs.
Art. 9. La voie de communication électronique est privilégiée pour l'ensemble des communications relatives à la procédure devant le Comité. Si celle-ci n'est pas possible, il est fait usage d'autres modes de communication écrite (courrier ordinaire, courrier recommandé, remise en mains propres).
Lorsque cette communication constitue le point de départ d'un délai, il y a lieu de prévoir un accusé de réception de celle-ci.
Lorsque cette communication constitue le point de départ d'un délai, il y a lieu de prévoir un accusé de réception de celle-ci.
Art. 10. Het Comité kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste vertegenwoordiger van de federale staat aanwezig is en er van elk gewest ten minste één lid aanwezig is.
Het Comité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid van de aanwezige leden en bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
Het Comité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid van de aanwezige leden en bij staking van stemmen beslist de voorzitter.
Art. 10. Le Comité ne peut délibérer valablement que si au moins un représentant de l'Etat fédéral est présent et qu'il y a au moins un membre par région présent.
Le Comité prend ses décisions à la majorité simple des membres présents et, en cas d'égalité des votes, la voix du Président est prépondérante.
Le Comité prend ses décisions à la majorité simple des membres présents et, en cas d'égalité des votes, la voix du Président est prépondérante.
Art. 11. Het Comité stelt zijn huishoudelijk reglement vast.
Art. 11. Le Comité arrête son règlement d'ordre intérieur.
HOOFDSTUK 4. - Terugbetaling van reiskosten
CHAPITRE 4. - Remboursement des frais de parcours
Art. 12. Het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt zijn van toepassing op de leden van het Comité en op de experten die door het Comité worden uitgenodigd.
Art. 12. L'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale s'appliquent aux membres du Comité et aux experts invités par le Comité.
HOOFDSTUK 5. - Bevoegdheden
CHAPITRE 5. - Des attributions
Art. 13. Het Comité vervult de opdrachten van een sectorale overheid zoals gedefinieerd in artikel 6, 2°, van de wet van 7 april 2019 voor de sector drinkwater bedoeld in bijlage I van voormelde wet en in artikel 3, 3°, van de wet van 1 juli 2011.
Art. 13. Le Comité assume les missions de l'autorité sectorielle telle que définie à l'article 6, 2° de la loi du 7 avril 2019 pour le secteur de l'eau potable visé à l'annexe I de la loi précitée et à l'article 3, 3°, de la loi du 1er juillet 2011.
Art. 14. Het Comité werkt nauw samen met de diensten die belast zullen worden met de inspectieopdrachten bedoeld in artikel 7, § 5, van de wet van 7 april 2019 en in artikel 24 van de wet van 1 juli 2011.
Art. 14. Le Comité coopère étroitement avec les services qui seront chargés d'effectuer les missions d'inspection visées à l'article 7, § 5, de la loi du 7 avril 2019 et à l'article 24 de la loi du 1er juillet 2011.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 16. De Minister bevoegd voor voedselveiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre ayant la sécurité alimentaire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.