Artikel 1. Toepassingsgebied
De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op alle adopties, voor zover een van de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen zijn woonplaats of zijn vestigingsplaats in het Duitse taalgebied heeft.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 APRIL 2020. - Decreet betreffende de adoptie van kinderen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-06-2020 en tekstbijwerking tot 16-04-2024)
Titre
27 AVRIL 2020. - Décret relatif à l'adoption d'enfants(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-06-2020 et mise à jour au 16-04-2024)
Documentinformatie
Numac: 2020202407
Datum: 2020-04-27
Info du document
Numac: 2020202407
Date: 2020-04-27
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Centrale autoriteit van de gemee...
HOOFDSTUK 3. - Adoptiediensten
Afdeling 1. - Erkenning
Afdeling 2. - Subsidiëring
Afdeling 3. - Overeenkomst
Afdeling 4. - Internationale samenwerking
HOOFDSTUK 4. - Een kind afstaan voor adoptie
Afdeling 1. - Rol ten aanzien van de biologisch...
Afdeling 2. - Rol ten aanzien van het te adopte...
HOOFDSTUK 5. - Verschillende fasen van de adopt...
Afdeling 1. - Inschrijving en voorbereiding
Afdeling 2. - Maatschappelijke onderzoeken
Afdeling 3. - Adoptiebemiddeling via een adopti...
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Extrafamiliale binnenlandse ...
Onderafdeling 3. - Extrafamiliale interlandelij...
Afdeling 4. - Adoptiebemiddeling via de ZBGA
Afdeling 5. - [...]
Afdeling 6. - Interlandelijke adoptie van kinde...
Afdeling 7. - Adoptiebegeleiding en nazorg
Afdeling 8. [1 Invordering van niet-fiscale sch...
HOOFDSTUK 6. - Samenwerking, vertrouwelijkheid ...
HOOFDSTUK 7. - Recht op toegang tot informatie ...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Autorité centrale communautaire e...
CHAPITRE 3. - Services d'adoption
Section 1re. - Agrément
Section 2. - Subventionnement
Section 3. - Contrat
Section 4. - Coopération internationale
CHAPITRE 4. - Proposition d'un enfant à l'adoption
Section 1re. - Intervention auprès des parents ...
Section 2. - Intervention auprès de l'enfant à ...
CHAPITRE 5. - Etapes de la procédure d'adoption
Section 1re. - Inscription et préparation
Section 2. - Enquêtes sociales
Section 3. - Médiation d'adoption par un servic...
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Sous-section 2. - Adoption interne extrafamiliale
Sous-section 3. - Adoption internationale extra...
Section 4. - Médiation d'adoption par l'ACCA
Section 5. - Régularisation d'adoptions
Section 6.-. Adoption internationale d'enfants ...
Section 7. - Encadrement et suivi de l'adoption
Section 8. [1 Recouvrement de créances non fisc...
CHAPITRE 6. - Coopération, confidentialité et p...
CHAPITRE 7. - Droit d'accès aux informations re...
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (92)
Texte (92)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Champ d'application
Les dispositions du présent décret s'appliquent à toutes les adoptions dans la mesure où l'une des personnes physiques ou morales concernées est domiciliée ou établie en région de langue allemande.
Les dispositions du présent décret s'appliquent à toutes les adoptions dans la mesure où l'une des personnes physiques ou morales concernées est domiciliée ou établie en région de langue allemande.
Art.2. Hoedanigheden
De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten.
De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten.
Art.2. Qualifications
Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent à tous les sexes.
Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent à tous les sexes.
Art.3. Definities
Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° adoptant : de persoon vermeld in artikel 343, § 1, a), van het Burgerlijk Wetboek die een in België of in het buitenland geboren kind geadopteerd heeft;
2° kandidaat-adoptant : de persoon vermeld in artikel 343, § 1, a), van het Burgerlijk Wetboek die een adoptieprocedure begint of doorloopt om een in België of in het buitenland geboren kind te adopteren;
3° adoptiedienst : een overeenkomstig artikel 12 [1 erkende vereniging zonder winstoogmerk of publiekrechtelijke rechtspersoon]1 die actief is als adoptiebemiddelaar;
4° Algemene Verordening Gegevensbescherming : de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
5° Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 : het verdrag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie;
6° interlandelijke adoptie : elke adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind overeenkomstig de artikelen 360-2 en 365-6 van het Burgerlijk Wetboek tot gevolg heeft;
7° binnenlandse adoptie : elke adoptie die geen interlandelijke overbrenging van een kind tot gevolg heeft;
8° kind : persoon die de volle leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;
9° ZBGA : de centrale autoriteit van de gemeenschap inzake adoptie vermeld in artikel 6.
Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° adoptant : de persoon vermeld in artikel 343, § 1, a), van het Burgerlijk Wetboek die een in België of in het buitenland geboren kind geadopteerd heeft;
2° kandidaat-adoptant : de persoon vermeld in artikel 343, § 1, a), van het Burgerlijk Wetboek die een adoptieprocedure begint of doorloopt om een in België of in het buitenland geboren kind te adopteren;
3° adoptiedienst : een overeenkomstig artikel 12 [1 erkende vereniging zonder winstoogmerk of publiekrechtelijke rechtspersoon]1 die actief is als adoptiebemiddelaar;
4° Algemene Verordening Gegevensbescherming : de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
5° Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 : het verdrag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie;
6° interlandelijke adoptie : elke adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind overeenkomstig de artikelen 360-2 en 365-6 van het Burgerlijk Wetboek tot gevolg heeft;
7° binnenlandse adoptie : elke adoptie die geen interlandelijke overbrenging van een kind tot gevolg heeft;
8° kind : persoon die de volle leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;
9° ZBGA : de centrale autoriteit van de gemeenschap inzake adoptie vermeld in artikel 6.
Art.3. Définitions
Pour l'application du présent décret, il faut entendre par :
1° adoptant : la personne mentionnée à l'article 343, § 1er, a), du Code civil qui a adopté un enfant né en Belgique ou à l'étranger;
2° candidat adoptant : la personne mentionnée à l'article 343, § 1er, a), du Code civil qui entame ou suit une procédure d'adoption en vue d'adopter un enfant né en Belgique ou à l'étranger;
3° service d'adoption : une personne morale de droit public [1 ou une association sans but lucratif]1, reconnue conformément à l'article 12, active en tant qu'intermédiaire en matière d'adoption;
4° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;
5° Convention de La Haye du 29 mai 1993 : la Convention de La Haye du 29 mai 1993 sur la protection des enfants et la coopération en matière d'adoption internationale;
6° adoption internationale : toute adoption impliquant le déplacement international d'un enfant conformément aux articles 360-2 et 365-6 du Code civil;
7° adoption nationale : toute adoption n'impliquant aucun déplacement international d'un enfant;
8° enfant : la personne qui n'a pas dix-huit ans accomplis;
9° ACCA : l'Autorité centrale communautaire en matière d'adoption mentionnée à l'article 6.
Pour l'application du présent décret, il faut entendre par :
1° adoptant : la personne mentionnée à l'article 343, § 1er, a), du Code civil qui a adopté un enfant né en Belgique ou à l'étranger;
2° candidat adoptant : la personne mentionnée à l'article 343, § 1er, a), du Code civil qui entame ou suit une procédure d'adoption en vue d'adopter un enfant né en Belgique ou à l'étranger;
3° service d'adoption : une personne morale de droit public [1 ou une association sans but lucratif]1, reconnue conformément à l'article 12, active en tant qu'intermédiaire en matière d'adoption;
4° règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE;
5° Convention de La Haye du 29 mai 1993 : la Convention de La Haye du 29 mai 1993 sur la protection des enfants et la coopération en matière d'adoption internationale;
6° adoption internationale : toute adoption impliquant le déplacement international d'un enfant conformément aux articles 360-2 et 365-6 du Code civil;
7° adoption nationale : toute adoption n'impliquant aucun déplacement international d'un enfant;
8° enfant : la personne qui n'a pas dix-huit ans accomplis;
9° ACCA : l'Autorité centrale communautaire en matière d'adoption mentionnée à l'article 6.
Wijzigingen
Art.4. Beginsel van de adoptie
Adoptie heeft tot doel een geschikt gezin te vinden voor een kind en heeft niet tot doel een kind te vinden voor een gezin.
Het decreet moet in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel voor adoptie en het tweeledige subsidiariteitsbeginsel voor interlandelijke adoptie worden toegepast.
In het kader van dit decreet waarborgt de Duitstalige Gemeenschap in het bijzonder de volgende beginselen :
1° de adoptie geschiedt in het belang van het kind en met inachtneming van zijn grondrechten;
2° bij de adoptieprocedure worden de grondrechten van elke betrokken persoon geëerbiedigd;
3° de toegang tot de adoptieprocedure wordt zonder discriminatie gewaarborgd;
4° de biologische ouders krijgen een kwalitatief hoogstaande advisering en ondersteuning aangeboden;
5° de kandidaat-adoptanten krijgen een kwalitatief hoogstaande voorlichting en voorbereiding op de adoptie aangeboden;
6° de adoptanten en de geadopteerden krijgen een kwalitatief hoogstaande adoptiebegeleiding en nazorg aangeboden.
Adoptie heeft tot doel een geschikt gezin te vinden voor een kind en heeft niet tot doel een kind te vinden voor een gezin.
Het decreet moet in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel voor adoptie en het tweeledige subsidiariteitsbeginsel voor interlandelijke adoptie worden toegepast.
In het kader van dit decreet waarborgt de Duitstalige Gemeenschap in het bijzonder de volgende beginselen :
1° de adoptie geschiedt in het belang van het kind en met inachtneming van zijn grondrechten;
2° bij de adoptieprocedure worden de grondrechten van elke betrokken persoon geëerbiedigd;
3° de toegang tot de adoptieprocedure wordt zonder discriminatie gewaarborgd;
4° de biologische ouders krijgen een kwalitatief hoogstaande advisering en ondersteuning aangeboden;
5° de kandidaat-adoptanten krijgen een kwalitatief hoogstaande voorlichting en voorbereiding op de adoptie aangeboden;
6° de adoptanten en de geadopteerden krijgen een kwalitatief hoogstaande adoptiebegeleiding en nazorg aangeboden.
Art.4. Principe de l'adoption
L'adoption consiste à trouver une famille adéquate pour un enfant et non un enfant pour une famille.
Le décret doit être appliqué conformément au principe de subsidiarité de l'adoption et au double principe de subsidiarité de l'adoption internationale.
Dans le cadre du présent décret, la Communauté germanophone garantit notamment le respect des principes suivants :
1° l'adoption intervient pour le bien de l'enfant et dans le respect de ses droits fondamentaux;
2° la procédure d'adoption respecte les droits fondamentaux de chaque intéressé;
3° l'accès à la procédure d'adoption est garanti sans discrimination;
4° les parents biologiques bénéficient de conseils et d'un soutien de haute qualité;
5° les candidats adoptants bénéficient d'informations et d'une préparation à l'adoption de haute qualité;
6° les adoptants et les adoptés bénéficient d'un encadrement et d'un suivi de haute qualité.
L'adoption consiste à trouver une famille adéquate pour un enfant et non un enfant pour une famille.
Le décret doit être appliqué conformément au principe de subsidiarité de l'adoption et au double principe de subsidiarité de l'adoption internationale.
Dans le cadre du présent décret, la Communauté germanophone garantit notamment le respect des principes suivants :
1° l'adoption intervient pour le bien de l'enfant et dans le respect de ses droits fondamentaux;
2° la procédure d'adoption respecte les droits fondamentaux de chaque intéressé;
3° l'accès à la procédure d'adoption est garanti sans discrimination;
4° les parents biologiques bénéficient de conseils et d'un soutien de haute qualité;
5° les candidats adoptants bénéficient d'informations et d'une préparation à l'adoption de haute qualité;
6° les adoptants et les adoptés bénéficient d'un encadrement et d'un suivi de haute qualité.
Art.5. Samenwerking met andere Belgische autoriteiten
De in artikel 24, §§ 2 en 3, artikel 25 § 1, artikelen 26, 44, 45, 50, 51, 55 en 56 vermelde taken en/of activiteiten die in het kader van een samenwerkingsakkoord uitgevoerd worden door andere Belgische autoriteiten of door diensten die door die overheden erkend zijn, kunnen gelijkgesteld worden met de taken en/of activiteiten die uitgevoerd worden door de ZBGA of door de door de Duitstalige Gemeenschap erkende adoptiediensten.
De Regering bepaalt de nadere regels voor ondersteuning van kandidaat-adoptanten die bij een adoptiedienst van een andere Belgische autoriteit op taalproblemen stuiten.
De in artikel 24, §§ 2 en 3, artikel 25 § 1, artikelen 26, 44, 45, 50, 51, 55 en 56 vermelde taken en/of activiteiten die in het kader van een samenwerkingsakkoord uitgevoerd worden door andere Belgische autoriteiten of door diensten die door die overheden erkend zijn, kunnen gelijkgesteld worden met de taken en/of activiteiten die uitgevoerd worden door de ZBGA of door de door de Duitstalige Gemeenschap erkende adoptiediensten.
De Regering bepaalt de nadere regels voor ondersteuning van kandidaat-adoptanten die bij een adoptiedienst van een andere Belgische autoriteit op taalproblemen stuiten.
Art.5. Coopération avec une autre autorité belge
Les tâches et/ou activités mentionnées aux articles 24, §§ 2 et 3, 25, § 1er, 26, 44, 45, 50, 51, 55 et 56 qui, dans le cadre d'un accord de coopération, sont assurées par toute autre autorité belge ou par tout autre service agréé par l'une de ces autorités peuvent être assimilées à celles qui sont assurées par l'ACCA ou par les services d'adoption agréés par la Communauté germanophone.
Le Gouvernement fixe les modalités du soutien accordé aux candidats adoptants qui rencontrent, auprès d'un service d'adoption d'une autre autorité belge, des problèmes de compréhension liés à la langue.
Les tâches et/ou activités mentionnées aux articles 24, §§ 2 et 3, 25, § 1er, 26, 44, 45, 50, 51, 55 et 56 qui, dans le cadre d'un accord de coopération, sont assurées par toute autre autorité belge ou par tout autre service agréé par l'une de ces autorités peuvent être assimilées à celles qui sont assurées par l'ACCA ou par les services d'adoption agréés par la Communauté germanophone.
Le Gouvernement fixe les modalités du soutien accordé aux candidats adoptants qui rencontrent, auprès d'un service d'adoption d'une autre autorité belge, des problèmes de compréhension liés à la langue.
HOOFDSTUK 2. - Centrale autoriteit van de gemeenschap voor adoptie
CHAPITRE 2. - Autorité centrale communautaire en matière d'adoption
Art.6. Oprichting van de centrale autoriteit van de gemeenschap voor adoptie
De Regering richt een centrale autoriteit van de gemeenschap voor adoptie op, hierna ZBGA genoemd.
De Regering richt een centrale autoriteit van de gemeenschap voor adoptie op, hierna ZBGA genoemd.
Art.6. Création de l'Autorité centrale communautaire en matière d'adoption
Le Gouvernement crée une Autorité centrale communautaire en matière d'adoption ci-après dénommée " ACCA ", dont le siège est le Ministère de la Communauté germanophone.
Le Gouvernement crée une Autorité centrale communautaire en matière d'adoption ci-après dénommée " ACCA ", dont le siège est le Ministère de la Communauté germanophone.
Art.7. Samenstelling van de ZBGA
§ 1 - De ZBGA bestaat uit een directeur, een sociale dienst en een administratie.
§ 2 - De directeur heeft minstens een bachelordiploma uit een sociale richting of een daarmee gelijkgesteld diploma en minstens drie jaar beroepservaring in de sociale sector.
De sociale dienst bestaat uit één of meer medewerkers. Die medewerkers hebben minstens een bachelordiploma uit een sociale richting.
De administratie bestaat uit één of meer medewerkers. Die medewerkers hebben minstens een diploma van het hoger secundair onderwijs.
§ 3 - De uitoefening van de functie van directeur, medewerker van de sociale dienst, medewerker van de administratie van de ZBGA, regeringslid en kabinetspersoneelslid is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van een instantie die een adoptiedienst organiseert en is onverenigbaar met de functie van medewerker van een adoptiedienst.
§ 1 - De ZBGA bestaat uit een directeur, een sociale dienst en een administratie.
§ 2 - De directeur heeft minstens een bachelordiploma uit een sociale richting of een daarmee gelijkgesteld diploma en minstens drie jaar beroepservaring in de sociale sector.
De sociale dienst bestaat uit één of meer medewerkers. Die medewerkers hebben minstens een bachelordiploma uit een sociale richting.
De administratie bestaat uit één of meer medewerkers. Die medewerkers hebben minstens een diploma van het hoger secundair onderwijs.
§ 3 - De uitoefening van de functie van directeur, medewerker van de sociale dienst, medewerker van de administratie van de ZBGA, regeringslid en kabinetspersoneelslid is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van een instantie die een adoptiedienst organiseert en is onverenigbaar met de functie van medewerker van een adoptiedienst.
Art.7. Composition de l'ACCA
§ 1er - L'ACCA se compose d'un directeur, d'un service social et d'une administration.
§ 2 - Le directeur est au moins porteur d'un diplôme de bachelor à orientation sociale ou d'un diplôme y assimilé et justifie d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans le secteur social.
Le service social compte un ou plusieurs collaborateurs. Ceux-ci sont au moins porteurs d'un diplôme de bachelor à orientation sociale.
L'administration compte un ou plusieurs collaborateurs. Ceux-ci sont au moins porteurs d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur.
§ 3 - L'exercice de la fonction de directeur, d'agent du service social, d'agent de l'administration de l'Autorité centrale communautaire en matière d'adoption, de membre du Gouvernement et de membre du personnel d'un cabinet est incompatible avec la qualité de membre d'un pouvoir organisateur d'un service de médiation en matière d'adoption ainsi qu'avec la fonction d'agent d'un service de médiation en matière d'adoption.
§ 1er - L'ACCA se compose d'un directeur, d'un service social et d'une administration.
§ 2 - Le directeur est au moins porteur d'un diplôme de bachelor à orientation sociale ou d'un diplôme y assimilé et justifie d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans dans le secteur social.
Le service social compte un ou plusieurs collaborateurs. Ceux-ci sont au moins porteurs d'un diplôme de bachelor à orientation sociale.
L'administration compte un ou plusieurs collaborateurs. Ceux-ci sont au moins porteurs d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur.
§ 3 - L'exercice de la fonction de directeur, d'agent du service social, d'agent de l'administration de l'Autorité centrale communautaire en matière d'adoption, de membre du Gouvernement et de membre du personnel d'un cabinet est incompatible avec la qualité de membre d'un pouvoir organisateur d'un service de médiation en matière d'adoption ainsi qu'avec la fonction d'agent d'un service de médiation en matière d'adoption.
Art.8. Taken van de ZBGA
De taken van de ZBGA omvatten in het bijzonder het volgende:
1° informatie over adoptie en over de adoptieprocedure in het Duitse taalgebied verstrekken en publiceren;
2° de adoptiediensten begeleiden, coördineren, toezicht op de adoptiediensten uitoefenen en ze evalueren;
3° eventuele, in het kader van de adoptieprocedure optredende klachten van kandidaat-adoptanten of adoptanten onderzoeken;
4° de voorbereiding op de adoptie organiseren;
5° de maatschappelijke onderzoeken voeren overeenkomstig de artikelen 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, 1231-6, eerste lid, 1231-10, eerste lid, 3°, 1231-35 en 1231-55 van het Gerechtelijk Wetboek en overzenden aan de autoriteiten die deze onderzoeken hebben bevolen;
6° optreden als adoptiebemiddelaar in het kader van de interlandelijke adoptie vermeld in artikel 47;
7° de kandidaat-adoptanten tijdens de hele adoptieprocedure begeleiden;
8° met toepassing van artikel 363-1 van het Burgerlijk Wetboek het recht op contact verlenen tussen de adoptant en de familie van het kind of elke andere persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent of wiens instemming met de adoptie vereist is;
9° informatie verstrekken aan de biologische ouders;
10° nazorg bieden aan de geadopteerden en aan de adoptanten;
11° de informatie over de herkomst van de geadopteerden bewaren en toegang tot die informatie waarborgen;
12° samenwerken met alle internationale, federale, op het niveau van de gemeenschappen of de gewesten bestaande of lokale autoriteiten voor zover dit voor de uitvoering van hun taken noodzakelijk is;
13° een kwaliteitshandboek maken;
14° de bevoegdheden uitoefenen die vermeld worden in de artikelen 4, 5, 7, 8, 9, 11, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 30 en 33 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993, de artikelen 361-3 tot 361-6, 362-1 tot 362-4, 363-2 tot 363-4 en 368-6 tot 368-8 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1231-1/11 tot 1231-1/14, 1231-34 en 1231-42 van het Gerechtelijk Wetboek.
De Regering kan nog andere taken bepalen, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
De taken van de ZBGA omvatten in het bijzonder het volgende:
1° informatie over adoptie en over de adoptieprocedure in het Duitse taalgebied verstrekken en publiceren;
2° de adoptiediensten begeleiden, coördineren, toezicht op de adoptiediensten uitoefenen en ze evalueren;
3° eventuele, in het kader van de adoptieprocedure optredende klachten van kandidaat-adoptanten of adoptanten onderzoeken;
4° de voorbereiding op de adoptie organiseren;
5° de maatschappelijke onderzoeken voeren overeenkomstig de artikelen 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, 1231-6, eerste lid, 1231-10, eerste lid, 3°, 1231-35 en 1231-55 van het Gerechtelijk Wetboek en overzenden aan de autoriteiten die deze onderzoeken hebben bevolen;
6° optreden als adoptiebemiddelaar in het kader van de interlandelijke adoptie vermeld in artikel 47;
7° de kandidaat-adoptanten tijdens de hele adoptieprocedure begeleiden;
8° met toepassing van artikel 363-1 van het Burgerlijk Wetboek het recht op contact verlenen tussen de adoptant en de familie van het kind of elke andere persoon die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent of wiens instemming met de adoptie vereist is;
9° informatie verstrekken aan de biologische ouders;
10° nazorg bieden aan de geadopteerden en aan de adoptanten;
11° de informatie over de herkomst van de geadopteerden bewaren en toegang tot die informatie waarborgen;
12° samenwerken met alle internationale, federale, op het niveau van de gemeenschappen of de gewesten bestaande of lokale autoriteiten voor zover dit voor de uitvoering van hun taken noodzakelijk is;
13° een kwaliteitshandboek maken;
14° de bevoegdheden uitoefenen die vermeld worden in de artikelen 4, 5, 7, 8, 9, 11, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 30 en 33 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993, de artikelen 361-3 tot 361-6, 362-1 tot 362-4, 363-2 tot 363-4 en 368-6 tot 368-8 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1231-1/11 tot 1231-1/14, 1231-34 en 1231-42 van het Gerechtelijk Wetboek.
De Regering kan nog andere taken bepalen, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
Art.8. Missions de l'ACCA
Les missions de l'ACCA consistent notamment à :
1° assurer et publier des informations relatives à l'adoption et à la procédure y afférente en région de langue allemande;
2° encadrer, coordonner, contrôler et évaluer les services d'adoption;
3° examiner d'éventuelles plaintes introduites par les candidats adoptants ou les adoptants dans le cadre de leur procédure d'adoption;
4° organiser la préparation à l'adoption;
5° mener les enquêtes sociales conformément aux articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, 1231-6, alinéa 1er, 1231-10, alinéa 1er, 3°, 1231-35 et 1231-55 du Code judiciaire et transmettre celles-ci aux autorités mandantes;
6° conduire la médiation d'adoption dans le cadre des adoptions internationales mentionnées à l'article 47;
7° encadrer les candidats adoptants pendant toute la procédure d'adoption;
8° établir l'autorisation de contact entre les adoptants et les parents de l'enfant ou toute autre personne qui exerce sur lui un droit de garde ou dont l'accord pour l'adoption est nécessaire, en application de l'article 363-1 du Code civil;
9° informer les parents biologiques;
10° assurer le suivi de l'adopté et des adoptants;
11° conserver les informations relatives à l'origine des adoptés ainsi qu'assurer l'accès à celles-ci;
12° coopérer avec toutes les autorités internationales, fédérales, communautaires, régionales ou locales si l'exercice de ses missions l'impose;
13° rédiger un manuel qualité;
14° exercer les compétences mentionnées aux articles 4, 5, 7, 8, 9, 11, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 30 et 33 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993, aux articles 361-3 à 361-6, 362-1 à 362-4, 363-2 à 363-4 et 368-6 à 368-8 du Code civil et aux articles 1231-1/11 à 1231-1/14, 1231-34 et 1231-42 du Code judiciaire.
Le Gouvernement peut déterminer d'autres missions dans la mesure où ces dernières peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Les missions de l'ACCA consistent notamment à :
1° assurer et publier des informations relatives à l'adoption et à la procédure y afférente en région de langue allemande;
2° encadrer, coordonner, contrôler et évaluer les services d'adoption;
3° examiner d'éventuelles plaintes introduites par les candidats adoptants ou les adoptants dans le cadre de leur procédure d'adoption;
4° organiser la préparation à l'adoption;
5° mener les enquêtes sociales conformément aux articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, 1231-6, alinéa 1er, 1231-10, alinéa 1er, 3°, 1231-35 et 1231-55 du Code judiciaire et transmettre celles-ci aux autorités mandantes;
6° conduire la médiation d'adoption dans le cadre des adoptions internationales mentionnées à l'article 47;
7° encadrer les candidats adoptants pendant toute la procédure d'adoption;
8° établir l'autorisation de contact entre les adoptants et les parents de l'enfant ou toute autre personne qui exerce sur lui un droit de garde ou dont l'accord pour l'adoption est nécessaire, en application de l'article 363-1 du Code civil;
9° informer les parents biologiques;
10° assurer le suivi de l'adopté et des adoptants;
11° conserver les informations relatives à l'origine des adoptés ainsi qu'assurer l'accès à celles-ci;
12° coopérer avec toutes les autorités internationales, fédérales, communautaires, régionales ou locales si l'exercice de ses missions l'impose;
13° rédiger un manuel qualité;
14° exercer les compétences mentionnées aux articles 4, 5, 7, 8, 9, 11, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 30 et 33 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993, aux articles 361-3 à 361-6, 362-1 à 362-4, 363-2 à 363-4 et 368-6 à 368-8 du Code civil et aux articles 1231-1/11 à 1231-1/14, 1231-34 et 1231-42 du Code judiciaire.
Le Gouvernement peut déterminer d'autres missions dans la mesure où ces dernières peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Art.9. Kwaliteitshandboek van de ZBGA
De ZBGA maakt een kwaliteitshandboek. Dat omvat, met inachtneming van de bepalingen van dit decreet, minstens de volgende gegevens :
1° de manier waarop de ZBGA tijdens de hele adoptieprocedure te werk gaat;
2° de criteria voor kwaliteitsbewaking;
3° de missie en visie van de ZBGA.
Het handboek wordt uiterlijk om de twee jaar aangepast aan de wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen.
De ZBGA maakt een kwaliteitshandboek. Dat omvat, met inachtneming van de bepalingen van dit decreet, minstens de volgende gegevens :
1° de manier waarop de ZBGA tijdens de hele adoptieprocedure te werk gaat;
2° de criteria voor kwaliteitsbewaking;
3° de missie en visie van de ZBGA.
Het handboek wordt uiterlijk om de twee jaar aangepast aan de wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen.
Art.9. Manuel qualité de l'ACCA
L'ACCA établit un manuel qualité. Dans le respect des dispositions du présent décret, celui-ci mentionne au moins :
1° l'action de l'ACCA pendant toute la procédure d'adoption;
2° les critères permettant de garantir la qualité;
3° le principe directeur de l'ACCA.
Le manuel est adapté au moins tous les deux ans aux évolutions juridiques et sociétales.
L'ACCA établit un manuel qualité. Dans le respect des dispositions du présent décret, celui-ci mentionne au moins :
1° l'action de l'ACCA pendant toute la procédure d'adoption;
2° les critères permettant de garantir la qualité;
3° le principe directeur de l'ACCA.
Le manuel est adapté au moins tous les deux ans aux évolutions juridiques et sociétales.
Art.10. Jaarverslag van de ZBGA
De Regering bezorgt het Parlement elk jaar een verslag over de toepassing van de in dit decreet vermelde taken van de ZBGA tijdens het vorige jaar.
De Regering bezorgt het Parlement elk jaar een verslag over de toepassing van de in dit decreet vermelde taken van de ZBGA tijdens het vorige jaar.
Art.10. Rapport annuel de l'ACCA
Chaque année, le Gouvernement transmet au Parlement un rapport relatif à l'exécution des missions de l'ACCA de l'année précédente, telles qu'énumérées dans le présent décret.
Chaque année, le Gouvernement transmet au Parlement un rapport relatif à l'exécution des missions de l'ACCA de l'année précédente, telles qu'énumérées dans le présent décret.
HOOFDSTUK 3. - Adoptiediensten
CHAPITRE 3. - Services d'adoption
Afdeling 1. - Erkenning
Section 1re. - Agrément
Art.11. Erkenningsvoorwaarden
Om een kwalitatief hoogstaande adoptiebemiddeling door de adoptiediensten veilig te stellen, moet elke adoptiedienst die in het Duitse taalgebied werkzaam is, door de Regering erkend zijn voordat hij van start gaat en moet hij minstens aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als vereniging zonder winstoogmerk opgericht zijn of een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn;
2° gevestigd zijn in het Duitse taalgebied;
3° de adoptiebemiddeling, de adoptiebegeleiding en de nazorg, alsook andere diensten inzake adoptie aanbieden;
4° het belang van het kind en zijn nationale en internationale grondrechten in acht nemen;
5° over gekwalificeerd personeel beschikken dat aan de door de Regering vastgelegde minimale voorwaarden voldoet;
6° voldoen aan de door de Regering vastgelegde voorwaarden inzake infrastructuur en werkwijze;
7° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan naleven;
8° aanvaarden dat de Regering en de ZBGA toezicht uitoefenen op de toepassing van dit decreet en op de uitvoeringsbesluiten ervan;
9° de medewerkers van de adoptiedienst hebben geen vermelding in het Strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering die hen onder meer verbiedt om een activiteit uit te oefenen die onder kinderbescherming valt en bezorgen het dienovereenkomstige uittreksel uit het Strafregister aan de adoptiedienst.
Om een kwalitatief hoogstaande adoptiebemiddeling door de adoptiediensten veilig te stellen, moet elke adoptiedienst die in het Duitse taalgebied werkzaam is, door de Regering erkend zijn voordat hij van start gaat en moet hij minstens aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° als vereniging zonder winstoogmerk opgericht zijn of een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn;
2° gevestigd zijn in het Duitse taalgebied;
3° de adoptiebemiddeling, de adoptiebegeleiding en de nazorg, alsook andere diensten inzake adoptie aanbieden;
4° het belang van het kind en zijn nationale en internationale grondrechten in acht nemen;
5° over gekwalificeerd personeel beschikken dat aan de door de Regering vastgelegde minimale voorwaarden voldoet;
6° voldoen aan de door de Regering vastgelegde voorwaarden inzake infrastructuur en werkwijze;
7° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan naleven;
8° aanvaarden dat de Regering en de ZBGA toezicht uitoefenen op de toepassing van dit decreet en op de uitvoeringsbesluiten ervan;
9° de medewerkers van de adoptiedienst hebben geen vermelding in het Strafregister overeenkomstig artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering die hen onder meer verbiedt om een activiteit uit te oefenen die onder kinderbescherming valt en bezorgen het dienovereenkomstige uittreksel uit het Strafregister aan de adoptiedienst.
Art.11. Conditions mises à l'agrément
Afin d'assurer une médiation d'adoption de haute qualité, tout service d'adoption actif en région de langue allemande doit, avant d'entamer ses activités, être agréé par le Gouvernement et remplir au moins les conditions suivantes :
1° être constitué en association sans but lucratif ou être une personne morale de droit public;
2° avoir son implantation en région de langue allemande;
3° servir d'intermédiaire en matière d'adoption, assurer l'encadrement, le suivi, ainsi que d'autres prestations en matière d'adoption;
4° tenir compte du bien de l'enfant et de ses droits fondamentaux, tant nationaux qu'internationaux;
5° disposer d'un personnel qualifié qui répond aux exigences minimales fixées par le Gouvernement;
6° remplir les conditions fixées par le Gouvernement en ce qui concerne l'infrastructure et le fonctionnement;
7° respecter les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution;
8° accepter le contrôle du Gouvernement et de l'ACCA quant à l'application du présent décret et de ses arrêtés d'exécution;
9° conformément à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, les agents du service de médiation en matière d'adoption ont un casier judiciaire vierge qui ne leur interdit pas, entre autres, une activité dans le domaine de la protection infantile, et en transmettent un extrait audit service.
Afin d'assurer une médiation d'adoption de haute qualité, tout service d'adoption actif en région de langue allemande doit, avant d'entamer ses activités, être agréé par le Gouvernement et remplir au moins les conditions suivantes :
1° être constitué en association sans but lucratif ou être une personne morale de droit public;
2° avoir son implantation en région de langue allemande;
3° servir d'intermédiaire en matière d'adoption, assurer l'encadrement, le suivi, ainsi que d'autres prestations en matière d'adoption;
4° tenir compte du bien de l'enfant et de ses droits fondamentaux, tant nationaux qu'internationaux;
5° disposer d'un personnel qualifié qui répond aux exigences minimales fixées par le Gouvernement;
6° remplir les conditions fixées par le Gouvernement en ce qui concerne l'infrastructure et le fonctionnement;
7° respecter les dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution;
8° accepter le contrôle du Gouvernement et de l'ACCA quant à l'application du présent décret et de ses arrêtés d'exécution;
9° conformément à l'article 596, alinéa 2, du Code d'instruction criminelle, les agents du service de médiation en matière d'adoption ont un casier judiciaire vierge qui ne leur interdit pas, entre autres, une activité dans le domaine de la protection infantile, et en transmettent un extrait audit service.
Art.12. Erkenningsprocedure
§ 1 - Adoptiediensten die een erkenning willen krijgen, dienen daartoe een schriftelijke aanvraag in bij de Regering.
Bij de aanvraag worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat de voorwaarden vermeld in artikel 11 vervuld zijn. De Regering kan bepalen dat de aanvraag om erkenning nog andere gegevens moet bevatten, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
Elke adoptiedienst kan de erkenning vragen voor binnenlandse adoptie, voor interlandelijke adoptie of voor beide vormen van adoptie.
§ 2 - De erkenning wordt verleend voor een periode van zes jaar en kan worden verlengd.
De erkenning kan niet worden overgedragen aan een andere adoptiedienst.
§ 3 - De erkende adoptiediensten dienen een nieuwe aanvraag [1 ...]1 om erkenning in :
1° uiterlijk drie maanden voordat de erkenning afloopt;
2° indien vastgesteld wordt dat de gegevens die in de erkenning vermeld staan niet meer overeenstemmen met de werkelijkheid of om andere redenen gewijzigd moeten worden.
§ 4 - De Regering bepaalt :
1° de erkenningsprocedures;
2° de procedures om de erkenning te wijzigen;
3° de procedures om de erkenning te verlengen;
4° de beroepsmogelijkheden indien een aanvraag wordt afgewezen.
§ 1 - Adoptiediensten die een erkenning willen krijgen, dienen daartoe een schriftelijke aanvraag in bij de Regering.
Bij de aanvraag worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat de voorwaarden vermeld in artikel 11 vervuld zijn. De Regering kan bepalen dat de aanvraag om erkenning nog andere gegevens moet bevatten, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
Elke adoptiedienst kan de erkenning vragen voor binnenlandse adoptie, voor interlandelijke adoptie of voor beide vormen van adoptie.
§ 2 - De erkenning wordt verleend voor een periode van zes jaar en kan worden verlengd.
De erkenning kan niet worden overgedragen aan een andere adoptiedienst.
§ 3 - De erkende adoptiediensten dienen een nieuwe aanvraag [1 ...]1 om erkenning in :
1° uiterlijk drie maanden voordat de erkenning afloopt;
2° indien vastgesteld wordt dat de gegevens die in de erkenning vermeld staan niet meer overeenstemmen met de werkelijkheid of om andere redenen gewijzigd moeten worden.
§ 4 - De Regering bepaalt :
1° de erkenningsprocedures;
2° de procedures om de erkenning te wijzigen;
3° de procedures om de erkenning te verlengen;
4° de beroepsmogelijkheden indien een aanvraag wordt afgewezen.
Art.12. Procédure d'agrément
§ 1er - Pour obtenir l'agrément, les services d'adoption introduisent une demande écrite auprès du Gouvernement.
La demande est accompagnée de documents dont il ressort que les conditions mentionnées à l'article 11 sont remplies. Le Gouvernement peut déterminer d'autres contenus pour la demande dans la mesure où ceux-ci peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Tout service d'adoption peut demander l'agrément pour l'adoption nationale, pour l'adoption internationale ou pour les deux types d'adoption.
§ 2 - L'agrément est octroyé pour une durée de six ans et est renouvelable.
L'agrément ne peut être transféré à aucun autre service d'adoption.
§ 3 - Les services d'adoption agréés introduisent une nouvelle demande [1 ...]1 d'agrément :
1° au plus tard, trois mois avant l'expiration de l'agrément;
2° lorsqu'il est constaté que les données reprises dans l'agrément ne correspondent plus à la réalité ou qu'il est nécessaire, pour d'autres raisons, de modifier les données reprises dans l'agrément.
§ 4 - Le Gouvernement fixe ce qui suit :
1° les procédures d'agrément;
2° les procédures de modification de l'agrément;
3° les procédures de renouvellement de l'agrément;
4° les possibilités de recours lorsque la demande est rejetée.
§ 1er - Pour obtenir l'agrément, les services d'adoption introduisent une demande écrite auprès du Gouvernement.
La demande est accompagnée de documents dont il ressort que les conditions mentionnées à l'article 11 sont remplies. Le Gouvernement peut déterminer d'autres contenus pour la demande dans la mesure où ceux-ci peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Tout service d'adoption peut demander l'agrément pour l'adoption nationale, pour l'adoption internationale ou pour les deux types d'adoption.
§ 2 - L'agrément est octroyé pour une durée de six ans et est renouvelable.
L'agrément ne peut être transféré à aucun autre service d'adoption.
§ 3 - Les services d'adoption agréés introduisent une nouvelle demande [1 ...]1 d'agrément :
1° au plus tard, trois mois avant l'expiration de l'agrément;
2° lorsqu'il est constaté que les données reprises dans l'agrément ne correspondent plus à la réalité ou qu'il est nécessaire, pour d'autres raisons, de modifier les données reprises dans l'agrément.
§ 4 - Le Gouvernement fixe ce qui suit :
1° les procédures d'agrément;
2° les procédures de modification de l'agrément;
3° les procédures de renouvellement de l'agrément;
4° les possibilités de recours lorsque la demande est rejetée.
Wijzigingen
Art.13. Verplichtingen die moeten worden nagekomen om de erkenning te mogen behouden
Voor het behoud van de erkenning komen de erkende adoptiediensten de verplichtingen vermeld in dit decreet na, met inbegrip van de voorwaarden vermeld in artikel 11 die aan de erkenning ten grondslag liggen.
De Regering kan nog andere verplichtingen voor het behoud van de erkenning opleggen, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
Voor het behoud van de erkenning komen de erkende adoptiediensten de verplichtingen vermeld in dit decreet na, met inbegrip van de voorwaarden vermeld in artikel 11 die aan de erkenning ten grondslag liggen.
De Regering kan nog andere verplichtingen voor het behoud van de erkenning opleggen, voor zover die tot een verbetering van de kwaliteit van de adoptiebemiddeling kunnen bijdragen.
Art.13. Obligations pour conserver l'agrément
Pour conserver l'agrément, les services d'adoption agréés respectent les obligations mentionnées dans le présent décret, y compris les conditions mises à l'agrément mentionnées à l'article 11.
Le Gouvernement peut déterminer d'autres obligations pour conserver l'agrément dans la mesure où celles-ci peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Pour conserver l'agrément, les services d'adoption agréés respectent les obligations mentionnées dans le présent décret, y compris les conditions mises à l'agrément mentionnées à l'article 11.
Le Gouvernement peut déterminer d'autres obligations pour conserver l'agrément dans la mesure où celles-ci peuvent contribuer à l'amélioration de la qualité de la médiation d'adoption.
Art.14. Schorsing en intrekking van de erkenning
§ 1 - Indien de erkende adoptiedienst één of meer verplichtingen niet nakomt, maant de Regering hem overeenkomstig de door haar bepaalde regels aan om die verplichtingen na te komen.
Indien de erkende adoptiedienst, na de aanmaning vermeld in het eerste lid, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, schorst de Regering de erkenning en/of trekt ze de erkenning in.
§ 2 - De Regering bepaalt :
1° de procedures om de erkenning te schorsen;
2° de procedures om de erkenning in te trekken;
3° de beroepsmogelijkheden in geval van schorsing en/of intrekking van de erkenning.
§ 3 - Tijdens de schorsing of de intrekkingsprocedure kan de adoptiedienst alleen aan adoptiebemiddeling doen voor personen die al een beroep deden op de adoptiebemiddeling voordat de beslissing tot schorsing of tot instelling van een intrekkingsprocedure ter kennis werd gebracht. De adoptiedienst moet de kandidaat-adoptanten meedelen waarom de erkenning geschorst werd of waarom de intrekkingsprocedure gestart werd.
De Regering bepaalt de vorm, de inhoud en de procedure voor de mededeling vermeld in het eerste lid.
§ 1 - Indien de erkende adoptiedienst één of meer verplichtingen niet nakomt, maant de Regering hem overeenkomstig de door haar bepaalde regels aan om die verplichtingen na te komen.
Indien de erkende adoptiedienst, na de aanmaning vermeld in het eerste lid, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, schorst de Regering de erkenning en/of trekt ze de erkenning in.
§ 2 - De Regering bepaalt :
1° de procedures om de erkenning te schorsen;
2° de procedures om de erkenning in te trekken;
3° de beroepsmogelijkheden in geval van schorsing en/of intrekking van de erkenning.
§ 3 - Tijdens de schorsing of de intrekkingsprocedure kan de adoptiedienst alleen aan adoptiebemiddeling doen voor personen die al een beroep deden op de adoptiebemiddeling voordat de beslissing tot schorsing of tot instelling van een intrekkingsprocedure ter kennis werd gebracht. De adoptiedienst moet de kandidaat-adoptanten meedelen waarom de erkenning geschorst werd of waarom de intrekkingsprocedure gestart werd.
De Regering bepaalt de vorm, de inhoud en de procedure voor de mededeling vermeld in het eerste lid.
Art.14. Suspension et retrait de l'agrément
§ 1er - Si le service d'adoption agréé ne remplit pas une ou plusieurs obligations, le Gouvernement l'invite à se mettre en ordre conformément aux modalités fixées par lui.
Si ledit service ne remplit toujours pas les obligations après l'invitation mentionnée au premier alinéa, le Gouvernement suspend l'agrément et/ou le lui retire.
§ 2 - Le Gouvernement fixe ce qui suit :
1° les procédures de suspension de l'agrément;
2° les procédures de retrait de l'agrément;
3° les possibilités de recours en cas de suspension et/ou de retrait de l'agrément.
§ 3 - Pendant la suspension ou la procédure de retrait, le service d'adoption ne peut fournir sa médiation qu'aux personnes y ayant déjà eu recours avant la notification de la décision relative à la suspension ou à l'entame d'une procédure de retrait. Le service d'adoption est tenu d'informer les personnes qui sollicitent la médiation d'adoption des raisons de la suspension ou de la procédure de retrait.
Le Gouvernement détermine la forme, le contenu et la procédure de l'information mentionnée à l'alinéa 1er.
§ 1er - Si le service d'adoption agréé ne remplit pas une ou plusieurs obligations, le Gouvernement l'invite à se mettre en ordre conformément aux modalités fixées par lui.
Si ledit service ne remplit toujours pas les obligations après l'invitation mentionnée au premier alinéa, le Gouvernement suspend l'agrément et/ou le lui retire.
§ 2 - Le Gouvernement fixe ce qui suit :
1° les procédures de suspension de l'agrément;
2° les procédures de retrait de l'agrément;
3° les possibilités de recours en cas de suspension et/ou de retrait de l'agrément.
§ 3 - Pendant la suspension ou la procédure de retrait, le service d'adoption ne peut fournir sa médiation qu'aux personnes y ayant déjà eu recours avant la notification de la décision relative à la suspension ou à l'entame d'une procédure de retrait. Le service d'adoption est tenu d'informer les personnes qui sollicitent la médiation d'adoption des raisons de la suspension ou de la procédure de retrait.
Le Gouvernement détermine la forme, le contenu et la procédure de l'information mentionnée à l'alinéa 1er.
Art.15. Beëindiging van de adoptiebemiddeling
Onverminderd een vrijwillige stopzetting van de adoptiebemiddeling door de kandidaat-adoptanten hebben de intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 14 of in voorkomend geval het verstrijken van de voor een bepaalde duur verleende erkenning van een adoptiedienst de beëindiging van alle adoptiebemiddelingen van de adoptiedienst in kwestie tot gevolg.
De Regering bepaalt de procedures om de adoptiebemiddeling te beëindigen.
Onverminderd een vrijwillige stopzetting van de adoptiebemiddeling door de kandidaat-adoptanten hebben de intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 14 of in voorkomend geval het verstrijken van de voor een bepaalde duur verleende erkenning van een adoptiedienst de beëindiging van alle adoptiebemiddelingen van de adoptiedienst in kwestie tot gevolg.
De Regering bepaalt de procedures om de adoptiebemiddeling te beëindigen.
Art.15. Cessation de la médiation d'adoption
Sans préjudice d'une cessation volontaire d'une médiation d'adoption par les candidats adoptants, le retrait de l'agrément conformément à l'article 14, ou, le cas échéant, l'expiration de l'agrément à durée déterminée d'un service d'adoption entrainent, pour ledit service, la cessation de toute activité de médiation.
Le Gouvernement fixe les procédures mettant fin à la médiation d'adoption.
Sans préjudice d'une cessation volontaire d'une médiation d'adoption par les candidats adoptants, le retrait de l'agrément conformément à l'article 14, ou, le cas échéant, l'expiration de l'agrément à durée déterminée d'un service d'adoption entrainent, pour ledit service, la cessation de toute activité de médiation.
Le Gouvernement fixe les procédures mettant fin à la médiation d'adoption.
Afdeling 2. - Subsidiëring
Section 2. - Subventionnement
Art.16. Subsidiëring
Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering, onder de door haar bepaalde voorwaarden, aan de erkende adoptiediensten subsidie voor personeels- en werkingskosten toekennen voor de uitvoering van de taken vermeld in artikel 11, 3°.
Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering, onder de door haar bepaalde voorwaarden, aan de erkende adoptiediensten subsidie voor personeels- en werkingskosten toekennen voor de uitvoering van de taken vermeld in artikel 11, 3°.
Art.16. Subventionnement
Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions fixées par lui, le Gouvernement peut octroyer aux services d'adoptions des subsides pour les frais de personnel et de fonctionnement engagés en vue de mener les missions mentionnées à l'article 11, 3°.
Dans la limite des crédits budgétaires disponibles et aux conditions fixées par lui, le Gouvernement peut octroyer aux services d'adoptions des subsides pour les frais de personnel et de fonctionnement engagés en vue de mener les missions mentionnées à l'article 11, 3°.
Art.17. Controle van de subsidies
De aanwending van de subsidies die ter uitvoering van dit decreet worden toegekend, wordt gecontroleerd overeenkomstig de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
De aanwending van de subsidies die ter uitvoering van dit decreet worden toegekend, wordt gecontroleerd overeenkomstig de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Art.17. Contrôle en matière de subsides
Le contrôle de l'utilisation des subsides octroyés en application du présent décret s'opère conformément aux dispositions de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
Le contrôle de l'utilisation des subsides octroyés en application du présent décret s'opère conformément aux dispositions de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes.
Afdeling 3. - Overeenkomst
Section 3. - Contrat
Art.18. Inhoud
De subsidiëring vermeld in artikel 16 en een gedetailleerde taakbeschrijving worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Regering en de erkende adoptiedienst.
De Regering stelt het kader en de verdere inhoud van de overeenkomst vast.
De subsidiëring vermeld in artikel 16 en een gedetailleerde taakbeschrijving worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Regering en de erkende adoptiedienst.
De Regering stelt het kader en de verdere inhoud van de overeenkomst vast.
Art.18. Contenu
Les subsides mentionnés à l'article 16 et une description détaillée des missions sont fixés dans le cadre d'un contrat conclu entre le Gouvernement et le service d'adoption agréé.
Le Gouvernement fixe le cadre ainsi que le contenu complémentaire du contrat.
Les subsides mentionnés à l'article 16 et une description détaillée des missions sont fixés dans le cadre d'un contrat conclu entre le Gouvernement et le service d'adoption agréé.
Le Gouvernement fixe le cadre ainsi que le contenu complémentaire du contrat.
Art. 19.. De overeenkomst heeft een looptijd van minstens één jaar en hoogstens zes jaar. Voor zover de adoptiedienst nog altijd erkend is, kan de overeenkomst na het verstrijken van de looptijd verlengd worden.
Art. 19.. Le contrat a une durée d'un an au moins et de six ans au plus. Si le service d'adoption continue d'être agréé, le contrat est renouvelable à son échéance.
Afdeling 4. - Internationale samenwerking
Section 4. - Coopération internationale
Art.20. Goedkeuringsprocedure
§ 1 - Adoptiediensten die een samenwerking in het buitenland tot stand willen brengen, delen dat mee aan de ZBGA. Daarna hebben ze zes maanden de tijd om, aangetekend of in elektronische vorm met ontvangstbewijs, een volledige aanvraag in te dienen bij de Regering.
De Regering bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen dertig kalenderdagen. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.
De aanvraag om internationale samenwerking bevat het volgende:
1° de in het Duits vertaalde wettelijke bepalingen van de betrokken Staat of deelstaat op het gebied van adoptie;
2° de gegevens van de buitenlandse autoriteiten van de betrokken Staat of deelstaat die bevoegd zijn voor adoptie, alsook de gegevens van alle instellingen, diensten, verenigingen of personen die met de adoptiedienst kunnen samenwerken, hierna 'partners' genoemd;
3° een ingevulde vragenlijst over de betrokken Staat of deelstaat;
4° een verslag over het bezoek in de betrokken Staat of deelstaat.
De Regering legt het model van de vragenlijst vermeld in het derde lid, 3°, vast.
§ 2 - De Regering belast de ZBGA met het onderzoek van de aanvraag om internationale samenwerking. De ZBGA gaat na of de partners vermeld in § 1, derde lid, 2°, en de betrokken Staat of deelstaat :
1° het toepasselijke recht en de krachtens het internationaal recht aan het kind toegekende grondrechten eerbiedigen;
2° de herkomst, de adopteerbaarheid en het belang van het kind waarborgen;
3° het subsidiariteitsbeginsel naleven bepaald in artikel 21 van het Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind en in artikel 4 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993;
4° het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993, het Verdrag van 19 oktober 1996 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen hebben ondertekend of een samenwerkingsakkoord dat met de beginselen van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 en met artikel 167 van de Grondwet overeenstemt, hebben ondertekend;
5° de financiële transparantie van de procedure waarborgen;
6° de activiteit van de adoptiedienst in zijn Staat of deelstaat goedkeuren.
De ZBGA wisselt alle relevantie informatie over de aanvraag vermeld in § 1, eerste lid, uit met de federale centrale autoriteit en met de 'Commissie van overleg en opvolging' vermeld in artikel 12 van het Samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie. Als die aanvraag betrekking heeft op een Staat of deelstaat waar adopties worden uitgesproken en als die adoptie in aansluiting daarop onderworpen wordt aan een erkenningsprocedure door de federale centrale autoriteit, dan is een voorafgaand overleg met de federale centrale autoriteit vereist.
§ 3 - Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden vermeld in § 2, eerste lid, dan bezorgt de ZBGA binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag een advies aan de Regering. Als na afloop van die termijn geen advies is gegeven of als de aanvraag onvolledig is, wordt het advies als negatief beschouwd.
De Regering beslist binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het advies van de ZBGA, of de internationale samenwerking wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
§ 1 - Adoptiediensten die een samenwerking in het buitenland tot stand willen brengen, delen dat mee aan de ZBGA. Daarna hebben ze zes maanden de tijd om, aangetekend of in elektronische vorm met ontvangstbewijs, een volledige aanvraag in te dienen bij de Regering.
De Regering bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen dertig kalenderdagen. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.
De aanvraag om internationale samenwerking bevat het volgende:
1° de in het Duits vertaalde wettelijke bepalingen van de betrokken Staat of deelstaat op het gebied van adoptie;
2° de gegevens van de buitenlandse autoriteiten van de betrokken Staat of deelstaat die bevoegd zijn voor adoptie, alsook de gegevens van alle instellingen, diensten, verenigingen of personen die met de adoptiedienst kunnen samenwerken, hierna 'partners' genoemd;
3° een ingevulde vragenlijst over de betrokken Staat of deelstaat;
4° een verslag over het bezoek in de betrokken Staat of deelstaat.
De Regering legt het model van de vragenlijst vermeld in het derde lid, 3°, vast.
§ 2 - De Regering belast de ZBGA met het onderzoek van de aanvraag om internationale samenwerking. De ZBGA gaat na of de partners vermeld in § 1, derde lid, 2°, en de betrokken Staat of deelstaat :
1° het toepasselijke recht en de krachtens het internationaal recht aan het kind toegekende grondrechten eerbiedigen;
2° de herkomst, de adopteerbaarheid en het belang van het kind waarborgen;
3° het subsidiariteitsbeginsel naleven bepaald in artikel 21 van het Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind en in artikel 4 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993;
4° het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993, het Verdrag van 19 oktober 1996 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen hebben ondertekend of een samenwerkingsakkoord dat met de beginselen van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 en met artikel 167 van de Grondwet overeenstemt, hebben ondertekend;
5° de financiële transparantie van de procedure waarborgen;
6° de activiteit van de adoptiedienst in zijn Staat of deelstaat goedkeuren.
De ZBGA wisselt alle relevantie informatie over de aanvraag vermeld in § 1, eerste lid, uit met de federale centrale autoriteit en met de 'Commissie van overleg en opvolging' vermeld in artikel 12 van het Samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie. Als die aanvraag betrekking heeft op een Staat of deelstaat waar adopties worden uitgesproken en als die adoptie in aansluiting daarop onderworpen wordt aan een erkenningsprocedure door de federale centrale autoriteit, dan is een voorafgaand overleg met de federale centrale autoriteit vereist.
§ 3 - Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden vermeld in § 2, eerste lid, dan bezorgt de ZBGA binnen zestig dagen na ontvangst van de volledige aanvraag een advies aan de Regering. Als na afloop van die termijn geen advies is gegeven of als de aanvraag onvolledig is, wordt het advies als negatief beschouwd.
De Regering beslist binnen zestig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het advies van de ZBGA, of de internationale samenwerking wordt goedgekeurd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd.
Art.20. Procédure d'agrément
§ 1er - Tout service d'adoption qui souhaite entamer une coopération à l'étranger informe l'ACCA de ses intentions. Ce service dispose ensuite d'un délai de six mois afin d'introduire auprès du Gouvernement une demande complète par lettre recommandée ou par voie électronique avec accusé de réception.
Le Gouvernement accuse réception de la demande dans un délai de trente jours calendrier. La date de la poste ou du cachet électronique, selon le cas, fait foi.
La demande de coopération internationale comprend :
1° les dispositions légales relatives à l'adoption de l'Etat ou de la partie de l'Etat concerné(e), traduites en langue allemande;
2° les informations relatives aux autorités étrangères compétentes en matière d'adoption de l'Etat ou de la partie de l'Etat concerné(e) ainsi que celles relatives à toutes les institutions, tous les services, toutes les associations ou toutes les personnes qui pourraient coopérer avec le service d'adoption, ci-après dénommés " partenaire ";
3° un questionnaire relatif à l'Etat ou à la partie de l'Etat concerné(e), complété;
4° un rapport relatif à la visite effectuée dans l'Etat ou la partie de l'Etat concerné(e).
Le Gouvernement fixe le modèle du questionnaire mentionné à l'alinéa 3, 3°.
§ 2 - Le Gouvernement mandate l'ACCA pour vérifier la demande de coopération internationale. Celle-ci vérifie si le partenaire mentionné au § 1er, alinéa 3, 2°, et l'Etat ou la partie de l'Etat concerné(e) :
1° respectent le droit applicable ainsi que les droits fondamentaux de l'enfant reconnus par le droit international;
2° garantissent l'origine, l'adoptabilité et le bien-être de l'enfant;
3° respectent le principe de subsidiarité fixé dans l'article 21 de la Convention du 20 novembre 1989 sur les droits de l'enfant et dans l'article 4 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993;
4° ont signé la Convention de La Haye du 29 mai 1993, la convention du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants ou tout autre accord de coopération correspondant aux principes de la Convention de La Haye du 29 mai 1993 et de l'article 167 de la Constitution;
5° garantissent la transparence financière de la procédure;
6° autorisent l'activité du service d'adoption dans leur Etat ou partie d'Etat.
L'ACCA échange toutes les informations pertinentes relatives à la demande mentionnée au § 1er, alinéa 1er, avec l'autorité centrale fédérale et avec la commission de concertation et de suivi mentionnée à l'article 12 de l'Accord de coopération du 12 décembre 2005 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune relatif à la mise en oeuvre de la loi du 24 avril 2003 réformant l'adoption. Si cette demande concerne un Etat ou une partie d'un Etat où des adoptions sont prononcées et que celles-ci sont ensuite soumises à une procédure de reconnaissance par l'autorité centrale fédérale, une consultation préalable avec cette dernière est nécessaire.
§ 3 - Si la demande répond aux conditions mentionnées au § 2, alinéa 1er, l'ACCA transmet un avis au Gouvernement dans les soixante jours suivant la réception de la demande complète. En cas de demande incomplète ou à défaut d'avis au terme de ce délai, celui-ci est réputé négatif.
Dans les soixante jours suivant la réception de l'avis rendu par l'ACCA, le Gouvernement statue sur l'octroi d'une autorisation de coopération internationale. A défaut de décision dans le délai imparti, l'autorisation est censée être refusée.
§ 1er - Tout service d'adoption qui souhaite entamer une coopération à l'étranger informe l'ACCA de ses intentions. Ce service dispose ensuite d'un délai de six mois afin d'introduire auprès du Gouvernement une demande complète par lettre recommandée ou par voie électronique avec accusé de réception.
Le Gouvernement accuse réception de la demande dans un délai de trente jours calendrier. La date de la poste ou du cachet électronique, selon le cas, fait foi.
La demande de coopération internationale comprend :
1° les dispositions légales relatives à l'adoption de l'Etat ou de la partie de l'Etat concerné(e), traduites en langue allemande;
2° les informations relatives aux autorités étrangères compétentes en matière d'adoption de l'Etat ou de la partie de l'Etat concerné(e) ainsi que celles relatives à toutes les institutions, tous les services, toutes les associations ou toutes les personnes qui pourraient coopérer avec le service d'adoption, ci-après dénommés " partenaire ";
3° un questionnaire relatif à l'Etat ou à la partie de l'Etat concerné(e), complété;
4° un rapport relatif à la visite effectuée dans l'Etat ou la partie de l'Etat concerné(e).
Le Gouvernement fixe le modèle du questionnaire mentionné à l'alinéa 3, 3°.
§ 2 - Le Gouvernement mandate l'ACCA pour vérifier la demande de coopération internationale. Celle-ci vérifie si le partenaire mentionné au § 1er, alinéa 3, 2°, et l'Etat ou la partie de l'Etat concerné(e) :
1° respectent le droit applicable ainsi que les droits fondamentaux de l'enfant reconnus par le droit international;
2° garantissent l'origine, l'adoptabilité et le bien-être de l'enfant;
3° respectent le principe de subsidiarité fixé dans l'article 21 de la Convention du 20 novembre 1989 sur les droits de l'enfant et dans l'article 4 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993;
4° ont signé la Convention de La Haye du 29 mai 1993, la convention du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants ou tout autre accord de coopération correspondant aux principes de la Convention de La Haye du 29 mai 1993 et de l'article 167 de la Constitution;
5° garantissent la transparence financière de la procédure;
6° autorisent l'activité du service d'adoption dans leur Etat ou partie d'Etat.
L'ACCA échange toutes les informations pertinentes relatives à la demande mentionnée au § 1er, alinéa 1er, avec l'autorité centrale fédérale et avec la commission de concertation et de suivi mentionnée à l'article 12 de l'Accord de coopération du 12 décembre 2005 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune relatif à la mise en oeuvre de la loi du 24 avril 2003 réformant l'adoption. Si cette demande concerne un Etat ou une partie d'un Etat où des adoptions sont prononcées et que celles-ci sont ensuite soumises à une procédure de reconnaissance par l'autorité centrale fédérale, une consultation préalable avec cette dernière est nécessaire.
§ 3 - Si la demande répond aux conditions mentionnées au § 2, alinéa 1er, l'ACCA transmet un avis au Gouvernement dans les soixante jours suivant la réception de la demande complète. En cas de demande incomplète ou à défaut d'avis au terme de ce délai, celui-ci est réputé négatif.
Dans les soixante jours suivant la réception de l'avis rendu par l'ACCA, le Gouvernement statue sur l'octroi d'une autorisation de coopération internationale. A défaut de décision dans le délai imparti, l'autorisation est censée être refusée.
Art.21. Schorsing, intrekking en aanvullende voorwaarden
Als de voorwaarden vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, niet worden nageleefd of als de situatie in de Staat of deelstaat dit rechtvaardigt, deelt de Regering aan de betrokken adoptiedienst aangetekend mee dat zij van plan is om :
1° de overeenkomstig artikel 20, § 3, tweede lid, verleende goedkeuring tijdelijk te schorsen;
2° of de goedkeuring in te trekken;
3° of aanvullende voorwaarden voor de voortzetting van de goedgekeurde internationale samenwerking op te leggen.
De adoptiedienst kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van het voornemen vermeld in het eerste lid, bij de Regering een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen dertig dagen na toezending van het voornemen. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.
De Regering beslist binnen dertig dagen na de in het tweede lid vermelde hoorzitting :
1° over de schorsing van de goedkeuring en de duur van die schorsing;
2° of over de intrekking van de goedkeuring;
3° of over de naleving van de aanvullende voorwaarden voor de voortzetting van de goedgekeurde internationale samenwerking.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk ter kennis gebracht van de adoptiedienst.
Na ontvangst van de beslissing vermeld in het derde lid deelt de adoptiedienst de kandidaat-adoptanten die reeds bij hem aangemeld waren voordat de beslissing ter kennis werd gebracht, zo snel mogelijk schriftelijk mee waarom de goedkeuring wordt geschorst of wordt ingetrokken.
Als de voorwaarden vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, niet worden nageleefd of als de situatie in de Staat of deelstaat dit rechtvaardigt, deelt de Regering aan de betrokken adoptiedienst aangetekend mee dat zij van plan is om :
1° de overeenkomstig artikel 20, § 3, tweede lid, verleende goedkeuring tijdelijk te schorsen;
2° of de goedkeuring in te trekken;
3° of aanvullende voorwaarden voor de voortzetting van de goedgekeurde internationale samenwerking op te leggen.
De adoptiedienst kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van het voornemen vermeld in het eerste lid, bij de Regering een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen dertig dagen na toezending van het voornemen. De datum van de poststempel of - naargelang van het geval - van de elektronische tijdstempel geldt als indieningsdatum.
De Regering beslist binnen dertig dagen na de in het tweede lid vermelde hoorzitting :
1° over de schorsing van de goedkeuring en de duur van die schorsing;
2° of over de intrekking van de goedkeuring;
3° of over de naleving van de aanvullende voorwaarden voor de voortzetting van de goedgekeurde internationale samenwerking.
Die beslissing wordt zo snel mogelijk ter kennis gebracht van de adoptiedienst.
Na ontvangst van de beslissing vermeld in het derde lid deelt de adoptiedienst de kandidaat-adoptanten die reeds bij hem aangemeld waren voordat de beslissing ter kennis werd gebracht, zo snel mogelijk schriftelijk mee waarom de goedkeuring wordt geschorst of wordt ingetrokken.
Art.21. Suspension, retrait et conditions supplémentaires
Si les conditions mentionnées à l'article 20, § 2, alinéa 1er, ne sont pas respectées ou si la situation dans l'Etat ou la partie d'un Etat le justifie, le Gouvernement communique par lettre recommandée au service d'adoption concerné son intention de :
1° suspendre temporairement l'autorisation octroyée conformément à l'article 20, § 3, alinéa 2;
2° de retirer l'autorisation;
3° d'imposer des conditions supplémentaires à la poursuite de la coopération internationale autorisée.
Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption peut introduire une demande d'audition auprès du Gouvernement. Cette audition intervient dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention. La date de la poste ou du cachet électronique, selon le cas, fait foi.
Dans un délai de trente jours suivant l'audition mentionnée à l'alinéa 2, le Gouvernement statue :
1° sur la suspension de l'autorisation et la durée de celle-ci;
2° sur le retrait de l'autorisation;
3° sur l'imposition de conditions supplémentaires à la poursuite de la coopération internationale autorisée.
Cette décision est notifiée sans délai au service d'adoption.
Après réception de la décision mentionnée à l'alinéa 3, le service d'adoption informe sans délai par écrit les candidats adoptants qui ont déjà eu recours à ses services avant la notification de la décision et précise les raisons de la suspension ou du retrait de l'autorisation.
Si les conditions mentionnées à l'article 20, § 2, alinéa 1er, ne sont pas respectées ou si la situation dans l'Etat ou la partie d'un Etat le justifie, le Gouvernement communique par lettre recommandée au service d'adoption concerné son intention de :
1° suspendre temporairement l'autorisation octroyée conformément à l'article 20, § 3, alinéa 2;
2° de retirer l'autorisation;
3° d'imposer des conditions supplémentaires à la poursuite de la coopération internationale autorisée.
Dans un délai de sept jours prenant cours le troisième jour suivant l'envoi de la déclaration d'intention mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption peut introduire une demande d'audition auprès du Gouvernement. Cette audition intervient dans les trente jours suivant l'envoi de la déclaration d'intention. La date de la poste ou du cachet électronique, selon le cas, fait foi.
Dans un délai de trente jours suivant l'audition mentionnée à l'alinéa 2, le Gouvernement statue :
1° sur la suspension de l'autorisation et la durée de celle-ci;
2° sur le retrait de l'autorisation;
3° sur l'imposition de conditions supplémentaires à la poursuite de la coopération internationale autorisée.
Cette décision est notifiée sans délai au service d'adoption.
Après réception de la décision mentionnée à l'alinéa 3, le service d'adoption informe sans délai par écrit les candidats adoptants qui ont déjà eu recours à ses services avant la notification de la décision et précise les raisons de la suspension ou du retrait de l'autorisation.
Art.22. Evaluatieverslag
De adoptiedienst maakt jaarlijks een evaluatieverslag over zijn internationale samenwerking van het vorige jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 1 mei aan de Regering voorgelegd.
De adoptiedienst deelt de geldende wettelijke bepalingen mee aan de partners vermeld in artikel 20, § 1, derde lid, 2°.
De adoptiedienst maakt jaarlijks een evaluatieverslag over zijn internationale samenwerking van het vorige jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 1 mei aan de Regering voorgelegd.
De adoptiedienst deelt de geldende wettelijke bepalingen mee aan de partners vermeld in artikel 20, § 1, derde lid, 2°.
Art.22. Rapport d'évaluation
Chaque année, le service d'adoption établit un rapport d'évaluation relatif à sa coopération internationale de l'année précédente. Ce rapport est présenté au Gouvernement avant le 1er mai.
Le service d'adoption informe le partenaire mentionné à l'article 20, § 1er, alinéa 3, 2°, des dispositions légales en vigueur.
Chaque année, le service d'adoption établit un rapport d'évaluation relatif à sa coopération internationale de l'année précédente. Ce rapport est présenté au Gouvernement avant le 1er mai.
Le service d'adoption informe le partenaire mentionné à l'article 20, § 1er, alinéa 3, 2°, des dispositions légales en vigueur.
HOOFDSTUK 4. - Een kind afstaan voor adoptie
CHAPITRE 4. - Proposition d'un enfant à l'adoption
Afdeling 1. - Rol ten aanzien van de biologische ouders
Section 1re. - Intervention auprès des parents biologiques
Art.23. Informatieverstrekking aan de biologische ouders
§ 1 - Met toepassing van artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt de ZBGA aan de biologische ouders van een geboren of nog ongeboren kind informatie over de juridische en psychologische gevolgen van adoptie, alsook over alternatieven voor adoptie.
Zo nodig verwijst de ZBGA hen door naar gespecialiseerde instellingen.
§ 2 - Zodra de biologische ouders niet meer in het belang van het kind voor het kind kunnen zorgen en zolang de in artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek vermelde toestemming van de biologische ouders om het kind af te staan voor adoptie nog niet is gegeven, neemt de ZBGA, in het kader van de door de Regering vastgelegde voorwaarden, passende maatregelen in het belang van het kind.
§ 1 - Met toepassing van artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt de ZBGA aan de biologische ouders van een geboren of nog ongeboren kind informatie over de juridische en psychologische gevolgen van adoptie, alsook over alternatieven voor adoptie.
Zo nodig verwijst de ZBGA hen door naar gespecialiseerde instellingen.
§ 2 - Zodra de biologische ouders niet meer in het belang van het kind voor het kind kunnen zorgen en zolang de in artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek vermelde toestemming van de biologische ouders om het kind af te staan voor adoptie nog niet is gegeven, neemt de ZBGA, in het kader van de door de Regering vastgelegde voorwaarden, passende maatregelen in het belang van het kind.
Art.23. Information des parents biologiques
§ 1er - En application de l'article 348-4 du Code civil, l'ACCA informe les parents biologiques d'un enfant né ou encore à naitre des conséquences juridiques et psychologiques de l'adoption ainsi que des autres possibilités.
Si nécessaire, l'ACCA les renvoie vers des institutions spécialisées.
§ 2 - Dès que les parents biologiques ne peuvent plus s'occuper de l'enfant et tant qu'ils n'ont pas marqué leur consentement pour confier l'enfant à l'adoption, tel que visé à l'article 348-4 du Code civil, l'ACCA prend toutes les mesures utiles au bien de l'enfant, et ce, dans le respect des conditions fixées par le Gouvernement.
§ 1er - En application de l'article 348-4 du Code civil, l'ACCA informe les parents biologiques d'un enfant né ou encore à naitre des conséquences juridiques et psychologiques de l'adoption ainsi que des autres possibilités.
Si nécessaire, l'ACCA les renvoie vers des institutions spécialisées.
§ 2 - Dès que les parents biologiques ne peuvent plus s'occuper de l'enfant et tant qu'ils n'ont pas marqué leur consentement pour confier l'enfant à l'adoption, tel que visé à l'article 348-4 du Code civil, l'ACCA prend toutes les mesures utiles au bien de l'enfant, et ce, dans le respect des conditions fixées par le Gouvernement.
Art.24. Het kind afstaan voor adoptie
§ 1 - Als de biologische ouders hun voornemen om het kind af te staan voor adoptie bevestigen, geven ze de ZBGA schriftelijk opdracht om die afstand voor adoptie te regelen.
§ 2 - De ZBGA wint bij de biologische ouders de gegevens vermeld in artikel 368-6, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek in om de geadopteerde later de mogelijkheid te bieden om zijn herkomst te achterhalen. Die inlichtingen worden opgenomen in het in artikel 25 vermelde verslag over het te adopteren kind.
§ 3 - De ZBGA ondersteunt de biologische ouders bij de juridische en administratieve stappen die verband houden met de adoptie van het kind en biedt tijdens de hele adoptieprocedure psychologische ondersteuning.
De ZBGA ziet erop toe dat de biologische ouders, als ze toestemming met de adoptie geven, passend ingelicht worden over de juridische en psychologische gevolgen van de adoptie.
Ook nadat de adoptie is uitgesproken, blijft de ZBGA overeenkomstig artikel 55, eerste lid, 1°, ter beschikking staan van de biologische ouders voor ondersteuning en advies.
§ 4 - [1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in de § § 2 en 3.]1
§ 1 - Als de biologische ouders hun voornemen om het kind af te staan voor adoptie bevestigen, geven ze de ZBGA schriftelijk opdracht om die afstand voor adoptie te regelen.
§ 2 - De ZBGA wint bij de biologische ouders de gegevens vermeld in artikel 368-6, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek in om de geadopteerde later de mogelijkheid te bieden om zijn herkomst te achterhalen. Die inlichtingen worden opgenomen in het in artikel 25 vermelde verslag over het te adopteren kind.
§ 3 - De ZBGA ondersteunt de biologische ouders bij de juridische en administratieve stappen die verband houden met de adoptie van het kind en biedt tijdens de hele adoptieprocedure psychologische ondersteuning.
De ZBGA ziet erop toe dat de biologische ouders, als ze toestemming met de adoptie geven, passend ingelicht worden over de juridische en psychologische gevolgen van de adoptie.
Ook nadat de adoptie is uitgesproken, blijft de ZBGA overeenkomstig artikel 55, eerste lid, 1°, ter beschikking staan van de biologische ouders voor ondersteuning en advies.
§ 4 - [1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in de § § 2 en 3.]1
Art.24. Proposition d'un enfant à l'adoption
§ 1er - Si les parents confirment leur intention de confier leur enfant à l'adoption, ils mandatent l'ACCA par écrit.
§ 2 - L'ACCA obtient des parents biologiques les informations mentionnées à l'article 368-6, alinéa 1er, du Code civil en vue de permettre à l'adopté de mener ultérieurement des recherches sur ses origines. Ces informations seront reprises dans le rapport mentionné à l'article 25, relatif à l'enfant à adopter.
§ 3 - L'ACCA soutient les parents biologiques lors des démarches juridiques et administratives en lien avec l'adoption de l'enfant et assure un soutien psychologique pendant toute la procédure d'adoption.
L'ACCA garantit que les parents biologiques, lorsqu'ils approuvent l'adoption, seront informés comme il se doit sur les conséquences juridiques et psychologiques de celle-ci.
Conformément à l'article 55, alinéa 1er, 1°, l'ACCA continue de se tenir à la disposition des parents biologiques pour tout soutien ou conseil, même après le prononcé de l'adoption.
§ 4 - [1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées aux § § 2 et 3.]1
§ 1er - Si les parents confirment leur intention de confier leur enfant à l'adoption, ils mandatent l'ACCA par écrit.
§ 2 - L'ACCA obtient des parents biologiques les informations mentionnées à l'article 368-6, alinéa 1er, du Code civil en vue de permettre à l'adopté de mener ultérieurement des recherches sur ses origines. Ces informations seront reprises dans le rapport mentionné à l'article 25, relatif à l'enfant à adopter.
§ 3 - L'ACCA soutient les parents biologiques lors des démarches juridiques et administratives en lien avec l'adoption de l'enfant et assure un soutien psychologique pendant toute la procédure d'adoption.
L'ACCA garantit que les parents biologiques, lorsqu'ils approuvent l'adoption, seront informés comme il se doit sur les conséquences juridiques et psychologiques de celle-ci.
Conformément à l'article 55, alinéa 1er, 1°, l'ACCA continue de se tenir à la disposition des parents biologiques pour tout soutien ou conseil, même après le prononcé de l'adoption.
§ 4 - [1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées aux § § 2 et 3.]1
Wijzigingen
Art.25. Verslag over het te adopteren kind
§ 1 - De ZBGA, die door de biologische ouders overeenkomstig artikel 24 met de opdracht belast werd, stelt een verslag over het te adopteren kind op.
Dat verslag bevat de volgende gegevens :
1° de identiteit van het kind;
2° de adopteerbaarheid van het kind;
3° de sociale omgeving van het kind;
4° de persoonlijke ontwikkeling van het kind en van zijn gezin;
5° de medische voorgeschiedenis van het kind en van zijn gezin;
6° de specifieke behoeften van het kind.
De Regering legt het model van het verslag vast.
Op basis van dat verslag zoekt de ZBGA voor elk kind de kandidaat-adoptanten die het best beantwoorden aan de kenmerken en behoeften van dat kind.
§ 2 - [1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in paragraaf 1.]1
§ 1 - De ZBGA, die door de biologische ouders overeenkomstig artikel 24 met de opdracht belast werd, stelt een verslag over het te adopteren kind op.
Dat verslag bevat de volgende gegevens :
1° de identiteit van het kind;
2° de adopteerbaarheid van het kind;
3° de sociale omgeving van het kind;
4° de persoonlijke ontwikkeling van het kind en van zijn gezin;
5° de medische voorgeschiedenis van het kind en van zijn gezin;
6° de specifieke behoeften van het kind.
De Regering legt het model van het verslag vast.
Op basis van dat verslag zoekt de ZBGA voor elk kind de kandidaat-adoptanten die het best beantwoorden aan de kenmerken en behoeften van dat kind.
§ 2 - [1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in paragraaf 1.]1
Art.25. Rapport relatif à l'enfant à adopter
§ 1er - L'ACCA, mandatée par les parents biologiques conformément à l'article 24, établit un rapport relatif à l'enfant à adopter.
Ce rapport reprend les informations relatives à :
1° l'identité de l'enfant;
2° l'adoptabilité de l'enfant;
3° l'environnement social de l'enfant;
4° le développement personnel de l'enfant et de sa famille;
5° le passé médical de l'enfant et de sa famille;
6° les besoins spécifiques de l'enfant.
Le Gouvernement fixe le modèle du rapport.
Sur la base de ce rapport, l'ACCA détermine pour chaque enfant les candidats adoptants correspondant le mieux à ses caractéristiques et à ses besoins.
§ 2 - [1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées au § 1er.]1
§ 1er - L'ACCA, mandatée par les parents biologiques conformément à l'article 24, établit un rapport relatif à l'enfant à adopter.
Ce rapport reprend les informations relatives à :
1° l'identité de l'enfant;
2° l'adoptabilité de l'enfant;
3° l'environnement social de l'enfant;
4° le développement personnel de l'enfant et de sa famille;
5° le passé médical de l'enfant et de sa famille;
6° les besoins spécifiques de l'enfant.
Le Gouvernement fixe le modèle du rapport.
Sur la base de ce rapport, l'ACCA détermine pour chaque enfant les candidats adoptants correspondant le mieux à ses caractéristiques et à ses besoins.
§ 2 - [1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées au § 1er.]1
Wijzigingen
Afdeling 2. - Rol ten aanzien van het te adopteren kind
Section 2. - Intervention auprès de l'enfant à adopter
Art.26. Begeleiding van het te adopteren kind
Het kind wordt door de ZBGA begeleid en op de adoptie voorbereid. De ZBGA verricht minstens één bezoek aan huis binnen de eerste drie maanden na de aankomst van het kind bij de adoptanten. Vervolgens, tot de adoptie uitgesproken is, organiseert de ZBGA om de zes maanden een ontmoeting met de adoptanten.
De ZBGA blijft overeenkomstig artikel 55, eerste lid, ter beschikking staan van de adoptanten voor ondersteuning en advies.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in het eerste en het tweede lid.]1
Het kind wordt door de ZBGA begeleid en op de adoptie voorbereid. De ZBGA verricht minstens één bezoek aan huis binnen de eerste drie maanden na de aankomst van het kind bij de adoptanten. Vervolgens, tot de adoptie uitgesproken is, organiseert de ZBGA om de zes maanden een ontmoeting met de adoptanten.
De ZBGA blijft overeenkomstig artikel 55, eerste lid, ter beschikking staan van de adoptanten voor ondersteuning en advies.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in het eerste en het tweede lid.]1
Art.26. Encadrement de l'enfant à adopter
L'ACCA encadre l'enfant et le prépare à l'adoption. Elle mène au moins une visite à domicile dans les trois premiers mois suivant l'arrivée de l'enfant chez les adoptants. Ensuite, elle rencontre les adoptants tous les six mois jusqu'au prononcé de l'adoption.
Conformément à l'article 55, alinéa 1er, l'ACCA continue de se tenir à la disposition de l'adopté pour tout soutien ou conseil.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées aux alinéas 1er et 2.]1
L'ACCA encadre l'enfant et le prépare à l'adoption. Elle mène au moins une visite à domicile dans les trois premiers mois suivant l'arrivée de l'enfant chez les adoptants. Ensuite, elle rencontre les adoptants tous les six mois jusqu'au prononcé de l'adoption.
Conformément à l'article 55, alinéa 1er, l'ACCA continue de se tenir à la disposition de l'adopté pour tout soutien ou conseil.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées aux alinéas 1er et 2.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 5. - Verschillende fasen van de adoptieprocedure
CHAPITRE 5. - Etapes de la procédure d'adoption
Afdeling 1. - Inschrijving en voorbereiding
Section 1re. - Inscription et préparation
Art.27. Informatiegesprek
§ 1 - Elke adoptieprocedure begint met een persoonlijk informatiegesprek in de ZBGA. In het kader van dat gesprek krijgen de kandidaat-adoptanten algemene informatie over adoptie en over de adoptieprocedure.
§ 2 - De ZBGA bezorgt een vragenlijst aan de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 47.
De vragenlijst bevat de volgende gegevens over :
1° de kandidaat-adoptanten :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. geschiktheidsvonnis;
e. contactgegevens;
2° het te adopteren kind :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. biologische ouders;
e. contactgegevens;
3° de biologische ouders van het te adopteren kind :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. contactgegevens;
4° het contact van de kandidaat-adoptanten met het te adopteren kind.
De Regering legt het model van de vragenlijst vast.
§ 1 - Elke adoptieprocedure begint met een persoonlijk informatiegesprek in de ZBGA. In het kader van dat gesprek krijgen de kandidaat-adoptanten algemene informatie over adoptie en over de adoptieprocedure.
§ 2 - De ZBGA bezorgt een vragenlijst aan de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 47.
De vragenlijst bevat de volgende gegevens over :
1° de kandidaat-adoptanten :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. geschiktheidsvonnis;
e. contactgegevens;
2° het te adopteren kind :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. biologische ouders;
e. contactgegevens;
3° de biologische ouders van het te adopteren kind :
a. identiteit;
b. gezinssituatie;
c. gezinsverleden;
d. contactgegevens;
4° het contact van de kandidaat-adoptanten met het te adopteren kind.
De Regering legt het model van de vragenlijst vast.
Art.27. Entretien informatif
§ 1er - Toute procédure d'adoption commence par un entretien informatif personnel auprès de l'ACCA. Dans le cadre de cet entretien, les candidats adoptants reçoivent des informations générales relatives à l'adoption et à la procédure y afférente.
§ 2 - Les candidats adoptants mentionnés à l'article 47 transmettent à l'ACCA un questionnaire.
Le questionnaire reprend les informations suivantes relatives :
1° aux candidats adoptants :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. le jugement d'aptitude;
e. les données de contact;
2° à l'enfant à adopter :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. les parents biologiques;
e. les données de contact;
3° aux parents biologiques de l'enfant à adopter :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. les données de contact;
4° aux contacts des candidats adoptants avec l'enfant à adopter.
Le Gouvernement fixe le modèle du questionnaire.
§ 1er - Toute procédure d'adoption commence par un entretien informatif personnel auprès de l'ACCA. Dans le cadre de cet entretien, les candidats adoptants reçoivent des informations générales relatives à l'adoption et à la procédure y afférente.
§ 2 - Les candidats adoptants mentionnés à l'article 47 transmettent à l'ACCA un questionnaire.
Le questionnaire reprend les informations suivantes relatives :
1° aux candidats adoptants :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. le jugement d'aptitude;
e. les données de contact;
2° à l'enfant à adopter :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. les parents biologiques;
e. les données de contact;
3° aux parents biologiques de l'enfant à adopter :
a. l'identité;
b. la situation familiale;
c. l'histoire familiale;
d. les données de contact;
4° aux contacts des candidats adoptants avec l'enfant à adopter.
Le Gouvernement fixe le modèle du questionnaire.
Art.28. Inschrijvingsformulier
In het kader van het in artikel 27, § 1, vermelde informatiegesprek verstrekt de ZBGA aan de kandidaat-adoptanten een inschrijvingsformulier om deel te nemen aan de voorbereiding op de adoptie.
Het inschrijvingsformulier omvat :
1° gegevens over de identiteit van de kandidaat-adoptanten;
2° de contactgegevens van de kandidaat-adoptanten;
3° gegevens over de gezinssituatie van de kandidaat-adoptanten;
4° gegevens over het adoptieproject.
De Regering legt het model van het inschrijvingsformulier vast.
Nadat de ZBGA het ingevulde inschrijvingsformulier ontvangen heeft, bezorgt ze de kandidaat-adoptanten een inschrijvingsbevestiging en deelt ze hun mee wanneer de voorbereiding op de adoptie begint.
In het kader van het in artikel 27, § 1, vermelde informatiegesprek verstrekt de ZBGA aan de kandidaat-adoptanten een inschrijvingsformulier om deel te nemen aan de voorbereiding op de adoptie.
Het inschrijvingsformulier omvat :
1° gegevens over de identiteit van de kandidaat-adoptanten;
2° de contactgegevens van de kandidaat-adoptanten;
3° gegevens over de gezinssituatie van de kandidaat-adoptanten;
4° gegevens over het adoptieproject.
De Regering legt het model van het inschrijvingsformulier vast.
Nadat de ZBGA het ingevulde inschrijvingsformulier ontvangen heeft, bezorgt ze de kandidaat-adoptanten een inschrijvingsbevestiging en deelt ze hun mee wanneer de voorbereiding op de adoptie begint.
Art.28. Formulaire d'inscription
Dans le cadre de l'entretien informatif mentionné à l'article 27, § 1er, l'ACCA remet aux candidats adoptants un formulaire d'inscription en vue de participer à la préparation à l'adoption.
Le formulaire d'inscription reprend :
1° des informations relatives à l'identité des candidats adoptants;
2° les données de contact des candidats adoptants;
3° des informations relatives à la situation familiale des candidats adoptants;
4° des informations relatives au projet d'adoption.
Le Gouvernement fixe le modèle du formulaire d'inscription.
Après réception du formulaire d'inscription complété, l'ACCA transmet aux candidats adoptants une confirmation de leur inscription et leur communique le début de la préparation.
Dans le cadre de l'entretien informatif mentionné à l'article 27, § 1er, l'ACCA remet aux candidats adoptants un formulaire d'inscription en vue de participer à la préparation à l'adoption.
Le formulaire d'inscription reprend :
1° des informations relatives à l'identité des candidats adoptants;
2° les données de contact des candidats adoptants;
3° des informations relatives à la situation familiale des candidats adoptants;
4° des informations relatives au projet d'adoption.
Le Gouvernement fixe le modèle du formulaire d'inscription.
Après réception du formulaire d'inscription complété, l'ACCA transmet aux candidats adoptants une confirmation de leur inscription et leur communique le début de la préparation.
Art.29. Voorwaarden
Kandidaat-adoptanten die zich willen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie, moeten voldoen aan de voorwaarden inzake burgerlijke staat en leeftijd bepaald in artikel 343, § 1, en artikel 345 van het Burgerlijk Wetboek. De ZBGA onderzoekt die voorwaarden en opent bij elke inschrijving een persoonlijk dossier.
De Regering stelt de lijst op van de documenten die moeten worden ingediend om zich te kunnen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie.
Kandidaat-adoptanten die zich willen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie, moeten voldoen aan de voorwaarden inzake burgerlijke staat en leeftijd bepaald in artikel 343, § 1, en artikel 345 van het Burgerlijk Wetboek. De ZBGA onderzoekt die voorwaarden en opent bij elke inschrijving een persoonlijk dossier.
De Regering stelt de lijst op van de documenten die moeten worden ingediend om zich te kunnen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie.
Art.29. Conditions
Pour pouvoir s'inscrire à la préparation à l'adoption, les candidats adoptants remplissent les conditions d'état civil et d'âge fixées aux articles 343, § 1er, et 345 du Code civil. L'ACCA vérifie que ces conditions sont remplies et ouvre un dossier individuel pour chaque inscription.
Le Gouvernement fixe la liste des documents à présenter pour l'inscription en vue de participer à la préparation à l'adoption.
Pour pouvoir s'inscrire à la préparation à l'adoption, les candidats adoptants remplissent les conditions d'état civil et d'âge fixées aux articles 343, § 1er, et 345 du Code civil. L'ACCA vérifie que ces conditions sont remplies et ouvre un dossier individuel pour chaque inscription.
Le Gouvernement fixe la liste des documents à présenter pour l'inscription en vue de participer à la préparation à l'adoption.
Art.30. Uitzonderingen
De ZBGA weigert de kandidaat-adoptant in te schrijven voor de voorbereiding op de adoptie als :
1° de kandidaat-adoptant in het kader van de in artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde regularisatieprocedure geen toestemming heeft gekregen van de federale centrale autoriteit om de adoptieprocedure bepaald in artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek in te leiden;
2° aan de kandidaat-adoptant een kind werd toevertrouwd uit een staat van herkomst die noch adoptie, noch plaatsing met het oog op adoptie kent, zonder dat de bepalingen van artikel 361-5 van het Burgerlijk Wetboek werden nageleefd.
Als de kandidaat-adoptanten vermeld in het eerste lid zich willen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie van een onbekend kind, vermeldt de ZBGA op het deelnemingsattest vermeld in artikel 34 dat dit attest niet gebruikt mag worden voor de adoptie van het kind vermeld in het eerste lid.
Als een kandidaat-adoptant zich laat inschrijven voor de voorbereiding op adoptie, hoewel hij binnen het toepassingsgebied van de artikelen 363-1 tot 363-3 van het Burgerlijk Wetboek valt, vermeldt de ZBGA dit op het deelnemingsattest vermeld in artikel 34 en stelt ze de bevoegde familierechtbank in kennis.
De ZBGA weigert de kandidaat-adoptant in te schrijven voor de voorbereiding op de adoptie als :
1° de kandidaat-adoptant in het kader van de in artikel 365-6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde regularisatieprocedure geen toestemming heeft gekregen van de federale centrale autoriteit om de adoptieprocedure bepaald in artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek in te leiden;
2° aan de kandidaat-adoptant een kind werd toevertrouwd uit een staat van herkomst die noch adoptie, noch plaatsing met het oog op adoptie kent, zonder dat de bepalingen van artikel 361-5 van het Burgerlijk Wetboek werden nageleefd.
Als de kandidaat-adoptanten vermeld in het eerste lid zich willen laten inschrijven voor de voorbereiding op de adoptie van een onbekend kind, vermeldt de ZBGA op het deelnemingsattest vermeld in artikel 34 dat dit attest niet gebruikt mag worden voor de adoptie van het kind vermeld in het eerste lid.
Als een kandidaat-adoptant zich laat inschrijven voor de voorbereiding op adoptie, hoewel hij binnen het toepassingsgebied van de artikelen 363-1 tot 363-3 van het Burgerlijk Wetboek valt, vermeldt de ZBGA dit op het deelnemingsattest vermeld in artikel 34 en stelt ze de bevoegde familierechtbank in kennis.
Art.30. Exceptions
L'ACCA refuse l'inscription à la préparation lorsque le candidat adoptant :
1° n'a pas, dans le cadre de la procédure de régularisation mentionnée à l'article 365-6 du Code civil, reçu l'accord de l'autorité centrale fédérale pour entamer la procédure d'adoption prévue à l'article 361-1 du Code civil;
2° s'est vu confier un enfant dans un Etat d'origine ne connaissant ni l'adoption ni l'accueil en vue d'une adoption, et ce, sans respecter les dispositions de l'article 361-5 du Code civil.
Lorsque les candidats adoptants mentionnés à l'alinéa 1er souhaitent s'inscrire à une préparation en vue d'adopter un enfant inconnu, l'ACCA indique sur l'attestation de participation mentionnée à l'article 34 que celle-ci ne peut être utilisée pour l'adoption de l'enfant mentionné à l'alinéa 1er.
Lorsqu'un candidat adoptant s'inscrit à une préparation bien qu'il relève du champ d'application des articles 363-1 à 363-3 du Code civil, l'ACCA l'indique sur l'attestation de participation mentionnée à l'article 34 et en informe le tribunal de la famille compétent.
L'ACCA refuse l'inscription à la préparation lorsque le candidat adoptant :
1° n'a pas, dans le cadre de la procédure de régularisation mentionnée à l'article 365-6 du Code civil, reçu l'accord de l'autorité centrale fédérale pour entamer la procédure d'adoption prévue à l'article 361-1 du Code civil;
2° s'est vu confier un enfant dans un Etat d'origine ne connaissant ni l'adoption ni l'accueil en vue d'une adoption, et ce, sans respecter les dispositions de l'article 361-5 du Code civil.
Lorsque les candidats adoptants mentionnés à l'alinéa 1er souhaitent s'inscrire à une préparation en vue d'adopter un enfant inconnu, l'ACCA indique sur l'attestation de participation mentionnée à l'article 34 que celle-ci ne peut être utilisée pour l'adoption de l'enfant mentionné à l'alinéa 1er.
Lorsqu'un candidat adoptant s'inscrit à une préparation bien qu'il relève du champ d'application des articles 363-1 à 363-3 du Code civil, l'ACCA l'indique sur l'attestation de participation mentionnée à l'article 34 et en informe le tribunal de la famille compétent.
Art.31. Voorbereiding op de adoptie
De voorbereiding op de adoptie wordt georganiseerd door de ZBGA.
[1 Onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden kan de ZBGA de uitvoering van de voorbereiding op de adoptie geheel of gedeeltelijk aan derden overdragen.]1
De Regering bepaalt onder welke voorwaarden een externe voorbereiding op de adoptie of de voorbereiding op een andere vorm van opvang van kinderen [1 geheel of gedeeltelijk gelijkgesteld]1 kan worden met de voorbereiding die door de ZBGA wordt aangeboden.
De voorbereiding op de adoptie wordt georganiseerd door de ZBGA.
[1 Onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden kan de ZBGA de uitvoering van de voorbereiding op de adoptie geheel of gedeeltelijk aan derden overdragen.]1
De Regering bepaalt onder welke voorwaarden een externe voorbereiding op de adoptie of de voorbereiding op een andere vorm van opvang van kinderen [1 geheel of gedeeltelijk gelijkgesteld]1 kan worden met de voorbereiding die door de ZBGA wordt aangeboden.
Art.31. Préparation à l'adoption
La préparation à l'adoption est organisée par l'ACCA.
[1 Aux conditions fixées par le Gouvernement, l'ACCA peut confier à des tiers tout ou partie de la préparation à l'adoption.]1
Le Gouvernement fixe les conditions auxquelles une préparation externe à l'adoption ou la préparation à une autre forme d'accueil d'enfants peut être assimilée en tout ou partie à une préparation de l'ACCA.
La préparation à l'adoption est organisée par l'ACCA.
[1 Aux conditions fixées par le Gouvernement, l'ACCA peut confier à des tiers tout ou partie de la préparation à l'adoption.]1
Le Gouvernement fixe les conditions auxquelles une préparation externe à l'adoption ou la préparation à une autre forme d'accueil d'enfants peut être assimilée en tout ou partie à une préparation de l'ACCA.
Wijzigingen
Art.32. Doel van de voorbereiding op de adoptie
De voorbereiding op de adoptie heeft tot doel de kandidaat-adoptanten in te lichten over de juridische, contextuele, culturele, ethische en menselijke aspecten van adoptie en hen bewust te laten worden van de psychologische, familiale en relationele uitdagingen van de adoptierelatie.
De voorbereiding op de adoptie heeft tot doel de kandidaat-adoptanten in te lichten over de juridische, contextuele, culturele, ethische en menselijke aspecten van adoptie en hen bewust te laten worden van de psychologische, familiale en relationele uitdagingen van de adoptierelatie.
Art.32. Objectif de la préparation à l'adoption
La préparation à l'adoption vise à informer les candidats adoptants des aspects juridiques, contextuels, culturels, éthiques et humains de l'adoption et à les sensibiliser aux défis psychologiques, familiaux et relationnels de celle-ci.
La préparation à l'adoption vise à informer les candidats adoptants des aspects juridiques, contextuels, culturels, éthiques et humains de l'adoption et à les sensibiliser aux défis psychologiques, familiaux et relationnels de celle-ci.
Art.33. Programma's van de voorbereiding op de adoptie
§ 1 - De Regering bepaalt de nadere regels en de duur van de voorbereiding op de adoptie vermeld in artikel 31 [1 , alsook de nadere regels voor de financiering van de voorbereiding op de adoptie, met inbegrip van een eventuele financiële tegemoetkoming voor de kandidaat-adoptanten]1.
§ 2 - Voor een intrafamiliale adoptie, de adoptie van een tweede kind, de adoptie van een kind met een beperking of personen die al aan een voorbereiding op een adoptie of een andere vorm van voorbereiding hebben deelgenomen, kan de Regering voorzien in specifieke programma's voor de voorbereiding op de adoptie.
Gehuwde of wettelijk samenwonende kandidaat-adoptanten moeten samen deelnemen aan de voorbereidende programma's vermeld in het eerste lid.
§ 1 - De Regering bepaalt de nadere regels en de duur van de voorbereiding op de adoptie vermeld in artikel 31 [1 , alsook de nadere regels voor de financiering van de voorbereiding op de adoptie, met inbegrip van een eventuele financiële tegemoetkoming voor de kandidaat-adoptanten]1.
§ 2 - Voor een intrafamiliale adoptie, de adoptie van een tweede kind, de adoptie van een kind met een beperking of personen die al aan een voorbereiding op een adoptie of een andere vorm van voorbereiding hebben deelgenomen, kan de Regering voorzien in specifieke programma's voor de voorbereiding op de adoptie.
Gehuwde of wettelijk samenwonende kandidaat-adoptanten moeten samen deelnemen aan de voorbereidende programma's vermeld in het eerste lid.
Art.33. Programme de la préparation à l'adoption
§ 1er - Le Gouvernement fixe les modalités et la durée de la préparation à l'adoption mentionnée à l'article 31, [1 ainsi que les modalités de financement de cette préparation à l'adoption, y compris une éventuelle aide financière des candidats adoptants.]1
§ 2 - Pour une adoption intrafamiliale, pour l'adoption d'un deuxième enfant, pour l'adoption d'un enfant handicapé ou pour les personnes qui ont déjà participé à une préparation à l'adoption ou à une autre forme de préparation, le Gouvernement peut prévoir des programmes spécifiques.
Les candidats adoptants qui sont mariés ou cohabitants légaux doivent participer ensemble aux programmes mentionnés au premier alinéa.
§ 1er - Le Gouvernement fixe les modalités et la durée de la préparation à l'adoption mentionnée à l'article 31, [1 ainsi que les modalités de financement de cette préparation à l'adoption, y compris une éventuelle aide financière des candidats adoptants.]1
§ 2 - Pour une adoption intrafamiliale, pour l'adoption d'un deuxième enfant, pour l'adoption d'un enfant handicapé ou pour les personnes qui ont déjà participé à une préparation à l'adoption ou à une autre forme de préparation, le Gouvernement peut prévoir des programmes spécifiques.
Les candidats adoptants qui sont mariés ou cohabitants légaux doivent participer ensemble aux programmes mentionnés au premier alinéa.
Wijzigingen
Art.34. Deelnemingsattest dat bewijst dat de voorbereiding op de adoptie werd voltooid
Nadat de kandidaat-adoptanten de voorbereiding op de adoptie voltooid hebben, geeft de ZBGA hen een deelnemingsattest. Dat attest bevestigt dat de voorbereiding op de adoptie werd gevolgd overeenkomstig artikel 346-2, eerste lid, en artikel 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Het deelnemingsattest dat bewijst dat de voorbereiding op de adoptie werd voltooid is achttien maanden geldig en bevat :
1° de namen en voornamen van de kandidaat-adoptanten;
2° de geboorteplaats en geboortedatum van de kandidaat-adoptanten;
3° de nationaliteit van de kandidaat-adoptanten;
4° de burgerlijke staat van de kandidaat-adoptanten.
Nadat de kandidaat-adoptanten de voorbereiding op de adoptie voltooid hebben, geeft de ZBGA hen een deelnemingsattest. Dat attest bevestigt dat de voorbereiding op de adoptie werd gevolgd overeenkomstig artikel 346-2, eerste lid, en artikel 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Het deelnemingsattest dat bewijst dat de voorbereiding op de adoptie werd voltooid is achttien maanden geldig en bevat :
1° de namen en voornamen van de kandidaat-adoptanten;
2° de geboorteplaats en geboortedatum van de kandidaat-adoptanten;
3° de nationaliteit van de kandidaat-adoptanten;
4° de burgerlijke staat van de kandidaat-adoptanten.
Art.34. Attestation de participation délivrée à l'issue de la préparation à l'adoption
L'ACCA délivre une attestation de participation aux candidats adoptants qui ont suivi la préparation à l'adoption. Cette attestation confirme que la préparation à l'adoption a été menée conformément aux articles 346-2, alinéa 1er, et 361-1, alinéa 2, du Code civil.
L'attestation de participation délivrée à l'issue de la préparation est valable pour dix-huit mois et mentionne :
1° les nom et prénom des candidats adoptants;
2° les lieu et date de naissance des candidats adoptants;
3° la nationalité des candidats adoptants;
4° l'état civil des candidats adoptants.
L'ACCA délivre une attestation de participation aux candidats adoptants qui ont suivi la préparation à l'adoption. Cette attestation confirme que la préparation à l'adoption a été menée conformément aux articles 346-2, alinéa 1er, et 361-1, alinéa 2, du Code civil.
L'attestation de participation délivrée à l'issue de la préparation est valable pour dix-huit mois et mentionne :
1° les nom et prénom des candidats adoptants;
2° les lieu et date de naissance des candidats adoptants;
3° la nationalité des candidats adoptants;
4° l'état civil des candidats adoptants.
Afdeling 2. - Maatschappelijke onderzoeken
Section 2. - Enquêtes sociales
Art.35. Maatschappelijk onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten
De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten uit dat met toepassing van artikel 1231-1/4, artikel 1231-1/11, § 3, en artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door de familierechtbank wordt bevolen.
Overeenkomstig artikel 1231-1/4, artikel 1231-1/11, § 3, en artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een door de ZBGA aangewezen psycholoog geraadpleegd.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor het voeren en voor het financieren van het maatschappelijk onderzoek, met inbegrip van een eventuele financiële tegemoetkoming voor de kandidaat-adoptanten, alsook het model van het document vermeld in artikel 5, tweede lid, van het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.]1
De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat-adoptanten uit dat met toepassing van artikel 1231-1/4, artikel 1231-1/11, § 3, en artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door de familierechtbank wordt bevolen.
Overeenkomstig artikel 1231-1/4, artikel 1231-1/11, § 3, en artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een door de ZBGA aangewezen psycholoog geraadpleegd.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor het voeren en voor het financieren van het maatschappelijk onderzoek, met inbegrip van een eventuele financiële tegemoetkoming voor de kandidaat-adoptanten, alsook het model van het document vermeld in artikel 5, tweede lid, van het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.]1
Art.35. Enquête sociale relative à l'aptitude des candidats adoptants
L'ACCA mène l'enquête relative à l'aptitude des candidats adoptants ordonnée par le tribunal de la famille en application des articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, et 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
En application des articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, et 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire, un psychologue désigné par l'ACCA est consulté.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution [1 et de financement]1 de l'enquête sociale, [1 y compris une éventuelle aide financière des candidats adoptants ainsi que le modèle du document mentionné à l'article 5, alinéa 2, de l'accord de coopération du 12 décembre 2005 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune relatif à la mise en oeuvre de la loi du 24 avril 2003 réformant l'adoption]1.
L'ACCA mène l'enquête relative à l'aptitude des candidats adoptants ordonnée par le tribunal de la famille en application des articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, et 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
En application des articles 1231-1/4, 1231-1/11, § 3, et 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire, un psychologue désigné par l'ACCA est consulté.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution [1 et de financement]1 de l'enquête sociale, [1 y compris une éventuelle aide financière des candidats adoptants ainsi que le modèle du document mentionné à l'article 5, alinéa 2, de l'accord de coopération du 12 décembre 2005 entre l'Etat fédéral, la Communauté flamande, la Communauté française, la Communauté germanophone et la Commission communautaire commune relatif à la mise en oeuvre de la loi du 24 avril 2003 réformant l'adoption]1.
Wijzigingen
Art.36. Maatschappelijk onderzoek naar het belang van het kind om geadopteerd te worden
§ 1 - De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek naar het belang van het kind om geadopteerd te worden uit; dit maatschappelijk onderzoek wordt door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
§ 2 - De Regering wijst aan welke diensten met toepassing van artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek om advies verzocht kunnen worden.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering voor het verstrekken van dat advies.
§ 3 - Als de familierechtbank het maatschappelijk onderzoek vermeld in § 1 beveelt, zendt de ZBGA de informatie vermeld in artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek over aan de biologische ouders.
§ 1 - De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek naar het belang van het kind om geadopteerd te worden uit; dit maatschappelijk onderzoek wordt door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
§ 2 - De Regering wijst aan welke diensten met toepassing van artikel 1231-6, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek om advies verzocht kunnen worden.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering voor het verstrekken van dat advies.
§ 3 - Als de familierechtbank het maatschappelijk onderzoek vermeld in § 1 beveelt, zendt de ZBGA de informatie vermeld in artikel 348-4 van het Burgerlijk Wetboek over aan de biologische ouders.
Art.36. Enquête sociale relative à l'intérêt pour l'enfant d'être adopté
§ 1er - L'ACCA mène l'enquête relative à l'intérêt pour l'enfant d'être adopté ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
§ 2 - Le Gouvernement désigne les services dont l'avis peut être sollicité en application de l'article 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives au financement de ces avis.
§ 3 - Si le tribunal de la famille ordonne l'enquête sociale mentionnée au § 1er, l'ACCA garantit que les informations mentionnées à l'article 348-4 du Code civil seront transmises aux parents biologiques.
§ 1er - L'ACCA mène l'enquête relative à l'intérêt pour l'enfant d'être adopté ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
§ 2 - Le Gouvernement désigne les services dont l'avis peut être sollicité en application de l'article 1231.6, alinéa 1er, du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives au financement de ces avis.
§ 3 - Si le tribunal de la famille ordonne l'enquête sociale mentionnée au § 1er, l'ACCA garantit que les informations mentionnées à l'article 348-4 du Code civil seront transmises aux parents biologiques.
Wijzigingen
Art.37. Maatschappelijk onderzoek over de beoordeling van de bekwaamheid van het kind
De ZBGA voert het grondige onderzoek over de beoordeling van de bekwaamheid van het kind om zijn mening te uiten over het adoptieproject; dat onderzoek wordt door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-10, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
De ZBGA voert het grondige onderzoek over de beoordeling van de bekwaamheid van het kind om zijn mening te uiten over het adoptieproject; dat onderzoek wordt door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-10, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
Art.37. Enquête sociale relative à l'évaluation de la capacité de l'enfant
L'ACCA procède à l'enquête approfondie relative à la capacité de l'enfant à exprimer son opinion sur le projet d'adoption ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231.10, alinéa 1er, 3°, du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
L'ACCA procède à l'enquête approfondie relative à la capacité de l'enfant à exprimer son opinion sur le projet d'adoption ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231.10, alinéa 1er, 3°, du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
Wijzigingen
Art.38. Maatschappelijk onderzoek in het kader van een beroepsprocedure
De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek uit dat door de familiekamer van het hof van beroep met toepassing van artikel 1231-55 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor [1 de uitvoering en de financiering]1 van het maatschappelijk onderzoek.
De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek uit dat door de familiekamer van het hof van beroep met toepassing van artikel 1231-55 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bevolen.
[1 De ZBGA kan per prestatie vergoede deskundigen belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van het maatschappelijk onderzoek vermeld in het eerste lid.]1
De Regering bepaalt de nadere regels voor [1 de uitvoering en de financiering]1 van het maatschappelijk onderzoek.
Art.38. Enquête sociale dans le cadre d'une procédure d'appel
L'ACCA mène l'enquête sociale ordonnée par la chambre de la famille de la cour d'appel en application de l'article 1231.55 du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution [1 et de financement]1 de l'enquête sociale.
L'ACCA mène l'enquête sociale ordonnée par la chambre de la famille de la cour d'appel en application de l'article 1231.55 du Code judiciaire.
[1 L'ACCA peut confier à des personnes rémunérées par honoraires tout ou partie de l'enquête sociale mentionnée à l'alinéa 1er.]1
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution [1 et de financement]1 de l'enquête sociale.
Wijzigingen
Art.39. Maatschappelijk onderzoek naar de weigering om toe te stemmen in de adoptie
Het bevoegde justitiehuis voert het maatschappelijk onderzoek vermeld in artikel 348-11, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek uit.
Het bevoegde justitiehuis voert het maatschappelijk onderzoek vermeld in artikel 348-11, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek uit.
Art.39. Enquête sociale relative au refus de l'accord pour l'adoption
La maison de justice compétente mène l'enquête sociale mentionnée à l'article 348-11, alinéa 2, du Code civil.
La maison de justice compétente mène l'enquête sociale mentionnée à l'article 348-11, alinéa 2, du Code civil.
Art.40. Maatschappelijk onderzoek naar de adopteerbaarheid van het kind bij een interlandelijke adoptie van kinderen die hun gewone verblijfplaats in België hebben
§ 1 - De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek uit dat door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bevolen.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
§ 2 - De Regering wijst de diensten aan die met toepassing van artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek om advies verzocht kunnen worden.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering voor het verstrekken van dat advies.
§ 1 - De ZBGA voert het maatschappelijk onderzoek uit dat door de familierechtbank met toepassing van artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek wordt bevolen.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek.
§ 2 - De Regering wijst de diensten aan die met toepassing van artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek om advies verzocht kunnen worden.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering voor het verstrekken van dat advies.
Art.40. Enquête sociale relative à l'adoptabilité de l'enfant en cas d'adoption internationale d'enfants ayant leur résidence habituelle en Belgique
§ 1er - L'ACCA mène l'enquête sociale ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231-35 du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
§ 2 - Le Gouvernement désigne les services dont l'avis peut être sollicité en application de l'article 1231-35 du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives au financement de ces avis.
§ 1er - L'ACCA mène l'enquête sociale ordonnée par le tribunal de la famille en application de l'article 1231-35 du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités d'exécution de l'enquête sociale.
§ 2 - Le Gouvernement désigne les services dont l'avis peut être sollicité en application de l'article 1231-35 du Code judiciaire.
Le Gouvernement fixe les modalités relatives au financement de ces avis.
Afdeling 3. - Adoptiebemiddeling via een adoptiedienst
Section 3. - Médiation d'adoption par un service d'adoption
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art.41. Doel van de adoptiebemiddeling
Adoptiebemiddeling heeft tot doel vast te stellen welke kandidaat-adoptanten het best beantwoorden aan de eigenschappen en behoeften van de te adopteren kinderen.
Voor de adoptiebemiddeling moeten de kandidaat-adoptanten begeleid worden door een erkende adoptiedienst, behalve in de situaties vermeld in artikel 47 van dit decreet en in artikel 346-1/1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Adoptiebemiddeling heeft tot doel vast te stellen welke kandidaat-adoptanten het best beantwoorden aan de eigenschappen en behoeften van de te adopteren kinderen.
Voor de adoptiebemiddeling moeten de kandidaat-adoptanten begeleid worden door een erkende adoptiedienst, behalve in de situaties vermeld in artikel 47 van dit decreet en in artikel 346-1/1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Art.41. Objectif de la médiation d'adoption
La médiation d'adoption vise à déterminer les candidats adoptants qui correspondent au mieux aux besoins et aux qualités des enfants à adopter.
Pour la médiation d'adoption, les candidats adoptants doivent obligatoirement être encadrés par un service d'adoption agréé, sauf pour les situations mentionnées à l'article 47 du présent décret et à l'article 346-1/1, alinéa 2, du Code civil.
La médiation d'adoption vise à déterminer les candidats adoptants qui correspondent au mieux aux besoins et aux qualités des enfants à adopter.
Pour la médiation d'adoption, les candidats adoptants doivent obligatoirement être encadrés par un service d'adoption agréé, sauf pour les situations mentionnées à l'article 47 du présent décret et à l'article 346-1/1, alinéa 2, du Code civil.
Art.42. Overeenkomst
Wanneer een adoptiedienst de adoptiebemiddeling overneemt, sluit de adoptiedienst een overeenkomst met de kandidaat-adoptanten waarin minstens de nadere regels voor de verdere samenwerking en de bijdrage in de kosten worden vastgelegd.
De Regering legt het model van de overeenkomst vast.
Kandidaat-adoptanten die al een overeenkomst ondertekend hebben, mogen nog een andere adoptiebemiddeling alleen initiëren als ze daartoe een met redenen omklede schriftelijke toestemming van de ZBGA hebben.
Wanneer een adoptiedienst de adoptiebemiddeling overneemt, sluit de adoptiedienst een overeenkomst met de kandidaat-adoptanten waarin minstens de nadere regels voor de verdere samenwerking en de bijdrage in de kosten worden vastgelegd.
De Regering legt het model van de overeenkomst vast.
Kandidaat-adoptanten die al een overeenkomst ondertekend hebben, mogen nog een andere adoptiebemiddeling alleen initiëren als ze daartoe een met redenen omklede schriftelijke toestemming van de ZBGA hebben.
Art.42. Convention
Lorsqu'un service d'adoption se charge de la médiation d'adoption, il conclut avec les candidats adoptants une convention fixant au moins les modalités selon lesquelles se poursuivra la coopération ainsi que la participation aux frais.
Le Gouvernement fixe le modèle de la convention.
Les candidats adoptants qui ont déjà signé une convention ne peuvent entamer une autre médiation d'adoption que moyennant l'autorisation écrite motivée de l'ACCA.
Lorsqu'un service d'adoption se charge de la médiation d'adoption, il conclut avec les candidats adoptants une convention fixant au moins les modalités selon lesquelles se poursuivra la coopération ainsi que la participation aux frais.
Le Gouvernement fixe le modèle de la convention.
Les candidats adoptants qui ont déjà signé une convention ne peuvent entamer une autre médiation d'adoption que moyennant l'autorisation écrite motivée de l'ACCA.
Art.43. Overzending van het voorstel voor een kind
Voordat de adoptiedienst een voorstel voor een kind overzendt aan de kandidaat-adoptanten, moet de ZBGA met dat voorstel instemmen. Daartoe onderzoekt de ZBGA de correcte toepassing van de wettelijke bepalingen, alsook de juridische en psychologische adopteerbaarheid van het kind op basis van de verslagen over het kind, vermeld in artikel 25 van dit decreet, alsook vermeld in artikel 361-3, 2°, a), of in artikel 361-5, 1°, van het Burgerlijk Wetboek.
Voordat de adoptiedienst een voorstel voor een kind overzendt aan de kandidaat-adoptanten, moet de ZBGA met dat voorstel instemmen. Daartoe onderzoekt de ZBGA de correcte toepassing van de wettelijke bepalingen, alsook de juridische en psychologische adopteerbaarheid van het kind op basis van de verslagen over het kind, vermeld in artikel 25 van dit decreet, alsook vermeld in artikel 361-3, 2°, a), of in artikel 361-5, 1°, van het Burgerlijk Wetboek.
Art.43. Communication relative à l'enfant proposé
Avant que le service d'adoption ne communique une proposition aux candidats adoptants, l'ACCA doit l'approuver. Pour ce faire, l'ACCA vérifie l'application correcte des dispositions légales, ainsi que l'adoptabilité juridique et psychologique de l'enfant en se basant sur les rapports relatifs à l'enfant mentionnés à l'article 25 du présent décret ainsi qu'aux articles 361-3, 2°, a), ou 361-5, 1°, du Code civil.
Avant que le service d'adoption ne communique une proposition aux candidats adoptants, l'ACCA doit l'approuver. Pour ce faire, l'ACCA vérifie l'application correcte des dispositions légales, ainsi que l'adoptabilité juridique et psychologique de l'enfant en se basant sur les rapports relatifs à l'enfant mentionnés à l'article 25 du présent décret ainsi qu'aux articles 361-3, 2°, a), ou 361-5, 1°, du Code civil.
Onderafdeling 2. - Extrafamiliale binnenlandse adoptie
Sous-section 2. - Adoption interne extrafamiliale
Art.44. Procedure
§ 1 - De kandidaat-adoptanten die beschikken over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 van het Gerechtelijk Wetboek, richten zich voor de bemiddeling bij de adoptie van een kind in het kader van een extrafamiliale binnenlandse adoptie tot een erkende adoptiedienst.
De adoptiedienst organiseert een kosteloos informatiegesprek, waarin hij de kandidaat-adoptanten onder meer een uiteenzetting geeft over zijn taken, zijn algemene werkwijze, zijn werkmethoden, zijn filosofie, de van hen verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd en zijn samenwerkingsverbanden in België.
In het kader van dat gesprek ontvangen de kandidaat-adoptanten een ontwerp van de overeenkomst vermeld in artikel 42.
§ 2 - Als de kandidaat-adoptanten de adoptiedienst schriftelijk verzoeken om hun adoptieproject voor te zetten, onderzoekt de adoptiedienst :
1° of de wettelijke bepalingen vervuld zijn;
2° het aantal beschikbare plaatsen op de wachtlijst m.b.t. het aantal kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
3° het geschiktheidsvonnis van de familierechtbank en het advies van het openbaar ministerie vermeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek.
De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek vermeld in het eerste lid, in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het verzoek ontvankelijk is of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als hun verzoek niet-ontvankelijk is, kunnen kandidaat-adoptanten beroep instellen bij de ZBGA. De ZBGA onderzoekt het dossier en bevestigt de beslissing van de adoptiedienst of maant de adoptiedienst aan om het verzoek ontvankelijk te verklaren.
§ 3 - Als het verzoek ontvankelijk is, voert de adoptiedienst binnen vier maanden na de beslissing vermeld in § 2, tweede lid, een psycho-medisch-sociaal onderzoek uit dat een gesprek met de kandidaat-adoptanten op hun woonplaats, twee psychologische gesprekken en één medisch onderzoek omvat.
Dat psycho-medisch-sociaal onderzoek heeft betrekking op :
1° de gezondheidstoestand van de kandidaat-adoptanten;
2° de psychosociale bekwaamheden van de kandidaat-adoptanten;
3° de van de kandidaat-adoptanten verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
4° de juridische, psychologische, familiale en relationele gevolgen van het adoptieproject voor het levensproject van de kandidaat-adoptanten en het te adopteren kind.
§ 4 - De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen na het psycho-medisch-sociaal onderzoek in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet hij de bemiddeling voort en sluit hij de overeenkomst vermeld in artikel 42 met de kandidaat-adoptanten.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject weigert, biedt hij de kandidaat-adoptanten een gesprek aan waarin hij uitlegt waarom hij dit weigert.
De Regering bepaalt het maximale bedrag dat de kandidaat-adoptanten als bijdrage in de kosten van de adoptiebemiddeling en het psycho-medisch-sociaal onderzoek vermeld in § 3 betalen, alsook hoe die bijdrage in de kosten wordt overgeschreven.
§ 5 - De adoptiedienst staat ter beschikking van de kandidaat-adoptanten tijdens de verdere procedure en ondersteunt hen tijdens de wachttijd.
Hij heeft in het bijzonder de volgende taken :
1° elk jaar minstens één psycho-medisch-sociaal evaluatiegesprek organiseren;
2° zodra een bepaald kind aan de kandidaat-adoptanten kan worden voorgesteld en nadat de ZBGA met dat 'voorstel voor een kind' heeft ingestemd, met de kandidaat-adoptanten een gesprek voeren, waarbij wordt ingegaan op de elementen van het in artikel 25 vermelde 'verslag over het kind';
3° de kandidaat-adoptanten, na hun schriftelijke instemming met het voorstel voor een kind, voorbereiden op het opnemen van het kind en veiligstellen dat alle juridische en administratieve maatregelen voor het verblijf van het kind bij de kandidaat-adoptanten vervuld zijn;
4° de kandidaat-adoptanten tijdens de procedure voor de familierechtbank adviseren en ondersteunen;
5° het in artikel 25 vermelde verslag over het kind, alsook een verslag van het in artikel 56, eerste lid, 2°, vermelde huisbezoek aan de familierechtbank bezorgen.
§ 1 - De kandidaat-adoptanten die beschikken over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 van het Gerechtelijk Wetboek, richten zich voor de bemiddeling bij de adoptie van een kind in het kader van een extrafamiliale binnenlandse adoptie tot een erkende adoptiedienst.
De adoptiedienst organiseert een kosteloos informatiegesprek, waarin hij de kandidaat-adoptanten onder meer een uiteenzetting geeft over zijn taken, zijn algemene werkwijze, zijn werkmethoden, zijn filosofie, de van hen verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd en zijn samenwerkingsverbanden in België.
In het kader van dat gesprek ontvangen de kandidaat-adoptanten een ontwerp van de overeenkomst vermeld in artikel 42.
§ 2 - Als de kandidaat-adoptanten de adoptiedienst schriftelijk verzoeken om hun adoptieproject voor te zetten, onderzoekt de adoptiedienst :
1° of de wettelijke bepalingen vervuld zijn;
2° het aantal beschikbare plaatsen op de wachtlijst m.b.t. het aantal kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
3° het geschiktheidsvonnis van de familierechtbank en het advies van het openbaar ministerie vermeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek.
De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek vermeld in het eerste lid, in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het verzoek ontvankelijk is of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als hun verzoek niet-ontvankelijk is, kunnen kandidaat-adoptanten beroep instellen bij de ZBGA. De ZBGA onderzoekt het dossier en bevestigt de beslissing van de adoptiedienst of maant de adoptiedienst aan om het verzoek ontvankelijk te verklaren.
§ 3 - Als het verzoek ontvankelijk is, voert de adoptiedienst binnen vier maanden na de beslissing vermeld in § 2, tweede lid, een psycho-medisch-sociaal onderzoek uit dat een gesprek met de kandidaat-adoptanten op hun woonplaats, twee psychologische gesprekken en één medisch onderzoek omvat.
Dat psycho-medisch-sociaal onderzoek heeft betrekking op :
1° de gezondheidstoestand van de kandidaat-adoptanten;
2° de psychosociale bekwaamheden van de kandidaat-adoptanten;
3° de van de kandidaat-adoptanten verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
4° de juridische, psychologische, familiale en relationele gevolgen van het adoptieproject voor het levensproject van de kandidaat-adoptanten en het te adopteren kind.
§ 4 - De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen na het psycho-medisch-sociaal onderzoek in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet hij de bemiddeling voort en sluit hij de overeenkomst vermeld in artikel 42 met de kandidaat-adoptanten.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject weigert, biedt hij de kandidaat-adoptanten een gesprek aan waarin hij uitlegt waarom hij dit weigert.
De Regering bepaalt het maximale bedrag dat de kandidaat-adoptanten als bijdrage in de kosten van de adoptiebemiddeling en het psycho-medisch-sociaal onderzoek vermeld in § 3 betalen, alsook hoe die bijdrage in de kosten wordt overgeschreven.
§ 5 - De adoptiedienst staat ter beschikking van de kandidaat-adoptanten tijdens de verdere procedure en ondersteunt hen tijdens de wachttijd.
Hij heeft in het bijzonder de volgende taken :
1° elk jaar minstens één psycho-medisch-sociaal evaluatiegesprek organiseren;
2° zodra een bepaald kind aan de kandidaat-adoptanten kan worden voorgesteld en nadat de ZBGA met dat 'voorstel voor een kind' heeft ingestemd, met de kandidaat-adoptanten een gesprek voeren, waarbij wordt ingegaan op de elementen van het in artikel 25 vermelde 'verslag over het kind';
3° de kandidaat-adoptanten, na hun schriftelijke instemming met het voorstel voor een kind, voorbereiden op het opnemen van het kind en veiligstellen dat alle juridische en administratieve maatregelen voor het verblijf van het kind bij de kandidaat-adoptanten vervuld zijn;
4° de kandidaat-adoptanten tijdens de procedure voor de familierechtbank adviseren en ondersteunen;
5° het in artikel 25 vermelde verslag over het kind, alsook een verslag van het in artikel 56, eerste lid, 2°, vermelde huisbezoek aan de familierechtbank bezorgen.
Art.44. Procédure
§ 1er - Pour la médiation relative à l'adoption d'un enfant dans le cadre d'une adoption interne extrafamiliale, les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire s'adressent à un service d'adoption agréé.
Le service d'adoption organise un entretien informatif gratuit au cours duquel il présente aux candidats adoptants, entre autres, ses missions, son fonctionnement général, ses méthodes de travail, sa philosophie et ses coopérations en Belgique, ainsi que l'ouverture d'esprit qu'il attend de leur part quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés.
Lors de cette séance, les candidats à l'adoption reçoivent une ébauche de la convention mentionnée à l'article 42.
§ 2 - Si les candidats adoptants demandent par écrit que leur projet d'adoption soit poursuivi auprès du service d'adoption, celui-ci vérifie :
1° si les dispositions légales sont remplies;
2° le nombre de places disponibles sur la liste d'attente en fonction du nombre d'enfants qui pourraient être adoptés;
3° le jugement d'aptitude rendu par le tribunal de la famille et l'avis du ministère public mentionné à l'article 1231-1/5 du Code judiciaire.
Dans les trente jours de la réception de la demande mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la recevabilité de la demande ou non. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si leur demande est irrecevable, les candidats adoptants peuvent introduire un recours auprès de l'ACCA. Celle-ci vérifie le dossier et soit confirme la décision du service d'adoption, soit enjoint ce dernier à déclarer la demande recevable.
§ 3 - Si la demande est réputée recevable, le service d'adoption mène une enquête psycho-médico-sociale dans un délai de quatre mois à compter de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, enquête qui comprend un entretien avec les candidats adoptants à leur domicile, deux entretiens psychologiques et un examen médical.
Cette enquête psycho-médico-sociale se rapporte :
1° à l'état de santé des candidats adoptants;
2° aux capacités psychosociales des candidats adoptants;
3° à l'ouverture d'esprit attendue des candidats adoptants quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés;
4° aux conséquences légales, psychologiques, familiales et relationnelles du projet d'adoption sur le projet de vie des candidats adoptants et de l'enfant à adopter.
§ 4 - Dans un délai de trente jours à compter de l'enquête psycho-médico-sociale, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la possibilité ou non de poursuivre leur projet d'adoption. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si le service d'adoption approuve la poursuite du projet d'adoption, il continue la médiation d'adoption et conclut avec les candidats adoptants la convention mentionnée à l'article 42.
Si le service d'adoption rejette la poursuite du projet d'adoption, il propose aux candidats adoptants un entretien au cours duquel il exposera les raisons de sa décision.
Le Gouvernement fixe le montant maximal de la participation aux frais due par les candidats adoptants pour la médiation et l'enquête psycho-médico-sociale mentionnée au § 3 ainsi que les modalités de son versement.
§ 5 - Dans le cadre de la poursuite de la procédure, le service d'adoption continue à se tenir à la disposition des candidats adoptants et les soutient pendant la période d'attente.
Ses missions sont notamment les suivantes :
1° chaque année, organiser au moins un entretien d'évaluation psycho-médico-social;
2° dès qu'un enfant précis peut être proposé aux candidats adoptants et après que l'ACCA a approuvé cette proposition, mener un entretien avec les candidats adoptants au cours duquel seront présentés les éléments repris dans le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 25;
3° dès que les candidats adoptants auront approuvé par écrit la proposition d'enfant, les préparer à accueillir l'enfant et s'assurer que toutes les mesures légales et administratives sont remplies pour que l'enfant puisse séjourner chez eux;
4° conseiller et soutenir les candidats adoptants lors de la procédure devant le tribunal de la famille;
5° transmettre au tribunal de la famille le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 25 ainsi que celui sur la visite à domicile mentionné à l'article 56, alinéa 1er, 2°.
§ 1er - Pour la médiation relative à l'adoption d'un enfant dans le cadre d'une adoption interne extrafamiliale, les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire s'adressent à un service d'adoption agréé.
Le service d'adoption organise un entretien informatif gratuit au cours duquel il présente aux candidats adoptants, entre autres, ses missions, son fonctionnement général, ses méthodes de travail, sa philosophie et ses coopérations en Belgique, ainsi que l'ouverture d'esprit qu'il attend de leur part quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés.
Lors de cette séance, les candidats à l'adoption reçoivent une ébauche de la convention mentionnée à l'article 42.
§ 2 - Si les candidats adoptants demandent par écrit que leur projet d'adoption soit poursuivi auprès du service d'adoption, celui-ci vérifie :
1° si les dispositions légales sont remplies;
2° le nombre de places disponibles sur la liste d'attente en fonction du nombre d'enfants qui pourraient être adoptés;
3° le jugement d'aptitude rendu par le tribunal de la famille et l'avis du ministère public mentionné à l'article 1231-1/5 du Code judiciaire.
Dans les trente jours de la réception de la demande mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la recevabilité de la demande ou non. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si leur demande est irrecevable, les candidats adoptants peuvent introduire un recours auprès de l'ACCA. Celle-ci vérifie le dossier et soit confirme la décision du service d'adoption, soit enjoint ce dernier à déclarer la demande recevable.
§ 3 - Si la demande est réputée recevable, le service d'adoption mène une enquête psycho-médico-sociale dans un délai de quatre mois à compter de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, enquête qui comprend un entretien avec les candidats adoptants à leur domicile, deux entretiens psychologiques et un examen médical.
Cette enquête psycho-médico-sociale se rapporte :
1° à l'état de santé des candidats adoptants;
2° aux capacités psychosociales des candidats adoptants;
3° à l'ouverture d'esprit attendue des candidats adoptants quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés;
4° aux conséquences légales, psychologiques, familiales et relationnelles du projet d'adoption sur le projet de vie des candidats adoptants et de l'enfant à adopter.
§ 4 - Dans un délai de trente jours à compter de l'enquête psycho-médico-sociale, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la possibilité ou non de poursuivre leur projet d'adoption. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si le service d'adoption approuve la poursuite du projet d'adoption, il continue la médiation d'adoption et conclut avec les candidats adoptants la convention mentionnée à l'article 42.
Si le service d'adoption rejette la poursuite du projet d'adoption, il propose aux candidats adoptants un entretien au cours duquel il exposera les raisons de sa décision.
Le Gouvernement fixe le montant maximal de la participation aux frais due par les candidats adoptants pour la médiation et l'enquête psycho-médico-sociale mentionnée au § 3 ainsi que les modalités de son versement.
§ 5 - Dans le cadre de la poursuite de la procédure, le service d'adoption continue à se tenir à la disposition des candidats adoptants et les soutient pendant la période d'attente.
Ses missions sont notamment les suivantes :
1° chaque année, organiser au moins un entretien d'évaluation psycho-médico-social;
2° dès qu'un enfant précis peut être proposé aux candidats adoptants et après que l'ACCA a approuvé cette proposition, mener un entretien avec les candidats adoptants au cours duquel seront présentés les éléments repris dans le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 25;
3° dès que les candidats adoptants auront approuvé par écrit la proposition d'enfant, les préparer à accueillir l'enfant et s'assurer que toutes les mesures légales et administratives sont remplies pour que l'enfant puisse séjourner chez eux;
4° conseiller et soutenir les candidats adoptants lors de la procédure devant le tribunal de la famille;
5° transmettre au tribunal de la famille le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 25 ainsi que celui sur la visite à domicile mentionné à l'article 56, alinéa 1er, 2°.
Onderafdeling 3. - Extrafamiliale interlandelijke adoptie
Sous-section 3. - Adoption internationale extrafamiliale
Art.45. Procedure
§ 1 - De kandidaat-adoptanten die beschikken over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 van het Gerechtelijk Wetboek, richten zich voor de bemiddeling bij de adoptie van een kind in het kader van een extrafamiliale interlandelijke adoptie tot een erkende adoptiedienst.
De adoptiedienst organiseert een kosteloos informatiegesprek, waarin hij de kandidaat-adoptanten onder meer een uiteenzetting geeft over zijn taken, zijn algemene werkwijze, zijn werkmethoden, zijn filosofie, de van hen verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd en over zijn samenwerkingsverbanden in het buitenland.
In het kader van dat gesprek ontvangen de kandidaat-adoptanten:
1° documenten over adoptie in de Staten of deelstaten waarmee de adoptiedienst samenwerkt;
2° een ontwerpversie van de overeenkomst vermeld in artikel 42.
§ 2 - Als de kandidaat-adoptanten de adoptiedienst schriftelijk verzoeken om hun adoptieproject in één of meer bepaalde Staten of deelstaten voort te zetten, onderzoekt de adoptiedienst:
1° of de wettelijke bepalingen vervuld zijn;
2° de adoptievoorwaarden van de Staten of deelstaten waarmee hij samenwerkt;
3° het geschiktheidsvonnis van de familierechtbank en het advies van het openbaar ministerie vermeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek;
4° het aantal beschikbare plaatsen op de wachtlijst, rekening houdend met de behoeften van de Staten van herkomst.
De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek vermeld in het eerste lid, in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het verzoek ontvankelijk is of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als hun verzoek niet-ontvankelijk is, kunnen kandidaat-adoptanten beroep instellen bij de ZBGA. De ZBGA onderzoekt het dossier en bevestigt de beslissing van de adoptiedienst of maant de adoptiedienst aan om het verzoek ontvankelijk te verklaren.
§ 3 - Als het verzoek ontvankelijk is, voert de adoptiedienst binnen vier maanden na de beslissing vermeld in § 2, tweede lid, een psycho-medisch-sociaal onderzoek uit dat een gesprek met de kandidaat-adoptanten op hun woonplaats, twee psychologische gesprekken en één medisch onderzoek omvat.
Dat psycho-medisch-sociaal onderzoek heeft betrekking op :
1° de gezondheidstoestand van de kandidaat-adoptanten;
2° de psychosociale bekwaamheden van de kandidaat-adoptanten;
3° de van de kandidaat-adoptanten verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
4° de juridische, psychologische, familiale en relationele gevolgen van het adoptieproject voor het levensproject van de kandidaat-adoptanten en van het te adopteren kind.
§ 4 - De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen na het psycho-medisch-sociaal onderzoek in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet hij de bemiddeling voort en sluit hij de overeenkomst vermeld in artikel 42 met de kandidaat-adoptanten.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject weigert, biedt hij de kandidaat-adoptanten een gesprek aan waarin hij uitlegt waarom hij dit weigert.
De Regering bepaalt het maximale bedrag dat de kandidaat-adoptanten als bijdrage in de kosten van de adoptiebemiddeling en het psycho-medisch-sociaal onderzoek vermeld in § 3 betalen, alsook hoe die bijdrage in de kosten wordt overgeschreven.
§ 5 - De adoptiedienst staat ter beschikking van de kandidaat-adoptanten tijdens de verdere procedure en ondersteunt hen tijdens de wachttijd.
Hij heeft in het bijzonder de volgende taken :
1° de kandidaat-adoptanten bij de voorbereiding van het adoptiedossier ondersteunen en adviseren;
2° de documenten vermeld in artikel 361-2 van het Burgerlijk Wetboek en het verslag over de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 361-2/1 van het Burgerlijk Wetboek met toepassing van artikel 361-3 van het Burgerlijk Wetboek aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten bezorgen;
3° elk jaar minstens één psycho-medisch-sociaal evaluatiegesprek organiseren;
4° de documenten vermeld in artikel 361-3, 2°, of artikel 361-5, 1° en 2°, van het Burgerlijk Wetboek of, in voorkomend geval, gelijkwaardige documenten, dan wel de vrijstelling van indiening ervan overeenkomstig artikel 361-4 van het Burgerlijk Wetboek ontvangen van de bevoegde buitenlandse autoriteit of via de ZBGA;
5° zodra een bepaald kind aan de kandidaat-adoptanten kan worden voorgesteld en nadat de ZBGA met dat 'voorstel voor een kind' heeft ingestemd, met de kandidaat-adoptanten een gesprek voeren, waarbij wordt ingegaan op de elementen van het verslag vermeld in artikel 361-3, 2°, of in artikel 361-5, 1°, van het Burgerlijk Wetboek;
6° de schriftelijke toestemming van de kandidaat-adoptanten om voor het kind te zorgen met het oog op adoptie, alsook de schriftelijk goedgekeurde beslissing van de ZBGA om het voorgestelde kind aan de kandidaat-adoptanten toe te vertrouwen, aan de bevoegde buitenlandse autoriteit bezorgen;
7° de kandidaat-adoptanten voorbereiden op het opnemen van het kind en op hun reis naar de Staat van herkomst van het kind;
8° de kandidaat-adoptanten ondersteunen bij hun reis en bij de verdere adoptieprocedure in de Staat van herkomst van het kind, alsook bij de erkenning van de adoptie;
9° veiligstellen dat alle juridische en administratieve maatregelen voor het verblijf van het kind bij de kandidaat-adoptanten vervuld zijn.
De adoptiedienst informeert de ZBGA over de uitvoering van de taken vermeld in het tweede lid, 2° en 6°.
De adoptiedienst kan overeenkomstig artikel 50, eerste lid, door de ZBGA belast worden met de voortzetting van een adoptiebemiddeling en met de uitvoering van één of meer taken vermeld in de §§ 3 en 5.
§ 1 - De kandidaat-adoptanten die beschikken over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 van het Gerechtelijk Wetboek, richten zich voor de bemiddeling bij de adoptie van een kind in het kader van een extrafamiliale interlandelijke adoptie tot een erkende adoptiedienst.
De adoptiedienst organiseert een kosteloos informatiegesprek, waarin hij de kandidaat-adoptanten onder meer een uiteenzetting geeft over zijn taken, zijn algemene werkwijze, zijn werkmethoden, zijn filosofie, de van hen verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd en over zijn samenwerkingsverbanden in het buitenland.
In het kader van dat gesprek ontvangen de kandidaat-adoptanten:
1° documenten over adoptie in de Staten of deelstaten waarmee de adoptiedienst samenwerkt;
2° een ontwerpversie van de overeenkomst vermeld in artikel 42.
§ 2 - Als de kandidaat-adoptanten de adoptiedienst schriftelijk verzoeken om hun adoptieproject in één of meer bepaalde Staten of deelstaten voort te zetten, onderzoekt de adoptiedienst:
1° of de wettelijke bepalingen vervuld zijn;
2° de adoptievoorwaarden van de Staten of deelstaten waarmee hij samenwerkt;
3° het geschiktheidsvonnis van de familierechtbank en het advies van het openbaar ministerie vermeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek;
4° het aantal beschikbare plaatsen op de wachtlijst, rekening houdend met de behoeften van de Staten van herkomst.
De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek vermeld in het eerste lid, in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het verzoek ontvankelijk is of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als hun verzoek niet-ontvankelijk is, kunnen kandidaat-adoptanten beroep instellen bij de ZBGA. De ZBGA onderzoekt het dossier en bevestigt de beslissing van de adoptiedienst of maant de adoptiedienst aan om het verzoek ontvankelijk te verklaren.
§ 3 - Als het verzoek ontvankelijk is, voert de adoptiedienst binnen vier maanden na de beslissing vermeld in § 2, tweede lid, een psycho-medisch-sociaal onderzoek uit dat een gesprek met de kandidaat-adoptanten op hun woonplaats, twee psychologische gesprekken en één medisch onderzoek omvat.
Dat psycho-medisch-sociaal onderzoek heeft betrekking op :
1° de gezondheidstoestand van de kandidaat-adoptanten;
2° de psychosociale bekwaamheden van de kandidaat-adoptanten;
3° de van de kandidaat-adoptanten verwachte openheid omtrent het profiel van de kinderen die zouden kunnen worden geadopteerd;
4° de juridische, psychologische, familiale en relationele gevolgen van het adoptieproject voor het levensproject van de kandidaat-adoptanten en van het te adopteren kind.
§ 4 - De adoptiedienst deelt de kandidaat-adoptanten binnen een termijn van dertig dagen na het psycho-medisch-sociaal onderzoek in een met redenen omklede beslissing schriftelijk mee of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet. De ZBGA ontvangt een kopie van die beslissing.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet hij de bemiddeling voort en sluit hij de overeenkomst vermeld in artikel 42 met de kandidaat-adoptanten.
Als de adoptiedienst de voortzetting van het adoptieproject weigert, biedt hij de kandidaat-adoptanten een gesprek aan waarin hij uitlegt waarom hij dit weigert.
De Regering bepaalt het maximale bedrag dat de kandidaat-adoptanten als bijdrage in de kosten van de adoptiebemiddeling en het psycho-medisch-sociaal onderzoek vermeld in § 3 betalen, alsook hoe die bijdrage in de kosten wordt overgeschreven.
§ 5 - De adoptiedienst staat ter beschikking van de kandidaat-adoptanten tijdens de verdere procedure en ondersteunt hen tijdens de wachttijd.
Hij heeft in het bijzonder de volgende taken :
1° de kandidaat-adoptanten bij de voorbereiding van het adoptiedossier ondersteunen en adviseren;
2° de documenten vermeld in artikel 361-2 van het Burgerlijk Wetboek en het verslag over de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 361-2/1 van het Burgerlijk Wetboek met toepassing van artikel 361-3 van het Burgerlijk Wetboek aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten bezorgen;
3° elk jaar minstens één psycho-medisch-sociaal evaluatiegesprek organiseren;
4° de documenten vermeld in artikel 361-3, 2°, of artikel 361-5, 1° en 2°, van het Burgerlijk Wetboek of, in voorkomend geval, gelijkwaardige documenten, dan wel de vrijstelling van indiening ervan overeenkomstig artikel 361-4 van het Burgerlijk Wetboek ontvangen van de bevoegde buitenlandse autoriteit of via de ZBGA;
5° zodra een bepaald kind aan de kandidaat-adoptanten kan worden voorgesteld en nadat de ZBGA met dat 'voorstel voor een kind' heeft ingestemd, met de kandidaat-adoptanten een gesprek voeren, waarbij wordt ingegaan op de elementen van het verslag vermeld in artikel 361-3, 2°, of in artikel 361-5, 1°, van het Burgerlijk Wetboek;
6° de schriftelijke toestemming van de kandidaat-adoptanten om voor het kind te zorgen met het oog op adoptie, alsook de schriftelijk goedgekeurde beslissing van de ZBGA om het voorgestelde kind aan de kandidaat-adoptanten toe te vertrouwen, aan de bevoegde buitenlandse autoriteit bezorgen;
7° de kandidaat-adoptanten voorbereiden op het opnemen van het kind en op hun reis naar de Staat van herkomst van het kind;
8° de kandidaat-adoptanten ondersteunen bij hun reis en bij de verdere adoptieprocedure in de Staat van herkomst van het kind, alsook bij de erkenning van de adoptie;
9° veiligstellen dat alle juridische en administratieve maatregelen voor het verblijf van het kind bij de kandidaat-adoptanten vervuld zijn.
De adoptiedienst informeert de ZBGA over de uitvoering van de taken vermeld in het tweede lid, 2° en 6°.
De adoptiedienst kan overeenkomstig artikel 50, eerste lid, door de ZBGA belast worden met de voortzetting van een adoptiebemiddeling en met de uitvoering van één of meer taken vermeld in de §§ 3 en 5.
Art.45. Procédure
§ 1er - Pour la médiation relative à l'adoption d'un enfant dans le cadre d'une adoption internationale extrafamiliale, les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire s'adressent à un service d'adoption agréé.
Le service d'adoption organise un entretien informatif gratuit au cours duquel il présente aux candidats adoptants, entre autres, ses missions, son fonctionnement général, ses méthodes de travail, sa philosophie et ses coopérations à l'étranger, ainsi que l'ouverture d'esprit qu'il attend de leur part quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés.
Lors de cette séance, les candidats adoptants reçoivent :
1° des documents relatifs à l'adoption dans les Etats ou parties d'Etat avec lesquels le service d'adoption coopère;
2° une ébauche de la convention mentionnée à l'article 42.
§ 2 - Si les candidats adoptants demandent par écrit que leur projet d'adoption soit poursuivi dans un ou plusieurs Etats ou parties d'Etats auprès du service d'adoption, celui-ci vérifie :
1° si les dispositions légales sont remplies;
2° les conditions d'adoption des Etats ou parties d'Etat avec lesquels il coopère;
3° le jugement d'aptitude rendu par le tribunal de la famille et l'avis du ministère public mentionné à l'article 1231-1/5 du Code judiciaire;
4° le nombre de places disponibles sur la liste d'attente en fonction des besoins des Etats d'origine.
Dans les trente jours de la réception de la demande mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la recevabilité de la demande ou non. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si leur demande est irrecevable, les candidats adoptants peuvent introduire un recours auprès de l'ACCA. Celle-ci vérifie le dossier et soit confirme la décision du service d'adoption, soit enjoint ce dernier à déclarer la demande recevable.
§ 3 - Si la demande est réputée recevable, le service d'adoption mène une enquête psycho-médico-sociale dans un délai de quatre mois à compter de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, enquête qui comprend un entretien avec les candidats adoptants à leur domicile, deux entretiens psychologiques et un examen médical.
Cette enquête psycho-médico-sociale se rapporte :
1° à l'état de santé des candidats adoptants;
2° aux capacités psychosociales des candidats adoptants;
3° à l'ouverture d'esprit attendue des candidats adoptants quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés;
4° aux conséquences légales, psychologiques, familiales et relationnelles du projet d'adoption sur le projet de vie des candidats adoptants et de l'enfant à adopter.
§ 4 - Dans un délai de trente jours à compter de l'enquête psycho-médico-sociale, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la possibilité ou non de poursuivre leur projet d'adoption. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si le service d'adoption approuve la poursuite du projet d'adoption, il continue la médiation d'adoption et conclut avec les candidats adoptants la convention mentionnée à l'article 42.
Si le service d'adoption rejette la poursuite du projet d'adoption, il propose aux candidats adoptants un entretien au cours duquel il exposera les raisons de sa décision.
Le Gouvernement fixe le montant maximal de la participation aux frais due par les candidats adoptants pour la médiation et l'enquête psycho-médico-sociale mentionnée au § 3 ainsi que les modalités de son versement.
§ 5 - Dans le cadre de la poursuite de la procédure, le service d'adoption continue à se tenir à la disposition des candidats adoptants et les soutient pendant la période d'attente.
Ses missions sont notamment les suivantes :
1° soutenir et conseiller les candidats adoptants lors de la préparation du dossier d'adoption;
2° en application de l'article 361-3 du Code civil, transmettre aux autorités étrangères compétentes les documents mentionnés à l'article 361-2 dudit Code et le rapport sur les candidats adoptants mentionné à l'article 361-2/1 du même Code;
3° chaque année, organiser au moins un entretien d'évaluation psycho-médico-social;
4° réceptionner, par le biais des autorités étrangères compétentes ou l'ACCA, les documents mentionnés aux articles 361-3, 2°, ou 361-5, 1° et 2°, du Code civil ou, le cas échéant, des documents équivalents ou l'exemption de leur production conformément à l'article 361-4 dudit Code;
5° dès qu'un enfant précis peut être proposé aux candidats adoptants et après que l'ACCA a approuvé cette proposition, mener un entretien avec les candidats adoptants au cours duquel seront présentés les éléments repris dans le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 361-3, 2° ou 361-5, 1°;
6° transmettre aux autorités étrangères compétentes le consentement écrit des candidats adoptants à la prise en charge de l'enfant en vue de son adoption ainsi que la décision de l'ACCA, approuvée par écrit, de confier auxdits candidats adoptants l'enfant proposé;
7° préparer les candidats adoptants à l'accueil de l'enfant et à leur voyage vers son Etat d'origine;
8° soutenir les candidats adoptants lors de leur voyage et d'autres procédures d'adoption dans l'Etat d'origine de l'enfant ainsi que lors de la reconnaissance de l'adoption;
9° s'assurer que toutes les mesures légales et administratives relatives au séjour de l'enfant auprès des candidats adoptants sont remplies.
Le service d'adoption informe l'ACCA de l'exécution des missions mentionnées à l'alinéa 2, 2° et 6°.
Conformément à l'article 50, alinéa 1er, l'ACCA peut charger le service d'adoption de poursuivre une médiation d'adoption et d'exécuter une ou plusieurs des missions mentionnées aux § § 3 et 5.
§ 1er - Pour la médiation relative à l'adoption d'un enfant dans le cadre d'une adoption internationale extrafamiliale, les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire s'adressent à un service d'adoption agréé.
Le service d'adoption organise un entretien informatif gratuit au cours duquel il présente aux candidats adoptants, entre autres, ses missions, son fonctionnement général, ses méthodes de travail, sa philosophie et ses coopérations à l'étranger, ainsi que l'ouverture d'esprit qu'il attend de leur part quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés.
Lors de cette séance, les candidats adoptants reçoivent :
1° des documents relatifs à l'adoption dans les Etats ou parties d'Etat avec lesquels le service d'adoption coopère;
2° une ébauche de la convention mentionnée à l'article 42.
§ 2 - Si les candidats adoptants demandent par écrit que leur projet d'adoption soit poursuivi dans un ou plusieurs Etats ou parties d'Etats auprès du service d'adoption, celui-ci vérifie :
1° si les dispositions légales sont remplies;
2° les conditions d'adoption des Etats ou parties d'Etat avec lesquels il coopère;
3° le jugement d'aptitude rendu par le tribunal de la famille et l'avis du ministère public mentionné à l'article 1231-1/5 du Code judiciaire;
4° le nombre de places disponibles sur la liste d'attente en fonction des besoins des Etats d'origine.
Dans les trente jours de la réception de la demande mentionnée à l'alinéa 1er, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la recevabilité de la demande ou non. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si leur demande est irrecevable, les candidats adoptants peuvent introduire un recours auprès de l'ACCA. Celle-ci vérifie le dossier et soit confirme la décision du service d'adoption, soit enjoint ce dernier à déclarer la demande recevable.
§ 3 - Si la demande est réputée recevable, le service d'adoption mène une enquête psycho-médico-sociale dans un délai de quatre mois à compter de la décision mentionnée au § 2, alinéa 2, enquête qui comprend un entretien avec les candidats adoptants à leur domicile, deux entretiens psychologiques et un examen médical.
Cette enquête psycho-médico-sociale se rapporte :
1° à l'état de santé des candidats adoptants;
2° aux capacités psychosociales des candidats adoptants;
3° à l'ouverture d'esprit attendue des candidats adoptants quant au profil des enfants qui pourraient être adoptés;
4° aux conséquences légales, psychologiques, familiales et relationnelles du projet d'adoption sur le projet de vie des candidats adoptants et de l'enfant à adopter.
§ 4 - Dans un délai de trente jours à compter de l'enquête psycho-médico-sociale, le service d'adoption informe par écrit les candidats adoptants, au moyen d'une décision motivée, de la possibilité ou non de poursuivre leur projet d'adoption. Une copie de cette décision est transmise à l'ACCA.
Si le service d'adoption approuve la poursuite du projet d'adoption, il continue la médiation d'adoption et conclut avec les candidats adoptants la convention mentionnée à l'article 42.
Si le service d'adoption rejette la poursuite du projet d'adoption, il propose aux candidats adoptants un entretien au cours duquel il exposera les raisons de sa décision.
Le Gouvernement fixe le montant maximal de la participation aux frais due par les candidats adoptants pour la médiation et l'enquête psycho-médico-sociale mentionnée au § 3 ainsi que les modalités de son versement.
§ 5 - Dans le cadre de la poursuite de la procédure, le service d'adoption continue à se tenir à la disposition des candidats adoptants et les soutient pendant la période d'attente.
Ses missions sont notamment les suivantes :
1° soutenir et conseiller les candidats adoptants lors de la préparation du dossier d'adoption;
2° en application de l'article 361-3 du Code civil, transmettre aux autorités étrangères compétentes les documents mentionnés à l'article 361-2 dudit Code et le rapport sur les candidats adoptants mentionné à l'article 361-2/1 du même Code;
3° chaque année, organiser au moins un entretien d'évaluation psycho-médico-social;
4° réceptionner, par le biais des autorités étrangères compétentes ou l'ACCA, les documents mentionnés aux articles 361-3, 2°, ou 361-5, 1° et 2°, du Code civil ou, le cas échéant, des documents équivalents ou l'exemption de leur production conformément à l'article 361-4 dudit Code;
5° dès qu'un enfant précis peut être proposé aux candidats adoptants et après que l'ACCA a approuvé cette proposition, mener un entretien avec les candidats adoptants au cours duquel seront présentés les éléments repris dans le rapport sur l'enfant mentionné à l'article 361-3, 2° ou 361-5, 1°;
6° transmettre aux autorités étrangères compétentes le consentement écrit des candidats adoptants à la prise en charge de l'enfant en vue de son adoption ainsi que la décision de l'ACCA, approuvée par écrit, de confier auxdits candidats adoptants l'enfant proposé;
7° préparer les candidats adoptants à l'accueil de l'enfant et à leur voyage vers son Etat d'origine;
8° soutenir les candidats adoptants lors de leur voyage et d'autres procédures d'adoption dans l'Etat d'origine de l'enfant ainsi que lors de la reconnaissance de l'adoption;
9° s'assurer que toutes les mesures légales et administratives relatives au séjour de l'enfant auprès des candidats adoptants sont remplies.
Le service d'adoption informe l'ACCA de l'exécution des missions mentionnées à l'alinéa 2, 2° et 6°.
Conformément à l'article 50, alinéa 1er, l'ACCA peut charger le service d'adoption de poursuivre une médiation d'adoption et d'exécuter une ou plusieurs des missions mentionnées aux § § 3 et 5.
Art.46. Vertalingen
Als vertalingen noodzakelijk zijn, worden de daardoor ontstane kosten door de kandidaat-adoptanten gedragen.
Als vertalingen noodzakelijk zijn, worden de daardoor ontstane kosten door de kandidaat-adoptanten gedragen.
Art.46. Traductions
Si des traductions s'avèrent nécessaires, les frais y afférents seront supportés par les candidats adoptants.
Si des traductions s'avèrent nécessaires, les frais y afférents seront supportés par les candidats adoptants.
Afdeling 4. - Adoptiebemiddeling via de ZBGA
Section 4. - Médiation d'adoption par l'ACCA
Art.47. Bemiddelingsvoorwaarden
De ZBGA kan de adoptiebemiddeling overnemen voor kandidaat-adoptanten die over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 beschikken en :
1° een kind willen adopteren vanuit een Staat of een deelstaat waarvoor geen enkele erkende adoptiedienst de toestemming tot samenwerking heeft;
2° een kind willen adopteren in het kader van een interlandelijke intrafamiliale adoptie. Onder interlandelijke intrafamiliale adoptie wordt verstaan : de adoptie bedoeld in artikel 360-2 van het Burgerlijk Wetboek die betrekking heeft op een verwant kind of een kind dat het dagelijks leven van de toekomstige adoptant deelt of heeft gedeeld, voor zover die adoptie niet onder de artikelen 363-2 en 363-3 van het Burgerlijk Wetboek valt.
De ZBGA kan de adoptiebemiddeling vermeld in het eerste lid, 1°, weigeren, als de Staat van herkomst een Staat is waar een hoog veiligheidsrisico bestaat.
De ZBGA kan de adoptiebemiddeling overnemen voor kandidaat-adoptanten die over een geschiktheidsvonnis overeenkomstig artikel 1231-1/7 beschikken en :
1° een kind willen adopteren vanuit een Staat of een deelstaat waarvoor geen enkele erkende adoptiedienst de toestemming tot samenwerking heeft;
2° een kind willen adopteren in het kader van een interlandelijke intrafamiliale adoptie. Onder interlandelijke intrafamiliale adoptie wordt verstaan : de adoptie bedoeld in artikel 360-2 van het Burgerlijk Wetboek die betrekking heeft op een verwant kind of een kind dat het dagelijks leven van de toekomstige adoptant deelt of heeft gedeeld, voor zover die adoptie niet onder de artikelen 363-2 en 363-3 van het Burgerlijk Wetboek valt.
De ZBGA kan de adoptiebemiddeling vermeld in het eerste lid, 1°, weigeren, als de Staat van herkomst een Staat is waar een hoog veiligheidsrisico bestaat.
Art.47. Conditions
L'ACCA peut assumer la médiation d'adoption pour les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire et :
1° souhaitent adopter un enfant issu d'un Etat ou d'une partie d'un Etat pour lequel aucun service d'adoption agréé n'a l'autorisation de coopérer;
2° souhaitent adopter un enfant dans le cadre d'une adoption internationale intrafamiliale. L'adoption internationale intrafamiliale désigne l'adoption mentionnée à l'article 360-2 du Code civil qui concerne un enfant apparenté ou un enfant qui partage ou a partagé la vie quotidienne du futur adoptant, à condition que cette adoption ne relève pas des articles 363-2 et 363-3 du Code civil.
L'ACCA peut refuser la médiation d'adoption mentionnée à l'alinéa 1er, 1°, lorsque l'Etat d'origine est un Etat qui présente un haut degré d'insécurité.
L'ACCA peut assumer la médiation d'adoption pour les candidats adoptants qui disposent d'un jugement d'aptitude conformément à l'article 1231-1/7 du Code judiciaire et :
1° souhaitent adopter un enfant issu d'un Etat ou d'une partie d'un Etat pour lequel aucun service d'adoption agréé n'a l'autorisation de coopérer;
2° souhaitent adopter un enfant dans le cadre d'une adoption internationale intrafamiliale. L'adoption internationale intrafamiliale désigne l'adoption mentionnée à l'article 360-2 du Code civil qui concerne un enfant apparenté ou un enfant qui partage ou a partagé la vie quotidienne du futur adoptant, à condition que cette adoption ne relève pas des articles 363-2 et 363-3 du Code civil.
L'ACCA peut refuser la médiation d'adoption mentionnée à l'alinéa 1er, 1°, lorsque l'Etat d'origine est un Etat qui présente un haut degré d'insécurité.
Art.48. Bemiddelingsgesprek
De in artikel 47 vermelde kandidaat-adoptanten richten zich voor een bemiddelingsgesprek tot de ZBGA. Tijdens dat gesprek verstrekken de kandidaat-adoptanten aan de ZBGA de vragenlijst vermeld in artikel 27, § 2, de in het Duits vertaalde wetgeving op het gebied van adoptie van de Staat van herkomst en elk ander document dat informatie over het adoptieproject kan verstrekken.
De in artikel 47 vermelde kandidaat-adoptanten richten zich voor een bemiddelingsgesprek tot de ZBGA. Tijdens dat gesprek verstrekken de kandidaat-adoptanten aan de ZBGA de vragenlijst vermeld in artikel 27, § 2, de in het Duits vertaalde wetgeving op het gebied van adoptie van de Staat van herkomst en elk ander document dat informatie over het adoptieproject kan verstrekken.
Art.48. Entretien de médiation
Les candidats adoptants mentionnés à l'article 47 s'adressent à l'ACCA pour un entretien de médiation. Lors de cet entretien, les candidats adoptants remettent à l'ACCA le questionnaire complété mentionné à l'article 27, § 2, les dispositions juridiques de l'Etat d'origine en matière d'adoption, traduites en langue allemande, ainsi que tout autre document pouvant éclairer le projet d'adoption.
Les candidats adoptants mentionnés à l'article 47 s'adressent à l'ACCA pour un entretien de médiation. Lors de cet entretien, les candidats adoptants remettent à l'ACCA le questionnaire complété mentionné à l'article 27, § 2, les dispositions juridiques de l'Etat d'origine en matière d'adoption, traduites en langue allemande, ainsi que tout autre document pouvant éclairer le projet d'adoption.
Art.49. Onderzoek van het adoptieproject
§ 1 - Na ontvangst van de documenten vermeld in artikel 48 verzoekt de ZBGA indien nodig om de ondersteuning van elke bevoegde Belgische of buitenlandse autoriteit of organisatie om na te gaan of :
1° de bevoegde buitenlandse autoriteiten het toepasselijke recht en de krachtens het internationaal recht aan het kind toegekende grondrechten eerbiedigen;
2° de herkomst, de adopteerbaarheid en het belang van het kind gewaarborgd zijn. Hiertoe verzoekt de ZBGA om de documenten vermeld in artikel 361-3, 2°, of artikel 361-5, 1° en 2°, van het Burgerlijk Wetboek of, in voorkomend geval, gelijkwaardige documenten, dan wel de vrijstelling van indiening ervan overeenkomstig artikel 361-4 van het Burgerlijk Wetboek;
3° het subsidiariteitsbeginsel bepaald in artikel 21 van de Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind en in artikel 4 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 wordt nageleefd;
4° de Staat van herkomst van het kind het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 of het Verdrag van 19 oktober 1996 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen heeft ondertekend;
5° het adoptieproject niet tot ongepast geldelijk voordeel leidt voor de personen die verantwoordelijk zijn voor het kind of voor anderen overeenkomstig artikel 21, d), van het Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind;
6° de buitenlandse wetgeving inzake adopties verenigbaar is met de bepalingen van het Belgische recht.
§ 2 - De ZBGA deelt de beslissing mee aan de kandidaat-adoptanten binnen vier maanden na ontvangst van de in § 1 vermelde documenten en van de door de Regering vastgelegde bijdrage in de kosten, ongeacht of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet.
Indien de ZBGA na het verstrijken van de in het eerste lid vermelde termijn van vier maanden onvoldoende informatie heeft ontvangen van de in § 1 vermelde autoriteiten, wordt het adoptieproject opgeschort totdat die informatie is ontvangen. Binnen twee maanden na ontvangst van deze informatie deelt ze haar definitieve beslissing mee aan de kandidaat-adoptanten.
§ 1 - Na ontvangst van de documenten vermeld in artikel 48 verzoekt de ZBGA indien nodig om de ondersteuning van elke bevoegde Belgische of buitenlandse autoriteit of organisatie om na te gaan of :
1° de bevoegde buitenlandse autoriteiten het toepasselijke recht en de krachtens het internationaal recht aan het kind toegekende grondrechten eerbiedigen;
2° de herkomst, de adopteerbaarheid en het belang van het kind gewaarborgd zijn. Hiertoe verzoekt de ZBGA om de documenten vermeld in artikel 361-3, 2°, of artikel 361-5, 1° en 2°, van het Burgerlijk Wetboek of, in voorkomend geval, gelijkwaardige documenten, dan wel de vrijstelling van indiening ervan overeenkomstig artikel 361-4 van het Burgerlijk Wetboek;
3° het subsidiariteitsbeginsel bepaald in artikel 21 van de Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind en in artikel 4 van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 wordt nageleefd;
4° de Staat van herkomst van het kind het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 of het Verdrag van 19 oktober 1996 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen heeft ondertekend;
5° het adoptieproject niet tot ongepast geldelijk voordeel leidt voor de personen die verantwoordelijk zijn voor het kind of voor anderen overeenkomstig artikel 21, d), van het Verdrag van 20 november 1989 inzake de Rechten van het Kind;
6° de buitenlandse wetgeving inzake adopties verenigbaar is met de bepalingen van het Belgische recht.
§ 2 - De ZBGA deelt de beslissing mee aan de kandidaat-adoptanten binnen vier maanden na ontvangst van de in § 1 vermelde documenten en van de door de Regering vastgelegde bijdrage in de kosten, ongeacht of het adoptieproject kan worden voortgezet of niet.
Indien de ZBGA na het verstrijken van de in het eerste lid vermelde termijn van vier maanden onvoldoende informatie heeft ontvangen van de in § 1 vermelde autoriteiten, wordt het adoptieproject opgeschort totdat die informatie is ontvangen. Binnen twee maanden na ontvangst van deze informatie deelt ze haar definitieve beslissing mee aan de kandidaat-adoptanten.
Art.49. Examen du projet d'adoption
§ 1er - Après réception des documents mentionnés à l'article 48, l'ACCA demande, si nécessaire, l'appui de toute autorité ou organisation belge ou étrangère afin de vérifier si :
1° les autorités étrangères compétentes respectent le droit applicable ainsi que les droits fondamentaux de l'enfant reconnus par le droit international;
2° l'origine, l'adoptabilité et le bien-être de l'enfant sont assurés. A cet effet, l'ACCA demande les documents mentionnés dans les articles 361-3, 2°, ou 361-5, 1° et 2°, du Code civil ou, le cas échéant, des documents équivalents ou l'exemption de leur production conformément à l'article 361-4 du Code civil;
3° le principe de subsidiarité fixé dans l'article 21 de la Convention du 20 novembre 1989 sur les droits de l'enfant et dans l'article 4 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993 est respecté;
4° l'Etat d'origine de l'enfant a signé la Convention de La Haye du 29 mai 1993 ou la convention du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants;
5° le projet d'adoption n'entraine, conformément à l'article 21, d), de la Convention des Nations Unies relative aux droits de l'enfant du 20 novembre 1989, aucun avantage patrimonial incontestable pour des personnes responsables de l'enfant ou pour toute autre personne;
6° la législation étrangère sur les adoptions est compatible avec les dispositions du droit belge.
§ 2 - Dans un délai de quatre mois à compter de la réception des documents mentionnés au § 1er et de la participation aux frais fixée par le Gouvernement, l'ACCA communique aux candidats adoptants la décision selon laquelle le projet d'adoption peut ou non être poursuivi.
Si, après l'expiration du délai de quatre mois mentionné au premier alinéa, l'ACCA n'a pas reçu suffisamment d'informations de la part des autorités mentionnées au § 1er, le projet d'adoption est suspendu jusqu'à la réception de ces informations. Dans un délai de deux mois à compter de la réception de ces informations, elle communique sa décision finale aux candidats adoptants.
§ 1er - Après réception des documents mentionnés à l'article 48, l'ACCA demande, si nécessaire, l'appui de toute autorité ou organisation belge ou étrangère afin de vérifier si :
1° les autorités étrangères compétentes respectent le droit applicable ainsi que les droits fondamentaux de l'enfant reconnus par le droit international;
2° l'origine, l'adoptabilité et le bien-être de l'enfant sont assurés. A cet effet, l'ACCA demande les documents mentionnés dans les articles 361-3, 2°, ou 361-5, 1° et 2°, du Code civil ou, le cas échéant, des documents équivalents ou l'exemption de leur production conformément à l'article 361-4 du Code civil;
3° le principe de subsidiarité fixé dans l'article 21 de la Convention du 20 novembre 1989 sur les droits de l'enfant et dans l'article 4 de la Convention de La Haye du 29 mai 1993 est respecté;
4° l'Etat d'origine de l'enfant a signé la Convention de La Haye du 29 mai 1993 ou la convention du 19 octobre 1996 concernant la compétence, la loi applicable, la reconnaissance, l'exécution et la coopération en matière de responsabilité parentale et de mesures de protection des enfants;
5° le projet d'adoption n'entraine, conformément à l'article 21, d), de la Convention des Nations Unies relative aux droits de l'enfant du 20 novembre 1989, aucun avantage patrimonial incontestable pour des personnes responsables de l'enfant ou pour toute autre personne;
6° la législation étrangère sur les adoptions est compatible avec les dispositions du droit belge.
§ 2 - Dans un délai de quatre mois à compter de la réception des documents mentionnés au § 1er et de la participation aux frais fixée par le Gouvernement, l'ACCA communique aux candidats adoptants la décision selon laquelle le projet d'adoption peut ou non être poursuivi.
Si, après l'expiration du délai de quatre mois mentionné au premier alinéa, l'ACCA n'a pas reçu suffisamment d'informations de la part des autorités mentionnées au § 1er, le projet d'adoption est suspendu jusqu'à la réception de ces informations. Dans un délai de deux mois à compter de la réception de ces informations, elle communique sa décision finale aux candidats adoptants.
Art.50. Overeenkomst
Als de ZBGA de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet zij de adoptiebemiddeling voort of belast ze een erkende adoptiedienst met de voortzetting van de adoptiebemiddeling.
Wanneer de ZBGA de adoptiebemiddeling voortzet, sluit ze een overeenkomst met de kandidaat-adoptanten waarin minstens de nadere regels voor de verdere samenwerking en de bijdrage in de kosten worden vastgelegd.
De Regering legt het model van de overeenkomst vast.
Als de ZBGA de voortzetting van het adoptieproject goedkeurt, zet zij de adoptiebemiddeling voort of belast ze een erkende adoptiedienst met de voortzetting van de adoptiebemiddeling.
Wanneer de ZBGA de adoptiebemiddeling voortzet, sluit ze een overeenkomst met de kandidaat-adoptanten waarin minstens de nadere regels voor de verdere samenwerking en de bijdrage in de kosten worden vastgelegd.
De Regering legt het model van de overeenkomst vast.
Art.50. Convention
Lorsque l'ACCA approuve la poursuite du projet d'adoption, elle poursuit la médiation d'adoption ou en charge un service d'adoption agréé.
Lorsque l'ACCA poursuit la médiation d'adoption, elle conclut avec les candidats adoptants une convention fixant au moins les modalités selon lesquelles se poursuivra la coopération ainsi que la participation aux frais.
Le Gouvernement fixe le modèle de convention.
Lorsque l'ACCA approuve la poursuite du projet d'adoption, elle poursuit la médiation d'adoption ou en charge un service d'adoption agréé.
Lorsque l'ACCA poursuit la médiation d'adoption, elle conclut avec les candidats adoptants une convention fixant au moins les modalités selon lesquelles se poursuivra la coopération ainsi que la participation aux frais.
Le Gouvernement fixe le modèle de convention.
Art.51. Overzending van documenten
Met toepassing van artikel 361-3 van het Burgerlijk Wetboek zendt de ZBGA de volgende documenten over aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten :
1° de stukken vermeld in artikel 361-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° het verslag over de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 361-2/1 van het Burgerlijk Wetboek;
3° de schriftelijke toestemming van de kandidaat-adoptanten om voor het kind te zorgen met het oog op adoptie;
4° de schriftelijk goedgekeurde beslissing van de ZBGA om het voorgestelde kind aan de kandidaat-adoptanten toe te vertrouwen.
Met toepassing van artikel 361-3 van het Burgerlijk Wetboek zendt de ZBGA de volgende documenten over aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten :
1° de stukken vermeld in artikel 361-2 van het Burgerlijk Wetboek;
2° het verslag over de kandidaat-adoptanten vermeld in artikel 361-2/1 van het Burgerlijk Wetboek;
3° de schriftelijke toestemming van de kandidaat-adoptanten om voor het kind te zorgen met het oog op adoptie;
4° de schriftelijk goedgekeurde beslissing van de ZBGA om het voorgestelde kind aan de kandidaat-adoptanten toe te vertrouwen.
Art.51. Transmission de documents
En application de l'article 361-3 du Code civil, l'ACCA assure la transmission des documents suivants aux autorités étrangères compétentes :
1° les documents mentionnés à l'article 361-2 du Code civil;
2° le rapport relatif aux candidats adoptants, mentionné à l'article 361-2/1 du Code civil;
3° le consentement écrit des candidats adoptants à la prise en charge de l'enfant en vue de son adoption;
4° la décision écrite approuvée de l'ACCA de confier aux candidats adoptants l'enfant proposé.
En application de l'article 361-3 du Code civil, l'ACCA assure la transmission des documents suivants aux autorités étrangères compétentes :
1° les documents mentionnés à l'article 361-2 du Code civil;
2° le rapport relatif aux candidats adoptants, mentionné à l'article 361-2/1 du Code civil;
3° le consentement écrit des candidats adoptants à la prise en charge de l'enfant en vue de son adoption;
4° la décision écrite approuvée de l'ACCA de confier aux candidats adoptants l'enfant proposé.
Art.52. Vertalingen
Als vertalingen noodzakelijk zijn, worden de daardoor ontstane kosten door de kandidaat-adoptanten gedragen.
Als vertalingen noodzakelijk zijn, worden de daardoor ontstane kosten door de kandidaat-adoptanten gedragen.
Art.52. Traductions
Si des traductions s'avèrent nécessaires, les frais y afférents seront supportés par les candidats adoptants.
Si des traductions s'avèrent nécessaires, les frais y afférents seront supportés par les candidats adoptants.
Afdeling 5. - [...]
Section 5. - Régularisation d'adoptions
Art.53. Procedure
De kandidaat-adoptanten bedoeld in artikel 365-6, § 2, van het Burgerlijk Wetboek waarvoor de federale centrale autoriteit een met redenen omkleed advies inwint bij de ZBGA, vullen de in artikel 27, § 2, vermelde vragenlijst in en betalen aan de ZBGA de door de Regering vastgelegde bijdrage in de kosten. Nadat de ZBGA de bijdrage in de kosten heeft ontvangen, stelt ze het met redenen omkleed advies vermeld in artikel 365-6, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek op.
De kandidaat-adoptanten bedoeld in artikel 365-6, § 2, van het Burgerlijk Wetboek waarvoor de federale centrale autoriteit een met redenen omkleed advies inwint bij de ZBGA, vullen de in artikel 27, § 2, vermelde vragenlijst in en betalen aan de ZBGA de door de Regering vastgelegde bijdrage in de kosten. Nadat de ZBGA de bijdrage in de kosten heeft ontvangen, stelt ze het met redenen omkleed advies vermeld in artikel 365-6, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek op.
Art.53. Procédure
Les candidats adoptants mentionnés à l'article 365-6, § 2, du Code civil pour lesquels l'autorité centrale fédérale demande un avis motivé à l'ACCA remplissent le formulaire mentionné à l'article 27, § 2, et payent à l'ACCA la participation aux frais fixée par le Gouvernement. Après réception de la participation aux frais, l'ACCA établit l'avis motivé mentionné à l'article 365-6, § 2, alinéa 2, du Code civil.
Les candidats adoptants mentionnés à l'article 365-6, § 2, du Code civil pour lesquels l'autorité centrale fédérale demande un avis motivé à l'ACCA remplissent le formulaire mentionné à l'article 27, § 2, et payent à l'ACCA la participation aux frais fixée par le Gouvernement. Après réception de la participation aux frais, l'ACCA établit l'avis motivé mentionné à l'article 365-6, § 2, alinéa 2, du Code civil.
Afdeling 6. - Interlandelijke adoptie van kinderen die hun gewone verblijfplaats in België hebben
Section 6.-. Adoption internationale d'enfants ayant leur résidence habituelle en Belgique
Art.54. Procedure
§ 1 - Overeenkomstig artikel 362-1 van het Burgerlijk Wetboek ontvangt de ZBGA van de federale centrale autoriteit een verslag over één of meer in het buitenland wonende personen die een kind willen adopteren dat zijn gewone verblijfplaats in België heeft.
Als een kind in aanmerking komt voor adoptie, bezorgt de ZBGA de gegevens over het kind overeenkomstig artikel 1231-34 van het Gerechtelijk Wetboek aan de federale centrale autoriteit.
§ 2 - In opdracht van de familierechtbank voert de ZBGA het in artikel 40 vermelde maatschappelijk onderzoek naar de adopteerbaarheid van het kind uit.
§ 3 - Als de ZBGA van de federale centrale autoriteit het vonnis over de adopteerbaarheid van het kind ontvangt, zendt ze de volgende documenten aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten:
1° de met redenen omklede beslissing om de adoptieprocedure voort te zetten;
2° het vonnis over de adopteerbaarheid;
3° het verslag over het kind vermeld in artikel 362-3, 4°, van het Burgerlijk Wetboek.
§ 1 - Overeenkomstig artikel 362-1 van het Burgerlijk Wetboek ontvangt de ZBGA van de federale centrale autoriteit een verslag over één of meer in het buitenland wonende personen die een kind willen adopteren dat zijn gewone verblijfplaats in België heeft.
Als een kind in aanmerking komt voor adoptie, bezorgt de ZBGA de gegevens over het kind overeenkomstig artikel 1231-34 van het Gerechtelijk Wetboek aan de federale centrale autoriteit.
§ 2 - In opdracht van de familierechtbank voert de ZBGA het in artikel 40 vermelde maatschappelijk onderzoek naar de adopteerbaarheid van het kind uit.
§ 3 - Als de ZBGA van de federale centrale autoriteit het vonnis over de adopteerbaarheid van het kind ontvangt, zendt ze de volgende documenten aan de bevoegde buitenlandse autoriteiten:
1° de met redenen omklede beslissing om de adoptieprocedure voort te zetten;
2° het vonnis over de adopteerbaarheid;
3° het verslag over het kind vermeld in artikel 362-3, 4°, van het Burgerlijk Wetboek.
Art.54. Procédure
§ 1er - Conformément à l'article 362-1 du Code civil, l'ACCA reçoit de l'autorité centrale fédérale un rapport sur une ou plusieurs personnes résidant à l'étranger qui souhaitent adopter un enfant ayant sa résidence habituelle en Belgique.
Si un enfant entre en compte pour une adoption, l'ACCA transmet à l'autorité centrale fédérale les données relatives à l'enfant, conformément à l'article 1231-34 du Code judiciaire.
§ 2 - Sur ordre du tribunal de la famille, l'ACCA mène l'enquête sociale mentionnée à l'article 40 et relative à l'adoptabilité de l'enfant.
§ 3 - Lorsque l'ACCA reçoit de l'autorité centrale fédérale le jugement d'adoptabilité de l'enfant, elle garantit la transmission des documents suivants aux autorités étrangères compétentes :
1° la décision motivée de poursuivre la procédure d'adoption;
2° le jugement d'adoptabilité;
3° le rapport sur l'enfant, mentionné à l'article 362-3, 4°, du Code civil.
§ 1er - Conformément à l'article 362-1 du Code civil, l'ACCA reçoit de l'autorité centrale fédérale un rapport sur une ou plusieurs personnes résidant à l'étranger qui souhaitent adopter un enfant ayant sa résidence habituelle en Belgique.
Si un enfant entre en compte pour une adoption, l'ACCA transmet à l'autorité centrale fédérale les données relatives à l'enfant, conformément à l'article 1231-34 du Code judiciaire.
§ 2 - Sur ordre du tribunal de la famille, l'ACCA mène l'enquête sociale mentionnée à l'article 40 et relative à l'adoptabilité de l'enfant.
§ 3 - Lorsque l'ACCA reçoit de l'autorité centrale fédérale le jugement d'adoptabilité de l'enfant, elle garantit la transmission des documents suivants aux autorités étrangères compétentes :
1° la décision motivée de poursuivre la procédure d'adoption;
2° le jugement d'adoptabilité;
3° le rapport sur l'enfant, mentionné à l'article 362-3, 4°, du Code civil.
Afdeling 7. - Adoptiebegeleiding en nazorg
Section 7. - Encadrement et suivi de l'adoption
Art.55. Adoptiebegeleiding
De ZBGA :
1° biedt op verzoek van de adoptanten, de geadopteerden en de biologische ouders begeleiding en ondersteuning aan;
2° biedt de adoptanten en de geadopteerden regelmatig bijeenkomsten rond adoptie aan;
3° staat ter beschikking van de geadopteerden bij vragen over hun identiteit of herkomst.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in het eerste lid.]1
[1 Onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden kan de ZBGA de begeleiding en ondersteuning vermeld in het eerste lid, 1°, aan externe diensten en personen overdragen.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering van de begeleiding en ondersteuning vermeld in het derde lid, met inbegrip van een eventuele kostenovername door de ZBGA.]1
De ZBGA :
1° biedt op verzoek van de adoptanten, de geadopteerden en de biologische ouders begeleiding en ondersteuning aan;
2° biedt de adoptanten en de geadopteerden regelmatig bijeenkomsten rond adoptie aan;
3° staat ter beschikking van de geadopteerden bij vragen over hun identiteit of herkomst.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de taken vermeld in het eerste lid.]1
[1 Onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden kan de ZBGA de begeleiding en ondersteuning vermeld in het eerste lid, 1°, aan externe diensten en personen overdragen.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering van de begeleiding en ondersteuning vermeld in het derde lid, met inbegrip van een eventuele kostenovername door de ZBGA.]1
Art.55. Encadrement de l'adoption
L'ACCA :
1° offre un encadrement et un soutien aux adoptants, aux adoptés et aux parents biologiques qui en font la demande;
2° propose régulièrement aux adoptants et aux adoptés des événements organisés autour de la question de l'adoption;
3° reste à la disposition des adoptés en ce qui concerne les questions relatives à leur identité ou leur origine.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées à l'alinéa 1er.]1
[1 Aux conditions fixées par le Gouvernement, l'ACCA peut confier à des personnes et services externes l'encadrement et le soutien mentionnés à l'alinéa 1er, 1°.]1
Le Gouvernement fixe [1 les modalités de financement de l'encadrement et du soutien mentionnés à l'alinéa 3, y compris une éventuelle prise en charge des frais par l'ACCA]1.
L'ACCA :
1° offre un encadrement et un soutien aux adoptants, aux adoptés et aux parents biologiques qui en font la demande;
2° propose régulièrement aux adoptants et aux adoptés des événements organisés autour de la question de l'adoption;
3° reste à la disposition des adoptés en ce qui concerne les questions relatives à leur identité ou leur origine.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie des missions mentionnées à l'alinéa 1er.]1
[1 Aux conditions fixées par le Gouvernement, l'ACCA peut confier à des personnes et services externes l'encadrement et le soutien mentionnés à l'alinéa 1er, 1°.]1
Le Gouvernement fixe [1 les modalités de financement de l'encadrement et du soutien mentionnés à l'alinéa 3, y compris une éventuelle prise en charge des frais par l'ACCA]1.
Wijzigingen
Art.56. - Nazorg
De ZBGA biedt nazorg aan het kind en aan de adoptanten. Die nazorg omvat minstens :
1° een eerste contact binnen 15 dagen na de aankomst van het kind in het gezin;
2° een eerste bezoek thuis bij de adoptanten binnen drie maanden na de aankomst van het kind in het gezin;
3° een tweede bezoek thuis in het jaar van aankomst van het kind, een jaarlijkse ontmoeting tot de adoptie definitief afgesloten is en een ontmoeting in het jaar waarin de adoptie wordt afgesloten;
4° de nazorg die vereist wordt door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de nazorg vermeld in het eerste lid.]1
[1 Als de nazorg van het geadopteerde kind en van de adoptant begeleiding en ondersteuning door externe diensten en personen vereist, kan de ZBGA die diensten en personen, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden, met de begeleiding en ondersteuning belasten.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering van de nazorg vermeld in het eerste lid en van de externe begeleiding en ondersteuning vermeld in het derde lid, met inbegrip van een eventuele kostenovername door de ZBGA.]1
De ZBGA biedt nazorg aan het kind en aan de adoptanten. Die nazorg omvat minstens :
1° een eerste contact binnen 15 dagen na de aankomst van het kind in het gezin;
2° een eerste bezoek thuis bij de adoptanten binnen drie maanden na de aankomst van het kind in het gezin;
3° een tweede bezoek thuis in het jaar van aankomst van het kind, een jaarlijkse ontmoeting tot de adoptie definitief afgesloten is en een ontmoeting in het jaar waarin de adoptie wordt afgesloten;
4° de nazorg die vereist wordt door de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst.
[1 De ZBGA kan een erkende adoptiedienst belasten met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de nazorg vermeld in het eerste lid.]1
[1 Als de nazorg van het geadopteerde kind en van de adoptant begeleiding en ondersteuning door externe diensten en personen vereist, kan de ZBGA die diensten en personen, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden, met de begeleiding en ondersteuning belasten.]1
[1 De Regering bepaalt de nadere regels voor de financiering van de nazorg vermeld in het eerste lid en van de externe begeleiding en ondersteuning vermeld in het derde lid, met inbegrip van een eventuele kostenovername door de ZBGA.]1
Art. 56.. Suivi
L'ACCA assure le suivi de l'enfant et des adoptants. Celui-ci comprend au moins :
1° un premier contact dans les quinze jours suivant l'arrivée de l'enfant dans sa famille;
2° une première visite au domicile des adoptants dans les trois mois suivant l'arrivée de l'enfant au sein de la famille;
3° une seconde visite au cours de l'année d'arrivée de l'enfant, une réunion annuelle jusqu'à la finalisation de l'adoption et une réunion au cours de l'année où l'adoption est finalisée;
4° le suivi exigé par les autorités compétentes de l'Etat d'origine.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie du suivi mentionné à l'alinéa 1er.]1
[1 Si le suivi de l'enfant adopté et des adoptants nécessite un encadrement et un soutien par des personnes et services externes, l'ACCA peut les leur confier aux conditions fixées par le Gouvernement. ]1
Le Gouvernement fixe [1 les modalités de financement du suivi mentionné à l'alinéa 1er ainsi que l'encadrement et le soutien externes mentionnés à l'alinéa 3, y compris une éventuelle prise en charge des frais par l'ACCA]1.
L'ACCA assure le suivi de l'enfant et des adoptants. Celui-ci comprend au moins :
1° un premier contact dans les quinze jours suivant l'arrivée de l'enfant dans sa famille;
2° une première visite au domicile des adoptants dans les trois mois suivant l'arrivée de l'enfant au sein de la famille;
3° une seconde visite au cours de l'année d'arrivée de l'enfant, une réunion annuelle jusqu'à la finalisation de l'adoption et une réunion au cours de l'année où l'adoption est finalisée;
4° le suivi exigé par les autorités compétentes de l'Etat d'origine.
[1 L'ACCA peut confier à un service d'adoption agréé tout ou partie du suivi mentionné à l'alinéa 1er.]1
[1 Si le suivi de l'enfant adopté et des adoptants nécessite un encadrement et un soutien par des personnes et services externes, l'ACCA peut les leur confier aux conditions fixées par le Gouvernement. ]1
Le Gouvernement fixe [1 les modalités de financement du suivi mentionné à l'alinéa 1er ainsi que l'encadrement et le soutien externes mentionnés à l'alinéa 3, y compris une éventuelle prise en charge des frais par l'ACCA]1.
Wijzigingen
Afdeling 8. [1 Invordering van niet-fiscale schuldvorderingen]1
Section 8. [1 Recouvrement de créances non fiscales]1
Art 56.1.. [1 Beroep op de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de inning en invordering van niet-fiscale schuldvorderingen
De bedragen die met toepassing van dit decreet verschuldigd zijn aan de ZBGA, kunnen bij uitblijvende betaling ingevorderd worden overeenkomstig artikel 51.1 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.]1
De bedragen die met toepassing van dit decreet verschuldigd zijn aan de ZBGA, kunnen bij uitblijvende betaling ingevorderd worden overeenkomstig artikel 51.1 van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap.]1
Art.56.1. [1 Recours à l'administration du Service public fédéral Finances en charge de la perception et du recouvrement de créances non fiscales
Les montants dus à l'ACCA en application du présent décret peuvent être recouvrés, en cas de non-paiement, conformément à l'article 51.1 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone.]1
Les montants dus à l'ACCA en application du présent décret peuvent être recouvrés, en cas de non-paiement, conformément à l'article 51.1 du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone.]1
HOOFDSTUK 6. - Samenwerking, vertrouwelijkheid en bescherming van persoonsgegevens
CHAPITRE 6. - Coopération, confidentialité et protection des données
Art.57. Samenwerking
Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk zijn de ZBGA, de adoptiediensten en alle natuurlijke personen of rechtspersonen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, verplicht tot samenwerking.
De ZBGA en de adoptiediensten die met de adoptie van een kind worden belast, stellen elkaar in kennis van de maatregelen die reeds zijn genomen in het kader van de taken die hun bij dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd.
De samenwerking geschiedt met inachtneming van de bevoegdheidsverdeling en taakverdeling.
Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk zijn de ZBGA, de adoptiediensten en alle natuurlijke personen of rechtspersonen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, verplicht tot samenwerking.
De ZBGA en de adoptiediensten die met de adoptie van een kind worden belast, stellen elkaar in kennis van de maatregelen die reeds zijn genomen in het kader van de taken die hun bij dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd.
De samenwerking geschiedt met inachtneming van de bevoegdheidsverdeling en taakverdeling.
Art.57. Coopération
Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent chapitre, l'ACCA, les services d'adoption, ainsi que toute personne physique ou morale partie prenante à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution, sont tenus de coopérer.
Dans le cadre des missions leur imposées par le présent décret et ses arrêtés d'exécution, l'ACCA et les services d'adoption chargés de l'adoption d'un enfant s'informent mutuellement des mesures déjà entreprises.
La coopération exige le respect de la répartition des compétences et missions de chacun.
Sans préjudice des dispositions figurant dans le présent chapitre, l'ACCA, les services d'adoption, ainsi que toute personne physique ou morale partie prenante à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution, sont tenus de coopérer.
Dans le cadre des missions leur imposées par le présent décret et ses arrêtés d'exécution, l'ACCA et les services d'adoption chargés de l'adoption d'un enfant s'informent mutuellement des mesures déjà entreprises.
La coopération exige le respect de la répartition des compétences et missions de chacun.
Art.58. Vertrouwelijkheid
Onverminderd andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten de ZBGA, de adoptiediensten en alle natuurlijke personen of rechtspersonen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.
Onverminderd andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten de ZBGA, de adoptiediensten en alle natuurlijke personen of rechtspersonen die bij de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.
Art.58. Confidentialité
Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, l'ACCA, les services d'adoption, ainsi que toute personne physique ou morale partie prenante à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution doivent traiter confidentiellement les données qui leur sont confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, l'ACCA, les services d'adoption, ainsi que toute personne physique ou morale partie prenante à l'exécution du présent décret et de ses dispositions d'exécution doivent traiter confidentiellement les données qui leur sont confiées dans le cadre de l'exercice de leur mission.
Art.59. Verwerking van persoonsgegevens
§ 1 - Het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en de adoptiediensten verwerken persoonsgegevens uitsluitend met het oog op de uitvoering van de opdrachten die in dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan zijn bepaald.
In dat verband wijzen het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en de adoptiediensten hun medewerkers en externe adviseurs op hun plichten inzake informatieveiligheid en bescherming van persoonsgegevens.
§ 2 - In het kader van de uitvoering van artikel 24, §§ 2 en 3, artikel 25, § 1, artikel 27, § 2, artikel 28, tweede lid, artikel 34, tweede lid, artikel 35, eerste lid, artikel 36, § 1, eerste lid, artikel 37, eerste lid, artikel 38, eerste lid, en artikel 40, § 1, eerste lid, is het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Bij de uitvoering van de artikelen 44 en 45 zijn de adoptiediensten verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
In het kader van de uitvoering van artikel 24, § 4, artikel 25, § 2, en artikel 50, eerste lid, zijn het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten samen verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 26, punt 1, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en leggen ze hun verplichtingen overeenkomstig artikel 26, punt 1 en 2, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vast in een overeenkomst.
§ 3 - In de zin van artikel 4, punt 8, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verwerken de volgende natuurlijke personen of rechtspersonen in opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - persoonsgegevens:
1° de gespecialiseerde instellingen vermeld in artikel 23, § 1, tweede lid;
2° de derden vermeld in artikel 31, tweede lid, [1 ...]1;
3° de psychologen vermeld in artikel 35, tweede lid;
4° de per prestatie vergoede deskundigen vermeld in artikel 35, derde lid, artikel 36, § 1, tweede lid, artikel 37, tweede lid, en artikel 38, tweede lid;
5° de diensten vermeld in artikel 36, § 2, eerste lid, en artikel 40, § 2, eerste lid;
[1 6° de diensten en personen vermeld in artikel 55, derde lid, en artikel 56, derde lid.]1
De natuurlijke personen of rechtspersonen vermeld in het eerste lid verwerken uitsluitend in opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - persoonsgegevens in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan.
§ 1 - Het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en de adoptiediensten verwerken persoonsgegevens uitsluitend met het oog op de uitvoering van de opdrachten die in dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan zijn bepaald.
In dat verband wijzen het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en de adoptiediensten hun medewerkers en externe adviseurs op hun plichten inzake informatieveiligheid en bescherming van persoonsgegevens.
§ 2 - In het kader van de uitvoering van artikel 24, §§ 2 en 3, artikel 25, § 1, artikel 27, § 2, artikel 28, tweede lid, artikel 34, tweede lid, artikel 35, eerste lid, artikel 36, § 1, eerste lid, artikel 37, eerste lid, artikel 38, eerste lid, en artikel 40, § 1, eerste lid, is het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Bij de uitvoering van de artikelen 44 en 45 zijn de adoptiediensten verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
In het kader van de uitvoering van artikel 24, § 4, artikel 25, § 2, en artikel 50, eerste lid, zijn het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten samen verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens in de zin van artikel 26, punt 1, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en leggen ze hun verplichtingen overeenkomstig artikel 26, punt 1 en 2, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vast in een overeenkomst.
§ 3 - In de zin van artikel 4, punt 8, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verwerken de volgende natuurlijke personen of rechtspersonen in opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - persoonsgegevens:
1° de gespecialiseerde instellingen vermeld in artikel 23, § 1, tweede lid;
2° de derden vermeld in artikel 31, tweede lid, [1 ...]1;
3° de psychologen vermeld in artikel 35, tweede lid;
4° de per prestatie vergoede deskundigen vermeld in artikel 35, derde lid, artikel 36, § 1, tweede lid, artikel 37, tweede lid, en artikel 38, tweede lid;
5° de diensten vermeld in artikel 36, § 2, eerste lid, en artikel 40, § 2, eerste lid;
[1 6° de diensten en personen vermeld in artikel 55, derde lid, en artikel 56, derde lid.]1
De natuurlijke personen of rechtspersonen vermeld in het eerste lid verwerken uitsluitend in opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - persoonsgegevens in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan.
Art.59. Traitement des données à caractère personnel
§ 1er - La collecte et le traitement des données à caractère personnel s'opèrent dans le respect du règlement général sur la protection des données.
Le Ministère de la Communauté germanophone et les services d'adoption traitent les données à caractère personnel uniquement aux fins d'exécution des missions prévues dans le présent décret et des dispositions d'exécution.
Par conséquent, le Ministère de la Communauté germanophone et les services d'adoption attirent l'attention de leurs collaborateurs et conseillers externes sur leurs obligations en matière de sécurité des informations et de protection des données.
§ 2 - Dans le cadre de l'exécution des articles 24, § § 2 et 3, 25, § 1er, 27, § 2, 28, alinéa 2, 34, alinéa 2, 35, alinéa 1er, 36, § 1er, alinéa 1er, 37, alinéa 1er, 38, alinéa 1er, et 40, § 1er, alinéa 1er, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, est responsable du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7., du règlement général sur la protection des données.
Pour l'exécution des articles 44 et 45, les services d'adoption sont responsables du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7., du règlement général sur la protection des données.
Dans le cadre de l'exécution des articles 24, § 4, 25, § 2, et 50, alinéa 1er, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption sont responsables conjoints pour le traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 26, 1., du règlement général sur la protection des données et fixent leurs obligations dans un accord, conformément aux 1° et 2° du même article du règlement précité.
§ 3 - Au sens de l'article 4, 8., du règlement général sur la protection des données traitent des données à caractère personnel pour le compte du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, les personnes physiques ou morales suivantes :
1° les institutions spécialisées mentionnées à l'article 23, § 1er, alinéa 2;
2° les tiers mentionnés [1 à l'article 31, alinéa 2]1;
3° les psychologues mentionnés à l'article 35, alinéa 2;
4° les personnes percevant des honoraires mentionnées aux articles 35, alinéa 3, 36, § 1er, alinéa 2, 37, alinéa 2, et 38, alinéa 2;
5° les services mentionnés aux articles 36, § 2, alinéa 1er, et 40, § 2, alinéa 1er;
[1 6° les personnes et services mentionnés aux articles 55, alinéa 3, et 56, alinéa 3.]1
Les personnes physiques ou morales mentionnées au premier alinéa traitent les données à caractère personnel dans le cadre de ce décret et de ses dispositions d'exécution exclusivement pour le compte du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée.
§ 1er - La collecte et le traitement des données à caractère personnel s'opèrent dans le respect du règlement général sur la protection des données.
Le Ministère de la Communauté germanophone et les services d'adoption traitent les données à caractère personnel uniquement aux fins d'exécution des missions prévues dans le présent décret et des dispositions d'exécution.
Par conséquent, le Ministère de la Communauté germanophone et les services d'adoption attirent l'attention de leurs collaborateurs et conseillers externes sur leurs obligations en matière de sécurité des informations et de protection des données.
§ 2 - Dans le cadre de l'exécution des articles 24, § § 2 et 3, 25, § 1er, 27, § 2, 28, alinéa 2, 34, alinéa 2, 35, alinéa 1er, 36, § 1er, alinéa 1er, 37, alinéa 1er, 38, alinéa 1er, et 40, § 1er, alinéa 1er, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, est responsable du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7., du règlement général sur la protection des données.
Pour l'exécution des articles 44 et 45, les services d'adoption sont responsables du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7., du règlement général sur la protection des données.
Dans le cadre de l'exécution des articles 24, § 4, 25, § 2, et 50, alinéa 1er, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption sont responsables conjoints pour le traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 26, 1., du règlement général sur la protection des données et fixent leurs obligations dans un accord, conformément aux 1° et 2° du même article du règlement précité.
§ 3 - Au sens de l'article 4, 8., du règlement général sur la protection des données traitent des données à caractère personnel pour le compte du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, les personnes physiques ou morales suivantes :
1° les institutions spécialisées mentionnées à l'article 23, § 1er, alinéa 2;
2° les tiers mentionnés [1 à l'article 31, alinéa 2]1;
3° les psychologues mentionnés à l'article 35, alinéa 2;
4° les personnes percevant des honoraires mentionnées aux articles 35, alinéa 3, 36, § 1er, alinéa 2, 37, alinéa 2, et 38, alinéa 2;
5° les services mentionnés aux articles 36, § 2, alinéa 1er, et 40, § 2, alinéa 1er;
[1 6° les personnes et services mentionnés aux articles 55, alinéa 3, et 56, alinéa 3.]1
Les personnes physiques ou morales mentionnées au premier alinéa traitent les données à caractère personnel dans le cadre de ce décret et de ses dispositions d'exécution exclusivement pour le compte du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée.
Wijzigingen
Art.60. Gegevenscategorieën
Het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten kunnen, binnen hun verantwoordelijkheid vermeld in artikel 59, alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën die betrekking hebben op de kandidaat-adoptanten, de adoptiegezinnen, de geadopteerden en de biologische ouders verwerken:
1° identiteitsgegevens en contactgegevens;
2° gegevens inzake einddiploma en opleiding;
3° gegevens over de talenkennis;
4° gegevens over de gezinssituatie;
5° gegevens over de sociale en financiële situatie;
6° gegevens over de vrijetijdsbesteding;
7° gegevens over de bekwaamheden en interesses;
8° medische en psychologische gegevens;
9° gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
10° justitiële gegevens als bedoeld in artikel 10 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
11° gegevens inzake levensbeschouwelijke of religieuze overtuiging.
In opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - kunnen de natuurlijke personen of rechtspersonen vermeld in artikel 59, § 3, eerste lid, alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens vermeld in het eerste lid verwerken.
De Regering preciseert de gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid na een voorafgaand advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten kunnen, binnen hun verantwoordelijkheid vermeld in artikel 59, alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën die betrekking hebben op de kandidaat-adoptanten, de adoptiegezinnen, de geadopteerden en de biologische ouders verwerken:
1° identiteitsgegevens en contactgegevens;
2° gegevens inzake einddiploma en opleiding;
3° gegevens over de talenkennis;
4° gegevens over de gezinssituatie;
5° gegevens over de sociale en financiële situatie;
6° gegevens over de vrijetijdsbesteding;
7° gegevens over de bekwaamheden en interesses;
8° medische en psychologische gegevens;
9° gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
10° justitiële gegevens als bedoeld in artikel 10 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
11° gegevens inzake levensbeschouwelijke of religieuze overtuiging.
In opdracht van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - kunnen de natuurlijke personen of rechtspersonen vermeld in artikel 59, § 3, eerste lid, alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens vermeld in het eerste lid verwerken.
De Regering preciseert de gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid na een voorafgaand advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Art.60. Catégories de données
Dans le cadre de leur responsabilité mentionnée à l'article 59, § 2, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption peuvent traiter toutes les données à caractère personnel relatives aux candidats adoptants, aux familles adoptantes, aux adoptés et aux parents biologiques, qui sont appropriées, utiles et proportionnées et qui relèvent des catégories suivantes :
1° les données de contact et relatives à l'identité;
2° les données relatives au niveau d'études ou à la formation;
3° les données relatives aux connaissances linguistiques;
4° les données relatives à la situation familiale;
5° les données relatives à la situation sociale et financière;
6° les données relatives aux loisirs;
7° les données relatives aux capacités et centres d'intérêt;
8° les données médicales et psychologiques;
9° les données particulièrement dignes d'être protégées, mentionnées à l'article 9 du règlement général sur la protection des données;
10° les données judiciaires, mentionnées à l'article 10 du règlement général sur la protection des données;
11° les données relatives aux convictions philosophiques ou religieuses.
Sur ordre du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, les personnes physiques ou morales mentionnées à l'article 59, § 3, alinéa 1er, peuvent traiter toutes les données mentionnées à l'alinéa 1er, qui sont appropriées, utiles et proportionnées.
Sur avis préalable de l'autorité de protection des données, le Gouvernement précise les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er.
Dans le cadre de leur responsabilité mentionnée à l'article 59, § 2, le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption peuvent traiter toutes les données à caractère personnel relatives aux candidats adoptants, aux familles adoptantes, aux adoptés et aux parents biologiques, qui sont appropriées, utiles et proportionnées et qui relèvent des catégories suivantes :
1° les données de contact et relatives à l'identité;
2° les données relatives au niveau d'études ou à la formation;
3° les données relatives aux connaissances linguistiques;
4° les données relatives à la situation familiale;
5° les données relatives à la situation sociale et financière;
6° les données relatives aux loisirs;
7° les données relatives aux capacités et centres d'intérêt;
8° les données médicales et psychologiques;
9° les données particulièrement dignes d'être protégées, mentionnées à l'article 9 du règlement général sur la protection des données;
10° les données judiciaires, mentionnées à l'article 10 du règlement général sur la protection des données;
11° les données relatives aux convictions philosophiques ou religieuses.
Sur ordre du Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, les personnes physiques ou morales mentionnées à l'article 59, § 3, alinéa 1er, peuvent traiter toutes les données mentionnées à l'alinéa 1er, qui sont appropriées, utiles et proportionnées.
Sur avis préalable de l'autorité de protection des données, le Gouvernement précise les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er.
Art.61. Duur van de gegevensverwerking
§ 1 - Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaringstermijn voorzien, worden de gegevens gedurende tien jaar - te rekenen vanaf de datum waarop ze zijn verzameld - verwerkt en bewaard.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.
§ 2 - In afwijking van § 1 bewaren het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten de gegevens over de herkomst van de geadopteerde - in het bijzonder de gegevens over de identiteit van de ouders en de gegevens over de medische voorgeschiedenis van de geadopteerde en zijn familie die noodzakelijk zijn voor de monitoring van zijn gezondheidstoestand - gedurende honderd jaar, te rekenen vanaf de geboorte van de geadopteerde.
§ 1 - Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaringstermijn voorzien, worden de gegevens gedurende tien jaar - te rekenen vanaf de datum waarop ze zijn verzameld - verwerkt en bewaard.
Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.
§ 2 - In afwijking van § 1 bewaren het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap - waar de ZBGA gevestigd is - en de adoptiediensten de gegevens over de herkomst van de geadopteerde - in het bijzonder de gegevens over de identiteit van de ouders en de gegevens over de medische voorgeschiedenis van de geadopteerde en zijn familie die noodzakelijk zijn voor de monitoring van zijn gezondheidstoestand - gedurende honderd jaar, te rekenen vanaf de geboorte van de geadopteerde.
Art.61. Durée du traitement des données
§ 1er - Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires prévoyant éventuellement un délai de conservation plus long, les données sont traitées et conservées pendant dix ans à dater de leur collecte.
Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, les informations relatives à l'origine de l'adopté, notamment les données concernant l'identité de ses parents biologiques et le passé médical de l'adopté et de sa famille, nécessaires à la surveillance de son état de santé, sont conservées pendant cent ans à compter de sa naissance par le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption.
§ 1er - Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires prévoyant éventuellement un délai de conservation plus long, les données sont traitées et conservées pendant dix ans à dater de leur collecte.
Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.
§ 2 - Par dérogation au § 1er, les informations relatives à l'origine de l'adopté, notamment les données concernant l'identité de ses parents biologiques et le passé médical de l'adopté et de sa famille, nécessaires à la surveillance de son état de santé, sont conservées pendant cent ans à compter de sa naissance par le Ministère de la Communauté germanophone, auquel l'ACCA est attachée, et les services d'adoption.
HOOFDSTUK 7. - Recht op toegang tot informatie over de herkomst
CHAPITRE 7. - Droit d'accès aux informations relatives à l'origine
Art.62. Recht van toegang
Binnen de perken van de wettelijke vereisten en met toepassing van artikel 368-6 en artikel 368-7 van het Burgerlijk Wetboek waarborgen de ZBGA en de erkende adoptiediensten de toegang van de geadopteerde of van diens wettelijke vertegenwoordiger of - als de geadopteerde overleden is - van diens nakomelingen tot de dossiers die in hun bezit zijn.
Als de geadopteerde jonger is dan 18 jaar, waarborgen de ZBGA en de erkende adoptiediensten een professionele begeleiding van de geadopteerde.
Als de geadopteerde ouder is dan 18 jaar, bieden de ZBGA en de erkende adoptiediensten hem een professionele begeleiding aan.
De overeenkomstig het eerste lid meegedeelde inlichtingen hebben betrekking op de geadopteerde.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de raadpleging van de dossiers vermeld in het eerste lid.
Binnen de perken van de wettelijke vereisten en met toepassing van artikel 368-6 en artikel 368-7 van het Burgerlijk Wetboek waarborgen de ZBGA en de erkende adoptiediensten de toegang van de geadopteerde of van diens wettelijke vertegenwoordiger of - als de geadopteerde overleden is - van diens nakomelingen tot de dossiers die in hun bezit zijn.
Als de geadopteerde jonger is dan 18 jaar, waarborgen de ZBGA en de erkende adoptiediensten een professionele begeleiding van de geadopteerde.
Als de geadopteerde ouder is dan 18 jaar, bieden de ZBGA en de erkende adoptiediensten hem een professionele begeleiding aan.
De overeenkomstig het eerste lid meegedeelde inlichtingen hebben betrekking op de geadopteerde.
De Regering bepaalt de nadere regels voor de raadpleging van de dossiers vermeld in het eerste lid.
Art.62. Droit d'accès
Dans le cadre des contraintes légales et en application des articles 368-6 et 368-7 du Code civil, l'ACCA et les services d'adoption agréés assurent l'accès aux dossiers en leur possession à l'adopté ou son représentant ou à ses descendants s'il est décédé.
Si l'adopté n'a pas dix-huit ans, l'ACCA et les services d'adoption agréés lui assurent un accompagnement professionnel.
Si l'adopté a plus de dix-huit ans, l'ACCA et les services d'adoption agréés lui proposent un accompagnement professionnel.
Les informations communiquées conformément à l'alinéa 1er concernent l'adopté.
Le Gouvernement fixe les modalités de consultation des dossiers mentionnés au premier alinéa.
Dans le cadre des contraintes légales et en application des articles 368-6 et 368-7 du Code civil, l'ACCA et les services d'adoption agréés assurent l'accès aux dossiers en leur possession à l'adopté ou son représentant ou à ses descendants s'il est décédé.
Si l'adopté n'a pas dix-huit ans, l'ACCA et les services d'adoption agréés lui assurent un accompagnement professionnel.
Si l'adopté a plus de dix-huit ans, l'ACCA et les services d'adoption agréés lui proposent un accompagnement professionnel.
Les informations communiquées conformément à l'alinéa 1er concernent l'adopté.
Le Gouvernement fixe les modalités de consultation des dossiers mentionnés au premier alinéa.
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art.63. Wijzigingsbepaling
In artikel 6bis van het decreet van 9 mei 1988 betreffende het Fonds voor bijzondere hulp aan kinderen en jongeren worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, tweede lid, 4°, wordt vervangen als volgt:
"4° de ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33, § 1, artikel 35, vierde lid, artikel 49, § 2, eerste lid, artikel 50, tweede lid, artikel 53, artikel 55, vierde lid, en artikel 56, vierde lid, van het decreet van 27 april 2020 betreffende de adoptie van kinderen."
2° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt :
"2° de overname van kosten die ontstaan in het kader van artikel 5, tweede lid, van het decreet van 27 april 2020 betreffende de adoptie van kinderen;"
3° § 3, 2°, wordt vervangen als volgt :
"3° de overname van bijzondere uitgaven en uitgaven voor cultuur, sport en schoolse activiteiten die goedgekeurd werden met toepassing van de artikelen 44, 46 en 48 van het besluit van de Regering van 14 mei 2009 inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming;"
4° in § 3, tweede lid, worden de woorden "onder § 2, 2° en 3°" vervangen door de woorden "in § 2, 2°, 3° en 4°".
In artikel 6bis van het decreet van 9 mei 1988 betreffende het Fonds voor bijzondere hulp aan kinderen en jongeren worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, tweede lid, 4°, wordt vervangen als volgt:
"4° de ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33, § 1, artikel 35, vierde lid, artikel 49, § 2, eerste lid, artikel 50, tweede lid, artikel 53, artikel 55, vierde lid, en artikel 56, vierde lid, van het decreet van 27 april 2020 betreffende de adoptie van kinderen."
2° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt :
"2° de overname van kosten die ontstaan in het kader van artikel 5, tweede lid, van het decreet van 27 april 2020 betreffende de adoptie van kinderen;"
3° § 3, 2°, wordt vervangen als volgt :
"3° de overname van bijzondere uitgaven en uitgaven voor cultuur, sport en schoolse activiteiten die goedgekeurd werden met toepassing van de artikelen 44, 46 en 48 van het besluit van de Regering van 14 mei 2009 inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming;"
4° in § 3, tweede lid, worden de woorden "onder § 2, 2° en 3°" vervangen door de woorden "in § 2, 2°, 3° en 4°".
Art.63. Disposition modificative
A l'article 6bis du décret du 9 mai 1988 relatif au Fonds pour une aide spécifique aux enfants et aux jeunes les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 2, le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° des recettes qui résultent de l'application des articles 33, § 1er, 35, alinéa 4, 49, § 2, alinéa 1er, 50, alinéa 2, 53, 55, alinéa 4 et 56, alinéa 4, du décret du 27 avril 2020 relatif à l'adoption d'enfants. ";
2° dans le § 2, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° prise en charge des frais encourus dans le cadre de l'article 5, alinéa 2, du décret du 27 avril 2020 relatif à l'adoption d'enfants; ";
3° dans le § 2, le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° prise en charge de dépenses spéciales et de dépenses pour des activités culturelles, sportives et scolaires approuvées en application des articles 44, 46 et 48 de l'arrêté du Gouvernement du 14 mai 2009 concernant l'aide à la jeunesse et à la protection de la jeunesse; ";
4° dans le § 3, alinéa 2, les mots " dans le § 2, 2° et 3° ", sont remplacés par les mots " dans le § 2, 2°, 3° et 4° ".
A l'article 6bis du décret du 9 mai 1988 relatif au Fonds pour une aide spécifique aux enfants et aux jeunes les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 1er, alinéa 2, le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° des recettes qui résultent de l'application des articles 33, § 1er, 35, alinéa 4, 49, § 2, alinéa 1er, 50, alinéa 2, 53, 55, alinéa 4 et 56, alinéa 4, du décret du 27 avril 2020 relatif à l'adoption d'enfants. ";
2° dans le § 2, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° prise en charge des frais encourus dans le cadre de l'article 5, alinéa 2, du décret du 27 avril 2020 relatif à l'adoption d'enfants; ";
3° dans le § 2, le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° prise en charge de dépenses spéciales et de dépenses pour des activités culturelles, sportives et scolaires approuvées en application des articles 44, 46 et 48 de l'arrêté du Gouvernement du 14 mai 2009 concernant l'aide à la jeunesse et à la protection de la jeunesse; ";
4° dans le § 3, alinéa 2, les mots " dans le § 2, 2° et 3° ", sont remplacés par les mots " dans le § 2, 2°, 3° et 4° ".
Art.64. Opheffingsbepaling
Het decreet van 21 december 2005 betreffende de adoptie, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2014, wordt opgeheven.
Het decreet van 21 december 2005 betreffende de adoptie, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2014, wordt opgeheven.
Art.64. Disposition abrogatoire
Le décret du 21 décembre 2005 relatif à l'adoption, modifié en dernier lieu par le décret du 24 février 2014, est abrogé.
Le décret du 21 décembre 2005 relatif à l'adoption, modifié en dernier lieu par le décret du 24 février 2014, est abrogé.
Art.65. Overgangsbepaling
Voor kandidaat-adoptanten die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet de voorbereiding op de adoptie reeds aangevat hebben, wordt de voorbereiding op adoptie voortgezet overeenkomstig de bepalingen die vóór de inwerkingtreding van dit decreet van kracht waren.
Voor kandidaat-adoptanten die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet de voorbereiding op de adoptie reeds aangevat hebben, wordt de voorbereiding op adoptie voortgezet overeenkomstig de bepalingen die vóór de inwerkingtreding van dit decreet van kracht waren.
Art.65. Disposition transitoire
Pour les candidats adoptants qui ont déjà entamé la préparation à l'adoption au moment de l'entrée en vigueur du présent décret, celle-ci doit se poursuivre conformément aux dispositions applicables avant son entrée en vigueur.
Pour les candidats adoptants qui ont déjà entamé la préparation à l'adoption au moment de l'entrée en vigueur du présent décret, celle-ci doit se poursuivre conformément aux dispositions applicables avant son entrée en vigueur.
Art. 66. Inwerkingtreding
Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 66. Entrée en vigueur
Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2020.
Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2020.