Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 MAART 2020. - Koninklijk besluit tot aanpassing van de procedures in het kader van tijdelijke werkloosheid omwille van het Covid-19-virus en tot wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 27, 51, 52bis, 58, 58/3 en 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van de artikelen 36sexies, 63bis en 124bis in hetzelfde besluit(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-04-2020 en tekstbijwerking tot 13-07-2022)
Titre
30 MARS 2020. - ArrĂȘtĂ© royal visant Ă  adapter les procĂ©dures dans le cadre du chĂŽmage temporaire dĂ» au virus Covid-19 et Ă  modifier l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 mai 2019 modifiant les articles 27, 51, 52bis, 58, 58/3 et 63 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage et insĂ©rant les articles 36sexies, 63bis et 124bis dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 02-04-2020 et mise Ă  jour au 13-07-2022)
Documentinformatie
Numac: 2020201678
Datum: 2020-03-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020201678
Date: 2020-03-30
Moniteur: Voir
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. In afwijking van de artikelen 30 tot 32 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering wordt de voltijdse werknemer die tijdelijk werkloze is aangezien zijn arbeidsprestaties tijdelijk verminderd of geschorst zijn in toepassing van de artikelen 51 of 77/4 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen zonder dat hij wachttijdvoorwaarden moet vervullen.
In afwijking van artikel 33 van hetzelfde koninklijk besluit wordt de vrijwillig deeltijdse werknemer die tijdelijk werkloze is aangezien zijn arbeidsprestaties tijdelijk verminderd of geschorst zijn in toepassing van de in het eerste lid vermelde artikelen, toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen zonder dat hij wachttijdvoorwaarden moet vervullen.
Article 1er. Par dĂ©rogation aux articles 30 Ă  32 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, le travailleur Ă  temps plein mis en chĂŽmage temporaire Ă©tant donnĂ© que ses prestations de travail sont temporairement rĂ©duites ou suspendues en application des articles 51 ou 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, est admis au bĂ©nĂ©fice des allocations de chĂŽmage sans qu'il doive satisfaire aux conditions de stage.
Par dĂ©rogation Ă  l'article 33 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le travailleur Ă  temps partiel volontaire mis en chĂŽmage temporaire Ă©tant donnĂ© que ses prestations de travail sont temporairement rĂ©duites ou suspendues en application des articles mentionnĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er, est admis au bĂ©nĂ©fice des allocations de chĂŽmage sans qu'il doive satisfaire aux conditions de stage.
Art. 2. In artikel 63, § 2, vierde lid, 3° en 4°, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "31 maart 2020" vervangen door de woorden "30 september 2020".
Art. 2. A l'article 63, § 2, alinĂ©a 4, 3° et 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les mots "31 mars 2020" sont remplacĂ©s par les mots "30 septembre 2020".
Art. 3. In afwijking van artikel 65 van hetzelfde koninklijk besluit kan de tijdelijk werkloze die een pensioen geniet, zonder beperkingen uitkeringen genieten.
Art. 3. Par dĂ©rogation Ă  l'article 65 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le chĂŽmeur temporaire qui bĂ©nĂ©ficie d'une pension peut bĂ©nĂ©ficier d'allocations sans restriction.
Art. 4. Artikel 71 van hetzelfde koninklijk besluit is niet van toepassing op de tijdelijk werkloze.
Art. 4. L'article 71 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal ne s'applique pas au chĂŽmeur temporaire.
Art. 5. In afwijking van artikel 114, § 6, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de tijdelijk werkloze vastgesteld op 70 pct. van het gemiddeld dagloon.
Het bedrag van de werkloosheidsuitkering van de werknemer die tijdelijk werkloze is aangezien zijn arbeidsprestaties tijdelijk verminderd of geschorst zijn in toepassing van artikel 26 van de voormelde wet van 3 juli 1978, wordt verhoogd met 5 euro per dag, voor zover zijn tijdelijke werkloosheid niet het gevolg is van een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht die veroorzaakt wordt door de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.
Het bedrag van 5 euro bedoeld in het vorige lid, is gekoppeld aan de spilindex geldend op 1 januari 2012.
Dit bedrag wordt verhoogd of verminderd overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. De verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6, 3°, van voornoemde wet.
Art. 5. Par dĂ©rogation Ă  l'article 114, § 6, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal le montant journalier de l'allocation de chĂŽmage du chĂŽmeur temporaire est fixĂ© Ă  70 pct. de la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne.
Le montant de l'allocation de chÎmage du travailleur mis chÎmage temporaire étant donné que ses prestations de travail sont temporairement réduites ou suspendues en application de l'article 26 de la loi précitée du 3 juillet 1978, est augmenté de 5 euros par jour, pour autant que le chÎmage temporaire ne soit pas la conséquence d'une suspension de l'exécution du contrat de travail pour force majeure qui est due à l'inaptitude au travail du travailleur.
Le montant de 5 euros visé à l'alinéa qui précÚde, est lié à l'indice-pivot en vigueur au 1er janvier 2012.
Ce montant est augmenté ou diminué conformément à l'article 4 de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants. L'augmentation ou la diminution est appliquée à partir du jour fixé à l'article 6, 3°, de la loi précitée.
Art. 6. In afwijking van artikel 115, § 4, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het minimum dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de tijdelijk werkloze bedoeld in artikel 114, § 6, van hetzelfde koninklijk besluit, ongeacht zijn gezinssituatie, vastgesteld op 38,92 euro.
Art. 6. Par dĂ©rogation Ă  l'article 115, § 4, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le montant journalier minimum de l'allocation de chĂŽmage du chĂŽmeur temporaire visĂ© Ă  l'article 114, § 6, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est fixĂ© Ă  38,92 euros, et ce quelle que soit sa situation familiale.
Art. 7. In afwijking van artikel 116, § 7, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de werknemer bedoeld in artikel 28, § 3, van hetzelfde koninklijk besluit vastgesteld op 65 pct. van het gemiddeld dagloon.
Art. 7. Par dĂ©rogation Ă  l'article 116, § 7, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le montant journalier de l'allocation de chĂŽmage du travailleur visĂ© Ă  l'article 28, § 3, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, est fixĂ© Ă  65 pct. de la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne.
Art. 8. In geval van overgang van uitbetalingsinstelling moet de tijdelijk werkloze niet voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 77 en 80 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering.
Art. 8. En cas de changement d'organisme de paiement, le chĂŽmeur temporaire ne doit pas satisfaire aux conditions des articles 77 et 80 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage.
Art. 9. In afwijking van artikel 133, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit moet het dossier, indien het een aanvraag betreft bedoeld in artikel 133, § 1, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit, geen aangifte van de persoonlijke en familiale toestand bevatten.
Art. 9. Par dĂ©rogation Ă  l'article 133, § 2, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, s'il s'agit d'une demande visĂ©e Ă  l'article 133, § 1er, 4°, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le dossier ne doit pas contenir de dĂ©claration de la situation personnelle et familiale.
Art. 10. In afwijking van artikel 136, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit mag een aanvraag bedoeld in artikel 133, § 1, 4°, van hetzelfde besluit, namens de werkloze door de gemachtigde van de uitbetalingsinstelling ondertekend worden.
Art. 10. Par dĂ©rogation Ă  l'article 136, alinĂ©a 1er, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, une demande visĂ©e Ă  l'article 133, § 1er, 4°, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, peut ĂȘtre signĂ©e au nom du chĂŽmeur par le dĂ©lĂ©guĂ© de l'organisme de paiement.
Art. 11. In afwijking van artikel 137, § 1, eerste lid, 2°, a), en § 4, eerste lid, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit is de werkgever niet verplicht om een controleformulier af te leveren.
Art. 11. Par dĂ©rogation Ă  l'article 137, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, a), et § 4, alinĂ©a 1er, 1°, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, l'employeur n'est pas tenu de dĂ©livrer un formulaire de contrĂŽle.
Art. 12. In afwijking van artikel 138 van hetzelfde koninklijk besluit kan de uitkeringsaanvraag bedoeld in artikel 133, § 1, 4°, van hetzelfde besluit, gebeuren door middel van de volgende twee formulieren:
1° het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA, waarvan de inhoud en het model wordt vastgesteld door de administrateur-generaal, bedoeld in artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit;
2° het tweede exemplaar van het formulier C3.2-WERKGEVER, bedoeld in artikel 137, § 1, eerste lid, 2°, c), van hetzelfde koninklijk besluit.
[1 De in het eerste lid bedoelde formulieren C3.2-WERKNEMER-CORONA en C3.2-WERKGEVER kunnen op elektronische wijze door de uitbetalingsinstelling aan het hoofdbestuur van deze Rijksdienst of aan het bevoegde werkloosheidsbureau worden bezorgd.
De indiening op elektronische wijze van het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA geldt als een door de werkloze of een namens de werkloze door de gemachtigde van de uitbetalingsinstelling ondertekende uitkeringsaanvraag.
De uitbetalingsinstelling die het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA door middel van een elektronisch gegevensbestand heeft ingediend, houdt het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA dat de gegevens van dit bestand bevat ter beschikking van de voormelde Rijksdienst en bezorgt dit formulier binnen een door deze te bepalen termijn, doch uiterlijk binnen een termijn van vier maanden ingaande op de eerste dag van de maand volgend op deze waarvoor de uitkeringen worden aangevraagd, aan de Rijksdienst.
Een betaling verricht zonder dat de uitbetalingsinstelling het in het vorige lid bedoelde verantwoordingsstuk kan voorleggen, wordt beschouwd als een ten onrechte betaling, waarvoor de uitbetalingsinstelling de last draagt en die door de Rijksdienst bij de uitbetalingsinstelling kan worden teruggevorderd.]1

Art. 12. Par dĂ©rogation Ă  l'article 138 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, la demande d'allocations visĂ©e Ă  l'article 133, § 1er, 4°, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ©, peut ĂȘtre introduite au moyen des deux formulaires suivants:
1° le formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA, dont la teneur et le modĂšle sont fixĂ©s par l'Administrateur gĂ©nĂ©ral, visĂ© Ă  l'article 3 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal;
2° le deuxiĂšme exemplaire du formulaire C3.2-EMPLOYEUR, visĂ© Ă  l'article 137, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, c), de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal.
[1 Les formulaires C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA et C3.2-EMPLOYEUR peuvent ĂȘtre adressĂ©s Ă  l'administration centrale de cet Office ou au bureau du chĂŽmage compĂ©tent par l'organisme de paiement de façon Ă©lectronique.
L'introduction de façon électronique du formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA vaut comme demande d'allocations signée par le chÎmeur ou au nom du chÎmeur par le préposé habilité de l'organisme de paiement.
L'organisme de paiement qui a introduit le formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA au moyen d'un fichier électronique de données, tient à la disposition de l'Office susvisé le formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA qui contient les données de ce fichier et adresse ce formulaire à l'Office dans un délai à déterminer par ce dernier, mais toutefois au plus tard dans un délai de quatre mois prenant cours le premier jour du mois qui suit celui pour lequel les allocations sont demandées.
Un paiement effectuĂ© sans que l'organisme de paiement ne puisse prĂ©senter la piĂšce justificative visĂ©e Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est considĂ©rĂ© comme un paiement effectuĂ© indĂ»ment, dont l'organisme de paiement supporte la charge et qui peut ĂȘtre rĂ©cupĂ©rĂ© par l'Office auprĂšs de l'organisme de paiement.]1

Art. 13. De werkgever is er niet toe gehouden de verplichtingen na te leven bedoeld in de artikelen 83 tot 86bis van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering.
Art. 13. L'employeur n'est pas tenu de respecter les obligations visĂ©es aux articles 83 Ă  86bis de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage.
Art. 14. In afwijking van artikel 160 van hetzelfde koninklijk besluit kan de uitbetalingsinstelling, voor de werknemer die een aanvraag heeft ingediend bedoeld in artikel 133, § 1, 4°, van hetzelfde koninklijk besluit en die tijdelijk werkloze is aangezien zijn arbeidsprestaties tijdelijk verminderd of geschorst zijn in toepassing van de artikelen 26, 51 of 77/4 van de voormelde wet van 3 juli 1978, zonder reeds over de nodige verantwoordingsstukken te beschikken voor de betreffende kalendermaand, voorlopige uitkeringen betalen aan de werknemer die daarom verzoekt.
De werknemer dient daartoe een verzoek in door middel van een formulier waarvan de inhoud en het model wordt vastgesteld door de administrateur-generaal bedoeld in artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit.
Het dagbedrag van de voorlopige uitkeringen wordt vastgesteld op het minimum dagbedrag bedoeld in artikel 115, § 4, van hetzelfde koninklijk.
Bij het indienen van de nodige stukken gaat de uitbetalingsinstelling desgevallend over tot het betalen van een bijpassing of tot het terugvorderen van het onverschuldigde bedrag.
Art. 14. Par dĂ©rogation Ă  l'article 160 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, l'organisme de paiement peut, pour le travailleur qui a introduit une demande visĂ©e Ă  l'article 133, § 1er, 4°, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal et qui est en chĂŽmage temporaire Ă©tant donnĂ© que ses prestations de travail sont temporairement rĂ©duites ou suspendues en application des articles 26, 51 ou 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 prĂ©citĂ©e, sans disposer des piĂšces justificatives requises pour le mois calendrier concernĂ©, payer des allocations provisoires au travailleur qui en fait la demande.
A cette fin, le travailleur est tenu d'introduire une demande au moyen d'un formulaire dont la teneur et le modĂšle sont fixĂ©s par l'Administrateur gĂ©nĂ©ral visĂ© Ă  l'article 3 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal.
Le montant journalier des allocations provisoires correspond au montant journalier minimum visĂ© Ă  l'article 115, § 4, de ce mĂȘme arrĂȘtĂ© royal.
Au moment d'introduire les piÚces requises, l'organisme de paiement procÚde, le cas échéant, au paiement d'un complément ou à la récupération du montant indu.
Art. 15. In artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 27, 51, 52bis, 58, 58/3 en 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van de artikelen 36sexies, 63bis en 124bis in hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden de woorden "1 april 2020" vervangen door de woorden "1 oktober 2020";
2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
"De jonge werknemer bedoeld in artikel 63, § 2, vierde lid, 3° of 4°, van wie het recht op inschakelingsuitkeringen afloopt op 31 maart 2020, in toepassing van artikel 63, § 2, vierde lid, 3° of 4°, zoals gewijzigd door artikel 7 van dit besluit, kan beschermingsuitkeringen krijgen vanaf 1 oktober 2020, als hij ten laatste op 30 september 2020 voldoet aan de voorwaarden voorzien in artikel 36sexies, ingevoegd door dit besluit.";
3° in het vierde lid worden de woorden "1 april 2020" vervangen door de woorden "1 oktober 2020".
Art. 15. A l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 mai 2019 modifiant les articles 27, 51, 52bis, 58, 58/3 et 63 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage et insĂ©rant les articles 36sexies, 63bis et 124bis dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
1° à l'alinéa 2, les mots "1er avril 2020" sont remplacés par les mots "1er octobre 2020";
2° l'alinéa 3 est remplacé par un alinéa rédigé comme suit:
"Le jeune travailleur visĂ© Ă  l'article 63, § 2, alinĂ©a 4, 3° ou 4°, dont le droit aux allocations d'insertion expire le 31 mars 2020, en application de l'article 63, § 2, alinĂ©a 4, 3° ou 4°, tel que modifiĂ© par l'article 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, peut bĂ©nĂ©ficier des allocations de sauvegarde Ă  partir du 1er octobre 2020, s'il satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 36sexies, insĂ©rĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© au plus tard le 30 septembre 2020.";
3° à l'alinéa 4, les mots "1er avril 2020" sont remplacés par les mots "1er octobre 2020".
Art. 16. [6 ...]6 Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2020 en treedt buiten werking op [2 31 augustus 2020]2.
[4 De artikelen 3, [7 ...]7 9, 10 en 12, eerste lid, van dit besluit zijn slechts van toepassing op de aanvraag om, de procedure betreffende en de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden februari tot augustus 2020 [6 en oktober 2020 tot [12 december 2022]12]6.
De artikelen 1 [11 en]11 7, van dit besluit zijn [5 ...]5 van toepassing op de aanvraag om, de procedure betreffende en de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden februari [6 2020]6 tot [11 juni 2022]11.]4

In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 4, [5 ...]5 11 en 13 van dit besluit slechts van toepassing vanaf 1 maart 2020 tot en met [2 31 augustus 2020]2 [6 en van 1 oktober 2020 tot en met [12 31 december 2022]12]6.
[11 De artikelen 5, eerste lid, en 6 van dit besluit zijn van toepassing op de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden februari 2020 tot maart 2022.]11
[5 In afwijking van het eerste lid is artikel 5, tweede tot vierde lid, van dit besluit van toepassing op de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden maart 2020 tot [10 maart 2022]10.]5
[7 In afwijking van het eerste lid is artikel 8 van dit besluit van toepassing op de aanvraag om, de procedure betreffende en de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden februari tot augustus 2020 en oktober 2020 tot maart 2021.]7
In afwijking van het eerste lid is het artikel 12, tweede tot vijfde lid, van dit besluit van toepassing vanaf 1 februari 2020.]1
In afwijking van het eerste lid is artikel 14 van dit besluit slechts van toepassing vanaf de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad tot en met 30 juni 2020.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 2 en 15 in werking op 31 maart 2020.
[6 ...]6
Art. 16. [6 ...]6 Le prĂ©sent entre en vigueur le 1er fĂ©vrier 2020 et cesse d'ĂȘtre en vigueur le [2 31 aoĂ»t 2020]2.
[4 Les articles 3, [7 ...]7 9, 10 et 12, alinĂ©a 1er, de cet arrĂȘtĂ© s'appliquent uniquement Ă  la demande, Ă  la procĂ©dure et Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage qui sont affĂ©rentes aux mois de fĂ©vrier Ă  aoĂ»t 2020 [6 et octobre 2020 Ă  [12 dĂ©cembre 2022]12]6.
Les articles 1 [11 et]11 7, de cet arrĂȘtĂ© s'appliquent [5 ...]5 Ă  la demande, Ă  la procĂ©dure et Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage qui sont affĂ©rentes aux mois de fĂ©vrier [6 2020]6 Ă  [11 juin 2022]11.]4

Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, les articles 4, [5 ...]5 11 et 13 de cet arrĂȘtĂ© sont uniquement d'application du 1er mars 2020 au [2 31 aoĂ»t 2020]2 inclus [6 et du 1er octobre 2020 jusqu'au [12 31 dĂ©cembre 2022]12 inclus]6.
[11 Les articles 5, alinĂ©a 1er, et 6 de cet arrĂȘtĂ© s'appliquent Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage qui sont affĂ©rentes aux mois de fĂ©vrier 2020 Ă  mars 2022.]11
[5 Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, l'article 5, alinĂ©as 2 Ă  4, de cet arrĂȘtĂ© est d'application Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage qui se rapportent aux mois de mars 2020 Ă  [10 mars 2022]10.]5
[7 Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, l'article 8 de cet arrĂȘtĂ© est d'application Ă  la demande, Ă  la procĂ©dure et Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage affĂ©rentes aux mois de fĂ©vrier Ă  aoĂ»t 2020 et d'octobre 2020 Ă  mars 2021.]7
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, l'article 12, alinĂ©as 2 Ă  5, de cet arrĂȘtĂ© est d'application Ă  partir du 1er fĂ©vrier 2020.]1
Par dĂ©rogation au premier alinĂ©a, l'article 14 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© est uniquement d'application Ă  partir de la date de publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge jusqu'au 30 juin 2020 inclus.
Par dérogation au premier alinéa, les articles 2 et 15 entrent en vigueur le 31 mars 2020.
[6 ...]6
Art. 17. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.