Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 DECEMBER 2020. - Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V)
Titre
18 DECEMBRE 2020. - Décret contenant des mesures temporaires urgentes dans le domaine de l'enseignement suite à la crise du coronavirus (V)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
HOOFDSTUK 2. - Afwijkingen van het decreet basi...
HOOFDSTUK 3. - Afwijkingen van de Codex Secunda...
HOOFDSTUK 4. - Afwijkingen van de Codex Hoger O...
HOOFDSTUK 5. - Afwijking van het decreet van 9 ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 30...
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
CHAPITRE 2. - Dérogations au décret relatif à l...
CHAPITRE 3. - Dérogations au Code de l'enseigne...
CHAPITRE 4. - Dérogations au Code de l'Enseigne...
CHAPITRE 5. - Dérogation au décret du 9 mars 20...
CHAPITRE 6. - Modification du décret du 30 octo...
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Afwijkingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 2. - Dérogations au décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997
Art. 2. In artikel 172quinquies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2018, 5 april 2019, 26 juni 2020 en 3 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"e) voor het schooljaar 2021-2022: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2015-2016 en 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "tot en met 2020-2021" vervangen door de zinsnede "tot en met 2021-2022";
3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022".
1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"e) voor het schooljaar 2021-2022: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2015-2016 en 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "tot en met 2020-2021" vervangen door de zinsnede "tot en met 2021-2022";
3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022".
Art. 2. A l'article 172quinquies du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, inséré par le décret du 16 juin 2017 et modifié par les décrets des 6 juillet 2018, 5 avril 2019, 26 juin 2020 et 3 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, il est ajouté un point e) libellé comme suit :
" e) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2015-2016 et 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 et 2020-2021. " ;
2° au paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " à 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " à 2021-2022 " ;
3° au paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, il est ajouté un point e) libellé comme suit :
" e) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2015-2016 et 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 et 2020-2021. " ;
2° au paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " à 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " à 2021-2022 " ;
3° au paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
HOOFDSTUK 3. - Afwijkingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 3. - Dérogations au Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 3. In afwijking van artikel 3, 35°, b), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december kan voor het schooljaar 2020-2021 na 1 oktober 2020 een niet-duaal structuuronderdeel worden heropgericht onmiddellijk nadat een inhoudelijk ver- want duaal structuuronderdeel door de coronacrisis moest worden stopgezet. De heroprichting wordt niet als een programmatie beschouwd.
Art. 3. Par dérogation à l'article 3, 35°, b), du Code de l'enseignement secondaire du 17 décembre 2010, pour l'année scolaire 2020-2021, une subdivision structurelle non duale peut être rétablie immédiatement, après le 1er octobre 2020, après qu'une subdivision structurelle duale connexe en termes de contenu a dû être interrompue en raison de la crise du coronavirus. Le rétablissement n'est pas considéré comme une programmation.
Art. 4. In artikel 314/8 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2018, 5 april 2019, 26 juni 2020 en 3 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"e) voor het schooljaar 2021-2022: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2015-2016 en 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022";
3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022".
1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"e) voor het schooljaar 2021-2022: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2015-2016 en 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021.";
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022";
3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2020-2021" vervangen door de zinsnede "2021-2022".
Art. 4. A l'article 314/8 du même Code, inséré par le décret du 16 juin 2017 et modifié par les décrets des 6 juillet 2018, 5 avril 2019, 26 juin 2020 et 3 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, il est ajouté un point e) libellé comme suit :
" e) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2015-2016 et 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 et 2020-2021. " ;
2° au paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
3° au paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
1° au paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, il est ajouté un point e) libellé comme suit :
" e) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2015-2016 et 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 et 2020-2021. " ;
2° au paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
3° au paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2021-2022 " ;
Art. 5. In afwijking van artikel 357/22 van dezelfde codex kan een leerling in het schooljaar 2020-2021 ingeschreven blijven in een duale opleiding, ook als die leer- ling tussen de datum van inwerkingtreding van dit artikel en 30 juni 2021 geen overeenkomst heeft. In dat geval wordt de opleiding volledig georganiseerd via onderwijs bij de aanbieder duaal leren en bedraagt ze minstens 28 opleidingsuren.
Art. 5. Par dérogation à l'article 357/22 du même Code, un élève peut rester inscrit dans une formation duale durant l'année scolaire 2020-2021 même s'il n'a pas de contrat entre la date d'entrée en vigueur du présent article et le 30 juin 2021. Dans ce cas, la formation est entièrement organisée par le biais de l'enseignement auprès du prestataire de la formation duale et s'élève à 28 heures de formation au moins.
HOOFDSTUK 4. - Afwijkingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013
CHAPITRE 4. - Dérogations au Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013
Art. 6. In afwijking van artikel II.305 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, kan een zitting bij de Raad gedurende de periode dat er beperkende maatregelen gelden omwille van COVID-19, eveneens gebeuren via tele- of video- conferentie, op voorwaarde dat alle partijen daarmee instemmen.
Art. 6. Par dérogation à l'article II.305 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, une séance devant le Conseil peut également se dérouler, moyennant l'accord de toutes les parties, par télé- ou vidéoconférence durant la période où des mesures restrictives sont en vigueur en raison du COVID-19.
Art. 7. Studenten aan wie overeenkomstig artikel II.352 en II.353 van de Codex Hoger Onderwijs een mobiliteitsbeurs toegekend werd en die omwille van COVID-19 hun verblijf in het buitenland hebben moeten afbreken of hebben moeten annuleren, kunnen de gemaakte onkosten voor transport en verblijf recupereren bij de afrekening van het beursbedrag in het geval deze onkosten niet terugbetaald werden door een vliegtuigmaatschappij, een verzekeringsmaatschappij, een reisbureau, een verhuurder van studentenverblijven of enige andere organisatie. Deze recupereerbare onkosten kunnen nooit hoger zijn dan het toegekende initiële beursbedrag, met inbegrip van het initiële voorziene bedrag voor de transport- kosten en eventueel de extra toelage voor ondervertegenwoordigde groepen. De studenten leggen daartoe de bewijsstukken voor de onkosten voor aan hun hoger- onderwijsinstelling of VLUHR alsook het bewijsstuk dat staaft dat de onkosten niet worden terugbetaald door een van de vermelde organisaties.
In het geval zij dit bewijsstuk dat bevestigt dat de onkosten niet worden terug- betaald door de organisaties, vermeld in het eerste lid, niet kunnen voorleggen, dan bezorgt de student een ondertekende verklaring op eer aan de hogeronderwijsinstelling of VLUHR om de kosten te recupereren bij de eindafrekening van het beursbedrag.
Deze bepaling is van toepassing op studenten binnen een Vlaams mobiliteits- programma in het kader van het actieplan `Brains on the Move' en is niet van toepassing op studenten die een beurs ontvangen via het Erasmus+-programma.
In het geval zij dit bewijsstuk dat bevestigt dat de onkosten niet worden terug- betaald door de organisaties, vermeld in het eerste lid, niet kunnen voorleggen, dan bezorgt de student een ondertekende verklaring op eer aan de hogeronderwijsinstelling of VLUHR om de kosten te recupereren bij de eindafrekening van het beursbedrag.
Deze bepaling is van toepassing op studenten binnen een Vlaams mobiliteits- programma in het kader van het actieplan `Brains on the Move' en is niet van toepassing op studenten die een beurs ontvangen via het Erasmus+-programma.
Art. 7. Les étudiants auxquels une bourse de mobilité a été octroyée conformément aux articles II.352 et II.353 du Code de l'Enseignement supérieur et qui ont dû interrompre ou annuler leur séjour à l'étranger en raison du COVID- 19 peuvent récupérer les frais de transport et de séjour exposés, lors du décompte du montant de la bourse, dans le cas où ces frais n'ont pas été remboursés par une compagnie aérienne, une compagnie d'assurances, une agence de voyage, un bailleur de logements étudiants ou toute autre organisation. Ces frais récupérables ne peuvent jamais être supérieurs au montant initial de la bourse octroyée, y compris le montant initial prévu pour les frais de transport et, éventuellement, l'allocation supplémentaire pour les groupes sous-représentés. A cet effet, les étudiants présentent les pièces justificatives des frais à leur établissement d'enseignement supérieur ou au VLUHR (Conseil flamand des Universités et des Instituts supérieurs) ainsi que la pièce justificative attestant que les frais n'ont pas été remboursés par l'une des organisations citées.
Dans le cas où il ne peut pas produire cette pièce justificative attestant que les frais ne sont pas remboursés par les organisations visées à l'alinéa 1er, l'étudiant transmet une déclaration sur l'honneur à l'établissement d'enseignement supérieur ou au VLUHR afin de récupérer les frais lors du décompte final du montant de la bourse.
Cette disposition ne s'applique pas aux étudiants qui font partie d'un programme de mobilité flamand dans le cadre du plan d'action " Brains on the Move " et ne s'applique pas aux étudiants qui reçoivent une bourse via le programme Erasmus+.
Dans le cas où il ne peut pas produire cette pièce justificative attestant que les frais ne sont pas remboursés par les organisations visées à l'alinéa 1er, l'étudiant transmet une déclaration sur l'honneur à l'établissement d'enseignement supérieur ou au VLUHR afin de récupérer les frais lors du décompte final du montant de la bourse.
Cette disposition ne s'applique pas aux étudiants qui font partie d'un programme de mobilité flamand dans le cadre du plan d'action " Brains on the Move " et ne s'applique pas aux étudiants qui reçoivent une bourse via le programme Erasmus+.
Art. 8. In afwijking van artikel III.73, III.74, III.114, III.116, III.118 en III.119 van dezelfde codex, kan de Vlaamse Regering tijdens het academiejaar 2020- 2021 een bijkomende toelage naar aanleiding van COVID-19 toekennen aan: de Bijzondere Universitaire Instituten, de Evangelische Theologische Faculteit en de Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies, de stichtingen van open- baar nut voor postinitieel onderwijs en de hogere instituten en andere instellingen voor Schone Kunsten.
Art. 8. Par dérogation aux articles III.73, III.74, III.114, III.116, III.118 et III.119 du même Code, le Gouvernement flamand peut, durant l'année académique 2020- 2021, octroyer une allocation supplémentaire en raison du COVID-19 : aux Institutions universitaires particulières, à l'Evangelische Theologische Faculteit et à la Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies, aux fondations d'utilité publique pour l'enseignement postinitial et aux instituts supérieurs et autres institutions des Beaux-arts.
HOOFDSTUK 5. - Afwijking van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deel- tijds kunstonderwijs
CHAPITRE 5. - Dérogation au décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel
Art. 9. De academies van het deeltijds kunstonderwijs kunnen voor het schooljaar 2020-2021 afwijken van de bepalingen die ze krachtens artikel 58, 2°, 3°, 4°, 7°,
10°, 11° en 13°, en artikel 60 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs in hun academiereglement hebben opgenomen. Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt er vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De ouders of meerderjarige leerlingen worden schriftelijk of elektronisch van de maatregelen op de hoogte gebracht.
10°, 11° en 13°, en artikel 60 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs in hun academiereglement hebben opgenomen. Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt er vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De ouders of meerderjarige leerlingen worden schriftelijk of elektronisch van de maatregelen op de hoogte gebracht.
Art. 9. Pour l'année scolaire 2020-2021, les académies de l'enseignement artistique à temps partiel peuvent déroger aux dispositions qu'elles ont intégrées dans leur règlement en vertu de l'article 58, 2°, 3°, 4°, 7°, 10°, 11° et 13°, et de l'article 60 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel.
Si la modification de ces mesures d'évaluation a des incidences sur le personnel, une concertation est menée au préalable avec la représentation locale du personnel. Les parents ou les élèves majeurs sont informés des mesures par écrit ou par voie électronique.
Si la modification de ces mesures d'évaluation a des incidences sur le personnel, une concertation est menée au préalable avec la représentation locale du personnel. Les parents ou les élèves majeurs sont informés des mesures par écrit ou par voie électronique.
Art. 10. In afwijking van artikel 125 van hetzelfde decreet, blijven structuuronderdelen in vestigingsplaatsen in de eerste en de tweede graad die in het schooljaar 2020-2021 voor het tweede jaar op rij op de teldag niet aan de voor hen geldende rationalisatienormen voldoen, gesubsidieerd of gefinancierd in het schooljaar 2021-2022.
Art. 10. Par dérogation à l'article 125 du même décret, les subdivisions structurelles dans des implantations dans les premier et deuxième degrés qui, durant l'année scolaire 2020-2021, ne répondent pas pour la deuxième année consécutive, au jour de comptage, aux normes de rationalisation qui leur sont applicables restent subventionnées ou financées durant l'année scolaire 2020-2021.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)
CHAPITRE 6. - Modification du décret du 30 octobre 2020 contenant des mesures temporaires urgentes dans le domaine de l'enseignement suite à la crise du coronavirus (IV)
Art. 11. In artikel 28 van het decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) wordt het getal "204" vervangen door het getal "240".
Art. 11. A l'article 28 du décret du 30 octobre 2020 contenant des mesures temporaires urgentes dans le domaine de l'enseignement suite à la crise du coronavirus (IV), le nombre " 204 " est remplacé par le nombre " 240 ".
HOOFDSTUK 7. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 7. - Entrée en vigueur
Art. 12. Dit decreet treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Artikelen 7 en 8 hebben uitwerking met ingang van 16 maart 2020. Artikel 9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2020.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 11 november 2020.
Artikelen 7 en 8 hebben uitwerking met ingang van 16 maart 2020. Artikel 9 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2020.
Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 11 november 2020.
Art. 12. Le présent décret entre en vigueur le jour suivant sa publication au Moniteur belge.
Les articles 7 et 8 produisent leurs effets à compter du 16 mars 2020. L'article 9 produit ses effets à compter du 1er septembre 2020.
L'article 11 produit ses effets à compter du 11 novembre 2020.
Les articles 7 et 8 produisent leurs effets à compter du 16 mars 2020. L'article 9 produit ses effets à compter du 1er septembre 2020.
L'article 11 produit ses effets à compter du 11 novembre 2020.