Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad, het Strategisch Comité Inlichtingen en Veiligheid en het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2020 en tekstbijwerking tot 26-04-2024)
Titre
22 DECEMBRE 2020. - Arrêté royal portant création du Conseil national de sécurité, du Comité stratégique du renseignement et de la sécurité et du Comité de coordination du renseignement et de la sécurité(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2020 et mise à jour au 26-04-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. In de schoot van de Regering wordt een Nationale Veiligheidsraad, hierna Raad genoemd, opgericht.
Article 1er. Il est créé, au sein du Gouvernement, un Conseil national de sécurité, dénommé ci-après Conseil.
Art. 2. De leden van de Raad zijn de Eerste Minister, die de Raad voorzit, de ministers die Justitie, Landsverdediging, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken binnen hun bevoegdheid hebben, en de Vice-eersteministers die geen van deze bevoegdheden hebben.
De Regeringsleden die geen lid zijn van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd eraan deel te nemen voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
De voorzitter van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid (hierna genoemd Coördinatiecomité) neemt deel aan de vergaderingen van de Nationale Veiligheidsraad, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad daar anders over beslist.
Op verzoek van de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.
De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan de Raad voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
Personen die vanuit hun functie een bijdrage kunnen leveren aan de opdrachten van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van de Raad, met raadgevende stem.
De Regeringsleden die geen lid zijn van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd eraan deel te nemen voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
De voorzitter van het Coördinatiecomité Inlichtingen en Veiligheid (hierna genoemd Coördinatiecomité) neemt deel aan de vergaderingen van de Nationale Veiligheidsraad, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad daar anders over beslist.
Op verzoek van de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.
De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan de Raad voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
Personen die vanuit hun functie een bijdrage kunnen leveren aan de opdrachten van de Raad, kunnen door de Eerste Minister worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van de Raad, met raadgevende stem.
Art. 2. Les membres du Conseil sont le Premier Ministre, qui préside le Conseil, les ministres ayant dans leurs attributions la Justice, la Défense nationale, l'Intérieur et les Affaires étrangères, et les vice-Premiers Ministres qui n'ont pas ces matières dans leurs compétences.
Les Membres du Gouvernement qui ne sont pas membres du Conseil peuvent être invités par le Premier Ministre à y participer pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
Le président du Comité de coordination du Renseignement et de la Sécurité (ci-après dénommé Comité de coordination) participe aux réunions du Conseil national de sécurité, avec voix consultative, sauf si le président du Conseil National de sécurité en décide autrement.
A la demande du président du Conseil national de sécurité ou sur initiative propre, le président du Comité de coordination peut être assisté par des membres du Comité de coordination, chaque fois que leur expertise est nécessaire pour l'examen de certains points de l'ordre du jour.
Les membres non permanents du Comité de coordination peuvent être invités par le Premier Ministre à participer au Conseil pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
Des personnes qui, par leur fonction, peuvent fournir une contribution aux missions du Conseil, peuvent être invités par le Premier Ministre à participer à des réunions du Conseil, avec voix consultative.
Les Membres du Gouvernement qui ne sont pas membres du Conseil peuvent être invités par le Premier Ministre à y participer pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
Le président du Comité de coordination du Renseignement et de la Sécurité (ci-après dénommé Comité de coordination) participe aux réunions du Conseil national de sécurité, avec voix consultative, sauf si le président du Conseil National de sécurité en décide autrement.
A la demande du président du Conseil national de sécurité ou sur initiative propre, le président du Comité de coordination peut être assisté par des membres du Comité de coordination, chaque fois que leur expertise est nécessaire pour l'examen de certains points de l'ordre du jour.
Les membres non permanents du Comité de coordination peuvent être invités par le Premier Ministre à participer au Conseil pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
Des personnes qui, par leur fonction, peuvent fournir une contribution aux missions du Conseil, peuvent être invités par le Premier Ministre à participer à des réunions du Conseil, avec voix consultative.
Art. 3. Als coördinerend beleidsorgaan is de Raad belast met:
- de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid;
- de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van de nationale veiligheidsstrategie;
- de bepaling van de prioriteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
- de coördinatie van de prioriteiten inzake nationale veiligheid van de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn;
- de bepaling van het algemeen beleid betreffende de bescherming van gevoelige informatie;
- de beleidscoördinatie van de strijd tegen het terrorisme, het extremisme dat tot terrorisme kan leiden, de verspreiding van massavernietigingswapens, en de financiering van deze fenomenen;
- het toezicht op de gecoördineerde uitvoering van zijn beslissingen.
Ter ondersteuning van deze opdracht formuleert het Coördinatiecomité voorstellen die aan de Raad worden voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité voor Inlichtingen en Veiligheid, hierna Strategisch Comité genoemd.
De Raad kan het Coördinatiecomité verzoeken om voorstellen te formuleren in het kader van de opdracht van de Raad. Deze voorstellen worden aan de Raad voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité.
- de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van het algemeen inlichtingen- en veiligheidsbeleid;
- de bepaling, de opvolging, de coördinatie en de evaluatie van de nationale veiligheidsstrategie;
- de bepaling van de prioriteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
- de coördinatie van de prioriteiten inzake nationale veiligheid van de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn;
- de bepaling van het algemeen beleid betreffende de bescherming van gevoelige informatie;
- de beleidscoördinatie van de strijd tegen het terrorisme, het extremisme dat tot terrorisme kan leiden, de verspreiding van massavernietigingswapens, en de financiering van deze fenomenen;
- het toezicht op de gecoördineerde uitvoering van zijn beslissingen.
Ter ondersteuning van deze opdracht formuleert het Coördinatiecomité voorstellen die aan de Raad worden voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité voor Inlichtingen en Veiligheid, hierna Strategisch Comité genoemd.
De Raad kan het Coördinatiecomité verzoeken om voorstellen te formuleren in het kader van de opdracht van de Raad. Deze voorstellen worden aan de Raad voorgelegd na bespreking in het Strategisch Comité.
Art. 3. En tant qu'organe stratégique et de coordination, le Conseil est chargé de :
- la définition, le suivi, la coordination et l'évaluation de la politique générale du renseignement et de la sécurité ;
- la définition, le suivi, la coordination et l'évaluation de la stratégie nationale de sécurité;
- la définition des priorités des services de renseignement et de sécurité ;
- la coordination des priorités en matière de sécurité nationale des services de sécurité représentés au Comité de coordination ;
- la définition de la politique générale en matière de protection des informations sensibles ;
- la coordination stratégique de la lutte contre le terrorisme, l'extrémisme qui peut conduire à du terrorisme, la prolifération des armes de destruction massive, et du financement de ces phénomènes ;
- la veille sur l'exécution coordonnée de ses décisions.
En appui à cette mission, le Comité de coordination formule des propositions qui sont transmises au Conseil après discussion au Comité stratégique du Renseignement et de la Sécurité, dénommé ci-après Comité stratégique.
Le Conseil peut demander au Comité de coordination de formuler des propositions dans le cadre du mandat du Conseil. Ces propositions sont transmises au Conseil après discussion au Comité stratégique.
- la définition, le suivi, la coordination et l'évaluation de la politique générale du renseignement et de la sécurité ;
- la définition, le suivi, la coordination et l'évaluation de la stratégie nationale de sécurité;
- la définition des priorités des services de renseignement et de sécurité ;
- la coordination des priorités en matière de sécurité nationale des services de sécurité représentés au Comité de coordination ;
- la définition de la politique générale en matière de protection des informations sensibles ;
- la coordination stratégique de la lutte contre le terrorisme, l'extrémisme qui peut conduire à du terrorisme, la prolifération des armes de destruction massive, et du financement de ces phénomènes ;
- la veille sur l'exécution coordonnée de ses décisions.
En appui à cette mission, le Comité de coordination formule des propositions qui sont transmises au Conseil après discussion au Comité stratégique du Renseignement et de la Sécurité, dénommé ci-après Comité stratégique.
Le Conseil peut demander au Comité de coordination de formuler des propositions dans le cadre du mandat du Conseil. Ces propositions sont transmises au Conseil après discussion au Comité stratégique.
Art. 4. De Raad vergadert na bijeenroeping door de Eerste Minister, die de agenda vaststelt.
Art. 4. Le Conseil se réunit sur convocation du Premier Ministre, qui fixe l'ordre du jour.
Art. 5. Het vaste secretariaat van de Raad wordt waargenomen door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en ondersteund door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat is belast met alle formele aspecten van de werking van de Raad en stelt de notificaties van de vergaderingen van de Raad op. Aan deze notificaties wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Het secretariaat bezorgt de leden van de Raad en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van de Raad.
Het secretariaat bezorgt de leden van de Raad en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van de Raad.
Art. 5. Le secrétariat permanent du Conseil est assumé par un représentant du Premier Ministre et appuyé par le Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre. Le secrétariat est chargé de tous les aspects formels du fonctionnement du Conseil et rédige les notifications des réunions du Conseil. Un niveau de protection est octroyé, le cas échéant, à ces notifications conformément à l'article 4 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Le secrétariat fournit l'ordre du jour et les notifications des réunions du Conseil aux membres du Conseil et aux membres permanents du Comité de coordination.
Le secrétariat fournit l'ordre du jour et les notifications des réunions du Conseil aux membres du Conseil et aux membres permanents du Comité de coordination.
Art. 6. Er wordt, bij de Eerste Minister, een Strategisch Comité opgericht.
Art. 6. Il est créé, auprès du Premier Ministre, un Comité stratégique.
Art. 7. Het Strategisch Comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en bestaat uit de vertegenwoordigers van de andere Regeringsleden die lid zijn van de Raad.
De voorzitter van het Coördinatiecomité neemt deel aan de vergaderingen van het Strategisch Comité, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van het Strategisch Comité daar anders over beslist.
Op verzoek van de voorzitter van het Strategisch Comité of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité en door hun experten, telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.
De voorzitter van het Coördinatiecomité neemt deel aan de vergaderingen van het Strategisch Comité, met raadgevende stem, tenzij de voorzitter van het Strategisch Comité daar anders over beslist.
Op verzoek van de voorzitter van het Strategisch Comité of op eigen initiatief, kan de voorzitter van het Coördinatiecomité worden bijgestaan door leden van het Coördinatiecomité en door hun experten, telkens hun expertise noodzakelijk is voor de bespreking van bepaalde agendapunten.
Art. 7. Le Comité stratégique est présidé par un représentant du Premier Ministre et comprend les représentants des autres Membres du gouvernement qui sont membres du Conseil.
Le président du Comité de coordination participe aux réunions du Comité stratégique, avec voix consultative, sauf si le président du Comité stratégique en décide autrement.
A la demande du président du Comité stratégique ou sur initiative propre, le président du Comité de coordination peut être assisté par des membres du Comité de coordination et par leurs experts, chaque fois que leur expertise est nécessaire pour l'examen de certains points de l'ordre du jour.
Le président du Comité de coordination participe aux réunions du Comité stratégique, avec voix consultative, sauf si le président du Comité stratégique en décide autrement.
A la demande du président du Comité stratégique ou sur initiative propre, le président du Comité de coordination peut être assisté par des membres du Comité de coordination et par leurs experts, chaque fois que leur expertise est nécessaire pour l'examen de certains points de l'ordre du jour.
Art. 8. Het Strategisch Comité is belast met de bespreking van de voorstellen van het Coördinatiecomité, met de voorbereiding van de vergaderingen van de Raad en ziet toe op de gecoördineerde uitvoering van de beslissing van de Raad.
Art. 8. Le Comité stratégique est chargé de la discussion des propositions du Comité de coordination, de la préparation des réunions du Conseil et veille à la mise en oeuvre coordonnée des décisions du Conseil.
Art. 9. Het Strategisch Comité vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, die de agenda vaststelt.
Art. 9. Le Comité stratégique se réunit sur convocation de son président, qui fixe l'ordre du jour.
Art. 10. Het secretariaat van het Strategisch Comité wordt waargenomen door een vertegenwoordiger van de Eerste Minister en ondersteund door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat stelt de notificaties van de vergaderingen van het Comité op. Aan deze notificaties wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Het secretariaat bezorgt de leden van het Strategisch Comité en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van het Strategisch Comité.
Het secretariaat bezorgt de leden van het Strategisch Comité en de permanente leden van het Coördinatiecomité de agenda en de notificaties van de vergaderingen van het Strategisch Comité.
Art. 10. Le secrétariat du Comité stratégique est assumé par un représentant du Premier Ministre et appuyé par le Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre. Le secrétariat rédige les notifications des réunions du Comité. Un niveau de protection est octroyé, le cas échéant, à ces notifications conformément à l'article 4 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Le secrétariat fournit l'ordre du jour et les notifications des réunions du Comité stratégique aux membres du Comité stratégique et aux membres permanents du Comité de coordination.
Le secrétariat fournit l'ordre du jour et les notifications des réunions du Comité stratégique aux membres du Comité stratégique et aux membres permanents du Comité de coordination.
Art. 11. Er wordt een Coördinatiecomité opgericht.
Art. 11. Il est créé un Comité de coordination.
Art. 12. § 1. De permanente leden van het Coördinatiecomité zijn:
1° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat;
2° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht;
3° de directeur van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;
4° de commissaris-generaal van de Federale Politie;
5° de directeur-generaal van het Nationaal Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
6° de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
7° een lid van het College van procureurs-generaal dat door het College wordt aangewezen;
8° de federaal procureur;
9° de Chef Defensie;
[1 10° de directeur van het Centrum voor Cybersecurity België.]1
[2 Het Coördinatiecomité wordt voorgezeten door een lid van een dienst of overheid die als permanent lid zetelt in het Coördinatiecomité. Hij wordt aangewezen door de Raad, op voordracht van het Coördinatiecomité, voor een hernieuwbare termijn van twee jaar.]2
§ 2. De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité zijn:
1° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;
2° [1 ...]1
3° de voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking;
4° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
5° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
6° de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid;
7° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
De niet-permanente leden kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
§ 3. Elk lid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door één van de leidinggevende personen van zijn dienst, alsook zich laten bijstaan door een expert wiens expertise noodzakelijk is voor de bespreking van een bepaald agendapunt.
§ 4. De voorzitter van het Coördinatiecomité kan andere diensten of overheden uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
1° de administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat;
2° de chef van de Algemene Dienst inlichting en veiligheid van de Krijgsmacht;
3° de directeur van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse;
4° de commissaris-generaal van de Federale Politie;
5° de directeur-generaal van het Nationaal Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
6° de voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
7° een lid van het College van procureurs-generaal dat door het College wordt aangewezen;
8° de federaal procureur;
9° de Chef Defensie;
[1 10° de directeur van het Centrum voor Cybersecurity België.]1
[2 Het Coördinatiecomité wordt voorgezeten door een lid van een dienst of overheid die als permanent lid zetelt in het Coördinatiecomité. Hij wordt aangewezen door de Raad, op voordracht van het Coördinatiecomité, voor een hernieuwbare termijn van twee jaar.]2
§ 2. De niet-permanente leden van het Coördinatiecomité zijn:
1° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;
2° [1 ...]1
3° de voorzitter van de Cel voor Financiële Informatieverwerking;
4° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
5° de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;
6° de voorzitter van de Nationale Veiligheidsoverheid;
7° de administrateur-generaal van de Algemene Administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
De niet-permanente leden kunnen worden uitgenodigd om deel te nemen aan vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
§ 3. Elk lid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door één van de leidinggevende personen van zijn dienst, alsook zich laten bijstaan door een expert wiens expertise noodzakelijk is voor de bespreking van een bepaald agendapunt.
§ 4. De voorzitter van het Coördinatiecomité kan andere diensten of overheden uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van het Coördinatiecomité voor het onderzoek van dossiers die hen in het bijzonder aanbelangen.
Art. 12. § 1er. Les membres permanents du Comité de coordination sont :
1° l'administrateur général de la Sûreté de l'Etat ;
2° le chef du Service général du Renseignement et de la Sécurité des Forces armées ;
3° le directeur de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace ;
4° le commissaire général de la Police fédérale ;
5° le directeur général de la Direction générale Centre de crise National du Service public fédéral Intérieur ;
6° le président du comité de direction du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au développement ;
7° un membre du Collège des procureurs généraux désigné par lui ;
8° le procureur fédéral ;
9° le Chef de la Défense;
[1 10° le directeur du Centre pour la Cybersécurité Belgique.]1
[2 Le Comité de coordination est présidé par un membre d'un service ou d'une autorité siégeant à titre permanent au sein du Comité de coordination. Il est désigné par le Conseil, sur la proposition du Comité de coordination, pour une durée de deux ans renouvelable.]2
§ 2. Les membres non permanents du Comité de coordination sont :
1° l'administrateur général de l'Administration générale des Douanes et Accises du Service public fédéral Finances ;
2° [1 ...]1
3° le président de la Cellule de traitement des informations financières ;
4° le directeur général de la Direction générale Transport aérien du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
5° le directeur général de la Direction générale Transport maritime du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
6° le président de l'Autorité nationale de Sécurité ;
7° l'administrateur général de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances.
Les membres non permanents peuvent être invités à participer aux réunions du Comité de coordination pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
§ 3. Chaque membre peut se faire représenter ou assister par une des personnes dirigeantes de son service, ainsi que se faire assister par un expert dont l'expertise est nécessaire pour l'examen d'un point déterminé de l'ordre du jour.
§ 4. Le président du Comité de coordination peut inviter d'autres services et autorités à participer aux réunions du Comité de coordination pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
1° l'administrateur général de la Sûreté de l'Etat ;
2° le chef du Service général du Renseignement et de la Sécurité des Forces armées ;
3° le directeur de l'Organe de coordination pour l'analyse de la menace ;
4° le commissaire général de la Police fédérale ;
5° le directeur général de la Direction générale Centre de crise National du Service public fédéral Intérieur ;
6° le président du comité de direction du Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au développement ;
7° un membre du Collège des procureurs généraux désigné par lui ;
8° le procureur fédéral ;
9° le Chef de la Défense;
[1 10° le directeur du Centre pour la Cybersécurité Belgique.]1
[2 Le Comité de coordination est présidé par un membre d'un service ou d'une autorité siégeant à titre permanent au sein du Comité de coordination. Il est désigné par le Conseil, sur la proposition du Comité de coordination, pour une durée de deux ans renouvelable.]2
§ 2. Les membres non permanents du Comité de coordination sont :
1° l'administrateur général de l'Administration générale des Douanes et Accises du Service public fédéral Finances ;
2° [1 ...]1
3° le président de la Cellule de traitement des informations financières ;
4° le directeur général de la Direction générale Transport aérien du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
5° le directeur général de la Direction générale Transport maritime du Service public fédéral Mobilité et Transports ;
6° le président de l'Autorité nationale de Sécurité ;
7° l'administrateur général de l'Administration générale de la Trésorerie du Service public fédéral Finances.
Les membres non permanents peuvent être invités à participer aux réunions du Comité de coordination pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
§ 3. Chaque membre peut se faire représenter ou assister par une des personnes dirigeantes de son service, ainsi que se faire assister par un expert dont l'expertise est nécessaire pour l'examen d'un point déterminé de l'ordre du jour.
§ 4. Le président du Comité de coordination peut inviter d'autres services et autorités à participer aux réunions du Comité de coordination pour l'examen de dossiers qui les concernent particulièrement.
Art. 13. Het Coördinatiecomité is belast met:
1° de bevordering van de goede en efficiënte coördinatie en samenwerking en van de uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn;
2° de formulering van voorstellen aan de Raad die kaderen in diens opdracht bepaald in artikel 3;
3° de coördinatie van de uitvoering van de beslissingen van de Raad.
1° de bevordering van de goede en efficiënte coördinatie en samenwerking en van de uitwisseling van informatie tussen de veiligheidsdiensten die in het Coördinatiecomité vertegenwoordigd zijn;
2° de formulering van voorstellen aan de Raad die kaderen in diens opdracht bepaald in artikel 3;
3° de coördinatie van de uitvoering van de beslissingen van de Raad.
Art. 13. Le Comité de coordination est chargé de :
1° la promotion de la bonne et efficace coordination et collaboration et de l'échange d'information entre les services de sécurité représentés au Comité de coordination ;
2° la formulation de propositions au Conseil qui cadrent dans sa mission définie à l'article 3 ;
3° la coordination de la mise en oeuvre des décisions du Conseil.
1° la promotion de la bonne et efficace coordination et collaboration et de l'échange d'information entre les services de sécurité représentés au Comité de coordination ;
2° la formulation de propositions au Conseil qui cadrent dans sa mission définie à l'article 3 ;
3° la coordination de la mise en oeuvre des décisions du Conseil.
Art. 14. Het Coördinatiecomité vergadert na bijeenroeping door zijn voorzitter, die de agenda vaststelt.
Art. 14. Le Comité de coordination se réunit sur convocation de son président, qui fixe l'ordre du jour.
Art. 15. Het secretariaat van het Coördinatiecomité wordt verzekerd door het voorzitterschap en op logistiek vlak bijgestaan door de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister. Het secretariaat stelt de verslagen van de vergaderingen van het Coördinatiecomité op. Aan deze verslagen wordt, indien nodig, een beschermingsniveau toegekend zoals bepaald in artikel 4 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Het secretariaat bezorgt de permanente leden van het Coördinatiecomité en de voorzitter van het Strategisch Comité de agenda's en de verslagen van de vergaderingen van het Coördinatiecomité.
Het secretariaat bezorgt de permanente leden van het Coördinatiecomité en de voorzitter van het Strategisch Comité de agenda's en de verslagen van de vergaderingen van het Coördinatiecomité.
Art. 15. Le secrétariat du Comité de coordination est assuré par la présidence et sur le plan logistique assistée par le Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre. Le secrétariat rédige les procès-verbaux des réunions du Comité de coordination. Un niveau de protection est octroyé, le cas échéant, à ces procès-verbaux conformément à l'article 4 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Le secrétariat fournit les ordres du jour et les procès-verbaux des réunions du Comité de coordination aux membres permanents du Comité de coordination et au président du Comité stratégique.
Le secrétariat fournit les ordres du jour et les procès-verbaux des réunions du Comité de coordination aux membres permanents du Comité de coordination et au président du Comité stratégique.
Art. 16. Het Coördinatiecomité regelt zijn eigen werking in een huishoudelijk reglement.
Art. 16. Le Comité de coordination règlera son propre fonctionnement dans un règlement d'ordre intérieur.
Art. 17. Het koninklijk besluit van 28 januari 2015 tot oprichting van de Nationale Veiligheidsraad en het koninklijk besluit van 2 juni 2015 tot oprichting van het Strategisch Comité en het Coördinatiecomité voor inlichting en veiligheid worden opgeheven.
Art. 17. L'arrêté royal du 28 janvier 2015 portant création du Conseil national de sécurité et l'arrêté royal du 2 juin 2015 portant création du Comité stratégique et du Comité de coordination du renseignement et de la sécurité sont abrogés.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 19. De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Premier Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.