Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 DECEMBER 2020. - Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2021(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2020 en tekstbijwerking tot 10-09-2021)
Titre
17 DECEMBRE 2020. - Décret contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2021(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2020 et mise à jour au 10-09-2021)
Documentinformatie
Numac: 2020044552
Datum: 2020-12-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020044552
Date: 2020-12-17
Moniteur: Voir
Tekst (29)
Texte (29)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor het begrotingsjaar 2021 worden de lopende ontvangsten van Wallonië geraamd op 12.143.271 duizend euro, overeenkomstig Titel I van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Article 1er. Pour l'année budgétaire 2021, les recettes courantes de la Wallonie sont estimées à 12.143.271 milliers d'euros, conformément au Titre I du tableau annexé au présent décret.
Art. 2. Voor het begrotingsjaar 2021 worden de kapitaalontvangsten van Wallonië geraamd op 821.810 duizend euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art. 2. Pour l'année budgétaire 2021, les recettes en capital de la Wallonie sont estimées à 821.810 milliers d'euros, conformément au Titre II du tableau annexé au présent décret.
Art. 3. Voor het begrotingsjaar 2021 worden de opbrengsten van leningen van Wallonië geraamd op 841.693 duizend euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art. 3. Pour l'année budgétaire 2021, les produits d'emprunts de la Wallonie sont estimés à 841.693 milliers d'euros, conformément au Titre III du tableau annexé au présent décret.
Art. 4. De belastingen en taksen geïnd ten bate van Wallonië die op 31 december 2020 bestaan, zullen worden ingevorderd tijdens het jaar 2021, overeenkomstig de wetten, decreten en tarieven die de grondslag en de inning daarvan regelen.
Art. 4. Les impôts et les taxes perçus au profit de la Wallonie existants au 31 décembre 2020 seront recouvrés pendant l'année 2021 d'après les lois, décrets, arrêtés et tarifs qui en règlent l'assiette et la perception.
Art. 5. § 1. De Minister van Begroting wordt gemachtigd tot dekking, door leningen die zowel in België als in het buitenland mogen worden uitgegeven, in euro of in vreemde valuta :
van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten ;
van de terugbetaling van de nog niet afgeschreven leningen en obligaties van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2021 is vastgesteld;
van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;
van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen.
§ 2. De Minister van Begroting wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type " Thesauriebewijzen op lange termijn " en de termijn ervan aan te passen.
Art. 5. § 1er. Le Ministre du Budget est autorisé à couvrir, par des emprunts, lesquels peuvent être émis tant en Belgique qu'à l'étranger, tant en euro qu'en monnaies étrangères :
le financement des dépenses budgétaires non couvertes par les recettes budgétaires ;
le remboursement des emprunts et des obligations non encore amorties des emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères dont l'échéance finale se situe en 2021 ;
le remboursement par anticipation de tout ou partie d'emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères, conformément aux dispositions des arrêtés ministériels d'émission ou des conventions d'emprunt ;
les opérations de gestion journalières du Trésor ou les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général du Trésor, en ce compris les placements nécessaires à leur bonne fin.
§ 2. Le Ministre du Budget est autorisé à convertir, avec l'accord des porteurs et aux conditions du marché, tout ou partie d'emprunts existants en emprunts du type " Billets de trésorerie à long terme " et d'en adapter l'échéance.
Art. 6. De Minister van Begroting is gemachtigd :
tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;
tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe;
tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door Wallonië in België of in het buitenland uitgeschreven privé-leningen;
tot uitvoering van de in artikel 8, 2°, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door Wallonië in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.
Art. 6. Le Ministre du Budget est autorisé :
à créer des billets de trésorerie ou d'autres instruments de financement portant intérêt, à concurrence du montant des emprunts à contracter et ce aussi bien en Belgique qu'à l'étranger, en euro et en monnaies étrangères ;
à conclure toute opération de gestion journalière du Trésor ou toute opération de gestion financière réalisée dans l'intérêt général du Trésor, en ce compris la conclusion de conventions de placement nécessaires à leur bonne fin, dans le respect du principe de prudence ;
en ce qui concerne les emprunts privés émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à adapter, en accord avec les prêteurs, les conditions et termes de remboursement ;
en ce qui concerne les emprunts émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à conclure des opérations financières de gestion visées à l'article 8, 2°.
Art. 7. De voorlopige uitgaven inzake de samenstelling van activa (openbare leningen en thesauriebewijzen op lange termijn) en de bijkomende kosten, alsook de ontvangsten voortvloeiend uit de tegeldemaking van deze samengestelde activa, de bijkomende uitgaven en de ontvangsten die eruit voortvloeien kunnen geboekt worden op speciaal daartoe geopende bankrekeningen bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, als wettelijk gevolg van het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
Art. 7. Les dépenses provisoires relatives à la constitution d'actifs (emprunts publics et billets de trésorerie à long terme) et les coûts annexes ainsi que les recettes afférentes à la réalisation de ces actifs constitués, les dépenses annexes et les revenus en découlant peuvent être enregistrés sur des comptes financiers spéciaux ouverts à cette fin dans une institution financière de droit belge établie en Belgique avec laquelle la Wallonie a conclu une convention d'agent financier découlant légalement de l'utilisation d'instruments financiers visés à l'article 6, 1°, et notamment les dispositions de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif au contrôle des teneurs de comptes agréés pour la tenue de comptes de titres dématérialisés de l'Etat, des Communautés, des Régions, des Provinces, des autorités locales ou des établissements publics.
Les actifs constitués peuvent aussi être inscrits en comptes titres spéciaux ouverts au nom du Trésor wallon à cette fin dans une institution financière de droit belge établie en Belgique avec laquelle la Wallonie a conclu une convention d'agent financier découlant légalement de l'utilisation d'instruments financiers visés à l'article 6, 1° et notamment les dispositions de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif au contrôle des teneurs de comptes agréés pour la tenue de comptes de titres dématérialisés de l'Etat, des Communautés, des Régions, des Provinces, des autorités locales ou des établissements publics.
Art. 8. De Minister van Begroting wordt ertoe gemachtigd volgende inkomsten af te trekken van de leningslasten van Wallonië :
de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;
de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.
Art. 8. Le Ministre du Budget est autorisé à porter en déduction des charges d'emprunts de la Wallonie :
les revenus de placements de produits d'emprunts en euro effectués dans le cadre des opérations de gestion du Trésor visées à l'article 5, 1° et 2° ;
les revenus ou capitaux attribués à la Wallonie suite à des opérations de gestion du Trésor en matière de "swap" d'intérêts, d'arbitrages, de couvertures de risque telles que les options ou autres opérations réalisées au moyen d'emprunts de la Wallonie et aux fins d'en alléger les charges financières.
Art. 9. [1 Artikel 3, § 2, van het decreet van 29 oktober 2015 houdende oprichting van begrotingsfondsen inzake wegen en waterwegen wordt aangevuld met de volgende punten:
13° de valorisatie van het beheer van de goederen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Insfrastructuren, met inbegrip van de verkoop van kappingen uitgevoerd op het gewestelijk waterwegendomein (niet onderworpen aan de bosregeling) alsook de verkoop van de elektriciteitsproductie verbonden aan de activiteiten die eigen zijn aan de waterwegen;
14° de retributie van de terbeschikkingstelling van elektriciteit en water aan de bewoners van de huizen van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuren.]1

Art. 9. [1 Il est ajouté à l'article 3, paragraphe 2, du décret du 29 octobre 2015 portant création de fonds budgétaires en matière de routes et de voies hydrauliques les points suivants :
13° de la valorisation de la gestion des biens du SPW Mobilité et Infrastructures en ce compris la vente de coupes de bois opérées sur le domaine régional (non soumis au régime forestier) ainsi que la vente de la production d'électricité liée aux activités innées des voies hydrauliques ;
14° de la rétribution de la mise à disposition d'électricité et d'eau à des occu pants de maisons du SPW Mobilité et Infrastructures.]1

Art. 10. Het tweede lid van paragraaf 3 van artikel 7 van het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens wordt vervangen als volgt:
"Het tarief Tz vastgesteld in § 1 wordt geïndexeerd op grond van de index van de consumptieprijzen.".
Art. 10. Le deuxième alinéa du paragraphe 3 de l'article 7 du décret du 16 juillet 2015 instaurant un prélèvement kilométrique à charge des poids lourds pour l'utilisation des routes est remplacé par ce qui suit :
" Le tarif Tz déterminé au paragraphe 1er est indexé en fonction de l'indice des prix à la consommation. ".
Art. 11. Bij afwezigheid of verhindering van de centraliserende penningmeester of centraliserende ontvanger worden de directeur van de Directie Financiën en Ontvangsten of de Inspecteur-generaal van Begroting en Thesaurie gemachtigd om hun functie als penningmeester uit te oefenen.
Art. 11. En cas d'absence ou d'empêchement du trésorier centralisateur ou du receveur centralisateur, le Directeur de la Direction du Financement et des Recettes ou l'Inspecteur général du Budget et de la Trésorerie sont habilités à exercer leurs fonctions de trésorier.
HOOFDSTUK II. - Waterbeleid
CHAPITRE II. - Politique de l'eau
Art. 12. Artikel D.267, tweede lid, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt vervangen als volgt :
" De eenheidsbelasting per kubieke meter geloosd afvalwater, bedoeld in artikel D.259, 2°, wordt vastgelegd op :
- 1,935 euro van 1 januari 2015 tot 31 december 2015;
- 2,115 euro vanaf 1 januari 2016 tot 31 december 2017;
- 2,365 euro vanaf 1 januari 2018. ".
Art. 12. L'article D.267, alinéa 2, du livre II du Code de l'environnement constituant le Code de l'eau est remplacé comme suit :
" La taxe unitaire par mètre cube d'eau usée déversé, visée à l'article D.259, 2°, est fixée à :
- 1,935 euro du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2015 ;
- 2,115 euro à partir du 1er janvier 2016 au 31 décembre 2017 ;
- 2,365 euro à partir du 1er janvier 2018. ".
Art. 13. In artikel D.330-1 van hetzelfde Boek, worden de woorden " met uitzondering van de belasting bedoeld in artikel D.267 " ingevoegd tussen de woorden " Wetboek " en " wordt ".
Art. 13. A l'article D.330-1 du même livre, les mots " hormis la taxe visée à l'article D.267 " sont insérés entre les mots " Code " et " est ".
HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen
CHAPITRE III. - Dispositions modifiant le décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes
Art. 14. In artikel 6, § 1, van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen wordt een punt 13 ingevoegd, luidend als volgt:
"13° 55 euro/ton als het gaat om niet-brandbare afval waarvoor geen ander verlaagd percentage wordt toegepast krachtens dit artikel. De Regering kan een lijst vaststellen van afval dat al dan niet brandbaar wordt geacht te zijn. Afval met een percentage van gloeiverlies hoger dan 10 % en een totale hoeveelheid organische koolstof hoger dan 6 % wordt geacht brandbaar te zijn en komt niet in aanmerking voor het voordeel van het percentage.".
Art. 14. A l'article 6, § 1 du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, un point 13 est inséré, libellé comme suit :
" 13° 55 euros/tonne, s'agissant de déchets non combustibles pour lesquels un autre taux réduit n'est pas d'application en vertu du présent article. Une liste de déchets présumés combustibles ou non combustibles peut être arrêtée par le Gouvernement. Les déchets présentant un taux de perte au feu supérieur à 10 % et une teneur en carbone organique total supérieure à 6 % sont réputés combustibles et exclus du bénéfice de ce taux ".
Art. 15. In artikel 10, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, zoals laatst gewijzigd bij een decreet van 19 juni 2015 worden de woorden "10,19 euro/ton" vervangen door de woorden "12,19 euro/ton".
Art. 15. A l'article 10, § 1er, alinéa 1er, du même décret, tel que modifié la dernière fois par un décret du 19 juin 2015, les mots " 10,19 euros/tonne " sont remplacés par les mots " 12,19 euros/tonne ".
Art. 16. In artikel 53 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen, wordt de volgende bepaling ingevoegd:
"In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd. ".
Art. 16. A l'article 53 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, la disposition suivante est insérée :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution ".
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van de Plaatselijke Democratie en de Decentralisatie
CHAPITRE IV. - Dispositions modifiant le Code de la démocratie locale et de la décentralisation
Art. 17. In artikel L3321-12 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Onverminderd de bepalingen van deze titel zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 7 tot 10, en de artikelen 355, 356 en 357 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek alsook de wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen en met uitzondering van de artikelen 43 tot 48 van bedoeld Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen. In geval van vervreemding of overdracht van een hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed moet de kennisgeving door de notaris in de zin van artikel 35 van de wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen worden gericht aan de financieel directeur van de gemeente waar de eigenaar van het onroerend goed woonachtig is.".
Art. 17. Le premier alinéa de l'article L3321-12 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation est remplacé par le texte suivant :
" Sans préjudice des dispositions du présent titre, les dispositions du titre VII, Chapitres 1er, 3, 4, 7 à 10 ainsi que les articles 355, 356 et 357 du Code des impôts sur les revenus, les articles 126 à 175 de l'arrêté d'exécution de ce Code, ainsi que la loi du 13 avril 2019 introduisant le Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales sont applicables aux taxes provinciales et communales pour autant qu'elles ne concernent pas spécialement les impôts sur les revenus et à l'exception des articles 43 à 48 de ce même Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales. Pour les cas d'aliénation ou d'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, la notification par le notaire au sens de l'article 35 de la loi du 13 avril 2019 introduisant le Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales doit être adressée au Directeur financier de la commune dans laquelle le propriétaire du bien a sa résidence. ".
Art. 18. In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel L 3321-8bis toegevoegd, luidend als volgt :
"Art. L3321-8bis. In geval van niet-betaling op de vervaldag wordt een aanmaning gestuurd naar de belastingplichtige. Deze aanmaning gebeurt bij aangetekend schrijven. De postkosten van deze zending kunnen in rekening worden gebracht bij de belastingplichtige. In dit geval worden ze onder dwang geïnd.
Deze betalingsherinnering aan de belastingplichtige kan slechts worden verzonden na het verstrijken van een termijn van 10 kalenderdagen vanaf de eerste dag na de vervaldag vermeld op het aanslagbiljet.
De eerste uitvoeringsmaatregel kan pas ten uitvoer worden gelegd na het verstrijken van een maand na de derde werkdag na de datum waarop de aanmaning aan de belastingplichtige is verzonden.
De in deel V, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde middelen van tenuitvoerlegging vormen een middel van tenuitvoerlegging in de zin van het tweede lid.".
Art. 18. Il est ajouté un article L3321-8bis au même Code rédigé comme suit :
" Art. L3321-8bis. En cas de non-paiement à l'échéance, un rappel est envoyé au contribuable. Ce rappel se fait par courrier recommandé. Les frais postaux de cet envoi peuvent être mis à charge du redevable. Dans ce cas, ceux-ci sont recouvrés par la contrainte.
Ce rappel de paiement adressé au redevable ne peut être envoyé qu'à l'expiration d'un délai de 10 jours calendrier à compter du 1er jour suivant l'échéance de paiement mentionnée sur l'avertissement-extrait de rôle.
La première mesure d'exécution ne peut être mise en oeuvre qu'à l'expiration d'un délai d'un mois à compter du troisième jour ouvrable qui suit la date d'envoi du rappel au redevable.
Constitue une voie d'exécution au sens de l'alinéa 2 les voies d'exécution visées à la cinquième partie, titre III du Code judiciaire. ".
HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE V. - Dispositions modifiant le code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art. 19. In artikel 44 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt het tweede lid, ingediend bij het decreet van 13 december 2017, opgeheven.
Artikel 44, lid 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoerd bij het decreet van 13 december 2017, blijft echter van toepassing in het geval van een verkoop vastgesteld bij een onderhandse akte die voor 21 december 2019 van een vaste datum is voorzien in de zin van artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek.
Onderworpen aan de teruggave zijn de proportionele rechten, geïnd op de onderhandse akte waarvan sprake in vorig lid, wanneer de verkoop bij authentieke akte wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 44, lid 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoerd bij het decreet van 13 december 2017, ter hoogte van het verschil tussen de geïnde proportionele rechten en de proportionele rechten berekend op grond van de toepassing van artikel 44, lid 2, van hetzelfde Wetboek.
Art. 19. Dans l'article 44 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, l'alinéa 2, introduit par le décret du 13 décembre 2017, est abrogé.
Toutefois, l'article 44, alinéa 2, du même Code, introduit par le décret du 13 décembre 2017, reste applicable en présence d'une vente constatée par un acte sous seing privé qui a reçu une date certaine au sens de l'article 1328 du Code civil avant le 21 décembre 2019.
Sont sujets à restitution, les droits proportionnels perçus sur l'acte sous seing privé dont question à l'alinéa précédent, lorsque la vente est constatée par acte authentique conformément à l'article 44, alinéa 2, du même Code, introduit par le décret du 13 décembre 2017, à concurrence du différentiel entre les droits proportionnels perçus et les droits proportionnels calculés sur base de l'application de l'article 44, alinéa 2 du même Code.
Art. 20. In artikel 48 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid, ingediend bij het decreet van 13 december 2017, opgeheven.
Artikel 48, lid 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoerd bij het decreet van 13 december 2017, blijft echter van toepassing in het geval van een verkoop vastgesteld bij een onderhandse akte die voor 21 december 2019 van een vaste datum is voorzien in de zin van artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek.
Onderworpen aan de teruggave zijn de proportionele rechten, geïnd op de onderhandse akte waarvan sprake in vorig lid, wanneer de verkoop bij authentieke akte wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 48, lid 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoerd bij het decreet van 13 december 2017, ter hoogte van het verschil tussen de geïnde proportionele rechten en de proportionele rechten berekend op grond van de toepassing van artikel 48, lid 2, van hetzelfde Wetboek.
Art. 20. Dans l'article 48 du même Code, l'alinéa 2, introduit par le décret du 13 décembre 2017, est abrogé.
Toutefois, l'article 48, alinéa 2, du même Code, introduit par le décret du 13 décembre 2017, reste applicable en présence d'une vente constatée par un acte sous seing privé qui a reçu une date certaine au sens de l'article 1328 du Code civil avant le 21 décembre 2019.
Sont sujets à restitution, les droits proportionnels perçus sur l'acte sous seing privé dont question à l'alinéa précédent, lorsque la vente est constatée par acte authentique conformément à l'article 48, alinéa 2, du même Code, introduit par le décret du 13 décembre 2017, à concurrence du différentiel entre les droits proportionnels perçus et les droits proportionnels calculés sur base de l'application de l'article 48, alinéa 2 du même Code.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 21. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 21. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2021.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 31-12-2020, p. 98211)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 31-12-2020, p. 98185)