Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 DECEMBER 2020. - Wet betreffende de begunstigden van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie
Titre
16 DECEMBRE 2020. - Loi relative aux bénéficiaires de l'accord sur le retrait du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Union européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique
Documentinformatie
Numac: 2020044448
Datum: 2020-12-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020044448
Date: 2020-12-16
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
Art. 2. La présente loi prévoit la mise en oeuvre partielle de l'accord sur le retrait du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Union européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 14 mars 1968 abrogeant les lois relatives aux taxes de séjour des étrangers, coordonnées le 12 octobre 1953
Art. 3. In artikel 2 van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953, gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "de verblijfsvergunning van een vreemdeling" vervangen door de woorden "de verblijfsvergunningen of verblijfsdocumenten van een vreemdeling";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  "Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een verblijfsdocument voor begunstigden van het terugtrekkingsakkoord wordt afgeleverd ter vervanging van een geldig verblijfsdocument van een begunstigde van het terugtrekkingsakkoord die over een duurzaam verblijf beschikt zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder h), van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 384 I/01).
  De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, andere categorieën van personen aanduiden op wie het eerste lid niet van toepassing is.";
  3° in paragraaf 2 worden de woorden "eerste lid," ingevoegd tussen de woorden "paragraaf 1," en de woorden "kunnen de gemeenten".
Art. 3. Dans l'article 2 de la loi du 14 mars 1968 abrogeant les lois relatives aux taxes de séjour des étrangers, coordonnées le 12 octobre 1953, modifié par la loi du 18 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " le titre de séjour d'un étranger " sont remplacés par les mots " les titres ou documents de séjour d'un étranger " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " L'alinéa 1er ne s'applique cependant pas lors de la délivrance d'un document de séjour pour bénéficiaires de l'accord de retrait, délivré en remplacement du document de séjour en cours de validité d'un bénéficiaire de l'accord de retrait qui dispose d'un droit de séjour permanent, tel que visé à l'article 18, paragraphe 1er, point h), de l'accord sur le retrait du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Union européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (2019/C 384 I/01).
  Le Roi peut, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, déterminer d'autres catégories de personnes pour lesquelles l'alinéa 1er ne s'applique pas. " ;
  3° dans le paragraphe 2, les mots " alinéa 1er, " sont insérés entre les mots " paragraphe 1er, " et les mots " les communes ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Art. 4. Artikel 1, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 31 juli 2020, wordt aangevuld met de bepalingen onder 30° en 31° luidende:
  "30° het terugtrekkingsakkoord: het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 384 I/01);
  31° begunstigde van het terugtrekkingsakkoord: de persoon bedoeld in artikel 10 van het terugtrekkingsakkoord."
Art. 4. L'article 1er, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié en dernier lieu par la loi du 31 juillet 2020, est complété par les 30° et 31° rédigés comme suit :
  " 30° l'accord de retrait : l'accord sur le retrait du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord de l'Union européenne et de la Communauté européenne de l'énergie atomique (2019/C 384 I/01) ;
  31° bénéficiaire de l'accord de retrait : la personne visée à l'article 10 de l'accord de retrait. ".
Art. 5. In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk Iter ingevoegd, luidende "Begunstigden van het terugtrekkingsakkoord.".
Art. 5. Dans le titre II de la même loi, il est inséré un chapitre Iter intitulé " Bénéficiaires de l'accord de retrait. ".
Art. 6. In hoofdstuk Iter, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 47/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 47/5. § 1. De bepalingen uit hoofdstuk I en Ibis inzake lang verblijf, duurzaam verblijf en het beëindigen van het verblijf van toepassing op Unieburgers en hun familieleden zijn van toepassing op de begunstigden van het terugtrekkingsakkoord, behoudens andersluidende bepalingen uit voormeld akkoord en deze wet.
  § 2. De in dit hoofdstuk bedoelde vreemdelingen zijn verplicht tot het indienen van een aanvraag voor een verblijfsstatus als begunstigde van het terugtrekkingsakkoord dewelke beoordeeld zal worden overeenkomstig de voorwaarden vermeld in artikel 18, eerste lid, van het terugtrekkingsakkoord, of tot het indienen van een aanvraag voor een document tot vaststelling van de rechten van grensarbeiders.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde aanvragen worden ingediend.
  § 3. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde aanvragen dienen te worden ingediend ten laatste op 31 december 2021.
  De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde aanvraag voor een verblijfsstatus als begunstigde van het terugtrekkingsakkoord dient te worden ingediend binnen drie maanden na aankomst of, na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde uiterste termijn, al naargelang welke datum het laatst valt, voor de in artikel 10, eerste lid, onder e), ii) en iii) en de in artikel 10, vierde lid, van het terugtrekkingsakkoord bedoelde personen die het recht hebben hun verblijf overeenkomstig dit hoofdstuk aan te vangen na het eind van de overgangsperiode.
  Indien de aanvraag wordt ingediend buiten de in het eerste en tweede lid bedoelde termijn, beoordeelt de Minister of zijn gemachtigde alle omstandigheden waaronder en redenen waarom deze termijn niet in acht is genomen en wordt aan de indiener een redelijke aanvullende termijn geboden voor het indienen van een aanvraag, indien er voor het niet in acht nemen van deze termijn redelijke gronden zijn.
  De Koning bepaalt het model van attest dat onmiddellijk uitgereikt wordt ten bewijze van de indiening van de aanvraag van een nieuwe verblijfsstatus.
  § 4. Iedere aanvrager wordt aan een systematische veiligheidscontrole en een controle van zijn strafrechtelijke antecedenten onderworpen.
  De aanvrager voegt hiertoe, indien hij ouder is dan achttien jaar, een uittreksel uit het Belgisch strafregister of een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document, en in voorkomend geval zijn gelegaliseerde vertaling, afgegeven door het land van oorsprong of het land van zijn laatste verblijfplaats, dat niet ouder is dan zes maanden, toe bij zijn aanvraag.
  § 5. Wanneer het gedrag van de begunstigde van het terugtrekkingsakkoord, dat zich na het eind van de overgangsperiode voordeed, gronden oplevert voor een beperking van het recht van verblijf of van het recht van binnenkomst in het land van beroepsactiviteit, wordt dit gedrag onderzocht overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
  § 6. De in artikel 10, eerste lid, onder b), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde personen die kunnen aantonen dat zij gebruik hebben gemaakt van hun recht op verblijf zonder in het bezit te zijn van een geldige verblijfstitel, dienen naast het bewijs dat zij reeds voor het einde van de overgangsperiode als Britse onderdaan op het grondgebied verbleven, hun aanvraag te staven met alle in artikel 18, eerste lid, onder k), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde documenten.
  De in artikel 10, eerste lid, onder d), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde personen die hun recht als grensarbeider hebben uitgeoefend zonder in het bezit te zijn van een geldig document ter staving hiervan, dienen naast het bewijs dat zij reeds voor het einde van de overgangsperiode op het grondgebied als Britse grensarbeider actief waren, hun aanvraag te staven met een geldig paspoort of een geldige nationale identiteitskaart en een verklaring van indienstneming of tewerkstelling, dan wel het bewijs dat zij zelfstandige zijn.
  De in artikel 10, eerste lid, onder e), i), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde personen die kunnen aantonen dat zij gebruik hebben gemaakt van hun recht op verblijf, zonder in het bezit te zijn van een geldige verblijfstitel, dienen naast het bewijs dat zij reeds voor het einde van de overgangsperiode op het grondgebied verbleven, hun aanvraag te staven met alle in artikel 18, eerste lid, onder l), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde documenten.
  De in artikel 10, eerste lid, onder e), ii) en iii), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde personen die het recht hebben hun verblijf overeenkomstig dit hoofdstuk aan te vangen na het eind van de overgangsperiode en de in artikel 10, vierde lid bedoelde personen, dienen hun aanvraag te staven met de in artikel 18, eerste lid, onder m), van het terugtrekkingsakkoord bedoelde documenten.
  § 7. De Koning bepaalt het document ter staving van de verblijfsstatus en het document tot vaststelling van de rechten van grensarbeiders, alsook het eventuele bedrag van de kosten met betrekking tot het vervaardigen van de kaart overeenkomstig artikel 18, eerste lid, onder g) en h), en artikel 26 van het terugtrekkingsakkoord.".
  § 8. De geldige verklaring van inschrijving, de geldige verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, het geldig document ter staving van duurzaam verblijf en de geldige duurzame verblijfskaart van een familielid van een burger van de Unie, afgeleverd aan een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk of één van zijn familieleden, vervallen automatisch op 31 maart 2022.
Art. 6. Dans le chapitre Iter inséré par l'article 5, il est inséré un article 47/5, rédigé comme suit :
  " Art. 47/5. § 1er. Les dispositions du chapitre I et Ibis concernant le long séjour, le séjour permanent et la fin de séjour applicable aux citoyens de l'Union et leurs membres de la famille, sont applicables aux bénéficiaires de l'accord de retrait sauf dispositions contraires dans cet accord ou cette loi.
  § 2. Les étrangers visés au présent chapitre sont tenus d'introduire une demande de statut de résident en tant que bénéficiaire de l'accord de retrait qui sera évaluée conformément aux conditions énoncées à l'article 18, paragraphe 1er, de l'accord de retrait, ou d'introduire une demande en vue d'obtenir un document indiquant les droits des travailleurs frontaliers.
  Le Roi détermine la manière dont les demandes visées au paragraphe 1er sont introduites.
  § 3. Les demandes visées au paragraphe 2, alinéa 1er, doivent être introduites au plus tard le 31 décembre 2021.
  Pour les personnes visées à l'article 10, paragraphe 1er, point e), ii) et iii) et à l'article 10, paragraphe 4, de l'accord de retrait qui, conformément au présent chapitre, ont le droit de commencer leur séjour après la fin de la période de transition, la demande de statut de résident en tant que bénéficiaire de l'accord de retrait visée au paragraphe 2, alinéa 1er, doit être introduite dans les trois mois après leur arrivée ou avant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er, la date la plus tardive étant retenue.
  Si la demande est introduite en dehors du délai visé aux alinéas 1er et 2, le ministre ou son délégué évalue toutes les circonstances et les raisons du non-respect de ce délai et autorise la personne à introduire une demande dans un délai supplémentaire raisonnable s'il existe des motifs raisonnables qui justifient le non-respect du délai initial.
  Le Roi détermine le modèle d'attestation à délivrer immédiatement comme preuve de l'introduction de la demande d'un nouveau statut de résident.
  § 4. Chaque demandeur est soumis à un contrôle systématique des antécédents criminels et en matière de sécurité.
  A cet effet, si le demandeur est âgé de dix-huit ans ou plus, il joint à sa demande un extrait du casier judiciaire belge, ou un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent et, le cas échéant, sa traduction légalisée, délivré par le pays d'origine ou de dernière résidence, datant de six mois au plus.
  § 5. Si le comportement du bénéficiaire de l'accord de retrait, qui s'est produit après la fin de la période de transition, constitue un motif de restriction du droit de séjour ou du droit d'entrée dans l'Etat de travail, ce comportement est examiné conformément aux dispositions de la présente loi.
  § 6. Les personnes visées à l'article 10, paragraphe 1er, point b), de l'accord de retrait qui peuvent prouver qu'elles ont exercé leur droit de séjour sans être titulaires d'un titre de séjour valable doivent fournir la preuve qu'elles résidaient déjà en tant que citoyen Britannique sur le territoire avant la fin de la période de transition et justifier leur demande au moyen de tous les documents visés à l'article 18, paragraphe 1er, point k), de l'accord de retrait.
  Les personnes visées à l'article 10, paragraphe 1er, point d), de l'accord de retrait qui ont exercé leur droit en tant que travailleurs frontaliers sans être titulaires d'un document valable attestant de ce fait doivent fournir la preuve qu'elles travaillaient déjà sur le territoire en tant que travailleur frontalier britannique avant la fin de la période de transition et justifier leur demande au moyen d'un passeport ou d'une carte d'identité nationale en cours de validité et d'une promesse d'embauche ou attestation d'emploi ou d'une preuve attestant d'une activité non salariée.
  Les personnes visées à l'article 10, paragraphe 1er, point e), i), de l'accord de retrait qui peuvent prouver qu'elles ont exercé leur droit de séjour sans être titulaires d'un titre de séjour valable doivent fournir la preuve qu'elles résidaient déjà sur le territoire avant la fin de la période de transition et justifier leur demande au moyen de tous les documents visés à l'article 18, paragraphe 1er, point l), de l'accord de retrait.
  Les personnes visées à l'article 10, paragraphe 1er, point e), ii) et iii), de l'accord de retrait qui ont le droit de commencer leur séjour après la fin de la période de transition conformément au présent chapitre et les personnes visées à l'article 10, paragraphe 4, doivent justifier leur demande au moyen des documents visés à l'article 18, paragraphe 1er, point m), de l'accord de retrait.
  § 7. Le Roi détermine le document attestant le statut de séjour et le document indiquant les droits des travailleurs frontaliers, ainsi que le montant éventuel des frais relatifs à la production de la carte conformément à l'article 18, paragraphe 1er, points g) et h), et à l'article 26 de l'accord de retrait. ".
  § 8. L'attestation d'enregistrement valable, la carte de séjour valable en tant que membre de la famille d'un citoyen de l'Union, le document valable attestant de la permanence du séjour et la carte de séjour permanent de membre de la famille d'un citoyen de l'Union valable, délivrés aux ressortissants de pays tiers ou à un membre de leur famille, expirent automatiquement le 31 mars 2022.
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur
Art. 7. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 7. Cette loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.