Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
30 OKTOBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering over de subsidiëring van bebossing
Titre
30 OCTOBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif au subventionnement du boisement
Documentinformatie
Numac: 2020044046
Datum: 2020-10-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020044046
Date: 2020-10-30
Moniteur: Voir
Tekst (33)
Texte (33)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 2, 60°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
  2° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor omgeving en natuur;
  3° bos: zoals gedefinieerd in artikel 3 van het Bosdecreet;
  4° aanbevolen herkomst: een herkomst van een boom- of struiksoort die via de lijst van aanbevolen herkomsten zoals opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek wordt aanbevolen voor gebruik in het Vlaamse gewest.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° agence : l'agence visée à l'article 2, 60°, du décret du 21 octobre 1997 concernant la conservation de la nature et le milieu naturel ;
  2° ministre : le ministre flamand compétent pour l'environnement et la nature ;
  3° bois : le bois tel que défini à l'article 3 du Décret forestier ;
  4° provenance recommandĂ©e : une provenance d'une espĂšce d'arbre ou d'arbuste recommandĂ©e par l'Institut de Recherche des ForĂȘts et de la Nature, via la liste de provenances recommandĂ©es, afin d'ĂȘtre utilisĂ©e en RĂ©gion flamande.
Art. 2. Binnen de perken van de kredieten die daarvoor beschikbaar zijn op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, kan de minister conform dit besluit voor gronden in het Vlaamse Gewest een subsidie voor bebossing verlenen.
Art. 2. Dans les limites des crĂ©dits disponibles Ă  cet effet au budget de la CommunautĂ© flamande, le Ministre peut accorder une subvention au boisement pour des terrains en RĂ©gion flamande, conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 3. § 1. Een aanvrager komt in aanmerking voor de subsidies, vermeld in artikel 2, als hij voldoet aan al de volgende voorwaarden:
  1° de aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een natuurlijke persoon of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon dan de federale staat, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Waals Gewest, het Vlaamse Gewest of een publiekrechtelijke rechtspersoon van het Vlaamse Gewest;
  2° de aanvrager onderschrijft bij de indiening van de aanvraag de verbintenisvoorwaarden, vermeld in artikel 4.
  § 2. Een aanvrager komt in aanmerking voor de subsidies, vermeld in artikel 2, als voldaan wordt aan al de volgende voorwaarden:
  1° de grond waarop de aanvraag voor de subsidies betrekking heeft is in eigendom van de aanvrager of de aanvrager heeft er een zakelijk recht op, of het terrein wordt gepacht door de aanvrager. In dat laatste geval geven de eigenaar of zakelijk rechthouder en de verpachter een schriftelijke verklaring waarin uitdrukkelijk ingestemd wordt met de bebossing van de gronden;
  2° de grond waarop de aanvraag voor de subsidies betrekking heeft is bij de aanvraag geen bos als vermeld in artikel 3, § 1, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  3° de grond waarop de aanvraag voor de subsidies betrekking heeft is niet gelegen binnen industriegebied in de ruime zin;
  4° de grond waarop de aanvraag voor de subsidie betrekking heeft is niet gelegen in herbevestigd agrarisch gebied;
  5° de grond waarop de subsidie betrekking heeft is niet gelegen in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen;
  6° de grond waarop de aanvraag voor de subsidie betrekking heeft, heeft een minimale oppervlakte van tien are;
  7° wanneer de grond is gelegen in agrarisch gebied in de ruime zin heeft de grond waarop de aanvraag voor de subsidie betrekking heeft een minimale oppervlakte van 50 are of indien aansluitend bij bestaand bos 25 are;
  8° wanneer de grond is gelegen in agrarisch gebied in de ruime zin moet de grond gedurende minstens twee volledige kalenderjaren voorafgaand aan het indienen van de aanvraag in de zin van artikel 6 niet gebruikt worden voor professionele land- en tuinbouwdoeleinden;
  9° de grond waarop de aanvraag voor de subsidies betrekking heeft is niet eerder opgegeven als grond die bebost zal worden ter compensatie van een ontbossing als vermeld in artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
  10° gronden die via een eenvoudige melding als vermeld in artikel 87, vijfde lid, van het Bosdecreet van 13 juni 1990, worden gerooid, komen niet in aanmerking in de volgende gevallen:
  a) gedurende tien jaar na de melding als de grond in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied ligt;
  b) tot aan de datum van inwerkingtreding van de bestemmingswijziging van de grond naar een bestemming die ressorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding bos, overig groen of reservaat en natuur of tot aan de datum van inwerkingtreding van de aanduiding van de grond als watergevoelig openruimtegebied conform artikel 5.6.8, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  11° met toepassing van de wetgeving op de ruimtelijke ordening tot ontbossen is geen omgevingsvergunning afgeleverd op de grond waar conform artikel 90bis, § 7, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 geen compensatieplicht geldt;
  12° op de grond is er geen verplichting tot bebossing op basis van een gerechtelijk bevel, een contractuele of een eenzijdige verbintenis en de bebossing op de grond is niet strijdig met de geldende wetgeving;
  13° de voorgenomen bebossing wordt uitgevoerd met inheemse soorten die opgenomen zijn in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing, of met populier gecombineerd met inheemse soorten opgenomen in de genoemde bijlage;
  minstens 75 % van het gebruikte aantal planten dat via de handel wordt aangeschaft van de soorten opgenomen in bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing, is afkomstig van aanbevolen herkomsten. In voorkomend geval wordt het document van de leverancier overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 2 juni 2004 tot vaststelling van een technisch controlereglement betreffende het bosbouwkundig teeltmateriaal, als bewijsstuk toegevoegd bij de melding als vermeld in artikel 8 van dit besluit;
  14° de aanvrager beschikt, indien dit noodzakelijk is op de betrokken gronden, over een geldige vergunning voor bosaanplanting.
Art. 3. § 1er. Un demandeur est éligible aux subventions, visées à l'article 2, s'il répond à toutes les conditions suivantes :
  1° le demandeur est une personne morale de droit privé, une personne physique ou une personne morale de droit public autre que l'état fédéral, la Région de Bruxelles-Capitale, la Région wallonne, la Région flamande ou une personne morale de droit public de la Région flamande ;
  2° au moment de l'introduction de la demande, le demandeur souscrit aux conditions d'engagement, visées à l'article 4.
  § 2. Un demandeur est éligible aux subventions, visées à l'article 2, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention est la propriété du demandeur, ou le demandeur est détenteur d'un droit réel sur le terrain ou l'a pris à bail. Dans ce dernier cas, le propriétaire ou le détenteur du droit réel et le bailleur donnent une déclaration écrite de leur consentement explicite au boisement des terrains ;
  2° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention n'est pas de bois tel que visé à l'article 3, § 1er, du Décret forestier du 13 juin 1990 au moment de la demande ;
  3° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention n'est pas situé en zone industrielle au sens large ;
  4° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention n'est pas situé en zone agricole reconfirmée ;
  5° le terrain faisant l'objet de la subvention n'est pas situé en zone agricole établie dans des plans d'exécution spatiaux ;
  6° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention a une superficie minimale de dix ares ;
  7° lorsque le terrain est situé en zone agricole au sens large, le terrain faisant l'objet de la demande de subvention a une superficie minimale de 50 ares ou, s'il est adjacent au bois existant, de 25 ares ;
  8° lorsque le terrain est situĂ© en zone agricole au sens large, le terrain ne peut pas ĂȘtre utilisĂ© Ă  des fins agricoles et horticoles professionnelles pendant au moins deux annĂ©es calendaires complĂštes prĂ©cĂ©dant l'introduction de la demande au sens de l'article 6 ;
  9° le terrain faisant l'objet de la demande de subvention n'a pas été indiqué auparavant comme terrain qui sera boisé en compensation d'un déboisement tel que visé à l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990 ;
  10° les terrains qui sont défrichés via une simple notification telle que visée à l'article 87, alinéa 5, du Décret forestier du 13 juin 1990, n'entrent pas en considération dans les cas suivants :
  a) durant dix ans suivant la notification si le terrain est situé en zone agricole ou dans une zone d'affectation assimilée ;
  b) jusqu'Ă  la date d'entrĂ©e en vigueur de la modification de destination du terrain en une destination relevant de la catĂ©gorie d'affectation de zone forĂȘt, autres espaces verts ou rĂ©serve et nature, ou jusqu'Ă  la date d'entrĂ©e en vigueur de la dĂ©signation du terrain comme zone d'espace ouvert vulnĂ©rable du point de vue de l'eau conformĂ©ment Ă  l'article 5.6.8, § 1er, du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire ;
  11° en application de la législation sur l'aménagement du territoire quant au déboisement, aucun permis d'environnement n'a été délivré sur les terrains auxquels ne s'applique pas d'obligation de compensation conformément à l'article 90bis, § 7, du Décret forestier du 13 juin 1990 ;
  12° aucune obligation de boisement ne s'applique au terrain sur la base d'un mandat judiciaire, d'un engagement contractuel ou unilatéral et le boisement du terrain ne va pas à l'encontre de la législation en vigueur ;
  13° le boisement envisagĂ© est effectuĂ© avec des espĂšces indigĂšnes inscrites Ă  l'annexe 1reĂ  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement, ou avec des peupliers en combinaison avec des espĂšces indigĂšnes inscrites Ă  l'annexe prĂ©citĂ©e ;
  au moins 75 % du nombre de plantes utilisĂ©es qui sont achetĂ©es via le commerce des espĂšces inscrites Ă  l'annexe 3 Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement, sont de provenances recommandĂ©es. Le cas Ă©chĂ©ant, le document du fournisseur est joint comme piĂšce justificative Ă  la notification telle que visĂ©e Ă  l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 2 juin 2004 Ă©tablissant un rĂšglement de contrĂŽle technique relatif aux matĂ©riels forestiers de reproduction ;
  14° s'il est nécessaire sur les terrains concernés, le demandeur dispose d'une autorisation valable pour la plantation de bois.
Art. 4. Om de subsidies op basis van dit besluit te verkrijgen, verbindt de aanvrager zich ertoe om de volgende voorwaarden na te leven:
  1° uiterlijk voor de melding aan het agentschap dat de bebossing is uitgevoerd, schrijft de aanvrager de bebossing in op www.bosteller.be;
  2° hij voert de nodige beheerwerken uit om de bebossing met inbegrip van alle boskenmerken in stand te houden;
  3° hij ontbost de bebossing niet gedurende een periode van 25 jaar na de uitbetaling van de subsidie, vermeld in artikel 8 van dit besluit;
  4° Bij elke overdracht wordt een melding in de notariële akte opgenomen van de verbintenis die gekoppeld zijn aan de gronden in het kader van dit besluit.
  Met elke overdracht wordt bedoeld:
  a) akte van verkoop;
  b) verhuur voor meer dan negen jaar;
  c) inbreng van een onroerend goed in een vennootschap;
  d) alle akten van vestiging of overdracht vruchtgebruik, erfpacht of opstal;
  e) elke andere akte van eigendomsoverdacht ten bezwarende titel.
Art. 4. Afin d'obtenir les subventions sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le demandeur s'engage Ă  respecter les conditions suivantes :
  1° au plus tard avant la notification à l'agence que le boisement est effectué, le demandeur inscrit le boisement sur www.bosteller.be ;
  2° il effectue les travaux de gestion nécessaires au maintien du boisement, y compris des caractéristiques forestiÚres ;
  3° il ne dĂ©boise pas le boisement pendant une pĂ©riode de 25 ans aprĂšs le paiement de la subvention, visĂ© Ă  l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  4° Lors de chaque cession, une notification est reprise dans l'acte notariĂ© des engagements liĂ©s aux terrains dans le cadre du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Par chaque cession, on entend :
  a) acte de vente ;
  b) location pour plus de neuf ans ;
  c) apport d'un bien immeuble à une société ;
  d) tous les actes de constitution ou cession d'usufruit, de bail emphytéotique ou de droit de superficie ;
  e) tout autre acte translatif de propriété à titre onéreux.
HOOFDSTUK 2. - Bedrag van de subsidie bebossing
CHAPITRE 2. - Montant de la subvention au boisement
Art. 5. De subsidie bebossing bedraagt 2,5 euro per vierkante meter.
  In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie bebossing 0,54 euro per vierkante meter in de volgende gevallen:
  1° de grond is in eigendom van besturen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer;
  2° de grond die bebost wordt, is verworven met een subsidie van een overheid;
  3° voor de grond die bebost wordt, is een vergoeding voor het grondwaardeverlies verkregen;
  4° de grond is gelegen binnen agrarisch gebied in de ruime zin en de grond heeft een oppervlakte tussen 25 are en 50 are en sluit aan op een bestaand bos.
  In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie bebossing 1,96 euro per vierkante meter in het geval dat de bebossing gebeurt via natuurlijke verbossing op gronden die niet zijn verworven met een subsidie van de overheid, waar geen vergoeding voor grondwaardeverlies voor werd ontvangen of die geen eigendom zijn van besturen als vermeld in artikel 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer.
Art. 5. La subvention au boisement s'élÚve à 2,5 euros par mÚtre carré.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la subvention au boisement s'élÚve à 0,54 euro par mÚtre carré dans les cas suivants :
  1° le terrain est la propriĂ©tĂ© d'administrations telles que visĂ©es Ă  l'article 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif au subventionnement de la planification, du dĂ©veloppement et de la mise en oeuvre de la gestion intĂ©grĂ©e de la nature ;
  2° le terrain à boiser, a été acquis avec une subvention d'une autorité ;
  3° pour le terrain à boiser, une indemnité pour la perte de valeur fonciÚre a été obtenue ;
  4° le terrain est situé en zone agricole au sens large, et a une superficie entre 25 ares et 50 ares, et rejoint un bois existant.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, la subvention au boisement s'Ă©lĂšve Ă  1,96 euros par mĂštre carrĂ© si le boisement se fait par boisement naturel sur des terrains qui n'ont pas Ă©tĂ© acquis avec une subvention de l'autoritĂ©, pour lesquels aucune indemnitĂ© pour perte de valeur fonciĂšre n'a Ă©tĂ© obtenue, ou qui ne sont pas la propriĂ©tĂ© d'administrations telles que visĂ©es Ă  l'article 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif au subventionnement de la planification, du dĂ©veloppement et de la mise en oeuvre de la gestion intĂ©grĂ©e de la nature.
HOOFDSTUK 3. - Procedure voor de aanvraag, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie
CHAPITRE 3. - Procédure de demande, d'octroi et de paiement de la subvention
Art. 6. De aanvraag van een subsidie bebossing bevat minstens al de volgende elementen:
  1° de identiteit en de hoedanigheid van de aanvrager of, als de aanvraag wordt ingediend door een gevolmachtigde, de identiteit van de gevolmachtigde en een verklaring dat de aanvrager gevolmachtigd is om de subsidie aan te vragen;
  2° een beknopte verantwoording dat aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, is voldaan;
  3° een engagementsverklaring dat de aanvrager de verbintenisvoorwaarden, vermeld in artikel 4, onderschrijft;
  4° de volgende gegevens over de te bebossen grond:
  a) een kaart waarop de te bebossen percelen zijn aangeduid;
  b) de oppervlakte waarvoor de subsidies worden aangevraagd;
  c) een lijst van de kadastrale percelen met de identificatiegegevens ervan;
  5° een overzicht van de eventueel verkregen subsidies van een provinciale, Vlaamse, federale of Europese overheid waarmee de grond werd verworven.
  Een subsidie wordt aangevraagd met de formulieren, waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website www.natuurenbos.be van het agentschap of via een digitaal loket dat op die website beschikbaar is.
Art. 6. La demande d'une subvention au boisement comprend au moins tous les éléments suivants :
  1° l'identité et la qualité du demandeur ou, si la demande est introduite par un mandataire, l'identité du mandataire et une déclaration que le demandeur a été mandaté pour demander la subvention ;
  2° une justification concise démontrant que les conditions visées à l'article 3, sont remplies ;
  3° une déclaration d'engagement que le demandeur souscrit aux conditions d'engagement, visées à l'article 4 ;
  4° les données suivantes relatives aux terrains à boiser :
  a) une carte sur laquelle les parcelles à boiser sont indiquées ;
  b) la superficie pour laquelle les subventions sont demandées ;
  c) une liste des parcelles cadastrales et leurs données d'identification ;
  5° un aperçu des subventions éventuellement obtenues d'une autorité provinciale, flamande, fédérale ou européenne, avec lesquelles le terrain a été acquis.
  Une subvention est demandée à l'aide des formulaires dont le modÚle est mis à disposition sur le site web www.natuurenbos.be de l'agence, ou via un guichet numérique disponible sur ce site web.
Art. 7. Als het agentschap vaststelt dat de aanvraag niet alle vereiste elementen bevat, brengt het de aanvrager binnen veertien dagen na de dag waarop het agentschap de subsidieaanvraag heeft ontvangen, op de hoogte van de ontbrekende elementen.
  Uiterlijk vijfenveertig dagen na de dag waarop de subsidieaanvraag werd ontvangen beslist de minister over de toekenning van de subsidies.
Art. 7. Lorsque l'agence constate que la demande ne comprend pas tous les éléments requis, elle informe le demandeur, dans un délai de quatorze jours aprÚs le jour auquel l'agence a reçu la demande de subvention, des éléments manquants.
  Au plus tard quarante-cinq jours aprÚs la réception de la demande de subvention, le Ministre décide de l'octroi des subventions.
Art. 8. Na afloop van de bebossing van de percelen, vermeld in de aanvraag, meldt de begunstigde van de subsidie aan het agentschap dat de bebossing is uitgevoerd. Bij de melding worden de nodige bewijsstukken aangeleverd.
  Het agentschap betaalt de subsidie uit na ontvangst van de melding, vermeld in het eerste lid. De subsidie wordt overgeschreven op het rekeningnummer dat is opgenomen in het aanvraagformulier van de subsidie of dat is ingegeven in het e-loket van het agentschap.
Art. 8. A l'issue du boisement des parcelles visées à la demande, le bénéficiaire de la subvention notifie à l'agence l'exécution du boisement. Les documents justificatifs nécessaires sont joints à la notification.
  L'agence paie la subvention aprÚs la réception de la notification visée à l'alinéa 1er. La subvention est versée sur le numéro de compte repris au formulaire de demande de la subvention ou indiqué dans le guichet électronique de l'agence.
HOOFDSTUK 4. - Controles en de terugvordering van de subsidie
CHAPITRE 4. - ContrĂŽles et le recouvrement de la subvention
Art. 9. Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de Inspectie van Financiën en het Rekenhof is het agentschap belast met het toezicht op de aanwending door de begunstigde van de subsidie die met toepassing van dit besluit wordt toegekend.
  De gemachtigde personeelsleden van het agentschap en de Vlaamse overheid en ook de personen die ze aanstellen, kunnen een controle ter plaatse uitvoeren, meer specifiek op de locatie waar de bebossing zou plaatsvinden volgens de aanvraag.
Art. 9. Sans prĂ©judice de l'application des compĂ©tences de l'Inspection des Finances et de la Cour des Comptes, l'agence est chargĂ©e du contrĂŽle de l'affectation par le bĂ©nĂ©ficiaire de la subvention qui est octroyĂ©e en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les membres du personnel habilitĂ©s de l'agence et de l'AutoritĂ© flamande, ainsi que les personnes qu'ils dĂ©signent, peuvent effectuer un contrĂŽle sur place, plus spĂ©cifiquement Ă  l'endroit oĂč le boisement aurait lieu selon la demande.
Art. 10. De subsidies die verkregen zijn op basis van dit besluit, worden volledig teruggevorderd, in de volgende gevallen:
  1° als de voorwaarden, vermeld in artikel 3, niet zijn nageleefd;
  2° als de voorwaarden, vermeld in artikel 4, niet zijn nageleefd of als daarvoor niet de nodige garanties aanwezig zijn.
  De teruggevorderde bedragen worden gestort op een rekening van het Vlaamse Gewest die het agentschap aanwijst, binnen een maand nadat de aanvrager met een beveiligde zending in gebreke is gesteld. De wettelijke intresten beginnen te lopen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn.
  Deze terugvorderingen gebeuren conform hetgeen bepaald in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof.
Art. 10. Les subventions obtenues sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont entiĂšrement recouvrĂ©es dans les cas suivants :
  1° si les conditions, visées à l'article 3, ne sont pas respectées ;
  2° si les conditions, visées à l'article 4, ne sont pas respectées ou si les garanties nécessaires ne sont pas prévues.
  Les montants recouvrĂ©s sont versĂ©s sur un compte de la RĂ©gion flamande Ă  dĂ©signer par l'agence, dans le mois suivant la mise en demeure du demandeur par envoi sĂ©curisĂ©. Les intĂ©rĂȘts lĂ©gaux commencent Ă  courir Ă  l'expiration du dĂ©lai de paiement.
  Ces recouvrements se font conformément aux dispositions de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrÎle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrÎle de la Cour des comptes.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing
Section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement
Art. 11. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing worden de woorden "bebossing en voor" vervangen door de woorden "bebossing in herbevestigd agrarisch gebied en in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen en voor".
Art. 11. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement, les mots " boisement et du " sont remplacĂ©s par les mots " boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e et dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux et du ".
Art. 12. Artikel 1, 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° aanbevolen herkomst: een herkomst van een boom- of struiksoort die via de lijst van aanbevolen herkomsten zoals opgesteld door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek wordt aanbevolen voor gebruik in het Vlaamse gewest;".
Art. 12. L'article 1, 8°, est remplacé par ce qui suit :
  " 8° provenance recommandĂ©e : une provenance d'une espĂšce d'arbre ou d'arbuste recommandĂ©e par l'Institut de Recherche des ForĂȘts et de la Nature, via la liste de provenances recommandĂ©es, afin d'ĂȘtre utilisĂ©e en RĂ©gion flamande ; ".
Art. 13. Het opschrift van hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "HOOFDSTUK 2 Subsidies voor bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen en herbebossing".
Art. 13. L'intitulĂ© du chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " CHAPITRE 2 Subventions au boisement dans une zone agricole reconfirmée, dans une zone agricole établie dans des plans d'exécution spatiaux, et au reboisement ".
Art. 14. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Binnen de beschikbare begrotingskredieten worden subsidies verleend voor het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen of een herbebossing. Het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied, in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen of herbebossing kan worden uitgevoerd door beplanting of door natuurlijke verjonging.
Art. 14. L'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 2. Dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles, des subventions sont accordĂ©es pour l'amĂ©nagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e, dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux, ou d'un reboisement. L'amĂ©nagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmĂ©e, dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux, ou d'un reboisement peut ĂȘtre rĂ©alisĂ© par des plantations ou par une rĂ©gĂ©nĂ©ration naturelle.
Art. 15. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "voor het aanleggen van een bebossing" vervangen door de woorden "voor het aanleggen van een bebossing in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen";
  2° In § 1, eerste lid, 1° wordt de zinsnede "Als plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt wordt, wordt het subsidiebedrag verhoogd met toepassing van de volgende formule: aandeel van het plantgoed van aanbevolen herkomst x (het aantal hectare x 250 euro)" vervangen door de zinsnede "Indien het gebruikte plantgoed via de handel wordt aangeschaft dan dient dit plantgoed voor de soorten in bijlage 3 voor minstens 75% van de beboste oppervlakte afkomstig te zijn van aanbevolen herkomsten. In dit geval bedraagt de subsidie 3750 euro.".
  3° in § 2, eerste lid, worden de woorden "van de aangelegde bebossing" vervangen door de woorden "van de aangelegde bebossing in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen".
Art. 15. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le § 1er, alinéa 1er, les mots " pour l'aménagement d'un boisement " sont remplacés par les mots " pour l'aménagement d'un boisement dans une zone agricole reconfirmée ou dans une zone agricole établie dans des plans d'exécution spatiaux " ;
  2° dans le § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, le membre de phrase " Lorsque des plants d'origine recommandĂ©e sont utilisĂ©s, le montant de subvention est augmentĂ© suivant la formule suivante : part des plants d'origine recommandĂ©e x (le nombre d'hectares x 250 euros) " est remplacĂ© par le membre de phrase " Si les plants utilisĂ©s sont achetĂ©s via le commerce, ces plants pour les espĂšces en annexe 3 doivent ĂȘtre de provenances recommandĂ©es pour au moins 75 % de la superficie boisĂ©e. Dans ce cas, la subvention s'Ă©lĂšve Ă  3750 euros. ".
  3° dans le § 2, alinéa 1er, les mots " par le boisement aménagé " sont remplacés par les mots " par le boisement aménagé dans une zone agricole reconfirmée ou dans une zone agricole établie dans des plans d'exécution spatiaux ".
Art. 16. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "Als plantgoed van aanbevolen herkomst gebruikt wordt, wordt het subsidiebedrag verhoogd met toepassing van de volgende formule: aandeel van het plantgoed van aanbevolen herkomst x (het aantal hectare x 250 euro)" vervangen door de zinsnede "Indien het gebruikte plantgoed via de handel wordt aangeschaft dan dient dit plantgoed voor de soorten in bijlage 3 voor minstens 75 % van het gebruikte aantal planten afkomstig te zijn van aanbevolen herkomsten. In dit geval bedraagt de subsidie 3250 euro.".
Art. 16. Dans l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " Lorsque des plants d'origine recommandĂ©e sont utilisĂ©s, le montant de subvention est augmentĂ© suivant la formule suivante : part des plants d'origine recommandĂ©e x (le nombre d'hectares x 250 euros) " est remplacĂ© par le membre de phrase " Si les plants utilisĂ©s sont achetĂ©s via le commerce, ces plants pour les espĂšces en annexe 3 doivent ĂȘtre de provenances recommandĂ©es pour au moins 75 % du nombre de plantes utilisĂ©es. Dans ce cas, la subvention s'Ă©lĂšve Ă  3250 euros. ".
Art. 17. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor het aanleggen van een bebossing, als vermeld in artikel 3, moet de te bebossen grond gelegen zijn in herbevestigd agrarisch gebied of in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen."
Art. 17. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour ĂȘtre Ă©ligible Ă  une subvention pour l'amĂ©nagement d'un boisement, tel que visĂ© Ă  l'article 3, le terrain Ă  boiser doit ĂȘtre situĂ© dans une zone agricole reconfirmĂ©e ou dans une zone agricole Ă©tablie dans des plans d'exĂ©cution spatiaux. "
Art. 18. Er wordt in hetzelfde besluit een nieuw artikel 23bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 23bis. De minister, bevoegd voor Leefmilieu, wordt gemachtigd bijlage 3 bij dit besluit aan te passen."
Art. 18. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un nouvel article 23bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 23bis. Le ministre chargĂ© de l'Environnement est habilitĂ© Ă  adapter l'annexe 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. "
Art. 19. Aan hetzelfde besluit wordt een bijlage 3 toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. Le mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par une annexe 3, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif au subventionnement de la planification, du dĂ©veloppement et de la mise en oeuvre de la gestion intĂ©grĂ©e de la nature
Art. 20. In artikel 32, eerste lid, van het Besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer wordt een punt 10° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "10°. als de grond die is aangekocht, bebost zal worden, een overzicht van de kadasterpercelen in kwestie en een verklaring op erewoord dat de grond bebost zal worden binnen twee jaar.".
Art. 20. L'article 32, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif au subventionnement de la planification, du dĂ©veloppement et de la mise en oeuvre de la gestion intĂ©grĂ©e de la nature, est complĂ©tĂ© par un point 10°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 10° si le terrain acquis sera boisé, un aperçu des parcelles cadastrales en question et une déclaration sur l'honneur que le terrain sera boisé dans les deux ans. ".
Art. 21. Aan artikel 35 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als het terrein dat verworven wordt, bebost zal worden, bedraagt de aankoopsubsidie altijd 90 % van het aankoopbedrag, inclusief alle kosten, met een maximum subsidiebedrag van 5 euro/m2.".
Art. 21. Dans l'article 35 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© entre les alinĂ©as 1er et 2, un nouvel alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Si le terrain acquis sera boisé, la subvention d'acquisition s'élÚve toujours à 90 % du montant d'acquisition, y compris tous les frais, avec un montant de subvention maximal de 5 euros/m2. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 22. Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 houdende subsidiëring van grondwaardeverlies bij bebossing, ondersteund door de inkomsten van de bosbehoudsbijdrage in geval van ontbossing wordt opgeheven.
Art. 22. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 portant subventionnement de la perte de valeur fonciĂšre en cas de boisement, soutenu par les revenus de la cotisation de conservation des bois en cas de dĂ©boisement est abrogĂ©.
Art. 23. De aanvragen van subsidies voor bebossing en het verlies van grondwaarde met toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor herbebossing en het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017 betreffende de subsidiëring van de planning, de ontwikkeling en de uitvoering van het geïntegreerd natuurbeheer die zijn ingediend maar nog niet zijn afgehandeld vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden verder behandeld, toegekend en betaald volgens de bepalingen van de besluiten vermeld in artikel 11 en artikel 25.
Art. 23. Les demandes de subventions du boisement et de la perte de valeur fonciĂšre en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du reboisement et de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 relatif au subventionnement de la planification, du dĂ©veloppement et de la mise en oeuvre de la gestion intĂ©grĂ©e de la nature, qui sont introduites mais qui ne sont pas encore traitĂ©es avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont traitĂ©es, octroyĂ©es et payĂ©es selon les dispositions des arrĂȘtĂ©s visĂ©s aux articles 11 et 25.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2020.
Art. 24. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1 novembre 2020.
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor omgeving en natuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le ministre flamand qui a l'environnement, l'amĂ©nagement du territoire et la nature dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bijlage bij het Besluit van de Vlaamse Regering over de subsidiëring van bebossing
  Bijlage 3 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015 betreffende het verlenen van subsidies voor bebossing en voor
  herbebossing
  Bijlage 3 Lijst van soorten met aanbevolen herkomsten
  Annexe Ă  l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif au subventionnement au boisement
  Annexe 3 Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015 relatif au subventionnement du boisement et du
  reboisement
  Annexe 3 Liste des espÚces de provenances recommandées
beuk Fagus sylvatica L.
bosroos Rosa arvensis Huds.
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq.
es Fraxinus excelsior L.
Europese vogelkers Prunus padus L.
fladderiep Ulmus laevis Pallas.
Gelderse roos Viburnum opulus L.
gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L.
grove den Pinus sylvestris L.
haagbeuk Carpinus betulus L.
hazelaar Corylus avellana L.
hondsroos Rosa canina L.
hulst Ilex aquifolium L.
mispel Mespilus germanica L.
rode kornoelje Cornus sanguinea L.
sleedoorn Prunus spinosa L.
Spaanse aak Acer campestre L.
spork Rhamnus frangula L.
wegedoorn Rhamnus cathartica L.
wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill.
wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L.
wilde liguster Ligustrum vulgare L.
wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L.
wintereik Quercus petraea Lieblein
winterlinde Tilia cordata Mill.
zoete kers Prunus avium (L.) L.
zomereik Quercus robur L.
zomerlinde Tilia platyphyllos Scop.
zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
zwarte populier Populus nigra L.
beuk Fagus sylvatica L. bosroos Rosa arvensis Huds. eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Jacq. es Fraxinus excelsior L. Europese vogelkers Prunus padus L. fladderiep Ulmus laevis Pallas. Gelderse roos Viburnum opulus L. gewone esdoorn Acer pseudoplatanus L. grove den Pinus sylvestris L. haagbeuk Carpinus betulus L. hazelaar Corylus avellana L. hondsroos Rosa canina L. hulst Ilex aquifolium L. mispel Mespilus germanica L. rode kornoelje Cornus sanguinea L. sleedoorn Prunus spinosa L. Spaanse aak Acer campestre L. spork Rhamnus frangula L. wegedoorn Rhamnus cathartica L. wilde appel Malus sylvestris (L.) Mill. wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus L. wilde liguster Ligustrum vulgare L. wilde lijsterbes Sorbus aucuparia L. wintereik Quercus petraea Lieblein winterlinde Tilia cordata Mill. zoete kers Prunus avium (L.) L. zomereik Quercus robur L. zomerlinde Tilia platyphyllos Scop. zwarte els Alnus glutinosa (L.) Gaertn. zwarte populier Populus nigra L.
Gezien om gevoegd te worden bij het Besluit van de Vlaamse Regering over de subsidiëring van bebossing.
  Brussel, 30 oktober 2020.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  J. JAMBON
  De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme,
  Z. DEMIR
hĂȘtre Fagus sylvatica L.
rosier des champs Rosa arvensis Huds.
aubépine monogyne Crataegus monogyna Jacq.
frĂȘne Fraxinus excelsior L.
Cerisier Ă  grappes Prunus padus L.
orme lisse Ulmus laevis Pallas.
viorne obier Viburnum opulus L.
érable sycomore Acer pseudoplatanus L.
pin sylvestre Pinus sylvestris L.
charme commun Carpinus betulus L.
noisetier Corylus avellana L.
églantier Rosa canina L.
houx commun Ilex aquifolium L.
néflier d'Allemagne Mespilus germanica L.
cornouiller sanguin Cornus sanguinea L.
prunellier Prunus spinosa L.
Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L.
bourdaine Rhamnus frangula L.
nerprun purgatif Rhamnus cathartica L.
pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill.
fusain d'Europe Euonymus europaeus L.
troëne commun Ligustrum vulgare L.
sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L.
chĂȘne sessile Quercus petraea Lieblein
tilleul Ă  petites feuilles Tilia cordata Mill.
merisier Prunus avium (L.) L.
chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L.
tilleul Ă  grandes feuilles Tilia platyphyllos Scop.
aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn.
peuplier noir Populus nigra L.
hĂȘtre Fagus sylvatica L. rosier des champs Rosa arvensis Huds. aubĂ©pine monogyne Crataegus monogyna Jacq. frĂȘne Fraxinus excelsior L. Cerisier Ă  grappes Prunus padus L. orme lisse Ulmus laevis Pallas. viorne obier Viburnum opulus L. Ă©rable sycomore Acer pseudoplatanus L. pin sylvestre Pinus sylvestris L. charme commun Carpinus betulus L. noisetier Corylus avellana L. Ă©glantier Rosa canina L. houx commun Ilex aquifolium L. nĂ©flier d'Allemagne Mespilus germanica L. cornouiller sanguin Cornus sanguinea L. prunellier Prunus spinosa L.Ă©rable champĂȘtre Acer campestre L. bourdaine Rhamnus frangula L. nerprun purgatif Rhamnus cathartica L. pommier sauvage Malus sylvestris (L.) Mill. fusain d'Europe Euonymus europaeus L. troĂ«ne commun Ligustrum vulgare L. sorbier des oiseleurs Sorbus aucuparia L. chĂȘne sessile Quercus petraea Lieblein tilleul Ă  petites feuilles Tilia cordata Mill. merisier Prunus avium (L.) L. chĂȘne pĂ©donculĂ© Quercus robur L. tilleul Ă  grandes feuilles Tilia platyphyllos Scop. aulne glutineux Alnus glutinosa (L.) Gaertn. peuplier noir Populus nigra L.
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif au subventionnement du boisement.
  Bruxelles, le 30 octobre 2020.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  J. JAMBON
  La Ministre flamande de la Justice et du Maintien, de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire, de l'Energie et du Tourisme,
  Z. DEMIR