Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 NOVEMBER 2020. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 november 2020 houdende delegatie van bevoegdheden, van tekenbevoegdheden en de aanwijzing van ordonnateurs bij de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-12-2020 en tekstbijwerking tot 16-01-2023)
Titre
12 NOVEMBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© du gouvernement de la rĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 12 novembre 2020 portant dĂ©lĂ©gation de compĂ©tences, de signatures et dĂ©lĂ©gation d'ordonnateurs au sein des services du gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 14-12-2020 et mise Ă  jour au 16-01-2023)
Documentinformatie
Numac: 2020044032
Datum: 2020-11-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020044032
Date: 2020-11-12
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° ) Besluit financiële actoren: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 oktober 2006 betreffende de financiële actoren;
2° ) Besluit houdende het statuut van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel;
3° ) Besluit betreffende het contractuele personeel van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel;
4° ) Centrale: beoogt een aankoopcentrale zoals omschreven en geregeld door de regelgeving inzake overheidsopdrachten;
5° ) Concessie(s): beoogt de concessies van werken en diensten zoals omschreven in de regelgeving inzake concessies, met inbegrip van concessies die vrijgesteld zijn krachtens deze regelgeving;
6° ) Directieraad: de directieraad van een van de diensten van de Regering;
7° ) Departementen: de door een ambtenaar-generaal geleide administratieve afdelingen bij elk van de Gewestelijke overheidsdiensten van Brussel;
8° ) Leidende ambtenaar: de ambtenaar, of elke andere persoon, die de uitvoering van de opdracht moet leiden en controleren;
9° ) Ambtenaren-generaal: de ambtenaren van de diensten van de Regering met een graad van minstens rang A4+ in de zin van artikelen 17 en 21 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel;
10) Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
11° ) Opdracht(en): beoogt de (overheids)opdracht(en) voor werken, leveringen of diensten zoals omschreven in de regelgeving inzake overheidsopdrachten, met inbegrip van de opdrachten die vrijgesteld zijn krachtens deze regelgeving;
12° ) Bevoegde minister: de minister die functioneel bevoegd is voor het departement dat wordt geleid door de leidende ambtenaar aan wie delegatie van bevoegdheid wordt verleend;
13° ) OOBBC: organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle;
14° ) Ordonnateur: de administratieve overheid of de ambtenaar die de bevoegdheid heeft om de gewestbegroting in ontvangsten of in uitgaven uit te voeren zoals bedoeld in artikel 25, vierde lid van de OOBBC, namelijk:
a) de vaststelling van een recht, de ordonnancering en de invordering, inzake ontvangsten;
b) de juridische verbintenis, de boekhoudkundige vastlegging, de vereffening, de ordonnancering en de betaling, inzake uitgaven.
15° ) Primaire ordonnateur: de Regering, in overeenstemming met artikel 24, tweede lid van de OOBBC;
16° ) Secundaire ordonnateur: elk van de regeringsministers, in overeenstemming met artikel 25, eerste lid van de OOBBC;
17° ) Gedelegeerde ordonnateur: de personen die door de primaire of secundaire ordonnateur gedelegeerd worden met de bevoegdheid om de gewestbegroting in ontvangsten of in uitgaven uit te voeren zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid van de OOBBC en artikel 4 van het besluit financiële actoren;
18° ) Gesubdelegeerde ordonnateur: de personen die van een gedelegeerde ordonnateur subdelegatie krijgen voor de bevoegdheid om de gewestbegroting in ontvangsten of in uitgaven uit te voeren zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid van de OOBBC en artikel 5 van het besluit financiële actoren;
19° ) Regelgeving inzake concessies: betreft de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies en het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, alsook elke latere wijziging van deze teksten en de wetten of besluiten die ze vervangen;
20° ) Regelgeving inzake overheidsopdrachten: betreft de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, het koninklijk besluit van 18 juni 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren en het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, alsook elke latere wijziging van deze teksten en de wetten of besluiten die ze vervangen;
21° ) Diensten van de Regering: de diensten bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 maart 2015 tot regeling van de naamswijziging van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° ) ArrĂȘtĂ© acteurs financiers : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 octobre 2006 portant sur les acteurs financiers ;
2° ) ArrĂȘtĂ© portant le statut des agents des Services publics rĂ©gionaux de Bruxelles : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pĂ©cuniaire des agents des services publics rĂ©gionaux de Bruxelles ;
3° ) ArrĂȘtĂ© relatif au personnel contractuel des Services publics rĂ©gionaux de Bruxelles : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif Ă  la situation administrative et pĂ©cuniaire des membres du personnel contractuel des services publics rĂ©gionaux de Bruxelles ;
4° ) Centrale : vise une centrale d'achat telle que définie et régie par la Réglementation des marchés publics ;
5° ) Concession(s) : vise les concessions de travaux et de services telles que définies dans la Réglementation des concessions, y inclus les concessions exemptées en vertu de ladite réglementation ;
6° ) Conseil de direction : le conseil de direction d'un des services du Gouvernement ;
7° ) Départements : les subdivisions administratives au sein de chacun des Services publics régionaux de Bruxelles et dont la direction est assurée par un fonctionnaire général ;
8° ) Fonctionnaire dirigeant : le fonctionnaire, ou toute autre personne, chargé de la direction et du contrÎle de l'exécution du marché ;
9° ) Fonctionnaires gĂ©nĂ©raux : les agents des services du Gouvernement titulaires d'un grade de rang minimum A4+ au sens des articles 17 et 21 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pĂ©cuniaire des agents des services publics rĂ©gionaux de Bruxelles ;
10° ) Gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ;
11° ) Marché(s) : vise le(s) marché(s) (public) de travaux, fournitures ou services tels que définis dans la Réglementation des marchés publics, y inclus les marchés exemptés en vertu de ladite réglementation ;
12° ) Ministre compétent : le Ministre fonctionnellement compétent pour le département dont la direction est assurée par le fonctionnaire général concerné par la délégation de compétence ;
13° ) OOBCC : l'ordonnance organique du 23 février 2006 portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrÎle ;
14° ) Ordonnateur : l'autorité administrative ou l'agent titulaire du pouvoir d'exécuter le budget régional en recettes ou en dépenses tel que visé à l'article 25, alinéa 4, de l'OOBCC, à savoir :
a) la constatation d'un droit, l'ordonnancement et le recouvrement, en matiĂšre de recette ;
b) l'engagement juridique, l'engagement comptable, la liquidation l'ordonnancement et le paiement, en matiÚre de dépenses.
15° ) Ordonnateur primaire : le Gouvernement, conformément à l'article 24, alinéa 2, de l'OOBCC ;
16° ) Ordonnateur secondaire : chacun des Ministres du Gouvernement, conformément à l'article 25, alinéa 1er, de l'OOBCC ;
17° ) Ordonnateur dĂ©lĂ©guĂ© : les personnes recevant de l'ordonnateur primaire ou secondaire dĂ©lĂ©gation du pouvoir d'exĂ©cuter le budget rĂ©gional en recettes ou en dĂ©penses en application de l'article 25, alinĂ©a 2, de l'OOBCC et de l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© acteurs financiers ;
18° ) Ordonnateur subdĂ©lĂ©guĂ© : les personnes recevant d'un ordonnateur dĂ©lĂ©guĂ© subdĂ©lĂ©gation du pouvoir d'exĂ©cuter le budget rĂ©gional en recettes ou en dĂ©penses en application de l'article 25, alinĂ©a 2, de l'OOBCC et de l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© acteurs financiers ;
19° ) RĂ©glementation des concessions : vise la loi du 17 juin 2016 relative aux contrats de concession, la loi du 13 Juin 2013 relative Ă  la motivation formelle, Ă  l'information et aux voies de recours en matiĂšre de marchĂ©s publics et de concessions et l'arrĂȘtĂ© royal du 25 juin 2017 relatif Ă  la passation et aux rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des contrats de concession, ainsi que toute modification ultĂ©rieure Ă  ces textes et les lois ou arrĂȘtĂ©s les remplaçant ;
20° ) RĂ©glementation des marchĂ© publics : vise la loi du 17 juin 2016 relative aux marchĂ©s publics, la loi du 13 Juin 2013 relative Ă  la motivation formelle, Ă  l'information et aux voies de recours en matiĂšre de marchĂ©s publics et de concessions, l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă  la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă  la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs spĂ©ciaux et l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics, ainsi que toute modification ultĂ©rieure Ă  ces textes et les lois ou arrĂȘtĂ©s les remplaçant ;
21° ) Services du Gouvernement : les services visĂ©s Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 19 mars 2015 rĂ©glant le changement d'appellation du MinistĂšre de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 2. - Delegaties
CHAPITRE 2. - Délégations
Afdeling 1. - Delegatie van bevoegdheden
Section 1Úre. - Délégation de compétences
Onderafdeling 1. - Gedelegeerde bevoegdheden
Sous-section 1Úre. - Compétences déléguées
Art. 2. § 1. Onverminderd de delegaties toegekend door de Regering aan haar leden en de specifieke delegatieregelingen bij bepaalde departementen van de diensten van de Regering, bepaald door de Regering of een minister, worden aan de ambtenaren-generaal de volgende delegaties verleend:
1° Binnen het of de bevoegdheidsdomein(en) van de minister(s) waar ze van afhangen en de diensten van de Regering of het departement afdeling die ze leiden,
a. alle beslissingen zoals omschreven of beoogd door de regelgeving inzake overheidsopdrachten of de regelgeving inzake concessies, met betrekking tot de gunning en uitvoering van opdrachten of concessies waarvoor de goed te keuren uitgave, ofwel, indien die niet gekend is, de schatting ervan, het bedrag excl. btw vermeld in artikel 11, eerste lid, 2° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 niet overschrijdt;
b. de beslissing om een andere aanbestedende overheid een volmacht te geven om een gezamenlijke Opdracht te plaatsen, met inbegrip van het sluiten van de organisatieovereenkomst van de gezamenlijke Opdracht en alle handelingen die getroffen moeten worden ter uitvoering ervan, wanneer de goed te keuren uitgave, ofwel indien die niet gekend is, de schatting van de gezamenlijke Opdracht, voor het deel dat betrekking heeft op de betrokken regeringsdienst, het bedrag vermeld in punt a. niet overschrijdt;
c. De beslissing om deel te nemen aan een raamovereenkomst geplaatst door een Centrale, die het Gewest benut om (daaropvolgende) Opdrachten te sluiten, en de beslissing om een Centrale volmacht te geven om een Opdracht te plaatsen in naam en voor rekening van het Gewest, voor zover de goed te keuren uitgave, ofwel indien die niet gekend is, de schatting van de Opdracht(en) van de betrokken regeringsdienst via de raamovereenkomst het bedrag vermeld in punt a. niet overschrijdt.
Los van de voornoemde delegaties zorgen de Diensten van de Regering voor de voorbereiding en uitvoering van de beslissingen met betrekking tot de plaatsing van alle Opdrachten en Concessies die de Regering of een van haar Ministers sluit. In dat opzicht stellen de Diensten van de Regering onder meer ontwerpdocumenten op voor de Opdracht of Concessie, analyseverslagen over de offertes of aanvragen tot deelneming, alsook de kennisgevingen en aankondigingen.
d. Alle beslissingen met betrekking tot de huurovereenkomsten van goederen bedoeld in Hoofdstuk II van Titel VIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de goed te keuren uitgave het bedrag vermeld in punt a. niet overschrijdt.
2° Onder voorbehoud van de wetgeving die van toepassing is op de toekenning en controle van subsidies, de goedkeuring van de facturen en schuldvorderingen in verband met door het Gewest toegekende subsidies die worden vastgelegd door de Regering of Minister, binnen het bevoegdheidsgebied of de bevoegdheidsgebieden van de Minister of Ministers van wie zij afhangen en van de Diensten van de Regering of het departement waarover zij de leiding voeren, binnen de perken van de vastgelegde bedragen.
§ 2. Onder voorbehoud van de delegeringen toegekend door de Regering aan haar leden en de delegeringsstelsels eigen aan bepaalde afdelingen van de regeringsdiensten vastgelegd door de Regering of door een minister worden aan de leidende ambtenaren de verlengings- of wijzigingsbeslissingen gedelegeerd met een waarde van minder dan 30.000 euro excl. btw, ongeacht de waarde bij de gunning.
[1 § 3. Zonder enige bedragsbeperking worden de ambtenaren-generaal aangesteld als gedelegeerde ordonnateurs voor de vereffening van elk bedrag vastgelegd in opdracht van de Minister of de regering.]1
[2 § 4. De krachtens §§ 1 en 2 verleende delegaties gelden eveneens voor de verminderingen of annuleringen van boekhoudkundige vastleggingen bedoeld in artikelen 16 en 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 inzake de boekhoudkundige vastlegging, de vereffening en de controle op de vastleggingen en de vereffeningen.
In dit verband en zelfs voor bedragen boven de in §§ 1 en 2 van dit artikel bepaalde drempelbedragen zijn deze delegaties inzake verminderingen of annuleringen van boekhoudkundige vastleggingen toegelaten voor zover deze verminderde of geannuleerde bedragen de in de voornoemde §§ 1 en 2 van dit artikel bepaalde drempelbedragen niet overschrijden.
De bepalingen van het vorig lid gelden voor elke subdelegatie die krachtens dit besluit wordt verleend, overeenkomstig de maximumgrenzen die voor deze subdelegaties bepaald zijn.]2

Art. 2. § 1er . Sous rĂ©serve des dĂ©lĂ©gations accordĂ©es par le Gouvernement Ă  ses membres et des rĂ©gimes de dĂ©lĂ©gations spĂ©cifiques Ă  certains dĂ©partements des services du Gouvernement arrĂȘtĂ©s par le Gouvernement ou un Ministre, les fonctionnaires gĂ©nĂ©raux se voient dĂ©lĂ©guer les compĂ©tences suivantes :
1° Dans le ou les domaine(s) de compétence du ou des Ministres(s) dont ils relÚvent et des services du Gouvernement ou du département dont ils assurent la direction,
a. toutes les dĂ©cisions, telles que dĂ©finies ou visĂ©es par la RĂ©glementation des marchĂ©s publics ou la RĂ©glementation des concessions, relatives Ă  la passation et Ă  l'exĂ©cution de MarchĂ©s ou Concessions pour lesquels la dĂ©pense Ă  approuver, ou Ă  dĂ©faut d'ĂȘtre connue, l'estimation du marchĂ©, n'excĂšde pas le montant, hors TVA, visĂ© Ă  l'article 11, alinĂ©a 1er, 2° de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă  la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques ;
b. la dĂ©cision de mandater un autre pouvoir adjudicateur de passer un MarchĂ© conjoint, y inclus la conclusion de la convention d'organisation du MarchĂ© conjoint et tous les actes Ă  poser en exĂ©cution de celle-ci, lorsque la dĂ©pense Ă  approuver, ou Ă  dĂ©faut d'ĂȘtre connue, l'estimation du MarchĂ© conjoint n'excĂšde pas, pour sa partie relative au Service du Gouvernement concernĂ©, le montant visĂ© sous le point a. ;
c. la dĂ©cision de participer Ă  un accord-cadre passĂ© par une Centrale au bĂ©nĂ©fice duquel la RĂ©gion conclut des MarchĂ©s (subsĂ©quents) et la dĂ©cision de mandater une Centrale pour passer un MarchĂ© au nom et pour le compte de la RĂ©gion dans la mesure oĂč la dĂ©pense Ă  approuver, ou Ă  dĂ©faut d'ĂȘtre connue, l'estimation du MarchĂ© ou des MarchĂ©s du Service du Gouvernement concernĂ© au bĂ©nĂ©fice de l'accord-cadre n'excĂšde pas le montant visĂ© sous le point a.
Indépendamment des délégations précitées, les Services du Gouvernement assurent la préparation et l'exécution des décisions relatives à la passation de tous Marchés et Concessions prises par le Gouvernement ou un de ses Ministres. A ce titre, notamment les Services du Gouvernement assurent la rédaction des projets de documents du Marché ou de Concession, la rédaction des rapports d'analyse des offres ou des demandes de participation ainsi que les notifications et publications.
d. Toutes les décisions relatives aux contrats de louage des choses visés au Chapitre II du Titre VIII du Livre III du Code Civil, dans la limite d'une dépense à approuver n'excédant pas le montant visé sous le point a.
2° sous réserve de la législation applicable à l'octroi et au contrÎle des subventions, l'approbation des factures et déclarations de créance relatives aux dépenses liées à des subventions octroyées par la Région et engagées par le Gouvernement ou le Ministre, dans le ou les domaine(s) de compétence du ou des Ministre(s) dont ils relÚvent et des Services du Gouvernement ou du département dont ils assurent la direction, dans la limite des montants engagés.
§ 2 Sous rĂ©serve des dĂ©lĂ©gations accordĂ©es par le Gouvernement Ă  ses membres et des rĂ©gimes de dĂ©lĂ©gations spĂ©cifiques Ă  certains dĂ©partements des services du Gouvernement arrĂȘtĂ©s par le Gouvernement ou un Ministre, les fonctionnaires dirigeants se voient dĂ©lĂ©guer les dĂ©cisions de reconduction ou de modifications d'une valeur infĂ©rieure Ă  30.000 euros hors TVA, quelle que soit leur valeur Ă  l'attribution.
[1 § 3 Les fonctionnaires généraux, sont désignés en qualité d'ordonnateurs délégués pour la liquidation de tout montant engagé sur ordre du Ministre ou du gouvernement et ce, sans limite de montant.]1
[2 § 4 Les dĂ©lĂ©gations accordĂ©es dans le cadre des paragraphes 1 et 2 du prĂ©sent article valent Ă©galement pour les rĂ©ductions ou annulations d'engagements comptables au sens des articles 16 et 17 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 relatif Ă  l'engagement comptable, Ă  la liquidation et au contrĂŽle des engagements et des liquidations.
Dans ce cadre, mĂȘme pour des montants supĂ©rieurs aux seuils fixĂ©s aux paragraphes 1 et 2 du prĂ©sent article, ces dĂ©lĂ©gations en matiĂšre de rĂ©ductions ou d'annulations d'engagements comptables peuvent ĂȘtre exercĂ©es pour autant que les montants de rĂ©ductions ou d'annulations d'engagements comptables ne dĂ©passent pas les seuils fixĂ©s aux mĂȘmes paragraphes 1 et 2 du prĂ©sent article.
La rĂšgle fixĂ©e Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent est applicable Ă  toute subdĂ©lĂ©gation octroyĂ©e en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et ce, dans les limites des seuils maximaux fixĂ©s par ces subdĂ©lĂ©gations.]2

Art. 3. Onder voorbehoud van de delegaties toegekend door de Regering aan haar leden en de delegatiesystemen eigen aan bepaalde departementen van de diensten van de Regering vastgesteld door de Regering of een Minister, en onder voorbehoud van de bepalingen in het besluit houdende het statuut van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel alsook in het besluit betreffende het contractuele personeel van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, krijgen de ambtenaren-generaal die de directieraden voorzitten een delegatie om elke individuele rechtshandeling aan te nemen die verband houdt met het beheer van het personeel tewerkgesteld bij de Dienst van de Regering waarover zij de leiding hebben.
Art. 3. Sous rĂ©serve des dĂ©lĂ©gations accordĂ©es par le Gouvernement Ă  ses membres et des rĂ©gimes de dĂ©lĂ©gations spĂ©cifiques Ă  certains dĂ©partements des services du Gouvernement arrĂȘtĂ©s par le Gouvernement ou un Ministre et sous rĂ©serve des dispositions fixĂ©es dans l'arrĂȘtĂ© portant le statut des agents des Services publics rĂ©gionaux de Bruxelles ainsi que dans l'arrĂȘtĂ© relatif au personnel contractuel des Services publics rĂ©gionaux de Bruxelles, les fonctionnaires gĂ©nĂ©raux chargĂ©s de prĂ©sider les conseils de direction reçoivent dĂ©lĂ©gation pour adopter tout acte juridique individuel liĂ© Ă  la gestion du personnel occupĂ© au sein du Service du Gouvernement dont ils assurent la direction.
Onderafdeling 2. - Afwezigheid, verhindering en ambtsvacature van een ambtenaar-generaal van een dienst van de regering
Sous-section 2. - Absence, empĂȘchement et vacance de poste d'un fonctionnaire gĂ©nĂ©ral d'un service du gouvernement
Art. 4. § 1. Bij afwezigheid, verhindering of ambtsvacature van een ambtenaar-generaal belast met een bevoegdheid bij een Dienst van de Regering waarover hij de leiding heeft., dan wordt de bevoegdheid bij die Dienst uitgeoefend door een ambtenaar-generaal van een hogere rang, of bij gebrek daaraan, van een net lagere rang.
§ 2. Bij gelijktijdige afwezigheid, verhindering of ambtsvacature van alle ambtenaren beoogd in § 1, dan worden de aan hen gedelegeerde bevoegdheden in overeenstemming met artikel 4, eerste lid, uitgeoefend door de secretaris-generaal en de adjunct-secretaris-generaal.
Als de betrokken Dienst van de Regering geen secretaris-generaal en adjunct-secretaris-generaal omvat, en bij gelijktijdige afwezigheid, verhindering of ambtsvacature van alle ambtenaren beoogd in § 1 worden de aan hen gedelegeerde bevoegdheden uitgeoefend door het personeelslid met de hoogste graadanciënniteit; bij gelijke graadanciënniteit wordt eerst rekening gehouden met de dienstanciënniteit en tot slot met de leeftijd.
Bij gelijktijdige afwezigheid, verhindering of ambtsvacature van de secretaris-generaal en de adjunct-secretaris-generaal worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de ambtenaar met de hoogste graad en de langste anciënniteit bij het departement van de betrokken Dienst van de Regering.
De vervangende uitoefening van de gesubdelegeerde bevoegdheden krachtens het eerste lid geeft aanleiding tot een verslag aan de directieraad van de betrokken dienst van de Regering en aan de bevoegde minister door de betrokken ambtenaar.
Art. 4. § 1er. En cas d'absence, d'empĂȘchement ou de vacance de poste d'un fonctionnaire gĂ©nĂ©ral en charge d'une compĂ©tence au sein d'un Service du Gouvernement dont il assure la direction, la compĂ©tence est exercĂ©e au sein de ce Service par un fonctionnaire gĂ©nĂ©ral d'un rang supĂ©rieur ou, Ă  dĂ©faut, d'un rang directement infĂ©rieur.
§ 2. En cas d'absence, d'empĂȘchement ou de vacance de poste simultanĂ©e de tous les fonctionnaires visĂ©s au § 1er, les compĂ©tences qui leur sont dĂ©lĂ©guĂ©es sont exercĂ©es, conformĂ©ment Ă  l'article 4, alinĂ©a 1er, par le SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral et le SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral adjoint.
Lorsque le service du Gouvernement concernĂ© ne comporte pas de SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral et de SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral adjoint et en cas d'absence, d'empĂȘchement ou de vacance de poste simultanĂ©e de tous les fonctionnaires visĂ©s au § 1er les compĂ©tences qui leur sont dĂ©lĂ©guĂ©es sont exercĂ©es par l'agent ayant l'anciennetĂ© de grade la plus Ă©levĂ©e; Ă  Ă©galitĂ© d'anciennetĂ© de grade, il est tenu compte d'abord de l'anciennetĂ© de service et enfin, de l'Ăąge.
En cas d'absence, d'empĂȘchement ou de vacance de poste simultanĂ©e des SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral et SecrĂ©taire gĂ©nĂ©ral adjoint, ces compĂ©tences sont exercĂ©es par l'agent ayant le grade le plus Ă©levĂ© et l'anciennetĂ© la plus longue au sein du dĂ©partement du Service du Gouvernement concernĂ©.
L'exercice des compétences subdéléguées de maniÚre supplétive en vertu de l'alinéa 1er donne lieu à un rapport au Conseil de direction du Service du Gouvernement concerné et au Ministre compétent par l'agent concerné.
Onderafdeling 3. - Subdelegaties van bevoegdheden
Sous- section 3. - Subdélégations de compétences
Art. 5. § 1. De bevoegdheden gedelegeerd aan de ambtenaren-generaal krachtens artikel 2 kunnen door deze ambtenaren volledig of gedeeltelijk gesubdelegeerd worden, met naleving van de regels vastgesteld door de OOBBC en het besluit financiële actoren, aan ambtenaren van de diensten van de regering.
Als de bevoegdheid geen verband houdt met een verrichting om de begroting uit te voeren en door twee ambtenaren-generaal samen wordt uitgeoefend, dan formuleren zij samen de subdelegatiesbeslissing.
Als de bevoegdheid verband houdt met een verrichting om de begroting uit te voeren, dan zal de subdelegatiesbeslissing door de secundaire ordonnateur genomen worden op gezamenlijk voorstel van de twee betrokken ambtenaren-generaal met naleving van de regels vastgesteld door de OOBBC en het besluit financiële actoren.
§ 2. De bevoegdheden die gesubdelegeerd worden aan een personeelslid van de diensten van de Regering en die geen verband houden met een verrichting om de begroting uit te voeren, mag dit personeelslid nog eens subdelegeren, geheel of gedeeltelijk, aan een ander personeelslid van de diensten van de Regering, op voorwaarde dat dit vooraf gemeld wordt aan de betrokken ambtenaren-generaal.
§ 3. Bij afwezigheid, verhindering of ambtsvacature van een gesubdelegeerde ambtenaar worden de gesubdelegeerde bevoegdheden uitgeoefend door:
1° ofwel de delegerende ambtenaar;
2° ofwel een vervanger aangewezen door de delegeerder voor de periode waarin de gesubdelegeerde ambtenaar onbeschikbaar is, in overeenstemming met het besluit financiële actoren als het een bevoegdheid betreft die niets te maken heeft met een verrichting om de begroting uit te voeren.
§ 4. Elke subdelegatie legt de beperkingen ervan vast.
Art. 5. § 1er. Les compĂ©tences dĂ©lĂ©guĂ©es aux fonctionnaires gĂ©nĂ©raux en vertu de l'article 2 peuvent ĂȘtre subdĂ©lĂ©guĂ©es par celui-ci, en tout ou en partie, dans le respect des rĂšgles fixĂ©es par l'OOBCC et l'arrĂȘtĂ© acteurs financiers, Ă  des agents des services du Gouvernement.
Lorsque la compétence n'a pas trait à une opération visant à exécuter le budget et est exercée de façon conjointe par deux fonctionnaires généraux, la décision de subdélégation est formulée par ceux-ci de façon conjointe.
Lorsque la compĂ©tence a trait Ă  une opĂ©ration visant Ă  exĂ©cuter le budget, la dĂ©cision de subdĂ©lĂ©gation prise par l'ordonnateur secondaire se fait sur proposition conjointe des deux fonctionnaires gĂ©nĂ©raux concernĂ©s dans le respect des rĂšgles fixĂ©es par l'OOBCC et l'arrĂȘtĂ© acteurs financiers.
§ 2. Les compĂ©tences subdĂ©lĂ©guĂ©es Ă  un agent des services du Gouvernement qui n'ont pas trait Ă  une opĂ©ration visant Ă  exĂ©cuter le budget peuvent ĂȘtre, Ă  leur tour, subdĂ©lĂ©guĂ©es par celui-ci, en tout ou en partie, Ă  un autre agent des services du Gouvernement, moyennant information prĂ©alable donnĂ©e aux fonctionnaires gĂ©nĂ©raux concernĂ©s.
§ 3. En cas d'absence, d'empĂȘchement ou de vacance de poste d'un agent subdĂ©lĂ©guĂ©, les compĂ©tences qui lui ont Ă©tĂ© subdĂ©lĂ©guĂ©es sont exercĂ©es :
1° soit par l'agent délégant;
2° soit par un remplaçant dĂ©signĂ© par le dĂ©lĂ©gant pour la durĂ©e de l'indisponibilitĂ© du subdĂ©lĂ©guĂ© conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© sur les acteurs financiers lorsqu'il s'agit d'une compĂ©tence qui n'a pas trait Ă  une opĂ©ration visant Ă  exĂ©cuter le budget.
§ 4. Toute subdélégation fixe les limites de celle-ci.
Afdeling 2. - Delegatie van tekenbevoegdheid aan de ambtenaren-generaal
Section 2. . - Délégations de signature aux fonctionnaires généraux
Art. 6. Binnen het bevoegdheidsgebied of de bevoegdheidsgebieden van de Minister(s) van wie zij afhangen en van de Diensten van de Regering of het departement waarover zij de leiding voeren, kan aan de ambtenaren-generaal delegatie verleend worden om elke correspondentie te ondertekenen in het bevoegdheidsgebied of in de bevoegdheidsgebieden van wij zij afhangen en in het kader van de Diensten van de Regering of het departement waarover zij de leiding voeren.
Art. 6. Dans le ou les domaine(s) de compétence du ou des Ministre(s) dont ils relÚvent et des Services du Gouvernement ou du département dont ils assurent la direction, les fonctionnaires généraux peuvent recevoir de l'autorité compétente une délégation pour signer toute correspondance dans le ou les domaine(s) de compétence du ou des Ministre(s) dont ils relÚvent et dans le cadre des services du Gouvernement ou du département dont ils assurent la direction.
Afdeling 3. - Ordonnateursdelegaties
Section 3. - Délégations d'ordonnateurs
Onderafdeling 1.
Sous-section 1Ăšre.
Art. 7. Binnen het bevoegdheidsgebied of de bevoegdheidsgebieden van de minister of ministers van wie ze afhangen en van de diensten van de regering of het departement waarover ze de leiding voeren, zijn de ambtenaren-generaal de gedelegeerde ordonnateurs voor:
1° elke verrichting om de begroting uit te voeren in het kader van de gedelegeerde bevoegdheden vermeld in artikel 2;
2° de goedkeuring van uitgaven, zowel als hoofdsom als interesten voortvloeiend uit een gerechtelijke beslissing, alsook de daaraan verbonden gerechtskosten, tot een bedrag van 50.000 euro;
3° [1 Onverminderd de bestaande wetgeving inzake de delegatie van bevoegdheden en handtekening inzake niet-fiscale ontvangsten, voor de niet-fiscale ontvangsten die strikt geregeld zijn bij wetgeving en waarvan de bedragen derhalve worden berekend met strikte toepassing van de bepalingen van die wetgeving en waarvoor de Regering geen beslissingsbevoegdheid heeft, stellen de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal, ieder voor wat hem betreft, de rechten vast en voeren de ordonnancering van de ontvangsten uit, overeenkomstig respectievelijk de artikelen 47 en 48 van de OOBBC.
Voor deze in het vorige lid van dit artikel bepaalde niet-fiscale ontvangsten, zijn de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal gemachtigd om, ieder wat hem betreft, een vastgesteld recht gedeeltelijk of volledig te annuleren op grond van een verantwoordingsstuk dat een correctie rechtvaardigt van het geboekte vastgestelde recht of waaruit de uitdoving door verjaring blijkt in toepassing van het artikel 49, lid 2, 1° van de OOBBC.
Voor deze in het eerste lid van dit artikel bepaalde niet-fiscale ontvangsten, zijn de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal gemachtigd om, ieder wat hem betreft, een vastgesteld recht gedeeltelijk of volledig te annuleren in geval van niet-rentabiliteit van de invorderingsprocedure voor een niet-fiscale schuldvordering in toepassing van het artikel 49, lid 2, 2° van de OOBBC.
Met het oog op de invordering van de in het 1ste lid van dit artikel bepaalde niet-fiscale ontvangsten, zijn de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal gemachtigd om, ieder wat hem betreft, onder de door hen in elk specifiek geval te bepalen voorwaarden, uitstel van betaling toe te staan voor de hoofdsom, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de interestenschuld te verlenen en ermee in te stemmen dat de gedeeltelijke betalingen eerst op het kapitaal worden toegerekend, in toepassing van het artikel 51 van de OOBBC. In het geval waarin de toestand van de schuldenaar die te goeder trouw is dat wettigt, gaan de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal, ieder wat hem betreft, met hem dadingen aan.
Voor de in het 1ste lid van dit artikel bepaalde niet-fiscale ontvangsten beschikken de secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal en de directeurs-generaal, ieder voor wat hem betreft, over de delegatie van handtekening voor de toepassing van dit artikel.]1

[2 4° de goedkeuring van elke transactie en uitgave die eruit voortvloeit, tot het bedrag als bedoeld in artikel 7, 2°. ]2
Art. 7. Dans le ou les domaine(s) de compétence du ou des Ministre(s) dont ils relÚvent et des Services du Gouvernement ou du département dont ils assurent la direction, les fonctionnaires généraux sont ordonnateurs délégués pour :
1° toute opération visant à exécuter le budget dans le cadre des compétences déléguées à l'article 2;
2° approuver jusqu'au montant de 50.000 euros les dĂ©penses tant en principal qu'en intĂ©rĂȘts rĂ©sultant d'une dĂ©cision judiciaire, ainsi que les frais de justice correspondant;
3° [1 Sans préjudice de la législation existante concernant la délégation de compétences et de signature en matiÚre de recettes non fiscales, pour les recettes non fiscales qui sont strictement réglementées par une législation et dont par conséquent les montants sont calculés en stricte application des dispositions de cette législation et pour lesquelles le Gouvernement ne dispose d'aucun pouvoir décisionnel, le secrétaire général, le secrétaire général adjoint et les directeurs-généraux, chacun en ce qui le concerne, constatent les droits et effectuent l'ordonnancement des recettes, en application respectivement des articles 47 et 48 de l'OOBCC.
Pour ces recettes non fiscales définies à l'alinéa précédent du présent article, le secrétaire général, le secrétaire général adjoint et les directeurs-généraux, sont autorisés, chacun en ce qui le concerne, d'annuler partiellement ou entiÚrement sur la base d'une piÚce justificative qui motive une correction du droit constaté comptabilisé ou dont résulte l'extinction par prescription en application de l' article 49, alinéa 2, 1° de l'OOBCC.
Pour ces recettes non fiscales définies à l'alinéa 1er du présent article, le secrétaire général, le secrétaire général adjoint et les directeurs-généraux, sont autorisés, chacun en ce qui le concerne, d'annuler partiellement ou entiÚrement en cas de non-rentabilité de la procédure de recouvrement pour une créance non fiscale en application de l' article 49, alinéa 2, 2° de l'OOBCC.
En vue du recouvrement des recettes non fiscales dĂ©finies Ă  l'alinĂ©a 1er du prĂ©sent article, le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral, le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral adjoint et les directeurs-gĂ©nĂ©raux, sont autorisĂ©s, chacun en ce qui le concerne, aux conditions qu'ils fixent dans chaque cas particulier, d'accorder des dĂ©lais pour le paiement du principal, de remettre tout ou partie de la dette en intĂ©rĂȘts et de consentir Ă  ce que les paiements partiels soient imputĂ©s d'abord sur le capital, en application de l'article 51 de l'OOBCC. Dans le cas oĂč la situation du dĂ©biteur de bonne foi le justifie, le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral, le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral adjoint et les directeurs-gĂ©nĂ©raux concluent, chacun en ce qui le concerne, avec lui des transactions.
Pour les recettes non fiscales définies à l'alinéa 1er du présent article, le secrétaire général, le secrétaire général adjoint et les directeurs-généraux disposent, chacun en ce qui le concerne, de la délégation de signature pour l'application du présent article.]1

[2 4° approuver toute transaction et la dĂ©pense en rĂ©sultant jusqu'au montant visĂ© Ă  l'article 7, 2° du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.]2
Onderafdeling 2.
Sous-section 2.
Art. 8.
Art. 8.
HOOFDSTUK 3. - Opheffings- en uitvoeringsbepalingen
CHAPITRE 3. . - Dispositions abrogatoires et exécutoires
Art. 9. § 1. Worden opgeheven:
1° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 maart 1999 betreffende de delegatie van tekenbevoegdheid voor financiële aangelegenheden aan de ambtenaren-generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
2° Het ministerieel besluit van 23 november 1995 tot delegatie van bevoegdheden inzake individueel personeelsbeheer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de leidende ambtenaar van het Ministerie;
3° Het ministeriële besluit van 4 september 2019 tot aanwijzing van gesubdelegeerde ordonnateurs voor financiële aangelegenheden bij Brussel Openbaar Ambt.
§ 2. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 mei 2001 betreffende de delegaties van bevoegdheden aan sommige personeelsleden van Brussel Mobiliteit wordt opgeheven op een datum vast te stellen door de minister bevoegd voor Mobiliteit.
Art. 9. § 1er. Sont abrogés :
1° L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 25 mars 1999 relatif aux dĂ©lĂ©gations de signature en matiĂšres financiĂšres accordĂ©es aux fonctionnaires gĂ©nĂ©raux du MinistĂšre de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale;
2° L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 23 novembre 1995 portant dĂ©lĂ©gation de compĂ©tences en ce qui concerne la gestion individuelle du personnel du MinistĂšre de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale au fonctionnaire dirigeant du MinistĂšre;
3° L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 4 septembre 2019 portant dĂ©signation d'ordonnateurs subdĂ©lĂ©guĂ©s en matiĂšres financiĂšres au sein de Bruxelles Fonction Publique.
§ 2. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 23 mai 2001 relatif aux dĂ©lĂ©gations de pouvoirs accordĂ©es Ă  certains membres du personnel de Bruxelles MobilitĂ© est abrogĂ© Ă  une date Ă  fixer par le Ministre en charge de la MobilitĂ©.
Art. 10. De minister bevoegd voor de Financiën, de Begroting en Ambtenraren zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre qui a les Finances, le Budget et la Fonction publique dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.