Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 NOVEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen met vaste dienst
Titre
15 NOVEMBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant diverses dispositions relatives au rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires en service permanent
Documentinformatie
Numac: 2020043941
Datum: 2020-11-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020043941
Date: 2020-11-15
Moniteur: Voir
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1962 fixant le rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des dĂ©placements de service Ă  l'extĂ©rieur du Royaume
Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° militair: de militair en de met militair gelijkgestelde persoon;
2° echtgenoot:
(a) de echtgenoot of de echtgenote;
(b) de persoon die samenwoont overeenkomstig de artikelen 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek;
3° kind ten laste: elk kind dat deel uitmaakt van het gezin van de militair en hetzij, voor hetwelk de militair of zijn echtgenoot begunstigde is in een stelsel van kinderbijslag, hetzij, bij gebrek, dat fiscaal ten laste is van de militair of zijn echtgenoot;
4° vaste dienst : een dienstreis in het buitenland, in de deelstand "in normale dienst", waarvan bij aanvang blijkt dat de duur ervan minstens vijf ononderbroken maanden zal bedragen.".
Article 1er. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1962 fixant le rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des dĂ©placements de service Ă  l'extĂ©rieur du Royaume, est remplacĂ© par ce qui suit:
"Art. 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il faut entendre par:
1° militaire: le militaire et la personne assimilée au militaire;
2° conjoint:
(a) le conjoint ou la conjointe;
(b) la personne qui cohabite au sens des articles 1475 Ă  1479 du Code civil;
3° enfant à charge : tout enfant qui fait partie de la famille du militaire et soit, pour lequel le militaire ou son conjoint est bénéficiaire dans un régime d'allocations familiales, soit, à défaut, qui est fiscalement à charge du militaire ou de son conjoint;
4° service permanent: un déplacement de service à l'étranger, dans la sous-position "en service normal", dont il apparaßt d'emblée que sa durée sera d'au moins cinq mois sans interruption.".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "huisvestingskosten," wordt vervangen door de woorden "vervoerskosten, logementskosten,";
2° het woord "vastgesteld" wordt vervangen door de woorden "en van de aanvullende maatregelen vastgesteld".
Art. 2. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
1° le mot "logement," est remplacé par les mots "transport, de frais de logement,";
2° le mot "fixé" est remplacé par les mots "et des mesures complémentaires fixées".
Art. 3. In het opschrift van hoofdstuk II, van hetzelfde besluit worden de woorden "bij een Belgische, buitenlandse, internationale of supranationale instelling" opgeheven.
Art. 3. Dans l'intitulĂ© du chapitre II, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "dans un organisme belge, Ă©tranger, international ou supranational" sont abrogĂ©s.
Art. 4. In het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk II van hetzelfde besluit, worden de woorden "voor verblijfkosten" vervangen door de woorden "voor vaste dienst".
Art. 4. Dans l'intitulĂ© de la section 1 du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "pour frais de sĂ©jour" sont remplacĂ©s par les mots "pour service permanent".
Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 1965 en 29 januari 2016, wordt vervangen als volgt:
"Art. 5 § 1. De militair met vaste dienst geniet van een vergoeding voor vaste dienst.
Rekening houdende met de persoonlijke en familiale situatie van de militair, is deze vergoeding voor vaste dienst onderverdeeld in:
1° een postvergoeding;
2° een vergoeding voor logementskosten;
3° een vergoeding voor schoolkosten;
4° een vergoeding voor makelaarskosten.
§ 2. De Minister van Defensie bepaalt de aanvullende maatregelen van de in § 1, tweede lid, bedoelde vergoedingen.
De postvergoeding en de vergoeding voor logementskosten zijn maandelijks na vervallen termijn betaalbaar.".
Art. 5. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 20 mai 1965 et 29 janvier 2016, est remplacĂ© par ce qui suit:
"Art. 5 § 1er. Le militaire en service permanent bénéficie d'une indemnité pour service permanent.
Tenant compte de la situation personnelle et familiale du militaire, l'indemnité pour service permanent est subdivisée en:
1° une indemnité de poste;
2° une indemnité pour frais de logement;
3° une indemnité pour frais de scolarité;
4° une indemnité pour courtage.
§ 2. Le Ministre de la Défense détermine les mesures complémentaires des indemnités visées au § 1er, alinéa 2.
L'indemnité de poste et l'indemnité pour frais de logement sont payables mensuellement, à terme échu." .
Art. 6. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "De vergoedingen voor vaste dienst zijn verschuldigd" vervangen door de woorden "De vergoeding voor vaste dienst is verschuldigd";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 6. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Les indemnités de service permanent sont dues" sont remplacés par les mots "L'indemnité pour service permanent est due";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 7. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "voor vaste dienst" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer de vergoeding" en de woorden "slechts verschuldigd is".
Art. 7. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "pour service permanent" sont insĂ©rĂ©s entre les mots "Lorsque l'indemnitĂ©" et les mots "n'est due que".
Art. 8. Artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1978, 2 juli 1996 en 24 april 2014 wordt vervangen als volgt:
"Art. 8. De tijdelijke opdrachten volbracht in of buiten het land van vaste dienst door de militair met vaste dienst geven aanleiding tot een terugbetaling van de bedragen, die als vervoerskosten, logementskosten, voedingskosten en geringe kosten zijn uitgegeven, binnen de grenzen van een maximum bedrag en van de aanvullende maatregelen vastgesteld door de Minister van Defensie.
De vergoeding voor vaste dienst blijft volledig behouden tijdens de periode van tijdelijke opdracht.".
Art. 8. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 14 fĂ©vrier 1978, 2 juillet 1996 et 24 avril 2014, est remplacĂ© par ce qui suit:
"Art. 8. Les missions temporaires accomplies à l'intérieur ou à l'extérieur du pays de service permanent par le militaire en service permanent donnent lieu au remboursement des sommes dépensées au titre de frais de transport, de frais de logement, de frais de nourriture et de menues dépenses dans la limite d'un montant maximum et des mesures complémentaires fixées par le Ministre de la Défense.
L'indemnité pour service permanent est maintenue entiÚrement pendant la période de mission temporaire.".
Art. 9. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 april 2010 en 29 januari 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden het eerste lid tot het derde lid vervangen als volgt:
"De militairen met vaste dienst mogen zich door hun gezin laten vergezellen of hun gezin mag zich bij hen vervoegen.
Onder gezin dient te worden verstaan de echtgenoot en de kinderen ten laste.";
2° in paragraaf 2 wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende:
"De dienstverplaatsing om de plaats van verblijf in het buitenland te vervoegen uitgevoerd door de militair, alsook de dienstverplaatsing voor de terugkeer worden vergoed volgens de toepasselijke bepalingen voor een tijdelijke opdracht.";
3° in paragraaf 3 wordt het woord "echtgeno(o)t(e)" vervangen door het woord "echtgenoot".
Art. 9. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 18 avril 2010 et 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 1er à 3 sont remplacés par ce qui suit:
"Les militaires en service permanent peuvent se faire accompagner ou rejoindre par leur famille.
Par famille, il faut entendre le conjoint et les enfants Ă  charge.";
2° dans le paragraphe 2, un alinéa rédigé comme suit est inséré avant l'alinéa 1er:
"Le déplacement de service pour rejoindre le lieu de stationnement à l'étranger effectué par le militaire, ainsi que le déplacement de service pour le retour sont indemnisés conformément aux dispositions applicables pour une mission temporaire.";
3° dans le texte néerlandais du paragraphe 3, le mot "echtgeno(o)t(e)" est chaque fois remplacé par le mot "echtgenoot".
Art. 10. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "Militairen in vaste dienst buiten de aan België grenzende landen, waaronder ook het Verenigde Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland," vervangen door de woorden "De militairen met vaste dienst";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De dienstperiode waarna een reis heen en terug wordt toegestaan, wordt bepaald overeenkomstig de toepasselijke bepalingen inzake de uitgezonden agenten opgenomen in de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.".
Art. 10. Dans l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "Les militaires en service permanent en dehors des pays limitrophes de la Belgique en ce compris le Royaume-Uni de Grande Bretagne et d'Irlande du Nord" sont remplacés par les mots "Les militaires en service permanent";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La période de service au terme de laquelle le voyage aller et retour est accordé, est fixée conformément aux dispositions applicables en la matiÚre aux agents expatriés reprises dans la circulaire du Service public fédéral Affaires étrangÚres, Commerce extérieur et Coopération au Développement.".
Art. 11. Het opschrift van het hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Hoofdstuk III. - Vergoeding voor vaste dienst".
Art. 11. L'intitulĂ© du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit:
"Chapitre III. - indemnisation pour service permanent".
Art. 12. Het hoofdstuk III van hetzelfde besluit, dat het artikel 12 bevat, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2016, wordt vervangen door de artikelen 12 tot 12/17, luidende:
"Art. 12. De militairen met vaste dienst hebben maandelijks recht op een postvergoeding bepaald overeenkomstig de toepasselijke bepalingen voor het berekeningsstelsel van de postvergoedingen van de uitgezonden agenten opgenomen in de omzendbrief van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Voor de toepassing van de functievergoedingscode, van de coëfficiënt van de kosten van het levensonderhoud en van de representatiecoëfficiënt of van andere rangen opgenomen in de voornoemde omzendbrief, wordt er door de directeur-generaal human resources een tabel van gelijkwaardigheid opgesteld in functie van de door de militair beklede posten.
Evenwel, met uitzondering van de officieren die een diplomatieke post bekleden, genieten de militairen met vaste dienst niet van de vergoeding voor passieve representatie en van de voorlopige tegemoetkomingen in de kosten voor actieve representatie.
De directeur-generaal human resources bepaalt de lijst van de diplomatieke posten.
Indien twee echtgenoten tewerk gesteld zijn in eenzelfde of naburig internationaal organisme of diplomatieke post en over een gemeenschappelijke verblijfplaats beschikken, worden de toeslagen voor de aanwezigheid van de echtgenoot op de plaats van vaste dienst voor geen van beide echtgenoten in rekening genomen.
Art. 12/1. De militair met vaste dienst voor wie de logementskosten niet gedragen worden door het ministerie van Landsverdediging of voor wie het logement niet kosteloos ter beschikking wordt gesteld, heeft recht op een maandelijkse vergoeding voor logementskosten.
Naargelang het geval is de vergoeding voor logementskosten forfaitair of gebaseerd op de werkelijk gedragen kosten.
Het maandelijks forfaitair bedrag van de vergoeding voor logementskosten wordt bepaald door het basisbedrag toepasselijk op dat moment voor het land of de stad van vaste dienst en de gezinssamenstelling van de militair in het land van vaste dienst.
Art. 12/2 Het basisbedrag bedoeld in artikel 12/1, derde lid, wordt per land of per stad in euro of in voorkomend geval in vreemde munt, hernomen in de tabel in bijlage aan dit besluit.
Deze bijlage wordt jaarlijks door de directeur-generaal human resources of de door hem aangeduide overheid, aangepast volgens de evolutie van de nationale huurprijzen verspreid door de Organisatie voor Samenwerking en Economische Ontwikkeling.
Art. 12/3 Het maandelijks forfaitair bedrag bedoeld in artikel 12/1, derde lid, wordt bepaald door het basisbedrag van het land of de stad van vaste dienst toepasselijk op de datum van het in functie treden, vermeerderd met 10 procent per echtgenoot en/of kind ten laste die op de verblijfplaats van de militair met vaste dienst verblijft.
Om te genieten van het verhoogde forfaitaire bedrag, dienen de echtgenoot en het kind ten laste gedurende een periode van minstens acht maand per kalenderjaar of berekend volgens een evenredige periode indien het bezetten van de post geen volledig jaar betreft, op de verblijfplaats van de militair in het land van vaste dienst te verblijven.
Iedere wijziging van de gezinssamenstelling op een andere dag dan de eerste van de maand, heeft uitwerking op de eerste dag van de volgende maand.
Art. 12/4 De militair dient ten allen tijde minstens 80 procent van de maandelijkse forfaitaire vergoeding voor logementskosten te kunnen rechtvaardigen als werkelijk gedragen kosten. De verantwoordingsstukken dienen, indien gevraagd door de algemene directie human resources geleverd te worden voor een periode van een jaar of berekend volgens een evenredige periode indien het bezetten van de post geen volledig jaar betreft. De verantwoordingsstukken worden, voor het betreffende land of stad, uitgedrukt in de munt vermeld in de tabel in bijlage aan dit besluit. De werkelijk gedragen kosten zijn de huurprijs, de huurlasten en de verblijftaksen.
In het geval dat de militair voor de inwerking- treding van het huurcontract vaststelt dat hij niet minstens 80 percent van de maandelijkse forfaitaire vergoeding, bedoeld in artikel 12/3, zal kunnen rechtvaardigen, heeft betrokkene recht op een vergoeding van de werkelijk gedragen kosten.
In het geval dat de militair ter gelegenheid van een controle niet minstens 80 percent van de maandelijkse vergoeding, bedoeld in artikel 12/3, kan rechtvaardigen als werkelijk gedragen kosten, zal betrokkene het verschil tussen de ontvangen maandelijkse vergoeding en de werkelijk gedragen kosten aan Defensie terug betalen en dit voor de periode gedurende dewelke hij deze kosten niet kan rechtvaardigen.
De militair kan eveneens kiezen om 40 percent van het basisbedrag bedoeld in artikel 12/2 te ontvangen als forfaitaire vergoeding zonder enige kosten te moeten rechtvaardigen.
De uitbetaling van de vergoeding voor logementskosten gebeurt samen met de postvergoeding en dit in euro tegen de koers van de referentieperiode, zoals bedoeld in artikel 1ter van het ministerieel besluit van 3 februari 1975.
Art. 12/5 Een vergoeding voor schoolkosten wordt toegekend aan de militair met vaste dienst voor elk kind ten laste dat naar school gaat of in een crĂšche of een gelijkaardige instelling wordt opgevangen:
1° in België;
2° in het land waar de militair met vaste dienst met zijn familie verblijft;
3° wegens bijzondere omstandigheden, in een aan het land van vaste dienst grenzend land mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur-generaal human resources;
4° in het land waar de militair in de loop van het beschouwde schooljaar in dienst was en er met zijn familie verbleef.
De school- en de opvanginstellingen bezocht door de kinderen moeten door de overheidsinstanties van het land, bevoegd in dit domein, erkend zijn.
Worden beoogd het kleuter-, lager, secundair, hoger en bijzonder onderwijs.
De opvang van het kind in een crĂšche of een gelijkaardige instelling is beperkt tot de werkdagen.
Art. 12/6 § 1. De vergoeding voor schoolkosten wordt berekend op basis van de globale schoolkosten die gedurende het betrokken schooljaar voor ieder kind worden gedragen, ten belope van een maximum bedrag van 6.500 euro.
§ 2. De in aanmerking te nemen uitgaven zijn:
1° de inschrijvingskosten voor cursussen en examens;
2° met het oog op de terugkeer naar België, de kosten voor lessen in één van de Belgische landstalen voor kinderen die het lager en secundair onderwijs alsook het laatste jaar van het kleuteronderwijs volgen en die in het land van vaste dienst verblijven. Deze kosten zijn beperkt tot 1.000 euro per kind per schooljaar;
3° met het oog op het vergemakkelijken van de overgang naar een ander schoolsysteem in het land van vaste dienst of het leren van een andere taal, de kosten voor voorbereidende of inhaallessen. Deze kosten zijn beperkt tot 2.000 euro per kind per volledige periode van vaste dienst;
4° de kosten voor crÚche en opvang, enkel tijdens de werkdagen, in het land van vaste dienst voor de kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaar;
5° de kosten voor maaltijden indien het kind in België blijft voor een forfaitair bedrag van 1.450 euro per schooljaar;
6° de kosten voor logement indien het kind in België blijft en mits voorlegging van een verantwoordingsstuk, beperkt tot 1.450 euro per schooljaar.
§ 3. Op het totaalbedrag van schoolkosten bedoeld in § 2 wordt er per kind en per schooljaar een franchise van 830 euro door de militair ten laste genomen. Wanneer voor een beschouwd kind, een studietoelage door de militair of zijn echtgenoot is ontvangen, wordt het bedrag ervan eveneens in mindering gebracht.
Mits voorafgaand akkoord van de Minister van Defensie, kan, op basis van verantwoordingsstukken, het plafond van 6.500 euro voor de vergoeding voor schoolkosten bedoeld in § 1, uitzonderlijk overschreden worden per schoolgaand kind in het kleuter, lager, secundair of bijzonder onderwijs of opgevangen in een crÚche of gelijkaardige instelling en dit, in de agglomeratie van de plaats van de vaste dienst.
§ 4. Daarnaast worden de gemaakte reiskosten in het kader van een gezingshereniging hetzij, voor het kind om de verblijfplaats in het land van vaste dienst te vervoegen wanneer het kind niet in het land van vaste dienst verblijft of hetzij, voor de militair of zijn echtgenoot om het kind in België te bezoeken, vergoed. Deze kosten worden beperkt tot één reis per schooljaar en per kind.
Art. 12/7 De militair bekomt op voorlegging van een verantwoordingsstuk gestaafd door facturen de terugbetaling van het werkelijk betaald bedrag aan makelaarsloon beperkt tot een maximumbedrag dat gelijk is aan driemaal de maandelijkse huur die contractueel werd bepaald.".
Art. 12. Le chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comportant l'article 12, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 29 janvier 2016, est remplacĂ© par les articles 12 Ă  12/7, rĂ©digĂ©s comme suit:
"Art. 12. Les militaires en service permanent ont droit mensuellement à une indemnité de poste fixée conformément aux dispositions applicables pour le régime de calcul des indemnités de poste des agents expatriés reprises dans la circulaire du Service public fédéral Affaires étrangÚres, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Pour l'application du code fonction indemnité, du coefficient du coût de la vie et du coefficient de représentation ou d'autres rangs repris dans la circulaire précitée, un tableau d'équivalence en fonction du poste occupé par le militaire est établi par le directeur général human resources.
Toutefois, à l'exception des officiers qui occupent un poste diplomatique, les militaires en service permanent ne bénéficient pas de l'indemnité de représentation passive et des interventions provisionnelles sur frais de représentation active.
Le directeur général human resources fixe la liste des postes diplomatiques.
Lorsque deux conjoints sont mis en place dans un mĂȘme ou voisin organisme international ou poste diplomatique et disposent d'une rĂ©sidence commune, les supplĂ©ments pour la prĂ©sence du conjoint sur le lieu du service permanent ne sont pris en compte pour aucun des deux conjoints.
Art. 12/1 Le militaire en service permanent pour lequel les frais de logement ne sont pas pris en charge par le ministÚre de la Défense ou pour qui le logement n'est pas mis à disposition gratuitement, a droit à une indemnité mensuelle pour frais de logement.
Selon le cas, l'indemnité pour frais de logement est forfaitaire ou basée sur les frais réellement supportés.
Le montant mensuel forfaitaire de l'indemnité pour frais de logement est déterminée par le montant de base applicable à ce moment pour le pays ou la ville du service permanent et par la composition familiale du militaire dans le pays du service permanent.
Art. 12/2 Le montant de base visĂ© Ă  l'article 12/1, alinĂ©a 3, est repris par pays ou par ville en euros ou le cas Ă©chĂ©ant, en monnaie Ă©trangĂšre dans le tableau en annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Cette annexe est adaptée annuellement par le directeur général human resources ou l'autorité qu'il désigne, selon l'évolution des prix de location nationaux diffusés par l'Organisation de Coopération et Développement Economiques.
Art. 12/3 Le montant mensuel forfaitaire visé à l'article 12/1, alinéa 3, est déterminé par le montant de base du pays ou de la ville du service permanent applicable à la date de la prise de la fonction, augmenté de 10 pour cent par conjoint et/ou enfant à charge qui séjourne sur le lieu de résidence du militaire en service permanent.
Pour bénéficier du montant forfaitaire majoré, le conjoint et l'enfant à charge doivent séjourner pendant une période d'au moins huit mois par année civile ou calculé selon sur une période proportionnelle si l'occupation du poste ne porte pas sur une année complÚte, sur le lieu de résidence du militaire dans le pays de service permanent.
Toute modification de la composition familiale Ă  un autre jour que le premier jour du mois, produit ses effets le premier jour du mois suivant.
Art. 12/4 Le militaire doit pouvoir justifier Ă  tout moment au moins 80 pour cent de l'indemnitĂ© mensuelle forfaitaire pour frais de logement comme frais rĂ©ellement supportĂ©s. Les documents justificatifs doivent, si demandĂ©s par la direction gĂ©nĂ©rale human resources ĂȘtre fournis pour une pĂ©riode d'une annĂ©e ou calculĂ©e sur une pĂ©riode proportionnelle si l'occupation du poste ne porte pas sur une annĂ©e complĂšte. Ces documents justificatifs sont exprimĂ©s dans, pour le pays ou ville concernĂ©, la monnaie mentionnĂ©e dans le tableau repris en annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Les frais rĂ©ellement supportĂ©s sont le prix de location, les charges locatives et les taxes de sĂ©jour.
Dans le cas oĂč le militaire constate, avant la mise en vigueur du contrat de location qu'il ne pourra pas justifier au moins 80 pour cent de l'indemnitĂ© mensuelle forfaitaire, visĂ©e Ă  l'article 12/3, l'intĂ©ressĂ© a droit Ă  une indemnisation des frais rĂ©ellement supportĂ©s.
Dans le cas oĂč, Ă  l'occasion d'un contrĂŽle, le militaire ne peut justifier au moins 80 pour cent de l'indemnitĂ© mensuelle, visĂ©e Ă  l'article 12/3, comme frais rĂ©ellement supportĂ©s, l'intĂ©ressĂ© remboursera la diffĂ©rence entre l'indemnitĂ© mensuelle forfaitaire perçue et les frais rĂ©ellement supportĂ©s Ă  la DĂ©fense et ceci, pour la pĂ©riode pendant laquelle il ne peut pas justifier ces frais.
Le militaire peut également choisir de recevoir 40 pour cent du montant de base visé à l'article 12/2 comme indemnité forfaitaire sans devoir justifier aucun frais.
Le payement de l'indemnitĂ© pour frais de logement passe avec l'indemnitĂ© de poste et ceci en euro selon le taux de change de la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence comme visĂ© Ă  l'article 1ter de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 3 fĂ©vrier 1975.
Art. 12/5 Une indemnité pour frais de scolarité est accordée au militaire en service permanent pour chaque enfant à charge scolarisé ou accueilli dans une crÚche ou une institution assimilée:
1° en Belgique;
2° dans le pays oĂč le militaire en service permanent rĂ©side en famille;
3° en raisons de circonstances particuliÚres, dans un pays frontalier du pays du service permanent moyennant l'accord préalable du directeur général human resources;
4° dans le pays oĂč le militaire a Ă©tĂ© en service au cours de l'annĂ©e scolaire considĂ©rĂ©e et oĂč il a rĂ©sidĂ© en famille.
Les institutions scolaires et d'accueil frĂ©quentĂ©es par les enfants doivent ĂȘtre reconnues par les pouvoirs publics du pays compĂ©tents en la matiĂšre.
Sont visés l'enseignement maternel, primaire, secondaire, supérieur et spécialisé.
L'accueil de l'enfant dans une crÚche ou une institution assimilée est limité aux jours ouvrables.
Art. 12/6 § 1er. L'indemnité pour frais de scolarité est calculé sur la base des frais de scolarité globaux qui, pendant l'année scolaire considérée, sont encourus pour chaque enfant à concurrence d'un montant maximum de 6.500 euros.
§ 2. Les dépenses qui sont prises en considération sont:
1° les frais d'inscription aux cours et examens;
2° en vue du retour en Belgique, les frais pour les cours dans une des langues nationales belges pour les enfants qui suivent l'enseignement primaire et secondaire, ainsi que la derniÚre année de l'enseignement maternel et qui résident dans le pays du service permanent. Ces frais sont limités à 1.000 euros par enfant par année scolaire;
3° en vue de faciliter le passage vers un autre systÚme scolaire dans le pays du service permanent ou l'apprentissage d'une autre langue, les frais pour des cours préparatoires ou de rattrapages. Ces frais sont limités à 2.000 euros par enfant par période complÚte de service permanent;
4° les frais de crÚche et d'accueil, uniquement pendant les jours ouvrables, dans le pays du service permanent pour les enfants jusqu'à l'ùge de 12 ans compris;
5° les frais pour les repas lorsque l'enfant reste en Belgique pour un montant forfaitaire de 1.450 euros par année scolaire;
6° les frais de logement lorsque l'enfant reste en Belgique et moyennant la présentation d'un document justificatif, limité à 1.450 euros par année scolaire.
§ 3. Sur le montant total des frais de scolarité visé au § 2, le militaire prend à sa charge une franchise de 830 euros par enfant et par année scolaire. Si pour un enfant considéré, une allocation d'étude est perçue par le militaire ou son conjoint, le montant de celle-ci est pris également en diminution.
Moyennant l'accord prĂ©alable du Ministre de la DĂ©fense, sur la base de documents justificatifs, le plafond de 6.500 euros de l'indemnitĂ© pour frais de scolaritĂ© visĂ© au § 1er, peut exceptionnellement ĂȘtre dĂ©passĂ© par enfant scolarisĂ© dans l'enseignement maternel, primaire, secondaire ou spĂ©cialisĂ© ou accueilli dans une crĂšche ou institution assimilĂ©e et ce, dans l'agglomĂ©ration du lieu du service permanent.
§ 4. En outre, les frais de parcours supportés dans le cadre du regroupement familial soit, pour l'enfant afin de rejoindre le lieu de la résidence dans le pays du service permanent lorsque l'enfant ne réside pas dans le pays du service permanent ou soit, pour le militaire ou son conjoint pour rendre visite à l'enfant en Belgique, sont indemnisés. Ces frais sont limités à un voyage par année scolaire et par enfant.
Art. 12/7 Le militaire perçoit, sur présentation d'un document justificatif appuyé de factures, le remboursement du montant réellement payé des frais de courtage limité à un montant maximum égal à trois fois le loyer mensuel déterminé contractuellement.".
Art. 13. Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit, dat de artikelen 13 tot 16 bevat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 1965, 11 juli 1978 en 29 januari 2016, wordt opgeheven.
Art. 13. Le chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, comportant les articles 13 Ă  16, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 20 mai 1965, 11 juillet 1978 et 29 janvier 2016, est abrogĂ©.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een bijlage ingevoegd die als bijlage is gevoegd bij dit besluit.
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une annexe qui est jointe en annexe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier
Art. 15. In artikel 1, § 5, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 februari 2006 en 29 januari 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 2° worden de woorden "in het buitenland" opgeheven;
b) in de bepaling onder 3° worden de woorden "met vaste dienst" vervangen door de woorden "in dienst";
de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 1er, § 5, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 16 fĂ©vrier 2006 et 29 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
a) au 2°, les mots "à l'étranger" sont abrogés;
b) au 3°, les mots "en service permanent" sont remplacés par les mots "en service";
c) le 4° est abrogé.
Art. 16. In artikel 3, eerste lid, 7°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de deelstand "in normale dienst"," ingevoegd tussen de woorden "in het buitenland," en de woorden "waarvan bij".
Art. 16. Dans l'article 3, alinĂ©a 1er, 7°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots ", dans la sous-position "en service normal"," sont insĂ©rĂ©s entre les mots "Ă  l'Ă©tranger" et les mots "dont il apparaĂźt".
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires
Art. 17. De militair met vaste dienst voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en voor wie de logementskosten rechtstreeks ten laste worden genomen door de Staat, kan vragen om deze rechtstreekse ten laste neming door de Staat te behouden.
Art. 17. Le militaire en service permanent avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et pour lequel, les frais de logement sont directement pris en charge par l'Etat peut demander Ă  maintenir cette prise en charge directe par l'Etat.
Art. 18. De uitgaven voor schoolkosten die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit werden gemaakt tijdens het schooljaar gedurende hetwelk dit besluit in werking treedt, komen in aanmerking voor de nieuwe vergoeding voor schoolkosten.
Art. 18. Les dĂ©penses pour frais de scolaritĂ© qui ont Ă©tĂ© supportĂ©es avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pendant l'annĂ©e scolaire au cours de laquelle le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est entrĂ© en vigueur, entrent en considĂ©ration pour la nouvelle indemnitĂ© pour frais de scolaritĂ©.
Art. 19. Voor de militair met vaste dienst voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt de begindatum van de op dat ogenblik onvolledige dienstperiode beschouwd als startpunt voor de berekening van de nieuwe dienstperiode bedoeld in artikel 10, 2°, van dit besluit en volgens de regels van dit besluit.
Art. 19. Pour le militaire en service permanent avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la date de dĂ©but du moment de la pĂ©riode de service incomplĂšte est considĂ©rĂ©e comme point de dĂ©part pour le calcul de la nouvelle pĂ©riode de service visĂ© Ă  l'article 10, 2°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et selon les rĂšgles du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 20. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2021.
Art. 21. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. La ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions est chargĂ©e de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage bij het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland
Het maandelijks basisbedrag van de vergoeding voor logementskosten bedoeld in artikel 12/1, derde lid
Art. N. Annexe Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 15 janvier 1962 fixant le rĂ©gime d'indemnisation applicable aux militaires accomplissant des dĂ©placements de service Ă  l'Ă©tranger du Royaume
Le montant de base mensuel de l'indemnité pour frais de logement visé à l'article 12/1, alinéa 3
Land / Pays Stad / Ville Bedrag / Montant Munt / Monnaie
Austria 1000 EUR
Austria - Vienna 2000 EUR
Benin 2000 EUR
Burkina Faso 2000 EUR
Burundi 1800 EUR
Cameroun 2400 EUR
Canada 2500 CAD
Congo 3000 EUR
Egypt 3000 EUR
Estonia 1800 EUR
France 1100 EUR
France - Paris 2700 EUR
Germany 1000 EUR
Germany - Berlin 2000 EUR
Israel 2500 EUR
Italy 1500 EUR
Italy - Rome 2000 EUR
Jordan 2500 EUR
Kenia 2500 EUR
Kuweit 2000 EUR
Latvia 1500 EUR
Lebanon 2000 EUR
Lituania 1500 EUR
Luxembourg 1600 EUR
Morocco 2500 EUR
Netherlands 1000 EUR
Netherlands - The Hague 2000 EUR
Poland 1000 EUR
Portugal 1200 EUR
Russian Federation 3500 EUR
Rwanda 2000 EUR
Serbia 1100 EUR
South Africa 2000 EUR
Spain 1000 EUR
Switzerland 2800 CHF
Tunisia 2000 EUR
Turkey 2000 EUR
Ukraine 2500 EUR
United Arab Emirates 3500 EUR
United Kingdom 1800 GBP
United Kingdom - London 2700 GBP
United States 2300 USD
United States - New York 6300 USD
United States - Washington 2600 USD
Land / Pays Stad / Ville Bedrag / Montant Munt / Monnaie Austria 1000 EUR Austria - Vienna 2000 EUR Benin 2000 EUR Burkina Faso 2000 EUR Burundi 1800 EUR Cameroun 2400 EUR Canada 2500 CAD Congo 3000 EUR Egypt 3000 EUR Estonia 1800 EUR France 1100 EUR France - Paris 2700 EUR Germany 1000 EUR Germany - Berlin 2000 EUR Israel 2500 EUR Italy 1500 EUR Italy - Rome 2000 EUR Jordan 2500 EUR Kenia 2500 EUR Kuweit 2000 EUR Latvia 1500 EUR Lebanon 2000 EUR Lituania 1500 EUR Luxembourg 1600 EUR Morocco 2500 EUR Netherlands 1000 EUR Netherlands - The Hague 2000 EUR Poland 1000 EUR Portugal 1200 EUR Russian Federation 3500 EUR Rwanda 2000 EUR Serbia 1100 EUR South Africa 2000 EUR Spain 1000 EUR Switzerland 2800 CHF Tunisia 2000 EUR Turkey 2000 EUR Ukraine 2500 EUR United Arab Emirates 3500 EUR United Kingdom 1800 GBP United Kingdom - London 2700 GBP United States 2300 USD United States - New York 6300 USD United States - Washington 2600 USD
Land / Pays Stad / Ville Bedrag / Montant Munt / Monnaie
Austria 1000 EUR
Austria - Vienna 2000 EUR
Benin 2000 EUR
Burkina Faso 2000 EUR
Burundi 1800 EUR
Cameroun 2400 EUR
Canada 2500 CAD
Congo 3000 EUR
Egypt 3000 EUR
Estonia 1800 EUR
France 1100 EUR
France - Paris 2700 EUR
Germany 1000 EUR
Germany - Berlin 2000 EUR
Israel 2500 EUR
Italy 1500 EUR
Italy - Rome 2000 EUR
Jordan 2500 EUR
Kenia 2500 EUR
Kuweit 2000 EUR
Latvia 1500 EUR
Lebanon 2000 EUR
Lituania 1500 EUR
Luxembourg 1600 EUR
Morocco 2500 EUR
Netherlands 1000 EUR
Netherlands - The Hague 2000 EUR
Poland 1000 EUR
Portugal 1200 EUR
Russian Federation 3500 EUR
Rwanda 2000 EUR
Serbia 1100 EUR
South Africa 2000 EUR
Spain 1000 EUR
Switzerland 2800 CHF
Tunisia 2000 EUR
Turkey 2000 EUR
Ukraine 2500 EUR
United Arab Emirates 3500 EUR
United Kingdom 1800 GBP
United Kingdom - London 2700 GBP
United States 2300 USD
United States - New York 6300 USD
United States - Washington 2600 USD
Land / Pays Stad / Ville Bedrag / Montant Munt / Monnaie Austria 1000 EUR Austria - Vienna 2000 EUR Benin 2000 EUR Burkina Faso 2000 EUR Burundi 1800 EUR Cameroun 2400 EUR Canada 2500 CAD Congo 3000 EUR Egypt 3000 EUR Estonia 1800 EUR France 1100 EUR France - Paris 2700 EUR Germany 1000 EUR Germany - Berlin 2000 EUR Israel 2500 EUR Italy 1500 EUR Italy - Rome 2000 EUR Jordan 2500 EUR Kenia 2500 EUR Kuweit 2000 EUR Latvia 1500 EUR Lebanon 2000 EUR Lituania 1500 EUR Luxembourg 1600 EUR Morocco 2500 EUR Netherlands 1000 EUR Netherlands - The Hague 2000 EUR Poland 1000 EUR Portugal 1200 EUR Russian Federation 3500 EUR Rwanda 2000 EUR Serbia 1100 EUR South Africa 2000 EUR Spain 1000 EUR Switzerland 2800 CHF Tunisia 2000 EUR Turkey 2000 EUR Ukraine 2500 EUR United Arab Emirates 3500 EUR United Kingdom 1800 GBP United Kingdom - London 2700 GBP United States 2300 USD United States - New York 6300 USD United States - Washington 2600 USD