Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 JULI 2020. - Decreet over het onderwijs XXX
Titre
3 JUILLET 2020. - Décret relatif à l'enseignement XXX
Documentinformatie
Numac: 2020042552
Datum: 2020-07-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020042552
Date: 2020-07-03
Moniteur: Voir
Tekst (217)
Texte (217)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement
Art. 2. In artikel 19 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Bij verkoop of wijziging van het doel van het geheel of een deel van een gebouw dat werd aangekocht, gebouwd, gemoderniseerd, uitgebreid of geschikt gemaakt met tussenkomst van AGION, gaat AGION over tot terugvordering van het verstrekte subsidiebedrag. De aanvangsdatum voor de berekening van de toegekende vermindering is de eerste september van het schooljaar tijdens hetwelke de subsidie werd toegekend.
  Het verstrekte subsidiebedrag wordt verminderd met 1/30 per jaar voor de periode waarbinnen het aldus aangekochte, gebouwde, gemoderniseerde, uitgebreide en geschikt gemaakte gebouw werd aangewend voor de bestemming waarvoor de tussenkomst van AGION werd bekomen.
  De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om voor technische installaties waarvan de normale levensduur minder dan 30 jaar bedraagt, een afwijking op deze regel toe te staan met het oog op een kortere terugvorderingstermijn en de nadere modaliteiten hiervan te regelen.".
Art. 2. Dans l'article 19 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lors de l'achat ou de la modification de la destination de l'ensemble ou d'une partie d'un bâtiment qui a été acquis, construit, modernisé, étendu ou aménagé par l'intervention d'AGION, AGION procède au recouvrement du montant de subvention octroyé. La date de début pour le calcul de la réduction accordée est le premier septembre de l'année scolaire pendant laquelle la subvention a été octroyée.
  Le montant de subvention octroyé est diminué de 1/30 par an pour la période dans laquelle le bâtiment ainsi acquis, construit, modernisé, étendu et aménagé a été affecté à la destination pour laquelle l'intervention d'AGION a été obtenue.
  Le Gouvernement flamand est autorisé à accorder une dérogation à cette règle pour des installations techniques dont la durée de vie normale est inférieure à 30 ans, en vue d'un délai de recouvrement plus court, et à en régler les modalités. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné
Art. 3. In artikel 23, § 3, zevende lid, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt de zin "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij die inrichtende macht met een ter post aangetekende brief." vervangen door de zinnen "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de inrichtende macht, na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De inrichtende macht deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar.".
Art. 3. Dans l'article 23, § 3, alinéa 7, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, inséré par le décret du 15 mars 2019, la phrase " Pour faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat par lettre recommandée à la poste avant le 15 juin auprès de ce pouvoir organisateur. " est remplacée par les phrases " Pour faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat avant le 15 juin auprès de ce pouvoir organisateur. Le membre du personnel peut se porter candidat par lettre recommandée à la poste ou d'une manière arrêtée par le pouvoir organisateur après négociation au sein du comité de négociation compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée à la poste en termes d'opposabilité. Le pouvoir organisateur communique les possibilités de communication de la candidature à tous les membres du personnel et les rend publiques. ".
Art. 4. In artikel 23bis, § 3, zevende lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt de zin "Om een beroep te doen op dat recht moet het personeelslid zich, op straffe van verlies ervan voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat stellen met een ter post aangetekende brief bij een inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap." vervangen door de zinnen "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de inrichtende macht van een van de instellingen van de scholengemeenschap. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door de scholengemeenschap na onderhandeling in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De scholengemeenschap deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeel leden en maakt dit ook openbaar.".
Art. 4. Dans l'article 23bis, § 2, alinéa 7, du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019, la phrase " Pour faire valoir son droit, le membre du personnel doit, sous peine de le perdre pour l'année scolaire suivante, se porter candidat par lettre recommandée à la poste avant le 15 juin auprès d'un pouvoir organisateur d'un des établissements du centre d'enseignement. ". est remplacée par les phrases " Pour faire valoir son droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat avant le 15 juin auprès du pouvoir organisateur d'un des établissements du centre d'enseignement. Le membre du personnel peut se porter candidat par lettre recommandée à la poste ou d'une manière arrêtée par le centre d'enseignement après négociation au sein du comité de négociation compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée à la poste en termes d'opposabilité. Le centre d'enseignement communique les possibilités de communication de la candidature à tous les membres du personnel et les rend publiques. ".
Art. 5. In artikel 35, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994 en 18 mei 1999, wordt de zin "De 960 dagen moeten worden bereikt op 30 juni voorafgaand aan de datum waarop de vaste benoeming ingaat, behalve voor het technisch en administratief personeel waarvoor de bedoelde 960 dagen moeten worden bereikt op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de vaste benoeming ingaat." vervangen door de zin "De 960 dagen moeten worden bereikt op 31 augustus voorafgaand aan de datum waarop de vaste benoeming ingaat.".
Art. 5. Dans l'article 35, § 2, du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 1994 et 18 mai 1999, la phrase " Les 960 jours doivent être atteints le 30 juin précédant la date de la nomination à titre définitif, excepté pour les membres du personnel technique et administratif, pour lesquels les 960 jours en question doivent être atteints le 31 août précédant la date de la nomination à titre définitif. " est remplacée par la phrase " Les 960 jours doivent être atteints le 31 août précédant la date de la nomination à titre définitif. ".
Art. 6. Artikel 61 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 61. Het ontslag in toepassing van artikel 60 wordt door de inrichtende macht met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de betrokkene. Het ontslag of de afzetting als gevolg van een tuchtmaatregel volgens artikel 64, 6° of 7°, wordt door de inrichtende macht gegeven na het definitief worden van de tuchtmaatregel.
  Op straffe van nietigheid kan de kennisgeving door de inrichtende macht van het in het eerste lid vermelde ontslag of afzetting enkel geschieden hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat het personeelslid die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld.".
Art. 6. L'article 61 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 8 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 61. Le licenciement en application de l'article 60 est motivé et notifié à l'intéressé par le pouvoir organisateur. Le licenciement ou la révocation par mesure disciplinaire en vertu de l'article 64, 6° ou 7°, est donné(e) par le pouvoir organisateur après que la mesure disciplinaire soit devenue définitive.
  Sous peine de nullité, la notification par le pouvoir organisateur du licenciement ou de la révocation, visés à l'alinéa 1er, ne peut être faite que par l'envoi d'une lettre recommandée à la poste qui sort ses effets le troisième jour ouvrable suivant la date de son expédition ou encore par exploit d'huissier, étant entendu que cette nullité ne peut être couverte par le membre du personnel et qu'elle est constatée d'office par le juge. ".
Art. 7. In artikel 62, eerste lid, 6°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt de zinsnede "op 1 september 2009" vervangen door de zinsnede "op 1 september 2019".
Art. 7. Dans l'article 62, alinéa 1er, 6°, du même décret, inséré par le décret du 4 mai 2018, le membre de phrase " 1er septembre 2009 " est remplacé par le membre de phrase " 1er septembre 2019 ".
Art. 8. In artikel 62bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 4 mei 2018, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Tijdens de opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld voor de duur van de opzeggingstermijn. De inrichtende macht kan het personeelslid met een andere opdracht belasten. Het personeelslid kan worden vervangen naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht, behalve bij een ontslag wegens de reden, vermeld in artikel 62, eerste lid, 6°. De dienstanciënniteit die een personeelslid tijdens de opzeggingstermijn verwerft, komt niet in aanmerking voor het verwerven van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in artikel 23 of 23bis.".
Art. 8. Dans l'article 62bis du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 4 mai 2018, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Pendant la période de préavis, le membre du personnel est considéré comme désigné temporairement pour la durée du préavis. Le pouvoir organisateur peut charger le membre du personnel d'une autre mission. Le membre du personnel peut être remplacé au prorata du volume de sa mission initiale, sauf en cas de licenciement pour le motif, visé à l'article 62, alinéa 1er, 6°. L'ancienneté de service qu'un membre du personnel acquiert pendant le préavis, n'entre pas en ligne de compte pour l'acquisition du droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue telle que visée à l'article 23 ou 23bis. ".
Art. 9. In artikel 72 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2012, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° op straffe van verval het beroep dient ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste aanbieding door de post van de schriftelijke mededeling van de tuchtstraf die door de inrichtende macht aangetekend wordt verstuurd. Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode;".
Art. 9. Dans l'article 72 du même décret, modifié par le décret du 21 décembre 2012, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° sous peine de déchéance, le recours doit être introduit dans un délai de vingt jours calendaires, à compter du lendemain de la première présentation par la poste de la communication écrite de la peine disciplinaire, qui est envoyée par lettre recommandée par le pouvoir organisateur. Ce délai peut être suspendu pendant une période de vacances ; ".
Art. 10. In artikel 84undevicies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015 en vervangen bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "op 1 januari 2019" vervangen door de zinsnede "op 1 januari 2021";
  2° in paragraaf 2 worden het tweede lid en het derde lid opgeheven;
  3° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Onverminderd artikel 33, § 1 en § 4, moet de inrichtende macht met het oog op een vaste benoeming op 1 januari 2021 bijkomend ook betrekkingen als vacante betrekkingen meedelen die uiterlijk op 15 november 2020 beantwoorden aan de volgende voorwaarden:
  1° betrekkingen in het gewoon secundair onderwijs die de school inricht met uren-leraar die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of van artikel 90, § 1, 9°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap tijdens het schooljaar 2019-2020 heeft overgedragen;
  2° betrekkingen die een school voor gewoon secundair onderwijs inricht met uren-leraar die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net, of volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
  De inrichtende macht deelt de vacante betrekkingen uiterlijk voor 30 november 2020 mee op de wijze die vermeld is in artikel 33, § 1.".
Art. 10. A l'article 84undevicies du même décret, inséré par le décret du 3 juillet 2015 et remplacé par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " 1er janvier 2019 " est remplacé par le membre de le phrase " 1er janvier 2021 " ;
  2° dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Sans préjudice de l'article 33, §§ 1er et 4, en vue d'une nomination à titre définitif au 1er janvier 2021, le pouvoir organisateur doit également communiquer des emplois comme des emplois vacants qui remplissent, au plus tard le 15 novembre 2020, les conditions suivantes :
  1° emplois dans l'enseignement secondaire ordinaire que l'école organise à l'aide de périodes-professeur que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ou de l'article 90, § 1er, 9°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande pendant l'année scolaire 2019-2020 ;
  2° emplois qu'une école d'enseignement secondaire ordinaire organise à l'aide de périodes-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau, ou selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
  Le pouvoir organisateur communique les emplois vacants au plus tard avant le 30 novembre 2020, de la manière mentionnée à l'article 33, § 1er. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. 11. In artikel 3, 3°, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt de zinsnede "volgens artikel 26, § 4, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs" vervangen door de zinsnede "op basis van artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010".
Art. 11. Dans l'article 3, 3°, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, le membre de phrase " selon l'article 26, § 4, de la codification relative à l'enseignement secondaire " est remplacé par le membre de phrase " sur la base de l'article 32 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ".
Art. 12. In artikel 21, § 3, zevende lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt de zin "Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief." vervangen door de zinnen "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door het college van directeurs, na onderhandelingen in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De raad van bestuur deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar.".
Art. 12. Dans l'article 21, § 3, alinéa 7, du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019, la phrase " Pour pouvoir exercer son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat auprès du conseil d'administration par lettre recommandée avant le 15 juin. " est remplacée par les phrases " Pour faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat auprès du conseil d'administration avant le 15 juin. Le membre du personnel peut se porter candidat par lettre recommandée à la poste ou d'une manière arrêtée par le collège des directeurs après négociation au sein du comité de négociation compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée à la poste en termes d'opposabilité. Le conseil d'administration communique les possibilités de communication de la candidature à tous les membres du personnel et les rend publiques. ".
Art. 13. In artikel 21bis, § 3, zevende lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt de zin "Om een beroep te kunnen doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur, met een ter post aangetekende brief." vervangen door de zinnen "Om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur stelt het personeelslid zich, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgende schooljaar, voor 15 juni kandidaat bij de raad van bestuur. Het personeelslid kan dat naar keuze doen met een ter post aangetekende brief of op een wijze die door het college van directeurs, na onderhandelingen in het bevoegde onderhandelingscomité, wordt vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een ter post aangetekende brief. De raad van bestuur deelt de mogelijkheden van mededeling van de kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt dit ook openbaar.".
Art. 13. Dans l'article 21bis, § 3, alinéa 7, du même décret, inséré par le décret du 15 mars 2019, la phrase " Pour pouvoir exercer son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat auprès du conseil d'administration par lettre recommandée avant le 15 juin. " est remplacée par les phrases " Pour faire valoir son droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue, le membre du personnel, sous peine de perdre son droit pour l'année scolaire suivante, se porte candidat auprès du conseil d'administration avant le 15 juin. Le membre du personnel peut se porter candidat par lettre recommandée à la poste ou d'une manière arrêtée par le collège des directeurs après négociation au sein du comité de négociation compétent, qui offre au minimum les mêmes garanties qu'une lettre recommandée à la poste en termes d'opposabilité. Le conseil d'administration communique les possibilités de communication de la candidature à tous les membres du personnel et les rend publiques. ".
Art. 14. In artikel 36, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2018 en gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° als laatste evaluatie in het ambt in kwestie geen evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" heeft verkregen bij de scholengroep waar de vacante betrekking zich situeert. Als het personeelslid niet is geëvalueerd, wordt die voorwaarde geacht voldaan te zijn. Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" heeft gekregen in een instelling van de scholengroep die behoort tot een scholengemeenschap, geldt deze bepaling voor alle instellingen van die scholengroep die behoren tot die scholengemeenschap. Als het personeelslid de evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" heeft gekregen in een instelling van de scholengroep die niet behoort tot een scholengemeenschap, geldt deze bepaling voor alle instellingen van die scholengroep die niet behoren tot een scholengemeenschap.".
Art. 14. Dans l'article 36, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par le décret du 6 juillet 2018 et modifié par le décret du 15 mars 2019, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° si celui-ci, lors de la dernière évaluation dans la fonction concernée, n'a pas obtenu comme conclusion finale la mention " insuffisant " dans le groupe d'écoles où se situe l'emploi vacant. Lorsque le membre du personnel n'a pas été évalué, cette condition est censée être remplie. Si le membre du personnel a obtenu une évaluation portant la conclusion finale " insuffisant " dans un établissement du groupe d'écoles appartenant à un centre d'enseignement, cette disposition vaut pour tous les établissements de ce groupe d'écoles appartenant à ce centre d'enseignement. Si le membre du personnel a obtenu une évaluation portant la conclusion finale " insuffisant " dans un établissement du groupe d'écoles n'appartenant pas à un centre d'enseignement, cette disposition vaut pour tous les établissements de ce groupe d'écoles n'appartenant pas à un centre d'enseignement. ".
Art. 15. In artikel 39, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, wordt de zinsnede "artikel 26, § 4, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010".
Art. 15. Dans l'article 39, § 2, du même décret, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010, le membre de phrase " l'article 26, § 4, de la codification relative à l'enseignement secondaire " est remplacé par le membre de phrase " l'article 32 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ".
Art. 16. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 41, opgeheven.
Art. 16. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 15 mars 2019, le chapitre IV, comprenant l'article 41, est abrogé.
Art. 17. In artikel 46, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007, worden de woorden "of bij ontstentenis hiervan de laatste beoordeling" opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 46, 2°, du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007, les mots " ou, à défaut d'une évaluation, lors de la dernière appréciation, " sont abrogés.
Art. 18. In artikel 55octiesdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "Voor de scholengroep gelegen in de BSD wordt geen minimaal aantal leerlingen vereist." opgeheven;
  2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de toepassing van dit artikel wordt de overname van een onderwijsinstelling geacht al op 1 februari van het voorafgaande schooljaar te hebben plaatsgevonden.".
Art. 18. A l'article 55octiesdecies du même décret, inséré par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 13 juillet 2001 et 22 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, la phrase " Pour le groupe d'écoles situé en RFA, aucun nombre minimum d'élèves n'est exigé. " est abrogée ;
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour l'application du présent article, la reprise d'un établissement d'enseignement est censée déjà avoir eu lieu le 1er février de l'année scolaire précédente. ".
Art. 19. In artikel 73 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 13 juli 2007 en 21 december 2012, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Op straffe van verval het beroep dient ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste aanbieding door de post van de schriftelijke mededeling van de tuchtstraf die door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, aangetekend wordt verstuurd. De vervaltermijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode. Het beroep heeft een schorsende werking.".
Art. 19. Dans l'article 73 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 13 juillet 2007 et 21 décembre 2012, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Sous peine de déchéance, le recours doit être introduit dans un délai de vingt jours calendaires, à compter du lendemain de la première présentation par la poste de la communication écrite de la peine disciplinaire, qui est envoyée par lettre recommandée par le conseil d'administration, ou l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique et du centre de formation. Ce délai peut être suspendu pendant une période de vacances. Le recours a un effet suspensif. ".
Art. 20. Artikel 87 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 87. Het ontslag in toepassing van artikel 86 wordt door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de betrokkene. Het ontslag of de afzetting als gevolg van een tuchtmaatregel volgens artikel 61, 6° of 7°, wordt door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, gegeven na het definitief worden van de tuchtmaatregel. Een afschrift van deze beslissing wordt ook steeds bezorgd aan het instellingshoofd.
  Op straffe van nietigheid kan de kennisgeving door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, van het in het eerste lid vermelde ontslag of afzetting enkel geschieden hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat het personeelslid die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld.".
Art. 20. L'article 87 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 19 juin 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 87. Le licenciement en application de l'article 86 est motivé et notifié à l'intéressé par le conseil d'administration, ou l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique et du centre de formation. Le licenciement ou la révocation par mesure disciplinaire en vertu de l'article 61, 6° ou 7°, est donné(e) par le conseil d'administration, ou l'administrateur délégué pour les membres du service d'encadrement pédagogique et du centre de formation, après que la mesure disciplinaire soit devenue définitive. Une copie de cette décision est toujours transmise au chef d'établissement.
  Sous peine de nullité, la notification par le conseil d'administration, ou l'administrateur délégué pour les membres du service d'accompagnement pédagogique et du centre de formation, du licenciement ou de la révocation, visés à l'alinéa 1er, ne peut être faite que par l'envoi d'une lettre recommandée à la poste qui sort ses effets le troisième jour ouvrable suivant la date de son expédition ou encore par exploit d'huissier, étant entendu que cette nullité ne peut être couverte par le membre du personnel et qu'elle est constatée d'office par le juge. ".
Art. 21. In artikel 88bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 4 mei 2018, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Tijdens de opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld voor de duur van de opzeggingstermijn. De raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, kan het personeelslid met een andere opdracht belasten. Het personeelslid kan worden vervangen naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht, behalve bij een ontslag wegens de reden, vermeld in artikel 88, eerste lid, 7°. De dienstanciënniteit die een personeelslid tijdens de opzeggingstermijn verwerft, komt niet in aanmerking voor het verwerven van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als vermeld in artikel 21 of 21bis.".
Art. 21. Dans l'article 88bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 4 mai 2018, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Pendant la période de préavis, le membre du personnel est considéré comme désigné temporairement pour la durée du préavis. Le conseil d'administration, ou l'administrateur délégué pour le service d'accompagnement pédagogique et le centre de formation, peut charger le membre du personnel d'une autre mission. Le membre du personnel peut être remplacé au prorata du volume de sa mission initiale, sauf en cas de licenciement pour le motif, visé à l'article 88, alinéa 1er, 7°. L'ancienneté de service qu'un membre du personnel acquiert pendant le préavis, n'entre pas en ligne de compte pour l'acquisition du droit à une désignation temporaire d'une durée ininterrompue telle que visée à l'article 21 ou 21bis. ".
Art. 22. Artikel 100bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998, vervangen bij het decreet van 13 juli 2007 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 100bis du même décret, inséré par le décret du 14 juillet 1998, remplacé par le décret du 13 juillet 2007 et modifié par le décret du 25 avril 2014, est abrogé.
Art. 23. In artikel 100terdecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015 en vervangen bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "op 1 januari 2019" vervangen door de zinsnede "op 1 januari 2021";
  2° in paragraaf 2 worden het tweede lid en het derde lid opgeheven;
  3° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Onverminderd artikel 28, § 1, moet de raad van bestuur met het oog op een vaste benoeming op 1 januari 2021 bijkomend ook betrekkingen vacant verklaren die uiterlijk op 15 november 2020 beantwoorden aan de volgende voorwaarden:
  1° betrekkingen in het gewoon secundair onderwijs die de school inricht met uren-leraar die de school in toepassing van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of van artikel 90, § 1, 9°, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap tijdens het schooljaar 2019-2020 heeft overgedragen;
  2° betrekkingen die een school voor gewoon secundair onderwijs inricht met uren-leraar die ze heeft ontvangen van een andere school van hetzelfde schoolbestuur of van een ander schoolbestuur binnen hetzelfde net, volgens artikel 19 of volgens artikel 20 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
  De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt voor 30 november 2020 openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend.".
Art. 23. A l'article 100terdecies du même décret, inséré par le décret du 3 juillet 2015 et remplacé par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " 1er janvier 2019 " est remplacé par le membre de le phrase " 1er janvier 2021 " ;
  2° dans le paragraphe 2, les alinéas 2 et 3 sont abrogés ;
  3° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Sans préjudice de l'article 28, § 1er, en vue d'une nomination à titre définitif au 1er janvier 2021, le conseil d'administration doit également déclarer des emplois vacants qui remplissent, au plus tard le 15 novembre 2020, les conditions suivantes :
  1° emplois dans l'enseignement secondaire ordinaire que l'école organise à l'aide de périodes-professeur que l'école a transférées en application de l'article 21 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ou de l'article 90, § 1er, 9°, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande pendant l'année scolaire 2019-2020 ;
  2° emplois qu'une école d'enseignement secondaire ordinaire organise à l'aide de périodes-professeur qu'elle a reçues d'une autre école de la même autorité scolaire ou d'une autre autorité scolaire du même réseau, selon l'article 19 ou 20 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
  La liste reprenant les emplois déclarés vacants est publiée avant le 30 novembre 2020, conjointement avec une description de la façon dont les candidatures à une mutation ou à une nomination à titre définitif doivent être introduites. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné
Art. 24. In artikel 34 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Het LOC stelt het arbeidsreglement op en brengt wijzingen aan in een bestaand arbeidsreglement.
  De leden van het (gemeenschappelijk) LOC hebben het recht om ontwerpen van arbeidsreglement of van wijziging in een bestaand arbeidsreglement voor te stellen aan het (gemeenschappelijk) LOC.
  Deze ontwerpen of voorstellen van wijzigingen worden door de voorzitter van het (gemeenschappelijk) LOC aan elk lid van het (gemeenschappelijk) LOC medegedeeld. Zij worden bovendien tegelijk ter kennis van de personeelsleden gebracht door aanplakking op een zichtbare en toegankelijke plaats binnen de school, het centrum of het internaat.
  Deze ontwerpen of voorstellen van wijzigingen worden door de voorzitter van het (gemeenschappelijk) LOC op de agenda van het (gemeenschappelijk) LOC geplaatst. Het (gemeenschappelijk) LOC waarin de onderhandelingen over het arbeidsreglement plaatvinden wordt ten vroegste vijftien kalenderdagen en uiterlijk dertig kalenderdagen na de aanplakking bijeengeroepen.
  De onderhandelingen over het arbeidsreglement leiden tot een eenparig akkoord dat wordt afgesloten met een protocol van akkoord. Als de onderhandelingen niet leiden tot een eenparig akkoord worden de onderhandelingen afgesloten met een protocol dat de betwiste punten vermeldt. De voorzitter van het (gemeenschappelijk) LOC bezorgt dit protocol binnen de vijftien kalenderdagen aan de voorzitter van het Centraal Paritair Comité.
  De voorzitter van het Centraal Paritair Comité duidt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst van het protocol dat de betwiste punten bevat, vier leden van het Centraal Paritair Comité aan, waarvan twee vertegenwoordigers van een werkgeversorganisatie en twee vertegenwoordigers van een werknemersorganisatie. Zij trachten de uiteenlopende standpunten binnen een termijn van dertig kalenderdagen te verzoenen.
  Als zij de standpunten niet kunnen verzoenen, stellen ze binnen de vijftien kalenderdagen een proces-verbaal van niet-verzoening op. Het protocol en het proces-verbaal van niet-verzoening worden door de voorzitter van het (gemeenschappelijk) LOC bezorgd aan de voorzitter van het Centraal Paritair Comité.
  Tijdens de eerstvolgende vergadering doet het Centraal Paritair Comité een laatste verzoeningspoging. Als er geen verzoening mogelijk is, worden de geschillen door het Centraal Paritair Comité beslecht. Deze beslissing kan enkel genomen worden bij meerderheid van 75 pct. van de leden.
  Binnen de acht kalenderdagen wordt de beslissing van het Centraal Paritair Comité overgemaakt aan de voorzitter van het (gemeenschappelijk) LOC.
  Het arbeidsreglement dat berust op een akkoord of dat eventueel ingevolge een beslissing van het Centraal Paritair Comité gewijzigd is, treedt vijftien kalenderdagen na de datum van het akkoord of van de beslissing in werking, tenzij een andere datum voor de inwerkingtreding is vastgesteld.";
  2° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De procedure bepaald in paragraaf 2 is niet van toepassing indien gebruikgemaakt wordt van de bepalingen voor de wijzigingen opgenomen in van artikel 14 van de wet van 8 april 1965 en de wijziging van de namen van de leden van het lokaal onderhandelingscomité.";
  3° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Afdeling 3 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen is niet van toepassing op scholen, centra en internaten waar een (gemeenschappelijk) LOC werd opgericht.".
Art. 24. A l'article 34 du décret du 5 avril 1995 portant création de comités de négociation dans l'enseignement libre subventionné, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le LOC établit le règlement de travail et apporte des modifications à un règlement de travail existant.
  Les membres du LOC (commun) ont le droit de proposer des projets de règlement de travail ou de modification d'un règlement de travail existant au LOC (commun).
  Ces projets ou propositions de modification sont communiqués par le président du LOC (commun) à chaque membre du LOC (commun). En outre, ils sont communiqués simultanément aux membres du personnel par affichage à un endroit visible et accessible au sein de l'école, du centre ou de l'internat.
  Ces projets ou propositions de modification sont mis à l'ordre du jour du LOC (commun) par le président du LOC (commun). Le LOC (commun) dans lequel les négociations sur le règlement de travail ont lieu, est convoqué au plus tôt quinze jours calendaires et au plus tard trente jours calendaires après l'affichage.
  Les négociations sur le règlement de travail aboutissent à un accord unanime qui est conclu par un protocole d'accord. Si les négociations n'aboutissent pas à un accord unanime, elles sont conclues par un protocole mentionnant les points contestés. Le président du LOC (commun) transmet ce protocole dans les quinze jours calendaires au président du Comité paritaire central.
  Le président du Comité paritaire central désigne, dans un délai de trente jours calendaires après la réception du protocole contenant les points contestés, quatre membres du Comité paritaire central, dont deux représentants d'une organisation d'employeurs et deux représentants d'une organisation de travailleurs. Ils essaient de concilier les points de vue divergents dans un délai de trente jours calendaires.
  Lorsqu'ils ne réussissent pas à concilier les points de vue, ils établissent un procès-verbal de non-conciliation dans les quinze jours calendaires. Le protocole et le procès-verbal de non-conciliation sont transmis au président du Comité paritaire central par le président du LOC (commun).
  Pendant la réunion suivante, le Comité paritaire central fait une dernière tentative de conciliation. Si la conciliation est impossible, les litiges sont réglés par le Comité paritaire central. Cette décision ne peut être prise qu'à la majorité de 75 pour cent des membres.
  Dans les huit jours calendaires, la décision du Comité paritaire central est transmise au président du LOC (commun).
  Le règlement de travail qui repose sur un accord ou qui est éventuellement modifié suite à une décision du Comité paritaire central, entre en vigueur quinze jours calendaires après la date de l'accord ou de la décision, sauf si une autre date d'entrée en vigueur a été arrêtée. " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La procédure fixée au paragraphe 2 ne s'applique pas si l'on utilise les dispositions pour les modifications reprises à l'article 14 de la loi du 8 avril 1965 et la modification des noms des membres du comité local de négociation. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. La section 3 de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail ne s'applique pas aux écoles, centres et internats où un LOC (commun) a été créé. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 6. - Modifications du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997
Art. 25. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt punt 38° opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 3 du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, modifié en dernier lieu par le décret du 5 avril 2019, le point 38° est abrogé.
Art. 26. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "met het begin van de leerplicht" vervangen door de woorden "vanaf het tweede jaar van de leerplicht".
Art. 26. Dans l'article 6, § 1er, du même décret, les mots " avec le début de l'obligation scolaire " sont remplacés par les mots " à partir de la deuxième année de l'obligation scolaire ".
Art. 27. Aan hoofdstuk III, afdeling 3bis, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt een artikel 11quater toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 11quater. § 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
  De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die in de loop van het lager onderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.
  § 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt.
  § 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.
  § 5. Schoolbesturen kunnen elk taalintegratietraject, dus ook het taalbad, individueel of gezamenlijk organiseren. Het kan ook netoverschrijdend georganiseerd worden.
  § 6. In het geval scholen het taalintegratietraject gezamenlijk organiseren, is er wederzijdse samenwerking tussen de school van inschrijving en de school die het taalintegratietraject aan de leerling verstrekt. Dat houdt onder andere in het organiseren van het vervoer van de ingeschreven leerling naar de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, de communicatie tussen de school van inschrijving en de school waar het taalintegratietraject wordt georganiseerd, alsook het opvolgen van de leerling die het taalintegratietraject volgt door de school waar de leerling is ingeschreven.
  § 7. De leerkracht die het onderwijs in het taalintegratietraject verstrekt, wordt betrokken bij de beslissing over de duur en intensiteit van het taalintegratietraject.
  § 8. Na het taalintegratietraject integreert de leerling zich desgevallend in de school van inschrijving waar hij de reguliere onderwijsactiviteiten volgt.
  § 9. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalintegratietraject niet beschouwd als een herstructurering.
  § 10. De leerlingen die een taalintegratietraject volgen, tellen alleen mee voor financiering of subsidiering in de school waar ze zijn ingeschreven op de teldag.".
Art. 27. Le chapitre III, section 3bis, du même décret, inséré par le décret du 19 juillet 2013 et modifié par le décret du 17 juin 2016, est complété par un article 11quater, rédigé comme suit :
  " Art. 11quater. § 1er. A partir de l'année scolaire 2021-2022, l'école effectue pour chaque élève dans l'enseignement ordinaire, au début de l'obligation scolaire, un screening obligatoire afin de déterminer le niveau de l'élève en ce qui concerne la langue d'enseignement. Ce screening ne peut jamais être effectué avant l'inscription de l'élève.
  Le Gouvernement décide de l'instrument qui sera utilisé pour le screening au début de l'obligation scolaire, ainsi que du moment et de la manière dont le screening est effectué.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le screening n'est pas obligatoire pour des primo-arrivants allophones tels que fixés à l'article 3, 4° quater. A partir de l'année scolaire 2021-2022, ces élèves bénéficieront en tout cas d'un parcours actif d'intégration linguistique du néerlandais, avec, en principe, une immersion linguistique telle que visée au paragraphe 4, ou une alternative à part entière qui permet d'atteindre les mêmes résultats. L'école peut également décider que les élèves qui entrent au cours de l'enseignement primaire et qui ne maîtrisent pas suffisamment le néerlandais pour pouvoir suivre les cours, doivent suivre un parcours d'intégration linguistique.
  § 3. Sur la base des résultats du screening linguistique, les élèves qui ne maîtrisent pas suffisamment le néerlandais doivent suivre, à partir de l'année scolaire 2021-2022, un parcours actif d'intégration linguistique du néerlandais avec, en principe, une immersion linguistique telle que visée au paragraphe 4, ou une alternative à part entière qui permet d'atteindre les mêmes résultats.
  § 4. Par immersion linguistique, on entend à partir de l'année scolaire 2021-2022 des activités d'enseignement intensives ayant pour but d'inciter l'élève à acquérir la langue d'enseignement en fonction d'une intégration rapide dans les activités régulières d'enseignement, par une immersion de l'élève dans la langue d'enseignement. Il peut s'agir d'un parcours à temps plein. Au cours de l'enseignement fondamental, l'élève peut suivre une immersion linguistique à temps plein ou une alternative équivalente à temps plein pendant au maximum une année scolaire.
  § 5. Les autorités scolaires peuvent organiser chaque parcours d'intégration linguistique, et donc également l'immersion linguistique, individuellement ou conjointement. Le parcours peut également être organisé au niveau inter-réseaux.
  § 6. Dans le cas où des écoles organisent le parcours d'intégration linguistique conjointement, il y a une collaboration réciproque entre l'école d'inscription et l'école qui dispense le parcours d'intégration linguistique à l'élève. Cela implique entre autres l'organisation du transport de l'élève inscrit vers l'école où est organisé le parcours d'intégration linguistique, la communication entre l'école d'inscription et l'école où est organisé le parcours d'intégration linguistique, ainsi que le suivi de l'élève qui participe au parcours d'intégration linguistique par l'école où l'élève est inscrit.
  § 7. L'enseignant qui dispense l'enseignement lors du parcours d'intégration linguistique est associé à la décision quant à la durée et à l'intensité du parcours d'intégration linguistique.
  § 8. Après le parcours d'intégration linguistique, l'élève s'intègre le cas échéant dans l'école d'inscription où il suit les activités régulières d'enseignement.
  § 9. Par dérogation à l'article 3, 22°, a), l'organisation d'un parcours d'intégration linguistique n'est pas considérée comme une restructuration.
  § 10. Les élèves qui suivent un parcours d'intégration linguistique sont uniquement pris en compte pour le financement ou le subventionnement dans l'école où ils sont inscrits au jour de comptage. ".
Art. 28. In artikel 12/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht." opgeheven;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "leerplichtige" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht." opgeheven;
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "leerplichtige" opgeheven.
Art. 28. A l'article 12/1 du même décret, inséré par le décret du 17 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, la phrase " Dans ce cas, l'élève est soumis au contrôle de l'obligation scolaire. " est abrogée ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, le mot " scolarisables " est abrogé ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase " Dans ce cas, l'élève est soumis au contrôle de l'obligation scolaire. " est abrogée ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le mot " scolarisables " est abrogé.
Art. 29. In hoofdstuk IV, afdeling 1, onderafdeling B, van hetzelfde decreet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 13/1. § 1. Voor de toepassing van dit artikel worden vanaf het schooljaar 2020-2021 als voldoende aanwezig beschouwd, de leerlingen die ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs en er 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig zijn. Halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool zoals bepaald in artikel 168 van dit decreet worden beschouwd als aanwezigheid in de erkende school voor Nederlandstalig onderwijs waar de leerling ingeschreven is.
  In afwijking van het eerste lid bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn, wanneer de school overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikt.
  § 2. Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien voldoen aan de voorwaarden van de groep waartoe hij behoort:
  1° voor leerlingen die voldoende aanwezig waren in het voorafgaande schooljaar:
  a) een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies behelst de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten;
  b) bij ongunstig advies van de klassenraad, zoals vermeld in a), wordt de leerling tot het gewoon lager onderwijs toegelaten mits alsnog een taalintegratietraject conform artikel 11quater te doorlopen. Dit kan een voltijds traject zijn, tenzij voorafgaand al een voltijds traject werd doorlopen. De klassenraad lager onderwijs bepaalt hiervan de modaliteiten;
  2° voor leerlingen die het voorafgaande schooljaar ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs maar niet voldoende aanwezig waren:
  a) een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden;
  b) bij ongunstige advies van de klassenraad, zoals vermeld in a), een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.
  Leerlingen met een ongunstig advies van de school voor kleuteronderwijs omwille van de beheersing van het Nederlands kunnen enkel toegelaten worden tot het gewoon lager onderwijs mits deze leerlingen in het lager onderwijs alsnog een taalintegratietraject conform artikel 11quater doorlopen. Dit kan een voltijds traject zijn, tenzij voorafgaand al een voltijds traject werd doorlopen. De klassenraad lager onderwijs bepaalt hiervan de modaliteiten;
  3° voor leerlingen die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs: een gunstige beslissing van de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Deze beslissing behelst in elk geval de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten, evenwel kunnen hier ook andere overwegingen meegenomen worden.
  De klassenraad lager onderwijs beslist eveneens of de leerling in het lager onderwijs toegelaten wordt tot hetzij het reguliere traject, hetzij een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of het volwaardig alternatief.
  Bij weigering van toelating tot het lager onderwijs beslist de klassenraad van de school voor kleuteronderwijs of de leerling in het kleuteronderwijs het reguliere traject of een taalintegratietraject met in beginsel een taalbad of een volwaardig alternatief volgt.
  § 3. Het advies door de school voor kleuteronderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk op 30 juni.
  De beslissing door de school voor lager onderwijs wordt aan de ouders meegedeeld uiterlijk de tiende schooldag van september bij inschrijving vóór 1 september van het lopende schooljaar, of, bij inschrijving vanaf 1 september, uiterlijk tien schooldagen na deze inschrijving. In afwachting van deze mededeling is de leerling ingeschreven onder opschortende voorwaarde. Bij overschrijding van de genoemde termijn is de leerling ingeschreven.
  De schriftelijke mededeling aan de ouders van een negatief advies of negatieve beslissing bevat tevens de motivatie.
  § 4. Met uitzondering van de eerste zin van paragraaf 2 is dit artikel niet van toepassing op leerlingen die worden ingeschreven in scholen voor Franstalig onderwijs in de randen taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.
  § 5. Om toegelaten te worden tot het buitengewoon lager onderwijs vanaf het schooljaar 2021-2022 moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.".
Art. 29. Dans le chapitre IV, section I, sous-section B, du même décret, il est inséré un article 13/1, rédigé comme suit :
  " Art. 13/1. § 1er. Pour l'application du présent article, à partir de l'année scolaire 2020-2021, sont considérés comme suffisamment présents les élèves qui sont inscrits dans une école néerlandophone d'enseignement maternel agréée par la Communauté flamande et qui y sont effectivement présents pendant 290 demi-journées. Les demi-journées de présence dans l'école maternelle itinérante telle que visée à l'article 168 du présent décret sont considérées comme présence dans l'école agréée d'enseignement néerlandophone où l'élève est inscrit.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand arrête quand un élève est censé être suffisamment présent, quand l'école dispose, conformément à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental, dans l'enseignement à temps partiel et dans l'enseignement de promotion sociale organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande, d'un horaire dérogeant.
  § 2. Pour être admis à l'enseignement primaire ordinaire à partir de l'année scolaire 2021-2022, un élève doit être âgé de six ans révolus avant le 1er janvier de l'année scolaire en cours. S'il n'a pas encore atteint l'âge de sept ans ou atteindra l'âge de sept ans avant le 1er janvier de l'année scolaire en cours, il doit également satisfaire aux conditions du groupe auquel il appartient :
  1° pour les élèves qui étaient suffisamment présents pendant l'année scolaire précédente :
  a) un avis favorable du conseil de classe de l'école où l'élève a fréquenté l'enseignement maternel préalablement à l'entrée dans l'enseignement primaire ordinaire. Cet avis concerne la mesure dans laquelle l'élève maîtrise suffisamment le néerlandais pour pouvoir commencer l'enseignement primaire ordinaire ;
  b) en cas d'avis défavorable du conseil de classe, tel que visé au point a), l'élève est admis à l'enseignement primaire ordinaire à condition qu'il suive encore un parcours d'intégration linguistique conformément à l'article 11quater. Il peut s'agir d'un parcours à temps plein, sauf si un parcours à temps plein a déjà été suivi au préalable. Le conseil de classe en détermine les modalités ;
  2° pour les élèves qui étaient inscrits pendant l'année scolaire précédente dans une école néerlandophone d'enseignement maternel agréée par la Communauté flamande, mais qui n'étaient pas suffisamment présents :
  a) un avis favorable du conseil de classe de l'école où l'élève a fréquenté l'enseignement maternel préalablement à l'entrée dans l'enseignement primaire ordinaire. Cet avis concerne en tout cas la mesure dans laquelle l'élève maîtrise suffisamment le néerlandais pour pouvoir commencer l'enseignement primaire ordinaire, mais peut également prendre en compte d'autres considérations ;
  b) en cas d'avis défavorable du conseil de classe, tel que visé au point a), une décision favorable du conseil de classe de l'école où l'élève veut fréquenter l'enseignement primaire ordinaire. Cette décision concerne en tout cas la mesure dans laquelle l'élève maîtrise suffisamment le néerlandais pour pouvoir commencer l'enseignement primaire ordinaire, mais peut également prendre en compte d'autres considérations.
  Les élèves ayant obtenu un avis défavorable de l'école d'enseignement maternel en raison de la maîtrise du néerlandais ne peuvent être admis à l'enseignement primaire ordinaire qu'à condition qu'ils suivent, dans l'enseignement primaire, encore un parcours d'intégration linguistique conformément à l'article 11quater. Il peut s'agir d'un parcours à temps plein, sauf si un parcours à temps plein a déjà été suivi au préalable. Le conseil de classe de l'enseignement primaire en détermine les modalités ;
  3° pour les élèves qui n'étaient pas inscrits, pendant l'année scolaire précédente, dans une école néerlandophone d'enseignement maternel agréée par la Communauté flamande : une décision favorable du conseil de classe de l'école où l'élève veut fréquenter l'enseignement primaire ordinaire. Cette décision concerne en tout cas la mesure dans laquelle l'élève maîtrise suffisamment le néerlandais pour pouvoir commencer l'enseignement primaire ordinaire, mais peut également prendre en compte d'autres considérations.
  Le conseil de classe de l'enseignement primaire décide également si l'élève est admis dans l'enseignement primaire soit au parcours régulier, soit au parcours d'intégration linguistique avec, en principe, une immersion linguistique ou l'alternative à part entière.
  En cas de refus d'admission à l'enseignement primaire, le conseil de classe de l'école d'enseignement maternel décide si l'élève dans l'enseignement maternel suit le parcours régulier ou un parcours d'intégration linguistique avec, en principe, une immersion linguistique ou une alternative à part entière.
  § 3. L'avis de l'école d'enseignement maternel est communiqué au parents au plus tard le 30 juin.
  La décision de l'école d'enseignement primaire est communiquée au parents au plus tard le dixième jours scolaire de septembre en cas d'inscription avant le 1er septembre de l'année scolaire en cours ou, en cas d'inscription à partir du 1er septembre, au plus tard dix jours scolaires après cette inscription. Dans l'attente de cette communication, l'élève est inscrit sous condition suspensive. En cas de dépassement dudit délai, l'élève est inscrit.
  La communication écrite aux parents d'un avis négatif ou d'une décision négative comprend également la motivation.
  § 4. A l'exception de la première phrase du paragraphe 2, le présent article ne s'applique pas aux élèves inscrits dans des écoles d'enseignement francophone dans les communes de la périphérie bruxelloise et de la frontière linguistique qui font partie de la région de langue néerlandaise.
  § 5. Pour être admis à l'enseignement primaire spécial à partir de l'année scolaire 2021-2022, un élève doit être âgé de six ans révolus avant le 1er janvier de l'année scolaire en cours. ".
Art. 30. In hoofdstuk IV, afdeling 1, onderafdeling B, van hetzelfde decreet wordt tussen artikel 14 en artikel 14/1 een artikel 14/0 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/0. Vanaf het schooljaar 2021-2022 kan een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, in afwijking van artikel 13/1, § 2 en § 5, tot het lager onderwijs toegelaten worden onder de volgende voorwaarden:
  1° in het gewoon onderwijs: na toelating conform artikel 13/1, § 2, 2°, indien het een leerling betreft die het voorgaande schooljaar ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor Nederlandstalig kleuteronderwijs, of conform artikel 13/1, § 2, 3°, indien het een leerling betreft die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende school voor kleuteronderwijs. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing;
  2° in het buitengewoon onderwijs: na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders daaromtrent een beslissing.".
Art. 30. Dans le chapitre IV, section 1, sous-section B, du même décret, il est inséré entre l'article 14 et l'article 14/1 un article 14/0, rédigé comme suit :
  " Art. 14/0. A partir de l'année scolaire 2021-2022, l'élève qui est âgé de 5 ans révolus avant le 1er janvier de l'année scolaire en cours peut, par dérogation à l'article 13/1, § 2 et § 5, être admis à l'enseignement primaire aux conditions suivantes :
  1° dans l'enseignement ordinaire : après admission conformément à l'article 13/1, § 2, 2°, lorsqu'il s'agit d'un élève qui était inscrit, pendant l'année scolaire précédente, dans une école néerlandophone d'enseignement maternel agréée par la Communauté flamande, ou conformément à l'article 13/1, § 2, 3°, lorsqu'il s'agit d'un élève qui n'était pas inscrit, pendant l'année scolaire précédente, dans une école d'enseignement maternel agréée par la Communauté flamande. Après avoir pris connaissance de l'avis du CLB et avoir reçu des explications à propos de celui-ci, les parents prennent une décision à ce sujet ;
  2° dans l'enseignement spécial : après avoir pris connaissance des avis formulés par le conseil de classe et le CLB et avoir reçu des explications à propos de ceux-ci, les parents prennent une décision à ce sujet. ".
Art. 31. In artikel 20 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 14 februari 2003 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Leerplichtigen zijn een regelmatige leerling als ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, en aan al de volgende voorwaarden:
  1° als ze in het lager onderwijs zitten, of als zesen zevenjarige in het kleuteronderwijs zitten met toepassing van artikel 12/1, zijn ze altijd aanwezig, behalve bij gewettigde afwezigheid;
  2° als ze als vijfjarige in het kleuteronderwijs zitten zijn ze voldoende aanwezig conform artikel 26;
  3° deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor de leerlingengroep of de leerling worden georganiseerd, behoudens vrijstelling bedoeld in artikel 29. Deelnemen aan het taalbad of een ander taalintegratietraject wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor de leerlingengroep of de leerling wordt georganiseerd.".
Art. 31. Dans l'article 20 du même décret, remplacé par le décret du 14 février 2003 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les élèves scolarisables sont des élèves réguliers s'ils remplissent les conditions, visées au paragraphe 1er, et toutes les conditions suivantes :
  1° lorsqu'ils sont en enseignement primaire, ou sont en enseignement maternel en tant qu'enfant de six ou de sept ans en application de l'article 12/1, ils sont toujours présents, sauf en cas d'absence légitime ;
  2° lorsqu'ils sont en enseignement maternel en tant qu'enfant de cinq ans, ils sont suffisamment présents conformément à l'article 26 ;
  3° participer à toutes les activités d'enseignement qui sont organisées pour lui ou son groupe d'élèves, sauf en cas de dispense visée à l'article 29. La participation à l'immersion linguistique ou à un autre parcours d'intégration linguistique est considérée comme une activité d'enseignement organisée pour l'élève ou le groupe d'élèves. ".
Art. 32. Artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 23. In afwijking van artikel 20, § 1, 2°, worden de leerlingen die onderwijs volgen in een school van type 5 beschouwd als regelmatige leerling in de school waar ze zijn ingeschreven. Deze school heeft daardoor de verplichting alle medewerking te verlenen bij het onderwijs dat aan haar leerling verstrekt wordt.
  Een leerling is daarenboven een regelmatige leerling:
  1° in de vestigingsplaats van de type 5-school bij een ziekenhuis, voor de dagen dat hij ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
  2° in de vestigingsplaats van de type 5-school bij een preventorium als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20, § 1, 1°, en § 2.
  Voor de vestigingsplaats van de type 5-school bij een residentiële setting bepaalt de regering per categorie aan welke voorwaarden de leerling moet voldoen om een regelmatige leerling te zijn.".
Art. 32. L'article 23 du même décret, modifié par les décrets des 14 février 2003 et 8 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 23. Par dérogation à l'article 20, § 1er, 2°, les élèves qui suivent l'enseignement dans une école du type 5 sont considérés comme élève régulier dans l'école où ils sont inscrits. Par suite, cette école est obligée de prêter tout son concours à l'enseignement dispensé à son élève.
  En outre, un élève est un élève régulier :
  1° dans l'implantation de l'école du type 5 auprès d'un hôpital, pour les jours auxquels il est enseigné pendant au moins une période de cours ;
  2° dans l'implantation de l'école du type 5 auprès d'un préventorium, si les conditions visées à l'article 20, § 1er, 1°, et § 2, sont remplies.
  Pour l'implantation de l'école du type 5 auprès d'une structure résidentielle, le gouvernement arrête par catégorie les conditions auxquelles l'élève doit répondre afin d'être un élève régulier. ".
Art. 33. In artikel 26, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zin "Voor leerplichtige leerlingen in het basisonderwijs is de leerplicht voltijds." vervangen door de zinnen "Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht ten belope van 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden. Voor scholen die overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikken bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn.
  Voor zes-en zevenjarigen in het kleuteronderwijs, in toepassing van artikel 12/1, en voor leerlingen in het lager onderwijs is de leerplicht voltijds.".
Art. 33. Dans l'article 26, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 25 avril 2014, la phrase " L'obligation scolaire est à temps plein pour les élèves scolarisables. " est remplacée par les phrases " Pour les élèves dans l'enseignement maternel qui atteignent l'âge de cinq ans avant le 1er janvier de l'année scolaire, il y a une obligation scolaire à concurrence de 290 demi-journées de présence par année scolaire. Pour le calcul de ce nombre de demi-journées de présence en fonction de l'obligation scolaire et de la régularité de l'élève, les absences censées acceptables par la direction peuvent être prises en compte. Pour les écoles qui, conformément à l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 avril 1991 organisant l'année scolaire dans l'enseignement fondamental, dans l'enseignement à temps partiel et dans l'enseignement de promotion sociale organisé, agréé ou subventionné par la Communauté flamande, d'un horaire dérogeant, le Gouvernement flamand arrête quand un élève est censé être suffisamment présent.
  Pour les enfants de six et de sept ans dans l'enseignement maternel, en application de l'article 12/1, et pour les élèves dans l'enseignement primaire, l'obligation scolaire est à temps plein. ".
Art. 34. In artikel 28, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001 en gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt het woord "ziekenhuisschool" vervangen door de woorden "type 5-school".
Art. 34. Dans l'article 28, § 2, du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2001 et modifié par le décret du 9 juillet 2010, les mots " école hospitalière " sont remplacés par les mots " école du type 5 ".
Art. 35. In artikel 29 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003 en 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "leerplichtig" opgeheven;
  2° er wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De leerplichtige leerling in het officieel kleuteronderwijs kan voor het onderricht in een van de erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer lessen bijwonen in de lagere school die zijn ouders daarvoor kiezen.".
Art. 35. A l'article 29 du même décret, modifié par les décrets des 14 février 2003 et 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot " scolarisable " est abrogé ;
  2° il est ajouté un alinéa 4, rédigé comme suit :
  " L'élève scolarisable dans l'enseignement maternel officiel, peut assister, pour l'enseignement d'une des religions reconnues ou l'enseignement de la morale non confessionnelle, aux cours de l'école primaire choisie à cet effet par ses parents. ".
Art. 36. Aan artikel 31 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014, 19 juni 2015, 17 juni 2016 en 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan, meer bepaald de essentiële gegevens die de studieresultaten en de studievoortgang van de leerling bevorderen, monitoren, evalueren en attesteren;"
  2° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° het schoolbestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens voor de looptijd dat deze bewaard dienen te worden;";
  3° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° het centrumbestuur of de gemandateerde van het CLB dat het verslag of gemotiveerd verslag, vermeld in punt 4°, heeft opgesteld is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen door of ter voorbereiding van het verslag of gemotiveerd verslag. Het centrumbestuur of de gemandateerde van het overnemende CLB is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen na ontvangst van het verslag of gemotiveerd verslag;";
  4° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan de regels bepalen omtrent de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.".
Art. 36. A l'article 31 du même décret, modifié par les décrets des 4 avril 2014, 19 juin 2015, 17 juin 2016 et 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les données portent uniquement sur la carrière scolaire personnelle de l'élève, notamment les données essentielles favorisant, suivant, évaluant et attestant les résultats des études et la progression des études de l'élève ; "
  2° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° l'autorité scolaire de l'établissement d'enseignement ou le mandataire est le responsable du traitement des données à caractère personnel pour la durée pendant laquelle elles doivent être conservées ; " ;
  3° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° l'autorité du centre ou le mandataire du CLB qui a rédigé le rapport ou le rapport motivé, visé au point 4°, est le responsable du traitement par ou à titre de préparation du rapport ou du rapport motivé. L'autorité du centre ou le mandataire du CLB repreneur est le responsable du traitement après la réception du rapport ou du rapport motivé ; " ;
  4° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut arrêter les règles concernant les périodes de stockage et les activités et procédures de traitement, y compris des mesures visant à garantir un traitement adéquat, sûr et transparent. ".
Art. 37. In artikel 32 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt het woord "leerplichtige" telkens opgeheven.
Art. 37. Dans l'article 32 du même décret, remplacé par le décret du 4 avril 2014 et modifié par le décret du 17 juin 2016, le mot " scolarisable " est chaque fois abrogé.
Art. 38. In artikel 34, § 3, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 5 april 2019, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking die wordt georganiseerd in de lestijden, vermeld in het eerste lid, wordt altijd aangesteld als tijdelijk personeelslid. De bepalingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 en het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 zijn van toepassing op die personeelsleden, met uitzondering van de volgende bepalingen:
  1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering over de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Het schoolbestuur van de school die de betrekking organiseert, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor die reaffectatie of wedertewerkstelling is altijd de toestemming vereist van het ter beschikking gestelde personeelslid;
  2° de betrekking kan niet vacant worden verklaard. Het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekking.".
Art. 38. Dans l'article 34, § 3, du même décret, remplacé par le décret du 5 avril 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Un membre du personnel qui est désigné dans un emploi qui est organisé dans les périodes de cours, visées à l'alinéa 1er, est toujours désigné comme membre du personnel temporaire. Les dispositions du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement communautaire et du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné s'appliquent à ces membres du personnel, à l'exception des dispositions suivantes :
  1° l'emploi n'est pas régi par la réglementation relative à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation et à la remise au travail. L'autorité scolaire de l'école qui organise l'emploi peut toutefois désigner, sur une base volontaire, un membre du personnel mis en disponibilité par défaut d'emploi. Cette désignation est considérée comme une réaffectation ou une remise au travail. Pour cette réaffectation ou remise au travail, le consentement du membre du personnel mis en disponibilité est toujours requis ;
  2° l'emploi ne peut être déclaré vacant. L'autorité scolaire ne peut en aucun cas nommer à titre définitif, affecter ou muter un membre du personnel dans cet emploi. ".
Art. 39. In artikel 37 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2001 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "de ziekenhuisscholen" vervangen door de woorden "een vestigingsplaats bij een ziekenhuis en bij categorieën van residentiële settings die de regering bepaalt";
  2° aan paragraaf 2 wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° richtlijnen over aanwezigheden, in het bijzonder voor de leerplichtige kleuters, en te laat komen.".
Art. 39. A l'article 37 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2001 et modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " les écoles hospitalières " sont remplacés par les mots " une implantation auprès d'un hôpital et auprès de catégories de structures résidentielles, fixées par le gouvernement " ;
  2° le paragraphe 2 est complété par un point 13°, rédigé comme suit :
  " 13° des directives sur les présences, en particulier pour les jeunes enfants soumis à l'obligation scolaire, et les arrivées tardives. ".
Art. 40. Aan artikel 37novies, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2013, 25 april 2014 en 6 juli 2018, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° voor de toelating van leerlingen in het gewoon basisonderwijs, die beschikken over een verslag als bedoeld in artikel 15 van dit decreet.".
Art. 40. L'article 37novies, § 5, du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié par les décrets des 19 juillet 2013, 25 avril 2014 et 6 juillet 2018, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° pour l'admission d'élèves dans l'enseignement fondamental ordinaire, qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 15 du présent décret. ".
Art. 41. In artikel 44 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 2°, wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Binnen deze eindtermen worden, minstens voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie, bepaalde eindtermen als basisgeletterdheid aangeduid. De eindtermen basisgeletterdheid moeten door elke individuele leerling worden bereikt op het eind van het vierde jaar lager onderwijs. Basisgeletterdheid zijn die eindtermen die het startpunt vormen voor het bereiken van de eindtermen basisgeletterdheid in de eerste graad van het secundair onderwijs voor de competenties in het Nederlands en de wiskundige component van de competenties inzake wiskunde, wetenschappen en technologie. In uitzonderlijke gevallen kan de klassenraad gemotiveerd beslissen dat een individuele leerling een eindterm basisgeletterdheid niet moet bereiken. De regering bepaalt vanaf welk schooljaar de eindtermen basisgeletterdheid in het lager onderwijs ingevoerd worden.".
  2° aan paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 26 januari 2018, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Ze bewaakt de haalbaarheid.".
Art. 41. A l'article 44 du même décret, inséré par le décret du 26 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, 2°, il est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
  " Parmi ces objectifs finaux, au moins pour les compétences en néerlandais et la composante mathématique des compétences en mathématiques, sciences exactes et technologie, certains objectifs finaux sont désignés comme littératie de base. Les objectifs finaux littératie de base doivent être atteints par chaque élève individuel à la fin de la quatrième année de l'enseignement primaire. La littératie de base comprend les objectifs finaux qui constituent le point de départ pour atteindre les objectifs finaux de littératie de base au premier degré de l'enseignement secondaire pour les compétences en néerlandais et la composante mathématique des compétences en mathématiques, sciences exactes et technologie. Dans des cas exceptionnels, le conseil de classe peut prendre la décision motivée qu'un élève individuel ne doit pas atteindre un objectif final de littératie de base. Le gouvernement détermine l'année scolaire à partir de laquelle les objectifs finaux de littératie de base doivent être introduits dans l'enseignement primaire. ".
  2° le paragraphe 3, alinéa 1er, inséré par le décret du 26 janvier 2018, est complété par la phrase suivante :
  " Elle surveille la faisabilité. ".
Art. 42. In artikel 48, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2001, worden de woorden "een ziekenhuisschool" vervangen door de woorden "een vestigingsplaats bij een ziekenhuis en bij categorieën van residentiële settings die de regering bepaalt".
Art. 42. Dans l'article 48, § 3, du même décret, inséré par le décret du 13 juillet 2001, les mots " une école hospitalière " sont remplacés par les mots " une implantation auprès d'un hôpital et auprès de catégories de structures résidentielles, fixées par le gouvernement ".
Art. 43. In artikel 91, § 2 en § 3, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de woorden "Vlaamse Gebarentaal" telkens vervangen door de woorden "Vlaamse Gebarentaal of een andere gebarentaal".
Art. 43. Dans l'article 91, § 2 et § 3, du même décret, remplacé par le décret du 19 juillet 2013 et modifié par le décret du 17 juin 2016, les mots " Langage gestuel flamand " sont chaque fois remplacés par les mots " Langue des signes flamande ou une autre langue des signes ".
Art. 44. In artikel 103 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 oktober 2000, 15 juli 2005 en 19 juli 2013, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan per 1 september een nieuwe school voor buitengewoon onderwijs type 5 worden opgenomen in de financieringsof subsidieregeling als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de school is gehecht aan een ziekenhuis of een preventorium dat de regering aanwijst, of aan een residentiële setting die de regering aanwijst;
  2° de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen in de school in kwestie voldoet gedurende de maand september van het oprichtingsjaar aan de programmatienorm die de regering vaststelt.
  Voor het type 5 wordt de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen gedurende de maand september van het tweede en derde bestaansjaar vergeleken met de programmatienorm.".
Art. 44. Dans l'article 103 du même décret, modifié par les décrets des 20 octobre 2000, 15 juillet 2005 et 19 juillet 2013, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, à partir du 1er septembre, une nouvelle école d'enseignement spécial du type 5 peut être reprise dans le régime de financement ou de subvention si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'école est rattachée à un hôpital ou un préventorium désigné par le gouvernement, ou à une structure résidentielle désignée par le gouvernement ;
  2° la présence moyenne des élèves réguliers dans l'école concernée répond, pendant le mois de septembre de l'année de sa création, à la norme de programmation établie par le gouvernement.
  Pour le type 5, la présence moyenne des élèves réguliers pendant le mois de septembre des deuxième et troisième années d'existence est comparée avec la norme de programmation. ".
Art. 45. In artikel 108bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en vervangen bij het decreet van 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden tussen het woord "bestaande" en het woord "vestigingsplaatsen" de woorden "en nieuwe" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "en moeten de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken" opgeheven;
  3° in paragraaf 2 worden tussen het woord "oprichten" en het woord "In" de woorden "op voorwaarde dat de school het voorgaande schooljaar voldeed aan de programmatienormen" ingevoegd.
Art. 45. A l'article 108bis du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2003 et remplacé par le décret du 22 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " et nouveaux " sont insérés entre les mots " déjà existants " et les mots " doivent atteindre " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " , et les nouveaux lieux d'implantation doivent atteindre les normes de rationalisation fixées par le Gouvernement " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 2, les mots " , à condition que l'école répondît aux normes de programmation pendant l'année scolaire précédente " sont insérés entre les mots " d'implantation " et le mot " Le ".
Art. 46. In artikel 109 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt de zin "Daartoe moeten de school al haar reeds bestaande types in scholen en al haar reeds bestaande types in vestigingsplaatsen op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken en moeten de types in de nieuwe vestigingsplaatsen de door de regering vastgelegde rationalisatienormen bereiken." vervangen door de zin "De school en elk type in de school en elk type in de vestigingsplaatsen van de school bereiken daarvoor op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van de nieuwe vestigingsplaats de rationalisatienormen die de regering vastlegt.";
  2° in paragraaf 3 worden tussen het woord "oprichten" en het woord "In" de woorden "op voorwaarde dat de school het voorgaande schooljaar voldeed aan de programmatienormen" ingevoegd.
Art. 46. A l'article 109 du même décret, remplacé par le décret du 22 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, la phrase " A cet effet, l'école et tous ses types déjà existants dans des écoles et dans des lieux d'implantation doivent atteindre, le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année de création des nouveaux lieux d'implantation, les normes de rationalisation fixées par le Gouvernement, et les nouveaux lieux d'implantation doivent atteindre les normes de rationalisation fixées par le Gouvernement. " est remplacée par la phrase " A cet effet, l'école et chaque type dans les lieux d'implantation de l'école atteignent, le premier jour de classe d'octobre de l'année de création du nouveau lieu d'implantation, les normes de rationalisation fixées par le gouvernement. " ;
  2° dans le paragraphe 3, les mots " , à condition que l'école répondît aux normes de programmation pendant l'année scolaire précédente " sont insérés entre les mots " d'implantation " et le mot " Le ".
Art. 47. In artikel 110, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, worden tussen het woord "oprichten" en het woord "In" de woorden "op voorwaarde dat de school het voorgaande schooljaar voldeed aan de programmatienormen" ingevoegd.
Art. 47. Dans l'article 110, § 3, du même décret, inséré par le décret du 22 juin 2007, les mots " , à condition que l'école répondît aux normes de programmation pendant l'année scolaire précédente " sont insérés entre les mots " un niveau " et le mot " Le ".
Art. 48. In artikel 111 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 22 juni 2007 en gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Met uitzondering van de scholen voor type 5 kan een school voor buitengewoon onderwijs die op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar voldoet aan de rationalisatienormen die de regering vastlegt, per 1 september een nieuw type oprichten, met uitzondering van type 5. De school, elk type in de school en elk type in de vestigingsplaatsen van de school bereiken daarvoor op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar van het nieuwe type de rationalisatienormen die de regering vastlegt.";
  2° in paragraaf 2 worden tussen het woord "school" en de woorden "het voorgaande schooljaar" de woorden "op de eerste schooldag van oktober van" ingevoegd.
Art. 48. A l'article 111 du même décret, remplacé par le décret du 22 juin 2007 et modifié par les décrets des 21 mars 2014 et 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1 est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. A l'exception des écoles du type 5, une école d'enseignement spécial qui répond, le premier jour de classe du mois de février de l'année scolaire précédente, aux normes de rationalisation fixées par le gouvernement, peut créer un nouveau type, à l'exception du type 5, à partir du 1er septembre. A cet effet, l'école, chaque type dans l'école et chaque type dans les implantations de l'école atteignent, le premier jour de classe du mois d'octobre de l'année de création du nouveau type, les normes de rationalisation fixées par le gouvernement. " ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots " , le premier jour scolaire d'octobre de " sont insérés entre les mots " à condition que " et les mots " l'année scolaire précédente ".
Art. 49. In artikel 112 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 oktober 2000 en 22 juni 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden tussen het woord "die" en het woord "voldoet" de woorden "op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "dat aan de door de regering vastgelegde rationalisatienorm voldoet" opgeheven;
  3° in paragraaf 1 wordt het woord "lopende" opgeheven;
  4° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. De bepalingen van artikel 111, § 3 en § 4, zijn van toepassing als een type wordt opgericht door omvorming.".
Art. 49. A l'article 112 du même décret, modifié par les décrets des 20 octobre 2000 et 22 juin 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " , le premier jour scolaire d'octobre de l'année scolaire précédente, " sont insérés entre les mots " qui satisfait " et les mots " aux normes " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " qui répond à la norme de rationalisation fixée par le gouvernement " sont abrogés ;
  3° dans le paragraphe 1er, les mots " en cours " sont abrogés ;
  4° il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Les dispositions de l'article 111, §§ 3 et 4, s'appliquent en cas de création d'un type par conversion. ".
Art. 50. In artikel 125quinquies, § 4, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2011 en gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2016 en 15 juni 2018, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 50. Dans l'article 125quinquies, § 4, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 17 juin 2011 et modifié par les décrets des 17 juin 2016 et 15 juin 2018, le point 3° est abrogé.
Art. 51. In artikel 134, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012, wordt de zinsnede "0,2710 lestijden" vervangen door de zinsnede "0,26710 lestijden".
Art. 51. Dans l'article 134, § 1er, 1°, du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2012, le membre de phrase " 0,2710 périodes de cours " est remplacé par le membre de phrase " 0,26710 périodes de cours ".
Art. 52. In artikel 149 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001 en 17 juni 2016, worden de woorden "aan een preventorium" vervangen door de woorden "aan een vestigingsplaats bij een preventorium en bij categorieën van residentiële settings die de regering bepaalt".
Art. 52. Dans l'article 149 du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001 et 17 juin 2016, les mots " à un préventorium " sont remplacés par les mots " à une implantation auprès d'un préventorium et auprès de catégories de structures résidentielles, fixées par le gouvernement ".
Art. 53. In artikel 153quinquies, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008 en vervangen bij het decreet van 1 juli 2011, wordt de zinsnede ", als vermeld in artikel X.53 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel VI.5 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art. 53. Dans l'article 153quinquies, § 2, du même décret, inséré par le décret du 4 juillet 2008 et remplacé par le décret du 1er juillet 2011, le membre de phrase " tel qu'il est mentionné à l'article X.53 du décret du 14 février 2003 relatif à l'Enseignement XIV " est remplacé par le membre de phrase " tel que visé à l'article VI.5 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art. 54. In artikel 172quinquies, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2018 en 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "d) voor het schooljaar 2020-2021: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2014-2015 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020.";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "van de drie schooljaren 20172018, 2018-2019 en 2019-2020" vervangen door de zinsnede "van de schooljaren 2017-2018 tot en met 2020-2021";
  3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2019-2020" vervangen door de zinsnede "2020-2021".
Art. 54. A l'article 172quinquies, inséré par le décret du 16 juin 2017 et modifié par les décrets des 6 juillet 2018 et 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, est complété par un point d), rédigé comme suit :
  " d) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2014-2015 à 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019 et 2019-2020. " ;
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " de trois années scolaires, à savoir les années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 " est remplacé par le membre de phrase " des années scolaires 2017-2018 à 2020-2021 " ;
  3° dans le paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2019-2020 " est remplacé par le membre de phrase " 2020-2021 " ;
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 9 décembre 2005 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement
Art. 55. In het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4/1. Onverminderd de bepalingen van de paragrafen 2 tot en met 5 van artikel 4 kan de Vlaamse Regering bij een vastgesteld tekort op de arbeidsmarkt bepalen dat een schoolbestuur in het secundair onderwijs in het kader van een tijdelijk project, als bedoeld in dit decreet, een deel van haar omkadering voor het onderwijzend personeel telkens voor maximum één schooljaar kan aanwenden om via een overeenkomst van dienstverlening tussen een schoolbestuur en een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector om een of meer werknemers van die organisatie of onderneming in dienst te nemen via een dienstverleningsovereenkomst. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs en hun uitvoeringsbesluiten zijn niet van toepassing op deze personeelsleden.
  Bij deze vorm van aanwending van de omkadering voor het onderwijzend personeel kan de school die het personeelslid in dienst neemt, naargelang het geval lesuren of uren-leraar omzetten in een krediet. Dit krediet wordt aangewend als financiële tegemoetkoming voor de onderneming of de organisatie die een of meer werknemers ter beschikking stelt van de school. Een lesuur of uur-leraar vertegenwoordigt 59,66 euro. De Vlaamse Regering kan het voormelde bedrag aanpassen.
  De Vlaamse Regering bepaalt bij het opzetten van een tijdelijk project, als vermeld in dit artikel, het maximale aandeel van de omkadering dat een school kan aanwenden om lesuren of uren-leraar om te zetten in een krediet, de wijze van toekenning van het krediet en de wijze van melding ervan aan de bevoegde dienst van de administratie.
  De Vlaamse Regering stelt voor tijdelijke projecten, bedoeld in dit artikel, een model van raamovereenkomst dienstverlening op, waarbij ze steeds rekening houdt met voorwaarden van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. In deze raamovereenkomst dienstverlening worden minstens de volgende elementen opgenomen:
  - de specifieke opdracht van de werknemer in de school;
  - de aanstellingsen arbeidsvoorwaarden die gelden voor de werknemer, waarbij alvast het salaris en de financiële voordelen die de werknemer in zijn onderneming of organisatie geniet gegarandeerd blijven;
  - de opleiding die de werknemer moet volgen;
  - de plichten die de werknemer moet naleven bij het uitoefenen van zijn opdracht. Daarbij wordt alvast uitdrukkelijk bepaald dat de werknemer daarbij steeds onder het gezag blijft van zijn organisatie of onderneming, tenzij het gaat om plichten die betrekking hebben op het welzijn op het werk of over specifieke instructies die nodig zijn voor de goede uitvoering van de specifieke opdracht;
  - de duur van de overeenkomst;
  - de mogelijkheden tot voortijdige beëindiging van de overeenkomst.".
Art. 55. Dans le décret du 9 décembre 2005 relatif à l'organisation de projets temporaires dans l'enseignement, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré un article 4/1, rédigé comme suit :
  " Art. 4/1. Sans préjudice des dispositions des paragraphes 2 à 5 de l'article 4, en cas de pénurie constatée sur le marché du travail, le Gouvernement flamand peut prévoir que, dans le cadre d'un projet temporaire tel que visé au présent décret, une autorité scolaire de l'enseignement secondaire peut affecter une partie de son encadrement du personnel enseignant, au maximum pour une année scolaire à la fois, par le biais d'un contrat de services entre une autorité scolaire et une organisation ou entreprise du secteur public ou privé, à engager un ou plusieurs travailleurs de cette organisation ou entreprise par le biais d'un contrat de service. Le décret relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, le décret relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné et leurs arrêtés d'exécution ne s'appliquent pas à ces membres du personnel.
  En cas de cette forme d'affectation de l'encadrement du personnel enseignant, l'école qui engage le membre du personnel peut convertir des heures de cours ou des périodes-professeur, selon le cas, en un crédit. Ce crédit est affecté comme intervention financière pour l'entreprise ou l'organisation qui met un ou plusieurs travailleurs à la disposition de l'école. Une heure de cours ou une période-professeur représente 59,66 euros. Le Gouvernement flamand peut adapter le montant précité.
  En mettant sur pied un projet temporaire tel que visé au présent article, le Gouvernement flamand détermine la part maximale de l'encadrement qu'une école peut affecter à la conversion d'heures de cours ou de périodes-professeur en un crédit, le mode d'octroi du crédit et le mode de notification du crédit à l'entité compétente de l'administration.
  Pour les projets temporaires, visés au présent article, le Gouvernement flamand établit un modèle d'accord-cadre de service, en tenant toujours compte des conditions de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs. Cet accord-cadre de service comprend au moins les éléments suivants :
  - la mission spécifique du travailleur à l'école ;
  - les conditions de désignation et de travail applicables au travailleur, en garantissant le salaire et les avantages financiers dont le travailleur bénéficie dans son entreprise ou organisation ;
  - la formation que le travailleur doit suivre ;
  - les obligations que le travailleur doit respecter lors de l'exercice de sa mission. Il est explicitement stipulé que le travailleur reste toujours sous l'autorité de son organisation ou de son entreprise, sauf s'il s'agit d'obligations relatives au bien-être au travail ou d'instructions spécifiques nécessaires à la bonne exécution de la mission spécifique ;
  - la durée de l'accord ;
  - les possibilités de cessation anticipée de l'accord. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 56. Aan artikel 25bis, § 2, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° in de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2. De open module Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 omvat uitsluitend basiscompetenties uit het studiegebied Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.".
Art. 56. L'article 25bis, § 2, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et modifié par le décret du 19 juin 2015, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° dans les disciplines " Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 " et " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 ". Le module ouvert " Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 " comprend uniquement des compétences de base de la discipline " Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 ". Le module ouvert " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 " comprend uniquement des compétences de base de la discipline " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4 ". ".
Art. 57. In artikel 35, § 1, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de zinsnede "federale, Europese of andere hiërarchisch hogere regelgeving" vervangen door de zinsnede "Vlaamse, federale of Europese regelgeving".
Art. 57. Dans l'article 35, § 1er, alinéa 4, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, le membre de phrase " de la réglementation fédérale, européenne ou d'une autre réglementation d'une hiérarchie supérieure " est remplacé par le membre de phrase " de la réglementation flamande, fédérale ou européenne ".
Art. 58. In artikel 41, § 4, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 12 juli 2013 en 4 mei 2018, worden tussen de woorden "met een certificaat" en het woord "van" de woorden "of een bewijs van een beroepskwalificatie" ingevoegd.
Art. 58. Dans l'article 41, § 4, 2°, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009, 12 juillet 2013 et 4 mai 2018, les mots " ou une preuve d'une qualification professionnelle " sont insérés entre les mots " avec un certificat " et les mots " d'une ".
Art. 59. In artikel 72ter, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt de datum "30 april" vervangen door de datum "31 maart".
Art. 59. Dans l'article 72ter, § 1er, alinéa 1er, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, la date du " 30 avril " est remplacé par la date du " 31 mars ".
Art. 60. Aan artikel 87, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De som van het aantal punten die de Vlaamse Gemeenschap toekent wordt naar beneden afgerond tot een geheel getal.".
Art. 60. L'article 87, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 16 mars 2018, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " La somme du nombre de points que la communauté flamande accorde, est arrondi vers le bas, à un nombre entier. ".
Art. 61. In artikel 89 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en het tweede lid wordt de zinsnede "n-1/n" vervangen door de zinsnede "n/n+1";
  2° in het tweede lid wordt tussen het woord "begrotingsjaar" en het woord "De" de zinsnede "n+1" ingevoegd;
  3° aan het tweede lid wordt de zinsnede "n+1" toegevoegd.
Art. 61. A l'article 89 du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans les alinéas 1er et 2, le membre de phrase " n-1/n " est remplacé par le membre de phrase " n/n +1 " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " n+1 " est inséré entre les mots " l'année budgétaire " et le mot " La " ;
  3° l'alinéa 2 est complété par le membre de phrase " n+1 ".
Art. 62. In artikel 93, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 16 maart 2018, worden punt 1° en 2° vervangen door wat volgt:
  "1° het inschrijvingsgeld betaald hebben, als dat verplicht is;
  2° ingeschreven zijn vóór een derde van het minimaal aantal lestijden van een module voorbij is, dat volgens het opleidingsprofiel, vermeld in artikel 24, georganiseerd moet worden.".
Art. 62. Dans l'article 93, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 16 mars 2018, les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° ont payé le droit d'inscription, si cela est obligatoire ;
  2° sont inscrits avant qu'un tiers du nombre minimal de périodes de cours d'un module devant être organisé selon le profil de formation visé à l'article 24 ne soit accompli. ".
Art. 63. In artikel 97, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij het decreet van 16 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en 8°, wordt de zinsnede "formule van artikel 98, § 1" vervangen door de zinsnede "berekeningswijze, vermeld in het tweede lid";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het aantal lesurencursist dat bij een overdracht van leraarsuren in rekening kan worden gebracht voor het behalen van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt berekend door het overgedragen aantal leraarsuren te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het aantal lesurencursist dat het overdragende centrum tijdens de referteperiode van 1 januari n-1 tot en met 31 december n-1 gerealiseerd heeft en het aantal leraarsuren dat op basis van die gerealiseerde lesurencursist aan het overdragende centrum is toegekend.".
Art. 63. A l'article 97, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 16 juin 2017 et modifié par le décret du 16 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1° à 6°, et 8°, le membre de phrase " la formule de l'article 98, § 1er, " est remplacé par le membre de phrase " le mode de calcul, visé à l'alinéa 2 " ;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le nombre d'heures de cours/apprenant qui peut être pris en compte en cas de transfert de périodes/enseignant afin de satisfaire aux conditions visées à l'alinéa 1er, est calculé en multipliant le nombre de périodes/enseignant transférées par le rapport entre le nombre d'heures de cours/apprenant réalisées par le centre transférant au cours de la période de référence du 1er janvier n-1 au 31 décembre n-1 et le nombre de périodes/enseignant accordées au centre transférant sur la base de ces périodes/enseignant réalisées. ".
Art. 64. Aan artikel 105, § 3, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De som van het aantal punten die de Vlaamse Gemeenschap toekent wordt naar beneden afgerond tot een geheel getal.".
Art. 64. L'article 105, § 3, du même décret, remplacé par le décret du 16 mars 2018, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " La somme du nombre de points que la Communauté flamande accorde, est arrondi vers le bas, à un nombre entier. ".
Art. 65. In artikel 108 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "n-1/n" vervangen door de zinsnede "n/ n+1";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "op 1 september n" vervangen door de zinsnede "voor het schooljaar n/n+1";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt tussen het woord "begrotingsjaar" en het woord "De" de zinsnede "n+1" ingevoegd;
  4° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "n+1" toegevoegd;
  5° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "n-1/n" vervangen door de zinsnede "n/n+1";
  6° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "1 januari n-1 tot en met 31 december n-1" vervangen door de zinsnede "1 januari n-2 tot en met 31 december n-2".
Art. 65. A l'article 108 du même décret, remplacé par le décret du 16 mars 2018 et modifié par le décret du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " n-1/n " est remplacé par le membre de phrase " n/n+1 " ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " au 1er septembre n " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire n/n+1 " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " n+1 " est inséré entre les mots " l'année budgétaire " et le mot " La " ;
  4° le paragraphe 2, alinéa 2, est complété par le membre de phrase " n+1 " ;
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " n-1/n " est remplacé par le membre de phrase " n/n+1 " ;
  6° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " du 1er janvier n-1 au 31 décembre n-1 " est remplacé par le membre de phrase " du 1er janvier n-2 au 31 décembre n-2 ".
Art. 66. In artikel 113novies, § 4, 6°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018, worden de woorden "Latijns schrift in het studiegebied" vervangen door de woorden "Lezen en Schrijven voor Andersgealfabetiseerden in het studiegebied".
Art. 66. Dans l'article 113novies, § 4, 6°, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 16 mars 2018, les mots " " Latijns schrift " dans la discipline " sont remplacés par les mots " " Lezen en Schrijven voor Andersgealfabetiseerden " dans la discipline ".
Art. 67. In artikel 118 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
  "6° elke inbreuk op de verplichting om conform artikel 113decies, § 3, inschrijvingsgelden aan het fonds over te maken op de data die de Vlaamse Regering bepaalt;";
  2° aan paragraaf 1 wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° de verplichting, vermeld in artikel 122, tweede lid, niet na te leven.";
  3° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de vaststelling van de overtreding en voor de toepassing van de sanctie voor de inbreuk, vermeld in paragraaf 1, 8°. ";
  4° in paragraaf 2 worden in het derde lid dat vierde lid is geworden, de woorden "eerste en tweede lid" vervangen door de woorden "eerste tot en met derde lid".
Art. 67. A l'article 118 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° toute infraction à l'obligation de transférer, conformément à l'article 113decies, § 3, des droits d'inscription au fonds aux dates fixées par le Gouvernement flamand ; " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° le non respect de l'obligation visée à l'article 122, alinéa 2. " ;
  3° dans le paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand arrête la procédure pour la constatation de l'infraction et pour l'application de la sanction pour l'infraction visée au paragraphe 1er, 8°. " ;
  4° dans le paragraphe 2, dans l'alinéa 3 qui est devenu l'alinéa 4, les mots " alinéas premier et deux " sont remplacés par les mots " alinéas 1 à 3 ".
Art. 68. Aan artikel 122, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Bij die informatieverstrekking, met inbegrip van studiebekrachtiging, hanteert een centrumbestuur minstens de benamingen die betrekking hebben op opleidingen en modules die zijn vastgelegd door of krachtens dit decreet.".
Art. 68. L'article 122, alinéa 2, du même décret, est complété par la phrase suivante :
  " Lors de la fourniture de ces informations, y compris la validation d'études, une autorité du centre utilise au moins les dénominations qui concernent des formations et modules arrêtées par ou en vertu du présent décret. ".
Art. 69. In artikel 196septies, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018 en gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt de zinsnede "waarbij dezelfde berekeningswijze als voor het schooljaar 2018-2019 en een door de Vlaamse Regering bepaalde groeinorm gehanteerd wordt en de lesurencursist gerealiseerd in de specifieke lerarenopleiding en het hoger beroepsonderwijs niet worden meegerekend" opgeheven.
Art. 69. Dans l'article 196septies, § 3, alinéa 2, 1°, du même décret, inséré par le décret du 16 mars 2018 et modifié par le décret du 5 avril 2019, le membre de phrase " en utilisant la même méthode de calcul que pour l'année scolaire 2018-2019 et une norme de croissance déterminée par le Gouvernement flamand et ne prenant pas en compte les heures de cours/apprenant réalisées dans la formation spécifique des enseignants et l'enseignement professionnel supérieur " est abrogé.
Art. 70. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 20 december 2019 en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020, wordt een artikel 196decies ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 196decies. In afwijking van artikel 113novies, § 4, 6°, geldt er een volledige vrijstelling van inschrijvingsgeld voor de opleiding Latijns schrift in het studiegebied Nederlands als tweede taal richtgraad 1 en 2 die in uitvoering van artikel 25ter gedurende het schooljaar 2020-2021 kan georganiseerd worden.".
Art. 70. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 20 décembre 2019 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020, il est inséré un article 196decies, rédigé comme suit :
  " Art. 196decies. Par dérogation à l'article 113novies, § 4, 6°, il est accordé une exemption complète des droits d'inscription pour la formation " Latijns schrift " dans la discipline " Nederlands als tweede taal richtgraad 1 en 2 " qui peut être organisée pendant l'année scolaire 2020-2021 en exécution de l'article 25ter. ".
Art. 71. In bijlage IV bij hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in REGIO III wordt het woord "Puurs" vervangen door het woord "Puurs-SintAmands" en wordt het woord "Sint-Amands" opgeheven;
  2° in REGIO VII wordt het woord "Meeuwen-Gruitrode" vervangen door het woord "Oudsbergen", worden de woorden "Neerpelt", "Opglabbeek" en "Overpelt" opgeheven en wordt tussen het woord "Peer" en het woord "Tessenderlo" het woord "Pelt" ingevoegd;
  3° in REGIO X wordt de naam "Kruishoutem" vervangen door het woord "Kruisem" en wordt het woord "Zingem" opgeheven;
  4° in REGIO XI wordt het woord "Knesselare" vervangen door het woord "Lievegem" en worden de woorden "Lovendegem", "Nevele", "Waarschoot" en "Zomergem" opgeheven.
Art. 71. A l'annexe IV du même décret, modifiée par le décret du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans REGIO III, le mot " Puurs " est remplacé par le mot " Puurs-Sint-Amands " et le mot " Sint-Amands " est abrogé ;
  2° dans REGIO VII, le mot " Meeuwen-Gruitrode " est remplacé par le mot " Oudsbergen ", les mots " Neerpelt ", " Opglabbeek " et " Overpelt " sont abrogés et le mot " Pelt " est inséré entre le mot " Peer " et le mot " Tessenderlo " ;
  3° dans REGIO X, le nom " Kruishoutem " est remplacé par le mot " Kruisem " et le mot " Zingem " est abrogé ;
  4° dans REGIO XI, le mot " Knesselare " est remplacé par le mot " Lievegem " et les mots " Lovendegem ", " Nevele ", " Waarschoot " et " Zomergem " sont abrogés.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 72. In artikel 2 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap worden de woorden "centra voor deeltijdse vorming" opgeheven.
Art. 72. Dans l'article 2 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, les mots " aux centres de formation à temps partiel " sont abrogés.
Art. 73. Aan artikel 6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014, 30 maart 2018 en 5 april 2019, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Als de component werkplekleren niet wordt ingevuld conform paragraaf 1 tot en met 3, of met een NAFT, wordt de opleiding altijd volledig georganiseerd via onderwijs bij het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen waar de leerling is ingeschreven.".
Art. 73. L'article 6 du même décret, modifié par les décrets des 4 avril 2014, 30 mars 2018 et 5 avril 2019, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Si la composante apprentissage sur le lieu du travail n'est pas concrétisée conformément aux paragraphes 1er à 3, ou par un NAFT, la formation est toujours organisée entièrement par le biais d'enseignement auprès du centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou du centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises où l'élève est inscrit. ".
Art. 74. Artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt opgeheven.
Art. 74. L'article 7 du même décret, modifié par le décret du 30 mars 2018, est abrogé.
Art. 75. In artikel 10, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 9 juli 2010, 21 december 2012, 27 april 2018, wordt punt 10° opgeheven.
Art. 75. Dans l'article 10, § 1er, alinéa 2, du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 9 juillet 2010, 21 décembre 2012 et 27 avril 2018, le point 10° est abrogé.
Art. 76. In artikel 11 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 maart 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats dient met ingang van het schooljaar 2021-2022 het centrumbestuur een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met toevoeging van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als het centrum tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
  In de aanvraag, waarvan het modelformulier door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, wordt verklaard dat:
  1° de vestigingsplaats bij ingebruikname beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° het centrumbestuur op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als een vestigingsplaats in gebruik wordt genomen waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was. Het centrumbestuur vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk drie maanden na indiening van de aanvraag en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van die termijn is de aanvraag van rechtswege goedgekeurd.
  Deze paragraaf geldt niet voor een centrum dat, al dan niet als gevolg van een splitsing van bestaande centra, wordt opgericht.".
Art. 76. Dans l'article 11 du même décret, remplacé par le décret du 23 mars 2018, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Pour la mise en service d'une nouvelle implantation, à partir de l'année scolaire 2021-2022, l'autorité du centre introduit une demande motivée auprès des services compétents de la Communauté flamande, en ajoutant le protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, si le centre fait partie d'une communauté scolaire, un extrait du procès-verbal démontrant que la demande est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire.
  Dans la demande, dont le formulaire type est arrêté par le Gouvernement flamand, il est attesté que :
  1° lors de la mise en service, l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° l'autorité du centre est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'elle met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, l'autorité du centre mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand prend une décision au plus tard trois mois après l'introduction de la demande et après l'avis des services compétents de la Communauté flamande. Passé ce délai, la demande est approuvée de plein droit.
  Ce paragraphe ne vaut pas pour un centre qui est créé à la suite ou non d'une scission de centres déjà existants. ".
Art. 77. In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
  " § 3. De centrumraad telt ten minste zes leden en wordt paritair samengesteld uit afgevaardigden van het onderwijs, aangewezen door het centrumbestuur, en afgevaardigden van socio-economische organisaties. Een afgevaardigde van het centrum voor leerlingenbegeleiding maakt raadgevend deel uit van de centrumraad.".
Art. 77. Dans l'article 13 du même décret, modifié par le décret du 4 avril 2014, le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Le conseil du centre compte au moins six membres et doit être paritairement constitué de représentants de l'enseignement, désignés par l'autorité du centre, et de représentants d'organisations socio-économiques. Un représentant du centre d'encadrement des élèves a un rôle consultatif au sein du conseil du centre. ".
Art. 78. Artikel 20 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 20. De Vlaamse Regering bepaalt welke opleidingen vanaf het schooljaar 2021-2022 vrij programmeerbaar, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering of niet programmeerbaar zijn. Een programmatie is noodzakelijk bij de oprichting van een opleiding die niet georganiseerd is op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren, met de bedoeling om die opleiding in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring.
  Een vrij programmeerbare opleiding wordt door het centrumbestuur schriftelijk gemeld bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar. Een programmatie mits goedkeuring door de Vlaamse Regering wordt door het centrumbestuur schriftelijk aangevraagd bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar. De motivering van de aanvraag houdt rekening met de criteria 1° tot en met 8°, vermeld in artikel 357/8 van de Codex Secundair Onderwijs. De onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap enerzijds en de Vlaamse Onderwijsraad anderzijds brengen een advies uit over de programmatie. De beslissing van de Vlaamse Regering, die ook rekening houdt met voormelde criteria, wordt genomen uiterlijk 31 maart van het voorafgaande schooljaar. De in dit lid voorziene termijnen zijn vervaltermijnen. Een programmatie die de uiterlijke datum voor melding of aanvraag overschrijdt, is onontvankelijk. Als de Vlaamse Regering niet op de uiterlijke datum heeft beslist, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.
  Uitsluitend wat het deeltijds beroepssecundair onderwijs betreft gaan bij de melding of aanvraag van een programmatie het protocol van de onderhandeling daarover in het bevoegde lokaal comité en, als het centrum tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
  Uitsluitend wat de leertijd betreft komt de voorwaarde met betrekking tot programmatie, vermeld in het tweede lid, als subsidievoorwaarde bovenop de subsidievoorwaarden, bepaald in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".".
Art. 78. L'article 20 du même décret, remplacé par le décret du 17 juin 2016, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20. Le Gouvernement flamand détermine les formations qui, à partir de l'année scolaire 2021-2022, sont librement programmables, sont programmables moyennant l'approbation du Gouvernement flamand, ou ne sont pas programmables. Une programmation est nécessaire en cas de création d'une formation qui n'est pas organisée le 1er octobre des deux années scolaires précédentes, en vue de la rendre éligible au financement ou au subventionnement.
  Une formation librement programmable est notifiée par écrit par l'autorité du centre aux services compétents de la Communauté flamande, au plus tard le 1er avril de l'année scolaire précédente. Une programmation moyennant l'approbation du Gouvernement flamand est demandée par écrit par l'autorité du centre auprès des services compétents de la Communauté flamande, au plus tard le 30 novembre de l'année scolaire précédente. La motivation de la demande tient compte des critères 1° à 8°, visés à l'article 357/8 du Code de l'Enseignement secondaire. L'inspection de l'enseignement et les services compétents de la Communauté flamande d'une part, et le Conseil flamand de l'enseignement d'autre part, émettent un avis sur la programmation. La décision du Gouvernement flamand, qui tient également compte des critères précités, est prise au plus tard le 31 mars de l'année scolaire précédente. Les délais prévus au présent alinéa sont des délais de forclusion. Une programmation qui dépasse la date limite de communication ou de demande, est irrecevable. A défaut d'une prise de décision par le Gouvernement à la date limite, la programmation est approuvée de plein droit.
  Uniquement en ce qui concerne l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, la communication ou la demande d'une programmation doit être assortie du protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, si le centre fait partie d'une communauté scolaire, d'un extrait du procès-verbal démontrant que la programmation est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire.
  Uniquement en ce qui concerne l'apprentissage, la condition relative à la programmation, visée à l'alinéa 2, s'ajoute comme condition de subvention aux conditions de subvention fixées au décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle). ".
Art. 79. In artikel 21 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is vrij in de ingebruikname van vestigingsplaatsen.".
Art. 79. Dans l'article 21 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Chaque centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et chaque centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises a le libre choix quant à la mise en service d'implantations. ".
Art. 80. In artikel 27, § 2, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "centrum voor deeltijdse vorming" vervangen door de zinsnede "organisatie die in het schooljaar 2018-2019 is erkend als een centrum voor deeltijdse vorming".
Art. 80. Dans l'article 27, § 2, alinéa 2, 1°, du même décret, les mots " un centre de formation à temps partiel " sont remplacés par le membre de phrase " une organisation qui est agréée comme centre de formation à temps partiel en l'année scolaire 2018-2019 ".
Art. 81. Artikel 35 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 maart 2018, wordt opgeheven.
Art. 81. L'article 35 du même décret, remplacé par le décret du 30 mars 2018, est abrogé.
Art. 82. In artikel 39 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 82. Dans l'article 39 du même décret, modifié par le décret du 30 mars 2018, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 83. In artikel 49 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "brugproject" vervangen door het woord "aanloopcomponent";
  2° in het tweede lid worden tussen het woord "arbeidsdeelname" en de woorden "wordt ingeschaald" de woorden "of aanloopcomponent" ingevoegd.
Art. 83. A l'article 49 du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " un projet-tremplin " sont remplacés par les mots " une composante de démarrage " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " ou dans la composante de démarrage " sont insérés après les mots " dans la participation au marché de l'emploi ".
Art. 84. In artikel 62 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 30 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden tussen het woord "onderwijs" en het woord "wordt" de woorden "of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen" ingevoegd;
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede "of, voor wat betreft de leertijd, de trajectbegeleider" opgeheven;
  4° het bestaande zesde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt:
  "Het resultaat van de screening is een inschaling van de jongere in de arbeidsdeelname of de aanloopcomponent.".
Art. 84. A l'article 62 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 30 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises " sont insérés entre le mot " partiel " et le mot " est " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 2, le membre de phrase " ou, s'il s'agit de l'apprentissage, l'accompagnateur de parcours " est abrogé ;
  4° l'alinéa 6 existant, qui devient l'alinéa 5, est remplacé par ce qui suit :
  " Le résultat du screening est une intégration du jeune dans la participation au marché de l'emploi ou dans la composante de démarrage. ".
Art. 85. In artikel 64, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt de zin "Afhankelijk van het resultaat van de screening wordt de jongere onmiddellijk in de arbeidsdeelname de aanloopcomponent of NAFT ingeschakeld." vervangen door de zin "Afhankelijk van het resultaat van de screening wordt de jongere onmiddellijk in de arbeidsdeelname of de aanloopcomponent ingeschakeld.".
Art. 85. Dans l'article 64, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 30 mars 2018, la phrase " En fonction du résultat du screening, le jeune est immédiatement intégré dans la participation au marché de l'emploi, la composante de démarrage ou le NAFT " est remplacée par la phrase " En fonction du résultat du screening, le jeune est immédiatement intégré dans la participation au marché de l'emploi ou dans la composante de démarrage. ".
Art. 86. Artikel 65 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 86. L'article 65 du même décret est abrogé.
Art. 87. In artikel 86, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° aanvullende werkingsmiddelen die worden toegekend op basis van het aantal dagen dat de jongeren effectief gepresteerd hebben binnen de fase arbeidsdeelname of de aanloopcomponent tijdens het voorafgaande schooljaar. De Vlaamse Regering legt de overeenkomstige financieringsof subsidiebedragen vast en kan bijkomende voorwaarden bepalen.".
Art. 87. Dans l'article 86, § 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 30 mars 2018, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° moyens de fonctionnement complémentaires qui sont accordés sur la base du nombre de jours que les jeunes ont effectivement prestés dans la phase de participation au marché de l'emploi ou de la composante de démarrage au cours de l'année scolaire précédente. Le Gouvernement flamand arrête les montants correspondants de financement ou de subventionnement et peut préciser des conditions complémentaires. ".
Art. 88. Aan artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 30 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, 9°, e), wordt de volgende zin toegevoegd:
  "In afwijking van deze bepalingen is vaste benoeming mogelijk op 1 januari 2021.";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 88. A l'article 90 du même décret, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 30 mars 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, 9°, e), est complété par la phrase suivante :
  " Par dérogation à ces dispositions, la nomination définitive est possible le 1er janvier 2021. " ;
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 89. In artikel 93 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 89. Dans l'article 93 du même décret, modifié par le décret du 15 juin 2018, le paragraphe 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE 10. - Modification du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement
Art. 90. In artikel 2, 10°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, wordt de zinsnede "het decreet van 30 april 2009 betreffende het hoger beroepsonderwijs" vervangen door de zinsnede "de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013".
Art. 90. Dans l'article 2, 10°, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, le membre de phrase " décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 " est remplacé par le membre de phrase " Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ".
Art. 91. Artikel 13 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 13. Deze titel, met uitzondering van artikel 14, § 3, eerste lid, van dit decreet, is niet van toepassing op de basiseducatie en de Centra voor Volwassenenonderwijs, die niet in rekening worden gebracht voor het vaststellen van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, vermeld in artikel 16.".
Art. 91. L'article 13 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 13. Le présent titre, à l'exception de l'article 14, § 3, alinéa 1er, du présent décret, ne s'applique pas à l'éducation de base et aux Centres d'éducation des adultes, qui ne sont pas pris en compte pour l'établissement du cadre organique des services d'encadrement pédagogique, visé à l'article 16. ".
Art. 92. Artikel 31 van het dezelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 31. Deze titel is niet van toepassing op het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De onderwijsinspectie oefent voor deze opleiding haar opdracht uit in samenwerking met de accreditatieorganisatie, vermeld in artikel II.26 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.".
Art. 92. L'article 31 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 31. Le présent titre ne s'applique pas à l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, à l'exception de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5. Pour cette formation, l'inspection de l'enseignement effectue sa mission en collaboration avec l'organisation d'accréditation, visée à l'article II.26 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 11. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 93. In artikel 2, § 1, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014, 27 april 2018 en 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt opgeheven;
  2° in punt 2° wordt de zinsnede ", 116 tot en met 120, en 123/6" vervangen door de zinsnede "en 116 tot en met 120".
Art. 93. A l'article 2, § 1er, alinéa 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié par les décrets des 4 avril 2014, 27 avril 2018 et 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est abrogé ;
  2° dans le point 2°, le membre de phrase " , 116 à 120, et 123/6 " est remplacé par le membre de phrase " et 116 à 120 ".
Art. 94. In artikel 3 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 35°, b), wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De heroprichting van een niet-duaal structuuronderdeel, na onderbreking ten gevolge van de oprichting van een inhoudelijk verwant duaal structuuronderdeel, wordt ook niet als programmatie beschouwd;";
  2° in punt 40° /1 wordt de zinsnede "en vrije tijd, maar niet om beroepservaring op te doen gericht op latere betaalde of onbetaalde arbeid" vervangen door
  de zinsnede ", werken en vrije tijd, maar niet om beroepservaring op te doen gericht op latere betaalde arbeid".
  3° punt 46° wordt vervangen door wat volgt:
  "46° vestigingsplaats: een geografische afbakening die bestaat uit een geheel van gebouwde en ongebouwde onroerende goederen in gebruik van een onderwijsinstelling dat voldoet aan alle volgende voorwaarden:
  1° gelegen zijn binnen eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen of gescheiden zijn door één van volgende mogelijkheden:
  a) maximaal twee kadastrale percelen;
  b) een weg;
  2° volledig of gedeeltelijk gebruikt door personeelsleden van de onderwijsinstelling voor onderwijsactiviteiten, met uitzondering van:
  a) extra-murosactiviteiten;
  b) leerlingenstages;
  c) lessen, al dan niet gegeven door personeelsleden van de onderwijsinstelling, in een bedrijf of in een opleidingsof vormingsinstelling die geen onderwijsinstelling is;
  d) sporten bewegingsactiviteiten, voor zover de aanwezige sportinfrastructuur buiten het schooldomein ligt en ook door derden wordt gebruikt.
  In afwijking van punt 1° geldt voor de bepalingen aangaande het `recht op inschrijving' dat een vestigingsplaats enkel betrekking heeft op eenzelfde of aansluitende kadastrale percelen.".
Art. 94. A l'article 3 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 35°, b), est complété par la phrase suivante :
  " Le rétablissement d'une subdivision structurelle non duale, après interruption suite à la création d'une subdivision structurelle duale connexe quant aux contenus, n'est pas non plus considéré comme une programmation ; " ;
  2° dans le point 40° /1, le membre de phrase " et des loisirs et non pour acquérir une expérience professionnelle s'axant sur un travail rémunéré ou non rémunéré ultérieur " est remplacé par
  le membre de phrase " , du travail et des loisirs, et non pour acquérir une expérience professionnelle axée sur un travail rémunéré ultérieur " ;
  3° le point 46° est remplacé par ce qui suit :
  " 46° implantation : une délimitation géographique comprenant un ensemble de biens immobiliers bâtis et non bâtis, utilisés par un établissement d'enseignement, qui répond à toutes les conditions suivantes :
  1° se situer dans la même parcelle cadastrale ou dans des parcelles cadastrales adjacentes ou être séparés par une des possibilités suivantes :
  a) au maximum deux parcelles cadastrales ;
  b) une voie ;
  2° être utilisés en tout ou en partie par des membres du personnel de l'établissement d'enseignement pour des activités d'enseignement, à l'exception des :
  a) activités extra-muros ;
  b) stages d'élèves ;
  c) cours, donnés ou non par des membres du personnel de l'établissement d'enseignement, dans une entreprise ou dans un établissement ou institut de formation qui n'est pas un établissement d'enseignement ;
  d) activités sportives et motrices, dans la mesure où l'infrastructure sportive présente se situe en dehors du domaine de l'école et est également utilisée par des tiers.
  Par dérogation au point 1°, quant aux dispositions relatives au `droit d'inscription', une implantation a uniquement trait à la même parcelle cadastrale ou aux parcelles cadastrales adjacentes. ".
Art. 95. Aan artikel 7 van dezelfde codex wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij die informatieverstrekking, met inbegrip van de studiebekrachtiging, hanteert een schoolbestuur minstens de benamingen van structuuronderdelen en vakken, die zijn vastgelegd door of krachtens een decreet. Het clusteren van vakken is mogelijk. Indien vakken worden geclusterd, blijft het in alle communicatie met ouders, leerkrachten en leerlingen duidelijk welke vakken daarvan onderdeel uitmaken.".
Art. 95. L'article 7 du même code est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Lors de la fourniture de ces informations, y compris la validation d'études, une autorité scolaire utilise au moins les dénominations de subdivisions structurelles et de cours qui sont arrêtées par ou en vertu du présent décret. Il est possible de former des clusters de cours. Si des cours sont regroupés en clusters, toute communication avec les parents, les enseignants et les élèves indique clairement les cours qui en font partie. ".
Art. 96. In artikel 15 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 23 maart 2018, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. Voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats dient met ingang van het schooljaar 2021-2022 het schoolbestuur een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met toevoeging van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
  In de aanvraag, waarvan het modelformulier door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, wordt verklaard dat:
  1° de vestigingsplaats bij ingebruikname beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° het schoolbestuur op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als een vestigingsplaats in gebruik wordt genomen waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was. Het schoolbestuur vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk drie maanden na indiening van de aanvraag en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van die termijn is de aanvraag van rechtswege goedgekeurd.
  Deze paragraaf geldt niet voor een school die, al dan niet als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen, wordt opgericht.".
Art. 96. Dans l'article 15 du même code, remplacé par le décret du 23 mars 2018, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Pour la mise en service d'une nouvelle implantation, à partir de l'année scolaire 2021-2022, l'autorité scolaire introduit une demande motivée auprès des services compétents de la Communauté flamande, en ajoutant le protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, si l'école fait partie d'une communauté scolaire, un extrait du procès-verbal démontrant que la demande est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire.
  Dans la demande, dont le formulaire type est arrêté par le Gouvernement flamand, il est attesté que :
  1° lors de la mise en service, l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° l'autorité scolaire est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'elle met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, l'autorité scolaire mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand prend une décision au plus tard trois mois après l'introduction de la demande et après l'avis des services compétents de la Communauté flamande. Passé ce délai, la demande est approuvée de plein droit.
  Ce paragraphe ne vaut pas pour une école qui est créée à la suite ou non d'une restructuration d'écoles déjà existantes. ".
Art. 97. Aan artikel 19, § 4, tweede lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "In afwijking van deze bepaling is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.".
Art. 97. L'article 19, § 4, alinéa 2, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, est complété par la phrase suivante :
  " Par dérogation à cette disposition, la nomination définitive en périodes-professeur est possible le 1er janvier 2021. " ;
Art. 98. Aan artikel 20, § 2, tweede lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "In afwijking van deze bepaling is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.".
Art. 98. L'article 20, § 2, alinéa 2, du même code, modifié par le décret du 25 avril 2014, est complété par la phrase suivante :
  " Par dérogation à cette disposition, la nomination définitive en périodes-professeur est possible le 1er janvier 2021. ".
Art. 99. Aan artikel 21 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 19 juli 2013 en 25 april 2014, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. In afwijking van de bepalingen van paragraaf 4, 5 en 6 is vaste benoeming in uren-leraar mogelijk op 1 januari 2021.".
Art. 99. L'article 21 du même code, modifié par les décrets des 19 juillet 2013 et 25 avril 2014, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Par dérogation aux dispositions des paragraphes 4, 5 et 6, la nomination définitive en périodes-professeur est possible le 1er janvier 2021. ".
Art. 100. In artikel 106 van dezelfde codex, wordt tussen de zinsnede "artikel 123" en het woord "kan" de zinsnede "en 7" ingevoegd.
Art. 100. Dans l'article 106 du même code, le membre de phrase " et 7 " est inséré entre le membre de phrase " article 123 " et le mot " peut ".
Art. 101. Aan artikel 110/9, § 6, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 6 juli 2018, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° voor de toelating van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs, die beschikken over een verslag als bedoeld in artikel 294.".
Art. 101. L'article 110/9, § 6, du même code, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 6 juillet 2018, est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° pour l'admission d'élèves dans l'enseignement secondaire ordinaire, qui disposent d'un rapport tel que visé à l'article 294. ".
Art. 102. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 mei 2019, wordt een artikel 115/7 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 115/7. De scholen zijn ertoe gemachtigd om een attest uit te reiken ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houder van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van uitreiking van het studiebewijs.
  Personen die met toepassing van de wetgeving over de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de scholen waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam.
  Bij de aanvraag wordt het oorspronkelijk behaalde studiebewijs ingeleverd en worden stukken gevoegd die de naamswijziging aantonen.".
Art. 102. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 17 mai 2019, il est inséré un article 115/7, rédigé comme suit :
  " Art. 115/7. Les écoles sont autorisées à conférer, au porteur du titre, une attestation en remplacement d'un titre perdu. L'attestation mentionne la date de délivrance du titre.
  Les personnes ayant obtenu, en application de la législation relative aux noms et prénoms, une modification de leur nom ou prénom, peuvent introduire, auprès des écoles où ils ont obtenu un titre ou auprès du service compétent de la Communauté flamande, une demande pour faire remplacer le titre par un titre portant leur nouveau nom.
  La demande doit être assortie du titre original obtenu et des pièces prouvant le changement du nom. ".
Art. 103. In artikel 123/6 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan, meer bepaald de essentiële gegevens die de studieresultaten en de studievoortgang van de leerling bevorderen, monitoren, evalueren en attesteren;";
  2° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° het schoolbestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens voor de looptijd dat deze bewaard dienen te worden;";
  3° er wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° het centrumbestuur of de gemandateerde van het CLB dat het verslag of gemotiveerd verslag, vermeld in punt 4°, heeft opgesteld is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen door of ter voorbereiding van het verslag of gemotiveerd verslag. Het centrumbestuur of de gemandateerde van het overnemende CLB is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen na ontvangst van het verslag of gemotiveerd verslag.";
  4° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan de regels bepalen omtrent de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.".
Art. 103. A l'article 123/6 du même code, inséré par le décret du 4 avril 2014 et modifié par le décret du 17 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° les données portent uniquement sur la carrière scolaire personnelle de l'élève, notamment les données essentielles favorisant, suivant, évaluant et attestant les résultats des études et la progression des études de l'élève ; " ;
  2° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° l'autorité scolaire de l'établissement d'enseignement ou le mandataire est le responsable du traitement des données à caractère personnel pour la durée pendant laquelle elles doivent être conservées ; " ;
  3° il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° l'autorité du centre ou le mandataire du CLB qui a rédigé le rapport ou le rapport motivé, visé au point 4°, est le responsable du traitement par ou à titre de préparation du rapport ou du rapport motivé. L'autorité du centre ou le mandataire du CLB repreneur est le responsable du traitement après la réception du rapport ou du rapport motivé. " ;
  4° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut arrêter les règles concernant les périodes de stockage et les activités et procédures de traitement, y compris des mesures visant à garantir un traitement adéquat, sûr et transparent. ".
Art. 104. In artikel 134/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 20 april 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "In het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan onder organiseren: ten minste één regelmatige leerling hebben ingeschreven op de eerste lesdag van oktober in elk onderdeel van het in het betrokken lid opgelegde studieaanbod en dat studieaanbod alleszins organiseren binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg.";
  2° in paragraaf 2 wordt aan het vijfde lid de volgende zin toegevoegd:
  "Die voordelen kunnen uitsluitend betrekking hebben op de geografische omschrijving, vermeld in het vierde lid, van domeinschool of campusschool en niet op eventueel andere vestigingsplaatsen van dergelijke school die buiten die omschrijving liggen.";
  3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 104. A l'article 134/1 du même code, inséré par le décret du 20 avril 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Dans les alinéas 1er, 2 et 3, on entend par organiser : avoir inscrit au moins un élève régulier au premier jour de classe d'octobre dans chaque partie de l'offre d'études imposée dans l'alinéa concerné, et organiser cette offre d'études en tout cas dans la même parcelle cadastrale ou des parcelles cadastrales adjacentes, ou séparées soit par au maximum deux parcelles cadastrales, soit par une voie. " ;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 5 est complété par la phrase suivante :
  " Ces avantages peuvent uniquement avoir trait à la description géographique, visée à l'alinéa 4, d'école à domaines ou d'école à campus, et non pas à d'autres implantations éventuelles d'une école pareille qui se situent en dehors de la description. " ;
  3° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 105. In artikel 138 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 26 januari 2018, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De doelen en de leerplannen die tot stand komen in uitvoering van de bepalingen van deze afdeling treden progressief in werking, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad, vanaf 1 september 2019. De curriculumdossiers die tot stand komen in uitvoering van de bepalingen van deze afdeling treden in werking:
  1° per 1 september 2023: in het eerste leerjaar van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad;
  2° per 1 september 2024: in het tweede leerjaar van de eerste graad, het tweede leerjaar van de tweede graad en het tweede leerjaar van de derde graad;
  3° per 1 september 2025: in het derde leerjaar van de derde graad".
Art. 105. Dans l'article 138 du même code, remplacé par le décret du 26 janvier 2018, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les objectifs et les programmes d'études qui sont réalisés en exécution des dispositions de la présente section entrent progressivement en vigueur, année d'études par année d'études, à commencer par la première année d'études du premier degré, à partir du 1er septembre 2019. Les dossiers du cursus scolaire qui sont réalisés en exécution des dispositions de la présente section entrent en vigueur :
  1° à partir du 1er septembre 2023 : dans la première année d'études du premier degré, dans la première année d'études du deuxième degré et dans la première année d'études du troisième degré ;
  2° à partir du 1er septembre 2024 : dans la deuxième année d'études du premier degré, dans la deuxième année d'études du deuxième degré et dans la deuxième année d'études du troisième degré ;
  3° à partir du 1er septembre 2025 : dans la troisième année d'études du troisième degré ".
Art. 106. Aan artikel 143, § 1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 26 januari 2018, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Ze bewaakt de haalbaarheid.".
Art. 106. L'article 143, § 1er, alinéa 1er, du même code, inséré par le décret du 26 janvier 2018, est complété par la phrase suivante :
  " Elle surveille la faisabilité. ".
Art. 107. In artikel 167 van dezelfde codex wordt de datum "1 juni" vervangen door de datum "15 mei".
Art. 107. Dans l'article 167 du même code, la date " 1er juin " est remplacée par la date " 15 mai ".
Art. 108. In artikel 169, § 2, eerste lid, van dezelfde codex wordt de datum "1 juni" vervangen door de datum "15 mei".
Art. 108. Dans l'article 169, § 2, alinéa 1er, du même code, la date " 1er juin " est remplacée par la date " 15 mai ".
Art. 109. In dezelfde codex wordt een artikel 176/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 176/1. Vanaf het schooljaar 2021-2022:
  1° heeft elke programmatie van een structuuronderdeel betrekking op een of meer vestigingsplaatsen van de school zoals opgegeven in, naargelang van het geval, de melding of aanvraag van programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° wordt de uitbreiding door het schoolbestuur van een vóór het schooljaar 2021-2022 geprogrammeerd structuuronderdeel naar een of meer bestaande vestigingsplaatsen van de school niet als een nieuwe programmatie beschouwd indien alle vestigingsplaatsen van die school gelegen zijn binnen een gemeente die minder dan 70.000 inwoners telt;
  3° wordt de uitbreiding door het schoolbestuur van een niet vóór het schooljaar 2021-2022 geprogrammeerd structuuronderdeel naar een of meer vestigingsplaatsen van de school die destijds niet bij de programmatie zijn opgegeven, als een nieuwe programmatie beschouwd;
  4° kan in uitzonderlijke omstandigheden en zonder als programmatie te worden beschouwd het schoolbestuur een vóór het schooljaar 2021-2022 geprogrammeerd structuuronderdeel organiseren in een of meer nieuwe vestigingsplaatsen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
  a) de uitzonderlijke omstandigheden houden verband met capaciteitsnoden, infrastructuurproblemen of verhuis;
  b) het schoolbestuur dient een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met toevoeging van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
  c) de aanvraag voor het structuuronderdeel gebeurt tezamen met de aanvraag voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in artikel 15, § 4;
  d) de Vlaamse Regering neemt een gunstige beslissing uiterlijk drie maanden na indiening van de aanvraag en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van die termijn is de aanvraag van rechtswege goedgekeurd;
  5° kan in uitzonderlijke omstandigheden en zonder als programmatie te worden beschouwd het schoolbestuur een niet vóór het schooljaar 2021-2022 geprogrammeerd structuuronderdeel organiseren in een of meer vestigingsplaatsen die destijds niet bij de programmatie zijn opgegeven, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
  a) de uitzonderlijke omstandigheden houden verband met capaciteitsnoden, infrastructuurproblemen of verhuis;
  b) het schoolbestuur dient een gemotiveerde aanvraag in bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met toevoeging van het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;
  c) de aanvraag voor het structuuronderdeel gebeurt in voorkomend geval tezamen met de aanvraag voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in artikel 15, § 4;
  d) de Vlaamse Regering neemt een gunstige beslissing uiterlijk drie maanden na indiening van de aanvraag en na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. Bij overschrijding van die termijn is de aanvraag van rechtswege goedgekeurd;
  6° is de effectieve programmatie of organisatie van een structuuronderdeel in een nieuwe vestigingsplaats afhankelijk van het voldoen aan artikel 15, § 4.".
Art. 109. Dans le même code, il est inséré un article 176/1, rédigé comme suit : " Art. 176/1. A partir de l'année scolaire 2021-2022 :
  1° chaque programmation d'une subdivision structurelle concerne une ou plusieurs implantations de l'école, telles qu'indiquées dans, selon le cas, la communication ou la demande de programmation auprès des services compétents de la Communauté flamande ;
  2° l'extension par l'autorité scolaire d'une subdivision structurelle programmée avant l'année scolaire 2021-2022, à une ou plusieurs implantations existantes de l'école n'est pas considérée comme une nouvelle programmation si toutes les implantations de cette école se situent dans une commune comptant moins de 70.000 habitants ;
  3° l'extension par l'autorité scolaire d'une subdivision structurelle non programmée avant l'année scolaire 2021-2022, à une ou plusieurs implantations de l'école qui n'étaient pas indiquées à l'époque lors de la programmation, est considérée comme une nouvelle programmation ;
  4° dans des circonstances exceptionnelles et sans être considérée comme programmation, l'autorité scolaire peut organiser une subdivision structurelle programmée avant l'année scolaire 2021-2022 dans une ou plusieurs implantations, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) les circonstances exceptionnelles concernent des besoins en capacité, des problèmes d'infrastructure ou un déménagement ;
  b) l'autorité scolaire introduit une demande motivée auprès des services compétents de la Communauté flamande, en ajoutant le protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, si l'école fait partie d'une communauté scolaire, un extrait du procès-verbal démontrant que la demande est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire ;
  c) la demande de la subdivision structurelle se fait conjointement avec la demande de mise en service d'une nouvelle implantation telle que visée à l'article 15, § 4 ;
  d) le Gouvernement flamand prend une décision favorable au plus tard trois mois après l'introduction de la demande et après l'avis des services compétents de la Communauté flamande. Passé ce délai, la demande est approuvée de plein droit ;
  5° dans des circonstances exceptionnelles et sans être considérée comme programmation, l'autorité scolaire peut organiser une subdivision structurelle non programmée avant l'année scolaire 2021-2022 dans une ou plusieurs implantations qui n'étaient pas indiquées à l'époque lors de la programmation, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  a) les circonstances exceptionnelles concernent des besoins en capacité, des problèmes d'infrastructure ou un déménagement ;
  b) l'autorité scolaire introduit une demande motivée auprès des services compétents de la Communauté flamande, en ajoutant le protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, si l'école fait partie d'une communauté scolaire, un extrait du procès-verbal démontrant que la demande est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire ;
  c) le cas échéant, la demande de la subdivision structurelle se fait conjointement avec la demande de mise en service d'une nouvelle implantation telle que visée à l'article 15, § 4 ;
  d) le Gouvernement flamand prend une décision favorable au plus tard trois mois après l'introduction de la demande et après l'avis des services compétents de la Communauté flamande. Passé ce délai, la demande est approuvée de plein droit ;
  6° la programmation ou organisation effective d'une subdivision structurelle dans une nouvelle implantation est soumise au respect de l'article 15, § 4. ".
Art. 110. Aan artikel 211 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 17 juni 2016, 20 april 2018 en 15 maart 2019, wordt de volgende paragraaf toegevoegd:
  " § 3bis. In afwijking van paragraaf 3, eerste en derde lid, kan van 1 september 2020 tot 31 augustus 2025 in het voltijds secundair onderwijs de aanwending van uren-leraar onder de vorm van het inzetten van voordrachtgevers onder de hiernavolgende voorwaarden plaatsvinden. Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan voordrachtgevers kan worden besteed, bedraagt maximum 4, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet, het structuuronderdeel Defensie en veiligheid, en het structuuronderdeel Integrale veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt.".
Art. 110. L'article 211 du même code, modifié par les décrets des 17 juin 2016, 20 avril 2018 et 15 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  " § 3bis. Par dérogation au paragraphe 3, alinéas 1er et 3, à partir du 1er septembre 2020 jusqu'au 31 août 2025, dans l'enseignement secondaire à temps plein, l'affectation des périodes-professeur sous forme recrutement de conférenciers peut s'opérer aux conditions suivantes. Le nombre d'heures de cours de la grille horaire hebdomadaire de la subdivision structurelle concernée pouvant être destiné, sur la base d'une année scolaire, à des conférenciers, est de 4 au maximum, à l'exception dans les subdivisions structurelles de la discipline Ballet, la subdivision structurelle Defensie en Veiligheid, et la subdivision structurelle Integrale Veiligheid, où le maximum est de 6. ".
Art. 111. Aan artikel 264, eerste lid, van dezelfde codex wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Ze bewaakt de haalbaarheid.".
Art. 111. L'article 264, alinéa 1er, du même code, est complété par la phrase suivante :
  " Elle surveille la faisabilité. ".
Art. 112. In artikel 279 van dezelfde codex wordt de zinsnede "de artikelen 277 en 281, § 1," vervangen door de zinsnede "artikel 277".
Art. 112. Dans l'article 279 du même code, le membre de phrase " aux articles 277 et 281, § 1er, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 277 ".
Art. 113. In artikel 286, § 1, 2°, van dezelfde codex wordt de zinsnede "de artikelen 277, 278 en 281 van deze afdeling" vervangen door de zinsnede "artikel 277 en 278".
Art. 113. Dans l'article 286, § 1er, 2°, du même code, le membre de phrase " aux articles 277, 278 et 281 de la présente section " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 277 et 278 ".
Art. 114. In artikel 289 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 3° opgeheven;
  2° in paragraaf 1, 4°, wordt de zinsnede "deze omvormingen voorzien in de punten 1°, 2° en 3°, " vervangen door de zinsnede "de omvormingen, vermeld in punt 1° en 2°, ";
  3° in paragraaf 1, 4°, worden de woorden "of deze opleiding" opgeheven;
  4° in paragraaf 1, 4°, worden de zinnen "Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm of de opleiding, die opgeheven wordt, enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren, die gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen." vervangen door de zinnen "Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm die opgeheven wordt, alleen leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Bij opleidingen van opleidingsvorm 3, waarvan de omvorming al van start is gegaan in 2020-2021, geldt ook dat tijdens de periode van omvorming in de opleiding die opgeheven wordt, alleen leerlingen kunnen worden ingeschreven in de leerjaren die, gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven.";
  5° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede "De bepalingen van § 1, 1°, 2° en 3° van dit artikel" vervangen door de zinsnede "De bepalingen van paragraaf 1, 1° en 2°, ";
  6° in paragraaf 3 wordt het woord "opleidingen" telkens vervangen door het woord "structuuronderdelen", worden de woorden "de opleiding" telkens vervangen door de woorden "het structuuronderdeel", worden de woorden "deze opleiding" vervangen door de woorden "dit structuuronderdeel", de woorden "de geprogrammeerde opleiding" vervangen door de woorden "het geprogrammeerde structuuronderdeel" en de woorden "een bijkomende opleiding" vervangen door de woorden "een bijkomend structuuronderdeel";
  7° in paragraaf 3, tweede lid, worden punt 4° en 5° vervangen door wat volgt: "4° per structuuronderdeel of combinatie van structuuronderdelen een samenwerkingsovereenkomst met ten minste één school voor gewoon secundair onderwijs of één centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs met een vergelijkbaar studieaanbod in de buurt uit het beroepssecundair onderwijs;
  5° de volgende bewijsstukken:
  a) de samenwerkingsovereenkomst met een of meer scholen voor gewoon secundair onderwijs of centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs met een vergelijkbaar aanbod in het beroepssecundair onderwijs;
  b) in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling daarover in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.";
  8° in paragraaf 3 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "Het schoolbestuur stuurt een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op 30 november van het schooljaar dat voorafgaat aan de programmatie. Het dossier kan zowel structuuronderdelen van de opleidingsfase, ofwel de kwalificatiefase, ofwel de integratiefase bevatten, als structuuronderdelen van enkele of alle fasen in kwestie samen. De programmatie in de integratiefase en de kwalificatiefase kan verschillen van elkaar, zolang het schoolbestuur structuuronderdelen binnen hetzelfde studiedomein programmeert. Het schoolbestuur kan er ook voor kiezen om identieke structuuronderdelen in die fasen te programmeren. De programmatie van gemoderniseerde structuuronderdelen kan in de verschillende leerjaren of fasen gelijktijdig dan wel progressief worden doorgevoerd, nadat de modernisering is uitgerold. De voormelde termijn geldt als een vervaltermijn.
  Aanvragen die later worden ingediend, zijn onontvankelijk. Een observatiefase is een apart structuuronderdeel, dat in alle scholen met opleidingsvorm 3 wordt aangeboden, waarin met de structuuronderdelen die in de latere fases worden aangeboden kennis gemaakt kan worden, en is vrij programmeerbaar.";
  9° in paragraaf 3, achtste lid, wordt de zin "De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 30 april van het schooljaar van de aanvraag." vervangen door de zinnen "De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het schooljaar waarin de aanvraag is ingediend. Als die termijn wordt overschreden, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.";
  10° in paragraaf 3/1 en paragraaf 6 wordt het woord "opleidingen" telkens vervangen door het woord "structuuronderdelen";
  11° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar zijn, zijn ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4 vrij programmeerbaar. Structuuronderdelen die in het voltijds gewoon secundair onderwijs programmeerbaar zijn mits goedkeuring door de Vlaamse Regering, zijn ook in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. In afwijking hiervan is:
  1° het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers niet programmeerbaar in het buitengewoon secundair onderwijs;
  2° het programmatieprincipe niet van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4, type 5.
  Een vrije programmatie wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap gemeld uiterlijk bij de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie.
  Een programmatie waarover de Vlaamse Regering beslist, wordt bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap aangevraagd uiterlijk twee maanden, schoolvakanties niet meegerekend, vóór de oprichting van het structuuronderdeel in kwestie. Na advies van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en de onderwijsinspectie beslist de Vlaamse Regering binnen een termijn van twee maanden na indiening van de aanvraag. De gestelde termijnen zijn vervaltermijnen: een laattijdige aanvraag is onontvankelijk, een laattijdige beslissing is van rechtswege gunstig. Zowel de motivering van de aanvraag als de beslissing houden rekening met de cumulatieve criteria, vermeld in artikel 178 voor niet-duale structuuronderdelen en in artikel 357/63 voor duale structuuronderdelen.
  Bij de melding of aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.".
Art. 114. A l'article 289 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le point 3° est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, 4°, le membre de phrase " ces transformations prévues aux points 1°, 2° et 3° " est remplacé par le membre de phrase " les transformations visées aux points 1° et 2°, " ;
  3° dans le paragraphe 1er, 4°, les mots " ou cette formation " sont abrogés ;
  4° dans le paragraphe 1er, 4°, les phrases " Pendant la période de transformation, des élèves ne peuvent être inscrits à la forme d'enseignement ou la formation en cours de suppression que dans les années d'études qui, vu la suppression progressive, ne sont pas encore supprimées. Les élèves qui suivaient déjà cette forme d'enseignement ou cette formation dans cette école peuvent y terminer leur formation. " sont remplacées par les phrases " Pendant la période de transformation, des élèves ne peuvent être inscrits à la forme d'enseignement en cours de suppression que dans les années d'études qui, vu la suppression progressive, ne sont pas encore supprimées. Pour les formations de la forme d'enseignement 3, dont la transformation a déjà commencé en 2020-2021, pendant la période de transformation, des élèves ne peuvent être inscrits que dans les années d'études qui, vu la suppression progressive, ne sont pas encore supprimées. " ;
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 3, le membre de phrase " Les dispositions du § 1er, 1°, 2° et 3° du présent article " est remplacé par le membre de phrase " Les dispositions du paragraphe 1er, 1° et 2°, " ;
  6° dans le paragraphe 2, le mot " formations " est chaque fois remplacé par les mots " subdivisions structurelles ", les mots " la formation " sont chaque fois remplacés par les mots " la subdivision structurelle ", les mots " cette formation " sont remplacés par les mots " cette subdivision structurelle ", les mots " la formation programmée " sont remplacés par les mots " la subdivision structurelle programmée ", et les mots " une formation supplémentaire " sont remplacés par les mots " une subdivision structurelle supplémentaire " ;
  7° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les points 4° et 5° sont remplacés par ce qui suit : " 4° par subdivision structurelle ou combinaison de subdivisions structurelles, un accord de coopération avec au moins une école d'enseignement secondaire ordinaire ou un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel avec une offre d'études similaire à proximité de l'enseignement secondaire professionnel ;
  5° les pièces justificatives suivantes :
  a) l'accord de coopération avec une ou plusieurs écoles d'enseignement secondaire ordinaire ou un ou plusieurs centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel avec une offre d'études similaire dans l'enseignement secondaire professionnel ;
  b) le cas échéant, le protocole de la négociation au sein du comité local compétent et, au cas où l'école appartient à une communauté scolaire, un extrait du procès-verbal démontrant que la programmation est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire. " ;
  8° dans le paragraphe 3, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " L'autorité scolaire envoie une demande motivée avec le dossier de création à l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de Services d'Enseignement) au plus tard le 30 novembre de l'année scolaire précédant la programmation. Le dossier peut contenir tant des subdivisions structurelles de la phase de formation, soit de la phase de qualification, soit de la phase d'intégration, que des subdivisions structurelles de l'ensemble de certaines ou de toutes les phases en question. La programmation dans la phase d'intégration et la phase de qualification peut différer, tant que l'autorité scolaire programme des subdivisions structurelles dans le même domaine d'études. L'autorité scolaire peut également choisir de programmer des subdivisions structurelles identiques dans ces phases. La programmation de subdivisions structurelles modernisées peut être effectuée simultanément ou progressivement dans les différentes années d'études ou phases, après la mise en oeuvre de la modernisation. Le délai précité vaut comme délai d'échéance.
  Les demandes présentées après ce délai seront irrecevables. Une phase d'observation est une subdivision structurelle distincte, qui est offerte dans toutes les écoles de la forme d'enseignement 3, dans laquelle l'on peut s'initier aux subdivisions structurelles qui sont offertes lors des phases ultérieures, et est librement programmable. " ;
  9° dans le paragraphe 3, alinéa 8, la phrase " Le Gouvernement flamand prend une décision au plus tard le 30 avril de l'année scolaire de la demande. " est remplacée par les phrases " Le Gouvernement flamand prend une décision au plus tard le 31 mars de l'année scolaire pendant laquelle la demande est introduite. Passé ce délai, la programmation est approuvée de plein droit. " ;
  10° dans les paragraphes 3/1 et 6, le mot " formations " est chaque fois remplacé par les mots " subdivisions structurelles " ;
  11° il est ajouté un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Les subdivisions structurelles qui sont librement programmables dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, sont également librement programmables dans l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4. Les subdivisions structurelles qui sont programmables dans l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein moyennant l'approbation du Gouvernement flamand, sont également programmables dans l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4, moyennant l'approbation du Gouvernement flamand. Par dérogation à cette disposition :
  1° l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones n'est pas programmable dans l'enseignement secondaire spécial ;
  2° le principe de programmation ne s'applique pas à l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4, type 5.
  Une libre programmation est communiquée aux services compétents de la Communauté flamande au plus tard lors de la création de la subdivision structurelle en question.
  Une programmation dont le Gouvernement flamand décide, est demandée auprès des services compétents de la Communauté flamande au plus tard deux mois, vacances scolaires non comprises, avant la création de la subdivision structurelle en question. Après l'avis des services compétents de la Communauté flamande et de l'inspection de l'enseignement, le Gouvernement flamand décide dans un délai de deux mois après l'introduction de la demande. Les délais imposés sont des délais d'échéance : une demande tardive est irrecevable, une décision tardive est favorable de plein droit. Tant la motivation de la demande que la décision tiennent compte des critères cumulatifs, visés à l'article 178 pour les subdivisions structurelles non duales et à l'article 357/63 pour les subdivisions structurelles duales.
  La communication ou la demande doit être assortie du protocole de la négociation en la matière au sein du comité local compétent et, au cas où l'école appartient à une communauté scolaire, d'un extrait du procès-verbal devant démontrer que la programmation est conforme aux accords conclus au sein de la communauté scolaire. ".
Art. 115. In artikel 293, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° een leerling, aangewezen op opleidingsvorm 3 of 4, die nog ten hoogste twee schooljaren nodig heeft na het schooljaar waarin hij de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt, voor het behalen van een of meer studiebewijzen in opleidingsvorm 3 of in opleidingsvorm 4;".
Art. 115. Dans l'article 293, § 2, du même code, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par le décret du 16 juin 2017, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° un élève orienté vers la forme d'enseignement 3 ou 4, qui a encore besoin tout au plus de deux années scolaires après l'année scolaire pendant laquelle il atteint l'âge de vingt-et-un ans pour obtenir un ou plusieurs titres dans la forme d'enseignement 3 ou dans la forme d'enseignement 4 ; ".
Art. 116. In paragraaf 1 van artikel 314/1 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt de zinsnede "2018-2019 en 2019-2020" vervangen door de zinsnede "2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021".
Art. 116. Dans le paragraphe 1er de l'article 314/1 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, le membre de phrase " 2018-2019 et 2019-2020 " est remplacé par le membre de phrase " 2018-2019, 2019-2020 et 2020-2021 ".
Art. 117. In artikel 314/4 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, wordt het jaartal "2020" vervangen door het jaartal "2021".
Art. 117. Dans l'article 314/4 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 15 juin 2018, l'année " 2020 " est remplacée par l'année " 2021 ".
Art. 118. In artikel 314/8 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017 en gewijzigd bij de decreten van 6 juli 2018 en 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 3, eerste lid, 3°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "d) voor het schooljaar 2020-2021: de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2014-2015 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020.";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "van de drie schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020" vervangen door de zinsnede "van de schooljaren 2017-2018 tot en met 2020-2021";
  3° in paragraaf 8, eerste lid, wordt de zinsnede "2019-2020" vervangen door de zinsnede "2020-2021".
Art. 118. A l'article 314/8 du même code, inséré par le décret du 16 juin 2017 et modifié par les décrets des 6 juillet 2018 et 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3, alinéa 1er, 3°, est complété par un point d), rédigé comme suit :
  " d) pour l'année scolaire 2020-2021 : le premier jour de classe d'octobre des années scolaires 2014-2015 à 2016-2017 et le premier jour de classe de février des années scolaires 2017-2018, 2018-2019 et 2019-2020. " ;
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, le membre de phrase " de trois années scolaires, à savoir les années scolaires 2017-2018, 2018-2019, 2019-2020 " est remplacé par le membre de phrase " des années scolaires 2017-2018 à 2020-2021 " ;
  3° dans le paragraphe 8, alinéa 1er, le membre de phrase " 2019-2020 " est remplacé par le membre de phrase " 2020-2021 ".
Art. 119. In artikel 357, § 2 en § 3, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de woorden "Vlaamse Gebarentaal" telkens vervangen door de woorden "Vlaamse Gebarentaal of een andere gebarentaal".
Art. 119. Dans l'article 357, §§ 2 et 3, du même code, inséré par le décret du 19 juillet 2013 et modifié par le décret du 17 juin 2016, les mots " Langage gestuel flamand " sont chaque fois remplacés par les mots " Langue des signes flamande ou une autre langue des signes ".
Art. 120. Aan artikel 357/8 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Op de programmaties, bedoeld in dit artikel, zijn vanaf het schooljaar 2021-2022 eveneens de bepalingen van artikel 176/1 van toepassing.".
Art. 120. L'article 357/8 du même code, inséré par le décret du 30 mars 2018, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " A partir de l'année scolaire 2021-2022, les dispositions de l'article 176/1 s'appliquent également aux programmations visées au présent article. ".
Art. 121. Aan artikel 357/63 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Dit artikel is niet van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4.".
Art. 121. L'article 357/63 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le présent arrêté ne s'applique pas à l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 4. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013
CHAPITRE 12. - Modifications du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013
Art. 122. In artikel I.2, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, vervangen bij het decreet van 18 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "II.106" en de zinsnede "II.124/1" de zinsnede "II.107, II.108, II.109, II.110, II.111, II.114," ingevoegd.
Art. 122. Dans l'article I.2, § 2, du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, remplacé par le décret du 18 mai 2018, le membre de phrase " II.107, II.108, II.109, II.110, II.111, II.114, " est inséré entre le membre de phrase " II.106 " et le membre de phrase " II.124/1 ".
Art. 123. In artikel I.3 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 15° wordt vervangen door wat volgt:
  "15° bewijs van bekwaamheid: het bewijs, via een document of een bewijs van registratie, dat een student op grond van EVC's of EVK's de competenties heeft verworven die eigen zijn aan:
  a) het niveau van gegradueerde in het hoger beroepsonderwijs;
  b) het niveau van bachelor in het hoger professioneel onderwijs of het academisch onderwijs;
  c) het niveau van master;
  d) een welomschreven opleiding, opleidingsonderdeel of cluster van opleidingsonderdelen;
  2° aan punt 69° wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "j) een individuele beslissing houdende de weigering tot inschrijving op basis van het niet naleven van een opgelegde maatregel van studievoortgangsbewaking, bedoeld in artikel II.246;".
Art. 123. A l'article I.3 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 1er mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 15° est remplacé par ce qui suit :
  " 15° certificat d'aptitude : la preuve, via un document ou une preuve d'enregistrement, qu'un étudiant a acquis, sur la base de " EVC " (Elders Verworven Competenties - compétences acquises ailleurs) ou de " EVK " (Eerder Verworven Kwalificaties - Qualifications acquises antérieurement), les compétences propres :
  a) au niveau de gradué dans l'enseignement supérieur professionnel HBO-5 ;
  b) au niveau de bachelor dans l'enseignement professionnel supérieur ou l'enseignement académique ;
  c) au niveau de master ;
  d) à une formation, une subdivision (de formation) ou un cluster de subdivisions bien circonscrit ;
  2° le point 69° est complété par un point j), rédigé comme suit :
  " j) une décision individuelle de refuser l'inscription en raison du non respect d'une mesure imposée visant à assurer le suivi des études, visée à l'article II.246 ; ".
Art. 124. Artikel II.17 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 124. L'article II.17 du même code est abrogé.
Art. 125. Aan artikel II.79 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 en 3 kan de Universiteit Hasselt in het administratief arrondissement Hasselt de volgende academisch gerichte opleidingen aanbieden en de daarop betrekking hebbende graden verlenen:
  1° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master in de verpleegen vroedkunde en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
  2° in het studiegebied Geneeskunde de opleiding master Systeemen procesinnovatie in de gezondheidszorg en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
  3° in het studiegebied Wetenschappen de opleiding master in Materiomics en de daarop betrekking hebbende graad van master verlenen;
  4° in het studiegebied Politieke en Sociale Wetenschappen de opleiding bachelor in de sociale wetenschappen en de daarop betrekking hebbende graad van bachelor verlenen.".
Art. 125. L'article II.79 du même code, modifié par le décret du 5 avril 2019, est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Sans préjudice de l'application des paragraphes 2 et 3, l'Universiteit Hasselt peut dispenser dans l'arrondissement administratif d'Hasselt les formations à orientation académique suivantes et conférer les grades correspondants :
  1° dans la discipline Médecine, la formation de master en art infirmier et obstétrique, et conférer le grade correspondant de master ;
  2° dans la discipline Médecine, la formation de master en innovation de système et de processus des soins de santé, et conférer le grade correspondant de master ;
  3° dans la discipline Sciences, la formation de master en Materiomics, et conférer le grade correspondant de master ;
  4° dans la discipline Sciences politiques et sociales, la formation de bachelor en sciences sociales, et conférer le grade correspondant de bachelor. ".
Art. 126. In artikel II.88 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018, wordt in paragraaf 3 het woord "Turnhout" vervangen door het woord "Antwerpen".
Art. 126. Dans l'article II.88 du même code, remplacé par le décret du 4 mai 2018, dans le paragraphe 3, les mots " de Turnhout " sont remplacés par les mots " d'Anvers ".
Art. 127. In artikel II.100/2, § 2, van dezelfde codex, wordt na de zinsnede "het verkorte traject van een educatieve masteropleiding, vermeld in artikel II.114, § 4" de zinsnede "en het consecutief traject van een educatieve masteropleiding aan een universiteit, voor zover nominatim vermeld in artikel II.114, § 6," toegevoegd.
Art. 127. Dans l'article II.100/2, § 2, du même code, le membre de phrase " et le parcours consécutif de la formation de master éducatif à une université, dans la mesure où il est mentionné nominativement à l'article II.114, § 6, " est inséré après le membre de phrase " le parcours raccourci de la formation de master éducatif, visé à l'article II.114, § 4 ".
Art. 128. In artikel II.109 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "die lerarenopleidingen aanbieden," en de zinsnede "de volgende opdrachten:" de zinsnede "en de Evangelische Theologische Faculteit," ingevoegd.
Art. 128. Dans l'article II.109 du même code, remplacé par le décret du 4 mai 2018, le membre de phrase " et la " Evangelische Theologische Faculteit ", " est inséré entre le membre de phrase " proposant des formations d'enseignants " et le membre de phrase " ont les missions suivantes : ".
Art. 129. In artikel II.110 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018, worden de woorden "of ambtshalve geregistreerde instellingen" telkens vervangen door de woorden "of de Evangelische Theologische Faculteit".
Art. 129. Dans l'article II.110 du même code, remplacé par le décret du 4 mai 2018, les mots " ou des institutions enregistrées d'office " sont chaque fois remplacés par les mots " ou la " Evangelische Theologische Faculteit " ".
Art. 130. In artikel II.112 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt:
  " § 5. Met behoud van paragraaf 2 moet een kandidaat, om toegelaten te worden tot de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs, onderwijsvak dans, geslaagd zijn voor een artistiek toelatingsexamen, georganiseerd door de hogeschool die, in het kader van een School of Arts, de professionele bacheloropleiding Dans organiseert. De toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel II.176, zijn niet van toepassing.".
Art. 130. Dans l'article II.112 du même code, remplacé par le décret du 4 mai 2018, le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Sans préjudice du paragraphe 2, pour être admis à la formation de graduat éducatif pour l'enseignement secondaire, matière d'enseignement `danse', le candidat doit avoir réussi un examen d'admission artistique, organisé par l'institut supérieur qui organise la formation professionnelle de bachelor en danse dans le cadre d'une School of Arts. Les conditions d'admission, visées à l'article II.176, ne s'appliquent pas. ".
Art. 131. Aan artikel II.113, § 4, eerste lid, van dezelfde codex, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Tot en met het academiejaar 2022-2023 kan ook een student die beschikt over een diploma van licentiaat of ingenieur, behaald voor het academiejaar 20042005, in afwijking van paragraaf 2, een diploma van de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs behalen zonder de vermelding van onderwijsvakken.".
Art. 131. L'article II.113, § 4, alinéa 1er, du même code, est complété par la phrase suivante :
  " Jusqu'à l'année académique 2022-2023, un étudiant qui dispose d'un diplôme de licencié ou ingénieur, obtenu avant l'année académique 2004-2005, peut également, par dérogation au paragraphe 2, obtenir un diplôme de la formation de bachelor éducatif pour l'enseignement secondaire sans la mention des matières d'enseignement. ".
Art. 132. In artikel II.114 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 mei 2018 en gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, wordt een paragraaf 4/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4/1. Artikel II.244 is niet van toepassing op een student die al een diploma van een educatieve masteropleiding heeft en die deze educatieve masteropleiding wil volgen om een bijkomende vakdidactiek te behalen.".
Art. 132. Dans l'article II.114 du même code, remplacé par le décret du 4 mai 2018 et modifié par le décret du 1er mars 2019, il est inséré un paragraphe 4/1, rédigé comme suit :
  " § 4/1. L'article II.244 ne s'applique pas à l'étudiant déjà titulaire d'un diplôme d'une formation de master éducatif qui souhaite suivre cette formation de master éducatif pour obtenir une didactique spéciale supplémentaire.
Art. 133. Aan artikel II.114 van dezelfde codex wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. De Evangelische Theologische Faculteit in Heverlee kan een educatieve masteropleiding voor secundair onderwijs aanbieden overeenkomstig de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4 van dit artikel.".
Art. 133. L'article II.114 du même code est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. L'Evangelische Theologische Faculteit à Heverlee peut offrir une formation de master éducatif pour l'enseignement secondaire conformément aux dispositions visées aux paragraphes 1er à 4 du présent article. ".
Art. 134. Artikel II.116 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt opgeheven.
Art. 134. L'article II.116 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 4 mai 2018, est abrogé.
Art. 135. Aan artikel II.124/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 2018, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Vanaf 2020 worden de bedragen, vermeld in het eerste lid, en de bedragen die de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs bepaald heeft overeenkomstig dit lid, aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.".
Art. 135. L'article II.124/1 du même code, inséré par le décret du 18 mai 2018, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " A partir de 2020, les montants visés à l'alinéa 1er et les montants arrêtés par le Ministre flamand chargé de l'enseignement conformément au présent alinéa, sont adaptés à l'augmentation annuelle de l'indice des prix à la consommation, avec le 1er septembre 2019 comme date de référence. Le montant est arrondi au nombre entier le plus proche. ".
Art. 136. Aan artikel II.152 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 8 december 2017 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 2018 en 1 maart 2019, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als een graduaatsopleiding gerangschikt is in meer dan één studiegebied en ze is verwant verklaard met een bestaande hbo5-opleiding zoals vermeld in artikel II.150/1, dan kan een hogeschool deze graduaatsopleiding aanbieden op een vestiging waar ze de onderwijsbevoegdheid heeft voor minstens één van de studiegebieden waarin de graduaatsopleiding is gerangschikt.".
Art. 136. L'article II.152 du même code, remplacé par le décret du 8 décembre 2017 et modifié par les décrets des 18 mai 2018 et 1er mars 2019, est complété par un alinéa 6, rédigé comme suit :
  " Si une formation de graduat est classée dans plusieurs disciplines et elle est déclarée apparentée à une formation HBO5 existante telle que visée à l'article II.150/1, un institut supérieur peut offrir cette formation de graduat dans une implantation où elle a la compétence d'enseignement pour au moins une des disciplines dans laquelle la formation de graduat est classée. ".
Art. 137. Aan artikel II.153 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 10. Een universiteit die in overeenstemming met paragraaf 1 van dit artikel vóór 15 oktober 2018 een dossier ingediend heeft bij de accreditatieorganisatie voor een consecutief traject van een educatieve masteropleiding op een vestigingsplaats van een centrum voor volwassenenonderwijs kan in 2020 opnieuw een dossier indienen voor deze opleiding op de vestigingsplaats van het centrum voor volwassenenonderwijs bij de accreditatieorganisatie.".
Art. 137. L'article II.153 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 1er mars 2019, est complété par un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. Une université qui, conformément au paragraphe 1er du présent article, a introduit, avant le 15 octobre 2018, un dossier auprès de l'organisation d'accréditation pour un parcours consécutif d'une formation de master éducatif dans une implantation d'un centre d'éducation des adultes peut réintroduire en 2020 un dossier pour cette formation à l'implantation du centre d'éducation des adultes, auprès de l'organisation d'accréditation. ".
Art. 138. In artikel II.167 van dezelfde codex wordt de zinsnede "artikel II.102" vervangen door de zinsnede "artikel II.170, § 2".
Art. 138. Dans l'article II.167 du même code, le membre de phrase " article II.102 " est remplacé par le membre de phrase " article II.170, § 2 ".
Art. 139. In artikel II.170, § 2, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 8 december 2017 en gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede "vermeld in artikel II.78 tot en met II.100," en de woorden "bevat die lijst per instelling" de zinsnede "artikel II.100/1, II.100/2 en artikel II.113, § 4, vierde lid," ingevoegd;
  2° er wordt een negende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij de informatieverstrekking over het opleidingsaanbod en bij de studiebekrachtiging hanteert een instellingsbestuur minstens de benamingen en gegevens over de opleidingen en afstudeerrichtingen die zijn vastgelegd in de lijst, vermeld in deze paragraaf. Aan de regeringscommissarissen wordt in het kader van de wettelijkheidscontrole die ze uitvoeren de specifieke toezichtstaak gegeven om deze informatieverstrekking systematisch te screenen. Eventueel dienen ze conform artikel IV.97 tot en met IV.99 een met redenen omkleed beroep in bij de Vlaamse Regering.".
Art. 139. A l'article II.170, § 2, du même code, remplacé par le décret du 8 décembre 2017 et modifié par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " aux articles II.100/1, II.100/2 et à l'article II.113, § 4, alinéa 4, " est inséré entre le membre de phrase " telle que visée aux articles II.78 à II.100, " et les mots " cette liste contient par institution " ;
  2° il est ajouté un alinéa 9, rédigé comme suit :
  " Lors de la fourniture d'informations sur l'offre de formation et lors de la validation d'études, une direction de l'institution utilise au moins les dénominations et données concernant les formations et orientations diplômantes arrêtées dans la liste, visée au présent paragraphe. Les commissaires du gouvernement se voient confier la tâche spécifique de contrôler systématiquement cette fourniture d'informations dans le cadre du contrôle de légalité qu'ils effectuent. Eventuellement, ils introduisent un recours motivé auprès du Gouvernement flamand, conformément aux articles IV.97 à IV.99. ".
Art. 140. In artikel II.176, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, worden de woorden "en het onderwijsreglement ontvangen en ondertekend hebben" opgeheven.
Art. 140. Dans l'article II.176, alinéa 1er, du même code, modifié par le décret du 4 mai 2018, les mots " et avoir reçu et signé le règlement des études " sont abrogés.
Art. 141. Aan artikel II.177, eerste lid, 3°, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Het instellingsbestuur kan deze toetsing opdragen aan een in artikel II.232 bedoelde validerende instantie. Het instellingsbestuur kan op grond van de toetsing de inschrijving afhankelijk maken van het met succes voltooien van een voorbereidingsprogramma.".
Art. 141. L'article II.177, alinéa 1er, 3°, du même code, modifié par le décret du 4 mai 2018, est complété par la phrase suivante :
  " La direction de l'institution peut confier cette évaluation à une instance validatrice visée à l'article II.232. La direction de l'institution peut, sur la base de l'évaluation, subordonner l'inscription à la réussite d'un programme préparatoire. ".
Art. 142. In artikel II.179, § 1, tweede lid, 3°, van dezelfde codex, wordt de zinsnede "artikel II.231" vervangen door de zinsnede "artikel II.232".
Art. 142. Dans l'article II.179, § 1er, alinéa 2, 3°, du même code, le membre de phrase " article II.231 " est remplacé par le membre de phrase " article II.232 ".
Art. 143. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 december 2019, wordt een artikel II.179/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. II.179/1. Voor de registratie van de kandidaten voor de toetsing van de afwijkende toelatingsvoorwaarden voor een graduaatsopleiding of een bacheloropleiding, vermeld in artikelen II.176 tot en met II.179, leggen de hogescholen, de universiteiten en de associaties een register aan. Voor de gegevensdeling tussen die instellingen en de eventuele koppeling met de Databank Hoger Onderwijs wordt het identificatienummer van het Rijksregister gebruikt.
  Iedere hogeschool, universiteit en associatie respecteert hierbij de voorwaarden zoals bepaald in de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en stelt hiertoe in het bijzonder een interne of externe functionaris met betrekking tot de gegevensbescherming aan. De hogescholen, de universiteiten en de associaties worden voor deze verwerking aangewezen als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken en verwerken gegevens over de studieloopbaan en de gegevens voor de toetsing van de afwijkende toelatingsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid. Het register wordt maximaal vijf jaar bewaard.".
Art. 143. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 13 décembre 2019, il est inséré un article II.179/1, rédigé comme suit :
  " Art. II.179/1. Pour l'enregistrement des candidats pour l'évaluation des conditions d'admission dérogatoires pour une formation de graduat ou une formation de bachelor, visées aux articles II.176 à II.179, les instituts supérieurs, les universités et les associations établissent un registre. Pour le partage de données entre ces institutions et le lien éventuel avec la Base de données de l'Enseignement supérieur, le numéro d'identification du Registre national est utilisé.
  Dans ce cadre, chaque institut supérieur, université et association respecte les conditions telles que fixées au Règlement (UE) n° 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et désigne à cet effet en particulier un fonctionnaire interne ou externe concernant la protection de données. Les instituts supérieurs, les universités et les associations sont désignés pour ce traitement comme responsables de traitement conjoints et traitent des données relatives à la carrière d'études et des données pour l'évaluation des conditions d'admission dérogatoires, visées à l'alinéa 1er. Le registre est conservé pendant au maximum cinq ans. ".
Art. 144. In artikel II.186 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014 en 1 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede " § 1." opgeheven; 2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De artistieke toelatingsproef, vermeld in het eerste lid, is optioneel voor de volgende kunstgerelateerde opleidingen, vermeld in artikel II.7, § 1, derde lid: 1° de bacheloropleiding in de audiovisuele technieken: film, TV en video;
  2° de bacheloropleiding in de audiovisuele technieken: fotografie.".
Art. 144. A l'article II.186 du même code, modifié par les décrets des 21 mars 2014 et 1er mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " § 1er. " est abrogé ; 2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " L'épreuve d'admission artistique, visée à l'alinéa 1er, est facultative pour les formations liées aux arts suivantes, visées à l'article II.7, § 1er, alinéa 3 : 1° la formation de bachelor en techniques audiovisuelles: film, TV et vidéo ;
  2° la formation de bachelor en techniques audiovisuelles : photographie. ".
Art. 145. Aan artikel II.205 van dezelfde codex wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid kan het instellingsbestuur een student met een leerkrediet kleiner dan of gelijk aan nul niet weigeren voor de inschrijving in een educatieve bacheloropleiding als een student al in het bezit is van een bachelordiploma en in een educatieve masteropleiding als een student al in het bezit is van een masterdiploma.".
Art. 145. L'article II.205 du même code est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la direction de l'institution ne peut refuser l'inscription d'un étudiant ayant un crédit d'apprentissage inférieur ou égal à zéro à une formation de bachelor éducatif si l'étudiant est déjà titulaire d'un diplôme de bachelor, et à une formation de master éducatif si l'étudiant est déjà titulaire d'un diplôme de master. ".
Art. 146. Aan artikel II.209, § 2, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid kan een hogeschool of universiteit geen bijkomend studiegeld vragen voor de inschrijving van een student in een educatieve bacheloropleiding als deze student al in het bezit is van een bachelordiploma en in een educatieve masteropleiding als een student al in het bezit is van een masterdiploma.".
Art. 146. L'article II.209, § 2, du même code, modifié par le décret du 19 décembre 2014, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, un institut supérieur ou une université ne peut demander des droits d'études supplémentaires pour l'inscription d'un étudiant à une formation de bachelor éducatif si l'étudiant est déjà titulaire d'un diplôme de bachelor, et à une formation de master éducatif si l'étudiant est déjà titulaire d'un diplôme de master. ".
Art. 147. In artikel II.246 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
  " § 1. Het instellingsbestuur kan maatregelen van studievoortgangsbewaking nemen:
  1° als een student de cesuur voor de proef niet behaalt als vermeld in artikel 188/1, tweede lid, of niet aan de voorwaarde tot verplichte deelname aan die proef heeft voldaan, kan de instelling een remediëring opleggen;
  1° /1 als een student geen 60% van de ingeschreven studiepunten verworven heeft een vorig academiejaar kan bij een nieuwe inschrijving aan eenzelfde of andere instelling een bindende voorwaarde opgelegd worden.
  Deze bindende voorwaarden betreffen in beginsel geen evaluatieen/of deliberatiecriteria die strenger zijn dan de regels die in de instelling algemeen gelden.
  Het instellingsbestuur kan de studievoortgang van de student wel afhankelijk maken van een deliberatie door het orgaan of de persoon die verantwoordelijk is voor de bepaling van de studievoortgang;
  1° /2 als een student een opgelegde bindende voorwaarde niet naleeft kan de inschrijving van de student een volgend academiejaar geweigerd worden door dezelfde instelling waar de bindende voorwaarde is opgelegd;
  2° indien uit de gegevens van het dossier blijkt dat een volgende inschrijving in het hoger onderwijs geen positief resultaat zal opleveren kan de inschrijving van de student geweigerd worden.".
Art. 147. Dans l'article II.246 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1. La direction de l'institution peut prendre des mesures en guise de suivi des études :
  1° lorsque l'étudiant n'atteint pas le seuil de réussite pour l'épreuve tel que visé à l'article 188/1, alinéa 2, ou ne répond pas à la condition de participation obligatoire à l'épreuve, l'institution peut imposer une remédiation ;
  1° /1 lorsque l'étudiant n'a pas acquis 60% des unités d'études pour lesquelles il était inscrit dans une année académique précédente, une condition contraignante peut lui être imposée lors d'une nouvelle inscription à la même institution ou à une autre institution.
  En principe, ces conditions contraignantes ne concernent pas des critères d'évaluation et/ou de délibération étant plus sévères que les règles d'application générale dans l'institution.
  La direction de l'institution peut toutefois subordonner la progression des études de l'étudiant à une délibération par l'organisme ou la personne qui est responsable pour la détermination de la progression des études ;
  1° /2 lorsque l'étudiant ne remplit pas une condition contraignante imposée, l'inscription de l'étudiant peut être refusée une année académique suivante par la même institution qui lui a imposé la condition contraignante ;
  2° l'inscription de l'étudiant peut être refusée s'il ressort des données du dossier, qu'une inscription suivante dans l'enseignement supérieur ne sortira aucun résultat positif. ".
Art. 148. Aan artikel II.263 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 1 maart 2019, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Een positief oordeel van de Commissie Hoger Onderwijs of een positieve beslissing door de Vlaamse Regering over de aanvraag van een anderstalige initiële bachelorof masteropleiding vervalt automatisch als de instelling de anderstalige opleiding niet start in het derde academiejaar dat volgt op de bekendmaking aan het instellingsbestuur.
  Als een instelling een erkende anderstalige initiële bachelorof masteropleiding gedurende drie opeenvolgende academiejaren niet aanbiedt, dan vervalt het recht van de instelling om deze opleiding nog verder aan te bieden.".
Art. 148. L'article II.263 du même code, modifié par les décrets des 25 avril 2014 et 1er mars 2019, est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Un avis favorable émis par la Commission de l'Enseignement supérieur ou une décision positive du Gouvernement flamand sur la demande d'une formation initiale de bachelor ou de master en langue étrangère échoit automatiquement si l'institution ne commence pas la formation en langue étrangère dans la troisième année académique qui suit la notification à la direction de l'institution.
  Si, pendant trois années académiques successives, une institution n'offre pas une formation initiale de bachelor ou de master en langue étrangère reconnue, le droit de l'institution de dispenser encore cette formation échoit. ".
Art. 149. In artikel II.266, § 1, van dezelfde codex wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Anderstalige initiële bacheloropleidingen kunnen als volgt aangeboden worden, rekening houdend met de in dit artikel bepaalde voorschriften:
  1° anderstalige initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, met uitzondering van de anderstalige kunstopleidingen, vermeld in punt 3°, binnen een maximumpercentage van 9%, berekend op alle initiële professioneel gerichte bacheloropleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, vermeld in punt 3° ;
  2° anderstalige initiële academisch gerichte bacheloropleidingen, met uitzondering van de anderstalige kunstopleidingen, vermeld in punt 3°, binnen een maximumpercentage van 9%, berekend op alle initiële academisch gerichte bacheloropleidingen, met uitzondering van de academisch gerichte kunstopleidingen, vermeld in punt 3° ;
  3° anderstalige initiële professioneel en academisch gerichte bacheloropleidingen in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten binnen een maximumpercentage van 9%, berekend op alle initiële professioneel en academisch gerichte bacheloropleidingen in de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten.".
Art. 149. Dans l'article II.266, § 1er, du même code, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Des formations initiales de bachelor enseignées en langue étrangère peuvent être dispensées comme suit, en tenant compte des prescriptions fixées au présent article :
  1° des formations initiales de bachelor à orientation professionnelle en langue étrangère, à l'exception des formations artistiques en langue étrangère, visées au point 3°, avec un pourcentage maximal de 9%, calculé sur toutes les formations initiales de bachelor à orientation professionnelle, à l'exception des formations artistiques à orientation professionnelle, visées au point 3° ;
  2° des formations initiales de bachelor à orientation académique en langue étrangère, à l'exception des formations artistiques en langue étrangère, visées au point 3°, avec un pourcentage maximal de 9%, calculé sur toutes les formations initiales de bachelor à orientation académique, à l'exception des formations artistiques à orientation académique, visées au point 3° ;
  3° des formations initiales de bachelor à orientation professionnelle et académique en langue étrangère dans les disciplines Arts audiovisuels et plastiques, et Musique et arts de la scène, avec un pourcentage maximal de 9%, calculé sur toutes les formations initiales à orientation professionnelle et académique dans les disciplines Arts audiovisuels et plastiques, et Musique et arts de la scène. ".
Art. 150. Artikel II.301 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. II.301. § 1. Elk beroep wordt, zodra het is geregistreerd, aan de voorzitter overgemaakt.
  Indien de voorzitter overweegt dat de Raad kennelijk niet bevoegd is of zonder rechtsmacht, worden de partijen daarvan door het secretariaat onmiddellijk in kennis gesteld, samen met een procedurekalender die de partijen een termijn van ten minste twee werkdagen verleent om daarover desgewenst schriftelijk standpunt in te nemen.
  De voorzitter doet vervolgens zo spoedig mogelijk bij gemotiveerd arrest uitspraak zonder dat de partijen voor een terechtzitting worden opgeroepen.
  Het arrest wordt onmiddellijk ter kennis gebracht van de partijen en sluit, zo tot de onontvankelijkheid wordt besloten, de procedure onherroepelijk af.
  § 2. In de beroepen die niet met toepassing van paragraaf 1 onontvankelijk zijn verklaard, betekent de secretaris via het meest gerede communicatiemiddel aan de partijen:
  1° een procedurekalender;
  2° de datum, het uur en de plaats van de zitting van de Raad; 3° de samenstelling van de Raad.
  De betekening gaat, wat de verwerende partij betreft, vergezeld van een kopie van het verzoekschrift.".
Art. 150. L'article II.301 du même code, remplacé par le décret du 8 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. II.301. § 1er. Dès qu'un recours est enregistré, il est transmis au président.
  Si le président estime que le Conseil n'est manifestement pas compétent ou sans pouvoir de juridiction, les parties en sont immédiatement informées par le secrétariat, avec un calendrier de procédure qui leur accorde un délai d'au moins deux jours ouvrables pour exprimer par écrit leur point de vue sur la question, si elles le souhaitent.
  Le président se prononce ensuite par arrêt motivé dans les meilleurs délais, sans convoquer les parties à une audience.
  L'arrêt est notifié immédiatement aux parties et, si une décision d'irrecevabilité est prise, il met fin à la procédure de manière irrévocable.
  § 2. Dans les recours qui ne sont pas déclarés irrecevables en application du paragraphe 1er, le secrétaire signifie aux parties, par le moyen de communication le plus diligent :
  1° un calendrier de la procédure ;
  2° la date, l'heure et le lieu de la séance du Conseil ; 3° la composition du Conseil.
  La signification est accompagnée, pour ce qui est de la partie défenderesse, d'une copie de la requête. ".
Art. 151. In artikel II.363, 3°, van dezelfde codex worden de woorden "de studenten die voltijds zijn ingeschreven" vervangen door de zinsnede "de studenten die ten minste 27 studiepunten hebben opgenomen".
Art. 151. Dans l'article II.363, 3°, du même code, les mots " les étudiants inscrits à temps plein " sont remplacés par le membre de phrase " les étudiants ayant engagé au moins 27 unités d'études ".
Art. 152. In artikel II.369 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid worden de volgende zinsnede en zin toegevoegd:
  ", tenzij het gaat om een participatiecommissie op niveau van een opleiding. In dat laatste geval zijn minstens 1/3 van de leden binnen die commissie studenten.";
  2° in het tweede lid, 3°, worden de woorden "voltijds zijn ingeschreven"vervangen door de zinsnede "ten minste 27 studiepunten hebben opgenomen".
Art. 152. A l'article II.369 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est complété par le membre de phrase et la phrase suivants :
  " , sauf lorsqu'il s'agit d'une commission de participation au niveau d'une formation. Dans ce dernier cas, au moins 1/3 des membres de cette commission sont des étudiants. " ;
  2° dans l'alinéa 2, 3°, les mots " inscrits à temps plein " sont remplacés par le membre de phrase " ayant engagé au moins 27 unités d'études ".
Art. 153. In artikel II.375, eerste lid, van dezelfde codex, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 153. Dans l'article II.375, alinéa 1er, du même code, le point 5° est abrogé.
Art. 154. In artikel II.395 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "hbo5-opleidingen" vervangen door de woorden "opleidingen van het hoger beroepsonderwijs";
  2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De toets nieuwe opleiding voor de omvorming van een bestaande opleiding van het hoger beroepsonderwijs is kosteloos voor de hogescholen. Deze bepaling is niet van toepassing op aanvragen die overeenkomstig paragraaf 6 worden ingediend.";
  3° in paragraaf 6, eerste lid, wordt het woord "hbo5-opleiding" vervangen door de woorden "opleiding van het hoger beroepsonderwijs".
Art. 154. A l'article II.395 du même code, inséré par le décret du 1er mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " formations hbo5 " sont remplacés par les mots " formation de l'enseignement supérieur professionnel " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " L'évaluation nouvelle formation pour la transformation d'une formation existante de l'enseignement supérieur professionnel est gratuite pour les instituts supérieurs. Cette disposition ne s'applique pas aux demandes introduites conformément au paragraphe 6. " ;
  3° dans le paragraphe 6, alinéa 1er, les mots " formations hbo5 " sont remplacés par les mots " formation de l'enseignement supérieur professionnel ".
Art. 155. Aan artikel II.397 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 7. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als uren-leraar naar een hogeschool worden overgedragen, worden de uren-leraar in kwestie omgezet in krediet.
  Een hogeschool kan, na onderhandeling in het hogeschoolonderhandelingscomité, middelen overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als middelen naar een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs worden overgedragen, worden de middelen omgezet in uren-leraar.
  De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag voor de omzetting van middelen naar uren-leraar en omgekeerd.
  De betrekking die een school voor het voltijds gewoon secundair onder wijs organiseert met uren-leraar als vermeld in deze paragraaf, komt niet in aanmerking voor vacant verklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid in die betrekking affecteren, muteren of vast benoemen.".
Art. 155. L'article II.397 du même code, inséré par le décret du 4 mai 2018, est complété par un paragraphe 7, rédigé comme suit :
  " § 7. Une école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein peut, après négociation au sein du comité local, transférer des périodes-professeur à un autre partenaire de la structure de coopération. Si des périodes-professeur sont transférées à un institut supérieur, les périodes-professeur en question sont converties en un crédit.
  Un institut supérieur, peut, après négociation au sein du comité de concertation de l'institut supérieur, transférer des moyens à un autre partenaire de la structure de coopération. Si des moyens sont transférés à une école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, les moyens sont convertis en des périodes-professeur.
  Le Gouvernement flamand détermine le montant pour la conversion de moyens en périodes-professeur et vice-versa.
  L'emploi qu'une école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein organise avec les périodes-professeur telles que visées au présent paragraphe, n'entre pas en ligne de compte pour une déclaration de vacance d'emploi, et l'autorité scolaire ne peut en aucun cas affecter, muter ou nommer à titre définitif un membre du personnel dans cet emploi. ".
Art. 156. Aan artikel II.398 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 mei 2018, worden een tweede, derde, vierde en vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De inspectie, vermeld in titel IV van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, beoordeelt in samenwerking met de accreditatieorganisatie de kwaliteit van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs georganiseerd door het samenwerkingsverband.
  De inspectie en de accreditatieorganisatie leggen hiervoor een beoordelingskader vast. Dit beoordelingskader is gebaseerd op de kwaliteitskenmerken, vermeld in artikel II.170/1, eerste lid, en het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 2, 16° /1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
  Het beoordelingskader moet, voor het toegepast kan worden, door de Vlaamse Regering goedgekeurd worden.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen voor deze kwaliteitsbeoordeling.".
Art. 156. L'article II.398 du même code, inséré par le décret du 4 mai 2018, est complété par des alinéas 2, 3, 4 et 5, rédigés comme suit :
  " L'inspection, visée au titre IV du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, évalue en coopération avec l'organisation d'accréditation la qualité de la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, organisée par la structure de coopération.
  L'inspection et l'organisation d'accréditation établissent un cadre d'évaluation à cet effet. Ce cadre d'évaluation est basé sur les caractéristiques de qualité, visées à l'article II.170/1, alinéa 1er, et le cadre de référence de la qualité de l'enseignement, visé à l'article 2, 16° /1, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
  Avant son application, ce cadre d'évaluation doit être approuvé par le Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités et les conditions de cette évaluation de la qualité. ".
Art. 157. Aan artikel III.4, § 2, van dezelfde codex wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid komen voor de berekening van de financiering voor de educatieve bacheloropleidingen en voor de educatieve masteropleidingen van een instelling ook de opgenomen en verworven studiepunten in aanmerking waarvoor de student een ontoereikend leerkrediet heeft op het moment van de inschrijving als de student al in het bezit is van respectievelijk een bachelordiploma of een masterdiploma.".
Art. 157. L'article III.4, § 2, du même code est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, entrent également en ligne de compte pour le calcul du financement des formations de bachelor éducatif et des formations de master éducatif d'une institution, les unités d'études engagées et acquises pour lesquelles l'étudiant possède déjà d'un crédit d'apprentissage insuffisant au moment de l'inscription si l'étudiant est déjà titulaire respectivement d'un diplôme de bachelor ou d'un diplôme de master. ".
Art. 158. In artikel III.5 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2/1, ingevoegd bij het decreet van 1 maart 2019, wordt opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/2. Professioneel gerichte opleidingen die over studiegebieden heen gerangschikt worden en waarvan een van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst of Muziek en podiumkunsten is, worden meegenomen voor de onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen SOWprof2014 en voor het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen VOWprof2014.".
Art. 158. A l'article III.5 du même code, modifié en dernier lieu par le décret du 1er mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2/1, inséré par le décret du 1er mars 2019, est abrogé ;
  2° il est inséré un paragraphe 2/2, rédigé comme suit :
  " § 2/2. Les formations à orientation professionnelle qui sont classées dans plusieurs disciplines, dont une des disciplines est Arts audiovisuels et plastiques ou Musique et arts de la scène, sont prises en compte pour le socle financier " enseignement " destiné aux formations à orientation professionnelle SOWprof2014 et pour le volet variable " enseignement " pour les formations à orientation professionnelle VOWprof2014. ".
Art. 159. In artikel III.42/1, § 1, tweede lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 mei 2018, wordt tussen de zinsnede "98,39 euro wordt" en de woorden "aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex" de zinsnede "tot en met het begrotingsjaar 2019" ingevoegd.
Art. 159. Dans l'article III.42/1, § 1er, alinéa 2, du même code, inséré par le décret du 4 mai 2018, le membre de phrase " jusqu'à l'année budgétaire 2019 " est inséré entre le membre de phrase " Ce montant de 98,39 euros sera ajusté " et les mots " en fonction ".
Art. 160. In artikel IV.95, § 3, tweede lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 1 maart 2019, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De rechtspositieregeling van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid is op hen van toepassing, met inbegrip van de jaarlijkse evaluatie. Voor de toepassing van het mobiliteitskrediet en de toekenning van maaltijdcheques worden de commissarissen van de Vlaamse Regering gelijkgesteld met een ambtenaar van N-niveau.".
Art. 160. Dans l'article IV.95, § 3, alinéa 2, du même code, remplacé par le décret du 1er mars 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le statut des membres du personnel des services de l'Autorité flamande leur est applicable, y compris l'évaluation annuelle. Pour l'application du crédit de mobilité et l'octroi de chèques-repas, les commissaires du Gouvernement flamand sont assimilés à un fonctionnaire du niveau N. ".
Art. 161. In artikel V.11, tweede lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "artikel V.13" vervangen door de zinsnede "artikel V.16".
Art. 161. Dans l'article V.11, alinéa 2, du même code, le membre de phrase " article V.13 " est remplacé par le membre de phrase " article V.16 ".
Art. 162. In artikel V.45 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het volume van de opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel dat op zijn verzoek of met toepassing van artikel V.16 ambtshalve gereduceerd is, wordt vanaf het ogenblik dat het personeelslid opnieuw aan de gestelde voorwaarden voldoet, en als het nog geen aanspraak kan maken op een rustpensioen ten laste van de schatkist, opnieuw verhoogd tot het volume van voor de reductie.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "een voltijds dienstverband" vervangen door de woorden "het volume van voor de reductie".
Art. 162. A l'article V.45 du même code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le volume de la charge d'un membre du personnel académique autonome qui est réduit d'office, à sa demande ou en application de l'article V.16, est de nouveau augmenté au volume avant la réduction à partir du moment où le membre du personnel répond de nouveau aux conditions imposées, et s'il ne peut pas encore prétendre à une pension de retraite à charge du Trésor public. " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " d'un emploi à temps plein " sont remplacés par les mots " du volume avant la réduction ".
Art. 163. Aan artikel V.121 van dezelfde codex wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid, kan een personeelslid in een ambt van groep 1 dat aan de hiernavolgende voorwaarden voldoet, aangesteld blijven en in voorkomend geval benoemd worden in de educatieve masteropleiding voor de kunsten:
  1° het personeelslid oefende tot 31 augustus 2019 een opdracht uit in de specifieke lerarenopleiding voor de kunsten;
  2° het personeelslid oefent vanaf 1 september 2019 een opdracht uit in de educatieve masteropleiding voor de kunsten.".
Art. 163. L'article V.121 du même code est complété par un alinéa 5, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, un membre du personnel dans une fonction du groupe 1 qui remplit les conditions suivantes, peut rester désigné et, le cas échéant, être nommé dans la formation de master éducatif pour les arts :
  1° le membre du personnel exerçait jusqu'au 31 août 2019 une mission dans la formation spécifique des enseignants pour les arts ;
  2° le membre du personnel exerce à partir du 1er septembre 2019 une mission dans la formation de master éducatif pour les arts. ".
Art. 164. In artikel V.164, § 2, van dezelfde codex wordt de zinsnede "artikel V.172" vervangen door de zinsnede "artikel V.171".
Art. 164. Dans l'article V.164, § 2, du même code, le membre de phrase " article V.172 " est remplacé par le membre de phrase " article V.171 ".
Art. 165. Aan artikel V.188, tweede lid, van dezelfde codex, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Het hogeschoolbestuur kan een wervingsreserve aanleggen voor een cluster van verwante functies.".
Art. 165. L'article V.188, alinéa 2, du même code, est complété par la phrase suivante :
  " La direction de l'institut supérieur peut constituer une réserve de recrutement pour un groupe de fonctions connexes. ".
Art. 166. In artikel V.206/6 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "tweede lid" en de woorden "gelden voor" de zinsnede "en voor de uitbreiding van de omvang van de opdracht" ingevoegd;
  2° een punt 4° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° de personeelsleden van het onderwijzend personeel behouden bij de overgang het saldo van de op 31 augustus 2019 in het CVO opgebouwde en opgenomen ziektedagen.".
Art. 166. A l'article V.206/6 du même code, inséré par le décret du 4 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 1°, le membre de phrase " et pour l'extension du volume de la charge " est inséré entre le membre de phrase " alinéa 2 " et les mots " les dispositions " ;
  2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° lors de la reprise, les membres du personnel enseignant conservent le solde des jours de maladie accumulés et pris au 30 août 2019 dans le CVO. ".
Art. 167. In artikel V.276, § 3, van dezelfde codex wordt de zinsnede "artikel V.172" vervangen door de zinsnede "artikel V.171".
Art. 167. Dans l'article V.276, § 3, du même code, le membre de phrase " article V.172 " est remplacé par le membre de phrase " article V.171 ".
Hoofdstuk 13. Wijzigingen van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
CHAPITRE 13. - Modifications du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance
Art. 168. In artikel 11 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 168. Dans l'article 11 du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance, modifié par le décret du 8 juin 2018, le point 3° est abrogé.
Art. 169. Aan artikel 13 van hetzelfde decreet wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° bezorgt een exemplaar van de overeenkomst van alternerende opleiding aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.".
Art. 169. L'article 13 du même décret est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° transmet un exemplaire du contrat de formation en alternance au " Vlaams Partnerschap Duaal Leren ". "
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
CHAPITRE 14. - Modifications de la Codification de certaines dispositions relatives à l' enseignement du 28 octobre 2016
Art. 170. In artikel III.9, § 2, van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, zoals gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden tussen het woord "vorige" en het woord "teldag" de woorden "of daaraan voorafgaande" ingevoegd.
Art. 170. Dans l'article III.9, § 2, de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, tel que modifié par le décret du 16 juin 2017, les mots " ou précédent celui-ci " sont ajoutés après les mots " au jour de comptage précédent ".
Art. 171. In artikel IV.38 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt tussen de woorden "ingeschreven zijn" en de zinsnede "in een bachelor-," de zinsnede "in een graduaatsopleiding van het hoger beroepsonderwijs," ingevoegd;
  2° in paragraaf 2 en 3 worden de woorden "Vlaamse Gebarentaal" telkens vervangen door de woorden "Vlaamse Gebarentaal of een andere gebarentaal".
Art. 171. A l'article IV.38 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " à une formation de graduat de l'enseignement supérieur professionnel, " est inséré entre les mots " inscrits dans l'enseignement supérieur financé ou subventionné " et le membre de phrase " à une formation de bachelor, " ;
  2° dans les paragraphes 2 et 3, les mots " langue des signes flamande " sont chaque fois remplacés par les mots " Langue des signes flamande ou une autre langue des signes ".
Art. 172. Artikel IV.52 van hoofdstuk 11, van dezelfde codificatie, ingevoegd bij het decreet betreffende het onderwijs XXIX van 5 april 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. IV.52. De regering garandeert de centrale organisatie van het synchroon internetonderwijs, verder in dit hoofdstuk SIO te noemen, zoals vermeld in artikel 36/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel117/1 van de Codex Secundair Onderwijs.
  De regering bepaalt de opdracht van de centrale organisatie en de opdracht van een of meerdere organisatie die een deelopdracht opnemen in een kaderovereenkomst met de centrale organisatie.
  De regering bepaalt de bouwstenen van het vergoedingsmodel van de centrale organisator. Het vergoedingsmodel kan onder meer gebaseerd worden op:
  - de algemene werking en deelopdrachten van de centrale organisator, zoals door de regering bepaald;
  - de SIO-trajecten die de centrale organisator invult;
  - specifieke aankopen of vergoedingen die nodig zijn voor de uitvoering van de opdracht en deelopdrachten van de centrale organisator.
  De kaderovereenkomst heeft maximaal een duurtijd van 5 kalenderjaren.
  De centrale organisatie neemt een vertegenwoordiging van de regering op in het bestuursorgaan.".
Art. 172. L'article IV.52 du chapitre 11 de la même codification, inséré par le décret du 5 avril 2019 relatif à l'enseignement-XXIX, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. IV.52. Le Gouvernement garantit l'organisation centrale de l'enseignement synchrone via internet, à dénommer SIO dans le présent chapitre, conformément à l'article 36/1 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 117/1 du Code de l'enseignement secondaire.
  Le Gouvernement détermine la mission de l'organisation centrale et la mission d'une ou de plusieurs organisations assumant une mission partielle dans une convention-cadre avec l'organisation centrale.
  Le Gouvernement détermine les éléments fondamentaux du modèle d'indemnité de l'organisateur central. Le modèle d'indemnité peut être basé, entre autres, sur :
  - le fonctionnement général et les missions partielles de l'organisateur central, tels que définis par le Gouvernement ;
  - les parcours SIO que l'organisateur central complète ;
  - des achats ou indemnités spécifiques nécessaires à l'exécution de la mission et des missions partielles de l'organisateur central.
  La convention-cadre a une durée maximale de 5 années calendaires.
  L'organisation centrale inclut une représentation du Gouvernement dans l'organe d'administration. ".
Art. 173. In artikel VI.5 van dezelfde codificatie, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "school voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door het woord "academie";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "scholen en centra" vervangen door de zinsnede "scholen, academies en centra";
  3° in paragraaf 1, g), worden de woorden "scholen voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door het woord "academies";
  4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zin "Tijdens de betrokken periode kan deze overeenkomst worden gewijzigd ten gevolge van toepassing van artikel 125quinquies van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, van artikel 51 van de Codex Secundair Onderwijs, of van artikel 73 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs." vervangen door de zin "Tijdens de betrokken periode kan die overeenkomst worden gewijzigd met toepassing van artikel 125quinquies, § 3 of § 4, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs of van artikel 51, derde lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.";
  5° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "scholen of centra" vervangen door de zinsnede "scholen, academies of centra".
Art. 173. A l'article VI.5 de la même codification, modifié par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " école d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par le mot " académie " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " écoles et centres " sont remplacés par le membre de phrase " écoles, académies et centres " ;
  3° dans le paragraphe 1er, g), les mots " écoles d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par le mot " académies " ;
  4° dans le paragraphe 2, alinéa 2, la phrase " Pendant la période précitée, cet accord peut être modifié par suite de l'application de l'article 125quinquies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'article 51 du Code de l'Enseignement secondaire, ou de l'article 73 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes. " est remplacée par la phrase " Pendant la période précitée, cet accord peut être modifié en application de l'article 125quinquies, § 3 ou § 4, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou de l'article 51, alinéa 3, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. " ;
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 4, les mots " écoles ou centres " sont remplacés par le membre de phrase " écoles, académies ou centres ".
Art. 174. In artikel VI.6 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "school of centrum" worden vervangen door de zinsnede "school, academie of centrum";
  2° de woorden "aantal lesurencursist binnen de referteperiode" worden vervangen door de zinsnede "gemiddelde aantal gerealiseerde lesurencursist van de referteperiodes van 1 januari n-3 tot en met 31 december n-1";
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid wordt het gemiddelde van het aantal lesurencursist op de volgende wijze berekend:
  1° voor het schooljaar 2020-2021 op basis van de lesurencursist gerealiseerd in de referteperiode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019;
  2° voor het schooljaar 2021-2022 op basis van de lesurencursist gerealiseerd in de referteperiodes 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020.".
Art. 174. A l'article VI.6 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " école ou centre " sont remplacés par le membre de phrase " école, académie ou centre " ;
  2° les mots " le nombre d'heures de cours/apprenant au cours de la période de référence " sont remplacés par le membre de phrase " le nombre moyen d'heures de cours/apprenant réalisées des périodes de référence du 1er janvier n-3 au 31 décembre n-1 " ;
  3° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre moyen d'heures de cours/apprenant est calculé comme suit :
  1° pour l'année scolaire 2020-2021 sur la base des heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2019 ;
  2° pour l'année scolaire 2021-2022 sur la base des heures de cours/apprenant de la période de référence du 1er janvier 2019 au 31 décembre 2020. ".
Art. 175. In artikel VI.7 van dezelfde codificatie worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, inleidende zin, wordt de zinsnede "administratief personeel," opgeheven;
  2° in paragraaf 1 worden punt 2° en 3° vervangen door wat volgt:
  "2° als in een academie van het deeltijds kunstonderwijs een betrekking in een ambt van administratief medewerker of studiemeester-opvoeder wordt opgericht waarin een personeelslid wordt aangesteld dat recht heeft op salarisschaal 202 of 122, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 31,5 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking worden per uur 1,5 punten in rekening gebracht;
  3° als in een academie van het deeltijds kunstonderwijs een betrekking in een ambt van studiemeester-opvoeder wordt opgericht waarin een personeelslid wordt aangesteld dat recht heeft op salarisschaal 158, worden voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht. Voor een halftijdse betrekking worden 41 punten in rekening gebracht. Voor een deeltijdse betrekking, worden per uur 2,5 punten in rekening gebracht;";
  3° in paragraaf 1 wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° /1 als in een centrum voor volwassenenonderwijs een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel wordt opgericht, gebeurt dat conform de puntenwaarde die de Vlaamse Regering voor het overeenkomende ambt vastlegt;";
  4° in paragraaf 2, 1° en 2°, worden de woorden "de school of het centrum" vervangen door de zinsnede "de school, de academie of het centrum".
Art. 175. A l'article VI.7 de la même codification, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, phrase introductive, le membre de phrase " du personnel administratif, " est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 1er, les points 2° et 3° sont remplacés par ce qui suit :
  " 2° si, dans une académie de l'enseignement artistique à temps partiel, un emploi est créé dans une fonction de collaborateur administratif ou de surveillant-éducateur, auquel est désigné un membre du personnel ayant droit à l'échelle de traitement 202 ou 122, 63 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein. Pour un emploi à mi-temps, 31,5 points sont portés en compte. Pour un emploi à temps partiel, 1,5 points sont portés en compte par heure ;
  3° si, dans une académie de l'enseignement artistique à temps partiel, un emploi est créé dans une fonction de surveillant-éducateur, auquel est désigné un membre du personnel ayant droit à l'échelle de traitement 158, 82 points sont portés en compte pour un emploi à temps plein. Pour un emploi à mi-temps, 41 points sont portés en compte. Pour un emploi à temps partiel, 2,5 points sont portés en compte par heure ; " ;
  3° dans le paragraphe 1er, il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
  " 3° /1 si, dans un centre d'éducation des adultes, un emploi est créé dans une fonction du personnel d'appui, cette création a lieu conformément aux valeurs de point arrêtées par le Gouvernement flamand pour la fonction correspondante ; " ;
  4° dans le paragraphe 2, 1° et 2°, les mots " de l'école à laquelle ou du centre auquel " sont remplacés par le membre de phrase " de l'école, de l'académie ou du centre auxquels ".
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 15. - Modifications du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel
Art. 176. In artikel 3, 21°, artikel 52, tweede lid, 2°, artikel 54, § 1, artikel 62, tweede lid, en artikel 100, 9°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs wordt het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 176. Dans l'article 3, 21°, l'article 52, alinéa 2, 2°, l'article 54, § 1er, l'article 62, alinéa 2, et l'article 100, 9°, du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 177. In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt in het opschrift van afdeling 2 het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 177. Dans le chapitre 2 du même décret, modifié par le décret du 5 avril 2019, dans l'intitulé de la section 2, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 178. In artikel 12 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties" vervangen door de woorden "kan een academie de volgende langlopende studierichtingen aanbieden die leiden tot een beroepskwalificatie";
  2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt welke beroepskwalificatie met welke studierichting behaald kan worden.";
  3° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 178. A l'article 12 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " une académie peut proposer des orientations d'études de longue durée conduisant aux qualifications professionnelles suivantes " sont remplacés par les mots " une académie peut proposer les orientations d'études de longue durée suivantes conduisant à une qualification professionnelle " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine quelle qualification professionnelle peut être obtenue au moyen de quelle orientation d'études. " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéas 1er et 2, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 179. In artikel 14 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties" vervangen door de woorden "kan een academie de volgende langlopende studierichtingen aanbieden die leiden tot een beroepskwalificatie";
  2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt welke beroepskwalificatie met welke studierichting behaald kan worden.";
  3° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 179. A l'article 14 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " une académie peut proposer des orientations d'études de longue durée conduisant aux qualifications professionnelles suivantes " sont remplacés par les mots " une académie peut proposer les orientations d'études de longue durée suivantes conduisant à une qualification professionnelle " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine quelle qualification professionnelle peut être obtenue au moyen de quelle orientation d'études. " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéas 1er et 2, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 180. In artikel 16 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties" vervangen door de woorden "kan een academie de volgende langlopende studierichtingen aanbieden die leiden tot een beroepskwalificatie";
  2° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt welke beroepskwalificatie met welke studierichting behaald kan worden.";
  3° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 180. A l'article 16 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " une académie peut proposer des orientations d'études de longue durée conduisant aux qualifications professionnelles suivantes " sont remplacés par les mots " une académie peut proposer les orientations d'études de longue durée suivantes conduisant à une qualification professionnelle " ;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine quelle qualification professionnelle peut être obtenue au moyen de quelle orientation d'études. " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéas 1er et 2, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 181. In artikel 18 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties" vervangen door de woorden "kan een academie de volgende langlopende studierichtingen aanbieden die leiden tot een beroepskwalificatie";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt welke beroepskwalificatie met welke studierichting behaald kan worden.";
  3° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt het woord "einddoelen" vervangen door het woord "onderwijsdoelen".
Art. 181. A l'article 18 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " une académie peut proposer des orientations d'études de longue durée conduisant aux qualifications professionnelles suivantes " sont remplacés par les mots " une académie peut proposer les orientations d'études de longue durée suivantes conduisant à une qualification professionnelle " ;
  2° dans le paragraphe 1er, il est inséré, entre les alinéas 1er et 2, un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine quelle qualification professionnelle peut être obtenue au moyen de quelle orientation d'études. " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéas 1er et 2, le mot " finalités " est remplacé par les mots " objectifs pédagogiques ".
Art. 182. In artikel 67 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "de inschrijving" vervangen door de woorden "de start van het schooljaar";
  2° aan paragraaf 2 wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een leerling die voor 1 november van het betrokken schooljaar geen inschrijvingsgeld heeft betaald, is niet financierbaar.";
  3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, wordt een leerling die een of meer vakken die tot het lessenrooster van dezelfde opleiding behoren, in verschillende academies volgt, in maximaal twee academies voor 50% in rekening gebracht. De wegingen, vermeld in paragraaf 3, vijfde lid, worden alleen toegepast op de omkaderingsberekening van de academie met een vestigingsplaats in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de gemeente Voeren voor zover de leerling alle vakken volgt in een vestigingsplaats gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in de gemeente Voeren.
  De wegingen, vermeld in paragraaf 3, zesde lid, worden alleen toegepast op de omkaderingsberekening van de academie met een vestigingsplaats in een dunbevolkte gemeente voor zover de leerling alle vakken volgt in een vestigingsplaats gelegen in een dunbevolkte gemeente.
  Een leerling die meer opleidingen van hetzelfde domein in verschillende academies volgt, is maar in één academie financierbaar. Op basis van gegevens die het Agentschap voor Onderwijsdiensten aanreikt, beslissen de directeurs in onderling overleg in welke academie de leerling financierbaar is. Ze melden hun beslissing schriftelijk aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten voor 1 februari. Als de directeurs niet tot een akkoord komen, is de leerling financierbaar voor het schooljaar 2019-2020 in die academie waar hij het eerst zijn inschrijvingsgeld betaald heeft voor dat schooljaar. Vanaf het schooljaar 2020-2021 is de leerling financierbaar in de academie waar zijn inschrijving voor dat schooljaar het eerst is geregistreerd in het elektronisch systeem voor de uitwisseling van leerlingengegevens van het Agentschap voor Onderwijsdiensten.".
Art. 182. A l'article 67 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " l'inscription " sont remplacés par les mots " le début de l'année scolaire " ;
  2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 5, rédigé comme suit :
  " Un élève qui n'a pas payé de droit d'inscription avant le 1er novembre de l'année scolaire concernée, n'est pas admissible au financement. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, un élève qui suit un ou plusieurs cours de l'horaire des cours de la même formation dans différentes académies, est porté en compte pour 50% dans deux académies au maximum. Les pondérations, visées au paragraphe 3, alinéa 5, ne sont appliquées que sur le calcul de l'encadrement de l'académie ayant une implantation en région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans la commune de Fourons dans la mesure où l'élève suit tous les cours dans une implantation située en région bilingue de Bruxelles-Capitale ou dans la commune de Fourons.
  Les pondérations, visées au paragraphe 3, alinéa 6, ne sont appliquées que sur le calcul de l'encadrement de l'académie ayant une implantation dans une commune faiblement peuplée dans la mesure où l'élève suit tous les cours dans une implantation située dans une commune faiblement peuplée.
  Un élève qui suit plusieurs formations du même domaine dans plusieurs académies, n'est admissible au financement que dans une seule académie. Sur la base des données fournies par l'Agence de Services d'Enseignement, les directeurs décident de commun accord dans quelle académie l'élève est admissible au financement. Elles communiquent leur décision par écrit à l'Agence de Services d'Enseignement avant le 1er février. Si les directeurs ne parviennent pas à un accord, l'élève est admissible au financement pour l'année scolaire 2019-2020 dans l'académie où il a payé en premier son droit d'inscription pour ladite année scolaire. A partir de l'année scolaire 2020-2021, l'élève est admissible au financement dans l'académie où son inscription pour ladite année scolaire est enregistrée en premier dans le système électronique d'échange des données des élèves de l'Agence de Services d'Enseignement.
Art. 183. In artikel 75 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of naar een ander schoolbestuur" vervangen door de woorden "of naar een andere academie of naar een academie van een ander schoolbestuur";
  2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt de termijn en de wijze waarop de overgedragen lestijden gemeld worden aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.".
Art. 183. A l'article 75 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou à une autre autorité scolaire " sont remplacés par les mots " ou à une autre académie ou à une académie d'une autre autorité scolaire " ;
  2° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine le délai et la manière de communication des périodes de cours transférées à l'Agence de Services d'Enseignement. ".
Art. 184. Aan hoofdstuk 5, afdeling 6, van hetzelfde decreet wordt een artikel 86/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 86/1. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten in middelen voorzien ter ondersteuning van projecten die de onderwijskwaliteit bevorderen, en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.".
Art. 184. Le chapitre 5, section 6, du même décret, est complété par un article 86/1, rédigé comme suit :
  " Art. 86/1. " Le Gouvernement flamand peut, dans les limites des crédits budgétaires disponibles, prévoir des moyens à l'appui de projets promouvant la qualité de l'enseignement, et arrête les modalités à cet effet. ".
Art. 185. Aan artikel 88, § 1, van hetzelfde decreet wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° elke inbreuk op artikel 147, tweede lid.".
Art. 185. L'article 88, § 1er, du même décret, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
  " 8° toute infraction à l'article 147, alinéa 2. ".
Art. 186. In artikel 110 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de programmatieof rationalisatienormen van een domein telt elke regelmatige leerling in dat domein voor één teleenheid. Voor de programmatieof rationalisatienormen van een structuuronderdeel in een vestigingsplaats telt elke regelmatige leerling in dat structuuronderdeel in die vestigingsplaats voor één teleenheid.";
  2° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het tweede lid wordt het totale aantal dat de domeinoverschrijdende initiatieopleiding volgt in een academie, gedeeld door het aantal domeinen dat de academie organiseert. Het quotiënt telt mee voor het bereiken van de rationalisatieen programmatienormen van elk van die domeinen.".
Art. 186. A l'article 110 du même décret, modifié par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour les normes de programmation ou de rationalisation d'un domaine, chaque élève régulier dans ce domaine compte pour une unité de comptage. Pour les normes de programmation ou de rationalisation d'une subdivision structurelle dans une implantation, chaque élève régulier dans cette subdivision structurelle dans cette implantation compte pour une unité de comptage. " ;
  2° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, le nombre total qui suit la formation d'initiation transversale dans une académie est divisé par le nombre de domaines que l'académie organise. Le quotient est pris en compte pour la réalisation des normes de rationalisation et de programmation de chacun de ces domaines. ".
Art. 187. In artikel 114 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het quotiënt van de deling, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.";
  2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Als de programmatienorm twee opeenvolgende teldagen niet gehaald wordt, wordt de academie met ingang van 1 september van hetzelfde schooljaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.";
  3° aan paragraaf 3 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de programmatienormen in het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode niet gehaald worden, wordt de oprichtingsperiode met maximaal één schooljaar verlengd, als de academie op de vorige teldag de programmatienormen gehaald heeft.";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. De rationalisatienorm geldt vanaf het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin het minimale aanbod van de nieuw opgerichte academie volledig is uitgebouwd en de programmatienormen, vermeld in artikel 119 of 120, bereikt worden. Een academie is volledig uitgebouwd op het einde van het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode.".
Art. 187. A l'article 114 du même décret, modifié par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le quotient de la division, visé à l'alinéa 1er, 2°, est arrondi comme suit : si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre, le nombre est arrondi à l'unité supérieure. Si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, le nombre est arrondi à l'unité inférieure. " ;
  2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Si la norme de programmation n'est pas atteinte deux jours de comptage successifs, l'académie n'est plus financée ou subventionnée à partir du 1er septembre de la même année scolaire. " ;
  3° le paragraphe 3 est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si les normes de programmation ne sont pas atteintes pendant la dernière année scolaire de la période de création, la période de création est prolongée d'une année scolaire au maximum si l'académie a atteint les normes de programmation au jour de comptage précédent. " ;
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. La norme de rationalisation vaut à partir de l'année scolaire qui suit l'année scolaire dans laquelle l'offre minimale de l'académie nouvellement créée a été développée pleinement et les normes de programmation, visées à l'article 119 ou 120, sont atteintes. Une académie est pleinement développée à la fin de la dernière année scolaire de la période de création. ".
Art. 188. In artikel 115 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 2, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Het quotiënt van de deling wordt als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.";
  2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Als de programmatienorm twee opeenvolgende teldagen niet gehaald wordt, worden de leerlingen van het domein vanaf dat schooljaar niet meegeteld in de omkaderingsberekening, vermeld in artikel 69 en 70.";
  3° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de programmatienorm in het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode niet gehaald wordt, wordt de oprichtingsperiode met maximaal één schooljaar verlengd, als het domein op de vorige teldag de programmatienorm gehaald heeft.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De rationalisatienorm geldt vanaf het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin het minimale aanbod van het nieuw opgerichte domein volledig is uitgebouwd en de programmatienorm, vermeld in artikel 119 of 120, bereikt wordt. Een domein is volledig uitgebouwd op het einde van het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode.".
Art. 188. A l'article 115 du même décret, modifié par le décret du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Le quotient de la division est arrondi comme suit : si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre, le nombre est arrondi à l'unité supérieure. Si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, le nombre est arrondi à l'unité inférieure. " ;
  2° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Si la norme de programmation n'est pas atteinte deux jours de comptage successifs, les élèves du domaine ne sont pas inclus dans le calcul de l'encadrement, visé aux articles 69 et 70, à partir de ladite année scolaire. " ;
  3° le paragraphe 2 est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si la norme de programmation n'est pas atteinte dans la dernière année scolaire de la période de création, la période de création est prolongée d'une année scolaire au maximum, si le domaine a atteint la norme de programmation au jour de comptage précédent. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La norme de rationalisation vaut à partir de l'année scolaire qui suit l'année scolaire dans laquelle l'offre minimale du domaine nouvellement créé a été développée pleinement et la norme de programmation, visée à l'article 119 ou 120, est atteinte. Un domaine est pleinement développé à la fin de la dernière année scolaire de la période de création. ".
Art. 189. In artikel 116 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 april 2019, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Structuuronderdelen worden leerjaar per leerjaar opgericht. De oprichtingsperiode duurt minimaal evenveel schooljaren als het kortste traject en maximaal evenveel schooljaren als het langste traject van het structuuronderdeel dat de academie organiseert. De leerjaren van de structuuronderdelen van de eerste graad kunnen evenwel in een tijd opgericht worden.".
Art. 189. Dans l'article 116 du même décret, modifié par le décret du 5 avril 2019, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La création de subdivisions structurelles se fait année d'études par année d'études. La période de création dure au minimum autant d'années scolaires que le parcours le plus court et au maximum autant d'années scolaires que le parcours le plus long de la subdivision structurelle que l'académie organise. Toutefois, les années d'études des subdivisions structurelles du premier degré peuvent être créées dans une période de temps donnée. ".
Art. 190. In artikel 117 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het quotiënt van de deling, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.";
  2° paragraaf 2 en 3 worden vervangen door wat volgt:
  " § 2. Tijdens de oprichtingsperiode moet de programmatienorm telkens bereikt worden, naar rato van het aantal schooljaren dat het nieuwe structuuronderdeel al in oprichting is.
  Als de programmatienorm twee opeenvolgende teldagen niet gehaald wordt, worden de leerlingen van het structuuronderdeel vanaf dat schooljaar niet meegeteld in de omkaderingsberekening, vermeld in artikel 69 en 70.
  Als de programmatienorm in het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode niet gehaald wordt, wordt de oprichtingsperiode met maximaal een schooljaar verlengd, als het structuuronderdeel op de vorige teldag de programmatienorm gehaald heeft.
  § 3. De rationalisatienorm geldt vanaf het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin minstens een traject van het nieuwe structuuronderdeel volledig is uitgebouwd en de programmatienorm, vermeld in artikel 121 of 122, bereikt wordt. Een structuuronderdeel is volledig uitgebouwd op het einde van het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode.".
Art. 190. A l'article 117 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le quotient de la division, visé à l'alinéa 1er, 3°, est arrondi comme suit : si le premier chiffre après la virgule est supérieur à quatre, le nombre est arrondi à l'unité supérieure. Si le premier chiffre après la virgule est inférieur ou égal à quatre, le nombre est arrondi à l'unité inférieure. " ;
  2° les paragraphes 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " § 2. Pendant la période de création, la norme de programmation doit être atteinte chaque fois, au prorata du nombre d'années scolaires que la nouvelles subdivision structurelle est déjà en cours de création.
  Si la norme de programmation n'est pas atteinte deux jours de comptage successifs, les élèves de la subdivision structurelle ne sont pas inclus dans le calcul de l'encadrement, visé aux articles 69 et 70, à partir de ladite année scolaire.
  Si la norme de programmation n'est pas atteinte pendant la dernière année scolaire de la période de création, la période de création est prolongée d'une année scolaire au maximum si la subdivision structurelle a atteint la norme de programmation au jour de comptage précédent.
  § 3. La norme de rationalisation vaut à partir de l'année scolaire qui suit l'année scolaire dans laquelle au moins un parcours de la nouvelle subdivision structurelle a été développé pleinement et la norme de programmation, visée à l'article 121 ou 122, est atteinte. Une subdivision structurelle est pleinement développée à la fin de la dernière année scolaire de la période de création. ".
Art. 191. Aan artikel 125 van hetzelfde decreet worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Als een schoolbestuur overgaat tot de sluiting van een academie, een domein of een structuuronderdeel in een vestigingsplaats dat op een of twee opeenvolgende teldagen niet aan de rationalisatienorm voldoet, kunnen de leerlingen in het schooljaar van de teldag er les blijven volgen.
  De sluiting houdt in dat alle leerjaren van de academie, het domein in kwestie of het structuuronderdeel in de vestigingsplaats in kwestie gelijktijdig worden stopgezet. De sluiting heeft uitwerking op 1 september.".
Art. 191. L'article 125 du même décret est complété par un alinéa 2 et un alinéa 3, rédigés comme suit :
  " Si une autorité scolaire procède à la fermeture d'une académie, d'un domaine ou d'une subdivision structurelle dans une implantation qui n'atteint pas la norme de rationalisation un ou deux jours de comptage successifs, les élèves peuvent continuer à y suivre les cours pendant l'année scolaire du jour de comptage.
  La fermeture implique que toutes les années d'études de l'académie, du domaine en question ou de la subdivision structurelle dans l'implantation en question sont cessées simultanément. La fermeture produit ses effets le 1er septembre. ".
Art. 192. In artikel 126 van hetzelfde decreet wordt aan paragraaf 2 een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid bedraagt de rationalisatienorm van het domein beeldende en audiovisuele kunsten 42 leerlingen, als het schoolbestuur alleen de structuuronderdelen van de eerste graad, de tweede graad en de derde graad voor jongeren organiseert.".
Art. 192. L'article 126, § 2, du même décret est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, la norme de rationalisation du domaine arts plastiques et audiovisuels est de 42 élèves, si l'autorité scolaire n'organise que les subdivisions structurelles du premier degré, du deuxième degré et du troisième degré pour jeunes. ".
Art. 193. In artikel 145 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De Vlaamse Regering bepaalt de uiterste indieningsdatum voor de ondersteuningsaanvragen van lokale samenwerkingsinitiatieven.".
Art. 193. Dans l'article 145 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le Gouvernement flamand détermine la date limite d'introduction pour les demandes de soutien au titre d'initiatives locales de coopération. ".
Art. 194. Aan artikel 147 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij die informatieverstrekking, met inbegrip van studiebekrachtiging, hanteert een academie minstens de benamingen van structuuronderdelen die zijn vastgelegd door of krachtens een decreet.".
Art. 194. L'article 147 du même décret est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Lors de la fourniture de ces informations, y compris validation d'études, une académie utilise au moins les dénominations de subdivisions structurelles qui sont arrêtées par ou en vertu du présent décret. ".
Art. 195. Artikel 156 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 156. In afwijking van artikel 117, 121 en 122 kan een academie tot het schooljaar 2020-2021 starten met de organisatie van het structuuronderdeel beeldende en audiovisuele cultuur in een van haar vestigingsplaatsen waar ze op 31 augustus 2018 de hogere graad beeldende kunst organiseerde. Dat structuuronderdeel voldoet naargelang van de toepassing aan de rationalisatienormen, vermeld in artikel 127 of 128. Vanaf het schooljaar 2021-2022 zijn de programmatievoorwaarden, vermeld in artikel 117, 121 en 122, van toepassing.
  In afwijking van artikel 117, 121 en 122 kan een academie tot het schooljaar 2020-2021 starten met de organisatie van het structuuronderdeel danscultuur in een van haar vestigingsplaatsen waar ze op 31 augustus 2018 de hogere graad dans organiseerde. Dat structuuronderdeel voldoet naargelang van de toepassing aan de rationalisatienormen, vermeld in artikel 127 of 128. Vanaf het schooljaar 2021-2022 zijn de programmatievoorwaarden, vermeld in artikel 117, 121 en 122, van toepassing.
  In afwijking van artikel 117, 121 en 122 kan een academie tot het schooljaar 2020-2021 starten met de organisatie van het structuuronderdeel woordkunsten dramacultuur in een van haar vestigingsplaatsen waar ze op 31 augustus 2018 de hogere graad woordkunst organiseerde. Dat structuuronderdeel voldoet aan de rationalisatienormen, vermeld in artikel 127 of 128. Vanaf het schooljaar 20212022 zijn de programmatievoorwaarden, vermeld in artikel 117, 121 en 122, van toepassing.
  In afwijking van artikel 117, 121 en 122 kan een academie tot het schooljaar 2020-2021 starten met de organisatie van de structuuronderdelen muziekcultuur en muziekgeschiedenis in een van haar vestigingsplaatsen waar ze op 31 augustus 2018 de hogere graad muziekgeschiedenis organiseerde. Dat structuuronderdeel voldoet aan de rationalisatienormen, vermeld in artikel 127 of 128. Vanaf het schooljaar 2021-2022 zijn de programmatievoorwaarden, vermeld in artikel 117, 121 en 122, van toepassing.
  In afwijking van artikel 117, 121 en 122 kan een academie die het domein beeldende en audiovisuele kunsten organiseert zonder de eerste, tweede en derde graad tot het schooljaar 2020-2021 starten met de organisatie van het structuuronderdeel derde graad voor volwassenen. Dat structuuronderdeel voldoet aan de rationalisatienormen, vermeld in artikel 127 of 128. Vanaf het schooljaar 20212022 zijn de programmatievoorwaarden, vermeld in artikel 117, 121 en 122, van toepassing.".
Art. 195. L'article 156 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 156. Par dérogation aux articles 117, 121 et 122, une académie peut, jusqu'à l'année scolaire 2020-2021, commencer l'organisation d'une subdivision structurelle culture plastique et audiovisuelle dans une de ses implantations où elle organisait le degré supérieur en arts plastiques au 31 août 2018. Cette subdivision structurelle doit répondre, le cas échéant, aux normes de rationalisation prévues à l'article 127 ou 128. A partir de l'année scolaire 2021-2022, les conditions de programmation visées aux articles 117, 121 et 122 s'appliquent.
  Par dérogation aux articles 117, 121 et 122, une académie peut, jusqu'à l'année scolaire 2020-2021, commencer l'organisation d'une subdivision structurelle culture de la danse dans une de ses implantations où elle organisait le degré supérieur en danse au 31 août 2018. Cette subdivision structurelle doit répondre, le cas échéant, aux normes de rationalisation prévues à l'article 127 ou 128. A partir de l'année scolaire 2021-2022, les conditions de programmation visées aux articles 117, 121 et 122 s'appliquent.
  Par dérogation aux articles 117, 121 et 122, une académie peut, jusqu'à l'année scolaire 2020-2021, commencer l'organisation d'une subdivision structurelle arts de la parole-culture théâtrale dans une de ses implantations où elle organisait le degré supérieur en arts de la parole au 31 août 2018. Cette subdivision structurelle doit répondre aux normes de rationalisation prévues à l'article 127 ou 128. A partir de l'année scolaire 2021-2022, les conditions de programmation visées aux articles 117, 121 et 122 s'appliquent.
  Par dérogation aux articles 117, 121 et 122, une académie peut, jusqu'à l'année scolaire 2020-2021, commencer l'organisation des subdivisions structurelles culture musicale et histoire de la musique dans une de ses implantations où elle organisait le degré supérieur en histoire de la musique au 31 août 2018. Cette subdivision structurelle doit répondre aux normes de rationalisation prévues à l'article 127 ou 128. A partir de l'année scolaire 2021-2022, les conditions de programmation visées aux articles 117, 121 et 122 s'appliquent.
  Par dérogation aux articles 117, 121 et 122, une académie organisant le domaine arts plastiques et audiovisuels sans les premier, deuxième et troisième degrés peut, jusqu'à l'année scolaire 2020-2021, commencer l'organisation de la subdivision structurelle du troisième degré pour adultes. Cette subdivision structurelle doit répondre aux normes de rationalisation prévues à l'article 127 ou 128. A partir de l'année scolaire 2021-2022, les conditions de programmation visées aux articles 117, 121 et 122 s'appliquent. ".
HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 16. - Modification du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves
Art. 196. Artikel 3 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Dit decreet is, tenzij het uitdrukkelijk anders is bepaald, van toepassing op:
  1° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde basisen secundaire scholen;
  2° de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;
  3° de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, voor wat de leertijd en het secundair onderwijs betreft;
  4° de centra voor leerlingenbegeleiding.".
Art. 196. L'article 3 du décret du 27 avril 2018 relatif à l'encadrement des élèves dans l'enseignement fondamental, l'enseignement secondaire et dans les centres d'encadrement des élèves, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. Sauf disposition contraire expresse, le présent décret s'applique aux :
  1° écoles fondamentales et secondaires agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande ;
  2° centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ;
  3° centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, en ce qui concerne l'apprentissage et l'enseignement secondaire ;
  4° centres d'encadrement des élèves. ".
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
CHAPITRE 17. - Modification du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale
Art. 197. In artikel 27 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, 3°, wordt het getal "250" vervangen door het getal "290";
  2° in paragraaf 5 worden de woorden "de aanvrager of de wettelijke vertegenwoordiger" vervangen door de woorden "een ouder of een werkelijke opvoeder" en worden de woorden "de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering" vervangen door de woorden "de uitbetalingsactor".
Art. 197. A l'article 27 du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, 3°, le nombre " 250 " est remplacé par le nombre " 290 " ;
  2° dans le paragraphe 5, les mots " le demandeur ou le représentant légal " sont remplacés par les mots " un parent ou un éducateur réel " et les mots " au service compétent du Gouvernement flamand " sont remplacés par les mots " à l'acteur de paiement ".
Art. 198. In artikel 30, § 2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 maart 2019, wordt de zinsnede "hetzij minder dan 250 halve schooldagen aanwezig is geweest indien de leerling toen nog niet onderworpen was aan de leerplicht maar wel ingeschreven was in een kleuterschool." vervangen door de zinsnede "hetzij minder dan 290 halve schooldagen aanwezig is geweest indien de leerling toen onderworpen was aan de leerplicht en gedurende dat schooljaar ingeschreven was in een kleuterschool, met uitzondering van de leerlingen bedoeld onder 27, § 2, 4° van dit decreet.".
Art. 198. Dans l'article 30, § 2, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 mars 2019, le membre de phrase " soit fréquenté l'école moins de 250 demi-jours de classe si l'élève n'était pas encore soumis à l'obligation scolaire mais était inscrit dans une école maternelle. " est remplacé par le membre de phrase " soit fréquenté l'école moins de 290 demi-jours de classe si l'élève était soumis à l'obligation scolaire et était inscrit dans une école maternelle pendant ladite année scolaire, à l'exception des élèves visés à l'article 27, § 2, 4°, du présent décret. ".
HOOFDSTUK 18. - Inwerkingtreding en toepassingsgebied in de tijd
CHAPITRE 18. - Entrée en vigueur et champ d'application dans le temps
Art. 199. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van artikel 73, 74, 84, 4°, 85 en 198 die in werking treden op 1 september 2021.
  Artikel 51 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
  Artikel 161, 164 en 167 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2018 Artikel 138 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2018.
  Artikel 71 en 159 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
  Artikel 7, 32, 34, 39, 1°, 42, 44, 50, 52, 105, 123, 1°, 139, 1°, 140, 141, 142, 154, 155, 158, 163, 166, 1°, 171, 173, 174, 175 en 193 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2019.
  Artikel 106 en 111 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
  Artikel 40 en 101 hebben uitwerking met ingang van 18 juni 2020.
Art. 199. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2020, à l'exception des articles 73, 74, 84, 4°, 85 et 198, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2021.
  L'article 51 produit ses effets le 1er septembre 2012.
  Les articles 161, 164 et 167 produisent leurs effets le 1er septembre 2018. L'article 138 produit ses effets le 1er octobre 2018.
  Les articles 71 et 159 produisent leurs effets le 1er janvier 2019.
  Les articles 7, 32, 34, 39, 1°, 42, 44, 50, 52, 105, 123, 1°, 139, 1°, 140, 141, 142, 154, 155, 158, 163, 166, 1°, 171, 173, 174, 175 et 193 produisent leurs effets le 1er septembre 2019.
  Les articles 106 et 111 produisent leurs effets le 1er janvier 2020.
  Les articles 40 et 101 produisent leurs effets le 18 juin 2020.