Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 JULI 2020. - Ordonnantie tot wijziging van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid
Titre
17 JUILLET 2020. - Ordonnance modifiant le Code du 25 mars 1999 de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale
Documentinformatie
Numac: 2020042414
Datum: 2020-07-17
Info du document
Numac: 2020042414
Date: 2020-07-17
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid
CHAPITRE II. - Modification du Code du 25 mars 1999 de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale
Art.2. In artikel 2, § 1, 3°, van het Wetboek van 25 maart 1999 van inspectie, preventie, vaststelling en bestraffing van milieumisdrijven, en milieuaansprakelijkheid, vervangen door de ordonnantie van 8 mei 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juni 2016 betreffende de aanvulling van de in artikel 2 § 1, 3° van het Wetboek van Inspectie van 25 maart 1999 bedoelde lijst met de rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de verordeningen van de Europese Unie, die na de inwerkingtreding van het Wetboek van Inspectie werden aangenomen of in werking zijn getreden, en waarvan de uitvoering behoort tot de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen, en bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 november 2018 betreffende de aanvulling van de in artikel 2, § 1, 3°, van het Wetboek van inspectie van 25 maart 1999 bedoelde lijst met de rechtstreeks toepasselijke bepalingen van de Verordening (EU) nr. 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008, wordt het streepje " - artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 ; " vervangen door wat volgt :
" - Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 en, Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn, in het gewestelijke bevoegdheidsgebied ; ".
" - Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009, tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 en, Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn, in het gewestelijke bevoegdheidsgebied ; ".
Art.2. Dans l'article 2, § 1er, 3°, du Code du 25 mars 1999 de l'inspection, la prévention, la constatation et la répression des infractions en matière d'environnement et de la responsabilité environnementale, remplacé par l'ordonnance du 8 mai 2014 et modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 juin 2016 complétant la liste visée à l'article 2 § 1, 3°, du Code de l'Inspection du 25 mars 1999 par les dispositions directement applicables des règlements de l'Union européenne adoptés ou entrant en vigueur postérieurement à l'entrée en vigueur du Code d'Inspection et dont la mise en oeuvre relève des compétences de la Région de Bruxelles-Capitale, par l'ordonnance du 30 novembre 2017 réformant le Code bruxellois de l'aménagement du territoire et l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement et modifiant certaines législations connexes, et par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 22 novembre 2018 complétant la liste visée à l'article 2, § 1er, 3°, du Code de l'inspection du 25 mars 1999 par les dispositions directement applicables du Règlement (UE) n° 2017/852 du Parlement européen et du Conseil du 17 mai 2017 relatif au mercure et abrogeant le règlement (CE) n° 1102/2008, le tiret " - l'article 41 du Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002 ; " est remplacé par ce qui suit :
" - le Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002 et le Règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, dans le champ des compétences régionales ; ".
" - le Règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le Règlement (CE) n° 1774/2002 et le Règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive, dans le champ des compétences régionales ; ".
Art.3. In artikel 21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, tweede en vierde lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " telkens ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
3° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " in dezelfde aangetekende brief " ;
4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " in dezelfde aangetekende brief " ;
6° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief ".
1° in paragraaf 1, tweede en vierde lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " telkens ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
3° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " in dezelfde aangetekende brief " ;
4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief " ;
5° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " in dezelfde aangetekende brief " ;
6° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief ".
Art.3. A l'article 21 du même Code, inséré par l'ordonnance du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéas 2 et 4, les mots " ou par voie électronique " sont chaque fois insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " ou adressée par voie électronique " sont insérés après les mots " dans la même lettre recommandée " ;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée " ;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " ou adressée par voie électronique " sont insérés après les mots " dans la même lettre recommandée " ;
6° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéas 2 et 4, les mots " ou par voie électronique " sont chaque fois insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste " ;
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste " ;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " ou adressée par voie électronique " sont insérés après les mots " dans la même lettre recommandée " ;
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée " ;
5° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " ou adressée par voie électronique " sont insérés après les mots " dans la même lettre recommandée " ;
6° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste ".
Art.4. In artikel 24, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " bij een ter post aangetekend schrijven of langs elektronische weg " toegevoegd tussen de woorden " onmiddellijk " en de woorden " aan de betrokken exploitant ".
Art.4. Dans l'article 24, alinéa 3, du même Code, inséré par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique " sont insérés entre les mots " sans délai " et les mots " à l'exploitant concerné ".
Art.5. In artikel 25, § 5, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " bij een ter post aangetekend schrijven of langs elektronische weg " toegevoegd tussen de woorden " onverwijld " en de woorden " meegedeeld aan de betrokken exploitant ".
Art.5. Dans l'article 25, § 5, du même Code, inséré par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique " sont insérés entre les mots " sans délai " et les mots " à l'exploitant concerné ".
Art.6. In artikel 31, § 1, 2°, e), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " artikel 21, § 4, " ingevoegd tussen de woorden " artikel 21, § 1, eerste lid, " en de woorden " artikel 24, eerste lid, 2°, ".
Art.6. Dans l'article 31, § 1er, 2°, e), du même Code, inséré par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " de l'article 21, § 4, " sont insérés entre les mots " de l'article 21, § 1er, alinéa 1er, " et les mots " de l'article 24, alinéa 1er, 2°, ".
Art.7. In artikel 45, zesde lid, van hetzelfde Wetboek, hernummerd en gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014 en deels vernietigd bij het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 25/2016 van 18 februari 2016, worden de woorden " of langs elektronische weg " ingevoegd na de woorden " bij een ter post aangetekende brief ".
Art.7. Dans l'article 45, alinéa 6, du même Code, renuméroté et modifié par l'ordonnance du 8 mai 2014 et partiellement annulé par l'arrêt de la Cour Constitutionnelle n° 25/2016 du 18 février 2016, les mots " ou par voie électronique " sont insérés après les mots " par lettre recommandée à la poste ".
Art.8. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 45/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 45/1. Op vraag van de persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is, kan de leidend ambtenaar van Leefmilieu Brussel, van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie beslissen de tenuitvoerlegging van de beslissing tot oplegging van een alternatieve administratieve geldboete geheel of gedeeltelijk uit te stellen, indien deze persoon, binnen de periode van vijf jaar voorafgaand aan de vaststelling van het misdrijf, geen alternatieve administratieve geldboete of strafrechtelijke sanctie heeft gekregen wegens een misdrijf bedoeld in artikel 31.
Het uitstel wordt van rechtswege herroepen indien de persoon ten laste van wie een alternatieve administratieve geldboete met uitstel werd opgelegd, binnen drie jaar vanaf de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een alternatieve administratieve geldboete, een nieuw misdrijf begaat zoals bedoeld in artikel 31, waarvoor een alternatieve administratieve geldboete of een strafrechtelijke sanctie wordt opgelegd.
Wanneer het uitstel is herroepen omdat een nieuw misdrijf zoals bedoeld in artikel 31, dat aanleiding geeft tot het opleggen van een alternatieve administratieve geldboete, tijdens de proeftijd werd begaan, wordt de herroeping van het uitstel vastgesteld in dezelfde beslissing als die waarmee de alternatieve administratieve geldboete wordt opgelegd wegens het nieuw misdrijf. De alternatieve administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt ten gevolge van de herroeping van het uitstel wordt onbeperkt samengevoegd met deze die wordt opgelegd wegens het nieuw misdrijf.
Wanneer het uitstel is herroepen omdat een nieuw misdrijf zoals bedoeld in artikel 31, dat aanleiding geeft tot een strafrechtelijke sanctie, tijdens de proeftijd werd begaan, wordt de herroeping van het uitstel meegedeeld aan de persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is per aangetekende brief of langs elektronische weg. De persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is, wordt aangemaand om de geldboete overeenkomstig artikel 45, tweede lid, te storten. ".
" Art. 45/1. Op vraag van de persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is, kan de leidend ambtenaar van Leefmilieu Brussel, van het GAN of van het bevoegde bestuur van het Ministerie beslissen de tenuitvoerlegging van de beslissing tot oplegging van een alternatieve administratieve geldboete geheel of gedeeltelijk uit te stellen, indien deze persoon, binnen de periode van vijf jaar voorafgaand aan de vaststelling van het misdrijf, geen alternatieve administratieve geldboete of strafrechtelijke sanctie heeft gekregen wegens een misdrijf bedoeld in artikel 31.
Het uitstel wordt van rechtswege herroepen indien de persoon ten laste van wie een alternatieve administratieve geldboete met uitstel werd opgelegd, binnen drie jaar vanaf de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een alternatieve administratieve geldboete, een nieuw misdrijf begaat zoals bedoeld in artikel 31, waarvoor een alternatieve administratieve geldboete of een strafrechtelijke sanctie wordt opgelegd.
Wanneer het uitstel is herroepen omdat een nieuw misdrijf zoals bedoeld in artikel 31, dat aanleiding geeft tot het opleggen van een alternatieve administratieve geldboete, tijdens de proeftijd werd begaan, wordt de herroeping van het uitstel vastgesteld in dezelfde beslissing als die waarmee de alternatieve administratieve geldboete wordt opgelegd wegens het nieuw misdrijf. De alternatieve administratieve geldboete die uitvoerbaar wordt ten gevolge van de herroeping van het uitstel wordt onbeperkt samengevoegd met deze die wordt opgelegd wegens het nieuw misdrijf.
Wanneer het uitstel is herroepen omdat een nieuw misdrijf zoals bedoeld in artikel 31, dat aanleiding geeft tot een strafrechtelijke sanctie, tijdens de proeftijd werd begaan, wordt de herroeping van het uitstel meegedeeld aan de persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is per aangetekende brief of langs elektronische weg. De persoon die met een alternatieve administratieve geldboete strafbaar is, wordt aangemaand om de geldboete overeenkomstig artikel 45, tweede lid, te storten. ".
Art.8. Dans le même Code, il est inséré un article 45/1 rédigé comme suit :
" Art. 45/1. A la demande de la personne passible de l'amende administrative alternative, le fonctionnaire dirigeant de Bruxelles Environnement, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère peut décider de surseoir à l'exécution de tout ou partie de la décision d'infliger une amende administrative alternative, si, dans les cinq ans qui précèdent le constat de l'infraction, cette personne ne s'est vue infliger aucune amende administrative alternative ou sanction pénale du chef d'une infraction visée à l'article 31.
Le sursis est révoqué de plein droit lorsque la personne qui s'est vue infliger une amende administrative alternative avec sursis commet, dans les trois ans à compter de la notification de la décision d'infliger une amende administrative alternative, une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une amende administrative alternative ou d'une sanction pénale.
Lorsque le sursis est révoqué du fait de la commission pendant le délai d'épreuve d'une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une amende administrative alternative, la révocation du sursis est constatée dans la même décision que celle par laquelle est infligée l'amende administrative alternative du chef de la nouvelle infraction. L'amende administrative alternative qui devient exécutoire suite à la révocation du sursis est cumulée sans limite avec celle infligée du fait de la nouvelle infraction.
Lorsque le sursis est révoqué du fait de la commission pendant le délai d'épreuve d'une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une sanction pénale, la révocation du sursis est notifiée à la personne passible de l'amende administrative alternative par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique. La personne passible de l'amende administrative alternative est invitée à acquitter l'amende administrative alternative conformément à l'article 45, alinéa 2. ".
" Art. 45/1. A la demande de la personne passible de l'amende administrative alternative, le fonctionnaire dirigeant de Bruxelles Environnement, de l'ARP ou de l'administration compétente du Ministère peut décider de surseoir à l'exécution de tout ou partie de la décision d'infliger une amende administrative alternative, si, dans les cinq ans qui précèdent le constat de l'infraction, cette personne ne s'est vue infliger aucune amende administrative alternative ou sanction pénale du chef d'une infraction visée à l'article 31.
Le sursis est révoqué de plein droit lorsque la personne qui s'est vue infliger une amende administrative alternative avec sursis commet, dans les trois ans à compter de la notification de la décision d'infliger une amende administrative alternative, une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une amende administrative alternative ou d'une sanction pénale.
Lorsque le sursis est révoqué du fait de la commission pendant le délai d'épreuve d'une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une amende administrative alternative, la révocation du sursis est constatée dans la même décision que celle par laquelle est infligée l'amende administrative alternative du chef de la nouvelle infraction. L'amende administrative alternative qui devient exécutoire suite à la révocation du sursis est cumulée sans limite avec celle infligée du fait de la nouvelle infraction.
Lorsque le sursis est révoqué du fait de la commission pendant le délai d'épreuve d'une nouvelle infraction visée à l'article 31 entrainant l'infliction d'une sanction pénale, la révocation du sursis est notifiée à la personne passible de l'amende administrative alternative par lettre recommandée à la poste ou par voie électronique. La personne passible de l'amende administrative alternative est invitée à acquitter l'amende administrative alternative conformément à l'article 45, alinéa 2. ".
Art.9. In artikel 46 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zinnen : " De dwangsom kan worden vastgesteld hetzij op één bepaald bedrag, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per misdrijf. In de twee laatste gevallen kan eveneens een bedrag worden bepaald waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt. ;
2° het artikel wordt aangevuld met de drie volgende leden :
" De dwangsom kan worden opgeheven, de looptijd ervan kan worden geschorst gedurende een bepaalde termijn of het bedrag ervan kan worden verminderd op vraag van de persoon aan wie op straffe van een dwangsom het bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn werd opgelegd, indien deze persoon in de gehele of gedeeltelijke, definitieve of tijdelijke onmogelijkheid verkeert om aan het bevel te voldoen. De opheffing van het bevel tot stopzetting van het misdrijf brengt automatisch de opheffing van de dwangsom mee.
De dwangsom is van rechtswege verschuldigd bij het verstrijken van de uitvoeringstermijn van het bevel tot stopzetting.
De dwangsom verjaart bij het verstrijken van een termijn van één jaar vanaf de datum waarop zij is verbeurd. ".
1° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zinnen : " De dwangsom kan worden vastgesteld hetzij op één bepaald bedrag, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per misdrijf. In de twee laatste gevallen kan eveneens een bedrag worden bepaald waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt. ;
2° het artikel wordt aangevuld met de drie volgende leden :
" De dwangsom kan worden opgeheven, de looptijd ervan kan worden geschorst gedurende een bepaalde termijn of het bedrag ervan kan worden verminderd op vraag van de persoon aan wie op straffe van een dwangsom het bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn werd opgelegd, indien deze persoon in de gehele of gedeeltelijke, definitieve of tijdelijke onmogelijkheid verkeert om aan het bevel te voldoen. De opheffing van het bevel tot stopzetting van het misdrijf brengt automatisch de opheffing van de dwangsom mee.
De dwangsom is van rechtswege verschuldigd bij het verstrijken van de uitvoeringstermijn van het bevel tot stopzetting.
De dwangsom verjaart bij het verstrijken van een termijn van één jaar vanaf de datum waarop zij is verbeurd. ".
Art.9. A l'article 46 du même Code, inséré par l'ordonnance du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 2 est complété par les phrases suivantes : " L'astreinte peut être fixée soit à une somme unique, soit à une somme déterminée par unité de temps ou par infraction. Dans ces deux derniers cas, un montant au-delà duquel l'astreinte cessera ses effets peut également être déterminé. " ;
2° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" L'astreinte peut être levée, son cours peut être suspendu durant un délai déterminé ou le montant de l'astreinte peut être réduit à la demande de la personne visée par l'ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte, si celle-ci est dans l'impossibilité définitive ou temporaire, totale ou partielle, de satisfaire à l'ordre. La levée de l'ordre de cesser l'infraction entraîne automatiquement la levée de l'astreinte.
L'astreinte est exigible de plein droit à l'expiration du délai d'exécution de l'ordre de cessation.
L'astreinte se prescrit par l'expiration d'un délai de un an à partir de la date où elle est encourue. ".
1° l'alinéa 2 est complété par les phrases suivantes : " L'astreinte peut être fixée soit à une somme unique, soit à une somme déterminée par unité de temps ou par infraction. Dans ces deux derniers cas, un montant au-delà duquel l'astreinte cessera ses effets peut également être déterminé. " ;
2° l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
" L'astreinte peut être levée, son cours peut être suspendu durant un délai déterminé ou le montant de l'astreinte peut être réduit à la demande de la personne visée par l'ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte, si celle-ci est dans l'impossibilité définitive ou temporaire, totale ou partielle, de satisfaire à l'ordre. La levée de l'ordre de cesser l'infraction entraîne automatiquement la levée de l'astreinte.
L'astreinte est exigible de plein droit à l'expiration du délai d'exécution de l'ordre de cessation.
L'astreinte se prescrit par l'expiration d'un délai de un an à partir de la date où elle est encourue. ".
Art.10. In artikel 47 van hetzelfde Wetboek, hernummerd en laatst gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " en de dwangsommen " ingevoegd tussen de woorden " alternatieve administratieve geldboetes " en de woorden " betalen voor ".
Art.10. Dans l'article 47 du même Code, renuméroté et modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " et des astreintes " sont insérés entre les mots " amendes administratives alternatives " et les mots " qui seraient imposées ".
Art.11. In artikel 49 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de ordonnantie van 28 juni 2001 en hernummerd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden ", desgevallend in combinatie met een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom, " ingevoegd na de woorden " alternatieve administratieve geldboete " ;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd : " Iedereen aan wie op straffe van een dwangsom een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn wordt opgelegd, en aan wie de opheffing, de opschorting gedurende een bepaalde termijn of de vermindering van het bedrag in toepassing van artikel 46, lid 3 werd geweigerd, kan een beroep instellen bij het Milieucollege. Het beroep wordt, op straffe van verval, ingesteld bij wege van verzoekschrift binnen twee maanden na de kennisgeving van de beslissing. " ;
3° in het oude tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden ", desgevallend in combinatie met een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom, " ingevoegd na de woorden " alternatieve administratieve geldboete " ;
4° in het oude derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " 45/1 " ingevoegd tussen de woorden " 45, vierde lid, " en de woorden " en 46 ".
1° in het eerste lid worden de woorden ", desgevallend in combinatie met een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom, " ingevoegd na de woorden " alternatieve administratieve geldboete " ;
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd : " Iedereen aan wie op straffe van een dwangsom een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn wordt opgelegd, en aan wie de opheffing, de opschorting gedurende een bepaalde termijn of de vermindering van het bedrag in toepassing van artikel 46, lid 3 werd geweigerd, kan een beroep instellen bij het Milieucollege. Het beroep wordt, op straffe van verval, ingesteld bij wege van verzoekschrift binnen twee maanden na de kennisgeving van de beslissing. " ;
3° in het oude tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden ", desgevallend in combinatie met een bevel tot stopzetting van het misdrijf binnen een bepaalde termijn op straffe van een dwangsom, " ingevoegd na de woorden " alternatieve administratieve geldboete " ;
4° in het oude derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden " 45/1 " ingevoegd tussen de woorden " 45, vierde lid, " en de woorden " en 46 ".
Art.11. A l'article 49 du même Code, inséré par l'ordonnance du 28 juin 2001 et renuméroté par l'ordonnance du 8 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " assortie, le cas échéant, d'un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte " sont insérés après les mots " amende administrative alternative " ;
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 : " Un recours est ouvert devant le Collège d'environnement à toute personne visée par un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte et qui s'en est vue refuser la levée, la suspension de son cours durant un délai déterminé ou la réduction de son montant en application de l'article 46, alinéa 3. Le recours est introduit, à peine de forclusion, par voie de requête dans les deux mois de la notification de la décision. " ;
3° à l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots " assortie, le cas échéant, d'un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte " sont insérés après les mots " amende administrative alternative " ;
4° à l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, les mots " 45/1 " sont insérés entre les mots " 45, alinéa 4, " et les mots " et 46 ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " assortie, le cas échéant, d'un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte " sont insérés après les mots " amende administrative alternative " ;
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 : " Un recours est ouvert devant le Collège d'environnement à toute personne visée par un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte et qui s'en est vue refuser la levée, la suspension de son cours durant un délai déterminé ou la réduction de son montant en application de l'article 46, alinéa 3. Le recours est introduit, à peine de forclusion, par voie de requête dans les deux mois de la notification de la décision. " ;
3° à l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, les mots " assortie, le cas échéant, d'un ordre de cesser l'infraction dans un délai déterminé sous peine d'astreinte " sont insérés après les mots " amende administrative alternative " ;
4° à l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, les mots " 45/1 " sont insérés entre les mots " 45, alinéa 4, " et les mots " et 46 ".
Art.12. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 55/1 ingevoegd dat luidt als volgt :
" Art. 55/1. De Regering specificeert de modaliteiten van de verzending langs elektronische weg bedoeld in de artikelen 21, 24, 25 en 45 van dit Wetboek. De betekening langs elektronische weg moet dezelfde waarborgen bieden als de betekening per post die zij vervangt. ".
" Art. 55/1. De Regering specificeert de modaliteiten van de verzending langs elektronische weg bedoeld in de artikelen 21, 24, 25 en 45 van dit Wetboek. De betekening langs elektronische weg moet dezelfde waarborgen bieden als de betekening per post die zij vervangt. ".
Art.12. Dans le même Code, il est inséré un article 55/1 rédigé comme suit :
" Art. 55/1. Le Gouvernement précise les modalités de l'envoi par voie électronique visé aux articles 21, 24, 25 et 45 du présent Code. L'envoi par voie électronique doit offrir les mêmes garanties que celles de l'envoi postal qu'il remplace. ".
" Art. 55/1. Le Gouvernement précise les modalités de l'envoi par voie électronique visé aux articles 21, 24, 25 et 45 du présent Code. L'envoi par voie électronique doit offrir les mêmes garanties que celles de l'envoi postal qu'il remplace. ".
Art.13. In artikel 33 van hetzelfde Wetboek, hernummerd en laatst gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " na een veroordeling " vervangen door de woorden " na een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling of een definitieve administratieve sanctie ".
Art.13. Dans l'article 33 du même Code, renuméroté et modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " après une condamnation " sont remplacés par les mots " après une condamnation pénale coulée en force de chose jugée ou une sanction administrative définitive ".
Art. 14. In artikel 52 van hetzelfde Wetboek, hernummerd en laatst gewijzigd door de ordonnantie van 8 mei 2014, worden de woorden " Indien binnen drie jaar na de datum van het proces-verbaal een nieuw misdrijf wordt vastgesteld " vervangen door de woorden " Indien, binnen drie jaar na een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling of een definitieve administratieve sanctie voor een misdrijf bedoeld in artikel 31, een nieuw misdrijf bedoeld in artikel 31 wordt vastgesteld ".
Art. 14. Dans l'article 52 du même Code, renuméroté et modifié en dernier lieu par l'ordonnance du 8 mai 2014, les mots " Si une nouvelle infraction est constatée dans les trois ans à compter de la date du procès-verbal " sont remplacés par les mots " Si, dans un délai de trois ans après une condamnation pénale coulée en force de chose jugée ou une sanction administrative définitive pour une infraction visée à l'article 31, une nouvelle infraction visée à l'article 31 est constatée ".