Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder:
- de minister: het lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of de gewestelijke staatssecretaris die bevoegd is voor Leefmilieu;
- het Statuut: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 JUNI 2020. - Ministerieel besluit houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van Leefmilieu Brussel inzake personeelsbeheer
Titre
19 JUIN 2020. - Arrêté ministériel portant délégation de compétences aux fonctionnaires dirigeants de Bruxelles Environnement en ce qui concerne la gestion du personnel
Documentinformatie
Info du document
Tekst (23)
Texte (23)
Algemene bepalingen
Dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
- le Ministre : le membre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou le (la) Secrétaire d'Etat régional(e) chargé(e) de l'Environnement;
- le Statut : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale;
- le Ministre : le membre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ou le (la) Secrétaire d'Etat régional(e) chargé(e) de l'Environnement;
- le Statut : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale;
Art. 2. De ambtenaren die bevoegd zijn om namens de minister te ondertekenen, plaatsen vóór de vermelding van hun graad en hun handtekening de formule 'Namens de minister'. Onverminderd het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering, in het bijzonder de artikelen 6 en 10, wordt aan de leidende ambtenaren een algemene delegatie van handtekening verleend voor alle akten die betrekking hebben op de bevoegdheden die door onderhavig besluit gedelegeerd worden.
Art. 2. Les fonctionnaires habilités à signer au nom du Ministre font précéder la mention de leur grade et leur signature de la formule "Au nom du (de la) Ministre". Sans préjudice de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant règlement de son fonctionnement et réglant la signature des actes du Gouvernement, notamment les articles 6 et 10, il est accordé aux fonctionnaires dirigeants délégation générale de signature pour tous les actes relevant des compétences déléguées par le présent arrêté.
Delegaties
Délégations
Art. 3. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om de modaliteiten vast te stellen van de standaardwerktijdregeling met onderscheid tussen stamtijden, glijtijden en bereikbaarheid van de dienst.
Art. 3. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour fixer les modalités du régime de travail standard qui prévoit des plages fixes, des plages mobiles et des permanences de service.
Art. 4. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om te beslissen, op advies van de Inspecteur van Financiën, of het opportuun is dat er bezoldigde overuren worden gepresteerd.
Art. 4. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour décider de l'opportunité d'accomplir des heures supplémentaires rétribuées, sur avis de l'inspecteur de Finances.
Art. 5. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om toelating te verlenen voor het uitvoeren van dienstverplaatsingen.
Art. 5. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour autoriser tout déplacement de service.
Art. 6. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om beslissingen te nemen houdende de goedkeuring van de pensioenaanvragen van de vastbenoemde personeelsleden en om het nodige te doen voor de contractuele personeelsleden die de pensioenleeftijd bereiken.
Art. 6. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour prendre les décisions portant acceptation des demandes de mise à la retraite des agents définitifs et pour gérer la situation des contractuels arrivant à l'âge de la pension.
Art. 7. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om de besluiten en de addenda inzake onwettige afwezigheden van de statutaire en contractuele personeelsleden te ondertekenen.
Art. 7. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour la signature des arrêtés et des avenants relatifs aux absences injustifiées des membres du personnel statutaire et contractuel.
Art. 8. Mits naleving van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 januari 2017 betreffende telewerk, zijn de leidende ambtenaren gezamenlijk bevoegd om de voorwaarden voor de uitoefening van het telewerk vast te stellen, en in het bijzonder om de besluiten en de addenda inzake telewerk te ondertekenen voor de statutaire en contractuele personeelsleden.
Art. 8. Dans le respect de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 janvier 2017 relatif au télétravail, les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour fixer les conditions d'exercice du télétravail, notamment signer les arrêtés et les avenants relatifs au télétravail des membres du personnel statutaire et contractuel.
Art. 9. De leidende ambtenaren treffen gezamenlijk de voorziene reglementaire bepalingen in uitvoering van de wet betreffende de arbeidsongevallen en betreffende de beroepsziekten.
Art. 9. Les fonctionnaires dirigeants prennent conjointement les dispositions réglementaires prévues en exécution des législations relatives aux accidents du travail et aux maladies professionnelles.
Art. 10. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om de verloven en dienstvrijstellingen toe te kennen overeenkomstig de voorziene reglementaire bepalingen, en om de besluiten en addenda die hierop betrekking hebben te ondertekenen.
Art. 10. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour accorder les congés et dispenses de service selon les dispositions réglementaires prévues, et signer les avenants et arrêtés y relatifs.
Art. 11. § 1. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd om toestemming te geven voor de buitenlandse dienstreizen van de personeelsleden na akkoord van de Minister.
§ 2. Dit akkoord van de Minister is niet vereist voor de zendingen in het buitenland waarvan het bedrag niet hoger ligt dan 1.500 euro exclusief btw of die niet langer dan twee dagen duren.
§ 3. De leidende ambtenaren bezorgen de minister een semestrieel verslag over alle buitenlandse dienstreizen, dat per reis het voorwerp, de duur en de terugbetaalde kosten bevat.
§ 2. Dit akkoord van de Minister is niet vereist voor de zendingen in het buitenland waarvan het bedrag niet hoger ligt dan 1.500 euro exclusief btw of die niet langer dan twee dagen duren.
§ 3. De leidende ambtenaren bezorgen de minister een semestrieel verslag over alle buitenlandse dienstreizen, dat per reis het voorwerp, de duur en de terugbetaalde kosten bevat.
Art. 11. § 1. Les fonctionnaires dirigeants autorisent conjointement les missions à l'étranger des membres du personnel, après accord du Ministre.
§ 2. Cet accord du Ministre n'est pas requis pour les missions à l'étranger dont le montant n'excède pas 1.500 euros hors TVA ou dont la durée n'excède pas deux jours.
§ 3. Les fonctionnaires dirigeants remettent au Ministre un rapport semestriel sur tous les déplacements à l'étranger, reprenant pour chaque déplacement l'objet, la durée et les frais remboursés.
§ 2. Cet accord du Ministre n'est pas requis pour les missions à l'étranger dont le montant n'excède pas 1.500 euros hors TVA ou dont la durée n'excède pas deux jours.
§ 3. Les fonctionnaires dirigeants remettent au Ministre un rapport semestriel sur tous les déplacements à l'étranger, reprenant pour chaque déplacement l'objet, la durée et les frais remboursés.
Art. 12. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd voor het ziektebeheer wat betreft:
- de vaststelling van de disponibiliteit van rechtswege wegens ziekte of invaliditeit van de statutaire personeelsleden en de vastlegging van het hun toe te kennen wachtgeld.
- de besluiten tot verminderde prestaties wegens ziekte van de statutaire personeelsleden.
- de vaststelling van de disponibiliteit van rechtswege wegens ziekte of invaliditeit van de statutaire personeelsleden en de vastlegging van het hun toe te kennen wachtgeld.
- de besluiten tot verminderde prestaties wegens ziekte van de statutaire personeelsleden.
Art. 12. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour la gestion des maladies en ce qui concerne :
- la constatation de la disponibilité de plein droit pour maladie des agents statutaires ainsi que la fixation du traitement d'attente à leur octroyer.
- les arrêtés de prestations réduites pour maladie des agents statutaires.
- la constatation de la disponibilité de plein droit pour maladie des agents statutaires ainsi que la fixation du traitement d'attente à leur octroyer.
- les arrêtés de prestations réduites pour maladie des agents statutaires.
Art. 13. De leidende ambtenaren zijn gezamenlijk bevoegd voor:
1° de ondertekening van de akten tot vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden mits inachtneming van het Statuut en de bevoegdheden van de minister van het Openbaar Ambt.
2° de aangiften sociale risico's.
3° de voor eensluidend verklaring van elk document of elke kopie die onder hun bevoegdheden valt inzake personeel.
4° de ondertekening van de sociale documenten, meer bepaald de documenten die bij het einde van de tewerkstelling aan de personeelsleden bezorgd moeten worden in uitvoering van de sociale wetgeving.
5° de controle van de voor te leggen verklaringen op eer voor het verkrijgen van de fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer en de dienstverplaatsingen en de aanvragen tot terugbetaling van de kosten voor het woon-werkverkeer en de dienstverplaatsingen met het openbaar vervoer.
6° de ondertekening van de aangiften van de loontrekkende werknemers bij de RSZ en de aangiften bij de FOD Financiën op het vlak van loon.
7° de bestelling van de elektronische maaltijdcheques.
8° de ondertekening van de attesten gevraagd door het personeel inzake hun loopbaan of hun loon bedoeld voor derden.
9° de toelatingen tot voorschotten op loon en de gespreide terugbetaling van schulden op vraag van de contractuele of statutaire personeelsleden.
10° de ondertekening van alle documenten op het vlak van inhoudingen/beslagen/overdrachten op loon.
11° de ondertekening van opdrachten tot publicatie in het Belgisch Staatsblad over de loopbaan van de personeelsleden.
12° de opvolging van de re-integratietrajecten in de zin van de codex over het welzijn op het werk.
13° de opvolging van de terbeschikkingstelling van dienstwoningen aan de boswachters, de conciërges en andere functies voorzien in het Statuut overeenkomstig het door het beheerscomité vastgestelde en aan de Minister meegedeelde gunningsreglement.
14° de administratieve opvolging van de schoolstages en gelijkaardige stages en van de omscholingsovereenkomsten.
15 ° het beheer van de aanvragen tot verschijning voor de Pensioencommissie.
16° de ondertekening van elk attest, elke brief en elke nota met betrekking tot de arbeidsrelatie.
17° de ondertekening van elke briefwisseling die tot hun bevoegdheden behoort en het beleid van de regering niet bindt.
1° de ondertekening van de akten tot vaststelling van de geldelijke anciënniteit van de personeelsleden mits inachtneming van het Statuut en de bevoegdheden van de minister van het Openbaar Ambt.
2° de aangiften sociale risico's.
3° de voor eensluidend verklaring van elk document of elke kopie die onder hun bevoegdheden valt inzake personeel.
4° de ondertekening van de sociale documenten, meer bepaald de documenten die bij het einde van de tewerkstelling aan de personeelsleden bezorgd moeten worden in uitvoering van de sociale wetgeving.
5° de controle van de voor te leggen verklaringen op eer voor het verkrijgen van de fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer en de dienstverplaatsingen en de aanvragen tot terugbetaling van de kosten voor het woon-werkverkeer en de dienstverplaatsingen met het openbaar vervoer.
6° de ondertekening van de aangiften van de loontrekkende werknemers bij de RSZ en de aangiften bij de FOD Financiën op het vlak van loon.
7° de bestelling van de elektronische maaltijdcheques.
8° de ondertekening van de attesten gevraagd door het personeel inzake hun loopbaan of hun loon bedoeld voor derden.
9° de toelatingen tot voorschotten op loon en de gespreide terugbetaling van schulden op vraag van de contractuele of statutaire personeelsleden.
10° de ondertekening van alle documenten op het vlak van inhoudingen/beslagen/overdrachten op loon.
11° de ondertekening van opdrachten tot publicatie in het Belgisch Staatsblad over de loopbaan van de personeelsleden.
12° de opvolging van de re-integratietrajecten in de zin van de codex over het welzijn op het werk.
13° de opvolging van de terbeschikkingstelling van dienstwoningen aan de boswachters, de conciërges en andere functies voorzien in het Statuut overeenkomstig het door het beheerscomité vastgestelde en aan de Minister meegedeelde gunningsreglement.
14° de administratieve opvolging van de schoolstages en gelijkaardige stages en van de omscholingsovereenkomsten.
15 ° het beheer van de aanvragen tot verschijning voor de Pensioencommissie.
16° de ondertekening van elk attest, elke brief en elke nota met betrekking tot de arbeidsrelatie.
17° de ondertekening van elke briefwisseling die tot hun bevoegdheden behoort en het beleid van de regering niet bindt.
Art. 13. Les fonctionnaires dirigeants sont conjointement compétents pour :
1° la signature des actes relatifs à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel dans le respect du Statut et des compétences du Ministre de la Fonction Publique.
2° les déclarations des risques sociaux.
3° la certification conforme de tout document ou copie relevant de leurs compétences en matière de personnel.
4° la signature des documents sociaux, notamment les documents à fournir en fin d'occupation des membres du personnel en application de la législation sociale.
5° le contrôle sur les déclarations sur l'honneur à produire pour obtenir l'indemnité de déplacement en vélo sur le chemin du travail et pour besoins de service et les demandes de remboursement de frais de déplacement domicile-travail et pour besoins de service avec les transports publics.
6° la signature des déclarations des travailleurs salariés auprès de l'ONSS et les déclarations auprès du SPF Finances en matière de rémunération.
7° la commande des titres-repas électroniques.
8° la signature des attestations demandées par le personnel concernant leur carrière ou leur rémunération à destination de tiers.
9° les autorisations d'avances sur salaire et de remboursements étalés de dette sur demande des travailleurs contractuels ou statutaires.
10° la signature de tous documents en matière de retenue/ saisie/cession sur salaire.
11° la signature des ordres de publication au Moniteur belge concernant la carrière des membres du personnel.
12 ° le suivi du trajet de réintégration au sens du Code du bien-être au travail.
13° le suivi de la mise à disposition des logements de fonction aux gardes forestiers, aux concierges et autres fonctions visées par le Statut conformément au Règlement d'attribution adopté par le comité de direction et communiqué au Ministre.
14° le suivi administratif des stages scolaires et assimilés et des conventions d'adaptation professionnelle.
15° la gestion des demandes de comparution devant la Commission des Pensions.
16° la signature de toute attestation, courrier et note relatif à la relation de travail.
17° la signature de toute correspondance relevant de leur compétence et qui n'engage pas la politique du Gouvernement.
1° la signature des actes relatifs à la fixation de l'ancienneté pécuniaire des membres du personnel dans le respect du Statut et des compétences du Ministre de la Fonction Publique.
2° les déclarations des risques sociaux.
3° la certification conforme de tout document ou copie relevant de leurs compétences en matière de personnel.
4° la signature des documents sociaux, notamment les documents à fournir en fin d'occupation des membres du personnel en application de la législation sociale.
5° le contrôle sur les déclarations sur l'honneur à produire pour obtenir l'indemnité de déplacement en vélo sur le chemin du travail et pour besoins de service et les demandes de remboursement de frais de déplacement domicile-travail et pour besoins de service avec les transports publics.
6° la signature des déclarations des travailleurs salariés auprès de l'ONSS et les déclarations auprès du SPF Finances en matière de rémunération.
7° la commande des titres-repas électroniques.
8° la signature des attestations demandées par le personnel concernant leur carrière ou leur rémunération à destination de tiers.
9° les autorisations d'avances sur salaire et de remboursements étalés de dette sur demande des travailleurs contractuels ou statutaires.
10° la signature de tous documents en matière de retenue/ saisie/cession sur salaire.
11° la signature des ordres de publication au Moniteur belge concernant la carrière des membres du personnel.
12 ° le suivi du trajet de réintégration au sens du Code du bien-être au travail.
13° le suivi de la mise à disposition des logements de fonction aux gardes forestiers, aux concierges et autres fonctions visées par le Statut conformément au Règlement d'attribution adopté par le comité de direction et communiqué au Ministre.
14° le suivi administratif des stages scolaires et assimilés et des conventions d'adaptation professionnelle.
15° la gestion des demandes de comparution devant la Commission des Pensions.
16° la signature de toute attestation, courrier et note relatif à la relation de travail.
17° la signature de toute correspondance relevant de leur compétence et qui n'engage pas la politique du Gouvernement.
Subdelegaties
Sous-délégations
Art. 14. De leidende ambtenaren kunnen de bevoegdheden die in de artikelen 3 tot en met 13 aangehaald worden, via een besluit subdelegeren aan de Directeur-diensthoofd belast met de Human Ressources of aan de verantwoordelijke van de dienst die met dit domein belast is.
Art. 14. Les fonctionnaires dirigeants peuvent sous-déléguer par arrêté les compétences visées dans les articles 3 à 13, au Directeur-chef de service en charge des RH ou au responsable du service en charge du domaine concerné.
Slotbepalingen
Dispositions finales
Art. 15. In geval van afwezigheid of verhindering van één van de leidende ambtenaren, worden de bevoegdheden waarmee hij krachtens dit besluit is bekleed, voor de duur van de afwezigheid of de verhindering verleend aan de ambtenaar van dezelfde taalrol met de meeste anciënniteit in de hoogste graad onmiddellijk onder deze van de afwezige of verhinderde ambtenaar.
Art. 15. En cas d'absence ou d'empêchement de l'un des fonctionnaires dirigeants, les délégations dont celui-ci est investi, en vertu du présent arrêté, sont accordées pour la durée de l'absence ou de l'empêchement au fonctionnaire du même rôle linguistique disposant de l'ancienneté la plus grande dans le grade le plus élevé immédiatement inférieur à celui du fonctionnaire dirigeant absent ou empêché.
Art. 16. De minister kan een dossier dat, krachtens dit besluit, binnen de gedelegeerde bevoegdheden valt, naar zich toetrekken. Hij kan de gedragslijnen voor het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden vastleggen of de volledige of een deel van de delegatie intrekken.
Art. 16. Le Ministre peut évoquer un dossier qui, en vertu du présent arrêté, entre dans les compétences déléguées. Il peut définir des lignes de conduite pour l'usage des compétences déléguées ou retirer tout ou partie de la délégation.
Art. 17. § 1. De leidende ambtenaren bezorgen de minister een jaarlijks verslag over de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheden.
§ 2. De minister legt het type en het formaat van dit verslag vast, en bepaalt eveneens de inlichtingen die dit verslag moet bevatten.
§ 2. De minister legt het type en het formaat van dit verslag vast, en bepaalt eveneens de inlichtingen die dit verslag moet bevatten.
Art. 17. § 1. Les fonctionnaires dirigeants remettent au Ministre un rapport annuel sur l'exercice des compétences déléguées.
§ 2. Le Ministre fixe le type et le format de ce rapport, et détermine également quelles informations ce rapport doit comprendre.
§ 2. Le Ministre fixe le type et le format de ce rapport, et détermine également quelles informations ce rapport doit comprendre.
Art. 18. Het ministerieel besluit van 28 september 2007 houdende delegatie van bevoegdheden aan de leidende ambtenaren van het Brussels Instituut voor Milieubeheer inzake personeelsbeheer wordt opgeheven.
Art. 18. L'arrêté ministériel du 28 septembre 2007 portant délégation de compétences aux fonctionnaires dirigeants de l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement en ce qui concerne la gestion du personnel est abrogé.
Art. 19. De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.