Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 JUNI 2020. - Koninklijk besluit betreffende diverse tijdelijke maatregelen in de werkloosheidsreglementering omwille van het COVID-19-virus en tot wijziging van de artikelen 12 en 16 van het koninklijk besluit van 30 maart 2020 tot aanpassing van de procedures in het kader van tijdelijke werkloosheid omwille van het COVID-19-virus en tot wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 27, 51, 52bis, 58, 58/3 en 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van de artikelen 36sexies, 63bis en 124bis in hetzelfde besluit(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-06-2020 en tekstbijwerking tot 13-07-2022)
Titre
22 JUIN 2020. - ArrĂȘtĂ© royal concernant diverses mesures temporaires dans la rĂ©glementation du chĂŽmage en raison du virus COVID-19 et visant Ă  modifier les articles 12 et 16 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 2020 visant Ă  adapter les procĂ©dures dans le cadre du chĂŽmage temporaire dĂ» au virus COVID-19 et Ă  modifier l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 mai 2019 modifiant les articles 27, 51, 52bis, 58, 58/3 et 63 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage et insĂ©rant les articles 36sexies, 63bis et 124bis dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 25-06-2020 et mise Ă  jour au 13-07-2022)
Documentinformatie
Numac: 2020041830
Datum: 2020-06-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020041830
Date: 2020-06-22
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. In afwijking van artikel 44 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, kan de tijdelijk werkloze voor de periode van 1 februari 2020 tot en met [1 31 augustus 2020]1 [3 en van 1 oktober 2020 tot en met [9 31 december 2022]9]3, zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 48, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit, met behoud van het recht op uitkeringen op bijkomstige wijze een activiteit uitoefenen, voor zover hij deze bijkomstige activiteit reeds uitoefende in de loop van de drie maanden, gerekend van datum tot datum, voorafgaand aan de eerste dag waarop hij ingevolge het COVID-19-virus tijdelijk werkloos werd gesteld.
[3 ...]3
Article 1er. Par dĂ©rogation Ă  l'article 44 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant la rĂ©glementation du chĂŽmage, le chĂŽmeur temporaire peut, dans la pĂ©riode qui s'Ă©tend du 1er fĂ©vrier 2020 au [1 31 aoĂ»t 2020]1 inclus [3 et du 1er octobre 2020 au [9 31 dĂ©cembre 2022]9 inclus]3, sans qu'il ne doive satisfaire aux conditions de l'article 48, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, exercer une activitĂ© Ă  titre accessoire avec maintien du droit aux allocations, pour autant qu'il ait dĂ©jĂ  exercĂ© cette activitĂ© accessoire dans le courant des trois mois, calculĂ©s de date Ă  date, qui prĂ©cĂšdent le premier jour oĂč il a Ă©tĂ© mis en chĂŽmage temporaire suite au virus COVID-19.
[3 ...]3
Art. 2. De periode van twaalf maanden bedoeld in artikel 48, § 1bis, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, loopt niet tijdens de periode van 1 april 2020 tot en met [1 31 augustus 2020]1 [3 en van 1 oktober 2020 tot en met [5 30 september 2021]5]3.
[3 ...]3
Art. 2. La pĂ©riode de douze mois visĂ©e Ă  l'article 48, § 1bis, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, ne court pas durant la pĂ©riode du 1er avril 2020 au [1 31 aoĂ»t 2020]1 inclus [3 et du 1er octobre 2020 au [5 30 septembre 2021]5 inclus]3.
[3 ...]3
Art. 3. Voor de toepassing van artikel 79, § 4bis, van hetzelfde koninklijk besluit wordt voor de referteperiode van zes kalendermaanden vóór de maand vanaf dewelke de vrijstelling wordt gevraagd geen rekening gehouden met de maanden maart 2020, april 2020, [1 mei 2020, juni 2020, juli 2020 en augustus 2020]1.
Art. 3. Pour l'application de l'article 79, § 4bis, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, il n'est pas tenu compte des mois de mars 2020, avril 2020, [1 mai 2020, juin 2020, juillet 2020 et aoĂ»t 2020]1 pour la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence de six mois calendriers situĂ©e avant le mois Ă  partir duquel la dispense est demandĂ©e.
Art. 4. In afwijking van artikel 130, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit, wordt voor de periode van 1 februari 2020 tot en met [1 31 augustus 2020]1 [3 en van 1 oktober 2020 tot en met [9 31 december 2022]9]3 het dagbedrag van de uitkering als tijdelijk werkloze van de werkloze bedoeld in artikel 130, § 1, niet verminderd.
[3 ...]3
Art. 4. Par dĂ©rogation Ă  l'article 130, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le montant de l'allocation comme chĂŽmeur temporaire du chĂŽmeur visĂ© Ă  l'article 130, § 1er, n'est pas diminuĂ©e dans la pĂ©riode du 1er fĂ©vrier 2020 au [1 31 aoĂ»t 2020]1 inclus [3 et du 1er octobre 2020 au [9 31 dĂ©cembre 2022]9 inclus]3.
[3 ...]3
Art. 5. In afwijking van artikel 144 van hetzelfde koninklijk besluit wordt het verhoor zoals voorzien in dit artikel vervangen door een schriftelijke procedure, voor zover de brief bedoeld in het volgende lid wordt verstuurd in de periode vanaf de datum van de publicatie van dit besluit tot en met [2 31 augustus 2021]2.
De directeur verstuurt aan de werknemer een brief met feiten op basis waarvan de beslissing wordt genomen en nodigt de werknemer uit om schriftelijk zijn verweermiddelen te bezorgen, uiterlijk op een datum die ten vroegste de tiende dag na de afgifte van de brief ter post is gesitueerd.
De werknemer kan vragen dat deze datum wordt uitgesteld naar een datum die niet verder kan zijn gelegen dan vijftien dagen na de datum vastgelegd in de brief. De vraag tot uitstel moet, behoudens overmacht, uiterlijk toekomen op het werkloosheidsbureau de dag voorafgaand aan de datum vastgelegd in de brief.
Het uitstel wordt, behalve in geval van overmacht, slechts eenmaal verleend.
In afwijking van dit artikel verstuurt de directeur geen brief naar de werknemer die via zijn uitbetalingsinstelling schriftelijk heeft medegedeeld dat hij niet in zijn verweermiddelen wenst gehoord te worden.
Art. 5. Par dĂ©rogation Ă  l'article 144 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, l'audition prĂ©vue dans cet article est remplacĂ©e par une procĂ©dure Ă©crite, pour autant que le courrier visĂ© Ă  l'alinĂ©a suivant soit envoyĂ© dans la pĂ©riode qui s'Ă©tend de la date de publication de cet arrĂȘtĂ© jusqu'au [2 31 aoĂ»t 2021]2 inclus.
Le directeur adresse au travailleur un courrier reprenant les faits qui fondent la décision et invitant le travailleur à communiquer ses moyens de défense par écrit pour une date qui est située au plus tÎt dix jours aprÚs la remise de la lettre à la poste.
Le travailleur peut demander la remise de cette date Ă  une date qui ne peut ĂȘtre situĂ©e plus de quinze jours aprĂšs la date qui est fixĂ©e dans le courrier. La demande de remise doit, sauf en cas de force majeure, parvenir au bureau du chĂŽmage au plus tard le jour prĂ©cĂ©dant la date fixĂ©e dans le courrier.
La remise n'est accordée qu'une seule fois sauf en cas de force majeure.
Par dérogation au présent article, le directeur n'adresse pas de courrier au travailleur qui a communiqué par écrit par l'intermédiaire de son organisme de paiement qu'il ne souhaitait pas présenter de moyens de défense.
Art. 6. Artikel 12 van het koninklijk besluit van 30 maart 2020 tot aanpassing van de procedures in het kader van tijdelijke werkloosheid omwille van het COVID-19-virus en tot wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 6 mei 2019 tot wijziging van de artikelen 27, 51, 52bis, 58, 58/3 en 63 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en tot invoeging van de artikelen 36sexies, 63bis en 124bis in hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de volgende leden, die luiden als volgt :
"De in het eerste lid bedoelde formulieren C3.2-WERKNEMER-CORONA en C3.2-WERKGEVER kunnen op elektronische wijze door de uitbetalingsinstelling aan het hoofdbestuur van deze Rijksdienst of aan het bevoegde werkloosheidsbureau worden bezorgd.
De indiening op elektronische wijze van het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA geldt als een door de werkloze of een namens de werkloze door de gemachtigde van de uitbetalingsinstelling ondertekende uitkeringsaanvraag.
De uitbetalingsinstelling die het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA door middel van een elektronisch gegevensbestand heeft ingediend, houdt het formulier C3.2-WERKNEMER-CORONA dat de gegevens van dit bestand bevat ter beschikking van de voormelde Rijksdienst en bezorgt dit formulier binnen een door deze te bepalen termijn, doch uiterlijk binnen een termijn van vier maanden ingaande op de eerste dag van de maand volgend op deze waarvoor de uitkeringen worden aangevraagd, aan de Rijksdienst.
Een betaling verricht zonder dat de uitbetalingsinstelling het in het vorige lid bedoelde verantwoordingsstuk kan voorleggen, wordt beschouwd als een ten onrechte betaling, waarvoor de uitbetalingsinstelling de last draagt en die door de Rijksdienst bij de uitbetalingsinstelling kan worden teruggevorderd.".
Art. 6. L'article 12 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 2020 visant Ă  adapter les procĂ©dures dans le cadre du chĂŽmage temporaire dĂ» au virus COVID-19 et Ă  modifier l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 mai 2019 modifiant les articles 27, 51, 52bis, 58, 58/3 et 63 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage et insĂ©rant les articles 36sexies, 63bis et 124bis dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par les alinĂ©as suivants, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Les formulaires C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA et C3.2-EMPLOYEUR peuvent ĂȘtre adressĂ©s Ă  l'administration centrale de cet Office ou au bureau du chĂŽmage compĂ©tent par l'organisme de paiement de façon Ă©lectronique.
L'introduction de façon électronique du formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA vaut comme demande d'allocations signée par le chÎmeur ou au nom du chÎmeur par le préposé habilité de l'organisme de paiement.
L'organisme de paiement qui a introduit le formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA au moyen d'un fichier électronique de données, tient à la disposition de l'Office susvisé le formulaire C3.2-TRAVAILLEUR-CORONA qui contient les données de ce fichier et adresse ce formulaire à l'Office dans un délai à déterminer par ce dernier, mais toutefois au plus tard dans un délai de quatre mois prenant cours le premier jour du mois qui suit celui pour lequel les allocations sont demandées.
Un paiement effectuĂ© sans que l'organisme de paiement ne puisse prĂ©senter la piĂšce justificative visĂ©e Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, est considĂ©rĂ© comme un paiement effectuĂ© indĂ»ment, dont l'organisme de paiement supporte la charge et qui peut ĂȘtre rĂ©cupĂ©rĂ© par l'Office auprĂšs de l'organisme de paiement. ".
Art. 7. Artikel 16, tweede en derde lid, van hetzelfde koninklijk besluit, worden vervangen als volgt :
"De artikelen 1, 3, 5, eerste lid, 6, 7, 8, 9, 10 en 12, eerste lid, van dit besluit zijn slechts van toepassing op de aanvraag om, de procedure betreffende en de toekenning van de werkloosheidsuitkeringen die betrekking hebben op de maanden februari tot juni 2020.
In afwijking van het eerste lid zijn de artikelen 4, 5, tweede tot vierde lid, 11 en 13 van dit besluit slechts van toepassing vanaf 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.
In afwijking van het eerste lid is het artikel 12, tweede tot vijfde lid, van dit besluit van toepassing vanaf 1 februari 2020.".
Art. 7. L'article 16, alinĂ©as 2 et 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" Les articles 1, 3, 5, alinĂ©a 1er, 6, 7, 8, 9, 10 et 12, alinĂ©a 1er, de cet arrĂȘtĂ© s'appliquent uniquement Ă  la demande, Ă  la procĂ©dure et Ă  l'octroi des allocations de chĂŽmage qui sont affĂ©rentes aux mois de fĂ©vrier Ă  juin 2020.
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, les articles 4, 5, alinĂ©as 2 Ă  4, 11 et 13 de cet arrĂȘtĂ© sont uniquement d'application du 1er mars 2020 au 30 juin 2020 inclus.
Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, l'article 12, alinĂ©as 2 Ă  5, de cet arrĂȘtĂ© est d'application Ă  partir du 1er fĂ©vrier 2020. ".
Art. 8. De bepalingen van dit besluit treden in werking en buiten werking als volgt.
De artikelen 1 en 4 treden in werking op 1 februari 2020 [1 ...]1.
Artikel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2020.
Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020.
Artikel 5 treedt in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 6 en 7 hebben uitwerking met ingang van 1 februari 2020.
Art. 8. Les dispositions de cet arrĂȘtĂ© entrent et cessent d'ĂȘtre en vigueur comme suit.
Les articles 1 et 4 entrent en vigueur le 1er février 2020 [1 ...]1.
L'article 2 produit ses effets le 1er avril 2020.
L'article 3 produit ses effets le 1er mars 2020
L'article 5 entre en vigueur le jour de la publication de cet arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
Les articles 6 en 7 produisent leurs effets le 1er février 2020.
Art. 9. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.