Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MEI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van administratieve procedures en termijnen in de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin door de uitbraak van COVID-19 en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering van dat beleidsdomein(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-05-2020 en tekstbijwerking tot 07-07-2021)
Titre
8 MAI 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand ajustant les procĂ©dures et dĂ©lais administratifs dans la rĂ©glementation du domaine politique du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille Ă  la suite de la propagation du COVID-19 et modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand dans ce domaine politique(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 26-05-2020 et mise Ă  jour au 07-07-2021)
Documentinformatie
Numac: 2020041443
Datum: 2020-05-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020041443
Date: 2020-05-08
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities HOOFDSTUK 2. - Opgroeien Afdeling 1. - Decreet van 27 april 2018 tot reg... Afdeling 2. - Procedurebesluit van 9 mei 2014 Afdeling 3. - Procedurebesluit Buitenschoolse O... Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering v... HOOFDSTUK 3. - Welzijn en samenleving Afdeling 1. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering v... HOOFDSTUK 4. - Zorg en Gezondheid Afdeling 1. - Koninklijk besluit van 6 november... Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 7. - Koninklijk besluit van 23 maart 2... Afdeling 8. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 9. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 10. - Besluit van de Vlaamse Regering ... Afdeling 11. - Besluit van de Vlaamse Regering ... HOOFDSTUK 5. - Personen met een handicap Afdeling 1. - Algemene bepaling Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 7. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 8. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 9. - Ministerieel besluit van 30 april... HOOFDSTUK 6. - Vlaams Infrastructuurfonds voor ... Afdeling 1. - Besluit van de Vlaamse regering v... Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering v... Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering v... HOOFDSTUK 7. - Besluit van de Vlaamse Regering ... HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de ... Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de ... Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de ... Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van d... Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van d... Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van d... HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - DĂ©finitions CHAPITRE 2. - Le grandir Section 1Ăšre. - DĂ©cret du 27 avril 2018 rĂ©glant... Section 2. - ArrĂȘtĂ© de procĂ©dure du 9 mai 2014 Section 3. - ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure sur l'Accueil ... Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... CHAPITRE 3. - Bien-ĂȘtre et sociĂ©tĂ© Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand ... Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... CHAPITRE 4. - Soins et santĂ© Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979... Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 7. - ArrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 porta... Section 8. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 9. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 10. - ArrĂȘte du Gouvernement flamand du... Section 11. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du... CHAPITRE 5. - Personnes handicapĂ©es Section 1Ăšre. - Disposition gĂ©nĂ©rale Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 7. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 8. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 9. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 avril 201... CHAPITRE 6. - Fonds flamand de l'Infrastructure... Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand ... Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du ... CHAPITRE 7. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du... CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives Section 1Ăšre. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gou... Section 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver... Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver... Section 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve... Section 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve... Section 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve... CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (134)
Texte (134)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";
  2° agentschap VAPH: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  3° periode van civiele noodsituatie: de periode van civiele noodsituatie, vastgesteld conform artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 houdende vaststelling van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, zoals vermeld in het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, met inbegrip van een eventuele verlenging van die periode door de Vlaamse Regering.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° agence : l'agence Soins et SantĂ©, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©) ;
  2° agence VAPH : l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
  3° pĂ©riode d'urgence civile : la pĂ©riode d'urgence civile, Ă©tablie conformĂ©ment aux articles 2 et 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 Ă©tablissant l'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique, telle que mentionnĂ©e dans le dĂ©cret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique, y compris une Ă©ventuelle prolongation de cette pĂ©riode par le Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK 2. - Opgroeien
CHAPITRE 2. - Le grandir
Afdeling 1. - Decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
Section 1Úre. - Décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale
Art. 2. De verjaringstermijnen, vermeld in artikel 95 en 97 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, die aflopen tijdens de periode van civiele noodsituatie, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 2. Les délais de prescription, visés aux articles 95 et 97 du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, qui viennent à terme pendant la période de l'urgence civile, sont suspendus pendant la période d'urgence civile.
Art. 3. De termijn waarbinnen een partij een beroep kan instellen bij de bevoegde rechtbank na een beslissing van de geschillencommissie, vermeld in artikel 115, § 1, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, die afloopt tijdens de periode van civiele noodsituatie, wordt geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 3. Le délai endéans lequel une partie peut introduire un recours auprÚs du tribunal compétent aprÚs une décision de la commission de litiges, telle que visée à l'article 115, § 1er, alinéa 1er, du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, qui expire pendant la période d'urgence civile, est suspendu pendant la période de l'urgence civile.
Afdeling 2. - Procedurebesluit van 9 mei 2014
Section 2. - ArrĂȘtĂ© de procĂ©dure du 9 mai 2014
Art. 4. De termijnen, vermeld in artikel 15, 20, 26, tweede lid, artikel 46, 49, 51, 70, 73, 95, 104 en 108 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014, die aflopen tijdens de periode van civiele noodsituatie, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 4. Les dĂ©lais, visĂ©s aux articles 15, 20, 26, alinĂ©a 2, les articles 46, 49, 51, 70, 73, 95, 104 et 108 de l'arrĂȘtĂ© de procĂ©dure du 9 mai 2014, qui expirent pendant la pĂ©riode de l'urgence civile, sont suspendus pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
Afdeling 3. - Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014
Section 3. - ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure sur l'Accueil extrascolaire du 19 dĂ©cembre 2014
Art. 5. De termijnen, vermeld in artikel 17, 22, eerste lid, artikel 28, eerste lid, artikel 50, 103 en 109, van het Procedurebesluit Buitenschoolse Opvang van 19 december 2014, die aflopen tijdens de periode van civiele noodsituatie, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 5. Les dĂ©lais, visĂ©s aux articles 17, 22, alinĂ©a 1er, l'article 28, alinĂ©a 1er, les articles 50, 103 et 109 de l'ArrĂȘtĂ© de ProcĂ©dure sur l'Accueil extrascolaire du 19 december 2014, qui expirent pendant la pĂ©riode de l'urgence civile, sont suspendus pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 2018 betreffende de oprichting van een commissie van beroep tegen de beslissing van de uitbetalingsactor over de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of tegen het uitblijven ervan
Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 juin 2018 Ă©tablissant une commission de recours contre la dĂ©cision de l'acteur de paiement portant sur les allocations dans le cadre de la politique familiale ou contre l'absence d'une dĂ©cision
Art. 6. De beroepstermijn, vermeld in artikel 11, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 29 juni 2018 betreffende de oprichting van een commissie van beroep tegen de beslissing van de uitbetalingsactor over de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of tegen het uitblijven ervan, die afloopt tijdens de periode van civiele noodsituatie, wordt geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 6. Le dĂ©lai de recours, visĂ© Ă  l'article 11, § 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 juin 2018 Ă©tablissant une commission de recours contre la dĂ©cision de l'acteur de paiement portant sur les allocations dans le cadre de la politique familiale ou contre l'absence d'une dĂ©cision, qui expire pendant la pĂ©riode de l'urgence civile, est suspendu pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
HOOFDSTUK 3. - Welzijn en samenleving
CHAPITRE 3. - Bien-ĂȘtre et sociĂ©tĂ©
Afdeling 1. - Besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2000 tot uitvoering van het decreet van 26 juni 1991 houdende erkenning en subsidiëring van het maatschappelijk opbouwwerk
Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2000 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 26 juin 1991 relatif Ă  l'agrĂ©ment des initiatives d'animation sociale et Ă  l'octroi de subventions Ă  ces initiatives
Art. 7. In afwijking van artikel 12, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2000 tot uitvoering van het decreet van 26 juni 1991 houdende erkenning en subsidiëring van het maatschappelijk opbouwwerk worden nieuwe strategische meerjarenplannen voor de periode 2021-2025 uiterlijk op 15 juni 2020 ingediend.
Art. 7. Par dĂ©rogation Ă  l'article 12, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2000 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 26 juin 1991 relatif Ă  l'agrĂ©ment des initiatives d'animation sociale et Ă  l'octroi de subventions Ă  ces initiatives, les nouveaux plans stratĂ©giques pluriannuels pour la pĂ©riode 2021-2025 sont introduits au plus tard le 15 juin 2020.
Art. 8. In afwijking van artikel 22, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 2000 tot uitvoering van het decreet van 26 juni 1991 houdende erkenning en subsidiëring van het maatschappelijk opbouwwerk worden financiële verslagen over het jaar 2019 uiterlijk op 31 mei 2020 ingediend.
Art. 8. Par dĂ©rogation Ă  l'article 22, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2000 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 26 juin 1991 relatif Ă  l'agrĂ©ment des initiatives d'animation sociale et Ă  l'octroi de subventions Ă  ces initiatives, les rapports financiers sur l'annĂ©e 2019 sont introduits au plus tard le 31 mai 2020.
Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de armoedebestrijding
Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 en matiĂšre de lutte contre la pauvretĂ©
Art. 9. In afwijking van artikel 12, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de armoedebestrijding wordt het meerjarenplan voor de periode 2021-2025 voor 15 juni 2020 ingediend.
  In afwijking van artikel 12, tweede lid, van het voormelde besluit beslist de minister voor 1 november 2020 over de goedkeuring van het ingediende meerjarenplan voor de periode 2021-2025.
Art. 9. Par dĂ©rogation Ă  l'article 12, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand en matiĂšre de lutte contre la pauvretĂ©, le plan pluriannuel pour la pĂ©riode 2021-2025 est introduit avant le 15 juin 2020.
  Par dĂ©rogation Ă  l'article 12, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, le ministre dĂ©cide de l'approbation du plan pluriannuel soumis avant le 1 novembre 2020.
Art. 10. In afwijking van artikel 19, eerste lid, en artikel 49, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de armoedebestrijding worden de stavingsstukken voor het werkingsjaar 2019 uiterlijk op 1 juni 2020 ingediend.
Art. 10. Par dĂ©rogation Ă  l'article 19, alinĂ©a 1er et Ă  l'article 49, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 en matiĂšre de lutte contre la pauvretĂ©, les piĂšces justificatives pour l'annĂ©e d'activitĂ© 2019 sont introduites au plus tard le 1 juin 2020.
Art. 11. In afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de armoedebestrijding wordt het beleidsplan voor de periode 2021-2025 voor 15 juni 2020 ingediend.
  In afwijking van artikel 32, § 2, tweede lid, van het voormelde besluit beslist de minister voor 1 november 2020 over de goedkeuring van het ingediende beleidsplan voor de periode 2021-2025.
Art. 11. Par dĂ©rogation Ă  l'article 32, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 en matiĂšre de lutte contre la pauvretĂ©, le plan stratĂ©gique pour la pĂ©riode 2021-2025 est introduit avant le 15 juin 2020.
  Par dĂ©rogation Ă  l'article 32, § 2, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, le ministre dĂ©cide de l'approbation du plan stratĂ©gique soumis pour la pĂ©riode 2021-2025 avant le 1 novembre 2020.
Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2019 houdende de subsidiëring van initiatieven die voorzien in een herstelgericht en constructief hulp- en dienstverleningsaanbod voor verdachten, in verdenking gestelde personen, beklaagden, veroordeelden of geïnterneerden, en voor slachtoffers van misdrijven, alsook voor hun onmiddellijke omgeving, dat niet wordt verstrekt ter uitvoering van een beslissing van een gerechtelijke of administratieve overheid
Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 fĂ©vrier 2019 portant subventionnement d'initiatives qui pourvoient Ă  une offre restauratrice et constructive d'aide et de services en faveur de suspects, d'inculpĂ©s, de prĂ©venus, de condamnĂ©s ou d'internĂ©s, et en faveur des victimes d'infractions, ainsi qu'en faveur de leur entourage immĂ©diat, qui n'est pas fournie en exĂ©cution d'une dĂ©cision d'une autoritĂ© judiciaire ou administrative
Art. 12. In afwijking van artikel 4, § 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2019 houdende de subsidiëring van initiatieven die voorzien in een herstelgericht en constructief hulp- en dienstverleningsaanbod voor verdachten, in verdenking gestelde personen, beklaagden, veroordeelden of geïnterneerden, en voor slachtoffers van misdrijven, alsook voor hun onmiddellijke omgeving, dat niet wordt verstrekt ter uitvoering van een beslissing van een gerechtelijke of administratieve overheid is het meerjarenplan voor de periode 2021-2025 ontvankelijk als het wordt ingediend uiterlijk op 1 juni 2020.
Art. 12. Par dĂ©rogation Ă  l'article 4, § 2, alinĂ©a 1er, de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 fĂ©vrier 2019 portant subventionnement d'initiatives qui pourvoient Ă  une offre restauratrice et constructive d'aide et de services en faveur de suspects, d'inculpĂ©s, de prĂ©venus, de condamnĂ©s ou d'internĂ©s, et en faveur des victimes d'infractions, ainsi qu'en faveur de leur entourage immĂ©diat, qui n'est pas fournie en exĂ©cution d'une dĂ©cision d'une autoritĂ© judiciaire ou administrative, le plan pluriannuel pour la pĂ©riode 2021-2025 est recevable s'il est introduit au plus tard le 1er juin 2020.
Art. 13. § 1. In afwijking van artikel 13, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 februari 2019 houdende de subsidiëring van initiatieven die voorzien in een herstelgericht en constructief hulp- en dienstverleningsaanbod voor verdachten, in verdenking gestelde personen, beklaagden, veroordeelden of geïnterneerden, en voor slachtoffers van misdrijven, alsook voor hun onmiddellijke omgeving, dat niet wordt verstrekt ter uitvoering van een beslissing van een gerechtelijke of administratieve overheid is de projectaanvraag van het project dat start op 1 januari 2021 ontvankelijk als het wordt ingediend uiterlijk op 1 juli 2020.
  § 2. In afwijking van artikel 14, tweede lid, van het voormelde besluit stelt de administratie voor 1 september 2020 de initiatiefnemer op de hoogte als de projectaanvraag van het project dat start op 1 januari 2021 niet ontvankelijk is.
  In afwijking van artikel 14, derde en vierde lid, van het voormelde besluit wordt de beslissing van de minister om de projectaanvraag van het project dat start op 1 januari 2021 goed te keuren of af te keuren uiterlijk op 1 december 2020 meegedeeld aan de initiatiefnemer.
Art. 13. § 1er. Par dĂ©rogation Ă  l'article 13, § 2, de l' ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 fĂ©vrier 2019 portant subventionnement d'initiatives qui pourvoient Ă  une offre restauratrice et constructive d'aide et de services en faveur de suspects, d'inculpĂ©s, de prĂ©venus, de condamnĂ©s ou d'internĂ©s, et en faveur des victimes d'infractions, ainsi qu'en faveur de leur entourage immĂ©diat, qui n'est pas fournie en exĂ©cution d'une dĂ©cision d'une autoritĂ© judiciaire ou administrative, la demande de projet du projet qui dĂ©bute le 1er janvier 2021 est recevable s'il est introduit le 1er juillet 2020 au plus tard.
  § 2. Par dĂ©rogation Ă  l'article 14, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, l'administration informe l'initiateur du projet que la demande de projet du projet qui dĂ©bute le 1er janvier 2021 n'est pas recevable, avant le 1 septembre 2020.
  Par dĂ©rogation Ă  l'article 14, alinĂ©as trois et quatre de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, la dĂ©cision du ministre d'approuver ou de rejeter la de projet du projet qui dĂ©bute le 1er janvier 2021, est communiquĂ©e Ă  l'initiateur au plus tard le 1 dĂ©cembre 2020.
HOOFDSTUK 4. - Zorg en Gezondheid
CHAPITRE 4. - Soins et santé
Afdeling 1. - Koninklijk besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek waaraan ziekenhuizen moeten voldoen
Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979 portant fixation des normes de protection contre l'incendie et la panique, auxquelles doivent rĂ©pondre les hĂŽpitaux
Art. 14. In deze afdeling wordt verstaan onder koninklijk besluit van 6 november 1979: het koninklijk besluit van 6 november 1979 tot vaststelling van de normen inzake beveiliging tegen brand en paniek waaraan ziekenhuizen moeten voldoen.
Art. 14. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979 : l'arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979 portant fixation des normes de protection contre l'incendie et la panique, auxquelles doivent rĂ©pondre les hĂŽpitaux
Art. 15. § 1. In afwijking van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 6 november 1979:
  1° worden attesten die dateren van 2019 en die gevoegd worden bij aanvragen tot erkenning ingediend uiterlijk op 31 maart 2021, aanvaard.
  2° heeft het ontbreken van een attest niet tot gevolg dat geen erkenning als vermeld in artikel 1 van het voormelde koninklijk besluit, kan worden verleend voor wat erkenningsaanvragen die zijn ingediend in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 december 2020.
  In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt het attest uiterlijk op [1 31 december 2021]1 aan het agentschap bezorgd. In de tussenliggende periode neemt de ziekenhuisbeheerder alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid maximaal te garanderen.
  § 2. In afwijking van artikel 2, tweede lid, 1°, van het koninklijk besluit van 6 november 1979 worden attesten die dateren van 2014 en die gevoegd worden bij aanvragen tot verlenging van erkenning die uiterlijk op [1 31 december 2021]1 zijn ingediend, aanvaard.
  § 3. In afwijking van artikel 2, tweede lid, 2°, van het koninklijk besluit van 6 november 1979 heeft het ontbreken van een nieuw attest niet tot gevolg dat geen verlenging van erkenning kan worden verleend voor aanvragen betreft die zijn ingediend in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 december 2020.
  In de gevallen, vermeld in het eerste lid, wordt het attest uiterlijk op [1 31 december 2021]1 aan het agentschap bezorgd. In de tussenliggende periode neemt de ziekenhuisbeheerder alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid maximaal te garanderen.
  
Art. 15. § 1er. Par dĂ©rogation Ă  l'article 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979 :
  1° les attestations qui datent de 2019 et qui sont jointes aux demandes d'agréation qui sont introduites le 31 mars 2021 au plus tard, sont acceptées;
  2° l'absence d'une attestation n'a pas comme consĂ©quence qu'une agrĂ©ation, telle que visĂ©e Ă  l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© ne peut pas ĂȘtre accordĂ©e, pour ce qui est des demandes d'agrĂ©ation qui ont Ă©tĂ© introduites dans la pĂ©riode du 20 mars 2020 jusqu'au 31 dĂ©cembre 2020.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, 2°, l'attestation est remise à l'agence au plus tard le [1 31 décembre 2021]1. Le gestionnaire de l'hÎpital prend toutes les mesures nécessaires pour garantir la sécurité incendie au maximum dans l'intervalle.
  § 2. Par dĂ©rogation Ă  l'article 2, alinĂ©a 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979, les attestations qui datent de 2014 et qui sont jointes aux demandes de prolongation d'agrĂ©ation qui sont introduites au plus tard le [1 31 dĂ©cembre 2021]1, sont acceptĂ©es.
  § 3. Par dĂ©rogation Ă  l'article 2, alinĂ©a 2, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979, l'absence d'une nouvelle attestation n'a pas comme consĂ©quence qu'une prolongation d'agrĂ©ation ne peut pas ĂȘtre accordĂ©e pour ce qui est des demandes introduites dans la pĂ©riode du 20 mars 2020 jusqu'au 31 dĂ©cembre 2020 inclus.
  Dans les cas visés à l'alinéa 1er, l'attestation est remise à l'agence au plus tard le [1 31 décembre 2021]1. Le gestionnaire de l'hÎpital prend toutes les mesures nécessaires pour garantir la sécurité incendie au maximum dans l'intervalle.
  
Art. 16. De termijn, vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 6 november 1979, wordt geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 16. Le dĂ©lai, visĂ© Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 6 novembre 1979, est suspendu pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 1995 houdende erkenning en subsidiëring van palliatieve netwerken
Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 mai 1995 portant agrĂ©ment et subventionnement de rĂ©seaux palliatifs
Art. 17. In afwijking van artikel 33 van het besluit van de Vlaamse regering van 3 mei 1995 houdende erkenning en subsidiëring van palliatieve netwerken wordt het jaarverslag voor het werkingsjaar 2019 uiterlijk op 31 augustus 2020 aan de administratie voorgelegd.
Art. 17. Par dĂ©rogation Ă  l'article 33 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 mai 1995 portant agrĂ©ment et subventionnement de rĂ©seaux palliatifs, le rapport annuel pour l'annĂ©e d'activitĂ© 2019 est soumis Ă  l'administration au plus tard le 31 aoĂ»t 2020.
Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen
Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 rĂ©glementant l'octroi de l'autorisation prĂ©alable pour certaines structures de services de soins et de logement
Art. 18. De termijnen, vermeld in artikel 4, tweede lid, artikel 5, § 1, eerste lid, artikel 6, § 1, eerste lid, en artikel 7, § 1 en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 18. Les dĂ©lais, visĂ©s Ă  l'article 4, alinĂ©a 2, Ă  l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, Ă  l'article 6, § 1er, alinĂ©a 1er et Ă  l'article 7, § 1er et § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 rĂ©glementant l'octroi de l'autorisation prĂ©alable pour certaines structures de services de soins et de logement, sont suspendus pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers
Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©
Art. 19. In afwijking van artikel 4, § 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers leidt het gebrek aan bewijs dat de voorziening aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet, niet tot de onontvankelijkheid van erkenningsaanvragen die zijn ingediend in de periode van 20 maart 2020 tot en met 31 december 2020.
  Het bewijs dat de voorziening aan de toepasselijke brandveiligheidsreglementering voldoet wordt in voorkomend geval uiterlijk op [1 31 december 2021]1 aan het agentschap bezorgd. In de tussenliggende periode neemt de initiatiefnemer alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de voorziening maximaal te garanderen.
  
Art. 19. Par dĂ©rogation Ă  l'article 4, § 1er, alinĂ©a 1er, 6° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, l'absence d'une preuve que la structure satisfait Ă  la rĂ©glementation sur la protection contre l'incendie applicable, ne mĂšne pas Ă  l'irrecevabilitĂ© des demandes d'agrĂ©ment qui ont Ă©tĂ© introduites dans la pĂ©riode du 20 mars 2020 au 31 dĂ©cembre 2020 inclus.
  La preuve que la structure satisfait à la réglementation sur la protection contre l'incendie applicable est, le cas échéant, transmise à l'agence le [1 31 décembre 2021]1 au plus tard. L'initiateur prend toutes les mesures nécessaires pour garantir au maximum la sécurité incendie dans la structure dans l'intervalle.
  
Art. 20. De termijnen, vermeld in artikel 5, 6, tweede lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste lid, artikel 9, 21, 24, 35, vierde lid, en artikel 40 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
  Voor de toepassing van artikel 18, derde lid, van het voormelde besluit, gelden de termijnen, vermeld in artikel 5, 6, tweede lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste lid, en artikel 9 van het voormelde besluit, zoals ze in voorkomend geval geschorst zijn conform het eerste lid.
Art. 20. Les dĂ©lais, visĂ©s aux articles 5, 6, alinĂ©a 2, Ă  l'article 7, alinĂ©a 1er, Ă  l'alinĂ©a 8, alinĂ©a 1er, aux articles 9, 21,24, 35, alinĂ©a 4, et Ă  l'article 40 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, sont suspendus pendant la pĂ©riode d'urgence civile.
  Pour l'application de l'article 18, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, les dĂ©lais, visĂ©s aux articles 5, 6, alinĂ©a 2, Ă  l'article 7, alinĂ©a 1er, Ă  l'article 8, alinĂ©a 1er et Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© s'appliquent, tels qu'ils ont, le cas Ă©chĂ©ant, Ă©tĂ© suspendus conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1er.
Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen
Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court sĂ©jour, les centres de convalescence, les groupes de logements Ă  assistance et les centres de soins rĂ©sidentiels doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes
Art. 21. In deze afdeling wordt verstaan onder besluit van 9 december 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen.
Art. 21. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© du 9 dĂ©cembre 2011 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court sĂ©jour, les centres de convalescence, les groupes de logements Ă  assistance et les centres de soins rĂ©sidentiels doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes.
Art. 22. § 1. De geldigheidsduur van de attesten A die vóór 1 januari 2021 om een andere reden dan de uitreiking van een nieuw attest voor dezelfde voorziening van rechtswege vervallen zijn of vervallen conform artikel 4, eerste lid, of artikel 5 van het besluit van 9 december 2011, wordt verlengd tot en met 31 maart 2021.
  In afwijking van het eerste lid worden de attesten maar verlengd tot de datum van uitreiking van een nieuw attest voor de voorziening in kwestie als het nieuwe attest vóór 31 maart 2021 uitgereikt wordt.
  § 2. De geldigheidsduur van de attesten B die voor 1 januari 2021 om een andere reden dan de uitreiking van een nieuw attest voor dezelfde voorziening van rechtswege vervallen zijn of vervallen conform artikel 4, tweede lid, zoals van kracht met ingang van 20 maart 2020, of artikel 5 van het besluit van 9 december 2011, wordt verlengd tot en met 31 maart 2021, ook als de totale geldigheidsduur door die verlenging langer dan negen jaar is.
  In afwijking van het eerste lid worden de attesten maar verlengd tot de datum van uitreiking van een nieuw attest voor de voorziening in kwestie als het nieuwe attest vóór 31 maart 2021 uitgereikt wordt.
  § 3. In de periode waarvoor de geldigheidsduur van attesten conform paragraaf 1 en paragraaf 2 is verlengd, neemt de initiatiefnemer alle noodzakelijke maatregelen om de brandveiligheid in de voorziening maximaal te blijven garanderen.
  § 4. In de gevallen, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, bezorgt de voorziening in kwestie, in afwijking van artikel 4, derde lid, van het besluit van 9 december 2011, uiterlijk op 30 september 2020 een aanvraag aan de burgemeester om een nieuw onderzoek te laten uitvoeren door de hulpverleningszone, als dat voor die datum nog niet gebeurd is. Daarbij worden, in voorkomend geval, een geactualiseerde stand van zaken van het stappenplan met de nog uit te voeren werken en een verdere planning meegestuurd.
Art. 22. § 1er. La durĂ©e de validitĂ© des attestations A qui avant le 1 janvier 2021 ont Ă©chu ou Ă©choient de plein droit pour une raison autre que la dĂ©livrance d'une nouvelle attestation pour la mĂȘme structure, conformĂ©ment Ă  l'article 4, alinĂ©a 1er, ou Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 9 dĂ©cembre 2011, est prolongĂ©e jusqu'au 31 mars 2021 inclus.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les attestations ne sont prolongées que jusqu'à la date de délivrance d'une nouvelle attestation pour la structure concernée si la nouvelle attestation est délivrée avant le 31 mars 2021.
  § 2. La durĂ©e de validitĂ© des attestations B qui avant le 1 janvier 2021 ont Ă©chu ou Ă©choient de plein droit pour une raison autre que la dĂ©livrance d'une nouvelle attestation pour la mĂȘme structure, conformĂ©ment Ă  l'article 4, alinĂ©a 2, tel qu'il s'appliquait Ă  partir du 20 mars 2020, ou Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 9 dĂ©cembre 2011, est prolongĂ©e jusqu'au 31 mars 2021 inclus, mĂȘme si, Ă  cause de cette prolongation, la durĂ©e de validitĂ© totale est supĂ©rieure Ă  neuf ans.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les attestations ne sont prolongées que jusqu'à la date de délivrance d'une nouvelle attestation pour la structure concernée si la nouvelle attestation est délivrée avant le 31 mars 2021.
  § 3. Dans la période pour laquelle la durée de validité des attestations a été prolongée, conformément aux paragraphes 1 et 2, l'initiateur prend toutes les mesures nécessaires pour garantir au maximum la sécurité incendie dans les structures.
  § 4. Dans les cas, visĂ©s aux paragraphes 1er et 2, et par dĂ©rogation Ă  l'article 4, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© du 9 dĂ©cembre 2011, la structure concernĂ©e adresse une demande au bourgmestre le 30 septembre 2020 au plus tard pour procĂ©der Ă  une nouvelle inspection par la zone de secours, si une telle demande n'a pas encore Ă©tĂ© formulĂ©e avant cette date. Cette demande contient, le cas Ă©chĂ©ant, un Ă©tat des lieux actualisĂ© du calendrier des travaux Ă  encore effectuer et un planning ultĂ©rieur.
Art. 23. De termijnen, vermeld in artikel 7, tweede en derde lid, artikel 8, § 1, tweede en derde lid, § 2, eerste lid, § 4, tweede en derde lid, en § 5, tweede en derde lid, artikel 9, tweede en derde lid, en artikel 10, § 2, derde lid, en § 3, derde lid, van het besluit van 9 december 2011, worden geschorst gedurende de periode van civiele noodsituatie.
Art. 23. Les dĂ©lais, visĂ©s Ă  l'article 7, alinĂ©as 2 et 3, Ă  l'article 8, § 1er, alinĂ©as 2 et 3, § 2, alinĂ©a 1er, § 4, alinĂ©as 2 et 3, et § 5, alinĂ©as 2 et 3, Ă  l'article 9, alinĂ©as 2 et 3, et Ă  l'article 10, § 2, alinĂ©a 3 et § 3, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© du 9 dĂ©cembre 2011, sont suspendus pendant la pĂ©riode de l'urgence civile.
Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012 betreffende aspecten van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker
Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012 relatif aux aspects du dĂ©pistage flamand de population du cancer du sein
Art. 24. De termijnen, vermeld in artikel 12, eerste lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012 betreffende aspecten van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker, die aflopen in het jaar 2020, worden met zes maanden verlengd.
Art. 24. Les dĂ©lais, visĂ©s Ă  l'article 12, alinĂ©a 1er, 7°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012 relatif aux aspects du dĂ©pistage flamand de population du cancer du sein, qui expirent dans l'annĂ©e 2020, sont prolongĂ©s de six mois.
Art. 25. Voor de toepassing van punt 2 van bijlage 4 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012 betreffende aspecten van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt geen rekening gehouden met het evaluatierapport over januari, februari, maart en april 2020 en met het evaluatierapport over mei, juni, juli en augustus 2020. De evaluatierapporten van september, oktober, november en december 2019 en van september, oktober, november en december 2020 gelden in dat geval als twee opeenvolgende evaluatierapporten als vermeld in punt 2, tweede lid.
  Voor de remediëringen die opgestart werden voor januari 2020 wordt de termijn van de remediëring verlengd tot en met 31 december 2020.
Art. 25. Pour l'application du point 2 de l'annexe 4 Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012 relatif aux aspects du dĂ©pistage flamand de population du cancer du sein, il n'est pas tenu compte du rapport d'Ă©valuation de janvier, fĂ©vrier, mars et avril 2020 ni de celui de mai, juin, juillet et aoĂ»t 2020. Les rapports d'Ă©valuation de septembre, octobre, novembre et dĂ©cembre 2019 et de septembre, octobre, novembre et dĂ©cembre 2020 sont dans ce cas considĂ©rĂ©s comme deux rapports d'Ă©valuation consĂ©cutifs, tels que visĂ©s au point 2, alinĂ©a 2.
  Pour les remédiations qui ont démarré avant janvier 2020, le délai de la rémédiation est prolongé jusqu'au 31 décembre 2020.
Afdeling 7. - Koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan
Section 7. - ArrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement
Art. 26. In deze afdeling wordt verstaan onder koninklijk besluit van 23 maart 2012: het koninklijk besluit van 23 maart 2012 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan.
Art. 26. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 : l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012 portant crĂ©ation d'un Fonds d'impulsion pour la mĂ©decine gĂ©nĂ©rale et fixant ses modalitĂ©s de fonctionnement.
Art. 27. Voor de tussenkomsten die zijn toegekend voor 1 juli 2020 conform artikel 3, § 1 en § 2, van het koninklijk besluit van 23 maart 2012, wordt de terugbetalingstermijn, vermeld in artikel 6, § 1 en § 2, van het voormelde besluit met drie maanden verlengd.
Art. 27. Pour les interventions accordĂ©es avant le 1 juillet 2020, conformĂ©ment Ă  l'article 3, § 1er et § 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012, le dĂ©lai de remboursement, visĂ© Ă  l'article 6, § 1er et § 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, est prolongĂ© de 3 mois.
Art. 28. In afwijking van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 wordt de aanvraag tot tegemoetkoming voor de loonkosten van de werknemer voor het jaar 2019 uiterlijk op 31 augustus 2020 ingediend.
Art. 28. Par dĂ©rogation Ă  l'article 11, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012, la demande d'une intervention dans les coĂ»ts salariaux du travailleur pour l'annĂ©e 2019, est introduite le 31 aoĂ»t 2020 au plus tard.
Art. 29. In afwijking van artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 wordt de aanvraag tot tegemoetkoming voor de loonkosten voor het jaar 2019 uiterlijk op 31 augustus 2020 ingediend.
Art. 29. Par dĂ©rogation Ă  l'article 12, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012, la demande d'une intervention dans les coĂ»ts salariaux pour l'annĂ©e 2019 est introduite le 31 aoĂ»t 2020 au plus tard.
Art. 30. In afwijking van artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 wordt de aanvraag tot tegemoetkoming voor de kosten van het jaar 2019 uiterlijk op 31 augustus 2020 ingediend.
Art. 30. Par dĂ©rogation Ă  l'article 15, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mars 2012, la demande d'une intervention dans les coĂ»ts pour l'annĂ©e 2019 est introduite le 31 aoĂ»t 2020 au plus tard.
Afdeling 8. - Besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen
Section 8. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes
Art. 31. In afwijking van artikel 9, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen wordt het jaarverslag voor het jaar 2019 uiterlijk tegen 31 augustus 2020 ingediend.
Art. 31. Par dĂ©rogation Ă  l'article 9, alinĂ©a 1er, 3° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 relatif aux cercles de mĂ©decins gĂ©nĂ©ralistes, le plan annuel pour l'annĂ©e 2019 est introduit au plus tard le 31 aoĂ»t 2020.
Afdeling 9. - Besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning
Section 9. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 rĂ©glementant l'octroi d'un calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion et modifiant les rĂšgles de l'autorisation prĂ©alable
Art. 32. Als door de uitbraak van COVID-19 projecten waarvoor een erkennings- of omzettingskalender werd verleend bijkomende vertraging hebben opgelopen waardoor de initiatiefnemers niet tijdig de erkenning of bijkomende erkenning konden aanvragen of de subsidie niet tijdig kon worden verleend, kan de administrateur-generaal, boven op het uitstel, vermeld in artikel 38, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2018 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van een erkennings- of omzettingskalender en tot wijziging van de regels voor de voorafgaande vergunning, een bijkomend uitstel van maximaal één jaar geven voor het trimester, vermeld in de erkennings- of omzettingskalender. De initiatiefnemers bezorgen daarover een omstandig gemotiveerd verzoek aan de administrateur-generaal met een aangetekende brief of op een andere wijze die de minister bepaalt, uiterlijk in het trimester, vermeld in de erkennings- of omzettingskalender.
Art. 32. Si, Ă  cause de la propagation du COVID-19, des projets auxquels un calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion a Ă©tĂ© octroyĂ©, ont subi un retard supplĂ©mentaire Ă  la suite duquel les initiateurs n'ont pas pu demander l'agrĂ©ment ou l'agrĂ©ment supplĂ©mentaire ou Ă  cause duquel la subvention n'a pas pu ĂȘtre accordĂ©e Ă  temps, l'administrateur gĂ©nĂ©ral peut, outre le dĂ©lai visĂ© Ă  l'article 38, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 octobre 2018 rĂ©glementant l'octroi d'un calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion et modifiant les rĂšgles de l'autorisation prĂ©alable, accorder un dĂ©lai supplĂ©mentaire d'au maximum un an pour le trimestre, visĂ© dans le calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion. Les initiateurs transmettent Ă  ce sujet une demande motivĂ©e circonstanciĂ©e Ă  l'administrateur gĂ©nĂ©ral, par lettre recommandĂ©e ou d'une autre maniĂšre arrĂȘtĂ©e par le ministre, au plus tard au cours du trimestre mentionnĂ© dans le calendrier d'agrĂ©ment ou de conversion.
Afdeling 10. - Besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2019 houdende de regels voor de erkenning en subsidiëring van een partnerorganisatie als Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn
Section 10. - ArrĂȘte du Gouvernement flamand du 1 mars 2019 portant rĂšgles d'agrĂ©ment et de subvention d'une organisation partenaire comme Institut flamand pour la premiĂšre ligne
Art. 33. In afwijking van artikel 11, 4° en 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2019 houdende de regels voor de erkenning en subsidiëring van een partnerorganisatie als Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn bezorgt het VIVEL uiterlijk tegen 31 augustus 2020 het verslag over de uitvoering van de opdrachten en het financieel verslag van het werkingsjaar 2019 aan het agentschap.
Art. 33. Par dĂ©rogation Ă  l'article 11, 4° et 5° de l'arrĂȘte du Gouvernement flamand du 1 mars 2019 portant rĂšgles d'agrĂ©ment et de subvention d'une organisation partenaire comme Institut flamand pour la premiĂšre ligne, le VIVEL prĂ©sente le rapport sur l'accomplissement des missions et le rapport financier de l'annĂ©e d'activitĂ© 2019 Ă  l'agence au plus tard le 31 aoĂ»t 2020.
Afdeling 11. - Besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders
Section 11. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 portant agrĂ©ment et subvention des conseils des soins et mettant en oeuvre le dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă  l'organisation des soins de premiĂšre ligne, des plateformes rĂ©gionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de premiĂšre ligne
Art. 34. In afwijking van artikel 14, eerste lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders bezorgen de zorgraden het actieplan voor het werkingsjaar 2021 voor 15 november 2020 ter goedkeuring aan het agentschap.
  In afwijking van artikel 14, eerste lid, 9°, van het voormelde besluit voldoen de zorgraden waarvoor 2020 het eerste erkenningsjaar is, voor 15 november 2020 aan de voorwaarde, vermeld in artikel 9, § 2, van het voormelde besluit, of aan de voorwaarde van artikel 9, § 3, van het voormelde besluit. Ze bezorgen daarvan voor 15 november 2020 het bewijs aan het agentschap.
Art. 34. Par dĂ©rogation Ă  l'article 14, alinĂ©a 1er, 5° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 portant agrĂ©ment et subvention des conseils des soins et mettant en oeuvre le dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă  l'organisation des soins de premiĂšre ligne, des plateformes rĂ©gionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de premiĂšre ligne, les conseils des soins soumettent le plan d'action pour l'annĂ©e d'activitĂ© 201 Ă  l'approbation de l'agence avant le 15 novembre 2020.
  Par dĂ©rogation Ă  l'article 14, alinĂ©a 1er, 9°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, les conseils des soins pour lesquels l'annĂ©e 2020 est la premiĂšre annĂ©e d'agrĂ©ment, remplissent la condition, visĂ©e Ă  l'article 9, § 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ou la condition de l'article 9, § 3 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© avant le 15 novembre 2020. Ils en fournissent la preuve Ă  l'agence avant le 15 novembre 2020.
HOOFDSTUK 5. - Personen met een handicap
CHAPITRE 5. - Personnes handicapées
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1Úre. - Disposition générale
Art. 35. In afwijking van de bepalingen van besluiten van de Vlaamse Regering of van ministeriële besluiten over de subsidiëring van diensten of de organisaties voor personen met een handicap die eisen dat jaarverslagen, werkingsverslagen, financiële of inhoudelijke rapporten ingediend worden in de periode tussen 15 maart en 30 juni, worden die documenten in het jaar 2020 uiterlijk op 30 september 2020 aan het agentschap bezorgd.
  Als de betaling van het saldo van de subsidies afhankelijk wordt gesteld van de indiening van documenten als vermeld in het eerste lid, wordt het saldo uitbetaald op 30 november 2020.
Art. 35. Par dĂ©rogation aux dispositions des arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand ou des arrĂȘtĂ©s ministĂ©riels relatifs au subventionnement de services ou d'organisations pour personnes handicapĂ©es qui stipulent que les rapports annuels, les rapports d'activitĂ©s, les rapports financiers ou portant sur le fond soient introduits dans la pĂ©riode entre le 15 mars et le 30 juin, ces documents sont transmis Ă  l'agence dans l'annĂ©e 2020 au plus tard le 30 septembre 2020.
  Si le paiement du solde des subventions est soumis à l'introduction de documents, tels que visés à l'alinéa 1er, le solde est payé le 30 novembre 2020.
Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agence flamande pour les Personnes handicapĂ©es
Art. 36. In deze afdeling wordt verstaan onder besluit van 24 juli 1991: het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art. 36. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agence flamande pour les Personnes handicapĂ©es.
Art. 37. In afwijking van artikel 2 van het besluit van 24 juli 1991 hoeft het formulier waarmee de aanvraag moet worden ingediend, in de periode van civiele noodsituatie niet ondertekend te zijn door de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger als zij het formulier aan het agentschap VAPH bezorgen op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt.
Art. 37. Par dĂ©rogation Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, le formulaire avec lequel la demande doit ĂȘtre introduite, ne doit pas ĂȘtre signĂ© par la personne handicapĂ©e ou son reprĂ©sentant lĂ©gal dans la pĂ©riode de l'urgence civile s'ils transmettent le formulaire Ă  l'agence VAPH par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH.
Art. 38. In afwijking van artikel 10bis, § 2, tweede lid, van het besluit van 24 juli 1991 kan het gemotiveerd verzoekschrift om het voornemen in heroverweging te nemen, in de periode van civiele noodsituatie door de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger worden ingediend op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt.
Art. 38. Par dĂ©rogation Ă  l'article 10bis, § 2, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, la requĂȘte motivĂ©e de reconsidĂ©rer l'intention peut, dans la pĂ©riode d'urgence civile, ĂȘtre introduite par la personne handicapĂ©e ou son reprĂ©sentant lĂ©gal, par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH.
Art. 39. De periode van zes maanden, vermeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit van 24 juli 1991, wordt verlengd met 120 dagen als de periode van civiele noodsituatie geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van zes maanden.
  Voor de toepassing van artikel 11, derde lid, van het besluit van 24 juli 1991 kan niet verwezen worden naar de maatregelen die door de federale overheid of het agentschap VAPH zijn uitgevaardigd ter bestrijding van COVID-19 om overmacht te motiveren.
  Als het aanvraagformulier in de periode van civiele noodsituatie wordt ingediend op de elektronische wijze die door het agentschap VAPH vaststelt, is de datum van de aanvraag voor de toepassing van artikel 11 van het besluit van 24 juli 1991 de datum waarop het aanvraagformulier op elektronische wijze is bezorgd.
Art. 39. La pĂ©riode de 6 mois, visĂ©e Ă  l'article 11, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, est prolongĂ©e de 120 jours si la pĂ©riode d'urgence civile coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de six mois.
  Pour l'application de l'article 11, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, aucune rĂ©fĂ©rence ne peut ĂȘtre faite aux mesures prises par les autoritĂ©s fĂ©dĂ©rales ou l'agence VAPH dans la lutte contre le COVID-19 pour motiver la force majeure.
  Si le formulaire de demande est introduit par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH dans la pĂ©riode d'urgence civile, la date de la demande pour l'application de l'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991 est la date Ă  laquelle le formulaire de demande a Ă©tĂ© transmise par voie Ă©lectronique.
Art. 40. In afwijking van artikel 13, § 1 tot en met § 3, van het besluit van 24 juli 1991, en in afwijking van het huishoudelijk reglement van de provinciale evaluatiecommissie kan de provinciale evaluatiecommissie rechtsgeldig beraadslagen in de periode van civiele noodsituatie als ze minstens samengesteld is uit een voorzitter en drie leden.
Art. 40. Par dĂ©rogation Ă  l'article 13, § 1er Ă  § 3 inclus, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, et par dĂ©rogation au rĂšglement d'ordre intĂ©rieur de la commission d'Ă©valuation provinciale, la commission d'Ă©valuation provinciale peut dĂ©libĂ©rer valablement dans la pĂ©riode de l'urgence civile si elle est au moins composĂ©e d'un prĂ©sident et de 3 membres.
Art. 41. In afwijking van artikel 38 van het besluit van 24 juli 1991 kan de adviescommissie in de periode van civiele noodsituatie rechtsgeldig beraadslagen als ze minstens samengesteld is uit de voorzitter of een plaatsvervanger, drie leden of plaatsvervangende leden en een secretaris. Bij de leden zijn minstens twee van de volgende disciplines vertegenwoordigd:
  1° een licentiaat, master of doctor in de rechten;
  2° een doctor in de genees-, heel- en verloskunde;
  3° een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen;
  4° een ambtenaar van het agentschap VAPH.
Art. 41. Par dĂ©rogation Ă  l'article 38 de l'arrĂȘtĂ© du 24 juillet 1991, la commission consultative peut dĂ©libĂ©rer valablement dans la pĂ©riode de l'urgence civile, si elle est au moins composĂ©e du prĂ©sident ou d'un supplĂ©ant, de trois membres ou membres supplĂ©ants et d'un secrĂ©taire. Parmi les membres, au moins deux des discipline suivantes sont reprĂ©sentĂ©es :
  1° un licencié, master ou docteur en droits ;
  2° un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ;
  3° un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques ;
  4° un fonctionnaire de l'agence VAPH.
Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap
Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es
Art. 42. In afwijking van artikel 8, § 6, van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap vervalt de toekenning van het PAB niet als de eerste dag van de vierde maand na de aanvangsdatum, vermeld in de beslissing tot toekenning van het PAB, in de periode van civiele noodsituatie valt en als voor die dag een overeenkomst is gesloten over de inzet van hoogdrempelige individuele bijstand als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid van het voormelde besluit.
Art. 42. Par dĂ©rogation Ă  l'article 8, § 6, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, l'octroi du BAP n'est pas supprimĂ© si le premier jour du quatriĂšme mois aprĂšs la date de dĂ©but reprise dans la dĂ©cision d'octroi du BAP, tombe dans la pĂ©riode de l'urgence civile et qu'avant cette date un contrat a Ă©tĂ© conclu sur l'engagement d'assistance individuelle moins accessible, tel que visĂ© Ă  l'article 10, § 1er, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap
Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critĂšres, les conditions et les montants de rĂ©fĂ©rence des interventions d'assistance matĂ©rielle individuelle Ă  l'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es
Art. 43. In deze afdeling wordt verstaan onder besluit van 13 juli 2001: het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap.
Art. 43. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critĂšres, les conditions et les montants de rĂ©fĂ©rence des interventions d'assistance matĂ©rielle individuelle Ă  l'intĂ©gration sociale des personnes handicapĂ©es.
Art. 44. Als de termijn van drie maanden, vermeld in artikel 16/3, tweede lid, of artikel 16/4, § 2, eerste lid, van het besluit van 13 juli 2001, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd.
  Voor de toepassing van artikel 16/3, derde lid, of artikel 16/4, § 2, tweede lid, van het voormelde besluit wordt in de gevallen, vermeld in het eerste lid, uitgegaan van de termijnen zoals ze conform het eerste lid zijn verlengd.
Art. 44. Si le dĂ©lai de trois mois, visĂ© dans l'article 16/3, alinĂ©a 2 ou Ă  l'article 16/4, § 2, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2001, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours.
  Pour l'application de l'article 16/3, alinĂ©a 3, ou de l'article 16/4, § 2, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, les dĂ©lais tels qu'ils ont Ă©tĂ© prolongĂ©s conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1er, sont pris comme points de dĂ©part dans les cas, visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er.
Art. 45. Als de termijn van zes maanden waarin een nieuw medisch attest moet worden bezorgd, vermeld in artikel 16/5, tweede lid, van het besluit van 13 juli 2001, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd. Als het nieuwe medisch attest niet wordt aangeleverd binnen de verlengde termijn, wordt de beslissing stopgezet.
Art. 45. Si le dĂ©lai de six mois, dans lequel une nouvelle attestation mĂ©dicale doit ĂȘtre transmise, tel que visĂ© Ă  l'article 16/5, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2001, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours. Si la nouvelle attestation mĂ©dicale n'est pas transmise endĂ©ans le dĂ©lai prolongĂ©, la dĂ©cision est arrĂȘtĂ©e.
Art. 46. Als de termijn van twee jaar of de termijn van vier jaar, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van 13 juli 2001, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd.
  Als de termijn voor het bezorgen van facturen, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 2°, van het voormelde besluit, of de termijn voor het bezorgen van het bewijs van betaling van facturen, vermeld in artikel 23, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd.
Art. 46. Si le dĂ©lai de deux ans ou le dĂ©lai de quatre ans, visĂ© Ă  l'article 23, § 1er, alinĂ©a 1er, 1° de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2001, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours.
  Si le dĂ©lai pour la remise des factures, visĂ©es Ă  l'article 23, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ou le dĂ©lai pour la remise de la preuve de paiement de factures, visĂ©e Ă  l'article 23, § 1er, alinĂ©a 1er, 3° de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours.
Art. 47. In afwijking van artikel 31, § 2, eerste lid, van het besluit van 13 juli 2001 kan de bijzondere bijstandscommissie in de periode van civiele noodsituatie rechtsgeldig beraadslagen als ze minstens samengesteld is uit de voorzitter of een plaatsvervanger en drie leden of plaatsvervangende leden. Bij de leden zijn minstens twee van de volgende disciplines vertegenwoordigd:
  1° een ervaringsdeskundige;
  2° een technisch deskundige;
  3° een medisch deskundige;
  4° een ambtenaar van het agentschap VAPH.
Art. 47. Par dĂ©rogation Ă  l'article 31, § 2, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2001, la commission spĂ©ciale d'assistance peut dĂ©libĂ©rer valablement dans la pĂ©riode d'urgence civile si elle est au moins composĂ©e du prĂ©sident ou d'un supplĂ©ant et de trois membres ou de membres supplĂ©ants. Parmi les membres, au moins deux des discipline suivantes sont reprĂ©sentĂ©es :
  1° un expert du vécu ;
  2° un expert technique ;
  3° un expert médical ;
  4° un fonctionnaire de l'agence VAPH.
Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget
Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures et relatif Ă  la mise Ă  disposition dudit budget
Art. 48. In deze afdeling wordt verstaan onder besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget.
Art. 48. Dans la prĂ©sente section, on entend par arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă  l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures et relatif Ă  la mise Ă  disposition dudit budget.
Art. 49. Als de termijn van vijf maanden, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, van het besluit van 27 november 2015, of de termijn van drie maanden, vermeld in artikel 5, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd.
  In de gevallen, vermeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van artikel 5, § 1, vierde en vijfde lid, van het voormelde besluit uitgegaan van de termijnen zoals ze conform het eerste lid zijn verlengd.
  Voor de toepassing van artikel 5, § 1, zesde lid van het voormelde besluit kan overmacht niet worden gemotiveerd door verwijzing naar de maatregelen die de federale overheid of het agentschap VAPH in verband met COVID-19 heeft uitgevaardigd.
  In de gevallen, vermeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van artikel 5, § 2, eerste en tweede lid van het voormelde besluit uitgegaan van de termijnen zoals ze conform het eerste lid zijn verlengd.
  Als de nieuwe termijn van drie maanden, vermeld in artikel 5, § 2, eerste lid, van het voormelde besluit, of de nieuwe termijn van vijf maanden, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid, van het voormelde besluit, geheel of gedeeltelijk samenvalt met de periode van civiele noodsituatie, wordt die termijn met 120 dagen verlengd.
Art. 49. Si le dĂ©lai de cinq mois, visĂ© Ă  l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ou le dĂ©lai de trois mois, visĂ© Ă  l'article 5, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours.
  Pour l'application de l'article 5, § 1er, alinĂ©as quatre et cinq de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, les dĂ©lais tels qu'ils ont Ă©tĂ© prolongĂ©s conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1er, sont pris comme points de dĂ©part dans les cas, visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er.
  Pour l'application de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 6 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, la force majeure ne peut pas ĂȘtre motivĂ©e par une rĂ©fĂ©rence aux mesures prises par l'autoritĂ© fĂ©dĂ©rale ou par l'agence VAPH dans la lutte contre le COVID-19.
  Pour l'application de l'article 5, § 2, alinĂ©as 1er et 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, les dĂ©lais tels qu'ils ont Ă©tĂ© prolongĂ©s conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1er, sont pris comme points de dĂ©part dans les cas, visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er.
  Si le nouveau dĂ©lai de trois mois, visĂ© Ă  l'article 5, § 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ou le nouveau dĂ©lai de cinq mois, visĂ© Ă  l'article 5, § 2, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, coĂŻncide en tout ou en partie avec la pĂ©riode de l'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours.
Art. 50. In afwijking van artikel 8 van het besluit van 27 november 2015 hoeft het ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering gedurende de periode van civiele noodsituatie niet ondertekend te worden als de aanvrager het ondersteuningsplan bezorgt aan het agentschap VAPH op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt.
Art. 50. Par dĂ©rogation Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, le plan de soutien du financement qui suit la personne ne doit pas ĂȘtre signĂ© pendant la pĂ©riode d'urgence civile si le demandeur remet le plan de soutien Ă  l'agence VAPH par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH.
Art. 51. In afwijking van artikel 27, § 2, tweede lid, van het besluit van 27 november 2015 kan het gemotiveerd verzoekschrift om het voornemen in heroverweging te nemen, in de periode van civiele noodsituatie door de aanvrager worden ingediend op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt. Als het voornemen van beslissing een weigering van een noodsituatie betreft als vermeld in artikel 29 van het voormelde besluit en aangetoond wordt dat de aanvrager het gemotiveerd verzoekschrift niet kan bezorgen met de post of op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt, kan een betrokken derde het verzoekschrift indienen.
Art. 51. Par dĂ©rogation Ă  l'article 27, § 2, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, la requĂȘte motivĂ©e de reconsidĂ©rer l'intention peut, dans la pĂ©riode d'urgence civile, ĂȘtre introduite par le demandeur par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH. Si l'intention de dĂ©cision concerne un rejet d'une situation d'urgence, telle que visĂ©e Ă  l'article 29 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et qu'il est dĂ©montrĂ© que le demandeur ne peut pas remettre la requĂȘte motivĂ©e par la poste ou par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH, une tierce personne concernĂ©e peut introduire la requĂȘte.
Art. 52. In afwijking van artikel 29, eerste lid, van het besluit van 27 november 2015 kan een aanvraag om een situatie als noodsituatie te erkennen in de periode van civiele noodsituatie worden ingediend door een betrokken derde als aangetoond wordt dat de aanvrager de aanvraag niet kan bezorgen met de post of op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt.
Art. 52. Par dĂ©rogation Ă  l'article 29, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, une demande de qualifier une situation comme une situation d'urgence dans la pĂ©riode d'urgence civile peut ĂȘtre introduite par une tierce personne concernĂ©e s'il est dĂ©montrĂ© que le demandeur ne peut pas remettre la demande par la poste ou par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH.
Art. 53. In afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, van het besluit van 27 november 2015 kan een aanvraag om te evalueren of de noodsituatie al dan niet van tijdelijke aard is, in de periode van civiele noodsituatie worden ingediend door een betrokken derde als aangetoond wordt dat de aanvrager de aanvraag niet kan bezorgen met de post of op de elektronische wijze die het agentschap VAPH vaststelt.
  Als de einddatum van de termijn van een jaar, vermeld in artikel 32, § 2, van het voormelde besluit, binnen de periode van civiele noodsituatie valt, wordt die termijn verlengd tot en met 120 dagen na de einddatum van de periode van civiele noodsituatie.
Art. 53. Par dĂ©rogation Ă  l'article 32, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, une demande de savoir si la situation d'urgence peut ĂȘtre qualifiĂ©e de situation d'urgence temporaire ou non peut ĂȘtre introduite dans la pĂ©riode d'urgence civile par une tierce personne concernĂ©e s'il est dĂ©montrĂ© que le demandeur ne peut pas remettre la demande par la poste ou par la voie Ă©lectronique Ă©tablie par l'agence VAPH.
  Si la date de fin du dĂ©lai d'un an, visĂ© Ă  l'article 32, § 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, tombe endĂ©ans la pĂ©riode d'urgence civile, ce dĂ©lai est prolongĂ© de 120 jours Ă  commencer aprĂšs la date de fin de la pĂ©riode d'urgence civile.
Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering
Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif Ă  la crĂ©ation d'une commission rĂ©gionale des prioritĂ©s, Ă  l'identification de groupes prioritaires, Ă  la dĂ©termination de la nĂ©cessitĂ© sociale, Ă  l'orientation vers le soutien, ainsi qu'Ă  l'harmonisation et la planification dans le cadre de l'aide financiĂšre personnalisĂ©e
Art. 54. In afwijking van artikel 3, § 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering kan een regionale prioriteitencommissie in de periode van civiele noodsituatie met drie leden zitting hebben. Minstens twee van de drie hoedanigheden, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, zijn vertegenwoordigd.
Art. 54. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif Ă  la crĂ©ation d'une commission rĂ©gionale des prioritĂ©s, Ă  l'identification de groupes prioritaires, Ă  la dĂ©termination de la nĂ©cessitĂ© sociale, Ă  l'orientation vers le soutien, ainsi qu'Ă  l'harmonisation et la planification dans le cadre de l'aide financiĂšre personnalisĂ©e, une commission rĂ©gionale des prioritĂ©s, composĂ©e de trois membres, peut siĂ©ger dans la pĂ©riode d'urgence civile. Au moins deux des trois qualifications, visĂ©es Ă  l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, sont reprĂ©sentĂ©es.
Afdeling 7. - Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld
Section 7. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets personnalisĂ©s qui sont mis Ă  disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisĂ©
Art. 55. Als een persoon met een handicap die een aanvraag heeft ingediend bij het agentschap VAPH voor woon- en dagondersteuning zeven dagen per week conform artikel 13 tot en met 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, als gevolg van de maatregelen die het agentschap VAPH uitvaardigt ter bestrijding van COVID-19, niet kan voldoen aan de voorwaarde van artikel 13, 4°, van het voormelde besluit, kan hij niettemin aanspraak blijven maken op dagondersteuning en woonondersteuning zeven dagen per week als hij binnen een maand vanaf de dag na de einddatum van de periode van civiele noodsituatie onafgebroken effectief gebruikmaakt van woonondersteuning zeven nachten per week en dagondersteuning zeven dagen per week.
  Als de persoon met een handicap herstart met het onafgebroken effectieve gebruik binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt om de periode van zes maanden, vermeld in artikel 15, eerste lid, van het voormelde besluit te berekenen, de periode van onafgebroken effectief gebruik van woonondersteuning zeven nachten per week en dagondersteuning zeven dagen per week vanaf de datum waarop het aanvraagformulier, vermeld in artikel 14, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit aan het agentschap VAPH is bezorgd, tot de begindatum van de periode van civiele noodsituatie, mee in rekening genomen, op voorwaarde dat de vergunde zorgaanbieder de individuele dienstverleningsovereenkomst heeft aangepast en die aangepaste overeenkomst heeft geregistreerd conform artikel 15, tweede lid, van het voormelde besluit of het onafgebroken effectieve gebruik aantoont conform artikel 15, derde lid, van het voormelde besluit.
  Als de persoon met een handicap herstart met het onafgebroken effectieve gebruik binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, maar de vergunde zorgaanbieder de individuele dienstverleningsovereenkomst bij de start van de periode van civiele noodsituatie niet heeft aangepast of de aangepaste overeenkomst niet heeft geregistreerd conform artikel 15, tweede lid, van het voormelde besluit of als hij het onafgebroken effectieve gebruik niet aantoont conform artikel 15, derde lid, van het voormelde besluit, biedt de vergunde zorgaanbieder gedurende een periode van zes maanden die begint te lopen vanaf de datum waarop het onafgebroken effectieve gebruik wordt herstart, zeven dagen per week woon- en dagondersteuning zonder dat de vergunde zorgaanbieder daarvoor een hogere vergoeding kan vragen als vermeld in artikel 15, eerste lid, van het voormelde besluit.
  Als de persoon met een handicap herstart met het onafgebroken effectieve gebruik binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het budget dat resulteert uit de aanvraag tot herziening, in afwijking van artikel 16, § 1, van het voormelde besluit, ter beschikking gesteld met ingang van de eerste dag die volgt op de periode van zes maanden die is berekend conform het derde of het vierde lid.
Art. 55. Si une personne handicapĂ©e qui a introduit une demande auprĂšs de l'agence VAPH pour un accompagnement de jour et un accompagnement au logement sept jours par semaine, ne peut, conformĂ©ment aux articles 13 Ă  16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets personnalisĂ©s qui sont mis Ă  disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisĂ©, satisfaire Ă  la condition de l'article 13, 4° de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, Ă  la suite des mesures prises par l'agence VAPH dans la lutte contre le COVID-19, elle peut toutefois continuer Ă  faire valoir son droit Ă  l'accompagnement de jour et Ă  l'accompagnement au logement sept jours par semaine si, endĂ©ans le mois Ă  partir du jour aprĂšs la date de fin de la pĂ©riode d'urgence civile, elle fait rĂ©ellement appel et ce, de façon ininterrompue, de l'accompagnement au logement sept nuits par semaine et de l'accompagnement de jour sept jours par semaine.
  Si la personne handicapĂ©e reprend l'usage effectif et ininterrompu endĂ©ans le dĂ©lai, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, la pĂ©riode de six mois, visĂ©e Ă  l'article 15, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© est calculĂ©e en considĂ©rant la pĂ©riode de l'usage effectif et ininterrompu de l'accompagnement au logement sept nuits par semaine et de l'accompagnement au jour sept jours par semaine Ă  partir de la date Ă  laquelle le formulaire de demande, visĂ© Ă  l'article 14, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© a Ă©tĂ© transmis Ă  l'agence VAPH, jusqu'Ă  la date de dĂ©but de la pĂ©riode d'urgence civile, Ă  condition que l'offreur de soins autorisĂ© ait ajustĂ© le contrat de prestation de services individuels et qu'il ai enregistrĂ© ce contrat ajustĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 15, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ou qu'il dĂ©montre l'usage effectif et ininterrompu, conformĂ©ment Ă  l'article 15, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
  Si la personne handicapĂ©e reprend l'usage effectif et ininterrompu endĂ©ans le dĂ©lai, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er mais que l'offreur de soins autorisĂ© n'a pas ajustĂ© le contrat de prestation de services individuels au dĂ©but de la pĂ©riode d'urgence civile ou qu'il n'a pas enregistrĂ© le contrat ajustĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 15, alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ou s'il ne dĂ©montre pas l'usage effectif et ininterrompu conformĂ©ment Ă  l'article 15, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, l'offreur de soins autorisĂ© offre de l'accompagnement au jour et de l'accompagnement au logement sept jours par semaine sans que l'offreur de soins autorisĂ© puisse demander une indemnitĂ© supĂ©rieure en Ă©change, telle que visĂ©e Ă  l'article 15, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et ce pendant une pĂ©riode de six mois qui prend cours Ă  partir de la date Ă  laquelle l'usage effectif et ininterrompu est redĂ©marrĂ©.
  Si la personne handicapĂ©e reprend l'usage effectif et ininterrompu endĂ©ans le dĂ©lai, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, le budget dĂ©coulant de la demande de rĂ©vision, est mise Ă  disposition Ă  partir du premier jour qui suit la pĂ©riode de six mois, qui a Ă©tĂ© calculĂ©e conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a trois ou Ă  l'alinĂ©a quatre, et ce par dĂ©rogation Ă  l'article 16, § 1er de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Afdeling 8. - Besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 betreffende de huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbedieningen voor personen met een snel degeneratieve aandoening
Section 8. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2018 relatif Ă  la location d'aides Ă  la communication, Ă  la commande d'ordinateurs et au contrĂŽle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dĂ©gĂ©nĂ©rative rapide
Art. 56. Als een aanvraag van een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of voor omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening wordt ingediend in de periode van civiele noodsituatie, hoeft het aanvraagformulier, in afwijking van artikel 4, § 1, vijfde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 betreffende de huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbedieningen voor personen met een snel degeneratieve aandoening, niet ondertekend te worden door de aanvrager.
Art. 56. Si une demande pour une intervention pour des aides Ă  la communication, Ă  la commande d'ordinateurs et au contrĂŽle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dĂ©gĂ©nĂ©rative rapide, est introduite dans la pĂ©riode d'urgence civile, le formulaire de demande ne doit pas ĂȘtre signĂ© par le demandeur, et ce par dĂ©rogation Ă  l'article 4, § 1er, alinĂ©a 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2018 relatif Ă  la location d'aides Ă  la communication, Ă  la commande d'ordinateurs et au contrĂŽle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dĂ©gĂ©nĂ©rative rapide.
Afdeling 9. - Ministerieel besluit van 30 april 2019 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Section 9. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 avril 2019 fixant les exigences de qualitĂ© minimales pour les Ă©quipes multidisciplinaires reconnues par l'Agence flamande pour les personnes handicapĂ©es
Art. 57. In afwijking van artikel 3, 6°, b), van het ministerieel besluit van 30 april 2019 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is gedurende de periode van civiele noodsituatie is niet vereist dat minstens één lid van het team de aanvrager gezien heeft.
  De afwijking, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de uitvoering van de prestaties, vermeld in artikel 28, § 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art. 57. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, 6°, b) de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 avril 2019 fixant les exigences de qualitĂ© minimales pour les Ă©quipes multidisciplinaires reconnues par l'Agence flamande pour les personnes handicapĂ©es, il n'est pas exigĂ© pendant la pĂ©riode d'urgence civile qu'au moins un membre de l'Ă©quipe ait vu le demandeur.
  La dĂ©rogation, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, ne s'applique pas Ă  la rĂ©alisation des prestations, visĂ©es Ă  l'article 28, § 2, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă  l'introduction et traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agentschap voor Personen met een Handicap.
HOOFDSTUK 6. - Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
CHAPITRE 6. - Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ")
Afdeling 1. - Besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Section 1Ăšre. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă  l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 58. In afwijking van artikel 37, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden mag de maximale gewaarborgde looptijd van dertig jaar wel overschreden worden met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 58. Par dĂ©rogation Ă  l'article 37, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă  l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, la durĂ©e maximale des emprunts garantis de trente ans peut ĂȘtre dĂ©passĂ©e de la durĂ©e du report de paiement autorisĂ© par la propagation du COVID-19.
Art. 59. De looptijd waarop de waarborgbijdrage is gebaseerd, vermeld in artikel 39, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, wordt verminderd met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 59. La durĂ©e sur laquelle la garantie d'investissement, visĂ©e Ă  l'article 39, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă  l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, est diminuĂ©e de la durĂ©e du report de paiement autorisĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Afdeling 2. - Besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 2. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables)
Art. 60. In afwijking van artikel 3, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden mag de maximale gewaarborgde looptijd van dertig jaar wel overschreden worden met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 60. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables), la durĂ©e maximale garantie de trente ans peut toutefois ĂȘtre dĂ©passĂ©e de la durĂ©e du report de paiement accordĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Art. 61. De looptijd waarop de waarborgbijdrage is gebaseerd, vermeld in artikel 13, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, wordt verminderd met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 61. La durĂ©e sur laquelle la garantie d'investissement, visĂ©e Ă  l'article 13, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables), est diminuĂ©e de la durĂ©e du report de paiement autorisĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Afdeling 3. - Besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 3. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables)
Art. 62. In afwijking van artikel 3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden mag de maximale gewaarborgde looptijd van dertig jaar wel overschreden worden met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 62. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, alinĂ©a 2 de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables), la durĂ©e maximale de trente ans des emprunts garantis peut toutefois ĂȘtre dĂ©passĂ©e de la durĂ©e du report de paiement accordĂ© par la propagation du COVID-19.
Art. 63. De looptijd waarop de waarborgbijdrage is gebaseerd, vermeld in artikel 19, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, wordt verminderd met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 63. La durĂ©e sur laquelle la garantie d'investissement, visĂ©e Ă  l'article 19, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", est diminuĂ©e de la durĂ©e du report de paiement autorisĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Afdeling 4. - Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 4. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables)
Art. 64. De inkorting, vermeld in artikel 1, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, is niet van toepassing als de looptijd zou overschreden worden door het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 64. La pĂ©riode d'amortissement, visĂ©e Ă  l'article 1er, 1° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", ne s'applique pas si la durĂ©e risque d'ĂȘtre dĂ©passĂ©e par le report de paiement autorisĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Art. 65. In afwijking van artikel 3, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden mag de maximale gewaarborgde looptijd van dertig jaar wel overschreden worden met de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 65. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", la durĂ©e maximale garantie de trente ans peut toutefois ĂȘtre dĂ©passĂ©e de la durĂ©e du report de paiement accordĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Art. 66. De looptijd van de lening, vermeld in artikel 17, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, omvat niet de duur van het betalingsuitstel dat door de uitbraak van COVID-19 is toegestaan.
Art. 66. La durĂ©e de l'emprunt, visĂ©e Ă  l'article 17, alinĂ©a 1er, 3° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", ne comprend pas la durĂ©e du report de paiement autorisĂ© Ă  la suite de la propagation du COVID-19.
Afdeling 5. - Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016 betreffende de subsidiëring van de uitrusting en apparatuur van de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wat de financiering van de lasten van de voormelde uitrusting en apparatuur betreft
Section 5. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 2016 portant subventionnement de l'Ă©quipement et des appareils des services mĂ©dico-techniques des hĂŽpitaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 2002 relatif Ă  la fixation et Ă  la liquidation du budget des moyens financiers des hĂŽpitaux, en ce qui concerne le financement des dĂ©penses de l'Ă©quipement et des appareils prĂ©citĂ©s
Art. 67. In deze afdeling wordt verstaan onder besluit van 17 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 2016 betreffende de subsidiëring van de uitrusting en apparatuur van de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, wat de financiering van de lasten van de voormelde uitrusting en apparatuur betreft.
Art. 67. Dans la prĂ©sente section on entend par arrĂȘtĂ© du 17 juin 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 2016 portant subventionnement de l'Ă©quipement et des appareils des services mĂ©dico-techniques des hĂŽpitaux et modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 2002 relatif Ă  la fixation et Ă  la liquidation du budget des moyens financiers des hĂŽpitaux, en ce qui concerne le financement des dĂ©penses de l'Ă©quipement et des appareils prĂ©citĂ©s.
Art. 68. Als de geplande upgrade of installatie in 2020 van een NMR, vermeld in artikel 2 van het besluit van 17 juni 2016, door de uitbraak van COVID-19 niet kon plaatsvinden in 2020, kan de forfaitaire subsidie van [1 114.188,92 euro]1 worden toegekend vanaf 2021 voor die uitgestelde upgrade of installatie die in 2021 plaatsvindt.
  
Art. 68. Si la mise Ă  niveau ou l'installation d'un TRM, telles que visĂ©es Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 2016 et envisagĂ©es en 2020, n'a pas pu avoir lieu en 2020, la subvention forfaitaire de [1 114.188,92 euros]1 peut ĂȘtre attribuĂ©e Ă  partir de 2021 en guise de contribution Ă  cette mise Ă  niveau ou installation reportĂ©e, qui est rĂ©alisĂ©e en 2021.
  
Art. 69. Als de geplande installatie in 2020 van een bestralingsapparaat, vermeld in artikel 3 van het besluit van 17 juni 2016, door de uitbraak van COVID-19 niet kon plaatsvinden in 2020 kan de forfaitaire subsidie van 87.849,03 euro worden toegekend vanaf 2021 voor die uitgestelde installatie die in 2021 plaatsvindt.
Art. 69. Si l'installation envisagĂ©e en 2020 d'un dispositif d'irradiation, telle que visĂ©e Ă  l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 2016, n'a pas pu avoir lieu en 2020 Ă  la suite de la propagation du COVID-19, la subvention forfaitaire de 87.849,03 euros peut ĂȘtre attribuĂ©e Ă  partir de 2021 en guise de contribution Ă  cette installation reportĂ©e, qui est rĂ©alisĂ©e en 2021.
Art. 70. Als de geplande installatie in 2020 van een PET-scanner, vermeld in artikel 4 van het besluit van 17 juni 2016, door de uitbraak van COVID-19 niet kon plaatsvinden in 2020 kan de forfaitaire subsidie van 200.000 euro of 100.000 euro worden toegekend vanaf 2021 voor die uitgestelde installatie die in 2021 plaatsvindt.
Art. 70. Si l'installation envisagĂ©e d'un scanner TEP, telle que visĂ©e Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 2016, n'a pas pu avoir lieu en 2020 Ă  la suite de la propagation du COVID-19, la subvention forfaitaire de 200.000 euros ou de 100.000 euros peut ĂȘtre attribuĂ©e Ă  partir de 2021 en guise de contribution Ă  cette installation reportĂ©e, qui est rĂ©alisĂ©e en 2021.
Art. 71. De geplande installatie of upgrade, vermeld in artikel 68 tot en met 70, wordt bewezen met de bestelbon of voorschotfactuur. De factuur, vermeld in artikel 5 van het besluit van 17 juni 2016, wordt achteraf bezorgd ter controle.
Art. 71. L'installation ou la mise Ă  niveau envisagĂ©e, telle que visĂ©e aux articles 68 Ă  70, est prouvĂ©e au moyen de bon de commande ou d'une facture d'acompte. La facture, telle que visĂ©e Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 2016, est remise par aprĂšs aux fins de contrĂŽle.
Afdeling 6. - Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen
Section 6. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres
Art. 72. Aanvragers die in 2019 een opstartbeslissing over de toekenning van een strategisch forfait voor een infrastructuurproject van een ziekenhuis hebben aangevraagd, maar die door de uitbraak van COVID-19 de infrastructuur niet in gebruik kunnen nemen in 2020, kunnen in 2020 een opstartbeslissing over de toekenning van een strategisch forfait toegekend krijgen als vermeld in artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen, op voorwaarde dat de werken zijn afgerond. Het strategisch forfait wordt dan in 2020 uitbetaald.
Art. 72. Les demandeurs qui ont demandĂ© une demande de dĂ©cision initiale sur le forfait stratĂ©gique pour un projet d'infrastructure hospitaliĂšre en 2019 mais qui ne peuvent pas emmĂ©nager dans l'infrastructure en 2020 Ă  la suite de la propagation du COVID-19, peuvent obtenir une dĂ©cision initiale sur le forfait stratĂ©gique en 2020, tel que visĂ© Ă  l'article 15 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres, Ă  condition que les travaux aient Ă©tĂ© finalisĂ©s. Le forfait stratĂ©gique est alors payĂ© en 2020.
HOOFDSTUK 7. - Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers
CHAPITRE 7. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants
Art. 73. In afwijking van artikel 10 en 23/3, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers kan de voorzitter van de kamer in kwestie beslissen om een schriftelijke procedure te volgen gedurende de periode van civiele noodsituatie. In dat geval geeft de voorzitter van de kamer de indiener van het bezwaar, en, naargelang het geval, de bevoegde entiteit, Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de diensten voor pleegzorg de mogelijkheid om bijkomende argumenten schriftelijk te bezorgen binnen de termijnen die hij daarvoor bepaalt.
  In de gevallen, vermeld in het eerste lid, gebeurt de beraadslaging en de stemming, vermeld in artikel 9 en 13 van het voormelde besluit, op elektronische wijze.
Art. 73. Par dĂ©rogation aux articles 10 et 23/3, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants, le prĂ©sident de la chambre concernĂ©e peut dĂ©cider de suivre une procĂ©dure Ă©crite pendant la pĂ©riode d'urgence civile. Dans ce cas, le prĂ©sident de la chambre donne l'opportunitĂ© Ă  l'auteur de la rĂ©clamation, et en fonction du cas, Ă  l'entitĂ© compĂ©tente, soit la " Zorginspectie " du DĂ©partement du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille, soit les services de placement familial, de transmettre des arguments supplĂ©mentaires par Ă©crit endĂ©ans les dĂ©lais que celui-ci fixe Ă  cette fin.
  Dans les cas, visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er, la dĂ©libĂ©ration et le vote, visĂ©s aux articles 9 et 13 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, ont lieu par voie Ă©lectronique.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Section 1Ăšre. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă  l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 74. Aan artikel 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd van de financieringsovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.".
Art. 74. A l'article 38 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă  l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis du contrat de financement, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden "
Art. 75. Aan artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd in de financieringsovereenkomst en de pari-passuovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.".
Art. 75. A l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis dans le contrat de financement et le contrat pari passu, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers. ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables)
Art. 76. Aan artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd in de financieringsovereenkomst en de pari-passuovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.".
Art. 76. A l'article 18 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis dans le contrat de financement et le contrat pari passu, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers. ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen
Section 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court sĂ©jour, les centres de convalescence, les groupes de logements Ă  assistance et les centres de soins rĂ©sidentiels doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes
Art. 77. In artikel 4, tweede lid, artikel 8, § 5, eerste lid, en artikel 10, § 3, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan lokale dienstencentra, centra voor dagverzorging, centra voor dagopvang, centra voor kortverblijf, centra voor herstelverblijf, groepen van assistentiewoningen en woonzorgcentra moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen, worden de woorden "acht jaar" vervangen door de woorden "negen jaar".
Art. 77. A l'article 4, alinĂ©a 2, Ă  l'article 8, § 5, alinĂ©a 1er, et Ă  l'article 10, § 3, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les centres de services locaux, les centres de soins de jour, les centres d'accueil de jour, les centres de court sĂ©jour, les centres de convalescence, les groupes de logements Ă  assistance et les centres de soins rĂ©sidentiels doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes, les mots " huit ans " sont remplacĂ©s par les mots " neuf ans ".
Art. 78. In artikel 17/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede en vierde lid wordt de datum "1 oktober 2020" vervangen door de datum "1 oktober 2021";
  2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Uiterlijk op 31 maart 2021 bezorgt de voorziening in kwestie een aanvraag aan de burgemeester om een onderzoek te laten uitvoeren door de hulpverleningszone, als dat voor die datum nog niet gebeurd is. Daarbij worden in voorkomend geval een geactualiseerde stand van zaken van de nog uit te voeren werken en een verdere planning meegestuurd.".
Art. 78. Dans l'article 17/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans les alinéas 2 et 4, la date " 1er octobre 2020 " est remplacée par la date " 1er octobre 2021 " ;
  2° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
  " La structure concernée adresse une demande au bourgmestre de faire effectuer une inspection par la zone de secours au plus tard le 31 mars 2021, si une telle demande n'a pas encore été faite avant cette date. Cette demande contient, le cas échéant, un état des lieux actualisé du calendrier des travaux à encore effectuer et un planning ultérieur. ".
Art. 79. In artikel 17/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de datum "1 oktober 2020" wordt vervangen door de datum "1 oktober 2021";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Uiterlijk op 31 maart 2021 bezorgt de voorziening in kwestie een aanvraag aan de burgemeester om een onderzoek te laten uitvoeren door de hulpverleningszone, als dat voor die datum nog niet gebeurd is. Daarbij worden in voorkomend geval een geactualiseerde stand van zaken van de nog uit te voeren werken en een verdere planning meegestuurd.".
Art. 79. Dans l'article 17/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° la date " 1er octobre 2020 " est remplacée par la date " 1er octobre 2021 " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " La structure concernée adresse une demande au bourgmestre de faire effectuer une inspection par la zone de secours au plus tard le 31 mars 2021, si une telle demande n'a pas encore été faite avant cette date. Cette demande contient, le cas échéant, un état des lieux actualisé du calendrier des travaux à encore effectuer et un planning ultérieur. ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables)
Art. 80. Aan artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 tot facilitering van de infrastructuurfinanciering via de alternatieve investeringswaarborg, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd van een financieringsovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.".
Art. 80. A l'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 novembre 2013 facilitant le financement de l'infrastructure par le biais de la garantie d'investissement alternative, octroyĂ©e par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", il est ajoutĂ© un alinĂ©a 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis d'un contrat de financement, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers. ".
Art. 81. Aan artikel 13 van hetzelfde besluit wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd in de pari-passuovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen tekent met de financier op een document dat betrekking kan hebben op meerdere pari-passuovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.".
Art. 81. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis dans le contrat pari passu, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document qui peut porter sur divers contrats pari passu de différents projets, demandeurs et financiers. ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2020 tot subsidiëring voor tijdelijke managementondersteuning inzake crisisbeheer bij een COVID-19 uitbraak in residentiële voorzieningen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 avril 2020 visant Ă  subventionner le soutien temporaire au management pour la gestion de crise en cas de flambĂ©e de COVID-19 dans les structures rĂ©sidentielles du domaine politique " Bien-ĂȘtre, SantĂ© publique et Famille "
Art. 82. In het besluit van de Vlaamse Regering van 3 april 2020 tot subsidiëring voor tijdelijke managementondersteuning inzake crisisbeheer bij een COVID-19 uitbraak in residentiële voorzieningen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt een artikel 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 1/1. In dit besluit wordt verstaan onder agentschap: het agentschap binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, dat is aangewezen om het Vlaamse overheidsbeleid over de voorziening in kwestie uit te voeren.".
Art. 82. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 avril 2020 visant Ă  subventionner le soutien temporaire au management pour la gestion de crise en cas de flambĂ©e de COVID-19 dans les structures rĂ©sidentielles du domaine politique " Bien-ĂȘtre, SantĂ© publique et Famille " il est insĂ©rĂ© un article 1/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 1/1. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ© on entend par agence : l'agence au sein du domaine politique du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille, telle que visĂ©e Ă  l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'Administration flamande, qui est dĂ©signĂ©e Ă  la mise en oeuvre de la politique flamande en matiĂšre de la structure concernĂ©e. ".
Art. 83. In artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "éénmaal" vervangen door het woord "tweemaal".
Art. 83. Dans l'article 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " une seule fois " sont remplacĂ©s par les mots " deux fois ".
Art. 84. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "woonzorgcentrum" vervangen door het woord "voorziening".
Art. 84. A l'article 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le centre de soins rĂ©sidentiels " sont remplacĂ©s par les mots " la structure ".
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 85. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 20 maart 2020, met uitzondering van artikel 82 tot en met 84, die uitwerking hebben met ingang van 3 april 2020.
Art. 85. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 20 mars 2020, Ă  l'exception des articles 82 Ă  84 inclus, qui produisent leurs effets le 3 avril 2020.
Art. 86. De Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn, de Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 86. Le Ministre flamand qui a le bien-ĂȘtre dans ses attributions, le Ministre flamand qui a les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels dans ses attributions, le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions, le Ministre flamand qui a les personnes handicapĂ©es dans ses attributions et le Ministre flamand qui a la infrastructure de soins dans ses attributions sont, chacun en ce qui le concerne, chargĂ©s de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.