Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 APRIL 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap
Titre
24 AVRIL 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant un certain nombre d'arrêtés du Gouvernement flamand relatifs au soutien de personnes handicapées
Documentinformatie
Info du document
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget
Artikel 1. In artikel 31, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt de zinsnede "budgetcategorie VIII" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 12";
  2° in punt 2° wordt de zinsnede "budgetcategorie III" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 4";
  3° in punt 3° wordt de zinsnede "budgetcategorie IV" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 6".
  4° in punt 4° wordt de zinsnede "budgetcategorie I" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 2".
Article 1er. Dans l'article 31 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1°, le membre de phrase " catégorie budgétaire VIII " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 12 " ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " catégorie budgétaire III " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 4 " ;
  3° au point 3°, le membre de phrase " catégorie budgétaire IV " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 6 ".
  4° au point 4°, le membre de phrase " catégorie budgétaire I " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 2 ".
Art.2. In artikel 33, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "budgetcategorie X als vermeld in artikel 16" vervangen door de zinsnede "budget categorie 16 als vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd".
Art.2. Dans l'article 33, § 2, alinéa 1er du même arrêté, le membre de phrase " catégorie budgétaire X telle que visée à l'article 16 " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 16, telle que visée au tableau 1er, repris dans l'annexe jointe au présent arrêté. "
Art.3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, wordt hoofdstuk 6, dat bestaat uit artikel 34, opgeheven.
Art.3. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, le chapitre 6, constitué de l'article 34, est abrogé.
Art.4. In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, 24 februari 2017 en 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° de personen met een handicap aan wie op het moment van de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een persoonlijkeassistentiebudget is toegekend, met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of is toegewezen door het agentschap, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van het persoonlijkeassistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap;";
  2° er worden een derde tot en met zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening, op zijn vroegst ter beschikking gesteld in het jaar waarin ze eenentwintig jaar worden.
  Het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt conform het derde lid ter beschikking gesteld met ingang van 1 juli van het jaar waarin de betrokken persoon met een handicap eenentwintig jaar wordt, op voorwaarde dat de persoon met een handicap in dat jaar en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
  Als de persoon met een handicap op het moment van de aanvraag gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, maar het agentschap nog geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning heeft toegewezen op 1 juli van het jaar waarin de persoon eenentwintig jaar wordt, wordt het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning onmiddellijk na de toewijzing van het budget ter beschikking gesteld conform het derde lid, op voorwaarde dat de betrokken persoon met een handicap in het jaar waarin het budget wordt toegewezen en ter beschikking wordt gesteld en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
  Om het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, te berekenen, wordt rekening gehouden met de subsidies die het agentschap heeft betaald voor jeugdhulpverlening en, in voorkomend geval, met de subsidies die het agentschap Jongerenwelzijn heeft betaald voor de persoon met een handicap in het kader van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of via de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt op welke wijze het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, conform het zesde lid wordt vastgesteld.".
Art.4. Dans l'article 37, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mars 2016, 24 février 2017 et 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° aux personnes handicapées auxquelles au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, un budget d'assistance personnelle a été octroyé, en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou a été alloué par l'agence, dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été allouée, n'est pas supérieur au montant du budget d'assistance personnelle qui a été octroyé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui a été alloué par l'agence ; " ;
  2° il est ajouté des alinéas 3 à 7, rédigés comme suit :
  " Le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles, dont le montant de la catégorie budgétaire attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payées pour des services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse est au plus tôt mis à disposition des personnes handicapées qui au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles font usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle, dans l'année dans laquelle elles auront vingt et un ans.
  Conformément à l'alinéa 3, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition à partir du 1 juillet de l'année dans laquelle la personne handicapée concernée a vingt et un an, à condition que la personne handicapée fasse usage dans cette année et préalablement à la mise à disposition d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
  Si, au moment de la demande, la personne handicapée fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle mais que l'agence n'a pas encore attribué de budget pour des soins et du soutien non directement accessibles au 1er juillet de l'année dans laquelle la personne a vingt et un ans, le budget de soins et de soutien non directement accessibles est immédiatement mis à disposition après l'attribution du budget, conformément à l'alinéa 3, à condition que la personne handicapée concernée fasse usage dans l'année dans laquelle le budget est attribué et mis à disposition et préalablement à la mise à disposition, d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
  Pour le calcul du montant des subventions visées à l'alinéa 3, il est tenu compte des subventions versées par l'agence pour des services d'aide à la jeunesse et, le cas échéant, des subventions versées par l'agence " Jongerenwelzijn " en faveur de la personne handicapée dans le cadre d'une offre d'aide individualisée complémentaire visée à l'article 67, alinéa 2, du décret du 12 juillet 2013 concernant l'aide intégrale à la jeunesse, ou par le biais du déploiement d'un réseau intersectoriel d'aide visé à l'article 1er, 4°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 concernant le réseau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, en ce qui concerne les demandes prioritaires d'assistance à allouer.
  Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions arrête les modalités selon lesquelles le montant des subventions, tel que visé à l'alinéa 3, est établi. ".
Art.5. In artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, 24 februari 2017, 8 juni 2018 en 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° tussen het bestaande zesde lid, dat het vijfde lid wordt, en het bestaande zevende lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Aan de personen met een handicap die aan al de volgende voorwaarden voldoen, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform artikel 37, § 1, derde en vierde lid, ter beschikking gesteld:
  1° ze maakten gebruik van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
  2° het agentschap heeft voor 1 januari 2020 een beslissing genomen tot terbeschikkingstelling van het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening.".
Art.5. Dans l'article 56 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mars 2016, 24 février 2017, 8 juin 2018 et 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est abrogé ;
  2° entre l'alinéa 6 actuel, qui devient l'alinéa 5, et l'alinéa 7 actuel, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Aux personnes handicapées qui répondent à toutes les conditions suivantes, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition conformément à l'article 37, § 1er, alinéas 3 et 4 :
  1° elles ont fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ;
  2° avant le 1er janvier 2020, l'agence a pris une décision relative à la mise à disposition du budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payé pour les services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé
Art.6. In hoofdstuk 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017 en 8 juni 2018, wordt het opschrift "Afdeling 4. De beslissing tot toewijzing van een budget en de terbeschikkingstelling van dat budget" vervangen door het opschrift "Afdeling 5. De beslissing tot toewijzing van een budget".
Art.6. Au chapitre 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapées ayant une demande de soins active vers le financement personnalisé, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 24 février 2017 et 8 juin 2018, l'intitulé " Section 4. La décision d'attribution d'un budget et la mise à disposition de ce budget " est remplacé par l'intitulé " Section 5. La décision d'attribution d'un budget ".
Art.7. Artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt opgeheven.
Art.7. L'article 16 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est abrogé.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés
Art.8. In artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
  1° 1800 euro voor budgetcategorie I tot en met IV, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015, zoals van toepassing op 31 december 2019;
  2° 3600 euro voor budgetcategorie V tot en met XII, vermeld in de voormelde tabel 1.";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
  1° 1800 euro voor budgetcategorie 1 tot en met 7, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015;
  2° 3600 euro voor budgetcategorie 8 tot en met 24, vermeld in de voormelde tabel 1.".
Art.8. Dans l'article 20 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Le montant à dépenser librement s'élève à :
  1° 1800 euros pour les catégories budgétaires I à IV incluse, mentionnées dans le tableau 1er repris à l'annexe jointe à l'arrêté du 27 novembre 2015, tel qu'il s'applique le 31 décembre 2019 ;
  2° 3600 euros pour les catégories budgétaires V à XII incluse, mentionnées dans le tableau 1er précité. " ;
  2° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Le montant à dépenser librement s'élève à :
  1° 1800 euros pour les catégories budgétaires 1 à 7 incluse, mentionnées dans le tableau 1er repris à l'annexe jointe à l'arrêté du 27 novembre 2015 ;
  2° 3600 euros pour les catégories budgétaires 8 à 24 incluse, mentionnées dans le tableau 1er. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel
Art.9. In artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, 28 september 2018, 14 december 2018 en 26 april 2019, wordt punt 14° opgeheven.
Art.9. Dans l'article 6, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 décembre 2017, 28 septembre 2018, 14 décembre 2018 et 26 avril 2019, le point 14° est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé
Art.10. In artikel 11/1, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "die op 31 december 2016 erkend waren als een FAM of een thuisbegeleidingsdienst en die op die datum" wordt vervangen door de zinsnede "die op 1 november 2019";
  2° er wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt:
  "ongeacht of voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 3 van het besluit van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap.".
Art.10. Dans l'article 11/1, § 2, alinéa 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé, tel qu'inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " qui, au 31 décembre 2016, étaient agréés comme FAM ou service d'aide à domicile et qui, à cette date " est remplacé par le membre de phrase " qui au 1 novembre 2019 " ;
  2° il est ajouté un membre de phrase, rédigé comme suit :
  " indépendamment du fait de savoir s'il a été satisfait à la condition, telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées. ".
Art.11. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 13 tot en met artikel 16, opgeheven.
Art.11. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, le chapitre 4, composé des articles 13 à article 16 inclus, est abrogé.
Art.12. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, worden een artikel 19/1 tot en met 19/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 19/1. De vergunde zorgaanbieders en de personen met een handicap of hun vertegenwoordigers, voor wie conform artikel 10 een budgetcategorie is vastgesteld, passen, in voorkomend geval, in onderling overleg de individuele dienstverleningsovereenkomsten aan uiterlijk op 1 juli 2020.
  Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten wordt om het totale aantal zorggebonden personeelspunten te berekenen dat bij de vergunde zorgaanbieder wordt ingezet in de vorm van een voucher als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, en het aantal extra personeelspunten dat is bepaald conform artikel 3, § 5, van het voormelde besluit, voor de personen met een handicap, vermeld in het eerste lid, voor de periode van 1 januari 2020 tot op de datum van de aanpassing van de individuele dienstverleningsovereenkomst rekening gehouden met het aantal zorggebonden punten dat is opgenomen in de aangepaste individuele dienstverleningsovereenkomst.
  Art. 19/2. In afwijking van artikel 37 tot en met 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap vervallen de individuele dienstverleningsovereenkomsten met de personen met een handicap, vermeld in artikel 11/1, § 2, eerste lid, van dit besluit, van rechtswege met ingang van 1 januari 2020.
  Art. 19/3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder
  1° besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders;
  2° budgethouder: de budgethouder, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van 24 juni 2016;
  3° cashbudget: een cashbudget als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van 24 juni 2016;
  4° voucher: een voucher als vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van 24 juni 2016.
  De budgethouder van de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, van dit besluit, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5 van dit besluit, op 1 november 2019 gedeeltelijk besteedt bij andere zorgaanbieders dan een vergunde zorgaanbieder, maakt voor het deel van de zorggebonden punten die hij besteedt als een cashbudget, een laatste kostenstaat op als vermeld in artikel 22 van het besluit van 24 juni 2016, met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot uiterlijk 31 december 2019, met inbegrip van de wettelijk verplichte opzegvergoedingen. Hij bezorgt die kostenstaat uiterlijk op 1 maart 2020 aan het agentschap. Nadat het agentschap de laatste kostenstaat heeft ontvangen, maakt het de eindafrekening van het gebruik van het cashbudget.
  Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de budgethouder heeft ingediend, tot het jaarlijkse aantal zorggebonden punten, vermeld in het tweede lid, volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten dat op jaarbasis als voucher is vastgelegd en het gedeelte dat al is besteed als cashbudget.
  Als met kostenstaten aangetoond wordt dat het jaarlijkse aantal zorggebonden punten niet volstaat om de wettelijke opzegvergoedingen te betalen, kan het agentschap maximaal een vierde van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten extra toekennen om de opzegvergoedingen te betalen.
  Art. 19/4. Aan de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5, op 1 november 2019 volledig besteden als een cashbudget, wordt in afwijking van artikel 10, § 2, eerste lid, en artikel 11/1, § 2, eerste lid, een aantal zorggebonden punten toegekend dat als een budget kan worden besteed en dat op basis van de ondersteuningsfuncties en de frequenties voor die ondersteuningsfuncties die conform artikel 7 in aanmerking worden genomen voor de betrokken persoon, met de volgende elementen wordt berekend:
  1° dagondersteuning: 0,087 punten per dag;
  2° woonondersteuning: 0,13 punten per nacht;
  3° psychosociale begeleiding: 0,22 punten per begeleiding;
  4° globale individuele ondersteuning: 0,22 punten per begeleiding.
  Het totale aantal zorggebonden punten wordt omgezet in euro aan de hand van de omslagsleutel, vermeld in artikel 17, derde lid, van het besluit van 27 november 2015.
  Het jaarlijkse bedrag in euro, dat wordt berekend conform het eerste en het tweede lid, wordt ter beschikking gesteld met ingang van 1 januari 2020.".
Art.12. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, sont insérés les articles 19/1 au 19/4, rédigés comme suit :
  " Art. 19/1. Les offreurs de soins autorisés et les personnes handicapées ou leurs représentants, pour qui, conformément à l'article 10 une catégorie budgétaire a été établie, ajustent, le cas échéant, en concertation mutuelle, le contrat individuel de services et ce pour le 1 juillet 2020 au plus tard.
  Pour l'application de l'article 6, alinéa 1er, 8° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel, le nombre total de points de personnel liés aux soins affectés auprès de l'offreur de soins autorisé sous forme de voucher, tel que visé à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés et le nombre de points de personnel supplémentaires, défini conformément à l'article 3, § 5 de l'arrêté précité, sont calculés pour les personnes handicapées, visées à l'alinéa 1er, pour la période du 1 janvier 2020 jusqu'à la date de l'ajustement du contrat individuel de services en tenant compte du nombre de points liés aux soins, repris dans le contrat individuel de services ajuste.
  Art. 19/2. Par dérogation aux articles 37 à 41 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées, les contrats individuels de services conclus avec les personnes handicapées, telles que visées à l'article 11/1, § 2, alinéa 1er, du présent arrêté, cessent d'office à partir du 1 janvier 2020.
  Art. 19/3. Pour l'application du présent article on entend par
  1° arrêté du 24 juin 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés ;
  2° bénéficiaire d'enveloppe : le bénéficiaire d'enveloppe, tel que visé dans l'article 1er, 6° de l'arrêté du 24 juin 2016 ;
  3° budget de trésorerie : un budget de trésorerie, tel que visé à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du 24 juin 2016 ;
  4° voucher : un voucher tel que visé à l'article 1er, 10°, de l'arrêté du 24 juin 201624 juin 2016.
  Le bénéficiaire d'enveloppe des personnes, visées à l'article 11/1, § 2 du présent arrêté, qui le 1er novembre 2019 affecte une partie du nombre de points liés aux soins, visés à l'article 2 du présent arrêté, le cas échéant majoré, conformément aux articles 3 à 5 du présent arrêté, auprès d'offreurs de soins autres que des offreurs de soins autorisés, établit pour la partie des points liés aux soins qu'il affecte comme un budget de trésorerie, un dernier état de frais, tel que visé à l'article 22 de l'arrêté du 24 juin 2016, avec mention de tous les frais pour les soins et le soutien occasionnés jusqu'au 31 décembre 2019 inclus, y compris les indemnités de préavis légalement obligatoires. Il remet cet état de frais à l'agence au plus tard le 1er mars 2020. Après que l'agence a reçu le dernier état de frais, elle établit le compte final de l'affectation du budget de trésorerie.
  L'agence paie les montants mentionnés dans le dernier état de frais que le bénéficiaire d'enveloppe a introduit jusqu'à ce que le nombre annuel de points liés aux soins, visé à l'alinéa 2, ait été intégralement utilisé, compte tenu de la part du nombre total des points liés aux soins, qui a été réservée comme voucher et de la partie déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
  S'il est démontré à l'aide des états de frais que le nombre annuel de points liés aux soins ne suffit pas pour payer les indemnité de préavis légales, l'agence peut au maximum octroyer un quart du nombre annuel de points liés aux soins en surplus pour payer les indemnité de préavis.
  Art. 19/4. Aux personnes, visées à l'article 11/1, § 2, qui le 1 novembre 2019 affectent le total du nombre de points liés aux soins, tels que visés à l'article 2, le cas échéant majoré conformément aux articles 3 à 5, comme un budget de trésorerie, il est octroyé, par dérogation à l'article 10, § 2, alinéa 1er et à l'article 11/1, § 2, alinéa 1er, un nombre de points liés aux soins qui peut être affecté comme un budget et qui, sur la base des fonctions de soutien et des fréquences pour ces fonctions de soutien dont il est tenu compte dans le cas de la personne concernée, est calculé à partir des éléments suivants :
  1° accompagnement de jour 0,087 points par jour ;
  2° accompagnement au logement : 0,13 points par nuit ;
  3° accompagnement psychosocial : 0,22 points par accompagnement ;
  4° soutien individuel global : 0,22 points par accompagnement.
  Le nombre total de points liés aux soins est converti en montants en euros à l'aide de la clé de conversion visée à l'article 17, alinéa 3 de l'arrêté du 27 novembre 2015.
  Le montant annuel en euros, qui est calculé conformément aux alinéas premier et deux, est mis à la disposition à partir du 1er janvier 2020. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 tot wijziging van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019 modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatifs au soutien aux personnes handicapées
Art.13. Aan artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 tot wijziging van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt al volgt:
  "De bepalingen van artikel 19, 20 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget en de bijlage bij dat besluit, zoals van kracht voor 1 januari 2020, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 1 tot en met artikel 15 van het voormelde besluit zijn ingediend voor 17 maart 2020.".
Art.13. A l'article 25 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 2019 modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand relatifs au soutien aux personnes handicapées, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Les dispositions des articles 19, 20 et 21 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget et de l'annexe à cet arrêté, telles qu'elles s'appliquaient avant le 1 janvier 2020, s'appliquent aux demandes qui, conformément aux articles 1er à 15 de l'arrêté précité, ont été introduites avant le 17 mars 2020. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.14. Het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 over de ondersteuning van meerderjarige personen met een dubbeldiagnose en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten wordt opgeheven.
Art.14. L'arrêté du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 relatif au soutien de personnes majeures à double diagnostic et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel est abrogé.
Art.15. De bepalingen van artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 1 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 29 van het voormelde besluit van 27 november 2015 zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van dit besluit.
Art.15. Les dispositions de l'article 31 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, telles qu'elles s'appliquent avant l'entrée en vigueur de l'article 1er du présent arrêté, s'appliquent aux demandes, qui, conformément à l'article 29 de l'arrêté précité du 27 novembre 2015, ont été introduites avant la date de l'entrée en vigueur de l'article 1er du présent arrêté.
Art.16. De bepalingen van artikel 33, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 2 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 33, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit van 27 november 2015 zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 2 van dit besluit.
Art.16. Les dispositions de l'article 33, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget, telles qu'elles s'appliquaient avant l'entrée en vigueur de l'article 2 du présent arrêté, s'appliquent aux demandes qui, conformément à l'article 33, § 1er, alinéa 1er de l'arrêté précité du 27 novembre 2015, ont été introduites avant la date d'entrée en vigueur de l'article 2 du présent arrêté.
Art.17. De bepalingen van artikel 13 tot en met artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 11 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen in het kader van garantie op ondersteuning zeven dagen per week dag en nacht die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 11 van dit besluit.
Art.17. Les dispositions des articles 13 à 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'élaboration des budgets personnalisés qui sont mis à disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisé, telles qu'elles s'appliquaient avant l'entrée en vigueur de l'article 11 du présent arrêté, s'appliquent aux demandes dans le cadre de la garantie au soutien sept jours par semaine jour et nuit, qui ont été introduites avant la date d'entrée en vigueur de l'article 11 du présent arrêté.
Art.18. Artikel 1, 2, 11, 14, 15, 16 en 17 treden in werking op de tiende dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art.18. Les articles 1, 2, 11, 14, 15, 16 et 17 entrent en vigueur au dixième jour après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
  Le présent arrêté produit ses effets à partir du 1er janvier 2020.
Art. 19. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.