Artikel 1. In artikel 31, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "budgetcategorie VIII" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 12";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "budgetcategorie III" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 4";
3° in punt 3° wordt de zinsnede "budgetcategorie IV" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 6".
4° in punt 4° wordt de zinsnede "budgetcategorie I" vervangen door de zinsnede "budgetcategorie 2".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 APRIL 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot aanpassing van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap
Titre
24 AVRIL 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant un certain nombre d'arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand relatifs au soutien de personnes handicapĂ©es
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget
Article 1er. Dans l'article 31 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au point 1°, le membre de phrase " catégorie budgétaire VIII " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 12 " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " catégorie budgétaire III " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 4 " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " catégorie budgétaire IV " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 6 ".
4° au point 4°, le membre de phrase " catégorie budgétaire I " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 2 ".
1° au point 1°, le membre de phrase " catégorie budgétaire VIII " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 12 " ;
2° au point 2°, le membre de phrase " catégorie budgétaire III " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 4 " ;
3° au point 3°, le membre de phrase " catégorie budgétaire IV " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 6 ".
4° au point 4°, le membre de phrase " catégorie budgétaire I " est remplacé par le membre de phrase " catégorie budgétaire 2 ".
Art. 2. In artikel 33, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "budgetcategorie X als vermeld in artikel 16" vervangen door de zinsnede "budget categorie 16 als vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd".
Art. 2. Dans l'article 33, § 2, alinĂ©a 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " catĂ©gorie budgĂ©taire X telle que visĂ©e Ă l'article 16 " est remplacĂ© par le membre de phrase " catĂ©gorie budgĂ©taire 16, telle que visĂ©e au tableau 1er, repris dans l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. "
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, wordt hoofdstuk 6, dat bestaat uit artikel 34, opgeheven.
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, le chapitre 6, constituĂ© de l'article 34, est abrogĂ©.
Art. 4. In artikel 37, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, 24 februari 2017 en 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° de personen met een handicap aan wie op het moment van de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een persoonlijkeassistentiebudget is toegekend, met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of is toegewezen door het agentschap, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van het persoonlijkeassistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap;";
2° er worden een derde tot en met zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening, op zijn vroegst ter beschikking gesteld in het jaar waarin ze eenentwintig jaar worden.
Het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt conform het derde lid ter beschikking gesteld met ingang van 1 juli van het jaar waarin de betrokken persoon met een handicap eenentwintig jaar wordt, op voorwaarde dat de persoon met een handicap in dat jaar en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
Als de persoon met een handicap op het moment van de aanvraag gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, maar het agentschap nog geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning heeft toegewezen op 1 juli van het jaar waarin de persoon eenentwintig jaar wordt, wordt het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning onmiddellijk na de toewijzing van het budget ter beschikking gesteld conform het derde lid, op voorwaarde dat de betrokken persoon met een handicap in het jaar waarin het budget wordt toegewezen en ter beschikking wordt gesteld en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
Om het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, te berekenen, wordt rekening gehouden met de subsidies die het agentschap heeft betaald voor jeugdhulpverlening en, in voorkomend geval, met de subsidies die het agentschap Jongerenwelzijn heeft betaald voor de persoon met een handicap in het kader van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of via de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt op welke wijze het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, conform het zesde lid wordt vastgesteld.".
1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
"4° de personen met een handicap aan wie op het moment van de vraag naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning een persoonlijkeassistentiebudget is toegekend, met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of is toegewezen door het agentschap, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van het persoonlijkeassistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap;";
2° er worden een derde tot en met zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning gebruikmaken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening, op zijn vroegst ter beschikking gesteld in het jaar waarin ze eenentwintig jaar worden.
Het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning wordt conform het derde lid ter beschikking gesteld met ingang van 1 juli van het jaar waarin de betrokken persoon met een handicap eenentwintig jaar wordt, op voorwaarde dat de persoon met een handicap in dat jaar en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
Als de persoon met een handicap op het moment van de aanvraag gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget, maar het agentschap nog geen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning heeft toegewezen op 1 juli van het jaar waarin de persoon eenentwintig jaar wordt, wordt het budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning onmiddellijk na de toewijzing van het budget ter beschikking gesteld conform het derde lid, op voorwaarde dat de betrokken persoon met een handicap in het jaar waarin het budget wordt toegewezen en ter beschikking wordt gesteld en voorafgaand aan de terbeschikkingstelling gebruikmaakt van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget.
Om het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, te berekenen, wordt rekening gehouden met de subsidies die het agentschap heeft betaald voor jeugdhulpverlening en, in voorkomend geval, met de subsidies die het agentschap Jongerenwelzijn heeft betaald voor de persoon met een handicap in het kader van een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod als vermeld in artikel 67, tweede lid, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of via de inschakeling van een intersectoraal zorgnetwerk als vermeld in artikel 1, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt op welke wijze het bedrag van de subsidies, vermeld in het derde lid, conform het zesde lid wordt vastgesteld.".
Art. 4. Dans l'article 37, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 mars 2016, 24 fĂ©vrier 2017 et 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à l'alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° aux personnes handicapées auxquelles au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, un budget d'assistance personnelle a été octroyé, en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou a été alloué par l'agence, dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été allouée, n'est pas supérieur au montant du budget d'assistance personnelle qui a été octroyé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui a été alloué par l'agence ; " ;
2° il est ajouté des alinéas 3 à 7, rédigés comme suit :
" Le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles, dont le montant de la catégorie budgétaire attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payées pour des services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse est au plus tÎt mis à disposition des personnes handicapées qui au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles font usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle, dans l'année dans laquelle elles auront vingt et un ans.
Conformément à l'alinéa 3, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition à partir du 1 juillet de l'année dans laquelle la personne handicapée concernée a vingt et un an, à condition que la personne handicapée fasse usage dans cette année et préalablement à la mise à disposition d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
Si, au moment de la demande, la personne handicapée fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle mais que l'agence n'a pas encore attribué de budget pour des soins et du soutien non directement accessibles au 1er juillet de l'année dans laquelle la personne a vingt et un ans, le budget de soins et de soutien non directement accessibles est immédiatement mis à disposition aprÚs l'attribution du budget, conformément à l'alinéa 3, à condition que la personne handicapée concernée fasse usage dans l'année dans laquelle le budget est attribué et mis à disposition et préalablement à la mise à disposition, d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
Pour le calcul du montant des subventions visĂ©es Ă l'alinĂ©a 3, il est tenu compte des subventions versĂ©es par l'agence pour des services d'aide Ă la jeunesse et, le cas Ă©chĂ©ant, des subventions versĂ©es par l'agence " Jongerenwelzijn " en faveur de la personne handicapĂ©e dans le cadre d'une offre d'aide individualisĂ©e complĂ©mentaire visĂ©e Ă l'article 67, alinĂ©a 2, du dĂ©cret du 12 juillet 2013 concernant l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, ou par le biais du dĂ©ploiement d'un rĂ©seau intersectoriel d'aide visĂ© Ă l'article 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 concernant le rĂ©seau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, en ce qui concerne les demandes prioritaires d'assistance Ă allouer.
Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions arrĂȘte les modalitĂ©s selon lesquelles le montant des subventions, tel que visĂ© Ă l'alinĂ©a 3, est Ă©tabli. ".
1° à l'alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° aux personnes handicapées auxquelles au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, un budget d'assistance personnelle a été octroyé, en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou a été alloué par l'agence, dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été allouée, n'est pas supérieur au montant du budget d'assistance personnelle qui a été octroyé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou qui a été alloué par l'agence ; " ;
2° il est ajouté des alinéas 3 à 7, rédigés comme suit :
" Le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles, dont le montant de la catégorie budgétaire attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payées pour des services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse est au plus tÎt mis à disposition des personnes handicapées qui au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles font usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle, dans l'année dans laquelle elles auront vingt et un ans.
Conformément à l'alinéa 3, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition à partir du 1 juillet de l'année dans laquelle la personne handicapée concernée a vingt et un an, à condition que la personne handicapée fasse usage dans cette année et préalablement à la mise à disposition d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
Si, au moment de la demande, la personne handicapée fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle mais que l'agence n'a pas encore attribué de budget pour des soins et du soutien non directement accessibles au 1er juillet de l'année dans laquelle la personne a vingt et un ans, le budget de soins et de soutien non directement accessibles est immédiatement mis à disposition aprÚs l'attribution du budget, conformément à l'alinéa 3, à condition que la personne handicapée concernée fasse usage dans l'année dans laquelle le budget est attribué et mis à disposition et préalablement à la mise à disposition, d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle.
Pour le calcul du montant des subventions visĂ©es Ă l'alinĂ©a 3, il est tenu compte des subventions versĂ©es par l'agence pour des services d'aide Ă la jeunesse et, le cas Ă©chĂ©ant, des subventions versĂ©es par l'agence " Jongerenwelzijn " en faveur de la personne handicapĂ©e dans le cadre d'une offre d'aide individualisĂ©e complĂ©mentaire visĂ©e Ă l'article 67, alinĂ©a 2, du dĂ©cret du 12 juillet 2013 concernant l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, ou par le biais du dĂ©ploiement d'un rĂ©seau intersectoriel d'aide visĂ© Ă l'article 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 concernant le rĂ©seau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, en ce qui concerne les demandes prioritaires d'assistance Ă allouer.
Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions arrĂȘte les modalitĂ©s selon lesquelles le montant des subventions, tel que visĂ© Ă l'alinĂ©a 3, est Ă©tabli. ".
Art. 5. In artikel 56 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, 24 februari 2017, 8 juni 2018 en 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt opgeheven;
2° tussen het bestaande zesde lid, dat het vijfde lid wordt, en het bestaande zevende lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Aan de personen met een handicap die aan al de volgende voorwaarden voldoen, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform artikel 37, § 1, derde en vierde lid, ter beschikking gesteld:
1° ze maakten gebruik van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
2° het agentschap heeft voor 1 januari 2020 een beslissing genomen tot terbeschikkingstelling van het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening.".
1° het derde lid wordt opgeheven;
2° tussen het bestaande zesde lid, dat het vijfde lid wordt, en het bestaande zevende lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Aan de personen met een handicap die aan al de volgende voorwaarden voldoen, wordt het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning conform artikel 37, § 1, derde en vierde lid, ter beschikking gesteld:
1° ze maakten gebruik van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijkeassistentiebudget op het moment van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning;
2° het agentschap heeft voor 1 januari 2020 een beslissing genomen tot terbeschikkingstelling van het toegewezen budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, wat betreft het bedrag van de budgetcategorie die is toegewezen, dat niet hoger is dan het bedrag van de subsidies die het agentschap heeft betaald voor de jeugdhulpverlening, opgenomen in de jeugdhulpverleningsbeslissing, vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of opgenomen in de beslissing van het agentschap tot toewijzing van jeugdhulpverlening.".
Art. 5. Dans l'article 56 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 mars 2016, 24 fĂ©vrier 2017, 8 juin 2018 et 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 3 est abrogé ;
2° entre l'alinéa 6 actuel, qui devient l'alinéa 5, et l'alinéa 7 actuel, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Aux personnes handicapées qui répondent à toutes les conditions suivantes, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition conformément à l'article 37, § 1er, alinéas 3 et 4 :
1° elles ont fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ;
2° avant le 1er janvier 2020, l'agence a pris une décision relative à la mise à disposition du budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payé pour les services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse. ".
1° l'alinéa 3 est abrogé ;
2° entre l'alinéa 6 actuel, qui devient l'alinéa 5, et l'alinéa 7 actuel, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Aux personnes handicapées qui répondent à toutes les conditions suivantes, le budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles est mis à disposition conformément à l'article 37, § 1er, alinéas 3 et 4 :
1° elles ont fait usage d'une forme de services d'aide à la jeunesse non directement accessibles autre qu'un budget d'assistance personnelle au moment de la demande d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles ;
2° avant le 1er janvier 2020, l'agence a pris une décision relative à la mise à disposition du budget attribué pour des soins et du soutien non directement accessibles dont le montant de la catégorie budgétaire qui a été attribuée n'est pas supérieur au montant des subventions que l'agence a payé pour les services d'aide à la jeunesse, repris dans la décision de services d'aide à la jeunesse, visée à l'article 2, § 1er, 28° du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou repris dans la décision de l'agence relative à l'attribution de services d'aide à la jeunesse. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©
Art. 6. In hoofdstuk 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017 en 8 juni 2018, wordt het opschrift "Afdeling 4. De beslissing tot toewijzing van een budget en de terbeschikkingstelling van dat budget" vervangen door het opschrift "Afdeling 5. De beslissing tot toewijzing van een budget".
Art. 6. Au chapitre 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 fĂ©vrier 2017 et 8 juin 2018, l'intitulĂ© " Section 4. La dĂ©cision d'attribution d'un budget et la mise Ă disposition de ce budget " est remplacĂ© par l'intitulĂ© " Section 5. La dĂ©cision d'attribution d'un budget ".
Art. 7. Artikel 16 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 2018, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 2018, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s
Art. 8. In artikel 20 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
1° 1800 euro voor budgetcategorie I tot en met IV, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015, zoals van toepassing op 31 december 2019;
2° 3600 euro voor budgetcategorie V tot en met XII, vermeld in de voormelde tabel 1.";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
1° 1800 euro voor budgetcategorie 1 tot en met 7, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015;
2° 3600 euro voor budgetcategorie 8 tot en met 24, vermeld in de voormelde tabel 1.".
1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
1° 1800 euro voor budgetcategorie I tot en met IV, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015, zoals van toepassing op 31 december 2019;
2° 3600 euro voor budgetcategorie V tot en met XII, vermeld in de voormelde tabel 1.";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het vrij besteedbare bedrag bedraagt:
1° 1800 euro voor budgetcategorie 1 tot en met 7, vermeld in tabel 1, die opgenomen is in de bijlage bij het besluit van 27 november 2015;
2° 3600 euro voor budgetcategorie 8 tot en met 24, vermeld in de voormelde tabel 1.".
Art. 8. Dans l'article 20 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le montant à dépenser librement s'élÚve à :
1° 1800 euros pour les catĂ©gories budgĂ©taires I Ă IV incluse, mentionnĂ©es dans le tableau 1er repris Ă l'annexe jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, tel qu'il s'applique le 31 dĂ©cembre 2019 ;
2° 3600 euros pour les catégories budgétaires V à XII incluse, mentionnées dans le tableau 1er précité. " ;
2° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
" Le montant à dépenser librement s'élÚve à :
1° 1800 euros pour les catĂ©gories budgĂ©taires 1 Ă 7 incluse, mentionnĂ©es dans le tableau 1er repris Ă l'annexe jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° 3600 euros pour les catégories budgétaires 8 à 24 incluse, mentionnées dans le tableau 1er. ".
1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le montant à dépenser librement s'élÚve à :
1° 1800 euros pour les catĂ©gories budgĂ©taires I Ă IV incluse, mentionnĂ©es dans le tableau 1er repris Ă l'annexe jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, tel qu'il s'applique le 31 dĂ©cembre 2019 ;
2° 3600 euros pour les catégories budgétaires V à XII incluse, mentionnées dans le tableau 1er précité. " ;
2° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
" Le montant à dépenser librement s'élÚve à :
1° 1800 euros pour les catĂ©gories budgĂ©taires 1 Ă 7 incluse, mentionnĂ©es dans le tableau 1er repris Ă l'annexe jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° 3600 euros pour les catégories budgétaires 8 à 24 incluse, mentionnées dans le tableau 1er. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif Ă la mĂ©thode de calcul des subventions pour frais de personnel
Art. 9. In artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, 28 september 2018, 14 december 2018 en 26 april 2019, wordt punt 14° opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 6, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif Ă la mĂ©thode de calcul des subventions pour frais de personnel, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 22 dĂ©cembre 2017, 28 septembre 2018, 14 dĂ©cembre 2018 et 26 avril 2019, le point 14° est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets personnalisĂ©s qui sont mis Ă disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisĂ©
Art. 10. In artikel 11/1, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "die op 31 december 2016 erkend waren als een FAM of een thuisbegeleidingsdienst en die op die datum" wordt vervangen door de zinsnede "die op 1 november 2019";
2° er wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt:
"ongeacht of voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 3 van het besluit van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap.".
1° de zinsnede "die op 31 december 2016 erkend waren als een FAM of een thuisbegeleidingsdienst en die op die datum" wordt vervangen door de zinsnede "die op 1 november 2019";
2° er wordt een zinsnede toegevoegd, die luidt als volgt:
"ongeacht of voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 3 van het besluit van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap.".
Art. 10. Dans l'article 11/1, § 2, alinĂ©a 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets personnalisĂ©s qui sont mis Ă disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisĂ©, tel qu'insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le membre de phrase " qui, au 31 décembre 2016, étaient agréés comme FAM ou service d'aide à domicile et qui, à cette date " est remplacé par le membre de phrase " qui au 1 novembre 2019 " ;
2° il est ajouté un membre de phrase, rédigé comme suit :
" indĂ©pendamment du fait de savoir s'il a Ă©tĂ© satisfait Ă la condition, telle que visĂ©e Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es. ".
1° le membre de phrase " qui, au 31 décembre 2016, étaient agréés comme FAM ou service d'aide à domicile et qui, à cette date " est remplacé par le membre de phrase " qui au 1 novembre 2019 " ;
2° il est ajouté un membre de phrase, rédigé comme suit :
" indĂ©pendamment du fait de savoir s'il a Ă©tĂ© satisfait Ă la condition, telle que visĂ©e Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es. ".
Art. 11. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 13 tot en met artikel 16, opgeheven.
Art. 11. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, le chapitre 4, composĂ© des articles 13 Ă article 16 inclus, est abrogĂ©.
Art. 12. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, worden een artikel 19/1 tot en met 19/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 19/1. De vergunde zorgaanbieders en de personen met een handicap of hun vertegenwoordigers, voor wie conform artikel 10 een budgetcategorie is vastgesteld, passen, in voorkomend geval, in onderling overleg de individuele dienstverleningsovereenkomsten aan uiterlijk op 1 juli 2020.
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten wordt om het totale aantal zorggebonden personeelspunten te berekenen dat bij de vergunde zorgaanbieder wordt ingezet in de vorm van een voucher als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, en het aantal extra personeelspunten dat is bepaald conform artikel 3, § 5, van het voormelde besluit, voor de personen met een handicap, vermeld in het eerste lid, voor de periode van 1 januari 2020 tot op de datum van de aanpassing van de individuele dienstverleningsovereenkomst rekening gehouden met het aantal zorggebonden punten dat is opgenomen in de aangepaste individuele dienstverleningsovereenkomst.
Art. 19/2. In afwijking van artikel 37 tot en met 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap vervallen de individuele dienstverleningsovereenkomsten met de personen met een handicap, vermeld in artikel 11/1, § 2, eerste lid, van dit besluit, van rechtswege met ingang van 1 januari 2020.
Art. 19/3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder
1° besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders;
2° budgethouder: de budgethouder, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van 24 juni 2016;
3° cashbudget: een cashbudget als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van 24 juni 2016;
4° voucher: een voucher als vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van 24 juni 2016.
De budgethouder van de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, van dit besluit, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5 van dit besluit, op 1 november 2019 gedeeltelijk besteedt bij andere zorgaanbieders dan een vergunde zorgaanbieder, maakt voor het deel van de zorggebonden punten die hij besteedt als een cashbudget, een laatste kostenstaat op als vermeld in artikel 22 van het besluit van 24 juni 2016, met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot uiterlijk 31 december 2019, met inbegrip van de wettelijk verplichte opzegvergoedingen. Hij bezorgt die kostenstaat uiterlijk op 1 maart 2020 aan het agentschap. Nadat het agentschap de laatste kostenstaat heeft ontvangen, maakt het de eindafrekening van het gebruik van het cashbudget.
Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de budgethouder heeft ingediend, tot het jaarlijkse aantal zorggebonden punten, vermeld in het tweede lid, volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten dat op jaarbasis als voucher is vastgelegd en het gedeelte dat al is besteed als cashbudget.
Als met kostenstaten aangetoond wordt dat het jaarlijkse aantal zorggebonden punten niet volstaat om de wettelijke opzegvergoedingen te betalen, kan het agentschap maximaal een vierde van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten extra toekennen om de opzegvergoedingen te betalen.
Art. 19/4. Aan de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5, op 1 november 2019 volledig besteden als een cashbudget, wordt in afwijking van artikel 10, § 2, eerste lid, en artikel 11/1, § 2, eerste lid, een aantal zorggebonden punten toegekend dat als een budget kan worden besteed en dat op basis van de ondersteuningsfuncties en de frequenties voor die ondersteuningsfuncties die conform artikel 7 in aanmerking worden genomen voor de betrokken persoon, met de volgende elementen wordt berekend:
1° dagondersteuning: 0,087 punten per dag;
2° woonondersteuning: 0,13 punten per nacht;
3° psychosociale begeleiding: 0,22 punten per begeleiding;
4° globale individuele ondersteuning: 0,22 punten per begeleiding.
Het totale aantal zorggebonden punten wordt omgezet in euro aan de hand van de omslagsleutel, vermeld in artikel 17, derde lid, van het besluit van 27 november 2015.
Het jaarlijkse bedrag in euro, dat wordt berekend conform het eerste en het tweede lid, wordt ter beschikking gesteld met ingang van 1 januari 2020.".
"Art. 19/1. De vergunde zorgaanbieders en de personen met een handicap of hun vertegenwoordigers, voor wie conform artikel 10 een budgetcategorie is vastgesteld, passen, in voorkomend geval, in onderling overleg de individuele dienstverleningsovereenkomsten aan uiterlijk op 1 juli 2020.
Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, 8°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten wordt om het totale aantal zorggebonden personeelspunten te berekenen dat bij de vergunde zorgaanbieder wordt ingezet in de vorm van een voucher als vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders, en het aantal extra personeelspunten dat is bepaald conform artikel 3, § 5, van het voormelde besluit, voor de personen met een handicap, vermeld in het eerste lid, voor de periode van 1 januari 2020 tot op de datum van de aanpassing van de individuele dienstverleningsovereenkomst rekening gehouden met het aantal zorggebonden punten dat is opgenomen in de aangepaste individuele dienstverleningsovereenkomst.
Art. 19/2. In afwijking van artikel 37 tot en met 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap vervallen de individuele dienstverleningsovereenkomsten met de personen met een handicap, vermeld in artikel 11/1, § 2, eerste lid, van dit besluit, van rechtswege met ingang van 1 januari 2020.
Art. 19/3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder
1° besluit van 24 juni 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders;
2° budgethouder: de budgethouder, vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van 24 juni 2016;
3° cashbudget: een cashbudget als vermeld in artikel 1, 7°, van het besluit van 24 juni 2016;
4° voucher: een voucher als vermeld in artikel 1, 10°, van het besluit van 24 juni 2016.
De budgethouder van de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, van dit besluit, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5 van dit besluit, op 1 november 2019 gedeeltelijk besteedt bij andere zorgaanbieders dan een vergunde zorgaanbieder, maakt voor het deel van de zorggebonden punten die hij besteedt als een cashbudget, een laatste kostenstaat op als vermeld in artikel 22 van het besluit van 24 juni 2016, met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot uiterlijk 31 december 2019, met inbegrip van de wettelijk verplichte opzegvergoedingen. Hij bezorgt die kostenstaat uiterlijk op 1 maart 2020 aan het agentschap. Nadat het agentschap de laatste kostenstaat heeft ontvangen, maakt het de eindafrekening van het gebruik van het cashbudget.
Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de budgethouder heeft ingediend, tot het jaarlijkse aantal zorggebonden punten, vermeld in het tweede lid, volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten dat op jaarbasis als voucher is vastgelegd en het gedeelte dat al is besteed als cashbudget.
Als met kostenstaten aangetoond wordt dat het jaarlijkse aantal zorggebonden punten niet volstaat om de wettelijke opzegvergoedingen te betalen, kan het agentschap maximaal een vierde van het jaarlijkse aantal zorggebonden punten extra toekennen om de opzegvergoedingen te betalen.
Art. 19/4. Aan de personen, vermeld in artikel 11/1, § 2, die het aantal zorggebonden punten, vermeld in artikel 2, in voorkomend geval verhoogd conform artikel 3 tot en met 5, op 1 november 2019 volledig besteden als een cashbudget, wordt in afwijking van artikel 10, § 2, eerste lid, en artikel 11/1, § 2, eerste lid, een aantal zorggebonden punten toegekend dat als een budget kan worden besteed en dat op basis van de ondersteuningsfuncties en de frequenties voor die ondersteuningsfuncties die conform artikel 7 in aanmerking worden genomen voor de betrokken persoon, met de volgende elementen wordt berekend:
1° dagondersteuning: 0,087 punten per dag;
2° woonondersteuning: 0,13 punten per nacht;
3° psychosociale begeleiding: 0,22 punten per begeleiding;
4° globale individuele ondersteuning: 0,22 punten per begeleiding.
Het totale aantal zorggebonden punten wordt omgezet in euro aan de hand van de omslagsleutel, vermeld in artikel 17, derde lid, van het besluit van 27 november 2015.
Het jaarlijkse bedrag in euro, dat wordt berekend conform het eerste en het tweede lid, wordt ter beschikking gesteld met ingang van 1 januari 2020.".
Art. 12. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, sont insĂ©rĂ©s les articles 19/1 au 19/4, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Art. 19/1. Les offreurs de soins autorisés et les personnes handicapées ou leurs représentants, pour qui, conformément à l'article 10 une catégorie budgétaire a été établie, ajustent, le cas échéant, en concertation mutuelle, le contrat individuel de services et ce pour le 1 juillet 2020 au plus tard.
Pour l'application de l'article 6, alinĂ©a 1er, 8° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif Ă la mĂ©thode de calcul des subventions pour frais de personnel, le nombre total de points de personnel liĂ©s aux soins affectĂ©s auprĂšs de l'offreur de soins autorisĂ© sous forme de voucher, tel que visĂ© Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s et le nombre de points de personnel supplĂ©mentaires, dĂ©fini conformĂ©ment Ă l'article 3, § 5 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, sont calculĂ©s pour les personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, pour la pĂ©riode du 1 janvier 2020 jusqu'Ă la date de l'ajustement du contrat individuel de services en tenant compte du nombre de points liĂ©s aux soins, repris dans le contrat individuel de services ajuste.
Art. 19/2. Par dĂ©rogation aux articles 37 Ă 41 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es, les contrats individuels de services conclus avec les personnes handicapĂ©es, telles que visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, cessent d'office Ă partir du 1 janvier 2020.
Art. 19/3. Pour l'application du présent article on entend par
1° arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s ;
2° bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe : le bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe, tel que visĂ© dans l'article 1er, 6° de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 ;
3° budget de trĂ©sorerie : un budget de trĂ©sorerie, tel que visĂ© Ă l'article 1er, 7°, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 ;
4° voucher : un voucher tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 201624 juin 2016.
Le bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe des personnes, visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui le 1er novembre 2019 affecte une partie du nombre de points liĂ©s aux soins, visĂ©s Ă l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le cas Ă©chĂ©ant majorĂ©, conformĂ©ment aux articles 3 Ă 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, auprĂšs d'offreurs de soins autres que des offreurs de soins autorisĂ©s, Ă©tablit pour la partie des points liĂ©s aux soins qu'il affecte comme un budget de trĂ©sorerie, un dernier Ă©tat de frais, tel que visĂ© Ă l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016, avec mention de tous les frais pour les soins et le soutien occasionnĂ©s jusqu'au 31 dĂ©cembre 2019 inclus, y compris les indemnitĂ©s de prĂ©avis lĂ©galement obligatoires. Il remet cet Ă©tat de frais Ă l'agence au plus tard le 1er mars 2020. AprĂšs que l'agence a reçu le dernier Ă©tat de frais, elle Ă©tablit le compte final de l'affectation du budget de trĂ©sorerie.
L'agence paie les montants mentionnés dans le dernier état de frais que le bénéficiaire d'enveloppe a introduit jusqu'à ce que le nombre annuel de points liés aux soins, visé à l'alinéa 2, ait été intégralement utilisé, compte tenu de la part du nombre total des points liés aux soins, qui a été réservée comme voucher et de la partie déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
S'il est démontré à l'aide des états de frais que le nombre annuel de points liés aux soins ne suffit pas pour payer les indemnité de préavis légales, l'agence peut au maximum octroyer un quart du nombre annuel de points liés aux soins en surplus pour payer les indemnité de préavis.
Art. 19/4. Aux personnes, visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2, qui le 1 novembre 2019 affectent le total du nombre de points liĂ©s aux soins, tels que visĂ©s Ă l'article 2, le cas Ă©chĂ©ant majorĂ© conformĂ©ment aux articles 3 Ă 5, comme un budget de trĂ©sorerie, il est octroyĂ©, par dĂ©rogation Ă l'article 10, § 2, alinĂ©a 1er et Ă l'article 11/1, § 2, alinĂ©a 1er, un nombre de points liĂ©s aux soins qui peut ĂȘtre affectĂ© comme un budget et qui, sur la base des fonctions de soutien et des frĂ©quences pour ces fonctions de soutien dont il est tenu compte dans le cas de la personne concernĂ©e, est calculĂ© Ă partir des Ă©lĂ©ments suivants :
1° accompagnement de jour 0,087 points par jour ;
2° accompagnement au logement : 0,13 points par nuit ;
3° accompagnement psychosocial : 0,22 points par accompagnement ;
4° soutien individuel global : 0,22 points par accompagnement.
Le nombre total de points liĂ©s aux soins est converti en montants en euros Ă l'aide de la clĂ© de conversion visĂ©e Ă l'article 17, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
Le montant annuel en euros, qui est calculé conformément aux alinéas premier et deux, est mis à la disposition à partir du 1er janvier 2020. ".
" Art. 19/1. Les offreurs de soins autorisés et les personnes handicapées ou leurs représentants, pour qui, conformément à l'article 10 une catégorie budgétaire a été établie, ajustent, le cas échéant, en concertation mutuelle, le contrat individuel de services et ce pour le 1 juillet 2020 au plus tard.
Pour l'application de l'article 6, alinĂ©a 1er, 8° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif Ă la mĂ©thode de calcul des subventions pour frais de personnel, le nombre total de points de personnel liĂ©s aux soins affectĂ©s auprĂšs de l'offreur de soins autorisĂ© sous forme de voucher, tel que visĂ© Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s et le nombre de points de personnel supplĂ©mentaires, dĂ©fini conformĂ©ment Ă l'article 3, § 5 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, sont calculĂ©s pour les personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, pour la pĂ©riode du 1 janvier 2020 jusqu'Ă la date de l'ajustement du contrat individuel de services en tenant compte du nombre de points liĂ©s aux soins, repris dans le contrat individuel de services ajuste.
Art. 19/2. Par dĂ©rogation aux articles 37 Ă 41 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es, les contrats individuels de services conclus avec les personnes handicapĂ©es, telles que visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, cessent d'office Ă partir du 1 janvier 2020.
Art. 19/3. Pour l'application du présent article on entend par
1° arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif Ă l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es majeures ainsi qu'aux frais liĂ©s Ă l'organisation pour les offreurs de soins autorisĂ©s ;
2° bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe : le bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe, tel que visĂ© dans l'article 1er, 6° de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 ;
3° budget de trĂ©sorerie : un budget de trĂ©sorerie, tel que visĂ© Ă l'article 1er, 7°, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016 ;
4° voucher : un voucher tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 201624 juin 2016.
Le bĂ©nĂ©ficiaire d'enveloppe des personnes, visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui le 1er novembre 2019 affecte une partie du nombre de points liĂ©s aux soins, visĂ©s Ă l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le cas Ă©chĂ©ant majorĂ©, conformĂ©ment aux articles 3 Ă 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, auprĂšs d'offreurs de soins autres que des offreurs de soins autorisĂ©s, Ă©tablit pour la partie des points liĂ©s aux soins qu'il affecte comme un budget de trĂ©sorerie, un dernier Ă©tat de frais, tel que visĂ© Ă l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© du 24 juin 2016, avec mention de tous les frais pour les soins et le soutien occasionnĂ©s jusqu'au 31 dĂ©cembre 2019 inclus, y compris les indemnitĂ©s de prĂ©avis lĂ©galement obligatoires. Il remet cet Ă©tat de frais Ă l'agence au plus tard le 1er mars 2020. AprĂšs que l'agence a reçu le dernier Ă©tat de frais, elle Ă©tablit le compte final de l'affectation du budget de trĂ©sorerie.
L'agence paie les montants mentionnés dans le dernier état de frais que le bénéficiaire d'enveloppe a introduit jusqu'à ce que le nombre annuel de points liés aux soins, visé à l'alinéa 2, ait été intégralement utilisé, compte tenu de la part du nombre total des points liés aux soins, qui a été réservée comme voucher et de la partie déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
S'il est démontré à l'aide des états de frais que le nombre annuel de points liés aux soins ne suffit pas pour payer les indemnité de préavis légales, l'agence peut au maximum octroyer un quart du nombre annuel de points liés aux soins en surplus pour payer les indemnité de préavis.
Art. 19/4. Aux personnes, visĂ©es Ă l'article 11/1, § 2, qui le 1 novembre 2019 affectent le total du nombre de points liĂ©s aux soins, tels que visĂ©s Ă l'article 2, le cas Ă©chĂ©ant majorĂ© conformĂ©ment aux articles 3 Ă 5, comme un budget de trĂ©sorerie, il est octroyĂ©, par dĂ©rogation Ă l'article 10, § 2, alinĂ©a 1er et Ă l'article 11/1, § 2, alinĂ©a 1er, un nombre de points liĂ©s aux soins qui peut ĂȘtre affectĂ© comme un budget et qui, sur la base des fonctions de soutien et des frĂ©quences pour ces fonctions de soutien dont il est tenu compte dans le cas de la personne concernĂ©e, est calculĂ© Ă partir des Ă©lĂ©ments suivants :
1° accompagnement de jour 0,087 points par jour ;
2° accompagnement au logement : 0,13 points par nuit ;
3° accompagnement psychosocial : 0,22 points par accompagnement ;
4° soutien individuel global : 0,22 points par accompagnement.
Le nombre total de points liĂ©s aux soins est converti en montants en euros Ă l'aide de la clĂ© de conversion visĂ©e Ă l'article 17, alinĂ©a 3 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
Le montant annuel en euros, qui est calculé conformément aux alinéas premier et deux, est mis à la disposition à partir du 1er janvier 2020. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 tot wijziging van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019 modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand relatifs au soutien aux personnes handicapĂ©es
Art. 13. Aan artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019 tot wijziging van een aantal besluiten van de Vlaamse Regering over de ondersteuning van personen met een handicap wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt al volgt:
"De bepalingen van artikel 19, 20 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget en de bijlage bij dat besluit, zoals van kracht voor 1 januari 2020, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 1 tot en met artikel 15 van het voormelde besluit zijn ingediend voor 17 maart 2020.".
"De bepalingen van artikel 19, 20 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget en de bijlage bij dat besluit, zoals van kracht voor 1 januari 2020, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 1 tot en met artikel 15 van het voormelde besluit zijn ingediend voor 17 maart 2020.".
Art. 13. A l'article 25 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019 modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand relatifs au soutien aux personnes handicapĂ©es, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
" Les dispositions des articles 19, 20 et 21 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget et de l'annexe Ă cet arrĂȘtĂ©, telles qu'elles s'appliquaient avant le 1 janvier 2020, s'appliquent aux demandes qui, conformĂ©ment aux articles 1er Ă 15 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, ont Ă©tĂ© introduites avant le 17 mars 2020. ".
" Les dispositions des articles 19, 20 et 21 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget et de l'annexe Ă cet arrĂȘtĂ©, telles qu'elles s'appliquaient avant le 1 janvier 2020, s'appliquent aux demandes qui, conformĂ©ment aux articles 1er Ă 15 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, ont Ă©tĂ© introduites avant le 17 mars 2020. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 14. Het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 over de ondersteuning van meerderjarige personen met een dubbeldiagnose en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten wordt opgeheven.
Art. 14. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 relatif au soutien de personnes majeures Ă double diagnostic et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif Ă la mĂ©thode de calcul des subventions pour frais de personnel est abrogĂ©.
Art. 15. De bepalingen van artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 1 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 29 van het voormelde besluit van 27 november 2015 zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 1 van dit besluit.
Art. 15. Les dispositions de l'article 31 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget, telles qu'elles s'appliquent avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent aux demandes, qui, conformĂ©ment Ă l'article 29 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du 27 novembre 2015, ont Ă©tĂ© introduites avant la date de l'entrĂ©e en vigueur de l'article 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 16. De bepalingen van artikel 33, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 2 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen die conform artikel 33, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit van 27 november 2015 zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 2 van dit besluit.
Art. 16. Les dispositions de l'article 33, § 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget, telles qu'elles s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent aux demandes qui, conformĂ©ment Ă l'article 33, § 1er, alinĂ©a 1er de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du 27 novembre 2015, ont Ă©tĂ© introduites avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 17. De bepalingen van artikel 13 tot en met artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van artikel 11 van dit besluit, zijn van toepassing op de aanvragen in het kader van garantie op ondersteuning zeven dagen per week dag en nacht die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van artikel 11 van dit besluit.
Art. 17. Les dispositions des articles 13 Ă 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets personnalisĂ©s qui sont mis Ă disposition dans le cadre de la transition vers un financement personnalisĂ©, telles qu'elles s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 11 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent aux demandes dans le cadre de la garantie au soutien sept jours par semaine jour et nuit, qui ont Ă©tĂ© introduites avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'article 11 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 18. Artikel 1, 2, 11, 14, 15, 16 en 17 treden in werking op de tiende dag na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 18. Les articles 1, 2, 11, 14, 15, 16 et 17 entrent en vigueur au dixiĂšme jour aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă partir du 1er janvier 2020.
Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă partir du 1er janvier 2020.
Art. 19. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.