Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 APRIL 2020. - Wet houdende wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en de programmawet (I) van 29 maart 2012, inzake de verwerking van persoongegevens via het e-notariaat
Titre
23 AVRIL 2020. - Loi portant des modifications du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, du Code des impôts sur les revenus 1992, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, et de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, en ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel transmises via l'e-notariat
Documentinformatie
Numac: 2020040971
Datum: 2020-04-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020040971
Date: 2020-04-23
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, en de programmawet (i) van 29 maart 2012, inzake het e-notariaat
TITRE 2. - Modifications du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, du Code des impôts sur les revenus 1992, du Code du recouvrement amiable et force des créances fiscales et non fiscales, et de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, en matière d'e-notariat
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
CHAPITRE 1. - Modifications du code de la taxe sur la valeur ajoutée
Art. 2. In artikel 93ter, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019, uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) in het eerste lid wordt de inleidende zin vervangen als volgt:
  "Om de Schatkist, met het oog op de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren, in staat te stellen een wettelijke hypotheek te nemen op een voor hypotheek vatbaar goed dat het voorwerp uitmaakt van een ontwerpakte tot vervreemding of hypothecaire aanwending, zijn de notarissen die verzocht zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer zij daarvan geen bericht geven aan:";
  2) in het eerste lid, 2°, wordt het woord "brief" vervangen door het woord "zending";
  3) vier leden worden ingevoegd tussen het eerste en tweede lid, luidende:
  "Het bericht vermeldt de identiteit van de afzender, het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid en de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht op dat goed.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de afzender, de naam, voornaam, hoedanigheid, adres en ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, voornamen en het identificatienummer van het Rijksregister, of bij gebreke daaraan het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, of bij gebreke aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen: de naam, de rechtsvorm en het ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identificatie van het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid, de aard van het goed, zijn adres, het nummer van de kadastrale legger, en indien deze gegevens gekend zijn, de verkoopprijs en de hypothecaire toestand.";
  4) in het tweede lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "in het eerste lid" ingevoegd tussen het woord "sprake" en de woorden "niet verleden".
Art. 2. A l'article 93ter, § 1er, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019, sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1) dans l'alinéa 1er, la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  "Afin de permettre au Trésor de prendre une hypothèque légale sur un bien qui en est susceptible et qui fait l'objet d'un projet d'acte d'aliénation ou d'affectation hypothécaire, aux fins d'assurer le recouvrement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires, les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire lorsqu'ils n'en avisent pas :" ;
  2) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "lettre recommandée" sont remplacés par les mots "envoi recommandé" ;
  3) quatre alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
  "L'avis mentionne l'identité de l'expéditeur, le bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er et l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel sur ce bien.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité de l'expéditeur comprend les nom, prénom, qualité, adresse et numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel comprend :
  a) pour les personnes physiques : les nom, prénoms et le numéro d'identification du Registre National, ou à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, ou en l'absence de tels numéros, leur date de naissance ;
  b) pour les personnes morales : le nom, la forme juridique et le numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identification du bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er comprend la nature du bien, son adresse, le numéro de la matrice cadastrale, et, si ces données sont connues, le prix de vente et la situation hypothécaire." ;
  4) dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 6, les mots "dans l'alinéa 1er" sont insérés entre le mot "envisagé" et les mots "n'est pas passé".
Art. 3. In artikel 93quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019 uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) in paragraaf 1, 2°, wordt het woord "brief" telkens vervangen door het woord "zending";
  2) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in deze paragraaf uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 3. A l'article 93quater du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019 sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1) dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "lettre recommandée" sont chaque fois remplacés par les mots "envoi recommandé" ;
  2) l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées dans le présent paragraphe, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 4. Artikel 93octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 augustus 1980 en opgeheven bij de wet van 11 februari 2019, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 93octies. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor het verzamelen en opslaan van de gegevens die van de notarissen worden ontvangen in uitvoering van artikel 93ter, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld schuldenaars zijn van een zekere schuld aan de belastingadministratie, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen en, in voorkomend geval, het nemen van de nodige maatregelen voor de inschrijving van de wettelijke hypotheek.
  De gegevens opgenomen in het bericht, de kennisgeving en de inlichting respectievelijk bedoeld in de artikelen 93ter, 93quater en 93quinquies worden door de Federale Overheidsdienst Financiën bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de wettelijke hypotheek van de Schatkist te waarborgen of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering van de belasting over de toegevoegde waarde en bijbehoren te verzekeren, die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het eerste lid behoren en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen definitief afgesloten zijn.".
Art. 4. L'article 93octies du même Code, inséré par la loi du 8 août 1980 et abrogé par la loi du 11 février 2019, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 93octies. Le Service public fédéral Finances représenté par le président du Comité de direction est, le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, pour la collecte et la conservation des données reçues des notaires en exécution de l'article 93ter, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables à l'égard de l'administration fiscale d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernés et le cas échant, l'adoption de mesures nécessaires pour procéder à l'inscription de l'hypothèque légale.
  Les données contenues dans l'avis, la notification et l'information visés respectivement aux articles 93ter, 93quater et 93quinquies sont conservées par le Service public fédéral Finances jusqu'au 31 décembre au plus tard de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes nécessaires à préserver l'hypothèque légale du Trésor ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement de la taxe sur la valeur ajoutée et des accessoires, relevant des compétences du responsable du traitement visé à l'alinéa 1er est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
CHAPITRE 2. - Modifications du Code des impôts sur les revenus 1992
Art. 5. In artikel 412bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 11 februari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) het artikel wordt vervangen als volgt:
  "Art. 412bis. § 1. In afwijking van artikel 412, tweede lid, is de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de in artikel 272, tweede lid, vermelde meerwaarden betaalbaar bij de registratie van de in artikel 270, eerste lid, 5°, vermelde akten of verklaringen.
  De in artikel 270, eerste lid, 5°, vermelde personen zijn gehouden om, bij de registratie van de akte of van de verklaring waarbij de overdracht is vastgesteld, op het in artikel 39 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vermelde kantoor, de bedrijfsvoorheffing, bepaald overeenkomstig hoofdstuk V, afdeling 8, van de bijlage III van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, te betalen met betrekking tot de meerwaarden die begrepen zijn in de in artikel 228, § 2, 3°, a en 4°, vermelde winst of baten, en die verwezenlijkt zijn bij de overdracht onder bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen of van zakelijke rechten met betrekking tot zulke onroerende goederen, door aan de belasting van niet-inwoners onderworpen belastingplichtigen.
  Artikel 169ter van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten is van toepassing op de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de in het eerste lid en het tweede lid bedoelde meerwaarden, die bij de registratie van de akte of van de verklaring moet worden betaald.
  § 2. Wanneer paragraaf 1 moet worden toegepast om de inning van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de meerwaarden te verzekeren, zijn de in artikel 270, eerste lid, 5°, vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing verplicht, het bericht vermeld in artikel 433 op te stellen dat bovendien melding moet maken van alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de verwezenlijkte meerwaarden en eventueel de kosten en uitgaven te verantwoorden die de overdrager vraagt van de overdrachtprijs af te trekken of bij de verkrijgingsprijs te voegen.
  Het bericht vermeldt eveneens de identiteit van de afzender, het goed dat het voorwerp is van de akte of de verklaring bedoeld in artikel 270, eerste lid, 5°, en de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht op dat goed.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de afzender, de naam, voornaam, hoedanigheid, adres en ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, voornamen en het identificatienummer van het Rijksregister, of bij gebreke daaraan het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, of bij gebreke aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen: de naam, de rechtsvorm en het ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identificatie van het goed dat het voorwerp is van de akte of de verklaring bedoeld in paragraaf 1, de aard van het goed, zijn adres, het nummer van de kadastrale legger, en indien deze gegevens gekend zijn, de verkoopprijs en de hypothecaire toestand.
  Het bericht bedoeld in het eerste lid moet, vóór registratie, worden meegedeeld aan:
  1° de Stafdienst Informatie- en Communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, en dit op elektronische wijze;
  2° de bevoegde ontvanger wanneer de mededeling van het bericht niet kan gebeuren overeenkomstig 1° omwille van overmacht of een technische storing. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende zending meegedeeld.
  Indien de akte of de verklaring waarvan sprake is in paragraaf 1 niet verleden wordt binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het bericht als niet bestaande beschouwd.
  Wanneer het bericht meegedeeld is overeenkomstig het zesde lid, 1°, wordt onder de verzendingsdatum van het bericht verstaan de datum van ontvangstmelding meegedeeld door de Stafdienst Informatie- en Communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  Wanneer eenzelfde bericht achtereenvolgens wordt verstuurd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het zesde lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het zesde lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het zesde lid, 1°, voorafgaat.
  § 3. Door de ontvangers wordt aan de in paragraaf 2 vermelde schuldenaars, binnen de termijn gesteld in artikel 434, bij aangetekende zending kennis gegeven van het bedrag van de krachtens artikel 273, 2°, verschuldigde bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de meerwaarden verwezenlijkt op de goederen welke het voorwerp van de akte of de verklaring bedoeld in paragraaf 1 zijn.
  In geval van openbare verkoop zullen de ontvangers, in afwijking van het eerste lid, aan de betrokken schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing enkel kennis geven van het totale bedrag dat van de overdrachtprijs moet worden afgetrokken om het bedrag van de verwezenlijkte meerwaarde te bekomen zodat deze, evenals de erop verschuldigde bedrijfsvoorheffing, door voormelde schuldenaar zelf kan berekend worden.
  § 4. De schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing legt, vóór registratie, de in paragraaf 3 vermelde kennisgeving voor aan de ontvanger belast met de registratie van de akte of van de verklaring waarbij de overdracht is vastgesteld.
  De ontvanger kan de registratie van de akte of de verklaring afhankelijk stellen van de overlegging van een getuigschrift dat uitgaat van de bevoegde ambtenaar van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, waarbij is vastgesteld dat de overdrager geen belastingplichtige is zoals bedoeld in artikel 227, 1° of 2°.
  § 5. Na ontvangst van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing zal de ontvanger van de registratie de in paragraaf 3 vermelde kennisgeving vervolledigen en in tweevoud aan de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing uitreiken. Deze laatste zal een exemplaar aan de overdrager van het onroerend goed of van de zakelijke rechten met betrekking tot dat goed overhandigen om hem in staat te stellen zijn aangifte in de belasting van niet-inwoners in te vullen.
  De ontvanger van de registratie stuurt een exemplaar van de in het eerste lid vermelde kennisgeving aan de bevoegde dienst van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen.
  § 6. De Koning bepaalt de vermeldingen die voorkomen in het bericht bedoeld in paragraaf 2, eerste lid.";
  2) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in artikel 433" vervangen door de woorden ", naargelang het geval, in artikel 433 of in artikel 35 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen";
  3) in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "in artikel 434" vervangen door de woorden ", naargelang het geval, in artikel 434 of in artikel 36 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen".
Art. 5. A l'article 412bis, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par la loi du 11 février 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1) l'article est remplacé comme suit :
  "Art. 412bis. § 1er. Par dérogation à l'article 412, alinéa 2, le précompte professionnel afférent aux plus-values visées à l'article 272, alinéa 2, est payable lors de l'enregistrement des actes et déclarations visés à l'article 270, alinéa 1er, 5°.
  Les personnes visées par l'article 270, alinéa 1er, 5°, sont tenues de verser, lors de l'enregistrement de l'acte ou de la déclaration constatant la cession, au bureau désigné à l'article 39 du code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, le précompte professionnel déterminé conformément au chapitre V, section 8, de l'annexe III de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992, afférent aux plus-values comprises dans les bénéfices ou profits visés à l'article 228, § 2, 3°, a, et 4°, et réalisées par des contribuables assujettis à l'impôt des non-résidents à l'occasion d'une cession à titre onéreux de biens immobiliers situés en Belgique ou de droits réels portant sur ces biens immobiliers.
  L'article 169ter du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est rendu applicable au précompte professionnel relatif aux plus-values visées aux alinéas 1er et 2, payable lors de l'enregistrement de l'acte ou de la déclaration.
  § 2. Lorsque le paragraphe 1er doit être appliqué, afin de garantir la perception du précompte professionnel afférent aux plus-values, les débiteurs du précompte professionnel visés à l'article 270, alinéa 1er, 5°, sont tenus d'établir l'avis visé à l'article 433 qui doit en outre faire mention de tous les éléments nécessaires pour le calcul du précompte professionnel afférent aux plus-values réalisées et, le cas échéant, de justifier les frais et dépenses que le cédant demande de déduire du prix de cession ou d'ajouter au prix d'acquisition.
  L'avis mentionne aussi l'identité de l'expéditeur, le bien qui fait l'objet de l'acte ou de la déclaration visés à l'article 270, alinéa 1er, 5°, et l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel sur ce bien.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité de l'expéditeur comprend les nom, prénom, qualité, adresse et numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel comprend :
  a) pour les personnes physiques : les nom, prénoms et le numéro d'identification du Registre National, ou à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, ou en l'absence de tels numéros, leur date de naissance ;
  b) pour les personnes morales : le nom, la forme juridique et le numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identification du bien qui fait l'objet de l'acte ou de la déclaration visés au paragraphe 1er comprend la nature du bien, son adresse, le numéro de matrice cadastrale, et, si ces données sont connues, le prix de vente et la situation hypothécaire.
  L'avis visé à l'alinéa 1er doit être communiqué avant l'enregistrement :
  1° au Service d'encadrement Technologie de l'Information et de la Communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique ;
  2° au receveur compétent, lorsque la communication de l'avis ne peut, en raison d'un cas de force majeure ou d'un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis est adressé par envoi recommandé.
  Si l'acte ou la déclaration tels que visés au paragraphe 1er n'est pas passé dans le délai de trois mois à compter de l'expédition de l'avis, celui-ci est considéré comme non-avenu.
  Lorsque la communication de l'avis est effectuée conformément à l'alinéa 6, 1°, la date d'expédition de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le Service d'encadrement Technologie de l'Information et de la Communication du Service public fédéral Finances.
  Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures prévues respectivement à l'alinéa 6, 1° et 2°, l'avis établi conformément à l'alinéa 6, 2°, prévaut uniquement lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'expédition de l'avis établi conformément à l'alinéa 6, 1°.
  § 3. Les receveurs notifient aux débiteurs visés au paragraphe 2, dans le délai prévu à l'article 434, par envoi recommandé, le montant du précompte professionnel dû, en application de l'article 273, 2°, en raison des plus-values réalisées sur les biens faisant l'objet de l'acte ou de la déclaration visés au paragraphe 1er.
  En cas de vente publique, les receveurs ne notifient, par dérogation à l'alinéa 1er, au débiteur concerné du précompte professionnel que le montant total à déduire du prix de cession pour obtenir le montant de la plus-value réalisée, de manière telle que celle-ci ainsi que le précompte professionnel y afférent puissent être calculés par le débiteur susvisé lui-même.
  § 4. Le débiteur du précompte professionnel remet la notification visée au paragraphe 3, avant l'enregistrement, au receveur chargé de l'enregistrement de l'acte ou de la déclaration constatant la cession.
  Le receveur peut subordonner l'enregistrement de l'acte ou de la déclaration à la production d'un certificat émanant du fonctionnaire compétent de l'administration en charge de l'établissement des impôts sur les revenus, constatant que le cédant n'est pas un contribuable visé à l'article 227, 1° ou 2°.
  § 5. Après avoir perçu le précompte professionnel dû, le receveur de l'enregistrement complète la notification visée au paragraphe 3 et en remet deux exemplaires au débiteur du précompte professionnel. Celui-ci remet un exemplaire au cédant du bien immobilier ou de droits réels portant sur ce bien pour permettre à ce dernier de remplir sa déclaration à l'impôt des non-résidents.
  Le receveur de l'enregistrement envoie un exemplaire de la notification visée à l'aliéna 1er au service compétent de l'administration en charge de l'établissement des impôts sur les revenus.
  § 6. Le Roi fixe les mentions devant figurer dans l'avis visé au paragraphe 2, alinéa 1er." ;
  2) au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "à l'article 433" sont remplacés par les mots ", selon le cas, à l'article 433 ou à l'article 35 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales" ;
  3) au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "à l'article 434" sont remplacés par les mots ", selon le cas, à l'article 434 ou à l'article 36 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales".
Art. 6. In artikel 433, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019, uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) de inleidende zin wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Om de Schatkist, met het oog op de invordering van de inkomstenbelastingen en bijbehoren, in staat te stellen een wettelijke hypotheek te nemen op een voor hypotheek vatbaar goed dat het voorwerp uitmaakt van een ontwerpakte tot vervreemding of hypothecaire aanwending, zijn de notarissen die verzocht zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de belastingen en bijbehoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, wanneer zij daarvan geen bericht geven aan: ";
  2) in het eerste lid, 2°, wordt het woord "brief" vervangen door het woord "zending";
  3) de paragraaf wordt aangevuld met vier leden, luidende:
  "Het bericht vermeldt de identiteit van de afzender, het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid en de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht op dat goed.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de afzender, de naam, voornaam, hoedanigheid, adres en ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, voornamen en het identificatienummer van het Rijksregister, of bij gebreke daaraan het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, of bij gebreke aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen: de naam, de rechtsvorm en het ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identificatie van het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid, de aard van het goed, zijn adres, het nummer van de kadastrale legger, en indien deze gegevens gekend zijn, de verkoopprijs en de hypothecaire toestand.".
Art. 6. A l'article 433, § 1er, du même Code, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019, sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1) la phrase liminaire est remplacée par ce qui suit :
  " § 1er. Afin de permettre au Trésor de prendre une hypothèque légale sur un bien qui en est susceptible et qui fait l'objet d'un projet d'acte d'aliénation ou d'affectation hypothécaire, aux fins d'assurer le recouvrement des impôts sur les revenus et accessoires, les notaires requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement des impôts et accessoires pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'ils n'en avisent pas: " ;
  2) dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "lettre recommandée" sont remplacés par les mots "envoi recommandé" ;
  3) le paragraphe est complété par quatre alinéas rédigés comme suit :
  "L'avis mentionne l'identité de l'expéditeur, le bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er et l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel sur ce bien.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité de l'expéditeur comprend les nom, prénom, qualité, adresse et numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel comprend :
  a) pour les personnes physiques : les nom, prénoms et numéro d'identification du Registre National, ou à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, ou en l'absence de tels numéros, leur date de naissance ;
  b) pour les personnes morales : le nom, la forme juridique et le numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identification du bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er comprend la nature du bien, son adresse et le numéro de la matrice cadastrale, et, si ces données sont connues, le prix de vente et la situation hypothécaire.".
Art. 7. In artikel 434 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 11 februari 2019 en opgeheven bij de wet van 13 april 2019, uitgezonderd voor de gevallen bedoeld in artikel 138 van die wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) in paragraaf 1, 2°, wordt het woord "brief" telkens vervangen door het woord "zending";
  2) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in deze paragraaf uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 7. A l'article 434 du même Code, remplacé par la loi du 11 février 2019 et abrogé par la loi du 13 avril 2019, sauf pour les cas visés à l'article 138 de cette loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1) dans le paragraphe 1er, 2°, les mots "lettre recommandée" sont chaque fois remplacés par les mots "envoi recommandé" ;
  2) l'article est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées dans le présent paragraphe, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 8. Artikel 438 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 11 februari 2019, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 438. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor het verzamelen en opslaan van de gegevens die van de notarissen worden ontvangen in uitvoering van de artikelen 412bis en 433, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld, schuldenaars zijn van een zekere schuld aan de belastingadministratie, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen en, in voorkomend geval, het nemen van de nodige maatregelen voor de inschrijving van de wettelijke hypotheek.
  De gegevens opgenomen in het bericht en de kennisgeving respectievelijk bedoeld in artikel 412bis, §§ 2 en 3, en in het bericht, de kennisgeving en de inlichting respectievelijk bedoeld in artikel 433, 434 en 435 worden door de Federale Overheidsdienst Financiën bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de wettelijke hypotheek van de Schatkist te waarborgen of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de in artikel 272, tweede lid, vermelde meerwaarden, en van de inkomstenbelastingen en bijbehoren te verzekeren, die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het eerste lid behoren en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen definitief afgesloten zijn.".
Art. 8. L'article 438 du même Code, abrogé par la loi du 11 février 2019, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 438. Le Service public fédéral Finances représenté par le Président du Comité de direction est le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE, et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, pour la collecte et la conservation des données reçues des notaires en exécution des articles 412bis et 433, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables à l'égard de l'administration fiscale d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernées et le cas échant, l'adoption de mesures nécessaires pour procéder à l'inscription de l'hypothèque légale.
  Les données contenues dans l'avis et la notification visés respectivement à l'article 412bis, §§ 2 et 3, et dans l'avis, la notification et l'information visés respectivement aux articles 433, 434 et 435 sont conservées par le Service public fédéral Finances jusqu'au 31 décembre au plus tard de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes nécessaires à préserver l'hypothèque légale du Trésor ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement du précompte professionel afférent aux plus-values visées à l'article 272, alinéa 2, et des impôts sur les revenus et des accessoires, et relevant des compétences du responsable du traitement visé à l'alinéa 1er est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de programmawet (I) van 29 maart 2012
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi-programme (I) du 29 mars 2012
Art. 9. Artikel 157 van de programmawet (I) van 29 maart 2012, vervangen bij de wet van 13 april 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 157. § 1 Om de inning te verzekeren van zekere en vaststaande fiscale schulden in de zin van artikel 158, en verschuldigd door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, zijn de notarissen die verzocht zijn om een in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de schulden van de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, mits die schulden het onderwerp kunnen uitmaken van een kennisgeving bedoeld in artikel 158 indien zij daarvan geen bericht geven aan:
  1° de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, en dit op elektronische wijze;
  2° de door de Koning aangeduide ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°. In dat geval wordt het bericht bij aangetekende zending verzonden.
  Wanneer het gaat om schulden lastens de erflater is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap.
  Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtverkrijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende welke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
  § 2. Indien de akte of het attest waarvan sprake niet wordt opgesteld binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
  § 3. Wanneer hetzelfde bericht achtereenvolgens gegeven wordt overeenkomstig de procedures voorzien in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat.
  § 4. Wanneer het bericht gegeven wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding die wordt verzonden door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  § 5. Het bericht vermeldt de identiteit van de erflater, van zijn erfgenamen of legatarissen alsook van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, de voornaam en, in voorkomend geval, het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van de betrokkenen, of, bij gebrek aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen, trusts, fiducieën of gelijkaardige rechtsvormen: de maatschappelijke benaming, de maatschappelijke zetel en, in voorkomend geval, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  § 6. De Koning bepaalt de praktische toepassingsvoorwaarden van dit artikel.".
Art. 9. L'article 157 de la loi-programme (I) du 29 mars 2012, remplacé par la loi du 13 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 157. § 1er. Afin de garantir la perception des dettes fiscales certaines et liquides au sens de l'article 158 et dues par le de cujus, ses héritiers et légataires ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, les notaires requis de rédiger l'acte ou le certificat d'hérédité visés à l'article 1240bis du Code civil, sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement des dettes dont la débition est susceptible d'être notifiée conformément à l'article 158, qui sont dues par le de cujus, ses héritiers et légataires dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat, ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, s'ils n'en avisent pas :
  1° le service en charge de l'information et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique ;
  2° le fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale désigné par le Roi lorsque la communication de l'avis ne peut, en raison d'un cas de force majeure ou d'un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°. Dans ce cas, l'avis est adressé par envoi recommandé.
  S'agissant de dettes dans le chef du de cujus, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur de la succession.
  S'agissant de dettes dans le chef d'ayants droit, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur des avoirs qui échoient à l'ayant droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat et à propos duquel la responsabilité du notaire est engagée.
  § 2. Si l'acte ou le certificat dont question n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'envoi de l'avis, celui-ci est considéré comme non-avenu.
  § 3. Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'envoi de l'avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.
  § 4. Lorsque l'avis est communiqué conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d'envoi de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service en charge de la technologie de l'information et de la communication du Service public fédéral Finances.
  § 5. L'avis mentionne l'identité du de cujus, de ses héritiers ou légataires, ainsi que du bénéficiaire éventuel d'une institution contractuelle.
  Pour l'application de cette disposition, l'identité comprend :
  a) pour les personnes physiques : le nom, le prénom et, le cas échéant, le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale des intéressés, ou, à défaut de tels numéros, leur date de naissance;
  b) pour les personnes morales, les trusts, les fiducies et les constructions juridiques similaires: la dénomination sociale, le siège social et, le cas échéant, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour des entreprises.
  § 6. Le Roi détermine les conditions d'application pratiques du présent article.".
Art. 10. In dezelfde wet wordt een artikel 157/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 157/1. § 1. Om de inning te verzekeren van zekere en vaststaande fiscale schulden in de zin van artikel 158/1, en verschuldigd door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, zijn de notarissen die verzocht zijn om een in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de schulden van de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, mits die schulden het onderwerp kunnen uitmaken van een kennisgeving bedoeld in artikel 158/1 en mits voor de invordering van die schulden een uitvoerbare titel als bedoeld in artikel 138 van de wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bestaat vóór 1 januari 2020, indien zij daarvan geen bericht geven aan:
  1° de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën, en dit op elektronische wijze;
  2° de hiernavolgende ambtenaren, wanneer het bericht omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1° :
  - de ontvangers waaronder de erflater en de rechtverkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest van erfopvolging ressorteren, evenals de ontvanger van de dienst die door de Koning daarvoor is aangewezen, wanneer de erflater en/of een van zijn rechtverkrijgenden in het buitenland verblijven;
  - de door de Koning aangewezen ambtenaar van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.
  In dat geval wordt het bericht bij aangetekende zending verzonden.
  Wanneer het gaat om schulden lastens de erflater is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap.
  Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtverkrijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende welke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
  § 2. Indien de akte of het attest waarvan sprake niet wordt opgesteld binnen drie maanden te rekenen van de verzending van het bericht, wordt het als niet bestaande beschouwd.
  § 3. Wanneer hetzelfde bericht achtereenvolgens gegeven wordt overeenkomstig de procedures voorzien in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, voorafgaat.
  § 4. Wanneer het bericht gegeven wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt onder de datum van verzending van het bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding die wordt meegedeeld door de dienst belast met informatie- en communicatietechnologie van de Federale Overheidsdienst Financiën.
  § 5. Het bericht vermeldt de identiteit van de erflater, van zijn erfgenamen of legatarissen alsook van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, de voornaam en, in voorkomend geval, het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van de betrokkenen, of, bij gebrek aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen, trusts, fiducieën of gelijkaardige rechtsvormen: de maatschappelijke benaming, de maatschappelijke zetel en, in voorkomend geval, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  § 6. De Koning bepaalt de praktische toepassingsvoorwaarden van dit artikel.".
Art. 10. Dans la même loi, il est inséré un article 157/1 rédigé comme suit :
  "Art. 157/1. § 1er. Afin de garantir la perception des dettes fiscales certaines et liquides au sens de l'article 158/1 et dues par le de cujus, ses héritiers et légataires ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, les notaires requis de rédiger l'acte ou le certificat d'hérédité visé à l'article 1240bis du Code civil, sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement des dettes dont la débition est susceptible d'être notifiée conformément à l'article 158/1, qui sont dues par le de cujus, ses héritiers et légataires dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat, ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, à condition que pour le recouvrement de ces dettes un titre exécutoire visé à l'article 138 de la loi du 13 avril 2019 introduisant le Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales existe avant le 1er janvier 2020, s'ils n'en avisent pas :
  1° le service en charge de la technologie de l'information et de la communication du Service public fédéral Finances, par voie électronique ;
  2° les fonctionnaires ci-après, lorsque la communication de l'avis ne peut, en raison d'un cas de force majeure ou d'un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1° :
  - les receveurs dont relèvent le de cujus et les ayants droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat d'hérédité, ainsi que le receveur du service désigné à cette fin par le Roi lorsque le de cujus et/ou l'un de ses ayants droit ont leur résidence à l'étranger ;
  - le fonctionnaire de l'Administration générale de la documentation patrimoniale, désigné par le Roi.
  Dans ce cas, l'avis est adressé par envoi recommandé.
  S'agissant de dettes dans le chef du de cujus, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur de la succession.
  S'agissant de dettes dans le chef d'ayants droit, la responsabilité visée à l'alinéa 1er est limitée à la valeur des avoirs qui échoient à l'ayant droit dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat et à propos duquel la responsabilité du notaire est engagée.
  § 2. Si l'acte ou le certificat dont question n'est pas passé dans les trois mois à compter de l'envoi de l'avis, celui-ci est considéré comme non-avenu.
  § 3. Lorsqu'un même avis est adressé successivement selon les procédures visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, l'avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'envoi de l'avis établi conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°.
  § 4. Lorsque l'avis est communiqué conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, la date d'envoi de l'avis s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service en charge de la technologie de l'information et de la communication du Service public fédéral Finances.
  § 5. L'avis mentionne l'identité du de cujus, de ses héritiers ou légataires, ainsi que du bénéficiaire éventuel d'une institution contractuelle.
  Pour l'application de cette disposition, l'identité comprend :
  a) pour les personnes physiques : le nom, le prénom et, le cas échéant, le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour de la Sécurité sociale des intéressés, ou, à défaut de tels numéros, leur date de naissance ;
  b) pour les personnes morales, les trusts, les fiducies et les constructions juridiques similaires : la dénomination sociale, le siège social et, le cas échéant, le numéro d'identification à la Banque-Carrefour des entreprises.
  § 6. Le Roi détermine les conditions d'application pratiques du présent article.".
Art. 11. Artikel 158 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 april 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 158. De voor de invordering van de fiscale schuld bevoegde ontvanger van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, kan aan de notaris die het in artikel 157 bedoelde bericht verzonden heeft, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzendingsdatum van dat bericht, kennisgeven van het bestaan, lastens de erflater of een andere persoon vermeld in het bericht, van een fiscale schuld in hoofdsom, boeten en bijbehoren, met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de hiervoor bedoelde schuld:
  1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning bepaalde procedure;
  2° bij aangetekende zending, wanneer de mededeling van de kennisgeving omwille van overmacht of een technische storing niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 157, § 1, verzonden heeft bij aangetekende zending.
  Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in het eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 1°, voorafgaat.
  Het eerste lid is enkel van toepassing voor zover die fiscale schuld een zekere en vaststaande schuld uitmaakt.
  Wanneer de kennisgeving meegedeeld is overeenkomstig het eerste lid, 1°, is de datum van de verzending van de kennisgeving de datum van de ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst informatie- en communicatietechnologie van de afzender van het bericht bedoeld in artikel 157, § 1.
  De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in het vijfde tot het negende lid uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 11. L'article 158 de la même loi, remplacé par la loi du 13 avril 2019, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 158. Avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'envoi de l'avis visé à l'article 157, le receveur de l'Administration générale de la documentation patrimoniale compétent pour le recouvrement de la dette fiscale peut notifier au notaire ayant expédié l'avis, l'existence, dans le chef du de cujus ou d'une autre personne mentionnée dans l'avis, d'une dette fiscale en principal, amendes et accessoires, ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, de la dette susvisée :
  1° par voie électronique, selon une procédure déterminée par le Roi ;
  2° par envoi recommandé, lorsque la communication de la notification ne peut, en raison d'un cas de force majeure ou d'un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire a adressé l'avis visé à l'article 157, § 1er, par envoi recommandé.
  Lorsque la même notification est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement à l'alinéa 1er, 1° et 2°, la notification établie conformément à l'alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'envoi de la notification établie conformément à l'alinéa 1er, 1°.
  L'alinéa 1er s'applique seulement dans la mesure où cette dette fiscale constitue une dette certaine et liquide.
  Lorsque la communication de la notification est effectuée conformément à l'alinéa 1er, 1°, la date d'envoi de la notification s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service Technologie de l'information et de la communication de l'expéditeur de l'avis visé à l'article 157, § 1er.
  Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes, qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique utilisée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées dans les alinéas 5 à 9, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque Carrefour des entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 12. In dezelfde wet, wordt een artikel 158/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 158/1. De ontvanger of dienst bevoegd voor de invordering van de fiscale schuld kan aan de notaris die het in artikel 157/1 bedoelde bericht verzonden heeft, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de datum van verzending van dat bericht, kennisgeven van het bestaan lastens de erflater of een andere persoon vermeld in het bericht, van een fiscale schuld bestaande uit belastingen, bijbehoren, verhogingen en boetes, mits voor de invordering van die schuld een uitvoerbare titel als bedoeld in artikel 138 van de wet van 13 april 2019 tot invoering van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen bestaat vóór 1 januari 2020, met opgave voor elk van de schuldenaars van het bedrag van de hiervoor bedoelde schuld:
  1° op elektronische wijze, volgens de door de Koning bepaalde procedure;
  2° bij een aangetekende zending, wanneer de kennisgeving, omwille van overmacht of een technische storing, niet kan worden meegedeeld overeenkomstig 1°, of wanneer de notaris het bericht bedoeld in artikel 157/1, § 1, heeft meegedeeld bij aangetekende zending.
  Wanneer eenzelfde kennisgeving achtereenvolgens wordt verzonden overeenkomstig de procedures voorzien respectievelijk in het eerste lid, 1° en 2°, dan zal het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 2°, slechts primeren wanneer de verzendingsdatum ervan de verzendingsdatum van het bericht opgesteld overeenkomstig het eerste lid, 1°, voorafgaat.
  Het eerste lid is enkel van toepassing voor zover die fiscale schuld een zekere en vaststaande schuld uitmaakt.
  Wanneer de kennisgeving meegedeeld is overeenkomstig het eerste lid, 1°, is de datum van de verzending van de kennisgeving de datum van de ontvangstbevestiging meegedeeld door de dienst informatie- en communicatietechnologie van de afzender van het bericht bedoeld in artikel 157/1, § 1.
  De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in het vijfde tot het negende lid uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 12. Dans la même loi, il est inséré un article 158/1 rédigé comme suit :
  "Art. 158/1. Avant l'expiration du douzième jour ouvrable qui suit la date d'envoi de l'avis visé par l'article 157/1, le receveur ou service compétent pour le recouvrement de la dette fiscale peut notifier au notaire ayant envoyé l'avis, l'existence dans le chef du de cujus ou d'une autre personne mentionnée dans l'avis, d'une dette fiscale consistant en impôts, accessoires, accroissements et amendes, ainsi que le montant, dans le chef de chaque débiteur, de la dette susvisée, à condition que pour le recouvrement de ces dettes un titre exécutoire visé à l'article 138 de la loi du 13 avril 2019 introduisant le Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales existe avant le 1erjanvier 2020 :
  1° par voie électronique, selon une procédure déterminée par le Roi ;
  2° par envoi recommandé, lorsque la communication de la notification ne peut, en raison d'un cas de force majeure ou d'un dysfonctionnement technique, être effectuée conformément au 1°, ou lorsque le notaire a adressé l'avis visé à l'article 157/1, § 1er, par envoi recommandé.
  Lorsque la même notification est adressée successivement selon les procédures prévues respectivement à l'alinéa 1er, 1° et 2°, la notification établie conformément à l'alinéa 1er, 2°, ne prévaut que lorsque sa date d'envoi est antérieure à la date d'envoi de la notification établie conformément à l'alinéa 1er, 1°.
  L'alinéa 1er s'applique seulement dans la mesure où cette dette fiscale constitue une dette certaine et liquide.
  Lorsque la communication de la notification est effectuée conformément à l'alinéa 1er, 1°, la date d'envoi de la notification s'entend de la date de l'accusé de réception communiqué par le service Technologie de l'information et de la communication de l'expéditeur de l'avis visé à l'article 157/1, § 1er.
  Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes, qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique utilisée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées dans les alinéas 5 à 9, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque Carrefour des entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 13. In artikel 159 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 december 2012 en gewijzigd bij de wet van 11 februari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden de woorden "bij toepassing van artikel 158" telkens vervangen door de woorden "bij toepassing van de artikelen 158 en 158/1";
  b) in het derde lid worden de woorden "overeenkomstig artikel 158" en de woorden "bepaald in artikel 157, § 1" respectievelijk vervangen door de woorden "overeenkomstig de artikelen 158 en 158/1" en de woorden "bepaald in de artikelen 157, § 1, en 157/1, § 1".
Art. 13. A l'article 159 de la même loi, remplacé par la loi du 13 décembre 2012 et modifié par la loi du 11 février 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, les mots "en vertu de l'article 158"sont chaque fois remplacés par les mots "en vertu des articles 158 et 158/1" ;
  b) dans l'alinéa 3, les mots "en vertu de l'article 158" et les mots "visée à l'article 157, § 1er" sont respectivement remplacés par les mots "en vertu des articles 158 et 158/1" et les mots "visée aux articles 157, § 1er, et 157/1, § 1er".
Art. 14. In artikel 160 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 december 2012 en 11 februari 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 worden de woorden "bij toepassing van artikel 158" en de woorden "bedoeld in artikel 158" respectievelijk vervangen de woorden "bij toepassing van de artikelen 158 en 158/1" en de woorden "bedoeld in de artikelen 158 en 158/1";
  b) in paragraaf 2, a), worden de woorden "bij toepassing van artikel 158" vervangen door de woorden "bij toepassing van de artikelen 158 en 158/1";
  c) in paragraaf 3, worden de woorden "waarvan sprake in artikel 158" vervangen door de woorden "waarvan sprake in de artikelen 158 en 158/1".
Art. 14. A l'article 160 de la même loi, modifié par les lois des 13 décembre 2012 et 11 février 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le paragraphe 1er, les mots "en vertu de l'article 158" et les mots "au sens de l'article 158" sont respectivement remplacés par les mots "en vertu des articles 158 et 158/1" et les mots "au sens des articles 158 et 158/1" ;
  b) dans le paragraphe 2, a), les mots "conformément à l'article 158" sont remplacés par les mots "conformément aux articles 158 et 158/1" ;
  c) dans le paragraphe 3, les mots "visée à l'article 158" sont remplacés par les mots "visée aux articles 158 et 158/1".
Art. 15. Artikel 161 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 11 februari 2019, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 161. Het in de artikelen 157 en 157/1 bedoelde bericht wordt opgemaakt overeenkomstig het door de Koning bepaalde model.".
Art. 15. L'article 161 de la même loi, remplacé par la loi du 11 février 2019, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 161. L'avis visé aux articles 157 et 157/1 est établi conformément au modèle arrêté par le Roi.".
Art. 16. In dezelfde wet, wordt een artikel 161/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 161/1. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor het verzamelen en opslaan van gegevens die van de notarissen worden ontvangen in uitvoering van de artikelen 157 en 157/1, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld, schuldenaars zijn van een zekere schuld aan de belastingadministratie, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen teneinde de inning van deze schulden te verzekeren.
  De gegevens opgenomen in het bericht en de kennisgeving respectievelijk bedoeld in de artikelen 157 en 158 en in het bericht en de kennisgeving respectievelijk bedoeld in de artikelen 157/1 en 158/1 worden door de Federale Overheidsdienst Financiën bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de inning te verzekeren van de zekere en vaststaande fiscale schulden in de zin van de artikelen 158 en 158/1, verschuldigd door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering van deze schulden te verzekeren, die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het eerste lid behoren en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen definitief afgesloten zijn.".
Art. 16. Dans la même loi, il est inséré un article 161/1 rédigé comme suit :
  "Art. 161/1. Le Service public fédéral Finances représenté par le Président du Comité de direction est le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, pour la collecte et la conservation des données reçues des notaires en exécution de articles 157 et 157/1, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables à l'égard de l'administration fiscale d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernés en vue d'assurer la perception de ces dettes.
  Les données contenues dans l'avis et la notification visés respectivement aux articles 157 et 158 et dans l'avis et la notification visés respectivement aux articles 157/1 et 158/1 sont conservées par le Service public fédéral Finances jusqu'au 31 décembre au plus tard de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes visant à garantir la perception des dettes fiscales certains et liquides au sens des articles 158 et 158/1 dues par le de cujus, ses héritiers et légataires ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement de ces dettes, relevant des compétences du responsable du traitement visé à l'alinéa 1er est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen
CHAPITRE 4. - Modifications du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales
Art. 17. In artikel 35, § 1, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1) de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Om de Schatkist, met het oog op de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, in staat te stellen een wettelijke hypotheek te nemen op een voor hypotheek vatbaar goed dat het voorwerp uitmaakt van een ontwerpakte tot vervreemding of hypothecaire aanwending is de notaris die verzocht is om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een voor hypotheek vatbaar goed tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk, in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien hij daarvan geen bericht geeft aan:";
  2) tussen het eerste en tweede lid worden vier leden ingevoegd, luidende:
  "Het bericht vermeldt de identiteit van de afzender, het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid en de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht op dat goed.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de afzender, de naam, voornaam, hoedanigheid, adres en ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identiteit van de eigenaar of houder van een zakelijk recht:
  a) voor natuurlijke personen: de naam, voornamen en het identificatienummer van het Rijksregister, of bij gebreke daaraan het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, of bij gebreke aan zulke nummers, hun geboortedatum;
  b) voor rechtspersonen: de naam, de rechtsvorm en het ondernemingsnummer.
  Voor de toepassing van deze bepaling omvat de identificatie van het goed dat het voorwerp is van de akte bedoeld in het eerste lid, de aard van het goed, zijn adres, het nummer van de kadastrale legger, en indien deze gegevens gekend zijn, de verkoopprijs en de hypothecaire toestand.";
  3) in het tweede lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "in het eerste lid" ingevoegd tussen het woord "sprake" en de woorden "niet verleden".
Art. 17. A l'article 35, § 1, du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales, les modifications suivantes sont apportées :
  1) la phrase préliminaire de l'alinéa 1er est remplacée par ce qui suit :
  "Afin de permettre au Trésor de prendre une hypothèque légale sur un bien qui en est susceptible et qui fait l'objet d'un projet d'acte d'aliénation ou d'affectation hypothécaire, aux fins d'assurer le recouvrement des créances fiscales et non fiscales, le notaire requis de dresser un acte ayant pour objet l'aliénation ou l'affectation hypothécaire d'un bien susceptible d'hypothèque, est personnellement responsable au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement des créances fiscales et non fiscales pouvant donner lieu à inscription hypothécaire, s'il n'en avise pas:";
  2) quatre alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
  "L'avis mentionne l'identité de l'expéditeur, le bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er et l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel sur ce bien.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité de l'expéditeur comprend les nom, prénom, qualité, adresse et numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identité du propriétaire ou du titulaire d'un droit réel comprend :
  a) pour les personnes physiques : les nom, prénoms et numéro d'identification du Registre National, ou à défaut, le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, ou en l'absence de tels numéros, leur date de naissance;
  b) pour les personnes morales : le nom, la forme juridique et le numéro d'entreprise.
  Pour l'application de la présente disposition, l'identification du bien qui fait l'objet de l'acte visé à l'alinéa 1er comprend la nature du bien, son adresse, le numéro de la matrice cadastrale, et, si ces données sont connues, le prix de vente et la situation hypothécaire." ;
  3) dans l'alinéa 2, qui devient l'alinéa 6, les mots "dans l'alinéa 1er" sont insérés entre le mot "envisagé" et les mots "n'est pas passé".
Art. 18. In artikel 36 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "dat het voorwerp van de akte is:" vervangen door de woorden "dat het voorwerp van de akte is en in voorkomend geval dat hij een wettelijke hypotheek op het goed heeft ingeschreven voor het bedrag van deze schulden:";
  2° het artikel wordt aangevuld met zes leden, luidende:
  "De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in het vierde tot achtste lid uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 18. A l'article 36 du même Code, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "faisant l'objet de l'acte" sont remplacés par les mots "faisant l'objet de l'acte et, le cas échéant, qu'il a inscrit une hypothèque légale sur le bien pour le montant de ces dettes:" ;
  2° l'article est complété par 6 alinéas rédigés comme suit :
  "Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées aux alinéas 4 à 8, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 19. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 37/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 37/1. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor het verzamelen en opslaan van de gegevens die van de notarissen worden ontvangen overeenkomstig artikel 35, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld, schuldenaars zijn van een zekere schuld, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen en, in voorkomend geval, het nemen van de nodige maatregelen voor de inschrijving van de wettelijke hypotheek.
  De gegevens opgenomen in het bericht, de kennisgeving en de inlichting respectievelijk bedoeld in de artikelen 35, 36 en 37 worden door de Federale Overheidsdienst Financiën bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de wettelijke hypotheek van de Schatkist te waarborgen of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering te verzekeren van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het eerste lid behoren en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen definitief afgesloten zijn.".
Art. 19. Dans le même code, il est inséré un article 37/1 rédigé comme suit :
  "Art. 37/1. Le Service public fédéral Finances représenté par le Président du Comité de direction est le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, pour la collecte et la conservation des données reçues des notaires en exécution de l'article 35, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernés et le cas échant, l'adoption de mesures nécessaires pour procéder à l'inscription de l'hypothèque légale.
  Les données contenues dans l'avis, la notification et l'information visés respectivement aux articles 35, 36 et 37 sont conservées par le Service public fédéral Finances jusqu'au 31 décembre au plus tard de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes nécessaires à préserver l'hypothèque légale du Trésor ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement des créances fiscales et non fiscales relevant des compétences du responsable du traitement visé à l'alinéa 1er est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.".
Art. 20. In artikel 40 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "35 tot 39" vervangen door de woorden "35 tot 37 en 38 tot 39".
Art. 20. Dans l'article 40 du même Code, les mots "35 à 39" sont remplacés par les mots "35 à 37 et 38 à 39".
Art. 21. In artikel 43, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt de inleidende zin vervangen als volgt:
  "Om de inning van zekere en vaststaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, die de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling verschuldigd zijn, te verzekeren zijn de notarissen die verzocht zijn om een in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen, waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest, of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling, verschuldigde sommen uit hoofde van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die ter kennis gebracht kunnen worden overeenkomstig artikel 44, indien zij daarvan geen bericht geven aan:".
Art. 21. Dans l'article 43, § 1er, du même Code, la phrase préliminaire est remplacée par ce qui suit :
  "Afin de garantir la perception des créances fiscales et non fiscales certaines et liquides et dues par le de cujus, ses héritiers et légataires ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, les notaires requis de rédiger l'acte ou le certificat d'hérédité visés à l'article 1240bis du Code civil sont personnellement responsables au sens de l'article 1382 du Code civil, du paiement des sommes dues à titre de créances fiscales et non fiscales par le de cujus, ses héritiers et légataires dont l'identité est mentionnée dans l'acte ou le certificat, ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus, et qui sont susceptibles d'être notifiées conformément à l'article 44, s'ils n'en avisent pas:".
Art. 22. Artikel 44 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De inlichtingen hernomen in de kennisgeving beoogd in dit artikel zijn dezelfde ongeacht of ze werden meegedeeld via elektronische weg of via aangetekende zending.
  In geval van een elektronische verzending, worden de herkomst en de integriteit van de inhoud van de kennisgeving verzekerd door middel van gepaste beveiligingstechnieken.
  Opdat de kennisgeving geldig zou zijn, wordt een elektronisch certificaat gebruikt.
  Ongeacht de toegepaste techniek wordt verzekerd dat enkel de gemachtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het elektronisch certificaat gecreëerd wordt.
  De in werking gestelde procedures laten toe de natuurlijke persoon verantwoordelijk voor de verzending te identificeren, alsook het moment van de verzending.
  Met als enig doel de bepalingen bedoeld in deze paragraaf uit te voeren, wordt de belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebreke daaraan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het om een natuurlijke persoon gaat, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen, wanneer het om een rechtspersoon gaat.".
Art. 22. L'article 44 du même Code est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Les informations reprises dans la notification visée dans le présent article sont les mêmes qu'elles soient communiquées par voie électronique ou par envoi recommandé.
  En cas d'envoi par voie électronique, l'origine et l'intégrité du contenu de la notification sont assurées au moyen de techniques de protection adaptées.
  Pour que la notification soit valable, un certificat électronique est utilisé.
  Quelle que soit la technique appliquée, il est garanti que seules les personnes habilitées ont accès aux moyens de création du certificat électronique.
  Les procédures mises en oeuvre permettent à la personne physique responsable de l'envoi d'être identifiée, ainsi que d'identifier le moment de l'envoi.
  Dans le seul but d'exécuter les dispositions visées dans ce paragraphe, le redevable est identifié soit par le numéro d'identification du Registre national ou, à défaut, le numéro d'identification de la Banque-Carrefour de la Sécurité Sociale lorsqu'il s'agit d'une personne physique, soit par le numéro d'identification de la Banque-Carrefour des Entreprises lorsqu'il s'agit d'une personne morale.".
Art. 23. In titel 3, hoofdstuk 3, afdeling 3, onderafdeling 2 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 47/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 47/1. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor het verzamelen en opslaan van gegevens die van de notarissen worden ontvangen overeenkomstig artikel 43, het gebruik ervan om na te gaan of de personen die daarin worden vermeld, schuldenaar zijn van een zekere schuld, de kennisgeving van deze schulden, de mededeling van deze schulden aan de betrokken notarissen teneinde de inning van deze schulden te verzekeren.
  De gegevens opgenomen in het bericht en de kennisgeving respectievelijk bedoeld in de artikelen 43 en 44 worden door de Federale Overheidsdienst Financiën bewaard tot uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de verjaring plaatsvindt van alle handelingen nodig om de inning te verzekeren van zekere en vaststaande fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, verschuldigd door de erflater, zijn erfgenamen en legatarissen of de begunstigden van een door de erflater gemaakte contractuele erfstelling of om aansprakelijkheidsvorderingen te kunnen instellen teneinde de invordering van deze schulden te verzekeren, die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in het eerste lid behoren en, in voorkomend geval, de volledige betaling van alle ermee verbonden bedragen gerealiseerd werd en de ermee verbonden procedures en administratieve en gerechtelijke beroepen definitief afgesloten zijn.".
Art. 23. Dans le titre 3, chapitre 3, section 3, sous-section 2 du même Code, il est inséré un article 47/1 rédigé comme suit :
  "Art. 47/1. Le Service public fédéral Finances représenté par le Président du Comité de direction est le responsable du traitement au sens du Règlement (UE) 2016/679 du 27 avril 2016 du Parlement européen et du Conseil relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE, et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel, pour la collecte et la conservation des données reçues des notaires en exécution de l'article 43, leur utilisation en vue de vérifier si les personnes y mentionnées sont redevables d'une dette certaine, la notification de ces dettes, la communication de ces dettes aux notaires concernés en vue d'assurer la perception de ces dettes.
  Les données contenues dans l'avis et la notification visés respectivement aux articles 43 et 44 sont conservées par le Service public fédéral Finances jusqu'au 31 décembre au plus tard de l'année suivant celle au cours de laquelle le délai de prescription pour tous les actes visant à garantir la perception des créances fiscales et non fiscales certaines et liquides dues par le de cujus, ses héritiers et légataires ou les bénéficiaires d'une institution contractuelle consentie par le de cujus ou à exercer des actions en responsabilité aux fins d'assurer le recouvrement de ces dettes, relevant des compétences du responsable du traitement visé à l'alinéa 1er est dépassé et, le cas échéant, le paiement intégral des sommes correspondantes est effectué et les procédures et recours administratifs et judiciaires correspondants sont définitivement clôturés.".
TITEL 3. - Inwerkingtreding
TITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 24. De hoofdstukken 1 tot 3 van titel 2 hebben uitwerking met ingang van 30 december 2019, met uitzondering van de artikelen 5, 2) en 3), en 9 en 11 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2020.
  Het hoofdstuk 4 van titel 2 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 24. Les chapitres 1er à 3 du titre 2 produisent leurs effets le 30 décembre 2019, à l'exception des articles 5, 2) et 3) et 9 et 11 qui produisent leur effets le 1er janvier 2020.
  Le chapitre 4 du titre 2 produit ses effets le 1er janvier 2020.