Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 JULI 2020. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat binnen een onderneming overgeplaatste personen betreft en tot wijziging van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie wat de inhaling van de achterstand met betrekking tot de betwistingen betreft
Titre
31 JUILLET 2020. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, relative aux personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et modifiant la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses relatives à l'asile et à l'immigration en ce qui concerne le résorption de l'arriéré du contentieux
Documentinformatie
Numac: 2020031279
Datum: 2020-07-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020031279
Date: 2020-07-31
Moniteur: Voir
Tekst (60)
Texte (60)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van :
  1° richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven;
  2° richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming.
Art. 2. La présente loi transpose partiellement :
  1° la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre;
  2° la directive 2014/66/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Art. 3. Artikel 1, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt aangevuld met de bepalingen onder 27°, 28° en 29°, luidende :
  "27° samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 : het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest, de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
  28° samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 : het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
  29° bevoegde regionale overheid : de gewest- of gemeenschapsoverheid die, overeenkomstig de gewestelijke of communautaire decreten, verordeningen en besluiten, bevoegd is voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.".
Art. 3. L'article 1er, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, est complété par les 27°, 28° et 29° rédigées comme suit :
  "27° l'accord de coopération du 2 février 2018 : l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers;
  28° l'accord de coopération du 6 décembre 2018 : l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers;
  29° autorité régionale compétente : l'autorité régionale ou communautaire qui, conformément aux décrets, ordonnances et arrêtés régionaux ou communautaires, a l'occupation des travailleurs étrangers dans ses attributions.".
Art. 4. Artikel 1/1, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 december 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt aangevuld met de bepalingen onder 13° en 14°, luidende :
  "13° artikel 61/34;
  14° artikel 61/45.".
Art. 4. L'article 1/1er, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 19 décembre 2014 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, est complété par les 13° et 14° rédigées comme suit :
  "13° l'article 61/34;
  14° l'article 61/45.".
Art. 5. Artikel 1/2, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 december 2016 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt gewijzigd als volgt :
  1° de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt :
  "12° artikel 10bis, §§ 4 tot 6";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepalingen onder 13° en 14°, luidende :
  "13° artikel 61/34;
  14° artikel 61/45.".
Art. 5. A L'article 1/2, § 1er, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 18 décembre 2016 et modifié par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 12° est remplacé par ce qui suit :
  "12° l'article 10bis, §§ 4 à 6";
  2° le paragraphe 1 est complété par les 13° et 14°, rédigés comme suit :
  "13° l'article 61/34;
  14° l'article 61/45.".
Art. 6. In artikel 10bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd door de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Wanneer de in artikel 10, § 1, eerste lid, 4° tot 6°, bedoelde familieleden van een vreemdeling die gemachtigd werd in België te verblijven voor een beperkte duur ingevolge deze wet of ingevolge de bijzondere omstandigheden eigen aan de betrokkene of ingevolge de aard of de duur van zijn activiteiten in België, een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden aanvragen, moet die machtiging toegekend worden indien zij het bewijs aanbrengen :
  1° dat de vreemdeling die vervoegd wordt over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen beschikt zoals bepaald in artikel 10, § 5, om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te kunnen voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden;
  2° dat de vreemdeling die vervoegd wordt over voldoende huisvesting beschikt die toelaat om het familielid of de familieleden die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen, te herbergen en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden;
  3° dat de vreemdeling die vervoegd wordt, over een ziektekostenverzekering beschikt die de risico`s in België voor hem en zijn familieleden dekt;
  4° dat zij zich niet bevinden in één van de in artikel 3, eerste lid, 5° tot 8°, bepaalde gevallen, of niet lijden aan een van de ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren en die worden opgesomd in de bijlage bij deze wet.
  De bepalingen van artikel 12bis, § 6, zijn eveneens van toepassing.";
  2° het wordt aangevuld met een paragraaf 5 en een paragraaf 6, luidende :
  " § 5. Paragraaf 2 is eveneens van toepassing op de in artikel 10, § 1, eerste lid, 4° tot 6°, bedoelde familieleden van de onderdaan van een derde land die in toepassing van artikel 61/34 gemachtigd werd tot verblijf.
  § 6. Paragraaf 2 is eveneens van toepassing op de in artikel 10, § 1, eerste lid, 4° tot 6°, bedoelde familieleden van de onderdaan van een derde land die in toepassing van artikel 61/45 gemachtigd werd tot verblijf voor zover zij de volgende informatie en documenten voorleggen :
  1° de geldige verblijfstitel uitgereikt door de eerste lidstaat;
  2° het bewijs dat ze in de hoedanigheid van familielid in de eerste lidstaat hebben verbleven.".
Art. 6. A l'article 10bis de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lorsque les membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 4° à 6°, d'un étranger autorisé à séjourner en Belgique pour une durée limitée, fixée par la présente loi ou en raison de circonstances particulières propres à l'intéressé ou en rapport avec la nature ou la durée de ses activités en Belgique, introduisent une demande d'autorisation de plus de trois mois, cette autorisation doit être accordée s'ils apportent la preuve :
  1° que l'étranger rejoint dispose de moyens de subsistance stables, réguliers et suffisants, conformément à l'article 10, § 5, pour pouvoir subvenir à ses propres besoins et à ceux des membres de sa famille et pour éviter qu'ils ne deviennent une charge pour les pouvoirs publics;
  2° que l'étranger rejoint dispose d'un logement suffisant pour recevoir le ou les membres de sa famille qui demandent à le rejoindre et qui satisfasse aux conditions applicables à un bien immeuble donné en location à titre de résidence principale, visées à l'article 2 du livre III, titre VIII, chapitre II, section 2, du Code civil.
  Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des ministres, de quelle manière l'étranger apporte la preuve que le bien immeuble satisfait aux conditions prévues;
  3° que l'étranger rejoint dispose d'une assurance maladie couvrant les risques en Belgique pour lui-même et les membres de sa famille;
  4° que ceux-ci ne se trouvent pas dans un des cas visés à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 8°, ou ne sont pas atteints d'une des maladies pouvant mettre en danger la santé publique, énumérées dans l'annexe à la présente loi.
  Les dispositions de l'article 12bis, § 6, s'appliquent également.";
  2° il est complété par un paragraphe 5 et un paragraphe 6 rédigés comme suit :
  " § 5. Le paragraphe 2 est également applicable aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, 4° à 6°, du ressortissant d'un pays tiers qui est autorisé au séjour en application de l'article 61/34.
  § 6. Le paragraphe 2 est également applicable aux membres de la famille visés à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 4° à 6°, du ressortissant d'un pays tiers autorisé au séjour en application de l'article 61/45 pour autant qu'ils produisent les informations et documents suivants :
  1° le titre de séjour en cours de validité délivré par le premier Etat membre;
  2° la preuve qu'ils ont séjourné en tant que membre de famille dans le premier Etat membre.".
Art. 7. In artikel 10ter van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, wordt een nieuwe paragraaf 2quater ingevoegd, luidende :
  " § 2quater. In afwijking van paragraaf 2, wordt de beslissing over de aanvraag voor een machtiging tot verblijf van de in artikel 10bis, §§ 5 en 6 bedoelde familieleden ten laatste binnen negentig dagen volgend op de indiening van de aanvraag zoals in paragraaf 1 wordt gedefinieerd, ter kennis gebracht.
  Wanneer de aanvraag bedoeld in het eerste lid op hetzelfde ogenblik wordt ingediend als de aanvraag ingediend overeenkomstig artikel 61/34 of artikel 61/45 van de onderdaan van een derde land die zij willen vervoegen, behandelt de minister of zijn gemachtigde deze aanvragen tegelijk.".
Art. 7. A l'article 10ter de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2019, il est inséré un paragraphe 2quater rédigé comme suit :
  " § 2quater. Par dérogation au paragraphe 2, la décision relative à l'autorisation de séjour des membres de la famille visés à l'article 10bis, §§ 5 et 6 est notifiée au plus tard nonante jours suivant la date du dépôt définie au paragraphe 1er.
  Lorsque la demande visée à l'alinéa 1er est introduite au même moment que la demande introduite conformément à l'article 61/34 ou à l'article 61/45 par le ressortissant d'un pays tiers qu'ils souhaitent rejoindre, le ministre ou son délégué traite ces demandes en même temps.".
Art. 8. In artikel 13, § 1, zevende lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 8 juli 2011 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2012, worden de woorden "artikel 10bis, §§ 1 tot 4" vervangen door de woorden "artikel 10bis, §§ 1 tot 6".
Art. 8. Dans l'article 13, § 1er, alinéa 7, de la même loi, remplacé par la loi du 8 juillet et modifié par la loi du 15 mai 2012, les mots "l'article 10bis, §§ 1er à 4" sont remplacés par les mots "l'article 10bis, §§ 1er à 6".
Art. 9. In titel II, hoofdstuk VIIbis, van dezelfde wet, wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : "Bepalingen met betrekking tot de gezamenlijke procedure inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.".
Art. 9. Dans le titre II, chapitre VIIbis, de la même loi, l'intitulé de la section 1 est remplacé par ce qui suit : "Dispositions relatives à la procédure conjointe en matière d'occupation des travailleurs étrangers.".
Art. 10. In artikel 61/25-1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 juli 2018 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "de bepalingen van hoofdstuk VIII en van hoofdstuk VIIIbis" vervangen door de woorden "de bepalingen van hoofdstuk VIII, hoofdstuk VIIIbis en van hoofdstuk VIIIter." en worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 10. A l'article 61/25-1 de la même loi, inséré par la loi du 22 juillet 2018 et modifié par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "dispositions du chapitre VIII et du chapitre VIIIbis" sont remplacés par les mots "dispositions du chapitre VIII, du chapitre VIIIbis et du chapitre VIIIter." et les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 11. In artikel 61/25-2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "overeenkomstig titel I, hoofdstuk III," vervangen door de woorden "overeenkomstig titel II, hoofdstukken III en VI";
  2° in paragraaf 3, eerste en tweede lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  4° in paragraaf 6 worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  5° in paragraaf 7, derde lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 11. A l'article 61/25-2 de la même loi, inséré par la loi du 22 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, les mots "conformément au titre I, chapitre III," sont remplacés par les mots "conformément au titre II, chapitres III et VI";
  2° dans le paragraphe 3, alinéas 1er et 2, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  4° dans le paragraphe 6, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  5° dans le paragraphe 7, alinéa 3, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 12. In artikel 61/25-3, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 juli 2018, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 12. Dans l'article 61/25-3, alinéas 1er et 2, de la même loi, inséré par la loi du 22 juillet 2018, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 13. In artikel 61/25-5, § 2, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 juli 2018 en gewijzigd bij de 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 13. Dans l'article 61/25-5, § 2, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 22 juillet 2018 et modifié par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 14. In artikel 61/25-6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  3° paragraaf 4, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
  "Het eerste lid is niet van toepassing op de machtiging tot verblijf afgeleverd aan een onderdaan van een derde land die door een arbeidsovereenkomst verbonden blijft met een in het buitenland gevestigde werkgever.";
  4° in paragraaf 5, eerste en tweede lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 14. A l'article 61/25-6 de la même loi, inséré par la loi du 22 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  3° Le paragraphe 4 est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
  "L'alinéa 1er n'est pas applicable à l'autorisation de séjour délivrée à un ressortissant de pays tiers qui reste lié par un contrat de travail avec un employeur établi à l'étranger.";
  4° dans le paragraphe 5, alinéas 1er et 2, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 15. In artikel 61/26 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  2° in paragraaf 2, 1°, de worden "het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten" vervangen door de woorden "het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018";
  3° in paragraaf 2, 2°, worden de woorden "het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten" vervangen door de woorden "het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018".
Art. 15. A l'article 61/26 de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  2° au paragraphe 2, 1°, les mots "l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers" sont remplacés par les mots "l'accord de coopération du 2 février 2018";
  3° au paragraphe 2, 2°, les mots "l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers" sont remplacés par les mots "l'accord de coopération du 6 décembre 2018".
Art. 16. In artikel 61/27 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
  3° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
Art. 16. A l'article 61/27 de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est abrogé;
  2° le 2° est abrogé;
  3° le 3° est abrogé.
Art. 17. In artikel 61/27-1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 4, eerste en tweede lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  2° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  3° in paragraaf 6 worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid";
  4° in paragraaf 7, derde lid, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 17. A l'article 61/27-1 de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 4, alinéas 1er et 2, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  2° dans le paragraphe 5, alinéa 1er, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  3° dans le paragraphe 6, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente";
  4° dans le paragraphe 7, alinéa 3, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 18. In art. 61/27-2, eerste en tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 18. Dans l'article 61/27-2, alinéas 1er et 2, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 19. In artikel 61/28, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten" vervangen door de woorden "het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018";
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden "het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten" vervangen door de woorden "het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018".
Art. 19. A l'article 61/28, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 1°, les mots "l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers" sont remplacés par les mots "l'accord de coopération du 2 février 2018";
  2° au 2°, les mots "l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers" sont remplacés par les mots "l'accord de coopération du 6 décembre 2018".
Art. 20. In artikel 61/28-1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt opgeheven;
  2° de bepaling onder 2° wordt opgeheven;
  3° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.
Art. 20. A l'article 61/28-1 de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 1° est abrogé;
  2° le 2° est abrogé;
  3° le 3° est abrogé.
Art. 21. In artikel 61/29-1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 21. Dans l'article 61/29-1, alinéa 1er, 1°, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 22. In titel II, hoofdstuk VIIIbis, afdeling 3, van dezelfde wet, wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt : "Bepalingen met betrekking tot de gezamenlijke procedure inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers".
Art. 22. Dans le titre II, chapitre VIIIbis, section 3, de la même loi, l'intitulé de la sous-section 1re est remplacé par ce qui suit : "Dispositions relatives à la procédure conjointe en matière d'occupation des travailleurs étrangers".
Art. 23. In artikel 61/29-4, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 23. Dans l'article 61/29-4, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 24. In artikel 61/29-5, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 24. Dans l'article 61/29-5, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 25. In artikel 61/29-6, eerste lid, 1°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 25. Dans l'article 61/29-6, alinéa 1er, 1°, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 26. In artikel 61/29-9, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2019, worden de woorden "bevoegde overheid" vervangen door de woorden "bevoegde regionale overheid".
Art. 26. Dans l'article 61/29-9, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 5 mai 2019, les mots "l'autorité compétente" sont remplacés par les mots "l'autorité régionale compétente".
Art. 27. Artikel 61/30 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2012 en gewijzigd bij wet van 4 mei 2016, wordt opgeheven.
Art. 27. L'article 61/30, de la même loi, inséré par la loi du 15 mai 2012 et modifié par la loi du 4 mai 2016, est abrogé.
Art. 28. Artikel 61/31 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 mei 2012, wordt opgeheven.
Art. 28. L'article 61/31, de la même loi, inséré par la loi du 15 mai 2012, est abrogé.
Art. 29. In titel II van dezelfde wet, wordt een hoofdstuk VIIIter ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk VIIIter. Binnen een onderneming overgeplaatste personen".
Art. 29. Dans le titre II, de la même loi, il est inséré un chapitre VIIIter, intitulé :
  "Chapitre VIIIter. Transferts temporaires intragroupe".
Art. 30. In hoofdstuk VIIIter, ingevoegd door artikel 29, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 1. Toepassingsgebied en definities".
Art. 30. Dans le chapitre VIIIter, inséré par l'article 29, il est inséré une section 1re, intitulée :
  "Section 1re. Champ d'application et définitions".
Art. 31. In afdeling 1, ingevoegd door artikel 30, wordt een artikel 61/32 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/32. § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op :
  1° de onderdanen van derde landen die op het tijdstip van de aanvraag buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie verblijven en een aanvraag indienen om het Rijk binnen te komen om er te verblijven en te werken in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming als leidinggevende, specialist of stagiair-werknemer;
  2° de onderdanen van derde landen die gemachtigd worden om in deze hoedanigheden in het Rijk te verblijven en er te werken;
  3° de onderdanen van een derde land die in een andere lidstaat van de Europese Unie een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon hebben gekregen en het Rijk willen binnenkomen om hier te verblijven en te werken in deze hoedanigheid.
  § 2. Ze zijn van toepassing, onverminderd de relevante bepalingen van :
  1° het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018;
  2° het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018.".
Art. 31. Dans la section 1re, insérée par l'article 30, il est inséré un article 61/32, rédigé comme suit :
  "Art. 61/32. § 1. Les dispositions du présent chapitre sont applicables :
  1° aux ressortissants de pays tiers qui résident en dehors du territoire des Etats membres de l'Union européenne à la date de l'introduction de la demande et qui souhaitent entrer et séjourner dans le Royaume dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe afin d'y travailler en qualité de cadre, spécialiste ou employé stagiaire;
  2° aux ressortissants de pays tiers qui sont autorisés à séjourner et à travailler dans le Royaume en cette qualité;
  3° aux ressortissants d'un pays tiers ayant obtenu un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans un autre Etat membre de l'Union européenne et qui souhaitent entrer dans le Royaume afin d'y séjourner et d'y travailler en cette qualité.
  § 2. Elles s'appliquent sans préjudice des dispositions pertinentes de :
  1° l'accord de coopération du 2 février 2018;
  2° l'accord de coopération du 6 décembre 2018.".
Art. 32. In dezelfde afdeling 1 wordt een artikel 61/33 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/33. Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° "leidinggevende ICT" : de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  2° "specialist ICT" : de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 2°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  3° "stagiair-werknemer ICT" : de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 3°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  4° "vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon" : de verblijfstitel bedoeld in artikel 24, 4°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  5° "overplaatsing binnen een onderneming" : de tijdelijke detachering, voor beroepsactiviteiten of opleiding, van een onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 5°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  6° "vergunning voor lange-termijnmobiliteit" : de verblijfstitel bedoeld in artikel 24, 6°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  7° "gastentiteit" : de entiteit bedoeld in artikel 24, 7°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  8° "groep van ondernemingen" : het geheel van verbonden en/of geassocieerde vennootschappen zoals bedoeld in artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, bedoeld in artikel 24, 8°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  9° "eerste lidstaat" : de lidstaat bedoeld in artikel 24, 9°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  10° "tweede lidstaat" : de lidstaat, bedoeld in artikel 24, 10°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  11° "korte-termijnmobiliteit" : het recht waarover de onderdaan van een derde land beschikt, bedoeld in artikel 24, 11°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  12° "lange-termijnmobiliteit" : het recht waarover de onderdaan van een derde land beschikt, bedoeld in artikel 24, 12°, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  13° "binnen een onderneming overgeplaatste persoon" : een onderdaan van een derde land die op het tijdstip van de aanvraag van een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie verblijft en die het voorwerp is van een overplaatsing binnen een onderneming.".
Art. 32. Dans la même section 1, il est inséré un article 61/33, rédigé comme suit :
  "Art. 61/33. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° "cadre ICT" : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 1°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  2° "expert ICT" : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 2°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  3° "employé stagiaire ICT" : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 3°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  4° "permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe" : le titre de séjour visé à l'article 24, 4°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  5° "transfert temporaire intragroupe" : le détachement temporaire, à des fins d'activités professionnelles ou de formation, d'un ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 5°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  6° "permis pour mobilité de longue durée" : le titre de séjour visé à l'article 24, 6°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  7° "l'entité hôte" : l'entité visée à l'article 24, 7°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  8° "groupe d'entreprises" : l'ensemble des sociétés liées et/ou associées visées à l'article 11 du Code des sociétés, visé à l'article 24, 8°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  9° "premier Etat membre" : l'Etat membre visé à l'article 24, 9°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  10° "deuxième Etat membre" : l'Etat membre visé à l'article 24, 10°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  11° "mobilité de courte durée" : le droit dont dispose le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 11°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  12° "mobilité de longue durée" : le droit dont dispose le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 12°, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018;
  13° "personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe" : un ressortissant de pays tiers qui réside en dehors du territoire des Etats membres de l'Union européenne à la date de l'introduction de la demande de permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et qui fait l'objet d'un tel transfert.".
Art. 33. In hetzelfde hoofdstuk VIIIter wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 2. Vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon".
Art. 33. Dans le même chapitre VIIIter, il est inséré une section 2, intitulée :
  "Section 2. Permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe".
Art. 34. In afdeling 2, ingevoegd door artikel 33, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling 1. Bepalingen met betrekking tot de gezamenlijke procedure met de overheid die bevoegd is voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers".
Art. 34. Dans la section 2, insérée par l'article 33, il est inséré une sous-section 1re, intitulée :
  "Sous-section 1re. Dispositions relatives à la procédure conjointe avec l'autorité compétente en matière d'occupation des travailleurs étrangers".
Art. 35. In onderafdeling 1, ingevoegd door artikel 34, wordt een artikel 61/34 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/34. § 1. De onderdaan van een derde land die, in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste per-soon, meer dan negentig dagen op het grondgebied wenst te verblijven dient een aanvraag in bij de bevoegde regionale overheid, in de vorm van een aanvraag voor een toelating tot arbeid.
  De aanvraag voor een toelating tot arbeid geldt als aanvraag voor een verblijfsvergunning.
  § 2. Enkel de onderdaan van een derde land die zich buiten het grondgebied van de lidstaten bevindt wanneer de aanvraag wordt ingediend of die zich bevindt in het geval bedoeld in artikel 61/35, is gemachtigd om een aanvraag voor een machtiging tot verblijf bedoeld in paragraaf 1 in te dienen.
  § 3. De volgende documenten worden aan de aanvraag toegevoegd :
  1° behalve in het geval van verlenging van de aanvraag, het bewijs van de betaling van de in artikel 1/1 bedoelde retributie;
  2° de documenten die toelaten de voorwaarden bedoeld in artikel 61/39, vast te stellen.
  § 4. Overeenkomstig artikel 28 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 neemt de minister of zijn gemachtigde ten laatste binnen negentig dagen na de kennisgeving van het volledig karakter van de aanvraag een beslissing met betrekking tot de machtiging tot verblijf of de hernieuwing.
  § 5. De minister of zijn gemachtigde kan van de onderdaan van een derde land eisen dat ze binnen een termijn van vijftien dagen aanvullende documenten of inlichtingen voorleggen.
  De in paragraaf 4 bedoelde termijn wordt opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie werd ontvangen.
  § 6. Overeenkomstig artikel 33 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, worden de toelating tot arbeid en de machtiging tot verblijf in de vorm van een gecombineerde administratieve akte aan de betrokkene betekend, indien hij gemachtigd is om meer dan negentig dagen op het grondgebied in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon te werken en te verblijven.".
Art. 35. Dans la sous-section 1re, insérée par l'article 34, il est inséré un article 61/34, rédigé comme suit :
  "Art. 61/34. § 1. Le ressortissant de pays tiers qui souhaite séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe introduit sa demande auprès de l'autorité régionale compétente sous la forme d'une demande d'autorisation de travail.
  La demande d'autorisation de travail vaut demande d'autorisation de séjour.
  § 2. Seul le ressortissant de pays tiers qui se trouve en dehors du territoire des Etats membres lors de l'introduction de la demande ou qui se trouve dans le cas visé à l'article 61/35 est autorisé à introduire une demande visée au paragraphe 1er.
  § 3. Les documents suivants sont joints à la demande :
  1° sauf en cas de renouvellement de la demande, la preuve du paiement de la redevance prévue à l'article 1er/1;
  2° les documents permettant d'établir les conditions visées à l'article 61/39.
  § 4. Conformément à l'article 28 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, le ministre ou son délégué statue sur la demande de séjour, ou de son renouvellement, dans un délai de nonante jours, non prorogeable, suivant la notification du caractère complet de la demande.
  § 5. Le ministre ou son délégué peut exiger du ressortissant de pays tiers qu'ils produisent des documents ou des renseignements complémentaires dans un délai de quinze jours.
  Le délai visé au paragraphe 4 est suspendu jusqu'à ce que les informations complémentaires requises sont reçues.
  § 6. Conformément à l'article 33 de l'accord de coopération du 2 février 2018, si l'intéressé est autorisé à séjourner et à travailler plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, l'autorisation de travail et l'autorisation de séjour lui sont notifiées sous la forme d'un acte administratif unique.".
Art. 36. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/35 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/35. § 1. De onderdaan van een derde land die in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon gemachtigd is tot een verblijf van meer dan negentig dagen en die zijn verblijf in deze hoedanigheid wenst te verlengen, dient overeenkomstig artikel 21 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, ten laatste twee maanden voor het verstrijken van zijn verblijf een aanvraag in bij de bevoegde regionale overheid, in de vorm van een aanvraag voor een toelating tot arbeid.
  § 2. Indien de duur gedurende dewelke de betrokkene tot een verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon gemachtigd is tijdens het onderzoek van de aanvraag verstrijkt, ontvangt hij een document dat zijn verblijf voorlopig dekt, totdat er een beslissing over wordt genomen.
  De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels van de afgifte van het verblijfsdocument.".
Art. 36. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 61/35, rédigé comme suit :
  "Art. 61/35. § 1er. Conformément à l'article 21 de l'accord de coopération du 2 février 2018, le ressortissant de pays tiers qui est autorisé à séjourner plus de nonante jours en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et souhaite faire prolonger son séjour en cette qualité introduit sa demande auprès de l'autorité régionale compétente sous la forme d'une demande d'autorisation de travail au plus tard deux mois avant l'expiration de son autorisation de séjour.
  § 2. Si la durée pendant laquelle l'intéressé est autorisé à séjourner en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe expire durant l'examen de la demande, il lui est délivré un document qui couvre provisoirement son séjour jusqu'à ce qu'il soit statué sur cette demande.
  Le Roi fixe les conditions et les modalités de délivrance du document de séjour.".
Art. 37. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/36 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/36. De minister of zijn gemachtigde betekent de volgende beslissingen aan de onderdaan van een derde land :
  1° de beslissingen tot weigering van de machtiging tot verblijf, om de machtiging tot verblijf niet te hernieuwen of die een einde maken aan de machtiging tot verblijf, die krachtens deze afdeling worden genomen;
  2° de beslissing tot toekenning of hernieuwing van de toelating tot arbeid en de machtiging tot verblijf in de vorm van een gecombineerde administratieve akte.
  In de gevallen en onder de voorwaarden die vastgesteld worden door het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 informeert de minister of zijn gemachtigde de werkgever over de beslissing bedoeld in het eerste lid, 2°. ".
Art. 37. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 61/36, rédigé comme suit :
  "Art. 61/36. Le ministre ou son délégué notifie les décisions suivantes au ressortissant de pays tiers :
  1° les décisions de refus ou de non-renouvellement de l'autorisation de séjour ou les décisions mettant fin à l'autorisation de séjour prises en vertu de la présente section;
  2° la décision d'octroi ou de renouvellement de l'autorisation de travail et de l'autorisation de séjour sous la forme d'un acte administratif unique.
  Le ministre ou son délégué informe l'employeur de la décision visée à l'alinéa 1er, 2°, dans les cas et conditions prévus par l'accord de coopération du 2 février 2018.".
Art. 38. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/37 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/37. § 1. Overeenkomstig artikel 34, tweede lid, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, en artikel 29, tweede lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wordt, wanneer de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 61/34 zich in het buitenland bevindt op de datum dat de beslissing waarbij hij gemachtigd wordt in de hoedanigheid van binnen een onderneming overgeplaatste persoon op het grondgebied te verblijven en te werken, op zijn verzoek, een visum lang verblijf afgeleverd.
  De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten met betrekking tot het afleveren van dit visum.
  § 2. Overeenkomstig artikel 29, derde lid, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wordt de onderdaan van een derde land die gemachtigd is om meer dan negentig dagen op het grondgebied in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon te werken en te verblijven, in het vreemdelingenregister ingeschreven en wordt, hem een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon aan hem afgegeven.
  De Koning bepaalt :
  1° het model van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon;
  2° de geldigheidsduur van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon;
  3° het verblijfsdocument dat wordt afgeleverd aan de onderdaan van een derde land in afwachting van de aflevering van zijn vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon.
  § 3. Onverminderd artikel 61/38, wordt in geval van hernieuwing van het verblijf met toepassing van artikel 61/35 de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon verlengd met een duur die gelijk is aan de toegestane duur van zijn verblijf.".
Art. 38. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 61/37 rédigé comme suit :
  "Art. 61/37. § 1er. Conformément à l'article 34, alinéa 2, de l'accord de coopération du 2 février 2018, et à l'article 29, alinéa 2, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, lorsque le ressortissant d'un pays tiers visé à l'article 61/34 se trouve à l'étranger à la date de la décision l'autorisant à séjourner et à travailler en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, un visa de long séjour lui est délivré, à sa demande.
  Le Roi détermine les conditions et les modalités relatives à la délivrance du visa.
  § 2. Conformément à l'article 29, alinéa 3, de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, le ressortissant de pays tiers autorisé à travailler et à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe est inscrit au registre des étrangers et un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe lui est délivré.
  Le Roi détermine :
  1° le modèle du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe;
  2° la durée de validité du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe;
  3° le document de séjour délivré au ressortissant d'un pays tiers dans l'attente de la délivrance du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe.
  § 3. Sans préjudice de l'article 61/38, en cas de renouvellement du séjour en application de l'article 61/35, le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe est prolongé d'une durée égale à la durée autorisée de son séjour.".
Art. 39. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/38 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/38. § 1. De periode gedurende dewelke de onderdaan van een derde land kan verblijven op het grondgebied van de Europese Unie in de hoedanigheid van leidinggevende ICT of specialist ICT, is beperkt tot maximaal 3 jaar, en in de hoedanigheid van stagiair-werknemer ICT tot maximaal 1 jaar.
  Voor de berekening van de duur van het verblijf worden de termijnen van achtereenvolgens afgegeven vergunningen voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon samengevoegd.
  De Koning kan de manier waarop de maximale duur van het verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon berekend wordt preciseren. Hij kan de nadere regels die omschreven worden in het tweede lid opheffen, vervangen of aanvullen, om zich aan het recht van de Unie te houden.
  § 2. Onverminderd gunstigere bepalingen vervat in internationale verdragen en overeenkomstig artikel 36 van het Samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 kan wanneer de maximumduur van de overplaatsing binnen een onderneming, zoals bedoeld in paragraaf 1, werd bereikt, een nieuwe aanvraag zoals bedoeld in artikel 61/34 of 61/45 alleen na een verloop van een periode van drie maanden ingediend worden.".
Art. 39. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 61/38 rédigé comme suit :
  "Art. 61/38. § 1er. La durée pendant laquelle le ressortissant de pays tiers peut séjourner sur le territoire de l'Union européenne en qualité de cadre ICT ou expert ICT est limitée à 3 ans, et à 1 an en qualité d'employé stagiaire ICT.
  La durée de séjour est calculée en additionnant les durées cumulées des permis délivrés consécutivement à une personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe.
  Le Roi peut préciser la manière dont est calculée la durée maximale du séjour en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe. Il peut abroger, remplacer ou compléter les modalités prévues à l'alinéa 2, pour se conformer au droit de l'Union.
  § 2. Sans préjudice de dispositions plus favorables contenues dans un traité international et conformément à l'article 36 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, lorsque la durée maximale du transfert temporaire intragroupe visée au paragraphe 1er est atteinte, le ressortissant d'un pays tiers peut introduire une demande visée à l'article 61/34 ou 61/45 après l'écoulement d'un délai de trois mois.".
Art. 40. In dezelfde afdeling 2 wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling 2. Bepalingen met betrekking tot de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon".
Art. 40. Dans la même section 2, il est inséré une sous-section 2, intitulée :
  "Sous-section 2. Dispositions relatives à l'autorisation de séjour en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe".
Art. 41. In de onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 40, wordt een artikel 61/39 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/39. § 1. Onder voorbehoud van artikel 61/42, § 2, wordt de onderdaan van een derde land die een aanvraag met toepassing van artikel 61/34 of 61/35 indient, gemachtigd om, in de hoedanigheid van een onderneming overgeplaatste persoon, meer dan negentig dagen op het grondgebied te verblijven of om zijn verblijf in die hoedanigheid te verlengen, indien :
  1° hij bewijst dat hij over een reisdocument of een daarmee gelijkgestelde reistitel beschikt, die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, § 1, a), van de Schengengrenscode;
  2° hij bewijst dat hij voor de beoogde duur van het verblijf over toereikende bestaansmiddelen beschikt voor zichzelf en zijn gezinsleden, om niet ten laste te vallen van de openbare overheden. Hierbij wordt met name rekening gehouden met de inkomsten die hij tijdens zijn verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon zal ontvangen;
  3° hij bewijst dat hij over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België voor hemzelf en zijn gezinsleden dekt, beschikt;
  4° hij, behalve bij het hernieuwen van de aanvraag voor de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, een geneeskundig getuigschrift voorlegt waaruit blijkt dat hij niet lijdt aan één der in bijlage bij deze wet opgesomde ziekten;
  5° hij, behalve bij het hernieuwen van de aanvraag voor de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorlegt en in voorkomend geval zijn gelegaliseerde vertaling, afgegeven door het land van oorsprong of het land van zijn laatste verblijfplaats, dat niet ouder is dan zes maanden en bevestigt dat hij niet veroordeeld is geweest voor misdaden of wanbedrijven van gemeen recht.
  Indien behoorlijk wordt aangetoond dat de documenten bedoeld in § 1, 4° en 5°, niet kunnen worden voorgelegd kan de minister of zijn gemachtigde de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, rekening houdend met de omstandigheden, echter toekennen of hernieuwen.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde weigert de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon van meer dan negentig dagen toe te kennen in de volgende gevallen :
  1° de betrokkene voldoet niet aan de voorwaarden vastgesteld in paragraaf 1;
  2° de betrokkene bevindt zich in één van de gevallen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5° tot 10° ;
  3° de betrokkene heeft de documenten of bijkomende info niet binnen de voorgeschreven termijn geleverd;
  4° de maximale verblijfsduur bedoeld in artikel 61/38, § 1, is bereikt;
  5° indien de betrokkene de in artikel 61/38, § 2, bedoelde termijn voor de indiening van zijn aanvraag, niet nageleefd heeft.
  § 3. De minister of zijn gemachtigde weigert de machtiging tot verblijf, in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, van meer dan negentig dagen, te vernieuwen in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in § 1, 1° -3° ;
  2° indien de maximale verblijfsduur bedoeld in artikel 61/38, § 1, bereikt is;
  3° indien de betrokkene in het land verblijft met andere doeleinden dan die waarvoor hij een machtiging gekregen heeft;
  4° indien de betrokkene de regels in verband met korte-termijnmobiliteit of lange-termijnmobiliteit niet nageleefd heeft.
  § 4. De minister of zijn gemachtigde stelt een einde aan het verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon van meer dan negentig dagen, in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de verblijfsvoorwaarden vastgesteld in § 1, 1° tot 3° ;
  2° indien de betrokkene in het land verblijft met andere doeleinden dan die waarvoor hij een machtiging gekregen heeft;
  3° indien de gastentiteit opgericht werd met als belangrijkste doel de binnenkomst van binnen een onderneming overgeplaatste personen te vergemakkelijken;
  4° de maximale verblijfsduur bedoeld in artikel 61/38, § 1 is bereikt;
  5° indien de betrokkene de regels in verband met korte-termijnmobiliteit of lange-termijnmobiliteit niet heeft nageleefd.
  § 5. Elke beslissing die krachtens dit artikel genomen wordt, wordt genomen na een individueel onderzoek dat rekening houdt met alle omstandigheden die eigen zijn aan elk geval, met inbegrip van het belang van de onderdaan van een derde land, en met respect voor het evenredigheidsbeginsel.".
Art. 41. Dans la sous-section 2, insérée par l'article 40, il est inséré un article 61/39 rédigé comme suit :
  "Art. 61/39. § 1er. Le ressortissant de pays tiers qui introduit une demande en application de l'article 61/34 ou 61/35, est autorisé à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe ou à prolonger son séjour en cette qualité :
  1° s'il prouve qu'il dispose d'un document de voyage ou d'un titre de séjour en tenant lieu remplissant les conditions de validité prévues par l'article 6, § 1er, a), du Code frontières Schengen;
  2° s'il prouve qu'il dispose de ressources suffisantes pour la durée du séjour envisagé, pour subvenir à ses propres besoins et à ceux des membres de sa famille, afin de ne pas devenir une charge pour les pouvoirs publics, compte-tenu notamment des revenus qu'il percevra durant son séjour en tant que personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe;
  3° s'il prouve qu'il dispose d'une assurance maladie couvrant l'ensemble des risques en Belgique pour lui-même et les membres de sa famille;
  4° sauf en cas de renouvellement de la demande d'autorisation de séjour introduite en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, s'il produit un certificat médical attestant qu'il n'est pas atteint d'une des maladies énumérées à l'annexe de la présente loi;
  5° sauf en cas de renouvellement de la demande d'autorisation de séjour en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, s'il produit un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent, et le cas échéant sa traduction légalisée, délivré par le pays d'origine ou par le pays de sa dernière résidence, datant de moins de six mois, et attestant qu'il n'a pas été condamné pour des crimes ou des délits de droit commun.
  En cas d'impossibilité dûment justifiée de produire les documents visés au § 1er, 4° et 5°, le ministre ou son délégué peut toutefois accorder ou renouveler l'autorisation de séjour en tant que personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, compte tenu des circonstances.
  § 2. Le ministre ou son délégué refuse d'accorder l'autorisation de séjour de plus de nonante jours en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans les cas suivants :
  1° l'intéressé ne remplit pas les conditions prévues au paragraphe 1er;
  2° l'intéressé se trouve dans un des cas visés à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 10° ;
  3° l'intéressé n'a pas fourni les documents ou renseignements complémentaires dans le délai prescrit;
  4° la durée maximale de séjour définie à l'article 61/38, § 1er est atteinte;
  5° si l'intéressé n'a pas respecté le délai prévu à l'article 61/38, § 2, pour l'introduction de sa demande.
  § 3. Le ministre ou son délégué refuse de renouveler l'autorisation de séjour de plus de nonante jours en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans les cas suivants :
  1° si l'intéressé ne remplit pas ou plus les conditions prévues au § 1er, 1° -3° ;
  2° si la durée maximale de séjour définie à l'article 61/38, § 1er est atteinte;
  3° si l'intéressé séjourne à des fins autres que celles pour lesquelles il a été autorisé au séjour;
  4° si l'intéressé n'a pas respecté les règles relatives à la mobilité de courte durée ou à la mobilité de longue durée.
  § 4. Le ministre ou son délégué met fin au séjour du ressortissant de pays tiers autorisé à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans les cas suivants :
  1° si l'intéressé ne remplit pas ou plus les conditions de séjour prévues au § 1er, 1° à 3° ;
  2° si l'intéressé séjourne à des fins autres que celles pour lesquelles il a été autorisé au séjour;
  3° si l'entité hôte a été créée dans le but principal de faciliter l'entrée de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intra-groupe;
  4° la durée maximale de séjour définie à l'article 61/38, § 1er est atteinte;
  5° si l'intéressé n'a pas respecté les règles relatives à la mobilité de courte durée ou à la mobilité de longue durée.
  § 5. Toute décision prise en vertu du présent article est prise après un examen individuel, qui tient compte de l'ensemble des circonstances propres à chaque cas, en ce compris l'intérêt du ressortissant de pays tiers, et dans le respect du principe de proportionnalité.".
Art. 42. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/40 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/40. De onderdaan van een derde land die in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon het grondgebied van het Rijk wenst binnen te komen of binnengekomen is, stelt onverwijld de minister of zijn gemachtigde op de hoogte van elke wijziging tijdens de aanvraagprocedure of tijdens het verblijf die gevolgen heeft voor de in de artikelen 61/39, § 1, en 61/48, § 1, bedoelde verblijfsvoorwaarden.
  Indien nodig brengt de minister of zijn gemachtigde de bevoegde gewestelijke autoriteit op de hoogte van de wijzigingen die een impact hebben op de verblijfsprocedure of verblijfsvoorwaarden.".
Art. 42. Dans la sous-section 2, il est inséré un article 61/40 rédigé comme suit :
  Art. 61/40. Durant l'examen de la demande, le ressortissant de pays tiers qui souhaite séjourner ou est entré sur le territoire du Royaume en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe communique sans délai au ministre ou son délégué toute modification survenant durant la procédure de demande ou durant le séjour qui a une incidence sur les conditions de séjour visées aux articles 61/39, § 1er, et 61/48, § 1.
  Si nécessaire, le ministre ou son délégué informe l'autorité régionale compétente des changements qui ont un impact sur la procédure de séjour ou les conditions de séjour.".
Art. 43. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/41 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/41. § 1. Overeenkomstig artikel 17, derde lid, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, wanneer de onderdaan van een derde land met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk tot een verblijf wordt gemachtigd, is de machtiging tot verblijf enkel geldig als de bevoegde regionale overheid een definitieve beslissing neemt waarbij de onderdaan van een derde land toegelaten wordt om op het grondgebied van het Rijk te werken.
  Overeenkomstig de artikelen 3 en 31 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wordt de duur van de machtiging tot verblijf, die met toepassing van de bepalingen van deze afdeling wordt toegekend, beperkt tot de duur van de toelating tot arbeid, zonder de maximale duur bedoeld in artikel 61/38, § 1, te mogen overschrijden.
  § 2. Overeenkomstig artikel 35 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, eindigt de machtiging tot verblijf die met toepassing van de bepalingen van deze afdeling werd toegekend van rechtswege wanneer de betrokken onderdaan van een derde land niet meer gemachtigd is om in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon te werken.".
Art. 43. Dans la sous-section 2, il est inséré un article 61/41 rédigé comme suit :
  "Art. 61/41. § 1er. Conformément à l'article 17, alinéa 3, de l'accord de coopération du 2 février 2018, lorsque le ressortissant d'un pays tiers est autorisé à séjourner en application des dispositions du présent chapitre, l'autorisation de séjour est valable uniquement si l'autorité régionale compétente prend une décision définitive autorisant le ressortissant d'un pays tiers à travailler sur le territoire du Royaume.
  Conformément aux articles 3 et 31 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, la durée de l'autorisation de séjour accordée en application des dispositions de la présente section est limitée à la durée de l'autorisation de travail, sans pouvoir dépasser la durée maximale prévue à l'article 61/38, § 1er.
  § 2. Conformément à l'article 35 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, l'autorisation de séjour accordée en application des dispositions de la présente section prend fin de plein droit lorsque le ressortissant d'un pays tiers concerné n'est plus autorisé à travailler en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe.".
Art. 44. In hetzelfde hoofdstuk VIIIter wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende :
  "Afdeling 3. Mobiliteit binnen de Europese Unie".
Art. 44. Dans le même chapitre VIIIter, il est inséré une section 3, intitulée :
  "Section 3. Mobilité au sein de l'Union européenne".
Art. 45. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 44, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling 1. Korte-termijnmobiliteit".
Art. 45. Dans la section 3, insérée par l'article 44, il est insérée une sous-section 1re intitulée :
  "Sous-section 1re. Mobilité de courte durée".
Art. 46. In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 45, wordt een artikel 61/42 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/42. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk II van titel I, moet de onderdaan van een derde land die het grondgebied wenst binnen te komen om er in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van korte-termijnmobiliteit te verblijven over de volgende documenten beschikken :
  1° een geldig paspoort of een daarmee gelijkgestelde reistitel waarvan de geldigheidsduur op zijn minst die van zijn vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon afgeleverd door de eerste lidstaat dekt en de door artikel 6, § 1, a), van de Schengengrenscode vastgestelde geldigheidsvoorwaarden vervult;
  2° een geldige vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon afgeleverd door de eerste lidstaat.
  De Koning kan het paspoort en de daarmee gelijkgestelde reistitel onderwerpen aan geldigheidsvoorwaarden die preciezer of aanvullend zijn.".
Art. 46. Dans la sous-section 1re, insérée par l'article 45, il est inséré un article 61/42 rédigé comme suit :
  "Art. 61/42. Sans préjudice des dispositions du chapitre II du titre I, le ressortissant de pays tiers qui souhaite entrer et séjourner sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de courte durée doit disposer des documents suivants :
  1° un passeport valable ou un titre de voyage en tenant lieu dont la durée de validité couvre au moins celle de l'autorisation délivrée aux fins d'un transfert temporaire intragroupe par le premier Etat membre et qui remplit les conditions de validité prévues par l'article 6, § 1er, a), du Code frontières Schengen;
  2° le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par le premier Etat membre en cours de validité.
  Le Roi peut soumettre le passeport et le titre de voyage en tenant lieu à des conditions de validité plus précises ou supplémentaires.".
Art. 47. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/43 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/43. De in artikel 61/42 bedoelde onderdaan van een derde land mag in het Rijk verblijven om er te werken gedurende een periode van negentig dagen op honderdtachtig dagen in de volgende gevallen :
  1° hij voldoet aan de voorwaarden vastgelegd door de gewestelijke of gemeenschapswetgeving die van toepassing is inzake de tewerkstelling van personen die het voorwerp uitmaken van een overplaatsing binnen een onderneming;
  2° hij bevindt zich niet in een van de gevallen opgesomd in artikel 3, eerste lid, 5° tot 10° ;
  3° de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, afgeleverd door de eerste lidstaat, dekt minstens de periode van korte-termijnmobiliteit;
  4° de maximale verblijfsduur bedoeld in artikel 61/38, § 1, is nog niet bereikt.".
Art. 47. Dans la même sous-section 1, il est inséré un article 61/43 rédigé comme suit :
  "Art. 61/43. Le ressortissant de pays tiers visé à l'article 61/42 peut séjourner dans le Royaume afin d'y travailler pendant une période de nonante jours sur cent quatre-vingts jours dans les cas suivants :
  1° il remplit les conditions fixées par la législation régionale ou communautaire applicable en matière d'occupation de personne faisant l'objet de transfert temporaire intragroupe;
  2° il ne se trouve pas dans un cas énumérés à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 10° ;
  3° le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par le premier Etat membre couvre au moins la période de mobilité de courte durée;
  4° la durée maximale visée à l'article 61/38, § 1er n'est pas encore atteinte.".
Art. 48. In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel 61/44 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/44. In de volgende gevallen maakt de minister of zijn afgevaardigde een einde aan het in artikel 61/42 bedoelde verblijf van de onderdaan van een derde land :
  1° de binnen een onderneming overgeplaatste persoon voldoet niet of niet meer aan de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 61/42 of 61/43;
  2° de binnen een onderneming overgeplaatste persoon bevindt zich in een van de gevallen opgesomd in artikel 3, eerste lid, 5° tot 10°. ".
Art. 48. Dans la même sous-section 1re, il est inséré un article 61/44 rédigé comme suit :
  "Art. 61/44. Le ministre ou son délégué met fin au séjour du ressortissant de pays tiers visé à l'article 61/42 dans les cas suivants :
  1° la personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe ne satisfait pas ou plus aux conditions fixées aux articles 61/42 ou 61/43;
  2° la personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe se trouve dans un cas énumérés à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 10°. ".
Art. 49. In dezelfde afdeling 3 wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende :
  "Onderafdeling 2. Vergunning voor lange-termijnmobiliteit".
Art. 49. Dans la même section 2, il est inséré une sous-section 2, intitulée :
  "Sous-section 2. Permis pour mobilité de longue durée".
Art. 50. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 49, wordt een artikel 61/45 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/45. § 1. De onderdaan van een derde land die, in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van lange-termijnmobiliteit, meer dan negentig dagen op het grondgebied wenst te verblijven dient een aanvraag in bij de bevoegde regionale overheid, in de vorm van een aanvraag voor een toelating tot arbeid.
  De aanvraag om een toelating tot arbeid geldt als aanvraag voor een verblijfsvergunning.
  § 2. De volgende documenten worden aan de aanvraag toegevoegd :
  1° behalve in het geval van een hernieuwing van de aanvraag, het bewijs van de betaling van de retributie die in artikel 1/1 bedoeld wordt;
  2° de documenten die toelaten de voorwaarden bedoeld in artikel 61/48, vast te stellen.
  § 3. Overeenkomstig artikel 28 van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 neemt de minister of zijn gemachtigde ten laatste binnen negentig dagen na de kennisgeving van het volledig karakter van de aanvraag een beslissing met betrekking tot de machtiging tot verblijf.
  § 4. De minister of zijn gemachtigde kan van de onderdaan van een derde land eisen dat ze binnen een termijn van vijftien dagen aanvullende documenten of inlichtingen voorleggen.
  De in paragraaf 3 bedoelde termijn wordt opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie werd ontvangen.
  § 5. Overeenkomstig artikel 33 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, worden de toelating tot arbeid en de machtiging tot verblijf in de vorm van een gecombineerde administratieve akte aan de betrokkene betekend, indien hij gemachtigd is om meer dan negentig dagen op het grondgebied in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van lange-termijnmobiliteit te werken en te verblijven.
  § 6. De eerste lidstaat die de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon heeft afgeleverd, wordt door de minister of zijn gemachtigde op de hoogte gebracht van het afleveren van de vergunning voor lange-termijnmobiliteit.".
Art. 50. Dans la sous-section 2, insérée par l'article 49, il est inséré un article 61/45, rédigé comme suit :
  "Art. 61/45. § 1er. Le ressortissant de pays tiers qui souhaite séjourner plus de nonante jours sur le territoire dans le cadre d'une mobilité de longue durée en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe introduit sa demande auprès de l'autorité régionale compétente sous la forme d'une demande d'autorisation de travail.
  La demande d'autorisation de travail vaut demande d'autorisation de séjour.
  § 2. Les documents suivants sont joints à la demande :
  1° sauf en cas de renouvellement de la demande, la preuve du paiement de la redevance prévue à l'article 1/1;
  2° les documents permettant d'établir les conditions visées à l'article 61/48.
  § 3. Conformément à l'article 28 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, le ministre ou son délégué prend une décision relative à l'autorisation de séjour dans un délai de nonante jours maximum suivant la notification du caractère complet de la demande.
  § 4. Le ministre ou son délégué peut exiger du ressortissant de pays tiers qu'ils produisent des documents ou des renseignements complémentaires dans un délai de quinze jours.
  Le délai visé au paragraphe 3 est suspendu jusqu'à ce que les informations complémentaires requises sont reçues.
  § 5. Conformément à l'article 33 de l'accord de coopération du 2 février 2018, si l'intéressé est autorisé à séjourner et à travailler plus de nonante jours sur le territoire dans le cadre d'une mobilité de longue durée en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, l'autorisation de travail et l'autorisation de séjour lui sont notifiées sous la forme d'un acte administratif unique.
  § 6. Le ministre ou son délégué avise le premier Etat membre ayant délivré un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe de la délivrance du permis pour mobilité de longue durée.".
Art. 51. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/46 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/46. § 1. De onderdaan van een derde land die in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van lange-termijnmobiliteit gemachtigd is tot een verblijf van meer dan negentig dagen en die zijn verblijf in deze hoedanigheid wenst te verlengen, dient overeenkomstig artikel 21 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 ten laatste twee maanden voor het verstrijken van zijn verblijf een aanvraag in bij de bevoegde regionale overheid, in de vorm van een aanvraag voor een toelating tot arbeid.
  § 2. Indien de duur gedurende dewelke de betrokkene tot een verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van lange-termijnmobiliteit gemachtigd is tijdens het onderzoek van de aanvraag verstrijkt, ontvangt hij een document dat zijn verblijf voorlopig dekt, totdat er een beslissing over wordt genomen of totdat de maximale duur van zijn verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon zoals bedoeld in artikel 61/38, § 1, is verstreken.
  De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels van de afgifte van het verblijfsdocument bedoeld in het eerste lid.".
Art. 51. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article 61/46, rédigé comme suit :
  "Art. 61/46. § 1er. Conformément à l'article 21 de l'accord de coopération du 2 février 2018, le ressortissant de pays tiers qui est autorisé à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée et souhaite faire prolonger son séjour en cette qualité, introduit sa demande auprès de l'autorité régionale compétente sous la forme d'une demande d'autorisation de travail au plus tard deux mois avant l'expiration de son autorisation de séjour.
  § 2. Si la durée pendant laquelle l'intéressé est autorisé à séjourner en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée expire durant l'examen de la demande, il lui est délivré un document qui couvre provisoirement son séjour jusqu'à ce qu'il soit statué sur cette demande ou jusqu'à ce que la durée maximale de son séjour en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe telle que visée à l'article 61/38, § 1er ait expiré.
  Le Roi fixe les conditions et les modalités de délivrance du document de séjour visé à l'alinéa 1er.".
Art. 52. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/47 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/47. § 1. Overeenkomstig artikel 29, derde lid, en artikel 30, van het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wordt de onderdaan van een derde land die gemachtigd is om meer dan negentig dagen op het grondgebied in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van lange-termijnmobiliteit te werken en te verblijven, in het vreemdelingenregister ingeschreven en wordt, op zijn verzoek, een vergunning voor een lange-termijnmobiliteit aan hem afgegeven.
  De Koning bepaalt :
  1° het model van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van de lange-termijnmobiliteit;
  2° de geldigheidsduur van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van de lange-termijnmobiliteit;
  3° het verblijfsdocument dat uitgereikt wordt aan de onderdaan van een derde land, in afwachting van de afgifte van de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon in het kader van de lange-termijnmobiliteit;
  § 2. Onverminderd de bepaling 61/38, wordt in geval van hernieuwing van het verblijf met toepassing van artikel 61/46 de vergunning voor een lange-termijnmobiliteit waarvan de onderdaan van een derde land houder is verlengd met een duur die gelijk is aan de toegestane duur van zijn verblijf zonder dat deze de duur van de totale periode van het verblijf in de eerste lidstaat kan overschrijden.".
Art. 52. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article 61/47, rédigé comme suit :
  "Art. 61/47. § 1er. Conformément à l'article 29, alinéa 3 et l'article 30 de l'accord de coopération du 6 décembre 2018, le ressortissant de pays tiers autorisé à travailler et à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée est inscrit au registre des étrangers et un permis pour mobilité de longue durée lui est délivré.
  Le Roi détermine :
  1° le modèle du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée;
  2° la durée de validité du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée;
  3° le document de séjour délivré au ressortissant d'un pays tiers dans l'attente de la délivrance du permis pour personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée;
  § 2. Sans préjudice de l'article 61/38, en cas de renouvellement du séjour en application de l'article 61/46, le permis pour mobilité de longue durée dont le ressortissant de pays tiers est titulaire est prolongé d'une durée égale à la durée autorisée de son séjour sans toutefois pouvoir excéder la durée de la période totale du séjour dans le premier Etat membre.".
Art. 53. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/48 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/48. § 1. De onderdaan van een derde land die een aanvraag met toepassing van artikel 61/45 of 61/46 indient, is gemachtigd om, in de hoedanigheid van een onderneming overgeplaatste persoon binnen het kader van lange-termijnmobiliteit, meer dan negentig dagen op het grondgebied te verblijven of om zijn verblijf in die hoedanigheid te verlengen, indien :
  1° een geldig paspoort of een daarmee gelijkgestelde reistitel die de door artikel 6, § 1, a), van de Schengengrenscode vastgestelde geldigheidsvoorwaarden vervult;
  2° hij bewijst dat hij over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België voor hemzelf en zijn gezinsleden dekt, beschikt;
  3° hij bewijst dat hij over een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon afgeleverd door de eerste lidstaat beschikt;
  4° hij bewijst dat hij voor de beoogde duur van het verblijf over toereikende bestaansmiddelen beschikt voor zichzelf en zijn gezinsleden, om niet ten laste te vallen van de openbare overheden. Hierbij wordt met name rekening gehouden met de inkomsten die hij tijdens zijn verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon zal ontvangen;
  5° behalve bij het hernieuwen van de aanvraag voor de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon binnen het kader van lange-termijnmobiliteit, een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorlegt en in voorkomend geval zijn gelegaliseerde vertaling, afgegeven door het land van oorsprong of het land van zijn laatste verblijfplaats, dat niet ouder is dan zes maanden en bevestigt dat hij niet veroordeeld is geweest voor misdaden of wanbedrijven van gemeen recht.
  Indien behoorlijk wordt aangetoond dat het document bedoeld in § 1, 5°, onmogelijk kan worden voorgelegd, kan de minister of zijn gemachtigde de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, rekening houdend met de omstandigheden, echter toekennen of hernieuwen.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde weigert de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon binnen het kader van lange-termijnmobiliteit van meer dan negentig dagen toe te kennen in de volgende gevallen :
  1° de betrokkene voldoet niet aan de voorwaarden omschreven in paragraaf 1;
  2° de betrokkene bevindt zich in één van de gevallen bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5° tot 10° ;
  3° de betrokkene heeft de documenten of bijkomende info niet binnen de voorgeschreven termijn geleverd;
  4° de maximale verblijfsduur omschreven in artikel 61/38, § 1, is bereikt;
  5° indien de betrokkene de in artikel 61/38, § 2, bedoelde termijn voor de indiening van zijn aanvraag, niet nageleefd heeft;
  6° de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon die door de eerste lidstaat afgegeven is, vervalt tijdens de procedure.
  § 3. De minister of zijn gemachtigde weigert de machtiging tot verblijf van meer dan negentig dagen in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon binnen het kader van lange-termijnmobiliteit te hernieuwen, in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 1° tot 3° ;
  2° indien de maximale verblijfsduur bedoeld in artikel 61/38, § 1, bereikt is;
  3° indien de betrokkene in het land verblijft met andere doeleinden dan die waarvoor hij een machtiging gekregen heeft;
  § 4. De minister of zijn gemachtigde stelt een einde aan de machtiging tot verblijf in de hoedanigheid van een binnen een onderneming overgeplaatste persoon binnen het kader van lange-termijnmobiliteit van meer dan negentig dagen in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de verblijfsvoorwaarden bedoeld in § 1, 1° tot 3° ;
  2° indien de betrokkene in het land verblijft met andere doeleinden dan die waarvoor hij een machtiging gekregen heeft;
  3° indien de gastentiteit opgericht werd met als belangrijkste doel de binnenkomst van binnen een onderneming overgeplaatste personen te vergemakkelijken;
  § 5. Elke beslissing die krachtens dit artikel genomen wordt, wordt genomen na een individueel onderzoek dat rekening houdt met alle omstandigheden die eigen zijn aan elk geval, met inbegrip van het belang van de onderdaan van een derde land, en met respect voor het evenredigheidsbeginsel.".
Art. 53. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article 61/48, rédigé comme suit :
  "Art. 61/48. § 1er. Le ressortissant de pays tiers qui introduit une demande en application de l'article 61/45 ou 61/46, est autorisé à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe ou à prolonger son séjour en cette qualité :
  1° s'il prouve qu'il dispose d'un document de voyage ou d'un titre de séjour en tenant lieu remplissant les conditions de validité prévues par l'article 6, § 1er, a), du Code frontières Schengen;
  2° s'il prouve qu'il dispose d'une assurance maladie couvrant l'ensemble des risques en Belgique pour lui-même et les membres de sa famille;
  3° s'il prouve qu'il dispose d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivrée par le premier Etat membre;
  4° s'il prouve qu'il dispose de ressources suffisantes pour la durée du séjour envisagée, pour subvenir à ses propres besoins et à ceux des membres de sa famille, afin de ne pas devenir une charge pour les pouvoirs publics, compte-tenu notamment des revenus qu'il percevra durant son séjour en tant que personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe;
  5° sauf en cas de renouvellement de la demande d'autorisation de séjour en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée, s'il produit un extrait du casier judiciaire ou un document équivalent, et le cas échéant sa traduction légalisée, délivré par le pays d'origine ou par le pays de sa dernière résidence, datant de moins de six mois, et attestant qu'il n'a pas été condamné pour des crimes ou des délits de droit commun.
  En cas d'impossibilité dûment justifiée de produire le document visé au § 1er, 5°, le ministre ou son délégué peut toutefois accorder ou renouveler l'autorisation de séjour en tant que personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, compte tenu des circonstances.
  § 2. Le ministre ou son délégué refuse d'accorder l'autorisation de séjour de plus de nonante jours en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée dans les cas suivants :
  1° l'intéressé ne remplit pas les conditions prévues au paragraphe 1er;
  2° l'intéressé se trouve dans un des cas visés à l'article 3, alinéa 1er, 5° à 10° ;
  3° l'intéressé n'a pas fourni les documents ou renseignements complémentaires dans le délai prescrit;
  4° la durée maximale de séjour définie à l'article 61/38, § 1er est atteinte;
  5° si l'intéressé n'a pas respecté le délai prévu à l'article 61/38, § 2, pour l'introduction de sa demande;
  6° le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par le premier Etat membre expire durant la procédure.
  § 3. Le ministre ou son délégué refuse de renouveler l'autorisation de séjour de plus de nonante jours en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans les cas suivants :
  1° si l'intéressé ne remplit pas ou plus les conditions prévues au § 1er, 1° -3°.
  2° si la durée maximale de séjour définie à l'article 61/38, § 1er est atteinte;
  3° si l'intéressé séjourne à des fins autres que celles pour lesquelles il a été autorisé au séjour;
  § 4. Le ministre ou son délégué met fin au séjour du ressortissant de pays tiers autorisé à séjourner plus de nonante jours sur le territoire en qualité de personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée dans les cas suivants :
  1° si l'intéressé ne remplit pas ou plus les conditions de séjour prévues au § 1er, 1° à 3°.
  2° si l'intéressé séjourne à des fins autres que celles pour lesquelles il a été autorisé au séjour;
  3° si l'entité hôte a été créée dans le but principal de faciliter l'entrée de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intra-groupe;
  § 5. Toute décision prise en vertu du présent article est prise après un examen individuel, qui tient compte de l'ensemble des circonstances propres à chaque cas, en ce compris l'intérêt du ressortissant de pays tiers, et dans le respect du principe de proportionnalité.".
Art. 54. In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 61/49 ingevoegd, luidende :
  "Art. 61/49. De minister of zijn gemachtigde betekent de volgende beslissingen aan de onderdaan van een derde land :
  1° de beslissingen tot weigering van de machtiging van verblijf, om de machtiging tot verblijf niet te hernieuwen of die een einde maken aan de machtiging tot verblijf, die krachtens deze afdeling genomen worden;
  2° de beslissing tot toekenning of hernieuwing van de toelating tot arbeid en de machtiging tot verblijf in de vorm van een gecombineerde administratieve akte.
  In de gevallen en onder de voorwaarden die omschreven worden door het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 informeert de minister of zijn gemachtigde de werkgever over de beslissing bedoeld in het eerste lid, 2°. ".
Art. 54. Dans la même sous-section 2, il est inséré un article 61/49, rédigé comme suit :
  "Art. 61/49. Le ministre ou son délégué notifie les décisions suivantes au ressortissant de pays tiers :
  1° les décisions de refus, de non-renouvellement de l'autorisation de séjour ou les décisions mettant fin à l'autorisation de séjour prises en vertu de la présente section;
  2° la décision d'octroi ou de renouvellement de l'autorisation de travail et de l'autorisation de séjour sous la forme d'un acte administratif unique.
  Le ministre ou son délégué informe l'employeur de la décision visée à l'alinéa 1er, 2°, dans les cas et conditions prévus par l'accord de coopération du 2 février 2018.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie wat de inhaling van de achterstand met betrekking tot de betwistingen betreft
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses relatives à l'asile et à l'immigration en ce qui concerne la résorption de l'arriéré du contentieux
Art. 55. In artikel 14, § 1, vierde lid, van de wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de tweede zin wordt het woord "eenmaal" opgeheven, en worden de woorden "voor een periode van twee gerechtelijke jaren" vervangen door de woorden "voor een periode van drie gerechtelijke jaren";
  2° in de derde zin worden de woorden "na drie jaar" vervangen door de woorden "bij elke verlenging".
Art. 55. A l'article 14, § 1, alinéa 4, de la loi du 6 mai 2009 portant des dispositions diverses relatives à l'asile et à l'immigration, modifiée en dernier lieu par la loi du 26 décembre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la deuxième phrase, les mots "une seule fois" sont abrogés, et les mots "pour une période de deux années judiciaires," sont remplacés par les mots "pour une période de trois années judiciaires,";
  2° dans la troisième phrase, les mots "après trois ans" sont remplacés par les mots "à chaque reconduction".
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur
Art. 56. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 56. La présente loi entre en vigueur le premier jour du mois suivant sa publication au Moniteur belge.